Procedure : 2016/2156(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0144/2017

Ingediende teksten :

A8-0144/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.19

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0150

VERSLAG     
PDF 365kWORD 58k
31.3.2017
PE 593.844v02-00 A8-0144/2017

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité

(2016/2156(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Bart Staes

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité

(2016/2156(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 (COM(2016)0475 – C8-0274/2016)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015, tezamen met de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0144/2017),

1.  verleent de secretaris-generaal van het Europees Economisch en Sociaal Comité kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan het Europees Sociaal en Economisch Comité, de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese ombudsman, de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité

(2016/2156(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0144/2017),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

1.  is ingenomen met de conclusie van de Rekenkamer dat de betalingen als geheel over het per 31 december 2015 afgesloten jaar met betrekking tot de administratieve en andere uitgaven van het Europees Economisch en Sociaal Comité (het "Comité") geen materiële fouten vertonen;

2.  stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer in zijn jaarverslag 2015 geen significante tekortkomingen met betrekking tot de gecontroleerde aspecten in verband met personeelsbeheer en aanbestedingen bij het "Comité" heeft vastgesteld;

3.  merkt op dat de begroting voor 2015 van het "Comité" 129 100 000 EUR bedroeg (tegenover 128 559 380 EUR in 2014), met een bestedingspercentage van 95,9 %; wijst erop dat het bestedingspercentage voor 2015 iets hoger was dan dat voor 2014;

4.  benadrukt dat de begroting van het "Comité" louter administratief is, waarbij het grootste deel gebruikt wordt voor uitgaven met betrekking tot het personeel dat voor de instelling werkzaam is en de rest voor gebouwen, meubilair, uitrusting en diverse werkingskosten; onderstreept echter dat de invoering van resultaatgericht begroten niet enkel geldt voor de begroting van het "Comité" in haar geheel, maar ook voor het bepalen van specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdgebonden (SMART) doelstellingen voor individuele afdelingen, eenheden en jaarplannen voor personeelsbeleid; roept het "Comité" in dit verband op om het beginsel van resultaatgericht begroten breder in te voeren in de dagelijkse activiteiten;

5.  neemt kennis van de opmerkingen van het "Comité" naar aanleiding van de resolutie van het Parlement over de kwijting voor 2014 die bij het jaarlijkse activiteitenverslag van het "Comité" zijn gevoegd; juicht het toe dat in 2015 een ondersteunende dienst voor openbare aanbestedingen is opgericht;

6.  geeft aan dat 2015 het eerste jaar van een nieuwe mandaatsperiode voor het "Comité" was, hetgeen mogelijkerwijs van invloed was op de prestaties, met name van de wetgevende directoraten, inclusief vertolking, en de directoraten communicatie en human resources;

7.  stelt vast dat het verslag over de implementatie van de samenwerkingsovereenkomst tussen het Parlement en het "Comité" ("de overeenkomst") tijdig klaar was en de samenwerking tussen beide instellingen positief beoordeelt;

8.  neemt er kennis van dat, volgens het "Comité", de aard van de "intensievere" samenwerking zoals bedoeld in de overeenkomst moet worden verduidelijkt en dat een aantal onderdelen nog niet volledig worden geïmplementeerd en onophoudelijke inspanningen van beide instellingen behoeven; is ervan overtuigd dat verdere inspanningen gericht op volledige implementatie van de overeenkomst en de totstandbrenging van synergie-effecten voor beide partijen positief zal uitwerken;

9.  herhaalt zijn verzoek dat een gezamenlijke beoordeling van door de samenwerking bereikte begrotingsbesparingen wordt opgenomen in de tussentijdse evaluatie, of het volgende follow-uprapport, van de overeenkomst;

10.  merkt op dat de adviezen van het "Comité" niet goed worden geïntegreerd in het werk van het Parlement en verzoekt het "Comité" om samen met de secretaris-generaal van het Parlement voorstellen uit te werken om de procedures van het "Comité" en het Parlement op dit gebied te stroomlijnen;

11.  neemt er nota van dat in 2015 een nieuwe administratieve bilaterale samenwerkingsovereenkomst tussen het "Comité" en het Comité van de Regio's is ondertekend; vertrouwt erop dat de overeenkomst in kwestie zal zorgen voor meer efficiëntie in de prestaties van beide comités; is van oordeel dat vergelijkbare administratieve functies moeten worden samengevoegd om onnodig dubbel werk te vermijden;

12.  merkt op dat de rechtstreekse toegang tussen de gebouwen RMD en REM door het Parlement uit veiligheidsoverwegingen werd gesloten na de terroristische aanslagen in Parijs in november 2015; vertrouwt erop dat het Parlement de veiligheidssituatie opnieuw zal beoordelen, aangezien een heropening voordelig zou zijn voor de drie instellingen;

13.  juicht de in 2015 doorgevoerde administratieve wijzigingen toe, in het bijzonder de volledige implementatie van een op kosten gebaseerd systeem voor de vergoeding van de reiskosten van de leden en de volledige vernieuwing van het portal van de leden; verzoekt het "Comité" om een vergelijkend jaarlijks overzicht van de reiskosten van de leden voor 2014, 2015 en 2016;

14.  neemt er nota van dat, volgens het reglement van het "Comité", zijn leden volledig onafhankelijk zijn bij de uitoefening van hun taken, in het algemene belang van de Unie; neemt kennis van het feit dat de belangenverklaringen van de leden beschikbaar zijn op de website van het "Comité"; roept het "Comité" op toe te treden tot het toekomstig interinstitutioneel akkoord inzake een verplicht transparantieregister;

15.  maakt zich zorgen over het grote aantal onbezette vaste posten in 2015 en spoort het "Comité" aan de nodige maatregelen te nemen om de aanwervingsprocedures te verbeteren;

16.  uit zijn bezorgdheid over het blijvende genderonevenwicht in hogere- en middenmanagementfuncties (verhouding 30 % / 70 % in het hogere management); betreurt verder dat in het hogere- en middenmanagement sprake is van een geografisch onevenwicht, en met name dat er te weinig personeelsleden uit de landen van Oost-Europa zijn; verzoekt het "Comité" actie te ondernemen om dit onevenwicht te herstellen en verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over de genomen maatregelen, alsook over de bereikte resultaten;

17.  neemt kennis van het voornemen van het "Comité" zich te houden aan de interinstitutionele overeenkomst om het personeelsbestand met 5 % te verminderen over een periode van vijf jaar; vraagt om toelichting over de manier waarop deze vermindering te rijmen valt met de situatie in 2016, die drie nieuwe posten omvat; stelt voor dat het "Comité" het Parlement op de hoogte brengt van eventuele alternatieve besparingen die werden gedaan ter compensatie van de mogelijke vertraging van de personeelsinkrimping;

18.  juicht het toe dat de interne regels met betrekking tot klokkenluiders begin 2016 in werking zijn getreden;

19.  spreekt zijn volledige steun uit voor de nieuwe posten voor ethisch adviseurs die helpen in het geval van intimidatiegerelateerde situaties en specifieke opleiding verzorgen voor de leiding ter vergroting van de kennis over en verbetering van het omgaan met klokkenluiders; betreurt het dat drie intimidatiedossiers in rechtszaken zijn geëindigd;

20.  kan als gevolg van het slechte rapport van het "Comité" hierover niets zeggen over het niveau van het ziekteverzuim onder het personeel; vraagt het "Comité" verslag over het ziekteverzuim van het personeel uit te brengen en daarbij voor elk afzonderlijk personeelslid aan te geven hoeveel werkdagen hij of zij ziek is geweest;

21.  neemt er nota van dat het "Comité" de gemiddelde kosten van de "away days" met 35 % per deelnemers heeft gereduceerd in vergelijking met 2014, en dat slechts 218 personeelsleden hier aan deel hebben genomen, in vergelijking met 415 in 2014; vraagt het "Comité" eraan te werken dat zoveel mogelijk personeelsleden aan zijn welzijnsactiviteiten deelnemen, teneinde het welzijn van het personeel verder te helpen verbeteren;

22.  stelt met tevredenheid vast dat het percentage aangevraagde vertolkingsdiensten dat niet wordt gebruikt, gedaald is van 4,3 % in 2014 naar 3,5 % in 2015;

23.  verwelkomt het verstrekken van vertalingsgegevens volgens de geharmoniseerde methodologie van het interinstitutioneel comité voor vertaling en vertolking; neemt kennis van de lopende herziening van de gedragscode voor vertaling, die samen met het Comité van de Regio's wordt uitgevoerd;

24.  merkt op dat het uitbestedingspercentage voor vertalingen steeg tot bijna 10 % in 2015 als gevolg van de overplaatsing van personeel naar het Parlement op grond van de overeenkomst; roept het "Comité" op om de kosteneffectiviteit van de regeling, die nu in de praktijk wordt toegepast, te beoordelen;

25.  verwelkomt het strategisch kader van het "Comité" voor leren en ontwikkeling, en met name van het feit dat de nadruk ligt op kennisoverdracht van collega op collega; vraagt het "Comité" in zijn volgende jaarlijkse activiteitenverslag voor follow-upinformatie hierover te zorgen;

26.  stelt met grote tevredenheid de inspanningen en de resultaten vast die tot op heden bereikt zijn bij het verbeteren van de ecologische voetafdruk van het "Comité" en de hernieuwing van de certificering van het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS);

27.  neemt nota van de administratieve afspraken tussen het "Comité" en het Europees Bureau voor fraudebestrijding gericht op het tot stand brengen van een gestructureerd kader voor samenwerking en het vergemakkelijken van snelle informatie-uitwisseling;

28.  verwelkomt de informatie over het gebouwenbeleid van het "Comité" in zijn jaarlijks activiteitenverslag, met name omdat het belangrijk is dat de kosten van dit beleid voldoende transparant worden gemaakt en niet buitensporig zijn;

29.  neemt nota van de inspanningen en resultaten van het "Comité" op het gebied van de intensivering van het informatie- en communicatiebeleid; beklemtoont evenwel dat het belangrijker is dat de doelmatigheid van de adviezen van het "Comité" over Europese besluitvorming verbetert dan zijn algemene bekendheid.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Jean-François Jalkh, Bogusław Liberadzki, Notis Marias, Georgi Pirinski, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Hannu Takkula, Derek Vaughan, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Markus Pieper, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Raymond Finch, Jens Geier, Arne Lietz, Piernicola Pedicini, Lieve Wierinck

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

22

+

ALDE

Martina Dlabajová, Hannu Takkula, Lieve Wierinck

GUE/NGL

Luke Ming Flanagan, Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Markus Pieper, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Patricija Šulin, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Jens Geier, Karin Kadenbach, Bogusław Liberadzki, Arne Lietz, Georgi Pirinski, Derek Vaughan

Verts/ALE

Benedek Jávor, Bart Staes

4

-

ECR

Notis Marias

EFDD

Raymond Finch, Piernicola Pedicini

ENF

Jean-François Jalkh

1

0

ECR

Richard Ashworth

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB L 69 van 13.3.2015.

(2)

PB C 380 van 14.10.2016, blz. 1.

(3)

PB C 375 van 13.10.2016, blz. 1.

(4)

PB C 380 van 14.10.2016, blz. 147.

(5)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

Juridische mededeling