Procedure : 2016/2171(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0118/2017

Ingediende teksten :

A8-0118/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.47

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0178

VERSLAG     
PDF 295kWORD 61k
30.3.2017
PE 593.874v02-00 A8-0118/2017

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2171(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Inés Ayala Sender

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2171(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding betreffende het begrotingsjaar 2015 vergezeld van de antwoorden van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd(2), overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0057/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding(4), en met name artikel 17,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0118/2017),

1.  verleent de directeur van de Europese Stichting voor opleiding kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2015 / stelt zijn besluit om de directeur van de Europese Stichting voor opleiding kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2015 uit;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting voor opleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2171(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding betreffende het begrotingsjaar 2015 vergezeld van de antwoorden van de Stichting(6),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd(7), overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van ... februari 2017 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (0000/2017 – C8-0000/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(8), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding(9), en met name artikel 17,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(10), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0118/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2015 / stelt de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2015 uit;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting voor opleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2171(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0118/2017),

A.  overwegende dat de begroting van de Europese Stichting voor opleiding (hierna: “Stichting”) voor het begrotingsjaar 2015 volgens haar jaarrekening 20 153 042 EUR bedroeg, hetgeen een daling van 0,02 % betekent ten opzichte van 2014; overwegende dat de begroting van de Stichting volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in zijn verslag over de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2014 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Stichting betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

C.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van de verdere versterking van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

Follow-up van de kwijting voor 2014

1.  verneemt met bezorgdheid uit het verslag van de Rekenkamer dat middelen ten belope van 7,5 miljoen EUR die op een rekening zijn gezet bij één bank met een lage kredietrating en werden opgevoerd in het verslag van de Rekenkamer van 2013 en in het verslag van de Rekenkamer van 2014 waren voorzien van de opmerking “loopt nog” nog steeds zijn aangemerkt als “loopt nog”; moet echter constateren dat het aantal middelen dat bij die bank was ondergebracht in 2015 is verlaagd naar 1,8 miljoen EUR; merkt bovendien op dat de Stichting als gevolg van specifieke bancaire aangelegenheden verplicht is om een Italiaanse bank aan te houden;

2.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat er corrigerende maatregelen zijn genomen naar aanleiding van een opmerking in het verslag van de Rekenkamer van 2014, en dat de opmerking nu is aangemerkt als “afgerond”;

Financieel en begrotingsbeheer

3.  merkt op dat inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2014 hebben geresulteerd in een hoog uitvoeringspercentage van de begroting, namelijk 99,89 %, waaruit blijkt dat de vastleggingen tijdig werden verricht, en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten met 96,04 % hoog was;

Vastleggingen en overdrachten

4.  stelt vast dat de algemene overdrachten van de Stichting bij de titels I en II gedaald zijn van 6,4 % in 2014 naar 3,3 %; constateert dat de overdrachten 180 398 EUR (1,4 %) bedroegen voor titel I (personeelsuitgaven); stelt verder vast dat de overdrachten voor titel II (administratieve uitgaven) 316 442 EUR (16,1 %) bedroegen hetgeen een aanzienlijke verlaging van 20,1 % inhoudt in vergelijking met het voorgaande jaar; constateert dat de overdrachten voor titel III (operationele uitgaven) met 4 % zijn gestegen naar 36,4 %, hoofdzakelijk vanwege een toename van de activiteiten in de tweede helft van 2015 en de gevolgen van een overschrijving van middelen naar titel III in december 2015, die was uitgevoerd om de Stichting operationele activiteiten in de grootst mogelijke mate te laten ondersteunen;

5.  merkt op dat overdrachten vaak gedeeltelijk of volledig gerechtvaardigd kunnen zijn als gevolg van het meerjarige karakter van de operationele programma’s van de agentschappen en niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten in de begrotingsplanning en -uitvoering wijzen, noch in alle gevallen haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, vooral niet als ze van tevoren gepland zijn door de Stichting en meegedeeld zijn aan de Rekenkamer;

Overschrijvingen

6.  merkt op dat de Stichting negen begrotingsoverschrijvingen heeft verricht in 2015, één meer dan in 2014, en daarbij altijd de aanbevelingen van de Rekenkamer heeft opgevolgd; begrijpt dat het hogere bedrag aan overgeschreven betalingskredieten verband houdt met de herstructurering van de begroting in 2015, en nodig was om te betalen voor activiteiten uit het voorgaande jaar toen bepaalde begrotingslijnen werden geschrapt; merkt voorts op dat het niveau en de aard van de overschrijvingen in 2014 binnen de grenzen van de financiële voorschriften van de Stichting zijn gebleven;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

7.  stelt vast dat de Stichting nog niet alle belangenverklaringen van de leden van haar raad van bestuur heeft verzameld of gepubliceerd; merkt op dat het niet verplicht gesteld kan worden aan de leden dergelijke verklaringen te verstrekken; merkt op dat zelfs enkele van de beschikbare verklaringen en cv’s op de website van de Stichting alleen met een wachtwoord kunnen worden geraadpleegd; verzoekt de Stichting stikte richtsnoeren aan te nemen voor een samenhangend beleid inzake de preventie en beheersing van belangenconflicten voor leden van de raad van bestuur en om een duidelijk beleid vast te stellen en uit te voeren inzake belangenconflicten, in overeenstemming met de routekaart voor de follow-up van de gemeenschappelijke aanpak van gedecentraliseerde EU-agentschappen; roept de Stichting op alle genoemde documenten in overeenstemming met die richtlijnen te publiceren zodat het publiek toegang heeft tot de nodig informatie over zijn directie; is ingenomen met het feit dat alle belangenverklaringen van het personeel van de Stichting zijn ontvangen;

8.  verneemt van de Stichting dat er voor het eind van 2016 een presentatie gepland was voor alle medewerkers om ze bewust te maken van fraude en belangenconflicten; constateert bovendien dat de leden van de sollicitatiecommissie een belangenverklaring ondertekenen na ontvangst van de lijst van sollicitanten; stelt vast dat alle nieuwe medewerkers een presentatie bijwonen over ethiek en integriteit, waartoe ook belangenconflicten en fraude behoren;

Interne audit

9.  merkt op dat de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS) in overeenstemming met het controleplan geen audit heeft uitgevoerd in 2015; stelt vast dat er bij de Stichting aan het eind van 2015 nog één auditaanbeveling openstond over “de formele aanwijzing van selectiepanels voor aanbestedingen”; constateert dat de dienst Interne Audit de aanbeveling “zeer belangrijk” in september 2015 afvlakte tot “belangrijk” en dat de aanbeveling formeel zal worden afgesloten via controles ter plaatse door de dienst Interne Audit tijdens zijn volgende bezoek aan de Stichting;

10.  stelt vast dat de Stichting drie ex-postaudits heeft aangevraagd via de interinstitutionele kadercontracten voor audits van de Commissie; merkt verder op dat de resultaten van de audits over de hele linie positief waren, maar dat bij de doelmatigheids- en systeemcontrole en de controle “van de praktijken van de Europese Stichting voor opleiding bij de uitvoering van haar kader voor prestatiebeheer en haar plan voor verbetering” werd vastgesteld dat bepaalde punten voor verbetering vatbaar waren; verneemt van de Stichting dat zij onmiddellijk maatregelen heeft genomen om de vastgestelde problemen te verhelpen;

Overige opmerkingen

11.  stelt vast en vindt het goed dat de Stichting permanent bijdraagt aan het moderniseren van het onderwijs- en opleidingsstelsel, en aan het versterken van het menselijk kapitaal van de partnerlanden, onder meer door steun te verlenen aan de dialoog van de Unie over migratie en de mobiliteitspartnerschappen met buurlanden; neemt kennis van de inventaris van ondersteunende maatregelen voor migranten uit het oogpunt van werkgelegenheid en vaardigheden (MISMES) van de Stichting en haar aanbevelingen over vaardigheden en migratie; vindt het verheugend dat de Stichting en de partnerlanden samenwerken bij het analyseren van het NEET-verschijnsel (jongeren die geen baan hebben, en geen onderwijs of een opleiding volgen);

12.  constateert dat de interne reorganisatie van de Stichting op 1 januari 2015 in werking is getreden en hoopt dat de gewijzigde interne organisatie de Stichting in de gelegenheid zal stellen betere resultaten te boeken;

13.  prijst de Stichting voor het feit dat zij de streefcijfers in haar werkprogramma voor maar liefst 96 % heeft gehaald;

14.  is er zeer over te spreken dat de Stichting het EU-personeelsstatuut van 2004 volledig in acht heeft genomen;

15.  neemt kennis van de inspanningen die de Stichting heeft geleverd om haar activa veilig te stellen en hoopt dat dit proces in de nabije toekomst zal worden afgerond;

°

°  °

16.  verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van [xx xxxx 2017](11) [over de prestaties en het financiële beheer van en het toezicht op de agentschappen].

31.1.2017

ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2171(DEC))

Rapporteur voor advies: Marian Harkin

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  spreekt zijn tevredenheid uit over het feit dat de Rekenkamer heeft verklaard dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2015 wettig en regelmatig zijn en dat de financiële situatie van de Stichting per 31 december 2015 correct is weergegeven;

2.  stelt vast en verwelkomt dat de Stichting permanent bijdraagt aan het moderniseren van het onderwijs- en opleidingsstelsel, en aan het versterken van het menselijk kapitaal van de partnerlanden, onder meer door steun te verlenen aan de dialoog van de Unie over migratie en de mobiliteitspartnerschappen met buurlanden; neemt nota van de inventaris van ondersteunende maatregelen voor migranten uit het oogpunt van werkgelegenheid en vaardigheden (MISMES) van de Stichting en haar aanbevelingen over vaardigheden en migratie; juicht het toe dat de Stichting en de partnerlanden samenwerken bij het analyseren van het NEET-verschijnsel (jongeren die geen baan hebben, en geen onderwijs of een opleiding volgen);

3.  neemt er kennis van dat de interne reorganisatie van de Stichting op 1 januari 2015 in werking is getreden en hoopt dat de gewijzigde interne organisatie de Stichting in de gelegenheid zal stellen betere resultaten te behalen;

4.  prijst de Stichting om het feit dat zij de streefcijfers in haar werkprogramma voor wel 96 % heeft gehaald;

5.  is erg verheugd dat de Stichting het EU-personeelsstatuut van 2004 volledig in acht heeft genomen;

6.  neemt nota van de inspanningen die de Stichting heeft geleverd om haar activa veilig te stellen en hoopt dat dit proces in de nabije toekomst zal worden afgerond;

7.  neemt nota van het hoge percentage vastleggingskredieten onder titel II (36,2 %) dat naar 2015 is overgedragen, dat voornamelijk te wijten is aan geplande aankopen die eind 2014 zijn verricht.

8.  neemt nota van het feit dat de Stichting in 2015 nog bezig was met het doorvoeren van correcties naar aanleiding van de opmerkingen van de Rekenkamer en het Europees Parlement, die erop hadden gewezen dat de Stichting aan het eind van 2013 7,5 miljoen EUR op een rekening had staan bij een bank met een lage kredietrating (F3, BBB).

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.1.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

46

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laura Agea, Brando Benifei, Vilija Blinkevičiūtė, Enrique Calvet Chambon, Ole Christensen, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Arne Gericke, Marian Harkin, Czesław Hoc, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Patrick Le Hyaric, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Javi López, Thomas Mann, Dominique Martin, Joëlle Mélin, Elisabeth Morin-Chartier, João Pimenta Lopes, Georgi Pirinski, Terry Reintke, Sofia Ribeiro, Robert Rochefort, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Siôn Simon, Jutta Steinruck, Romana Tomc, Yana Toom, Ulrike Trebesius, Marita Ulvskog, Renate Weber, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Georges Bach, Heinz K. Becker, Lynn Boylan, Dieter-Lebrecht Koch, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Evelyn Regner, Csaba Sógor, Helga Stevens, Flavio Zanonato

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Marco Valli

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

4

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Cătălin Sorin Ivan, Bogusław Liberadzki, Monica Macovei, Notis Marias, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Hannu Takkula, Derek Vaughan, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Gerben-Jan Gerbrandy, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Julia Pitera, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Raymond Finch, Jens Geier, Susanne Melior, Piernicola Pedicini, Janusz Zemke

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

23

+

ALDE

ECR

GUE/NGL

PPE

S&D

VERTS/ALE

Martina Dlabajová, Gerben-Jan Gerbrandy, Hannu Takkula

Monica Macovei

Luke Ming Flanagan, Dennis de Jong

Tamás Deutsch, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Joachim Zeller, Patricija Šulin

Inés Ayala Sender, Jens Geier, Cătălin Sorin Ivan, Karin Kadenbach, Bogusław Liberadzki, Susanne Melior, Derek Vaughan, Janusz Zemke

Benedek Jávor, Bart Staes

4

-

ECR

EFDD

Richard Ashworth, Notis Marias

Raymond Finch, Piernicola Pedicini

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 168.

(2)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 168.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 354 van 31.12.2008, blz. 82.

(5)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(6)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 168.

(7)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 168.

(8)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(9)

PB L 354 van 31.12.2008, blz. 82.

(10)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(11)

Aangenomen teksten van die datum, P[8_TA-PROV(2017)0000].

Juridische mededeling