Procedure : 2010/0323(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0332/2016

Ingediende teksten :

A8-0332/2016

Debatten :

PV 13/12/2016 - 15
CRE 13/12/2016 - 15

Stemmingen :

PV 14/12/2016 - 9.2
CRE 14/12/2016 - 9.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0489

AANBEVELING     ***
PDF 373kWORD 55k
15.11.2016
PE 589.181v02-00 A8-0332/2016

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, tot uitbreiding van de bepalingen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tot de bilaterale handel in textiel

(16384/1/2010 – C7-0097/2011 – 2010/0323(NLE))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Maria Arena

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BEKNOPTE MOTIVERING
 ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, tot uitbreiding van de bepalingen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tot de bilaterale handel in textiel

(16384/1/2010 – C7-0097/2011 – 2010/0323(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (16384/1/2010),

–  gezien het ontwerp van Protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, tot uitbreiding van de bepalingen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tot de bilaterale handel in textiel (16388/2010),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 207 en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a) (v), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7-0097/2011),

–  gezien zijn interimresolutie van 15 december 2011(1) over het voorstel voor een besluit,

–  gezien zijn niet-wetgevingsresolutie van ...(2) over het ontwerp van besluit,

–  gezien artikel 99, lid 1, eerste en derde alinea, en lid 2, en artikel 108, lid 7, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0332/2016),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Republiek Oezbekistan.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0586.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(0000)0000.


BEKNOPTE MOTIVERING

Het Europees Parlement wordt verzocht zijn goedkeuring te hechten aan het protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de lidstaten, enerzijds, en Oezbekistan, anderzijds, tot uitbreiding van de bepalingen van deze overeenkomst tot de bilaterale handel in textiel. De ratificatie van het textielprotocol zou leiden tot de opname van textiel in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO), die in 1999 tussen Oezbekistan en de EU is gesloten. De bepalingen onder de titel “trade in goods” van deze PSO zouden zo dus eveneens voor textiel gelden. Dit behelst wederzijdse toekenning van de status van de meest begunstigde natie, handel zonder kwantitatieve beperkingen, toepassing van het beginsel van vrije doorvoer, handel tegen marktgerelateerde prijzen, toepassing van een vrijwaringsclausule, en de mogelijkheid van toepassing van een verbod of beperkingen voor importen, exporten of goederen in douanevervoer op grond van overwegingen in verband met de goede zeden, openbaar beleid of openbare orde.

In december 2011 heeft het Europees Parlement een interimverslag aangenomen, waarin het zijn goedkeuring afhankelijk maakt van de verbetering van de situatie van de mensenrechten in Oezbekistan, waarbij het de nadruk legt op kinderarbeid en dwangarbeid bij de jaarlijkse katoenoogst. In dit interimverslag zijn 14 aanbevelingen opgenomen.

Na de goedkeuring van dit verslag is een dialoog met Oezbekistan ingesteld in het kader waarvan jaarlijkse hoorzittingen zijn gehouden met deelname van belangrijke spelers, waaronder maatschappelijke organisaties, de Oezbeekse autoriteiten en de Europese en internationale instellingen. Ook is een nauwe samenwerking op gang gebracht tussen Oezbekistan en de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) om de maatregelen te beoordelen die zijn genomen om een einde te maken aan kinderarbeid en dwangarbeid in het kader van de jaarlijkse katoenoogst in Oezbekistan. De IAO heeft in 2013 voor het eerst en vervolgens in 2014 en 2015 een waarnemingsmissie bij de katoenoogst uitgevoerd, en voor 2016 staat een nieuwe waarnemingsmissie gepland met bijzondere aandacht voor het vraagstuk dwangarbeid.

In het verslag van de laatste waarnemingsmissie van de IAO, van 14 september t/m 31 oktober 2015, is aangetoond dat tijdens de katoenoogst vrijwel geen sprake meer was van kinderarbeid. De openbare autoriteiten hebben verschillende maatregelen genomen ter bestrijding van kinderarbeid, waaronder een systeem voor naschoolse opvang, boetes voor overtreders en maatregelen om het verantwoordelijkheidsbesef van ouders, leerkrachten en boeren te vergroten. Er zijn slechts enkele afzonderlijke gevallen gemeld. De IAO heeft dus verklaard dat kinderarbeid nog maar zelden voorkomt en maatschappelijk niet meer wordt getolereerd.

Hetzelfde geldt niet voor dwangarbeid. Aangezien de situatie hieromtrent moeilijker te beoordelen is, heeft de IAO een aantal indicatoren voor dwangarbeid vastgesteld in verband met uitbuiting en aanwervingsprocessen. De Oezbeekse autoriteiten hebben een aantal verbintenissen gedaan om geleidelijk een einde te maken aan dwangarbeid onder volwassenen, waaronder de instelling van een feedbackmechanisme waarmee wordt ingespeeld op de grieven van de bevolking, de organisatie van bewustmakingscampagnes en de instelling van een programma voor de beoordeling van de tenuitvoerlegging van de internationale verdragen op dit gebied.

Het Europees Parlement ondersteunt volledig het door de IAO gedane werk om definitief een einde te maken aan dwangarbeid in Oezbekistan. De inspanningen van de Oezbeekse autoriteiten moeten eveneens worden aangemoedigd. De rapporteur is dan ook van mening dat het in de huidige context van dialoog en samenwerking op zijn plaats is dat het Europees Parlement zijn goedkeuring hecht aan het textielprotocol met Oezbekistan.

Indien de Oezbeekse autoriteiten echter hun verbintenis om een einde te maken aan dwangarbeid (tijdelijk) naast zich neer zouden leggen, dan behoudt het Parlement zich het recht voor de Europese Commissie en de Raad te verzoeken toepassing te geven aan de artikelen 2 en 95 van de PSO, die voorzien in algemene of specifieke maatregelen vanwege niet-eerbiediging van de mensenrechten.


ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (25.10.2016)

aan de Commissie internationale handel

inzake het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, tot wijziging van de overeenkomst teneinde de bepalingen van de overeenkomst uit te breiden tot de bilaterale handel in textiel, gelet op het vervallen van de bilaterale overeenkomst inzake textiel

(16384/1/2010 – C7-0097/2011 – 2010/0323(NLE))

Rapporteur voor advies: Elmar Brok

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel het Parlement aan te bevelen zijn goedkeuring te hechten aan het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Oezbekistan, anderzijds, tot wijziging van de overeenkomst teneinde de bepalingen van de overeenkomst uit te breiden tot de bilaterale handel in textiel, gelet op het vervallen van de bilaterale overeenkomst inzake textiel.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Uitbreiding van de bepalingen van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Oezbekistan tot de bilaterale handel in textielproducten

Document- en procedurenummers

16384/1/2010 – C7-0097/2011 – COM(2010)0664 – 16384/2010 – 2010/0323(NLE)

Commissie ten principale

 

INTA

 

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFET

9.6.2011

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Elmar Brok

24.10.2014

Vervangen rapporteur voor advies

Ulrike Lunacek

Datum goedkeuring

24.10.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

45

8

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Lars Adaktusson, Michèle Alliot-Marie, Nikos Androulakis, Francisco Assis, Petras Auštrevičius, Amjad Bashir, Elmar Brok, Klaus Buchner, James Carver, Fabio Massimo Castaldo, Javier Couso Permuy, Andi Cristea, Georgios Epitideios, Anna Elżbieta Fotyga, Michael Gahler, Sandra Kalniete, Tunne Kelam, Janusz Korwin-Mikke, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Ilhan Kyuchyuk, Arne Lietz, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Ulrike Lunacek, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, Tamás Meszerics, Javier Nart, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Vincent Peillon, Alojz Peterle, Kati Piri, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Jaromír Štětina, Dubravka Šuica, Charles Tannock, László Tőkés, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Boris Zala

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ryszard Czarnecki, Ana Gomes, Javi López, Juan Fernando López Aguilar, Antonio López-Istúriz White, Urmas Paet, Jean-Luc Schaffhauser, Helmut Scholz, Bodil Valero

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Biljana Borzan, Karoline Graswander-Hainz, Marijana Petir, Ivan Štefanec


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Uitbreiding van de bepalingen van de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Oezbekistan tot de bilaterale handel in textielproducten

Document- en procedurenummers

16384/1/2010 – C7-0097/2011 – COM(2010)0664 – 16384/2010 – 2010/0323(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

14.4.2011

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

INTA

10.5.2011

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

9.6.2011

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Maria Arena

22.7.2014

 

 

 

Behandeling in de commissie

7.5.2015

1.9.2016

12.10.2016

 

Datum goedkeuring

10.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

4

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laima Liucija Andrikienė, Maria Arena, Tiziana Beghin, David Borrelli, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Santiago Fisas Ayxelà, Christofer Fjellner, Karoline Graswander-Hainz, Ska Keller, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, David Martin, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Franz Obermayr, Artis Pabriks, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, Hannu Takkula, Iuliu Winkler, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Klaus Buchner, Nicola Danti, Syed Kamall, Frédérique Ries, Fernando Ruas, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Philippe Loiseau

Datum indiening

15.11.2016

Juridische mededeling