Procedure : 2015/0310(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0200/2016

Ingediende teksten :

A8-0200/2016

Debatten :

PV 05/07/2016 - 11
CRE 05/07/2016 - 11

Stemmingen :

PV 06/07/2016 - 6.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0305

VERSLAG     ***I
PDF 1324kWORD 1223k
3.6.2016
PE 578.803v02-00 A8-0200/2016

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Besluit 2005/267/EG van de Raad

(COM(2015)0671 – C8-0408/2015 – 2015/0310(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Artis Pabriks

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Besluit 2005/267/EG van de Raad

(COM(2015)0671 – C8-0408/2015 – 2015/0310(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0671),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 77, lid 2, onder b) en d), en 79, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0408/2015),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Begrotingscommissie en de Commissie visserij (A8-0200/2016),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De Europese Raad heeft op 25 en 26 juni 201512 opgeroepen tot extra inspanningen om een integrale oplossing van de migrantencrisis tot stand te brengen, onder meer door versterking van het beheer van de grenzen, zodat de aanwassende gemengde migratiestromen beter in de hand kunnen worden gehouden. Voorts heeft de Europese Raad op 23 september 2015 13benadrukt dat de dramatische situatie aan de buitengrenzen moet worden aangepakt en de controles aan die grenzen moeten worden geïntensiveerd, onder meer door te voorzien in extra middelen voor het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en Europol, en met personeel en uitrusting van de lidstaten.

(1)  De Europese Raad heeft op 25 en 26 juni 201512 opgeroepen tot extra inspanningen om een integrale oplossing van de ongekende migratiestromen tot stand te brengen, onder meer door versterking van het beheer van de grenzen, zodat de aanwassende gemengde migratiestromen beter in de hand kunnen worden gehouden. Voorts heeft de Europese Raad op 23 september 201513 benadrukt dat de dramatische situatie aan de buitengrenzen moet worden aangepakt en de controles aan die grenzen moeten worden geïntensiveerd, onder meer door te voorzien in extra middelen voor het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en Europol, en met personeel en uitrusting van de lidstaten.

__________________

__________________

12  Conclusies van de Europese Raad van 25 en 26 juni 2015.

12  Conclusies van de Europese Raad van 25 en 26 juni 2015.

13  Verklaring van de informele bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders op 23 september 2015.

13  Verklaring van de informele bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders op 23 september 2015.

Amendement2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het beleid van de Unie op het gebied van het beheer van de buitengrenzen is gericht op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van een geïntegreerd Europees grensbeheer op nationaal en Unieniveau, hetgeen een noodzakelijk uitvloeisel is van het vrije verkeer van personen in de Unie en een wezenlijk onderdeel van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. Europees geïntegreerd grensbeheer is een kernvoorwaarde voor een beter migratiebeheer en een hoog niveau van interne veiligheid in de Unie.

(2)  Het beleid van de Unie op het gebied van het beheer van de buitengrenzen is gericht op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van een geïntegreerd Europees grensbeheer op nationaal en Unieniveau, hetgeen een noodzakelijk uitvloeisel is van het vrije verkeer van personen in de Unie en een wezenlijk onderdeel van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, met het oog op een efficiënte bewaking bij het overschrijden van de buitengrenzen en de aanpak van uitdagingen op het gebied van migratie en mogelijke toekomstige dreigingen aan die grenzen, teneinde bij te dragen aan de bestrijding van zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie en het garanderen van een hoog niveau van interne veiligheid in de Unie, met volledige eerbiediging van de grondrechten en waarborging van het vrije verkeer van personen in de Unie.

Amendement3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Bij de uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer moet de samenhang met andere beleidsdoelstellingen, met inbegrip van een goede werking van het grensoverschrijdend vervoer, worden gewaarborgd.

Amendement4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Met het oog op de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer moet een Europese grens- en kustwacht worden opgericht. De Europese grens- en kustwacht, die wordt gevormd door het Europees grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, is gebaseerd op het gemeenschappelijke gebruik van informatie, capaciteiten en systemen op nationaal niveau en de respons van het Europees grens- en kustwachtagentschap op Unieniveau.

(4)  Met het oog op de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Europees geïntegreerd grensbeheer moet een Europese grens- en kustwacht worden opgericht, waaraan de noodzakelijke financiële, personele en materiële middelen moeten worden toegewezen. De Europese grens- en kustwacht, die wordt gevormd door het Europees grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, is gebaseerd op het gemeenschappelijke gebruik van informatie, capaciteiten en systemen op nationaal niveau en de respons van het Europees grens- en kustwachtagentschap op Unieniveau.

Amendement5

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)   Het Europees geïntegreerd grensbeheer valt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Europees grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren. Hoewel de lidstaten de eerste verantwoordelijkheid behouden voor het beheer van hun deel van de buitengrenzen, dient, in hun belang en in het belang van alle lidstaten die het grenstoezicht aan de binnengrenzen hebben afgeschaft, het Europees grens- en kustwachtagentschap te zorgen voor de toepassing van Uniemaatregelen met betrekking tot het beheer van de buitengrenzen door het optreden van de lidstaten die deze maatregelen uitvoeren, te versterken, te beoordelen en te coördineren.

(5)  Het Europees geïntegreerd grensbeheer valt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Europees grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze maritieme grensbewakingsactiviteiten en andere taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren. Hoewel de lidstaten de eerste verantwoordelijkheid behouden voor het beheer van hun deel van de buitengrenzen, dient, in hun belang en in het belang van alle lidstaten die het grenstoezicht aan de binnengrenzen hebben afgeschaft, het Europees grens- en kustwachtagentschap te zorgen voor de toepassing van Uniemaatregelen met betrekking tot het beheer van de buitengrenzen door het optreden van de lidstaten die deze maatregelen uitvoeren, te versterken, te beoordelen en te coördineren. De Commissie moet een wetgevingsvoorstel indienen voor een strategie voor een Europees geïntegreerd grensbeheer, waarin de algemene beleidslijnen, de te bereiken doelen en de prioritaire acties voor een volledig functionerend geïntegreerd Europees systeem voor grensbeheer zijn uiteengezet.

Amendement6

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)   Het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, bekend als Frontex, is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad.14 Nadat het op 1 mei 2005 met zijn werkzaamheden is begonnen, heeft het agentschap de lidstaten met succes bijgestaan bij de uitvoering van de operationele aspecten van het beheer van de buitengrenzen door middel van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, alsmede door het verrichten van risicoanalyses, het uitwisselen van informatie, het onderhouden van de betrekkingen met derde landen en het terugzenden van illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijvende onderdanen van derde landen.

(7)  Het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, bekend als Frontex, is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad. 14 Nadat het op 1 mei 2005 met zijn werkzaamheden is begonnen, heeft het agentschap de lidstaten met succes bijgestaan bij de uitvoering van de operationele aspecten van het beheer van de buitengrenzen door middel van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, alsmede door het verrichten van risicoanalyses, het uitwisselen van informatie, het onderhouden van de betrekkingen met derde landen en het terugzenden van onderdanen van derde landen ten aanzien van wie door een lidstaat overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad14bis een terugkeerbesluit is uitgevaardigd.

___________________

___________________

14  Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1).

14  Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad van 26 oktober 2004 tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1).

 

14bis  Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).

Amendement7

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Gezien de toenemende migratiedruk aan de buitengrenzen, de noodzaak om een hoog niveau van interne veiligheid binnen de Unie te verzekeren en de werking van het Schengengebied te waarborgen, alsmede gezien het overkoepelende beginsel van solidariteit, dient het beheer van de buitengrenzen te worden versterkt door voort te bouwen op de werkzaamheden van Frontex en dit verder uit te bouwen tot een agentschap dat de gedeelde verantwoordelijkheid voor het beheer van de buitengrenzen draagt.

(8)  Het is noodzakelijk om het overschrijden van de buitengrenzen op efficiënte wijze te bewaken, de uitdagingen en mogelijke toekomstige uitdagingen op het gebied van migratie aan de buitengrenzen aan te pakken, een hoog niveau van interne veiligheid binnen de Unie te verzekeren, de werking van het Schengengebied te waarborgen en het overkoepelende beginsel van solidariteit te eerbiedigen. Tegen deze achtergrond dient het beheer van de buitengrenzen te worden versterkt door voort te bouwen op de werkzaamheden van Frontex en dit verder uit te bouwen tot een agentschap dat de gedeelde verantwoordelijkheid voor het beheer van de buitengrenzen draagt.

Amendement8

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)   De taken van Frontex dienen derhalve te worden uitgebreid en gezien die wijzigingen dient het de nieuwe naam Europees grens- en kustwachtagentschap te krijgen. Als belangrijkste taken moet het Europees grens- en kustwachtagentschap een operationele en technische strategie vaststellen voor de uitvoering van geïntegreerd grensbeheer op het niveau van de Unie, toezien op de effectiviteit van het grenstoezicht aan de buitengrenzen, intensievere operationele en technische bijstand verlenen aan lidstaten door middel van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, toezien op de praktische uitvoering van maatregelen in situaties die snel optreden aan de buitengrenzen vereisen, alsook terugkeeroperaties en terugkeerinterventies organiseren, coördineren en uitvoeren.

(9)  De taken van Frontex dienen derhalve te worden uitgebreid en gezien die wijzigingen dient het de nieuwe naam Europees grens- en kustwachtagentschap (het agentschap) te krijgen. Als belangrijkste taken moet het agentschap een operationele en technische strategie vaststellen voor de uitvoering van geïntegreerd grensbeheer op het niveau van de Unie, toezien op de effectiviteit van het grenstoezicht aan de buitengrenzen, intensievere operationele en technische bijstand verlenen aan lidstaten door middel van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, toezien op de praktische uitvoering van maatregelen in situaties die snel optreden aan de buitengrenzen vereisen en technische en operationele bijstand aan lidstaten en derde landen in de context van opsporings- en reddingsoperaties voor personen in nood op zee, alsook terugkeeroperaties en terugkeerinterventies organiseren, coördineren en uitvoeren.

Amendement9

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  In het kader van zijn activiteiten aan de buitengrenzen moet het agentschap, waar dat passend is en indien het dankzij die activiteiten relevante informatie heeft verkregen, bijdragen aan het voorkomen en opsporen van zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie, zoals criminele mensensmokkel, mensenhandel en terrorisme. Het agentschap moet zijn activiteiten coördineren met Europol, als agentschap dat verantwoordelijk is voor het ondersteunen en versterken van de acties en samenwerking van de lidstaten bij de preventie en bestrijding van zware criminaliteit waardoor twee of meer lidstaten worden getroffen.

Amendement10

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter)  Het agentschap moet zijn taken uitvoeren onverminderd de bevoegdheid van de lidstaten ten aanzien van defensie.

Amendement11

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 quater)  De uitgebreide taken en bevoegdheden van het agentschap moeten hand in hand gaan met versterkte waarborgen inzake de mensenrechten en een sterkere verantwoordingsplicht.

Amendement12

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient op basis van een gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel algemene en gespecialiseerde risicoanalyses te verrichten, die door het agentschap zelf en door de lidstaten worden toegepast. Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient, mede op basis van door de lidstaten verstrekte informatie, passende informatie en inlichtingen te verstrekken over alle aspecten die voor het Europese geïntegreerde grensbeheer relevant zijn, in het bijzonder grenstoezicht, terugkeer, irreguliere secundaire migratie van onderdanen van derde landen binnen de Unie, preventie van grensoverschrijdende criminaliteit inclusief het faciliteren van irreguliere immigratie, mensenhandel en terrorisme, alsmede de situatie in naburige derde landen, zodat passende maatregelen kunnen worden getroffen en geconstateerde dreigingen kunnen worden aangepakt, met als doel de verbetering van het geïntegreerde beheer van de buitengrenzen.

(11)  Het agentschap dient op basis van een gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel algemene en gespecialiseerde risicoanalyses te verrichten, die door het agentschap zelf en door de lidstaten worden toegepast. Het agentschap dient, mede op basis van door de lidstaten verstrekte informatie, passende informatie en inlichtingen te verstrekken over alle aspecten die voor het Europese geïntegreerde grensbeheer relevant zijn, alsmede de situatie in naburige derde landen, zodat passende maatregelen kunnen worden getroffen en geconstateerde dreigingen kunnen worden aangepakt, met als doel de verbetering van het geïntegreerde beheer van de buitengrenzen.

Amendement13

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  In een geest van gedeelde verantwoordelijkheid heeft het Europees grens- en kustwachtagentschap de taak om het beheer van de buitengrenzen regelmatig te monitoren. Het agentschap dient te zorgen voor correcte en doeltreffende monitoring, niet alleen door middel van risicoanalyse en gegevensuitwisseling en via Eurosur, maar ook door aanwezigheid van de eigen deskundigen in de lidstaten. Het agentschap moet derhalve in specifieke lidstaten voor bepaalde tijd verbindingsfunctionarissen kunnen inzetten, die aan de uitvoerend directeur verslag uitbrengen. Het verslag van de verbindingsfunctionarissen moet deel uitmaken van de kwetsbaarheidsbeoordeling.

(12)  In een geest van gedeelde verantwoordelijkheid heeft het agentschap de taak om het beheer van de buitengrenzen regelmatig te monitoren. Het agentschap dient te zorgen voor correcte en doeltreffende monitoring, niet alleen door middel van risicoanalyse en gegevensuitwisseling en via Eurosur, maar ook door aanwezigheid van de eigen deskundigen in de lidstaten. Het agentschap moet derhalve in alle lidstaten voor bepaalde tijd verbindingsfunctionarissen kunnen inzetten, die aan de uitvoerend directeur verslag uitbrengen. Het verslag van de verbindingsfunctionarissen moet deel uitmaken van de kwetsbaarheidsbeoordeling.

Amendement14

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient een kwetsbaarheidsbeoordeling te verrichten, in het kader waarvan het agentschap het vermogen van de lidstaten beoordeelt om het hoofd te bieden aan uitdagingen aan hun buitengrenzen, onder meer door beoordeling van hun materieel en middelen en hun noodplannen om eventuele crises aan de buitengrenzen aan te pakken. De lidstaten dienen actie te ondernemen om door die beoordeling aan het licht gebrachte tekortkomingen te corrigeren. De uitvoerend directeur dient, op advies van de raad van toezicht die binnen het Europees grens- en kustwachtagentschap wordt ingesteld, de maatregelen vast te stellen die de betrokken lidstaat moet nemen en te bepalen binnen welke termijn dat moet gebeuren. Het daartoe strekkende besluit dient voor de betrokken lidstaat bindend te zijn; worden de nodige maatregelen niet binnen de gestelde termijn getroffen, dan dient de zaak te worden voorgelegd aan de raad van bestuur, die er nader over moet beslissen.

(13)  Het agentschap dient een kwetsbaarheidsbeoordeling te verrichten op basis van objectieve criteria, in het kader waarvan het agentschap het vermogen van de lidstaten beoordeelt om het hoofd te bieden aan uitdagingen aan hun buitengrenzen, onder meer door beoordeling van hun materieel, infrastructuur, personeel, begroting en financiële middelen en hun noodplannen om eventuele crises aan de buitengrenzen aan te pakken. De lidstaten dienen actie te ondernemen om door die beoordeling aan het licht gebrachte tekortkomingen te corrigeren. De uitvoerend directeur dient, op advies van een raad van advies die binnen het agentschap wordt ingesteld, de maatregelen vast te stellen die de betrokken lidstaat moet nemen en te bepalen binnen welke termijn dat moet gebeuren. Het daartoe strekkende besluit dient voor de betrokken lidstaat bindend te zijn; worden de nodige maatregelen niet binnen de gestelde termijn getroffen, dan dient de zaak te worden voorgelegd aan de raad van bestuur en de Commissie.

Amendement15

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  De kwetsbaarheidsbeoordeling dient een preventieve maatregel te zijn die door het agentschap op permanente basis wordt uitgevoerd en die een aanvulling vormt op het evaluatiemechanisme voor de controle van en het toezicht op de toepassing van het Schengenacquis, ingesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad1a. Van de informatie die verkregen wordt tijdens de kwetsbaarheidsbeoordeling dient ook gebruik te worden gemaakt in het kader van het mechanisme, met name als besluiten worden genomen over het meerjarige en het jaarlijkse evaluatieprogramma.

 

_____________

 

1bis  Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende de instelling van een evaluatie- en toezichtsmechanisme voor de controle van de toepassing van het Schengenacquis en tot intrekking van het Besluit van 16 september 1998 tot oprichting van een Permanente Schengenbeoordelings- en Toepassingscommissie (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 27).

Amendement16

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)   Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient passende technische en operationele bijstand aan de lidstaten te organiseren ter versterking van hun vermogen om te voldoen aan hun verplichtingen ten aanzien van het toezicht op de buitengrenzen en het hoofd te bieden aan problemen aan de buitengrenzen die het gevolg zijn van irreguliere immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit. In dit verband dient het Europees grens- en kustwachtagentschap, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, gezamenlijke operaties voor een of meer lidstaten te organiseren en te coördineren, en Europese grens- en kustwachtteams met de noodzakelijke technische uitrusting in te zetten; het agentschap kan deskundigen onder zijn eigen personeel uitzenden.

(14)  Het agentschap dient passende technische en operationele bijstand aan de lidstaten te organiseren ter versterking van hun vermogen om te voldoen aan hun verplichtingen ten aanzien van het toezicht op de buitengrenzen en het hoofd te bieden aan problemen aan de buitengrenzen die het gevolg zijn van irreguliere migratie of grensoverschrijdende criminaliteit. In dit verband dient het agentschap, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, gezamenlijke operaties voor een of meer lidstaten te organiseren en te coördineren, en Europese grens- en kustwachtteams met de noodzakelijke technische uitrusting in te zetten; het agentschap kan deskundigen onder zijn eigen personeel uitzenden.

Amendement17

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)   Wanneer er aan de buitengrenzen sprake is van specifieke en onevenredige druk, dient het Europees grens- en kustwachtagentschap, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, snelle grensinterventies te organiseren en te coördineren, en uit een snel inzetbare reservepool Europese grens- en kustwachtteams met technische uitrusting in te zetten. De snelle grensinterventies moeten voor versterking zorgen bij situaties waarin een onmiddellijke respons vereist is en zo'n interventie doeltreffend is. Om dergelijke interventies doeltreffend te kunnen uitvoeren, moeten de lidstaten grenswachters en ander geschikt personeel ter beschikking stellen van de snel inzetbare reservepool.

(15)  Wanneer er aan de buitengrenzen sprake is van specifieke en onevenredige druk, dient het agentschap, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, snelle grensinterventies te organiseren en te coördineren, en uit een snel inzetbare pool Europese grens- en kustwachtteams met technische uitrusting in te zetten. De snelle grensinterventies moeten voor versterking zorgen bij situaties waarin een onmiddellijke respons vereist is en zo'n interventie doeltreffend is. Om dergelijke interventies doeltreffend te kunnen uitvoeren, moeten de lidstaten grenswachters en ander geschikt personeel ter beschikking stellen van de snel inzetbare pool en zorgen voor de nodige technische uitrusting. Het agentschap en de betrokken lidstaat moeten overeenstemming bereiken over een operationeel plan.

Amendement18

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)   Op bepaalde als "hotspots" bekend staande delen van de buitengrenzen, waar de lidstaten een onevenredige migratiedruk ondervinden als gevolg van een sterke instroom van migranten, moeten de lidstaten kunnen rekenen op extra operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer, die bestaan uit deskundigen van de lidstaten die zijn uitgezonden door het Europees grens- en kustwachtagentschap en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, deskundigen van Europol of andere relevante agentschappen van de Unie, dan wel deskundigen die tot het personeel van het Europees grens- en kustwachtagentschap behoren. Het Europees grens- en kustwachtagentschap moet de Commissie steunen bij de coördinatie tussen de verschillende agentschappen op het terrein.

(16)  Waar de lidstaten een onevenredige migratiedruk ondervinden als gevolg van een sterke instroom van migranten, moeten de lidstaten in de hotspotgebieden kunnen rekenen op extra operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer, die bestaan uit deskundigen van de lidstaten die zijn uitgezonden door het agentschap en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, deskundigen van Europol of andere relevante agentschappen van de Unie, dan wel deskundigen die tot het personeel van het agentschap behoren. Het agentschap moet de Commissie steunen bij de coördinatie tussen de verschillende agentschappen op het terrein.

Amendement19

Voorstel voor een verordening

Overweging 16 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis)  In hotspotgebieden dienen de verschillende agentschappen en lidstaten te handelen binnen hun respectieve mandaten en bevoegdheden. Het agentschap dient de toepassing van maatregelen van de Unie inzake het beheer van de buitengrenzen en terugkeer te bevorderen, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken dient bij te dragen aan de verbetering van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en de lidstaten ondersteuning te bieden op asielgebied, Europol dient deskundigheid en strategische en operationele analyses te verstrekken op het gebied van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en het ontmantelen van smokkelnetwerken, en Eurojust dient de samenwerking tussen nationale met opsporing en vervolging belaste autoriteiten te ondersteunen. De lidstaten blijven verantwoordelijk voor het nemen van de materiële beslissingen over asielaanvragen en terugkeer.

Amendement20

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)   In gevallen waarin een lidstaat nalaat de nodige corrigerende maatregelen te treffen overeenkomstig de kwetsbaarheidsbeoordeling of in geval van onevenredige migratiedruk aan de buitengrenzen, waardoor de bewaking van de buitengrenzen zodanig onwerkzaam wordt dat de werking van het Schengengebied in gevaar komt, dient op Unieniveau een uniforme, snelle en doeltreffende respons te worden gegeven. Voor dit doel en met het oog op betere coördinatie op Unieniveau dient de Commissie vast te stellen welke maatregelen het Europees grens- en kustwachtagentschap moet treffen, en dient zij de betrokken lidstaat te verplichten om bij de uitvoering van die maatregelen zijn medewerking te verlenen aan het agentschap. Het agentschap dient dan te bepalen welke actie moeten worden ondernomen voor de praktische tenuitvoerlegging van de maatregelen in het besluit van de Commissie en samen met de betrokken lidstaat een actieplan op te stellen.

(17)  In gevallen waarin een lidstaat nalaat de nodige corrigerende maatregelen te treffen overeenkomstig de kwetsbaarheidsbeoordeling of in geval van onevenredige migratiedruk aan de buitengrenzen, waardoor de bewaking van de buitengrenzen zodanig onwerkzaam wordt dat de werking van het Schengengebied als ruimte zonder binnengrenstoezicht in gevaar komt, dient op Unieniveau een uniforme, snelle en doeltreffende respons te worden gegeven. Voor dit doel en met het oog op betere coördinatie op Unieniveau dient de Commissie vast te stellen welke maatregelen het agentschap moet treffen. Voor de vaststelling van dergelijke maatregelen, die gevolgen kunnen hebben voor de soevereiniteit, politiek gevoelig liggen en raken aan nationale uitvoerings- en handhavingsbevoegdheden, moeten uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend aan de Raad, die besluit op voorstel van de Commissie. De betrokken lidstaat moet worden verplicht bij de uitvoering van die maatregelen zijn medewerking te verlenen aan het agentschap. Het agentschap dient dan te bepalen welke actie moeten worden ondernomen voor de praktische tenuitvoerlegging van de maatregelen in het besluit van de Raad, en er moet, samen met de betrokken lidstaat, een actieplan worden overeengekomen.

Amendement21

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)   Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient te beschikken over de nodige uitrusting en het nodige personeel om te kunnen inzetten bij gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies. Wanneer het Europees grens- en kustwachtagentschap op verzoek van een lidstaat of in een situatie die spoedactie vereist een snelle grensinterventie opzet, dient het agentschap Europese grens- en kustwachtteams te kunnen inzetten uit een snel inzetbare reservepool, die de vorm moet aannemen van een permanent orgaan dat bestaat uit een klein percentage van het totale aantal grenswachters in de lidstaten, maar ten minste 1 500 personen moet omvatten. De inzet van Europese grens- en kustwachtteams uit de snel inzetbare reservepool moet indien nodig onmiddellijk worden aangevuld met extra Europese grens- en kustwachtteams.

(18)  Het agentschap dient te beschikken over de nodige uitrusting en het nodige personeel om te kunnen inzetten bij gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies. Wanneer het agentschap op verzoek van een lidstaat of in een situatie die spoedactie vereist een snelle grensinterventie opzet, dient het Europese grens- en kustwachtteams te kunnen inzetten uit een snel inzetbare pool, die de vorm moet aannemen van een permanent orgaan dat bestaat uit een percentage van het totale aantal grenswachters in de lidstaten, maar ten minste 1 500 personen moet omvatten. De inzet van Europese grens- en kustwachtteams uit de snel inzetbare pool moet indien nodig onmiddellijk worden aangevuld met extra Europese grens- en kustwachtteams.

Amendement22

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  De Europese Raad heeft op 8 oktober 2015 opgeroepen tot verruiming van het mandaat van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie om de lidstaten te helpen de effectieve terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen te verzekeren, onder meer door op eigen initiatief terugkeeroperaties te organiseren en zijn rol inzake het verkrijgen van reisdocumenten te versterken. De Europese Raad riep daartoe op tot het creëren van een terugkeerbureau binnen het Europees grens- en kustwachtagentschap, dat de activiteiten van het agentschap op het gebied van terugkeer moet coördineren.

Schrappen

Amendement23

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap moet de bijstand aan lidstaten inzake de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen intensiveren, met inachtneming van het terugkeerbeleid van de Unie en overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad15. Met name dient het de terugkeeroperaties van een of meer lidstaten te organiseren en coördineren en terugkeerinterventies te organiseren en uitvoeren ter versterking van het terugkeerstelsel van lidstaten die aanvullende technische en operationele bijstand nodig hebben om te voldoen aan hun verplichting uit hoofde van die richtlijn om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen terug te zenden.

(21)  Het agentschap moet de bijstand aan lidstaten inzake de terugkeer van irregulier verblijvende onderdanen van derde landen intensiveren, met inachtneming van het terugkeerbeleid van de Unie en overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG. Met name dient het de terugkeeroperaties van een of meer lidstaten te organiseren en coördineren en terugkeerinterventies te organiseren en uitvoeren ter versterking van het terugkeerstelsel van lidstaten die aanvullende technische en operationele bijstand nodig hebben om te voldoen aan hun verplichting uit hoofde van die richtlijn om irregulier verblijvende onderdanen van derde landen terug te zenden.

___________

 

Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).

 

Amendement24

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Het agentschap dient de lidstaten de nodige bijstand te verlenen bij het organiseren van gezamenlijke terugkeeroperaties en terugkeerinterventies in verband met irreguliere migranten, zonder terugkeerbesluiten die genomen zijn door de lidstaten inhoudelijk te beoordelen, en onder volledige eerbiediging van de grondrechten. Voorts dient het agentschap de lidstaten te ondersteunen op het vlak van het verkrijgen van reisdocumenten voor terugkeerders, in samenwerking met de autoriteiten van derde landen.

Amendement25

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 ter)  Eventuele regelingen tussen een lidstaat en een derde land ontslaan het agentschap of de lidstaten niet van hun verplichtingen uit hoofde van het recht van de Unie en het internationaal recht, in het bijzonder wat betreft de inachtneming van het beginsel van non-refoulement, indien zij ervan op de hoogte zijn, althans zouden moeten zijn, dat fundamentele tekortkomingen van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen voor asielzoekers in dat derde land gegronde redenen vormen om aan te nemen dat de asielzoeker een ernstig risico zal lopen op onmenselijke of vernederende behandeling, of indien zij ervan op de hoogte zijn, althans zouden moeten zijn, dat dit derde land er praktijken op nahoudt die strijdig zijn met het beginsel van non-refoulement.

Motivering

In het kader van terugkeeroperaties en -interventies is het absoluut noodzakelijk de leidende beginselen te herhalen waaronder de terugkeer van een onderdaan van een derde land kan plaatsvinden. Gebaseerd op overweging 13 van Verordening (EU) nr. 656/2014 tot vaststelling van regels voor de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking gecoördineerd door Frontex.

Amendement26

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient pools samen te stellen van door de lidstaten ter beschikking te stellen toezichthouders voor gedwongen terugkeer, deskundigen inzake gedwongen terugkeer en specialisten inzake terugkeer, die bij terugkeeroperaties worden ingezet en deel uitmaken van gespecialiseerde Europese terugkeerinterventieteams die bij terugkeerinterventies worden ingezet. Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient de betrokkenen de nodige opleiding te bieden.

(22)  Het agentschap dient pools samen te stellen van door de lidstaten ter beschikking te stellen toezichthouders voor gedwongen terugkeer, deskundigen inzake gedwongen terugkeer en specialisten inzake terugkeer, die bij terugkeeroperaties worden ingezet en deel uitmaken van gespecialiseerde Europese terugkeerinterventieteams die bij terugkeerinterventies worden ingezet. Die pools moeten kunnen beschikken over personeel dat specifieke deskundigheid heeft op het gebied van de bescherming van kinderen. Het agentschap dient de betrokkenen de nodige opleiding te bieden.

Amendement27

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Er moeten specifieke regels, met daarin definities van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, worden vastgesteld voor het personeel dat betrokken is bij activiteiten die verband houden met terugkeer. Ook dienen speciale instructies te worden uitgevaardigd betreffende de bevoegdheden van de gezagvoerders en de uitbreiding van de jurisdictie van het land waar het vliegtuig is geregistreerd krachtens het internationaal luchtvaartrecht.

Amendement28

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap moet specifieke opleidingsinstrumenten ontwikkelen en een opleiding op Unieniveau aanbieden voor de nationale opleiders van grenswachters, alsmede aanvullende opleidingen en studiebijeenkomsten voor personeelsleden van de bevoegde nationale diensten in verband met de bewaking van de buitengrenzen en de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven. Het agentschap moet in samenwerking met de lidstaten en derde landen opleidingsactiviteiten kunnen organiseren op hun grondgebied.

(23)  Het agentschap moet specifieke opleidingsinstrumenten ontwikkelen, waaronder specifieke training op het gebied van de bescherming van kinderen, en een opleiding op Unieniveau aanbieden voor de nationale opleiders van grenswachters, alsmede aanvullende opleidingen en studiebijeenkomsten in verband met geïntegreerde grensbeheertaken, onder meer voor personeelsleden van de bevoegde nationale diensten. Het agentschap moet in samenwerking met de lidstaten en derde landen opleidingsactiviteiten kunnen organiseren op hun grondgebied.

Amendement29

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient toe te zien op en bij te dragen tot ontwikkelingen op het gebied van onderzoek die relevant zijn voor het toezicht op de buitengrenzen, onder meer met betrekking tot het gebruik van geavanceerde grensbewakingstechnologie, en de verzamelde informatie door te geven aan de lidstaten en de Commissie.

(24)  Het agentschap dient toe te zien op en bij te dragen tot ontwikkelingen op het gebied van onderzoek die relevant zijn voor het Europees geïntegreerd grensbeheer, en de verzamelde informatie door te geven aan het Europees Parlement, de lidstaten, de Commissie, de relevante agentschappen, organen en bureaus van de Unie en aan het publiek.

Amendement30

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Voor een doeltreffend geïntegreerd beheer van de buitengrenzen dienen de lidstaten regelmatig, snel en op betrouwbare wijze onderling informatie uit te wisselen betreffende het beheer van de buitengrenzen, irreguliere immigratie en terugkeer. Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient ter vergemakkelijking van die uitwisseling overeenkomstig de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming informatiesystemen te ontwikkelen en toe te passen.

(25)  Voor een doeltreffend geïntegreerd beheer van de buitengrenzen dienen de lidstaten regelmatig, snel en op betrouwbare wijze onderling informatie uit te wisselen betreffende het beheer van de buitengrenzen, irreguliere migratie en terugkeer. Het agentschap dient ter vergemakkelijking van die uitwisseling overeenkomstig de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming informatiesystemen te ontwikkelen en toe te passen. Het is belangrijk dat de lidstaten het agentschap onverwijld voorzien van complete en accurate informatie, zodat het agentschap zijn taken kan uitvoeren.

Amendement31

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  De nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren zijn verantwoordelijk voor een breed spectrum van werkzaamheden, zoals onder meer maritieme veiligheid, beveiliging, opsporing en redding, grenstoezicht, visserijcontrole, douanetoezicht, algemene rechtshandhaving en milieubescherming. Het Europees grens- en kustwachtagentschap, het bij Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad16 opgerichte Europees Bureau voor visserijcontrole en het bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad17 opgerichte Europees Agentschap voor maritieme veiligheid moeten daarom zowel hun onderlinge samenwerking als de samenwerking met de nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren, intensiveren teneinde de maritieme situatiekennis te versterken en samenhangende en kosteneffectieve maatregelen te ondersteunen.

(27)  De nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren zijn verantwoordelijk voor een breed spectrum van werkzaamheden, zoals onder meer maritieme veiligheid, beveiliging, opsporing en redding, grenstoezicht, visserijcontrole, douanetoezicht, algemene rechtshandhaving en milieubescherming. Het agentschap, het bij Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad16 opgerichte Europees Bureau voor visserijcontrole en het bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad17 opgerichte Europees Agentschap voor maritieme veiligheid moeten daarom zowel hun onderlinge samenwerking als de samenwerking met de nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren, intensiveren teneinde de maritieme situatiekennis te versterken en samenhangende en kosteneffectieve maatregelen te ondersteunen. De synergieën tussen de verschillende actoren op het gebied van maritieme zaken dienen aan te sluiten bij de EU-strategieën voor geïntegreerd grensbeheer en maritieme veiligheid.

__________________

__________________

16Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad van 26 april 2005 tot oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1).

16Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad van 26 april 2005 tot oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 128 van 21.5.2005, blz. 1).

17Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1).

17Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1).

Amendement32

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis)  De samenwerking op het gebied van kustwachttaken, die met name dankzij een nauwere samenwerking tussen de nationale autoriteiten en het agentschap, het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, tot stand wordt gebracht, laat de bevoegdheidsverdeling tussen deze agentschappen onverlet wat hun taakomschrijving betreft en doet geen afbreuk aan hun autonomie en onafhankelijkheid, met betrekking tot hun oorspronkelijke taken. Bovendien is deze samenwerking bedoeld om onderlinge synergieën tot stand te brengen zonder de taakomschrijvingen van deze agentschappen te wijzigen.

Motivering

De Europese samenwerking inzake kustwachttaken is niet bedoeld om het mandaat van het EMSA of het EFCA te beperken. De samenwerking is bedoeld om de primaire taken van de agentschappen te versterken en tegelijkertijd synergieën tot stand te brengen om de kennis van de maritieme situatie en de responscapaciteit op zee te verbeteren.

Amendement33

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap moet in het kader van het Uniebeleid voor externe betrekkingen de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen faciliteren en aanmoedigen, onder meer door de operationele samenwerking tussen lidstaten en derde landen op het gebied van het beheer van de buitengrenzen te coördineren en verbindingsfunctionarissen naar derde landen uit te zenden, en door met de autoriteiten van derde landen samen te werken op het gebied van terugkeer, ook wat de verkrijging van reisdocumenten betreft. Bij de samenwerking met derde landen nemen het Europees grens- en kustwachtagentschap en de lidstaten normen en maatstaven in acht die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in de Uniewetgeving zijn vastgelegd, ook wanneer de operaties in het kader van samenwerking met derde landen op het grondgebied van die landen plaatsvinden.

(28)  Het agentschap moet in het kader van het Uniebeleid voor externe betrekkingen de technische en operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen faciliteren en aanmoedigen, onder meer door de operationele samenwerking tussen lidstaten en derde landen op het gebied van het beheer van de buitengrenzen te coördineren en verbindingsfunctionarissen naar derde landen uit te zenden, en door met de autoriteiten van derde landen samen te werken op het gebied van terugkeer, ook wat de verkrijging van reisdocumenten betreft. Bij de samenwerking met derde landen nemen het agentschap en de lidstaten het recht van de Unie, onder meer met betrekking tot de bescherming van de grondrechten en het beginsel van non-refoulement, te allen tijde in acht, ook wanneer de operaties in het kader van samenwerking met derde landen op het grondgebied van die landen plaatsvinden. In zijn jaarverslag dient het agentschap verslag uit brengen van de samenwerking met derde landen, ter vergroting van de transparantie en de controleerbaarheid.

Amendement34

Voorstel voor een verordening

Overweging 28 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(28 bis)  De Europese grens- en kustwacht en het agentschap dienen hun taken te vervullen met volle eerbiediging van de fundamentele rechten, met name het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen en de verplichtingen inzake de toegang tot internationale bescherming, in het bijzonder het beginsel van non-refoulement, het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee en het Internationaal verdrag inzake opsporing en redding op zee. Overeenkomstig het recht van de Unie en de genoemde bepalingen moet het agentschap de lidstaten bijstaan bij het uitvoeren van opsporings- en reddingsoperaties om levens te beschermen en te redden wanneer en waar dat nodig is.

Amendement35

Voorstel voor een verordening

Overweging 28 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(28 ter)  Met het oog op de uitbreiding van zijn takenpakket moet het agentschap zich toeleggen op de nadere uitwerking en tenuitvoerlegging van een grondrechtenstrategie, teneinde toezicht te houden op en de bescherming te waarborgen van de grondrechten. Daartoe dienen de grondrechtenfunctionaris toereikende middelen en personeel ter beschikking te worden gesteld, in overeenstemming met zijn mandaat en de omvang van zijn takenpakket. Het agentschap dient zijn positie te gebruiken om de toepassing van het acquis van de Unie inzake het beheer van de buitengrenzen, met inbegrip van de eerbiediging van de grondrechten en internationale bescherming, actief te bevorderen.

Amendement36

Voorstel voor een verordening

Overweging 28 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(28 quater)  Overeenkomstig het Handvest en het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind dienen bij alle handelingen van het agentschap de belangen van het kind een essentiële overweging te vormen.

Amendement37

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)   Bij deze verordening wordt een klachtenregeling voor het Europees grens- en kustwachtagentschap ingesteld, in samenwerking met de grondrechtenfunctionaris, teneinde de eerbiediging van de grondrechten bij alle activiteiten van het agentschap te monitoren en te waarborgen. Deze regeling dient te bestaan uit een bestuurlijk mechanisme waarbij de grondrechtenfunctionaris wordt belast met de behandeling van door het agentschap ontvangen klachten, overeenkomstig het recht op behoorlijk bestuur. De grondrechtenfunctionaris dient de ontvankelijkheid van een klacht te onderzoeken, ontvankelijke klachten te registreren, alle geregistreerde klachten door te zenden aan de uitvoerend directeur, klachten betreffende grenswachters door te zenden aan de betrokken lidstaat en het gevolg dat het agentschap of de lidstaat aan de klacht geeft, te registreren. Strafrechtelijke onderzoeken dienen te worden uitgevoerd door de lidstaten.

(30)  Bij deze verordening wordt een onafhankelijke klachtenregeling voor het agentschap ingesteld, in samenwerking met de grondrechtenfunctionaris, teneinde de eerbiediging van de grondrechten bij alle activiteiten van het agentschap te monitoren en te waarborgen. Deze regeling dient te bestaan uit een bestuurlijk mechanisme waarbij de grondrechtenfunctionaris wordt belast met de behandeling van door het agentschap ontvangen klachten, overeenkomstig het recht op behoorlijk bestuur. De grondrechtenfunctionaris dient de ontvankelijkheid van een klacht te onderzoeken, ontvankelijke klachten te registreren, alle geregistreerde klachten door te zenden aan de uitvoerend directeur, klachten betreffende grenswachters door te zenden aan de betrokken lidstaat en het gevolg dat het agentschap of de lidstaat aan de klacht geeft, te registreren. Strafrechtelijke onderzoeken dienen te worden uitgevoerd door de lidstaten. Het mechanisme dient doeltreffend te zijn, te waarborgen dat klachten op passende wijze in behandeling worden genomen en, in geval van schending van de grondrechten, te leiden tot oplegging van sancties. Ter vergroting van de transparantie en de controleerbaarheid dient het agentschap in zijn jaarverslag verslag uit brengen over het klachtenmechanisme.

Amendement38

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, met name in situaties die urgente actie aan de buitengrenzen vereisen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad.

Schrappen

Amendement39

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  De Commissie en de lidstaten moeten in een raad van bestuur vertegenwoordigd zijn met het oog op de uitoefening van beleids- en politiek toezicht op het Europees grens- en kustwachtagentschap. Voor zover mogelijk moet de raad van bestuur bestaan uit de operationele hoofden van de nationale diensten die belast zijn met het grensbewakingsbeheer, of hun vertegenwoordigers. De raad van bestuur moet beschikken over de noodzakelijke bevoegdheden om de begroting vast te stellen, de uitvoering van de begroting te verifiëren, passende financiële voorschriften vast te stellen, transparante werkprocedures voor de besluitvorming door het Europees grens- en kustwachtagentschap tot stand te brengen en de uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur te benoemen. Het bestuur en de werking van het agentschap moeten in overeenstemming zijn met de beginselen van de gemeenschappelijke aanpak voor de gedecentraliseerde agentschappen van de Europese Unie, die op 19 juli 2012 door het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie is goedgekeurd.

(33)  De raad van bestuur dient toezicht uit te oefenen op het agentschap. Voor zover mogelijk moet de raad van bestuur bestaan uit de operationele hoofden van de nationale diensten die belast zijn met het grensbewakingsbeheer, of hun vertegenwoordigers. De raad van bestuur moet beschikken over de noodzakelijke bevoegdheden om de begroting vast te stellen, de uitvoering van de begroting te verifiëren, passende financiële voorschriften vast te stellen en transparante werkprocedures voor de besluitvorming door het agentschap tot stand te brengen. Het bestuur en de werking van het agentschap moeten rekening houden met de beginselen van de gemeenschappelijke aanpak voor de gedecentraliseerde agentschappen van de Europese Unie, die op 19 juli 2012 door het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie is goedgekeurd. Dit dient ook te gelden voor de sluiting van een zetelovereenkomst tussen het agentschap en de lidstaat waar het agentschap zijn zetel heeft.

Amendement40

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Om de autonomie van het Europees grens- en kustwachtagentschap te waarborgen, moet aan het agentschap een eigen begroting worden toegekend die hoofdzakelijk wordt bekostigd met een bijdrage van de Unie. Op de bijdrage van de Unie en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie moet de begrotingsprocedure van de Unie van toepassing zijn. De controle van de rekeningen dient te worden uitgevoerd door de Europese Rekenkamer.

(34)  Om de autonomie van het agentschap te waarborgen, moet aan het agentschap een eigen begroting worden toegekend die hoofdzakelijk wordt bekostigd met een bijdrage van de Unie. Op de bijdrage van de Unie en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie moet de begrotingsprocedure van de Unie van toepassing zijn. De controle van de rekeningen dient te worden uitgevoerd door de Europese Rekenkamer. De verschillende aspecten van de activiteiten van het agentschap, waaronder de eerbiediging van de grondrechten, moeten op gelijkelijke wijze aan bod komen op de door de raad van bestuur vastgestelde begroting.

Amendement41

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie 21 moet op het Europees grens- en kustwachtagentschap van toepassing zijn.

(36)  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie 21 moet op het agentschap van toepassing zijn. Zonder daarmee de verwezenlijking van de doelstelling van operaties in gevaar te brengen, moet het agentschap ervoor zorgen dat zijn activiteiten zo transparant mogelijk zijn. Het agentschap moet alle relevante informatie over al zijn activiteiten openbaar maken en moet zorgen voor snelle informatieverstrekking over zijn werkzaamheden aan het publiek en alle belanghebbende partijen.

__________________

__________________

21  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

21  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

Amendement42

Voorstel voor een verordening

Overweging 39

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)   Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van een stelsel van geïntegreerd beheer van de buitengrenzen en daarmee het waarborgen van de goede werking van het Schengengebied, niet voldoende kunnen worden verwezenlijkt door de zonder coördinatie optredende lidstaten, maar vanwege de afwezigheid van controles aan de binnengrenzen en in verband met de aanzienlijke migratiedruk aan de buitengrenzen en de noodzaak om binnen de Unie een hoog niveau van interne veiligheid te verzekeren, beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(39)  Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van een stelsel van geïntegreerd beheer van de buitengrenzen en daarmee het waarborgen van de goede werking van het Schengengebied, niet voldoende kunnen worden verwezenlijkt door de op ongecoördineerde wijze optredende lidstaten, maar vanwege de afwezigheid van controles aan de binnengrenzen en in verband met de aanzienlijke uitdagingen aan de buitengrenzen op het vlak van migratie en de noodzaak om het overschrijden van de buitengrenzen op efficiënte wijze te bewaken en daarmee bij te dragen aan een hoog niveau van interne veiligheid binnen de Unie, beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

Amendement43

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 bis)  Wat Bulgarije en Roemenië betreft, vormt deze verordening een handeling die voortbouwt op het Schengenacquis of anderszins daaraan gerelateerd is in de zin van artikel 4, lid 1, van de Toetredingsakte van 2005.

Amendement44

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 ter)  Wat Kroatië betreft, vormt deze verordening een handeling die voortbouwt op het Schengenacquis of anderszins daaraan gerelateerd is in de zin van artikel 4, lid 1, van de Toetredingsakte van 2011.

Amendement45

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 quater)  Wat Cyprus betreft, vormt deze verordening een handeling die voortbouwt op het Schengenacquis of anderszins daaraan gerelateerd is in de zin van artikel 3, lid 1, van de Toetredingsakte van 2003.

Amendement46

Voorstel voor een verordening

Artikel 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Er wordt een Europese grens- en kustwacht opgericht met het oog op een Europees geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de Unie, teneinde een doeltreffend beheer van migratie en een hoog niveau van interne veiligheid in de Unie te waarborgen en het vrije verkeer van personen in de Unie in stand te houden.

Bij deze verordening wordt een Europese grens- en kustwacht opgericht, teneinde een Europees geïntegreerd beheer van de buitengrenzen te waarborgen, met het oog op een efficiënte bewaking bij het overschrijden van de buitengrenzen en de aanpak van uitdagingen op het gebied van migratie en mogelijke toekomstige dreigingen aan die grenzen, om op die manier bij te dragen aan de bestrijding van zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie en het garanderen van een hoog niveau van interne veiligheid in de Unie, met volledige eerbiediging van de grondrechten en waarborging van het vrije verkeer van personen in de Unie.

Amendement47

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "buitengrenzen": de land- en zeegrenzen van de lidstaten, alsmede hun lucht- en zeehavens, waarop de bepalingen van titel II van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad38 van toepassing zijn;

(1)  "buitengrenzen": buitengrenzen in de zin van artikel 2, punt 2), van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad, waarop titel II van die Verordening38 van toepassing is;

__________

__________

38  Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1).

38  Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1).

Amendement48

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 9 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  "hotspotgebied": een gebied aan een buitengrens waar een lidstaat een onevenredige migratiedruk ondervindt en waar de bevoegde agentschappen van de Unie de lidstaat op geïntegreerde wijze ondersteuning bieden;

Amendement49

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 12

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  "terugkeerder": een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land ten aanzien van wie een terugkeerbesluit is genomen;

(12)  "terugkeerder": een irregulier verblijvende onderdaan van een derde land ten aanzien van wie door een lidstaat overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG een terugkeerbesluit is uitgevaardigd;

Amendement50

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  "terugkeeroperatie": een operatie voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, die door het agentschap wordt gecoördineerd en door een of meer lidstaten verstrekte technische en operationele steun behelst, waarbij terugkeerders vanuit een of meer lidstaten terugkeren in het kader van ofwel gedwongen terugkeer, ofwel de vrijwillige vervulling van een terugkeerverplichting;

(13)  "terugkeeroperatie": een operatie voor de terugkeer van onderdanen van derde landen ten aanzien van wie door een lidstaat overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, die door het agentschap wordt gecoördineerd en door een of meer lidstaten verstrekte technische en operationele steun behelst, waarbij terugkeerders vanuit een of meer lidstaten terugkeren in het kader van ofwel gedwongen terugkeer, ofwel de vrijwillige vervulling van een terugkeerverplichting;

Amendement51

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 14

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  "terugkeerinterventie": een interventie voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen die voorziet in versterkte technische en operationele bijstand, bestaande uit de inzet van Europese terugkeerinterventieteams in lidstaten en de organisatie van terugkeeroperaties.

(14)  "terugkeerinterventie": een interventie voor de terugkeer van onderdanen van derde landen ten aanzien van wie door een lidstaat overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, die voorziet in versterkte technische en operationele bijstand, bestaande uit de inzet van Europese terugkeerinterventieteams in lidstaten en de organisatie van terugkeeroperaties;

Amendement52

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 14 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  "kustwachttaken": taken op het gebied van onderzoek, monitoring, planning en organisatie van missies en operaties die worden toevertrouwd aan een plaatselijke, regionale, nationale of Europese autoriteit die over de vereiste bevoegdheid beschikt om maritieme-bewakingstaken uit te voeren, waaronder met name taken op het gebied van veiligheid, beveiliging, opsporing en redding, grenscontrole en grensbewaking, visserijcontrole, douanetoezicht, algemene rechtshandhaving en milieubescherming;

Amendement53

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 14 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 ter)  "kind": een natuurlijke persoon die jonger is dan 18 jaar, tenzij volgens het op het kind van toepassing zijnde recht de meerderjarigheid eerder wordt bereikt;

Amendement54

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 14 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 quater)  "derde": een rechtspersoon die door een lidstaat of een internationale organisatie als zodanig wordt erkend.

Amendement55

Voorstel voor een verordening

Artikel 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Europees grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten van de lidstaten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, vormen samen de Europese grens- en kustwacht.

1.  Het Europees grens- en kustwachtagentschap (het agentschap) en de nationale autoriteiten van de lidstaten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, vormen samen de Europese grens- en kustwacht.

 

1 bis.  Indien passend dient de Commissie, na raadpleging van het agentschap, een wetgevingsvoorstel in voor een strategie voor een Europees geïntegreerd grensbeheer. In die strategie worden de algemene beleidslijnen, de te bereiken doelen en de prioritaire acties voor een volledig functionerend Europees systeem voor geïntegreerd grensbeheer uiteengezet. De strategie voor Europees geïntegreerd grensbeheer wordt herzien wanneer de omstandigheden dat vereisen.

2.  Het Europees grens- en kustwachtagentschap stelt een operationele en technische strategie voor Europees geïntegreerd grensbeheer op. Het agentschap bevordert en verzekert de uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer in alle lidstaten.

2.  Het agentschap stelt een operationele en technische strategie voor Europees geïntegreerd grensbeheer op, en houdt hierbij, waar passend, rekening met de specifieke situatie van de lidstaten. Het agentschap bevordert en verzekert de uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer in alle lidstaten.

 

2 bis.  Het agentschap waarborgt een continue en uniforme toepassing van het recht van de Unie, waaronder het acquis van de Unie inzake grondrechten, aan alle buitengrenzen.

3.  De nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, stellen een nationale strategie voor geïntegreerd grensbeheer op. De nationale strategieën zijn in overeenstemming met de in lid 2 genoemde strategie.

3.  De nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, stellen een nationale strategie voor geïntegreerd grensbeheer op. De nationale strategieën zijn in overeenstemming met de in de leden 1 bis en 2 genoemde strategie.

Amendement56

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Europees geïntegreerd grensbeheer omvat de volgende onderdelen:

Het Europees geïntegreerd grensbeheer omvat de volgende onderdelen:

a)  grenstoezicht, met inbegrip van eventuele maatregelen in verband met het voorkomen, opsporen en onderzoeken van grensoverschrijdende criminaliteit;

a)  grenstoezicht, met inbegrip van, waar passend, maatregelen om legale grensoverschrijdingen te vergemakkelijken en maatregelen op het gebied van het voorkomen en opsporen van grensoverschrijdende criminaliteit, zoals criminele mensensmokkel, mensenhandel en terrorisme;

 

a bis)  opsporings- en reddingsoperaties voor personen in nood op zee, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 656/2014 en het internationale recht;

 

a ter)  identificatie, initiële voorlichting en verdere doorverwijzing van mensen die aan de buitengrenzen aankomen en internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen;

b)  analyse van de risico's voor de interne veiligheid en van de dreigingen die de werking of de veiligheid van de buitengrenzen kunnen aantasten;

b)  analyse van de risico's voor de interne veiligheid en van de dreigingen die de werking of de veiligheid van de buitengrenzen kunnen aantasten;

c)  samenwerking tussen de nationale autoriteiten die in de lidstaten belast zijn met het grenstoezicht of andere grenstaken, en tussen de betrokken instellingen, organen en instanties van de Unie, met inbegrip van regelmatige uitwisseling van informatie met behulp van de daarvoor bestaande instrumenten, en met name het bij Verordening (EG) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad39 ingestelde Europese grensbewakingssysteem (Eurosur).

c)  samenwerking tussen de nationale autoriteiten die in de lidstaten belast zijn met het grenstoezicht of andere grenstaken, en tussen de betrokken instellingen, organen en instanties van de Unie, met inbegrip van regelmatige uitwisseling van informatie met behulp van de daarvoor bestaande instrumenten, en met name het bij Verordening (EG) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad39 ingestelde Europese grensbewakingssysteem (Eurosur); 39

d)  samenwerking met derde landen op gebieden die onder deze verordening vallen, met name naburige derde landen en derde landen die volgens de risicoanalyse land van herkomst of doorreis zijn van irreguliere migranten;

d)  samenwerking met derde landen op gebieden die onder deze verordening vallen, met speciale aandacht voor naburige derde landen en voor die derde landen die volgens de risicoanalyse land van herkomst of doorreis zijn voor irreguliere migratie, in samenwerking met de lidstaten, de Commissie en de EDEO;

e)  technische en operationele maatregelen op het gebied van vrij verkeer die samenhangen met grenstoezicht en bedoeld zijn om irreguliere immigratie te voorkomen en grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden;

e)  technische en operationele maatregelen op het gebied van vrij verkeer die samenhangen met grenstoezicht en bedoeld zijn om irreguliere migratie beter te beheren en grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden;

f) terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven;

f)  terugkeer van onderdanen van derde landen ten aanzien van wie door een lidstaat overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG een terugkeerbesluit is uitgevaardigd;

g)  gebruik van geavanceerde technologie, inclusief grootschalige informatiesystemen;

g)  gebruik van geavanceerde technologie, inclusief grootschalige informatiesystemen;

h)  een mechanisme voor kwaliteitscontrole dat de tenuitvoerlegging van de Uniewetgeving inzake grensbeheer moet waarborgen.

h)  een mechanisme voor kwaliteitscontrole dat de tenuitvoerlegging van de Uniewetgeving inzake grensbeheer moet waarborgen.

_________

_________

39  Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur) (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 11).

39  Verordening (EU) nr. 1052/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur) (PB L 295 van 6.11.2013, blz. 11).

Amendement57

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De Europese grens- en kustwacht voert het Europees geïntegreerd grensbeheer uit als gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Europees grens- en kustwachtagentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren.

1.  De Europese grens- en kustwacht voert het Europees geïntegreerd grensbeheer uit als gezamenlijke verantwoordelijkheid van het agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze maritieme grensbewakingsactiviteiten en andere taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren. De lidstaten behouden niettemin de primaire verantwoordelijkheid voor het beheer van hun deel van de buitengrenzen.

2.   Het Europees grens- en kustwachtagentschap vergemakkelijkt de toepassing van Uniemaatregelen in verband met het beheer van de buitengrenzen door de acties van de lidstaten ter uitvoering van deze maatregelen en op het gebied van terugkeer te versterken, te beoordelen en te coördineren. De lidstaten dragen, in hun belang en in het belang van alle lidstaten die het grenstoezicht aan de binnengrenzen hebben afgeschaft, zorg voor het beheer van hun segment van de buitengrenzen, met volledige inachtneming van het Unierecht, overeenkomstig de in artikel 3, lid 2, bedoelde technische en operationele strategie en in nauwe samenwerking met het agentschap.

2.  Het agentschap vergemakkelijkt de toepassing van Uniemaatregelen in verband met het beheer van de buitengrenzen door de acties van de lidstaten ter uitvoering van deze maatregelen en op het gebied van terugkeer te versterken, te beoordelen en te coördineren. De lidstaten dragen, in hun belang en in het belang van alle lidstaten die het grenstoezicht aan de binnengrenzen hebben afgeschaft, zorg voor het beheer van hun segment van de buitengrenzen, met volledige inachtneming van het Unierecht, overeenkomstig de in artikel 3, lid 2, bedoelde technische en operationele strategie en in nauwe samenwerking met het agentschap. Voorts voeren de lidstaten in hun eigen belang en in het belang van alle lidstaten gegevens in in de Europese databanken en zorgen zij ervoor dat deze gegevens nauwkeurig en actueel zijn en op rechtmatige wijze zijn ingevoerd.

3.  Het Europees grens- en kustwachtagentschap is verantwoordelijk voor het beheer van de buitengrenzen in de gevallen waarin deze verordening voorziet, en met name in situaties waarin de overeenkomstig de kwetsbaarheidsbeoordeling noodzakelijke corrigerende maatregelen niet zijn genomen of in geval van een onevenredige migratiedruk waardoor de bewaking van de buitengrenzen zodanig onwerkzaam wordt dat de werking van het Schengengebied in gevaar komt.

3.  Het agentschap is verantwoordelijk voor het beheer van de buitengrenzen in de gevallen waarin deze verordening voorziet, en met name in situaties waarin de overeenkomstig de kwetsbaarheidsbeoordeling noodzakelijke corrigerende maatregelen niet zijn genomen of in geval van een onevenredige migratiedruk waardoor de bewaking van de buitengrenzen zodanig onwerkzaam wordt dat de werking van het Schengengebied in gevaar komt;

 

3 bis.  Deze verordening laat het Schengenevaluatiemechanisme onverlet en doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Commissie, met name de bevoegdheid uit hoofde van artikel 258 VWEU om te waarborgen dat het recht van de Unie wordt nageleefd.

Amendement58

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Teneinde aan alle buitengrenzen in een samenhangend Europees geïntegreerd grensbeheer te voorzien, vergemakkelijkt het agentschap de toepassing van de bestaande en toekomstige maatregelen van de Unie in verband met het beheer van de buitengrenzen, in het bijzonder de bij Verordening (EG) nr. 562/2006 vastgestelde Schengengrenscode, en maakt het deze effectiever.

1.  Teneinde aan alle buitengrenzen in een samenhangend Europees geïntegreerd grensbeheer te voorzien, vergemakkelijkt het agentschap de toepassing van de bestaande en toekomstige maatregelen van de Unie in verband met het beheer van de buitengrenzen, in het bijzonder de bij Verordening (EU) 2016/399 vastgestelde Schengengrenscode, en maakt het deze effectiever. Voorts draagt het bij tot de vaststelling, ontwikkeling en uitwisseling van goede praktijken en bevordert het de wetgeving en normen van de Unie op het gebied van grensbeheer.

Amendement59

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Verantwoordingsplicht

 

Het agentschap legt verantwoording af aan het Europees Parlement en de Raad, overeenkomstig deze verordening.

Amendement60

Voorstel voor een verordening

Artikel 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Als bijdrage aan een doelmatig, hoog en uniform niveau van grenstoezicht verricht het agentschap de volgende taken:

1.  Als bijdrage aan een doelmatig, hoog en uniform niveau van grenstoezicht verricht het agentschap de volgende taken:

a)  het stelt een centrum voor monitoring en risicoanalyse in met de capaciteit om de migratiestromen te monitoren en risicoanalyses uit te voeren die alle aspecten van het geïntegreerd grensbeheer bestrijken;

a)  het monitort migratiestromen en voert risicoanalyses uit die alle aspecten van het geïntegreerd grensbeheer bestrijken;

b)  het verricht een kwetsbaarheidsbeoordeling, waaronder een inschatting van de capaciteit van de lidstaten om het hoofd te bieden aan dreigingen en druk aan de buitengrenzen;

b)  het verricht een kwetsbaarheidsbeoordeling, waaronder een inschatting van de capaciteit en paraatheid van de lidstaten om het hoofd te bieden aan dreigingen en uitdagingen aan de buitengrenzen;

 

b bis)  het draagt zorg voor regelmatige monitoring van het beheer van de buitengrenzen door middel van verbindingsfunctionarissen van het agentschap in de lidstaten;

c)  het verleent bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen door de coördinatie en organisatie van gezamenlijke operaties, in overweging nemend dat in dit kader soms sprake is van humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee;

c)  het verleent, met inachtneming van het recht van de Unie en het internationale recht, bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen door de coördinatie en organisatie van gezamenlijke operaties, in overweging nemend dat in dit kader soms sprake is van humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee;

d)  het verleent bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen door snelle grensinterventies op te zetten aan de buitengrenzen van lidstaten die onder specifieke en onevenredige druk staan, in overweging nemend dat in dit kader soms sprake is van humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee;

d)  het verleent, met inachtneming van het recht van de Unie en het internationale recht, bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen door snelle grensinterventies op te zetten aan de buitengrenzen van lidstaten die geconfronteerd worden met specifieke en onevenredig grote uitdagingen, in overweging nemend dat in dit kader soms sprake is van humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee;

 

d bis)  het verleent de lidstaten en derde landen technische en operationele bijstand in het kader van opsporings- en reddingsoperaties voor personen in nood op zee, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 656/2014 en het internationale recht;

(e)  het zorgt voor het opzetten en uitzenden van Europese grens- en kustwachtteams, met inbegrip van een snel inzetbare reservepool, die bij gezamenlijke operaties en snelle interventies aan de grenzen en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer worden ingezet;

e)  het zorgt voor het opzetten en uitzenden van Europese grens- en kustwachtteams, met inbegrip van een snel inzetbare pool, die bij gezamenlijke operaties en snelle interventies aan de grenzen en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer worden ingezet;

f)  het zorgt voor het opzetten van een pool van technische uitrusting die kan worden ingezet bij gezamenlijke operaties, bij snelle grensinterventies en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, alsmede bij terugkeeroperaties en terugkeerinterventies;

f)  het zorgt voor het opzetten van een pool van technische uitrusting die kan worden ingezet bij gezamenlijke operaties, bij snelle grensinterventies en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, alsmede bij terugkeeroperaties en terugkeerinterventies;

g)  het zorgt voor het inzetten van Europese grens- en kustwachtteams en technische uitrusting voor de verlening van bijstand bij de screening, identificatie en het nemen van vingerafdrukken in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden;

g)  het zorgt voor het inzetten van Europese grens- en kustwachtteams en technische uitrusting voor de verlening van bijstand bij de screening, identificatie en het nemen van vingerafdrukken en voor het instellen van mechanismen voor de identificatie, initiële voorlichting en verdere doorverwijzing van mensen die aan de buitengrenzen aankomen en internationale bescherming behoeven of wensen aan te vragen in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden, een en ander in samenwerking met Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en Europol (EASO) en de nationale autoriteiten;

h)  het ondersteunt de ontwikkeling van technische normen voor uitrusting, met name voor tactische bevelvoering, controle en communicatie, alsmede technisch toezicht op de interoperabiliteit op nationaal en Unieniveau;

h)  het ondersteunt de ontwikkeling van gemeenschappelijke technische normen voor uitrusting, met name voor tactische bevelvoering, controle en communicatie, alsmede technisch toezicht op de interoperabiliteit op nationaal en Unieniveau;

i)  het zorgt voor de inzet van de nodige uitrusting en het nodige personeel voor de snel inzetbare reservepool voor de praktische uitvoering van de maatregelen die noodzakelijk zijn in een noodsituatie aan de buitengrenzen;

i)  het zorgt voor de inzet van de nodige uitrusting en het nodige personeel voor de snel inzetbare pool voor de praktische uitvoering van de maatregelen die noodzakelijk zijn in een noodsituatie aan de buitengrenzen;

j)  het verleent bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand vergen voor de uitvoering van de verplichting om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen te doen terugkeren, onder meer door de coördinatie en organisatie van terugkeeroperaties;

j)  het verleent bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand vergen voor de uitvoering van de verplichting om onderdanen van derde landen ten aanzien van wie door een lidstaat overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG een terugkeerbesluit is uitgevaardigd te doen terugkeren, onder meer door de coördinatie en organisatie van terugkeeroperaties;

 

j bis)  het steunt, in samenwerking met Europol en Eurojust, de lidstaten die in de strijd tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terrorisme in omstandigheden verkeren die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen;

(k)  het zorgt voor het opzetten van pools van toezichthouders en begeleiders voor gedwongen terugkeer en terugkeerspecialisten;

k)  het zorgt voor het opzetten van pools van toezichthouders en begeleiders voor gedwongen terugkeer en terugkeerspecialisten;

l)  het zorgt voor het instellen en inzetten van Europese terugkeerinterventieteams bij terugkeerinterventies;

l)  het zorgt voor het instellen en inzetten van Europese terugkeerinterventieteams bij terugkeerinterventies;

m)  het verleent bijstand aan de lidstaten bij het opleiden van nationale grenswachters en terugkeerdeskundigen, met inbegrip van de vaststelling van gemeenschappelijke opleidingsnormen;

m)  het verleent bijstand aan de lidstaten bij het opleiden van nationale grenswachters en terugkeerdeskundigen, met inbegrip van de vaststelling van gemeenschappelijke opleidingsnormen;

n)  het neemt deel aan de ontwikkeling en het beheer van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die voor het toezicht op en de bewaking van de buitengrenzen relevant zijn, onder meer met betrekking tot het gebruik van geavanceerde grensbewakingstechnologie zoals op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen, en de ontwikkeling van proefprojecten op terreinen die onder deze verordening vallen;

n)  het houdt toezicht op en neemt deel aan de ontwikkeling en het beheer van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die voor het toezicht op en de bewaking van de buitengrenzen relevant zijn, en ontwikkelt proefprojecten op terreinen die onder deze verordening vallen;

o)  het ontwikkelt en beheert, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 en Kaderbesluit 2008/977/JBZ, informatiesystemen waarmee informatie over nieuwe risico's bij het beheer van de buitengrenzen, over irreguliere immigratie en over terugkeer snel en betrouwbaar kan worden uitgewisseld, zulks in nauwe samenwerking met de Commissie, organen en instanties van de Unie en het bij Beschikking 2008/381/EG van de Raad opgezette Europees migratienetwerk;

o)  het ontwikkelt en beheert, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 en Kaderbesluit 2008/977/JBZ, informatiesystemen waarmee informatie over nieuwe risico's bij het beheer van de buitengrenzen, over irreguliere migratie en over terugkeer snel en betrouwbaar kan worden uitgewisseld, zulks in nauwe samenwerking met de Commissie, organen en instanties van de Unie en het bij Beschikking 2008/381/EG van de Raad opgezette Europees migratienetwerk;

p)  het verleent de nodige steun voor de ontwikkeling en het beheer van een Europees grensbewakingssysteem en zo nodig voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke structuur voor informatie-uitwisseling, met inbegrip van interoperabiliteit tussen systemen, met name door middel van de ontwikkeling, instandhouding en coördinatie van het Eurosur-kader overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013;

p)  het verleent de nodige steun voor de ontwikkeling en het beheer van een Europees grensbewakingssysteem en zo nodig voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke structuur voor informatie-uitwisseling, met inbegrip van interoperabiliteit tussen systemen, met name door middel van de ontwikkeling, instandhouding en coördinatie van het Eurosur-kader overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013;

 

p bis)  het stelt voor activiteiten op het gebied van grensbeheer de hoogste normen vast, die transparantie en publieke controle mogelijk maken en de eerbiediging, bescherming en bevordering van de grondrechten en de rechtsstaat waarborgen, en bevordert deze normen;

q)  het werkt samen met het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid ter ondersteuning van de nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren door diensten te verlenen, informatie te verstrekken, uitrusting te leveren en opleiding te verzorgen en operaties met meerdere doelen te coördineren;

q)  het werkt samen met het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, elk binnen hun eigen mandaat, ter ondersteuning van de nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren door diensten te verlenen, informatie te verstrekken, uitrusting te leveren en opleiding te verzorgen en operaties met meerdere doelen te coördineren;

r)  het verleent bijstand aan lidstaten en derde landen in het kader van de onderlinge operationele samenwerking op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer.

r)  het verleent bijstand aan lidstaten en derde landen in het kader van de onderlinge technische en operationele samenwerking op het gebied van aangelegenheden die door zijn activiteiten worden bestreken en voor zover nodig voor de uitvoering van zijn taken;

 

r bis)  het helpt bij de uitwisseling van de informatie, uitrusting en alle andere capaciteiten van het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid indien hun steun nodig is voor de tenuitvoerlegging van specifieke taken zoals, maar niet beperkt tot, opsporing en redding.

2.  De lidstaten kunnen de samenwerking op operationeel niveau met andere lidstaten en/of derde landen aan de buitengrenzen voortzetten, onder meer met militaire operaties voor rechtshandhavingsdoeleinden en op het gebied van terugkeer, indien die samenwerking verenigbaar is met het optreden van het agentschap. De lidstaten onthouden zich van alle activiteiten die de werking van het agentschap of de verwezenlijking van de doelstellingen ervan in gevaar kunnen brengen.

2.  De lidstaten kunnen de samenwerking op operationeel niveau met andere lidstaten voortzetten, indien die samenwerking verenigbaar is met de taken van het agentschap. De lidstaten onthouden zich van alle activiteiten die de werking van het agentschap of de verwezenlijking van de doelstellingen ervan in gevaar kunnen brengen.

De lidstaten brengen over die operationele samenwerking met andere lidstaten en/of derde landen aan de buitengrenzen en op het gebied van terugkeer verslag uit aan het agentschap. De uitvoerend directeur van het agentschap (hierna "de uitvoerend directeur") informeert de raad van bestuur van het agentschap (hierna "de raad van bestuur") geregeld over die aangelegenheden en ten minste eenmaal per jaar.

De lidstaten brengen over die operationele samenwerking met andere lidstaten en/of derde landen aan de buitengrenzen en op het gebied van terugkeer verslag uit aan het agentschap. De uitvoerend directeur van het agentschap (hierna "de uitvoerend directeur") informeert de raad van bestuur van het agentschap (hierna "de raad van bestuur") geregeld over die aangelegenheden en ten minste eenmaal per jaar.

3.  Het agentschap kan op eigen initiatief communicatieactiviteiten ontplooien op terreinen die binnen zijn mandaat vallen. De communicatieactiviteiten mogen geen afbreuk doen aan de in lid 1 bedoelde taken en worden uitgevoerd in overeenstemming met de relevante communicatie- en verspreidingsplannen die de raad van bestuur heeft vastgesteld.

3.  Het agentschap ontplooit communicatieactiviteiten op terreinen die binnen zijn mandaat vallen. Het maakt accurate en gedetailleerde gegevens openbaar over zijn activiteiten. De communicatieactiviteiten doen geen afbreuk aan de in lid 1 bedoelde taken. Met name worden geen operationele gegevens prijsgegeven die, eenmaal openbaar, het bereiken van de doelstelling van de operaties in gevaar zouden brengen. De communicatieactiviteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met de relevante communicatie- en verspreidingsplannen die de raad van bestuur heeft vastgesteld.

Amendement61

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor het agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, gelden een verplichting tot samenwerking te goeder trouw en een verplichting tot uitwisseling van informatie.

Voor het agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer en terugkeer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, gelden een verplichting tot samenwerking te goeder trouw en een verplichting tot uitwisseling van informatie.

Amendement62

Voorstel voor een verordening

Artikel 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, verstrekken het agentschap tijdig en op nauwgezette wijze alle informatie die het agentschap nodig heeft om de hem bij deze verordening opgedragen taken te vervullen, met name voor het monitoren van de migratiestromen naar en binnen de Unie, het verrichten van risicoanalyses en het uitvoeren van de kwetsbaarheidsbeoordeling.

Overeenkomstig artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie verstrekken de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, het agentschap tijdig en op nauwgezette wijze alle informatie die het agentschap nodig heeft om de hem bij deze verordening opgedragen taken te vervullen, met name voor het monitoren van de migratiestromen naar en binnen de Unie, het verrichten van risicoanalyses overeenkomstig artikel 10 van deze verordening en het uitvoeren van de kwetsbaarheidsbeoordeling overeenkomstig artikel 12 van deze verordening.

 

Als deze informatie niet tijdig en nauwgezet aan het agentschap wordt verstrekt, kan het agentschap dit feit in aanmerking nemen bij de kwetsbaarheidsbeoordeling, tenzij deze informatie om naar behoren gemotiveerde redenen wordt achtergehouden.

Amendement63

Voorstel voor een verordening

Artikel 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap stelt een centrum voor monitoring en risicoanalyse in met de capaciteit om de migratiestromen naar en binnen de Unie te monitoren. Het agentschap ontwikkelt daartoe een gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel, dat door het agentschap en de lidstaten wordt toegepast.

1.  Het agentschap monitort migratiestromen naar en binnen de Unie en voorspelt situaties, trends en andere mogelijke uitdagingen aan de buitengrenzen van de Unie. Het agentschap ontwikkelt daartoe een gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel, dat door het agentschap en de lidstaten wordt toegepast, en verricht de kwetsbaarheidsbeoordeling overeenkomstig artikel 12.

2.  Het agentschap stelt algemene en specifieke risicoanalyses op, die bij de Raad en de Commissie worden ingediend.

2.  Het agentschap stelt algemene en specifieke risicoanalyses op, die bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie worden ingediend. Deze risicoanalyses worden waar passend verricht in samenwerking met andere bevoegde agentschappen van de Unie, zoals het EASO en Europol.

3.  De door het agentschap op te stellen risicoanalyses bestrijken alle voor het Europees geïntegreerd grensbeheer relevante aspecten, en met name grenstoezicht, terugkeer, irreguliere secundaire stromen van onderdanen van derde landen binnen de Unie, preventie van grensoverschrijdende criminaliteit (met inbegrip van facilitering van irreguliere immigratie, mensenhandel en terrorisme), alsmede de situatie in de naburige derde landen, met als doel het ontwikkelen van een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing waarmee de migratiestromen naar de Unie kunnen worden geanalyseerd.

3.  De door het agentschap op te stellen risicoanalyses bestrijken alle voor het Europees geïntegreerd grensbeheer relevante aspecten, met als doel het ontwikkelen van een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing.

4.   De lidstaten verstrekken het agentschap alle nodige informatie over de situatie, over trends en mogelijke dreigingen aan de buitengrenzen en op het gebied van terugkeer. De lidstaten verstrekken het agentschap regelmatig, of op zijn verzoek, alle relevante informatie, zoals statistische en operationele gegevens die in verband met de uitvoering van het Schengenacquis zijn verzameld, alsmede informatie en inlichtingen die zijn afgeleid uit de analyselaag van het overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 opgestelde nationale situatiebeeld.

4.  De lidstaten verstrekken het agentschap alle nodige informatie over de situatie, over trends en mogelijke dreigingen aan de buitengrenzen en op het gebied van terugkeer. De lidstaten verstrekken het agentschap regelmatig, of op zijn verzoek, alle relevante informatie, zoals statistische en operationele gegevens die in verband met de uitvoering van het Schengenacquis zijn verzameld, alsmede informatie en inlichtingen die zijn afgeleid uit de analyselaag van het overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 opgestelde nationale situatiebeeld.

5.  De resultaten van de risicoanalyse worden voorgelegd aan de raad van toezicht en de raad van bestuur.

5.  De resultaten van de risicoanalyse worden voorgelegd aan de raad van advies en de raad van bestuur.

6.  De lidstaten houden met de resultaten van de risicoanalyse rekening bij het plannen van hun operaties en activiteiten aan de buitengrenzen en hun activiteiten op het gebied van terugkeer.

6.  De lidstaten houden met de resultaten van de risicoanalyse rekening bij het plannen van hun operaties en activiteiten aan de buitengrens en hun activiteiten op het gebied van terugkeer.

7.  Het agentschap verwerkt de resultaten van het gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel bij de ontwikkeling van de gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleiding van grenswachters en bij terugkeertaken betrokken personeel.

7.  Het agentschap verwerkt de resultaten van het gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel bij de ontwikkeling van de gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleiding van grenswachters en betrokken personeel.

Amendement64

Voorstel voor een verordening

Artikel 11

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap zorgt voor regelmatige monitoring van het beheer van de buitengrenzen door in de lidstaten gestationeerde verbindingsfunctionarissen van het agentschap.

1.  Het agentschap zorgt voor regelmatige monitoring van het beheer van de buitengrenzen door in alle lidstaten gestationeerde verbindingsfunctionarissen van het agentschap.

2.  De uitvoerend directeur wijst uit het personeel van het agentschap deskundigen aan die als verbindingsfunctionarissen worden ingezet. De uitvoerend directeur bepaalt, op basis van een risicoanalyse en in overleg met de raad van bestuur, op welke wijze, in welke lidstaat en voor welke periode de verbindingsfunctionaris wordt ingezet. De uitvoerend directeur stelt de betrokken lidstaat in kennis van de aanwijzing van de verbindingsfunctionaris en bepaalt samen met de lidstaat op welke locatie de betrokkene wordt ingezet.

2.  De uitvoerend directeur wijst uit het personeel van het agentschap deskundigen aan die als verbindingsfunctionarissen worden ingezet. De uitvoerend directeur bepaalt, op basis van een risicoanalyse en in overleg met de raad van bestuur, op welke wijze de verbindingsfunctionaris wordt ingezet. De uitvoerend directeur stelt de betrokken lidstaat in kennis van de aanwijzing van de verbindingsfunctionaris en bepaalt samen met de lidstaat op welke locatie de betrokkene wordt ingezet.

3.  De verbindingsfunctionarissen treden op namens het agentschap en hun rol is het bevorderen van de samenwerking en de dialoog tussen het agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren. De verbindingsfunctionarissen hebben met name tot taak:

3.  De verbindingsfunctionarissen treden op namens het agentschap en hun rol is het bevorderen van de samenwerking en de dialoog tussen het agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren. De verbindingsfunctionarissen hebben met name tot taak:

a)   op te treden als contactpersoon tussen het agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren.

a)  op te treden als contactpersoon tussen het agentschap en de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren;

 

a bis)  steun te verlenen aan het verzamelen van de informatie die het agentschap nodig heeft voor monitoring van irreguliere migratie en risicoanalyse als bedoeld in artikel 10;

b)   steun te verlenen aan het verzamelen van de informatie die het agentschap nodig heeft voor het verrichten van de in artikel 12 bedoelde kwetsbaarheidsanalyse;

b)  steun te verlenen aan het verzamelen van de informatie die het agentschap nodig heeft voor het verrichten van de in artikel 12 bedoelde kwetsbaarheidsanalyse;

c)   de maatregelen te monitoren die de lidstaat uitvoert bij grenssegmenten waarvoor een hoog impactniveau is vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013;

c)  de maatregelen te monitoren die de lidstaat uitvoert bij grenssegmenten waarvoor een hoog impactniveau is vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013;

 

c bis)  de toepassing van het acquis van de Unie inzake het beheer van de buitengrenzen, met inbegrip van de eerbiediging van de grondrechten en internationale bescherming, te volgen en te bevorderen;

d)   de lidstaten bijstand te verlenen bij het opstellen van hun noodplannen;

d)  de lidstaten bijstand te verlenen bij het opstellen van hun noodplannen;

 

d bis)  de communicatie tussen de lidstaten en het agentschap te bevorderen en relevante informatie van het agentschap door te geven aan de lidstaat, waaronder informatie over lopende operaties;

e)   regelmatig verslag uit te brengen aan de uitvoerend directeur over de situatie aan de buitengrens en over het vermogen van de betrokken lidstaat om de situatie aan de buitengrenzen doeltreffend het hoofd te bieden;

e)  regelmatig verslag uit te brengen aan de uitvoerend directeur over de situatie aan de buitengrens en over het vermogen van de betrokken lidstaat om de situatie aan de buitengrenzen doeltreffend het hoofd te bieden;

f)   de maatregelen te monitoren die de lidstaat uitvoert ten aanzien van een situatie aan de buitengrenzen die dringend optreden vereist, als bedoeld in artikel 18.

f)  de maatregelen te monitoren die de lidstaat uitvoert ten aanzien van een situatie aan de buitengrenzen die dringend optreden vereist, als bedoeld in artikel 18.

4.  Voor de toepassing van lid 3 is onder meer vereist dat de verbindingsfunctionaris:

4.  Voor de toepassing van lid 3 is onder meer vereist dat de verbindingsfunctionaris:

a)   onbeperkte toegang heeft tot het nationale coördinatiecentrum en het nationale situatiebeeld dat overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 is opgesteld;

a)  toegang heeft tot het nationale coördinatiecentrum en het nationale situatiebeeld dat overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 is opgesteld;

b)   onbeperkte toegang heeft tot de nationale en Europese informatiesystemen die in het nationale coördinatiecentrum beschikbaar zijn, op voorwaarde dat de verbindingsfunctionaris de beveiligings- en gegevensbeschermingsvoorschriften van de lidstaat en van de Unie naleeft;

b)  indien nodig toegang heeft tot de Europese informatiesystemen die in het nationale coördinatiecentrum beschikbaar zijn, op voorwaarde dat de verbindingsfunctionaris de beveiligings- en gegevensbeschermingsvoorschriften van de lidstaat en van de Unie naleeft;

c)   regelmatig contact onderhoudt met de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, en het hoofd van het nationale coördinatiecentrum op de hoogte houdt.

c)  regelmatig contact onderhoudt met de nationale autoriteiten die met het grensbeheer zijn belast, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren, en het hoofd van het nationale coördinatiecentrum op de hoogte houdt.

5.  Het verslag van de verbindingsfunctionaris maakt deel uit van de in artikel 12 bedoelde kwetsbaarheidsbeoordeling.

5.  Het verslag van de verbindingsfunctionaris maakt deel uit van de in artikel 12 bedoelde kwetsbaarheidsbeoordeling. Het verslag wordt toegezonden aan de betrokken lidstaat.

6.  Bij de uitvoering van zijn taken aanvaardt de verbindingsfunctionaris uitsluitend instructies van het agentschap.

6.  Bij de uitvoering van zijn taken aanvaardt de verbindingsfunctionaris uitsluitend instructies van het agentschap.

Amendement65

Voorstel voor een verordening

Article 12

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap beoordeelt de technische uitrusting, de systemen, de vermogens, de middelen en de noodplannen van de lidstaten op het gebied van grenstoezicht. De beoordeling is gebaseerd op informatie die door de lidstaat en door de verbindingsfunctionaris wordt verstrekt, op informatie die uit Eurosur wordt verkregen, en met name het impactniveau dat overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 voor de segmenten van de land- en zeebuitengrenzen van elke lidstaat is vastgesteld, en op de verslagen en evaluaties van gezamenlijke operaties, proefprojecten, snelle grensinterventies en andere activiteiten van het agentschap.

1.  Als preventieve maatregel in aanvulling op het Schengenevaluatiemechanisme houdt het agentschap voortdurend toezicht op de paraatheid en de noodplannen van de lidstaten op het gebied van grenstoezicht.

 

In het kader van de kwetsbaarheidsbeoordeling beoordeelt het agentschap het vermogen en de paraatheid van de lidstaten om toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden, waaronder de huidige en toekomstige dreigingen en druk aan de buitengrenzen, identificeert het, met name voor lidstaten die specifieke en onevenredige druk ondervinden, mogelijke onmiddellijke gevolgen aan de buitengrenzen en latere gevolgen voor de werking van het Schengengebied, en beoordeelt het het vermogen van de lidstaten om bij te dragen aan de in artikel 19, lid 5, bedoelde snel inzetbare pool.

 

Elementen die gemonitord moeten worden zijn onder meer het vermogen van de lidstaten om op humane wijze en met volledige inachtneming van de grondrechten in te spelen op de komst van grote aantallen personen, waarvan velen wellicht internationale bescherming behoeven, alsmede de beschikbaarheid van technische uitrusting, systemen, vermogens, middelen, infrastructuur en de beschikbaarheid van een toereikend aantal adequaat geschoold en opgeleid personeel.

 

Op basis van de overeenkomstig artikel 10, lid 3, opgestelde risicoanalyse dient de uitvoerend directeur bij de raad van bestuur een voorstel in voor een besluit tot vaststelling van objectieve criteria aan de hand waarvan het agentschap de kwetsbaarheidsbeoordeling uitvoert. De raad van bestuur stelt op basis van dit voorstel de criteria vast.

 

1 bis.  De kwetsbaarheidsbeoordeling wordt gebaseerd op informatie die door de lidstaat en door de verbindingsfunctionaris wordt verstrekt, op informatie uit Eurosur, met name het impactniveau dat overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 voor de segmenten van de land- en zeebuitengrenzen van elke lidstaat is vastgesteld, en op de verslagen en evaluaties van gezamenlijke operaties, proefprojecten, snelle grensinterventies en andere activiteiten van het agentschap.

2.  De lidstaten verstrekken op verzoek van het agentschap informatie over hun technische uitrusting en de personele en financiële middelen die op nationaal niveau voor de uitvoering van het grenstoezicht beschikbaar zijn, en leggen hun noodplannen over.

2.  De lidstaten verstrekken op verzoek van het agentschap informatie over hun technische uitrusting, personele en financiële middelen en de elementen als bedoeld in de derde alinea van lid 1 die op nationaal niveau voor de uitvoering van het grenstoezicht beschikbaar zijn, en leggen hun noodplannen over.

3.  De kwetsbaarheidsbeoordeling houdt in dat het agentschap een beoordeling verricht van het vermogen en de paraatheid van de lidstaten om toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden, waaronder de huidige en toekomstige dreigingen en druk aan de buitengrenzen; dat het agentschap, met name voor lidstaten die specifieke en onevenredige druk ondervinden, mogelijke onmiddellijke gevolgen aan de buitengrenzen en latere gevolgen voor de werking van het Schengengebied identificeert; en dat het agentschap hun vermogen beoordeelt om bij te dragen aan de in artikel 19, lid 5, bedoelde snel inzetbare reservepool. Deze beoordeling laat het Schengenevaluatiemechanisme onverlet.

 

4.  De resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling worden voorgelegd aan de raad van toezicht, die de uitvoerend directeur op basis van die resultaten adviseert over de door de lidstaten te nemen maatregelen, waarbij rekening wordt gehouden met de risicoanalyse van het agentschap en de resultaten van het Schengenevaluatiemechanisme.

4.  De resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling worden voorgelegd aan de raad van advies, die de uitvoerend directeur op basis van die resultaten adviseert over de door de lidstaten te nemen maatregelen, waarbij rekening wordt gehouden met de risicoanalyse van het agentschap en de resultaten van het Schengenevaluatiemechanisme.

5.  De uitvoerend directeur stelt een besluit vast inzake de corrigerende maatregelen die de betrokken lidstaat moet nemen, onder meer met gebruikmaking van middelen in het kader van de financiële instrumenten van de Unie. Het besluit van de uitvoerend directeur is bindend voor de lidstaat en bevat bepalingen over de termijnen waarbinnen de maatregelen moeten worden genomen.

5.  De uitvoerend directeur stelt een besluit vast inzake de corrigerende maatregelen die de betrokken lidstaat moet nemen, onder meer met gebruikmaking van middelen in het kader van de financiële instrumenten van de Unie. Het besluit van de uitvoerend directeur is bindend voor de lidstaat en bevat bepalingen over de termijnen waarbinnen de maatregelen moeten worden genomen.

6.   Indien een lidstaat nalaat binnen de gestelde termijn de noodzakelijke corrigerende maatregelen te nemen, legt de uitvoerend directeur de zaak voor aan de raad van bestuur en stelt hij de Commissie ervan in kennis. De raad van bestuur stelt een besluit vast inzake de corrigerende maatregelen die de betrokken lidstaat moet nemen en de termijn waarbinnen die maatregelen moeten worden genomen. Indien de lidstaat nalaat binnen de in dat besluit gestelde termijn de maatregelen te nemen, kan de Commissie overeenkomstig artikel 18 verdere maatregelen nemen.

6.  Indien een lidstaat nalaat binnen de gestelde termijn de noodzakelijke corrigerende maatregelen te nemen, stelt de uitvoerend directeur de raad van bestuur en de Commissie hiervan in kennis. De Commissie kan overeenkomstig artikel 18 verdere maatregelen nemen.

 

6 bis.  De resultaten van kwetsbaarheidsbeoordelingen worden regelmatig en ten minste om de zes maanden doorgegeven aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement66

Voorstel voor een verordening

Artikel 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten kunnen het agentschap om bijstand vragen bij de uitvoering van hun verplichtingen inzake het toezicht op de buitengrenzen. Het agentschap voert tevens de in artikel 18 bedoelde maatregelen uit.

1.  De lidstaten kunnen het agentschap om bijstand vragen bij de uitvoering van hun verplichtingen inzake het toezicht op de buitengrenzen. Het agentschap voert tevens de in artikel 18 bedoelde maatregelen uit.

2.   Het agentschap organiseert passende technische en operationele bijstand voor de ontvangende lidstaat en kan een of meer van de volgende maatregelen nemen:

2.  Het agentschap organiseert passende technische en operationele bijstand voor de ontvangende lidstaat en kan met inachtneming van het toepasselijke recht van de Unie en internationale recht, met inbegrip van het beginsel van non-refoulement, een of meer van de volgende maatregelen nemen:

a)   coördinatie van gezamenlijke operaties ten behoeve van een of meer lidstaten en inzet van Europese grens- en kustwachtteams;

a)  coördinatie van gezamenlijke operaties ten behoeve van een of meer lidstaten en inzet van Europese grens- en kustwachtteams;

b)   organisatie van snelle grensinterventies en inzet van Europese grens- en kustwachtteams uit de snel inzetbare reservepool en indien nodig inzet van extra Europese grens- en kustwachtteams;

b)  organisatie van snelle grensinterventies en inzet van Europese grens- en kustwachtteams uit de snel inzetbare pool en indien nodig inzet van extra Europese grens- en kustwachtteams;

c)   coördinatie van activiteiten ten behoeve van een of meer lidstaten en derde landen aan de buitengrenzen, waaronder gezamenlijke operaties met naburige derde landen;

c)  coördinatie van activiteiten ten behoeve van een of meer lidstaten en derde landen aan de buitengrenzen, waaronder gezamenlijke operaties met naburige derde landen;

d)   inzet van Europese grens- en kustwachtteams in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden;

d)  inzet van Europese grens- en kustwachtteams in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden;

 

d bis)  verlening van technische en operationele bijstand aan lidstaten en derde landen in het kader van opsporings- en reddingsoperaties voor personen in nood op zee, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 656/2014 en het internationale recht;

e)   inzet van de eigen deskundigen en teamleden die door de lidstaten bij het agentschap zijn gedetacheerd om de bevoegde nationale autoriteiten van de betrokken lidstaten gedurende een passende periode te ondersteunen;

e)  inzet van de eigen deskundigen en teamleden die door de lidstaten bij het agentschap zijn gedetacheerd om de bevoegde nationale autoriteiten van de betrokken lidstaten gedurende een passende periode te ondersteunen;

f)   inzet van technische uitrusting.

f)  inzet van technische uitrusting.

3.   Het agentschap financiert of medefinanciert de in lid 2 bedoelde activiteiten met subsidies die overeenkomstig de voor het agentschap geldende financiële regels uit zijn begroting worden toegekend.

3.  Het agentschap financiert of medefinanciert de in lid 2 bedoelde activiteiten uit zijn begroting en via overeenkomsten, overeenkomstig de voor het agentschap geldende financiële regels.

 

3 bis.  Indien de behoefte aan financiële middelen op grond van de situatie aan de buitengrenzen toeneemt, stelt het agentschap het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hiervan onverwijld in kennis.

Amendement67

Voorstel voor een verordening

Artikel 14

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies aan de buitengrenzen

Gezamenlijke operaties aan de buitengrenzen

1.  Lidstaten kunnen het agentschap verzoeken gezamenlijke operaties op te zetten om toekomstige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, waaronder huidige of toekomstige dreigingen aan de buitengrenzen die het gevolg zijn van irreguliere immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit, of uitgebreidere technische en operationele bijstand te verlenen met het oog op de uitvoering van hun verplichtingen ten aanzien van het toezicht op de buitengrenzen.

1.  Lidstaten kunnen het agentschap verzoeken gezamenlijke operaties op te zetten om toekomstige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, waaronder irreguliere migratie, huidige of toekomstige dreigingen aan de buitengrenzen of grensoverschrijdende criminaliteit, zoals criminele mensensmokkel, mensenhandel en terrorisme, of uitgebreidere technische en operationele bijstand te verlenen met het oog op de uitvoering van hun verplichtingen ten aanzien van het toezicht op de buitengrenzen.

2.  Op verzoek van een lidstaat die geconfronteerd wordt met een situatie van specifieke en onevenredige druk, in het bijzonder de toestroom op bepaalde punten aan de buitengrenzen van grote aantallen onderdanen van derde landen die trachten illegaal het grondgebied van die lidstaat binnen te komen, kan het agentschap voor een beperkte periode een snelle grensinterventie opzetten op het grondgebied van die ontvangende lidstaat.

 

3.  Voor de evaluatie, de goedkeuring en de coördinatie van voorstellen van lidstaten voor gezamenlijke operaties is de uitvoerend directeur bevoegd. Voorafgaand aan gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies wordt een grondige, betrouwbare en actuele risicoanalyse verricht, zodat het agentschap de prioriteit van de voorgestelde gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie kan vaststellen, rekening houdend met het impactniveau voor de buitengrenssegmenten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 en de beschikbaarheid van middelen.

3.  Voor de evaluatie, de goedkeuring en de coördinatie van voorstellen van lidstaten voor gezamenlijke operaties is de uitvoerend directeur bevoegd. Voorafgaand aan gezamenlijke operaties wordt een grondige, betrouwbare en actuele risicoanalyse verricht, zodat het agentschap de prioriteit van de voorgestelde gezamenlijke operatie kan vaststellen, rekening houdend met het impactniveau voor de buitengrenssegmenten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 en de beschikbaarheid van middelen.

4.  Naar aanleiding van een advies van de raad van toezicht dat is opgesteld op basis van de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling en rekening houdend met de door het agentschap verrichte risicoanalyse en de analyselaag van het overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 opgestelde Europese situatiebeeld, doet de uitvoerend directeur een aanbeveling aan de betrokken lidstaat voor het initiëren van gezamenlijke acties of snelle grensinterventies. Het agentschap stelt zijn technische uitrusting ter beschikking van de ontvangende lidstaat of de deelnemende lidstaten.

4.  Naar aanleiding van een advies van de raad van advies dat is opgesteld op basis van de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling en rekening houdend met de door het agentschap verrichte risicoanalyse en de analyselaag van het overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 opgestelde Europese situatiebeeld, doet de uitvoerend directeur een aanbeveling aan de betrokken lidstaat voor het initiëren van gezamenlijke acties. Het agentschap stelt zijn technische uitrusting ter beschikking van de ontvangende lidstaat of de deelnemende lidstaten.

5.  De doelstellingen van een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie kunnen worden verwezenlijkt in het kader van een operatie met meerdere doelen, die zich kan uitstrekken tot het redden van personen die op zee in nood verkeren of andere kustwachttaken, het bestrijden van migrantensmokkel of mensenhandel, operaties ter bestrijding van drugssmokkel en taken op het gebied van migratiebeheer, zoals identificatie, registratie, debriefing en terugkeer.

5.  De doelstellingen van een gezamenlijke operatie kunnen worden verwezenlijkt in het kader van een operatie met meerdere doelen, die zich kan uitstrekken tot het redden van personen die op zee in nood verkeren of andere kustwachttaken, het bestrijden van criminele mensensmokkel, mensenhandel en operaties ter bestrijding van drugssmokkel in samenwerking met Europol, en taken op het gebied van migratiebeheer, zoals identificatie, registratie, debriefing en terugkeer.

Amendement68

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 - letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)   een beschrijving van de taken en speciale instructies voor de Europese grens- en kustwachtteams, onder meer over de vraag welke gegevensbanken in de ontvangende lidstaat mogen worden geraadpleegd en welke dienstwapens, munitie en uitrusting daar mogen worden gebruikt;

d)  een beschrijving van de taken en verantwoordelijkheden van en speciale instructies voor de Europese grens- en kustwachtteams, onder meer over de vraag welke gegevensbanken in de ontvangende lidstaat mogen worden geraadpleegd en welke dienstwapens, munitie en uitrusting daar mogen worden gebruikt;

Amendement69

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – letter d bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  een beschrijving van de gevolgen voor de grondrechten en de risico's van de gezamenlijke operatie;

Amendement70

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 - letter i

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)   een meldings- en evaluatieregeling met ijkpunten voor het evaluatieverslag en de uiterste datum voor het indienen van het definitieve evaluatieverslag;

i)  een meldings- en evaluatieregeling met ijkpunten voor het evaluatieverslag, onder meer inzake de bescherming van de grondrechten, en de uiterste datum voor het indienen van het definitieve evaluatieverslag;

Amendement71

Voorstel voor een verordening

Artikel 16

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Op verzoek van een lidstaat die geconfronteerd wordt met een situatie van specifieke en onevenredige druk, in het bijzonder de toestroom op bepaalde punten aan de buitengrenzen van grote aantallen onderdanen van derde landen die trachten op irreguliere wijze het grondgebied van die lidstaat binnen te komen, kan het agentschap voor een beperkte periode een snelle grensinterventie opzetten op het grondgebied van die ontvangende lidstaat.

1.  Een verzoek van een lidstaat om een snelle grensinterventie te starten, gaat vergezeld van een beschrijving van de situatie, de mogelijke doelen en de te verwachten behoeften. Indien nodig kan de uitvoerend directeur onmiddellijk deskundigen van het agentschap sturen om de situatie aan de buitengrenzen van de betrokken lidstaat te beoordelen.

1.  Een verzoek van een lidstaat om een snelle grensinterventie te starten, gaat vergezeld van een beschrijving van de situatie, de mogelijke doelen en de te verwachten behoeften. Indien nodig kan de uitvoerend directeur onmiddellijk deskundigen van het agentschap sturen om de situatie aan de buitengrenzen van de betrokken lidstaat te beoordelen.

2.  De uitvoerend directeur stelt de raad van bestuur onmiddellijk in kennis van een verzoek van een lidstaat om een snelle grensinterventie te starten.

2.  De uitvoerend directeur stelt de raad van bestuur onmiddellijk in kennis van een verzoek van een lidstaat om een snelle grensinterventie te starten.

3.  Bij de beslissing over het verzoek van een lidstaat houdt de uitvoerend directeur rekening met de resultaten van de door het agentschap verrichte risicoanalyses, de analyselaag van het overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 vastgestelde Europese situatiebeeld en de resultaten van de in artikel 12 bedoelde kwetsbaarheidsbeoordeling, alsook alle andere relevante informatie die door de betrokken lidstaat of een andere lidstaat is verstrekt.

3.  Bij de beslissing over het verzoek van een lidstaat houdt de uitvoerend directeur rekening met de resultaten van de door het agentschap verrichte risicoanalyses, de analyselaag van het overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 vastgestelde Europese situatiebeeld en de resultaten van de in artikel 12 bedoelde kwetsbaarheidsbeoordeling, alsook alle andere relevante informatie die door de betrokken lidstaat of een andere lidstaat is verstrekt.

4.  De uitvoerend directeur neemt zo spoedig mogelijk, uiterlijk twee werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek, een beslissing over het verzoek om een snelle grensinterventie te starten. De uitvoerend directeur stelt de betrokken lidstaat en de raad van bestuur gelijktijdig schriftelijk in kennis van zijn beslissing. In deze beslissing worden de voornaamste redenen vermeld waarop zij is gebaseerd.

4.  De uitvoerend directeur neemt zo spoedig mogelijk, uiterlijk twee werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek, een beslissing over het verzoek om een snelle grensinterventie te starten. De uitvoerend directeur stelt de betrokken lidstaat en de raad van bestuur gelijktijdig schriftelijk in kennis van zijn beslissing. In deze beslissing worden de voornaamste redenen vermeld waarop zij is gebaseerd.

5.  Indien de uitvoerend directeur beslist een snelle grensinterventie te starten, zet hij overeenkomstig artikel 19, lid 5, Europese grens- en kustwachtteams in uit de snel inzetbare reservepool en beslist hij zo nodig over de onmiddellijke versterking door een of meer Europese grens- en kustwachtteams overeenkomstig artikel 19, lid 6.

5.  Indien de uitvoerend directeur beslist een snelle grensinterventie te starten, zet hij overeenkomstig artikel 19, lid 5, Europese grens- en kustwachtteams in uit de snel inzetbare pool en beslist hij zo nodig over de onmiddellijke versterking door een of meer Europese grens- en kustwachtteams overeenkomstig artikel 19, lid 6.

6.  De uitvoerend directeur stelt samen met de ontvangende lidstaat onmiddellijk of in ieder geval uiterlijk drie werkdagen na de datum van de beslissing een operationeel plan op als bedoeld in artikel 15, lid 3.

6.  De uitvoerend directeur stelt samen met de ontvangende lidstaat onmiddellijk of in ieder geval uiterlijk drie werkdagen na de datum van de beslissing een operationeel plan op als bedoeld in artikel 15, lid 3.

7.  Zodra er overeenstemming is bereikt over het operationele plan, verzoekt de uitvoerend directeur de lidstaten om onmiddellijk de grenswachters in te zetten die deel uitmaken van de snel inzetbare reservepool. De uitvoerend directeur geeft aan hoeveel van de in de bestaande snel inzetbare reservepool opgenomen grenswachters elke lidstaat wordt gevraagd in te zetten en het profiel waaraan deze grenswachters moeten voldoen.

7.  Zodra er overeenstemming is bereikt over het operationele plan, verzoekt de uitvoerend directeur de lidstaten om onmiddellijk de grenswachters in te zetten die deel uitmaken van de snel inzetbare pool. De uitvoerend directeur geeft aan hoeveel van de in de bestaande snel inzetbare pool opgenomen grenswachters elke lidstaat wordt gevraagd in te zetten en het profiel waaraan deze grenswachters moeten voldoen.

8.  Tezelfdertijd stelt de uitvoerend directeur, indien dat noodzakelijk is, de lidstaten in kennis van het gevraagde aantal en het gewenste profiel van de grenswachters die als aanvulling worden ingezet, teneinde te voorzien in de onmiddellijke versterking van de Europese grens- en kustwachtteams die uit de snel inzetbare reservepool worden ingezet. Deze kennisgevingen worden schriftelijk verstrekt aan de nationale contactpunten onder vermelding van de voor het inzetten van de teams geplande datum. Er wordt hun tevens een kopie van het operationele plan verstrekt.

8.  Tezelfdertijd stelt de uitvoerend directeur, indien dat noodzakelijk is, de lidstaten in kennis van het gevraagde aantal en het gewenste profiel van de grenswachters die als aanvulling worden ingezet, teneinde te voorzien in de onmiddellijke versterking van de Europese grens- en kustwachtteams die uit de snel inzetbare pool worden ingezet. Deze kennisgevingen worden schriftelijk verstrekt aan de nationale contactpunten onder vermelding van de voor het inzetten van de teams geplande datum. Er wordt hun tevens een kopie van het operationele plan verstrekt.

9.  Indien de uitvoerend directeur afwezig of verhinderd is, worden de beslissingen inzake de inzet van teams uit de snel inzetbare reservepool en de aanvullende inzet van Europese grens- en kustwachtteams genomen door de plaatsvervangend uitvoerend directeur.

9.  Indien de uitvoerend directeur afwezig of verhinderd is, worden de beslissingen inzake de inzet van teams uit de snel inzetbare pool en de aanvullende inzet van Europese grens- en kustwachtteams genomen door de plaatsvervangend uitvoerend directeur.

10.  De lidstaten zien erop toe dat de aan de snel inzetbare reservepool toegewezen grenswachters zonder uitzondering onmiddellijk ter beschikking worden gesteld van het agentschap. De lidstaten stellen tevens op verzoek van het agentschap extra grenswachters ter beschikking voor inzet in Europese grens- en kustwachtteams, tenzij zij geconfronteerd worden met een uitzonderlijke situatie waardoor de uitvoering van nationale taken substantieel in het gedrang komt.

10.  De lidstaten zien erop toe dat de aan de snel inzetbare pool toegewezen grenswachters zonder uitzondering onmiddellijk ter beschikking worden gesteld van het agentschap, om volledige operationaliteit te waarborgen binnen drie werkdagen na de datum waarop overeenstemming is bereikt over het operationele plan. De lidstaten stellen tevens op verzoek van het agentschap extra grenswachters ter beschikking voor inzet in Europese grens- en kustwachtteams, tenzij zij geconfronteerd worden met een uitzonderlijke situatie waardoor de uitvoering van nationale taken substantieel in het gedrang komt.

11.  De teams uit de snel inzetbare reservepool worden ingezet uiterlijk drie werkdagen na de datum waarop de uitvoerend directeur en de ontvangende lidstaat overeenstemming hebben bereikt over het operationele plan. Extra Europese grens- en kustwachtteams worden indien nodig ingezet binnen vijf werkdagen na de inzet van de teams uit de snel inzetbare reservepool.

11.  De teams uit de snel inzetbare pool worden ingezet uiterlijk drie werkdagen na de datum waarop de uitvoerend directeur en de ontvangende lidstaat overeenstemming hebben bereikt over het operationele plan. Extra Europese grens- en kustwachtteams worden indien nodig ingezet binnen vijf werkdagen na de inzet van de teams uit de snel inzetbare pool.

Amendement72

Voorstel voor een verordening

Artikel 17

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien een lidstaat op bepaalde hotspotgebieden aan zijn buitengrens een onevenredige migratiedruk ondervindt als gevolg van een sterke instroom van migranten, kan die lidstaat verzoeken om operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer. De betrokken lidstaat dient een verzoek om versterking en een raming van zijn behoeften in bij het agentschap en andere relevante agentschappen van de Unie, in het bijzonder het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en Europol.

1.  Indien een lidstaat op bepaalde hotspotgebieden aan zijn buitengrenzen een onevenredige migratiedruk ondervindt als gevolg van een sterke instroom van migranten, kan die lidstaat verzoeken om operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer. De betrokken lidstaat dient een verzoek om versterking en een raming van zijn behoeften in bij het agentschap en andere relevante agentschappen van de Unie, in het bijzonder het EASO en Europol.

2.  De uitvoerend directeur beoordeelt in coördinatie met andere relevante agentschappen van de Unie het bijstandsverzoek van een lidstaat en de raming van zijn behoeften, met het oog op de vaststelling van een breed versterkingspakket, bestaande uit diverse door de relevante agentschappen van de Unie gecoördineerde activiteiten, waarmee de betrokken lidstaat moet instemmen.

2.  De uitvoerend directeur beoordeelt in coördinatie met andere relevante agentschappen van de Unie het bijstandsverzoek van een lidstaat en de raming van zijn behoeften, met het oog op de vaststelling van een breed versterkingspakket, bestaande uit diverse door de relevante agentschappen van de Unie gecoördineerde activiteiten, waarmee de betrokken lidstaat moet instemmen.

 

2 bis.  De Commissie is verantwoordelijk voor de coördinatie van vlotte samenwerking tussen de verschillende agentschappen en ondersteuningsteams voor migratiebeheer.

3.  De operationele en technische versterking die in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer wordt geboden door de Europese grens- en kustwachtteams, de Europese terugkeerinterventieteams en de deskundigen van het agentschap, kan omvatten:

3.  De operationele en technische versterking die in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer wordt geboden door de Europese grens- en kustwachtteams, de Europese terugkeerinterventieteams en de deskundigen van het agentschap, kan omvatten:

a)  het screenen van onderdanen van derde landen die aan de buitengrenzen aankomen, wat mede inhoudt de identificatie, registratie en debriefing van die onderdanen van derde landen en, indien de lidstaat daarom verzoekt, het nemen van hun vingerafdrukken;

a)  het bieden van ondersteuning bij het screenen van onderdanen van derde landen die aan de buitengrenzen aankomen, wat mede inhoudt de identificatie, registratie en debriefing van die onderdanen van derde landen en, indien de lidstaat daarom verzoekt, het nemen van hun vingerafdrukken, met volledige inachtneming van de grondrechten, en het verstrekken van informatie over het doel en de resultaten van alle procedures;

b)   het verstrekken van informatie aan personen die duidelijk internationale bescherming nodig hebben en personen die om herplaatsing verzoeken of kunnen verzoeken;

 

 

b bis)  het doorverwijzen van personen die internationale bescherming willen aanvragen naar asieldeskundigen van de nationale autoriteiten in de betrokken lidstaat of het EASO;

c)   het verlenen van technische en operationele bijstand, met inbegrip van het voorbereiden en organiseren van terugkeeroperaties.

c)  het verlenen van technische en operationele bijstand, met inbegrip van het voorbereiden en organiseren van terugkeeroperaties.

 

3 bis.  Ondersteuningsteams voor migratiebeheer moeten onder meer bestaan uit deskundigen op het gebied van kinderbescherming, mensenhandel, bescherming tegen vervolging op grond van geslacht en grondrechten.

4.  Het agentschap verleent de Commissie bijstand bij het coördineren van de activiteiten van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, in samenwerking met de andere relevante agentschappen van de Unie.

4.  Het agentschap verleent de Commissie bijstand bij het coördineren van de activiteiten van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, in samenwerking met de andere relevante agentschappen van de Unie.

 

4 bis.  Het agentschap ziet er in samenwerking met het EASO, het Bureau voor de grondrechten en andere relevante agentschappen van de Unie, en met de Commissie in een coördinerende rol, op toe dat deze activiteiten in overeenstemming zijn met het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en de grondrechten. Dit omvat de zorg voor opvang, hygiënische omstandigheden en voorzieningen waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van vrouwen en kinderen in de hotspotgebieden.

Amendement73

Voorstel voor een verordening

Artikel 18

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In gevallen waarin een lidstaat nalaat de nodige corrigerende maatregelen te treffen overeenkomstig een beslissing van de raad van bestuur als bedoeld in artikel 12, lid 6, of in geval van onevenredige migratiedruk aan de buitengrens waardoor de bewaking van de buitengrenzen zodanig onwerkzaam wordt dat de werking van het Schengengebied in gevaar komt, kan de Commissie, na raadpleging van het agentschap, door middel van een uitvoeringshandeling een besluit nemen tot vaststelling van de door het agentschap uit te voeren maatregelen, waarbij de betrokken lidstaat verplicht wordt medewerking te verlenen aan het agentschap bij de uitvoering van die maatregelen. Dergelijke uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 79, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

1.  In gevallen waarin een lidstaat nalaat de nodige corrigerende maatregelen te treffen overeenkomstig een beslissing als bedoeld in artikel 12, lid 5, of in geval van onevenredige migratiedruk aan de buitengrens waardoor de bewaking van de buitengrenzen zodanig onwerkzaam wordt dat de werking van het Schengengebied als ruimte zonder binnengrenstoezicht in gevaar komt, kan de Commissie, na raadpleging van het agentschap, bij de Raad een voorstel indienen voor een uitvoeringsbesluit tot vaststelling van de door het agentschap uit te voeren maatregelen, waarbij de betrokken lidstaat verplicht wordt medewerking te verlenen aan het agentschap bij de uitvoering van die maatregelen. Dat uitvoeringsbesluit wordt door de Raad vastgesteld met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met de werking van het Schengengebied stelt de Commissie volgens de in artikel 79, lid 5, bedoelde procedure uitvoeringshandelingen vast die onmiddellijk toepasselijk zijn.

 

 

De Raad komt na ontvangst van het voorstel van de Commissie onverwijld bijeen.

 

1 bis.  Indien zich een situatie voordoet die snel optreden vereist, wordt het Europees Parlement daarvan onverwijld in kennis gesteld, alsmede van alle verdere maatregelen en besluiten die in antwoord daarop genomen worden.

2.  Voor de toepassing van lid 1 bepaalt de Commissie dat het agentschap een of meer van de volgende maatregelen neemt:

2.  Voor de toepassing van lid 1 bepaalt de Commissie dat het agentschap een of meer van de volgende maatregelen neemt:

a)   organisatie en coördinatie van snelle grensinterventies en inzet van Europese grens- en kustwachtteams uit de snel inzetbare reservepool en indien nodig inzet van extra Europese grens- en kustwachtteams;

a)  organisatie en coördinatie van snelle grensinterventies en inzet van Europese grens- en kustwachtteams uit de snel inzetbare pool en indien nodig inzet van extra Europese grens- en kustwachtteams;

b)   inzet van Europese grens- en kustwachtteams in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden;

b)  inzet van Europese grens- en kustwachtteams in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspotgebieden;

c)   coördinatie van activiteiten ten behoeve van een of meer lidstaten en derde landen aan de buitengrenzen, waaronder gezamenlijke operaties met naburige derde landen;

c)  coördinatie van activiteiten ten behoeve van een of meer lidstaten en derde landen aan de buitengrenzen, waaronder gezamenlijke operaties met naburige derde landen;

d)   inzet van technische uitrusting;

d)  inzet van technische uitrusting;

e)   organisatie van terugkeerinterventies.

e)  organisatie van terugkeerinterventies.

3.  De uitvoerend directeur bepaalt, binnen twee werkdagen na de datum waarop het besluit van de Commissie is vastgesteld en op advies van de raad van toezicht, welke actie moet worden ondernomen voor de praktische uitvoering van de bij het besluit van de Commissie vastgestelde maatregelen, alsmede welke technische uitrusting en hoeveel grenswachters met welk profiel en hoeveel andere relevante personeelsleden benodigd zijn om de doelstellingen van het besluit te verwezenlijken.

3.  Binnen twee werkdagen na de datum waarop het besluit van de Raad is vastgesteld en op advies van de raad van advies:

 

a)  bepaalt de uitvoerend directeur welke actie moet worden ondernomen voor de praktische uitvoering van de bij het besluit van de Commissie vastgestelde maatregelen, alsmede welke technische uitrusting en hoeveel grenswachters met welk profiel en hoeveel andere relevante personeelsleden benodigd zijn om de doelstellingen van het besluit te verwezenlijken;

 

b)  dient de uitvoerend directeur bij de betrokken lidstaat een ontwerp van operationeel plan in.

4.  Tezelfdertijd dient de uitvoerend directeur binnen dezelfde termijn van twee werkdagen bij de betrokken lidstaat een ontwerp van een operationeel plan in. De uitvoerend directeur en de betrokken lidstaat stellen het operationele plan vast binnen twee werkdagen na de datum waarop het ontwerp is ingediend.

4.  De uitvoerend directeur en de betrokken lidstaat bereiken overeenstemming over het operationeel plan binnen twee werkdagen na de datum waarop het is ingediend.

5.  Voor de praktische uitvoering van de maatregelen in het besluit van de Commissie zet het agentschap onverwijld, doch uiterlijk binnen drie dagen na de vaststelling van het operationele plan, de noodzakelijke technische uitrusting en het noodzakelijke personeel in uit de in artikel 19, lid 5, bedoelde snel inzetbare reservepool. Extra technische uitrusting en Europese grens- en kustwachtteams worden indien nodig ingezet in een tweede fase, uiterlijk vijf werkdagen na de inzet van de teams uit de snel inzetbare reservepool.

5.  Voor de praktische uitvoering van de maatregelen in het besluit van de Raad zet het agentschap onverwijld, doch uiterlijk binnen drie dagen na de vaststelling van het operationele plan, de noodzakelijke technische uitrusting en het noodzakelijke personeel in uit de in artikel 19, lid 5, bedoelde snel inzetbare pool. Extra technische uitrusting en Europese grens- en kustwachtteams worden indien nodig ingezet in een tweede fase, uiterlijk vijf werkdagen na de inzet van de teams uit de snel inzetbare pool.

6.  Met het oog op de naleving van het besluit van de Commissie verleent de betrokken lidstaat onmiddellijk zijn medewerking aan het agentschap en onderneemt hij de nodige actie ter vergemakkelijking van de uitvoering van het besluit en de praktische uitvoering van de maatregelen die zijn vervat in het besluit en het met de uitvoerend directeur overeengekomen operationele plan.

6.  Met het oog op de naleving van het besluit van de Raad verleent de betrokken lidstaat onmiddellijk zijn medewerking aan het agentschap en onderneemt hij de nodige actie ter vergemakkelijking van de uitvoering van het besluit en de praktische uitvoering van de maatregelen die zijn vervat in het besluit en het met de uitvoerend directeur overeengekomen operationele plan.

7.  De lidstaten stellen de grenswachters en andere relevante personeelsleden ter beschikking die de uitvoerend directeur overeenkomstig lid 2 heeft bepaald. De lidstaten kunnen zich niet beroepen op een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 19, leden 3 en 6.

7.  De lidstaten stellen de grenswachters en andere relevante personeelsleden ter beschikking die de uitvoerend directeur overeenkomstig lid 2 heeft bepaald. De lidstaten kunnen zich niet beroepen op een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 19, leden 3 en 6.

 

7 bis.  De Commissie ziet toe op de correcte uitvoering van de bij het besluit van de Raad vastgestelde maatregelen en de met het oog hierop getroffen maatregelen van het agentschap en de lidstaten ter waarborging van een deugdelijk Europees grensbeheer.

Amendement74

Voorstel voor een verordening

Artikel 19

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap zet grenswachters en andere relevante personeelsleden in als leden van de Europese grens- en kustwachtteams voor gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer. Het agentschap kan ook deskundigen uit zijn eigen personeelsbestand inzetten.

1.  Het agentschap zet grenswachters en andere relevante personeelsleden in als leden van de Europese grens- en kustwachtteams voor gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer. Het agentschap kan ook deskundigen uit zijn eigen personeelsbestand inzetten.

2.  Op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur besluit de raad van bestuur bij absolute meerderheid van zijn stemgerechtigde leden over het totale aantal grenswachters dat aan de Europese grens- en kustwachtteams ter beschikking dient te worden gesteld en over de profielen van deze grenswachters. Dezelfde procedure geldt voor eventuele navolgende wijzigingen in de profielen en in de totale aantallen. De lidstaten dragen via een nationale pool opgebouwd op basis van de verschillende vastgestelde profielen bij tot de Europese grens- en kustwachtteams, door grenswachters aan te wijzen die beantwoorden aan de verlangde profielen.

2.  Op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur besluit de raad van bestuur bij absolute meerderheid van zijn stemgerechtigde leden over het totale aantal grenswachters dat aan de Europese grens- en kustwachtteams ter beschikking dient te worden gesteld en over de profielen van deze grenswachters. Dezelfde procedure geldt voor eventuele navolgende wijzigingen in de profielen en in de totale aantallen. De lidstaten dragen via een nationale pool opgebouwd op basis van de verschillende vastgestelde profielen bij tot de Europese grens- en kustwachtteams, door grenswachters aan te wijzen die beantwoorden aan de verlangde profielen.

3.  De bijdrage van de lidstaten betreffende het inzetten van hun grenswachters voor specifieke gezamenlijke operaties in het komende jaar wordt gepland op basis van jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en overeenkomsten tussen het agentschap en de lidstaten. Conform deze overeenkomsten stellen de lidstaten de grenswachters op verzoek van het agentschap ter beschikking voor inzet, tenzij ze geconfronteerd worden met een uitzonderlijke situatie waardoor de uitvoering van nationale taken aanzienlijk in het gedrang komt. Een dergelijk verzoek wordt ten minste 21 werkdagen voor de gewenste inzet ingediend.

3.  De bijdrage van de lidstaten betreffende het inzetten van hun grenswachters voor specifieke gezamenlijke operaties in het komende jaar wordt gepland op basis van jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en overeenkomsten tussen het agentschap en de lidstaten. Conform deze overeenkomsten stellen de lidstaten de grenswachters op verzoek van het agentschap ter beschikking voor inzet, tenzij ze geconfronteerd worden met een uitzonderlijke situatie waardoor de uitvoering van nationale taken aanzienlijk in het gedrang komt. Een dergelijk verzoek wordt ten minste 21 werkdagen voor de gewenste inzet ingediend. Indien een lidstaat zich beroept op een dergelijke uitzonderlijke situatie, deelt hij het agentschap de gedetailleerde redenen daarvoor, alsmede informatie over de situatie, mee in een schrijven, waarvan de inhoud wordt opgenomen in het verslag als bedoeld in lid 9.

4.  Met betrekking tot snelle grensinterventies besluit de raad van bestuur op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur van het agentschap met een meerderheid van driekwart van de stemmen over het minimale aantal grenswachters dat aan de snel inzetbare reservepool van Europese grens- en kustwachtteams ter beschikking dient te worden gesteld en over de profielen van deze grenswachters. Dezelfde procedure geldt voor eventuele navolgende wijzigingen in de profielen en in het totale aantal grenswachters van de snel inzetbare reservepool. De lidstaten dragen via een pool van nationale deskundigen opgebouwd op basis van de verschillende vastgestelde profielen bij tot de snel inzetbare reservepool, door grenswachters aan te wijzen die beantwoorden aan de verlangde profielen.

4.  Met betrekking tot snelle grensinterventies besluit de raad van bestuur op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur van het agentschap met een meerderheid van driekwart van de stemmen over het minimale aantal grenswachters dat aan de snel inzetbare pool van Europese grens- en kustwachtteams ter beschikking dient te worden gesteld en over de profielen van deze grenswachters. Dezelfde procedure geldt voor eventuele navolgende wijzigingen in de profielen en in het totale aantal grenswachters van de snel inzetbare pool. De lidstaten dragen via een pool van nationale deskundigen opgebouwd op basis van de verschillende vastgestelde profielen bij tot de snel inzetbare pool, door grenswachters aan te wijzen die beantwoorden aan de verlangde profielen.

5.  De snel inzetbare reservepool is een permanent instrument dat rechtstreeks ter beschikking staat van het agentschap en uit iedere lidstaat kan worden ingezet binnen drie werkdagen nadat tussen de uitvoerend directeur en de ontvangende lidstaat overeenstemming is bereikt over het operationele plan. Te dien einde stelt iedere lidstaat jaarlijks aan het agentschap een aantal grenswachters ter beschikking, waarbij dat aantal voor de lidstaten zonder land- of zeebuitengrenzen ten minste 3 % van hun personeel bedraagt en voor de lidstaten met land- of zeebuitengrenzen ten minste 2 % van hun personeel, met het oog op een totaal van ten minste 1 500 grenswachters die beantwoorden aan de in het besluit van de raad van bestuur vastgelegde profielen.

5.  De snel inzetbare pool is een permanent instrument dat rechtstreeks ter beschikking staat van het agentschap en uit iedere lidstaat kan worden ingezet binnen drie werkdagen nadat tussen de uitvoerend directeur en de ontvangende lidstaat overeenstemming is bereikt over het operationele plan. Te dien einde stelt iedere lidstaat jaarlijks aan het agentschap een aantal grenswachters ter beschikking, waarbij dat aantal voor de lidstaten zonder land- of zeebuitengrenzen ten minste 3 % van hun personeel bedraagt en voor de lidstaten met land- of zeebuitengrenzen ten minste 2 % van hun personeel, met het oog op een totaal van ten minste 1 500 grenswachters die beantwoorden aan de in het besluit van de raad van bestuur vastgelegde profielen. Het agentschap beoordeelt of de door de lidstaten voorgestelde grenswachters beantwoorden aan de vastgestelde profielen en beslist welke grenswachters er voor de snel inzetbare pool worden gekozen. Het agentschap heeft de bevoegdheid om een grenswachter uit de pool te verwijderen in geval van wangedrag of een inbreuk op de geldende voorschriften.

6.  Indien nodig wordt de inzet van Europese grens- en kustwachtteams uit de snel inzetbare reservepool onmiddellijk aangevuld met extra Europese grens- en kustwachtteams. Te dien einde delen de lidstaten op verzoek van het agentschap onmiddellijk mee hoeveel grenswachters uit hun nationale pool zij binnen vijf werkdagen vanaf het begin van de snelle grensinterventie beschikbaar kunnen stellen, evenals hun namen en profielen. De lidstaten stellen de grenswachters op verzoek van het agentschap ter beschikking voor inzet, tenzij ze geconfronteerd worden met een uitzonderlijke situatie waardoor de uitvoering van nationale taken aanzienlijk in het gedrang komt.

6.  Indien nodig wordt de inzet van Europese grens- en kustwachtteams uit de snel inzetbare pool onmiddellijk aangevuld met extra Europese grens- en kustwachtteams. Te dien einde delen de lidstaten op verzoek van het agentschap onmiddellijk mee hoeveel grenswachters uit hun nationale pool zij binnen vijf werkdagen vanaf het begin van de snelle grensinterventie beschikbaar kunnen stellen, evenals hun namen en profielen. De lidstaten stellen de grenswachters op verzoek van het agentschap ter beschikking voor inzet, tenzij ze geconfronteerd worden met een uitzonderlijke situatie waardoor de uitvoering van nationale taken aanzienlijk in het gedrang komt. Indien een lidstaat zich beroept op een dergelijke uitzonderlijke situatie, deelt hij het agentschap de gedetailleerde redenen daarvoor, alsmede informatie over de situatie, mee in een schrijven, waarvan de inhoud wordt opgenomen in het verslag als bedoeld in lid 9.

 

6 bis.  Indien in een bepaalde situatie een groter aantal grenswachters nodig is dan in de leden 5 en 6 is voorzien, stelt de uitvoerend directeur het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hiervan onverwijld in kennis. In een dergelijk geval beweegt de Europese Raad de lidstaten ertoe om toezeggingen te doen om het tekort aan te vullen.

7.  De lidstaten zorgen ervoor dat de door hen ter beschikking gestelde grenswachters en andere relevante personeelsleden beantwoorden aan de door de raad van bestuur vastgestelde profielen en aantallen. De duur van de inzet wordt vastgesteld door de lidstaat van herkomst, maar is in ieder geval niet korter dan 30 dagen.

7.  De lidstaten zorgen ervoor dat de door hen ter beschikking gestelde grenswachters en andere relevante personeelsleden beantwoorden aan de door de raad van bestuur vastgestelde profielen en aantallen. De duur van de inzet wordt vastgesteld door de lidstaat van herkomst, maar is in ieder geval niet korter dan 30 dagen.

8.  Het agentschap draagt bij tot de Europese grens- en kustbewakingsteams met bekwame grenswachters die door de lidstaten als nationale deskundigen bij het agentschap zijn gedetacheerd. De bijdrage die de lidstaten het volgende jaar leveren via detachering van hun grenswachters bij het agentschap, wordt bepaald op basis van jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en overeenkomsten tussen het agentschap en de lidstaten. Conform deze overeenkomsten stellen de lidstaten de grenswachters ter beschikking voor detachering, tenzij hierdoor de uitvoering van nationale taken aanzienlijk in het gedrang zou komen. In dergelijke situaties kunnen de lidstaten hun gedetacheerde grenswachters terugroepen.

8.  Het agentschap draagt bij tot de Europese grens- en kustbewakingsteams met bekwame grenswachters die door de lidstaten als nationale deskundigen bij het agentschap zijn gedetacheerd. De bijdrage die de lidstaten het volgende jaar leveren via detachering van hun grenswachters bij het agentschap, wordt bepaald op basis van jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en overeenkomsten tussen het agentschap en de lidstaten. Conform deze overeenkomsten stellen de lidstaten de grenswachters ter beschikking voor detachering, tenzij hierdoor de uitvoering van nationale taken aanzienlijk in het gedrang zou komen. In dergelijke situaties kunnen de lidstaten hun gedetacheerde grenswachters terugroepen.

Detacheringen kunnen plaatsvinden voor een periode van 12 maanden of langer, maar duren ten minste drie maanden. De gedetacheerde grenswachters worden als teamleden beschouwd en hebben de taken en bevoegdheden van teamleden. De lidstaat die de grenswachters detacheert wordt als de lidstaat van herkomst beschouwd.

Detacheringen kunnen plaatsvinden voor een periode van 12 maanden of langer, maar duren ten minste drie maanden. De gedetacheerde grenswachters worden als teamleden beschouwd en hebben de taken en bevoegdheden van teamleden. De lidstaat die de grenswachters detacheert wordt als de lidstaat van herkomst beschouwd. De tuchtprocedure van het agentschap is ook van toepassing op gedetacheerde grenswachters.

Ander tijdelijk personeel van het agentschap, dat niet gekwalificeerd is om taken van grenstoezicht te verrichten, wordt bij gezamenlijke operaties enkel ingezet voor coördinatietaken en maakt geen deel uit van de Europese grens- en kustwachtteams.

Ander tijdelijk personeel van het agentschap, dat niet gekwalificeerd is om taken van grenstoezicht te verrichten, wordt bij gezamenlijke operaties enkel ingezet voor coördinatietaken en maakt geen deel uit van de Europese grens- en kustwachtteams.

9.  Het agentschap deelt elk jaar aan het Europees Parlement mee hoeveel grenswachters elke lidstaat overeenkomstig dit artikel voor de Europese grens- en kustwachtteams beschikbaar heeft gesteld.

9.  Het agentschap deelt elk jaar aan het Europees Parlement mee hoeveel grenswachters elke lidstaat overeenkomstig dit artikel voor de Europese grens- en kustwachtteams beschikbaar heeft gesteld en hoeveel grenswachters er daadwerkelijk zijn ingezet. In dit verslag wordt vermeld welke lidstaten zich in het voorgaande jaar hebben beroepen op een uitzonderlijke situatie als bedoeld in de leden 3 en 6 en welke redenen en informatie zij in dit kader hebben verstrekt.

Amendement75

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Via zijn coördinerend functionaris kan het agentschap de ontvangende lidstaat zijn mening over de aan de Europese grens- en kustwachtteams gegeven instructies verschaffen. De ontvangende lidstaat houdt rekening met deze mening en geeft er voor zover mogelijk gevolg aan.

2.  Via zijn coördinerend functionaris kan het agentschap de ontvangende lidstaat zijn mening over de aan de Europese grens- en kustwachtteams gegeven instructies verschaffen. Indien het agentschap bedenkingen heeft ten aanzien van de aan de Europese grens- en kustwachtteams gegeven instructies geeft het hierover zijn mening. De ontvangende lidstaat houdt rekening met deze mening en geeft er voor zover mogelijk gevolg aan.

Amendement76

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De leden van de teams eerbiedigen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden ten volle de grondrechten, waaronder de toegang tot asielprocedures, en de menselijke waardigheid. De maatregelen die zij nemen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden staan in verhouding tot het doel van die maatregelen. Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen zij niet discrimineren op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

4.  De leden van de teams eerbiedigen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden ten volle de grondrechten, waaronder de toegang tot asielprocedures, en de menselijke waardigheid. De maatregelen die zij nemen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden staan in verhouding tot het doel van die maatregelen. Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen zij niet discrimineren op grond van gender, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

Amendement77

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3 - letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  toe te zien op de correcte uitvoering van het operationele plan;

(b)  toe te zien op de correcte uitvoering van het operationele plan, met inbegrip van de bescherming van de grondrechten;

Amendement78

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3 - letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  aan het agentschap verslag uit te brengen over aspecten in verband met het bieden van voldoende waarborgen door de ontvangende lidstaat om de bescherming van de grondrechten tijdens de gehele duur van de gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie te garanderen;

(d)  toe te zien op de toepassing van bestaande en toekomstige maatregelen van de Unie in verband met het beheer van de buitengrenzen en de eerbiediging van de grondrechten tijdens grensbeheeractiviteiten en dit te bevorderen, en aan het agentschap verslag uit te brengen over aspecten in verband met het bieden van voldoende waarborgen door de ontvangende lidstaat om de bescherming van de grondrechten tijdens de gehele duur van de gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie te garanderen;

Amendement79

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De gedetailleerde voorschriften voor de betaling van de dagvergoeding van de leden van de Europese grens- en kustwachtteams worden vastgesteld en indien nodig bijgewerkt door de raad van bestuur.

2.  De gedetailleerde voorschriften voor de betaling van de dagvergoeding van de leden van de Europese grens- en kustwachtteams worden vastgesteld en indien nodig bijgewerkt door de raad van bestuur op voorstel van de Commissie.

Amendement80

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Opschorting of beëindiging van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies

Opschorting of beëindiging van activiteiten

Amendement81

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De uitvoerend directeur trekt de financiering van een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie in, of neemt een beslissing tot gehele of gedeeltelijke opschorting of beëindiging van een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie, wanneer hij of zij van oordeel is dat er sprake is van schendingen van de grondrechten of de internationale verplichtingen op het gebied van bescherming die ernstig zijn of waarschijnlijk zullen voortduren.

3.  De uitvoerend directeur trekt, in samenwerking met de grondrechtenfunctionaris, de financiering van een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie, een proefproject, ondersteuningsteams voor migratiebeheer, een terugkeeroperatie, terugkeerinterventie of werkafspraak in, of neemt een beslissing tot gehele of gedeeltelijke opschorting of beëindiging van dergelijke activiteiten, wanneer hij of zij van oordeel is dat er sprake is van schendingen van de grondrechten of de internationale verplichtingen op het gebied van bescherming die ernstig zijn of waarschijnlijk zullen voortduren. Daartoe stelt het agentschap de criteria vast die leiden tot een beslissing tot opschorting, beëindiging of intrekking van financiering voor bovengenoemde activiteiten en maakt het deze criteria bekend.

Amendement82

Voorstel voor een verordening

Artikel 25

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Evaluatie van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies

Evaluatie van activiteiten

De uitvoerend directeur evalueert de resultaten van de gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies en geeft de gedetailleerde evaluatieverslagen binnen 60 dagen na het einde van deze operaties en projecten door aan de raad van bestuur, vergezeld van de opmerkingen van de grondrechtenfunctionaris. Het agentschap maakt een volledige vergelijkende analyse van deze resultaten met het oog op de verbetering van de kwaliteit, samenhang en doeltreffendheid van toekomstige gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, en neemt deze analyse op in het geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag van het agentschap.

De uitvoerend directeur evalueert de resultaten van de gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, proefprojecten, ondersteuningsteams voor migratiebeheer, terugkeeroperaties, terugkeerinterventies en operationele samenwerking met derde landen en geeft de gedetailleerde evaluatieverslagen binnen 60 dagen na het einde van deze activiteiten door aan de raad van bestuur, vergezeld van de opmerkingen van de grondrechtenfunctionaris. Het agentschap maakt een volledige vergelijkende analyse van deze resultaten met het oog op de verbetering van de kwaliteit, samenhang en doeltreffendheid van toekomstige activiteiten, en neemt deze analyse op in het jaarlijks activiteitenverslag van het agentschap.

Amendement83

Voorstel voor een verordening

Artikel 26

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Terugkeerbureau

Terugkeer

1.  Het terugkeerbureau is bevoegd voor de uitvoering van de met terugkeer verband houdende activiteiten van het agentschap, met inachtneming van de grondrechten en de algemene beginselen van het recht van de Unie en het internationaal recht, waaronder de verplichtingen inzake de bescherming van vluchtelingen en de mensenrechten. Het terugkeerbureau heeft met name tot taak:

1.  Wat de terugkeer betreft heeft het agentschap, met inachtneming van de grondrechten en de algemene beginselen van het recht van de Unie en het internationaal recht, waaronder de verplichtingen inzake de bescherming van vluchtelingen en de grondrechten, inclusief kinderrechten, met name tot taak:

(a)   op technisch en operationeel niveau de terugkeeractiviteiten van de lidstaten te coördineren, om tot een geïntegreerd systeem voor het beheer van terugkeer te komen bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, in samenwerking met relevante autoriteiten van derde landen en andere relevante belanghebbenden;

(a)  op technisch en operationeel niveau de terugkeeractiviteiten van de lidstaten, met inbegrip van vrijwillige terugkeer, te coördineren, om tot een geïntegreerd systeem voor het beheer van terugkeer te komen bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, in samenwerking met relevante autoriteiten van derde landen en andere relevante belanghebbenden;

(b)   operationele bijstand te bieden aan lidstaten wier terugkeersystemen onder bijzondere druk staan;

(b)  technische en operationele bijstand te bieden aan lidstaten wier terugkeersystemen onder bijzondere druk staan;

(c)   het gebruik van relevante IT-systemen te coördineren en bijstand te verlenen inzake consulaire samenwerking voor het identificeren van onderdanen van derde landen en het verkrijgen van reisdocumenten, terugkeeroperaties te organiseren en te coördineren en ondersteuning te bieden voor vrijwillig vertrek;

(c)  het gebruik van relevante IT-systemen te coördineren en bijstand aan de lidstaten te verlenen inzake consulaire samenwerking voor het identificeren van onderdanen van derde landen en het verkrijgen van reisdocumenten, zonder te vermelden of de onderdaan van het derde land asiel heeft aangevraagd, terugkeeroperaties te organiseren en te coördineren en ondersteuning te bieden voor vrijwillig vertrek in samenwerking met de lidstaten;

(d)   de met terugkeer verband houdende activiteiten van het agentschap te coördineren zoals uiteengezet in deze verordening;

 

(e)   activiteiten te organiseren, te bevorderen en te coördineren die de uitwisseling van informatie en de inventarisering en bundeling van beste praktijken inzake terugkeer tussen de lidstaten mogelijk maken;

(e)  activiteiten te organiseren, te bevorderen en te coördineren die de uitwisseling van informatie en de inventarisering en bundeling van beste praktijken inzake terugkeer tussen de lidstaten mogelijk maken;

(f)   de in dit hoofdstuk bedoelde operaties, interventies en activiteiten te financieren of te medefinancieren via subsidies die overeenkomstig de voor het agentschap geldende financiële regels uit zijn begroting worden toegekend.

(f)  de in dit hoofdstuk bedoelde operaties, interventies en activiteiten te financieren of te medefinancieren uit zijn begroting en via overeenkomsten, in overeenstemming met de voor het agentschap geldende financiële regels.

2.   De in lid 1, onder b), bedoelde operationele bijstand omvat maatregelen om de lidstaten te helpen via hun bevoegde nationale autoriteiten terugkeerprocedures uit te voeren, met name:

2.  De in lid 1, onder b), bedoelde operationele bijstand omvat maatregelen om de lidstaten te helpen via hun bevoegde nationale autoriteiten terugkeerprocedures uit te voeren, met name:

(a)   vertolkingsdiensten;

(a)  vertolkingsdiensten;

(b)   informatie over derde landen van terugkeer;

(b)  informatie over derde landen van terugkeer, in samenwerking met andere organen, bureaus en agentschappen van de Unie, met inbegrip van het EASO;

(c)   advies over de behandeling en het beheer van terugkeerprocedures overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG;

(c)  advies over de behandeling en het beheer van terugkeerprocedures overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG;

(d)   bijstand met betrekking tot maatregelen die nodig zijn om te garanderen dat terugkeerders beschikbaar zijn voor terugkeer en om te vermijden dat terugkeerders onderduiken.

(d)  bijstand met betrekking tot maatregelen die nodig zijn om te garanderen dat terugkeerders beschikbaar zijn voor terugkeer en om te vermijden dat terugkeerders onderduiken, overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG en het internationaal recht.

3.  Het terugkeerbureau moet synergieën tot stand brengen en door de Unie gefinancierde netwerken en programma's op het gebied van terugkeer aan elkaar koppelen, in nauwe samenwerking met de Europese Commissie en het Europees Migratienetwerk.

3.  Het agentschap moet synergieën tot stand brengen en door de Unie gefinancierde netwerken en programma's op het gebied van terugkeer aan elkaar koppelen, in nauwe samenwerking met de Europese Commissie en het Europees Migratienetwerk.

4.  Het agentschap kan de financiële middelen van de Unie gebruiken die op het gebied van terugkeer beschikbaar zijn. Het agentschap zorgt ervoor dat bij subsidieovereenkomsten met de lidstaten de onverkorte inachtneming van het Handvest van de grondrechten als voorwaarde geldt voor financiële steun.

4.  Het agentschap kan de financiële middelen van de Unie gebruiken die op het gebied van terugkeer beschikbaar zijn. Het agentschap zorgt ervoor dat bij subsidieovereenkomsten met de lidstaten de onverkorte inachtneming van het Handvest als voorwaarde geldt voor financiële steun.

Amendement84

Voorstel voor een verordening

Artikel 27

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG, en zonder terugkeerbesluiten inhoudelijk te beoordelen, verleent het agentschap de nodige bijstand en zorgt het op verzoek van een of meerdere deelnemende lidstaten voor de coördinatie of de organisatie van terugkeeroperaties, onder meer door voor dergelijke operaties vliegtuigen te huren. Het agentschap mag op eigen initiatief de lidstaten voorstellen de terugkeeroperaties te coördineren of te organiseren.

1.  Overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG, en zonder terugkeerbesluiten inhoudelijk te beoordelen, verleent het agentschap de nodige bijstand en zorgt het op verzoek van een of meerdere deelnemende lidstaten voor de coördinatie of de organisatie van terugkeeroperaties, onder meer door voor dergelijke operaties vliegtuigen te huren.

2.  De lidstaten stellen het agentschap ten minste elke maand op de hoogte van hun geplande nationale terugkeeroperaties en van de hulp of coördinatie die zij nodig hebben van het agentschap. Het agentschap stelt een voortschrijdend operationeel plan op om de lidstaten die daarom verzoeken de nodige operationele versterking te bieden, waaronder technische uitrusting. Het agentschap kan op eigen initiatief in het voortschrijdend operationeel plan de data en bestemmingen opnemen van terugkeeroperaties die het op basis van een behoefteanalyse nodig acht. De raad van bestuur beslist op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur over de modus operandi van het voortschrijdend operationeel plan.

2.  De lidstaten stellen het agentschap ten minste elke maand op de hoogte van hun geplande nationale terugkeeroperaties en van de hulp of coördinatie die zij nodig hebben van het agentschap. Het agentschap stelt een voortschrijdend operationeel plan op om de lidstaten die daarom verzoeken de nodige operationele versterking te bieden, waaronder technische uitrusting. Het agentschap kan op eigen initiatief in het voortschrijdend operationeel plan de data en bestemmingen opnemen van terugkeeroperaties die het op basis van een behoefteanalyse nodig acht. De raad van bestuur beslist op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur over de modus operandi van het voortschrijdend operationeel plan.

3.  Het agentschap kan de noodzakelijke bijstand verlenen en kan op verzoek van de deelnemende lidstaten of op eigen initiatief de coördinatie of de organisatie voorstellen van terugkeeroperaties waarvoor de vervoermiddelen en de begeleiders voor gedwongen terugkeer door een derde land van terugkeer ter beschikking worden gesteld ("terugkeeroperaties waarbij personen worden opgehaald"). De deelnemende lidstaten en het agentschap zorgen ervoor dat de eerbiediging van de grondrechten en het evenredige gebruik van dwangmaatregelen gedurende de volledige verwijderingsoperatie zijn gegarandeerd. Ten minste een vertegenwoordiger van een lidstaat en een toezichthouder voor gedwongen terugkeer van de bij artikel 28 ingestelde pool zijn aanwezig gedurende de volledige terugkeeroperatie, tot aankomst in het derde land van terugkeer.

3.  Het agentschap kan de noodzakelijke bijstand verlenen en kan op verzoek van de deelnemende lidstaten of op eigen initiatief de coördinatie of de organisatie voorstellen van terugkeeroperaties waarvoor de vervoermiddelen en de begeleiders voor gedwongen terugkeer door een derde land van terugkeer ter beschikking worden gesteld ("terugkeeroperaties waarbij personen worden opgehaald"). De deelnemende lidstaten en het agentschap zorgen ervoor dat de eerbiediging van de grondrechten, het beginsel van non-refoulement en het evenredige gebruik van dwangmaatregelen gedurende de volledige verwijderingsoperatie zijn gegarandeerd. Ten minste een vertegenwoordiger van een lidstaat en een toezichthouder voor gedwongen terugkeer van de bij artikel 28 ingestelde pool zijn aanwezig gedurende de volledige terugkeeroperatie, tot aankomst in het derde land van terugkeer.

4.  Het agentschap kan de noodzakelijke bijstand verlenen en kan op verzoek van de deelnemende lidstaten of een derde land of op eigen initiatief de coördinatie of de organisatie voorstellen van terugkeeroperaties waarbij een aantal terugkeerders ten aanzien van wie een derde land een terugkeerbesluit heeft genomen, van dit derde land aan een ander derde land van terugkeer worden overgedragen ("gemengde terugkeeroperaties"), op voorwaarde dat het derde land dat het terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is gebonden. De deelnemende lidstaten en het agentschap moeten ervoor zorgen dat de eerbiediging van de grondrechten en het evenredige gebruik van dwangmaatregelen gedurende de volledige verwijderingsoperatie zijn gegarandeerd, met name door de aanwezigheid van toezichthouders voor gedwongen terugkeer en gedwongenterugkeerbegeleiders van derde landen.

 

5.  Op iedere terugkeeroperatie wordt toezicht uitgeoefend overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Richtlijn 2008/115/EG. Het toezicht op terugkeeroperaties vindt plaats op basis van objectieve en transparante criteria en bestrijkt de hele terugkeeroperatie, van de fase voorafgaand aan het vertrek tot en met de overdracht van de terugkeerders in het derde land van terugkeer.

5.  Op iedere terugkeeroperatie wordt toezicht uitgeoefend overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Richtlijn 2008/115/EG. Het toezicht op gedwongen terugkeeroperaties vindt plaats wordt verricht door de toezichthouder voor gedwongen terugkeer op basis van objectieve en transparante criteria en bestrijkt de hele terugkeeroperatie, van de fase voorafgaand aan het vertrek tot en met de overdracht van de terugkeerders in het derde land van terugkeer. De toezichthouder voor gedwongen terugkeer legt een verslag over een operatie over aan de uitvoerend directeur, de grondrechtenfunctionaris en de bevoegde nationale autoriteiten van alle lidstaten die bij die operatie zijn betrokken. Passende follow-up wordt verricht door de uitvoerend directeur respectievelijk de bevoegde nationale autoriteiten.

6.  Het agentschap financiert of medefinanciert terugkeeroperaties via subsidies die overeenkomstig de voor het agentschap geldende financiële regels uit zijn begroting worden toegekend en geeft prioriteit aan terugkeeroperaties die door meer dan een lidstaat of uit hotspotgebieden worden uitgevoerd.

6.  Het agentschap financiert of medefinanciert terugkeeroperaties uit zijn begroting en via overeenkomsten overeenkomstig de voor het agentschap geldende financiële regels en geeft prioriteit aan terugkeeroperaties die door meer dan een lidstaat of uit hotspotgebieden worden uitgevoerd.

 

6 bis.  Het agentschap mag geen terugkeeroperaties of -interventies coördineren, organiseren of voorstellen naar derde landen waar aan de hand van een risicoanalyse of verslagen van instellingen van de Unie, de EDEO of agentschappen van de Unie is gebleken dat er risico's bestaan dat de grondrechten worden geschonden of dat er ernstige tekortkomingen zijn vastgesteld.

Amendement85

Voorstel voor een verordening

Artikel 28

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap stelt uit de nationale bevoegde organen een pool samen van begeleiders voor gedwongen terugkeer die overeenkomstig artikel 8, lid 4, en artikel 5 van Richtlijn 2008/115/EG terugkeeroperaties uitvoeren en overeenkomstig artikel 35 zijn opgeleid.

1.  Het agentschap stelt, na raadpleging van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, uit de nationale bevoegde organen een pool samen van toezichthouders voor gedwongen terugkeer die overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Richtlijn 2008/115/EG toezicht op de gedwongen terugkeer uitoefenen en overeenkomstig artikel 35 zijn opgeleid.

2.  De uitvoerend directeur bepaalt hoeveel begeleiders voor gedwongen terugkeer aan deze pool ter beschikking moeten worden gesteld en wat hun profiel is. Dezelfde procedure geldt voor eventuele navolgende wijzigingen in hun profiel en aantal. De lidstaten dragen bij tot deze pool door begeleiders voor gedwongen terugkeer aan te wijzen die aan het vastgestelde profiel beantwoorden.

2.  De uitvoerend directeur bepaalt hoeveel toezichthouders voor gedwongen terugkeer aan deze pool ter beschikking moeten worden gesteld en wat hun profiel is. Dezelfde procedure geldt voor eventuele navolgende wijzigingen in hun profiel en aantal. De lidstaten dragen bij tot deze pool door toezichthouders voor gedwongen terugkeer aan te wijzen die aan het vastgestelde profiel beantwoorden. Toezichthouders voor gedwongen terugkeer met specifieke expertise op het gebied van kinderbescherming worden in de pool opgenomen.

3.  Het agentschap stelt de toezichthouders voor gedwongen terugkeer op verzoek ter beschikking aan deelnemende lidstaten om namens deze lidstaten toezicht te houden op de correcte uitvoering van de terugkeeroperatie en deel te nemen aan terugkeerinterventies.

3.  Het agentschap stelt de toezichthouders voor gedwongen terugkeer op verzoek ter beschikking aan deelnemende lidstaten om namens deze lidstaten toezicht te houden op de correcte uitvoering van de terugkeeroperatie en deel te nemen aan terugkeerinterventies. Het stelt toezichthouders voor gedwongen terugkeer met specifieke expertise op het gebied van kinderbescherming beschikbaar voor alle terugkeeroperaties waar kinderen bij zijn betrokken.

 

3 bis.  De toezichthouders voor gedwongen terugkeer blijven gedurende een terugkeeroperatie of een terugkeerinterventie onderworpen aan de disciplinaire maatregelen van hun lidstaat van herkomst.

Amendement86

Voorstel voor een verordening

Artikel 29

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap stelt uit de nationale bevoegde organen een pool samen van begeleiders voor gedwongen terugkeer die overeenkomstig artikel 8, lid 4, en artikel 5 van Richtlijn 2008/115/EG terugkeeroperaties uitvoeren en overeenkomstig artikel 35 zijn opgeleid.

1.  Het agentschap stelt uit de nationale bevoegde organen een pool samen van begeleiders voor gedwongen terugkeer die overeenkomstig artikel 8, lid 4, en artikel 5 van Richtlijn 2008/115/EG terugkeeroperaties uitvoeren en overeenkomstig artikel 35 zijn opgeleid.

2.  De uitvoerend directeur bepaalt hoeveel begeleiders voor gedwongen terugkeer aan deze pool ter beschikking moeten worden gesteld en wat hun profiel is. Dezelfde procedure geldt voor eventuele navolgende wijzigingen in hun profiel en aantal. De lidstaten dragen bij tot deze pool door begeleiders voor gedwongen terugkeer aan te wijzen die aan het vastgestelde profiel beantwoorden.

2.  De uitvoerend directeur bepaalt hoeveel begeleiders voor gedwongen terugkeer aan deze pool ter beschikking moeten worden gesteld en wat hun profiel is. Dezelfde procedure geldt voor eventuele navolgende wijzigingen in hun profiel en aantal. De lidstaten dragen bij tot deze pool door begeleiders voor gedwongen terugkeer aan te wijzen die aan het vastgestelde profiel beantwoorden. Toezichthouders voor gedwongen terugkeer met specifieke expertise op het gebied van kinderbescherming worden in de pool opgenomen.

3.  Het agentschap stelt de begeleiders voor gedwongen terugkeer op verzoek ter beschikking aan deelnemende lidstaten om namens deze lidstaten terugkeerders te begeleiden en deel te nemen aan terugkeerinterventies.

3.  Het agentschap stelt de begeleiders voor gedwongen terugkeer op verzoek ter beschikking aan deelnemende lidstaten om namens deze lidstaten terugkeerders te begeleiden en deel te nemen aan terugkeeroperaties en -interventies. Het stelt begeleiders voor gedwongen terugkeer met specifieke expertise op het gebied van kinderbescherming beschikbaar voor alle terugkeeroperaties waar kinderen bij zijn betrokken.

 

3 bis.  De begeleiders voor gedwongen terugkeer blijven gedurende een terugkeeroperatie of een terugkeerinterventie onderworpen aan de disciplinaire maatregelen van hun lidstaat van herkomst.

Amendement87

Voorstel voor een verordening

Artikel 30

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap stelt uit de nationale bevoegde organen en het personeel van het agentschap een pool samen van terugkeerspecialisten die beschikken over de vaardigheden en kennis die nodig zijn voor het uitvoeren van met terugkeer verband houdende activiteiten en overeenkomstig artikel 35 zijn opgeleid. Deze specialisten worden ter beschikking gesteld voor de uitvoering van specifieke taken zoals de identificatie van bepaalde groepen onderdanen van derde landen, het verkrijgen van reisdocumenten van derde landen en het faciliteren van consulaire samenwerking.

1.  Het agentschap stelt uit de nationale bevoegde organen en het personeel van het agentschap een pool samen van terugkeerspecialisten die beschikken over de vaardigheden en kennis die nodig zijn voor het uitvoeren van met terugkeer verband houdende activiteiten en overeenkomstig artikel 35 zijn opgeleid. Deze specialisten worden ter beschikking gesteld voor de uitvoering van specifieke taken zoals de identificatie van bepaalde groepen onderdanen van derde landen, het verkrijgen van reisdocumenten van derde landen en het faciliteren van consulaire samenwerking.

2.  De uitvoerend directeur bepaalt hoeveel begeleiders voor gedwongen terugkeer aan deze pool ter beschikking moeten worden gesteld en wat hun profiel is. Dezelfde procedure geldt voor eventuele navolgende wijzigingen in hun profiel en aantal. De lidstaten dragen bij tot deze pool door de specialisten aan te wijzen die aan het vastgestelde profiel beantwoorden.

2.  De uitvoerend directeur bepaalt hoeveel begeleiders voor gedwongen terugkeer aan deze pool ter beschikking moeten worden gesteld en wat hun profiel is. Dezelfde procedure geldt voor eventuele navolgende wijzigingen in hun profiel en aantal. De lidstaten dragen bij tot deze pool door de specialisten aan te wijzen die aan het vastgestelde profiel beantwoorden. Specialisten op het gebied van terugkeer met specifieke expertise op het gebied van kinderbescherming worden in de pool opgenomen.

3.  Het agentschap stelt de specialisten op verzoek ter beschikking van aan terugkeeroperaties deelnemende lidstaten om mee te werken aan terugkeerinterventies.

3.  Het agentschap stelt de specialisten op verzoek ter beschikking van de lidstaten. Het stelt specialisten op het gebied van terugkeer met specifieke expertise op het gebied van kinderbescherming beschikbaar voor alle terugkeeroperaties waar kinderen bij zijn betrokken.

 

3 bis.  De specialisten op het gebied van terugkeer blijven gedurende een terugkeeroperatie of een terugkeerinterventie onderworpen aan de disciplinaire maatregelen van hun lidstaat van herkomst.

Amendement88

Voorstel voor een verordening

Artikel 32

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer een lidstaat met grote druk worden geconfronteerd bij de uitvoering van de verplichting om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG te doen terugkeren, levert het agentschap op verzoek van een of meer lidstaten passende technische en operationele bijstand in de vorm van een terugkeerinterventie. Deze interventie kan bestaan uit de inzet van Europese terugkeerinterventieteams in de ontvangende lidstaten en de organisatie van terugkeeroperaties uit de ontvangende lidstaten. De lidstaten stellen het agentschap regelmatig in kennis van hun behoeften op het gebied van technische en operationele bijstand en het agentschap stelt op basis daarvan een voortschrijdend plan voor terugkeerinterventies op.

1.  Wanneer een lidstaat met grote druk worden geconfronteerd bij de uitvoering van de verplichting om onderdanen van derde landen voor wie een door een lidstaat uitgevaardigd terugkeerbesluit geldt overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG te doen terugkeren, levert het agentschap op verzoek van een of meer lidstaten passende technische en operationele bijstand in de vorm van een terugkeerinterventie of een snelle terugkeerinterventie. Deze interventie kan bestaan uit de inzet of de snelle inzet van Europese terugkeerinterventieteams in de ontvangende lidstaten en de organisatie van terugkeeroperaties uit de ontvangende lidstaten. De lidstaten stellen het agentschap regelmatig in kennis van hun behoeften op het gebied van technische en operationele bijstand en het agentschap stelt op basis daarvan een voortschrijdend plan voor terugkeerinterventies op.

2.  Wanneer een lidstaat met specifieke en onevenredige druk worden geconfronteerd bij de uitvoering van de verplichting om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG te doen terugkeren, levert het agentschap op verzoek van een of meer lidstaten passende technische en operationele bijstand in de vorm van een snelle terugkeerinterventie. Het agentschap kan op eigen initiatief voorstellen de lidstaten dergelijke technische en operationele bijstand te bieden. Een snelle terugkeerinterventie kan bestaan uit de inzet van Europese terugkeerinterventieteams in de ontvangende lidstaten en de organisatie van terugkeeroperaties uit de ontvangende lidstaten.

 

3.  De uitvoerend directeur stelt in overleg met de ontvangende lidstaten en de lidstaten die bereid zijn om aan de terugkeerinterventie deel te nemen, onverwijld een operationeel plan op.

3.  De uitvoerend directeur stelt in overleg met de ontvangende lidstaten en de lidstaten die bereid zijn om aan de terugkeerinterventie deel te nemen, onverwijld een operationeel plan op. Artikel 15 is mutatis mutandis van toepassing.

4.  Het operationele plan is bindend voor het agentschap, de ontvangende lidstaten en de deelnemende lidstaten, en behelst alle aspecten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de terugkeerinterventie, met name de beschrijving van de situatie, de doelstellingen, het tijdstip van aanvang en de te verwachten duur van de interventie, het geografische toepassingsgebied en de mogelijke inzet in derde landen, de samenstelling van de Europese terugkeerinterventieteams, logistieke informatie, financiële bepalingen, en voorwaarden voor samenwerking met derde landen, andere agentschappen en organen van de Unie en relevante internationale en niet-gouvernementele organisaties. Voor wijzigingen of aanpassingen van het operationele plan is de instemming van de uitvoerend directeur, de ontvangende lidstaat en de deelnemende lidstaten vereist. Het agentschap zendt onmiddellijk een kopie van het gewijzigde of aangepaste operationele plan toe aan de betrokken lidstaten en de raad van bestuur.

4.  Het operationele plan is bindend voor het agentschap, de ontvangende lidstaten en de deelnemende lidstaten, en behelst alle aspecten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de terugkeerinterventie, met name de beschrijving van de situatie, de doelstellingen, het tijdstip van aanvang en de te verwachten duur van de interventie, het geografische toepassingsgebied en de mogelijke inzet in derde landen, de samenstelling van de Europese terugkeerinterventieteams, logistieke informatie, financiële bepalingen, en voorwaarden voor samenwerking met derde landen, andere agentschappen en organen van de Unie en relevante internationale en niet-gouvernementele organisaties. Voor wijzigingen of aanpassingen van het operationele plan is de instemming van de uitvoerend directeur, de ontvangende lidstaat en de deelnemende lidstaten vereist. Het agentschap zendt onmiddellijk een kopie van het gewijzigde of aangepaste operationele plan toe aan de betrokken lidstaten en de raad van bestuur.

5.  De uitvoerend directeur neemt zo snel mogelijk een besluit over het operationele plan, en in het in lid 2 bedoelde geval binnen vijf werkdagen. Het besluit wordt onmiddellijk schriftelijk ter kennis gebracht van de betrokken lidstaten en de raad van bestuur.

5.  De uitvoerend directeur neemt zo snel mogelijk een besluit over het operationele plan, en in het in lid 2 bedoelde geval binnen vijf werkdagen. Het besluit wordt onmiddellijk schriftelijk ter kennis gebracht van de betrokken lidstaten en de raad van bestuur.

6.  Het agentschap financiert of medefinanciert terugkeerinterventies via subsidies die overeenkomstig de voor het agentschap geldende financiële regels uit zijn begroting worden toegekend.

6.  Het agentschap financiert of medefinanciert terugkeerinterventies uit zijn begroting en via overeenkomsten overeenkomstig de voor het agentschap geldende financiële regels.

Amendement89

Voorstel voor een verordening

Artikel 33

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Europese grens- en kustwacht waarborgt bij het uitoefenen van zijn taken op grond van deze verordening overeenkomstig het relevante recht van de Unie de bescherming van de grondrechten, met name het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het relevante internationale recht, waaronder het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, en de verplichtingen inzake de toegang tot internationale bescherming, in het bijzonder het beginsel van non-refoulement. Daartoe stelt het agentschap een grondrechtenstrategie op, die het nader uitwerkt en toepast.

1.  De Europese grens- en kustwacht waarborgt bij het uitoefenen van zijn taken op grond van deze verordening overeenkomstig het relevante recht van de Unie de bescherming van de grondrechten, met name het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, het relevante internationale recht, waaronder het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, het verdrag betreffende de status van vluchtelingen uit 1951, het protocol daarbij uit 1967 en de verplichtingen inzake de toegang tot internationale bescherming, in het bijzonder het beginsel van non-refoulement.

 

Daartoe stelt het agentschap een grondrechtenstrategie op, die het nader uitwerkt en toepast, waaronder een doeltreffend mechanisme om erop toe te zien dat bij alle activiteiten van het agentschap de grondrechten worden geëerbiedigd.

 

Het besteedt bijzondere aandacht aan de kinderrechten om te garanderen dat de belangen van kinderen bij al zijn activiteiten worden geëerbiedigd

2.  De Europese grens- en kustwacht waarborgt bij het uitoefenen van zijn taken dat personen niet ontscheept worden in, gedwongen worden binnen te reizen in, worden geleid naar of op een andere wijze worden overgedragen aan of teruggeleid naar de autoriteiten van een land in strijd met het beginsel van non-refoulement of waar zij het risico lopen te worden uitgezet of teruggeleid naar een ander land in strijd met genoemd beginsel.

2.  De Europese grens- en kustwacht waarborgt bij het uitoefenen van zijn taken dat personen niet ontscheept worden in, gedwongen worden binnen te reizen in, worden geleid naar of op een andere wijze worden overgedragen aan of teruggeleid naar de autoriteiten van een land in strijd met het beginsel van non-refoulement of waar zij het risico lopen te worden uitgezet of teruggeleid naar een ander land in strijd met genoemd beginsel.

3.  De Europese grens- en kustwacht houdt bij het uitoefenen van zijn taken rekening met de bijzondere behoeften van kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die medische bijstand behoeven, personen die internationale bescherming behoeven, personen die op zee in nood verkeren en andere personen in een bijzonder kwetsbare situatie.

3.  De Europese grens- en kustwacht houdt bij het uitoefenen van zijn taken rekening met de bijzondere behoeften van kinderen, niet-begeleide minderjarigen, personen met een handicap, slachtoffers van mensenhandel, personen die medische bijstand behoeven, personen die internationale bescherming behoeven, personen die op zee in nood verkeren en andere personen in een bijzonder kwetsbare situatie.

4.  Het agentschap houdt in het kader van de uitoefening van zijn taken bij zijn betrekkingen met lidstaten en zijn samenwerking met derde landen rekening met de verslagen van het adviesforum en de grondrechtenfunctionaris.

