Procedure : 2016/0106(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0057/2017

Ingediende teksten :

A8-0057/2017

Debatten :

PV 25/10/2017 - 3
CRE 25/10/2017 - 3

Stemmingen :

PV 25/10/2017 - 7.5
CRE 25/10/2017 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0411

VERSLAG     ***I
PDF 1226kWORD 187k
8.3.2017
PE 592.408v02-00 A8-0057/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008 en Verordening (EU) nr. 1077/2011

(COM(2016)0194 – C8-0135/2016 – 2016/0106(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Agustín Díaz de Mera García Consuegra

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 MINDERHEIDSSTANDPUNT
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008 en Verordening (EU) nr. 1077/2011

(COM(2016)0194 – C8-0135/2016 – 2016/0106(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2016)0194),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 77, lid 2, onder b) en d), artikel 87, lid 2, onder a), en artikel 88, lid 22, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0135/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 21 september 2016(1),

–  Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Begrotingscommissie (A8-0057/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel door een nieuwe tekst vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Om het beheer van de buitengrenzen verder te verbeteren en in het bijzonder om de naleving van de bepalingen inzake de toegestane verblijfsduur in het Schengengebied te controleren, dient een systeem te worden ingesteld dat elektronisch de tijd en plaats van inreis en uitreis registreert van onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf tot het Schengengebied zijn toegelaten, en dat de toegestane verblijfsduur berekent.

Motivering

Er dient een overweging te worden toegevoegd waarin de globale redenering achter de instelling van het EES wordt toegelicht.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De doelstellingen en de technische architectuur van het inreis-uitreissysteem moeten worden vastgesteld, evenals voorschriften betreffende de werking en het gebruik ervan, de verantwoordelijkheden voor het systeem, de in het systeem op te nemen categorieën gegevens, het doel van en de criteria voor de opneming ervan, de autoriteiten die toegang hebben tot het systeem, en verdere voorschriften inzake gegevensverwerking en de bescherming van persoonsgegevens.

(7)  De doelstellingen van het inreis-uitreissysteem moeten worden vastgesteld, samen met de in het systeem op te nemen categorieën gegevens, de criteria voor de opneming ervan, de autoriteiten die toegang hebben tot het systeem, verdere voorschriften inzake gegevensverwerking en de bescherming van persoonsgegevens, evenals de technische architectuur van het systeem en voorschriften betreffende de werking en het gebruik ervan en de interoperabiliteit met andere informatiesystemen. Ook moeten de verantwoordelijkheden voor het systeem worden vastgelegd.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Er dienen nauwkeurige regels te worden vastgesteld betreffende de verantwoordelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van het EES en de verantwoordelijkheden van de lidstaten voor de aansluiting op het EES. De lidstaten moeten middelen die via hun nationale programma's beschikbaar worden gesteld in het kader van het Fonds voor interne veiligheid kunnen gebruiken voor de ontwikkeling en het beheer van het EES op nationaal niveau. Het Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad1bis, dient verantwoordelijk te zijn voor de ontwikkeling en het operationele beheer van een gecentraliseerd EES overeenkomstig deze verordening; de desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) nr. 1077/2011 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

 

__________

 

1 bis  Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1).

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Verbetering van het beheer van de buitengrenzen, preventie van irreguliere immigratie en vereenvoudiging van het beheer van de migratiestromen dienen de doelstellingen van het EES te zijn. Het EES dient, in het bijzonder en waar dat relevant is, bij te dragen tot de identificatie van personen die niet of niet meer aan de voorwaarden inzake de duur van het verblijf op het grondgebied van de lidstaten voldoen.

(9)  Doelstelling van het EES moet zijn het beheer van de buitengrenzen te verbeteren, irreguliere immigratie te voorkomen en het beheer van de migratiestromen te vereenvoudigen. Het EES dient, in het bijzonder en waar dat relevant is, bij te dragen tot de identificatie van personen die niet of niet meer aan de voorwaarden inzake de duur van het toegestane verblijf op het grondgebied van de lidstaten voldoen. Daarnaast dient het EES bij te dragen tot het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Het EES dient te bestaan uit een centraal systeem dat een geautomatiseerde centrale database met biometrische en alfanumerieke gegevens beheert, een nationale uniforme interface in elke lidstaat, een beveiligd communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS (Centrale Systeem VIS) van het Visuminformatiesysteem (VIS), dat is opgericht bij Beschikking van de Raad 2004/512/EG1bis, en de beveiligde en versleutelde communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interfaces. Elke lidstaat dient zijn nationale grensinfrastructuren op een beveiligde manier aan te sluiten op de nationale uniforme interface. Om onderdanen en vervoerders van derde landen in staat te stellen op elk moment de nog resterende toegestane verblijfsduur na te gaan, moet een webservice worden ontwikkeld. De relevante belanghebbenden worden geraadpleegd gedurende de ontwikkelingsfase van de webservice.

 

_______________

 

1 bis Beschikking van de Raad 2004/512/EG van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) (PB L 213, 15.6.2004, blz.5).

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter)  Er dient te worden gezorgd voor interoperabiliteit van het EES en het VIS door middel van een rechtstreeks communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het VIS en het centrale systeem van het EES, teneinde de grensautoriteiten die het EES gebruiken, in staat te stellen het VIS te raadplegen om visumgegevens op te halen met het oog op de aanleg of bijwerking van een persoonlijk dossier, teneinde de grensautoriteiten aan de buitengrenzen in staat te stellen de geldigheid van het visum en de identiteit van een visumhouder aan de hand van diens vingerafdrukken rechtstreeks in het VIS te verifiëren en teneinde de grensautoriteiten in staat te stellen de identiteit van een niet-visumplichtige onderdaan van een derde land aan de hand van diens vingerafdrukken in het VIS te verifiëren. Voorts moet interoperabiliteit ervoor zorgen dat de grensautoriteiten die het VIS gebruiken, vanuit het VIS rechtstreeks het EES kunnen raadplegen met het oog op de behandeling van visumaanvragen en beslissingen in verband met die aanvragen, alsook dat de visumautoriteiten de visumgegevens in het EES kunnen bijwerken indien een visum wordt nietig verklaard, ingetrokken of verlengd. Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad1bis moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

 

_________

 

1 bis  Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60).

Motivering

De volgorde van de overwegingen wordt gewijzigd om de volgorde van de artikelen te weerspiegelen. De voormalige overweging 13 wordt niet gewijzigd.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 quater)  In haar mededeling van 6 april 2016 getiteld "Krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid" heeft de Commissie een proces gepresenteerd dat gericht is op de interoperabiliteit van de informatiesystemen, om op structurele wijze de beheersarchitectuur van de gegevens van de Unie op het gebied van grenscontrole en veiligheid te verbeteren. De Deskundigengroep op hoog niveau inzake informatiesystemen en interoperabiliteit, die is opgericht zoals aangekondigd in deze mededeling, zal haar resultaten naar verwachting in het voorjaar van 2017 presenteren. Die resultaten zouden relevant kunnen zijn voor de ontwikkeling van het EES en indien dit het geval is, wordt de Commissie verzocht passende maatregelen te treffen betreffende het EES.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 quinquies)  In deze verordening dient te worden omschreven welke autoriteiten van de lidstaten toegang kan worden verleend tot het EES voor het invoeren, wijzigen, verwijderen of raadplegen van gegevens voor de specifieke doelen van het EES en voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van hun taken.

Motivering

De volgorde van de overwegingen wordt gewijzigd om de volgorde van de artikelen te weerspiegelen. De voormalige overweging 14 wordt niet gewijzigd.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 sexies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 sexies)  De verwerking van EES-gegevens moet in verhouding staan tot het beoogde doel en noodzakelijk zijn voor het vervullen van de taken van de bevoegde autoriteiten. Wanneer zij het EES gebruiken, dienen de bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat de menselijke waardigheid en de integriteit van de personen wier gegevens worden opgevraagd, worden geëerbiedigd en mogen zij personen niet discrimineren op grond van geslacht, ras, huidskleur, etnische of sociale achtergrond, genetische kenmerken, taal, godsdienstige of levensbeschouwelijke, politieke of andere overtuiging, het behoren tot een nationale minderheid, eigendom, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Om die doelstellingen te verwezenlijken, moeten in het EES alfanumerieke en biometrische gegevens worden verwerkt. Het gebruik van biometrische gegevens is, ondanks de gevolgen ervan voor de privacy van reizigers, om twee redenen geoorloofd. Ten eerste is het gebruik van biometrische gegevens een betrouwbare methode voor de identificatie van onderdanen van derde landen die zonder reisdocumenten of andere identificatiemiddelen worden aangetroffen op het grondgebied van de lidstaten, wat vaak gebeurt bij irreguliere migranten. Ten tweede leidt het gebruik van biometrische gegevens tot een betrouwbaarder match van inreis- en uitreisgegevens van legale reizigers. Als gezichtsopnamen in combinatie met vingerafdrukgegevens worden gebruikt, kan het aantal te registreren vingerafdrukken worden verminderd, terwijl hetzelfde resultaat wordt bereikt wat de nauwkeurigheid van de identificatie betreft.

(10)  In het EES moeten alfanumerieke en biometrische gegevens (vingerafdrukken en gezichtsopnames) worden verzameld en verwerkt, hoofdzakelijk om het beheer van de buitengrenzen te verbeteren, irreguliere immigratie te voorkomen en het beheer van de migratiestromen te vereenvoudigen. Persoonsgegevens die zijn verzameld in het EES kunnen verder worden verwerkt om bij te dragen tot preventie, opsporing en onderzoek van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten, uitsluitend overeenkomstig de voorwaarden van deze verordening. Het gebruik van biometrische gegevens is, ondanks de gevolgen ervan voor de privacy van reizigers, om twee redenen geoorloofd. Ten eerste is het gebruik van biometrische gegevens een betrouwbare methode voor de identificatie van onderdanen van derde landen die zonder reisdocumenten of andere identificatiemiddelen worden aangetroffen op het grondgebied van de lidstaten, wat vaak gebeurt bij irreguliere migranten. Ten tweede leidt het gebruik van biometrische gegevens tot een betrouwbaarder match van inreis- en uitreisgegevens van legale reizigers. Als gezichtsopnamen in combinatie met vingerafdrukgegevens worden gebruikt, kan het aantal te registreren vingerafdrukken worden verminderd, terwijl hetzelfde resultaat wordt bereikt wat de nauwkeurigheid van de identificatie betreft.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  In het EES moeten, wanneer dat fysiek mogelijk is, van niet-visumplichtige onderdanen van derde landen vier vingerafdrukken worden opgeslagen, om nauwkeurige verificatie en identificatie mogelijk te maken (zodat kan worden nagegaan of de onderdaan van een derde land niet al eerder met een andere identiteit of een ander reisdocument is geregistreerd) en te waarborgen dat in alle gevallen voldoende gegevens beschikbaar zijn. De controle van de vingerafdrukken van visumhouders zal worden verricht aan de hand van het Visuminformatiesysteem De controle van de vingerafdrukken van visumhouders zal worden verricht aan de hand van het Visuminformatiesysteem (VIS) dat bij Beschikking 2004/512/EG van de Raad is opgezet4. De gezichtsopname van zowel niet-visumplichtige als visumhoudende onderdanen van derde landen dient in het EES te worden geregistreerd en te worden gebruikt als het belangrijkste biometrische identificatiemiddel ter verifiëring van de identiteit van onderdanen van derde landen die eerder in het EES zijn geregistreerd, voor zover hun persoonlijke dossier nog niet is verwijderd. In andere gevallen dient hun identiteit te worden geverifieerd aan de hand van hun vingerafdrukken.

(11)  In het EES moeten, wanneer dat fysiek mogelijk is, van niet-visumplichtige onderdanen van derde landen vier vingerafdrukken worden opgeslagen, om nauwkeurige verificatie en identificatie mogelijk te maken (zodat kan worden nagegaan of de onderdaan van een derde land niet al eerder met een andere identiteit of een ander reisdocument is geregistreerd) en te waarborgen dat voldoende gegevens beschikbaar zijn om de doelstellingen van het EES te verwezenlijken. De controle van de vingerafdrukken van visumhouders zal worden verricht aan de hand van het VIS. De gezichtsopname van zowel niet-visumplichtige als visumhoudende onderdanen van derde landen dient in het EES te worden geregistreerd en te worden gebruikt als het belangrijkste biometrische identificatiemiddel ter verifiëring van de identiteit van onderdanen van derde landen die eerder in het EES zijn geregistreerd, voor zover hun persoonlijke dossier nog niet is verwijderd. In andere gevallen dient hun identiteit te worden geverifieerd aan de hand van hun vingerafdrukken.

__________

__________

4  Beschikking 2004/512/EG van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS) (PB L 213 van 15.6.2004, blz. 5).

 

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Het EES dient te bestaan uit een centraal systeem dat een geautomatiseerde centrale database met biometrische en alfanumerieke gegevens beheert, een nationale uniforme interface in elke lidstaat, een beveiligd communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interfaces. Elke lidstaat dient zijn nationale grensinfrastructuren aan te sluiten op de nationale uniforme interface.

Schrappen

Motivering

Deze overweging wordt verplaatst.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Er dient te worden gezorgd voor interoperabiliteit van het EES en het VIS door middel van een rechtstreeks communicatiekanaal tussen de beide centrale systemen, teneinde de grensautoriteiten die het EES gebruiken, in staat te stellen het VIS te raadplegen om visumgegevens op te halen met het oog op de aanleg of bijwerking van een persoonlijk dossier; teneinde de grensautoriteiten in staat te stellen aan de buitengrenzen de geldigheid van het visum en de identiteit van een visumhouder aan de hand van diens vingerafdrukken rechtstreeks in het VIS te verifiëren en teneinde de grensautoriteiten in staat te stellen de identiteit van een niet-visumplichtige onderdaan van een derde land aan de hand van diens vingerafdrukken in het VIS te verifiëren. De interoperabiliteit dient tevens de grensautoriteiten die het VIS gebruiken in staat te stellen om vanuit het VIS rechtstreeks het EES te raadplegen met het oog op de behandeling van visumaanvragen en beslissingen in verband met die aanvragen, en de visumautoriteiten in staat te stellen de visumgegevens in het EES bij te werken indien een visum nietig wordt verklaard, wordt ingetrokken of wordt verlengd. Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

Schrappen

Motivering

Deze overweging wordt verplaatst.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  In deze verordening dient te worden omschreven welke autoriteiten van de lidstaten toegang kan worden verleend tot het EES voor het invoeren, wijzigen, verwijderen of raadplegen van gegevens voor de specifieke doelen van het EES en voor zover dat nodig is voor het uitvoeren van hun taken.

Schrappen

Motivering

Deze overweging wordt verplaatst.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De verwerking van EES-gegevens moet in verhouding staan tot het beoogde doel en noodzakelijk zijn voor het vervullen van de taken van de bevoegde autoriteiten. Wanneer zij het EES gebruiken, dienen de bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat de menselijke waardigheid en de integriteit van de personen wier gegevens worden opgevraagd, worden geëerbiedigd en mogen zij personen niet discrimineren op grond van geslacht, huidskleur, etnische of sociale achtergrond, genetische kenmerken, taal, politieke, levensbeschouwelijke, godsdienstige of andere overtuiging, het behoren tot een nationale minderheid, eigendom, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie.

Schrappen

Motivering

Deze overweging wordt verplaatst.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Het is voor de bestrijding van terrorisme en andere ernstige strafbare feiten absoluut noodzakelijk dat de rechtshandhavingsinstanties over zo actueel mogelijke informatie beschikken om hun taken uit te voeren. Het is al gebleken dat de toegang tot VIS-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden nuttig is voor de identificatie van personen die door geweld om het leven zijn gekomen en ertoe kan bijdragen dat onderzoekers aanzienlijke vooruitgang boeken in zaken betreffende mensenhandel, terrorisme of drugshandel. Toegang tot de in het EES opgeslagen gegevens is noodzakelijk voor het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven als bedoeld in Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad6 en andere ernstige strafbare feiten als bedoeld in Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad7. De gegevens die het EES oplevert, kunnen dienen als hulpmiddel bij het verifiëren van een identiteit wanneer een onderdaan van een derde land zijn documenten heeft vernietigd of wanneer de rechtshandhavingsautoriteiten een strafbaar feit onderzoeken met behulp van vingerafdrukken of gezichtsopnamen en de identiteit van een betrokkene willen vaststellen. Het EES kan ook dienen als opsporingsinstrument in strafzaken, dat bewijs kan leveren door het traceren van de reisroutes van personen die verdacht worden van een strafbaar feit of personen die daarvan het slachtoffer zijn. De in het EES opgenomen gegevens dienen daarom, onder de voorwaarden die in deze verordening worden vastgesteld, beschikbaar te zijn voor aangewezen autoriteiten van de lidstaten en de Europese Politiedienst (Europol).

(16)  Het is voor de bestrijding van terrorisme en andere ernstige strafbare feiten noodzakelijk dat de aangewezen rechtshandhavingsinstanties over zo actueel mogelijke informatie beschikken om hun taken uit te voeren. Het is al gebleken dat de toegang tot VIS-gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden nuttig is voor de identificatie van personen die door geweld om het leven zijn gekomen en ertoe kan bijdragen dat onderzoekers aanzienlijke vooruitgang boeken in zaken betreffende mensenhandel, terrorisme of drugshandel. Toegang tot de in het EES opgeslagen gegevens is noodzakelijk voor het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven als bedoeld in Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad6 en andere ernstige strafbare feiten als bedoeld in Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad7. De gegevens die het EES oplevert, kunnen dienen als hulpmiddel bij het verifiëren van een identiteit wanneer een onderdaan van een derde land zijn documenten heeft vernietigd of wanneer de rechtshandhavingsautoriteiten een strafbaar feit onderzoeken met behulp van vingerafdrukken of gezichtsopnamen en de identiteit van een betrokkene willen vaststellen. Het EES kan ook dienen als opsporingsinstrument, dat bewijs kan leveren door het traceren van de reisroutes van personen die verdacht worden van een strafbaar feit of personen die daarvan het slachtoffer zijn. De in het EES opgenomen gegevens dienen daarom, onder de voorwaarden die in deze verordening worden vastgesteld, beschikbaar te zijn voor aangewezen autoriteiten van de lidstaten en de Europese Politiedienst (Europol). Vanuit het perspectief van rechtshandhaving en met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten, is het doorzoeken van de gegevensbank evenredig als er sprake is van een doorslaggevend belang van openbare veiligheid. Het doorzoeken dient naar behoren te worden gemotiveerd en evenredig aan het belang.

___________

___________

6  Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding (PB L 164 van 22.6.2002, blz. 6).

6  Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding (PB L 164 van 22.6.2002, blz. 6).

7  Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).

7  Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Europol speelt bovendien een sleutelrol bij de samenwerking tussen de instanties van de lidstaten die zich bezighouden met het onderzoeken van grensoverschrijdende criminaliteit, omdat Europol bijstand kan verlenen bij het voorkomen, analyseren en onderzoeken van criminaliteit op het niveau van de Unie. Europol moet daarom in het kader van zijn taken en overeenkomstig Besluit 2009/371/JBZ van de Raad ook toegang hebben tot het EES. 8

(17)  Europol speelt bovendien een sleutelrol bij de samenwerking tussen de instanties van de lidstaten die zich bezighouden met het onderzoeken van grensoverschrijdende criminaliteit, omdat Europol bijstand kan verlenen bij het voorkomen, analyseren en onderzoeken van criminaliteit op het niveau van de Unie. Europol moet daarom in het kader van zijn taken en overeenkomstig ook toegang hebben tot het EES en in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad.8 De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming moet toezicht houden op de verwerking van persoonsgegevens door Europol en moet ervoor zorgen dat de toepasselijke regelgeving op het gebied van gegevensbescherming volledig wordt nageleefd.

___________________

___________________

8  Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol) (PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37).

8  Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Het vergelijken van gegevens op basis van een latente vingerafdruk, dat wil zeggen het dactyloscopische spoor dat op de plaats van het misdrijf kan worden gevonden, is een fundamenteel hulpmiddel op het gebied van politiële samenwerking. De mogelijkheid om in zaken waarin er gegronde redenen bestaan om te vermoeden dat de dader of het slachtoffer in het EES is geregistreerd, een latente vingerafdruk te vergelijken met de in het EES opgeslagen vingerafdrukgegevens, zou voor de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten zeer waardevol zijn als hulpmiddel om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken, wanneer bijvoorbeeld latente vingerafdrukken het enige op de plaats van het misdrijf beschikbare bewijsmateriaal zijn.

(19)  Het vergelijken van gegevens op basis van een latente vingerafdruk, dat wil zeggen het dactyloscopische spoor dat op de plaats van het misdrijf kan worden gevonden, is een fundamenteel hulpmiddel op het gebied van politiële samenwerking. De mogelijkheid om in zaken waarin er gegronde redenen bestaan om te vermoeden dat de dader of het slachtoffer in het EES is geregistreerd, een latente vingerafdruk te vergelijken met de in het EES opgeslagen vingerafdrukgegevens, is voor de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten noodzakelijk om terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken, wanneer bijvoorbeeld latente vingerafdrukken het enige op de plaats van het misdrijf beschikbare bewijsmateriaal zijn.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 24 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(24 bis)  De lidstaten moeten waarborgen dat grenswachten toegang hebben tot de databank voor gestolen of verloren reisdocumenten (SLTD) van Interpol, en de relevante databanken van de lidstaten en de Unie. Daarnaast moeten ze ervoor zorgen dat grenswachten ten volle gebruikmaken van hun recht om deze databanken te raadplegen wanneer zij reizigers registreren die afkomstig zijn uit derde landen en die het grondgebied van de Unie betreden of verlaten.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  De in het EES opgeslagen persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan voor de doelstellingen van het EES noodzakelijk is. Het is dienstig om voor grensbeheerdoeleinden de gegevens betreffende onderdanen van derde landen gedurende vijf jaar te bewaren, teneinde te voorkomen dat onderdanen van derde landen zich voordat die periode is verstreken opnieuw in het EES moeten laten registreren. Ten aanzien van onderdanen van derde landen die familielid zijn van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38/EG10 van toepassing is of van een onderdaan van een derde land die onder het Unierecht inzake vrij verkeer valt, en die niet in het bezit zijn van een verblijfskaart als bedoeld in Richtlijn 2004/38/EG, is het dienstig om elke gekoppelde inreis-uitreisnotitie gedurende ten hoogste één jaar na de laatste uitreis te bewaren.

(25)  De in het EES opgeslagen persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan strikt noodzakelijk is voor de doelstellingen waarvoor de gegevens worden verwerkt. Het is voldoende om voor grensbeheerdoeleinden de gegevens betreffende onderdanen van derde landen die het EES op legale wijze gebruikt hebben en voor onderdanen van derde landen aan wie de toegang tot het grondgebied voor een kort verblijf {of op basis van een toeristenvisum} is geweigerd gedurende twee jaar te bewaren, teneinde te voorkomen dat onderdanen van derde landen zich voordat die periode is verstreken opnieuw in het EES moeten laten registreren. De bewaringstermijn van twee jaar zal de frequentie waarmee hernieuwde registratie noodzakelijk is, verminderen, wat voordelen zal opleveren voor alle reizigers doordat de grensoverschrijding minder tijd zal kosten en ook de wachttijd aan grensdoorlaatposten wordt bekort. Ook voor een reiziger die eenmalig het Schengengebied binnenkomt, verkort het feit dat andere reizigers die al in het EES zijn geregistreerd zich niet opnieuw hoeven te laten registreren voor het verstrijken van deze periode van twee jaar, de wachttijd aan de grens. Deze bewaringstermijn van twee jaar is ook nodig om grensdoorlaatposten te faciliteren die gebruikmaken van procesversnellers en zelfbedieningssystemen. Ten aanzien van onderdanen van derde landen die familielid zijn van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38/EG10 van toepassing is of van een onderdaan van een derde land die onder het Unierecht inzake vrij verkeer valt, en die niet in het bezit zijn van een verblijfskaart als bedoeld in Richtlijn 2004/38/EG, is het dienstig om elke gekoppelde inreis-uitreisnotitie gedurende ten hoogste één jaar na de laatste uitreis te bewaren. Na het verstrijken van de relevante bewaringstermijnen worden de gegevens automatisch uit het centrale systeem gewist.

