Procedure : 2016/2305(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0184/2017

Ingediende teksten :

A8-0184/2017

Debatten :

PV 31/05/2017 - 20
CRE 31/05/2017 - 20

Stemmingen :

PV 01/06/2017 - 7.3
CRE 01/06/2017 - 7.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0234

VERSLAG     
PDF 571kWORD 100k
5.5.2017
PE 597.728v03-00 A8-0184/2017

over internetconnectiviteit voor groei, concurrentievermogen en cohesie: Europese gigabitmaatschappij en 5G

(2016/2305(INI))

Commissie industrie, onderzoek en energie

Rapporteur: Michał Boni

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling
 ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over internetconnectiviteit voor groei, concurrentievermogen en cohesie: Europese gigabitmaatschappij en 5G

(2016/2305(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 september 2016 getiteld "Connectiviteit voor een competitieve digitale eengemaakte markt – Naar een Europese gigabitmaatschappij" (COM(2016)0587) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0300),

  gezien artikel 9 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 september 2016 getiteld "5G voor Europa: een actieplan" (COM(2016)0588) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0306),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 14 september 2016 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (COM(2016)0590),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 14 september 2016 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1316/2013 en (EU) nr. 283/2014 wat de bevordering van internetconnectiviteit in lokale gemeenschappen betreft (COM(2016)0589),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 14 september 2016 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (COM(2016/0591),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 getiteld "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2015)0100),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 juli 2014 getiteld "Naar een bloeiende data-economie" (COM(2014)0442),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "De digitalisering van het Europese bedrijfsleven – De voordelen van een digitale eengemaakte markt ten volle benutten" (COM(2016)0180),

–  gezien Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid(1),

–  gezien de bijlage bij de mededeling van de Commissie van 2 oktober 2013 getiteld "Gezonde en resultaatgerichte regelgeving (REFIT): resultaten en volgende stappen" (COM(2013)0685),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "Normalisatieprioriteiten op ICT-gebied voor de digitale eengemaakte markt" (COM(2016)0176),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 "Naar een akte voor een digitale eengemaakte markt"(2),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 2 februari 2016 voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gebruik van de 470-790 MHz-frequentieband in de Unie (COM(2016)0043),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 28 juni 2016 (EUCO 26/16),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 september 2013 getiteld "Naar een opener onderwijs: Innovatief onderwijzen en leren voor iedereen met nieuwe technologie en open leermiddelen", COM(2013) 0654),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 oktober 2016 getiteld "Ruimtestrategie voor Europa" (COM(2016)0705),

–  gezien Richtlijn 2013/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (elektromagnetische velden) (twintigste bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) en tot intrekking van Richtlijn 2004/40/EG(3),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie getiteld "Connectiviteit voor een competitieve digitale eengemaakte markt – Naar een Europese gigabitmaatschappij",

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie regionale ontwikkeling en de Commissie cultuur en onderwijs (A8-0184/2017),

A.  overwegende dat 5G een essentiële bouwsteen van de gigabitmaatschappij zal zijn en de toekomstige standaard zal vormen op het gebied van mobiele communicatietechnologieën en tevens een stimulans zal zijn voor innovatie, de economie ingrijpend zal wijzigen en nieuwe toepassingen, diensten en producten, inkomstenstromen, zakelijke modellen en kansen zal doen ontstaan, en overwegende dat 5G het concurrentievermogen van bedrijven naar verwachting zal doen groeien en een bijdrage moet gaan leveren aan de tevredenheid van consumenten;

B.  overwegende dat economische groei alleen mogelijk is en dat de EU haar mondiale concurrentievermogen alleen kan behouden als Europa op het gebied van 5G-technologie een leiderschapspositie bekleedt, waarvoor coördinatie en planning op Europees niveau nodig zijn, en overwegende dat achterblijven op dit gebied zal leiden tot banenverlies en minder innovatie en deskundigheid;

C.  overwegende dat 5G en 5G-toepassingen zullen leiden tot nieuwe zakelijke modellen, doordat de hogesnelheidsconnectiviteit die daardoor mogelijk wordt innovatie in alle sectoren zal stimuleren, met name in de vervoers-, energie-, financiële en gezondheidssector; benadrukt in dit verband dat Europa het zich niet kan permitteren achter te blijven, aangezien 5G de motor zal zijn voor toekomstige groei en innovatie;

D.  overwegende dat de architectuur van 5G-netwerken volkomen anders zal zijn dan de architectuur van eerdere generaties netwerken, om te voldoen aan de verwachte zakelijke en prestatievereisten voor netwerken met zeer hoge capaciteit, met name op het gebied van latentietijden, dekking en betrouwbaarheid;

E.  overwegende dat de 5G-architectuur een grotere convergentie tussen mobiele en vaste netwerken met zich mee zal brengen; overwegende dat de invoering van vaste netwerken met zeer hoge capaciteit derhalve tegemoet zal komen aan de backhaul-behoeften van een dicht, draadloos 5G-netwerk dat zich zo dicht mogelijk bij de eindgebruiker bevindt;

F.  overwegende dat de Europese samenleving en economie in de toekomst sterk afhankelijk zullen zijn van 5G-infrastructuur, waarvan de impact veel verder zal reiken dan die van bestaande draadloze toegangsnetwerken, zodat er altijd en overal hoogwaardige, snellere en voor iedereen betaalbare communicatiediensten beschikbaar zijn;

G.  overwegende dat de digitalisering wereldwijd steeds sneller gaat, waardoor investeringen nodig zijn in kwalitatief hoogwaardige communicatienetwerken met universele dekking; overwegende dat het in dit verband belangrijk is dat het radiospectrum dat aan deze eisen tegemoet kan komen tijdig beschikbaar is;

H.  overwegende dat mobiele en draadloze connectiviteit voor alle burgers steeds belangrijker wordt, omdat innovatieve diensten en toepassingen mobiel worden gebruikt, en overwegende dat een toekomstgericht digitaal beleid hiermee rekening moet houden;

I.  overwegende dat de uitrol van 5G hoofdzakelijk met particuliere investeringen zal worden gefinancierd en dat het Europees wetboek voor elektronische communicatie moet zorgen voor een regelgevingsklimaat dat zorgt voor zekerheid en dat de mededinging en investeringen bevordert; overwegende dat stroomlijning van administratieve voorschriften noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor het gebruik van kleine cellen, strikte en tijdige spectrumharmonisatie en de uitbouw van netwerken met zeer hoge capaciteit, zoals momenteel wordt voorgesteld in het Europees wetboek voor elektronische communicatie;

J.  overwegende dat publieke initiatieven – zoals de lancering van het publiek-private partnerschap (PPP) van de Commissie in 2013, waarvoor 700 miljoen EUR publieke financiering is vrijgemaakt om ervoor te zorgen dat 5G-technologie uiterlijk in 2020 in Europa beschikbaar is – vergezeld moeten gaan van een concurrerende markt met een toekomstbestendige toegangsregeling en spectrumcoördinatie, om innovatie en de noodzakelijke particuliere investeringen in infrastructuur te bevorderen;

K.  overwegende dat de uitrol van 5G andere projecten ter verbetering van de connectiviteit in de meest afgelegen en landelijke regio's van Europa moet aanvullen en dat deze projecten daarvan geen nadeel mogen ondervinden;

L.  overwegende dat 5G en de gigabitmaatschappij alleen kunnen worden ingevoerd aan de hand van een concreet tijdschema en door middel van een vraaggestuurde, toekomstbestendige en technologieneutrale aanpak die gebaseerd is op evaluaties per regio en per sector, waarbij samengewerkt wordt tussen de lidstaten en met alle belanghebbende partijen en mits er voldoende middelen geïnvesteerd worden om binnen het vastgelegde tijdsbestek aan alle voorwaarden te voldoen en dit voor alle EU-burgers te realiseren;

I.  5G-visie - eisen voor de overstap naar de volgende generatie

1.  is verheugd over het voorstel van de Commissie om een 5G-actieplan op te stellen om de EU in de periode 2020 tot 2025 tot wereldleider te maken als het gaat om de uitrol van genormaliseerde 5G-netwerken, een en ander in het kader van een bredere strategie voor een Europese gigabitmaatschappij die technologisch concurrerender en inclusiever is; is van mening dat om dit te bereiken passende coördinatie tussen de lidstaten cruciaal is, zodat de vertragingen die ontstonden bij de uitrol van 4G, en die ertoe hebben geleid dat op dit moment de dekking van 4G op 86% ligt, tegenover slechts 36% in plattelandsgebieden, bij de uitrol van 5G voorkomen worden;

2.  wijst erop dat het actieplan voor de invoering van 5G in de EU volgens de Commissie twee miljoen nieuwe banen kan opleveren en een impuls kan geven aan de Europese economie, en de hoge werkloosheidscijfers, met name onder jongeren, omlaag kan brengen;

3.  benadrukt dat het 5G-PPP-initiatief op dit moment een van de meest vooruitstrevende initiatieven ter wereld is op het gebied van 5G en 5G-toepassingen; vindt het goed om synergieën op het gebied van O&O en industriële ontwikkelingen te bevorderen, maar acht het gezien de maatschappelijke impact van de uitrol van 5G ook juist dat consumentenvertegenwoordigers en maatschappelijke organisaties aan het PPP kunnen deelnemen;

4.  benadrukt dat een ambitieuze en toekomstgerichte planning voor spectrumtoewijzing in de Unie buitengewoon belangrijk is als Europa voorop wil lopen wat betreft de ontwikkeling van 5G-technologie; is in dit kader ingenomen met de acties die de Commissie voorstelt in haar mededeling "5G voor Europa: een actieplan", en is van mening dat deze acties de minimumvereisten zijn voor een succesvolle lancering van 5G in de Unie;

5.  benadrukt dat particuliere investeringen moeten worden ondersteund door middel van een beleids- en regelgevingsklimaat dat gericht is op infrastructuur, dat zorgt voor voorspelbaarheid en zekerheid en dat zich ten doel stelt concurrentie te bevorderen ten gunste van de eindgebruikers, en dat deze particuliere investeringen niet mogen worden vertraagd door overambitieuze overheidsprogramma's die de uitrol van 5G kunnen hinderen;

6.  wijst op het belang van samenwerking tussen de academische wereld, onderzoeksinstellingen, de particuliere sector en de publieke sector op het gebied van onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot mobiele 5G-communicatie; is van oordeel dat het 5G-PPP in dit kader een goed voorbeeld vormt en spoort de Commissie aan om alle relevante sectoren bij dit proces te blijven betrekken;

7.  verwacht dat Europa zal profiteren van de betere dekking en connectiviteit en hogere snelheden waarmee de transformatie naar een digitale economie gepaard zal gaan en verwacht dat 40% van de totale groei van het bnp in de periode tot 2020 te danken zal zijn aan de digitale economie, die 13 keer zo snel zal groeien als het totale bbp;

8.  is verheugd over en steunt de doelstellingen van de gigabitmaatschappij voor de middellange termijn om alle Europese consumenten een internetverbinding met een snelheid van ten minste 100 Mbps te bieden, die geüpgraded kan worden tot 1 Gbps, en om op de lange termijn alle belangrijke katalysatoren van sociaaleconomische groei, zoals aanbieders van openbare diensten, ondernemingen die in sterke mate digitaal werken, belangrijke vervoershubs, financiële instellingen, ziekenhuizen en onderwijs- en onderzoeksinstellingen toegang te bieden tot een internetverbinding met een snelheid van ten minste 1 Gbps; roept ertoe op de uitrol van backhaul-infrastructuur d.m.v. glasvezel, mededinging ter bevordering van investeringen en gebruikersvriendelijkheid voor eindgebruikers prioriteit te geven; herinnert eraan dat de Unie niet op schema ligt als het gaat om de verwezenlijking van de connectiviteitsdoelstellingen van de digitale agenda 2020 en dat met name de achterstand in plattelandsgebieden en afgelegen gebieden reden geeft tot zorg;

9.  benadrukt dat ervoor gezorgd moet worden dat zoveel mogelijk EU-burgers kunnen profiteren van de connectiviteit van de gigabitmaatschappij, ook degenen die in afgelegen gebieden wonen;

10.  steunt ten volle de inspanningen die erop gericht zijn om tegen 2025 toegang tot het 5G‑netwerk tijdens intermodale reizen in openbaarvervoersfaciliteiten die gekoppeld zijn aan de Connecting Europe Facility (CEF) en de trans-Europese vervoersnetwerken (TEN-T) te garanderen, en verwacht dat volledige toegang in de hele EU, zowel in stedelijke als plattelandsgebieden, en in belangrijke toeristencentra en toeristische attracties zal volgen;

11.  merkt op dat er verdere verbetering van de dekking van de vierde generatie mobiele netwerken/LTE nodig is, aangezien de Europese Unie in dit opzicht achterloopt op de VS, Zuid-Korea en Japan, en dat het 5G-actieplan moet worden gezien als een kans om te leren van de fouten die zijn gemaakt bij de uitrol van 4G;

12.  wijst erop dat er voor 5G-radiotoegang een zeer breed frequentiebereik nodig zal zijn: van minder dan 1 GHz tot 100 GHz, en inclusief backhaul zelfs tot 300 GHz; merkt op dat frequenties van 3-6 GHz en boven 6 GHz in dichtbevolkte gebieden heel hoge datasnelheden en datacapaciteiten moeten bieden; beseft dat 5G-systemen in hoge-frequentiebanden een zeer dichte netwerkinfrastructuur nodig hebben op basis van toegang tot locaties middels kleine cellen en dat er in dat kader keuzes moeten worden gemaakt met betrekking tot het gebruik van spectrumbanden en dat spectrumbanden wellicht gedeeld moeten worden;

13.  benadrukt dat downloadsnelheden alleen niet voldoende zullen zijn om tegemoet te komen aan de toekomstige connectiviteitseisen van de gigabitmaatschappij, maar dat daarvoor een infrastructuur nodig is die geschikt is voor netwerken met zeer hoge capaciteit, omdat deze netwerken voldoen aan de hoogste normen op het gebied van upload- en downloadsnelheden, latentietijden en veerkracht;

14.  benadrukt dat om een antwoord te bieden op de uitdagingen van 5G, een samenhangende Europese spectrumstrategie moet worden opgesteld, met inbegrip van nationale stappenplannen en tijdschema's, met aandacht voor diverse aspecten van de communicatie tussen mensen, tussen machines (M2M) en het internet van de dingen, waaronder toegangssnelheid, mobiliteit, latentietijden, dekkingsgraad, levensduur, betrouwbaarheid, toegankelijkheid, enz. en die in alle lidstaten een soepele overgangsperiode naar 5G garandeert;

15.  wijst erop dat bij de uitrol van draadloze 5G-netwerken toegang tot de backhaul van netwerken met zeer hoge capaciteit nodig is en alle beschikbare niet-aansluitende delen van het radiospectrum, ook de 700 MHz-band, flexibel en doeltreffend moeten worden gebruikt voor uiteenlopende netwerkuitrolscenario's, waarbij innovatieve modellen voor spectrumvergunningen moeten worden ontwikkeld en duidelijk de nadruk moet worden gelegd op harmonisatie van de beschikbare spectrumbanden op regionale basis;

16.  erkent het belang van vergunningsplichtige spectrumbanden voor het waarborgen van langetermijninvesteringen in netwerken en het garanderen van een betere kwaliteit van de diensten door middel van stabiele en betrouwbare toegang tot het spectrum, maar wijst ook op de noodzaak van betere juridische bescherming voor vergunningsvrije spectrumbanden en verschillende methoden voor het delen van spectrumbanden;

17.  wijst erop dat een gebrek aan coördinatie een aanzienlijk risico vormt voor de uitrol van 5G, aangezien het verwerven van kritieke massa cruciaal is voor het aantrekken van investeringen en dus om de volledige vruchten van de 5G-technologie te kunnen plukken;

18.   merkt op dat alle actoren uit de sector moeten kunnen profiteren van een gelijk en transparant speelveld dat concurrentie bevordert en dat zij hun eigen netwerken moeten kunnen ontwikkelen en hun eigen investeringsmodel en combinatie van technologieën (zoals FTTH, kabel, satelliet, wifi, WiGig, G.fast, 2G, Massive MIMO of enige andere snelle ontwikkelingstechnologie) moeten kunnen kiezen om de doelstellingen van invoering van 5G te realiseren, mits zij ertoe bijdragen alle Europese burgers, naar gelang hun daadwerkelijke behoeften, aan te sluiten op netwerken met zeer hoge capaciteit; merkt op dat er voor de uitrol van 5G veel meer vezels nodig zijn in een dichter draadloos netwerk;

19.  neemt nota van de mededeling van de Commissie over "Connectiviteit voor een competitieve digitale eengemaakte markt – Naar een Europese gigabitmaatschappij" en haar actieplan "5G voor Europa", die de lidstaten een geweldige kans bieden om hun innovatieve ondernemingen in de culturele en creatieve sector, met name kmo's, in staat te stellen op de wereldmarkten te blijven concurreren en hun zakelijke en innovatieve talenten onder de aandacht te brengen;

II.  Realiseren van de voordelen van de gigabitmaatschappij

20.  is van mening dat 5G meer is dan een evolutie op het gebied van mobiele breedband en verwacht dat 5G - als de volgende generatie van alomtegenwoordige ultrasnelle breedbandinfrastructuur - van groot belang zal zijn voor de digitale wereld van de toekomst, en een ondersteunende rol zal hebben bij de transformatie van processen in alle economische sectoren (publieke sector, onderwijs, levering van inhoud door middel van geconvergeerde media, gezondheidszorg, energie, nutssector, productiesector, vervoer, automobielsector, audiovisuele sector, virtual reality (VR), onlinegamen enzovoort) en zal leiden tot een aanbod van betaalbare, flexibele, interactieve, betrouwbare en volledig gepersonaliseerde diensten die het leven van elke burger kunnen verbeteren;

21.  merkt op dat de gefragmenteerde uitrol van 4G in Europa, die nog altijd zichtbaar is in de grote verschillen die er bestaan tussen de lidstaten, zoals blijkt uit de Index digitale economie en maatschappij (DESI) van 2015, heeft geleid tot een achterblijvend concurrentievermogen vergeleken met de VS, China, Japan, Zuid-Korea en opkomende economieën; benadrukt in dit verband dat Europa zich in digitaal opzicht wel ontwikkelt, maar dat het tempo vertraagt, hetgeen op de lange termijn een risico vormt voor de noodzakelijke investeringen en de aantrekkelijkheid van het Europese zakenklimaat;

22.  herinnert eraan dat de eindgebruikers uiteindelijk het meest van de invoering van 5G moeten profiteren en dat alle besluiten die worden genomen met betrekking tot de uitrol van 5G-technologieën erop gericht moeten zijn het einddoel, te weten het bieden van betaalbare, betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige diensten, te verwezenlijken;

23.  merkt op dat publieke en particuliere investeringen een multiplicatoreffect hebben op de hele economie en dat, als 5G volledig is uitgerold, dit naar verwachting direct en indirect zal leiden tot 2,3 miljoen nieuwe banen in de 28 lidstaten;

24.  merkt op dat de uitrol van 5G-technologieën in Europa naar verwachting voordelen zal opleveren die veel verder reiken dan de mobiele industrie en tegen 2025 secundaire effecten zal hebben met een waarde van 141,8 miljard EUR per jaar;

25.  benadrukt dat het succes van een snelle, EU-brede uitrol van 5G afhankelijk is van de ontwikkeling van nieuwe vraaggestuurde ondernemingsmodellen; benadrukt dat er een veelheid is aan initiatieven die bedoeld zijn om de eisen voor 5G te verduidelijken, waardoor het voor verticale industrieën moeilijk is om aan dit proces bij te dragen; benadrukt derhalve dat verticale industrieën actief en op doeltreffende wijze betrokken moeten worden bij het proces met betrekking tot de vereisten;

26.  benadrukt dat eerlijke concurrentie en een gelijk speelveld voor marktdeelnemers cruciaal zijn voor de uitrol van de gigabitmaatschappij door deze marktdeelnemers; is van mening dat in dit kader het beginsel "dezelfde diensten, hetzelfde risico, dezelfde regels" moet gelden;

27.  is van mening dat de Commissie en de lidstaten, samen met alle relevante belanghebbenden, moeten nadenken over maatregelen ter stimulering van geavanceerde tests en proefnetwerken om innovatie in 5G-toepassingen te versnellen;

28.  merkt op dat de gigabitmaatschappij de digitale kloof moet verminderen en het gebruik van internet moet stimuleren; merkt op dat duurzame investeringen in de uitrol van bestaande en toekomstige technologieën nog altijd nodig zijn, waaronder investeringen in satelliettechnologieën en investeringen in afgelegen gebieden en plattelandsgebieden; benadrukt dat slimme combinaties van particuliere en overheidsinvesteringen noodzakelijk zijn om de digitale kloof op het platteland en in perifere regio's te dichten; benadrukt dat de lessen die uit het verleden getrokken zijn, toegepast kunnen worden bij de aanpak van ongelijkheden tussen de lidstaten, regio's en bevolkingsgroepen in dichtbevolkte en afgelegen gebieden, ter bevordering van een evenwichtige geografische ontwikkeling;

29.  wijst erop dat er niet alleen sprake is van een digitale kloof tussen stedelijke en plattelandsgebieden, maar ook, en in aanzienlijke mate, tussen de lidstaten; wijst in dit kader op het belang van een concurrerend wetgevingskader en initiatieven ter bevordering van investeringen in infrastructuur, ter vergroting van de diversiteit aan actoren en ter versterking van de coördinatie op Europees niveau;

30.  wijst erop dat 5G de hoeksteen vormt voor het realiseren van de visie van de netwerksamenleving, en dat 5G de mogelijkheden om in de Europese Unie te wonen, studeren en werken zal vergroten, hetgeen noodzakelijk is om personen en bedrijven ten volle van de digitale revolutie te laten profiteren;

31.  is van mening dat het faciliteren van de uitrol van kleine cellen voor 5G, in overeenstemming met de WiFi4EU-verordening, zal bijdragen aan het dichten van de digitale en technologische kloof en de beschikbaarheid van 5G-diensten voor alle burgers zal vergroten;

32.  benadrukt dat Europa gelijke tred moet houden met de technologische ontwikkelingen en de kansen moet grijpen die door efficiëntere ICT-technologieën geboden worden om de sociaaleconomische ontwikkeling in de regio's die vandaag de dag onderontwikkeld zijn te ondersteunen;

33.  benadrukt dat een dicht vezelnetwerk de onontbeerlijke backhaul-infrastructuur vormt om te kunnen profiteren van het volledige dienstenpotentieel van de technologische mobiele 5G-standaard;

34.  is ingenomen met het WiFi4EU-initiatief, dat erop gericht is gratis universele toegang tot internet in lokale gemeenschappen te bevorderen door middel van een door de EU gefinancierd en door de lidstaten ten uitvoer te leggen systeem; merkt op dat het WiFi4EU-initiatief ten doel heeft digitale inclusie in alle regio's te bevorderen door middel van toewijzing van middelen op geografisch evenwichtige wijze, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de gebruikersvriendelijkheid; merkt op dat de toegangssnelheden toenemen en dat, naarmate het internetgebruik via draadloze apparatuur toeneemt, WLAN aan de end-to-end connectiviteitsbehoeften zal moeten voldoen; is van oordeel dat er behoefte is aan een beleidskader met specifieke prioriteiten om de obstakels weg te nemen die niet alleen aan de markt kunnen worden overgelaten;

35.  roept de Commissie op om in haar 5G-actieplan bijzondere aandacht te besteden aan het bereik binnen gebouwen, aangezien veel 5G-toepassingen in huizen en kantoren zullen worden gebruikt; herinnert aan het slechte bereik van netwerken met hogere frequenties in gebouwen; beveelt aan ook andere technologieën te bestuderen, zoals Massive Mimo, repeaters voor gebruik in gebouwen en snelle WiGig wifitoepassingen, om ook binnen een goed bereik te garanderen;

36.  benadrukt dat de ontwikkeling van 5G-technologieën van vitaal belang is voor de transformatie van de ICT-netwerkinfrastructuur naar allesomvattende slimme connectiviteit: slimme auto's, slimme netten, slimme steden, slimme fabrieken, slimme overheden en meer; is van mening dat ultrasnelle breedband en intelligente, efficiënte netwerkfuncties die vrijwel onmiddellijke connectiviteit tussen mensen, tussen mensen en machines en tussen aangesloten machines onderling tot stand brengen, een heel andere invulling zullen geven aan connectiviteit voor de eindgebruiker – die mogelijk zal worden dankzij modellen zoals mesh-netwerken, hybride netwerken, dynamische network slicing en softwarisatie;

37.  onderstreept dat een hoge energie-efficiëntie, die kan zorgen voor een lager energieverbruik, een cruciaal vereiste voor 5G is; benadrukt dat dit van groot belang is om de operationele kosten te verlagen, de netwerkconnectiviteit in plattelands- en afgelegen gebieden te faciliteren en op duurzame en hulpbronnenefficiënte wijze toegang te bieden tot netwerken;

38.  benadrukt dat het voor de uitrol van 5G noodzakelijk is vaste netwerken aanzienlijk te moderniseren en mobiele netwerken te verdichten, een en ander in overeenstemming met de doelstellingen van de gigabitmaatschappij, met name voor oplossingen op het gebied van e-gezondheid;

39.  benadrukt dat de audiovisuele sector een van de drijvende krachten achter het succes van 5G in Europa is en dat deze sector voor banen en economische groei zorgt, en dat de ontwikkelingen in deze sector een sterk en positief effect kunnen hebben op de waardeketen van de audiovisuele media, met inbegrip van de productie, vernieuwing en distributie van inhoud en de gebruikersomgeving; roept de Commissie en de lidstaten daarom op rekening te houden met de behoeften en specifieke kenmerken van deze sector, met name op het gebied van het omroepbestel;

40.  merkt op dat voertuigen die verbonden zijn met een netwerk veiliger (minder ongevallen) en groener (minder uitstoot) zijn en bijdragen tot voorspelbaarder reispatronen; steunt daarom het idee om voor de hele EU als doel te stellen dat alle voertuigen die op de EU-markt beschikbaar komen voor 5G geschikt moeten zijn en ITS-apparatuur aan boord moeten hebben; schaart zich volledig achter het streven om ambulances en voertuigen van andere hulpdiensten (politie en brandweer) met een 5G-basisstation te verbinden zodat ze tijdens interventies doorlopend en ononderbroken dekking hebben;

41.  wijst erop dat een betrouwbare en ononderbroken 5G-dekking de verkeersveiligheid ten goede komt dankzij verbonden en digitale controlemiddelen, zoals slimme tachografen en e-documenten, voor vrachtwagens;

42.  verwacht dat 5G de weg zal openen voor nieuwe betaalbare en hoogwaardige diensten, nieuwe sectoren zal verbinden en ook de gebruikersvriendelijkheid voor de steeds ervarener en veeleisender digitale gebruikers zal verbeteren; benadrukt dat 5G oplossingen kan bieden voor belangrijke maatschappelijke uitdagingen, omdat dankzij 5G het energieverbruik van mobiele apparatuur aanzienlijk kan verminderen en omdat 5G mogelijkheden biedt om sectoren zoals de gezondheidszorg en de vervoerssector ingrijpend te veranderen;

43.  is verheugd over het breedbandfonds voor Europese verbindingen (Connecting Europe Broadband Fund), een fonds voor breedbandinfrastructuur dat openstaat voor deelname van nationale stimuleringsbanken en -instellingen en van particuliere investeerders, hetgeen weer een stap betekent in de richting van investeringen in infrastructuur voor dunner bevolkte gebieden, plattelandsgebieden en afgelegen gebieden met onvoldoende voorzieningen;

44.  meent dat digitale vaardigheden moeten worden ontwikkeld en verbeterd door middel van grootschalige investeringen in onderwijs – met inbegrip van beroeps-, ondernemerschaps- en andere opleidingen, evenals herscholing – en door middel van maximale deelname van alle belanghebbenden, waaronder sociale partners, met drie belangrijke doelen: werkgelegenheid op technologisch gebied scheppen en behouden door middel van het opleiden van hooggeschoolde arbeidskrachten, burgers ondersteunen bij het vormgeven van hun digitale bestaan door de noodzakelijke instrumenten ter beschikking te stellen en een einde maken aan digitale ongeletterdheid, één van de oorzaken van de digitale kloof en digitale uitsluiting;

45.  is van oordeel dat de Unie in samenwerking met EIT Digital curricula voor de ontwikkeling van 5G-vaardigheden moet opstellen en beschikbaar moet stellen, waarbij de nadruk moet liggen op start-ups en kmo's, zodat ook zij van de uitrol van 5G kunnen profiteren;

46.  benadrukt dat de ontwikkeling van 5G-netwerken snelle technologische veranderingen in de hand zal werken waardoor de digitale en slimme industrie, het internet der dingen en geavanceerde productiesystemen volledig kunnen worden ontwikkeld;

47.  wijst op het belang van 5G om Europa in staat te stellen op het gebied van de levering van hoogwaardige onderzoeksinfrastructuur wereldwijd een voortrekkersrol te vervullen, waardoor Europa het centrum voor toponderzoek kan worden;

III.  Beleidsaanpak

48.  is verheugd over het initiatief van de Commissie om het investeringsplan voor Europa te versterken binnen financieringsinstrumenten (EFSI, CEF) die bestemd zijn om de strategische doelstellingen voor gigabitconnectiviteit tot 2025 te financieren;

49.  benadrukt dat alle beslissingen in verband met de digitale eengemaakte markt, met inbegrip van spectrumtoewijzing, connectiviteitsdoelen en de uitrol van 5G, moeten worden geformuleerd op basis van toekomstige behoeften en de verwachtingen omtrent de ontwikkeling van de markt in de komende 10-15 jaar; onderstreept in dit verband dat een succesvolle uitrol van 5G cruciaal zal zijn voor de versterking van het economisch concurrentievermogen, hetgeen alleen kan worden gerealiseerd aan de hand van toekomstgerichte Europese coördinatie op het gebied van wetgeving en beleid;

50.  benadrukt dat beleid inzake de gigabitmaatschappij en 5G evenredig moet zijn, geregeld moet worden geëvalueerd en moet stroken met het "innovatiebeginsel", waarbij de effecten van het beleid voor innovatie aan bod moeten komen bij de effectbeoordeling;

51.  roept de Commissie op om een toereikend niveau van langetermijnfinanciering voor het 5G-actieplan en netwerkmodernisering te waarborgen en ontwikkelen voor het volgend meerjarig financieel kader 2020-2027 en in het bijzonder het volgende OTO&I-kader; wijst op het belang van samenwerking tussen de academische wereld, onderzoeksinstellingen, de particuliere sector en de publieke sector op het gebied van onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot mobiele 5G-communicatie; is van oordeel dat het 5G-PPP in dit kader een goed voorbeeld vormt; herinnert eraan dat er volgens de Commissie de komende tien jaar 500 000 miljoen EUR nodig is om de connectiviteitsdoelen te realiseren, maar dat er naar schatting een investeringstekort van 155 000 miljoen EUR bestaat; is daarom van mening dat er maximale prioriteit moet worden geschonken aan de beschikbaarheid van voldoende investeringen, gestimuleerd door concurrentie, voor de uitrol van de digitale infrastructuur, aangezien deze fundamenteel is om burgers en bedrijven te laten profiteren van de ontwikkeling van de 5G-technologie;

52.  verzoekt alle lidstaten met spoed uitvoering te geven aan de bepalingen van Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie(4), om bij het doeltreffend en duurzaam maken van dit plan een toereikend veiligheidsniveau te waarborgen;

53.  is van mening dat de gigabitmaatschappij het best kan worden gerealiseerd door een toekomstbestendige, concurrentiebevorderende en technologieneutrale benadering te volgen, ondersteund door een breed scala aan investeringsmodellen zoals publiek-private samenwerkingen of mede-investeringen; wijst erop dat mede-investeringen en andere vormen van collaboratieve investeringen en commerciële toegangsregelingen voor de lange termijn voor netwerken met zeer hoge capaciteit manieren kunnen zijn om middelen te bundelen, diverse flexibele kaders te realiseren en de uitrolkosten te verminderen;

54.  dringt er bij de lidstaten op aan het 5G-actieplan volledig ten uitvoer te leggen door middel van coherente, integrale en tijdige maatregelen in regio's en steden, om sectoroverschrijdende innovatie aan te moedigen en te stimuleren en een economisch samenwerkingskader voor de hele sector te bevorderen;

55.  roept de Commissie en de lidstaten op om het voortouw te nemen in het bevorderen van intersectorale, meertalige en grensoverschrijdende 5G-interoperabiliteit en privacyvriendelijke, betrouwbare en veilige diensten, aangezien het bedrijfsleven en de samenleving als geheel voor hun activiteiten en diensten steeds meer afhankelijk zijn van digitale infrastructuur, en rekening te houden met de specifieke economische en geografische situatie in elke lidstaat als integraal onderdeel van een gemeenschappelijke strategie;

56.  dringt aan op intensivering van de inspanningen op het gebied van normalisatie, om te garanderen dat Europa een leiderschapsrol vervult bij het bepalen van technologische normen die de invoering van 5G-netwerken en -diensten mogelijk moeten maken; is van mening dat de Europese normalisatieorganisaties hierbij een bijzondere rol dienen te spelen; merkt op dat alle sectoren hun eigen stappenplan voor normalisatie moeten opstellen op basis van door de industrie aangestuurde processen, gericht op het vaststellen van gemeenschappelijke normen die het potentieel hebben om wereldwijde normen te worden; verzoekt de Commissie en de lidstaten om investeringen in onderzoek en ontwikkeling en Europese normalisatie te stimuleren;

57.  benadrukt dat 5G de toegang tot en de verspreiding van inhoud ingrijpend kan veranderen en de gebruikersvriendelijkheid aanzienlijk kan verbeteren, en tevens mogelijkheden biedt als het gaat om de ontwikkeling van nieuwe vormen van culturele en creatieve inhoud; wijst in dit verband op de noodzaak van doeltreffende maatregelen tegen piraterij en van een brede aanpak om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te verbeteren, om ervoor te zorgen dat consumenten gemakkelijk toegang hebben tot legale inhoud;

58.  pleit krachtig voor meer experimenteel onderzoek op het gebied van 5G-technologieën; is er voorstander van dat er, om tegemoet te komen aan de vraag naar diensten in de gigabitmaatschappij, geïntegreerde oplossingen en proeven worden ontwikkeld die daarna sectoroverschrijdend worden getest in grootschalige proefprojecten; roept de Commissie en de lidstaten op ervoor te zorgen dat er voldoende vergunningsvrije frequentiebanden zijn om experimenten van het bedrijfsleven te stimuleren; vraagt de Commissie te overwegen een concreet en aantrekkelijk moment aan te wijzen als kader voor experimenten door de particuliere sector met 5G-technologieën en -producten;

59.  wijst erop dat de richtsnoeren van de Internationale Commissie voor bescherming tegen niet-ioniserende straling (ICNIRP), die door de WHO formeel zijn erkend, in acht moeten worden genomen om inconsistenties en fragmentatie te voorkomen en consistente voorwaarden voor de uitrol van draadloze netwerken op de Europese digitale eengemaakte markt te garanderen;

60.  benadrukt dat er voor de totstandkoming van de gigabitmaatschappij duidelijke gemeenschappelijke EU-regels moeten komen, die toekomstgericht en concurrentiebevorderend zijn, om investeringen en innovatie te stimuleren en betaalbaarheid en voldoende keuzemogelijkheden voor de consument te garanderen; beklemtoont dat op infrastructuur gebaseerde concurrentie tot efficiënte regelgeving kan leiden en voor een billijk rendement op investeringen op lange termijn kan zorgen; spoort de lidstaten aan de administratieve procedure voor toegang tot fysieke infrastructuur te vereenvoudigen;

61.  wijst op de noodzaak om een innovatievriendelijk klimaat voor digitale diensten tot stand te brengen, in het bijzonder op het gebied van big data en het internet van de dingen, om de keuzemogelijkheden voor consumenten uit te breiden en tegelijkertijd het vertrouwen te vergroten en de invoering van digitale diensten te bevorderen, door middel van efficiënte en gestroomlijnde regels, waarbij de nadruk ligt op de behoeften van gebruikers en de kenmerken van de diensten, ongeacht het soort leverancier;

62.  benadrukt dat de nationale breedbandplannen moeten worden geëvalueerd en, waar passend, zorgvuldig moeten worden herzien, en dat zij alle 5G-aspecten moeten behandelen, een multitechnologische en mededingingsgerichte benadering moeten volgen, rechtszekerheid moeten bieden en zo veel mogelijk ruimte moeten bieden voor innovatie en dekking, en onder meer als doel moeten hebben de digitale kloof te dichten;

63.  verzoekt de Commissie de nationale breedbandplannen te beoordelen om zo lacunes op te sporen, en landspecifieke aanbevelingen voor verdere actie te formuleren;

64.  verwelkomt het initiatief van de Commissie om een participatief breedbandplatform te creëren om de betrokkenheid van publieke en private entiteiten en lokale en regionale overheden te maximaliseren;

65.  benadrukt dat het garanderen van internettoegang en van betrouwbare interconnectiviteit met een hoge snelheid, een lage latentietijd en weinig jitter essentieel is voor digitaliseringsprocessen en de waardeketen in de toerismesector, evenals voor de ontwikkeling en verspreiding van vervoerstechnologieën zoals coöperatieve intelligente vervoerssystemen (C‑ITS), River Information Services (RIS) en het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS);

66.  herinnert eraan dat kmo's veel voordeel kunnen halen uit concurrerende toegang tot 5G-oplossingen; dringt er bij de Commissie op aan haar actieplannen zo uit te werken dat kmo's en start-ups gemakkelijker kunnen deelnemen aan experimenten met 5G-technologieën en om te garanderen dat zij toegang krijgen tot het participatief breedbandplatform voor 5G;

67.  staat achter de initiatieven op EU-niveau voor een hogere mate van spectrumcoördinatie tussen lidstaten en lange vergunningstermijnen, die investeringen stabieler en zekerder zullen maken; merkt op dat de beslissingen hierover in alle lidstaten tegelijk moeten worden genomen met het oog op de vaststelling van bindende richtsnoeren over bepaalde voorwaarden van het toewijzingsproces, zoals de termijn voor spectrumtoewijzing, gedeeld spectrumgebruik en gezamenlijk georganiseerde veilingen, met als ambitie het bevorderen van trans-Europese netwerken; wijst erop dat de concurrerende aard van de markt voor mobiele telecommunicatie in de Europese Unie cruciaal is voor de overstap naar 5G;

68.  verzoekt de EU om, met het oog op een samenhangend EU-beleid, de inspanningen binnen de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) te coördineren; benadrukt dat de Europese behoeften inzake spectrumharmonisatie voor 5G na 2020 vóór de Wereldradiocommunicatieconferentie van 2019 (WRC-19) vastgesteld moeten worden en dat daarbij een gepast beschermingsniveau gewaarborgd moet worden voor de bestaande diensten waarvan tegenwoordig gebruik wordt gemaakt, een en ander in overeenstemming met de besluiten die tijdens de WRC-15 zijn genomen;

69.  benadrukt dat de definitie van netwerken met zeer hoge capaciteit die is opgenomen in het Europees wetboek voor elektronische communicatie in overeenstemming moet zijn met het beginsel van technologische neutraliteit en dat deze technologieën moeten voldoen aan de kwaliteitseisen voor netwerkdiensten die in de toekomst door industriële en consumententoepassingen verlangd zullen worden;

70.  verzoekt de Commissie jaarlijks een voortgangsverslag over het 5G-actieplan op te stellen, inclusief aanbevelingen, en dit aan het Parlement te doen toekomen;

°

°  °

71.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de lidstaten.

(1)

PB L 81 van 21.3.2012, blz. 7.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0009.

(3)

PB L 179 van 29.6.2013, blz. 1.

(4)

PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1.


TOELICHTING

De ontwikkeling van nieuwe toepassingen op het gebied van 5G brengt de invoering van de gigabitmaatschappij een stuk dichterbij. 5G vormt een nieuwe stap in de ontwikkeling van de digitale omgeving, die de aanleg van hoge-prestatienetwerken mogelijk maakt, waaronder netwerken van zeer hoge kwaliteit en netwerken met een zeer grote capaciteit. Door het bieden van nieuwe mogelijkheden op het gebied van snelle verbindingen stimuleert deze infrastructuur de bedrijvigheid in een groot aantal sectoren.

Om de 5G-infrastructuur te kunnen uitbouwen, moet echter aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Een investeringsvriendelijk regelgevingsklimaat moet de rechtszekerheid, transparantie, gelijkheid en vereenvoudiging van regels bieden die essentieel zijn voor elektronische communicatie, zowel nu als in de toekomst. Op infrastructuur gebaseerde concurrentie moet ervoor zorgen dat alle mogelijke partners meedingen naar investeringen in een kader van flexibele, bedrijfsefficiënte mede-investeringsmodellen. De spectrumtoewijzing moet worden geharmoniseerd om consistente beslissingen en oplossingen te garanderen. Daarnaast moeten gecoördineerde EU-wijde inspanningen worden geleverd om de toegankelijkheid tot de 700 MHz-band en de frequenties van 1 GHz tot 100 GHz op lange termijn te beheren. Er moet ook bereidheid zijn om aan normalisatie en interoperabiliteit te werken binnen het gezamenlijk kader voor alle EU-lidstaten. Tot slot moeten veel sectoren bereid zijn eigen stappenplannen op te stellen om zich aan de technische vereisten voor connectiviteit en communicatie met 5G aan te passen. Het potentieel van 5G kan slechts ten volle worden benut als er nauwe partnerschappen met "verticale" sectoren tot stand worden gebracht. Het is absoluut noodzakelijk dat wij in alle industriële processen systematischer te werk leren gaan.

Er zijn enkele belangrijke drijfveren om volop voor de ontwikkeling van 5G te gaan, zoals inzicht in de aard van de economische en individuele voordelen die de invoering van 5G kan opleveren. Voorbeelden van die voordelen zijn de ontwikkeling van het internet van de dingen, zelfrijdende auto's, de groei van e-gezondheid en telegeneeskunde (die in de gezondheidszorg mee voor een echte verschuiving zal zorgen), compleet nieuwe leer- en onderwijsmogelijkheden dankzij de inzet van virtuele realiteit, nieuwe amusementsmodellen, de eventuele realisaties van slimme steden en nieuwe digitale mogelijkheden in de landbouw. De uitrol van 5G zal het pad effenen voor nieuwe producten en diensten, die allemaal gebruiksvriendelijker zullen zijn en beter zullen inspelen op de behoeften van de mensen, waardoor de consumententevredenheid zal toenemen. Groei doet de vraag stijgen. Die vraag zal investeringen in 5G op lange termijn rendabeler maken en zal een degelijk rendement op investeringen garanderen.

Het is duidelijk dat, hoewel de nieuwe infrastructuurmogelijkheden, de inclusiviteit van deze infrastructuur en de vraag naar 5G-infrastructuur de maatschappelijke attitudes zullen veranderen, zij ook een behoefte aan nieuwe vaardigheden zullen doen ontstaan. Bijgevolg moet ook rekening worden gehouden met de onderwijsdimensie van de uitrol van 5G.

Met 5G heeft Europa een geweldige kans om haar industrieel telecommunicatielandschap opnieuw uit te vinden. Wij staan nu aan de vooravond van opwindende ontwikkelingen. Ik verwacht dat de Europese industrie in haar geheel de bal aan het rollen zal brengen voor ambitieuze ontwikkelingen in 5G-technologie en een stappenplan voor de uitrol ervan.

De Commissie heeft een goed uitgekiende agenda, een tijdschema en concrete maatregelen voorgesteld. Het Europees wetboek voor elektronische communicatie wordt binnenkort goedgekeurd. Wat echter van vitaal belang is, is dat alle belanghebbende partijen in het proces samenwerken. De lidstaten moeten bereid zijn mee te werken aan duidelijke, gemeenschappelijke en geharmoniseerde besluitvormingsprocessen. Zonder tijdig goedgekeurde nieuwe nationale breedbandplannen is het onmogelijk om investeringen op te starten en technologieën en oplossingen uit te werken, met name deze die binnen 5G gebruikmaken van glasvezelverbindingen. Als de EU er niet in slaagt actief en consistent druk uit te oefenen tijdens de WRC-besprekingen, zal het moeilijk zijn om tot bevredigende beslissingen te komen over de toegankelijkheid tot de gigafrequenties. Als er geen samenwerking is tussen de Commissie, de lidstaten, vertegenwoordigers van de bedrijfswereld en Berec, zal voor ons de kans verkeken zijn om het spectrumtoewijzingsproces te harmoniseren. Zonder samenwerking tussen EU-instellingen, regeringen en plaatselijke en regionale overheden is het onmogelijk te investeren in de inclusieve infrastructuur met volledige toegang tot de 5G-netwerken met zeer hoge capaciteit voor iedereen, ook op het platteland en in perifere regio's. Zonder echte medewerking van het publiek en nationale en Europese financiering van het 5G-actieplan, van nu tot na 2020 in het volgend meerjarig financieel kader, wordt het moeilijk om voornoemde doelen zelfs ten dele te bereiken.

Het is van essentieel belang dat alle voorwaarden voor de volledige uitrol van 5G tegen 2025 worden geanalyseerd en dienovereenkomstig beschreven.

Het is net zo belangrijk dat de inspanningen van alle belanghebbende partijen worden gecoördineerd om de 5G-doelstellingen te verwezenlijken. Het staat buiten kijf dat, als alle maatregelen en acties van het 5G-actieplan met succes worden uitgevoerd, de voordelen voor de Europese economie en alle Europese burgers talrijk zullen zijn.


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (23.3.2017)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake internettoegang voor groei, concurrentievermogen en cohesie: Europese gigabitsamenleving en 5G

(2016/2305(INI))

Rapporteur voor advies: Antonio López-Istúriz White

SUGGESTIES

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  benadrukt dat dit initiatief deel uitmaakt van de drie strategische doelstellingen inzake connectiviteit die de Commissie uiterlijk in 2025 verwezenlijkt wil zien, en dat de meest inclusieve en directe weg naar de totstandbrenging van een digitale interne markt verloopt via de ontwikkeling van het geschikte ecosysteem voor het realiseren van een sterke Europese gigabitsamenleving met de tijdige invoering van 5G-technologie en de vervulling van de universeledienstverplichting door de lidstaten, omdat snel breedbandinternet de digitale kloof kan verkleinen en universele groei kan bevorderen, met name in plattelandsgebieden, doordat deze gebieden van instrumenten worden voorzien waarmee zij in hetzelfde tempo als stedelijke gebieden kunnen deelnemen aan het "internet der dingen" (IoT) – dat zal leiden tot miljoenen sensoren en allerlei apparaten met een betere connectiviteit en energie-efficiëntie;

2.  herinnert eraan dat er een einde moet worden gemaakt aan de digitale scheidslijn die wordt gevormd door de connectiviteitskloof tussen stedelijke en plattelandsgebieden, tussen grote en kleine ondernemingen, tussen mensen uit verschillende sociaaleconomische lagen en tussen de generaties;

3.  wijst er met name op dat de EU het zich niet kan veroorloven om de boot te missen wat het aansluiten van plattelandsgebieden betreft, daar uit de door de Commissie bijgehouden index voor de digitale economie en samenleving (Digital Economy and Society Index – DESI) blijkt dat deze gebieden een grote achterstand hebben: 71 % van de Europese gezinnen kan beschikken over breedband, maar in plattelandsgebieden is dit amper 28 %, en 86 % van de Europese gezinnen kan beschikken over mobiele breedband (4G en andere), tegenover slechts 36 % in plattelandsgebieden;

4.  benadrukt dat, willen wij het volledige effect van deze technologie op onze economie bereiken en geen kansen missen, er een vierde doelstelling moet worden toegevoegd: de digitale kloof dichten en voorkomen dat er nieuwe kloven ontstaan; daartoe dienen de lidstaten en de Commissie financieringsmogelijkheden te onderzoeken om de belangrijkste stuwende krachten op sociaaleconomisch gebied (scholen, universiteiten, overheidsdiensten) te voorzien van verbindingen met een downloadsnelheid van ten minste 100 Mbps en een hoge uploadsnelheid, met een geringe latentietijd en een ononderbroken dekking;

5.  is verheugd over het voornemen van de Commissie om samen met de lidstaten en de sector te werken aan de vrijwillige vaststelling van een gemeenschappelijk tijdschema voor de invoering van de eerste 5G-netwerken tegen het einde van 2018, gevolgd door de invoering van een volledig commerciële 5G-dienstverlening in Europa tegen het einde van 2020;

6.  betreurt de situatie die is ontstaan door de trage reactie van de EU op 4G in vergelijking met andere regio's op de wereld, die de leiding hebben genomen en daarvan nu de vruchten plukken;

7.  onderstreept dat het van het grootste belang is in de beginfase van 5G effectief te reageren om het concurrentievermogen van Europese bedrijven, en vooral kmo's, te bevorderen, omdat er potentieel zeer veel te winnen valt voor het Europese bedrijfsleven als het wereldleider wordt bij de invoering van deze technologie;

8.  is van mening dat er met het oog daarop behoefte is aan een globale Europese strategie en dat het beleid en de regelgeving naar buiten en op de toekomst gericht moeten zijn en investeringen en innovatie moeten bevorderen, met een marktbenadering die zorgt voor een passend investeringsklimaat dat de concurrentie aanwakkert, in combinatie met fiscale maatregelen die de invoering van 5G ondersteunen, in het besef dat concurrentie de grootste drijfveer voor investeringen is, die weer de aanzet geven tot innovatie en nieuwe diensten en uiteindelijk leiden tot een modernere Europese infrastructuur die de consument ten goede komt; is verder van mening dat spectrumvergunningen met een langere looptijd cruciaal zijn om de nodige investeringen in de nieuwe infrastructuur te garanderen die voor de ondersteuning van 5G-netwerken vereist is;

9.  merkt op dat het uitbouwen van de verbindingsinfrastructuur potentieel hoge kosten met zich brengt, o.a. voor administratie, planning, vergunningen en de verwerving van onroerend goed, met name voor lokale en kleinere aanbieders, en is erkentelijk voor het WiFi4EU-voorstel van de Commissie om geïnteresseerde lokale overheden de financiële mogelijkheid te geven gratis wifiverbindingen aan te bieden in en om openbare gebouwen, gezondheidscentra, parken en openbare pleinen; is van mening dat in de lidstaten het 5G- en digitale beleid enerzijds en de planningprocedures anderzijds zowel op nationaal als op lokaal niveau op elkaar moeten worden afgestemd om kleine mobiele netten snel en tegen geringe kosten te kunnen opzetten;

10.  onderstreept het belang van satellietcommunicatie om overal universele toegang tot 5G te kunnen bieden, voornamelijk in afgelegen gebieden, als aanvulling op een Europees terrestrisch glasvezelnet;

11.  is verheugd over het breedbandfonds voor Europese verbindingen (Connecting Europe Broadband Fund), een fonds voor breedbandinfrastructuur dat openstaat voor deelname van nationale stimuleringsbanken en -instellingen en van particuliere investeerders en weer een stap betekent in de richting van investeringen in infrastructuur voor dunner bevolkte gebieden, plattelandsgebieden en afgelegen gebieden met onvoldoende voorzieningen;

12.  benadrukt dat er in de lidstaten bij de ontwikkeling van 5G-technologie voor een consequente Europese benadering moet worden gekozen waarbij veel belanghebbenden worden betrokken, aangezien de totstandbrenging van een levensvatbare interne markt voor 5G-producten en -diensten een verregaande coördinatie vereist;

13.  benadrukt dat het in verband met de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid voor telecomaanbieders van cruciaal belang is dat het Europese wetboek voor elektronische communicatie tijdig wordt aangenomen; beklemtoont dat dit Europese wetboek de concurrentie (op het gebied van infrastructuur) moet bevorderen;

14.  verzoekt de Commissie de nationale breedbandplannen onder de loep te nemen om lacunes op te sporen en landspecifieke aanbevelingen voor verdere actie te formuleren;

15.  dringt er bij de Commissie op aan met een ambitieuze en coherente strategie voor de financiering van 5G te komen waarin de mogelijkheden en synergieën van bestaande programma's, zoals Horizon 2020, het EFSI en de CEF, ten volle worden benut, particuliere investeringen, waaronder specifiek risicokapitaal en consortia, worden gestimuleerd en andere opties worden onderzocht, zoals publiek-private partnerschappen in de ICT-sector (bijv. PPP 5G), teneinde connectiviteitsprojecten en technologisch onderzoek te steunen dat de digitale kloof kan helpen overbruggen, en de financiering voor het 5G-actieplan in het volgende meerjarig financieel kader 2020-2027 te handhaven en uit te breiden;

16.  roept in dit verband de exploitanten op meer in infrastructuur te investeren om de connectiviteit te verbeteren, met name in achtergebleven plattelandsgebieden, en de 5G-dekking uit te breiden, waarbij te bedenken is dat volgens de Commissie naar schatting 500 miljard EUR moet worden geïnvesteerd om deze technologie in te voeren en de connectiviteitsdoelstellingen te halen, waarvoor waarschijnlijk een investeringstekort van 155 miljard EUR bestaat;

17.  wijst erop dat de lidstaten de in de EU overeengekomen regels voor de toewijzing van nieuwe frequenties binnen de 700 MHz-band voor draadloze breedbandcommunicatie moeten toepassen en dat de EU een gecoördineerd spectrumbeleid moet krijgen met toekenning van voldoende langlopende licenties om te zorgen voor voorspelbaarheid met betrekking tot het rendement op investeringen, terwijl er tegelijkertijd en flexibel licentiesysteem moet worden opgezet dat aanspoort tot gedeeld spectrumgebruik in de relevante hogere frequenties en tot de ontwikkeling van toekomstige toepassingen;

18.  benadrukt dat een akkoord over de harmonisatie van alle spectrumbanden boven en onder 6 GHz van strategisch belang is voor de invoering van 5G en uiterlijk eind 2017 moet zijn bereikt, zodat al vóór de Wereldradiocommunicatieconferentie van 2019 (WRC-19) voorlopige spectrumbanden voor 5G beschikbaar worden gesteld;

19.  onderstreept dat met lagere frequentiebanden, zoals 700 MHz, wellicht een groter gebied per celmast kan worden bestreken, waardoor in plattelandsgebieden een bredere propagatie kan worden bereikt, maar dat deze banden alleen niet volstaan voor toepassingen met hoge bandbreedte, en is daarom voorstander van de gecoördineerde benadering van de Commissie ten aanzien van een hertoewijzing binnen de UHF-radiobanden (300 MHz tot 3 GHz) en in de banden daarbuiten;

20.  wijst erop dat de vaststelling van open, interoperabele normen voor 5G-netwerken en voor 5G geschikte IoT-apparatuur van cruciaal belang is voor een snelle invoering van IoT, en roept alle relevante belanghebbende partijen bij de overheid en in de privésector, zoals fabrikanten, exploitanten, reguleringsinstanties en de wetenschappelijke gemeenschap, ertoe op in die richting te werken, zodat de normen voor de toekomstige 5G-netwerken door de sector breed aanvaard en toegepast worden;

21.  is van mening dat een bottom-upsysteem moet worden bevorderd en dat elke sector zijn eigen stappenplan voor normalisatie moet opstellen op basis van door de bedrijfstak zelf aangestuurde processen, met de vastberadenheid om tot gezamenlijke normen te komen die wereldwijde normen zouden kunnen worden;

22.  wijst er nogmaals op dat het publiek sterker bewust moet worden gemaakt van de voordelen die het gebruik van internet biedt voor burgers en ondernemingen, aangezien het de economische en sociale mogelijkheden vergroot en een instrument is dat inclusie kan bevorderen en bijkomende kansen kan scheppen voor minder ontwikkelde gebieden; wijst er tevens op dat de bedrijfsmodellen in veel sectoren zullen profiteren van de veranderingen die verband houden met de 5G-technologie, waardoor de efficiëntie zal toenemen en nieuwe, hoogwaardige diensten kunnen worden ontwikkeld, contacten tussen nieuwe bedrijfstakken ontstaan, de samenwerking en de vorming van partnerschappen tussen telecomexploitanten en verticale branches worden ondersteund en uiteindelijk de steeds beter ingevoerde en veeleisender digitale gebruiker een betere ervaring als klant heeft;

23.  benadrukt de nu nog ondenkbare mogelijkheden van cloudtechnologieën, big data en het internet der dingen als motor voor groei en werkgelegenheid en voor het verbeteren van het leven van iedere burger – mits betrouwbare connectiviteit overal een realiteit wordt;

24.  is zich ervan bewust dat 4G-netwerken een te geringe capaciteit hebben wanneer de vloedgolf aan connectiviteit de komende jaren miljoenen toestellen in omloop zal brengen (zoals machines, robots, drones, auto's, wearables, apparaten en sensoren), en stelt tevens met zorg vast dat de EU zonder moderne digitale netwerken en infrastructuur die kwalitatief goede en snelle vaste en mobiele verbindingen bieden, een achterstand ten opzichte van andere regio's dreigt op te lopen bij het aantrekken van investeringen en het vasthouden van kennis, waardoor een concurrentievoordeel verloren gaat, en pleit ervoor om de uitbreiding van de digitale netwerken en infrastructuur, vooral in plattelandsgebieden, te versnellen;

25.  is van mening dat de ontwikkeling van digitale vaardigheden noodzakelijk is om uitsluiting te helpen voorkomen en een einde te maken aan digitale ongeletterdheid en het breder worden van de digitale kloof, en dat dit via zowel formeel als niet-formeel onderwijs moet gebeuren, d.w.z. dat enerzijds in samenwerking met EIT Digital curricula moeten worden opgesteld waarin de beste praktijken uit de lidstaten zijn verwerkt, en dat dit initiatief anderzijds moet worden aangevuld met steun aan maatschappelijke organisaties, waarbij benadrukt moet worden hoe belangrijk het is om voor educatieve doeleinden de technologie binnen handbereik te brengen;

26.  benadrukt dat het van belang is dat ondernemingen op de overgang naar de gigabitsamenleving worden voorbereid; schaart zich achter de keuze om de aandacht te richten op een op infrastructuur gebaseerde concurrentie, teneinde investeringen in een efficiënter netwerk te stimuleren, en onderstreept de rol van de nationale regelgevende instanties bij het toezicht tijdens de fase van invoering en commerciële lancering;

27.  hamert erop dat het niet alleen hoogdringend is om een versnelling hoger te schakelen op het gebied van investeringen in onderzoek en innovatie met betrekking tot 5G-technologie, maar ook om efficiëntere methoden te ontwikkelen om de resultaten van onderzoek en innovatie snel op de markt te brengen;

28.  herhaalt zijn mening dat Europese normalisatie dringend noodzakelijk is om versnippering op het gebied van de 5G-technologie te voorkomen en de interoperabiliteit niet te belemmeren, en onderstreept dat Europa zijn centrale rol in het internationaal systeem moet behouden en dat Europese normen, die worden ontwikkeld in actief overleg met alle belanghebbende partijen, op internationaal niveau moeten worden bevorderd; herhaalt tevens dat erop moet worden toegezien dat de eerste mondiale 5G-normen uiterlijk eind 2019 beschikbaar zijn om een tijdige commerciële invoering van 5G mogelijk te maken;

29.  wijst er nogmaals op dat het publiek nog sterker bewust moet worden gemaakt van de voordelen die het gebruik van internet biedt voor burgers en ondernemingen, aangezien het de economische en sociale mogelijkheden vergroot en een instrument is dat inclusie kan bevorderen en bijkomende kansen kan scheppen voor minder ontwikkelde gebieden in de Unie;

30.  wijst erop dat het actieplan voor de invoering van 5G in de EU volgens de Commissie "twee miljoen nieuwe banen zou kunnen opleveren", hetgeen mogelijk een impuls kan geven aan de Europese economie, en de hoge werkloosheidscijfers, met name onder jongeren, kan tegengaan;

31.  pleit ervoor om verder te gaan dan het gebruik van louter economische indicatoren voor het meten van de effecten van de technologie en voor een vollediger beeld ook gebruik te maken van sociaaleconomische indicatoren;

32.  merkt op dat er een intensieve discussie moet plaatsvinden met alle belanghebbenden, van de EU-instellingen tot de lidstaten en Europese regio's en van de particuliere sector tot het maatschappelijk middenveld, waarbij met name rekening wordt gehouden met de specifieke vereisten van actoren uit het maatschappelijk middenveld betreffende hun financiële situatie en personele middelen, teneinde een gezamenlijke, gedeelde visie te ontwikkelen die berust op het idee dat digitale technologie en communicatie de kans bieden op een beter leven voor iedereen;

33.  beveelt aan dat de Commissie een jaarlijks voortgangsverslag en aanbevelingen opstelt waarin verslag wordt uitgebracht over het 5G-actieplan, en dat ze het Parlement op de hoogte stelt van de resultaten;

34.  herhaalt zijn mening dat een sterkere, dynamische interne markt alleen tot stand kan worden gebracht door middel van stevige en duurzame groei en meer werkgelegenheid en dat de voltooiing van een bloeiende digitale interne markt de snelste manier is om groei te realiseren en nieuwe, kwalitatief hoogwaardige banen te creëren.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dita Charanzová, Carlos Coelho, Sergio Gaetano Cofferati, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Nicola Danti, Vicky Ford, Ildikó Gáll-Pelcz, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Sergio Gutiérrez Prieto, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Liisa Jaakonsaari, Antonio López-Istúriz White, Morten Løkkegaard, Marlene Mizzi, Jiří Pospíšil, Marcus Pretzell, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Mihai Ţurcanu, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jan Philipp Albrecht, Pascal Arimont, David Coburn, Edward Czesak, Arndt Kohn, Julia Reda, Ulrike Trebesius, Sabine Verheyen

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

32

+

ALDE

Dita Charanzová, Morten Løkkegaard, Jasenko Selimovic

ECR

Edward Czesak, Vicky Ford, Ulrike Trebesius, Anneleen Van Bossuyt

EFDD

Marco Zullo

ENF

Marcus Pretzell

PPE

Pascal Arimont, Carlos Coelho, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Ildikó Gáll-Pelcz, Antonio López-Istúriz White, Jiří Pospíšil, Andreas Schwab, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Sabine Verheyen, Ivan Štefanec, Mihai Ţurcanu

S&D

Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Maria Grapini, Sergio Gutiérrez Prieto, Liisa Jaakonsaari, Arndt Kohn, Marlene Mizzi, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler

3

-

EFDD

David Coburn, Robert Jarosław Iwaszkiewicz

ENF

Mylène Troszczynski

2

0

VERTS/ALE

Jan Philipp Albrecht, Julia Reda

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (12.4.2017)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake internettoegang voor groei, concurrentievermogen en cohesie: Europese gigabitsamenleving en 5G

(2016/2305(INI))

Rapporteur voor advies: Kosma Złotowski

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is ingenomen met de mededeling van de Commissie "5G voor Europa: een actieplan", die beoogt de digitale economie en het concurrentievermogen van Europa te stimuleren met het oog op de digitale eengemaakte markt;

2.  benadrukt dat het in de huidige internationale technologische wedren absoluut noodzakelijk is een Europese gigabitmaatschappij tot stand te brengen om het concurrentievermogen en de welvaart in de EU te handhaven en om het potentieel voor innovatie en transformatie in de vervoerssector te benutten;

3.  wijst erop dat de Europese vervoerssector zich, om concurrerend te blijven, snel zal moeten aanpassen aan nieuwe uitdagingen die gepaard gaan met mondialisering, veranderende mobiliteitspatronen, digitalisering en hogere verwachtingen van de consument; is het ermee eens dat de invoering van 5G-netwerken een noodzakelijke voorwaarde is voor de ontwikkeling van bestaande, nieuwe en innovatieve bedrijfsmodellen en de totstandbrenging van economische en maatschappelijke kansen, en tegelijk inclusie bevordert en kansen schept voor minder ontwikkelde gebieden in de EU in de vervoers- en de toerismesector; wijst er in dit verband nogmaals op dat bij het publiek meer besef moet worden gewekt van de voordelen van internetgebruik voor passagiers;

4.  benadrukt dat doeltreffend gebruik van het potentieel van internetnetwerken met een zeer hoge capaciteit en zonder onderbreking, met inbegrip van grensoverschrijdende netwerken, essentieel is voor het proces van digitalisering van diensten op het gebied van vervoer en toerisme, de uitrol van geïntegreerde ticketing en breed gebruik van innoverende vervoermiddelen voor personen en goederen, zoals steeds verder verbonden en autonome voertuigen en drones; merkt op dat 5G-netwerken ook kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van nieuwe entertainmentmodellen en aldus het toeristische aanbod in de EU diverser en aantrekkelijker kunnen maken; merkt op dat 5G nieuwe, hoogwaardige diensten mogelijk zal maken en een betere passagierservaring zal bieden voor digitale gebruikers, die bijvoorbeeld onlineplatforms voor vervoersdiensten en toeristische diensten gebruiken;

5.  spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat de EU achterblijft bij Noord-Amerika en delen van de regio Azië-Stille Oceaan wat het gebruik van 5G betreft; spreekt verder zijn bezorgdheid uit over de actuele gegevens waaruit blijkt dat geen van de 28 EU-lidstaten de 100 % snelle en ultrasnelle dekking heeft gerealiseerd die in de doelstellingen van de Digitale Agenda werd genoemd; merkt op dat de gemiddelde "next-generation-access"-dekking in sommige lidstaten momenteel beneden de 25 % ligt;

6.  betreurt het dat de verspreiding van de huidige generatie van 4G nog steeds beneden de verwachtingen blijft, met name in plattelandsgebieden; merkt op dat het actieplan van de Commissie voor de verspreiding van 5G-infrastructuur moet voorzien in de nodige instrumenten om voorkomen dat in het verleden gemaakte fouten worden herhaald;

7.  is van mening dat informatie- en communicatietechnologie (ICT) en de snelheid waarmee die zich ontwikkelt, een enorme invloed hebben, niet alleen op de economie, maar op de hele samenleving; is ervan overtuigd dat ICT en digitale technologie grote mogelijkheden bieden omdat zij mensen een betere toegang bieden tot openbare diensten zoals vervoer; vindt het echter belangrijk niet uit het oog te verliezen dat vooruitgang op deze gebieden enorme en onvermijdbare uitdagingen meebrengt voor de samenleving als geheel, met name op het vlak van arbeidsorganisatie, arbeidsrechten en veiligheid van de bevolking;

8.  verzoekt de lidstaten het 5G-actieplan te beschouwen als leidraad voor de vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (ECC), met name wat samenwerking op het gebied van spectrumbeheer en verdere investeringen in netwerkinfrastructuur betreft; onderstreept dat significante vooruitgang bij de totstandbrenging van de Europese gigabitsamenleving alleen maar kan worden bereikt via voldoende omvangrijke investeringen in netwerkinfrastructuur in alle lidstaten met het oog op een robuuste, veilige en betrouwbare digitale infrastructuur voor alle vervoersmodi, ongeacht omvang of locatie; betwijfelt of financieringsmodellen die uitsluitend of voornamelijk gebaseerd zijn op investeringsfondsen zullen volstaan om de infrastructuur waar nodig te verbeteren of zullen helpen om de bestaande lacunes in het ontwikkelingsniveau van netwerkinfrastructuur te dichten en de verschillen wat betreft beschikbaarheid van internetverbindingen met een hoge capaciteit in grensgebieden, afgelegen en ultraperifere gebieden alsmede niet-stedelijke gebieden weg te werken;

9.  vraagt dat er meer middelen worden uitgetrokken voor de uitvoering van een ambitieuze en coherente strategie voor de financiering van 5G, door het potentieel van en de synergie tussen de bestaande fondsen ten volle te benutten om nieuwe investeringen aan te moedigen; is ingenomen met het breedbandfonds voor Europese verbindingen en verzoekt de Commissie de financiering voor het 5G-actieplan te garanderen, te handhaven en verder te ontwikkelen in het kader van het volgende MFK voor 2020-2027;

10.  meent dat de netwerkinfrastructuur het best kan worden ontwikkeld door middel van eerlijke en effectieve concurrentie; merkt op dat alle frequentiebanden effectief moeten worden benut; benadrukt het belang van het initiatief "5G-PPP" (publiek-privaat partnerschap) en de dringende noodzaak om nieuwe bronnen van particuliere investeringen aan te boren voor de ondersteuning van het concurrentievermogen van de EU op de wereldmarkt en nieuwe kansen voor innovatie op het gebied van vervoer en toerisme;

11.  dringt erop aan meer gebruik te maken van de middelen van het cohesiebeleid om te streven naar meer uniformiteit van de verbindingen tussen de regio's van de EU; benadrukt dat er niet alleen aan de aanbodzijde, maar ook aan de vraagzijde stimulansen moeten worden gevonden om bij de burgers meer belangstelling voor vervoersdiensten en toeristische diensten via 5G te wekken en het gebruik ervan te bevorderen; is het eens met de centrale doelstellingen om internetconnectiviteit te bevorderen met het oog op groei, concurrentievermogen en cohesie; wijst op de waarde van een technologieneutrale benadering die kan dienen om zoveel mogelijk ruimte te creëren voor innovatie, concurrentie op het gebied van infrastructuur en kostenvermindering bij nieuwe vervoerstechnologieën en -infrastructuur;

12.  spoort de Commissie aan bij de ontwikkeling van de Europese gigabitsamenleving meer aandacht te besteden aan vraagstukken betreffende privacy van gegevens, internetveiligheid en internetcriminaliteit en de specifieke kenmerken daarvan in de vervoerssector; stelt vast dat vooruitgang op dit gebied niet mogelijk is zonder dat voldoende prioriteit wordt verleend aan de veiligheid van de gebruikers van gedigitaliseerde vervoerssystemen en zonder dat er tegelijk regels worden vastgesteld om die technologieën zo te beheren dat geschillen over concurrentievermogen op de markt worden voorkomen;

13.  spoort de Commissie aan te overwegen om de bepalingen van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag en op grond van de staatssteunregels met de interne markt verenigbaar worden verklaard, aan te passen om de aanleg van hogesnelheidsinternetnetwerken te faciliteren en bijzondere aandacht te besteden aan de ultraperifere gebieden als bedoeld in artikel 349 VWEU, gezien hun afgelegen ligging en de kosten van netwerkinfrastructuur die 5G ondersteunt;

14.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat elke lidstaat zijn netwerk in kaart brengt om na te gaan welke gebieden digitaal uitgesloten zijn en teneinde een volledige 5G-dekking van het grondgebied te bewerkstelligen;

15.  beveelt de Commissie aan alles in het werk te stellen om een Europese gigabitmaatschappij tot stand te brengen die het principe van economische, sociale en territoriale cohesie in acht neemt;

16.  erkent dat er een dichte netwerkinfrastructuur nodig is om een hoge capaciteit en een geringe latentietijd voor een 5G-netwerk te garanderen; stelt vast dat het voordelen heeft om projecten en plannen voor de aanleg van nieuwe netwerkinfrastructuur volgens de 5G-norm te combineren met de reeds geplande bouw en modernisering van weg- en spoorwegverbindingen in de lidstaten, naast stedelijke infrastructuurprojecten, bijvoorbeeld omdat verbonden en autonome voertuigen mogelijkheden bieden om de mobiliteit in een stedelijke omgeving te verbeteren; is het ermee eens dat een dergelijke rationele combinatie van bouwwerkzaamheden middelen zal helpen besparen, deze werkzaamheden duurzamer zal maken en de aanleg en exploitatie van de noodzakelijke hogesnelheidsinfrastructuur sneller zal doen verlopen;

17.  onderstreept dat dichtere netwerken met een groter aantal zendmasten naar behoren moeten worden getest en goedgekeurd omdat er geen risico's mogen worden genomen met de volksgezondheid;

18.  wijst op het potentieel van de ontwikkeling van de volgende infrastructuurdiensten in steden in de EU: slim verkeer op basis van realtime-informatie, parkeerplaatsen en tolsystemen; vraagt exploitanten meer te investeren in infrastructuur om de connectiviteit te verbeteren en de 5G-dekking uit te breiden in alle gebieden in de EU – in en rond steden en op het platteland;

19.  benadrukt dat naast de ontwikkeling van 5G ook de algemene invoering van het internet der dingen een groot effect zal hebben, onder meer op de goederenvervoer en de logistiek, waaronder het postwezen en materiële uitwisselingen in het algemeen (brieven en pakjes);

20.  merkt op dat voertuigen zodra ze met een netwerk verbonden zijn, consequent veiliger (met minder ongevallen) en groener (met minder uitstoot) zijn en bijdragen tot meer voorspelbare reispatronen; steunt daarom de idee om voor de hele EU als doel te stellen dat alle voertuigen die op de EU-markt beschikbaar zijn, voor 5G geschikt moeten zijn en ITS-apparatuur aan boord moeten hebben; is sterk voorstander van de doelstelling om ambulances en voertuigen van andere hulpdiensten (politie en brandweer) met een 5G-basisstation te verbinden zodat ze tijdens interventies doorlopend en ononderbroken dekking hebben;

21.  spreekt zijn krachtige steun uit aan de inspanningen om tegen 2025 toegang tot het 5G-netwerk tijdens intermodale reizen in openbaarvervoersfaciliteiten die gelinkt zijn aan de Connecting Europe Facility (CEF) en de trans-Europese vervoersnetwerken (TEN-T) te garanderen, en verwacht dat zal worden gevolgd door volledige toegang in de hele EU;

22.  wijst op de belangrijke rol van internettechnologie en het internet der dingen, niet alleen voor de ontwikkeling van multimodale, gebruiksvriendelijke en veilige infrastructuur en vervoersdiensten, maar ook voor de ontwikkeling van e-calltechnologie in voertuigen; benadrukt dat rekening moet worden gehouden met alle op elkaar inwerkende elementen uit diverse sectoren, zoals elektronica, telecommunicatie, vervoer en toerisme;

23.  is ingenomen met het Wifi4EU-initiatief van de Commissie; merkt op dat gratis openbare wifiverbinding op strategische openbare plekken zoals vervoersknooppunten alle Europese burgers in staat zal stellen op gelijke wijze toegang te hebben tot en profijt te trekken van digitale instrumenten;

24.  vraagt de Commissie en de lidstaten om met initiatieven zoals het WiFi4EU-programma te komen om alle passagiers te stimuleren de nieuwe technologieën te gebruiken, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond of leeftijd, teneinde de digitale kloof tussen mensen en/of generaties te dichten; onderstreept dat deze ontwikkelingen toegevoegde waarde zullen meebrengen voor de toeristische sector en Europa aantrekkelijker zullen maken voor bedrijven en bezoekers;

25.  benadrukt dat het garanderen van internettoegang en van betrouwbare interconnectiviteit met een hoge snelheid, een lage latentietijd en weinig jitter essentieel is voor digitaliseringsproceseen en de waardeketen in de toerismesector, evenals voor de ontwikkeling en verspreiding van vervoerstechnologieën zoals coöperatieve intelligente vervoerssystemen (C-ITS), River Information Services (RIS) en het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS);

26.  wijst erop dat de ontwikkeling van dergelijke systemen het proces van digitalisering en automatisering van mobiliteit en vervoer zal helpen stimuleren, hetgeen weer zal leiden tot verbetering van de veiligheid, optimaal gebruik van hulpbronnen, beter gebruik van bestaande capaciteit, grotere efficiëntie, toegankelijkheid en energiebesparing, betere milieuprestaties en bevordering van het concurrentievermogen van kmo's in de toeristische sector; erkent dat veel bedrijven, naar analogie met het bredere proces van digitalisering in de hele Europese industrie, hun transformatiestrategieën zullen moeten ondersteunen met mobiliteit, hetgeen grote kansen biedt voor kmo’s en start-ups in de vervoerssector, een ontwikkeling die moet worden ondersteund;

27.  wijst erop dat een betrouwbare en ononderbroken 5G-dekking de verkeersveiligheid ten goede komt dankzij verbonden en digitale controlemiddelen, zoals slimme tachografen en e-documenten, voor vrachtwagens.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.4.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

40

2

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Dieter-Lebrecht Koch, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Jens Nilsson, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Tomasz Piotr Poręba, Gabriele Preuß, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, David-Maria Sassoli, Claudia Schmidt, Claudia Țapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, István Ujhelyi, Peter van Dalen, Wim van de Camp, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Janusz Zemke, Roberts Zīle, Kosma Złotowski, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jakop Dalunde, Kateřina Konečná, Matthijs van Miltenburg

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Stuart Agnew, Jiří Maštálka

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

40

+

ALDE

Izaskun Bilbao Barandica, Dominique Riquet, Pavel Telička, Matthijs van Miltenburg

ECR

Jacqueline Foster, Tomasz Piotr Poręba, Roberts Zīle, Kosma Złotowski, Peter van Dalen

EFDD

Daniela Aiuto

PPE

Georges Bach, Deirdre Clune, Andor Deli, Dieter-Lebrecht Koch, Marian-Jean Marinescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Luis de Grandes Pascual, Wim van de Camp, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

S&D

Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Jens Nilsson, Gabriele Preuß, Christine Revault D'Allonnes Bonnefoy, David-Maria Sassoli, István Ujhelyi, Janusz Zemke, Claudia Țapardel

Verts/ALE

Michael Cramer, Jakop Dalunde, Keith Taylor

2

-

EFDD

John Stuart Agnew, Peter Lundgren

3

0

GUE/NGL

Kateřina Konečná, Merja Kyllönen, Jiří Maštálka

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling (23.3.2017)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake internettoegang voor groei, concurrentievermogen en cohesie: Europese gigabitsamenleving en 5G

(2016/2305(INI))

Rapporteur voor advies: Andrew Lewer

SUGGESTIES

De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat de EU achterblijft bij Noord-Amerika en delen van de regio Azië-Stille Oceaan wat de toegang tot 4G en de projecties inzake het gebruik van 5G betreft; is van mening dat Europa nog veel in te halen heeft aangezien in 2015 meer dan 75 % van de Amerikaanse bevolking toegang had tot 4G, tegenover slechts 28 % van de Europese bevolking; is voorts bezorgd over het feit dat de industrie verwacht dat er tegen 2022 meer dan 110 miljoen 5G-abonnementen zullen zijn in Noord-Amerika, tegenover slechts 20 miljoen in West-Europa; spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat geen van de 28 EU-lidstaten de 100 % snelle en ultrasnelle dekking heeft gerealiseerd waarin was voorzien in de doelstellingen van de Digitale Agenda; merkt op dat de gemiddelde toegang van de volgende generatie in sommige lidstaten momenteel onder 25 %;

2.  is van mening dat 5G meer is dan een evolutie van de breedbandtechnologie, aangezien de infrastructuur van de volgende generatie, voor alomtegenwoordige ultrasnelle breedband, verder zal gaan dan de bestaande netwerken voor draadloze toegang; merkt op dat deze veranderingen de transformatie kunnen ondersteunen van processen in een groot aantal economische sectoren en het mogelijk kunnen maken om overal in Europa te wonen, opleiding te volgen en te werken; is van mening dat een betere internetconnectiviteit kan bijdragen tot economische groei, creatie van banen, (territoriale en sociale) cohesie en concurrentievermogen in Europa, terwijl tegelijk gelijke kansen en gendergelijkheid worden bevorderd en de levensomstandigheden van de bevolking worden verbeterd;

3.  wijst op het feit dat een aanzienlijke hoeveelheid investeringen nodig is om voor een gigabitsamenleving te zorgen en op de uitdagingen die dit met zich meebrengt voor investeerders, exploitanten en dienstverleners en het creëren van synergieën met andere sectoren; wijst erop dat het komende decennium 155 miljard EUR extra nodig is om gigabittoegang voor de digitale interne markt te realiseren; erkent dat het van cruciaal belang is dat er bijkomende investeringen worden gedaan om de prijzen per eenheid voor de consumenten te verlagen, de kwaliteit van de diensten te verhogen en hun dekkingsgebied te vergroten; merkt op dat uit onderzoek van de industrie blijkt dat de daling van de eenheidsprijs per megabyte voor meer dan 90 % is toe te schrijven aan investeringen en niet zozeer aan statische effecten zoals mededinging; wijst erop dat de Amerikaanse markt dankzij een "prijs per megabyte"-maatregel voor consumenten aanzienlijk goedkoper is dan de Europese; is van mening dat een maatregel betreffende een gemiddelde opbrengst per gebruiker (average revenue per user, ARPU) misleidend kan zijn omdat de hogere snelheden, ruimere gegevenspakketten of onbeperkte aanbiedingen die Amerikaanse consumenten gebruiken, daarbij buiten beschouwing blijven;

4.  benadrukt dat de uitrol van het 5G-netwerk gedeeltelijk zal afhangen van bijdragen van subsidies en financieringsinstrumenten in de hele EU; verzoekt de lidstaten bijzondere aandacht te besteden aan projecten met het oog op het verruimen van de internettoegang in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) in de programmeringsperiode 2014-2020; wijst erop dat de ESI-fondsen in de huidige programmeringsperiode in totaal 21,4 miljard EUR zullen bijdragen aan de totstandbrenging van de digitale eengemaakte markt, met inbegrip van 6 miljard EUR voor de uitrol van breedbandnetwerken met hoge snelheid; erkent het belang van deze overheidsmiddelen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Commissie maar is van mening dat er bij de particuliere sector aanzienlijk veel meer kapitaal moet worden losgeweekt, wil Europa de komende tien jaar 155 miljard EUR extra investeren; is van mening dat de ESI-fondsen met name nuttig kunnen zijn in dunbevolkte gebieden waar marktgerichte oplossingen geen succes hebben, om te komen tot volledige territoriale dekking;

5.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de lidstaten, lokale en regionale autoriteiten en andere belanghebbenden hun weg vinden in de complexe waaier van subsidies, financieringsinstrumenten met een beperkt risico en publiek-private partnerschappen die voor projecten op het gebied van toegang beschikbaar zijn; is van mening dat betere samenwerking op lokaal en regionaal niveau vereist is om vaste netwerken uit te breiden en gigabitconnectiviteit te garanderen, teneinde de begunstigden concurrerende aanbiedingen en aantrekkelijke prijzen te bieden en tegelijk nieuwe investeringen aan te drijven; acht het nuttig een online-informatiebron in het leven te roepen om investeerders in infrastructuur een overzicht te bieden van de hele waaier van beschikbare financieringsmogelijkheden; stelt vast dat de oprichting er is gekomen van het breedbandfonds, maar dringt er bij de EIB en de Commissie op aan de inspanningen te focussen op het verbeteren van de programma's ter ondersteuning van de IT-sector die bestaan, zoals Horizon 2020, in plaats van nieuwe programma's te creëren; verzoekt de Commissie mogelijke synergieën te faciliteren tussen de ESI-fondsen en het EFSI, alsmede andere bronnen van EU-financiering;

6.  erkent dat de inkomsten in de telecomsector slinken en dat dit een belangrijk probleem vormt voor verdere investeringen om een gigabitsamenleving tot stand te brengen; wijst erop dat de financiering van transacties nauw samenhangt met de aandelenkoersen en dat leningen en andere financieringsinstrumenten in dit verband veiliggesteld kunnen worden wanneer een investering over een lange termijn een gewaarborgd rendement oplevert; verzoekt de Commissie nader te bekijken hoe lokale overheden en andere dienstverleners de markt kunnen betreden om via alternatieve bedrijfsmodellen gespecialiseerde diensten te verlenen; vindt het belangrijk de bestaande investeringsprogramma's behoorlijk te laten renderen en eventueel andere stimuleringsregelingen in het leven te roepen om investeerders over de streep te trekken om in het 5G-verhaal te stappen;

7.  verzoekt de Commissie een toereikend niveau van financiering voor het 5G-actieplan te waarborgen en te handhaven in het volgende meerjarig financieel kader; merkt op dat niet is voorzien in bindende maatregelen voor de realisatie van de doelstellingen in het 5G-actieplan door de lidstaten; verzoekt de Commissie de nationale breedbandplannen te beoordelen teneinde lacunes vast te stellen, en indien nodig landspecifieke aanbevelingen voor verdere actie te formuleren; verzoekt de lidstaten nationale stappenplannen voor de uitrol van 5G te ontwikkelen als onderdeel van het nationale breedbandplan;

8.  verzoekt de Commissie bij de vaststelling en tenuitvoerlegging van het nieuwe regelgevingskader rekening te houden met de specifieke geografische, sociale en economische omstandigheden van alle regio's teneinde ervoor te zorgen dat 5G overal wordt uitgerold, en de economische impact ervan in alle lidstaten te maximaliseren; beklemtoont dat investeringen moeten worden ondersteund door een beleids- en regelgevingsklimaat en niet mogen worden vertraagd door overambitieuze overheidsprogramma's die de uitrol van 5G kunnen hinderen; wijst erop dat bedrijven behoefte hebben aan meer zekerheid in verband met de technologie die zal worden gehanteerd, en erop moeten kunnen vertrouwen dat het mede-investeringsproces billijk en open verloopt;

9.  verzoekt de Commissie de vraag naar 5G-technologie nader te analyseren omdat hier onvoldoende onderzoek naar is gedaan en aanzienlijke meningsverschillen over bestaan; wijst erop dat het eerste onderzoek van de Commissie hieromtrent werd uitgevoerd door een adviesbureau op het gebied van technologisch onderzoek; verlangt met name meer overleg met de academische wereld en investeerders in infrastructuur om een betrouwbaar beeld van de toekomstige vraag naar 5G te krijgen; is van mening dat de Commissie een literatuuronderzoek moet uitvoeren en vrijgeven waarbij alle beschikbare onderzoeken inzake de vraag naar 5G in Europa in één document worden samengevat; beveelt de Commissie aan een jaarlijks voortgangsverslag met aanbevelingen voor het 5G-actieplan op te stellen en de resultaten hiervan mee te delen aan het Europees Parlement;

10.  beveelt de Commissie aan in haar streven naar een gigabitsamenleving een technologieneutraal beleid te voeren; is van mening dat technologische keuzes in de eerste plaats aan de marktdeelnemers moeten worden overgelaten om ervoor te zorgen dat aan de reële vraag wordt voldaan; is voorts voorstander van symmetrische regelgeving die nieuwe of kleinere bedrijven niet verhindert om de markt te betreden; wijst de Commissie erop dat bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van 5G-technologie transparante mededingingsprocessen op elk niveau belangrijk zijn;

11.  is van mening dat de ambitieuze doelstellingen die de Commissie heeft gepubliceerd in september 2016, niet zullen worden gerealiseerd, als de zaak niet voor een deel in handen wordt gegeven van de lidstaten, de nationale regelgevingsinstanties en de regionale en lokale overheden, en als al deze spelers niet onderling samenwerken; stipt aan dat het advies van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) over het nieuwe kader voor elektronische communicatie wijst op de mogelijkheid van meer interferentie door de EU, bijkomende bureaucratie en een ondermijning van zijn onafhankelijkheid en vraagt daarom een efficiënte tenuitvoerlegging; is van mening dat voor een gecoördineerde uitrol van 5G in alle EU-lidstaten rekening moet worden gehouden met de specifieke economische en geografische realiteit van elke lidstaat; neemt kennis van de voorgestelde structurele hervormingen van het Berec, waarmee dit orgaan, volgens zijn eigen advies op hoog niveau, kan worden omgevormd tot een gedecentraliseerd EU-agentschap met permanente medewerkers die als voorzitter fungeren van werkgroepen van deskundigen; neemt ook kennis van de kijk van het Berec op mogelijke nieuwe vetorechten met betrekking tot de reguleringsmaatregelen van de nationale regelgevende instanties (NRI's) en maakt zich zorgen over de voorstellen van de Commissie om in het nieuwe wetboek voor elektronische communicatie uitvoeringshandelingen in te voeren waardoor grensoverschrijdende geschillen middels van bovenaf opgelegde maatregelen kunnen worden beslecht; is van mening dat de NRI's het best in staat zijn om telecombesluiten uit te werken, uit te voeren en te toetsen; is van mening dat het Berec zich tot dusver verhoudingsgewijs heeft gekweten van zijn taak om in de hele EU voor harmonisatie te zorgen, en dat deze hervormingen dit evenwicht dreigen te verstoren;

12.  wijst nogmaals op het belang van een grotere vereenvoudiging op EU-niveau wat het nieuwe kader voor elektronische communicatie betreft; is ingenomen met de consolidatie van vier bestaande richtlijnen in één wetboek voor elektronische communicatie; is van mening dat vereenvoudiging en verduidelijking bedrijven alleen maar kunnen helpen om te investeren; is tevens ingenomen met de nieuwe transparantievoorschriften, waardoor consumenten de belangrijkste contractinformatie in de vorm van een verkort document krijgen; verzoekt de lidstaten en de lokale en regionale overheden met klem het voortouw te nemen bij het verantwoord en inclusief opzetten van 5G-netwerken, met inachtneming van de rechten van de consument;

13.  benadrukt dat in het kader van de financiële bijstand een geografisch evenwichtige verdeling moet worden nagestreefd, met inachtneming van het beginsel van economische, sociale en territoriale samenhang en de verschillende niveaus van ICT-infrastructuurontwikkeling;

14.  benadrukt het feit dat toegang tot publieke e-diensten belangrijk is en dat een moderne communicatie-infrastructuur de creatie ondersteunt van diensten en toepassingen die gebruikt worden door overheidsinstellingen, bedrijven en het publiek; wijst op de samenwerking tussen universitaire centra en onderzoeksinstellingen, die partners kunnen zijn bij de ontwikkeling en uitvoering van 5G-netwerkprojecten, om voor zo veel mogelijk synergie met Horizon 2020 te zorgen; merkt voorts op dat, aangezien nieuwe vaardigheden en de nodige veranderingen op onderwijsgebied vereist zijn, voor de opvoedkundige dimensie bij de ontwikkeling van 5G gebruik moet worden gemaakt van mogelijkheden binnen het Europees Sociaal Fonds; herhaalt dat digitale inclusie en internettoegang ook voor ouderen moeten worden bevorderd, omdat dit eveneens belangrijke elementen zijn voor actief burgerschap en sociale inclusie;

