Procedure : 2015/2346(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0160/2016

Ingediende teksten :

A8-0160/2016

Debatten :

PV 25/05/2016 - 23
CRE 25/05/2016 - 23

Stemmingen :

PV 26/05/2016 - 6.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0236

VERSLAG     
PDF 290kWORD 103k
28.4.2016
PE 573.111v02-00 A8-0160/2016

over non-tarifaire belemmeringen in de interne markt

(2015/2346(INI))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Daniel Dalton

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over non-tarifaire belemmeringen in de interne markt

(2015/2346(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 oktober 2015 getiteld "Verbetering van de interne markt: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen" (COM(2015)0550),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 28 oktober 2015 getiteld "A Digital Single Market Strategy for Europe – Analysis and Evidence" (SWD(2015)0202),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 28 oktober 2015 getiteld "Report on Single Market Integration and Competitiveness in the EU and its Member States" (SWD(2015)0203),

–  gezien het onderzoek van de Parlementaire Onderzoeksdiensten van september 2014 getiteld "The Cost of Non-Europe in the Single Market",

–  gezien zijn resolutie van 11 september 2013 over de interne dienstenmarkt: stand van zaken en volgende stappen(1),

–  gezien zijn resolutie van 11 december 2013 over het Europees actieplan inzake detailhandel in het belang van alle betrokken partijen(2),

–  gezien de in oktober 2015 verschenen editie van het onlinescorebord van de interne markt,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8‑0160/2016),

A.  overwegende dat de Europese interne markt een aanzienlijke bijdrage levert aan de Europese economieën;

B.  overwegende dat de voltooiing van de interne markt voor het vrije verkeer van goederen, diensten, overheidsopdrachten, de digitale economie en de consumentenwetgeving naar schatting economische winsten zal opleveren gaande van 651 miljard tot 1,1 biljoen EUR per jaar, wat overeenkomt met 5 à 8,63 % van het bbp van de EU;

C.  overwegende dat ongerechtvaardigde non-tarifaire belemmeringen (NTB's) ruim twintig jaar na de invoering van de interne markt de handel en het vrije verkeer van goederen en diensten tussen de lidstaten blijven bemoeilijken; overwegende dat deze NTB's door protectionisme kunnen zijn ingegeven en gepaard kunnen gaan met bureaucratische hinderpalen die zeer vaak onevenredig zijn met het gestelde doel;

D.  overwegende dat de interne markt voor diensten naar schatting 70 % van de Europese economie uitmaakt, maar slechts 20 % van de handel binnen de EU vormt;

E.  overwegende dat 25 % van de gereglementeerde beroepen in slechts één lidstaat gereglementeerd zijn;

F.  overwegende dat de potentiële winsten uit de werking van de digitale eengemaakte markt naar schatting jaarlijks ongeveer 415 miljard EUR bedragen en het bbp tegen 2020 met ongeveer 0,4 % zullen doen stijgen, en overwegende dat er in de EU‑wetgeving tal van lacunes zijn die de goede werking van de digitale eengemaakte markt belemmeren;

G.  overwegende dat slechts 2 % van de nieuwe kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en startende ondernemingen zich over de grenzen heen hebben uitgebreid door directe buitenlandse investeringen;

H.  overwegende dat lacunes in de interne markt, zoals een onvolledige of tegen de doelstellingen van de interne markt indruisende toepassing van de EU-wetgeving, voor de consumenten in veel gevallen leiden tot een suboptimale keuze aan producten en duurdere goederen en diensten;

I.  overwegende dat de kosten voor bedrijven merkbaar zijn aan duurdere toeleveringsketens, waardoor hun eigen producten meer kosten, of aan een beperkte toegang tot zakelijke diensten, die hun concurrentievermogen schaadt; overwegende dat innovatie wordt aangemoedigd door een door concurrentie gekenmerkte markt;

J.  overwegende dat de complexiteit van het huidige btw-stelsel als een NTB kan worden aangemerkt;

K.  overwegende dat concurrentieverstorende fiscale afspraken tussen lidstaten en grote multinationale ondernemingen als een ongerechtvaardigde NTB kunnen worden aangemerkt;

L.  overwegende dat ondernemingen en personen worden geconfronteerd met belangrijke belemmeringen voor het uitoefenen van grensoverschrijdende activiteiten in de interne markt doordat er geen of weinig kwaliteitsvolle informatie, bijstand en onlineprocedures beschikbaar zijn, wat leidt tot zware administratieve lasten en hoge nalevingskosten;

M.  overwegende dat de monitoring van belemmeringen en kosten versnipperd is en niet stelselmatig plaatsvindt en dat belemmeringen en kosten niet worden gekwantificeerd en niet duidelijk worden geïdentificeerd, wat de prioritering van beleidsmaatregelen bemoeilijkt;

I.  Achtergrond en beleidsdoelstellingen

1.  is zich ervan bewust dat, hoewel de tariefbelemmeringen sinds 1 juli 1968 afgeschaft zijn, het vrije verkeer van goederen en diensten nog steeds hinder heeft ondervonden door NTB's zoals ongerechtvaardigde nationale technische voorschriften en al dan niet in regelgeving vastgestelde vereisten voor producten, dienstverleners en voorwaarden voor dienstverlening, of bureaucratie; beklemtoont dat voor de versterking van de interne markt dringend maatregelen van zowel de EU als de lidstaten nodig zijn om die NTB's aan te pakken;

2.  verstaat onder een NTB een onevenredige of discriminerende regelgevingsmaatregel die resulteert in een last of een kost die moet worden gedragen door een bedrijf dat een markt wenst te betreden, maar niet door bedrijven die al op de markt aanwezig zijn, of een kost die wordt opgelegd aan buitenlandse bedrijven maar niet aan binnenlandse bedrijven, onverminderd het recht van de lidstaten om regelgeving vast te stellen en legitieme doelstellingen van overheidsbeleid na te streven, zoals de bescherming van het milieu en van de rechten van consumenten en werknemers;

3.  stelt vast dat er op nationaal niveau verschillen kunnen ontstaan als gevolg van meerlagig bestuur; is van mening dat op alle niveaus van de besluitvorming over regelgeving goed moet worden beseft dat de maatregelen evenredig moeten zijn en legitieme doelstellingen van overheidsbeleid moeten nastreven; meent dat consistentie en samenhang van het beleid en de regelgevingspraktijk aanzienlijk kunnen bijdragen aan een vermindering van NTB's;

4.  is van mening dat indien dergelijke NTB's als evenredig kunnen worden gerechtvaardigd, de informatie over de uiteenlopende nationale wettelijke voorschriften gemakkelijk toegankelijk moet zijn en de daarmee verband houdende kennisgeving van gegevens en afwikkeling van procedures zo gebruikersvriendelijk mogelijk moeten zijn; is van oordeel dat de toepassing van het huidige systeem op basis van een verscheidenheid aan contactpunten, waaronder de productcontactpunten en de één-loketten, niet samenhangend verloopt in de lidstaten en te complex is; herinnert eraan dat het belangrijk is om de bestaande instrumenten van de interne markt voor kmo's te versterken en te stroomlijnen teneinde de grensoverschrijdende expansie van kmo's te vereenvoudigen; vraagt de Commissie en de lidstaten meer nadruk te leggen op de stroomlijning en verbetering van deze systemen, met name de noodzaak om de één-loketten snel te verbeteren, en vraagt de Commissie om eind 2016 aan het Parlement verslag uit te brengen over de voortgang en de volgende stappen; beklemtoont dat de lidstaat in kwestie door opener en toegankelijker te zijn wat wettelijke voorschriften betreft, aantrekkelijker wordt voor buitenlandse investeringen;

5.  verwelkomt het initiatief voor één digitale toegangspoort, dat is aangekondigd in de mededeling van de Commissie over de digitale eengemaakte markt, als een positieve stap; dringt er bij de Commissie op aan om één loket voor bedrijven en consumenten te creëren met toegang tot alle informatie, bijstand en probleemoplossing betreffende de interne markt en tot de nodige nationale en EU-brede procedures voor grensoverschrijdende activiteiten in de EU;

6.  is van mening dat de samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten om de werking van Solvit te verbeteren belangrijk is om NTB's weg te werken, met name in geografische gebieden en industriële sectoren waar bedrijven niet vaak van Solvit gebruikmaken en waar niet alle ingediende zaken door de bevoegde overheid worden behandeld;

7.  onderstreept dat voor veel bedrijven, met name kmo's, die in een andere lidstaat handel wensen te drijven, een dergelijke uitbreiding vanuit hun oogpunt nog steeds "internationale handel" zal zijn; beklemtoont dat kmo's, startende en innoverende bedrijven, met name in de deeleconomie, niets in de weg mag worden gelegd om via grensoverschrijdende handel te kunnen groeien;

8.  merkt op dat het wegwerken van NTB's geen beperking van de werknemersrechten inhoudt wanneer deze rechten niet-discriminerend en evenredig zijn en op een legitieme doelstelling van overheidsbeleid gestoeld zijn;

9.  is van mening dat een van de taken van de EU en haar afzonderlijke lidstaten erin moet bestaan NTB's uiteindelijk af te schaffen als die niet kunnen worden gerechtvaardigd of niet bevorderlijk zijn voor de doelstellingen van artikel 3, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin staat dat Europa is gebaseerd op een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen;

10.  herhaalt dat de strategie voor een digitale eengemaakte markt en de strategie voor de eengemaakte markt in Europa initiatieven zijn die snel en ambitieus moeten worden uitgevoerd om de NTB's op de eengemaakte markt weg te werken; beklemtoont dat het van cruciaal belang is dat deze initiatieven worden gestoeld op de beginselen van betere regelgeving en op de meest doeltreffende instrumenten, zoals harmonisatie en wederzijdse erkenning;

II.  Horizontale non-tarifaire belemmeringen

11.  is van mening dat verschillen in de snelheid waarmee bestaande richtlijnen op nationaal niveau worden omgezet en in de manier waarop zij precies worden uitgevoerd, rechtsonzekerheid creëren voor bedrijven en op de interne markt uiteenlopende concurrentievoorwaarden tot stand brengen;

12.  is van mening dat wanneer de Commissie onnodige EU-wetgeving heeft ingetrokken, de lidstaten snel moeten handelen om de overeenkomstige nationale bepalingen in te trekken;

13.  is van mening dat het schadelijk is voor de interne markt en de consumenten als het EU‑recht op grote schaal niet door de lidstaten wordt nageleefd; is ook van mening dat het trage omzettingsproces ertoe leidt dat sommige lidstaten van een onrechtmatige verlenging van de nalevingstermijn profiteren; vraagt dat een nalevingscultuur verder wordt bevorderd in samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten, zoals vastgesteld in de strategie voor de eengemaakte markt; onderstreept dat de kwestie van niet-naleving door de lidstaten snel moet worden aangepakt;

14.  vestigt de aandacht van de Commissie en de lidstaten op het feit dat sommige nationale overheden bij de tenuitvoerlegging van EU-wetgeving extra voorschriften toevoegen aan omgezette richtlijnen, het zogenoemde "gold-plating";

15.  wijst erop dat de intensiteit en de frequentie van de controles die onlangs bij buitenlandse dienstverleners verricht zijn, verder toenemen; vraagt de lidstaten ervoor te zorgen dat deze controles evenredig, gerechtvaardigd en niet-discriminerend zijn;

16.  benadrukt dat een inconsequente handhaving van bestaande, correct omgezette voorschriften door de lidstaten de interne markt evenzeer schaadt als een laattijdige omzetting; meent dat de naleving en de handhaving worden bemoeilijkt wanneer vaak gebruikte definities, bijvoorbeeld "traceerbaarheid" of "in de handel gebracht", verschillende betekenissen krijgen in verschillende wetgevingsteksten;

17.  meent dat een ongelijke toepassing van dezelfde regels in verschillende lidstaten mogelijk nieuwe ongerechtvaardigde NTB's kan doen ontstaan; verzoekt de Commissie alles in het werk te stellen om verschillen in het vroegst mogelijke stadium tot een minimum te beperken;

18.  meent dat de Commissie vaker gebruik moet maken van richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van richtlijnen, aangezien deze een nuttig instrument kunnen zijn om voor een meer eenvormige tenuitvoerlegging te zorgen;

19.  stelt vast dat er in de regulering van de productmarkten nog altijd verschillen op nationaal niveau zijn waarmee bedrijven die over de grenzen heen actief zijn, nog steeds te kampen hebben, zowel wat de mate van de beperkingen als wat de verschillen tussen de lidstaten betreft; is van oordeel dat dit bedrijven er onnodig toe dwingt hun producten en diensten aan te passen om aan uiteenlopende normen te voldoen of herhaaldelijk tests te ondergaan, hetgeen de handel binnen de EU beperkt, de groei beknot en het scheppen van banen belemmert;

20.  meent dat kmo's en micro-ondernemingen daar – juridisch, financieel of anderszins – onevenredig onder te lijden hebben, aangezien de schaalvoordelen kleiner worden doordat ze verschillende productlijnen moeten laten draaien;

21.  wijst erop dat er tot nog toe weinig grensoverschrijdende overheidsopdrachten zijn: minder dan 20 % van alle overheidsopdrachten in de EU wordt op pan-Europese platforms gepubliceerd en slechts 3,5 % van de opdrachten wordt gegund aan ondernemingen uit andere lidstaten; wijst op de moeilijkheden waarmee met name kmo's te kampen hebben als ze willen deelnemen aan grensoverschrijdende overheidsopdrachten; onderstreept in dit verband het belang van de nieuwe EU‑richtlijnen inzake het plaatsen van overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten, die uiterlijk in april 2016 door de lidstaten moeten worden omgezet; vraagt de lidstaten om deze wetgeving volledig ten uitvoer te leggen, met inbegrip van een volledig elektronische procedure voor overheidsopdrachten;

22.  beklemtoont dat de kosten van de naleving van btw-voorschriften een van de grootste NTB's zijn; vraagt om praktische voorstellen om de btw te vereenvoudigen;

23.  erkent dat de uiteenlopende btw-stelsels in de EU als een NTB kunnen worden gezien; onderstreept dat het mini-éénloketsysteem voor btw-aangiften (VAT MOSS) een goede manier is om deze belemmering te helpen wegwerken en met name om kmo's te steunen bij hun grensoverschrijdende activiteiten; erkent dat er nog enkele kleine problemen zijn met het VAT MOSS; verzoekt de Commissie de betaling van btw-verplichtingen door bedrijven in de hele EU verder te vergemakkelijken;

24.  meent dat veel nationale administratieve praktijken ook ongerechtvaardigde NTB's met zich brengen, zoals vereisten inzake het formaliseren van documenten door nationale organen of instanties; dringt er bij de lidstaten op aan om e‑governanceoplossingen te gebruiken, met prioriteit voor interoperabiliteit en digitale handtekeningen, teneinde hun overheidsdiensten te moderniseren, naar het voorbeeld van Estland en Denemarken, door meer en beter toegankelijke digitale diensten te verlenen aan burgers en bedrijven en door de grensoverschrijdende samenwerking en interoperabiliteit van overheidsdiensten te bevorderen, zonder afbreuk te doen aan de bescherming van persoonsgegevens; is van mening dat het gebruik van e‑governance een belangrijk instrument is voor bedrijven, maar dat dit alternatieve manieren om toegang tot informatie te krijgen niet mag uitsluiten en burgers die geen toegang tot digitale diensten hebben, niet mag benadelen;

25.  vraagt de Commissie sterk in te zetten op handhaving in de praktijk en ervoor te zorgen dat de lidstaten de internemarktregels correct toepassen en uitvoeren; meent in dit verband dat de tenuitvoerlegging van omgezette richtlijnen beter moet worden gecoördineerd, bijvoorbeeld aan de hand van door de Commissie georganiseerde omzettingsworkshops en de uitwisseling van best practices, teneinde verschillen tussen de lidstaten in een vroeg stadium tot een minimum te beperken;

III.  Sectorspecifieke non-tarifaire belemmeringen

Interne markt voor goederen

26.  onderstreept hoe belangrijk het beginsel van wederzijdse erkenning is om toegang tot de interne markt te garanderen voor goederen die niet op EU-niveau zijn geharmoniseerd, alsook in gevallen waarin de lidstaten nationale, zeer vaak uiteenlopende, productvoorschriften hebben, maar met dezelfde onderliggende doelstelling;

27.  wijst erop dat veel bedrijven geen weet hebben van wederzijdse erkenning en denken dat zij aan de nationale voorschriften van de lidstaat van bestemming moeten voldoen wanneer zij op de interne markt handel drijven;

28.  vraagt de Commissie op te treden om de toepassing van wederzijdse erkenning te verbeteren; kijkt in dit verband uit naar de plannen van de Commissie om aan bewustmaking te doen en de verordening inzake wederzijdse erkenning te herzien; meent dat ook harmonisatie een doeltreffend instrument is om gelijke toegang tot goederen en diensten op de interne markt te garanderen;

Interne markt voor diensten

29.  wijst op de problemen voor dienstverleners, met name in de zakelijke dienstverlening, de transportsector en de bouw, die het gevolg zijn van tal van uiteenlopende ongerechtvaardigde of onevenredige vereisten inzake vergunningen, registratie, voorafgaande kennisgeving of feitelijke vestigingsvoorwaarden; onderstreept dat dit kan leiden tot discriminatie van buitenlandse dienstverleners, wat indruist tegen het beginsel van het vrije verkeer van diensten; verzoekt in dit verband om een sterker ontwikkelde e‑overheid en elektronische registratie om de procedures voor dienstverleners te vereenvoudigen;

30.  beklemtoont dat vooral het gebrek aan uitvoering en de divergerende toepassing van de dienstenrichtlijn een belemmering vormen voor de interne markt;

31.  beklemtoont dat er behoefte is aan een duidelijk en eenvormig regelgevingskader dat het mogelijk maakt dat diensten zich ontwikkelen op een markt die werknemers en consumenten beschermt en ervoor zorgt dat bestaande en nieuwe marktdeelnemers op de interne markt niet worden geconfronteerd met zinloze, door regelgeving ingevoerde belemmeringen, ongeacht de soort bedrijfsactiviteit die zij verrichten;

32.  wijst ook op de ongerechtvaardigde of onevenredige beperkingen die in sommige lidstaten van toepassing zijn op de rechtsvorm van dienstverleners en hun aandeelhouders- of bestuursstructuur, alsook op gezamenlijke beroepsuitoefening; benadrukt dat sommige van deze beperkingen onevenredige of ongerechtvaardigde belemmeringen voor grensoverschrijdende dienstverlening kunnen vormen; benadrukt dat er moet worden gezorgd voor een consistente beoordeling van de evenredigheid van wettelijke eisen en beperkingen die gelden voor diensten;

33.  benadrukt dat de in de dienstenrichtlijn vervatte kennisgevingsplicht ongerechtvaardigde NTB's effectief had kunnen verminderen of afschaffen, maar door de lidstaten en de Commissie is verwaarloosd; is daarom verheugd over de hernieuwde aandacht voor de kennisgevingsprocedure in de strategie voor de interne markt, omdat een vroegtijdige tussenkomst ervoor kan zorgen dat nationale maatregelen worden bijgestuurd om problemen op te lossen voordat ze optreden; meent voorts dat van de lidstaten uitvoeriger rechtvaardigingen moeten worden gevraagd wanneer zij nieuwe regelgeving invoeren; wijst op de positieve ervaringen met de kennisgevingsprocedure voor producten en stelt voor om dit als voorbeeld te nemen voor een verbetering van de procedure voor diensten;

34.  herinnert eraan dat openbare diensten bijzondere bescherming genieten ten aanzien van de regels van de interne markt gezien de taken van algemeen belang die zij moeten vervullen, en dat de regels die de overheid heeft vastgesteld om openbare diensten goed te laten werken daarom geen NTB's vormen; herinnert in er in dit verband aan dat de dienstenrichtlijn niet geldt voor sociale diensten en gezondheidsdiensten;

35.  wijst erop dat dienstverleners in de bouwsector vaak worden geconfronteerd met bepaalde voorschriften betreffende hun organisatie in hun land van herkomst, onder meer met betrekking tot organisatorische certificeringsregelingen, die het voor hen te ingewikkeld maken om hun diensten over de grenzen heen aan te bieden, wat het vrije verkeer van diensten in de bouwsector en van beroepsbeoefenaren ontmoedigt;

36.  vraagt de Commissie iets aan deze belemmeringen te doen, onder meer, voor zover dit zinvol is, door een betere wederzijdse erkenning en zo nodig wetgevende maatregelen; benadrukt dat toekomstige maatregelen, zoals het voorgestelde dienstenpaspoort, geen extra administratieve lasten met zich mogen brengen, maar NTB's moeten aanpakken;

37.  vraagt de Commissie iets te doen aan de lasten in verband met de gefragmenteerde bankensector in Europa, die het voor niet-ingezetenen, en met name kmo's, moeilijk maken om een bankrekening te openen in een andere lidstaat;

38.  wijst erop dat sommige regels van de lidstaten inzake de toegang tot en de uitoefening van gereglementeerde beroepen onevenredig kunnen zijn en daardoor onnodige obstakels kunnen opwerpen die de toegang tot een aantal beroepen belemmeren en de mobiliteit van dienstverleners in gereglementeerde beroepen beknotten; erkent evenwel dat het belangrijk is om eerlijke concurrentie en de kwaliteit van de opleiding te garanderen en succesvolle kwalificatiestelsels te steunen;

39.  is het met de Commissie eens dat alternerend leren kan worden aanbevolen als voorbeeld van best practice in de EU;

40.  is verheugd dat er de afgelopen twee jaar een wederzijdse evaluatie is verricht; is van mening dat peerreviewprocessen die goed opgezet zijn en een eerlijke discussie tussen de lidstaten bevorderen, effectief verandering kunnen aanmoedigen; moedigt de lidstaten en de Commissie ertoe aan deze praktijk uit te breiden, met name tot andere gebieden van de internemarktregelgeving;

41.  verzoekt de Commissie de prioriteiten van de lidstaten voor hervormingen op het gebied van diensten van deskundigen aan de orde te stellen in het kader van het Europees semester en de landenspecifieke aanbevelingen inzake de deregulering van bepaalde beroepen in de lidstaten;

De interne markt voor detailhandel

42.  vestigt de aandacht op de peerreview over de vestiging van detailhandelszaken die de Commissie in 2014-2015 heeft uitgevoerd, en waaruit blijkt dat detailhandelaren op de interne markt vaak worden geconfronteerd met onevenredige of ondoelmatige vestigings- en exploitatievoorwaarden en ‑procedures;

43.  vraagt de Commissie en de lidstaten om de vrijmaking van het potentieel te versnellen met het oog op een voltooide digitale eengemaakte markt en de uitvoering van de digitale agenda voor Europa;

44.  wijst erop dat sommige lidstaten regels aan het invoeren zijn die discriminerend zijn voor economische activiteiten in de detail- of groothandel op grond van de oppervlakte waarop de activiteiten worden verricht, de omvang van de onderneming of de oorsprong van het kapitaal, wat indruist tegen het idee van de interne markt en de beginselen van vrije concurrentie en wat de ontwikkeling van de arbeidsmarkt belemmert;

45.  wijst erop dat regels die beperkingen op detail- en groothandelsactiviteiten opleggen die tegen het EU-recht indruisen en onevenredig zijn, aanzienlijke toegangsbelemmeringen kunnen creëren, wat ertoe leidt dat er minder nieuwe vestigingen worden geopend, dat de concurrentie wordt verstoord en dat de prijzen voor de consument hoger zijn; onderstreept in dit verband dat sommige maatregelen, zoals vergoedingen en inspectiekosten, als NTB's kunnen functioneren als ze niet gerechtvaardigd zijn door legitieme doelstellingen van overheidsbeleid; is van mening dat alle operationele beperkingen op detail- of groothandelsactiviteiten deze activiteiten niet onnodig of onevenredig mogen beperken, en niet mogen leiden tot feitelijke discriminatie tussen marktdeelnemers;

46.  vraagt de Commissie om, met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, best practices inzake de vestiging van detailhandelszaken vast te stellen om het vrije verkeer van goederen en diensten te garanderen;

47.  vraagt de Commissie om operationele beperkingen op de detail- en groothandel in de interne markt te onderzoeken, zo nodig met hervormingsvoorstellen te komen en in het voorjaar van 2017 verslag uit te brengen over dit onderzoek;

48.  benadrukt dat toegankelijke, betaalbare, efficiënte en kwalitatief hoogwaardige pakketbezorging een essentiële voorwaarde is voor een succesvolle, grensoverschrijdende e‑commerce ten behoeve van kmo's en consumenten in het bijzonder;

IV.  Conclusies

49.  vraagt de Commissie in 2016 een uitgebreid overzicht van de NTB's op de interne markt te presenteren, alsook een analyse van de manieren waarop deze kunnen worden aangepakt, waarbij een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen een NTB en regelgeving waarmee een legitieme doelstelling van het overheidsbeleid van een lidstaat op evenredige wijze wordt verwezenlijkt, en een ambitieus voorstel in te dienen om deze NTB's zo spoedig mogelijk uit de weg te ruimen zodat het nog onbenutte potentieel van de interne markt kan worden aangeboord;

50.  vraagt de Commissie om op opkomende gebieden tijdig EU-beleidsmaatregelen en ‑wetgeving te overwegen, met brede raadpleging van de belanghebbenden, in het bijzonder kmo's en maatschappelijke organisaties;

51.  vraagt de Commissie om er in eerste instantie voor te zorgen dat de lidstaten de reeds bestaande regels betreffende de interne markt naleven in plaats van nieuwe, aanvullende wetgevingsteksten op te stellen over kwesties die reeds onder de bestaande regels vallen;

52.  vraagt de Commissie meer werk te maken van handhaving en de beginselen die aan de interne markt ten grondslag liggen; is van mening dat vroegtijdig ingrijpen met betrekking tot nationale maatregelen of implementatieprocedures die ongerechtvaardigde NTB's vormen, doeltreffend kan zijn en dat er sneller resultaten mee kunnen worden geboekt dan met inbreukprocedures; onderstreept evenwel dat de Commissie bij ernstige of aanhoudende tekortkomingen of verkeerde toepassing van het EU-recht alle beschikbare middelen moet aanwenden, en ook prioriteit moet geven aan inbreukprocedures, om de volledige toepassing van de wetgeving inzake de interne markt te garanderen en te zorgen voor structurele hervormingen in de lidstaten;

53.  betreurt dat het Parlement nog steeds beperkte toegang heeft tot relevante informatie over precontentieuze en inbreukprocedures, en dringt wat dat betreft aan op meer transparantie, met inachtneming van de vertrouwelijkheidsregels;

54.  vraagt de lidstaten de interne markt te zien als een gezamenlijk initiatief dat gecoördineerd en samen moet worden gehandhaafd en een voorwaarde is om de EU‑economie concurrerend te maken; is van mening dat het uiteindelijk de consumenten zijn die de nadelige gevolgen van ongerechtvaardigde NTB's ondervinden, omdat zij geen toegang krijgen tot nieuwe spelers op de binnenlandse markten en te maken krijgen met hogere kosten, inferieure kwaliteit en minder keuze; meent dat de lidstaten meer tijd moeten besteden aan horizontale problemen in verband met de interne markt, en in kaart moeten brengen op welke gebieden een of meer lidstaten prioritair actie moeten ondernemen om de interne markt te handhaven en te bevorderen;

°

°    °

55.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de Europese Raad en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

TOELICHTING

De totstandkoming van de interne markt is een belangrijke verwezenlijking, die mogelijk is gemaakt door samenwerking en een gemeenschappelijk doel, namelijk de opheffing van handelsbelemmeringen in de hele Europese Unie. De tarifaire belemmeringen zijn bijna vijftig jaar geleden met succes afgeschaft, maar de dag van vandaag worden onze initiatieven in verband met de interne markt gemotiveerd door de blijvende uitdaging om non-tarifaire belemmeringen uit de weg te ruimen. Dit doet in veel opzichten denken aan de stand van zaken in de internationale handel: daar worden tarieven gemakkelijker afgeschaft, maar de afschaffing van non-tarifaire belemmeringen (NTB's) is de hoofdprijs.

De rapporteur stelt vast dat veel bedrijven of burgers die over de grenzen heen handel willen drijven, niet zozeer een onderscheid maken tussen binnenland, interne markt en "buiten de EU", maar wel kiezen tussen binnenlandse en internationale handel, ongeacht of dat met een Europees dan wel een niet-EU-land is. De tarieven zijn namelijk weliswaar afgeschaft, maar bedrijven die over de grenzen handel willen drijven of diensten willen verrichten, kunnen met zoveel verschillende nationale regels worden geconfronteerd dat de situatie in de praktijk weinig verschilt van de soorten belemmeringen waarmee zij te maken krijgen wanneer zij buiten de EU handel drijven. Vanuit hun oogpunt kunnen de vrijheden die de grondslagen van de interne markt vormen, niet duidelijk in de praktijk worden gehandhaafd. Dat wil niet zeggen dat de interne markt niet doeltreffend is geweest of geen grote bijdrage aan de Europese welvaart heeft geleverd, maar wel dat het potentieel van de interne markt niet volledig kan worden verwezenlijkt zolang er nog NTB's bestaan.

De rapporteur erkent dat niet alle NTB's moeten worden weggenomen. Het subsidiariteitsbeginsel en respect voor meerlagig bestuur houden in dat de regelgevingspraktijk en het overheidsbeleid altijd enigszins zullen verschillen van land tot land. Dit is zelfs positief, omdat landen zo kunnen concurreren op basis van verschillende regelgevingsbenaderingen. Sommige NTB's zijn echter mogelijk in strijd met het evenredigheidsbeginsel of het non-discriminatiebeginsel, of niet gebaseerd op een legitiem doel van openbaar beleid. Tegen die NTB's moet volgens de rapporteur gerichte actie worden ondernemen teneinde de werking van de interne markt te verbeteren.

In de onlangs goedgekeurde internemarktstrategie worden tal van acties gepresenteerd die de interne markt moeten bevorderen en verdiepen, maar volgens de rapporteur zijn vooral twee wijzigingen nodig, namelijk een betere en consequentere handhaving van de bestaande regels en een mentaliteitswijziging bij de lidstaten, die moeten afstappen van steeds protectionistischere maatregelen en hun binnenlandse markt meer moeten openstellen. Een groot deel van het acquis dat nodig is om de interne markt doeltreffend en soepel te laten functioneren, bestaat volgens de rapporteur al. Wat goederen betreft, is er slechts een klein aantal lacunes vastgesteld. Op het gebied van diensten is er echter meer werk aan de winkel, maar de grondslagen zijn gelegd. Als die grondslagen, en de regels die erop gestoeld zijn, waren nageleefd, had er al veel meer kunnen worden verwezenlijkt. De in de dienstenrichtlijn vervatte kennisgevingsregeling is een typisch voorbeeld van hoe de lidstaten de daad niet bij het woord voegen. Daarom is de rapporteur van mening dat de Commissie meer kan doen om de lidstaten hun beloften te doen nakomen, maar ook dat de lidstaten zelf zich aan hun woord moeten houden. Door samen te werken en vaker wederzijds te evalueren hoe hun nationale regels bijdragen tot de interne markt, kunnen de lidstaten een meer concurrerende en open interne markt ondersteunen.

Tot slot is de rapporteur van mening dat het wegnemen van NTB's niet alleen het bedrijfsleven in de hele EU, maar vooral de consumenten ten goede zal komen. Dit wordt bevestigd in de studie die in opdracht van de Commissie interne markt en consumentenbescherming is opgesteld. Daarin staat dat "de voltooiing van de interne markt ten goede komt aan bepaalde bedrijven, met name de meest concurrerende en innovatieve bedrijven, maar ook aan alle consumenten, in de vorm van lagere prijzen en een grotere keuze." Daarom hebben alle lidstaten en het Europees Parlement er belang bij om werk te maken van de afschaffing van deze NTB's, ten voordele van de consumenten in heel Europa.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.4.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

3

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dita Charanzová, Carlos Coelho, Sergio Gaetano Cofferati, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Vicky Ford, Ildikó Gáll-Pelcz, Evelyne Gebhardt, Antanas Guoga, Sergio Gutiérrez Prieto, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Liisa Jaakonsaari, Philippe Juvin, Antonio López-Istúriz White, Marlene Mizzi, Robert Rochefort, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Igor Šoltes, Ivan Štefanec, Mylène Troszczynski, Anneleen Van Bossuyt

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Lucy Anderson, Birgit Collin-Langen, Edward Czesak, Julia Reda, Dariusz Rosati, Sabine Verheyen, Kerstin Westphal

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0366.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0580.

Juridische mededeling