Procedure : 2016/2037(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0130/2016

Ingediende teksten :

A8-0130/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/04/2016 - 11.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0113

VERSLAG     
PDF 372kWORD 112k
11.4.2016
PE 578.847v02-00 A8-0130/2016

over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, Een nieuw instrument voor het verlenen van noodsteun binnen de Unie

(07068/2016 – C8-0122/2016 – 2016/2037(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: José Manuel Fernandes

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, Een nieuw instrument voor het verlenen van noodsteun binnen de Unie

(07068/2016 – C8-0122/2016 – 2016/2037(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(1), met name artikel 41,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, zoals definitief vastgesteld op 25 november 2015(2),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(3),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(4),

–  gezien Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen(5),

–  gezien Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie(6),

–  gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016, dat de Commissie op 9 maart 2016 heeft goedgekeurd (COM(2016) 152),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016 dat de Raad op 16 maart 2016 heeft goedgekeurd en op 17 maart 2016 heeft toegezonden aan het Europees Parlement (07068/2016 – C8-0122/2016),

–  gezien de brief van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

–  gezien de artikelen 88 en 91 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0130/2016),

A.  overwegende dat de massale instroom van vluchtelingen en migranten in Europa heeft geleid tot een uitzonderlijke situatie waarin een groot aantal mensen in de Unie dringend behoefte hebben aan humanitaire hulp; overwegende dat deze noodsituatie de responscapaciteit van de lidstaten die het sterkst met deze instroom te maken hebben, te boven gaat; overwegende dat er op Unieniveau geen adequaat instrument bestond om binnen de Unie te voorzien in de behoeften van mensen die door een ramp zijn getroffen;

B.  overwegende dat de Commissie op 2 maart 2016 met een voorstel is gekomen voor een verordening van de Raad die een leemte in het beschikbare instrumentarium moet opvullen, zodat op het grondgebied van de Unie kan worden voorzien in humanitaire behoeften; overwegende dat de verordening is gebaseerd op artikel 122, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat geen rol aan het Europees Parlement toekent; overwegende dat Verordening (EU) 2016/369 op 15 maart 2016 door de Raad is goedgekeurd;

C.  overwegende dat de Commissie vervolgens een ontwerp van gewijzigde begroting heeft voorgesteld om de begrotingsstructuur voor dat instrument tot stand te brengen en via een herschikking binnen rubriek 3 van het meerjarig financieel kader (MFK) 100 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 80,2 miljoen EUR aan betalingskredieten beschikbaar te stellen om in de onmiddellijke financieringsbehoefte te voorzien;

D.  overwegende dat de Commissie ervan uitgaat dat voor dit instrument in 2016 300 miljoen EUR nodig zal zijn (en vervolgens 200 miljoen EUR in 2017 en 200 miljoen EUR in 2018), maar dat er waarschijnlijk meer geld bij zal moeten als de migranten- en vluchtelingenstromen op het huidige niveau blijven;

E.  overwegende dat de Commissie ook voorstelt het personeel bij het Europees Centrum voor terrorismebestrijding van Europol uit te breiden en hiervoor uit het Fonds voor interne veiligheid 2,0 miljoen EUR aan vastleggings- en betalingskredieten te verstrekken;

1.  is verheugd over het voorstel van de Commissie om de mogelijkheid te scheppen dat uit de begroting van de Unie noodsteun op het grondgebied van de Unie wordt verleend om de humanitaire gevolgen van de huidige vluchtelingencrisis te verzachten; wijst op de verslechterende situatie van migranten en asielzoekers, vooral als gevolg van het ongecoördineerde optreden van Europese landen, dat deze noodsteun des te noodzakelijker en dringender maakt; onderstreept dat er blijk moet worden gegeven van solidariteit met de lidstaten die op hun grondgebied met een dergelijke noodsituatie worden geconfronteerd;