___________

___________

10  Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).

10  Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis)  Een bewaringstermijn van vier jaar is noodzakelijk voor gegevens betreffende onderdanen van derde landen die het grondgebied van de lidstaten niet binnen de toegestane verblijfsduur hebben verlaten, teneinde de identificatie en de terugkeer te ondersteunen. De gegevens dienen na afloop van de periode van vier jaar automatisch te worden gewist, tenzij er redenen zijn om dat eerder te doen.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Een bewaringstermijn van vijf jaar is noodzakelijk om mogelijk te maken dat de grenswachter de nodige risicoanalyse verricht die de Schengengrenscode voorschrijft voordat een reiziger het Schengengebied mag binnenkomen. Voor het behandelen van een visumaanvraag op een consulaire post is het eveneens noodzakelijk om de reisgeschiedenis van de aanvrager te analyseren, om te beoordelen hoe eerdere visa zijn gebruikt en of de voorwaarden voor het verblijf zijn nageleefd. Het verdwijnen van het afstempelen van het paspoort wordt gecompenseerd door de mogelijkheid om het EES te raadplegen. De in het systeem vastgelegde reisgeschiedenis moet derhalve een periode bestrijken die voldoende is voor de afgifte van visa. De bewaringstermijn van vijf jaar vermindert de frequentie waarmee hernieuwde registratie noodzakelijk is, wat voordelen oplevert voor alle reizigers doordat de grensoverschrijding minder tijd zal kosten en ook de wachttijd aan grensdoorlaatposten wordt bekort. Ook een reiziger die eenmalig het Schengengebied binnenkomt, heeft er baat bij dat andere reizigers al in het EES zijn geregistreerd: het feit dat zij zich niet opnieuw hoeven te laten registreren, verkort de wachttijd aan de grens. Deze bewaringstermijn is ook nodig voor faciliteiten aan de grensdoorlaatpost die gebruikmaken van procesversnellers en zelfbedieningssystemen. Die faciliteiten zijn afhankelijk van de gegevens die al in het systeem zijn geregistreerd. Een kortere bewaringstermijn zou de duur van de grenscontroles negatief beïnvloeden. Met een kortere bewaringstermijn kunnen bovendien minder reizigers van dergelijke faciliteiten gebruikmaken, waardoor een van de doeleinden van het EES, namelijk het vergemakkelijken van de grensoverschrijding, zou worden ondermijnd.

(26)  Een bewaringstermijn van twee jaar voor de persoonsgegevens van onderdanen van derde landen die het EES op legale wijze gebruikt hebben en van onderdanen van derde landen aan wie de toegang tot het grondgebied voor een kort verblijf {of op basis van een toeristenvisum} is geweigerd en een bewaringstermijn van vier jaar voor persoonsgegevens van onderdanen van derde landen die het grondgebied van de lidstaten niet binnen de toegestane verblijfsduur hebben verlaten is noodzakelijk om mogelijk te maken dat de grenswachter de nodige risicoanalyse verricht die de Schengengrenscode voorschrijft voordat een reiziger het Schengengebied mag binnenkomen. Voor het behandelen van een visumaanvraag op een consulaire post is het eveneens noodzakelijk om de reisgeschiedenis van de aanvrager te analyseren, om te beoordelen hoe eerdere visa zijn gebruikt en of de voorwaarden voor verblijf en vestiging zijn nageleefd. Het verdwijnen van het afstempelen van het paspoort wordt gecompenseerd door de mogelijkheid om het EES te raadplegen. De in het systeem vastgelegde reisgeschiedenis moet derhalve een periode bestrijken die voldoende is voor de afgifte van visa. Bij de verrichting van de risicoanalyse aan de grens en bij de verwerking van de visumaanvraag moet de reisgeschiedenis van onderdanen van derde landen worden gecontroleerd om vast te stellen of zij de maximale duur van hun toegestane verblijfsduur in het verleden hebben overschreden. Het is derhalve noodzakelijk de persoonsgegevens van onderdanen van derde landen die het grondgebied van de lidstaten niet binnen de toegestane verblijfsduur hebben verlaten gedurende een langere periode van vier jaar te bewaren in vergelijking met de bewaringsperiode voor persoonsgegevens van onderdanen van derde landen die het EES op legale wijze gebruikt hebben en van onderdanen van derde landen aan wie de toegang tot het grondgebied voor een kort verblijf {of op basis van een toeristenvisum} is geweigerd.

Amendement     23

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Een bewaringstermijn van vijf jaar is tevens noodzakelijk voor gegevens betreffende personen die het grondgebied van de lidstaten niet binnen de toegestane verblijfsduur hebben verlaten, teneinde de identificatie en de terugkeer te ondersteunen, en voor de gegevens betreffende personen aan wie de toegang voor een kort verblijf of op basis van een rondreisvisum is geweigerd. De gegevens dienen na afloop van de periode van vijf jaar te worden verwijderd, tenzij er redenen zijn om dat eerder te doen.

Schrappen

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Er dienen nauwkeurige regels te worden vastgesteld betreffende de verantwoordelijkheden voor de ontwikkeling en het beheer van het EES en de verantwoordelijkheden van de lidstaten voor de aansluiting op het EES. Het Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad, dient verantwoordelijk te zijn voor de ontwikkeling en het operationele beheer van een gecentraliseerd EES overeenkomstig deze verordening; de desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) nr. 1077/2011 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

Schrappen

Motivering

Deze overweging wordt verplaatst.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad12 dient op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten uit hoofde van deze verordening van toepassing te zijn, tenzij de verwerking wordt verricht door de aangewezen of controlerende autoriteiten van de lidstaten met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten.

(30)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad12 dient op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten uit hoofde van deze verordening van toepassing te zijn, tenzij de verwerking wordt verricht door de aangewezen of controlerende autoriteiten van de lidstaten met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten.

___________________

___________________

12  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

12  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 04.05.2016, blz. 1).

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)   Voor de verwerking van persoonsgegevens door de autoriteiten van de lidstaten met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten overeenkomstig deze verordening dient op grond van het betreffende nationale recht een norm voor persoonsgegevensbescherming te gelden die in overeenstemming is met Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad13.

(31)  De nationale wetten, voorschriften en bestuursrechtelijke bepalingen die in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad12bis worden aangenomen, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten van de lidstaten met het oog op het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten uit hoofde van deze verordening.

___________________

___________________

 

12 bis Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en intrekking van het Kaderbesluit van de Raad 2008/977/JBZ (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

13 Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken (PB L 350 van 30.12.2008, blz. 60).

 

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  De krachtens artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG ingestelde onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten dienen toe te zien op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten, terwijl de bij Verordening (EG) nr. 45/2001 ingestelde Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming toezicht dient uit te oefenen op de werkzaamheden van de instellingen en organen van de Unie in verband met de verwerking van persoonsgegevens. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de toezichthoudende autoriteiten dienen samen te werken bij het toezicht op het EES.

(34)  De krachtens artikel 51 van Verordening (EU) 2016/679 ingestelde onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten dienen toe te zien op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten, terwijl de bij Verordening (EG) nr. 45/2001 ingestelde Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming toezicht dient uit te oefenen op de werkzaamheden van de instellingen en organen van de Unie in verband met de verwerking van persoonsgegevens. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de toezichthoudende autoriteiten dienen samen te werken bij het toezicht op het EES.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  De nationale toezichthoudende autoriteiten die krachtens artikel 25 van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad zijn ingesteld, dienen toe te zien op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden door de lidstaten en de krachtens artikel 33 van Besluit 2009/371/JBZ aangewezen nationale controleorganen dienen toe te zien op de rechtmatigheid van de gegevensverwerkingsactiviteiten van Europol.

(35)  De nationale toezichthoudende autoriteiten die krachtens artikel 41 van Richtlijn (EU) 2016/680 zijn ingesteld, dienen toe te zien op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden door de lidstaten.

Motivering

Het toezicht op de rechtmatigheid van de verwerking door Europol is een bevoegdheid van de EDPS, zoals bepaald in artikel 43 van de Europol-verordening, en niet van de nationale controleorganen.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  “(...) De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 en heeft op […] advies uitgebracht.

(36)  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 en heeft op 21 september 2016 advies uitgebracht.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 37

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  Het voorstel bevat strenge regels voor de toegang tot het EES en de nodige waarborgen. Het voorziet ook in het recht van toegang, correctie, verwijdering en verhaal van de betrokken personen, in het bijzonder het recht op een voorziening in rechte, en in toezicht op de verwerkingsactiviteiten door onafhankelijke openbare autoriteiten. Deze verordening eerbiedigt derhalve de grondrechten en neemt de beginselen in acht die door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden erkend, in het bijzonder het recht op waardigheid (artikel 1 van het Handvest), het verbod van slavernij en dwangarbeid (artikel 5 van het Handvest), het verbod van slavernij en dwangarbeid (artikel 5 van het Handvest), het recht op vrijheid en veiligheid (artikel 6 van het Handvest), de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven (artikel 7 van het Handvest), de bescherming van persoonsgegevens (artikel 8 van het Handvest), het recht op non-discriminatie (artikel 21 van het Handvest), de rechten van het kind (artikel 24 van het Handvest), de rechten van ouderen (artikel 25 van het Handvest), de rechten van personen met een handicap (artikel 26 van het Handvest) en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte (artikel 47 van het Handvest).

(37)  Het voorstel bevat strenge regels voor de toegang tot het EES en de nodige waarborgen. Het voorziet ook in het recht van toegang, rectificatie, aanvulling, uitwissing en verhaal van de betrokken personen, in het bijzonder het recht op een voorziening in rechte, en in toezicht op de verwerkingsactiviteiten door onafhankelijke openbare autoriteiten. Deze verordening eerbiedigt derhalve de grondrechten en neemt de beginselen in acht die door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden erkend, in het bijzonder het recht op waardigheid (artikel 1 van het Handvest), het verbod van slavernij en dwangarbeid (artikel 5 van het Handvest), het verbod van slavernij en dwangarbeid (artikel 5 van het Handvest), het recht op vrijheid en veiligheid (artikel 6 van het Handvest), de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven (artikel 7 van het Handvest), de bescherming van persoonsgegevens (artikel 8 van het Handvest), het recht op non-discriminatie (artikel 21 van het Handvest), de rechten van het kind (artikel 24 van het Handvest), de rechten van ouderen (artikel 25 van het Handvest), de rechten van personen met een handicap (artikel 26 van het Handvest) en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte (artikel 47 van het Handvest).

Amendement     31

Voorstel voor een verordening

Overweging 37 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(37 bis)  De toegang tot in het EES vervatte gegevens mag in geen geval door de lidstaten worden aangewend als reden om hun internationale verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 en het protocol van 31 januari 1967 daarbij te omzeilen, noch mag het worden gebruikt om asielzoekers die hun recht op internationale bescherming uitoefenen de toegang tot veilige en doeltreffende legale wegen naar het grondgebied van de Unie te ontzeggen.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 39 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 bis)  Bij de ingebruikneming van het EES dient ervan te worden uitgegaan dat alle resterende interne grenscontroles zijn opgeheven en dat alle huidige Schengen-lidstaten titel III van Verordening (EU) nr. 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad1bis toepassen. Derhalve dient het EES als een grensbeheersinstrument te worden ontwikkeld ter verhoging van de efficiëntie van grenscontroles door het berekenen en het monitoren van de toegestane verblijfsduur, en dient de integratie in de nationale grensinfrastructuren te worden voorbereid op basis van één ruimte zonder binnengrenstoezicht waarin personen gedurende een bepaalde toegestane verblijfsduur vrijelijk mogen bewegen.

 

___________________

 

1 bis Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1).

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  Deze verordening tot instelling van het EES komt in de plaats van de verplichting om paspoorten van onderdanen van derde landen af te stempelen, die voor alle toetredende lidstaten geldt. Bij de berekening van de toegestane verblijfsduur in het Schengengebied dient geen rekening te worden gehouden met het verblijf in lidstaten die overeenkomstig de hen betreffende toetredingsakte het Schengenacquis nog niet volledig toepassen. Die lidstaten dienen het verblijf van onderdanen van derde landen in het EES te registreren, maar de automatische rekenfunctie van het systeem dient hiermee geen rekening te houden bij het berekenen van de toegestane verblijfsduur.

(43)  Deze verordening tot instelling van het EES komt in de plaats van de verplichting om paspoorten van onderdanen van derde landen af te stempelen, die voor alle toetredende lidstaten geldt.

Amendement     34

Voorstel voor een verordening

Overweging 44

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(44)  Deze verordening dient de toepassing van Richtlijn 2004/38/EG onverlet te laten.

(44)  (Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 51

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(51)  Deze verordening is een handeling die voortbouwt op het Schengenacquis of op een andere wijze daaraan is gerelateerd, zoals bedoeld in, respectievelijk, artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003, artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005 en artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2011,

Schrappen

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij deze verordening wordt een inreis-uitreissysteem (Entry/Exit System, EES) ingesteld voor het registreren en opslaan van gegevens over de datum, het tijdstip en de plaats van inreis en uitreis van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de lidstaten overschrijden, voor het berekenen van de duur van hun verblijf en voor het genereren van meldingen aan de lidstaten wanneer de toegestane verblijfsduur is verstreken, alsmede voor het registreren van de datum, het tijdstip en de plaats waarop onderdanen van derde landen de toegang voor een kort verblijf of op basis van een rondreisvisum is geweigerd, de autoriteit van de lidstaat die de toegang heeft geweigerd en de redenen voor de weigering.

1.  Bij deze verordening wordt een inreis-uitreissysteem (Entry/Exit System, EES) ingesteld voor het registreren en opslaan van gegevens over de datum, het tijdstip en de plaats van inreis en uitreis van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de lidstaten overschrijden, voor het berekenen van de duur van hun toegestane verblijf en voor het genereren van meldingen aan de lidstaten wanneer de toegestane verblijfsduur is verstreken, alsmede voor het registreren van de datum, het tijdstip en de plaats waarop onderdanen van derde landen de toegang voor een kort verblijf of op basis van een rondreisvisum is geweigerd, de autoriteit van de lidstaat die de toegang heeft geweigerd en de redenen voor de weigering.

Amendement     37

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij deze verordening wordt tevens in hoofdstuk IV vastgesteld onder welke voorwaarden de aangewezen rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten en de Europese Politiedienst (Europol) toegang krijgen tot het EES om het te raadplegen met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten.

2.  Met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten wordt bij deze verordening tevens in hoofdstuk IV vastgesteld onder welke voorwaarden en beperkingen de aangewezen rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten en de Europese Politiedienst (Europol) toegang krijgen tot het EES om het te raadplegen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – punt 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  "aangewezen rechtshandhavingsinstanties": door de lidstaten aangewezen instanties die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten overeenkomstig artikel 26;

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – punt 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  “visum voor kort verblijf”: een door een lidstaat afgegeven vergunning voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten met een duur van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen;

(8)  "visum voor kort verblijf": een visum als omschreven in artikel 2, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad1 bis;

 

___________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode) (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1).

Motivering

Er wordt voorgesteld om een kruisverwijzing naar de Visumcode op te nemen in plaats van een definitie van "visum voor kort verblijf".

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – punt 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  “rondreisvisum”: een door een lidstaat afgegeven vergunning voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van twee of meer lidstaten met een duur van meer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, op voorwaarde dat de aanvrager niet het voornemen heeft om langer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied van dezelfde lidstaat te verblijven;

(9)  "rondreisvisum": een door een lidstaat afgegeven vergunning voor een voorgenomen verblijf op het grondgebied van twee of meer lidstaten met een duur van 12 maanden binnen een periode van 15 maanden, op voorwaarde dat de aanvrager niet langer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied van dezelfde lidstaat verblijft;

Motivering

Deze definitie van een rondreisvisum is aangepast aan het verslag van de LIBE-commissie over dit onderwerp.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – punt 15

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  “vingerafdrukgegevens”: de gegevens betreffende afdrukken van de wijsvinger, de middelvinger, de ringvinger en de pink van de rechterhand, indien aanwezig, en anders de linkerhand, of een latente vingerafdruk;

(15)  "vingerafdrukgegevens": de gegevens betreffende afdrukken van de wijsvinger, de middelvinger, de ringvinger en de pink van de rechterhand, indien aanwezig, en anders de linkerhand, met een resolutie en een kwaliteit die voldoende zijn voor het gebruik van de afbeelding voor geautomatiseerde biometrische matching, of een latente vingerafdruk;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – punt 20

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  “Frontex”: het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2007/2004;

(20)  “Frontex": de Europese kust- en grenswacht die is opgericht bij Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad1bis;

 

___________________

 

1 bis Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – punt 21

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  “toezichthoudende autoriteit”: de krachtens artikel 28 van Richtlijn 95/46/EG opgerichte organen;

Schrappen

Amendement     44

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – punt 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  “nationale toezichthoudende autoriteit” voor rechtshandhavingsdoeleinden: de krachtens artikel 25 van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad opgerichte autoriteiten;

Schrappen

Amendement     45

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – punt 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  “nationaal controleorgaan”: de krachtens artikel 33 van Besluit 2009/371/JBZ opgerichte organen;

Schrappen

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 2 van Richtlijn 95/46/EG gedefinieerde begrippen hebben in deze verordening dezelfde betekenis, voor zover persoonsgegevens worden verwerkt door de autoriteiten van de lidstaten voor het doel als vastgelegd in artikel 5 van deze verordening.

2.  De in artikel 4 van Verordening (EU) 2016/679 gedefinieerde begrippen hebben in deze verordening dezelfde betekenis, voor zover persoonsgegevens worden verwerkt door de autoriteiten van de lidstaten voor de doeleinden als vastgelegd in artikel 5, lid 1, onder a), van deze verordening.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in artikel 2 van Kaderbesluit 2008/977/JBZ gedefinieerde begrippen hebben in deze verordening dezelfde betekenis, voor zover persoonsgegevens worden verwerkt door de autoriteiten van de lidstaten voor rechtshandhavingsdoeleinden.

3.  De in artikel 3 van Richtlijn (EU) 2016/680 gedefinieerde begrippen hebben in deze verordening dezelfde betekenis, voor zover persoonsgegevens worden verwerkt door de autoriteiten van de lidstaten voor rechtshandhavingsdoeleinden als vastgelegd in artikel 5, lid 1 bis, van deze verordening.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Opzet van het EES

Ontwikkeling en operationeel beheer van het EES

Amendement     49

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (hierna “eu-LISA” genoemd) wordt belast met de ontwikkeling en het operationeel beheer van het EES, waaronder de functies voor het verwerken van de in artikel 14, lid 1, onder f), en artikel 15 bedoelde biometrische gegevens.

Het Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (hierna "eu-LISA" genoemd) wordt belast met de ontwikkeling en het operationeel beheer van het EES, waaronder de functies voor het verwerken van de in artikel 14, lid 1, onder f), en artikel 15 bedoelde biometrische gegevens, evenals voldoende veiligheid.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Doel van het EES

Doelstellingen van het EES

Amendement     51

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Door de datum, het tijdstip en de plaats van inreis en uitreis van onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen en van weigering van toegang aan onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen te registreren, op te slaan en aan de lidstaten ter beschikking te stellen, moet het EES:

1.  Niet van toepassing op de Nederlandse versie.

 

 

Amendement     52

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het mogelijk maken om personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden te identificeren en op te sporen (ook op het grondgebied) en de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten in staat stellen passende maatregelen te treffen, ook om de mogelijkheden voor terugkeer te vergroten;

c)  het mogelijk maken om personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden te identificeren en op te sporen en de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten in staat stellen passende maatregelen te treffen;

 

 

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  personele en andere middelen voor grenstoezicht vrijmaken door bepaalde controles te automatiseren, waardoor die middelen gerichter kunnen worden ingezet om onderdanen van derde landen te beoordelen;

e)  de automatisering van grenscontroles voor onderdanen van derde landen mogelijk maken;

Amendement     54

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)  bijdragen tot het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten;

Schrappen

Amendement     55

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

k)  het mogelijk maken om terroristen en andere verdachten van strafbare feiten, alsmede slachtoffers, die de buitengrenzen overschrijden, te identificeren en op te sporen;

Schrappen

Amendement     56

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter l

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

l)  het mogelijk maken informatie te genereren over de reisgeschiedenis van terroristen en andere verdachten van strafbare feiten en slachtoffers, met het oog op onderzoek in verband met terrorisme en zware criminaliteit.

Schrappen

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Door de handhavingsautoriteiten toegang te verlenen overeenkomstig de voorwaarden zoals neergelegd in deze verordening, moet het EES:

 

a)  bijdragen tot het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten;

 

b)  het mogelijk maken om terroristen en andere verdachten van strafbare feiten die de buitengrenzen overschrijden, te identificeren en op te sporen, alsmede slachtoffers die de buitengrenzen overschrijden, te identificeren;

 

c)  het mogelijk maken informatie te genereren over de reisgeschiedenis van terroristen en verdachten van strafbare feiten en slachtoffers, met het oog op onderzoek in verband met terrorisme en zware criminaliteit.

Amendement     58

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  Ter vereenvoudiging van de grensoverschrijding van onderdanen van derde landen die regelmatig reizen en vooraf worden gecontroleerd, kunnen lidstaten nationale faciliteringsprogramma's opzetten, overeenkomstig artikel 8, lid 3, onder e), van Verordening (EU) 2016/399, en deze koppelen aan het EES.

 

Het EES moet de bevoegde autoriteiten bedoeld in artikel 8 sexies van Verordening (EU) 2016/399 in staat stellen toegang te hebben tot informatie over eerdere korte verblijven of weigeringen van toegang voor de behandeling van aanvragen tot deelname aan nationale faciliteringsprogramma's en de aanname van besluiten in de zin van artikel 23.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  een op gemeenschappelijke technische specificaties gebaseerde en voor alle lidstaten identieke nationale uniforme interface (NUI) in elke lidstaat, waarmee het centrale systeem wordt aangesloten op de nationale grensinfrastructuur in de lidstaten;

b)  een op gemeenschappelijke technische specificaties gebaseerde en voor alle lidstaten identieke nationale uniforme interface (NUI) in elke lidstaat, waarmee het centrale systeem op een beveiligde manier wordt aangesloten op de nationale grensinfrastructuur in de lidstaten;

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  een communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interfaces.

d)  een beveiligde en versleutelde communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interfaces.

 

(Horizontaal amendement dat van toepassing is op de gehele tekst.)

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  visumgerelateerde gegevens rechtstreeks uit het VIS op te halen en in te voeren met het oog op de bijwerking van het EES wanneer een visum nietig wordt verklaard, wordt ingetrokken of wordt verlengd overeenkomstig artikel 17 van deze verordening en de artikelen 13, 14 en 18 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008;

b)  visumgerelateerde gegevens rechtstreeks uit het VIS op te halen en in te voeren met het oog op de bijwerking van de EES-notitie wanneer een visum nietig wordt verklaard, wordt ingetrokken of wordt verlengd overeenkomstig artikel 17 van deze verordening en de artikelen 13, 14 en 18 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008;

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  overeenkomstig artikel 21 van deze verordening en artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 767/2008 de echtheid en de geldigheid van het visum te verifiëren dan wel te verifiëren of is voldaan aan de voorwaarden voor de toegang tot het grondgebied van de lidstaten als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) 2016/399;

c)  overeenkomstig artikel 21 van deze verordening en artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 767/2008 aan de buitengrenzen de echtheid en de geldigheid van het visum te verifiëren dan wel te verifiëren of is voldaan aan de voorwaarden voor de toegang tot het grondgebied van de lidstaten als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) 2016/399;

Motivering

Verduidelijking van de tekst.

Amendement     63

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke bevoegde autoriteit ziet er bij het gebruik van het EES op toe dat zij onderdanen van derde landen niet discrimineert op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie en dat zij de menselijke waardigheid en integriteit volledig respecteert. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de specifieke situatie van kinderen, ouderen en personen met een handicap. Bij het bewaren van gegevens betreffende een kind dient het belang van het kind altijd voorop te staan.

2.  Elke bevoegde autoriteit ziet er bij het gebruik van het EES op toe dat zij onderdanen van derde landen niet discrimineert op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele geaardheid en dat zij de menselijke waardigheid en integriteit volledig respecteert. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de specifieke situatie van kinderen, ouderen en personen met een handicap. Bij het bewaren van gegevens betreffende een kind dient het belang van het kind altijd voorop te staan.

Motivering

In overeenstemming gebracht met het Handvest van de grondrechten.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Grenswachten dienen, bij het inwinnen van de biometrische gegevens voor het EES, de menselijke waardigheid volledig te respecteren, met name in het geval van moeilijkheden bij het vastleggen van gezichtskenmerken of het afnemen van vingerafdrukken.

Amendement     65

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Bij de berekening van de toegestane verblijfsduur in het Schengengebied wordt geen rekening gehouden met het verblijf in lidstaten die overeenkomstig de hen betreffende toetredingsakte het Schengenacquis nog niet volledig toepassen. Laatstgenoemde lidstaten registreren het verblijf van onderdanen van derde landen in het EES. De automatische calculator van het EES telt echter het verblijf in lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen niet mee bij de berekening van de toegestane verblijfsduur.

Schrappen

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het EES omvat een mechanisme dat onmiddellijk na het verstrijken van de toegestane verblijfsduur automatisch signaleert in welke inreis-uitreisnotities uitreisgegevens ontbreken en bij welke notities de toegestane verblijfsduur is overschreden.

1.  Niet van toepassing op de Nederlandse versie.

Amendement     67

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Overeenkomstig artikel 31 worden de lidstaten automatisch drie maanden vooraf in kennis gesteld van de geplande verwijdering van gegevens over personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden, zodat deze passende maatregelen kunnen nemen.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om onderdanen van derde landen in staat te stellen op elk moment de nog resterende toegestane verblijfsduur na te gaan, wordt hun via internet beveiligde toegang geboden tot een door eu-LISA op zijn twee technische locaties gehoste webservice door middel waarvan zij de overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder b), vereiste gegevens alsmede de verwachte inreis- en uitreisdatum kunnen opgeven. Op die basis verstrekt de webservice hun het antwoord OK/NIET OK. De webservice maakt gebruik van een afzonderlijke, alleen uitleesbare database die dagelijks wordt bijgewerkt door extractie in één richting van de minimaal noodzakelijke EES-gegevens.

1.  Om onderdanen van derde landen in staat te stellen op elk moment de nog resterende toegestane verblijfsduur na te gaan, wordt hun via internet beveiligde toegang geboden tot een door eu-LISA op zijn twee technische locaties gehoste webservice door middel waarvan zij de overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder b), vereiste gegevens alsmede de verwachte inreis- en uitreisdatum kunnen opgeven. Op die basis verstrekt de webservice hun het antwoord OK/NIET OK. De webservice maakt gebruik van een afzonderlijke, alleen uitleesbare database die dagelijks wordt bijgewerkt door extractie in één richting van de minimaal noodzakelijke EES-gegevens. Eu-LISA zal de voor de verwerking verantwoordelijke zijn die belast is met de beveiliging van de webservice, de beveiliging van de persoonsgegevens die deze service bevat en het proces om de persoonsgegevens uit het centrale systeem op te vragen en in te voeren in de webservice. Eu-LISA verricht een beoordeling van de risico's voor de informatiebeveiliging om de specifieke beveiligingsbehoeften van de webservice te bepalen.

Motivering

Verduidelijking voorgesteld door de EDPS.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Vervoerders kunnen van de beveiligde internettoegang tot de in lid 1 bedoelde webservice gebruikmaken om na te gaan of onderdanen van derde landen die over een visum voor één of twee binnenkomsten beschikken, hun visum al hebben gebruikt. Vervoerders verstrekken daartoe de gegevens bedoeld in artikel 14, lid 1, onder d). Op die basis verstrekt de webservice de vervoerder het antwoord OK/NIET OK. Vervoerders mogen de door hen verstuurde informatie en het door hen ontvangen antwoord opslaan.

2.  Vervoerders kunnen van de beveiligde internettoegang tot de in lid 1 bedoelde webservice gebruikmaken om na te gaan of onderdanen van derde landen die over een visum voor één of twee binnenkomsten beschikken, hun visum al hebben gebruikt. Vervoerders verstrekken daartoe de gegevens bedoeld in artikel 14, lid 1, onder d). Op die basis verstrekt de webservice de vervoerder het antwoord OK/NIET OK. Vervoerders stellen een authenticatieprocedure vast om te waarborgen dat enkel gemachtigde personeelsleden toegang hebben tot de webservice. Vervoerders mogen de door hen verstuurde informatie en het door hen ontvangen antwoord maximaal 48 uur bewaren, waarna de gegevens automatisch moeten worden verwijderd, alleen om de desbetreffende onderdanen van derde landen te informeren.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De grensautoriteiten verifiëren overeenkomstig artikel 21 of er al eerder een persoonlijk dossier in het EES is aangelegd voor de onderdaan van een derde land en controleren diens identiteit. Als een onderdaan van een derde land gebruikmaakt van een zelfbedieningssysteem voor het vooraf registreren van gegevens of voor het verrichten van grenscontroles, kan een dergelijke verificatie via het zelfbedieningssysteem worden verricht.

1.  Niet van toepassing op de Nederlandse versie. Where a third country national uses a self-service system for pre-enrolment of data or for the performance of border checks, a verification may be carried out through the self service system.

Amendement     71

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien er eerder al een persoonlijk dossier is aangelegd, werkt de grensautoriteit de daarin opgenomen gegevens zo nodig bij en maakt zij voor elke inreis en uitreis een inreis-uitreisnotitie overeenkomstig de artikelen 14 en 15 dan wel, in voorkomend geval, een notitie van weigering van toegang overeenkomstig artikel 16. Deze notitie wordt gekoppeld aan het persoonlijke dossier van de betrokken onderdaan van een derde land. Indien van toepassing worden de in artikel 17, lid 1, bedoelde gegevens toegevoegd aan het persoonlijke dossier en worden de in artikel 17, leden 3 en 4, bedoelde gegevens toegevoegd aan de inreis-uitreisnotitie van de betrokken onderdaan van een derde land. De verschillende reis- en/of identiteitsdocumenten die een onderdaan van een derde land rechtmatig gebruikt, worden toegevoegd aan het persoonlijke dossier van de betrokken onderdaan van een derde land. Als er eerder een dossier is aangelegd en de onderdaan van een derde land een reisdocument overlegt dat verschilt van het eerder geregistreerde reisdocument, worden de gegevens van artikel 14, lid 1, onder f), ook bijgewerkt, mits de in de chip van het nieuwe reisdocument geregistreerde gezichtsopname elektronisch kan worden uitgelezen.

2.  Indien er eerder al een persoonlijk dossier is aangelegd, werkt de grensautoriteit de daarin opgenomen gegevens zo nodig bij en maakt zij voor elke inreis en uitreis een inreis-uitreisnotitie overeenkomstig de artikelen 14 en 15 dan wel, in voorkomend geval, een notitie van weigering van toegang overeenkomstig artikel 16. Deze notitie wordt gekoppeld aan het persoonlijke dossier van de betrokken onderdaan van een derde land. Indien van toepassing worden de in artikel 17, lid 1, bedoelde gegevens toegevoegd aan het persoonlijke dossier en worden de in artikel 17, leden 3 en 4, bedoelde gegevens toegevoegd aan de inreis-uitreisnotitie van de betrokken onderdaan van een derde land. De verschillende reis- en/of identiteitsdocumenten die een onderdaan van een derde land rechtmatig gebruikt, worden toegevoegd aan het persoonlijke dossier van de betrokken onderdaan van een derde land. Als er eerder een dossier is aangelegd en de onderdaan van een derde land een geldig reisdocument overlegt dat verschilt van het eerder geregistreerde reisdocument, worden de gegevens van artikel 14, lid 1, onder f), ook bijgewerkt, mits de in de chip van het nieuwe reisdocument geregistreerde gezichtsopname elektronisch kan worden uitgelezen.

Amendement     72

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Als het nodig is om gegevens in het persoonlijke dossier op te nemen of bij te werken, kunnen de grensautoriteiten de in artikel 14, lid 1, onder d), e) en g), bedoelde gegevens rechtstreeks uit het VIS ophalen en importeren overeenkomstig artikel 18 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008.

3.  Als het nodig is om gegevens in het persoonlijke dossier op te nemen of bij te werken, kunnen de grensautoriteiten de in artikel 14, lid 1, onder d) tot en met g), bedoelde gegevens rechtstreeks uit het VIS ophalen en importeren overeenkomstig artikel 18 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Als een onderdaan van een derde land gebruikmaakt van een zelfbedieningssysteem voor het vooraf registreren van gegevens, is artikel 8 quater van Verordening (EU) nr. 2016/399 van toepassing. In dit geval kan de onderdaan van een derde land het persoonlijke dossier of, indien van toepassing, de gegevens die moeten worden bijgewerkt, vooraf registreren. De gegevens worden bevestigd door de grenswachter wanneer de beslissing om toegang toe te staan of te weigeren is genomen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 2016/399. De in lid 1 van dit artikel bedoelde controle wordt verricht door middel van het zelfbedieningssysteem. de in artikel 14, lid 1, onder d), e) en g), vermelde gegevens kunnen rechtstreeks uit het VIS worden opgevraagd en geïmporteerd.

5.   Als een onderdaan van een derde land gebruikmaakt van een zelfbedieningssysteem voor het vooraf registreren van gegevens, is artikel 8 quater van Verordening (EU) nr. 2016/399 van toepassing. In dit geval kan de onderdaan van een derde land het persoonlijke dossier of, indien van toepassing, de gegevens die moeten worden bijgewerkt, vooraf registreren. De gegevens worden bevestigd door de grenswachter wanneer de beslissing om toegang toe te staan of te weigeren is genomen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 2016/399. De in lid 1 van dit artikel bedoelde controle wordt verricht door middel van het zelfbedieningssysteem. De in artikel 14, lid 1, onder d), e) tot en met g), vermelde gegevens kunnen rechtstreeks uit het VIS worden opgevraagd en geïmporteerd.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Persoonsgegevens van visumhouders

Persoonsgegevens van onderdanen van derde landen die een visum nodig hebben om de buitengrenzen te overschrijden

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De grensautoriteit legt het persoonlijke dossier van de visumhoudende onderdaan van een derde land aan door de volgende gegevens in te voeren:

1.  De grensautoriteit legt het persoonlijke dossier van de onderdaan van een derde land die een visum nodig heeft om de buitengrenzen te overschrijden aan door de volgende gegevens in te voeren:

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het soort, het nummer en de drieletterige code van het land van afgifte van het reisdocument/de reisdocumenten;

b)  het soort en het nummer van het reisdocument of de reisdocumenten en de drieletterige code van het land van afgifte van het reisdocument/de reisdocumenten;

Motivering

Verduidelijking van de tekst.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)   de gezichtsopname, zo mogelijk elektronisch uitgelezen van een elektronisch machineleesbaar reisdocument, en anders ter plaatse gemaakt,

f)  de gezichtsopname, met een resolutie en een kwaliteit die voldoende zijn voor het gebruik van de afbeelding voor geautomatiseerde biometrische matching, zo mogelijk elektronisch uitgelezen van een elektronisch machineleesbaar reisdocument of van het VIS, en anders ter plaatse gemaakt;

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij elke inreis van de visumhoudende onderdaan van een derde land worden de hieronder genoemde gegevens opgenomen in een inreis-uitreisnotitie. Deze notitie wordt aan het persoonlijke dossier van de betrokken onderdaan van een derde land gekoppeld via het persoonlijke referentienummer dat bij het aanleggen van dat dossier door het EES wordt gegenereerd:

2.  Bij elke inreis van de onderdaan van een derde land die een visum nodig heeft om de buitengrenzen te overschrijden worden de hieronder genoemde gegevens opgenomen in een inreis-uitreisnotitie die aan het persoonlijk dossier van de betrokkene wordt gekoppeld via het persoonlijk referentienummer dat bij het aanleggen van dat dossier door het EES wordt gegenereerd:

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Als er onmiddellijk na de datum waarop de toegestane verblijfsduur is verstreken, uitreisgegevens ontbreken, wordt de inreis-uitreisnotitie door het systeem voorzien van een merkteken of een markering en worden de gegevens van de visumhoudende onderdaan van een derde land van wie is vastgesteld dat hij de toegestane verblijfsduur heeft overschreden, toegevoegd aan de in artikel 11 bedoelde lijst.

4.  Niet van toepassing op de Nederlandse versie.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Voor het aanleggen van het persoonlijke dossier van een visumhoudende onderdaan van een derde land kunnen de grensautoriteiten de in lid 1, onder d), e) en g), bedoelde gegevens rechtstreeks uit het VIS opvragen en importeren overeenkomstig artikel 18 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008.

5.  Voor het aanleggen of bijwerken van de inreis-uitreisnotitie in het persoonlijke dossier van een onderdaan van een derde land die een visum nodig heeft om de buitengrenzen te overschrijden, kunnen de grensautoriteiten de in lid 1, onder d) tot en met g), bedoelde gegevens rechtstreeks uit het VIS opvragen en importeren overeenkomstig artikel 18 bis van Verordening (EG) nr. 767/2008.

Amendement     81

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Als een visumhoudende onderdaan van een derde land gebruikmaakt van het nationaal faciliteringsprogramma van een lidstaat overeenkomstig artikel 8 sexies van Verordening (EU) 2016/399, kan de betrokken lidstaat in het persoonlijke dossier van die visumhoudende onderdaan van een derde land melding maken van het betrokken nationale faciliteringsprogramma.

Motivering

Het feit dat een persoon al een veiligheidsonderzoek heeft ondergaan en in een van de lidstaten tot een nationaal faciliteringsprogramma is toegelaten vormt waardevolle informatie voor grensbewakers.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor niet-visumplichtige onderdanen van derde landen neemt de grensautoriteit in hun persoonlijke dossier de in artikel 14, lid 1, onder a), b), c) en f), bedoelde gegevens op. Bovendien neemt zij in dat persoonlijke dossier de vier vingerafdrukken op van de wijsvinger, de middelvinger, de ringvinger en de pink van de rechterhand, en indien dit niet mogelijk is, die van dezelfde vingers van de linkerhand, conform de door de Commissie overeenkomstig artikel 61, lid 2, vastgestelde specificaties inzake de resolutie en het gebruik van vingerafdrukken. Voor niet-visumplichtige onderdanen van derde landen geldt artikel 14, leden 2 tot en met 4.

1.  Voor niet-visumplichtige onderdanen van derde landen neemt de grensautoriteit in hun persoonlijke dossier de in artikel 14, lid 1, onder a), b), c) en f), bedoelde gegevens op. Bovendien neemt zij in dat persoonlijke dossier de vier vingerafdrukken op van de wijsvinger, de middelvinger, de ringvinger en de pink van de rechterhand, en indien dit niet mogelijk is, die van dezelfde vingers van de linkerhand, conform de door de Commissie overeenkomstig artikel 61, lid 2, vastgestelde specificaties inzake de resolutie en het gebruik van vingerafdrukken. Voor niet-visumplichtige onderdanen van derde landen geldt dienovereenkomstig artikel 14, leden 2 tot en met 4.

Amendement     83

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gaat het evenwel om een fysieke onmogelijkheid van tijdelijke aard, dan moeten van de betrokkene bij de daaropvolgende inreis vingerafdrukken worden genomen. De grensautoriteiten mogen om verduidelijking vragen betreffende de redenen voor de tijdelijke onmogelijkheid om vingerafdrukken te geven.

Gaat het evenwel om een fysieke onmogelijkheid van tijdelijke aard, dan moeten van de betrokkene bij de daaropvolgende inreis vingerafdrukken worden genomen. De grensautoriteiten mogen om verduidelijking vragen betreffende de redenen voor de tijdelijke onmogelijkheid om vingerafdrukken te geven. Deze redenen worden opgeslagen in het persoonlijke dossier totdat de persoon in staat is vingerafdrukken af te geven, maar niet langer dan de bewaringstermijn voor dat persoonlijke dossier.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Bij personen die krachtens lid 2 of lid 3 om wettelijke of feitelijke redenen zijn vrijgesteld van de verplichte afgifte van vingerafdrukken, wordt in het daarvoor bestemde vak “niet van toepassing” vermeld. In het systeem moet een onderscheid kunnen worden gemaakt tussen de gevallen waarin om wettelijke redenen geen vingerafdrukken vereist zijn en de gevallen waarin zij feitelijk niet kunnen worden verstrekt.

4.  Bij personen die krachtens lid 2 of lid 3 om wettelijke of feitelijke redenen zijn vrijgesteld van de verplichte afgifte van vingerafdrukken, wordt in het daarvoor bestemde vak “niet van toepassing” vermeld. In het systeem moet een onderscheid kunnen worden gemaakt tussen de gevallen waarin om wettelijke redenen geen vingerafdrukken vereist zijn en de gevallen waarin zij feitelijk niet kunnen worden verstrekt. Het feit dat de fysieke onmogelijkheid om vingerafdrukken af te geven van tijdelijke aard is, wordt genoteerd.

Amendement     85

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Als er overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 2016/399 en bijlage V daarbij door de grensautoriteit is beslist om de toegang tot het grondgebied van de lidstaten te weigeren aan een onderdaan van een derde land overeenkomstig artikel 2, lid 2, van deze verordening, en er voor die onderdaan van een derde land nog niet eerder een dossier in het EES is geregistreerd, legt de grensautoriteit een persoonlijk dossier aan waarin zij de krachtens artikel 14, lid 1, vereiste gegevens opneemt als het gaat om een visumhoudende onderdaan van een derde land en de krachtens artikel 15, lid 1, vereiste gegevens als het gaat om een niet-visumplichtige onderdaan van een derde land.

1.  Als er overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 2016/399 en bijlage V daarbij door de grensautoriteit is beslist om de toegang tot het grondgebied van de lidstaten te weigeren aan een onderdaan van een derde land overeenkomstig artikel 2, lid 2, van deze verordening, en er voor die onderdaan van een derde land nog niet eerder een dossier in het EES is geregistreerd, legt de grensautoriteit een persoonlijk dossier aan waarin zij de krachtens artikel 14, lid 1, vereiste alfanumerieke gegevens opneemt als het gaat om een visumhoudende onderdaan van een derde land en de krachtens artikel 15, lid 1, vereiste alfanumerieke gegevens als het gaat om een niet-visumplichtige onderdaan van een derde land.

Motivering

Er is geen goede reden om biometrische persoonsgegevens te verzamelen en te bewaren van onderdanen van derde landen die de toegang is geweigerd tot het grondgebied van een lidstaat en geen externe grens overschrijden.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  elke andere beslissing die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat overeenkomstig de nationale wetgeving is genomen en die leidt tot de verwijdering of het vertrek van de onderdaan van een derde land die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de lidstaten.

b)  elke andere beslissing die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat overeenkomstig de nationale wetgeving is genomen en die leidt tot de verwijdering of het vrijwillige vertrek van de onderdaan van een derde land die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de lidstaten.

Motivering

Afstemming van de terminologie op de terugkeerrichtlijn.

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In dat geval is artikel 12 van Verordening (EU) 2016/399 van toepassing en indien dit vermoeden wordt weerlegd met bewijs dat de betrokken onderdaan van een derde land de voorwaarden voor kort verblijf heeft nageleefd, leggen de bevoegde autoriteiten zo nodig in het EES een persoonlijk dossier aan voor die onderdaan van een derde land, werken zij de laatste inreis-uitreisnotitie bij door de ontbrekende gegevens in te vullen overeenkomstig de artikelen 14 en 15, of verwijderen zij een bestaand dossier als artikel 32 van toepassing is.

In dat geval is artikel 12 van Verordening (EU) 2016/399 van toepassing en indien dit vermoeden wordt weerlegd in overeenstemming met artikel 12, lid 3, van die verordening, leggen de bevoegde autoriteiten zo nodig in het EES een persoonlijk dossier aan voor die onderdaan van een derde land, werken zij de laatste inreis-uitreisnotitie bij door de ontbrekende gegevens in te vullen overeenkomstig de artikelen 14 en 15, of verwijderen zij een bestaand dossier als artikel 32 van toepassing is.

Motivering

In plaats van de bepalingen te herschrijven, wordt een kruisverwijzing naar de toepasselijke bepalingen in de Schengengrenscode toegevoegd.

Amendement     88

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Als de zoekopdracht op basis van de in lid 2 bedoelde gegevens uitwijst dat er gegevens over de onderdaan van een derde land zijn geregistreerd in het EES, wordt aan de bevoegde autoriteit toegang verleend om de gegevens van het persoonlijke dossier van die onderdaan van een derde land en de daaraan gekoppelde inreis-uitreisnotitie(s) te raadplegen.

3.  Als de zoekopdracht op basis van de in lid 2 bedoelde gegevens uitwijst dat er gegevens over de onderdaan van een derde land zijn geregistreerd in het EES, wordt aan de bevoegde autoriteit toegang verleend om de gegevens van het persoonlijke dossier van die onderdaan van een derde land en de daaraan gekoppelde inreis-uitreisnotitie(s) en gemotiveerde notities van weigering van toegang te raadplegen.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de vingerafdrukken van de onderdaan van een derde land niet kunnen worden gebruikt of de zoekopdracht op basis van de vingerafdrukken en de gezichtsopname geen resultaat oplevert, wordt gezocht aan de hand van de gegevens bedoeld in artikel 14, lid 1, onder a) en/of b);

Niet van toepassing op de Nederlandse versie.

Amendement     90

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien het nationale recht dit toestaat, kunnen de aangewezen autoriteit en het centrale toegangspunt deel uitmaken van dezelfde organisatie, maar het centrale toegangspunt treedt bij de uitvoering van zijn taken uit hoofde van deze verordening onafhankelijk op. Het centrale toegangspunt staat los van de aangewezen autoriteiten en ontvangt van deze diensten geen instructies met betrekking tot de resultaten van de verificatie.

Indien het nationale recht dit toestaat, kunnen de aangewezen autoriteit en het centrale toegangspunt deel uitmaken van dezelfde organisatie, maar het centrale toegangspunt is onafhankelijk en treedt bij de uitvoering van zijn taken uit hoofde van deze verordening volledig onafhankelijk op. Het centrale toegangspunt staat los van de aangewezen autoriteiten en ontvangt van deze diensten geen instructies met betrekking tot de resultaten van de verificatie.

Amendement     91

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In uitzonderlijk dringende gevallen, bij dreigend gevaar in verband met terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten, verwerkt het/de centrale toegangspunt(en) het verzoek onmiddellijk en verifieert/verifiëren het/zij pas achteraf of aan alle voorwaarden van artikel 29 is voldaan en er daadwerkelijk sprake was van een uitzonderlijk dringend geval. De verificatie achteraf vindt plaats zonder onnodige vertraging na de verwerking van het verzoek.

2.  In uitzonderlijk dringende gevallen, bij dreigend gevaar in verband met terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten, verwerkt het/de centrale toegangspunt(en) het verzoek onmiddellijk en verifieert/verifiëren het/zij pas achteraf of aan alle voorwaarden van artikel 29 is voldaan en er daadwerkelijk sprake was van een uitzonderlijk dringend geval. De verificatie achteraf vindt plaats zonder onnodige vertraging en uiterlijk 48 uur na de verwerking van het verzoek.

Amendement     92

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  toegang voor raadpleging is nodig met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten, wat betekent dat het doorzoeken van de gegevensbank evenredig is als er sprake is van een doorslaggevend belang van openbare veiligheid;

a)  toegang voor raadpleging is nodig met het oog op het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten;

Amendement     93

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  toegang voor raadpleging is noodzakelijk in een specifiek geval;

b)  toegang voor raadpleging is noodzakelijk en evenredig in een specifiek geval;

Amendement     94

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat de raadpleging van het EES wezenlijk kan bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van de desbetreffende strafbare feiten, met name wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot een van de categorieën waarop deze verordening van toepassing is.

c)  er is bewijs of er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat de raadpleging van het EES wezenlijk zal bijdragen tot het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van de desbetreffende strafbare feiten, met name wanneer de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot een van de categorieën waarop deze verordening van toepassing is.

Amendement     95

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De toegang tot het EES als instrument voor strafrechtelijke identificatie met het oog op het identificeren van een onbekende verdachte, een onbekende dader of een onbekend vermoedelijk slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit is toegestaan, als is voldaan aan de in lid 1 vermelde voorwaarden en aan de volgende aanvullende voorwaarden:

2.  De toegang tot het EES als instrument voor het identificeren van een onbekende verdachte, een onbekende dader of een onbekend vermoedelijk slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit is toegestaan, als is voldaan aan de in lid 1 vermelde voorwaarden en aan de volgende aanvullende voorwaarden:

Amendement     96

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Die eerdere zoekopdracht hoeft echter niet te worden verricht als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de vergelijking met dergelijke systemen niet tot de verificatie van de identiteit van de betrokkene zou leiden. Die gegronde redenen worden vermeld in het gemotiveerde elektronische verzoek om vergelijking met EES-gegevens dat de aangewezen autoriteit naar het/de centrale toegangspunt(en) stuurt.

Die eerdere zoekopdracht hoeft echter niet te worden verricht als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de vergelijking met dergelijke systemen niet tot de verificatie van de identiteit van de betrokkene zou leiden of in uitzonderlijk dringende gevallen, bij dreigend gevaar in verband met terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten. Die gegronde redenen worden vermeld in het gemotiveerde elektronische verzoek om vergelijking met EES-gegevens dat de aangewezen autoriteit naar het/de centrale toegangspunt(en) stuurt.

Amendement     97

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De toegang tot het EES als opsporingsinstrument in strafzaken voor het raadplegen van de reisgeschiedenis of de verblijfsperioden in het Schengengebied van een bekende verdachte, een bekende dader of een bekend vermoedelijk slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit, is toegestaan wanneer aan de in lid 1 vermelde voorwaarden is voldaan en er een naar behoren gemotiveerde noodzaak is om de inreis-uitreisnotities van de betrokkene te raadplegen.

3.  De toegang tot het EES als instrument voor het raadplegen van de reisgeschiedenis of de verblijfsperioden in het Schengengebied van een bekende verdachte, een bekende dader of een bekend vermoedelijk slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit, is toegestaan wanneer aan de in lid 1 vermelde voorwaarden is voldaan en er een naar behoren gemotiveerde noodzaak is om de inreis-uitreisnotities van de betrokkene te raadplegen.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 4 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   Raadpleging van het EES voor identificatie wordt beperkt tot zoeken in het aanvraagdossier op basis van de volgende EES-gegevens:

4.  Raadpleging van het EES voor identificatie in de zin van lid 2 wordt beperkt tot zoeken in het aanvraagdossier op basis van de volgende EES-gegevens:

Motivering

Er wordt een kruisverwijzing opgenomen om de tekst te verduidelijken.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 5 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Raadpleging van het EES voor de reisgeschiedenis van de betrokken onderdaan van een derde land wordt beperkt tot zoekopdrachten op basis van de volgende EES-gegevens in het persoonlijke dossier of in de inreis-uitreisnotities:

5.  Raadpleging van het EES voor de reisgeschiedenis van de betrokken onderdaan van een derde land in de zin van lid 3 wordt beperkt tot zoekopdrachten op basis van de volgende EES-gegevens in het persoonlijke dossier of in de inreis-uitreisnotities:

Motivering

Er wordt een kruisverwijzing opgenomen om de tekst te verduidelijken.

Amendement     100

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de raadpleging is noodzakelijk om het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten die onder het mandaat van Europol vallen, te ondersteunen en te versterken, wat betekent dat het doorzoeken van de gegevensbank evenredig is als er sprake is van een doorslaggevend belang van openbare veiligheid;

a)  de raadpleging is noodzakelijk om het optreden van de lidstaten bij het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten die onder het mandaat van Europol vallen, te ondersteunen en te versterken;

Amendement     101

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de raadpleging is noodzakelijk in een specifiek geval;

b)  de raadpleging is noodzakelijk en evenredig in een specifiek geval;

Amendement     102

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat de raadpleging van het EES wezenlijk kan bijdragen tot het voorkomen, opsporen of onderzoeken van de desbetreffende strafbare feiten, met name wanneer er een gegrond vermoeden bestaat dat de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot een van de categorieën waarop deze verordening van toepassing is.

c)  er is bewijs of er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat de raadpleging van het EES wezenlijk kan bijdragen tot het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van de desbetreffende strafbare feiten, met name wanneer de verdachte, de dader of het slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit behoort tot een van de categorieën waarop deze verordening van toepassing is.

Amendement     103

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De toegang tot het EES als instrument voor het identificeren van een onbekende verdachte, een onbekende dader of een onbekend vermoedelijk slachtoffer van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit is toegestaan, als is voldaan aan de in lid 1 vermelde voorwaarden en als in de technisch en wettelijk voor Europol toegankelijke databanken verrichte voorafgaande zoekopdrachten niet tot de verificatie van de identiteit van de betrokkene hebben geleid.

 

Aangezien vingerafdrukgegevens van visumhoudende onderdanen van derde landen enkel in het VIS worden opgeslagen, kan een verzoek om raadpleging van het VIS in verband met dezelfde betrokkene tegelijk worden ingediend met een verzoek om raadpleging van het EES overeenkomstig de in Besluit 2008/633/JBZ vastgestelde voorwaarden, gesteld dat de in de technisch en wettelijk voor Europol toegankelijke databanken verrichte voorafgaande zoekopdrachten niet tot de verificatie van de identiteit van de betrokkene hebben geleid.

Amendement     104

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 29, leden 2 tot en met 5, vermelde voorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing.

2.  De in artikel 29, leden 3 tot en met 5, vermelde voorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing.

Amendement     105

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke inreis-uitreisnotitie of notitie van weigering van toegang die is gekoppeld aan een persoonlijk dossier, wordt bewaard tot vijf jaar na de datum van de uitreisnotitie of de notitie van weigering van toegang, naargelang het geval.

1.  Elke inreis-uitreisnotitie of notitie van weigering van toegang die is gekoppeld aan een persoonlijk dossier, wordt in het centrale systeem van het EES bewaard tot twee jaar na de datum van de uitreisnotitie of de notitie van weigering van toegang, naargelang het geval.

Amendement     106

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elk persoonlijk dossier met de daaraan gekoppelde inreis-uitreisnotitie(s) of notities van weigering van toegang wordt tot vijf jaar en één dag na de datum van de laatste uitreisnotitie bewaard indien er binnen vijf jaar na die laatste uitreisnotitie of notitie van weigering van toegang geen nieuwe inreisnotitie is gemaakt.

2.  Elk persoonlijk dossier met de daaraan gekoppelde inreis-uitreisnotitie(s) of notities van weigering van toegang wordt in het centrale systeem van het EES tot twee jaar en één dag na de datum van de laatste uitreisnotitie bewaard indien er binnen twee jaar na die laatste uitreisnotitie of notitie van weigering van toegang geen nieuwe inreisnotitie is gemaakt.

Amendement     107

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien bij het verstrijken van de toegestane verblijfsduur geen uitreisnotitie is gemaakt, worden de gegevens tot vijf jaar na het verstrijken van de toegestane verblijfsduur bewaard. Het EES stelt de lidstaten automatisch drie maanden vooraf in kennis van de geplande verwijdering van gegevens over personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden, zodat deze passende maatregelen kunnen nemen.

3.  Indien bij het verstrijken van de toegestane verblijfsduur geen uitreisnotitie is gemaakt, worden de gegevens tot vier jaar na het verstrijken van de toegestane verblijfsduur bewaard. Overeenkomstig het in artikel 11 vastgestelde informatiemechanisme stelt het EES de lidstaten automatisch drie maanden vooraf in kennis van de geplande verwijdering van gegevens over personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden, zodat deze passende maatregelen kunnen nemen.

Amendement     108

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In afwijking van de leden 2 en 3 worden de inreis-uitreisnotities betreffende onderdanen van derde landen die als onder Richtlijn 2004/38/EG vallend familielid van een Unieburger of als familielid van een onderdaan van een derde land die uit hoofde van het Unierecht het recht van vrij verkeer geniet, niet in het bezit zijn van een verblijfskaart als bedoeld uit hoofde van Richtlijn 2004/38/EG, tot maximaal één jaar na de laatste uitreisnotitie bewaard in het EES.

4.  In afwijking van de leden 2 en 3 worden de inreis-uitreisnotities betreffende onderdanen van derde landen die familielid zijn van een Unieburger op wie Richtlijn 2004/38/EG van toepassing is of familielid van een onderdaan van een derde land die uit hoofde van het Unierecht het recht van vrij verkeer geniet, en niet in het bezit zijn van een verblijfskaart als bedoeld uit hoofde van Richtlijn 2004/38/EG, tot maximaal één jaar na de laatste uitreisnotitie bewaard in het EES.

Amendement     109

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Na het verstrijken van de in de leden 1 en 2 bedoelde bewaringsperiode worden dergelijke gegevens automatisch uit het centrale systeem verwijderd.

5.  Na het verstrijken van de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde bewaringstermijn worden dergelijke gegevens automatisch uit het centrale systeem verwijderd.

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De verantwoordelijke lidstaat is gerechtigd om de gegevens die hij in het EES heeft opgeslagen, te wijzigen, door de gegevens te corrigeren of te verwijderen.

1.  De verantwoordelijke lidstaat is gerechtigd om de gegevens die hij in het EES heeft opgeslagen, te wijzigen, door de gegevens te rectificeren, aan te vullen of te wissen.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2  Indien de verantwoordelijke lidstaat over aanwijzingen beschikt dat in het EES feitelijk onjuiste gegevens zijn opgeslagen of dat de verwerking in het EES niet strookt met deze verordening, controleert hij de betrokken gegevens om deze, indien nodig, onverwijld te wijzigen of te verwijderen uit het EES en, indien van toepassing, van de in artikel 11 bedoelde lijst van personen. Dit kan ook plaatsvinden op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 46.

2  Indien de verantwoordelijke lidstaat over aanwijzingen beschikt dat in het EES feitelijk onjuiste, onvolledige gegevens zijn opgeslagen of dat de verwerking in het EES niet strookt met deze verordening, controleert hij de betrokken gegevens om deze, indien nodig, onverwijld te rectificeren, aan te vullen of te wissen uit het EES en, indien van toepassing, van de in artikel 11 bedoelde lijst van personen. Dit kan ook plaatsvinden op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 46.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Als een andere lidstaat dan de verantwoordelijke lidstaat over aanwijzingen beschikt dat in het EES feitelijk onjuiste gegevens zijn opgeslagen of dat de verwerking in het EES niet strookt met deze verordening, controleert hij, in afwijking van de leden 1 en 2, de betrokken gegevens indien mogelijk zonder de verantwoordelijke lidstaat te raadplegen, om deze gegevens, indien nodig, onverwijld te wijzigen of te verwijderen uit het EES en, indien van toepassing, van de in artikel 11 bedoelde lijst van geïdentificeerde personen. Anders neemt de lidstaat binnen 14 dagen contact op met de autoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat en controleert de verantwoordelijke lidstaat binnen een maand de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de verwerking ervan. Dit kan ook plaatsvinden op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 46.

3.  Als een andere lidstaat dan de verantwoordelijke lidstaat over aanwijzingen beschikt dat in het EES feitelijk onjuiste, onvolledige gegevens zijn opgeslagen of dat de verwerking in het EES niet strookt met deze verordening, controleert hij, in afwijking van de leden 1 en 2, de betrokken gegevens indien mogelijk zonder de verantwoordelijke lidstaat te raadplegen, om deze gegevens, indien nodig, onverwijld te rectificeren, aan te vullen of te wissen uit het EES en, indien van toepassing, van de in artikel 11 bedoelde lijst van geïdentificeerde personen. Anders neemt de lidstaat binnen 7 dagen contact op met de autoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat en controleert de verantwoordelijke lidstaat binnen 14 dagen de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de verwerking ervan. Dit kan ook plaatsvinden op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 46.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Ingeval de verantwoordelijke lidstaat of een andere lidstaat dan de verantwoordelijke lidstaat over aanwijzingen beschikt dat in het EES feitelijk onjuiste visumgerelateerde gegevens zijn opgeslagen of dat de verwerking in het EES niet strookt met deze verordening, controleert hij eerst de juistheid van deze gegevens aan de hand van het VIS en wijzigt hij deze zo nodig in het EES. Als de in het VIS opgeslagen gegevens gelijk zijn aan die in het EES, informeert de lidstaat de lidstaat die verantwoordelijk is voor het invoeren van de gegevens in het VIS onverwijld via de infrastructuur van het VIS overeenkomstig artikel 24, lid 2, van Verordening (EG) nr. 767/2008. De lidstaat die verantwoordelijk is voor de invoering van de gegevens in het VIS controleert de betrokken gegevens en zo nodig corrigeert hij deze of verwijdert hij deze onverwijld uit het VIS en informeert hij de verantwoordelijke lidstaat of de aangezochte lidstaat, die de gegevens zo nodig onmiddellijk wijzigt of verwijdert uit het EES of van de in artikel 11 bedoelde lijst van geïdentificeerde personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden.

4.  Ingeval de verantwoordelijke lidstaat of een andere lidstaat dan de verantwoordelijke lidstaat over aanwijzingen beschikt dat in het EES feitelijk onjuiste, onvolledige visumgerelateerde gegevens zijn opgeslagen of dat de verwerking in het EES niet strookt met deze verordening, controleert hij eerst de juistheid van deze gegevens aan de hand van het VIS en rectificeert hij deze, vult hij deze aan of wist hij deze zo nodig uit het EES. Als de in het VIS opgeslagen gegevens gelijk zijn aan die in het EES, informeert de lidstaat de lidstaat die verantwoordelijk is voor het invoeren van de gegevens in het VIS onverwijld via de infrastructuur van het VIS overeenkomstig artikel 24, lid 2, van Verordening (EG) nr. 767/2008. De lidstaat die verantwoordelijk is voor de invoering van de gegevens in het VIS controleert de betrokken gegevens en zo nodig rectificeert hij deze, vult deze aan of wist hij deze onverwijld uit het VIS en informeert hij de verantwoordelijke lidstaat of de aangezochte lidstaat, die de gegevens zo nodig onmiddellijk rectificeert, aanvult of wist uit het EES of van de in artikel 11 bedoelde lijst van geïdentificeerde personen.

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5   De gegevens van de in artikel 11 bedoelde geïdentificeerde personen worden onverwijld verwijderd van de in dat artikel bedoelde lijst en gecorrigeerd in het EES wanneer de onderdaan van een derde land overeenkomstig de wetgeving van het nationale recht van de verantwoordelijke lidstaat of van de aangezochte lidstaat aantoont dat hij als gevolg van een onvoorzienbaar, ernstig voorval gedwongen was de toegestane verblijfsduur te overschrijden, dat hij een legaal verblijfsrecht heeft verkregen of dat er een fout is gemaakt. De onderdaan van een derde land heeft toegang tot een doeltreffende voorziening in rechte om de gegevens te laten wijzigen.

5   De gegevens van de in artikel 11 bedoelde geïdentificeerde personen worden onverwijld gewist van de in dat artikel bedoelde lijst en gerectificeerd of aangevuld in het EES wanneer de onderdaan van een derde land overeenkomstig de wetgeving van het nationale recht van de verantwoordelijke lidstaat of van de aangezochte lidstaat aantoont dat hij als gevolg van een onvoorzienbaar, ernstig voorval gedwongen was de toegestane verblijfsduur te overschrijden, dat hij een legaal verblijfsrecht heeft verkregen of dat er een fout is gemaakt. De onderdaan van een derde land heeft toegang tot een doeltreffende voorziening in rechte om de gegevens te laten rectificeren, aanvullen of wissen.

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 6 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Wanneer een onderdaan van een derde land voor het verstrijken van de in artikel 31 bedoelde periode de nationaliteit van een lidstaat heeft verkregen of onder het toepassingsgebied van artikel 2, lid 3, is komen te vallen, worden het persoonlijke dossier en de overeenkomstig de artikelen 14 en 15 daaraan gekoppelde notities onverwijld verwijderd uit het EES en, indien van toepassing, van de in artikel 11 bedoelde lijst van geïdentificeerde personen:

6.  Wanneer een onderdaan van een derde land voor het verstrijken van de in artikel 31 bedoelde periode de nationaliteit van een lidstaat heeft verkregen of onder het toepassingsgebied van artikel 2, lid 3, is komen te vallen, worden het persoonlijke dossier en de overeenkomstig de artikelen 14 en 15 daaraan gekoppelde notities, onverwijld en in ieder geval uiterlijk 48 uur nadat de betrokken lidstaat van het feit kennis heeft genomen, verwijderd uit het EES en, indien van toepassing, van de in artikel 11 bedoelde lijst van geïdentificeerde personen:

Amendement     116

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie neemt de volgende maatregelen voor de ontwikkeling en de technische uitvoering van het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces en de communicatie-infrastructuur, en met name maatregelen voor:

De Commissie neemt de volgende maatregelen voor de ontwikkeling en de technische uitvoering van het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces en de beveiligde en versleutelde communicatie-infrastructuur, en met name maatregelen voor:

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  de kwaliteitsnorm en specificaties voor het gebruik van de gezichtsopname, ook indien deze elektronisch wordt uitgelezen van een elektronisch machineleesbaar reisdocument of het VIS;

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – alinea 1 – letter g

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)   de specificaties en voorwaarden voor de in artikel 12 bedoelde webservice;

(g)  de specificaties en voorwaarden voor de in artikel 12 bedoelde webservice, met inbegrip van bepalingen voor de bescherming van door of aan vervoerders verstrekte gegevens;

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Eu-Lisa is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces, de communicatie-infrastructuur en het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS. Ook is het verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de in artikel 12 bedoelde webservice overeenkomstig de specificaties en voorwaarden die zijn vastgesteld conform de onderzoeksprocedure van artikel 61, lid 2.

Eu-Lisa is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het centrale systeem, de beveiligde en versleutelde nationale uniforme interfaces, de communicatie-infrastructuur en het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS. Ook is het verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de in artikel 12 bedoelde webservice overeenkomstig de specificaties en voorwaarden die zijn vastgesteld conform de onderzoeksprocedure van artikel 61, lid 2.

Motivering

In overeenstemming met het amendement op artikel 6, lid 1, onder d), waar "beveiligd en versleuteld" is toegevoegd. Juridische samenhang.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Eu-LISA bepaalt het ontwerp van de fysieke architectuur van het systeem, met inbegrip van de communicatie-infrastructuur alsook de technische specificaties en de evolutie daarvan met betrekking tot het centrale systeem, de uniforme interfaces, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS, en de communicatie-infrastructuur, dat wordt vastgesteld door de raad van bestuur, na een gunstig advies van de Commissie. Eu-LISA verricht ook de nodige aanpassingen van het VIS die voortvloeien uit de totstandbrenging van de interoperabiliteit met het EES, alsook uit de tenuitvoerlegging van de in artikel 55 bedoelde wijzigingen van Verordening (EG) nr. 767/2008.

Eu-LISA bepaalt het ontwerp van de fysieke architectuur van het systeem, met inbegrip van de beveiligde en versleutelde communicatie-infrastructuur alsook de technische specificaties en de evolutie daarvan met betrekking tot het centrale systeem, de uniforme interfaces, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS, en de beveiligde en versleutelde communicatie-infrastructuur. Eu-LISA verricht ook de nodige aanpassingen van het VIS die voortvloeien uit de totstandbrenging van de interoperabiliteit met het EES, alsook uit de tenuitvoerlegging van de in artikel 55 bedoelde wijzigingen van Verordening (EG) nr. 767/2008.

Motivering

In overeenstemming met het amendement op artikel 6, lid 1, onder d), waar "beveiligd en versleuteld" is toegevoegd. Juridische samenhang.

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS, en de communicatie-infrastructuur worden zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze verordening en de vaststelling door de Commissie van de maatregelen waarin artikel 33 voorziet, door eu-LISA ontwikkeld.

Het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS, en de beveiligde en versleutelde communicatie-infrastructuur worden zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze verordening en de vaststelling door de Commissie van de maatregelen waarin artikel 33 voorziet, door eu-LISA ontwikkeld.

Motivering

In overeenstemming met het amendement op artikel 6, lid 1, onder d), waar "beveiligd en versleuteld" is toegevoegd. Juridische samenhang.

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – alinea 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Door het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS, en de beveiligde en versleutelde communicatie-infrastructuur te ontwikkelen en te implementeren,

 

a)  verricht eu-LISA een risicobeoordeling in het kader van de ontwikkeling van het EES;

 

b)  leeft eu-LISA de beginselen van privacy "by design" en "by default" gedurende de volledige levenscyclus van de ontwikkeling van het systeem na;

 

c)  werkt eu-LISA de risicobeoordeling voor het VIS bij om rekening te houden met de nieuwe koppeling met het EES en voorziet eu-LISA in een follow-up door de in de bijgewerkte risicobeoordeling aangestipte aanvullende beveiligingsmaatregelen ten uitvoer te leggen.

Motivering

In overeenstemming met het amendement op artikel 6, lid 1, onder d), waar "beveiligd en versleuteld" is toegevoegd. Juridische samenhang.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Eu-Lisa is verantwoordelijk voor het operationeel beheer van het centrale systeem, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS, en de nationale uniforme interfaces. Het zorgt er in samenwerking met de lidstaten voor dat te allen tijde de meest geavanceerde technologie wordt gebruikt, onder voorbehoud van een kosten-batenanalyse. Eu-LISA is ook verantwoordelijk voor het operationeel beheer van de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interfaces, en voor de in artikel 12 bedoelde webservice.

Eu-Lisa is verantwoordelijk voor het operationeel beheer van het centrale systeem, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS, en de nationale uniforme interfaces. Het zorgt er in samenwerking met de lidstaten voor dat te allen tijde de meest geavanceerde technologie wordt gebruikt, onder voorbehoud van een kosten-batenanalyse voor het centrale systeem, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS, en de nationale uniforme interfaces. Eu-LISA is ook verantwoordelijk voor het operationeel beheer van de beveiligde en versleutelde communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interfaces, en voor de in artikel 12 bedoelde webservice.

Motivering

De zin wordt aangevuld en er worden verwijzingen naar de verschillende componenten van het systeem toegevoegd.

Amendement     124

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de organisatie, het beheer, de werking en het onderhoud van zijn bestaande nationale grensinfrastructuur en van zijn verbinding met het EES voor het doel van artikel 5, uitgezonderd j), k) en l);

b)  de organisatie, het beheer, de werking en het onderhoud van zijn bestaande nationale grensinfrastructuur en van zijn verbinding met het EES voor het doel van artikel 5, uitgezonderd artikel 5, lid 1 bis;

Amendement     125

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke lidstaat wijst een nationale autoriteit aan die de in artikel 8 bedoelde bevoegde autoriteiten toegang tot het EES verleent. Elke lidstaat verbindt die nationale autoriteit met de nationale uniforme interface. Alle lidstaten en Europol verbinden hun respectieve in artikel 26 en 27 bedoelde centrale toegangspunten met de nationale uniforme interface.

2.  Elke lidstaat wijst een nationale onafhankelijke toezichthoudende autoriteit aan die de in artikel 8 bedoelde bevoegde autoriteiten toegang tot het EES verleent. Elke lidstaat verbindt die nationale autoriteit met de nationale uniforme interface. Alle lidstaten en Europol verbinden hun respectieve in artikel 26 en 27 bedoelde centrale toegangspunten met de nationale uniforme interface.

Amendement     126

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaten verwerken de in het EES verzamelde of uit het EES opgevraagde gegevens niet voor andere doeleinden dan die waarin is voorzien in deze verordening.

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verantwoordelijkheid voor het gebruik van gegevens

Verantwoordelijkheid voor de verwerking van gegevens

Motivering

In lijn gebracht met de gegevensbeschermingswetgeving. Voorts dezelfde formulering als in Eurodac.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat wijst voor de verwerking van persoonsgegevens in het EES de autoriteit aan die moet worden beschouwd als de voor de verwerking verantwoordelijke in de zin van artikel 2, onder d), van Richtlijn 95/46/EG en die de centrale verantwoordelijkheid voor de gegevensverwerking door deze lidstaat heeft. Elke lidstaat deelt de gegevens van deze autoriteit mee aan de Commissie.

Elke lidstaat wijst voor de verwerking van persoonsgegevens in het EES de autoriteit aan die moet worden beschouwd als de voor de verwerking verantwoordelijke in de zin van artikel 4, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679 en die de centrale verantwoordelijkheid voor de gegevensverwerking door deze lidstaat heeft. Elke lidstaat deelt de gegevens van deze autoriteit mee aan de Commissie.

Amendement     129

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – alinea 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat ziet erop toe dat de in het EES opgeslagen gegevens op rechtmatige wijze worden verwerkt en dat met name alleen naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang tot de gegevens hebben voor de uitvoering van hun taken. De verantwoordelijke lidstaat ziet er in het bijzonder op toe dat:

Elke lidstaat ziet erop toe dat de in het EES verzamelde en opgeslagen gegevens op rechtmatige wijze worden verwerkt en dat met name alleen naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang tot de gegevens hebben voor de uitvoering van hun taken. De verantwoordelijke lidstaat ziet er in het bijzonder op toe dat:

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de nodige maatregelen nemen ter beveiliging van het centrale systeem en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interface, onverminderd de op elke lidstaat rustende verantwoordelijkheden;

a)  de nodige maatregelen nemen ter beveiliging van het centrale systeem en de beveiligde en versleutelde communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interface, onverminderd de op elke lidstaat rustende verantwoordelijkheden;

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een lidstaat mag de alfanumerieke gegevens die hij heeft ingevoerd in het EES, overeenkomstig de doelen van het EES bewaren in zijn nationale bestanden en het nationale inreis-uitreissysteem, met volledige inachtneming van het Unierecht.

1.  Uit het EES opgevraagde gegevens mogen alleen in nationale bestanden worden bewaard, indien dit in een individueel geval noodzakelijk is, overeenkomstig het doel van het EES en het toepasselijke Unierecht, in het bijzonder inzake gegevensbescherming, en niet langer dan in dat individuele geval noodzakelijk is. Een lidstaat mag de alfanumerieke gegevens die hij heeft ingevoerd in het EES, overeenkomstig de doelen van het EES bewaren in zijn nationale inreis-uitreissysteem, met volledige inachtneming van het Unierecht.

Motivering

Er dient te worden verduidelijkt dat in- en uitreisgegevens normaal gezien alleen in het EES worden bewaard, behalve wanneer het nodig is om ze in een individueel geval in de nationale bestanden te bewaren. Bepalingen overgenomen uit het VIS.

Amendement     132

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De gegevens worden in de nationale bestanden of de nationale inreis-uitreissystemen niet langer bewaard dan in het EES.

2.  De gegevens worden in de nationale bestanden of de nationale inreis-uitreissystemen niet langer bewaard dan strikt noodzakelijk is voor de beoogde specifieke doelen, en in geen geval langer dan in het EES.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de Commissie heeft een besluit genomen over de passende bescherming van persoonsgegevens in dat derde land overeenkomstig artikel 25, lid 6, van Richtlijn 95/46/EG, of er is een overnameovereenkomst van kracht tussen de Gemeenschap en dat derde land, of artikel 26, lid 1, onder d), van Richtlijn 95/46/EG is van toepassing;

a)  de Commissie heeft een besluit genomen over de passende bescherming van persoonsgegevens in dat derde land overeenkomstig artikel 45, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679, of er is een overnameovereenkomst van kracht tussen de Unie en dat derde land;

Amendement     134

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het derde land of de internationale organisatie stemt ermee in de gegevens alleen te gebruiken voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt;

b)  het derde land of de internationale organisatie stemt er uitdrukkelijk mee in de gegevens te gebruiken en is in staat te garanderen dat de gegevens alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt;

Amendement     135

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de gegevens worden doorgegeven of ter beschikking gesteld overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name overnameovereenkomsten, en de nationale wetgeving van de lidstaat die de gegevens heeft doorgegeven of ter beschikking heeft gesteld, met inbegrip van de wettelijke bepalingen inzake gegevensbeveiliging en -bescherming;

c)  de gegevens worden doorgegeven of ter beschikking gesteld overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het recht van de Unie, met name gegevensbescherming en overnameovereenkomsten, en de nationale wetgeving van de lidstaat die de gegevens heeft doorgegeven of ter beschikking heeft gesteld, met inbegrip van de wettelijke bepalingen inzake gegevensbeveiliging en -bescherming;

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2 – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  de lidstaat die de gegevens in het EES heeft ingevoerd, heeft ermee ingestemd.

d)  de lidstaat die de gegevens in het EES heeft ingevoerd, heeft ermee ingestemd en de betrokkene is meegedeeld dat zijn of haar persoonsgegevens met de autoriteiten van een derde land kunnen worden gedeeld; en

Amendement     137

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – alinea 2 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  een definitief besluit waarbij de terugkeer wordt gelast van een onderdaan van een derde land is verstrekt door de passende bevoegde autoriteit van de lidstaat waarin de onderdaan van een derde land verblijft.

Motivering

Voordat persoonsgegevens van onderdanen van derde landen met een derde land worden gedeeld, moet gewaarborgd zijn dat de terugkeer van de onderdaan van een derde land door de passende bevoegde autoriteit voor terugkeerbesluiten genomen is en dat een dergelijk besluit definitief is.

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De door een lidstaat of Europol voor rechtshandhavingsdoeleinden uit het centrale systeem verkregen persoonsgegevens worden niet aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde particuliere organisaties doorgegeven of ter beschikking gesteld. Het verbod geldt ook indien deze gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten worden verwerkt in de zin van artikel 2, onder b), van Kaderbesluit 2008/977/JBZ.

4.  De door een lidstaat of Europol voor rechtshandhavingsdoeleinden uit het centrale systeem verkregen persoonsgegevens worden niet aan derde landen, internationale organisaties of in of buiten de Unie gevestigde particuliere organisaties doorgegeven of ter beschikking gesteld. Het verbod geldt ook indien deze gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten worden verwerkt in de zin van Richtlijn (EU) 2016/680.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  te verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot de nationale installaties waarin de lidstaat handelingen verricht in overeenstemming met het doel van het EES;

b)  te verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot de gegevensverwerkende apparatuur en de nationale installaties waarin de lidstaat handelingen verricht in overeenstemming met het doel van het EES;

Motivering

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2 – letter d bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  te verhinderen dat onbevoegden de systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking gebruiken met behulp van datatransmissieapparatuur;

Motivering

Afgestemd op het Eurodac-voorstel.

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  te waarborgen dat degenen die bevoegd zijn om het EES te raadplegen, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft, en uitsluitend met persoonlijke gebruikersidentiteiten en geheime toegangsprocedures;

f)  te waarborgen dat degenen die bevoegd zijn om het EES te raadplegen, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft, en uitsluitend met persoonlijke en unieke gebruikersidentiteiten en geheime toegangsprocedures;

Motivering

Afgestemd op het Eurodac-voorstel.

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2 – letter j bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j bis)  ervoor te zorgen dat de normale werking van de gebruikte systemen in geval van storing kan worden hersteld;

Motivering

Afgestemd op het Eurodac-voorstel.

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2 – letter j ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j ter)  de betrouwbaarheid te verzekeren door ervoor te zorgen dat eventuele functionele storingen in het EES correct gesignaleerd worden en dat de nodige technische maatregelen worden getroffen om ervoor te zorgen dat persoonsgegevens kunnen worden hersteld wanneer zij beschadigd worden door verkeerd functioneren van het systeem;

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten stellen eu-LISA in kennis van veiligheidsincidenten die in hun systemen zijn waargenomen, onverminderd de verplichting tot melding en mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) 2016/679. Eu-LISA stelt de lidstaten in kennis in geval van een veiligheidsincident in het centrale systeem van het EES. Wanneer een veiligheidsincident leidt tot een inbreuk in verband met de persoonsgegevens, wordt ook de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in kennis gesteld. De betrokken lidstaten en eu-LISA werken tijdens een veiligheidsincident samen.

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Eu-LISA en de lidstaten werken samen om een geharmoniseerde aanpak van gegevensbeveiliging te verzekeren, op basis van een proces inzake het beheer van beveiligingsrisico’s dat het gehele EES omvat, zoals vermeld in artikel 6.

Motivering

Bepaling aanbevolen door de EDPS.

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eenieder, respectievelijk elke lidstaat, die als gevolg van onrechtmatige gegevensverwerking of een andere met deze verordening strijdige handeling schade heeft geleden, is gerechtigd om van de lidstaat die voor de geleden schade verantwoordelijk is, vergoeding te ontvangen. De betrokken lidstaat wordt geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid ontheven indien hij kan aantonen dat hij niet verantwoordelijk is voor het feit dat de schade heeft veroorzaakt.

1.  Eenieder, respectievelijk elke lidstaat, die als gevolg van onrechtmatige gegevensverwerking of een andere met deze verordening strijdige handeling materiële of immateriële schade heeft geleden, is gerechtigd om van de lidstaat die voor de geleden schade verantwoordelijk is, vergoeding te ontvangen. De betrokken lidstaat wordt geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid ontheven indien hij kan aantonen dat hij geenszins verantwoordelijk is voor het feit dat de schade heeft veroorzaakt.

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Dergelijke registers mogen uitsluitend worden gebruikt voor het toezicht op de toelaatbaarheid van de gegevensverwerking vanuit een oogpunt van gegevensbescherming en voor het verzekeren van de gegevensbeveiliging. Deze registers worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en na één jaar na het verstrijken van de in artikel 31 bedoelde bewaringstermijn gewist, indien zij niet voor reeds aangevangen controleprocedures noodzakelijk zijn.

3.  Dergelijke registers mogen uitsluitend worden gebruikt voor het toezicht op de toelaatbaarheid van de gegevensverwerking vanuit een oogpunt van gegevensbescherming en voor het verzekeren van de gegevensbeveiliging in de zin van artikel 39. Deze registers worden met passende maatregelen tegen ongeoorloofde toegang beschermd en na één jaar na het verstrijken van de in artikel 31 bedoelde bewaringstermijn gewist, tenzij zij voor reeds aangevangen controleprocedures noodzakelijk zijn.

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 43 bis

 

Gegevensbescherming

 

1.  Verordening (EG) nr. 45/2001 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door eu-LISA op basis van deze verordening.

 

2.  Verordening (EU) nr. 2016/679 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door nationale autoriteiten op basis van deze verordening, met uitzondering van verwerking voor de doeleinden vermeld in artikel 5, onder j) tot en met l).

 

3.  Richtlijn (EU) nr. 2016/680 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de aangewezen autoriteiten van de lidstaten op basis van deze verordening voor de doeleinden vermeld in artikel 5, onder j) tot en met l).

 

4.  Verordening (EG) nr. 2016/794 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door Europol op basis van deze verordening.

Motivering

Horizontale bepaling inzake gegevensbescherming, gebaseerd op artikel 49 van het ETIAS-voorstel.

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd het recht op informatie van artikel 10 van Richtlijn 95/46/EG ontvangen onderdanen van derde landen wier gegevens in het EES worden opgeslagen, van de verantwoordelijke lidstaat de volgende schriftelijke informatie:

1.  Onverminderd het recht op informatie van artikel 13 van Verordening (EU) 2016/679 ontvangen onderdanen van derde landen wier gegevens in het EES worden opgeslagen, van de verantwoordelijke lidstaat de volgende schriftelijke informatie in een beknopt, transparant, begrijpelijk en eenvoudig toegankelijk formaat:

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  het recht op toegang tot de hen betreffende gegevens en het recht te verzoeken om hen betreffende onjuiste gegevens te laten corrigeren of hen betreffende onrechtmatig verwerkte gegevens te laten verwijderen, met inbegrip van het recht op het ontvangen van informatie over de procedures om die rechten te doen gelden en van de contactgegevens van de nationale toezichthoudende autoriteiten, of eventueel de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, die bevoegd zijn kennis te nemen van verzoeken betreffende de bescherming van persoonsgegevens.

e)  het bestaan van het recht om de voor de verwerking verantwoordelijke te verzoeken om toegang tot de hen betreffende gegevens en het recht te verzoeken om hen betreffende onjuiste gegevens te laten rectificeren en hen betreffende onvolledige gegevens te laten aanvullen of hen betreffende onrechtmatig verwerkte persoonsgegevens te laten wissen of beperken, evenals het recht op het ontvangen van informatie over de procedures om die rechten te doen gelden, zoals de contactgegevens van de voor de verwerking verantwoordelijke en de nationale toezichthoudende autoriteiten, of eventueel de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, die bevoegd zijn kennis te nemen van klachten betreffende de bescherming van persoonsgegevens.

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  uitleg over het feit dat EES-gegevens worden geraadpleegd met het oog op grensbeheer en faciliteringsdoeleinden, waarin wordt vermeld dat overschrijdingen van de toegestane verblijfsduur er automatisch toe zullen leiden dat de gegevens van de onderdaan van een derde land op een lijst worden geplaatst en wat de mogelijke gevolgen van een overschrijding van de toegestane verblijfsduur zijn;

Motivering

Bepaling aanbevolen door de EDPS.

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1 – letter e ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter)  de bewaringstermijn die in artikel 31 is vastgesteld voor inreis-uitreisnotities en voor persoonlijke dossiers;

Motivering

Bepaling aanbevolen door de EDPS.

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1 – letter e quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e quater)  het recht van personen die de toegestane verblijfsduur overschrijden om hun persoonsgegevens te laten wissen als zij aantonen dat zij de toegestane verblijfsduur hebben overschreden vanwege onvoorziene en ernstige gebeurtenissen; en

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1 – letter e quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e quinquies)  het recht om een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit.

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2  De in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie wordt verstrekt wanneer het persoonlijke dossier van de betrokkene wordt aangelegd overeenkomstig de artikelen 14, 15 of 16.

2  De in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie wordt verstrekt via de in lid 3 vermelde brochure of via een andere passende weg die waarborgt dat de onderdaan van een derde land in kennis worden gesteld van haar/zijn rechten wanneer het persoonlijke dossier van die betrokkene wordt aangelegd overeenkomstig de artikelen 14, 15 of 16.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Overeenkomstig de in artikel 61, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure zorgt de Commissie voor een gemeenschappelijke brochure en een website met ten minste de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie. De brochure en de inhoud van de website moeten duidelijk en eenvoudig zijn en beschikbaar in een taal die de betrokkene begrijpt of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij die begrijpt.

Overeenkomstig de in artikel 61, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure zorgt de Commissie voor een gemeenschappelijke brochure en een website met ten minste de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie. De brochure en de inhoud van de website moeten duidelijk en eenvoudig zijn, opgesteld zijn in een beknopt, transparant, begrijpelijk en eenvoudig toegankelijk formaat en beschikbaar in een taal die de betrokkene begrijpt of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij die begrijpt.

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De brochure en de website worden zodanig opgesteld dat de lidstaten deze kunnen aanvullen met lidstaatspecifieke informatie. Die lidstaatspecifieke informatie omvat ten minste de rechten van de betrokkene, de mogelijkheid van bijstand door de nationale toezichthoudende autoriteiten en contactgegevens van het bureau van de verantwoordelijke voor de verwerking en de nationale toezichthoudende autoriteiten.

De brochure en de website worden zodanig opgesteld dat de lidstaten deze kunnen aanvullen met lidstaatspecifieke informatie. Die lidstaatspecifieke informatie omvat ten minste de rechten van de betrokkene, de mogelijkheid van bijstand door de nationale toezichthoudende autoriteiten en contactgegevens van het bureau van de voor verwerking verantwoordelijke en van de functionaris voor gegevensbescherming en de toezichthoudende autoriteiten.

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de ingebruikneming organiseert de Commissie in samenwerking met de nationale controleautoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een voorlichtingscampagne om het publiek te informeren omtrent de doelstellingen, de opgeslagen gegevens, de autoriteiten met toegangsrecht en de rechten van personen.

Bij de ingebruikneming organiseert de Commissie in samenwerking met de nationale controleautoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een voorlichtingscampagne om het publiek en in het bijzonder onderdanen van derde landen te informeren omtrent de doelstellingen, de opgeslagen gegevens, de autoriteiten met toegangsrecht en de rechten van personen. Dergelijke voorlichtingscampagnes moeten regelmatig worden gevoerd.

Motivering

Aangezien onderdanen van derde landen onder het EES vallen, moeten zij specifiek worden vermeld als doelgroep van de voorlichtingscampagne.

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Recht van toegang, correctie en verwijdering

Recht van toegang tot, rectificatie, aanvulling en uitwissing van persoonsgegevens en van beperking van de verwerking van persoonsgegevens

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Elke onderdaan van een derde land heeft, onverminderd artikel 12 van Richtlijn 95/46/EG, het recht de gegevens te verkrijgen die over hem in het EES zijn opgeslagen en te vernemen welke lidstaat deze gegevens aan het EES heeft doorgegeven.

1.  Elke onderdaan van een derde land heeft, onverminderd de artikelen 15, 16, 17 en 18 van Verordening (EU) 2016/679, het recht de gegevens te verkrijgen die over hem in het EES zijn opgeslagen en te vernemen welke lidstaat deze gegevens aan het EES heeft doorgegeven en kan verzoeken dat hem of haar betreffende onjuiste gegevens worden gerectificeerd of aangevuld en dat onrechtmatig opgeslagen gegevens worden gewist. De verantwoordelijke lidstaat beantwoordt dergelijke verzoeken binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek.

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Als er een verzoek om correctie of verwijdering wordt gericht tot een andere lidstaat dan de verantwoordelijke lidstaat, controleren de autoriteiten van de aangezochte lidstaat de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de gegevensverwerking in het EES binnen een maand, als die controle kan worden verricht zonder de verantwoordelijke lidstaat te raadplegen. Anders neemt de andere lidstaat dan de verantwoordelijke lidstaat binnen 14 dagen contact op met de autoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat en controleert de verantwoordelijke lidstaat binnen een maand de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de verwerking ervan.

2.  Als er een verzoek om rectificatie, aanvulling of uitwissing van persoonsgegevens of beperking van de verwerking van persoonsgegevens wordt gericht tot een andere lidstaat dan de verantwoordelijke lidstaat, controleren de autoriteiten van de aangezochte lidstaat de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de gegevensverwerking in het EES binnen 14 dagen, als die controle kan worden verricht zonder de verantwoordelijke lidstaat te raadplegen. Anders neemt de andere lidstaat dan de verantwoordelijke lidstaat binnen 7 dagen contact op met de autoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat en controleert de verantwoordelijke lidstaat binnen 14 dagen de juistheid van de gegevens en de rechtmatigheid van de verwerking ervan.

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien blijkt dat de in het EES opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn of onrechtmatig zijn opgeslagen, worden zij door de verantwoordelijke lidstaat of, indien van toepassing, de aangezochte lidstaat overeenkomstig artikel 32 gecorrigeerd of verwijderd. De verantwoordelijke lidstaat of, indien van toepassing, de aangezochte lidstaat deelt de betrokkene onverwijld schriftelijk mee het nodige te hebben gedaan om de gegevens die op de betrokkene betrekking hebben, te corrigeren of te verwijderen.

Indien blijkt dat de in het EES opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn, onvolledig zijn of onrechtmatig zijn opgeslagen, worden de persoonsgegevens door de verantwoordelijke lidstaat of, indien van toepassing, de aangezochte lidstaat overeenkomstig artikel 32 gerectificeerd, aangevuld of gewist of wordt de verwerking ervan beperkt. De verantwoordelijke lidstaat of, indien van toepassing, de aangezochte lidstaat deelt de betrokkene onverwijld schriftelijk mee het nodige te hebben gedaan om de gegevens die op hem of haar betrekking hebben, te rectificeren, aan te vullen of te wissen of de verwerking van dergelijke gegevens te beperken.

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien blijkt dat de in het EES opgeslagen visumgerelateerde gegevens feitelijk onjuist zijn of onrechtmatig zijn opgeslagen, worden deze gegevens door de verantwoordelijke lidstaat of, indien van toepassing, de aangezochte lidstaat eerst op juistheid gecontroleerd aan de hand van het VIS en zo nodig gecorrigeerd in het EES. Als de in het VIS opgeslagen gegevens gelijk zijn aan die in het EES, neemt de verantwoordelijke lidstaat of de aangezochte lidstaat binnen 14 dagen contact op met de autoriteiten van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de invoering van deze gegevens in het VIS. De lidstaat die verantwoordelijk is voor de invoering van de gegevens in het VIS controleert binnen een maand de juistheid van de visumgerelateerde gegevens en de rechtmatigheid van de verwerking ervan in het EES en informeert de verantwoordelijke lidstaat of de aangezochte lidstaat, die deze zo nodig onverwijld wijzigt of verwijdert uit het EES en, indien van toepassing, van de in artikel 11, lid 2, bedoelde lijst van personen.

Indien blijkt dat de in het EES opgeslagen visumgerelateerde gegevens feitelijk onjuist zijn, onvolledig zijn of onrechtmatig zijn opgeslagen, worden deze gegevens door de verantwoordelijke lidstaat of, indien van toepassing, de aangezochte lidstaat eerst op juistheid gecontroleerd aan de hand van het VIS en zo nodig gecorrigeerd in het EES. Als de in het VIS opgeslagen gegevens gelijk zijn aan die in het EES, neemt de verantwoordelijke lidstaat of de aangezochte lidstaat binnen 7 dagen contact op met de autoriteiten van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de invoering van deze gegevens in het VIS. De lidstaat die verantwoordelijk is voor de invoering van de gegevens in het VIS controleert binnen een maand de juistheid van de visumgerelateerde gegevens en de rechtmatigheid van de verwerking ervan in het EES en informeert de verantwoordelijke lidstaat of de aangezochte lidstaat, die de persoonsgegevens die op hem of haar betrekking hebben, zo nodig onverwijld rectificeert, aanvult of wist uit het EES of de verwerking van deze gegevens beperkt en, indien van toepassing, van de in artikel 11, lid 2, bedoelde lijst van personen.

