Procedure : 2016/2154(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0136/2017

Ingediende teksten :

A8-0136/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.17

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0148

VERSLAG     
PDF 382kWORD 62k
31.3.2017
PE 593.842v02-00 A8-0136/2017

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling IV - Hof van Justitie

(2016/2154(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Benedek Jávor

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling IV - Hof van Justitie

(2016/2154(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 (COM(2016)0475 – C8-0272/2016)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015, tezamen met de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie juridische zaken (A8-0136/2017),

1.  verleent de griffier van het Hof van Justitie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Hof van Justitie voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de het Hof van Justitie, de Europese Raad, de Raad, de Commissie, de Rekenkamer, de Europese Ombudsman, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling IV – Hof van Justitie

(2016/2154(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling IV - Hof van Justitie,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie juridische zaken (A8-0136/2017),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

1.  stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag van 2015 geen significante tekortkomingen heeft vastgesteld met betrekking tot de gecontroleerde aspecten wat betreft personele middelen en het plaatsen van opdrachten door het Hof van Justitie van de Europese Unie ("Hof van Justitie");

2.  is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer op basis van haar controlewerkzaamheden heeft geconcludeerd dat de betalingen als geheel over het per 31 december 2015 afgesloten jaar met betrekking tot de administratieve en andere uitgaven van het Hof van Justitie geen materiële fouten vertonen;

3.  merkt op dat het Hof van Justitie in 2015 beschikte over kredieten ten belope van 357 062 000 EUR (355 367 500 EUR in 2014) en dat de uitvoeringsgraad 99 % bedroeg; verwelkomt de zeer hoge benuttingsgraad in 2015, identiek aan de benuttingsgraad in 2014;

4.  merkt op dat de ontvangsten van het Hof van Justitie voor begrotingsjaar 2015 werden geraamd op 44 856 000 EUR; verzoekt het Hof toe te lichten waarom de vastgestelde rechten voor het begrotingsjaar 2015 49 510 442 EUR bedragen, wat 10,4 % hoger is dan geraamd;

5.  merkt op dat de ontvangsten uit rechten die van 2014 naar 2015 werden overgedragen op 84 620,37 EUR komen en dat 84,28 % daarvan ontvangsten zijn van personen die verbonden zijn aan de instellingen of andere organen van de Unie;

6.  wijst erop dat de begroting van het Hof van Justitie merendeels administratief is, en dat ongeveer 75 % gebruikt wordt voor uitgaven met betrekking tot het personeel dat in het Hof van Justitie werkzaam is en de rest voor gebouwen, meubilair, uitrusting en speciale taken van het Hof van Justitie; onderstreept echter dat de invoering van resultaatgericht begroten niet enkel geldt voor de begroting van het Hof van Justitie in haar geheel, maar ook voor het bepalen van specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdgebonden (SMART) doelstellingen voor individuele afdelingen, eenheden en jaarplannen voor personeelsbeleid; roept het Hof van Justitie in dit verband op om het beginsel van resultaatgericht begroten breder in te voeren in de dagelijkse activiteiten;

7.  verwelkomt de productiviteit van de gerechtelijke activiteiten van het Hof van Justitie in 2015, met 1 711 zaken aanhangig gemaakt bij de drie gerechtelijke instanties, en 1 755 afgesloten zaken; merkt op dat nooit eerder in de geschiedenis van het Hof van Justitie op één jaar tijd zo veel zaken werden ingediend;

8.  merkt op dat het Hof van Justitie in 2015 616 zaken heeft afgedaan, wat een daling is in vergelijking met 2014 (in 2014 werden 719 zaken afgesloten), en dat 713 nieuwe zaken aanhangig zijn gemaakt (in vergelijking met 622 in 2014);

9.  neemt ter kennis dat bij het Gerecht in 2015 831 nieuwe zaken aanhangig zijn gemaakt en dat 987 zaken werden afgedaan, wat een algemene stijging is in vergelijking met de voorafgaande jaren;

10.  stelt vast dat het Gerecht voor ambtenarenzaken in 2015 152 zaken heeft afgedaan, net als in 2014, en dat er 167 nieuwe zaken aanhangig zijn gemaakt; benadrukt dat 2015 het laatste jaar was waarin het Gerecht voor ambtenarenzaken bestond, tien jaar nadat het werd opgericht; is van oordeel dat het Hof van Justitie een grondige beoordeling moet uitvoeren van de activiteiten die gedurende deze tien jaar verricht werden;

11.  wijst erop dat de juridische statistieken van de drie jurisdicties over 2015 de in voorgaande jaren waargenomen tendens bevestigen met betrekking tot de duur van de procedures, die op bevredigende niveaus blijft [het Hof van Justitie: gemiddelde duur voor de prejudiciële verwijzingen 15,3 maanden (tegen 15 maanden in 2014), voor dringende prejudiciële verwijzingen 1,9 maanden (tegen 2,2 maanden in 2014), voor rechtstreekse beroepen 17,6 maanden (tegen 20 maanden in 2014) en voor verzoeken om voorlopige maatregelen 14 maanden (tegen 14,5 maanden in 2014); het Gerecht en het Gerecht voor ambtenarenzaken: respectievelijk 20,6 maanden (tegen 23,4 maanden in 2014) en 12,1 maanden (tegen 12,7 maanden in 2014) voor alle soorten zaken]; is van mening dat de wijzigingen in de statuten van het Hof van Justitie, die in 2015 zijn goedgekeurd, dit rationaliseringsproces alleen maar kunnen versterken;

12.  is verheugd dat het aantal opgeloste zaken tussen 2007 en 2015 met 57 % is gestegen, voornamelijk dankzij de coördinatie tussen de jurisdicties en de inspanningen van het ondersteunend personeel, en wel ondanks de geringe toename van het aantal hulpfunctionarissen gedurende deze periode;

13.  merkt op dat 2015 het jaar is waarin de hervorming van de gerechtelijke structuur van het Hof van Justitie is aangenomen, die vergezeld ging van de ontwikkeling van een nieuw reglement voor het Gerecht; begrijpt dat deze hervorming het Hof van Justitie in staat zal stellen om, dankzij een verdubbeling van het aantal rechters in het Gerecht (een proces dat in drie fasen verloopt en in 2019 zal zijn voltooid), de stijging van het aantal zaken op te vangen; kijkt uit naar de analyse van de resultaten van die hervorming in de capaciteit van het Hof van Justitie om de zaken binnen een redelijke termijn te behandelen met inachtneming van de vereisten van een eerlijk proces;

14.  is van mening dat de hervorming van het rechtsstelsel het Hof van Justitie in staat zal stellen de stijgende werklast sneller en efficiënter te verwerken en de belangen van de beklaagden te dienen, met inachtneming van hun recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn, overeenkomstig de doelstelling van een doelmatig functionerende dienst van hoogwaardige kwaliteit;

15.  neemt kennis van de geplande herschikking van de gedragscode voor leden, waarbij de voorwaarden voor het verrichten van externe activiteiten en de publicatie van hun financiële belangen verduidelijkt zullen worden; vraagt een grotere transparantie betreffende de externe activiteiten van elke rechter; vraagt dat het Hof van Justitie informatie over andere functies en betaalde externe activiteiten van de rechters verschaft op zijn website en in zijn jaarlijkse activiteitenverslagen;

16.  merkt op dat van de vastleggingen voor dienstreizen (295 000 EUR) slechts 41 209 EUR werd gebruikt; wijst erop dat deze te lage investering had kunnen worden vermeden; vraagt het Hof van Justitie om zijn budgettering en verantwoording met betrekking tot de begroting voor dienstreizen te verbeteren en beklemtoont het beginsel dat dienstreizen kostenefficiënt moeten zijn;

17.  is van oordeel dat het Hof van Justitie voor bijeenkomsten met externe partijen die geen betrekking hebben op zijn judiciële activiteiten een algemeen overzicht van de deelnemers en de inhoud beschikbaar moet stellen;

18.  vraagt het Hof van Justitie tegen juni 2017 een lijst met vergaderingen met lobbyisten, beroepsverenigingen en het maatschappelijk middenveld aan de kwijtingsautoriteit te bezorgen; vraagt het Hof van Justitie tegen juni 2017 de notulen van deze vergaderingen voor te leggen;

19.  neemt met tevredenheid kennis van de verbeteringen van de toepassing e-Curia en van het feit dat alle lidstaten de toepassing in 2015 hebben gebruikt; is van oordeel dat de digitalisering van documenten gekoppeld moet worden aan een verhoging van de gegevensbeveiliging;

20.  stelt vast dat het Hof van Justitie, volgens zijn jaarlijks beheersverslag voor 2015, nauw samenwerkt met het team van de Rekenkamer dat als taak heeft een prestatieaudit te verrichten; merkt in dit verband op dat het Hof van Justitie bij het begin van de audit de werkzaamheden van het auditteam heeft belemmerd; is ingenomen met het feit dat het Hof van Justitie de samenwerking met de auditeurs heeft verbeterd en de Rekenkamer aanvullende documenten heeft verstrekt; is zich ervan bewust dat het beginsel van het geheim der beraadslagingen noodzakelijk is om de onafhankelijkheid van degenen die uitspraak doen te behouden, de samenhang en finaliteit van de uitspraken te bevorderen en te voorkomen dat degenen die uitspraak doen meer tijd moeten besteden aan het afleggen van verklaringen over hun uitspraken dan aan hun uitspraken zelf; wijst er echter op dat het beginsel van het geheim der beraadslagingen externe controles voorkomt als het van meet af aan wordt toegepast; verzoekt het Hof van Justitie daarom een mechanisme voor interne controle/herstel te ontwikkelen om in dergelijke gevallen in een zekere mate van controle te voorzien;

21.  stelt vast dat het Hof van Justitie zich houdt aan de interinstitutionele overeenkomst om het personeelsbestand met 5 % te verminderen over een periode van vijf jaar;

22.  wijst op de hoge bezettingsgraad van posten (98 %) ondanks het grote personeelsverloop in het Hof van Justitie, en ondersteunt het actieve aanwervingsbeleid; dringt er bij het Hof op aan een draaideurbeleid aan te nemen;

23.  verwelkomt de uitwisseling van personeel tussen het Hof van Justitie en de Europese Centrale Bank in 2015 en verwacht dat deze samenwerking de komende jaren blijft bestaan;

24.  verwelkomt het initiatief van het Hof van Justitie om het genderevenwicht in managementfuncties te verbeteren, evenals het feit dat het genderevenwicht in 2015 35 % tegen 65 % bedroeg voor de functies in het middel- en hoger management; is echter van oordeel dat er binnen de instelling nog ruimte is voor verbetering op dit gebied; wijst er tevens op dat het Parlement en de Raad zich ten doel hebben gesteld te zorgen voor gendergelijkheid bij de benoeming van nieuwe rechters in het Gerecht(6);

25.  benadrukt dat geografisch evenwicht, met name de verhouding van de nationaliteit van het personeel tot de grootte van de lidstaten, een belangrijk element in het middelenbeheer moet blijven, met name met betrekking tot de lidstaten die in 2004 of daarna tot de Unie zijn toegetreden;

26.  is ingenomen met het feit dat het Hof van Justitie in zijn personeelssamenstelling een beter evenwicht heeft bereikt tussen functionarissen uit de lidstaten die vóór 2004 tot de Unie zijn toegetreden en functionarissen uit de lidstaten die in 2004 of daarna tot de Europese Unie zijn toegetreden; is echter uiterst bezorgd over het aanzienlijke geografische onevenwicht op kader- en topmanagementniveau, in het nadeel van de lidstaten die in 2004 of daarna tot de Unie zijn toegetreden; roept het Hof van Justitie op om deze situatie recht te zetten en het Parlement op de hoogte te houden van de in dit verband bereikte verwezenlijkingen;

27.  betreurt dat de interne regels voor klokkenluiders van het Hof van Justitie pas begin 2016 ingevoerd werden; beveelt aan dat het Hof van Justitie deze regels onder haar personeelsleden verspreidt zodat alle werknemers ze kennen; vraagt het Hof van Justitie uiterlijk in juni 2017 details te verschaffen over eventuele klokkenluiderszaken in 2015 en hoe deze zijn afgehandeld en opgelost;

28.  dringt er echter bij het Hof van Justitie op aan over te gaan tot de indiening van belangenverklaringen in plaats van verklaringen betreffende de afwezigheid van belangenconflicten, aangezien een zelfbeoordeling van belangenconflicten op zichzelf al een belangenconflict vormt; is van mening dat de beoordeling van situaties omtrent eventuele belangenconflicten door een onafhankelijke partij moet worden uitgevoerd; verzoekt het Hof van Justitie tegen juni 2017 verslag uit te brengen over de ingevoerde wijzigingen en aan te geven wie de situatie omtrent eventuele belangenconflicten controleert; herhaalt dat transparantie essentieel is om het vertrouwen van de burger te behouden; dringt er bij het Hof van Justitie op aan een duidelijk draaideurbeleid aan te nemen en maatregelen en afschrikkende sancties in te voeren, zoals een verlaging van pensioenen of een verbod van ten minste drie jaar om in soortgelijke organen te werken, teneinde draaideurconstructies te voorkomen;

29.  wijst op de samenwerking van de vertolkingsdiensten van het Hof van Justitie met die van de Commissie en het Parlement in het Interinstitutioneel Comité voor vertaling en vertolking, vooral inzake vertolking; verwacht dat deze samenwerking uitgebreid zal worden tot het gebied van vertalingen en hecht zijn goedkeuring daaraan, waar het mogelijk is en zonder de bevoegdheden van het Hof van Justitie te ondermijnen;

30.  verzoekt het Hof van Justitie om het Parlement de vertaalkosten te bezorgen, overeenkomstig de geharmoniseerde methodologie zoals overeengekomen in de interinstitutionele werkgroep over interinstitutionele kernactiviteit- en prestatie-indicatoren;

31.  verneemt dat in 2015 de werklast in het Directoraat vertalingen van het Hof van Justitie met 1,4 % is gestegen en de productiviteit met 7 %, doordat het beheer van de werklast werd uitbesteed en nieuwe instrumenten ter ondersteuning van het vertalen werden ingevoerd;

32.  verneemt met instemming dat de uitgaven en de voorwaarden voor het gebruik van dienstauto's herzien worden door de interne auditdiensten van het Hof van Justitie en de Rekenkamer; roept het Hof van Justitie op om in het kader van deze herziening te overwegen het aantal dienstauto's ter beschikking van leden en personeel te verminderen; verzoekt het Hof van Justitie om zijn controles in verband met het gebruik van dienstauto's voor particuliere doeleinden te verbeteren;

33.  verwelkomt de inzet van het Hof van Justitie voor hoge milieudoelstellingen; moedigt de instellingen aan om de beginselen van groene overheidsopdrachten toe te passen en roept op tot de invoering van regels en de toewijzing van voldoende begrotingsmiddelen voor koolstofcompensatie;

34.  wijst op de gedetailleerde informatie van het Hof van Justitie over zijn gebouwenbeleid, met name over de bouw van een vijfde uitbreiding van het huidige gebouwencomplex;

35.  verwelkomt de opening van het historische archief van het Hof van Justitie in de historische archieven van de Unie in Florence;

36.  is ingenomen met het initiatief van het Hof van Justitie om zijn jaarverslag in een nieuw formaat te publiceren; roept het Hof van Justitie op om het jaarverslag van de Rekenkamer te publiceren, met name de delen die het Hof van Justitie betreffen;

37.  verzoekt het Hof van Justitie om zijn communicatiebeleid ten aanzien van de burgers van de EU te verbeteren;

38.  acht het antwoord van het Hof van Justitie op de vraag van het Parlement over vergoedingen (vraag nr. 26) ontoereikend; vraagt het Hof van Justitie om verduidelijking en om een duidelijk en gedetailleerd antwoord.

2.2.2017

ADVIES van de Commissie juridische zaken

aan de Commissie begrotingscontrole

inzake het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling IV - Hof van Justitie

( 2016/2154(DEC))

Rapporteur voor advies: Gilles Lebreton

SUGGESTIES

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie begrotingscontrole onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is verheugd over het feit dat het uitvoeringspercentage van de kredieten voor Afdeling IV - Hof van Justitie, in 2015 zeer hoog gebleven is (meer dan 99,1 % over de hele linie en zelfs 99,8 % voor de kredieten in de hoofdstukken 14 en 21);

2.  benadrukt dat de begroting van het Hof van Justitie louter administratief is en dat circa 75 % ervan wordt besteed aan het personeel van de instelling en de rest aan gebouwen, meubilair, apparatuur en diverse bedrijfskosten;

3.  stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag al sinds 2010, en dus ook over 2015, geen opmerkingen heeft gemaakt over het Hof van Justitie; merkt tevens op dat de Rekenkamer recentelijk geen enkel speciaal verslag heeft opgesteld over het Hof van Justitie;

4.  wijst erop dat de juridische statistieken van de drie jurisdicties van het Hof over 2015 de in voorgaande jaren waargenomen tendens bevestigen met betrekking tot de duur van de procedures, die op zeer bevredigende niveaus blijft [het Hof van Justitie: gemiddelde duur voor de prejudiciële verwijzingen 15,3 maanden (tegen 15 maanden in 2014), voor dringende prejudiciële verwijzingen 1,9 maanden (tegen 2,2 maanden in 2014), voor rechtstreekse beroepen 17,6 maanden (tegen 20 maanden in 2014) en voor verzoeken om voorlopige maatregelen 14 maanden (tegen 14,5 maanden in 2014); het Gerecht en het Gerecht voor ambtenarenzaken: respectievelijk 20,6 maanden (tegen 23,4 maanden in 2014) en 12,1 maanden (tegen 12,7 maanden in 2014) voor alle zaken]; is van mening dat de wijziging van de statuten van het Hof die in 2015 is goedgekeurd, dit rationaliseringsproces alleen maar kan ondersteunen;

5.  wijst erop dat de drie jurisdicties van het Hof in het geheel genomen in 2015 1 755 zaken hebben afgehandeld tegen 1 685 in 2014 wat neerkomt op een toename van 4,2%; is tevens van mening dat de jaarproductie van de instelling een ongekend hoog niveau heeft bereikt, het aantal zaken dat aanhangig is gemaakt is gestegen van 1 691 in 2014 tot 1 711 in 2015, het hoogste volume in de geschiedenis van het Hof(7);

6.  is verheugd dat het aantal opgeloste zaken tussen 2007 en 2015 met 57% is gestegen, voornamelijk dankzij de coördinatie tussen de jurisdicties en de inspanningen van het ondersteunend personeel, en wel ondanks de geringe toename van het aantal hulpfunctionarissen gedurende deze periode;

7.  is van mening dat de hervorming van het rechtsstelsel het Hof van Justitie in staat zal stellen de stijgende werklast sneller en efficiënter te verwerken en de belangen van de beklaagden te dienen, met inachtneming van hun recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn, overeenkomstig de doelstelling van een doelmatig functionerende dienst van hoogwaardige kwaliteit;

8.  is verheugd over het succes van de "e-Curia"-applicatie waarmee processtukken elektronisch kunnen worden ingediend en betekend, zoals blijkt uit het stijgend aantal accounts voor deze app (2 914 in 2015 tegen 2 230 in 2014), alsmede het stijgend aantal lidstaten dat er gebruik van maakt (26 in 2015 tegen 25 in 2014); moedigt derhalve de lidstaten aan maatregelen te treffen om het gebruik van deze app te bevorderen en verzoekt de Commissie hiervoor de nodige voorstellen te doen, bijvoorbeeld de organisatie van voorlichtingscampagnes in de lidstaten en de verspreiding van voorlichtingsmateriaal via de nationale juridische instanties;

9.  stelt met tevredenheid vast dat het Hof zich inspant om te zorgen voor een balans met betrekking tot het aantal mannen en vrouwen op verantwoordelijke posten (in 2015 was 53 % van de administrateursposten en 35 % van de posten voor hoger personeel bezet door vrouwen, die 60% uitmaken van het personeel van het Hof), en dat er een specifieke werkgroep is opgericht om de obstakels op dit gebied te onderzoeken en de maatregelen waarmee ze kunnen worden verwijderd. wijst er tevens op dat het Europees Parlement en de Raad zich ten doel hebben gesteld te zorgen voor gendergelijkheid bij de benoeming van nieuwe rechters in het Gerecht(8).

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

31.1.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

16

0

7

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Rosa Estaràs Ferragut, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sajjad Karim, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Jiří Maštálka, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Sergio Gaetano Cofferati, Angel Dzhambazki, Evelyne Gebhardt

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Jean-François Jalkh, Bogusław Liberadzki, Notis Marias, Georgi Pirinski, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Hannu Takkula, Derek Vaughan, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Markus Pieper, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Raymond Finch, Jens Geier, Arne Lietz, Piernicola Pedicini

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

23

+

ALDE

ECR

EFDD

GUE/NGL

PPE

S&D

VERTS/ALE

Martina Dlabajová, Hannu Takkula

Richard Ashworth

Piernicola Pedicini

Luke Ming Flanagan, Dennis de Jong

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Markus Pieper, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Patricija Šulin, Joachim Zeller

Inés Ayala Sender, Jens Geier, Karin Kadenbach, Bogusław Liberadzki, Arne Lietz, Georgi Pirinski, Derek Vaughan

Benedek Jávor, Bart Staes

3

-

ECR

EFDD

ENF

Notis Marias

Raymond Finch

Jean-François Jalkh

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB L 69 van 13.3.2015.

(2)

PB C 380 van 14.10.2016, blz. 1.

(3)

PB C 375 van 13.10.2016, blz. 1.

(4)

PB C 380 van 14.10.2016, blz. 147.

(5)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(6)

Zie de bijlage bij de wetgevingsresolutie van 28 oktober 2015 van het Parlement- Gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad - Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2015)0377.

(7)

Jaarverslag 2015 – Beheersverslag – "ACTIVITEITENVERSLAG VAN DE GEDELEGEERD ORDONNATEUR" – blz. 6 –  http://curia.europa.eu/jcms/upload/docs/application/pdf/2016-06/rapport_gestion_2015_en_version_web.pdf.

(8)

Zie de bijlage bij de wetgevingsresolutie van 28 oktober 2015 - Gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad - Aangenomen teksten van die datum, P8_TA(2015)0377.

Juridische mededeling