Procedure : 2016/0148(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0077/2017

Ingediende teksten :

A8-0077/2017

Debatten :

PV 14/11/2017 - 3
CRE 14/11/2017 - 3

Stemmingen :

PV 14/11/2017 - 5.5
CRE 14/11/2017 - 5.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0426

VERSLAG     ***I
PDF 1125kWORD 199k
28.3.2017
PE 594.014v03-00 A8-0077/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming

(COM(2016)0283 – C8-0194/2016 – 2016/0148(COD))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Olga Sehnalová

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming

(COM(2016)0283 – C8-0194/2016 – 2016/0148(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0283),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0194/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door het Bulgaarse Parlement, de Tsjechische Kamer van Afgevaardigden, de Oostenrijkse Bondsraad en de Zweedse Rijksdag, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 oktober 2016(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en het advies van de Commissie juridische zaken (A8-0077/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel door een nieuwe tekst vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  Het Uniebeleid inzake consumentenbescherming wordt geregeld door artikel 4, lid 2, onder f), artikel 12, artikel 114, lid 3, en artikel 169 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 38 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging -1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 bis)  In artikel 169 VWEU is bepaald dat het beleid inzake consumentenbescherming tot doel heeft de belangen van de consumenten te bevorderen en een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen. Hiertoe moet de Unie bijdragen aan de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en de economische belangen van de consumenten, alsook aan de bevordering van hun recht op voorlichting en vorming, en hun recht van vereniging om hun belangen te vrijwaren.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging -1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 ter)  In artikel 197 VWEU inzake administratieve samenwerking wordt erkend dat een doeltreffende uitvoering van het recht van de Unie door de lidstaten van essentieel belang is voor de goede werking van de Unie en worden de grenzen vastgelegd waarbinnen de Unie en de lidstaten in dit verband moeten handelen.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad61 voorziet in geharmoniseerde voorschriften en procedures om de samenwerking te bevorderen tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van grensoverschrijdende wetgeving inzake consumentenbescherming. Artikel 21 bis voorziet in een toetsing van de doeltreffendheid en de operationele mechanismen van die verordening en op grond van dat artikel heeft de Commissie geconcludeerd dat Verordening (EG) nr. 2006/2004 niet toereikend is om op doeltreffende wijze op de interne markt en met name op de digitale eengemaakte markt de uitdagingen op het gebied van handhaving aan te gaan.

(1)  Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad61 voorziet in geharmoniseerde voorschriften en procedures om de samenwerking te bevorderen tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van grensoverschrijdende wetgeving inzake consumentenbescherming. Artikel 21 bis van Verordening (EG) nr. 2006/2004 voorziet in een toetsing van de doeltreffendheid en de operationele mechanismen van die verordening en op grond van dat artikel heeft de Commissie geconcludeerd dat Verordening (EG) nr. 2006/2004 niet toereikend is om op doeltreffende wijze op de interne markt, onder meer op de digitale eengemaakte markt, de uitdagingen op het gebied van handhaving aan te gaan.

__________________

__________________

61 Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1).

61 Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1).

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  In de door de Commissie op 6 mei 2015 vastgestelde strategie voor de digitale eengemaakte markt werd het verbeteren van het consumentenvertrouwen door middel van snelle, flexibele en consistente handhaving van consumentenvoorschriften geïdentificeerd als een van de prioriteiten. In de door de Commissie op 28 oktober 2015 vastgestelde strategie voor de eengemaakte markt werd herhaald dat de handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming van de Unie verder moet worden versterkt door de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming.

(2)  In de door de Commissie op 6 mei 2015 vastgestelde strategie voor de digitale eengemaakte markt werd het verbeteren van het consumentenvertrouwen door middel van snelle en consistente handhaving van de consumentenwetgeving geïdentificeerd als een van de prioriteiten. In de door de Commissie op 28 oktober 2015 vastgestelde strategie voor de eengemaakte markt werd herhaald dat de handhaving van de Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument verder moet worden versterkt door de hervorming van Verordening (EG) nr. 2006/2004.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Dankzij de ineffectieve handhaving van grensoverschrijdende inbreuken, met name op het digitale domein, die hiervan het gevolg is, kunnen handelaren handhaving voorkomen door zich binnen de Unie elders te vestigen, wat leidt tot een verstoring van de mededinging voor handelaren die zich aan de wet houden en hun activiteiten nationaal of grensoverschrijdend uitvoeren, waardoor consumenten rechtstreeks schade wordt berokkend en het vertrouwen van de consument in grensoverschrijdende transacties en de interne markt wordt ondermijnd. Een hoger niveau van harmonisatie waarbij doeltreffende en efficiënte samenwerking op het gebied van handhaving wordt ingevoerd tussen bevoegde openbare handhavingsinstanties is derhalve noodzakelijk om inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken op te sporen en te onderzoeken en de beëindiging daarvan te gelasten.

(3)  Als gevolg van de ineffectieve handhaving van de wetgeving ter voorkoming van grensoverschrijdende inbreuken, onder meer op het digitale domein, kunnen handelaren zich binnen de Unie elders vestigen, wat leidt tot een verstoring van de mededinging voor handelaren die zich aan de wet houden en hun activiteiten (zowel online als offline) nationaal of grensoverschrijdend uitvoeren, waardoor de interne markt en consumenten rechtstreeks en aanzienlijk schade wordt berokkend en het vertrouwen van de consument in grensoverschrijdende transacties en de interne markt wordt ondermijnd. Een hoger niveau van harmonisatie dat doeltreffende en efficiënte samenwerking tussen bevoegde openbare handhavingsinstanties waarborgt is derhalve noodzakelijk om inbreuken op te sporen en te onderzoeken en de beëindiging daarvan te gelasten en af te dwingen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  In het kader van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad is een netwerk van bevoegde overheidsinstanties opgezet in de gehele Unie. Een doeltreffende coördinatie tussen de verschillende bevoegde instanties die deelnemen aan het netwerk en andere overheidsinstanties op het niveau van de lidstaten, is noodzakelijk. De coördinerende rol van het verbindingsbureau moet in elke lidstaat worden toevertrouwd aan een bevoegde instantie met voldoende bevoegdheden en middelen om deze sleutelrol in het netwerk van bevoegde instanties te vervullen.

(4)  In het kader van Verordening (EG) nr. 2006/2004 is een netwerk van bevoegde overheidsinstanties opgezet in de gehele Unie. Een doeltreffende coördinatie tussen de verschillende bevoegde instanties die deelnemen aan het netwerk en andere overheidsinstanties op het niveau van de lidstaten, is noodzakelijk. De coördinerende rol van het verbindingsbureau moet in elke lidstaat worden toevertrouwd aan een overheidsinstantie die over voldoende bevoegdheden en toereikende middelen beschikt om deze sleutelrol te vervullen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Consumenten moeten ook worden beschermd tegen kort durende inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken die slechts korte tijd duren, maar waarvan de schadelijke gevolgen nog lang nadat de inbreuk is beëindigd, kunnen voortduren. De bevoegde instanties moeten beschikken over de noodzakelijke bevoegdheden om in de toekomst dergelijke inbreuken te kunnen onderzoeken en de beëindiging ervan te gelasten.

(5)  Consumenten moeten ook worden beschermd tegen inbreuken die slechts korte tijd duren, maar waarvan de schadelijke gevolgen nog lang nadat de inbreuk is beëindigd, kunnen voortduren. De bevoegde instanties moeten beschikken over de noodzakelijke bevoegdheden om dergelijke inbreuken te kunnen onderzoeken en de beëindiging ervan te gelasten teneinde de bescherming van de consument te waarborgen.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Om de rechtszekerheid en doeltreffende handhavingsmaatregelen tegen beëindigde inbreuken in een grensoverschrijdende context te waarborgen en om te voorkomen dat consumenten of handelaren op de interne markt verschillend worden behandeld, moet een verjaringstermijn worden ingevoerd. Hiertoe moet een ondubbelzinnige termijn worden vastgesteld waarbinnen de bevoegde instanties in het kader van de handhaving van voorschriften van toepassing op grensoverschrijdende inbreuken sancties kunnen opleggen en de compensatie van consumenten of de terugbetaling van dankzij de inbreuk behaalde winst kunnen gelasten.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De bevoegde instanties moeten beschikken over een reeks minimumbevoegdheden op het gebied van onderzoek en handhaving om deze verordening op doeltreffende wijze toe te passen, om met elkaar samen te werken en om handelaren te weerhouden van het plegen van inbreuken in de Unie en wijdverspreide inbreuken. Deze bevoegdheden moeten toereikend zijn om de problemen met betrekking tot handhaving aan te pakken op het gebied van elektronische handel en de digitale omgeving, waar de mogelijkheden van een handelaar om zijn identiteit op eenvoudige wijze te verhullen of te wijzigen een bijzondere bron van zorg vormen. Deze bevoegdheden moeten waarborgen dat bewijs op geldige wijze tussen de bevoegde instanties kan worden uitgewisseld om zo in alle lidstaten een doeltreffende handhaving van gelijkwaardig niveau te bereiken.

(6)  De bevoegde instanties moeten beschikken over een reeks consistente bevoegdheden op het gebied van onderzoek en handhaving om deze verordening toe te passen, om sneller en doeltreffender met elkaar samen te werken en om handelaren te weerhouden van het plegen van inbreuken. Deze bevoegdheden moeten toereikend zijn om de problemen met betrekking tot handhaving doeltreffend aan te pakken op het gebied van elektronische handel en de digitale omgeving en om te voorkomen dat handelaren die zich niet aan de voorschriften houden, gebruikmaken van tekortkomingen in het handhavingssysteem door zich in lidstaten te vestigen waar de bevoegde instanties niet over voldoende middelen beschikken om onrechtmatige praktijken aan te pakken. Deze bevoegdheden moeten waarborgen dat informatie en bewijs op geldige wijze tussen de bevoegde instanties kunnen worden uitgewisseld om zo in alle lidstaten een doeltreffende handhaving van gelijkwaardig niveau te bereiken.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De lidstaten kunnen kiezen of de bevoegde instanties deze bevoegdheden rechtstreeks krachtens eigen gezag uitoefenen of door middel van de indiening van een verzoek bij de bevoegde rechtbank. Wanneer de lidstaten ervoor kiezen dat de bevoegde instanties hun bevoegdheden uitoefenen door een verzoek in te dienen bij de bevoegde rechtbank, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat deze bevoegdheden op doeltreffende en tijdig kunnen worden uitgeoefend en dat de kosten voor het uitoefenen van deze bevoegdheden evenredig is en de toepassing van deze verordening niet belemmert.

(7)  Deze verordening mag de vrijheid van de lidstaten om een door hen passend geacht handhavingssysteem te kiezen, niet aantasten. De lidstaten moeten ervoor kunnen kiezen om de meest adequate verdeling van bevoegdheden tussen de nationale bevoegde instanties vast te stellen, op voorwaarde dat elke bevoegdheid effectief kan worden gebruikt om eender welke inbreuk aan te pakken. De lidstaten moeten ook kunnen kiezen of de bevoegde instanties deze bevoegdheden rechtstreeks krachtens eigen gezag uitoefenen, met steun van andere overheidsinstanties, onder het toezicht van de gerechtelijke autoriteiten of door middel van de indiening van een verzoek bij de bevoegde rechtbank. Wanneer de lidstaten ervoor kiezen dat de bevoegde instanties hun bevoegdheden uitoefenen door een verzoek in te dienen bij de bevoegde rechtbank, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat deze bevoegdheden doeltreffend en tijdig kunnen worden uitgeoefend en dat de kosten voor het uitoefenen van deze bevoegdheden evenredig zijn en de toepassing van deze verordening niet belemmeren. De lidstaten kunnen, in overeenstemming met deze verordening, tevens besluiten dat bepaalde taken in het kader van deze verordening aan aangewezen organen worden toegekend.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De bevoegde instanties moeten in staat zijn op eigen initiatief een onderzoek te starten wanneer hun op andere wijze dan via klachten van consumenten inbreuken binnen de Unie of wijdverspreide inbreuken ter kennis komen. Dit is met name noodzakelijk om een doeltreffende samenwerking te waarborgen tussen bevoegde instanties bij de aanpak van wijdverspreide inbreuken.

(9)  De bevoegde instanties moeten in staat zijn op eigen initiatief een onderzoek te starten wanneer hun op andere wijze dan via klachten van consumenten inbreuken binnen de Unie of wijdverspreide inbreuken ter kennis komen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  De bevoegde instanties moeten toegang hebben tot alle benodigde bewijsstukken, gegevens en informatie om vast te kunnen stellen of er sprake is van een inbreuk binnen de Unie of een wijdverspreide inbreuk en in het bijzonder om de verantwoordelijke handelaar te identificeren, ongeacht wie deze bewijsstukken, informatie of gegevens in bezit heeft, waar deze zich bevinden en welke vorm ze hebben. De bevoegde instanties moeten externe partijen in de digitale waardeketen rechtstreeks kunnen verzoeken om alle benodigde bewijsstukken, gegevens en informatie te verstrekken.

(10)  De bevoegde instanties moeten toegang hebben tot alle benodigde bewijsstukken, gegevens en informatie met betrekking tot het voorwerp van onderzoek om vast te kunnen stellen of er sprake is van een inbreuk en in het bijzonder om de verantwoordelijke handelaar te identificeren, ongeacht wie de bewijsstukken, informatie of gegevens in kwestie in bezit heeft, waar deze zich ook bevinden en welke vorm ze ook hebben. De bevoegde instanties moeten externe partijen in de digitale waardeketen rechtstreeks kunnen verzoeken om alle benodigde bewijsstukken, gegevens en informatie te verstrekken, op voorwaarde dat zij de beginselen inzake de bescherming van persoonsgegevens strikt in acht nemen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  De bevoegde instanties moeten de noodzakelijke inspecties ter plaatse kunnen uitvoeren en over de bevoegdheid beschikken om alle kantoren, terreinen of vervoersmiddelen te betreden waarvan de handelaar gebruikmaakt voor doeleinden die betrekking hebben op zijn handel, bedrijf, ambacht of beroep,

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 ter)  De bevoegde instanties moeten een vertegenwoordiger of personeelslid van de betrokken handelaar kunnen verzoeken toelichting te geven over feiten, informatie of documenten die verband houden met het onderwerp van de inspectie en de door die vertegenwoordiger of dat personeelslid gegeven antwoorden kunnen vastleggen.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  De bevoegde instanties moeten de naleving van de wetgeving inzake consumentenbescherming kunnen controleren en bewijs van inbreuken binnen de Unie of wijdverspreide inbreuken kunnen verkrijgen, met name van inbreuken die plaatsvinden tijdens of na de aanschaf van goederen of diensten. Zij moeten daarom de bevoegdheid krijgen om testaankopen te doen en goederen of diensten met gebruikmaking van een fictieve identiteit aan te schaffen.

(11)  De bevoegde instanties moeten de naleving van de Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument kunnen controleren en bewijs kunnen verkrijgen van inbreuken die plaatsvinden vóór, tijdens of na de aanschaf van goederen of diensten. Zij moeten daarom de bevoegdheid krijgen om testaankopen te doen en, indien het bewijs niet met andere middelen kan worden verkregen, goederen of diensten met gebruikmaking van een fictieve identiteit aan te schaffen.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Met name in de digitale omgeving moeten de bevoegde instanties snel en doeltreffend een einde kunnen maken aan inbreuken, zeker wanneer de handelaar die goederen of diensten verkoopt zijn identiteit verhult of zich elders vestigt binnen de Unie of in een derde land om zo handhaving te voorkomen. In gevallen waar het risico bestaat op ernstige en onherstelbare schade voor consumenten, moeten de bevoegde instanties tijdelijke maatregelen kunnen vaststellen om deze schade te voorkomen of te beperken, waaronder, indien nodig, de opschorting van een website, domein of soortgelijke digitale site, dienst of account. Bovendien moeten de bevoegde instanties de bevoegdheid hebben om een website, domein of soortgelijke digitale site, dienst of account offline te halen of door een externe dienstverlener offline te laten halen.

(12)  Met name in de digitale omgeving moeten de bevoegde instanties snel en doeltreffend een einde kunnen maken aan inbreuken, in het bijzonder wanneer de handelaar die goederen of diensten verkoopt zijn identiteit verhult of zich elders vestigt binnen de Unie of in een derde land om zo handhaving te voorkomen. In gevallen waar het risico bestaat op ernstige en onherstelbare schade voor consumenten, moeten de bevoegde instanties bij gebrek aan andere middelen tijdelijke maatregelen kunnen vaststellen om deze schade te voorkomen of te matigen, in het bijzonder het verplichten van aanbieders van hostingdiensten om inhoud te verwijderen of een website, dienst of account op te schorten, of het verplichten van een domeinregister of -aanbieder om een volledig gekwalificeerde domeinnaam voor een bepaalde periode te deactiveren. Bovendien moeten de bevoegde instanties, indien de tijdelijke maatregelen geen resultaat opleveren en enkel als laatste middel, tevens de bevoegdheid hebben om een aanbieder van hostingdiensten te gelasten inhoud te verwijderen of een website, dienst of account of een gedeelte daarvan offline te halen, of een domeinregister of -aanbieder te gelasten een volledig gekwalificeerde domeinnaam te schrappen en deze door de betrokken bevoegde instantie te laten opnemen in een register. Gezien de mogelijke impact ervan op de grondrechten, moeten deze bevoegdheden worden uitgeoefend in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met toestemming van de rechter.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Om te verzekeren dat handelaren voldoende worden ontmoedigd om inbreuken te plegen of nogmaals te plegen en om te voorkomen dat zij profiteren van dergelijke inbreuken, moeten de sanctieregels die door de lidstaten in overeenstemming met de wetgeving van de Unie ter bescherming van de belangen van de consument zijn vastgesteld, tevens worden toegepast op inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken. Om dezelfde redenen moeten consumenten recht hebben op verhaalsmogelijkheden voor schade die door dergelijke inbreuken is veroorzaakt.

(13)  Om te verzekeren dat handelaren voldoende worden ontmoedigd om inbreuken te plegen of nogmaals te plegen en om te voorkomen dat zij profiteren van dergelijke inbreuken, moeten de sanctieregels die door de lidstaten in overeenstemming met de wetgeving van de Unie ter bescherming van de belangen van de consument zijn vastgesteld, tevens in acht worden genomen en toegepast op inbreuken, waarbij ook rekening wordt gehouden met de totale schade als gevolg van de inbreuk.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Met betrekking tot de verhaalsmogelijkheden van consumenten moeten de bevoegde instanties kiezen voor passende, rechtvaardige en redelijke maatregelen die inbreuken voorkomen of het risico op herhaling hiervan verminderen, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de verwachte voordelen voor consumenten en de redelijke administratieve kosten die waarschijnlijk met de uitvoering van dergelijke maatregelen samenhangen. Wanneer de betrokken consumenten niet kunnen worden geïdentificeerd of wanneer zij niet kunnen worden geïdentificeerd zonder onevenredige kosten voor de verantwoordelijke handelaar, kan de bevoegde instantie gelasten dat de vergoeding van dankzij de inbreuk behaalde winst wordt betaald aan de staatskas of aan een door de bevoegde instantie of op grond van de nationale wetgeving aangewezen begunstigde.

(14)  Met betrekking tot de verhaalsmogelijkheden van consumenten moeten de bevoegde instanties kiezen voor doeltreffende maatregelen die inbreuken voorkomen of het risico op herhaling hiervan verminderen. Consumenten moeten recht hebben op verhaalsmogelijkheden voor schade die door inbreuken is veroorzaakt. De bevoegdheid om de compensatie van consumenten of de terugbetaling van behaalde winsten te gelasten, is van essentieel belang om de door grensoverschrijdende inbreuken veroorzaakte schade ongedaan te maken en om de gelijke concurrentievoorwaarden op de interne markt te herstellen indien de met inbreuken behaalde winsten tot een verstoring van de markt hebben geleid.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De doeltreffendheid en de doelmatigheid van het mechanisme voor wederzijdse bijstand moet worden verbeterd. De gevraagde informatie moet tijdig worden verstrekt en de benodigde handhavingsmaatregelen moeten tijdig worden vastgesteld. De Commissie moet derhalve met behulp van uitvoeringsmaatregelen bindende termijnen vaststellen waarbinnen de bevoegde instanties moeten reageren op verzoeken om informatie en handhaving en procedurele en andere aspecten van de afhandeling van verzoeken om informatie en handhaving verduidelijken.

(15)  De doeltreffendheid en de doelmatigheid van het mechanisme voor wederzijdse bijstand moet worden verbeterd. De gevraagde informatie moet binnen de in deze verordening vastgestelde termijn worden verstrekt en de benodigde handhavingsmaatregelen moeten tijdig worden vastgesteld.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Wanneer er zich problemen voordoen moet de Commissie beter in staat zijn om de werking van het mechanisme voor wederzijdse bijstand te coördineren en hier toezicht op te houden, richtsnoeren te verstrekken, aanbevelingen te doen en adviezen te verstrekken aan de lidstaten. De Commissie moet tevens beter in staat zijn bevoegde instanties doeltreffend en snel bij te staan bij de beslechting van geschillen over de interpretatie van de verplichtingen van de bevoegde autoriteiten die voortvloeien uit het mechanisme voor wederzijdse bijstand.

(16)  Wanneer er zich problemen voordoen moet de Commissie beter in staat zijn om de werking van het mechanisme voor wederzijdse bijstand te coördineren en hier toezicht op te houden, richtsnoeren te verstrekken, aanbevelingen te doen en adviezen te verstrekken aan de lidstaten. De Commissie moet tevens beter in staat zijn bevoegde instanties doeltreffend en snel bij te staan bij de beslechting van geschillen over de interpretatie van hun verplichtingen die voortvloeien uit het mechanisme voor wederzijdse bijstand.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Er moet worden voorzien in geharmoniseerde regels waarin de procedures voor de coördinatie van toezicht, onderzoek en handhaving inzake wijdverspreide inbreuken zijn vastgesteld. Gecoördineerde acties tegen wijdverspreide inbreuken moeten verzekeren dat de bevoegde instanties de meest geschikte en efficiënte hulpmiddelen kiezen om een einde te maken aan wijdverspreide inbreuken en om compensatie voor consumenten te garanderen.

(17)  Deze verordening moet geharmoniseerde regels vastleggen ter bepaling van de procedures voor de coördinatie van toezicht inzake wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie alsook voor de handhaving van de voorschriften die van toepassing zijn op dergelijke inbreuken. Gecoördineerde acties tegen wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie moeten verzekeren dat de bevoegde instanties de meest geschikte en efficiënte hulpmiddelen kiezen om een einde te maken aan wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie en om compensatie voor consumenten te garanderen.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De gecoördineerde controle van online websites voor elektronische handel ("sweeps") is een andere vorm van handhavingscoördinatie die zich heeft bewezen als een doeltreffend hulpmiddel tegen inbreuken dat moet worden behouden en in de toekomst worden versterkt.

(18)  De gecoördineerde controle van online websites voor elektronische handel ("sweeps") is een andere vorm van handhavingscoördinatie die zich heeft bewezen als een doeltreffend hulpmiddel tegen inbreuken dat moet worden behouden en in de toekomst worden versterkt, onder meer door de toepassing ervan uit te breiden tot offlinesectoren.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie kunnen op grote schaal schade toebrengen aan een meerderheid van de consumenten in de Unie. Deze inbreuken vereisen daarom een specifieke coördinatieprocedure op het niveau van de Unie, waarbij de Commissie verplicht als coördinator optreedt. Om te waarborgen dat de procedure op tijdige, samenhangende en doeltreffende wijze wordt gestart en dat de omstandigheden op uniforme wijze worden geverifieerd, moet de Commissie de leiding hebben over de verificatie of aan de voorwaarden voor het starten van de procedure is voldaan. Bewijsstukken en informatie die tijdens de gemeenschappelijke actie zijn verzameld, moeten, indien nodig, naadloos kunnen worden gebruikt in nationale procedures.

(19)  In het geval van wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie die de collectieve belangen van de consumenten in het merendeel van de lidstaten kunnen schaden, moet de Commissie een coördinatieprocedure op het niveau van de Unie starten en coördineren. Met het oog op een samenhangende procedure moet de Commissie de leiding hebben over de verificatie of aan de voorwaarden voor het starten van de procedure is voldaan. Bewijsstukken en informatie die tijdens de gecoördineerde actie zijn verzameld, moeten, indien nodig, kunnen worden gebruikt in nationale procedures.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  In het kader van wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie moeten de rechten op verdediging van de betrokken handelaren worden geëerbiedigd. Hiervoor is in het bijzonder vereist dat de handelaar het recht heeft om gehoord te worden en om de taal van zijn keuze te gebruiken tijdens de procedure.

(20)  In het kader van wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie moeten de rechten op verdediging van de betrokken handelaren worden geëerbiedigd. Hiervoor is in het bijzonder vereist dat de handelaar het recht heeft om gehoord te worden en om de taal te gebruiken van de lidstaat waar hij is gevestigd of zijn woonplaats heeft. Het is tevens van essentieel belang te waarborgen dat de Uniewetgeving betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie wordt nageleefd.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Indien een handelaar die verantwoordelijk is voor een wijdverspreide inbreuk of een wijdverspreide inbreuk met Unie-dimensie de inbreuk niet vrijwillig beëindigt, moeten de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten één bevoegde instantie in een lidstaat aanwijzen om handhavingsmaatregelen te nemen die geschikt zijn om de rechten van consumenten die in de andere bij de inbreuk betrokken lidstaten verblijven, te handhaven. Bij de aanwijzing van die bevoegde instantie moet rekening worden gehouden met haar capaciteit om doeltreffende actie te ondernemen tegen de handelaar, bijvoorbeeld wanneer de handelaar is gevestigd in de lidstaat van die instantie. De aangewezen bevoegde instantie moet handelen alsof de consumenten van de andere lidstaten haar eigen consumenten zijn. Indien nodig moet het voor sommige of alle bij de inbreuk betrokken lidstaten, ter voorkoming van extraterritoriale toepassing van het recht, mogelijk zijn om op hetzelfde moment handhavingsmaatregelen vast te stellen om hun eigen consumenten of consumenten die in andere lidstaten verblijven te beschermen. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn om inbreuken van soortgelijke aard door dochterondernemingen van een onderneming die is gevestigd in meer dan één lidstaat, te beëindigen wanneer deze uitsluitend van invloed zijn op de consumenten in die lidstaat, zonder duidelijk grensoverschrijdend element (parallelle inbreuken).

(21)  Indien een handelaar die verantwoordelijk is voor een wijdverspreide inbreuk of een wijdverspreide inbreuk met Unie-dimensie die inbreuk niet vrijwillig beëindigt, moeten de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten één bevoegde instantie in een lidstaat aanwijzen om handhavingsmaatregelen te nemen die geschikt zijn om de rechten van consumenten die in de andere bij die inbreuk betrokken lidstaten verblijven, te handhaven. Bij het besluit met betrekking tot de aanwijzing van de bevoegde instantie moet rekening worden gehouden met alle aspecten die van belang zijn voor een doeltreffende handhaving, zoals haar capaciteit om doeltreffende actie te ondernemen tegen de handelaar. De aangewezen bevoegde instantie moet handelen alsof de consumenten in de andere lidstaten haar eigen consumenten zijn. Indien nodig moeten sommige of alle bij de inbreuk betrokken lidstaten gelijktijdig handhavingsmaatregelen vaststellen om hun eigen consumenten of consumenten die in andere lidstaten verblijven te beschermen. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn om inbreuken van soortgelijke aard door dochterondernemingen van een onderneming die is gevestigd in meer dan één lidstaat, te beëindigen wanneer deze uitsluitend van invloed zijn op de consumenten in die lidstaat, zonder duidelijk grensoverschrijdend element (parallelle inbreuken).

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Om de transparantie van het samenwerkingsnetwerk te verhogen en de bewustmaking van de consumenten en het algemene publiek te bevorderen, moet de Commissie om de twee jaar een verslag overleggen aan het Europees Parlement en de Raad waarin zij een overzicht schetst van de in het kader van de samenwerking in de zin van deze verordening verkregen informatie, statistieken en trends op het gebied van de handhaving van de consumentenwetgeving.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Consumentenorganisaties spelen een essentiële rol bij het informeren van consumenten over hun rechten, de educatie van consumenten en het beschermen van de belangen van consumenten, onder meer door de beslechting van geschillen. Consumenten moeten worden gestimuleerd om samen te werken met de bevoegde instanties om de toepassing van deze verordening te versterken. Consumentenorganisaties, met name consumentenorganisaties waaraan op grond van deze verordening handhavingstaken worden gedelegeerd, en Europese consumentencentra moeten in staat zijn de bevoegde instanties in kennis te stellen van vermeende inbreuken en om informatie met hen te delen die noodzakelijk is voor het opsporen, onderzoeken en beëindigen van inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken.

(23)  Consumentenorganisaties spelen een essentiële rol bij het informeren van consumenten over hun rechten, de educatie van consumenten en het beschermen van de belangen van consumenten, onder meer door de beslechting van geschillen. Consumentenorganisaties en Europese consumentencentra moeten in staat zijn de bevoegde instanties in kennis te stellen van vermeende inbreuken en om informatie met hen te delen die noodzakelijk is voor het opsporen, onderzoeken en beëindigen van inbreuken.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis)  Entiteiten met passende kennis en rechtmatige belangen bij consumentenbescherming, met name consumentenorganisaties, moeten worden toegestaan deel te nemen aan het bij deze verordening vastgestelde waarschuwingsmechanisme. Ook handelsverenigingen moeten kunnen deelnemen aan het waarschuwingsmechanisme om de bevoegde instanties op de hoogte te brengen van vermeende inbreuken en informatie met hen te delen die noodzakelijk is voor het opsporen, onderzoeken en beëindigen van inbreuken, om hun mening te geven over onderzoeken of inbreuken en om de bevoegde instanties op de hoogte te brengen van misbruik van Uniewetgeving die de belangen van consumenten beschermt. Hoewel de bevoegde instanties niet moeten worden verplicht om naar aanleiding van de door dergelijke entiteiten gegeven waarschuwingen of verstrekte informatie een procedure in te leiden of andere maatregelen te nemen, moeten zij de entiteit die een externe waarschuwing heeft doen uitgaan, omwille van de transparantie in kennis stellen van eventuele vervolgmaatregelen die de betrokken bevoegde instantie naar aanleiding van de waarschuwing heeft genomen, of, op verzoek, van het feit dat er geen actie is ondernomen.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Inbreuken die wijdverspreid plaatsvinden in de Unie moeten op doeltreffende en efficiënte wijze worden beëindigd. Daarom moet de prioritering en planning van de handhaving op het niveau van de lidstaat worden gecoördineerd en moeten de beschikbare middelen van de bevoegde instanties worden samengevoegd. Om dit te bereiken, moet een systeem van tweejaarlijkse voortschrijdende handhavingsplannen worden ingevoerd.

(24)  Inbreuken die wijdverspreid plaatsvinden in de Unie moeten op doeltreffende en efficiënte wijze worden beëindigd. Daarom moet de prioritering en planning van de handhaving op het niveau van de lidstaat worden gecoördineerd en moeten de beschikbare middelen van de bevoegde instanties worden samengevoegd. Om dit te bereiken, moet een systeem van tweejaarlijkse handhavingsplannen worden ingevoerd.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Gegevens die verband houden met klachten van consumenten kunnen beleidsmakers op nationaal niveau en op het niveau van de Unie helpen bij de beoordeling van het functioneren van consumentenmarkten en de opsporing van inbreuken. Teneinde de uitwisseling van dergelijke gegevens op het niveau van de Unie te faciliteren, heeft de Commissie een aanbeveling vastgesteld inzake het gebruik van een geharmoniseerde methode voor de indeling en rapportage van consumentenklachten en -vragen62. Deze aanbeveling moet worden uitgevoerd om samenwerking op het gebied van handhaving volledig te ondersteunen en om de opsporing van inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken te faciliteren.

(25)  Gegevens die verband houden met klachten van consumenten kunnen beleidsmakers op nationaal niveau en op het niveau van de Unie helpen bij de beoordeling van het functioneren van consumentenmarkten en de opsporing van inbreuken. De uitwisseling van dergelijke gegevens op het niveau van de Unie en de coördinatie tussen de lidstaten en de Commissie van maatregelen die tot toezicht en handhaving bijdragen, moeten worden bevorderd.

__________________

 

62 Aanbeveling van de Commissie inzake het gebruik van een geharmoniseerde methode voor de indeling en rapportage van consumentenklachten en -vragen (2010/304/EU, PB L 136 van 2.6.2010, blz. 1).

 

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  De bestaande uitdagingen op het gebied van handhaving overschrijden de grenzen van de Unie en de belangen van consumenten in de Unie moeten worden beschermd tegen malafide handelaren die zijn gevestigd in derde landen. Daarom moet er worden onderhandeld over internationale overeenkomsten met derde landen op het gebied van wederzijdse bijstand bij de handhaving van wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument. Deze internationale overeenkomsten moeten mede het onderwerp omvatten dat in deze verordening is vastgelegd en er moet op het niveau van de Unie over worden onderhandeld om de optimale bescherming van consumenten in de Unie en een soepele samenwerking met derde landen te verzekeren.

(26)  De bestaande uitdagingen op het gebied van handhaving overschrijden de grenzen van de Unie. De belangen van de Europese consumenten moeten worden beschermd tegen malafide handelaren die zijn gevestigd in derde landen. Er moet worden onderhandeld over internationale overeenkomsten met derde landen op het gebied van wederzijdse bijstand bij de handhaving van wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument. Deze internationale overeenkomsten moeten mede het onderwerp omvatten dat in deze verordening is vastgelegd en er moet op het niveau van de Unie over worden onderhandeld om de optimale bescherming van consumenten in de Unie en een soepele samenwerking met derde landen te verzekeren.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering en uitoefening van de minimumbevoegdheden van de bevoegde instanties te verzekeren, tijdslimieten vast te stellen en andere details van de procedures om inbreuken in de Unie en wijdverspreide inbreuken tegen te gaan en details van het toezichtmechanisme en de administratieve samenwerking tussen de bevoegde instanties vast te stellen, moeten er uitvoeringsbevoegdheden worden overgedragen aan de Commissie. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad63.

(27)  Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te verzekeren, moeten er aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend om de standaardformulieren en de stappen van de procedure in het kader van het mechanisme voor wederzijdse bijstand vast te stellen; om tijdslimieten en standaardformulieren vast te stellen voor kennisgevingen en andere uitwisselingen en verzoeken om informatie en handhaving voor gecoördineerde acties in verband met wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie; om details van de procedure voor "sweeps" vast te leggen; om standaardformulieren vast te stellen voor het doorgeven van waarschuwingen en externe waarschuwingen via de databank; en om elektronische formulieren en modellen vast te stellen die in de database voor het discussieforum beschikbaar zijn. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad63.

__________________

__________________

63 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

63 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Voor de vaststelling van handelingen op grond van de artikelen 10, 11, 12, 13, 15, 20, 27, 31, 32, 34, 35, 36, 37, 39, 43 en 46 van deze verordening moet de onderzoeksprocedure worden gebruikt, aangezien deze handelingen van algemene strekking zijn.

(28)  Voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen als bedoeld in de artikelen 15 bis, 20, 32, 34, 35 en 43 van deze verordening moet de onderzoeksprocedure worden gebruikt, aangezien deze handelingen van algemene strekking zijn.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Deze verordening laat onverlet de sancties die zijn vastgelegd in sectorale wetgeving van de Unie en consumentenwetgeving van de Unie die wordt toegepast op nationale inbreuken. De bevoegde instanties moeten, indien passend, de bepalingen van de nationale wetgeving toepassen die deze bepalingen ten uitvoer leggen, rekening houdend met de daadwerkelijke omvang en de reikwijdte van de inbreuk en de schade die door de inbreuk wordt berokkend aan consumenten in andere lidstaten.

(34)  Deze verordening laat onverlet de sancties die zijn vastgelegd in sectorale wetgeving van de Unie en consumentenwetgeving van de Unie die wordt toegepast op nationale inbreuken. De bevoegde instanties moeten, indien passend, de bepalingen van de nationale wetgeving toepassen die deze bepalingen ten uitvoer leggen, rekening houdend met de daadwerkelijke omvang en de reikwijdte van de betrokken inbreuk en de schade die door de inbreuk wordt berokkend aan consumenten in andere lidstaten.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 34 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 bis)  Deze verordening moet worden uitgevoerd en toegepast met inachtneming van de voorschriften van de Unie betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens alsook van alle toepasselijke nationale wetgeving overeenkomstig de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie70 worden erkend. Deze verordening dient dan ook met eerbiediging van die rechten en beginselen te worden uitgelegd en toegepast. Bij de uitoefening van de in deze verordening vastgelegde minimumbevoegdheden moeten de bevoegde instanties een juiste balans zien te vinden tussen de belangen die door de grondrechten worden beschermd, zoals een hoog niveau van consumentenbescherming, de vrijheid van ondernemerschap en de vrijheid van informatie.

(35)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden erkend. Deze verordening dient dan ook met eerbiediging van die rechten en beginselen te worden uitgelegd en toegepast. Bij de uitoefening van de in deze verordening vastgelegde bevoegdheden moeten de bevoegde instanties een juiste balans zien te vinden tussen de belangen die door de grondrechten worden beschermd, zoals een hoog niveau van consumentenbescherming, de vrijheid van ondernemerschap, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van informatie.

__________________

 

70 PB C 364 van 18.12.2000, blz. 1.

 

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In deze verordening worden de voorwaarden vastgelegd waaronder de bevoegde instanties die in de lidstaten belast zijn met handhaving van de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument, met elkaar en met de Commissie samenwerken om die wetgeving te doen naleven en de soepele werking van de interne markt te waarborgen, alsmede om de bescherming van de economische belangen van de consument te verbeteren.

In deze verordening worden de voorwaarden vastgelegd waaronder de bevoegde instanties die in de lidstaten belast zijn met handhaving van de Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument, met elkaar en met de Commissie samenwerken om die wetgeving te doen naleven en de soepele werking van de interne markt te waarborgen, alsmede om de bescherming van de economische belangen van de consument te verbeteren.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Deze verordening is van toepassing op inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken, zoals gedefinieerd in artikel 3, onder b) en c).

1.  Deze verordening is van toepassing op inbreuken binnen de Unie, wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie, zoals respectievelijk gedefinieerd in artikel 3, onder b), c) en c bis), ongeacht of deze inbreuken zijn beëindigd alvorens een procedure is gestart of afgerond.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Deze verordening is tevens van toepassing op inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken van korte duur, zelfs als deze inbreuken zijn beëindigd voordat er is aangevangen met handhaving of voordat deze is voltooid.

Schrappen

Amendement     41

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Deze verordening laat de toepassing in de lidstaten van maatregelen inzake justitiële samenwerking in strafzaken en in burgerlijke zaken, met name de werking van het Europees justitieel netwerk, onverlet.

4.  Deze verordening laat de toepassing in de lidstaten van maatregelen inzake justitiële samenwerking in strafzaken en in burgerlijke zaken, met name de werking van het Europees justitieel netwerk, onverlet, evenals de toepassing van rechtsinstrumenten op het gebied van samenwerking in strafzaken.

Amendement     42

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de rol en de bevoegdheden van bevoegde instanties en de Europese Bankautoriteit op grond van Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties.

6.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de rol en de bevoegdheden van bevoegde instanties en de Europese Bankautoriteit op grond van Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis en Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad1 ter. Hoofdstuk III van deze verordening is niet van toepassing op inbreuken binnen de Unie op de twee richtlijnen die in de eerste alinea zijn genoemd.

 

__________________

 

1 bis Richtlijn 2014/17/ЕU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 60 van 28.2.2014, blz. 34).

 

1 ter Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 214).

Amendement     43

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Hoofdstuk III van deze verordening is niet van toepassing op inbreuken binnen de Unie op de volgende wetgeving:

Schrappen

(a)  Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen;

 

(b)  Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties.

 

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.  Deze verordening laat de mogelijkheid van privaatrechtelijke handhaving of het instellen van een schadevordering krachtens nationaal recht onverlet.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  "wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument": de richtlijnen zoals omgezet in het interne recht van de lidstaten en de in de bijlage genoemde verordeningen;

(a)  "Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument": de richtlijnen zoals omgezet in het interne recht van de lidstaten en de in de bijlage bij deze verordening genoemde verordeningen;

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  "inbreuk binnen de Unie": elke lopende of beëindigde handeling of omissie die in strijd is met de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument en die schade heeft toegebracht, toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten die woonachtig zijn in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de handeling of omissie haar oorsprong vond of plaatshad, waar de voor de handeling of omissie verantwoordelijke handelaar gevestigd is, of waar bewijsmateriaal of vermogensbestanddelen van de handelaar met betrekking tot de handeling of omissie gevonden kunnen worden;

(b)  "inbreuk binnen de Unie": elke handeling of omissie die in strijd is met de Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument en die schade heeft toegebracht, toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten die woonachtig zijn in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de handeling of omissie haar oorsprong vond of plaatshad, of waar de voor de handeling of omissie verantwoordelijke handelaar gevestigd is, of waar bewijsmateriaal of vermogensbestanddelen van de handelaar met betrekking tot de handeling of omissie gevonden kunnen worden;

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter c – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  elke handeling of omissie die in strijd is met de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument en die schade heeft toegebracht, toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten die woonachtig zijn in ten minste twee andere lidstaten dan de lidstaat waar de handeling of omissie haar oorsprong vond of plaatshad, of waar de voor de handeling of omissie verantwoordelijke handelaar gevestigd is, of waar bewijsmateriaal of vermogensbestanddelen met betrekking tot de handeling of omissie gevonden kunnen worden, ongeacht of deze handeling of omissie nog voortduurt of is beëindigd, of

(1)  elke handeling of omissie die in strijd is met de Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument en die schade heeft toegebracht, toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten die woonachtig zijn in ten minste twee andere lidstaten dan de lidstaat waar de handeling of omissie haar oorsprong vond of plaatshad, of waar de voor de handeling of omissie verantwoordelijke handelaar gevestigd is, of waar bewijsmateriaal of vermogensbestanddelen met betrekking tot de handeling of omissie gevonden kunnen worden, ongeacht of deze handeling of omissie nog voortduurt of is beëindigd, of

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter c – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  handelingen of omissies die in strijd zijn met de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument en gemeenschappelijke kenmerken hebben, waarvan bijvoorbeeld sprake is in geval van dezelfde onrechtmatige praktijk of inbreuk op hetzelfde belang of wanneer zij zich gelijktijdig, in ten minste twee lidstaten voordoen;

(2)  handelingen of omissies die in strijd zijn met de Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument en die schade hebben toegebracht, toebrengen of kunnen toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten en gemeenschappelijke kenmerken hebben, waarvan bijvoorbeeld sprake is in geval van dezelfde onrechtmatige praktijk of inbreuk op hetzelfde belang of wanneer zij zich gelijktijdig, in ten minste twee lidstaten voordoen;

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  "wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie": een wijdverspreide inbreuk die schade heeft toegebracht, toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten in het merendeel van de lidstaten waar samen ten minste het merendeel van de bevolking van de Unie woont;

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter)  "bevoegde instantie": elke overheidsinstantie op nationaal, regionaal of lokaal niveau die specifiek belast is met de handhaving van de Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument;

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quater)  "verbindingsbureau": de overheidsinstantie in elke lidstaat die belast is met de coördinatie van de toepassing van deze verordening binnen die lidstaat;

Amendement     52

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter c quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quinquies)  "aangewezen orgaan": een orgaan dat een lidstaat kan aanwijzen en dat een rechtmatig belang heeft bij de beëindiging van of het verbod op inbreuken op Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f bis)  "consument": iedere natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i)  "schade aan de collectieve belangen van consumenten": daadwerkelijke of mogelijke schade aan de belangen van een aantal consumenten die betrokken zijn bij inbreuken binnen de Unie of wijdverspreide inbreuken en waarvan het bestaan met name zal worden aangenomen wanneer de inbreuk mogelijk of daadwerkelijk een aanzienlijk aantal consumenten in een soortgelijke situatie schade heeft toegebracht, schade toebrengt of waarschijnlijk schade zal toebrengen.

(i)  "schade aan de collectieve belangen van consumenten": daadwerkelijke of mogelijke schade aan de belangen van een aantal consumenten die betrokken zijn bij inbreuken binnen de Unie,wijdverspreide inbreuken of wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie;

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i bis)  "risico op ernstige en onherstelbare schade voor consumenten": het risico dat een situatie waarschijnlijk ernstige schade zal toebrengen die niet langer kan worden verholpen;

Amendement     56

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter i ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i ter)  "sweeps": een gecoördineerd onderzoek van consumentenmarkten via gelijktijdige gecoördineerde controleacties ter opsporing van schendingen van de Uniewetgeving die de belangen van de consument beschermt.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 4

Artikel 4

Verjaringstermijnen voor inbreuken

Verjaringstermijn voor het opleggen van sancties, voor het gelasten van compensatie van consumenten en voor het gelasten van de terugbetaling van winst die is behaald als gevolg van inbreuken

1.  De bevoegde instanties mogen de in artikel 2 bedoelde inbreuken onderzoeken en handelaren verbieden dergelijke inbreuken in de toekomst te plegen. De bevoegde instanties kunnen sancties opleggen voor deze inbreuken binnen vijf jaar na de beëindiging van de inbreuk.

1.  De bevoegde instanties mogen de in artikel 2, lid 1, bedoelde inbreuken onderzoeken en voorkomen dat handelaren dergelijke inbreuken in de toekomst plegen. De bevoegde instanties kunnen binnen vijf jaar na de beëindiging van de inbreuk de volgende bevoegdheden uitoefenen:

 

(a)  de bevoegdheid om sancties op te leggen, zoals bepaald in artikel 8, lid 2, onder m);

 

(b)  de bevoegdheid om de voor de inbreuk verantwoordelijke handelaar te gelasten consumenten te compenseren die schade hebben geleden als gevolg van de inbreuk, zoals bepaald in artikel 8, lid 2, onder n); en

 

(c)  de bevoegdheid om de terugbetaling te gelasten van de winst die is behaald als gevolg van de inbreuken, zoals bepaald in artikel 8, lid 2, onder o).

 

De bevoegde instanties kunnen, in voorkomend geval, deze bevoegdheden uitoefenen op basis van bewijsmateriaal dat buiten de in de tweede alinea bedoelde verjaringstermijn valt.

2.  De verjaringstermijn voor het opleggen van sancties vangt aan op de dag waarop de inbreuk is beëindigd.

2.  De verjaringstermijn voor de uitoefening van de in lid 1 vermelde bevoegdheden vangt aan op de dag waarop de inbreuk is beëindigd.

3.  Acties die door de bevoegde instantie wordt genomen ten behoeve van onderzoeks- of handhavingsprocedures met betrekking tot de inbreuk, schorten de verjaringstermijn voor het opleggen van sancties op totdat er een eindbesluit over de kwestie is vastgesteld. De verjaringstermijn voor het opleggen van sancties wordt opgeschort zo lang het besluit, het bevel of een andere actie van de bevoegde instantie het voorwerp vormt van een bij de rechtbank aanhangig gemaakte procedure.

3.  Acties die door de bevoegde instantie worden genomen ten behoeve van onderzoeks- of handhavingsprocedures met betrekking tot de inbreuk, schorten de verjaringstermijn voor de uitoefening van de in lid 1 vermelde bevoegdheden op totdat er een eindbesluit over de kwestie is vastgesteld. Deze verjaringstermijn wordt opgeschort zo lang het besluit, het bevel of een andere actie van de bevoegde instantie het voorwerp vormt van een bij de rechtbank aanhangig gemaakte procedure.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 5

Artikel 5

Bevoegde instanties en verbindingsbureaus

Bevoegde instanties en verbindingsbureaus

1.  Elke lidstaat wijst als de bevoegde instanties overheidsinstanties op nationaal, regionaal of lokaal niveau aan die belast zijn met specifieke verantwoordelijkheden tot handhaving van de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument.

1.  Elke lidstaat wijst de bevoegde instanties en één verbindingsbureau aan die belast zijn met de toepassing van deze verordening.

2.  De bevoegde instanties komen hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening na alsof zij handelen namens consumenten in hun eigen land en op eigen initiatief.

2.  De bevoegde instanties komen hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening na alsof zij handelen namens consumenten in hun eigen land en op eigen initiatief.

3.  Elke lidstaat wijst één bevoegde instantie aan als verbindingsbureau.

 

4.  Het verbindingsbureau is verantwoordelijk voor de coördinatie van onderzoeks- en handhavingsactiviteiten die verband houden met inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken en die worden uitgevoerd door de bevoegde instanties, andere overheidsinstanties, zoals bedoeld in artikel 6, aangewezen organen, zoals bedoeld in artikel 13, en entiteiten die deelnemen aan het waarschuwingsmechanisme, zoals bedoeld in artikel 34.

4.  Het verbindingsbureau is verantwoordelijk voor de coördinatie van met inbreuken binnen de Unie, wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie verband houdende onderzoeks- en handhavingsactiviteiten tussen de bevoegde instanties, andere overheidsinstanties, zoals bedoeld in artikel 6, aangewezen organen, en entiteiten die deelnemen aan het waarschuwingsmechanisme, zoals bedoeld in artikel 35.

5.  De lidstaten waarborgen dat bevoegde instanties en verbindingsbureaus beschikken over voldoende middelen voor de toepassing van deze verordening en voor het doeltreffende gebruik van hun bevoegdheden uit hoofde van artikel 8, waaronder toereikende begrotings- en andere middelen, kennis, procedures en andere regelingen.

5.  De lidstaten waarborgen dat bevoegde instanties en verbindingsbureaus beschikken over de nodige middelen voor de toepassing van deze verordening, waaronder begrotings- en andere middelen, kennis, procedures en andere regelingen.

6.  Indien meer dan één instantie op hun grondgebied bevoegd is, zien lidstaten erop toe dat hun respectieve taken duidelijk worden omschreven en dat deze instanties nauw met elkaar samenwerken zodat zij zich op doeltreffende wijze van hun respectieve taken kunnen kwijten.

6.  Indien meer dan één instantie op hun grondgebied bevoegd is, zien lidstaten erop toe dat hun respectieve taken duidelijk worden omschreven en dat deze instanties nauw met elkaar samenwerken zodat zij zich op doeltreffende wijze van hun respectieve taken kunnen kwijten.

Amendement     59

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Elke lidstaat kan organen aanwijzen die een rechtmatig belang hebben bij de beëindiging van of het verbod op inbreuken (hierna "aangewezen organen" genoemd) om de benodigde informatie te verzamelen en de nodige handhavingsmaatregelen te nemen die hen uit hoofde van de nationale wetgeving ter beschikking staan namens een aangezochte bevoegde instantie.

4.  Elke lidstaat kan aangewezen organen verplichten om de benodigde informatie te verzamelen en de nodige handhavingsmaatregelen te nemen die hen uit hoofde van de nationale wetgeving ter beschikking staan namens een aangezochte bevoegde instantie.

Amendement     60

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaten waarborgen de samenwerking tussen bevoegde instanties en aangewezen organen, in het bijzonder om te verzekeren dat de in artikel 2 bedoelde inbreuken onverwijld onder de aandacht van de bevoegde instanties worden gebracht.

5.  De lidstaten waarborgen de samenwerking tussen bevoegde instanties en aangewezen organen, in het bijzonder om te verzekeren dat de in artikel 2, lid 1, bedoelde inbreuken onverwijld onder de aandacht van de bevoegde instanties worden gebracht.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat deelt onverwijld de Commissie en de andere lidstaten de identiteit mee van de bevoegde instanties, van het verbindingsbureau, van de in artikel 13 bedoelde aangewezen organen, en van de entiteiten die deelnemen aan het waarschuwingsmechanisme, zoals bedoeld in artikel 34, evenals eventuele wijzigingen daarin.

1.  Elke lidstaat deelt de Commissie onverwijld het volgende mee:

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a)  de identiteit en contactgegevens van de bevoegde instanties, van het verbindingsbureau, van de aangewezen organen en van de entiteiten die deelnemen aan het waarschuwingsmechanisme, zoals bedoeld in artikel 35;

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter b (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b)  informatie over de organisatie, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de bevoegde instanties; en

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – letter c (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c)  eventuele wijzigingen in de onder a) en b) bedoelde informatie.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie houdt op haar website een openbare lijst bij van verbindingsbureaus, bevoegde instanties, aangewezen organen en entiteiten en werkt deze bij.

2.  De Commissie publiceert de in lid 1 bedoelde informatie op haar website en werkt deze bij.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 8

Artikel 8

Minimumbevoegdheden van bevoegde instanties

Bevoegdheden van bevoegde instanties

1.  Elke bevoegde instantie heeft de voor de toepassing van deze verordening vereiste onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden en oefent deze uit in overeenstemming met deze verordening en het nationale recht.

1.  Elke lidstaat verleent zijn bevoegde instanties de onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden alsook de middelen die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening.

 

1 bis.  In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten besluiten niet alle bevoegdheden aan elke bevoegde instantie toe te kennen, op voorwaarde dat elke bevoegdheid daadwerkelijk kan worden uitgeoefend.

2.  Elke bevoegde instantie beschikt ten minste over de volgende bevoegdheden en oefent deze uit onder de in artikel 9 vastgestelde voorwaarden:

2.  Om de hun bij deze verordening opgedragen taken te kunnen vervullen, beschikken de bevoegde instanties in de lidstaten ten minste over de volgende bevoegdheden en oefenen zij deze uit onder de in artikel 9 vastgestelde voorwaarden:

(a)  beschikken over toegang tot alle relevante documenten, gegevens of informatie met betrekking tot een inbreuk krachtens deze verordening, in elke vorm en in elk formaat en ongeacht het medium waarop of de locatie waar ze zijn opgeslagen;

(a)  de bevoegdheid om te beschikken over toegang tot alle relevante documenten, gegevens of informatie met betrekking tot een inbreuk krachtens deze verordening, in elke vorm en in elk formaat en ongeacht het medium waarop of de locatie waar ze zijn opgeslagen;

(b)  gelasten van de overlegging door elke natuurlijke of rechtspersoon, waaronder banken, aanbieders van internetdiensten, domeinregisters en -administrateurs en aanbieders van hostingdiensten, van alle relevante informatie, gegevens of documenten in elk formaat of elke vorm en ongeacht het medium waarop of de locatie waar ze zijn opgeslagen, ten behoeve van onder andere het identificeren en volgen van financiële en gegevensstromen of het vaststellen van de identiteit van personen die betrokken zijn bij financiële en gegevensstromen, informatie over bankrekeningen en de eigendom van websites;

(b)  de bevoegdheid om de overlegging te gelasten door elke natuurlijke of rechtspersoon, waaronder banken, betalingsdienstaanbieders, aanbieders van internetdiensten, domeinregisters en -administrateurs en aanbieders van hostingdiensten, van alle relevante informatie, gegevens of documenten in het formaat of de vorm waarin ze zijn opgeslagen, ongeacht het medium waarop of de locatie waar ze zijn opgeslagen, ten behoeve van het identificeren en volgen van financiële en gegevensstromen of het vaststellen van de identiteit van personen die betrokken zijn bij financiële en gegevensstromen, informatie over bankrekeningen en de eigendom van websites, voor zover die informatie, gegevens of documenten verband houden met het voorwerp van een onderzoek;

(c)  gelasten van de overlegging door alle overheidsdiensten, -organen of -agentschappen in de lidstaat van de bevoegde instantie van alle relevante informatie, gegevens of documenten in elk formaat of elke vorm en ongeacht het medium waarop of de locatie waar ze zijn opgeslagen, ten behoeve van onder andere het identificeren en volgen van financiële en gegevensstromen of het vaststellen van de identiteit van personen die betrokken zijn bij financiële en gegevensstromen, informatie over bankrekeningen en de eigendom van websites;

(c)  de bevoegdheid om de overlegging te gelasten door alle overheidsdiensten, -organen of -agentschappen in de lidstaat van de bevoegde instantie van alle relevante informatie, gegevens of documenten in elk formaat of elke vorm en ongeacht het medium waarop of de locatie waar ze zijn opgeslagen, ten behoeve van het identificeren en volgen van financiële en gegevensstromen of het vaststellen van de identiteit van personen die betrokken zijn bij financiële en gegevensstromen, informatie over bankrekeningen en de eigendom van websites, voor zover die informatie, gegevens of documenten verband houden met het voorwerp van een onderzoek;

(d)  uitvoeren van de noodzakelijke inspecties ter plaatse, waaronder in het bijzonder de bevoegdheid om alle kantoren, terreinen of vervoersmiddelen te betreden of om andere instanties verzoeken dat te doen om informatie, gegevens of documenten te onderzoeken, in beslag te nemen, mee te nemen of hiervan kopieën te verkrijgen, ongeacht het medium waarop ze zijn opgeslagen; elk kantoor en alle informatie, gegevens of documenten te verzegelen gedurende een noodzakelijke periode en voor zover noodzakelijk voor de inspectie; een vertegenwoordiger of personeelslid van de betrokken handelaar verzoeken toelichting te geven over feiten, informatie of documenten die verband houden met het onderwerp van de inspectie en de antwoorden vast te leggen;

(d)  de bevoegdheid om de noodzakelijke inspecties ter plaatse uit te voeren, waaronder de bevoegdheid om alle kantoren, terreinen of vervoersmiddelen te betreden waarvan de handelaar gebruikmaakt voor doeleinden die betrekking hebben op zijn handel, bedrijf, ambacht of beroep, of om andere instanties te verzoeken dat te doen om informatie, gegevens of documenten te onderzoeken, in beslag te nemen, mee te nemen of hiervan kopieën te verkrijgen, ongeacht het medium waarop ze zijn opgeslagen; elk kantoor en alle informatie, gegevens of documenten te verzegelen gedurende een noodzakelijke periode en voor zover noodzakelijk voor de inspectie;

 

(d bis)  de bevoegdheid om een vertegenwoordiger of personeelslid van de betrokken handelaar te verzoeken toelichting te geven en feiten, informatie of documenten te verstrekken die verband houden met het onderwerp van de inspectie en de antwoorden vast te leggen;

(e)  kopen van goederen of diensten als testaankoop om inbreuken krachtens deze verordening op te sporen en bewijsmateriaal te verkrijgen;

(e)  de bevoegdheid om goederen of diensten als testaankoop te kopen, ook met gebruikmaking van een fictieve identiteit, teneinde deze te inspecteren en te ontleden om inbreuken krachtens deze verordening op te sporen en bewijsmateriaal te verkrijgen; afhankelijk van de aard van het beoogde gebruik, worden monsters die niet in hun oorspronkelijke toestand aan de handelaar kunnen worden teruggegeven, aangekocht;

(f)  kopen van goederen of diensten met gebruikmaking van een fictieve identiteit om inbreuken op te sporen en bewijsmateriaal te verkrijgen;

 

(g)  vaststellen van tijdelijke maatregelen om het risico op ernstige en onherstelbare schade voor consumenten te voorkomen, in het bijzonder het tijdelijk offline halen van een website, domein of soortgelijke digitale site, dienst of account;

(g)  de bevoegdheid om, bij gebrek aan andere middelen, tijdelijke maatregelen vast te stellen om het risico op ernstige en onherstelbare schade voor collectieve belangen van consumenten te voorkomen, in het bijzonder aanbieders van hostingdiensten gelasten inhoud te verwijderen of een website, dienst of account op te schorten, of een domeinregister of -aanbieder verplichten om een volledig gekwalificeerde domeinnaam voor een bepaalde periode te deactiveren;

(h)  op eigen initiatief starten van een onderzoek of procedure voor het bewerkstelligen van de beëindiging van of het verbod op inbreuken binnen de Unie of wijdverspreide inbreuken en, indien passend, hierover informatie bekend te maken;

(h)  de bevoegdheid om op eigen initiatief een onderzoek of procedure te starten voor het bewerkstelligen van de beëindiging van inbreuken binnen de Unie, wijdverspreide inbreuken of wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie en desgevallend hierover informatie bekend te maken;

(i)  verkrijgen van een toezegging van de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk binnen de Unie of de wijdverspreide inbreuk om de inbreuk te beëindigen en, indien passend, consumenten te compenseren voor de veroorzaakte schade;

(i)  de bevoegdheid om een toezegging te proberen te verkrijgen en/of te aanvaarden van de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk binnen de Unie, de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie om de inbreuk te beëindigen en consumenten desgevallend te compenseren voor de veroorzaakte schade;

(j)  schriftelijk verzoeken om de beëindiging van de inbreuk door de handelaar;

 

(k)  bewerkstelligen van de beëindiging van of het verbod op de inbreuk;

(k)  de bevoegdheid om de beëindiging van of het verbod op de inbreuk te bewerkstelligen;

(l)  offline halen van een website, domein of soortgelijke digitale site, dienst of account of een gedeelte daarvan, waaronder door een derde of een andere overheidsinstantie te verzoeken een dergelijke maatregel uit te voeren;

(l)  de bevoegdheid om een aanbieder van hostingdiensten te gelasten, indien de handelaar niet doeltreffend reageert binnen een redelijke termijn op een schriftelijk verzoek van de bevoegde instantie om de beëindiging van een inbreuk, om inhoud te verwijderen of een website, dienst of account of een gedeelte daarvan offline te halen, of een domeinregister of -aanbieder te gelasten om een volledig gekwalificeerde domeinnaam te schrappen en deze door de betrokken bevoegde instantie te laten opnemen in een register, onder meer door een derde of een andere overheidsinstantie te verzoeken een dergelijke maatregel uit te voeren, teneinde het risico op ernstige en onherstelbare schade voor de collectieve belangen van de consumenten te voorkomen;

(m)  opleggen van sancties, waaronder boetes en dwangsommen, voor inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken en voor het nalaten een besluit, bevel, tijdelijke maatregel, toezegging of andere op grond van deze verordening vastgestelde maatregel in acht te nemen;

(m)  de bevoegdheid om sancties op te leggen, waaronder boetes en dwangsommen, voor inbreuken binnen de Unie, wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie en voor het nalaten een besluit, bevel, tijdelijke maatregel, toezegging of andere op grond van deze verordening vastgestelde maatregel in acht te nemen;

(n)   de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk binnen de Unie of de wijdverspreide inbreuk gelasten consumenten te compenseren die schade hebben ondervonden als gevolg van de inbreuk, onder meer door geldelijke compensatie, consumenten de mogelijkheid te bieden de overeenkomst te beëindigen of andere maatregelen die waarborgen dat consumenten die schade hebben geleden als gevolg van de inbreuk verhaalsmogelijkheden hebben;

(n)   de bevoegdheid om de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk binnen de Unie, de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie te gelasten consumenten te compenseren die schade hebben ondervonden als gevolg van die inbreuk, onder meer door geldelijke compensatie, consumenten de mogelijkheid te bieden de overeenkomst te beëindigen of andere maatregelen die waarborgen dat consumenten die schade hebben geleden als gevolg van de inbreuk verhaalsmogelijkheden hebben;

(o)  gelasten van de terugbetaling van de winst die is behaald als gevolg van de inbreuken, onder meer door een bevel tot betaling van deze winsten aan de staatskas of een door de bevoegde instantie of op grond van de nationale wetgeving aangewezen begunstigde;

(o)  de bevoegdheid om de terugbetaling te gelasten van de winst die is behaald als gevolg van de inbreuken;

(p)  bekendmaken van eindbesluiten, tijdelijke maatregelen of bevelen, onder meer door de bekendmaking van de identiteit van de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk binnen de Unie of de wijdverspreide inbreuk;

(p)  de bevoegdheid om eindbesluiten, definitieve maatregelen, toezeggingen van handelaren of bevelen die op grond van deze verordening zijn uitgevaardigd, bekend te maken, onder meer door de bekendmaking van de identiteit van de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk binnen de Unie, de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie;

(q)  raadplegen van consumenten, consumentenorganisaties, aangewezen organen en andere betrokken personen over de doeltreffendheid van de voorgestelde toezeggingen om de inbreuk te beëindigen en de door de inbreuk veroorzaakte schade weg te nemen.

(q)  de bevoegdheid om consumenten, consumentenorganisaties, handelsverenigingen, aangewezen organen, waar van toepassing, en andere betrokken personen te raadplegen over de doeltreffendheid van de voorgestelde toezeggingen om de inbreuk te beëindigen en de door de inbreuk veroorzaakte schade weg te nemen.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 9

Artikel 9

Uitoefening van de minimumbevoegdheden

Uitoefening van de bevoegdheden door bevoegde instanties

1.  De bevoegde instanties oefenen de in artikel 8 vastgestelde bevoegdheden in overeenstemming met deze verordening en het nationale recht als volgt uit:

1.  De bevoegde instanties oefenen de in artikel 8 vastgestelde bevoegdheden als volgt uit:

(a)  rechtstreeks op eigen gezag; of

(a)  rechtstreeks op eigen gezag;

 

(a bis)  met de hulp van andere overheidsinstanties of, in voorkomend geval, onder toezicht van de gerechtelijke instanties;

 

(a ter)  eventueel door hiertoe opdracht te geven aan aangewezen organen; of

(b)   door een verzoek in te dienen bij de rechtbanken die bevoegd zijn de vereiste beslissing te nemen, onder meer door, in voorkomend geval, beroep in te stellen ingeval het verzoek om het geven van de vereiste beslissing wordt afgewezen.

(b)   door een verzoek in te dienen bij de rechtbanken die bevoegd zijn de vereiste beslissing te nemen, onder meer door, in voorkomend geval, beroep in te stellen ingeval het verzoek om het geven van de vereiste beslissing wordt afgewezen.

 

1 bis.   De bevoegde instanties oefenen in elk geval de bevoegdheden uit als bedoeld in artikel 8, lid 2, onder d), g) en l), overeenkomstig lid 1, onder b), van dit artikel.

2.  Indien de bevoegde instanties hun bevoegdheden uitoefenen door de indiening van een verzoek bij de rechtbanken, zijn deze rechtbanken bevoegd om de vereiste beslissingen te geven en handelen zij binnen het kader van deze verordening.

2.  Indien de bevoegde instanties hun bevoegdheden uitoefenen door de indiening van een verzoek bij de rechtbanken, zijn deze rechtbanken bevoegd om de vereiste beslissingen te geven.

 

2 bis.  De bevoegde instanties oefenen de in artikel 8 genoemde bevoegdheden evenredig, doeltreffend en doelmatig uit in overeenstemming met het Unierecht, met inbegrip van de beginselen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, toepasselijke procedurele waarborgen en de regels van de Unie inzake de bescherming van gegevens, en de nationale wetgeving.

 

2 ter.  De onderzoeks- en handhavingsmaatregelen die voor de toepassing van deze verordening zijn genomen, zijn goed afgestemd op de aard van de inbreuk en de totale werkelijke of potentiële schade door de inbreuk.

 

2 quater.  Wanneer, in elk afzonderlijk geval, wordt beslist of een sanctie wordt opgelegd en wat het bedrag van de op te leggen boete is, wordt de nodige aandacht geschonken aan:

 

(a)   de aard, ernst en duur van de inbreuk, met inachtneming van het aantal getroffen consumenten en de mate van de schade die ze hebben geleden;

 

(b)   de opzettelijke of nalatige aard van de inbreuk;

 

(c)   maatregelen van de handelaar om de schade die consumenten hebben geleden te beperken;

 

(d)   desbetreffende vorige inbreuken door dezelfde handelaar;

 

(e)   de mate waarin de handelaar met de bevoegde instantie heeft samengewerkt om de inbreuk te verhelpen en de mogelijke negatieve gevolgen ervan te beperken.

3  De lidstaten waarborgen dat de gerechtskosten en andere kosten in verband met de vaststelling van besluiten door de rechtbank in de procedure die uit hoofde van deze verordening is ingeleid, evenredig zijn en de toepassing van deze verordening niet belemmeren.

3.  De lidstaten waarborgen dat de gerechtskosten en andere kosten in verband met de vaststelling van besluiten door de rechtbank in de procedure die uit hoofde van deze verordening is ingeleid, evenredig zijn en de toepassing van deze verordening niet belemmeren.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 10

Schrappen

Uitvoeringsbevoegdheden

 

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de voorwaarden zijn vastgesteld voor de uitvoering en uitoefening van de in artikel 8 bedoelde minimumbevoegdheden van de bevoegde instanties. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 11

Artikel 11

Verzoeken om informatie

Verzoeken om informatie

1.  Een aangezochte instantie verstrekt, op verzoek van een verzoekende instantie alle relevante informatie die nodig is om vast te stellen of er sprake is van een inbreuk binnen de Unie en om de beëindiging van die inbreuk te bewerkstelligen. De aangezochte instantie stelt de Commissie onverwijld in kennis van het verzoek om informatie en van haar antwoord.

1.  Een aangezochte instantie verstrekt de verzoekende instantie op haar verzoek onverwijld, en in elk geval binnen 30 dagen, alle relevante informatie die nodig is om vast te stellen of er sprake is van een inbreuk binnen de Unie en om de beëindiging van die inbreuk te bewerkstelligen. De aangezochte instantie stelt de Commissie onverwijld in kennis van het verzoek om informatie en van haar antwoord.

2.  De aangezochte instantie voert passend onderzoek uit of neemt andere noodzakelijke of passende maatregelen om de vereiste informatie te verzamelen. Indien nodig, worden deze onderzoeken uitgevoerd met steun van andere overheidsinstanties of aangewezen organen.

2.  De aangezochte instantie voert passend onderzoek uit of neemt andere noodzakelijke of passende maatregelen om de vereiste informatie te verzamelen. Indien nodig, worden deze onderzoeken uitgevoerd met steun van andere overheidsinstanties of aangewezen organen.

3.  Op verzoek van de verzoekende instantie kan de aangezochte instantie bevoegde ambtenaren van de verzoekende instantie toestaan de ambtenaren van de aangezochte instantie bij hun onderzoek te vergezellen.

3.  Op verzoek van de verzoekende instantie kan de aangezochte instantie bevoegde ambtenaren van de verzoekende instantie toestaan de ambtenaren van de aangezochte instantie bij hun onderzoek te vergezellen.

4.  De aangezochte instantie reageert op het verzoek via de procedure voor verzoeken om informatie en binnen de door de Commissie in de uitvoeringshandeling vastgestelde uiterste termijn.

 

5.  De Commissie stelt de uitvoeringshandelingen vast waarin de uiterste termijnen, standaardformulieren en details van de procedures voor verzoeken om informatie zijn vastgesteld. De uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 12

Artikel 12

Verzoeken om handhavingsmaatregelen

Verzoeken om handhavingsmaatregelen

1.  Een aangezochte instantie neemt, op verzoek van een verzoekende instantie, alle noodzakelijke handhavingsmaatregelen om de inbreuk binnen de Unie te beëindigen of verbieden, onder meer door het opleggen van sancties en het gelasten of faciliteren van de compensatie van consumenten voor de door de inbreuk veroorzaakte schade.

1.  Een aangezochte instantie neemt, op verzoek van een verzoekende instantie, onverwijld alle noodzakelijke handhavingsmaatregelen om de inbreuk binnen de Unie te beëindigen door de haar bij artikel 8 verleende bevoegdheden en eventuele aanvullende, door de nationale wetgeving verleende bevoegdheden uit te oefenen, onder meer door het opleggen van sancties en het gelasten of faciliteren van de compensatie van consumenten voor de door de inbreuk veroorzaakte schade.

2.  Om de in lid 1 vastgestelde verplichtingen na te komen, oefent de aangezochte instantie de in artikel 8 vastgestelde bevoegdheden uit, alsmede alle aanvullende bevoegdheden die haar krachtens het nationale recht zijn toegekend. De aangezochte instantie bepaalt welke handhavingsmaatregelen passend zijn om de beëindiging of het verbod van de inbreuk binnen de Unie op evenredige, doelmatige en doeltreffende wijze te bewerkstelligen. Indien nodig worden deze maatregelen vastgesteld en uitgevoerd met steun van andere overheidsinstanties.

 

3.  De aangezochte instantie informeert en raadpleegt de verzoekende instantie regelmatig over de genomen stappen en maatregelen. De aangezochte instantie stelt de verzoekende instantie, de bevoegde instanties van de andere lidstaten en de Commissie via de in artikel 43 bedoelde databank onverwijld in kennis van de genomen maatregelen en het effect daarvan op de inbreuk binnen de Unie en deelt tevens het volgende mee:

3.  De aangezochte instantie informeert de verzoekende instantie regelmatig over de genomen stappen en maatregelen en raadpleegt de verzoekende instantie over de stappen en maatregelen die de aangezochte autoriteit wenst te nemen. De aangezochte instantie geeft via de in artikel 43 bedoelde databank kennis van de genomen maatregelen en van het effect daarvan op de inbreuk binnen de Unie en deelt tevens het volgende mee:

(a)  of er tijdelijke maatregelen zijn opgelegd;

(a)  of er tijdelijke maatregelen zijn opgelegd;

(b)  of de inbreuk is beëindigd;

(b)  of de inbreuk is beëindigd;

(c)  welke sancties zijn opgelegd;

(c)  welke maatregelen, met inbegrip van sancties, zijn opgelegd en of deze maatregelen zijn uitgevoerd;

(d)  in welke mate consumenten zijn gecompenseerd;

(d)  in welke mate consumenten zijn gecompenseerd.

(e)  of de genomen maatregelen zijn uitgevoerd.

 

4.  De aangezochte instantie reageert op het verzoek via de procedures voor verzoeken om handhavingsmaatregelen en binnen de door de Commissie in de uitvoeringshandeling vastgestelde uiterste termijnen.

 

5.  De Commissie stelt de uitvoeringshandelingen vast waarin de uiterste termijnen, standaardformulieren en details van de procedures voor verzoeken om handhavingsmaatregelen zijn vastgesteld. De uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De Commissie stelt de uitvoeringshandelingen vast waarin de uiterste termijnen, standaardformulieren en details van de procedures waarbij aangewezen organen betrokken zijn, zijn vastgesteld. De uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Schrappen

Amendement      72

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij verzoeken om wederzijdse bijstand waarborgt de verzoekende instantie dat deze voldoende informatie bevatten, waaronder al het noodzakelijke bewijsmateriaal dat alleen in de lidstaat van de verzoekende instantie kan worden verkregen, zodat een aangezochte instantie aan het verzoek kan voldoen.

1.  Bij verzoeken om wederzijdse bijstand waarborgt de verzoekende instantie dat deze de vereiste informatie bevatten, waaronder al het noodzakelijke bewijsmateriaal dat alleen in de lidstaat van de verzoekende instantie kan worden verkregen, zodat een aangezochte instantie aan het verzoek kan voldoen.

Amendement      73

Voorstel voor een verordening

Artikel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 15

Artikel 15

Weigering gevolg te geven aan een verzoek om wederzijdse bijstand

Weigering gevolg te geven aan een verzoek om wederzijdse bijstand

1.  Een aangezochte instantie kan weigeren gevolg te geven aan een verzoek om informatie zoals bedoeld in artikel 11, wanneer een of meer van de onderstaande gevallen van toepassing zijn:

1.  Een aangezochte instantie kan weigeren gevolg te geven aan een verzoek om informatie zoals bedoeld in artikel 11, wanneer een of meer van de onderstaande gevallen van toepassing zijn:

a)  de aangezochte instantie is, na overleg met de verzoekende instantie, van mening dat de verzoekende instantie de gevraagde informatie niet nodig heeft om vast te stellen of er een inbreuk binnen de Unie heeft plaatsgevonden of een redelijk vermoeden bestaat dat een dergelijke inbreuk kan plaatsvinden;

a)  de aangezochte instantie motiveert, na overleg met de verzoekende instantie, waarom de verzoekende instantie de gevraagde informatie niet nodig heeft om vast te stellen of er een inbreuk binnen de Unie heeft plaatsgevonden of een redelijk vermoeden bestaat dat een dergelijke inbreuk kan plaatsvinden;

b)  de verzoekende instantie deelt niet de mening dat de informatie onderworpen is aan de in artikel 41 neergelegde bepalingen inzake vertrouwelijkheid en het beroeps- en handelsgeheim;

b)  de verzoekende instantie deelt niet de mening dat de informatie onderworpen is aan de in artikel 41 neergelegde bepalingen inzake vertrouwelijkheid en het beroeps- en handelsgeheim;

c)  met betrekking tot dezelfde inbreuk binnen de Unie en tegen dezelfde handelaar is al een strafrechtelijk onderzoek ingesteld of een gerechtelijke procedure ingeleid voor de gerechtelijke autoriteiten in de lidstaat van de aangezochte of de verzoekende instantie, of is door die gerechtelijke autoriteiten al een definitieve beslissing gegeven.

c)  met betrekking tot dezelfde inbreuk binnen de Unie en tegen dezelfde handelaar is al een strafrechtelijk onderzoek ingesteld of een gerechtelijke procedure ingeleid voor de gerechtelijke autoriteiten in de lidstaat van de aangezochte of de verzoekende instantie;

2.  Een aangezochte instantie kan, na overleg met de verzoekende instantie, weigeren gevolg te geven aan een verzoek om handhavingsmaatregelen zoals bedoeld in artikel 12, wanneer een of meer van de onderstaande gevallen van toepassing zijn:

2.  Een aangezochte instantie kan, na overleg met de verzoekende instantie, weigeren gevolg te geven aan een verzoek om handhavingsmaatregelen zoals bedoeld in artikel 12, wanneer een of meer van de onderstaande gevallen van toepassing zijn:  

a)  met betrekking tot dezelfde inbreuk binnen de Unie en tegen dezelfde handelaren is al een strafrechtelijk onderzoek ingesteld of een gerechtelijke procedure ingeleid voor de gerechtelijke autoriteiten in de lidstaat van de aangezochte of de verzoekende instantie, of is door die gerechtelijke autoriteiten al een definitieve beslissing gegeven;

a)  met betrekking tot dezelfde inbreuk binnen de Unie en tegen dezelfde handelaar is al een strafrechtelijk onderzoek ingesteld of een gerechtelijke procedure ingeleid voor de gerechtelijke autoriteiten in de lidstaat van de aangezochte of de verzoekende instantie, of is door die gerechtelijke autoriteiten een definitief administratief besluit genomen, een definitieve beslissing gegeven of een schikking getroffen;

b)   de aangezochte instantie is van mening dat behoorlijk onderzoek door de aangezochte instantie uitwijst dat er geen inbreuk binnen de Unie heeft plaatsgevonden;

b)   de aangezochte instantie is van mening dat behoorlijk onderzoek door de aangezochte instantie uitwijst dat er geen inbreuk binnen de Unie heeft plaatsgevonden;

c)   de verzoekende instantie heeft naar de mening van de aangezochte instantie onvoldoende informatie verstrekt in overeenstemming met artikel 12, lid 1.

c)   de verzoekende instantie heeft naar de mening van de aangezochte instantie onvoldoende informatie verstrekt in overeenstemming met artikel 14, lid 1.

Het is niet toegestaan om te weigeren gevolg te geven aan een verzoek om handhavingsmaatregelen op grond dat er onvoldoende informatie is verstrekt als een verzoek om informatie betreffende dezelfde inbreuk binnen de Unie is geweigerd omdat er reeds met betrekking tot dezelfde inbreuk binnen de Unie en tegen dezelfde handelaar een strafrechtelijk onderzoek is ingesteld of een gerechtelijke procedure is ingeleid, of al een definitieve beslissing is gegeven, zoals bedoeld in lid 1, onder c).

Het is niet toegestaan om te weigeren gevolg te geven aan een verzoek om handhavingsmaatregelen op grond dat er onvoldoende informatie is verstrekt als een verzoek om informatie betreffende dezelfde inbreuk binnen de Unie eerder is geweigerd om de in lid 1, onder c), bedoelde redenen.

3.   De aangezochte instantie stelt de verzoekende instantie en de Commissie in kennis van de weigering gevolg te geven aan een verzoek om wederzijdse bijstand en motiveert deze weigering.

3.   De aangezochte instantie stelt de verzoekende instantie en de Commissie in kennis van de weigering gevolg te geven aan een verzoek om wederzijdse bijstand en motiveert deze weigering.

4.   Indien de verzoekende en de aangezochte instanties het oneens zijn, verwijst de verzoekende of de aangezochte instantie de zaak onverwijld naar de Commissie, die daarna advies zal uitbrengen. Wanneer de zaak niet naar haar wordt doorverwezen, kan de Commissie op eigen initiatief een advies uitbrengen.

4.  Indien de verzoekende en de aangezochte instanties het oneens zijn, kan de verzoekende of de aangezochte instantie de zaak verwijzen naar de Commissie, die onverwijld advies zal uitbrengen. Wanneer de zaak niet naar haar wordt doorverwezen, kan de Commissie op eigen initiatief een advies uitbrengen. Voor het uitbrengen van een advies kan de Commissie verzoeken om relevante informatie en documenten die tussen de verzoekende en de aangezochte instanties worden uitgewisseld.

5.  De Commissie houdt toezicht op de werking van het mechanisme voor wederzijdse bijstand en op de naleving door de bevoegde instanties van de procedures en uiterste termijnen voor de afhandeling van verzoeken om wederzijdse bijstand. De Commissie heeft toegang tot de verzoeken om wederzijdse bijstand en tot de informatie en documenten die worden uitgewisseld tussen de verzoekende en de aangezochte instantie.

5.  De Commissie houdt toezicht op de werking van het mechanisme voor wederzijdse bijstand en op de naleving door de bevoegde instanties van de procedures en uiterste termijnen voor de afhandeling van verzoeken om wederzijdse bijstand. De Commissie heeft toegang tot de verzoeken om wederzijdse bijstand.

6.  De Commissie kan, in voorkomend geval, richtsnoeren opstellen en advies verstrekken aan de lidstaten om de doeltreffende en doelmatige werking van het mechanisme voor wederzijdse bijstand te waarborgen.

6.  De Commissie kan, in voorkomend geval, richtsnoeren opstellen en advies verstrekken aan de lidstaten om de doeltreffende en doelmatige werking van het mechanisme voor wederzijdse bijstand te waarborgen.

7.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de details worden vastgelegd voor de procedures inzake de in de leden 3 en 4 bedoelde gevallen van verschil van mening tussen bevoegde instanties. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 15 bis

 

Uitvoeringshandelingen

 

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de standaardformulieren en de stappen van de in de artikelen 11, 12 en 15 omschreven procedure. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk IV – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

MECHANISME VOOR DE COÖRDINATIE VAN TOEZICHT, ONDERZOEK EN HANDHAVING VOOR WIJDVERSPREIDE INBREUKEN

MECHANISME VOOR DE COÖRDINATIE VAN ONDERZOEK EN HANDHAVING VOOR WIJDVERSPREIDE INBREUKEN EN WIJDVERSPREIDE INBREUKEN MET EEN UNIE-DIMENSIE

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk IV –Deel I – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wijdverspreide inbreuken

Wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 16

Artikel 16

Inleiden van gecoördineerde actie en aanwijzen van de coördinator

Inleiden van gecoördineerde acties en aanwijzen van de coördinator

1.  Wanneer een bevoegde instantie een redelijk vermoeden heeft dat er een wijdverspreide inbreuk plaatsvindt, stelt zij de bevoegde instanties van de andere lidstaten die de wijdverspreide inbreuk betreft en de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

1.  Wanneer een bevoegde instantie of de Commissie een redelijk vermoeden heeft dat er een wijdverspreide inbreuk plaatsvindt, stelt zij de bevoegde instanties van de lidstaten die de inbreuk betreft en, in voorkomend geval, de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

2.  Wanneer de Commissie een redelijk vermoeden heeft dat er een wijdverspreide inbreuk plaatsvindt, stelt zij de bevoegde instanties die de wijdverspreide inbreuk betreft daarvan in kennis.

 

3.  Na de ontvangst van de in de leden 1 en 2 bedoelde kennisgevingen, wijzen de bevoegde instanties die de wijdverspreide inbreuk betreft, handelend bij consensus, de bevoegde instantie aan die de actie coördineert.

3.  Na de ontvangst van de in lid 1 bedoelde kennisgeving en in het geval van een wijdverspreide inbreuk, beslissen de bevoegde instanties die de inbreuk betreft, handelend bij consensus, of een gecoördineerde actie moet worden gestart. De actie wordt door de kennisgevende instantie gecoördineerd, tenzij de bevoegde instanties die de wijdverspreide inbreuk betreft, overeenkomen dat een andere bevoegde instantie of de Commissie dit moet doen.

4.  De betrokken bevoegde instanties kunnen de Commissie verzoeken de coördinerende rol op zich te nemen. De Commissie stelt de bevoegde instanties onverwijld ervan in kennis of zij de coördinerende rol aanvaardt.

 

5.  Wanneer de Commissie de bevoegde instantie krachtens lid 2 in kennis stelt, kan zij voorstellen de coördinerende rol op zich te nemen. De betrokken bevoegde instanties delen de Commissie onverwijld mee of zij aanvaarden dat de Commissie de actie coördineert.

5.  Wanneer het de Commissie is die de bevoegde instanties in kennis stelt overeenkomstig lid 1, kan zij voorstellen de coördinerende rol op zich te nemen. De betrokken bevoegde instanties delen de Commissie onverwijld mee of zij ermee instemmen dat de Commissie de actie coördineert of dat zij een bevoegde instantie aanwijzen die de actie moet coördineren.

6.  Wanneer de Commissie weigert de coördinerende rol op zich te nemen of wanneer de betrokken bevoegde instanties niet aanvaarden dat de Commissie de actie coördineert, wijzen de betrokken bevoegde instanties een bevoegde instantie aan die de actie coördineert. Wanneer de bevoegde instanties geen overeenstemming bereiken, coördineert de bevoegde instantie die als eerste de vermeende inbreuk aan de andere bevoegde instanties heeft gemeld de actie.

6.  Wanneer de Commissie weigert de coördinerende rol op zich te nemen of wanneer de betrokken bevoegde instanties niet aanvaarden dat de Commissie de actie coördineert, wijzen de betrokken bevoegde instanties een bevoegde instantie aan die de actie coördineert. Wanneer de bevoegde instanties geen overeenstemming bereiken, coördineert de bevoegde instantie die als eerste de vermeende inbreuk aan de andere bevoegde instanties heeft gemeld de actie.

 

6 bis.  Na de kennisgeving of na ontvangst ervan als bedoeld in lid 1, verifieert de Commissie samen met de verbindingsbureaus van de betrokken lidstaten het voorlopig bewijs met betrekking tot het bestaan van de wijdverspreide inbreuk. Wanneer de drempel voor een wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie wordt gehaald, start de Commissie een gecoördineerde actie. De Commissie maakt haar besluit om de gecoördineerde actie te starten bekend aan de verbindingsbureaus van de bij die actie betrokken lidstaten. De Commissie coördineert de actie.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 16 bis

 

Deelname aan gecoördineerde acties

 

1.   Een bevoegde instantie kan weigeren deel te nemen aan een gecoördineerde actie vanwege een van de volgende redenen:

 

(a)   met betrekking tot dezelfde wijdverspreide inbreuk of wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie is tegen dezelfde handelaar in de betrokken lidstaat al een strafrechtelijk onderzoek ingesteld of een gerechtelijke procedure ingeleid;

 

(b)   met betrekking tot dezelfde wijdverspreide inbreuk of wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie is tegen dezelfde handelaar in de betrokken lidstaat al een definitief administratief besluit of een definitieve rechterlijke uitspraak vastgesteld of een gerechtelijke schikking getroffen;

 

(c)   de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie heeft niet plaatsgevonden in de betrokken lidstaat.

 

2.   Na het besluit om een gecoördineerde actie te starten op grond van artikel 16, informeert een bevoegde instantie die besluit niet deel te nemen aan de gecoördineerde actie onverwijld de Commissie en de andere betrokken bevoegde instanties en verbindingsbureaus over haar besluit, vermeldt zij hier de redenen voor en verstrekt zij de benodigde ondersteunende documenten.

 

3.   Een bevoegde instantie kan zich aansluiten bij een gecoördineerde actie indien gedurende de gecoördineerde actie blijkt dat de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie die het voorwerp van de gecoördineerde actie is, die instantie betreft.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 17

Artikel 17

Onderzoeksmaatregelen bij gecoördineerde acties

Onderzoeksmaatregelen bij gecoördineerde acties

1.  De betrokken bevoegde instanties waarborgen dat de benodigde bewijsstukken, gegevens en informatie doelmatig en doeltreffend worden verzameld. De betrokken bevoegde instanties waarborgen dat de onderzoeken en inspecties gelijktijdig worden uitgevoerd en dat de tijdelijke maatregelen gelijktijdig worden toegepast.

1.  De betrokken bevoegde instanties waarborgen dat de benodigde bewijsstukken, gegevens en informatie doelmatig en doeltreffend worden verzameld. De betrokken bevoegde instanties waarborgen dat de onderzoeken en inspecties gelijktijdig worden uitgevoerd en dat de tijdelijke maatregelen gelijktijdig worden toegepast voor zover het nationale procedurele recht dat toelaat.

2.  De betrokken bevoegde instanties kunnen het mechanisme voor wederzijdse bijstand gebruiken overeenkomstig hoofdstuk III, met name voor het verzamelen van bewijsmateriaal en informatie uit andere lidstaten dan de lidstaten die betrokken zijn bij de gecoördineerde actie of om te verzekeren dat de betrokken handelaar handhavingsmaatregelen niet omzeilt.

2.  De betrokken bevoegde instanties kunnen het mechanisme voor wederzijdse bijstand gebruiken overeenkomstig hoofdstuk III, met name voor het verzamelen van bewijsmateriaal en informatie uit andere lidstaten dan de lidstaten die betrokken zijn bij de gecoördineerde actie of om te verzekeren dat de betrokken handelaar handhavingsmaatregelen niet omzeilt.

3.  De betrokken bevoegde instanties kunnen, in voorkomend geval, de resultaten van het onderzoek en de beoordeling van de wijdverspreide inbreuk vastleggen in een gemeenschappelijk standpunt dat zij onderling zijn overeengekomen.

3.  De betrokken bevoegde instanties leggen de resultaten van het onderzoek en de beoordeling van de wijdverspreide inbreuk of, in voorkomend geval, de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie vast in een gemeenschappelijk standpunt dat zij onderling zijn overeengekomen.

 

3 bis.  Tenzij de betrokken bevoegde instanties anders zijn overeengekomen, deelt de coördinator het gemeenschappelijke standpunt mee aan de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk. Deze handelaar wordt de gelegenheid geboden om te worden gehoord over de zaken die onderdeel uitmaken van het gemeenschappelijke standpunt.

4.  In voorkomend geval en zonder afbreuk te doen aan de voorschriften op het gebied van het beroeps- en handelsgeheim als neergelegd in artikel 41, kunnen de betrokken bevoegde instanties besluiten het gemeenschappelijke standpunt of delen daarvan bekend te maken op hun websites en op de website van de Commissie en verzoeken om de mening van andere betrokken partijen.

4.  Zonder afbreuk te doen aan de voorschriften op het gebied van het beroeps- en handelsgeheim als neergelegd in artikel 41, maken de betrokken bevoegde instanties het gemeenschappelijke standpunt of delen daarvan bekend op hun websites en op de website van de Commissie en kunnen zij verzoeken om de mening van consumentenorganisaties, handelsverenigingen en andere betrokken partijen.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 18

Artikel 18

Handhavingsmaatregelen bij gecoördineerde acties

Toezeggingen in het kader van gecoördineerde acties

1.  De betrokken bevoegde instanties kunnen de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk uitnodigen toezeggingen voor te stellen om de inbreuk te beëindigen en, in voorkomend geval, consumenten te compenseren of andere maatregelen te nemen die de compensatie van consumenten die schade hebben geleden faciliteert. De handelaar kan ook, op eigen initiatief, toezeggingen voorstellen om de inbreuk te beëindigen en consumenten te compenseren.

1.  Op basis van een overeenkomstig artikel 17 vastgesteld gemeenschappelijk standpunt kunnen de betrokken bevoegde instanties de handelaar die verantwoordelijk is voor de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie uitnodigen toezeggingen voor te stellen om de inbreuk te beëindigen en, in voorkomend geval, consumenten te compenseren of andere maatregelen te nemen die de compensatie van consumenten die schade hebben geleden faciliteert. De handelaar kan ook, op eigen initiatief, toezeggingen voorstellen om de inbreuk te beëindigen en deze consumenten te compenseren.

2.  Indien de handelaar toezeggingen voorstelt, kunnen de betrokken bevoegde instanties, in voorkomend geval, de voorgestelde toezeggingen bekendmaken op hun websites of, naargelang het geval, op de website van de Commissie, teneinde de mening te vragen van andere betrokken partijen en te verifiëren of de toezeggingen voldoende zijn om de inbreuk te beëindigen en consumenten te compenseren.

2.  Indien de handelaar toezeggingen voorstelt, kunnen de betrokken bevoegde instanties, in voorkomend geval, de voorgestelde toezeggingen bekendmaken op hun websites of, naargelang het geval, op de website van de Commissie, teneinde de mening te vragen van andere betrokken partijen, onder meer consumentenorganisaties en handelsverenigingen.

 

2 bis.  De betrokken bevoegde instanties beoordelen de voorgestelde toezeggingen van de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk, en delen de handelaar de resultaten mee van de beoordeling die zij onderling zijn overeengekomen. Wanneer de toezeggingen toereikend worden geacht om te waarborgen dat de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie wordt beëindigd en, in voorkomend geval, de consumenten die als gevolg van de inbreuk schade hebben geleden, worden gecompenseerd, aanvaarden de bevoegde instanties die toezeggingen en stellen zij een termijn vast waarbinnen deze moeten worden nagekomen.

 

Indien het onwaarschijnlijk is dat de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie zal worden beëindigd als gevolg van de toezeggingen van de handelaar die verantwoordelijk is voor die inbreuk, kunnen de bevoegde instanties handhavingsmaatregelen nemen op grond van artikel 18 bis.

 

2 ter.  De betrokken bevoegde instanties houden toezicht op de nakoming van de toezeggingen. Ze waarborgen in het bijzonder dat de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk regelmatig verslag uitbrengt aan de coördinator over de voortgang van de nakoming van de toezeggingen.

3.  De betrokken bevoegde instanties kunnen één bevoegde instantie aanwijzen om handhavingsmaatregelen te nemen namens de andere bevoegde instanties om de beëindiging of het verbod van de wijdverspreide inbreuk te bewerkstelligen, de compensatie van consumenten te waarborgen of sancties op te leggen. Bij het aanwijzen van een bevoegde instantie om handhavingsmaatregelen te nemen, houden de bevoegde instanties rekening met de locatie van de desbetreffende handelaar. Zodra de bevoegde instantie door de andere betrokken bevoegde instanties is aangewezen om handhavingsmaatregelen te nemen, is zij bevoegd om te handelen namens de consumenten van elke betrokken lidstaat alsof het haar eigen consumenten waren.

 

4.  De bevoegde instanties kunnen besluiten gelijktijdig handhavingsmaatregelen te nemen in alle of sommige lidstaten die betrokken zijn bij de wijdverspreide inbreuk. In dat geval waarborgen de bevoegde instanties dat deze handhavingsmaatregelen gelijktijdig worden gestart in alle betrokken lidstaten.

 

5.  Een aangewezen orgaan kan alleen worden opgedragen handhavingsmaatregelen te nemen op grond van de leden 1 tot en met 4 als de betrokken bevoegde instanties toestemming verlenen voor een dergelijke opdracht en indien deze opdracht niet leidt tot de bekendmaking van informatie waarop de voorschriften inzake het beroeps- en handelsgeheim als neergelegd in artikel 41 bedoelde van toepassing zijn.

 

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Handhavingsmaatregelen bij gecoördineerde acties

 

1.   De betrokken bevoegde instanties komen overeen welke bevoegde instantie of, indien nodig, welke bevoegde instanties namens de andere bevoegde instanties handhavingsmaatregelen zal treffen, waaronder het opleggen van sancties aan de handelaar en het gelasten van de betaling door de handelaar van schadevergoeding aan de consumenten die schade hebben geleden als gevolg van de inbreuk, wanneer:

 

(a)   het onwaarschijnlijk is dat de inbreuk zal worden beëindigd als gevolg van de voorgestelde toezeggingen van de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk;

 

(b)   de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk geen toezeggingen voorstelt binnen de daartoe door de bevoegde instanties gestelde uiterste termijn;

 

(c)   de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk toezeggingen voorstelt die niet voldoende zijn om te waarborgen dat de inbreuk wordt beëindigd en de consumenten die als gevolg van de inbreuk schade hebben geleden, worden gecompenseerd; of

 

(d)   de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk, de toezeggingen niet binnen de in lid 18, artikel 2 bis, vastgestelde uiterste termijn nakomt.

 

2.   Zodra een bevoegde instantie door de andere betrokken bevoegde instanties is aangewezen om handhavingsmaatregelen te nemen, is zij bevoegd om te handelen namens de consumenten in alle andere betrokken lidstaten alsof het haar eigen consumenten waren. Bij het aanwijzen van een bevoegde instantie om handhavingsmaatregelen te nemen, houden de bevoegde instanties rekening met alle relevante aspecten die bevorderlijk zijn voor een doeltreffende handhaving.

 

3.   Indien de bevoegde instanties niet handelen in overeenstemming met lid 2, nemen zij gelijktijdig handhavingsmaatregelen in meerdere of alle lidstaten die betrokken zijn bij de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie.

 

4.   Een aangewezen bevoegde instantie kan alleen worden opgedragen handhavingsmaatregelen te nemen op grond van de leden 1 tot en met 3 als de bevoegde instanties van de lidstaten waarop dergelijke maatregelen betrekking hebben, toestemming verlenen en indien deze opdracht niet leidt tot de bekendmaking van informatie waarop de voorschriften inzake het beroeps- en handelsgeheim zoals neergelegd in artikel 41 van toepassing zijn.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 19

Artikel 19

Afsluiting van gecoördineerde acties

Afsluiting van gecoördineerde acties

 

1. De betrokken bevoegde instanties besluiten om de gecoördineerde actie af te sluiten wanneer zij concluderen dat:

 

(a)   er geen sprake is van een wijdverspreide inbreuk of een wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie;

 

(b)   de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie na de nakoming van de toezeggingen door de voor de inbreuk verantwoordelijke handelaar is beëindigd;

 

(c)   de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie na de handhavingsmaatregelen is beëindigd.

De coördinerende instantie informeert de Commissie en de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten onverwijld wanneer de wijdverspreide inbreuk is beëindigd of is verboden.

2. De coördinator informeert de Commissie en, indien van toepassing, de bevoegde instanties en de verbindingsbureaus van de betrokken lidstaten onverwijld over de afsluiting van de gecoördineerde actie.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 19 bis

 

Heropening van gecoördineerde acties

 

De coördinator informeert de Commissie en, in voorkomend geval, de bevoegde instanties en de verbindingsbureaus van de betrokken lidstaten onverwijld indien de wijdverspreide inbreuk of de wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie zich opnieuw voordoet en er verdere maatregelen moeten worden genomen. In dat geval kan de coördinatie plaatsvinden zonder een nieuwe gecoördineerde actie te starten.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de details worden vastgelegd van de procedures voor gemeenschappelijke acties inzake wijdverspreide inbreuken, met name de standaardformulieren voor kennisgevingen en andere uitwisselingen tussen bevoegde instanties en de Commissie. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de uiterste termijnen en de standaardformulieren voor kennisgevingen en andere uitwisselingen van informatie en verzoeken om handhaving tussen bevoegde instanties en de Commissie worden vastgelegd voor gecoördineerde acties inzake wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk IV –Deel II

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[...]