2.   neemt kennis van de oplossing die de Commissie als noodmaatregel voorstelt; merkt op dat er na de twee trustfondsen en de faciliteit voor vluchtelingen in Turkije een nieuw ad-hocmechanisme is opgezet, zonder dat er een globale strategie voor de aanpak van de vluchtelingencrisis bestaat en zonder dat wordt toegezien op de volledige inachtneming van de prerogatieven van het Parlement als medewetgever; wijst op het probleem dat het nieuwe instrument niet berust op een voorstel van de Commissie voor een verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure; benadrukt dat het Parlement altijd constructief en snel heeft gehandeld bij de ondersteuning van alle initiatieven in verband met de vluchtelingencrisis, en dat ook nu weer doet met de snelle goedkeuring van deze gewijzigde begroting;

3.   is van mening dat er moet worden nagedacht over een duurzamer juridisch en budgettair kader, zodat er in de toekomst humanitaire steun binnen de Unie beschikbaar kan worden gesteld, wanneer de omstandigheden daarom vragen; merkt op dat dergelijke noodfinanciering, die bedoeld is om te reageren op crises en onvoorziene situaties, uit de aard der zaak geput moet worden uit speciale instrumenten en niet mag worden meegerekend in de maximumbedragen die in het MFK gelden;

4.  is verheugd over de toezegging van de Commissie dat er geen kredieten worden weggehaald uit het budget voor externe humanitaire hulp; merkt op dat de Commissie voorstelt om de eerste tranche voor dit nieuwe instrument te financieren door middel van een herschikking van kredieten voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), die toch al bedoeld waren voor de lastenverdeling tussen de lidstaten bij de opvang van vluchtelingen; is van mening dat het gehele bedrag niet via herschikkingen kan worden gedekt zonder dat dit van invloed is op het functioneren van het AMIF, dat dit jaar ongetwijfeld onder druk zal komen te staan en wellicht verder versterkt moet worden, mocht de uitvoering van het herplaatsingsprogramma op volle snelheid komen; beschouwt dit bedrag van 100 miljoen EUR daarom als een voorschot dat in een later stadium moet worden gecompenseerd; merkt op dat er in rubriek 3 geen marge over is en dat de middelen van het flexibiliteitsinstrument voor 2016 al geheel zijn verbruikt; pleit er daarom voor om voor het resterende bedrag voor dit jaar gebruik te maken van de marge voor onvoorziene uitgaven, zodra dit noodzakelijk wordt, en verzoekt de Commissie een voorstel daartoe in te dienen; voorziet dat het onvermijdelijk zal blijken het MFK-plafond voor rubriek 3 naar boven bij te stellen, teneinde al het nodige in verband met de vluchtelingen- en migratiecrisis te doen;

5.  hecht, gelet op de huidige veiligheidssituatie in de Europese Unie, zijn goedkeuring aan de voorgestelde personeelsuitbreiding bij het Europees Centrum voor terrorismebestrijding van Europol; merkt op dat het hierbij gaat om een extra uitbreiding naast de personeelsuitbreiding die reeds bij de recente herziening van het rechtskader van Europol is overeengekomen;

6.  dringt er bij de Commissie op aan om alle agentschappen die in bredere zin met migratie en veiligheid te maken hebben, uit te zonderen van de beoogde personeelsinkrimping met 5 %, omdat zij als gevolg van de enorme toename van de werklast en de taken in de afgelopen twee jaar allemaal onderbezet zijn; verzoekt de Commissie voor een evenwicht te zorgen tussen de op het gebied van justitie en binnenlandse zaken actieve agentschappen voor wat betreft hun werklast en hun taken;

7.  bevestigt bereid te zijn het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016, zoals gepresenteerd door de Commissie, goed te keuren, gezien de spoedeisendheid van de situatie;

8.  keurt daarom het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2016 goed;

9.  verzoekt zijn Voorzitter te verklaren dat gewijzigde begroting nr. 1/2016 definitief is vastgesteld en te zorgen voor de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Rekenkamer en de nationale parlementen.

BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE BURGERLIJKE VRIJHEDEN, JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

IPOL-COM-LIBE D (2016)14174

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie  

ASP 09G205

Betreft:   Eerste ontwerp van gewijzigde begroting 2016

Geachte voorzitter,

De commissie LIBE verwelkomt het voorstel van de Commissie ter invoering van een begrotingslijn voor een snellere en gerichte verstrekking van noodhulp binnen de Europese Unie door het aantal financiële instrumenten dat tot nu toe ingezet kan worden in geval van noodsituaties in de Unie uit te breiden.

De commissie LIBE heeft echter twijfels over de door de Europese Commissie voorgestelde oplossing om op zeer korte termijn een nieuw mechanisme voor humanitaire noodhulp in te voeren met als rechtsgrond artikel 122, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Wanneer een nieuw fonds wordt opgericht om humanitaire hulp te verstrekken binnen de Unie is het bijzonder ongepast om de helft van de wetgevende macht uit te sluiten van het wetgevingsproces.

De commissie LIBE betreurt dat de urgentie het gevolg is van het gebrek aan een samenhangende strategie en een visie voor het vinden van een Europese oplossing voor de migratiecrisis, en is van mening dat de EU niet geregeld haar toevlucht moet hoeven nemen tot budgettaire procedures als het flexibiliteitsinstrument om het migratiebeleid van de Unie te financieren. Niettemin is de commissie LIBE ingenomen met de mogelijkheid die het nieuwe instrument de Unie biedt om op te treden in een geest van solidariteit en tegemoet te komen aan de basisbehoeften van mensen in de Unie die het slachtoffer zijn van rampzalige omstandigheden. De situatie van migranten en asielzoekers is zonder meer voortdurend verslechterd, vooral in Griekenland waar de economische situatie zeer zorgelijk is, en vereist een gezamenlijk initiatief op Europees niveau. De commissie LIBE verwacht dat het nieuwe instrument de economische impact op de getroffen lidstaten die te maken hebben of zullen hebben met een noodsituatie in verband met de migratiecrisis zal minimaliseren, met name de buurlanden van Griekenland.

De commissie LIBE benadrukt dat het Parlement altijd constructief en snel heeft gehandeld ter ondersteuning van alle initiatieven in verband met de vluchtelingencrisis, en verzoekt tijdens de desbetreffende budgettaire procedures volledig op de hoogte gehouden te worden van de doelmatigheid en meerwaarde van dit nieuwe instrument vergeleken met de reeds bestaande, alsmede over de maatregelen die de Commissie heeft genomen om te waarborgen dat de met dit nieuwe instrument gefinancierde acties correct zullen worden uitgevoerd, ter bescherming van de financiële belangen van de EU tegen fraude, corruptie en andere illegale activiteiten.

Daarnaast zou de commissie LIBE het toejuichen indien dit OGB kwantificeerbare informatie zou bevatten inzake het gemiddelde bedrag aan humanitaire steun per gesteunde vluchteling/migrant. Deze informatie is nodig om meer inzicht te krijgen in het bereik van de humanitaire steun dat mogelijk is met dit OGB, alsmede voor het uitoefenen van onze legitieme bevoegdheden op het gebied van financiële controle. Gezien het feit dat op het moment van schrijven ongeveer 55 000 vluchtelingen in Griekenland vastzaten, komt dit OGB neer op een gemiddelde van 1818 EUR per vluchteling. Een verdere uitleg van de Commissie over de precieze wijze waarop dit geld zal worden besteed zou zeer welkom zijn.

De Commissie LIBE vraagt tevens volledig op de hoogte te worden gehouden van de toezichtprocedures die de Commissie wil toepassen, en zou graag vernemen door wie de effectbeoordeling van dit nieuwe financieringsinstrument wordt verricht. Commissaris Christos Stylianides stelde dat de noodhulp uitsluitend via de humanitaire partners van de Commissie ter plaatse zal worden verleend. Ten behoeve van de transparantie vraagt de commissie LIBE om een complete lijst van deze partners en om gedetailleerde informatie over hun activiteiten.

We moeten met teleurstelling constateren dat dit OGB geen verse middelen levert. We zijn bezorgd over het feit dat 100 miljoen EUR zal worden overgeschreven van het AMIF naar dit nieuwe noodfonds. Dit komt neer op ongeveer 10 % van de 1 miljard EUR bestemd voor de hervestiging van 160 000 migranten in de periode 2015-2017. Hoewel het huidige tempo van hervestiging veel lager is dan verwacht, moet de Unie haar capaciteit voor het voldoen aan haar wettelijke verplichtingen te allen tijde handhaven, vooral met betrekking tot een dergelijk cruciale politieke kwestie als hervestiging. De commissie LIBE is van mening dat het voor een ander doel gebruiken van deze voor hervestiging bestemde middelen een eenmalige uitzondering moet blijven.

Daarom is de commissie LIBE van mening dat dit speciale instrument vanwege het specifieke karakter ervan buiten de maxima van het meerjarig financieel kader moet blijven. We wijze erop dat de Commissie heeft voorgesteld alleen de eerste tranche van dit nieuwe instrument te financieren door herschikking van kredieten uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF). Er zij op gewezen dat het AMIF zelf reeds bijna is uitgeput en dat deze overschrijving daarom zorgen baart. Deze 100 miljoen EUR als vervroegde toewijzing van kredieten zal naar onze mening in een later stadium gecompenseerd moeten worden. De commissie LIBE merkt op dat de resterende marge in rubriek 3 en het flexibiliteitsinstrument voor 2016 al geheel zijn verbruikt. Daarom pleiten we voor aanvulling van de AMIF-begroting door middelen beschikbaar te stellen uit de marge voor onvoorziene uitgaven en verzoeken we de Commissie hiertoe een voorstel in te dienen. Tevens verzoeken we om bij de komende tussentijdse herziening van het MFK rekening te houden met de budgettaire situatie in verband met de vluchtelingen- en migratiecrisis, die in 2013 bij de onderhandelingen over het MFK niet was voorzien.

De commissie LIBE verwelkomt de uitbreiding van het organigram van Europol met 25 aanvullende posten, 5 arbeidscontractanten en 5 gedetacheerde nationale deskundigen, naar aanleiding van de aanslagen in Parijs op 13 november, gefinancierd door de begrotingslijn voor maatregelen ter verbetering van de interne veiligheid in de EU. Deze posten houden verband met de onmiddellijke en toekomstige terrorismebestrijdingsactiviteiten van Europol na de aanslagen van Parijs en Brussel. De toegenomen behoefte aan informatie-uitwisseling tussen de lidstaten via Europol, om nationale autoriteiten in staat te stellen de zeer reële terroristische dreiging in Europa doeltreffend aan te pakken, zal de werklast van Europol doen stijgen. Het baart echter zorgen dat de totaal beschikbare middelen voor deze doelstellingen niet zijn verhoogd.

Tot slot benadrukt de commissie LIBE dat het van groot belang is aandacht te besteden aan de financiële behoeften van EASO om in te spelen op de vluchtelingencrisis en herinnert eraan dat tot nu toe onvoldoende aandacht is besteed aan de bijkomende behoeften van EASO. De commissie LIBE vraagt daarom om een equivalente verhoging van de human resources van EASO in het volgende OGB.

De commissie LIBE dringt er tevens bij de Commissie op aan om alle agentschappen die in bredere zin met migratie en veiligheid te maken hebben, uit te zonderen van de beoogde personeelsinkrimping met 5 %, omdat zij als gevolg van de enorme toename van de werklast en de taken in de afgelopen twee jaar allemaal onderbezet zijn.

 

Claude MORAES

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

5

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jonathan Arnott, Jean Arthuis, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Younous Omarjee, Pina Picierno, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Daniele Viotti, Auke Zijlstra, Stanisław Żółtek

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Xabier Benito Ziluaga, Mercedes Bresso, Sven Giegold, Anneli Jäätteenmäki, Giovanni La Via, Michał Marusik, Andrej Plenković, Marco Valli, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Susanne Melior, Josep-Maria Terricabras

(1)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(2)

PB L 48 van 24.2.2016, blz. 1.

(3)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(4)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(5)

PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17.

(6)

PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1.

Juridische mededeling