Procedure : 2013/0321(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0216/2016

Ingediende teksten :

A8-0216/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/09/2016 - 9.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0339

AANBEVELING     ***
PDF 378kWORD 90k
23.6.2016
PE 582.160v02-00 A8-0216/2016

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, in verband met de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij, ten gevolge van haar toetreding tot de Europese Unie

(14381/2013 – C8-0120/2016 – 2013/0321(NLE))

Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Rapporteur: Danuta Jazłowiecka

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 KORTE TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, in verband met de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij, ten gevolge van haar toetreding tot de Europese Unie

(14381/2013 – C8-0120/2016 – 2013/0321(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (14381/2013),

–  gezien het Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, met het oog op de deelname van de Republiek Kroatië als overeenkomstsluitende partij na de toetreding tot de Europese Unie (14382/2013),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 217, artikel 218, lid 6, letter a), en artikel 218, lid 8, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C8-0120/2016),

–  gezien artikel 99, lid 1, eerste en derde alinea, en lid 2, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8‑0216/2016),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van het protocol;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Zwitserse Bondsstaat.


KORTE TOELICHTING

I. Bilaterale verdragen - achtergrondinformatie

Vanwege haar geografische en culturele nabijheid en met name vanwege haar politieke en economische belang vormt de EU, met haar 28 lidstaten, de belangrijkste partner van Zwitserland. Dienovereenkomstig heeft de EU, via een een uitgebreide reeks overeenkomsten, nauwere banden met Zwitserland dan met enig ander land dat niet tot de Europese Economische Ruimte (EER) behoort. Zwitserland is na de Verenigde Staten, China en Rusland de op drie na grootste handelspartner van de EU, terwijl de EU voor Zwitserland de grootste handelspartner is. In Zwitserland leven meer dan 1 miljoen EU-burgers, terwijl nog eens 230 000 EU-burgers Zwitserland dagelijks binnenkomen om te werken. In de EU wonen ongeveer 430 000 Zwitserse onderdanen. Met de toetreding tot de EU van Roemenië, Bulgarije en Kroatië is de interne markt verder uitgebreid. Zij omvat nu bijna 505 miljoen mensen en is nog belangrijker geworden voor onze Zwitserse partner.

Na de afwijzing door Zwitserland van toetreding tot de EER-Overeenkomst in 1992 en aangezien beide partijen zich realiseerden dat samenwerking van essentieel belang is, werd een reeks bilaterale overeenkomsten (de zogeheten bilaterale overeenkomsten I) gesloten. Deze overeenkomsten hadden betrekking op het vrij verkeer van personen, vervoer over land, landbouw, onderzoek en technische belemmeringen voor handel en openbare aanbestedingen, en traden op 1 juni 2002 in werking.

In juni 2002 begonnen de onderhandelingen over een tweede pakket overeenkomsten (bilaterale overeenkomsten II) die in 2004 werden ondertekend. Dit pakket omvat negen verschillende overeenkomsten die betrekking hebben op de belastingheffing op spaargeld, de samenwerking bij de bestrijding van fraude, de betrokkenheid van Zwitserland bij het Schengenacquis, deelname van Zwitserland aan de "Dublin"- en "Eurodac"-verordeningen, handel in verwerkte landbouwproducten, Zwitserse deelname aan het Europees Milieuagentschap en het Europees Milieuobservatie- en -informatienetwerk (Eionet), samenwerking op het gebied van statistiek, de Zwitserse deelname aan het Media Plus-programma en het Media-opleidingsprogramma en een overeenkomst tot vermijding van dubbele belastingheffing bij gepensioneerden van de communautaire instellingen.

Zwitserland heeft in zijn Europees beleid altijd gestreefd naar nauwere betrekkingen met de EU; sinds 2000 heeft het land bijna 20 hoofdovereenkomsten en meer dan 120 bilaterale overeenkomsten vastgesteld die in zeven referenda landelijk werden goedgekeurd.

