Procedure : 2016/0139(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0261/2016

Ingediende teksten :

A8-0261/2016

Debatten :

PV 27/03/2019 - 21
CRE 27/03/2019 - 21

Stemmingen :

PV 28/03/2019 - 8.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0319

VERSLAG     ***I
PDF 381kWORD 58k
9.9.2016
PE 583.925v02-00 A8-0261/2016

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Kosovo*)

(COM(2016)0277 – C8-0177/2016 – 2016/0139(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Tanja Fajon

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Kosovo*)

(COM(2016)0277 – C8-0177/2016 – 2016/0139(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0277),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 77, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0177/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0261/2016),

1.  stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en neemt het voorstel van de Commissie over;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


TOELICHTING

In 2003 heeft de Europese Unie in de agenda van Thessaloniki op ondubbelzinnige wijze duidelijk gemaakt dat zij zich inzet voor en steun geeft aan een Europees perspectief voor alle landen op de westelijke Balkan. Het stabiliserings- en associatieproces vormt sindsdien het kader waarbinnen dit Europese perspectief in wezen gestalte krijgt tot de toekomstige toetreding van deze landen, waarbij de visumliberalisering van bijzonder groot belang is.

Met alle landen op de westelijke Balkan zijn stabilisatie- en associatieovereenkomsten (SAO's) gesloten, die inmiddels in werking zijn getreden; met Kosovo is dit op 1 april 2016 gebeurd. De SAO is de eerste contractuele relatie tussen de Europese Unie en Kosovo en markeert voor dit land een belangrijke, historische stap op zijn Europese pad. Verder was de afschaffing van de visumplicht voor burgers van de voormalige Joegoslavische republieken Macedonië, Montenegro en Servië in 2009 en vervolgens voor Albanië en Bosnië-Herzegovina in 2010 een belangrijke stap op hun weg naar Europese integratie en het bewijs dat de landen in deze regio de nodige hervormingen kunnen doorvoeren. Het gevolg was echter dat Kosovo bij de visumliberalisering alleen kwam te staan op de Balkan.

Het isolement van het land heeft ernstige gevolgen gehad voor het dagelijkse leven van het Kosovaarse volk. Men mag de vreselijke gebeurtenissen na het uiteenvallen van Joegoslavië niet vergeten, toen de regio door gruwelijke oorlogen verscheurd werd en er diepe wonden zijn geslagen in de ziel van volkeren. Honderdduizenden vluchtelingen en migranten zijn de regio ontvlucht, waarna we getuige zijn geweest van een opgroeiende jonge generatie die afgesneden was van de rest van Europa, dat eengemaakt en welvarend was. Dat die wond geheeld wordt, is voor de bevolking van Kosovo steeds belangrijker.

Aan Kosovo is pas in juni 2012 een routekaart voor de visumliberalisering voorgelegd, vier jaar na alle andere landen in de regio. De routekaart voor Kosovo is weliswaar in grote lijnen gelijk, maar met 95 ijkpunten aanzienlijk preciezer en gedetailleerder. De Commissie heeft vier voortgangsverslagen uitgebracht over de visumdialoog met Kosovo: in februari 2013, juli 2014, december 2015 en het vierde en laatste verslag in mei 2016, toen zij ook het wetgevingsvoorstel voor de visumliberalisering heeft ingediend.

Visumvrij reizen maakt niet alleen intermenselijke contacten, betere grensoverschrijdende samenwerking en culturele, educatieve en professionele uitwisselingen mogelijk, maar helpt ook de illegale immigratie terug te dringen door criminelen uit te schakelen. Dankzij een geliberaliseerde visumregeling kunnen burgers in het buitenland op vakantie gaan en familie en vrienden bezoeken zonder eerst een lange en dure visumprocedure te moeten doorlopen. Ook zal hun gevoel van isolement erdoor worden beïnvloed. Vrijstelling van de visumplicht is een van de meest grijpbare en concrete resultaten met het oog op de toekomst van het land in Europa en zorgt voor vrij verkeer van personen, een van de grondbeginselen van het Europese project.

De rapporteur is zeer verheugd over dit broodnodige voorstel, dat ervoor zal zorgen dat Kosovo de hoop niet opgeeft en blijft streven naar toetreding tot de EU. Het Europese perspectief is de primaire waarborg voor stabiliteit en geeft de sterkste aanzet tot hervormingen in Kosovo en in de hele regio. Uit het verleden hebben we geleerd dat vrede en stabiliteit het best kunnen worden gerealiseerd door het proces van toetreding tot de EU nog te versterken en dit voor de burgers zo zichtbaar en tastbaar mogelijk te maken.

Het Europees Parlement heeft zich sterk gemaakt voor en steun verleend aan Kosovo en het Europese perspectief van dit land, o.a. door liberalisering van de visumregeling, en heeft er steeds op aangedrongen dat de Kosovaarse autoriteiten meewerken en aan de gestelde eisen voldoen, en dat de Commissie het proces ondersteunt en versnelt.

Er zij aan herinnerd dat volgens de visumvoorschriften van de EU elk land op zijn eigen merites moet worden beoordeeld. Op basis van een zorgvuldige, individuele evaluatie van allerlei criteria wordt bepaald of de visumplicht voor de onderdanen van een land moet worden afgeschaft. Ook bij dit voorstel moet dus een eerlijke benadering op basis van merites het leidende beginsel zijn, zonder politieke koehandel. De rapporteur is er daarom ook tegen om parallellen te zoeken met of voorwaarden af te leiden uit andere wetgevingsvoorstellen die momenteel bij de Raad of het Parlement in behandeling zijn.

Verder heeft de Commissie in 2010 het mechanisme voor toezicht na afschaffing van de visumplicht ingevoerd, om na te gaan of de regeling voor visumvrij reizen goed werkt, en mogelijke tekortkomingen bij de uitvoering te kunnen aanpakken. Daarnaast biedt het in 2014 ingevoerde schorsingsmechanisme de lidstaten een extra instrument om bij potentieel misbruik van de visumvrijheid in te grijpen, met de mogelijkheid van herinvoering van de visumplicht.

Ongetwijfeld heeft het vraagstuk van de niet-erkenning ook ernstige gevolgen gehad voor de economie en de ontwikkeling van Kosovo, evenals voor het dagelijkse leven van de mensen. Zolang bij de aandacht voor de regio en haar betrekkingen met de Europese Unie de noodzaak van een oplossing voor de status van Kosovo centraal stond, heeft dit in zekere zin een rem gezet op het tempo van het Europese integratieproces van Kosovo. De lidstaten hebben zich ertoe verbonden de visumregeling voor Kosovo te liberaliseren wanneer aan de voorwaarden is voldaan, waarbij dit hun standpunt inzake de status van Kosovo onverlet laat.

De rapporteur gaat ervan uit dat erkenning van de status van Kosovo geen negatieve consequenties heeft voor de goedkeuring van dit voorstel. De rapporteur wil daarom het verzoek van het Europees Parlement aan de resterende vijf lidstaten herhalen om over te gaan tot erkenning van Kosovo. Dit zal niet alleen een positief effect hebben op het toetredingsproces van Kosovo tot de EU, maar ook in algemene zin: op de betrekkingen van Kosovo binnen de regio, de normalisering van de betrekkingen tussen Belgrado en Pristina en de politieke en sociaaleconomische betrekkingen met de rest van de wereld. En de Europese Unie heeft een politieke verantwoordelijkheid om hier werk van te maken.


ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (7.7.2016)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Kosovo)

(COM(2016)0277 – C8-0177/2016 – 2016/0139(COD))

Rapporteur voor advies: Ulrike Lunacek

BEKNOPTE MOTIVERING

Het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad behelst wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Kosovo) (2016/0139(COD)). Het betreft met name de invoering van een vrijstelling van visumplicht voor Kosovo, door het land over te brengen van bijlage I naar bijlage II. In het voorstel wordt vrijstelling van visumplicht verleend aan Kosovaarse burgers, houders van een biometrisch paspoort, die naar de EU reizen, met uitzondering van het VK en Ierland, met inbegrip van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland, voor een verblijf van in totaal ten hoogste 90 dagen binnen een gegeven periode van 180 dagen.

De Commissie buitenlandse zaken is al geruime tijd voorstander van visumversoepeling en visumliberalisering voor alle landen van de westelijke Balkan, als een manier om de contacten van mens tot mens en de betrekkingen met de EU te verbeteren. Kosovo is het enige land in de westelijke Balkan dat – sinds 2010 – geen visumversoepelingsovereenkomst geniet en is momenteel het enige land waarvan de burgers een visum nodig hebben om naar de EU te reizen. Deze situatie heeft onder de bevolking een sterk gevoel gecreëerd dat zij "tweederangsburgers" zijn en dat zij "opgesloten" zitten, waardoor een druk ontstaat die de burgers er in het verleden toe heeft gebracht om andere manieren te zoeken om naar de EU te reizen.

De visumversoepelingsdialoog met Kosovo is gestart op 19 januari 2012. Voordien had de Commissie benadrukt dat voldoende vooruitgang moest worden geboekt op de terreinen overname en herintegratie en was zij tevreden met het door de Kosovaarse autoriteiten verrichte werk. De Commissie heeft vier voortgangsverslagen gepresenteerd, het laatste op 4 mei 2016. In dit laatste werd Kosovo geacht aan de vereisten van zijn routekaart inzake visumversoepeling te hebben voldaan, met dien verstande dat het vóór de goedkeuring van het voorstel door het EP en de Raad de grensovereenkomst met Montenegro moet hebben geratificeerd en zijn resultaten op het gebied van de strijd tegen de georganiseerde misdaad en corruptie moet hebben verbeterd.

De Commissie buitenlandse zaken heeft er altijd op gehamerd dat de rechtsstaat, de onafhankelijkheid van het gerecht en de eerbiediging van de democratische beginselen belangrijk zijn. In haar jaarlijkse resolutie over de vooruitgang van Kosovo op het pad van integratie in de EU controleert en evalueert zij de ontwikkelingen en zorgt zij voor de follow-up van deze kwesties en zal zij aan een en ander ook bijzondere aandacht blijven besteden. Visumversoepeling zal de burgers van Kosovo een gevoel van normaliteit bezorgen. Zij moet ook een impuls zijn voor de Kosovaarse autoriteiten om bijkomende inspanningen te leveren voor de tenuitvoerlegging van de nodige hervormingen, met name de vereisten in het kader van de stabilisatie- en associatieovereenkomst.

Als conclusie dringt de Commissie buitenlandse zaken aan op een snelle afronding van de procedure en inwerkingtreding van de gewijzigde verordening, gezien het belang van visumliberalisering voor de burgers van Kosovo, om de burgers in staat te stellen ervan te profiteren.

******

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken voor te stellen dat het Europees Parlement zijn standpunt in eerste lezing vaststelt en het voorstel van de Commissie overneemt.

******

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken voor te stellen dat het Europees Parlement zijn standpunt in eerste lezing vaststelt en het voorstel van de Commissie overneemt.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Kosovo*)

Document- en procedurenummers

COM(2016)0277 – C8-0177/2016 – 2016/0139(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

6.6.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFET

6.6.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Ulrike Lunacek

24.5.2016

Behandeling in de commissie

14.6.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

7.7.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

7

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Michèle Alliot-Marie, Petras Auštrevičius, Mario Borghezio, Elmar Brok, Klaus Buchner, James Carver, Lorenzo Cesa, Aymeric Chauprade, Andi Cristea, Arnaud Danjean, Mark Demesmaeker, Georgios Epitideios, Knut Fleckenstein, Anna Elżbieta Fotyga, Eugen Freund, Michael Gahler, Iveta Grigule, Richard Howitt, Sandra Kalniete, Tunne Kelam, Afzal Khan, Janusz Korwin-Mikke, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Ilhan Kyuchyuk, Arne Lietz, Barbara Lochbihler, Ulrike Lunacek, Andrejs Mamikins, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Alojz Peterle, Tonino Picula, Kati Piri, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Sofia Sakorafa, Jacek Saryusz-Wolski, Jaromír Štětina, László Tőkés, Ivo Vajgl, Hilde Vautmans, Boris Zala

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Laima Liucija Andrikienė, Andrzej Grzyb, András Gyürk, Paavo Väyrynen, Janusz Zemke

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Heidi Hautala


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

25

+

ALDE

Nathalie Griesbeck, Filiz Hyusmenova, Angelika Mlinar, Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld

GUE/NGL

Cornelia Ernst

PPE

Jaromír Štětina

S&D

Caterina Chinnici, Tanja Fajon, Evelyne Gebhardt, Ana Gomes, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Cécile Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Clare Moody, Luigi Morgano, Péter Niedermüller, Emilian Pavel, Birgit Sippel, Daniele Viotti, Josef Weidenholzer

VERTS/ALE

Eva Joly, Judith Sargentini, Josep-Maria Terricabras, Bodil Valero

24

-

ECR

Daniel Dalton, Jussi Halla-aho, Timothy Kirkhope, Branislav Škripek

EFDD

Gerard Batten, Ignazio Corrao, Beatrix von Storch

ENF

Sylvie Goddyn

NI

Udo Voigt

PPE

Burkhard Balz, Andrea Bocskor, Michał Boni, Pál Csáky, Mariya Gabriel, Kinga Gál, Monika Hohlmeier, Andrey Kovatchev, Barbara Kudrycka, Traian Ungureanu, Vladimir Urutchev, Axel Voss, Rainer Wieland, Joachim Zeller

S&D

Juan Fernando López Aguilar

2

0

PPE

Frank Engel, József Nagy

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling