Procedure : 2016/2155(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0151/2017

Ingediende teksten :

A8-0151/2017

Debatten :

PV 26/04/2017 - 19
CRE 26/04/2017 - 19

Stemmingen :

PV 27/04/2017 - 5.18
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0149

VERSLAG     
PDF 367kWORD 57k
3.4.2017
PE 593.841v02-00 A8-0151/2017

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling V – Rekenkamer

(2016/2155(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Benedek Jávor

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling V – Rekenkamer

(2016/2155(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 (COM(2016)0475 – C8-0273/2016)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2015, vergezeld van de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2015 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0151/2017),

1.  verleent de secretaris-generaal van de Rekenkamer kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2015;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Rekenkamer, de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Ombudsman, de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling V – Rekenkamer

(2016/2155(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, afdeling V – Rekenkamer,

–  gezien speciaal verslag nr. 15/2012 van de Europese Rekenkamer: "Omgang met belangenconflicten bij een selectie van agentschappen van de EU",

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0151/2017),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

1.  spreekt zijn voldoening uit over de samenwerking tussen de Rekenkamer en de Commissie begrotingscontrole van het Parlement, en waardeert de regelmatige feedback naar aanleiding van verzoeken van het Parlement; is ingenomen met de recente praktijk waarbij het Parlement de mogelijkheid krijgt zijn suggesties met betrekking tot zijn jaarlijks werkprogramma voor te leggen aan de Rekenkamer; dringt aan op een nog meer gestructureerde jaarlijkse bespreking tussen de voorzitter van de Rekenkamer en de Conferentie van commissievoorzitters van het Parlement;

2.  constateert dat de jaarrekening van de Rekenkamer wordt gecontroleerd door een onafhankelijke externe controleur om dezelfde beginselen van transparantie en verantwoordingsplicht toe te passen als de Rekenkamer hanteert voor de instanties die zij controleert; neemt kennis van het oordeel van de controleur dat de financiële staten van de Rekenkamer een juist en eerlijk beeld geven van de financiële positie van de Rekenkamer;

3.  merkt op dat de Rekenkamer in 2015 over een totaalbedrag van 132 906 000 EUR aan definitieve kredieten beschikte (ten opzichte van 133 498 000 EUR in 2014) en dat het algemene uitvoeringspercentage voor de begroting 98,68 % bedroeg; benadrukt dat het uitvoeringspercentage lager was dan in 2014 (98,8 %);

4.  benadrukt dat de begroting van de Rekenkamer louter administratief is, waarbij een groot deel wordt gebruikt voor uitgaven met betrekking tot het personeel dat bij de instelling werkzaam is; onderstreept echter dat de invoering van resultaatgericht begroten niet enkel voor de begroting van de instelling in haar geheel moet gelden, maar ook betrekking moet hebben op de vaststelling van specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdgebonden (SMART) doelstellingen voor individuele afdelingen, eenheden en jaarplannen voor personeelsbeleid; is in dit verband verheugd dat de Rekenkamer het beginsel van resultaatgericht begroten toepast in haar dagelijkse werking;

5.  herinnert de Rekenkamer eraan dat de controle van de gedecentraliseerde agentschappen overeenkomstig de gemeenschappelijke aanpak (punt 54) "geheel onder de verantwoordelijkheid van de Rekenkamer [blijft] vallen, die alle voorgeschreven administratieve procedures en procedures voor het toekennen van contracten beheert"; spoort de Rekenkamer aan met voorstellen te komen om de kwestie van de controle van de agentschappen op te lossen binnen de context van de lopende herziening van het Financieel Reglement en de daaropvolgende herziening van de financiële kaderregeling; is van mening dat deze kwestie moet worden opgehelderd om alle buitensporige administratieve lasten voor de gedecentraliseerde agentschappen te verminderen, zonder dat hierdoor de noodzaak en doeltreffendheid van het werk van de Rekenkamer worden aangetast;

6.  neemt kennis van het feit dat de hervorming van de Rekenkamer in 2015 ten uitvoer is gelegd en door de Rekenkamer als een succes is ervaren; kijkt ernaar uit om een tussentijdse evaluatie te ontvangen van de strategie van de Rekenkamer voor de periode 2013-2017, met inbegrip van een analyse van de verwezenlijkingen van de belangrijkste doelstellingen van de hervorming;

7.  is ingenomen met de op toegevoegde waarde gerichte benadering van de Rekenkamer in haar verslagen; roept op tot verdere samenwerking met de andere instellingen van de Unie om de prestatie-indicatoren en prioriteiten voor goed financieel bestuur te ontwikkelen;

8.  merkt op dat in de herziening van artikel 163 van het Financieel Reglement wordt bepaald dat "speciale verslagen opgesteld en vastgesteld worden binnen [...] dertien maanden"; stelt vast dat deze termijn in 2015 niet is nageleefd; dringt er bij de Rekenkamer op aan deze termijn te eerbiedigen zonder toegevingen te doen op het vlak van de kwaliteit van de verslagen; spoort de Rekenkamer in dit verband aan de aanbevelingen in de speciale verslagen te verbeteren door ze nog gerichter te maken;

9.  is van oordeel dat de speciale verslagen van de Rekenkamer meer in de kijker moeten worden gezet door de ontvangende instellingen en jaarlijkse specifieke verslagen moeten bevatten; benadrukt dat de doeltreffendheid van afzonderlijke speciale verslagen zou kunnen worden vergroot indien zij aan de hand van specifieke beleidsterreinen in de tijd zouden worden gegroepeerd, zodat het Parlement buiten de kwijtingscyclus ad-hocverslagen aan deze speciale verslagen van de Rekenkamer kan wijden;

10.  betreurt dat de Rekenkamer tot nog toe heeft nagelaten met een speciaal verslag te komen over belangenconflicten in alle agentschappen, met name degene die banden hebben met bedrijfstakken, ondanks de herhaalde verzoeken hiertoe die het Parlement sinds 2012 formuleert in zijn kwijtingsverslagen; dringt er bij de Rekenkamer op aan een eerste speciaal verslag over belangenconflicten uiterlijk einde juni 2017 klaar te hebben en te publiceren en dit daarna jaarlijks te herhalen; is van mening dat het opstellen van jaarlijkse verslagen over belangenconflicten van wezenlijk belang is voor de integriteit van de instellingen van de Unie, gezien het uiterst grote belang van de betrekkingen tussen de Europese agentschappen die zich bezighouden met bedrijfstakken, de bedrijfstakken en de lobbybedrijven;

11.  stelt vast dat de Rekenkamer zich houdt aan de interinstitutionele overeenkomst om het personeelsbestand met 5 % te verminderen over een periode van vijf jaar; vraagt de Rekenkamer uiterlijk in juni 2017 toe te lichten hoe deze vermindering te rijmen valt met de nieuwe aanwervingen door de Rekenkamer in 2015 en inlichtingen te verstrekken over het percentage nieuwe aanwervingen in 2015;

12.  betreurt het gebrek aan genderevenwicht onder de leden van de Rekenkamer, met een verhouding van vijf vrouwen tegenover 23 mannen in 2015, en betreurt tevens dat het aantal leden van het ondervertegenwoordigde geslacht in 2016 is gezakt naar drie; stelt voorts met spijt vast dat de Rekenkamer een aanhoudend gebrek aan genderevenwicht heeft in hoge en middelhoge leidinggevende ambten (30,4 % / 69,6 %); roept de Rekenkamer op te ijveren voor genderevenwicht, met name in leidinggevende ambten; verzoekt de Rekenkamer bovendien om verslag uit te brengen bij de kwijtingsautoriteit over de genomen maatregelen en de hiermee behaalde resultaten zonder de opdracht van de Rekenkamer op de helling te zetten;

13.  benadrukt dat geografisch evenwicht, namelijk het verband tussen de nationaliteit van het personeel en de grootte van de lidstaten, een belangrijk element moet blijven in het beheer van middelen, met name met betrekking tot de lidstaten die in 2004 of daarna tot de Unie zijn toegetreden; toont zich verheugd dat de Rekenkamer in het algemeen tot een evenwichtige samenstelling is gekomen van ambtenaren uit de lidstaten die voor 2004 en de lidstaten die in 2004 of daarna tot de Unie zijn toegetreden; wijst er niettemin op dat de lidstaten die in 2004 of daarna tot de Unie zijn toegetreden nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in de hogere bestuurslagen en in leidinggevende functies, en dat hier nog stappen moeten worden gezet;

14.  is verontrust over het hoge aantal dagen ziekteverlof onder de personeelsleden; verzoekt de Rekenkamer gerichte activiteiten voor welzijn op het werk te organiseren om ervoor te zorgen dat het personeel beter presteert wat de kerntaken betreft;

15.  neemt kennis van de methode die door de Rekenkamer wordt gehanteerd voor de berekening van het ziekteverlof van het personeel; is van mening dat deze methode niet geschikt is om afwezigheid wegens ziekte effectief te berekenen; verzoekt de Rekenkamer een berekeningsmethode te hanteren op basis van afwezigheid op werkdagen per individuele werknemer, zoals dat gebeurt in andere instellingen;

16.  stelt vast dat de Rekenkamer vijf heidedagen heeft georganiseerd, voornamelijk ter voorbereiding van de hervorming van de Rekenkamer, die door een klein aandeel van het personeel zijn bijgewoond (slechts 107 deelnemers); verzoekt de Rekenkamer haar activiteiten voor welzijn op het werk beter af te stemmen op proactieve en positieve opleiding, training en ontwikkeling, met deelname van zoveel mogelijk personeelsleden;

17.  neemt kennis van het versterkt ethisch kader van de Rekenkamer ter voorkoming van belangenconflicten en wangedrag van het personeel en van leden; verzoekt de Rekenkamer bij het Parlement verslag uit te brengen over de herziening van haar interne regels ter bestrijding van intimidatie;

18.  dringt er bij de Rekenkamer op aan over te gaan tot het indienen van belangenverklaringen, in plaats van verklaringen inzake de afwezigheid van belangenconflicten, aangezien een zelfbeoordeling van belangenconflicten op zichzelf al een belangenconflict vormt; is van mening dat de beoordeling of er al dan niet sprake is van een belangenconflict moet worden uitgevoerd door een derde partij; verzoekt de Rekenkamer uiterlijk in juni 2017 verslag uit te brengen over de aangebrachte wijzigingen en aan te geven wie nagaat of er sprake is van belangenconflicten; herhaalt dat integriteit en transparantie essentieel zijn om vertrouwen te krijgen van de burger; verzoekt de Rekenkamer om duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot "draaideurconstructies" en om ter voorkoming hiervan maatregelen en afschrikkende sancties in te voeren, zoals de verlaging van pensioenen of een verbod om ten minste drie jaar in soortgelijke organen te werken;

19.  herinnert de Rekenkamer eraan dat de gedecentraliseerde agentschappen van de Unie administratieve gedragscodes moeten aannemen en moeten worden aangespoord om het transparantieregister te gebruiken als referentie-instrument voor hun interactie met de relevante vertegenwoordigers;

20.  roept de Rekenkamer op om partij te worden bij het interinstitutioneel akkoord inzake een verplicht transparantieregister;

21.  is verheugd over de totstandbrenging van een portaal inzake transparantie op de website van de Rekenkamer en over het feit dat de Rekenkamer reeds regels voorhanden heeft inzake klokkenluiden; beveelt de Rekenkamer aan deze regels te verspreiden onder het personeel, zodat alle werknemers ervan op de hoogte zijn; vraagt de Rekenkamer uiterlijk in juni 2017 details te verschaffen over eventuele klokkenluiderszaken in 2015 en hoe deze zaken zijn afgehandeld en opgelost;

22.  stelt vast dat de Rekenkamer in 2015 eigenaar was van drie gebouwen, K1, K2 en K3; vraagt de Rekenkamer de planning van de renovatiewerken voor deze gebouwen op te nemen in haar jaarlijks activiteitenverslag en ervoor te zorgen dat bij de renovatiewerken de strengst mogelijke normen inzake energie-efficiëntie worden gehanteerd;

23.  neemt kennis van de samenvatting van het gebouwenbeleid van de Rekenkamer dat is opgenomen in het jaarlijks activiteitenverslag en dringt erop aan dat hierover in de toekomst meer gedetailleerde informatie wordt verstrekt;

24.  neemt kennis van de toegenomen hoeveelheid vertalingswerk in 2015, met een stijging van bijna 3 % ten opzichte van 2014; stelt vast dat de structuur van het directoraat vertalingen in het kader van de hervorming van de Rekenkamer werd geoptimaliseerd; verzoekt de Rekenkamer meer duidelijkheid te verschaffen over de manier waarop dit directoraat zijn werkzaamheden heeft verbeterd;

25.  neemt kennis van de onderhandelingen tussen de Rekenkamer en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) om na te gaan of het mogelijk is tot een administratieve regeling te komen; verzoekt de Rekenkamer verslag uit te brengen over de vorderingen in de onderhandelingen hierover;

26.  herhaalt zijn oproep aan de Rekenkamer om in haar jaarlijkse activiteitenverslagen, overeenkomstig de bestaande regels inzake vertrouwelijkheid en gegevensbescherming, de resultaten en gevolgen van afgesloten OLAF-zaken op te nemen indien het onderzoek betrekking had op de Rekenkamer of personen die voor deze instelling werken;

27.  neemt kennis van de aanbeveling van de interne controledienst om na te denken over een rationeler gebruik van het wagenpark van de Rekenkamer; verzoekt de Rekenkamer op dit gebied samen te werken met het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Parlement op de hoogte te stellen van de acties die worden ondernomen om het beheer van het wagenpark te rationaliseren;

28.  is verheugd over de inspanningen en de resultaten van de Rekenkamer met betrekking tot het verlagen van haar ecologische voetafdruk; stelt vast dat de Rekenkamer in 2013 het project van het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) heeft opgestart met als doelstelling om eind 2016 EMAS-gecertificeerd te zijn; stelt op prijs dat de Rekenkamer op 13 november 2015 een milieubeleid heeft aangenomen waarin haar deelname aan een hoogwaardig initiatief voor milieubeheer wordt geformaliseerd; uit zijn bezorgdheid over de vertraging bij het verkrijgen van EMAS-certificatie;

29.  benadrukt hoe belangrijk het is de samenwerking met Europese universiteiten uit te breiden om specifieke opleidingen voor het uitvoeren van Europese audits te ontwikkelen; verzoekt de Rekenkamer het Parlement op de hoogte te houden van de ontwikkelingen en de resultaten van deze toekomstige uitgebreide samenwerking;

30.  verzoekt de Rekenkamer de mogelijkheid te overwegen om aanbevelingen te formuleren over een betere communicatie over de begroting, de functies en de opdracht van de Unie, en over een betere methode om hierover uitleg te geven aan de Europese burger.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Dennis de Jong, Tamás Deutsch, Martina Dlabajová, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Jean-François Jalkh, Bogusław Liberadzki, Notis Marias, Georgi Pirinski, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Hannu Takkula, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Markus Pieper, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Raymond Finch, Jens Geier, Arne Lietz, Piernicola Pedicini

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

22

+

ALDE

Martina Dlabajová, Hannu Takkula

ECR

Richard Ashworth

EFDD

Piernicola Pedicini

GUE/NGL

Luke Ming Flanagan, Dennis de Jong

PPE

Tamás Deutsch, Ingeborg Gräßle, Markus Pieper, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Patricija Šulin, Joachim Zeller

S&D

Inés Ayala Sender, Jens Geier, Karin Kadenbach, Bogusław Liberadzki, Arne Lietz, Georgi Pirinski,

Verts/ALE

Benedek Jávor, Bart Staes

3

-

ECR

Notis Marias

EFDD

Raymond Finch

ENF

Jean-François Jalkh

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB L 69 van 13.3.2015.

(2)

PB C 380 van 14.10.2016, blz. 1.  

(3)

PB C 375 van 13.10.2016, blz. 1.

(4)

PB C 380 van 14.10.2016, blz. 147.

(5)

PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

Juridische mededeling