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Indien de verantwoordelijke lidstaat of, indien van toepassing, de aangezochte lidstaat niet van oordeel is dat de in het EES opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn of daarin onrechtmatig zijn opgeslagen, neemt die lidstaat een administratieve beslissing waarbij de betrokkene onverwijld schriftelijk wordt uitgelegd waarom de lidstaat niet bereid is de gegevens die op de betrokkene betrekking hebben, te corrigeren of te verwijderen.

4.  Indien de verantwoordelijke lidstaat of, indien van toepassing, de aangezochte lidstaat niet van oordeel is dat de in het EES opgeslagen gegevens feitelijk onjuist zijn, onvolledig zijn of daarin onrechtmatig zijn opgeslagen, neemt die lidstaat een administratieve beslissing waarbij de betrokkene onverwijld schriftelijk wordt uitgelegd waarom de lidstaat niet bereid is de persoonsgegevens die op hem of haar betrekking hebben, te rectificeren, aan te vullen of te wissen of de verwerking van dergelijke gegevens te beperken.

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De verantwoordelijke lidstaat of, indien van toepassing, de aangezochte lidstaat licht de betrokkene ook in over de stappen die deze kan ondernemen indien hij geen genoegen neemt met de verstrekte uitleg voor het besluit krachtens lid 5. Dit houdt mede in dat de betrokkene wordt ingelicht over de wijze waarop hij een rechtsvordering kan instellen of een klacht kan indienen bij de bevoegde autoriteiten of bij de rechter in die lidstaat, alsmede over de bijstand, onder meer van de toezichthoudende autoriteiten, die hem overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat kan worden verleend.

5.  De verantwoordelijke lidstaat of, indien van toepassing, de aangezochte lidstaat licht de betrokkene ook in over de stappen die deze kan ondernemen indien hij geen genoegen neemt met de verstrekte uitleg voor het besluit krachtens lid 4. Dit houdt mede in dat de betrokkene wordt ingelicht over de wijze waarop hij een rechtsvordering kan instellen of een klacht kan indienen bij de bevoegde autoriteiten of bij de rechter in die lidstaat, alsmede over de bijstand, onder meer van de toezichthoudende autoriteiten, die hem overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat kan worden verleend.

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Elk verzoek krachtens de leden 1 en 2 omvat de informatie die nodig is om de betrokkene te kunnen identificeren, met inbegrip van diens vingerafdrukken. Deze informatie wordt uitsluitend gebruikt om de uitoefening van de in de leden 1 en 2 bedoelde rechten mogelijk te maken en wordt onmiddellijk nadien verwijderd.

6.  Elk verzoek krachtens de leden 1 en 2 omvat de minimale informatie die nodig is om de betrokkene te kunnen identificeren. Voor dit doel mag uitsluitend om vingerafdrukken worden verzocht in naar behoren gemotiveerde gevallen, waarin er gerede twijfel bestaat omtrent de identiteit van de aanvrager. Deze informatie wordt uitsluitend gebruikt om de uitoefening van de in de leden 1 en 2 bedoelde rechten mogelijk te maken en wordt onmiddellijk nadien verwijderd.

Amendement     167

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Wanneer een persoon overeenkomstig lid 2 om zijn persoonsgegevens verzoekt, legt de bevoegde autoriteit dat vast in een schriftelijk document, samen met de wijze waarop en de autoriteit waardoor het verzoek werd behandeld, en stelt zij dit document onverwijld ter beschikking van nationale toezichthoudende autoriteiten.

7.  Wanneer een persoon overeenkomstig lid 2 om zijn persoonsgegevens verzoekt, legt de bevoegde autoriteit dat vast in een schriftelijk document, samen met de wijze waarop en de autoriteit waardoor het verzoek werd behandeld, en stelt zij dit document binnen 7 dagen ter beschikking van nationale toezichthoudende autoriteiten. De betrokkene ontvangt een kopie van dit document.

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten werken er actief aan mee dat de in artikel 46, leden 3, 4 en 5, vastgestelde rechten kunnen worden uitgeoefend.

1.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten werken er actief aan mee dat de in artikel 46 vastgestelde rechten kunnen worden uitgeoefend.

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In elke lidstaat verleent de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Richtlijn 95/46/EG de betrokkene desgevraagd bijstand en advies bij de uitoefening van zijn recht op correctie of verwijdering van de op hem betrekking hebbende gegevens.

In elke lidstaat verleent de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig Verordening (EU) nr. 2016/679 de betrokkene desgevraagd bijstand en advies bij de uitoefening van zijn recht op rectificatie, aanvulling of uitwissing van de op hem of haar betrekking hebbende persoonsgegevens of op beperking van zulke gegevens.

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In elke lidstaat heeft eenieder het recht een rechtsvordering in te stellen of een klacht in te dienen bij de bevoegde autoriteiten of rechter in de lidstaat die hem de bij artikel 46 geboden rechten inzake toegang tot en correctie of verwijdering van gegevens die op hem betrekking hebben, heeft ontzegd.

1.  Onverminderd de artikelen 77 tot en met 82 van Verordening (EU) 2016/679 heeft eenieder in elke lidstaat het recht een rechtsvordering in te stellen of een klacht in te dienen bij de bevoegde autoriteiten of rechter in de lidstaat die hem de bij artikel 46 geboden rechten inzake toegang tot en rectificatie, aanvulling of wissen van gegevens die op hem betrekking hebben, heeft ontzegd. Het recht om een dergelijke rechtsvordering in te stellen of een dergelijke klacht in te dienen is ook van toepassing in gevallen waarin verzoeken tot toegang, correctie en verwijdering niet binnen de in artikel 46 vermelde termijn zijn beantwoord of nimmer in behandeling zijn genomen door de voor de verwerking van de gegevens verantwoordelijke.

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat er door de krachtens artikel 28, lid 1, van Richtlijn 95/46/EG aangewezen toezichthoudende autoriteit(en) toezicht wordt gehouden op de rechtmatigheid van de verwerking van de in artikel 13 tot en met 19 bedoelde persoonsgegevens door de betrokken lidstaat, met inbegrip van de doorgifte van die gegevens naar en vanuit het EES.

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat er door de krachtens artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 aangewezen toezichthoudende autoriteit(en) onafhankelijk toezicht wordt gehouden op de rechtmatigheid van de verwerking van de in de hoofdstukken II, III en V van deze verordening bedoelde persoonsgegevens door de betrokken lidstaat, met inbegrip van de doorgifte van die gegevens naar en vanuit het EES.

Motivering

Gegevens worden volgens deze verordening niet alleen verwerkt in overeenstemming met de artikelen 13 tot en met 19.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De toezichthoudende autoriteit zorgt ervoor dat ten minste om de vier jaar een audit van de gegevensverwerking in het nationale systeem wordt verricht overeenkomstig de desbetreffende internationale auditnormen.

2.  De toezichthoudende autoriteit of autoriteiten zorgt of zorgen ervoor dat ten minste om de twee jaar een audit van de gegevensverwerking in de nationale grensinfrastructuur wordt verricht overeenkomstig de desbetreffende internationale auditnormen.

Amendement     173

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat hun toezichthoudende autoriteit over voldoende middelen beschikt om haar taken uit hoofde van deze verordening te kunnen vervullen.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat hun onafhankelijke toezichthoudende autoriteit of autoriteiten over voldoende middelen beschikt c.q. beschikken om haar/hun taken uit hoofde van deze verordening te kunnen vervullen.

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Elke lidstaat wijst voor de verwerking van persoonsgegevens in het EES de autoriteit aan die moet worden beschouwd als de voor de verwerking verantwoordelijke in de zin van artikel 2, onder d), van Richtlijn 95/46/EG en die de centrale verantwoordelijkheid voor de gegevensverwerking door deze lidstaat heeft. Elke lidstaat deelt de gegevens van deze autoriteit mee aan de Commissie.

Schrappen

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Elke lidstaat verstrekt de door de toezichthoudende autoriteiten gevraagde informatie en in het bijzonder informatie over de in overeenstemming met artikel 35, artikel 36, lid 1, en artikel 39 verrichte activiteiten. Elke lidstaat biedt de toezichthoudende autoriteiten inzage in de registers krachtens artikel 30 en verleent deze te allen tijde toegang tot al zijn gebouwen en terreinen die verband houden met het EES.

5.  Elke lidstaat verstrekt de door de toezichthoudende autoriteiten gevraagde informatie en in het bijzonder informatie over de in overeenstemming met artikel 35, artikel 36, lid 1, en artikel 39 verrichte activiteiten. Elke lidstaat biedt de toezichthoudende autoriteiten inzage in de registers krachtens artikel 41 en verleent deze te allen tijde toegang tot al zijn gebouwen en terreinen die verband houden met het EES.

Motivering

Correctie van de kruisverwijzing.

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Elke lidstaat draagt er zorg voor dat zijn toezichthoudende autoriteit of autoriteiten advies kan of kunnen inwinnen bij personen met een adequate kennis van biometrische gegevens.

Motivering

Afgestemd op Eurodac.

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming waarborgt dat de verwerking van persoonsgegevens door eu-LISA in verband met het EES in overeenstemming met deze verordening geschiedt.

1.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is belast met het toezien op en het verzekeren dat de verwerking van persoonsgegevens door eu-LISA in verband met het EES in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 en met deze verordening geschiedt.

Motivering

In lijn gebracht met artikel 49 inzake toezichthoudende autoriteiten. Eveneens in lijn gebracht met de Europol-verordening (artikel 43), waar "toezien op en verzekeren van" wordt gebruikt.

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat ten minste om de vier jaar een audit van de activiteiten van het Agentschap op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens wordt verricht overeenkomstig de betreffende internationale auditnormen. Het auditrapport wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, eu-LISA, de Commissie en de nationale toezichthoudende autoriteiten. Voordat het rapport wordt aangenomen, wordt eu-LISA in de gelegenheid gesteld opmerkingen in te dienen.

2.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zorgt ervoor dat ten minste om de twee jaar een audit van de activiteiten van eu-LISA op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens wordt verricht overeenkomstig de betreffende internationale auditnormen. Het auditrapport wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, eu-LISA en de toezichthoudende autoriteiten. Voordat het rapport wordt aangenomen, wordt eu-LISA in de gelegenheid gesteld opmerkingen in te dienen.

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming werken actief samen en zorgen voor een gecoördineerd toezicht op het EES en de nationale systemen.

1.  De nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werken, elk binnen hun eigen bevoegdheden, actief samen en elk in het kader van hun eigen verantwoordelijkheden, en zorgen voor een gecoördineerd toezicht op het EES en de nationale grensinfrastructuren.

 

(Horizontaal amendement om ‘nationale systemen’ te wijzigen in ‘nationale grensinfrastructuren’ met uitzondering van artikel 58)

Motivering

Aanpassing van de terminologie aan artikel 6 en aan de formulering in Eurodac.

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Zij wisselen relevante informatie uit, assisteren elkaar bij de uitvoering van audits en inspecties, behandelen problemen bij de uitlegging of toepassing van deze verordening, beoordelen problemen bij de uitoefening van het onafhankelijk toezicht of bij de uitoefening van de rechten van de personen wier gegevens worden verwerkt, formuleren geharmoniseerde voorstellen voor gemeenschappelijke oplossingen voor problemen, en vestigen zo nodig de aandacht op gegevensbeschermingsrechten.

2.  Niet van toepassing op de Nederlandse versie.

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de bepalingen die ter uitvoering van Kaderbesluit 2008/977/JBZ in het nationale recht zijn vastgesteld, ook van toepassing zijn op de toegang tot het EES door zijn nationale autoriteiten overeenkomstig artikel 1, lid 2.

1.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de bepalingen die ter uitvoering van Richtlijn (EU) 2016/680 in het nationale recht zijn vastgesteld, ook van toepassing zijn op de toegang tot het EES door zijn nationale autoriteiten overeenkomstig artikel 1, lid 2.

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het toezicht op de rechtmatigheid van de toegang tot persoonsgegevens door de lidstaat met het oog op de in artikel 1, lid 2, van deze verordening vastgelegde doeleinden, met inbegrip van de doorgifte van gegevens vanuit en naar het EES, wordt uitgeoefend door de overeenkomstig Kaderbesluit 2008/977/JBZ aangewezen nationale toezichthoudende autoriteiten.

2.  Het toezicht op de rechtmatigheid van de toegang tot persoonsgegevens door de lidstaat met het oog op de in artikel 5, lid 1 bis, van deze verordening vastgelegde doeleinden, met inbegrip van de doorgifte van gegevens vanuit en naar het EES, wordt uitgeoefend door de overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/680 aangewezen nationale toezichthoudende autoriteiten.

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De verwerking van persoonsgegevens door Europol wordt verricht in overeenstemming met Besluit 2009/371/JBZ en staat onder toezicht van een onafhankelijke externe toezichthouder voor gegevensbescherming. Op de verwerking van persoonsgegevens door Europol overeenkomstig deze verordening zijn derhalve de artikelen 30, 31 en 32 van dat besluit van toepassing. De onafhankelijke externe toezichthouder voor gegevensbescherming ziet erop toe dat de rechten van de onderdaan van een derde land niet worden geschonden.

3.  De verwerking van persoonsgegevens door Europol uit hoofde van deze verordening wordt verricht in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/794 en staat onder toezicht van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Motivering

In overeenstemming met artikel 43 van de Europol-verordening.

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De persoonsgegevens waartoe met het oog op de in artikel 1, lid 2, vastgelegde doeleinden toegang is verkregen in het EES, worden uitsluitend verwerkt met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van het specifieke geval waarvoor een lidstaat of Europol om de gegevens heeft verzocht.

4.   De persoonsgegevens waartoe met het oog op de in artikel 5, lid 1 bis, vastgelegde doeleinden toegang is verkregen in het EES, worden uitsluitend verwerkt met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van het specifieke geval waarvoor een lidstaat of Europol om de gegevens heeft verzocht.

Amendement    185

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Het centrale systeem, de aangewezen autoriteiten, de centrale toegangspunten en Europol houden registers van zoekopdrachten bij met als doel de nationale instanties voor gegevensbescherming en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in staat te stellen na te gaan of de gegevensverwerking in overeenstemming is met de voorschriften van de Unie inzake gegevensbescherming. Afgezien van dit doel worden de persoonsgegevens alsook de registers van de zoekopdrachten na één maand uit alle nationale en Europol-bestanden verwijderd, tenzij de gegevens vereist zijn voor het specifieke lopende strafrechtelijke onderzoek in het kader waarvan die lidstaat of Europol om de gegevens heeft verzocht.

5.  Het centrale systeem, de aangewezen autoriteiten, de centrale toegangspunten en Europol houden registers van zoekopdrachten bij met als doel de nationale instanties voor gegevensbescherming en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in staat te stellen na te gaan of de gegevensverwerking in overeenstemming is met de voorschriften van de Unie inzake gegevensbescherming, onder meer met het oog op het bijhouden van registers om de in artikel 64, lid 8, bedoelde jaarverslagen op te stellen. Afgezien van dit doel worden de persoonsgegevens alsook de registers van de zoekopdrachten na één maand uit alle nationale en Europol-bestanden verwijderd, tenzij de gegevens vereist zijn voor het specifieke lopende strafrechtelijke onderzoek in het kader waarvan die lidstaat of Europol om de gegevens heeft verzocht.

Amendement    186

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Alle lidstaten en Europol zorgen ervoor dat alle gegevensverwerkende handelingen die voortvloeien uit verzoeken om toegang tot EES-gegevens voor de in artikel 1, lid 2, vastgelegde doeleinden worden gelogd of gedocumenteerd ten behoeve van de controle op de toelaatbaarheid van het verzoek, het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en op de integriteit en beveiliging van de gegevens en ten behoeve van de interne controle.

1.  Alle lidstaten en Europol zorgen ervoor dat alle gegevensverwerkende handelingen die voortvloeien uit verzoeken om toegang tot EES-gegevens voor de in artikel 5, lid 1 bis, vastgelegde doeleinden worden gelogd of gedocumenteerd ten behoeve van de controle op de toelaatbaarheid van het verzoek, het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en op de integriteit en beveiliging van de gegevens en ten behoeve van de interne controle.

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Uit de logbestanden of documentatie moet blijken:

2.  Uit de logbestanden of documentatie moet in alle gevallen blijken:

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2 – letter d bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  de naam van de autoriteit die heeft verzocht om toegang ter vergelijking, en de verantwoordelijke die het verzoek heeft ingediend en de gegevens heeft verwerkt;

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2 – letter h

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  volgens de nationale regels of Besluit 2009/371/JBZ, het kenmerk van de functionaris die de raadpleging heeft verricht en van de functionaris die voor de raadpleging of verstrekking opdracht heeft gegeven.

h)  volgens de nationale regels of Verordening (EU) 2016/794, het kenmerk van de functionaris die de raadpleging heeft verricht en van de functionaris die voor de raadpleging of verstrekking opdracht heeft gegeven.

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Logbestanden en documentatie worden uitsluitend gebruikt voor het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en voor het waarborgen van de integriteit en de beveiliging van de gegevens. Alleen een logbestand dat geen persoonsgegevens bevat, mag worden gebruikt voor toezicht en evaluatie in de zin van artikel 64. De nationale toezichthoudende autoriteiten die verantwoordelijk zijn om de toelaatbaarheid van het verzoek na te gaan en voor het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en de integriteit en beveiliging van de gegevens, krijgen op hun verzoek toegang tot de logbestanden om hun taken te kunnen vervullen.

3.  Niet van toepassing op de Nederlandse versie. Only logs which do not contain personal data may be used for the monitoring and evaluation referred to in Article 64. The competent national supervisory authorities responsible for checking the admissibility of the request and monitoring the lawfulness of the data processing and data integrity and security shall have access to these logs at their request for the purpose of fulfilling their duties.

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – alinea 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 767/2008

Artikel 17 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Vanaf de ingebruikneming van het EES als bedoeld in artikel 60, lid 1, van [Verordening tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES)] wordt gezorgd voor interoperabiliteit tussen het EES en het VIS om de grenscontroles efficiënter en sneller te laten verlopen. Om de interoperabiliteit tussen het EES en het VIS mogelijk te maken, wordt door eu-LISA een beveiligd communicatiekanaal opgezet tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS. Wederzijdse directe raadpleging van het ene systeem vanuit het andere systeem is slechts mogelijk wanneer daarin zowel in deze verordening als in Verordening (EG) nr. 767/2008 is voorzien.

1.  Vanaf de ingebruikneming van het EES als bedoeld in artikel 60, lid 1, van [Verordening tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES)] wordt gezorgd voor interoperabiliteit tussen het EES en het VIS om de grenscontroles efficiënter en sneller te laten verlopen, met inachtneming van het doelbindingsbeginsel. Om de interoperabiliteit tussen het EES en het VIS mogelijk te maken, wordt door eu-LISA een beveiligd communicatiekanaal opgezet tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS. Wederzijdse directe raadpleging van het ene systeem vanuit het andere systeem is slechts mogelijk wanneer daarin zowel in deze verordening als in Verordening (EG) nr. 767/2008 is voorzien.

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – alinea 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 767/2008

Artikel 17 bis – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Overeenkomstig artikel 33 van de [Verordening tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES)] neemt de Commissie de maatregelen die nodig zijn voor de totstandbrenging en de algemene structuur van de interoperabiliteit overeenkomstig artikel 34 van de [Verordening tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES)]. Om de interoperabiliteit met het EES tot stand te brengen ontwikkelt de beheersautoriteit de vereiste evoluties en/of aanpassingen van het centrale Visuminformatiesysteem, de nationale interface in elke lidstaat en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale Visuminformatiesysteem en de nationale interfaces. De nationale infrastructuren worden door de lidstaten aangepast en/of ontwikkeld.

4.  Overeenkomstig artikel 33 van de [Verordening tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES)] neemt de Commissie de maatregelen die nodig zijn voor de totstandbrenging en de algemene structuur van de interoperabiliteit overeenkomstig artikel 34 van de [Verordening tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES)]. Om de interoperabiliteit met het EES tot stand te brengen ontwikkelt eu-LISA de vereiste evoluties en/of aanpassingen van het centrale Visuminformatiesysteem, de nationale interface in elke lidstaat en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale Visuminformatiesysteem en de nationale interfaces. De nationale infrastructuren worden door de lidstaten aangepast en/of ontwikkeld.

Amendement    193

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – alinea 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 767/2008

Artikel 18 – lid 3 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens zijn opgeslagen over één of meer afgegeven of verlengde visa, waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken en die op het betrokken grondgebied geldig zijn voor de grensoverschrijding, wordt de bevoegde grenscontroleautoriteit, uitsluitend met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden, toegang verleend voor het raadplegen van de volgende gegevens in het aanvraagdossier en de daaraan gekoppelde aanvraagdossiers, als bedoeld in artikel 8, lid 4:

3.  Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens betreffende de visumhouder zijn opgeslagen, wordt de bevoegde grenscontroleautoriteit, uitsluitend met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden, toegang verleend voor het raadplegen van de volgende gegevens in het aanvraagdossier en de daaraan gekoppelde aanvraagdossiers, als bedoeld in artikel 8, lid 4:

Motivering

De leden 3 en 4 worden samengevoegd om de tekst te verduidelijken.

Amendement    194

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – alinea 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 767/2008

Artikel 18 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Indien uit het zoeken aan de hand van de in lid 1 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens betreffende de betrokkene zijn opgeslagen, maar dat het/de geregistreerde visum/visa niet geldig is/zijn, wordt de bevoegde grensautoriteit, uitsluitend met het oog op de in lid 1 genoemde doeleinden, toegang verleend voor het raadplegen van de volgende gegevens in het aanvraagdossier en de daaraan gekoppelde aanvraagdossiers, als bedoeld in artikel 8, lid 4:

Schrappen

(x)  de statusinformatie en de uit het aanvraagformulier overgenomen gegevens bedoeld in artikel 9, leden 2 en 4;

 

(y)  foto’s;

 

(z)  de gegevens die zijn ingevoerd in verband met (een) afgegeven, nietig verklaard(e), of ingetrokken visum/visa, of in verband met visa waarvan de geldigheidsduur is verlengd, als bedoeld in de artikelen 10, 13 en 14.

 

Motivering

De leden 3 en 4 worden samengevoegd om de tekst te verduidelijken.

Amendement    195

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – alinea 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 767/2008

Artikel 18 – lid 5 – letter a – punt ii

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  de technologie voor het gebruik van ter plekke gemaakte gezichtsopnames aan de grensdoorlaatpost niet beschikbaar is en de identiteit van de visumhouder derhalve niet aan de hand van het EES kan worden geverifieerd;

ii)  de technologie voor het gebruik van ter plekke gemaakte gezichtsopnames aan de grensdoorlaatpost tijdelijk niet beschikbaar is en de identiteit van de visumhouder derhalve niet aan de hand van het EES kan worden geverifieerd;

Motivering

Als de technologie beschikbaar moet zijn aan elke grensdoorlaatpost, mag de technologie slechts tijdelijk niet beschikbaar zijn.

Amendement    196

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – alinea 1 – punt 8 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8)  In artikel 20 wordt lid 1 vervangen door:

8)  In artikel 20 wordt lid 1, eerste alinea, vervangen door:

Amendement    197

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – alinea 1 – punt 9

Verordening (EG) nr. 767/2008

Artikel 26 – lid 3 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3 bis.  [Zes maanden na de inwerkingtreding van de verordening tot instelling van het inreis-uitreissysteem (EES)] wordt de beheersautoriteit belast met de in lid 3 van dit artikel bedoelde taken."

3 bis.   [Zes maanden na de inwerkingtreding van de verordening tot instelling van het inreis-uitreissysteem (EES)] wordt eu-LISA belast met de in lid 3 van dit artikel bedoelde taken.

Amendement    198

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – alinea 1 – punt 10

Verordening (EG) nr. 767/2008

Artikel 34 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat en de beheersautoriteit houden registers bij van alle gegevensverwerkende handelingen in het VIS. In deze registers moeten het doel van de toegang zoals bedoeld in artikel 6, lid 1, en de artikelen 15 tot en met 22, de datum en het tijdstip van de toegang, het soort doorgegeven gegevens zoals bedoeld in de artikelen 9 tot en met 14, het soort bij het zoeken gebruikte gegevens zoals bedoeld in de artikel 15, lid 2, artikel 17, artikel 18, leden 1 en 5, artikel 19, lid 1, artikel 19 bis, leden 2 en 5, artikel 20, lid 1, artikel 21, lid 1, en artikel 22, lid 1, en de naam van de autoriteit die de gegevens invoert of opvraagt, worden vermeld. Voorts houdt elke lidstaat registers bij van de personeelsleden die naar behoren gemachtigd zijn gegevens in te voeren of op te vragen. 1 bis.

1.  Elke lidstaat en eu-LISA houden registers bij van alle gegevensverwerkende handelingen in het VIS. In deze registers moeten het doel van de toegang zoals bedoeld in artikel 6, lid 1, en de artikelen 15 tot en met 22, de datum en het tijdstip van de toegang, het soort doorgegeven gegevens zoals bedoeld in de artikelen 9 tot en met 14, het soort bij het zoeken gebruikte gegevens zoals bedoeld in de artikel 15, lid 2, artikel 17, artikel 18, leden 1 en 5, artikel 19, lid 1, artikel 19 bis, leden 2 en 5, artikel 20, lid 1, artikel 21, lid 1, en artikel 22, lid 1, en de naam van de autoriteit die de gegevens invoert of opvraagt, worden vermeld. Voorts houdt elke lidstaat registers bij van de personeelsleden die naar behoren gemachtigd zijn gegevens in te voeren of op te vragen. 1 bis.

Amendement     199

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, van eu-LISA en van Frontex hebben, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken en zonder dat daarbij personen kunnen worden geïdentificeerd, toegang om de volgende gegevens te raadplegen:

1.  De naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, van de Commissie en van eu-LISA hebben, uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken en zonder dat daarbij personen kunnen worden geïdentificeerd of geprofileerd, en de naar behoren gemachtigde personeelsleden van de Europese kust- en grenswacht hebben, met het oog op het uitvoeren van kwetsbaarheids- en risicobeoordelingen als bedoeld in de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) 2016/1624, toegang om de volgende gegevens te raadplegen:

Amendement     200

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  nationaliteit, geslacht en geboortedatum van een onderdaan van een derde land;

b)  nationaliteit, geslacht en geboortejaar van een onderdaan van een derde land;

Amendement    201

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor de toepassing van lid 1 wordt door eu-LISA op zijn technische locaties een centraal register opgezet, ten uitvoer gelegd en gehost, met daarin de in lid 1 bedoelde gegevens op grond waarvan geen personen kunnen worden geïdentificeerd en waar de in lid 1 vermelde autoriteiten aanpasbare verslagen en statistieken over inreizen en uitreizen, weigeringen van toegang en overschrijdingen van de toegestane verblijfsduur met betrekking tot onderdanen van derde landen kunnen verkrijgen, teneinde het risico van overschrijding van de toegestane verblijfsduur beter te beoordeleni grenscontroles doeltreffender te maken, consulaten te helpen bij de verwerking van visumaanvragen en een op feiten gebaseerde beleidsvorming inzake migratie van de Unie te ondersteunen. Het register bevat ook dagelijkse statistieken over de in lid 4 bedoelde gegevens. Toegang tot het centraal register wordt uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken verleend, door middel van beveiligde toegang via S-TESTA, toegangscontrole en specifieke gebruikersprofielen.

2.  Voor de toepassing van lid 1 wordt door eu-LISA op zijn technische locaties op een centraal niveau een register opgezet, ten uitvoer gelegd en gehost, met daarin de in lid 1 bedoelde gegevens op grond waarvan geen personen kunnen worden geïdentificeerd en waar de in lid 1 vermelde autoriteiten aanpasbare verslagen en statistieken over inreizen en uitreizen, weigeringen van toegang en overschrijdingen van de toegestane verblijfsduur met betrekking tot onderdanen van derde landen kunnen verkrijgen, teneinde grenscontroles doeltreffender te maken, consulaten te helpen bij de verwerking van visumaanvragen en een op feiten gebaseerde beleidsvorming inzake migratie van de Unie te ondersteunen. Het register bevat ook dagelijkse statistieken over de in lid 4 bedoelde gegevens. Toegang tot het centraal register wordt uitsluitend met het oog op het opstellen van verslagen en statistieken verleend, door middel van beveiligde toegang via S-TESTA, toegangscontrole en specifieke gebruikersprofielen.

Amendement     202

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Elk kwartaal maakt eu-LISA statistieken over het EES bekend, die met name betrekking hebben op het aantal personen dat de toegestane verblijfsduur heeft overschrijden, hun nationaliteit en de grensdoorlaatpost van inreis, het aantal onderdanen van derde landen dat de toegang is geweigerd, met inbegrip van de weigeringsgronden, het aantal onderdanen van derde landen wier verblijfsrecht is ingetrokken of verlengd, en het aantal onderdanen van derde landen dat is vrijgesteld van de verplichting om vingerafdrukken te laten nemen.

4.  Elk kwartaal maakt eu-LISA statistieken over het EES bekend, die met name betrekking hebben op het aantal personen dat de toegestane verblijfsduur heeft overschrijden, hun nationaliteit, leeftijd, geslacht, verblijfsduur en de grensdoorlaatpost van inreis, het aantal onderdanen van derde landen dat de toegang is geweigerd, met inbegrip van de weigeringsgronden, het aantal onderdanen van derde landen wier verblijfsrecht is ingetrokken of verlengd, en het aantal onderdanen van derde landen dat is vrijgesteld van de verplichting om vingerafdrukken te laten nemen.

Amendement    203

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Aan het eind van ieder jaar worden de statistische gegevens samengevat in kwartaalstatistieken voor dat jaar. De statistieken bevatten een uitsplitsing van de gegevens per lidstaat.

5.  Aan het eind van ieder jaar worden de statistische gegevens samengevat in een jaarverslag voor dat jaar. De statistieken bevatten een uitsplitsing van de gegevens per lidstaat. Het verslag wordt gepubliceerd en toegestuurd aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de nationale toezichthoudende autoriteiten.

Amendement     204

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Op verzoek van de Commissie verstrekt eu-LISA haar statistieken over specifieke aspecten die verband houden met de tenuitvoerlegging van deze verordening en met de in lid 3 bedoelde statistieken.

6.  Op verzoek van de Commissie en het Europees Parlement verstrekt eu-LISA hun statistieken over specifieke aspecten die verband houden met de tenuitvoerlegging van deze verordening en met de in lid 3 bedoelde statistieken.

Amendement     205

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De kosten in verband met de instelling en werking van het centrale systeem, de communicatie-infrastructuur en de nationale uniforme interface komen ten laste van de algemene begroting van de Unie.

1.  De kosten in verband met de instelling en werking van het centrale systeem, de beveiligde en versleutelde communicatie-infrastructuur en de nationale uniforme interface komen ten laste van de algemene begroting van de Unie.

Amendement    206

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 2 – alinea 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  hosten van nationale systemen (ruimte, tenuitvoerlegging, elektriciteit, koeling);

b)  hosten van nationale systemen en grensinfrastructuur (ruimte, tenuitvoerlegging, elektriciteit, koeling);

Motivering

Aanpassing van de terminologie aan artikel 6.

Amendement    207

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 2 – alinea 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  beheer van nationale systemen (operatoren en contracten voor ondersteuning);

c)  beheer van nationale systemen en grensinfrastructuur (operatoren en contracten voor ondersteuning);

Amendement    208

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De Commissie stelt de op grond van het eerste lid meegedeelde informatie door middel van een permanent bijgewerkte openbare website ter beschikking van de lidstaten en het publiek.

6.  De Commissie maakt de in de leden 1 tot 4 bedoelde informatie bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. Indien zich wijzigingen voordoen, maakt de Commissie eenmaal per jaar een bijgewerkte geconsolideerde versie van deze informatie bekend. De Commissie houdt een permanent bijgewerkte openbare website bij waarop deze informatie is terug te vinden.

Amendement    209

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  [Zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening – Publicatiebureau, gelieve te vervangen door feitelijke datum] en vervolgens om de zes maanden gedurende de ontwikkelingsfase van het EES, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de stand van zaken wat betreft de ontwikkeling van het centrale systeem, de uniforme interfaces en de communicatiestructuur tussen het centrale systeem en de uniforme interfaces. Wanneer de ontwikkeling is afgerond, wordt een verslag voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad, waarin uitvoerig wordt uitgelegd hoe de doelstellingen, met name die betreffende planning en kosten, zijn verwezenlijkt en eventuele afwijkingen worden verklaard.

2.  [Zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening – Publicatiebureau, gelieve te vervangen door feitelijke datum] en vervolgens om de zes maanden gedurende de ontwikkelingsfase van het EES, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de stand van zaken wat betreft de ontwikkeling van het centrale systeem, de uniforme interfaces en de beveiligde en versleutelde communicatiestructuur tussen het centrale systeem en de uniforme interfaces. Het verslag bevat gedetailleerde informatie over de gemaakte kosten en informatie over eventuele risico's die van invloed kunnen zijn op de totale kosten van het systeem. Wanneer de ontwikkeling is afgerond, wordt een verslag voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad, waarin uitvoerig wordt uitgelegd hoe de doelstellingen, met name die betreffende planning en kosten, zijn verwezenlijkt en eventuele afwijkingen worden verklaard.

Motivering

Gelet op eerdere ervaringen, in het bijzonder met SISII, dienen de kosten nauwgezet te worden bewaakt.

Amendement     210

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Drie jaar na de ingebruikneming van het EES, en vervolgens om de vier jaar, stelt de Commissie een algemene evaluatie van het EES op. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten afgezet tegen de doelstellingen, wordt de impact op de grondrechten onderzocht, wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, hoe de verordening is toegepast, hoe het met de beveiliging van het EES is gesteld en welke gevolgen een en ander voor toekomstige werkzaamheden heeft, en worden zo nodig aanbevelingen gedaan. De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Drie jaar na de ingebruikneming van het EES, en vervolgens om de vier jaar, stelt de Commissie een algemene evaluatie van het EES op. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten afgezet tegen de doelstellingen, wordt de impact op de grondrechten onderzocht, wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, hoe de verordening is toegepast, hoe het met de beveiliging van het EES is gesteld en welke - tevens budgettaire - gevolgen een en ander voor toekomstige werkzaamheden heeft, en worden zo nodig aanbevelingen gedaan. De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten.

Amendement     211

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 8 – letter mm bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

mm bis) het aantal verzoeken om correctie van gegevens, het daaraan gegeven gevolg en het aantal correcties dat op verzoek van de betrokken personen is aangebracht.

Amendement    212

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

Deze verordening is van toepassing vanaf de overeenkomstig artikel 60 door de Commissie vastgestelde datum, met uitzondering van de artikelen 4, 33, 34, 35, 56, 58, 59, 60 en 61, die van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

 

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Motivering

De artikelen die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van het EES, dienen meteen van toepassing te zijn. De volledige verordening dient te worden toegepast vanaf de ingebruikneming van het EES.

(1)

PB C 487 van 28.12.2016, blz. 66.


TOELICHTING

Inleiding

De toename van de reizigersstromen aan de buitengrenzen van de Europese Unie gedurende de afgelopen jaren heeft aangetoond dat de huidige systemen voor grenscontroles ontoereikend zijn. Verwacht wordt dat deze stromen de komende jaren verder zullen toenemen, wat het probleem zou kunnen aanscherpen. In 2025 zullen naar verwachting zo'n 300 miljoen burgers van derde landen op legale wijze het Schengengebied binnenkomen voor een bezoek van korte duur. Enkel voor het luchtverkeer wordt de komende 20 jaar een toename van 2,6 % per jaar verwacht in Europa. Onze systemen om de reizigersstromen te beheren moeten daarom worden gemoderniseerd om ze vlotter en doeltreffender, maar ook veiliger te maken, zonder evenwel de informatiesystemen of de grenscontroles opnieuw te nationaliseren. De uitvoerbaarheid van deze controles mag niet enkel afhangen van de paspoorten van de reizigers en de stempels die erin staan. Die kunnen immers vervalst of onleesbaar zijn, en de controle ervan vormt een onevenredige belasting voor de grensautoriteiten, die zich daardoor niet op hun kerntaken kunnen concentreren, wat de veiligheid in het gedrang brengt. Als we niets ondernemen, zouden onze grensdoorlaatposten op de middellange termijn ineen kunnen storten en zouden er enorme bedragen moeten worden geïnvesteerd in infrastructuur en personeel om dergelijke reizigersstromen het hoofd te bieden.

De instelling van een Europees inreis-uitreissysteem (EES) zal alle reizigers ten goede komen, doordat het de wachttijd aan de grensdoorlaatposten verkort. Het biedt ook voordelen voor de lidstaten, die bonafide reizigers sneller zullen kunnen verwerken en de grenzen beter zullen kunnen beveiligen; voor de exploitanten van infrastructuur, die profiteren van kortere verbindingen in de transitzones en de bijbehorende directe en indirecte economische voordelen; voor de beheerders van grensdoorlaatposten, die hun middelen optimaal zullen kunnen inzetten; en voor de vervoerders, die hun taken gemakkelijker zullen kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd moeten de grondrechten en de gegevens in het systeem terdege worden beschermd.

In de Europese migratieagenda werd "grensbeheer" al genoemd als een van de "vier pijlers om migratie beter te beheren". De transnationale bedreigingen waarmee de Europese Unie de laatste tijd wordt geconfronteerd, hebben aangetoond dat in een ruimte zonder binnengrenzen doeltreffende controles aan de buitengrenzen nodig zijn. Het verband tussen doeltreffende grensbewaking en het versterken van de interne veiligheid wordt steeds duidelijker. De rapporteur steunt de toegang van de veiligheidsdiensten tot het EES-systeem met het oog op de bestrijding van terrorisme en zware criminaliteit. Dat zou een meerwaarde betekenen voor het systeem. Die toegang moet worden gecontroleerd, noodzakelijk en evenredig zijn en de nodige waarborgen bieden met betrekking tot de bescherming van rechten en gegevens. Er moet en kan een evenwicht worden gevonden tussen vlottere grensoverschrijdingen en veiligheid.

Standpunt van de rapporteur

1.- Doelstellingen

Met dit wetgevingsvoorstel moet een systeem worden ingesteld dat grensoverschrijdingen gemakkelijker maakt, illegale migratie door personen die de duur van hun toegestane verblijf overschrijden tegengaat en georganiseerde criminaliteit en terrorisme bestrijdt. Deze doelstellingen moeten worden gewaarborgd en moeten, vanuit het oogpunt van evenredigheid en noodzakelijkheid, verenigbaar worden gemaakt met de bescherming van de in het EES opgeslagen gegevens.

2.- Architectuur

De rapporteur is ingenomen met de wijzigingen die zijn aangebracht in het wetgevingsvoorstel, waarmee de twijfels die werden geuit tijdens de voorbereidende werkzaamheden grotendeels zijn weggenomen. Het is echter niet duidelijk waarom het programma voor geregistreerde reizigers is geschrapt, aangezien het Parlement dit een gedurfde manier vond om de grensoverschrijdingen te bespoedigen.

3.- Interoperabiliteit met het VIS

Een van de sleutelelementen van dit voorstel is de interoperabiliteit tussen het EES en het VIS, die aangeeft hoe de koppelingen tussen verschillende informatiesystemen er in de toekomst moeten uitzien. Voor zover het evenredigheidsbeginsel wordt geëerbiedigd, vormt deze interoperabiliteit geen inbreuk op de rechten die zijn vastgelegd in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten.

Hoewel de rapporteur in deze fase nog niet pleit voor interoperabiliteit met het SIS II, moet worden verduidelijkt hoe de meldingen die worden gegenereerd wanneer personen de toegestane verblijfsduur in het Schengengebied overschrijden, moeten worden behandeld.

4.- Begroting

Hoewel de ontwikkeling van het EES grote kosten met zich mee zal brengen, zou het veel meer kosten als we niets doen, zowel gezien de investeringen in infrastructuur en personeel die nodig zouden zijn om de toenemende reizigersstromen het hoofd te bieden als vanuit het oogpunt van de veiligheid in de lidstaten. Hoewel de rapporteur de redenering aangaande de begroting volgt, is hij bezorgd over eventuele ontsporingen in de loop van het tenuitvoerleggingsproces. Hij is daarom van mening dat er meer controles vooraf en achteraf nodig zijn.

5.- Biometrie

Uit de studiefase is gebleken dat een combinatie van vier vingerafdrukken en gezichtsherkenning de beste manier is om snelheid en veiligheid aan de grensdoorlaatposten te combineren. In het verlengde van hetgeen door het Europees Parlement is bepleit, worden er minder biometrische gegevens verzameld, waardoor de reeds in het VIS opgeslagen gegevens kunnen worden geïmporteerd en de gegevensverzameling en overlapping van opgeslagen gegevens kunnen worden beperkt. Er moeten kwaliteitsnormen worden opgelegd om te waarborgen dat de verzamelde gegevens effectief kunnen worden gebruikt voor de voorgesteld doeleinden.

6.- Bescherming van gegevens en fundamentele rechten

In deze verordening moet de bescherming van de in het EES opgeslagen gegevens worden gewaarborgd, in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten. Om te voldoen aan de artikelen 7 en 8 van het Handvest, moet het EES: een passende rechtsgrondslag hebben; voldoen aan de beginselen van het Handvest; het algemene belang nastreven; evenredig zijn en noodzakelijk zijn. Dat kan onder meer worden bereikt via maatregelen om de hoeveelheid gegevens te beperken die in het systeem wordt opgeslagen, de rol van de nationale autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS), de procedures voor rechtzetting of verwijdering en de manieren en machtigingen om toegang te krijgen tot het systeem. Er zij op gewezen dat het Europees Hof van Justitie heeft erkend dat de doelstellingen van het EES (beheer van de grenzen en van migratie en bestrijding van terrorisme en zware georganiseerde criminaliteit) het algemene belang dienen.

7.- Bewaringstermijn van de gegevens

De beginselen van evenredigheid en noodzakelijkheid dienen in het EES in acht te worden genomen. De aanvankelijk voorgestelde bewaringstermijn van 181 dagen zou de doeltreffendheid van het systeem hinderen. Vanuit het oogpunt van de reiziger strookt deze termijn niet met het doel om het grensoverschrijdende verkeer te bespoedigen, aangezien personen die regelmatig naar ons grondgebied reizen, zich bij een dergelijke korte bewaringstermijn telkens opnieuw zouden moeten registreren, hetgeen het proces vertraagt. Vanuit het oogpunt van de consulaten en de grensautoriteiten belet deze termijn hen de reisgeschiedenis te analyseren en een risicoanalyse te maken, elementen die bepalend zijn voor hun besluiten. Vanuit het oogpunt van de veiligheidsdiensten worden er relevante gegevens vernietigd die nodig zijn om zware criminaliteit en terrorisme te bestrijden.

De voorgestelde termijn strookt met de doelstellingen van het systeem en komt de interoperabiliteit met het VIS ten goede. Er moeten evenwel de nodige garanties worden geboden om te verzekeren dat de betrokkenen hun gegevens indien nodig kunnen bekijken, rechtzetten en/of verwijderen.

8.- Toegang tot het systeem door de veiligheidsdiensten

Het biedt een enorme meerwaarde voor het systeem om de veiligheidsdiensten en Europol bij de ingebruikneming ervan toegang te geven tot het systeem voor de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en terrorisme. Die mogelijkheid moet en kan ook wettelijk verenigbaar worden gemaakt met de facilitering van het grensoverschrijdend verkeer, in overeenstemming met het Europese recht ter zake. Het voortbestaan van het Schengengebied hangt onder meer af van de bescherming van de buitengrenzen. Inlichtingen en informatie zijn de nuttigste instrumenten waarover wij beschikken om georganiseerde criminaliteit te bestrijden: zij stellen ons in staat om criminelen altijd een stap voor te blijven.

Hoewel sommige veiligheidsinstanties de bestaande systemen momenteel niet ten volle benutten, hebben we ook gezien dat investeren in opleiding, uitwisseling van goede praktijken en het opbouwen van wederzijds vertrouwen ertoe leiden dat die systemen beter en vaker worden gebruikt. De autoriteiten die toegang hebben tot het systeem, zullen tijdens de uitrol ervan de nodige opleiding moeten krijgen.

9.- Gevolgen voor vervoerders en reizigers

De vervoerders spelen een fundamentele rol om de werkbaarheid van het systeem te verzekeren. Zij moeten een evenredige en beperkte toegang krijgen tot die gegevens in het EES die hen helpen om hun taken te vervullen, met de nodige waarborgen om te voorkomen dat de beveiliging van het systeem in het gedrang zou komen.

Reizigers moeten de resterende toegestane verblijfsduur kunnen nagaan en er dient bijgevolg een onlinesysteem te worden opgezet om dit mogelijk te maken. De toegang tot dat systeem moet eenvoudig en veilig zijn, opdat enkel de legitieme reiziger de informatie kan raadplegen. Deze webservice dient te worden beheerd door eu-LISA, dat de service moet hosten op een beveiligd netwerk en eventuele risico's moet beoordelen om de specifieke behoeften van een dergelijke service te bepalen.

10.- Bestuur

Eu-LISA moet een essentiële rol spelen in de ontwikkeling en het onderhoud van het EES. Er moeten normen worden vastgesteld voor de beveiliging, de controle en de aansprakelijkheid, zowel tijdens de implementatie van het systeem als zodra het in gebruik wordt genomen. Het Europees Parlement moet, binnen de eigen bevoegdheden, bij de verschillende cycli van het EES worden betrokken.


MINDERHEIDSSTANDPUNT

ingediend overeenkomstig artikel 52 bis, lid 4, van het Reglement

Marie-Christine Vergiat

Om het overschrijden van de buitengrenzen van de EU te faciliteren - het aanvankelijke motief -, wordt met het inreis-uitreissysteem (EES) een register aangelegd van onderdanen van derde landen die de EU in- en uitreizen en wordt de interoperabiliteit met andere gegevensbestanden vergemakkelijkt door een uitgebreid opslagsysteem van met name biometrische gegevens op te zetten, met inbegrip van die van kinderen jonger dan 12 jaar in weerwil van het internationaal recht, wat een gevaarlijk precedent schept.

Door grenscontrole en misdaadbestrijding aan elkaar gelijk te stellen zullen politieagenten dezelfde toegang kunnen hebben als grenswachten, waardoor zeer verschillende doelstellingen door elkaar gaan lopen en voorbijgegaan wordt aan het noodzakelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel en waardoor migratie, criminaliteit en terrorisme met elkaar in verband worden gebracht.

Er zullen "goede reizigers" zijn die volgens administratieve ad hoc-procedures het grondgebied mogen inreizen en alle overige reizigers van wie wordt aangenomen dat zij onregelmatig zijn in weerwil van individueel onderzoek van hun situatie, met name kwetsbare personen die automatisch gesignaleerd zullen worden in de lidstaten.

De onderzoeksomstandigheden van dit verslag zijn, rekening houdend met de aard en het belang ervan, schadelijk voor de wetgevingswerkzaamheden gezien de risico's voor de grondrechten van duizenden mannen, vrouwen en kinderen.

Er had ten minste beter rekening gehouden moeten worden met de aanbevelingen van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.


ADVIES van de Begrotingscommissie (9.12.2016)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008 en Verordening (EU) nr. 1077/2011

(COM(2016)0194) – C8-0135/2016 – 2016/0106(COD))

Rapporteur voor advies: Monika Hohlmeier

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur meent dat een beter, moderner en doeltreffender beheer van de buitengrenzen van de EU van essentieel belang is om een nauwkeurig beeld te krijgen van de inreis en uitreis van onderdanen van derde landen. Het is bovendien een instrument dat tegelijk kan worden ingezet voor de bespoediging van de grenscontroles, waardoor wachttijden aan de grens kunnen worden verkort en het vrije verkeer wordt bevorderd, en voor de verbetering van de interne veiligheid, door het intensiveren van de strijd tegen terrorisme en ernstige internationale misdaad en het detecteren van illegale grensoverschrijdingen, identiteitsfraude of overschrijding van de toegestane verblijfsduur. De rapporteur wijst erop dat er een aanzienlijke lacune is in de bestaande informatiesystemen, die moet worden opgevuld om de buitengrenzen van de EU doeltreffend te beveiligen. Een enkele lidstaat kan onmogelijk een doeltreffend toezicht op de inreis en uitreis van onderdanen van derde landen in de volledige Schengenruimte verzekeren. Daarom moet dringend een doeltreffend Europees instrument worden uitgewerkt en ingevoerd in alle lidstaten.

De rapporteur is dan ook ingenomen met het herziene voorstel van de Commissie voor het inreis-uitreissysteem (EES), dat interoperabiliteit en synergieën tussen informatiesystemen bevordert om de controleprocedures voor de toegang van niet-EU-onderdanen tot de EU te vergemakkelijken en te verbeteren.

De rapporteur verwelkomt de Technische studie inzake slimme grenzen van de Commissie en het eindverslag van het slimme grenzen-proefproject van eu-LISA, dat gevolg geeft aan de in 2013 door het Parlement geuite bezorgdheid door een concrete evaluatie te verrichten van de financiële, technische en organisatorische uitdagingen van elke beleidsoptie en door het inbouwen van een testfase, die wordt uitgevoerd door eu-LISA.

De rapporteur herinnert eraan dat in het voorstel van 2013 1,1 miljard EUR in de EU-begroting als indicatief bedrag gereserveerd werd voor de ontwikkeling van een inreis-uitreissysteem en een programma voor geregistreerde reizigers. Voor het herziene voorstel wordt, op basis van de voorkeursoptie – alleen een inreis-uitreissysteem met toegang voor de rechtshandhavingsautoriteiten – uitgegaan van een benodigd bedrag van 480 miljoen EUR. De resultaten van de financiële analyse lijken nauwkeuriger dan in het oorspronkelijke voorstel. Dit bedrag hangt ook samen met de uitkomst van de aanbestedingsprocedure en de projectanalyse (integratie van bestaande nationale systemen en invoering van het nieuwe systeem in alle lidstaten).

De rapporteur pleit ervoor dat deze financiële steun uit de EU-begroting niet alleen voor de volledige MFK-periode de kosten van de centrale onderdelen op Europees niveau zou dekken (288 miljoen EUR voor de ontwikkelings- en operationele kosten op EU-niveau via indirect beheer), maar ook de kosten voor de integratie in het EES van de bestaande nationale grensinfrastructuur in de lidstaten via de nationale uniforme interfaces (120 miljoen EUR via direct beheer). In tegenstelling tot het voorstel van de Commissie beveelt de rapporteur aan te voorzien in een crisismechanisme om ervoor te zorgen dat lidstaten met organisatorische en financiële moeilijkheden het systeem binnen de geplande tijdspanne kunnen invoeren.

De rapporteur is er ook voorstander van dat, wanneer het nieuwe systeem eenmaal gebruiksklaar is, de verdere operationele kosten in de lidstaten zouden worden gefinancierd uit de nationale programma's in het kader van het ISD (gedeeld beheer) en moedigt de lidstaten aan naar kostenefficiënte oplossingen te zoeken.

Ten slotte stelt de rapporteur voor strengere regels vast te stellen voor de verslaglegging aan het Parlement en de Raad tijdens en na de ontwikkeling van het EES, inclusief een verplichte update over budgettaire en kostenontwikkeling, om volledige parlementaire controle en toezicht op het proces te verzekeren en het risico op kostenoverschrijdingen en vertragingen te beperken.

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  In haar mededeling van 6 april 2016 met als titel "Krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid" heeft de Commissie een proces gepresenteerd dat moet leiden tot de interoperabiliteit van de informatiesystemen, om op structurele wijze de beheersarchitectuur van de gegevens van de Unie op het gebied van grenscontrole en veiligheid te verbeteren.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De doelstellingen en de technische architectuur van het inreis-uitreissysteem moeten worden vastgesteld, evenals voorschriften betreffende de werking en het gebruik ervan, de verantwoordelijkheden voor het systeem, de in het systeem op te nemen categorieën gegevens, het doel van en de criteria voor de opneming ervan, de autoriteiten die toegang hebben tot het systeem, en verdere voorschriften inzake gegevensverwerking en de bescherming van persoonsgegevens.

(7)  De doelstellingen en de technische architectuur van het inreis-uitreissysteem moeten worden vastgesteld, evenals voorschriften betreffende de werking ervan, het gebruik ervan en de interoperabiliteit ervan met andere informatiesystemen, de verantwoordelijkheden voor het systeem, de in het systeem op te nemen categorieën gegevens, het doel van en de criteria voor de opneming ervan, de autoriteiten die toegang hebben tot het systeem, en verdere voorschriften inzake gegevensverwerking en de bescherming van persoonsgegevens.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Het EES dient te bestaan uit een centraal systeem dat een geautomatiseerde centrale database met biometrische en alfanumerieke gegevens beheert, een nationale uniforme interface in elke lidstaat, een beveiligd communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interfaces. Elke lidstaat dient zijn nationale grensinfrastructuren aan te sluiten op de nationale uniforme interface.

(12)  Het EES dient te bestaan uit een centraal systeem dat een geautomatiseerde centrale database met biometrische en alfanumerieke gegevens beheert, een nationale uniforme interface in elke lidstaat, een beveiligd communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS en tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van Eurodac, alsook de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interfaces. Elke lidstaat dient zijn nationale grensinfrastructuren aan te sluiten op de nationale uniforme interface. De nationale grensstructuren van de lidstaten omvatten het Schengeninformatiesysteem en de databank voor gestolen of verloren reisdocumenten (SLTD) van Interpol, alsmede de gegevensbanken van Europol en de nationale gegevensbanken van de rechtshandhavingsautoriteiten.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Er moet worden gezorgd voor interoperabiliteit tussen het EES en Eurodac door middel van een rechtstreeks communicatiekanaal tussen de centrale systemen, om automatische verzending van het EES naar Eurodac mogelijk te maken voor gegevens van personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden.

Motivering

In de nieuwe Eurodac-verordening is voorzien in de registratie van gegevens van elke onderdaan van een derde land die illegaal verblijft op het grondgebied van een lidstaat.

Overeenkomstig artikel 11 van onderhavige verordening zal het EES een lijst genereren van personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden en dus irregulier zijn. Door automatische verzending van de gegevens kunnen duplicaten voorkomen worden.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  Deze verordening tot instelling van het EES komt in de plaats van de verplichting om paspoorten van onderdanen van derde landen af te stempelen, die voor alle toetredende lidstaten geldt. Bij de berekening van de toegestane verblijfsduur in het Schengengebied dient geen rekening te worden gehouden met het verblijf in lidstaten die overeenkomstig de hen betreffende toetredingsakte het Schengenacquis nog niet volledig toepassen. Die lidstaten dienen het verblijf van onderdanen van derde landen in het EES te registreren, maar de automatische rekenfunctie van het systeem dient hiermee geen rekening te houden bij het berekenen van de toegestane verblijfsduur.

(43)  Deze verordening tot instelling van het EES komt in de plaats van de verplichting om paspoorten van onderdanen van derde landen af te stempelen, die voor alle toetredende lidstaten geldt. Bij de berekening van de toegestane verblijfsduur van 90 dagen voor elke periode van 180 dagen dient rekening te worden gehouden met het verblijf in lidstaten die de bepalingen van het Schengenacquis overeenkomstig titel III van Verordening (EU) nr. 2016/399 niet toepassen.

Motivering

Excluding a stay in one of these States from the calculation of the authorised length of stay would lead either to having 5 calculation systems:

one for States fully applying the Schengen acquis and 4 for the others not applying it fully. This would lead to considerable unnecessary costs and mean that a TCN could reside on EU territory continuously by moving from a Schengen State to a non-Schengen State. Or having a single calculation system exclusively reserved for those States that fully apply the Schengen acquis, but with the abolition of passport stamp this option would mean that the 4 non-Schengen States would not benefit from the EES and be without any means to calculate the length of stay.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  een op gemeenschappelijke technische specificaties gebaseerde en voor alle lidstaten identieke nationale uniforme interface (NUI) in elke lidstaat, waarmee het centrale systeem wordt aangesloten op de nationale grensinfrastructuur in de lidstaten;

b)  een op gemeenschappelijke technische specificaties gebaseerde en voor alle lidstaten identieke nationale uniforme interface (NUI) in elke lidstaat, waarmee het centrale systeem wordt aangesloten op de nationale grensinfrastructuur in de lidstaten; de nationale grensstructuren van de lidstaten omvatten het Schengeninformatiesysteem en de SLTD-databank van Interpol, alsmede de gegevensbanken van Europol en de nationale gegevensbanken van de rechtshandhavingsautoriteiten;

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  een beveiligd communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS;

c)  een beveiligd communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS en het SIS;

Motivering

Naast volledige interoperabiliteit tussen EES en VIS moet ook het Schengeninformatiesysteem (SIS) in aanmerking worden genomen, om volledige uitwisseling van gegevens mogelijk te maken.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  een beveiligd communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van Eurodac;

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 bis

 

Interoperabiliteit met Eurodac

 

1.  Om de interoperabiliteit tussen het EES en Eurodac mogelijk te maken, wordt door eu-LISA een beveiligd communicatiekanaal opgezet tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van Eurodac.

 

2.  Door de interoperabiliteitsvereiste kunnen de in de artikelen 14 en 15 genoemde gegevens van alle personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden, automatisch worden verzonden van het centrale systeem van het EES naar het centrale systeem van Eurodac.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Bij de berekening van de toegestane verblijfsduur in het Schengengebied wordt geen rekening gehouden met het verblijf in lidstaten die overeenkomstig de hen betreffende toetredingsakte het Schengenacquis nog niet volledig toepassen. Laatstgenoemde lidstaten registreren het verblijf van onderdanen van derde landen in het EES. De automatische calculator van het EES telt echter het verblijf in lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen niet mee bij de berekening van de toegestane verblijfsduur.

4.  Bij de berekening van de toegestane verblijfsduur wordt rekening gehouden met het verblijf in lidstaten die de bepalingen van titel III van Verordening (EU) nr. 2016/399 niet toepassen.

Motivering

Excluding a stay in one of these States from the calculation of the authorised length of a stay would lead either to having 5 calculation systems: one for States fully applying the Schengen acquis and 4 for the others not applying it fully. This would lead to considerable unnecessary costs and mean that a TCN could reside on EU territory continuously by moving from a Schengen State to a non-Schengen State. Or having a single calculation system exclusively reserved for those States that fully apply the Schengen acquis, but with the abolition of passport stamp this option would mean that the 4 non-Schengen States would not benefit from the EES and be without any means to calculate the length of stay.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De in de artikelen 14 en 15 genoemde gegevens van alle personen die de toegestane verblijfsduur met meer dan 15 dagen hebben overschreden en in wier inreis-uitreisnotities uitreisgegevens ontbreken worden automatisch naar het centrale systeem van Eurodac verzonden.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Eu-Lisa is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces, de communicatie-infrastructuur en het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS. Ook is het verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de in artikel 12 bedoelde webservice overeenkomstig de specificaties en voorwaarden die zijn vastgesteld conform de onderzoeksprocedure van artikel 61, lid 2.

Eu-Lisa is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces, de communicatie-infrastructuur en het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS en tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van Eurodac. Ook is het verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de in artikel 12 bedoelde webservice overeenkomstig de specificaties en voorwaarden die zijn vastgesteld conform de onderzoeksprocedure van artikel 61, lid 2.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Eu-LISA bepaalt het ontwerp van de fysieke architectuur van het systeem, met inbegrip van de communicatie-infrastructuur alsook de technische specificaties en de evolutie daarvan met betrekking tot het centrale systeem, de uniforme interfaces, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS, en de communicatie-infrastructuur, dat wordt vastgesteld door de raad van bestuur, na een gunstig advies van de Commissie. Eu-LISA verricht ook de nodige aanpassingen van het VIS die voortvloeien uit de totstandbrenging van de interoperabiliteit met het EES, alsook uit de tenuitvoerlegging van de in artikel 55 bedoelde wijzigingen van Verordening (EG) nr. 767/2008.

Eu-LISA bepaalt het ontwerp van de fysieke architectuur van het systeem, met inbegrip van de communicatie-infrastructuur alsook de technische specificaties en de evolutie daarvan met betrekking tot het centrale systeem, de uniforme interfaces, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS en tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van Eurodac, en de communicatie-infrastructuur, dat wordt vastgesteld door de raad van bestuur, na een gunstig advies van de Commissie. Eu-LISA verricht ook de nodige aanpassingen van het VIS die voortvloeien uit de totstandbrenging van de interoperabiliteit met het EES, alsook uit de tenuitvoerlegging van de in artikel 55 bedoelde wijzigingen van Verordening (EG) nr. 767/2008.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS, en de communicatie-infrastructuur worden zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze verordening en de vaststelling door de Commissie van de maatregelen waarin artikel 33 voorziet, door eu-LISA ontwikkeld.

Het centrale systeem, de nationale uniforme interfaces, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS en tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van Eurodac, en de communicatie-infrastructuur worden zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze verordening en de vaststelling door de Commissie van de maatregelen waarin artikel 33 voorziet, door eu-LISA ontwikkeld.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Eu-Lisa is verantwoordelijk voor het operationeel beheer van het centrale systeem, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS, en de nationale uniforme interfaces. Het zorgt er in samenwerking met de lidstaten voor dat te allen tijde de meest geavanceerde technologie wordt gebruikt, onder voorbehoud van een kosten-batenanalyse. Eu-LISA is ook verantwoordelijk voor het operationeel beheer van de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interfaces, en voor de in artikel 12 bedoelde webservice.

Eu-Lisa is verantwoordelijk voor het operationeel beheer van het centrale systeem, het beveiligde communicatiekanaal tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van het VIS en tussen het centrale systeem van het EES en het centrale systeem van Eurodac, en de nationale uniforme interfaces. Het zorgt er in samenwerking met de lidstaten voor dat te allen tijde de meest geavanceerde technologie wordt gebruikt, onder voorbehoud van een kosten-batenanalyse. Eu-LISA is ook verantwoordelijk voor het operationeel beheer van de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale uniforme interfaces, en voor de in artikel 12 bedoelde webservice.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 34 bis

 

Crisismechanisme

 

De Commissie en de lidstaten voorzien in een crisismechanisme dat kan worden geactiveerd ingeval een lidstaat wordt geconfronteerd met organisatorische of financiële moeilijkheden. Dit mechanisme moet verzekeren dat de ontwikkeling en integratie van de nationale systemen, de voltooiing van de projectplanning, de interoperabiliteit met de centrale systemen van het VIS en het SIS en de tenuitvoerlegging van deze verordening simultaan en tijdig worden gerealiseerd. Het mechanisme moet tevens garanderen dat alle lidstaten ten volle aan het systeem deelnemen.

Motivering

Om te verzekeren dat het systeem volledig operationeel is, is het van cruciaal belang dat alle lidstaten het systeem kunnen gebruiken, ongeacht hun financiële situatie.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 34 ter

 

Onverminderd het bepaalde in artikel 58, zorgt de Commissie ervoor dat elke lidstaat voldoende financiële steun krijgt om de bestaande nationale grensinfrastructuren te integreren in het EES via de nationale uniforme interfaces. Deze financiële steun dekt alle nationale integratiekosten en -uitgaven in verband met de tenuitvoerlegging van deze verordening en staat in verhouding tot de individuele administratieve behoeften van elke lidstaat.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De kosten in verband met de instelling en werking van het centrale systeem, de communicatie-infrastructuur en de nationale uniforme interface komen ten laste van de algemene begroting van de Unie.

1.  De kosten in verband met de instelling en werking van het centrale systeem, de communicatie-infrastructuur en de nationale uniforme interface komen ten laste van de algemene begroting van de Unie. Alvorens de aanbestedingsprocedure in te stellen voert de Commissie een nauwkeurige analyse uit van de technische vereisten voor de integratie van de bestaande nationale systemen, de technische normen, alsook de vereisten met betrekking tot de inhoud en de toegankelijkheid van het EES.

Motivering

Op nationaal niveau is er zowel in de EU als in derde landen een stijgende tendens tot digitalisering van de grenscontroles. 11 EU-Schengenlanden, alsook Bulgarije, Roemenië en het VK maken gebruik van inreis-uitreissystemen, die in het algemeen echter beperkt zijn tot bepaalde luchthavens. Ervaring met de ontwikkeling van andere grootschalige IT-systemen op EU-niveau zoals SIS II en VIS heeft echter aangetoond dat deze initiatieven worden geconfronteerd met toenemende kosten. Het is dan ook belangrijk om de kosten vooraf zo nauwkeurig mogelijk te analyseren, om het risico op kostenoverschrijdingen te beperken.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  [Zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening – please replace with the actual date] en vervolgens om de zes maanden gedurende de ontwikkelingsfase van het EES, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de stand van zaken wat betreft de ontwikkeling van het centrale systeem, de uniforme interfaces en de communicatiestructuur tussen het centrale systeem en de uniforme interfaces. Wanneer de ontwikkeling is afgerond, wordt een verslag voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad, waarin uitvoerig wordt uitgelegd hoe de doelstellingen, met name die betreffende planning en kosten, zijn verwezenlijkt en eventuele afwijkingen worden verklaard.

2.  [Zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening – please replace with the actual date] en vervolgens om de zes maanden gedurende de ontwikkelingsfase van het EES, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de stand van zaken wat betreft de ontwikkeling van het centrale systeem, de uniforme interfaces en de communicatiestructuur tussen het centrale systeem en de uniforme interfaces. Het verslag bevat een overzicht van de budgettaire en kostenontwikkeling, met een gedetailleerde technische en financiële evaluatie, nauwkeurige informatie over kostenstijgingen en wijzigingen in de ontwerpeisen en de oorzaak van deze afwijkingen. Wanneer het crisismechanisme wordt ingeschakeld, vermeldt het verslag de oorzaken en modaliteiten van de inschakeling. Wanneer de ontwikkeling is afgerond, wordt een verslag voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad, waarin uitvoerig wordt uitgelegd hoe de doelstellingen, met name die betreffende planning en kosten, zijn verwezenlijkt en eventuele afwijkingen worden verklaard.

Motivering

Ervaring met de ontwikkeling van andere grootschalige IT-systemen op EU-niveau zoals SIS II en VIS heeft aangetoond dat deze initiatieven worden geconfronteerd met grote vertragingen en toenemende kosten. Om volledige parlementaire controle en toezicht op het proces te verzekeren en het risico op kostenoverschrijdingen en vertragingen te beperken, wordt voorgesteld om in de verslaglegging van eu-LISA aan het Parlement en de Raad tijdens de ontwikkeling van het EES een verplichte update over budgettaire en kostontwikkeling op te nemen.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Drie jaar na de ingebruikneming van het EES, en vervolgens om de vier jaar, stelt de Commissie een algemene evaluatie van het EES op. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten afgezet tegen de doelstellingen en de gevolgen voor de grondrechten, wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, hoe de verordening is toegepast, hoe het staat met de beveiliging van het EES en welke de mogelijke gevolgen zijn voor toekomstige werkzaamheden, en worden eventuele noodzakelijke aanbevelingen opgenomen. De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Drie jaar na de ingebruikneming van het EES, en vervolgens om de vier jaar, stelt de Commissie een algemene evaluatie van het EES op. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten afgezet tegen de doelstellingen en de gevolgen voor de grondrechten, wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, hoe de verordening is toegepast, hoe het staat met de beveiliging van het EES en welke de mogelijke - met name budgettaire - gevolgen zijn voor toekomstige werkzaamheden, en worden eventuele noodzakelijke aanbevelingen opgenomen. De Commissie legt het evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad.

Motivering

Om volledige parlementaire controle, budgettair toezicht en planning te verzekeren en mogelijke wijzigingen met budgettaire gevolgen in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen, wordt voorgesteld dat de algemene evaluatie een overzicht inhoudt van mogelijke budgettaire gevolgen van toekomstige werkzaamheden.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en gegevens over weigering van toegang ten aanzien van derdelanders die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden en vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden

Document- en procedurenummers

COM(2016)0194 – C8-0135/2016 – 2016/0106(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

9.5.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

9.5.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Monika Hohlmeier

25.4.2016

Datum goedkeuring

8.12.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

11

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Richard Ashworth, Jean-Paul Denanot, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Clare Moody, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Monika Vana, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Xabier Benito Ziluaga, Bill Etheridge, Ivana Maletić, Andrey Novakov, Nils Torvalds, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clara Eugenia Aguilera García, José Blanco López, Valentinas Mazuronis, József Nagy, Claudia Schmidt


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en gegevens over weigering van toegang ten aanzien van derdelanders die de buitengrenzen van de Europese Unie overschrijden en vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden

Document- en procedurenummers

COM(2016)0194 – C8-0135/2016 – 2016/0106(COD)

Datum indiening bij EP

6.4.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

9.5.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

BUDG

9.5.2016

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Agustín Díaz de Mera García Consuegra

20.4.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

24.5.2016

8.12.2016

27.2.2017

 

Datum goedkeuring

27.2.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

7

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Caterina Chinnici, Daniel Dalton, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Tanja Fajon, Raymond Finch, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Jussi Halla-aho, Brice Hortefeux, Eva Joly, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Juan Fernando López Aguilar, Roberta Metsola, Claude Moraes, József Nagy, Soraya Post, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Csaba Sógor, Sergei Stanishev, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Kristina Winberg

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Carlos Coelho, Ignazio Corrao, Gérard Deprez, Jeroen Lenaers, Angelika Mlinar, Salvatore Domenico Pogliese, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Barbara Spinelli, Jaromír Štětina

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Carlos Iturgaiz, Josu Juaristi Abaunz, Seán Kelly, Verónica Lope Fontagné, Antonio López-Istúriz White, Ivana Maletić, Christel Schaldemose, Martina Werner

Datum indiening

8.3.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

38

+

ALDE

Gérard Deprez, Nathalie Griesbeck, Angelika Mlinar, Cecilia Wikström

ECR

Jussi Halla-aho, Branislav Škripek

EFDD

Ignazio Corrao, Kristina Winberg

PPE

Carlos Coelho, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Kinga Gál, Brice Hortefeux, Carlos Iturgaiz, Seán Kelly, Barbara Kudrycka, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Antonio López-Istúriz White, Ivana Maletić, Roberta Metsola, József Nagy, Salvatore Domenico Pogliese, Csaba Sógor, Jaromír Štětina

S&D

Caterina Chinnici, Tanja Fajon, Ana Gomes, Dietmar Köster, Juan Fernando López Aguilar, Claude Moraes, Soraya Post, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, Christel Schaldemose, Birgit Sippel, Sergei Stanishev, Josef Weidenholzer, Martina Werner

7

-

EFDD

Raymond Finch

GUE/NGL

Josu Juaristi Abaunz, Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat

Verts/ALE

Eva Joly, Judith Sargentini, Bodil Valero

1

0

ECR

Daniel Dalton

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling