Procedure : 2016/2078(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0014/2017

Ingediende teksten :

A8-0014/2017

Debatten :

PV 13/03/2017 - 17
CRE 13/03/2017 - 17

Stemmingen :

PV 14/03/2017 - 6.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0065

VERSLAG     
PDF 393kWORD 135k
1.2.2017
PE 589.295v02-00 A8-0014/2017

over verantwoordelijk eigenaarschap en verantwoordelijke verzorging van paardachtigen

(2016/2078(INI))

Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

Rapporteur: Julie Girling

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over verantwoordelijk eigenaarschap en verantwoordelijke verzorging van paardachtigen

(2016/2078(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 39, 42 en 43 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) over de werking van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het gemeenschappelijk visserijbeleid,

–  gezien artikel 114 VWEU over de instelling en de werking van de interne markt,

–  gezien Protocol nr. 2 bij het VWEU over de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien artikel 168, lid 4, onder b), VWEU inzake maatregelen op veterinair en fytosanitair gebied die rechtstreeks gericht zijn op de bescherming van de volksgezondheid,

–  gezien artikel 13 VWEU, dat bepaalt dat bij het formuleren en uitvoeren van het beleid van de Unie op het gebied van landbouw, visserij, vervoer, interne markt en onderzoek, technologische ontwikkeling en de ruimte, de Unie en de lidstaten ten volle rekening moeten houden met hetgeen vereist is voor het welzijn van dieren als wezens met gevoel, onder eerbiediging van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en gebruiken van de lidstaten, met betrekking tot met name godsdienstige riten, culturele tradities en regionaal erfgoed,

–  gezien Verordening (EU) nr. 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid ("diergezondheidswetgeving")(1),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97(2),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden(3),

–  gezien Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren(4),

–  gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/262 van de Commissie van 17 februari 2015 tot vaststelling van voorschriften overeenkomstig de Richtlijnen 90/427/EEG en 2009/156/EG van de Raad met betrekking tot de methoden voor de identificatie van paardachtigen ("verordening paardenpaspoort")(5),

–  gezien Verordening (EU) 2016/1012 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van, de handel in en de binnenkomst in de Unie van raszuivere fokdieren, hybride fokvarkens en levende producten daarvan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 652/2014 en de Richtlijnen 89/608/EEG en 90/425/EEG van de Raad en tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierfokkerij ("fokkerijverordening"),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad(6),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad(7),

–  gezien het arrest in zaak C-424/13, Zuchtvieh-Export GmbH tegen Stadt Kempten, van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 april 2015,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

–  gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1337/2013 van de Commissie tot vaststelling van de regels voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1169/2011 wat betreft het vermelden van het land van oorsprong of de plaats van herkomst van vlees,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's met als titel "Europa, toeristische topbestemming in de wereld – een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa" (COM(2010)0352),

–  gezien de conclusies van de studie EDUCAWEL van de Commissie(8),

–  gezien de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien de Europese Overeenkomst inzake de bescherming van landbouwhuisdieren,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8-0014/2017),

A.  overwegende dat de sector paardachtigen in de EU meer dan 100 miljard euro per jaar vertegenwoordigt(9) en alleen al in 2013 goed was voor een aanvullende totale omzet van 27,3 miljard euro aan weddenschappen, waarvan 1,1 miljard euro door de nationale overheden van de lidstaten is geïnd(10);

B.  overwegende dat ongeveer 900 000 banen door de paardensportindustrie alleen worden gecreëerd en dat 5 tot 7 paardachtigen goed zijn voor één voltijdse baan, en dat deze banen, die niet verplaatsbaar zijn, zich in de plattelandsgebieden bevinden die het momenteel economisch gezien moeilijk hebben;

C.  overwegende dat de sector paardachtigen beantwoordt aan de doelstellingen van het Europese plattelandsontwikkelingsbeleid dat gebaseerd is op levensvatbaarheid van de landbouw, duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen en bevordering van de sociale inclusie in de plattelandsgemeenschappen; overwegende dat paardachtigen nog steeds veel in de landbouw worden gebruikt en voor nieuwe doeleinden worden ingezet, zoals de productie van ezelinnenmelk, en er nieuwe kansen en voordelen ontstaan voor de verdere ontwikkeling van deze producten voor producenten en consumenten;

D.  overwegende dat de sector paardachtigen actief bijdraagt aan de verwezenlijking van de Europa 2020-doelstellingen voor de totstandbrenging van een duurzame groei die enerzijds steunt op een groenere economie en anderzijds op inclusieve groei, en overwegende dat de sector paardachtigen van grote betekenis is gezien zijn essentiële bijdrage aan de ecologische, economische en sociale ontwikkeling in plattelandsgebieden;

E.  overwegende dat de Europese Unie de grootste markt voor de paardensportindustrie wereldwijd is(11);

F.  overwegende dat de naar schatting 7 miljoen paardachtigen in de EU uiterst gevarieerde rollen vervullen en van oudsher een relatie met de mens hebben, van dieren voor wedstrijden tot huisdieren, werkdieren op het gebied van vervoer, toerisme, gedrags-, revalidatie- en educatietherapieën, sport, onderwijs, bos- en landbouw, bronnen van melk en vlees, dieren voor wetenschappelijk onderzoek en wilde en halfwilde dieren; overwegende dat deze paardachtigen ook bijdragen aan de instandhouding van de biodiversiteit en duurzaamheid op het platteland en dat zij tijdens hun leven meerdere van bovengenoemde rollen kunnen vervullen;

G.  overwegende dat verantwoordelijk bezit en verzorging van paardachtigen begint met behoorlijke aandacht voor de gezondheid en de welzijnsomstandigheden van de dieren, en overwegende dat welzijnsvraagstukken dan ook centraal moeten staan bij alle activiteiten met paardachtigen; overwegende dat in de EU de regelgeving per lidstaat verschilt en overwegende dat de bestaande wetgeving binnen de EU op uiteenlopende wijze wordt uitgevoerd, met concurrentieverstoring en een verslechtering van het dierenwelzijn als gevolg;

H.  overwegende dat paardachtigen de meest vervoerde dieren in Europa zijn gemeten aan hun aantal(12) en overwegende dat EU-burgers ernstig bezorgd zijn over de vervoertijden van dieren en aandringen op kortere reistijden, daar voor het vervoer van paardachtigen van en naar de EU soms voertuigen worden gebruikt die niet geschikt zijn voor het transport van zulke dieren, en dat zij over lange afstanden over de weg, per boot en per vliegtuig worden vervoerd voordat zij hun eindbestemming bereiken;

I.  overwegende dat de gegevens over transporten van paardachtigen voor commerciële doeleinden via het geïntegreerde veterinaire computersysteem (Traces) worden geregistreerd, maar dat deze gegevens slechts jaarlijks en met een vertraging van twee jaar worden vrijgegeven;

J.  overwegende dat onmiddellijk beschikbare gegevens de bevoegde autoriteiten en andere organisaties zouden kunnen helpen om de effecten voor de diergezondheid beter te monitoren en verdere aanwijzingen van gebrekkige bioveiligheid te onderzoeken;

K.  overwegende dat er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om direct te kwantificeren hoeveel paardachtigen voor werkdoeleinden op kleine en semi-zelfvoorzieningsboerderijen – waarvan een aanzienlijk aantal in de nieuwere lidstaten is gelegen – en voor toerisme worden gebruikt;

L.  overwegende dat de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) in mei 2016 richtsnoeren ten aanzien van paardachtigen voor werkdoeleinden heeft vastgesteld(13) met betrekking tot de naleving van de vijf fundamentele vrijheden van dieren, te weten het recht om gevrijwaard te worden van honger, dorst en ondervoeding, van angst en lijden, van fysiek en thermisch ongerief en van pijn, en het recht om (zo) normaal (mogelijk) gedrag te kunnen vertonen;

M.  overwegende dat paardachtigen plaatsen en plattelandsgebieden waardevolle werkgelegenheid en inkomsten uit landbouw, paardrij-activiteiten en toerisme bieden die niet verplaatst kunnen worden, maar dat het welzijn van sommige paardachtigen in het gedrang komt en toeristen maar al te vaak onvoldoende geïnformeerd zijn om welzijnsproblemen te signaleren en te corrigeren(14);

N.  overwegende dat door de sector ingevoerde welzijnslabels het mogelijk maken een goed verloop van activiteiten te verzekeren en de nodige informatie te verstrekken aan het publiek;

O.  overwegende dat ongebreidelde, willekeurige en onverantwoordelijke fokkerij van paardachtigen kan leiden tot dieren die geen economische waarde hebben en die vaak ernstige welzijnsproblemen vertonen, in het bijzonder in tijden van economische neergang; overwegende dat het Parlement en de Raad onlangs wetgeving hebben vastgesteld waarbij de regels inzake de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van rasfokdieren, zoals paardachtigen, worden geharmoniseerd met als doel het concurrentievermogen en de organisatie van de Europese fokkerijsector te verbeteren, alsook de kwaliteit van de beschikbare informatie over fokkerijen en de identificatie van raszuivere fokdieren, met name paardachtigen;

P.   overwegende dat verwaarlozing van paardachtigen in de westelijke lidstaten sinds 2008 is toegenomen, met name wanneer zij een dure luxe en een zware financiële last zijn geworden in plaats van een bron van inkomsten; overwegende dat de Commissie en de lidstaten geen adequate en bevredigende oplossing voor dit probleem hebben gevonden;

Q.  overwegende dat zulks het vaakst voorkomt bij particuliere eigenaren en niet representatief is voor het grootste deel van de professionele paardensector in Europa;

R.  overwegende dat paardachtigen sociale dieren zijn met cognitieve vaardigheden en sterke vriendschapsbanden, en overwegende dat zij worden gebruikt in een scala van pedagogische activiteiten en opleidingsprogramma's, in therapieën en revalidatieprogramma's, waaronder op het gebied van stoornissen in het autistisch spectrum, cerebrale parese, beroertes, leer- of taalhandicaps of -problemen, re-integratie van delinquenten, psychotherapie, posttraumatische stress-stoornis en verslaving;

S.  overwegende dat eigenaars voor moeilijke beslissingen komen te staan als zij niet langer in staat zijn om goed voor hun paardachtigen te zorgen, gedeeltelijk in verband met de hoge veterinaire kosten, en overwegende dat in sommige lidstaten het laten inslapen van het dier maar al te vaak de eerste remedie is als eigenaren de veterinaire en welzijnskosten niet meer kunnen betalen; overwegende dat het in andere lidstaten alleen mogelijk is paardachtigen te laten inslapen als er een duidelijke urgente veterinaire noodzaak is, ongeacht het welzijn op lange termijn van het betrokken dier;

T.  overwegende dat paardachtigen in veel landen buiten de Unie niet worden beschouwd als voedselproducerende dieren en overwegende dat paardenvlees veelal uit deze landen wordt ingevoerd om op de EU-markt te worden aangeboden en verkocht; overwegende dat deze situatie tot welzijnsproblemen en concurrentiedistorsies leidt, omdat de EU tot dusverre niet toestaat dat vlees van Europese paarden die oorspronkelijk niet voor de vleesproductie en de slacht waren bestemd in het circuit van voor menselijke voeding bestemde levensmiddelen terechtkomt, terwijl voor vlees dat uit derde landen geïmporteerd wordt grotere flexibiliteit geldt;

1.  erkent de aanzienlijke economische, ecologische en sociale bijdrage van paardachtigen in de gehele EU, alsook de enorme culturele en educatieve waarden die hiermee verbonden zijn, zoals respect voor dieren en voor het milieu;

2.   wijst erop dat paardachtigen op boerderijen steeds meer gebruikt worden voor educatieve, sportieve, therapeutische en recreatieve doeleinden door landbouwers die hun activiteiten willen diversifiëren en hun inkomensbasis willen verbreden, en onderstreept dat de aanwezigheid van paardachtigen het voor een landbouwbedrijf gemakkelijker maakt om multifunctioneel te zijn, hetgeen de werkgelegenheid in plattelandsgebieden stimuleert en bijdraagt aan de ontwikkeling van banden tussen stad en platteland, plaatselijke duurzaamheid en cohesie;

3.  wenst dat de sector paardachtigen, die een aanzienlijke bijdrage levert aan de verwezenlijking van de algemene strategische doelstellingen van de Unie, meer erkenning krijgt op EU-niveau en beter geïntegreerd wordt in de diverse GLB-regelingen, met inbegrip van rechtstreekse steun krachtens de eerste pijler of de tweede pijler;

4.  merkt op dat een goede gezondheid en een goed welzijn van paardachtigen de economische resultaten van landbouwbedrijven en andere bedrijven vergroot en de plattelandseconomie in het algemeen ten goede komt, en tevens tegemoet komt aan de toenemende vraag van EU-burgers naar strengere normen voor de gezondheid en het welzijn van dieren;

5.  verzoekt de Commissie aan paardachtigen de status van werkdieren toe te kennen omdat zij een belangrijke rol spelen bij landbouwactiviteiten in plattelandsgebieden in Europa, met name in bergstreken en moeilijk bereikbare gebieden;

6.  benadrukt dat eigenaren van paardachtigen over een minimum aan kennis van het houden van paardachtigen moeten beschikken en dat eigenaarschap gepaard gaat met persoonlijke verantwoordelijkheid voor het gezondheids- en welzijnsniveau van de dieren die zij onder hun hoede hebben;

7.  onderstreept dat de uitwisseling van kennis tussen eigenaren van paardachtigen, maar ook tussen lidstaten in dit opzicht een belangrijk instrument is en stelt vast dat, parallel met de opkomst van nieuwe wetenschappelijke kennis, de evolutie van de wetgeving en nieuwe leermethodes, beroepsbeoefenaars hun werkpraktijk meer zijn gaan afstemmen op het welzijn van paardachtigen;

8.  stelt vast dat de meeste eigenaren en andere personen die met paardachtigen omgaan, op verantwoordelijke wijze te werk gaan; vestigt de aandacht op het feit dat de bevordering van dierenwelzijn de beste kans van slagen heeft in het kader van economisch rendabele productiesystemen;

9.  wijst erop dat beroepsbeoefenaren economisch levensvatbaar moeten blijven en tegelijkertijd het hoofd moeten kunnen bieden aan nieuwe uitdagingen, zoals beperkte natuurlijke hulpbronnen, de gevolgen van klimaatverandering en het opduiken en de verspreiding van nieuwe ziektes;

10.  moedigt de lidstaten aan een omgeving te creëren waarin bedrijvigheid op landbouwbedrijven winstgevend is;

11.  wijst op het belang van de toekomstige referentiecentra voor dierenwelzijn zoals dit in de 10 beginselen van de OIE is gedefinieerd, voor een beter niveau van volledige naleving en consequente handhaving van wetgeving, alsook de verspreiding van informatie en beste praktijken op het gebied van dierenwelzijn;

12.  roept de Commissie op een studie door Eurostat te laten verrichten om de economische, ecologische en sociale impact van alle aspecten van de sector paardachtigen te analyseren, alsmede jaarlijkse statistische gegevens te verstrekken over het gebruik van diensten, het vervoer en de slacht van paardachtigen;

13.  roept de Commissie op om Europese richtsnoeren voor goede praktijken in de sector paardachtigen te ontwikkelen voor verschillende gebruikers en specialisten, in overleg met belanghebbenden en organisaties in de sector paardachtigen en op basis van bestaande gidsen, met bijzondere aandacht voor het soortspecifieke welzijn en zorg bij gedragsproblemen alsmede terminale zorg;

14.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat de EU-richtsnoeren overal op dezelfde wijze worden uitgevoerd en middelen vrij te maken voor de vertaling van dit document;

15.  verzoekt de Commissie goede praktijken en educatieve programma's op het gebied van dierenwelzijn uit verschillende lidstaten en de uitwisseling daarvan te promoten en steun te verlenen aan de productie en verspreiding van de informatie over de wijze waarop – op grond van de "vijf vrijheden" en gedurende de hele levensduur – aan de behoeften van paardachtigen, ongeacht hun rol, moet worden voldaan;

16.  verzoekt de Commissie bij het formuleren van haar Europese richtsnoeren voor goede praktijken in de sector paardachtigen rekening te houden met de multifunctionele rol van paardachtigen door richtsnoeren op te nemen over verantwoordelijke fokkerij, dierengezondheid en -welzijn en de voordelen van sterilisatie van paardachtigen, werk in toerisme, landbouw en bosbouw, soortspecifiek vervoer en soortspecifieke slacht alsmede bescherming tegen frauduleuze praktijken, met inbegrip van doping, en beveelt aan dat dergelijke richtsnoeren in samenwerking met de door de EU erkende, representatieve beroepsorganisaties in de landbouwsector worden verspreid onder fokkers, paardenverenigingen, landbouwbedrijven, maneges, asielen, vervoerders en slachthuizen en dat het mogelijk moet zijn de richtsnoeren in diverse vormen en talen te raadplegen;

17.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om de activiteiten van het Europese Paardennetwerk en de Europese Vereniging van staatsstoeterijen te ondersteunen, omdat zij een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de Europese paardensector spelen door als platform te dienen voor de uitwisseling van goede praktijken en door tradities, vaardigheden, oude paardenrassen en het belang van de sector in stand te houden;

18.  dringt er bij de Commissie op aan om haar onderwijsmiddelen voor dierenwelzijn op landbouwbedrijven, bestemd voor zowel specialisten die in direct contact staan met paardachtigen, zoals dierenartsen, fokkers en paardenbezitters, alsook voor een breder publiek, uit te breiden tot het welzijn van paardachtigen, via het bedrijfsadviseringssysteem, waarbij het accent zou moeten liggen op opleiding en voorlichting;

19.  verzoekt de Commissie en de lidstaten tevens gebruik te maken van regelingen voor kennisoverdracht om goede praktijken en bedrijfsmodellen uit te wisselen, op problemen te attenderen en innovatie en nieuwe ideeën aan te moedigen; merkt op dat er in sommige lidstaten al regelingen voor kennisoverdracht in de sector paardachtigen bestaan;

20.  roept de Commissie op om zich opnieuw tot de ontwikkeling van een Europees handvest voor duurzaam en verantwoord toerisme te verbinden, waarbij duidelijke informatie wordt verspreid om toeristen en belanghebbenden te helpen welzijnsvriendelijke keuzes te maken bij de beslissing om al dan niet gebruik te maken van de diensten van paardachtigen voor werkdoeleinden; onderstreept dat dit handvest gebaseerd zou moeten zijn op bestaande kwaliteitshandvesten die door erkende, representatieve en professionele landbouworganisaties zijn vastgesteld en merkt op sommige lidstaten strenge richtsnoeren voor arbeidsomstandigheden en werktijden hebben, maar dat deze bescherming in andere lidstaten ontbreekt;

21.  verzoekt de Commissie de lidstaten te adviseren inzake toeristische modellen waarin het welzijn van paardachtigen voor werkdoeleinden wordt gewaarborgd;

22.  dringt bij de lidstaten op aan vrijwillige arbeidsrichtsnoeren, met inbegrip van dagelijkse werk- en rusttijden, vast te stellen om paardachtigen die voor werkdoeleinden worden gebruikt, te beschermen tegen overbelasting en economische uitbuiting;

23.  verzoekt de Commissie om gegevens van TRACES veel sneller dan nu het geval is beschikbaar te stellen aan het publiek;

24.   benadrukt dat de bestaande EU-wetgeving inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en aanverwante werkzaamheden tot doel heeft dieren te beschermen tegen verwondingen en dierenleed en te verzekeren dat dieren worden vervoerd volgens passende omstandigheden en tijden, en is bezorgd over de lacunes bij de handhaving door talrijke autoriteiten van lidstaten van de EU-wetgeving inzake dierenwelzijn tijdens vervoer;

25.  dringt er bij de Commissie op aan de correcte toepassing en de doeltreffende en uniforme handhaving van de bestaande EU-wetgeving inzake dierenvervoer en wettelijk bindende verslaglegging in alle lidstaten te waarborgen;

26.  verzoekt de lidstaten die paardachtigen exporteren te onderzoeken hoe zij slachten op hun eigen grondgebied kunnen aanmoedigen om het vervoeren van levende paarden waar mogelijk te vermijden en verzoekt de Commissie een mechanisme op te zetten voor doeltreffende monitoring van de naleving van de wet- en regelgeving uit hoofde van zowel het huidige als het toekomstige juridisch kader;

27.  vraagt dat de Commissie een kortere maximale transporttijd voorstelt voor alle transporten van slachtpaarden, op grond van de bevindingen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en de gidsen voor het vervoer van paardachtigen die door professionals uit de sector zijn opgesteld, en rekening houdend met de specifieke kenmerken van de sector paardachtigen in elk land;

28.  verzoekt de Commissie en de lidstaten adviezen te formuleren, wetenschappelijk onderzoek naar het welzijn van paardachtigen bij het slachten te faciliteren en uit te breiden en de resultaten van bestaand onderzoek toe te passen, teneinde slachtmethoden te ontwikkelen die geschikter zijn voor paardachtigen, en deze adviesdocumenten toe te zenden aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten;

29.  roept de Commissie en de lidstaten op zich ten volle te verbinden tot inspecties en regelmatige audits van de slachthuizen op hun grondgebied die een vergunning hebben om paardachtigen te slachten, om ervoor te zorgen dat zij, gelet op de faciliteiten en de kwalificaties van het personeel, in staat zijn aan de specifieke welzijnsbehoeften van paardachtigen te voldoen;

30.  verzoekt de Commissie zich te verbinden tot het ontwikkelen van gevalideerde indicatoren voor dierenwelzijn, die moeten worden gebruikt voor de beoordeling van het welzijn van paardachtigen, het identificeren van bestaande problemen en het helpen te zorgen voor verbeteringen, en te voorzien in de praktische toepassing en in voordelen voor de sector, en acht het van belang dat belanghebbenden in de EU die vergelijkbare instrumenten hebben ingezet, hierbij worden betrokken, alsmede bij het vaststellen van indicatoren voor dierenwelzijn nauw samen te werken met vertegenwoordigers van beroepsorganisaties uit de sector paardachtigen;

31.  verzoekt de Commissie en de lidstaten paardenbezitters aan te moedigen verenigingen te vormen;

32.  benadrukt het belang van een menselijke behandeling en van het welzijn van paardachtigen, alsmede van het beginsel dat wrede behandeling of mishandeling door een eigenaar, trainer, verzorger of een andere persoon nergens en onder geen enkele omstandigheid mag worden getolereerd;

33.  verzoekt de lidstaten om strengere wetgeving toe te passen inzake mishandeling en verwaarlozing van dieren, met inbegrip van buitengewone maatregelen om verwaarlozing tegen te gaan, en om meldingen van onmenselijke praktijken en overtredingen van de welzijnsregels ten aanzien van paardachtigen grondig en naar behoren te onderzoeken;

34.  merkt op dat er verschillen bestaan tussen soorten van paardachtigen en dat de behoeften op welzijnsgebied daardoor uiteenlopen, o.a. bij de terminale zorg en de slachtvereisten;

35.  verzoekt de Commissie een studie uit te voeren om die verschillen in kaart te brengen, en per soort specifieke richtsnoeren te publiceren om ervoor te zorgen dat de welzijnsnormen worden nageleefd;

36.  verzoekt de Commissie en de lidstaten steun te verlenen voor onderzoek naar en ontwikkeling van aan de soort aangepaste systemen voor de sector paardachtigen, rekening houdend met het natuurlijke gedrag van paarden als kuddedieren met een vluchtinstinct;

37  roept de Commissie op prioriteit te verlenen aan een proefproject voor onderzoek naar het gebruik van nieuwe en bestaande financieringsregelingen voor het belonen van goede resultaten op het gebied van welzijn voor paardachtigen voor werkdoeleinden, met inbegrip van die op kleine en semi-zelfvoorzieningsbedrijven;

38.  verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/262 van de Commissie ("verordening paardenpaspoort") volledig en naar behoren ten uitvoer wordt gelegd;

39.  merkt op dat de prijs van diergeneesmiddelen, de kosten van vernietiging van kadavers en de kosten van euthanasie, waar dat is toegestaan, een belemmering op zich kunnen vormen voor het beëindigen van het leven van paardachtigen, met langer lijden als gevolg;

40.  roept de lidstaten op om meldingen van onmenselijke praktijken bij euthanasie en overtredingen op het gebied van welzijn, zoals onjuist gebruik van geneesmiddelen, te onderzoeken en overtredingen aan de Commissie te melden;

41.  erkent dat de productie van ezelinnen- en merriemelk toeneemt en verzoekt de Commissie richtsnoeren uit te vaardigen over het houden van paarden en ezels voor melkproductie;

42.  roept de lidstaten op om in samenwerking met professionele, representatieve en erkende landbouworganisaties te zorgen voor het verhogen van het aantal inspecties op ezel- en paardenhouderijen voor melkproductie;

43.   spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de invoer en het gebruik van diergeneesmiddelen die het hormoon Pregnant Mare Serum Gonadotropin (PMSG) bevatten;

44.  roept de directie Audits en analyse inzake gezondheid en voedsel van de Commissie op om de voor de productie van PMSG gecertificeerde bedrijven in het kader van audits te controleren op de naleving van de geldende bepalingen inzake dierenwelzijn bij de productie, onderzoek te doen naar het welzijn en de behandeling van merries die gebruikt worden voor het winnen van hormonen ten behoeve van de farmaceutische industrie en hierover verslag uit te brengen;

45.  onderstreept dat een rechtvaardig belastingstelsel, dat is aangepast aan de specifieke behoeften van elke lidstaat en professionele houders van paardachtigen in staat stelt de inkomsten te verwerven die nodig zijn om de economische bedrijvigheid op Europese paardenbedrijven in stand te houden, nog niet bestaat;

46.  merkt op dat een rechtvaardiger belastingstelsel voor de sector paardachtigen de sector een gelijk speelveld zou bieden, de transparantie van activiteiten rond paardachtigen zou verbeteren en aldus fraude en activiteiten van de grijze economie zou aanpakken, en professionele paardenboeren in staat zou stellen voldoende inkomsten te verwerven om hun economische activiteiten in stand te houden;

47.  is van mening dat bij de volgende herziening van de btw-richtlijn moet worden gezorgd voor verduidelijking van de btw-regeling voor de sector paardachtigen zodat deze zich kan ontwikkelen op een wijze die bevorderlijk is voor de groei en de werkgelegenheid;

48.  verzoekt de Commissie te bepalen dat de lidstaten meer armslag krijgen bij de invoering van een verlaagd btw-tarief voor alle activiteiten van de branche en is van mening dat er dankzij die verduidelijking een geharmoniseerd, betrouwbaar en gericht kader van verlaagde btw-tarieven moet kunnen ontstaan dat de lidstaten voldoende armslag geeft ten aanzien van hun fiscaal beleid;

49.  wijst nadrukkelijk op de verschillen tussen de gezondheidsvoorschriften voor in Europa geproduceerd en uit derde landen ingevoerd paardenvlees;

50.  herinnert aan de noodzaak van doeltreffende traceerbaarheid van paardenvlees en onderstreept dat een equivalent niveau van gezondheids- en voedselveiligheidsvereisten en conformiteit van invoer voor de Europese consument wenselijk is, ongeacht de herkomst van het genuttigde paardenvlees;

51.  verzoekt de Commissie stappen te ondernemen om het evenwicht tussen de binnen de EU geldende normen en die welke aan de grenzen gecontroleerd worden te herstellen, teneinde de gezondheid van de consument te beschermen;

52.  verzoekt de Commissie de vermelding van het land van herkomst verplicht te stellen voor alle verwerkte producten op basis van paardenvlees;

53.  verzoekt de Commissie om verhoging van het aantal controles in slachthuizen buiten de Unie die een vergunning hebben voor de uitvoer van paardenvlees naar de EU, en om voorwaardelijke opschorting van de invoer van paardenvlees dat is geproduceerd in derde landen die niet voldoen aan de door de EU gestelde eisen inzake traceerbaarheid en voedselveiligheid;

54.  dringt erop aan het taboe rond het levenseinde van paardachtigen te doorbreken; is van mening dat het vergemakkelijken van de levensbeëindiging van een paard niet betekent dat het dier niet in onze voedselketen terechtkomt;

55.  verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan de terminale zorg voor paardachtigen, o.a. door het vaststellen van maximumresidugehalten voor veelgebruikte diergeneesmiddelen, zoals fenylbutazon, om de veiligheid van de voedselketen te waarborgen;

56.  verzoekt de Commissie re-integratie in de voedselketen te stimuleren door middel van een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd "wachttijdsysteem" dat het mogelijk maakt een dier na de laatste toediening van geneesmiddelen zonder risico voor de gezondheid van de consument weer terug in de voedselketen te brengen;

57.  wijst erop dat er voor niet voor de slacht voor menselijke consumptie bestemde paardachtigen (geregistreerd als "niet voor gebruik in de voedselproductie") in sommige lidstaten geen registratie plaatsvindt van toegediende geneesmiddelen en dat het dus niet onmogelijk is dat die in het clandestiene slachtcircuit belanden, wat een ernstig risico betekent voor de volksgezondheid; verzoekt de Commissie derhalve deze leemte in de wetgeving op te vullen;

58.  verzoekt de Commissie zich samen met de Federation of European Equine Veterinary Associations (FEEVA) te buigen over de harmonisatie van de toegang tot behandelingen en geneesmiddelen op het hele Europese grondgebied;

59.  is van mening dat de voordelen van zo'n harmonisatie zouden zijn dat concurrentievervalsing vermeden wordt, dat er meer kan worden gedaan tegen ziekten onder paardachtigen en dat het lijden van deze dieren doeltreffend verzacht wordt;

60.  verzoekt de Commissie de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten te bevorderen om een rationeel gebruik van geneesmiddelen voor paardachtigen te faciliteren;

61.  merkt op dat therapieën en diergeneesmiddelen soms noodzakelijk en geïndiceerd zijn, maar dat er meer moet worden gedaan tegen de geringe investeringen in en het gebrek aan geneesmiddelen, waaronder vaccins, voor de behandeling van paardachtigen;

62.  wijst ook op de noodzaak om onderzoek en innovatie in de farmaceutische sector te ontwikkelen op het gebied van geneesmiddelen voor paardachtigen, aangezien er een groot gebrek is aan geneesmiddelen die geschikt zijn voor het metabolisme van paardachtigen;

63.  verzoekt de Commissie aanvullend onderzoek te financieren naar de mogelijke gevolgen van verschillende medicatie voor het leven van paardachtigen;

64.  merkt op dat sommige in de lidstaten gefokte paardenrassen plaatselijke rassen zijn die deel uitmaken van het leven en de cultuur van bepaalde gemeenschappen, en dat sommige lidstaten in hun plattelandsontwikkelingsprogramma's maatregelen hebben opgenomen om die rassen te beschermen en verder te verspreiden;

65.  verzoekt de Commissie zich te committeren aan programma's voor financiële steun voor de instandhouding en bescherming van in het wild levende of met uitsterven bedreigde soorten in de EU;

66.  erkent de grote ecologische en natuurwaarde van populaties van in het wild levende paardachtigen, die bijdragen aan het schoonhouden en bemesten van hun leefgebieden, alsmede de toeristische waarde van populaties van wilde paarden, en dringt aan op meer onderzoek naar de problemen rond deze populaties;

67.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1.

(2)

PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1.

(3)

PB L 303 van 18.11.2009, blz. 1.

(4)

PB L 221 van 8.8.1998, blz. 23.

(5)

PB L 59 van 3.3.2015, blz. 1.

(6)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487.

(7)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.

(8)

Zie http://ec.europa.eu/food/animals/docs/aw_eu-strategy_study_edu-info-activ.pdf, geraadpleegd op 6.9.2016.

(9)

Fédération Equestre Internationale (FEI), FAQs on High Health, High Performance Horse (HHP). Concept aangenomen op de algemene vergadering van de OIE in mei 2014.

(10)

Jaarverslag van de International Federation of Horseracing Authorities.

(11)

FEI-database, geraadpleegd op 22.9.2014.

(12)

TRACES database 2012.

(13)

Wereldorganisatie voor diergezondheid – Gezondheidscode voor landdieren (2016), hoofdstuk 7.12.

(14)

Santorini Donkey and Mule Taxis – een onafhankelijk rapport over dierenwelzijn voor de Donkey Sanctuary, 2013.


TOELICHTING

De omvang van de sector paardachtigen in de Europese Unie

Paardachtigen nemen een unieke plaats in de Europese geschiedenis en beschaving in. Ze behoren tot de meest veelzijdige dieren, omdat ze niet alleen voorzien in melk en vlees, maar ook worden gebruikt voor de sport en als gezelschapsdieren, werkdieren op het gebied van vervoer, toerisme, bosbouw, landbouw en therapie, als onderzoeksdieren, en voorkomen als wilde en halfwilde dieren.

 

Figuur 1: Paardachtigenpopulaties per hoofd van de bevolking

Volgens Fédération Equestre Internationale vertegenwoordigt de sector paardachtigen meer dan 100 miljard euro per jaar. De naar schatting 7 miljoen paardachtigen in de EU gebruiken minstens 2,6 miljoen hectare land(1) en minstens 900 000(2) banen zijn uitsluitend afhankelijk van de paardensportindustrie in de EU.

Het is duidelijk dat de sector paardachtigen een enorme impact kan hebben op lokale economieën, met name in plattelandsgebieden. In een verslag over de Franse sector paardachtigen werd ook een hoge mate van arbeidsparticipatie in deeltijd van vrouwen vastgesteld(3).

In sommige lidstaten vervullen paardachtigen een minder eenvoudig te kwantificeren rol in de lokale economie, namelijk die van werkdieren in kleine en semi-zelfvoorzieningsbedrijven en in het toerisme. Er bestaan geen gegevens om het aantal in kleine en semi-zelfvoorzieningsbedrijven gebruikte dieren exact te kwantificeren, maar in Roemenië zijn naar verluidt 600 000 tot 800 000 paardachtigen. Ongeveer 80 % daarvan wordt gebruikt voor werkdoeleinden, zoals voor vervoer van goederen en personen en voor land- en bosbouwkundige doeleinden(4).

De Europese sport- en vrijetijdsindustrie op het gebied van paardachtigen is de grootste ter wereld. 21 % van de volbloeden wereldwijd werden in de 28 lidstaten gefokt. In 2013 vond 93 % van alle springwedstrijden ter wereld plaats in de Unie, naast 21 000 vlakkebaanrennen en meer dan 43 000 drafrennen. Bovendien werden in 2014 de meeste FEI-evenementen (zoals springen, dressuur, eventing en paradressuur) in de EU gehouden.

De sector paardachtigen biedt ook mogelijkheden voor ondernemers in heel Europa, en met name voor ondernemers in plattelandsgebieden. Het houden van ezels voor melk is bijvoorbeeld een traditionele praktijk in delen van Italië, en ook in België, Nederland, Frankrijk, Cyprus en Roemenië zijn bedrijven hierin actief. Ezelinnenmelk wordt namelijk verondersteld om verschillende redenen goed te zijn om te drinken en wordt beschouwd als het beste alternatief voor moedermelk(5) voor baby's en zieke kinderen. Hoewel de prijs schommelt, wordt ezelinnenmelk doorgaans verkocht voor 8 tot 15 euro per liter.

Evenzo worden paardachtigen veel gebruikt op het gebied van therapie en revalidatie en bieden zij daardoor verdere economische mogelijkheden en maatschappelijke voordelen. De Riding for the Disabled Association en The Donkey Sanctuary in het Verenigd Koninkrijk passen hippotherapie toe om mensen bij te staan met diverse aandoeningen, zoals pervasieve ontwikkelingsstoornissen, cerebrale parese, beroertes, en leer- of taalhandicaps(6). 21 lidstaten hebben een of meer organisaties of individuen die lid zijn van de non-profitorganisatie "Federation of Horses in Education and Therapy International" (HETI)(7).

Paardachtigen in de EU vormen ook een bron van vlees en, in minder mate, van leder. Het aantal geslachte dieren is moeilijk te bepalen, aangezien het van jaar tot jaar verschilt. In een groot aantal lidstaten was sprake van een toename in 2011 en 2012, waarna in 2013 weer een afname werd geconstateerd.

Welzijnsproblemen en de nadelige gevolgen ervan voor de sector paardachtigen

Uit onderzoekt door World Horse Welfare and Eurogroup for Animals in het verslag Removing the Blinkers: The Health and Welfare of European Equidae in 2015 blijkt dat de welzijnsproblemen van de zeven miljoen paardachtigen in Europa, ondanks de omvang van de sector, opvallend gelijkaardig zijn.

De verzorging van paardachtigen voor werkdoeleinden vormt een bijzondere reden tot zorg in een aantal lidstaten, met name daar waar grote populaties van paardachtigen zijn en zij in kleine en semi-zelfvoorzieningsbedrijven worden gebruikt. Aangezien veel paardachtigen van gemakkelijk verkrijgbaar voedsel, zoals gras en hooi, kunnen leven, kan worden geconcludeerd dat zij weinig nodig hebben qua gespecialiseerde aandacht. Door ondeskundige amateurhoefsmeden of ongeschikte tuigen veroorzaakte welzijnsproblemen leiden echter niet alleen tot angst en lijden bij het dier zelf, maar brengen ook het vermogen van het dier om efficiënt te werken en zijn lange levensduur in het gedrang, met aldus ook nadelige gevolgen voor het (landbouw)bedrijf.

Tal van soortgelijke problemen met paardachtigen komen voor in het toerisme. In sommige gevallen wordt het welzijn van het dier door het werk ernstig in gevaar gebracht, hetgeen bijgevolg van invloed is op de doeltreffende werking van de onderneming. Hoewel deze dieren vaak in het zicht werken, kunnen zij welzijnsproblemen blijven ondervinden als toeristen niet in staat zijn om deze potentiële problemen te signaleren.

 

Figuur 2: Prangende welzijnsproblemen zoals gemeld door ngo's in Removing the Blinkers: The Health & Welfare of Equidae in 2015

In de sportsector behoren Europese fokkers vaak tot de wereldtop. Europese stamboeken staan bovenaan in de classificaties van de World Breeding Federation for Sports Horses (WBFSH) voor eventing, springen en dressuur. Ongebreidelde fokkerij van paardachtigen kan echter tot ernstige welzijnsproblemen leiden. Paardachtigen kunnen snel de dupe worden van economische tegenslagen. Een grote vraag naar paardachtigen in tijden van grote economische bloei kan het willekeurig fokken van minder hoogwaardige dieren als gevolg hebben. Wanneer het economische tij keert, verliezen deze dieren veel van de waarde die zij hadden en kunnen zij in financieel opzicht geheel waardeloos worden. Het is geen verrassing dat de afgelopen jaren in tal van lidstaten, met name in het westen van de Unie, sprake is van een aanzienlijke toename van verwaarlozing van paardachtigen(8).

De kosten van het houden van paardachtigen variëren aanzienlijk naargelang van de lidstaat en regio in kwestie, het gebruiksdoel van het dier en de vorm van houderij. Met slechts weinig opties voor adoptie en in tijden van een gekrompen markt voor de verkoop van het dier, kiezen sommige eigenaren er echter voor om hun dieren te laten slachten ofwel ze te laten euthanaseren, indien dit betaalbaar en wettelijk toegestaan is. Het is helaas duidelijk dat degenen die de verantwoordelijkheid nemen voor een paardachtige zich niet altijd bewust zijn van de kosten en tijd die de zorg van een dergelijk dier vraagt, met name wanneer, in tijden van overaanbod, de aanschafprijzen gedaald zijn tot wel vijf euro per dier(9).

Gezien hun veelzijdige rol is het geen verrassing dat paardachtigen, in verhouding tot hun totale populatie, de meest vervoerde dieren in de EU zijn(10). Hoewel deze transporten door het Trade Control and Expert System (Traces) worden geregistreerd, worden de gegevens momenteel slechts jaarlijks, met een vertraging van twee jaar, vrijgegeven. Deze vertraging belet bevoegde autoriteiten en andere organisaties om na te gaan hoe het transport van paardachtigen door externe factoren wordt beïnvloed en het op zijn beurt andere gebieden beïnvloedt. Het transport van paardachtigen voor de slacht kan bijvoorbeeld worden gekoppeld aan een toename van het aantal aangifteplichtige ziekten(11) in de populatie van niet voor de slacht bestemde paardachtigen – waaruit dus zou kunnen blijken dat normen op het gebied van bioveiligheid ondermaats zijn.

Voor de slacht bestemde paardachtigen worden ook veelvuldig tussen de lidstaten onderling vervoerd en worden tevens uitgevoerd naar derde landen (met name naar Rusland) in omstandigheden die hun welzijn vaak in het gedrang brengen(12). Ze zijn bijzonder kwetsbaar, aangezien vervoerders er weinig voordeel bij hebben om het welzijn van deze dieren tijdens transport te waarborgen.

Wanneer paardachtigen uitsluitend voor landbouwdoeleinden worden gebruikt, is het van belang dat diergezondheid en dierenwelzijn prioritair blijven. De consument moet beschermd blijven en zou moeten weten dat van paardachtigen afkomstige producten, zoals ezelinnenmelk, veilig zijn. Het welzijn op bedrijven waar ezelinnenmelk wordt geproduceerd, varieert namelijk aanzienlijk(13). Op sommige bedrijven wordt het melken nog steeds met de hand gedaan, terwijl andere over melkmachines beschikken. Bovendien is de mate van toezicht geenszins te vergelijken met die op koemelkbedrijven, hoewel dit kan komen door het feit dat in ezelinnenmelk minder menselijke pathogenen worden gevonden(14). Voorts zijn de wettelijke normen van toepassing op melk van paardachtigen onduidelijk en zijn inspecties en het toezicht in de EU inconsistent.

Aanbevelingen voor de ontsluiting van het economisch potentieel van de sector paardachtigen en ter bevordering van de gezondheid en het welzijn van paardachtigen

Hoewel de volledige omvang en schaal van de sector paardachtigen niet geheel duidelijk is, heeft de sector klaarblijkelijk een onevenredig grote economische impact op de economie, gezien het relatief kleine aantal betrokken dieren. Het is echter duidelijk dat richtsnoeren en het delen van beste praktijken een verandering van onderop zouden kunnen stimuleren en zouden kunnen bijdragen aan de aanpak van problemen die louter te wijten zijn aan onwetendheid.

Een aantal organisaties heeft bijvoorbeeld gewerkt aan de ontwikkeling van gidsen voor goede praktijken op het gebied van vervoer van paardachtigen. In 2014 zijn praktische richtsnoeren over het drenken van over de weg vervoerde paardachtigen gepubliceerd en onlangs zijn nieuwe richtsnoeren opgesteld over de geschiktheid van paardachtigen voor vervoer. De Commissie moet de ontwikkeling van zulke gidsen voor goede praktijken actief ondersteunen, niet alleen om te helpen met niveaus van naleving en om consequente tenuitvoerlegging te waarborgen, maar in wezen ook om de juiste verzorging van deze dieren tijdens vervoer over lange en korte afstand te garanderen.

Evenzo hebben tal van ngo's richtsnoeren opgesteld over het vervullen van de basisbehoeften van paardachtigen van de geboorte tot aan het overlijden. World Horse Welfare heeft vier jaar geleden bijvoorbeeld richtsnoeren gepubliceerd met als titel "Five ways to ensure a happy, healthy horse". Dergelijke richtsnoeren, die zijn afgestemd op de behoeften van alle paardachtigen, vertaald en beschikbaar in diverse vormen en gepromoot door de Commissie, zouden veel kunnen bijdragen tot het verbeteren van de kennis van eigenaren en verzorgers van paardachtigen. Bovendien zouden ze niet alleen de gezondheid en het welzijn van de individuele dieren waarborgen, maar ook hun economische waarde en opbrengst op de lange termijn.

De vorige Commissie is gestart met de ontwikkeling van een Europees handvest voor duurzaam en verantwoord toerisme, waarvan de bedoeling was hier informatie in op te nemen om toeristen te helpen welzijnsvriendelijke keuzes te maken bij de beslissing om al dan niet gebruik te maken van de diensten van paardachtigen voor werkdoeleinden. De rapporteur dringt er bij de Commissie op aan zich opnieuw te scharen achter het idee van het handvest en toeristen in staat te stellen keuzes te maken die niet alleen bedrijven die behoorlijk voor hun paardachtigen zorgen belonen, maar die ook de consument informeren en hem gemoedsrust bezorgen.

De eisen voor de behandeling van paardachtigen verschillen nogal van die van de meeste andere diersoorten, en dat is nergens zo duidelijk als bij het slachten. De Commissie moet onderzoeken of het mogelijk is richtsnoeren te verspreiden aan slachthuizen die een vergunning hebben om paardachtigen te slachten. Daarnaast moeten het Voedsel- en Veterinair Bureau (VVB) en de bevoegde autoriteiten ook het aantal inspecties in deze slachthuizen verhogen.

Het meten van de naleving van relevante normen helpt namelijk ook bij het zorgen voor verbeteringen. In dit opzicht moet de Commissie zich toeleggen op de oprichting van nieuwe referentiecentra voor dierenwelzijn en op de ontwikkeling van gevalideerde indicatoren voor dierenwelzijn voor paardachtigen. Deze indicatoren moeten worden gebruikt om bedrijven waar mogelijk aan te moedigen en te belonen en de Commissie moet zulke mogelijkheden aan de hand van een nieuw proefproject onderzoeken.

Tot slot moeten de lidstaten zich ertoe verbinden het aantal inspecties op ezelhouderijen voor ezelinnenmelk opschroeven, met name daar waar een beroepsvereniging voor ezelhouders ontbreekt en waar het in de meeste gevallen aan kwaliteitscontrolenormen ontbreekt. De Commissie zou ook een rol kunnen spelen in de verspreiding van door gespecialiseerde instellingen en ngo's opgestelde richtsnoeren over het houden van ezels voor melkproductie.

Hoewel altijd een minimum aan verantwoordelijk eigenaarschap en verantwoordelijke verzorging moet worden verwacht, tonen de huidige gezondheids- en welzijnsproblemen van paardachtigen in Europa aan dat dit aspect te vaak aan de kant wordt geschoven. De hier voorgestelde initiatieven zouden echter zorgen voor meer bewustwording, voorlichting en stimulansen en zouden kunnen helpen bij de ontsluiting van het volledig economisch potentieel van de sector paardachtigen in de EU, terwijl het welzijn van deze unieke dieren die wij als maatschappij zo waarderen beter wordt beschermd.

(1)

Zie http://faostat3.fao.org/browse/Q/QA/E, geraadpleegd op 11.02.15.

(2)

Presentatie aan de algemene vergadering van de European Equestrian Federation door Ali Küçük (secretaris-generaal van de EEF), 21 oktober 2014.

(3)

Advances in Animal Biosciences, oktober 2013. The French Horse Industry: Scenarios 20130 Cambridge University Press (2013), blz. 55.

(4)

Popescu, S. Duigan, E-A. 2012. The relationship between behavioural and other welfare indicators of working horses. Journal of Equine Veterinary Science 33, 1-12.

(5)

http://www.foodsmatter.com/allergy_intollerance/goat_sheep_milks/research/mares_milk.html geraadpleegd op 20.08.14.

(6)

http://www.rda.org.uk/assets/understanding-hippotherapy7.pdf geraadpleegd op 02.09.14.

(7)

http://www.frdi.net/membership_list.html geraadpleegd op 02.09.14.

(8)

RSCPA, World Horse Welfare, Redwings, the British Horse Society, Blue Cross & Horse World: Left on the verge: in the grip of an equine crisis in England and Wales, 2013.

(9)

DSPCA: "Ireland's Horse Crisis", http://www.dspca.ie/equinecrisis

(10)

Traces-gegevens.

(11)

The Donkey Sanctuary & University College Dublin: Donkey Welfare in Ireland in 2015 (hoofdstuk 5, bladzijden 55-71).

(12)

World Horse Welfare, 2008, Dossier of Evidence: Recommendations for amendments to EU Council Regulation (EC) No 1/2005 and World Horse Welfare Dossier of Evidence, Second Edition, Part 1: Journey Times

(13)

The Donkey Sanctuary, persoonlijke mededeling.

(14)

Keith Meldrum CB BVM&S MRCVS DVSM Hon. FRSPH, persoonlijke mededeling.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.1.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

John Stuart Agnew, Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Richard Ashworth, Daniel Buda, Matt Carthy, Viorica Dăncilă, Michel Dantin, Jean-Paul Denanot, Albert Deß, Diane Dodds, Jørn Dohrmann, Herbert Dorfmann, Norbert Erdős, Luke Ming Flanagan, Martin Häusling, Anja Hazekamp, Esther Herranz García, Jan Huitema, Peter Jahr, Ivan Jakovčić, Jarosław Kalinowski, Elisabeth Köstinger, Zbigniew Kuźmiuk, Philippe Loiseau, Giulia Moi, Ulrike Müller, James Nicholson, Maria Noichl, Laurenţiu Rebega, Jens Rohde, Bronis Ropė, Czesław Adam Siekierski, Tibor Szanyi, Marc Tarabella, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Franc Bogovič, Stefan Eck, Julie Girling, Karin Kadenbach, Norbert Lins, Florent Marcellesi, John Procter, Vladimir Urutchev

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Pilar Ayuso, Damiano Zoffoli

Juridische mededeling