II. Vrij verkeer van personen

De overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen die in het kader van de bilaterale overeenkomsten I werd ondertekend, gaf, middels de wederzijdse afschaffing van het merendeel van de beperkingen, de burgers van de overeenkomstsluitende partijen het recht de respectievelijke grondgebieden te betreden en hier te wonen en werken. Om ten volle van bovengenoemde rechten te profiteren is evenwel een arbeids- of dienstencontract noodzakelijk of dient men over voldoende financiële middelen te beschikken en verzekerd te zijn. Deze overeenkomst had ten doel om tussen de Unie en Zwitserland soortgelijke regels vast te stellen als die zijn vastgelegd in het acquis communautaire, op grond waarvan betreding, wonen, werken, vestiging als zelfstandige en studie zijn toegestaan, en waarmee het recht op sociale zekerheid wordt geïntroduceerd evenals het recht op dezelfde woon-, beroeps- en arbeidsomstandigheden als die welke voor onderdanen gelden. De overeenkomst had eveneens ten doel de verlening van diensten op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen te vergemakkelijken.

Bij deze overeenkomst was sprake van bepaalde overgangsbepalingen, zodat de gehele EU en Zwitserland geleidelijk van het vrij verkeer konden profiteren.

De bilaterale overeenkomsten I omvatten eveneens een fundamentele "guillotine"-bepaling, waarin is vastgelegd dat indien een van de zeven overeenkomsten wordt beëindigd alle overeenkomsten automatisch worden beëindigd, en een standstill-bepaling waarin is geregeld dat de overeenkomstsluitende partijen zich ertoe verplichten geen verdere restrictieve maatregelen vast te stellen ten aanzien van elkaars onderdanen op terreinen die onder de overeenkomsten vallen.

III. De protocollen bij de overeenkomst betreffende het vrij verkeer van personen

De in 2000 in het kader van de bilaterale overeenkomsten I ondertekende overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen, die op 1 juni 2002 in werking is getreden, werd gesloten tussen Zwitserland en de EU-15. De overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen is de enige overeenkomst die na de uitbreiding van de EU op 1 mei 2004 niet automatisch werd uitgebreid tot de nieuwe lidstaten. Bijgevolg werd de overeenkomst gewijzigd door middel van een protocol en uitgebreid tot Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije. Het eerste protocol bij de overeenkomst is op 1 april 2006 in werking getreden. In elk van de protocollen werd het model van de overeenkomst met de EU-15 gevolgd, en werden respectievelijk quota, regelingen voor toegang tot de arbeidsmarkt, beperkingen en beschermingsclausules vastgelegd.

Na de toetreding tot de Europese Unie van Bulgarije en Roemenië op 1 januari 2007 werd de overeenkomst opnieuw gewijzigd om vervolgens in 2009 in werking te treden als protocol II.

Toen in 2013 Kroatië toetrad tot de Europese Unie werd protocol III in het leven geroepen, maar dit werd, als gevolg van het referendum "tegen massa-immigratie" van 9 februari 2014 aanvankelijk geblokkeerd. In antwoord hierop schortte de EU de onderhandelingen over diverse overeenkomsten met Zwitserland op, met inbegrip van het kaderprogramma voor onderzoek in innovatie "Horizon 2020" en het uitwisselingsprogramma voor studenten "Erasmus+". Op 4 maart 2016 ondertekenden Zwitserland en de EU evenwel protocol III tot uitbreiding tot Kroatië van de Overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen.

Net als in het verleden is voor sluiting van protocol III de toestemming van het Europees Parlement vereist.

IV. Het huidige protocol

In protocol III is vastgelegd dat Zwitserland gedurende een periode van 7 jaar vanaf het moment van inwerkingtreding de toegang van Kroatische burgers tot de arbeidsmarkt mag beperken (quota, prioriteit voor lokale werknemers, controle op arbeidsomstandigheden en lonen). Gedurende de laatste twee jaar van deze overgangsperiode dienen de beperkingen te worden goedgekeurd door het Gemengd Comité Zwitserland-EU.

