Procedure : 2016/0075(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0260/2016

Ingediende teksten :

A8-0260/2016

Debatten :

PV 02/02/2017 - 3
CRE 02/02/2017 - 3

Stemmingen :

PV 02/02/2017 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0016

VERSLAG     ***I
PDF 390kWORD 60k
9.9.2016
PE 584.100v02-00 A8-0260/2016

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Georgië)

(COM(2016)0142 – C8-0113/2016 – 2016/0075(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Mariya Gabriel

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Georgië)

(COM(2016)0142 – C8-0113/2016 – 2016/0075(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0142),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 77, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0113/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Protocol (Nr. 1) bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0260/2016),

1.  stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en neemt het voorstel van de Commissie over;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


TOELICHTING

Het voorstel van de Commissie strekt tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 en Georgië over te hevelen naar bijlage II, die de lijst bevat van derde landen wier onderdanen zijn vrijgesteld van de visumplicht bij overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten. De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 77, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Aan uitvoering van de visumvrijstelling voor Georgische burgers hoeft niet de voorwaarde te worden verbonden dat een visumvrijstellingsovereenkomst met de EU wordt gesloten, aangezien Georgië alle EU-burgers al visumvrijstelling heeft verleend voor een verblijfsduur van 90 dagen (binnen een tijdvak van 180 dagen).

Sinds juni 2012, toen de dialoog tussen de EU en Georgië over visumliberalisering van start is gegaan, heeft de Commissie vier voortgangsverslagen uitgebracht over de tenuitvoerlegging door Georgië van het actieplan voor visumliberalisering (APVL). In het laatste, op 18 december 2015 uitgebrachte voortgangsverslag oordeelde de Commissie dat Georgië de nodige voortgang had geboekt en alle in het APVL vastgestelde benchmarks had gehaald. De rapporteur waardeert als zeer positief dat de Georgische autoriteiten in de tweede helft van 2015 nieuwe wetgevingsinitiatieven hebben genomen en hervormingen hebben doorgezet op gebieden waar reeds voldoende vooruitgang was bereikt.

Georgië is een strategische partner voor de EU in het Europese Nabuurschapsbeleid en met name in het Oostelijke Partnerschap. Het associatieverdrag tussen de EU en Georgië van 2014 heeft de betrekkingen op een nieuw niveau getild en de samenwerking op een groot aantal terreinen versterkt. Het associatieverdrag maakt integraal deel uit van het EU-beleid naar een voortgezette verbintenis met Georgië en haar streven naar nauwe betrekkingen die politieke associatie en economische integratie moet omvatten.

De visumliberalisering is van beduidend belang voor de Georgische burgers die daar veel voordeel bij zullen hebben. De visumliberalisering zal ten goede komen aan de contacten van mens tot mens. De visumvrijstelling voor Georgische burgers die naar de EU reizen is in zoverre een belangrijk instrument om de economische en culturele betrekkingen aan te halen alsook de politieke dialoog over diverse kwesties, zoals de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, te intensiveren.

Door het associatieverdrag werd de samenwerking ook door oprichting van een vrijhandelsgebied versterkt. Als gevolg daarvan is het handelsverkeer met de EU aanzienlijk toegenomen en is de EU, die 30 % van de uitvoer van Georgië voor haar rekening neemt, inmiddels de belangrijkste handelspartner van dit land. Het vrijhandelsregime is gericht op geleidelijke economische integratie.

Wat de politieke en institutionele situatie betreft is Georgië een vrij stabiele democratie. Het actieplan voor visumliberalisering is een effectief instrument gebleken voor de bevordering van enkele vergaande en moeilijke hervormingen op gebied van bijvoorbeeld justitie en binnenlandse zaken. De visaversoepeling zal een open, evenwichtige en constructieve uitwisseling aanmoedigen over de mensenrechtensituatie in Georgië tegen de achtergrond van de jaarlijkse mensenrechtendialoog tussen EU en Georgië. De rapporteur brengt de noodzaak onder de aandacht van verdere inspanningen tot duurzame vooruitgang waar het gaat om mediavrijheid, onafhankelijke rechtspraak, en eerlijke verkiezingen, met grotere deelname door vrouwen en vertegenwoordigers van nationale minderheden.

Op het punt van mobiliteit moet ermee rekening worden gehouden dat migratie en veiligheid een opgave kunnen vormen omdat de EU nu eenmaal een aantrekkelijke bestemming blijft voor migranten uit Georgië. Tegenover de groeiende aantallen visumaanvragen en visumafgiften is het weigeringspercentage in 2015 nagenoeg gelijk gebleven (12,9 %), met een lichte stijging van 0,2 % in vergelijking met 2014 (12,7 %). Volgens de laatste cijfers van Eurostat is het aantal afwijzingen aan de buitengrenzen van EU 28 in 2014 met 61 % afgenomen ten opzichte van 2013, en in 2015 met 56,5 %. De rapporteur kent in dit verband belang toe aan soepele invoering en daadwerkelijke toepassing van het centraal migratieanalysesysteem, dat een alomvattend beheer beoogt van de migratie door de risico's te onderkennen, dreigende situaties te voorzien en passende maatregelen te treffen. De informatiecampagne die de Georgische autoriteiten hebben gevoerd, moest de rechten en plichten bij visumvrij reizen belichten en kan als instrument dienen om irreguliere migratie te voorkomen en tegen te gaan.

Georgië kan ook een cruciale partner worden op het gebied van bestrijding van de georganiseerde misdaad, inclusief mensenhandel, terrorisme en corruptie. De rapporteur is verheugd over de door Georgië getoonde belangstelling voor versterkte samenwerking met Europol. De met Europol gevoerde onderhandelingen over een strategische partnerschapsovereenkomst met Georgië geven een positief signaal en kunnen een beduidende bijdrage leveren aan het effectief tegengaan van georganiseerde misdaad.

Ten slotte meent de rapporteur dat door aanvaarding van het voorstel van de Commissie het Europees Parlement het beginsel bevestigt dat elk land na alle benchmarks te hebben gehaald, in aanmerking kan komen voor het visumvrijstellingregime, maar herinnert er aan dat de criteria voor deze liberalisering ook in de toekomst, als het besluit eenmaal in werking is getreden, steeds in acht moeten worden genomen. Dit en de betekenis van visumliberalisering voor de burgers van Georgië in aanmerking genomen, beveelt de rapporteur de leden van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken aan met dit verslag in te stemmen.


ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (7.7.2016)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Georgië)

(COM(2016)0142 – C8-0113/2016 – 2016/0075(COD))

Rapporteur voor advies: Andrejs Mamikins

BEKNOPTE MOTIVERING

Het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad behelst wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Georgië) (2016/0075(COD)). Het betreft met name de invoering van een vrijstelling van visumplicht voor Georgië, door het land over te brengen van bijlage I naar bijlage II. In het voorstel wordt vrijstelling van visumplicht verleend aan Georgische burgers, houders van een biometrisch paspoort, die naar de EU reizen, met uitzondering van het VK en Ierland, met inbegrip van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland, voor een verblijf van in totaal ten hoogste 90 dagen binnen een gegeven periode van 180 dagen.

De Commissie buitenlandse zaken is al geruime tijd voorstander van visumversoepeling en visumliberalisering voor de landen van het Oostelijk Partnerschap, als een manier om de contacten van mens tot mens en de betrekkingen met de EU te verbeteren. Het wordt beschouwd als een van de belangrijkste pijlers van dit beleid, zoals herhaaldelijk tijdens de topbijeenkomsten is benadrukt door staatshoofden van de EU-lidstaten, en een duidelijk signaal aan de burgers van de landen van het Oostelijk Partnerschap.

De visumversoepelingsovereenkomst en de overnameovereenkomst tussen de EU en Georgië traden op 1 maart 2011 in werking. De volledige en doeltreffende tenuitvoerlegging van deze twee overeenkomsten is een van de basisvoorwaarden geweest voor de voortzetting van de dialoog over visumliberalisering. Die dialoog is in juni 2012 van start gegaan. Gedurende dit proces heeft de Commissie vier voortgangsverslagen gepubliceerd, waarin de tenuitvoerlegging van het actieplan voor visumliberalisering (VLAP) is beoordeeld. In het laatste voortgangsverslag, dat op 18 december 2015 werd vastgesteld, oordeelde de Commissie dat Georgië de nodige voortgang had geboekt en alle in het VLAP vastgestelde benchmarks had gehaald.

De visumliberalisering komt vooral ten goede aan de Georgische burgers, en wij hebben vooral oog voor de mogelijkheden ervan om de contacten van mens tot mens te versterken, inclusief studenten, academici, leraren en zakenmensen. De visumliberalisering voor Georgië zal ook zijn aantrekkelijkheid voor de bevolking van de bezette gebieden van Abchazië en de regio Zuid-Ossetië vergroten, wat bijdraagt tot de vreedzame oplossing van deze conflicten.

De Commissie buitenlandse zaken heeft altijd gehamerd op het belang van de rechtsstaat, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de eerbiediging van de democratische beginselen, en in deze context zal zij de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomst EU-Georgië blijven monitoren, met name op deze gebieden en met het oog op de aanstaande parlementsverkiezingen, die een lakmoestest zullen zijn voor de consolidering van de democratische instellingen in Georgië. Het Europees Parlement moet de situatie in de aanloop naar de verkiezingen in het oog houden en moet een verkiezingswaarnemingsmissie sturen om ervoor te zorgen dat strengste internationale normen worden gehanteerd en toegepast. Schending van deze normen zal streng worden veroordeeld.

Ten slotte dringt de Commissie buitenlandse zaken aan op een snelle afronding van de procedure en inwerkingtreding van de gewijzigde verordening, gezien het belang van visumliberalisering voor de burgers van Georgië, om de burgers in staat te stellen ervan te profiteren.

******

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken voor te stellen dat het Europees Parlement zijn standpunt in eerste lezing vaststelt en het voorstel van de Commissie overneemt.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Georgië)

Document- en procedurenummers

COM(2016)0142 – C8-0113/2016 – 2016/0075(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

11.4.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFET

9.6.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Andrejs Mamikins

24.5.2016

Behandeling in de commissie

13.6.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

7.7.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

5

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Michèle Alliot-Marie, Petras Auštrevičius, Mario Borghezio, Elmar Brok, Klaus Buchner, James Carver, Lorenzo Cesa, Aymeric Chauprade, Andi Cristea, Arnaud Danjean, Mark Demesmaeker, Georgios Epitideios, Knut Fleckenstein, Anna Elżbieta Fotyga, Eugen Freund, Michael Gahler, Iveta Grigule, Richard Howitt, Sandra Kalniete, Tunne Kelam, Afzal Khan, Janusz Korwin-Mikke, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Ilhan Kyuchyuk, Arne Lietz, Barbara Lochbihler, Ulrike Lunacek, Andrejs Mamikins, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Alojz Peterle, Tonino Picula, Kati Piri, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Sofia Sakorafa, Jacek Saryusz-Wolski, Jaromír Štětina, László Tőkés, Ivo Vajgl, Hilde Vautmans, Boris Zala

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Laima Liucija Andrikienė, Andrzej Grzyb, András Gyürk, Paavo Väyrynen, Janusz Zemke

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Heidi Hautala


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Georgië)

Document- en procedurenummers

COM(2016)0142 – C8-0113/2016 – 2016/0075(COD)

Datum indiening bij EP

9.3.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

11.4.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

9.6.2016

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Mariya Gabriel

25.4.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

21.4.2016

25.4.2016

27.6.2016

4.7.2016

Datum goedkeuring

5.9.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

44

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gerard Batten, Michał Boni, Caterina Chinnici, Ignazio Corrao, Frank Engel, Cornelia Ernst, Tanja Fajon, Mariya Gabriel, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Eva Joly, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Timothy Kirkhope, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, József Nagy, Péter Niedermüller, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Udo Voigt, Beatrix von Storch, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andrea Bocskor, Pál Csáky, Daniel Dalton, Angelika Mlinar, Luigi Morgano, Emilian Pavel, Jaromír Štětina, Josep-Maria Terricabras, Daniele Viotti

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Burkhard Balz, Evelyne Gebhardt, Sylvie Goddyn, Andrey Kovatchev, Arne Lietz, Clare Moody, Vladimir Urutchev, Rainer Wieland

Datum indiening

9.9.2016


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

44

+

ALDE

Nathalie Griesbeck, Filiz Hyusmenova, Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld

ECR

Daniel Dalton, Jussi Halla-aho, Timothy Kirkhope, Branislav Škripek

GUE/NGL

Cornelia Ernst

PPE

Burkhard Balz, Andrea Bocskor, Michał Boni, Pál Csáky, Frank Engel, Mariya Gabriel, Kinga Gál, Monika Hohlmeier, Andrey Kovatchev, Barbara Kudrycka, József Nagy, Traian Ungureanu, Vladimir Urutchev, Rainer Wieland, Jaromír Štětina

S&D

Caterina Chinnici, Tanja Fajon, Evelyne Gebhardt, Ana Gomes, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Cécile Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Arne Lietz, Clare Moody, Luigi Morgano, Péter Niedermüller, Emilian Pavel, Birgit Sippel, Daniele Viotti, Josef Weidenholzer

VERTS/ALE

Eva Joly, Judith Sargentini, Josep-Maria Terricabras, Bodil Valero

5

-

EFDD

Gerard Batten, Ignazio Corrao, Beatrix von Storch

ENF

Sylvie Goddyn

NI

Udo Voigt

0

0

 

 

Verklaring van de symbolen:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling