Procedure : 2016/0039(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0187/2016

Ingediende teksten :

A8-0187/2016

Debatten :

PV 08/06/2016 - 9
CRE 08/06/2016 - 9

Stemmingen :

PV 08/06/2016 - 12.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0264

VERSLAG     ***I
PDF 178kWORD 94k
26.5.2016
PE 580.440v01-00 A8-0187/2016

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan Tunesië

(COM(2016)0067 – C8-0032/2016 – 2016/0039(COD))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Marielle de Sarnez

ERRATA/ADDENDA
AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE BUITENLANDSE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan Tunesië

(COM(2016)0067 – C8-0032/2016 – 2016/0039(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0067),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 212 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0032/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A8-0187/2016),

1.  stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en neemt het voorstel van de Commissie over;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;

3.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Dit besluit wordt goedgekeurd onverminderd de gemeenschappelijke verklaring die is goedgekeurd tezamen met Besluit 778/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan Georgië, welke als grondslag blijft dienen voor alle besluiten van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan derde landen en gebieden.


TOELICHTING

Tunesië is erin geslaagd zijn democratische transitie te consolideren. Het land beschikt tegenwoordig over een grondwet die de rechten en vrijheden beschermt, een sterkere rechtspraak en geëmancipeerde media. Het wordt bestuurd door een sterke-eenheidsregering, als resultaat van vrije en transparante verkiezingen, en beschikt over een ondernemend en modern maatschappelijk middenveld, dat terecht is beloond met de Nobelprijs voor de vrede, toegekend aan het Tunesische kwartet voor de nationale dialoog.

Op dit moment ondervindt Tunesië echter zeer grote problemen. Het is diep getroffen door verschillende terroristische aanslagen tegen belangrijke economische sectoren, zoals het toerisme. De groei, die overeen moest komen met 3% in 2015, is naar beneden bijgesteld tot 0,5% voor 2016, en het werkloosheidscijfer is gemiddeld 15%, voor vrouwen 20%, en voor pas afgestudeerden van het hoger onderwijs 28,6%. Bovendien zijn de regionale politieke en veiligheidsomstandigheden buitengewoon instabiel, met name vanwege de grens van het land met Libië.

Ondanks deze uitdagingen doet Tunesië nog altijd zeer grote stappen voorwaarts, door de democratische transitie stevig in het land te verankeren, de nodige hervormingen voor de modernisering van zijn economische structuren door te voeren, en zijn betrekkingen met zijn partners te verstevigen, met name de Europese Unie, waarmee zij momenteel over een vrijhandelsovereenkomst onderhandelt.

Het is uiterst belangrijk dat de transitie van Tunesië met succes wordt bekroond, en dat diegenen die het land willen destabiliseren het onderspit delven. Europa moet zich dan ook solidair opstellen en het land vastberaden begeleiden en ondersteunen in zijn ontwikkeling door middel van zeer concrete acties die rechtstreeks profijtelijk zijn voor de bevolking van het land.

Macrofinanciële bijstand (MFB) is een Europees financieel instrument waarvan gebruik kan worden gemaakt om een derde land in crisis te ondersteunen. Dankzij de hervormingen die in het land zijn doorgevoerd voldoet Tunesië volledig aan de politieke voorwaarden voor de toekenning van macrofinanciële bijstand, met name eerbiediging van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat.

Op 15 mei 2014 is een eerste programma ter waarde van 300 miljoen EUR aan Tunesië toegekend, ter ondersteuning van zijn hervormingsplannen, met als doel het beheer van de overheidsfinanciën en de werking van het belastingstelsel te verbeteren, het sociaal vangnet te versterken, de financiële sector te hervormen en het regelgevingskader op het gebied van handel en investeringen te verbeteren. Twee tranches van dit programma zijn reeds in 2015 uitgekeerd, en de derde tranche zal in de loop van 2016 worden uitgekeerd.

In augustus 2015 is de Europese Commissie, naar aanleiding van een verzoek van de Tunesische regering, met een tweede programma voor macrofinanciële bijstand voor Tunesië gekomen, ter waarde van in totaal 500 miljoen EUR, die zal worden toegekend in de vorm van leningen op middellange termijn op de financiële markten onder voordelige voorwaarden. Dit bijstandsprogramma dient ter ondersteuning van de door Tunesië doorgevoerde hervormingen om zijn begrotingssituatie te verbeteren, zijn betalingsbalans in evenwicht te brengen en een gunstiger investeringsklimaat tot stand te brengen.

Uw rapporteur stemt dan ook in met het voorstel van de Europese Commissie en wenst dat dit programma voor verdere bijstand zo spoedig mogelijk in werking treedt om Tunesië op een cruciaal moment te kunnen bijstaan.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE BUITENLANDSE ZAKEN

Ref.: D (2016) 17045

De heer Bernd Lange

Voorzitter van de Commissie internationale handel

Betreft:  Macrofinanciële bijstand aan de Republiek Tunesië - COM(2016)67 definitief COD(2016)0039

Geachte heer Lange,

Als voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken (AFET) doe ik u hierbij, gesteund door de coördinatoren van de commissie AFET en ter bespoediging van de procedure met betrekking tot onderhavig voorstel, het advies van onze commissie toekomen over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan Tunesië.

De commissie AFET schaart zich volledig achter het voorstel om deze macrofinanciële bijstand aan de Republiek Tunesië beschikbaar te stellen voor een maximumbedrag van 500 miljoen EUR. Zoals reeds opgemerkt met betrekking tot de eerste operatie voor de toekenning van macrofinanciële bijstand is de mogelijkheid om Tunesië bijstand te verlenen in de vorm van subsidies echter niet eens in overweging genomen.

Zoals in het voorstel wordt vermeld is de economische situatie van Tunesië niet rooskleurig en kampt het land naast de sociaaleconomische problemen ook met veiligheidskwesties, in een context van zijn transitie naar democratie. De aanhoudende sociaaleconomische en begrotingsproblemen die verband houden met de instabiliteit blijven een grote uitdaging vormen, niet alleen voor Tunesië, maar voor de hele regio en voor de belangrijkste partner daarvan, de Europese Unie.

Het is uiterst verontrustend dat de Tunesische buitenlandse schuld van 48% van het bbp in 2011 naar ca. 56,2% van het bbp in 2014 is gestegen en naar verwachting in 2018 een piek zal bereiken van 72% van het bbp. Desondanks wordt de macrofinanciële bijstand van de Unie voor een periode van tweeënhalf jaar beschikbaar gesteld, met ingang van de inwerkingtreding van het memorandum van overeenstemming (zie artikel 1, lid 4). Dit betekent dat de buitenlandse schuld in die periode het hoogste niveau zal bereiken. Er moet dan ook al aan een compensatiemechanisme worden gedacht om de komende uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.

De kosten van de in het kader van dit besluit van het Parlement en de Raad opgenomen en verstrekte leningen mogen niet ten laste komen van Tunesië, of zouden tenminste tussen de EU en Tunesië moeten worden gedeeld (zie art. 4).

./..

Aangezien de EU Tunesië de status van "bevoorrecht partnerschap" heeft toegekend en naar aanleiding van de oprichting van de gemengde parlementaire commissie EU-Tunesië op 18 februari jl. zou ik willen aanbevelen dat de Europese Commissie en de Tunesische autoriteiten onderhandelen over het memorandum van overeenstemming (zie art. 3) en dat dit besproken wordt door de leden van de gemengde parlementaire commissie, die bestaat uit leden van het Europees Parlement en van de Assemblee van volksvertegenwoordigers van Tunesië. Het in artikel 2 genoemde toezicht en het verslag over de uitvoering van het besluit, genoemd in artikel 8, dienen eveneens door de gemengde parlementaire commissie EU-Tunesië te worden besproken.

De commissie AFET is van mening dat de EU en de internationale financiële instellingen blijk moeten geven van krachtige steun aan het stabiliseren van deze belangrijke partner in de zuidelijke aangrenzende regio, met name in het licht van de vooruitgang die is geboekt bij de consolidering van het democratische proces en van de situatie in deze regio.

Niettemin zou ik willen benadrukken dat de termijnen voor de goedkeuring van het standpunt van het Parlement onredelijk kort zijn, nu het voorstel pas op 2 maart 2016 werd voorgelegd. Dit heeft onze commissie belet een advies over dit uitermate belangrijke onderwerp uit te brengen. Ik ben erop geattendeerd dat DG ECFIN er in zijn planning zelfs van uitging dat het Parlement het besluit al op 27/28 april in eerste lezing zou goedkeuren. Een dergelijke veronderstelling zou van minachting getuigen voor de manier waarop het Parlement omgaat met de democratische uitoefening van zijn wetgevende bevoegdheden.

Ik zou verwachten dat de nationale situatie en de specifieke kenmerken van EU-partners naar behoren in aanmerking worden genomen en gerespecteerd als het gaat om onderhandelingen over een zo belangrijk onderwerp als macrofinanciële bijstand. Nu de ramadan in juni valt en het daarna zomer is zullen de onderhandelingen over het memorandum van overeenstemming tot de herfst moeten worden uitgesteld. Het feit dat de Europese Commissie druk uitoefent op het Parlement om zo snel mogelijk een standpunt vast te stellen, is dan ook nergens op gebaseerd.

Ik vertrouw erop dat de commissie INTA dit standpunt naar behoren in aanmerking neemt bij het vaststellen van haar standpunt en bij de onderhandelingen met de Raad.

Hoogachtend,

Elmar Brok

CC:  De heer Pier Antonio Panzeri, voorzitter van de Delegatie voor de betrekkingen met de Maghreblanden

  Mevrouw Marielle de Sarnez, rapporteur


BIJLAGE: BRIEF VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE

D(2016)20958

  De heer Bernd LANGE

Voorzitter

  Commissie internationale handel

Europees Parlement

ASP 09G205

Brussel

Betreft:   Voorstel voor een besluit tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan Tunesië

Geachte voorzitter,

De Commissie INTA bereidt momenteel haar verslag voor over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan Tunesië (2016/0039(COD)).

De coördinatoren hebben besloten geen formeel advies uit te brengen maar het standpunt van de Begrotingscommissie per brief kenbaar te maken.

De Begrotingscommissie erkent dat de economische gevolgen van de politieke transitie, regionale instabiliteit, veiligheidsproblemen en sociale onrust hun weerslag hebben op de toch al broze betalingsbalans en begrotingssituatie van Tunesië.

In aanvulling op een programma van het Internationaal Monetair Fonds werd in 2014 een eerste MFB-pakket aan Tunesië toegekend ten bedrage van 300 miljoen EUR. Gedaan op verzoek van de Tunesische regering vormt dit nieuwe voorstel (MFB-II) eveneens een aanvulling, nl. op het vervolgprogramma van het IMF, en het zou neerkomen op nog eens 500 miljoen EUR, in de vorm van (in drie tranches te verstrekken) leningen op middellange termijn, teneinde te voorzien in de resterende externe financieringsbehoeften van Tunesië.

De Begrotingscommissie neemt nota van het feit dat er een bedrag van 45 miljoen EUR (9% van de leningen) in het Garantiefonds wordt gestort. De kredieten zullen met een vertraging van twee jaar in de begroting van de EU worden opgenomen, oftewel in de begrotingen voor de jaren 2018 en 2019, ervan uitgaande dat de kredieten in 2016 en 2017 worden uitbetaald.

De Begrotingscommissie steunt het voorstel voor MFB-II, aangezien zij het ziet als een noodzakelijke aanvulling op de internationale en Europese bijstand aan Tunesië en als een blijk van solidariteit met het land.

De Begrotingscommissie merkt op dat op de standaardtekst van MFB-besluiten verschillende kleine wijzigingen zijn aangebracht, waardoor bij de toepassing van conditionaliteit wat meer flexibiliteit kan worden betracht. Bijgevolg roept zij de Commissie op ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de voorwaarden die aan MFB-operaties verbonden zijn, en daarbij rekening te houden met de specifieke situatie van het begunstigde land, dat wil zeggen de mate van betrokkenheid van het land en de uitdagingen waar het voor staat.

Niettemin benadrukt de Begrotingscommissie dat een MFB-lening slechts een van de beschikbare instrumenten is om Tunesië te ondersteunen en dat ook had kunnen worden overwogen subsidies te verstrekken in het kader van macrofinanciële bijstand.

Zij herinnert eraan dat het Europees nabuurschapsinstrument (ENI) het belangrijkste instrument is voor steun aan Tunesië en dat er op grond van dit instrument sinds het begin van de programmeringsperiode 2014-2020 van het MFK gemiddeld 115 miljoen EUR per jaar aan het land is toegekend, regionale programma's niet meegerekend. Binnen het ENI werd Tunesië de eerste begunstigde van het overkoepelende programma dat vorderingen op het vlak van democratische hervormingen beloont ("meer-voor-meer"-beginsel), waardoor het land in 2015 71,8 miljoen EUR extra ontving.

Tunesië ontvangt tevens middelen via het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede en via het Europees instrument voor democratie en mensenrechten, en neemt deel aan EU-programma's zoals Erasmus+.

De Begrotingscommissie roept de Commissie bijgevolg op de steun aan Tunesië te blijven opvoeren, zodat het land het hoofd kan bieden aan de uitdagingen in verband met democratische hervormingen enerzijds en met stabiliteit en veiligheid anderzijds, en verklaart open te staan voor passende, daartoe strekkende begrotingsvoorstellen in het kader van deze instrumenten.

Hoogachtend,

Jean Arthuis


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Macrofinanciële bijstand aan Tunesië

Document- en procedurenummers

COM(2016)0067 – C8-0032/2016 – 2016/0039(COD)

Datum indiening bij EP

12.2.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

INTA

25.2.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

25.2.2016

BUDG

25.2.2016

 

 

Geen advies

       Datum besluit

AFET

15.3.2016

BUDG

16.3.2016

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Marielle de Sarnez

15.3.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

4.4.2016

20.4.2016

 

 

Datum goedkeuring

24.5.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

4

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Maria Arena, Tiziana Beghin, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Marielle de Sarnez, Santiago Fisas Ayxelà, Christofer Fjellner, Karoline Graswander-Hainz, Ska Keller, Jude Kirton-Darling, Alexander Graf Lambsdorff, Bernd Lange, David Martin, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Artis Pabriks, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, Hannu Takkula, Iuliu Winkler, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Reimer Böge, Edouard Ferrand, Sander Loones, Georg Mayer, Fernando Ruas, Lola Sánchez Caldentey, Judith Sargentini, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Dominique Bilde

Datum indiening

26.5.2016

Juridische mededeling - Privacybeleid