Procedure : 2016/0823(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0035/2017

Ingediende teksten :

A8-0035/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/02/2017 - 8.5

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0023

VERSLAG     *
PDF 381kWORD 52k
9.2.2017
PE 597.541v02-00 A8-0035/2017

over het ontwerp van besluit van de Raad tot wijziging van Besluit 2009/935/JBZ wat betreft de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten moet sluiten

(15778/2016 – C8-0007/2017 – 2016/0823(CNS))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Agustín Díaz de Mera García Consuegra

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE CONSTITUTIONELE ZAKEN
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad tot wijziging van Besluit 2009/935/JBZ wat betreft de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten moet sluiten

(15778/2016 – C8-0007/2017 – 2016/0823(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van de Raad (15778/2016),

–  gezien Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese Politiedienst (Europol)(1), en met name artikel 26, lid 1, onder a), op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0007/2017),

–  gezien Besluit 2009/934/JBZ van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van de uitvoeringsregels voor de betrekkingen van Europol met partners, inclusief de uitwisseling van persoonsgegevens en gerubriceerde informatie(2), met name de artikelen 5 en 6,

–  gezien Besluit 2009/935/JBZ van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten moet sluiten(3), zoals gewijzigd bij Besluit 2014/269/EU van de Raad,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Commissie en de eerste minister van Denemarken van 15 december 2016, waarin niet alleen de operationele behoeften worden benadrukt, maar ook het feit dat de geplande overeenkomst tussen Europol en Denemarken uitzonderlijk van aard is en een overgangskaraker heeft,

–  gezien voornoemde verklaring, waarin wordt benadrukt dat de geplande regeling alleen in werking kan treden onder de volgende voorwaarden: voortgezet lidmaatschap van Denemarken van de Unie en van de Schengenzone, de verplichting van Denemarken om Richtlijn (EU) 2016/680/EU(4) betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens vóór 1 mei 2017 volledig om te zetten in de Deense wetgeving, instemming van Denemarken wat betreft de erkenning van de rechtsmacht van het Europees Hof van Justitie, en de bevoegdheid van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming,

–  gezien artikel 294, lid 22, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de uitkomst van het Deense referendum van 3 december 2015 in relatie tot Protocol nr. 22 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0035/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van de Raad;

2.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in de door het Parlement goedgekeurde tekst;

4.  verzoekt de Raad om in de toekomstige regeling tussen Europol en Denemarken een vervaldatum op te nemen van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding ervan, zodat gewaarborgd wordt dat de regeling een overgangskaraker heeft met het oog op volwaardig lidmaatschap of sluiting van een internationale overeenkomst in overeenstemming met artikel 218 VWEU;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1)

PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.

(2)

PB L 325 van 11.12.2009, blz. 6.

(3)

PB L 325 van 11.12.2009, blz. 12.

(4)

2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).


TOELICHTING

Denemarken neemt momenteel volledig deel aan Europol, dat opereert op grond van het huidige besluit van de Raad (2009/371/JBZ). Op grond van Protocol nr. 22 bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kon Denemarken niet deelnemen aan de vaststelling van deze nieuwe Europolverordening, en is deze verordening niet van toepassing op het land. De nieuwe Europolverordening is met ingang van 1 mei 2017 van toepassing en op deze datum wordt het huidige besluit van de Raad inzake Europol automatisch ingetrokken. Dit betekent dat Denemarken per 1 mei 2017 geen deel meer zal nemen aan Europol en niet deel zal kunnen nemen aan de activiteiten van Europol, de gegevensbanken niet zal kunnen raadplegen en evenmin gegevens met Europol zal kunnen uitwisselen.

Op 3 december 2015 heeft Denemarken een referendum gehouden over het omzetten van zijn huidige, inflexibele opt-outregeling op grond van Protocol nr. 22 voor kwesties betreffende justitie en binnenlandse zaken in een meer flexibele, selectieve opt-inregeling, die vergelijkbaar is met de regeling die momenteel geldt voor Ierland en het Verenigd Koninkrijk. De uitkomst van het referendum was echter negatief (53,1 % stemde tegen en 46,9 % stemde voor).

Na de negatieve uitkomst van dit referendum vonden informele besprekingen plaats tussen de Deense autoriteiten en de Europese instellingen. Tijdens deze besprekingen werd gezocht naar manieren om Denemarken zo nauw mogelijk te associëren met Europol.

Deze informele besprekingen leidden tot een gezamenlijke verklaring op 15 december 2016 van de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Europese Commissie en de eerste minister van Denemarken. In deze gezamenlijke verklaring wordt voorgesteld om Denemarken te associëren met Europol door middel van een operationele samenwerkingsovereenkomst, zodat de negatieve effecten van het Deense vertrek uit Europol tot een minimum beperkt blijven. Deze samenwerkingsovereenkomst tussen Europol en Denemarken moet vóór 1 mei 2017 gesloten zijn, zodat eventuele operationele leemten voorkomen kunnen worden.

Het juridische traject hiervoor omvat twee achtereenvolgende wetgevingsprocedures, waarbij Denemarken eerst op de lijst wordt geplaatst van landen waarmee Europol internationale samenwerkingsovereenkomsten moet sluiten, waarna de operationele samenwerkingsovereenkomst tussen Europol en Denemarken gesloten wordt. Het Europees Parlement dient over beide voorstellen geraadpleegd te worden.

Dit verslag betreft de eerste raadpleging, namelijk over de wijziging van Besluit 2009/935/JBZ, zodat Denemarken op de lijst geplaatst wordt van derde staten en organisaties waarmee Europol internationale samenwerkingsovereenkomsten moet sluiten.

Uw rapporteur pleit voor goedkeuring van dit voorstel. De bestrijding van grensoverschrijdende, zware en georganiseerde criminaliteit en internationaal terrorisme binnen de Unie maakt nauwe samenwerking en uitwisseling van gegevens tussen alle Europese landen noodzakelijk. Een plotseling vertrek van Denemarken uit Europol zonder een soepele overgangsregeling met het oog op een vorm van associatie tussen Denemarken en Europol, kan leiden tot operationele leemten en tot een geringere capaciteit van de EU om georganiseerde criminaliteit en terrorisme effectief te bestrijden. Daarom is het belangrijk erop toe te zien dat er voldoende samenwerking bestaat tussen Denemarken en Europol, ook op het gebied van de uitwisseling van relevant personeel en gegevens, waarvoor adequate waarborgen en gegevensbescherming gelden.

Tegelijkertijd moet een dergelijke samenwerkingsovereenkomst met Denemarken een duidelijk overgangskarakter hebben en kan deze overeenkomst op geen enkele manier gelijkwaardig zijn aan volledig lidmaatschap van Europol, onder meer door rechtstreeks toegang te verlenen tot de gegevensbanken van Europol, te voorzien in volledige deelname aan Europols operationele werkzaamheden of besluitvormingsrechten in de bestuursorganen van Europol te verlenen. Ten slotte merkt de rapporteur tevreden op dat, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring, het voorstel voor een regeling onderhevig is aan de volgende voorwaarden: voortgezet lidmaatschap van Denemarken van de Schengenzone, de verplichting van Denemarken om de richtlijn gegevensbescherming vóór 1 mei 2017 volledig om te zetten in de Deense wetgeving, instemming van Denemarken wat betreft de erkenning van de rechtsmacht van het Europees Hof van Justitie, en de bevoegdheid van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE CONSTITUTIONELE ZAKEN

Ref.: D(2017)5673

De heer Claude Moraes

Voorzitter van de Commissie burgerlijke vrijheden

Justitie en binnenlandse zaken

ASP 13G205

Brussel

Betreft:  AFCO-advies in briefvorm over het verzoek om raadpleging van het Parlement inzake het Ontwerpuitvoeringsbesluit (EU) 2016/… van de Raad tot wijziging van Besluit 2009/935/JBZ wat betreft de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten moet sluiten

Geachte voorzitter,

Namens de Commissie constitutionele zaken heb ik de eer om aan de commissie waar u voorzitter van bent het advies van AFCO in briefvorm aan te bieden over bovengenoemd verzoek.

Deze vorm is gezien de urgentie gerechtvaardigd. In feite geldt voor het verzoek om raadpleging van het Parlement een zeer strikte tijdslimiet die door de Raad is vastgesteld op drie maanden, maar met het oog op de op handen zijnde toepassing van de nieuwe verordening betreffende Europol op 1 mei 2017 heeft de Raad het Parlement verzocht zijn advies, indien mogelijk, binnen een maand in te dienen.

Het Europees Parlement wordt geraadpleegd door de Raad, die in zijn brief van 5 januari 2017 aan het Parlement een ontwerpuitvoeringsbesluit van de Raad voorlegde tot wijziging van Besluit 2009/935/JBZ wat betreft de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol (de "Europese politiedienst" tot 1 mei 2017) overeenkomsten moet sluiten.

Het huidige Besluit 2009/371/JBZ van de Raad tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol) wordt met ingang van 1 mei 2017 ingetrokken bij de nieuwe Verordening 2016/794 van het Europees Parlementen de Raad betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) die op diezelfde datum in werking zal treden. Dezelfde verordening strekt ook tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad betreffende uitvoeringsbepalingen, de lijst van derde staten en de uitwisseling van persoonsgegevens.

Denemarken neemt momenteel net als alle andere lidstaten deel aan Europol krachtens het besluit van de Raad van 2009. Aangezien Denemarken een opt-outregeling heeft ten aanzien van titel V van het Verdrag van Lissabon en in het bijzonder op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, hetgeen betekent dat iedere maatregel die op dit gebied door de Unie wordt vastgesteld niet op het land van toepassing is, zal Denemarken evenwel worden uitgesloten van deelname aan Europol wanneer de nieuwe verordening in werking treedt. Denemarken wordt bijgevolg een derde staat ten opzichte van Europol. Het is derhalve noodzakelijk om Denemarken toe te voegen aan de lijst van derde staten teneinde voortzetting van de samenwerking met het Agentschap mogelijk te maken.

De Commissie constitutionele zaken heeft geen bezwaren tegen de toevoeging van Denemarken aan de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten moet sluiten, aangezien het noodzakelijk is dat de Europese Unie en haar partners bij Europol samenwerken en informatie uitwisselen in het kader van de strijd tegen ernstige internationale misdaad en terrorisme.

Tegelijkertijd is het van essentieel belang om ongewenste versnippering binnen de Europese Unie te voorkomen en te voorzien in een rechtskader dat de deelname van Denemarken aan Europol samen met de andere lidstaten waarborgt, ondanks het groeiende aantal opt-outregelingen dat de cohesie van de Unie in gevaar brengt.

Hoogachtend,

Prof. Danuta Hübner


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten sluit

Document- en procedurenummers

15778/2016 – C8-0007/2017 – 2016/0823(CNS)

Datum raadpleging EP

5.1.2017

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

16.1.2017

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

BUDG

16.1.2017

CONT

16.1.2017

AFCO

16.1.2017

 

Geen advies

       Datum besluit

BUDG

26.1.2017

CONT

24.1.2017

AFCO

30.1.2017

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Agustín Díaz de Mera García Consuegra

30.1.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

24.1.2017

30.1.2017

9.2.2017

 

Datum goedkeuring

9.2.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

42

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Heinz K. Becker, Michał Boni, Caterina Chinnici, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Tanja Fajon, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Monika Hohlmeier, Eva Joly, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Péter Niedermüller, Soraya Post, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Csaba Sógor, Sergei Stanishev, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Udo Voigt, Josef Weidenholzer, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Petr Ježek, Jeroen Lenaers, Nadine Morano, Morten Helveg Petersen, Emil Radev, Barbara Spinelli, Anders Primdahl Vistisen, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Josu Juaristi Abaunz, Georg Mayer

Datum indiening

9.2.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

42

+

ALDE

Nathalie Griesbeck, Petr Ježek, Morten Helveg Petersen

ECR

Monica Macovei, Helga Stevens, Anders Primdahl Vistisen, Branislav Škripek

EFDD

Kristina Winberg

ENF

Georg Mayer

GUE/NGL

Josu Juaristi Abaunz, Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat

NI

Udo Voigt

PPE

Heinz K. Becker, Michał Boni, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Kinga Gál, Monika Hohlmeier, Barbara Kudrycka, Jeroen Lenaers, Roberta Metsola, Nadine Morano, Emil Radev, Csaba Sógor, Traian Ungureanu, Axel Voss, Tomáš Zdechovský

S&D

Caterina Chinnici, Tanja Fajon, Ana Gomes, Cécile Kashetu Kyenge, Dietmar Köster, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Péter Niedermüller, Soraya Post, Birgit Sippel, Sergei Stanishev, Josef Weidenholzer

Verts/ALE

Eva Joly, Judith Sargentini, Bodil Valero

0

-

 

 

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling