Procedure : 2015/2157(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0123/2016

Ingediende teksten :

A8-0123/2016

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0152

VERSLAG     
PDF 348kWORD 77k
11.4.2016
PE 571.515v03-00 A8-0123/2016

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, afdeling IV - Hof van Justitie

(2015/2157(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Anders Primdahl Vistisen,

AMENDEMENTEN
 1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT


1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, afdeling IV - Hof van Justitie

(2015/2157(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014 (COM(2015)0377 – C8-0202/2015)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2014, tezamen met de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2014 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0123/2016),

1.  verleent de griffier van het Hof van Justitie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Hof van Justitie voor het begrotingsjaar 2014;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de het Hof van Justitie, de Europese Raad, de Raad, de Commissie, de Europese Ombudsman, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, afdeling IV – Hof van Justitie

(2015/2157(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014, afdeling IV - Hof van Justitie,

–  gezien artikel 94 en bijlage V van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0123/2016),

1.  stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag van 2014 opmerkt dat er geen significante tekortkomingen zijn vastgesteld met betrekking tot de gecontroleerde aspecten wat betreft personele middelen en het plaatsen van opdrachten door het Hof van Justitie van de Europese Unie ("Hof van Justitie");

2.  is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer op basis van haar controlewerkzaamheden heeft geconcludeerd dat de betalingen als geheel over het per 31 december 2014 afgesloten jaar met betrekking tot de administratieve en andere uitgaven van de instellingen en organen geen materiële fouten vertonen;

3.  merkt op dat het Hof van Justitie in 2014 beschikte over kredieten ten belope van 355 367 500 EUR (354 880 000 EUR in 2013) en dat de uitvoeringsgraad 99 % bedroeg; verwelkomt de stijging van het bestedingspercentage in 2014 in vergelijking met 2013 (96,3 %);

4.  wijst erop dat de begroting van het Hof van Justitie louter administratief is, waarbij meer dan 75 % gebruikt wordt voor uitgaven met betrekking tot het personeel dat voor de instelling werkzaam is en de rest voor gebouwen, meubilair, uitrusting en andere uitgaven;

5.  verwelkomt de productiviteit van de gerechtelijke activiteiten van het Hof van Justitie in 2014, met 1691 zaken aanhangig gemaakt bij de drie gerechtelijke instanties, en 1685 in hetzelfde jaar afgesloten zaken;

6.  merkt op dat het Hof in 2014 719 zaken heeft afgedaan (701 in 2013) en dat 622 nieuwe zaken aanhangig zijn gemaakt (699 in 2013); is verheugd over deze positieve statistische resultaten en is ervan overtuigd dat de prestaties in de toekomst nog verder kunnen worden verbeterd;

7.  merkt op dat in 2014 bij het Gerecht 912 nieuwe zaken aanhangig zijn gemaakt, dat het 814 zaken heeft afgedaan en dat er nog 1423 zaken aanhangig zijn, hetgeen, voor wat het aantal procedures betreft, een algemene stijging ten opzichte van 2012 en 2013 inhoudt;

8.  wijst erop dat het Gerecht in 2014 is versterkt met negen nieuwe tijdelijke secretariaatsposten bij het gerechtelijk team, waarmee de doeltreffendheid en de output verhoogd konden worden;

9.  wijst erop dat in 2014 het Gerecht voor ambtenarenzaken 152 zaken heeft afgedaan, tegenover 184 in 2013, en dat er 216 aanhangige zaken waren; wijst erop dat het Gerecht voor ambtenarenzaken minder efficiënt was wat betreft de algemene gerechtelijke activiteiten;

10.  moedigt het Hof van Justitie aan het gebruik van bestaande middelen nog verder te verbeteren; is van mening dat de interne hervormingen die in 2014 zijn doorgevoerd, te weten de hervorming van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht en het Gerecht voor ambtenarenzaken en de ontwikkeling van IT-toepassingen ter verbetering van de afhandeling van procedures en communicatie, hebben bijgedragen aan een beter gebruik van de middelen;

11.  verwelkomt het voornemen van de Rekenkamer om de prestaties van het Hof van Justitie aan een onderzoek te onderwerpen, naar aanleiding van het verzoek van het Parlement daartoe in het kader van de kwijting voor 2013;

12.  neemt kennis van de informatie met betrekking tot de lijst van externe activiteiten van rechters die in januari 2016 is overlegd, nadat hierom was gevraagd bij de gedachtewisseling binnen de commissie over de kwijtingsprocedure voor 2014; betreurt dat niet wordt vermeld hoeveel rechters deelnemen aan de verschillende activiteiten; verlangt een overzicht van alle externe activiteiten per rechter, waaronder colleges, voordrachten, andere gelegenheden en de voorbereidingen daarvoor onder werktijd, en niet alleen de officieel goedgekeurde activiteiten; verzoekt om alle met de externe activiteiten van de rechters verbonden middelen openbaar te maken, zoals vertaaldiensten, referendarissen en chauffeurs;

13.  is van mening dat alle informatie over externe activiteiten van elke rechter openbaar toegankelijk moet zijn; verzoekt om deze informatie te publiceren op de website van het Hof van Justitie en op te nemen in zijn jaarlijkse activiteitenverslagen (AAR's);

14.  dringt aan op publicatie van een verklaring betreffende de financiële belangen van de rechters op de website van het Hof van Justitie;

15.  verwacht dat de lopende hervorming van het Gerecht aan een effectbeoordeling zal worden onderworpen, om te bevestigen dat deze herziening toereikend is en zal zorgen voor een vereenvoudiging van de gerechtelijke structuur van het Hof van Justitie;

16.  neemt met tevredenheid kennis van de verbeteringen van de toepassing e-Curia en van het feit dat het in 2014 door een groter aantal landen in gebruik is genomen; betreurt echter dat het door drie lidstaten nog altijd niet wordt gebruikt;

17.  verzoekt het Hof van Justitie door te gaan met de toepassing van nieuwe technologieën, zodat een verdere verlaging van het aantal papieren versies, vertalers en tolken mogelijk wordt zonder het uitoefenen van de verantwoordelijkheden van het Hof te bemoeilijken;

18.  wijst erop dat de activiteiten van het directoraat Vertalingen als bevredigend werden beschouwd; is van mening dat met betrekking tot niet-gerechtelijke documenten nog altijd bezuinigingen mogelijk zijn door een beperkt vertaalregime toe te passen;

19.  wijst erop dat het Hof van Justitie deelneemt aan de interinstitutionele werkgroep over interinstitutionele kernactiviteit- en prestatie-indicatoren die onder meer de vertaalkosten behandelt; betreurt dat het Hof nog altijd geen gegevens levert overeenkomstig de geharmoniseerde methodologie die binnen de interinstitutionele groep is overeengekomen;

20.  herhaalt het verzoek om de agenda's van de vergaderingen van het Hof van Justitie als bijlage op te nemen in zijn AAR's;

21.  wijst erop dat er nog altijd een gebrek is aan vrouwen op leidinggevende posten bij het Hof van Justitie; dringt erop aan dat dit zo snel mogelijk wordt gecorrigeerd;

22.  acht het antwoord van het Hof van Justitie op vraag nr. 26 (pensioenen) van het Parlement ontoereikend; verlangt dat het Hof van Justitie een duidelijk en gedetailleerd antwoord geeft, zoals de andere instellingen ook gedaan hebben; is van mening dat het Hof alle vragen van het Parlement moet beantwoorden en roept het Hof op tot volledige transparant met betrekking tot pensioenen;

23.  wijst erop dat het Hof van Justitie beschikt over een wagenpark van 75 voertuigen ter waarde van 1 168 251 EUR; wijst erop dat de salarissen van chauffeurs in 2014 in totaal 2 434 599 EUR bedroegen; acht dit een buitensporig hoog bedrag, dat in tegenspraak is met de algemene trend binnen de instellingen van de Unie om het gebruik van officiële voertuigen te beperken; herhaalt zijn verzoek aan het Hof om het aantal dienstauto's waarover zijn leden en personeelsleden beschikken te beperken; benadrukt dat de uitgebreide particuliere diensten die de chauffeurs verlenen, door de Europese belastingbetaler worden betaald; beveelt het Hof aan deze onderwerpen in interinstitutioneel verband te bestuderen en dringt aan op het bevorderen van groene mobiliteit;

24.  verwelkomt de maatregelen van het Hof van Justitie om het beginsel van groene aanbestedingen toe te passen; steunt het volgen van deze strategie;

25.  stelt met tevredenheid vast dat het vastgoedbeleid van het Hof van Justitie bij zijn AAR is gevoegd;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Monica Macovei, Dan Nica, Gilles Pargneaux, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Marco Valli, Derek Vaughan, Anders Primdahl Vistisen, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marian-Jean Marinescu, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Birgit Collin-Langen, Bodil Valero

(1)

PB L 51 van 20.2.2014.

(2)

PB C 377 van 13.11.2015, blz. 1.

(3)

PB C 373 van 13.11.2015, blz. 1.

(4)

PB C 377 van 13.11.2015, blz. 146.

(5)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

Juridische mededeling