Procedure : 2016/2177(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0128/2017

Ingediende teksten :

A8-0128/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.45

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0176

VERSLAG     
PDF 309kWORD 64k
30.3.2017
PE 593.872v02-00 A8-0128/2017

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Spoorwegbureau (voortaan Spoorwegbureau van de Europese Unie) voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2177(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Inés Ayala Sender

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Spoorwegbureau (voortaan Spoorwegbureau van de Europese Unie) voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2177(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Spoorwegbureau voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Spoorwegbureau voor het begrotingsjaar 2015, tezamen met het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0063/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 881/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau (Spoorwegbureauverordening)(4), en met name artikel 39,

–  gezien Verordening (EU) nr. 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004(5), en met name artikel 65,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0128/2017),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Spoorwegbureau van de Europese Unie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Spoorwegbureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het sluiten van de rekeningen van het Europees Spoorwegbureau (voortaan Spoorwegbureau van de Europese Unie) voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2177(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Spoorwegbureau voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Spoorwegbureau voor het begrotingsjaar 2015, tezamen met het antwoord van het Bureau(7),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(8) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2017 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015 (05873/2017 – C8-0063/2017),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(9), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 881/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau (Spoorwegbureauverordening)(10), en met name artikel 39,

–  gezien Verordening (EU) nr. 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004(11), en met name artikel 65,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(12), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0128/2017),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Spoorwegbureau voor het begrotingsjaar 2015;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Spoorwegbureau van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Spoorwegbureau (voortaan het Spoorwegbureau van de Europese Unie) voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2177(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Spoorwegbureau voor het begrotingsjaar 2015,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0128/2017),

A.  overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Spoorwegbureau ("het Bureau") voor het begrotingsjaar 2015 volgens zijn jaarrekening 26 345 000 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 2,45 % ten opzichte van 2014 betekent; overwegende dat de begroting van het Bureau volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

B.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Europees Spoorwegbureau voor het begrotingsjaar 2015 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

C.  overwegende dat het Parlement, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

Follow-up van de kwijting voor 2014

1.  erkent het feit dat het Bureau opnieuw onderhandelingen over zijn zetelovereenkomst aangaat met de regering van de ontvangende lidstaat, wat moet leiden tot het centraliseren van alle activiteiten van het Bureau tot één locatie en het verminderen van de kosten; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit in te lichten over de voortgang van de onderhandelingen;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2015 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,10 %, oftewel een stijging van 1,76 % ten opzichte van 2014, en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 89,78 % bedroeg, oftewel een stijging van 3,96 % ten opzichte van 2014;

3.  merkt op dat, in overeenstemming met de bepalingen van de nieuwe regelgeving van het Bureau die in juni 2016 van kracht werd, het Bureau kosten in rekening mag brengen voor een aantal van zijn nieuwe bevoegdheden, waaronder de uitgifte van veiligheidscertificaten, voertuigvergunningen en goedkeuring vooraf van ERTMS-spoorprojecten; merkt op dat het Bureau een vergoedingsmechanisme aan het ontwikkelen is en hierbij rekening houdt met de praktijken van andere agentschappen en relevante nationale instanties; vraagt het Bureau de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden over de ontwikkeling en toepassing van dit nieuwe mechanisme;

Vastleggingen en overdrachten

4.  merkt op dat, volgens het Bureau, het niveau van de overdrachten lager was dan de indicatieve plafonds die door de Rekenkamer worden gebruikt om de begrotingsuitvoering te evalueren (10 % voor titel 1, 20 % voor titel 2 en 30 % voor titel 3) voor alle budgettaire titels;

5.  stelt vast dat de overdrachten in vergelijking met 2014 verbeterd zijn (18,98 % voor titel II, in vergelijking met 24,53 % in 2014, en 29,42 % voor titel III, in vergelijking met 37,93 % in 2014); verneemt met instemming dat de indicatieve maxima die de Rekenkamer gebruikt om de uitvoering van de begroting op het niveau van overdrachten te beoordelen (10 % voor titel 1, 20 % voor titel 2 en 30 % voor titel 3), werden gehaald;

Aanbestedings- en aanwervingsprocedures

6.  merkt op dat het Bureau aan het eind van 2015 154 vaste medewerkers in dienst had, waarvan er 134 tijdelijke functionarissen waren, 20 contractuele functionarissen en 3 gedetacheerde nationale deskundigen, in vergelijking met 151 vaste personeelsleden aan het eind van 2014; stelt bovendien vast dat, volgens het Bureau, 62 % van de personeelsleden mannen zijn en 38 % vrouwen; merkt op dat, volgens een screening uitgevoerd door het Bureau, 64,61 % van de banen van het Bureau verband houden met de operationele activiteiten (tegenover 67,59 % in 2014), 21,14 % verband houden met administratieve ondersteuning en coördinatie (tegenover 20,72 % in 2014) en 14,25 % neutraal is (tegenover 11,69 % in 2014);

7.  betreurt dat slechts 92,6 % van de facturen binnen de vastgelegde termijn van 30 dagen betaald werd, door vertraging bij het verwerken van de facturen door de personeelsleden van het Bureau, kastekorten en conflicten met leveranciers over de inhoud van de facturen;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

8.  merkt op dat, volgens het Bureau, het nieuwe beleid inzake de preventie en het beheer van belangenconflicten voor zijn administratief bestuurders werd goedgekeurd; stelt vast dat het Bureau vervolgens de verklaringen van afwezigheid van belangenconflicten en cv's van de leden van de raad van bestuur op zijn website heeft bekendgemaakt; merkt voorts op dat een actie voor het bekendmaken van de cv's en belangenverklaringen van de raad van bestuur van het Bureau zal volgen zodra het beleid inzake belangenconflicten wordt herzien in 2017; verzoekt het Bureau de cv's en belangenverklaringen van de kaderleden van zijn raad van bestuur onverwijld op de website van het Bureau te publiceren en tegelijk de herziening van het beleid ter hand te nemen; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit in te lichten over het resultaat van de actie;

9.  merkt op dat de regels inzake de bescherming van klokkenluiders in 2017 zullen worden vastgesteld; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit op de hoogte te brengen van de tenuitvoerlegging van deze regels; merkt op dat de regels inzake de bescherming van klokkenluiders in 2017 zullen worden vastgesteld; vraagt het Bureau de kwijtingsautoriteit in te lichten over de toepassing van deze regeling;

10.  merkt op dat het Bureau naar eigen zeggen begonnen is met de implementatie van het actieplan zoals gedefinieerd in de fraudebestrijdingsstrategie van het Bureau; merkt met name op dat het Bureau twee opleidingen heeft georganiseerd over ethiek en integriteit, waar onder andere de thema's ethische waarden en fraudepreventie aangesneden werden; merkt op dat het aanwezigheidspercentage van de raad van bestuur van het Bureau hoog, maar voor de rest van het personeel relatief laag was; merkt op dat de opleidingen in 2016 zouden worden voortgezet;

11.  merkt op dat het Bureau in 2015 geen gevallen van vermoeden van fraude heeft gemeld bij het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF); verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit in te lichten over de resultaten van de onderzoeken en bevindingen van OLAF;

Interne audit

12.  erkent dat de dienst Interne Audit van de Commissie (IAS) geen kritische of zeer belangrijke aanbevelingen heeft gedaan aan het Bureau; merkt op dat de IAS een audit heeft uitgevoerd inzake Stakeholder Relationship Management en externe communicatie; merkt op dat als gevolg daarvan de IAS vier belangrijke aanbevelingen heeft gedaan; erkent dat de aanbevelingen, volgens het Bureau, tijdig zouden worden geïmplementeerd binnen het kader van de communicatiestrategie van het Bureau;

13.  merkt op dat de IAS na de vorige controles van het Expertbeheer in interoperabiliteit, jaarlijkse activiteitenverslagen en over de plannings- en begrotingsprocessen vaststelde dat, behalve één uitzondering, alle aanbevelingen werden uitgevoerd door het Bureau; stelt voorts vast dat ten aanzien van de enige nog openstaande aanbeveling, die als "zeer belangrijk" gemarkeerd staat, met betrekking tot de versterking van de aanwervingsprocedure, het Bureau zijn selectieprocedure heeft herzien en als een tijdelijke maatregel ex-antecontroles van alle selectieprocedures laat uitvoeren door de coördinator voor interne controle; erkent dat de resultaten van de ex-antecontroles aan de IAS zouden worden verstrekt als ondersteunend bewijs voor het afsluiten van de aanbeveling met het oog op de evaluatie ervan;

Internebeheersingsmaatregelen

14.  merkt op dat het Bureau nog niet volledig heeft voldaan aan alle normen voor interne controle (Internal Control Standards, ICS) in 2015; merkt in het bijzonder op dat de implementatie van zes van de ICS (namelijk nr. 2 "Ethiek en Waarden", nr. 3 "Aanwerving, mobiliteit en verloop van personeel", nr. 4 "Personeelsprestatie, -beheer en -ontwikkeling", nr. 9 "Toezicht op management", nr. 10 "Bedrijfscontinuïteit" en nr. 11 "Documentbeheer") gaande was en dat de implementatie van ICS nr. 8 "Proces en procedures" al gedeeltelijk was uitgevoerd; stelt met tevredenheid vast dat ICS nr. 12 met betrekking tot "Informatie en communicatie" in 2015 werd ingevoerd;

15.  merkt op dat het Bureau een geïntegreerd beheersysteem heeft aangenomen op basis van vereisten die in de normen voor interne controles en in de serie van ISO 9001-normen vastgesteld zijn;

16.  stelt vast dat uit de risicobeoordeling in 2015 bleek dat er risico's gekoppeld zijn aan de uitbreiding van het mandaat van het Bureau naar aanleiding van de inwerkingtreding van de technische pijler van het vierde spoorwegpakket, en dat er risico's zijn door mogelijke beveiligingsproblemen, met gevolgen voor de interoperabiliteit, alsook innovatie-uitdagingen die nefast zijn voor het concurrentievermogen van het spoor;

Communicatiebeleid

17.  stelt met tevredenheid vast dat het Bureau in 2015 een communicatiestrategie heeft aangenomen om het aantal activiteiten op sociale media te verhogen, zijn openbare nieuwsbrief en eigen huisstijl een nieuwe impuls te geven, en een database aan te maken voor digitale beelden die het werk van het Bureau illustreren en benadrukken dat het Bureau werkt "voor de samenleving"; merkt op dat het Bureau in het begin van 2017 een nieuwe publieke website zal lanceren (in lijn met het enkelvoudig programmeringsdocument 2017);

18.  stelt met tevredenheid vast dat het Bureau in 2016 verschillende acties ondernam om zijn activiteiten, prestaties en toegevoegde waarde aan de buitenwereld te communiceren door middel van verschillende openbare evenementen, met inbegrip van de InnoTrans-beurs in september 2016, een forum over de digitalisering van de spoorwegen in Florence, een viering ter gelegenheid van de positieve stemresultaten voor het 4e Spoorwegpakket en de daaropvolgende naamsverandering en tal van workshops georganiseerd door de operationele eenheden in heel Europa;

Overige opmerkingen

19.  stelt met bezorgdheid vast dat er een aanzienlijk genderonevenwicht van 86 % / 14 % heerst in het team van senior kaderleden en van 85 % / 15 % in de raad van bestuur van het Agentschap; spoort het Agentschap aan om deze onevenwichtigheden zo snel mogelijk te corrigeren en de resultaten mee te delen aan het Parlement;

20.  merkt op dat in 2015 43 medewerkers deelnamen aan away days waarvan de prijs 5 000 EUR (of 116 EUR per persoon) bedroeg en dat 320 medewerkers deelnamen aan "Andere evenementen" (totaalprijs 21 000 EUR of 65 EUR per persoon);

21.  benadrukt dat het Bureau een strategische rol heeft bij het verbeteren van het concurrentievermogen van het spoor ten opzichte van andere vervoerswijzen, door administratieve en technische barrières weg te nemen, markttoegang aan te moedigen en non-discriminatie te waarborgen, overheidsgeld voor openbare diensten voor vervoer per spoor efficiënter in te zetten en de infrastructuur beter te beheren;

22.  herinnert aan de rol van het Bureau bij het waarborgen van de veiligheid en de interoperabiliteit van het Europese spoorwegstelsel; is ingenomen met de rol van het Bureau in de follow-up van het ontwikkelen, testen en uitvoeren van het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS) en bij het evalueren van de specifieke ERTMS-projecten; herinnert er bovendien aan dat de taak (bijv. één loket voor voertuiggoedkeuringen en veiligheidscertificaten) en de bevoegdheden van het Bureau momenteel herzien worden in het kader van het vierde spoorwegpakket; dringt erop aan dat het Bureau, als zijn takenpakket wordt uitgebreid, de nodige financiële, materiële en personele middelen tot zijn beschikking krijgt om zijn nieuwe en bijkomende taken doeltreffend en efficiënt te kunnen uitvoeren; neemt met verontrusting kennis van de tegenstrijdigheid tussen de onlangs aangenomen wetgeving ter uitbreiding van het takenpakket van het Bureau en de besparingen op de begroting van het Bureau die in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 zullen worden doorgevoerd;

23.  ondersteunt het initiatief van het Bureau in 2015 om een nieuwe procedure in te voeren om de lidstaten en belanghebbenden meer te betrekken bij de ontwikkeling van het werkprogramma voor 2016; verwelkomt de lancering van het ERTMS-platform van belanghebbenden en herinnert eraan dat het ERTMS cruciaal is om één Europese spoorwegruimte te realiseren; benadrukt daarom dat een optimale coördinatie bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het ERTMS, teneinde één transparant, stabiel, betaalbaar en interoperabel ERTMS-systeem in heel Europa te verwezenlijken, een hoofdprioriteit is;

24.  verwelkomt de proactieve aanpak van het Bureau, dat een taskforce heeft opgezet ter voorbereiding van de waarschijnlijke aanneming van het vierde spoorwegpakket in 2016, en de nieuwe status van het Bureau en zijn uitgebreidere takenpakket;

25.  verwelkomt het programma dat gericht is op het opschonen van de nationale regelgeving, teneinde de impact van de bestaande barrières tussen de lidstaten te beperken of de barrières weg te werken;

26.  ondersteunt de vorderingen die het Bureau maakt om de samenwerking met het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) en het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) te verbeteren, teneinde een gezamenlijke veiligheidscultuur te ontwikkelen;

27.  herinnert aan het standpunt van het Europees Parlement in de begrotingsprocedure inzake de terugwinning van de totale bedragen die zijn overgeheveld van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen naar het Europees Fonds voor strategische investeringen;

°

°  °

28.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van [xx xxxx 2017](13) [over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen].

28.2.2017

ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Spoorwegbureau voor het begrotingsjaar 2015

(2016/2177(DEC))

Rapporteur voor advies: Claudia Schmidt

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  verneemt met instemming dat de Rekenkamer heeft vastgesteld dat de rekeningen van het Europees Spoorwegbureau ("het Bureau") voor het begrotingsjaar 2015 op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

2.  merkt op dat het Bureau voor 2015 een begroting van 26,3 miljoen EUR aan vastleggings- en betalingskredieten had en dat de gemiddelde uitvoeringspercentages 99,1 % voor de vastleggingskredieten (inclusief overdrachten) en 89,78 % voor de betalingskredieten bedroegen (90,59 % van de in 2015 vastgelegde kredieten); stelt daarnaast vast dat de 10,07 % die naar 2016 overgedragen werd vooral beleidsuitgaven betreft en dat 96,3 % van de overgedragen kredieten van 2014 uitgevoerd werd;

3.  stelt vast dat de overdrachten in vergelijking met 2014 verbeterd zijn (18,98 % voor titel II, in vergelijking met 24,53 % in 2014, en 29,42 % voor titel III, in vergelijking met 37,93 % in 2014); verneemt met instemming dat de indicatieve maxima die de Rekenkamer gebruikt om de uitvoering van de begroting op het niveau van overdrachten te beoordelen (10 % voor titel 1, 20 % voor titel 2 en 30 % voor titel 3), werden gehaald;

4.  betreurt dat slechts 92,6 % van de facturen binnen de vastgelegde termijn van 30 dagen betaald werd, door vertraging bij het verwerken van de facturen door de personeelsleden van het Bureau, kastekorten en conflicten met leveranciers over de inhoud van de facturen;

5.  betreurt dat de corrigerende maatregelen naar aanleiding van de opmerkingen van de Rekenkamer in 2013 over de dubbele locatie van het Bureau in Lille en Valenciennes nog niet geïmplementeerd zijn; betreurt eveneens dat de aanbeveling om de aanwervingsprocedures te verbeteren nog niet geïmplementeerd is;

6.  betreurt dat nog geen volledige naleving van de normen voor interne controles werd bereikt en dat verschillende prioritaire activiteiten voor 2015 nog voltooid moeten worden, bijvoorbeeld een procedure voor functiebeschrijvingen, een bekwaamheidsbeheersysteem en een procedure voor incidentbeheer;

7.  wijst op de resultaten van de tweede benchmarking van de posten van het Bureau, met 21,14 % van de functies gericht op administratieve ondersteuning, 64,61 % op operationele taken en 14,25 % op financiële en controletaken; betreurt dat het aantal personeelsleden dat rechtstreeks operationele taken uitvoert, verhoudingsgewijs is gedaald;

8.  benadrukt dat het Bureau een strategische rol heeft bij het verbeteren van het concurrentievermogen van het spoor ten opzichte van andere vervoerswijzen, door administratieve en technische barrières weg te nemen, markttoegang aan te moedigen en non-discriminatie te waarborgen, overheidsgeld voor openbare diensten voor vervoer per spoor efficiënter in te zetten en de infrastructuur beter te beheren;

9.  beklemtoont de rol van het Bureau bij het waarborgen van de veiligheid en de interoperabiliteit van het Europese spoorwegstelsel; is ingenomen met de rol van het Bureau in de follow-up van het ontwikkelen, testen en uitvoeren van het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS) en bij het evalueren van de specifieke ERTMS-projecten; herinnert er bovendien aan dat een herziening van de taak (bijv. één loket voor voertuiggoedkeuringen en veiligheidscertificaten) en de bevoegdheden van het Bureau deel uitmaakt van het vierde spoorwegpakket; dringt erop aan dat het Bureau, als zijn takenpakket wordt uitgebreid, de nodige financiële, materiële en personele middelen tot zijn beschikking krijgt om zijn nieuwe en bijkomende taken doeltreffend en efficiënt te kunnen uitvoeren; neemt met verontrusting kennis van de tegenstrijdigheid tussen de onlangs aangenomen wetgeving ter uitbreiding van het takenpakket van het Bureau en de besparingen op de begroting van het Bureau die in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 zullen worden doorgevoerd;

10.  ondersteunt het initiatief van het Bureau in 2015 om een nieuwe procedure in te voeren om de lidstaten en belanghebbenden meer te betrekken bij de ontwikkeling van het werkprogramma voor 2016; verwelkomt de lancering van het ERTMS-platform van belanghebbenden en herinnert eraan dat het ERTMS cruciaal is om één Europese spoorwegruimte te realiseren; benadrukt daarom dat een optimale coördinatie bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het ERTMS, teneinde één transparant, stabiel, betaalbaar en interoperabel ERTMS-systeem in heel Europa te verwezenlijken, een hoofdprioriteit is;

11.  verwelkomt de proactieve aanpak van het Bureau, dat een taskforce heeft opgezet ter voorbereiding van de waarschijnlijke aanneming van het vierde spoorwegpakket in 2016, en de nieuwe status van het Bureau en zijn uitgebreidere takenpakket;

12.  verwelkomt het programma dat gericht is op het opschonen van de nationale regelgeving, teneinde de impact van de bestaande barrières tussen de lidstaten te beperken of de barrières weg te werken;

13.  ondersteunt de vorderingen die het Bureau maakt om de samenwerking met het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) en het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) te verbeteren, teneinde een gezamenlijke veiligheidscultuur te ontwikkelen;

14.  herinnert aan het standpunt van het Europees Parlement in de begrotingsprocedure inzake de terugwinning van de totale bedragen die zijn overgeheveld van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen naar het Europees Fonds voor strategische investeringen;

15.  betreurt dat van verscheidene leden van de raad van bestuur de belangenverklaringen nog steeds ontbreken en dringt er bij het Bureau op aan deze onverwijld openbaar te maken;

16.  verneemt met instemming dat het Bureau begonnen is met de implementatie van het actieplan zoals gedefinieerd in de fraudebestrijdingsstrategie van het Bureau; betreurt echter dat de deelnamegraad van het personeel, met uitzondering van het management, aan opleidingen inzake fraudepreventie eerder laag is;

17.  merkt op dat het Bureau een geïntegreerd beheersysteem heeft aangenomen op basis van vereisten die in de normen voor interne controles en in de serie van ISO 9001-normen vastgesteld zijn;

18.  stelt vast dat uit de risicobeoordeling in 2015 bleek dat er risico's gekoppeld zijn aan de uitbreiding van het mandaat van het Bureau naar aanleiding van de inwerkingtreding van de technische pijler van het vierde spoorwegpakket, en dat er risico's zijn door mogelijke beveiligingsproblemen, met gevolgen voor de interoperabiliteit, alsook innovatie-uitdagingen die nefast zijn voor het concurrentievermogen van het spoor;

19.   stelt voor dat het Europees Parlement kwijting verleent aan de uitvoerend directeur van het Bureau voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

28.2.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

7

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Marie-Christine Arnautu, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Karima Delli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Bruno Gollnisch, Dieter-Lebrecht Koch, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Georg Mayer, Gesine Meissner, Cláudia Monteiro de Aguiar, Jens Nilsson, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Tomasz Piotr Poręba, Gabriele Preuß, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Jill Seymour, Claudia Țapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, István Ujhelyi, Wim van de Camp, Janusz Zemke, Roberts Zīle, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jakop Dalunde, Mark Demesmaeker, Markus Ferber, Karoline Graswander-Hainz, Kateřina Konečná, Franck Proust

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Jean-François Jalkh, Bogusław Liberadzki, Monica Macovei, Notis Marias, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Hannu Takkula, Derek Vaughan, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Gerben-Jan Gerbrandy, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Julia Pitera, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Raymond Finch, Jens Geier, Susanne Melior, Piernicola Pedicini, Janusz Zemke

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

24

+

ALDE

ECR

GUE/NGL

PPE

S&D

VERTS/ALE

Martina Dlabajová, Gerben-Jan Gerbrandy, Hannu Takkula

Monica Macovei

Luke Ming Flanagan, Dennis de Jong

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Joachim Zeller, Patricija Šulin

Inés Ayala Sender, Jens Geier, Cătălin Sorin Ivan, Karin Kadenbach, Bogusław Liberadzki, Susanne Melior, Derek Vaughan, Janusz Zemke

Benedek Jávor, Bart Staes

5

-

ECR

EFDD

ENF

Richard Ashworth, Notis Marias

Raymond Finch, Piernicola Pedicini

Jean-François Jalkh

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 151.

(2)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 151.

(3)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(4)

PB L 164 van 30.4.2004, blz. 1.

(5)

PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1.

(6)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(7)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 151.

(8)

PB C 449 van 1.12.2016, blz. 151.

(9)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(10)

PB L 164 van 30.4.2004, blz. 1.

(11)

PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1.

(12)

PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.

(13)

Aangenomen teksten van die datum, P[8_TA(-PROV)(2017)0000].

Juridische mededeling