4.  Het agentschap houdt in het kader van de uitoefening van zijn taken bij zijn betrekkingen met lidstaten en zijn samenwerking met derde landen rekening met de verslagen van het adviesforum en de grondrechtenfunctionaris.

Amendement90

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap stelt een gedragscode op die van toepassing is op alle door het agentschap gecoördineerde grenstoezichtoperaties, en ontwikkelt deze verder. In de gedragscode worden voor alle personen die deelnemen aan de werkzaamheden van het agentschap geldende procedures vastgelegd ter waarborging van de beginselen van de rechtstaat en eerbiediging van de grondrechten, met bijzondere nadruk op niet-begeleide minderjarigen en personen in een kwetsbare situatie en op personen die verzoeken om internationale bescherming.

1.  Het agentschap stelt een gedragscode op die van toepassing is op alle door het agentschap gecoördineerde grenstoezichtoperaties, en ontwikkelt deze verder. In de gedragscode worden voor alle personen die deelnemen aan de werkzaamheden van het agentschap geldende procedures vastgelegd ter waarborging van de beginselen van de rechtstaat en eerbiediging van de grondrechten, met bijzondere nadruk op kwetsbare personen, waaronder kinderen, niet-begeleide minderjarigen en andere personen in een kwetsbare situatie en op personen die verzoeken om internationale bescherming.

Amendement91

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het agentschap ontwikkelt een gedragscode voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, die het regelmatig bijwerkt en die geldt tijdens alle door het agentschap gecoördineerde of georganiseerde terugkeeroperaties en terugkeerinterventies. In de gedragscode worden gemeenschappelijke gestandaardiseerde procedures beschreven die de organisatie van terugkeeroperaties en terugkeerinterventies moeten vereenvoudigen en moeten waarborgen dat de terugkeer op humane wijze en met onverkorte inachtneming van de grondrechten verloopt, meer bepaald van de beginselen van de menselijke waardigheid, het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, het recht op vrijheid en veiligheid, het recht op bescherming van persoonsgegevens en het non-discriminatiebeginsel.

2.  Het agentschap ontwikkelt een gedragscode voor de terugkeer van onderdanen van derde landen voor wie een door een lidstaat uitgevaardigd terugkeerbesluit geldt overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG, die het regelmatig bijwerkt en die geldt tijdens alle door het agentschap gecoördineerde of georganiseerde terugkeeroperaties en terugkeerinterventies. In de gedragscode worden gemeenschappelijke gestandaardiseerde procedures beschreven die de organisatie van terugkeeroperaties en terugkeerinterventies moeten vereenvoudigen en moeten waarborgen dat de terugkeer op humane wijze en met onverkorte inachtneming van de grondrechten verloopt, meer bepaald van de beginselen van de menselijke waardigheid, het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, het recht op vrijheid en veiligheid, het recht op bescherming van persoonsgegevens en het non-discriminatiebeginsel.

Amendement92

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap ontwikkelt in samenwerking met de passende opleidingsinstanties van de lidstaten specifieke opleidingsinstrumenten en verstrekt grenswachters en andere relevante personeelsleden die lid zijn van de Europese grens- en kustwachtteams vervolgopleiding die relevant is voor hun taken en bevoegdheden. Deskundigen die behoren tot het personeel van het agentschap houden regelmatig oefeningen met deze grenswachters volgens de in het jaarlijkse werkprogramma van het agentschap bedoelde planning voor vervolgopleiding en oefening.

1.  Het agentschap ontwikkelt in samenwerking met de passende opleidingsinstanties van de lidstaten, het EASO en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten specifieke opleidingsinstrumenten, waaronder specifieke opleidingen met betrekking tot de bescherming van kinderen en andere personen in een kwetsbare situatie, en verstrekt grenswachters en andere relevante personeelsleden die lid zijn van de Europese grens- en kustwachtteams vervolgopleiding die relevant is voor hun taken en bevoegdheden. Deskundigen die behoren tot het personeel van het agentschap houden regelmatig oefeningen met deze grenswachters volgens de in het jaarlijkse werkprogramma van het agentschap bedoelde planning voor vervolgopleiding en oefening.

Amendement93

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Het agentschap financiert 100 % van de noodzakelijke opleiding voor grenswachters die deel uitmaken van de in artikel 19, lid 5, bedoelde snel inzetbare pool, voor zover deze opleiding vereist is voor hun deelname aan deze pool.

Amendement94

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het agentschap neemt de nodige initiatieven om ervoor te zorgen dat het personeel dat betrokken is bij met terugkeer verband houden taken wordt opgeleid om deel uit te maken van de in de artikelen 28, 29 en 30 bedoelde pools. Het agentschap zorgt ervoor dat al het personeel dat deelneemt aan terugkeeroperaties en terugkeerinterventies, evenals het personeel van het agentschap, voordat het deelneemt aan door het agentschap georganiseerde operationele activiteiten, opleiding heeft ontvangen betreffende het recht van de Unie en het internationale recht ter zake, waaronder de grondrechten en toegang tot internationale bescherming.

3.  Het agentschap neemt de nodige initiatieven om ervoor te zorgen dat het personeel dat betrokken is bij met terugkeer verband houden taken wordt opgeleid om deel uit te maken van de in de artikelen 28, 29 en 30 bedoelde pools. Het agentschap zorgt ervoor dat al het personeel dat deelneemt aan terugkeeroperaties en terugkeerinterventies, evenals het personeel van het agentschap, voordat het deelneemt aan door het agentschap georganiseerde operationele activiteiten, opleiding heeft ontvangen betreffende het recht van de Unie en het internationale recht ter zake, waaronder de grondrechten, toegang tot internationale bescherming en toegang tot verwijzingsmechanismen voor kwetsbare personen.

Amendement95

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het agentschap stelt een gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleiding van grenswachters vast, ontwikkelt deze verder en verstrekt opleiding op Europees niveau voor opleiders van de nationale grenswachters van de lidstaten, onder meer inzake de grondrechten, de toegang tot internationale bescherming en het relevante zeerecht. Het agentschap stelt de gemeenschappelijke basisinhoud op na raadpleging van het adviesforum. De lidstaten nemen de gemeenschappelijke basisinhoud op in de opleiding van hun nationale grenswachters en personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken.

4.  Het agentschap stelt een gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleiding van grenswachters vast, ontwikkelt deze verder en verstrekt opleiding op Europees niveau voor opleiders van de nationale grenswachters van de lidstaten, onder meer inzake de grondrechten, de toegang tot internationale bescherming en het relevante zeerecht. De gemeenschappelijke basisinhoud beoogt de hoogste normen en optimale werkwijzen bij de tenuitvoerlegging van de Uniewetgeving op het gebied van grensbeheer te bevorderen. Het agentschap stelt de gemeenschappelijke basisinhoud op na raadpleging van het adviesforum. De lidstaten nemen de gemeenschappelijke basisinhoud op in de opleiding van hun nationale grenswachters en personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken.

Amendement96

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap ziet proactief toe op en draagt bij tot onderzoeks- en innovatieactiviteiten die relevant zijn voor het toezicht op de buitengrenzen, onder meer met betrekking tot het gebruik van geavanceerde grensbewakingstechnologie zoals op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen, en voor terugkeer. Het agentschap deelt de resultaten van dat onderzoek mee aan de Commissie en de lidstaten. Het kan deze resultaten zo nodig gebruiken in gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies.

1.  Het agentschap ziet proactief toe op en draagt bij tot onderzoeks- en innovatieactiviteiten die relevant zijn voor geïntegreerd Europees grensbeheer. Het agentschap deelt de resultaten van dat onderzoek mee aan het Europees Parlement, de lidstaten en de Commissie en de lidstaten en maakt deze openbaar. Het kan deze resultaten zo nodig gebruiken in gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies.

Amendement97

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het agentschap helpt de lidstaten en de Commissie bij het identificeren van belangrijke onderzoeksthema's. Het agentschap helpt de Commissie bij het bepalen en het verwezenlijken van de relevante kaderprogramma's van de Unie voor onderzoeks- en innovatieactiviteiten.

2.  Het agentschap helpt de lidstaten en de Commissie bij het identificeren van belangrijke onderzoeksthema's. Het agentschap helpt de lidstaten en de Commissie bij het bepalen en het verwezenlijken van de relevante kaderprogramma's van de Unie voor onderzoeks- en innovatieactiviteiten.

Amendement98

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Het agentschap kan bij besluit van de uitvoerend directeur in overleg met de raad van bestuur technische uitrusting aanschaffen, zoals uitrusting voor het nemen van vingerafdrukken. Aan elke aanschaf of leasing van uitrusting die aanzienlijke kosten meebrengt voor het agentschap, gaat een grondige behoeften- en kosten-batenanalyse vooraf. De uitgaven hiervoor worden opgenomen in de begroting van het agentschap die door de raad van bestuur wordt vastgesteld.

2.  Het agentschap kan bij besluit van de uitvoerend directeur in overleg met de raad van bestuur technische uitrusting aanschaffen. Aan elke aanschaf of leasing van uitrusting die aanzienlijke kosten meebrengt voor het agentschap, gaat een grondige behoeften- en kosten-batenanalyse en een besluit van de raad van bestuur vooraf. De uitgaven hiervoor worden opgenomen in de begroting van het agentschap die door de raad van bestuur wordt vastgesteld.

Amendement99

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 3 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Als het agentschap belangrijke technische uitrusting, zoals patrouillevaartuigen voor gebruik op volle zee en in kustwateren, helikopters of andere luchtvaartuigen of voertuigen aanschaft of least, gelden de volgende voorwaarden:

3.  Als het agentschap belangrijke technische uitrusting aanschaft of least, gelden de volgende voorwaarden:

Amendement100

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   Op basis van een door het agentschap opgestelde modelovereenkomst maken de lidstaat van registratie en het agentschap afspraken over de voorwaarden die de perioden garanderen waarin de activa in mede-eigendom volledig ter beschikking staan van het agentschap, en over de gebruiksvoorwaarden van de uitrusting. Technische uitrusting die uitsluitend toebehoort aan het agentschap wordt op verzoek aan het agentschap ter beschikking gesteld en de lidstaat van registratie mag zich niet beroepen op de uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 38, lid 4.

4.  Op basis van een door het agentschap opgestelde modelovereenkomst maken de lidstaat van registratie en het agentschap afspraken over de voorwaarden die de perioden garanderen waarin de activa in mede-eigendom volledig ter beschikking staan van het agentschap, en over de gebruiksvoorwaarden van de uitrusting. Technische uitrusting die uitsluitend toebehoort aan het agentschap wordt op verzoek op elk moment aan het agentschap ter beschikking gesteld en de lidstaat van registratie mag zich niet beroepen op de uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 38, lid 4.

Amendement101

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap zorgt voor het opzetten en bijhouden van centrale registers van uitrusting in een pool van technische uitrusting die bestaat uit aan de lidstaten of aan het agentschap toebehorende uitrusting en aan de lidstaten en het agentschap gezamenlijk toebehorende uitrusting voor toezicht op de buitengrenzen en terugkeer.

1.  Het agentschap zorgt voor het opzetten en bijhouden van centrale registers van uitrusting in een pool van technische uitrusting die bestaat uit aan de lidstaten of aan het agentschap toebehorende uitrusting en aan de lidstaten en het agentschap gezamenlijk toebehorende uitrusting voor toezicht op de buitengrenzen, grensbewaking, opsporing en redding en terugkeer.

Amendement102

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Uitrusting die toebehoort aan het agentschap is op elk moment als bedoeld in artikel 37, lid 4, volledig beschikbaar voor inzet.

Amendement103

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  Uitrusting die voor meer dan 50 % in mede-eigendom is van het agentschap, is eveneens op elke moment volledig beschikbaar voor inzet.

Amendement104

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.  Het agentschap zorgt voor de compatibiliteit en interoperabiliteit van de uitrusting die in de pool van technische uitrusting is opgenomen.

 

Daartoe bepaalt het technische normen waaraan de uitrusting die geheel of gedeeltelijk door het agentschap moet worden aangekocht en de uitrusting van de lidstaten die in de pool van technische uitrusting wordt opgenomen, moeten voldoen.

Amendement105

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Uitrusting die deel uitmaakt van de pool van technische uitrusting wordt voor grensinterventies op elk moment beschikbaar gesteld. De lidstaten kunnen zich niet beroepen op een uitzonderlijke situatie als bedoeld in lid 4.

Amendement106

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De lidstaten dragen bij tot de pool van technische uitrusting. De bijdrage van de lidstaten tot de pool en tot de inzet van technische uitrusting voor specifieke operaties wordt gepland op basis van jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en overeenkomsten tussen het agentschap en de lidstaten. Conform deze overeenkomsten en voor zover het gaat om de minimale hoeveelheid technische uitrusting voor een bepaald jaar, stellen de lidstaten hun technische uitrusting op verzoek van het agentschap voor inzet ter beschikking, tenzij zij geconfronteerd worden met een uitzonderlijke situatie waardoor de uitvoering van nationale taken aanzienlijk in het gedrang komt. Een dergelijk verzoek wordt ten minste 30 dagen vóór de gewenste inzet ingediend. De bijdragen tot de pool van technische uitrusting worden elk jaar opnieuw geëvalueerd.

4.  De lidstaten dragen bij tot de pool van technische uitrusting. De bijdrage van de lidstaten tot de pool en tot de inzet van technische uitrusting voor specifieke operaties wordt gepland op basis van jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en overeenkomsten tussen het agentschap en de lidstaten. Conform deze overeenkomsten en voor zover het gaat om de minimale hoeveelheid technische uitrusting voor een bepaald jaar, stellen de lidstaten hun technische uitrusting op verzoek van het agentschap voor inzet ter beschikking, tenzij zij geconfronteerd worden met een uitzonderlijke situatie waardoor de uitvoering van nationale taken aanzienlijk in het gedrang komt. Indien een lidstaat zich beroept op een dergelijke uitzonderlijke situatie, deelt hij het agentschap de gedetailleerde redenen daarvoor, alsmede informatie over de situatie, mee in een schrijven, waarvan de inhoud wordt opgenomen in het verslag als bedoeld in lid 7. Een dergelijk verzoek wordt ten minste 30 dagen vóór de gewenste inzet ingediend. De bijdragen tot de pool van technische uitrusting worden elk jaar opnieuw geëvalueerd.

Amendement107

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Indien er een onverwachte behoefte ontstaat aan technische uitrusting voor een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie nadat de minimale hoeveelheid technische uitrusting reeds is vastgesteld, en niet in die behoefte kan worden voorzien uit de pool van technische uitrusting, stellen de lidstaten op ad-hocbasis de benodigde technische uitrusting op verzoek van het agentschap ter beschikking voor inzet.

Amendement108

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.   Het agentschap deelt elk jaar aan het Europees Parlement mee hoeveel technische uitrusting elke lidstaat overeenkomstig dit artikel voor de pool van technische uitrusting ter beschikking heeft gesteld.

7.  Het agentschap dient elk jaar een verslag in bij het Europees Parlement waarin wordt vermeldt hoeveel technische uitrusting elke lidstaat overeenkomstig dit artikel voor de pool van technische uitrusting ter beschikking heeft gesteld. In dit verslag wordt vermeld welke lidstaten zich in het voorgaande jaar hebben beroepen op een uitzonderlijke situatie als bedoeld in lid 4 en welke redenen en informatie zij in dit kader hebben verstrekt.

Amendement109

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De teamleden zijn in staat alle taken te verrichten en alle bevoegdheden uit te oefenen die nodig zijn voor grenstoezicht en terugkeer en voor het verwezenlijken van de doelstellingen van respectievelijk Verordening (EG) nr. 562/2006 en Richtlijn 2008/115/EG.

1.  De teamleden zijn in staat alle taken te verrichten en alle bevoegdheden uit te oefenen die nodig zijn voor grenstoezicht en terugkeer en voor het verwezenlijken van de doelstellingen van respectievelijk Verordening (EU) nr. 2016/399 en Richtlijn 2008/115/EG.

Amendement110

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   Bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden dragen teamleden hun eigen uniform. Op hun uniform dragen zij een blauwe armband met het insigne van de Unie en het agentschap, waardoor zij als deelnemer aan een gezamenlijke operatie, proefproject, snelle grensinterventie, terugkeeroperatie of terugkeerinterventie kunnen worden geïdentificeerd. Om zich tegenover de nationale autoriteiten van de ontvangende lidstaat te kunnen identificeren, hebben teamleden altijd een accreditatiedocument bij zich, dat zij op verzoek tonen.

4.  Bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden dragen teamleden hun eigen uniform. Daarnaast dragen zij op hun uniform een zichtbaar kenmerk dat persoonlijke identificatie mogelijk maakt en een blauwe armband met het insigne van de Unie en het agentschap, waardoor zij als deelnemer aan een gezamenlijke operatie, proefproject, snelle grensinterventie, terugkeeroperatie of terugkeerinterventie kunnen worden geïdentificeerd. Om zich tegenover de nationale autoriteiten van de ontvangende lidstaat te kunnen identificeren, hebben teamleden altijd een accreditatiedocument bij zich, dat zij op verzoek tonen.

Amendement111

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 8 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  In het kader van deze verordening staat de ontvangende lidstaat teamleden toe zijn nationale en Europese gegevensbanken te raadplegen indien dat voor grenscontrole, grensbewaking en terugkeer noodzakelijk is. De teamleden raadplegen uitsluitend de gegevens die zij nodig hebben voor het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden. Voordat de teamleden worden ingezet, deelt de ontvangende lidstaat het agentschap mee welke nationale en Europese databanken mogen worden geraadpleegd. Het agentschap stelt deze informatie ter beschikking van alle lidstaten die aan de inzet deelnemen.

8.  In het kader van deze verordening staat de ontvangende lidstaat teamleden toe zijn nationale en Europese gegevensbanken te raadplegen indien dat voor grenscontrole, grensbewaking en terugkeer noodzakelijk is. De lidstaten zorgen ervoor dat zij op doeltreffende en doelmatige wijze toegang krijgen tot deze gegevensbanken. De teamleden raadplegen uitsluitend de gegevens die zij nodig hebben voor het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden. Voordat de teamleden worden ingezet, deelt de ontvangende lidstaat het agentschap mee welke nationale en Europese databanken mogen worden geraadpleegd. Het agentschap stelt deze informatie ter beschikking van alle lidstaten die aan de inzet deelnemen.

Amendement112

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Beslissingen tot weigering van toegang overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 562/2006 worden uitsluitend door grenswachters van de ontvangende lidstaat genomen, of door de teamleden als zij van de ontvangende lidstaat de toestemming hebben gekregen om namens deze laatste op te treden.

9.  Beslissingen tot weigering van toegang overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 2016/399 worden uitsluitend door grenswachters van de ontvangende lidstaat genomen, of door de teamleden als zij van de ontvangende lidstaat de toestemming hebben gekregen om namens deze laatste op te treden.

Amendement113

Voorstel voor een verordening

Article 41

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer teamleden optreden in een ontvangende lidstaat, is die lidstaat aansprakelijk voor de schade die zij tijdens de operaties veroorzaken, overeenkomstig zijn nationale recht.

1.  Wanneer teamleden optreden in een ontvangende lidstaat, is die lidstaat aansprakelijk voor de schade die zij tijdens de operaties veroorzaken, overeenkomstig zijn nationale recht.

2.  Indien deze schade het gevolg is van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag, mag de ontvangende lidstaat de lidstaat van herkomst benaderen met het oog op de terugbetaling door de lidstaat van herkomst van aan de slachtoffers of hun rechthebbenden uitgekeerde bedragen.

2.  Indien deze schade het gevolg is van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag of buiten de bevoegdheden van de teamleden is veroorzaakt, mag de ontvangende lidstaat de lidstaat van herkomst of het agentschap benaderen met het oog op de terugbetaling door de lidstaat van herkomst of het agentschap van aan de slachtoffers of hun rechthebbenden uitgekeerde bedragen.

3.  Onverminderd de uitoefening van zijn rechten tegenover derden, ziet elke lidstaat af van vorderingen tegen de ontvangende lidstaat of een andere lidstaat wegens geleden schade, behalve in geval van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag.

3.  Onverminderd de uitoefening van zijn rechten tegenover derden, ziet elke lidstaat af van vorderingen tegen de ontvangende lidstaat of een andere lidstaat wegens geleden schade, behalve in geval van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag.

4.  Geschillen tussen lidstaten in verband met de toepassing van de leden 2 en 3 die niet kunnen worden beslecht door wederzijdse onderhandelingen, worden overeenkomstig artikel 273 VWEU door deze lidstaten voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

4.  Geschillen tussen lidstaten of tussen een lidstaat en het agentschap in verband met de toepassing van de leden 1, 2 en 3 die niet kunnen worden beslecht door wederzijdse onderhandelingen, worden overeenkomstig de Verdragen door deze lidstaten voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

 

4 bis.  Wanneer teamleden optreden op het grondgebied van een derde land, is het agentschap aansprakelijk voor eventuele schade die zij tijdens de operaties veroorzaken. De leden 2, 3 en 4 zijn mutatis mutandis van toepassing.

5.  Kosten ten gevolge van tijdens de inzet veroorzaakte schade aan de uitrusting van het agentschap worden gedekt door het agentschap, onverminderd de uitoefening van zijn rechten tegenover derden, behalve in geval van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag.

5.  Kosten ten gevolge van tijdens de inzet veroorzaakte schade aan de uitrusting van het agentschap worden gedekt door het agentschap, onverminderd de uitoefening van zijn rechten tegenover derden, behalve in geval van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag.

Amendement114

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De raad van bestuur stelt maatregelen vast voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 45/2001 door het agentschap, onder meer betreffende de functionaris voor gegevensbescherming van het agentschap. Deze maatregelen worden vastgesteld na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

2.  Er wordt een functionaris voor gegevensbescherming aangesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001. De raad van bestuur stelt maatregelen vast voor de tenuitvoerlegging van die verordening door het agentschap. Deze maatregelen worden vastgesteld na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Amendement115

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Onverminderd artikel 47 zijn de doorgifte van door het agentschap verwerkte persoonsgegevens en de verdere overdracht van in het kader van deze verordening verwerkte persoonsgegevens door lidstaten aan de autoriteiten van derde landen of aan derden, niet toegestaan.

4.  Onverminderd artikel 47 zijn de doorgifte van door het agentschap verwerkte persoonsgegevens en de verdere overdracht van in het kader van deze verordening verwerkte persoonsgegevens door lidstaten aan de autoriteiten van derde landen of aan derden, met inbegrip van internationale organisaties, niet toegestaan.

Amendement116

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Een lidstaat die of een ander agentschap van de Unie dat het agentschap persoonsgegevens verstrekt, legt het doel of de doelen vast waarvoor deze worden verwerkt, zoals bedoeld in lid 1. Indien dit nog niet is gebeurd, verwerkt het agentschap, in overleg met degene die de persoonsgegevens in kwestie heeft verstrekt, de persoonsgegevens teneinde de noodzaak ervan te bepalen voor het in lid 1 bedoelde doel of de in lid 1 bedoelde doelen waarvoor zij verder worden verwerkt. Het agentschap kan deze informatie alleen met toestemming van degene die de informatie heeft verstrekt verwerken voor een ander doel dan de in lid 1 vermelde doelen.

3.  Een lidstaat die of een ander agentschap van de Unie dat het agentschap persoonsgegevens verstrekt, legt het doel of de doelen vast waarvoor deze worden verwerkt, zoals bedoeld in lid 1. Het agentschap kan dergelijke persoonsgegevens alleen met toestemming van degene die de informatie heeft verstrekt verwerken voor een ander doel dat eveneens onder lid 1 valt.

Amendement117

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het gebruik door het agentschap van persoonsgegevens die door de lidstaten of het eigen personeel van het agentschap in de context van gezamenlijke operaties, proefprojecten en snelle grensinterventies en door de ondersteuningsteams voor migratiebeheer zijn verzameld en aan het agentschap zijn doorgestuurd, wordt beperkt tot:

1.  Het gebruik door het agentschap van persoonsgegevens die door de lidstaten of het eigen personeel van het agentschap in de context van gezamenlijke operaties, proefprojecten en snelle grensinterventies en door de ondersteuningsteams voor migratiebeheer zijn verzameld en aan het agentschap zijn doorgestuurd, wordt beperkt tot:

(a)   persoonsgegevens van personen die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op redelijke gronden worden verdacht van betrokkenheid bij grensoverschrijdende criminele activiteiten, waaronder het faciliteren van irreguliere immigratieactiviteiten, mensenhandel of terrorisme;

(a)  persoonsgegevens van personen die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op redelijke gronden worden verdacht van betrokkenheid bij grensoverschrijdende criminele activiteiten, zoals criminele mensensokkel, mensenhandel of terrorisme;

(b)   persoonsgegevens van personen die de buitengrenzen illegaal overschrijden en wier gegevens worden verzameld door de Europese grens- en kustwachtteams, ook wanneer wordt gehandeld in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer;

(b)  persoonsgegevens van personen die de buitengrenzen op irreguliere wijze overschrijden en wier gegevens worden verzameld door de Europese grens- en kustwachtteams, ook wanneer wordt gehandeld in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer;

(c)   kentekennummers, telefoonnummers of identificatienummers van schepen, die nodig zijn voor het onderzoeken en analyseren van routes en methoden die voor irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminele activiteiten worden gebruikt.

(c)  kentekennummers, telefoonnummers of identificatienummers van schepen, die verband houden met de personen die onder a) en b) zijn genoemd en die nodig zijn voor het onderzoeken en analyseren van routes en methoden die voor irreguliere migratie en grensoverschrijdende criminele activiteiten worden gebruikt.

 

persoonsgegevens met betrekking tot in lid 1, onder b) genoemde personen mogen niet worden overgedragen aan rechtshandhavingsinstanties of worden verwerkt met het oog op het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van strafbare feiten.

Amendement118

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2 - letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)   wanneer doorgifte aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, Europol of Eurojust nodig is voor gebruik overeenkomstig hun respectieve mandaten en overeenkomstig artikel 51;

(a)  wanneer doorgifte aan het EASO, Europol of Eurojust nodig is voor gebruik overeenkomstig hun respectieve mandaten en overeenkomstig artikel 51;

Amendement119

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2 - letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)   wanneer doorgifte aan de autoriteiten van de relevante lidstaten die bevoegd zijn voor grenstoezicht, migratie, asiel en rechtshandhaving nodig is voor gebruik overeenkomstig het nationale recht en de nationale en EU-gegevensbeschermingsvoorschriften.

(b)  wanneer doorgifte aan de autoriteiten van de relevante lidstaten die bevoegd zijn voor grenstoezicht, migratie, asiel en rechtshandhaving nodig is voor gebruik overeenkomstig het nationale recht en de nationale en Unie-gegevensbeschermingsvoorschriften.

Amendement120

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke overtuiging, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, of lidmaatschap van een vakvereniging blijkt, en de verwerking van genetische gegevens, biometrische gegevens om slechts een natuurlijke persoon te identificeren, gezondheidsgegevens of gegevens over het seksleven of de seksuele geaardheid van een persoon mogen alleen plaatsvinden indien strikt noodzakelijk, er passende voorzorgsmaatregelen zijn voor de rechten en vrijheden van de betrokkene, en alleen om de vitale belangen van de betrokkene of een ander natuurlijk persoon te beschermen.

Amendement121

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De rubricering belet niet dat informatie beschikbaar wordt gesteld aan het Europees Parlement. Het overdragen en behandelen van de informatie en documenten die overeenkomstig deze verordening aan het Europees Parlement worden gezonden, vindt plaats overeenkomstig de voorschriften betreffende het doorzenden en behandelen van gerubriceerde informatie die van toepassing zijn tussen de Europese Unie en de Commissie.

Amendement122

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap werkt samen met de Commissie, andere instellingen van de Unie, de Europese Dienst voor extern optreden, Europol, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Eurojust, het Satellietcentrum van de Europese Unie, het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en het Europees Bureau voor visserijcontrole, evenals met andere instanties en organen van de Unie, op het gebied van de onder deze verordening vallende aangelegenheden, met name om irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit, waaronder de facilitering van irreguliere immigratie, mensenhandel en terrorisme, te voorkomen en te bestrijden.

1.  Het agentschap werkt samen met de Commissie, andere instellingen van de Unie, de Europese Dienst voor extern optreden, het EASO, Europol, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Eurojust, het Satellietcentrum van de Europese Unie, het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en het Europees Bureau voor visserijcontrole, evenals met andere instanties en organen van de Unie, op het gebied van de onder deze verordening vallende aangelegenheden, met name om irreguliere immigratie beter te beheren en grensoverschrijdende criminaliteit, zoals criminele mensensmokkel, mensenhandel en terrorisme, te voorkomen en op te sporen.

Amendement123

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De in lid 1 bedoelde instellingen, instanties en organen van de Unie en internationale organisaties gebruiken door het agentschap ontvangen informatie uitsluitend binnen de grenzen van hun bevoegdheden en met inachtneming van de grondrechten, met inbegrip van de voorschriften inzake gegevensbescherming. Verdere overdracht of andere uitwisseling van door het agentschap verwerkte persoonsgegevens aan of met andere agentschappen of organen van de Unie wordt afhankelijk gesteld van specifieke werkafspraken over de uitwisseling van persoonsgegevens en van voorafgaande toestemming door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Wat de behandeling van gerubriceerde informatie betreft, houden die afspraken in dat de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie of de betrokken internationale organisatie voldoet aan beveiligingsvoorschriften en -normen die gelijkwaardig zijn aan die welke door het agentschap worden toegepast.

4.  De in lid 1 bedoelde instellingen, instanties en organen van de Unie en internationale organisaties gebruiken door het agentschap ontvangen informatie uitsluitend binnen de grenzen van hun bevoegdheden en met inachtneming van de grondrechten, met inbegrip van de voorschriften inzake gegevensbescherming. Verdere overdracht of andere uitwisseling van door het agentschap verwerkte persoonsgegevens aan of met andere agentschappen of organen van de Unie wordt afhankelijk gesteld van specifieke werkafspraken over de uitwisseling van persoonsgegevens en van voorafgaande toestemming door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Elke doorgifte van persoonsgegevens gebeurt in overeenstemming met de gegevensbeschermingsbepalingen van artikel 44 tot en met 48. Wat de behandeling van gerubriceerde informatie betreft, houden die afspraken in dat de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie of de betrokken internationale organisatie voldoet aan beveiligingsvoorschriften en -normen die gelijkwaardig zijn aan die welke door het agentschap worden toegepast.

Amendement124

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Ook kan het agentschap met instemming van de betrokken lidstaten waarnemers van instellingen, instanties en organen de Unie of van internationale organisaties uitnodigen om deel te nemen aan zijn activiteiten, met name gezamenlijke operaties en proefprojecten, risicoanalyses en opleiding, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, en geen invloed heeft op de algemene veiligheid en beveiliging van die activiteiten. De deelname van deze waarnemers aan risicoanalyses en opleiding is afhankelijk van de toestemming van de betrokken lidstaten. Wat gezamenlijke operaties en proefprojecten betreft, is de deelname van waarnemers afhankelijk van de toestemming van de ontvangende lidstaat. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, krijgen zij passende opleiding van het agentschap.

5.  Ook kan het agentschap met instemming van de betrokken lidstaten niet-militaire waarnemers van instellingen, instanties en organen de Unie of van internationale organisaties uitnodigen om deel te nemen aan zijn activiteiten, met name gezamenlijke operaties en proefprojecten, risicoanalyses en opleiding, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, en geen invloed heeft op de algemene veiligheid en beveiliging van die activiteiten. De deelname van deze waarnemers aan risicoanalyses en opleiding is afhankelijk van de toestemming van de betrokken lidstaten. Wat gezamenlijke operaties en proefprojecten betreft, is de deelname van waarnemers afhankelijk van de toestemming van de ontvangende lidstaat. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, krijgen zij passende opleiding van het agentschap.

Amendement125

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 - letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)   het verstrekken van surveillance- en communicatiediensten op basis van geavanceerde technologie, waaronder in de ruimte gestationeerde en grondinfrastructuur en sensoren die op platformen worden geplaatst, zoals op afstand bestuurde luchtvaartuigen;

(b)  het verstrekken van surveillance- en communicatiediensten op basis van geavanceerde technologie, waaronder in de ruimte gestationeerde en grondinfrastructuur en sensoren die op platformen worden geplaatst;

Amendement126

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 - letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)   capaciteitsopbouw door het opstellen van richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken en door het ondersteunen van opleiding en uitwisseling van personeel, ter bevordering van informatie-uitwisseling en samenwerking op het gebied van kustwachttaken;

(c)  capaciteitsopbouw door het opstellen van richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken en door opleiding en uitwisseling van personeel te faciliteren;

Amendement127

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  verbetering van de uitwisseling van informatie en samenwerking op het gebied van kustwachttaken, onder meer door overleg te voeren over operationele problemen en nieuwe risico's op maritiem gebied;

Amendement128

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De voorwaarden voor samenwerking inzake kustwachttaken tussen het Europees grens- en kustwachtagentschap en het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid worden vastgelegd in werkafspraken, overeenkomstig de voor de agentschappen geldende financiële regels.

2.  De voorwaarden voor samenwerking inzake kustwachttaken tussen het agentschap en het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid worden vastgelegd in werkafspraken, overeenkomstig hun respectieve mandaten en de voor de agentschappen geldende financiële regels.

Amendement129

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor de aangelegenheden die door zijn activiteiten worden bestreken en voor zover nodig voor de uitvoering van zijn taken, vergemakkelijkt en bevordert het agentschap de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen in het kader van het beleid inzake externe betrekkingen van de Unie, onder meer wat betreft de bescherming van de grondrechten. Het agentschap en de lidstaten nemen normen en maatstaven in acht die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in de Uniewetgeving zijn vastgelegd, ook wanneer de samenwerking met derde landen op het grondgebied van die landen plaatsvindt. Het aangaan van samenwerking met derde landen strekt tot bevordering van de Europese normen inzake grensbeheer en terugkeer.

1.  Voor de aangelegenheden die door zijn activiteiten worden bestreken en voor zover nodig voor de uitvoering van zijn taken, vergemakkelijkt en bevordert het agentschap de technische en operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen in het kader van het beleid inzake externe betrekkingen van de Unie, onder meer wat betreft de bescherming van de grondrechten en het beginsel van non-refoulement. Het agentschap en de lidstaten nemen de Uniewetgeving in acht, met inbegrip van normen en maatstaven die tot het acquis van de Unie behoren, ook wanneer de samenwerking met derde landen op het grondgebied van die landen plaatsvindt. Het aangaan van samenwerking met derde landen strekt tot bevordering van de Europese normen inzake grensbeheer en terugkeer.

Amendement130

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het agentschap kan met de autoriteiten van derde landen die bevoegd zijn voor onder deze verordening vallende aangelegenheden samenwerken met de steun van en in coördinatie met de delegaties van de Unie en in het kader van met deze autoriteiten gemaakte werkafspraken overeenkomstig het recht en beleid van de Unie. Deze werkafspraken houden verband met het beheer van de operationele samenwerking. Deze afspraken worden vooraf door de Commissie goedgekeurd.

2.  Het agentschap kan met de autoriteiten van derde landen die bevoegd zijn voor onder deze verordening vallende aangelegenheden samenwerken met de steun van en in coördinatie met de delegaties van de Unie. Wanneer het dit doet, opereert het agentschap in het kader van het beleid inzake externe betrekkingen van de Unie, onder meer op het gebied van de bescherming van de grondrechten en het beginsel van non-refoulement en in het kader van met deze autoriteiten gemaakte werkafspraken overeenkomstig het recht en beleid van de Unie. Deze werkafspraken bevatten een nauwkeurige beschrijving van het toepassingsgebied, de aard en de doelstelling van de samenwerking en houden verband met het beheer van de operationele samenwerking. Deze ontwerpafspraken worden aan het Europees Parlement gestuurd en moeten vervolgens vooraf door de Commissie worden goedgekeurd. Het agentschap neemt de Uniewetgeving, met inbegrip van de normen en maatstaven die tot het acquis van de Unie behoren, in acht.

Amendement131

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In omstandigheden die extra technische en operationele bijstand vereisen, kan het agentschap de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen inzake het beheer van de buitengrenzen coördineren, en het agentschap kan samen met een of meer lidstaten en een derde land dat aan ten minste een van die lidstaten grenst gezamenlijke operaties aan de buitengrenzen uitvoeren, op voorwaarde dat het derde land daarmee instemt, ook op het grondgebied van dat derde land. De Commissie wordt van deze activiteiten in kennis gesteld.

3.  In omstandigheden die extra technische en operationele bijstand vereisen, kan het agentschap de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen inzake het beheer van de buitengrenzen coördineren, en het agentschap kan samen met een of meer lidstaten en een derde land dat aan ten minste een van die lidstaten grenst gezamenlijke operaties aan de buitengrenzen uitvoeren, op voorwaarde dat het derde land daarmee instemt, ook op het grondgebied van dat derde land en dat overeenstemming wordt bereikt over een operationeel plan tussen het agentschap, de ontvangende lidstaat en het betrokken land. Artikel 15 is mutatis mutandis van toepassing. De Commissie wordt van deze activiteiten in kennis gesteld.

Amendement132

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het agentschap kan eveneens, met instemming van de betrokken lidstaten, waarnemers van derde landen uitnodigen om deel te nemen aan de in artikel 13 bedoelde activiteiten aan de buitengrenzen, de in artikel 27 bedoelde terugkeeroperaties, de in artikel 32 bedoelde terugkeerinterventies en de in artikel 35 bedoelde opleiding, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot een betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, en geen invloed heeft op de algemene veiligheid van de activiteiten. De deelname van deze waarnemers aan de in de artikelen 13, 27 en 35 bedoelde activiteiten is afhankelijk van de instemming van de betrokken lidstaten en de deelname aan de in artikelen 13 en 32 bedoelde activiteiten is afhankelijk van de instemming van de ontvangende lidstaat. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, krijgen zij passende opleiding van het agentschap.

5.  Het agentschap kan eveneens, met instemming van de betrokken lidstaten, niet-militaire waarnemers van derde landen uitnodigen om deel te nemen aan de in artikel 13 bedoelde activiteiten aan de buitengrenzen, de in artikel 27 bedoelde terugkeeroperaties, de in artikel 32 bedoelde terugkeerinterventies en de in artikel 35 bedoelde opleiding, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot een betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, en geen invloed heeft op de algemene veiligheid van de activiteiten. De deelname van deze waarnemers aan de in de artikelen 13, 18, 27 en 35 bedoelde activiteiten is afhankelijk van de instemming van de betrokken lidstaten en de deelname aan de in artikelen 13 en 32 bedoelde activiteiten is afhankelijk van de instemming van de ontvangende lidstaat. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, krijgen zij passende opleiding van het agentschap. Zij worden ook verplicht om tijdens hun deelname aan de activiteiten de gedragscode van het agentschap na te leven.

Amendement133

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 8 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.  De lidstaten zijn niet verplicht deel te nemen aan activiteiten op het grondgebied van derde landen.

Amendement134

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Het agentschap stelt het Europees Parlement in kennis van de in de leden 2 en 3 bedoelde activiteiten.

9.  Het agentschap stelt het Europees Parlement in kennis van de in dit artikel bedoelde activiteiten en neemt in zijn jaarverslagen een evaluatie van de samenwerking met derde landen op.

Amendement135

Voorstel voor een verordening

Artikel 54

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap kan deskundigen van zijn eigen personeelsbestand als verbindingsfunctionarissen in derde landen inzetten, die bij de uitvoering van hun taken optimale bescherming moeten genieten. Zij maken deel uit van de plaatselijke of regionale samenwerkingsnetwerken van immigratieverbindingsfunctionarissen en veiligheidsdeskundigen van de Unie en van de lidstaten, waaronder het netwerk dat op grond van Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad is ingesteld.

1.  Het agentschap kan deskundigen van zijn eigen personeelsbestand als verbindingsfunctionarissen in derde landen inzetten, die bij de uitvoering van hun taken optimale bescherming moeten genieten. Zij maken deel uit van de plaatselijke of regionale samenwerkingsnetwerken van immigratieverbindingsfunctionarissen en veiligheidsdeskundigen van de Unie en van de lidstaten, waaronder het netwerk dat op grond van Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad is ingesteld.

 

Verbindingsfunctionarissen worden alleen ingezet in derde landen waarvan de praktijken op het gebied van grensbeheer voldoen aan minimale maatstaven inzake mensenrechten.

2.  In het kader van het beleid inzake de externe betrekkingen van de Unie wordt bij de inzet van verbindingsfunctionarissen prioriteit gegeven aan de derde landen die volgens een risicoanalyse een land van herkomst of doorreis voor irreguliere migratie zijn. Op basis van wederkerigheid kan het agentschap verbindingsfunctionarissen ontvangen die door deze derde landen ter beschikking zijn gesteld. De raad van bestuur stelt jaarlijks op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur de lijst met prioriteiten vast. De inzet van verbindingsfunctionarissen wordt door de raad van bestuur goedgekeurd.

2.  In het kader van het beleid inzake de externe betrekkingen van de Unie wordt bij de inzet van verbindingsfunctionarissen prioriteit gegeven aan de derde landen die volgens een risicoanalyse een land van herkomst of doorreis voor irreguliere migratie zijn. Op basis van wederkerigheid kan het agentschap verbindingsfunctionarissen ontvangen die door deze derde landen ter beschikking zijn gesteld. De raad van bestuur stelt jaarlijks op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur de lijst met prioriteiten vast. De inzet van verbindingsfunctionarissen wordt door de raad van bestuur goedgekeurd.

3.  De taken van de verbindingsfunctionarissen van het agentschap omvatten, met inachtneming van het recht van de Unie en de grondrechten, het leggen en onderhouden van contacten met de bevoegde autoriteiten van het derde land waar zij gedetacheerd zijn, teneinde bij te dragen tot het voorkomen en bestrijden van irreguliere immigratie en tot de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. De verbindingsfunctionarissen werken nauw samen met de delegaties van de Unie.

3.  De taken van de verbindingsfunctionarissen van het agentschap omvatten, met inachtneming van het recht van de Unie en de grondrechten, het leggen en onderhouden van contacten met de bevoegde autoriteiten van het derde land waar zij gedetacheerd zijn, teneinde bij te dragen tot het voorkomen en bestrijden van irreguliere migratie en tot de terugkeer van de onderdanen van derde landen voor wie een door een lidstaat uitgevaardigd terugkeerbesluit geldt overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG. De verbindingsfunctionarissen werken nauw samen met de delegaties van de Unie.

4.  Het besluit verbindingsfunctionarissen in te zetten in derde landen, vereist voorafgaand advies van de Commissie, en het Europees Parlement wordt van deze activiteiten zo spoedig mogelijk volledig op de hoogte gesteld.

4.  Het besluit verbindingsfunctionarissen in te zetten in derde landen, vereist voorafgaand advies van de Commissie, en het Europees Parlement wordt van deze activiteiten onverwijld volledig op de hoogte gesteld.

Amendement136

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het Hof van Justitie is bevoegd uitspraak te doen in geschillen over de vergoeding van de in lid 3 bedoelde schade.

4.  Het Hof van Justitie is bevoegd uitspraak te doen in geschillen over de vergoeding van de in lid 3 van dit artikel en artikel 41, lid 4 bis, bedoelde schade.

Amendement137

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – alinea 1 - letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)   een raad van toezicht;

(c)  een adviesraad;

Amendement138

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1 - letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)   benoemt de uitvoerend directeur op basis van een voorstel van de Commissie, overeenkomstig artikel 68;

Schrappen

Amendement139

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1 - letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)   benoemt de leden van de raad van toezicht, overeenkomstig artikel 69, lid 2;

(b)  benoemt de leden van de adviesraad, overeenkomstig artikel 69, lid 2;

Amendement140

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1 - letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)   stelt een geconsolideerd jaarlijks verslag over de activiteiten van het agentschap in het voorgaande jaar vast en zendt dit uiterlijk op 1 juli toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer; het geconsolideerde jaarlijks activiteitenverslag wordt openbaar gemaakt;

(d)  stelt een jaarlijks verslag over de activiteiten van het agentschap in het voorgaande jaar vast en zendt dit uiterlijk op 1 juli toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer; het jaarlijks activiteitenverslag wordt openbaar gemaakt;

Amendement141

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1 - letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)   stelt ieder jaar voor 30 november, rekening houdend met het advies van de Commissie, met een meerderheid van twee derde van zijn stemgerechtigde leden een enkelvoudig programmeringsdocument met de meerjarige programmering van het agentschap en zijn werkprogramma voor het komende jaar vast en zendt dit toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

(e)  stelt ieder jaar voor 30 november, rekening houdend met het advies van de Commissie, met een meerderheid van twee derde van zijn stemgerechtigde leden zijn werkprogramma voor het komende jaar vast en zendt dit toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

Amendement142

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  beslist over elke aanschaf of leasing van uitrusting die aanzienlijke kosten meebrengt voor het agentschap als bedoeld in artikel 37;

Amendement143

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1 - letter p

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(p)   stelt op basis van een behoeftenanalyse de in artikel 7, lid 3, bedoelde communicatie- en verspreidingsplannen vast en werkt deze regelmatig bij;

(p)  stelt de in artikel 7, lid 3, bedoelde communicatie- en verspreidingsplannen vast en werkt deze regelmatig bij;

Amendement144

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1 – letter q bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(q bis)  stelt de objectieve criteria vast voor de kwetsbaarheidsbeoordeling en besluit over het onderwerpen van een lidstaat aan intensievere beoordeling en verscherpt toezicht als bedoeld in artikel 12, lid 1.

Amendement145

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Voorstellen voor besluiten betreffende specifieke activiteiten van het agentschap aan of in de onmiddellijke nabijheid van de buitengrenzen van een specifieke lidstaat vereisen dat het lid van de raad van bestuur dat die lidstaat vertegenwoordigt vóór aanneming van de betrokken voorstellen stemt.

Schrappen

Amendement146

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.   De raad van bestuur kan een kleinschalige uitvoerende raad opzetten die bestaat uit de voorzitter van de raad van bestuur, een vertegenwoordiger van de Commissie en drie leden van de raad van bestuur, die de raad van bestuur en de uitvoerend directeur helpt bij de voorbereiding van de door de raad van bestuur vast te stellen besluiten, programma's en activiteiten, en zo nodig in spoedeisende gevallen namens de raad van bestuur bepaalde voorlopige besluiten neemt.

6.  De raad van bestuur kan een kleinschalige uitvoerende raad opzetten die bestaat uit de voorzitter van de raad van bestuur, een vertegenwoordiger van de Commissie en drie leden van de raad van bestuur, die de raad van bestuur en de uitvoerend directeur helpt bij de voorbereiding van de door de raad van bestuur vast te stellen besluiten, programma's en activiteiten, en zo nodig in spoedeisende gevallen namens de raad van bestuur bepaalde voorlopige besluiten neemt. De raad van bestuur kan voorzien in de delegatie van bepaalde welomschreven taken aan de uitvoerende raad, met name wanneer de doeltreffendheid van het agentschap daardoor verbetert.

Amendement147

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Onverminderd lid 3, bestaat de raad van bestuur uit een vertegenwoordiger van iedere lidstaat en twee vertegenwoordigers van de Commissie, die allen stemrecht hebben. Daartoe benoemt iedere lidstaat een lid van de raad van bestuur alsmede een plaatsvervanger die het lid tijdens zijn of haar afwezigheid vertegenwoordigt. De Commissie benoemt twee leden en hun plaatsvervangers. De duur van de ambtstermijn bedraagt vier jaar. Deze ambtstermijn kan worden verlengd.

1.  Onverminderd lid 3, bestaat de raad van bestuur uit een vertegenwoordiger van iedere lidstaat, twee vertegenwoordigers van de Commissie en een vertegenwoordiger van het Europees Parlement, die allen stemrecht hebben. Daartoe benoemt iedere lidstaat een lid van de raad van bestuur alsmede een plaatsvervanger die het lid tijdens zijn of haar afwezigheid vertegenwoordigt. De Commissie benoemt twee leden en hun plaatsvervangers. Het Europees Parlement stelt een lid en zijn of haar plaatsvervanger aan. De duur van de ambtstermijn bedraagt vier jaar. Deze ambtstermijn kan worden verlengd.

Motivering

In de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de EU en de Europese Commissie over gedecentraliseerde agentschappen van 19 juli 2012 wordt duidelijk gesteld dat in voorkomend geval een lid van de raad van bestuur moet worden aangewezen door het Europees Parlement. Gezien de belangrijke rol van dit agentschap en gezien het feit dat dit beginsel recentelijk eveneens is toegepast met betrekking tot het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie, zou het redelijk zijn dit beginsel eveneens op dit agentschap toe te passen. Opname in de raad van bestuur van een door het Europees Parlement aangewezen lid zou eveneens de transparantie vergroten ten aanzien van de procedures van de raad van bestuur.

Amendement148

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Meerjarige programmering en jaarlijkse werkprogramma's

Jaarlijkse werkprogramma's

Amendement149

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De raad van bestuur stelt jaarlijks uiterlijk op 30 november een programmeringsdocument vast met de meerjarige programmering van het agentschap en de jaarlijkse programmering ervan voor het komende jaar, op basis van een ontwerptekst van de uitvoerend directeur, met inachtneming van het advies van de Commissie en, wat betreft de meerjarige programmering, na raadpleging van het Europees Parlement. De raad van bestuur doet het Europees Parlement, de Raad en de Commissie het document toekomen.

1.  De raad van bestuur stelt jaarlijks uiterlijk op 30 november de jaarlijkse programmering van het agentschap vast voor het komende jaar, op basis van een ontwerptekst van de uitvoerend directeur, met inachtneming van het advies van de Commissie. De raad van bestuur doet het Europees Parlement, de Raad en de Commissie het document onverwijld toekomen.

Amendement150

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De meerjarige programmering omvat een beschrijving van de algemene strategische programmering op de middellange en lange termijn, met inbegrip van de doelstellingen, beoogde resultaten en prestatie-indicatoren, alsmede van de planning van de middelen, met inbegrip van de meerjarige begroting en de personele middelen. In de meerjarige programmering worden de strategische interventiegebieden vastgesteld en wordt uitgelegd welke stappen moeten worden genomen om de doelstellingen te bereiken. De meerjarige programmering omvat een strategie voor de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties, evenals de acties in verband met deze strategie.

Schrappen

Amendement151

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De meerjarige programmering wordt uitgevoerd door middel van jaarlijkse werkprogramma's en wordt, waar nodig, bijgewerkt op basis van de resultaten van de in artikel 80 bedoelde evaluatie. De conclusies van deze evaluaties komen, waar nodig, ook tot uitdrukking in het jaarlijkse werkprogramma voor het komende jaar.

Schrappen

Amendement152

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Het jaarlijkse werkprogramma omvat een beschrijving van de te financieren activiteiten, met gedetailleerde doelstellingen en de te verwachte resultaten, waaronder prestatie-indicatoren. Het geeft voorts een indicatie van de financiële en personele middelen die aan iedere activiteit worden toegewezen overeenkomstig de beginselen van activiteitsgestuurde begroting en activiteitsgestuurd beheer. Het jaarlijkse werkprogramma is consistent met de meerjarige programmering. Het vermeldt duidelijk de taken die zijn toegevoegd, gewijzigd of geschrapt ten opzichte van het vorige begrotingsjaar.

5.  Het jaarlijkse werkprogramma omvat een beschrijving van de te financieren activiteiten, met gedetailleerde doelstellingen en de te verwachte resultaten, waaronder prestatie-indicatoren. Het geeft voorts een indicatie van de financiële en personele middelen die aan iedere activiteit worden toegewezen overeenkomstig de beginselen van activiteitsgestuurde begroting en activiteitsgestuurd beheer. Het vermeldt duidelijk de taken die zijn toegevoegd, gewijzigd of geschrapt ten opzichte van het vorige begrotingsjaar.

Amendement153

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   De raad van bestuur kan een vertegenwoordiger van de Europese Dienst voor extern optreden uitnodigen.

5.  De raad van bestuur kan een vertegenwoordiger van de Europese Dienst voor extern optreden of elke andere instantie of instelling van de Unie uitnodigen.

Amendement154

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap wordt geleid door zijn uitvoerend directeur, die volledig onafhankelijk is in de uitoefening van zijn of haar taken. Onverminderd de respectieve bevoegdheden van de Commissie en de raad van bestuur vraagt noch aanvaardt de uitvoerend directeur instructies van een regering of andere instantie.

1.  Het agentschap wordt geleid door zijn uitvoerend directeur, die volledig onafhankelijk is in de uitoefening van zijn of haar taken en die instructies van iemand vraagt noch aanvaardt. Onverminderd de respectieve bevoegdheden van de Commissie en de raad van bestuur vraagt noch aanvaardt de uitvoerend directeur instructies van een regering of andere instantie.

Amendement155

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Het Europees Parlement of de Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken om verslag uit te brengen over de wijze waarop hij zijn of haar taken uitvoert, in het bijzonder over de uitvoering van en het toezicht op de grondrechtenstrategie, het geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag van het agentschap over het voorgaande jaar, het werkprogramma voor het komende jaar en het meerjarenplan van het agentschap.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken om verslag uit te brengen over de wijze waarop hij zijn of haar taken uitvoert, onder meer wat betreft de uitvoering van en het toezicht op de grondrechtenstrategie, het jaarlijks activiteitenverslag van het agentschap over het voorgaande jaar, het werkprogramma voor het komende jaar en eventuele andere onderwerpen die betrekking hebben op de activiteiten van het agentschap. De uitvoerend directeur legt een verklaring af voor het Europees Parlement en brengt het Europees Parlement op gezette tijden verslag uit.

Amendement156

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 3 - letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)   ieder jaar het geconsolideerd jaarlijks verslag over de activiteiten van het agentschap voorbereiden en aan de raad van bestuur voorleggen;

(d)  ieder jaar het jaarlijks verslag over de activiteiten van het agentschap voorbereiden en aan de raad van bestuur voorleggen;

Amendement157

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 3 - letter k

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(k)   de uitvoering van het in artikel 18 bedoelde besluit van de Commissie waarborgen;

(k)  de uitvoering van het in artikel 18 bedoelde besluit van de Raad waarborgen;

Amendement158

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 3 - letter l

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(l)   de financiering van een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie intrekken of deze operaties opschorten of beëindigen, overeenkomstig artikel 24;

(l)  de financiering van activiteiten intrekken, overeenkomstig artikel 24;

Amendement159

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 3 - letter m

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(m)   de resultaten van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies evalueren, overeenkomstig artikel 25;

(m)  de resultaten van activiteiten evalueren, overeenkomstig artikel 25;

Amendement160

Voorstel voor een verordening

Artikel 68

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie draagt kandidaten voor de post van uitvoerend directeur en plaatsvervangend uitvoerend directeur voor op basis van een lijst die is opgesteld na bekendmaking van de post in het Publicatieblad van de Europese Unie en in voorkomend geval in de pers of via internet.

1.  Het Europees Parlement en de Raad stellen bij gezamenlijk besluit de uitvoerend directeur en plaatsvervangend uitvoerend directeur aan op basis van een lijst die is opgesteld door de Commissie na bekendmaking van de post in het Publicatieblad van de Europese Unie en in voorkomend geval in de pers of via internet.

2.  De uitvoerend directeur wordt benoemd door de raad van bestuur op grond van zijn verdiensten en zijn met bewijsstukken gestaafde sterke bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, en rekening houdend met zijn ruime ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer. De raad van bestuur neemt zijn besluit met een meerderheid van twee derde van alle stemgerechtigde leden.

2.  De uitvoerend directeur wordt gekozen op grond van zijn verdiensten, onafhankelijkheid en zijn met bewijsstukken gestaafde sterke bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, en rekening houdend met zijn ruime ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer.

De bevoegdheid om de uitvoerend directeur te ontslaan, berust bij de raad van bestuur, die handelt op basis van een voorstel van de Commissie en daarvoor dezelfde procedure volgt.

 

3.  De uitvoerend directeur wordt bijgestaan door een plaatsvervangend uitvoerend directeur. Indien de uitvoerend directeur afwezig of verhinderd is, neemt de plaatsvervangend uitvoerend directeur zijn plaats in.

3.  De uitvoerend directeur wordt bijgestaan door een plaatsvervangend uitvoerend directeur. Indien de uitvoerend directeur afwezig of verhinderd is, neemt de plaatsvervangend uitvoerend directeur zijn plaats in.

4.  De plaatsvervangend uitvoerend directeur wordt op voorstel van de Commissie, na raadpleging van de uitvoerend directeur, door de raad van bestuur benoemd op grond van zijn verdiensten en zijn met bewijsstukken gestaafde passende bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, en rekening houdend met zijn relevante ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer. De raad van bestuur neemt zijn besluit met een meerderheid van twee derde van alle stemgerechtigde leden.

4.  De plaatsvervangend uitvoerend directeur wordt gekozen op grond van zijn verdiensten en zijn met bewijsstukken gestaafde passende bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, en rekening houdend met zijn relevante ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer. De plaatsvervangend uitvoerend directeur wordt benoemd voor een periode van vijf jaar.

De bevoegdheid om de plaatsvervangend uitvoerend directeur te ontslaan, berust bij de raad van bestuur, die daarvoor dezelfde procedure volgt.

 

5.   De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Aan het einde van deze termijn voert de Commissie een beoordeling uit waarbij rekening wordt gehouden met een evaluatie van de door de uitvoerend directeur bereikte resultaten en de toekomstige taken en uitdagingen van het agentschap.

5.  De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Aan het einde van deze termijn voert de Commissie een beoordeling uit waarbij rekening wordt gehouden met een evaluatie van de door de uitvoerend directeur bereikte resultaten en de toekomstige taken en uitdagingen van het agentschap.

6.  Op grond van een voorstel van de Commissie dat rekening houdt met de in lid 5 bedoelde beoordeling, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen, met ten hoogste vijf jaar.

 

7.  De ambtstermijn van de plaatsvervangend uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Deze ambtstermijn kan door de raad van bestuur eenmaal worden verlengd met een periode van ten hoogste vijf jaar.

 

 

7 bis.  De uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur komen in aanmerking voor herbenoeming.

 

7 ter.  Behalve door regelmatige vervanging of overlijden eindigt de ambtsvervulling van de uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur als ze ontslag nemen. De uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur kunnen op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie door het Hof van Justitie uit zijn, respectievelijk haar ambt ontheven worden verklaard, indien hij, respectievelijk zij niet meer aan de eisen voor de uitoefening van dat ambt voldoet of op ernstige wijze is tekortgeschoten.

Amendement161

Voorstel voor een verordening

Artikel 69

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Raad van toezicht

Adviesraad

1.  De raad van toezicht geeft de uitvoerend directeur advies over:

1.  De adviesraad geeft de uitvoerend directeur advies over:

(a)  door de uitvoerend directeur aan een lidstaat te richten aanbevelingen om gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies te initiëren en uit te voeren, overeenkomstig artikel 14, lid 4;

(a)  door de uitvoerend directeur aan een lidstaat te richten aanbevelingen om gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies te initiëren en uit te voeren, overeenkomstig artikel 14, lid 4;

(b)   door de uitvoerend directeur jegens lidstaten te nemen besluiten met betrekking tot de resultaten van de door het agentschap uitgevoerde kwetsbaarheidsbeoordeling, overeenkomstig artikel 12;

(b)  door de uitvoerend directeur jegens lidstaten te nemen besluiten met betrekking tot de resultaten van de door het agentschap uitgevoerde kwetsbaarheidsbeoordeling, overeenkomstig artikel 12;

(c)   te nemen maatregelen voor de praktische uitvoering van het besluit van de Commissie met betrekking tot een situatie die urgente actie aan de buitengrenzen vereist, met inbegrip van de technische uitrusting die en het personeel dat nodig is om de doelstellingen van dat besluit te verwezenlijken, overeenkomstig artikel 18, lid 3.

(c)  te nemen maatregelen voor de praktische uitvoering van het besluit van de Raad met betrekking tot een situatie die urgente actie aan de buitengrenzen vereist, met inbegrip van de technische uitrusting die en het personeel dat nodig is om de doelstellingen van dat besluit te verwezenlijken, overeenkomstig artikel 18, lid 3.

2.  De raad van toezicht bestaat uit de plaatsvervangend uitvoerend directeur, vier andere door de raad van bestuur te benoemen hoge ambtenaren van het agentschap en een van de vertegenwoordigers van de Commissie in de raad van bestuur. De raad van toezicht wordt voorgezeten door de plaatsvervangend uitvoerend directeur.

2.  De adviesraad bestaat uit de plaatsvervangend uitvoerend directeur, drie andere door de raad van bestuur te benoemen hoge ambtenaren van het agentschap, de grondrechtenfunctionaris en een van de vertegenwoordigers van de Commissie in de raad van bestuur. De adviesraad wordt voorgezeten door de plaatsvervangend uitvoerend directeur.

3.  De raad van toezicht brengt verslag uit bij de raad van bestuur.

3.  De adviesraad brengt verslag uit bij de raad van bestuur.

Amendement162

Voorstel voor een verordening

Artikel 70

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap richt een adviesforum op dat de uitvoerend directeur en de raad van bestuur bijstaat op het gebied van grondrechten.

1.  Het agentschap richt een onafhankelijk adviesforum op dat de uitvoerend directeur en de raad van bestuur bijstaat op het gebied van grondrechten.

2.  Het agentschap nodigt het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, het Hoge Commissariaat van de Verenigde Naties voor vluchtelingen en andere relevante organisaties uit aan het adviesforum deel te nemen. Op voorstel van de uitvoerend directeur besluit de raad van bestuur over de samenstelling en de werkmethoden van het adviesforum en over de wijze waarop aan het adviesforum informatie wordt toegezonden.

2.  Het agentschap nodigt het EASO, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, het Hoge Commissariaat van de Verenigde Naties voor vluchtelingen en andere relevante organisaties uit aan het adviesforum deel te nemen. Op voorstel van de uitvoerend directeur besluit de raad van bestuur over de samenstelling en over de wijze waarop aan het adviesforum informatie wordt toegezonden.. Het adviesforum stelt zijn werkmethoden vast en stelt zijn werkprogramma op.

3.  Het adviesforum wordt geraadpleegd over de verdere ontwikkelingen en uitvoering van de grondrechtenstrategie, de gedragscodes en de gemeenschappelijke basisinhoud.

3.  Het adviesforum wordt geraadpleegd over de verdere ontwikkelingen en uitvoering van de grondrechtenstrategie, de opzet van het klachtenmechanisme, de gedragscodes en de gemeenschappelijke basisinhoud.

 

3 bis.  Het agentschap meldt het adviesforum of, en zo ja op welke wijze, het zijn activiteiten al dan niet heeft aangepast als reactie op de verslagen en aanbevelingen van het adviesforum. Het agentschap neemt details over dergelijke aanpassingen op in zijn jaarverslag.

4.  Het adviesforum stelt een jaarverslag van zijn activiteiten op. Dat verslag wordt openbaar gemaakt.

4.  Het adviesforum stelt een jaarverslag van zijn activiteiten op. Dat verslag wordt openbaar gemaakt.

5.  Het adviesforum heeft toegang tot alle informatie met betrekking tot de eerbiediging van de grondrechten, onder meer door gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies ter plaatse te bezoeken indien de ontvangende lidstaat dat toestaat.

5.  Het adviesforum heeft daadwerkelijk toegang tot alle informatie met betrekking tot de eerbiediging van de grondrechten, onder meer door gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies, hotspotgebieden, terugkeeroperaties en terugkeerinterventies ter plaatse te bezoeken.

Amendement163

Voorstel voor een verordening

Artikel 71

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De raad van bestuur stelt een grondrechtenfunctionaris aan, die beschikt over de nodige kwalificaties en ervaring op het gebied van grondrechten.

1.  De raad van bestuur stelt een grondrechtenfunctionaris aan met de taak toe te zien op de eerbiediging van de grondrechten binnen het agentschap en deze te bevorderen, die beschikt over de nodige kwalificaties en ervaring op het gebied van grondrechten.

 

1 bis.  De grondrechtenfunctionaris heeft toereikende middelen en personeelsleden tot zijn of haar beschikking, overeenkomstig het mandaat en de omvang van het agentschap en heeft toegang tot alle benodigde informatie om zijn of haar taak te vervullen.

2.  De grondrechtenfunctionaris is onafhankelijk in de uitvoering van zijn of haar taken als grondrechtenfunctionaris, rapporteert rechtstreeks aan de raad van bestuur en werkt samen het adviesforum. De grondrechtenfunctionaris brengt regelmatig verslag uit en draagt aldus bij tot het mechanisme voor toezicht op de grondrechten.

2.  De grondrechtenfunctionaris is onafhankelijk in de uitvoering van zijn of haar taken als grondrechtenfunctionaris en rapporteert rechtstreeks aan de raad van bestuur en het adviesforum. De grondrechtenfunctionaris brengt regelmatig verslag uit en draagt aldus bij tot het mechanisme voor toezicht op de grondrechten.

3.  De grondrechtenfunctionaris wordt geraadpleegd met betrekking tot de overeenkomstig de artikelen 15 en 16 en artikel 32, lid 4, opgestelde operationele plannen en heeft toegang tot alle informatie inzake de eerbiediging van de grondrechten, in verband met alle activiteiten van het agentschap.

3.  De grondrechtenfunctionaris wordt geraadpleegd met betrekking tot de overeenkomstig de artikelen 15, 16, 27 en artikel 32, lid 4, opgestelde operationele plannen en heeft toegang tot alle informatie inzake de eerbiediging van de grondrechten, in verband met alle activiteiten van het agentschap.

Amendement164

Voorstel voor een verordening

Artikel 72

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap neemt in samenwerking met de grondrechtenfunctionaris de nodige maatregelen om overeenkomstig dit artikel een klachtenmechanisme in te stellen teneinde de eerbiediging van de grondrechten bij alle activiteiten van het agentschap te monitoren en te waarborgen.

1.  Het agentschap neemt in samenwerking met de grondrechtenfunctionaris de nodige maatregelen om overeenkomstig dit artikel een onafhankelijk, toegankelijk, transparant en doeltreffend klachtenmechanisme in te stellen teneinde de eerbiediging van de grondrechten bij alle activiteiten van het agentschap te monitoren en te waarborgen.

2.  Iedere persoon die rechtstreeks de gevolgen ondervindt van de acties van het personeel dat betrokken is bij een gezamenlijke operatie, proefproject, snelle grensinterventie, terugkeeroperatie of terugkeerinterventie en van mening is dat met deze acties zijn of haar grondrechten zijn geschonden, of iedere derde partij die namens een dergelijke persoon optreedt, kan schriftelijk een klacht indienen bij het agentschap.

2.  Iedere persoon die rechtstreeks de gevolgen ondervindt van de acties van het personeel dat betrokken is bij een gezamenlijke operatie, proefproject, snelle grensinterventie, ondersteuningsteam voor migratiebeheer, terugkeeroperatie of terugkeerinterventie en van mening is dat met deze acties zijn of haar grondrechten, als beschermd door de Uniewetgeving, zijn geschonden, of iedere derde partij die namens een dergelijke persoon optreedt, kan schriftelijk een klacht indienen bij het agentschap.

3.  Uitsluitend voldoende gemotiveerde klachten in verband met concrete schendingen van de grondrechten zijn ontvankelijk. Anonieme, kwaadwillige, lichtzinnige, provocerende, hypothetische of onnauwkeurige klachten worden uit het klachtenmechanisme uitgesloten.

3.  Uitsluitend voldoende gemotiveerde klachten in verband met concrete schendingen van de grondrechten zijn ontvankelijk. Duidelijk ongegronde, anonieme, kwaadwillige, lichtzinnige, provocerende of hypothetische klachten worden uit het klachtenmechanisme uitgesloten. Klachten kunnen worden ingediend door derden die te goeder trouw handelen in het belang van een klager die wellicht anoniem wenst te blijven.

4.  De grondrechtenfunctionaris wordt belast met de behandeling van door het agentschap ontvangen klachten overeenkomstig het recht op behoorlijk bestuur. Daartoe onderzoekt de grondrechtenfunctionaris de ontvankelijkheid van een klacht en hij registreert ontvankelijke klachten, zendt alle geregistreerde klachten door aan de uitvoerend directeur, zendt klachten betreffende grenswachters door aan de lidstaat van herkomst en registreert welke follow-up het agentschap of de lidstaat daaraan geeft.

4.  De grondrechtenfunctionaris wordt belast met de behandeling van door het agentschap ontvangen klachten overeenkomstig het Handvest, met inbegrip van het recht op behoorlijk bestuur. Daartoe onderzoekt de grondrechtenfunctionaris de ontvankelijkheid van een klacht en hij registreert ontvankelijke klachten, zendt alle geregistreerde klachten door aan de uitvoerend directeur en zendt, binnen een bepaalde termijn, klachten betreffende grenswachters door aan de lidstaat van herkomst, met inbegrip van de desbetreffende autoriteit of instantie die bevoegd is voor grondrechten in de lidstaten. De grondrechtenfunctionaris registreert en waarborgt eveneens de follow-up door het agentschap of de desbetreffende lidstaat. Elk besluit wordt schriftelijk en onderbouwd overgelegd. De grondrechtenfunctionaris brengt de klager op de hoogte van het ontvankelijkheidsbesluit en van de nationale autoriteiten aan wie zijn of haar klacht werd doorgezonden.

 

Als een klacht niet ontvankelijk is, worden de klagers in kennis gesteld van de redenen daarvoor en wordt hen gewezen op verdere mogelijkheden om verhaal te zoeken.

5.  Wanneer een klacht met betrekking tot een personeelslid van het agentschap wordt geregistreerd, zorgt de uitvoerend directeur voor passende follow-up, met inbegrip van disciplinaire maatregelen, waar nodig. De uitvoerend directeur brengt aan de grondrechtenfunctionaris verslag uit over de bevindingen en de follow-up die het agentschap aan de klacht heeft gegeven.

5.  Wanneer een klacht met betrekking tot een personeelslid van het agentschap wordt geregistreerd, zorgt de uitvoerend directeur, in overleg met de grondrechtenfunctionaris, voor passende follow-up, met inbegrip van disciplinaire maatregelen, waar nodig. De uitvoerend directeur brengt aan de grondrechtenfunctionaris verslag uit over de uitvoering van de disciplinaire maatregelen binnen een bepaalde termijn, en vervolgens, indien nodig, op regelmatige tijdstippen.

6.  Wanneer een klacht met betrekking tot een grenswachter van een ontvangende lidstaat of een teamlid wordt geregistreerd, daaronder ook begrepen gedetacheerde teamleden of gedetacheerde nationale deskundigen, zorgt de lidstaat van herkomst voor passende follow-up, met inbegrip van disciplinaire maatregelen, waar nodig, of andere maatregelen overeenkomstig het nationaal recht. De betrokken lidstaat brengt aan de grondrechtenfunctionaris verslag uit over de bevindingen en de follow-up die aan de klacht is gegeven.

6.  Wanneer een klacht met betrekking tot een grenswachter van een ontvangende lidstaat of een teamlid wordt geregistreerd, daaronder ook begrepen gedetacheerde teamleden of gedetacheerde nationale deskundigen, zorgt de lidstaat van herkomst voor passende follow-up, met inbegrip van disciplinaire maatregelen, waar nodig, of andere maatregelen overeenkomstig het nationaal recht. De betrokken lidstaat brengt binnen een bepaalde termijn en vervolgens, indien nodig, op regelmatige tijdstippen aan de grondrechtenfunctionaris verslag uit over de bevindingen en de follow-up die aan de klacht is gegeven. Wanneer de betreffende lidstaat geen verslag uitbrengt, zendt het agentschap een waarschuwingsbrief met daarin de mogelijke acties die het agentschap kan nemen indien geen follow-up aan de brief wordt gegeven.

 

6 bis.  Wanneer schendingen van de grondrechten of de internationale verplichtingen op het gebied van bescherming door een grenswachter of een gedetacheerde nationale deskundige worden vastgesteld, verzoekt het agentschap de lidstaat om deze grenswachter of gedetacheerde nationale deskundige onverwijld van de activiteit van het agentschap of de snel inzetbare reservepool uit te sluiten.

7.  De grondrechtenfunctionaris brengt aan de uitvoerend directeur en de raad van bestuur verslag uit over de bevindingen en de follow-up die het agentschap en de lidstaten aan de klachten hebben gegeven.

7.  De grondrechtenfunctionaris brengt aan de uitvoerend directeur en de raad van bestuur verslag uit over de bevindingen en de follow-up die het agentschap en de lidstaten aan de klachten hebben gegeven. Het agentschap neemt in zijn jaarverslag informatie op over het klachtenmechanisme en vermeldt hierbij het aantal ontvangen klachten, de soorten schendingen van de grondrechten, de betreffende operatie en de follow-upmaatregelen die het agentschap en de lidstaten hebben genomen.

8.  Overeenkomstig het recht op behoorlijk bestuur worden de klagers, wanneer hun klacht ontvankelijk is, ervan in kennis gesteld dat de klacht is geregistreerd, een beoordeling is gestart en het antwoord zal worden gestuurd zodra het beschikbaar is. Als een klacht niet ontvankelijk is, worden de klagers in kennis gesteld van de redenen daarvoor en wordt hen gewezen op verdere mogelijkheden om verhaal te zoeken.

 

9.  De grondrechtenfunctionaris stelt na raadpleging van het adviesforum een standaardformulier voor klachten op, waarin wordt gevraagd naar nauwkeurige en specifieke informatie met betrekking tot de vermeende schending van de grondrechten. De grondrechtenfunctionaris dient het formulier in bij de uitvoerend directeur en de raad van bestuur.

9.  De grondrechtenfunctionaris stelt na raadpleging van het adviesforum de procedure voor een onafhankelijk klachtenmechanisme vast op basis van artikel 41 van het Handvest en in overeenstemming met de hierboven beschreven voorwaarden, en stelt een standaardformulier voor klachten op, waarin wordt gevraagd naar nauwkeurige en specifieke informatie met betrekking tot de vermeende schending van de grondrechten. De grondrechtenfunctionaris dient het formulier en alle andere gedetailleerde procedures in bij de uitvoerend directeur en de raad van bestuur.

Het agentschap zorgt ervoor dat het standaardformulier voor klachten in de meest gebruikelijke talen beschikbaar is en dat het op de website van het agentschap wordt geplaatst en op papier beschikbaar is tijdens alle activiteiten van het agentschap. De grondrechtenfunctionaris onderzoekt klachten ook wanneer deze niet via het standaardformulier zijn ingediend.

Het agentschap zorgt ervoor dat informatie over de mogelijkheid en de procedure om een klacht in te dienen, gemakkelijk beschikbaar is. Het standaardklachtenformulier wordt beschikbaar gesteld in talen die onderdanen van derde landen begrijpen of waarvan redelijkerwijs wordt aangenomen dat ze die begrijpen, op de website van het agentschap en op papier tijdens alle activiteiten van het agentschap. Aanvullende begeleiding en bijstand op het gebied van de klachtenprocedure wordt verstrekt aan vermeende slachtoffers en op verzoek. Er wordt informatie toegespitst op kinderen en andere kwetsbare groepen verstrekt om hun toegang tot het klachtenmechanisme te bevorderen. De grondrechtenfunctionaris onderzoekt klachten ook wanneer deze niet via het standaardformulier zijn ingediend.

10.  Alle persoonsgegevens die in een klacht worden vermeld, worden behandeld en verwerkt door het agentschap en de grondrechtenfunctionaris overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 en door de lidstaten overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG en Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad.

10.  Alle persoonsgegevens die in een klacht worden vermeld, worden behandeld en verwerkt door het agentschap en de grondrechtenfunctionaris overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 en door de lidstaten overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG en Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad.

Als een klager een klacht indient, wordt hij of zij verondersteld in te stemmen met de verwerking van zijn of haar persoonsgegevens in de zin van artikel 5, onder d), van Verordening (EG) nr. 45/2001 door het agentschap of de grondrechtenfunctionaris.

Als een klager een klacht indient, wordt hij of zij verondersteld in te stemmen met de verwerking van zijn of haar persoonsgegevens in de zin van artikel 5, onder d), van Verordening (EG) nr. 45/2001 door het agentschap of de grondrechtenfunctionaris.

Om de belangen van klagers te waarborgen, worden klachten vertrouwelijk behandeld, tenzij de klager afstand doet van zijn of haar recht op vertrouwelijke behandeling. Wanneer een klager afstand doet van zijn of haar recht op vertrouwelijke behandeling, wordt aangenomen dat hij of zij ermee instemt dat de grondrechtenfunctionaris of het agentschap zijn of haar identiteit met betrekking tot de inhoud van de klacht bekendmaakt.

Om de belangen van klagers te waarborgen, worden klachten vertrouwelijk behandeld, tenzij de klager afstand doet van zijn of haar recht op vertrouwelijke behandeling. Wanneer een klager afstand doet van zijn of haar recht op vertrouwelijke behandeling, wordt aangenomen dat hij of zij ermee instemt dat de grondrechtenfunctionaris of het agentschap zijn of haar identiteit met betrekking tot de inhoud van de klacht bekendmaakt aan de bevoegde autoriteit en, indien relevant of noodzakelijk, de desbetreffende autoriteit of instantie die bevoegd is voor grondrechten in de betreffende lidstaat.

 

10 bis.  Gegevensbeschermingsrechten en daaraan verwante klachten van betrokkenen worden afzonderlijk behandeld door de gegevensbeschermingsfunctionaris die overeenkomstig artikel 44, lid 1, van deze verordening is aangesteld. De grondrechtenfunctionaris en de gegevensbeschermingsfunctionaris stellen een schriftelijk memorandum van overeenstemming op met daarin hun taakverdeling voor de ontvangen klachten.

Amendement165

Voorstel voor een verordening

Artikel 74 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Het agentschap kan op eigen initiatief communiceren op de gebieden die tot zijn taken behoren. Het maakt het in artikel 61, lid 1, onder d), bedoelde geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag openbaar en draagt er met name zorg voor dat het publiek en alle belanghebbende partijen snel objectieve, betrouwbare en begrijpelijke informatie omtrent zijn werk ontvangen.

2.  Het agentschap communiceert op eigen initiatief op de gebieden die tot zijn taken behoren. Het maakt relevante informatie inclusief het in artikel 61, lid 1, onder d), bedoelde jaarlijkse activiteitenverslag openbaar en draagt er met name zorg voor dat het publiek en alle belanghebbende partijen snel objectieve, gedetailleerde, betrouwbare en begrijpelijke informatie omtrent zijn werk ontvangen, zonder dat daarbij operationele gegevens worden prijsgegeven die, eenmaal openbaar, het bereiken van de doelstelling van de operaties in gevaar zouden brengen.

Amendement166

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De ontvangsten van het agentschap bestaan, onverminderd andere ontvangsten, uit:

1.  De inkomsten van het agentschap bestaan uit:

Amendement167

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Ter vergroting van de transparantie worden de operationele uitgaven op de begroting van de Unie opgevoerd in aparte posten per activiteitengebied.

Amendement168

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De raming wordt samen met het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie door de Commissie ingediend bij het Europees Parlement en de Raad (hierna "de begrotingsautoriteit" genoemd).

7.  De raming wordt na ontvangst door de Commissie ingediend bij het Europees Parlement en de Raad (hierna "de begrotingsautoriteit" genoemd).

Amendement169

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

13.  Met het oog op de financiering van de inzet van snelle grensinterventies en terugkeerinterventies behelst de door de raad van bestuur goedgekeurde begroting van het agentschap een financiële operationele reserve van ten minste 4 % van de toewijzing voor de operationele activiteiten. De reserve moet het hele jaar op dat niveau blijven.

13.  Met het oog op de financiering van de inzet van snelle grensinterventies en terugkeerinterventies behelst de door de raad van bestuur goedgekeurde begroting van het agentschap een financiële operationele reserve van ten minste 4 % van de toewijzing voor de operationele activiteiten. Op 1 oktober van elk jaar moet ten minste een vierde van de reserve nog aanwezig zijn om de behoeften te dekken die tot het einde van het jaar ontstaan.

Amendement170

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 77 bis

 

Voorkoming van belangenconflicten

 

Het agentschap stelt interne voorschriften vast die van leden van hun organen en hun personeelsleden vergen dat zij gedurende hun tewerkstelling of ambtstermijn situaties vermijden die aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten en dat zij deze situaties rapporteren.

Amendement171

Voorstel voor een verordening

Artikel 79

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 79

Schrappen

Comitéprocedure

 

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 33 bis van Verordening (EG) nr. 562/2006 opgerichte comité. Het comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

 

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

 

3.  Indien het advies van het comité via een schriftelijke procedure wordt verkregen, wordt deze procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, daartoe door de voorzitter van het comité wordt besloten of hierom door een tweederdemeerderheid van de leden van het comité wordt verzocht.

 

4.  Indien het comité geen advies uitbrengt, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

 

5.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011 in samenhang met artikel 5 van die verordening van toepassing.

 

Amendement172

Voorstel voor een verordening

Artikel 80

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens om de drie jaar verricht de Commissie een evaluatie om met name de resultaten, effectiviteit en doelmatigheid van de activiteiten van het agentschap en de werkmethoden ervan te beoordelen in het licht van de doelstellingen, het mandaat en de taken van het agentschap. De evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van het agentschap moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen.

1.  Binnen ... [drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de drie jaar verricht de Commissie een onafhankelijke evaluatie om met name de door het agentschap bereikte resultaten te beoordelen gezien de doelstellingen, het mandaat en de taken ervan, evenals het effect, de effectiviteit en doelmatigheid van de activiteiten van het agentschap en de werkmethoden ervan in het licht van de doelstellingen, het mandaat en de taken van het agentschap en de tenuitvoerlegging van de Europese samenwerking op het gebied van kustwachttaken. De evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van het agentschap moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen.

De evaluatie omvat een specifieke analyse van de wijze waarop het Handvest van de grondrechten bij de toepassing van de verordening is nageleefd.

De evaluatie omvat een specifieke analyse van de wijze waarop het Handvest en het desbetreffende Unierecht de toepassing van de verordening is nageleefd.

2.  De Commissie zendt het evaluatieverslag samen met haar conclusies over het verslag aan het Europees Parlement, de Raad en de raad van bestuur. Het evaluatieverslag en de conclusies over het verslag worden openbaar gemaakt.

2.  De Commissie zendt het evaluatieverslag samen met haar conclusies over het verslag aan het Europees Parlement, de Raad en de raad van bestuur. Het evaluatieverslag en de conclusies over het verslag worden openbaar gemaakt.

3.  Bij elke tweede evaluatie toetst de Commissie de door het agentschap bereikte resultaten aan zijn doelstellingen, mandaat en taken.

 

Amendement173

Voorstel voor een verordening

Artikel 82 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 19, lid 5, en de artikelen 28, 29, 30 en 31 worden van toepassing drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening.

De artikelen 28, 29, 30 en 31 worden van toepassing vanaf ... [drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening].


TOELICHTING

Inleiding

De verwezenlijking van het Schengengebied als gebied van 26 landen zonder binnengrenstoezicht waarbinnen personen zich vrijelijk kunnen bewegen wordt door velen terecht beschouwd als een van de grootste en meest zichtbare successen van Europese integratie. Het kernbeginsel ervan, de afwezigheid van controles aan de binnengrenzen, staat momenteel echter als nooit tevoren onder druk: acht lidstaten (België, Denemarken, Duitsland, Hongarije, Oostenrijk, Slovenië, Zweden en Noorwegen) hebben naar aanleiding van secundaire illegale migratiestromen, die beschouwd worden als een ernstige bedreiging voor de openbare orde en binnenlandse veiligheid, weer controles aan de binnengrenzen ingevoerd. Daarnaast hebben Malta en Frankrijk om veiligheidsredenen besloten tot herinvoering van grenstoezicht aan de binnengrenzen.

De instrumenten en mechanismen die in de loop van de tijd met het oog op de doeltreffende werking van het Schengengebied ontwikkeld zijn, blijken dus, gezien de omvang van de huidige migratiecrisis en de bedreigingen in de vorm van terroristische activiteiten, onvoldoende te zijn.

Er worden momenteel inspanningen verricht om de problemen in verband met de migratiecrisis aan te pakken, de solidariteit tussen de lidstaten te versterken en de uitwisseling van informatie en samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties die belast zijn met de bestrijding van terrorisme te versterken.

Het voorstel voor een Europese grens- en kustwacht (European Border and Coast Guard - EBCG) heeft ten doel een adequaat beheer van de buitengrenzen van het Schengengebied te waarborgen, om te zorgen voor een doeltreffend migratiebeheer en om een hoog niveau van veiligheid te garanderen en tevens het vrije verkeer van personen binnen de Unie in stand te houden. Het voorstel is in de huidige context een essentieel element om de geconstateerde gebreken aan te pakken, maar vormt geen universele oplossing.

Achtergrond

Het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex) werd op 1 mei 2005 operationeel. Frontex heeft tot taak het geïntegreerd beheer van de buitengrenzen te verbeteren en de toepassing van de gemeenschappelijke regels te bevorderen, om het Europees beheersconcept voor grenscontrole te bevorderen, coördineren en ontwikkelen.

Het mandaat van Frontex is reeds tweemaal herzien. Bij Verordening 863/2007 werd het concept "snelle grensinterventies" ingevoerd. In Verordening 1168/2011 werd de verantwoordelijkheid van Frontex op het gebied van de bescherming van de grondrechten benadrukt.

In 2013 werd bij Verordening 1052/2013 het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur) ingesteld, dat door Frontex wordt beheerd en dat beschreven kan worden als een kaart met daarop het situatiebeeld aan de grens, op basis waarvan informatie kan worden uitgewisseld. Voorts werden, naar aanleiding van een zaak die door het Parlement aanhangig was gemaakt, bij Verordening 656/2014 regels vastgesteld voor de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking gecoördineerd door Frontex.

Ten tijde van de goedkeuring van de laatste herziening van de Frontex-verordening in 2011 heeft de Commissie in een verklaring toegezegd een haalbaarheidsstudie te verrichten naar de oprichting van een Europees systeem van grenswachten(1). Bovendien heeft de Europese Raad de Commissie in het programma van Stockholm verzocht "een debat op gang te brengen over de langetermijnperspectieven van Frontex", dat ook betrekking moet hebben "op de haalbaarheid van de oprichting van een Europees systeem van grenswachten". Deze studie is inmiddels opgesteld en in de Commissie LIBE gepresenteerd(2).

Tegelijkertijd werd de Frontex-verordening, overeenkomstig de daarin opgenomen bepalingen, onderworpen aan een evaluatie. De resultaten van die evaluatie zijn gepubliceerd(3). In haar migratieagenda deelde de Commissie mee dat zij "op basis van de lopende evaluatie [...] een wijziging van de rechtsgrondslag van Frontex [zal] voorstellen om de rol van het agentschap op het gebied van terugkeer te versterken".

Het Parlement heeft de toekomstige ontwikkeling van Frontex reeds vaak besproken, onder meer tijdens een debat in de voltallige vergadering van 11 februari 2015 en tijdens de voorbereiding van zijn resolutie van 2 december 2015 over het speciaal verslag van de Europese Ombudsman betreffende het onderzoek op eigen initiatief naar Frontex (OI/5/2012/BEH-MHZ)(2014/2215(INI). In deze resolutie doet het Parlement de aanbeveling bij de volgende herziening van het mandaat van Frontex bepalingen op te nemen inzake een mechanisme voor de afhandeling van individuele klachten.

Onderhavig voorstel voor een EBCG

Op basis van bovengenoemde voorbereidende werkzaamheden en in het licht van de ongekende migratiecrisis diende de Commissie afgelopen december dit voorstel in. Het voorstel voorziet in een volledige herziening van het mandaat van Frontex door middel van een aanzienlijke uitbreiding van de bevoegdheden van het agentschap.

De Commissie stelt voor een EBCG op te richten, bestaande uit het nieuwe EBCG-agentschap, dat Frontex zal vervangen, en de nationale autoriteiten van de lidstaten die belast zijn met grensbeheer, inclusief de kustwachten voor zover deze taken op het gebied van grenstoezicht uitvoeren. Daarnaast stelt de Commissie voor om het concept Europees geïntegreerd grensbeheer voor het eerst in wetgeving op te nemen.

Vernieuwende onderdelen van het voorstel zijn onder meer de invoering van een kwetsbaarheidsbeoordeling als preventief mechanisme ter voorkoming van ondoeltreffend toezicht aan de buitengrenzen, het stationeren van verbindingsfunctionarissen in de lidstaten, de procedure voor situaties die dringende maatregelen vereisen en het opzetten van een pool van 1500 grenswachters, die door de lidstaten zonder uitzondering ter beschikking moeten worden gesteld voor snelle inzet. Het voorstel voorziet voorts in versterking van de rol van het agentschap op het gebied van terugkeer, versterking van de capaciteit van het agentschap (personeel, begroting, uitrusting), intensievere samenwerking met derde landen en de totstandbrenging van samenwerking op Europees niveau op het gebied van kustwachttaken.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur verwelkomt en steunt het voorstel dat, eenmaal aangenomen, een instrument zal vormen dat de solidariteit tussen de lidstaten zal vergroten, de integratie op het gebied van grensbeheer zal versterken en zal bijdragen aan het voorkomen van crisissituaties aan de buitengrenzen. Het voorstel is een antwoord op de geconstateerde tekortkomingen, zoals de weigering of het onvermogen van lidstaten om op verzoek van het agentschap grenswachters en uitrusting beschikbaar te stellen voor inzet, het gebrek aan doeltreffende monitoring en preventieve maatregelen en het feit dat de lidstaten de mechanismen die in het leven zijn geroepen niet hebben geactiveerd (sinds de oprichting van het mechanisme voor snelle grensinterventies heeft er slechts tweemaal een dergelijke interventie plaatsgevonden). In een ruimte van vrij verkeer zonder binnengrenzen moet het beheer van de buitengrenzen van de Unie een gedeelde verantwoordelijkheid zijn van alle lidstaten. De door de rapporteur voorgestelde amendementen strekken ertoe het voorstel verder te versterken door middel van verbetering van de doeltreffendheid, efficiëntie en controleerbaarheid van het agentschap.

De rapporteur stelt een aantal wijzigingen voor die ervoor moeten zorgen dat het agentschap beter in staat is zijn doelstellingen te bereiken. Het is van groot belang dat het agentschap in de toekomst op alle momenten waarop dat nodig is, kan beschikken over de vereiste grenswachters en uitrusting en dat het agentschap ook in staat is om deze grenswachters en uitrusting zo nodig op korte termijn in te zetten.

Met betrekking tot de voorgestelde procedure voor situaties aan de grens die dringende maatregelen vereisen (artikel 18) is de rapporteur van oordeel dat de soevereiniteit van de lidstaten in het voorstel geëerbiedigd wordt, omdat in het voorstel wordt bepaald dat de betrokken lidstaat met het agentschap tot overeenstemming moet komen over het operationele plan en dat het bovendien de lidstaat is die instructies geeft aan de teams. De rapporteur stelt zich echter op het standpunt dat het de Raad moet zijn die besluit tot het vaststellen van maatregelen, teneinde het besluitvormingsproces te versterken en meer nadruk te leggen op de soevereiniteit van de lidstaten. Er moet ook een realistische procedure zijn voor het treffen van maatregelen in het geval een lidstaat een besluit van de Raad niet naleeft. Het is in een dergelijk geval niet mogelijk om te wachten op het resultaat van een gerechtelijke procedure. Om het Schengengebied als zodanig te beschermen kan het in een dergelijk geval, als laatste redmiddel en in welomschreven omstandigheden, noodzakelijk zijn om het grenstoezicht aan de binnengrenzen opnieuw in te voeren.

De rapporteur is voorts van mening dat het stationeren van verbindingsfunctionarissen in alle lidstaten met een land- of zeebuitengrens het agentschap in staat zal stellen zijn doelstellingen beter te bereiken en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaat en het agentschap zal vergemakkelijken. In beginsel moeten verbindingsfunctionarissen worden ingezet in alle lidstaten, omdat alle lidstaten dienen deel te nemen aan de verdere opbouw van een gemeenschappelijke cultuur van hoge normen op het gebied van grensbewaking, maar omdat lidstaten die alleen maar binnengrenzen hebben minder risico lopen, hoeven in die lidstaten niet noodzakelijkerwijs verbindingsfunctionarissen te worden gestationeerd.

Om zwakke punten aan de buitengrenzen op te sporen en aan te pakken zullen de buitengrenzen permanent worden gemonitord door middel van periodieke risicoanalyses en verplichte kwetsbaarheidsbeoordelingen. De rapporteur stelt voor om de bepalingen inzake de uitrusting voor operaties aan te scherpen. Het agentschap zal kunnen beschikken over een snel inzetbare reservepool van grenswachters en een pool van technische uitrusting, die binnen enkele dagen moeten kunnen worden ingezet voor snelle grensinterventies.

In verband met de grotere rol van het agentschap op het gebied van terugkeer verduidelijkt de rapporteur dat het de doelstelling van het agentschap is om de lidstaten te steunen bij de praktische organisatie van terugkeeroperaties, zonder echter de door de lidstaten vastgestelde terugkeerbesluiten inhoudelijk te beoordelen. Daarnaast is de rapporteur, gelet op de grotere rol en de uitbreiding van de operationele taken van het agentschap, voorstander van het vaststellen van een aantal waarborgen voor het agentschap op het gebied van de grondrechten.

Voorts is de rapporteur van oordeel dat de verordening "toekomstbestendig" moet zijn. Het takenpakket van het agentschap omvat de aanpak van mogelijke dreigingen aan de buitengrenzen van de Unie, waaronder criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie, waarbij de focus momenteel ligt op het leveren van een bijdrage aan een doeltreffend migratiebeheer aan de buitengrenzen van de Unie.

Met het oog op de efficiëntie stelt de rapporteur voor om de raad van toezicht en de meerjarenprogrammering te schrappen, omdat beide concepten een belemmering kunnen vormen voor doeltreffende actie. Daarnaast is de rapporteur van mening dat de financiering en medefinanciering van activiteiten niet meer via subsidies moet verlopen, maar via overeenkomsten. Subsidieregelingen schieten tekort als het gaat om flexibiliteit en zijn bovendien tijdrovend, waardoor ze minder efficiënt zijn dan overeenkomsten.

De rapporteur acht het voorts noodzakelijk om de controleerbaarheid van het toekomstige agentschap te verbeteren, door ervoor te zorgen dat meer informatie beschikbaar wordt gesteld aan het Parlement en het brede publiek. Meer transparantie is noodzakelijk om de legitimiteit van het agentschap te vergroten en te voorkomen dat een verkeerd beeld ontstaat van de rol van het agentschap.

Ten slotte is de rapporteur het ermee eens dat deze verordening zo snel mogelijk moet worden vastgesteld, teneinde de controles aan de buitengrenzen te verbeteren en terug te keren naar een situatie waarin binnen het Schengengebied geen grenscontroles plaatsvinden.

20.5.2016

ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2007/2004, Verordening (EG) nr. 863/2007 en Beschikking 2005/267/EG van de Raad

(COM(2015)0671 – C7-0408 – 2015/0310(COD))

Rapporteur voor advies: Javier Nart

BEKNOPTE MOTIVERING

Dit voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de Europese grens- en kustwacht strekt tot oprichting van een Europese grens- en kustwacht die en integraal beheer van de EU-buitengrenzen moet verzekeren.

Het voorstel komt zeer gelegen en beantwoordt aan de uitdagingen waarvoor de Europese Unie in de huidige vluchtelingen- en migratiecrisis is komen te staan. Naar schatting hebben alleen al in de periode januari-november 2015 ongeveer 1,5 miljoen mensen de grenzen illegaal overschreden.

Artikel 77 VWEU formuleert als doelstelling 'geleidelijk een geïntegreerd systeem voor het beheer van de buitengrenzen op te zetten' en dit voorstel moet worden aangenomen als eerste en belangrijke stap naar dat doel.

Het voorgestelde Europees grens- en kustwachtagentschap zal evenwel gebaseerd worden op het huidige Frontex en voor de uitvoering van het werk in de praktijk aangewezen zijn op medewerking en bijdragen van de lidstaten.

Er zijn nog nadere wijzigingen in de verordening nodig om het begrip 'gedeelde verantwoordelijkheden' tussen de lidstaten en het EU-grens- en kustwachtagentschap te verduidelijken.

De extra bevoegdheden zijn een beduidende stap voorwaarts maar het gaat nog om de eerste stappen naar een volledig onafhankelijke, integrale, EU-geleide en EU-brede grens- en kustwacht, gefinancierd uit de EU-begroting en zelfstandig opererend. De definitieve goedkeuring van deze verordening moet vergezeld gaan van een duidelijk politiek engagement van de lidstaten en alle EU-instellingen voor deze ontwikkeling.

Opmerkenswaard is nog het bepaalde in artikel 18 van de voorgestelde verordening, dat voorziet in de mogelijkheid van zelfstandig ingrijpen krachtens besluit van de Commissie, ook tegen de wil van de betrokken lidstaat.

Het is zaak dat het agentschap goede relaties opbouwt met de grens- en kustwacht van derde landen en dat het de operationele zelfstandigheid en de mogelijkheid krijgt om zulke externe banden aan te knopen.

De gevolgen voor de begroting worden geraamd op ten minste 31,5 miljoen EUR voor 2017, maar dit bedrag, tezamen met de voorlopige raming van de personeelskosten, lijkt toch wat laag.

Bij de amendementen die de Commissie buitenlandse zaken voorstelt zijn ook enkele verduidelijkingen omtrent de toezichthoudende rol van het Europees Parlement ten aanzien van het Agentschap en diens samenwerking met derde landen.

AMENDEMENTEN

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  De Europese grens- en kustwacht moet Frontex vervangen en zorgen voor een Europees geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de Unie teneinde een doeltreffend beheer van migratie en een hoog niveau van interne veiligheid in de Unie te waarborgen en het vrije verkeer van personen in de Unie in stand te houden. Overeenkomstig de Verdragen en de bijbehorende protocollen moeten lidstaten die de bepalingen van het Schengenacquis betreffende de opheffing van grenscontroles nog moeten toepassen, kunnen deelnemen aan en/of voordeel halen uit alle acties die op grond van deze verordening worden ondernomen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De taken van Frontex dienen derhalve te worden uitgebreid en gezien die wijzigingen dient het de nieuwe naam Europees grens- en kustwachtagentschap te krijgen. Als belangrijkste taken moet het Europees grens- en kustwachtagentschap een operationele en technische strategie vaststellen voor de uitvoering van geïntegreerd grensbeheer op het niveau van de Unie, toezien op de effectiviteit van het grenstoezicht aan de buitengrenzen, intensievere operationele en technische bijstand verlenen aan lidstaten door middel van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, toezien op de praktische uitvoering van maatregelen in situaties die snel optreden aan de buitengrenzen vereisen, alsook terugkeeroperaties en terugkeerinterventies organiseren, coördineren en uitvoeren.

(9)  De taken van Frontex dienen derhalve te worden uitgebreid en gezien die wijzigingen dient het de nieuwe naam Europees grens- en kustwachtagentschap te krijgen. Als belangrijkste taken moet het Europees grens- en kustwachtagentschap een operationele en technische strategie vaststellen voor de uitvoering van geïntegreerd grensbeheer op het niveau van de Unie, toezien op de effectiviteit van het grenstoezicht aan de buitengrenzen, intensievere operationele en technische bijstand verlenen aan lidstaten door middel van gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies, toezien op de praktische uitvoering van maatregelen in situaties die snel optreden aan de buitengrenzen vereisen, met inbegrip van opsporings- en reddingsoperaties op zee, alsook terugkeeroperaties en terugkeerinterventies organiseren, coördineren en uitvoeren.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  In een geest van gedeelde verantwoordelijkheid heeft het Europees grens- en kustwachtagentschap de taak om het beheer van de buitengrenzen regelmatig te monitoren. Het agentschap dient te zorgen voor correcte en doeltreffende monitoring, niet alleen door middel van risicoanalyse en gegevensuitwisseling en via Eurosur, maar ook door aanwezigheid van de eigen deskundigen in de lidstaten. Het agentschap moet derhalve in specifieke lidstaten voor bepaalde tijd verbindingsfunctionarissen kunnen inzetten, die aan de uitvoerend directeur verslag uitbrengen. Het verslag van de verbindingsfunctionarissen moet deel uitmaken van de kwetsbaarheidsbeoordeling.

(12)  Vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid met de lidstaten heeft het Europees grens- en kustwachtagentschap de taak om het beheer van de buitengrenzen regelmatig te monitoren. Het agentschap dient te zorgen voor correcte en doeltreffende monitoring, niet alleen door middel van risicoanalyse en gegevensuitwisseling en via Eurosur, maar ook door aanwezigheid van de eigen deskundigen in het veld en in volledige samenspraak met de lidstaten en onder eerbiediging van door de rechten van niet-Schengenlanden. Het agentschap moet derhalve in specifieke lidstaten voor bepaalde tijd verbindingsfunctionarissen kunnen inzetten, die aan de uitvoerend directeur verslag uitbrengen. Het verslag van de verbindingsfunctionarissen moet deel uitmaken van de kwetsbaarheidsbeoordeling.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient passende technische en operationele bijstand aan de lidstaten te organiseren ter versterking van hun vermogen om te voldoen aan hun verplichtingen ten aanzien van het toezicht op de buitengrenzen en het hoofd te bieden aan problemen aan de buitengrenzen die het gevolg zijn van irreguliere immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit. In dit verband dient het Europees grens- en kustwachtagentschap, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, gezamenlijke operaties voor een of meer lidstaten te organiseren en te coördineren, en Europese grens- en kustwachtteams met de noodzakelijke technische uitrusting in te zetten; het agentschap kan deskundigen onder zijn eigen personeel uitzenden.

(14)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient passende aanvullende technische en operationele bijstand aan de lidstaten te organiseren ter versterking van hun vermogen om te voldoen aan hun verplichtingen ten aanzien van het toezicht op de buitengrenzen en het hoofd te bieden aan problemen aan de buitengrenzen, mede door reddingsoperaties op zee, onverminderd de bevoegdheid van de verantwoordelijke nationale autoriteiten om strafrechtelijk onderzoek in te stellen. In dit verband dient het Europees grens- en kustwachtagentschap, op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, gezamenlijke operaties voor een of meer lidstaten te organiseren en te coördineren, en Europese grens- en kustwachtteams met de noodzakelijke technische uitrusting in te zetten; het agentschap kan deskundigen onder zijn eigen personeel uitzenden.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Op bepaalde als "hotspots" bekend staande delen van de buitengrenzen, waar de lidstaten een onevenredige migratiedruk ondervinden als gevolg van een sterke instroom van migranten, moeten de lidstaten kunnen rekenen op extra operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer, die bestaan uit deskundigen van de lidstaten die zijn uitgezonden door het Europees grens- en kustwachtagentschap en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, deskundigen van Europol of andere relevante agentschappen van de Unie, dan wel deskundigen die tot het personeel van het Europees grens- en kustwachtagentschap behoren. Het Europees grens- en kustwachtagentschap moet de Commissie steunen bij de coördinatie tussen de verschillende agentschappen op het terrein.

(16)  Op bepaalde als "hotspots" bekend staande delen van de buitengrenzen, waar de lidstaten een onevenredige migratiedruk ondervinden als gevolg van een sterke instroom van migranten, moeten de lidstaten kunnen rekenen op extra operationele en technische versterking door ondersteuningsteams voor migratiebeheer, die bestaan uit deskundigen van de lidstaten die zijn uitgezonden door het Europees grens- en kustwachtagentschap en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, deskundigen van Europol of andere relevante agentschappen van de Unie, dan wel deskundigen die tot het personeel van het Europees grens- en kustwachtagentschap behoren. Het Europees grens- en kustwachtagentschap moet de Commissie steunen bij de coördinatie tussen de verschillende agentschappen op het terrein. Het agentschap moet autonoom kunnen ingrijpen, om zijn contractanten en uitrusting toe te wijzen naargelang de complexiteit van de grensbescherming en in bijzondere gebieden aan de buitengrenzen waar lidstaten het hoofd moeten bieden aan buitensporige migratiedruk.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient te beschikken over de nodige uitrusting en het nodige personeel om te kunnen inzetten bij gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies. Wanneer het Europees grens- en kustwachtagentschap op verzoek van een lidstaat of in een situatie die spoedactie vereist een snelle grensinterventie opzet, dient het agentschap Europese grens- en kustwachtteams te kunnen inzetten uit een snel inzetbare reservepool, die de vorm moet aannemen van een permanent orgaan dat bestaat uit een klein percentage van het totale aantal grenswachters in de lidstaten, maar ten minste 1 500 personen moet omvatten. De inzet van Europese grens- en kustwachtteams uit de snel inzetbare reservepool moet indien nodig onmiddellijk worden aangevuld met extra Europese grens- en kustwachtteams.

(18)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap dient te beschikken over de nodige uitrusting en het nodige personeel om te kunnen inzetten bij gezamenlijke operaties of snelle grensinterventies. Wanneer het Europees grens- en kustwachtagentschap op verzoek van een lidstaat of in een situatie die spoedactie vereist een snelle grensinterventie opzet, dient het agentschap Europese grens- en kustwachtteams te kunnen inzetten uit een snel inzetbare reservepool, die de vorm moet aannemen van een permanent orgaan dat bestaat uit een toereikend percentage van het totale aantal grenswachters in de lidstaten, maar ten minste 1 500 personen moet omvatten. De inzet van Europese grens- en kustwachtteams uit de snel inzetbare reservepool moet indien nodig onmiddellijk worden aangevuld met extra Europese grens- en kustwachtteams.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap moet de bijstand aan lidstaten inzake de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen intensiveren, met inachtneming van het terugkeerbeleid van de Unie en overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad1.. Met name dient het de terugkeeroperaties van een of meer lidstaten te organiseren en coördineren en terugkeerinterventies te organiseren en uitvoeren ter versterking van het terugkeerstelsel van lidstaten die aanvullende technische en operationele bijstand nodig hebben om te voldoen aan hun verplichting uit hoofde van die richtlijn om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen terug te zenden.

(21)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap moet de bijstand aan lidstaten inzake de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen intensiveren, met inachtneming van het terugkeerbeleid van de Unie en overeenkomstig Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad1.. Met name dient het op verzoek van een of meer lidstaten terugkeeroperaties te organiseren en coördineren en terugkeerinterventies te organiseren en uitvoeren ter versterking van het terugkeerstelsel van lidstaten die aanvullende technische en operationele bijstand nodig hebben om te voldoen aan hun verplichting uit hoofde van die richtlijn om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen terug te zenden.

__________________

__________________

1Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).

1Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Het Europees grens- en kustwachtagentschap moet in het kader van het Uniebeleid voor externe betrekkingen de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen faciliteren en aanmoedigen, onder meer door de operationele samenwerking tussen lidstaten en derde landen op het gebied van het beheer van de buitengrenzen te coördineren en verbindingsfunctionarissen naar derde landen uit te zenden, en door met de autoriteiten van derde landen samen te werken op het gebied van terugkeer, ook wat de verkrijging van reisdocumenten betreft. Bij de samenwerking met derde landen nemen het Europees grens- en kustwachtagentschap en de lidstaten normen en maatstaven in acht die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in de Uniewetgeving zijn vastgelegd, ook wanneer de operaties in het kader van samenwerking met derde landen op het grondgebied van die landen plaatsvinden.

(28)  In overleg met de betrokken lidstaat of lidstaten en in samenwerking met de Commissie en de EDEO moet het Europees grens- en kustwachtagentschap in het kader van het Uniebeleid voor externe betrekkingen de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen faciliteren en aanmoedigen, onder meer door de operationele samenwerking tussen lidstaten en derde landen te coördineren, na een risicobeoordeling van de buitengrenzen met naastgelegen derde landen, en verbindingsfunctionarissen naar derde landen uit te zenden, en door met de autoriteiten van derde landen samen te werken op het gebied van terugkeer, ook wat de verkrijging van reisdocumenten betreft. Bij de samenwerking met derde landen nemen het Europees grens- en kustwachtagentschap en de lidstaten normen en maatstaven in acht die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in de Uniewetgeving zijn vastgelegd, ook wanneer de operaties in het kader van samenwerking met derde landen op het grondgebied van die landen plaatsvinden.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis)  Niemand mag tijdens een dergelijke operatie in strijd met het beginsel van non-refoulement naar een derde land worden gebracht of anderszins aan de autoriteiten ervan worden overgeleverd, indien er, onder meer, voor hem of haar een ernstig risico bestaat er te worden onderworpen aan de doodstraf, foltering, vervolging of andere onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen, of indien zijn of haar leven of vrijheid er in gevaar zou komen om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele gerichtheid, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, dan wel indien er een ernstig risico bestaat op uitzetting of verwijdering naar of uitlevering aan een ander land in strijd met het beginsel van non-refoulement.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Bij deze verordening wordt een klachtenregeling voor het Europees grens- en kustwachtagentschap ingesteld, in samenwerking met de grondrechtenfunctionaris, teneinde de eerbiediging van de grondrechten bij alle activiteiten van het agentschap te monitoren en te waarborgen. Deze regeling dient te bestaan uit een bestuurlijk mechanisme waarbij de grondrechtenfunctionaris wordt belast met de behandeling van door het agentschap ontvangen klachten, overeenkomstig het recht op behoorlijk bestuur. De grondrechtenfunctionaris dient de ontvankelijkheid van een klacht te onderzoeken, ontvankelijke klachten te registreren, alle geregistreerde klachten door te zenden aan de uitvoerend directeur, klachten betreffende grenswachters door te zenden aan de betrokken lidstaat en het gevolg dat het agentschap of de lidstaat aan de klacht geeft, te registreren. Strafrechtelijke onderzoeken dienen te worden uitgevoerd door de lidstaten.

(30)  Bij deze verordening wordt een onafhankelijke klachtenregeling voor het Europees grens- en kustwachtagentschap ingesteld, in samenwerking met de grondrechtenfunctionaris, teneinde de eerbiediging van de grondrechten bij alle activiteiten van het agentschap en het personeel ervan te monitoren en te waarborgen. Deze regeling dient te bestaan uit een effectief en toegankelijk bestuurlijk mechanisme waarbij de grondrechtenfunctionaris wordt betrokken overeenkomstig het recht op behoorlijk bestuur, en onafhankelijk kan opereren. De grondrechtenfunctionaris dient de ontvankelijkheid van een klacht te onderzoeken, alle ontvankelijke klachten te registreren en dienovereenkomstig af te handelen, alle geregistreerde klachten door te zenden aan de uitvoerend directeur van het agentschap, klachten betreffende grens- en kustwachters door te zenden aan de betrokken lidstaat en het gevolg dat het agentschap of de lidstaat aan de klacht geeft, te registreren. Deze gegevens worden in het jaarverslag van het agentschap opgenomen. Strafrechtelijke onderzoeken dienen te worden uitgevoerd door de lidstaten.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, met name in situaties die urgente actie aan de buitengrenzen vereisen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad18.

(31)  Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, met name in situaties die urgente actie aan de buitengrenzen vereisen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad18 , met inachtneming van het non-refoulementbeginsel en de verklaringen en normen op het gebied van de mensenrechten.

__________________

__________________

18Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

18Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  De Commissie en de lidstaten moeten in een raad van bestuur vertegenwoordigd zijn met het oog op de uitoefening van beleids- en politiek toezicht op het Europees grens- en kustwachtagentschap. Voor zover mogelijk moet de raad van bestuur bestaan uit de operationele hoofden van de nationale diensten die belast zijn met het grensbewakingsbeheer, of hun vertegenwoordigers. De raad van bestuur moet beschikken over de noodzakelijke bevoegdheden om de begroting vast te stellen, de uitvoering van de begroting te verifiëren, passende financiële voorschriften vast te stellen, transparante werkprocedures voor de besluitvorming door het Europees grens- en kustwachtagentschap tot stand te brengen en de uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur te benoemen. Het bestuur en de werking van het agentschap moeten in overeenstemming zijn met de beginselen van de gemeenschappelijke aanpak voor de gedecentraliseerde agentschappen van de Europese Unie, die op 19 juli 2012 door het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie is goedgekeurd.

(33)  De Commissie, de lidstaten en het Europees Parlement moeten in een raad van bestuur vertegenwoordigd zijn met het oog op de uitoefening van beleids- en politiek toezicht op het Europees grens- en kustwachtagentschap. Voor zover mogelijk moet de raad van bestuur bestaan uit de operationele hoofden van de nationale diensten die belast zijn met het grensbewakingsbeheer, of hun vertegenwoordigers. De raad van bestuur moet beschikken over de noodzakelijke bevoegdheden om de begroting vast te stellen, de uitvoering van de begroting te verifiëren, passende financiële voorschriften vast te stellen, transparante werkprocedures voor de besluitvorming door het Europees grens- en kustwachtagentschap tot stand te brengen en de uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur te benoemen. Het bestuur en de werking van het agentschap moeten in overeenstemming zijn met de beginselen van de gemeenschappelijke aanpak voor de gedecentraliseerde agentschappen van de Europese Unie, die op 19 juli 2012 door het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie is goedgekeurd.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "buitengrenzen": de land- en zeegrenzen van de lidstaten, alsmede hun lucht- en zeehavens, waarop de bepalingen van titel II van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad1 van toepassing zijn;

(1)  "buitengrenzen": de land- en zeegrenzen van de lidstaten, alsmede hun lucht- en zeehavens, waarop de bepalingen van titel II van Verordening (EG) nr. 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad1 van toepassing zijn, met inbegrip van de lidstaten die de bepalingen van het Schengenacquis betreffende de opheffing van de binnengrenzen nog moeten toepassen;

______________

_______________

1Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1).

1Verordening (EG) nr. 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1).

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Europees grens- en kustwachtagentschap stelt een operationele en technische strategie voor Europees geïntegreerd grensbeheer op. Het agentschap bevordert en verzekert de uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer in alle lidstaten.

2.  Het Europees grens- en kustwachtagentschap stelt een operationele en technische strategie voor Europees geïntegreerd grensbeheer op, met duidelijke doelstellingen en meetbare streefpunten voor verbetering van grensbeveiliging en -beheer en houdt hierbij, waar dit gerechtvaardigd is, rekening met de specifieke situatie van de lidstaten, met name hun geografische ligging. Deze strategie wordt regelmatig bijgewerkt zodat rekening wordt gehouden met nieuwe ontwikkelingen in het veld. Het agentschap bevordert en verzekert de uitvoering van het Europees geïntegreerd grensbeheer in alle lidstaten.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  uitvoering en coördinatie van opsporings- en reddingsoperaties op zee en ondersteuning van de maatschappelijke organisaties en initiatieven die opsporings- en reddingsoperaties op zee uitvoeren;

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  analyse van de risico's voor de interne veiligheid en van de dreigingen die de werking of de veiligheid van de buitengrenzen kunnen aantasten;

(b)  analyse van de risico's voor de interne veiligheid en van de dreigingen die de werking of de veiligheid van de buitengrenzen kunnen aantasten;

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  samenwerking met derde landen op gebieden die onder deze verordening vallen, met name naburige derde landen en derde landen die volgens de risicoanalyse land van herkomst of doorreis zijn van irreguliere migranten;

(d)  samenwerking met derde landen op gebieden die onder deze verordening vallen, met name naburige derde landen en derde landen die volgens de risicoanalyse land van herkomst of doorreis zijn van irreguliere migranten, in samenwerking met de EDEO, de Commissie en de lidstaten;

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten waarvan de grenzen de buitengrenzen van de Unie vormen, dragen, in hun belang en in het belang van alle lidstaten, zorg voor het beheer van de buitengrenzen, met volledige inachtneming van het Unierecht, overeenkomstig de in artikel 3, lid 2, bedoelde technische en operationele strategie en in nauwe samenwerking met het agentschap.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Europees grens- en kustwachtagentschap vergemakkelijkt de toepassing van Uniemaatregelen in verband met het beheer van de buitengrenzen door de acties van de lidstaten ter uitvoering van deze maatregelen en op het gebied van terugkeer te versterken, te beoordelen en te coördineren. De lidstaten dragen, in hun belang en in het belang van alle lidstaten die het grenstoezicht aan de binnengrenzen hebben afgeschaft, zorg voor het beheer van hun segment van de buitengrenzen, met volledige inachtneming van het Unierecht, overeenkomstig de in artikel 3, lid 2, bedoelde technische en operationele strategie en in nauwe samenwerking met het agentschap.

2.  Het Europees grens- en kustwachtagentschap vergemakkelijkt de toepassing van Uniemaatregelen in verband met het beheer van de buitengrenzen door de acties van de lidstaten ter uitvoering van deze maatregelen en op het gebied van terugkeer te versterken, te beoordelen en te coördineren. De lidstaten dragen, in hun belang en in het belang van alle lidstaten die het grenstoezicht aan de binnengrenzen hebben afgeschaft, zorg voor het beheer van hun segment van de buitengrenzen, met volledige inachtneming van het Unierecht, overeenkomstig de in artikel 3, lid 2, bedoelde technische en operationele strategie en in nauwe samenwerking met het agentschap.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten dragen de primaire verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van de relevante internationale, EU- en nationale wetgeving en de rechtshandhavingsmaatregelen die worden genomen in het kader van gezamenlijke operaties gecoördineerd door de Europese grens- en kustwacht. Om die reden moeten zij er ook voor zorgen dat de grondrechten tijdens deze activiteiten worden geëerbiedigd. De Europese grens- en kustwacht is als coördinator ook verantwoordelijk en volledig aansprakelijk voor alle acties en beslissingen die onder haar mandaat vallen. Samen met het agentschap, de Raad en de relevante belanghebbenden onderwerpt de Commissie de bepalingen over verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid aan verdere analyse en zorgt zij ervoor dat mogelijke of daadwerkelijke hiaten in het kader van de activiteiten van het agentschap worden opgevuld.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Teneinde aan alle buitengrenzen in een samenhangend Europees geïntegreerd grensbeheer te voorzien, vergemakkelijkt het agentschap de toepassing van de bestaande en toekomstige maatregelen van de Unie in verband met het beheer van de buitengrenzen, in het bijzonder de bij Verordening (EG) nr. 562/2006 vastgestelde Schengengrenscode, en maakt het deze effectiever.

1.  Teneinde aan alle buitengrenzen in een samenhangend Europees geïntegreerd grensbeheer te voorzien, vergemakkelijkt het agentschap de toepassing van de bestaande en toekomstige maatregelen van de Unie in verband met het beheer van de buitengrenzen, met inbegrip van de bij Verordening (EU) nr. 2016/399 vastgestelde Schengengrenscode, en maakt het deze effectiever.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Als bijdrage aan een doelmatig, hoog en uniform niveau van grenstoezicht en terugkeerverricht het agentschap de volgende taken:

1.  Als bijdrage aan een doelmatig, hoog en uniform niveau van grenstoezicht en een uniforme toepassing van internationale normen voor terugkeeroperaties, verricht het agentschap de volgende taken:

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  oprichten van een centrum voor monitoring en risicoanalyse met de capaciteit om de migratiestromen te monitoren en risicoanalyses uit te voeren die alle aspecten van het geïntegreerd grensbeheer bestrijken;

(a)  migratiestromen te monitoren en risicoanalyses uit te voeren die alle aspecten van het geïntegreerd grensbeheer bestrijken, door gebruikmaking van beschikbare hulpmiddelen zoals het satelliet- en het situatiecentrum van de Unie;

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  verrichten van een kwetsbaarheidsbeoordeling, waaronder een inschatting van de capaciteit van de lidstaten om het hoofd te bieden aan dreigingen en druk aan de buitengrenzen.

(b)  verrichten van een regelmatige kwetsbaarheidsbeoordeling, waaronder een inschatting van de capaciteit van de lidstaten om het hoofd te bieden aan dreigingen en druk aan de buitengrenzen;

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  verlenen van bijstand aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen door de coördinatie en organisatie van gezamenlijke operaties, in overweging nemend dat in dit kader soms sprake is van humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee;

(c)  verlenen van steun aan de lidstaten in omstandigheden die extra technische en operationele bijstand aan de buitengrenzen vergen door de coördinatie en organisatie van gezamenlijke operaties, in overweging nemend dat in dit kader soms sprake is van humanitaire noodsituaties en reddingsacties op zee;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  het zorgt voor het opzetten van een pool van technische uitrusting die kan worden ingezet bij gezamenlijke operaties, bij snelle grensinterventies en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, alsmede bij terugkeeroperaties en terugkeerinterventies;

(f)  het zorgt voor het opzetten van een pool van technische uitrusting die kan worden ingezet bij gezamenlijke operaties, bij snelle grensinterventies, bij opsporings- en reddingsoperaties en in het kader van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, alsmede bij terugkeeroperaties en terugkeerinterventies;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h)  het ondersteunt de ontwikkeling van technische normen voor uitrusting, met name voor tactische bevelvoering, controle en communicatie, alsmede technisch toezicht op de interoperabiliteit op nationaal en Unieniveau;

(h)  het ondersteunt de ontwikkeling van gemeenschappelijke technische normen voor uitrusting, met name voor tactische bevelvoering, controle en communicatie, alsmede technisch toezicht op de interoperabiliteit op nationaal en Unieniveau;

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter n

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(n)  het neemt deel aan de ontwikkeling en het beheer van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die voor het toezicht op en de bewaking van de buitengrenzen relevant zijn, onder meer met betrekking tot het gebruik van geavanceerde grensbewakingstechnologie zoals op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen, en de ontwikkeling van proefprojecten op terreinen die onder deze verordening vallen;

(n)  het houdt toezicht op en neemt deel aan de ontwikkeling en het beheer van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die voor het toezicht op en de bewaking van de buitengrenzen relevant zijn, onder meer met betrekking tot het gebruik van geavanceerde grensbewakingstechnologie zoals op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen, en de ontwikkeling van proefprojecten op terreinen die onder deze verordening vallen;

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter q

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(q)  het werkt samen met het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid ter ondersteuning van de nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren door diensten te verlenen, informatie te verstrekken, uitrusting te leveren en opleiding te verzorgen en operaties met meerdere doelen te coördineren;

(q)  het werkt samen met het Europees Bureau voor visserijcontrole en het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid ter ondersteuning van de nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren door diensten te verlenen, informatie te verstrekken, indien nodig uitrusting te leveren en opleiding te verzorgen en operaties met meerdere doelen te coördineren;

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter r

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(r)  het verleent bijstand aan lidstaten en derde landen in het kader van de onderlinge operationele samenwerking op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer.

(r)  verlenen van bijstand en steun aan lidstaten bij de operationele samenwerking met derde landen op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter r bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(r bis)  het neemt de hoogste normen voor grensbeheerpraktijken aan, waarbij transparantie en toezicht mogelijk worden gemaakt en de eerbiediging, bescherming en bevordering van de grondrechten en rechtsstaat worden gegarandeerd, en bevordert deze;

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen de samenwerking op operationeel niveau met andere lidstaten en/of derde landen aan de buitengrenzen voortzetten, onder meer met militaire operaties voor rechtshandhavingsdoeleinden en op het gebied van terugkeer, indien die samenwerking verenigbaar is met het optreden van het agentschap. De lidstaten onthouden zich van alle activiteiten die de werking van het agentschap of de verwezenlijking van de doelstellingen ervan in gevaar kunnen brengen.

De lidstaten kunnen de samenwerking op operationeel niveau met andere lidstaten en/of derde landen aan de buitengrenzen voortzetten, onder meer met militaire operaties voor rechtshandhavingsdoeleinden en op het gebied van terugkeer, indien die samenwerking niet in strijd is met het optreden van het agentschap noch met GBVB- en NAVO-missies, in voorkomend geval. De lidstaten onthouden zich van alle activiteiten die de werking van het agentschap of de verwezenlijking van de doelstellingen ervan in gevaar kunnen brengen.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap stelt een centrum voor monitoring en risicoanalyse in met de capaciteit om de migratiestromen naar en binnen de Unie te monitoren. Het agentschap ontwikkelt daartoe een gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel, dat door het agentschap en de lidstaten wordt toegepast.

1.  Het agentschap stelt een centrum voor monitoring en risicoanalyse in met de capaciteit om de migratiestromen te monitoren. Het ziet erop toe dat middelen waarover de Unie reeds beschikt (inlichtingen, risicoanalysen, satelliet, etc.) volledig en over de gehele lijn worden ingezet. Het agentschap ontwikkelt daartoe bij besluit van de raad van bestuur een gemeenschappelijk geïntegreerd risicoanalysemodel, dat door het agentschap en de lidstaten wordt toegepast.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De door het agentschap op te stellen risicoanalyses bestrijken alle voor het Europees geïntegreerd grensbeheer relevante aspecten, en met name grenstoezicht, terugkeer, irreguliere secundaire stromen van onderdanen van derde landen binnen de Unie, preventie van grensoverschrijdende criminaliteit (met inbegrip van facilitering van irreguliere immigratie, mensenhandel en terrorisme), alsmede de situatie in de naburige derde landen, met als doel het ontwikkelen van een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing waarmee de migratiestromen naar de Unie kunnen worden geanalyseerd.

3.  De door het agentschap op te stellen risicoanalyses bestrijken alle voor het Europees geïntegreerd grensbeheer relevante aspecten, en met name grenstoezicht, de bescherming van de grondrechten, terugkeer, irreguliere secundaire stromen van onderdanen van derde landen binnen de Unie, preventie van grensoverschrijdende criminaliteit, mensenhandel en terrorisme, alsmede de situatie in de naburige derde landen en in de herkomst- en transitlanden voor irreguliere migratie, met als doel het ontwikkelen van een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing waarmee de migratiestromen naar de Unie kunnen worden geanalyseerd en de eerbiediging van de grondrechten kan worden getoetst.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Het agentschap maakt zijn methodologie en criteria voor de risicoanalyses openbaar.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  regelmatig verslag uit te brengen aan de uitvoerend directeur over de situatie aan de buitengrens en over het vermogen van de betrokken lidstaat om de situatie aan de buitengrenzen doeltreffend het hoofd te bieden;

(e)  regelmatig verslag uit te brengen aan de uitvoerend directeur en het hoofd van de bevoegde nationale autoriteit over de situatie aan de buitengrens en over het vermogen van de betrokken lidstaat om de situatie doeltreffend het hoofd te bieden;

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  onbeperkte toegang heeft tot het nationale coördinatiecentrum en het nationale situatiebeeld dat overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 is opgesteld;

(a)  toegang heeft tot het nationale coördinatiecentrum en het nationale situatiebeeld dat overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1052/2013 is opgesteld;

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling worden voorgelegd aan de raad van toezicht, die de uitvoerend directeur op basis van die resultaten adviseert over de door de lidstaten te nemen maatregelen, waarbij rekening wordt gehouden met de risicoanalyse van het agentschap en de resultaten van het Schengenevaluatiemechanisme.

4.  De resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling worden voorgelegd aan de betrokken lidstaat. De betrokken lidstaat kan opmerkingen maken over de beoordeling. De uitvoerend directeur baseert de door de betrokken lidstaten te nemen maatregelen op de resultaten van de kwetsbaarheidsbeoordeling, rekening houdend met de risicoanalyse van het agentschap, de opmerkingen van de betrokken lidstaat en de resultaten van het Schengenevaluatiemechanisme.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  uitwisseling van informatie over migrantenstromen met organisaties van het maatschappelijk middenveld en initiatieven die opsporings- en reddingsoperaties uitvoeren;

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies aan de buitengrenzen

Gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies aan de buitengrenzen

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De doelstellingen van een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie kunnen worden verwezenlijkt in het kader van een operatie met meerdere doelen, die zich kan uitstrekken tot het redden van personen die op zee in nood verkeren of andere kustwachttaken, het bestrijden van migrantensmokkel of mensenhandel, operaties ter bestrijding van drugssmokkel en taken op het gebied van migratiebeheer, zoals identificatie, registratie, debriefing en terugkeer.

5.  De doelstellingen van een gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie kunnen worden verwezenlijkt in het kader van een operatie met meerdere doelen, die zich kan uitstrekken tot het redden van personen die op zee in nood verkeren of andere kustwachttaken, het bestrijden van migrantensmokkel of mensenhandel, operaties ter bestrijding van drugssmokkel en taken op het gebied van migratiebeheer, zoals identificatie, registratie, debriefing en terugkeer. Maatregelen ten behoeve van een operatie op zee worden zodanig uitgevoerd dat de veiligheid van de onderschepte of geredde personen, de veiligheid van de deelnemende eenheden of die van derde partijen, in alle omstandigheden gewaarborgd is.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Ter voorbereiding van een gezamenlijke operatie stelt de uitvoerend directeur in samenwerking met de ontvangende lidstaat een lijst van vereiste technische uitrusting en personeel op, rekening houdend met de middelen waarover de ontvangende lidstaat beschikt. Aan de hand van deze gegevens stelt het agentschap een pakket samen van in het operationele plan op te nemen activiteiten op het gebied van operationele en technische versterking en capaciteitsopbouw.

1.  Ter voorbereiding van een gezamenlijke operatie stelt de uitvoerend directeur in samenwerking met de ontvangende lidstaat of derde staat een lijst van vereiste technische uitrusting en personeel op, rekening houdend met de middelen waarover de ontvangende lidstaat beschikt. Aan de hand van deze gegevens stelt het agentschap een pakket samen van in het operationele plan op te nemen activiteiten op het gebied van operationele en technische versterking en capaciteitsopbouw.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  voorschriften inzake bevelvoering en aansturing, waaronder de naam en rang van de grenswachters van de ontvangende lidstaat die verantwoordelijk zijn voor de samenwerking met de teamleden en het agentschap, in het bijzonder van de grenswachters die tijdens de duur van de inzet het bevel voeren, alsook de plaats van de teamleden in de bevelstructuur;

(f)  voorschriften inzake bevelvoering en aansturing, waaronder de naam en rang van de grenswachters van de ontvangende lidstaat die verantwoordelijk zijn voor de samenwerking met de teamleden en het agentschap, in het bijzonder van de grens- en kustwachters die tijdens de duur van de inzet het bevel voeren, alsook de plaats van de teamleden in de bevelstructuur;

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j)  wat operaties op zee betreft, specifieke informatie betreffende de toepasselijke rechtsbevoegdheid en wetgeving in het geografisch gebied waarin de gezamenlijke operatie plaatsvindt, met inbegrip van verwijzingen naar het internationale recht en het Unierecht inzake onderschepping, reddingsacties op zee en ontscheping. In dit opzicht wordt het operationele plan vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 656/2014 van het Europees Parlement en de Raad42;

(j)  wat operaties op zee betreft, specifieke informatie betreffende de toepasselijke rechtsbevoegdheid en wetgeving in het geografisch gebied waarin de gezamenlijke operatie plaatsvindt, met inbegrip van verwijzingen naar het internationale recht en het Unierecht inzake onderschepping, reddingsacties op zee en ontscheping. In dit opzicht wordt het operationele plan waarin de taken van het agentschap bij opsporings- en reddingsactiviteiten zijn afgebakend, vastgesteld overeenkomstig het internationaal recht en Verordening (EU) nr. 656/2014 van het Europees Parlement en de Raad42;

__________________

__________________

42Verordening (EU) nr. 656/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van regels voor de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking gecoördineerd door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 93).

42Verordening (EU) nr. 656/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van regels voor de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking gecoördineerd door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 93).

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(k)  de modaliteiten voor de samenwerking met derde landen, andere organen en instanties van de Unie of internationale organisaties;

(k)  de modaliteiten voor de samenwerking met derde landen, andere organen en instanties van de Unie of internationale organisaties in nauwe samenspraak met de Commissie en de EDEO. Het Europees Parlement wordt regelmatig over deze samenwerking geïnformeerd;

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  het verlenen van technische en operationele bijstand, met inbegrip van het voorbereiden en organiseren van terugkeeroperaties.

(c)  het verlenen van technische en operationele bijstand, met inbegrip van het voorbereiden en organiseren van terugkeeroperaties, met volledige inachtneming van de grondrechten, het recht op een eerlijke rechtsbedeling en het beginsel van non-refoulement.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Het agentschap ziet er in samenwerking met het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Bureau voor de grondrechten en andere relevante agentschappen van de Unie, en met de Commissie in een coördinerende rol, op toe dat deze activiteiten in overeenstemming zijn met het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en de grondrechten. Hiertoe behoort onder meer het voorzien in onderdak, hygiënische omstandigheden en voorzieningen die aan de gendergebaseerde behoeften en de behoeften van kinderen voldoen, in de hotspotgebieden.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De snel inzetbare reservepool is een permanent instrument dat rechtstreeks ter beschikking staat van het agentschap en uit iedere lidstaat kan worden ingezet binnen drie werkdagen nadat tussen de uitvoerend directeur en de ontvangende lidstaat overeenstemming is bereikt over het operationele plan. Te dien einde stelt iedere lidstaat jaarlijks aan het agentschap een aantal grenswachters ter beschikking, waarbij dat aantal voor de lidstaten zonder land- of zeebuitengrenzen ten minste 3 % van hun personeel bedraagt en voor de lidstaten met land- of zeebuitengrenzen ten minste 2 % van hun personeel, met het oog op een totaal van ten minste 1 500 grenswachters die beantwoorden aan de in het besluit van de raad van bestuur vastgelegde profielen.

5.  De snel inzetbare reservepool is een permanent instrument dat rechtstreeks ter beschikking staat van het agentschap en uit iedere lidstaat kan worden ingezet binnen drie werkdagen nadat tussen de uitvoerend directeur en de ontvangende lidstaat overeenstemming is bereikt over het operationele plan. Te dien einde stelt iedere lidstaat jaarlijks aan het agentschap een aantal grenswachters ter beschikking, waarbij dat aantal voor de lidstaten zonder land- of zeebuitengrenzen ten minste 3 % van hun personeel bedraagt en voor de lidstaten met land- of zeebuitengrenzen ten minste 2 % van hun personeel, met het oog op een totaal van ten minste 1 500 grenswachters die beantwoorden aan de in het besluit van de raad van bestuur vastgelegde profielen. Het Agentschap put uit expertise van de Unie verkregen uit gemeenschappelijke veiligheids- en defensiemissies en hoofdlijndoelstellingen.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 8 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het agentschap draagt bij tot de Europese grens- en kustbewakingsteams met bekwame grenswachters die door de lidstaten als nationale deskundigen bij het agentschap zijn gedetacheerd. De bijdrage die de lidstaten het volgende jaar leveren via detachering van hun grenswachters bij het agentschap, wordt bepaald op basis van jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en overeenkomsten tussen het agentschap en de lidstaten. Conform deze overeenkomsten stellen de lidstaten de grenswachters ter beschikking voor detachering, tenzij hierdoor de uitvoering van nationale taken aanzienlijk in het gedrang zou komen. In dergelijke situaties kunnen de lidstaten hun gedetacheerde grenswachters terugroepen.

Het agentschap draagt bij tot de Europese grens- en kustbewakingsteams met bekwame grenswachters die door de lidstaten als nationale deskundigen bij het agentschap zijn gedetacheerd. De bijdrage die de lidstaten het volgende jaar leveren via detachering van hun grenswachters bij het agentschap, wordt bepaald op basis van jaarlijkse bilaterale onderhandelingen en overeenkomsten tussen het agentschap en de lidstaten. Conform deze overeenkomsten stellen de lidstaten de grenswachters ter beschikking voor detachering, tenzij hierdoor de uitvoering van nationale taken aanzienlijk in het gedrang zou komen. In dergelijke situaties kunnen de lidstaten hun gedetacheerde grenswachters terugroepen. Om eventuele tekorten op te vangen, kan het agentschap personeelsleden op tijdelijke basis aanstellen om zijn grensbewakingstaken overeenkomstig zijn mandaat uit te oefenen.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 8 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Detacheringen kunnen plaatsvinden voor een periode van 12 maanden of langer, maar duren ten minste drie maanden. De gedetacheerde grenswachters worden als teamleden beschouwd en hebben de taken en bevoegdheden van teamleden. De lidstaat die de grenswachters detacheert wordt als de lidstaat van herkomst beschouwd.

Detacheringen kunnen plaatsvinden voor een periode van 12 maanden of langer, maar duren ten minste drie maanden. De gedetacheerde grenswachters worden als teamleden beschouwd en hebben de taken en bevoegdheden van teamleden. De lidstaat die de grenswachters detacheert wordt als de lidstaat van herkomst beschouwd.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  op technisch en operationeel niveau de terugkeeractiviteiten van de lidstaten te coördineren, om tot een geïntegreerd systeem voor het beheer van terugkeer te komen bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, in samenwerking met relevante autoriteiten van derde landen en andere relevante belanghebbenden;

(a)  op technisch en operationeel niveau de terugkeeractiviteiten van de lidstaten, met inbegrip van vrijwillige terugkeer, te coördineren, om tot een geïntegreerd systeem voor het beheer van terugkeer te komen bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, in samenwerking met relevante autoriteiten van derde landen en andere relevante belanghebbenden;

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  samen te werken met derde landen om de terugkeeractiviteiten van de lidstaten te vergemakkelijken;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  bijstand met betrekking tot maatregelen die nodig zijn om te garanderen dat terugkeerders beschikbaar zijn voor terugkeer en om te vermijden dat terugkeerders onderduiken.

(d)  bijstand met betrekking tot maatregelen die rechtmatig, evenredig en nodig zijn om te garanderen dat terugkeerders beschikbaar zijn voor terugkeer en om te vermijden dat terugkeerders onderduiken, en advies in verband met alternatieven voor bewaring conform Richtlijn 2008/115/EG en het internationaal recht.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het terugkeerbureau moet synergieën tot stand brengen en door de Unie gefinancierde netwerken en programma's op het gebied van terugkeer aan elkaar koppelen, in nauwe samenwerking met de Europese Commissie en het Europees Migratienetwerk43.

3.  Het terugkeerbureau moet synergieën tot stand brengen en door de Unie gefinancierde netwerken en programma's aan elkaar koppelen, in nauwe samenwerking met de Europese Commissie en het Europees Migratienetwerk43, alsook met andere organisaties en de betrokken lidstaten.

__________________

__________________

43PB L 131 van 21.5.2008, blz. 7.

43PB L 131 van 21.5.2008, blz. 7.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Het agentschap zal geen terugkeeroperaties coördineren, organiseren of voorstellen naar derde landen waar aan de hand van risicoanalyses of verslagen van de grondrechtenfunctionaris, instanties van de EU, mensenrechtenorganisaties, intergouvernementele en non-gouvernementele organisaties is gebleken dat er risico's bestaan dat de grondrechten worden geschonden of waar er ernstige tekortkomingen zijn vastgesteld in de desbetreffende civiel- en strafrechtelijke wetten en procedures.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Europese grens- en kustwacht waarborgt bij het uitoefenen van zijn taken op grond van deze verordening overeenkomstig het relevante recht van de Unie de bescherming van de grondrechten, met name het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het relevante internationale recht, waaronder het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, en de verplichtingen inzake de toegang tot internationale bescherming, in het bijzonder het beginsel van non-refoulement. Daartoe stelt het agentschap een grondrechtenstrategie op, die het nader uitwerkt en toepast.

1.  De Europese grens- en kustwacht waarborgt bij het uitoefenen van zijn taken op grond van deze verordening overeenkomstig het relevante recht van de Unie de bescherming van de grondrechten, met name het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het relevante internationale recht, waaronder het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, het Verdrag inzake de rechten van het kind en de verplichtingen inzake de toegang tot internationale bescherming, in het bijzonder het beginsel van non-refoulement. Daartoe stelt het agentschap in samenwerking met het Europees Bureau voor de grondrechten een grondrechtenstrategie op, die het nader uitwerkt en toepast en die doeltreffende mechanismen omvat om erop toe te zien en te waarborgen dat bij alle activiteiten van het agentschap de grondrechten en de rechtsstaat worden geëerbiedigd. Het Europees Parlement wordt regelmatig over deze grondrechtenstrategie geïnformeerd;

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Europese grens- en kustwacht waarborgt bij het uitoefenen van zijn taken dat personen niet ontscheept worden in, gedwongen worden binnen te reizen in, worden geleid naar of op een andere wijze worden overgedragen aan of teruggeleid naar de autoriteiten van een land in strijd met het beginsel van non-refoulement of waar zij het risico lopen te worden uitgezet of teruggeleid naar een ander land in strijd met genoemd beginsel.

2.  Het Europese grens- en kustwachtagentschap waarborgt bij het uitoefenen van zijn taken dat personen niet ontscheept worden in, gedwongen worden binnen te reizen in, worden geleid naar of op een andere wijze worden overgedragen aan of teruggeleid naar de autoriteiten van een land in strijd met het beginsel van non-refoulement of waar zij het risico lopen te worden uitgezet of teruggeleid naar een ander land in strijd met genoemd beginsel.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Europese grens- en kustwacht houdt bij het uitoefenen van zijn taken rekening met de bijzondere behoeften van kinderen, slachtoffers van mensenhandel, personen die medische bijstand behoeven, personen die internationale bescherming behoeven, personen die op zee in nood verkeren en andere personen in een bijzonder kwetsbare situatie.

3.  Het Europees grens- en kustwachtagentschap houdt bij het uitoefenen van zijn taken rekening met de bijzondere behoeften van minderjarigen, vooral indien zonder begeleiding, slachtoffers van mensenhandel, personen die medische bijstand behoeven, personen die internationale bescherming behoeven, personen die op zee in nood verkeren en andere personen in een bijzonder kwetsbare situatie.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het agentschap houdt in het kader van de uitoefening van zijn taken bij zijn betrekkingen met lidstaten en zijn samenwerking met derde landen rekening met de verslagen van het adviesforum en de grondrechtenfunctionaris.

4.  Het agentschap zorgt in het kader van de uitoefening van al zijn taken, waaronder de verdere uitwerking en toepassing van een doeltreffend mechanisme om toezicht te houden op de eerbiediging van de grondrechten, bij zijn betrekkingen met lidstaten en zijn samenwerking met derde landen voor een passend vervolg op de verslagen van het adviesforum en de grondrechtenfunctionaris. Het agentschap brengt het adviesforum en de grondrechtenfunctionaris op de hoogte van de manier waarop het zijn activiteiten al dan niet heeft aangepast als reactie op de verslagen en aanbevelingen van deze instanties en neemt hierover informatie op in zijn jaarverslag.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het agentschap neemt de nodige initiatieven om ervoor te zorgen dat het personeel dat betrokken is bij met terugkeer verband houden taken wordt opgeleid om deel uit te maken van de in de artikelen 28, 29 en 30 bedoelde pools. Het agentschap zorgt ervoor dat al het personeel dat deelneemt aan terugkeeroperaties en terugkeerinterventies, evenals het personeel van het agentschap, voordat het deelneemt aan door het agentschap georganiseerde operationele activiteiten, opleiding heeft ontvangen betreffende het recht van de Unie en het internationale recht ter zake, waaronder de grondrechten en toegang tot internationale bescherming.

3.  Het agentschap neemt de nodige initiatieven om ervoor te zorgen dat het personeel dat betrokken is bij met terugkeer verband houden taken wordt opgeleid om deel uit te maken van de in de artikelen 28, 29 en 30 bedoelde pools. Het agentschap zorgt ervoor dat al het personeel dat deelneemt aan terugkeeroperaties en terugkeerinterventies, evenals het personeel van het agentschap, voordat het deelneemt aan door het agentschap georganiseerde operationele activiteiten, opleiding heeft ontvangen betreffende het recht van de Unie en het internationale recht ter zake, waaronder de grondrechten en toegang tot internationale bescherming, waardoor zij eventuele mensenrechtenschendingen kunnen signaleren en naar bevinding afhandelen.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien deze schade het gevolg is van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag, mag de ontvangende lidstaat de lidstaat van herkomst benaderen met het oog op de terugbetaling door de lidstaat van herkomst van aan de slachtoffers of hun rechthebbenden uitgekeerde bedragen.

2.  Indien deze schade het gevolg is van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag, vergoedt het agentschap alle veroorzaakte schade in overeenstemming met de algemene beginselen die de wetten van de lidstaten met elkaar gemeen hebben.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft rechtsmacht voor geschillen over de vergoeding van de in de leden 1 en 2 bedoelde schade.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Onverminderd artikel 47 zijn de doorgifte van door het agentschap verwerkte persoonsgegevens en de verdere overdracht van in het kader van deze verordening verwerkte persoonsgegevens door lidstaten aan de autoriteiten van derde landen of aan derden, niet toegestaan.

4.  Onverminderd artikel 47 zijn de doorgifte van door het agentschap verwerkte persoonsgegevens en de verdere overdracht van in het kader van deze verordening verwerkte persoonsgegevens door lidstaten aan de autoriteiten van derde landen, aan internationale organisaties of aan derden, niet toegestaan.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het agentschap werkt samen met de Commissie, andere instellingen van de Unie, de Europese Dienst voor extern optreden, Europol, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Eurojust, het Satellietcentrum van de Europese Unie, het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en het Europees Bureau voor visserijcontrole, evenals met andere instanties en organen van de Unie, op het gebied van de onder deze verordening vallende aangelegenheden, met name om irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit, waaronder de facilitering van irreguliere immigratie, mensenhandel en terrorisme, te voorkomen en te bestrijden.

Het agentschap werkt samen met het Europees Parlement, de Commissie en andere instellingen van de Unie, de Europese Dienst voor extern optreden, Europol, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Eurojust, het Satellietcentrum van de Europese Unie, het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en het Europees Bureau voor visserijcontrole, evenals met andere instanties en organen van de Unie, op het gebied van de onder deze verordening vallende aangelegenheden, met name om irreguliere immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit, waaronder de facilitering van irreguliere immigratie, mensenhandel en terrorisme, te voorkomen en te bestrijden.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 - lid 1 - letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  capaciteitsopbouw door het opstellen van richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken en door het ondersteunen van opleiding en uitwisseling van personeel, ter bevordering van informatie-uitwisseling en samenwerking op het gebied van kustwachttaken;

(c)  capaciteitsopbouw door het opstellen van richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken en door het ondersteunen van opleiding en uitwisseling van personeel, ter bevordering van informatie-uitwisseling en samenwerking op het gebied van kustwachttaken, de operationele opsporings- en reddingsmogelijkheden en de eerbiediging van mensenrechten en migratie- en asielplichten en -verbintenissen.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Samenwerking met derde landen

Samenwerking met derde landen en niet-gouvernementele organisaties

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor de aangelegenheden die door zijn activiteiten worden bestreken en voor zover nodig voor de uitvoering van zijn taken, vergemakkelijkt en bevordert het agentschap de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen in het kader van het beleid inzake externe betrekkingen van de Unie, onder meer wat betreft de bescherming van de grondrechten. Het agentschap en de lidstaten nemen normen en maatstaven in acht die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in de Uniewetgeving zijn vastgelegd, ook wanneer de samenwerking met derde landen op het grondgebied van die landen plaatsvindt. Het aangaan van samenwerking met derde landen strekt tot bevordering van de Europese normen inzake grensbeheer en terugkeer.

1.  Voor de aangelegenheden die door zijn activiteiten worden bestreken en voor zover nodig voor de uitvoering van zijn taken, vergemakkelijkt en bevordert het agentschap de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen in het kader van het beleid inzake externe betrekkingen van de Unie, en met name het Europese nabuurschaps- en het ontwikkelingsbeleid, onder meer wat betreft de bescherming van de grondrechten. Het agentschap en de lidstaten nemen normen en maatstaven in acht die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in de Uniewetgeving zijn vastgelegd, ook wanneer de samenwerking met derde landen op het grondgebied van die landen plaatsvindt. Het aangaan van samenwerking met derde landen strekt tot bevordering van de Europese normen inzake grensbeheer en terugkeer.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In omstandigheden die extra technische en operationele bijstand vereisen, kan het agentschap de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen inzake het beheer van de buitengrenzen coördineren, en het agentschap kan samen met een of meer lidstaten en een derde land dat aan ten minste een van die lidstaten grenst gezamenlijke operaties aan de buitengrenzen uitvoeren, op voorwaarde dat het derde land daarmee instemt, ook op het grondgebied van dat derde land. De Commissie wordt van deze activiteiten in kennis gesteld.

3.  In omstandigheden die extra technische en operationele bijstand vereisen, kan het agentschap de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen inzake het beheer van de buitengrenzen coördineren, en het agentschap kan samen met een of meer lidstaten en een derde land dat aan ten minste een van die lidstaten grenst gezamenlijke operaties aan de buitengrenzen uitvoeren onder volle eerbiediging van het mensenrechtenrecht, op voorwaarde dat het derde land daarmee instemt, ook op het grondgebied van dat derde land. De deelname van lidstaten aan gezamenlijke operaties op het grondgebied van derde landen is vrijwillig. Het Europees Parlement, de Commissie, de EDEO, Eurojust en Europol worden van deze activiteiten in kennis gesteld.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De Unie en het derde land sluiten een statusovereenkomst voor de inzet van de teamleden bij gezamenlijke operaties in het kader waarvan de teamleden uitvoerende bevoegdheden uitoefenen, alsook, waar nodig, bij andere acties. Deze overeenkomst heeft betrekking op alle aspecten die noodzakelijk zijn om de acties uit te voeren, met name de beschrijving van de reikwijdte van de operatie, civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid en de taken en bevoegdheden van de teamleden. De overeenkomst waarborgt de volledige eerbiediging van de grondrechten gedurende de operaties.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3 ter (new)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter  De Commissie stelt een modelstatusovereenkomst op voor acties op het grondgebied van derde landen.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het agentschap kan eveneens, met instemming van de betrokken lidstaten, waarnemers van derde landen uitnodigen om deel te nemen aan de in artikel 13 bedoelde activiteiten aan de buitengrenzen, de in artikel 27 bedoelde terugkeeroperaties, de in artikel 32 bedoelde terugkeerinterventies en de in artikel 35 bedoelde opleiding, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot een betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, en geen invloed heeft op de algemene veiligheid van de activiteiten. De deelname van deze waarnemers aan de in de artikelen 13, 27 en 35 bedoelde activiteiten is afhankelijk van de instemming van de betrokken lidstaten en de deelname aan de in artikelen 13 en 32 bedoelde activiteiten is afhankelijk van de instemming van de ontvangende lidstaat. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, krijgen zij passende opleiding van het agentschap.

5.  Het agentschap kan eveneens, met instemming van de betrokken lidstaten, waarnemers van derde landen uitnodigen om deel te nemen aan de in artikel 13 bedoelde activiteiten aan de buitengrenzen, de in artikel 27 bedoelde terugkeeroperaties, de in artikel 32 bedoelde terugkeerinterventies en de in artikel 35 bedoelde opleiding, voor zover hun aanwezigheid strookt met de doelen van deze activiteiten, kan bijdragen tot een betere samenwerking en uitwisseling van beste praktijken, en geen invloed heeft op de algemene veiligheid van de activiteiten en op de veiligheid van personen die worden teruggestuurd. De deelname van deze waarnemers aan de in de artikelen 13, 27 en 35 bedoelde activiteiten is afhankelijk van de instemming van de betrokken lidstaten en de deelname aan de in artikelen 13 en 32 bedoelde activiteiten is afhankelijk van de instemming van de ontvangende lidstaat. Het operationele plan omvat nauwkeurige regels over de deelname van waarnemers. Voordat deze waarnemers deelnemen, krijgen zij passende opleiding van het agentschap.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 - lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.  Alvorens een nieuwe overeenkomst te sluiten als bedoeld in dit artikel, verzekert de Commissie zich ervan dat de bepalingen ervan in overeenstemming zijn met deze verordening en met het recht van de Unie en het internationaal recht inzake grondrechten en internationale bescherming, met inbegrip van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen en het Verdrag inzake de rechten van het kind, met name het beginsel van non-refoulement en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, alsook met de bepalingen inzake informatie-uitwisseling en gegevensbescherming van deze verordening. De desbetreffende beoordeling wordt gebaseerd op informatie afkomstig van een breed scala aan bronnen, zoals de lidstaten, organen en instanties van de Unie, relevante internationale organisaties en ngo's. De Commissie doet haar beoordeling aan het Europees Parlement en de Raad toekomen.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Het agentschap stelt het Europees Parlement in kennis van de in de leden 2 en 3 bedoelde activiteiten.

9.  Het agentschap maakt zijn overeenkomsten en werkafspraken met derde landen bekend op zijn website. Het agentschap brengt ten minste om de drie maanden verslag uit aan het Europees Parlement over zijn samenwerking met derde landen. Een gedetailleerde beoordeling van de samenwerking met derde landen, met inbegrip van gedetailleerde informatie over de naleving van de grondrechten en bepalingen inzake internationale bescherming, wordt opgenomen in het jaarverslag van het agentschap.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het agentschap kan deskundigen van zijn eigen personeelsbestand als verbindingsfunctionarissen in derde landen inzetten, die bij de uitvoering van hun taken optimale bescherming moeten genieten. Zij maken deel uit van de plaatselijke of regionale samenwerkingsnetwerken van immigratieverbindingsfunctionarissen en veiligheidsdeskundigen van de Unie en van de lidstaten, waaronder het netwerk dat op grond van Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad49 is ingesteld.

1.  Het agentschap kan deskundigen van zijn eigen personeelsbestand als verbindingsfunctionarissen in derde landen inzetten, die bij de uitvoering van hun taken optimale bescherming moeten genieten. Zij maken deel uit van de plaatselijke of regionale samenwerkingsnetwerken van immigratieverbindingsfunctionarissen en veiligheidsdeskundigen van de Unie en van de lidstaten. Het agentschap coördineert en ziet toe op de goede werking van het netwerk dat op grond van Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad is ingesteld.49

__________________

__________________

49Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad van 19 februari 2004 betreffende de oprichting van een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen (PB L 64 van 2.3.2004, blz. 1).

49Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad van 19 februari 2004 betreffende de oprichting van een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen (PB L 64 van 2.3.2004, blz. 1).

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 - lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De raad van bestuur kan een kleinschalige uitvoerende raad opzetten die bestaat uit de voorzitter van de raad van bestuur, een vertegenwoordiger van de Commissie en drie leden van de raad van bestuur, die de raad van bestuur en de uitvoerend directeur helpt bij de voorbereiding van de door de raad van bestuur vast te stellen besluiten, programma's en activiteiten, en zo nodig in spoedeisende gevallen namens de raad van bestuur bepaalde voorlopige besluiten neemt.

6.  De raad van bestuur kan een kleinschalige uitvoerende raad opzetten die bestaat uit de voorzitter van de raad van bestuur, een vertegenwoordiger van de Commissie en drie leden van de raad van bestuur, alsook een vertegenwoordiger van de lidstaat die om bijstand verzoekt, die de raad van bestuur en de uitvoerend directeur helpt bij de voorbereiding van de door de raad van bestuur vast te stellen besluiten, programma's en activiteiten, en zo nodig in spoedeisende gevallen namens de raad van bestuur bepaalde voorlopige besluiten neemt.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd lid 3, bestaat de raad van bestuur uit een vertegenwoordiger van iedere lidstaat en twee vertegenwoordigers van de Commissie, die allen stemrecht hebben. Daartoe benoemt iedere lidstaat een lid van de raad van bestuur alsmede een plaatsvervanger die het lid tijdens zijn of haar afwezigheid vertegenwoordigt. De Commissie benoemt twee leden en hun plaatsvervangers. De duur van de ambtstermijn bedraagt vier jaar. Deze ambtstermijn kan worden verlengd.

1.  Onverminderd lid 3, bestaat de raad van bestuur uit een vertegenwoordiger van iedere lidstaat, twee vertegenwoordigers van de Commissie en twee vertegenwoordigers van het Europees Parlement, die allen stemrecht hebben. Daartoe benoemt iedere lidstaat een lid van de raad van bestuur alsmede een plaatsvervanger die het lid tijdens zijn of haar afwezigheid vertegenwoordigt. De Commissie benoemt twee leden en hun plaatsvervangers. Het Europees Parlement wijst hiertoe twee van zijn leden aan, waarvan er ten minste één lid is van zijn Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. De duur van de ambtstermijn bedraagt vier jaar. Deze ambtstermijn kan worden verlengd.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 - lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie draagt kandidaten voor de post van uitvoerend directeur en plaatsvervangend uitvoerend directeur voor op basis van een lijst die is opgesteld na bekendmaking van de post in het Publicatieblad van de Europese Unie en in voorkomend geval in de pers of via internet.

1.  Na raadpleging van het Europees Parlement draagt de Commissie kandidaten voor de post van uitvoerend directeur en plaatsvervangend uitvoerend directeur voor op basis van een lijst die is opgesteld na bekendmaking van de post in het Publicatieblad van de Europese Unie en in voorkomend geval in de pers of via internet.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 - lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De uitvoerend directeur wordt benoemd door de raad van bestuur op grond van zijn verdiensten en zijn met bewijsstukken gestaafde sterke bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, en rekening houdend met zijn ruime ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer. De raad van bestuur neemt zijn besluit met een meerderheid van twee derde van alle stemgerechtigde leden.

2.  Alvorens te worden benoemd door de raad van bestuur op grond van verdiensten en met bewijsstukken gestaafde sterke bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, en rekening houdend met een ruime ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen en terugkeer, wordt de uitvoerend directeur door de aangewezen organen van het Europees Parlement gehoord. De raad van bestuur neemt zijn besluit met een meerderheid van twee derde van alle stemgerechtigde leden.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De grondrechtenfunctionaris is onafhankelijk in de uitvoering van zijn of haar taken als grondrechtenfunctionaris, rapporteert rechtstreeks aan de raad van bestuur en werkt samen het adviesforum. De grondrechtenfunctionaris brengt regelmatig verslag uit en draagt aldus bij tot het mechanisme voor toezicht op de grondrechten.

2.  De grondrechtenfunctionaris is volledig onafhankelijk in de uitvoering van zijn of haar taken als grondrechtenfunctionaris, rapporteert rechtstreeks aan de raad van bestuur en het Europees Parlement en werkt samen het adviesforum. De grondrechtenfunctionaris brengt regelmatig verslag uit en draagt aldus bij tot het mechanisme voor toezicht op de grondrechten.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 2 – letter a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De grondrechtenfunctionaris houdt regelmatig besprekingen met de bevoegde organen van het Europees Parlement en brengt verslag uit over klachten en de daaraan gegeven follow-up.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 5 – letter a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  De uitvoerend directeur brengt aan de grondrechtenfunctionaris verslag uit over de bevindingen en de follow-up die het agentschap aan de klacht heeft gegeven.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De grondrechtenfunctionaris brengt aan de uitvoerend directeur en de raad van bestuur verslag uit over de bevindingen en de follow-up die het agentschap en de lidstaten aan de klachten hebben gegeven.

7.  De grondrechtenfunctionaris stelt de uitvoerend directeur en de raad van bestuur in kennis van de bevindingen naar aanleiding van ontvankelijk verklaarde klachten. De uitvoerend directeur en de raad van bestuur brengen vervolgens verslag uit over de follow-up die het agentschap en de lidstaten aan de klachten hebben gegeven.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.  Een verslag over de ontvangen klachten, de soorten schendingen van de grondrechten, de betreffende activiteiten van het agentschap, de betrokken lidstaat of het betrokken derde land en de follow-up wordt opgenomen in het jaarlijks verslag over de activiteiten van het agentschap.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 9 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het agentschap zorgt ervoor dat het standaardformulier voor klachten in de meest gebruikelijke talen beschikbaar is en dat het op de website van het agentschap wordt geplaatst en op papier beschikbaar is tijdens alle activiteiten van het agentschap. De grondrechtenfunctionaris onderzoekt klachten ook wanneer deze niet via het standaardformulier zijn ingediend.

Het agentschap zorgt ervoor dat het standaardformulier voor klachten in de meest gebruikelijke talen, en met name in de talen die door migranten en asielzoekers worden begrepen of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die door hen worden begrepen, beschikbaar is en dat het op de website van het agentschap wordt geplaatst en op papier beschikbaar is tijdens alle activiteiten van het agentschap. De grondrechtenfunctionaris onderzoekt klachten ook wanneer deze niet via het standaardformulier zijn ingediend. Aanvullende begeleiding en bijstand op het gebied van de klachtenprocedure wordt verstrekt aan vermeende slachtoffers en op verzoek. Er wordt informatie op maat van kinderen verstrekt om hun toegang tot het klachtenmechanisme te bevorderen.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 74 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 74 bis

 

Verslagen en informatie aan het Europees Parlement

 

1.  Het Europees Parlement of de Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken om verslag uit te brengen over de wijze waarop hij zijn of haar taken uitvoert, in het bijzonder over de uitvoering van en het toezicht op de grondrechtenstrategie, het geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag van het agentschap over het voorgaande jaar, het werkprogramma voor het komende jaar en het meerjarenplan van het agentschap. De uitvoerend directeur brengt verslag uit aan het Europees Parlement en beantwoordt, op verzoek, alle vragen van zijn leden.

 

2.  Naast de in lid 1 bedoelde informatie bevat het verslag eventuele relevante informatie die door het Europees Parlement ad hoc wordt opgevraagd.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens om de drie jaar verricht de Commissie een evaluatie om met name de resultaten, effectiviteit en doelmatigheid van de activiteiten van het agentschap en de werkmethoden ervan te beoordelen in het licht van de doelstellingen, het mandaat en de taken van het agentschap. De evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van het agentschap moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen.

1.  Binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens om de twee jaar verricht de Commissie een evaluatie om met name de resultaten, effectiviteit en doelmatigheid van de activiteiten van het agentschap en de werkmethoden ervan te beoordelen in het licht van de doelstellingen, het mandaat en de taken van het agentschap. De evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of deze verordening dan wel het mandaat van het agentschap moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen.

De evaluatie omvat een specifieke analyse van de wijze waarop het Handvest van de grondrechten bij de toepassing van de verordening is nageleefd.

De evaluatie omvat een specifieke analyse van de wijze waarop het Handvest van de grondrechten bij de toepassing van de verordening is nageleefd alsook van ingediende klachten en de behandeling daarvan.

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bij de eerste evaluatie na de inwerkingtreding van deze verordening wordt geanalyseerd of het agentschap toegang tot de relevante Europese gegevensbanken dient te worden verleend.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De uitvoerend directeur houdt regelmatig besprekingen met de bevoegde organen van het Europees Parlement, met name over de specifieke samenwerking met derde landen, en licht het jaarverslag van het agentschap toe.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij elke tweede evaluatie toetst de Commissie de door het agentschap bereikte resultaten aan zijn doelstellingen, mandaat en taken.

3.  Bij elke evaluatie toetst de Commissie de door het agentschap bereikte resultaten aan zijn doelstellingen, mandaat en taken.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Europese grens- en kustwacht

Document- en procedurenummers

COM(2015)0671 – C8-0408/2015 – 2015/0310(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

21.1.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFET

21.1.2016

Rapporteur voor ad