Procedure : 2016/0208(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0056/2017

Ingediende teksten :

A8-0056/2017

Debatten :

PV 18/04/2018 - 20
CRE 18/04/2018 - 20

Stemmingen :

PV 19/04/2018 - 10.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0178

VERSLAG     ***I
PDF 1192kWORD 211k
9.3.2017
PE 593.836v02-00 A8-0056/2017

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijn 2009/101/EG

(COM(2016)0450 – C8-0265/2016 – 2016/0208(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteurs: Krišjānis Kariņš, Judith Sargentini

(Gezamenlijke commissieprocedure – artikel 55 van het Reglement)

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijn 2009/101/EG

(COM(2016)0450 – C8-0265/2016 – 2016/0208(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0450),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 50 en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0265/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 oktober 2016(1),

–  gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 14 oktober 2016(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het gezamenlijk overleg van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken overeenkomstig artikel 55 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie internationale handel en de Commissie juridische zaken (A8-0056/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel door een nieuwe tekst vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(3)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijn 2009/101/EG

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 50 en 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(4),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(5),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad(6) vormt het belangrijkste rechtsinstrument ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel van de Unie voor het witwassen van geld en terrorismefinanciering. Die richtlijn, die uiterlijk op 26 juni 2017 moet worden omgezet, stelt een geactualiseerd, transparant, efficiënt en uitgebreid rechtskader vast om het verzamelen van gelden of voorwerpen voor terroristische doeleinden aan te pakken door de lidstaten ertoe te verplichten de risico's in verband met het witwassen van geld en terrorismefinanciering te identificeren, inzichtelijk te maken, te beperken en te voorkomen.

(2)  Recente terroristische aanslagen hebben nieuwe opkomende trends aan het licht gebracht, met name met betrekking tot de wijze waarop terroristische groeperingen hun operaties financieren en uitvoeren. Bepaalde moderne technologische diensten worden almaar populairder als alternatieve financiële systemen en blijven buiten het toepassingsgebied van de wetgeving van de Unie of vallen onder vrijstellingen die niet langer kunnen worden gerechtvaardigd. Om gelijke tred te houden met de zich wijzigende trends, moeten verdere maatregelen ▌worden genomen voor meer transparantie van financiële transacties en vennootschapsrechtelijke entiteiten in het kader van het geldende preventieve rechtskader in de Unie, teneinde het bestaande preventieve kader te verbeteren en terrorismefinanciering effectiever tegen te gaan. Er moet op worden gelet dat de te nemen maatregelen in verhouding staan tot de risico's.

(2 bis)  De Verenigde Naties (VN), Interpol en Europol wijzen al jaren op de toenemende convergentie tussen georganiseerde misdaad en terrorisme. Gezien de toegenomen convergentie tussen georganiseerde misdaad en terrorisme moet de bestrijding van netwerken van de georganiseerde misdaad deel uitmaken van alle strategieën ter bestrijding van terrorismefinanciering. De illegale handel in wapens, drugs, sigaretten en namaakproducten, mensenhandel, chantage en afpersing zijn voor terroristische groeperingen zeer lucratieve manieren geworden om aan financiële middelen te komen, en zijn goed voor een opbrengst van ongeveer 110 miljard EUR per jaar (exclusief de handel in namaakproducten). Het dwarsverband tussen terrorisme en georganiseerde misdaad en de banden tussen criminele en terroristische groepen vormen een toenemende bedreiging voor de veiligheid van de Unie.

(2 ter)  Ook het witwassen van geld, de illegale handel in goederen zoals ruwe olie, drugs, kunstwerken, wapens en beschermde soorten, ernstige belastingfraude en belastingontwijking met betrekking tot illegaal verkregen geld houden vaak verband met terrorismefinanciering. Onverminderd [de nieuwe richtlijn inzake terrorismebestrijding] moeten de lidstaten de nodige maatregelen nemen om deze gedragingen strafbaar te stellen en te voorkomen dat terroristen en terroristische organisaties kunnen profiteren van de winsten die deze misdrijven opleveren.

(3)  De doelstellingen van Richtlijn (EU) 2015/849 moeten worden nagestreefd en wijzigingen van die richtlijn moeten in overeenstemming zijn met de lopende maatregelen van de Unie op het gebied van de strijd tegen terrorisme en terrorismefinanciering; daarbij moeten evenwel de fundamentele rechten en beginselen zoals vervat in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in acht worden genomen en moet het evenredigheidsbeginsel worden nageleefd en toegepast. In de Europese veiligheidsagenda(7) is de verbetering van het EU-rechtskader voor terrorismebestrijding als een prioriteit aangemerkt en is gewezen op de noodzaak van maatregelen om terrorismefinanciering op een doeltreffender en uitvoeriger wijze aan te pakken en benadrukt dat infiltratie van de financiële markten terrorismefinanciering mogelijk maakt. Ook in de conclusies van de Europese Raad van 17 en 18 december 2015 is de noodzaak onderstreept om spoedig op alle gebieden verdere actie te ondernemen tegen terrorismefinanciering.

(4)  De Commissie heeft haar goedkeuring gehecht aan een actieplan ter versterking van de strijd tegen terrorismefinanciering(8), waarin wordt gewezen op de noodzaak om zich aan te passen aan nieuwe bedreigingen en Richtlijn (EU) 2015/849 in dier voege te wijzigen.

(5)  De maatregelen van de Unie moeten ook de ontwikkelingen en de op internationaal niveau aangegane verbintenissen weerspiegelen. De resoluties van de VN-Veiligheidsraad nrs. 2195 (2014) over de verbanden tussen terrorisme en de transnationale georganiseerde misdaad, 2199 (2015) over het voorkomen van toegang van terroristische groeperingen tot internationale financiële instellingen, en 2253 (2015) over de uitbreiding van de sanctieregelingen tot Islamitische Staat, moeten daarom in aanmerking worden genomen.

(5 bis)  Bij witwasactiviteiten wordt op grote schaal gebruik gemaakt van contante transacties. De verspreiding en het gebruik van online bankrekeningen en andere soortgelijke betalingssystemen zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen, zodat kan worden overwogen om contante betalingen aan een beperking op EU-niveau te onderwerpen zonder dat dit een overmatige last zou vormen voor huishoudens en bedrijven. De Commissie moet onderzoeken welk maximumbedrag voor contante betalingen op EU-niveau moet worden vastgesteld, waarbij de lidstaten de keuze wordt gelaten om een lager maximumbedrag op te leggen. De beoordeling moet binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn worden uitgevoerd. Beleidsmaatregelen en acties op andere relevante bevoegdheidsgebieden van de Unie, bijvoorbeeld internationale handel en ontwikkelingssamenwerking, moeten waar mogelijk worden gebruikt ter aanvulling op de inspanningen om witwaspraktijken en financiering van terrorisme via het financiële stelsel te bestrijden. Die beleidsmaatregelen en acties moeten andere beleidsdoelstellingen van de Unie aanvullen en niet ondermijnen.

(6)  Aanbieders van diensten voor het wisselen van virtuele valuta en fiduciaire valuta (d.w.z. munten die als wettig betaalmiddel zijn erkend) alsook aanbieders van bewaarportemonnees voor virtuele valuta zijn niet verplicht verdachte activiteiten als zodanig te identificeren. Terroristische groeperingen zijn daardoor in staat geld door te sluizen naar het financiële stelsel van de Unie of binnen virtuelevalutanetwerken door overmakingen te verbergen of door de zekere mate van anonimiteit die zij op deze platforms genieten. Het is dan ook van essentieel belang het toepassingsgebied van Richtlijn (EU) 2015/849 te verruimen tot platforms voor het wisselen van virtuele valuta en aanbieders van bewaarportemonnees. Bevoegde autoriteiten moeten in staat zijn het gebruik van virtuele valuta te monitoren. Dit zou een evenwichtige en proportionele aanpak opleveren, waardoor de technologische vooruitgang en de hoge mate van transparantie worden gevrijwaard die zijn verwezenlijkt op het gebied van alternatieve financiën en sociaal ondernemerschap.

(7)  De geloofwaardigheid van virtuele valuta zal niet toenemen als zij worden gebruikt voor criminele doeleinden. In deze context zal anonimiteit veeleer een obstakel dan een troef worden voor de opkomst van virtuele valuta en de verspreiding van de mogelijke voordelen ervan. De opneming van wisselplatforms voor virtuele valuta en aanbieders van bewaarportemonnees zal de problematiek van anonimiteit die verbonden is aan transacties van virtuele valuta niet volledig oplossen, aangezien een groot deel van de omgeving voor virtuele valuta anoniem zal blijven, omdat gebruikers ook transacties kunnen verrichten zonder wisselplatforms of aanbieders van bewaarportemonnees. Om de aan de anonimiteit verbonden risico's te bestrijden, moeten nationale financiële inlichtingeneenheden (FIE's) in staat zijn virtuelevaluta-adressen te koppelen aan de identiteit van de eigenaar van de virtuele valuta. Bovendien zou de mogelijkheid om gebruikers in staat te stellen zich op vrijwillige basis zelf bekend te maken aan aangewezen autoriteiten, verder moeten worden onderzocht.

(8)  Lokale valuta (ook bekend als complementaire valuta) die worden gebruikt in zeer beperkte netwerken zoals een stad of een regio en bij een klein aantal gebruikers, mogen niet als virtuele valuta worden beschouwd.

(9)  Met betrekking tot natuurlijke personen of juridische entiteiten die gevestigd zijn in derde landen met een hoog risico, moeten de lidstaten vereisen dat meldingsplichtige entiteiten verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen om de risico's te beheren en te beperken. Elke lidstaat bepaalt daarom op nationaal niveau het soort verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen dat moet worden genomen ten aanzien van derde landen met een hoog risico. De uiteenlopende benaderingen van de lidstaten creëren zwakke punten in het beheer van zakelijke relaties waarbij door de Commissie geïdentificeerde derde landen met een hoog risico zijn betrokken. Deze lacunes kunnen door terroristen worden misbruikt om middelen het financiële stelsel van de Unie binnen en buiten te sluizen. Het is belangrijk de doeltreffendheid van de door de Commissie vastgestelde lijst van derde landen met een hoog risico te verbeteren door te voorzien in een geharmoniseerde behandeling van die landen op het niveau van de Unie. Deze geharmoniseerde benadering moet in de eerst plaats zijn toegespitst op verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen. Desalniettemin moeten de lidstaten en meldingsplichtige entiteiten de mogelijkheid hebben om aanvullende risicobeperkende maatregelen toe te passen bovenop de verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen, overeenkomstig de internationale verplichtingen. Internationale organisaties en opstellers van standaarden met bevoegdheden op het gebied van de voorkoming van het witwassen van geld en de bestrijding van terrorismefinanciering kunnen oproepen passende tegenmaatregelen toe te passen om het internationale financiële stelsel te beschermen tegen de aanhoudende en aanzienlijke risico's op het witwassen van geld en terrorismefinanciering die van bepaalde landen uitgaan. De lidstaten moeten aanvullende risicobeperkende maatregelen aannemen en toepassen ten aanzien van door de Commissie geïdentificeerde derde landen met een hoog risico en daarbij met name rekening houden met oproepen tot het nemen van tegenmaatregelen en aanbevelingen zoals die van de Financiële-actiegroep (FATF) en met de uit internationale overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen. Naast tegenmaatregelen ten aanzien van derde landen met een hoog risico moet een volledige beoordeling van de regelgeving ter bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering (AML/CFT) in EER-landen en derde landen een noodzakelijke voorwaarde zijn om passporting en gelijkwaardigheidsstatus voor toegang tot de interne markt te verlenen. Met betrekking tot bepaalde sectoren en meldingsplichtige entiteiten kan de toegang tot de interne markt worden geweigerd of aan beperkingen worden onderworpen indien er tekortkomingen in de AML/CFT-regelgeving worden aangetroffen.

(9 bis)  Zowel de Unie en haar lidstaten enerzijds als derde landen anderzijds hebben een gedeelde verantwoordelijkheid om het witwassen van geld en terrorismefinanciering te bestrijden. Samenwerking met derde landen moet zich ook meer richten op de versterking van de financiële stelsels en de overheidsdiensten van ontwikkelingslanden, teneinde hen in staat te stellen beter aan het mondiale proces van belastinghervorming deel te nemen, financiële misdrijven en daarmee samenhangende illegale activiteiten te ontmoedigen, en antiwitwasmechanismen in werking te stellen die bijdragen aan een betere uitwisseling van gegevens en informatie met andere landen zodat fraude en terroristen kunnen worden opgespoord.

(10)  Gezien het evoluerende karakter van ML/TF-bedreigingen en -kwetsbaarheden moet de Unie een geïntegreerde benadering inzake de overeenstemming van nationale AML/CFT-regelingen met de vereisten op het niveau van de Unie vaststellen, door rekening te houden met een beoordeling van de doeltreffendheid van die nationale regelingen. Met het oog op de correcte omzetting van de vereisten van de Unie in de nationale regelingen, de doeltreffende uitvoering en de capaciteit van die regelingen om een krachtige preventieve regeling op dit gebied tot stand te brengen, moet de Commissie haar beoordeling baseren op de nationale risicoregelingen, die geen afbreuk doen aan de risicoregelingen van internationale organisaties en opstellers van standaarden met bevoegdheden op het gebied van de voorkoming van het witwassen van geld en de bestrijding van terrorismefinanciering, zoals de FATF of het Comité van deskundigen inzake de evaluatie van maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld (MONEYVAL). Internationale organisaties en normbepalende instanties met bevoegdheden op het gebied van voorkoming van het witwassen van geld en de bestrijding van terrorismefinanciering moeten nauw met de lidstaten samenwerken om een reeks gemeenschappelijke indicatoren voor de beoordeling van de nationale risicoregelingen vast te stellen en geharmoniseerde preventieve maatregelen te treffen.

(10 bis)  Het controleren van de omzetting van EU-vereisten in nationale regelingen is niet voldoende om te waarborgen dat de nationale AML/CFT-regelingen doeltreffend zijn bij de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, aangezien de tekortkomingen vaak het gevolg zijn van een ondoeltreffende toepassing van de regels. In dit verband is het essentieel voor de interne markt dat de Commissie en de ETA's aanvullende bevoegdheden krijgen om te beoordelen of de nationale AML/CFT-regelingen overeenstemmen met het EU-kader voor de controle op de toepassing en handhaving van nationale regels. De ETA's moeten aanvullende bevoegdheden op het gebied van AML/CFT krijgen, inclusief de bevoegdheid om inspecties ter plaatse uit te voeren bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, de verstrekking te eisen van alle informatie die relevant is voor de beoordeling van de naleving, aanbevelingen te doen voor het nemen van corrigerende maatregelen, deze aanbevelingen openbaar te maken en maatregelen te nemen om te waarborgen dat hun aanbevelingen daadwerkelijk worden uitgevoerd;

(10 ter)  Het witwassen van geld en belastingontduiking vinden steeds vaker plaats via handelstransacties, door manipulatie van de prijs, de hoeveelheid of de kwaliteit. Aangezien financiële en fiscale transparantie topprioriteiten zijn van het handelsbeleid van de Unie, mogen in de Unie geen handelsprivileges worden toegekend aan landen die witwassen en belastingontduiking tolereren.

(10 quater)  In overeenstemming met de strategie "Handel voor iedereen" moeten aanvullende doeltreffende maatregelen op het gebied van handel in diensten worden genomen om te voorkomen dat deze wordt gebruikt voor illegale geldstromen, aangezien het risico op witwassen toeneemt door de vrijhandel in goederen en diensten met ontwikkelingslanden en aangezien de handel in diensten tussen de Unie en belastingparadijzen zes keer zo groot is als die met vergelijkbare landen, terwijl er geen sprake is van dergelijke verschillen bij de handel in goederen.

(10 quinquies)  Binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn moet de Commissie de lidstaten een verslag voorleggen over mogelijke mazen in de hoofdstukken over financiële diensten en vestiging in EU-handelsovereenkomsten met derde landen die al van kracht zijn, in het bijzonder de definitie van investering en vestiging, de reikwijdte en tijdslimieten van prudentiële uitzonderingsbepalingen, het al dan niet bestaan van maximumbedragen voor geldoverdracht tussen de partijen bij de handelsovereenkomsten, de voor deze overdracht toegestane valuta, de bevestiging van het bankgeheim en het bestaan van bepalingen betreffende gegevensuitwisseling.

(10 sexies)  De hoofdstukken over financiële diensten en vestiging in toekomstige handelsovereenkomsten moeten enge definities van investeringen bevatten om producten waarbij het risico op de aanwezigheid van zwart geld hoog is, uit te sluiten, moeten voorzien in de instelling van openbare registers waarin de uiteindelijk begunstigden worden vermeld van ondernemingen, trusts en vergelijkbare juridische constructies die zijn opgericht, beheerd of geëxploiteerd op de grondgebieden die deel uitmaken van de handelsovereenkomst, moeten regelingen bevatten over samenwerking bij het toezicht op geldstromen en opheffing van het bankgeheim, in overeenstemming met regels inzake gegevensbescherming en normen inzake open gegevens, en moeten de reikwijdte en de tijdslimieten voor prudentiële uitzonderingsbepalingen uitbreiden buiten "onevenwichtigheid van betalingsbehoeften", en toezeggingen "naar best vermogen" vervangen door dwingende bepalingen.

(11)  Prepaidkaarten voor algemeen gebruik, die geacht worden een maatschappelijke waarde te hebben, hebben legitieme toepassingen en vormen een toegankelijk instrument dat bijdraagt aan financiële inclusie. Anonieme prepaidkaarten kunnen echter gemakkelijk worden gebruikt voor het financieren van terroristische aanslagen en terroristische logistiek. Het is daarom van essentieel belang terroristen, terroristische organisaties en partijen die terrorisme steunen, faciliteren of hierbij bemiddelen deze middelen voor het financieren van hun operaties te ontnemen, door een verdere verlaging van de limieten en maximale bedragen waaronder het meldingsplichtige autoriteiten is toegestaan af te zien van de toepassing van bepaalde bij Richtlijn (EU) 2015/849 vastgestelde cliëntenonderzoeksmaatregelen. Derhalve is het essentieel om, met inachtneming van de behoeften van de consumenten op het gebied van het gebruik van prepaidinstrumenten, en zonder het gebruik van zulke instrumenten ter bevordering van de sociale en financiële inclusie in de weg te staan, de bestaande drempels voor anonieme prepaidkaarten voor algemeen gebruik te verlagen▌.

(12)  Terwijl het gebruik van in de Unie uitgegeven anonieme prepaidkaarten in wezen beperkt is tot het grondgebied van de Unie, is zulks niet altijd het geval voor soortgelijke kaarten die in derde landen worden uitgegeven. Het is derhalve belangrijk dat buiten de Unie uitgegeven anonieme prepaidkaarten enkel in de Unie kunnen worden gebruikt wanneer zij kunnen worden geacht te voldoen aan vereisten die gelijkwaardig zijn aan die welke in de wetgeving van de Unie zijn vastgesteld. Deze regel moet worden vastgesteld met volledige inachtneming van de verplichtingen van de Unie inzake internationale handel, met name de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten.

(13)  FIE's spelen een belangrijke rol bij de identificatie van de, met name grensoverschrijdende, financiële operaties van terroristische netwerken en bij het opsporen van hun geldschieters. Financieel onderzoek kan cruciaal zijn voor het aan het licht brengen van activiteiten ter bevordering van terroristische misdrijven en de netwerken en structuren van terroristische organisaties. Wegens een gebrek aan prescriptieve internationale normen blijven FIE's aanzienlijke verschillen vertonen qua taken en bevoegdheden. De lidstaten moeten streven naar een meer doeltreffende en gecoördineerde aanpak van financiële onderzoeken naar terrorisme, inclusief onderzoeken naar misbruik van virtuele valuta. De huidige verschillen mogen evenwel geen afbreuk doen aan de activiteit van een FIE, met name aan haar capaciteit om preventieve analysen te ontwikkelen ter ondersteuning van alle autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor inlichtingen-, recherche- en gerechtelijke activiteiten en internationale samenwerking. FIE's moeten toegang hebben tot informatie en deze ongehinderd kunnen uitwisselen, onder meer via passende samenwerking met rechtshandhavingsautoriteiten. Bij elk vermoeden van criminaliteit en, met name, bij het vermoeden van terrorismefinanciering, moet informatie direct en zonder onnodige vertragingen worden uitgewisseld. Daarom is het van essentieel belang de doeltreffendheid en doelmatigheid van FIE's te verbeteren door de bevoegdheden van en de samenwerking tussen FIE's te verbeteren.

(13 bis)  Om de huidige problemen bij de samenwerking tussen de nationale FIE's te ondervangen, moet er een FIE van de Unie worden opgezet om de FIE's van de lidstaten te coördineren, bij te staan en te ondersteunen in grensoverschrijdende zaken. Deze zou ook uitstekend passen bij een geïntegreerde financiële markt in de Unie en kan effectief bijdragen aan de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering op de interne markt. De FIE's van de lidstaten zouden hierbij nog steeds primair verantwoordelijk zijn voor het in ontvangst nemen van de meldingen over verdachte transacties, het analyseren daarvan en de doorzending naar de bevoegde nationale autoriteit. De FIE van de Unie zou met name ondersteuning bieden aan de lidstaten bij het onderhouden en ontwikkelen van de technische infrastructuur om de uitwisseling van informatie te waarborgen, hen helpen bij de gezamenlijke analyse van grensoverschrijdende zaken en strategische analyses, en de activiteiten van de FIE's van de lidstaten in grensoverschrijdende zaken coördineren.

(14)  FIE's moeten in staat zijn van elke meldingsplichtige entiteit alle informatie te verkrijgen die verband houdt met hun taken. Onbelemmerde toegang tot informatie is essentieel om te waarborgen dat geldstromen naar behoren kunnen worden getraceerd en illegale netwerken en stromen in een vroeg stadium kunnen worden opgespoord. Wanneer FIE's vanwege een vermoeden van witwaspraktijken aanvullende informatie nodig hebben van meldingsplichtige entiteiten, kan een dergelijk vermoeden het gevolg zijn van een eerdere melding van een verdachte transactie die aan de FIE is gedaan, maar ook van andere zaken, zoals eigen onderzoek van de FIE, door de bevoegde autoriteiten verstrekte of informatie van een andere FIE. FIE's moeten daarom in staat zijn de financiële, administratieve en rechtshandhavingsinformatie die zij nodig hebben om hun taken naar behoren uit te voeren, te verkrijgen van elke meldingsplichtige entiteit, ook zonder dat een eerdere melding is gedaan door die specifieke meldingsplichtige entiteit. Een FIE moet ook in staat zijn zulke informatie te verkrijgen op verzoek van een andere FIE van de Unie en de informatie uit te wisselen met de verzoekende FIE.

(14 bis)  De bevoegde autoriteiten die toezicht houden op financiële en kredietinstellingen ten behoeve van de naleving van deze richtlijn, moeten met elkaar kunnen samenwerken en vertrouwelijke informatie kunnen uitwisselen, ongeacht hun respectieve aard of status. Hiertoe dienen deze bevoegde autoriteiten te beschikken over een toereikende rechtsgrondslag voor de uitwisseling van vertrouwelijke informatie en zoveel mogelijk met elkaar samen te werken, onder inachtneming van de toepasselijke internationale normen op dit gebied.

(14 ter)  Informatie van prudentiële aard betreffende financiële en kredietinstellingen, zoals informatie over de deskundigheid en betrouwbaarheid van bestuurders en aandeelhouders, de interne controlemechanismen, het bestuur of het compliance- en risicomanagement, is vaak onmisbaar voor een toereikend toezicht op deze instellingen in het kader van AML/CFT. Omgekeerd is ook AML/CFT-informatie belangrijk voor het prudentiële toezicht op deze instellingen. De uitwisseling van vertrouwelijke informatie en de samenwerking tussen voor financiële en kredietinstellingen bevoegde autoriteiten op het gebied van AML/CFT en prudentiële toezichthouders mogen niet onbedoeld worden belemmerd door rechtsonzekerheid als gevolg van een gebrek aan uitdrukkelijke voorschriften op dit gebied. Een dergelijke verduidelijking van het rechtskader is nog belangrijker nu het prudentiële toezicht in bepaalde gevallen is toevertrouwd aan toezichthouders die niet verantwoordelijk zijn voor AML/CFT, zoals de Europese Centrale Bank.

(15)  Vertraagde toegang door FIE's en andere bevoegde autoriteiten tot informatie over de identiteit van houders van bank- en betaalrekeningen, alsook van kluizen (met name anonieme), belemmert de opsporing van terrorismegerelateerde overmakingen. Nationale gegevens die de identificatie mogelijk maken van bank- en betaalrekeningen en kluizen die aan één persoon toebehoren, zijn versnipperd en daarom niet tijdig toegankelijk voor FIE's en andere bevoegde autoriteiten. Het is daarom van essentieel belang in alle lidstaten gecentraliseerde automatische mechanismen op te zetten, zoals een register of een systeem voor gegevensontsluiting, waarmee op doeltreffende wijze tijdig toegang tot informatie over de identiteit van de houders van bank- en betaalrekeningen en kluizen, hun volmachthouders en hun uiteindelijk begunstigden kan worden verkregen.

(15 bis)  Informatie over het bezit van en de zeggenschap over onroerend goed zoals gebouwen en land is niet in alle lidstaten beschikbaar. Ook bestaan er vaak geen geconsolideerde gegevens over de begunstigden van levensverzekeringen. Witwasactiviteiten vinden ook plaats met gebruik van vastgoedtransacties en levensverzekeringsproducten. Het opzetten van centrale geautomatiseerde systemen in alle lidstaten, zoals een register of een naslagsysteem, is essentieel om deze informatie te traceren en ondersteuning te bieden in de onderzoeksfase. De autoriteiten van de lidstaten moeten tijdig toegang krijgen tot deze gegevens om grensoverschrijdende controles en onderzoeken te kunnen uitvoeren.

(15 ter)  Gezien de voortdurende technologische veranderingen die het witwassen van geld en terrorismefinanciering mogelijk maken, wordt voorgesteld een EU-instrument voor monitoring, coördinatie en technologische prognoses te creëren dat de verschillende FIE's bij hun taken ondersteunt.

(16)  Met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens moet in zulke registers het minimum aan informatie worden opgeslagen dat nodig is voor het uitvoeren van antiwitwasonderzoeken. De betrokkenen moeten ervan in kennis worden gesteld dat hun gegevens worden geregistreerd en toegankelijk zijn voor FIE's, en er moet hun een contactpunt worden aangeboden om hun rechten van toegang en rectificatie uit te oefenen. De maximale bewaringstermijnen moeten worden vastgesteld voor de registratie van persoonsgegevens in registers en er moet worden bepaald dat deze worden vernietigd zodra de informatie niet meer nodig is voor het opgegeven doel. Toegang tot de registers en gegevensbanken moet worden beperkt op een "need-to-know"-basis.

(17)  Accurate identificatie en verificatie van gegevens over natuurlijke en rechtspersonen is essentieel voor de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering. Er moet rekening worden gehouden met de laatste technische ontwikkelingen in de digitalisering van transacties en betalingen die een veilige identificatie op afstand of langs elektronische weg mogelijk maken, met de in Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde identificatiemiddelen en met alle andere middelen voor identificatie op afstand die gebaseerd zijn op nieuwe technologieën met een toereikend veiligheidsniveau dat vergelijkbaar is met het betrouwbaarheidsniveau "substantieel" van e-IDAS, met name wat betreft aangemelde stelsels en middelen voor elektronische identificatie die instrumenten met een hoog niveau van veiligheid bieden en een maatstaf voor de beoordeling van de op nationaal niveau opgezette identificatiemethoden kunnen zijn. Daarom is het van essentieel belang veilige elektronische kopieën van elektronische documenten alsook elektronische asserties, attestatie of credentialen als een geldig identificatiemiddel te erkennen. Bij de toepassing van deze richtlijn moet het beginsel van technologieneutraliteit in acht worden genomen.

(17 bis)  Het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa), het centrum van de Unie met deskundigheid inzake netwerk- en informatiebeveiliging, moet de bevoegdheid krijgen om ongehinderd informatie met rechtshandhavingsautoriteiten uit te wisselen teneinde samenwerking inzake cyberbeveiliging mogelijk te maken, wat belangrijk is in de strijd tegen de financiering van criminele activiteiten, met inbegrip van terrorisme.

(17 ter)  De Europese Bankautoriteit (EBA) moet worden verzocht haar transparantie-exercitie te updaten in het licht van de uitdagingen van vandaag, teneinde beter te voorkomen dat financiële stelsels worden gebruikt voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering.

(18)  De drempel voor uiteindelijke begunstiging zoals vastgesteld in artikel 3, punt 6, onder a), van Richtlijn (EU) 2015/849 maakt geen onderscheid tussen echte commerciële vennootschapsrechtelijke entiteiten en die welke niet actief zakendoen en hoofdzakelijk worden gebruikt als een intermediaire structuur tussen de activa of inkomsten en de uiteindelijk begunstigde. Voor deze laatste is de vastgestelde drempel gemakkelijk te omzeilen, wat ertoe leidt dat de natuurlijke personen die de uiteindelijke eigendom van of de uiteindelijke zeggenschap over een juridische entiteit hebben, niet worden geïdentificeerd. Om informatie over uiteindelijk begunstigden te verduidelijken wat intermediaire structuren betreft die een vennootschapsrechtelijke vorm aannemen, moet een specifieke drempel worden bepaald waaruit eigendom kan worden afgeleid. Die drempel moet laag genoeg zijn om de meeste situaties te dekken.

(19)  In het bestaande kader wordt voor het evalueren van bestaande cliënten uitgegaan van een op risico gebaseerde benadering. Gezien het hogere risico op het witwassen van geld, terrorismefinanciering en daarmee verband houdende basisdelicten dat aan bepaalde intermediaire structuren verbonden is, maakt die benadering het echter niet mogelijk de risico's tijdig op te sporen en te beoordelen. Derhalve is het belangrijk om ervoor te zorgen dat bepaalde duidelijk gespecificeerde categorieën van al bestaande cliënten ook op een systematische basis worden gemonitord.

(20)  De lidstaten moeten er thans voor zorgen dat binnen hun grondgebied opgerichte juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijk begunstigen inwinnen en bijhouden. Accurate en actuele informatie over de uiteindelijk begunstigde is een bepalende factor bij het opsporen van criminelen die hun identiteit anders achter een vennootschapsrechtelijke structuur kunnen verbergen. Het wereldwijd verweven financiële stelsel maakt het eenvoudig over de hele wereld geld te verbergen en te verplaatsen, en witwassers en financiers van terrorisme alsook andere criminelen maken steeds meer van die mogelijkheid gebruik.

(21)  Er moet worden verduidelijkt aan de hand van welke specifieke factor wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de monitoring en registratie van de informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts en soortgelijke juridische constructies. Om te voorkomen dat, wegens verschillen tussen de rechtsstelsels van de lidstaten, bepaalde trusts en soortgelijke juridische constructies nergens in de Unie worden gemonitord en geregistreerd, en om verstoringen van de interne markt te voorkomen, moeten alle trusts en soortgelijke juridische constructies, zoals onder andere Treuhand, Stiftung, Privatstiftung en Usufruct Fiducia, worden geregistreerd in de lidstaat of lidstaten waar zij worden opgericht, beheerd of geëxploiteerd. Zij moeten verplicht worden om bepaalde informatie over de uiteindelijk begunstigden openbaar te maken. Met het oog op de doeltreffende monitoring en registratie van informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts en soortgelijke juridische constructies is ook samenwerking en uitwisseling van relevante informatie tussen de lidstaten noodzakelijk.

(21 bis)  Criminelen sluizen illegale opbrengsten via een groot aantal financiële intermediairs weg om opsporing te voorkomen. Het is daarom belangrijk financiële en kredietinstellingen de mogelijkheid te bieden informatie niet alleen tussen concernonderdelen uit te wisselen, maar ook met andere financiële en kredietinstellingen, op voorwaarde dat de gegevens beschermd worden.

(22)  Publieke toegang door middel van de verplichte openbaarmaking van bepaalde informatie over de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen, trusts en andere entiteiten en juridische constructies biedt aanvullende waarborgen aan derden die zaken met deze vennootschappen willen doen. Bepaalde lidstaten hebben stappen ondernomen of het voornemen kenbaar gemaakt om in registers van uiteindelijk begunstigen opgenomen informatie ter beschikking van het publiek te stellen. Dat niet alle lidstaten informatie publiekelijk beschikbaar zouden maken of dat er verschillen zijn in de beschikbaar gemaakte informatie en de toegankelijkheid ervan, kan leiden tot verschillende niveaus van bescherming van derden in de Unie. In een goed functionerende interne markt is coördinatie vereist om verstoringen te vermijden. Daarom moet dergelijke informatie in alle lidstaten publiekelijk beschikbaar zijn.

(23)  Publieke toegang maakt ook meer onderzoek van informatie door het maatschappelijk middenveld mogelijk, door onder meer de pers of maatschappelijke organisaties, en draagt bij tot het behoud van het vertrouwen in de integriteit van zakelijke transacties en het financiële stelsel. Publieke toegang kan bijdragen aan de bestrijding van het misbruik van juridische entiteiten en juridische constructies, zowel door onderzoeken vooruit te helpen als door reputatie-effecten, aangezien iedereen die met die entiteiten of constructies transacties zou kunnen aangaan, op de hoogte is van de identiteit van de uiteindelijk begunstigden ervan. Tevens bevordert publieke toegang de tijdige en doeltreffende beschikbaarheid van informatie voor zowel financiële instellingen als autoriteiten, met inbegrip van autoriteiten van derde landen, die betrokken zijn bij de strijd tegen deze delicten.

(24)  Het vertrouwen van beleggers en het grote publiek in de financiële markten hangt in grote mate af van het bestaan van een accurate openbaarmakingsregeling die zorgt voor transparantie in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van vennootschappen. Dit geldt met name voor corporate-governancesystemen die worden gekenmerkt door eigendomsconcentratie, zoals dat in de Unie. Enerzijds kunnen grote investeerders met aanzienlijke stem- en kasstroomrechten de langetermijngroei en -prestaties van ondernemingen bevorderen. Anderzijds kunnen uiteindelijk begunstigden die zeggenschap uitoefenen en over een groot aantal stemmen beschikken, in de verleiding komen bedrijfsactiva en -kansen voor eigen gewin te gebruiken ten koste van minderheidsbeleggers.

(25)  De lidstaten moeten daarom op een voldoende coherente en gecoördineerde wijze, via de centrale registers waarin de informatie over de uiteindelijk begunstigden is opgenomen, toegang tot informatie over uiteindelijk begunstigden verlenen, door een duidelijk reglement inzake publieke toegang op te stellen, zodat derden in staat zijn zich er in de gehele Unie van te vergewissen wie de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen zijn. Het is daarom noodzakelijk Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad(9) te wijzigen om de nationale bepalingen inzake de openbaarmaking van informatie over de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen te harmoniseren, met name met het oog op de bescherming van de belangen van derden.

(26)  Er moet worden gestreefd naar een goed evenwicht tussen het algemeen openbaar belang van de transparantie van vennootschappen en de voorkoming van het witwassen van geld enerzijds en de grondrechten van de betrokkenen anderzijds. De gegevens die ter beschikking van het publiek moeten worden gesteld, moeten beperkt zijn en duidelijk en exhaustief worden afgebakend, en zij moeten van algemene aard zijn, teneinde de potentiële schade voor de uiteindelijk begunstigden te minimaliseren. Tegelijk mag de informatie die ter beschikking van het publiek wordt gesteld, niet significant verschillen van de gegevens die momenteel worden verzameld. Om de aantasting van het recht op de eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer in het algemeen en de bescherming van hun persoonsgegevens in het bijzonder te beperken, moet die informatie in hoofdzaak betrekking hebben op de status van uiteindelijk begunstigden van ondernemingen en trusts, en uitsluitend het gebied van economische activiteit betreffen waarop de uiteindelijk begunstigden actief zijn.

(27)  De openbaarmaking van informatie over uiteindelijk begunstigden moet zijn ontworpen om overheden en regelgevende instanties de gelegenheid te geven snel te reageren op alternatieve investeringstechnieken, zoals aandelenderivaten die aanleiding geven tot afwikkeling in contanten. Anderzijds mogen meerderheidsaandeelhouders er niet van worden weerhouden een actieve rol te spelen bij het toezicht op het bestuur van beursgenoteerde vennootschappen. Voor de werking van de financiële markten, die almaar internationaler georiënteerd en complexer zijn geworden, is het van essentieel belang dat er wettelijke regels en voorschriften voorhanden zijn die de uitwisseling van informatie op internationaal niveau mogelijk maken en dat deze doeltreffend worden toegepast door de nationale toezichthoudende autoriteiten.

(28)  De persoonsgegevens van uiteindelijk begunstigden moeten openbaar worden gemaakt om derden en het maatschappelijk middenveld in het algemeen in staat te stellen te weten wie de uiteindelijk begunstigden zijn. Het verscherpte publieke toezicht zal bijdragen aan de voorkoming van het misbruik van juridische entiteiten en juridische constructies, met inbegrip van belastingontwijking. Daarom is het essentieel dat deze informatie nog tien jaar nadat de vennootschap uit het register is geschrapt, publiekelijk toegankelijk blijft via de nationale registers en via het systeem van gekoppelde registers. De lidstaten moeten echter in staat zijn wettelijk te voorzien in de verwerking van de informatie over uiteindelijk begunstigden, met inbegrip van persoonsgegevens, voor andere doeleinden, indien zulke verwerking beantwoordt aan een doelstelling van algemeen belang en in een democratische samenleving een maatregel vormt die noodzakelijk is en evenredig aan het nagestreefde doel.

(29)  Met ditzelfde doel, namelijk voor een evenredige en evenwichtige benadering te zorgen en het recht op een privéleven en op de bescherming van persoonsgegevens te waarborgen, moeten de lidstaten voorzien in uitzonderingen op de openbaarmaking van en de toegang tot informatie over uiteindelijk begunstigden in de registers, die gelden in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer de informatie de uiteindelijk begunstigde zou blootstellen aan het risico van fraude, ontvoering, geweld of intimidatie.

(30)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad(10), die zal worden vervangen bij Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad(11), is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig deze richtlijn.

(31)  Als gevolg daarvan moeten natuurlijke personen van wie persoonsgegevens in de nationale registers als informatie over uiteindelijk begunstigden worden bijgehouden, in kennis worden gesteld van de bekendmaking van hun persoonsgegevens voordat die bekendmaking plaatsvindt. Voorts mogen enkel persoonsgegevens die actueel zijn en die betrekking hebben op de werkelijke uiteindelijk begunstigden, beschikbaar worden gemaakt en moeten de begunstigden in kennis worden gesteld van hun rechten uit hoofde van het bestaande wettelijke kader voor gegevensbescherming van de Unie, zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn (EU) 2016/680(12), en van de toepasselijke procedures voor de uitoefening van die rechten.

(32)  Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt door bevoegde autoriteiten overeenkomstig Kaderbesluit 2008/977/JBZ(13), dat zal worden vervangen door Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad(14).

(33)  Momenteel zijn vennootschappen en soortgelijke juridische entiteiten die in de Unie actief zijn, verplicht informatie over hun uiteindelijk begunstigden te registreren, terwijl diezelfde verplichting niet van toepassing is op alle in de Unie opgerichte trusts en andere juridische constructies die soortgelijke kenmerken vertonen, zoals Treuhand, fiducie of fideicomiso. De lidstaten wordt gevraagd te onderzoeken welke juridische constructies in hun rechtssysteem een met trusts vergelijkbare structuur en functie hebben. Om te waarborgen dat alle uiteindelijk begunstigden van alle juridische entiteiten en juridische constructies die in de Unie actief zijn, naar behoren worden geïdentificeerd en gemonitord volgens een coherente en equivalente reeks voorwaarden, moeten regels inzake de registratie van informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts door hun trustees consistent zijn met die welke gelden ten aanzien van de registratie van informatie over uiteindelijk begunstigden van vennootschappen.

(36)  Met het oog op een coherente en doeltreffende registratie en uitwisseling van informatie moeten de lidstaten ervoor zorgen dat hun autoriteit die verantwoordelijk is voor het register dat is aangelegd voor informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts en andere, met trusts vergelijkbare juridische constructies, samenwerkt met haar tegenhangers in andere lidstaten door informatie uit te wisselen over trusts en andere, met trusts vergelijkbare juridische constructies.

(37)  Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de regels ter bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering correct worden toegepast door meldingsplichtige entiteiten. In die context moeten de lidstaten de rol versterken van publieke autoriteiten die optreden als bevoegde autoriteiten waaraan taken op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering zijn toegewezen, waaronder de FIE's, de autoriteiten die de opdracht hebben het witwassen van geld, daarmee verband houdende basisdelicten en terrorismefinanciering te onderzoeken of te vervolgen, en criminele activa in beslag te nemen of te bevriezen en te confisqueren, alsook anticorruptieautoriteiten, belastingautoriteiten, autoriteiten die rapporten ontvangen inzake grensoverschrijdend verkeer van valuta en verhandelbare instrumenten aan toonder, en autoriteiten met verantwoordelijkheden op het gebied van toezicht en monitoring bedoeld om naleving door de meldingsplichtige autoriteiten te waarborgen.

(37 bis)  Ongeacht hun aard of status moeten de bevoegde autoriteiten die toezicht houden op financiële en kredietinstellingen ten behoeve van de naleving van deze richtlijn, in deze context met elkaar kunnen samenwerken en vertrouwelijke informatie kunnen uitwisselen. Daarom dient er een toereikende wettelijke grondslag te bestaan die deze bevoegde autoriteiten de mogelijkheid biedt om vertrouwelijke informatie uit te wisselen en zoveel mogelijk met elkaar samen te werken. De prudentiële informatie die door middel van het toezicht op financiële en kredietinstellingen wordt verzameld, zal bovendien vaak onmisbaar blijken te zijn voor een toereikend toezicht op deze instellingen in het kader van AML/CFT, en omgekeerd. De uitwisseling van vertrouwelijke informatie en de samenwerking tussen voor de financiële en kredietinstellingen bevoegde autoriteiten op het gebied van AML/CFT en de prudentiële toezichthouders mogen niet worden belemmerd door rechtsonzekerheid veroorzaakt door een gebrek aan uitdrukkelijke voorschriften op dit gebied.

(37 ter)  Uit de beschikbare gegevens die zijn opgenomen in een speciaal verslag van Eurostat over de bestrijding van witwassen, blijkt dat het aantal meldingen over verdachte transacties per lidstaat en per meldingsplichtige entiteit aanzienlijk uiteenloopt. De verzameling van de gegevens moet worden verbeterd om de dekking te verruimen en actualisering van de informatie mogelijk te maken. De lidstaten moeten Eurostat statistische gegevens over AML verstrekken om het Europees bureau voor de statistiek in staat te stellen om de twee jaar een verslag te publiceren waarin deze gegevens worden samengevat en toegelicht.

(37 quater)  De voornaamste transparantienormen moeten bindend zijn en als leidraad dienen bij de onderhandelingen en heronderhandelingen over handelsovereenkomsten en partnerschappen van de Unie. Handelspartners moeten de door handelsovereenkomsten met de Unie toegekende privileges verliezen als zij de desbetreffende internationale normen, zoals de gezamenlijke rapportagestandaard van de OESO, het actieplan inzake grondslaguitholling en winstverschuiving van de OESO, het centrale register van uiteindelijk begunstigden en de aanbevelingen van de FATF, niet in acht nemen. Bij de uitvoering van het actieplan inzake grondslaguitholling en winstverschuiving van de OESO is het essentieel dat het systeem voor verslaglegging per land door multinationals volledig wordt toegepast.

(37 quinquies)  Een relatief groot aantal meldingen van verdachte transacties worden door kredietinstellingen gedaan, terwijl er bijna geen meldingen van verdachte transacties worden gedaan door bepaalde andere meldingsplichtige entiteiten, met name door de verschillende soorten professionele adviseurs, advocaten en trusts.

(37 sexies)  Duurzaamheidseffectbeoordelingen van handel moeten precieze informatie bevatten over de prestaties van het respectieve derde land of de respectieve derde landen op dit gebied, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van de desbetreffende wetgeving. In bilaterale overeenkomsten met derde landen moeten strengere bepalingen betreffende goed bestuur alsook de verstrekking van technische bijstand aan deze landen een belangrijke plaats krijgen, ook wanneer die bepalingen niet bindend zijn.

(38)  Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken(15) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

(39)  Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de bescherming van financiële stelsel middels preventie, opsporing en onderzoek van witwassen en terrorismefinanciering, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, aangezien individuele maatregelen die door de lidstaten worden vastgesteld om hun financiële stelsel te beschermen, onverenigbaar zouden kunnen zijn met de werking van de interne markt en met de voorschriften van de rechtsstaat en de openbare orde van de Unie, maar wegens de omvang en de gevolgen van het optreden beter op Unieniveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(40)  Deze richtlijn is in overeenstemming met de grondrechten en beginselen die door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden erkend, in het bijzonder de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven (artikel 7 van het Handvest), het recht op bescherming van persoonsgegevens (artikel 8 van het Handvest), en de vrijheid van ondernemerschap (artikel 16 van het Handvest).

(41)  Gezien de dringende noodzaak om de maatregelen toe te passen die zijn vastgesteld teneinde de bestaande regeling van de Unie ter voorkoming van het witwassen van geld en terrorismefinanciering te versterken, en gezien de door de lidstaten aangegane verbintenissen om snel over te gaan tot de omzetting van Richtlijn (EU) 2015/849, moet de onderhavige richtlijn uiterlijk op 1 januari 2017 worden omgezet. Om dezelfde redenen moeten de wijzigingen van Richtlijn (EU) 2015/849 en Richtlijn 2009/101/EG ook uiterlijk op 1 januari 2017 worden omgezet.

(41 bis)  De Europese Centrale Bank heeft op 12 oktober 2016 een advies uitgebracht(16).

(42)  De Europese toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad(17) [en heeft op [...] een advies uitgebracht(18)].

(43)  De Richtlijnen (EU) 2015/849 en 2009/101/EG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2015/849

Richtlijn (EU) 2015/849 wordt als volgt gewijzigd:

(-1)  In artikel 2, lid 1, punt 3, wordt punt a) vervangen door:

"a)  auditors, externe accountants en belastingadviseurs, en alle andere personen die diensten en advies op fiscaal gebied verlenen;"

(-1 bis)  In artikel 2, lid 1, punt 3, worden de punten d) en e) vervangen door:

"d)  vastgoedmakelaars, met inbegrip van huurbemiddelingsdiensten;

e)  andere personen die handelen in goederen of diensten, doch voor zover er contante betalingen worden gedaan of ontvangen voor een bedrag van 10 000 EUR of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;"

(1)  Aan artikel 2, lid 1, punt 3, worden de volgende punten g), h), h bis) en h ter) toegevoegd:

"g)  aanbieders die zich in de eerste plaats en professioneel bezighouden met diensten voor het wisselen van virtuele valuta en fiduciaire valuta;

h)  portemonneeaanbieders die diensten verlenen voor de bewaring van de credentialen die nodig zijn om toegang te krijgen tot virtuele valuta;

h bis)  personen die in kunstwerken handelen, kunstgalerijen, veilinghuizen en platforms voor opslag, onderhoud en verhandeling van kunstwerken en andere kostbaarheden (bijvoorbeeld vrije zones);

h ter)  uitgevers en distributeurs van elektronisch geld.".

(1 ter)  In artikel 2 wordt lid 4 vervangen door:

"4.  Voor de toepassing van lid 3, onder a), schrijven de lidstaten voor dat de totale omzet uit de financiële activiteit een bepaalde drempel, die voldoende laag moet zijn, niet overschrijdt. Die drempel wordt, afhankelijk van het soort financiële activiteit, op nationaal niveau vastgesteld. De drempel wordt aan de Commissie gemeld en wordt beoordeeld in het kader van de risicoanalyses die de Commissie en alle lidstaten uitvoeren overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van deze richtlijn.".

(2)  Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

-a)  in punt 4 wordt punt f) vervangen door:

"f)  alle strafbare feiten ▌zoals omschreven in de wetgeving van de lidstaten, die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor die lidstaten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor strafbare feiten kennen, alle strafbare feiten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden;"

-a bis)  in punt 4 wordt het volgende punt toegevoegd:

"f bis)  strafbare feiten die betrekking hebben op directe en indirecte belastingen zoals omschreven in de wetgeving van de lidstaten, met inachtneming van artikel 57 van deze richtlijn."

-a ter)  in punt 6, onder a), punt i), wordt de tweede alinea vervangen door:

"Een aandelenpositie van 10 % plus één aandeel in de cliënt of een eigendomsbelang in de cliënt van meer dan 10 %, in handen van een natuurlijke persoon, geldt als een indicatie van directe eigendom. Een aandelenpositie van 10 % plus één aandeel in de cliënt of een eigendomsbelang in de cliënt van meer dan 10 %, in handen van een vennootschapsrechtelijke entiteit die onder zeggenschap staat van een natuurlijke persoon of natuurlijke personen, of van meerdere vennootschapsrechtelijke entiteiten die onder zeggenschap staan van dezelfde natuurlijke persoon of natuurlijke personen, gelden als indicatie van indirecte eigendom. Deze bepaling is van toepassing onverminderd het recht van de lidstaten om te bepalen dat een lager percentage een indicatie van eigendom of zeggenschap kan zijn. Zeggenschap via andere middelen kan onder meer worden vastgesteld volgens de criteria in artikel 22, leden 1 tot en met 5, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad."

a bis)  in punt 6, onder a), wordt het volgende punt toegevoegd:

"i bis)  hoofdbestuurders, gevolmachtigde directeuren, beheerders en andere gemachtigden of agenten worden nooit als uiteindelijk begunstigden aangemerkt, tenzij zij aan de criteria voor een uiteindelijk begunstigde beantwoorden;"

a ter)  in punt 6, onder a), wordt punt ii) vervangen door:

"ii)  indien de entiteit na uitputting van alle mogelijke middelen geen mededeling doet van de identiteit van een natuurlijk persoon die aan de criteria van punt i) voldoet, registreert de meldingsplichtige entiteit dat er geen uiteindelijk begunstigde bestaat en documenteert zij welke acties er zijn ondernomen om de uiteindelijk begunstigden als bedoeld onder i) te identificeren.

Indien er twijfel bestaat of de geïdentificeerde persoon of personen de uiteindelijk begunstigde(n) is, respectievelijk zijn, wordt die twijfel opgetekend.

Bovendien moeten meldingsplichtige entiteiten de identiteit vaststellen en verifiëren van de betreffende natuurlijke persoon die de positie van hoofdbestuurder bekleedt, die als "hoofdbestuurder" (en niet als "uiteindelijk begunstigde") wordt geïdentificeerd, en moeten zij de gegevens registreren van alle wettelijke eigenaren van de entiteit;"

a quater)  in punt 6 wordt punt b) vervangen door:

"b)  in het geval van trusts, alle volgende personen:

i)  de oprichter(s) van de trust;

ii)  de trustee(s);

iii)  de eventuele protector(en);

iv)  de begunstigden; of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden van de juridische entiteit of de juridische constructie zijn, nog niet zijn geïdentificeerd, de groep van personen in wier belang de juridische entiteit of de juridische constructie hoofdzakelijk werd opgericht of werkzaam is;

v)  elke andere natuurlijke persoon die door directe of indirecte eigendom of via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de trust uitoefent.

Als de bovengenoemde categorieën i) tot en met v) naast natuurlijke personen ook een of meerdere juridische entiteiten omvatten, worden de uiteindelijk begunstigden van die entiteit, zoals gedefinieerd in het bovenstaande lid, op hun beurt geacht deel uit te maken van de uiteindelijk begunstigden van de trust."

a quinquies)  in punt 9 wordt het volgende punt toegevoegd:

"h bis)  leden van het openbaar bestuur die verantwoordelijk zijn voor de toekenning van overheidsopdrachten die de drempels bedoeld in artikel 4 van Richtlijn 2014/24/EU overschrijden."

b)  punt 16 wordt vervangen door:

"16)  "elektronisch geld": elektronisch geld als gedefinieerd in punt 2 van artikel 2 van Richtlijn 2009/110/EG, maar met uitsluiting van monetaire waarde als bedoeld in artikel 1, leden 4 en 5, van die richtlijn;"

c)  de volgende punten 18, 18 bis en 18 ter worden toegevoegd:

"18)  "virtuele valuta": een digitale weergave van waarde die noch door een centrale bank, noch door een overheid wordt uitgegeven en evenmin aan een wettelijk vastgestelde fiduciaire valuta is gekoppeld, die geen juridische status van valuta of geld heeft, maar die door natuurlijke of rechtspersonen als een ruilmiddel en mogelijk eveneens als middel voor andere doeleinden wordt aanvaard en die kan worden overgedragen, opgeslagen of elektronisch verhandeld;

18 bis)  "uitgever van elektronisch geld": een instelling als gedefinieerd in artikel 2, punt 3, van Richtlijn 2009/110/EG;

  18 ter)  "aanbieders van een bewaarportemonnee": een entiteit die diensten aanbiedt om namens haar cliënten cryptografische privésleutels te beveiligen om virtuele valuta te houden, op te slaan en over te maken."

(2 bis)  Het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 5 bis

De lidstaten zorgen ervoor dat naast de in deze richtlijn vermelde meldingsplichtige entiteiten ook nationale autoriteiten cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen als omschreven in de artikelen 13, 18 bis, 19 en 20 met betrekking tot onderdanen van derde landen die een aanvraag voor verblijf of staatsburgerschap in een lidstaat indienen op grond van nationale wetgeving die verblijfsrechten en/of het staatsburgerschap toekent in ruil voor kapitaaloverdrachten, de aankoop van onroerend goed of staatsobligaties, of investeringen in vennootschapsrechtelijke entiteiten in die lidstaat."

(2 ter)  Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 2 worden de punten b) en c) vervangen door:

"b)  de risico's per relevante sector, inclusief ramingen van de in geld uitgedrukte omvang van de witwasactiviteiten in elke sector;

c)  de middelen die door criminelen het vaakst voor het witwassen van illegale opbrengsten worden gebruikt, inclusief de middelen die specifiek worden gebruikt voor transacties tussen lidstaten en derde landen, ongeacht de classificatie van deze laatste volgens de op grond van artikel 9, lid 2, opgestelde lijst."

b)  lid 3 wordt vervangen door:

"3.  De Commissie stelt het in lid 1 bedoelde verslag beschikbaar aan de lidstaten en de meldingsplichtige entiteiten als hulpmiddel bij het identificeren, inzichtelijk maken, beheren en beperken van het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering, alsmede om andere belanghebbenden, waaronder nationale wetgevers, het Europees Parlement, de ETA's en de vertegenwoordigers van de FIE's een beter inzicht in de risico's te geven. De verslagen worden zes maanden nadat zij aan de lidstaten beschikbaar zijn gesteld, openbaar gemaakt."

c)  lid 4 wordt vervangen door:

"4.  Als de door een lidstaat gegeven motivering niet bevredigend wordt geacht met het oog op het garanderen van strikte AML-regelingen in de hele Unie of als een lidstaat blijft verzuimen om maatregelen te nemen ter uitvoering van die aanbevelingen, kan de Commissie in aanvulling hierop lidstaten aanbevelen om meldingsplichtige entiteiten te verplichten strengere cliëntenonderzoeksmaatregelen toe te passen met betrekking tot natuurlijke personen of juridische entiteiten die in een sector actief zijn of activiteiten ontplooien die aantoonbaar ontvankelijk zijn voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering."

(2 quater)  Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

  a)  aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Indien een lidstaat de bevoegdheid van zijn in de eerste alinea bedoelde autoriteit verleent aan andere autoriteiten, met name op regionaal of lokaal niveau, wordt gezorgd voor efficiënte en effectieve coördinatie tussen alle betrokken autoriteiten. Indien meer dan een afdeling binnen een autoriteit waaraan de bevoegdheid is verleend, verantwoordelijk is voor de in de eerste alinea bedoelde taken, wordt gezorgd voor efficiënte en effectieve coördinatie en samenwerking tussen de verschillende afdelingen."

b)  aan lid 4 worden de volgende punten toegevoegd:

"e bis)  verslag doen van de institutionele structuur en de algemene procedures die voor de AML/CFT-regelingen worden gebruikt, waaronder de FIE, belastingorganen en openbare aanklagers, alsook de hiervoor bestemde personele en financiële middelen;

e ter)  onderzoek doen naar en verslag doen van de nationale inspanningen en middelen (personeel en begroting) die aan de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering zijn gewijd."

c)  lid 5 wordt vervangen door:

"5.  De lidstaten stellen de resultaten van hun risicobeoordelingen beschikbaar aan de Commissie, de ETA's en de andere lidstaten. Andere lidstaten kunnen zo nodig relevante aanvullende informatie verstrekken aan de lidstaat die de risicobeoordeling uitvoert. Een samenvatting van de analyse wordt openbaar gemaakt. Die samenvatting bevat echter geen vertrouwelijke informatie."

d)  het volgende lid 5 bis wordt toegevoegd:

"5 bis.  De ETA's, via het Gemengd Comité, en de Commissie doen de lidstaten aanbevelingen betreffende de maatregelen die geschikt zijn om de geïdentificeerde risico's aan te pakken. Indien een lidstaat besluit een van de aanbevelingen niet toe te passen in zijn nationale AML/CFT-regelgeving, stelt hij de ETA's en Commissie daarvan in kennis en motiveert hij dat besluit. Als de gegeven motivering niet bevredigend wordt geacht met het oog op het garanderen van strikte AML-regelingen in de hele Unie of als een lidstaat blijft verzuimen om maatregelen te nemen ter uitvoering van die aanbevelingen, kan de Commissie in aanvulling hierop lidstaten aanbevelen om meldingsplichtige entiteiten te verplichten om strengere cliëntenonderzoeksmaatregelen toe te passen met betrekking tot natuurlijke personen of juridische entiteiten die in een sector actief zijn of activiteiten ontplooien die aantoonbaar ontvankelijk zijn voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering."

(2 quinquies)  Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2.  De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 64 teneinde de derde landen met een hoog risico te identificeren, rekening houdend met tekortkomingen in de wetgeving en de huidige bestuurlijke en handelspraktijk, in het bijzonder met betrekking tot:

a)  het juridisch en institutioneel AML/CFT-kader van het derde land, in het bijzonder:

i)  de strafbaarstelling van witwassen en terrorismefinanciering,

"i bis)  het bestaan van degelijke systemen om ervoor te zorgen dat informatie over de uiteindelijk begunstigden van ondernemingen en andere entiteiten of constructies ongehinderd beschikbaar is voor de bevoegde autoriteiten en dat informatie over uiteindelijk begunstigden transparant is."

ii)  de maatregelen voor cliëntenonderzoek,

iii)  de voorschriften inzake het bewaren van bewijsstukken, en

iv)  de voorschriften inzake melding van verdachte transacties;

b)  de bevoegdheden, procedures en politieke onafhankelijkheid van de bevoegde instanties van het derde land op het gebied van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, waaronder voldoende afschrikkende en doeltreffende straffen en sancties, alsook de wijze van samenwerking met de bevoegde autoriteiten in de lidstaten van de Unie;

c)  de doeltreffendheid van de AML/CFT-regeling voor de aanpak van het witwasrisico en het risico van terrorismefinanciering van het derde land, waaronder een analyse van bestuursindicatoren zoals corruptiebestrijding, overheidsefficiëntie, politieke stabiliteit en de afwezigheid van geweld/terrorisme, regelgevingskwaliteit, de rechtsstaat en verantwoordingsplicht;

c bis)  de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten van de EU-lidstaten;

c ter)  de maatregelen die zijn vastgesteld om klokkenluiders te beschermen die informatie over witwasactiviteiten onthullen."

a bis)  een nieuw lid 2 bis wordt ingevoegd:

"2 bis.  De punten a), b) en c) van artikel 9, lid 2, worden in acht genomen bij de onderhandelingen over alle handels-, associatie- en partnerschapsovereenkomsten tussen de Commissie of een lidstaat en een derde land. De definitieve overeenkomst bevat bepalingen inzake minimumnormen en clausules inzake goed bestuur als voorzien in bijlage 2 van de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over een externe strategie voor effectieve belastingheffing met betrekking tot AML/CFT, betere samenwerking en doeltreffende vergeldingsmaatregelen indien het derde land deze bepalingen niet toepast."

a ter)  lid 4 wordt vervangen door:

"4.  De Commissie houdt, wanneer zij de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen opstelt, bij de beoordeling van het risico dat het afzonderlijke derde land vertegenwoordigt onder meer rekening met de relevante evaluaties, beoordelingen of rapporten die zijn opgesteld door internationale organisaties en opstellers van standaarden met bevoegdheden op het gebied van het voorkomen van witwassen en het bestrijden van terrorismefinanciering."

(2 sexies)  Artikel 10, lid 1, wordt vervangen door:

"1.  De lidstaten verbieden hun kredietinstellingen en financiële instellingen anonieme rekeningen, anonieme spaarboekjes of anonieme kluizen bij te houden. De lidstaten verlangen in alle gevallen dat eigenaren en begunstigden van bestaande anonieme rekeningen, anonieme spaarboekjes of anonieme kluizen uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn en in ieder geval voordat dergelijke rekeningen, spaarboekjes of kluizen op enigerlei wijze worden gebruikt, worden onderworpen aan cliëntenonderzoeksmaatregelen."

(2 septies)  Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

a)  punt c) wordt vervangen door:

"c)  in het geval van personen die in goederen of diensten handelen, wanneer zij occasionele transacties in contanten ten bedrage van 10 000 EUR of meer verrichten, ongeacht of de transactie in één verrichting plaatsvindt dan wel in verscheidene verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;"

b)  punt e) wordt vervangen door:

"e)  wanneer er een vermoeden van witwassen of terrorismefinanciering bestaat, ongeacht of er sprake is van enigerlei afwijking, vrijstelling of drempel; de volgende goederen worden in de context van het witwassen van geld of terrorismefinanciering als gevoelig beschouwd: aardolie, wapens, edele metalen, tabaksproducten, culturele kunstvoorwerpen en andere artikelen van archeologisch, historisch, cultureel en religieus belang of met grote wetenschappelijke waarde, alsook ivoor en beschermde soorten."

(3)  Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)  in de eerste alinea worden de punten a), b) en c) vervangen door:

"a)  het betalingsinstrument kan niet worden heropgeladen, of heeft een maandelijkse betalingstransactielimiet van 150 EUR die enkel kan worden gebruikt in de Unie;

b)  het elektronisch opgeslagen bedrag bedraagt niet meer dan 150 EUR;

e)  de uitgever voert een toereikende monitoring uit en zorgt voor de traceerbaarheid van de transacties of de zakelijke relatie zodat ongebruikelijke of verdachte transacties kunnen worden opgespoord."

ii)  de tweede alinea wordt geschrapt;

b)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De lidstaten zorgen ervoor dat de afwijking waarin lid 1 voorziet niet van toepassing is in geval van ▌terugbetaling in contanten of opname in contanten van de monetaire waarde van het elektronisch geld indien het terug te betalen bedrag hoger is dan 50 EUR.";

c)  het volgende lid 3 wordt toegevoegd:

"3. De lidstaten zien erop toe dat de kredietinstellingen en de financiële instellingen van de Unie die als accepteerder optreden enkel betalingen aanvaarden die zijn verricht met prepaidkaarten die zijn uitgegeven in derde landen waar zulke kaarten voldoen aan vereisten die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld in artikel 13, lid 1, eerste alinea, onder a), b) en c), en in artikel 14, of die kunnen worden geacht te voldoen aan de vereisten van de leden 1 en 2 van dit artikel. De informatie wordt regelmatig gecontroleerd en financiële instellingen stellen de gepaste middelen ter beschikking om deze taak uit te voeren."

(4)  Artikel 13, lid 1, onder a), wordt vervangen door:

"a)  de identificatie van de cliënt en de verificatie van zijn identiteit op basis van documenten, gegevens of informatie uit een betrouwbare en onafhankelijke bron, met inbegrip van, voor zover beschikbaar, elektronische identificatiemiddelen zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 910/2014(19) of alle alternatieve processen voor identificatie op afstand die erkend en goedgekeurd zijn door de bevoegde autoriteiten;"

(4 bis)  In artikel 13, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:

"(a bis)  de namen van cliënten en uiteindelijk begunstigden screenen op basis van de sanctielijst van de Unie;"

(4 ter)  Aan artikel 13 wordt het volgende lid 6 bis toegevoegd:

"6 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer de in dit artikel beschreven cliëntenonderzoeksmaatregelen de identificatie van de uiteindelijk begunstigden niet mogelijk maken of er redelijkerwijs wordt betwijfeld dat de geïdentificeerde perso(o)n(en) de uiteindelijk begunstigde(n) is (zijn), de zakelijke relatie niet wordt aangegaan of wordt beëindigd, en dat er geen transacties worden uitgevoerd."

(5)  In artikel 14 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De lidstaten verlangen dat meldingsplichtige entiteiten cliëntenonderzoeksmaatregelen niet alleen toepassen op alle nieuwe cliënten, maar te gepasten tijde ook op bestaande cliënten naargelang van de risicogevoeligheid van deze cliënten, of wanneer de relevante omstandigheden van een cliënt veranderen, of wanneer de meldingsplichtige entiteit verplicht is in de loop van het betrokken kalenderjaar contact op te nemen met de cliënt voor het evalueren van informatie met betrekking tot de uiteindelijk begunstigde(n), met name uit hoofde van Richtlijn 2011/16/EU. De lidstaten vereisen dat meldingsplichtige entiteiten uiterlijk [een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] contact opnemen met de klant om alle informatie over de uiteindelijk begunstigde(n) opnieuw te bekijken."

(6)  In artikel 18, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

In de in de artikelen 18 bis tot en met 24 bedoelde gevallen alsook in andere gevallen van hoger risico die door de lidstaten of de meldingsplichtige entiteiten worden vastgesteld, vereisen de lidstaten dat de meldingsplichtige entiteiten verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen om die risico's op passende wijze te beheren en te beperken.";

(6 bis)  In artikel 18 wordt lid 2 vervangen door:

"2.  De lidstaten vereisen dat de meldingsplichtige entiteiten de achtergrond en het doel onderzoeken van alle transacties die voldoen aan een van de volgende voorwaarden:

i)  zij zijn complex;

ii)  zij zijn ongewoon groot;

iii)  zij vertonen een ongebruikelijk patroon;

iv)  zij hebben kennelijk geen geheel rechtmatig doel.

In het bijzonder verhogen meldingsplichtige entiteiten de intensiteit en de aard van de monitoring van de zakelijke relatie, teneinde te bepalen of die transacties of activiteiten verdacht blijken."

(7)  Het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 18 bis

1.  Met betrekking tot zakelijke relaties of transacties waarbij derde landen met een hoog risico zijn betrokken, vereisen de lidstaten dat ten aanzien van natuurlijke personen of juridische entiteiten in de derde landen die door de Commissie overeenkomstig artikel 9, lid 2, als derde landen met een hoog risico zijn aangemerkt, meldingsplichtige entiteiten ten minste de volgende verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen:

a)  aanvullende informatie over de cliënt en de uiteindelijk begunstigde(n) inwinnen;

b)  aanvullende informatie over de beoogde aard van de zakelijke relatie inwinnen;

c)  informatie over de bron van de geldmiddelen of de bron van het vermogen van de cliënt en de uiteindelijk begunstigde(n) inwinnen;

d)  informatie over de redenen voor de beoogde of verrichte transacties inwinnen;

e)  goedkeuring van het hoger leidinggevend personeel verkrijgen voor het aangaan of voortzetten van de zakelijke relatie;

f)  verscherpte monitoring verrichten van de zakelijke relatie door het aantal en de frequentie van de controles te verhogen en door transactiepatronen te selecteren die nader onderzocht moeten worden;

g)  vereisen dat de eerste betaling wordt verricht via een rekening die is geopend op naam van de cliënt bij een bank die onderworpen is aan gelijkwaardige standaarden inzake cliëntenonderzoek.

1 bis.  In aanvulling op de in lid 1 bedoelde maatregelen passen de lidstaten met inachtneming van de internationale verplichtingen van de Unie een van de volgende maatregelen toe ten aanzien van derde landen die door de Commissie overeenkomstig artikel 9, lid 2, zijn aangemerkt als derde landen met een hoog risico:

a)  verscherpt toezichtonderzoek of vereisten inzake externe audit voorschrijven voor in het betrokken land gevestigde bijkantoren en dochterondernemingen van financiële instellingen;

b)  strengere vereisten inzake externe audit voorschrijven voor financiële groepen ten aanzien van hun vestigingen of dochterondernemingen in het betrokken land.

2.  In aanvulling op de in de leden 1 en 1 bis bedoelde maatregelen en in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de Unie mogen de lidstaten vereisen dat meldingsplichtige entiteiten ten aanzien van natuurlijke personen of juridische entiteiten die zich bevinden in derde landen die door de Commissie overeenkomstig artikel 9, lid 2, zijn aangemerkt als derde landen met een hoog risico, een of meer van de volgende risicobeperkende maatregelen toepassen:

a)  financiële instellingen ertoe verplichten aanvullende elementen van verscherpt cliëntenonderzoek toe te passen;

b)  verbeterde meldingsmechanismen of systematische melding van financiële transacties invoeren;

c)  zakelijke relaties of financiële transacties met het desbetreffende land of met instellingen of personen die zich in dat land bevinden, beperken.

c bis)  degelijke systemen hebben om te waarborgen dat de bevoegde autoriteiten over de minimale noodzakelijke informatie over de uiteindelijk begunstigden kunnen beschikken zonder dat belemmeringen met betrekking tot het nationale rechtssysteem of beheersproblemen als voorwendsel kunnen worden aangevoerd om de informatie niet te verstrekken.

3.  In aanvulling op de in de leden 1 en 1 bis bedoelde maatregelen mogen de lidstaten met inachtneming van de internationale verplichtingen van de Unie een van de volgende maatregelen toepassen ten aanzien van derde landen die door de Commissie overeenkomstig artikel 9, lid 2, zijn aangemerkt als derde landen met een hoog risico:

a)  de vestiging weigeren van dochterondernemingen of bijkantoren of vertegenwoordigingen van financiële instellingen van het betrokken land, of anderszins rekening houden met het feit dat de betrokken financiële instelling afkomstig is uit een land dat niet over adequate AML/CTF-systemen beschikt;

b)  financiële instellingen verbieden bijkantoren of vertegenwoordigingen in het betrokken land te vestigen, of anderszins rekening houden met het feit dat het betrokken bijkantoor of de betrokken vertegenwoordiging zich in een land zou bevinden dat niet over adequate AML/CTF-systemen beschikt;

c)  financiële instellingen verbieden in het betrokken land gevestigde derden in te schakelen om onderdelen van het cliëntenonderzoeksproces uit te voeren;

d)  financiële instellingen verplichten de correspondentrelaties met financiële instellingen in het betrokken land te herzien en te wijzigen, of indien nodig, te beëindigen;

4.  Bij het vaststellen of toepassen van de in de leden 2 en 3 vastgestelde maatregelen houden de lidstaten in voorkomend geval rekening met de relevante evaluaties, beoordelingen en rapporten die zijn opgesteld door internationale organisaties en opstellers van standaarden met bevoegdheden op het gebied van het voorkomen van witwassen en het bestrijden van terrorismefinanciering, met betrekking tot het risico dat het afzonderlijke derde land vertegenwoordigt.

5.  De lidstaten stellen de Commissie op de hoogte alvorens de in de leden 2 en 3 vastgestelde maatregelen vast te stellen of toe te passen.".

(7 bis)  In artikel 20, onder b), wordt punt ii) vervangen door:

"ii)  passende maatregelen nemen om de bron vast te stellen van het vermogen en van de geldmiddelen die bij zakelijke relaties of transacties met zulke personen worden gebruikt, inclusief de vennootschapsrechtelijke structuur die werd gebruikt voor de zakelijke relaties of transacties;"

(7 ter)  Het volgende artikel 20 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 20 bis

1.  De lidstaten stellen nationale wetgeving vast die voorziet in het opstellen van lijsten met politiek prominente personen die op hun grondgebied verblijven.

2.  De Commissie stelt in samenwerking met de lidstaten en internationale organisaties, gebruikmakend van de door hen verstrekte gegevens, een lijst samen met politiek prominente personen die in de Unie verblijven. De lijst is toegankelijk voor bevoegde autoriteiten en meldingsplichtige entiteiten.

3.  De leden 1 en 2 ontheffen de meldingsplichtige entiteiten niet van hun verplichtingen inzake cliëntenonderzoek, en meldingsplichtige entiteiten gaan er niet vanuit dat uitsluitend die informatie voldoende zou zijn om deze verplichtingen na te komen.

4.  De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat informatie over politiek prominente personen of personen die door een internationale organisatie in een prominente functie zijn benoemd, voor commerciële doeleinden wordt gebruikt."

(7 quater)  Artikel 22 wordt vervangen door:

"Indien aan een politiek prominente persoon door een lidstaat of een derde land, of door een internationale organisatie, niet langer een prominente ▌functie is toevertrouwd, wordt van de meldingsplichtige entiteiten gedurende ten minste 36 maanden verlangd dat zij rekening houden met het door die persoon gevormde aanhoudende risico en op risicogevoeligheid gebaseerde passende maatregelen toepassen totdat die persoon niet langer wordt geacht een aan politiek prominente personen eigen risico te vormen."

(7 quinquies)  In artikel 26 wordt lid 2 vervangen door:

"2.  De lidstaten verbieden de meldingsplichtige entiteiten een beroep te doen op derden die gevestigd zijn in derde landen met een hoog risico.▌"

(8)  In artikel 27 wordt lid 2 vervangen door:

"2.  De lidstaten zorgen ervoor dat meldingsplichtige entiteiten waarnaar de cliënt wordt doorverwezen, toereikende stappen doen om ervoor te zorgen dat de derde desgevraagd onmiddellijk relevante kopieën van identificatie- en verificatiegegevens, met inbegrip van, indien beschikbaar, gegevens verkregen via elektronische identificatiemiddelen zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 910/2014 of via alle alternatieve processen voor identificatie op afstand die erkend en goedgekeurd zijn door de bevoegde autoriteiten, en van andere relevante documentatie betreffende de identiteit van de cliënt of de uiteindelijk begunstigde verstrekt.

(8 bis)  In artikel 28 wordt letter c) vervangen door:

"c)  op de effectieve uitvoering van de onder b) bedoelde voorschriften wordt op groepsniveau toezicht uitgeoefend door een bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst▌."

(9)  Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

-a)  aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De lidstaten zien erop toe dat eigenaars van aandelen, stemrechten of eigendomsbelangen in vennootschappen en andere juridische entiteiten, inclusief door aandelen aan toonder, of via zeggenschap met andere middelen, aan die entiteiten bekendmaken of zij het belang in eigen naam en voor eigen rekening houden, dan wel namens een andere natuurlijke persoon. Indien zij namens een ander optreden, delen zij aan het register de identiteit mee van de persoon in wiens naam zij optreden." De lidstaten zien erop toe dat de natuurlijke perso(o)n(en) die de positie van hoofdbestuurder(s) in vennootschappen en andere juridische entiteiten bekleedt (bekleden), aan die entiteiten bekendmaken of hij (of zij) die positie in eigen naam of namens een ander bekleedt (bekleden). Indien zij namens een ander optreden, delen zij aan het register de identiteit mee van de persoon in wiens naam zij optreden."

-a bis)  lid 4 wordt vervangen door:

"4.  De lidstaten verlangen dat de in het in lid 3 bedoelde centraal register bijgehouden informatie toereikend, accuraat en actueel is. De lidstaten voorzien in mechanismen om ervoor te zorgen dat de informatie in het register op regelmatige basis geverifieerd wordt. Meldingsplichtige entiteiten, FIE's en bevoegde autoriteiten zullen melding maken van iedere discrepantie die zij aantreffen tussen de informatie over de uiteindelijk begunstigde(n) in de centrale registers en de informatie over de uiteindelijk begunstigde(n) die wordt verzameld als onderdeel van hun procedures inzake cliëntenonderzoek of andere onderzoeken."

a)  ▌lid 5 wordt vervangen door:

"De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie over de uiteindelijk begunstigde in alle gevallen kosteloos toegankelijk is voor:

a)  de bevoegde autoriteiten en de FIE's, zonder enige beperking;

b)  de meldingsplichtige entiteiten, in het kader van het cliëntenonderzoek overeenkomstig hoofdstuk II;"

a bis)  Het volgende lid 5 bis wordt ingevoegd:

"5 bis.  De in het in lid 3 van dit artikel bedoelde register bijgehouden informatie over andere vennootschappen en juridische entiteiten dan die welke worden bedoeld in artikel 1 bis, onder a), van Richtlijn 2009/101/EG, is openbaar toegankelijk.

De openbaar toegankelijke informatie omvat ten minste de naam, de geboortedatum, de nationaliteit, de woonstaat, de contactgegevens (zonder vermelding van een thuisadres) en de aard en de omvang van het gehouden financieel belang van de uiteindelijk gerechtigde als gedefinieerd in artikel 3, punt 6, onder b).

Voor de toepassing van dit lid wordt toegang tot de informatie over de uiteindelijk begunstigde verleend overeenkomstig de regels inzake gegevensbescherming en de normen inzake open gegevens, en na online registratie. De lidstaten kunnen een vergoeding vragen om de administratiekosten te dekken."

b)  lid 6 wordt vervangen door:

"6.  Het in lid 3 bedoelde centraal register zorgt ervoor dat de bevoegde autoriteiten en de FIE's tijdig en onbeperkt toegang hebben tot alle in het centraal register bijgehouden informatie zonder dat de betrokken entiteit daarvan weet heeft. Het centraal register verleent de meldingsplichtige entiteiten eveneens tijdig toegang tot die informatie wanneer deze cliëntenonderzoeksmaatregelen nemen overeenkomstig hoofdstuk II.

De bevoegde autoriteiten die toegang krijgen tot het in lid 3 bedoelde centraal register zijn de publieke autoriteiten waaraan taken zijn toegewezen op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, met inbegrip van belastingautoriteiten, toezichthouders en autoriteiten die de opdracht hebben het witwassen van geld, daarmee verband houdende basisdelicten en terrorismefinanciering te onderzoeken of te vervolgen en criminele activa op te sporen, in beslag te nemen, te bevriezen en te confisqueren."

b bis)  lid 8 wordt vervangen door:

"8.  De lidstaten verlangen dat de meldingsplichtige entiteiten bij het voldoen aan hun voorschriften inzake cliëntenonderzoek overeenkomstig hoofdstuk II, zich niet uitsluitend verlaten op het in lid 3 bedoelde centraal register. Aan die voorschriften wordt voldaan met behulp van een op risico gebaseerde aanpak. Bij het aangaan van een nieuwe cliëntrelatie met een vennootschapsrechtelijke of andere juridische entiteit waarvan overeenkomstig lid 3 informatie over de uiteindelijk begunstigden moet worden geregistreerd, verzamelen de meldingsplichtige entiteiten bewijs van registratie."

c)  de leden 9 en 10 worden vervangen door:

"9.  In uitzonderlijke, in nationaal recht vast te stellen omstandigheden kunnen de lidstaten, indien de in lid 5, onder b), en lid 5 bis bedoelde toegang voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is, per geval voorzien in een uitzondering op die toegang voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigde. De lidstaten zorgen ervoor dat deze uitzonderingen worden verleend na een gedetailleerde evaluatie van de uitzonderlijke aard van de omstandigheden, waarbij de evaluatie op verzoek toegankelijk is voor de Commissie. Om misbruik te voorkomen, worden de uitzonderingen regelmatig opnieuw beoordeeld. Wanneer een uitzondering wordt toegestaan, wordt dit duidelijk aangegeven in het register. Het recht op een bestuurlijke toetsing van het besluit over de uitzondering en op een effectieve beroepsmogelijkheid voor de rechter wordt gegarandeerd. De lidstaten publiceren jaarlijkse statistische gegevens over het aantal uitzonderingen die zijn verleend en met welke redenen, en brengt aan de Commissie verslag uit over deze gegevens.

Krachtens dit lid verleende uitzonderingen zijn niet van toepassing op kredietinstellingen en financiële instellingen, noch op de in artikel 2, lid 1, punt 3), onder b), bedoelde meldingsplichtige entiteiten die openbare ambtenaren zijn.

10.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 3 van dit artikel bedoelde centrale registers worden gekoppeld via het bij artikel 4 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/101/EG ingestelde Europees centraal platform. De centrale registers van de lidstaten worden aan het platform gekoppeld overeenkomstig de technische specificaties en procedures die zijn vastgesteld middels door de Commissie overeenkomstig artikel 4 quater van Richtlijn 2009/101/EG vastgestelde uitvoeringshandelingen.

De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie beschikbaar is via het bij artikel 4 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/101/EG ingestelde systeem van gekoppelde registers, overeenkomstig de nationale wetgeving van de lidstaten tot omzetting van lid 5 van dit artikel.

De informatie bedoeld in lid 1 van dit artikel blijft tien jaar nadat de vennootschapsrechtelijke of andere juridische entiteit uit het register is geschrapt toegankelijk via de nationale registers en via het systeem van gekoppelde registers. De lidstaten werken onderling en met de Commissie samen met het oog op het verwezenlijken van de verschillende soorten toegang overeenkomstig lid 5."

c bis)  het volgende lid 10 bis wordt toegevoegd:

"10 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat vennootschapsrechtelijke en andere juridische entiteiten die statutair buiten hun grondgebied zijn gevestigd en/of niet onder hun jurisdictie vallen, in de volgende omstandigheden toereikende, accurate en actuele informatie inwinnen en bezitten over hun uiteindelijk begunstigden, waaronder detailgegevens over de door de uiteindelijk begunstigden gehouden economische belangen, en deze informatie aan het openbare register verstrekken onder dezelfde voorwaarden als beschreven in de leden 1, 3, 5 en 6 van dit artikel en in artikel 7 ter van Richtlijn 2009/101/EG:

a)  wanneer de vennootschapsrechtelijke of juridische entiteit een bankrekening opent of een lening aanvraagt in de lidstaat;

b)  wanneer de vennootschapsrechtelijke of juridische entiteit vastgoed verwerft, zij het door koop of door een andere rechtshandeling, zoals schenking;

c)  wanneer de vennootschapsrechtelijke of juridische entiteit partij is bij een handelstransactie waarvan de geldigheid naar het nationaal recht afhankelijk is van een bepaalde formaliteit of bekrachtiging, zoals waarmerking door een notaris.

De lidstaten voorzien in gepaste sancties voor niet-naleving van de verplichting tot registratie overeenkomstig dit lid, zoals de nietigheid van de overeenkomst."

(10)  Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1.  De lidstaten zorgen ervoor dat het onderhavige artikel van toepassing is op trusts en andere soorten juridische constructies met een soortgelijke structuur of functie als trusts, zoals onder meer fiducie, Treuhand, waqf of fideicomiso, Stiftung, Privatstiftung, Usufruct Fiducia en alle bestaande of toekomstige qua structuur of functie soortgelijke juridische constructies. De lidstaten definiëren de kenmerken om te bepalen welke juridische constructies een soortgelijke structuur of functie hebben als trusts en andere in deze alinea bedoelde constructies.

Elke lidstaat verlangt dat trustees van een express trust, of personen die in het bezit zijn van gelijkwaardige of soortgelijke posities in andere soorten juridische constructies als bedoeld in de eerste alinea, die in die lidstaat wordt opgericht of beheerd of die daar opereert, toereikende, accurate en actuele informatie over de uiteindelijk begunstigden van de trust inwinnen en bijhouden. Die informatie omvat de identiteit van alle uiteindelijk begunstigden als bedoeld in artikel 3, punt 6, onder b) en c).";

a bis)  lid 2 wordt vervangen door:

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat trustees of personen die in het bezit zijn van gelijkwaardige of soortgelijke posities in andere soorten juridische constructies als bedoeld in artikel 31, lid 1, eerste alinea, aan de meldingsplichtige entiteiten hun status bekendmaken en de in lid 1 bedoelde informatie snel verstrekken▌.

a ter)  lid 3 wordt vervangen door:

3.  De lidstaten verlangen dat de in lid 1 bedoelde informatie tijdig en direct toegankelijk is voor de bevoegde autoriteiten en de FIE's. Meldingsplichtige entiteiten, FIE's en bevoegde autoriteiten zullen melding maken van iedere discrepantie die zij aantreffen tussen de informatie over de uiteindelijk begunstigde(n) in de centrale registers en de informatie over de uiteindelijk begunstigde(n) die wordt verzameld als onderdeel van hun procedures inzake cliëntenonderzoek of andere onderzoeken.

b)  het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

"3 bis.  De in lid 1 bedoelde informatie wordt bijgehouden in een centraal register als bedoeld in artikel 30, lid 3, dat is opgezet door elke lidstaat waar de juridische constructie als bedoeld in lid 1 wordt opgericht, beheerd of geëxploiteerd.";

c)  lid 4 wordt vervangen door:

"4. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten en de FIE's tijdig, onbeperkt en kosteloos toegang hebben tot de informatie die wordt bijgehouden in het in lid 3 bis bedoelde centrale register, zonder dat bij de juridische constructie betrokken partijen daarvan weet hebben. Zij zorgen er ook voor dat de meldingsplichtige entiteiten tijdig toegang wordt verleend tot die informatie, overeenkomstig de bepalingen inzake cliëntenonderzoek van hoofdstuk II. De lidstaten delen de Commissie de kenmerken van die mechanismen mee.

De bevoegde autoriteiten die toegang krijgen tot het in lid 3 bis bedoelde centraal register zijn de publieke autoriteiten waaraan taken zijn toegewezen op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, met inbegrip van belastingautoriteiten, toezichthouders en autoriteiten die de opdracht hebben het witwassen van geld, daarmee verband houdende basisdelicten en terrorismefinanciering te onderzoeken of te vervolgen en criminele activa op te sporen, in beslag te nemen, te bevriezen en te confisqueren.";

d)  de volgende leden 4 bis en 4 ter worden ingevoegd:

"4 bis.  De in het in lid 3 bis van dit artikel bedoelde register bijgehouden informatie over andere in lid 1 bedoelde juridische constructies dan die welke worden bedoeld in artikel 1 bis, onder b), van Richtlijn 2009/101/EG is openbaar toegankelijk▌.

De openbaar toegankelijke informatie omvat ten minste de naam, de geboortedatum, de nationaliteit, de woonstaat, de contactgegevens (zonder vermelding van een thuisadres) en de aard en de omvang van het gehouden financieel belang van de uiteindelijk gerechtigde als gedefinieerd in artikel 3, punt 6, onder b) en c).

Voor de toepassing van dit lid wordt toegang tot de informatie over de uiteindelijk begunstigde verleend overeenkomstig de regels inzake gegevensbescherming en de normen inzake open gegevens, en na online registratie. De lidstaten kunnen een vergoeding vragen om de administratiekosten te dekken.

4 ter.  Bij het aangaan van een nieuwe cliëntrelatie met een trust of een andere juridische constructie waarvan overeenkomstig lid 3 bis informatie over de uiteindelijk begunstigden moet worden geregistreerd, verzamelen de meldingsplichtige entiteiten bewijs van registratie▌.";

d bis)  lid 5 wordt vervangen door:

"5.  De lidstaten verlangen dat de in het in lid 4 bedoelde centraal register bijgehouden informatie toereikend, accuraat en actueel is. De lidstaten voorzien in mechanismen om ervoor te zorgen dat de informatie in het register op regelmatige basis geverifieerd wordt. Meldingsplichtige entiteiten, FIE's en bevoegde autoriteiten zullen melding maken van iedere discrepantie die zij aantreffen tussen de informatie over de uiteindelijk begunstigde(n) in de centrale registers en de informatie over de uiteindelijk begunstigde(n) die wordt verzameld als onderdeel van hun procedures inzake cliëntenonderzoek of andere onderzoeken."

e)  het volgende lid 7 bis wordt ingevoegd:

"7 bis.  In uitzonderlijke, in nationaal recht vastgestelde omstandigheden kunnen de lidstaten, indien de in de leden 4 en 4 bis bedoelde toegang voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op ▌ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is, per geval voorzien in een uitzondering op die toegang voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigde. De lidstaten zorgen ervoor dat deze uitzonderingen worden verleend na een evaluatie van de uitzonderlijke aard van de omstandigheden, waarbij de evaluatie op verzoek toegankelijk is voor de Commissie. Om misbruik te voorkomen, worden de uitzonderingen regelmatig opnieuw beoordeeld. Wanneer een uitzondering wordt toegestaan, wordt dit duidelijk aangegeven in het register. Het recht op een bestuurlijke toetsing van het besluit over de uitzondering en op een effectieve beroepsmogelijkheid voor de rechter wordt gegarandeerd. De lidstaten publiceren jaarlijkse statistische gegevens over het aantal uitzonderingen die zijn verleend en met welke redenen, en brengt aan de Commissie verslag uit over deze gegevens.

Krachtens de eerste alinea verleende uitzonderingen zijn niet van toepassing op kredietinstellingen en financiële instellingen, noch op de in artikel 2, lid 1, punt 3), onder b), bedoelde meldingsplichtige entiteiten die openbare ambtenaren zijn.

Wanneer een lidstaat besluit te voorzien in een uitzondering overeenkomstig de eerste alinea, beperkt hij niet de toegang die bevoegde autoriteiten en FIE's hebben tot informatie.";

f)  lid 8 wordt geschrapt;

g)  lid 9 wordt vervangen door:

"9.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 3 bis van dit artikel bedoelde centrale registers worden gekoppeld via het bij artikel 4 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/101/EG ingestelde Europees centraal platform. De centrale registers van de lidstaten worden aan het platform gekoppeld overeenkomstig de technische specificaties en procedures die zijn vastgesteld middels door de Commissie overeenkomstig artikel 4 quater van Richtlijn 2009/101/EG vastgestelde uitvoeringshandelingen.

De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde informatie beschikbaar is via het bij artikel 4 bis, lid 2, van Richtlijn 2009/101/EG ingestelde systeem van gekoppelde registers, overeenkomstig de nationale wetgeving van de lidstaten tot omzetting van de leden 4 en 5 van dit artikel.

De lidstaten zorgen ervoor dat enkel de in lid 1 bedoelde informatie die actueel is en die betrekking heeft op de werkelijke uiteindelijk begunstigden beschikbaar wordt gesteld via hun nationale registers en via het systeem van gekoppelde registers, en dat de toegang tot die informatie in overeenstemming is met de regels inzake gegevensbescherming.

De in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie blijft tien jaar nadat de in lid 1 bedoelde juridische constructie uit het register is geschrapt, toegankelijk via de nationale registers en via het systeem van gekoppelde registers. De lidstaten werken met de Commissie samen met het oog op het verwezenlijken van de verschillende soorten toegang overeenkomstig de leden 4 en 4 bis van dit artikel.";

h)  het volgende lid 10 wordt toegevoegd:

"10.  Voor de toepassing van dit artikel wordt een met een trust vergelijkbare juridische constructie als bedoeld in lid 1 geacht te worden opgericht, beheerd of geëxploiteerd in elke lidstaat waar:

a)  zij wordt opgericht overeenkomstig of valt onder het recht van de lidstaat of als de hoogste appelrechter zich op het grondgebied van de lidstaat bevindt; of

b)  zij met de lidstaat verbonden is doordat:

i)  een of meer van de uiteindelijk begunstigden in die lidstaat wonen;

ii)  zij in die lidstaat onroerend goed bezit;

iii)  zij aandelen, stemrechten of eigendomsbelang heeft in een juridische entiteit die in die lidstaat is opgericht; of

iv)  zij een bank- of betaalrekening heeft in een kredietinstelling die zich in deze lidstaat bevindt.";

h bis)  het volgende lid 10 bis wordt toegevoegd:

"10 bis.  De lidstaten stellen de Commissie binnen twaalf maanden nadat deze Richtlijn van kracht is geworden op de hoogte van de categorieën en kenmerken van de juridische constructies die overeenkomstig lid 1 zijn vastgesteld, en na afloop van deze termijn publiceert de Commissie de geconsolideerde lijst van deze juridische constructies binnen twee maanden in het Publicatieblad van de Europese Unie. Uiterlijk op 26 juni 2020 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in waarin wordt beoordeeld of alle juridische constructies met een soortgelijke structuur of functie als trusts beheerst door het recht van de lidstaten op de juiste wijze zijn vastgesteld en onderworpen aan de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgelegd. Zo nodig neemt de Commissie naar aanleiding van de bevindingen van dit verslag de nodige maatregelen."

(11)  Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 3, eerste alinea, wordt de vierde zin vervangen door:

"Zij is in staat aanvullende informatie van meldingsplichtige entiteiten op te vragen, te verkrijgen en te gebruiken."

b)  het volgende lid 9 wordt toegevoegd:

"9.  Onverminderd artikel 53 is elke FIE ▌in staat in het kader van haar taken informatie van een meldingsplichtige entiteit te verkrijgen voor het in lid 1 van dit artikel vastgestelde doel, ook indien een dergelijke meldingsplichtige entiteit geen voorafgaande melding heeft gedaan overeenkomstig artikel 33, lid 1, onder a)."

(12)  Het volgende artikel 32 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 32 bis

1.  De lidstaten voorzien in automatische gecentraliseerde mechanismen, zoals centrale registers of centrale elektronische systemen voor gegevensontsluiting, die de tijdige identificatie mogelijk maken van natuurlijke of rechtspersonen die houder zijn van of zeggenschap hebben over betaalrekeningen zoals gedefinieerd in Richtlijn 2007/64/EG, financiële instrumenten zoals gedefinieerd in Richtlijn 2014/65/EU en bankrekeningen en kluizen die worden aangehouden door een kredietinstelling op hun grondgebied. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de kenmerken van die nationale mechanismen.

2.  De lidstaten waarborgen dat de in de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen bijgehouden informatie op nationaal niveau rechtstreeks toegankelijk is voor de FIE's en de bevoegde autoriteiten voor het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn. De lidstaten waarborgen dat een FIE in staat is de in de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen bijgehouden informatie tijdig aan andere FIE's te verstrekken overeenkomstig artikel 53.

3.  De volgende informatie is toegankelijk en doorzoekbaar via de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen:

–  betreffende de houder van de cliëntenrekening en iedere persoon die zegt namens de cliënt te handelen: de naam, aangevuld met de andere identificatiegegevens die vereist zijn krachtens de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 13, lid 1, onder a), of een uniek identificatienummer;

–  betreffende de uiteindelijk begunstigde van de houder van de cliëntenrekening: de naam, aangevuld met de andere identificatiegegevens die vereist zijn krachtens de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 13, lid 1, onder b), of een uniek identificatienummer;

–  betreffende de bank- of betaalrekening: het IBAN-nummer en de datum van de opening en van de sluiting van de rekening;

  betreffende de kluis: de naam en de looptijd van de huur.

3 bis.  Uiterlijk op 26 juni 2019 dient de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad een verslag in met een evaluatie van de voorwaarden en de technische kenmerken en procedures die nodig zijn voor een veilige en doeltreffende interconnectie van de centrale registers. Dit verslag gaat zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.";

(12 bis)  Het volgende artikel 32 ter wordt toegevoegd:

"Artikel 32 ter

1.  De lidstaten voorzien in automatische gecentraliseerde mechanismen, zoals centrale registers of centrale elektronische systemen voor gegevensontsluiting, die de tijdige identificatie mogelijk maken van natuurlijke of rechtspersonen die eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over grond en gebouwen op hun grondgebied. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de kenmerken van die nationale mechanismen.

2.  De lidstaten waarborgen dat de in de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen bijgehouden informatie op nationaal niveau rechtstreeks toegankelijk is voor de FIE's en de bevoegde autoriteiten. De lidstaten waarborgen dat een FIE in staat is de in de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen bijgehouden informatie tijdig aan andere FIE's te verstrekken overeenkomstig artikel 53.

3.  De volgende informatie is toegankelijk en doorzoekbaar via de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen:

  betreffende de eigenaar van onroerend goed en iedere persoon die zegt namens de eigenaar te handelen: de naam, aangevuld met de andere identificatiegegevens die vereist zijn krachtens de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 13, lid 1, onder a), of een uniek identificatienummer;

  betreffende de uiteindelijk begunstigde van onroerend goed: de naam, aangevuld met de andere identificatiegegevens die vereist zijn krachtens de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 13, lid 1, onder b), of een uniek identificatienummer;

  betreffende onroerend goed: datum en reden van de eigendomsverwerving, hypotheek en andere rechten dan eigendom;

  betreffende grond: plaats, perceelnummer, grondcategorie (huidige staat van de grond), oppervlakte van het perceel (grondoppervlakte);

  betreffende gebouwen: plaats, perceelnummer, nummer van gebouw, type, structuur, vloeroppervlakte.

4.  De lidstaten werken onderling en met de Commissie samen om uiterlijk op 1 januari 2018 een Europees onroerendgoedregister overeenkomstig lid 1 op te zetten, dat voortbouwt op de Europese Dienst voor kadastrale informatie (EULIS)."

(12 ter)  Het volgende artikel 32 quater wordt toegevoegd:

"Artikel 32 quater

1.  De lidstaten voorzien in automatische gecentraliseerde mechanismen, zoals centrale registers of centrale elektronische systemen voor gegevensontsluiting, die de tijdige identificatie mogelijk maken van natuurlijke of rechtspersonen die eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over levensverzekeringovereenkomsten of investeringsgerelateerde diensten zoals verzekeringsovereenkomsten met premieterugbetaling op hun grondgebied. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de kenmerken van die nationale mechanismen.

2.  De lidstaten waarborgen dat de in de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen bijgehouden informatie op nationaal niveau rechtstreeks toegankelijk is voor de FIE's en de bevoegde autoriteiten. De lidstaten waarborgen dat een FIE in staat is de in de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen bijgehouden informatie tijdig aan andere FIE's te verstrekken overeenkomstig artikel 53.

3.  De volgende informatie is toegankelijk en doorzoekbaar via de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen:

  betreffende de contractpartner en iedere persoon die zegt namens contractpartner te handelen: de naam, aangevuld met de andere identificatiegegevens die vereist zijn krachtens de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 13, lid 1, onder a), of een uniek identificatienummer;

  betreffende de uiteindelijk begunstigde van de levensverzekeringsovereenkomst: de naam, aangevuld met de andere identificatiegegevens die vereist zijn krachtens de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 13, lid 1, onder b), of een uniek identificatienummer;

  betreffende de levensverzekeringsovereenkomst: datum waarop de overeenkomst afgesloten is en het verzekerde bedrag.

4.  Uiterlijk op 26 juni 2019 dient de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad een verslag in met een evaluatie van de voorwaarden en de technische kenmerken en procedures die nodig zijn voor een veilige en doeltreffende interconnectie van de centrale registers. Dit verslag gaat zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel."

(13)  Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 1 wordt het inleidende deel vervangen door:

"1.  De lidstaten schrijven voor dat de meldingsplichtige entiteiten en, in voorkomend geval, de bestuurders, werknemers en extern ingehuurde consultants en professionals daarvan, ten volle samenwerken:"

a bis)  lid 1, onder b), wordt vervangen door:

"b)  de FIE op haar verzoek onmiddellijk rechtstreeks alle noodzakelijke informatie te verstrekken.".

(13 bis)  Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2.  De lidstaten passen de in artikel 33, lid 1, neergelegde verplichtingen niet toe op notarissen, andere onafhankelijke beoefenaars van juridische beroepen, auditors, externe accountants en belastingadviseurs, alleen voor zover die uitzondering betrekking heeft op de inlichtingen die zij van een van hun cliënten ontvangen, of over een van hun cliënten verkrijgen, tijdens het bepalen van de rechtspositie van hun cliënt of bij het verrichten van hun taak van verdediging of vertegenwoordiging van die cliënt in het kader van of in verband met een rechtsgeding, ▌ongeacht of die inlichtingen vóór, gedurende of na een dergelijk geding worden ontvangen of verkregen.

In gevallen van belastingontduiking, belastingontwijking of belastingfraude, en onverminderd het vermoeden van onschuld en het recht op een eerlijk proces, zorgen de lidstaten ervoor dat deze beroepen documenteren welke maatregelen zijn getroffen om zo nodig te bewijzen dat zij daadwerkelijk met het beroep verbonden taken hebben verricht."

a bis)  het volgende lid 2 bis wordt toegevoegd:

"2 bis.  Door de lidstaten krachtens lid 1 aangewezen zelfregulerende instanties publiceren jaarlijks een verslag met informatie over:

a)  de krachtens de artikelen 58, 59 en 61 genomen maatregelen;

b)  het aantal ontvangen meldingen van inbreuken;

c)  het aantal bij de FIE ingediende verslagen;

d)  het aantal en een beschrijving van de maatregelen die zijn genomen om te controleren of de meldingsplichtige entiteiten hebben voldaan aan hun verplichtingen krachtens:

i.  de artikelen 10 tot en met 24 (cliëntenonderzoek);

ii.  de artikelen 33, 34 en 35 (melding van verdachte transacties);

iii.  artikel 40 (bewaring van bewijsstukken); en

iv.  de artikelen 45 en 46 (interne controles)."

(13 ter)  Artikel 37 wordt vervangen door:

"Melding te goeder trouw door een meldingsplichtige entiteit of door een werknemer of een bestuurder van die meldingsplichtige entiteit, FIE's of andere relevante openbare lichamen overeenkomstig de artikelen 33 en 34 vormt geen inbreuk op ongeacht welke op grond van een contract of van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling opgelegde beperking inzake de openbaarmaking van informatie en leidt voor de meldingsplichtige entiteit, haar bestuurders of werknemers tot geen enkele vorm van aansprakelijkheid, zelfs indien deze niet precies op de hoogte waren van de onderliggende criminele activiteit, en ongeacht of enige illegale activiteit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden."

(13 quater)  Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"De lidstaten zorgen ervoor dat personen, met inbegrip van werknemers en vertegenwoordigers van de meldingsplichtige entiteit die intern, extern of aan de FIE vermoedens van witwassen of terrorismefinanciering melden, wettelijk worden beschermd tegen bedreigingen, vergeldingsacties of vijandige acties, in het bijzonder tegen nadelig of discriminerend optreden van de werkgever, civielrechtelijke vorderingen en aanklachten die verband houden met deze melding."

a bis)  het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat personen die aan bedreigingen, vijandige acties of nadelig of discriminerend optreden van de werkgever zijn blootgesteld omdat zij intern of aan de FIE vermoedens van witwassen of terrorismefinanciering hebben gemeld, op veilige wijze een klacht kunnen indienen bij de respectieve bevoegde autoriteiten. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten wettelijk verplicht zijn een onderzoek in te stellen en een besluit bekend te maken. Tegen het besluit kan altijd beroep worden aangetekend bij de rechter."

(14)  Artikel 39, lid 3, wordt vervangen door:

"3. Het in lid 1 neergelegde verbod vormt geen belemmering voor het delen van informatie tussen kredietinstellingen en financiële instellingen van de lidstaten mits zij tot dezelfde groep behoren, of tussen deze entiteiten en hun bijkantoren en meerderheidsdochters die in derde landen zijn gevestigd, mits die bijkantoren en meerderheidsdochters volledig voldoen aan de op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures, inclusief de procedures voor het delen van informatie binnen de groep, overeenkomstig artikel 42, en mits de op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures voldoen aan de voorschriften van deze richtlijn.".

(15)  Artikel 40, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)  de punten a) en b) worden vervangen door:

"a)  wat het cliëntenonderzoek betreft, een afschrift van de documenten en inlichtingen die nodig zijn voor het naleven van de cliëntenonderzoeksvoorschriften vastgelegd in hoofdstuk II, met inbegrip van, indien beschikbaar, informatie verkregen via elektronische identificatiemiddelen zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 910/2014 of alternatieve technieken voor identificatie op afstand die door de bevoegde autoriteiten zijn goedgekeurd, gedurende een termijn van vijf jaar vanaf het einde van de zakelijke relatie met hun cliënt of vanaf de datum van een occasionele transactie;

b)  de bewijsstukken en registratiegegevens van transacties, zijnde de originele stukken of de afschriften die krachtens hun nationaal recht eenzelfde bewijskracht hebben, met inbegrip van, indien beschikbaar, informatie verkregen via elektronische identificatiemiddelen zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 910/2014 of alternatieve technieken voor identificatie op afstand die door de bevoegde autoriteiten zijn goedgekeurd, die nodig zijn voor het identificeren van een transactie, gedurende vijf jaar vanaf het einde van de zakelijke relatie met hun cliënt of vanaf de datum van een occasionele transactie.";

b)  de volgende alinea wordt toegevoegd:

"De tweede alinea is ook van toepassing op gegevens die toegankelijk zijn via de in artikel 32 bis bedoelde gecentraliseerde mechanismen.".

(15 bis)  Artikel 43 wordt vervangen door:

"De verwerking van persoonsgegevens op basis van deze richtlijn met het oog op het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering overeenkomstig artikel 1 wordt beschouwd als een taak van algemeen belang in de zin van Verordening (EU) 2016/679."

(15 ter)  Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

a)  in lid 2 wordt punt d) vervangen door:

"d)  gegevens betreffende het aantal door de FIE's geformuleerde, ontvangen, afgewezen en gedeeltelijk of volledig beantwoorde grensoverschrijdende informatieverzoeken, uitgesplitst naar betreffend land."

a bis)  lid 4 wordt vervangen door:

"De lidstaten doen de in lid 2 bedoelde statistieken toekomen aan Eurostat en de Commissie. Eurostat publiceert jaarlijks een verslag met een samenvatting van en een toelichting op de in lid 2 bedoelde statistieken, dat op zijn website ter beschikking wordt gesteld."

(16)  In artikel 47 wordt lid 1 vervangen door:

"1.  De lidstaten waarborgen dat aanbieders van diensten voor het wisselen van virtuele valuta en fiduciaire valuta, aanbieders van bewaarportemonnees, wisselkantoren en kantoren voor het omwisselen van cheques, en aanbieders van trustdiensten of vennootschappelijke diensten over een vergunning beschikken of geregistreerd zijn, en dat aanbieders van kansspeldiensten worden gereguleerd.".

(16 bis)  Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"De lidstaten verlangen met name van de bevoegde autoriteiten dat zij effectief toezien op activiteiten van personen aan wie AML/CFT-gerelateerde taken door de meldingsplichtige entiteiten en zelfregulerende instanties zijn gedelegeerd."

a bis)  het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

"1 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat één bevoegde autoriteit optreedt als toezichthoudende AML/CFT-autoriteit, die structureel onafhankelijk is. De toezichthoudende AML/CFT-autoriteit zorgt voor toezicht op en coördinatie van de activiteiten ter bestrijding van witwaspraktijken die door andere bevoegde autoriteiten en rechtshandhavingsinstanties worden uitgevoerd, opdat alle meldingsplichtige entiteiten aan adequaat toezicht worden onderworpen, waaronder inspecties, preventie, toezicht en herstelacties. De toezichthoudende AML/CFT-autoriteit fungeert als aanspreekpunt voor de AML/CFT-autoriteiten van de andere lidstaten, de Commissie en de ETA's."

a ter)  lid 2 wordt vervangen door:

"2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten over adequate bevoegdheden beschikken, met inbegrip van de bevoegdheid om het verstrekken van elke informatie die van belang is voor het toezicht op de naleving en het uitvoeren van controles af te dwingen, en over toereikende financiële, personele en technische middelen om hun taken te vervullen. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van die autoriteiten hoge professionele normen, daaronder begrepen normen inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming, handhaaft, zeer integer is en over de nodige vaardigheden beschikt. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van die autoriteiten beschikt over voldoende regels en mechanismen om situaties van belangenverstrengeling te voorkomen en sancties op te leggen."

(16 ter)  Het volgende artikel 48 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 48 bis

1.  Deskundigen van de Commissie voeren algemene en specifieke audits uit bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. De Commissie kan deskundigen uit de lidstaten aanwijzen om haar eigen deskundigen bij te staan. De algemene en specifieke audits worden op regelmatige basis uitgevoerd. Zij dienen vooral om te controleren of de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de risicobeoordelingen en deze richtlijn optreden. Alvorens zij deze audits uitvoert, kan de Commissie de lidstaten verzoeken om zo spoedig mogelijk relevante informatie te verstrekken.

2.  De algemene audits kunnen worden aangevuld met specifieke audits en inspecties op een of meer specifieke terreinen. Deze specifieke audits en inspecties beogen met name:

a)  te controleren of de aanbevelingen over passende maatregelen om de in risicobeoordelingen vastgestelde risico's aan te pakken, zijn uitgevoerd, en kunnen zo nodig inspecties ter plaatse van de bevoegde autoriteiten inhouden;

b)  de werking en de organisatie van de bevoegde autoriteiten te controleren;

c)  ernstige of herhaaldelijk optredende problemen in de lidstaten te onderzoeken;

d)  noodsituaties, opduikende problemen of nieuwe ontwikkelingen in de lidstaten te onderzoeken.

3.  De Commissie brengt verslag uit over de bevindingen van elke verrichte audit. Dit verslag bevat zo nodig aanbevelingen aan de lidstaten, die moeten worden toegevoegd aan de aanbevelingen als bedoeld in artikel 7, lid 5 bis. De Commissie maakt deze verslagen openbaar. De Commissie zendt de betrokken bevoegde autoriteit een ontwerpverslag voor opmerkingen toe, houdt bij de opstelling van het eindverslag rekening met die opmerkingen en publiceert de opmerkingen van de bevoegde autoriteit samen met het eindverslag.

4.  De Commissie stelt een jaarlijks controleprogramma op, stelt de lidstaten daar vooraf van in kennis en brengt verslag uit over de resultaten. De Commissie kan het programma aanpassen om rekening te houden met ontwikkelingen op het gebied van AML/CFT.

5.  De lidstaten:

a)  geven gevolg aan de aanbevelingen die uit de audits voortvloeien;

b)  verlenen alle nodige bijstand en verstrekken alle documentatie en technische hulp waarom de deskundigen van de Commissie verzoeken om de audits efficiënt en effectief te kunnen uitvoeren;

c)  zorgen ervoor dat de deskundigen van de Commissie toegang hebben tot alle gebouwen of delen van gebouwen en tot informatie, met inbegrip van computersystemen, die relevant is voor het uitvoeren van hun taken.

6.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 64 gedelegeerde handelingen vast te stellen om gedetailleerde regels betreffende de audits op te stellen."

(17)  Artikel 49 wordt vervangen door:

"Artikel 49

De lidstaten zorgen ervoor dat de beleidsmakers, de FIE's, de toezichthouders en de andere bevoegde autoriteiten die bij AML/CTF betrokken zijn, zoals belastingautoriteiten en rechtshandhavingsautoriteiten, over effectieve mechanismen beschikken die hen in staat stellen tot samenwerking en coördinatie op binnenlands niveau betreffende de ontwikkeling en toepassing van gedragslijnen en activiteiten ter bestrijding van witwassen van geld en terrorismefinanciering, onder meer met het oog op het vervullen van hun verplichting krachtens artikel 7.

(17 bis)  Artikel 50 wordt vervangen door:

"De bevoegde autoriteiten verstrekken de ETA's alle informatie die deze nodig hebben om hen in staat te stellen hun taken krachtens deze richtlijn te verrichten. Uiterlijk op 26 juni 2017 verstrekken de ETA's de bevoegde autoriteiten richtsnoeren inzake de modaliteiten voor de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten bij het toezicht, in het kader van de bestrijding van witwassen en van financiering van terrorisme (AML/CFT), op kredietinstellingen en andere financiële instellingen die grensoverschrijdend actief zijn."

(18)  In afdeling 3 van hoofdstuk VI wordt de volgende onderafdeling II bis ingevoegd:

"Onderafdeling II bis

Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten

Artikel 50 bis

De lidstaten zorgen voor uitwisseling van informatie en bijstand tussen bevoegde autoriteiten ▌. Met name zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde autoriteiten een verzoek om bijstand niet weigeren op grond van het feit dat:

a)  het verzoek wordt geacht ook betrekking te hebben op belastingaangelegenheden;

b)  nationale wetgeving vereist dat de meldingsplichtige entiteiten geheimhouding of vertrouwelijkheid in acht nemen, behalve indien de informatie die wordt opgevraagd, wordt bewaard in omstandigheden waarin het verschoningsrecht of het beroepsgeheim van advocaten geldt;

c)  er een onderzoek of procedure loopt in de aangezochte lidstaat, tenzij de bijstand dat onderzoek of die procedure zou belemmeren;

d) de aard of de status van de verzoekende autoriteit verschilt van die van de aangezochte bevoegde autoriteit.

De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten die toezicht houden op financiële en kredietinstellingen zoveel mogelijk onderling samenwerken, ongeacht hun respectieve aard of status. Deze samenwerking omvat ook de mogelijkheid om, binnen de bevoegdheden van de aangezochte bevoegde autoriteit, namens een verzoekende bevoegde autoriteit onderzoeken te verrichten, en de daaropvolgende uitwisseling van de informatie die door deze onderzoeken is verkregen.";

(18 bis)  De volgende artikelen 51 bis en 51 ter worden ingevoegd:

"Artikel 51 bis

Uiterlijk in juni 2017 dient de Commissie een wetgevingsvoorstel in tot oprichting van een Europese FIE die FIE's van de lidstaten zal coördineren, bijstaan en ondersteunen. Deze Europese FIE biedt de nationale FIE's ondersteuning bij het onderhouden en ontwikkelen van de technische infrastructuur voor de uitwisseling van informatie, helpt ze bij de gezamenlijk analyse van grensoverschrijdende zaken, maakt haar eigen analyses van zaken en coördineert de werkzaamheden van de FIE's van de lidstaten in grensoverschrijdende zaken. Daartoe wisselt de nationale FIE wanneer zij een witwaszaak onderzoekt, automatisch informatie uit met deze Europese FIE. Teneinde een evenwichtig samenwerkingssysteem op maat te ontwerpen, wordt in dit wetgevingsvoorstel rekening gehouden met de door de Commissie in kaart gebrachte bevoegdheden van de FIE's van de lidstaten en belemmeringen voor samenwerking.

Artikel 51 ter

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat hun FIE kan samenwerken en relevante informatie kan uitwisselen met haar buitenlandse tegenhangers.

2.  De lidstaten zorgen dat hun FIE's in staat is om namens haar buitenlandse tegenhangers een onderzoek in te stellen indien dit relevant kan zijn voor een analyse van financiële transacties. Een dergelijk onderzoek omvat ten minste het volgende:

  zoeken in de eigen databases, die informatie over meldingen van verdachte transacties bevatten;

  zoeken in andere databases waartoe zij direct of indirect toegang heeft, waaronder databases van rechtshandhavingsinstanties, openbare databases, administratieve databases en commercieel beschikbare databases.

Voor zover dit toegestaan is, nemen de FIE's ook contact op met andere bevoegde autoriteiten en financiële instellingen om relevante informatie te verkrijgen.";

(19)  Artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:

a)  aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Een verzoek omvat de betreffende feiten, achtergrondinformatie, de redenen voor het verzoek en een beschrijving van hoe de gevraagde informatie zal worden gebruikt."

b)  in lid 2, tweede alinea, wordt de tweede zin vervangen door:

"Die FIE verkrijgt informatie overeenkomstig artikel 32, lid 9, en stuurt de antwoorden onverwijld door.";

b bis)  lid 3 wordt vervangen door:

"3.  Een FIE kan alleen in uitzonderlijke omstandigheden weigeren informatie uit te wisselen, namelijk indien de uitwisseling strijdig zou zijn met fundamentele beginselen van haar nationaal recht. Die uitzonderingen worden op zodanige wijze gespecificeerd dat misbruik en onredelijke beperkingen van de vrije uitwisseling van informatie voor analysedoeleinden worden voorkomen. Wanneer dergelijke uitzonderlijke omstandigheden worden ingeroepen, stuurt de aangezochte FIE een verslag naar de Commissie.";

b ter)  de volgende leden 3 bis en 3 ter worden toegevoegd:

"3 bis.  De FIE's van alle lidstaten publiceren jaarlijks samenvattende statistieken over hun samenwerking en de uitwisseling van informatie met andere FIE's.

3 ter.  De Commissie stelt een verslag op over belemmeringen die de bevoegde autoriteiten ondervinden met betrekking tot informatie-uitwisseling en bijstand tussen de autoriteiten van verschillende lidstaten. Dit verslag wordt om de twee jaar gepubliceerd."

(19 bis)  Aan artikel 54 wordt het volgende lid toegevoegd:

"1 bis.  De lidstaten zorgen dat de FIE's ten minste één functionaris aanwijzen die verantwoordelijk is voor het ontvangen van verzoeken om informatie of wederzijdse rechtshulp van vergelijkbare entiteiten in andere lidstaten en die ervoor moet zorgen dat die verzoeken tijdig worden behandeld."

(20)  Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2. De lidstaten zorgen ervoor dat de voorafgaande toestemming van de aangezochte FIE voor het meedelen van de informatie aan bevoegde autoriteiten onverwijld wordt gegeven en zo ruim mogelijk is, ongeacht het type verband houdende basisdelicten. De aangezochte FIE mag haar toestemming voor die mededeling niet weigeren, tenzij die mededeling buiten het toepassingsgebied van haar AML/CTF-bepalingen zou vallen, een strafonderzoek zou kunnen schaden, duidelijk onevenredig zou zijn met de legitieme belangen van een natuurlijke of rechtspersoon of van de lidstaat van de aangezochte FIE, of anderszins niet in overeenstemming zou zijn met de fundamentele beginselen van het nationale recht van die lidstaat. Een weigering deze instemming te verlenen wordt naar behoren uitgelegd.";

a bis)  het volgende lid 2 bis wordt toegevoegd:

"2 bis.  Uiterlijk op 31 december 2017 dient de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad een wetgevingsvoorstel in met het oog op de noodzakelijke en efficiënte coördinatie van de FIE's en de coördinatie van de bestrijding van financiële criminaliteit op EU-niveau door middel van een Europese FIE."

(21)  Artikel 57 wordt vervangen door:

"Artikel 57

Verschillen tussen de nationale rechtsstelsels inzake de definitie van basisdelicten vormen geen beletsel voor de FIE's om bijstand te verlenen aan een andere FIE en beperken de uitwisseling, de verspreiding en het gebruik van informatie uit hoofde van de artikelen 53, 54 en 55 niet.";

(21 bis)  In afdeling 3 van hoofdstuk VI wordt de volgende onderafdeling ingevoegd:

"Onderafdeling III bis

Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten die toezicht houden op financiële en kredietinstellingen en beroepsgeheim

Artikel 57 bis

1.  De lidstaten bepalen dat alle personen die werkzaam zijn of zijn geweest voor de bevoegde autoriteiten die in het kader van deze richtlijn toezicht houden op financiële en kredietinstellingen, alsmede accountants of deskundigen die namens de bevoegde autoriteiten handelen, aan het beroepsgeheim gebonden zijn.

Vertrouwelijke informatie die zij de uitvoering van hun taken in het kader van deze richtlijn ontvangen, mag aan geen enkele persoon of autoriteit bekend worden gemaakt, behalve in samengevatte of geaggregeerde vorm, zodat afzonderlijke meldingsplichtige entiteiten niet kunnen worden geïdentificeerd, behoudens gevallen die onder het strafrecht vallen.

2.  Lid 1 belet deze bevoegde autoriteiten niet om overeenkomstig deze richtlijn of andere richtlijnen of verordeningen betreffende het toezicht op financiële en kredietinstellingen informatie door te sturen of met elkaar uit te wisselen. Informatie mag slechts worden doorgestuurd of uitgewisseld als de ontvangende autoriteit krachtens het nationale recht het in lid 1 bedoelde beroepsgeheim in acht moet nemen.

3.  Bevoegde autoriteiten die overeenkomstig lid 1 vertrouwelijke informatie ontvangen, gebruiken deze informatie enkel:

  bij de uitvoering van hun taken in het kader van deze richtlijn, waaronder het opleggen van sancties;

  bij de uitvoering van hun taken in het kader van andere richtlijnen of verordeningen, waaronder het opleggen van sancties;

  bij een beroep tegen een besluit van de bevoegde autoriteit, waaronder rechtszaken;

  bij rechtszaken die krachtens bijzondere bepalingen van het Unierecht betreffende financiële en kredietinstellingen aanhangig zijn gemaakt.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten die toezicht houden op financiële en kredietinstellingen zoveel mogelijk onderling samenwerken, ongeacht hun respectieve aard of status. Deze samenwerking omvat ook de mogelijkheid om, binnen de bevoegdheden van de aangezochte bevoegde autoriteit, namens een verzoekende bevoegde autoriteit onderzoeken te verrichten, en de daaropvolgende uitwisseling van de informatie die door deze onderzoeken is verkregen.

5.  De lidstaten sluiten samenwerkingsovereenkomsten die voorzien in samenwerking en uitwisseling van vertrouwelijke informatie met de bevoegde autoriteiten die de tegenhangers zijn van de in lid 1 genoemde bevoegde autoriteiten. Deze samenwerkingsovereenkomsten worden gesloten op basis van wederkerigheid en slechts indien voor de verstrekte gegevens waarborgen inzake het beroepsgeheim gelden die ten minste gelijkwaardig zijn aan de in lid 1 bedoelde waarborgen. Vertrouwelijke informatie die overeenkomstig deze samenwerkingsovereenkomsten wordt uitgewisseld, wordt gebruikt voor de uitvoering van de toezichthoudende taak van de genoemde autoriteiten.

Gegevens die van een andere lidstaat afkomstig is, mag niet worden doorgegeven zonder de uitdrukkelijke instemming van de bevoegde autoriteiten die de gegevens hebben meegedeeld en in voorkomend geval alleen worden gebruikt voor de doeleinden waarmee deze autoriteiten hebben ingestemd.

Artikel 57 ter

1.  Onverminderd artikel 57 bis, leden 1 en 3, kunnen de lidstaten uitwisseling van informatie, in dezelfde lidstaat of in een andere lidstaat, toestaan tussen de bevoegde autoriteiten en de volgende instanties, bij de uitvoering van hun toezichthoudende taken:

  autoriteiten die van overheidswege tot taak hebben toezicht te houden op andere entiteiten in de financiële sector, en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de financiële markten;

  instanties die betrokken zijn bij de liquidatie en het faillissement van instellingen en bij andere soortgelijke procedures;

  personen die verantwoordelijk zijn voor de wettelijke controle van de jaarrekening van financiële en kredietinstellingen.

De ontvangen informatie is in ieder geval onderworpen aan vereisten inzake het beroepsgeheim die ten minste gelijkwaardig zijn aan de in artikel 57 bis, lid 1, bedoelde vereisten.

2.  Onverminderd artikel 57 bis, leden 1 en 3, kunnen de lidstaten krachtens bepalingen van nationaal recht toestaan dat bepaalde informatie wordt meegedeeld aan andere centrale overheidsdiensten die verantwoordelijk zijn voor wetgeving inzake het toezicht op financiële en kredietinstellingen, alsmede aan inspecteurs die in opdracht van die overheidsdiensten optreden.

Dergelijke mededelingen mogen echter slechts plaatsvinden indien dat noodzakelijk is voor het toezicht op die instellingen overeenkomstig deze richtlijn. Personen die toegang tot de informatie hebben, zijn onderworpen aan vereisten inzake het beroepsgeheim die ten minste gelijkwaardig zijn aan de in artikel 57 bis, lid 1, bedoelde vereisten.

3.  De lidstaten staan toe dat bepaalde informatie met betrekking tot het toezicht op kredietinstellingen in het kader van deze richtlijn wordt meegedeeld aan parlementaire onderzoekscommissies in hun lidstaat, de rekenkamer in hun lidstaat en andere voor onderzoeken verantwoordelijke entiteiten in hun lidstaat, onder de volgende voorwaarden:

a)  de entiteiten hebben uit hoofde van het nationale recht een nauwkeurig omschreven mandaat om de maatregelen van autoriteiten die voor het toezicht op deze instellingen of voor wetgeving inzake dit toezicht verantwoordelijk zijn, te onderzoeken of te controleren;

b)  de entiteiten achten de informatie noodzakelijk om het onder a) bedoelde mandaat te vervullen;

c)  de personen die toegang tot de informatie hebben, zijn krachtens het nationale recht onderworpen aan vereisten inzake het beroepsgeheim die ten minste gelijkwaardig zijn aan de in artikel 57 bis, lid 1, bedoelde vereisten;

d)  informatie die afkomstig is van een andere lidstaat mag niet worden meegedeeld zonder de uitdrukkelijke instemming van de bevoegde autoriteiten die de gegevens hebben meegedeeld, en mag alleen worden gebruikt voor de doeleinden waarmee deze autoriteiten hebben ingestemd.

4.  Deze onderafdeling belet de bevoegde autoriteiten die in het kader van deze richtlijn toezicht houden op financiële en kredietinstellingen niet om voor de uitvoering van hun taken vertrouwelijke informatie door te sturen aan andere autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op financiële en kredietinstellingen in het kader van andere richtlijnen of verordeningen, waaronder de Europese Centrale Bank handelend volgens Verordening 1024/2013."

(21 ter)  In afdeling 3 van hoofdstuk VI wordt de volgende onderafdeling ingevoegd:

"Onderafdeling III bis

Internationale samenwerking

Artikel 57 quater

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat hun bevoegde autoriteiten die toezicht houden op financiële en kredietinstellingen, alsook hun rechtshandhavingsautoriteiten, op de breedst mogelijke wijze bijdragen aan internationale samenwerking met de bevoegde autoriteiten van derde landen die de tegenhanger vormen van de nationale bevoegde autoriteiten.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat er effectieve kanalen zijn om direct op snelle en constructieve wijze, hetzij spontaan, hetzij op verzoek, de uitwisseling van informatie over witwassen te faciliteren.

(21 quater)  Artikel 58 wordt als volgt gewijzigd:

a)  aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De lidstaten zorgen ervoor dat bij inbreuken waarop stafrechtelijke sancties staan, de rechtshandhavingsautoriteiten naar behoren van deze inbreuken in kennis worden gesteld."

b)  het volgende lid wordt ingevoegd:

"4 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten en zelfregulerende organen de Commissie in kennis stellen als nationale wetgeving hun toezichts- en onderzoeksbevoegdheden belemmeren die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun taken."

(21 quinquies)  Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:

a)  het inleidende deel van lid 1 wordt vervangen door:

"1.  De lidstaten zorgen ervoor dat dit artikel ten minste van toepassing is op inbreuken van de meldingsplichtige entiteiten op de voorschriften van:"

b)  aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De lidstaten zorgen er ook voor dat dit artikel ten minste van toepassing is op inbreuken op de voorschriften van de artikelen 30 en 31 door vennootschappen en andere juridische entiteiten, trusts en andere soorten juridische constructies met een soortgelijke structuur of functie als trusts, die ernstig, herhaald, stelselmatig, of een combinatie daarvan zijn."

c)  in lid 2 wordt punt c) vervangen door:

"c)  in gevallen die ernstig, herhaald, stelselmatig of een combinatie daarvan zijn en indien een meldingsplichtige entiteit vergunningsplichtig is, de intrekking of schorsing van de vergunning;"

d)  in lid 3 wordt het volgende punt ingevoegd:

"b bis)  in gevallen die ernstig, herhaald, stelselmatig of een combinatie daarvan zijn, de intrekking van de vergunning tot exploitatie;"

(21 sexies)  Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:

a)  lid 1 wordt vervangen door:

"1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten en zelfregulerende organen effectieve en betrouwbare mechanismen instellen om het melden van mogelijke of werkelijke inbreuken op de nationale bepalingen ter omzetting van deze richtlijn aan de bevoegde autoriteiten en zelfregulerende organen aan te moedigen."

b)  aan lid 3 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De bevoegde autoriteiten zorgen voor een of meer veilige communicatiekanalen voor het melden van vermoedens van witwassen of terrorismefinanciering. Bij deze kanalen wordt ervoor gezorgd dat de identiteit van de personen die informatie verstrekken uitsluitend bekend is bij de bevoegde autoriteiten."

(21 septies)  Artikel 64 wordt vervangen door:

a)  lid 2 wordt vervangen door:

"2.  De in artikel 9 en artikel 48 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 25 juni 2015."

b)  lid 5 wordt vervangen door:

"5.  Een overeenkomstig artikel 9 en artikel 48 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van één maand na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van deze termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad wordt die termijn met één maand verlengd."

(21 octies)  aan artikel 65 wordt de volgende alinea 1 bis toegevoegd:

"Het verslag gaat zo nodig vergezeld van passende voorstellen inzake, onder meer, waar passend, het verbeteren van de samenwerking tussen de nationale bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen, contante betalingen, virtuele valuta, machtigingen voor het aanleggen en onderhouden van een voor FIE's toegankelijke centrale database waarin de identiteit en de portemonneeadressen van gebruikers worden geregistreerd, alsook zelfverklaringsformulieren ten behoeve van de gebruikers van virtuele valuta.

Uiterlijk eind 2017 stelt de Commissie een verslag op over de bevoegdheden van de nationale FIE's en belemmeringen voor samenwerking. Deze evaluatie omvat een beoordeling van de middelen om gezamenlijke analyse van grensoverschrijdende zaken te ondersteunen en oplossingen om het niveau van financiële inlichtingen binnen de EU te verhogen. Het verslag gaat zo nodig vergezeld van passende voorstellen om belemmeringen voor samenwerking weg te nemen wat betreft de toegang tot, de uitwisseling van en het gebruik van informatie. Het verslag omvat een beoordeling van de noodzaak van:

a)  operationele richtsnoeren voor de correcte tenuitvoerlegging van deze richtlijn;

b)  het faciliteren van informatie-uitwisseling in grensoverschrijdende zaken;

c)  een mechanisme voor geschillenbeslechting;

d)  ondersteuning van gezamenlijke strategische risicoanalyse op EU-niveau;

e)  gezamenlijke analyseteams in grensoverschrijdende zaken;

f) rechtstreekse melding aan FIU.net door meldingsplichtige entiteiten;

g)  de oprichting van een Europese financiële-inlichtingeneenheid om de samenwerking en de coördinatie tussen de nationale FIE's te verbeteren;"

(22)  Aan artikel 65 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

"Het verslag gaat zo nodig vergezeld van passende voorstellen inzake, onder meer, waar passend virtuele valuta, machtigingen voor het aanleggen en onderhouden van een voor FIE's toegankelijke centrale database waarin de identiteit en de portemonneeadressen van gebruikers worden geregistreerd, alsook zelfverklaringsformulieren ten behoeve van de gebruikers van virtuele valuta.".

(23)  In artikel 66 wordt de eerste alinea vervangen door:

"De Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/70/EG worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2017.".

(24)  In artikel 67, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

"De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 januari 2017 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die maatregelen onmiddellijk mee.".

(24 bis)  In bijlage II, punt 7, wordt het inleidende deel van punt 3 vervangen door:

"3)  Geografische risicofactoren – registratie in:

(25)  In bijlage III, punt 2, wordt punt c) vervangen door:

"c)  zakelijke relaties op afstand of transacties op afstand, zonder bepaalde garanties, zoals elektronische identificatiemiddelen of relevante vertrouwensdiensten zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 910/2014, of alternatieve technieken voor identificatie op afstand die door de bevoegde autoriteiten zijn goedgekeurd;

Artikel 2

Wijzigingen van Richtlijn 2009/101/EG

Richtlijn 2009/101/EG wordt als volgt gewijzigd:

(1)  In hoofdstuk 1 wordt het volgende artikel 1 bis ingevoegd:

"Artikel 1 bis

Toepassingsgebied

De maatregelen inzake de openbaarmaking van informatie over de uiteindelijk begunstigden zijn van toepassing op de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de lidstaten die betrekking hebben op:

a)  vennootschappen en andere juridische entiteiten als bedoeld in artikel 30 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad(20), met inbegrip van de in artikel 1 van deze richtlijn bedoelde soorten vennootschappen▌;

b)  trusts die bestaan uit een eigendom dat door of namens een persoon wordt gehouden wiens zakelijke activiteit bestaat uit het beheer van trusts of dat beheer omvat, en die in het kader van die zakelijke activiteit met winstoogmerk optreedt als trustee van een trust, en andere soorten juridische constructies met een soortgelijke structuur of functie als trusts."

(1 bis)  Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)  het volgende punt wordt ingevoegd:

"a bis)  het niet op accurate en volledige wijze openbaar maken van informatie over de uiteindelijk begunstigde zoals vereist in artikel 7 ter;"

b)  het volgende punt wordt toegevoegd:

"b bis)  het niet openbaar maken van informatie over de uiteindelijke begunstigde zoals vereist in artikel 7 ter."

c)  het volgende lid wordt toegevoegd:

"De lidstaten zorgen ervoor dat indien verplichtingen voor rechtspersonen gelden, sancties kunnen worden toegepast op de leden van het managementorgaan of op alle andere natuurlijke personen die op grond van het nationale recht verantwoordelijk zijn voor de inbreuk."

(2)  In hoofdstuk 2 wordt het volgende artikel 7 ter ingevoegd:

"Artikel 7 ter

Openbaarmaking van informatie over uiteindelijk begunstigden

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te voorzien in de verplichte openbaarmaking door de in artikel 1 bis, onder a) en b), van deze richtlijn bedoelde entiteiten van toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijk begunstigden, overeenkomstig de artikelen 30 en 31 van Richtlijn (EU) 2015/849.

De informatie bestaat ten minste uit de naam, de geboortedatum, de nationaliteit, de woonstaat en de contactgegevens (zonder vermelding van een thuisadres) alsook de aard en de omvang van het gehouden financieel belang.

2.  De openbaarmaking van informatie over de uiteindelijk begunstigden als bedoeld in lid 1 wordt gewaarborgd via de in artikel 30, lid 3 ▌van Richtlijn (EU) 2015/849 bedoelde centrale registers.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie over de uiteindelijk begunstigden ook publiekelijk beschikbaar wordt gemaakt via het in artikel 4 bis, lid 2, bedoelde systeem van gekoppelde registers, overeenkomstig de regels inzake gegevensbescherming en de normen inzake open gegevens, en na online registratie. De lidstaten kunnen een vergoeding vragen om de administratiekosten te dekken.

4.  De lidstaten kunnen voorzien in een uitzondering op de verplichte openbaarmaking voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigden, die kan worden toegepast in uitzonderlijke, in nationaal recht vastgestelde omstandigheden, namelijk indien de toegang tot de in lid 1 bedoelde informatie voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is. De lidstaten zorgen ervoor dat deze uitzonderingen worden verleend na een gedetailleerde evaluatie van de uitzonderlijke aard van de omstandigheden, waarbij de evaluatie op verzoek toegankelijk is voor de Commissie. Om misbruik te voorkomen, worden de uitzonderingen regelmatig opnieuw beoordeeld. Wanneer een uitzondering wordt toegestaan, wordt dit duidelijk aangegeven in het register. Het recht op een bestuurlijke toetsing van het besluit over de uitzondering en op een effectieve beroepsmogelijkheid voor de rechter wordt gegarandeerd. De lidstaten publiceren jaarlijkse statistische gegevens over het aantal uitzonderingen die zijn verleend en met welke redenen, en brengt aan de Commissie verslag uit over deze gegevens.

5.  De in lid 1 bedoelde persoonsgegevens van uiteindelijk begunstigden worden openbaar gemaakt om derden en het maatschappelijk middenveld in het algemeen in staat te stellen te weten wie de uiteindelijk begunstigden zijn, en zo bij te dragen aan de voorkoming van het misbruik van juridische entiteiten en juridische constructies via verscherpt publiek toezicht. Daarom is het essentieel dat deze informatie via de nationale registers en via het systeem van gekoppelde registers publiekelijk beschikbaar is, voor een periode van ten hoogste tien jaar nadat de entiteit of constructie uit het register is geschrapt.

5 bis.  De lidstaten vereisen van de bevoegde autoriteiten dat zij effectief controleren of de in dit artikel gestelde eisen worden nageleefd en de nodige maatregelen nemen om die naleving te waarborgen. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten over adequate bevoegdheden beschikken, met inbegrip van de bevoegdheid om het verstrekken van elke informatie die van belang is voor het toezicht op de naleving en het uitvoeren van controles af te dwingen, en over toereikende financiële, personele en technische middelen om hun taken te vervullen. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van die autoriteiten hoge professionele normen, daaronder begrepen normen inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming, handhaaft, zeer integer is en over de nodige vaardigheden beschikt.".

Artikel 2 bis

Wijzigingen van Richtlijn 2013/36/EU

In artikel 56, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU wordt het volgende punt ingevoegd:

f bis)  autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de meldingsplichtige entiteiten als bedoeld in artikel 2, lid 1, punten 1) en 2), van Richtlijn 2015/849 ten behoeve van de naleving van die Richtlijn."

Artikel 3

Omzetting

1.  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 januari 2017 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 5

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De voorzitter  De voorzitter

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(3)

* Amendementen: nieuwe of gewijzigde tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(4)

PB C […], […], blz. […].

(5)

PB C […], […], blz. […].

(6)

Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

(7)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: "De Europese veiligheidsagenda", COM(2015) 185 final.

(8)

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake een actieplan ter versterking van de strijd tegen terrorismefinanciering (COM(2016) 50 final).

(9)

  Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 48 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB L 258 van 1.10.2009, blz. 11).

(10)

  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(11)

  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(12)

  Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en intrekking van het Kaderbesluit van de Raad 2008/977/JBZ (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

(13)

  Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken (PB L 350 van 30.12.2008, blz. 60).

(14)

  Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en intrekking van het Kaderbesluit van de Raad 2008/977/JBZ (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

(15)

  PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.

(16)

  Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(17)

  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(18)

  PB C …

(19)

Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73).

(20)

Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (1.12.2016)

aan de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijn 2009/101/EG

(COM(2016)0450 – C8-0265/2016 – 2016/0208(COD))

Rapporteur voor advies: Elly Schlein

BEKNOPTE MOTIVERING

De Commissie heeft het Europees Parlement en de Raad een voorstel voorgelegd dat is gericht op de verdere aanscherping van de antiwitwasregels van de EU, teneinde de financiering van terrorisme tegen te gaan en meer transparantie te verschaffen over de daadwerkelijke eigenaren van bedrijven en trusts, en om de bestrijding van belastingontwijking te intensiveren.

De rapporteur is ingenomen met de door de Commissie voorgestelde amendementen, die positieve stappen laten zien op het gebied van belastingontduiking en witwaspraktijken. De Panama papers hebben eens te meer blootgelegd dat dringend behoefte is aan effectieve regels voor de verificatie van de uiteindelijk begunstigden van ondernemingen en andere rechtspersonen. Meer in het bijzonder gaat een enorme hoeveelheid middelen verloren voor ontwikkelingslanden als gevolg van schimmige deals en een netwerk van corrupte activiteiten waaronder het gebruik van brievenbusmaatschappijen en trusts.

Niettemin heeft het huidige voorstel nog steeds niet de doortastendheid en urgentie waar burgers om vragen. De rapporteur is van mening dat er nog steeds enkele mazen in de wetgeving blijven bestaan: niet alle trusts zouden hun zogenoemde uiteindelijk begunstigden openbaar hoeven te maken, en enkele zouden hen geheim kunnen houden voor iedereen, behalve voor degenen die kunnen bewijzen een 'legitiem belang' te hebben. Met betrekking tot ondernemingen bevat de huidige richtlijn een clausule waarin staat dat indien de uiteindelijk begunstigde niet kan worden geïdentificeerd, in plaats daarvan een lid van het hoger leidinggevend personeel kan worden aangewezen. Bovendien, hoewel de drempel voor uiteindelijke begunstiging is verlaagd van een eigendomsaandeel van 25 % naar een aandeel van 10 %, is een dergelijke verandering kwetsbaar aangezien zij betrekking heeft op 'passieve niet-financiële entiteiten'.

Hoewel de rapporteur de inspanningen van de Commissie ondersteunt, is zij van mening dat het Europees Parlement en de Raad meer moeten doen om de tekortkomingen te verhelpen die de antiwitwasregels en de strijd tegen wereldwijde belastingontwijking en -ontduiking in gevaar brengen. Indien deze mazen niet worden gedicht, zullen de autoriteiten van ontwikkelingslanden er niet in slagen om door de door brievenbusmaatschappijen in Europa opgetrokken 'sluier van vennootschapsconstructies' heen te prikken teneinde gestolen activa terug te vorderen en illegale financiële stromen te keren. De EU mag de kans niet missen om haar antiwitwasregels verder aan te scherpen en de transparantie te vergroten, door eveneens rekening te houden met de specifieke behoeften van ontwikkelingslanden, die in grote mate getroffen worden door de plaag van illegale financiële stromen. Beleidscoherentie voor ontwikkeling vraagt van ons ontwikkelingslanden in staat te stellen hun eigen nationale hulpbronnen onder meer door middel van belastingheffing te mobiliseren. Alleen volledige openbaarmaking zal burgers van ontwikkelingslanden in staat stellen ervoor te zorgen dat brievenbusmaatschappijen niet worden gebruikt om essentiële middelen voor ontwikkeling weg te sluizen.

AMENDEMENTEN

De Commissie ontwikkelingszaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  De Unie en haar lidstaten enerzijds en derde landen anderzijds hebben een gedeelde verantwoordelijkheid om witwaspraktijken en de financiering van terrorisme te bestrijden. Samenwerking met derde landen moet zich ook meer richten op de versterking van de financiële systemen en het bestuur van ontwikkelingslanden, teneinde hen in staat te stellen beter deel te nemen aan het mondiale proces van belastinghervorming, financiële misdrijven en daarmee samenhangende illegale activiteiten te ontmoedigen, en antiwitwasmechanismen in werking te stellen die zouden bijdragen aan een betere uitwisseling van gegevens en informatie met andere landen zodat fraude en terroristen kunnen worden opgespoord.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Er moet worden verduidelijkt aan de hand van welke specifieke factor wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de monitoring en registratie van de informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts en soortgelijke juridische constructies. Om te voorkomen dat, wegens verschillen tussen de rechtsstelsels van de lidstaten, bepaalde trusts nergens in de Unie worden gemonitord en geregistreerd, moeten alle trusts en soortgelijke juridische constructies worden geregistreerd waar zij worden beheerd. Met het oog op de doeltreffende monitoring en registratie van informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts is ook samenwerking tussen de lidstaten noodzakelijk.

(21)  Er moet worden verduidelijkt aan de hand van welke specifieke factor wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de monitoring en registratie van de informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts en soortgelijke juridische constructies. Om te voorkomen dat, wegens verschillen tussen de rechtsstelsels van de lidstaten, bepaalde trusts nergens in de Unie worden gemonitord en geregistreerd, moeten alle trusts en soortgelijke juridische constructies worden geregistreerd waar zij worden opgericht, beheerd of geëxploiteerd. Met het oog op de doeltreffende monitoring en registratie van informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts is ook samenwerking tussen de lidstaten noodzakelijk.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Om evenredigheid te waarborgen mag de informatie over de uiteindelijk begunstigde van andere trusts dan die welke bestaan uit een eigendom dat door of namens een persoon wordt gehouden wiens zakelijke activiteit bestaat uit het beheer van trusts of dat beheer omvat, en die in het kader van die zakelijke activiteit met winstoogmerk optreedt als trustee van een trust, enkel beschikbaar zijn voor partijen met een legitiem belang. Het legitiem belang ten aanzien van het witwassen van geld, terrorismefinanciering, en de daarmee verband houdende basisdelicten moet worden gemotiveerd met gemakkelijk beschikbare middelen, zoals de statuten of missie van niet-gouvernementele organisaties, of door bewijs over te leggen in het verleden activiteiten te hebben verricht die relevant zijn voor de strijd tegen het witwassen van geld en terrorismefinanciering of daarmee verband houdende basisdelicten, of aan de hand van een bewezen staat van dienst wat betreft onderzoeken of acties op dat gebied.

Schrappen

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 bis)  Hoewel de bestrijding van witwaspraktijken en terrorisme een legitieme doelstelling is, mogen de in deze Richtlijn opgenomen maatregelen onder geen beding een belemmering vormen voor de financiële inclusie, zonder discriminatie, van alle personen in de Unie en in derde landen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 ter)  Geldovermakingen vormen een belangrijke bijdrage aan gezins- en gemeenschapsontwikkeling. Hoewel het belang van de bestrijding van witwaspraktijken moet worden erkend, mogen maatregelen die uit hoofde van deze Richtlijn worden genomen geen belemmering vormen voor geldovermakingen door internationale migranten.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 quater)  Humanitaire hulp is bedoeld om wereldwijd hulp en bijstand te verstrekken aan mensen in nood en is van essentieel belang. Maatregelen die erop zijn gericht witwaspraktijken, de financiering van terrorisme en belastingontduiking tegen te gaan, mogen personen en organisaties er niet van weerhouden dergelijke hulp ten behoeve van mensen in nood te financieren.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 2 – letter -a (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 3 – punt 6 – letter a

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a)  punt 6, onder a), wordt vervangen door:

a)  in het geval van vennootschapsrechtelijke entiteiten:

"a)  in het geval van vennootschapsrechtelijke entiteiten:

i)  de natuurlijke perso(o)n(en) die de uiteindelijke eigenaar is (zijn) van of zeggenschap heeft (hebben) over een juridische entiteit via het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van een toereikend percentage van de aandelen of de stemrechten of van het eigendomsbelang in die entiteit met inbegrip van het houden van toonderaandelen, of via zeggenschap met andere middelen, waarbij het niet gaat om een op een gereglementeerde markt genoteerde vennootschap die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten overeenkomstig het recht van de Unie, of aan gelijkwaardige internationale standaarden die een toereikende transparantie van eigendomsinformatie waarborgen.

i)  alle natuurlijke personen (die geen gevolmachtigden, agenten, vertegenwoordigers of een equivalent daarvan zijn) die de uiteindelijke eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over een juridische entiteit via het rechtstreeks of onrechtstreeks houden van een toereikend percentage van de aandelen of de stemrechten of van het eigendomsbelang in die entiteit met inbegrip van het houden van toonderaandelen, of via zeggenschap met andere middelen, waarbij het niet gaat om een op een gereglementeerde markt genoteerde vennootschap die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten overeenkomstig het recht van de Unie, of aan gelijkwaardige internationale standaarden die een toereikende transparantie van eigendomsinformatie waarborgen.

Voor de toepassing van punt i), zijn een aandelenpositie van 25 % plus één aandeel in de cliënt of een eigendomsbelang in de cliënt van meer dan 25 %, in handen van een natuurlijke persoon, een indicatie van directe eigendom. Een aandelenpositie van 25 % plus één aandeel in de cliënt of een eigendomsbelang in de cliënt van meer dan 25 %, in handen van een vennootschapsrechtelijke entiteit die onder zeggenschap staat van een natuurlijke persoon of natuurlijke personen, of van meerdere vennootschapsrechtelijke entiteiten die onder zeggenschap staan van dezelfde natuurlijke persoon of natuurlijke personen, gelden als indicatie van indirecte eigendom. Deze bepaling is van toepassing onverminderd het recht van de lidstaten om te bepalen dat een lager percentage een indicatie van eigendom of zeggenschap kan zijn. Zeggenschap via andere middelen kan onder meer worden vastgesteld volgens de criteria in artikel 22, leden 1 tot en met 5, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad3;

Voor de toepassing van punt i), zijn een aandelenpositie van 5 % plus één aandeel in de cliënt of een eigendomsbelang in de cliënt van meer dan 5 %, in handen van een natuurlijke persoon, een indicatie van directe eigendom. Een aandelenpositie van 5 % plus één aandeel in de cliënt of een eigendomsbelang in de cliënt van meer dan 5 %, in handen van een vennootschapsrechtelijke entiteit die onder zeggenschap staat van een natuurlijke persoon of natuurlijke personen, of van meerdere vennootschapsrechtelijke entiteiten die onder zeggenschap staan van dezelfde natuurlijke persoon of natuurlijke personen, gelden als indicatie van indirecte eigendom. Deze bepaling is van toepassing onverminderd het recht van de lidstaten om te bepalen dat een lager percentage een indicatie van eigendom of zeggenschap kan zijn. Zeggenschap via andere middelen kan onder meer worden vastgesteld volgens de criteria in artikel 22, leden 1 tot en met 5, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad3;

ii)  de natuurlijke persoon of personen die beho(o)rt(en) tot het hoger leidinggevend personeel, indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen als bedoeld onder i) is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of de achterhaalde persoon of personen de uiteindelijk begunstigde(n) is, respectievelijk zijn, de meldingsplichtige entiteiten documenteren welke acties er zijn ondernomen om de uiteindelijk begunstigden als bedoeld onder i) en onder dit punt, te identificeren.

ii)  indien de entiteit geen mededeling doet van de identiteit van een natuurlijk persoon die aan de criteria van punt i) voldoet, of indien er enige twijfel bestaat of de achterhaalde persoon of personen de uiteindelijk begunstigde(n) is, respectievelijk zijn, registreert de meldingsplichtige entiteit dat er geen uiteindelijk begunstigde bestaat en documenteert zij welke acties er zijn ondernomen om de uiteindelijk begunstigden als bedoeld onder i) te identificeren.

 

Bovendien moeten meldingsplichtige entiteiten de identiteit vaststellen en verifiëren van de betreffende natuurlijke persoon die de positie van hoofdbestuurder bekleedt, die als "hoofdbestuurder" (en niet als "uiteindelijk begunstigde") wordt geïdentificeerd, en moeten zij de gegevens registreren van alle wettelijke eigenaren van de entiteit;"

_________________

_________________

(3) Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

(3) Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:32015L0849&rid=1)

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 3 – punt 6 – letter a – punt i

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  aan punt 6, onder a), punt i), wordt de volgende alinea toegevoegd:

Schrappen

"Voor de toepassing van artikel 13, lid 1, onder b), en artikel 30 van deze richtlijn wordt de in de tweede alinea bedoelde indicatie van eigendom of zeggenschap verlaagd tot 10 % wanneer de juridische entiteit een passieve niet-financiële entiteit is zoals gedefinieerd in Richtlijn 2011/16/EU.";

 

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 2 – letter a bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 3 – punt 6 – letter b

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(a bis)  Punt 6, letter b) wordt vervangen door:

b)  in het geval van trusts:

"b)  in het geval van trusts:

i)  de oprichter van de trust;

i)  de oprichter(s) van de trust;

ii)  de trustee(s);

ii)  de trustee(s);

iii)  de eventuele protector;

iii)  de eventuele protector(en);

iv)  de begunstigden, of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden van de juridische entiteit of de juridische constructie zijn, nog niet zijn geïdentificeerd, de groep van personen in wier belang de juridische entiteit of de juridische constructie hoofdzakelijk werd opgericht of werkzaam is;

iv)  de begunstigden, of voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden van de juridische entiteit of de juridische constructie zijn, nog niet zijn geïdentificeerd, de groep van personen in wier belang de juridische entiteit of de juridische constructie hoofdzakelijk werd opgericht of werkzaam is;

v)  elke andere natuurlijke persoon die door directe of indirecte eigendom of via andere middelen, uiteindelijke zeggenschap over de trust uitoefent;

v)  elke andere natuurlijke persoon die door directe of indirecte eigendom of via andere middelen, uiteindelijke zeggenschap over de trust uitoefent;

 

Wat betreft trusts die middels kenmerken of middels klasse worden aangeduid, dient de trustakte of het desbetreffende document voldoende informatie betreffende de begunstigde te verstrekken zodat eenieder de identiteit van de begunstigde vast kan stellen op het moment van de distributie of wanneer de begunstigde voornemens is gevestigde rechten uit te oefenen."

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?qid=1479387654876&uri=CELEX:32015L0849)

Motivering

Aangezien een trust meer dan één oprichter of protector kan hebben, dient in definities van uiteindelijk begunstigden te worden verwezen naar 'oprichter(s) van de trust' en 'protector(en)', zoals reeds wordt verwezen naar 'trustee(s)' en 'begunstigde(n)'. Anders kan deze ambiguïteit worden uitgebuit om slechts één van mogelijk vele oprichters of protectoren te registreren. In het commentaar van de OESO op de gezamenlijke standaarden voor de automatische uitwisseling van informatie wordt reeds voorgeschreven dat voor alle betrokken partijen het meervoud moet worden gebruikt.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 8 bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 28 – letter c

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(8 bis)  In artikel 28 wordt letter c) vervangen door:

c)  op de effectieve uitvoering van de onder b) bedoelde voorschriften wordt op groepsniveau toezicht uitgeoefend door een bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of van het derde land.

"c)  op de effectieve uitvoering van de onder b) bedoelde voorschriften wordt op groepsniveau toezicht uitgeoefend door een bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst."

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:32015L0849&qid=1479377482666&from=EN)

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter -a (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 30 – lid 4

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-a)  Lid 4 wordt vervangen door:

4.  De lidstaten verlangen dat de in het in lid 3 bedoelde centraal register bijgehouden informatie toereikend, accuraat en actueel is.

"4.  De lidstaten verlangen dat de in het in lid 3 bedoelde centraal register bijgehouden informatie toereikend, accuraat en actueel is. De lidstaten verlangen dat de meldingsplichtige entiteiten gevallen van ontbrekende of onnauwkeurige openbaarmakingen melden."

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:32015L0849&qid=1479377482666&from=EN)

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  in lid 5, onder c), worden de eerste en de tweede alinea geschrapt;

Schrappen

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter a bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 30 – lid 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(a bis)  Lid 5 wordt vervangen door:

5.  De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie over de uiteindelijk begunstigde in alle gevallen toegankelijk is voor:

"5.  De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie over de uiteindelijk begunstigde in alle gevallen toegankelijk is voor:

a)  de bevoegde autoriteiten en de FIE's, zonder enige beperking;

a)  de bevoegde autoriteiten en de FIE's, zonder enige beperking;

b)  de meldingsplichtige entiteiten, in het kader van het cliëntenonderzoek overeenkomstig hoofdstuk II;

b)  de meldingsplichtige entiteiten, in het kader van het cliëntenonderzoek overeenkomstig hoofdstuk II;

c)  alle personen of organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen;

c)  het publiek

De onder c) bedoelde personen of organisaties hebben toegang tot de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat van de uiteindelijk begunstigde, alsmede tot de aard en omvang van het door de uiteindelijk begunstigde gehouden economische belang.

De voor het publiek toegankelijke informatie bestaat ten minste uit de naam, de geboortedatum, de nationaliteit, een bedrijfs- of correspondentieadres en de woonstaat van de uiteindelijk begunstigde alsmede tot de aard en omvang van het door de uiteindelijk begunstigde gehouden economische belang.

Voor de toepassing van dit lid wordt toegang tot de informatie over de uiteindelijk begunstigde verleend overeenkomstig de regels inzake gegevensbescherming en kan verplichte onlineregistratie en betaling van een vergoeding worden verlangd. De vergoeding die voor de verkregen informatie wordt aangerekend, mag de daaraan verbonden administratiekosten niet overschrijden.

Voor de toepassing van dit lid wordt toegang tot de informatie over de uiteindelijk begunstigde verleend overeenkomstig zowel de regels inzake gegevensbescherming als de normen inzake open gegevens."

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?qid=1479387654876&uri=CELEX:32015L0849)

Motivering

De informatie in de registers van uiteindelijk begunstigden moet openbaar toegankelijk zijn in een open gegevensformaat. Door van de lidstaten te eisen dat zij registers opzetten in overeenstemming met de normen inzake open gegevens, wordt voorkomen dat in registers slechts op één parameter kan worden gezocht, zoals de bedrijfsnaam. Bovendien vergemakkelijkt het in enorme mate de interconnectiviteit van registers van de lidstaten die de komende jaren tot stand moet worden gebracht.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 9 – letter c

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 30 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"9.  In uitzonderlijke, in nationaal recht vast te stellen omstandigheden kunnen de lidstaten, indien de in lid 5, onder b), bedoelde toegang voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is, per geval voorzien in een uitzondering op die toegang voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigde.

"9.  In uitzonderlijke, in nationaal recht vast te stellen omstandigheden kunnen de lidstaten, indien de in lid 5, onder b) en c), bedoelde toegang voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt, in het bijzonder wanneer de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is, per geval voorzien in een uitzondering op die toegang voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigde. Uitzonderingen zijn nooit onbegrensd en worden regelmatig opnieuw beoordeeld om misbruik te voorkomen.

 

Indien een uitzondering wordt verleend moet dit duidelijk worden vermeld in het register dat toegankelijk is voor de onder b) en c) genoemde entiteiten.

Krachtens dit lid verleende uitzonderingen zijn niet van toepassing op kredietinstellingen en financiële instellingen, noch op de in artikel 2, lid 1, punt 3), onder b), bedoelde meldingsplichtige entiteiten die openbare ambtenaren zijn.

Krachtens dit lid verleende uitzonderingen zijn niet van toepassing op kredietinstellingen en financiële instellingen, noch op de in artikel 2, lid 1, punt 3), onder b), bedoelde meldingsplichtige entiteiten die openbare ambtenaren zijn.

Motivering

De formulering kan zo worden geïnterpreteerd dat een automatische algehele uitzondering wordt gecreëerd voor alle ondernemingen die ten minste één minderjarige als uiteindelijk begunstigde hebben geregistreerd. De huidige verwijzing naar een risico op fraude zou kunnen worden gebruikt voor de toepassing van een uitzondering uitsluitend gebaseerd op economische verliezen. Wanneer een uitzondering wordt toegestaan, dient dit duidelijk zichtbaar te zijn in het voor het publiek toegankelijke register. Bovendien moeten deze uitzonderingen niet zonder tijdslimiet worden verleend.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 10 – letter a

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"1.  De lidstaten zorgen ervoor dat het onderhavige artikel van toepassing is op trusts en andere soorten juridische constructies met een soortgelijke structuur of functie als trusts, zoals onder meer fiducie, Treuhand of fideicomiso.

"1.  De lidstaten zorgen ervoor dat het onderhavige artikel van toepassing is op trusts en andere soorten juridische constructies met een soortgelijke structuur of functie als trusts, zoals onder meer fiducie, Treuhand, waqf of fideicomiso, en alle bestaande of toekomstige qua structuur of functie soortgelijke juridische constructies.

Elke lidstaat verlangt dat trustees van een express trust die in die lidstaat wordt beheerd, toereikende, accurate en actuele informatie over de uiteindelijk begunstigden van de trust inwinnen en bijhouden. Die informatie omvat de identiteit van:

Lidstaten verlangen dat trustees van een express trust die in die lidstaat wordt opgericht, beheerd, en/of opereert toereikende, accurate en actuele informatie over de uiteindelijk begunstigden van de trust inwinnen en bijhouden. Die informatie omvat de identiteit van:

a)  de oprichter van de trust;

a)  de oprichter(s) van de trust;

b)  de trustee;

b)  de trustee(s);

c)  de protector (zo die er is);

c)  de protector(en) (zo die er is, respectievelijk zijn);"

d)  de begunstigden of klasse van begunstigden, en

d)  de begunstigden of klasse van begunstigden, en en

e)  elke andere natuurlijke persoon die effectief zeggenschap over de trust uitoefent.";

e)  van elke andere natuurlijke persoon die effectief zeggenschap over de trust uitoefent.";

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 10 – letter b

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 3 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"3a.  De in lid 1 bedoelde informatie wordt bijgehouden in een centraal register dat is opgezet door de lidstaat waar de trust wordt beheerd.";

"3 bis.  De in lid 1 bedoelde informatie wordt bijgehouden in een centraal register dat is opgezet door de lidstaat waar de trust wordt opgericht, wordt beheerd of opereert. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de kenmerken van het nationale centrale register.";

Motivering

Alle huidige en toekomstige juridische constructies die vergelijkbaar zijn met trusts moeten worden bestreken. De lidstaten moeten de registratie vereisen van alle trusts die onder hun wetgeving worden beheerd of die door een inwoner van de EU zijn geregistreerd zelfs indien alle andere partijen van de trust en de activa ervan zich niet in de EU bevinden. Op deze manier kunnen de lidstaten waarborgen dat hun wetgeving of inwoners elders in de wereld geen witwaspraktijken of belastingontduiking bevorderen, hetgeen met name van belang is voor ontwikkelingslanden.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 10 – letter d

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 4 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"4 bis.  De in het in lid 3 bis van dit artikel bedoelde register bijgehouden informatie over andere trusts dan die welke worden bedoeld in artikel 7 ter, onder b), van Richtlijn 2009/101/EG is toegankelijk voor elke persoon of organisatie die een legitiem belang kan aantonen.

"4 bis.  De in het in lid 3 bis van dit artikel bedoelde register bijgehouden informatie is publiek beschikbaar in een open gegevensformaat.

De informatie die toegankelijk is voor personen en organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen, bestaat uit de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat van de uiteindelijk begunstigde zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 6, onder b).

De informatie die toegankelijk is voor het publiek bestaat uit de naam, de geboortedatum, de nationaliteit en de woonstaat van de uiteindelijk begunstigde zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 6, onder b), alsook de aard en de omvang van het gehouden financieel belang.

 

De lidstaten zorgen ervoor dat, in uitzonderlijke omstandigheden en onder specifieke in de nationale wetgeving vast te leggen voorwaarden, een oprichter van een trust en/of de trustee de nationale autoriteiten mogen verzoeken deze informatie over de trust of de juridische constructies niet openbaar toegankelijk te maken, teneinde de privacy van kwetsbare begunstigden te beschermen. Indien de nationale autoriteit het verzoek inwilligt wordt een verklaring in het openbare register opgenomen waarin staat dat de beschikbare informatie over de trust of juridische constructie incompleet is. Het is altijd mogelijk dergelijke besluiten aan te vechten.

Motivering

Een opengegevensformaat is van cruciaal belang om het verhullen van de uiteindelijk begunstigden van trusts te voorkomen: het maakt het mogelijk om grote hoeveelheden gegevens te verzamelen en te analyseren om zo beter afwijkingen, patronen, fouten, rode vlaggen enz. op te sporen, alsook om gegevens betreffende uiteindelijk begunstigden te combineren met informatie uit andere relevante gegevensbronnen die belangrijk zijn voor de opsporing van corruptie in de waardeketen, dat wil zeggen contract- en aanbestedingsprocedures.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 10 – letter d

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 4 ter

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 ter.  Bij het aangaan van een nieuwe cliëntrelatie met een trust of een andere juridische constructie waarvan overeenkomstig lid 3 bis informatie over de uiteindelijk begunstigden moet worden geregistreerd, verzamelen de meldingsplichtige entiteiten bewijs van registratie, waar van toepassing.";

4 ter.  Bij het aangaan van een nieuwe cliëntrelatie met een trust of een andere juridische constructie waarvan overeenkomstig lid 3 bis informatie over de uiteindelijk begunstigden moet worden geregistreerd, verzamelen de meldingsplichtige entiteiten bewijs van registratie, waar van toepassing, en melden zij iedere discrepantie die zij bespeuren tussen de in het centrale register opgeslagen informatie over de uiteindelijk begunstigden en de informatie over de uiteindelijk begunstigden die is verzameld als onderdeel van hun procedures inzake cliëntenonderzoek.";

Motivering

Door meldingsplichtige entiteiten te verplichten om discrepanties tussen hun eigen cliëntenonderzoek en de openbare registers van uiteindelijk begunstigden te melden, zouden de gegevens van openbare registers van uiteindelijk begunstigden verbeteren. Er moet tevens worden benadrukt dat meldingsplichtige entiteiten zich niet mogen verlaten op de informatie van de registers van uiteindelijk begunstigden, maar hun eigen onafhankelijk cliëntenonderzoek moeten blijven verrichten zodat zij weten wie hun cliënten zijn.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 10 – letter d bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(d bis)  Lid 5 wordt vervangen door:

5.  De lidstaten verlangen dat de in het in lid 4 bedoelde centraal register bijgehouden informatie toereikend, accuraat en actueel is.

"5.  De lidstaten verlangen dat de in het in lid 4 bedoelde centraal register bijgehouden informatie toereikend, accuraat en actueel is. De lidstaten verlangen dat de meldingsplichtige entiteiten gevallen van ontbrekende of onnauwkeurige openbaarmakingen melden."

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:32015L0849&qid=1479377482666&from=NL)

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 10 – letter e

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 7 bis – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In uitzonderlijke, in nationaal recht vastgestelde omstandigheden kunnen de lidstaten, indien de in de leden 4 en 4 bis bedoelde toegang voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is, per geval voorzien in een uitzondering op die toegang voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigde.

In uitzonderlijke, in nationaal recht vastgestelde omstandigheden kunnen de lidstaten, indien de in de leden 4 en 4 bis bedoelde toegang voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt, in het bijzonder wanneer de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is, per geval voorzien in een uitzondering op die toegang voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigde. Uitzonderingen zijn nooit onbegrensd en worden regelmatig opnieuw beoordeeld.

Motivering

Zie Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter c

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – punt 10 – letter h

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"10.  Voor de toepassing van dit artikel wordt een trust geacht te worden beheerd in elke lidstaat waar de trustees zijn gevestigd."

"10.  Voor de toepassing van dit artikel wordt een trust geacht in een lidstaat te worden opgericht, beheerd of geëxploiteerd indien:

 

a)  hij wordt opgericht overeenkomstig of valt onder het recht van die lidstaat of valt onder het hoogste hof van beroep in het rechtsgebied van die lidstaat; of

 

b)  hij met die lidstaat verbonden is doordat:

 

i)  een of meer van de uiteindelijk begunstigden van de trust, zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 6, onder b), in die lidstaat woont;

 

ii)  hij in die lidstaat onroerend goed bezit;

 

iii)  hij aandelen, stemrechten of eigendomsbelang heeft in een juridische entiteit die in die lidstaat is opgericht; of

 

iv)  hij een bank- of betaalrekening heeft in een kredietinstelling die in deze lidstaat opereert.";

Motivering

Een trust moet worden geregistreerd in alle lidstaten waar hij enige connectie mee heeft.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – punt 1 bis (nieuw)

Richtlijn 2009/101/EG

Artikel 7 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Aan artikel 7 wordt het volgende punt b bis) toegevoegd:

 

"b bis)  het niet openbaar maken van informatie over de uiteindelijke begunstigde als bepaald in artikel 7 ter."

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:32009L0101&rid=1)

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – punt 1 ter (nieuw)

Richtlijn 2009/101/EG

Artikel 7 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  Aan artikel 7 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

 

"De lidstaten zorgen ervoor dat indien verplichtingen voor rechtspersonen gelden, sancties kunnen worden toegepast op personen die op grond van het nationale recht verantwoordelijk zijn voor de inbreuk, inclusief wanneer het leden van het managementorgaan betreft.";

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:32009L0101&rid=1)

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – punt 2

Richtlijn 2009/101/EG

Artikel 7 ter – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De informatie bestaat uit de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat van de uiteindelijk begunstigde alsook de aard en de omvang van het gehouden financieel belang.

De informatie bestaat uit de naam, de geboortedatum, de nationaliteit, de woonstaat en de contactgegevens (zonder vermelding van een thuisadres) van de uiteindelijk begunstigde alsook de aard en de omvang van het gehouden financieel belang.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – punt 2

Richtlijn 2009/101/EG

Artikel 7 ter – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie over de uiteindelijk begunstigden ook publiekelijk beschikbaar wordt gemaakt via het in artikel 4 bis, lid 2, bedoelde systeem van gekoppelde registers.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie over de uiteindelijk begunstigden ook publiekelijk beschikbaar wordt gemaakt via het in artikel 4 bis, lid 2, bedoelde systeem van gekoppelde registers, overeenkomstig zowel de regels inzake gegevensbescherming als de normen inzake open gegevens, en na online registratie.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – punt 2

Richtlijn 2009/101/EG

Artikel 7 ter – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten kunnen voorzien in een uitzondering op de verplichte openbaarmaking voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigden, die kan worden toegepast in uitzonderlijke, in nationaal recht vastgestelde omstandigheden, namelijk namelijk indien de toegang tot de in lid 1 bedoelde informatie voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is.

4.  De lidstaten kunnen voorzien in een uitzondering op de verplichte openbaarmaking voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigden, die kan worden toegepast in uitzonderlijke, in nationaal recht vastgestelde omstandigheden, namelijk indien de toegang tot de in lid 1 bedoelde informatie voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is. Uitzonderingen zijn nooit onbegrensd en worden regelmatig opnieuw beoordeeld om misbruik te voorkomen. Indien een uitzondering wordt verleend moet dit duidelijk worden vermeld in het register dat toegankelijk is voor de onder b) en c) van artikel 30, lid 5, van Richtlijn 2015/849 genoemde entiteiten.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – punt 2

Richtlijn 2009/101/EG

Artikel 7 ter – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  De lidstaten vereisen van de bevoegde autoriteiten dat zij effectief controleren of de in dit artikel gestelde eisen worden nageleefd en de nodige maatregelen nemen om die naleving te waarborgen. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten over adequate bevoegdheden beschikken, met inbegrip van de bevoegdheid om het verstrekken van elke informatie die van belang is voor het toezicht op de naleving en het uitvoeren van controles af te dwingen, en over toereikende financiële, personele en technische middelen om hun taken te vervullen. De lidstaten zorgen ervoor dat het personeel van die autoriteiten hoge professionele normen, daaronder begrepen normen inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming, handhaaft, zeer integer is en over de nodige vaardigheden beschikt.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Document- en procedurenummers

COM(2016)0450 – C8-0265/2016 – 2016/0208(COD)

Commissies ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

12.9.2016

LIBE

12.9.2016

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

DEVE

12.9.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Elly Schlein

21.10.2016

Artikel 55 - Gezamenlijke commissievergaderingen

       Datum bekendmaking

       

       

6.10.2016

Behandeling in de commissie

7.11.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

29.11.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Ignazio Corrao, Nirj Deva, Raymond Finch, Doru-Claudian Frunzulică, Charles Goerens, Enrique Guerrero Salom, Maria Heubuch, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Linda McAvan, Norbert Neuser, Eleni Theocharous, Paavo Väyrynen, Bogdan Brunon Wenta, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marina Albiol Guzmán, Seb Dance, Ádám Kósa, Adam Szejnfeld, Patrizia Toia

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Xabier Benito Ziluaga, Dariusz Rosati, Jarosław Wałęsa


ADVIES van de Commissie internationale handel (8.12.2016)

aan de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijn 2009/101/EG

(COM(2016)0450 – C8-0265/2016 – 2016/0208(COD))

Rapporteur voor advies: Emmanuel Maurel

AMENDEMENTEN

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken en Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Beleidsmaatregelen en acties op andere relevante bevoegdheidsgebieden van de Unie, bijvoorbeeld internationale handel en ontwikkelingssamenwerking, moeten, waar mogelijk, worden gebruikt ter aanvulling op de inspanningen om witwaspraktijken en financiering van terrorisme via het financiële stelsel te bestrijden. Dergelijke beleidsmaatregelen en acties moeten andere beleidsdoelstellingen van de Unie aanvullen en niet ondermijnen.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Het witwassen van geld en belastingontduiking vinden steeds vaker plaats via handelstransacties, door de prijs, de hoeveelheid of de kwaliteit te manipuleren. Aangezien financiële en fiscale transparantie topprioriteiten zijn van het handelsbeleid van de Unie, mogen in de Unie geen handelsprivileges worden toegekend aan landen die witwassen en belastingontduiking tolereren.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 ter)  In overeenstemming met de strategie "Handel voor iedereen" moeten aanvullende doeltreffende maatregelen worden genomen op het gebied van handel in diensten, om te voorkomen dat deze wordt gebruikt voor illegale geldstromen, rekening houdende met het feit dat het risico op witwassen toeneemt door de vrijhandel in goederen en diensten met ontwikkelingslanden en dat de handel in diensten tussen de Unie en belastingparadijzen zes keer zo groot is als die met vergelijkbare landen, terwijl er geen sprake is van dergelijke verschillen bij de handel in goederen.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 quater)  Binnen een jaar vanaf de inwerkingtreding van deze richtlijn moet de Commissie de lidstaten voorzien van een verslag over mogelijke mazen in de hoofdstukken over financiële diensten en vestiging in EU-handelsovereenkomsten met derde landen die al van kracht zijn, in het bijzonder de definitie van investering en vestiging, reikwijdte en tijdslimieten van prudentiële uitzonderingsbepalingen, of er al dan niet plafonds bestaan voor geldoverdracht tussen de partijen van de handelsovereenkomsten, de voor deze overdracht toegestane valuta, de bevestiging van het bankgeheim en het bestaan van bepalingen inzake gegevensuitwisseling.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 quinquies)  De liberalisering van financiële diensten moet worden onderworpen aan beter toezicht en analyses vooraf door de bevoegde autoriteiten. Wat de exponentiële financiële innovatie betreft, moet de opname van financiële diensten in handelsovereenkomsten en -partnerschappen van de Unie gebaseerd zijn op positieve lijsten.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 sexies)  De hoofdstukken over financiële diensten en vestiging in toekomstige handelsovereenkomsten moeten enge definities van investeringen bevatten, om producten waarbij het risico op de aanwezigheid van zwart geld hoog is, uit te sluiten; voorzien in de instelling van openbare registers waarin uiteindelijk begunstigden worden vermeld van ondernemingen, trusts en vergelijkbare juridische constructies die zijn opgericht, beheerd of geëxploiteerd op de grondgebieden die deel uitmaken van de handelsovereenkomst; regelingen bevatten over samenwerking bij het toezicht op geldstromen en opheffing van het bankgeheim, in overeenstemming met regels inzake gegevensbescherming en normen inzake open gegevens; de reikwijdte en de tijdslimieten voor prudentiële uitzonderingsbepalingen uitbreiden buiten "onevenwichtigheid van betalingsbehoeften", en toezeggingen "naar best vermogen" vervangen door dwingende bepalingen.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(37 bis)  De voornaamste transparantienormen moeten bindend zijn en als leidraad dienen bij de onderhandelingen en heronderhandelingen over handelsovereenkomsten en -partnerschappen van de Unie. Handelspartners zouden de door handelsovereenkomsten met de Unie toegekende privileges moeten verliezen bij niet-nakoming van de desbetreffende internationale normen, zoals de gezamenlijke rapportagestandaard van de OESO, het actieplan inzake grondslaguitholling en winstverschuiving van de OESO, het centrale register van uiteindelijk begunstigden en de aanbevelingen van de FATF. In het kader van de uitvoering van het actieplan inzake de grondslaguitholling en winstverschuiving van de OESO is de volledige toepassing van het systeem voor verslaglegging per land voor multinationals van essentieel belang.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(37 ter) Duurzaamheidseffectbeoordelingen van handel moeten precieze informatie bevatten over de prestaties van het respectieve derde land of de respectieve derde landen op dit gebied, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van de relevante wetgeving. Uitgebreide bepalingen betreffende goed bestuur moeten een belangrijke plaats krijgen in bilaterale overeenkomsten met derde landen, evenals de verstrekking van technische steun aan deze landen, ook wanneer deze bepalingen niet bindend zijn.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(37 quater)  Bij bestaande handelsovereenkomsten met ontwikkelingslanden of bij onderhandelingen hierover, moeten als onderdeel van de overeenkomst voldoende middelen worden gereserveerd voor het creëren van technische, menselijke en institutionele capaciteit om aan bovengenoemde vereisten te kunnen voldoen. Jaarverslagen over de uitvoering van de door de Unie gesloten handelsovereenkomst met derde landen moeten een speciale sectie bevatten over financiële diensten en vestiging, evenals verifieerbare informatie over de naleving van bovengenoemde vereisten.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Richtlijn 2015/849/EU

Artikel 2 – lid 1 – punt 3 – letter e

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1)  Artikel 2, lid 1, punt 3, letter e), wordt vervangen door:

(e)  andere personen die handelen in goederen, doch voor zover er contante betalingen worden gedaan of ontvangen voor een bedrag van 10 000 EUR of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;"

(e)  andere personen die handelen in goederen of diensten, doch voor zover er contante betalingen worden gedaan of ontvangen voor een bedrag van 10 000 EUR of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;"

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:32015L0849&from=IT)

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Richtlijn 2015/849/EU

Artikel 11 – letter c

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(2 bis)  Artikel 11, letter c), wordt vervangen door:

(c)  in het geval van personen die in goederen handelen, wanneer zij occasionele transacties in contanten ten bedrage van 10 000 EUR of meer verrichten, ongeacht of de transactie in één verrichting plaatsvindt dan wel in verscheidene verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;

(c)  in het geval van personen die in goederen of diensten handelen, wanneer zij occasionele transacties in contanten ten bedrage van 10 000 EUR of meer verrichten, ongeacht of de transactie in één verrichting plaatsvindt dan wel in verscheidene verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;"

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:32015L0849&from=IT)

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 18 bis – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Met betrekking tot transacties waarbij derde landen met een hoog risico zijn betrokken, vereisen de lidstaten dat ten aanzien van natuurlijke personen of juridische entiteiten in de derde landen die door de Commissie overeenkomstig artikel 9, lid 2, als derde landen met een hoog risico zijn aangemerkt, meldingsplichtige entiteiten ten minste de volgende verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen:

1.  Met betrekking tot transacties, met inbegrip van handelstransacties, waarbij derde landen met een hoog risico zijn betrokken, vereisen de lidstaten dat ten aanzien van natuurlijke personen of juridische entiteiten in de derde landen die door de Commissie overeenkomstig artikel 9, lid 2, als derde landen met een hoog risico zijn aangemerkt, meldingsplichtige entiteiten ten minste de volgende verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen:

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Document- en procedurenummers

COM(2016)0450 – C8-0265/2016 – 2016/0208(COD)

Commissies ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

12.9.2016

LIBE

12.9.2016

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

INTA

12.9.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Emmanuel Maurel

12.10.2016

Artikel 55 - Gezamenlijke commissievergaderingen

       Datum bekendmaking

       

       

6.10.2016

Behandeling in de commissie

29.11.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

5.12.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

4

7

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laima Liucija Andrikienė, Maria Arena, Tiziana Beghin, Karoline Graswander-Hainz, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, Marine Le Pen, David Martin, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Joachim Starbatty

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Bendt Bendtsen, Reimer Böge, Klaus Buchner, Edouard Ferrand, Agnes Jongerius, Sander Loones

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Mairead McGuinness, Molly Scott Cato, Ramón Luis Valcárcel Siso


ADVIES van de Commissie juridische zaken (18.1.2017)

aan de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijn 2009/101/EG

(COM(2016)0450 – C8-0265/2016 – 2016/0208(COD))

Rapporteur voor advies: Kostas Chrysogonos

BEKNOPTE MOTIVERING

I. Inleiding

Doel van het voorstel is de wijziging van twee onderdelen van recente EU-wetgeving betreffende financiële controles en transparantie om het witwassen van geld en terrorismefinanciering via lacunes in de financiële controles beter tegen te gaan(1).

In deze context zijn de volgende vijf hoofdproblemen geïdentificeerd: 1. verdachte transacties waarbij derde landen met een hoog risico zijn betrokken, worden niet doeltreffend gemonitord wegens onduidelijke en ongecoördineerde vereisten inzake cliëntenonderzoek; 2. verdachte transacties van virtuele valuta worden niet voldoende gemonitord door de autoriteiten, die niet in staat zijn de transacties te koppelen aan geïdentificeerde personen; 3. de bestaande maatregelen ter beperking van de risico's op het witwassen van geld en terrorismefinanciering waarmee anonieme prepaidinstrumenten gepaard gaan, volstaan niet; 4. financiële-inlichtingeneenheden (FIE's) hebben niet tijdig toegang tot – en uitwisseling van – informatie die in het bezit is van meldingsplichtige entiteiten; 5. FIE's hebben geen of vertraagde toegang tot informatie over de identiteit van houders van bank- en betaalrekeningen(2).

Het is in dit verband dan ook belangrijk om het juiste evenwicht te vinden tussen de invoering van toereikende controles om financiële criminaliteit en terrorismefinanciering daadwerkelijk tegen te gaan en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de grondrechten. De in omvang steeds groter wordende schade als gevolg van zowel financiële onregelmatigheden als terroristische activiteiten in de afgelopen jaren, heeft een verschuiving teweeggebracht in deze balans, aangezien strengere maatregelen vereist zijn om de samenleving als geheel te beschermen. Het gaat dus om een evenwicht tussen deze belangen, die tot op zekere hoogte met elkaar in conflict kunnen komen, én om evenredigheid.

II. Regeling voor virtuele valuta

Virtuele valuta zijn weliswaar thans nog een marginaal verschijnsel, maar het is heel goed mogelijk dat het belang ervan aanzienlijk zal toenemen. Tegelijkertijd is het duidelijk dat zij kunnen worden misbruikt voor criminele doeleinden. De Commissie stelt dan ook voor wisselplatforms voor virtuele valuta en aanbieders van bewaarportemonnees dezelfde rapportageverplichtingen op te leggen als de traditionele financiële dienstverleners. In het kader hiervan moeten nationale financiële inlichtingeneenheden (FIE's) in staat zijn virtuelevaluta-adressen te koppelen aan de identiteit van de eigenaar van het virtuele geld.

De rapporteur is het weliswaar eens met deze maatregel, maar is het ook eens met de Europese Centrale Bank die stelt dat deze rapportageverplichting niet in die zin moet worden geformuleerd dat deze zou kunnen worden geïnterpreteerd als zijnde een vrijbrief voor virtuele valuta.

III. Beperking van de anonimiteit van prepaidkaarten

Anonieme prepaidkaarten kunnen een nuttig betaalmiddel zijn, met name in geval van betrekkelijk kleine bedragen. Zij kunnen echter ook worden gebruikt voor frauduleuze doeleinden(3). De Commissie stelt voor de drempel voor betalingen met zulke kaarten zonder stelselmatig cliëntenonderzoek te verlagen en de vrijstelling van cliëntenonderzoek voor het online gebruik van prepaidkaarten op te heffen.

Uw rapporteur is het ermee eens dat er een wat strengere controle op die kaarten moet komen, doch is van oordeel dat de restricties niet zó ver moeten gaan dat deze kaarten in de praktijk onbruikbaar worden. Voorts is hij van oordeel dat nader onderzoek moet worden gedaan naar de impact van de voorgestelde maatregelen op het concurrentievermogen en met name op KMO’s die actief zijn op het gebied van prepaidinstrumenten en virtuele valuta.

IV. Bevoegdheden van FIE’s voor wat betreft toegang tot informatie

Met het voorstel van de Commissie worden de bevoegdheden van de FIE’s van de lidstaten om informatie op te vragen bij financiële instellingen uitgebreid. Momenteel kunnen FIE’s alleen informatie opvragen, wanneer de financiële instelling in kwestie hen heeft geattendeerd op een verdachte transactie. Het voorstel maakt het FIE’s dan ook mogelijk om motu proprio informatie op te vragen. In de lidstaten dienen ook centrale registers van de houders van bankrekeningen te worden opgezet.

Uw rapporteur is van oordeel dat de beperkingen voor wat betreft de financiële geheimhouding onder de huidige omstandigheden terecht zijn. De grondrechten van alle partijen moeten zonder meer ten volle in acht worden genomen.

V. Gemeenschappelijke EU-benadering van derde landen met een hoog risico

De EU heeft momenteel een redelijk korte gemeenschappelijke lijst van derde landen met een hoog risico, waarvoor speciale aandacht voor wat betreft financiële acties op zijn plaats is. Het voorstel stelt gemeenschappelijke normen vast voor de behandeling van financiële transacties van en naar die jurisdicties.

De rapporteur is van oordeel dat zo’n gemeenschappelijke aanpak noodzakelijk is.

VI. Toegang tot informatie over uiteindelijk begunstigden

Een van de belangrijkste aspecten van het voorstel betreft de zwaardere verplichtingen om opgave te doen van en toegang te verstrekken tot informatie over de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen, trusts en andere soorten juridische constructies. Onlangs is uit tal van financiële en politieke schandalen gebleken dat zulke regelingen een manier kunnen zijn om belastingen te ontduiken of adequate supervisie op financiële aangelegenheden onmogelijk te maken. Met het voorstel wordt beoogd het publiek toegang te geven tot een meer alomvattend register met gegevens over de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen en trusts in plaats van alleen maar bepaalde instanties. Voorts worden de voorschriften betreffende de plaats van registratie van trusts ook verduidelijkt.

Uw rapporteur is van oordeel dat deze grotere transparantie van cruciaal belang is om ervoor te zorgen dat het vertrouwen van het publiek in het financiële stelsel behouden blijft. Het is met name van belang dat de drempel voor de opgave van een financieel belang laag genoeg is; met het voorstel van de Commissie om deze van 25 naar 10% te verlagen kan dan ook worden ingestemd.

VII. Conclusie

Uw rapporteur is van oordeel dat dit voorstel op het juiste moment komt, aangezien hiermee het rechtskader van de Unie om het witwassen van geld en terrorismefinanciering tegen te gaan, wordt versterkt. Het voorstel van de Commissie kan in grote lijnen worden goedgekeurd, evenwel met enkele amendementen om de strijd tegen het witwassen van geld en terrorismebestrijding verder op te voeren en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de grondrechten in deze context in acht worden genomen.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken en Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement   1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad24 vormt het belangrijkste rechtsinstrument ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel van de Unie voor het witwassen van geld en terrorismefinanciering. Die richtlijn, die uiterlijk op 26 juni 2017 moet worden omgezet, stelt een uitgebreid kader vast om het verzamelen van gelden of voorwerpen voor terroristische doeleinden aan te pakken door de lidstaten ertoe te verplichten de risico's in verband met het witwassen van geld en terrorismefinanciering te identificeren, inzichtelijk te maken en te beperken.

(1)  Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad24 vormt het belangrijkste rechtsinstrument ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel van de Unie voor het witwassen van geld en terrorismefinanciering. Die richtlijn, die uiterlijk op 26 juni 2017 moet worden omgezet, stelt een geactualiseerd, transparant, efficiënt en uitgebreid rechtskader vast om het verzamelen van gelden of voorwerpen voor terroristische doeleinden aan te pakken door de lidstaten ertoe te verplichten de risico's in verband met het witwassen van geld en terrorismefinanciering te identificeren, inzichtelijk te maken, te beperken en te voorkomen.

_________________

_________________

24 Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

24 Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).

Amendement     2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Recente terroristische aanslagen hebben nieuwe opkomende trends aan het licht gebracht, met name met betrekking tot de wijze waarop terroristische groeperingen hun operaties financieren en uitvoeren. Bepaalde moderne technologische diensten worden almaar populairder als alternatieve financiële systemen en blijven buiten het toepassingsgebied van de wetgeving van de Unie of vallen onder vrijstellingen die niet langer kunnen worden gerechtvaardigd. Om gelijke tred te houden met de zich wijzigende trends, moeten verdere maatregelen ter verbetering van het bestaande preventieve kader worden genomen.

(2)  Recente terroristische aanslagen hebben nieuwe opkomende trends aan het licht gebracht, met name met betrekking tot de wijze waarop terroristische groeperingen hun operaties financieren en uitvoeren. Bepaalde moderne technologische diensten worden almaar populairder als alternatieve financiële systemen en blijven buiten het toepassingsgebied van de wetgeving van de Unie of vallen onder vrijstellingen die niet langer kunnen worden gerechtvaardigd. Om gelijke tred te houden met de zich wijzigende trends, moeten verdere maatregelen genomen worden voor meer transparantie van financiële transacties en vennootschapsrechtelijke entiteiten in het kader van het geldende preventieve juridische kader in de Unie, teneinde het bestaande preventieve kader te verbeteren en de financiering van terrorisme effectiever tegen te gaan.

Amendement     3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  De doelstellingen van Richtlijn (EU) 2015/849 moeten worden nagestreefd en wijzigingen van die richtlijn moeten in overeenstemming zijn met de lopende maatregelen van de Unie op het gebied van de strijd tegen terrorisme en terrorismefinanciering. In de Europese veiligheidsagenda25 is gewezen op de noodzaak van maatregelen om terrorismefinanciering op een doeltreffender en uitvoeriger wijze aan te pakken en benadrukt dat infiltratie van de financiële markten terrorismefinanciering mogelijk maakt. Ook in de conclusies van de Europese Raad van 17 en 18 december 2015 is de noodzaak onderstreept om spoedig op alle gebieden verdere actie te ondernemen tegen terrorismefinanciering.

(3)  De doelstellingen van Richtlijn (EU) 2015/849 moeten worden nagestreefd en wijzigingen van die richtlijn moeten in overeenstemming zijn met de lopende maatregelen van de Unie op het gebied van de strijd tegen terrorisme en terrorismefinanciering; daarbij moeten evenwel de fundamentele rechten en beginselen zoals vervat in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in acht genomen en het evenredigheidsbeginsel nageleefd en toegepast worden. In de Europese veiligheidsagenda25 is de verbetering van het rechtskader van de EU voor het aanpakken van terrorisme als een prioriteit geïdentificeerd en is gewezen op de noodzaak van maatregelen om terrorismefinanciering op een doeltreffender en uitvoeriger wijze aan te pakken en benadrukt dat infiltratie van de financiële markten terrorismefinanciering mogelijk maakt. Ook in de conclusies van de Europese Raad van 17 en 18 december 2015 is de noodzaak onderstreept om spoedig op alle gebieden verdere actie te ondernemen tegen terrorismefinanciering.

_________________

_________________

25 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: "De Europese veiligheidsagenda", COM(2015) 185 final.

25 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: "De Europese veiligheidsagenda", COM(2015) 185 final.

Amendement     4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  De maatregelen van de Unie moeten ook de ontwikkelingen en de op internationaal niveau aangegane verbintenissen weerspiegelen. In Resolutie 2199 (2015) van de VN-Veiligheidsraad worden de staten opgeroepen te voorkomen dat terroristische groeperingen toegang krijgen tot internationale financiële instellingen.

(5)  De maatregelen van de Unie moeten ook de ontwikkelingen en de op internationaal niveau aangegane verbintenissen weerspiegelen. In Resolutie 2199 (2015) en Resolutie 2253 (2015) van de VN-Veiligheidsraad worden de staten opgeroepen te voorkomen dat terroristische groeperingen toegang krijgen tot internationale financiële instellingen.

Amendement     5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Aanbieders van diensten voor het wisselen van virtuele valuta en fiduciaire valuta (d.w.z. munten die als wettig betaalmiddel zijn erkend) alsook aanbieders van bewaarportemonnees voor virtuele valuta zijn niet verplicht verdachte activiteiten als zodanig te identificeren. Terroristische groeperingen zijn daardoor in staat geld door te sluizen naar het financiële stelsel van de Unie of binnen virtuelevalutanetwerken door overmakingen te verbergen of door de zekere mate van anonimiteit die zij op deze platforms genieten. Het is dan ook van essentieel belang het toepassingsgebied van Richtlijn (EU) 2015/849 te verruimen tot platforms voor het wisselen van virtuele valuta en aanbieders van bewaarportemonnees. Bevoegde autoriteiten moeten in staat zijn het gebruik van virtuele valuta te monitoren. Dit zou een evenwichtige en proportionele aanpak opleveren, waardoor de technologische vooruitgang en de hoge mate van transparantie worden gevrijwaard die zijn verwezenlijkt op het gebied van alternatieve financiën en sociaal ondernemerschap.

(6)  Aanbieders van diensten voor het wisselen van virtuele valuta en fiduciaire valuta (d.w.z. munten die als wettig betaalmiddel zijn erkend) alsook aanbieders van bewaarportemonnees voor virtuele valuta, uitgevers, beheerders, intermediairs en distributeurs van virtuele valuta en beheerders en aanbieders van systemen voor online betalingen zijn niet verplicht verdachte activiteiten als zodanig te identificeren. Terroristische groeperingen zijn daardoor in staat geld door te sluizen naar het financiële stelsel van de Unie of binnen virtuelevalutanetwerken door overmakingen te verbergen of door de zekere mate van anonimiteit die zij op deze platforms genieten. Het is dan ook van essentieel belang het toepassingsgebied van Richtlijn (EU) 2015/849 te verruimen tot platforms voor het wisselen van virtuele valuta, aanbieders van bewaarportemonnees, alsook tot uitgevers, beheerders, intermediairs en distributeurs van virtuele valuta en beheerders en aanbieders van systemen voor online betalingen. Bevoegde autoriteiten moeten in staat zijn het gebruik van virtuele valuta te monitoren teneinde verdachte activiteiten op te sporen. Dit zou een evenwichtige en proportionele aanpak opleveren, waardoor de innoverende technologische vooruitgang dankzij deze valuta, alsook de hoge mate van transparantie die is verwezenlijkt op het gebied van alternatieve financiën en sociaal ondernemerschap, worden gevrijwaard.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De geloofwaardigheid van virtuele valuta zal niet toenemen als zij worden gebruikt voor criminele doeleinden. In deze context zal anonimiteit veeleer een obstakel dan een troef worden voor de opkomst van virtuele valuta en de verspreiding van de mogelijke voordelen ervan. De opneming van wisselplatforms voor virtuele valuta en aanbieders van bewaarportemonnees zal de problematiek van anonimiteit die verbonden is aan transacties van virtuele valuta niet volledig oplossen, aangezien een groot deel van de omgeving voor virtuele valuta anoniem zal blijven, omdat gebruikers ook transacties kunnen verrichten zonder wisselplatforms of aanbieders van bewaarportemonnees. Om de aan de anonimiteit verbonden risico's te bestrijden, moeten nationale financiële inlichtingeneenheden (FIE's) in staat zijn virtuelevaluta-adressen te koppelen aan de identiteit van de eigenaar van de virtuele valuta. Bovendien zou de mogelijkheid om gebruikers in staat te stellen zich op vrijwillige basis zelf bekend te maken aan aangewezen autoriteiten, verder moeten worden onderzocht.

(7)  Om de aan de anonimiteit verbonden risico's te bestrijden, mogen virtuele valuta niet anoniem zijn en moeten nationale financiële inlichtingeneenheden (FIE's) in staat virtuelevaluta-adressen te koppelen aan de identiteit van de eigenaar van de virtuele valuta.

(Zie het advies van de Europese Centrale Bank van 12 oktober 2016 – CON/2016/49)

Motivering

Het is weliswaar wenselijk om regels vast te stellen om het gebruik van virtuele valuta voor het witwassen van geld tegen te gaan, doch de Europese Unie hoeft dat niet per se op een manier te doen waarmee het gebruik van dat soort valuta wordt gestimuleerd.

Amendement     7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Prepaidkaarten voor algemeen gebruik hebben legitieme toepassingen en vormen een instrument dat bijdraagt aan financiële inclusie. Anonieme prepaidkaarten kunnen echter gemakkelijk worden gebruikt voor het financieren van terroristische aanslagen en terroristische logistiek. Het is daarom van essentieel belang terroristen dit middel voor het financieren van hun operaties te ontnemen, door een verdere verlaging van de limieten en maximale bedragen waaronder het meldingsplichtige autoriteiten is toegestaan af te zien van de toepassing van bepaalde bij Richtlijn (EU) 2015/849 vastgestelde cliëntenonderzoeksmaatregelen. Derhalve is het essentieel om, met inachtneming van de behoeften van de consumenten op het gebied van het gebruik van prepaidinstrumenten, en zonder het gebruik van zulke instrumenten ter bevordering van de sociale en financiële inclusie in de weg te staan, de bestaande drempels voor anonieme prepaidkaarten voor algemeen gebruik te verlagen en de vrijstelling van cliëntenonderzoeksmaatregelen voor het online gebruik ervan op te heffen.

(11)  Prepaidkaarten voor algemeen gebruik, die geacht worden een maatschappelijke waarde te hebben, hebben legitieme toepassingen en vormen een toegankelijk instrument dat bijdraagt aan financiële inclusie. Anonieme prepaidkaarten kunnen echter gemakkelijk worden gebruikt voor het financieren van terroristische aanslagen en terroristische logistiek. Het is daarom van essentieel belang terroristen dit middel voor het financieren van hun operaties te ontnemen, door een verdere verlaging van de limieten en maximale bedragen waaronder het meldingsplichtige autoriteiten is toegestaan af te zien van de toepassing van bepaalde bij Richtlijn (EU) 2015/849 vastgestelde cliëntenonderzoeksmaatregelen. Derhalve is het essentieel om, met inachtneming van de behoeften van de consumenten op het gebied van het gebruik van prepaidinstrumenten voor legitieme doeleinden, en zonder het gebruik van zulke instrumenten ter bevordering van de sociale en financiële inclusie in de weg te staan, de bestaande drempels voor anonieme prepaidkaarten voor algemeen gebruik te verlagen.

Amendement     8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  FIE's spelen een belangrijke rol bij de identificatie van de, met name grensoverschrijdende, financiële operaties van terroristische netwerken en bij het opsporen van hun geldschieters. Wegens een gebrek aan prescriptieve internationale normen blijven FIE's aanzienlijke verschillen vertonen qua taken en bevoegdheden. Deze verschillen mogen evenwel geen afbreuk doen aan de activiteit van een FIE, met name aan haar capaciteit om preventieve analysen te ontwikkelen ter ondersteuning van alle autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor inlichtingen-, recherche- en gerechtelijke activiteiten en internationale samenwerking. FIE's moeten toegang hebben tot informatie en deze ongehinderd kunnen uitwisselen, onder meer via passende samenwerking met rechtshandhavingsautoriteiten. Bij elk vermoeden van criminaliteit en, met name, bij het vermoeden van terrorismefinanciering, moet informatie direct en zonder onnodige vertragingen worden uitgewisseld. Daarom is het van essentieel belang de doeltreffendheid en doelmatigheid van FIE's te verbeteren door de bevoegdheden van en de samenwerking tussen FIE's te verbeteren.

(13)  Financiële-inlichtingeneenheden (FIE's) helpen, als een gedecentraliseerd en gesofisticeerd netwerk, de lidstaten om beter samen te werken. FIE's spelen een belangrijke rol bij de identificatie van de, met name grensoverschrijdende, financiële operaties van terroristische netwerken en bij het opsporen van hun geldschieters. Wegens een gebrek aan prescriptieve internationale normen blijven FIE's aanzienlijke verschillen vertonen qua taken en bevoegdheden. Deze verschillen mogen evenwel geen afbreuk doen aan de activiteit van een FIE, met name aan haar capaciteit om preventieve analysen te ontwikkelen ter ondersteuning van alle autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor inlichtingen-, recherche- en gerechtelijke activiteiten en internationale samenwerking. FIE's moeten toegang hebben tot informatie en deze ongehinderd kunnen uitwisselen, onder meer via passende samenwerking met rechtshandhavingsautoriteiten. Bij elk vermoeden van criminaliteit en, met name, bij het vermoeden van terrorismefinanciering, moet informatie direct en zonder onnodige vertragingen worden uitgewisseld. Daarom is het van essentieel belang de doeltreffendheid en doelmatigheid van FIE's te verbeteren door de bevoegdheden van en de samenwerking tussen FIE's te verbeteren.

Amendement     9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  De oprichting van een Europese FIE die de FIE's van de lidstaten bijstaat en ondersteunt bij hun taken zou een efficiënte en kosteneffectieve manier zijn om ervoor te zorgen dat meldingen van witwaspraktijken en terrorismefinanciering op de interne markt in ontvangst worden genomen, geanalyseerd en verspreid.

Amendement     10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  FIE's moeten in staat zijn van elke meldingsplichtige entiteit alle informatie te verkrijgen die verband houdt met hun taken. Onbelemmerde toegang tot informatie is essentieel om te waarborgen dat geldstromen naar behoren kunnen worden getraceerd en illegale netwerken en stromen in een vroeg stadium kunnen worden opgespoord. Wanneer FIE's vanwege een vermoeden van witwaspraktijken aanvullende informatie nodig hebben van meldingsplichtige entiteiten, kan een dergelijk vermoeden het gevolg zijn van een eerdere melding van een verdachte transactie die aan de FIE is gedaan, maar ook van andere zaken, zoals eigen onderzoek van de FIE, door de bevoegde autoriteiten verstrekte of informatie van een andere FIE. FIE's moeten daarom in staat zijn informatie te verkrijgen van elke meldingsplichtige entiteit, ook zonder dat een eerdere melding is gedaan door die specifieke meldingsplichtige entiteit. Een FIE moet ook in staat zijn zulke informatie te verkrijgen op verzoek van een andere FIE van de Unie en de informatie uit te wisselen met de verzoekende FIE.

(14)  FIE's moeten in staat zijn van elke meldingsplichtige entiteit alle informatie te verkrijgen die verband houdt met hun taken. Onbelemmerde toegang tot informatie is essentieel om te waarborgen dat geldstromen naar behoren kunnen worden getraceerd en illegale netwerken en stromen in een vroeg stadium kunnen worden opgespoord. Wanneer FIE's vanwege een vermoeden van witwaspraktijken aanvullende informatie nodig hebben van meldingsplichtige entiteiten, kan een dergelijk vermoeden het gevolg zijn van een eerdere melding van een verdachte transactie die aan de FIE is gedaan, maar ook van andere zaken, zoals eigen onderzoek van de FIE, door de bevoegde autoriteiten verstrekte of informatie van een andere FIE. FIE's moeten daarom in staat zijn de financiële, administratieve en rechtshandhavingsinformatie die zij nodig hebben om hun taken naar behoren uit te voeren te verkrijgen van elke meldingsplichtige entiteit, ook zonder dat een eerdere melding is gedaan door die specifieke meldingsplichtige entiteit. Een FIE moet ook in staat zijn zulke informatie te verkrijgen op verzoek van een andere FIE van de Unie en de informatie uit te wisselen met de verzoekende FIE.

Amendement     11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Vertraagde toegang tot informatie over de identiteit van houders van bank- en betaalrekeningen door FIE's en andere bevoegde autoriteiten belemmert de opsporing van terrorismegerelateerde overmakingen. Nationale gegevens die de identificatie mogelijk maken van bank- en betaalrekeningen die aan één persoon toebehoren, zijn versnipperd en daarom niet tijdig toegankelijk voor FIE's en andere bevoegde autoriteiten. Het is daarom van essentieel belang in alle lidstaten gecentraliseerde automatische mechanismen op te zetten, zoals een register of een systeem voor gegevensontsluiting, waarmee op doeltreffende wijze tijdig toegang tot informatie over de identiteit van de houders van bank- en betaalrekeningen, hun volmachthouders, en hun uiteindelijk begunstigden kan worden verkregen.

(15)  Vertraagde toegang door FIE's en andere bevoegde autoriteiten tot informatie over de identiteit van houders van bank- en betaalrekeningen, alsook van kluizen (met name anonieme), belemmert de opsporing van terrorismegerelateerde overmakingen. Nationale gegevens die de identificatie mogelijk maken van bank- en betaalrekeningen en kluizen die aan één persoon toebehoren, zijn versnipperd en daarom niet tijdig toegankelijk voor FIE's en andere bevoegde autoriteiten. Het is daarom van essentieel belang in alle lidstaten gecentraliseerde automatische mechanismen op te zetten, zoals een register of een systeem voor gegevensontsluiting, waarmee op doeltreffende wijze tijdig toegang tot informatie over de identiteit van de houders van bank- en betaalrekeningen en kluizen, hun volmachthouders en hun uiteindelijk begunstigden kan worden verkregen.

Amendement     12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens moet in zulke registers het minimum aan informatie worden opgeslagen dat nodig is voor het uitvoeren van antiwitwasonderzoeken. De betrokkenen moeten ervan in kennis worden gesteld dat hun gegevens worden geregistreerd en toegankelijk zijn voor FIE's, en er moet hun een contactpunt worden aangeboden om hun rechten van toegang en rectificatie uit te oefenen. Bij de omzetting van deze bepalingen moeten de lidstaten voor de registratie van persoonsgegevens in registers maximale bewaringstermijnen vaststellen (waarvan de duur afdoende wordt gemotiveerd) en bepalen dat deze informatie moeten worden vernietigd zodra zij niet meer nodig is voor het opgegeven doel. Toegang tot de registers en gegevensbanken moet worden beperkt op een "need-to-know"-basis.

(16)  Met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens moet in zulke registers het minimum aan informatie worden opgeslagen dat nodig is voor het uitvoeren van antiwitwasonderzoeken of onderzoeken naar de financiering van terrorisme. De betrokkenen moeten ervan in kennis worden gesteld dat hun gegevens worden geregistreerd en toegankelijk zijn voor FIE's, en er moet hun een contactpunt worden aangeboden om hun rechten van toegang en rectificatie uit te oefenen. Bij de omzetting van deze bepalingen moeten de lidstaten voor de registratie van persoonsgegevens in registers maximale bewaringstermijnen vaststellen (waarvan de duur afdoende wordt gemotiveerd) en bepalen dat deze informatie moeten worden vernietigd zodra zij niet meer nodig is voor het opgegeven doel. Toegang tot de registers en gegevensbanken moet worden beperkt op een "need-to-know"-basis op grond van een risicobeoordeling.

Amendement     13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa), het centrum van de Unie met deskundigheid inzake netwerk- en informatiebeveiliging, moet de bevoegdheid krijgen om ongehinderd informatie met rechtshandhavingsautoriteiten uit te wisselen, teneinde samenwerking inzake cyberbeveiliging mogelijk te maken, wat belangrijk is in de strijd tegen de financiering van criminele activiteiten zoals terrorisme.

Amendement     14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 ter)  De Europese Bankautoriteit (EBA) moet verzocht worden haar transparantie-exercitie te updaten om om te kunnen gaan met de uitdagingen van vandaag, teneinde beter te voorkomen dat financiële systemen gebruikt worden voor witwassen of financiering van terrorisme.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De drempel voor uiteindelijke begunstiging zoals vastgesteld in artikel 3, punt 6, onder a), van Richtlijn (EU) 2015/849 maakt geen onderscheid tussen echte commerciële vennootschapsrechtelijke entiteiten en die welke niet actief zakendoen en hoofdzakelijk worden gebruikt als een intermediaire structuur tussen de activa of inkomsten en de uiteindelijk begunstigde. Voor deze laatste is de vastgestelde drempel gemakkelijk te omzeilen, wat ertoe leidt dat de natuurlijke personen die de uiteindelijke eigendom van of de uiteindelijke zeggenschap over een juridische entiteit hebben, niet worden geïdentificeerd. Om informatie over uiteindelijk begunstigden te verduidelijken wat intermediaire structuren betreft die een vennootschapsrechtelijke vorm aannemen, moet een specifieke drempel worden bepaald waaruit eigendom kan worden afgeleid.

(18)  De drempel voor uiteindelijke begunstiging zoals vastgesteld in artikel 3, punt 6, onder a), van Richtlijn (EU) 2015/849 maakt geen onderscheid tussen echte commerciële vennootschapsrechtelijke entiteiten en die welke niet actief zakendoen en hoofdzakelijk worden gebruikt als een intermediaire structuur tussen de activa of inkomsten en de uiteindelijk begunstigde. Voor deze laatste is de vastgestelde drempel gemakkelijk te omzeilen, wat ertoe leidt dat de natuurlijke personen die de uiteindelijke eigendom van of de uiteindelijke zeggenschap over een juridische entiteit hebben, niet worden geïdentificeerd. Om informatie over uiteindelijk begunstigden te verduidelijken wat intermediaire structuren betreft die een vennootschapsrechtelijke vorm aannemen, moet een specifieke drempel worden bepaald waaruit eigendom kan worden afgeleid. Die drempel moet laag genoeg zijn om de meeste situaties te dekken.

Motivering

De drempel moet laag genoeg zijn om de meeste situaties te dekken waarin rechtspersonen worden gebruikt om de identiteit van de uiteindelijk begunstigde te verdoezelen. Voorgesteld wordt in artikel 3, punt 6, onder a) i) van Richtlijn (EU) 2015/849 een drempel van 10% op te nemen.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Er moet worden verduidelijkt aan de hand van welke specifieke factor wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de monitoring en registratie van de informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts en soortgelijke juridische constructies. Om te voorkomen dat, wegens verschillen tussen de rechtsstelsels van de lidstaten, bepaalde trusts nergens in de Unie worden gemonitord en geregistreerd, moeten alle trusts en soortgelijke juridische constructies worden geregistreerd waar zij worden beheerd. Met het oog op de doeltreffende monitoring en registratie van informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts is ook samenwerking tussen de lidstaten noodzakelijk.

(21)  Er moet worden verduidelijkt aan de hand van welke specifieke factor wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de monitoring en registratie van de informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts en soortgelijke juridische constructies. Om te voorkomen dat, wegens verschillen tussen de rechtsstelsels van de lidstaten, bepaalde trusts nergens in de Unie worden gemonitord en geregistreerd, moeten alle trusts en soortgelijke juridische constructies worden geregistreerd waar zij worden opgericht, beheerd of geëxploiteerd. Met het oog op de doeltreffende monitoring en registratie van informatie over de uiteindelijk begunstigden van trusts is ook samenwerking tussen de lidstaten noodzakelijk.

Amendement     17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Publieke toegang door middel van de verplichte openbaarmaking van bepaalde informatie over de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen biedt aanvullende waarborgen aan derden die zaken met deze vennootschappen willen doen. Bepaalde lidstaten hebben stappen ondernomen of het voornemen kenbaar gemaakt om in registers van uiteindelijk begunstigen opgenomen informatie ter beschikking van het publiek te stellen. Dat niet alle lidstaten informatie publiekelijk beschikbaar zouden maken of dat er verschillen zijn in de beschikbaar gemaakte informatie en de toegankelijkheid ervan, kan leiden tot verschillende niveaus van bescherming van derden in de Unie. In een goed functionerende interne markt is coördinatie vereist om verstoringen te vermijden.

(22)  Publieke toegang door middel van de verplichte openbaarmaking van bepaalde informatie over de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen biedt aanvullende waarborgen aan derden die zaken met deze vennootschappen willen doen. Bepaalde lidstaten hebben stappen ondernomen of het voornemen kenbaar gemaakt om in registers van uiteindelijk begunstigen opgenomen informatie ter beschikking van het publiek te stellen. Dat niet alle lidstaten informatie publiekelijk beschikbaar zouden maken of dat er verschillen zijn in de beschikbaar gemaakte informatie en de toegankelijkheid ervan, kan leiden tot verschillende niveaus van bescherming van derden in de Unie. In een goed functionerende interne markt is een gecoördineerde aanpak vereist om dit soort verstoringen te vermijden en de transparantie te vergroten, hetgeen cruciaal is om het publieke vertrouwen in het financiële systeem te behouden.

Amendement     18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  evenredigheid te waarborgen mag de informatie over de uiteindelijk begunstigde van andere trusts dan die welke bestaan uit een eigendom dat door of namens een persoon wordt gehouden wiens zakelijke activiteit bestaat uit het beheer van trusts of dat beheer omvat, en die in het kader van die zakelijke activiteit met winstoogmerk optreedt als trustee van een trust, enkel beschikbaar zijn voor partijen met een legitiem belang. Het legitiem belang ten aanzien van het witwassen van geld, terrorismefinanciering, en de daarmee verband houdende basisdelicten moet worden gemotiveerd met gemakkelijk beschikbare middelen, zoals de statuten of missie van niet-gouvernementele organisaties, of door bewijs over te leggen in het verleden activiteiten te hebben verricht die relevant zijn voor de strijd tegen het witwassen van geld en terrorismefinanciering of daarmee verband houdende basisdelicten, of aan de hand van een bewezen staat van dienst wat betreft onderzoeken of acties op dat gebied.

(35)  Om legitimiteit en evenredigheid te waarborgen mag de informatie over de uiteindelijk begunstigde van andere trusts dan die welke bestaan uit een eigendom dat door of namens een persoon wordt gehouden wiens zakelijke activiteit bestaat uit het beheer van trusts of dat beheer omvat, en die in het kader van die zakelijke activiteit met winstoogmerk optreedt als trustee van een trust, enkel beschikbaar zijn voor partijen met een legitiem belang. Het legitiem belang ten aanzien van het witwassen van geld, terrorismefinanciering, en de daarmee verband houdende basisdelicten moet worden gemotiveerd met gemakkelijk beschikbare middelen, zoals de statuten of missie van niet-gouvernementele organisaties, of door bewijs over te leggen in het verleden activiteiten te hebben verricht die relevant zijn voor de strijd tegen het witwassen van geld en terrorismefinanciering of daarmee verband houdende basisdelicten, of aan de hand van een bewezen staat van dienst wat betreft onderzoeken of acties op dat gebied. Er kan sprake zijn van een legitiem belang als de uiteindelijke begunstigde of trustee een publieke functie bekleedt of dit de laatste vijf jaar gedaan heeft.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 41 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(41 bis)  De Europese Centrale Bank heeft op 12 oktober 2016 advies uitgebracht1 bis.

 

_________________

 

1 bis Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

Motivering

Het is op zijn plaats om naar het advies van de Europese Centrale Bank te verwijzen.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 2 – lid 1 – punt 3 – letter g

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  aanbieders die zich in de eerste plaats en professioneel bezighouden met diensten voor het wisselen van virtuele valuta en fiduciaire valuta;

g)  aanbieders die zich in de eerste plaats en professioneel bezighouden met diensten voor het wisselen van virtuele valuta en wettelijk vastgestelde valuta;

(Zie het advies van de Europese Centrale Bank van 12 oktober 2016 – CON/2016/49)

Motivering

Het is passender om naar "wettelijk vastgestelde valuta" te verwijzen.

Amendement     21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 2 – lid 1 – punt 3 – letter h bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  uitgevers, beheerders, intermediairs en distributeurs van virtuele valuta;

Amendement     22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 2 – lid 1 – punt 3 – letter h ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h ter)  beheerders en aanbieders van diensten voor online betalingssystemen.

Amendement     23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter -a (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 3 – lid 1 – punt 4 – letter f

 

Bestaande tekst

Amendement

 

-a)  In punt 4 wordt letter f) vervangen door:

f)  alle strafbare feiten, met inbegrip van fiscale misdrijven in verband met directe belastingen en indirecte belastingen, zoals omschreven in de wetgeving van de lidstaten, die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor lidstaten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor strafbare feiten kennen, alle strafbare feiten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden.

“f)  strafbare feiten die betrekking hebben op directe en indirecte belastingen zoals omschreven in de wetgeving van de lidstaten, onder inachtneming van artikel 57 van deze richtlijn."

Amendement     24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 3 – lid 1– punt 6 – letter a – punt i – alinea 2 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van artikel 13, lid 1, onder b), en artikel 30 van deze richtlijn wordt de in de tweede alinea bedoelde indicatie van eigendom of zeggenschap verlaagd tot 10 % wanneer de juridische entiteit een passieve niet-financiële entiteit is zoals gedefinieerd in Richtlijn 2011/16/EU;

Voor de toepassing van artikel 13, lid 1, onder b), en artikel 30 van deze richtlijn wordt de in de tweede alinea bedoelde indicatie van eigendom of zeggenschap verlaagd tot 10 %;

Amendement     25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 3 – lid 1 – punt 6 – letter a – punt ii

 

Bestaande tekst

Amendement

 

a bis)  In punt 6, onder a), wordt punt ii) vervangen door:

ii)  de natuurlijke persoon of personen die beho(o)rt(en) tot het hoger leidinggevend personeel, indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de personen als bedoeld onder i) is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat of de achterhaalde persoon of personen de uiteindelijk begunstigde(n) is, respectievelijk zijn, de meldingsplichtige entiteiten documenteren welke acties er zijn ondernomen om de uiteindelijk begunstigden als bedoeld onder i) en onder dit punt, te identificeren.

ii)  indien de entiteit na uitputting van alle mogelijke middelen geen mededeling doet van de identiteit van een natuurlijk persoon die aan de criteria van punt i) voldoet, registreert de meldingsplichtige entiteit dat er geen uiteindelijk begunstigde bestaat en documenteert zij welke acties er zijn ondernomen om de uiteindelijk begunstigden als bedoeld onder i) te identificeren. Indien er twijfel bestaat of de geïdentificeerde persoon of personen de uiteindelijk begunstigde(n) is, respectievelijk zijn, wordt die twijfel opgetekend. Bovendien moeten meldingsplichtige entiteiten de identiteit vaststellen en verifiëren van de betreffende natuurlijke persoon die de positie van hoofdbestuurder bekleedt, die als "hoofdbestuurder" (en niet als "uiteindelijk begunstigde") wordt geïdentificeerd, en moeten zij de gegevens registreren van alle wettelijke eigenaren van de entiteit;"

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter c

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 3 – lid 1 – punt 18

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

18.  "virtuele valuta": een digitale weergave van waarde die noch door een centrale bank, noch door een overheid wordt uitgegeven en evenmin aan een fiduciaire valuta is gekoppeld, maar die door natuurlijke of rechtspersonen als een betaalmiddel wordt aanvaard en kan worden overgedragen, opgeslagen of elektronisch verhandeld.

18.  "virtuele valuta": een digitale weergave van waarde die noch door een centrale bank, noch door een overheid wordt uitgegeven en evenmin aan een wettelijk vastgestelde valuta is gekoppeld, die niet de juridische status van valuta of geld heeft, maar die door natuurlijke of rechtspersonen als een ruilmiddel of voor andere doeleinden wordt aanvaard en kan worden overgedragen, opgeslagen of elektronisch verhandeld. Virtuele valuta kunnen niet anoniem zijn.

(Zie het advies van de Europese Centrale Bank van 12 oktober 2016 – CON/2016/49)

Motivering

Het is van belang virtuele valuta beter te definiëren, conform het advies van de Europese Centrale Bank.

Amendement     27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  In artikel 7, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"Indien een lidstaat de bevoegdheid die aan de in de eerste alinea bedoelde autoriteit werd toegekend, verleent aan andere autoriteiten, met name op regionaal of lokaal niveau, wordt gezorgd voor efficiënte en effectieve coördinatie tussen alle betrokken autoriteiten. Indien meer dan een afdeling binnen een autoriteit waaraan de bevoegdheid is verleend, verantwoordelijk is voor de in de eerste alinea bedoelde taken, wordt gezorgd voor efficiënte en effectieve coördinatie en samenwerking tussen de verschillende afdelingen."

Amendement     28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 ter (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 9 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter)  In artikel 9, lid 2, wordt het volgende punt ingevoegd:

 

"(c bis)  het bestaan van degelijke systemen om ervoor te zorgen dat informatie over de uiteindelijke begunstigden ongehinderd beschikbaar is voor de bevoegde autoriteiten van het derde land;"

Amendement     29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 quater (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 9 – lid 2 – letter c ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quater)  In artikel 9, lid 2, wordt het volgende punt ingevoegd:

 

"(c ter)  het bestaan van een passende sanctieregeling in geval van inbreuken op de wetgeving;"

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 quinquies (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 10 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(2 quinquies)  Artikel 10, lid 1, wordt vervangen door:

1.  De lidstaten verbieden hun kredietinstellingen en financiële instellingen anonieme rekeningen of anonieme spaarboekjes bij te houden. De lidstaten verlangen in alle gevallen dat eigenaren en begunstigden van bestaande anonieme rekeningen of anonieme spaarboekjes, zo spoedig mogelijk en in ieder geval voordat dergelijke rekeningen of spaarboekjes op enigerlei wijze worden gebruikt, worden onderworpen aan cliëntenonderzoeksmaatregelen.

“1.  De lidstaten verbieden hun kredietinstellingen en financiële instellingen anonieme rekeningen, anonieme spaarboekjes of anonieme kluizen bij te houden. De lidstaten verlangen in alle gevallen dat eigenaren en begunstigden van bestaande anonieme rekeningen, anonieme spaarboekjes of anonieme kluizen zo spoedig mogelijk en in ieder geval voordat dergelijke rekeningen, spaarboekjes of kluizen op enigerlei wijze worden gebruikt, worden onderworpen aan cliëntenonderzoeksmaatregelen."

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter c

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 12 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zien erop toe dat de kredietinstellingen en de financiële instellingen van de Unie die als accepteerder optreden enkel betalingen aanvaarden die zijn verricht met prepaidkaarten die zijn uitgegeven in derde landen waar zulke kaarten voldoen aan vereisten die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld in artikel 13, lid 1, eerste alinea, onder a), b) en c), en in artikel 14, of die kunnen worden geacht te voldoen aan de vereisten van de leden 1 en 2 van dit artikel.

3.  De lidstaten zien erop toe dat de kredietinstellingen en de financiële instellingen van de Unie die als accepteerder optreden enkel betalingen aanvaarden die zijn verricht met prepaidkaarten die zijn uitgegeven in derde landen waar zulke kaarten voldoen aan vereisten die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld in artikel 13, lid 1, eerste alinea, onder a), b) en c), en in artikel 14, of die kunnen worden geacht te voldoen aan de vereisten van de leden 1 en 2 van dit artikel. De verzending of verscheping van prepaidkaarten buiten het rechtsgebied van de lidstaten moet onmiddellijk door de bevoegde personen worden gemeld en geregistreerd.

Amendement     32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 13 – lid 1 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  aan artikel 13, lid 1, eerste alinea, wordt het volgende punt toegevoegd:

 

"a bis)  de namen van cliënten en uiteindelijke begunstigden screenen op basis van de sanctielijst van de EU, de VN en andere relevante sanctielijsten;"

Amendement     33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 ter (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 13 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 13 bis

 

De Commissie zet uiterlijk in januari 2018 een publiek toegankelijk platform op dat de lijsten van de VN, de EU, de lidstaten en andere relevante lijsten met aan sancties onderhevige personen, groeperingen en entiteiten aan elkaar koppelt."

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 14 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaten verlangen dat meldingsplichtige entiteiten cliëntenonderzoeksmaatregelen niet alleen toepassen op alle nieuwe cliënten, maar te gepasten tijde ook op bestaande cliënten naargelang van de risicogevoeligheid van deze cliënten, of wanneer de relevante omstandigheden van een cliënt veranderen, of wanneer de meldingsplichtige entiteit verplicht is in de loop van het betrokken kalenderjaar contact op te nemen met de cliënt voor het evalueren van informatie met betrekking tot de uiteindelijk begunstigde(n), met name uit hoofde van Richtlijn 2011/16/EU.

5.  De lidstaten verlangen dat meldingsplichtige entiteiten cliëntenonderzoeksmaatregelen niet alleen toepassen op alle nieuwe cliënten, maar te gepasten tijde ook op bestaande cliënten naargelang van de risicogevoeligheid van deze cliënten, of wanneer de relevante omstandigheden van een cliënt veranderen, of wanneer de meldingsplichtige entiteit verplicht is in de loop van het betrokken kalenderjaar zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de cliënt voor het evalueren van informatie met betrekking tot de uiteindelijk begunstigde(n), met name uit hoofde van Richtlijn 2011/16/EU. De lidstaten vereisen dat meldingsplichtige entiteiten uiterlijk [een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] contact opnemen met de klant om alle informatie over de uiteindelijke begunstigde(n) opnieuw te bekijken.

Amendement     35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 18 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In de in de artikelen 19 tot en met 24 bedoelde gevallen alsook in andere gevallen van hoger risico die door de lidstaten of de meldingsplichtige entiteiten worden vastgesteld, vereisen de lidstaten dat de meldingsplichtige entiteiten verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen om die risico's op passende wijze te beheren en te beperken.

In de in de artikelen 19 tot en met 24 bedoelde gevallen alsook in andere gevallen van risico die door de lidstaten of de meldingsplichtige entiteiten worden vastgesteld, vereisen de lidstaten dat de meldingsplichtige entiteiten verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen om die risico's op passende wijze te beheren en te beperken.".

Motivering

Niet enkel in gevallen van hoger risico maar in alle gevallen van vastgesteld risico moeten de lidstaten eisen dat de meldingsplichtige entiteiten verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen om die risico's op passende wijze te beheren en te beperken.

Amendement     36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 18 bis – lid 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  aanvullende informatie over de cliënt inwinnen;

a)  aanvullende informatie over de cliënt en de uiteindelijk begunstigde inwinnen;

Amendement     37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 18 bis – lid 1 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  informatie over de bron van de geldmiddelen of de bron van het vermogen van de cliënt inwinnen;

c)  informatie over de bron van de geldmiddelen of de bron van het vermogen van de cliënt en de uiteindelijk begunstigde inwinnen;

Amendement     38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 26 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(7 bis)  Artikel 26, lid 2, wordt vervangen door:

2.  De lidstaten verbieden de meldingsplichtige entiteiten een beroep te doen op derden die gevestigd zijn in derde landen met een hoog risico. De lidstaten kunnen vrijstelling van dat verbod verlenen aan de bijkantoren en meerderheidsdochters van meldingsplichtige entiteiten die in de Unie gevestigd zijn, indien die bijkantoren en meerderheidsdochters volledig voldoen aan de op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures overeenkomstig artikel 45.

“2.  De lidstaten verbieden de meldingsplichtige entiteiten een beroep te doen op derden die gevestigd zijn in derde landen met een hoog risico."

Amendement     39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter -a (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 30 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a)  aan lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"De lidstaten zien erop toe dat eigenaars van aandelen, stemrechten of eigendomsbelangen in vennootschappen en andere juridische entiteiten, inclusief door aandelen aan toonder, of via zeggenschap met andere middelen, aan die entiteiten bekendmaken of zij het belang in eigen naam en voor eigen rekening houden, dan wel namens een ander. De lidstaten zien erop toe dat de natuurlijke perso(o)n(en) die de positie van hoofdbestuurder(s) in vennootschappen en andere juridische entiteiten bekleedt (bekleden), aan die entiteiten bekendmaken of hij (of zij) die positie in eigen naam of namens een ander bekleedt (bekleden)."

Amendement     40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter a bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 30 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  Het volgende lid wordt ingevoegd:

 

"5 bis.  De in het in lid 3 van dit artikel bedoelde register bijgehouden informatie over andere vennootschappen en juridische entiteiten dan die welke worden bedoeld in artikel 1 bis, onder a), van Richtlijn 2009/101/EG, is openbaar toegankelijk.

 

De openbaar toegankelijke informatie omvat ten minste de naam, de geboortedatum, de nationaliteit, de woonstaat, de contactgegevens (zonder vermelding van een thuisadres) en de aard en de omvang van het gehouden financieel belang van de uiteindelijk gerechtigde als gedefinieerd in artikel 3, punt 6.

 

Voor de toepassing van dit lid wordt toegang tot de informatie over de uiteindelijk begunstigde verleend overeenkomstig de regels inzake gegevensbescherming en de normen inzake open gegevens, en na online registratie. De lidstaten kunnen een vergoeding vragen om de administratiekosten te dekken."

Amendement     41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter b

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 30 – lid 6 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. Het in lid 3 bedoelde centraal register zorgt ervoor dat de bevoegde autoriteiten en de FIE's tijdig en onbeperkt toegang hebben tot alle in het centraal register bijgehouden informatie zonder dat de betrokken entiteit daarvan weet heeft. Het centraal register verleent de meldingsplichtige entiteiten eveneens tijdig toegang tot die informatie wanneer deze cliëntenonderzoeksmaatregelen nemen overeenkomstig hoofdstuk II.

6. Het in lid 3 bedoelde centraal register zorgt ervoor, met het oog op het verzekeren van efficiëntie, dat de bevoegde autoriteiten en de FIE's tijdig en onbeperkt toegang hebben tot alle in het centraal register bijgehouden informatie zonder dat de betrokken entiteit daarvan weet heeft. Het centraal register verleent de meldingsplichtige entiteiten eveneens tijdig en onbeperkt toegang tot die informatie wanneer deze cliëntenonderzoeksmaatregelen nemen overeenkomstig hoofdstuk II.

Motivering

Het verzekeren van tijdige en onbeperkte toegang voor de bevoegde autoriteiten en FIE's tot alle in het centraal register bijgehouden informatie, zonder dat daarbij de betreffende entiteit gewaarschuwd wordt, waarborgt de efficiëntie van het centraal register waar in dit wijzigingsvoorstel naar wordt verwezen.

Amendement     42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter b

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 30 – lid 6 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteiten die toegang krijgen tot het in lid 3 bedoelde centraal register zijn de publieke autoriteiten waaraan taken zijn toegewezen op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, met inbegrip van belastingautoriteiten en autoriteiten die de opdracht hebben het witwassen van geld, daarmee verband houdende basisdelicten en terrorismefinanciering te onderzoeken of te vervolgen en criminele activa op te sporen, in beslag te nemen, te bevriezen en te confisqueren."

De bevoegde autoriteiten die toegang krijgen tot het in lid 3 bedoelde centraal register zijn de publieke autoriteiten waaraan taken zijn toegewezen op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, met inbegrip van belastingautoriteiten, toezichthoudende autoriteiten en autoriteiten die de opdracht hebben het witwassen van geld, daarmee verband houdende basisdelicten en terrorismefinanciering te onderzoeken of te vervolgen en criminele activa op te sporen, in beslag te nemen, te bevriezen en te confisqueren.

Motivering

Een degelijk financieel systeem dat beschikt over voldoende middelen voor toezicht en analyse en dat abnormale transactiepatronen kan detecteren, kan helpen om:

- meer bewustzijn te creëren over het bewustzijn over terroristische en criminele banden en netwerken, alsook gevaren die in dit verband ontstaan;

- effectieve preventiemaatregelen van alle relevante autoriteiten te verzekeren (ook toezichthoudende autoriteiten).

Toezichthoudende autoriteiten moeten derhalve in de lijst worden opgenomen.

Amendement     43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter b bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 30 – lid 8 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  Aan lid 8 wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"Voordat zij een nieuwe cliëntrelatie met een vennootschapsrechtelijke of andere juridische entiteit aangaan waarvan informatie over de uiteindelijk begunstigden moet worden geregistreerd, verzamelen de meldingsplichtige entiteiten bewijs van die registratie."

Amendement     44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter c

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 30 – lid 9 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In uitzonderlijke, in nationaal recht vast te stellen omstandigheden kunnen de lidstaten, indien de in lid 5, onder b), bedoelde toegang voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is, per geval voorzien in een uitzondering op die toegang voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigde.

Schrappen

Amendement     45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 – letter c

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 30 – lid 10 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten werken onderling en met de Commissie samen met het oog op het verwezenlijken van de verschillende soorten toegang overeenkomstig lid 5.

De lidstaten werken onderling en met de Commissie samen met het oog op het verwezenlijken van de verschillende soorten toegang overeenkomstig lid 5, met inachtneming van de meest recente toepasselijke internationale normen.

Motivering

Er is een geharmoniseerde aanpak op EU-niveau nodig om te verzekeren dat de internationale beloften volledig nageleefd worden.

De implementatie van de meest recente internationale normen wijst uit dat het belangrijk is de informatie die beschikbaar is voor FIE's uit te breiden en de toegang tot deze informatie te verbeteren.

Amendement     46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter a

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat het onderhavige artikel van toepassing is op trusts en andere soorten juridische constructies met een soortgelijke structuur of functie als trusts, zoals onder meer fiducie, Treuhand of fideicomiso.

De lidstaten zorgen ervoor dat het onderhavige artikel van toepassing is op trusts en andere soorten juridische instrumenten of juridische constructies met een soortgelijke structuur of functie als trusts, zoals onder meer fiducie, Treuhand, waqf of fideicomiso, en alle bestaande of toekomstige qua structuur of functie soortgelijke juridische constructies.

Amendement     47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter a

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 1 – alinea 2 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat verlangt dat trustees van een express trust die in die lidstaat wordt beheerd, toereikende, accurate en actuele informatie over de uiteindelijk begunstigden van de trust inwinnen en bijhouden. Die informatie omvat de identiteit van:

Elke lidstaat verlangt dat trustees van een express trust die in die lidstaat wordt opgericht, beheerd of geëxploiteerd overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat of een derde land, toereikende, accurate en actuele informatie over de uiteindelijk begunstigden van de trust inwinnen en bijhouden. Die informatie omvat de identiteit van:

Amendement     48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter b

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 3 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3 bis.  De in lid 1 bedoelde informatie wordt bijgehouden in een centraal register dat is opgezet door de lidstaat waar de trust wordt beheerd;

3 bis.  De in lid 1 bedoelde informatie wordt bijgehouden in een centraal register dat is opgezet door de lidstaat waar de trust wordt opgericht, beheerd of geëxploiteerd;

Amendement     49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter c

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 4 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteiten die toegang krijgen tot het in lid 3 bis bedoelde centraal register zijn de publieke autoriteiten waaraan taken zijn toegewezen op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, met inbegrip van belastingautoriteiten en autoriteiten die de opdracht hebben het witwassen van geld, daarmee verband houdende basisdelicten en terrorismefinanciering te onderzoeken of te vervolgen en criminele activa op te sporen, in beslag te nemen, te bevriezen en te confisqueren.

De bevoegde autoriteiten die toegang krijgen tot het in lid 3 bis bedoelde centraal register zijn de publieke autoriteiten waaraan taken zijn toegewezen op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, met inbegrip van belastingautoriteiten, toezichthoudende autoriteiten en autoriteiten die de opdracht hebben het witwassen van geld, daarmee verband houdende basisdelicten en terrorismefinanciering te onderzoeken of te vervolgen en criminele activa op te sporen, in beslag te nemen, te bevriezen en te confisqueren.

Motivering

Toezichthoudende autoriteiten behoren tot de autoriteiten met een essentiële functie.

Amendement     50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter d

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 4 bis – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in het in lid 3 bis van dit artikel bedoelde register bijgehouden informatie over andere trusts dan die welke worden bedoeld in artikel 7 ter, onder b), van Richtlijn 2009/101/EG is toegankelijk voor elke persoon of organisatie die een legitiem belang kan aantonen. alle personen of organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen.

De in het in lid 3 bis van dit artikel bedoelde register bijgehouden informatie over andere trusts dan die welke worden bedoeld in artikel 1 bis, onder b), van Richtlijn 2009/101/EG is publiekelijk toegankelijk.

Amendement     51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter d

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 4 bis – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De informatie die toegankelijk is voor personen en organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen, bestaat uit de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat van de uiteindelijk begunstigde zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 6, onder b).

De openbaar toegankelijke informatie omvat ten minste de naam, de geboortedatum, de nationaliteit, de woonstaat, de contactgegevens (zonder vermelding van een thuisadres) en de aard en de omvang van het gehouden financieel belang van de uiteindelijk gerechtigde als gedefinieerd in artikel 3, punt 6.

Amendement     52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter d

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 4 bis – alinea 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voor de toepassing van dit lid wordt toegang tot de informatie over de uiteindelijk begunstigde verleend overeenkomstig de regels inzake gegevensbescherming en de normen inzake open gegevens, zoals vastgelegd in artikel 2, punt 7), van Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis, en na online registratie.

 

________________

 

1 bis Richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 90).

Amendement     53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter d

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 4 ter

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 ter.  Bij het aangaan van een nieuwe cliëntrelatie met een trust of een andere juridische constructie waarvan overeenkomstig lid 3 bis informatie over de uiteindelijk begunstigden moet worden geregistreerd, verzamelen de meldingsplichtige entiteiten bewijs van registratie, waar van toepassing.

4 ter.  Bij het aangaan van een nieuwe cliëntrelatie met een trust of een juridisch instrument of juridische constructie in een andere vorm, waarvan overeenkomstig lid 3 bis informatie over de uiteindelijk begunstigden moet worden geregistreerd, verzamelen de meldingsplichtige entiteiten bewijs van registratie, waar van toepassing.

Motivering

Naast juridische constructies kunnen ook juridische instrumenten bestaan, zoals hierboven aangegeven. Juridische instrumenten verschillen van juridische instrumenten en dienen bijgevolg apart genoemd te worden. Om te verzekeren dat deze richtlijn toegepast kan worden op alle juridische constructies die functies hebben die met trusts vergelijkbaar zijn, moet de verwoording "juridische instrumenten" toegevoegd worden.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10 – letter e

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 31 – lid 7 bis – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7 bis. In uitzonderlijke, in nationaal recht vastgestelde omstandigheden kunnen de lidstaten, indien de in de leden 4 en 4 bis bedoelde toegang voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is, per geval voorzien in een uitzondering op die toegang voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigde.

7 bis. In uitzonderlijke, in nationaal recht vastgestelde omstandigheden kunnen de lidstaten, indien de in de leden 4 en 4 bis bedoelde toegang voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is, per geval voorzien in een uitzondering op die toegang voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigde. De uitzonderingen worden regelmatig opnieuw beoordeeld teneinde misbruik te voorkomen. Wanneer een uitzondering wordt toegestaan, wordt dit duidelijk aangegeven in het register en schriftelijk gemotiveerd.

Amendement     55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 – letter a

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 32 – lid 3 – alinea 1 – vierde zin

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zij is in staat informatie van meldingsplichtige entiteiten te verkrijgen en te gebruiken.

Zij is in staat aanvullende informatie van meldingsplichtige entiteiten op te vragen, te verkrijgen en te gebruiken.

Amendement     56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 32 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten voorzien in automatische gecentraliseerde mechanismen, zoals centrale registers of centrale elektronische systemen voor gegevensontsluiting, die de tijdige identificatie mogelijk maken van natuurlijke of rechtspersonen die houder zijn van of zeggenschap hebben over betaalrekeningen zoals gedefinieerd in Richtlijn 2007/64/EG en bankrekeningen die worden aangehouden door een kredietinstelling op hun grondgebied. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de kenmerken van die nationale mechanismen.

1.  De lidstaten voorzien in automatische gecentraliseerde mechanismen, zoals centrale registers of centrale elektronische systemen voor gegevensontsluiting, die de tijdige identificatie mogelijk maken van natuurlijke of rechtspersonen die houder zijn van of zeggenschap hebben over betaalrekeningen zoals gedefinieerd in Richtlijn 2007/64/EG, bankrekeningen en kluizen die worden aangehouden door een kredietinstelling op hun grondgebied. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de kenmerken van die nationale mechanismen.

Amendement     57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 32 bis – lid 3 – streepje 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  betreffende de kluizen: de naam van de huurder en de looptijd van de huur.

Amendement     58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 32 bis – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3a.  De lidstaten mogen uitzonderingen introduceren op de in de leden 1 tot en met 3 bedoelde verplichtingen met betrekking tot slapende bankrekeningen.

 

In deze paragraaf wordt onder "slapende bankrekening" verstaan een bankrekening met een tegoed van niet meer dan 5 000 EUR, waarvan en waarheen in de afgelopen 36 maanden geen betalingen zijn uitgevoerd, met uitzondering van rentebetalingen en andere normale servicekosten die in rekening worden gebracht door de dienstverlener.

Amendement     59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 12 bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 32 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 bis.  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 32 ter

 

1.  De lidstaten voorzien in automatische gecentraliseerde mechanismen, zoals centrale registers of centrale elektronische systemen voor gegevensontsluiting, die de tijdige identificatie mogelijk maken van natuurlijke of rechtspersonen die eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over grond en gebouwen op hun grondgebied. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de kenmerken van die nationale mechanismen.

 

2.  De lidstaten waarborgen dat de in de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen bijgehouden informatie op nationaal niveau rechtstreeks toegankelijk is voor de FIE's en de bevoegde autoriteiten. De lidstaten waarborgen dat een FIE in staat is de in de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen bijgehouden informatie tijdig aan andere FIE's te verstrekken overeenkomstig artikel 53.

 

3.  De volgende informatie is toegankelijk en doorzoekbaar via de in lid 1 bedoelde gecentraliseerde mechanismen:

 

  betreffende de eigenaar van het onroerend goed en iedere persoon die zegt namens de eigenaar te handelen: de naam, aangevuld met de andere identificatiegegevens die vereist zijn krachtens de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 13, lid 1, onder a), of een uniek identificatienummer;

 

  betreffende de uiteindelijk begunstigde van het onroerend goed: de naam, aangevuld met de andere identificatiegegevens die vereist zijn krachtens de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 13, lid 1, onder b), of een uniek identificatienummer;

 

-  betreffende het onroerend goed: datum en reden van de eigendomsverwerving, hypotheek en andere rechten dan eigendom;

 

-  betreffende de grond: plaats, perceelnummer, grondcategorie (huidige staat van de grond), oppervlakte van het perceel (grondoppervlakte);

 

-  betreffende het gebouw: plaats, perceelnummer, nummer van gebouw, type, structuur, vloeroppervlakte.

 

4.  De lidstaten werken onderling en met de Commissie samen om uiterlijk op 1 januari 2018 een Europees onroerendgoedregister overeenkomstig lid 1 op te zetten, dat voortbouwt op de Europese Dienst voor kadastrale informatie (EULIS)."

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 16

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 47 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten waarborgen dat aanbieders van diensten voor het wisselen van virtuele valuta en fiduciaire valuta, aanbieders van bewaarportemonnees, wisselkantoren en kantoren voor het omwisselen van cheques, en aanbieders van trustdiensten of vennootschappelijke diensten over een vergunning beschikken of geregistreerd zijn, en dat aanbieders van kansspeldiensten worden gereguleerd."

1.  De lidstaten waarborgen dat aanbieders van diensten voor het wisselen van virtuele valuta en wettelijk vastgestelde valuta, aanbieders van bewaarportemonnees, wisselkantoren en kantoren voor het omwisselen van cheques, uitgevers, beheerders, indermediairs en distributeurs van virtuele valuta, beheerders en aanbieders van systemen voor online betalingen, en aanbieders van trustdiensten of vennootschappelijke diensten over een vergunning beschikken of geregistreerd zijn, en dat aanbieders van kansspeldiensten worden gereguleerd, inclusief door de tenuitvoerlegging van maatregelen om te voorkomen dat het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering wordt gebruikt.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 18

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 50 bis – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De uitwisseling van informatie of bijstand tussen bevoegde autoriteiten wordt door de lidstaten niet verboden of aan onredelijke of uitermate restrictieve voorwaarden onderworpen. Met name zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde autoriteiten een verzoek om bijstand niet weigeren op grond van het feit dat:

De lidstaten dragen zorg voor de uitwisseling van informatie en bijstand tussen bevoegde autoriteiten zonder deze aan onredelijke of uitermate restrictieve voorwaarden te onderwerpen. Met name zorgen de lidstaten ervoor dat bevoegde autoriteiten een verzoek om bijstand niet weigeren op grond van het feit dat:

Amendement     62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 18 bis (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 51 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

18 bis.  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 51 bis

 

Uiterlijk juni 2017 presenteert de Commissie een wetgevingsvoorstel voor het oprichten van een Europese FIE die coördinerend zal optreden en de FIE's van de lidstaten zal assisteren en ondersteunen. Deze Europese FIE biedt de nationale FIE's ondersteuning op het gebied van het onderhouden en ontwikkelen van de technische infrastructuur om uitwisseling van informatie te waarborgen, assisteert ze bij de gezamenlijk analyse van grensoverschrijdende zaken en maakt haar eigen strategische analyse, en coördineert het werk van de FIE's van de lidstaten bij grensoverschrijdende zaken. Te dien einde wisselen de nationale FIE's automatisch informatie uit met deze Europese FIE bij het onderzoeken van een witwaszaak. Dit wetgevingsvoorstel houdt rekening met de bevoegdheden van de FIE's van de lidstaten die door de Commissie in kaart worden gebracht en met de belemmeringen voor samenwerking, om een uitgebalanceerd samenwerkingssysteem op maat te ontwerpen."

Amendement     63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 18 ter (nieuw)

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 51 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

18 ter.  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 51 ter

 

1.  De lidstaten zorgen dat hun FIE kan samenwerken en relevante informatie kan uitwisselen met hun buitenlandse tegenhangers.

 

2.  De lidstaten verzekeren dat de FIE's van de EU in staat zijn inlichtingen in te winnen namens hun buitenlandse tegenhangers in gevallen waarin dit relevant kan zijn voor een analyse van financiële transacties. Inlichtingen omvatten ten minste:

 

-  zoeken in de eigen databases, die informatie met betrekking tot verdachte transacties zouden omvatten;

 

-  zoeken in andere databases waartoe zij direct of indirect toegang heeft, waaronder databases van rechtshandhavingsinstanties, openbare databases, administratieve databases en commercieel beschikbare databases.

 

Voor zover dit toegestaan is, nemen FIE's ook contact op met andere bevoegde autoriteiten en financiële instellingen om relevante informatie te verkrijgen."

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 20

Richtlijn (EU) 2015/849

Artikel 55 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de voorafgaande toestemming van de aangezochte FIE voor het meedelen van de informatie aan bevoegde autoriteiten onverwijld wordt gegeven en zo ruim mogelijk is, ongeacht het type verband houdende basisdelicten. De aangezochte FIE mag haar toestemming voor die mededeling niet weigeren, tenzij die mededeling buiten het toepassingsgebied van haar AML/CTF-bepalingen zou vallen, een strafonderzoek zou kunnen schaden, duidelijk onevenredig zou zijn met de legitieme belangen van een natuurlijke of rechtspersoon of van de lidstaat van de aangezochte FIE, of anderszins niet in overeenstemming zou zijn met de fundamentele beginselen van het nationale recht van die lidstaat. Een weigering deze instemming te verlenen wordt naar behoren uitgelegd.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de voorafgaande toestemming van de aangezochte FIE voor het meedelen van de informatie aan bevoegde autoriteiten onverwijld wordt gegeven en zo ruim mogelijk is, ongeacht het type verband houdende basisdelicten. De aangezochte FIE mag haar toestemming voor die mededeling niet weigeren, tenzij die mededeling buiten het toepassingsgebied van haar AML/CTF-bepalingen zou vallen, een strafonderzoek zou kunnen schaden, duidelijk onevenredig zou zijn met de legitieme belangen van een natuurlijke of rechtspersoon of van de lidstaat van de aangezochte FIE, of anderszins niet in overeenstemming zou zijn met de fundamentele beginselen van het nationale recht van die lidstaat. Een weigering deze instemming te verlenen wordt naar behoren uitgelegd. De grondrechten van alle partijen, inclusief het recht op gegevensbescherming, worden altijd ten volle in acht genomen.

Amendement     65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2009/101/EG

Artikel 7 ter – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie over de uiteindelijk begunstigden ook publiekelijk beschikbaar wordt gemaakt via het in artikel 4 bis, lid 2, bedoelde systeem van gekoppelde registers.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie over de uiteindelijk begunstigden ook publiekelijk beschikbaar wordt gemaakt via het in artikel 4 bis, lid 2, bedoelde systeem van gekoppelde registers, overeenkomstig de regels inzake gegevensbescherming en de normen inzake open gegevens, zoals bepaald in artikel 2, lid 7, van Richtlijn 2003/98/EG, en na online registratie.

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2009/101/EG

Artikel 7 ter – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten kunnen voorzien in een uitzondering op de verplichte openbaarmaking voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigden, die kan worden toegepast in uitzonderlijke, in nationaal recht vastgestelde omstandigheden, namelijk namelijk indien de toegang tot de in lid 1 bedoelde informatie voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is.

4.  De lidstaten kunnen voorzien in een uitzondering op de verplichte openbaarmaking voor alle of een gedeelte van de informatie over de uiteindelijk begunstigden, die kan worden toegepast in uitzonderlijke, in nationaal recht vastgestelde omstandigheden, namelijk namelijk indien de toegang tot de in lid 1 bedoelde informatie voor de uiteindelijk begunstigde blootstelling aan een risico op fraude, ontvoering, chantage, geweld of intimidatie inhoudt of indien de uiteindelijk begunstigde minderjarig of anderszins handelingsonbekwaam is. De uitzonderingen worden regelmatig opnieuw beoordeeld teneinde misbruik te voorkomen. Wanneer een uitzondering wordt toegestaan, wordt dit duidelijk aangegeven in het register en schriftelijk gemotiveerd.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering

Document- en procedurenummers

COM(2016)0450 – C8-0265/2016 – 2016/0208(COD)

Commissies ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

12.9.2016

LIBE

12.9.2016

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

12.9.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Kostas Chrysogonos

12.10.2016

Artikel 55 - Gezamenlijke commissievergaderingen

       Datum bekendmaking

       

       

6.10.2016

Behandeling in de commissie

28.11.2016

 

 

 

Datum goedkeuring

12.1.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Mary Honeyball, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Julia Reda, Evelyn Regner, József Szájer, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Sergio Gaetano Cofferati, Angel Dzhambazki, Heidi Hautala, Constance Le Grip, Victor Negrescu

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Andrey Novakov

(1)

Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73) en Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 48 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB L 258 van 1.10.2009, blz. 11).

(2)

Effectbeoordeling van de Commissie, SWD(2016)0223, SWD(2016)0224.

(3)

Zie ook "Cybercriminaliteit als uitdaging voor de wetshandhavers: winnen we werkelijk terrein?" Studie van de Commissie LIBE, beleidsafdeling C, Europees Parlement, 2015.


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering

Document en procedurenummers

COM(2016)0450 – C8-0265/2016 – 2016/0208(COD)

Datum indiening bij EP

5.7.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

12.9.2016

LIBE

12.9.2016

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

DEVE

12.9.2016

INTA

12.9.2016

JURI

12.9.2016

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Krišjānis Kariņš

15.6.2016

Judith Sargentini

15.6.2016

 

 

Artikel 55 – Gezamenlijke commissieprocedure

       Datum bekendmaking

       

6.10.2016

Behandeling in de commissie

1.12.2016

12.1.2017

 

 

Datum goedkeuring

28.2.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

88

1

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Hugues Bayet, Heinz K. Becker, Pervenche Berès, Malin Björk, Udo Bullmann, Caterina Chinnici, Fabio De Masi, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Cornelia Ernst, Tanja Fajon, Markus Ferber, Raymond Finch, Sven Giegold, Neena Gill CBE, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Roberto Gualtieri, Danuta Maria Hübner, Cătălin Sorin Ivan, Eva Joly, Othmar Karas, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Juan Fernando López Aguilar, Olle Ludvigsson, Monica Macovei, Ivana Maletić, Fulvio Martusciello, Gabriel Mato, Roberta Metsola, Bernard Monot, Claude Moraes, Luigi Morgano, Alessandra Mussolini, József Nagy, Luděk Niedermayer, Péter Niedermüller, Stanisław Ożóg, Dimitrios Papadimoulis, Soraya Post, Dariusz Rosati, Pirkko Ruohonen-Lerner, Judith Sargentini, Molly Scott Cato, Pedro Silva Pereira, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Theodor Dumitru Stolojan, Paul Tang, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Marco Valli, Miguel Viegas, Jakob von Weizsäcker, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Corbett, Pál Csáky, Mady Delvaux, Herbert Dorfmann, Bas Eickhout, Maria Grapini, Anna Hedh, Ramón Jáuregui Atondo, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Krišjānis Kariņš, Jean Lambert, Jeroen Lenaers, Paloma López Bermejo, Thomas Mann, Angelika Mlinar, John Procter, Emil Radev, Michel Reimon, Andreas Schwab, Barbara Spinelli, Tibor Szanyi, Romana Tomc, Nils Torvalds, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Lieve Wierinck

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Luke Ming Flanagan, Kinga Gál, Peter Kouroumbashev, Monica Macovei, Momchil Nekov, Paul Tang, Pavel Telička, Traian Ungureanu, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Lieve Wierinck, Branislav Škripek

Datum indiening

7.3.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

88

+

ALDE

Nathalie Griesbeck, Angelika Mlinar, Pavel Telička, Nils Torvalds, Lieve Wierinck, Cecilia Wikström

ECR

Monica Macovei, Stanisław Ożóg, John Procter, Pirkko Ruohonen-Lerner, Branislav Škripek

EFDD

Marco Valli, Kristina Winberg

ENF

Bernard Monot

GUE/NGL

Malin Björk, Fabio De Masi, Cornelia Ernst, Luke Ming Flanagan, Paloma López Bermejo, Dimitrios Papadimoulis, Barbara Spinelli, Miguel Viegas

PPE

Heinz K. Becker, Pál Csáky, Herbert Dorfmann, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Kinga Gál, Danuta Maria Hübner, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Othmar Karas, Krišjānis Kariņš, Barbara Kudrycka, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Jeroen Lenaers, Ivana Maletić, Thomas Mann, Fulvio Martusciello, Gabriel Mato, Roberta Metsola, Alessandra Mussolini, József Nagy, Luděk Niedermayer, Emil Radev, Dariusz Rosati, Theodor Dumitru Stolojan, Csaba Sógor, Romana Tomc, Traian Ungureanu, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Tomáš Zdechovský

S&D

Hugues Bayet, Pervenche Berès, Udo Bullmann, Caterina Chinnici, Richard Corbett, Mady Delvaux, Tanja Fajon, Neena Gill CBE, Ana Gomes, Maria Grapini, Roberto Gualtieri, Anna Hedh, Cătălin Sorin Ivan, Ramón Jáuregui Atondo, Peter Kouroumbashev, Cécile Kashetu Kyenge, Dietmar Köster, Olle Ludvigsson, Juan Fernando López Aguilar, Claude Moraes, Luigi Morgano, Momchil Nekov, Péter Niedermüller, Soraya Post, Pedro Silva Pereira, Birgit Sippel, Tibor Szanyi, Paul Tang, Jakob von Weizsäcker

VERTS/ALE

Bas Eickhout, Sven Giegold, Eva Joly, Jean Lambert, Michel Reimon, Judith Sargentini, Molly Scott Cato, Bodil Valero

1

-

EFDD

Raymond Finch

4

0

PPE

Frank Engel, Burkhard Balz, Markus Ferber, Andreas Schwab

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling