Procedure : 2016/0197(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0296/2016

Ingediende teksten :

A8-0296/2016

Debatten :

PV 23/11/2016 - 15
CRE 23/11/2016 - 15

Stemmingen :

PV 24/11/2016 - 8.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0447

VERSLAG     ***I
PDF 385kWORD 78k
17.10.2016
PE 585.790v02-00 A8-0296/2016

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië

(COM(2016)0431 – C8-0242/2016 – 2016/0197(COD))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Emmanuel Maurel

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE BUITENLANDSE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië

(COM(2016)0431 – C8-0242/2016 – 2016/0197(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0431),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 212 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0242/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad die is aangenomen samen met Besluit nr. 778/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan Georgië(1),

  gezien de brief van de Commissie buitenlandse zaken en de brief van de Begrotingscommissie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A8-0296/2016),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een besluit

Artikel 1 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Unie stelt Jordanië macrofinanciële bijstand ("de macrofinanciële bijstand van de Unie") beschikbaar voor een maximumbedrag van 200 miljoen EUR, teneinde de economische stabilisatie van Jordanië en een substantiële hervormingsagenda te ondersteunen. De bijstand draagt bij aan het lenigen van de betalingsbalansbehoeften van Jordanië die in het kader van het IMF-programma zijn vastgesteld.

1.  De Unie stelt Jordanië macrofinanciële bijstand ("de macrofinanciële bijstand van de Unie") beschikbaar voor een maximumbedrag van 350 miljoen EUR, teneinde de economische stabilisatie van Jordanië en een substantiële hervormingsagenda te ondersteunen. De bijstand draagt bij aan het lenigen van de betalingsbalansbehoeften van Jordanië die in het kader van het IMF-programma zijn vastgesteld.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie bereikt, volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, met de Jordaanse autoriteiten overeenstemming over duidelijk bepaalde voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden, gericht op structurele hervormingen en gezonde overheidsfinanciën, waaraan de macrofinanciële bijstand van de Unie onderworpen is en die in een memorandum van overeenstemming moeten worden vastgelegd. De in het memorandum van overeenstemming vastgelegde voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden stroken met de in artikel 1, lid 3, bedoelde overeenkomsten of afspraken, met inbegrip van de programma's voor macro-economische aanpassing en structurele hervorming die door Jordanië met de steun van het IMF worden uitgevoerd.

1.  De Commissie bereikt, volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, met de Jordaanse autoriteiten overeenstemming over duidelijk bepaalde voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden, gericht op structurele hervormingen en gezonde overheidsfinanciën, die een tijdschema bevatten voor het voldoen van die voorwaarden, waaraan de macrofinanciële bijstand van de Unie onderworpen is en die in een memorandum van overeenstemming moeten worden vastgelegd. De in het memorandum van overeenstemming vastgelegde voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden stroken met de in artikel 1, lid 3, bedoelde overeenkomsten of afspraken, met inbegrip van de programma's voor macro-economische aanpassing en structurele hervorming die door Jordanië met de steun van het IMF worden uitgevoerd.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Indien de in lid 3 vastgestelde voorwaarden constant niet zijn vervuld, wordt de uitbetaling van de macrofinanciële bijstand van de Unie door de Commissie tijdelijk geschorst of geannuleerd. In die gevallen licht zij het Europees Parlement en de Raad in over de redenen voor die opschorting of annulering.

4.  Indien de in lid 3 vastgestelde voorwaarden niet zijn vervuld, wordt de uitbetaling van de macrofinanciële bijstand van de Unie door de Commissie tijdelijk geschorst of geannuleerd. In die gevallen licht zij het Europees Parlement en de Raad in over de redenen voor die opschorting of annulering.

(1)

PB L 218 van 14.8.2013, blz. 15.


TOELICHTING

Wegens zijn geografische ligging is Jordanië een van de landen die het hardst worden getroffen door de Syrische crisis. Sinds 2011 heeft de Jordaanse economie, die voornamelijk op diensten en industrie berust, sterk te lijden onder de voortdurende onrust in de regio.

Minder toerisme en een lagere instroom van buitenlandse directe investeringen (BDI), geblokkeerde handelsroutes en herhaalde verstoringen van de toevoer van aardgas uit Egypte hebben een rem gezet op de groei en wogen op de begrotingssituatie van Jordanië. Door het conflict in Syrië en Irak hebben Jordaanse producten hun historische afzetmarkt verloren. In 2015 bleven de aanhoudende conflicten in de buurlanden de buitenlandse handel van Jordanië ontwrichten: de groei vertraagde (2,4 %) en de resterende externe financieringsbehoeften voor de periode 2016-17 worden op ongeveer 3,2 miljard USD geraamd. In het eerste halfjaar van 2016 was de werkloosheid zeer hoog: 14,6 % van de actieve bevolking (33 % van de actieve jongeren, 23,7 % van de actieve vrouwen).

In deze moeilijke context onderscheidt Jordanië zich niettemin door de opvang van een aanzienlijk aantal ontheemden. Jordanië is, samen met Libanon, het land dat in verhouding tot zijn bevolkingsaantal het grootste aantal vluchtelingen opvangt ter wereld. Het heeft zich ertoe verbonden de toegang tot werk van de Syriërs op zijn grondgebied te vergemakkelijken. Officieel zijn er 650 000 Syriërs als vluchteling geregistreerd. De Jordaanse autoriteiten spreken zelfs van 1,4 miljoen. In totaal is het aantal niet-Jordaanse ingezetenen in vijf jaar verdubbeld. Het merendeel van hen woont niet in kampen, maar in een stedelijke omgeving, waardoor de Jordaanse openbare diensten enorm onder druk worden gezet, vooral de gezondheids- en onderwijsdiensten. De overheidsschuld van Jordanië bereikte einde 2015 93,4 % van het bbp.

Jordanië bevindt zich sinds kort in een steeds nauwer partnerschap met de Europese Unie, zijn op één na grootste handelspartner. Na de associatieovereenkomst, die in 1997 werd ondertekend en in 2002 in werking trad, heeft Jordanië in 2010 een partnerschap met "gevorderde status" gekregen. Het proces ter voorbereiding op de diepe en brede vrijhandelsruimte (Deep and Comprehensive Free Trade Area, DCFTA) werd in 2011 opgestart. Gezien de crisis en ter dekking van de resterende externe financieringsbehoeften heeft de Europese Unie aan Jordanië reeds 180 miljoen EUR aan macrofinanciële bijstand verstrekt (goedgekeurd in 2013, uitgekeerd in 2015). De Europese Unie moet Jordanië blijven helpen bij het aanpakken van de uitdagingen waarmee het land wordt geconfronteerd.

Tijdens de grote donorconferentie van 4 februari 2016 in Londen (Supporting Syria and the Region) heeft de internationale gemeenschap beloofd een echt globaal steunplan voor Jordanië ten uitvoer te leggen. De toegezegde steun bedroeg in totaal 10 miljard USD. Van dit bedrag heeft de EU 2,39 miljard EUR toegezegd, waaronder een lening van 200 miljoen EUR voor een tweede macrofinanciële bijstandsoperatie in het kader van een nieuw pact tussen de EU en Jordanië (het EU-Jordan Compact). Dit zou fungeren als aanvulling op de subsidies die in het kader van het Europees nabuurschapsinstrument worden verleend, en op begrotingssteunpakketten die door de EU worden uitgevoerd. Aangezien Jordanië aan de democratische (recent is vooruitgang geboekt: de oprichting van een grondwettelijk hof en een onafhankelijke verkiezingscommissie) en de macro-economische voorwaarden voor de toekenning van macrofinanciële bijstand voldoet, kan de operatie plaatsvinden.

Ten aanzien van de economische problemen van Jordanië moet de Europese Unie steun verlenen aan zijn partner, die voor zijn opvang van vluchtelingen respect verdient. De rapporteur wenst dus dat het macrofinanciële bijstandsprogramma zo snel mogelijk in werking treedt, zodat het Jordanië concreet ten goede komt tijdens deze beslissende tijden. De rapporteur stelt de Commissie voor tijdens de onderhandelingen over het memorandum van overeenstemming met de Jordaanse autoriteiten zich flexibel en intelligent op te stellen en in bevoegde internationale fora of via concrete acties te zoeken naar oplossingen die de Jordaanse schuldenlast, die op ontploffen staat, kunnen verlichten.

Het Parlement gaat ervan uit dat de huidige macrofinanciële bijstand voor Jordanië overeenkomstig de momenteel op het macrofinanciële bijstandsinstrument toepasselijke goede praktijken zal worden uitgevoerd en, meer bepaald, dat een specifieke kalender voor de verwezenlijking van de voorwaarden van het memorandum van overeenstemming tussen de Europese Unie en Jordanië niet aan Jordanië zal worden opgelegd.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE BUITENLANDSE ZAKEN

Ref.: D (2016)37818

De heer Bernd Lange

voorzitter van de Commissie internationale handel (INTA)

Betreft:  Macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië - COM(2016) 431 final 2016/0197 (COD)

Geachte heer Lange,

Als voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken (AFET) doe ik u hierbij, gesteund door de coördinatoren van de commissie AFET en ter bespoediging van de procedure met betrekking tot onderhavig voorstel, het advies van onze commissie toekomen over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië.

De AFET-commissie steunt dit voorstel van de Commissie volledig. Zoals u weet, is Jordanië voor de EU een belangrijk partnerland, waarmee sterke economische banden worden onderhouden. In 2014 was de EU de op één na grootste handelspartner van Jordanië. Politieke en veiligheidsbetrekkingen zijn eveneens belangrijk: ten gevolge van zijn geografische ligging is Jordanië een strategisch land voor stabiliteit en veiligheid in de regio. Ik moge wijzen op de strategische rol van Jordanië in de anti-ISIS-coalitie en de uitgebreide inspanningen van het land op het vlak van veiligheid en inlichtingen.

Sinds het begin van de Syrische crisis in 2011 vangt het land niet alleen een groot aantal Syrische vluchtelingen op (ongeveer 1,3 miljoen), maar ook Irakezen, Libiërs en Jemenieten, waardoor de economie, de overheidsdiensten en de infrastructuur steeds meer onder druk komen te staan. Jordanië is daarom bijzonder gevoelig voor de huidige instabiliteit in de regio, zowel op politiek als op economisch vlak. Voor de toekomst van de regio moet Jordanië stabiel blijven en verdient het de inzet van alle middelen die zullen bijdragen tot het behoud van deze cruciale stabiliteit.

De AFET-commissie is derhalve ingenomen met het voorstel voor een tweede macrofinanciële bijstand en het feit dat dit deel zou uitmaken van het zogenoemde "EU-Jordan Compact". Dit laatste is een belangrijk initiatief dat specifieke verbintenissen van beide partijen bevat (met inbegrip van financiële bijstand van de EU) en tegelijkertijd een aantal beleidsprioriteiten aanpakt. De commissie herhaalt dat een sterker partnerschap tussen de EU en Jordanië moet worden opgebouwd op het vlak van politiek, veiligheid, handel en samenwerking. In deze context is de commissie tevreden over de verklaringen van HV/VV Mogherini op 20 juli tijdens het 10e Associatiecomité EU-Jordanië. Bovendien zijn wij bijzonder ingenomen met de randvoorwaarde voor de toekenning van deze macrofinanciële bijstand (zoals aangegeven in het voorstel blz.11, paragrafen 19 en 20), namelijk dat Jordanië doeltreffende democratische mechanismen, waaronder een parlementair stelsel met meerdere partijen en de rechtsstaat, eerbiedigt, en eerbiediging van de mensenrechten garandeert.

De AFET-commissie is van mening dat de EU en de internationale financiële instellingen aan Jordanië de nodige steun moeten verlenen ter garantie van stabiliteit voor het land zelf en voor de regio. Als voorzitter van de commissie herhaal ik dat de gepaste steun aan het koninkrijk moet worden toegekend en dat de politieke en economische dialoog tussen de Europese Unie en Jordanië moet worden verdiept.

Ik vertrouw erop dat de commissie INTA dit standpunt naar behoren in aanmerking neemt bij het vaststellen van haar standpunt en bij de onderhandelingen met de Raad.

Hoogachtend,

Elmar Brok

CC:  Mevrouw Marisa Matias, voorzitter van de Delegatie voor de betrekkingen met de Masjrak-landen

  De heer Emmanuel Maurel, rapporteur


BIJLAGE: BRIEF VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE

D(2016) 40152

De heer Bernd Lange

Voorzitter

Commissie internationale handel

                ASP 12G205

Betreft:   Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië

Geachte voorzitter,

De Commissie internationale handel bereidt een verslag over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van verdere macrofinanciële bijstand voor een bedrag van 200 miljoen EUR aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië voor.

De coördinatoren van de Begrotingscommissie hebben besloten een standpunt per brief in te dienen in plaats van een formeel advies.

Tijdens een officiële missie naar Jordanië in mei 2016 heeft een delegatie van de Begrotingscommissie inderdaad de gelegenheid gehad niet alleen de druk op de middelen van Jordanië door de instroom van vluchtelingen te onderzoeken, maar ook het bredere pallet van economische en financiële gevolgen van de Syrische crisis en van regionale instabiliteit. Leden spraken hun lof uit voor de veerkracht van het land en de ontvangstgemeenschappen ten aanzien van deze uitdagingen en benadrukten dat Jordanië een cruciale rol moet blijven spelen voor de verbetering van de leefomstandigheden van de vluchtelingen en de stabilisering van de regio.

De BUDG-delegatie, die na haar terugkeer verslag uitbracht aan de hele commissie, heeft kennis genomen van het feit dat de Unie haar financiële bijstand in Jordanië in de context van de Syrische crisis heeft verhoogd tot een bedrag van 293,6 miljoen EUR, vastgelegd in 2016. Deze steun wordt via een aantal instrumenten en mechanismen verstrekt, voornamelijk het Europees nabuurschapsinstrument (140 miljoen EUR in 2016), maar ook humanitaire hulp (53 miljoen EUR), het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (21,8 miljoen EUR), het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (13 miljoen EUR), het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (0,8 miljoen EUR) en, tot slot, het Madad-fonds in respons op de Syrische crisis (65 miljoen EUR). Bovendien werd, gezien de rechtstreekse druk op de openbare financiën van Jordanië een eerste pakket leningen voor macrofinanciële bijstand in 2013 toegezegd en in 2015 uitgekeerd.

De BUDG-delegatie merkte op dat de internationale gemeenschap, waaronder de Unie, tijdens de conferentie "Supporting Syria and the Region", die op 4 februari 2016 in Londen is gehouden, verdere financiële inspanningen heeft toegezegd. Als tegenprestatie heeft Jordanië een aantal maatregelen voorgesteld die het bereid was te treffen om ervoor te zorgen dat meer kinderen onderwijs genieten en om werkgelegenheid te scheppen voor vluchtelingen. De Unie is daarop onderhandelingen aangegaan over "compacts" van wederzijdse verbintenissen met Jordanië.

De Begrotingscommissie kijkt uit naar een degelijke beoordeling van de eigenlijke behoeften en concludeert derhalve als volgt.

Het huidige pakket macrofinanciële bijstand II moet spoedig aangenomen worden als onderdeel van de beloften van de conferentie van Londen om de veerkracht van het land en de ontvangstgemeenschappen te verstevigen. Ondertussen moet de Commissie ook aantonen dat zij de beloften van Londen snel en doeltreffend kan verwezenlijken.

Daarnaast moet de Unie ervoor zorgen dat Jordanië zijn beloften nakomt wat de toegang van vluchtelingen tot onderwijs en de arbeidsmarkt betreft. Jordanië moet ook bijdragen aan het vinden van een oplossing voor de vluchtelingen die momenteel zonder gepaste humanitaire bijstand gestrand zijn aan de grens tussen Syrië en Jordanië.

De Jordaanse autoriteiten hebben een nieuwe macrofinanciële bijstand van 350 miljoen EUR gevraagd. De Commissie mag "de speelruimte op de EU-begroting" echter niet gebruiken als een rechtvaardiging om het bedrag te verlagen tot 200 miljoen EUR. De Begrotingscommissie is zich volledig bewust van het huidige tekort aan beschikbare middelen in rubriek 4 (Europa als wereldspeler), maar wijst erop dat de voorziening van 9 % van het Garantiefonds voor externe acties (6,75 miljoen EUR jaarlijks gedurende twee jaar) waarschijnlijk kan worden toegekend zonder invloed te hebben op ander beleid in de financiële planning van een begrotingslijn die, bij de huidige staat van het meerjarig financieel kader, naar verwachting goed is voor meer dan 220 miljoen EUR per jaar in de komende jaren. De Begrotingscommissie verwacht derhalve dat de Commissie in een snel veranderende omgeving haar beoordeling van de resterende externe financieringsbehoeften van het land bevestigt of bijwerkt voor de afronding van de wetgevingsprocedure over dit pakket macrofinanciële bijstand II.

Hoogachtend,

Jean Arthuis


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië

Document- en procedurenummers

COM(2016)0431 – C8-0242/2016 – 2016/0197(COD)

Datum indiening bij EP

29.6.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

INTA

7.7.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

7.7.2016

BUDG

7.7.2016

 

 

Geen advies

       Datum besluit

AFET

12.7.2016

BUDG

7.10.2016

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Emmanuel Maurel

13.7.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

31.8.2016

26.9.2016

 

 

Datum goedkeuring

13.10.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laima Liucija Andrikienė, Maria Arena, Tiziana Beghin, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Santiago Fisas Ayxelà, Christofer Fjellner, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Emma McClarkin, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Franz Obermayr, Artis Pabriks, Franck Proust, Viviane Reding, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Matteo Salvini, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, Hannu Takkula, Iuliu Winkler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Dita Charanzová, Edouard Ferrand, Agnes Jongerius, Sander Loones, Fernando Ruas, Lola Sánchez Caldentey

Datum indiening

17.10.2016

Juridische mededeling