Procedure : 2017/2014(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0036/2017

Ingediende teksten :

A8-0036/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/02/2017 - 8.7

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0025

VERSLAG     
PDF 510kWORD 70k
10.2.2017
PE 597.463v02-00 A8-0036/2017

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Nederland – EGF/2016/005 NL/Drenthe Overijssel detailhandel)

(COM(2016)0742 – C8-0018/0000 – 2017/2014(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Nedzhmi Ali

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE : BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Nederland – EGF/2016/005 NL/Drenthe Overijssel detailhandel)

(COM(2016)0742 – C8-0018/2017 – 2017/2014(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0742 – C8‑0018/2017),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG‑verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8‑0036/2017),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd tijdens het overleg van 17 juli 2008, en met inachtneming van het IIA van 2 december 2013 met betrekking tot het nemen van besluiten om gebruik te maken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG);

C.  overwegende dat de vaststelling van de nieuwe EFG‑verordening vorm geeft aan de overeenkomst tussen het Parlement en de Raad om het criterium "crisisafwijking" opnieuw in te voeren, de financiële bijdrage van de Unie te verhogen tot 60 % van de totale geraamde kosten van de voorgestelde maatregelen, de efficiëntie voor de behandeling van EFG‑aanvragen in de Commissie en door het Parlement en de Raad te verhogen door de termijn voor beoordeling en goedkeuring te verkorten, de subsidiabele maatregelen en begunstigden uit te breiden door zelfstandigen en jongeren toe te voegen en stimuleringsmaatregelen voor de oprichting van een eigen bedrijf te financieren;

D.  overwegende dat Nederland aanvraag EGF/2016/005 NL/Drenthe Overijssel detailhandel heeft ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 47 (Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in de regio's van NUTS‑niveau 2 Drenthe (NL13) en Overijssel (NL21), en dat 800 van de 1 096 ontslagen werknemers die voor de EFG-bijdrage in aanmerking komen naar verwachting aan de maatregelen zullen deelnemen;

E.  overwegende dat Nederland de aanvraag heeft ingediend in het kader van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder b), van de EFG-verordening, dat bepaalt dat binnen een referentieperiode van negen maanden ten minste 500 werknemers gedwongen moeten zijn ontslagen in ondernemingen die actief zijn in dezelfde NACE Rev. 2-afdeling en gevestigd zijn in twee aan elkaar grenzende regio's van NUTS-niveau 2 in een lidstaat;

F.  overwegende dat de voorkeuren van de consument aanzienlijk zijn veranderd, en dat bijvoorbeeld producten uit de middelste prijscategorie minder goed verkopen, en internetaankopen steeds populairder worden; overwegende dat nieuwe winkelcentra buiten de stadscentra van veel Nederlandse steden en het gedaalde vertrouwen van de consument(4) in de economie eveneens negatieve gevolgen hadden voor de positie van de conventionele detailhandel;

G.  overwegende dat Nederland aanvoert dat de Nederlandse financiële sector een wereldspeler is en gebonden is aan internationale regels, waaronder die inzake financiële reserves, en dat, om aan de nieuwe internationale normen te beantwoorden, de banken minder middelen dan vroeger hebben om de economie te financieren;

H.  overwegende dat tussen 1 augustus 2015 en 1 mei 2016 in de sector detailhandel in de regio's Drenthe en Overijssel 1 096 gedwongen ontslagen zijn gevallen;

I.  overwegende dat de detail- en groothandel goed is voor 11 % van het bbp van de Unie en 15 % van de totale werkgelegenheid in de Unie, maar dat deze sector nog altijd te lijden heeft van de crisis;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder b), van de EFG-verordening en dat Nederland bijgevolg recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 1 818 750 EUR, oftewel 60 % van de totale kosten van 3 031 250 EUR;

2.  wijst erop dat Nederland de aanvraag voor een financiële bijdrage uit het EFG op 12 juli 2016 heeft ingediend, en dat de beoordeling van deze aanvraag door de Commissie op 29 november 2016 is afgerond en op 23 januari 2017 aan het Parlement is meegedeeld;

3.  merkt op dat er tot op heden 6 andere EFG-aanvragen zijn ingediend met betrekking tot de sector "Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen", die allemaal gebaseerd zijn op de wereldwijde financiële en economische crisis(5);

4.  wijst erop dat de zwakke financiële positie van de grotere warenhuizen het onmogelijk maakte in andere winkelformules te investeren teneinde de nodige veranderingen door te voeren en opnieuw concurrerend te zijn;

5.  wijst erop dat de arbeidsmarkt in Nederland langzaam herstelt van de crisis en dat de gevolgen nog altijd zichtbaar zijn in bepaalde sectoren en dat sommige sectoren, zoals de detailhandel, korter geleden werkelijk zijn getroffen door de gevolgen van de financiële en economische crisis;

6.  wijst erop dat er in de Nederlandse detailhandelssector de afgelopen maanden veel ontslagen zijn gevallen door faillissementen bij grote warenhuizen, waardoor er in de periode 2011-2015 in totaal 27 052(6) ontslagen zijn gevallen. betreurt te moeten vaststellen dat het volume van goederen dat in de detailhandelssector is verkocht deze ontwikkeling heeft gevolgd met een daling van -2 % in 2011 tot -4 % in 2013, waarbij de aankopen nog steeds 2,7 % onder het niveau van 2008 liggen(7);

7.  benadrukt dat de sector detailhandel goed is voor een aanzienlijk deel van de werkgelegenheid (17-19 %) in de regio's van NUTS-niveau 2 Drenthe en Overijssel; wijst erop dat 5 200 detailhandelszaken failliet zijn gegaan sinds het begin van de crisis, en dat grote warenhuizen pas recentelijk zijn getroffen; betreurt dat dit heeft bijgedragen aan een stijging van het aantal ontvangers van een werkloosheidsuitkering in de sector detailhandel in die regio's met 3 461 tussen januari 2015 en maart 2016(8);

8.  betreurt dat jongere werknemers het zwaarst getroffen worden, aangezien 67,1 % van de beoogde begunstigden jonger is dan 30 jaar;

9.  benadrukt de lange periode die beoogde begunstigden doorbrengen zonder te werken of een opleiding te volgen, alsmede op de lange periode van ruim een jaar tussen de datum waarop het laatste ontslag plaatsvond (1 mei 2016) en de datum waarop de aanvragende lidstaat EFG-steun begint te ontvangen;

10.  wijst erop dat Nederland heeft laten weten dat de aanvraag, in het bijzonder het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening, werd opgesteld in overleg met belanghebbenden, sociale partners, vertegenwoordigers van de detailhandel en van de betrokken regio's;

11.  wijst erop dat de aanvraag geen toelagen of premies omvat als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder b), van de EFG-verordening; verwelkomt het besluit om de kosten van technische ondersteuning te beperken tot 4 % van de totale kosten, zodat 96 % overblijft om te gebruiken voor het pakket van individuele dienstverlening;

12.  verzoekt de Commissie nieuwe maatregelen te onderzoeken om de vertraging bij het verstrekken van EFG-steun te beperken door de bureaucratische rompslomp van de aanvraagprocedure te verminderen;

13.  wijst erop dat de door het EFG gecofinancierde individuele dienstverlening voor de ontslagen werknemers het volgende omvat: het in kaart brengen van de capaciteiten, het potentieel en de uitzichten op werk van de deelnemers; trajectbegeleiding re-integratie; een flexibele "mobiliteitspool" voor werkzoekenden en voor werkgevers die tijdelijke vacatures hebben; outplacement; scholing en cursussen, waaronder cursussen ter bevordering en begeleiding ondernemerschap, en ondernemerschapstoelages;

14.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de EFG‑verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het door het EFG gesteunde gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

15.  wijst erop dat de Nederlandse autoriteiten garanties hebben geboden dat voor de voorgestelde maatregelen geen financiële steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie zal worden ontvangen, dat dubbele ondersteuning zal worden voorkomen, dat de maatregelen een aanvulling zullen vormen op maatregelen gefinancierd door de structuurfondsen en dat zal worden voldaan aan de wettelijke vereisten in het nationale en Unierecht op het gebied van collectieve ontslagen;

16.  herinnert eraan dat de inzetbaarheid van alle werknemers moet worden verbeterd door middel van aangepaste opleidingen en de erkenning van de in de loop van het beroepsleven opgedane vaardigheden en bekwaamheden; verwacht dat de opleiding die in het gecoördineerde pakket wordt aangeboden, niet alleen is afgestemd op de behoeften van de ontslagen werknemers, maar ook op het huidige ondernemingsklimaat;

17.  herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

18.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de documenten in verband met EFG‑zaken openbaar toegankelijk zijn;

19.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

20.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/11/consumentenvertrouwen-daalt-opnieuw

(5)

EGF/2010/010 CZ/Unilever, COM(2011)0061; EGF/2010/016 ES/Aragón retail, COM(2010)0615; EGF/2011/004 EL/ALDI Hellas, COM(2011)0580; EGF/2014/009_EL/Sprider stores, COM(2014)0620; EGF/2014/013_EL/Odyssefs Fokas, COM(2014)0702; EGF/2015/011_GR/Supermarket Larissa, COM(2016)0210.

(6)

http://www.consultancy.nl/nieuws/11992/de-25-grootste-faillissementen-van-retailketens-en-winkels

(7)

Focus on consumption, Economisch Bureau ABN-AMRO Mathijs Deguelle en Nico Klene. Ontwikkeling van het volume van de verkoop van de detailhandel. 24 januari 2014. Prognoses retail, Economisch Bureau ABN‑AMRO Sonny Duijn, eerste alinea. 22 januari 2016.

(8)

UWV-cijfers april 2016.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Nederland – EGF/2016/005 NL/Drenthe Overijssel detailhandel)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) heeft tot doel steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)  Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden(3).

(3)  Op 12 juli 2016 heeft Nederland een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen voor ontslagen in de economische sector die in de statistische classificatie van economische activiteiten in de Europese Gemeenschap NACE Rev. 2 is ingedeeld in afdeling 47 (Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen), in de regio's van NUTS(4)-niveau 2 Drenthe (NL13) en Overijssel (NL21) in Nederland. Nederland heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Die aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)  Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 1 818 750 EUR te leveren aan de door Nederland ingediende aanvraag.

(5)  Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2017 wordt een bedrag van 1 818 750 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing vanaf [datum van vaststelling van het besluit]*.

[…]

(5)Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De Voorzitter  De Voorzitter

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(3)

Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020, (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).

(4)

Verordening (EU) nr. 1046/2012 van de Commissie van 8 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS), wat de indiening van tijdreeksen voor de nieuwe regionale indeling betreft (PB L 310 van 9.11.2012, blz. 34).

(5)

*  Datum in te voegen door het Parlement vóór bekendmaking in het PB.


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1)[1] en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(2)[2] mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Europese Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3)[3] verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II. De aanvraag van Nederland en het voorstel van de Commissie

1.Op dinsdag 29 november 2016 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Nederland om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die gedwongen zijn ontslagen na het faillissement en de sluiting van 6 ondernemingen in NACE Rev. 2, afdeling 47 (Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen), voornamelijk in de regio's van NUTS(4)[4]-niveau 2 Drenthe (NL13) en Overijssel (NL21) in Nederland.

Ondernemingen en aantal ontslagen tijdens de referentieperiode

Aktiesport (Drenthe)

41

Perry Sport (Drenthe)

19

Aktiesport (Overijssel)

84

Perry Sport (Overijssel)

36

Dolcis (Drenthe)

19

Scapino (Drenthe)

209

Dolcis (Overijssel)

44

Scapino (Overijssel)

213

Manfield (Drenthe)

11

V&D (Drenthe)

125

Manfield (Overijsse)

27

V&D (Overijssel)

268

Totaal aantal ondernemingen: 6

Totaal aantal ontslagen:

1 096

Totaal aantal zelfstandigen dat zijn werkzaamheden heeft beëindigd:

0

Totaal aantal in aanmerking komende werknemers en zelfstandigen:

1 096

 

 

 

 

 

 

Deze aanvraag is de eerste die in het kader van de begroting 2017 wordt behandeld en de zesde voor de sector "Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen", en heeft betrekking op de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 1 818 750 EUR uit het EFG voor Nederland. De aanvraag heeft betrekking op 800 ontslagen werknemers.

De aanvraag werd op 12 juli 2016 bij de Commissie ingediend, en tot en met 6 september 2016 werd er aanvullende informatie verstrekt. De Commissie heeft overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG, als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b, van de EFG-verordening.

Hoewel de Nederlandse arbeidsmarkt langzaam van de crisis herstelt, zijn de gevolgen in bepaalde sectoren nog steeds zichtbaar. Een aantal sectoren, zoals de detailhandel, zijn pas onlangs echt onder de gevolgen van de financiële en economische crisis gaan lijden. Een aantal van de grootste detailhandels in Nederland zijn eind 2015 failliet gegaan. In een analyse wordt een overzicht gegeven van de tien grootste faillissementen in de detailhandel in de loop der jaren, van het aantal filialen/winkels dat werd gesloten en van het aantal banen dat daarbij verloren is gegaan(5)[5]. Reeds halverwege de crisis (2011-2013) waren er faillissementen, die in eerste instantie de kleinere ketens troffen, en nu (2015-2016) de grotere(6)[6].

De 6 acties die aan de ontslagen werknemers worden aangeboden bestaan uit:

Intake: in het kader van deze maatregel worden de capaciteiten, het potentieel en de uitzichten op werk van de deelnemers in kaart gebracht. Iedere intake zal met een advies worden afgesloten.

Trajectbegeleiding re-integratie: in het kader van deze maatregel zal eerst een aanbod worden gedaan voor een gepersonaliseerd programma. De maatregel zal onder meer de opstelling van transferdocumenten, een intensieve opleiding in het zoeken van werk, de organisatie van banenmarkten en intensieve contacten met werkgevers omvatten.

Mobiliteitspool: deze maatregel bestaat erin een flexibele pool te creëren, zowel voor werkzoekenden als voor werkgevers die (tijdelijke) vacatures hebben. Deze dienst kan worden gebruikt om werkzoekenden flexibel in te zetten. Dankzij deze maatregel zullen de (omgeschoolde) werknemers werkervaring kunnen verwerven en in contact kunnen komen met nieuwe werkgevers.

Outplacement: in het kader van deze maatregel zullen loopbaanoriëntatie, counseling en competentieverwerving worden aangeboden.

Scholing en cursussen: in het kader van deze maatregel zullen scholing, cursussen en andere opleidingsfaciliteiten worden aangeboden, niet alleen voor de detailhandel, maar ook voor nieuwe beroepsprofielen, zoals vervoer, IT‑diensten, technische beroepen en andere.

Promotie, cursussen en begeleiding ondernemerschap: een aantal van de deelnemers kan van zijn commerciële vaardigheden en ervaring gebruikmaken om een eigen bedrijf op te richten. In het kader van deze maatregel zullen aan deze deelnemers opleiding en coaching worden aangeboden met als doel hun vaardigheden te ontwikkelen, een levensvatbaar businessplan op te stellen en hen door de wettelijke procedures te loodsen.

Toelage ondernemerschap: in het kader van deze maatregel zal een toelage worden toegekend om investeringskosten te dekken, op voorwaarde dat de deelnemer voldoende vaardigheden verwerft en over een levensvatbaar businessplan beschikt.

Het pakket maatregelen dat hierboven is toegelicht, komt bovenop de gewone dienstverlening aan werklozen. De maatregelen zijn individueel en toegesneden op de ontslagen werknemer, terwijl maatregelen betreffende ondernemerschap gericht zijn op een beperkt aantal personen met realistische zakelijke projecten.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties. Deze acties komen niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op een passieve sociale bescherming.

Nederland heeft op de volgende punten de nodige garanties geboden:

–bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd;

–aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan;

–de voorgestelde maatregelen zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

–de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de structuurfondsen worden gefinancierd;

–de financiële bijdrage van het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

III. Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 1 818 750 EUR.

Dit is het tiende voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds dat tot op heden in 2017 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

[1] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

[2] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(3)

[3] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(4)

[4] Verordening (EU) nr. 1046/2012 van de Commissie van 8 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS), wat de indiening van tijdreeksen voor de nieuwe regionale indeling betreft (PB L 310 van 9.11.2012, blz. 34).

(5)

[5] http://www.consultancy.nl/nieuws/11992/de-25-grootste-faillissementen-van-retailketens-en-winkels

(6)

[6] http://overijssel.databank.nl/jive/jivereportcontents.ashx?report=home Thema economie


BIJLAGE : BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

D(2017)3389

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft:  Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2016/005 NL/Drenthe Overijssel detailhandel

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2016/005 NL/Drenthe Overijssel detailhandel onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de commissie uitgegaan van de volgende overwegingen:

A)  overwegende dat de aanvraag gebaseerd is op artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG‑verordening) en betrekking heeft op 1 096 werknemers die werden ontslagen bij zes ondernemingen in de economische sectoren ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 47 – Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen;

B)  overwegende dat Nederland, om aan te tonen dat er een verband is tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ten gevolge van de globalisering, argumenteert dat de detailhandel een sector in crisis is, wegens de stijgende populariteit van aankopen op internet en de ontwikkeling van nieuwe winkelcentra buiten de stadscentra, in combinatie met strengere bankvoorschriften door de financiële economische crisis, die banken kritischer heeft gemaakt bij de toekenning van krediet aan bedrijven;

C)  overwegende dat 71,2 % van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben man is, en 28,8 % vrouw; overwegende dat 61,5 % van de beoogde begunstigden tussen de 15 en 24 jaar oud is, 24,8 % tussen de 30 en 54 jaar oud en 8 % tussen de 55 en 64 jaar oud;

D)  overwegende dat dit de zevende EFG-aanvraag is met betrekking tot afdeling 47 van NACE (Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen).

Daarom verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Nederlandse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1309/2013, en dat Nederland bijgevolg uit hoofde van deze richtlijn recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 1 818 750 EUR, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 3 031 250 EUR;

2.  merkt op dat de Commissie de termijn van twaalf weken na de ontvangst van de volledige aanvraag van de Nederlandse autoriteiten heeft gerespecteerd, aangezien zij haar beoordeling van de naleving van de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage afrondde op 29 november 2016 en het Parlement hiervan in kennis stelde op 23 januari 2017;

3.  benadrukt dat de sector detailhandel goed is voor een aanzienlijk deel van de werkgelegenheid (17-19 %) in de betreffende regio's van NUTS-niveau 2, te weten Drenthe en Overijssel; wijst erop dat 5 200 detailhandelszaken failliet zijn gegaan sinds het begin van de crisis, en dat grote warenhuizen pas recentelijk zijn getroffen; betreurt dat dit heeft bijgedragen aan een stijging van het aantal ontvangers van een werkloosheidsuitkering in de sector detailhandel in die regio's met 3 461 tussen januari 2015 en maart 2016;

4.  wijst erop dat de door het EFG gecofinancierde individuele dienstverlening voor de ontslagen werknemers het volgende omvat: het in kaart brengen van de capaciteiten, het potentieel en de uitzichten op werk van de deelnemers; trajectbegeleiding re-integratie; een flexibele "mobiliteitspool" voor werkzoekenden en voor werkgevers die tijdelijke vacatures hebben; outplacement; scholing en cursussen, waaronder cursussen ter bevordering en begeleiding ondernemerschap, en ondernemerschapstoelages;

5.  verneemt met instemming dat Nederland verzekert dat de aanvraag, in het bijzonder het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening, werd opgesteld in overleg met belanghebbenden, sociale partners, ontslagen werknemers, vertegenwoordigers van de detailhandel en van de regio's;

6.  wijst erop dat de aanvraag geen toelagen of premies omvat als bedoeld in artikel

7, lid 1, onder b), van de EFG-verordening; verwelkomt het besluit om de kosten van technische ondersteuning te beperken tot 4 % van de totale kosten, zodat 96% overblijft om te gebruiken voor het pakket van individuele dienstverlening;

7.  wijst erop dat de Nederlandse autoriteiten garanties hebben geboden dat voor de voorgestelde maatregelen geen financiële steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie zal worden ontvangen, dat dubbele ondersteuning zal worden voorkomen, dat de maatregelen een aanvulling zullen vormen op maatregelen gefinancierd door de structuurfondsen en dat zal worden voldaan aan de wettelijke vereisten in het nationale en Unierecht op het gebied van collectieve ontslagen;

8.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstofefficiënte en duurzame economie.

Hoogachtend,

Thomas HÄNDEL

Voorzitter EMPL


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

De heer Jean ARTHUIS

Voorzitter

Begrotingscommissie

Europees Parlement

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Mijnheer de voorzitter,

Een voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op 9 februari 2017 een verslag over dit voorstel in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd.

-  In COM(2016)07421 wordt voorgesteld uit het EFG een financiële bijdrage van 1 818 750 EUR beschikbaar te stellen voor 1 096 werknemers die gedwongen zijn ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 47 – Detailhandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen. De ontslagen zijn gevallen in de regio's van NUTSniveau 2 Drenthe (NL13) en Overijssel (NL21), Nederland.

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben dit voorstel besproken en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

9.2.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Richard Ashworth, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Manuel dos Santos, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Vladimír Maňka, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Stanisław Ożóg, Jordi Solé, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Daniele Viotti, Tiemo Wölken, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jean-Paul Denanot, Andrey Novakov, Ivan Štefanec, Marco Valli


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

23

+

ALDE

Jean Arthuis

EFDD

Marco Valli

ENF

Marco Zanni

PPE

Reimer Böge, Lefteris Christoforou, , José Manuel Fernandes, Ingeborg Gräßle, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Inese Vaidere, , Ivan Štefanec

S&D

Jean-Paul Denanot, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Vladimír Maňka, Clare Moody, , Isabelle Thomas, Daniele Viotti, Tiemo Wölken, Manuel dos Santos

Verts/ALE

Jordi Solé, Indrek Tarand

3

-

ECR

Richard Ashworth, Stanisław Ożóg

NI

Eleftherios Synadinos

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling