Procedure : 2016/2312(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0023/2017

Ingediende teksten :

A8-0023/2017

Debatten :

PV 14/02/2017 - 16
CRE 14/02/2017 - 16

Stemmingen :

PV 15/02/2017 - 7.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0036

VERSLAG     
PDF 292kWORD 60k
3.2.2017
PE 594.191v02-00 A8-0023/2017

over het verslag van de Commissie 2016 over Albanië

(2016/2312(INI))

Commissie buitenlandse zaken

Rapporteur: Knut Fleckenstein

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verslag van de Commissie 2016 over Albanië

(2016/2312(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds,

–  gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Thessaloniki van 19 en 20 juni 2003 over de vooruitzichten van de landen van de Westelijke Balkan op toetreding tot de EU,

–  gezien het besluit van de Europese Raad van 26-27 juni 2014 om de status van kandidaat-land voor EU-lidmaatschap toe te kennen aan Albanië, en gezien de conclusies van de Raad van 15 december 2015,

–  gezien de conclusies van het voorzitterschap van 13 december 2016,

–  gezien de conclusies van de achtste bijeenkomst van de Stabilisatie- en associatieraad tussen Albanië en de EU, gehouden te Brussel op 8 september 2016,

–  gezien de slotverklaring van de voorzitter van de Westelijke Balkan-top in Parijs van 4 juli 2016 en de aanbevelingen van maatschappelijke organisaties in aanloop naar de top in Parijs in 2016,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 9 november 2016 getiteld "Mededeling over het EU-uitbreidingsbeleid 2016" (COM(2016)0715) en bijbehorend werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld "Albania 2016 Report" (SWD(2016)0364),

–  gezien de gezamenlijke conclusies van de zesde dialoog op hoog niveau over de belangrijkste prioriteiten, goedgekeurd in Tirana op 30 maart 2016,

–  gezien de eindverslagen van de OVSE/ODIHR over de parlementsverkiezingen van 2013 en de lokale verkiezingen van 2015,

–  gezien het OVSE-rapport "Monitoring of Administrative Trials 2015",

–  gezien de aanbevelingen van de elfde bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité (SAPC) EU-Albanië, die op 7-8 november 2016 werd gehouden in Brussel,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Albanië,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0023/2017),

A.  overwegende dat Albanië vooruitgang heeft geboekt bij het vervullen van de politieke criteria voor lidmaatschap en gestaag vooruitgang bij de vijf kernprioriteiten voor het openen van toetredingsonderhandelingen; overwegende dat verdere uitvoering van, onder meer, het pakket justitiële hervormingen, de hervorming van het kiesstelsel en de zogenaamde decriminaliseringswet een conditio sine qua non is om het vertrouwen van de burgers in hun openbare instellingen en politieke vertegenwoordigers te vergroten;

B.  overwegende dat er nog altijd problemen zijn en dat deze in een geest van dialoog, samenwerking en compromisbereidheid tussen de regering en de oppositie snel en doeltreffend moeten worden aangepakt, teneinde voor verdere vooruitgang te zorgen in de richting van toetreding tot de EU;

C.  overwegende dat een constructieve en duurzame politieke dialoog tussen politieke krachten over EU-gerelateerde hervormingen van vitaal belang is voor verdere vorderingen in het toetredingsproces;

D.  overwegende dat er in Albanië politieke consensus over en een breed draagvlak voor het EU-toetredingsproces bestaan;

E.  overwegende dat toetredingsonderhandelingen een sterke stimulans zijn voor de aanname en uitvoering van toetredingsgerelateerde hervormingen;

F.  overwegende dat justitiële hervormingen in Albanië onverminderd essentieel zijn voor vooruitgang in het proces van toetreding tot de EU;

G.  overwegende dat er in Albanië in 2017 presidents- en parlementsverkiezingen zullen plaatsvinden;

H.  overwegende dat de bescherming van godsdienstvrijheid, cultureel erfgoed, de rechten van minderheden en eigendomsbeheer tot de fundamentele waarden van de Europese Unie behoren;

I.  overwegende dat de EU benadrukt heeft dat de economische governance, de rechtsstaat en de capaciteit van de overheid in alle landen van de Westelijke Balkan moeten worden versterkt;

J.  overwegende dat de Albanese instanties positief staan tegenover regionale samenwerking die gericht is op de bevordering van de ontwikkeling van infrastructuur, de strijd tegen het terrorisme, de handel en de mobiliteit van jongeren;

1.  is ingenomen met de gestage vooruitgang van Albanië op het vlak van EU-gerelateerde hervormingen, in het bijzonder de op consensus gebaseerde aanname in juli 2016 van grondwettelijke amendementen die de weg vrijmaken voor een grondige en alomvattende justitiële hervorming; benadrukt dat niet alleen een consistente goedkeuring, maar ook een volledige en tijdige uitvoering van hervormingen ten aanzien van alle vijf kernprioriteiten en aanhoudend politiek engagement essentieel zijn om het EU-toetredingsproces te doen vorderen; moedigt Albanië aan om degelijke resultaten te boeken met betrekking tot de hervormingen in kwestie;

2.  is verheugd over de aanbeveling van de Commissie betreffende opening van toetredingsonderhandelingen met Albanië; steunt de toetreding van Albanië tot de EU volledig en vraagt dat de toetredingsonderhandelingen worden geopend zodra bij de uitvoering van de brede justitiële hervorming en de bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie geloofwaardige en duurzame vooruitgang wordt geboekt om het momentum van deze hervormingen te behouden; verwacht dat Albanië de geboekte vooruitgang consolideert en het tempo van uitvoering van alle belangrijke prioriteiten aanhoudt;

3.  herhaalt dat een constructieve dialoog, duurzame politieke samenwerking, wederzijds vertrouwen en bereidheid tot compromis cruciaal zijn voor het succes van de hervormingen en voor het hele EU-toetredingsproces; is in dit verband verheugd over de goedkeuring van wetgeving die plegers van misdrijven uitsluit van overheidsfuncties; verzoekt alle politieke partijen om verdere inspanningen te doen om een echte politieke dialoog te bewerkstelligen en constructief samen te werken;

4.  looft de op consensus gebaseerde aanname van grondwettelijke amendementen voor de justitiële hervorming en de goedkeuring van wetten over de institutionele reorganisatie van het rechtsstelsel, het Openbaar Ministerie en het Grondwettelijk Hof; vraagt dat alle relevante begeleidende wetten en regels, in het bijzonder de wet op de herevaluatie (doorlichting) van rechters, aanklagers en juridische adviseurs en het pakket wetsontwerpen dat nodig is voor de tenuitvoerlegging van de hervorming van het justitieel apparaat, spoedig worden aangenomen en geloofwaardig worden uitgevoerd; neemt nota van de uitspraak van het Grondwettelijk Hof over de grondwettelijkheid van de doorlichtingswet na een positief advies van de Venetië-commissie; herhaalt dat een alomvattende justitiële hervorming een belangrijke eis van de Albanese burgers is om hun vertrouwen in hun politieke vertegenwoordigers en openbare instellingen te herstellen en dat de geloofwaardigheid en doeltreffendheid van het hele hervormingsproces, waaronder de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, afhangen van het succes van het doorlichtingsproces en de tenuitvoerlegging van de justitiële hervorming; herinnert eraan dat het aannemen en uitvoeren van een dergelijke hervorming noodzakelijk zijn voor de corruptiebestrijding en van essentieel belang zijn voor de consolidering van de rechtsstaat, alsmede voor het verbeteren van de handhaving van de grondrechten in het land, mede met het oog op vergroting van het vertrouwen in het rechtssysteem onder alle burgers;

5.  uit zijn tevredenheid over de nieuwe strategie voor justitiële hervorming 2017-2020 en het daarbij horende actieplan voor meer professionalisme, grotere doeltreffendheid en onafhankelijkheid van het justitieel systeem, waaronder de rechtbanken en de herbeoordeling van alle leden van het justitieel apparaat, alsook de grotere budgettaire middelen voor de uitvoering; betreurt het dat het justitieel apparaat nog altijd langzaam en inefficiënt is; stelt vast dat weinig vooruitgang wordt geboekt bij het opvullen van vacatures bij het Hooggerechtshof en de administratieve rechtbanken, en bij de toepassing van het uniforme systeem voor het beheer van rechtszaken; vraagt dat alle tekortkomingen van de werking van het rechtsstelsel verder worden aangepakt, waaronder het gebrek aan onafhankelijkheid van politieke beïnvloeding van de rechterlijke macht en van beïnvloeding van andere machten, selectieve rechtspraak, beperkte verantwoordingsplicht, inefficiënte controlemechanismen, corruptie, de globale tijdsduur van gerechtelijke procedures en handhaving; betreurt de politieke inmenging in onderzoeken en rechtszaken en vraagt derhalve dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in de praktijk wordt versterkt; dringt aan op meer inspanningen op het vlak van het beheer van juridische procedures, zoals verbetering van de toegang tot rechtbanken en de toewijzing van middelen die de rechtbanken in staat stellen doeltreffend te opereren; herhaalt dat de hervorming van het justitieel apparaat gericht moet zijn op het ter verantwoording roepen van plegers van misdrijven en hun rehabilitatie en re-integratie, met inachtneming van de rechten van slachtoffers en getuigen;

6.  vraagt de ad-hocparlementscommissie voor de hervorming van het kiesrecht haar herziening van de kieswet snel af te ronden en daarbij op alle voorgaande aanbevelingen van de OVSE/ODIHR in te gaan, en voor meer transparantie van de partijfinanciering en grotere integriteit van verkiezingen te zorgen; vraagt de bevoegde autoriteiten de tijdige toepassing vóór de komende parlementsverkiezingen van juni 2017 te garanderen en voor onafhankelijkheid en depolitisering van de organisatie van verkiezingen te zorgen; herinnert eraan dat alle politieke partijen ervoor moeten zorgen dat democratische verkiezingen in overeenstemming met internationale normen verlopen; dringt er bij de autoriteiten op aan om maatschappelijke organisaties aan te moedigen actief deel te nemen aan het toezicht op het algehele verkiezingsproces; herinnert eraan dat vrije en eerlijke verkiezingen essentieel zijn voor verdere vooruitgang in het proces van toetreding tot de EU; benadrukt dat bezorgdheden over de financiering van politieke partijen en een controleerbaar auditsysteem moeten worden aangepakt;

7.  vraagt de politieke partijen van Albanië bij de opstelling van hun kieslijsten voor de volgende verkiezingen de wet inzake uitsluiting van criminelen van het openbaar ambt naar de letter en geest te eerbiedigen; dringt aan op de volledige tenuitvoerlegging van deze wet;

8.  spoort de Albanese autoriteiten aan maatregelen te nemen waardoor Albanezen die in het buitenland wonen, gemakkelijker buiten het land voor Albanese verkiezingen kunnen stemmen;

9.  is ingenomen met de verbeterde transparantie en inclusiviteit van de activiteiten van het parlement, maar vraagt dat de parlementaire capaciteiten worden verhoogd om de hervormingen te monitoren en na te gaan of zij aan de EU-normen voldoen en beter gebruik te maken van de verschillende controlemechanismen en -instellingen teneinde de regering ter verantwoording te roepen; vraagt dat de parlementaire gedragscode wordt aangenomen en dat de wet over de rol van het parlement in het EU-integratieproces wordt weerspiegeld in dit reglement; stelt voor na te gaan hoe in het kader van het EP-programma voor steun aan de parlementen van de uitbreidingslanden nauwer kan worden samengewerkt met het parlement van Albanië ter verhoging van zijn capaciteit om kwalitatieve wetgeving in lijn met het EU-acquis te produceren en zijn controlefunctie ten aanzien van de uitvoering van de hervormingen uit te oefenen;

10.  neemt kennis van de inspanningen in de richting van een burgervriendelijkere openbare administratie en de gestage vooruitgang van de uitvoering van de hervorming van het openbaar bestuur en van de hervorming van het beheer van de overheidsfinanciën; vraagt dat er verdere vooruitgang wordt geboekt op het vlak van versterking van de toepassing van de wet inzake de overheidsdienst en de wet inzake administratieve procedures om de aanwervings- en bevorderingprocedures op basis van verdienste en prestaties te verbeteren en institutionele en personeelsbeheercapaciteiten te verhogen teneinde de verwezenlijkingen op het gebied van een efficiëntere, meer gedepolitiseerde, transparantere en professionelere overheid te consolideren, hetgeen ook dienstig zou zijn voor een efficiënt verloop van de EU-toetredingsonderhandelingen; dringt erop aan de bevoegdheid, de autonomie, de efficiëntie en de middelen van mensenrechtenstructuren, met inbegrip van het Bureau van de ombudsman, uit te breiden; looft de nationale raad voor Europese integratie voor zijn initiatieven ter verbetering van de capaciteiten van de openbare administratie en het maatschappelijk middenveld met betrekking tot de monitoring van de uitvoering van toetredingsgerelateerde hervormingen; beklemtoont dat de onafhankelijkheid van de regelgevings- en toezichtsorganen moet worden gewaarborgd;

11.  neemt nota van de tenuitvoerlegging van de territoriale hervorming; beklemtoont dat er serieuze inspanningen moeten worden gedaan om de financiële en administratieve capaciteiten van de pas opgerichte plaatselijke overheidsentiteiten te vergroten;

12.  is ingenomen met de goedkeuring van belangrijke stukken anti-corruptiewetgeving, waaronder met betrekking tot de bescherming van klokkenluiders; blijft echter bezorgd dat de corruptie op veel gebieden onverminderd groot is en een groot probleem blijft, waardoor het vertrouwen van de bevolking in openbare instellingen afneemt; is bezorgd dat belangrijke instellingen ter bestrijding van corruptie aan politieke inmenging onderworpen blijven worden en beperkte administratieve capaciteiten hebben; stelt vast dat het verrichten van proactieve onderzoeken en het daadwerkelijk aanpakken van corruptie bemoeilijkt blijven worden door slechte interinstitutionele samenwerking en een ontoereikende uitwisseling van informatie; benadrukt dat er een gepaster juridisch kader moet komen voor belangenconflicten, de regulering van lobbyactiviteiten en betere interinstitutionele samenwerking, vooral tussen de politie en diensten van het openbaar ministerie, teneinde de resultaten op het vlak van onderzoek, vervolging en veroordeling, waaronder bij zaken op hoog niveau, te verbeteren;

13.  uit zijn tevredenheid over de lopende uitvoering van de strategie en het actieplan voor de bestrijding van georganiseerde misdaad en intensievere internationale politiesamenwerking; vraagt dat ook netwerken van georganiseerde misdaad worden ontmanteld en dat het aantal definitieve veroordelingen in zaken tegen de georganiseerde misdaad toeneemt door een betere samenwerking tussen internationale organisaties, de politie en openbare ministeries en door sterkere institutionele en operationele capaciteiten; vindt het zorgwekkend dat het aantal gevallen van bevriezing en inbeslagneming van illegaal verworven vermogen nog steeds zeer laag is en dringt erop aan de mogelijkheden voor financiële onderzoeken te vergroten, en meer illegaal verworven vermogen te bevriezen en in beslag te nemen; stelt vast dat er weliswaar meer onderzoeken naar witwaspraktijken worden gestart, maar dat het aantal definitieve veroordelingen klein blijft;

14.  verwelkomt de recente acties tegen cannabisplantages, maar dringt er tegelijkertijd op aan de maatregelen voor het elimineren van de teelt, productie en handel van drugs in Albanië en voor het aanpakken van aan drugs gerelateerde netwerken te intensiveren, onder meer door de internationale en regionale samenwerking te versterken; stelt overigens vast dat de politie en het Openbaar Ministerie er niet in slagen de criminele netwerken die zich met de vervaardiging van drugs bezighouden, te identificeren;

15.  vraagt dat meer inspanningen worden geleverd om de ongecontroleerde proliferatie van de illegale handel in wapens aan te pakken, onder meer door de samenwerking met de EU op dit vlak te verstevigen, de overgebleven voorraden kleine en lichte wapens te vernietigen en de kwaliteit van de opslagfaciliteiten te verbeteren; maakt zich zorgen over het zeer hoge percentage moorden in Albanië dat wordt gepleegd met vuurwapens;

16.  dringt aan op versterking van de capaciteit van de regering om de opbrengsten van cybercriminaliteit te achterhalen, af te pakken en in beslag te nemen, en om witwaspraktijken op het internet te voorkomen;

17.  spoort Albanië aan zijn wettelijke kader voor het bepalen van de internationale beschermingsstatus van vluchtelingen verder te verbeteren; is verheugd over de inspanningen van de Albanese politie gericht op het verbeteren van de uitwisseling van informatie met Frontex, en dringt aan op intensivering van de samenwerking tussen de EU en Albanië, teneinde de rechten van vluchtelingen te beschermen in overeenstemming met internationale normen en de fundamentele waarden van de EU; maakt zich zorgen over de recente toename van het aantal gevallen van mensensmokkel; dringt erop aan meer te doen op het gebied van het voorkomen van mensensmokkel, met bijzondere aandacht voor de voornaamste slachtoffers hiervan, met name niet-begeleide minderjarigen, vrouwen en meisjes;

18.  vindt het zorgelijk dat de gevangenissen overvol zijn, dat er (meldingen zijn dat er) te weinig medische zorg beschikbaar is in detentieverblijven en dat verdachten op politiebureaus slecht behandeld worden; beveelt aan de benadering van het inzetten op straffen te herzien, strafbare feiten opnieuw te classificeren en vaker te kiezen voor een alternatieve straf;

19.  neemt kennis van de verbeterde samenwerking tussen staatsinstellingen en organisaties uit het maatschappelijk middenveld op EU-gerelateerde gebieden, met inbegrip van hun samenwerking in vergaderingen van de nationale raad voor Europese integratie; stelt vast dat een mondig maatschappelijk middenveld een essentiële voorwaarde is voor elk democratisch bestel; benadrukt derhalve dat er op alle regeringsniveaus nauwer moet worden samengewerkt met organisaties uit het maatschappelijk middenveld, ook op lokaal niveau; verwelkomt in dit verband de oprichting van de nationale raad voor het maatschappelijk middenveld; vraagt dat het recht op informatie en openbare raadpleging effectief ten uitvoer gelegd wordt en dat het fiscale kader voor organisaties uit het maatschappelijk middenveld beter wordt gereguleerd;

20.  herinnert eraan dat tot de kernprioriteiten behoren het verbeteren van de eerbiediging van mensenrechten en minderhedenrechten, versterking van het anti-discriminatiebeleid, onder meer door de handhaving te versterken; dringt er met klem bij de bevoegde autoriteiten op aan het klimaat van inclusie en tolerantie voor alle minderheden in het land te blijven bevorderen in overeenstemming met de Europese normen inzake de bescherming van minderheden, onder meer door de staatscommissie voor minderheden een grotere rol toe te kennen; is verheugd over de eerste stappen gericht op de verbetering van het wettelijk kader voor de bescherming van minderheden en verzoekt Albanië de kaderwet inzake de bescherming van minderheden goed te keuren en het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden te ratificeren; neemt kennis van het brede raadplegingsproces, waaraan wordt deelgenomen door onafhankelijke instellingen, minderhedenorganisaties en het maatschappelijk middenveld; beklemtoont de noodzaak van het verbeteren van de leefomstandigheden van Roma, Egyptenaren en andere etnische minderheden; vraagt dat inspanningen geleverd blijven worden om de toegang tot werk en alle overheids- en sociale diensten, onderwijs, gezondheidszorg, sociale woningen en juridische bijstand te verbeteren; is bezorgd over het feit dat de inclusie van Roma-kinderen in het onderwijssysteem, ondanks verbeteringen, de laagste in de regio blijft;

21.  looft de ombudsman voor zijn werk gericht op het verbeteren van de mensenrechtenwetgeving, en met name voor hetgeen hij gedaan heeft in het kader van de hervorming van justitie; juicht het toe dat actief gewerkt wordt aan de bevordering van de rechten van kwetsbare groepen, en van de beginselen van menselijke waardigheid, vrijheid, gelijkheid en de rechtsstaat; betreurt het dat het werk van de ombudsman als gevolg van een gebrek aan financiële en personele middelen in zijn centrale en lokale bureaus beperkt gebleven is; vraagt om meer bevoegdheid, autonomie, efficiëntie en middelen voor het Bureau van de ombudsman;

22.  blijft bezorgd over de discriminatie van en het gebrek aan passende maatregelen voor de bescherming van vrouwen en meisjes die tot achterstands- en gemarginaliseerde groepen behoren, alsook over het grote aantal gevallen van huiselijk geweld tegen vrouwen en meisjes; beklemtoont dat aanvullende inspanningen nodig zijn om op het gebied van de aanpak van discriminatie een goede reputatie op te bouwen; verzoekt de bevoegde autoriteiten door te gaan met bewustmakingscampagnes betreffende en het voorkomen van huiselijk geweld, en de ondersteuning van slachtoffers van huiselijk geweld te verbeteren; roept nog eens op tot volledige implementatie van het Verdrag inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld van de Raad van Europa (Verdrag van Istanbul), spoort de autoriteiten aan op gender gebaseerde stereotiepe vooroordelen aan te pakken door middel van systematisch onderwijs, openbaar debat en overheidsmaatregelen;

23.  vraagt dat de institutionele mechanismen de rechten van het kind beter beschermen en kinderarbeid voorkomen;

24.  merkt op dat er meer moet worden gedaan om de rechten van alle minderheden in Albanië te beschermen door de desbetreffende wetgeving volledig ten uitvoer te leggen; beveelt aan de rechten van etnische Bulgaren in de regio's Prespa, Golo Brdo en Gora in de wetgeving te verankeren en in de praktijk te waarborgen;

25.  neemt nota van de verbeteringen die zijn doorgevoerd op het gebied van de bescherming van LGBTI-personen, en spoort de regering aan door te gaan met het implementeren van de maatregelen van het Albanese programma voor de periode tot 2020;

26.  betreurt het dat de bevoegde autoriteiten tot nu toe geen serieus strafrechtelijk onderzoek hebben gehouden naar het verlies aan mensenlevens tijdens de demonstratie op 21 januari 2011; verzoekt de autoriteiten om onverwijld recht te doen aan de slachtoffers van de gebeurtenissen van die dag;

27.  looft de godsdiensttolerantie en de goede samenwerking tussen religieuze gemeenschappen; roept alle bevoegde autoriteiten en religieuze gemeenschappen op om samen te werken aan het behoud en de bevordering van religieuze harmonie, in overeenstemming met de grondwet; acht het essentieel islamistische radicalisering te voorkomen door middel van een gerichte aanpak van de inlichtingendiensten, de wetshandhavingsautoriteiten en justitie, alsook door uit het buitenland terugkerende strijders 'los te weken' van het islamisme en opnieuw te integreren, gewelddadig extremisme tegen te gaan in samenwerking met organisaties uit het maatschappelijk middenveld en religieuze gemeenschappen, en de regionale en internationale samenwerking op dit vlak te intensiveren; prijst het land voor het alomvattende wettelijk kader voor de preventie en bestrijding van de financiering van terrorisme; eist dat alle maatregelen de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen onder alle omstandigheden garanderen; beklemtoont dat speciale onderwijsprogramma's van belang zijn bij het voorkomen van radicalisering, alsook bij de rehabilitatie en re-integratie in de samenleving van de betrokken personen;

28.  betreurt het dat afgelopen jaar weinig vooruitgang is geboekt op het gebied van de mediavrijheid; herhaalt het cruciale belang van professionele en onafhankelijke particuliere en openbare media; is bezorgd over de politieke invloed op de media en de wijdverspreide zelfcensuur bij journalisten; merkt op dat de wet op audiovisuele media traag wordt uitgevoerd en dat de vacatures bij de Autoriteit voor audiovisuele media (AMA) met vertraging worden ingevuld; roept op tot maatregelen om de professionele en ethische normen van journalisten te verhogen, reguliere arbeidscontracten voor journalisten gangbaar te maken, de transparantie van overheidsadvertenties in de media te verbeteren en de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en verantwoordingsplicht van de Autoriteit voor audiovisuele media (AMA) en de openbare omroep volledig te verzekeren, vooral met het oog op de aanstaande parlementsverkiezingen; herhaalt dat het intern reglement van de openbare omroep RTSH gefinaliseerd en goedgekeurd moet worden, en dat de overstap op digitale uitzendingen gerealiseerd moet worden;

29.  uit zijn tevredenheid over de verbeteringen op het vlak van begrotingsconsolidatie, hogere scores voor ondernemerschap en inspanningen ter bestrijding van de informele economie; wijst echter op voortdurende tekortkomingen in de rechtsstaat en een problematisch regelgevingsklimaat, hetgeen investeringen hindert; vindt het zorgwekkend dat overmakingen van Albanese migranten in het buitenland een belangrijke stuwende kracht achter de binnenlandse vraag vormen; dringt er bij de bevoegde autoriteiten op aan maatregelen te treffen voor een verbeterde naleving van contracten en een betere belastinginning, en de justitiële hervorming te blijven uitvoeren om het bedrijfsklimaat te verbeteren; maakt zich zorgen over het grote aantal directe aanbestedingen en niet-concurrerende biedingen, alsook over de toekenning van langetermijncontracten voor outsourcing en contracten voor PPP's, met twijfelachtige gevolgen voor het openbaar belang;

30.  beveelt de autoriteiten aan om vaart te zetten achter de uitvoering van grote infrastructuurprojecten, zoals de spoorwegverbinding en de moderne snelweg tussen Tirana en Skopje, die onderdeel zijn van Corridor VIII;

31.  stelt bezorgd vast dat er weinig administratieve capaciteit is om de milieuwetgeving te handhaven en dat het slecht gesteld is met het afval- en het waterbeheer, hetgeen tot veel milieucriminaliteit leidt, hetgeen een bedreiging vormt voor Albanië's economische hulpbronnen en een obstakel is voor een hulpbronnenefficiënte economie; onderstreept dat de kwaliteit van milieueffectbeoordelingen verbeterd moet worden en dat de inspraak en raadpleging van het maatschappelijk middenveld bij relevante projecten gewaarborgd moeten worden; beklemtoont dat het essentieel is de klimaatveranderingsdoelstellingen te verwezenlijken zonder dat dit leidt tot negatieve gevolgen voor de biodiversiteit, het landschap, de aquatische hulpbronnen, fauna en flora, en de plaatselijke bevolking;

32.  benadrukt dat de milieugevolgen van waterkrachtcentrales vaak niet goed in kaart worden gebracht, teneinde ervoor te zorgen dat ze voldoen aan de internationale normen en de toepasselijke EU-natuurbeschermingswetgeving; adviseert de regering te overwegen een Vjosa Nationaal Park te creëren, en de plannen voor de bouw van een waterkrachtcentrale in het gebied van de rivier de Vjosa en zijn zijrivieren te schrappen; dringt aan op verdere afstemming op de energiewetgeving van de EU, en vooral op de goedkeuring van een nationale energiestrategie, met als doel grotere energieonafhankelijkheid en -efficiëntie; verwelkomt het nationale actieplan 2015-2020 voor hernieuwbare energiebronnen;

33.  merkt op dat de effectieve handhaving van eigendomsrechten nog niet gewaarborgd is; dringt aan op maatregelen voor de voltooiing van het proces van registratie, restitutie en compensatie van eigendommen, en voor de actualisering en doeltreffende tenuitvoerlegging van de strategie inzake eigendomsrechten voor de periode 2012-2020; dringt er daarnaast bij de autoriteiten op aan in dit verband een routekaart met duidelijke verantwoordelijkheden en deadlines te ontwikkelen, en een op het grote publiek gerichte voorlichtingscampagne te organiseren om voormalige eigenaren te informeren over hun rechten en plichten in verband met de teruggave van eigendom; dringt aan op meer transparantie, rechtszekerheid en gelijkheid van behandeling bij de wet houdende de toekenning van compensatie voor eigendommen die in het communistische tijdperk in beslag genomen zijn; vindt dat er een nationaal coördinator voor eigendomsrechten moet worden benoemd, en dat het proces van registratie en het in kaart brengen van eigendommen, inclusief de digitalisering hiervan, moet worden versneld;

34.  beklemtoont het belang van onderzoek bij het aan het licht brengen van misdaden van het voormalige communistische regime, en onderstreept in dit verband de morele, politieke en juridische verantwoordelijkheid van de instellingen van de staat; verzoekt de autoriteiten passende wetgevingsmaatregelen op te stellen voor de rehabilitatie van slachtoffers, waaronder compensatie voor individuen en hun gezinnen, en alle nog van kracht zijnde politiek gemotiveerde rechterlijke uitspraken in te trekken; spoort de Albanese autoriteiten aan te achterhalen wie tijdens de communistische dictatuur misdaden tegen de menselijkheid heeft begaan, en de daders ter verantwoording te roepen;

35.  stelt vast dat het verwerken van het communistische verleden, in de vorm van erkenning van mensenrechtenschendingen, waarheidsvinding en gerechtigheid voor de slachtoffers, van essentieel belang is; is blij met de wet houdende de oprichting van een autoriteit voor de openstelling van de Sigurimi-archieven; verwelkomt de publicatie door de OVSE-aanwezigheid en de Duitse ambassade over de kennis en publieke perceptie van het communistische verleden in Albanië en verwachtingen voor de toekomst; is van mening dat deze inspanningen zullen bijdragen tot het voeren van een dialoog over het verleden en het wekken van verwachtingen voor de toekomst;

36.  benadrukt dat het belangrijk is de sociale dialoog, de rol van het maatschappelijk middenveld, de capaciteiten van sociale partners en handhavingsmechanismen voor sociale rechten te versterken; dringt er bij de regering op aan het onderwijssysteem te moderniseren teneinde tot een inclusievere samenleving te komen, en de ongelijkheid en discriminatie te reduceren, en jongeren beter van vaardigheden en kennis te voorzien; benadrukt het belang van steun van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) voor het onderwijs-, werkgelegenheids- en sociaal beleid;

37.  verzoekt de Albanese autoriteiten op beleidsgebied meer te doen voor personen met een handicap, die nog altijd moeilijkheden ondervinden bij de toegang tot onderwijs, de arbeidsmarkt, gezondheidszorg, sociale diensten en het besluitvormingsproces, bijvoorbeeld in de vorm van obstakels voor het uitoefenen van hun stemrecht;

38.  merkt bezorgd dat het aantal asielaanvragen van Albanezen in EU-lidstaten, die ongegrond werden verklaard, opnieuw is toegenomen; dringt er bij de regering op aan onverwijld concrete maatregelen te nemen om dit verschijnsel aan te pakken en de inspanningen voor bewustmaking, sociaaleconomische steun en preventie op dit vlak op te voeren, alsook aandacht te besteden aan de pushfactoren, die verband houden met structurele tekortkomingen bij sociale bescherming, onderwijs en volksgezondheid; beklemtoont dat het Directoraat-Generaal Grenzen en Migratie en de grenspolitie over voldoende personele middelen moeten beschikken, en dat de interinstitutionele samenwerking moet worden verbeterd, teneinde de irreguliere migratie beter te kunnen aanpakken;

39.  looft Albanië voor zijn voortdurende volledige afstemming op relevante EU-verklaringen en conclusies van de Raad, waardoor het land zijn engagement voor Europese integratie en solidariteit duidelijk toont; benadrukt het belang en de noodzaak van een voortgezette constructieve bijdrage van Albanië aan de politieke stabiliteit in de regio;

40.  juicht het toe dat de Albanese autoriteiten besloten hebben het buitenlands beleid van het land in overeenstemming te brengen met Besluit (GBVB) 2016/1671, houdende verlenging van de beperkende maatregelen van de EU tegen Rusland;

41.  beklemtoont het belang van goede nabuurschapsrelaties, die, omdat ze integrerend onderdeel uitmaken van het uitbreidingsproces en van de voorwaarden van het stabilisatie- en associatieproces, essentieel zijn; juicht het toe dat Albanië zich constructief en proactief opstelt bij het bevorderen van regionale samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen met andere uitbreidingslanden en buurlanden die reeds EU-lidstaat zijn; is ingenomen met de deelname van Albanië aan het initiatief "de Zes van de Westelijke Balkan";

42.  looft zowel Albanië, als Servië voor hun voortgezet engagement ter verbetering van de bilaterale betrekkingen en ter versterking van de regionale samenwerking op politiek en maatschappelijk niveau, bijvoorbeeld via het in Tirana gevestigde Regionaal Bureau voor samenwerking in jongerenzaken (Regional Youth Cooperation Office, RYCO); moedigt beide landen aan hun goede samenwerking voort te zetten teneinde verzoening in de regio te bevorderen, in het bijzonder middels programma's voor jongeren, zoals die in het kader van de positieve agenda voor de jeugd in de Westelijke Balkan;

43.  neemt kennis van de recente wrijvingen in de Albanees-Griekse betrekkingen, en beveelt beide partijen aan niets te doen of te zeggen dat die betrekkingen negatief zou kunnen beïnvloeden;

44.  herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om informatie over IPA-steun aan Albanië en de doeltreffendheid van de uitgevoerde maatregelen in haar verslagen op te nemen, in het bijzonder over de voor de uitvoering van de belangrijke prioriteiten en relevante projecten toegekende IPA-steun;

45.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regering en het parlement van Albanië.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

31.1.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

52

6

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Louis Aliot, Francisco Assis, Petras Auštrevičius, Amjad Bashir, Bas Belder, Goffredo Maria Bettini, Mario Borghezio, Victor Boştinaru, Elmar Brok, Klaus Buchner, Javier Couso Permuy, Andi Cristea, Arnaud Danjean, Georgios Epitideios, Knut Fleckenstein, Anna Elżbieta Fotyga, Eugen Freund, Michael Gahler, Mike Hookem, Sandra Kalniete, Manolis Kefalogiannis, Tunne Kelam, Afzal Khan, Janusz Korwin-Mikke, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, Alex Mayer, David McAllister, Tamás Meszerics, Francisco José Millán Mon, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Kati Piri, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Sofia Sakorafa, Jacek Saryusz-Wolski, Alyn Smith, Jordi Solé, Jaromír Štětina, Dubravka Šuica, László Tőkés, Ivo Vajgl, Elena Valenciano, Hilde Vautmans

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Angel Dzhambazki, Doru-Claudian Frunzulică, Othmar Karas, Antonio López-Istúriz White, Norica Nicolai, Urmas Paet, Soraya Post, György Schöpflin, Igor Šoltes, Željana Zovko

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Raymond Finch, Jasenko Selimovic

Juridische mededeling