Wat de arbeidsmarktbeperkingen betreft mag Zwitserland kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang van werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van Kroatië en zulks voor de volgende twee categorieën verblijf: a) verblijf voor de duur van meer dan vier maanden en minder dan één jaar; b) verblijf voor een periode van één jaar of langer.

De kwantitatieve beperkingen worden vastgesteld voor elk jaar van de in het protocol voorziene periode van zeven jaar. De quota voor elk jaar zijn progressief van aard zodat Zwitserland geleidelijk, jaar voor jaar, zijn arbeidsmarkt kan openstellen voor Kroatische werknemers.

Voorts zijn er bepalingen vastgelegd om Zwitserland en Kroatië in staat te stellen de controle te handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de andere betrokken overeenkomstsluitende partij.

Kroatië kan voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van Zwitserland invoeren. In een belangrijke laatste vrijwaringsclausule wordt bepaald dat Zwitserland, na het einde van de in het protocol voorziene periode van zeven jaar, de mogelijkheid zal hebben om gedurende nog eens drie jaar unilateraal de vrijwaringsclausule te activeren ten aanzien van Kroatische burgers, teneinde het aantal verblijfsvergunningen dat wordt afgegeven om hen in staat te stellen te werken, te beperken; Hiertoe zijn specifieke bepalingen vastgelegd.

De totale overgangsperiode met inbegrip van de vrijwaringsclausule - indien van toepassing - bedraagt dus 10 jaar vanaf het moment van inwerkingtreding van het protocol.

V. De volksraadpleging op 9 februari 2014 "tegen massa-immigratie"

Op 9 februari 2014 werd een door de Zwitserse Volkspartij (SVP) gepresenteerd burgerinitiatief getiteld "Tegen massa-immigratie" in een referendum met 50,3 % van de stemmen en door een meerderheid van de kantons aangenomen. Het belangrijkste element van het initiatief was de toevoeging van een nieuw artikel 121 bis aan de Zwitserse federale grondwet. Volgens de belangrijkste elementen van dit artikel reguleert Zwitserland immigratie op autonome wijze, mogen beperkingen van verblijfsvergunningen en quota worden ingevoerd op grond van de overkoepelende economische belangen van Zwitserland, en is het bedrijfsleven bij de aanwerving van personeel verplicht voorrang te verlenen aan Zwitserse onderdanen. Voorts, en dit was zeer belangrijk voor de overeenkomst tussen de EU en Zwitserland, werd in het "tegen massa-immigratie"-initiatief gesteld dat geen enkel internationaal verdrag of internationale overeenkomst inbreuk kan maken op het nieuw geïntroduceerde artikel.

In de praktijk heeft artikel 121 bis van de grondwet ten doel grenzen te stellen aan de immigratie naar Zwitserland en opnieuw quota voor buitenlanders in te voeren en wordt erin aangedrongen op heronderhandeling over de overeenkomst met de EU inzake het vrij verkeer van personen. Nu het artikel is goedgekeurd heeft de Zwitserse Bondsraad drie jaar, dat wil zeggen tot februari 2017, de tijd om maatregelen door te voeren teneinde deze doelstellingen te bereiken. Er moet evenwel worden benadrukt dat artikel 121 bis niet verenigbaar is met de overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen.

In juli 2014 werd een brief gestuurd aan de Europese Dienst voor extern optreden, die verantwoordelijk is voor het beheer van de overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen tussen de EU en Zwitserland, waarin werd aangedrongen op herziening van de overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen. Na overleg met de lidstaten volgde direct een antwoord van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Catherine Ashton, waarin werd benadrukt dat heronderhandeling over het non-discriminatiebeginsel, met inbegrip van gelijke behandeling, met het oog op invoering van kwantitatieve beperkingen en quota, in combinatie met een voorkeursbehandeling voor Zwitserse onderdanen, fundamenteel in strijd zou zijn met de overeenkomst en dat de EU bijgevolg niet instemt met enige herziening op dit vlak.

Met inachtneming van de "guillotine"-clausule en gezien het feit dat de voorwaarden van de overeenkomst moeten worden geëerbiedigd, vindt nu overleg plaats met Zwitserse vertegenwoordigers om tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te komen, mogelijk op grond van een uitlegging van artikel 14.2 van de overeenkomst. In dit artikel wordt gesteld dat het Gemengd Comité in het geval van "ernstige economische en sociale moeilijkheden" passende maatregelen mag nemen om de situatie te verhelpen.

De komende maanden zal een oplossing gevonden moeten worden voor de situatie die na bovengenoemd referendum is ontstaan. Gezien het feit dat het autonome besluit van Zwitserland de beëindiging van de bilaterale overeenkomt I tot gevolg kan hebben, is het aan de Zwitserse confederatie om een aanvaardbare oplossing voor te stellen.

VI. Standpunt van de rapporteur

Zoals de Zwitserse partner herhaaldelijk heeft verklaard(1) en is benadrukt in de Zwitserse analyse van de gevolgen van beëindiging van de bilaterale overeenkomsten I(2), profiteert Zwitserland in vergelijkbare mate van de interne markt en de uitbreiding ervan als de EU-lidstaten. Het lijdt geen twijfel dat zowel Kroatië als Zwitserland baat zullen hebben bij de ondertekening van protocol III en in politiek, economisch en cultureel opzicht zullen profiteren van een grotere interne markt waar het vrij verkeer een cruciaal onderdeel van vormt.

Wegens alle bovenstaande redenen ondersteunt de rapporteur het protocol bij de overeenkomst en beveelt zij aan het goed te keuren.

(1)

De Zwitserse werkgeversorganisatie Economiesuisse definieert de bilaterale overeenkomsten als "essentieel en onvermijdelijk", met name met het oog op de toegang tot de markten van de nieuwe lidstaten.

(2)

https://www.seco.admin.ch/seco/fr/home/Aussenwirtschaftspolitik_Wirtschaftliche_Zusammenarbeit/Wirtschaftsbeziehungen/Wirtschaftsbeziehungen_mit_der_EU/wirtschaftliche-bedeutung-der-bilateralen-i/volkswirtschaftliche-auswirkungen-eines-wegfalls-der-bilateralen.html


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.6.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

44

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Guillaume Balas, Tiziana Beghin, Brando Benifei, Vilija Blinkevičiūtė, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Ole Christensen, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Elena Gentile, Arne Gericke, Marian Harkin, Czesław Hoc, Danuta Jazłowiecka, Jan Keller, Ádám Kósa, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Javi López, Morten Løkkegaard, Thomas Mann, Dominique Martin, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Marek Plura, Terry Reintke, Sofia Ribeiro, Anne Sander, Sven Schulze, Romana Tomc, Yana Toom, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniela Aiuto, Georges Bach, Lynn Boylan, Sergio Gutiérrez Prieto, Dieter-Lebrecht Koch, Joachim Schuster, Csaba Sógor, Neoklis Sylikiotis, Flavio Zanonato, Gabriele Zimmer

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Paul Tang


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

44

+

ALDE

ECR

EFDD

GUE/NGL

Green/EFA

PPE

 

S&D

Enrique Calvet Chambon, Martina Dlabajová, Marian Harkin, Morten Løkkegaard, Yana Toom, Renate Weber

Arne Gericke, Czesław Hoc

Laura Agea, Daniela Aiuto, Tiziana Beghin

Lynn Boylan, Neoklis Sylikiotis, Gabriele Zimmer

Terry Reintke, Tatjana Zdanoka

Georges Bach, David Casa, Danuta Jazłowiecka, Dieter-Lebrecht Koch, Ádám Kósa, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Thomas Mann, Marek Plura, Sofia Ribeiro, Anne Sander, Sven Schulze, Csaba Sógor, Romana Tomc

Guillaume Balas, Brando Benifei, Vilija Blinkevičiūtė, Ole Christensen, Elena Gentile, Sergio Gutiérrez Prieto, Jan Keller, Javi López, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Joachim Schuster, Paul Tang, Marita Ulvskog, Flavio Zanonato

2

-

ENF

NI

Dominique Martin

Lampros Fountoulis

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling