Procedure : 2016/2198(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0083/2017

Ingediende teksten :

A8-0083/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.61

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0192

VERSLAG     
PDF 281kWORD 52k
28.3.2017
PE 593.972v02-00 A8-0083/2017

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2198(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Miroslav Poche

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2198(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2015, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05875/2017 - C8-0089/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2(4), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0083/2017),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2198(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2015, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(6),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(7) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05875/2017 – C8-00089/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(8), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2(9), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(10),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0083/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2015;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2198(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0083/2017),

A  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming voor de uitvoering van het gezamenlijk technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen ("Gemeenschappelijke Onderneming IMI") in december 2007 voor een periode van tien jaar werd opgericht met als doel de efficiëntie en doeltreffendheid van het ontwikkelingsproces van geneesmiddelen aanzienlijk te verbeteren, zodat de farmaceutische sector op de lange termijn doeltreffendere en veiligere innovatieve geneesmiddelen kan ontwikkelen;

B.  overwegende dat na de vaststelling in mei 2014 van Verordening (EU) nr. 557/2014 van de Raad1, de Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief innovatieve geneesmiddelen 2 ("Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2") in juni 2014 de Gemeenschappelijke Onderneming IMI heeft vervangen met het oog op de afronding van de onderzoeksactiviteiten voor het zevende kaderprogramma ("KP7") en zodoende de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming heeft verlengd tot en met 31 december 2024;

C.  overwegende dat de Europese Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, en de Europese Federatie van Verenigingen van farmaceutische bedrijven (EFPIA) de oprichtende leden van de gemeenschappelijke onderneming zijn;

D.  overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming autonoom begon te functioneren op 16 november 2009;

E.  overwegende dat de maximale bijdrage van de Unie aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI voor de periode van tien jaar 1 000 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van KP7, en dat de oprichtende leden in gelijke mate aan de lopende kosten bijdragen, elk voor ten hoogste 4 % van de totale bijdrage van de Unie;

F.  overwegende dat de maximale bijdrage van de Unie aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI 2 voor de periode van tien jaar 1 638 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van Horizon 2020, en dat de leden, met uitzondering van de Commissie, voor 50 % aan de lopende kosten moeten bijdragen en middels contanten of in natura (of beide) in gelijke mate met de financiële bijdrage van de Unie aan de operationele kosten moeten bijdragen;

Budgettair en financieel beheer

1.  stelt vast dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming naar het oordeel van de Rekenkamer op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van haar financiële situatie per 31 december 2015 en van de resultaten van haar verrichtingen en kasstromen voor het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig haar financiële regeling en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudkundige regels;

2.  wijst op de verklaring zonder beperking van de Rekenkamer over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor 2015 en erkent dat de gemeenschappelijke onderneming aan de materialiteitsdrempel heeft voldaan;

3.  stelt vast dat de definitieve begroting 2015 van de gemeenschappelijke onderneming die beschikbaar was voor de tenuitvoerlegging 315 269 000 EUR aan vastleggingskredieten en 195 411 000 EUR aan betalingskredieten omvatte;

4.  merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2015 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 91,04 %: een daling met 1,34 % ten opzichte van het jaar 2014; stelt vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 72,68 % bedroeg, een daling met 1,22 % ten opzichte van het jaar 2014; begrijpt van de gemeenschappelijk onderneming dat de lager dan verwachte uitvoeringsgraad voor betalingskredieten voornamelijk werd veroorzaakt door vertragingen in de onderhandelingen voor verscheidene Horizon 2020- projecten; merkt op dat het uitvoeringspercentage voor beleidsactiviteiten 91,17 % bedroeg voor de vastleggingskredieten en 72,74 % voor de betalingskredieten;

5.  merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming eind 2015 966 000 000 EUR aan vastleggingen en 538 100 000 EUR (55, 7 % van de operationele vastleggingen) aan betalingen had gedaan uit hoofde van de door de Unie in het kader van KP7 gefinancierde middelen; merkt voorts op dat het hoge niveau van niet-afgewikkelde betalingen voornamelijk veroorzaakt werd door de trage en uitgestelde start van de activiteiten in de eerste jaren van de gemeenschappelijke onderneming en zal worden gebruikt ter dekking van toekomstige betalingen voor de ondertekende subsidieovereenkomsten die tot eind 2021 lopen;

6.  merkt op dat van het in KP7 uitgetrokken totale budget van 1 miljard EUR voor de bijdragen in natura en in contanten van de andere leden, eind 2015 een bedrag van 503 100 000 EUR aan bijdragen in natura voor operationele activiteiten was gerapporteerd aan de gemeenschappelijke onderneming, waarvan 321 800 000 EUR of 63,9 % door de raad van bestuur werd bekrachtigd;

7.  stelt vast dat van het totale budget van 1 638 000 000 euro voor door de EU in het kader van Horizon 2020 te financieren operationele en administratieve activiteiten, de door de gemeenschappelijke onderneming gedane operationele vastleggingen 351 700 000 EUR en de betalingen 45 900 000 EUR (13 % van de operationele vastleggingen) bedroegen; erkent dat het lage niveau van de betalingen voornamelijk het gevolg is van vertragingen in de onderhandelingen over de overeenkomsten inzake Horizon 2020 met de industriële partners;

8.  stelt vast dat van het in het kader van Horizon 2020 uitgetrokken totale budget van 1 425 000 000 EUR voor de bijdragen in natura en in contanten van de andere leden, eind 2015 een bedrag van 68 600 000 was gerapporteerd aan de gemeenschappelijke onderneming; stelt vast dat elf subsidieovereenkomsten die onder het Horizon 2020- programma werden ondertekend een vastlegging van 123,5 miljoen EUR voor bijdragen in natura behelzen;

9.  merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming sinds september 2015 de functie van rekenplichtige heeft toevertrouwd aan de rekenplichtige van de Europese Commissie;

10.  herinnert eraan dat de Rekenkamer in haar verslag heeft aanbevolen dat de Commissie duidelijke richtsnoeren zou geven voor de budgettaire verslaglegging van de gemeenschappelijke onderneming en is verheugd dat deze richtsnoeren op 20 december 2016 in overeenstemming met die aanbeveling zijn gepubliceerd;

Fraudebestrijdingsstrategie

11.  merkt op dat de bijgewerkte fraudebestrijdingsstrategie van de gemeenschappelijke onderneming in juli 2015 door de raad van bestuur is vastgesteld om rekening te houden met de veranderingen die voortvloeien uit Horizon 2020;

12.  constateert met teleurstelling dat een vermeend fraudegeval aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) is voorgelegd, maar dat het Bureau heeft besloten de zaak niet verder te onderzoeken; merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming zowel een technische als een financiële controle heeft uitgevoerd en dat bij de technische controle een aantal wetenschappelijke tekortkomingen in het werk van een begunstigde werden geconstateerd, waarna de participatie van deze begunstigde werd stopgezet, de toestemming voor de desbetreffende kosten werd ingetrokken en het bedrag van 398 115,65 EUR aan de projectcoördinator werd terugbetaald; constateert dat de financiële controle van het project niet tot significante materiële bevindingen heeft geleid; onderstreept in dit verband de belangrijke rol van klokkenluiders en procedures voor interne controles bij het opsporen, rapporteren en onderzoeken van onregelmatigheden met betrekking tot de begrotingsuitgaven van de Unie, evenals tot de terugvordering van oneigenlijk gebruikte middelen;

Internecontrolesystemen

13.  merkt op dat de Dienst Interne Audit (DIA) een audit heeft gevoerd betreffende controles vooraf voor subsidiebeheer en aanverwante procedures; wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming in het verleden tekort is geschoten met betrekking tot het documenteren van controles vooraf, en merkt op dat de audit aanleiding heeft gegeven tot drie aanbevelingen, op basis waarvan de gemeenschappelijke onderneming werd aangeraden haar controles vooraf doeltreffender te maken door toepassing van een meer risicogebaseerde en evenwichtige aanpak, de controleprocedures voor de certificaten betreffende de financiële staten te versterken en de beheersrapportage over de resultaten van controles vooraf te verbeteren; begrijpt van de gemeenschappelijke onderneming dat geen kritische aanbevelingen werden gedaan en dat de onderneming sinds maart 2015 de DIA-controleaanbevelingen uitvoert;

14.  merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming procedures voor controles vooraf heeft opgezet die gebaseerd zijn op financiële en operationele controles van stukken; constateert voorts dat de gemeenschappelijke onderneming controles achteraf heeft verricht bij begunstigden van subsidies; merkt op dat het gerapporteerde restfoutenpercentage voor controles achteraf 1,5 % bedroeg;

15.  wijst erop dat de gemeenschappelijke onderneming interne controleprocedures heeft opgezet teneinde redelijke zekerheid te creëren wat betreft het voorkomen en opsporen van fraude en onregelmatigheden;

16.  erkent in het licht van de van de gemeenschappelijke onderneming verkregen informatie dat de gemeenschappelijke onderneming vorderingen heeft gemaakt bij het uitvoeren van de met de DIA overeengekomen maatregelen en dat twee aanbevelingen naar aanleiding van de audits van de voorbije jaren inzake kernprestatie-indicatoren en de beoordeling van tussentijdse projectverslagen in 2015 door het bestuur werden uitgevoerd en door de DIA werden afgesloten; merkt voorts op dat de gemeenschappelijke onderneming de overeengekomen maatregelen met betrekking tot de enige nog openstaande aanbeveling inzake de verbetering van het toezicht op projecten en de verbetering van IT-systemen heeft uitgevoerd en dat de DIA de zaak in april 2016 heeft gesloten;

Overige kwesties

16.  merkt op dat 15,6 % van de begunstigden in 2015 kmo's waren, hetgeen een lichte daling is in vergelijking met 2014; moedigt de gemeenschappelijke onderneming aan om haar inspanningen voor een grotere participatie van kmo's in haar projecten voort te zetten;

17.  merkt op dat de gemeenschappelijke onderneming in mei 2016 een diepgaand verslag over de sociaal-economische impact van IMI-projecten heeft gepubliceerd, zoals door de kwijtingsautoriteit was gevraagd;

18.  verzoekt de Commissie te zorgen voor de rechtstreekse betrokkenheid van de gemeenschappelijke onderneming bij het proces met betrekking tot de tussentijdse evaluatie van Horizon 2020, met het oog op verdere vereenvoudiging en harmonisatie van gemeenschappelijke ondernemingen.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Jean-François Jalkh, Bogusław Liberadzki, Notis Marias, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Claudia Schmidt, Bart Staes, Hannu Takkula, Indrek Tarand, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Karin Kadenbach, Younous Omarjee, Julia Pitera, Miroslav Poche

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Ignazio Corrao, Raymond Finch, Jens Geier, Ildikó Gáll-Pelcz, Lieve Wierinck

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

20

+

ALDE

Hannu Takkula, Lieve Wierinck

GUE/NGL

Younous Omarjee, Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Ildikó Gáll-Pelcz, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Claudia Schmidt, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender,Jens Geier, Karin Kadenbach, Bogusław Liberadzki, Miroslav Poche, Derek Vaughan

VERTS/ALE

Bart Staes, Indrek Tarand

4

-

ECR

Notis Marias

EFDD

Ignazio Corrao, Raymond Finch

ENF

Jean-François Jalkh

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 473 van 16.12.2016, blz. 57.

(2)

PB C 473 van 16.12.2016, blz. 58.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 169 van 7.6.2014, blz. 54.

(5)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

(6)

PB C 473 van 16.12.2016, blz. 57.

(7)

PB C 473 van 16.12.2016, blz. 58.

(8)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(9)

PB L 169 van 7.6.2014, blz. 54.

(10)

PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.

Juridische mededeling