Procedure : 2016/2076(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0303/2016

Ingediende teksten :

A8-0303/2016

Debatten :

PV 23/11/2016 - 18
CRE 23/11/2016 - 18

Stemmingen :

PV 24/11/2016 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0454

VERSLAG     
PDF 415kWORD 83k
18.10.2016
PE 582.074v02-00 A8-0303/2016

over het EU-actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten

(2016/2076(INI))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Catherine Bearder

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 ADVIES VAN DE COMMISSIE VISSERIJ
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het EU-actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten

(2016/2076(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "EU-actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten" (COM(2016)0087),

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2014 over criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten(1),

–  gezien de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Cites), in de EU ten uitvoer gelegd door middel van Verordening (EG) nr. 338/97 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer, en Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad,

–  gezien Besluit (EU) 2015/451 van de Raad van 6 maart 2015 betreffende de toetreding van de Europese Unie tot de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Cites)(2),

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003,

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad van 2000,

–  gezien het Verdrag inzake biologische diversiteit en het Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa (Verdrag van Bern),

–  gezien het World Wildlife Crime Report 2016 van het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC),

–  gezien resolutie 69/314 van de Algemene Vergadering van de VN van 30 juli 2015 over de bestrijding van de illegale handel in wilde dieren en planten,

–  gezien resolutie 2/14 van de Milieuvergadering van de VN over de illegale handel in wilde dieren en planten en producten op basis van wilde dieren en planten,

–  gezien de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG's) 2015-2030 van de Verenigde Naties,

–  gezien het Internationaal consortium ter bestrijding van criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten (ICCWC), bestaande uit Cites, Interpol,het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC), de Wereldbank en de Werelddouaneorganisatie,

–  gezien de verklaring die in 2014 is ondertekend tijdens de Conferentie van Londen over de illegale handel in wilde dieren en planten,

–  gezien de verklaring van Buckingham Palace van 2016 over de preventie van de handel in wilde dieren en planten in de vervoerssector,

–  gezien Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen(3), en het verslag van de Europese Commissie van 2016 betreffende de tenuitvoerlegging ervan,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1005/2008 van 29 september 2008 van de Raad houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen(4),

–  gezien Verordening (EU) nr. 605/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1185/2003 van de Raad betreffende het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen

(5), en Verordening (EG) nr. 206/2009 van de Commissie van 5 maart 2009(6) die de invoer van 20 kg visserijproducten voor eigen verbruik toestaat,

–  gezien de belangrijke rol die het Europees Bureau voor visserijcontrole, opgericht bij Verordening (EG) nr. 768/2005 van de Raad, speelt bij de bestrijding van de illegale vangst en verkoop van aquatische soorten,

–  gezien Richtlijn 2008/99/EG van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht(7),

–  gezien Richtlijn 1999/22/EG van de Raad van 29 maart 1999 betreffende het houden van wilde dieren in dierentuinen(8),

–  gezien Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand(9),

–  gezien Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna(10),

–  gezien de studie van maart 2016 over criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten, die door de beleidsondersteunende afdeling is gepubliceerd voor de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien het Natura 2000-netwerk, waar niet alleen de voornaamste broed- en rustplaatsen van zeldzame en bedreigde soorten deel van uitmaken, maar ook enkele zeldzame typen natuurlijke habitats die vanwege hun aard als beschermde gebieden zijn aangemerkt,

–  gezien het verslag van het onderzoeksproject in het kader van de EU-actie ter bestrijding van milieucriminaliteit (EFFACE) van 2014,

–  gezien de conclusies van de Raad van 12 februari 2016 over de bestrijding van terrorismefinanciering,

–  gezien het verslag van de secretaris-generaal van de VN-Commissie Misdaadpreventie en Strafrecht van 4 maart 2003, getiteld "Illicit trafficking in protected species of wild flora and fauna and illicit access to genetic resources",

–  gezien de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over het EU-actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten,

–  gezien de snellereactiebeoordeling van 2016 van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) en Interpol, getiteld "The Rise of Environmental Crime",

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie internationale handel, de Commissie visserij en de Commissie juridische zaken (A8-0303/2016),

A.  overwegende dat de illegale handel in wilde dieren en planten een vorm van georganiseerde criminaliteit is die jaarlijks naar schatting 20 miljard EUR oplevert; voorts overwegende dat de winst de afgelopen jaren wereldwijd is toegenomen, waardoor de handel in wilde dieren en planten een van de meest grootschalige en lucratieve vormen van georganiseerde grensoverschrijdende criminaliteit aan het worden is; overwegende dat de illegale handel in wilde dieren en planten wordt gebruikt voor de financiering van en nauw verbonden is met andere ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit;

B.  overwegende dat de ernstige achteruitgang van de wereldwijde biodiversiteit de zesde golf van massa-extinctie vormt;

C.  overwegende dat de wereldwijde biodiversiteit en ecosysteemdiensten worden bedreigd door veranderingen in landgebruik, niet-duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, vervuiling en klimaatverandering; overwegende dat met name veel bedreigde soorten het zwaarder hebben dan ooit als gevolg van de snelle verstedelijking, het verdwijnen van habitats en de illegale handel in wilde dieren en planten;

D.  overwegende dat de illegale handel in wilde dieren en planten rampzalige gevolgen heeft voor de biodiversiteit, de bestaande ecosystemen, het natuurlijk erfgoed van de landen van herkomst, de natuurlijke hulpbronnen en de instandhouding van soorten;

E.  overwegende dat de illegale handel in wilde dieren en planten een ernstige en steeds grotere bedreiging vormt voor de internationale veiligheid, de politieke stabiliteit, de economische ontwikkeling, plaatselijke leefgemeenschappen en de rechtsstaat, en derhalve een strategische en gecoördineerde EU-aanpak vereist, waarbij alle relevante actoren worden betrokken;

F.  overwegende dat de uitbanning van de illegale handel in bedreigde dier- en plantensoorten en daarvan afgeleide producten van essentieel belang is voor de verwezenlijking van de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling;

G.  overwegende dat Cites een belangrijke internationale overeenkomst is die sinds 1975 van kracht is, door 183 partijen is ondertekend (met inbegrip van alle EU-lidstaten en, sinds juli 2015, de EU zelf) en betrekking heeft op 35 000 dier- en plantensoorten;

H.  overwegende dat het handels- en ontwikkelingsbeleid onder meer moet dienen als een instrument ter verbetering van de eerbiediging van de mensenrechten, het dierenwelzijn en de milieubescherming;

I.  overwegende dat EU-TWIX (Trade in Wildlife Information Exchange) sinds 2005 toezicht houdt op de illegale handel in wilde dieren en planten en daartoe een databank met informatie over inbeslagnames heeft opgezet, evenals communicatiekanalen tussen ambtenaren in alle Europese landen;

J.  overwegende dat het gebrek aan informatie en politiek engagement de doeltreffendheid van de strijd tegen de handel in wilde dieren en planten ernstig in het gedrang brengt;

K.  overwegende dat criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten in de Europese Veiligheidsagenda 2015-2020 wordt aangemerkt als een vorm van georganiseerde criminaliteit die op EU-niveau moet worden aangepakt door verdere strafrechtelijke sancties in de EU te overwegen aan de hand van een evaluatie van de bestaande wetgeving inzake milieucriminaliteit;

L.  overwegende dat de in mei 2015 uitgevoerde Operatie COBRA III – de grootste gecoördineerde internationale rechtshandhavingsoperatie ooit – gericht was op de illegale handel in bedreigde soorten en tot 139 aanhoudingen en meer dan 247 inbeslagnames heeft geleid, waaronder slagtanden van olifanten, geneeskrachtige planten, hoorns van neushoorns, schubdieren, palissander, schildpadden en vele andere dier- en plantensoorten;

M.  overwegende dat de vraag van de bestemmingsmarkten naar illegale producten op basis van wilde dieren en planten corruptie in de hele toeleveringsketen van de handel in wilde dieren en planten in de hand werkt;

N.  overwegende dat de EU niet alleen een belangrijke bestemmingsmarkt en doorvoerroute is voor de illegale handel in wilde dieren en planten, maar ook aan de bron staat van handel in bepaalde Europese bedreigde dier- en plantensoorten;

O.  overwegende dat de VN-Commissie Misdaadpreventie en Strafrecht in haar resolutie van april 2013, die in juli 2013 is bekrachtigd door de Economische en Sociale Raad van de VN, de VN-lidstaten aanmoedigt om de illegale handel in in het wild levende dieren en planten als een ernstige misdaad aan te merken als er georganiseerde criminele groeperingen bij betrokken zijn, en deze vorm van illegale handel daarmee op hetzelfde niveau plaatst als mensenhandel en drugshandel;

Algemene opmerkingen

1.  is ingenomen met het actieplan van de Commissie tegen de illegale handel in wilde dieren en planten, waarin wordt benadrukt dat er gecoördineerde maatregelen moeten worden genomen om de oorzaken van het probleem aan te pakken, de bestaande regels uit te voeren en te handhaven, en de internationale samenwerking tussen landen van herkomst, doorvoer en bestemming te versterken;

2.  wenst dat de Commissie, de lidstaten, de Europese Dienst voor extern optreden en de EU-agentschappen Europol en Eurojust erkennen dat criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten een ernstige en groeiende bedreiging is en roept hen op bij de aanpak ervan de grootste politieke urgentie aan de dag te leggen; onderstreept het belang van integrale en gecoördineerde benaderingen op verschillende beleidsterreinen, zoals handel, ontwikkelingssamenwerking, buitenlandse zaken, vervoer, toerisme, justitie en binnenlandse zaken;

3.  wijst erop dat de vaststelling en de toewijzing van passende financiële en personele middelen van essentieel belang zijn voor de tenuitvoerlegging van het actieplan; benadrukt dat binnen de begroting van de Unie en de nationale begrotingen voldoende financiële middelen moeten worden vrijgemaakt om de doeltreffende tenuitvoerlegging van het actieplan te kunnen waarborgen;

4.  erkent het belang van het actieplan, maar wijst op de tekortkomingen wat betreft de opname van aquatische soorten;

5.  staat erop dat alle elementen van het actieplan, waaruit de dringende noodzaak blijkt om illegale en niet-duurzame praktijken uit te bannen en een verder verlies aan soorten te voorkomen, tijdig en volledig ten uitvoer worden gelegd; roept de Commissie op het Parlement en de Raad ieder jaar schriftelijk ervan in kennis te stellen in hoeverre er vooruitgang is geboekt bij de tenuitvoerlegging van het actieplan en een gedetailleerd mechanisme voor voortdurende monitoring en evaluatie in te stellen om de vooruitgang te meten en de door de lidstaten genomen maatregelen te beoordelen;

6.  verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat de habitats van doelsoorten beter worden beschermd en benadrukt dat de bescherming van kwetsbare mariene ecosystemen, ecologisch of biologisch belangrijke mariene zones en beschermde gebieden uit hoofde van het Natura 2000-netwerk eveneens moet worden verbeterd;

7.  dringt bij de Commissie aan op de oprichting van een speciaal coördinatiebureau voor de strijd tegen de illegale handel in wilde dieren en planten, in navolging van het model dat in de strijd tegen mensenhandel wordt gebruikt, met als doel om ervoor te zorgen dat de diverse diensten van de Commissie en de lidstaten de handen ineenslaan;

8.  herinnert de Commissie eraan dat veel aquatische soorten ook met uitsterven worden bedreigd, wat gevolgen zal hebben voor de houdbaarheid van veel ecosystemen;

9.  roept de Commissie en de lidstaten op verder en grondiger wetenschappelijk onderzoek te doen naar technische aanpassingen van vistuigen en zodoende bijvangst te voorkomen, aangezien een aantal soorten, zoals schildpadden, wordt bedreigd door zowel bijvangst als de handel in wilde dieren;

De illegale handel in wilde dieren en planten voorkomen en de onderliggende oorzaken ervan aanpakken

10.  wenst dat de EU, derde landen, belanghebbenden en organisaties uit het maatschappelijk middenveld een doelgerichte en gecoördineerde reeks voorlichtingscampagnes opzetten die erop gericht zijn om een reële en blijvende individuele en collectieve gedragsverandering te bewerkstelligen, waardoor de vraag in verband met de illegale handel in producten op basis van wilde dieren en planten zal afnemen; erkent de rol die maatschappelijke organisaties kunnen spelen bij de ondersteuning van het actieplan;

11.  vraagt de EU om initiatieven te ondersteunen waarmee de ontwikkeling wordt bevorderd van alternatieve duurzame bestaansmiddelen voor plattelandsgemeenschappen die in de nabijheid van wilde dieren en planten wonen, teneinde de lokale voordelen van instandhoudingsmaatregelen te vergroten, het conflict tussen mens en natuur te minimaliseren en wilde dieren en planten te promoten als een waardevolle bron van inkomsten voor leefgemeenschappen; is van mening dat dergelijke initiatieven, mits ze in overleg met de betrokken gemeenschappen worden ontplooid, niet alleen zullen bijdragen tot herstel, behoud en duurzaam beheer van in het wild levende soorten en hun habitats, maar ook de steun voor behoud zullen doen toenemen;

12.  benadrukt dat de bescherming van wilde dieren en planten een belangrijke plaats moet innemen in de algemene strategieën van de EU voor armoedevermindering en dringt erop aan dat maatregelen die lokale gemeenschappen in staat stellen rechtstreeks te profiteren van betrokkenheid bij de bescherming van wilde dieren en planten, worden opgenomen in de diverse samenwerkingsovereenkomsten met derde landen;

13.  herinnert de Commissie eraan dat illegale handel in aquatische soorten ook gevolgen heeft voor de economische ontwikkeling van kustgemeenschappen en de milieuduurzaamheid van onze wateren;

14.  verzoekt de EU om binnen de keten van de illegale handel in wilde dieren en planten met spoed de corruptie en de tekortkomingen van maatregelen betreffende internationaal beheer aan te pakken; wenst dat de EU en haar lidstaten zich, via het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie en andere fora, samen met hun partnerlanden gaan richten op de aanpak van het probleem in landen van herkomst, doorvoer en bestemming; roept alle lidstaten op de bepalingen van het VN-Verdrag tegen corruptie volledig na te leven en effectief ten uitvoer te leggen; is verheugd over de internationale toezegging inzake corruptiebestrijding (artikel 10) in het kader van resolutie 69/314 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van juli 2015;

15.  erkent dat er bijstand moet worden verleend, richtsnoeren moeten worden verstrekt en opleidingen over gerechtelijke, onderzoeks- en handhavingsprocedures op lokaal, regionaal en nationaal niveau moeten worden aangeboden aan autoriteiten in landen van herkomst, doorvoer en bestemming; benadrukt dat de inspanningen van alle agentschappen die bij deze werkzaamheden zijn betrokken, op doeltreffende wijze moeten worden gecoördineerd; verzoekt de EU de uitwisseling van beste praktijken te ondersteunen en indien nodig gespecialiseerde apparatuur en expertise aan te bieden;

16.  neemt kennis van de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over het EU-actieplan tegen de handel in wilde dieren en planten, erkent dat criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten een ernstige en toenemende bedreiging is, niet alleen voor de biodiversiteit en het milieu, maar ook voor de mondiale veiligheid, de rechtsstaat, de mensenrechten en duurzame ontwikkeling; betreurt ten zeerste het gebrek aan duidelijke verbintenissen van de lidstaten; wijst op de doorslaggevende rol van de lidstaten bij de volledige en coherente tenuitvoerlegging van het actieplan op nationaal niveau en bij de verwezenlijking van de erin vastgestelde doelstellingen;

17.  dringt er bij de regeringen van de leverende landen op aan: a) de rechtsstaat te verbeteren en doeltreffende afschrikmiddelen te ontwikkelen door het strafrechtelijk onderzoek alsmede de strafrechtelijke vervolging en veroordeling aan te scherpen; b) krachtigere wetten toe te passen op grond waarvan illegale handel in wilde dieren en planten als een "ernstig misdrijf" wordt behandeld, met dezelfde aandacht en ernst als andere vormen van transnationale georganiseerde misdaad; c) meer middelen beschikbaar te stellen voor de bestrijding van criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten, met name om de handhaving van wetgeving inzake wilde dieren en planten, de controle op de handel, het toezicht alsmede de opsporing en inbeslagneming door de douane te verbeteren; d) een nultolerantiebeleid te voeren ten aanzien van corruptie;

De doeltreffendheid van de tenuitvoerlegging en handhaving verbeteren

18.  verzoekt de lidstaten actieplannen inzake de handel in wilde dieren en planten op te stellen, met daarin beleid en sancties op het gebied van handhaving, en om de informatie over inbeslagnames en aanhoudingen naar aanleiding van criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten openbaar te maken en uit te wisselen en zodoende te zorgen voor geharmoniseerde benaderingen en samenhang tussen de lidstaten; pleit voor de invoering van een monitoring- en evaluatiemechanisme waarmee regelmatig nieuwe gegevens en informatie over inbeslagnames en aanhoudingen in de lidstaten worden verstrekt aan de Commissie en waarmee de uitwisseling van beste praktijken wordt bevorderd;

19.  wijst nadrukkelijk op het belang van de volledige tenuitvoerlegging en handhaving van de EU-verordeningen inzake de handel in wilde dieren en planten;

20.  meent dat de straffen voor illegale handel in wilde dieren en planten, met name in gebieden met kwetsbare mariene ecosystemen of gebieden die onder het Natura 2000-netwerk vallen, streng genoeg moeten zijn om potentiële daders af te schrikken;

21.  roept de lidstaten op ervoor te zorgen dat wetshandhavingsinstanties, openbare ministeries en nationale rechterlijke instanties de nodige financiële en personele middelen en geschikte expertise tot hun beschikking hebben om criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten te bestrijden; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan zich meer inspanningen te getroosten om opleidingen aan te bieden aan en meer besef te kweken bij alle relevante agentschappen en instellingen;

22.  is ingenomen met de inspanningen van het netwerk van de Europese Unie voor de tenuitvoerlegging en handhaving van het milieurecht (IMPEL), het European Network of Prosecutors for the Environment (ENPE), het EU Forum of Judges for the Environment (EUFJE) en het netwerk van politieagenten dat zich richt op de bestrijding van milieucriminaliteit (EnviCrimeNet);

23.  wijst erop dat de illegale handel in wilde dieren en planten is opgenomen in de Europese Veiligheidsagenda 2015-2020, waarin wordt erkend dat de illegale handel in wilde dieren en planten een bedreiging vormt voor de biodiversiteit in gebieden van herkomst, alsook voor duurzame ontwikkeling en regionale stabiliteit;

24.  is er voorstander van dat de lidstaten de opbrengsten uit boetes voor illegale handel investeren in de bescherming en het behoud van wilde flora en fauna;

25.  wenst dat met betrekking tot de handel in wilde dieren en planten in de EU-lidstaten en andere landen van bestemming en doorvoer een grote sprong voorwaarts wordt gemaakt wat betreft informatieverzameling, wetgeving, wetshandhaving en corruptiebestrijding; verzoekt de Commissie dan ook zeer veel aandacht te besteden aan deze aspecten van het beheer van en het toezicht op de tenuitvoerlegging van de internationale normen betreffende de handel in wilde dieren en planten;

26.  benadrukt dat harmonisatie van de juridische en beleidskaders inzake criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten uitermate belangrijk is om "migratie" van criminele netwerken te voorkomen;

27.  onderstreept de noodzaak tot een betere samenwerking tussen agentschappen en tot een functionerende en tijdige gegevensuitwisseling tussen de uitvoerende en handhavingsinstanties op nationaal en EU-niveau; roept op tot de totstandbrenging van strategische handhavingsnetwerken op het niveau van de Unie en de lidstaten om deze samenwerking te bevorderen en te verbeteren; wenst dat alle lidstaten afdelingen oprichten die gespecialiseerd zijn in criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten, dit met het oog op de bevordering van de tenuitvoerlegging binnen de diverse agentschappen;

28.  vraagt de lidstaten om Europol voortdurend van relevante inlichtingen en gegevens te voorzien; wenst dat Europol bij de volgende EU-dreigingsevaluatie van de zware en georganiseerde criminaliteit (Socta) rekening houdt met criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten; roept op tot de oprichting, binnen Europol, van een afdeling die gespecialiseerd is in criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten, en die niet alleen over volledige grensoverschrijdende bevoegdheden en verantwoordelijkheden beschikt maar ook over voldoende financiële en personele middelen, waardoor gecentraliseerde gegevens en analyses en gecoördineerde handhavingsstrategieën en -onderzoeken mogelijk worden;

29.  roept de Commissie op het EU-TWIX-systeem te promoten als een beproefd en goed functionerend instrument waarmee de lidstaten gegevens en informatie kunnen uitwisselen, en zich in dezen te verbinden tot financiële steun op de lange termijn; is van mening dat organisaties uit het maatschappelijk middenveld een belangrijke rol kunnen vervullen bij zowel handhavingstoezicht als het rapporteren van criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten; dringt aan op nauwere samenwerking tussen de EU en de lidstaten om dergelijke inspanningen van ngo's te ondersteunen;

30.  wijst op de verbanden tussen criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten en andere vormen van georganiseerde misdaad, met inbegrip van het witwassen van geld en de financiering van milities en terroristische groeperingen, en ziet internationale samenwerking in de strijd tegen illegale financieringsstromen als een prioriteit; roept de EU en de lidstaten op gebruik te maken van alle relevante instrumenten, met inbegrip van samenwerking met de financiële sector, en wenst dat er toezicht wordt uitgeoefend op en onderzoek wordt gedaan naar de gevolgen van de opkomende financiële producten en praktijken die bij deze activiteit een rol spelen;

31.  dringt er bij de lidstaten op aan de bepalingen van Richtlijn 2008/99/EG inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht volledig ten uitvoer te leggen en passende strafmaten vast te stellen voor misdrijven in verband met wilde dieren en planten; vindt het zorgwekkend dat bepaalde lidstaten de richtlijn nog niet volledig ten uitvoer hebben gelegd en verzoekt de Commissie een beoordeling uit te voeren van de tenuitvoerlegging van de richtlijn in de lidstaten, met name wat betreft sancties, en tevens richtsnoeren te verstrekken; verzoekt de Commissie om een herziening van Richtlijn 2008/99/EG, met name in het kader van de doeltreffendheid ervan wat de strijd tegen criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten betreft en binnen het tijdsbestek dat is vastgesteld door de Europese Veiligheidsagenda, en wenst dat de Commissie een passend herzieningsvoorstel indient; verzoekt de Commissie toe te werken naar de vaststelling van gemeenschappelijke minimumvoorschriften voor de bepaling van strafbare feiten en sancties in verband met illegale handel in wilde dieren en planten, overeenkomstig artikel 83, lid 1, VWEU, over vormen van bijzonder zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie;

32.  is van mening dat de douanedimensie meer nadruk moet krijgen binnen het actieplan, zowel als het gaat om de samenwerking met de partnerlanden als om een betere en doeltreffendere tenuitvoerlegging binnen de Unie; ziet de evaluatie van de Commissie van 2016 van de tenuitvoerlegging en handhaving van het huidige rechtskader van de EU derhalve met belangstelling tegemoet en verzoekt de Commissie in deze evaluatie tevens een beoordeling van de douaneprocedures op te nemen;

33.  dringt er bij de lidstaten op aan het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (Verdrag van Palermo) daadwerkelijk ten uitvoer te leggen, in acht te nemen, als basis te nemen voor internationaal optreden en wederzijdse rechtshulp en als een belangrijke stap te zien in de richting van een gemeenschappelijke gecoördineerde aanpak van criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten; vindt het in dit verband zeer betreurenswaardig dat elf lidstaten het Verdrag van Palermo nog niet ten uitvoer hebben gelegd; verzoekt de lidstaten in kwestie het Verdrag van Palermo zo spoedig mogelijk ten uitvoer te leggen;

34.  is van mening dat maatregelen tegen criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten tot consistente, effectieve en afschrikkende strafrechtelijke sancties moeten leiden; vraagt de lidstaten om, overeenkomstig artikel 2, onder b), van het Verdrag van Palermo, criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten aan te merken als een ernstige misdaad;

35.  erkent dat aan de gerechtelijke instanties en aanklagers van de lidstaten richtsnoeren moeten worden verstrekt over vervolging en veroordeling en dat er opleidingen moeten worden aangeboden aan douanebeambten en wetshandhavers die werkzaam zijn aan de grenzen van de EU; is van mening dat het "Global Judges Programme" en het partnerschap "Green Customs Initiative" van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) lichtende voorbeelden zijn;

36.  wenst dat de Commissie, de relevante EU-agentschappen en de lidstaten de omvang van illegale onlinehandel in wilde dieren en planten erkennen, capaciteit opbouwen binnen milieucriminaliteitsafdelingen en douanediensten, de coördinatie met cybercriminaliteitsafdelingen bevorderen en de betrokkenheid van organisaties uit het maatschappelijk middenveld stimuleren, en zodoende zorgen voor kanalen door middel waarvan de hulp kan worden ingeroepen van grensoverschrijdende eenheden die gespecialiseerd zijn in cybercriminaliteit;

37.  roept de lidstaten en de Commissie op exploitanten van socialemediaplatforms, zoekmachines en e-handelsplatforms bij de strijd tegen de illegale onlinehandel in wilde dieren en planten te betrekken; roept de Commissie en de lidstaten op de controlemaatregelen aan te scherpen en beleidsmaatregelen te ontwikkelen om potentiële illegale activiteiten op het internet aan te pakken; roept de Commissie op richtsnoeren uit te werken over de manier waarop het probleem van onlinecriminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten op EU-niveau moet worden aangepakt;

38.  roept de handhavingsinstanties van de EU en de lidstaten op de patronen van andere ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit, zoals mensenhandel, in kaart te brengen en nauwlettend te volgen, dit ter ondersteuning van preventieactiviteiten en onderzoek naar onregelmatigheden in de toeleveringsketen, zoals verdachte zendingen en financiële transacties, in het kader van de strijd tegen de handel in levende dieren en planten;

39.  is verheugd dat de EU voor het eerst als een partij bij Cites heeft deelgenomen aan CoP17 en is ingenomen met het feit dat de EU en de lidstaten niet alleen blijk geven van grote toewijding maar ook aanzienlijke financiële steun verstrekken voor Cites;

40.  is ingenomen met de evaluatieprocedure die door deskundigen van het UNEP wordt uitgevoerd en in het kader waarvan wordt getracht een algemeen erkende definitie van milieucriminaliteit te formuleren; merkt in dit verband op dat de juridische scheidslijnen tussen verschillende soorten milieumisdrijven soms onduidelijk zijn, wat de kans op effectieve vervolging en bestraffing kan verminderen;

Het wereldwijde partnerschap versterken

41.  dringt bij de Commissie en de lidstaten aan op intensivering van de dialoog en de samenwerking met de landen van herkomst, doorvoer en bestemming die deel uitmaken van de toeleveringsketen van de illegale handel in wilde dieren en planten, en roept hen op deze landen technische, economische en diplomatieke ondersteuning te bieden; is van oordeel dat de EU op internationaal niveau stappen moet ondernemen om derde landen te helpen de handel in wilde dieren en planten te bestrijden, en via bilaterale en multilaterale overeenkomsten moet bijdragen tot de verdere ontwikkeling van de noodzakelijke rechtskaders;

42.  wijst erop dat welig tierende corruptie, institutionele tekortkomingen, afbrokkeling van de staat, wanbeheer en lichte straffen voor criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten grote uitdagingen vormen die moeten worden aangepakt, wil men de transnationale handel in wilde dieren en planten op doeltreffende wijze bestrijden; dringt er bij de EU op aan ontwikkelingslanden te steunen bij hun inspanningen om, door de economische kansen te verbeteren en goed bestuur en de rechtsstaat te bevorderen, stropen minder aantrekkelijk te maken;

43.  wenst dat de EU-instellingen, de lidstaten en alle overige betrokken landen systematischer onderzoek doen naar de banden tussen de handel in wilde dieren en planten en regionale conflicten of terrorisme;

44.  roept de Commissie en de lidstaten op een trustfonds of een soortgelijke voorziening in te stellen uit hoofde van artikel 187 van de herziene financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, met als doel om beschermde gebieden te beschermen en stroperij en de illegale handel in wilde dieren en planten te bestrijden, als onderdeel van het actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten;

45.  verzoekt de EU meer financiële en technische bijstand te verlenen via het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) en het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), teneinde ontwikkelingslanden te ondersteunen bij de toepassing van nationale wetgeving inzake wilde dieren en planten overeenkomstig de CITES-aanbevelingen, en wenst dat met name steun wordt verleend aan landen die over onvoldoende middelen beschikken om de wet te handhaven en smokkelaars te vervolgen;

46.  verzoekt de Commissie om financiering in het kader van het partnerschapsinstrument te overwegen voor initiatieven die gericht zijn op het verminderen van de vraag naar illegale producten op basis van wilde dieren en planten op belangrijke markten, overeenkomstig prioriteit 1 van het actieplan; wijst erop dat de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de toezichtstructuren in het kader van de hoofdstukken inzake handel en duurzame ontwikkeling van de handelsovereenkomsten van de EU in dit opzicht een belangrijke bijdrage kan leveren;

47.  onderstreept dat het van groot belang is dat het gevoelige vraagstuk van de toenemende vraag naar producten op basis van wilde dieren, zoals ivoor van olifanten, hoorn van neushoorns en tijgerbotten, welke een reëel gevaar vormt voor de instandhouding van deze soorten en de biodiversiteit in het algemeen, wordt aangesneden in het kader van het strategisch partnerschap EU-China;

48.  roept de Commissie op in alle handelsovereenkomsten en onderhandelingen van de EU verplichte hoofdstukken over duurzame ontwikkeling op te nemen, met daarin afdwingbare bepalingen en specifieke verwijzingen naar de uitbanning van de illegale handel in wilde dieren en planten in alle economische sectoren, en verzoekt de Commissie een analyse van deze bepalingen op te nemen in haar tenuitvoerleggingsverslagen; verzoekt de Commissie de tenuitvoerlegging van Cites en maatregelen tegen criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten te benadrukken in de SAP+-regeling;

49.  wijst erop dat corruptie een van de factoren is die de illegale handel in wilde dieren en planten en producten daarvan het meest in de hand werken; is ingenomen met het feit dat de Commissie in haar strategie getiteld "Handel voor iedereen" belooft dat er in alle toekomstige handelsovereenkomsten ambitieuze anti-corruptiebepalingen zullen worden opgenomen om de directe en indirecte gevolgen van zowel corruptie als handel in wilde dieren en planten aan te pakken; dringt er daarom bij de Commissie op aan alle aandacht te schenken aan de aspecten van het beheer van en het toezicht op de toepassing van de internationale normen op het gebied van de handel in wilde dieren en planten;

50.  verzoekt de EU binnen het toepassingsgebied van het WTO-kader te onderzoeken hoe mondiale handels- en milieuregelingen elkaar beter kunnen ondersteunen, vooral ook in verband met lopende werkzaamheden ter versterking van de samenhang tussen WTO-regels en multilaterale milieuovereenkomsten, alsook in het licht van de handelsfacilitatieovereenkomst, die nieuwe mogelijkheden biedt voor samenwerking tussen douaneautoriteiten en autoriteiten met bevoegdheden op het gebied van wilde dieren en planten en handel, vooral in ontwikkelingslanden; is van oordeel dat onderzocht dient te worden of de samenwerking tussen de WTO en Cites kan worden uitgebouwd, met name wat betreft technische bijstand en capaciteitsopbouw met betrekking tot handels- en milieuaangelegenheden ten behoeve van functionarissen uit ontwikkelingslanden;

51.  onderstreept dat internationale samenwerking tussen alle actoren van de handhavingsketen van essentieel belang is; verzoekt de EU en de lidstaten het Internationaal consortium ter bestrijding van criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten (ICCWC) te blijven steunen; is ingenomen met elke versterking van deze steun, waaronder in de vorm van het verstrekken van financiële middelen en knowhow ter bevordering van de capaciteitsopbouw van regeringen, de uitwisseling van informatie en inlichtingen en ondersteuning van handhaving en naleving; verzoekt de Commissie de doeltreffendheid van de financiële steun die door de EU aan derde landen wordt geboden ter ondersteuning van maatregelen tegen de illegale handel in wilde dieren en planten, te beoordelen aan de hand van ICCWC-indicatoren en zodoende een eenvormige en geloofwaardige beoordeling van ontwikkelingsfinanciering te bevorderen;

52.  is ingenomen met internationale rechtshandhavingsoperaties, zoals Operatie COBRA III, in het kader waarvan handelaren worden aangehouden en aanzienlijke hoeveelheden producten op basis van wilde dieren of planten in beslag worden genomen, en die de illegale handel in wilde dieren en planten meer bij de bevolking onder de aandacht brengen als een ernstige vorm van georganiseerde misdaad;

53.  roept de lidstaten op de Cites-begroting te verhogen zodat de organisatie haar monitoringactiviteiten en de aanwijzing van beschermde soorten kan uitbreiden; betreurt in dit verband dat bij zes lidstaten nog altijd sprake is van openstaande Cites-betalingen voor de periode 1992-2015;

54.  is daarnaast verheugd over het feit dat het actieplan een belangrijke bijdrage levert aan de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling die zijn vastgesteld in het kader van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, waarover de staatshoofden en regeringsleiders tijdens een VN-top in september 2015 overeenstemming hebben bereikt;

De EU als startpunt, doorvoerroute en markt van bestemming

55.  merkt op dat Cites, de houtverordening en het IOO-wetgevingskader van de EU belangrijke instrumenten zijn voor de regulering van de internationale handel in wilde dieren en planten; vindt het echter zorgwekkend dat de tenuitvoerlegging en de handhaving van deze instrumenten te wensen overlaten en wenst dat de gezamenlijke en gecoördineerde inspanningen van de lidstaten om doeltreffende tenuitvoerlegging te waarborgen, worden opgevoerd; vindt het verder zorgwekkend dat het huidige wetgevingskader lacunes vertoont wat soorten en actoren betreft; roept de EU derhalve op het bestaande wetgevingskader zodanig te herzien dat het wordt aangevuld met een verbod op het in handel of op de markt brengen, het vervoer, de aanschaf en het bezit van wilde dieren en planten die illegaal zijn verhandeld of verkregen in derde landen; is van mening dat dergelijke wetgeving het bestaande EU-kader zou kunnen harmoniseren en dat de grensoverschrijdende gevolgen ervan een fundamentele rol zouden kunnen spelen bij het terugdringen van de internationale handel in wilde dieren en planten; onderstreept in dit verband dat dergelijke wetgeving, met het oog op het waarborgen van de rechtszekerheid van personen die betrokken zijn bij legale handel, volledige transparantie moet bieden ten aanzien van elk mogelijk verbod op de handel in wilde dieren en planten dat voortvloeit uit het feit dat de handel in deze dieren en planten illegaal is in derde landen;

56.  onderstreept dat de trofeejacht bijdraagt tot de grootschalige achteruitgang van de bedreigde soorten die zijn opgenomen in bijlagen I en II bij de Cites-overeenkomst, en dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan een voorzorgsbenadering vast te stellen voor de invoer van jachttrofeeën van dieren die worden beschermd uit hoofde van de EU-verordening inzake de handel in wilde dieren en planten, de verdere versterking te ondersteunen van de wettelijke bepalingen van de EU betreffende de invoer van jachttrofeeën in EU-lidstaten en vergunningen te eisen voor de invoer van trofeeën van alle soorten die zijn opgenomen in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 338/97;

57.  is ingenomen met de verklaring van Buckingham Palace van 2016 waarin de ondertekenende luchtvaartmaatschappijen, scheepvaartmaatschappijen, havenexploitanten, douaneautoriteiten, intergouvernementele organisaties en natuurbeschermingsorganisaties zich ertoe verbinden de normen van de gehele vervoersector aan te scherpen en meer werk te maken van de uitwisseling van informatie, de opleiding van personeel, technologische verbeteringen en gemeenschappelijk gebruik van middelen door ondernemingen en organisaties wereldwijd; roept alle partijen op de verbintenissen uit hoofde van de Verklaring van Buckingham Palace volledig ten uitvoer te leggen; moedigt de lidstaten aan ook in andere sectoren, in het bijzonder de financiële en e-handelssector, vrijwillige verbintenissen zoals de verklaring van Buckingham Palace te bevorderen;

58.  dringt aan op een volledig en onmiddellijk Europees verbod op de handel in ivoor (met inbegrip van ivoor van vóór de Cites-overeenkomst) en hoorns van neushoorns, en op de uitvoer uit of wederuitvoer binnen de Europese Unie van dergelijk ivoor of hoorn; pleit voor een mechanisme om de behoefte aan vergelijkbare beperkende maatregelen voor andere met uitsterven bedreigde soorten te beoordelen;

59.  merkt op dat de EU-verordening om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen effect heeft gehad, maar beklemtoont dat deze krachtiger ten uitvoer moet worden gelegd om te verzekeren dat er geen illegale vis op de Europese markt wordt gebracht; meent dat de EU-lidstaten consistenter en doeltreffender te werk moeten gaan bij het controleren van vangstdocumentatie (vangstcertificaten), met name van landen met een hoog risico, om te waarborgen dat vis legaal is gevangen;

60.  benadrukt hoe belangrijk het is om de private sector bij de bestrijding van de handel in wilde dieren en planten te betrekken via zelfregulering en maatschappelijk verantwoord ondernemerschap; is van oordeel dat traceerbaarheid in de toeleveringsketen van essentieel belang is voor legale en duurzame handel, ongeacht of deze van commerciële of niet-commerciële aard is; onderstreept het belang van samenwerking en coördinatie, zowel op internationaal niveau als tussen de publieke en private sector, en roept de EU op de bestaande controle-instrumenten te versterken, waaronder het gebruik van traceerbaarheidsmechanismen; is van mening dat daarin een spilfunctie is weggelegd voor de vervoersector, bijvoorbeeld als het gaat om de invoering van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing; wijst op de belangrijke rol die publiek-private partnerschappen kunnen spelen in dit verband;

61.  wenst dat de lidstaten, in aanvulling op de grenscontroles die Verordening (EG) nr. 338/97 vereist, toezicht uitoefenen op de naleving binnen de landsgrenzen, onder meer door middel van regelmatige controles van handelaren en vergunninghouders, zoals dierenwinkels, fokkers, onderzoekscentra en kwekerijen, met inbegrip van toezicht op handel in verband met mode, kunst, geneeskunde en catering waarbij mogelijk gebruik wordt gemaakt van delen van illegale planten en dieren;

62.  verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat onmiddellijk de hand wordt gelegd op elke in beslag genomen soort en dat in beslag genomen levende soorten naar dierenhulpcentra worden overgebracht die op deze soorten zijn afgestemd; roept de Commissie op richtsnoeren te verstrekken om ervoor te zorgen dat alle hulpcentra voor wilde dieren in de lidstaten van goede kwaliteit zijn; roept de EU en haar lidstaten op voldoende financiële steun uit te trekken voor dierenhulpcentra;

63.  vraagt de lidstaten om, in overeenstemming met bijlage 3 van Cites-resolutie Conf. 10.7 (Rev. CoP15), nationale plannen aan te nemen voor de behandeling van in beslag genomen levende soorten; benadrukt dat de lidstaten over alle in beslag genomen levende soorten verslag moeten uitbrengen in het kader van EU-TWIX, dat de jaarlijkse samenvattende verslagen openbaar moeten worden gemaakt en dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de opleiding van rechtshandhavingsambtenaren onder meer betrekking heeft op welzijns- en veiligheidsoverwegingen voor de behandeling van levende dieren; roept de EU en de lidstaten op voldoende financiële middelen uit te trekken ten behoeve van hulpcentra voor wilde dieren;

64.  roept de lidstaten op "positieve lijst"-systemen te overwegen, waarbij exotische soorten objectief en op grond van wetenschappelijke criteria worden beoordeeld op hun veiligheid en geschiktheid om te worden verhandeld en als gezelschapsdieren te worden gehouden;

°

°  °

65.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0031.

(2)

PB L 75 van 19.3.2015, blz. 1.

(3)

PB L 295 van 12.11.2010, blz. 23.

(4)

PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1.

(5)

PB L 181 van 29.6.2013, blz. 1.

(6)

PB L 77 van 24.3.2009, blz. 1.

(7)

PB L 328 van 6.12.2008, blz. 28.

(8)

PB L 94 van 9.4.1999, blz. 24.

(9)

PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7.

(10)

PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7.


TOELICHTING

Op World Wildlife Day 2015 verklaarde de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, dat het de hoogste tijd was om de ernst van criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten in te zien. Zijn ongekunstelde maar ferme boodschap was dat de illegale handel in wilde dieren en planten een ernstige en steeds grotere bedreiging vormt, niet alleen voor de instandhouding van tal van planten- en dierensoorten, maar ook voor de rechtsstaat, de mensenrechten, het mondiaal bestuur en het welzijn van plaatselijke leefgemeenschappen, en bovenal voor de instandhouding van de ecosystemen van de wereld.

De illegale handel in wilde dieren en planten is een criminele miljardenindustrie geworden die gedomineerd wordt door georganiseerde criminele groeperingen. Omdat het risico om betrapt te worden zeer klein is en de praktijken zeer winstgevend zijn, vangen en vervoeren criminele bendes illegaal wilde planten en dieren en gebruiken ze de opbrengsten om hun criminele activiteiten te financieren.

Naar aanleiding van bedreigingen van de vrede en veiligheid wordt de strijd tegen meer algemene milieucriminaliteit bijzonder belangrijk. Gewapende niet-statelijke, terroristische en andere groeperingen begaan overal ter wereld steeds vaker milieumisdrijven en varen wel bij de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, aangezien de opbrengsten ervan gemakkelijker kunnen worden aangewend dan de opbrengsten van andere vormen van exploitatie, zoals de smokkel van drugs, sigaretten of migranten.

De Europese Unie speelt niet alleen een belangrijke rol in de strijd tegen criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten, maar fungeert tegelijkertijd ook als een startpunt en doorvoerroute voor de illegale handel in wilde dieren en planten, in het bijzonder voor de handel naar Afrika, Azië en Latijns-Amerika, maar ook voor de handel binnen de EU.

Het actieplan maakt deel uit van de reactie van de EU op de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN, in het bijzonder op doelstelling 15 daarvan, die ertoe oproept dringende maatregelen te nemen om een einde te maken aan stroperij en de illegale handel in beschermde dier- en plantensoorten, en de vraag naar en het aanbod van illegale producten op basis van wilde dieren en planten aan te pakken.

Gedurende de periode 2016-2020 zal het actieplan de rol van de EU in de internationale strijd tegen de illegale handel in wilde dieren en planten versterken aan de hand van de volgende reeks prioriteiten: preventie, handhaving en samenwerking, evenals de erkenning van de EU als een belangrijke markt van bestemming en als een startpunt en doorvoerroute voor producten op basis van wilde dieren en planten.

De eerste prioriteit van het actieplan is om de illegale handel in wilde dieren en planten te voorkomen en de onderliggende oorzaken ervan aan te pakken. Om dit te bereiken is het van cruciaal belang dat de EU stappen zet om de vraag naar en het aanbod van illegale producten op basis van wilde dieren en planten te doen afnemen en dat zij de instrumenten inzet die daartoe voorhanden zijn: Cites, voorlichtingscampagnes, de bestrijding van corruptie in de toeleveringsketen, hetgeen een ernstige zaak is, capaciteitsopbouw van de rechtshandhavingsinstanties in landen van herkomst en de inzet van rangers die de illegale handel in wilde dieren en planten ter plaatse aan banden leggen.

De tweede prioriteit van het actieplan is om ervoor te zorgen dat de bestaande regels ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten daadwerkelijk ten uitvoer worden gelegd en worden gehandhaafd. Momenteel verstrekken de lidstaten aan de rechtshandhavingsinstanties Europol en Eurojust onvoldoende informatie en gegevens over inbeslagnames, hetgeen de mogelijkheid om de grensoverschrijdende illegale handel in wilde dieren en planten te bestrijden ernstig belemmert. Bovendien staan de sancties die aan handelaars in wilde dieren en planten worden opgelegd, niet in verhouding tot de ernst van hun misdrijven. In alle EU-lidstaten moeten vaste en geharmoniseerde sancties voor veroordeelde handelaars in wilde dieren en planten worden ingevoerd. De EU moet nagaan of er wetgeving kan worden ingevoerd om de invoer, handel en wederuitvoer te verbieden van soorten die beschermd zijn in hun land van herkomst. De Amerikaanse Lacey-wet is een voorbeeld van een dergelijke wet. Hoewel Cites een nuttig instrument is om de handel in wilde dieren en planten te reguleren en bedreigde soorten te beschermen, is het instrument niet van toepassing op alle cruciale soorten en kan niet snel genoeg worden ingespeeld op veranderende omstandigheden, waardoor het criminelen nogal gemakkelijk wordt gemaakt om door de mazen van de wet te kruipen.

De derde prioriteit is om het wereldwijde partnerschap tussen de herkomst-, afzet- en doorvoerlanden in de strijd tegen de illegale handel in wilde dieren en planten te versterken. Hiertoe is het van belang om politieke steun en technische bijstand te verlenen aan de belangrijkste landen van herkomst, doorvoer en bestemming. Voorts dient de EU haar economische macht aan te wenden om clausules over de noodzaak tot bestrijding van de illegale handel in wilde dieren en planten op te nemen in huidige en toekomstige handelsovereenkomsten. In de handelsovereenkomst tussen de VS en elf landen aan de Grote Oceaan, die in het kader van het trans-Pacifisch partnerschap is gesloten, zijn milieubepalingen opgenomen met betrekking tot de bestrijding van de illegale handel in wilde dieren en planten; de bepalingen vertonen tekortkomingen, maar desondanks wordt er een politiek signaal afgegeven dat de biodiversiteit ook bij handelsbetrekkingen niet mag worden veronachtzaamd. Bij toekomstige handelsbesprekingen van de EU moet hierop worden voortgebouwd.

Tot slot moet worden opgemerkt dat de handel in illegale producten op basis van wilde dieren en planten welig tiert in de EU. Niet alleen fungeert de EU als een doorvoerroute en een bestemmingsmarkt voor illegale handel, maar ook zijn tal van illegale producten op basis van wilde dieren en planten die door de EU-wetgeving worden beschermd, afkomstig uit de EU. De lidstaten moeten zich richten op de strijd tegen de interne handel in illegaal verkregen producten op basis van wilde dieren en planten, zoals bloemen, meubilair en exotische huisdieren, die worden verkocht alsof het legale handelswaar is. Voorts moeten de EU-lidstaten de modernisering en verbetering van hun dierenwelzijn- en dierenhulpcentra overwegen, zodat ze berekend zijn op de grote verscheidenheid aan soorten die aan de grenzen en elders in de EU in beslag worden genomen.

Per slot van rekening is het de gedeelde verantwoordelijkheid van de EU-lidstaten om het hoofd te bieden aan deze uitdaging en de snelle afname van de populaties van enkele van 's werelds meest gekoesterde soorten tegen te gaan. Hierdoor zullen we erin slagen de biodiversiteit in stand te houden voor de toekomstige generaties en dragen we bij tot de verbetering en versterking van het veiligheidskader van de EU, de verbetering van de kwaliteit van leven van leden van plaatselijke leefgemeenschappen, de bevordering van duurzame ontwikkeling en de versterking van de rechtsstaat.


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (12.9.2016)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het EU-Actieplan tegen de handel in wilde dieren en planten

(2016/2076(INI))

Rapporteur: Brian Hayes

SUGGESTIES

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat ongeveer 70 % van de armen in de wereld in plattelandsgebieden leeft en dat zij voor hun levensonderhoud rechtstreeks afhankelijk zijn van de biologische diversiteit; overwegende dat bescherming van de biodiversiteit dan ook van belang is om te voorzien in duurzame bestaansmiddelen en op de allerarmsten gerichte ontwikkeling; overwegende dat het betrekken van plaatselijke gemeenschappen bij deze bescherming juist een doorslaggevend rol kan spelen;

B.  overwegende dat de wereldwijde biodiversiteit en ecosysteemdiensten onder druk staan door veranderingen in landgebruik, niet-duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, vervuiling en klimaatverandering; overwegende dat met name veel bedreigde soorten het zwaarder hebben dan ooit als gevolg van de snelle verstedelijking, het verdwijnen van habitats en de illegale handel in dieren en planten;

C.  overwegende dat de deelname van de EU als rechtspersoon aan dit systeem voor de bescherming van soorten slechts een bevestiging vormt van de prominente plaats die de EU heeft ingenomen en de verantwoordelijkheid die zij op zich heeft genomen ter bevordering van duurzaamheid;

D.  overwegende dat praktijken bij het beheer van natuurlijke hulpbronnen en illegale handel, die nauw verband houden met bestuurlijke en veiligheidsproblemen, qua jaarlijkse omzet op de vierde plaats staan in de wereldwijde criminaliteit;

E.  overwegende dat de meeste conflicten voortkomen uit de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen en de illegale handel in dieren, en dat het welzijn van lokale gemeenschappen, de biodiversiteit alsmede de fauna en flora hierdoor in het gedrang komen;

F.  overwegende dat conflicten tussen mens en dier als gevolg van het verdwijnen van habitats en de toenemende behoeften van de mens een belangrijke bedreiging vormen voor het blijvend overleven van veel soorten in verschillende delen van de wereld; overwegende dat bossen vooral verdwijnen en aangetast worden door de uitbreiding van landbouwgrond, het intensief kappen van bomen voor bouwmateriaal en brandstof en het oogsten van andere bosproducten, alsmede door overbegrazing; overwegende dat wilde diersoorten die in aanraking komen met mensen, vaak gedood of gevangen worden; overwegende dat een confrontatie met gewapende stropers uitermate riskant kan zijn;

G.  overwegende dat olifanten en neushoorns bovenaan de lijst van diersoorten staan die het vaakst gedood worden door stropers, in verband met de toenemende wereldwijde vraag naar hun slagtanden en hoorns; overwegende dat stropers in sommige gevallen door armoede worden gedreven, of worden uitgebuit door criminele organisaties die jagers met een goede kennis van het lokale terrein willen rekruteren;

H.  overwegende dat handel in wilde dieren en planten – waarbij niet alleen stropers zijn betrokken maar ook gewapende niet-overheidsactoren in de landen van herkomst, internationale misdaadorganisaties en een reeks van actoren in de ontvangende landen – geen nieuw verschijnsel is, maar dat omvang, aard en impact ervan wat bepaalde soorten betreft een ongekend niveau heeft bereikt;

I.  overwegende dat er besef nodig is van de intrinsieke waarde van biodiversiteit en de veelzijdige bijdrage ervan aan duurzame ontwikkeling en het welzijn van de mensheid, overeenkomstig het streven dat omschreven wordt in doelstelling 15 van Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling;

J.  overwegende dat natuurcriminaliteit een ware transnationaal georganiseerde criminele bedrijvigheid is, met een jaarlijkse omzet van ten minste 19 miljard US-dollar, en daarmee de op drie na grootste illegale activiteit ter wereld vormt; overwegende dat deze vorm van criminaliteit verwoestende gevolgen heeft voor de biodiversiteit die gezien de nauwe verwevenheid ervan met corruptie een negatieve impact op de rechtsstaat heeft en met name in bepaalde regio's in Africa het potentieel voor economische ontwikkeling ernstig schaadt;

K.  overwegende dat de EU een belangrijke rol moet spelen bij de bestrijding van deze illegale handel, aangezien Europa momenteel zowel een afzetmarkt is als een draaischijf voor de illegale doorvoer naar andere regio’s; overwegende dat een aantal voor de illegale handel bestemde soorten bovendien uit Europa afkomstig zijn;

1.  is verontrust over de toenemende omvang van stropersactiviteiten en de illegale handel in wilde dieren en planten alsmede producten daarvan, en de negatieve economische, sociale en milieugevolgen; is van mening dat de strijd tegen stropen een gecoördineerd optreden van de EU vereist, evenals steun aan landen die maar beperkt in staat zijn de natuur te beschermen; is van mening dat de EU een grotere rol bij het beschermen en onderhouden van projecten voor natuurreservaten in ontwikkelingslanden kan spelen;

2.  herinnert eraan dat biodiversiteit en veerkrachtige ecosystemen middelen van bestaan bieden, de voedselzekerheid en voedingswaarde verbeteren, toegang tot water en gezondheid mogelijk maken en in belangrijke mate bijdragen tot het matigen van en de aanpassing aan de klimaatverandering; acht het dan ook van cruciaal belang dat de biodiversiteit en ecosysteemdiensten worden beschermd om te waarborgen dat duurzame bestaansmiddelen bijdragen tot vermindering van de armoede in de wereld;

3.  benadrukt dat de strategie voor beleidscoherentie die in de Verdragen is neergelegd voldoende rekening moet houden met de bescherming van wilde dieren en planten, onderstreept de essentiële rol van biodiversiteit in doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, en spreekt zijn steun uit aan het B4Life-vlaggenschipinitiatief inzake bescherming van de biodiversiteit, dat met name via het Europees Ontwikkelingsfonds EOF) en het instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) ten uitvoer wordt gelegd alsmede via doelstelling 1.2 van het EU-actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten met betrekking tot plaatselijke gemeenschappen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de desbetreffende maatregelen aansluiten bij de fundamentele armoedebestrijdingsdoelstelling van het EU-ontwikkelingsbeleid, maatregelen voor duurzame bosbouw en de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, in het bijzonder doelstelling 15, en dat zij positieve gevolgen hebben voor met name de voedselzekerheid, natuurlijke habitats en ecosystemen; verzoekt de EU inkomsten genererende activiteiten in beschermde gebieden en hun bufferzones te bevorderen (bijvoorbeeld via duurzaam toerisme) en de lokale capaciteit dienovereenkomstig te verbeteren;

4.  verzoekt de Commissie en de Raad gebruik te maken van hun handels- en ontwikkelingsinstrumenten voor het opzetten van specifieke programma's om de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) te versterken en middelen te verschaffen voor het opbouwen van het vermogen om stroperij en illegale handel te bestrijden, met name door handhavingsinitiatieven als het ASEAN Wildlife Enforcement Network (ASEAN-WEN), het Horn of Africa Wildlife Enforcement Network (HA-WEN) en de Lusaka Agreement Task Force (LATF) te ondersteunen, te versterken en uit te breiden, die ten doel hebben regionale expertisecentra te vestigen en modellen voor samenwerking in de strijd tegen criminaliteit in verband met in het wild levende dieren en planten te bieden;

5.  herinnert eraan dat veel van de problemen die zich in de EU met betrekking tot de handel in wilde dieren en planten voordoen, te wijten zijn aan de ontoereikende tenuitvoerlegging van de desbetreffende EU-wetgeving door de lidstaten; dringt er bij de lidstaten en alle andere relevante actoren op aan het EU-actieplan tegen de handel in wilde dieren en planten volgens het aangegeven tijdschema uit te voeren, overeenkomstig de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 met betrekking tot dit actieplan;

6.  is van mening dat de welvaart onder de Afrikaanse volkeren voor een groot deel afhankelijk is van de natuur en dat armoede op het platteland een fundamenteel element vormt in de stropersactiviteiten aan de basis;

7.  is van mening dat ngo's een belangrijke rol kunnen vervullen bij het toezicht op handhaving en het rapporteren van natuurcriminaliteit; verzoekt om meer steun aan de inspanningen van ngo's, gezien de beperkte capaciteit van de lokale overheden op dit gebied;

8.  benadrukt dat bescherming van de natuur, met name gericht op het behoud van de ecosystemen en landschappen waar de belangrijkste wilde populaties in Afrika leven, een sleutelelement moet vormen in de EU-strategieën ter vermindering van de armoede;

9.  onderstreept dat het actieplan gedoemd is te mislukken als er onvoldoende financiering beschikbaar is; is van mening dat er in de EU-begroting en in de begrotingen van de lidstaten financiële middelen moeten worden aangewezen om uitvoering van het plan te garanderen, en dat er ook duidelijk menskracht moet worden toegewezen;

10.  vindt dat criminaliteit ten aanzien van wilde dieren en planten alsmede bossen met dezelfde aandacht moet worden behandeld als iedere andere vorm van transnationale georganiseerde misdaad, en dat wetshandhaving dan ook niet beperkt mag blijven tot stropers, maar ook gericht moet zijn op de hogere niveaus in de georganiseerde criminaliteit;

11.  dringt er bij de regeringen van de toeleverende landen op aan: a) de rechtsstaat te verbeteren en doeltreffende afschrikkende middelen in te stellen door het strafrechtelijk onderzoek alsmede strafrechtelijke vervolging en veroordeling aan te scherpen; b) krachtigere wetten toe te passen die illegale handel in wilde dieren en planten als "ernstig misdrijf" behandelen, met dezelfde aandacht en hetzelfde gewicht als andere vormen van transnationale georganiseerde misdaad; c) meer middelen toe te kennen aan de bestrijding van natuurcriminaliteit, met name met het doel de handhaving van wetten m.b.t. wilde dieren en planten, controle van en toezicht op de handel alsmede opsporing en inbeslagneming door de douane te verbeteren; d) een beleid van nultolerantie ten aanzien van corruptie te voeren;

12.  onderstreept dat collectief optreden op wereldniveau nodig is om natuurcriminaliteit met inbegrip van de financiële aspecten ervan te bestrijden, door middel van internationale samenwerking bij het bestrijden van witwassen; benadrukt tevens dat er bewustmakingscampagnes moeten worden gelanceerd om de vraag naar van wilde dieren en planten afkomstige producten terug te dringen;

13.  dringt er bij de toeleverende, transit- en ontvangende landen op aan hun mate van samenwerking te vergroten om de illegale handel in wilde dieren en planten in de gehele keten te bestrijden; roept hiertoe tevens op tot meer samenwerking tussen bijvoorbeeld de Internationale Politieorganisatie (Interpol), de Werelddouaneorganisatie (WCO), het VN-Bureau voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (UNCAC);

14.  verzoekt de EU om verbetering van haar financiële en technische steun in het kader van het DCI en het EOF ter ondersteuning van ontwikkelingslanden bij de toepassing van nationale regels inzake wilde dieren en planten overeenkomstig de CITES-aanbevelingen, met name landen die niet over voldoende middelen beschikken om de wet te handhaven en smokkelaars te vervolgen;

15.  benadrukt dat armoede en zwakke overheden criminelen de kans geven onderbetaalde ambtenaren van handhavingsinstanties om te kopen; onderstreept de noodzaak om verantwoord om te gaan met de risico's van het bestrijden van stroperij en handel in wilde dieren en planten – die beide schadelijk zijn voor ecosystemen en bestaansmiddelen op het platteland, met inbegrip van inkomsten uit ecotoerisme – alsmede de noodzaak van gerichte bewustmaking onder deskundigen op het gebied van georganiseerde misdaad en witwassen; wijst erop dat wijdverbreide corruptie, zwakke overheden, erosie van de staat, wanbeheer en lichte straffen voor natuurcriminaliteit grote uitdagingen vormen die moeten worden aangepakt als het erom gaat de transnationale handel in wilde dieren en planten met succes te bestrijden; dringt er bij de EU op aan ontwikkelingslanden te steunen bij hun inspanningen om stropen minder aantrekkelijk te maken door de economische kansen te verbeteren en goed bestuur te bevorderen, door opleiding en steun te bieden aan instanties die de illegale handel in wilde dieren en planten aanpakken, en door besef te kweken van de illegale handel in wilde dieren en planten; en roept de EU-instellingen, de lidstaten en alle overige betrokken landen op systematischer onderzoek te doen naar de banden tussen de handel in wilde dieren en planten en regionale conflicten of terrorisme, in afwachting van het komende UNODC-rapport; benadrukt dat er een corruptiebestrijdingsstrategie voor de lange termijn moet komen en dat het vermogen om veronderstelde medeplichtigheid op regeringsniveau doeltreffend te onderzoeken, moet worden verbeterd; onderstreept dat dit in laatste instantie zou kunnen leiden tot sancties op EU-niveau en breder internationaal niveau;

16.  dringt aan op maatregelen die de plaatselijke actoren in staat stellen rechtstreeks te profiteren van deelname aan de bescherming van wilde dieren en planten en die – naast maatregelen welke illegale natuurgerelateerde activiteiten ontmoedigen – hen meer mogelijkheden bieden om de kost te verdienen zonder zich met dergelijke activiteiten bezig te houden; verzoekt in het bijzonder om opname van dergelijke maatregelen in de verschillende handels- en samenwerkingsovereenkomsten met derde landen; verzoekt de Commissie te overwegen om specifieke proefprojecten op dit gebied in te voeren die vooral gericht zijn op de opleiding en ondersteuning van lokale douaneautoriteiten en bosbeheersinstanties, in het kader van samenwerkingsovereenkomsten;

17.  is van mening dat de particuliere sector moet worden aangemoedigd als rolmodel op te treden, zowel binnen als buiten de EU, via een gedragscode die het gebruik van illegale, van wilde dieren of planten afkomstige producten veroordeelt;

18.  verzoekt om steun aan initiatieven van de privésector om de illegale handel in wilde dieren en planten aan banden te leggen;

19.  dringt via de uitvoering van het EU-actieplan aan op nauwere en constructieve samenwerking tussen alle belanghebbenden – waaronder middenveldorganisaties en relevante economische sectoren –, de bestaande instrumenten en beleidsmaatregelen beter te benutten en de synergie hiertussen te verbeteren om tot een maximale impact te komen bij de aanpak van de illegale handel in wilde dieren en planten in de EU en in de wereld;

20.  dringt erop aan meer haast te maken met het verzamelen van informatie, het opstellen en handhaven van wetten en de bestrijding van corruptie met betrekking tot de handel in wilde dieren en planten in de EU-lidstaten en andere bestemmings- en transitlanden; verzoekt de Commissie dan ook zeer veel aandacht te besteden aan deze aspecten van het beheer en het toezicht op de tenuitvoerlegging van de internationale normen betreffende de handel in wilde dieren en planten;

21.  onderstreept dat het opnemen van een hoofdstuk over duurzame ontwikkeling in elke nieuwe handelsovereenkomst verplicht moet worden gesteld; is van mening dat legale en duurzame handel een positieve bijdrage kan leveren aan duurzame ontwikkeling en aan gemeenschappen; is van oordeel dat de EU op internationaal niveau stappen moet ondernemen om derde landen te helpen de handel in wilde dieren en planten te bestrijden en moet bijdragen tot de verdere ontwikkeling van wetgeving over dit onderwerp via bilaterale en multilaterale overeenkomsten;

22.  dringt aan op betere internationale verantwoordingsmechanismen en op onverwijlde verbetering van de juridische en beleidsmaatregelen om een einde te maken aan de illegale handel in en de vraag naar van wilde dieren en planten afkomstige producten;

23.  verzoekt om een gedetailleerd jaarverslag inzake toezicht op en evaluatie van de vooruitgang bij de tenuitvoerlegging, met inbegrip van een mechanisme naar het voorbeeld van het scorebord dat gebruikt wordt bij het volgen van de vooruitgang bij het voltooien van het Natura 2000-netwerk;

24.  benadrukt dat harmonisatie van de juridische en beleidskaders met betrekking tot natuurcriminaliteit uitermate belangrijk is om "migratie" van criminele netwerken te voorkomen;

25.  dringt er bij de EU en alle lidstaten op aan de steun voor regulering van de internationale handel uit te breiden, de binnenlandse markt voor ivoor definitief te sluiten en alle ivoorvoorraden te vernietigen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

31.8.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Beatriz Becerra Basterrechea, Ignazio Corrao, Manuel dos Santos, Doru-Claudian Frunzulică, Nathan Gill, Charles Goerens, Enrique Guerrero Salom, Heidi Hautala, Maria Heubuch, György Hölvényi, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Stelios Kouloglou, Arne Lietz, Linda McAvan, Norbert Neuser, Cristian Dan Preda, Lola Sánchez Caldentey, Eleni Theocharous, Paavo Väyrynen, Bogdan Brunon Wenta, Rainer Wieland, Anna Záborská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Brian Hayes, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Liliana Rodrigues


ADVIES van de Commissie internationale handel (.10.2016)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het actieplan van de EU tegen de illegale handel in wilde dieren en planten

(2016/2076(INI))

Rapporteur voor advies: Emma McClarkin

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is ingenomen met het actieplan van de EU tegen de illegale handel in wilde dieren en planten, dat een cruciale rol zal spelen bij de bestrijding van de alarmerende toename van die uiterst lucratieve handel, die economieën en gemeenschappen destabiliseert die voor hun levensonderhoud van wilde dieren en planten afhankelijk zijn en de vrede en veiligheid van kwetsbare regio's van handelspartners van de EU in gevaar brengen door illegale routes te versterken; legt met name de nadruk op het feit dat de EU een belangrijke afzetmarkt en doorvoerroute blijft voor illegale producten op basis van wilde dieren en planten; wijst derhalve op prioriteiten 1 en 2 betreffende de preventie van de illegale handel in wilde dieren en planten en de tenuitvoerlegging en handhaving van de bestaande regels en rechtskaders op dit gebied;

2.   is van mening dat de douanedimensie meer nadruk moet krijgen binnen het actieplan, zowel met betrekking tot de samenwerking met de partnerlanden als de betere en doeltreffendere tenuitvoerlegging ervan binnen de Unie; ziet de evaluatie van de Commissie van 2016 van de tenuitvoerlegging en handhaving van het huidige rechtskader van de EU derhalve met belangstelling tegemoet en verzoekt de Commissie in deze evaluatie tevens een beoordeling van de douaneprocedures op te nemen;

3.  verzoekt de Commissie na te denken over hoe de bestaande EU-rechtsorde kan worden verbeterd, in lijn met die van andere grote mondiale partners zoals de VS, teneinde de invoer, de handel en de wederuitvoer te voorkomen van soorten die nog niet in de bijlagen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Cites) of in de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 338/97 zijn opgenomen, maar niettemin reeds beschermd zijn in de landen van herkomst;

4.  wijst erop dat het beginsel van beleidssamenhang voor ontwikkeling belangrijk is, wil het gemeenschappelijk handelsbeleid een belangrijke bijdrage leveren aan het optreden van de Unie tegen de illegale handel in wilde dieren en planten, zowel als middel ter ondersteuning van inspanningen die rechtstreeks verband houden met het actieplan als om algemene voorwaarden te scheppen die bevorderlijk zijn voor het behoud van de biodiversiteit, met name door voor de plattelandsbevolking in partnerlanden die te maken hebben met stroperij andere mogelijkheden te creëren om in hun levensonderhoud te voorzien;

5.  verzoekt de Commissie om in het kader van Verordening (EG) nr. 338/97 voorstellen ter beperking van de invoer van ivoor en neushoornhoorn in de EU in overweging te nemen, met inbegrip van een mogelijk volledig verbod op producten op basis van ivoor en neushoornhoorn die zowel aan de regels van de interne markt van de EU als aan de WTO-regels moeten voldoen;

6.  wenst dat de bestaande middelen beter gebruikt worden, dat gebruik wordt gemaakt van moderne technologie en dat gezorgd wordt voor een passende opleiding voor douaneautoriteiten in de landen van herkomst, doorvoer en bestemming, met name ontwikkelingslanden, nauwere internationale samenwerking, meer publiek-private partnerschappen en voor het dichten van mazen in de wetgeving, teneinde de illegale handel in wilde dieren en planten met succes te bestrijden en tegelijkertijd de legale en duurzame handel in wilde dieren en planten mogelijk te maken; wijst in dit verband op de nauwe samenhang tussen de lucratieve en grootschalige georganiseerde illegale handel in wilde dieren en planten en het internationale terrorisme en verzoekt om een wereldwijd goed afgestemde samenwerking tussen politie en douaneautoriteiten, in het besef dat het actieplan, door de illegale handel in wilde dieren en planten te bestrijden, de financiering van criminele en terroristische organisaties stellig beperkt en daardoor de rechtsstaat helpt versterken en de stabiliteit en veiligheid van de betrokken landen helpt bevorderen;

7.  pleit ervoor dat er middelen worden uitgetrokken voor de essentiële opbouw van de capaciteit in de landen van herkomst, doorvoer en bestemming met betrekking tot onder meer opleiding, publieksvoorlichting, oprichting en onderhoud van reddingscentra voor wilde dieren, en programma's op het gebied van ecotoerisme.

8.   wijst erop dat corruptie een van de factoren is die de illegale handel in wilde dieren en planten en producten daarvan het meest in de hand werken; is ingenomen met het feit dat de Commissie in haar strategie getiteld "Handel voor iedereen" belooft dat er in alle toekomstige handelsovereenkomsten ambitieuze anti-corruptiebepalingen zullen worden opgenomen om de directe en indirecte gevolgen van zowel corruptie als handel in wilde dieren en planten aan te pakken; dringt er daarom bij de Commissie op aan om alle aandacht te schenken aan de administratieve aspecten en aan de controle op de toepassing van de internationale normen op het gebied van de handel in wilde dieren en planten;

9.  merkt op dat de legale handel in wilde dieren en planten een bijdrage kan leveren aan de inkomens in de ontwikkelingslanden, met name op het platteland; dringt aan op maatregelen ter bevordering van de legale en ecologisch duurzame handel in wilde dieren en planten om de economische ontwikkeling en de biodiversiteit te stimuleren;

10. is verheugd dat er in het hoofdstuk inzake handel en duurzame ontwikkeling van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam bepalingen zijn opgenomen die de instandhouding en het duurzaam gebruik van biologische diversiteit moeten waarborgen en dringt erop aan dat er in alle vrijhandelsovereenkomsten die de EU in de toekomst zal sluiten, onder meer ook die met de VS, Japan en de ASEAN-landen als doelmarkten, afdwingbare bepalingen ter bescherming van wilde dieren en planten worden opgenomen; benadrukt dat het van groot belang is ervoor te zorgen dat de verbintenissen uit hoofde van de hoofdstukken inzake handel en duurzame ontwikkeling kunnen worden gehandhaafd en verzoekt de Commissie een analyse van deze bepalingen op te nemen in haar tenuitvoerleggingsverslagen en de nadruk te leggen op de verslaglegging van de tenuitvoerlegging van de Cites in samenhang met de SAP+-regeling;

11.  verzoekt de Commissie om financiering in het kader van het partnerschapsinstrument te overwegen voor initiatieven die gericht zijn op het verminderen van de vraag naar illegale producten van wilde dieren en planten op belangrijke markten, overeenkomstig prioriteit 1 van het actieplan; wijst erop dat de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de toezichtstructuren in het kader van de hoofdstukken inzake handel en duurzame ontwikkeling van de handelsovereenkomsten van de EU in dit opzicht een belangrijke bijdrage kan leveren;

12.  onderstreept dat het van groot belang is dat het gevoelige vraagstuk van de toenemende vraag naar producten op basis van wilde dieren, zoals ivoor van olifanten, hoorn van neushoorns en tijgerbotten, die een reëel gevaar vormt voor de instandhouding van deze soorten en de biodiversiteit in het algemeen, in het kader van het strategisch partnerschap EU-China wordt aangesneden;

13.  benadrukt dat het van het grootste belang is dat de particuliere sector betrokken wordt bij de bestrijding van de handel in wilde dieren en planten, gezien de rol en de impact van platforms voor elektronische handel, distributienetwerken en vervoers- en koeriersbedrijven, maar benadrukt dat er passende richtsnoeren moeten worden gegeven aan actoren uit de particuliere sector; is ingenomen met nieuwe benaderingen van nultolerantie waarbij deskundigen op het gebied van de handel in wilde dieren en planten en logistiekbedrijven met elkaar samenwerken; is van mening dat de Commissie zich moet bezinnen op de vraag hoe het best kan worden gewaarborgd dat risico's in verband met e-handel en online en offline reclame beter gedekt kunnen worden door de toepasselijke rechtskaders;

14.  benadrukt het belang van doeltreffende en doelmatige etiketterings- en traceerbaarheidssystemen, als waarborgen voor de legaliteit en duurzaamheid van de handel in wilde dieren en planten;

15.  verzoekt de EU binnen het toepassingsgebied van het WTO-kader te onderzoeken hoe mondiale handels- en milieuregelingen elkaar beter kunnen ondersteunen, vooral ook in verband met lopende werkzaamheden ter versterking van de samenhang tussen WTO-regels en multilaterale milieuovereenkomsten, alsook in het licht van de handelsfacilitatieovereenkomst, die nieuwe mogelijkheden biedt voor samenwerking tussen douaneautoriteiten en autoriteiten met bevoegdheden op het gebied van wilde dieren en planten en handel, vooral in ontwikkelingslanden. is van oordeel dat onderzocht dient te worden of vaker kan worden samengewerkt tussen de WTO en Cites, met name wat betreft technische bijstand en capaciteitsopbouw met betrekking tot handels- en milieuaangelegenheden ten behoeve van functionarissen uit ontwikkelingslanden.

16.  verzoekt de Commissie om er samen met partners in het kader van Cites en in andere fora voor te zorgen dat producten op basis van wilde dieren en planten traceerbaar zijn, aangezien tal van trofeeën die afkomstig zijn van laakbare stroperij-activiteiten via de zwarte markt in de legale handelsstromen terechtkomen;

17.  dringt er bij de EU nadrukkelijk op aan zich tijdens de komende 17e Conferentie van de Partijen (COP 17) van Cites te verzetten tegen het huidige voorstel om de bestaande annotaties bij olifantenivoor uit Namibië en Zimbabwe te verwijderen, waardoor dit verhandelbaar zou worden, en het voorstel om alle Afrikaanse olifanten in bijlage I op te nemen te steunen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.9.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

0

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laima Liucija Andrikienė, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Marielle de Sarnez, Eleonora Forenza, Karoline Graswander-Hainz, Alexander Graf Lambsdorff, Bernd Lange, David Martin, Emmanuel Maurel, Emma McClarkin, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Franz Obermayr, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Iuliu Winkler, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Eric Andrieu, Reimer Böge, José Bové, Edouard Ferrand, Gabriel Mato, Frédérique Ries, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Werner Kuhn, Verónica Lope Fontagné, Francisco José Millán Mon, Cláudia Monteiro de Aguiar, Milan Zver


ADVIES VAN DE COMMISSIE VISSERIJ (11.10.2016)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het EU-Actieplan tegen de handel in wilde dieren en planten

(2016/2076(INI))

Rapporteur voor advies: Ricardo Serrão Santos

SUGGESTIES

De Commissie visserij verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  erkent het belang van het actieplan, maar wijst op de tekortkomingen wat betreft de opname van aquatische soorten;

2.  wijst op het feit dat de Unie zich er in het kader van het Verdrag inzake biodiversiteit onder meer toe verplicht heeft de mariene biodiversiteit in het algemeen, in wateren van de Unie en op volle zee te beschermen; benadrukt dat het doel van het beschermen van de mariene biodiversiteit op verschillende manieren moet worden nagestreefd, onder meer door IOO-visserij tegen te gaan, toezicht te houden op alle vormen van handel op zee, de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid te versterken en misdaad in het algemeen te bestrijden;

3.  merkt op dat de EU-verordening om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen effect heeft gehad, maar beklemtoont dat deze krachtiger ten uitvoer moet worden gelegd om te verzekeren dat er geen illegale vis op de Europese markt komt; meent dat de EU-lidstaten consistenter en doeltreffender te werk moeten gaan bij het controleren van vangstdocumentatie (vangstcertificaten), met name van landen met een hoog risico, om te waarborgen dat vis legaal is gevangen;

4.  brengt in herinnering dat de zeeschildpadsoorten Chelonia mydas, Eretmochelys imbricata en Dermochelys coriacea bedreigd worden door illegale handel en dat zij niet alleen illegaal maar in sommige industriële visserijtakken ook nog steeds als bijvangst worden gevangen;

5.  herinnert de Commissie eraan dat illegale handel in aquatische soorten ook gevolgen heeft voor de economische ontwikkeling van kustgemeenschappen en de milieuduurzaamheid van onze wateren;

6.  merkt op dat de EU-verordening om IOO-visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen alleen op lange termijn doeltreffend kan zijn als informatie over de invoer van visserijproducten in realtime tussen de 28 lidstaten kan worden gedeeld, wat (vergelijkende) controles en uiteindelijk een gecoördineerde aanpak voor het opsporen en blokkeren van verdachte aanvoer mogelijk maakt; verzoekt de Commissie daarom een elektronische databank te creëren met gegevens over ingevoerde visserijproducten om mogelijk misbruik te voorkomen;

7.  vestigt de aandacht op de economische, sociale en milieugerelateerde kosten van de handel in mariene soorten, die leidt tot het verlies van mariene biodiversiteit, ecosystemen in gevaar brengt, de inkomstenbronnen van degenen die actief zijn op het gebied van duurzame visserij beperkt en een bedreiging vormt voor de gezondheid;

8.  brengt in herinnering dat de steurpopulatie drastisch is gedaald als gevolg van verwoesting van de habitat en intense exploitatie om aan de vraag naar kaviaar te kunnen voldoen; beklemtoont dat de handel in kaviaar wordt geregeld door de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), en dat de exploitatie van bepaalde soorten verboden is;

9.  herinnert de Commissie eraan dat veel aquatische soorten ook met uitsterven worden bedreigd, wat gevolgen zal hebben voor de houdbaarheid van veel ecosystemen;

10.  wijst erop dat het illegaal oogsten van koraal, zoals in het geval van Corallium rubrum in de Middellandse Zee en Atlantische Oceaan, of de onbedoelde bijvangst van koraal bij bodemtrawl- en beuglijnvisserij, een bedreiging vormt voor habitats en de ecosysteemdiensten die zij ondersteunen;

11.  juicht toe dat er in het plan veel belang wordt gehecht aan toezicht, maar spoort de Commissie ertoe aan nauwkeuriger te zijn in haar bewoordingen wanneer het gaat om IOO-visserij en het Europees Bureau voor visserijcontrole (EBVC) in het bijzonder;

12.  is voorstander van een krachtiger tenuitvoerlegging van de bestaande overeenkomsten en van de handhaving van nieuwe wetgeving op nationaal niveau, met name in ontwikkelingslanden, zodat de CITES- en IOO-verordeningen worden nageleefd, door te helpen bij de ontwikkeling van programma's, de vaststelling van verordeningen, de organisatie van workshops en handhaving;

13.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het nieuwe actieplan een mechanisme omvat voor samenwerking op het vlak van de bestrijding van IOO-visserij en de ontwikkelde strategieën voor de bestrijding van de handel in wilde dieren en planten;

14.  roept de Commissie ertoe op te erkennen dat er IOO-visserij plaatsvindt op Europees grondgebied en in het directe nabuurschap (bijv. op glasaal, steur en koraal) en hier de nodige aandacht aan te besteden, en dringt aan op verscherpt toezicht op kwetsbare mariene soorten en op soorten die uit hoofde van CITES beschermd zijn;

15.  benadrukt dat DG MARE en DG TRADE van de Commissie doeltreffend moeten samenwerken om te waarborgen dat er geen IOO-visserijproducten de Unie worden ingevoerd en dat er geen handelsovereenkomsten worden gesloten die IOO-soorten omvatten;

16.  meent dat moet worden verzekerd dat maatregelen in het kader van het Actieplan tegen de handel in wilde dieren en planten in overeenstemming zijn met het EU-recht inzake IOO-visserij;

17.  onderstreept hoe belangrijk het is de illegale uitvoer uit Europa van glasaal en Europese steur voor de handel in kaviaar tegen te gaan;

18.  pleit voor krachtigere instrumenten voor toezicht op de handel in wilde dieren en planten, met name ten aanzien van de illegale handel in soorten die gebruikt worden voor aquaria en de onlineverkoop (bijv. aankopen door aquariumhouders);

19.  benadrukt het belang van controles, opleiding en bewustmakingscampagnes bij de handhaving van het actieplan tegen de handel in wilde dieren en planten binnen de visserijsector;

20.  wijst andermaal op het belang van het blijven uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en technologische aanpassingen op het gebied van het vistuig, om bijvangst te voorkomen en de druk op de bestanden van de doelsoorten voor de handel te verlichten;

21.  pleit voor een herziening van de vergunningen voor de invoer van organismen of delen van organismen waarvoor beschermingsmaatregelen zijn getroffen (in het kader van Verordening 1185/2003, als gewijzigd bij Verordening 605/2013);

22.  spoort de Commissie ertoe aan te putten uit de ervaring die is opgedaan in de strijd tegen IOO-visserij om de methoden die gebruikt worden voor de bestrijding van de handel in wilde dieren en planten te verbeteren;

23.  onderstreept hoe belangrijk het is dat visserijproducten in de hele toeleveringsketen traceerbaar blijven en naar behoren worden geëtiketteerd; benadrukt dat illegale en ongemelde visserij een bedreiging vormt voor de duurzame exploitatie van levende aquatische rijkdommen en de inspanningen voor een beter beheer van de oceanen en de bescherming van de mariene biodiversiteit ondermijnt;

24.  merkt op dat DNA-gebaseerde identificatietechnieken een waardevolle ondersteuning kunnen bieden voor toezicht, maar ook voor gerichte onderzoeken in het kader van vervolging; acht DNA-gebaseerde instrumenten ideaal voor het achterhalen van de herkomst van vis en visserijproducten, aangezien DNA zich in alle cellen bevindt en zelfs uit gefrituurde vis kan worden gehaald;

25.  stelt voor dat het systeem van de uitgifte van gele en rode kaarten aan derde landen die niet meewerken aan de strijd tegen IOO-visserij eveneens kan worden gebruikt als een mechanisme voor de bestrijding van handel in wilde dieren en planten;

26.  wijst erop dat legale aalvissers eensgezind zijn in hun oproep om een EU-etiket in het leven te roepen waarmee de traceerbaarheid en de eerlijkheid van de markt voor aal kunnen worden gewaarborgd;

27.  onderstreept het belang van kwaliteitsvolle gegevens in de visserijsector en van een doeltreffende gegevensuitwisseling tussen de bevoegde handhavingsinstanties in de lidstaten;

28.  dringt aan op strengere regels en controles voor recreatievisserij, aangezien hier geen adequate regelgeving voor bestaat op nationaal niveau en producten hierdoor op de zwarte markt kunnen worden verkocht;

29.  benadrukt het belang van traceerbaarheid voor het vaststellen van de herkomst en routes van de handel in wilde dieren en planten in de EU om dit verschijnsel beter te kunnen bestrijden;

30.  dringt aan op een verscherpt toezicht op en betere bescherming van kwetsbare mariene ecosystemen, ecologisch of biologisch belangrijke mariene zones en het Natura 2000-netwerk, op basis van doorlopende raadpleging van alle belanghebbenden, met het oog op het behoud van soorten die als gevolg van illegale handel onder druk staan;

31.  acht het van essentieel belang harder op te treden tegen de wijdverbreide verwoesting van rivieren door criminelen, die illegaal grote hoeveelheden vis vangen om deze op Europese markten te verkopen, zonder enige acht te slaan op de gevangen soort of de milieueffecten als gevolg van de verstoring van het leefmilieu van wilde dieren en planten; verzoekt de Commissie en de lidstaten samen te werken aan strengere grenscontroles zodat de uitvoer van vis die bestemd is voor verkoop op de zwarte markt kan worden onderschept, aangezien deze een enorme bedreiging vormt voor met name de gezondheid van consumenten;

32.  pleit voor acties ter bevordering van het gebruik van instrumenten waarmee een duurzame exploitatie van kwetsbare natuurlijke rijkdommen wordt gegarandeerd;

33.  is er voorstander van dat de lidstaten de opbrengsten uit boetes voor illegale handel investeren in de bescherming en het behoud van wilde flora en fauna;

34.  is van oordeel dat illegale visserij mariene ecosystemen en de biodiversiteit verwoest, de visbestanden rechtstreeks aantast en kust- en eilandregio's ondermijnt;

35.  merkt op dat de omvang van de illegale visserij wordt geschat op 19 % van de waarde van de gemelde vangsten;

36.  is voorstander van alternatieve vormen van duurzame productie (bijv. de aquacultuur) om de druk op wilde soorten te verlichten;

37.  wijst op de belangrijke bijdrage die kustgemeenschappen kunnen leveren bij de bestrijding van de illegale handel in wilde dieren en planten, en ondersteunt hun rol bij het behoud van wilde dieren en planten en milieuvriendelijke activiteiten;

38.  is van mening dat het overtuigen van consumenten om weloverwogen keuzes te maken bij het kopen van producten op basis van wilde dieren of planten een van de krachtigste instrumenten is om illegale en niet-duurzame handel in wilde dieren en planten aan te pakken; juicht de productie en aankoop van gecertificeerde producten op basis van mariene wilde dieren en planten toe;

39.  acht initiatieven om het milieubewustzijn en de milieukennis te vergroten van essentieel belang voor de bescherming van de mariene biodiversiteit, en gelooft dat op dit vlak een sleutelrol is weggelegd voor het onderwijs en de media;

40.  brengt in herinnering dat het scheppen van bewustzijn onder burgers ten aanzien van de handel in wilde dieren en planten en het belang van de traceerbaarheid van producten cruciaal zijn voor de bestrijding van illegale activiteiten door hun markt te verkleinen;

41.  is voorstander van de invoering van een vorm van erkenning op Europees niveau voor betrokkenen die zich in het bijzonder inzetten voor de strijd tegen illegale handel; denkt hierbij aan een prijs voor personen die zich, soms met risico voor eigen leven, op bijzondere wijze inzetten voor de bestrijding van de handel in wilde dieren en planten, in land- of berggebieden, meren, rivieren of op zee;

42.  beschouwt 'effectief multilateralisme' als een van de hoekstenen van het extern optreden van de Unie, en wijst erop dat de Commissie dit als de meest participatieve, niet-discriminerende en inclusieve manier beschouwt om internationale governance op te bouwen, met name met het oog op de bestrijding van de handel in wilde dieren en planten; benadrukt dat de Unie daarom een prominentere rol moet spelen binnen internationale organisaties;

43.  meent dat de straffen voor de handel in wilde dieren en planten, met name in gebieden met kwetsbare mariene ecosystemen of gebieden die onder het Natura 2000-netwerk vallen, streng genoeg moeten zijn om potentiële daders af te schrikken;

44.  wenst dat de financiële middelen in het actieplan worden vastgesteld en dat hierin ook gekwantificeerde streefdoelen worden opgenomen aan de hand waarvan de tenuitvoerlegging op lange termijn kan worden beoordeeld.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.10.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Alain Cadec, Richard Corbett, Diane Dodds, Linnéa Engström, João Ferreira, Raymond Finch, Ian Hudghton, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, Gabriel Mato, Norica Nicolai, Liadh Ní Riada, Ulrike Rodust, Remo Sernagiotto, Ricardo Serrão Santos, Ruža Tomašić, Peter van Dalen

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

José Blanco López, Cláudia Monteiro de Aguiar, Nils Torvalds

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Dariusz Rosati


ADVIES van de Commissie juridische zaken (28.9.2016)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het EU-Actieplan tegen de handel in wilde dieren en planten

(2016/2076(INI))

Rapporteur voor advies: Kostas Chrysogonos

SUGGESTIES

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat behoud van biodiversiteit een centrale rol speelt in de Europese milieuwetgeving en beleidsvorming; overwegende dat de bescherming van bedreigde dier- en plantensoorten en de bestrijding van de illegale handel in deze soorten aangelegenheden van nationaal en internationaal belang zijn waarvoor samenwerking tussen alle landen vereist is, inclusief die van de EU, met name tegen de achtergrond van toenemende internationale en nationale illegale handel in deze soorten (illegale handel in wilde dieren en planten);

B.  overwegende dat de illegale handel in wilde dieren en planten aanzienlijke winsten oplevert voor criminele groeperingen en momenteel hoog op de lijst van wereldwijde illegale handelsactiviteiten staat; overwegende dat de Europese Unie een bestemmingsmarkt is, een doorvoerregio naar andere regio's, en ook een regio waar bepaalde soorten worden verzameld voor illegale handel;

C.  overwegende dat de VN-Commissie voor misdaadpreventie en strafrecht in haar resolutie van april 2013, in juli 2013 bekrachtigd door de Economische en Sociale Raad van de VN, 'de VN-lidstaten aanmoedigt om de illegale handel in in het wild levende dieren en planten tot een ernstige misdaad te maken wanneer er georganiseerde criminele groeperingen bij betrokken zijn' en deze daarmee op hetzelfde niveau plaatst als mensenhandel en drugshandel;

D.  overwegende dat de lidstaten de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) hebben ondertekend en dat de EU zich in 2015 bij de overeenkomst heeft aangesloten;

E.  overwegende dat de deelname van de EU als rechtspersoon aan dit instrument voor de bescherming van soorten een bevestiging vormt van de prominente plaats die de EU heeft ingenomen en de verantwoordelijkheid die zij op zich heeft genomen ter bevordering van duurzaamheid;

F.  overwegende dat Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en van de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht de definities voor misdrijven in verband met wilde dieren en planten harmoniseert en de lidstaten ertoe verplicht om in hun nationale wetgeving bepalingen op te nemen betreffende effectieve, proportionele en ontmoedigende sancties voor ernstige schendingen van de Gemeenschapswetgeving op het gebied van het behoud van het milieu, met inbegrip van beschermde soorten van wilde flora en fauna;

G.  overwegende dat de EU een van de grootste markten blijft voor illegale handel in producten van wilde dieren en planten en een doorvoerregio naar andere regio's (de illegale handel in wilde dieren wordt wereldwijd geschat op ca. 22 miljard USD), en overwegende dat een actieplan op Europees niveau om de illegale handel in wilde dieren en planten aan te pakken een essentiële stap voorwaarts is; overwegende dat dit EU-plan nu geflankeerd moet worden door effectieve aanvullende maatregelen zoals opleiding van bosbeheer- en douanekorpsen en de invoering van effectieve sancties;

H.  overwegende dat dit EU-actieplan bewijst dat de EU bereid is aan de internationale verwachtingen te voldoen en de internationale afspraken na te komen en ambitieuzere maatregelen wil nemen om de illegale handel in wilde dieren en planten te bestrijden;

I.  overwegende dat het beginsel van effectiviteit van overheidsbeleid vereist dat de lidstaten hun acties coördineren, willen de bedreigde soorten succesvol worden beschermd tegen illegale handel; overwegende dat dit kan worden bereikt door de gezamenlijke inzet van de EU en haar lidstaten, in de vorm van een actieplan, waarbij efficiënt gebruik wordt gemaakt van de bestaande middelen en instanties en mogelijke illegale activiteiten uitgebreid worden beoordeeld en gemonitord door deskundigen en de gezamenlijke internationale afspraken worden uitgevoerd en er op politiek niveau wordt erkend hoe belangrijk het is om het probleem aan te pakken;

J.  overwegende dat het beginsel van subsidiariteit vereist dat lidstaten zelf mogen bepalen hoe zij ervoor zorgen dat de doelstelling om de bedreigde dier- en plantensoorten te beschermen wordt verwezenlijkt; overwegende dat de rol van lokale autoriteiten bijzonder effectief is en noodzakelijk in dit verband;

K.  overwegende dat de EU en haar lidstaten, gezien het grensoverschrijdende karakter van de illegale handel in wilde dieren en planten, moeten werken aan de uitvoering van de reeds gemaakte internationale afspraken en de vaststelling van minimumregels betreffende de definitie van strafbare feiten en sancties, overeenkomstig artikel 83, lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en de facilitering van de gestructureerde dialoog voor versterkte samenwerking en raadpleging van alle relevante autoriteiten en belanghebbenden, inclusief derde landen en landen van oorsprong;

1.  is verheugd over het EU-actieplan van de Commissie tegen de handel in wilde dieren en planten en het feit dat de EU het afgelopen decennium actief betrokken is geweest bij het bestrijden van illegale handel in wilde dieren en planten door strenge handelsregels vast te stellen om een einde te maken aan deze illegale handel;

2.  is verheugd over de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over het EU-actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten;

3.  is tevens verheugd over het feit dat het actieplan een belangrijke bijdrage levert aan de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling die zijn vastgesteld in het kader van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, waarover de staatshoofden en regeringsleiders tijdens een VN-top in september 2015 overeenstemming hebben bereikt;

4.  is van mening dat de EU en haar lidstaten hun gemeenschappelijke inspanningen moeten opvoeren om milieucriminaliteit aan te pakken en met name de handel in wilde dieren en planten, nu de EU is aangesloten bij de CITES-overeenkomst, die nu meer dan 35.000 dier- en plantensoorten beschermt, en goed moeten samenwerken met derde landen en landen van oorsprong; wijst derhalve op de dringende noodzaak om de maatregelen ter bestrijding van de illegale handel in wilde dieren en planten, en de grondoorzaken ervan, te versterken en beter te coördineren, en niet alleen de landen van oorsprong erbij te betrekken, maar ook de doorvoerlanden en de landen waarin de soorten worden verhandeld;

5.  dringt er bij de EU op aan deel te nemen aan bewustmakingscampagnes i.s.m. belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld, niet alleen in plattelandsgebieden, maar ook op mondiaal niveau, ten einde de markt voor illegale producten van wilde dieren en planten te verkleinen;

6.  dringt er bij de Commissie en de autoriteiten van de lidstaten op aan de samenwerking bij de bestrijding van de illegale handel in wilde dieren en planten, op te voeren, met name die tussen handhavingsautoriteiten op nationaal, EU- en internationaal niveau, waaronder politie-, douane-, justitiële autoriteiten, bosbeheerkorpsen en gezondheids- en handelsinspectieautoriteiten, om in het veld adequate maatregelen te nemen; dringt er bij de lidstaten op aan de nationale rechterlijke macht wettelijke bijstand en begeleiding te verlenen bij de bestrijding van criminaliteit met wilde dieren en planten; dringt er in dit verband op aan gezamenlijke handhavingsprioriteiten vast te stellen en Europol en Eurojust gericht bij grensoverschrijdende zaken in te schakelen;

7.  is van mening dat alle lidstaten hun internationale afspraken moeten nakomen om te waarborgen dat hun wetgeving inzake georganiseerde criminaliteit de illegale handel in wilde dieren en planten omvat en de illegale handel adequaat kan worden bestraft; benadrukt ten slotte dat de internationale samenwerking op het gebied van de rechtshandhaving moet worden verbeterd door deelname aan internationale rechtshandhavingsoperaties, technische bijstand en gerichte financiële steun;

8.  moedigt de lidstaten aan ervoor te zorgen dat, in lijn met resolutie van de VN-Commissie voor misdaadpreventie en strafrecht van april 2013, de illegale handel in in het wild levende dieren en planten, in het kader van het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, tot een ernstige misdaad wordt gemaakt wanneer er georganiseerde criminele groeperingen bij betrokken zijn;

9.  is het eens met de Commissie dat opleidingsactiviteiten een essentieel onderdeel vormen van de bestrijding van de georganiseerde misdaad, inclusief de illegale handel in wilde dieren en planten; verzoekt de Commissie dan ook te overwegen om passende opleidingsprojecten te starten die in het bijzonder gericht zijn op bovengenoemde handhavingsautoriteiten; beveelt de oprichting van een monitoringssysteem aan om vast te stellen welke verbeteringen er hebben plaatsgevonden en welke goede praktijken er bestaan om de illegale handel in wilde dieren en planten te bestrijden, en is tevens van mening dat het van essentieel belang is om bewustmaking te bevorderen, o.a. door bewustmakingscampagnes, en de dialoog en technische samenwerking met de bevoegde autoriteiten en plaatselijke gemeenschappen te versterken, met nadruk op de gevolgen van illegale handel in producten die zijn verkregen met wilde flora en fauna;

10.  is van mening dat de bestrijding van de illegale handel in wilde dieren en planten kan worden bevorderd door instrumenten van zachte wetgeving; merkt echter op dat wetgevingsactie noodzakelijk kan zijn om te zorgen voor rechtszekerheid en om voldoende bindende bepalingen vast te stellen; benadrukt dat er al EU-wetgeving bestaat waarin verplichtingen voor marktdeelnemers zijn vastgesteld die illegale producten op de markt brengen en waarmee de illegale handel in wilde dieren en planten op effectieve wijze kan worden bestreden, nl. in de houtsector;

11.  dringt er bij de Commissie op aan stappen te ondernemen voor de vaststelling en tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke regels betreffende de definitie van strafbare feiten en sancties in verband met illegale handel in wilde dieren en planten, overeenkomstig artikel 83, lid 1, VWEU; dringt er bij de lidstaten op aan de bepalingen van Richtlijn 2008/99/EG inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht volledig ten uitvoer te leggen en passende sancties vast te stellen voor misdrijven in verband met wilde dieren en planten; benadrukt dat er zorgvuldig toegezien moet worden op de tenuitvoerlegging van het EU-actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten en dat het Parlement en de Raad regelmatig op de hoogte moeten worden gehouden van de vooruitgang die er tegen 31 juli 2018 geboekt is, en dat er tegen 2020 een eindevaluatie moet plaatsvinden;

12.  is in dit verband verheugd over de toezegging van de Commissie, om in lijn met de EU-agenda voor veiligheid, te beginnen met een herziening om de geschiktheid en de doeltreffendheid te beoordelen van het EU-beleid en het wetgevingskader voor de bestrijding van milieucriminaliteit, en met name de georganiseerde criminaliteit met wilde dieren en planten; is bovendien verheugd over de toezegging van de Commissie om aan het Parlement en de Raad verslag uit te brengen over de tussentijdse vooruitgang die tegen 31 juli 2018 geboekt zal zijn, en om tegen 2020 een eindevaluatie te laten plaatsvinden;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.9.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Sajjad Karim, Dietmar Köster, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Emil Radev, Evelyn Regner, József Szájer, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Sergio Gaetano Cofferati, Pascal Durand, Angel Dzhambazki, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Stefano Maullu, Virginie Rozière


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

13.10.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

60

0

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Catherine Bearder, Ivo Belet, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Angélique Delahaye, Stefan Eck, Bas Eickhout, Eleonora Evi, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Françoise Grossetête, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Josu Juaristi Abaunz, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Massimo Paolucci, Bolesław G. Piecha, Frédérique Ries, Michèle Rivasi, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Renate Sommer, Dubravka Šuica, Tibor Szanyi, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Jadwiga Wiśniewska, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Guillaume Balas, Paul Brannen, Nicola Caputo, Michel Dantin, Mark Demesmaeker, Luke Ming Flanagan, Elena Gentile, Martin Häusling, Krzysztof Hetman, Gesine Meissner, James Nicholson, Marijana Petir, Gabriele Preuß, Christel Schaldemose, Jasenko Selimovic, Mihai Ţurcanu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Nicola Danti, Anna Hedh, Marco Zullo

Juridische mededeling