Schrappen

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk IV –Deel III– titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Algemene bepalingen die van toepassing zijn op gecoördineerde acties en gemeenschappelijke acties op grond van dit hoofdstuk

Algemene bepalingen die van toepassing zijn op gecoördineerde acties

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De in overeenstemming met artikel 16, artikel 21 of artikel 32 aangewezen coördinator dient in het bijzonder voor het volgende te zorgen:

1.  De in overeenstemming met artikel 16 of artikel 32 aangewezen coördinator dient in het bijzonder voor het volgende te zorgen:

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  verzekeren dat alle betrokken bevoegde instanties en de Commissie naar behoren en tijdig worden geïnformeerd over de voortgang van de handhavingsactie, de verwachte volgende stappen en de vast te stellen maatregelen;

(a)  verzekeren dat alle betrokken bevoegde instanties en, in voorkomend geval, de Commissie naar behoren en tijdig worden geïnformeerd over de voortgang van de handhavingsactie, de verwachte volgende stappen en de vast te stellen maatregelen;

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  coördineren van de onderzoeken, inspecties en vaststelling van tijdelijke maatregelen waartoe is besloten door de betrokken bevoegde instanties in overeenstemming met de delen I en II en toezicht houden op de onderzoeken, inspecties en tijdelijke maatregelen, evenals andere maatregelen, uit hoofde van artikel 8;

(b)  coördineren van en toezien op de onderzoeken, inspecties en vaststelling van tijdelijke maatregelen waartoe is besloten door de betrokken bevoegde instanties in overeenstemming met deel I;

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  coördineren van de voorbereiding en verspreiden van alle benodigde documenten onder de betrokken bevoegde instanties en de Commissie;

(c)  coördineren van de voorbereiding en verspreiden van alle benodigde documenten onder de betrokken bevoegde instanties en, in voorkomend geval, de Commissie;

Amendement     91

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  onderhouden van contact met de handelaren en andere partijen die zijn betrokken bij de toezichts-, onderzoeks- en handhavingsmaatregelen, tenzij anders is overeengekomen door de betrokken bevoegde instanties en de Commissie;

(d)  onderhouden van contact met de handelaren en andere partijen die zijn betrokken bij de toezichts-, onderzoeks- en handhavingsmaatregelen, tenzij anders is overeengekomen door de betrokken bevoegde instanties, de coördinator en, in voorkomend geval, de Commissie;

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  coördineren van andere handhavingsmaatregelen die zijn vastgesteld door de betrokken bevoegde instanties, waaronder verzoeken aan de rechtbank om de nodige bevelen en besluiten, het opleggen van sancties en het vaststellen van maatregelen om de compensatie van consumenten te verzekeren;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement     93

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegde instanties coördineren hun markttoezichtactiviteiten en hun onderzoeks- en handhavingsmaatregelen voor de aanpak van wijdverspreide inbreuken uit hoofde van de delen I en II. Zij wisselen alle benodigde informatie uit en verlenen elkaar en de Commissie onverwijld alle andere benodigde bijstand.

1.  De bevoegde instanties coördineren hun markttoezichtactiviteiten en hun onderzoeks- en handhavingsmaatregelen voor de aanpak van wijdverspreide inbreuken uit hoofde van deel I. Zij wisselen alle benodigde informatie uit en verlenen elkaar en de Commissie onverwijld alle andere benodigde bijstand.

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Door de betrokken bevoegde instanties en de Commissie wordt in onderling overleg vastgesteld welke talen zij gebruiken voor kennisgevingen en voor alle communicatie in verband met gecoördineerde acties, gemeenschappelijke acties en gecoördineerde onderzoeken van consumentenmarkten uit hoofde van dit hoofdstuk.

3.  Door de betrokken bevoegde instanties en de Commissie wordt in onderling overleg vastgesteld welke talen zij gebruiken voor kennisgevingen en voor alle communicatie in verband met gecoördineerde acties en "sweeps" uit hoofde van dit hoofdstuk.

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Indien er geen overeenstemming wordt bereikt, worden kennisgevingen en andere communicatie toegezonden in de officiële taal van de lidstaat die de kennisgeving doet of de andere communicatie verzendt. In dat geval zorgt elke betrokken bevoegde instantie voor de benodigde vertalingen van de kennisgevingen, mededelingen en andere documenten die zij van andere bevoegde instanties ontvangt.

4.  Indien er geen overeenstemming wordt bereikt, worden kennisgevingen en andere communicatie toegezonden in de officiële taal van de lidstaat die de kennisgeving doet of de andere communicatie verzendt. In dat geval zorgt elke betrokken bevoegde instantie indien nodig voor de vertaling van de kennisgevingen, mededelingen en andere documenten die zij van andere bevoegde instanties ontvangt.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 5 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Indien de gecoördineerde of gemeenschappelijke acties uit hoofde van de delen I en II betrekking hebben op wijdverspreide inbreuken op de volgende wetgeving van de Unie, nodigt de coördinator de Europese Bankautoriteit uit om een waarnemende rol te vervullen:

5.  Indien gecoördineerde acties uit hoofde van deel I betrekking hebben op wijdverspreide inbreuken of wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie op de volgende wetgeving van de Unie, nodigt de coördinator de Europese Bankautoriteit uit om als waarnemer te fungeren:

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gemeenschappelijk standpunt en het horen van handelaren

Talenregeling voor de communicatie met handelaren

Amendement     98

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het in de artikelen 17 en 23 bedoelde gemeenschappelijke standpunt wordt meegedeeld aan de handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk. De handelaar die verantwoordelijk is voor de inbreuk wordt de gelegenheid geboden om te worden gehoord over zaken die onderdeel uitmaken van het gemeenschappelijke standpunt.

Schrappen

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De handelaar heeft het recht om te communiceren in de officiële taal van de lidstaat waar hij is gevestigd of verblijft. De handelaar kan afstand doen van dat recht of verzoeken een andere officiële taal van de Unie te gebruiken voor de communicatie met de bevoegde instanties.

2.  De handelaar heeft het recht om te communiceren in de officiële taal van de lidstaat waar hij is gevestigd of verblijft.

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de details worden vastgelegd van de uitoefening van de rechten van verdediging van de handelaar bij gecoördineerde en gemeenschappelijke acties. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

Schrappen

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 32

Artikel 32

Gecoördineerde onderzoeken van consumentenmarkten

"Sweeps"

1.  Indien markttendensen, consumentenklachten of andere indicaties erop duiden dat er wijdverspreide inbreuken kunnen hebben plaatsgevonden, plaatsvinden of kunnen plaatsvinden, kunnen de betrokken bevoegde instanties besluiten een gecoördineerd onderzoek van de consumentenmarkten (hierna "sweep" genoemd) uit te voeren. Een dergelijk gecoördineerd onderzoek wordt gecoördineerd door de Commissie.

1.  Indien markttendensen, consumentenklachten of andere indicaties erop duiden dat er wijdverspreide inbreuken kunnen hebben plaatsgevonden, plaatsvinden of kunnen plaatsvinden, kunnen de betrokken bevoegde instanties besluiten een "sweep" uit te voeren.

 

1 bis.  "Sweeps" worden gecoördineerd door de Commissie.

2.  Bij de uitvoering van gecoördineerde onderzoeken maken de betrokken bevoegde instanties op doeltreffende wijze gebruik van de in artikel 8 vermelde bevoegdheden en van andere bevoegdheden die hun uit hoofde van het nationale recht zijn verleend.

2.  Bij de uitvoering van "sweeps" maken de hieraan deelnemende bevoegde instanties op doeltreffende wijze gebruik van de in artikel 8 vermelde bevoegdheden en van andere bevoegdheden die hun uit hoofde van het nationale recht zijn verleend.

3.  De bevoegde autoriteiten kunnen ambtenaren van de Commissie en andere begeleidende personen die door de Commissie zijn gemachtigd, uitnodigen om deel te nemen aan sweeps.

3.  De bevoegde autoriteiten kunnen, in voorkomend geval en indien dit naar behoren gemotiveerd is, aangewezen organen, ambtenaren van de Commissie en andere begeleidende personen die door de Commissie zijn gemachtigd, uitnodigen om deel te nemen aan sweeps.

4.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de details zijn vastgelegd van de procedures voor sweeps. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

4.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de details zijn vastgelegd van de procedures voor sweeps. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 34

Artikel 34

Waarschuwingsmechanisme

Waarschuwingsmechanisme

1.  Een bevoegde instantie stelt de Commissie en andere bevoegde instanties onverwijld in kennis van elk redelijk vermoeden dat er een inbreuk plaatsvindt op haar grondgebied die de belangen van consumenten in andere lidstaten kan schaden (hierna "waarschuwing" genoemd), met behulp van het standaardformulier via de in artikel 43 bedoelde databank.

1.  Een bevoegde instantie stelt de Commissie en andere bevoegde instanties onverwijld in kennis van elk redelijk vermoeden dat er een inbreuk binnen de Unie of een wijdverspreide inbreuk plaatsvindt op haar grondgebied die de belangen van consumenten in andere lidstaten kan schaden (hierna "waarschuwing" genoemd), met behulp van het standaardformulier via de in artikel 43 bedoelde databank.

2.  De Commissie stelt onverwijld de betrokken bevoegde instanties in kennis van elk redelijk vermoeden dat er een inbreuk heeft plaatsgevonden op het grondgebied van de Unie (hierna "waarschuwing" genoemd) via de in artikel 43 bedoelde databank.

2.  De Commissie stelt onverwijld de betrokken bevoegde instanties in kennis van elk redelijk vermoeden dat er een inbreuk binnen de Unie of een wijdverspreide inbreuk heeft plaatsgevonden op het grondgebied van de Unie (hierna "waarschuwing" genoemd) via de in artikel 43 bedoelde databank.

3.  De bevoegde instantie of de Commissie vermeldt in een waarschuwing, indien beschikbaar, in het bijzonder de volgende informatie over de vermeende inbreuk:

3.  De bevoegde instantie of de Commissie vermeldt in een waarschuwing, indien beschikbaar, in het bijzonder de volgende informatie over de vermeende inbreuk binnen de Unie of een wijdverspreide inbreuk:

a)  een beschrijving van de handeling of omissie waarin de inbreuk bestaat;

a)  een beschrijving van de handeling of omissie waarin de inbreuk bestaat;

b)  het product of de dienst waarop de inbreuk betrekking heeft;

b)  het product of de dienst waarop de inbreuk betrekking heeft;

c)  de lidstaten die de inbreuk betreft of mogelijk betreft;

c)  de lidstaten die de inbreuk betreft of mogelijk betreft;

d)  de handelaar die verantwoordelijk is of waarvan vermoed wordt dat hij verantwoordelijk is voor de inbreuk;

d)  de handelaar die verantwoordelijk is of waarvan vermoed wordt dat hij verantwoordelijk is voor de inbreuk;

e)  de rechtsgrondslag voor mogelijke acties onder verwijzing naar het nationale recht en de relevante bepalingen van de handelingen van de Unie die zijn opgenomen in de bijlage bij deze verordening;

e)  de rechtsgrondslag voor mogelijke acties onder verwijzing naar het nationale recht en de relevante bepalingen van de handelingen van de Unie die zijn opgenomen in de bijlage;

f)  de aard van de gerechtelijke procedure, handhavingsmaatregelen of andere maatregelen die met betrekking tot de inbreuk zijn genomen evenals de data en duur daarvan;

f)  de aard en de status van de gerechtelijke procedure, handhavingsmaatregelen of andere maatregelen die met betrekking tot de inbreuk zijn genomen evenals de data en duur daarvan;

g)  de status van de gerechtelijke procedure, handhavingsmaatregelen of andere maatregelen die met betrekking tot de inbreuk zijn genomen;

 

h)  de bevoegde instantie die de gerechtelijke procedure voert en andere maatregelen uitvoert;

h)  de bevoegde instantie die de gerechtelijke procedure voert en andere maatregelen uitvoert.

i)  of de waarschuwing is bedoeld "ter informatie" of "voor actie".

 

4  Bij een waarschuwing "voor actie" kan de bevoegde instantie of de Commissie andere bevoegde instanties en de Commissie verzoeken te verifiëren of er soortgelijke vermeende inbreuken plaatsvinden op het grondgebied van andere lidstaten dan wel of er al handhavingsmaatregelen zijn genomen tegen dergelijke inbreuken in andere lidstaten.

4  Bij een waarschuwing verzoekt de bevoegde instantie of de Commissie de bevoegde instanties van andere lidstaten en, in voorkomend geval, de Commissie te verifiëren of er soortgelijke vermeende inbreuken plaatsvinden op het grondgebied van andere lidstaten dan wel of er al handhavingsmaatregelen zijn genomen tegen dergelijke inbreuken in andere lidstaten. Die bevoegde instanties van andere lidstaten en de Commissie antwoorden onverwijld op dat verzoek.

5  Om de vermeende inbreuken op doeltreffende wijze aan te pakken, nemen de betrokken bevoegde instanties, afhankelijk van de reacties op de waarschuwing, de nodige maatregelen zoals uiteengezet in de hoofdstukken III en IV.

 

6  De Commissie stelt de uitvoeringshandelingen vast waarin de details worden vastgelegd van de werking van het waarschuwingsmechanisme, waaronder in het bijzonder specifieke standaardformulieren voor waarschuwingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

6.  De Commissie stelt de uitvoeringshandelingen vast waarin standaardformulieren worden vastgelegd voor het doorgeven van een waarschuwing via de in artikel 43 bedoelde databank. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 35

Artikel 35

Deelname van andere entiteiten aan het waarschuwingsmechanisme

Deelname van andere entiteiten aan het waarschuwingsmechanisme

1.  Aangewezen organen en Europese consumentencentra nemen deel aan het in artikel 34 vermelde waarschuwingsmechanisme. De lidstaten wijzen consumentenorganisaties en -verenigingen en andere entiteiten, zoals handelsverenigingen, met passende kennis en rechtmatige belangen bij consumentenbescherming, aan die deelnemen aan het waarschuwingsmechanisme. De lidstaten delen de Commissie onverwijld mee welke entiteiten zij hebben aangewezen.

1.  Aangewezen organen, Europese consumentencentra, consumentenorganisaties en -verenigingen en handelsverenigingen met passende kennis en rechtmatige belangen inzake consumentenbescherming kunnen de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten en de Commissie in kennis stellen van vermeende inbreuken en de in artikel 34, lid 3, vermelde informatie verstrekken met behulp van het standaardformulier voor externe kennisgevingen dat is opgenomen in de in artikel 43 bedoelde databank (hierna "externe waarschuwing" genoemd).

 

De Commissie stelt de uitvoeringshandelingen vast waarin standaardformulieren worden vastgelegd voor het doorgeven van een externe waarschuwing via de in artikel 43 bedoelde databank. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2.  De Commissie kan andere entiteiten die de belangen van consumenten en bedrijven op het niveau van de Unie vertegenwoordigen aanwijzen om deel te nemen aan het waarschuwingsmechanisme.

2.  De Commissie verleent andere entiteiten die de belangen van consumenten en bedrijven op het niveau van de Unie vertegenwoordigen het recht om een externe waarschuwing te geven.

3.  De in de leden 1 en 2 beschreven entiteiten hebben het recht om de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten en de Commissie in kennis te stellen van vermeende inbreuken en de in artikel 34, lid 3, vermelde informatie te verstrekken met behulp van het standaardformulier voor externe kennisgevingen dat is opgenomen in de in artikel 43 bedoelde databank (hierna "externe waarschuwing" genoemd).

 

4.  Externe waarschuwingen zijn uitsluitend "ter informatie". De bevoegde instanties zijn niet verplicht een procedure te starten of andere actie te ondernemen in reactie op de waarschuwingen en informatie die door deze entiteiten worden verstrekt. Entiteiten die een externe waarschuwing geven, zorgen ervoor dat de verstrekt informatie correct, actueel en nauwkeurig is en corrigeren de ingevoerde informatie onverwijld of trekken deze in, afhankelijk van het geval. Voor dat doeleinde hebben zij toegang tot de informatie die zij hebben verstrekt, onder voorbehoud van de in de artikelen 41 en 43 bedoelde beperkingen.

4.  De bevoegde instanties zijn niet verplicht een procedure te starten of andere actie te ondernemen in reactie op de externe waarschuwingen. In de leden 1 en 2 bedoelde entiteiten die een externe waarschuwing geven, zorgen ervoor dat de verstrekte informatie correct, actueel en nauwkeurig is en corrigeren eventuele onjuistheden in de ingevoerde informatie onverwijld of trekken deze in, afhankelijk van het geval. Voor dat doeleinde hebben zij toegang tot de informatie die zij hebben verstrekt, onder voorbehoud van de in de artikelen 41 en 43 bedoelde beperkingen. Deze entiteiten worden tevens in kennis gesteld van de follow-upmaatregelen door de bevoegde instantie met betrekking tot externe waarschuwingen, of, op verzoek, het ontbreken van elke actie.

5.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de details worden vastgelegd van de aanwijzing en deelname van andere entiteiten aan het waarschuwingsmechanisme. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Via de in artikel 43 bedoelde databank stellen de bevoegde instanties de Commissie en andere bevoegde instanties onverwijld in kennis van alle maatregelen die zij hebben genomen om een inbreuk op de wetgeving ter bescherming van de belangen van consumenten op hun grondgebied aan te pakken als zij vermoeden dat de inbreuk de belangen van consumenten in andere lidstaten kan schaden, en met name van:

1.  Via de in artikel 43 bedoelde databank stellen de bevoegde instanties de Commissie en de bevoegde instanties van andere lidstaten onverwijld in kennis van alle maatregelen die zij hebben genomen om een inbreuk op de Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van consumenten op hun grondgebied aan te pakken als zij vermoeden dat de inbreuk in kwestie de belangen van consumenten in andere lidstaten kan schaden.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  kennisgevingen, bevelen, besluiten of soortgelijke maatregelen van een bevoegde instantie of een andere instantie die verband houden met het inleiden van een nationale procedure met betrekking tot een inbreuk of een vermeende inbreuk;

Schrappen

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  besluiten van een rechtbank of andere gerechtelijke instantie, gerechtelijke bevelen of verboden of andere soortgelijke maatregelen die betrekking hebben op een inbreuk of vermeende inbreuk;

Schrappen

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  andere informatie, besluiten, bevelen of handelingen van andere nationale instanties of aangewezen organen, naargelang het geval, die betrekking kunnen hebben op een inbreuk of vermeende inbreuk.

Schrappen

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de details worden vastgelegd van de uitwisseling van andere informatie die relevant is voor de opsporing van inbreuken uit hoofde van deze verordening. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Schrappen

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 37

Artikel 37

Coördinatie van andere activiteiten die bijdragen aan toezicht en handhaving

Coördinatie van andere activiteiten die bijdragen aan toezicht en handhaving

1.  De lidstaten stellen elkaar en de Commissie in kennis van hun activiteiten op de volgende gebieden:

1.  De lidstaten stellen elkaar en de Commissie in kennis van hun activiteiten op de volgende gebieden:

a)  de opleiding van hun bij de handhaving van consumentenbescherming betrokken ambtenaren, met inbegrip van talenopleiding, en de organisatie van opleidingsseminars;

a)  de ontwikkeling van personele middelen van de bevoegde instanties die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van deze verordening, met inbegrip van de relevante opleiding van hun ambtenaren;

b)  het verzamelen, classificeren en uitwisselen van gegevens over consumentenklachten;

b)  het verzamelen, classificeren en uitwisselen van gegevens over consumentenklachten;

c)  de ontwikkeling van sectorspecifieke netwerken van bevoegde ambtenaren;

c)  de ontwikkeling van sectorspecifieke netwerken van bevoegde ambtenaren;

d)  de ontwikkeling van informatie- en communicatiemiddelen;

d)  de ontwikkeling van informatie- en communicatiemiddelen;

e)  de ontwikkeling van normen, methodologieën en richtsnoeren voor bij de handhaving van de consumentenbelangen betrokken ambtenaren;

e)  de ontwikkeling van normen, methodologieën en richtsnoeren voor de toepassing van deze verordening;

f)  de uitwisseling van hun ambtenaren, met inbegrip van de mogelijkheid om activiteiten uit te voeren uit hoofde van de hoofdstukken III en IV.

 

2.  De in lid 1 vermelde activiteiten worden door de lidstaten gecoördineerd en gezamenlijk georganiseerd.

2.  De in lid 1 bedoelde activiteiten kunnen door de lidstaten worden gecoördineerd en gezamenlijk worden georganiseerd.

3.  De Commissie en de lidstaten delen regelmatig informatie en gegevens met betrekking tot consumentenklachten. Voor dat doeleinde wordt door de Commissie in samenwerking met de lidstaten een geharmoniseerde methodologie voor de classificering van en verslaglegging over consumentenklachten ontwikkeld en bijgehouden.

 

4.  De Commissie kan de nodige uitvoeringshandelingen vaststellen voor de ontwikkeling van het kader voor samenwerking uit hoofde van de leden 1 en 2. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen, in samenwerking met de Commissie, gemeenschappelijke activiteiten uitvoeren op de in lid 1 bedoelde gebieden. De lidstaten ontwikkelen, in samenwerking met de Commissie, een gemeenschappelijk kader voor de in lid 1, onder e), genoemde activiteiten.

2.  De lidstaten kunnen, in samenwerking met de Commissie, gemeenschappelijke activiteiten uitvoeren op de in lid 1 bedoelde gebieden. Zij kunnen, in samenwerking met de Commissie, een gemeenschappelijk kader voor de in lid 1, onder e), bedoelde activiteiten ontwikkelen.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie kan de nodige uitvoeringshandelingen vaststellen voor de ontwikkeling van het in lid 1 bedoelde kader voor de uitwisseling van informatie. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Schrappen

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Informatie die is verzameld krachtens artikel 8 en die wordt meegedeeld aan de bevoegde instanties en de Commissie wordt uitsluitend gebruikt voor het verzekeren van de naleving van de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument.

1.  Informatie die is verzameld door of die wordt meegedeeld aan de bevoegde instanties en de Commissie wordt uitsluitend gebruikt voor het verzekeren van de naleving van de wetgeving van de Unie ter bescherming van de belangen van de consument.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Niettegenstaande het bepaalde in lid 2 kunnen de bevoegde instanties de informatie gebruiken en openbaar maken die nodig is om:

3.  Niettegenstaande het bepaalde in lid 2 en met volledige eerbiediging van de grondrechten van consumenten, zoals het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens alsmede Uniewetgeving inzake de bescherming en verwerking van persoonsgegevens, kunnen de bevoegde instanties de informatie gebruiken en openbaar maken die nodig is om:

Amendement     114

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 3 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  redenen van openbaar belang, zoals openbare veiligheid, consumentenbescherming, volksgezondheid en milieubescherming,

Amendement      115

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Door een bevoegde instantie in een lidstaat in overeenstemming met artikel 8 verkregen bewijsmateriaal, documenten, informatie, toelichtingen en onderzoeksbevinding, mogen zonder nadere formele vereisten door bevoegde instanties in andere lidstaten worden gebruikt voor de inleiding van procedures uit hoofde van deze verordening.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat door een bevoegde instantie in een lidstaat verkregen bewijsmateriaal, documenten, informatie, toelichtingen en onderzoeksbevinding, zonder nadere formele vereisten door bevoegde instanties in andere lidstaten mogen worden gebruikt voor de inleiding van procedures uit hoofde van deze verordening.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Door de Commissie wordt de benodigde elektronische databank opgericht en bijgehouden, waarin zij de informatie opslaat en verwerkt die is ontvangen ter ondersteuning van verzoeken om wederzijdse bijstand krachtens hoofdstuk III, maatregelen krachtens hoofdstuk IV en het toezichtmechanisme krachtens hoofdstuk V. De databank wordt voor raadpleging ter beschikking gesteld aan de bevoegde instanties en aan de Commissie.

1.  Door de Commissie wordt de benodigde elektronische databank opgericht en bijgehouden voor alle communicatie uit hoofde van deze verordening tussen bevoegde instanties, verbindingsbureaus en de Commissie. Deze databank wordt rechtstreeks toegankelijk gemaakt voor de bevoegde instanties, verbindingsbureaus en de Commissie.

Amendement     117

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Informatie die door andere instanties, entiteiten en aangewezen organen is verstrekt, wordt in de elektronische databank opgeslagen en verwerkt, maar deze instanties, entiteiten en aangewezen organen hebben geen toegang tot deze databank.

2.  Informatie die door andere overheidsinstanties, in artikel 35 bedoelde entiteiten en aangewezen organen is verstrekt, wordt in de elektronische databank opgeslagen en verwerkt, maar deze instanties, entiteiten en aangewezen organen hebben geen toegang tot die databank.

Amendement     118

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Wanneer een bevoegde instantie, een aangewezen orgaan of een entiteit als bedoeld in artikel 35 vaststelt dat een krachtens de artikelen 34 en 35 door haar gedane kennisgeving van een inbreuk naderhand ongegrond blijkt te zijn, trekt zij deze kennisgeving in. De Commissie verwijdert de desbetreffende informatie onverwijld uit de databank en brengt de partijen op de hoogte van de redenen van die verwijdering.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een aangezochte instantie de Commissie uit hoofde van artikel 12, lid 3, ervan in kennis stelt dat een inbreuk binnen de Unie is beëindigd;

(a)  een aangezochte bevoegde instantie de Commissie uit hoofde van artikel 12, lid 3, ervan in kennis stelt dat een inbreuk binnen de Unie is beëindigd;

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de coördinerende instantie de Commissie uit hoofde van artikel 19 ervan in kennis stelt dat de wijdverspreide inbreuk is beëindigd of verboden;

(b)  de coördinator de Commissie uit hoofde van artikel 19 ervan in kennis dat de gecoördineerde actie is afgesloten;

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de Commissie uit hoofde van artikel 26 besluit dat de gemeenschappelijke actie met betrekking tot een wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie is afgesloten, met dien verstande dat de toezeggingen van de handelaar worden opgeslagen gedurende een periode van tien jaar om de naleving van de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument te verzekeren;

(c)  de Commissie, als coördinator, uit hoofde van artikel 19 besluit dat de gecoördineerde actie met betrekking tot een wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie is afgesloten, met dien verstande dat de toezeggingen van die handelaar moeten worden opgeslagen gedurende een periode van vijf jaar om de naleving van de Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument te verzekeren;

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie stelt de uitvoeringshandelingen vast die nodig zijn voor de oprichting van de databank. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

4.  De Commissie stelt de uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van de elektronische standaardformulieren en modellen die voor het discussieforum beschikbaar zijn in de databank, via welke alle verzoeken en antwoorden, evenals alle andere documenten, worden uitgewisseld. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Nationale handhavingsplannen en prioritering

Handhavingsplannen en prioritering

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Vanaf xx xx 20xx [de datum van inwerkingtreding van deze verordening] dient elke lidstaat bij de Commissie elke twee jaar een tweejaarlijks handhavingsplan in, met gebruikmaking van een speciaal online standaardformulier dat door de Commissie wordt verstrekt. De handhavingsplannen bevatten in het bijzonder:

1.  Vanaf [de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens elke twee jaar dient elke lidstaat bij de Commissie een handhavingsplan in. Deze handhavingsplannen bevatten:

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  informatie over markttendensen die de belangen van consumenten in hun lidstaat kunnen schaden, zodat kwesties worden benadrukt die waarschijnlijk ook in andere lidstaten spelen;

(a)  informatie over markttendensen die de belangen van consumenten kunnen schaden;

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  in voorkomend geval, een samenvatting van de tenuitvoerlegging van het voorgaande tweejaarlijkse handhavingsplan, met inbegrip van een overzicht van de acties uit hoofde van deze verordening, ontvangen consumenten- en andere klachten, toezichts- en handhavingsactiviteiten en belangrijke gerechtelijke procedures, uitspraken en andere bevelen of maatregelen, en de redenen waarom het voorgaande tweejaarlijkse plan eventueel niet volledig is uitgevoerd;

Schrappen

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  informatie over de organisatie, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de bevoegde instanties evenals eventuele wijzigingen of geplande wijzigingen daarvan;

Schrappen

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de prioriteitsgebieden voor de handhaving van wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument voor de komende twee jaar in de lidstaat;

(d)  de prioriteitsgebieden voor de handhaving van Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument in de betrokken lidstaat;

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  een overzicht van de beschikbare en toegezegde middelen voor de handhaving van de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument in de lidstaat voor de komende twee jaar;

Schrappen

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  een verklaring betreffende de toegezegde middelen voor de uitvoering van deze verordening voor de komende twee jaar.

Schrappen

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De Commissie maakt samenvattingen van de handhavingsplannen openbaar.

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In geval van een aanzienlijke wijziging van de omstandigheden of marktomstandigheden tijdens de twee jaar na de indiening van het laatste handhavingsplan, kunnen de lidstaten een herzien handhavingsplan indienen.

2.  Bij een aanzienlijke wijziging van de omstandigheden of marktomstandigheden, kunnen de lidstaten informatie over die wijzigingen verstrekken wanneer het toepassingsgebied ervan verder gaat dan wat wordt bestreken door het handhavingsplan.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 46

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 46

Schrappen

Toezicht op en uitvoering van nationale handhavingsplannen

 

1.   De Commissie houdt toezicht op de uitvoering van de nationale handhavingsplannen. De Commissie kan advies verstrekken over de uitvoering van nationale handhavingsplannen, benchmarks vaststellen met betrekking tot de benodigde middelen voor de uitvoering van deze verordening en beste praktijken bevorderen.

 

2.   De Commissie stelt de uitvoeringshandelingen vast die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van de online standaardformulieren en de details van de in artikel 45 bedoelde nationale handhavingsplannen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

 

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Beginselen voor het opleggen van sancties voor inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken

Beginselen voor het opleggen van sancties voor inbreuken binnen de Unie, wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij het opleggen van sancties in het kader van inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken, houden de bevoegde instanties onder andere rekening met het volgende:

1.  Bij het opleggen van sancties in het kader van inbreuken binnen de Unie, wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie, houden de bevoegde instanties onder meer rekening met het volgende:

Amendement     136

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten delen de Commissie onverwijld de tekst mee van alle bepalingen van nationaal recht die zij vaststellen, alsmede van de niet ter afhandeling van individuele zaken gesloten overeenkomsten, met betrekking tot in deze verordening geregelde aangelegenheden.

De lidstaten delen de Commissie onverwijld de tekst mee van alle bepalingen van nationaal recht die zij vaststellen, alsook van overeenkomsten, behalve niet ter afhandeling van individuele zaken gesloten overeenkomsten, met betrekking tot in deze verordening geregelde aangelegenheden.

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk op xx xx 20xx [niet later dan zeven jaar nadat deze verordening van toepassing wordt] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening.

Uiterlijk … [vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag bevat een evaluatie van de toepassing van de verordening, inclusief een beoordeling van de doeltreffendheid van de handhaving van de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument op grond van deze verordening en een onderzoek van, onder andere, de manier waarop de naleving van de wetgeving ter bescherming van de belangen van consumenten door handelaren zich heeft ontwikkeld op de belangrijkste consumentenmarkten waar sprake is van grensoverschrijdende handel.

Het verslag bevat een evaluatie van de toepassing van de verordening, inclusief een beoordeling van de doeltreffendheid van de handhaving van de Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van de consument op grond van deze verordening en een onderzoek van, onder meer, de manier waarop de naleving van de Uniewetgeving ter bescherming van de belangen van consumenten door handelaren zich heeft ontwikkeld op de belangrijkste consumentenmarkten waar sprake is van grensoverschrijdende handel. In het bijzonder beoordeelt de Commissie de doeltreffendheid van het volgende:

 

(a)   de uit hoofde van artikel 8 verleende bevoegdheden;

 

(b)   de drempel voor wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie;

 

(c)   het systeem voor de uitwisseling van informatie over inbreuken als bedoeld in artikel 43.

 

Dit verslag gaat, in voorkomend geval, vergezeld van wetgevingsvoorstellen.

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Uiterlijk … [de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens elke twee jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met een overzicht van de informatie, de ontwikkelingen op het gebied van de handhaving van consumentenwetgeving en de statistische informatie die is uitgewisseld in het kader van het bij artikel 33 ingestelde toezichtmechanisme, met inbegrip van ingevoerde waarschuwingen en follow-upacties die zijn ondernomen na externe waarschuwingen, alsook een overzicht van wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie overeenkomstig artikel 16.

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 51

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 51

Schrappen

Wijziging van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2006/2004

 

In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2006/2004 worden de volgende punten toegevoegd:

 

"18.   Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).

 

19.   Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt: artikel 20 (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36).

 

20.   Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 14).

 

21.   Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 1).

 

22.   Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap: artikelen 22, 23 en 24 (PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3).

 

23.   Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen: artikelen 10, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 21, 22, 23, hoofdstuk 10 en bijlagen I en II (PB L 60 van 28.2.2014, blz. 34).

 

24.   Richtlijn 2014/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de vergelijkbaarheid van de in verband met betaalrekeningen aangerekende vergoedingen, het overstappen naar een andere betaalrekening en de toegang tot betaalrekeningen met basisfuncties: artikelen 4 tot en met 18 en artikel 20, lid 2 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 214)."

 

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening is van toepassing met ingang van [één jaar na de datum van haar inwerkingtreding].

Deze verordening is van toepassing met ingang van … [18 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening].

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 51 is evenwel van toepassing met ingang van [de datum van inwerkingtreding van deze verordening].

Schrappen

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Bijlage – punt 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 bis.  Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR consumenten): artikel 14 (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1).

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Bijlage – punt 24 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 ter.  Verordening (EG) nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2560/2001 (PB L 266 van 9.10.2009, blz. 11).

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Bijlage – punt 24 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 quater.  Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (PB L 94 van 30.3.2012, blz. 22).

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Bijlage – punt 24 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 quinquies.  Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Bijlage – punt 24 sexies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 sexies.  Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19).

Amendement     149

Voorstel voor een verordening

Bijlage – punt 24 septies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 septies.  Verordening (EU) .../2017 van het Europees Parlement en de Raad van … betreffende de totstandbrenging van de grensoverschrijdende portabiliteit van online-inhoudsdiensten in de interne markt (PB L ...)+.

 

+ PB: Gelieve het nummer, de datum van vaststelling en de referentie van de bekendmaking van deze verordening (2015/0284(COD)) in te voegen.

Amendement     150

Voorstel voor een verordening

Bijlage – punt 24 octies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 octies.  Verordening .../... van het Europees Parlement en de Raad van … inzake de aanpak van geo-blocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PB L ...)+.

 

+ PB: Gelieve het nummer, de datum van vaststelling en de referentie van de bekendmaking van deze verordening (2016/0152(COD)) in te voegen.

(1)

PB C 34 van 2.2.2017, blz. 100.


TOELICHTING

Achtergrond en het voorstel van de Commissie

In 2003 diende de Commissie voor de eerste keer een voorstel voor een systeem voor grensoverschrijdende samenwerking tussen de nationale autoriteiten in om het markttoezicht en het onderzoeken en vervolgen van grensoverschrijdende inbreuken doeltreffender te maken en op die manier bestaande, door malafide handelaars uitgebuite hiaten te dichten. Verordening (EG) nr. 2006/2004 (de zogeheten "SCB-verordening") werd op 27 oktober 2004 door het Europees Parlement en de Raad vastgesteld en trad in werking op 29 december 2006.

Tien jaar later dient de Commissie een voorstel tot wijziging van de SCB-verordening in om de doeltreffendheid van de voorschriften en procedures voor deze samenwerking te verbeteren, en met name om de uitdagingen van de digitale eengemaakte markt beter te kunnen aangaan. Het voorstel voor een verordening, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 2006/2004, maakt deel uit van het op 25 mei 2016 aangenomen pakket voor elektronische handel. De herziene bepalingen zijn bedoeld ter verbetering van de handhavingsmechanismen die de nationale instanties gebruiken voor het aanpakken van onrechtmatige praktijken die schadelijk zijn voor consumenten in meerdere landen, met name in de e-handel.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur verwelkomt het voorstel van de Commissie en stelt vast dat er op het gebied van de handhaving van consumentenbeschermingswetgeving nog veel te verbeteren valt.

Aangezien handelaars in toenemende mate in de hele interne markt actief zijn, moeten er met betrekking tot voor de Unie relevante inbreuken doelmatige mechanismen bestaan om inconsistente handhavingsbenaderingen voor dezelfde inbreuk te vermijden en dubbele handhavingsinspanningen en -kosten te voorkomen.

Met het oog hierop is de rapporteur van mening dat in het voorstel van de Commissie een juiste inventarisatie wordt gemaakt van de bevoegdheden die de handhavingsinstanties in alle lidstaten nodig hebben (artikel 8) en acht zij dit pakket bevoegdheden een voorafgaande voorwaarde voor een behoorlijke grensoverschrijdende samenwerking bij het aanpakken van inbreuken. Om een doeltreffende samenwerking te bereiken, moeten de handhavingsinstanties in alle lidstaten over deze bevoegdheden beschikken.

De verjaringstermijn voor de uitoefening van bepaalde bevoegdheden in geval van een inbreuk is redelijkerwijs vastgesteld op vijf jaar, welke voor rechtszekerheid zorgt en mogelijk een afschrikkend effect heeft (artikel 5).

De rapporteur steunt de invoering van de nieuwe begrippen "wijdverspreide inbreuk" en "wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie". De rapporteur is echter van mening dat de voorgestelde drempel voor dit laatste type inbreuk te hoog is (artikel 21). Vanwege de complexiteit van het onderzoeken van wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie en de gecoördineerde handhaving waarin wordt voorzien, is de rol van Commissie als coördinerende entiteit noodzakelijk. Daarom is de rapporteur met de schaduwrapporteurs een andere drempel overeengekomen, namelijk een meerderheid van de lidstaten die ten minste een meerderheid van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen (artikel 3).

De rapporteur steunt ook de deelname van consumentenorganisaties, bijvoorbeeld uit hoofde van het waarschuwingsmechanisme waarin wordt voorzien in artikel 34, aangezien entiteiten met een rechtmatig belang in consumentenbescherming zich vaak veel eerder bewust worden van inbreuken dan de bevoegde instanties. In dit verband moet ook worden gezorgd voor een goede werking van de databank en het informatie-uitwisselingssysteem waarin wordt voorzien in artikel 43.

De rapporteur is van mening dat wanneer de geheimhoudingscriteria worden nageleefd, gemeenschappelijke standpunten – het resultaat van het onderzoek en de beoordeling van wijdverspreide inbreuken – of delen daarvan openbaar moeten worden gemaakt om de transparantie te verbeteren en consumenten te informeren over bewezen inbreuken.

De rapporteur is het ermee eens dat een substantieel aantal consumentenbeschermingswetten moet worden toegevoegd aan de lijst van wetgeving die de verordening bestrijkt teneinde handhavingsorganen te helpen bij het aanpakken van problemen als discriminatie van consumenten op grond van het land van verblijf/de nationaliteit van de ontvanger en van alle grensoverschrijdende inbreuken in het algemeen.

De indiening van handhavingsplannen door elke lidstaat (artikel 45) wordt door de rapporteur aanvaard als middel voor de lidstaten om beter prioriteiten te kunnen stellen en de verordening doelmatiger te kunnen toepassen. De rapporteur stelt echter voor om de reeks verplichtingen te beperken tot wat nodig is, onder eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel.

De rapporteur stelt voor dat de Commissie elke twee jaar een verslag indient met een overzicht van de informatie die is uitgewisseld binnen het bij deze verordening ingestelde samenwerkingsmechanisme, waaronder zowel waarschuwingen van bevoegde instanties als waarschuwingen van externe entiteiten moeten vallen. In dit openbare verslag moeten trends en ontwikkelingen op het gebied van de handhaving van consumentenwetgeving worden samengevat.

Voorts meent de rapporteur dat het voorstel kan profiteren van een aantal verbeteringen en heeft ze met haar amendementen gestreefd naar het volgende:

•  Voorzien in duidelijke definities, waaronder van "wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie", "bevoegde instantie", "verbindingsbureau" en "sweep", terwijl de definities die zijn gecodificeerd in het bestaande consumentenacquis (consument, handelaar) kunnen worden gehandhaafd;

•  De "sweeps" uitbreiden naar de offlinesector, omdat consumentenbescherming moet worden gehandhaafd ongeacht het medium (online-/offline-inbreuken);

•  Het grote aantal bevoegdheden voor de Commissie die op een onvoldoende en onduidelijke manier in het voorstel zijn neergelegd, nader specificeren. De rapporteur is onder meer met de schaduwrapporteurs overeengekomen om voor te stellen dat in de basishandeling een termijn van 30 dagen voor het antwoorden op verzoeken wordt opgenomen (artikel 11), en verzoekt de Commissie om door middel van uitvoeringshandelingen redelijke termijnen vast te stellen voor de uitwisseling van informatie en handhavingsverzoeken voor gecoördineerde acties;

•  De structuur van de tekst van het voorstel vereenvoudigen, met name hoofdstuk IV, onder meer om onnodige herhalingen te voorkomen. En, wat de inhoud betreft, samenwerkingsprocedures verduidelijken, onder eerbiediging van rechtstradities op het gebied van wetshandhaving;

•  De rol van de Commissie verduidelijken, met name uit hoofde van hoofdstuk III inzake het mechanisme voor wederzijdse bijstand en hoofdstuk IV inzake wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie;

•  De procedure voor het inleiden van gecoördineerde acties en de aanwijzing van een coördinator in geval van een kennisgeving van een wijdverspreide inbreuk verduidelijken;

•  De coördinerende rol van het verbindingsbureau, die in elke lidstaat moet worden toevertrouwd aan een instantie die over voldoende bevoegdheden en middelen beschikt om deze belangrijke rol te vervullen, nader invullen;

•  De locatie van de handelaar schrappen als het belangrijkste criterium voor het aanwijzen van de bevoegde instantie die de handhavingsmaatregelen neemt (artikel 25 als gewijzigd in artikel 18 bis).


BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst is op zuiver vrijwillige basis en onder exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld. De rapporteur heeft bij het voorbereiden van dit ontwerpverslag input ontvangen van de volgende entiteiten of personen, tot aan de goedkeuring ervan in de commissie:

Entiteit en/of persoon

BEUC, de Europese consumentenorganisatie

BusinessEurope

CENTR, vereniging van Europese nationale registers van landcodetopniveaudomeinen

česká obchodní inspekce (Tsjechische handelsinspectieautoriteit)

Tsjechisch Telecommunicatiebureau

CDE, Confederatie van Deense ondernemingen

ECC France, Europees Consumentencentrum Frankrijk

EuroCommerce

ECTAA, de vereniging van Europese reisagenten en touroperators

EuroISPA, de Europese vereniging van internetproviders

Prof. Dr. Evelyne Terryn, professor consumentenwetgeving, KU Leuven, België

FEDMA, federatie van Europese bureaus voor direct en interactieve marketing

Google

HDE, Handelsverband Deutschland (Duitse winkeliersfederatie)

Ministerie van Economische Zaken van Portugal, directoraat-generaal Consumenten

Ministerie van Handel en Industrie van de Tsjechische Republiek

Permanente vertegenwoordiging van de Republiek Bulgarije bij de EU

Regering van het Verenigd Koninkrijk

WKO, Wirtschaftskammer Österreich (Oostenrijkse federale economische kamer)

ZAW, Zentralverband der deutschen Werbewirtschaft (Duitse federatie van reclamebureaus)


ADVIES van de Commissie juridische zaken (8.3.2017)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming.

(COM(2016)0283 – C8-0194/2016 – 2016/0148(COD))

Rapporteur voor advies Kostas Chrysogonos

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  Artikel 4, lid 2, letter f), artikel 12, artikel 114, lid 3, en artikel 169 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 38 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie vormen het primair recht voor het beleid op het gebied van consumentenbescherming,

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging -1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 bis)  In artikel 169 VWEU worden de bevordering van de belangen van de consumenten en het waarborgen van een hoog niveau van consumentenbescherming genoemd als specifieke doelstellingen van het consumentenbeleid. Hiertoe dient de Unie bij te dragen tot de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en de economische belangen van de consumenten, alsmede tot de bevordering van hun recht op voorlichting en vorming, en hun recht van vereniging om hun belangen te behartigen,

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging -1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 ter)  In artikel 197 VWEU inzake administratieve samenwerking wordt het belang erkend van doeltreffende uitvoering van het recht van de Unie door de lidstaten en worden de grenzen vastgelegd waarbinnen de Unie en de lidstaten in dit verband moeten handelen,

Amendement     4

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad61 voorziet in geharmoniseerde voorschriften en procedures om de samenwerking te bevorderen tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van grensoverschrijdende wetgeving inzake consumentenbescherming. Artikel 21 bis voorziet in een toetsing van de doeltreffendheid en de operationele mechanismen van die verordening en op grond van dat artikel heeft de Commissie geconcludeerd dat Verordening (EG) nr. 2006/2004 niet toereikend is om op doeltreffende wijze op de interne markt en met name op de digitale eengemaakte markt de uitdagingen op het gebied van handhaving aan te gaan.

(1)  Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad61 voorziet in geharmoniseerde voorschriften en procedures om de samenwerking te bevorderen tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van grensoverschrijdende wetgeving inzake consumentenbescherming. Artikel 21 bis van Verordening (EG) nr. 2006/2004 voorziet in een toetsing van de doeltreffendheid en de operationele mechanismen van die verordening en op grond van dat artikel heeft de Commissie geconcludeerd dat Verordening (EG) nr. 2006/2004 niet toereikend is om op doeltreffende wijze op de interne markt en met name op de digitale eengemaakte markt de uitdagingen op het gebied van handhaving aan te gaan. Uit het verslag van de Commissie blijkt dat de huidige verordening moet worden vervangen om te kunnen reageren op de uitdagingen van de digitale economie en de ontwikkeling van de grensoverschrijdende detailhandel in de EU,

_________________

_________________

61 Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1).

61 Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1).

Amendement     5

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  In de door de Commissie op 6 mei 2015 vastgestelde strategie voor de digitale eengemaakte markt werd het verbeteren van het consumentenvertrouwen door middel van snelle, flexibele en consistente handhaving van consumentenvoorschriften geïdentificeerd als een van de prioriteiten. In de door de Commissie op 28 oktober 2015 vastgestelde strategie voor de eengemaakte markt werd herhaald dat de handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming van de Unie verder moet worden versterkt door de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming.

(2)  In de door de Commissie op 6 mei 2015 vastgestelde strategie voor de digitale eengemaakte markt werd het verbeteren van het consumentenvertrouwen door middel van snelle en consistente handhaving van consumentenvoorschriften geïdentificeerd als een van de prioriteiten. In de door de Commissie op 28 oktober 2015 vastgestelde strategie voor de eengemaakte markt werd herhaald dat de handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming van de Unie verder moet worden versterkt door de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming.

Amendement     6

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Dankzij de ineffectieve handhaving van grensoverschrijdende inbreuken, met name op het digitale domein, die hiervan het gevolg is, kunnen handelaren handhaving voorkomen door zich binnen de Unie elders te vestigen, wat leidt tot een verstoring van de mededinging voor handelaren die zich aan de wet houden en hun activiteiten nationaal of grensoverschrijdend uitvoeren, waardoor consumenten rechtstreeks schade wordt berokkend en het vertrouwen van de consument in grensoverschrijdende transacties en de interne markt wordt ondermijnd. Een hoger niveau van harmonisatie waarbij doeltreffende en efficiënte samenwerking op het gebied van handhaving wordt ingevoerd tussen bevoegde openbare handhavingsinstanties is derhalve noodzakelijk om inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken op te sporen en te onderzoeken en de beëindiging daarvan te gelasten.

(3)  Dankzij de ineffectieve handhaving van grensoverschrijdende inbreuken, met name op het digitale domein, die hiervan het gevolg is, kunnen handelaren handhaving voorkomen door zich binnen de Unie elders te vestigen, wat leidt tot een verstoring van de mededinging voor handelaren die zich aan de wet houden en hun activiteiten nationaal of grensoverschrijdend uitvoeren, waardoor consumenten rechtstreeks schade wordt berokkend en het vertrouwen van de consument in grensoverschrijdende transacties en de interne markt wordt ondermijnd. Een hoger niveau van harmonisatie waarbij doeltreffende en efficiënte samenwerking op het gebied van handhaving wordt ingevoerd tussen bevoegde openbare handhavingsinstanties is derhalve noodzakelijk om een efficiënte en proportionele reactie te geven op wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie die consumenten en de interne markt aanzienlijke schade berokkenen.

Amendement     7

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Om de rechtszekerheid en de effectiviteit van de uitvoeringsmaatregelen met betrekking tot grensoverschrijdende inbreuken te waarborgen, moet een verjaringstermijn worden ingevoerd. Hiertoe moet een ondubbelzinnige termijn worden vastgesteld waarbinnen de bevoegde instanties in het kader van de handhaving van voorschriften van toepassing op grensoverschrijdende inbreuken sancties moeten kunnen opleggen en de compensatie van consumenten of de terugbetaling van dankzij de inbreuk behaalde winst moeten kunnen gelasten,

Amendement     8

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De bevoegde instanties moeten beschikken over een reeks minimumbevoegdheden op het gebied van onderzoek en handhaving om deze verordening op doeltreffende wijze toe te passen, om met elkaar samen te werken en om handelaren te weerhouden van het plegen van inbreuken in de Unie en wijdverspreide inbreuken. Deze bevoegdheden moeten toereikend zijn om de problemen met betrekking tot handhaving aan te pakken op het gebied van elektronische handel en de digitale omgeving, waar de mogelijkheden van een handelaar om zijn identiteit op eenvoudige wijze te verhullen of te wijzigen een bijzondere bron van zorg vormen. Deze bevoegdheden moeten waarborgen dat bewijs op geldige wijze tussen de bevoegde instanties kan worden uitgewisseld om zo in alle lidstaten een doeltreffende handhaving van gelijkwaardig niveau te bereiken.

(6)  De bevoegde instanties moeten beschikken over een reeks minimumbevoegdheden op het gebied van onderzoek en handhaving om deze verordening op doeltreffende wijze toe te passen, om te zorgen voor een efficiënte en vanuit juridisch oogpunt solide grensoverschrijdende samenwerking en om handelaren te weerhouden van het plegen van inbreuken in de Unie en wijdverspreide inbreuken. Deze bevoegdheden moeten afgewogen, adequaat en toereikend zijn om de problemen met betrekking tot handhaving aan te pakken op het gebied van elektronische handel en de digitale omgeving, waar de mogelijkheden van een handelaar om zijn identiteit op eenvoudige wijze te verhullen of te wijzigen een bijzondere bron van zorg vormen. Deze bevoegdheden moeten waarborgen dat informatie en bewijs op geldige wijze tussen de bevoegde instanties kunnen worden uitgewisseld om zo in alle lidstaten een doeltreffende handhaving van gelijkwaardig niveau te bereiken.

Amendement     9

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De lidstaten kunnen kiezen of de bevoegde instanties deze bevoegdheden rechtstreeks krachtens eigen gezag uitoefenen of door middel van de indiening van een verzoek bij de bevoegde rechtbank. Wanneer de lidstaten ervoor kiezen dat de bevoegde instanties hun bevoegdheden uitoefenen door een verzoek in te dienen bij de bevoegde rechtbank, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat deze bevoegdheden op doeltreffende en tijdig kunnen worden uitgeoefend en dat de kosten voor het uitoefenen van deze bevoegdheden evenredig is en de toepassing van deze verordening niet belemmert.

(7)  Deze verordening laat de vrijheid van de lidstaten om een door hen passend geacht handhavingssysteem te kiezen, onverlet. De lidstaten kunnen kiezen of de bevoegde instanties deze bevoegdheden rechtstreeks krachtens eigen gezag uitoefenen of door middel van de indiening van een verzoek bij de bevoegde rechtbank. Wanneer de lidstaten ervoor kiezen dat de bevoegde instanties hun bevoegdheden uitoefenen door een verzoek in te dienen bij de bevoegde rechtbank, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat deze bevoegdheden op doeltreffende en tijdig kunnen worden uitgeoefend en dat de kosten voor het uitoefenen van deze bevoegdheden evenredig is en de toepassing van deze verordening niet belemmert.

Amendement     10

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De bevoegde instanties moeten in staat zijn op eigen initiatief een onderzoek te starten wanneer hun op andere wijze dan via klachten van consumenten inbreuken binnen de Unie of wijdverspreide inbreuken ter kennis komen. Dit is met name noodzakelijk om een doeltreffende samenwerking te waarborgen tussen bevoegde instanties bij de aanpak van wijdverspreide inbreuken.

(9)  De bevoegde instanties moeten in staat zijn op eigen initiatief een onderzoek te starten wanneer hun op andere wijze dan via klachten van consumenten inbreuken binnen de Unie of wijdverspreide inbreuken ter kennis komen. Dit is met name noodzakelijk om een doeltreffende samenwerking te waarborgen tussen bevoegde instanties bij de aanpak van wijdverspreide inbreuken, alsmede om nationale rechtsgebieden te steunen bij de tenuitvoerlegging van Verordening 44/2001 van de Raad 1bis,

 

_________________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (OJ L 12, 16.1.2001, blz. 1).

Amendement     11

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  De bevoegde instanties moeten toegang hebben tot alle benodigde bewijsstukken, gegevens en informatie om vast te kunnen stellen of er sprake is van een inbreuk binnen de Unie of een wijdverspreide inbreuk en in het bijzonder om de verantwoordelijke handelaar te identificeren, ongeacht wie deze bewijsstukken, informatie of gegevens in bezit heeft, waar deze zich bevinden en welke vorm ze hebben. De bevoegde instanties moeten externe partijen in de digitale waardeketen rechtstreeks kunnen verzoeken om alle benodigde bewijsstukken, gegevens en informatie te verstrekken.

(10)  De bevoegde instanties moeten toegang hebben tot alle benodigde bewijsstukken, gegevens en informatie om vast te kunnen stellen of er sprake is van een inbreuk binnen de Unie of een wijdverspreide inbreuk en in het bijzonder om de verantwoordelijke handelaar te identificeren, ongeacht wie deze bewijsstukken, informatie of gegevens in bezit heeft, waar deze zich bevinden en welke vorm ze hebben. De bevoegde instanties moeten externe partijen in de digitale waardeketen, inclusief partijen die gevestigd zijn in niet-EU-lidstaten, rechtstreeks kunnen verzoeken om alle benodigde bewijsstukken, gegevens en informatie te verstrekken; in de digitale omgeving zou bijzondere aandacht moeten worden verleend aan handelaren en diensten die wijdverspreide inbreuken veroorzaken op Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad 1bis, Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad1ter en van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad1quater, en die gemeenschappelijke actie overeenkomstig artikel 21 zouden kunnen rechtvaardigen,

 

_________________

 

1 bis Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281, 23.11.1995, blz. 31).

 

1 ter Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201, 31.7.2002, blz. 37).

 

1 quater Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119, 4.5.2016, blz. 1).

Amendement     12

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  De bevoegde instanties moeten de noodzakelijke inspecties ter plaatse kunnen uitvoeren en over de bevoegdheid beschikken om alle kantoren, terreinen of vervoersmiddelen te betreden waarvan de handelaar gebruikmaakt voor doeleinden die betrekking hebben op zijn handel, bedrijf, ambacht of beroep,

Amendement     13

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Met name in de digitale omgeving moeten de bevoegde instanties snel en doeltreffend een einde kunnen maken aan inbreuken, zeker wanneer de handelaar die goederen of diensten verkoopt zijn identiteit verhult of zich elders vestigt binnen de Unie of in een derde land om zo handhaving te voorkomen. In gevallen waar het risico bestaat op ernstige en onherstelbare schade voor consumenten, moeten de bevoegde instanties tijdelijke maatregelen kunnen vaststellen om deze schade te voorkomen of te beperken, waaronder, indien nodig, de opschorting van een website, domein of soortgelijke digitale site, dienst of account. Bovendien moeten de bevoegde instanties de bevoegdheid hebben om een website, domein of soortgelijke digitale site, dienst of account offline te halen of door een externe dienstverlener offline te laten halen.

(12)  Met name in de digitale omgeving moeten de bevoegde instanties effectieve en transparante maatregelen kunnen nemen om snel en doeltreffend een einde te maken aan inbreuken, zeker wanneer de handelaar die goederen of diensten verkoopt zijn identiteit verhult of zich elders vestigt binnen de Unie of in een derde land om zo handhaving te voorkomen. In gevallen waar het risico bestaat op ernstige en onherstelbare schade voor consumenten, moeten de bevoegde instanties tijdelijke maatregelen kunnen vaststellen om deze schade te voorkomen of te beperken, waaronder, indien nodig, het verplichten van aanbieders van hostingdiensten om inhoud te verwijderen of een website, dienst of account op te schorten of het verplichten van een domeinregister of -aanbieder om een volledig gekwalificeerde domeinnaam voor een bepaalde periode te deactiveren. Bovendien moeten de bevoegde instanties de bevoegdheid hebben om een aanbieder van hostingdiensten te verzoeken inhoud te verwijderen of een website, dienst of account of een gedeelte daarvan offline te halen of een domeinregister of -aanbieder te gelasten een volledig gekwalificeerde domeinnaam te schrappen. Maatregelen om inhoud te verwijderen kunnen echter schadelijk zijn voor de vrijheid van meningsuiting en van informatie, en kunnen ook ondoeltreffend zijn, omdat in de zich snel ontwikkelende digitale omgeving inhoud even snel opnieuw verschijnt als dat hij werd verwijderd. Maatregelen om de onlineverspreiding, of het op andere wijze beschikbaar maken, van inhoud aan het publiek moeten daarom altijd in overeenstemming zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, niet verder gaan dan nodig en proportioneel is en worden getroffen met voorafgaande toestemming van de rechter.

Amendement     14

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  Het doel van deze verordening is op een doeltreffende manier een einde maken aan inbreuken en schade voor consumenten voorkomen en compenseren. Alle handhavingsmaatregelen moeten dan ook gericht zijn op het aanpakken van de oorzaken van de inbreuken in plaats van de presentatielaag, en er mogen alleen als laatste redmiddel, indien de verwijdering van inhoud niet is gelukt, maatregelen voor een domeinnaam worden getroffen.

Amendement     15

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De doeltreffendheid en de doelmatigheid van het mechanisme voor wederzijdse bijstand moet worden verbeterd. De gevraagde informatie moet tijdig worden verstrekt en de benodigde handhavingsmaatregelen moeten tijdig worden vastgesteld. De Commissie moet derhalve met behulp van uitvoeringsmaatregelen bindende termijnen vaststellen waarbinnen de bevoegde instanties moeten reageren op verzoeken om informatie en handhaving en procedurele en andere aspecten van de afhandeling van verzoeken om informatie en handhaving verduidelijken.

(15)  De doeltreffendheid en de doelmatigheid van het mechanisme voor wederzijdse bijstand moet worden verbeterd. De gevraagde informatie moet binnen duidelijke termijnen worden verstrekt en de benodigde handhavingsmaatregelen moeten tijdig en op transparante wijze worden vastgesteld. De Commissie moet derhalve met behulp van uitvoeringsmaatregelen duidelijke en bindende termijnen vaststellen waarbinnen de bevoegde instanties moeten reageren op verzoeken om informatie en handhaving en procedurele en andere aspecten van de afhandeling van verzoeken om informatie en handhaving verduidelijken.

Amendement     16

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De gecoördineerde controle van online websites voor elektronische handel ("sweeps") is een andere vorm van handhavingscoördinatie die zich heeft bewezen als een doeltreffend hulpmiddel tegen inbreuken dat moet worden behouden en in de toekomst worden versterkt.

(18)  De gecoördineerde controle van online websites voor elektronische handel ("sweeps") is een andere vorm van handhavingscoördinatie die zich heeft bewezen als een doeltreffend hulpmiddel tegen inbreuken dat moet worden behouden en in de toekomst worden versterkt, onder meer door de toepassing ervan uit te breiden tot offlinesectoren.

Amendement     17

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie kunnen op grote schaal schade toebrengen aan een meerderheid van de consumenten in de Unie. Deze inbreuken vereisen daarom een specifieke coördinatieprocedure op het niveau van de Unie, waarbij de Commissie verplicht als coördinator optreedt. Om te waarborgen dat de procedure op tijdige, samenhangende en doeltreffende wijze wordt gestart en dat de omstandigheden op uniforme wijze worden geverifieerd, moet de Commissie de leiding hebben over de verificatie of aan de voorwaarden voor het starten van de procedure is voldaan. Bewijsstukken en informatie die tijdens de gemeenschappelijke actie zijn verzameld, moeten, indien nodig, naadloos kunnen worden gebruikt in nationale procedures.

(19)  In het geval van wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie die de collectieve belangen van de consumenten in het merendeel van de lidstaten kunnen schaden, dient de Commissie een coördinatieprocedure op het niveau van de Unie in te leiden en te coördineren. Met het oog op een samenhangende procedure moet de Commissie de leiding hebben over de verificatie of aan de voorwaarden voor het starten van de procedure is voldaan. Bewijsstukken en informatie die tijdens de gecoördineerde actie zijn verzameld, moeten, indien nodig, naadloos kunnen worden gebruikt in nationale procedures.

Amendement     18

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  In het kader van wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie moeten de rechten op verdediging van de betrokken handelaren worden geëerbiedigd. Hiervoor is in het bijzonder vereist dat de handelaar het recht heeft om gehoord te worden en om de taal van zijn keuze te gebruiken tijdens de procedure.

(20)  In het kader van inbreuken, wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie moeten de toegang tot de rechter en de rechten op verdediging van de betrokken handelaren worden geëerbiedigd. Hiervoor is o.a. in het bijzonder vereist dat de handelaar het recht heeft om gehoord te worden en om de taal van zijn keuze te gebruiken tijdens de procedure.

Amendement     19

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Teneinde de ontwikkelingen op het gebied van de toepassing van de wetgeving op het gebied van consumentenbescherming te kunnen analyseren, dient de Commissie regelmatig verslagen voor te leggen waarin zij de in het kader van de samenwerking in de zin van deze verordening verkregen informatie en statistieken op het gebied van de handhaving van de consumentenwetgeving samenvat.

Amendement     20

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Gegevens die verband houden met klachten van consumenten kunnen beleidsmakers op nationaal niveau en op het niveau van de Unie helpen bij de beoordeling van het functioneren van consumentenmarkten en de opsporing van inbreuken. Teneinde de uitwisseling van dergelijke gegevens op het niveau van de Unie te faciliteren, heeft de Commissie een aanbeveling vastgesteld inzake het gebruik van een geharmoniseerde methode voor de indeling en rapportage van consumentenklachten en -vragen62. Deze aanbeveling moet worden uitgevoerd om samenwerking op het gebied van handhaving volledig te ondersteunen en om de opsporing van inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken te faciliteren.

(25)  Gegevens die verband houden met klachten van consumenten kunnen beleidsmakers op nationaal niveau en op het niveau van de Unie helpen bij de beoordeling van het functioneren van consumentenmarkten en de opsporing van inbreuken of de risico's op inbreuken. Teneinde de uitwisseling van dergelijke gegevens op het niveau van de Unie te faciliteren, heeft de Commissie een aanbeveling vastgesteld inzake het gebruik van een geharmoniseerde methode voor de indeling en rapportage van consumentenklachten en -vragen62. De lidstaten moeten deze aanbeveling uitvoeren om de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van handhaving volledig te ondersteunen en aan te moedigen en om de opsporing van inbreuken binnen de Unie en wijdverspreide inbreuken te faciliteren.

_________________

_________________

62 Aanbeveling van de Commissie inzake het gebruik van een geharmoniseerde methode voor de indeling en rapportage van consumentenklachten en -vragen (2010/304/EU, PB L 136 van 2.6.2010, blz. 1).

62 Aanbeveling van de Commissie inzake het gebruik van een geharmoniseerde methode voor de indeling en rapportage van consumentenklachten en -vragen (2010/304/EU, PB L 136 van 2.6.2010, blz. 1).

Amendement     21

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis)  De Europese procedure voor geringe vorderingen moet worden gepromoot als alternatief voor de bestaande procedures waarin de wetgevingen van de lidstaten voorzien. Een arrest dat is vastgesteld in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen wordt erkend en is uitvoerbaar in alle overige lidstaten zonder dat een verklaring van uitvoerbaarheid noodzakelijk is. Deze procedure is een goedkope en eenvoudige manier om een grensoverschrijdende claim in burgerlijke en handelszaken in te dienen;

Amendement     22

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie70 worden erkend. Deze verordening dient dan ook met eerbiediging van die rechten en beginselen te worden uitgelegd en toegepast. Bij de uitoefening van de in deze verordening vastgelegde minimumbevoegdheden moeten de bevoegde instanties een juiste balans zien te vinden tussen de belangen die door de grondrechten worden beschermd, zoals een hoog niveau van consumentenbescherming, de vrijheid van ondernemerschap en de vrijheid van informatie.

(35)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie70 worden erkend. Deze verordening dient dan ook met eerbiediging van die rechten en beginselen te worden uitgelegd en toegepast. Bij de uitoefening van de in deze verordening vastgelegde minimumbevoegdheden moeten de bevoegde instanties garanderen dat het evenredigheidsbeginsel wordt geëerbiedigd en een juiste balans zien te vinden tussen de belangen die door de grondrechten worden beschermd, zoals een hoog niveau van consumentenbescherming, de vrijheid van ondernemerschap, vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van informatie.

_________________

_________________

70 PB C 364 van 18.12.2000, blz. 1.

70 PB C 364 van 18.12.2000, blz. 1.

Amendement     23

Voorstel voor een verordening

Overweging 35 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(35 bis)  Deze verordening dient te worden geïnterpreteerd en uitgevoerd en toegepast met inachtneming van de voorschriften van de Unie betreffende de bescherming en de verwerking van persoonsgegevens,

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.  Deze verordening laat de mogelijkheid van privaatrechtelijke handhaving of het instellen van een schadevordering krachtens nationaal recht onverlet.

Amendement     25

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 8 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 ter.  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden erkend.

Amendement     26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i)  "schade aan de collectieve belangen van consumenten": daadwerkelijke of mogelijke schade aan de belangen van een aantal consumenten die betrokken zijn bij inbreuken binnen de Unie of wijdverspreide inbreuken en waarvan het bestaan met name zal worden aangenomen wanneer de inbreuk mogelijk of daadwerkelijk een aanzienlijk aantal consumenten in een soortgelijke situatie schade heeft toegebracht, schade toebrengt of waarschijnlijk schade zal toebrengen.

(i)  "schade aan de collectieve belangen van consumenten": daadwerkelijke of mogelijke schade aan de belangen van een redelijk aantal consumenten die betrokken zijn bij inbreuken binnen de Unie of wijdverspreide inbreuken en waarvan het bestaan met name zal worden aangenomen wanneer de inbreuk mogelijk of daadwerkelijk een redelijk aantal consumenten in een soortgelijke situatie schade heeft toegebracht, schade toebrengt of waarschijnlijk schade zal toebrengen.

Amendement     27

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegde instanties mogen de in artikel 2 bedoelde inbreuken onderzoeken en handelaren verbieden dergelijke inbreuken in de toekomst te plegen. De bevoegde instanties kunnen sancties opleggen voor deze inbreuken binnen vijf jaar na de beëindiging van de inbreuk.

1.  De bevoegde instanties mogen de in artikel 2 bedoelde inbreuken onderzoeken en handelaren verbieden dergelijke inbreuken in de toekomst te plegen. De bevoegde instanties kunnen binnen een termijn van vijf jaar na de beëindiging van de inbreuk gebruikmaken van de in artikel 8, lid 2, letters (m), (n) en (o) vermelde bevoegdheden.

Amendement     28

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De verjaringstermijn voor het opleggen van sancties vangt aan op de dag waarop de inbreuk is beëindigd.

2.  De verjaringstermijn voor de uitoefening van de in lid 1 vermelde bevoegdheden vangt aan op de dag waarop de inbreuk is beëindigd.

Amendement     29

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Acties die door de bevoegde instantie wordt genomen ten behoeve van onderzoeks- of handhavingsprocedures met betrekking tot de inbreuk, schorten de verjaringstermijn voor het opleggen van sancties op totdat er een eindbesluit over de kwestie is vastgesteld. De verjaringstermijn voor het opleggen van sancties wordt opgeschort zo lang het besluit, het bevel of een andere actie van de bevoegde instantie het voorwerp vormt van een bij de rechtbank aanhangig gemaakte procedure.

3.  Acties die door de bevoegde instantie wordt genomen ten behoeve van onderzoeks- of handhavingsprocedures met betrekking tot de inbreuk, schorten de verjaringstermijn voor de uitoefening van de in lid 1 vermelde bevoegdheden op totdat er een eindbesluit over de kwestie is vastgesteld. De verjaringstermijn voor de uitoefening van de in lid 1 vermelde bevoegdheden wordt opgeschort zo lang het besluit, het bevel of een andere actie van de bevoegde instantie het voorwerp vormt van een bij de rechtbank aanhangig gemaakte procedure.

Amendement     30

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaten waarborgen dat bevoegde instanties en verbindingsbureaus beschikken over voldoende middelen voor de toepassing van deze verordening en voor het doeltreffende gebruik van hun bevoegdheden uit hoofde van artikel 8, waaronder toereikende begrotings- en andere middelen, kennis, procedures en andere regelingen.

5.  De lidstaten waarborgen dat bevoegde instanties en verbindingsbureaus beschikken over de nodige middelen die toereikend zijn voor de toepassing van deze verordening en voor het doeltreffende gebruik van hun bevoegdheden uit hoofde van artikel 8, waaronder begrotings- en andere middelen, kennis, procedures en andere regelingen.

Amendement     31

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke bevoegde instantie heeft de voor de toepassing van deze verordening vereiste onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden en oefent deze uit in overeenstemming met deze verordening en het nationale recht.

1.  Elke bevoegde instantie heeft de voor de toepassing van deze verordening vereiste onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden en -middelen en oefent deze uit in overeenstemming met deze verordening en het nationale recht.

Amendement     32

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke bevoegde instantie beschikt ten minste over de volgende bevoegdheden en oefent deze uit onder de in artikel 9 vastgestelde voorwaarden:

2.  Elke bevoegde instantie beschikt ten minste over de volgende bevoegdheden en oefent deze uit onder de in artikel 9 vastgestelde voorwaarden voor de uitoefening van de taken die bij deze verordening aan haar zijn toegekend:

Amendement     33

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  gelasten van de overlegging door elke natuurlijke of rechtspersoon, waaronder banken, aanbieders van internetdiensten, domeinregisters en -administrateurs en aanbieders van hostingdiensten, van alle relevante informatie, gegevens of documenten in elk formaat of elke vorm en ongeacht het medium waarop of de locatie waar ze zijn opgeslagen, ten behoeve van onder andere het identificeren en volgen van financiële en gegevensstromen of het vaststellen van de identiteit van personen die betrokken zijn bij financiële en gegevensstromen, informatie over bankrekeningen en de eigendom van websites;

(b)  gelasten, in overeenstemming met de Unievoorschriften inzake gegevensbescherming en met volledige inachtneming van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op gegevensbescherming dat is verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, van de overlegging door elke natuurlijke of rechtspersoon, waaronder banken, aanbieders van internetdiensten, aanbieders van betaaldiensten, domeinregisters en -administrateurs en aanbieders van hostingdiensten, van alle relevante informatie, gegevens of documenten in elk formaat of elke vorm en ongeacht het medium waarop of de locatie waar ze zijn opgeslagen, ten behoeve van het identificeren en volgen van financiële en gegevensstromen of het vaststellen van de identiteit van personen die betrokken zijn bij financiële en gegevensstromen, informatie over bankrekeningen en de eigendom van websites voor zover die informatie, gegevens of documenten relevant zijn voor het onderzoek;

Amendement     34

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  gelasten van de overlegging door alle overheidsdiensten, -organen of -agentschappen in de lidstaat van de bevoegde instantie van alle relevante informatie, gegevens of documenten in elk formaat of elke vorm en ongeacht het medium waarop of de locatie waar ze zijn opgeslagen, ten behoeve van onder andere het identificeren en volgen van financiële en gegevensstromen of het vaststellen van de identiteit van personen die betrokken zijn bij financiële en gegevensstromen, informatie over bankrekeningen en de eigendom van websites;

(c)  gelasten van de overlegging door alle overheidsdiensten, -organen of -agentschappen in de lidstaat van de bevoegde instantie van alle relevante informatie, gegevens of documenten in elk formaat of elke vorm en ongeacht het medium waarop of de locatie waar ze zijn opgeslagen, ten behoeve van het identificeren en volgen van financiële en gegevensstromen of het vaststellen van de identiteit van personen die betrokken zijn bij financiële en gegevensstromen, informatie over bankrekeningen en de eigendom van websites voor zover die informatie, gegevens of documenten relevant zijn voor het onderzoek;

Amendement     35

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  vaststellen van tijdelijke maatregelen om het risico op ernstige en onherstelbare schade voor consumenten te voorkomen, in het bijzonder het tijdelijk offline halen van een website, domein of soortgelijke digitale site, dienst of account;

(g)  vaststellen van tijdelijke maatregelen om het risico op ernstige en onherstelbare schade voor consumenten te voorkomen, in het bijzonder maatregelen die aanbieders van hostingdiensten verplichten om inhoud te verwijderen of een website, dienst of account op te schorten of domeinregisters of -aanbieders verplichten om een volledig gekwalificeerde domeinnaam voor een bepaalde periode te deactiveren, op voorwaarde dat alle genomen maatregelen om de onlineverspreiding, of het op andere wijze beschikbaar maken, van inhoud aan het publiek te beperken, in overeenstemming zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, niet verder gaan dan nodig en proportioneel zijn;

Amendement     36

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter l

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(l)  offline halen van een website, domein of soortgelijke digitale site, dienst of account of een gedeelte daarvan, waaronder door een derde of een andere overheidsinstantie te verzoeken een dergelijke maatregel uit te voeren;

(l)  een aanbieder van hostingdiensten gelasten, indien de handelaar niet doeltreffend reageert binnen een redelijke termijn op een schriftelijk verzoek van een bevoegde instantie om de beëindiging van een inbreuk, om inhoud te verwijderen of een website, dienst of account of een gedeelte daarvan offline te halen of een domeinregister of -aanbieder gelasten om een volledig gekwalificeerde domeinnaam te schrappen en deze door de betrokken bevoegde instantie laten opnemen in een register; offline halen van een website, domein of soortgelijke digitale site, dienst of account of een gedeelte daarvan, op voorwaarde dat alle genomen maatregelen om de onlineverspreiding, of het op andere wijze beschikbaar maken, van inhoud aan het publiek te beperken, in lijn zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, niet verder gaan dan nodig en proportioneel zijn en worden getroffen met voorafgaande toestemming van de rechter,

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegde instanties oefenen de in artikel 8 vastgestelde bevoegdheden in overeenstemming met deze verordening en het nationale recht als volgt uit:

1.  De bevoegde instanties oefenen de in artikel 8 vastgestelde bevoegdheden in overeenstemming met deze verordening en het nationale recht en met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie als volgt uit:

Amendement     38

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de voorwaarden zijn vastgesteld voor de uitvoering en uitoefening van de in artikel 8 bedoelde minimumbevoegdheden van de bevoegde instanties. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

Schrappen

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Bescherming van persoonsgegevens

 

Deze Verordening wordt toegepast met volledige inachtneming van de bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad1bis en Verordening (EU)2016/679 van het Europees Parlement en de Raad1ter.

 

___________________

 

1 bis Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

 

1 ter Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

Amendement     40

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een aangezochte instantie verstrekt, op verzoek van een verzoekende instantie alle relevante informatie die nodig is om vast te stellen of er sprake is van een inbreuk binnen de Unie en om de beëindiging van die inbreuk te bewerkstelligen. De aangezochte instantie stelt de Commissie onverwijld in kennis van het verzoek om informatie en van haar antwoord.

1.  Een aangezochte instantie verstrekt de verzoekende instantie op diens verzoek onverwijld, en in elk geval binnen 14 dagen, alle relevante informatie die nodig is om vast te stellen of er sprake is van een inbreuk binnen de Unie en om de beëindiging van die inbreuk te bewerkstelligen. De aangezochte instantie stelt de Commissie onverwijld in kennis van het verzoek om informatie en van haar antwoord.

Amendement     41

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een aangezochte instantie neemt, op verzoek van een verzoekende instantie, alle noodzakelijke handhavingsmaatregelen om de inbreuk binnen de Unie te beëindigen of verbieden, onder meer door het opleggen van sancties en het gelasten of faciliteren van de compensatie van consumenten voor de door de inbreuk veroorzaakte schade.

1.  Een aangezochte instantie neemt onverwijld, op verzoek van een verzoekende instantie, alle noodzakelijke handhavingsmaatregelen om de inbreuk binnen de Unie te beëindigen of verbieden, onder meer door het opleggen van sancties en het gelasten of faciliteren van de compensatie van consumenten voor de door de inbreuk veroorzaakte schade.

Amendement     42

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij verzoeken om wederzijdse bijstand waarborgt de verzoekende instantie dat deze voldoende informatie bevatten, waaronder al het noodzakelijke bewijsmateriaal dat alleen in de lidstaat van de verzoekende instantie kan worden verkregen, zodat een aangezochte instantie aan het verzoek kan voldoen.

1.  Bij verzoeken om wederzijdse bijstand waarborgt de verzoekende instantie dat deze alle relevante informatie waarover zij beschikt bevatten, waaronder al het noodzakelijke bewijsmateriaal dat alleen in de lidstaat van de verzoekende instantie kan worden verkregen, zodat een aangezochte instantie aan het verzoek kan voldoen.

Amendement     43

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de verzoekende instantie heeft naar de mening van de aangezochte instantie onvoldoende informatie verstrekt in overeenstemming met artikel 12, lid 1.

c)  de verzoekende instantie heeft naar de mening van de aangezochte instantie niet alle relevante informatie verstrekt in overeenstemming met artikel 12, lid 1.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In voorkomend geval en zonder afbreuk te doen aan de voorschriften op het gebied van het beroeps- en handelsgeheim als neergelegd in artikel 41, kunnen de betrokken bevoegde instanties besluiten het gemeenschappelijke standpunt of delen daarvan bekend te maken op hun websites en op de website van de Commissie en verzoeken om de mening van andere betrokken partijen.

4.  In voorkomend geval en zonder afbreuk te doen aan de voorschriften op het gebied van het beroeps- en handelsgeheim als neergelegd in artikel 41, kunnen de betrokken bevoegde instanties besluiten het gemeenschappelijke standpunt of delen daarvan bekend te maken op hun websites en op de website van de Commissie en verzoeken om de mening van andere betrokken partijen, waaronder consumentenorganisaties en handelsverenigingen.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien de handelaar toezeggingen voorstelt, kunnen de betrokken bevoegde instanties, in voorkomend geval, de voorgestelde toezeggingen bekendmaken op hun websites of, naargelang het geval, op de website van de Commissie, teneinde de mening te vragen van andere betrokken partijen en te verifiëren of de toezeggingen voldoende zijn om de inbreuk te beëindigen en consumenten te compenseren.

2.  Indien de handelaar toezeggingen voorstelt, kunnen de betrokken bevoegde instanties, in voorkomend geval, de voorgestelde toezeggingen bekendmaken op hun websites of, naargelang het geval, op de website van de Commissie, teneinde de mening te vragen van andere betrokken partijen en te verifiëren of de toezeggingen voldoende zijn om de inbreuk te beëindigen en consumenten te compenseren. De bevoegde instanties kunnen ook consumentenorganisaties en handelsverenigingen raadplegen.

Amendement     46

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De betrokken bevoegde instanties kunnen één bevoegde instantie aanwijzen om handhavingsmaatregelen te nemen namens de andere bevoegde instanties om de beëindiging of het verbod van de wijdverspreide inbreuk te bewerkstelligen, de compensatie van consumenten te waarborgen of sancties op te leggen. Bij het aanwijzen van een bevoegde instantie om handhavingsmaatregelen te nemen, houden de bevoegde instanties rekening met de locatie van de desbetreffende handelaar. Zodra de bevoegde instantie door de andere betrokken bevoegde instanties is aangewezen om handhavingsmaatregelen te nemen, is zij bevoegd om te handelen namens de consumenten van elke betrokken lidstaat alsof het haar eigen consumenten waren.

3.  De betrokken bevoegde instanties kunnen één bevoegde instantie aanwijzen om handhavingsmaatregelen te nemen namens de andere bevoegde instanties om de beëindiging of het verbod van de wijdverspreide inbreuk te bewerkstelligen, de compensatie van consumenten te waarborgen of sancties op te leggen. Bij het aanwijzen van een bevoegde instantie om handhavingsmaatregelen te nemen, houden de bevoegde instanties rekening met de locatie van de desbetreffende inbreuk. Zodra de bevoegde instantie door de andere betrokken bevoegde instanties is aangewezen om handhavingsmaatregelen te nemen, is zij bevoegd om te handelen namens de consumenten van elke betrokken lidstaat alsof het haar eigen consumenten waren.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De bevoegde instanties kunnen besluiten gelijktijdig handhavingsmaatregelen te nemen in alle of sommige lidstaten die betrokken zijn bij de wijdverspreide inbreuk. In dat geval waarborgen de bevoegde instanties dat deze handhavingsmaatregelen gelijktijdig worden gestart in alle betrokken lidstaten.

4.  De bevoegde instanties kunnen besluiten gelijktijdig passende en doeltreffende handhavingsmaatregelen te nemen in alle of sommige lidstaten die betrokken zijn bij de wijdverspreide inbreuk. In dat geval waarborgen de bevoegde instanties dat deze handhavingsmaatregelen gelijktijdig worden gestart in alle betrokken lidstaten.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Afsluiting van gecoördineerde acties

Beëindiging van gecoördineerde acties

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 19 bis

 

Follow-up informatie

 

De coördinerende instantie informeert de Commissie en de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten onverwijld wanneer de inbreuk zich opnieuw voordoet en er maatregelen genomen moeten worden. In een dergelijk geval mag de gecoördineerde actie plaatsvinden zonder dat er daartoe opnieuw een procedure wordt gestart.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat een wijdverspreide inbreuk consumenten schade heeft toegebracht, schade toebrengt of waarschijnlijk schade zal toebrengen in ten minste driekwart van de lidstaten waar samen ten minste driekwart van de bevolking van de Unie woont (hierna "wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie" genoemd), start de Commissie een gemeenschappelijke actie. Voor dit doeleinde kan de Commissie de benodigde informatie of documenten opvragen bij de bevoegde instanties.

1.  Wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat een wijdverspreide inbreuk consumenten schade heeft toegebracht, schade toebrengt of waarschijnlijk schade zal toebrengen in de meerderheid van de lidstaten waar samen ten minste een derde van de bevolking van de Unie woont (hierna "wijdverspreide inbreuk met een Unie-dimensie" genoemd), start de Commissie een gemeenschappelijke actie om bijstand te verlenen aan en samen te werken met de bevoegde instanties van de lidstaten, teneinde de belangen van consumenten in de Unie te beschermen in gevallen waarin de voorgestelde actie niet in voldoende mate door de lidstaten kan worden gerealiseerd, en teneinde te waarborgen dat de wetgeving van de Unie inzake consumentenbescherming binnen de Unie naar behoren wordt gehandhaafd. Voor dit doeleinde kan de Commissie de benodigde informatie of documenten opvragen bij de bevoegde instanties.

Amendement     51

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Een bevoegde instantie kan weigeren deel te nemen aan de gemeenschappelijke actie vanwege een van de volgende redenen:

3.  Een bevoegde instantie kan weigeren deel te nemen aan de gemeenschappelijke actie als er met betrekking tot dezelfde inbreuk tegen dezelfde handelaar in die lidstaat al een definitieve rechterlijke uitspraak of een definitief administratief besluit is vastgesteld. Indien de bevoegde autoriteit besluit deelname aan een dergelijke actie te weigeren, geeft zij de redenen van dat besluit aan.

Amendement     52

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3 – letter l

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(l)  met betrekking tot dezelfde inbreuk is tegen dezelfde handelaar in die lidstaat al een gerechtelijk onderzoek ingesteld;

Schrappen

Amendement     53

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3 – letter m

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(m)  met betrekking tot dezelfde inbreuk is tegen dezelfde handelaar in die lidstaat al een definitieve rechterlijke uitspraak of een definitief administratief besluit vastgesteld.

Schrappen

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Na de kennisgeving van het besluit om een gemeenschappelijke actie te starten op grond van lid 2, informeert een bevoegde instantie die besluit geen deel te nemen aan de gemeenschappelijke actie onverwijld de Commissie en de andere betrokken bevoegde instanties over haar besluit, vermeld zij hier de redenen voor overeenkomstig lid 3 en verstrekt zij de benodigde ondersteunende documenten.

4.  Na de kennisgeving van het besluit om een gemeenschappelijke actie te starten op grond van lid 2, informeert een bevoegde instantie die besluit geen deel te nemen aan de gemeenschappelijke actie onverwijld de Commissie en de andere betrokken bevoegde instanties over haar besluit, vermeldt zij schriftelijk de redenen voor dit besluit overeenkomstig lid 3 en verstrekt zij de benodigde ondersteunende documenten.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In voorkomend geval en zonder afbreuk te doen aan de voorschriften op het gebied van beroeps- en handelsgeheim als neergelegd in artikel 41, kunnen de bevoegde instanties besluiten het gemeenschappelijke standpunt of delen daarvan bekend te maken op hun websites en op de website van de Commissie of, naar gelang het geval, om de mening van andere betrokken partijen verzoeken.

3.  In voorkomend geval en zonder afbreuk te doen aan de voorschriften op het gebied van het beroeps- en handelsgeheim als neergelegd in artikel 41, besluiten de bevoegde instanties het gemeenschappelijke standpunt of delen daarvan bekend te maken op hun websites en op de website van de Commissie of, indien passend, om de mening van andere betrokken partijen verzoeken, waaronder consumentenorganisaties en handelsverenigingen.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien de handelaar toezeggingen voorstelt, kunnen de betrokken bevoegde instanties, in voorkomend geval, de voorgestelde toezeggingen bekendmaken op hun websites en op de website van de Commissie om de mening te vragen van andere betrokken partijen en om te verifiëren of deze toezeggingen voldoende zijn om de inbreuk te beëindigen en consumenten te compenseren.

2.  Indien de handelaar toezeggingen voorstelt, kunnen de betrokken bevoegde instanties, in voorkomend geval, de voorgestelde toezeggingen bekendmaken op hun websites en op de website van de Commissie, om de mening te vragen van andere betrokken partijen, waaronder consumentenorganisaties en handelsverenigingen, en om te verifiëren of deze toezeggingen voldoende zijn om de inbreuk te beëindigen en consumenten te compenseren.

Amendement     57

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Zodra een bevoegde instantie door de andere betrokken bevoegde instanties is aangewezen om handhavingsmaatregelen te nemen, is zij bevoegd om te handelen namens de consumenten van elke lidstaat alsof het haar eigen consumenten waren. Bij het aanwijzen van een bevoegde instantie om handhavingsmaatregelen te nemen, houden de bevoegde instanties rekening met de locatie van de desbetreffende handelaar.

2.  Zodra een bevoegde instantie door de andere betrokken bevoegde instanties is aangewezen om handhavingsmaatregelen te nemen, is zij bevoegd om te handelen namens de consumenten van elke lidstaat alsof het haar eigen consumenten waren. Bij het aanwijzen van een bevoegde instantie om handhavingsmaatregelen te nemen, houden de bevoegde instanties rekening met de locatie van de desbetreffende inbreuk, op consistente wijze rekening houdend met de bescherming van de consumentenbelangen.

Amendement     58

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 34 bis

 

Overige waarschuwingsmechanismen

 

1.   Als de laboratoriumtests of technische beoordelingen niet de factoren bevestigen die het waarschuwingsmechanisme hebben getriggerd, gaan de bevoegde instanties of de Commissie, afhankelijk van het geval, onverwijld over tot het treffen van alle maatregelen die noodzakelijk zijn om de zaken in orde te brengen en het evenwicht op de interne markt en/of in de sector van de interne markt waar de handelaar opereert, te herstellen om de handelaar te beschermen en te voorkomen dat zijn belangen worden geschaad.

 

In dit verband stellen de bevoegde instantie of de Commissie, afhankelijk van het geval, de consumenten zo spoedig mogelijk op de hoogte nadat een vals alarm als zodanig is aangemerkt.

 

2.   Indien de belangen van de handelaar zijn geschaad, nemen de bevoegde instantie of de Commissie, afhankelijk van het geval, maatregelen om hem te compenseren.

 

3.   De maatregelen die getroffen zijn om de handelaar te compenseren moeten er met name op gericht zijn zijn geloofwaardigheid te herstellen in de sector(en) van de interne markt waar de handelaar opereert en/of op de interne markt, afhankelijk van het geval.

Amendement     59

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Aangewezen organen en Europese consumentencentra nemen deel aan het in artikel 34 vermelde waarschuwingsmechanisme. De lidstaten wijzen consumentenorganisaties en -verenigingen en andere entiteiten, zoals handelsverenigingen, met passende kennis en rechtmatige belangen bij consumentenbescherming, aan die deelnemen aan het waarschuwingsmechanisme. De lidstaten delen de Commissie onverwijld mee welke entiteiten zij hebben aangewezen.

1.  Aangewezen organen en Europese consumentencentra nemen deel, op nationaal en Unie-niveau, aan het in artikel 34 vermelde waarschuwingsmechanisme. De lidstaten wijzen consumentenorganisaties en -verenigingen en andere entiteiten, zoals handelsverenigingen, met passende kennis en rechtmatige belangen bij consumentenbescherming, aan die deelnemen aan het waarschuwingsmechanisme. De lidstaten delen de Commissie onverwijld mee welke entiteiten zij hebben aangewezen.

Amendement     60

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Externe waarschuwingen zijn uitsluitend "ter informatie". De bevoegde instanties zijn niet verplicht een procedure te starten of andere actie te ondernemen in reactie op de waarschuwingen en informatie die door deze entiteiten worden verstrekt. Entiteiten die een externe waarschuwing geven, zorgen ervoor dat de verstrekt informatie correct, actueel en nauwkeurig is en corrigeren de ingevoerde informatie onverwijld of trekken deze in, afhankelijk van het geval. Voor dat doeleinde hebben zij toegang tot de informatie die zij hebben verstrekt, onder voorbehoud van de in de artikelen 41 en 43 bedoelde beperkingen.

4.  Externe waarschuwingen zijn hoofdzakelijk "ter informatie" en vereisen dat de bevoegde instanties nagaan of deze waarschuwingen zijn gebaseerd op een in artikel 34, lid 1, bedoeld redelijk vermoeden. De bevoegde instanties zijn niet verplicht handhavingsmaatregelen in te voeren of andere actie te ondernemen in reactie op de informatie die wordt verstrekt door deze entiteiten die externe waarschuwingen geven overeenkomstig artikel 35, lid 3. Entiteiten die een externe waarschuwing geven, zorgen ervoor dat de verstrekte informatie correct, actueel en nauwkeurig is en corrigeren eventuele onjuistheden in de ingevoerde informatie onverwijld of trekken deze informatie in, afhankelijk van het geval. Voor dat doeleinde hebben zij toegang tot de informatie die zij hebben verstrekt, onder voorbehoud van de in de artikelen 41 en 43 bedoelde beperkingen. Zij worden ook in kennis gesteld van eventuele vervolgmaatregelen die de betrokken bevoegde instantie naar aanleiding van de waarschuwing heeft genomen, dan wel van het feit dat zij geen actie heeft ondernomen, in welk geval wordt gemotiveerd waarom geen gevolg is gegeven aan de waarschuwing. Bij het in kennis stellen van de getroffen maatregelen door de bevoegde instantie dan wel van het feit dat zij geen actie heeft ondernomen, wordt rekening gehouden met de noodzaak om het vertrouwelijk karakter van het onderzoek te waarborgen.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Indien relevant worden de in de leden 1 en 2 bedoelde entiteiten geraadpleegd en wordt bij de prioritering van de handhavingsacties rekening gehouden met hun standpunten.

Amendement     62

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de details worden vastgelegd van de aanwijzing en deelname van andere entiteiten aan het waarschuwingsmechanisme. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

5.  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de details worden vastgelegd van de aanwijzing en deelname van consumentenorganisaties en handelsverenigingen aan het waarschuwingsmechanisme en van de wijze waarop kennisgeving wordt gedaan van eventuele vervolgmaatregelen naar aanleiding van externe waarschuwingen of van het uitblijven van maatregelen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 48, lid 2 bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Niettegenstaande het bepaalde in lid 2 kunnen de bevoegde instanties de informatie gebruiken en openbaar maken die nodig is om:

3.  Niettegenstaande het bepaalde in lid 2 en met volledige eerbiediging van de grondrechten van consumenten, zoals het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens alsmede Uniewetgeving inzake de bescherming en verwerking van persoonsgegevens, kunnen de bevoegde instanties de informatie gebruiken en openbaar maken die nodig is om:

Amendement     64

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 3 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  om redenen van openbaar belang, zoals openbare veiligheid, consumentenbescherming, volksgezondheid en milieubescherming,

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Door een bevoegde instantie in een lidstaat in overeenstemming met artikel 8 verkregen bewijsmateriaal, documenten, informatie, toelichtingen en onderzoeksbevinding, mogen zonder nadere formele vereisten door bevoegde instanties in andere lidstaten worden gebruikt voor de inleiding van procedures uit hoofde van deze verordening.

2.  Door een bevoegde instantie in een lidstaat in overeenstemming met artikel 8 verkregen bewijsmateriaal, documenten, informatie, toelichtingen en onderzoeksbevindingen, mogen door bevoegde instanties in andere lidstaten worden gebruikt voor de inleiding van procedures uit hoofde van deze verordening, mits de grondrechten van consumenten ten volle worden geëerbiedigd.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk op xx xx 20xx [niet later dan zeven jaar nadat deze verordening van toepassing wordt] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening.

Uiterlijk op xx xx 20xx [niet later dan vijf jaar nadat deze verordening van toepassing wordt] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening.

Amendement     67

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag bevat een evaluatie van de toepassing van de verordening, inclusief een beoordeling van de doeltreffendheid van de handhaving van de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument op grond van deze verordening en een onderzoek van, onder andere, de manier waarop de naleving van de wetgeving ter bescherming van de belangen van consumenten door handelaren zich heeft ontwikkeld op de belangrijkste consumentenmarkten waar sprake is van grensoverschrijdende handel.

Het verslag bevat een evaluatie van de toepassing van de verordening, inclusief een beoordeling van de doeltreffendheid van de handhaving van de wetgeving ter bescherming van de belangen van de consument op grond van deze verordening en een onderzoek van, onder andere, de manier waarop de naleving van de wetgeving ter bescherming van de belangen van consumenten door handelaren zich heeft ontwikkeld op de belangrijkste consumentenmarkten waar sprake is van grensoverschrijdende handel. In het bijzonder beoordeelt de Commissie de doeltreffendheid van het volgende:

Amendement     68

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 2 – letter a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a)  de uit hoofde van artikel 8 verleende bevoegdheden;

Amendement     69

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 2 – letter b (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b)  de drempel voor wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie;

Amendement     70

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 2 – letter c (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c)  het systeem voor de uitwisseling van informatie over inbreuken als bedoeld in artikel 43.

Amendement     71

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Dit verslag gaat, in voorkomend geval, vergezeld van wetgevingsvoorstellen.

Amendement     72

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – alinea 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Uiterlijk ... [de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens elke twee jaar legt de Commissie een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad met:

 

(a)   een overzicht van de informatie, de ontwikkelingen op het gebied van de handhaving van consumentenwetgeving en de informatie die is uitgewisseld in het kader van het bij artikel 33 ingestelde toezichtmechanisme, met inbegrip van ingevoerde waarschuwingen en follow-upacties die zijn ondernomen na externe waarschuwingen;

 

(b)   een overzicht van wijdverspreide inbreuken en wijdverspreide inbreuken met een Unie-dimensie, met een specificatie van de gecoördineerde acties overeenkomstig artikel 16, de handhavingsmaatregelen die zijn getroffen overeenkomstig artikel 18, de gemeenschappelijke acties die gestart zijn overeenkomstig artikel 21 en de toezeggingen die gedaan zijn door de overtredende handelaren en de resultaten daarvan, alsmede de handhavingsmaatregelen die getroffen zijn overeenkomstig artikel 25.

 

Het verslag zal openbaar worden gemaakt en zal, zo nodig, verdere wetgevings- of niet-wetgevingsvoorstellen bevatten om de bestaande wetgeving aan te passen aan nieuwe technologische ontwikkelingen of potentiële toekomstige fenomenen in de digitale omgeving.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1

Verordening (EG) nr. 2006/2004

Bijlage – punt 24 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 bis.  Verordening (EG) nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2560/2001 (PB L 266 van 9.10.2009, blz. 11).

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1

Verordening (EG) nr. 2006/2004

Bijlage – punt 24 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 ter.  Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (PB L 94 van 30.3.2012, blz. 22).

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1

Verordening (EG) nr. 2006/2004

Bijlage – punt 24 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 quater.  Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1

Verordening (EG) nr. 2006/2004

Bijlage – punt 24 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 quinquies.  Richtlijn (EU) nr. 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19).

Amendement     77

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1

Verordening (EG) nr. 2006/2004

Bijlage – punt 24 sexies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 sexies.  Richtlijn 2017/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.

Amendement     78

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1

Verordening (EG) nr. 2006/2004

Bijlage – punt 24 septies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

24 septies.  Verordening 2017/... van het Europees Parlement en de Raad inzake de aanpak van geo-blocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Samenwerking tussen de nationale instanties die belast zijn met de handhaving van de wetgeving op het gebied van de consumentenbescherming (Voor de EER relevante tekst)

Document- en procedurenummers

COM(2016)0283 – C8-0194/2016 – 2016/0148(COD)

Commissie ten principale

Datum bekendmaking

IMCO

9.6.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

Datum bekendmaking

JURI

9.6.2016

Rapporteur voor advies

Datum benoeming

Kostas Chrysogonos

11.7.2016

Behandeling in de commissie

31.1.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

28.2.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Laura Ferrara, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Jiří Maštálka, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniel Buda, Evelyne Gebhardt, Virginie Rozière, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Pál Csáky


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming

Document- en procedurenummers

COM(2016)0283 – C8-0194/2016 – 2016/0148(COD)

Datum indiening bij EP

25.5.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

IMCO

9.6.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

BUDG

9.6.2016

ITRE

9.6.2016

CULT

9.6.2016

JURI

9.6.2016

Geen advies

       Datum besluit

BUDG

15.6.2016

ITRE

14.6.2016

CULT

20.6.2016

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Olga Sehnalová

17.6.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

11.10.2016

9.11.2016

5.12.2016

6.2.2017

 

13.3.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

21.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

0

3

Datum indiening

27.3.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

33

+

ALDE

Dita Charanzová, Morten Løkkegaard, Jasenko Selimovic

ECR

Edward Czesak, Vicky Ford, Ulrike Trebesius, Anneleen Van Bossuyt

EFDD

Marco Zullo

PPE

Pascal Arimont, Carlos Coelho, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Ildikó Gáll-Pelcz, Antonio López-Istúriz White, Jiří Pospíšil, Andreas Schwab, Ivan Štefanec, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mihai Ţurcanu, Sabine Verheyen

S&D

Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Sergio Gutiérrez Prieto, Liisa Jaakonsaari, Arndt Kohn, Marlene Mizzi, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler

Verts/ALE

Jan Philipp Albrecht, Julia Reda

0

-

 

 

3

0

EFDD

Robert Jarosław Iwaszkiewicz

ENF

Marcus Pretzell, Mylène Troszczynski

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling