Procedure : 2015/0277(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0364/2016

Ingediende teksten :

A8-0364/2016

Debatten :

PV 11/06/2018 - 16
CRE 11/06/2018 - 16

Stemmingen :

PV 12/06/2018 - 5.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0245

VERSLAG     ***I
PDF 1282kWORD 174k
2.12.2016
PE 576.812v02-00 A8-0364/2016

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2015)0613 – C8-0389/2015 – 2015/0277(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Marian-Jean Marinescu

ERRATA/ADDENDA
AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2015)0613 – C8-0389/2015 – 2015/0277(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2015)0613),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0389/2015),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Italiaanse Senaat en het Maltese Parlement, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van ... (1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 12 oktober 2016 (2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0364/2016),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Titel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad

inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

(Voor de EER relevante tekst)

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  Het is passend rekening te houden met de resolutie van het Europees Parlement van 29 oktober 2015 over veilig gebruik van systemen van op afstand bestuurde luchtvaartuigen (RPAS), algemeen bekend als onbemande luchtvaartuigen (unmanned aerial vehicles - UAV), op het gebied van burgerluchtvaart1bis.

 

______________

 

1 bis 2014/2243(INI)

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Te allen tijde moet een hoog en uniform niveau van veiligheid en milieubescherming in de burgerluchtvaart worden gegarandeerd via de vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsregels en via maatregelen die waarborgen dat alle goederen, personen en organisaties die een rol spelen in burgerluchtvaartactiviteiten in de Unie, voldoen aan die regels en aan de regels die zijn vastgesteld om het milieu te beschermen.

(1)  Te allen tijde moet een hoog en uniform niveau van veiligheid in de burgerluchtvaart worden gegarandeerd via de vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsregels en via maatregelen die waarborgen dat alle goederen, personen en organisaties die een rol spelen in burgerluchtvaartactiviteiten in de Unie, voldoen aan die regels.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Daarnaast moet te allen tijde een hoog en uniform niveau van milieubescherming worden gegarandeerd via maatregelen die waarborgen dat alle goederen, personen en organisaties die een rol spelen in burgerluchtvaartactiviteiten in de Unie voldoen aan toepasselijke EU-wetgeving en aan internationale normen en aanbevolen praktijken.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  Het Agentschap moet energiebesparingen, verlaging van het energieverbruik, beperking van de negatieve gevolgen van emissies voor het klimaat en vermindering van geluidsoverlast en luchtvervuiling bevorderen. Met het oog daarop moet het Agentschap zich baseren op de verordeningen inzake een gemeenschappelijk Europees luchtruim (SES-verordeningen) en handelen dankzij verbeterd grensoverschrijdend presteren van luchtverkeersbeheersdiensten/luchtvaartnavigatiediensten (Air Traffic Management/Air Navigation Services - ATM/ANS).

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Het zou niet passend zijn alle luchtvaartuigen aan gemeenschappelijke regels te onderwerpen. Gezien het beperkte risico voor de veiligheid van de burgerluchtvaart is het met name wenselijk dat luchtvaartuigen van een eenvoudig ontwerp, luchtvaartuigen voor hoofdzakelijk lokale vluchtuitvoeringen en zelfgebouwde, bijzonder zeldzame of slechts in beperkte aantallen geproduceerde luchtvaartuigen niet aan deze regels worden onderworpen; dergelijke luchtvaartuigen blijven dus onder de toezichtsregeling van de lidstaten zonder dat de andere lidstaten op enigerlei wijze op grond van deze verordening worden verplicht om zulke nationale regelingen te erkennen.

(3)  Het zou niet passend zijn alle luchtvaartuigen aan gemeenschappelijke regels te onderwerpen. Gezien het beperkte risico voor de veiligheid van de burgerluchtvaart is het met name wenselijk dat luchtvaartuigen van een eenvoudig ontwerp, luchtvaartuigen voor hoofdzakelijk lokale vluchtuitvoeringen en zelfgebouwde, bijzonder zeldzame of slechts in beperkte aantallen geproduceerde luchtvaartuigen niet aan deze regels worden onderworpen; dergelijke luchtvaartuigen blijven dus onder de toezichtsregeling van de lidstaten zonder dat de andere lidstaten op enigerlei wijze op grond van deze verordening worden verplicht om zulke nationale regelingen te erkennen. Desalniettemin moet de Commissie de vaststelling van gemeenschappelijke luchtwaardigheidsnormen en -richtsnoeren faciliteren om te voldoen aan de in artikel 1, lid 2, onder a), b), c), g), en h), van deze verordening vastgestelde doelstellingen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Er moet echter worden voorzien in de mogelijkheid om sommige bepalingen van deze verordening toe te passen op bepaalde types luchtvaartuigen die niet onder deze verordening vallen, met name die welke op industriële wijze worden gebouwd en die baat kunnen hebben bij het vrije verkeer in de Unie. Organisaties die betrokken zijn bij het ontwerp van dergelijke luchtvaartuigen moeten dan ook de mogelijkheid krijgen om de Commissie te verzoeken een besluit te nemen waarbij de eisen van de Unie inzake het ontwerp, de vervaardiging en het onderhoud van luchtvaartuigen van toepassing zijn op nieuwe types luchtvaartuigen die door die organisaties in de handel worden gebracht.

(4)  Er moet worden voorzien in de mogelijkheid om sommige bepalingen van deze verordening toe te passen op bepaalde types luchtvaartuigen die niet onder deze verordening vallen, met name die welke op industriële wijze worden gebouwd en die baat kunnen hebben bij het vrije verkeer in de Unie. Organisaties die betrokken zijn bij het ontwerp van dergelijke luchtvaartuigen moeten dan ook de mogelijkheid krijgen om de Commissie te verzoeken een besluit te nemen waarbij de eisen van de Unie inzake het ontwerp, de vervaardiging en het onderhoud van luchtvaartuigen van toepassing zijn op nieuwe types luchtvaartuigen die door die organisaties in de handel worden gebracht.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen om luchtvaartterreinen met een laag verkeersvolume vrij te stellen van de bepalingen van deze verordening, mits de Commissie hier vooraf toestemming voor verleent en voor zover de luchtvaartterreinen in kwestie voldoen aan de gemeenschappelijke minimumveiligheidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in de relevante essentiële eisen. Als een lidstaat dergelijke vrijstellingen verleent, moeten deze vrijstellingen ook van toepassing zijn op de apparatuur die op het luchtvaartterrein in kwestie wordt gebruikt en op de verleners van grondafhandelingsdiensten en platformbeheersdiensten die actief zijn op de luchtvaartterreinen waarvoor vrijstelling is verleend. Vrijstellingen die door lidstaten aan luchtvaartterreinen zijn verleend voor de inwerkingtreding van deze verordening, moeten geldig blijven, en tegelijk moet erop worden toegezien dat informatie over die vrijstellingen ter beschikking van het publiek wordt gesteld.

(6)  De lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen om luchtvaartterreinen met een laag verkeersvolume vrij te stellen van de bepalingen van deze verordening, op voorwaarde van voorafgaande kennisgeving aan en een besluit van het Agentschap, voor zover de luchtvaartterreinen in kwestie voldoen aan de gemeenschappelijke minimumveiligheidsdoelstellingen die zijn vastgesteld in de relevante essentiële eisen. Als een lidstaat dergelijke vrijstellingen verleent, moeten deze vrijstellingen ook van toepassing zijn op de apparatuur die op het luchtvaartterrein in kwestie wordt gebruikt en op het platformbeheer op de luchtvaartterreinen waarvoor vrijstelling is verleend. Vrijstellingen die door lidstaten aan luchtvaartterreinen zijn verleend voor de inwerkingtreding van deze verordening, moeten geldig blijven, en tegelijk moet erop worden toegezien dat informatie over die vrijstellingen ter beschikking van het publiek wordt gesteld.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De lidstaten kunnen er de voorkeur aan geven, met name met het oog op veiligheids-, interoperabiliteits- of efficiëntiewinsten, om de bepalingen van deze verordening toe te passen op staatsluchtvaartuigen en luchtverkeersbeheersdiensten (ATM) en luchtvaartnavigatiediensten (ANS) die worden verleend door het leger. Zij moeten toestemming krijgen om dit te doen. De Commissie moet de nodige tenuitvoerleggingsbevoegdheden krijgen om een beslissing te nemen over dergelijke verzoeken. De lidstaten die gebruik maken van deze mogelijkheid moeten samenwerken met het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (hierna "het Agentschap" genoemd), met name door alle nodige informatie te verstrekken die het mogelijk maakt te bevestigen dat de betrokken luchtvaartuigen en activiteiten voldoen aan de relevante bepalingen van deze verordening.

(7)  De lidstaten kunnen er met het oog op veiligheids- en interoperabiliteitswinsten de voorkeur aan geven om de bepalingen van deze verordening toe te passen op staatsluchtvaartuigen en luchtverkeersbeheersdiensten (ATM) en luchtvaartnavigatiediensten (ANS) die worden verleend door het leger. De lidstaten die gebruik maken van deze mogelijkheid moeten samenwerken met het Agentschap van de Europese Unie voor de luchtvaart (hierna "het Agentschap" genoemd), met name door alle nodige informatie te verstrekken die het mogelijk maakt te bevestigen dat de betrokken luchtvaartuigen en activiteiten voldoen aan de relevante bepalingen van deze verordening.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  De maatregelen die in overeenstemming met deze verordening zijn genomen om de veiligheid van de burgerluchtvaart in de Unie te reguleren, met inbegrip van de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die op basis van deze verordening zijn vastgesteld, moeten zijn afgestemd op de verschillende soorten vluchtuitvoeringen en activiteiten en evenredig zijn met de daaraan verbonden risico’s. Waar mogelijk moeten zij ook zodanig zijn geformuleerd dat de focus ligt op de te bereiken doelstellingen, maar dat verschillende mogelijkheden worden geboden om deze doelstellingen te bereiken. Dit moet bijdragen tot een meer kostenefficiënte totstandbrenging van de vereiste veiligheidsniveaus en moet een stimulans vormen voor technische en operationele innovatie. Er moet gebruik worden gemaakt van erkende sectorale normen en praktijken, voor zover is vastgesteld dat deze de naleving van de in deze verordening vastgestelde essentiële eisen garanderen.

(8)  De maatregelen die in overeenstemming met deze verordening zijn genomen om de veiligheid van de burgerluchtvaart in de Unie te reguleren, met inbegrip van de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die op basis van deze verordening zijn vastgesteld, moeten zijn afgestemd op de verschillende soorten luchtvaartuigen, vluchtuitvoeringen en activiteiten en evenredig zijn met de daaraan verbonden risico’s. Waar mogelijk moeten zij ook zodanig zijn geformuleerd dat de focus ligt op de te bereiken doelstellingen, maar dat verschillende mogelijkheden worden geboden om deze doelstellingen te bereiken, en op een systemische benadering van de burgerluchtvaart, rekening houdend met de onderlinge afhankelijkheid van veiligheid en andere technische domeinen van de luchtvaartregelgeving, waaronder cyberveiligheid. Dit moet bijdragen tot een meer kostenefficiënte totstandbrenging van de vereiste veiligheidsniveaus en moet een stimulans vormen voor technische en operationele innovatie. Er moet gebruik worden gemaakt van erkende sectorale normen en praktijken, voor zover is vastgesteld dat deze de naleving van de in deze verordening vastgestelde essentiële eisen garanderen, in het bijzonder op de gebieden waar dat van oudsher het geval is, zoals de grondafhandeling.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De toepassing van deugdelijke beginselen op het gebied van veiligheidsbeheer is van wezenlijk belang voor de voortdurende verbetering van de veiligheid van de burgerluchtvaart in de Unie, waarbij moet worden ingespeeld op ontluikende veiligheidsrisico’s en optimaal gebruik moet worden gemaakt van beperkte technische middelen. Het is dan ook noodzakelijk een gemeenschappelijk kader vast te stellen voor het plannen en uitvoeren van acties ter verbetering van de veiligheid. Te dien einde moeten een Europees plan voor de veiligheid van de luchtvaart en een Europees programma voor de veiligheid van de luchtvaart worden opgesteld op het niveau van de Unie. Elke lidstaat moet ook een nationaal programma voor de veiligheid van de luchtvaart opstellen overeenkomstig de voorschriften in bijlage 19 bij het Verdrag van Chicago. Dit programma moet vergezeld gaan van een plan met daarin een beschrijving van de maatregelen die door de lidstaat moeten worden genomen om de vastgestelde veiligheidsrisico’s te beperken.

(9)  De toepassing van deugdelijke beginselen op het gebied van veiligheidsbeheer is van wezenlijk belang voor de voortdurende verbetering van de veiligheid van de burgerluchtvaart in de Unie, waarbij moet worden ingespeeld op ontluikende veiligheidsrisico’s en optimaal gebruik moet worden gemaakt van beperkte technische middelen. Het is dan ook noodzakelijk een gemeenschappelijk kader vast te stellen voor het plannen en uitvoeren van acties ter verbetering van de veiligheid. Te dien einde moeten een Europees plan voor de veiligheid van de luchtvaart en een Europees programma voor de veiligheid van de luchtvaart worden opgesteld op het niveau van de Unie. Elke lidstaat moet ook een staatsprogramma voor de veiligheid van de luchtvaart opstellen overeenkomstig de voorschriften in bijlage 19 bij het Verdrag van Chicago. Dit programma moet vergezeld gaan van een plan met daarin een beschrijving van de maatregelen die door de lidstaat moeten worden genomen om de vastgestelde veiligheidsrisico’s te beperken. Het Europees programma en de Europese plannen voor de veiligheid van de luchtvaart, alsook het staatsprogramma voor de veiligheid van de luchtvaart zoals beschreven in bijlage 19 bij het Verdrag van Chicago, moeten worden opgesteld in nauwe samenwerking met belanghebbenden uit de sector.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Overeenkomstig de bepalingen die zijn vastgesteld in bijlage 19 bij het Verdrag van Chicago moeten de lidstaten een aanvaardbaar niveau van veiligheidsprestaties totstandbrengen voor wat betreft de luchtvaartactiviteiten die onder hun verantwoordelijkheid vallen. Om de lidstaten te helpen om deze doelstelling op gecoördineerde wijze te verwezenlijken, moet in het Europees plan voor de veiligheid van de luchtvaart een aanvaardbaar niveau van veiligheidsprestaties voor de Unie worden vastgesteld, voor wat betreft de verschillende categorieën luchtvaartactiviteiten. Dat aanvaardbaar niveau van veiligheidsprestaties mag geen bindend karakter hebben, maar geeft de ambitie van de Unie en de lidstaten weer op het gebied van de veiligheid van de burgerluchtvaart.

(10)  Overeenkomstig de bepalingen die zijn vastgesteld in bijlage 19 bij het Verdrag van Chicago moeten de lidstaten een aanvaardbaar niveau van veiligheidsprestaties tot stand brengen voor wat betreft de luchtvaartactiviteiten die onder hun verantwoordelijkheid vallen. Om de lidstaten te helpen om deze doelstelling op gecoördineerde wijze te verwezenlijken, moet in het Europees plan voor de veiligheid van de luchtvaart een hoog, uniform niveau van veiligheidsprestaties voor de Unie worden vastgesteld, voor wat betreft de verschillende categorieën luchtvaartactiviteiten. Dat aanvaardbaar niveau van veiligheidsprestaties mag geen bindend karakter hebben, maar moet daarentegen de ambitie van de lidstaten op het gebied van de veiligheid van de burgerluchtvaart tot uiting brengen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  In lijn met de normen en aanbevolen praktijken van het Verdrag van Chicago, moeten essentiële eisen die van toepassing zijn op luchtvaartproducten, onderdelen, niet-geïnstalleerde apparatuur, luchtvaartterreinen en het verlenen van ATM/ANS worden vastgesteld. Voorts moeten ook essentiële eisen worden vastgesteld die van toepassing zijn op personen en organisaties die betrokken zijn bij de vluchtuitvoering met luchtvaartuigen, de exploitatie van luchtvaartterreinen en het verlenen van ATM/ANS, alsook essentiële eisen voor personen en producten die betrokken zijn bij de opleiding en medische keuring van bemanningsleden en luchtverkeersleiders.

(12)  In lijn met de normen en aanbevolen praktijken van het Verdrag van Chicago, moeten essentiële eisen die van toepassing zijn op luchtvaartproducten, onderdelen, niet-geïnstalleerde apparatuur en luchtvaartterreinen, waaronder apparatuur en ATM/ANS-systemen, worden vastgesteld. Voorts moeten ook essentiële eisen worden vastgesteld die van toepassing zijn op personen en organisaties die betrokken zijn bij de vluchtuitvoering met luchtvaartuigen, de exploitatie van luchtvaartterreinen en het verlenen van ATM/ANS, alsook essentiële eisen voor personen en producten die betrokken zijn bij de opleiding en medische keuring van bemanningsleden en luchtverkeersleiders.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  Het is van cruciaal belang dat personeel voor de luchtverkeersveiligheidselektronica (Air Traffic Safety Electronics Personnel -ATSEP) naar behoren gekwalificeerd is voor het verrichten van zijn taken. Gezien de grote verscheidenheid aan omgevingen waarin het ATSEP werkt, is het uitermate belangrijk dat kwalificaties kunnen worden aangepast aan wisselende werkomgevingen. Gedelegeerde of uitvoeringshandelingen moeten dan ook voorzien in een expliciete rechtsgrondslag voor de vaststelling van gedetailleerde geharmoniseerde voorschriften en richtsnoeren inzake de opleiding en beoordeling van de beroepsbekwaamheid van het ATSEP voor verschillende soorten aan veiligheidsgerelateerde taken. Hierdoor zou het vereiste veiligheidsniveau worden gewaarborgd, terwijl ook rekening wordt gehouden met de talrijke facetten van de werkzaamheden van het ATSEP.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  De essentiële eisen inzake de milieuverenigbaarheid van het ontwerp van luchtvaartproducten moeten zowel betrekking hebben op geluidshinder van luchtvaartuigen als op emissies, en moeten de Unie in staat stellen om gedetailleerde technische normen vast te stellen die nodig zijn om het milieu en de volksgezondheid te beschermen tegen de schadelijke effecten van luchtvaartactiviteiten. Deze eisen moeten gebaseerd zijn op de normen en aanbevolen praktijken van het Verdrag van Chicago.

(13)  De essentiële eisen inzake de milieuverenigbaarheid van het ontwerp van luchtvaartproducten moeten zowel betrekking hebben op geluidshinder van luchtvaartuigen als op emissies, en moeten de Unie in staat stellen om gedetailleerde technische normen vast te stellen die nodig zijn om het milieu en de volksgezondheid te beschermen tegen de schadelijke effecten van luchtvaartactiviteiten. Deze eisen moeten in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Unie ter zake en met internationale normen en aanbevolen praktijken.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  De Unie moet ook essentiële eisen vaststellen voor de veilige verlening van grondafhandelingsdiensten.

(14)  De Unie moet ook essentiële eisen vaststellen voor veiligheidsgerelateerde grondafhandelingsdiensten op basis van bestaande regels en internationaal erkende sectorale normen.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Luchtvaartproducten, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur, luchtvaartterreinen en hun uitrusting, exploitanten van luchtvaartuigen en luchtvaartterreinen, ATM/ANS-systemen en verleners van ATM/ANS, alsook piloten, luchtverkeersleiders en personen, producten en organisaties die betrokken zijn bij hun opleiding en medische keuring, moeten een certificaat of vergunning krijgen zodra is vastgesteld dat zij voldoen aan de relevante essentiële eisen of, voor zover van toepassing, de andere eisen die in of overeenkomstig deze verordening zijn vastgesteld. De Commissie moet worden gemachtigd om de nodige gedetailleerde regels vast te stellen voor de afgifte van deze certificaten en, voor zover relevant, de verklaringen die daartoe moeten worden ingediend, rekening houdende met de doelstellingen van de verordening en de aard en het risico van de specifieke activiteit in kwestie.

(16)  Zodra is vastgesteld dat zij voldoen aan de toepasselijke essentiële eisen of, in voorkomend geval, de andere eisen die bij of krachtens deze verordening zijn vastgesteld, dient een certificaat of vergunning te worden afgegeven voor: luchtvaartproducten, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur, luchtvaartterreinen, met inbegrip van hun exploitanten van veiligheidsgerelateerde apparatuur van luchtvaartuigen en luchtvaartterreinen; ATM/ANS-systemen en -componenten die bepalend zijn voor de veiligheid of de interoperabiliteit; en verleners van ATM/ANS, alsook piloten, luchtverkeersleiders en personen, producten en organisaties die betrokken zijn bij hun opleiding en medische keuring. Met het oog hierop moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Uniehandelingen vast te stellen om de nodige gedetailleerde regels vast te stellen voor de afgifte van deze certificaten en, voor zover relevant, de verklaringen die daartoe moeten worden ingediend, rekening houdende met de doelstellingen van de verordening en de aard en het risico van de specifieke activiteit in kwestie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. Bij de vaststelling van die gedelegeerde handelingen moet de Commissie zorgen voor een evenredige aanpak van de verschillende types luchtvaartuigen en vluchtuitvoeringen en er tevens voor zorgen dat die gedelegeerde handelingen niet tot extra administratieve lasten of hogere kosten leiden, waardoor afbreuk zou worden gedaan aan het concurrentievermogen van de luchtvaartindustrie.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  De organisaties die betrokken zijn bij het ontwerp en de vervaardiging van luchtvaartproducten en -onderdelen moeten de mogelijkheid krijgen om een verklaring in te dienen waaruit blijkt dat de producten en onderdelen voldoen aan de relevante sectorale normen, indien dit geacht wordt een aanvaardbaar veiligheidsniveau te garanderen. Deze mogelijkheid moet worden beperkt tot producten die worden gebruikt in de lichte en recreatieve luchtvaart, en moet gepaard gaan met passende beperkingen en voorwaarden om de veiligheid te garanderen.

(17)  De organisaties die betrokken zijn bij het ontwerp en de vervaardiging van luchtvaartproducten en -onderdelen moeten de mogelijkheid krijgen om een verklaring in te dienen waaruit blijkt dat de producten en onderdelen voldoen aan de relevante sectorale normen, indien dit geacht wordt een hoog, uniform veiligheidsniveau te garanderen. Deze mogelijkheid moet worden beperkt tot producten die worden gebruikt in de lichte en recreatieve luchtvaart, en moet gepaard gaan met passende beperkingen en voorwaarden om de veiligheid te garanderen. Desalniettemin moet de Commissie de vaststelling van gemeenschappelijke luchtwaardigheidsnormen en -richtsnoeren faciliteren om te voldoen aan de in artikel 1, lid 2, onder a), b), c), g), en h), van deze verordening vastgestelde doelstellingen.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Aangezien onbemande luchtvaartuigen naast traditionele luchtvaartuigen vluchten uitvoeren in het luchtruim, moeten dergelijke luchtvaartuigen ook onder deze verordening vallen, ongeacht hun gewicht. De technologieën voor onbemande luchtvaartuigen maken nu een breed gamma aan vluchtuitvoeringen mogelijk; hiervoor moeten regels worden opgesteld die in verhouding staan tot het risico van de specifieke vluchtuitvoering of het type vluchtuitvoeringen.

(18)  Aangezien onbemande luchtvaartuigen naast bemande luchtvaartuigen vluchten uitvoeren in het luchtruim, moeten dergelijke luchtvaartuigen ook onder deze verordening vallen. De technologieën voor onbemande luchtvaartuigen bieden nu een breed gamma aan mogelijke vluchtuitvoeringen; hiervoor moeten regels worden opgesteld die in verhouding staan tot het risico van de specifieke vluchtuitvoering of het type vluchtuitvoeringen.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  Vluchtuitvoeringsregels voor onbemande luchtvaartuigen moeten duidelijk, uitvoerbaar en geharmoniseerd zijn in alle lidstaten teneinde een veilige exploitatie van onbemande luchtvaartuigen en een nalevingscultuur onder exploitanten te waarborgen.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  De regels voor onbemande luchtvaartuigen moeten er zoveel mogelijk toe bijdragen dat overeenstemming wordt bereikt met de relevante rechten van de wetgeving van de Unie, met name het recht op privéleven, familie-en gezinsleven, zoals uiteengezet in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met het recht op bescherming van persoonsgegevens, zoals uiteengezet in artikel 8 van dat Handvest en in artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en zoals gereguleerd bij Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens11.

(19)  De regels voor onbemande luchtvaartuigen moeten er toe bijdragen dat overeenstemming wordt bereikt met de relevante rechten van de wetgeving van de Unie, met name het recht op privéleven, familie-en gezinsleven, zoals uiteengezet in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met het recht op bescherming van persoonsgegevens, zoals uiteengezet in artikel 8 van dat Handvest en in artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en zoals gereguleerd bij Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens11.

__________________

__________________

11 Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

11 Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Voor sommige types onbemande luchtvaartuigen is de toepassing van de bepalingen van deze verordening inzake certificering, toezicht en handhaving, en de bepalingen inzake het Agentschap niet noodzakelijk om een passend veiligheidsniveau te bereiken. De markttoezichtsmechanismen waarin de wetgeving van de Unie inzake productharmonisering voorziet, moeten van toepassing zijn op die gevallen.

(20)  Voor sommige types onbemande luchtvaartuigen is de toepassing van de bepalingen van deze verordening inzake registratie, certificering, identificatie, toezicht en handhaving, en de bepalingen inzake het Agentschap niet noodzakelijk om een passend veiligheidsniveau te bereiken. De markttoezichtsmechanismen waarin de wetgeving van de Unie inzake productharmonisering voorziet, moeten van toepassing zijn op die gevallen.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)  Om redenen van veiligheid en controle moet elke eigenaar van een onbemand luchtvaartuig een eigenaarsnummer hebben aan de hand waarvan dat luchtvaartuig kan worden geïdentificeerd. Dat nummer moet op elk onbemand luchtvaartuig worden aangebracht dat door deze eigenaar geëxploiteerd wordt, en worden opgenomen in een Europees register van onbemande luchtvaartuigen, dat door het Agentschap wordt bijgehouden. Dat register moet gemakkelijk toegankelijk zijn en voldoen aan de EU-voorschriften inzake gegevensbescherming.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 20 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 ter)  Modelvliegtuigen zijn onbemande luchtvaartuigen die voornamelijk worden gebruikt voor vrijetijdsbesteding, en vallen onder deze verordening. Zij hebben al decennialang een goede veiligheidsreputatie, met name die welke worden geëxploiteerd door leden van een vereniging of een club. Generaliter zijn zulke verenigingen en clubs goed georganiseerd en hebben zij een zeer goede veiligheidscultuur opgebouwd. Bij de vaststelling van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen uit hoofde van deze verordening, moet de Commissie trachten ervoor te zorgen dat modelvliegtuigen volgens de respectieve nationale regelingen kunnen blijven functioneren, zoals dat tot nu toe het geval was. Daarnaast moet de Commissie bij de vaststelling van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen rekening houden met de noodzaak van een naadloze overgang van de verschillende nationale systemen naar een eventueel nieuw regelgevend kader, alsook met bestaande beste praktijken in de lidstaten.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten moeten samenwerken om onveilige omstandigheden beter te kunnen opsporen en, voor zover nodig, corrigerende maatregelen te kunnen nemen. De lidstaten moeten met name in staat zijn om de verantwoordelijkheden uit hoofde van deze verordening inzake certificering, toezicht en handhaving, aan elkaar of aan het Agentschap over te dragen, met name als dat noodzakelijk is om de veiligheid te verbeteren of om efficiënter gebruik te maken van middelen. Al naargelang het geval is het ook noodzakelijk om de lidstaten te ondersteunen bij het uitvoeren van deze taken, met name op samenwerking gebaseerd en grensoverschrijdend toezicht, door te zorgen voor een doeltreffend kader voor het bijeenbrengen en uitwisselen van de inspecteurs en andere specialisten met relevante deskundigheid.

(22)  Het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten moeten samenwerken om onveilige omstandigheden beter te kunnen opsporen en, voor zover nodig, corrigerende maatregelen te kunnen nemen. De lidstaten moeten met name in staat zijn om de verantwoordelijkheden uit hoofde van deze verordening inzake certificering, toezicht en handhaving, aan elkaar of aan het Agentschap over te dragen, met name als dat noodzakelijk is om de veiligheid te verbeteren, om de interoperabiliteit te bevorderen of om efficiënter gebruik te maken van middelen. Met het oog op dezelfde doelstellingen moeten organisaties die onder deze verordening vallen, de mogelijkheid krijgen om het Agentschap te vragen verantwoordelijkheid te nemen voor de certificering van, het toezicht op en de handhaving van hun activiteiten. Naar gelang het geval is het ook noodzakelijk om de lidstaten te ondersteunen bij het uitvoeren van deze taken, met name op samenwerking gebaseerd en grensoverschrijdend toezicht, door te zorgen voor een doeltreffend kader voor het bijeenbrengen en uitwisselen van de inspecteurs en andere specialisten met relevante deskundigheid. Dit bijeenbrengen mag echter in geen geval extra lasten of kosten met zich brengen voor de luchtvaartsector.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  In het kader van het institutionele systeem van de Unie valt de uitvoering van communautaire wetgeving in eerste instantie onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten. De uit hoofde van deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen moeten in beginsel op nationaal niveau worden uitgevoerd door een of meer bevoegde autoriteiten van de lidstaten. In bepaalde welomschreven gevallen moet het Agentschap echter ook de bevoegdheid krijgen om de in deze verordening gespecificeerde taken uit te voeren. In die gevallen moet het Agentschap ook de nodige maatregelen kunnen nemen in verband met de vluchtuitvoering met luchtvaartuigen, de kwalificatie van bemanningsleden of het gebruik van luchtvaartuigen van derde landen, indien dit de beste manier is om de uniformiteit te garanderen en het functioneren van de interne markt te bevorderen.

(33)  Krachtens het institutionele systeem van de Unie valt de uitvoering van Uniewetgeving in eerste instantie onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten. De uit hoofde van deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen moeten in beginsel op nationaal niveau worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit van de lidstaten. In bepaalde welomschreven gevallen moet het Agentschap ook de nodige maatregelen kunnen nemen in verband met de vluchtuitvoering met luchtvaartuigen, de kwalificatie van bemanningsleden of het gebruik van luchtvaartuigen van derde landen, indien dit de beste manier is om de uniformiteit te garanderen en het functioneren van de interne markt te bevorderen.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Het Agentschap dient technische deskundigheid ter beschikking te stellen van de Commissie bij de voorbereiding van de noodzakelijke wetgeving en, voor zover passend, de lidstaten en de luchtvaartsector bij te staan bij de uitvoering van deze wetgeving. Het Agentschap moet certificeringsspecificaties en richtsnoeren kunnen opstellen, technische vaststellingen kunnen doen, certificaten kunnen afgeven of verklaringen kunnen registreren, voor zover vereist.

(34)  Het Agentschap dient technische deskundigheid ter beschikking te stellen van de Commissie bij de voorbereiding van de noodzakelijke wetgeving en de lidstaten en de luchtvaartsector, met inbegrip van kmo's, bij te staan bij de uitvoering van deze wetgeving. Het Agentschap moet certificeringsspecificaties en richtsnoeren kunnen opstellen, technische vaststellingen kunnen doen, certificaten kunnen afgeven of verklaringen kunnen registreren, voor zover vereist.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Mondiale satellietnavigatiesystemen, en met name het Galileoprogramma, zullen een cruciale rol spelen bij de tenuitvoerlegging van een Europees systeem voor luchtverkeersbeheer. In dit opzicht moet het Agentschap worden gemachtigd om de nodige technische specificaties op te stellen en organisaties te certificeren die pan-Europese ATM/ANS verlenen, teneinde een hoog en uniform niveau van veiligheid, interoperabiliteit en operationele efficiëntie te garanderen.

(35)  Mondiale satellietnavigatiesystemen, en met name het Galileoprogramma, zullen een cruciale rol spelen bij de tenuitvoerlegging van een Europees systeem voor luchtverkeersbeheer. In dit opzicht moet het Agentschap worden gemachtigd om de nodige technische specificaties op te stellen en ATM/ANS-systemen en organisaties te certificeren die pan-Europese ATM/ANS verlenen, teneinde een hoog en uniform niveau van veiligheid, interoperabiliteit en operationele efficiëntie te garanderen.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  Krachtens Verordening (EG) nr. 2111/200514 van het Europees Parlement en de Raad is het Agentschap verplicht alle informatie mee te delen die van belang kan zijn voor het bijwerken van de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan om veiligheidsredenen een exploitatieverbod in de Unie is opgelegd. Ook moet het Agentschap de Commissie bijstaan bij de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2111/2005, door het uitvoeren van de noodzakelijke evaluaties van exploitanten uit derde landen en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op deze exploitanten, en door passende aanbevelingen te doen aan de Commissie.

(36)  Krachtens Verordening (EG) nr. 2111/200514 van het Europees Parlement en de Raad is het Agentschap verplicht alle informatie mee te delen die van belang kan zijn voor het bijwerken van de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan om veiligheidsredenen een exploitatieverbod in de Unie is opgelegd. Ook moet het Agentschap de Commissie bijstaan bij de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2111/2005, door het uitvoeren van alle noodzakelijke veiligheidsevaluaties van exploitanten uit derde landen en van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op deze exploitanten, en door passende aanbevelingen te doen aan de Commissie.

__________________

__________________

14 Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij (PB L 344 van 27.12.2005, blz. 15).

14 Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij (PB L 344 van 27.12.2005, blz. 15).

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 39 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 bis)  Het Agentschap moet zich in de voornoemde programma's richten op de integratie van onderzoek en innovatie op het gebied van veilige en milieuvriendelijke onbemande luchtvaartuigen.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  Op verzoek moet het Agentschap de lidstaten en de Commissie bijstaan in de internationale betrekkingen die verband houden met kwesties die onder deze verordening vallen, met name wat de harmonisering van regels en de wederzijdse erkenning van certificaten betreft. Het Agentschap moet de bevoegdheid krijgen om, via werkafspraken, passende betrekkingen tot stand te brengen met de autoriteiten van derde landen en internationale organisaties die bevoegd zijn op gebieden die onder deze verordening vallen, voor zover de Commissie hiervoor vooraf toestemming heeft verleend. Om de veiligheid op mondiaal niveau te bevorderen, in het licht van de hoge normen die worden toegepast in de Unie, moet het Agentschap toestemming krijgen om, op de gebieden waarvoor het bevoegd is, deel te nemen aan projecten voor technische samenwerking, onderzoek en bijstand met derde landen en internationale organisaties. Het Agentschap moet de Commissie ook bijstaan bij de tenuitvoerlegging van Uniewetgeving op andere technische domeinen van de burgerluchtvaartregelgeving waarop het Agentschap over relevante deskundigheid beschikt, zoals beveiliging of het gemeenschappelijk Europees luchtruim.

(41)  Op verzoek moet het Agentschap de lidstaten en de Commissie bijstaan in de internationale betrekkingen die verband houden met kwesties die onder deze verordening vallen, met name wat de harmonisering van regels en de wederzijdse erkenning van certificaten betreft. Het Agentschap moet de bevoegdheid krijgen om, via werkafspraken, passende betrekkingen tot stand te brengen met de autoriteiten van derde landen en internationale organisaties die bevoegd zijn op gebieden die onder deze verordening vallen, voor zover de Commissie hierover vooraf is geïnformeerd. In nauwe samenwerking met de Commissie moet het Agentschap een belangrijke bijdrage leveren bij het exporteren van de luchtvaartnormen van de Unie en het stimuleren van het wereldwijde verkeer van de luchtvaartproducten, -professionals en -diensten van de Unie, om zo de toegang tot nieuwe, groeiende markten te vereenvoudigen. Het Agentschap zou dit met name moeten doen via partnerschappen met de bevoegde luchtvaartautoriteiten van derde landen en door de opening van plaatselijke kantoren op het grondgebied van derde landen. Om de veiligheid op mondiaal niveau te bevorderen, in het licht van de hoge normen die worden toegepast in de Unie, moet het Agentschap ook toestemming krijgen om, op de gebieden waarvoor het bevoegd is, deel te nemen aan projecten voor technische samenwerking, onderzoek en bijstand met derde landen en internationale organisaties. Het Agentschap moet de Commissie ook bijstaan bij de tenuitvoerlegging van Uniewetgeving op andere technische domeinen van de burgerluchtvaartregelgeving waarop het Agentschap over relevante deskundigheid beschikt, zoals beveiliging of het gemeenschappelijk Europees luchtruim.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)  Het is noodzakelijk te waarborgen dat partijen die gevolgen ondervinden van door het Agentschap genomen besluiten, over de nodige rechtsmiddelen beschikken en zulks op een wijze die strookt met het bijzondere karakter van de luchtvaartsector. Daartoe moet een passend beroepsmechanisme worden opgezet, zodat besluiten van de uitvoerend directeur kunnen worden aangevochten bij een gespecialiseerde kamer van beroep; tegen de beslissingen van deze kamer kan dan weer beroep worden aangetekend bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, overeenkomstig het VWEU.

(48)  Het is noodzakelijk te waarborgen dat partijen die gevolgen ondervinden van door het Agentschap genomen besluiten, over de nodige rechtsmiddelen beschikken en zulks op een wijze die strookt met het bijzondere karakter van de luchtvaartsector. Daartoe moet een passend beroepsmechanisme worden opgezet, zodat besluiten van de uitvoerend directeur kunnen worden aangevochten bij een kamer van beroep; tegen de beslissingen van deze kamer kan dan weer beroep worden aangetekend bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, overeenkomstig het VWEU.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 50

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(50)  Indien het Agentschap ontwerpregels van algemene aard opstelt die door de nationale autoriteiten moeten worden uitgevoerd, moeten de lidstaten worden geraadpleegd. Als het Agentschap ontwerpregels opstelt die belangrijke sociale gevolgen kunnen hebben, moeten de belanghebbenden, met inbegrip van de sociale partners in de Unie, op passende wijze worden geraadpleegd.

(50)  Indien het Agentschap ontwerpregels van algemene aard opstelt die door de nationale autoriteiten moeten worden uitgevoerd, moeten de lidstaten worden geraadpleegd. Indien regels belangrijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid op het werk en/of belangrijke sociale gevolgen kunnen hebben, zullen de belanghebbenden, met inbegrip van de sociale partners in de Unie, op passende wijze worden geraadpleegd. Bij het opstellen van de desbetreffende ontwerpregels moet het Agentschap die gevolgen op passende wijze behandelen in zijn effectbeoordeling van de regelgeving.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 54 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(54 bis)  Het is van cruciaal belang te waarborgen dat er tijdig, ook in realtime, voor de veiligheid relevante informatie beschikbaar is, zodat deze zonder onnodige vertraging kan worden geanalyseerd en verspreid. Met het oog daarop moet het Agentschap zorgen voor de coördinatie op het niveau van de Unie van het verzamelen, uitwisselen en analyseren van informatie over aangelegenheden die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, met inbegrip van beveiligde vluchtgegevens en spraakopnamen uit de cockpit die in realtime worden gedownload naar een databank op de grond. Daartoe kan het Agentschap administratieve regelingen treffen met natuurlijke en rechtspersonen die onder deze verordening vallen, of met verenigingen van dergelijke personen, met betrekking tot de verzameling, uitwisseling en analyse van informatie. In die regelingen moet zoveel mogelijk het gebruik van bestaande communicatiekanalen worden gestimuleerd teneinde extra lasten voor die natuurlijke en rechtspersonen te vermijden.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 56 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(56 bis)  Om de algemene kosten van de ATM/ANS-toezichtactiviteiten te drukken, zal het eveneens noodzakelijk zijn de huidige regeling voor "en route"-heffingen zo te wijzigen dat de toezichtsbevoegdheden van het Agentschap op het gebied van ATM/ANS naar behoren gedekt worden. Zo wordt gegarandeerd dat het Agentschap de benodigde middelen heeft voor het uitvoeren van de taken op het gebied van het toezicht op de veiligheid die hem in het kader van de totale-systeembenadering van de Unie op het gebied van de luchtvaartveiligheid zijn toegewezen. Dit zal ook bijdragen aan een meer transparante, kostenefficiënte en doeltreffende verlening van luchtvaartnavigatiediensten aan de luchtruimgebruikers die het systeem financieren, en het bieden van een geïntegreerde dienstverlening stimuleren. Met die wijziging zal ook moeten worden gezorgd voor een adequate taakverdeling tussen het Agentschap en Eurocontrol.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 59

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(59)  Teneinde rekening te houden met technische, wetenschappelijke, operationele of veiligheidsbehoeften, door wijziging of aanvulling van de bepalingen inzake luchtwaardigheid, milieubescherming, bemanningsleden, vluchtuitvoeringen, luchtvaartterreinen, ATM/ANS, luchtverkeersleiders, exploitanten uit derde landen, onbemande luchtvaartuigen, toezicht en handhaving, flexibiliteitsbepalingen, boetes en dwangsommen en tarieven en vergoedingen, alsook met eisen die in bijlagen bij deze verordening zijn vastgesteld, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het VWEU aan de Commissie worden gedelegeerd. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

(59)  Teneinde rekening te houden met technische, wetenschappelijke, operationele of veiligheidsbehoeften, door wijziging of aanvulling van de bepalingen inzake luchtwaardigheid, milieubescherming, bemanningsleden, vluchtuitvoeringen, luchtvaartterreinen, ATM/ANS, luchtverkeersleiders, exploitanten uit derde landen, onbemande luchtvaartuigen, toezicht en handhaving, flexibiliteitsbepalingen, boetes en dwangsommen en tarieven en vergoedingen, alsook met eisen die in bijlagen bij deze verordening zijn vastgesteld, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het VWEU aan de Commissie worden gedelegeerd. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. De Commissie zal tevens zorgen voor een evenredige, op maat gemaakte aanpak van de verschillende soorten luchtvaartuigen en vluchtuitvoeringen.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 59 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(59 bis)  De verschillende luchtruimgebruikers moet eerlijke toegang tot het luchtruim worden verleend. In het belang van de veiligheid van de luchtvaartnavigatie en om het recht op toegang tot het luchtruim te bevorderen, moet elke lidstaat de continuïteit van de levering van ATM/ANS-diensten waarborgen in het luchtruim dat onder zijn verantwoordelijkheid valt, terwijl een hoog en uniform veiligheidsniveau wordt behouden en onderbrekingen van de dienstverlening voor niet-betrokken derden zo veel mogelijk worden beperkt , ook in geval van onvoorziene omstandigheden. Dit moet ook inhouden dat er een minimumdienstverleningsniveau wordt vastgesteld waarop exploitanten van luchtvaartuigen kunnen vertrouwen.

    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 61 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(61 bis)  De wijzigingen die bij deze verordening worden aangebracht hebben gevolgen voor de tenuitvoerlegging van andere rechtshandelingen van de Unie en maken onder meer de intrekking van Verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de Raad1bis noodzakelijk.

 

________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de Raad van woensdag 10 maart 2004 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PB L 96 van 31.3.2004, blz. 26).

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Overweging 63

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(63)  Verordening (EG) nr. 1008/2008 moet worden gewijzigd teneinde rekening te houden met de in de onderhavige verordening vastgestelde mogelijkheid dat het Agentschap de bevoegde autoriteit kan worden voor de afgifte van en het toezicht op Air Operator Certificates. Gezien het toenemende belang van luchtvaartmaatschappijen met operationele basissen in verscheidene lidstaten, hetgeen tot gevolg heeft dat de bevoegde autoriteit voor de exploitatievergunning en de bevoegde autoriteit voor het Air Operator Certificate niet meer noodzakelijk dezelfde zijn, moet ook het efficiënt toezicht op die luchtvaartmaatschappijen worden versterkt. Verordening (EG) nr. 1008/2008 moet derhalve worden gewijzigd om nauwe samenwerking te garanderen tussen de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op het Air Operator Certificate en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de exploitatievergunning.

(63)  Verordening (EG) nr. 1008/2008 moet worden gewijzigd teneinde rekening te houden met de in deze verordening vastgestelde mogelijkheid dat het Agentschap de bevoegde autoriteit kan worden voor de afgifte van en het toezicht op Air Operator Certificates. Ook moet het efficiënt toezicht op die luchtvaartmaatschappijen worden versterkt. Verordening (EG) nr. 1008/2008 moet derhalve worden gewijzigd om nauwe samenwerking te garanderen tussen de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op het Air Operator Certificate en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de exploitatievergunning.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De belangrijkste doelstelling van deze verordening is de totstandbrenging en instandhouding van een hoog uniform veiligheidsniveau in de burgerluchtvaart in de Unie, samen met een hoog uniform niveau van milieubescherming.

1.  De belangrijkste doelstelling van deze verordening is de totstandbrenging, instandhouding en handhaving van een hoog, uniform veiligheidsniveau in de burgerluchtvaart in de Unie.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  bij te dragen tot een hoog, uniform niveau van milieubescherming;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)  op de onder deze verordening vallende gebieden het wereldwijde verkeer van luchtvaartgoederen, -diensten en -personeel te faciliteren door passende samenwerking tot stand te brengen met derde landen en hun luchtvaartautoriteiten.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  kostenefficiëntie en doelmatigheid in de regelgevings- en certificeringsprocessen te bevorderen en optimaal gebruik te maken van hulpmiddelen op het nationale niveau en het niveau van de Unie;

c)  kostenefficiëntie te stimuleren, onder andere door dubbel werk te voorkomen, doelmatigheid in de regelgevings-, certificerings- en toezichtsprocessen te bevorderen en optimaal gebruik te maken van hulpmiddelen op het nationale niveau en het niveau van de Unie;

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  wereldwijd de standpunten van de Unie inzake normen en voorschriften op het gebied van de burgerluchtvaart te bevorderen door te zorgen voor passende samenwerking met derde landen en internationale organisaties;

f)  wereldwijd de standpunten van de Unie inzake normen en voorschriften op het gebied van de burgerluchtvaart te bevorderen door te zorgen voor passende samenwerking met derde landen en internationale organisaties, met als doel het bevorderen van de veiligheid, een gelijk speelveld en de wederzijdse aanvaarding van certificaten op het gebied van luchtvaartgoederen, -diensten en - personeel;

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  onderzoek en innovatie te stimuleren, onder meer ook op het gebied van de regelgevings- en certificeringsprocessen;

g)  onderzoek en innovatie te stimuleren, onder meer op het gebied van de regelgevings-, certificerings- en toezichtsprocessen;

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  op alle onder deze verordening vallende gebieden te streven naar technische en operationele interoperabiliteit.

h)  op alle onder deze verordening vallende gebieden te streven naar administratieve, technische en operationele interoperabiliteit.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  het vertrouwen van passagiers in de veiligheid, beveiliging en doelmatigheid van de burgerluchtvaart te ondersteunen.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  ervoor te zorgen dat de verklaringen en certificaten die zijn afgegeven in overeenstemming met deze verordening en de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen geldig zijn in de hele Unie, zonder verdere voorwaarden;

b)  ervoor te zorgen dat de verklaringen, vergunningen en certificaten die zijn afgegeven in overeenstemming met deze verordening en de op basis hiervan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen geldig zijn, en erkend en toegepast worden in de hele Unie, zonder verdere voorwaarden;

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  een onafhankelijk Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (het "Agentschap") op te richten;

d)  een onafhankelijk Agentschap van de Europese Unie voor de luchtvaart (het "Agentschap") op te richten;

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  bewustmakings- en promotie-initiatieven te ondernemen, met inbegrip van opleiding, communicatie en verspreiding van relevante veiligheidsinformatie.

g)  bewustmakings- en promotie-initiatieven te ondernemen, met inbegrip van opleiding, communicatie en verspreiding van relevante veiligheidsinformatie en, wanneer er sprake is van onderlinge samenhang met beveiliging van de luchtvaart, de desbetreffende beveiligingsinformatie.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het ontwerp en de vervaardiging van luchtvaartuigen door een natuurlijke persoon of rechtspersoon onder toezicht van het Agentschap of een lidstaat;

a)  het ontwerp en de vervaardiging van luchtvaartuigen, producten en onderdelen door:

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt i (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i)  een natuurlijke persoon of rechtspersoon onder toezicht van het Agentschap of een lidstaat;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a – punt ii (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii)  een natuurlijke of rechtspersoon van een derde land die geregistreerd of geëxploiteerd en gebruikt zal worden op het grondgebied waarop de verdragen van toepassing zijn;

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van luchtvaartuigen, en de bijbehorende producten, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur, voor zover het luchtvaartuig:

b)  het onderhoud en de exploitatie van luchtvaartuigen, en de bijbehorende producten, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur, voor zover het luchtvaartuig:

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  geregistreerd is in een lidstaat, tenzij en voor zover de lidstaat zijn toezichtsverantwoordelijkheden uit hoofde van het Verdrag van Chicago heeft overgedragen aan een derde land en de luchtvaartuigen worden geëxploiteerd door een exploitant uit een derde land;

i)  geregistreerd is of zal worden geregistreerd in een lidstaat, tenzij en voor zover de lidstaat zijn toezichtsverantwoordelijkheden uit hoofde van het Verdrag van Chicago heeft overgedragen aan een derde land en de luchtvaartuigen worden geëxploiteerd door een exploitant uit een derde land;

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  geregistreerd is in een derde land en wordt geëxploiteerd door een exploitant die is gevestigd, verblijft of een hoofdkantoor heeft op het grondgebied waarop de verdragen van toepassing zijn;

ii)  geregistreerd is in een derde land en wordt of zal worden geëxploiteerd door een exploitant die is gevestigd, verblijft of een hoofdkantoor heeft op het grondgebied waarop de verdragen van toepassing zijn;

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de exploitatie van luchtvaartuigen naar, binnen of vanuit het gemeenschappelijk Europees luchtruim door een exploitant uit een derde land;

c)  de exploitatie van luchtvaartuigen naar, binnen of vanuit het luchtruim waarop de verdragen van toepassing zijn door een exploitant uit een derde land;

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van apparatuur van luchtvaartterreinen die wordt gebruikt of bestemd is om te worden gebruikt op de onder e) bedoelde luchtvaartterreinen, en het verlenen van grondafhandelingsdiensten en platformbeheersdiensten op die luchtvaartterreinen;

d)  het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van veiligheidskritische apparatuur van luchtvaartterreinen die wordt gebruikt of bestemd is om te worden gebruikt op de onder e) bedoelde luchtvaartterreinen, en het verlenen van grondafhandelingsdiensten en platformbeheersdiensten op die luchtvaartterreinen;

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  het ontwerp, het onderhoud en de exploitatie van luchtvaartterreinen die gevestigd zijn op het grondgebied waarop de verdragen van toepassing zijn, en die:

e)  het ontwerp, het onderhoud en de exploitatie van luchtvaartterreinen, met inbegrip van hun veiligheidsgerelateerde apparatuur, die gevestigd zijn op het grondgebied waarop de verdragen van toepassing zijn, en die:

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  open staan voor publiek gebruik;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  gebruikt worden voor vluchtuitvoeringen met instrumentnaderings- of -vertrekprocedures; en

Schrappen

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – punt iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iv)  beschikken over een verharde startbaan van ten minste 800 m, of uitsluitend worden gebruikt voor helikopters;

iv)  beschikken over een verharde instrumentstartbaan van ten minste 800 m;

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  het verlenen van luchtverkeersbeheerdiensten en luchtvaartnavigatiediensten (ATM/ANS) in het gemeenschappelijk Europees luchtruim en het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van systemen en componenten die worden gebruikt bij het verlenen van deze ATM/ANS;

g)  het verlenen van luchtverkeersbeheerdiensten en luchtvaartnavigatiediensten (ATM/ANS) in het gemeenschappelijk Europees luchtruim en het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van systemen en componenten die worden gebruikt bij het verlenen van deze ATM/ANS en die bepalend zijn voor de veiligheid of de interoperabiliteit;

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen, de motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur daarvan, en de apparatuur om onbemande luchtvaartuigen vanop afstand te besturen, wanneer vluchtuitvoeringen met dergelijke luchtvaartuigen worden verricht in het gemeenschappelijk Europees luchtruim door een exploitant die gevestigd is of verblijft op het grondgebied waarop de verdragen van toepassing zijn.

h)  het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen, de motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur daarvan, en de apparatuur om onbemande luchtvaartuigen vanop afstand te besturen, wanneer vluchtuitvoeringen met dergelijke luchtvaartuigen worden verricht in het gemeenschappelijk Europees luchtruim.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  staatsluchtvaartuigen, de producten, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur daarvan, en het personeel en de organisaties die betrokken zijn bij de activiteiten en diensten die worden verricht door staatsluchtvaartuigen;

a)  luchtvaartuigen en de motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur daarvan, wanneer ze worden ingezet voor militaire, douane-, politie-, opsporings- en reddings-, brandbestrijdings-, kustbewakings- of soortgelijke activiteiten of diensten onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van een lidstaat, die in het algemeen belang worden verricht door een orgaan met overheidsbevoegdheden, en het personeel en de organisaties die betrokken zijn bij de activiteiten en diensten die worden verricht door zulke luchtvaartuigen;

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  ATM/ANS, met inbegrip van de systemen en componenten, het personeel en de organisaties die beschikbaar worden gesteld door het leger;

c)  ATM/ANS (met inbegrip van de systemen en componenten die bepalend zijn voor de veiligheid of de interoperabiliteit, het personeel en de organisaties) die beschikbaar worden gesteld door het leger;

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van luchtvaartuigen als vluchtuitvoeringen met die luchtvaartuigen een laag risico inhouden voor de veiligheid van de luchtvaart, zoals vermeld in bijlage I, en het personeel en de organisaties die daarbij zijn betrokken.

d)  het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van de in bijlage I vermelde luchtvaartuigen als vluchtuitvoeringen met die luchtvaartuigen een laag risico inhouden voor de veiligheid van de luchtvaart en voor het personeel en de organisaties die daarbij zijn betrokken.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – alinea 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wat het bepaalde onder d) betreft, erkennen de lidstaten zonder verdere voorwaarden of evaluaties nationale certificaten die zijn verstrekt voor deze luchtvaartuigen en hun piloten wanneer deze luchtvaartuigen en piloten betrokken zijn bij grensoverschrijdende vluchten ten behoeve van onderhoud, reparatie, tests, wijzigingen of deelname aan luchtsport en luchtshows, voor een maximumperiode van 60 dagen per kalenderjaar.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – alinea 3 – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  het gewicht, de snelheid en de beperkingen van het heteluchtvolume als bedoeld in punten e), f), g), h), i) en j) van die bijlage.

ii)  het gewicht, de snelheid en de beperkingen van het heteluchtvolume als bedoeld in punten e), f), g), h), i) en j) van die bijlage; en

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 – letter d – alinea 3 – punt ii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii bis)  de in punten b) en c) van die bijlage vastgestelde criteria.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Een organisatie die verantwoordelijk is voor het ontwerp van een type luchtvaartuig kan de Commissie verzoeken te besluiten dat de bepalingen van deel I van hoofdstuk III van toepassing zijn op het ontwerp, de productie en het onderhoud van dat type luchtvaartuig en op het personeel en de organisaties die betrokken zijn bij deze activiteiten, voor zover:

4.  Een organisatie die verantwoordelijk is voor het ontwerp van een type luchtvaartuig kan het Agentschap verzoeken te besluiten dat de bepalingen van deel I van hoofdstuk III van toepassing zijn op het ontwerp, de productie en het onderhoud van dat type luchtvaartuig en op het personeel en de organisaties die betrokken zijn bij deze activiteiten, voor zover:

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het ontwerp van dat type luchtvaartuig niet is goedgekeurd in overeenstemming met de nationale wetten van een lidstaat.

c)  het ontwerp van dat type luchtvaartuig niet vooraf is goedgekeurd in overeenstemming met de nationale wetten van een lidstaat.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op basis van dat verzoek besluit de Commissie, na raadpleging van het Agentschap en de lidstaat waar de betrokken organisatie haar hoofdkantoor heeft, of voldaan is aan de criteria van de eerste alinea. Dat besluit wordt vastgesteld aan de hand van een uitvoeringsbesluit, overeenkomstig de adviesprocedure als bedoeld in artikel 116, lid 2, en wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het Agentschap neemt dat besluit ook op in het in artikel 63 bedoelde register.

Op basis van dat verzoek besluit het Agentschap, na raadpleging van de lidstaat waar de betrokken organisatie haar hoofdkantoor heeft, of voldaan is aan de criteria van de eerste alinea. Het Agentschap neemt dat besluit op in het in artikel 63 bedoelde register.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vanaf de datum die is vastgesteld in dat uitvoeringsbesluit worden het ontwerp, de vervaardiging en het onderhoud van het desbetreffende type luchtvaartuig en het personeel en de organisaties die bij deze activiteiten zijn betrokken, uitsluitend geregeld door de bepalingen van deel I van hoofdstuk III en van de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld op basis van die bepalingen. In dat geval zijn de bepalingen van hoofdstukken IV en V met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van deel I van hoofdstuk III ook van toepassing voor het desbetreffende type luchtvaartuig.

Vanaf de datum die is vastgesteld in dat besluit worden het ontwerp, de vervaardiging en het onderhoud van het desbetreffende type luchtvaartuig en het personeel en de organisaties die bij deze activiteiten zijn betrokken, uitsluitend geregeld door deel I van hoofdstuk III en van de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die op basis daarvan zijn vastgesteld. In dat geval zijn de bepalingen van hoofdstukken IV en V met betrekking tot de toepassing van deel I van hoofdstuk III ook van toepassing voor het desbetreffende type luchtvaartuig.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Onverminderd artikel 8 van Verordening (EU) XXXX/XXX inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (herschikking), zorgen de lidstaten ervoor dat de in lid 3, onder b), van dit artikel bedoelde militaire faciliteiten die openstaan voor algemeen luchtverkeer, en de in lid 3, onder c), van dit artikel bedoelde ATM/ANS die door het leger aan het algemene luchtverkeer worden verleend een veiligheidsniveau bieden dat gelijkwaardig is aan het niveau dat voortvloeit uit de toepassing van de essentiële eisen van bijlagen VII en VIII bij deze verordening.

5.  Onverminderd artikel 8 van Verordening (EU) XXXX/XXX inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (herschikking), zorgen de lidstaten ervoor dat de in lid 3, onder b), van dit artikel bedoelde militaire faciliteiten die openstaan voor algemeen luchtverkeer, en de in lid 3, onder c), van dit artikel bedoelde ATM/ANS die door het leger aan het algemene luchtverkeer worden verleend, een niveau van veiligheid en van interoperabiliteit met civiele systemen bieden dat gelijkwaardig is aan het niveau dat voortvloeit uit de toepassing van de essentiële eisen van bijlagen VII en VIII bij deze verordening.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 6 – alinea 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In dat geval stelt de betrokken lidstaat de Commissie en het Agentschap in kennis van zijn voornemen. Die kennisgeving bevat alle relevante informatie, met name:

In dat geval stelt de betrokken lidstaat het Agentschap in kennis van zijn voornemen. Die kennisgeving bevat alle relevante informatie, met name:

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 6 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na raadpleging van het Agentschap beslist de Commissie, in het licht van de kenmerken van de activiteiten, het personeel en de organisaties in kwestie, het doel en de inhoud van de bepalingen van het aangemelde deel of de aangemelde delen, of de bepalingen in kwestie effectief kunnen worden toegepast en, in voorkomend geval, onder welke voorwaarden. Die beslissing wordt vastgesteld aan de hand van een uitvoeringsbesluit, overeenkomstig de adviesprocedure als bedoeld in artikel 116, lid 2, en wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het Agentschap neemt dat besluit op in het in artikel 63 bedoelde register.

Het Agentschap beslist, in het licht van de kenmerken van de activiteiten, het personeel en de organisaties in kwestie, het doel en de inhoud van de bepalingen van het aangemelde deel of de aangemelde delen, of de bepalingen in kwestie effectief kunnen worden toegepast en, in voorkomend geval, onder welke voorwaarden. Het Agentschap neemt dat besluit op in het in artikel 63 bedoelde register.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 6 – alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De betrokken lidstaat mag de bepalingen van het deel of de delen die bij de Commissie zijn aangemeld pas toepassen na een positief besluit van de Commissie en, voor zover relevant, na zich ervan te hebben vergewist dat de aan dat besluit verbonden voorwaarden zijn vervuld. In dat geval worden de activiteiten, het personeel en de organisaties in kwestie vanaf de datum die in het besluit van de lidstaat is gespecificeerd uitsluitend gereguleerd door die bepalingen en door de bepalingen van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. In dat geval zijn de bepalingen van de hoofdstukken IV en V met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van het aangemelde deel of de aangemelde delen op de activiteiten, het personeel en de organisaties, eveneens van toepassing.

De betrokken lidstaat mag de bepalingen van het deel of de delen die bij het Agentschap zijn aangemeld pas toepassen na een positief besluit van het Agentschap en, voor zover relevant, na zich ervan te hebben vergewist dat de aan dat besluit verbonden voorwaarden zijn vervuld. In dat geval worden de activiteiten, het personeel en de organisaties in kwestie vanaf de datum die in het besluit van de lidstaat is gespecificeerd uitsluitend gereguleerd door die bepalingen en door de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. In dat geval zijn de bepalingen van de hoofdstukken IV en V met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van het aangemelde deel of de aangemelde delen op de activiteiten, het personeel en de organisaties, eveneens van toepassing.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 6 – alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie, het Agentschap en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat werken samen met het oog op de toepassing van dit lid.

Het Agentschap en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat werken samen met het oog op de toepassing van dit lid.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 6 – alinea 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen beslissen om de besluiten die zij krachtens dit lid hebben vastgesteld, in te trekken. In dat geval stelt de betrokken lidstaat de Commissie en het Agentschap daarvan in kennis. Die kennisgeving wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, en het Agentschap neemt ze op in het register dat is opgezet overeenkomstig artikel 63. De betrokken lidstaat voorziet in een passende overgangsperiode.

De lidstaten kunnen beslissen om de besluiten die zij krachtens dit lid hebben vastgesteld, in te trekken. In dat geval stelt de betrokken lidstaat het Agentschap daarvan in kennis. Het Agentschap neemt dat besluit op in het in artikel 63 bedoelde register. De betrokken lidstaat voorziet in een passende overgangsperiode.

Amendement    81    

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 7 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In dat geval stelt de betrokken lidstaat de Commissie en het Agentschap aan de hand van een met redenen omkleed schrijven in kennis van zijn voornemen om een dergelijk besluit te nemen. Die kennisgeving moet alle relevante informatie over het voorgenomen besluit bevatten.

In dat geval stelt de betrokken lidstaat het Agentschap aan de hand van een met redenen omkleed schrijven in kennis van zijn voornemen om een dergelijk besluit te nemen. Die kennisgeving moet alle relevante informatie over het voorgenomen besluit bevatten.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 7 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na raadpleging van het Agentschap besluit de Commissie of de voorwaarden van de eerste alinea zijn vervuld. Die beslissing wordt vastgesteld aan de hand van een uitvoeringsbesluit, overeenkomstig de adviesprocedure als bedoeld in artikel 116, lid 2, en wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het Agentschap neemt dat besluit op in het bij artikel 63 opgezette register.

Het Agentschap besluit of de voorwaarden van de eerste alinea zijn vervuld. Het Agentschap neemt dat besluit op in het in artikel 63 bedoelde register.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 7 – alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De betrokken lidstaat keurt het voorgenomen besluit pas goed na een positief besluit van de Commissie. In dat geval worden het ontwerp, het onderhoud en de exploitatie van het desbetreffende luchtvaartterrein en de apparatuur van dat luchtvaartterrein vanaf de datum die in het besluit van de lidstaat is gespecificeerd niet meer gereguleerd door de bepalingen van deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.

De betrokken lidstaat keurt het voorgenomen besluit pas goed na een positief besluit van het Agentschap. In dat geval worden het ontwerp, het onderhoud en de exploitatie van het desbetreffende luchtvaartterrein en de apparatuur van dat luchtvaartterrein vanaf de datum die in het besluit van de lidstaat is gespecificeerd niet meer gereguleerd door de bepalingen van deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 7 – alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten onderzoeken jaarlijks de verkeerscijfers van de luchtvaartterreinen die zij overeenkomstig deze alinea hebben vrijgesteld. Als uit dat onderzoek blijkt dat een van die luchtvaartterreinen gedurende drie opeenvolgende jaren meer dan 10 000 passagiers en meer dan 850 vrachtbewegingen per jaar heeft afgehandeld, trekt de betrokken lidstaat de vrijstelling van dat luchtvaartterrein in. In dat geval stelt zij de Commissie en het Agentschap daarvan in kennis. Die kennisgeving van de intrekking van de vrijstelling wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, en het Agentschap neemt ze op in het bij artikel 63 opgezette register.

De lidstaten onderzoeken jaarlijks de verkeerscijfers van de luchtvaartterreinen die zij overeenkomstig deze alinea hebben vrijgesteld. Als uit dat onderzoek blijkt dat een van die luchtvaartterreinen gedurende drie opeenvolgende jaren meer dan 10 000 passagiers en meer dan 850 vrachtbewegingen per jaar heeft afgehandeld, trekt de betrokken lidstaat de vrijstelling van dat luchtvaartterrein in. In dat geval stelt zij het Agentschap daarvan in kennis. Die kennisgeving van de intrekking van de vrijstelling wordt bekendgemaakt in het in artikel 63 bedoelde register.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1)  "toezicht": de permanente verificatie, door of namens de bevoegde autoriteit, van de blijvende naleving van de eisen op basis waarvan een certificaat is afgegeven of een verklaring is ingediend;

1)  "toezicht": de permanente verificatie, door of namens de bevoegde autoriteit, van de blijvende naleving van de eisen van deze verordening en van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, met inbegrip van de eisen op basis waarvan een certificaat is afgegeven of een verklaring is ingediend;

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis)  "ATM/ANS-systemen en -componenten die bepalend zijn voor de veiligheid of de interoperabiliteit": elk van de ATM/ANS-systemen en -componenten die nodig zijn voor de veilige levering van luchtverkeersdiensten en luchtvaartnavigatiediensten;

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6)  "certificering": elke overeenkomstig deze verordening en op basis van een passende beoordeling verstrekte erkenning dat een organisatie, persoon, product, onderdeel, niet-geïnstalleerde apparatuur, luchtvaartterrein, apparatuur van een luchtvaartterrein, ATM/ANS-systeem, ATM/ANS-component of vluchtnabootser voldoet aan de toepasselijke eisen van deze verordening en van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen, via de afgifte van een certificaat waarin de naleving wordt erkend;

6)  "certificering": elke vorm van erkenning overeenkomstig deze verordening en op basis van een passende beoordeling van de conformiteit met de toepasselijke eisen van deze verordening en van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, via de afgifte van een certificaat waarin de naleving wordt bevestigd;

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7)  "verklaring": een schriftelijke uiteenzetting die overeenkomstig deze verordening en uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van een rechtspersoon of natuurlijke persoon wordt opgesteld en die bevestigt dat de toepasselijke eisen van deze verordening en van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen met betrekking tot een organisatie, persoon, product, onderdeel, niet-geïnstalleerde apparatuur, luchtvaartterrein, apparatuur van een luchtvaartterrein, ATM/ANS-systeem of ATM/ANS-component zijn nageleefd;

7)  "verklaring": een schriftelijke uiteenzetting die overeenkomstig deze verordening en uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van een onder deze verordening vallende rechtspersoon of natuurlijke persoon wordt opgesteld en die bevestigt dat de toepasselijke eisen van deze verordening en van de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen zijn nageleefd;

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

13)  "luchtvaartterreinapparatuur": alle apparaten, toestellen, accessoires, softwareprogramma’s of toebehoren die gebruikt worden voor of bestemd zijn om te worden gebruikt voor de exploitatie van luchtvaartuigen op een luchtvaartterrein;

13)  "veiligheidsgerelateerde luchtvaartterreinapparatuur": alle apparaten, toestellen, accessoires, softwareprogramma’s of toebehoren die gebruikt worden voor of bestemd zijn om te worden gebruikt voor de veilige exploitatie van luchtvaartuigen op een luchtvaartterrein;

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

13 bis)  "veiligheidskritische luchtvaartterreinapparatuur": alle apparaten, toestellen, toebehoren, softwareprogramma's of accessoires waarvan gebreken of storingen de veiligheid van of de vluchtuitvoering op een luchtvaartterrein in gevaar kunnen brengen;

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

22)  "grondafhandelingsdienst": een dienst die verleend wordt op luchtvaartterreinen en die bestaat uit met de veiligheid verband houdende activiteiten op de gebieden administratieve dienstverlening en toezicht op de grond, passagiersafhandeling, bagageafhandeling, vracht- en postafhandeling, platformafhandeling, diensten voor luchtvaartuigen, brandstof- en olieafhandeling, onderhoud van luchtvaartuigen, operationele gronddiensten en administratieve diensten ten behoeve van de bemanning, vervoer op de grond en catering;

22)  "grondafhandelingsdienst": een veiligheidsgerelateerde dienst die verleend wordt op luchtvaartterreinen op de gebieden administratieve dienstverlening en toezicht op de grond, passagiersafhandeling, bagageafhandeling, vracht- en postafhandeling, platformafhandeling, diensten voor luchtvaartuigen, brandstof- en olieafhandeling, onderhoud van luchtvaartuigen, operationele gronddiensten en administratieve diensten ten behoeve van de bemanning, vervoer op de grond en catering;

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

23)  "commercieel luchtvervoer": een vluchtuitvoering om passagiers, vracht of post tegen vergoeding of andere beloning te vervoeren tussen twee verschillende luchtvaartterreinen;

23)  "commercieel luchtvervoer": een voor het publiek toegankelijke vluchtuitvoering, waarvoor een vergoeding of andere beloning wordt verstrekt of beloofd voor het vervoer van passagiers, vracht of post;

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

28)  "niet-geïnstalleerde apparatuur": alle apparaten die aan boord van een luchtvaartuig worden meegenomen maar niet in het luchtvaartuig zijn geïnstalleerd en die gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid;

28)  "niet geïnstalleerde apparatuur": alle instrumenten, apparaten, mechanismen, toestellen, toebehoren, softwareprogramma's of accessoires die aan boord van een luchtvaartuig worden meegenomen door de exploitant, maar die geen deel uitmaken van, en worden gebruikt voor of bestemd zijn om te worden gebruikt voor de exploitatie of besturing van een luchtvaartuig, de overlevingskansen van de inzittenden ondersteunen of gevolgen kunnen hebben voor de veilige vluchtuitvoering;

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

29 bis)  "piloot op afstand": een persoon die een onbemand luchtvaartuig bestuurt of toezicht houdt op de vluchtuitvoering van een geautomatiseerd onbemand luchtvaartuig;

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

32)  "staatsluchtvaartuigen": luchtvaartuigen die worden ingezet voor militaire, douane-, politie-, opsporings- en reddings-, brandbestrijdings-, kustbewakings- of soortgelijke activiteiten of diensten onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van een lidstaat, welke in het algemeen belang worden verricht door een orgaan waaraan overheidsbevoegdheden zijn verleend;

32)  "staatsluchtvaartuigen": luchtvaartuigen die worden ingezet voor militaire, douane-, politie-, opsporings- en reddings-, brandbestrijdings-, kustbewakings- of soortgelijke activiteiten of diensten onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van een lidstaat, welke in het algemeen belang worden verricht door of namens een orgaan waaraan overheidsbevoegdheden zijn verleend;

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

34)  "nationale bevoegde autoriteit": een of meer entiteiten die door een lidstaat zijn aangewezen en die de nodige bevoegdheden en toegewezen verantwoordelijkheden hebben om de certificerings-, toezichts- en handhavingstaken uit te voeren overeenkomstig deze verordening en de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die op basis daarvan zijn vastgesteld.

34)  "nationale bevoegde autoriteit": de entiteit die door een lidstaat aangewezen en door het Agentschap geaccrediteerd is en die de nodige bevoegdheden en toegewezen verantwoordelijkheden heeft om de certificerings-, toezichts- en handhavingstaken uit te voeren overeenkomstig deze verordening en de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die op basis daarvan zijn vastgesteld, alsook overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXXX.

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 34 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

34 bis)  "accreditering": de procedure aan de hand waarvan de nationale bevoegde autoriteit of gekwalificeerde entiteit kwalificaties erkent die de houders het recht geven taken te verrichten overeenkomstig deze verordening en Verordening (EU) nr. XXX/XXXX.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 34 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

34 ter)  “Europees register van onbemande luchtvaartuigen": een onlineplatform dat door het Agentschap wordt opgezet en beheerd en de nummers bevat die zijn toegekend aan eigenaren van in de Europese Unie geëxploiteerde onbemande luchtvaartuigen;

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  rekening houden met de verschillende types luchtvaartuigen en vluchtuitvoeringen;

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  rekening houden met de onderlinge samenhang tussen de verschillende gebieden van de luchtvaartveiligheid, en tussen de luchtvaartveiligheid en andere technische domeinen van de luchtvaartregelgeving;

d)  rekening houden met de onderlinge samenhang tussen de verschillende gebieden van de luchtvaartveiligheid, en tussen de luchtvaartveiligheid, cyberveiligheid en andere technische domeinen van de luchtvaartregelgeving;

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  waar mogelijk op doelgerichte wijze eisen vaststellen, waarbij verschillende mogelijkheden worden geboden om deze eisen na te leven;

e)  waar mogelijk op prestaties gebaseerde eisen vaststellen die gericht zijn op te bereiken doelstellingen, waarbij verschillende mogelijkheden worden geboden om deze op prestaties gebaseerde eisen na te leven;

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  de scheiding waarborgen tussen dienstverleningsactiviteiten en regelgevings- en toezichttaken;

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis)  maatregelen nemen om de veiligheidsnormen te bevorderen en te verbeteren;

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de complexiteit en de prestaties van het luchtvaartuig in kwestie;

c)  de complexiteit, prestaties en specifieke behoeften van het luchtvaartuig in kwestie;

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  het doel van de vlucht en de aard van het gebruikte luchtruim;

d)  het doel van de vlucht, het type luchtvaartuig en de aard van het gebruikte luchtruim;

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Rekening houdend met de doelstellingen die zijn uiteengezet in artikel 1 wordt in het Europees plan voor de veiligheid van de luchtvaart een aanvaardbaar niveau van veiligheidsprestaties in de Unie beschreven; de lidstaten, de Commissie en het Agentschap moeten samen streven naar de totstandbrenging van dat niveau.

3.  Rekening houdend met de doelstellingen die zijn uiteengezet in artikel 1 wordt in het Europees plan voor de veiligheid van de luchtvaart een hoog, uniform niveau van veiligheidsprestaties in de Unie beschreven; de lidstaten, de Commissie en het Agentschap moeten samen streven naar de totstandbrenging van dat niveau.

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Nationaal programma voor de veiligheid van de luchtvaart

Staatsprogramma voor de veiligheid

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat stelt een nationaal programma voor de veiligheid van de luchtvaart op voor het beheer van de onder zijn verantwoordelijkheid vallende activiteiten die verband houden met de veiligheid van de burgerluchtvaart (het "nationaal programma voor de veiligheid van de luchtvaart"). Het programma dient in verhouding te staan tot de omvang en complexiteit van die activiteiten en dient coherent te zijn met het Europees programma voor de veiligheid van de luchtvaart.

1.  Elke lidstaat stelt, in samenwerking met de belanghebbenden uit de sector, een staatsprogramma voor de veiligheid op, en houdt dat bij, voor het beheer van de onder zijn verantwoordelijkheid vallende activiteiten die verband houden met de veiligheid van de burgerluchtvaart (het "staatsprogramma voor de veiligheid"). Dat programma staat in verhouding tot de omvang en complexiteit van die activiteiten en is coherent met het Europees programma voor de veiligheid van de luchtvaart.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het nationaal programma voor de veiligheid van de luchtvaart heeft ten minste betrekking op:

2.  Het staatsprogramma voor de veiligheid omvat ten minste de elementen van het staatsprogramma voor de veiligheid zoals beschreven in de internationale normen en aanbevolen praktijken.

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het luchtvaartveiligheidsbeleid, met de bijbehorende doelstellingen en middelen;

Schrappen

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het beheer van de risico's voor de luchtvaartveiligheid;

Schrappen

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de waarborging van de luchtvaartveiligheid;

Schrappen

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  de bevordering van de luchtvaartveiligheid.

Schrappen

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Rekening houdende met de doelstellingen die zijn uiteengezet in artikel 1 en het aanvaardbaar niveau van veiligheidsprestaties als bedoeld in artikel 6, lid 3, wordt in het nationaal programma voor de veiligheid van de luchtvaart een aanvaardbaar niveau van veiligheidsprestaties vermeld dat op nationaal niveau moet worden bereikt voor wat betreft de luchtvaartactiviteiten die onder de verantwoordelijkheid van de betrokken lidstaat vallen.

3.  Rekening houdende met de in artikel 1 genoemde doelstellingen wordt in het staatsprogramma voor de veiligheid vermeld welke luchtvaartactiviteiten onder de verantwoordelijkheid van de betrokken lidstaat vallen en moeten worden uitgevoerd om het in artikel 6, lid 3, bedoelde hoge en uniforme niveau van veiligheidsprestaties te bereiken.

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het nationaal programma voor de veiligheid van de luchtvaart dient vergezeld te gaan van een nationaal plan voor de veiligheid van de luchtvaart. Op basis van de beoordeling van relevante veiligheidsinformatie moet elke lidstaat in dat plan de belangrijkste risico's voor de veiligheid van zijn nationaal burgerluchtvaartsysteem vermelden en de maatregelen uiteenzetten die nodig zijn om deze risico's te beperken.

1.  Het staatsprogramma voor de veiligheid dient mede te bestaan uit of vergezeld te gaan van een staatsplan voor de veiligheid van de luchtvaart. Op basis van de beoordeling van relevante veiligheidsinformatie identificeert elke lidstaat, in samenwerking met de belanghebbenden, in dat plan de belangrijkste risico's voor de veiligheid van zijn nationaal burgerluchtvaartsysteem en zet hij de maatregelen uiteen die nodig zijn om deze risico's te beperken.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk III – deel 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Luchtwaardigheid en milieubescherming

Luchtwaardigheid

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in artikel 2, lid 1, onder a) en b), bedoelde luchtvaartuigen en de motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur daarvan moeten in overeenstemming zijn met de in bijlage II uiteengezette essentiële luchtwaardigheidseisen en, wat geluid en emissies betreft, de in bijlage III uiteengezette essentiële eisen met betrekking tot de milieuverenigbaarheid van producten.

De in artikel 2, lid 1, onder a) en b), bedoelde bemande luchtvaartuigen en de motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur daarvan zijn in overeenstemming met de in bijlage II uiteengezette essentiële luchtwaardigheidseisen en, wat geluid en emissies betreft, de in bijlage III uiteengezette essentiële eisen met betrekking tot de milieuverenigbaarheid van producten en de in bijlage 16 bij het Verdrag van Chicago vastgestelde vereisten op het gebied van milieubescherming, zoals van toepassing, uitgezonderd de aanhangsels bij die bijlage.

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wat de in artikel 2, lid 1, onder a), bedoelde luchtvaartuigen en hun motoren, propellers en onderdelen betreft, wordt de naleving van artikel 9 gegarandeerd overeenkomstig de artikelen 11, 12 en 15, lid 1.

2.  Wat de in artikel 2, lid 1, onder a), bedoelde luchtvaartuigen en hun motoren, propellers en onderdelen betreft, wordt de naleving van artikel 9 gegarandeerd overeenkomstig de artikelen 11, 12, 13, 14 en artikel 15, lid 1.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Die typecertificaten, wijzigingscertificaten en goedkeuringen van reparatieontwerpen worden afgegeven op aanvraag, als de aanvrager heeft aangetoond dat het ontwerp van het product beantwoordt aan de typecertificeringsbasis die is vastgesteld overeenkomstig de gedelegeerde handeling die vermeld is in artikel 18, lid 1, onder a), punt (i), en als het ontwerp van het product geen kenmerken vertoont die tot gevolg hebben dat het product onverenigbaar is met het milieu of niet veilig kan worden gebruikt.

Die typecertificaten, wijzigingscertificaten en goedkeuringen van reparatieontwerpen worden afgegeven op aanvraag, als de aanvrager heeft aangetoond dat het ontwerp van het product beantwoordt aan de typecertificeringsbasis die is vastgesteld overeenkomstig de in artikel 18, lid 1, onder a), punt i), bedoelde gedelegeerde handelingen.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Die typecertificaten, wijzigingscertificaten en goedkeuringen van reparatieontwerpen kunnen ook worden afgegeven zonder een dergelijke aanvraag, door een organisatie die is goedgekeurd overeenkomstig artikel 15 en die het recht heeft gekregen om dergelijke certificaten of goedkeuringen af te geven overeenkomstig de in artikel 18, lid 1, onder k), bedoelde gedelegeerde handeling, voor zover die organisatie heeft vastgesteld dat het ontwerp van het product beantwoordt aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de tweede alinea.

Die typecertificaten, wijzigingscertificaten en goedkeuringen van reparatieontwerpen kunnen ook worden afgegeven zonder een dergelijke aanvraag voor eigen ontwerp, door een organisatie die is goedgekeurd overeenkomstig artikel 15 en die het recht heeft gekregen om dergelijke certificaten of goedkeuringen af te geven overeenkomstig de in artikel 18, lid 1, onder k), bedoelde gedelegeerde handelingen, voor zover die organisatie heeft vastgesteld dat het ontwerp van het product beantwoordt aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de tweede alinea.

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dat certificaat kan ook worden afgegeven zonder een dergelijke aanvraag, door een organisatie die is goedgekeurd overeenkomstig artikel 15 en die het recht heeft gekregen om dergelijke certificaten of goedkeuringen af te geven overeenkomstig de in artikel 18, lid 1, onder k), bedoelde gedelegeerde handeling, voor zover die organisatie heeft vastgesteld dat het ontwerp van het onderdeel beantwoordt aan de certificeringsbasis die is vastgesteld overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder a), punt (ii).

Dat certificaat mag, voor zijn eigen ontwerpwerkzaamheden, ook worden afgegeven zonder een dergelijke aanvraag, door een organisatie die is goedgekeurd overeenkomstig artikel 15 en die het recht heeft gekregen om dergelijke certificaten of goedkeuringen af te geven overeenkomstig de in artikel 18, lid 1, onder k), bedoelde gedelegeerde handeling, voor zover die organisatie heeft vastgesteld dat het ontwerp van het onderdeel beantwoordt aan de certificeringsbasis die is vastgesteld overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder a), punt ii).

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dat certificaat mag ook worden afgegeven zonder dat er een aanvraag is gedaan, door een overeenkomstig artikel 15 goedgekeurde organisatie waaraan het recht is verleend om die certificaten af te geven overeenkomstig de in artikel 18, lid 1, onder k), bedoelde gedelegeerde handelingen, als die organisatie heeft vastgesteld dat het ontwerp van de niet-geïnstalleerde apparatuur beantwoordt aan de overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder a), punt (ii), vastgestelde certificeringsgrondslag.

Dat certificaat mag, voor zijn eigen ontwerpwerkzaamheden, ook worden afgegeven zonder dat er een aanvraag is gedaan, door een overeenkomstig artikel 15 goedgekeurde organisatie waaraan het recht is verleend om die certificaten af te geven overeenkomstig de in artikel 18, lid 1, onder k), bedoelde gedelegeerde handelingen, als die organisatie heeft vastgesteld dat het ontwerp van de niet-geïnstalleerde apparatuur beantwoordt aan de overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder a), punt ii), vastgestelde certificeringsgrondslag.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de voorwaarden voor de naleving van de in artikel 9 bedoelde essentiële eisen door de in artikel 2, lid 1, onder b), punt (ii), bedoelde luchtvaartuigen;

c)  de specifieke voorwaarden voor de naleving van de in artikel 9 bedoelde essentiële eisen door de in artikel 2, lid 1, onder a), punt ii) en artikel 2, lid 1, onder b), punt ii), bedoelde luchtvaartuigen;

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – letter l

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

l)  de voorwaarden voor de aanvaarding van certificaten, informatie over de blijvende luchtwaardigheid en andere documenten die verband houden met de luchtwaardigheid die zijn afgegeven overeenkomstig de wetten van een derde land, met het oog op de toepassing van artikel 57.

Schrappen

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wat betreft de luchtwaardigheid en milieuverenigbaarheid van de in artikel 2, lid 1, onder a) en b), bedoelde luchtvaartuigen en hun motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur is de Commissie gemachtigd om, door middel van gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 117, bijlage II en bijlage III te wijzigen of aan te vullen als dit nodig is wegens technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van luchtwaardigheid en milieuverenigbaarheid, teneinde en voor zover nodig de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen te bereiken.

2.  Wat betreft de luchtwaardigheid en milieuverenigbaarheid van de in artikel 2, lid 1, onder a) en b), bedoelde luchtvaartuigen en hun motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 117 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage II en bijlage III te wijzigen indien dit nodig is vanwege technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van luchtwaardigheid en milieuverenigbaarheid, teneinde in de vereiste mate te voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Bij de vaststelling van de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handelingen ziet de Commissie er met name op toe dat er in voorkomend geval gebruik wordt gemaakt van de internationale normen en aanbevolen praktijken van bijlagen 8 en 16 bij het Verdrag van Chicago.

 

Door het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten afgegeven certificaten en door de natuurlijke en rechtspersonen krachtens deze verordening verstrekte verklaringen zijn uitsluitend onderworpen aan de regels, voorwaarden en procedures van de in dit artikel bedoelde gedelegeerde handelingen.

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Tenzij anders bepaald in de krachtens artikel 25 vastgestelde gedelegeerde handelingen, zijn piloten onderworpen aan certificering, op basis waarvan een bewijs van bevoegdheid als piloot en een medische verklaring worden afgegeven die geschikt zijn voor de te verrichten vluchtuitvoering.

1.  Tenzij anders bepaald in de krachtens artikel 25 vastgestelde gedelegeerde handelingen, zijn piloten onderworpen aan certificering en wordt hun een bewijs van bevoegdheid als piloot en een passend medisch certificaat voor piloten voor de te verrichten vluchtuitvoering verstrekt waarmee wordt verklaard dat de piloot lichamelijk en geestelijk in staat is deze activiteit te verrichten.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Cabinebemanningsleden die betrokken zijn bij commercieel luchtvervoer zijn onderworpen aan certificering, op basis waarvan een attest wordt afgegeven.

Cabinebemanningsleden die betrokken zijn bij commercieel luchtvervoer zijn onderworpen aan certificering, op basis waarvan een certificaat wordt afgegeven.

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien dit bepaald is in de gedelegeerde handelingen die krachtens artikel 25 zijn vastgesteld, zijn cabinebemanningsleden die betrokken zijn bij andere dan commerciële luchtvervoersactiviteiten eveneens onderworpen aan certificering, op basis waarvan een attest wordt afgegeven.

Indien dit bepaald is in de gedelegeerde handelingen die krachtens artikel 25 zijn vastgesteld, zijn cabinebemanningsleden die betrokken zijn bij andere dan commerciële luchtvervoersactiviteiten eveneens onderworpen aan certificering en verstrekt de bevoegde autoriteit hun een vergunning.

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Die attesten worden afgegeven op aanvraag, als de aanvrager heeft aangetoond dat hij of zij voldoet aan de regels die zijn vastgesteld in de krachtens artikel 25 vastgestelde gedelegeerde handelingen, teneinde de naleving van de in artikel 19 vermelde essentiële eisen inzake theoretische kennis, praktische vaardigheden en medische geschiktheid te garanderen.

Die certificaten worden afgegeven op aanvraag, als de aanvrager heeft aangetoond dat hij of zij voldoet aan de regels die zijn vastgesteld in de krachtens artikel 25 vastgestelde gedelegeerde handelingen, teneinde de naleving van de in artikel 19 vermelde essentiële eisen inzake theoretische kennis, praktische vaardigheden en medische geschiktheid te garanderen.

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Opleidingsorganisaties voor cabinebemanning ontvangen geen financiële inkomsten van de cursist wanneer zij opleiding aanbieden op luchtvaartuigen die passagiers of vracht vervoeren.

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  de voorwaarden voor de aanvaarding van bewijzen van bevoegdheid als piloot, medische verklaringen van piloten en attesten van cabinebemanningsleden die zijn afgegeven overeenkomstig de wetten van een derde land, met het oog op de toepassing van artikel 57;

Schrappen

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Met betrekking tot piloten en cabinebemanningsleden die betrokken zijn bij vluchtuitvoeringen met in artikel 2, lid 1, onder b), bedoelde luchtvaartuigen, alsmede vluchtnabootsers, personen en organisaties die betrokken zijn bij de opleiding, toetsing, controle en medische keuring van die piloten en cabinebemanningsleden, is de Commissie bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 117 teneinde bijlage IV te wijzigen of aan te vullen als dit nodig is wegens technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van bemanningen, teneinde en voor zover nodig de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen te bereiken.

2.  Met betrekking tot piloten en cabinebemanningsleden die betrokken zijn bij vluchtuitvoeringen met in artikel 2, lid 1, onder b), bedoelde luchtvaartuigen, alsmede vluchtnabootsers, personen en organisaties die betrokken zijn bij de opleiding, toetsing, controle en medische keuring van die piloten en cabinebemanningsleden, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 117 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde bijlage IV te wijzigen indien dat nodig is vanwege technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van bemanningen, teneinde in de vereiste mate te voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Door het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten afgegeven certificaten en door de natuurlijke en rechtspersonen krachtens deze verordening verstrekte verklaringen zijn uitsluitend onderworpen aan de regels, voorwaarden en procedures van de in dit artikel bedoelde gedelegeerde handelingen.

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Wanneer de op grond van artikel 28 vastgestelde gedelegeerde handelingen daarin voorzien, beschikken grote luchtvaartuigen die worden gebruikt in commerciële luchtvervoersactiviteiten over de middelen die nodig zijn om vluchtgegevens te herstellen en tijdig beschikbaar te stellen ten behoeve van het onderzoeken en voorkomen van ongelukken.

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis) de omstandigheden waaronder, rekening houdend met de beginselen van artikel 4, vluchtuitvoeringen onderworpen zijn aan, of vrijgesteld zijn van, de vereisten van deze verordening die van toepassing zijn op commercieel luchtvervoer en de op grond van deze verordening genomen maatregelen.

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – letter g ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g ter)  de voorwaarden waaronder een luchtvaartuig verplicht is te zijn uitgerust met middelen om de vluchtgegevens te herstellen en de omstandigheden voor de veilige overdracht, de opslag en het gebruik van die gegevens, voor de toepassing van artikel 27, lid 3 bis. Deze voorwaarden komen overeen met de bestaande wetgeving van de Unie inzake het onderzoeken van luchtvaartongevallen;

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wat betreft vluchtuitvoeringen met de in artikel 2, lid 1, onder b), bedoelde luchtvaartuigen, is de Commissie gemachtigd om, door middel van gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 117, bijlage V en, voor zover van toepassing, bijlagen VII en VIII, te wijzigen of aan te vullen als dit nodig is wegens technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van de veiligheid van de vluchtuitvoering, teneinde en voor zover nodig te voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

2.  Wat betreft vluchtuitvoeringen met de in artikel 2, lid 1, onder b), bedoelde luchtvaartuigen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 117 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage V en, indien van toepassing, bijlagen VII en VIII, te wijzigen wanneer dat nodig is vanwege technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van de veiligheid van de vluchtuitvoering, teneinde in de vereiste mate te voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Door het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten afgegeven certificaten en door de natuurlijke en rechtspersonen krachtens deze verordening verstrekte verklaringen zijn uitsluitend onderworpen aan de regels, voorwaarden en procedures van de in dit artikel bedoelde gedelegeerde handelingen.

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Luchtvaartterreinen, de apparatuur van luchtvaartterreinen, de exploitatie van luchtvaartterreinen, en de verlening van grondafhandelingsdiensten en platformbeheersdiensten op luchtvaartterreinen moeten voldoen aan de essentiële eisen die zijn uiteengezet in bijlage VII en, voor zover van toepassing, bijlage VIII.

Luchtvaartterreinen, met inbegrip van de veiligheidsgerelateerde apparatuur van luchtvaartterreinen, de exploitatie van luchtvaartterreinen en de verlening van grondafhandelingsdiensten en platformbeheersdiensten op luchtvaartterreinen voldoen aan de essentiële eisen die zijn uiteengezet in bijlage VII en, voor zover van toepassing, bijlage VIII, en nemen de mate van verantwoordelijkheid van de exploitant van het luchtvaartterrein en derde partijen in acht.

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Luchtvaartterreinen zijn onderworpen aan certificering, op basis waarvan een certificaat wordt afgegeven. Wijzigingen van dat certificaat zijn eveneens onderworpen aan certificering; voor dergelijke wijzigingen wordt een wijzigingscertificaat afgegeven.

Luchtvaartterreinen, met inbegrip van de veiligheidsgerelateerde apparatuur van luchtvaartterreinen, zijn onderworpen aan certificering, op basis waarvan een certificaat wordt afgegeven. Wijzigingen van dat certificaat zijn eveneens onderworpen aan certificering; voor dergelijke wijzigingen wordt een wijzigingscertificaat afgegeven.

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Die certificaten hebben betrekking op het luchtvaartterrein en de veiligheidsgerelateerde apparatuur van het luchtvaartterrein.

Schrappen

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Organisaties die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van grondafhandelingsdiensten en platformbeheersdiensten op luchtvaartterreinen die onder deze verordening vallen, dienen een verklaring in waaruit blijkt dat zij over de capaciteiten en middelen beschikken om zich te kwijten van de verantwoordelijkheden die gepaard gaan met de exploitatie in overeenstemming met de in artikel 29 bedoelde essentiële eisen.

2.  Organisaties die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van grondafhandelingsdiensten en platformbeheersdiensten op luchtvaartterreinen die onder deze verordening vallen, dienen een verklaring in waaruit blijkt dat zij over de capaciteiten en middelen beschikken om zich te kwijten van de verantwoordelijkheden die gepaard gaan met de exploitatie in overeenstemming met de in artikel 29 bedoelde essentiële eisen. De in artikel 34, lid 1, onder h), bedoelde gedelegeerde handeling waarborgt dat deze verklaringen zonder nadere verificaties door de exploitanten worden erkend.

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor luchtvaartterreinen, veiligheidskritieke apparatuur van luchtvaartterreinen, de exploitatie van luchtvaartterreinen en de verlening van grondafhandelings- en platformbeheersdiensten op luchtvaartterreinen, is de Commissie gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 117, teneinde gedetailleerde regels in te voeren met betrekking tot:

1.  Voor luchtvaartterreinen, met inbegrip van de veiligheidsgerelateerde apparatuur van luchtvaartterreinen, veiligheidskritische apparatuur van luchtvaartterreinen, de exploitatie van luchtvaartterreinen en de verlening van grondafhandelings- en platformbeheersdiensten op luchtvaartterreinen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 117 gedelegeerde handelingen vast te stellen , teneinde gedetailleerde regels in te voeren met betrekking tot:

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de voorwaarden voor de vaststelling, overeenkomstig artikel 30, lid 2, en de mededeling aan een aanvrager van de certificeringsgrondslag die van toepassing is op een luchtvaartterrein met het oog op certificering overeenkomstig artikel 30, lid 1;

b)  de voorwaarden voor de vaststelling, overeenkomstig artikel 30, lid 2, en de mededeling aan een aanvrager van de certificeringsgrondslag die van toepassing is op een luchtvaartterrein en de veiligheidsgerelateerde apparatuur van luchtvaartterreinen met het oog op certificering overeenkomstig artikel 30, lid 1, inclusief de lijst van veiligheidsgerelateerde apparatuur van luchtvaartterreinen, vastgesteld op basis van veiligheidsgegevens waaruit blijkt dat een apparaattype dat gebruikt wordt of bestemd is voor gebruik op luchtvaartterreinen die onder deze verordening vallen een veiligheidsrisico vormt;

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de voorwaarden voor de vaststelling en de mededeling aan een aanvrager van de gedetailleerde specificaties die van toepassing zijn op veiligheidskritieke apparatuur van luchtvaartterreinen met het oog op certificering overeenkomstig artikel 31, lid 1;

c)  de voorwaarden voor de vaststelling en de mededeling aan een aanvrager van de gedetailleerde specificaties die van toepassing zijn op veiligheidskritische apparatuur van luchtvaartterreinen met het oog op certificering overeenkomstig artikel 31, lid 1, inclusief de lijst van veiligheidsgerelateerde apparatuur van luchtvaartterreinen, vastgesteld op basis van veiligheidsgegevens waaruit blijkt dat een apparaattype dat gebruikt wordt of bestemd is voor gebruik op luchtvaartterreinen die onder deze verordening vallen een veiligheidsrisico vormt;

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  de voorwaarden voor de afgifte, handhaving, wijziging, opschorting of intrekking van de in artikel 30 bedoelde certificaten, met inbegrip van exploitatiebeperkingen die verband houden met het specifieke ontwerp van het luchtvaartterrein;

d)  de voorwaarden voor de afgifte, handhaving, wijziging, opschorting of intrekking van de in artikel 30 bedoelde certificaten voor het luchtvaartterrein en voor de veiligheidsgerelateerde apparatuur van het luchtvaartterrein, met inbegrip van exploitatiebeperkingen die verband houden met het specifieke ontwerp van het luchtvaartterrein;

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – letter l

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

l)  de voorwaarden voor de afgifte en verspreiding van verplichte informatie door het Agentschap overeenkomstig artikel 65, lid 6, en door de nationale bevoegde autoriteiten, teneinde de veiligheid van activiteiten op luchtvaartterreinen en apparatuur van luchtvaartterreinen te garanderen.

l)  de voorwaarden voor de afgifte en verspreiding van verplichte informatie door het Agentschap overeenkomstig artikel 65, lid 6, en door de nationale bevoegde autoriteiten, teneinde de veiligheid van activiteiten op luchtvaartterreinen en veiligheidsgerelateerde apparatuur van luchtvaartterreinen te garanderen.

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  bij het vaststellen van de in lid 1 bedoelde regels voor de verrichting van grondafhandelingsdiensten zorgt de Commissie ervoor dat in voorkomend geval gebruik wordt gemaakt van erkende sectorale normen en beste praktijken.

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wat luchtvaartterreinen, de apparatuur van luchtvaartterreinen, de exploitatie van luchtvaartterreinen en grondafhandelings- en platformbeheersdiensten betreft, is de Commissie gemachtigd om, door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 117, bijlage VII en, voor zover van toepassing, bijlage VIII, te wijzigen of aan te vullen als dit nodig is wegens technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van de veiligheid van luchtvaartterreinen, teneinde en voor zover nodig te voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

2.  Wat luchtvaartterreinen, de apparatuur van luchtvaartterreinen, de exploitatie van luchtvaartterreinen en grondafhandelings- en platformbeheersdiensten betreft, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 117 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage VII en, voor zover van toepassing, bijlage VIII, te wijzigen indien dat nodig is vanwege technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van de veiligheid van luchtvaartterreinen, teneinde in de vereiste mate te voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Door het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten afgegeven certificaten en door de natuurlijke en rechtspersonen krachtens deze verordening verstrekte verklaringen zijn uitsluitend onderworpen aan de regels, voorwaarden en procedures van de in dit artikel bedoelde gedelegeerde handelingen.

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Organisaties die betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging of het onderhoud van ATM/ANS-systemen en -componenten

Organisaties die betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging of het onderhoud van ATM/ANS-systemen en -componenten die bepalend zijn voor de veiligheid of de interoperabiliteit

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ATM/ANS-systemen en -componenten

ATM/ANS-systemen en -componenten die bepalend zijn voor de veiligheid of de interoperabiliteit;

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de voorwaarden voor de vaststelling en de mededeling aan een aanvrager van de gedetailleerde specificaties die van toepassing zijn op ATM/ANS-systemen en -componenten met het oog op certificering overeenkomstig artikel 38, lid 2;

b)  de voorwaarden voor de vaststelling en de mededeling aan een aanvrager van de gedetailleerde specificaties, met inbegrip van de identificatie van de apparatuur, die van toepassing zijn op ATM/ANS-systemen en -componenten die bepalend zijn voor de veiligheid of de interoperabiliteit, met het oog op certificering overeenkomstig artikel 38, lid 2;

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wat de verlening van ATM/ANS betreft, is de Commissie gemachtigd om, door middel van gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 117, bijlage VIII en, voor zover van toepassing, bijlage VII, te wijzigen of aan te vullen als dit nodig is wegens technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van de veiligheid van ATM/ANS, teneinde en voor zover nodig te voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

2.  Wat de verlening van ATM/ANS betreft, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 117 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage VIII en, indien van toepassing, bijlage VII, te wijzigen wanneer dit nodig is vanwege technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van de veiligheid van ATM/ANS, teneinde in de vereiste mate te voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Door het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten afgegeven certificaten en door de natuurlijke en rechtspersonen krachtens deze verordening verstrekte verklaringen zijn uitsluitend onderworpen aan de regels, voorwaarden en procedures van de in dit artikel bedoelde gedelegeerde handelingen.

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  de voorwaarden voor de aanvaarding van vergunningen van luchtverkeersleiders die zijn afgegeven overeenkomstig de wetten van een derde land met het oog op de toepassing van artikel 57;

Schrappen

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis)  de voorwaarden waaraan luchtverkeersleiders moeten voldoen in verband met beperkingen op de werktijden en eisen in verband met rustperioden; deze voorwaarden moeten bijdragen tot een hoog niveau van veiligheid, door bescherming te bieden tegen de gevolgen van vermoeidheid, en tegelijkertijd tot een passende mate van flexibiliteit bij de programmering;

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wat betreft luchtverkeersleiders, personen en organisaties die betrokken zijn bij de opleiding, toetsing, controle en medische keuring van luchtverkeersleiders, alsmede vluchtnabootsers, is de Commissie gemachtigd om aan de hand van gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 117, bijlage VIII te wijzigen of aan te vullen als dit nodig is wegens technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van opleidingsorganisaties en luchtverkeersleiders, teneinde en voor zover nodig de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen te bereiken.

2.  Wat betreft luchtverkeersleiders, personen en organisaties die betrokken zijn bij de opleiding, toetsing, controle en medische keuring van luchtverkeersleiders, alsmede vluchtnabootsers, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 117 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage VIII te wijzigen indien dat nodig is vanwege technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van opleidingsorganisaties en luchtverkeersleiders, teneinde in de vereiste mate te voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Door het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten afgegeven certificaten en door de natuurlijke en rechtspersonen krachtens deze verordening verstrekte verklaringen zijn uitsluitend onderworpen aan de regels, voorwaarden en procedures van de in dit artikel bedoelde gedelegeerde handelingen.

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen en hun motoren, propellers, onderdelen, niet-geïnstalleerde apparatuur en apparatuur om ze vanop afstand te bedienen, moeten voldoen aan de essentiële eisen die zijn uiteengezet in bijlage IX.

Het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen en hun motoren, propellers, onderdelen, niet-geïnstalleerde apparatuur en apparatuur om ze vanop afstand te bedienen, evenals het personeel en de organisaties die bij deze activiteiten betrokken zijn, moeten voldoen aan de essentiële eisen die zijn uiteengezet in bijlage IX.

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Als de krachtens artikel 47 vastgestelde gedelegeerde handelingen hierin voorzien teneinde een passend veiligheidsniveau te bereiken, gelet op de in artikel 4, lid 2, vastgestelde beginselen, is het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen onderworpen aan certificering. Die certificaten worden afgegeven op aanvraag, als de aanvrager heeft aangetoond dat hij voldoet aan de regels die zijn vastgesteld in de krachtens artikel 47 vastgestelde gedelegeerde handelingen, teneinde de naleving van de in artikel 45 vermelde essentiële eisen te garanderen. In het certificaat worden de veiligheidsgerelateerde beperkingen, vluchtuitvoeringsvoorwaarden en rechten gespecificeerd.

1.  Als de krachtens artikel 47 vastgestelde gedelegeerde handelingen hierin voorzien teneinde een hoog, uniform veiligheidsniveau te bereiken, gelet op de in artikel 4, lid 2, vastgestelde beginselen, zijn het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen onderworpen aan certificering. De certificaten worden afgegeven op aanvraag, als de aanvrager heeft aangetoond dat hij voldoet aan de regels die zijn vastgesteld in de krachtens artikel 47 vastgestelde gedelegeerde handelingen, teneinde de naleving van de in artikel 45 bedoelde essentiële eisen te garanderen. In het certificaat worden de veiligheidsgerelateerde beperkingen, vluchtuitvoeringsvoorwaarden en rechten gespecificeerd.

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Als de krachtens artikel 47 vastgestelde gedelegeerde handelingen hierin voorzien teneinde een passend veiligheidsniveau te bereiken, gelet op de in artikel 4, lid 2, vastgestelde beginselen, is het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen onderworpen aan een verklaring. De verklaring wordt afgegeven als de in artikel 45 bedoelde essentiële eisen en de overeenkomstig artikel 47 vastgestelde gedetailleerde regels om de naleving van de essentiële eisen te garanderen, worden nageleefd.

2.  Als de krachtens artikel 47 vastgestelde gedelegeerde handelingen hierin voorzien teneinde een hoog, uniform veiligheidsniveau te bereiken, gelet op de in artikel 4, lid 2, vastgestelde beginselen, zijn het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen onderworpen aan een verklaring. De verklaring wordt afgegeven als aan de in artikel 45 bedoelde essentiële eisen en de overeenkomstig artikel 47 vastgestelde gedetailleerde regels om de naleving van de essentiële eisen te garanderen, is voldaan.

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Als de krachtens artikel 47 vastgestelde gedelegeerde handelingen hierin voorzien, ermee rekening houdende dat passende veiligheidsniveaus kunnen worden bereikt zonder de toepassing van de hoofdstukken IV en V van deze verordening, zijn die hoofdstukken niet van toepassing op de in artikel 45 bedoelde essentiële eisen en de overeenkomstig artikel 47 vastgestelde gedetailleerde regels teneinde de naleving van die essentiële eisen te garanderen. In dergelijke gevallen vormen die eisen en regels de "communautaire harmonisatiewetgeving" in de zin van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 en Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad.

3.  Als de krachtens artikel 47 vastgestelde gedelegeerde handelingen hierin voorzien, ermee rekening houdende dat hoge, uniforme veiligheidsniveaus kunnen worden bereikt zonder de toepassing van de hoofdstukken IV en V van deze verordening, zijn die hoofdstukken niet van toepassing op de in artikel 45 bedoelde essentiële eisen en de overeenkomstig artikel 47 vastgestelde gedetailleerde regels teneinde de naleving van die essentiële eisen te garanderen. In dergelijke gevallen vormen die eisen en regels de "communautaire harmonisatiewetgeving" in de zin van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 en Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad.

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten kunnen wettelijke bepalingen vaststellen of in stand houden om hogere beveiligings- of veiligheidsniveaus te waarborgen dan die welke zijn vastgesteld in deze verordening of in de gedelegeerde handelingen waarin deze verordening voorziet.

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de voorwaarden en procedures voor de afgifte, handhaving, wijziging, opschorting of intrekking van de in artikel 46, leden 1 en 2, bedoelde certificaten voor het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen, met inbegrip van de voorwaarden voor situaties waarin, teneinde de in artikel 1 vermelde doelstellingen te verwezenlijken en rekening houdende met de aard en het risico van de desbetreffende activiteit, dergelijke certificaten zijn vereist of verklaringen zijn toegestaan, al naargelang van toepassing;

a)  de voorwaarden en procedures voor de afgifte, handhaving, wijziging, opschorting of intrekking van de in artikel 46, leden 1 en 2, bedoelde certificaten voor het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen, met inbegrip van de voorwaarden voor situaties waarin, teneinde de in artikel 1 vermelde doelstellingen te verwezenlijken, dergelijke certificaten zijn vereist of verklaringen zijn toegestaan, al naargelang van toepassing. In de voorwaarden en procedures wordt naar behoren rekening gehouden met het soort onbemand luchtvaartuig, de aard en het risico van de desbetreffende activiteit en het gebied waarop de activiteit zal worden verricht;

Amendement    167

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  de markering en identificatie van onbemande luchtvaartuigen;

e)  de voorwaarden en procedures voor de verplichte registratie, de markering en de identificatie van onbemande luchtvaartuigen met een maximale startmassa van meer dan 250 gram, van overeenkomstig letter a) gecertificeerde onbemande luchtvaartuigen en van exploitanten;

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  de voorwaarden en procedures op grond waarvan de piloot op afstand van een onbemand luchtvaartuig de vereiste bevoegdheid aantoont door middel van een vergunning of verklaring, al naar gelang van toepassing is, en een passend medisch certificaat voor de te verrichten activiteit;

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1 – letter e ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter)  de omstandigheden waarin een onbemand luchtvaartuig als bedoeld in artikel 46, leden 1 en 2, moet zijn uitgerust met veiligheids- en beveiligingsapparatuur, die met name verband houden met afstands- en hoogtebeperking, positie, communicatie, beperkingen voor kritieke zones, botsingvermijding, stabilisering en geautomatiseerd landen;

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  de omstandigheden waarin vluchtuitvoeringen met onbemande luchtvaartuigen in het belang van de veiligheid worden verboden, beperkt of aan voorwaarden onderworpen.

f)  de omstandigheden waarin vluchtuitvoeringen met onbemande luchtvaartuigen in het belang van de veiligheid of beveiliging worden verboden, beperkt of aan voorwaarden onderworpen;

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  de omstandigheden waarin en de procedures aan de hand waarvan een Europees register van onbemande luchtvaartuigen of een compatibel geharmoniseerd nationaal registratiestelsel moet worden opgezet waarin een uniek eigendomsnummer en een unieke markering worden toegekend voor een onbemand luchtvaartuig dat in een lidstaat wordt gebruikt, en waarin een geringe financiële en administratieve last wordt opgelegd.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wat betreft het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen en hun motoren, propellers, onderdelen, niet-geïnstalleerde apparatuur en apparatuur om het luchtvaartuig vanop afstand te bedienen, is de Commissie gemachtigd om, door middel van gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 117, bijlage IX en, voor zover van toepassing, bijlage III, te wijzigen of aan te vullen als dit nodig is wegens technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van de veiligheid van vluchtuitvoeringen, teneinde en voor zover nodig te voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

2.  Wat betreft het ontwerp, de vervaardiging, het onderhoud en de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen en hun motoren, propellers, onderdelen, niet-geïnstalleerde apparatuur en apparatuur om het luchtvaartuig vanop afstand te bedienen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 117 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage IX en, voor zover van toepassing, bijlage III, te wijzigen indien dat nodig is vanwege technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen of bewijsmateriaal op het gebied van de veiligheid en beveiliging van vluchtuitvoeringen, teneinde in de vereiste mate te voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Door het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten afgegeven certificaten en door de natuurlijke en rechtspersonen krachtens deze verordening verstrekte verklaringen zijn uitsluitend onderworpen aan de regels, voorwaarden en procedures van de in dit artikel bedoelde gedelegeerde handelingen.

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde vergunningen en verklaringen zijn alleen vereist voor vluchtuitvoeringen met luchtvaartuigen naar, binnen of vanop het grondgebied waarop de verdragen van toepassing zijn, met uitzondering van activiteiten van luchtvaartuigen die dit grondgebied alleen overvliegen.

3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde vergunningen en verklaringen zijn alleen vereist voor vluchtuitvoeringen met luchtvaartuigen naar, binnen of vanop het grondgebied van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, met uitzondering van activiteiten van luchtvaartuigen die dit grondgebied alleen overvliegen.

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Door het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten afgegeven certificaten en door de natuurlijke en rechtspersonen krachtens deze verordening verstrekte verklaringen zijn uitsluitend onderworpen aan de regels, voorwaarden en procedures van de in dit artikel bedoelde gedelegeerde handelingen.

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  toezicht houden op houders van certificaten, op rechtspersonen en natuurlijke personen die verklaringen hebben ingediend en op producten, onderdelen, apparatuur, ATM/ANS-systemen, ATM/ANS-componenten, vluchtnabootsers en luchtvaartterreinen die onder de bepalingen van hoofdstuk III vallen;

b)  toezicht houden op houders van certificaten, op rechtspersonen en natuurlijke personen die verklaringen hebben ingediend en op producten, onderdelen, apparatuur, ATM/ANS-systemen en -componenten die bepalend zijn voor de veiligheid of de interoperabiliteit, vluchtnabootsers en luchtvaartterreinen die onder de bepalingen van hoofdstuk III vallen;

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten zien erop toe dat hun nationale bevoegde autoriteiten hun taken op onpartijdige, onafhankelijke en transparante wijze uitoefenen en dienovereenkomstig georganiseerd, beheerd en van personele en financiële middelen voorzien zijn. De lidstaten zien er ook op toe dat hun nationale bevoegde autoriteiten over de noodzakelijke middelen en capaciteiten beschikken om de hun bij deze verordening toevertrouwde taken tijdig en doelmatig uit te voeren.

 

Een entiteit die door een lidstaat als zijn nationale bevoegde autoriteit wordt aangewezen, ontvangt voorafgaande accreditatie door het Agentschap. Deze accreditatie wordt enkel afgegeven als het Agentschap heeft aangetoond dat de entiteit voldoet aan de regels die zijn vastgesteld in de krachtens lid 10 vastgestelde gedelegeerde handelingen, teneinde de naleving van de in dit lid vermelde essentiële eisen te garanderen.

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap is verantwoordelijk als die taken aan het Agentschap zijn toegekend krachtens de artikelen 53, 54, 55, 66, 67, 68, 69 en 70.

Het Agentschap is verantwoordelijk als die taken aan het Agentschap zijn toegekend krachtens de artikelen 53, 54, 55, 66, 67, 67 bis, 67 ter, 68, 69 en 70.

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 3 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het luchtvaartterrein zich bevindt, is verantwoordelijk voor de taken met betrekking tot het in artikel 30, lid 1, bedoelde certificaat van het luchtvaartterrein en het in artikel 32, lid 1, bedoelde certificaat voor een organisatie die verantwoordelijk is voor de exploitatie van een luchtvaartterrein. Het certificaat voor een organisatie die verantwoordelijk is voor de exploitatie van een luchtvaartterrein mag worden gecombineerd met het certificaat voor een luchtvaartterrein of afzonderlijk worden afgegeven.

De nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het luchtvaartterrein zich bevindt, is verantwoordelijk voor de taken met betrekking tot het in artikel 30, lid 1, bedoelde certificaat van het luchtvaartterrein en het in artikel 32, lid 1, bedoelde certificaat voor een organisatie die verantwoordelijk is voor de exploitatie van een luchtvaartterrein.

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 3 – alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In alle andere gevallen is de nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat van verblijf van de natuurlijke persoon die het certificaat aanvraagt of de verklaring indient of, in het geval van rechtspersonen, de lidstaat waar de rechtspersoon zijn hoofdvestiging heeft, verantwoordelijk voor die taken, tenzij anders bepaald in de krachtens lid 10 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

In alle andere gevallen is de nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat van verblijf van de natuurlijke persoon die het certificaat aanvraagt of de verklaring indient of, in het geval van rechtspersonen, de lidstaat waar de rechtspersoon zijn hoofdkantoor heeft of is gevestigd, verantwoordelijk voor die taken, tenzij anders bepaald in de krachtens lid 10 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Alle rechtspersonen of natuurlijke personen die onder deze verordening vallen, mogen alle vermeende inbreuken bij de toepassing van de regels tussen de lidstaten ter kennis brengen van het Agentschap. Wanneer deze verschillen een ernstige belemmering vormen voor die personen of tot andere aanzienlijke problemen leiden, werken het Agentschap en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat samen om deze verschillen onverwijld weg te werken. Wanneer die verschillen niet kunnen worden weggewerkt, legt het Agentschap de kwestie voor aan de Commissie.

8.  Alle rechtspersonen of natuurlijke personen die onder deze verordening vallen, mogen alle vermeende inbreuken bij de toepassing van de regels tussen de lidstaten ter kennis brengen van het Agentschap. Wanneer deze verschillen een ernstige belemmering vormen voor die personen of tot andere aanzienlijke problemen leiden, werken het Agentschap en de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat samen om deze verschillen aan te pakken en, indien noodzakelijk, onverwijld weg te werken. Wanneer die verschillen niet kunnen worden weggewerkt, legt het Agentschap de kwestie voor aan de Commissie.

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten nemen de nodige maatregelen om het bewustzijn rond de veiligheid van de burgerluchtvaart te vergroten en te bevorderen, en om veiligheidsgerelateerde informatie te verspreiden die relevant is voor het voorkomen van ongevallen en incidenten.

9.  Het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten nemen de nodige doeltreffende maatregelen om het bewustzijn rond de veiligheid van de burgerluchtvaart te vergroten en te bevorderen, en om veiligheidsgerelateerde informatie te verspreiden die relevant is voor het voorkomen van ongevallen en incidenten.

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 10 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de voorwaarden voor het uitvoeren van certificeringen en voor het uitvoeren van de onderzoeken, inspecties, audits en andere monitoringactiviteiten die nodig zijn om te zorgen voor effectief toezicht op de rechtspersonen en natuurlijke personen, producten, onderdelen, apparatuur, ATM/ANS-systemen, ATM/ANS-componenten, vluchtnabootsers en luchtvaartterreinen die onder deze verordening vallen;

b)  de voorwaarden voor het uitvoeren van certificeringen en voor het uitvoeren van de onderzoeken, inspecties, audits en andere monitoringactiviteiten die nodig zijn om te zorgen voor effectief toezicht op de rechtspersonen en natuurlijke personen, producten, onderdelen, niet-geïnstalleerde apparatuur, ATM/ANS-systemen, ATM/ANS-componenten, vluchtnabootsers en luchtvaartterreinen die onder deze verordening vallen;

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 10 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  met betrekking tot lid 3, voorwaarden voor de toewijzing van verantwoordelijkheden tussen de nationale bevoegde autoriteiten, teneinde te garanderen dat hun certificerings-, toezichts- en handhavingstaken effectief worden uitgevoerd;

Schrappen

Amendement    185

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 10 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  de voorwaarden en procedures voor accreditatie door het Agentschap van de entiteiten die als nationale bevoegde autoriteit van een lidstaat zullen worden aangewezen, voor de toepassing van lid 2 bis en voor de accreditatie van een gekwalificeerde entiteit door het Agentschap of door de nationale bevoegde autoriteit.

Amendement    186

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij het uitvoeren van de toezichts- en certificeringsactiviteiten staan de Europese luchtvaartinspecteurs onder het toezicht, de leiding en de verantwoordelijkheid van het Agentschap of de nationale bevoegde autoriteit die om hun bijstand heeft verzocht.

3.  Bij het uitvoeren van de toezichts- en certificeringsactiviteiten staan de Europese luchtvaartinspecteurs onder het toezicht, de leiding en de verantwoordelijkheid van het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteit die om hun bijstand heeft verzocht.

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Lidstaten mogen aan het Agentschap de verantwoordelijkheid overdragen voor certificering, toezicht en handhaving met betrekking tot een of alle organisaties, exploitanten, personeelsleden, luchtvaartuigen, vluchtnabootsers of luchtvaartterreinen waarvoor de betrokken lidstaat verantwoordelijk is krachtens deze verordening.

Lidstaten mogen, alleen bij wijze van tijdelijke vrijwaringsmaatregel, aan het Agentschap de verantwoordelijkheid overdragen voor certificering, toezicht en handhaving met betrekking tot een of alle organisaties, exploitanten, personeelsleden, luchtvaartuigen, vluchtnabootsers of luchtvaartterreinen waarvoor de betrokken lidstaat verantwoordelijk is krachtens deze verordening.

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wat de uitoefening van die verantwoordelijkheid betreft, zijn de bepalingen van de hoofdstukken II en IV en van de artikelen 120 en 121 van toepassing, alsmede de toepasselijke bepalingen van de nationale wetgeving van de lidstaat waaraan de verantwoordelijkheid is overgedragen.

Wat de uitoefening van de overgedragen verantwoordelijkheid betreft, zijn de bepalingen van de hoofdstukken II en IV en de artikelen 120 en 121 van toepassing.

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Agentschap of de lidstaat, al naargelang van toepassing, stemmen alleen in met de in de leden 1 en 2 bedoelde overdracht van verantwoordelijkheden als zij er zeker van zijn dat zij de overgedragen verantwoordelijkheid effectief kunnen uitoefenen in overeenstemming met de verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.

3.  Het Agentschap of de lidstaat, al naargelang van toepassing, stemt alleen in met de in de leden 1 en 2 bedoelde overdracht van verantwoordelijkheden als het/hij er zeker van is en aantoont dat het /hij de overgedragen verantwoordelijkheid effectief kan uitoefenen in overeenstemming met deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen, en dat het/hij hiertoe over de benodigde middelen beschikt.

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als een lidstaat voornemens is om bepaalde verantwoordelijkheden over te dragen overeenkomstig lid 1 of 2, stelt hij samen met het Agentschap of de andere lidstaat, al naargelang van toepassing, een overgangsplan op om te garanderen dat de overdracht van die verantwoordelijkheden ordelijk verloopt. De rechtspersonen en natuurlijke personen waarop de overdracht van toepassing is en, in het geval van de in lid 2 bedoelde overdracht, het Agentschap, worden geraadpleegd over dat overgangsplan alvorens het definitief wordt vastgesteld.

Als een lidstaat voornemens is om gebruik te maken van het bepaalde in lid 1 of 2, stelt hij samen met het Agentschap of de andere lidstaat, al naargelang van toepassing, een overgangsplan, met inbegrip van een effectbeoordeling, op om te garanderen dat de overdracht van de verantwoordelijkheden waarop het verzoek betrekking heeft, met inbegrip van de daarmee samenhangende gegevens en documentatie, ordelijk verloopt. De rechtspersonen en natuurlijke personen waarop de overdracht van toepassing is en, in het geval van de in lid 2 bedoelde overdracht, het Agentschap, worden geraadpleegd over dat overgangsplan alvorens het definitief wordt vastgesteld.

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap publiceert, via het bij artikel 63 opgezette register, een lijst van lidstaten die bepaalde verantwoordelijkheden hebben overgedragen in overeenstemming met dit artikel. Die lijst omvat nadere informatie over de overgedragen verantwoordelijkheden, zodat de verantwoordelijkheden van de desbetreffende organisaties, exploitanten, personeelsleden, luchtvaartuigen, vluchtnabootsers en luchtvaartterreinen na de overdracht duidelijk kunnen worden geïdentificeerd.

Het Agentschap publiceert, via het bij artikel 63 opgezette register, een lijst van lidstaten die gebruik hebben gemaakt van het bepaalde in lid 1 of 2. Die lijst omvat nadere informatie over de overgedragen verantwoordelijkheden, zodat de verantwoordelijkheden van de desbetreffende organisaties, exploitanten, personeelsleden, luchtvaartuigen, vluchtnabootsers en luchtvaartterreinen na de overdracht duidelijk kunnen worden geïdentificeerd.

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Een lidstaat die certificerings-, toezichts- en handhavingsverantwoordelijkheden heeft overgedragen aan het Agentschap of aan een andere lidstaat overeenkomstig leden 1 en 2, kan besluiten de toepassing van dit artikel te beëindigen en een verzoek in te dienen tot teruggave van de verantwoordelijkheden, zodat zijn nationale bevoegde autoriteit weer verantwoordelijk wordt voor de certificerings-, toezichts- en handhavingstaken.

Amendement    193

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 ter.  Het Agentschap vestigt overeenkomstig artikel 81, lid 4, plaatselijke kantoren in de lidstaten waar het zijn aanwezigheid noodzakelijk acht om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijkheden op het gebied van de luchtvaartveiligheid worden vervuld binnen het toepassingsgebied van deze verordening, dan wel om de uitoefening van de verantwoordelijkheden die overeenkomstig lid 1 aan het Agentschap zijn overgedragen, te ondersteunen.

Amendement    194

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Organisaties die in meerdere landen actief zijn

Overdracht van certificerings-, toezicht- en handhavingstaken op verzoek van organisaties

Amendement    195

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In afwijking van artikel 51, lid 3, mag een organisatie het Agentschap verzoeken om voor die organisatie op te treden als bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor certificering, toezicht en handhaving, als die organisatie houder is van of in aanmerking komt om een aanvraag te doen voor een certificaat overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III bij de nationale bevoegde autoriteit van een lidstaat, maar uit hoofde van dat certificaat beschikt over of voornemens is te beschikken over aanzienlijke faciliteiten en personeel in een of meer andere lidstaten.

In afwijking van artikel 51, lid 2, mag een organisatie het Agentschap verzoeken om voor die organisatie op te treden als bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor certificerings-, toezichts- en handhavingstaken.

Amendement    196

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een dergelijk verzoek kan ook worden gedaan door twee of meer organisaties die elk een hoofdkantoor in een andere lidstaat hebben en die elk houder zijn van of een aanvraag gedaan hebben voor een certificaat overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III voor hetzelfde type luchtvaartactiviteit.

Schrappen

Amendement    197

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als de in de eerste en tweede alinea bedoelde organisaties een dergelijke aanvraag indienen, stellen zij de nationale bevoegde autoriteiten van de lidstaten waarin zij hun hoofdkantoren hebben hiervan in kennis.

Wanneer een organisatie een dergelijke aanvraag indient, stelt zij de nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin zij haar hoofdkantoor heeft hiervan in kennis.

Amendement    198

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als het Agentschap van oordeel is dat het effectief de certificerings-, toezichts- en handhavingsverantwoordelijkheden kan uitoefenen, zoals gevraagd, overeenkomstig deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen, stelt het, samen met de betrokken lidstaat of lidstaten, al naargelang van toepassing, een overgangsplan op dat garandeert dat de overdracht van die verantwoordelijkheden op ordelijke wijze verloopt. De organisaties die de overdracht hebben aangevraagd, worden geraadpleegd over dat overgangsplan alvorens het definitief wordt vastgesteld.

Als het Agentschap van oordeel is dat het effectief de bedoelde certificerings-, toezichts- en handhavingstaken kan uitoefenen, zoals gevraagd, overeenkomstig deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen, en als het aantoont dat het daarvoor over de nodige middelen beschikt, stelt het, samen met de betrokken lidstaat of lidstaten, al naargelang van toepassing, een overgangsplan op dat garandeert dat de overdracht van de certificerings-, toezichts- en handhavingstaken waarop het verzoek betrekking heeft, met inbegrip van de daarmee samenhangende gegevens en documentatie, op ordelijke wijze verloopt. De organisaties die de overdracht hebben aangevraagd, worden geraadpleegd over dat overgangsplan alvorens het definitief wordt vastgesteld.

 

Het plan omschrijft duidelijk welke verantwoordelijkheden op het niveau van de betrokken autoriteit worden overgedragen en welke verantwoordelijkheden op staatsniveau bij de overdragende lidstaat blijven berusten, en vermeldt de praktische regelingen die moeten zorgen voor de ononderbroken voortzetting van activiteiten, inclusief gedetailleerde informatie over de wijze waarop na de overdracht aan de verplichtingen op internationaal en Unieniveau moet worden voldaan.

Amendement    199

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap en de betrokken lidstaat of lidstaten, al naargelang van toepassing, zien erop toe dat de overdracht van de verantwoordelijkheden plaatsvindt in overeenstemming met het overgangsplan.

Het Agentschap en de betrokken lidstaat of lidstaten, al naargelang van toepassing, zien erop toe dat de overdracht van de taken plaatsvindt in overeenstemming met het overgangsplan.

Amendement    200

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Na de overdracht van verantwoordelijkheden overeenkomstig leden 1 en 2 wordt het Agentschap de bevoegde autoriteit voor de overgedragen verantwoordelijkheden en wordt/worden de betrokken lidstaat/lidstaten ontheven van die verantwoordelijkheden. Wat de uitoefening van die verantwoordelijkheden door het Agentschap betreft, zijn de bepalingen van de hoofdstukken IV en V van toepassing.

3.  Na de overdracht van taken overeenkomstig leden 1 en 2 wordt het Agentschap de bevoegde autoriteit voor de overgedragen certificerings-, toezichts- en handhavingstaken en wordt/worden de nationale luchtvaartautoriteit(en) van de betrokken lidstaat/lidstaten ontheven van die verantwoordelijkheden. Wat de uitoefening van de overgedragen taken door het Agentschap betreft, zijn de bepalingen van de hoofdstukken IV en V van toepassing.

Amendement    201

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Het niveau van het toezicht en de handhaving met betrekking tot de organisaties die het Agentschap verzoeken om deze verantwoordelijkheden te vervullen, is in geen geval lager dan dat van de bevoegde nationale autoriteiten die oorspronkelijk verantwoordelijk waren.

Amendement    202

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De bepalingen van artikel 53, leden 5 en 6, zijn van toepassing op elke overdracht van verantwoordelijkheden overeenkomstig dit artikel.

4.  De bepalingen van artikel 53, leden 5 en 6, zijn van toepassing op elke overdracht van taken overeenkomstig dit artikel.

Amendement    203

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Wanneer een organisatie het Agentschap overeenkomstig lid 1 heeft verzocht als verantwoordelijke bevoegde autoriteit op te treden en dat verzoek is ingewilligd, kan de betrokken organisatie te allen tijde besluiten dat besluit terug te draaien en de nationale bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar haar hoofdkantoor gevestigd is te verzoeken opnieuw verantwoordelijk te worden voor certificatie, toezicht en handhaving. De bepalingen van leden 1 tot en met 4 zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.

Amendement    204

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het noodtoezichtsmechanisme

Mechanisme voor verplichte bijstand

Amendement    205

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap beveelt een lidstaat aan zijn verantwoordelijkheden over te dragen overeenkomstig artikel 53 wanneer elk van de onderstaande voorwaarden is vervuld:

1.  Het Agentschap beveelt een lidstaat aan overeenkomstig artikel 53 een mechanisme voor verplichte bijstand in het leven te roepen wanneer elk van de onderstaande voorwaarden is vervuld:

Amendement    206

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Als de betrokken lidstaat geen gevolg geeft aan de aanbeveling van het Agentschap of de tekortkomingen niet binnen drie maanden na de datum van die aanbeveling heeft verholpen, kan de Commissie, als zij van mening is dat de voorwaarden van lid 1 zijn vervuld, beslissen de verantwoordelijkheid voor de certificerings-, toezichts- en handhavingstaken tijdelijk over te dragen aan het Agentschap. Die beslissing wordt genomen aan de hand van uitvoeringshandelingen die worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 2, bedoelde adviesprocedure. Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van hoogdringendheid die verband houden met de veiligheid van de luchtvaart, stelt de Commissie onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast overeenkomstig de in artikel 116, lid 4, bedoelde procedure.

2.  Als de betrokken lidstaat geen gevolg geeft aan de aanbeveling van het Agentschap of de tekortkomingen niet binnen drie maanden na de datum van die aanbeveling heeft verholpen, stelt de Commissie, als zij van mening is dat de daaruit voortvloeiende situatie een gevaar vormt voor de veiligheid van de burgerluchtvaart, uitvoeringshandelingen vast waarbij het Agentschap tijdelijk wordt aangewezen als de verantwoordelijke autoriteit voor de certificerings-, toezichts- en handhavingstaken. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 2, bedoelde adviesprocedure. Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van hoogdringendheid die verband houden met de veiligheid van de luchtvaart, stelt de Commissie onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast overeenkomstig de in artikel 116, lid 4, bedoelde procedure.

Amendement    207

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie stelt de in lid 2 bedoelde uitvoeringshandelingen pas vast nadat alle in artikel 73 beschreven mogelijkheden om de geconstateerde tekortkomingen aan te pakken, zijn uitgeput, en indien andere middelen om die tekortkomingen aan te pakken, met inbegrip van de maatregelen uit hoofde van artikel 56 en Verordening (EG) nr. 2111/2005, onevenredig of ontoereikend zouden zijn.

Amendement    208

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Met ingang van de datum waarop de in lid 2 bedoelde uitvoeringshandelingen van kracht worden, beoordeelt het Agentschap op regelmatige basis, vastgesteld in overleg met de betrokken lidstaat, of de in lid 1 vermelde voorwaarde nog steeds is vervuld. Als het van mening is dat de voorwaarde niet langer is vervuld, beveelt het Agentschap de Commissie aan om de tijdelijke overdracht van verantwoordelijkheden te beëindigen.

3.  Met ingang van de datum waarop de in lid 2 bedoelde uitvoeringshandelingen van kracht worden, beoordeelt het Agentschap op regelmatige basis, vastgesteld in overleg met de betrokken lidstaat, of de in lid 1 vermelde voorwaarde nog steeds is vervuld. Als het van mening is dat de voorwaarde niet langer is vervuld, beveelt het Agentschap de Commissie aan om de verplichte bijstand bij de uitoefening van verantwoordelijkheden te beëindigen.

Amendement    209

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als de Commissie, rekening houdende met die aanbeveling, van mening is dat de voorwaarde van lid 1, onder c), niet langer is vervuld, beslist zij dat de tijdelijke overdracht van verantwoordelijkheden wordt beëindigd.

Als de Commissie, rekening houdende met die aanbeveling, van mening is dat de voorwaarde van lid 1, onder c), niet langer is vervuld, besluit zij de verplichte bijstand bij de uitoefening van verantwoordelijkheden te beëindigen.

Amendement    210

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Als de in lid 2 bedoelde overdracht van verantwoordelijkheden plaatsvindt, wordt het Agentschap de autoriteit die bevoegd is voor de overgedragen verantwoordelijkheden, en wordt de betrokken lidstaat ontheven van die verantwoordelijkheden. Wat de uitoefening van die verantwoordelijkheden door het Agentschap betreft, zijn de bepalingen van de hoofdstukken IV en V van toepassing.

5.  Als de in lid 2 bedoelde aanwijzing plaatsvindt, wordt het Agentschap de autoriteit die bevoegd is voor de betrokken certificerings-, toezichts- en handhavingstaken en wordt de nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat ontheven van die verantwoordelijkheid. Op de uitoefening door het Agentschap van de verantwoordelijkheden die ten gevolge van die aanwijzing aan hem worden overgedragen, zijn de bepalingen van de hoofdstukken IV en V van toepassing.

Amendement    211

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Bij het tijdelijk krachtens dit artikel optreden als bevoegde autoriteit, verleent het Agentschap de nodige technische bijstand aan de betrokken lidstaat, om die lidstaat bij te staan om de vastgestelde tekortkomingen zo snel mogelijk te verhelpen. Bij het uitvoeren van de in artikel 71 bedoelde onderzoeken maakt het Agentschap zoveel mogelijk gebruik van de deskundigen en andere medewerkers die in de betrokken lidstaat beschikbaar zijn.

Amendement    212

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld op basis van artikel 18, lid 1, onder l), artikel 25, lid 1, onder f), en artikel 44, lid 1, onder e).

b)  de op grond van lid 1 bis vastgestelde gedelegeerde handelingen, die zorgen voor een niveau van veiligheid dat gelijkwaardig is aan dat waarin deze verordening voorziet, en waarin de procedures en voorwaarden worden gespecificeerd voor het tot stand brengen en behouden van het noodzakelijke vertrouwen in de regelgevingsstelsels van derde landen.

Amendement    213

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Om dat onder b) bedoelde vertrouwen in de regelgevingsstelsel van derde landen tot stand te brengen en te behouden, is het Agentschap gemachtigd de benodigde technische beoordelingen en evaluaties van de wet- en regelgeving van derde landen en buitenlandse luchtvaartautoriteiten te verrichten. Voor het verrichten van deze beoordelingen en evaluaties kan het Agentschap werkregelingen sluiten overeenkomstig artikel 77, lid 2.

Amendement    214

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 117 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde gedetailleerde regels in te voeren met betrekking tot de aanvaarding van certificaten en andere documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan de burgerluchtvaartregels die zijn uitgevaardigd overeenkomstig de wetten van een derde land.

Amendement    215

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten mogen hun taken uit hoofde van deze verordening in verband met certificering en toezicht toewijzen aan gekwalificeerde instanties die als zijnde in overeenstemming met de in bijlage VI vastgestelde criteria zijn geaccrediteerd. Het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten die gebruik maken van de gekwalificeerde instanties zetten een systeem op voor die accreditatie en voor de beoordeling van de naleving van die criteria door de gekwalificeerde instanties, zowel op het ogenblik van de accreditatie als daarna.

Het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten mogen hun taken uit hoofde van deze verordening in verband met certificering en toezicht toewijzen aan gekwalificeerde instanties die als zijnde in overeenstemming met de in bijlage VI vastgestelde criteria overeenkomstig artikel 51, lid 10, onder h bis), zijn geaccrediteerd. Het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten die gebruik maken van de gekwalificeerde instanties zetten een systeem op voor die accreditatie en voor de beoordeling van de naleving van die criteria door de gekwalificeerde instanties, zowel op het ogenblik van de accreditatie als daarna.

Amendement    216

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als de in lid 1 bedoelde maatregelen langer dan acht maanden duren of als een lidstaat bij herhaling dezelfde maatregelen heeft genomen en deze maatregelen in totaal langer dan acht maanden duren, beoordeelt het Agentschap of de in lid 1 vermelde voorwaarden zijn vervuld en verstrekt het, binnen drie maanden na de datum van ontvangst van de in lid 1 bedoelde kennisgeving, een aanbeveling aan de Commissie met betrekking tot het resultaat van die beoordeling. Het Agentschap neemt die aanbeveling op in het bij artikel 63 opgezette register.

Bij ontvangst van de in lid 1 bedoelde kennisgeving, beoordeelt het Agentschap zonder onnodig uitstel of aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan.

Amendement    217

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer het Agentschap van oordeel is dat aan die voorwaarden is voldaan, beoordeelt het zonder onnodig uitstel of het in staat is het door de lidstaat vastgestelde probleem op te lossen door de in artikel 65, lid 4, eerste alinea, bedoelde beslissingen te nemen, waardoor het de door de lidstaat te nemen maatregelen overbodig maakt. Wanneer het Agentschap van oordeel is dat het het probleem op die manier kan oplossen, neemt het het daartoe benodigde besluit. Wanneer het van oordeel is dat het probleem niet op die manier kan worden opgelost, beveelt het de Commissie aan om de op basis van deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen te wijzigen op de wijze die het nodig acht in het licht van de toepassing van lid 1.

Amendement    218

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 2 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer het Agentschap van oordeel is dat aan die voorwaarden niet is voldaan, doet het zonder onnodig uitstel een aanbeveling aan de Commissie met betrekking tot het resultaat van die beoordeling. Het Agentschap neemt die aanbeveling op in het bij artikel 63 opgezette register.

Amendement    219

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In dat geval gaat de Commissie na, rekening houdende met die aanbeveling, of die voorwaarden zijn vervuld. Als de Commissie van oordeel is dat die voorwaarden niet zijn vervuld of als zij het niet eens is met het resultaat van de door het Agentschap uitgevoerde beoordeling, stelt zij binnen drie maanden na de datum van ontvangst van die aanbeveling een uitvoeringsbesluit in die zin op, dat wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en wordt opgenomen in het bij artikel 63 opgezette register.

Schrappen

Amendement    220

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na de kennisgeving van dat uitvoeringsbesluit beëindigt de betrokken lidstaat onmiddellijk de overeenkomstig lid 1 genomen maatregelen.

Schrappen

Amendement    221

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij ontvangst van de in lid 1 vermelde kennisgeving, beoordeelt het Agentschap onverwijld of het door de lidstaat vastgestelde probleem door het Agentschap kan worden opgelost door de in de eerste alinea van artikel 65, lid 4, bedoelde besluiten te nemen, zodat de door de lidstaat genomen maatregelen niet meer nodig zijn. Als het Agentschap van oordeel is dat het probleem op die manier kan worden opgelost, neemt het het besluit dat daarvoor vereist is. Als het van oordeel is dat het probleem niet op die manier kan worden opgelost, beveelt het de Commissie aan om de op basis van deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen te wijzigen voor zover nodig is in het licht van de toepassing van lid 1.

3.  De Commissie beoordeelt, rekening houdend met de aanbeveling van het Agentschap, of die voorwaarden zijn vervuld.

Amendement    222

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Als de Commissie van oordeel is dat die voorwaarden niet zijn vervuld of als zij wenst af te wijken van het resultaat van de door het Agentschap verrichte beoordeling, stelt zij binnen één maand na de datum van ontvangst van die aanbeveling uitvoeringshandelingen vast met haar bevindingen in die zin, die bekend worden gemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en worden opgenomen in het bij artikel 63 opgezette register.

 

Zodra de Commissie de betrokken lidstaat in kennis heeft gesteld van die uitvoeringshandelingen, beëindigt die lidstaat de krachtens lid 1 genomen maatregelen onmiddellijk.

Amendement    223

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  er wordt gezorgd voor een aanvaardbaar niveau van veiligheid, milieubescherming en naleving van de toepasselijke essentiële eisen, indien nodig via de toepassing van verzachtende maatregelen;

b)  er wordt gezorgd voor een hoog, uniform niveau van veiligheid, milieubescherming en naleving van de toepasselijke essentiële eisen, indien nodig via de toepassing van verzachtende maatregelen;

Amendement    224

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als de in lid 1 bedoelde afwijkingen langer dan acht maanden duren of als een lidstaat bij herhaling dezelfde afwijkingen heeft toegekend en deze afwijkingen in totaal langer dan acht maanden duren, beoordeelt het Agentschap of de in lid 1 vermelde voorwaarden zijn vervuld en verstrekt het, binnen drie maanden na de datum van ontvangst van de in lid 1 bedoelde kennisgeving, een aanbeveling aan de Commissie met betrekking tot het resultaat van die beoordeling. Het Agentschap neemt die aanbeveling op in het bij artikel 63 opgezette register.

Als de in lid 1 bedoelde afwijkingen langer dan twee maanden duren of als een lidstaat bij herhaling dezelfde afwijkingen heeft toegekend en deze afwijkingen in totaal langer dan twee maanden duren, beoordeelt het Agentschap of de in lid 1 vermelde voorwaarden zijn vervuld en verstrekt het, binnen één maand na de datum van ontvangst van de laatste in lid 1 bedoelde kennisgeving, een aanbeveling aan de Commissie met betrekking tot het resultaat van die beoordeling. Het Agentschap neemt die aanbeveling op in het bij artikel 63 opgezette register.

Amendement    225

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In dat geval beoordeelt de Commissie, rekening houdende met die aanbeveling, of die voorwaarden zijn vervuld. Als de Commissie van oordeel is dat die voorwaarden niet zijn vervuld of als zij het niet eens is met het resultaat van de door het Agentschap uitgevoerde beoordeling, stelt zij binnen drie maanden na de datum van ontvangst van die aanbeveling een uitvoeringsbesluit in die zin op, dat wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en wordt opgenomen in het bij artikel 63 opgezette register.

In dat geval beoordeelt de Commissie, rekening houdende met die aanbeveling, of die voorwaarden zijn vervuld. Als de Commissie van oordeel is dat die voorwaarden niet zijn vervuld of als zij het niet eens is met het resultaat van de door het Agentschap uitgevoerde beoordeling, stelt zij binnen één maand na de datum van ontvangst van die aanbeveling uitvoeringshandelingen in die zin op, die bekend worden gemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en worden opgenomen in het bij artikel 63 opgezette register.

Amendement    226

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als een lidstaat van oordeel is dat de naleving van de in de bijlagen uiteengezette toepasselijke essentiële eisen kan worden aangetoond met andere middelen dan die welke zijn vastgelegd in de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die op basis van deze verordening zijn vastgesteld, en dat die middelen aanzienlijke voordelen bieden met betrekking tot de veiligheid van de burgerluchtvaart of efficiënter zijn voor de onder deze verordening vallende personen of voor de betrokken autoriteiten, kan zij, via het bij artikel 63 opgezette register, bij de Commissie en het Agentschap een gemotiveerd verzoek indienen om de gedelegeerde handeling of uitvoeringshandeling te wijzigen, teneinde het gebruik van die andere middelen mogelijk te maken.

Als een lidstaat van oordeel is dat de naleving van de in de bijlagen uiteengezette toepasselijke essentiële eisen kan worden aangetoond met andere middelen dan die welke zijn vastgelegd in de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die op basis van deze verordening zijn vastgesteld, en dat die middelen aanzienlijke voordelen bieden met betrekking tot de veiligheid van de burgerluchtvaart, kan hij, via het bij artikel 63 opgezette register, bij de Commissie en het Agentschap een gemotiveerd verzoek indienen om de gedelegeerde of uitvoeringshandelingen in kwestie te wijzigen, teneinde het gebruik van die andere middelen mogelijk te maken, waarbij hij de noodzaak van deze andere middelen aantoont, evenals de voorwaarden die zijn vastgesteld om ervoor te zorgen dat een gelijkwaardig niveau van veiligheidsbescherming wordt verwezenlijkt.

Amendement    227

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In dat geval geeft het Agentschap onverwijld een aanbeveling af aan de Commissie over de vraag of het verzoek van de lidstaat voldoet aan de in de eerste alinea vastgestelde voorwaarden.

In dat geval geeft het Agentschap binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek een aanbeveling af aan de Commissie over de vraag of het verzoek van de lidstaat voldoet aan de in de eerste alinea vastgestelde voorwaarden.

Amendement    228

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap coördineert op het niveau van de Unie de verzameling, uitwisseling en analyse van informatie over aangelegenheden die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Daartoe kan het Agentschap administratieve regelingen treffen met rechtspersonen en natuurlijke personen die onder deze verordening vallen, of met verenigingen van dergelijke personen, met betrekking tot de verzameling, uitwisseling en analyse van informatie.

2.  Het Agentschap coördineert op het niveau van de Unie de verzameling, uitwisseling en analyse van informatie over aangelegenheden die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen, waaronder, in het geval van een in nood verkerend luchtvaartuig, beveiligde vluchtgegevens en opnamen uit de cockpit die naar een databank op de grond worden gedownload met het oog op het onderzoeken en voorkomen van ongevallen. Daartoe kan het Agentschap administratieve regelingen treffen met rechtspersonen en natuurlijke personen die onder deze verordening vallen, of met verenigingen van dergelijke personen, met betrekking tot de verzameling, uitwisseling en analyse van informatie. Die regelingen moeten erin voorzien dat er zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande kanalen, dat er geen aanvullende kennisgevingsvereisten worden ingevoerd, dat extra administratieve lasten worden vermeden en dat rekening wordt gehouden met de noodzaak van gegevensbescherming.

Amendement    229

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Op verzoek van de Commissie analyseert het Agentschap dringende of belangrijke kwesties die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen. In voorkomend geval werken de nationale bevoegde autoriteiten met het Agentschap samen bij de uitvoering van deze analyse.

3.  Op verzoek van de Commissie analyseert het Agentschap dringende of belangrijke kwesties die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen. De nationale bevoegde autoriteiten werken met het Agentschap samen bij de uitvoering van deze analyse.

Amendement    230

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Teneinde het publiek informatie te verstrekken over het algemene niveau van veiligheid in de burgerluchtvaart in de Unie, publiceert het Agentschap jaarlijks een veiligheidsevaluatie. Die evaluatie bevat een analyse van de algemene veiligheidssituatie in eenvoudige en gemakkelijk te begrijpen bewoordingen, en geeft aan of er sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico.

6.  Teneinde het publiek informatie te verstrekken over het algemene niveau van veiligheid in de burgerluchtvaart in de Unie, publiceert het Agentschap jaarlijks, en, wanneer bijzondere omstandigheden daartoe nopen, een veiligheidsevaluatie. Die evaluatie bevat een analyse van de algemene veiligheidssituatie in eenvoudige en gemakkelijk te begrijpen bewoordingen, en geeft aan of er sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico.

Amendement    231

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Werknemers en contractanten die informatie verstrekken op grond van deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen worden niet benadeeld door hun werkgever of door de organisatie waaraan zij diensten verlenen, op basis van de verstrekte informatie.

De lidstaten zien erop toe dat werknemers en contractanten die informatie verstrekken op grond van deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen niet vanwege die verstrekte informatie worden benadeeld door hun werkgever of door de organisatie waaraan zij diensten verlenen.

Amendement    232

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 1 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  certificaten die zijn afgegeven en verklaringen die zijn ontvangen door het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III en de artikelen 53, 54, 55, 66, 67, 68, 69 en 70;

a)  certificaten die zijn afgegeven en verklaringen die zijn ontvangen door het Agentschap en de nationale bevoegde autoriteiten overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III en de artikelen 53, 54, 55, 66, 67, 67 bis, 67 ter, 68, 69 en 70;

Amendement    233

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 1 – alinea 2 – letter m bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

m bis)  gegevens over de algemene luchtvaart in de Unie, met inbegrip van het aantal geregistreerde luchtvaartuigen en afgegeven vliegbewijzen, evenals de desbetreffende vergunningen;

Amendement    234

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 1 – alinea 2 – letter m ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

m ter)  aanbevelingen en bindende richtsnoeren van het Agentschap inzake vluchten boven conflictgebieden, uitgevaardigd overeenkomstig artikel 76, lid 3;

Amendement    235

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk V – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

HET AGENTSCHAP VAN DE EUROPESE UNIE VOOR DE VEILIGHEID VAN DE LUCHTVAART

HET AGENTSCHAP VAN DE EUROPESE UNIE VOOR DE LUCHTVAART

Amendement    236

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Hierbij wordt een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart opgericht.

1.  Hierbij wordt een Agentschap van de Europese Unie voor de luchtvaart opgericht.

Amendement    237

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 2 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  de EU-normen en -voorschriften op het gebied van de luchtvaart op internationaal niveau te bevorderen door middel van passende samenwerking met derde landen en internationale organisaties.

Amendement    238

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 2 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  samen te werken met andere instellingen, kantoren en agentschappen van de Unie op gebieden waarop hun activiteiten betrekking hebben op technische aspecten van de burgerluchtvaart.

i)  samen te werken met andere instellingen, kantoren en agentschappen van de Unie op gebieden waarop hun activiteiten betrekking hebben op technische aspecten van de burgerluchtvaart. In dat geval worden de kosten van die activiteiten niet door het Agentschap gedragen.

Amendement    239

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Op verzoek verleent het Agentschap de Commissie bijstand bij het voorbereiden van voorstellen voor wijzigingen van deze verordening en van gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die op grond van deze verordening worden vastgesteld. De documenten die het Agentschap daartoe indient bij de Commissie nemen de vorm aan van adviezen.

1.  Op verzoek van de Commissie of een onder deze verordening vallende natuurlijke of rechtspersoon verleent het Agentschap de Commissie bijstand bij het voorbereiden van voorstellen voor wijzigingen van deze verordening en van gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die op grond van deze verordening worden vastgesteld. Die voorstellen betreffen waar mogelijk eisen waarbij de focus ligt op de te bereiken doelstellingen, waarbij verschillende mogelijkheden worden geboden om de naleving van die doelstellingen te bereiken. De documenten die het Agentschap daartoe indient bij de Commissie nemen de vorm aan van adviezen.

Amendement    240

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap neemt passende besluiten voor de toepassing van artikelen 53, 54, 55, 66, 67, 68, 69, 70, 71 en 73.

Het Agentschap neemt passende besluiten voor de toepassing van artikelen 53, 54, 55, 66, 67, 67 bis, 67 ter, 68, 69, 70, 71 en 73.

Amendement    241

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap mag een afwijking toekennen aan alle rechtspersonen en natuurlijke personen aan wie het een certificaat heeft afgegeven in de omstandigheden en onder de voorwaarden die zijn uiteengezet in artikel 60, lid 1. In dat geval stelt het Agentschap de Commissie en de lidstaten via het bij artikel 63 opgezette register onmiddellijk in kennis van de verleende afwijkingen, de redenen voor het verlenen van de afwijkingen en, voor zover van toepassing, de nodige beperkende maatregelen die zijn toegepast. Als een afwijking langer dan acht opeenvolgende maanden duurt of als het Agentschap dezelfde afwijking herhaaldelijk heeft verleend en de totale duur ervan meer dan acht maanden bedraagt, gaat de Commissie na of die voorwaarden zijn vervuld, en als zij van oordeel is dat dit niet het geval is, stelt zij een uitvoeringsbesluit in die zin vast, dat wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en opgenomen in het bij artikel 63 opgezette register. Na de kennisgeving van dat uitvoeringsbesluit trekt het Agentschap de afwijking onmiddellijk in.

Het Agentschap mag een afwijking toekennen aan alle rechtspersonen en natuurlijke personen aan wie het een certificaat heeft afgegeven in de omstandigheden en onder de voorwaarden die zijn uiteengezet in artikel 60, lid 1.

 

Als deze afwijkingen verder gaan dan de specifieke bevoegdheden van het Agentschap als omschreven in artikel 66, lid 1 en lid 2, onder a), stelt het Agentschap de Commissie en de lidstaten via het bij artikel 63 opgezette register onmiddellijk in kennis van de verleende afwijkingen, de redenen voor het verlenen van de afwijkingen en, voor zover van toepassing, de nodige beperkende maatregelen die zijn toegepast.

 

Als een afwijking langer dan drie opeenvolgende maanden duurt of als het Agentschap dezelfde afwijking herhaaldelijk heeft verleend en de totale duur ervan meer dan twee maanden bedraagt, beoordeelt de Commissie bovendien of die voorwaarden zijn vervuld, en als zij van oordeel is dat dit niet het geval is, stelt zij uitvoeringshandelingen met haar bevindingen in die zin vast, die bekend worden gemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en opgenomen in het bij artikel 63 opgezette register.

 

Na de kennisgeving van die uitvoeringshandelingen trekt het Agentschap de afwijking onmiddellijk in.

Amendement    242

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Het Agentschap vaardigt passende bindende richtsnoeren uit voor de toepassing van artikel 68, lid 2, onder b bis).

Amendement    243

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het Agentschap reageert onverwijld op een dringend veiligheidsprobleem dat binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt, door corrigerende maatregelen vast te stellen die moeten worden genomen door nationale bevoegde autoriteiten of onder de bepalingen van deze verordening vallende rechtspersonen en natuurlijke personen en door daarmee verband houdende informatie te verspreiden onder die nationale bevoegde autoriteiten en personen, met inbegrip van richtsnoeren of aanbevelingen, voor zover dit noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de in artikel 1 vastgestelde doelstellingen.

6.  Het Agentschap reageert onverwijld op een dringend veiligheidsprobleem dat binnen het toepassingsgebied van deze verordening en binnen zijn bevoegdheidsgebied valt, door corrigerende maatregelen vast te stellen die moeten worden genomen door nationale bevoegde autoriteiten of onder de bepalingen van deze verordening vallende rechtspersonen en natuurlijke personen om de verwezenlijking van in artikel 1 vastgestelde doelstellingen te waarborgen. Het Agentschap verspreidt informatie over die corrigerende maatregelen onder die nationale bevoegde autoriteiten en onder de personen voor wie het de bevoegde autoriteit is.

Amendement    244

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Met betrekking tot de producten, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur, bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), en artikel 2, lid 1, onder b), punt (i), oefent het Agentschap in voorkomend geval en overeenkomstig het bepaalde in het Verdrag van Chicago of de bijlagen daarvan, namens de lidstaten de functies en taken uit van het land van ontwerp, vervaardiging of registratie, voor zover deze functies en taken verband houden met ontwerpcertificering en verplichte informatie over blijvende luchtwaardigheid. Daartoe zal het Agentschap met name:

1.  Met betrekking tot de producten, onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur, bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), oefent het Agentschap in voorkomend geval en overeenkomstig het bepaalde in het Verdrag van Chicago of de bijlagen daarbij, namens de lidstaten de functies en taken uit van de staat van ontwerp, vervaardiging of registratie, voor zover deze functies en taken verband houden met ontwerpcertificering en verplichte informatie over blijvende luchtwaardigheid. Daartoe zal het Agentschap met name:

Amendement    245

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  verantwoordelijk zijn voor de taken in verband met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 3, voor wat betreft de typecertificaten, beperkte typecertificaten, wijzigingscertificaten, met inbegrip van aanvullende typecertificaten, en goedkeuringen van reparatieontwerpen voor het ontwerp van producten overeenkomstig artikel 11 en artikel 17, lid 1, onder b);

f)  verantwoordelijk zijn voor de taken in verband met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 2, voor wat betreft de typecertificaten, beperkte typecertificaten, wijzigingscertificaten, met inbegrip van aanvullende typecertificaten, en goedkeuringen van reparatieontwerpen voor het ontwerp van producten overeenkomstig artikel 11 en artikel 17, lid 1, onder b);

Amendement    246

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  verantwoordelijk zijn voor de taken in verband met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 3, voor wat betreft de certificaten voor het ontwerp van onderdelen en voor niet-geïnstalleerde apparatuur overeenkomstig de artikelen 12 en 13;

g)  verantwoordelijk zijn voor de taken in verband met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 2, voor wat betreft de certificaten voor het ontwerp van onderdelen en voor niet-geïnstalleerde apparatuur overeenkomstig de artikelen 12 en 13;

Amendement    247

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  de functies inzake blijvende luchtwaardigheid waarborgen in verband met het ontwerp van producten, het ontwerp van onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur die het heeft gecertificeerd en waarop het toezicht houdt, onder meer door onverwijld te reageren op veiligheids- of beveiligingsproblemen en door de toepasselijke verplichte informatie te verstrekken en te verspreiden.

i)  de functies inzake blijvende luchtwaardigheid waarborgen in verband met het ontwerp van producten, het ontwerp van onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur die het heeft gecertificeerd en waarop het toezicht houdt, onder meer door onverwijld te reageren op veiligheids- of beveiligingsproblemen van vluchten en door de toepasselijke verplichte informatie te verstrekken en te verspreiden.

Amendement    248

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap is verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 3, met betrekking tot: met betrekking tot:

2.  Het Agentschap is verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 2, met betrekking tot:

Amendement    249

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap is verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 3, met betrekking tot: met betrekking tot de goedkeuringen van de in artikel 22 bedoelde organisaties voor de opleiding van piloten en cabinebemanningsleden en luchtvaartgeneeskundige centra, voor zover de hoofdvestiging van die organisaties en centra gelegen is buiten het grondgebied waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is uit hoofde van het Verdrag van Chicago.

1.  Het Agentschap is verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 2, met betrekking tot de goedkeuringen van de in artikel 22 bedoelde organisaties voor de opleiding van piloten en cabinebemanningsleden en luchtvaartgeneeskundige centra, voor zover de hoofdvestiging van die organisaties en centra gelegen is buiten het grondgebied waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is uit hoofde van het Verdrag van Chicago.

Amendement    250

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap is in elk van de volgende gevallen verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 3, met betrekking tot de certificaten voor vluchtnabootsers overeenkomstig artikel 23:

2.  Het Agentschap is in elk van de volgende gevallen verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 2, met betrekking tot de certificaten voor vluchtnabootsers overeenkomstig artikel 23:

Amendement    251

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 67 bis

 

Veiligheidskritische apparatuur van luchtvaartterreinen

 

Met betrekking tot de in artikel 31 bedoelde veiligheidskritische apparatuur van luchtvaartterreinen:

 

a)  stelt het Agentschap de gedetailleerde specificaties vast voor de veiligheidskritische apparatuur van luchtvaartterreinen die overeenkomstig artikel 31 gecertificeerd moet worden, en deelt die mee aan de aanvrager;

 

b)  is het Agentschap verantwoordelijk voor de taken in verband met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 2, met betrekking tot de certificaten voor en de verklaringen over veiligheidskritische apparatuur van luchtvaartterreinen overeenkomstig artikel 31.

Amendement    252

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 67 ter

 

Certificering van luchtvaartexploitanten

 

Het Agentschap verricht, indien van toepassing en zoals gespecificeerd in het Verdrag van Chicago of de bijlagen daarbij, namens de lidstaten de functies en taken van de staat van de exploitant ten aanzien van luchtvaartexploitanten als bedoeld in artikel 27, lid 1, die betrokken zijn bij commerciële luchtvervoersactiviteiten:

 

a)  tussen luchtvaartterreinen op het grondgebied van verschillende lidstaten;

 

b)  waarbij een luchtvaartterrein buiten het grondgebied van een lidstaat is betrokken.

 

Met het oog hierop is het Agentschap met betrekking tot die exploitanten verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 2.

Amendement    253

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap is verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 3, met betrekking tot:

1.  Het Agentschap is verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 2, met betrekking tot:

Amendement    254

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de certificaten voor en de verklaringen die zijn ingediend door de in artikel 37 bedoelde organisaties, als deze organisaties betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging of het onderhoud van pan-Europese ATM/ANS-systemen en -componenten;

c)  de certificaten voor en de verklaringen die zijn ingediend door de in artikel 37 bedoelde organisaties, als deze organisaties betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging of het onderhoud van pan-Europese ATM/ANS-systemen en -componenten, die bepalend zijn voor de veiligheid of de interoperabiliteit;

Amendement    255

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  de verklaringen die zijn ingediend door ATM/ANS-verleners waaraan het Agentschap een certificaat heeft afgegeven overeenkomstig het bepaalde onder a) en b), met betrekking tot ATM/ANS-systemen en -componenten die door die verleners in gebruik worden genomen overeenkomstig artikel 38, lid 1.

d)  de verklaringen die zijn ingediend door ATM/ANS-verleners waaraan het Agentschap een certificaat heeft afgegeven overeenkomstig het bepaalde onder a) en b), met betrekking tot ATM/ANS-systemen en -componenten die bepalend zijn voor de veiligheid of de interoperabiliteit en die door die verleners in gebruik worden genomen overeenkomstig artikel 38, lid 1.

Amendement    256

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  voor zover bepaald in de gedelegeerde handelingen die overeenkomstig artikel 39 zijn vastgesteld, verantwoordelijk zijn voor de taken in verband met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 3, met betrekking tot de certificaten voor en de verklaringen die zijn ingediend betreffende ATM/ANS-systemen en -componenten waar de veiligheid of interoperabiliteit van afhankelijk is, overeenkomstig artikel 38, lid 2.

b)  voor zover bepaald in de gedelegeerde handelingen die overeenkomstig artikel 39 zijn vastgesteld, verantwoordelijk zijn voor de taken in verband met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 2, met betrekking tot de certificaten voor en de verklaringen die zijn ingediend betreffende ATM/ANS-systemen en -componenten die bepalend zijn voor de veiligheid of de interoperabiliteit, overeenkomstig artikel 38, lid 2.

Amendement    257

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

om de continuïteit van de levering van ATM/ANS in het gemeenschappelijk Europees luchtruim te waarborgen, en in nauwe samenwerking met de netwerkbeheerder, bindende richtsnoeren uitvaardigen overeenkomstig de in artikel 39, lid 1, onder a), bedoelde gedelegeerde handeling.

Amendement    258

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap is verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 3, met betrekking tot: met betrekking tot de certificaten voor de in artikel 42 bedoelde organisaties voor de opleiding van luchtverkeersleiders, voor zover de hoofdvestiging van die organisaties gelegen is buiten het grondgebied waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is uit hoofde van het Verdrag van Chicago, en , indien relevant, voor het personeel van die organisaties.

Het Agentschap is verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 2, met betrekking tot de certificaten voor de in artikel 42 bedoelde organisaties voor de opleiding van luchtverkeersleiders, voor zover de hoofdvestiging van die organisaties gelegen is buiten het grondgebied waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is uit hoofde van het Verdrag van Chicago, en , indien relevant, voor het personeel van die organisaties.

Amendement    259

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap is verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 3, met betrekking tot: met betrekking tot de vergunningen voor de in artikel 49, leden 1 en 2, bedoelde activiteiten en de in artikel 49, lid 2, bedoelde verklaringen van exploitanten, tenzij een lidstaat de functies en taken van de staat van exploitant vervult voor de betrokken exploitanten.

1.  Het Agentschap is verantwoordelijk voor de taken die verband houden met certificering, toezicht en handhaving overeenkomstig artikel 51, lid 2, met betrekking tot de vergunningen voor de in artikel 49, leden 1 en 2, bedoelde activiteiten en de in artikel 49, lid 2, bedoelde verklaringen van exploitanten, tenzij een lidstaat de functies en taken van de staat van exploitant vervult voor de betrokken exploitanten.

Amendement    260

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Op verzoek verleent het Agentschap bijstand aan de Commissie bij de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2111/2005 door de nodige beoordelingen uit te voeren, met inbegrip van bezoeken ter plaatse, van exploitanten uit derde landen en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op deze exploitanten. Het verstrekt de resultaten van deze beoordelingen, met passende aanbevelingen, aan de Commissie.

3.  Op verzoek verleent het Agentschap bijstand aan de Commissie bij de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2111/2005 door alle nodige veiligheidsbeoordelingen uit te voeren, met inbegrip van bezoeken ter plaatse, van exploitanten uit derde landen en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op deze exploitanten. Het verstrekt de resultaten van deze beoordelingen, met passende aanbevelingen, aan de Commissie.

Amendement    261

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Op verzoek van het Agentschap kan de Commissie aan een rechtspersoon of natuurlijke persoon aan wie het een certificaat heeft afgegeven of die een verklaring bij het Agentschap hebben ingediend, overeenkomstig deze verordening een of beide van de volgende opleggen:

1.  Op verzoek van het Agentschap legt de Commissie aan een rechtspersoon of natuurlijke persoon aan wie het een certificaat heeft afgegeven of die een verklaring bij het Agentschap hebben ingediend, overeenkomstig deze verordening een of beide van de volgende op:

Amendement    262

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De hoogte van de boetes bedraagt maximaal 4 % van het jaarlijks inkomen of de omzet van de betrokken rechtspersoon of natuurlijke persoon. De hoogte van de dwangsommen bedraagt maximaal 2,5 % van het gemiddelde dagelijkse inkomen of de gemiddelde dagelijkse omzet van de betrokken rechtspersoon of natuurlijke persoon.

De hoogte van de boetes bedraagt maximaal 4 % van het jaarlijks inkomen of de omzet die de betrokken rechtspersoon of natuurlijke persoon heeft gerealiseerd middels activiteiten die verband houden met de overtreding. De hoogte van de dwangsommen bedraagt maximaal 5 % van het gemiddelde dagelijkse inkomen of de gemiddelde dagelijkse omzet van de betrokken natuurlijke of rechtspersoon.

Amendement    263

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie legt de in lid 1 vermelde boetes en dwangsommen alleen op als andere maatregelen die bij deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen zijn vastgesteld, niet toereikend of niet evenredig zijn om dergelijke inbreuken tegen te gaan.

3.  De Commissie legt de in lid 1 vermelde boetes en dwangsommen alleen op als de in lid 1 bedoelde inbreuk de handhaving van de veiligheid of de bescherming van het milieu in gevaar brengt en andere maatregelen die bij deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen zijn vastgesteld, onvoldoende of onevenredig zijn gebleken om dergelijke inbreuken tegen te gaan.

Amendement    264

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  alle documenten, archieven of gegevens die door deze autoriteiten en personen worden bijgehouden of waar deze autoriteiten en personen toegang toe hebben te onderzoeken of te kopiëren of er uittreksels uit te nemen, ongeacht het medium waarop de informatie in kwestie wordt bewaard.

d)  alle documenten, archieven of gegevens die relevant zijn voor de doeleinden van de verrichte inspectie- of monitoringactiviteit en die door deze autoriteiten en personen worden bijgehouden of waar deze autoriteiten en personen toegang toe hebben te onderzoeken of te kopiëren of er uittreksels uit te nemen, ongeacht het medium waarop de informatie in kwestie wordt bewaard.

Amendement    265

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Het Agentschap publiceert een overzicht van de mate waarin de lidstaten de bepalingen van deze verordening en de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen ten uitvoer hebben gelegd. Het Agentschap neemt deze informatie op in het jaarlijkse veiligheidsoverzicht als bedoeld in artikel 61, lid 6.

7.  Het Agentschap publiceert een overzicht van de mate waarin de lidstaten de bepalingen van deze verordening en de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen ten uitvoer hebben gelegd, met inbegrip van een samenvatting van de resultaten van de door het Agentschap verrichte inspecties. Het Agentschap neemt deze informatie op in het jaarlijkse veiligheidsoverzicht als bedoeld in artikel 61, lid 6.

Amendement    266

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 73 bis

 

Gemeenschappelijke certificerings- en toezichtscultuur

 

Het Agentschap speelt een actieve rol bij het tot stand brengen van een gemeenschappelijke certificerings- en toezichtcultuur en consistente overheidspraktijken om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van artikel 1 worden verwezenlijkt. Te dien einde verricht het Agentschap, rekening houdend met de resultaten van zijn monitoringactiviteiten, ten minste de volgende activiteiten:

 

a)  het zet een systeem van intercollegiale toetsing tussen bevoegde autoriteiten op met het oog op capaciteitsopbouw en kennisoverdracht;

 

b)  het zorgt voor de nodige coördinatie teneinde uitwisseling van personeelsleden tussen nationale autoriteiten mogelijk te maken;

 

c)  het raadpleegt alle belanghebbenden voor zover noodzakelijk over de bij de monitoring geboekte vooruitgang.

Amendement    267

Voorstel voor een verordening

Artikel 74 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap verleent bijstand aan de lidstaten en de Commissie bij het in kaart brengen van de belangrijkste onderzoeksthema’s op het gebied van burgerluchtvaart, teneinde bij te dragen tot de samenhang en coördinatie tussen onderzoek en ontwikkeling die door de overheid zijn gefinancierd en beleidsmaatregelen die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

1.  Het Agentschap verleent bijstand aan de Commissie bij het vaststellen van de prioritaire onderzoeksthema's teneinde bij te dragen tot de voortdurende verbetering van de veiligheid en beveiliging van de luchtvaart, het vrije verkeer van goederen en personen te vergemakkelijken en het concurrentievermogen van de luchtvaartsector van de Unie te vergroten. Daarnaast verleent het Agentschap bijstand aan de lidstaten en de Commissie bij het in kaart brengen van de belangrijkste onderzoeksthema’s op het gebied van burgerluchtvaart, onder andere op het vlak van veiligheid, beveiliging en klimaat- en milieubescherming, teneinde bij te dragen tot de samenhang en coördinatie tussen onderzoek en ontwikkeling die door de overheid worden gefinancierd en beleidsmaatregelen die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

Amendement    268

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De maatregelen die het Agentschap heeft genomen met betrekking tot emissies en geluid, met het oog op de certificering van het ontwerp van producten overeenkomstig artikel 11, hebben tot doel te voorkomen dat de burgerluchtvaartactiviteiten in kwestie significante schadelijke effecten hebben op het milieu en de volksgezondheid.

1.  De maatregelen met betrekking tot emissies en geluid van burgerluchtvaartuigen die door het Agentschap worden genomen met het oog op de certificering van het ontwerp van producten overeenkomstig artikel 11 en in het kader van internationale normen en aanbevolen praktijken, hebben tot doel effecten van burgerluchtvaartactiviteiten waarvan gebleken is dat zij in significante mate schadelijk zijn voor het klimaat, het milieu en de volksgezondheid, te voorkomen en daarbij naar behoren rekening te houden met milieuwinsten, technologische haalbaarheid en economische draagkracht.

Amendement    269

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten, de Commissie, het Agentschap en andere instellingen, organen, kantoren en agentschappen van de Unie werken, binnen hun respectieve bevoegdheidsgebieden, samen met betrekking tot milieuaangelegenheden, met inbegrip van de aangelegenheden die aan bod komen in Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad21, teneinde te garanderen dat rekening wordt gehouden met de onderlinge verbanden tussen milieubescherming, volksgezondheid en technische domeinen van de luchtvaart.

2.  De lidstaten, de Commissie, het Agentschap en andere instellingen, organen, kantoren en agentschappen van de Unie werken, binnen hun respectieve bevoegdheidsgebieden, samen met betrekking tot milieuaangelegenheden, met inbegrip van de aangelegenheden die aan bod komen in Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad21, in Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad21 bis en in de REACH-verordening teneinde te garanderen dat rekening wordt gehouden met de onderlinge verbanden tussen klimaat- en milieubescherming, volksgezondheid en technische domeinen van de luchtvaart en dat naar behoren aandacht wordt besteed aan milieuwinsten, technische haalbaarheid en economische draagkracht, alsook aan het kader van internationale normen en aanbevolen praktijken.

__________________

__________________

21 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

21 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

 

21 bis Verordening (EU) nr. 87/2010 van het Europees Parlement en de Raad van maandag 13 oktober 2003 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 96/61/EG (PB L 275 van 12.11.2010, blz. 32).

Amendement    270

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Agentschap verleent de Commissie bijstand bij de opstelling en coördinatie van beleid en maatregelen op het gebied van milieubescherming in de burgerluchtvaart, in het bijzonder door studies en simulaties uit te voeren en door technisch advies te verlenen.

3.  Het Agentschap verleent de Commissie bijstand bij de opstelling en coördinatie van beleid en maatregelen op het gebied van milieubescherming in de burgerluchtvaart, in het bijzonder door studies en simulaties uit te voeren en door technisch advies te verlenen op terreinen waar verbanden bestaan tussen milieubescherming, menselijke gezondheid en andere technische aspecten van de burgerluchtvaart.

Amendement    271

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Teneinde informatie te verstrekken aan belanghebbende partijen en het grote publiek stelt het Agentschap om de drie jaar een milieuanalyse op, waarin een objectieve stand van zaken wordt opgemaakt met betrekking tot milieubescherming in de burgerluchtvaart in de Unie.

4.  Teneinde informatie te verstrekken aan belanghebbende partijen en het grote publiek stelt het Agentschap ten minste om de drie jaar een milieuanalyse op, waarin een objectieve stand van zaken wordt opgemaakt met betrekking tot milieubescherming in de burgerluchtvaart in de Unie. Bij de opstelling van die analyse bouwt het Agentschap in de eerste plaats op informatie waarover de instellingen en organen van de Unie reeds beschikken, alsook op algemeen beschikbare informatie. Het Agentschap doet ook aanbevelingen om een hoger niveau van milieubeschermingsprestaties te behalen, overeenkomstig internationale normen en aanbevolen praktijken. Daarnaast doet het Agentschap aanbevelingen om lacunes en overlappingen in het systeem te vermijden, door te zorgen voor de identificatie, planning, coördinatie en consistentie van de verschillende EU-maatregelen die op dat gebied nodig zijn.

Amendement    272

Voorstel voor een verordening

Artikel 76 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Beveiliging van de luchtvaart

Onderlinge verbanden tussen veiligheid en beveiliging van de burgerluchtvaart

Amendement    273

Voorstel voor een verordening

Artikel 76 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten, de Commissie en het Agentschap werken samen op het gebied van luchtvaartbeveiligingskwesties, met inbegrip van cyberbeveiliging, om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de onderlinge verbanden tussen veiligheid en beveiliging van de burgerluchtvaart.

1.  Het Agentschap, de lidstaten en de Commissie werken samen op het gebied van luchtvaartbeveiligingskwesties, met inbegrip van cyberbeveiliging, wanneer er onderlinge verbanden bestaan tussen veiligheid en beveiliging van de burgerluchtvaart.

Amendement    274

Voorstel voor een verordening

Artikel 76 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Op verzoek verleent het Agentschap technische bijstand aan de Commissie bij de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad22, onder meer voor de uitvoering van beveiligingsinspecties en de voorbereiding van de maatregelen die uit hoofde van die verordening moeten worden vastgesteld.

2.  Wanneer er onderlinge verbanden bestaan tussen veiligheid en beveiliging van de burgerluchtvaart verleent het Agentschap op verzoek technische bijstand aan de Commissie bij de tenuitvoerlegging van de desbetreffende bepalingen van de Uniewetgeving, onder meer voor de uitvoering van beveiligingsinspecties van veiligheidssystemen van luchtvaartuigen, luchtvaartterreinen en ATM-systemen, alsook bij de voorbereiding van de maatregelen die uit hoofde van die verordening moeten worden vastgesteld.

__________________

 

22 Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002 (PB L 97 van 9.4.2008, blz. 72).

 

Amendement    275

Voorstel voor een verordening

Artikel 76 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Om de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke daden, kan het Agentschap de nodige maatregelen nemen overeenkomstig artikel 65, lid 6, en artikel 66, lid 1, onder i). Alvorens dergelijke maatregelen te nemen, dient het Agentschap toestemming van de Commissie te krijgen en de lidstaten te raadplegen.

3.  Om bij te dragen tot de bescherming van de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden reageert het Agentschap zo nodig onverwijld op een dringend probleem dat van gemeenschappelijk belang is voor de lidstaten, wanneer er onderlinge verbanden bestaan tussen de veiligheid en de beveiliging van de burgerluchtvaart en wanneer dat dringende probleem onder het toepassingsgebied van deze verordening valt.

Met het oog daarop kan het Agentschap:

 

a)  de noodzakelijke maatregelen krachtens artikel 66, lid 1, onder i), nemen om zwakke plekken in het ontwerp van luchtvaartuigen aan te pakken;

 

b)  corrigerende maatregelen vaststellen die moeten worden genomen door nationale bevoegde autoriteiten of door natuurlijke en rechtspersonen in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening, door bindende richtsnoeren of aanbevelingen te geven en relevante informatie te verspreiden onder die autoriteiten en personen, wanneer het probleem van invloed is op de vluchtuitvoering, met inbegrip van risico's voor de burgerluchtvaart die voortkomen uit conflictgebieden.

 

Alvorens de onder de in lid 3, onder a) en b), bedoelde maatregelen te nemen, krijgt het Agentschap toestemming van de Commissie en raadpleegt het de lidstaten. Het Agentschap baseert deze maatregelen, waar mogelijk, op gemeenschappelijke risicobeoordelingen van de Unie en houdt rekening met de noodzaak van snelle reactie in noodsituaties.

Amendement    276

Voorstel voor een verordening

Artikel 76 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 76 bis.

 

Sociaal-economische factoren

 

1.  De lidstaten, de Commissie, het Agentschap en andere organen werken samen teneinde ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de onderlinge verbanden tussen de veiligheid van de burgerluchtvaart en sociaal-economische factoren, onder meer in regelgevingsprocedures, en teneinde maatregelen vast te stellen ter voorkoming van sociaal-economische risico's voor de veiligheid van de luchtvaart, wanneer die zich voordoen.

 

2.  Het Agentschap raadpleegt de belanghebbenden en betrekt hen bij de aanpak van dergelijke onderlinge verbanden.

 

3.  Om de drie jaar stelt het Agentschap een analyse op, waarin een objectieve balans wordt opgemaakt van de ondernomen acties en getroffen maatregelen, en met name van de acties en maatregelen in verband met de onderlinge verbanden tussen de veiligheid van de burgerluchtvaart en sociaal-economische factoren.

Amendement    277

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Op verzoek verleent het Agentschap bijstand aan de Commissie bij het beheer van de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties, met betrekking tot aangelegenheden die onder deze verordening vallen. Die bijstand draagt met name bij tot de harmonisering van regels en de wederzijdse erkenning van certificaten.

1.  Het Agentschap verleent bijstand aan de Commissie bij het beheer van de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties, met betrekking tot aangelegenheden die onder deze verordening vallen. Die bijstand draagt met name bij tot de harmonisering van regels en de wederzijdse erkenning van certificaten en bevordert en beschermt de belangen van de Europese luchtvaartindustrie.

Amendement    278

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap mag samenwerken met bevoegde autoriteiten van derde landen en met internationale organisaties die bevoegd zijn voor de onder deze verordening vallende aangelegenheden. Daartoe mag het Agentschap, onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring door de Commissie, werkregelingen treffen met die autoriteiten en internationale organisaties.

2.  Het Agentschap mag samenwerken met bevoegde autoriteiten van derde landen en met internationale organisaties die bevoegd zijn voor de onder deze verordening vallende aangelegenheden. Daartoe mag het Agentschap werkregelingen treffen met die autoriteiten en internationale organisaties.

Amendement    279

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Agentschap helpt de lidstaten bij het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van internationale overeenkomsten met betrekking tot onder deze verordening vallende aangelegenheden, met name hun verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van Chicago.

3.  Het Agentschap helpt de lidstaten bij het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van internationale overeenkomsten met betrekking tot onder deze verordening vallende aangelegenheden, met name hun verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van Chicago. In dit verband treedt het Agentschap op als, en geniet het de voorrechten van een Regional Safety Oversight Organisation uit hoofde van het Verdrag van Chicago.

Amendement    280

Voorstel voor een verordening

Artikel 77 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Wanneer het Agentschap zijn aanwezigheid noodzakelijk acht om certificeringsactiviteiten en andere technische aangelegenheden binnen het toepassingsgebied van deze verordening te ondersteunen, kan het, in overleg met de Commissie, kantoren openen in die derde landen en regio's.

Amendement    281

Voorstel voor een verordening

Artikel 79 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om goede praktijken en uniformiteit bij de tenuitvoerlegging van deze verordening en de op basis daarvan vastgestelde maatregelen te bevorderen, kan het Agentschap opleiding verstrekken, ook via externe opleidingsaanbieders, aan nationale bevoegde autoriteiten, bevoegde autoriteiten van derde landen, internationale organisaties, rechtspersonen en natuurlijke personen die onder de bepalingen van deze verordening vallen en aan andere belanghebbende partijen. Het Agentschap stelt in zijn officiële publicatie de voorwaarden vast waaraan externe opleidingsaanbieders moeten voldoen wanneer het Agentschap gebruik maakt van dergelijke aanbieders voor de verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel.

Om goede praktijken en uniformiteit bij de tenuitvoerlegging van deze verordening en op basis daarvan vastgestelde maatregelen te bevorderen, kan het Agentschap overeenkomstig de normen die het heeft vastgesteld opleidingsinstellingen erkennen voor het geven van opleiding aan nationale bevoegde autoriteiten, bevoegde autoriteiten van derde landen, internationale organisaties, rechtspersonen en natuurlijke personen die onder de bepalingen van deze verordening vallen en aan andere belanghebbende partijen.

Amendement    282

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor zover het Agentschap beschikt over de relevante deskundigheid, verleent het, op verzoek, technische bijstand aan de Commissie bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, onder meer door:

Voor zover het Agentschap beschikt over de relevante deskundigheid verleent het, op verzoek en binnen de grenzen van zijn bevoegdheid, technische bijstand aan de Commissie bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, onder meer door:

Amendement    283

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van het ATM-masterplan, met inbegrip van de ontwikkeling en uitrol van het SESAR-programma.

c)  bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van het ATM-masterplan, met inbegrip van de ontwikkeling, certificering en uitrol van het SESAR-programma en de resultaten ervan.

Amendement    284

Voorstel voor een verordening

Artikel 81 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het Agentschap kan plaatselijke vestigingen in de lidstaten oprichten, voor zover de lidstaten hiermee instemmen en in overeenstemming met artikel 91, lid 4.

4.  Het Agentschap kan plaatselijke vestigingen in de lidstaten oprichten overeenkomstig artikel 91, lid 4, of, in voorkomend geval, in derde landen overeenkomstig artikel 77, lid 6 bis.

Amendement    285

Voorstel voor een verordening

Artikel 85 – lid 2 – letter l

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

l)  neemt alle beslissingen met betrekking tot de oprichting van de interne structuren van het Agentschap en, indien nodig, de wijzigingen daarvan;

Schrappen

Amendement    286

Voorstel voor een verordening

Artikel 85 – lid 2 – letter p

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

p)  stelt regels vast voor de voorkoming en beheersing van belangenconflicten met betrekking tot zijn leden, en met betrekking tot de leden van de kamer(s) van beroep;

p)  stelt regels vast voor de voorkoming en beheersing van belangenconflicten met betrekking tot zijn leden, en met betrekking tot de leden van de kamer(s) van beroep en de deelnemers aan de werkgroepen en deskundigengroepen, en andere medewerkers die niet onder het statuut van de ambtenaren vallen, waarin bepalingen worden opgenomen inzake opgave van belangen en, in voorkomend geval, inzake beroepsactiviteiten na de beëindiging van het dienstverband.

Amendement    287

Voorstel voor een verordening

Artikel 85 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De raad van beheer richt een adviesorgaan op waarin alle belanghebbende partijen zijn vertegenwoordigd die gevolgen ondervinden van de werkzaamheden van het Agentschap; hij raadpleegt dit adviesorgaan alvorens besluiten op de in lid 2, onder c), e), f) en i), genoemde gebieden te nemen. De raad van beheer kan besluiten het adviesorgaan te raadplegen over andere in de leden 2 en 3 bedoelde aangelegenheden. Het door het adviesorgaan verstrekte advies is in geen geval bindend voor de raad van beheer.

4.  De raad van beheer richt een adviesorgaan op waarin alle belanghebbende partijen zijn vertegenwoordigd die gevolgen ondervinden van de werkzaamheden van het Agentschap; hij raadpleegt dit adviesorgaan alvorens besluiten op de in lid 2, onder c), d), e), f), i), t) en u), genoemde gebieden te nemen. De raad van beheer kan besluiten het adviesorgaan te raadplegen over andere in de leden 2 en 3 bedoelde aangelegenheden. Het door het adviesorgaan verstrekte advies is in geen geval bindend voor de raad van beheer.

Amendement    288

Voorstel voor een verordening

Artikel 86 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De raad van beheer bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en de Commissie, die allen stemrecht hebben. Iedere lidstaat benoemt één lid van de raad van beheer en één plaatsvervanger die het lid bij afwezigheid vertegenwoordigt. De Commissie benoemt twee leden en hun plaatsvervangers. De leden en de plaatsvervangers worden voor vier jaar benoemd. Deze termijn kan worden verlengd.

1.  De raad van beheer bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en de Commissie, die allen stemrecht hebben. Iedere lidstaat benoemt één lid van de raad van beheer en één plaatsvervanger die het lid bij afwezigheid vertegenwoordigt. De Commissie benoemt één lid en één plaatsvervanger. De leden en de plaatsvervangers worden voor vier jaar benoemd. Deze termijn kan worden verlengd.

Amendement    289

Voorstel voor een verordening

Artikel 86 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De leden van de raad van beheer en hun plaatsvervangers worden aangesteld op basis van hun kennis, bewezen ervaring en inzet op het gebied van de burgerluchtvaart, rekening houdende met relevante deskundigheid op het gebied van beheer, administratie en begroting, die moeten worden gebruikt ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening. Zij hebben ten minste de verantwoordelijkheid voor het algemene beleid inzake veiligheid van de luchtvaart in hun respectieve lidstaten.

2.  De leden van de raad van beheer en hun plaatsvervangers worden aangesteld op basis van hun kennis, bewezen ervaring en inzet op het gebied van de burgerluchtvaart, rekening houdende met relevante deskundigheid op het gebied van beheer, administratie en begroting, die moeten worden gebruikt ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening.

Amendement    290

Voorstel voor een verordening

Artikel 86 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het in artikel 85, lid 4, bedoelde adviesorgaan benoemt vier van zijn leden tot waarnemer in de raad van beheer. Zij vertegenwoordigen zoveel mogelijk de verschillende standpunten van het adviesorgaan. De ambtstermijn bedraagt 24 maanden en kan één keer met 24 maanden worden verlengd.

5.  Het in artikel 85, lid 4, bedoelde adviesorgaan benoemt vier van zijn leden tot waarnemer in de raad van beheer. Zij vertegenwoordigen zoveel mogelijk de verschillende standpunten van het adviesorgaan. De initiële ambtstermijn bedraagt ten hoogste 48 maanden maar kan worden verlengd.

Amendement    291

Voorstel voor een verordening

Artikel 89 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd artikel 85, lid 2, onder c) en d), en artikel 92, lid 7, neemt de raad van beheer besluiten bij meerderheid van zijn stemgerechtigde leden. Op verzoek van een lid van de raad van beheer wordt de in artikel 85, lid 2, onder k), bedoelde beslissing met eenparigheid van stemmen genomen.

1.  Onverminderd artikel 85, lid 2, onder c) en d), en artikel 92, lid 7, neemt de raad van beheer besluiten bij meerderheid van zijn stemgerechtigde leden.

Amendement    292

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  ondersteunt en adviseert de uitvoerend directeur bij de tenuitvoerlegging van de besluiten van de raad van beheer, teneinde het toezicht op het administratief en begrotingsbeheer te versterken, onverminderd de verantwoordelijkheden van de uitvoerend directeur als omschreven in artikel 91.

c)  ondersteunt en adviseert de uitvoerend directeur bij de tenuitvoerlegging van de besluiten van de raad van beheer, teneinde het toezicht op het administratief en begrotingsbeheer te versterken, onverminderd de verantwoordelijkheden van de uitvoerend directeur.

Amendement    293

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien nodig wegens hoogdringendheid kan het dagelijks bestuur namens de raad van beheer bepaalde voorlopige besluiten nemen, met name op het gebied van administratief beheer, met inbegrip van de opschorting van de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag en begrotingskwesties. Deze voorlopige besluiten worden ter bevestiging voorgelegd aan de volgende vergadering van de raad van beheer.

3.  Indien nodig wegens hoogdringendheid kan het dagelijks bestuur namens de raad van beheer bepaalde voorlopige besluiten nemen, met name op het gebied van administratief beheer, met inbegrip van de opschorting van de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag en begrotingskwesties. Deze voorlopige besluiten worden ter bevestiging voorgelegd aan de volgende vergadering van de raad van beheer. De besluiten worden met een meerderheid van vijf van de zeven leden van het dagelijks bestuur genomen. De raad van beheer kan die besluiten met een absolute meerderheid van de uitgebrachte stemmen herroepen.

Amendement    294

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van de raad van beheer, twee vertegenwoordigers van de Commissie en zes andere leden die door de raad van beheer zijn aangeduid onder zijn stemgerechtigde leden. De voorzitter van de raad van beheer is ook de voorzitter van het dagelijks bestuur. De uitvoerend directeur neemt deel aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur, maar heeft geen stemrecht. Het adviesorgaan kan een van zijn leden als waarnemer aanduiden.

4.  Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van de raad van beheer, één vertegenwoordiger van de Commissie en vijf andere leden die door de raad van beheer zijn benoemd onder zijn stemgerechtigde leden. De voorzitter van de raad van beheer is ook de voorzitter van het dagelijks bestuur. De uitvoerend directeur neemt deel aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur, maar heeft geen stemrecht. Het in artikel 85, lid 4, bedoelde adviesorgaan kan een van zijn leden als waarnemer zonder stemrecht aanwijzen.

Amendement    295

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het dagelijks bestuur houdt ten minste één gewone vergadering om de drie maanden. Daarnaast komt het dagelijks bestuur bijeen op initiatief van de voorzitter of op verzoek van zijn leden.

6.  Het dagelijks bestuur houdt ten minste één gewone vergadering om de drie maanden. Daarnaast komt het dagelijks bestuur bijeen op initiatief van zijn voorzitter of de uitvoerend directeur, of op verzoek van een derde van zijn leden.

Amendement    296

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De raad van beheer stelt het huishoudelijk reglement van het dagelijks bestuur vast.

7.  Het dagelijks bestuur stelt zijn eigen huishoudelijk reglement vast.

Amendement    297

Voorstel voor een verordening

Artikel 91 – lid 3 – letter l

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

l)  het opstellen van een actieplan voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen en beoordelingen, alsook van onderzoeken van OLAF, en het uitbrengen van verslag over de geboekte vooruitgang, twee keer per jaar aan de Commissie en op regelmatige tijdstippen aan de raad van beheer en het dagelijks bestuur;

l)  het opstellen van een actieplan voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen en beoordelingen, alsook van onderzoeken van OLAF, en het uitbrengen van verslag over de geboekte vooruitgang, twee keer per jaar aan de Commissie en op regelmatige tijdstippen aan de raad van beheer;

Amendement    298

Voorstel voor een verordening

Artikel 91 – lid 3 – letter t bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

t bis)  neemt alle beslissingen met betrekking tot de oprichting van de interne structuren van het Agentschap en, indien nodig, de wijzigingen daarvan;

Amendement    299

Voorstel voor een verordening

Artikel 92 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vóór de benoeming kan de door de raad van beheer gekozen kandidaat worden verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

Voordat hij/zij wordt benoemd, wordt de door de raad van beheer geselecteerde kandidaat verzocht voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement een verklaring af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

Amendement    300

Voorstel voor een verordening

Artikel 92 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Aan het einde van deze termijn stelt de Commissie een beoordeling op waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de resultaten van de uitvoerend directeur en de toekomstige taken en uitdagingen van het Agentschap.

3.  De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Halverwege en aan het einde van deze termijn stelt de Commissie beoordelingen op waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de resultaten van de uitvoerend directeur en de toekomstige taken en uitdagingen van het Agentschap. Die beoordelingen worden ingediend bij de bevoegde commissie van het Europees Parlement en na de tussentijdse beoordeling legt de uitvoerend directeur een verklaring af voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement en beantwoordt hij de vragen van de leden van die commissie.

Amendement    301

Voorstel voor een verordening

Artikel 93 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Binnen de administratieve structuur van het Agentschap worden een of meer kamers van beroep ingesteld. De Commissie bepaalt het aantal kamers van beroep en de hun toegewezen werkzaamheden via uitvoeringshandelingen die worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 116, lid 2, bedoelde adviesprocedure.

1.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot instelling van één kamer van beroep als onderdeel van de administratieve structuur van het Agentschap. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 2, bedoelde adviesprocedure.

Amendement    302

Voorstel voor een verordening

Artikel 93 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De kamer of kamers van beroep nemen beslissingen over beroepen tegen de in artikel 97 genoemde besluiten. De kamer of kamers van beroep komen bijeen indien zulks noodzakelijk is.

2.  De kamer van beroep neemt beslissingen over beroepen tegen de in artikel 97 genoemde besluiten. De kamer van beroep komt bijeen indien zulks noodzakelijk is.

Amendement    303

Voorstel voor een verordening

Artikel 94 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een kamer van beroep bestaat uit een voorzitter en twee andere leden.

1.  De kamer van beroep bestaat uit een voorzitter en twee andere leden.

Amendement    304

Voorstel voor een verordening

Artikel 94 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De Commissie bepaalt de vereiste kwalificaties voor de leden van de kamer van beroep, hun status en hun contractuele betrekkingen met het Agentschap, de bevoegdheden van de individuele leden in de voorbereidende fase van de beslissingen en de voorwaarden waaronder de stemming plaatsvindt. De Commissie doet dit aan de hand van uitvoeringshandelingen die worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 2, bedoelde adviesprocedure.

5.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin de vereiste kwalificaties worden bepaald voor de leden van de kamer van beroep, hun status en hun contractuele betrekkingen met het Agentschap, de bevoegdheden van de individuele leden in de voorbereidende fase van de beslissingen en de voorwaarden waaronder de stemming plaatsvindt. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 2, bedoelde adviesprocedure.

Amendement    305

Voorstel voor een verordening

Artikel 95 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De ambtstermijn van de leden van een kamer van beroep, met inbegrip van de voorzitter en de plaatsvervangers, bedraagt vijf jaar en kan met vijf jaar worden verlengd.

1.  De ambtstermijn van de leden van de kamer van beroep, met inbegrip van de voorzitter en de plaatsvervangers, bedraagt vijf jaar en kan met vijf jaar worden verlengd.

Amendement    306

Voorstel voor een verordening

Artikel 95 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De leden van een kamer van beroep zijn onafhankelijk. Bij het nemen van hun beslissingen vragen noch aanvaarden zij instructies van regeringen of andere organen.

2.  De leden van de kamer van beroep zijn onafhankelijk. Bij het nemen van hun beslissingen vragen noch aanvaarden zij instructies van regeringen of andere organen.

Amendement    307

Voorstel voor een verordening

Artikel 95 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het is de leden van een kamer van beroep niet toegestaan enige andere taken binnen het Agentschap uit te voeren. De leden van een kamer van beroep kunnen deeltijds werken.

3.  Het is de leden van de kamer van beroep niet toegestaan enige andere taken binnen het Agentschap uit te voeren. De leden van de kamer van beroep kunnen deeltijds werken.

Amendement    308

Voorstel voor een verordening

Artikel 95 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De leden van een kamer van beroep mogen tijdens hun ambtstermijn niet uit hun functie worden ontheven, noch uit de lijst van gekwalificeerde kandidaten worden geschrapt, tenzij er ernstige gronden zijn voor deze ontheffing of schrapping en de Commissie na ontvangst van het advies van de raad van beheer hiertoe besluit.

4.  De leden van de kamer van beroep mogen tijdens hun ambtstermijn niet uit hun functie worden ontheven, noch uit de lijst van gekwalificeerde kandidaten worden geschrapt, tenzij er ernstige gronden zijn voor deze ontheffing of schrapping en de Commissie na ontvangst van het advies van de raad van beheer hiertoe besluit.

Amendement    309

Voorstel voor een verordening

Artikel 96 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De leden van een kamer van beroep mogen niet aan een beroepsprocedure deelnemen wanneer zij daarbij enig persoonlijk belang hebben of voordien betrokken zijn geweest als vertegenwoordiger van een van de partijen in de procedure, of wanneer zij hebben deelgenomen aan de vaststelling van het besluit waartegen beroep wordt ingediend.

1.  De leden van de kamer van beroep mogen niet aan een beroepsprocedure deelnemen wanneer zij daarbij enig persoonlijk belang hebben of voordien betrokken zijn geweest als vertegenwoordiger van een van de partijen in de procedure, of wanneer zij hebben deelgenomen aan de vaststelling van het besluit waartegen beroep wordt ingediend.

Amendement    310

Voorstel voor een verordening

Artikel 96 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien een lid van een kamer van beroep om een van de in lid 1 genoemde redenen of om andere redenen van mening is dat hij of zij niet aan een beroepsprocedure kan deelnemen, stelt hij of zij de kamer van beroep daarvan in kennis.

2.  Indien een lid van de kamer van beroep om een van de in lid 1 genoemde redenen of om andere redenen van mening is dat hij of zij niet aan een beroepsprocedure kan deelnemen, stelt hij of zij de kamer van beroep daarvan in kennis.

Amendement    311

Voorstel voor een verordening

Artikel 96 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Elke partij bij de beroepsprocedure kan een lid van een kamer van beroep wraken om een van de in lid 1 genoemde redenen, of indien het lid in kwestie verdacht wordt van partijdigheid. Zulke wraking is niet ontvankelijk indien de partij in de beroepsprocedure, ofschoon zij op de hoogte is van een grond voor wraking, reeds een proceshandeling heeft verricht. De wraking mag niet gebaseerd zijn op de nationaliteit van het betrokken lid.

3.  Elke partij bij de beroepsprocedure kan een lid van de kamer van beroep wraken om een van de in lid 1 genoemde redenen, of indien het lid in kwestie verdacht wordt van partijdigheid. Zulke wraking is niet ontvankelijk indien de partij in de beroepsprocedure, ofschoon zij op de hoogte is van een grond voor wraking, reeds een proceshandeling heeft verricht. De wraking mag niet gebaseerd zijn op de nationaliteit van het betrokken lid.

Amendement    312

Voorstel voor een verordening

Artikel 97 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Tegen besluiten van het Agentschap op grond van artikel 53, 54, 55, 66, 67, 68, 69, 70, 71 of 115 kan beroep worden ingesteld.

1.  Tegen besluiten van het Agentschap op grond van artikel 53, 54, 55, 66, 67, 67 bis, 67 ter, 68, 69, 70, 71 of 115 kan beroep worden ingesteld.

Amendement    313

Voorstel voor een verordening

Artikel 103 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het beroep tot nietigverklaring van de besluiten die het Agentschap overeenkomstig artikel 53, 54, 55, 66, 67, 68, 69, 70, 71 of 115 heeft genomen, kan pas bij het Hof van Justitie van de Europese Unie worden ingeleid nadat alle beroepsmogelijkheden bij het Agentschap zelf zijn uitgeput.

2.  Het beroep tot nietigverklaring van de besluiten die het Agentschap overeenkomstig artikel 53, 54, 55, 66, 67, 67 bis, 67 ter, 68, 69, 70, 71 of 115 heeft genomen, kan pas bij het Hof van Justitie van de Europese Unie worden ingeleid nadat alle beroepsmogelijkheden bij het Agentschap zelf zijn uitgeput.

Amendement    314

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 1 – alinea 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  waar nodig, deskundigen van de betrokken belanghebbende partijen worden ingeschakeld of gebruik wordt gemaakt van de deskundigheid van de desbetreffende Europese normalisatie-instanties of andere gespecialiseerde instanties;

b)  deskundigen van de betrokken belanghebbende partijen worden ingeschakeld of gebruik wordt gemaakt van de deskundigheid van de desbetreffende Europese normalisatie-instanties of andere gespecialiseerde instanties;

Amendement    315

Voorstel voor een verordening

Artikel 104 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer het Agentschap overeenkomstig artikel 65, leden 1 en 3, adviezen, certificeringsspecificaties, aanvaardbare wijzen van naleving en richtsnoeren opstelt, stelt het een procedure voor voorafgaande raadpleging van de lidstaten vast. Het kan daartoe een werkgroep oprichten waarin elke lidstaat een deskundige kan benoemen. Met betrekking tot militaire aspecten dient het Agentschap ook overleg te plegen met het Europees Defensieagentschap. Indien raadpleging over de mogelijke sociale gevolgen van die maatregelen van het Agentschap vereist is, betrekt het Agentschap alle belanghebbenden hierbij, met inbegrip van de sociale partners in de EU.

2.  Wanneer het Agentschap overeenkomstig artikel 65, leden 1 en 3, adviezen, certificeringsspecificaties, aanvaardbare wijzen van naleving en richtsnoeren opstelt, stelt het een procedure voor voorafgaande raadpleging van de lidstaten vast. Het kan daartoe een werkgroep oprichten waarin elke lidstaat een deskundige kan benoemen. Met betrekking tot militaire aspecten dient het Agentschap ook overleg te plegen met het Europees Defensieagentschap en andere bevoegde militaire deskundigen. Indien raadpleging over de mogelijke sociale gevolgen en/of de mogelijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid op het werk van die maatregelen van het Agentschap vereist is, betrekt het Agentschap de sociale partners en andere belanghebbenden in de EU hierbij.

Amendement    316

Voorstel voor een verordening

Artikel 108 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Agentschap mag op eigen initiatief communicatieactiviteiten op zijn bevoegdheidsgebied uitvoeren. Het draagt er met name zorg voor dat, naast de in artikel 104, lid 3, genoemde bekendmaking, het grote publiek en alle belanghebbende partijen snel objectieve, betrouwbare en begrijpelijke informatie omtrent zijn werk ontvangen. Het Agentschap zorgt ervoor dat de toewijzing van zijn middelen voor communicatieactiviteiten niet nadelig zijn voor de effectieve uitvoering van de in artikel 64 vermelde taken.

2.  Het Agentschap mag op eigen initiatief communicatieactiviteiten op zijn bevoegdheidsgebied uitvoeren. Het draagt er met name zorg voor dat, naast de in artikel 104, lid 3, genoemde bekendmaking, het grote publiek en alle belanghebbende partijen snel objectieve, betrouwbare en begrijpelijke informatie omtrent zijn werk ontvangen.

Amendement    317

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd andere inkomsten bestaan de inkomsten van het Agentschap uit:

1.  Met behoud van de onafhankelijkheid van het Agentschap en onverminderd zijn andere inkomsten, bestaan de inkomsten van het Agentschap uit:

Amendement    318

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  de boetes en dwangsommen betaald overeenkomstig artikel 72;

Amendement    319

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  tarieven die zijn betaald overeenkomstig Verordening (EU) XXXX/XXX inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim voor relevante door het Agentschap verrichte taken in verband met ATM/ANS;

f)  inkomsten uit tarieven die zijn betaald overeenkomstig Verordening (EG) nr. 550/2004 betreffende de levering van luchtnavigatiediensten en de uitvoeringsvoorschriften daarbij (XXXX/XXX) inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim ter dekking van de kosten voor relevante door het Agentschap verrichte taken in verband met ATM/ANS;

Amendement    320

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Voor de toepassing van lid 1, onder f), zijn relevante taken in verband met ATM/ANS de taken die de lidstaten in aanmerking hebben genomen voor de vaststelling van bepaalde kosten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 550/2004 en die bij deze verordening aan het Agentschap zijn toegewezen en die niet gedekt worden door uit hoofde van lid 1, onder c), betaalde tarieven. Tot die taken behoren onder meer de taken gespecificeerd in artikel 65, leden 1, 2, 3, 5 en 6, en artikel 73 van deze verordening.

Amendement    321

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  De bepalingen van lid 1, onder f), worden op transparante wijze toegepast onder toezicht van het orgaan voor prestatiebeoordeling en leiden er niet toe dat luchtruimgebruikers tweemaal moeten betalen.

Amendement    322

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De gewone begroting, de vergoedingen die zijn vastgesteld en die worden geïnd voor certificeringsactiviteiten en de tarieven die het Agentschap oplegt, worden afzonderlijk in de rekeningen van het Agentschap vermeld.

4.  De gewone begroting, de vergoedingen die zijn vastgesteld en die worden geïnd voor certificeringsactiviteiten en de tarieven die het Agentschap oplegt, de boetes en dwangsommen en de in lid 1, onder f), vermelde tarieven worden afzonderlijk in de rekeningen van het Agentschap vermeld.

Amendement    323

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het Agentschap past zijn personeelsplanning en beheer van middelen in verband met vergoedingen en tarieven zodanig aan dat het snel kan reageren op schommelingen in de inkomsten uit vergoedingen en tarieven.

5.  In de loop van het begrotingsjaar past het Agentschap zijn personeelsplanning en beheer van middelen in verband met de in lid 4 van dit artikel bedoelde inkomsten zodanig aan dat het snel kan reageren op de werkbelasting en schommelingen in deze inkomsten.

Amendement    324

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Elk jaar stelt de uitvoerend directeur een ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap voor het volgende begrotingsjaar, waarin een ontwerp van de lijst van het aantal ambten is opgenomen, en zendt deze naar de raad van beheer. Wat betreft de posten die worden gefinancierd met tarieven en vergoedingen, wordt deze lijst van het aantal ambten gebaseerd op een beperkte reeks indicatoren die door de Commissie zijn goedgekeurd om de werkbelasting en efficiëntie van het Agentschap te meten; in die lijst wordt ook een overzicht gegeven van de middelen die nodig zijn om efficiënt en tijdig tegemoet te komen aan de vraag naar certificering en andere activiteiten van het Agentschap, met inbegrip van de activiteiten die voortvloeien uit overdrachten van verantwoordelijkheden overeenkomstig de artikelen 53, 54 en 55. Op basis van dat ontwerp stelt de raad van beheer een voorlopige ontwerpraming vast van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap voor het volgende begrotingsjaar. De voorlopige ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap wordt ieder jaar uiterlijk op 31 januari aan de Commissie toegezonden.

6.  Elk jaar stelt de uitvoerend directeur een ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap voor het volgende begrotingsjaar, waarin een ontwerp van de lijst van het aantal ambten is opgenomen, en zendt deze naar de raad van beheer. Wat betreft de posten die worden gefinancierd met de in lid 4 van dit artikel bedoelde inkomsten, wordt deze lijst van het aantal ambten gebaseerd op een beperkte reeks indicatoren die door de Commissie zijn goedgekeurd om de werkbelasting en efficiëntie van het Agentschap te meten; in die lijst wordt ook een overzicht gegeven van de middelen die nodig zijn om efficiënt en tijdig tegemoet te komen aan de vraag naar certificering en andere activiteiten van het Agentschap, met inbegrip van de activiteiten die voortvloeien uit overdrachten van verantwoordelijkheden overeenkomstig de artikelen 53, 54 en 55. Voordat zij goedkeuring verleent aan de reeks indicatoren op basis waarvan de werkbelasting en efficiëntie van het Agentschap worden gemeten, wint de Commissie advies in bij een deskundige derde partij en bij het Adviesorgaan van belanghebbenden van het Agentschap. Op basis van dat ontwerp stelt de raad van beheer een voorlopige ontwerpraming vast van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap voor het volgende begrotingsjaar. De voorlopige ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap wordt ieder jaar uiterlijk op 31 januari aan de Commissie toegezonden.

Amendement    325

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Voor het overeenkomstige deel van het ontwerp van de lijst van het aantal ambten, als bedoeld in lid 6, dat verwijst naar de begrotingsinkomsten overeenkomstig lid 4 en de bijbehorende posten, wordt geen rekening gehouden met de bepaling van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer, betreffende de beperking van de begroting en het aantal posten.

Amendement    326

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10.  De begrotingsautoriteit keurt de kredieten goed die bestemd zijn voor de bijdrage aan het Agentschap en stelt de lijst van het aantal ambten van het Agentschap vast.

10.  De begrotingsautoriteit keurt de kredieten goed die bestemd zijn voor de bijdrage aan het Agentschap en stelt de lijst van het aantal ambten van het Agentschap vast, met inachtneming van de in lid 6 bedoelde indicatoren betreffende de werkbelasting en efficiëntie van het Agentschap.

Amendement    327

Voorstel voor een verordening

Artikel 110 – lid 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10.  Vóór 15 mei van het jaar N + 2 verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de uitvoerend directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting van het begrotingsjaar N.

10.  Vóór 15 mei van het jaar N + 2 besluit het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, over de kwijting aan de uitvoerend directeur voor de uitvoering van de begroting van het begrotingsjaar N.

Amendement    328

Voorstel voor een verordening

Artikel 113 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk [five years after the date referred to in Article 127 – OP please insert the exact date] en daarna om de vijf jaar geeft de Commissie opdracht een evaluatie uit te voeren in overeenstemming met de richtsnoeren van de Commissie, teneinde de prestaties van het Agentschap te toetsen aan zijn doelstellingen, mandaat en taken. Deze evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van het Agentschap moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen.

1.  Uiterlijk [drie jaar na de in artikel 127 genoemde datum – PB: gelieve de exacte datum in te vullen] en daarna om de vijf jaar geeft de Commissie opdracht een evaluatie uit te voeren in overeenstemming met de richtsnoeren van de Commissie, teneinde de prestaties van het Agentschap te toetsen aan zijn doelstellingen, mandaat en taken en de gevolgen van deze verordening te beoordelen. Deze evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van het Agentschap moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de standpunten van de belanghebbende partijen, zowel op EU- als op nationaal niveau.

Amendement    329

Voorstel voor een verordening

Artikel 113 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie stuurt de bevindingen van de evaluatie, samen met haar conclusies, naar het Europees Parlement, de Raad en de raad van beheer. De bevindingen van de evaluatie worden openbaar gemaakt.

3.  De Commissie stuurt de bevindingen van de evaluatie, samen met haar conclusies, naar het Europees Parlement, de Raad en de raad van beheer. De bevindingen van de evaluatie en de aanbevelingen worden openbaar gemaakt.

Amendement    330

Voorstel voor een verordening

Artikel 117 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 2, lid 3, onder d), artikel 18, artikel 25, artikel 28, artikel 34, artikel 39, artikel 44, artikel 47, artikel 50, artikel 51, lid 10, artikel 52, lid 5, artikel 72, lid 4, en artikel 115, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt voor onbepaalde tijd aan de Commissie toegekend.

2.  De in artikel 2, lid 3, onder d), artikel 18, artikel 25, artikel 28, artikel 34, artikel 39, artikel 44, artikel 47, artikel 50, artikel 51, lid 10, artikel 52, lid 5, artikel 64, onder f bis), artikel 72, lid 4, en artikel 115, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt voor onbepaalde tijd aan de Commissie toegekend.

Amendement    331

Voorstel voor een verordening

Artikel 117 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Een overeenkomstig artikel 2, lid 3, onder d), artikel 18, artikel 25, artikel 28, artikel 34, artikel 39, artikel 44, artikel 47, artikel 50, artikel 51, lid 10, artikel 52, lid 5, artikel 72, lid 4, en artikel 115, lid 1 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de bekendmaking van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

5.  Een krachtens deze verordening vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement    332

Voorstel voor een verordening

Artikel 119 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De nodige afspraken voor de accommodatie voor het Agentschap in de gastlidstaat en de faciliteiten die door die lidstaat ter beschikking moeten worden gesteld, alsook de specifieke regels die in de gastlidstaat van toepassing zijn op de uitvoerend directeur, de leden van de raad van beheer, de personeelsleden van het Agentschap en hun gezinnen, worden vastgelegd in een zetelovereenkomst tussen het Agentschap en de lidstaat waar de zetel is gevestigd; deze overeenkomst wordt gesloten na goedkeuring van de raad van beheer en uiterlijk [OP Please insert the exact date - two years after entry into force of this Regulation].

1.  De nodige afspraken voor de accommodatie voor het Agentschap in de gastlidstaat en de faciliteiten die door die lidstaat ter beschikking moeten worden gesteld, alsook de specifieke regels die in de gastlidstaat van toepassing zijn op de uitvoerend directeur, de leden van de raad van beheer, de personeelsleden van het Agentschap en hun gezinnen, worden vastgelegd in een zetelovereenkomst tussen het Agentschap en de lidstaat waar de zetel is gevestigd; deze overeenkomst wordt gesloten na goedkeuring van de raad van beheer en uiterlijk [PB: Gelieve de exacte datum in te vullen - één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening].

Amendement    333

Voorstel voor een verordening

Artikel 122

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verordening (EG) nr. 216/2008 wordt ingetrokken.

Verordening (EG) nr. 216/2008 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 216/2008 worden opgevat als verwijzingen naar de onderhavige verordening en gelezen overeenkomstig de concordantietabel in bijlage X.

Verordening (EG) nr. 552/2004 wordt ingetrokken, met dien verstande dat:

 

a)  de artikelen 5, 6 en 6 bis, en de bijlagen III en IV bij die verordening blijven van toepassing ten behoeve van verklaringen tot de inwerkingtreding van de respectieve gedelegeerde handelingen bedoeld in artikel 39 van deze verordening;

 

b)  de artikelen 4 en 7 van die verordening blijven van toepassing tot de inwerkingtreding van de respectieve gedelegeerde handelingen bedoeld in artikel 39 van deze verordening.

 

Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen overeenkomstig de concordantietabel in bijlage III.

Amendement    334

Voorstel voor een verordening

Artikel 123 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 1008/2008

Artikel 4 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de onderneming houder is van een geldig AOC dat is afgegeven door een nationale autoriteit of door het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart;"

b)  de onderneming houder is van een geldig AOC dat is afgegeven door een nationale autoriteit of door het Agentschap van de Europese Unie voor de luchtvaart;"

Amendement    335

Voorstel voor een verordening

Artikel 123 – alinea 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1008/2008

Artikel 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

Schrappen

a)  lid 2 wordt vervangen door:

 

2.  Een dry lease-overeenkomst waarbij een communautaire luchtvaartmaatschappij partij is of een wet lease-overeenkomst waarbij de communautaire luchtvaartmaatschappij de huurder is van het op grond van wet leasing gehuurde luchtvaartuig waarmee vluchtuitvoeringen worden verricht door een exploitant uit een derde land, moet voorafgaand worden goedgekeurd volgens Verordening (EU) nr. [XX/XXX reference to this Regulation to be inserted] en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.";

 

b)  het volgende lid 5 wordt toegevoegd:

 

5.  Een communautaire luchtvaartmaatschappij die overgaat tot dry leasing van in een derde land geregistreerde luchtvaartuigen, moet daartoe voorafgaande toestemming krijgen van de autoriteit die bevoegd is voor haar AOC. De bevoegde autoriteit verleent een goedkeuring overeenkomstig Verordening (EU) nr. [XX/XXX reference to this Regulation to be inserted] en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.".

 

Amendement    336

Voorstel voor een verordening

Artikel 125 – alinea 1

Verordening (EU) nr. 376/2014

Artikel 3 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening is echter niet van toepassing op voorvallen en andere veiligheidsgerelateerde informatie met betrekking tot onbemande luchtvaartuigen waarvoor een certificaat of verklaring niet vereist is overeenkomstig artikel 46, leden 1 en 2, van Verordening (EU) YYYY/N, tenzij het voorval of de andere veiligheidsgerelateerde informatie met betrekking tot een dergelijk onbemand luchtvaartuig geleid heeft tot ernstige of dodelijke verwonding van een persoon of indien het voorval of de andere veiligheidsgerelateerde informatie betrekking had op andere dan onbemande luchtvaartuigen.

Deze verordening is echter niet van toepassing op voorvallen en andere veiligheidsgerelateerde informatie met betrekking tot onbemande luchtvaartuigen waarvoor een certificaat of verklaring niet vereist is overeenkomstig artikel 46, leden 1 en 2, van Verordening (EU) YYYY/N, tenzij het voorval of de andere veiligheidsgerelateerde informatie met betrekking tot een dergelijk onbemand luchtvaartuig geleid heeft of had kunnen leiden tot ernstige of dodelijke verwonding van een persoon of indien het voorval of de andere veiligheidsgerelateerde informatie betrekking had op andere dan onbemande luchtvaartuigen.

Amendement    337

Voorstel voor een verordening

Artikel 126 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Uiterlijk ... [drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] stelt het Agentschap overeenkomstig artikel 65, lid 1, voorstellen van gedelegeerde handelingen op inzake de luchtwaardigheid en de verlening van vergunningen aan piloten voor lichte sportluchtvaartuigen met een maximumstartmassa van maximaal 600 kg voor luchtvaartuigen die niet bedoeld zijn voor gebruik op het water of 650 kg voor luchtvaartuigen die bedoeld zijn voor gebruik op het water. Die aanbevelingen zijn evenredig, houden rekening met de in de artikelen 1 en 4 uiteengezette doelstellingen en beginselen en de aard en het risico van de betrokken activiteit, en voorzien in interoperabiliteit met vergelijkbare normen die bestaan in belangrijke markten van derde landen.

Amendement    338

Voorstel voor een verordening

Artikel 126 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Uiterlijk ... [drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] stelt het Agentschap richtsnoeren op die door de lidstaten vrijwillig kunnen worden gebruikt ter ondersteuning van de ontwikkeling van evenredige nationale voorschriften betreffende het ontwerp, de productie, het onderhoud en de exploitatie van in bijlage I vermelde luchtvaartuigen.

Amendement    339

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Categorieën luchtvaartuigen waarop de verordening niet van toepassing is:

Categorieën bemande luchtvaartuigen waarop de verordening niet van toepassing is:

Amendement    340

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  bemande luchtvaartuigen waarvan ten minste 51 % door een amateur of een non-profitorganisatie van amateurs is gebouwd voor eigen gebruik en zonder enig commercieel doel;

c)  bemande luchtvaartuigen waarvan ten minste 300 uur van de bouwtijd of 51 % van het luchtvaartuig zelf door een amateur of een non-profitorganisatie van amateurs is gerealiseerd, voor eigen gebruik en zonder enig commercieel doel;

Amendement    341

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  vliegtuigen die in landingsconfiguratie een overtreksnelheid of minimale constante vliegsnelheid van hoogstens 35 knopen gekalibreerde luchtsnelheid (Calibrated Air Speed, CAS) hebben, en niet meer dan twee zitplaatsen hebben, alsook helikopters en paramotors met niet meer dan twee zitplaatsen en met een door de lidstaat geregistreerde maximumstartmassa (Maximum Take Off Mass, MTOM), van niet meer dan:

e)  vliegtuigen die in landingsconfiguratie een overtreksnelheid of minimale constante vliegsnelheid van hoogstens 35 knopen gekalibreerde luchtsnelheid (Calibrated Air Speed, CAS) hebben, en niet meer dan twee zitplaatsen hebben, alsook helikopters, autogyro's, ballonnen en paramotors met niet meer dan twee zitplaatsen en met een door de lidstaat geregistreerde maximumstartmassa (Maximum Take Off Mass, MTOM), van niet meer dan 600 kg voor luchtvaartuigen die niet bedoeld zijn voor gebruik op het water of 650 kg voor luchtvaartuigen die bedoeld zijn voor gebruik op het water, en een lege massa, exclusief brandstof, van niet meer dan 350 kg;

i)  300 kg voor een landvliegtuig/helikopter met één zitplaats;

 

ii)  450 kg voor een landvliegtuig/helikopter met twee zitplaatsen;

 

iii)  330 kg voor een amfibie- of drijfvliegtuig/helikopter met één zitplaats;

 

iv)  495 kg voor een amfibie- of drijfvliegtuig/helikopter met twee zitplaatsen, op voorwaarde dat, indien het luchtvaartuig zowel dienst doet als drijf- en als landvliegtuig/helikopter, het onder beide MTOM-grenzen blijft, al naar gelang van toepassing;

 

v)  472,5 kg voor een landvliegtuig met twee zitplaatsen dat is uitgerust met een op het luchtframe gemonteerd Total Recovery Parachute System;

 

vi)  540 kg voor een landvliegtuig met twee zitplaatsen dat is uitgerust met een op het luchtframe gemonteerd Total Recovery Parachute System en met een elektrisch aandrijfsysteem;

 

vii)  315 kg voor een landvliegtuig met één zitplaats dat is uitgerust met een op het luchtframe gemonteerd Total Recovery Parachute System;

 

viii)  365 kg voor een landvliegtuig met één zitplaats dat is uitgerust met een op het luchtframe gemonteerd Total Recovery Parachute System en met een elektrisch aandrijfsysteem;

 

Amendement    342

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  autogyro's met één of twee zitplaatsen, met een maximumstartmassa die niet hoger is dan 560 kg;

Schrappen

Amendement    343

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  zweefvliegtuigen en gemotoriseerde zweefvliegtuigen met een maximumstartmassa van niet meer dan 250 kg, indien ze over één zitplaats beschikken, of 400 kg, indien ze over twee zitplaatsen beschikken, met inbegrip van die welke met een aanloop in de lucht worden gebracht;

Schrappen;

Amendement    344

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De door de nationale bevoegde autoriteit uitgevaardigde regels inzake luchtwaardigheid zijn evenredig, houden rekening met de in de artikelen 1 en 4 uiteengezette doelstellingen en beginselen en de aard en het risico van de betrokken activiteit, en zijn gebaseerd op en voorzien in interoperabiliteit met vergelijkbare normen die bestaan in internationale markten, en houden rekening met de richtsnoeren die het Agentschap overeenkomstig artikel 126, lid 2 ter, heeft uitgevaardigd. Op basis van die regels afgegeven certificaten genieten wederzijdse erkenning op het grondgebied waarop de verdragen van toepassing zijn.

Amendement    345

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – punt 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

de productintegriteit moet voor de levensduur van het luchtvaartuig gewaarborgd zijn voor alle voorziene vluchtomstandigheden. De conformiteit met alle voorschriften moet aangetoond worden door middel van beoordeling of analyse, zo nodig ondersteund door tests.

de productintegriteit, met inbegrip van bescherming tegen bedreigingen van de informatiebeveiliging, moet voor de levensduur van het luchtvaartuig gewaarborgd zijn voor alle voorziene vluchtomstandigheden. De conformiteit met alle voorschriften moet aangetoond worden door middel van beoordeling of analyse, zo nodig ondersteund door tests.

Amendement    346

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – punt 1.3 – punt 1.3.5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1.3.5 bis.  Het luchtvaartuig is uitgerust met systemen voor permanente luchtvolging en registratie van de vluchtgegevens. Alle vluchtgegevens, met inbegrip van de cockpitgeluidsopnames, worden in realtime gedownload naar een gegevensbank op de grond.

Amendement    347

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – punt 1 – punt 1.4 – punt 1.4.3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.4.3.  Niet-geïnstalleerde apparatuur moet zo zijn ontworpen dat fouten die tot het ontstaan van gevaren kunnen leiden, tot een minimum worden beperkt.

1.4.3.  Niet-geïnstalleerde apparatuur mag geen fouten invoeren die tot het ontstaan van gevaren leiden.

Amendement    348

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – punt 2 – punt 2.1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.1.  Aangetoond moet worden dat voldoende aandacht is besteed aan de hieronder vermelde punten om tijdens het gebruik van het product een voldoende hoog veiligheidsniveau te waarborgen voor de personen aan boord of op de grond:

2.1.  Aangetoond moet worden dat voldoende aandacht is besteed aan de hieronder vermelde punten om tijdens het gebruik van het product een hoog, uniform veiligheidsniveau te waarborgen voor de personen aan boord of op de grond:

Amendement    349

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Producten moeten zodanig zijn ontworpen dat zij zo stil mogelijk zijn, rekening houdend met punt 4.

1.  Producten moeten zodanig zijn ontworpen dat lawaai tot een minimum wordt beperkt, in overeenstemming met de EU-wetgeving en internationale normen en aanbevolen praktijken, rekening houdend met punt 4.

Amendement    350

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Producten moeten zodanig zijn ontworpen dat zij zo weinig mogelijk emissies uitstoten, rekening houdend met punt 4.

2.  Producten moeten zodanig zijn ontworpen dat zij zo weinig mogelijk emissies uitstoten, in overeenstemming met de EU-wetgeving en internationale normen en aanbevolen praktijken, rekening houdend met punt 4.

Amendement    351

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Producten moeten zodanig zijn ontworpen dat de emissies die voortvloeien uit de verdamping of lozing van vloeistoffen tot een minimum worden beperkt, rekening houdend met punt 4.

3.  Producten moeten zodanig zijn ontworpen dat de emissies die voortvloeien uit de verdamping of lozing van vloeistoffen tot een minimum worden beperkt, rekening houdend met technologische uitvoerbaarheid, economische redelijkheid en punt 4.

Amendement    352

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV – punt 3 – punt 3.1 – punt 3.1.1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Iedere piloot moet op periodieke basis zijn medische geschiktheid aantonen om zijn taken naar behoren te kunnen uitvoeren, rekening houdend met het soort activiteit waar het om gaat. Overeenstemming met deze eis moet worden aangetoond door middel van een passende beoordeling welke is gebaseerd op beste praktijken uit de luchtvaartgeneeskunde en waarbij rekening wordt gehouden met het type activiteit en met eventuele negatieve mentale en lichamelijke gevolgen van het ouder worden.

Iedere piloot moet mentaal en lichamelijk geschikt zijn om zijn taken veilig te kunnen uitvoeren, rekening houdend met het type activiteit en mogelijke mentale en lichamelijke achteruitgang, met name ten gevolge van het ouder worden. Dit wordt vastgesteld op basis van een risicobeoordeling.

Amendement    353

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 1 – punt 1.5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.5.  Alle noodzakelijke gegevens, documenten, verslagen en informatie waarin naleving van de in punt 5.3 vermelde voorwaarden wordt aangetoond, moeten voor iedere vlucht worden bewaard en beschikbaar blijven voor een minimumperiode die in overeenstemming is met het type vluchtuitvoering.

1.5.  Alle noodzakelijke gegevens, documenten, verslagen en informatie waarin naleving van de in punt 5.3 vermelde voorwaarden wordt aangetoond, moeten voor iedere vlucht worden bewaard en beschikbaar blijven en worden beschermd tegen ongeoorloofde wijziging voor een minimumperiode die in overeenstemming is met het type vluchtuitvoering.

Amendement    354

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 4 – punt 4.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.2.  Onverminderd punt 4.1 mag voor vluchtuitvoeringen met helikopters een korte vlucht voorbij de HV-curve worden overschreden, voor zover een passend veiligheidsniveau gewaarborgd is.

4.2.  Onverminderd punt 4.1 mag voor vluchtuitvoeringen met helikopters een korte vlucht voorbij de HV-curve worden overschreden, voor zover een hoog, uniform veiligheidsniveau gewaarborgd is.

Amendement    355

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 6 – punt 6.4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.4.  Gegevens die nodig zijn om de luchtwaardigheid en milieuverenigbaarheid van het luchtvaartuig aan te tonen, moeten worden bijgehouden gedurende de periode die overeenstemt met de van toepassing zijnde eisen inzake blijvende luchtwaardigheid, totdat de informatie wordt vervangen door nieuwe informatie die gelijkwaardig is qua reikwijdte en gedetailleerdheid, maar in geen geval minder dan 24 maanden.

6.4.  Gegevens die nodig zijn om de luchtwaardigheid en milieuverenigbaarheid van het luchtvaartuig aan te tonen, moeten worden bijgehouden en beschermd tegen ongeoorloofde wijziging gedurende de periode die overeenstemt met de van toepassing zijnde eisen inzake blijvende luchtwaardigheid, totdat de informatie wordt vervangen door nieuwe informatie die gelijkwaardig is qua reikwijdte en gedetailleerdheid, maar in geen geval minder dan 24 maanden.

Amendement    356

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 6 – punt 6.5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.5.  Alle wijzigingen en reparaties moeten in overeenstemming zijn met de essentiële eisen voor luchtwaardigheid en, indien van toepassing, de milieuverenigbaarheid van producten. De gegevens waarmee wordt aangetoond dat producten beantwoorden aan de eisen inzake luchtwaardigheid en milieuverenigbaarheid, moeten worden bijgehouden.

6.5.  Alle wijzigingen en reparaties moeten in overeenstemming zijn met de essentiële eisen voor luchtwaardigheid en, indien van toepassing, de milieuverenigbaarheid van producten. De gegevens waarmee wordt aangetoond dat producten beantwoorden aan de eisen inzake luchtwaardigheid en milieuverenigbaarheid, moeten worden bijgehouden en beschermd tegen ongeoorloofde wijziging.

Amendement    357

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 7 – punt 7.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.2.  De gezagvoerder moet over het gezag beschikken om alle bevelen te geven en iedere gepaste maatregel te nemen teneinde de vluchtuitvoering veilig te stellen en de veiligheid van het luchtvaartuig en van de personen en/of eigendommen die erin worden vervoerd te garanderen.

7.2.  De gezagvoerder moet over het gezag beschikken om alle bevelen te geven en iedere gepaste maatregel te nemen teneinde de vluchtuitvoering veilig te stellen en de veiligheid van het luchtvaartuig en van de personen en/of eigendommen die erin worden vervoerd te garanderen. De gezagvoerder moet zijn gezag zonder enige inmenging kunnen uitoefenen.

Amendement    358

Voorstel voor een verordening

Bijlage V – punt 8 – punt 8.1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de exploitant mag uitsluitend gebruik maken van voldoende gekwalificeerd en opgeleid personeel en moet voor de bemanningsleden en ander relevant personeel opleidings- en controleprogramma’s toepassen en onderhouden;

b)  de exploitant mag uitsluitend gebruik maken van voldoende gekwalificeerd en opgeleid personeel en moet voor de bemanningsleden en ander relevant personeel opleidings- en controleprogramma’s toepassen en onderhouden; de exploitant moet ervoor zorgen dat de bemanningsleden de nodige opleiding krijgen en moet de controles verrichten die nodig zijn om ervoor te zorgen dat hun vergunningen geldig blijven, dat zij de punten van hun vergunningen kunnen behalen en behouden en dat zij beschikken over de nodige ervaring om het luchtvaartuig waarin zij hun taken uitvoeren te kunnen besturen. Onverminderd het recht van exploitanten om evenredige systemen toe te passen die een rendement op hun opleidingsinvesteringen opleveren, mogen bemanningsleden geen luchtvaartuig in commerciële dienst exploiteren terwijl ze direct aan de exploitant of indirect aan derden moeten betalen voor opleiding die nodig is voor het behoud van hun vergunning of van de punten die nodig zijn voor de besturing van het luchtvaartuig van de exploitant.

Amendement    359

Voorstel voor een verordening

Bijlage VI – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De instantie en het met de uitvoering van de certificerings- en toezichtstaken belaste personeel moeten hun taken met de grootst mogelijke beroepsintegriteit en technische bekwaamheid uitvoeren; zij dienen vrij te zijn van elke vorm van druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun beoordeling of de uitkomst van hun certificerings- en toezichtstaken kunnen beïnvloeden, met name door personen of groepen die belang hebben bij de resultaten van deze werkzaamheden.

2.  De instantie en het met de uitvoering van de certificerings- en toezichtstaken belaste personeel moeten hun taken met de grootst mogelijke beroepsintegriteit en technische bekwaamheid uitvoeren; zij dienen vrij te zijn van elke vorm van druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun beoordeling en besluiten of de uitkomst van hun certificerings- en toezichtstaken zouden kunnen beïnvloeden, met name door personen of groepen die belang hebben bij de resultaten van deze werkzaamheden.

Amendement    360

Voorstel voor een verordening

Bijlage VII – punt 1 – punt 1.4 – punt 1.4.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.4.2.  De gegevens dienen accuraat, leesbaar, volledig en ondubbelzinnig te zijn. Er moeten passende integriteitsniveaus worden aangehouden.

1.4.2.  De gegevens dienen accuraat, leesbaar, volledig en ondubbelzinnig te zijn. Er moeten passende authenticiteits- en integriteitsniveaus worden aangehouden.

Amendement    361

Voorstel voor een verordening

Bijlage VII – punt 2 – punt 2.1 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

k)  de exploitant van een luchtvaartterrein zet voor de exploitatie en het onderhoud van het luchtvaartterrein uitsluitend goed opgeleid en gekwalificeerd personeel in. Hij zorgt ook, rechtstreeks of via overeenkomsten met derden, voor het uitvoeren en onderhouden van opleiding en het controleren van programma's om de vaardigheden van al het relevante personeel op peil te houden;

k)  de exploitant van een luchtvaartterrein zet voor de exploitatie en het onderhoud van het luchtvaartterrein uitsluitend goed opgeleid en gekwalificeerd personeel in. Hij zorgt ook, rechtstreeks of via regelingen met derden, voor het uitvoeren en onderhouden van opleiding en het controleren van programma's om de vaardigheden van al het relevante personeel op peil te houden. De opleiding omvat een theoretisch en een praktisch gedeelte en wordt getoetst door instructeurs en beoordelaars met de passende ervaring, kwalificaties en bevoegdheid om die taken te verrichten;

Amendement    362

Voorstel voor een verordening

Bijlage VII – punt 2 – punt 2.1 – letter m

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

m)  de reddings- en brandbestrijdingsmedewerkers moeten voldoende opgeleid en gekwalificeerd zijn om in de luchtvaartterreinomgeving te functioneren. De exploitant van het luchtvaartterrein moet opleidings- en controleprogramma’s opzetten en uitvoeren om de vaardigheden van dit personeel op peil te houden; en

m)  de reddings- en brandbestrijdingsmedewerkers, evenals het personeel van de platformbeheersdienst, moeten voldoende opgeleid en gekwalificeerd zijn om in de luchtvaartterreinomgeving te functioneren. De exploitant van het luchtvaartterrein moet, rechtstreeks of via regelingen met derden, opleidings- en controleprogramma’s opzetten en uitvoeren om de vaardigheden van dit personeel op peil te houden. De opleiding omvat een theoretisch en een praktisch gedeelte en wordt getoetst door instructeurs en beoordelaars met de passende ervaring, kwalificaties en bevoegdheid om die taken te verrichten;

Amendement    363

Voorstel voor een verordening

Bijlage VII – punt 4 – punt 4.1 – letter g – punt 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1)  de dienstverlener maakt alleen gebruik van goed opgeleid en gekwalificeerd personeel, en zorgt ook voor de toepassing en bijwerking van opleidings- en controleprogramma's om de vaardigheden van al het relevante personeel op peil te houden. De opleiding omvat een theoretisch en een praktisch gedeelte en wordt getoetst door instructeurs en beoordelaars met de passende ervaring, kwalificaties en bevoegdheid om die taken te verrichten;

Amendement    364

Voorstel voor een verordening

Bijlage VII – punt 4 – punt 4.1 – letter g – punt 2 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2)  de dienstverlener zorgt ervoor dat zijn personeel op periodieke basis zijn medische geschiktheid, waaronder zowel lichamelijke als mentale geschiktheid valt, aantoont om zijn taken naar behoren te kunnen uitvoeren, rekening houdend met het type activiteit en met name met de mogelijke gevolgen voor de veiligheid en veiligheidsgerelateerde beveiliging.

Amendement    365

Voorstel voor een verordening

Bijlage VIII – punt 1 – punt 1.2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1.2 bis.  Er wordt een minimaal dienstverleningsniveau bepaald om de continuïteit van de ATM/ANS-dienstverlening te waarborgen bij onvoorziene omstandigheden of verstoring van de dienstverlening, door voorafgaande afspraken te maken tussen lidstaten en tussen verleners van luchtvaartnavigatiediensten. Het minimale dienstverleningsniveau waarborgt op zijn minst de dienstverlening voor de hulp- en beveiligingsdiensten, voor taken in verband met de volksgezondheid, diplomatieke vluchten evenals vluchten die niet bestemd zijn naar of afkomstig zijn van een luchthaven in die lidstaat. Ook wordt ervoor gezorgd dat de verstoring van de dienstverlening niet tot congestie of veiligheidsrisico's in het luchtruim van de buurlanden leidt en dat alle gebruikers van het luchtruim billijk worden behandeld bij de verlening van toegang tot het luchtruim en de diensten.

Amendement    366

Voorstel voor een verordening

Bijlage VIII – punt 2 – punt 2.1 – punt 2.1.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.1.2.  Luchtvaartinlichtingen dienen nauwkeurig, volledig, actueel, ondubbelzinnig en van een passend integriteit te zijn en te worden verstrekt in een vorm die afgestemd is op de gebruikers.

2.1.2.  Luchtvaartinlichtingen dienen nauwkeurig, volledig, actueel, ondubbelzinnig, authentiek en van een passend integriteit te zijn en te worden verstrekt in een vorm die afgestemd is op de gebruikers.

Amendement    367

Voorstel voor een verordening

Bijlage VIII – punt 2 – punt 2.2 – punt 2.2.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.2.2.  Voor zover mogelijk dienen luchtvaartmeteorologische inlichtingen nauwkeurig, volledig, actueel, van een passende integriteit en ondubbelzinnig te zijn om aan de behoeften van luchtruimgebruikers tegemoet te komen.

2.2.2.  Voor zover mogelijk dienen luchtvaartmeteorologische inlichtingen nauwkeurig, volledig, actueel, authentiek, van een passende integriteit en ondubbelzinnig te zijn om aan de behoeften van luchtruimgebruikers tegemoet te komen.

Amendement    368

Voorstel voor een verordening

Bijlage VIII – punt 2 – punt 2.4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Communicatiediensten dienen te allen tijde over voldoende functionele capaciteit te beschikken ten aanzien van beschikbaarheid, integriteit, continuïteit en tijdige verlening ervan. Zij dienen snel te functioneren en beveiligd te zijn tegen misbruik

Communicatiediensten dienen te allen tijde over voldoende functionele capaciteit te beschikken ten aanzien van beschikbaarheid, integriteit, continuïteit en tijdige verlening ervan. Zij dienen snel te functioneren en beveiligd te zijn tegen corruptie en storingen.

Amendement    369

Voorstel voor een verordening

Bijlage VIII – punt 2 – punt 2.5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Navigatiediensten dienen te allen tijde over voldoende functionele capaciteit te beschikken om informatie ten aanzien van begeleiding, positionering en, indien van toepassing, timing te kunnen verstrekken. De prestatiecriteria omvatten onder andere nauwkeurigheid, integriteit, beschikbaarheid en continuïteit van de dienst.

Navigatiediensten dienen te allen tijde over voldoende functionele capaciteit te beschikken om informatie ten aanzien van begeleiding, positionering en, indien van toepassing, timing te kunnen verstrekken. De prestatiecriteria omvatten onder andere nauwkeurigheid, integriteit, authenticiteit, beschikbaarheid en continuïteit van de dienst.

Amendement    370

Voorstel voor een verordening

Bijlage VIII – punt 2 – punt 2.6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bewakingsdiensten dienen de respectieve posities te bepalen van luchtvaartuigen in de lucht en van andere luchtvaartuigen en grondvoertuigen op het luchtvaartterrein, waarbij voldoende prestaties moeten worden geleverd op het gebied van nauwkeurigheid, integriteit, continuïteit en detectiewaarschijnlijkheid.

Bewakingsdiensten dienen de respectieve posities te bepalen van luchtvaartuigen in de lucht en van andere luchtvaartuigen en grondvoertuigen op het luchtvaartterrein, waarbij voldoende prestaties moeten worden geleverd op het gebied van nauwkeurigheid, integriteit, authenticiteit, continuïteit en detectiewaarschijnlijkheid

Amendement    371

Voorstel voor een verordening

Bijlage VIII – punt 2 – punt 2.7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij het tactische beheer van de luchtverkeersstromen op het niveau van de Unie dient voldoende exacte en actuele informatie te worden gebruikt en verstrekt over de omvang en de aard van het geplande luchtverkeer dat van invloed is op de dienstverlening. Teneinde het risico op overbelasting in de lucht of op luchtvaartterreinen te beperken, coördineren deze beheersdiensten de luchtverkeersstromen, overleggen zij over mogelijke alternatieve routes of vertragen zij de verkeersstromen. Bij het beheren van de luchtverkeersstromen wordt beoogd de beschikbare capaciteit bij het gebruik van het luchtruim te optimaliseren en de processen voor het beheer van de luchtverkeersstromen te verbeteren. Het beheer wordt gebaseerd op veiligheid, transparantie en efficiëntie, zodat capaciteit tijdig op flexibele wijze ter beschikking wordt gesteld, conform het Europese luchtvaartnavigatieplan.

Bij het tactische beheer van de luchtverkeersstromen op het niveau van de Unie dient voldoende exacte, authentieke en actuele informatie te worden gebruikt en verstrekt over de omvang en de aard van het geplande luchtverkeer dat van invloed is op de dienstverlening. Teneinde het risico op overbelasting in de lucht of op luchtvaartterreinen te beperken, coördineren deze beheersdiensten de luchtverkeersstromen, overleggen zij over mogelijke alternatieve routes of vertragen zij de verkeersstromen. Bij het beheren van de luchtverkeersstromen wordt beoogd de beschikbare capaciteit bij het gebruik van het luchtruim te optimaliseren en de processen voor het beheer van de luchtverkeersstromen te verbeteren. Het beheer wordt gebaseerd op veiligheid, transparantie en efficiëntie, zodat capaciteit tijdig op flexibele wijze ter beschikking wordt gesteld, conform het Europese luchtvaartnavigatieplan.

Amendement    372

Voorstel voor een verordening

Bijlage VIII – punt 3 – punt 3.1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ATM/ANS-systemen en -componenten die informatie vanuit en aan luchtvaartuigen en op de grond verstrekken, dienen zodanig te worden ontworpen, vervaardigd, geïnstalleerd, onderhouden en gebruikt dat hun geschiktheid voor het beoogde doel gewaarborgd is.

ATM/ANS-systemen en -componenten die informatie vanuit en aan luchtvaartuigen en op de grond verstrekken, dienen zodanig te worden ontworpen, vervaardigd, geïnstalleerd, onderhouden, beschermd tegen ongeoorloofde elektronische interferentie en gebruikt dat hun geschiktheid voor het beoogde doel gewaarborgd is.

Amendement    373

Voorstel voor een verordening

Bijlage VIII – punt 6 – punt 6.2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6.2 bis.  Personeel dat betrokken is bij veiligheidsgerelateerde taken voor het verlenen van luchtverkeersbeheers-/luchtvaartnavigatiediensten moet worden opgeleid en met regelmatige tussenpozen gecontroleerd om een adequaat bekwaamheidsniveau te bereiken en te handhaven teneinde de hun toegewezen veiligheidstaken te kunnen vervullen.

Amendement    374

Voorstel voor een verordening

Bijlage IX – punt 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  Een persoon die vluchten uitvoert met onbemande luchtvaartuigen moet op de hoogte zijn van de toepasselijke EU- en nationale regels voor de geplande vluchtuitvoering, met name op het gebied van veiligheid, privacy, gegevensbescherming, aansprakelijkheid, verzekering, beveiliging of milieubescherming. De persoon moet in staat zijn te garanderen dat de vluchtuitvoering veilig plaatsvindt en dat een veilige afstand wordt aangehouden tussen het onbemande luchtvaartuig, mensen op de grond en andere luchtruimgebruikers. Dit houdt ook in dat hij vertrouwd moet zijn met de instructies van de fabrikant en met alle relevante functies van het onbemande luchtvaartuig, alsmede met de toepasselijke luchtverkeersregels en ATM/ANS-procedures.

a)  Een piloot op afstand moet op de hoogte zijn van de toepasselijke EU- en nationale regels voor de geplande vluchtuitvoering, met name op het gebied van veiligheid, privacy, gegevensbescherming, aansprakelijkheid, verzekering, beveiliging en milieubescherming. De piloot op afstand moet in staat zijn te garanderen dat de vluchtuitvoering veilig plaatsvindt en dat een veilige afstand wordt aangehouden tussen het onbemande luchtvaartuig, mensen op de grond en andere luchtruimgebruikers. Dit houdt ook in dat hij een goede kennis moet hebben van de instructies van de fabrikant, van veilig en milieuvriendelijk gebruik van onbemande luchtvaartuigen in het luchtruim, en van alle relevante functies van het onbemande luchtvaartuig, alsmede van de toepasselijke luchtverkeersregels en ATM/ANS-procedures.

Amendement    375

Voorstel voor een verordening

Bijlage IX – punt 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  Een onbemand luchtvaartuig moet zodanig zijn ontworpen en vervaardigd dat het geschikt is voor zijn toepassing en kan worden bediend, afgesteld en onderhouden zonder personen in gevaar te brengen wanneer het luchtvaartuig wordt gebruikt voor de vluchtuitvoeringen waarvoor het is bestemd.

b)  Een onbemand luchtvaartuig moet zodanig zijn ontworpen en vervaardigd dat het geschikt is voor zijn toepassing en kan worden bediend, afgesteld en onderhouden zonder personen in gevaar te brengen.

Amendement    376

Voorstel voor een verordening

Bijlage IX – punt 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  Indien risico's met betrekking tot veiligheid, privacy, bescherming van persoonsgegevens, beveiliging of het milieu die voortvloeien uit de vluchtuitvoering moeten worden beperkt, moet het onbemande luchtvaartuig specifieke kenmerken en functies daarvoor hebben, waarbij rekening wordt gehouden met de beginselen van privacy en bescherming van persoonsgegevens "by design en by default". Al naargelang de behoeften moeten deze kenmerken en functies het mogelijk maken het luchtvaartuig gemakkelijk te identificeren en gemakkelijk de aard en het doel van de vluchtuitvoering vast te stellen; deze kenmerken en functies moeten er ook voor zorgen dat de toepasselijke beperkingen, verboden of voorwaarden worden nageleefd, met name met betrekking tot de vluchtuitvoering in bepaalde geografische zones, verder dan een bepaalde afstand verwijderd van de exploitant of op bepaalde hoogtes.

c)  Om risico's met betrekking tot veiligheid, privacy, bescherming van persoonsgegevens, beveiliging of het milieu die voortvloeien uit de vluchtuitvoering te beperken, moet het onbemande luchtvaartuig specifieke kenmerken en functies daarvoor hebben, waarbij rekening wordt gehouden met de beginselen van privacy en bescherming van persoonsgegevens "by design en by default". Deze kenmerken en functies moeten het mogelijk maken het luchtvaartuig gemakkelijk te identificeren en gemakkelijk de aard en het doel van de vluchtuitvoering vast te stellen; deze kenmerken en functies moeten er ook voor zorgen dat de toepasselijke beperkingen, verboden of voorwaarden, met inbegrip van detectie- en vermijdingssystemen, worden nageleefd, met name met betrekking tot de vluchtuitvoering in bepaalde geografische zones (zoals chemische fabrieken, kerncentrales, industrie- en luchtvaartterreinen) verder dan een bepaalde afstand verwijderd van de exploitant of op bepaalde hoogtes.

Amendement    377

Voorstel voor een verordening

Bijlage IX – punt 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  Het in artikel 47, lid 1, onder f bis) bedoelde registratiesysteem voldoet aan de voorschriften inzake gegevensbeveiliging en privacy, waaronder Richtlijn 95/46/EG betreffende de gegevensbescherming, het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dat verankerd is in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het recht op bescherming van persoonsgegevens dat verankerd is in artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Het registratiesysteem moet ervoor zorgen dat waarborgen inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming zijn ingebed volgens de beginselen van noodzakelijk en evenredigheid.

Amendement    378

Voorstel voor een verordening

Bijlage IX – punt 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De volgende eisen moeten worden nageleefd om een voldoende hoog niveau van veiligheid voor mensen op de grond en andere luchtruimgebruikers te garanderen tijdens vluchtuitvoeringen met onbemande luchtvaartuigen, rekening houdende met het risiconiveau van de vluchtuitvoering, voor zover nodig:

De volgende eisen moeten worden nageleefd om een hoog, uniform niveau van veiligheid voor mensen op de grond en andere luchtruimgebruikers te garanderen tijdens vluchtuitvoeringen met onbemande luchtvaartuigen, rekening houdende met het risiconiveau van de vluchtuitvoering, voor zover nodig:

Amendement    379

Voorstel voor een verordening

Bijlage IX – punt 2 – punt 2.1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  Om een cultuur van veiligheid en milieuvriendelijkheid voor de gebruiker te waarborgen, moeten alle onbemande luchtvaartuigen vergezeld gaan van folders en de belangrijkste informatie uit die folders moet in alle vormen van reclame, ook op internet, worden herhaald;

Amendement    380

Voorstel voor een verordening

Bijlage IX – punt 2 – punt 2.3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een persoon die een onbemand luchtvaartuig bedient, moet over de vereiste kennis en vaardigheden beschikken om de veiligheid van de vluchtuitvoering te garanderen, in verhouding tot het risico dat verbonden is aan het type vluchtuitvoering. Deze persoon moet ook aantonen dat hij medisch geschikt is, als dit nodig is om de risico's van de desbetreffende vluchtuitvoering te beperken.

Een piloot op afstand moet over de vereiste kennis en vaardigheden beschikken om de veiligheid van de vluchtuitvoering te garanderen, in verhouding tot het risico dat verbonden is aan het type vluchtuitvoering. Voor vluchtuitvoeringen van commerciële aard en vluchtuitvoeringen waarvoor een certificaat of verklaring vereist is, moet aan de piloot op afstand op aanvraag een vliegbewijs voor onbemande luchtvaartuigen worden afgegeven, wanneer de aanvrager heeft aangetoond dat hij voldoet aan de voorschriften van de in artikel 47, lid 1, bedoelde gedelegeerde handelingen. Deze persoon moet ook aantonen dat hij medisch geschikt is, als dit nodig is om de risico's van de desbetreffende vluchtuitvoering te beperken.

Amendement    381

Voorstel voor een verordening

Bijlage IX – punt 2 – punt 2.4 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  Onbemande luchtvaartuigen en vluchtuitvoeringen met onbemande luchtvaartuigen moeten in overeenstemming zijn met de desbetreffende rechten die door het Unierecht worden gewaarborgd, met name het recht op privéleven en gezinsleven, zoals uiteengezet in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en het recht op bescherming van persoonsgegevens, zoals uiteengezet in artikel 8 van dat Handvest en in artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en zoals gereguleerd bij Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.

(1)

PB C ... /Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

PB C ... /Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

Het voorstel voor een verordening inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (het EASA), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 216/2008, maakt deel uit van de strategie die de Europese Commissie in december 2015 aan de Commissie TRAN van het Europees Parlement heeft voorgesteld om het concurrentievermogen van de Europese luchtvaartsector te versterken. Het voorstel bouwt voort op ruim twaalf jaar ervaring in de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 216/2008 en de daaraan voorafgaande verordening, en heeft als doel de volgende stappen te zetten in de verdere ontwikkeling van het Agentschap.

Hoewel de algemene luchtvaartveiligheid steeds als hoogste prioriteit en uiteindelijk doel wordt gezien, houdt het voorstel ook rekening met de door belanghebbenden aangegeven belangen en de algemene ontwikkelingen op het gebied van de luchtvaart. Op basis hiervan biedt het voorstel een aantal innovatieve ideeën, waaronder de toepassing van een risico- en prestatiegebaseerde benadering van veiligheidsregelgeving en de onderlinge samenhang tussen luchtvaartbeveiliging en andere technische domeinen van de verordening, zoals beveiliging van de luchtvaart of milieubescherming. Het voorstel heeft tot doel een regelgevingskader tot stand te brengen waarin nieuwe bedrijfsmodellen en opkomende technologieën, zoals onbemande luchtvaartuigen (drones), worden geïntegreerd. Aan de hand van het voorstel wil men het hoofd bieden aan het gebrek aan middelen bij sommige nationale autoriteiten. Hiertoe voorziet het in een kader voor het bijeenbrengen en uitwisselen van technische middelen tussen de nationale luchtvaartautoriteiten en het EASA. Tot slot omvat het verordeningsvoorstel nieuwe regelingen voor het coördineren en ontwikkelen van onderzoek en opleiding op luchtvaartgebied.

De rapporteur heeft uitgebreid overleg gevoerd met belanghebbenden en heeft met velen van hen ook van gedachten gewisseld over de voorgestelde verordening. De rapporteur heeft getracht de door deze belanghebbenden geuite zorgpunten in de hele voorgestelde verordening tot uiting te brengen en de verdere en effectieve betrokkenheid van de luchtvaart- en vliegtuigbouwsector te waarborgen.

De rapporteur is fervent voorstander van het EASA en meent dat dit agentschap zijn taken tot op heden succesvol heeft uitgevoerd. Hij is verheugd over de ontwikkeling van het Agentschap en heeft alle eerdere uitbreidingen van de bevoegdheden ervan gesteund. De rapporteur vindt dat het Agentschap zich in de loop der jaren heeft geprofileerd als koploper in de wereld van de luchtvaart en als erkende "tegenhanger" van de Amerikaanse Federal Aviation Administration, en dit alles met behoud van een geheel eigen karakter. Wat luchtvaartveiligheid betreft bestaat er absoluut geen speelruimte; dit basisbeginsel moet het Agentschap te allen tijde blijven volgen.

De rapporteur is van mening dat de veiligheid van de luchtvaart alleen kan worden gewaarborgd als alle rechtstreeks daarmee samenhangende problemen worden aangepakt. Hij spreekt dan ook zijn expliciete steun uit voor alle wijzigingen in het voorstel die zijn gericht op de specifieke onderlinge samenhang tussen veiligheid en beveiliging van de luchtvaart. In de bepalingen omtrent luchtvaartterreinen moet echter onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende soorten apparatuur van luchtvaartterreinen. De rapporteur heeft daarom een aantal onderverdelingen opgenomen, waaronder veiligheidsgerelateerde apparatuur en veiligheidskritieke apparatuur van luchtvaartterreinen. Hij heeft ook de bevoegdheden van het Agentschap ten aanzien van luchtvaartbeveiliging uitgebreid, met name op het gebied van cyberbeveiliging. Daarnaast heeft hij een aantal bepalingen opgenomen ten aanzien van andere onderlinge afhankelijkheden, tussen luchtvaartveiligheid en milieubescherming bijvoorbeeld.

Luchtvaartveiligheid gaat niet alleen de sector zelf aan; er is ook een rol weggelegd voor de nationale luchtvaartautoriteiten in de vorm van toezicht en een doeltreffende toepassing van de voorschriften. De rapporteur is het ermee eens dat de overdracht van bevoegdheden van een lidstaat naar het Agentschap of een andere lidstaat een realistische manier is om de bestaande situatie aan te pakken waarbij de omvang van de beschikbare middelen per nationale luchtvaartautoriteit van de lidstaten verschilt. De rapporteur heeft duidelijk aangegeven welke verantwoordelijkheden er kunnen worden overgedragen en heeft een aantal aanvullende waarborgen opgenomen met betrekking tot de procedure voor het overdragen van bevoegdheden, met name door de inhoud van het overgangsplan gedetailleerd vast te leggen. Hij vindt echter dat er nog meer kan worden gedaan om de luchtvaartveiligheid te bevorderen en stelt daarom voor dat ook nationale luchtvaartautoriteiten door het Agentschap geaccrediteerd moeten worden, net zoals nu het geval is bij gekwalificeerde instanties die taken uitvoeren namens de nationale luchtvaartautoriteiten of het Agentschap. Op basis van een dergelijk accreditatieproces zou het bestaande veiligheidsprestatieniveau van alle nationale luchtvaartautoriteiten in de EU in kaart kunnen worden gebracht. Met het oog op een doeltreffend veiligheidsbeleid is de rapporteur bovendien van mening dat de lidstaten één nationale luchtvaartautoriteit zouden moeten hebben.

Gezien de deskundigheid van het Agentschap op het gebied van luchtvaart moet het Agentschap een meer actieve en beslissende rol spelen in gevallen waarin een lidstaat besluit onmiddellijk te reageren op een ernstige veiligheidskwestie die betrekking heeft op de burgerluchtvaart en hierbij af te wijken van de toepasselijke EU-regels. Tegelijkertijd beslist het Agentschap over opt-ins met betrekking tot luchtwaardigheid, die uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van het Agentschap valt. De rapporteur is tevens van mening dat het Agentschap rechtstreeks gemachtigd moet zijn als de bevoegde autoriteit voor certificering, toezicht en handhaving ten aanzien van luchtvaartexploitanten die in meer dan één lidstaat gevestigd zijn en/of betrokken zijn bij luchtvervoersactiviteiten tussen verschillende lidstaten of buiten het grondgebied van de lidstaten.

Met betrekking tot het specifieke dronevraagstuk, een onderwerp dat de laatste tijd tot uiterst negatieve berichtgeving in de media heeft geleid en een ernstig probleem voor de luchtvaartveiligheid kan opleveren indien het niet doeltreffend wordt aangepakt, vindt de rapporteur dat de tekst van het voorstel tekortschiet. Hij stelt voor nader overleg te plegen met de belanghebbenden om zo gedetailleerdere regels op te stellen met betrekking tot drones en het veilige gebruik daarvan in een luchtruim waar zich ook bemande luchtvaartuigen bevinden. Deze regels moeten eveneens rechtszekerheid verschaffen. De verwachte ontwikkeling van de betreffende sector vraagt om strenge regels, ook met het oog op waarborging van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming.

Gelet op de substantiële, opeenvolgende uitbreidingen door de jaren heen van de bevoegdheden van het Agentschap op gebieden die niet per definitie samenhangen met luchtvaartveiligheid, vindt de rapporteur het hoog tijd evolutie ook weer te geven in de naam van het Agentschap. Hij stelt dan ook voor de naam van het Agentschap te wijzigen, zoals dat ook bij andere luchtvaartautoriteiten is gebeurd. Het algemene basisprincipe en hoofddoel van het Agentschap, namelijk luchtvaartveiligheid, blijven ongewijzigd van kracht en worden gewaarborgd door artikel 1, lid 1, van de verordening.

Met betrekking tot institutionele aangelegenheden herhaalde de rapporteur een aantal standpunten die het Parlement in het verleden al had ingenomen, bijvoorbeeld omtrent de samenstelling en stemvereisten van de raad van beheer/het dagelijks bestuur, en de verplichting van de uitvoerend directeur om voorafgaand aan zijn aanstelling of tussentijds verantwoording af te leggen aan de Commissie TRAN. De rapporteur meent daarnaast dat er slechts één kamer van beroep moet zijn om de sector niet voor onnodige kosten te stellen.

Om de internationale rol van het Agentschap te stimuleren, wees de rapporteur op de wenselijkheid van betere internationale samenwerking en de bevordering van EU-normen. Hij stelde voor om minder strenge verplichtingen te hanteren ten aanzien van de werkafspraken tussen het Agentschap en de nationale luchtvaartautoriteiten van derde landen. In antwoord op de door de sector geuite behoeften, stelde de rapporteur bovendien voor het Agentschap het recht te geven plaatselijke vestigingen op te richten in derde landen waar deze (certificerings)behoefte bij de sector bestaat.


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart

Document- en procedurenummers

COM(2015)0613 – C8-0389/2015 – 2015/0277(COD)

Datum indiening bij EP

2.12.2015

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

18.1.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

BUDG

18.1.2016

ENVI

18.1.2016

ITRE

18.1.2016

LIBE

18.1.2016

Geen advies

       Datum besluit

ENVI

22.12.2015

ITRE

28.1.2016

LIBE

2.2.2016

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Marian-Jean Marinescu

5.2.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

24.5.2016

11.7.2016

 

 

Datum goedkeuring

10.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

11

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Marie-Christine Arnautu, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Karima Delli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Bruno Gollnisch, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Renaud Muselier, Jens Nilsson, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Gabriele Preuß, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, David-Maria Sassoli, Claudia Schmidt, Jill Seymour, Claudia Țapardel, Pavel Telička, István Ujhelyi, Peter van Dalen, Wim van de Camp, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Janusz Zemke, Roberts Zīle, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Maria Grapini, Ramona Nicole Mănescu, Davor Škrlec, Matthijs van Miltenburg

Datum indiening

2.12.2016

Juridische mededeling