Procedure : 2016/2306(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0039/2017

Ingediende teksten :

A8-0039/2017

Debatten :

CRE 14/02/2017 - 18

Stemmingen :

PV 15/02/2017 - 7.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0038

VERSLAG     
PDF 472kWORD 80k
14.2.2017
PE 594.134v02-00 A8-0039/2017

over het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2017

(2016/2306(INI))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Gunnar Hökmark

Rapporteur voor advies (*): Jean-Pual Denanot, Begrotingscommissie

(*) Procedure met medeadviserende commissies – Artikel 54 van het Reglement

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 MINDERHEIDSSTANDPUNT
 ADVIES van de Begrotingscommissie (*)
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE
 ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2017

(2016/2306(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en met name artikel 121, lid 2, artikel 126 en artikel 136, alsmede Protocol nr. 12,

–  gezien Protocol nr. 1 bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

  gezien Protocol nr. 2 bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1175/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid(1),

–  gezien Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten(2),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1174/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied(3),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1177/2011 van de Raad van 8 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten(4),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden(5),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied(6),

–  gezien Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone(7),

–  gezien Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 21 mei 2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit(8),

–  gezien de conclusies van de Raad over de jaarlijkse groeianalyse 2016 van 15 januari 2016,

–  gezien de conclusies van de Raad over het Fiscal Sustainability Report 2015 (verslag begrotingsduurzaamheid 2015) van 8 maart 2016,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 17 en 18 maart 2016,

–  gezien de verklaring van de Eurogroep over gemeenschappelijke beginselen voor het verbeteren van de toewijzing van uitgaven van 9 september 2016,

–  gezien het jaarverslag 2015 van de ECB,

–  gezien de Europese economische najaarsprognose 2016 van de Commissie van 9 november 2016,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 januari 2015 getiteld "Optimaal benutten van de flexibiliteit binnen de bestaande regels van het stabiliteits- en groeipact" (COM(2015)0012),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 16 november 2016 over de jaarlijkse groeianalyse 2017 (COM(2016)0725),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 16 november 2016 met een aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone (COM(2016)726),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 16 november 2016 getiteld "Naar een positieve begrotingskoers voor de eurozone" (COM(2016)0727),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 16 november 2016 over het waarschuwingsmechanismeverslag 2017 (COM(2016)0728),

–  gezien het debat met de nationale parlementen in het kader van de Europese parlementaire week 2017,

–  gezien het verslag over de voltooiing van de economische en monetaire unie ("verslag van de vijf voorzitters"),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 21 oktober 2015 getiteld "Stappen naar de voltooiing van de economische en monetaire unie" (COM(2015)0600),

–  gezien zijn resolutie van 24 juni 2015 over de evaluatie van het kader voor economische governance: balans en uitdagingen(9),

–  gezien het jaarverslag 2015 van de European Restructuring Monitor van Eurofound,

–  gezien de verklaring van de leiders van de G20 tijdens de top van Hangzhou van 4‑5 september 2016,

–  gezien de verklaring van de president van de ECB tijdens de 34e bijeenkomst van het internationaal monetair en financieel comité van 7 oktober 2016,

–  gezien het akkoord dat op 12 december 2015 tijdens de COP 21-klimaatconferentie in Parijs is bereikt,

–  gezien de resolutie van het Europees Comité van de Regio's van 12 oktober 2016 over het Europees semester 2016 en met het oog op de jaarlijkse groeianalyse 2017,

–  gezien het jaarverslag inzake Europese kmo's 2015/2016,

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 26 augustus 2016 over de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand in handelstransacties,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie regionale ontwikkeling (A8-0039/2017),

A.  overwegende dat de Europese economie zich langzaam herstelt en bescheiden groeit, waarbij er overigens wel verschillen zijn van lidstaat tot lidstaat;

B.  overwegende dat het bbp in 2016 in reële termen in de EU volgens de Commissie naar verwachting met 1,8 % zal groeien, en in de eurozone met 1,7 %, en dat dit in 2017 1,6 %, respectievelijk 1,7 % zal zijn, en dat de staatsschuld in 2016 in de EU naar verwachting op 86,0 % zal uitkomen, en in de eurozone op 91,6 %; overwegende dat het tekort in de eurozone in 2016 1,7 % van het bbp zal bedragen, en 1,5 % in 2017 en 2018;

C.  overwegende dat consumentenuitgaven momenteel de belangrijkste aanjager zijn van groei en dat dit in 2017 naar verwachting zo zal blijven; overwegende dat Europa echter nog altijd een aanzienlijke investeringsachterstand heeft, met investeringen die aanzienlijk lager liggen dan vóór de crisis;

D.  overwegende dat de arbeidsparticipatie in de EU toeneemt, zij het niet overal evenveel en tegen een te laag tempo, waardoor de werkloosheid in de eurozone in 2016 naar 10,1 % daalt, en dat dit onvoldoende is om de jeugdwerkloosheid en de langdurige werkloosheid te verminderen;

E.  overwegende dat dit herstel op de arbeidsmarkten en bij de groei ongelijk over de lidstaten verdeeld is en fragiel blijft, en overwegende dat opwaartse convergentie in de EU moet worden bevorderd;

F.  overwegende dat de groei in belangrijke mate toe te schrijven is aan onconventioneel monetair beleid, dat niet altijd in stand kan worden gehouden; overwegende dat dit pleit voor een driesporenaanpak van groeibevorderende investeringen, duurzame structurele hervormingen en op verantwoorde wijze beheerde overheidsfinanciën, middels een consistente implementatie van het pact voor stabiliteit en groei in alle lidstaten, met volledige eerbiediging van de bestaande flexibiliteitsclausules;

G.  overwegende dat sommige lidstaten nog altijd een zeer hoge particuliere en staatsschuld hebben, boven het plafond van 60 % van het bbp zoals opgenomen in het pact voor stabiliteit en groei;

H.  overwegende dat uit de beoordeling – door de Commissie – van de ontwerpbegrotingen voor 2017 van de lidstaten van de eurozone blijkt dat geen enkele ontwerpbegroting op significante wijze niet aan de vereisten van het pact voor stabiliteit en groei voldoet, maar dat een aantal van die ontwerpbegrotingen wat de geplande aanpassingen aan de overheidsfinanciën betreft wel in geringe mate tekortschiet, of dreigt te gaan schieten, wat de inachtneming van de vereisten van het pact aangaat;

I.  overwegende dat uit de beoordeling door de Commissie van de ontwerpbegrotingen van de lidstaten van de eurozone voor 2017 blijkt dat slechts negen lidstaten voldoen aan de vereisten van het stabiliteits- en groeipact;

G.  overwegende dat de duurzaamheid van de overheidsfinanciën van de EU‑lidstaten op de lange termijn een punt van zorg is voor een eerlijke verdeling van de lasten tussen de generaties;

K.  overwegende dat de omvang van de staatsschuld kan worden beïnvloed door zowel impliciete, als voorwaardelijke verplichtingen;

L.  overwegende dat sommige lidstaten een zeer hoog overschot op de lopende rekening hebben en dat de Europese macro-onevenwichtigheden nog steeds zeer groot zijn;

M.  overwegende dat de EU verlangt dat er flinke aanvullende particuliere en publieke investeringen worden gedaan, met name in onderwijs, onderzoek, ICT en innovatie, alsook in nieuwe banen en bedrijven, teneinde haar groeipotentieel te benutten en de bestaande investeringskloof te dichten, omdat er nu minder wordt geïnvesteerd dan vóór de crisis; overwegende dat hiervoor in het bijzonder behoefte is aan een beter regelgevingsklimaat;

N.  overwegende dat het grote aantal oninbare leningen een groot probleem blijft in een aantal lidstaten; overwegende dat de kredietgroei geleidelijk herstelt, maar zich nog altijd onder het niveau van vóór de crisis bevindt;

O.  overwegende dat om het tekortschietende mondiale concurrentievermogen van de EU te verbeteren en de economische groei in de Unie aan te zwengelen een betere implementatie van de nieuwe beleidsmix, intelligente structurele hervormingen in de lidstaten en de voltooiing van de interne markt nodig zijn;

P.  overwegende dat economieën met strengere faillissementsregeling de groeipotentie van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid onbenut laten, hetgeen ertoe noopt dat alle lidstaten het tweede-kansbeginsel van de Small Business Act volledig ten uitvoer leggen;

Q.  overwegende dat het Europese concurrentievermogen ook sterk afhangt van niet‑prijsgerelateerde aspecten in verband met innovatie, technologie en organisatiecapaciteiten, en niet uitsluitend van prijzen, kosten en lonen;

R.  overwegende dat de richtlijn betreffende betalingsachterstand is ontworpen om bedrijven te helpen die door achterstallige betalingen van particuliere en openbare ondernemingen te maken krijgen met hoge kosten of zelfs een faillissement; overwegende dat uit de externe ex-postevaluatie is gebleken dat overheidsinstanties in meer dan de helft van de lidstaten nog niet voldoen aan de wettelijke betalingstermijn van dertig dagen; overwegende dat in het verslag is vastgesteld dat de lidstaten die onderworpen zijn aan aanpassingsprogramma's moeite hebben om de richtlijn toe te passen wanneer de stipte betaling van de huidige facturen moet worden afgewogen tegen de aflossing van opgestapelde schuld;

1.  verwelkomt de jaarlijkse groeianalyse 2017 van de Commissie en het feit dat daarin de strategie van een doeltreffend driesporenbeleid van publieke en particuliere investeringen, sociaal evenwichtige structurele hervormingen en gezonde overheidsfinanciën wordt herbevestigd, en dringt aan op een betere tenuitvoerlegging van deze beleidsmix; deelt de zienswijze dat groei en banen, ter ondersteuning van het economisch herstel, staan of vallen met snellere vooruitgang bij de goedkeuring van hervormingen, overeenkomstig de landenspecifieke aanbevelingen; betreurt derhalve het zeer lage uitvoeringspercentage van de landenspecifieke aanbevelingen, dat afnam van 11 % in 2012 tot slechts 4 % in 2015; benadrukt dat de lidstaten meer inspanningen moeten leveren om hervormingen door te voeren indien ze weer groei willen realiseren en banen willen creëren; ondersteunt het dat de Commissie het stimuleren van werkgelegenheid, groei en investeringen voor de Unie als haar hoogste prioriteit ziet;

2.  stelt vast dat op dit moment vooral vertrouwd wordt op het monetair beleid van de Europese Centrale Bank, en geeft aan dat monetair beleid alléén – wanneer het niet wordt aangevuld met investeringen en duurzame structurele hervormingen – niet volstaat om groei tot stand te brengen;

3  is het met de Commissie eens dat de eurozone steeds meer op de binnenlandse vraag zou moeten steunen; is van mening dat een sterkere binnenlandse vraag beter zou zijn voor de duurzame groei in de eurozone;

4.  neemt er kennis van dat de economie ook in 2016 bescheiden is gegroeid, en dat deze groei groter is dan vóór de crisis, maar dat deze bescheiden groei niet los kan worden gezien van het buitengewone monetaire beleid dat is gevoerd, én nog altijd zwak is en ongelijk verdeeld over de lidstaten; stelt bezorgd vast dat de groei van het bbp en de productiviteit achterblijft bij het volledige potentieel en er derhalve geen ruimte is voor zelfgenoegzaamheid, en dat dit bescheiden herstel betekent dat we onze inspanningen onverminderd moeten voortzetten, teneinde middels meer groei en banen voor grotere veerkracht te zorgen;

5.  merkt op dat het referendum in het Verenigd Koninkrijk onzekerheden heeft gecreëerd voor de Europese economie en de financiële markten; merkt op dat de uitkomst van de recente presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten tot politieke onzekerheid heeft geleid die naar verwachting gevolgen voor de Europese economie zal hebben, niet in de laatste plaats voor de internationale handelsbetrekkingen;

6.  wijst met bezorgdheid op het verzet tegen de globalisering en de toename van het protectionisme;

7.  stelt vast dat de werkloosheid gemiddeld weliswaar geleidelijk daalt en de economische activiteit toeneemt, maar dat de structurele problemen in veel lidstaten nog niet zijn aangepakt; stelt vast dat de langdurige en de jeugdwerkloosheid hoog blijven; beklemtoont dat deze structurele problemen in de betrokken lidstaten alleen kunnen worden aangepakt middels inclusieve arbeidsmarkthervormingen, mét volledige inachtneming van de sociale dialoog;

8.  benadrukt dat de investeringen in de EU en in de eurozone zich nog ver onder het niveau van vóór de crisis bevinden; onderstreept dat de investeringskloof door publieke en particuliere investeringen moet worden gedicht, en beklemtoont dat alleen gerichte investeringen zichtbare resultaten kunnen opleveren op de korte termijn en op de juiste schaal; is het met de Commissie eens dat de lage financieringskosten een ideale gelegenheid bieden om investeringen vervroegd uit te voeren, met name in infrastructuurvoorzieningen;

Investeringen

7.  deelt de zienswijze van de Commissie dat toegang tot financiering en versterking van de interne markt essentieel zijn om ondernemingen in staat te stellen aan innovatie te doen en te groeien; benadrukt dat nieuwe kapitaal- en liquiditeitsvereisten, ofschoon nodig om de bankensector veerkrachtiger te maken, het vermogen van banken om kredieten aan de reële economie te verstrekken, niet mogen ondermijnen; is van mening dat meer inspanningen moeten worden geleverd om de toegang van kmo's tot financiering te stimuleren; roept de Commissie derhalve op haar inspanningen ten aanzien van verbetering van het financieringsklimaat te intensiveren;

8.  benadrukt dat particuliere en publieke investeringen in menselijk kapitaal en infrastructuur van het allergrootste belang zijn; is van mening dat er grote behoefte bestaat aan de bevordering van investeringen in bijvoorbeeld onderwijs, innovatie, en onderzoek en ontwikkeling, factoren die cruciaal zijn voor een meer concurrerende Europese economie;

9.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de looptijd van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) te verlengen en het bedrag ervan te verdubbelen; benadrukt dat de geografische en de sectorale dekking aanzienlijk moeten worden verbeterd om de doelstellingen van de verordening te verwezenlijken; beklemtoont dat het EFSI ook financiering moet aantrekken voor projecten met een grensoverschrijdende dimensie, en dat hierbij voor een evenwichtige verdeling over de hele Unie moet worden gezorgd; benadrukt het belang van betere coördinatie tussen de lidstaten, de Commissie en de Europese investeringsadvieshub;

10.  verzoekt de lidstaten en de Commissie om het gebruik van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF) te bespoedigen en te maximaliseren, teneinde alle binnenlandse groeiaanjagers te benutten en opwaartse convergentie te bevorderen;

11.  stelt vast dat een geloofwaardig financieel systeem en geloofwaardige financiële instellingen van onmisbaar belang zijn voor het aantrekken van investeringen en het aanzwengelen van groei in de Europese economie; beklemtoont dat het huidige financiële systeem veiliger en stabieler is dan vóór de financiële crisis; geeft aan dat er desalniettemin nog grote onopgeloste problemen zijn, zoals de tijdens de financiële crisis opgehoopte voorraad oninbare leningen;

12.  onderstreept dat een volledig functionerende kapitaalmarktenunie voor kmo's op de lange termijn een alternatieve bron van financiering kan zijn, als aanvulling op de bankensector, en de financieringsbronnen voor de economie in het algemeen kan diversifiëren; roept de Commissie op haar werkzaamheden ten aanzien van de kapitaalmarktenunie te versnellen om tot een doeltreffender kapitaaltoewijzing in de EU te komen, de EU‑kapitaalmarkten te verdiepen, te zorgen voor meer diversiteit voor investeerders, langetermijninvesteringen te stimuleren en de innovatieve financiële instrumenten van de EU ter ondersteuning van de toegang van kmo's tot de kapitaalmarkten volledig te benutten; benadrukt dat de voltooiing van de kapitaalmarktenunie de tot op heden behaalde resultaten niet mag ondermijnen, maar er juist op gericht moet zijn de belangen van de Europese burgers te dienen;

13  benadrukt dat er meer financiering nodig is voor investeringen; roept op tot een goed functionerend financieel systeem waarin een grotere stabiliteit en bestaande grensoverschrijdende instellingen kunnen zorgen voor liquiditeit en marktmaking, voornamelijk voor kmo's; wijst er in dit verband verder op dat ook sterk groeiende bedrijven problemen hebben bij de toegang tot financiering; roept de Commissie op projecten te identificeren en ten uitvoer te leggen die marktgerichte investeringen ondersteunen en aantrekken voor die groep bedrijven; onderstreept dat hervormingen van de bankenstructuur het genereren van liquiditeit niet mogen belemmeren;

14.  dringt aan op een grondige, stapsgewijze voltooiing van de bankenunie en op de ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie, gericht op het vergroten van de veerkracht van de banksector, waarmee wordt bijgedragen tot financiële stabiliteit en een stabiel klimaat voor investeringen en groei, en tot het vermijden van versnippering van de financiële markt in de eurozone; benadrukt in dit verband het aansprakelijkheidsbeginsel, en dat perverse prikkels ("moreel risico") moeten worden vermeden, met name om de burgers te beschermen; dringt aan op eerbiediging van de bestaande gemeenschappelijke regels;

15.  wijst erop dat publieke en particuliere investeringen cruciaal zijn om de overgang naar een koolstofarme en circulaire economie mogelijk te maken; herinnert aan de verplichtingen die de Europese Unie met name bij de Overeenkomst van Parijs is aangegaan om de inzet van schone technologieën, het opschalen van hernieuwbare energiebronnen en de energie-efficiëntie en de algemene verlaging van de broeikasgasemissies te financieren;

16.  onderstreept dat ondernemers alleen bereid zijn te investeren indien zij ervan overtuigd zijn dat het regelgevingsklimaat stabiel is en hen in staat stelt hun geld te laten renderen; is van oordeel dat voorspelbare regels, efficiënte en transparante overheidsadministraties, effectieve rechtssystemen, gelijke randvoorwaarden en minder bureaucratie essentieel zijn voor het aantrekken van investeringen; benadrukt dat 40 % van de landenspecifieke aanbevelingen voor 2016 betrekking heeft op obstakels voor investeringen die de lokale en regionale overheden kunnen helpen verwijderen; verzoekt de Commissie aan de hand van de enquête naar het EU‑regelgevingskader voor financiële diensten de bureaucratie te reduceren, de regelgeving te vereenvoudigen en het financieringsklimaat te verbeteren;

17.  erkent het onbenutte potentieel voor productiviteitsgroei en investeringen dat kan worden benut wanneer de regels voor de interne markt volledig zouden worden gehandhaafd en de producten- en dienstenmarkten beter zouden zijn geïntegreerd; herinnert aan het belang van de landenspecifieke aanbevelingen voor het aanwijzen van belangrijke actieterreinen in de lidstaten;

18.  is het met de Commissie eens dat handel vaak meer voordelen oplevert dan in het maatschappelijk debat wordt onderkend, en onderstreept dat internationale handel voor veel banen in Europa kan zorgen en een cruciale bijdrage kan leveren aan groei; herhaalt dat meer dan 30 miljoen banen nu afhangen van exporten uit de EU; onderstreept dat internationale handelsovereenkomsten de Europese regelgevings-, sociale en milieunormen niet moeten ondermijnen, maar juist tot betere mondiale normen zouden moeten leiden;

19.  vindt het zorgwekkend dat het aandeel van de EU in de mondiale directe buitenlandse investeringen sinds de crisis aanzienlijk is afgenomen; verzoekt de Commissie en de lidstaten meer inspanningen te leveren om het ondernemersklimaat voor investeringen te verbeteren, onder meer door de EU‑internemarktwetgeving volledig ten uitvoer te leggen en te handhaven; is het ermee eens dat snellere vooruitgang bij de aanneming van duurzame structurele hervormingen, overeenkomstig de landenspecifieke aanbevelingen, nodig is om het concurrentievermogen van de EU te versterken, een gunstig ondernemersklimaat (vooral voor kmo's) en investeringen te bevorderen en om groei en banen te creëren, alsook om opwaartse convergentie tussen de lidstaten tot stand te brengen;

20.  hamert op het belang van het vrijwaren van het vermogen van financiële instellingen om langetermijninvesteringen te plegen, van de winstgevendheid van spaartegoeden met een laag risico en van pensioenproducten op de lange termijn, teneinde de duurzaamheid van de spaar- en pensioenregelingen van de Europese burgers niet in gevaar te brengen;

21.  benadrukt dat duurzame structurele hervormingen moeten worden aangevuld met langetermijninvesteringen in onderwijs, onderzoek, innovatie en menselijk kapitaal, in het bijzonder onderwijs en opleiding gericht op het aanleren van nieuwe vaardigheden en kennis; is van oordeel dat partnerschappen tussen beleidsmakers, wetgevers, onderzoekers, producenten en innoveerders ook als instrumenten voor het bevorderen van investeringen, het creëren van slimme en duurzame groei, en het aanvullen van investeringsprogramma's kunnen worden beschouwd;

Structurele hervormingen

22.  deelt de opvatting dat duurzame structurele hervormingen van de markten voor producten en diensten, alsook van de markten voor inclusieve werkgelegenheid, gezondheidszorg, huisvesting en pensioenen onverminderd een prioriteit in de lidstaten vormen, teneinde het herstel daadwerkelijk te ondersteunen, de hoge werkloosheid aan te pakken, het concurrentievermogen en eerlijke concurrentie te bevorderen, het groeipotentieel te benutten, en de doeltreffendheid van de systemen voor onderzoek en innovatie naar een hoger plan te tillen, zonder dat dit ten koste gaat van werknemersrechten, consumentenbescherming of milieunormen;

23.  is van oordeel dat bewezen is goed-functionerende en productieve arbeidsmarkten die gecombineerd worden met een hoog niveau van sociale bescherming en dialoog zich sneller van economische recessies herstellen; vraagt de lidstaten de segmentatie van de arbeidsmarkten te reduceren, de arbeidsmarktparticipatie te vergroten en het vaardighedenniveau op te krikken, waaronder middels een sterkere gerichtheid op scholing en een leven lang leren, ter bevordering van de inzetbaarheid en de productiviteit; merkt op dat enkele lidstaten nog aanzienlijke hervormingen moeten doorvoeren om hun arbeidsmarkten veerkrachtiger en inclusiever te maken;

24.  benadrukt het belang van het op gang brengen of voortzetten van de implementatie van coherente en duurzame structurele hervormingen voor stabiliteit op de middellange en lange termijn; benadrukt dat de EU en haar lidstaten niet op algemene of arbeidskosten alleen kunnen concurreren, maar meer moeten investeren in onderzoek, innovatie en ontwikkeling, onderwijs en vaardigheden, en hulpbronnenefficiëntie op zowel nationaal, als Europees niveau;

25.  maakt zich zorgen over de gevolgen van demografische ontwikkelingen, zoals lage geboortecijfers, de vergrijzing, emigratie en de instroom van vluchtelingen, voor de overheidsfinanciën en duurzame groei; wijst met name op de impact van de vergrijzing op de pensioen- en gezondheidszorgstelsels in de EU; wijst erop dat de effecten van deze ontwikkelingen als gevolg van verschillende demografische structuren niet in elke lidstaat hetzelfde zullen zijn, maar waarschuwt dat de nu reeds te voorziene financieringskosten van grote invloed zullen zijn op de overheidsfinanciën;

26.  brengt in herinnering dat het verwezenlijken en in stand houden van een hoge arbeidsparticipatie een belangrijke factor voor het waarborgen van duurzaamheid van de pensioenstelsels is; wijst er in dit verband ook op dat het belangrijk is de vaardigheden van migranten beter te gebruiken, teneinde ze aan te passen aan de behoeften van de arbeidsmarkt;

27.  merkt op dat lidstaten momenteel 5 tot 11 % van hun bbp aan gezondheidszorg uitgeven en dat dit percentage de komende decennia naar verwachting aanzienlijk zal stijgen ten gevolge van demografische veranderingen; dringt er met klem bij de Commissie op aan zich bij de financiering van kwalitatief hoogwaardige gezondheidszorg te concentreren op kostenefficiëntie en universele toegang, en dat door samenwerking en het uitwisselen van goede praktijken op EU‑niveau, en door in de landenspecifieke aanbevelingen aandacht te besteden aan de duurzaamheid van kwalitatief hoogwaardige gezondheidszorgstelsels;

28.  juicht het toe dat de jeugdwerkloosheid gemiddeld afneemt, hoewel deze nog steeds te hoog is; geeft aan dat er nog altijd grote verschillen zijn van lidstaat tot lidstaat, en dat dus door moet worden gegaan met de hervormingen, teneinde jongeren de toegang tot de arbeidsmarkt mogelijk te maken om een eerlijke verdeling tussen de generaties te waarborgen; benadrukt in dit verband het belang van de jongerengarantie, en dringt erop aan door te gaan met de EU‑financiering van dit cruciale programma; is het eens met de Commissie dat de lidstaten meer maatregelen moeten treffen ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid, in het bijzonder in vorm van het vergroten van de doeltreffendheid van de jongerengarantie;

29.  beklemtoont het belang van een verantwoorde en groeibevorderende loonontwikkeling, die een goede levensstandaard waarborgt, aansluit bij de productiviteit en rekening houdt met het concurrentievermogen, en van een doeltreffende sociale dialoog voor een goed werkende sociale markteconomie;

30.  merkt op dat belastingen ondersteunend moeten zijn voor investeringen en het creëren van banen; dringt aan op belastinghervormingen, teneinde de hoge belastingdruk op arbeid in Europa aan te pakken, de belastinginning te verbeteren, belastingontwijking en ‑ontduiking te bestrijden, en de belastingstelsels eenvoudiger, eerlijker en efficiënter te maken; benadrukt dat administratieve praktijken op belastinggebied beter gecoördineerd moeten worden; dringt aan op grotere transparantie tussen de lidstaten met betrekking tot de vennootschapsbelasting;

Budgettaire verantwoordelijkheid en structuur van de overheidsfinanciën

31.  constateert dat de Commissie budgettaire houdbaarheid onverminderd als een prioriteit blijft zien, en dat er sinds het hoogtepunt van de crisis aanzienlijk minder uitdagingen zijn en dit op korte termijn voor de eurozone in haar geheel wellicht geen belangrijke risicobron meer is;

32.  stelt ook vast dat de Commissie van oordeel is dat er nog wel degelijk uitdagingen bestaan, en dat sommige daarvan op het verleden – de crisis – terug te voeren zijn en dat andere met structurele tekortkomingen te maken hebben, en dat deze moeten worden aangepakt om risico's op de lange termijn te vermijden;

33.  onderstreept dat alle lidstaten zich aan het pact voor stabiliteit en groei moeten houden, met volledige inachtneming van de daarin opgenomen flexibiliteitsclausules; wijst in dit verband ook op het belang van Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur, en vraagt de Commissie met klem een verslag te presenteren over haar ervaringen met de implementatie daarvan, als uitgangspunt voor de noodzakelijke stappen – overeenkomstig het VEU en het VWEU – om de inhoud van dit verdrag in het rechtskader van de EU op te nemen;

34.  wijst erop dat, hoewel zes lidstaten onder de buitensporigetekortprocedure blijven vallen, het niveau van de gemiddelde overheidstekorten, dat in 2016 naar verwachting minder dan 2 % zal bedragen en de komende jaren naar verwachting zal blijven dalen, is gedaald, en dat slechts twee lidstaten naar verwachting in 2017 onder de buitensporigetekortprocedure zullen vallen; stelt vast dat de grote stijging van de schuld in het recente verleden mede het resultaat was van de herkapitalisatie van banken en de lage groei; onderstreept dat wanneer de rente weer gaat stijgen het moeilijker zou kunnen worden de overheidsfinanciën weer op orde te brengen;

35.  onderstreept de rol van de Commissie als hoedster van de Verdragen; benadrukt dat er behoefte is aan een objectieve en transparante evaluatie van de toepassing en handhaving van gemeenschappelijk overeengekomen wetgeving;

36.  hamert erop dat alle lidstaten gelijk moeten worden behandeld; merkt op dat alleen begrotingsbeleid dat de Uniale wetgeving in acht neemt en naleeft, geloofwaardigheid en vertrouwen tussen de lidstaten creëert, en als hoeksteen kan fungeren voor de voltooiing van de EMU en vertrouwen van de financiële markten;

37.  verzoekt de Commissie en de Raad om zo specifiek mogelijk te zijn bij de behandeling van begrotingsaanbevelingen in het kader van het preventieve en corrigerende gedeelte van het stabiliteits- en groeipact, om de transparantie en de uitvoerbaarheid van de aanbevelingen te verbeteren; benadrukt dat in de aanbevelingen in het kader van het preventieve gedeelte zowel de beoogde datum voor de landenspecifieke middellangetermijndoelstelling als de begrotingsaanpassing om deze te bereiken of te handhaven, moet worden opgenomen;

38.  is van oordeel dat macro-economische onevenwichtigheden binnen lidstaten middels toepassing van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden en inspanningen door alle lidstaten moeten worden aangepakt, op grond van relevante hervormingen en investeringen; benadrukt dat elke lidstaat in dit verband zijn eigen verantwoordelijkheid op zich moet nemen; merkt op dat grote overschotten op de lopende rekening de mogelijkheid van een grotere binnenlandse vraag inhouden; benadrukt dat een grote overheids- en particuliere schuld ons bijzonder kwetsbaar maakt, en dat een verantwoord begrotingsbeleid en meer groei nodig zijn om die schuld sneller te verminderen;

39.  merkt op dat uit de beoordeling van de ontwerpbegrotingen voor 2017 blijkt dat, hoewel de situatie van de overheidsfinanciën de afgelopen is verbeterd, bij acht lidstaten het gevaar bestaat dat zij zich niet aan de regels houden; is van oordeel dat de overeengekomen aanpassingen daadwerkelijk moeten worden doorgevoerd;

40.  juicht het toe dat de overheidstekorten en ‑schulden gemiddeld zijn afgenomen, maar onderkent dat de geaggregeerde cijfers verhullen dat er tussen de lidstaten sprake is van belangrijke verschillen; beklemtoont dat de geaggregeerde cijfers altijd in combinatie met individuele begrotingen moeten worden bekeken, en onderstreept dat het met het oog op eventuele rentestijgingen een 'must' is ervoor te zorgen dat de overheidsfinanciën gezond zijn; wijst op het belang van opwaarste convergentie, met name tussen de lidstaten van de eurozone;

Begrotingskoers voor de eurozone

41.  merkt op dat volgens de economische najaarsverwachting van de Commissie de begrotingskoers in de eurozone in 2015 van restrictief naar neutraal is opgeschoven, en gedurende de periode van de raming naar verwachting gematigd expansief zal zijn; neemt daarnaast kennis van de overweging van de Commissie dat volledige naleving van de begrotingsvereisten in de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op geaggregeerd niveau zou leiden tot een matig restrictieve begrotingskoers voor de eurozone als geheel in 2017 en 2018, en van het feit dat de Commissie ondanks de economische en juridische situatie op dit moment aandringt op een positief expansieve begrotingskoers;

42.  beschouwt de mededeling van de Commissie over een positieve begrotingskoers een belangrijke ontwikkeling; juicht de intentie van de mededeling toe om een bijdrage te leveren tot een betere coördinatie van het economisch beleid in de eurozone en de wijzen op de mogelijkheden om een begrotingsstimulans te geven in die lidstaten die hiervoor over ruimte beschikken; onderstreept dat budgettaire vereisten stoelen op gemeenschappelijk overeengekomen begrotingsregels; herinnert eraan dat de lidstaten zich ongeacht geaggregeerde aanbevelingen aan het pact voor stabiliteit en groei moeten houden; merkt op dat er meningsverschillen bestaan ten aanzien van het potentieel voor en het niveau van een doelstelling voor een geaggregeerde begrotingskoers; juicht de lopende werkzaamheden op dit vlak van de onafhankelijke European Fiscal Board toe;

43.  is van oordeel dat het verbeteren van de structuur van de overheidsbegrotingen essentieel is om te waarborgen dat de Europese regels inzake de overheidsfinanciën in acht worden genomen en om financiering vrij te maken voor absoluut noodzakelijke uitgaven, het opbouwen van reserves voor onvoorziene behoeften en groeibevorderende investeringen en, tot slot, het financieren van minder essentiële uitgaven, alsook om bij te dragen aan een efficiënter en verantwoord gebruik van publieke middelen; brengt in herinnering dat de samenstelling van de nationale begrotingen op nationaal niveau wordt vastgesteld, rekening houdend met de landenspecifieke aanbevelingen;

44.  merkt op dat het debat over een slimme toewijzing van overheidsuitgaven en beleidsprioriteiten regelmatig plaatsvindt met betrekking tot de EU‑begroting, en dat een dergelijke kritische beoordeling ook onontbeerlijk is voor nationale begrotingen, om de kwaliteit van overheidsbegrotingen op de middellange en lange termijn te verbeteren en lineaire bezuinigingen op de begroting te vermijden;

45.  verwelkomt de lopende toetsing van de overheidsuitgaven, en spoort de lidstaten aan de kwaliteit en samenstelling van hun begrotingen kritisch tegen het licht te houden; steunt de inspanningen gericht op het verbeteren van de kwaliteit en de doeltreffendheid van de overheidsuitgaven, waaronder door middelen niet voor niet‑productieve uitgaven uit te geven, maar voor groeibevorderende investeringen;

46.  is van mening dat de EU‑begroting de druk op de nationale begrotingen kan helpen verlichten, door eigen middelen te innen in plaats van in hoge mate afhankelijk te zijn van nationale bijdragen;

47.  is verheugd over de thematische besprekingen die worden gevoerd en de door de Eurogroep aangenomen beste praktijken, zoals met betrekking tot beoordelingen van uitgaven, in de semestercyclus 2016; vraagt de Commissie en de Eurogroep de besprekingen in kwestie nog effectiever en transparanter te maken;

48.  vraagt de Commissie en de Raad landenspecifieke aanbevelingen uit te werken die het mogelijk maken vooruitgang te kwantificeren, en dat met name voor gevallen waarin de beleidsaanbeveling herhaaldelijk gericht is op hetzelfde beleidsterrein en/of waar de uitvoering door de aard van de hervorming langer duurt dan een semestercyclus;

Coördinatie van nationale beleidsmaatregelen en democratische verantwoording

49.  onderstreept dat het belangrijk is dat de nationale parlementen debatteren over de landenverslagen, de landenspecifieke aanbevelingen, de nationale hervormingsprogramma's en de stabiliteitsprogramma's, en deze in sterkere mate omzetten dan tot nu toe het geval is;

50.  is van mening dat voor een betere uitvoering van de landenspecifieke aanbevelingen duidelijk omschreven prioriteiten op Europees niveau en een echt publiek debat op nationaal, regionaal en lokaal niveau nodig zijn, wat zal leiden tot meer ownership; vraagt de lidstaten de plaatselijke en regionale autoriteiten hierbij gezien de impact en de uitdagingen die bij hen ook op het subnationale niveau spelen stelselmatig te betrekken, teneinde de implementatie van de landenspecififke aanbevelingen te verbeteren;

51.  vraagt de Commissie onderhandelingen te beginnen over een interinstitutioneel akkoord inzake economisch bestuur; benadrukt dat dit interinstitutioneel akkoord ervoor moet zorgen dat de structuur van het Europees semester, binnen het kader van de Verdragen, zinvol en regelmatig parlementair toezicht op het proces mogelijk maakt, in het bijzonder wat de prioriteiten van de jaarlijkse groeianalyse en de aanbevelingen voor de eurozone betreft;

Sectorale bijdragen aan de jaarlijkse groeianalyse 2017

Begroting

52.  is van mening dat de EU‑begroting toegevoegde waarde kan bieden voor investeringen en structurele hervormingen in lidstaten, indien er gezorgd wordt voor betere synergie tussen de bestaande instrumenten en een verband met de begrotingen van de lidstaten; is van mening dat de jaarlijkse groeianalyse, als een belangrijk beleidsdocument dat basisinhoud biedt voor nationale hervormingsprogramma's, landspecifieke aanbevelingen en implementatieplannen, daarom als leidraad moet dienen voor de lidstaten en met betrekking tot de voorbereiding van de nationale begrotingen, om gemeenschappelijke oplossingen te introduceren die zichtbaar zijn in de nationale begrotingen en gekoppeld zijn aan de EU‑begroting;

53.  herinnert eraan dat het verbeteren van de systemen voor de inning van btw en douanerechten een topprioriteit voor alle lidstaten moet zijn; is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor de invoering van een Europese zwarte lijst van belastingparadijzen, die moet worden gehandhaafd door strafrechtelijke sancties teneinde multinationals die belastingen ontduiken, aan te pakken;

Milieu, volksgezondheid en voedselveiligheid

54.  wijst erop dat om een beter en efficiënter gebruik van hulpbronnen te stimuleren, de afhankelijkheid van buitenlandse energie te verminderen en duurzame productie in te voeren op basis van betere productontwerpvereisten en duurzamere consumptiepatronen, ondernemerschap en banencreatie moeten worden bevorderd, de internationale streefcijfers en de milieudoelstellingen van de EU effectief ten uitvoer moeten worden gelegd en de inkomstenbronnen moeten worden gediversifieerd, in een context van verantwoord begrotingsbeleid en economisch concurrentievermogen; is van oordeel dat het Europees semester eveneens verslaglegging over energie-efficiëntie en interconnectiviteit moet omvatten aan de hand van op EU‑niveau vastgelegde streefcijfers;

55.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de nationale parlementen en de Europese Centrale Bank.

(1)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 12.

(2)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 41.

(3)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 8.

(4)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 33.

(5)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.

(6)

PB L 306 van 23.11.2011, blz. 1.

(7)

PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11.

(8)

PB L 140 van 27.5.2013, blz. 1.

(9)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0238.


MINDERHEIDSSTANDPUNT

Overeenkomstig artikel 52 bis, lid 4, van het Reglement

Miguel Viegas, Fabio De Masi, Paloma López Bermejo, Miguel Urbán Crespo, Marisa Matias, Rina Ronja Kari, Matt Carthy

Het verslag spreekt zich uit voor structurele hervormingen en een kleine rol voor de overheid, en verdedigt het pact voor stabiliteit en groei. Daarnaast valt in het verslag te lezen dat verdieping van de neoliberale hervormingen en financialisering, waaronder middels de kapitaalmarktenunie, dé oplossingen zijn voor de economische stagnatie in de EU, in plaats van aanzwengeling van de overheidsuitgaven en hogere lonen en meer sociale bescherming, vernietigd als deze is door de bezuinigingsmaatregelen. Ook wordt er bezorgdheid geuit over het besluit Portugal en Spanje geen sancties op te leggen.

Het verslag ontkent de werkelijkheid: de euro en het kader voor economische governance zijn niet in staat gebleken de financiële, economische en sociale crisis waar de EU nu al bijna tien jaar mee worstelt, aan te pakken; sterker nog, de crisis en de verergering ervan komt mede voor hun rekening. De euro en het kader voor economische governance hebben gefungeerd als instrumenten voor het opleggen van een neoliberale agenda: privatisering en deregulering, structurele hervormingen, afbrokkelende sociale en arbeidsrechten, lagere lonen en een afnemend publiek welzijn.

De euro en het kader voor economische governance hebben in grotere verschillen tussen de lidstaten en grotere inkomensverschillen geleid, en, in het verlengde daarvan, tot minder territoriale, sociale en economische cohesie.

Daarom roepen wij met klem op tot intrekking van:

·het Begrotingspact,

·het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur,

·en het Europees semester.


ADVIES van de Begrotingscommissie (*) (25.1.2017)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2017

(2016/2306(INI))

Rapporteur voor advies: Jean-Paul Denanot (*)

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van zijn Reglement

SUGGESTIES

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is van mening dat de EU‑begroting toegevoegde waarde kan bieden voor investeringen en structurele hervormingen in lidstaten, indien er gezorgd wordt voor betere synergie tussen de bestaande instrumenten en een verband met de begrotingen van de lidstaten; is van mening dat de jaarlijkse groeianalyse, als een belangrijk beleidsdocument dat basisinhoud biedt voor nationale hervormingsprogramma's, landspecifieke aanbevelingen en implementatieplannen, daarom als leidraad moet dienen voor de lidstaten en met betrekking tot de voorbereiding van de nationale begrotingen, om gemeenschappelijke oplossingen te introduceren die zichtbaar zijn in de nationale begrotingen en gekoppeld zijn aan de EU‑begroting;

2.  is het ermee eens dat stabiliteitsmechanismen van essentieel belang zijn en herinnert eraan dat de tenuitvoerlegging en de naleving van de criteria van het stabiliteits- en groeipact prioriteiten moeten zijn voor de lidstaten; staat positief tegenover het volledig gebruik van de bestaande flexibiliteitsclausules om grotere investeringen en structurele hervormingen te ondersteunen, en om veiligheidsbedreigingen en vluchtelingenstromen aan te pakken;

3.  herinnert eraan dat het verbeteren van de systemen voor de inning van btw en douanerechten een topprioriteit voor alle lidstaten moet zijn; is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor de invoering van een Europese zwarte lijst van belastingparadijzen, die moet worden gehandhaafd door strafrechtelijke sancties teneinde multinationals die belastingen ontduiken, aan te pakken; is ingenomen met de voorstellen van de Commissie voor de vaststelling van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting om grensoverschrijdende activiteiten te versterken, en belastingontwijking en agressieve belastingplanning te verminderen; herinnert aan de noodzaak van de invoering van een hervorming van het stelsel van de eigen middelen, dat kan leiden tot een werkelijke hervorming van de EU‑financiering zonder de belastingdruk voor de burgers te verhogen;

4.  is van mening dat de groei nog steeds onvoldoende is om banen te scheppen waaraan de EU dringend behoefte heeft, met name voor jongeren, en dat het nodig is meer particuliere en overheidsinvesteringen in infrastructuur en onderwijs en opleiding, alsook in kmo's aan te moedigen en maatregelen te bevorderen om de werkloosheid aan te pakken, zoals de jongerengarantie; is voorts ingenomen met de verdere versterking van het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, met onder meer 500 miljoen EUR extra onder de specifieke toewijzing van het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, gekoppeld aan 1 miljard EUR uit het Europees Sociaal Fonds voor de periode 2017-2020, waardoor diverse lidstaten die in aanmerking komen voor het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief in staat zullen zijn om meer financiële ESF-middelen beschikbaar te stellen voor werkgelegenheidsmaatregelen voor jongeren;

5.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) uit te breiden en te vergroten qua looptijd en financiële capaciteit; benadrukt dat de versterking van het EFSI belangrijk is om duurzame langetermijninvesteringen te realiseren, om concrete resultaten te blijven leveren en om projectontwikkelaars de zekerheid te bieden dat ze nog steeds projecten kunnen voorbereiden na de initiële investeringsperiode; verwacht verdere verbetering op het gebied van additionaliteit, geografische en sectorale dekking, en transparantie; benadrukt het potentieel van synergie tussen het EFSI en de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen), met name met betrekking tot hun bijdrage aan de territoriale cohesie; verzoekt de Europese en nationale instellingen te zorgen voor een grotere betrokkenheid van de regionale en lokale overheden, teneinde de lage projectontwikkelings- en leencapaciteit in sommige lidstaten aan te pakken;

6.  herhaalt dat investeringen en het stimuleren van investeringen op het gebied van innovatie en ICT van fundamenteel belang zijn voor het economisch beleid op EU‑niveau om duurzame groei te genereren;

7.  is van mening dat het banksysteem meer verantwoordelijkheid moet dragen om zowel langetermijninvesteringen als stabiliteit op de financiële markten te waarborgen;

8.  benadrukt het belang van een eerlijk en samenhangend EU‑investeringsbeleid dat de mogelijkheid biedt om groei te genereren in de hele EU, maar ook om de bestaande verschillen tussen lidstaten te verkleinen;

9.  is ervan overtuigd dat kmo's en startende bedrijven van fundamenteel belang zijn voor de toekomstige ontwikkeling van de economie in de EU en herhaalt zijn standpunt dat er meer investeringen nodig zijn alsmede fiscale beleidsmaatregelen om verdere vooruitgang te stimuleren;

10.  is ervan overtuigd dat monetair beleid, indien krachtig ondersteund door een passend begrotingsbeleid, economische ontwikkeling, duurzame groei en de schepping van banen kan bevorderen;

11.  is van mening dat de uiteenlopende demografische ontwikkelingen in elk van de lidstaten, de lidstaten zouden moeten wijzen op de noodzaak om de overheidstekorten in perspectief te plaatsen;

12.  herinnert eraan dat het gebruik van de ESI-fondsen aan macro-economische voorwaarden gebonden is; roept de Commissie op om, gezien de correlatie tussen goede economische governance en absorptiecapaciteit, het gebruik van de ESI-fondsen aan te moedigen voor de tenuitvoerlegging van landspecifieke aanbevelingen, door de termijn voor de begrotingsaanpassingen te verlengen, waarin de ESI-fondsen gebruikt worden als een ondersteunende maatregel om structurele hervormingen door te voeren en meer investeringen te genereren;

13.  benadrukt dat de EU, in vergelijking met andere grote markten als de VS, strikte begrotingsregels, uiteenlopende wetgeving in de lidstaten en een groot aantal verschillende beperkingen heeft die belemmeringen vormen voor vooruitgang, innovatieve oplossingen en groei; roept de Commissie daarom op diepgaand overleg te plegen met lidstaten inzake gemeenschappelijke activiteiten en regels die op EU‑niveau moeten worden vastgelegd om de uitwisseling van kennis, ervaringen, technologieën, innovatie, ontwikkeling en snelle groei van startende bedrijven te ondersteunen, voorafgaand aan de bekendmaking van de jaarlijkse groeianalyse.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.1.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

2

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Reimer Böge, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Esteban González Pons, Ingeborg Gräßle, Iris Hoffmann, Monika Hohlmeier, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Victor Negrescu, Jan Olbrycht, Urmas Paet, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Daniele Viotti, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jean-Paul Denanot, Ivana Maletić, Marco Valli

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Paul Brannen, Ulrike Lunacek


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (25.1.2017)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2017

(2016/2306(INI))

Rapporteur voor advies: Nuno Melo

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  benadrukt dat het debat over het Europees semester van bijzonder belang is om een nieuw model uit te werken voor de ontwikkeling van structurele hervormingen en selectieve investeringen in strategische gebieden, waarmee wordt overgeschakeld op een economisch model dat industriële ontwikkeling combineert met milieuduurzaamheid; herhaalt daarom dat de milieudimensie, samen met de economische en de sociale dimensie, een volwaardige rol moet spelen in het proces van het Europees semester;

2.  betreurt dat het herstel in de EU traag en broos blijft, waaruit duidelijk blijkt dat de structurele hervormingen moeten worden opgevoerd, dat investeringen moeten worden aangemoedigd en dat er een meer concurrerende economie moet worden opgebouwd;

3.  is verheugd dat de circulaire economie in de jaarlijkse groeianalyse 2017 duidelijk als een van de algemene economische prioriteiten van de EU wordt vermeld;

4.  wijst erop dat de klimaatverandering zonder enige twijfel een zeer ernstig mondiaal probleem is en dat snel optreden een topprioriteit moet blijven voor de EU; onderstreept in dit verband het belang van de overeenkomst van Parijs die in december 2015 tijdens de COP 21 is goedgekeurd, een wereldwijde mijlpaal bij de bevordering van de wereldwijde gezamenlijke overgang naar een koolstofarme en klimaatbestendige samenleving; neemt er nota van dat de overeenkomst een kwalitatieve emissiereductiedoelstelling voor de lange termijn bevat in overeenstemming met de doelstelling om de wereldwijde temperatuurstijging ruim beneden 2 °C te houden en te streven naar een maximum van 1,5 °C; vraagt de Commissie derhalve om er in haar landenspecifieke aanbevelingen rekening meer te houden dat de lidstaten in energieprojecten met een lage koolstofemissie moeten investeren om de doelstellingen van de overeenkomst van Parijs te halen; wijst erop dat een effectieve overgang naar een koolstofarme samenleving grote investeringen vereist op strategische gebieden zoals energie, afvalbeheer, vervoer en gebouwen; vraagt dat er in het kader van de komende EFSI 2-verordening middelen worden uitgetrokken voor duurzame investeringen;

5.  vraagt de Commissie het Europees semester te gebruiken als instrument om de toezeggingen van de EU in het kader van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling gestand te doen, en in het proces met name beleidslijnen en doeltreffende maatregelen op te nemen op het gebied van klimaatverandering, duurzame productie en consumptie, voedselveiligheid en biodiversiteit;

6.  herinnert eraan dat voor duurzame groei, klimaatbescherming en banencreatie in de EU zorgen, betekent dat we onze hulpbronnen op een slimmere en duurzamere manier moeten gebruiken, de belastingdruk moeten verleggen van arbeid naar milieuverontreiniging, subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk moeten afschaffen en minder afhankelijk moeten worden van de invoer van grondstoffen; meent dat de nadruk moet liggen op de toepassing van de afvalhiërarchie, voornamelijk ter ondersteuning van de uitvoering van preventieve maatregelen, meer recycling en hergebruik van producten; merkt op dat de circulaire economie het bedrijfsleven in de EU een besparing van ongeveer 600 miljard EUR per jaar kan opleveren; vraagt daarom nogmaals dat de beginselen van de circulaire economie in het Europees semester worden opgenomen en dat er voor belangrijke grondstoffen een hoofdindicator voor hulpbronnenefficiëntie en voorzieningszekerheid komt, teneinde de overgang van de EU naar een circulaire economie te bespoedigen; onderstreept dat er meer in beproefde groene technologieën moet worden geïnvesteerd om de Europa 2020-doelstellingen voor duurzame groei en de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030 te verwezenlijken;

7.  benadrukt hoe belangrijk de aan de gang zijnde hervorming van de afvalwetgeving is om de overgang van de Europese economie naar een circulair model te bevorderen;

8.  wijst erop dat om een beter en efficiënter gebruik van hulpbronnen te stimuleren, de afhankelijkheid van buitenlandse energie te verminderen en duurzame productie in te voeren op basis van betere productontwerpvereisten en duurzamere consumptiepatronen, ondernemerschap en banencreatie moeten worden bevorderd, de internationale streefcijfers en de milieudoelstellingen van de EU effectief ten uitvoer moeten worden gelegd en de inkomstenbronnen moeten worden gediversifieerd, in een context van verantwoord begrotingsbeleid en economisch concurrentievermogen; is van oordeel dat het Europees semester eveneens verslaglegging over energie-efficiëntie en interconnectiviteit moet omvatten aan de hand van op EU‑niveau vastgelegde streefcijfers;

9.  wijst erop dat uit een onderzoek van de Commissie uit 2012 bleek dat als alle EU‑afvalwetgeving volledig werd uitgevoerd, Europa 72 miljard EUR per jaar zou besparen, de omzet van de sector afvalbeheer en recycling met 42 miljard EUR zou toenemen en er in de periode tot 2020 circa 400 000 banen zouden worden gecreëerd; brengt in herinnering dat de vermindering van de hoeveelheid afval en het toezicht op de naleving van de wetgeving ter zake de hoogste prioriteit moeten krijgen;

10.  wijst erop dat de lidstaten hun belastingstelsels moeten hervormen om groei en billijke regels voor bedrijven te ondersteunen; benadrukt in dit verband de rol van milieubelasting, milieubelastinghervormingen en belastingverschuivingsprogramma's als sleutelfactoren voor de overgang naar een groene economie, omdat hiermee ecologische innovaties in gang kunnen worden gezet die welvaart en banen creëren en bijdragen aan een beter milieu en een lager energie- en hulpbronnenverbruik;

11.  vraagt de Commissie de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling op te nemen in het proces van het Europees semester;

12.  wijst erop dat er een uitgebreidere reeks indicatoren nodig is om te beoordelen in welke mate de maatregelen die de lidstaten hebben genomen, bijdragen aan de verwezenlijking van de doelen die de EU in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling heeft vastgesteld, en met name de doelstelling om de voedselverspilling tegen 2030 te halveren; benadrukt dat de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling naar behoren moeten worden opgenomen in het interne en externe beleid van de Unie;

13.  brengt in herinnering dat er in de hele EU een trend van groeiende werkgelegenheid in de eco-industrie te zien is; wijst erop dat een verdere vermindering van het energie- en hulpbronnenverbruik kan leiden tot extra banen, met name in de sectoren isolatie, warmtepomptechnologieën, elektrisch aangedreven voertuigen en waterefficiënte irrigatietechnologieën voor de landbouw, maar ook in de recyclingsector en in sectoren die afhankelijk zijn van hulpbronnen;

14.  is ingenomen met het besluit van de Commissie om een deskundigengroep op hoog niveau inzake duurzame financiering op te richten; onderstreept dat hervormingen met het oog op duurzame financiering noodzakelijk zijn om investeringen in schone technologieën en de uitrol ervan te ondersteunen, ervoor te zorgen dat het financiële systeem op de lange termijn op een duurzame manier groei kan financieren en tot de totstandbrenging van een koolstofarme, klimaatbestendige en circulaire economie bij te dragen, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 14 september 2016 met als titel "Kapitaalmarktenunie – Versnellen van de hervorming";

15.  stelt vast dat verscheidene projecten waaraan financiering met middelen van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) zal worden toegekend, gericht zijn op infrastructuur en innovatie in de sectoren milieu en gezondheid; onderstreept evenwel dat het nodig is om meer groene fondsen beschikbaar te stellen via het EFSI;

16.  benadrukt dat doeltreffende investeringen in gezondheid en onderwijs, met inbegrip van gezondheidsbevordering en ziektepreventie, essentieel zijn voor een gelijke toegang tot gezondheidszorg voor iedereen en voor stabiliteit, duurzaamheid, economische welvaart en bevordering van groei, met resultaten op het vlak van productiviteit, arbeidsaanbod, menselijk kapitaal en overheidsuitgaven; brengt in herinnering dat uitgaven voor gezondheidsdiensten investeringen zijn in gezondere, veiligere, productievere en meer concurrerende samenlevingen; onderstreept het belang van duurzaamheid in de zorgsector, die met 8 % van de beroepsbevolking en 10 % van het bbp in de EU een belangrijke rol in de economie als geheel vervult;

17.  benadrukt dat er een duurzaam systeem van kennisdeling op het gebied van de evaluatie van gezondheidstechnologie moet worden opgezet en dat de evaluatie van gezondheidstechnologie tot doel heeft kwesties met betrekking tot de eigenschappen van gezondheidstechnologie aan te pakken, zoals veiligheid, doeltreffendheid, efficiëntie, toepasbaarheid, indicaties, kosten en kostenefficiëntie, alsook de sociale, ethische en economische gevolgen van het gebruik ervan;

18.  beveelt andermaal aan om de beginselen van de circulaire economie op te nemen in de landenspecifieke aanbevelingen;

19.  onderstreept het belang van een gestructureerde en systematische dialoog op nationaal niveau om alle belanghebbenden van het gezondheidsstelsel meer ownership te geven over de landenspecifieke aanbevelingen; wijst erop dat de prestaties van de gezondheidsstelsels daarom aan een uitgebreidere beoordeling op EU‑niveau moeten worden onderworpen; moedigt de lidstaten aan om de verzamelde bewijzen in hun beleidsvorming te gebruiken en om best practices uit te wisselen teneinde de verschillen binnen en tussen de lidstaten op gezondheidsgebied te verminderen;

20.  wijst erop dat de gezondheidsstelsels in het kader van het Europees semester aan een uitgebreidere beoordeling op EU‑niveau moeten worden onderworpen, waarbij niet alleen naar begrotingsaspecten wordt gekeken, maar ook naar toegankelijkheid, doeltreffendheid en kwaliteit in de Europese gezondheidssector;

21.  benadrukt dat de nodige aandacht moet worden besteed aan de zorgkosten die de lidstaten maken als gevolg van noodsituaties die de gezondheidsstelsels extra onder druk zetten, zoals de aankomst van immigranten en vluchtelingen in de EU in omstandigheden die onmiddellijke medische aandacht vereisen, dat de nodige medische bijstand essentieel is, zowel ter bescherming van de mensenrechten als met het oog op risicobeperking om EU‑burgers te beschermen tegen mogelijke blootstelling aan ziekten die endemisch zijn in de landen van herkomst van de migranten, en dat bij de evaluatie van de begrotingen van de lidstaten daarom naar behoren rekening moet worden gehouden met de daaraan verbonden kosten.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.1.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

52

5

8

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Catherine Bearder, Ivo Belet, Simona Bonafè, Biljana Borzan, Paul Brannen, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Seb Dance, Angélique Delahaye, Mark Demesmaeker, Stefan Eck, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Jens Gieseke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Benedek Jávor, Josu Juaristi Abaunz, Karin Kadenbach, Kateřina Konečná, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Massimo Paolucci, Piernicola Pedicini, Julia Reid, Frédérique Ries, Michèle Rivasi, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Ivica Tolić, Estefanía Torres Martínez, Nils Torvalds, Adina-Ioana Vălean, Jadwiga Wiśniewska, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Renata Briano, Herbert Dorfmann, James Nicholson, Stanislav Polčák, Gabriele Preuß, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Xabier Benito Ziluaga, Richard Corbett, Sander Loones, Kosma Złotowski


ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling (25.1.2017)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: jaarlijkse groeianalyse 2017

(2016/2306(INI))

Rapporteur voor advies: Krzysztof Hetman

SUGGESTIES

De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  verwelkomt de jaarlijkse groeianalyse 2017 van de Commissie als belangrijk onderdeel van het Europese herstelproces op basis van een strategie van investeringen, structurele hervormingen, banencreatie en gezonde overheidsfinanciën, gericht op het bevorderen van hogere groeiniveaus, het versterken van het Europese herstel en het bewerkstelligen van opwaartse convergentie;

2.  vindt het zorgwekkend dat er nog steeds aanwijzingen zijn van macro-economische onevenwichtigheden en beperkte convergentie, met name binnen de eurozone;

3.  maakt zich zorgen over de gebrekkige uitvoering van de landenspecifieke aanbevelingen in het economische herstel van Europa, alsook over de grote investeringskloof in de EU, die de groeimogelijkheden van de EU op de lange termijn in gevaar brengt; vraagt de lidstaten zich ertoe te verbinden structurele hervormingen door te voeren en hun schuld-bbp-ratio en hun begrotingstekort te verlagen teneinde groei te bevorderen en banen te creëren; is van mening dat de lidstaten in eerste instantie verantwoordelijk moeten blijven voor de uitvoering van de landenspecifieke aanbevelingen en zelf moeten beslissen hoe dat het beste kan worden gedaan; wijst op de rol van de lokale en regionale overheden en andere belanghebbenden, alsook van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) zelf, bij de ondersteuning van deze structurele hervormingen, banencreatie en investeringen; vraagt de Commissie te overwegen om zo nodig lokale en regionale autoriteiten bij het Europees semester te betrekken;

4.  vraagt om een beleid voor het Europees semester dat gericht is op het stimuleren van de interne vraag om de Europese economie veerkrachtiger te maken in een context van verslechterende mondiale vooruitzichten en een dalende mondiale vraag;

5.  erkent de doelstelling van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), dat is opgezet om investeringsprojecten met een hoog risico te ondersteunen teneinde de groeimogelijkheden te versterken op basis van hoogwaardige werkgelegenheid en productiviteit; is echter bezorgd over de enorme wanverhouding in het gebruik van het fonds tussen de EU‑15 (91 % van de middelen) en de EU‑13 (9 % van de middelen); neemt nota van het voorstel van de Commissie om de synergieën en complementariteit tussen het EFSI en de ESI-fondsen te versterken en gerichtere lokale en regionale technische bijstand te verlenen teneinde de onderlinge verschillen op de interne markt te verkleinen door alle regio's in staat te stellen hun potentieel te ontwikkelen en teneinde de geografische dekking van het EFSI in de EU te verbeteren; verzoekt de EIB en de Commissie ervoor te zorgen dat de verdeling van de fondsen wordt gebaseerd op een zorgvuldige financiële analyse en dat de aanvragen op billijke wijze op hun waarde worden beoordeeld; benadrukt evenwel dat het effect van het EFSI op de groei en de werkgelegenheid nog onvoldoende is aangetoond; onderstreept in dit verband dat het EFSI de ESI-fondsen moet aanvullen en geenszins afbreuk mag doen aan de rol van het cohesiebeleid als belangrijkste investeringsbeleid van de EU, dat de EU dichter bij de burger brengt; verzoekt de Commissie verdere maatregelen voor te stellen om bovengenoemde discrepantie te verminderen en voor meer evenwicht te zorgen;

6.  is het met de Commissie eens dat de advieshub moet worden versterkt om meer op lokale en regionale schaal te kunnen werken, beter met nationale stimuleringsbanken samen te werken en een nuttig instrument te zijn om projectontwikkelaars te helpen betere projecten te ontwikkelen, in het bijzonder in regio's of sectoren waar extra voorlichting en technische capaciteit nodig zijn; vraagt de Commissie een beter gebruik van het EFSI door lokale en regionale autoriteiten overal in de EU te bevorderen, vooral door middel van investeringsplatforms; verzoekt de Commissie in dit verband mee te helpen door informatie te verspreiden en het huidige gebrek aan administratieve en institutionele capaciteit op subnationaal niveau aan te pakken; verzoekt de Commissie en de lidstaten ten volle en overeenkomstig de Europa 2020-strategie gebruik te maken van de mogelijkheden van het EFSI en de ESI-fondsen om de investeringskloof in de EU te dichten;

7.  benadrukt dat de lidstaten, in het kader van het Europees semester en de inspanningen om het cohesiebeleid te vereenvoudigen, zoals de activiteiten van de taskforce inzake betere tenuitvoerlegging, meer acties moeten ondernemen om de nodige structurele hervormingen, en alle andere maatregelen ter ondersteuning van de uitvoering hiervan, onder andere institutionele capaciteitsopbouw, door te voeren teneinde de groei en de werkgelegenheid te stimuleren en de obstakels weg te nemen waarmee begunstigden van het cohesiebeleid worden geconfronteerd; benadrukt evenwel de noodzaak van coördinatie tussen de prioriteiten van de EU en de nationale, regionale en lokale behoeften; benadrukt hoe belangrijk ex-antevoorwaarden zijn om de capaciteitsopbouw in de lidstaten te verbeteren; benadrukt dat de Europese burgers beter van de behaalde resultaten op de hoogte moeten worden gebracht om de Europese toegevoegde waarde meer zichtbaarheid te geven;

8.  herhaalt dat de uitvoering van de ESI-fondsen tijdens de financiële programmeringsperiode 2014-2020 moet worden bespoedigd; erkent dat de lidstaten verantwoordelijk moeten blijven voor de aanwijzing van programma's, maar is van mening dat de analyse van de tekortkomingen bij de uitvoering moet worden gevolgd door op maat gemaakte aanbevelingen, die moeten worden opgenomen in de formulering van de landenspecifieke aanbevelingen; verzoekt de Commissie dergelijke maatregelen in nauw overleg met de lidstaten vast te stellen;

9.  benadrukt dat de lidstaten, om beter op economische uitdagingen te reageren en groei te stimuleren, meer flexibiliteit bij de uitvoering moet worden geboden wanneer zij van de investeringsclausules gebruik maken; is het in dit verband met de Europese Rekenkamer eens dat overheidsopdrachten, die een permanent probleem zijn, ook op het niveau van de Commissie moeten worden aangepakt, en dat de Commissie als pleitbezorger voor verbeteringen op dit gebied moet optreden;

10.  is verheugd dat het voorstel van de Commissie om delen van de ESI-fondsen voor Spanje en Portugal op te schorten, is uitgesteld in het licht van constructieve kritiek van het Parlement, waaruit overtuigend is gebleken dat dit voorstel overbodig is, en op basis van een beoordeling van de Commissie waaruit blijkt dat beide landen vooruitgang boeken met betrekking tot hun doelstellingen om de tekorten te verminderen; is het met de Commissie eens dat de eurozone een meer gemeenschappelijke aanpak moet volgen, waarbij rekening wordt gehouden met de uiteenlopende begrotingssituatie van de lidstaten; wijst in dit verband op de rol van de Commissie als hoedster van de Verdragen; verwacht voorts in 2017 een verslag van de Commissie over de toepassing van artikel 23 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 waarin rekening wordt gehouden met het standpunt dat het Parlement tijdens de gestructureerde dialoog van 2016 heeft ingenomen;

11.  is ingenomen met de verklaring van de Commissie over het belang van investeringen in kennis, innovatie, onderwijs en ICT als aanjagers van groei; pleit voor de invoering van beleid dat basistoegang tot connectiviteit voor iedere Europese burger mogelijk maakt;

12.  is van mening dat de doelstellingen van het investeringsplan voor Europa alleen kunnen worden verwezenlijkt door de betrokkenheid van kmo's, lokale autoriteiten en andere actoren op basisniveau te vergroten; verzoekt de EIB en de Commissie ervoor te zorgen dat deze belanghebbenden aanvragen voor projectfinanciering met succes kunnen opstellen en indienen, hierbij de nodige ondersteuning krijgen en niet worden blootgesteld aan onnodige regeldruk; wijst er in het bijzonder op dat door de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling ertoe kan bijdragen dat de stem van lokale actoren wordt gehoord;

13.  is verheugd over de steun voor kmo's via het kmo-loket van het EFSI en het initiatief voor kmo's; vindt het bemoedigend dat de kmo-sector sinds de financiële crisis van 2008 aan het herstellen is; verzoekt de Commissie er in samenwerking met de lidstaten voor te zorgen dat probleemgebieden worden aangepakt, onder andere de trage toename van de werkgelegenheid in kmo's en de stagnerende groei in de maakindustrie, de bouwsector en de detailhandel;

14.  is van mening dat toegang tot financiering de belangrijkste uitdaging blijft voor groeiende kmo's; merkt op dat de commerciële bankensector, die voornamelijk wordt gereguleerd door de lidstaten, voor de meeste kmo's de voornaamste financieringsbron blijft; wijst er daarom op dat de lidstaten in het herstel van de kmo-sector de belangrijkste actoren zullen blijven en dat de Commissie ervoor moet zorgen dat haar maatregelen een doeltreffende ondersteunende functie hebben.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

24.1.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

6

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, Franc Bogovič, Victor Boştinaru, Andrea Cozzolino, Rosa D’Amato, Tamás Deutsch, Iratxe García Pérez, Michela Giuffrida, Ivan Jakovčić, Constanze Krehl, Sławomir Kłosowski, Andrew Lewer, Louis-Joseph Manscour, Martina Michels, Jens Nilsson, Andrey Novakov, Younous Omarjee, Konstantinos Papadakis, Mirosław Piotrowski, Stanislav Polčák, Liliana Rodrigues, Fernando Ruas, Monika Smolková, Maria Spyraki, Ruža Tomašić, Ramón Luis Valcárcel Siso, Monika Vana, Matthijs van Miltenburg, Lambert van Nistelrooij, Derek Vaughan

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Petras Auštrevičius, Ivana Maletić, Dimitrios Papadimoulis, Maurice Ponga, Laurenţiu Rebega, Bronis Ropė, Iuliu Winkler


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

13.2.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

13

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gerolf Annemans, Burkhard Balz, Hugues Bayet, Pervenche Berès, Udo Bullmann, Jonás Fernández, Neena Gill CBE, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Cătălin Sorin Ivan, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Philippe Lamberts, Olle Ludvigsson, Ivana Maletić, Marisa Matias, Gabriel Mato, Bernard Monot, Luigi Morgano, Stanisław Ożóg, Pirkko Ruohonen-Lerner, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Paul Tang, Michael Theurer, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Cora van Nieuwenhuizen, Miguel Viegas, Jakob von Weizsäcker, Sotirios Zarianopoulos

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Bas Eickhout, Doru-Claudian Frunzulică, Thomas Mann, Siegfried Mureşan, Maria João Rodrigues, Renato Soru, Romana Tomc, Lieve Wierinck, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Klaus Buchner, Ingeborg Gräßle, Monica Macovei, Petri Sarvamaa


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

34

+

ALDE

Michael Theurer, Lieve Wierinck, Cora van Nieuwenhuizen

ECR

Monica Macovei

NI

Renato Soru

PPE

Burkhard Balz, Ingeborg Gräßle, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Ivana Maletić, Thomas Mann, Gabriel Mato, Siegfried Mureşan, Petri Sarvamaa, Theodor Dumitru Stolojan, Romana Tomc, Tom Vandenkendelaere

S&D

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Udo Bullmann, Jonás Fernández, Doru-Claudian Frunzulică, Neena Gill CBE, Roberto Gualtieri, Cătălin Sorin Ivan, Olle Ludvigsson, Luigi Morgano, Maria João Rodrigues, Pedro Silva Pereira, Paul Tang, Jakob von Weizsäcker

13

-

ECR

Stanisław Ożóg, Pirkko Ruohonen-Lerner, Kay Swinburne

EFDD

Marco Valli

ENF

Gerolf Annemans, Bernard Monot

GUE/NGL

Marisa Matias, Miguel Viegas

NI

Sotirios Zarianopoulos

Verts/ALE

Klaus Buchner, Bas Eickhout, Philippe Lamberts, Molly Scott Cato

1

0

ECR

Roberts Zīle

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling