Procedure : 2016/2055(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0004/2017

Ingediende teksten :

A8-0004/2017

Debatten :

PV 13/02/2017 - 18
CRE 13/02/2017 - 18

Stemmingen :

PV 14/02/2017 - 8.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0022

VERSLAG     
PDF 298kWORD 56k
20.1.2017
PE 587.704v02-00 A8-0004/2017

over de rol van klokkenluiders bij de bescherming van de financiële belangen van de EU

(2016/2055(INI))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Dennis de Jong

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie constitutionele zaken
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de rol van klokkenluiders bij de bescherming van de financiële belangen van de EU

(2016/2055(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 325,

–  gezien de artikelen 22 bis, 22 ter en 22 quater van het statuut van de ambtenaren van de Europese Unie;

–  gezien zijn resolutie van 23 oktober 2013 over georganiseerde misdaad, corruptie en witwassen: aanbevelingen inzake de benodigde acties en initiatieven(1),

–  gezien het Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van haar initiatiefonderzoek OI/1/2014/PMC inzake klokkenluiders,

–  gezien Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan(2),

–  gezien artikel 9 van het Burgerrechtelijk Verdrag inzake corruptie van de Raad van Europa,

–  gezien artikel 22 bis van het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie van de Raad van Europa,

–  gezien aanbeveling CM/Rec(2014)7 van de Raad van Europa inzake de bescherming van klokkenluiders,

–  gezien de artikelen 8, 13 en 33 van het VN-Verdrag inzake corruptie,

–  gezien beginsel nr. 4 van de OESO-aanbeveling inzake ethisch gedrag in de publieke sector;

–  gezien het onderzoek van het kantoor van de Europese Ombudsman van 2 maart 2015 en de oproep aan de EU-instellingen om de vereiste regelgeving met betrekking tot klokkenluiders aan te nemen,

–  gezien de publicatie van de OESO getiteld "Committing to effective whistle-blower protection",

–  gezien de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Guja v. Moldavië, verzoekschrift nr. 14277/04 of 12 februari 2008,

–  gezien artikel 6 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie constitutionele zaken (A8-0004/2017),

A.  overwegende dat het Parlement in de context van de kwijtingsprocedure zoveel mogelijk informatie nodig heeft over eventuele onregelmatigheden; overwegende dat het Parlement bij onregelmatigheden binnen de instellingen recht heeft op volledige toegang tot informatie, opdat het met volledige kennis van zaken de kwijtingsprocedure kan uitvoeren;

B.  overwegende dat de Europese Rekenkamer het Parlement van een uitstekend uitgangspunt voorziet voor diens onderzoek, maar niet alle afzonderlijke uitgaven zelf kan controleren;

C.  overwegende dat de Commissie en de overige EU-instellingen informatieverslagen over hun uitgaven aan het Parlement voorleggen, maar dat zij ook op officiële verslagleggingsmechanismen vertrouwen;

D.  overwegende dat de vele fondsen van de Unie onder gedeeld beheer door de Commissie en de lidstaten vallen, waardoor het voor de Commissie niet eenvoudig is verslag uit te brengen over onregelmatigheden bij individuele projecten;

E.  overwegende dat het Parlement met regelmaat informatie van individuele burgers of niet-gouvernementele organisaties ontvangt over onregelmatigheden in verband met individuele projecten die volledig of gedeeltelijk uit de Uniebegroting worden gefinancierd;

F.  overwegende dat klokkenluiders dan ook een belangrijke rol spelen bij het voorkomen, opsporen en melden van onregelmatigheden met betrekking tot uitgaven uit de EU-begroting, alsook bij het identificeren en openbaar maken van gevallen van corruptie; overwegende dat er een cultuur van vertrouwen met betrekking tot het Europese algemeen belang moet worden ontwikkeld en bevorderd, die ervoor zorgt dat zowel EU-functionarissen en ander EU-personeel als het brede publiek zich beschermd voelen door goed bestuur, en die laat zien dat de EU-instellingen eventuele klokkenluiders helpen, beschermen en aanmoedigen;

G.  overwegende dat het bijgevolg essentieel is dat snel een horizontaal rechtskader gecreëerd wordt, waarin rechten en plichten worden vastgesteld, teneinde klokkenluiders in de hele Unie en in alle EU-instellingen te beschermen (bescherming van de anonimiteit, bieden van juridische, psychologische en, waar nodig, financiële ondersteuning, toegang tot verschillende informatiekanalen, mechanismen voor snelle respons enz.);

H.  overwegende dat de meeste EU-lidstaten het VN-Verdrag tegen corruptie hebben geratificeerd, waardoor zij verplicht zijn passende en doeltreffende bescherming voor klokkenluiders te verstrekken;

I.  overwegende dat klokkenluiders een essentiële bron van informatie zijn in de strijd tegen de georganiseerde misdaad en in het onderzoek naar corruptie in de overheidssector;

J.  overwegende dat klokkenluiders vooral een belangrijke rol spelen als het gaat om het opsporen en melden van corruptie en fraude, daar de rechtstreeks bij zulke criminele praktijken betrokken partijen actief zullen proberen deze activiteiten aan officiële verslagleggingsmechanismen te onttrekken;

K.  overwegende dat klokkenluiden, gebaseerd op de beginselen van transparantie en integriteit, van essentieel belang is; overwegende dat de bescherming van klokkenluiders daarom door de wet moet worden gegarandeerd en in de hele EU moet worden versterkt, op voorwaarde dat hun activiteiten de bescherming van het publieke belang tot doel hebben en zijzelf te goeder trouw handelen, volgens de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;

L.  overwegende dat de autoriteiten het vermogen van klokkenluiders en journalisten om illegale, onwettelijke of schadelijke praktijken aan het licht te brengen en aan te tonen niet mogen beperken of verminderen, op voorwaarde dat deze informatie te goeder trouw onthuld wordt en het publieke belang een prioriteit is;

M.  overwegende dat alle EU-instellingen sinds 1 januari 2014 verplicht zijn interne regels in te voeren ter bescherming van klokkenluiders die als functionaris bij een EU-instelling werken, overeenkomstig de artikelen 22 bis, 22 ter en 22 quater van het ambtenarenstatuut, en dat de werkgroep van de interinstitutionele voorbereidingscommissie voor zaken betreffende het ambtenarenstatuut, die zich bezighoudt met de bescherming van klokkenluiders, haar werkzaamheden nog niet heeft afgerond; overwegende dat deze werkgroep zich ook moet bezighouden met de beoordeling van de situatie van klokkenluiders die binnen de instellingen negatieve gevolgen hebben ondervonden, opdat optimale praktijken op basis van opgedane ervaringen kunnen worden ingevoerd; overwegende dat in deze interne regels rekening moet worden gehouden met de hiërarchie en met de specifieke kenmerken van de verschillende statutaire categorieën;

N.  overwegende dat bescherming van klokkenluiders op lidstaatniveau niet in alle lidstaten geïmplementeerd noch geharmoniseerd is, hetgeen betekent dat, zelfs al staan de financiële belangen van de Europese Unie op het spel, het voor klokkenluiders persoonlijk en professioneel riskant kan zijn om het Parlement van informatie over onregelmatigheden te voorzien; overwegende dat precies deze angst voor de gevolgen door het gebrek aan bescherming, evenals de overtuiging dat geen actie zal worden ondernomen, ertoe leiden dat onregelmatigheden vaak niet worden gemeld, en de financiële belangen van de EU aldus worden ondermijnd;

O.  overwegende dat moet worden gegarandeerd dat elke vorm van vergelding jegens klokkenluiders op adequate wijze wordt gestraft;

P.  overwegende dat het Parlement de Commissie in zijn resolutie van 23 oktober 2013 heeft verzocht vóór eind 2013 een wetgevingsvoorstel in te dienen voor een doeltreffend en breed opgezet Europees programma ter bescherming van klokkenluiders in de publieke en de private sector, teneinde personen te beschermen die inefficiënt beheer en onregelmatigheden vaststellen en gevallen van nationale en grensoverschrijdende corruptie met betrekking tot de financiële belangen van de EU melden; overwegende dat het Parlement daarnaast de lidstaten heeft verzocht te voorzien in passende en doeltreffende bescherming voor klokkenluiders;

Q.  overwegende dat de EU-wetgever reeds voorzien heeft in de bescherming van klokkenluiders in sectorale instrumenten, zoals Richtlijn 2013/30/EU betreffende de veiligheid van offshore olie- en gasactiviteiten, Verordening (EU) nr. 596/2014 betreffende marktmisbruik, Richtlijn (EU) 2015/879 inzake het witwassen van geld of terrorismefinanciering en Verordening (EU) nr. 376/2014 inzake het melden van voorvallen;

R.  overwegende dat bescherming van klokkenluiders in de Unie nog dringender is geworden nu de richtlijn inzake bedrijfsgeheimen de rechten van klokkenluiders inperkt en daarmee mogelijk een onbedoeld afschrikkend effect heeft op personen die onregelmatigheden willen melden welke verband houden met EU-middelen waarvan individuele bedrijven hebben geprofiteerd;

S.  overwegende dat er reeds belangrijk werk is verricht door internationale organisaties als de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) en de Raad van Europa, die aanbevelingen hebben opgesteld met betrekking tot de bescherming van klokkenluiders;

T.  overwegende dat volgens de OESO meer dan een derde van de organisaties met een meldingsmechanisme geen schriftelijk vastgelegd beleid had voor de bescherming van klokkenluiders tegen vergelding, of geen weet had van een dergelijk beleid;

U.  overwegende dat niet-gouvernementele organisaties zoals Transparancy International, Whistleblowing International Network enz. eveneens internationale beginselen voor klokkenluiderswetgeving hebben ontwikkeld die als inspiratiebron voor EU-initiatieven op dit gebied zouden kunnen dienen;

V.  overwegende dat het kantoor van de Europese Ombudsman een duidelijke bevoegdheid heeft wat betreft het onderzoeken van klachten van EU-burgers over wanbeheer in de EU-instellingen, maar zelf geen rol speelt bij de bescherming van klokkenluiders in de lidstaten;

W.  overwegende dat in het statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, in hun meest recente versie, die sinds 1 januari 2014 van kracht is, verschillende bepalingen met betrekking tot klokkenluiders zijn opgenomen;

X.  overwegende dat de bescherming van klokkenluiders essentieel is om het algemeen belang en de financiële belangen van de Unie te vrijwaren, en om een cultuur van publieke verantwoordingsplicht en integriteit in zowel publieke als private instellingen te bevorderen;

Y.  overwegende dat werknemers in vele jurisdicties, en met name in de private sector, een geheimhoudingsplicht hebben met betrekking tot bepaalde informatie, wat betekent dat klokkenluiders gestraft kunnen worden voor rapportering buiten hun organisatie;

1.  betreurt het dat de Commissie tot dusver geen wetgevingsvoorstellen heeft ingediend voor het opstellen van een minimumniveau van bescherming voor Europese klokkenluiders;

2.  dringt er bij de Commissie op aan een wetgevingsvoorstel in te dienen voor een doeltreffend en breed opgezet Europees programma ter bescherming van klokkenluiders, met inbegrip van mechanismen voor bedrijven, overheidsorganen en organisaties zonder winstoogmerk, en verzoekt de Commissie met name nog voor het einde van dit jaar een wetgevingsvoorstel ter bescherming van klokkenluiders in te dienen als onderdeel van de noodzakelijke maatregelen op het gebied van voorkoming en bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, met het doel in de lidstaten en in alle instellingen, organen, kantoren en agentschappen van de Unie doeltreffende en gelijkwaardige bescherming te bieden;

3.  stelt dat klokkenluiders een essentiële rol vervullen als hulp voor de lidstaten en de EU-instellingen bij het voorkomen en aanpakken van elke inbreuk op het beginsel van integriteit en elke vorm van machtsmisbruik die een bedreiging of aantasting vormt van de volksgezondheid en openbare veiligheid, de financiële integriteit, de economie, de mensenrechten, het milieu of de rechtsstaat op Europees en nationaal niveau, of die tot een toename van de werkloosheid leidt, eerlijke concurrentie beperkt of verstoort en het vertrouwen van burgers in democratische instellingen en procedures op de helling zet; benadrukt dat klokkenluiders in dit opzicht in grote mate bijdragen aan het vergroten van de democratische kwaliteit van en het vertrouwen in overheidsinstellingen, door deze rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de burger en transparanter te maken;

4.  merkt op dat zowel de klokkenluiders als het betrokken overheidsorgaan of de publieke instantie de rechtsbescherming moeten genieten die wordt gewaarborgd door het EU-Handvest van de grondrechten en door nationale wettelijke bepalingen;

5.  brengt in herinnering dat de lidstaten, als eerste ontvangers van EU-middelen, de plicht hebben de rechtsgeldigheid van de manier waarop deze middelen worden besteed te toetsen;

6.  merkt op dat slechts enkele lidstaten voldoende geavanceerde beschermingsstelsels voor klokkenluiders hebben ingevoerd; verzoekt de lidstaten die de beginselen ter bescherming van klokkenluiders nog niet in hun nationale wetgeving hebben aangenomen, dit zo snel mogelijk te doen;

7.  roept de lidstaten op doeltreffende regels ter bestrijding van corruptie te handhaven en tegelijkertijd de Europese en internationale normen en richtsnoeren betreffende de bescherming van klokkenluiders naar behoren toe te passen in hun nationale wetgeving;

8.  betreurt het dat veel lidstaten nog steeds geen specifieke regels ter bescherming van klokkenluiders hebben ingevoerd, terwijl de bescherming van klokkenluiders hard nodig is voor het voorkomen en bestrijden van corruptie, en ondanks het feit dat de bescherming van klokkenluiders wordt aanbevolen in artikel 33 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie;

9.  benadrukt dat klokkenluiden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie het onthullen of rapporteren van wandaden is, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, corruptie, fraude, belangenconflicten, belastingontduiking en -ontwijking, witwassen van geld, infiltratie door de georganiseerde misdaad en handelingen om het voorgaande te verheimelijken;

10.  acht het noodzakelijk een ethisch klimaat te bevorderen dat ertoe bijdraagt dat klokkenluiders niet worden geconfronteerd met represailles of interne conflicten;

11.  herinnert aan het feit dat een klokkenluider geacht wordt onregelmatigheden die de financiële belangen van de EU betreffen, te melden, en dat klokkenluiders altijd met de bevoegde EU-autoriteiten moeten zouden samenwerken door informatie door te geven;

12.  benadrukt dat klokkenluiders vaak meer dan buitenstaanders toegang hebben tot gevoelige informatie, en het dus waarschijnlijker is dat hun loopbaan daar gevolgen van ondervindt of hun persoonlijke veiligheid in gevaar komt, al is deze beschermd door artikel 6 van het Handvest van de grondrechten van de EU;

13.  onderstreept dat de definitie van klokkenluiden ook de bescherming inhoudt van degenen die informatie onthullen in de redelijke veronderstelling dat deze informatie op het moment van de onthulling juist is, alsmede van degenen die onbedoeld onjuiste onthullingen doen;

14.  onderstreept de rol van de onderzoeksjournalistiek en verzoekt de Commissie in haar voorstel voor onderzoeksjournalisten dezelfde bescherming te waarborgen als voor klokkenluiders;

15.  merkt op dat er een onafhankelijk informatieverzamelings-, advies- en verwijzingsorgaan van de EU met kantoren in de lidstaten nodig is dat in een positie is om meldingen van onregelmatigheden te ontvangen, met voldoende begrotingsmiddelen, adequate bevoegdheden en passende specialisten, om interne en externe klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden; meent dat deze instelling in een eerste fase haar werkzaamheden moet baseren op een betrouwbare controle van de ontvangen informatie;

16.  roept de EU-instellingen op om in samenwerking met de relevante nationale autoriteiten de nodige maatregelen te ontwikkelen en uit te voeren om de geheimhouding van informatiebronnen te verzekeren en aldus discriminatie en bedreigingen te voorkomen;

17.  verwelkomt het besluit van de Europese Ombudsman uit 2014 om op eigen initiatief een onderzoek naar de bescherming van klokkenluiders te openen, gericht aan de EU-instellingen, en neemt met instemming kennis van de zeer positieve gevolgen van dit onderzoek; verzoekt deze instellingen en andere EU-organen die de richtsnoeren naar aanleiding van de conclusies van het onderzoek nog niet hebben toegepast, om dit zonder uitstel te doen;

18.  verzoekt de EU-instellingen de aandacht te vestigen op de ernstige zorgen van weerloze klokkenluiders; spoort de Commissie daarom aan met een uitvoerig actieplan voor dit onderwerp te komen;

19.  verzoekt om het instellen van een speciale afdeling binnen het Parlement, met een meldlijn en specifieke faciliteiten (b.v. een hotline, websites, contactpunten) voor het ontvangen van informatie van klokkenluiders met betrekking tot de financiële belangen van de Unie, die tevens voorziet in advies en hulp wat betreft hun bescherming tegen eventuele vergeldingsmaatregelen, totdat er een onafhankelijke EU-instelling zoals in lid 4 genoemd in het leven is geroepen;

20.  dringt erop aan dat er een website gelanceerd wordt voor het indienen van klachten; benadrukt dat deze website toegankelijk moet zijn voor het publiek en dat gegevens anoniem moeten blijven;

21.  spoort de Commissie aan te voorzien in een duidelijk juridisch kader dat waarborgt dat personen die illegale of onethische activiteiten aan het licht brengen tegen vergelding of vervolging beschermd worden;

22.  roept de Commissie op concrete voorstellen te presenteren om personen die illegale of onregelmatige praktijken aan het licht brengen in alle opzichten te beschermen en daarnaast een breed plan op te stellen ter ontmoediging van overdrachten van activa naar landen buiten de EU die de anonimiteit van corrupte personen beschermen;

23.  benadrukt dat de toegankelijkheid, veiligheid en betrouwbaarheid van meldingsmechanismen gewaarborgd moeten zijn en dat de beweringen van klokkenluiders professioneel onderzocht moeten worden;

24.  roept de Commissie, en het kantoor van de Europese openbaar aanklager voor zover dit bij diens oprichting onder zijn bevoegdheid valt, op om vergelijkbare procedures in te voeren voor het ontvangen en beschermen van klokkenluiders die met informatie komen over onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie en één enkel werkprotocol voor de bescherming van klokkenluiders in te voeren;

25.  verzoekt alle EU-instellingen en -organen om de nodige maatregelen te treffen om erkenning en eerbiediging van en consideratie met klokkenluiders te waarborgen in alle zaken waar zij bij betrokken zijn of geweest zijn, en die als dusdanig erkend zijn door het Hof van Justitie van de Europese Unie, en wijst erop dat dit ook met terugwerkende kracht moet gelden; verzoekt hen bovendien om publieke en voldoende onderbouwde rapportering over alle uitspraken die betrekking hebben op de instelling als geheel;

26.  roept de Commissie en de lidstaten op om het Parlement alle informatie met betrekking tot schade voor de financiële belangen van de Unie te doen toekomen die zij van klokkenluiders ontvangen en in de jaarlijkse activiteitenverslagen een hoofdstuk op te nemen over hun meldingen en de follow-up hiervan; roept op tot maatregelen op EP-niveau om de correctheid van de informatie na te gaan zodat er toereikende maatregelen kunnen worden getroffen;

27.  roept de Commissie op een publieke raadpleging van belanghebbenden te houden, teneinde hun mening te vernemen over de meldingsmechanismen en eventuele tekortkomingen van de procedures op nationaal niveau; de resultaten van de publieke raadpleging zullen voor de Commissie een waardevolle bijdrage vormen bij de voorbereiding van haar toekomstige voorstel inzake klokkenluiders;

28.  verzoekt het onafhankelijke EU-orgaan en, zolang dit orgaan niet is opgericht, het Europees bureau voor fraudebestrijding een jaarlijks evaluatieverslag met betrekking tot de bescherming van klokkenluiders in de Europese Unie op te stellen en te publiceren;

29.  verzoekt daarnaast de Rekenkamer in haar jaarverslag een specifiek hoofdstuk op te nemen over de rol van klokkenluiders bij de bescherming van de financiële belangen van de Unie;

30.  nodigt de EU-agentschappen uit om een schriftelijk beleid vast te leggen voor de bescherming van klokkenluiders tegen vergelding;

31.  is ingenomen met het feit dat het Parlement, de Commissie, de Raad van de Europese Unie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Rekenkamer, de Europese Dienst voor extern optreden, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming interne regels voor de bescherming van klokkenluiders hebben ingevoerd, in overeenstemming met de artikelen 22 bis, 22 ter en 22 quater van het statuut van de ambtenaren; spoort alle instellingen aan ervoor te zorgen dat de door hen vastgestelde interne regels voor de bescherming van klokkenluiders solide en breed opgezet zijn;

32.  moedigt de lidstaten aan om gegevens, benchmarks en indicatoren met betrekking tot het klokkenluidersbeleid in zowel de publieke als de particuliere sector te ontwikkelen;

33.  wijst erop dat in Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2015/2392 van de Commissie meldingsprocedures, vereisten voor het registreren van meldingen en beschermingsmaatregelen voor klokkenluiders zijn neergelegd; onderstreept hoe belangrijk het is te waarborgen dat klokkenluiders overtredingen op vertrouwelijke wijze kunnen melden en dat hun anonimiteit naar behoren en volledig gegarandeerd is, ook in de digitale omgeving, maar betreurt het dat dit een van de weinige stukken sectorale wetgeving is waarin bepalingen betreffende klokkenluiders zijn opgenomen;

34.  spoort de Commissie aan onderzoek te verrichten naar de beste praktijken uit programma's voor klokkenluiders die in andere landen in de wereld van kracht zijn; wijst erop dat in sommige bestaande regelingen wordt voorzien in financiële beloningen voor klokkenluiders (zoals een percentage van de opgelegde sancties); is van oordeel dat hierbij weliswaar voorzichtigheid aan de dag moet worden gelegd om mogelijk misbruik te voorkomen, maar dat dergelijke beloningen een belangrijke vorm van inkomsten kan zijn voor klokkenluiders die als gevolg van hun handelen hun baan hebben verloren;

35.  verzoekt de lidstaten zich te onthouden van criminalisering van het handelen van klokkenluiders wanneer deze informatie onthullen over illegale activiteiten of onregelmatigheden die ingaan tegen de financiële belangen van de EU;

36.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB C 208 van 10.6.2016, blz. 89.

(2)

PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1.


TOELICHTING

In het werk van de Commissie Begrotingscontrole is de rol van klokkenluiders al jarenlang een belangrijk vraagstuk. In 2011 gaf de commissie een studie in opdracht over "Corruptie en belangenconflicten in de Europese instellingen: de doeltreffendheid van het systeem van klokkenluiders", die een aantal aanbevelingen bevatte ten aanzien van de rechten en plichten van personeelsleden van de EU op dit gebied.

Voor de commissie zijn niet alleen EU-personeelsleden die onregelmatigheden melden van belang, maar ook externe klokkenluiders. Terwijl het herziene personeelsstatuut van de EU bepalingen over de bescherming van klokkenluiders bevat, hangt het voor andere klokkenluiders van de nationale wetgeving af of, en in hoeverre, zij bescherming genieten. De situatie verschilt van lidstaat tot lidstaat. Er zijn dus een wetgevingsinstrument en een onafhankelijke Europese instelling nodig die ook externe klokkenluiders beschermen wanneer het om de financiële belangen van de Unie gaat.

Uiteraard zijn klokkenluiders belangrijk om onregelmatigheden in bredere zin te melden, ook als het niet rechtstreeks de financiële belangen van de Unie betreft. De rapporteur is van mening dat de bescherming van klokkenluiders ook in algemenere zin moet worden geregeld. Hij is op de hoogte van initiatieven waarbij de Commissie is verzocht een voorstel uit te werken op basis van met name de artikelen 151 en 153, lid 2, onder b), VWEU dat klokkenluiders meer in het algemeen beschermt, althans als het om werknemers gaat.

Onderhavig verslag staat dergelijke bredere initiatieven niet in de weg. Zowel de rechtsgrondslag als het toepassingsgebied zijn anders, maar de definitie van klokkenluiden en de belangrijkste instrumenten kunnen helpen om een solide basis voor een breder wetgevingsvoorstel te leggen.


ADVIES van de Commissie constitutionele zaken (21.10.2016)

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake de rol van klokkenluiders bij de bescherming van de financiële belangen van de EU

(2016/2055(INI))

Rapporteur voor advies: Morten Messerschmidt

SUGGESTIES

De Commissie constitutionele zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  stelt dat klokkenluiders een essentiële rol vervullen als hulp voor de lidstaten en de EU-instellingen bij het voorkomen en aanpakken van elke inbreuk op het beginsel van integriteit en elke vorm van machtsmisbruik die een bedreiging of aantasting vormt van de volksgezondheid en openbare veiligheid, de financiële integriteit, de economie, de mensenrechten, het milieu of de rechtsstaat op Europees en nationaal niveau, of die tot een toename van de werkloosheid leiden, eerlijke concurrentie beperken of verstoren en het vertrouwen van burgers in democratische instellingen en procedures op de helling zetten; benadrukt dat klokkenluiders in dit opzicht in grote mate bijdragen aan het vergroten van de democratische kwaliteit van en het vertrouwen in overheidsinstellingen, door deze rechtstreeks verantwoording te laten afleggen aan de burger en transparanter te maken;

2.  merkt op dat zowel de klokkenluiders als het betrokken overheidsorgaan of de publieke instantie de rechtsbescherming moeten genieten die wordt gewaarborgd door het Europees Handvest van de grondrechten en nationale wettelijke bepalingen;

3.  wijst erop dat de EU-instellingen krachtens artikel 22 quater van het statuut van de ambtenaren verplicht zijn om interne regels met betrekking tot klokkenluiders in te voeren waarmee wordt voorzien in de bescherming van klokkenluiders die verondersteld misbruik melden, alsook van hun rechten en belangen, en waarmee tevens wordt voorzien in beschermings- en preventiemaatregelen en in passende rechtsmiddelen tegen mogelijke represailles door de instelling waarvoor ze werken;

4.  betreurt dat niet alle EU-instellingen en -instanties de regels hebben vastgesteld; verzoekt hen derhalve deze regels ter bescherming van klokkenluiders onverwijld vast te stellen en toe te passen;

5.  brengt in herinnering dat de lidstaten, als eerste ontvangers van EU-middelen, de plicht hebben de rechtsgeldigheid van de manier waarop deze middelen worden besteed te toetsen;

6.  acht het noodzakelijk een ethisch klimaat te bevorderen dat ertoe bijdraagt dat klokkenluiders niet worden geconfronteerd met represailles of interne conflicten;

7.  neemt er nota van dat de Commissie in haar corruptiebestrijdingsverslag van de EU verklaart dat de lidstaten weliswaar beschikken over zo goed als alle noodzakelijke rechtsinstrumenten en instellingen ter bestrijding van corruptie, maar dat dit niet overal in de EU tot bevredigende resultaten leidt; verzoekt de lidstaten daarom concrete inspanningen te doen om deze instrumenten en instellingen voldoende capaciteit te geven en hun efficiëntie te verbeteren; stelt met bezorgdheid vast dat regels inzake corruptiebestrijding niet altijd even streng worden gehandhaafd, dat structurele problemen niet doeltreffend genoeg worden aangepakt en dat de betrokken instellingen niet altijd over voldoende capaciteit beschikken om de regels te handhaven, dat tussen intentieverklaringen en concrete resultaten nog steeds een grote kloof gaapt en dat de oprechte politieke wil om corruptie uit te roeien vaak lijkt te ontbreken; roept de lidstaten dan ook op doeltreffende regels ter bestrijding van corruptie te handhaven en tegelijkertijd de Europese en internationale normen en richtsnoeren betreffende de bescherming van klokkenluiders naar behoren toe te passen in hun nationale wetgeving;

8.  verzoekt de Commissie met het oog op grotere transparantie met wetgeving te komen om te zorgen voor volledige toegang tot documenten en om de strijd aan te gaan met corruptie, met inbegrip van activiteiten die verband houden met de maffia; vindt het essentieel dat wetgevingsbepalingen die moeten zorgen voor grotere transparantie en traceerbaarheid van geldstromen, in het bijzonder met betrekking tot EU-middelen, worden aangescherpt, onder meer door middel van een definitieve audit om na te gaan of de middelen naar behoren zijn gebruikt;

9.  betreurt het dat vele lidstaten nog steeds geen specifieke regels ter bescherming van klokkenluiders hebben ingevoerd, terwijl de bescherming van klokkenluiders zo hard nodig is voor het voorkomen en bestrijden van corruptie, en ondanks het feit dat de bescherming van klokkenluiders wordt aanbevolen in artikel 33 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie;

10.  wijst erop dat in Richtlijn (EU) 2015/2392 van de Commissie meldingsprocedures, vereisten voor het registreren van meldingen en beschermingsmaatregelen voor klokkenluiders zijn vastgelegd; onderstreept hoe belangrijk het is te waarborgen dat klokkenluiders overtredingen op vertrouwelijke wijze kunnen melden en dat hun anonimiteit naar behoren en volledig gegarandeerd is, ook in de digitale omgeving, maar betreurt dat dit een van de weinige stukken sectorale wetgeving is waarin bepalingen betreffende klokkenluiders zijn opgenomen;

11.  verzoekt de Commissie een EU-rechtskader tot stand te brengen met betrekking tot de bescherming van klokkenluiders om hen betere bescherming te bieden in de lidstaten;

12.  spoort de Commissie aan onderzoek te verrichten naar de beste praktijken uit programma's voor klokkenluiders die in andere landen overal ter wereld van kracht zijn; wijst erop dat in sommige bestaande regelingen wordt voorzien in financiële beloningen voor klokkenluiders (zoals een percentage van de gevorderde sancties); is van oordeel dat hierbij weliswaar voorzichtigheid aan de dag moet worden gelegd om mogelijk misbruik te voorkomen, maar dat dergelijke beloningen een belangrijke vorm van inkomsten kan zijn voor klokkenluiders die als gevolg van hun handelen hun baan hebben verloren;

13.  verzoekt de lidstaten zich te onthouden van criminalisering van het handelen van klokkenluiders wanneer deze informatie onthullen over illegale activiteiten of onregelmatigheden die ingaan tegen de financiële belangen van de EU;

14.  betreurt het besluit van de Commissie om een hoofdstuk over de EU-instellingen te schrappen uit haar verslag over corruptie in de lidstaten en verzoekt de Commissie dan ook opnieuw een hoofdstuk over dit belangrijke aspect in het verslag op te nemen;

15.  roept alle EU-instellingen op zich te buigen over het initiatiefverslag van de Ombudsman van 24 juli 2014, opgesteld overeenkomstig artikel 22 quater van het nieuwe statuut van de ambtenaren, waarin alle EU-instanties wordt verzocht ethisch bewuste mechanismen en rechtskaders met betrekking tot klokkenluiders vast te stellen die rechtstreeks zijn gebaseerd op de interne regels van de diensten van de Ombudsman; herhaalt zijn vaste voornemen om dit te doen;

16.  verzoekt de Commissie en de lidstaten specifieke beleidsmaatregelen en programma's te ontwikkelen en in te voeren om het bewustzijn aan te wakkeren met betrekking tot de maatschappelijke betekenis van klokkenluiders voor het waarborgen van de naleving van het integriteitsbeginsel, het opsporen van schendingen van grondrechten en van de rechtsstaat en het voorkomen van machtsmisbruik in onze samenleving;

17.  dringt aan op de totstandbrenging van toegankelijke, veilige en rechtstreekse kanalen voor het uitwisselen van informatie over mogelijke onregelmatigheden die de financiële belangen van de EU schaden, met gewaarborgde vertrouwelijkheid aangaande deze informatie en de klokkenluiders;

18.  is van mening dat de Commissie, om belangenconflicten te voorkomen die de publieke opinie over de integriteit van de EU-instellingen zouden kunnen ondermijnen, haar gedragscode voor commissarissen met spoed moet herzien en daarbij moet zorgen voor een grotere transparantie en een afstemming op de Verdragsregels.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.10.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mercedes Bresso, Pascal Durand, Danuta Maria Hübner, Diane James, Ramón Jáuregui Atondo, Jo Leinen, György Schöpflin, Pedro Silva Pereira, Barbara Spinelli, Kazimierz Michał Ujazdowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Isabella Adinolfi, Max Andersson, Gerolf Annemans, Charles Goerens, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Jiří Pospíšil

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Csaba Sógor


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

9.1.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Ryszard Czarnecki, Dennis de Jong, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Verónica Lope Fontagné, Dan Nica, Georgi Pirinski, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Brian Hayes, Cătălin Sorin Ivan, Benedek Jávor, Julia Pitera, Miroslav Poche, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clare Moody

Juridische mededeling