Procedure : 2015/2059(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0123/2017

Ingediende teksten :

A8-0123/2017

Debatten :

PV 17/05/2017 - 20
CRE 17/05/2017 - 20

Stemmingen :

PV 18/05/2017 - 11.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0225

VERSLAG     
PDF 353kWORD 61k
10.4.2017
PE 587.531v03-00 A8-0123/2017

over de tenuitvoerlegging van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Korea

(2015/2059(INI))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Adam Szejnfeld

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de tenuitvoerlegging van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Korea

(2015/2059(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de vrijhandelsovereenkomst van 16 september 2010 tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds(1),

–  gezien de Kaderovereenkomst inzake handel en samenwerking van 30 maart 2001 tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds(2),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld "Handel voor iedereen – Naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid" (COM(2015)0497)(3),

–  gezien zijn resolutie van 7 juli 2015 over het externe effect van het handels- en investeringsbeleid van de EU op publiek-private initiatieven in landen buiten de EU(4),

–  gezien zijn resolutie van 27 september 2011 over een nieuw handelsbeleid voor Europa in het kader van de Europa 2020-strategie(5),

–  gezien Verordening (EU) nr. 511/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2011 tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule in de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds(6),

–  gezien het besluit van de Raad van 16 september 2010 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie en de voorlopige toepassing van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds(7),

–  gezien zijn resolutie van 17 februari 2011 over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds(8),

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2010 over het internationaal handelsbeleid met de verplichtingen zoals door de klimaatverandering geboden(9),

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2010 over mensenrechten, sociale normen en milieunormen in internationale handelsovereenkomsten(10),

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2010 over maatschappelijk verantwoord ondernemen in het kader van internationale handelsovereenkomsten(11),

–  gezien de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie,

  gezien zijn resolutie van 5 juli 2016 over een nieuw op te stellen toekomstgerichte en innovatieve strategie voor handel en investeringen(12),

–  gezien artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien de artikelen 207, 208 en 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8‑0123/2017),

A.  overwegende dat het op 1 juli 2016 vijf jaar geleden was dat de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea (hierna "Korea" genoemd), anderzijds, in werking is getreden;

B.  overwegende dat in de nieuwe handelsstrategie "Handel voor iedereen" van de Commissie wordt benadrukt hoe belangrijk het is te waarborgen dat EU-vrijhandelsovereenkomsten doeltreffend worden uitgevoerd, onder meer door toepassing van het geschillenbeslechtingsmechanisme van deze overeenkomsten;

C.  overwegende dat de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Korea (hierna "de overeenkomst" genoemd) formeel in werking is getreden na ratificatie door de EU‑lidstaten op 13 december 2015;

D.  overwegende dat de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Korea de eerste van een nieuwe generatie door de EU en een Aziatische partner gesloten vrijhandelsovereenkomsten is die naast de afschaffing van tarieven ook voorschriften bevat voor het wegwerken van niet-tarifaire belemmeringen, waardoor nieuwe mogelijkheden worden gecreëerd voor markttoegang op het gebied van diensten en investeringen, alsook op domeinen als intellectuele eigendom, overheidsopdrachten en concurrentiebeleid, en dat de overeenkomst daardoor als een voorbeeld zal dienen voor toekomstige vrijhandelsovereenkomsten;

E.  overwegende dat gedurende de looptijd van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Korea het volgende is waargenomen:

–  het handelstekort van de Unie in de handel met Korea, dat 7,6 miljard EUR bedroeg in de periode van 12 maanden die voorafging aan de overeenkomst, is in het vijfde jaar van de overeenkomst veranderd in een handelsoverschot van 2,5 miljard EUR;

–  de uitvoer van de EU naar Korea is toegenomen met 47 %, van 30,6 miljard EUR in de periode van 12 maanden die voorafging aan de overeenkomst tot 44,9 miljard EUR in het vijfde jaar van de overeenkomst, waaronder de uitvoer van de EU naar Korea van producten die volledig of gedeeltelijk geliberaliseerd zijn door de overeenkomst, die is toegenomen met respectievelijk 57 % en 71 %, en de uitvoer van de EU naar Korea van producten waarvoor een nultarief geldt in het kader van de clausule van de meestbegunstigde natie (MBN-clausule), die is toegenomen met 25 % (1,9 miljard EUR);

–  de invoer uit Korea naar de EU bedroeg in het vijfde jaar van de overeenkomst 42,3 miljard EUR en is ten opzichte van de periode van 12 maanden die voorafging aan de overeenkomst toegenomen met 11 %, waaronder de invoer uit Korea naar de EU van producten die volledig of gedeeltelijk geliberaliseerd zijn door de overeenkomst, die is toegenomen met respectievelijk 35 % en 64 % (respectievelijk 5,0 miljard en 0,5 miljard EUR), en de invoer uit Korea naar de EU van producten waarvoor in het kader van de MBN-clausule een nultarief geldt, die is toegenomen met 29 % (5,8 miljard EUR);

–  het EU-aandeel in de totale invoer van Korea is toegenomen van 9 % vóór de inwerkingtreding van de overeenkomst tot 13 % in het vierde jaar van de overeenkomst; in diezelfde periode is het EU-aandeel in de totale uitvoer van Korea afgenomen van 11 % tot iets minder dan 9 %;

–  de EU-uitvoer van personenwagens naar Korea is toegenomen met 246 %, van 2,0 miljard EUR in de periode van 12 maanden die voorafging aan de overeenkomst tot 6,9 miljard EUR in het vijfde jaar van de overeenkomst;

–  de EU-invoer van personenwagens uit Korea is toegenomen met 71 %, van 2,6 miljard EUR in de periode van 12 maanden die voorafging aan de overeenkomst tot 4,5 miljard EUR in het vijfde jaar van de overeenkomst;

–  de EU-uitvoer van diensten bedroeg 11,9 miljard EUR in 2014 en is toegenomen met 11 % ten opzichte van het voorgaande jaar, hetgeen in de dienstensector heeft geleid tot een EU-handelsoverschot ten opzichte van Korea ter waarde van 6,0 miljard EUR in 2014; in dezelfde periode bedroeg de invoer van diensten uit Korea naar de EU 6,0 miljard EUR, hetgeen wijst op een toename met 4 % ten opzichte van 2013;

–  in 2014 bereikten de directe buitenlandse investeringen (DBI) van de EU in Korea het niveau van 43,7 miljard EUR, waarmee de Unie de grootste investeerder in Korea is geworden; de DBI van Korea in de EU bedroegen dan weer 20,3 miljard EUR, hetgeen een toename van 35 % inhoudt ten opzichte van het voorgaande jaar;

–  het EU-preferentiegebruik op de Koreaanse markt is toegenomen tot 68,5 %; het Koreaanse preferentiegebruik bedraagt ongeveer 85 %;

–  er zijn zeven gespecialiseerde comités, zeven werkgroepen en een dialoog over intellectuele eigendom in het leven geroepen;

–  er is een Comité voor handel en duurzame ontwikkeling in werking gesteld, een gespecialiseerd orgaan om het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling van de overeenkomst tussen de EU en Korea in de praktijk om te zetten;

1.  herinnert eraan dat de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Korea een proces is en geen eenmalige transactie, en dat de werking van de overeenkomst in de praktijk daarom overeenkomstig de voorschriften ervan in het vervolg moet worden onderworpen aan periodieke analyses en beoordelingen met betrekking tot het effect van de handel op specifieke economische sectoren in respectievelijk de EU en elke EU‑staat afzonderlijk; wijst er in dit verband op hoe belangrijk het is ervoor te zorgen dat de overeenkomst naar behoren wordt uitgevoerd en dat de bepalingen ervan worden nageleefd;

2.  stelt met tevredenheid vast dat de overeenkomst heeft geleid tot een aanzienlijke toename van de handel tussen de EU en Korea; spoort de Commissie en de lidstaten ertoe aan verder te onderzoeken wat de gevolgen en de directe effecten van de overeenkomst zijn op het gebied van consumentenwelzijn, ondernemers en de Europese economie, en het publiek doeltreffender te informeren over deze effecten;

3.  benadrukt dat de sluiting van de overeenkomst zowel wat haar reikwijdte als wat het tempo van afschaffing van de handelsbelemmeringen betreft zonder weerga is; zo zijn bijvoorbeeld na vijf jaar waarin de overeenkomst van toepassing is zo goed als alle invoerrechten aan beide kanten afgeschaft;

4.  wijst erop dat de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Korea net als andere overeenkomsten inzake vrijhandel, diensten en investeringen een positief effect heeft op de sociaal-economische ontwikkeling van de overeenkomstsluitende partijen, op economische integratie, duurzame ontwikkeling en toenadering tussen landen en burgers;

5.  neemt kennis van het werk van het forum van het maatschappelijk middenveld en de interne adviesgroepen die zijn opgericht overeenkomstig de bepalingen uit het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling, dat een integraal onderdeel vormt van het totale pakket van de vrijhandelsovereenkomst; wijst er nogmaals op dat beide partijen zich er krachtens artikel 13.4 toe hebben verbonden de beginselen die voortvloeien uit hun verplichtingen in het kader van hun lidmaatschap van de IAO en de IAO-Verklaring over de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk, met name vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen, te eerbiedigen, te bevorderen en uit te voeren in hun nationale wetgeving en praktijken; benadrukt echter dat de vooruitgang die Korea boekt met betrekking tot de doelstellingen van het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling niet naar wens is en dat er nog steeds gevallen zijn van schending van de vrijheid van vereniging, waaronder verontrustende voorbeelden van gevangenneming van vakbondsleiders en inmenging in onderhandelingen, die onder de autonomie van de onderhandelingspartners moeten vallen; dringt er in dit verband bij de Commissie op aan om overeenkomstig artikel 13.14 van de overeenkomst formeel overleg op te starten met de Koreaanse regering en verzoekt, mocht dit overleg mislukken, het deskundigenpanel waarvan sprake is in hetzelfde artikel om maatregelen te nemen en de dialoog verder te zetten over de niet-naleving van de Koreaanse regering van een aantal van haar toezeggingen, en met name om zich onverminderd te blijven inspannen, overeenkomstig de in de overeenkomst verankerde verplichtingen, om Korea zover te krijgen de fundamentele IAO-verdragen die het nog niet heeft geratificeerd alsnog te ratificeren;

6.  onderstreept dat de EU-lidstaten onderling aanzienlijke verschillen vertonen wat betreft de mate waarin gebruik wordt gemaakt van preferenties, met schommelingen van 16 % tot 92 %; wijst erop dat indien de bestaande preferenties beter zouden worden benut dit voor de EU-uitvoer verdere winsten zou kunnen opleveren van meer dan 900 miljoen EUR; pleit ervoor om het preferentiegebruik in deze en andere handelsovereenkomsten te analyseren om de handelsvoordelen tot het uiterste te kunnen benutten;

7.  erkent dat de overeenkomst weliswaar voldoet aan de verwachtingen van beide partijen in termen van toegenomen bilaterale handel en een hechter handelspartnerschap, maar dat de volgende kwesties in het kader van de overeenkomst en als onderdeel van een dialoog met Korea moeten worden geanalyseerd, naar behoren moeten worden gehandhaafd, in de geest van de overeenkomst moeten worden uitgevoerd en moeten worden herzien om tegemoet te komen aan bestaande problemen:

a)  technische handelsbelemmeringen, waaronder: de clausule inzake rechtstreeks vervoer, die ondernemingen verhindert hun containervervoer economisch te optimaliseren, de clausule inzake herstelde goederen, de opname van tractors (trekkers) in het toepassingsgebied van de overeenkomst en – minstens zo belangrijk – de kwestie van de regels en procedures voor certificaten van naar Korea uitgevoerde machines;

b)  belemmeringen op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen, waaronder: belemmeringen die een beperking vormen voor de EU-uitvoer van rundvlees, varkensvlees en zuivelproducten;

c)  intellectuele-eigendomsrechten, zoals: de erkenning en bescherming van geografische aanduidingen en commerciële rechten op de publieke uitvoering van muziekwerken, fonogrammen en uitvoeringen die door een auteursrecht of naburige rechten worden beschermd;

d)  het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling: ratificatie en uitvoering door Korea van de fundamentele verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie;

e)  de formulering van oorsprongsregels en de invloed daarvan op de mate waarin gebruik wordt gemaakt van preferenties;

f)  douaneaangelegenheden, waaronder procedures voor verificatie van de oorsprong van producten;

8.  stelt vast dat er recent nieuwe gevallen zijn geweest waarin nieuwe niet-tarifaire belemmeringen zijn gecreëerd, zoals voorheen onbestaande technische normen voor machines, uitrusting of voertuigen; benadrukt dat de intrekking van de typegoedkeuring voor voertuigen van verscheidene Europese autofabrikanten op grond van niet-gestaafde beweringen een volstrekt onaanvaardbaar fenomeen is; verzoekt de Commissie bilaterale gesprekken aan te knopen om dit negatieve fenomeen uit te bannen;

9.  wijst erop dat tal van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) zich niet bewust zijn van de mogelijkheden die de overeenkomst biedt; verzoekt de Commissie en de lidstaten derhalve om met name het preferentiegebruik bij kmo's te onderzoeken en effectieve maatregelen te nemen om bij kmo's het bewustzijn te vergroten over de mogelijkheden die de overeenkomst met zich meebrengt;

10.  is voorstander van een verdere verdieping van de handels- en investeringsbetrekkingen tussen de EU en Korea, in het bijzonder van het hoofdstuk over investeringen in de vrijhandelsovereenkomst; rekent erop dat de problemen met betrekking tot het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling worden opgelost alvorens er verder wordt onderhandeld over het investeringshoofdstuk; steunt de verbintenis van de partijen bij de overeenkomst om te werken aan verdere economische groei en duurzame ontwikkeling die ten dienste staan van de burgers van de EU en Korea; verzoekt de Commissie en de regering van de Republiek Korea om in het geval van onderhandelingen over een investeringshoofdstuk geen gebruik te maken van de oude ISDS-methode, maar in plaats daarvan voort te bouwen op een nieuw stelsel van investeringsgerechten als voorgesteld door de Commissie, en verzoekt de Commissie om op lange termijn een multilateraal stelsel van investeringsgerechten te ontwikkelen dat in de plaats zou kunnen komen van alle mechanismen voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten in huidige en toekomstige vrijhandelsovereenkomsten;

11.  benadrukt het belang van een verdere verbetering van internationale samenwerking in het multilaterale, plurilaterale en regionale internationale kader, in de context van de WTO, zoals met betrekking tot onderhandelingen over de overeenkomst inzake milieugoederen (EGA) en de overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA);

12.  beklemtoont dat de strategische waarden van de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Korea verder reiken dan alleen handel, aangezien de overeenkomst een solide basis legt voor diepere betrekkingen met een engagement op lange termijn en bijdraagt aan de totstandbrenging van een strategisch partnerschap tussen de EU en Korea;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten en de regering en de Nationale Vergadering van de Republiek Korea.

(1)

PB L 127 van 14.5.2011, blz. 1.

(2)

PB L 90 van 30.3.2001, blz. 46.

(3)

http://ec.europa.eu/trade/policy/in-focus/new-trade-strategy/index_en.htm

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0250.

(5)

PB C 56 E van 26.2.2013, blz. 87.

(6)

PB L 145 van 31.5.2011, blz. 19.

(7)

PB L 127 van 14.5.2011, blz. 1.

(8)

PB C 188 E van 28.6.2012, blz. 113.

(9)

PB C 99 E van 3.4.2012, blz. 94.

(10)

PB C 99 E van 3.4.2012, blz. 31.

(11)

PB C 99 E van 3.4.2012, blz. 101.

(12)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0299.


ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (17.6.2016)

aan de Commissie internationale handel

inzake de tenuitvoerlegging van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Korea

(2015/2059(INI))

Rapporteur voor advies: Siôn Simon

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat de vrijhandelsovereenkomst (FTA) tussen de EU en de Republiek Korea aanzienlijke voordelen heeft opgeleverd voor de handel tussen beide partijen en bijdraagt tot economische ontwikkeling en tot het creëren van nieuwe kansen voor bedrijven en nieuwe, duurzame banen, zowel in de EU als in de Republiek Korea;

B.  overwegende dat de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en de Republiek Korea tot nieuwe handelsmogelijkheden heeft geleid op de snel groeiende Oost-Aziatische markt;

C.  overwegende dat op grond van hoofdstuk 13 van de FTA, de Republiek Korea zich ertoe heeft verbonden in zijn wetgeving en in de praktijk de in de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) opgenomen internationale fundamentele normen te eerbiedigen, te bevorderen en uit te voeren;

D.  overwegende dat de FTA tussen de EU en de Republiek Korea de eerste van een nieuwe generatie door de EU gesloten FTA's is, aangezien deze een breder toepassingsgebied heeft dan alle voorafgaande overeenkomsten en voorziet in verbintenissen betreffende arbeidsrechten, een follow-upsysteem en deelname van de sociale partners en het maatschappelijk middenveld;

E.  overwegende dat in hoofdstuk 13 van de FTA wordt bevestigd dat de EU en de Republiek Korea het recht hebben hun eigen niveaus van milieu- en arbeidsbescherming vast te stellen, waarbij naar een hoog beschermingsniveau wordt gestreefd;

F.  overwegende dat in de toekomstige handelsstrategie solide arbeidsrechten tot de doelstellingen van eerlijk handelsbeleid behoren;

1.  is ingenomen met de initiatieven van de Commissie wat betreft de handelsbetrekkingen met de Republiek Korea om duurzame ontwikkeling te bevorderen, met name op het gebied van arbeid en beroep;

2.  is bezorgd over de laatst gemelde onderdrukking van vakbonden in de Republiek Korea; verzoekt de Commissie raadplegingen op gang te brengen met de Koreaanse autoriteiten over de gemelde schendingen van grondrechten zoals de vrijheid van vereniging en het feit dat de effectieve erkenning van het recht op collectieve onderhandelingen niet wordt gewaarborgd; verzoekt de Commissie haar beoordeling van de situatie openbaar te maken; meent dat het belangrijk is vooruit te kijken en te onderzoeken waar de vrijhandelsovereenkomst kan worden verbeterd ten gunste van beide partijen, en dit niet enkel in het voordeel van bedrijven, maar ook van werknemers en het bredere publiek;

3.  herhaalt dat geen van de partijen de arbeidsbescherming zoals die in zijn wetgeving geregeld is mag afzwakken of verminderen om handel of investeringen aan te moedigen; maakt zich zorgen over de recente herzieningen van het arbeidsrecht in de Republiek Korea en verzoekt de Commissie dan ook te onderzoeken of er sprake is van niet-naleving en passende maatregelen voor te bereiden indien de voorschriften van hoofdstuk 13 geschonden zijn;

4.  moedigt de Republiek Korea ertoe aan de fundamentele IAO-verdragen die het nog niet heeft geratificeerd onverwijld te ratificeren en ten uitvoer te leggen; is ingenomen met de start van het door de EU gesubsidieerde project om de Republiek Korea te ondersteunen bij de tenuitvoerlegging van het IAO-verdrag over non-discriminatie in arbeid en beroep als belangrijk initiatief ten behoeve van de bescherming van de grondrechten van werkenden;

5.  looft de rol van de interne adviesgroepen bij de opstelling van een gezamenlijk project voor de tenuitvoerlegging van IAO-aanbeveling 111, en adviseert hen in de nabije toekomst een soortgelijk project te starten voor de tenuitvoerlegging van alle kernverdragen van de IAO;

6.  betreurt het ontbreken van een bepaling in de FTA tussen de EU en de Republiek Korea die voor herstelde goederen voorziet in vrijstelling van douanerechten bij herinvoer; verzoekt de Commissie met spoed een oplossing te vinden voor dit probleem, dat het concurrentievermogen van Europese bedrijven schaadt en banen op het spel zet;

7.  verzoekt de Commissie de interne adviesgroepen te laten toezien op de ontwikkeling van de arbeidsrechtensituatie in de Republiek Korea en de resultaten van de besprekingen in de adviesgroepen in ontvangst te nemen, te behandelen en oplossingen te vinden die ermee in lijn zijn;

8.  herinnert aan de verbintenis van zowel de EU als de Republiek Korea wat betreft de bevordering van fatsoenlijk werk, vrijheid van vereniging en de daadwerkelijke erkenning van het recht van collectieve onderhandelingen, de uitbanning van alle vormen van gedwongen of verplichte arbeid, de daadwerkelijke afschaffing van kinderarbeid en de uitbanning van discriminatie met betrekking tot arbeid en beroep;

9.  benadrukt dat arbeidsnormen geen non-tarifaire handelsbelemmeringen mogen vormen, maar er juist toe moeten bijdragen dat de belangen van werkgevers en werknemers naar behoren worden beschermd, waardoor de levensstandaard wordt verbeterd en economische groei, concurrentievermogen en stabiliteit worden bevorderd;

10.  verwacht dat de partijen bij de overeenkomst de grondrechten van werkenden en de internationale fundamentele arbeidsnormen eerbiedigen overeenkomstig artikel 13 van de FTA; beveelt aan dat de Commissie een beoordeling van de tenuitvoerlegging ervan geeft; is van mening dat Europese bedrijven een belangrijke rol hebben in de bevordering van internationale normen inzake deugdelijk bestuur en mensenrechten; ondersteunt de opname van clausules betreffende de rechten van werkenden in alle relevante internationale overeenkomsten tussen de EU en derde landen, onder andere met betrekking tot arbeidsnormen;

11.  verzoekt de Commissie nauwlettend toe te zien op de gevolgen van de overeenkomst voor de Europese arbeidsmarkt en specifieke economische sectoren op het niveau van de Unie en van de lidstaten;

12.  benadrukt het belang van de dialoog tussen de Commissie, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld, met het oog op de tenuitvoerlegging van de verbintenissen die met de overeenkomst zijn aangegaan.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

15.6.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

3

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Guillaume Balas, Tiziana Beghin, Brando Benifei, Vilija Blinkevičiūtė, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Elena Gentile, Marian Harkin, Danuta Jazłowiecka, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Kostadinka Kuneva, Jérôme Lavrilleux, Javi López, Morten Løkkegaard, Thomas Mann, Dominique Martin, Elisabeth Morin-Chartier, João Pimenta Lopes, Georgi Pirinski, Marek Plura, Terry Reintke, Sofia Ribeiro, Maria João Rodrigues, Claude Rolin, Anne Sander, Siôn Simon, Jutta Steinruck, Romana Tomc, Yana Toom, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Daniela Aiuto, Georges Bach, Lynn Boylan, Eva Kaili, Eduard Kukan, Edouard Martin, Michaela Šojdrová, Neoklis Sylikiotis, Tom Vandenkendelaere, Flavio Zanonato


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, Maria Arena, Tiziana Beghin, David Borrelli, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Marielle de Sarnez, Karoline Graswander-Hainz, Bernd Lange, David Martin, Emmanuel Maurel, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Franz Obermayr, Artis Pabriks, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Viviane Reding, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Tokia Saïfi, Matteo Salvini, Marietje Schaake, Joachim Schuster, Joachim Starbatty, Adam Szejnfeld, Hannu Takkula, Iuliu Winkler, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Klaus Buchner, Agnes Jongerius, Stelios Kouloglou, Ramona Nicole Mănescu, Ramon Tremosa i Balcells, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Philippe Loiseau, Jordi Solé


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

33

+

ALDE

Schaake Marietje, Takkula Hannu, Tremosa i Balcells Ramon, de Sarnez Marielle

ECR

Campbell Bannerman David, Starbatty Joachim, Zahradil Jan

EFDD

(The Earl of) Dartmouth William, Beghin Tiziana, Borrelli David

PPE

Andrikienė Laima Liucija, Caspary Daniel, Cicu Salvatore, Mănescu Ramona Nicole, Pabriks Artis, Proust Franck, Quisthoudt-Rowohl Godelieve, Reding Viviane, Saïfi Tokia, Szejnfeld Adam, Wałęsa Jarosław, Winkler Iuliu

S&D

Arena Maria, Graswander-Hainz Karoline, Jongerius Agnes, Lange Bernd, Martin David, Maurel Emmanuel, Moisă Sorin, Rodríguez-Piñero Fernández Inmaculada, Schuster Joachim

VERTS/ALE

Buchner Klaus, Solé Jordi

4

-

ENF

Loiseau Philippe, Salvini Matteo

GUE/NGL

Kouloglou Stelios, Mineur Anne-Marie

1

0

ENF

Obermayr Franz

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling