Procedure : 2016/2047(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0353/2016

Ingediende teksten :

A8-0353/2016

Debatten :

PV 30/11/2016 - 11
CRE 30/11/2016 - 11

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.20
CRE 01/12/2016 - 6.20
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0475

VERSLAG     
PDF 608kWORD 71k
25.11.2016
PE 594.102v01-00 A8-0353/2016

over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2017, goedgekeurd door het bemiddelingscomité in het kader van de begrotingsprocedure

(14635/2016 – C8-0470/2016 – 2016/2047(BUD))

Delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité

Rapporteurs:   Jens Geier (Afdeling III – Commissie)

  Indrek Tarand (overige afdelingen)

BIJLAGE
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

BIJLAGE

17.11.2016

DEFINITIEVE

Begroting 2017 – Elementen voor gezamenlijke conclusies

Deze gezamenlijke conclusies hebben betrekking op de volgende onderwerpen:

1.  Begroting 2017

2.  Begroting 2016 – Ontwerpen van gewijzigde begroting 4/5 en 6/2016

3.  Gezamenlijke verklaringen

Kort overzicht

A.  Begroting 2017

De elementen voor gezamenlijke conclusies omvatten het volgende:

-  De vastleggingskredieten op de begroting 2017 zijn vastgesteld op in totaal 157 857,8 miljoen EUR. Dit houdt in dat er onder de maxima van het MFK voor 2017 een marge overblijft van 1 100,1 miljoen EUR aan vastleggingskredieten.

-  De betalingskredieten op de begroting 2017 zijn vastgesteld op in totaal 134 490,4 miljoen EUR.

-  Het flexibiliteitsinstrument voor 2017 wordt voor 530 miljoen EUR aan vastleggingskredieten gebruikt voor rubriek 3 Veiligheid en burgerschap.

-  De overkoepelende marge voor vastleggingen wordt voor een bedrag van 1 439,1 miljoen EUR gebruikt voor rubriek 1a Concurrentievermogen voor groei en banen.

-  De marge voor onvoorziene uitgaven wordt voor een bedrag van 1 906,2 miljoen EUR gebruikt voor rubriek 3 en 4. Dit wordt verrekend met een bedrag van 575,0 miljoen EUR van de niet-toegewezen marge van rubriek 2 Duurzame groei: Natuurlijke hulpbronnen in 2017, en met 507,3 miljoen EUR in 2017, 570,0 miljoen EUR in 2018 en 253,9 miljoen EUR in 2019 van de niet-toegewezen marges van rubriek 5 Administratie.

-  De betalingskredieten voor 2017 in verband met de gebruikmaking van het flexibiliteitsinstrument in 2014, 2015 en 2016 worden door de Commissie geraamd op 981,1 miljoen EUR.

B.  Begroting 2016

De elementen voor gezamenlijke conclusies omvatten het volgende:

-  Ontwerp van gewijzigde begroting 4/2016 en de daaraan verbonden gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven worden goedgekeurd als voorgesteld door de Commissie.

-  Ontwerp van gewijzigde begroting 5/2016 wordt goedgekeurd als voorgesteld door de Commissie.

-  Ontwerp van gewijzigde begroting 6/2016 en de daaraan verbonden gebruikmaking van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie worden goedgekeurd als voorgesteld door de Commissie.

1.  Begroting 2017

1.1.  "Afgesloten" lijnen

Tenzij verder in deze conclusies anders is vermeld, worden alle begrotingslijnen bevestigd die noch de Raad noch het Parlement in hun respectieve lezing hebben geamendeerd en waarvoor het Parlement met de amendementen van de Raad heeft ingestemd.

Voor de overige begrotingslijnen heeft het bemiddelingscomité de conclusies vastgesteld die zijn opgenomen in de secties 1.2 tot 1.8.

1.2.  Horizontale kwesties

Gedecentraliseerde agentschappen

De bijdrage van de EU (in vastleggings- en betalingskredieten) en het aantal ambten voor alle gedecentraliseerde agentschappen is vastgesteld op het door de Commissie in de ontwerpbegroting voorgestelde niveau, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017, met uitzondering van:

•  De Europese Politiedienst (Europol, artikel 18 02 04), waar 10 bijkomende posten aan zijn toegewezen, met bijkomende kredieten ter hoogte van 675 000 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten.

•  De Europese eenheid voor justitiële samenwerking (Eurojust, artikel 33 03 04), waar 10 bijkomende posten aan zijn toegewezen, met bijkomende kredieten ter hoogte van 675 000 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten.

•  De Europese Bankautoriteit (EBA, artikel 12 02 04) waarvan de vastleggings- en betalingskredieten worden verlaagd met 500 000 EUR.

•  Het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO, artikel 18 03 02) waarvan de vastleggings- en betalingskredieten worden verhoogd met 3 000 000 EUR.

•  Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA, post 17 03 12 01) waarvan de vastleggings- en betalingskredieten worden verlaagd met 8 350 000 EUR.

Uitvoerende agentschappen

De EU-bijdrage (in vastleggings- en betalingskredieten) en het aantal posten voor de uitvoerende agentschappen worden vastgesteld op het niveau dat door de Commissie in de ontwerpbegroting 2017 is voorgesteld.

Proefprojecten / Voorbereidende acties

Er wordt een breed pakket van 78 proefprojecten/voorbereidende acties (pp/va) goedgekeurd voor een totaalbedrag van 76,9 miljoen EUR aan vastleggingskredieten, als voorgesteld door het Parlement in aanvulling op de voorbereidende actie voorgesteld door de Commissie in de ontwerpbegroting 2017.

Wanneer een proefproject of een voorbereidende actie gedekt blijkt te zijn door een bestaande rechtsgrond, kan de Commissie voorstellen de kredieten over te schrijven naar de overeenkomstige rechtsgrond om de uitvoering van de actie te vergemakkelijken.

Dit pakket is volledig in overeenstemming met de maxima voor proefprojecten en voorbereidende acties waarin het Financieel Reglement voorziet.

1.3.  Uitgavenrubrieken van het financieel kader - vastleggingskredieten

Met inachtneming van de bovenstaande conclusies betreffende de "afgesloten" begrotingslijnen, de agentschappen en de proefprojecten en voorbereidende acties, heeft het bemiddelingscomité overeenstemming bereikt over de volgende punten:

Rubriek 1a — Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid

De vastleggingskredieten voor de volgende lijnen worden vastgesteld op het door de Commissie in de ontwerpbegroting 2017 voorgestelde niveau, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017.

 

 

 

 

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2017

Begroting 2017

Verschil

02 02 02

Kleine en middelgrote ondernemingen meer toegang geven tot financiering in de vorm van eigen vermogen en schuld

167 030 000

217 030 000

50 000 000

06 02 01 03

De integratie en interconnectie van vervoerwijzen optimaliseren en de interoperabiliteit verbeteren

360 321 493

410 321 493

50 000 000

08 02 01 01

Stimuleren van grensverleggend onderzoek in de Europese Onderzoeksraad

1 736 471 644

1 753 136 644

16 665 000

08 02 04

Topkwaliteit verspreiden en deelname verbreden

123 492 850

140 157 850

16 665 000

09 04 02 01

Leiderschap op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie

779 380 777

796 050 777

16 670 000

15 02 01 01

Bevordering van uitmuntendheid en samenwerking in de Europese onderwijs- en opleidingssector en het belang daarvan voor de arbeidsmarkt

1 701 963 700

1 725 463 700

23 500 000

15 02 01 02

Bevordering van uitmuntendheid en samenwerking op het gebied van de Europese jeugd en de participatie van jongeren aan het Europees democratisch leven

201 400 000

227 900 000

26 500 000

 

Totaal

 

 

200 000 000(1)

De Raad en het Parlement bevestigen dat de overeengekomen verhogingen in rubriek 1a in het kader van de begroting 2017 volledig in overeenstemming zijn met eerdere overeenkomsten, en lopende wetgevingsprocedures onverlet laten.

Alle andere vastleggingskredieten in rubriek 1a worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017, met de wijzigingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt en die zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Er wordt een specifiek begrotingsartikel gecreëerd voor "speciale evenementen", zoals voorzien in de lezing van het Parlement.

 

 

 

 

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2017 (incl. NvW 1)

Begroting 2017

Verschil

32 02 01 01

Verdere integratie van de interne energiemarkt en de interoperabiliteit van de elektriciteits- en gasnetwerken over de grenzen heen

217 403 954

206 508 927

-10 895 027

32 02 01 02

Verbetering van de voorzieningszekerheid van de Unie

217 403 954

207 441 809

-9 962 145

32 02 01 03

Bijdragen tot duurzame ontwikkeling en milieubescherming

217 404 002

206 509 070

-10 894 932

32 02 01 04

Een klimaat scheppen dat gunstiger is voor particuliere en publieke investeringen in energieprojecten

85 227 000

77 291 975

-7 935 025

15 02 10

Speciale jaarlijkse evenementen

 

6 000 000

6 000 000

04 03 02 01

Progress — Ondersteuning van de ontwikkeling, tenuitvoerlegging, monitoring en evaluatie van het werkgelegenheids- en sociaal beleid van de Unie en van de regelgeving inzake arbeidsomstandigheden

60 000 000

65 000 000

5 000 000

04 03 02 02

Eures — Het bevorderen van de vrijwillige geografische mobiliteit van werknemers en het vergroten van arbeidskansen

22 578 000

23 578 000

1 000 000

 

Totaal

 

 

-27 687 129

Bijgevolg, en rekening houdend met de agentschappen en de proefprojecten en voorbereidende acties, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten bepaald op 21 312,2 miljoen EUR, waardoor er een marge van 51,9 miljoen EUR onder het uitgavenplafond van rubriek 1a overblijft, en wordt van de overkoepelende marge voor vastleggingen gebruikgemaakt voor een bedrag van 1 439,1 miljoen EUR.

Rubriek 1b — Economische, sociale en territoriale samenhang

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat in de ontwerpbegroting is voorgesteld.

Rekening houdend met de proefprojecten en de voorbereidende acties, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten bepaald op 53 586,6 miljoen EUR, waardoor er een marge van 0,4 miljoen EUR onder het uitgavenplafond van rubriek 1b overblijft.

Rubriek 2 – Duurzame groei: Natuurlijke hulpbronnen

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017, met inbegrip van de bijkomende verlaging van 325,0 miljoen EUR voortvloeiend uit een stijging van de bestemmingsontvangsten van het ELGF die door de Commissie op 7 november 2016 is meegedeeld. Bijgevolg heeft het bemiddelingscomité overeenstemming bereikt over het volgende:

 

 

 

 

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2017(incl. NvW 1)

 

Begroting 2017

Verschil

05 03 01 10

Basisbetalingsregeling (BBR)

15 621 000 000

15 296 000 000

-325 000 000

Rekening houdend met de agentschappen en de proefprojecten en voorbereidende acties, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten bepaald op 58 584,4 miljoen EUR, waardoor er een marge van 1 031,6 miljoen EUR onder het uitgavenplafond van rubriek 2 overblijft, rekening houdend met het feit dat een bedrag van 575,0 miljoen EUR wordt gebruikt ter verrekening van de mobilisering van de marge voor onvoorziene uitgaven.

Rubriek 3 – Veiligheid en burgerschap

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017, maar met de wijzigingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt, en die zijn opgenomen in de volgende tabel:

 

 

 

 

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2017 (incl. NvW 1)

Begroting 2017

Verschil

09 05 05

Multimedia-acties

19 573 000

22 573 000

3 000 000

15 04 02

Subprogramma Cultuur — grensoverschrijdende acties ondersteunen en transnationale verspreiding en mobiliteit bevorderen

54 350 000

55 350 000

1 000 000

 

Totaal

 

 

4 000 000

De toelichting bij artikel 09 05 05 wordt gewijzigd door toevoeging van de volgende zin: "Waar passend kunnen de aanbestedings- en subsidieprocedures het aangaan van kaderpartnerschappen omvatten, met het oog op de bevordering van een stabiel financieringskader voor de pan-Europese netwerken die uit hoofde van dit krediet worden gefinancierd."

De toelichting bij artikel 15 04 02 wordt gewijzigd door toevoeging van de volgende zin: "Dit krediet kan ook dienen ter financiering van de voorbereiding van het Europees Jaar voor het Cultureel Erfgoed."

Bijgevolg, en rekening houdend met de agentschappen en de proefprojecten en voorbereidende acties, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten bepaald op 4 284,0 miljoen EUR, waardoor geen marge onder het uitgavenplafond van rubriek 3 overblijft, wordt het flexibiliteitsinstrument gebruikt voor een bedrag van 530 miljoen EUR en de marge voor onvoorziene uitgaven voor een bedrag van 1 176,0 miljoen EUR.

Rubriek 4 – Europa als wereldspeler

De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017, maar met de wijzigingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt, en die zijn opgenomen in de volgende tabel:

 

 

 

 

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2017 (incl. NvW 1)

Begroting 2017

Verschil

01 03 02

Macrofinanciële bijstand

30 828 000

45 828 000

15 000 000

01 03 08

Voorziening van het EFDO-garantiefonds met middelen

275 000 000

p.m.

-275 000 000

13 07 01

Financiële steun ten behoeve van de bevordering van de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap

31 836 240

34 836 240

3 000 000

19 03 01 05

Noodmaatregelen

69 480 000

62 850 000

-6 630 000

21 02 07 05

Migratie en asiel

448 273 912

404 973 912

-43 300 000

22 04 01 04

Ondersteuning van het vredesproces en financiële bijstand aan Palestina en aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA)

282 219 939

310 100 000

27 880 061

22 04 01 03

Mediterrane landen — Vertrouwensopbouw, veiligheid en het voorkomen en oplossen van conflicten

340 360 500

332 480 439

-7 880 061

22 04 02 02

Oostelijk Partnerschap — Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

313 825 583

322 125 583

8 300 000

 

Totaal

 

 

-278 630 000

Voor begrotingspost 19 03 01 07 Speciale vertegenwoordigers van de Europese Unie (SVEU’s) worden de kredieten echter vastgesteld op het niveau van de ontwerpbegroting 2017.

Bijgevolg, en rekening houdend met de agentschappen en de proefprojecten en voorbereidende acties, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten bepaald op 10 162,1 miljoen EUR, waardoor geen marge onder het uitgavenplafond van rubriek 4 overblijft, en wordt de marge voor onvoorziene uitgaven gebruikt voor een bedrag van 730,1 miljoen EUR.

Rubriek 5 – Administratie

Het aantal posten in de organigrammen van de instellingen en de kredieten die de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017, worden goedgekeurd door het bemiddelingscomité, maar met de volgende uitzonderingen:

•  Voor het Europees Parlement wordt zijn lezing goedgekeurd met dien verstande dat de verhoging van 76 posten voor de fracties volledig wordt verrekend met een compenserende vermindering van de posten van de personeelsformatie in de administratie van het Parlement, op budgettair neutrale wijze. Bovendien besluit het bemiddelingscomité om in de begroting 2017 het effect te verrekenen van de automatische salarisaanpassing die wordt toegepast vanaf 1 juli 2016 (8 717 000 EUR).

•  Voor de Raad wordt zijn lezing goedgekeurd, met verrekening in de begroting 2017 van het effect van de automatische salarisaanpassing die wordt toegepast vanaf 1 juli 2016 (3 301 000 EUR).

•  De verlagingen voor de Rekenkamer ten opzichte van de ontwerpbegroting 2017, die waren opgenomen in de lezing van het Parlement, worden goedgekeurd.

•  Voor de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) wordt een bedrag van EUR 560 250 (begrotingspost 1200), toegewezen aan de begrotingslijn voor arbeidscontractanten, en wordt begrotingspost 3003 Gebouwen en daarmee samenhangende kosten met eenzelfde bedrag verlaagd. De toelichting van post 1200 wordt gewijzigd door de volgende zin toe te voegen: "Dit krediet dient tevens ter dekking van de bezoldiging van arbeidscontractanten die zich bezighouden met strategische communicatieactiviteiten". Bovendien worden de volgende begrotingsonderdelen in de begrotingsafdeling van de EDEO aangepast om de overschrijving voor SVEU’s met een dubbele functie, als voorgesteld in nota van wijzigingen 1/2017, ongedaan te maken.

 

 

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

Verschil

3001

Extern personeel en externe dienstverlening

-3 645 000

3002

Overige personeelsuitgaven

-1 980 000

3003

Gebouwen en daarmee samenhangende kosten

-3 636 000

3004

Overige huishoudelijke uitgaven

-815 000

 

Totaal

-10 076 000

Bijgevolg, rekening houdend met de agentschappen en de proefprojecten en voorbereidende acties, is de overeengekomen hoogte van de vastleggingskredieten bepaald op 9 394,5 miljoen EUR, waardoor er een marge van 16,2 miljoen EUR onder het uitgavenplafond van rubriek 5 overblijft, na gebruikmaking van een bedrag van 507,3 miljoen EUR ter verrekening van de mobilisering van de marge voor onvoorziene uitgaven.

Speciale instrumenten

De vastleggingskredieten voor speciale instrumenten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting 2017, met uitzondering van de reserve voor het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (begrotingsartikel 40 02 44), die wordt geschrapt.

Compensatie van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2018 en 2019

Het totale gebruik van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017 bedraagt 1 176,0 miljoen EUR voor rubriek 3 en 730,1 miljoen EUR voor rubriek 4, voor een totaalbedrag van 1 906,2 miljoen EUR. Dit wordt verrekend met een bedrag van 575,0 miljoen EUR van de niet-toegewezen marge van rubriek 2 in 2017, en met 507,3 miljoen EUR in 2017, 570,0 miljoen EUR in 2018 en 253,9 miljoen EUR in 2019 van de niet-toegewezen marges van rubriek 5. Het besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit de marge voor onvoorziene uitgaven voor 2017 en nota van wijzigingen 1/2017 zullen dienovereenkomstig worden aangepast.

1.4.  Betalingskredieten

De totale hoogte van de betalingskredieten op de begroting 2017 wordt vastgesteld op het niveau van de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017, met de volgende aanpassingen als overeengekomen door het bemiddelingscomité:

1.  In de eerste plaats wordt rekening gehouden met het overeengekomen niveau van vastleggingskredieten voor niet-gesplitste uitgaven, waarvoor het niveau van betalingskredieten gelijk is aan de hoogte van de vastleggingskredieten. Dit omvat de verlaging van de landbouwuitgaven met 325 miljoen EUR en de aanpassing van de administratieve uitgaven voor de afdelingen I, II, III, IV, V, VI, VII, IX en X (13,4 miljoen EUR) en de gedecentraliseerde agentschappen, (waarvoor de EU-bijdrage in betalingskredieten is vastgesteld op het in punt 1.2 hierboven voorgestelde niveau). Het gecombineerde gevolg is een daling van 332,3 miljoen EUR;

2.  De betalingskredieten voor alle nieuwe proefprojecten en voorbereidende acties voorgesteld door het Parlement worden vastgesteld op 50 % van de overeenkomstige vastleggingskredieten of op het door het Parlement voorgestelde niveau indien dit lager is. Bij de verlenging van bestaande proefprojecten en voorbereidende acties is het niveau van betalingskredieten het niveau dat in het begrotingsontwerp is vastgelegd plus 50 % van de overeenkomstige nieuwe vastleggingskredieten, of het door het Parlement voorgestelde niveau indien dit lager is. Het gecombineerde gevolg is een verhoging van 35,2 miljoen EUR;

3.  Het bedrag van de betalingskredieten voor de "speciale evenementen" (artikel 15 02 10) is het bedrag dat wordt genoemd in de lezing van het Parlement (6 miljoen EUR);

4.  Voor de betalingskredieten voor begrotingsartikel 01 03 08 (Voorziening van het EFDO-garantiefonds) wordt een p.m.-vermelding opgenomen;

5.  De aanpassingen van de volgende begrotingsonderdelen zijn overeengekomen naar aanleiding van de ontwikkeling van vastleggingen voor gesplitste kredieten:

 

 

 

 

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2017 (incl. NvW 1)

Begroting 2017

Verschil

01 03 02

Macrofinanciële bijstand

30 828 000

45 828 000

15 000 000

04 03 02 01

Progress — Ondersteuning van de ontwikkeling, tenuitvoerlegging, monitoring en evaluatie van het werkgelegenheids- en sociaal beleid van de Unie en van de regelgeving inzake arbeidsomstandigheden

38 000 000

41 167 000

3 167 000

04 03 02 02

Eures — Het bevorderen van de vrijwillige geografische mobiliteit van werknemers en het vergroten van arbeidskansen

17 000 000

17 753 000

753 000

09 05 05

Multimedia-acties

23 997 455

26 997 455

3 000 000

13 07 01

Financiële steun ten behoeve van de bevordering van de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap

36 031 865

39 031 865

3 000 000

15 04 02

Subprogramma Cultuur — grensoverschrijdende acties ondersteunen en transnationale verspreiding en mobiliteit bevorderen

43 430 071

44 229 071

799 000

22 04 01 04

Ondersteuning van het vredesproces en financiële bijstand aan Palestina en aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen (UNRWA)

280 000 000

307 661 000

27 661 000

22 04 02 02

Oostelijk Partnerschap — Armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling

167 700 000

172 135 000

4 435 000

19 03 01 05

Noodmaatregelen

33 212 812

30 043 812

-3 169 000

21 02 07 05

Migratie en asiel

155 000 000

115 722 000

-39 278 000

22 04 01 03

Mediterrane landen — Vertrouwensopbouw, veiligheid en het voorkomen en oplossen van conflicten

138 000 000

134 805 000

-3 195 000

32 02 01 01

Verdere integratie van de interne energiemarkt en de interoperabiliteit van de elektriciteits- en gasnetwerken over de grenzen heen

34 765 600

33 023 600

-1 742 000

32 02 01 02

Verbetering van de voorzieningszekerheid van de Unie

26 032 000

24 839 000

-1 193 000

32 02 01 03

Bijdragen tot duurzame ontwikkeling en milieubescherming

26 531 000

25 201 000

-1 330 000

32 02 01 04

Een klimaat scheppen dat gunstiger is voor particuliere en publieke investeringen in energieprojecten

31 200 000

28 295 000

-2 905 000

 

Totaal

 

 

5 003 000

6.  De betalingskredieten voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (artikel 40 02 43) worden vastgesteld op nul (een daling met -30 miljoen EUR) omdat de betalingskredieten afkomstig van bestemmingsontvangsten naar schatting genoeg zullen zijn voor het gehele jaar 2017.

7.  De reserve voor het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (artikel 40 02 44) wordt geschrapt.

8.  Voor de volgende lijnen worden extra verlagingen van de betalingen doorgevoerd:

 

 

 

 

In EUR

Begrotingsonderdeel

Naam

OB 2017 (incl. NvW 1)

Begroting 2017

Verschil

04 02 62

Europees Sociaal Fonds (ESF) — Meer ontwikkelde regio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid

2 508 475 000

2 490 475 000

-18 000 000

13 03 61

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Overgangsregio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid

2 214 431 000

2 204 431 000

-10 000 000

13 03 62

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Meer ontwikkelde regio's — Doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid

3 068 052 000

3 043 052 000

-25 000 000

13 03 64 01

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Europese territoriale samenwerking

884 299 000

783 299 000

-101 000 000

 

Totaal

 

 

-154 000 000

Deze maatregelen leveren een niveau van betalingskredieten op van 134 490,4 miljoen EUR, dat wil zeggen een daling van 931,4 miljoen EUR ten opzichte van de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017.

1.5.  Reserve

Er zijn geen reserves naast die van de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017, met uitzondering van:

•  Post 13 01 04 04 Uitgaven voor ondersteuning van het steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) en artikel 13 08 01 Steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) — Operationele technische bijstand overgeschreven van rubriek 1b (ESF, EFRO en CF), waarvoor de volledige bedragen aan vastleggings- en betalingskredieten in de reserve worden geplaatst in afwachting van de goedkeuring van de rechtsgrond voor het steunprogramma voor structurele hervormingen.

•  Artikel 13 08 02 Steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) — Operationele technische bijstand overgeschreven van rubriek 2 (ELFPO) waarvoor het volledige bedrag aan vastleggings- en betalingskredieten in de reserve wordt geplaatst in afwachting van de goedkeuring van de rechtsgrond voor het steunprogramma voor structurele hervormingen.

•  Post 18 02 01 03 Opzetten van nieuwe IT-systemen ter ondersteuning van de beheersing van de migratiestromen over de buitengrenzen van de Unie, waarvoor 40 000 000 EUR aan vastleggingskredieten en 28 000 000 EUR aan betalingskredieten in de reserve worden geplaatst in afwachting van de afronding van de wetgevingsprocedure tot instelling van het inreis-uitreissysteem.

1.6.  Begrotingstoelichtingen

Tenzij specifiek hierboven behandeld, worden amendementen van het Europees Parlement of de Raad op de tekst van de toelichtingen op de begroting goedgekeurd, met uitzondering van de begrotingslijnen die in de onderstaande tabel zijn opgenomen en waarvoor de tekst van de toelichtingen voorgesteld op de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017 en de actualisering van het ELGF, wordt goedgekeurd.

Hierbij moet worden aangetekend dat de amendementen die door het Europees Parlement of de Raad zijn ingediend niet kunnen leiden tot wijziging of uitbreiding van het bereik van een bestaande rechtsgrond of inbreuk kunnen maken op de administratieve autonomie van instellingen, en dat de desbetreffende actie gefinancierd moet kunnen worden met de beschikbare middelen.

Begrotingsonderdeel

Naam

04 03 02 03

Microfinanciering en sociaal ondernemerschap — Verbetering van de toegang tot en de beschikbaarheid van financiering voor natuurlijke en rechtspersonen, met name voor wie het verst van de arbeidsmarkt af staat, en sociale ondernemingen

S 03 01 06 01

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

05 02 11 99

Overige maatregelen (overige plantaardige producten/overige maatregelen)

05 04 60

Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling — Elfpo (2014-2020)

05 04 60 02

Operationele technische bijstand

18 04 01 01

Europa voor de burger — Het gedenken en de capaciteit voor burgerparticipatie op het niveau van de Unie versterken

1.7.  Nieuwe begrotingslijnen

De begrotingsnomenclatuur die de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen 1/2017, met de opname van proefprojecten en voorbereidende acties, en het nieuwe begrotingsartikel voor speciale jaarlijkse evenementen (15 02 10), wordt goedgekeurd.

1.8.  Ontvangsten

Het voorstel van de Commissie in nota van wijzigingen 1/2017 betreffende de opname in de begroting van de ontvangsten uit geldboeten voor een bedrag van 1 miljard euro wordt goedgekeurd.

2.  Begroting 2016

Ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) 4/2016 en de daaraan verbonden gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven worden goedgekeurd als voorgesteld door de Commissie.

Ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) 5/2016 wordt goedgekeurd als voorgesteld door de Commissie.

Ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) 6/2016 en de daaraan verbonden gebruikmaking van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie worden goedgekeurd als voorgesteld door de Commissie.

3.  Gezamenlijke verklaringen

3.1.  Gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie over het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie brengen in herinnering dat het terugdringen van de jeugdwerkloosheid voor elk van de drie instellingen hoog op de politieke agenda blijft staan, en geven daarom nogmaals uiting aan hun vastbeslotenheid om de daartoe beschikbare middelen, en in het bijzonder het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, optimaal te benutten.

Zij wijzen erop dat, overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (MFK-verordening), "marges die beschikbaar blijven onder de MFK-maxima voor vastleggingskredieten voor de jaren 2014-2017 een overkoepelende MFK-marge vormen voor vastleggingen, die beschikbaar worden gesteld boven de maxima die in het MFK zijn vastgesteld voor de jaren 2016 tot en met 2020 voor beleidsdoelstellingen met betrekking tot groei en werkgelegenheid, in het bijzonder voor jongeren".

De Raad en het Europees Parlement verzoeken de Commissie in 2017 een gewijzigde begroting in te dienen om te voorzien in 500 miljoen(2) EUR voor het jongeren-werkgelegenheidsinitiatief in 2017, gefinancierd uit de overkoepelende marge voor vastleggingen zodra de technische aanpassing overeenkomstig artikel 6 van de MFK-verordening is vastgesteld.

De Raad en het Europees Parlement zeggen toe het ontwerp van gewijzigde begroting voor 2017 zoals voorgelegd door de Commissie snel te zullen behandelen.

3.2.  Gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie over betalingskredieten

Het Europees Parlement en de Raad herinneren eraan dat in het licht van de uitvoering moet worden gezorgd voor een ordelijke ontwikkeling van de betalingen ten opzichte van de vastleggingskredieten om een abnormaal niveau van onbetaalde rekeningen aan het eind van het jaar te voorkomen.

Het Europees Parlement en de Raad verzoeken de Commissie nauwlettend te blijven toezien op de uitvoering van de programma's voor 2014-2020. Daartoe verzoeken zij de Commissie om tijdig geactualiseerde cijfers over de stand van uitvoering en de ramingen met betrekking tot de in 2017 benodigde betalingskredieten voor te leggen.

De Raad en het Europees Parlement zullen te zijner tijd de nodige besluiten voor naar behoren gerechtvaardigde behoeften nemen, om te voorkomen dat een buitensporig bedrag aan onbetaalde rekeningen wordt geaccumuleerd en te waarborgen dat aan betalingsverzoeken naar behoren wordt voldaan.

3.3  Gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie over de vermindering van het personeelsbestand met 5 %

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie brengen in herinnering dat is overeengekomen om het personeelsbestand conform het formatieplan per 1 januari 2013 voor alle instellingen, organen en agentschappen geleidelijk met 5 % te verminderen, overeenkomstig punt 27 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer.

De drie instellingen herinneren eraan dat het beoogde jaar voor de volledige uitvoering van de vermindering van het personeelsbestand met 5 % 2017 is. Zij komen overeen dat passende follow-upmaatregelen zullen worden genomen om de balans op te maken van de situatie en aldus te waarborgen dat alles in het werk wordt gesteld om verdere vertraging bij de uitvoering van de vermindering van het personeelsbestand met 5 % in alle instellingen, organen en agentschappen te voorkomen.

De drie instellingen zijn ingenomen met het door de Commissie verstrekte overzicht van geconsolideerde gegevens betreffende alle externe personeelsleden die in dienst zijn van de instellingen, dat is opgenomen in de ontwerpbegroting overeenkomstig punt b) van artikel 38, lid 3, van het Financieel Reglement. Zij verzoeken de Commissie om ook de komende jaren die informatie te verstrekken bij de presentatie van de ontwerpbegrotingen.

De Raad en het Parlement onderstrepen dat vermindering van het personeelsbestand met 5 % moet bijdragen tot bezuinigingen in de administratieve uitgaven van de instellingen. Met het oog daarop verzoeken zij de Commissie te beginnen met de beoordeling van het resultaat van deze exercitie teneinde er lering uit te trekken voor de toekomst.

3.4  Gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie over het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling

Om de diepere oorzaken van migratie aan te pakken, heeft de Commissie het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) opgericht, dat is gebaseerd op de instelling van een EFDO-garantie en een EFDO-garantiefonds. De Commissie stelt voor om het EFDO garantiefonds te spijzen met 750 miljoen EUR voor de periode 2017-2020, waarvan 400 miljoen EUR uit het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) voor de periode van vier jaar, 100 miljoen EUR uit het Europees nabuurschapsinstrument voor de periode 2017–2020 (waarvan 25 miljoen EUR in 2017) en 250 miljoen EUR aan vastleggings- (en betalings)kredieten in 2017.

De Raad en het Europees Parlement verzoeken de Commissie de benodigde kredieten aan te vragen door middel van een gewijzigde begroting in 2017, zodat het EFDO uit de EU-begroting wordt gefinancierd zodra de rechtsgrondslag is goedgekeurd.

De Raad en het Europees Parlement zeggen toe het ontwerp van gewijzigde begroting voor 2017 zoals voorgelegd door de Commissie snel te zullen behandelen.

3.5  Gezamenlijke verklaring over de EU-trustfondsen en de faciliteit voor vluchtelingen in Turkije

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie zijn het erover eens dat de oprichting van trustfondsen en de faciliteit voor vluchtelingen in Turkije transparant en duidelijk moeten zijn, en moeten sporen met het beginsel van eenheid van de begroting van de Unie, met de prerogatieven van de begrotingsautoriteit, en met de doelstellingen van bestaande rechtsgrondslagen.

Zij verbinden zich ertoe deze kwesties in voorkomend geval in het kader van de herziening van het Financieel Reglement aan te pakken, om het juiste evenwicht tussen flexibiliteit en verantwoordingsplicht te bereiken.

De Commissie verbindt zich ertoe:

-  de begrotingsautoriteit regelmatig te informeren over lopende en geplande financiering van trustfondsen (met inbegrip van de bijdragen van de lidstaten) en operaties;

-  met ingang van 2017 een werkdocument te voegen bij de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar;

-  maatregelen voor te stellen voor een adequate betrokkenheid van het Europees Parlement.

3.6  Gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie over landbouw

De begroting 2017 omvat een reeks urgente maatregelen om landbouwers te helpen bij het aanpakken van de recente problemen op de markt. De Commissie bevestigt dat de marge onder rubriek 2 voldoende is om onvoorziene behoeften op te vangen. Zij verbindt zich ertoe regelmatig toe te zien op de marktsituatie en, indien nodig, passende maatregelen voor te stellen om in te spelen op behoeften die niet kunnen worden gedekt door de goedgekeurde begrotingskredieten. In dat geval zeggen het Europees Parlement en de Raad toe om desbetreffende begrotingsvoorstellen zo spoedig mogelijk te behandelen.

(1)

  Deze bedragen maken deel uit van de totale verhoging voor rubriek 1a tot 2020 in het kader van de tussentijdse evaluatie/herziening van het MFK.

(2)

  Dit bedrag past in de algehele verhoging voor het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief tot 2020 in het kader van de tussentijdse evaluatie/herziening van het MFK.


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015

Document- en procedurenummers

[00000/2016] – C8-0000/2016] – [2016/2047](BUD)

Voorzitter van de delegatie: Voorzitter

Martin Schulz

Commissie ten principale

  Voorzitter

BUDG

Jean Arthuis

Rapporteur(s)

Jens Geier

Indrek Tarand

Behandelde ontwerpen van handeling

COM(2016)3000, COM(2016)0679

Standpunt Raad

  Datum goedkeuring

  Datum bekendmaking

11900/2016 – C8-0373/2016

12.9.2016

14.9.2016

Datum standpunt EP

27.10.2016

P8_TA(2016)0411

Datum brief van de Raad inzake niet-goedkeuring amendementen van het EP

26.10.2016

Vergaderingen bemiddelingscomité

08.11.2016

16.11.2016

 

 

Datum goedkeuring door de delegatie van het Parlement overeenkomstig artikel 314, lid 5, VWEU

17.11.2016

Aanwezige leden

Jean Arthuis, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Monika Hohlmeier, Ernest Maragall, Marian-Jean Marinescu, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Petri Sarvamaa, Indrek Tarand, Isabelle Thomas

Datum overeenstemming bemiddelingscomité

17.11.2016

Datum constatering door medevoorzitters van goedkeuring gemeenschappelijk ontwerp en toezending aan EP en Raad

17.11.2016

Datum indiening

25.11.2016

Juridische mededeling