Procedure : 2016/0050(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0338/2016

Ingediende teksten :

A8-0338/2016

Debatten :

PV 13/11/2017 - 15
CRE 13/11/2017 - 15

Stemmingen :

PV 14/11/2017 - 5.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0425

VERSLAG     ***I
PDF 1006kWORD 138k
28.11.2016
PE 585.776v02-00 A8-0338/2016

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van Richtlijn 96/50/EG van de Raad en Richtlijn 91/672/EEG van de Raad

(COM(2016)0082 – C8-0061/2016 – 2016/0050(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Gesine Meissner

Rapporteur voor advies (*):Lynn Boylan, Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement)

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van Richtlijn 96/50/EG van de Raad en Richtlijn 91/672/EEG van de Raad

(COM(2016)0082 – C8-0061/2016 – 2016/0050(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0082),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 91, lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0061/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 13 juli 2016(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie juridische zaken (A8-0338/2016),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  De aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren1 bis bevat definities van de begrippen "kwalificatie", "competentie" en "vaardigheden" op het niveau van de Unie. In nieuwe wetgeving waarin kwalificatienormen worden gespecificeerd, moeten de in deze aanbeveling gedefinieerde begrippen worden gehanteerd.

 

______________

 

1 bis Aanbeveling van het Europees Parlement en van de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren (PB C 111 van 6.5.2008, blz. 1).

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Om de mobiliteit te bevorderen en om de veiligheid van de scheepvaart en de bescherming van mensenlevens te waarborgen, is het essentieel dat dekbemanningsleden, personen die bij noodsituaties aan boord van passagiersvaartuigen de leiding hebben en personen die betrokken zijn bij het bunkeren van vaartuigen die vloeibaar aardgas als brandstof gebruiken, over kwalificatiecertificaten beschikken om hun kwalificaties te staven. Met het oog op een doeltreffende handhaving dienen zij deze certificaten bij zich te hebben tijdens de uitoefening van hun beroep.

(5)  Om de mobiliteit te bevorderen en om de veiligheid van de scheepvaart en de bescherming van mensenlevens en het milieu te waarborgen, is het essentieel dat dekbemanningsleden, en in het bijzonder personen die bij noodsituaties aan boord van passagiersvaartuigen de leiding hebben en personen die betrokken zijn bij het bunkeren van vaartuigen die vloeibaar aardgas als brandstof gebruiken, over kwalificatiecertificaten beschikken om hun kwalificaties te staven. Met het oog op een doeltreffende handhaving dienen zij deze certificaten bij zich te hebben tijdens de uitoefening van hun beroep.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Met het oog op het garanderen van de veiligheid van de scheepvaart moeten de lidstaten vaststellen welke waterwegen van maritieme aard zijn, overeenkomstig geharmoniseerde criteria. De competentievereisten voor het bevaren van deze waterwegen moeten op EU-niveau worden bepaald. Zonder de mobiliteit van schippers onnodig te beperken moeten de lidstaten, indien dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te garanderen, op grond van deze richtlijn tevens kunnen vaststellen welke waterwegen specifieke risico’s voor de scheepvaart inhouden overeenkomstig geharmoniseerde criteria en procedures. In dergelijke gevallen moeten de hiermee verband houdende competentievereisten op het niveau van de lidstaat worden vastgesteld.

(7)  Met het oog op het garanderen van de veiligheid van de scheepvaart moeten de lidstaten vaststellen welke waterwegen van maritieme aard zijn, overeenkomstig geharmoniseerde criteria en op basis van bestaande wetgeving van de Unie, zoals Richtlijn (EU) 2016/16291 bis. De competentievereisten voor het bevaren van deze waterwegen moeten op EU-niveau worden bepaald. Zonder de mobiliteit van schippers onnodig te beperken moeten de lidstaten, waar passend in samenwerking met de relevante Europese riviercommissie, indien dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te garanderen, op grond van deze richtlijn tevens kunnen vaststellen welke waterwegen specifieke risico’s voor de scheepvaart inhouden overeenkomstig geharmoniseerde criteria en procedures. In dergelijke gevallen moeten de hiermee verband houdende competentievereisten op het niveau van de lidstaat worden vastgesteld.

 

__________________

 

1 bis Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG (PB L 252 van 16.9.2016, blz. 118-176).

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Om redenen van kosteneffectiviteit moet het bezitten van EU-kwalificatiecertificaten niet verplicht worden gesteld op nationale binnenwateren die niet in verbinding staan met het bevaarbare waterwegennet van een andere lidstaat.

(8)  Om redenen van kosteneffectiviteit moet het bezitten van EU-kwalificatiecertificaten niet verplicht worden gesteld op nationale binnenwateren die niet in verbinding staan met een bevaarbaar binnenwater in een andere lidstaat.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Om een bijdrage te leveren aan de mobiliteit van personen die betrokken zijn bij het gebruik van vaartuigen in de Unie en overwegende dat alle overeenkomstig deze richtlijn afgegeven kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken aan minimumnormen moeten voldoen, dienen de lidstaten de overeenkomstig deze richtlijn gecertificeerde beroepskwalificaties te erkennen. Bijgevolg moeten de houders van een dergelijke kwalificatie hun beroep op alle binnenwateren van de Unie kunnen uitoefenen.

(9)  Om een bijdrage te leveren aan de mobiliteit van personen die betrokken zijn bij het gebruik van vaartuigen in de Unie en overwegende dat alle overeenkomstig deze richtlijn afgegeven kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken aan vereiste minimumnormen overeenkomstig geharmoniseerde criteria moeten voldoen, dienen de lidstaten de overeenkomstig deze richtlijn gecertificeerde beroepskwalificaties te erkennen. Bijgevolg moeten de houders van een dergelijke kwalificatie hun beroep op alle binnenwateren van de Unie kunnen uitoefenen.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Teneinde mobiliteit aan te moedigen en de aantrekkelijkheid van het beroep van matroos en andere dekbemanningsleden te waarborgen moeten de lidstaten ervoor zorgen dat voor alle vormen van werk billijke arbeidsomstandigheden gelden, zodat werknemers een reeks rechten genieten, zoals het recht op gelijke behandeling, het recht op sociale bescherming, het recht misbruik te melden, het recht op bescherming van de gezondheid en de veiligheid alsook bepalingen op het gebied van werk- en rusttijd. De sector moet kunnen voorzien in programma's die erop gericht zijn om werknemers boven de vijftig jaar vast te houden en de vaardigheden en de inzetbaarheid van jongeren te verbeteren.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter)  De Commissie moet voor een gelijk speelveld zorgen voor alle bemanningsleden die werken in of betrokken zijn bij exclusieve en regelmatige handel in de Unie, en moet een einde stellen aan de neerwaartse spiraal op het vlak van salarissen en discriminerende praktijken op grond van nationaliteit, verblijfplaats of vlaggenstaat.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Werkgevers die in de Unie dekbemanningsleden in dienst nemen met in een derde land afgegeven, maar door de verantwoordelijke autoriteiten van de Unie erkend kwalificatiecertificaat, dienstboek of logboek, moeten de sociale en arbeidswetgeving toepassen van de lidstaat waar de activiteit plaatsvindt.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  De Commissie en de lidstaten dienen jongeren aan te moedigen beroepskwalificaties op het gebied van de binnenvaart te behalen, en specifieke maatregelen te nemen om desbetreffende activiteiten van de sociale partners te ondersteunen.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Teneinde de mobiliteit van schippers verder te vergemakkelijken, moeten alle lidstaten waar mogelijk een beoordeling kunnen uitvoeren van de competenties die nodig zijn om specifieke scheepvaartrisico’s aan te pakken op alle waterwegen in de Unie waar dergelijke risico’s zijn geconstateerd.

(16)  Teneinde de mobiliteit van schippers verder te vergemakkelijken, moeten alle lidstaten behoudens de instemming van de lidstaat waar het traject met specifieke risico's zich bevindt, een beoordeling kunnen uitvoeren van de competenties die nodig zijn voor het bevaren van dit traject met specifieke risico's.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Om bij te dragen tot een efficiënte administratie voor de afgifte, verlenging en intrekking van kwalificatiecertificaten, dienen de lidstaten de bevoegde autoriteiten aan te wijzen die belast worden met de uitvoering van deze richtlijn en registers aan te leggen voor de registratie van gegevens over EU-kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken. Om de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en met de Commissie te faciliteren met het oog op de uitvoering, handhaving en evaluatie van de richtlijn, alsook voor statistische doeleinden, de instandhouding van de veiligheid en het navigatiecomfort, dienen de lidstaten dergelijke informatie, met inbegrip van gegevens over de kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken, te rapporteren in een door de Commissie beheerde gegevensbank.

(19)  Om bij te dragen tot een efficiënte administratie voor de afgifte, verlenging en intrekking van kwalificatiecertificaten, dienen de lidstaten de bevoegde autoriteiten aan te wijzen die belast worden met de uitvoering van deze richtlijn en registers aan te leggen voor de registratie van gegevens over EU-kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken. Om de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en met de Commissie te faciliteren met het oog op de uitvoering, handhaving en evaluatie van de richtlijn, alsook voor statistische doeleinden, de instandhouding van de veiligheid en het navigatiecomfort, dienen de lidstaten dergelijke informatie, met inbegrip van gegevens over de kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken, te rapporteren in een door de Commissie beheerde gegevensbank. Bij het bijhouden van deze gegevensbank moet de Commissie de beginselen inzake de bescherming van persoonsgegevens naar behoren eerbiedigen.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  De autoriteiten, ook in derde landen, die kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken afgeven volgens regels die identiek zijn aan die in deze richtlijn, verwerken persoonsgegevens. Die autoriteiten en, in voorkomend geval, de internationale organisaties die deze identieke regels hebben opgesteld, moeten ook toegang krijgen tot de door de Commissie beheerde gegevensbank met het oog op de evaluatie van de richtlijn, voor statistische doeleinden, voor de instandhouding van de veiligheid, de vlotte scheepvaart en om de uitwisseling van informatie tussen de bij de uitvoering en handhaving van deze richtlijn betrokken autoriteiten te faciliteren. Aan deze toegang moet echter een passend niveau van gegevensbescherming worden verbonden, onder meer van persoonsgegevens.

(20)  De autoriteiten, ook in derde landen, die kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken afgeven volgens regels die identiek zijn aan die in deze richtlijn, verwerken persoonsgegevens. Die autoriteiten en, indien noodzakelijk, de internationale organisaties die deze identieke regels hebben opgesteld, moeten ook toegang krijgen tot de door de Commissie beheerde gegevensbank met het oog op de evaluatie van de richtlijn, voor statistische doeleinden, voor de instandhouding van de veiligheid, de vlotte scheepvaart en om de uitwisseling van informatie tussen de bij de uitvoering en handhaving van deze richtlijn betrokken autoriteiten te faciliteren. Aan deze toegang moet echter een hoog niveau van gegevensbescherming worden verbonden, met name indien het om persoonsgegevens gaat.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)  Richtlijn 2014/112/EU van de Raad1 bis en deze richtlijn moeten worden aangevuld met Uniewetgeving over de invoering van elektronische instrumenten en de aanpassing van de bemanningsvereisten, waarbij werktijd en rusttijd, beroepskwalificaties en bemanningsvereisten worden vastgelegd, teneinde te zorgen voor een gelijk speelveld voor de arbeidsmarkt van de binnenvaartsector.

 

__________________

 

1 bis Richtlijn 2014/112/EU van de Raad van 19 december 2014 tot uitvoering van de Europese Overeenkomst betreffende de regeling van bepaalde aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de binnenvaart die is gesloten door de Europese Binnenvaartunie (EBU), de Europese Schippersorganisatie (ESO) en de Europese Federatie van Vervoerswerknemers (ETF) (PB L 367 van 23.12.2014, blz. 86).

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Met het oog op enerzijds de verdere beperking van de administratieve lasten en anderzijds het beperken van fraude met documenten, dient de Commissie als tweede stap, na de aanneming van deze richtlijn, te onderzoeken of het mogelijk is een elektronische versie van dienstboekjes en logboeken in te voeren, alsook elektronische beroepskaarten waarin EU-kwalificatiecertificaten worden geïntegreerd. Hierbij dient zij rekening te houden met bestaande technologieën bij andere vervoerswijzen, met name het wegvervoer. De Commissie dient in voorkomend geval, na het uitvoeren van een effectbeoordeling, inclusief een kosten-batenanalyse en een beoordeling van de effecten op de grondrechten, met name met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, een voorstel in te dienen bij het Europees Parlement en de Raad.

(21)  Met het oog op enerzijds de verdere beperking van de administratieve lasten en anderzijds het minder fraudegevoelig maken van documenten, dient de Commissie terstond na de aanneming van deze richtlijn, een passend wetgevingskader vast te stellen om de papieren versie van EU-kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken te vervangen door nieuwe elektronische documenten zoals elektronische beroepskaarten en elektronische scheepspapieren. Hierbij dient zij rekening te houden met bestaande technologieën bij andere vervoerswijzen, met name het wegvervoer. Daarnaast dient zij rekening te houden met de vereisten inzake bruikbaarheid en toegankelijkheid uit hoofde van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap. De Commissie dient in voorkomend geval, na het uitvoeren van een effectbeoordeling, inclusief een kosten-batenanalyse en een beoordeling van de effecten op de grondrechten, met name met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, een voorstel voor deze initiatieven in te dienen bij het Europees Parlement en de Raad. Voor de elektronische registratie van de werktijden en werkzaamheden van alle bemanningsleden dient daarnaast fraudebestendige apparatuur te worden ingevoerd.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Bovendien moeten de bestaande vereisten betreffende de bemanning worden gemoderniseerd om in de Unie tot een geharmoniseerd, transparant, flexibel en duurzaam bemanningssysteem te komen. De Commissie moet derhalve na de aanname van deze richtlijn, indien gepast, aan het Europees Parlement en de Raad een voorstel voorleggen voor de invoering van een wettelijk kader van de Unie voor een transparant, flexibel en duurzaam bemanningssysteem. Dit moet gebeuren nadat er een effectbeoordeling is uitgevoerd, waarbij rekening wordt gehouden met de technologische en niet-technologische veranderingen die invloed hebben op de werklast aan boord van vaartuigen.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Om geharmoniseerde minimumnormen voor de certificering van kwalificaties vast te stellen en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de uitvoering van, het toezicht op en de evaluatie van deze richtlijn door de Commissie te vergemakkelijken, moet de Commissie worden gemachtigd overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen aan te nemen met betrekking tot de vaststelling van competentienormen, normen voor medische geschiktheid, normen voor praktijkexamens, normen voor de goedkeuring van simulatoren en normen waarin de kenmerken en voorwaarden zijn gedefinieerd voor het gebruik van een door de Commissie beheerde gegevensbank waarin een kopie van de belangrijkste gegevens in verband met EU-kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, logboeken en erkende documenten wordt opgenomen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en de Raad worden voorgelegd.

(24)  Om geharmoniseerde minimumnormen voor de certificering van kwalificaties vast te stellen en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de uitvoering van, het toezicht op en de evaluatie van deze richtlijn door de Commissie te vergemakkelijken, moet de Commissie worden gemachtigd overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen aan te nemen met betrekking tot de vaststelling van competentienormen, normen voor medische geschiktheid, normen voor praktijkexamens, normen voor de goedkeuring van simulatoren en normen waarin de kenmerken en voorwaarden zijn gedefinieerd voor het gebruik van een door de Commissie beheerde gegevensbank waarin een kopie van de belangrijkste gegevens in verband met EU-kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, logboeken en erkende documenten wordt opgenomen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat deze raadplegingen plaatsvinden conform de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven1 bis. Met name met het oog op gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. Omwille van de efficiëntie moet de Commissie een orgaan kunnen aanwijzen dat kennisgevingen ontvangt en informatie openbaar maakt met betrekking tot onder meer de lijst van bevoegde autoriteiten en goedgekeurde opleidingsprogramma's, gezien de terugkerende aard van deze taken.

 

_____________

 

1 bis PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Het CESNI, dat openstaat voor deskundigen uit alle lidstaten, stelt normen vast op het gebied van de binnenvaart, onder meer voor beroepskwalificaties. De Commissie kan met deze normen rekening houden wanneer zij over de bevoegdheid beschikt om handelingen vast te stellen overeenkomstig deze richtlijn.

(26)  Het CESNI, dat openstaat voor deskundigen uit alle lidstaten, stelt normen vast op het gebied van de binnenvaart, onder meer voor beroepskwalificaties. Europese riviercommissies, relevante internationale organisaties, sociale partners en beroepsorganisaties moeten ten volle worden betrokken bij het ontwerp en de ontwikkeling van CESNI-normen. Indien de in deze richtlijn gestelde voorwaarden zijn vervuld, dient de Commissie de CESNI-normen te vermelden wanneer zij uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen vaststelt in overeenstemming met deze richtlijn.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het tot stand brengen van een gemeenschappelijk kader voor de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(27)  Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het tot stand brengen van een gemeenschappelijk kader voor de erkenning van minimumberoepskwalificaties in de binnenvaart, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis)  Een systeem voor de erkenning van beroepskwalificaties zou de eerste stap kunnen zijn om de mobiliteit in deze sector te vergroten. Verwacht wordt dat een systeem van vergelijkbare beroepsopleidingen op middellange termijn de mobiliteit in de lidstaten zal vergemakkelijken en de veiligheid zal waarborgen.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 ter)  Ter verbetering van het genderevenwicht in de binnenwatersector moet de toegang van vrouwen tot het beroep worden bevorderd. Net als in andere beroepssectoren moeten gendergerelateerde vijandigheid en discriminatie worden bestreden. De verbreding van de basis voor toegang tot beroepen in de binnenwatersector moet worden uitgespeeld als troef om het personeelstekort in de sector tegen te gaan.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  vaartuigen waarvan het product van de lengte (L), breedte (B) en diepgang (T) gelijk is aan een volume van 100 m3 of meer;

(b)  vaartuigen waarvan het product van de lengte (L), breedte (B) en diepgang (D) gelijk is aan een volume van 100 m3 of meer;

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-a)   vaartuigen die worden gebruikt door strijdkrachten, diensten voor de handhaving van de openbare orde, civielebeschermingsdiensten, waterschapsbesturen, brandweerdiensten en andere hulpdiensten;

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter -a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-aa)   vaartuigen die, seizoensgebonden, binnen een lidstaat varen op geïsoleerde meren die niet in verbinding staan met een bevaarbaar binnenwater;

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "binnenwater": een niet van de zee deel uitmakend wateroppervlak dat geschikt is voor bevaring;

(1)  "binnenwater": de binnenwateren zoals bedoeld in artikel 4 van Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad1 bis;

 

__________________

 

1 bis Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG (PB L 252 van 16.9.2016, blz. 118).

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

£Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  "sleepboot": een schip dat speciaal is gebouwd om te slepen;

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter)  "duwboot": een schip dat speciaal is gebouwd voor het voortbewegen van een duwstel;

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quater)  "drijvend werktuig": een drijvende inrichting waarop zich werkinstallaties bevinden, zoals kranen, baggermolens, hei-installaties of elevatoren;

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  "dekbemanningsleden": personen die betrokken zijn bij de exploitatie van een binnenvaartuig in de Unie en taken uitvoeren in verband met het besturen van een vaartuig, ladingsbehandeling, stuwing, onderhoud of reparatie, met uitzondering van personen die uitsluitend worden ingezet voor de bediening van de motoren, elektrische en elektronische uitrusting;

(6)   "dekbemanningsleden": personen die betrokken zijn bij de exploitatie van een binnenvaartuig in de Unie en taken uitvoeren in verband met het besturen van een vaartuig, de controle op het gebruik van het vaartuig, scheepsbouw, communicatie, veiligheid, gezondheid en milieubescherming, ladingsbehandeling, passagiersafhandeling, stuwing, onderhoud of reparatie, met uitzondering van personen die uitsluitend worden ingezet voor de bediening van de motoren, elektrische en elektronische uitrusting;

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  "deskundige voor de passagiersvaart": een persoon die bevoegd is om maatregelen te nemen in noodsituaties aan boord van passagiersvaartuigen;

(7)  "deskundige voor de passagiersvaart": een persoon die dienst doet aan boord van het vaartuig en bevoegd is om maatregelen te nemen in noodsituaties aan boord van passagiersvaartuigen;

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  "schipper": een lid van de dekbemanning dat gekwalificeerd is om een vaartuig op de waterwegen van de lidstaten te besturen en aan boord het gezag voert;

(8)  "schipper": een lid van de dekbemanning dat gekwalificeerd is om een vaartuig op de waterwegen van de lidstaten te besturen en het volledige gezag voert over het vaartuig, de bemanning en de lading;

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  "groot konvooi": een duwkonvooi dat bestaat uit de duwboot en zeven of meer aken;

(12)  "groot konvooi": een duwkonvooi waarvan het product van de totale lengte en de totale breedte 6 000 vierkante meter of meer bedraagt;

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  "logboek": een officiële registratie van de reizen die een vaartuig heeft gemaakt;

14)  "logboek": een officiële registratie van de reizen die een vaartuig en zijn bemanning hebben gemaakt;

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  "vaartijd": de tijd die dekbemanningsleden aan boord hebben doorgebracht tijdens een door de bevoegde autoriteit gevalideerde reis met een vaartuig op binnenwateren;

(15)  "vaartijd": de tijd, uitgedrukt in dagen, die dekbemanningsleden aan boord hebben doorgebracht tijdens een door de bevoegde autoriteit gevalideerde reis met een vaartuig op binnenwateren, inclusief de ligtijd in havens of terminals voor laden en lossen;

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Lidstaten mogen alle dekbemanningsleden of groepen bemanningsleden die over een specifieke kwalificatie beschikken en uitsluitend actief zijn op nationale binnenwateren die niet in verbinding staan met het bevaarbare waterwegennet van een andere lidstaat, uitsluiten van de in lid 1 vastgelegde verplichting. In die gevallen mogen die lidstaten nationale kwalificatiecertificaten voor dekbemanningsleden afgeven onder voorwaarden die afwijken van de in deze richtlijn uiteengezette algemene voorwaarden. De geldigheid van deze nationale kwalificatiecertificaten is echter beperkt tot de nationale waterwegen die niet in verbinding staan met het bevaarbare waterwegennet van een andere lidstaat.

Schrappen

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Lidstaten mogen alle in lid 1 bedoelde personen of groepen van dergelijke personen die over een specifieke kwalificatie beschikken en uitsluitend actief zijn op nationale binnenwateren die niet in verbinding staan met het bevaarbare waterwegennet van een andere lidstaat, uitsluiten van de in lid 1 vastgelegde verplichting. In dat geval mogen die lidstaten nationale kwalificatiecertificaten afgeven onder voorwaarden die afwijken van de in deze richtlijn uiteengezette algemene voorwaarden. De geldigheid van deze nationale kwalificatiecertificaten is echter beperkt tot de nationale waterwegen die niet in verbinding staan met het bevaarbare waterwegennet van een andere lidstaat.

Schrappen

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Vrijstellingen in verband met nationale binnenwateren die niet in verbinding staan met een bevaarbaar binnenwater in een andere lidstaat

 

1.   Lidstaten kunnen de in artikel 4, lid 1, artikel 5, lid 1, en artikel 6 bedoelde personen die uitsluitend actief zijn op nationale binnenwateren die niet in verbinding staan met een bevaarbaar binnenwater in een andere lidstaat vrijstellen van de in deze artikelen vastgelegde verplichtingen, ook als de desbetreffende binnenwateren als binnenwateren van maritieme aard worden geclassificeerd.

 

2.   Een lidstaat die vrijstellingen verleent overeenkomstig het bepaalde in lid 1, kan kwalificatiecertificaten afgeven aan de in lid 1 bedoelde personen onder andere dan de in deze richtlijn vastgestelde algemene voorwaarden, op voorwaarde dat deze certificaten een afdoende veiligheidsniveau waarborgen. De geldigheid van deze nationale kwalificatiecertificaten is echter beperkt tot de nationale waterwegen die niet in verbinding staan met een bevaarbaar binnenwater in een andere lidstaat. De erkenning van deze certificaten in andere lidstaten is onderworpen aan deze richtlijn.

 

3.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle overeenkomstig lid 1 verleende vrijstellingen. De Commissie maakt de informatie over deze vrijstellingen openbaar.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen, kunnen de lidstaten binnenwatertrajecten, met uitzondering van in artikel 7 bedoelde binnenwateren van maritieme aard, classificeren als binnenwateren met specifieke risico's wanneer deze risico’s het gevolg zijn van:

1.  Wanneer dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen, kunnen de lidstaten binnenwatertrajecten, met uitzondering van in artikel 7 bedoelde binnenwateren van maritieme aard en in voorkomend geval rekening houdend met het advies van de relevante Europese riviercommissie, classificeren als binnenwateren met specifieke risico's wanneer deze risico’s het gevolg zijn van:

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de aanwezigheid van een specifieke lokale verkeersregeling die geen deel uitmaakt van de Europese code voor de binnenvaart en die wordt gerechtvaardigd door specifieke hydromorfologische kenmerken.

(c)  de aanwezigheid van een specifieke lokale verkeersregeling die niet gebaseerd is op de Europese code voor de binnenvaart en die wordt gerechtvaardigd door specifieke hydromorfologische kenmerken.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  een hoge frequentie van ongevallen op een specifieke plaats in de rivier.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voor het definiëren van binnenwateren met specifieke risico's kunnen de lidstaten alleen een of meer van de in lid 1 genoemde situaties gebruiken.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de maatregelen die zij voornemens zijn vast te stellen op grond van lid 1 van dit artikel en artikel 18, samen met de redenering waarop de maatregel is gebaseerd.

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de maatregelen die zij voornemens zijn vast te stellen op grond van lid 1 van dit artikel en artikel 18, samen met de redenering waarop de maatregel is gebaseerd en minstens acht maanden voor de voorgenomen datum van vaststelling.

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat stelt de maatregel niet vast binnen zes maanden na de kennisgeving.

Schrappen

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Binnen zes maanden na de kennisgeving stelt de Commissie een uitvoeringsbesluit vast tot goedkeuring van de voorgestelde maatregelen indien deze in overeenstemming zijn met dit artikel en met artikel 18, of, indien dit niet het geval is, waarin de lidstaat wordt verplicht de voorgestelde maatregelen aan te passen of in te trekken.

3.  Binnen zes maanden na de kennisgeving stelt de Commissie een uitvoeringsbesluit vast tot goedkeuring van de voorgestelde maatregelen indien deze in overeenstemming zijn met dit artikel en met artikel 18, of, indien dit niet het geval is, waarin de lidstaat wordt verplicht de voorgestelde maatregelen aan te passen of in te trekken. Deze uitvoeringshandeling wordt vastgesteld overeenkomstig de in artikel 30, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

 

Indien de Commissie niet binnen acht maanden na de kennisgeving reageert, is de lidstaat gerechtigd de voorgenomen maatregelen op grond van lid 1 van dit artikel en artikel 18 vast te stellen.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Alle in de artikelen 4 en 5 bedoelde EU-kwalificatiecertificaten, alsook in artikel 16 bedoelde dienstboekjes en logboeken die overeenkomstig deze richtlijn door de bevoegde autoriteiten zijn afgegeven, zijn geldig op alle binnenwateren in de Unie.

1.  Alle in de artikelen 4 en 5 bedoelde EU-kwalificatiecertificaten, alsook in artikel 20 bedoelde dienstboekjes en logboeken die overeenkomstig deze richtlijn door de bevoegde autoriteiten zijn afgegeven, zijn geldig op alle binnenwateren in de Unie.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Onverminderd lid 2 zijn alle kwalificatiecertificaten, dienstboekjes of logboeken die zijn afgegeven overeenkomstig de nationale regelgeving van een derde land waarin eisen worden gesteld die identiek zijn aan die welke krachtens deze richtlijn zijn vastgesteld, geldig op alle binnenwateren in de Unie, met inachtneming van de procedure en de voorwaarden zoals uiteengezet in de leden 4 en 5 van dit artikel.

3.  Onverminderd lid 2 zijn kwalificatiecertificaten, dienstboekjes of logboeken die zijn afgegeven overeenkomstig de nationale regelgeving van een derde land dat in verbinding staat met een bevaarbaar binnenwater in een andere lidstaat, en waarin eisen worden gesteld die identiek zijn aan die welke krachtens deze richtlijn zijn vastgesteld, geldig op alle binnenwateren in de Unie, met inachtneming van de procedure en de voorwaarden zoals uiteengezet in de leden 4 en 5 van dit artikel.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Elke derde land kan bij de Commissie een verzoek tot erkenning van door zijn autoriteiten afgegeven certificaten, dienstboekjes of logboeken indienen. Het verzoek gaat vergezeld van alle informatie die nodig is om te bepalen of de afgifte van deze documenten onderworpen is aan eisen die identiek zijn aan de krachtens deze richtlijn vastgestelde eisen.

4.  Elke derde land dat in verbinding staat met een bevaarbaar binnenwater in een lidstaat kan bij de Commissie een verzoek tot erkenning van door zijn autoriteiten afgegeven certificaten, dienstboekjes of logboeken indienen. Het verzoek gaat vergezeld van alle informatie die nodig is om te bepalen of de afgifte van deze documenten onderworpen is aan eisen die identiek zijn aan de krachtens deze richtlijn vastgestelde eisen.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien aan deze voorwaarde is voldaan, stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast inzake de erkenning in de Unie van de door dat derde land afgegeven certificaten, dienstboekjes of logboeken, op voorwaarde dat dat derde land binnen het eigen rechtsgebied ingevolge de onderhavige richtlijn afgegeven EU-documenten erkent.

Indien aan deze voorwaarde is voldaan, stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast inzake de erkenning in de Unie van de door dat derde land afgegeven certificaten, dienstboekjes of logboeken, op voorwaarde dat dat derde land binnen het eigen rechtsgebied ingevolge de onderhavige richtlijn afgegeven EU-documenten erkent en zich ertoe verbindt om iedere vijf jaar aan te tonen dat zijn nationale voorschriften in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze richtlijn. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Indien een lidstaat van oordeel is dat een derde land niet langer aan de eisen van dit artikel voldoet, stelt hij de Commissie onverwijld hiervan in kennis, met vermelding van de redenen die hem tot dit oordeel hebben gebracht.

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van modellen voor EU-kwalificatiecertificaten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. Bij de vaststelling van die handelingen kan de Commissie verwijzen naar door een internationale instantie vastgestelde normen.

3.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van modellen voor EU-kwalificatiecertificaten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Onverminderd de in lid 4 bedoelde beperking zijn EU-kwalificatiecertificaten voor schippers maximaal tien jaar geldig.

5.  Onverminderd de in lid 4 bedoelde beperking zijn EU-kwalificatiecertificaten voor schippers en EU-kwalificatiecertificaten voor specifieke activiteiten maximaal tien jaar geldig.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  EU-kwalificatiecertificaten voor specifieke activiteiten zijn maximaal vijf jaar geldig.

Schrappen

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Afgifte van specifieke vergunningen voor schippers

Afgifte en geldigheid van specifieke vergunningen voor schippers

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor overeenkomstig artikel 6, onder b), vereiste specifieke vergunningen voor het varen op binnenwateren met specifieke risico’s verstrekken de aanvragers aan de in artikel 18, lid 2, bedoelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten toereikende bewijsstukken:

2.  Voor overeenkomstig artikel 6, onder b), vereiste specifieke vergunningen voor het varen op binnenwateren met specifieke risico’s verstrekken de aanvragers aan de in artikel 18, lid 3, bedoelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten toereikende bewijsstukken:

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verlenging van EU-kwalificatiecertificaten

Verlenging van EU-kwalificatiecertificaten en van specifieke vergunningen voor schippers

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na het verstrijken van de geldigheidsduur van een EU-kwalificatiecertificaat verlengen de lidstaten het certificaat op verzoek, op voorwaarde dat:

Na het verstrijken van de geldigheidsduur van een EU-kwalificatiecertificaat verlengen de lidstaten op verzoek het certificaat, met de eventueel daarin vervatte specifieke vergunningen, op voorwaarde dat:

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  voor EU-kwalificatiecertificaten voor bemanningsleden voldoende bewijsstukken als genoemd in artikel 10, lid 1, onder a), worden verstrekt;

(a)  voor EU-kwalificatiecertificaten voor dekbemanningsleden en andere specifieke vergunningen dan die bedoeld in artikel 6, onder d), voldoende bewijsstukken als genoemd in artikel 10, lid 1, onder a), worden verstrekt;

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer er aanwijzingen zijn dat niet langer aan de eisen voor kwalificatiecertificaten of specifieke vergunningen wordt voldaan, voeren de lidstaten alle noodzakelijke beoordelingen uit en trekken zij die certificaten desgevallend in.

Wanneer er aanwijzingen zijn dat niet langer aan de eisen voor kwalificatiecertificaten of specifieke vergunningen wordt voldaan, voeren de lidstaten alle noodzakelijke beoordelingen uit en trekken zij die certificaten desgevallend in. De geldigheid van een EU-kwalificatiecertificaat kan door een lidstaat tijdelijk worden geschorst, indien de lidstaat deze schorsing nodig acht om veiligheidsredenen of om redenen van openbare orde. De lidstaten registreren schorsingen en intrekkingen onverwijld in de in artikel 23, lid 2, bedoelde gegevensbank.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie krijgt de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vaststelling van de normen voor competenties en bijbehorende kennis en vaardigheden overeenkomstig de essentiële eisen van bijlage II.

1.  Ter aanvulling van deze richtlijn stelt de Commissie overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast tot vaststelling van de normen voor competenties en bijbehorende kennis en vaardigheden overeenkomstig de essentiële eisen van bijlage II.

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 3 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  een kwalificatiecertificaat voor deskundigen voor veilige navigatie op passagiersvaartuigen;

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor het verkrijgen van de onder a) en b) bedoelde documenten kunnen de praktijkexamens plaatsvinden aan boord van een vaartuig of op een simulator die aan artikel 19 voldoet. Voor de onder c) bedoelde documenten kunnen de praktijkexamens aan boord van een vaartuig of een passende walinstallatie plaatsvinden.

Voor het verkrijgen van de onder a) en b) bedoelde documenten kunnen de praktijkexamens plaatsvinden aan boord van een vaartuig of op een simulator die aan artikel 19 voldoet. Voor de onder c) bedoelde documenten kunnen de praktijkexamens aan boord van een vaartuig, in een simulator die aan de eisen van artikel 19 voldoet, of in een passende walinstallatie plaatsvinden.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie krijgt de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vaststelling van normen voor praktijkexamens als bedoeld in lid 3, met daarin een specificatie van de specifieke competenties en de voorwaarden die tijdens het praktijkexamen moeten worden getoetst, en de minimumeisen voor de vaartuigen waarop een praktijkexamen kan worden afgelegd.

4.  Ter aanvulling van deze richtlijn stelt de Commissie overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast tot vaststelling van normen voor praktijkexamens als bedoeld in lid 3, met daarin een specificatie van de specifieke competenties en de voorwaarden die tijdens het praktijkexamen moeten worden getoetst, en de minimumeisen voor de vaartuigen waarop een praktijkexamen kan worden afgelegd.

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in artikel 15, lid 2, onder a), bedoelde examens worden georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten. Zij zorgen ervoor dat die examens worden afgenomen door examinatoren die gekwalificeerd zijn om de in artikel 15, lid 1, bedoelde competenties en de bijbehorende kennis en vaardigheden te beoordelen.

De in artikel 15, lid 2, onder a), bedoelde examens worden georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten. Zij zorgen ervoor dat die examens worden afgenomen door examinatoren die gekwalificeerd zijn om de in artikel 15, lid 1, bedoelde competenties en de bijbehorende kennis en vaardigheden te beoordelen. Examinatoren mogen geen belangenconflicten hebben.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.   De lidstaten reiken een praktijkdiploma uit aan kandidaten die zijn geslaagd voor het in artikel 15, lid 3 bedoelde praktijkexamen.

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van modellen voor de praktijkdiploma's. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – alinea 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.   De lidstaten erkennen, zonder verdere vereisten of beoordelingen, praktijkdiploma's die door bevoegde autoriteiten in andere lidstaten zijn uitgereikt.

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De opleidingsprogramma’s waarmee een diploma of certificaat kan worden behaald ten bewijze van de naleving van de in artikel 15, lid 1, bedoelde competentienormen, worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het grondgebied waarvan de relevante onderwijs- of opleidingsinstelling is gevestigd.

1.  De opleidingsprogramma’s waarmee een diploma of certificaat kan worden behaald ten bewijze van de naleving van de in artikel 15, lid 1, bedoelde competentienormen, worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van lidstaten met bevaarbare waterwegen op wier grondgebied de bevoegde instelling onderwijs of opleiding geeft, op voorwaarde dat het onderwijsprogramma een integraal onderdeel vormt van het opleidingsstelsel van de lidstaat. De lidstaten kunnen opleidingsprogramma's op nationaal niveau goedkeuren op voorwaarde dat deze programma's voldoen aan de door het CESNI in het systeem voor kwaliteitsbeoordeling en kwaliteitsborging vastgestelde gemeenschappelijke criteria.

 

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen, met als doel om deze richtlijn aan te vullen door gemeenschappelijke criteria voor dergelijke programma's te definiëren op basis van de door het CESNI in het systeem voor kwaliteitsbeoordeling en kwaliteitsborging vastgestelde gemeenschappelijke criteria.

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  er een examen om na te gaan of aan de in artikel 15, lid 1, bedoelde competentienormen is voldaan, wordt afgenomen door gekwalificeerde examinatoren.

(c)  er een examen om na te gaan of aan de in artikel 15, lid 1, bedoelde competentienormen is voldaan, wordt afgenomen door gekwalificeerde onafhankelijke examinatoren die vrij zijn van belangenconflicten.

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Een examinator die betrokken is geweest bij de opleiding van de kandidaat geldt alleen als gekwalificeerd examinator in de zin van punt c) van de eerste alinea, indien vergezeld door ten minste één andere examinator die niet betrokken is geweest bij de opleiding van de kandidaat.

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten erkennen de diploma's of certificaten die worden uitgereikt na het voltooien van door andere lidstaten overeenkomstig lid 1 goedgekeurde opleidingsprogramma's.

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten die overeenkomstig artikel 8, lid 1, binnenwateren met specifieke risico’s aanwijzen, definiëren de aanvullende competenties die van schippers van vaartuigen die gebruikmaken van deze trajecten worden verlangd en de middelen waarmee een schipper kan bewijzen dat hij aan die eisen voldoet.

De lidstaten die binnenwateren aanwijzen die door hun eigen grondgebied lopen en specifieke risico's vormen in de zin van artikel 8, lid 1, specificeren, waar nodig in samenwerking met de betrokken Europese riviercommissie, de aanvullende competenties die van schippers van vaartuigen die gebruikmaken van deze trajecten worden verlangd en de noodzakelijke middelen waarmee een schipper kan bewijzen dat hij aan die eisen voldoet.

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze middelen kunnen bestaan uit een beperkt aantal op de betrokken waterweg uit te voeren reizen, een examen met een simulator, een meerkeuze-examen of een combinatie daarvan.

Rekening houdend met de competenties die voor specifieke risico’s vereist zijn, kunnen deze middelen bestaan uit een beperkt aantal op de betrokken waterweg uit te voeren reizen, een examen met een simulator, indien beschikbaar, een meerkeuze-examen of een combinatie daarvan. Op trajecten met specifieke risico's in de zin van artikel 8, lid 1, onder a), b) en d), moet verplicht een beperkt aantal vaarten worden uitgevoerd.

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de toepassing van dit lid passen de lidstaten objectieve, doorzichtige, niet-discriminerende en proportionele criteria toe.

Bij de toepassing van dit lid passen de lidstaten objectieve, doorzichtige, niet-discriminerende en proportionele criteria toe en documenteren ze de geschiedenis van de veiligheid van de navigatie van het betrokken traject.

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Elke lidstaat mag de competentie voor specifieke risico’s van aanvragers beoordelen voor trajecten in een andere lidstaat op grond van de overeenkomstig lid 1 vastgestelde eisen. Op verzoek en in geval van examinering via meerkeuze-examens of simulatoren stellen de in lid 1 bedoelde lidstaten aan andere lidstaten de nodige hulpmiddelen ter beschikking om die beoordeling uit te voeren.

3.  Elke lidstaat mag de competentie voor specifieke risico’s van aanvragers beoordelen voor trajecten in een andere lidstaat, op grond van de overeenkomstig lid 1 vastgestelde eisen en met toestemming van de betrokken lidstaat. Op verzoek en in geval van examinering via meerkeuze-examens of simulatoren stellen de in lid 1 bedoelde lidstaten aan de beoordelende lidstaat de nodige hulpmiddelen ter beschikking om die beoordeling te kunnen uitvoeren.

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De simulatoren die voor de competentiebeoordeling worden gebruikt, moeten worden goedgekeurd door de lidstaten. Deze goedkeuring wordt op verzoek afgegeven indien is aangetoond dat het apparaat voldoet aan de bij in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen vastgestelde normen voor simulatoren. In de goedkeuring wordt vermeld voor welke specifieke competentiebeoordeling de simulator mag worden gebruikt.

1.  De simulatoren die voor opleidingsdoeleinden worden gebruikt dienen aan vergelijkbare normen te voldoen als de voor de beoordeling van competenties gebruikte simulatoren. Beide moeten worden goedgekeurd door de lidstaten. Deze goedkeuring wordt op verzoek afgegeven indien is aangetoond dat het apparaat voldoet aan de bij in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen vastgestelde normen voor simulatoren. In de goedkeuring wordt vermeld voor welke specifieke competentiebeoordeling de simulator mag worden gebruikt.

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie krijgt de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vaststelling van normen voor de goedkeuring van simulatoren, met daarin een specificatie van de minimale functionele en technische vereisten en administratieve procedures ter zake, teneinde te waarborgen dat de voor een competentiebeoordeling gebruikte simulatoren zodanig zijn ontworpen dat de competenties als voorgeschreven op grond van de normen voor praktijkexamens kunnen worden geverifieerd overeenkomstig artikel 15, lid 3.

2.  Ter aanvulling van deze richtlijn stelt de Commissie overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast tot vaststelling van normen voor de goedkeuring van simulatoren, met daarin een specificatie van de minimale functionele en technische vereisten en administratieve procedures ter zake, teneinde te waarborgen dat de voor een competentiebeoordeling gebruikte simulatoren zodanig zijn ontworpen dat de competenties als voorgeschreven op grond van de normen voor praktijkexamens kunnen worden geverifieerd overeenkomstig artikel 15, lid 3.

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.   De lidstaten zorgen ervoor dat onderdanen van andere lidstaten voor zover mogelijk toegang hebben tot simulatoren.

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van modellen voor dienstboekjes en logboeken. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de raadplegingsprocedure in artikel 30, lid 2, rekening houdend met de voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste informatie ten aanzien van de identificatie van de persoon, de bepaling van de door de betrokkene gecumuleerde vaartijd en de door hem of haar gemaakte reizen. Bij de vaststelling van deze modellen houdt de Commissie er rekening mee dat het logboek ook wordt gebruikt voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2014/112/EU19 van de Raad voor de verificatie van eisen inzake het bemannen van vaartuigen en het registreren van reizen van de vaartuigen, en kan zij verwijzen naar door een internationale instantie vastgestelde normen.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van modellen voor dienstboekjes en logboeken. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de raadplegingsprocedure in artikel 30, lid 2, rekening houdend met de voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste informatie ten aanzien van de identificatie van de persoon, de bepaling van de door de betrokkene gecumuleerde vaartijd en de door hem of haar gemaakte reizen. Bij de vaststelling van deze modellen houdt de Commissie er rekening mee dat het logboek ook wordt gebruikt voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2014/112/EU19 van de Raad voor de verificatie van eisen inzake het bemannen van vaartuigen en het registreren van reizen van de vaartuigen.

__________________

__________________

19 Richtlijn 2014/112/EU van de Raad van 19 december 2014 tot uitvoering van de Europese Overeenkomst betreffende de regeling van bepaalde aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de binnenvaart die is gesloten door de Europese Binnenvaartunie (EBU), de Europese Schippersorganisatie (ESO) en de Europese Federatie van Vervoerswerknemers (ETF) (PB L 367 van 23.12.2014, blz. 86).

19 Richtlijn 2014/112/EU van de Raad van 19 december 2014 tot uitvoering van de Europese Overeenkomst betreffende de regeling van bepaalde aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de binnenvaart die is gesloten door de Europese Binnenvaartunie (EBU), de Europese Schippersorganisatie (ESO) en de Europese Federatie van Vervoerswerknemers (ETF) (PB L 367 van 23.12.2014, blz. 86).

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 – lid 4 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie dient zo nodig bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in voor de invoering van fraudebestendige elektronische dienstboeken, logboeken en beroepskaarten waarin EU-kwalificatiecertificaten zijn geïntegreerd, en voor fraudebestendige en eenvoudige procedures voor controles van de werk- en rusttijden van de bemanningsleden.

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De Commissie krijgt de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 en op grond van de essentiële vereisten voor medische geschiktheid in bijlage III gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vaststelling van normen voor medische geschiktheid, met daarin de vereisten voor medische geschiktheid, met name met betrekking tot de tests die artsen moeten uitvoeren, de criteria die zij moeten toepassen om de geschiktheid voor het werk vast te stellen en de lijst van beperkingen en aanvullende maatregelen.

6.  Ter aanvulling van deze richtlijn stelt de Commissie overeenkomstig artikel 29 en op grond van de essentiële vereisten voor medische geschiktheid in bijlage III gedelegeerde handelingen vast tot vaststelling van normen voor medische geschiktheid, met daarin de vereisten voor medische geschiktheid, met name met betrekking tot de tests die artsen moeten uitvoeren, de criteria die zij moeten toepassen om de geschiktheid voor het werk vast te stellen en de lijst van beperkingen en aanvullende maatregelen.

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden verwerkt ten behoeve van:

3.  Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden verwerkt overeenkomstig de beginselen inzake de bescherming van persoonsgegevens zoals neergelegd in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad1bis en ten behoeve van:

 

______________

 

1 bis Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 23 – lid 1 – alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten verder te vergemakkelijken, krijgt de Commissie de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de informatie in de registers voor dienstboekjes en logboeken aan te vullen met de overige gegevens die voor de overeenkomstig artikel 20, lid 5, vastgestelde modellen van dienstboekjes en logboeken vereist zijn.

Om de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten verder te vergemakkelijken, heeft de Commissie de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de informatie in de registers voor dienstboekjes en logboeken aan te vullen met de overige gegevens die voor de overeenkomstig artikel 20, lid 5, vastgestelde modellen van dienstboekjes en logboeken vereist zijn.

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 23 – lid 2 – alinea 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie krijgt de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de normen waarin de kenmerken en voorwaarden voor het gebruik van deze gegevensbank worden vastgesteld, met name wat betreft:

De Commissie heeft de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende de normen waarin de kenmerken en voorwaarden voor het gebruik van deze gegevensbank worden vastgesteld, met name wat betreft:

Motivering

Standaardformulering bij EP voor gedelegeerde handelingen.

Amendement    83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 26 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten laten de werkzaamheden met betrekking tot de verwerving en beoordeling van competenties, alsook het beheer van de EU-kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken, met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar door een onafhankelijke instantie evalueren.

1.  De lidstaten laten de werkzaamheden met betrekking tot de verwerving en beoordeling van competenties, alsook het beheer van de EU-kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken, met tussenpozen van niet meer dan zes jaar door een onafhankelijke instantie evalueren.

Amendement    84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten wisselen informatie uit met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten inzake de certificering van personen die bij de exploitatie van een vaartuig zijn betrokken.

2.  De lidstaten wisselen informatie uit met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten inzake de certificering van personen die bij de exploitatie van een vaartuig zijn betrokken. Hierbij leven ze de in Verordening (EU) nr. 2016/679 neergelegde beginselen inzake de bescherming van persoonsgegevens volledig na.

Amendement    85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De delegatie van de in artikel 15, leden 1 en 4, de artikelen 19 en 21, en artikel 23, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheid wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd, met ingang van (*de datum van inwerkingtreding).

2.  De in artikel 15, leden 1 en 4, artikel 19, lid 2, artikel 21, lid 6, en artikel 23, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor een termijn van vijf jaar met ingang van … [de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

Amendement    86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Voorafgaand aan de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen, overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

Amendement    87

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Bij de uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie als bedoeld in artikel 15, leden 1 en 4, de artikelen 19 en 21, en artikel 23, leden 1 en 2, kan de Commissie gedelegeerde handelingen vaststellen waarin wordt verwezen naar door een internationale instantie vastgestelde normen.

6.  Bij de uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie als bedoeld in artikel 15, leden 1 en 4, artikel 17, lid 1, artikel 19, lid 2, artikel 21, lid 6, en artikel 23, leden 1 en 2, stelt de Commissie, ter aanvulling van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast waarin wordt verwezen naar door een internationale instantie vastgestelde normen, zoals in het bijzonder CESNI, en bepaalt zij de datum waarop deze van kracht worden, op voorwaarde dat:

 

(a)   deze normen beschikbaar en actueel zijn;

 

(b)   de normen, voor zover relevant, beantwoorden aan de in de bijlagen vastgestelde vereisten;

 

(c)   de belangen van de Unie niet in het gedrang komen ten gevolge van wijzigingen van het besluitvormingsproces van het CESNI of de relevante internationale instantie.

 

Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan de Commissie voorzien in of verwijzen naar andere normen.

 

De Commissie zorgt ervoor dat de normen beschikbaar zijn in alle talen van de instellingen van de Europese Unie.

Amendement    88

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – alinea 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De Commissie kan een orgaan aanwijzen voor het ontvangen van kennisgevingen en voor het openbaar maken van informatie overeenkomstig deze richtlijn.

Schrappen

Amendement    89

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 30 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Bij de vaststelling van de uitvoeringshandelingen zoals bedoeld in artikel 10, lid 3, artikel 16, lid 1 ter, en artikel 20, lid 4, verwijst de Commissie naar door een internationale instantie vastgestelde normen, zoals in het bijzonder CESNI, en stelt zij de datum vast waarop deze van kracht worden, op voorwaarde dat:

 

(a)   deze normen beschikbaar en actueel zijn;

 

(b) de normen, voor zover relevant, beantwoorden aan de vereisten genoemd in deze richtlijn;

 

(c)   de belangen van de Unie niet in het gedrang komen ten gevolge van wijzigingen van het besluitvormingsproces van het CESNI of de relevante internationale instantie.

 

Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan de Commissie voorzien in of verwijzen naar andere normen.

 

De Commissie zorgt ervoor dat de modellen beschikbaar zijn in alle talen van de instellingen van de Europese Unie.

Amendement    90

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie evalueert deze richtlijn samen met de uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen als bedoeld in de artikelen 8, 10, 20 en 29, en legt de resultaten van de evaluatie binnen zeven jaar na de in artikel 33, lid 1, bedoelde datum voor aan het Europees Parlement en de Raad.

1.  De Commissie evalueert deze richtlijn samen met de uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen als bedoeld in de artikelen 8, 10, 16, 20 en 29, en legt de resultaten van de evaluatie binnen acht jaar na de in artikel 35, lid 1, bedoelde datum voor aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement    91

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 32 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Binnen één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn stelt de Commissie stapsgewijs gedelegeerde handelingen vast tot vaststelling van:

1.  Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn stelt de Commissie stapsgewijs gedelegeerde handelingen vast tot vaststelling van:

Amendement    92

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 32 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de modellen waarin de artikelen 10 en 20 voorzien;

Schrappen

Amendement    93

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 32 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de normen voor de in artikel 15, lid 3, bedoelde praktijkexamens;

(e)  de normen voor de in artikel 15, lid 4, bedoelde praktijkexamens;

Amendement    94

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 32 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Uiterlijk op ... [datum twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast met modellen voor de kwalificatiecertificaten, praktijkdiploma's, dienstboekjes en logboeken als bedoeld in artikel 10, lid 3, artikel 16, lid 1 ter, en artikel 20, lid 4. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Amendement    95

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 34 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De overeenkomstig Richtlijn 96/50/EG afgegeven vaarbewijzen en de in artikel 1, lid 5, van die richtlijn bedoelde Rijnschipperspatenten die zijn afgegeven vóór de datum volgend op het einde van de omzettingsperiode als bedoeld in artikel 35 van deze richtlijn, blijven gedurende ten hoogste tien jaar na die datum geldig op de waterwegen van de Unie wanneer zij vóór die datum geldig waren. Vóór het verstrijken van de geldigheidsduur geeft de lidstaat die deze documenten heeft afgegeven een EU-kwalificatiecertificaat af aan de schippers die over dergelijke certificaten beschikken overeenkomstig het in deze richtlijn voorgeschreven model, of een certificaat op grond van artikel 9, lid 2, van deze richtlijn, op voorwaarde dat zij voldoende bewijsstukken verstrekken als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder a) en c), van deze richtlijn, en:

1.  De overeenkomstig Richtlijn 96/50/EG afgegeven vaarbewijzen en de in artikel 1, lid 5, van die richtlijn bedoelde Rijnschipperspatenten die zijn afgegeven vóór de datum volgend op het einde van de omzettingsperiode als bedoeld in artikel 35 van deze richtlijn, blijven gedurende ten hoogste tien jaar na die datum geldig op de waterwegen van de Unie wanneer zij vóór die datum geldig waren. Vóór het verstrijken van de geldigheidsduur geeft de lidstaat die deze documenten heeft afgegeven een EU-kwalificatiecertificaat af aan de schippers die over dergelijke certificaten beschikken overeenkomstig het in deze richtlijn voorgeschreven model, of een certificaat op grond van artikel 9, lid 2, van deze richtlijn, op voorwaarde dat zij voldoende bewijsstukken verstrekken als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder a) en c), van deze richtlijn.

Amendement    96

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 34 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  dat de wetgeving op grond waarvan hun certificaat werd afgegeven minimaal 720 dagen vaartijd voorschrijft als voorwaarde voor het verkrijgen van een vaarbewijs dat op alle waterwegen van de Unie geldig is; of

Schrappen

Amendement    97

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 34 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  dat, indien de wetgeving op grond waarvan hun certificaat werd afgegeven minder dan 720 dagen vaartijd vereist als voorwaarde voor het verkrijgen van een vaarbewijs dat op alle waterwegen van de Unie geldig is, de schipper bewijs levert, door middel van een dienstboekje, van een vaartijd die gelijk is aan het verschil tussen die 720 dagen en de ervaring die vereist is krachtens de wetgeving op grond waarvan het certificaat werd afgegeven.

Schrappen

Amendement    98

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 34 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Andere bemanningsleden dan schippers die beschikken over een kwalificatiecertificaat dat door een lidstaat is afgegeven vóór de datum volgend op het einde van de omzettingsperiode als bedoeld in artikel 35 van deze richtlijn of die beschikken over een in een of meer lidstaten erkende kwalificatie, mogen zich nog voor een periode van maximaal tien jaar na die datum beroepen op dat certificaat of die kwalificatie. Tijdens deze periode kunnen andere bemanningsleden dan schippers zich blijven beroepen op Richtlijn 2005/36/EG voor de erkenning van hun kwalificaties door de autoriteiten van de andere lidstaten. Vóór het verstrijken van deze periode kunnen zij een EU-kwalificatiecertificaat aanvragen of een certificaat op grond van artikel 9, lid 2, bij een bevoegde autoriteit die dergelijke certificaten afgeeft, op voorwaarde dat zij voldoende bewijsstukken verstrekken als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder a) en c), van deze richtlijn en bewijs leveren, door middel van een dienstboekje, van de volgende vaartijd:

3.  Andere bemanningsleden dan schippers die beschikken over een kwalificatiecertificaat dat door een lidstaat is afgegeven vóór de datum volgend op het einde van de omzettingsperiode als bedoeld in artikel 35 van deze richtlijn of die beschikken over een in een of meer lidstaten erkende kwalificatie, mogen zich nog voor een periode van maximaal tien jaar na die datum beroepen op dat certificaat of die kwalificatie. Tijdens deze periode kunnen andere bemanningsleden dan schippers zich blijven beroepen op Richtlijn 2005/36/EG voor de erkenning van hun kwalificaties door de autoriteiten van de andere lidstaten. Vóór het verstrijken van deze periode kunnen zij een EU-kwalificatiecertificaat aanvragen of een certificaat op grond van artikel 9, lid 2, bij een bevoegde autoriteit die dergelijke certificaten afgeeft, op voorwaarde dat zij voldoende bewijsstukken verstrekken als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder a) en c), van deze richtlijn en bewijs leveren, door middel van een dienstboekje, een logboek of ander bewijs, van de volgende vaartijd:

Amendement    99

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 34 – lid 3 – alinea 1 a (new)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deze minimumduur van de vaartijd, zoals neergelegd in de eerste alinea van lid 3, onder a), b) en c), kan met ten hoogste 360 dagen worden verminderd wanneer de aanvrager houder is van een door de bevoegde instantie erkend diploma ter afsluiting van een gespecialiseerde binnenvaartopleiding met praktijkstages voor het besturen van een vaartuig; de vermindering mag de duur van de gespecialiseerde opleiding niet te boven gaan.

Amendement    100

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 35 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [drie jaar na inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [vier jaar na inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Amendement    101

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 1 – punt 1.1 – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  heeft met succes een cursus afgerond die het vereiste opleidingsniveau op het gebied van basisveiligheid biedt.

Amendement    102

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 1 – punt 1.2 – streepje 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  verricht alleen werkzaamheden in het kader van de geldende wetgeving inzake de bescherming van minderjarigen van de lidstaat waar de lichtmatroos zich bevindt, tenzij het materiële recht dat op de leerovereenkomst van toepassing is, in een hoger beschermingsniveau voorziet;

Amendement    103

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 1 – punt 1.2 – streepje 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is in het bezit van een goedgekeurd certificaat dat aantoont dat de betrokkene over competenties op het gebied van radiocommunicatie op binnenschepen beschikt.

Amendement    104

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.1 – letter a – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is houder van een certificaat voor radio-operator.

Amendement    105

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.1 – letter b – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is houder van een certificaat voor radio-operator.

Amendement    106

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.1 – letter c – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  is ten minste 19 jaar.

Schrappen

Amendement    107

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.1 – letter c – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  heeft ten minste vijf jaar werkervaring voorafgaand aan de inschrijving voor het opleidingsprogramma;

-  heeft ten minste drie jaar werkervaring voorafgaand aan de inschrijving voor het opleidingsprogramma of 500 dagen werkervaring op een zeeschip als lid van de dekbemanning, of heeft voorafgaand aan de inschrijving voor een erkend opleidingsprogramma een beroepsopleiding van ten minste drie jaar voltooid;

Amendement    108

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.1 – letter c – streepje 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is houder van een certificaat voor radio-operator.

Amendement    109

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

of

 

c bis)

 

-   heeft over een periode van maximaal tien jaar een vaartijd van ten minste 540 dagen als matroos opgebouwd;

 

-  is houder van een certificaat voor radio-operator.

Amendement    110

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.2 – letter a – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-   is ten minste 17 jaar;

Amendement    111

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.2 – letter a – streepje 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is houder van een certificaat voor radio-operator.

Amendement    112

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.2 – letter b – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is ten minste 17 jaar;

Amendement    113

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.3 – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is houder van een certificaat voor radio-operator.

Amendement    114

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 3 – punt 3.1 – letter a – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is houder van een certificaat voor radio-operator.

Amendement    115

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 3 – punt 3.1 – letter b – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is houder van een certificaat voor radio-operator.

Amendement    116

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 3 – punt 3.1 – letter c – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  heeft ten minste vijf jaar werkervaring voorafgaand aan de inschrijving voor een goedgekeurd opleidingsprogramma;

-  heeft ten minste vier jaar werkervaring of 500 dagen werkervaring op een zeeschip als lid van de dekbemanning, of heeft een beroepsopleiding voltooid van ten minste drie jaar, voorafgaand aan de inschrijving voor een goedgekeurd opleidingsprogramma met een duur van ten minste twee jaar;

Amendement    117

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 3 – punt 3.1 – letter c – streepje 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is houder van een certificaat voor radio-operator.

Amendement    118

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 1 – punt 1.3 – alinea 1 – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  de leiding van het vaartuig te assisteren bij de dienstverlening aan passagiers.

-  de leiding van het vaartuig te assisteren bij de dienstverlening aan passagiers, met inbegrip van speciale maatregelen voor personen met beperkte mobiliteit.

Amendement    119

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 2 – punt 2.1 – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  een reis te plannen en te navigeren op de binnenwateren, hetgeen ook inhoudt dat de betrokkene in staat moet zijn de meest logische, voordelige en milieuvriendelijke vaarroute te kiezen om de laad- en losbestemming te bereiken, rekening houdend met het meest efficiënte vaarschema onder de feitelijke omstandigheden;

-  een reis te plannen en te navigeren op de binnenwateren, hetgeen ook inhoudt dat de betrokkene in staat moet zijn de meest logische, economische en milieuvriendelijke vaarroute te kiezen om de laad- en losbestemming te bereiken, rekening houdend met CEVNI en de toepasselijke vaarreglementen;

Amendement    120

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 2 – punt 2.1 –streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  te varen en manoeuvreren, en daardoor het veilige gebruik van het vaartuig onder alle omstandigheden op binnenwateren te garanderen;

-  te varen en manoeuvreren, en daardoor het veilige gebruik van het vaartuig onder alle omstandigheden, ook bij druk scheepsverkeer, op binnenwateren te garanderen;

Amendement    121

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 2 – punt 2.1 –streepje 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  elementaire kennis toe te passen van het Europees Verdrag inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN);

Amendement    122

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 2 – punt 2.1 – streepje 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  bij het varen op de binnenwateren gebruik te maken van VHF-apparatuur.

Schrappen

Amendement    123

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 2 – punt 2.3 –streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  het veilige vervoer van passagiers en de zorg voor de passagiers tijdens de vaart te plannen en te waarborgen.

-  het veilige vervoer van passagiers en de zorg voor de passagiers tijdens de vaart te plannen en te waarborgen, met inbegrip van personen met beperkte mobiliteit.

Amendement    124

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 2 – punt 2.6 –streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  te allen een goede communicatie te waarborgen, m.i.v. het gebruik van gestandaardiseerde communicatiezinnen in situaties met communicatiestoornissen;

-  te allen een goede communicatie te waarborgen, m.i.v. het gebruik van gestandaardiseerde communicatiezinnen in situaties met communicatiestoornissen, naar analogie van de vereisten van Richtlijn 2008/106/EG, waarbij het Engels in combinatie met andere talen wordt gebruikt;

Amendement    125

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 2 – punt 2.7 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezondheid, veiligheid en milieubescherming

Gezondheid, veiligheid, passagiersrechten en milieubescherming

Amendement    126

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 2 – punt 2.7 – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  de veiligheid en beveiliging van de opvarenden te handhaven;

-  de veiligheid en beveiliging van de opvarenden te handhaven en, indien er passagiers aanwezig zijn, de toepassing van relevante passagiersrechten, met inbegrip van de rechten van personen met beperkte mobiliteit, te kennen en in werking te stellen;

Amendement    127

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 2 – punt 2.7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2.7 bis.  Toezicht

 

De schipper moet in staat zijn:

 

-  opdracht te geven tot en controle uit te oefenen op alle taken die worden uitgevoerd door de in hoofdstuk 1 van deze bijlage bedoelde andere dekbemanningsleden, hetgeen inhoudt dat hij over adequate capaciteiten moet beschikken om deze taken uit te voeren.

Amendement    128

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 4 – punt 4.1 – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  veiligheidsinstructies toe te passen en de nodige maatregelen te nemen ter bescherming van passagiers in het algemeen, met name in noodgevallen (bv. evacuatie, schade, aanvaring, aan de grond lopen, brand, explosie of andere situaties waarbij paniek kan ontstaan).

-  veiligheidsinstructies toe te passen en de nodige maatregelen te nemen ter bescherming van passagiers in het algemeen, met name in noodgevallen (bv. evacuatie, schade, aanvaring, aan de grond lopen, brand, explosie of andere situaties waarbij paniek kan ontstaan) en de nodige maatregelen te nemen voor passagiers met specifieke behoeften, zoals personen met beperkte mobiliteit;

Amendement    129

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 4 – punt 4.1 –streepje 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  in staat zijn op een basaal niveau in het Engels te communiceren.

Amendement    130

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage II – punt 4 – punt 4.1 – streepje 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  bewust te zijn van, advies te geven over en te voldoen aan de toepasselijke passagiersrechten, met inbegrip van rechten inzake toegankelijkheid.

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

Achtergrond

Door geografische omstandigheden beperken de binnenwateractiviteiten zich tot een bepaald aantal lidstaten. Het vervoer over de binnenwateren concentreert zich in de Europese Unie hoofdzakelijk op de Rijn met een aandeel van 75% van het scheepsverkeer, en de Donau met een aandeel van ongeveer 10%. De EU-vloot (ongeveer 17.000 schepen) is overwegend in handen (80%) van vijf lidstaten: Nederland (33%), Duitsland (20%), Frankrijk (11%), Roemenië (9%) en België (7%). Los van de eigendom is er een groeiende tendens om schepen onder de vlag te brengen van Malta en Cyprus, met name in de riviercruise sector.

In 2014 bedroeg het totale vervoersvolume van goederen over de Europese binnenwateren 551 miljoen ton. Het algehele aandeel van het binnenwatervervoer is sinds 1998 constant gebleven op ruwweg 6% van alle vrachtvervoer in de EU. De Europese landen met het meeste binnenwatervervoer zijn Nederland en Duitsland, met een modaal aandeel van 50% over de Rijn.

De binnenvaart is ook een steeds populairdere toeristische activiteit. In 2015 voeren er ongeveer 320 cruiseschepen in de Europese rivieren. Bij benadering 75% daarvan voeren op de Rijn of de Donau. Vermeldenswaard is de positieve trend in riviercruise sector in de laatste paar jaren, met een toename van het aantal passagiers tussen 2014 en 2015 van 17%  (van 1,13 miljoen passagiers in 2014 tot 1,33 miljoen in 2015).

De binnenwatervervoerssector is grotendeels in handen van eigenaar-exploitanten met een enkel schip en slechts enkele bemanningsleden in dienst. In totaal verschaft deze sector 45.000 mensen in de Unie werk. Ongeveer 30% van de bemanningsleden werkt als zelfstandige, en 70% bestaat uit mobiele werknemers, voor het merendeel uit Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Italië, België, Roemenië en Bulgarije.

De sector maakt evenwel een evolutie door. De kleine ondernemingen met niet meer dan een of twee bemanningsleden nemen sinds 2012 sterk in aantal af, en in de sector vindt een verschuiving plaats naar ondernemingen met 20 tot 50 werknemers en met meerdere schepen. Oude schepen worden geleidelijk vervangen door grotere schepen met technologisch geavanceerde machines die een grotere bemanning vergen.

De Europese binnenwateren bieden nog steeds onbenut potentieel wat des te belangrijker is nu er voor de komende decennia toenemende vervoersbehoeften en -volumes worden voorspeld. Als duurzaam alternatief voor het wegvervoer kan de binnenvaart ook bijdragen aan vermindering van de milieugevolgen van vervoersoperaties. Voor verbetering van de concurrentiekracht van de sector zijn een aantal maatregelen nodig. Met de bijdrage van de Connecting Europe-faciliteit (CEF) kan de infrastructuur voor de binnenvaart, zoals verouderde sluizen of hardnekkige knelpunten worden gemoderniseerd. Ook worden investeringen in groene technologie voor de schepen aangemoedigd. De binnenvaartsector heeft ook te lijden onder tekort aan gekwalificeerd personeel en vergrijzing onder de werknemers; de gemiddelde leeftijd is 55 jaar. Er zijn daarom maatregelen nodig die het beroep aantrekkelijker moeten maken.

Het voorstel van de Commissie

De Commissie stelt maatregelen voor om de arbeidsmobiliteit in de Unie te vergemakkelijken en geschoolde werknemers met verschillende achtergrond voor het beroep te interesseren. Op dit moment zijn er de Richtlijnen 96/50/EG en 91/672/EEG, die zich evenwel beperken tot de wederzijdse erkenning van certificaten van schippers in de Europese binnenwateren met uitzondering van de Rijn. De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) erkent de in andere lidstaten afgegeven schipperscertificaten, maar de procedures zijn lang en er kunnen bijkomende voorwaarden worden gesteld. Dit dubbele systeem van regulering hindert de arbeidsmobiliteit in de sector aanmerkelijk.

Volgens het voorstel moeten kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken in alle lidstaten en voor alle bemanningsleden, en niet alleen voor schippers, worden erkend. Ook stelt de Commissie voor de erkenning van documenten uit derde landen te vergemakkelijken. Wederzijds vertrouwen berust op een gemeenschappelijk stelsel van minimumvereisten waaraan voor verkrijging van een kwalificatiecertificaat moet worden voldaan. De voor de verschillende kwalificatieniveaus te verwerven competenties worden eveneens nader omschreven. Die competenties worden na afloop van een opleidingsprogramma getest met een voor een administratie instantie af te leggen examen. Doordat elke kandidaat een examen moet afleggen vindt onder het binnenvaartpersoneel een verschuiving plaats van kwalificatie gebaseerd op ervaring, waarbij een aantal jaren aan boord volstond om de vaardigheid aan te tonen, naar kwalificatie op basis van verworven competenties. Dit systeem op basis van competentie biedt meer flexibiliteit voor nieuwkomers uit bijvoorbeeld de zeevaart of visserij die in een latere fase van hun werkzame leven voor de binnenvaart kiezen. Tevens stelt de Commissie voor de medische keuring op een aantal geharmoniseerde regels te baseren.

Standpunt van de rapporteur

De Rapporteur is over de gehele lijn ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een geharmoniseerd en hoog kwalificatieniveau van personeel in de binnenvaartsector waarbij de mobiliteit van gekwalificeerde werknemers overal in de Unie verzekerd blijft. Toch wil uw rapporteur een aantal amendementen voorstellen om het Commissievoorstel te verbeteren.

Zij stemt in met de door de Commissie voorgestelde bepaling dat de lidstaten dekbemanningsleden die uitsluitend actief zijn op nationale binnenwateren die niet in verbinding staan met een andere lidstaat, van het nieuwe systeem kunnen vrijstellen. Om redenen van proportionaliteit stelt de Rapporteur voor om de dekbemanning op schepen die zich binnen een zeer beperkte actieradius bewegen, zoals veerboten, eveneens uit te sluiten. In het algemeen is de richtlijn alleen gericht tot de lidstaten waar binnenwaterwegen zijn en/of die opleiding en faciliteiten aanbieden voor kwalificatie als dekbemanningslid op de binnenvaart

De rapporteur is gelukkig met een aantal gemeenschappelijke criteria voor een definitie van binnenwatertrajecten met specifieke risico's en met een transparante procedure voor verkrijging van een kwalificatie om zulke trajecten te bevaren, omdat hierin volgens het huidige systeem een obstakel gelegen is voor de arbeidsmobiliteit. In de criteria voor aanwijzing van een traject met specifiek risico moet een hoge ongevallenfrequentie op een bepaalde locatie evenwel ook worden meegewogen als dat risico zich niet met andere middelen gemakkelijk laat opvangen. De lidstaat waar het traject met specifieke risico is gelegen moet er zeggenschap over hebben welke andere lidstaat de competentie voor het bevaren van dat traject mag beoordelen. Voor bepaalde trajecten met risico's kan er praktijkervaring worden verlangd, en de gegadigde moet dan kunnen aantonen een voorgeschreven aantal malen over dat traject te hebben gevaren.

Erkenning van kwalificatiecertificaten die door een derde land zijn afgegeven is het meest van belang voor landen met bevaarbare binnenwateren die in verbinding staan met bevaarbare binnenwateren in de EU. De rapporteur stelt dan ook voor de erkenning ingevolge deze richtlijn tot die landen te beperken. Zij betwijfelt namelijk dat de Commissie zou kunnen controleren of in andere derde landen dezelfde regels gelden als in de richtlijn.

Omdat examinering van de competenties een cruciaal onderdeel van het nieuwe systeem voor erkenning van kwalificaties uitmaakt, acht de Rapporteur de kwaliteit van de examinatoren uiterst belangrijk, evenals de afwezigheid van belangenconflicten. Kandidaten moeten ook de mogelijkheid hebben om in een bepaalde lidstaat examen af te leggen, bijvoorbeeld op een simulator, waarna het behaalde praktijkdiploma in alle andere lidstaten bij de aanvraag van een kwalificatiecertificaat moet worden erkend.

Het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (CESNI), bestaande uit deskundigen uit alle lidstaten, waarnemers, belanghebbenden en vertegenwoordigers van de Europese riviercommissies, is opgericht om gemeenschappelijke regels uit te vaardigen voor de binnenvaart in de gehele Unie. Het werk van dit comité voor beroepskwalificaties in de sector kan hier niet buiten beschouwing blijven. De Commissie moet daarom bij vaststelling van gedelegeerde handelingen ingevolge deze richtlijn de CESNI-normen overnemen.

De Rapporteur juicht toe dat nu ook zijinstromers zich dankzij verkorte opleidingsprogramma's als matroos of schipper kunnen kwalificeren. De toegang tot het beroep dient verder te worden vergemakkelijkt voor gegadigden met ervaring in de zeevaart of die voordien een beroepsopleiding hebben voltooid.

Ofschoon in een systeem op basis van competentie, waarbij de gegadigde een examen moet afleggen om een certificaat te krijgen, een vaartijdsvereiste minder relevant wordt, mag het belang van praktische ervaring niet worden onderschat. Met het oog op de veiligheid moet een vaartijd van minimaal 45 dagen worden verlangd, wat neerkomt op 6 maanden varen. Met nadruk moet worden gesteld dat ervaring zich nooit helemaal door training op een simulator laat vervangen.

De Rapporteur heeft ook nog enkele extra competenties toegevoegd, zoals kennis van de vaarreglementen, en elementaire kennis op gebied van vervoer van gevaarlijke stoffen, die voor kwalificatie als schipper zouden moeten worden vereist. Gezien het kleine aantal bemanningsleden aan boord moet ook de schipper de bemanning kunnen helpen bij hun dagelijkse werk dat ook competenties van operationeel niveau vergt. Voor de veiligheid van het scheepsverkeer is deugdelijke communicatie met andere schepen en met de wal essentieel. Beheersing van elementair Engels moet daarom voor een schipper als vereiste worden gesteld. Voor deskundigen voor de passagiersvaart, die de passagiers in noodsituaties moeten beschermen, is kennis van het Engels uiteraard nog belangrijker.


ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (13.10.2016)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van Richtlijn 96/50/EG van de Raad en Richtlijn 91/672/EEG van de Raad

(COM(2016)0082 – C8-0061/2016 – 2016/0050(COD))

Rapporteur voor advies: Lynn Boylan

(*)  Procedure met medeadviserende commissies – Artikel 54 van het Reglement

BEKNOPTE MOTIVERING

Vervoer over de binnenwateren is per definitie een Europese aangelegenheid omdat de meeste binnenwateren grensoverschrijdende vervoersroutes zijn.

Op de volgende terreinen verdient de binnenvaartsector ondersteuning: de "groene voetafdruk", het overhevelen van vrachten van land naar water, en het behoud en het scheppen van werkgelegenheid.

De belangrijkste kwestie inzake het vervoer over de binnenwateren is de algehele veiligheid van bemanningsleden en schippers die dit beroep uitoefenen, van passagiers, vaartuigen, goederen en het milieu. Veiligheid is tevens belangrijk voor mensen, goederen en het milieu in de directe nabijheid van vaartuigen op de binnenwateren. Ongelukken en/of misbruik kunnen een negatieve uitwerking hebben op deze veiligheid.

Met het oog op waarborging van de veiligheid is het belangrijk dat de betreffende normen in acht worden genomen. Zo kan vervolgens worden gegarandeerd dat de in deze sector werkzame personen op een verantwoordelijke manier de noodzakelijke maatregelen nemen.

Beroepsopleiding valt onder de bevoegdheden van de lidstaten, maar het is in de binnenvaartsector noodzakelijk om vergelijkbare normen te hanteren zodat de veiligheid op alle binnenwateren kan worden gewaarborgd, vooral omdat dit werk in mobiele situaties wordt verricht.

Schippers en bemanningsleden hebben dankzij de mobiliteit van werknemers de mogelijkheid om in andere lidstaten te werken. Om deze mobiliteit te kunnen waarborgen is het belangrijk dat kwalificaties worden erkend.

Erkenning van beroepskwalificaties is alleen mogelijk bij vergelijkbare competenties die beoordeeld en goedgekeurd worden. Anders bestaat de mogelijkheid dat bemanningsleden en schippers elk certificaat kunnen krijgen in de lidstaat die de laagste normen hanteert. Deze vorm van "certificaatshopping" creëert een situatie waarin sprake kan zijn van misbruik, waarbij de goedkoopste en/of gemakkelijkst te verkrijgen certificering de normen kan verlagen. Dit moet dus worden vermeden.

Om de veiligheid op de binnenwateren te kunnen waarborgen, moeten de noodzakelijke kwalificaties voor alle betrokkenen op vergelijkbare wijze geldig zijn. Dit betekent dat vrijstellingen waar mogelijk vermeden moeten worden.

Om mobiliteit voor bemanningsleden en schippers te garanderen is het tevens noodzakelijk dat de normen van toepassing zijn op alle lidstaten, alsook op waterwegen die niet onderling verbonden zijn. De certificaten van bemanningsleden en schippers van uitgesloten lidstaten en uitgesloten, niet onderling verbonden waterwegen zouden anders op grond van deze richtlijn niet worden erkend, waardoor de betreffende bemanningsleden en schippers niet kunnen deelnemen aan mobiliteit. Dit zou met andere woorden betekenen dat er niet voor iedereen gelijke kansen zijn, hetgeen indruist tegen de geest van de richtlijn.

Voor optimale veiligheidsnormen moeten waterwegen met speciale risico's in kaart worden gebracht. Dit kan op een verantwoordelijke manier worden gedaan door de lidstaten op wier grondgebied de waterwegen met speciale risico's zich bevinden. De Commissie biedt de lidstaten criteria aan de hand waarvan zij kunnen aangeven welke gebieden speciale risico's kennen; dit ter vermijding van een frauduleuze identificatie van trajecten, waarbij een hele rivier of een heel kanaal als risicotraject wordt bestempeld.

Beroepsopleiding is in handen van de lidstaten. Het hanteren van minimumnormen is echter niet genoeg, aangezien dit vaak neerkomt op lage normen. De binnenvaartsector is relatief veilig vanwege de hoge normen voor beroepskwalificaties die gedurende een lange periode zijn ontwikkeld, waarbij veel ervaring is opgedaan via de riviercommissies. Het is belangrijk dat het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (CESNI) met deskundigen uit de lidstaten, riviercommissies en de sociale partners gemeenschappelijke normen voor de beroepsopleiding ontwikkelen.

Lagere normen verhogen de aantrekkelijkheid van het beroep niet. De aantrekkelijkheid wordt wel verhoogd wanneer bemanningsleden de goed opgeleide en bekwame deskundigen kunnen worden die in deze sector nodig zijn en gevraagd worden om het werk te verrichten en de veiligheid te handhaven.

Een eerste stap in deze richting is de erkenning van reeds bestaande certificaten. Dit moet echter worden gedaan zonder dat de normen verlaagd worden of sprake is van "certificatenshopping", gekochte certificaten en fraude. Ter waarborging van de kwalificatienormen is het een belangrijke stap voorwaarts dat niet alleen schippers maar ook bemanningsleden een praktisch examen afleggen om hun competenties aan te tonen. In sommige gevallen is ook een mondeling examen zinvol, bijvoorbeeld bij gebruik van de radio en wanneer praktische situaties uitgelegd moeten worden. Voor de opleiding is niet alleen deelname aan gekwalificeerde opleidingsprogramma's belangrijk, maar is het tevens noodzakelijk om aan de hand van een beoordeling en/of een examen het bezit van competenties aan te tonen. Vaartijd op zich is namelijk onvoldoende wanneer bemanningsleden niet de taken verrichten die relevant zijn voor het gebruik van een vaartuig voor de binnenwateren.

De mogelijkheid moet bestaan dat bemanningsleden van zeeschepen overstappen naar de sector binnenvaart en gemakkelijker toegang tot deze sector krijgen, maar dit mag niet gepaard gaan met lagere normen. Dat betekent dat het beroep een link moet hebben met het functioneren van een zeeschip. Tevens moet de sector openstaan voor leden van andere beroepsgroepen, maar er mag geen sprake zijn van ontduiking van de gewone beroepsopleiding voor de binnenvaartsector.

Simulatoren die in opleidingen worden gebruikt moeten dezelfde zijn als de bij examens gebruikte simulatoren. Wanneer dit niet zo is, bestaat het gevaar dat normen ondermijnd worden.

Ter waarborging van de normen van veiligheid en beroepsopleiding is het belangrijk dat de lidstaten voorzien in de mogelijkheid om zorgen en klachten over professionele certificering te uiten wanneer er twijfel bestaat over de geloofwaardigheid van een certificaat. De Commissie moet deze klachten inventariseren zodat zij maatregelen tegen misbruik kan nemen en tevens het gehele systeem kan evalueren.

AMENDEMENTEN

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  De aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren1bis bevat definities van de begrippen "kwalificatie", "competentie" en "vaardigheden" op het niveau van de Unie. In nieuwe wetgeving waarbij kwalificatienormen worden gespecificeerd, moeten deze in de aanbeveling gedefinieerde begrippen worden gehanteerd.

 

______________

 

1bis Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader voor een leven lang leren (PB C 111 van 6.5.2008, blz. 1).

Motivering

Het Europees kwalificatiekader vormt de fundamentele norm en het belangrijkste referentiedocument. Nieuwe wetgeving waarin termen met betrekking tot kwalificatie worden gebruikt, zoals "competentie", "kwalificatie" en "vaardigheden", moet worden gebaseerd op de bestaande definities in het kader van betere regelgeving.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Om de mobiliteit te bevorderen en om de veiligheid van de scheepvaart en de bescherming van mensenlevens te waarborgen, is het essentieel dat dekbemanningsleden, personen die bij noodsituaties aan boord van passagiersvaartuigen de leiding hebben en personen die betrokken zijn bij het bunkeren van vaartuigen die vloeibaar aardgas als brandstof gebruiken, over kwalificatiecertificaten beschikken om hun kwalificaties te staven. Met het oog op een doeltreffende handhaving dienen zij deze certificaten bij zich te hebben tijdens de uitoefening van hun beroep.

(5)  Om de mobiliteit te bevorderen en om de veiligheid van de scheepvaart en de bescherming van mensenlevens en het milieu te waarborgen, is het essentieel dat dekbemanningsleden, ongeacht of zij zich op passagiersvaartuigen of bunkerschepen bevinden, met name personen die bij noodsituaties aan boord van passagiersvaartuigen de leiding hebben en personen die betrokken zijn bij het bunkeren van vaartuigen die vloeibaar aardgas als brandstof gebruiken, over kwalificatiecertificaten beschikken om hun kwalificaties te staven. Gecertificeerde kwalificaties zijn bovendien bevorderlijk voor de kansen op de arbeidsmarkt en de erkenning van kwalificaties. Met het oog op een doeltreffende handhaving dienen zij deze certificaten bij zich te hebben tijdens de uitoefening van hun beroep.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Om redenen van kosteneffectiviteit moet het bezitten van EU-kwalificatiecertificaten niet verplicht worden gesteld op nationale binnenwateren die niet in verbinding staan met het bevaarbare waterwegennet van een andere lidstaat.

(8)  Teneinde veilig scheepvaartverkeer, arbeidsmobiliteit, kosteneffectiviteit en evenredigheid te waarborgen, kunnen de lidstaten ervoor kiezen het bezit van EU-kwalificatiecertificaten verplicht te stellen op nationale binnenwateren die niet in verbinding staan met het bevaarbare waterwegennet van een andere lidstaat.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Om een bijdrage te leveren aan de mobiliteit van personen die betrokken zijn bij het gebruik van vaartuigen in de Unie en overwegende dat alle overeenkomstig deze richtlijn afgegeven kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken aan minimumnormen moeten voldoen, dienen de lidstaten de overeenkomstig deze richtlijn gecertificeerde beroepskwalificaties te erkennen. Bijgevolg moeten de houders van een dergelijke kwalificatie hun beroep op alle binnenwateren van de Unie kunnen uitoefenen.

(9)  Om een bijdrage te leveren aan de mobiliteit van personen die betrokken zijn bij het gebruik van vaartuigen in de Unie en overwegende dat alle overeenkomstig deze richtlijn afgegeven kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken aan de vereiste normen moeten voldoen, dienen de lidstaten de overeenkomstig deze richtlijn gecertificeerde beroepskwalificaties te erkennen. Bijgevolg moeten de houders van een dergelijke kwalificatie hun beroep op alle binnenwateren van de Unie kunnen uitoefenen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Gezien de sinds 2003 bestaande samenwerking tussen de Unie en de CCR die tot de instelling van een Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (CESNI), een onder auspiciën van de CCR ingesteld internationaal orgaan, heeft geleid, en teneinde het wetgevingskader voor beroepskwalificaties in Europa te stroomlijnen, moeten kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken die zijn afgegeven overeenkomstig het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn in het kader van de herziene Rijnvaartakte waarin eisen zijn opgenomen die identiek zijn aan die in deze richtlijn, geldig zijn op alle binnenwateren in de Unie. Door derde landen afgegeven documenten moeten in de Unie worden erkend, onder voorbehoud van wederkerigheid. Om nog meer belemmeringen voor de arbeidsmobiliteit weg te nemen en de wetgevingskaders voor de beroepskwalificaties in Europa verder te stroomlijnen, kunnen kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken die door een derde land zijn afgegeven op basis van vereisten die identiek zijn aan die in deze richtlijn, ook op alle waterwegen van de Unie worden erkend na beoordeling door de Commissie en de erkenning door dat derde land van de overeenkomstig de onderhavige richtlijn afgegeven documenten.

(10)  Gezien de sinds 2003 bestaande samenwerking tussen de Unie en de CCR die tot de instelling van een Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (CESNI), een uit vertegenwoordigers van de lidstaten, riviercommissies en sociale partners bestaand internationaal orgaan dat is ingesteld onder auspiciën van de CCR, heeft geleid, en teneinde het wetgevingskader voor beroepskwalificaties in Europa te stroomlijnen, moeten kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken die zijn afgegeven overeenkomstig het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn in het kader van de herziene Rijnvaartakte waarin eisen zijn opgenomen die identiek zijn aan die in deze richtlijn, geldig zijn op alle binnenwateren in de Unie. Als gevolg daarvan moet het CESNI normen opstellen voor alle terreinen waarop de Commissie bevoegd is gedelegeerde handelingen vast te stellen, met uitzondering van bevaarbare waterwegen die volgens de lidstaten specifieke risico's kennen. Door derde landen afgegeven documenten moeten in de Unie worden erkend, onder voorbehoud van wederkerigheid. Om nog meer belemmeringen voor de arbeidsmobiliteit weg te nemen en de wetgevingskaders voor de beroepskwalificaties in Europa verder te stroomlijnen, kunnen kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken die door een derde land zijn afgegeven op basis van vereisten die identiek zijn aan die in deze richtlijn, ook op alle waterwegen van de Unie worden erkend na beoordeling door de Commissie en de erkenning door dat derde land van de overeenkomstig de onderhavige richtlijn afgegeven documenten.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De lidstaten mogen alleen kwalificatiecertificaten afgeven aan personen die het minimale competentieniveau, de minimumleeftijd, de minimale medische geschiktheid en de vereiste vaaruren hebben voor het verkrijgen van een specifieke kwalificatie.

(12)  De lidstaten mogen alleen kwalificatiecertificaten afgeven aan personen die beschikken over het vereiste competentieniveau dat bereikt is na succesvolle deelname aan een goedgekeurd opleidingsprogramma en gevalideerd is aan de hand van een beoordeling, en die de minimumleeftijd, de minimale medische geschiktheid, het vereiste onderwijs- en opleidingsniveau en de vereiste vaaruren hebben voor het verkrijgen van een specifieke kwalificatie.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  De Commissie en de lidstaten dienen jongeren aan te moedigen beroepskwalificaties op het gebied van de binnenvaart te behalen, en specifieke maatregelen te nemen om de desbetreffende activiteiten van de sociale partners te ondersteunen.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Om de wederzijdse erkenning van kwalificaties te waarborgen, moeten de kwalificatiecertificaten gebaseerd zijn op de voor het gebruik van vaartuigen vereiste competenties. De lidstaten dienen te waarborgen dat personen die een kwalificatiecertificaat ontvangen, beschikken over het overeenkomstige minimale competentieniveau, gecontroleerd middels een passende beoordeling. Dergelijke beoordelingen kunnen de vorm aannemen van een administratief examen of deel uitmaken van een goedgekeurd opleidingsprogramma dat wordt uitgevoerd overeenkomstig gemeenschappelijke normen teneinde voor verschillende kwalificaties in alle lidstaten een vergelijkbaar minimaal competentieniveau te waarborgen.

(13)  Om de wederzijdse erkenning van kwalificaties te waarborgen, moeten de kwalificatiecertificaten gebaseerd zijn op de voor het gebruik van vaartuigen vereiste competenties. De lidstaten dienen te waarborgen dat personen die een kwalificatiecertificaat ontvangen, beschikken over het overeenkomstige vereiste competentieniveau, gecontroleerd middels een passende beoordeling. Dergelijke beoordelingen kunnen de vorm aannemen van een administratief examen of deel uitmaken van een goedgekeurd opleidingsprogramma, dat waar nodig een praktische beoordeling kan omvatten, dat wordt uitgevoerd overeenkomstig gemeenschappelijke normen teneinde voor verschillende kwalificaties in alle lidstaten een vergelijkbaar minimaal competentieniveau te waarborgen.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Vanwege de verantwoordelijkheid met betrekking tot de veiligheid bij de uitoefening van het beroep van schipper, het varen met behulp van radar en het bunkeren van of varen met vaartuigen die vloeibaar aardgas als brandstof gebruiken, moet via praktijkexamens worden gecontroleerd of de kandidaat daadwerkelijk over het vereiste competentieniveau beschikt. Dergelijke praktijkexamens kunnen worden uitgevoerd met behulp van goedgekeurde simulatoren, om de competentiebeoordeling verder te vergemakkelijken.

(14)  Vanwege de noodzaak om de veiligheid te waarborgen bij het uitoefenen van het verantwoordelijke beroep van dekbemanningslid, schipper en deskundige inzake de veiligheid van passagiersvaartuigen, het varen met behulp van radar en het bunkeren van of varen met vaartuigen die vloeibaar aardgas als brandstof gebruiken, moet via praktijkexamens worden gecontroleerd of de kandidaat daadwerkelijk over het vereiste competentieniveau beschikt. Dergelijke praktijkexamens kunnen worden uitgevoerd met behulp van goedgekeurde simulatoren, om de competentiebeoordeling verder te vergemakkelijken.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Opleidingsprogramma’s moeten worden goedgekeurd om er zeker van te zijn dat de programma’s voldoen aan de gemeenschappelijke minimumvereisten inzake inhoud en organisatie. Hierdoor kunnen onnodige belemmeringen voor de toegang tot het beroep worden opgeheven, door te voorkomen dat degenen die de benodigde vaardigheden reeds tijdens hun beroepsopleiding hebben verworven, onnodige aanvullende examens moeten afleggen. Goedgekeurde opleidingsprogramma's kunnen bovendien de toegang van werknemers met eerdere ervaring uit andere sectoren tot een beroep in de binnenvaart vergemakkelijken, omdat zij in aanmerking kunnen komen voor speciale opleidingsprogramma's waarin rekening wordt gehouden met de competenties waarover zij reeds beschikken.

(15)  Opleidingsprogramma’s moeten worden goedgekeurd om er zeker van te zijn dat de programma’s voldoen aan de gemeenschappelijke noodzakelijke vereisten inzake inhoud en organisatie. Hierdoor kunnen belemmeringen voor de toegang tot het beroep worden opgeheven, door te voorkomen dat degenen die de benodigde vaardigheden reeds hebben verworven in een maritieme werkomgeving, of de aan maritieme beroepen gerelateerde vaardigheden reeds tijdens hun beroepsopleiding of een andere opleiding hebben verworven, aanvullende examens moeten afleggen. Goedgekeurde opleidingsprogramma's kunnen bovendien de toegang van werknemers met eerdere ervaring uit andere sectoren tot een beroep in de binnenvaart vergemakkelijken, omdat zij in aanmerking kunnen komen voor speciale opleidingsprogramma's waarin rekening wordt gehouden met de competenties waarover zij reeds beschikken.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Teneinde de mobiliteit van schippers verder te vergemakkelijken, moeten alle lidstaten waar mogelijk een beoordeling kunnen uitvoeren van de competenties die nodig zijn om specifieke scheepvaartrisico’s aan te pakken op alle waterwegen in de Unie waar dergelijke risico’s zijn geconstateerd.

(16)  Teneinde de mobiliteit van schippers verder te vergemakkelijken, moeten alle lidstaten met bevaarbare binnenwateren waar mogelijk een beoordeling kunnen uitvoeren van de competenties die nodig zijn om specifieke scheepvaartrisico’s aan te pakken op waterwegen in de Unie waar dergelijke risico’s zijn geconstateerd.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  De vaartijd moet worden gecontroleerd aan de hand van de aantekeningen in dienstboekjes die door een lidstaat zijn gevalideerd. Om deze controle mogelijk te maken, dienen de lidstaten dienstboekjes en logboeken af te geven en ervoor te zorgen dat de reizen van vaartuigen in de logboeken worden geregistreerd. De medische geschiktheid van een kandidaat moet worden vastgesteld door een erkende arts.

(17)  De vaartijd moet worden gecontroleerd aan de hand van de aantekeningen in dienstboekjes die door een lidstaat zijn gevalideerd. Om deze controle mogelijk te maken, dienen de lidstaten niet alleen dienstboekjes en logboeken af te geven en ervoor te zorgen dat de reizen van vaartuigen in de logboeken worden geregistreerd, maar ook via andere methoden te bewijzen dat aan de vereisten inzake vaartijden is voldaan. De medische geschiktheid van een kandidaat moet worden vastgesteld door een erkende arts.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  De autoriteiten, ook in derde landen, die kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken afgeven volgens regels die identiek zijn aan die in deze richtlijn, verwerken persoonsgegevens. Die autoriteiten en, in voorkomend geval, de internationale organisaties die deze identieke regels hebben opgesteld, moeten ook toegang krijgen tot de door de Commissie beheerde gegevensbank met het oog op de evaluatie van de richtlijn, voor statistische doeleinden, voor de instandhouding van de veiligheid, de vlotte scheepvaart en om de uitwisseling van informatie tussen de bij de uitvoering en handhaving van deze richtlijn betrokken autoriteiten te faciliteren. Aan deze toegang moet echter een passend niveau van gegevensbescherming worden verbonden, onder meer van persoonsgegevens.

(20)  De autoriteiten, ook in derde landen, die kwalificatiecertificaten, dienstboekjes en logboeken afgeven volgens regels die identiek zijn aan die in deze richtlijn, verwerken persoonsgegevens. Die autoriteiten en, waar nodig, de internationale organisaties die deze identieke regels hebben opgesteld, moeten ook toegang krijgen tot de door de Commissie beheerde gegevensbank met het oog op de evaluatie van de richtlijn, voor statistische doeleinden, voor de instandhouding van de veiligheid, de vlotte scheepvaart en om de uitwisseling van informatie tussen de bij de uitvoering en handhaving van deze richtlijn betrokken autoriteiten te faciliteren. Aan deze toegang moet echter een hoog niveau van gegevensbescherming worden verbonden, met name indien het om persoonsgegevens gaat.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Met het oog op enerzijds de verdere beperking van de administratieve lasten en anderzijds het beperken van fraude met documenten, dient de Commissie als tweede stap, na de aanneming van deze richtlijn, te onderzoeken of het mogelijk is een elektronische versie van dienstboekjes en logboeken in te voeren, alsook elektronische beroepskaarten waarin EU-kwalificatiecertificaten worden geïntegreerd. Hierbij dient zij rekening te houden met bestaande technologieën bij andere vervoerswijzen, met name het wegvervoer. De Commissie dient in voorkomend geval, na het uitvoeren van een effectbeoordeling, inclusief een kosten-batenanalyse en een beoordeling van de effecten op de grondrechten, met name met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, een voorstel in te dienen bij het Europees Parlement en de Raad.

(21)  Met het oog op enerzijds de verdere beperking van de administratieve lasten en anderzijds het beperken van fraude met documenten, dient de Commissie te overwegen een passend wetgevingkader vast te stellen voor de invoering van een elektronische versie van dienstboekjes en logboeken, alsook elektronische beroepskaarten waarin EU-kwalificatiecertificaten worden geïntegreerd. Hierbij dient zij rekening te houden met bestaande technologieën bij andere vervoerswijzen, met name het wegvervoer. Daarnaast dient zij rekening te houden met de vereisten inzake bruikbaarheid en toegankelijkheid van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap. De Commissie dient in voorkomend geval, na het uitvoeren van een effectbeoordeling, inclusief een kosten-batenanalyse en een beoordeling van de effecten op de grondrechten, met name met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, een voorstel in te dienen bij het Europees Parlement en de Raad. Voor de elektronische registratie van werktijden en door werkgevers afgegeven getuigschriften van het scheepvaartpersoneel dient daarnaast fraudebestendige apparatuur te worden ingevoerd.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Om geharmoniseerde minimumnormen voor de certificering van kwalificaties vast te stellen en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de uitvoering van, het toezicht op en de evaluatie van deze richtlijn door de Commissie te vergemakkelijken, moet de Commissie worden gemachtigd overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen aan te nemen met betrekking tot de vaststelling van competentienormen, normen voor medische geschiktheid, normen voor praktijkexamens, normen voor de goedkeuring van simulatoren en normen waarin de kenmerken en voorwaarden zijn gedefinieerd voor het gebruik van een door de Commissie beheerde gegevensbank waarin een kopie van de belangrijkste gegevens in verband met EU-kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, logboeken en erkende documenten wordt opgenomen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en de Raad worden voorgelegd.

(24)  Om de vereiste geharmoniseerde normen voor de certificering van kwalificaties vast te stellen en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de uitvoering van, het toezicht op en de evaluatie van deze richtlijn door de Commissie te vergemakkelijken, moet de Commissie worden gemachtigd overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen aan te nemen met betrekking tot de vaststelling van competentienormen die zijn gebaseerd op de CESNI-normen, normen voor medische geschiktheid, normen voor praktijkexamens en mondelinge examens, normen voor de goedkeuring van simulatoren en normen waarin de kenmerken en voorwaarden zijn gedefinieerd voor het gebruik van een door de Commissie beheerde gegevensbank waarin een kopie van de belangrijkste gegevens in verband met EU-kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, logboeken en erkende documenten wordt opgenomen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en de Raad worden voorgelegd.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Het CESNI, dat openstaat voor deskundigen uit alle lidstaten, stelt normen vast op het gebied van de binnenvaart, onder meer voor beroepskwalificaties. De Commissie kan met deze normen rekening houden wanneer zij over de bevoegdheid beschikt om handelingen vast te stellen overeenkomstig deze richtlijn.

(26)  Het CESNI, dat openstaat voor deskundigen uit alle lidstaten, riviercommissies en sociale partners, is volledig betrokken bij het ontwerp en de opstelling van normen op het gebied van de binnenvaart, onder meer voor beroepskwalificaties. Met uitzondering van bevaarbare waterwegen die volgens de lidstaten specifieke risico's kennen, kan de Commissie zich uitsluitend laten leiden door CESNI-normen wanneer zij over de bevoegdheid beschikt om handelingen vast te stellen overeenkomstig deze richtlijn.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het tot stand brengen van een gemeenschappelijk kader voor de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(27)  Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het tot stand brengen van een gemeenschappelijk kader voor de erkenning van minimumberoepskwalificaties in de binnenvaart, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis)  Een systeem voor erkenning kan een eerste stap zijn om de mobiliteit in deze sector te vergroten. Op middellange termijn zal een systeem van vergelijkbare beroepsopleidingen in de lidstaten mobiliteit gemakkelijker maken en de veiligheid waarborgen.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  "dekbemanningsleden": personen die betrokken zijn bij de exploitatie van een binnenvaartuig in de Unie en taken uitvoeren in verband met het besturen van een vaartuig, ladingsbehandeling, stuwing, onderhoud of reparatie, met uitzondering van personen die uitsluitend worden ingezet voor de bediening van de motoren, elektrische en elektronische uitrusting;

(6)   "dekbemanningsleden": personen die betrokken zijn bij de exploitatie van een binnenvaartuig in de Unie en taken uitvoeren in verband met het besturen van een vaartuig, de controle op het gebruik van het vaartuig, scheepsbouw, communicatie, veiligheid, gezondheid en milieubescherming, ladingsbehandeling, stuwing, onderhoud of reparatie, met uitzondering van personen die uitsluitend worden ingezet voor de bediening van de motoren, elektrische en elektronische uitrusting;

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  "deskundige voor de passagiersvaart": een persoon die bevoegd is om maatregelen te nemen in noodsituaties aan boord van passagiersvaartuigen;

(7)  "deskundige voor de passagiersvaart": een persoon die dienst doet aan boord van het vaartuig en bevoegd is om maatregelen te nemen in noodsituaties aan boord van passagiersvaartuigen;

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  "kwalificatie": kwalificatie zoals gedefinieerd in de aanbeveling tot vaststelling van een Europees kwalificatiekader;

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  "competentie": het bewezen vermogen om gebruik te maken van door de vastgestelde normen voorgeschreven kennis en vaardigheden om de taken die nodig zijn voor de exploitatie van binnenvaartuigen naar behoren uit te voeren;

(10)  "competentie": het bewezen vermogen om kennis, vaardigheden en persoonlijke, sociale of methodologische capaciteiten te gebruiken met betrekking tot de vastgestelde normen voor het naar behoren uitvoeren van de taken die nodig zijn voor de exploitatie van binnenvaartuigen;

Motivering

Afstemming op de in het Europees kwalificatiekader vastgestelde definitie.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen, kunnen de lidstaten binnenwatertrajecten, met uitzondering van in artikel 7 bedoelde binnenwateren van maritieme aard, classificeren als binnenwateren met specifieke risico's wanneer deze risico’s het gevolg zijn van:

1.  Wanneer dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen, classificeren de lidstaten binnenwatertrajecten, met uitzondering van in artikel 7 bedoelde binnenwateren van maritieme aard, als binnenwateren met specifieke risico's wanneer deze risico’s het gevolg zijn van:

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  dat zij voldoen aan de minimumeisen van bijlage I wat betreft de voor de aangevraagde kwalificatie vereiste leeftijd, competentie, naleving van de administratieve voorschriften en vaartijd;

(b)  (Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten controleren de echtheid en de geldigheid van de verstrekte documenten.

2.  De lidstaten met bevaarbare binnenwateren controleren de echtheid en de geldigheid van de verstrekte documenten.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat aanvragers van in artikel 6 bedoelde specifieke vergunningen, behoudens voor de binnenwateren als bedoeld in artikel 6, onder b), toereikende bewijsstukken verstrekken:

1.  De lidstaten met bevaarbare binnenwateren zorgen ervoor dat aanvragers van in artikel 6 bedoelde specifieke vergunningen, behoudens voor de binnenwateren als bedoeld in artikel 6, onder b), toereikende bewijsstukken verstrekken:

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  dat zij voldoen aan de minimumeisen van bijlage I wat betreft de voor de aangevraagde kwalificatie vereiste leeftijd, competentie, naleving van de administratieve voorschriften en vaartijd.

(b)  (Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer er aanwijzingen zijn dat niet langer aan de eisen voor kwalificatiecertificaten of specifieke vergunningen wordt voldaan, voeren de lidstaten alle noodzakelijke beoordelingen uit en trekken zij die certificaten desgevallend in.

Wanneer er aanwijzingen zijn dat niet langer aan de eisen voor kwalificatiecertificaten of specifieke vergunningen wordt voldaan, voeren de lidstaten alle noodzakelijke beoordelingen uit en trekken zij die certificaten desgevallend in. De lidstaten dragen een autoriteit voor of stellen een autoriteit in die klachten in behandeling neemt over de feitelijke nauwkeurigheid van certificaten of kwalificaties die zijn afgegeven door een andere lidstaat of een ander land. De lidstaten brengen de Commissie en het CESNI op de hoogte van de klacht. De Commissie stelt een onderzoek in en neemt passende maatregelen. De lidstaten kunnen certificaten opschorten indien de autoriteit tot de conclusie komt dat zij feitelijke onjuistheden bevatten of lijken te bevatten die een gevaar kunnen vormen voor de openbare veiligheid. Deze opschorting blijft van kracht totdat de betreffende lidstaat ervan overtuigd is dat de certificaten correct zijn. De lidstaten vergaren informatie over klachten en opschortingen van certificaten en slaan deze overeenkomstig artikel 23, lid 2, op in een gegevensbank.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde personen over de competenties beschikken die noodzakelijk zijn voor de veilige exploitatie van een vaartuig als vastgelegd in artikel 15.

1.  De lidstaten met bevaarbare binnenwateren zorgen ervoor dat de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde personen over de competenties beschikken die noodzakelijk zijn voor de veilige exploitatie van een vaartuig als vastgelegd in artikel 15.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie krijgt de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vaststelling van de normen voor competenties en bijbehorende kennis en vaardigheden overeenkomstig de essentiële eisen van bijlage II.

1.  De Commissie krijgt de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 en op grond van de CESNI-normen gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vaststelling van de normen voor competenties en bijbehorende kennis en vaardigheden overeenkomstig de essentiële eisen van bijlage II.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  onder verantwoordelijkheid van een administratieve autoriteit overeenkomstig artikel 16; of

(a)  onder verantwoordelijkheid van een administratieve autoriteit van een lidstaat met bevaarbare waterwegen overeenkomstig artikel 16; of

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  als onderdeel van een overeenkomstig artikel 17 goedgekeurd opleidingsprogramma.

(b)  als onderdeel van een opleidingsprogramma dat deel uitmaakt van het overeenkomstig artikel 17 goedgekeurde opleidingsstelsel van de lidstaat.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 3 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  een kwalificatiecertificaat voor deskundigen voor veilige navigatie op passagiersvaartuigen;

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in artikel 15, lid 2, onder a), bedoelde examens worden georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten. Zij zorgen ervoor dat die examens worden afgenomen door examinatoren die gekwalificeerd zijn om de in artikel 15, lid 1, bedoelde competenties en de bijbehorende kennis en vaardigheden te beoordelen.

De in artikel 15, lid 2, onder a), bedoelde examens worden georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten met bevaarbare binnenwateren. Zij zorgen ervoor dat die examens worden afgenomen door examinatoren die gekwalificeerd zijn om de in artikel 15, lid 1, bedoelde competenties en de bijbehorende kennis en vaardigheden te beoordelen.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De opleidingsprogramma’s waarmee een diploma of certificaat kan worden behaald ten bewijze van de naleving van de in artikel 15, lid 1, bedoelde competentienormen, worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het grondgebied waarvan de relevante onderwijs- of opleidingsinstelling is gevestigd.

1.  De opleidingsprogramma’s waarmee een diploma of certificaat kan worden behaald ten bewijze van de naleving van de in artikel 15, lid 1, bedoelde competentienormen, worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten met bevaarbare waterwegen op het grondgebied waarvan de bevoegde instelling onderwijs of opleiding geeft, mits het onderwijsprogramma een integraal onderdeel vormt van het opleidingsstelsel van de lidstaat. De lidstaten kunnen opleidingsprogramma's op nationaal niveau goedkeuren mits deze programma's voldoen aan de door het CESNI in het systeem voor kwaliteitsbeoordeling en -borging vastgestelde gemeenschappelijke criteria.

 

De Commissie krijgt de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze richtlijn aan te vullen door de vastlegging van gemeenschappelijke criteria voor dergelijke programma's op basis van de door het CESNI in het systeem voor kwaliteitsbeoordeling en -borging vastgestelde gemeenschappelijke criteria.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  er een examen om na te gaan of aan de in artikel 15, lid 1, bedoelde competentienormen is voldaan, wordt afgenomen door gekwalificeerde examinatoren.

(c)  er een examen om na te gaan of aan de in artikel 15, lid 1, bedoelde competentienormen is voldaan, wordt afgenomen door gekwalificeerde onafhankelijke examinatoren die vrij zijn van belangenconflicten.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten die overeenkomstig artikel 8, lid 1, binnenwateren met specifieke risico’s aanwijzen, definiëren de aanvullende competenties die van schippers van vaartuigen die gebruikmaken van deze trajecten worden verlangd en de middelen waarmee een schipper kan bewijzen dat hij aan die eisen voldoet.

De lidstaten wijzen zelf binnenwateren aan die door hun eigen grondgebied lopen en specifieke risico's vormen in de zin van artikel 8, lid 1. De lidstaten definiëren de aanvullende competenties die van schippers van vaartuigen die gebruikmaken van deze trajecten worden verlangd en de middelen waarmee een schipper kan bewijzen dat hij aan die competentievereisten voldoet.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze middelen kunnen bestaan uit een beperkt aantal op de betrokken waterweg uit te voeren reizen, een examen met een simulator, een meerkeuze-examen of een combinatie daarvan.

Deze middelen bestaan uit een minimumaantal op de betrokken waterweg uit te voeren reizen, een examen met een simulator en een meerkeuze-examen.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De simulatoren die voor de competentiebeoordeling worden gebruikt, moeten worden goedgekeurd door de lidstaten. Deze goedkeuring wordt op verzoek afgegeven indien is aangetoond dat het apparaat voldoet aan de bij in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen vastgestelde normen voor simulatoren. In de goedkeuring wordt vermeld voor welke specifieke competentiebeoordeling de simulator mag worden gebruikt.

1.  De simulatoren die voor opleidingsdoeleinden worden gebruikt dienen aan vergelijkbare normen te voldoen als de voor de beoordeling van competenties gebruikte simulatoren. Beide moeten worden goedgekeurd door de lidstaten. Deze goedkeuring wordt op verzoek afgegeven indien is aangetoond dat het apparaat voldoet aan de bij in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen vastgestelde normen voor simulatoren. In de goedkeuring wordt vermeld voor welke specifieke competentiebeoordeling de simulator mag worden gebruikt.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 24 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten wijzen de bevoegde autoriteiten aan die:

1.  De lidstaten met bevaarbare binnenwateren wijzen de bevoegde autoriteiten aan die:

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat:

De lidstaten met bevaarbare binnenwateren zorgen ervoor dat:

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  de arbeidsinspectiediensten over voldoende middelen beschikken en er een snelle uitwisseling van informatie plaatsvindt met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten om de veiligheid en eerlijke mededinging in de binnenvaart te waarborgen.

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 1 – punt 1.1 – alinea 2 – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  heeft met succes een cursus afgerond die het vereiste opleidingsniveau op het gebied van basisveiligheid biedt.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 1 – punt 1.2 – alinea 2 – streepje 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  neemt bij de aanstelling van personeel de geldende wetgeving inzake de bescherming van minderjarigen van de lidstaat waar de lichtmatroos zich bevindt in acht, tenzij de materiële bepalingen van de leerovereenkomst in een hoger beschermingsniveau voorzien.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 1 – punt 1.2 – alinea 2 – streepje 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is in bezit van een goedgekeurd certificaat dat aantoont dat betrokkene over competenties op het gebied van radiocommunicatie op binnenschepen beschikt.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.1 – letter a – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is in bezit van een goedgekeurd certificaat dat aantoont dat betrokkene over competenties op het gebied van radiocommunicatie op binnenschepen beschikt.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.1 – letter b – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is in bezit van een goedgekeurd certificaat dat aantoont dat betrokkene over competenties op het gebied van radiocommunicatie op binnenschepen beschikt.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.1 – letter c – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  heeft ten minste vijf jaar werkervaring voorafgaand aan de inschrijving voor het opleidingsprogramma;

-  heeft ten minste vier jaar werkervaring voorafgaand aan de inschrijving voor het opleidingsprogramma;

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.1 – letter c – streepje 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is in bezit van een goedgekeurd certificaat dat aantoont dat betrokkene over competenties op het gebied van radiocommunicatie op binnenschepen beschikt.

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.2 – letter a – streepje -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is ten minste 17 jaar.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.2 – letter a – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is in bezit van een goedgekeurd certificaat dat aantoont dat betrokkene over competenties op het gebied van radiocommunicatie op binnenschepen beschikt.

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.2 – letter b – streepje 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is in bezit van een goedgekeurd certificaat dat aantoont dat betrokkene over competenties op het gebied van radiocommunicatie op binnenschepen beschikt.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 2 – punt 2.3 – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is in bezit van een goedgekeurd certificaat dat aantoont dat betrokkene over competenties op het gebied van radiocommunicatie op binnenschepen beschikt.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 3 – punt 3.1 – letter a – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is in bezit van een goedgekeurd certificaat dat aantoont dat betrokkene over competenties op het gebied van radiocommunicatie op binnenschepen beschikt.

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 3 – punt 3.1 – letter b – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is in bezit van een goedgekeurd certificaat dat aantoont dat betrokkene over competenties op het gebied van radiocommunicatie op binnenschepen beschikt.

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 3 – punt 3.1 – letter c – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  heeft ten minste vijf jaar werkervaring voorafgaand aan de inschrijving voor een goedgekeurd opleidingsprogramma;

-  heeft ten minste vijf jaar werkervaring voorafgaand aan de inschrijving voor een goedgekeurd opleidingsprogramma met een duur van ten minste twee jaar;

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – punt 3 – punt 3.1 – letter c – streepje 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  is in bezit van een goedgekeurd certificaat dat aantoont dat betrokkene over competenties op het gebied van radiocommunicatie op binnenschepen beschikt.


ADVIES van de Commissie juridische zaken (12.7.2016)

aan de Commissie vervoer en toerisme

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van Richtlijn 96/50/EG van de Raad en Richtlijn 91/672/EEG van de Raad

(COM(2016)0082 – C8-0061/2016 – 2016/0050(COD))

Rapporteur voor advies: Joëlle Bergeron

BEKNOPTE MOTIVERING

Het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart heeft tot doel twee vroegere richtlijnen van 1991 (91/672/EEG) en 1996 (96/50/EG) in te trekken. Deze betroffen enkel de kwalificaties van de schippers en omvatten ook niet de Rijnsector. Dit initiatief beoogt een erkenning van de kwalificaties voor alle bemanningsleden, met inbegrip van de Rijn. Het voorstel bestrijkt zowel het goederenvervoer als het personenvervoer over de binnenwateren. Persoonlijk vervoer en pleziervaartuigen vallen er niet onder. Het heeft betrekking op het gehele waterwegennet van de EU voor de binnenvaart, waarbij evenwel uitzonderingen mogelijk zijn voor waterwegen waar geen grensoverschrijdend verkeer plaatsvindt.

Dit nieuwe initiatief bouwt dan ook voort op de vorige richtlijnen, alsook op de werkzaamheden die zijn verricht in het kader van het programma NAIADES I en II, met name door de gezamenlijke werkgroep PLATINA inzake beroepskwalificaties, die normen voor vakbekwaamheid op het gebied van de binnenvaart heeft vastgesteld.

De Europese binnenvaart is een wijze van vervoer over het water (kanalen, waterwegen, rivieren, meren, ...) voor het vervoer van goederen of personen. Het Europese netwerk beslaat bijna 41 000 km en verbindt 12 landen van de Europese Unie. Het vervoer van goederen over Europese binnenwateren die met elkaar verbonden zijn, is goed voor meer dan 140 miljard tonkilometer (Eurostat 2011).

Bovendien beantwoordt de binnenvaart volledig aan de eisen van de drie pijlers van duurzame ontwikkeling: op economisch vlak is de prijs van het vervoer over de binnenwateren concurrentieel ten opzichte van het wegvervoer; op ecologisch vlak is de binnenvaart energiezuinig en interessant voor de uitstoot van broeikasgassen en de strijd tegen de klimaatopwarming; wat tot slot de sociale pijler betreft, veroorzaakt deze veilige vervoerswijze weinig ongevallen en heeft zij een sterk ontwikkelingspotentieel in termen van doorstroming, waardoor een aanzienlijke groei van de werkgelegenheid kan ontstaan, met name in havengebieden. Om al deze redenen moet worden bijgedragen aan de ontwikkeling van deze alternatieve vervoerswijze.

Dat is ook het doel van het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad dat, via de erkenning van kwalificaties, streeft naar een betere erkenning van een beroep dat vandaag in veel landen van de Europese Unie lijdt onder onvoldoende mobiliteit en een tekort aan arbeidskrachten.

Momenteel ondervinden de werknemers moeilijkheden bij de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties en stoten zij op onnodige belemmeringen bij de eisen inzake kennis van de plaatselijke omstandigheden. De mogelijkheid om minimumvereisten in te voeren inzake competenties voor matrozen en schippers lijkt dan ook gerechtvaardigd.

De rapporteur steunt dit voorstel voor een richtlijn, maar wenst wel enkele wijzigingen aan te brengen:

Hoewel het netwerk van binnenwateren vaak een grensoverschrijdend karakter heeft, moet het evenwel zijn nationale kenmerken en bijzonderheden kunnen behouden. Daarom is de rapporteur van mening dat de lidstaten de mogelijkheid moeten hebben in bepaalde afwijkingen te voorzien. De rapporteur stelt voor een aantal definities nauwkeuriger te formuleren.

Nog een punt waarover verschillende meningen bestaan: de voorschriften van dit voorstel voor een richtlijn betreffende de beroepskwalificaties in alle lidstaten vergen uitvoeringstermijnen om aan de normen te voldoen. Om de arbeidsmarkt niet op te zadelen met een nieuw nationaal tekort aan arbeidskrachten in bepaalde lidstaten, zou een verlenging van de overgangsperiode voor de toepassing van deze richtlijn nuttig zijn, opdat alle lidstaten van de Unie zich geleidelijk kunnen aanpassen aan de verplichtingen die in de richtlijn en de bijlagen zijn vastgesteld.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie vervoer en toerisme onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  De erkenningsprocedure waarin deze richtlijn voorziet dient ook alle kwalificatiecertificaten, documenten waaruit beroepservaring blijkt, dienstboekjes en logboeken van beroepspersoneel in de binnenvaart te omvatten die dateren van vóór de toetreding van de lidstaat tot de Europese Unie, mits zij aan de voorgeschreven minimumvereisten voldoen.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

15.  Opleidingsprogramma’s moeten worden goedgekeurd om er zeker van te zijn dat de programma’s voldoen aan de gemeenschappelijke minimumvereisten inzake inhoud en organisatie. Hierdoor kunnen onnodige belemmeringen voor de toegang tot het beroep worden opgeheven, door te voorkomen dat degenen die de benodigde vaardigheden reeds tijdens hun beroepsopleiding hebben verworven, onnodige aanvullende examens moeten afleggen. Goedgekeurde opleidingsprogramma's kunnen bovendien de toegang van werknemers met eerdere ervaring uit andere sectoren tot een beroep in de binnenvaart vergemakkelijken, omdat zij in aanmerking kunnen komen voor speciale opleidingsprogramma's waarin rekening wordt gehouden met de competenties waarover zij reeds beschikken.

15.  Opleidingsprogramma’s moeten worden goedgekeurd om er zeker van te zijn dat de programma’s voldoen aan de gemeenschappelijke minimumvereisten inzake inhoud en organisatie. Hierdoor kunnen onnodige belemmeringen voor de toegang tot het beroep worden opgeheven, door te voorkomen dat degenen die de benodigde vaardigheden reeds tijdens hun beroepsopleiding hebben verworven, onnodige aanvullende examens moeten afleggen. Goedgekeurde opleidingsprogramma's kunnen bovendien de toegang van werknemers met eerdere ervaring uit andere sectoren tot een beroep in de binnenvaart vergemakkelijken, omdat deze werknemers in aanmerking kunnen komen voor speciale opleidingsprogramma's waarin rekening wordt gehouden met de competenties waarover zij reeds beschikken, naast de erkenning van hun eerdere beroepservaring.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Om geharmoniseerde minimumnormen voor de certificering van kwalificaties vast te stellen en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de uitvoering van, het toezicht op en de evaluatie van deze richtlijn door de Commissie te vergemakkelijken, moet de Commissie worden gemachtigd overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen aan te nemen met betrekking tot de vaststelling van competentienormen, normen voor medische geschiktheid, normen voor praktijkexamens, normen voor de goedkeuring van simulatoren en normen waarin de kenmerken en voorwaarden zijn gedefinieerd voor het gebruik van een door de Commissie beheerde gegevensbank waarin een kopie van de belangrijkste gegevens in verband met EU-kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, logboeken en erkende documenten wordt opgenomen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze aan het Europees Parlement en de Raad worden voorgelegd.

(24)  Om geharmoniseerde minimumnormen voor de certificering van kwalificaties vast te stellen en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de uitvoering van, het toezicht op en de evaluatie van deze richtlijn door de Commissie te vergemakkelijken, moet de Commissie worden gemachtigd overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen aan te nemen met betrekking tot de vaststelling van competentienormen, normen voor medische geschiktheid, normen voor praktijkexamens, normen voor de goedkeuring van simulatoren en normen waarin de kenmerken en voorwaarden zijn gedefinieerd voor het gebruik van een door de Commissie beheerde gegevensbank waarin een kopie van de belangrijkste gegevens in verband met EU-kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, logboeken en erkende documenten wordt opgenomen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 1bis. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

 

_____________

 

1bis PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Deze richtlijn is niet van toepassing op personen die betrokken zijn bij de exploitatie van:

2.  Deze richtlijn is niet van toepassing op personen:

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  pleziervaartuigen;

(a)  die varen om sportieve of recreatieve redenen;

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  veerboten die niet zelfstandig varen.

(b)  die betrokken zijn bij het bedienen van veerboten die niet zelfstandig varen;

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  die betrokken zijn bij het bedienen van vaartuigen die door de strijdkrachten, ordehandhavingsdiensten, civiele bescherming, waterwegautoriteiten, brandweerdiensten en andere hulpdiensten worden gebruikt;

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 15

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)   "vaartijd": de tijd die dekbemanningsleden aan boord hebben doorgebracht tijdens een door de bevoegde autoriteit gevalideerde reis met een vaartuig op binnenwateren;

(15)   "vaartijd": de tijd die dekbemanningsleden aan boord hebben doorgebracht tijdens een door de bevoegde autoriteit gevalideerde reis met een vaartuig op binnenwateren, met inbegrip van – binnen bepaalde limieten – de tijd die tijdens de opleiding is doorgebracht in een krachtens art. 19 goedgekeurde simulator;

Motivering

Simulatortraining vormt een bijzonder doeltreffende wijze van voorbereiding op het omgaan met moeilijke situaties en noodgevallen en dient dan ook – binnen bepaalde limieten – mee te tellen in de beroepservaring die nodig is om een kwalificatie te verwerven.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)   Lidstaten mogen schippers vrijstellen van de in lid 1 genoemde verplichting indien deze schippers uitsluitend gebruik maken van nationale binnenwateren die niet met het bevaarbare waterwegennet van een andere lidstaat in verbinding staan. In dat geval mogen die lidstaten nationale kwalificatiecertificaten afgeven onder voorwaarden die afwijken van de in deze richtlijn uiteengezette algemene voorwaarden. De geldigheid van deze nationale kwalificatiecertificaten is echter beperkt tot de nationale waterwegen die niet in verbinding staan met het bevaarbare waterwegennet van een andere lidstaat.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Binnen zes maanden na de kennisgeving stelt de Commissie een uitvoeringsbesluit vast tot goedkeuring van de voorgestelde maatregelen indien deze in overeenstemming zijn met dit artikel en met artikel 18, of, indien dit niet het geval is, waarin de lidstaat wordt verplicht de voorgestelde maatregelen aan te passen of in te trekken.

3.   Binnen zes maanden na de kennisgeving stelt de Commissie overeenkomstig artikel 29 gedelegeerde handelingen vast om deze richtlijn aan te vullen met de procedure voor de goedkeuring van de voorgestelde maatregelen goed te keuren indien deze in overeenstemming zijn met dit artikel en met artikel 18, of, indien dit niet het geval is, om de lidstaat te verplichten de voorgestelde maatregelen aan te passen of in te trekken.

(Dit amendement vergt een wijziging van het artikel betreffende de uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie om te verwijzen naar dit lid.)

Motivering

De indeling als binnenwater met specifieke risico's betekent de facto dat de geharmoniseerde kwalificaties op het betrokken traject niet worden erkend. Een gedelegeerde handeling is daarom beter geschikt dan een uitvoeringshandeling om dergelijke afwijkingen toe te staan.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  voor EU-kwalificatiecertificaten voor bemanningsleden voldoende bewijsstukken als genoemd in artikel 10, lid 1, onder a), worden verstrekt;

(a)  voor EU-kwalificatiecertificaten voor dekbemanningsleden voldoende bewijsstukken als genoemd in artikel 10, lid 1, onder a), worden verstrekt;

Motivering

Doel van het voorstel is uitbreiding van het toepassingsgebied tot alle dekbemanningsleden naast de schipper.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De opleidingsprogramma’s waarmee een diploma of certificaat kan worden behaald ten bewijze van de naleving van de in artikel 15, lid 1, bedoelde competentienormen, worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het grondgebied waarvan de relevante onderwijs- of opleidingsinstelling is gevestigd.

1.  De lidstaten kunnen opleidingsprogramma's opstellen voor de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde personen. De lidstaten zorgen ervoor dat deze opleidingsprogramma’s waarmee een diploma of certificaat kan worden behaald ten bewijze van de naleving van de in artikel 15, lid 1, bedoelde competentienormen, worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het grondgebied waarvan de relevante onderwijs- of opleidingsinstelling haar opleidingsprogramma's uitvoert.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten erkennen de diploma's of certificaten die worden uitgereikt na het voltooien van door andere lidstaten overeenkomstig lid 1 goedgekeurde opleidingsprogramma's.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de toepassing van dit lid passen de lidstaten objectieve, doorzichtige, niet-discriminerende en proportionele criteria toe.

Bij de toepassing van dit lid passen de lidstaten objectieve, doorzichtige, niet-discriminerende en proportionele criteria toe, rekening houdend met de beginselen van gelijke kansen en gendergelijkheid.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.   De lidstaten zien erop toe dat, voor zover mogelijk, de toegang tot simulatoren wordt gewaarborgd voor onderdanen van andere lidstaten.

Motivering

Aangezien niet alle lidstaten over simulatoren beschikken lijkt het logisch dat de lidstaten die wel simulatoren hebben, alle mogelijke maatregelen nemen om toegang te verlenen aan onderdanen van andere lidstaten, zowel voor examens als voor opleiding.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden verwerkt ten behoeve van:

Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden verwerkt overeenkomstig de beginselen inzake bescherming van persoonsgegevens die zijn neergelegd in richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad1bis en ten behoeve van:

 

______________

 

1bis Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten wisselen informatie uit met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten inzake de certificering van personen die bij de exploitatie van een vaartuig zijn betrokken.

2.  De lidstaten wisselen informatie uit met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten inzake de certificering van personen die bij de exploitatie van een vaartuig zijn betrokken. Hierbij leven zij de in Richtlijn 95/46/EG neergelegde beginselen inzake bescherming van persoonsgegevens volledig na.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De delegatie van de in artikel 15, leden 1 en 4, de artikelen 19 en 21, en artikel 23, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheid wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd, met ingang van (*de datum van inwerkingtreding).

2.  De in artikel 8, lid 3, artikel 15, leden 1 en 4, artikel 19, artikel 21 en artikel 23, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze richtlijn]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheids​delegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

Motivering

De bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie dient qua tijd beperkt te zijn en het recht van de medewetgevers om de delegatie in te trekken dient duidelijk te worden genoemd. Artikel 8, lid 3, zou een gedelegeerde handeling moeten betreffen in plaats van een uitvoeringshandeling en zou dan ook moeten worden opgenomen in artikel 29 over het uitoefenen van de delegatie.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Voordat zij een gedelegeerde handeling vaststelt, raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen in het Interinstitutioneel akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 32 – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Binnen één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn stelt de Commissie stapsgewijs gedelegeerde handelingen vast tot vaststelling van:

1. Binnen één jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn stelt de Commissie stapsgewijs gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van:

Motivering

Dit amendement corrigeert een omissie, want de lijst die volgt heeft ook betrekking op uitvoeringshandelingen die de Commissie moet vaststellen.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 34 – lid 3 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Andere bemanningsleden dan schippers die beschikken over een kwalificatiecertificaat dat door een lidstaat is afgegeven vóór de datum volgend op het einde van de omzettingsperiode als bedoeld in artikel 35 van deze richtlijn of die beschikken over een in een of meer lidstaten erkende kwalificatie, mogen zich nog voor een periode van maximaal tien jaar na die datum beroepen op dat certificaat of die kwalificatie. Tijdens deze periode kunnen andere bemanningsleden dan schippers zich blijven beroepen op Richtlijn 2005/36/EG voor de erkenning van hun kwalificaties door de autoriteiten van de andere lidstaten. Vóór het verstrijken van deze periode kunnen zij een EU-kwalificatiecertificaat aanvragen of een certificaat op grond van artikel 9, lid 2, bij een bevoegde autoriteit die dergelijke certificaten afgeeft, op voorwaarde dat zij voldoende bewijsstukken verstrekken als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder a) en c), van deze richtlijn en bewijs leveren, door middel van een dienstboekje, van de volgende vaartijd:

3.  Andere bemanningsleden dan schippers die beschikken over een kwalificatiecertificaat dat door een lidstaat is afgegeven vóór de datum volgend op het einde van de omzettingsperiode als bedoeld in artikel 35 van deze richtlijn of die beschikken over een in een of meer lidstaten erkende kwalificatie, mogen zich nog voor een periode van maximaal tien jaar na die datum beroepen op dat certificaat of die kwalificatie. Tijdens deze periode kunnen andere bemanningsleden dan schippers zich blijven beroepen op Richtlijn 2005/36/EG voor de erkenning van hun kwalificaties door de autoriteiten van de andere lidstaten. Vóór het verstrijken van deze periode kunnen zij een EU-kwalificatiecertificaat aanvragen of een certificaat op grond van artikel 9, lid 2, bij een bevoegde autoriteit die dergelijke certificaten afgeeft, op voorwaarde dat zij voldoende bewijsstukken verstrekken als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder a) en c), van deze richtlijn en bewijs leveren, door middel van een dienstboekje of logboek, van de volgende vaartijd:

Motivering

Logboeken vormen eveneens een mogelijkheid om vaartijden bij te houden. Bovendien worden beide bewijsstukken in onderstaand lid 4 op dezelfde wijze behandeld.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 35 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op [drie jaar na inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

De lidstaten stellen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om uiterlijk op ... aan deze richtlijn te voldoen. [vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn]. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Motivering

Anders dan kan worden opgemaakt uit de titel van dit voorstel, voorziet de toekomstige richtlijn niet alleen in een systeem voor de wederzijdse erkenning van kwalificaties, maar harmoniseert zij tevens het hele systeem van opleidingen en kwalificaties voor de binnenvaart. Daarom moeten de lidstaten en de sector over meer tijd beschikken om zich aan te passen.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 37

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten die beschikken over binnenwateren als bedoeld in artikel 3.

Motivering

Net zoals voor de richtlijn tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen moet deze richtlijn alleen bindend zijn voor de lidstaten die over de betrokken binnenwateren beschikken.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart

Document- en procedurenummers

COM(2016)0082 – C8-0061/2016 – 2016/0050(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

11.4.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

11.4.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Joëlle Bergeron

15.3.2016

Behandeling in de commissie

13.6.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

12.7.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

15

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Rosa Estaràs Ferragut, Laura Ferrara, Mary Honeyball, Dietmar Köster, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Jiří Maštálka, Emil Radev, Julia Reda, Pavel Svoboda, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Angel Dzhambazki, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Stefano Maullu, Victor Negrescu


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart

Document- en procedurenummers

COM(2016)0082 – C8-0061/2016 – 2016/0050(COD)

Datum indiening bij EP

18.2.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

11.4.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

EMPL

11.4.2016

IMCO

11.4.2016

JURI

11.4.2016

 

Geen advies

       Datum besluit

IMCO

15.3.2016

 

 

 

Medeverantwoordelijke commissies

       Datum bekendmaking

EMPL

15.9.2016

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Gesine Meissner

2.5.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

15.6.2016

26.9.2016

9.11.2016

 

Datum goedkeuring

10.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

4

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Marie-Christine Arnautu, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Karima Delli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Bruno Gollnisch, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Gesine Meissner, Cláudia Monteiro de Aguiar, Renaud Muselier, Jens Nilsson, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Gabriele Preuß, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, David-Maria Sassoli, Claudia Schmidt, Jill Seymour, Claudia Țapardel, Pavel Telička, István Ujhelyi, Peter van Dalen, Wim van de Camp, Roberts Zīle, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Maria Grapini, Ramona Nicole Mănescu, Davor Škrlec

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Virginie Rozière

Datum indiening

16.11.2016

Juridische mededeling