15.  is tevreden met de zekerheid die radiospectrumlicenties voor 25 jaar opleveren voor investeerders, inclusief het onlangs bereikte politieke akkoord over het gebruik van de 700-MHz-band voor mobiele breedband; verzoekt de Commissie haar harmonisatieaanpak te evalueren, nu een derde van het spectrum dat kan worden gebruikt voor draadloze mobiele breedband, niet toegewezen is; spoort de Commissie ertoe aan internationale samenwerking na te streven teneinde geharmoniseerde mondiale normen voor 5G tot stand te brengen; verzoekt de Commissie de regelingen inzake het spectrumbeheer aan te passen aan een hoogtechnologische omgeving; acht de beschikbaarheid van spectrum van cruciaal belang bij de uitrol van 5G-netwerken in heel Europa; constateert dat er in de sector nog veel onzekerheid heerst over de spectrumbanden die uiteindelijk voor 5G-technologie zullen worden gebruikt; merkt op dat er waarschijnlijk aanzienlijke vraag zal zijn naar 5G-spectrum, zoals nu het geval is voor 4G-spectrum, wat betekent dat de kosten voor investeerders waarschijnlijk zullen stijgen;

16.  vestigt de aandacht van de Commissie op aangelegenheden in verband met de netwerkdekking; wijst erop dat de digitale kloof tussen bepaalde regio's, en met name tussen landelijke en stedelijke gebieden, nog steeds aanzienlijk is; merkt op dat plattelandsgebieden, vanwege hun afgelegen ligging, waarschijnlijk niet dezelfde voordelen van de gigabitsamenleving ondervinden als steden, doordat de connectiviteit onregelmatig is en onvoldoende aangepast aan de behoeften; is van mening dat resolute ambitie nodig is wat de gigabitsamenleving betreft en dat in de eerste plaats moet worden gefocust op het garanderen van algemene 4G-dekking; vraagt voorts de ontwikkeling van 5G-technologie voor plattelandsgebieden; vreest dat 5G-technologie momenteel alleen in dichtbevolkte gebieden levensvatbaar is, en dat dit de digitale kloof verder kan vergroten; is van mening dat universele beschikbaarheid van hoogwaardige internetdiensten op gigabitniveau van wezenlijk belang is om verbreding van de digitale kloof tussen stedelijke en plattelandsgebieden te voorkomen en om de sociale, economische en territoriale samenhang op digitaal gebied te bevorderen; erkent dat plattelandsgebieden achterop dreigen te raken, doordat investeren in deze gebieden een aanzienlijk grotere investering per hoofd vereist; wijst erop dat de digitale kloof betekent dat terwijl 58 % van de Europese bevolking in landelijke, afgelegen en bergachtige gebieden woont, slechts 25 % van die gebieden toegang heeft tot snelheden van meer dan 30 Mbps; vindt de doelstelling van de Commissie om tegen 2025 zowel in steden als op het platteland voor alle huishoudens downloadsnelheden van minimaal 100 Mbps te halen, zeer ambitieus;

17.  wijst erop dat het aanzienlijke contrast in breedbandsnelheden tussen landelijke en stedelijke gebieden in veel lidstaten een groot nadeel is voor landelijke gebieden, waar zich een groot aantal kleine en micro-ondernemingen en bedrijven bevinden die afhankelijk zijn van een vlotte internettoegang, wat het sociale, culturele en economische leven in de gemeenschappen aldaar in gevaar brengt; juicht het initiatief van de Commissie toe om een participatief breedbandplatform te creëren om ervoor te zorgen dat openbare en particuliere entiteiten, alsook lokale en regionale overheden in grote mate worden betrokken;

18.  wijst erop dat de ultraperifere, perifere en eilandregio's slechts in geringe mate van de huidige regelingen hebben geprofiteerd; herinnert eraan dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan afgelegen, geïsoleerde, perifere, rurale en berggebieden, alsmede aan alle gebieden in de Unie waar overheidsoptreden nodig is om het gebrek te compenseren aan economische return voor privé-investeringen; benadrukt het feit dat alle EU-regio's de voordelen moeten genieten van de gigabitsamenleving, die een aanzienlijke bijdrage zou leveren tot het regionale concurrentievermogen, de toegang tot investeringen in hichtechsectoren, de verlening van overheidsdiensten en zakelijke kansen; dringt er bij de Commissie op aan van de ultraperifere gebieden (als gedefinieerd in artikel 349 van het VWEU) een belangrijk gebied te maken om proefprojecten in te starten.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

21.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

29

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pascal Arimont, Franc Bogovič, Andrea Cozzolino, Rosa D’Amato, Krzysztof Hetman, Marc Joulaud, Constanze Krehl, Andrew Lewer, Louis-Joseph Manscour, Martina Michels, Iskra Mihaylova, Jens Nilsson, Andrey Novakov, Mirosław Piotrowski, Stanislav Polčák, Liliana Rodrigues, Fernando Ruas, Monika Smolková, Ruža Tomašić, Ramón Luis Valcárcel Siso, Matthijs van Miltenburg, Lambert van Nistelrooij, Derek Vaughan, Kerstin Westphal

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andor Deli, Josu Juaristi Abaunz, Ivana Maletić, Julia Reid, Davor Škrlec, Damiano Zoffoli, Milan Zver

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Luigi Morgano

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

29

+

ALDE

Iskra Mihaylova, Matthijs van Miltenburg

ECR

Andrew Lewer, Mirosław Piotrowski, Ruža Tomašić

EFDD

Rosa D’Amato

PPE

Pascal Arimont, Franc Bogovič, Andor Deli, Krzysztof Hetman, Marc Joulaud, Ivana Maletić, Andrey Novakov, Stanislav Polčák, Fernando Ruas, Ramón Luis Valcárcel Siso, Milan Zver, Lambert van Nistelrooij

S&D

Andrea Cozzolino, Constanze Krehl, Louis-Joseph Manscour, Luigi Morgano, Jens Nilsson, Liliana Rodrigues, Monika Smolková, Derek Vaughan, Kerstin Westphal, Damiano Zoffoli

Verts/ALE

Davor Škrlec

1

-

EFDD

Julia Reid

2

0

GUE/NGL

Josu Juaristi Abaunz, Martina Michels

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs (1.3.2017)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake internettoegang voor groei, concurrentievermogen en cohesie: Europese gigabitmaatschappij en 5G

(2016/2305(INI))

Rapporteur voor advies: Silvia Costa

SUGGESTIES

De Commissie cultuur en onderwijs verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  neemt nota van de mededeling van de Commissie over "Connectiviteit voor een competitieve digitale eengemaakte markt – Naar een Europese gigabitmaatschappij" en haar actieplan "5G voor Europa", die de lidstaten een opwindende kans bieden om hun innoverende ondernemingen in de culturele en creatieve sector, met name kmo's, in staat te stellen competitief te blijven op de wereldmarkten en hun talenten als ondernemers en innovatoren onder de aandacht te brengen;

2.  is verheugd over de doelstellingen van de gigabitmaatschappij om alle Europese consumenten internetverbindingen van 100 Mbps en, op lange termijn, alle belangrijke katalysatoren van sociaal-economische groei, zoals scholen, belangrijke vervoershubs, financiële instellingen en ondernemingen die in hoge mate digitaal werken, internetverbindingen van 1 Gbps tot 100 Gbps te bieden;

3.  is verheugd over het ambitieuze plan om tegen 2025 ultrasnel internet aan te bieden op basis- en middelbare scholen en universiteiten en in bibliotheken, met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid; benadrukt dat snellere en betere connectiviteit enorme kansen biedt om onderwijsmethodes te verrijken, onderzoek te bevorderen en online onderwijsdiensten van hoge kwaliteit te ontwikkelen, alsook betere mogelijkheden voor leren op afstand; benadrukt dat die kansen ervoor zullen zorgen dat de digitale vaardigheden en mediageletterdheid van docenten, kinderen en studenten vooruit gaan en dat de lidstaten meer mogelijkheden krijgen om best practices uit te wisselen; benadrukt dat de aanpassing van onderwijs- en opleidingsstelsels essentieel is om te kunnen voldoen aan de groeiende vraag naar digitaal geschoolde werknemers in de EU; wijst in dit verband op het belang van investeringen in de levenslange ontwikkeling van leerkrachten; benadrukt dat er verdere inspanningen nodig zijn om de mediageletterdheid onder burgers op alle onderwijsniveaus te verbeteren, vooral onder kinderen en jongeren;

4.  is van mening dat Europa moet zorgen voor permanente opleiding van geschoold personeel op het gebied van nieuwe systemen en nieuwe toepassingsgebieden door in samenwerking met het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) leerplannen voor de ontwikkeling van 5G-vaardigheden op te stellen en beschikbaar te stellen;

5.  wijst nadrukkelijk op de mogelijkheden die het Europees Fonds voor strategische investeringen in het algemeen biedt en, dankzij de interactie met andere fondsen, in het bijzonder voor de ontwikkeling van infrastructuur voor openbare dienstverlening; meent dat de inspanningen met name gericht moeten zijn op de ontwikkeling van nieuwe digitale vaardigheden op het gebied van het ontwerpen van systemen en oplossingen via grote investeringen in onderwijs, onder meer in de digitalisering van scholen, opdat de digitale kloof kan worden gedicht en digitale uitsluiting wordt voorkomen;

6.  is van mening dat 5G meer is dan alleen maar een evolutie op het gebied van mobiele breedband en dat 5G van vitaal belang zal zijn voor de toekomstige digitale wereld, voor de volgende generatie van alomtegenwoordige ultrasnelle breedbandinfrastructuur die de transformatie van processen in alle economische sectoren (gezondheidszorg, energie, nutssector, productiesector, vervoer, automobielsector, virtuele realiteit enz.) zal ondersteunen, en voor de groeiende consumentenvraag in het leven van elke burger;

7.  erkent dat 5G de ontwikkeling van spannende en buitengewoon innovatieve toepassingen en concepten – zoals het internet der dingen – kan stimuleren, die culturele en creatieve bedrijfstakken een veelvoud aan nieuwe mogelijkheden kunnen bieden doordat zij nieuwe manieren verschaffen om inhoud en producten breed te verspreiden;

8.  benadrukt dat 5G het potentieel heeft om de toegang tot en de verspreiding van inhoud ingrijpend te veranderen en de gebruikerservaring aanzienlijk te verrijken, en het tegelijkertijd mogelijk maakt nieuwe vormen van culturele en creatieve inhoud te ontwikkelen; benadrukt in dit verband de noodzaak van doeltreffende maatregelen tegen piraterij en van een alomvattende aanpak om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te verbeteren om ervoor te zorgen dat de consument gemakkelijk toegang heeft tot legale inhoud;

9.  meent dat 5G het mogelijk zal maken om nieuwe hoogwaardige diensten aan te bieden, nieuwe bedrijfstakken met elkaar zal verbinden en uiteindelijk de consumentenervaring van steeds kundigere en veeleisende digitale gebruikers zal verbeteren;

10.  benadrukt dat de audiovisuele sector een van de drijvende krachten is achter het succes van 5G in Europa, waar hij voor banen en economische groei zorgt, en dat de ontwikkeling ervan een sterk positief effect kan hebben op de waardeketen van de audiovisuele media, met inbegrip van de productie, vernieuwing en distributie van inhoud en de gebruikersomgeving; roept de Commissie en de lidstaten daarom op rekening te houden met de behoeften en specifieke kenmerken van deze sector, met name op het gebied van het omroepbestel;

11.  neemt nota van het voornemen van de Commissie om voorlopige spectrumbanden beschikbaar te stellen voor 5G; wijst er in dit verband op dat het van belang is voldoende aandacht te besteden aan de behoeften en de specifieke kenmerken van de omroepsector in samenhang met het sociaal en cultureel waardevolle Europese audiovisuele model;

12.  benadrukt dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen de lidstaten op het vlak van de toegang tot snelle internetverbindingen en dat er momenteel nog onvoldoende 3G en 4G beschikbaar is in plattelandsgemeenten, geografisch afgelegen gebieden en geïsoleerde regio's; benadrukt dat het belangrijk is digitale kansen te bieden en te garanderen dat de ontwikkeling van 5G de digitale kloof tussen burgers, en met name tussen stedelijke en landelijke gebieden, aanzienlijk verkleint; verzoekt de Commissie de totstandbrenging van netwerken te bevorderen en op 5G gebaseerde innovatie te ondersteunen, ook in afgelegen gebieden waar modellen voor openbare investering of mede-investering nodig zijn om de kwaliteit van de verbindingen en de verscheidenheid van inhoud te waarborgen; moedigt de ontwikkeling van een aanbod op maat aan om de toegang tot betaalbare diensten voor kwetsbare maatschappelijke groeperingen te verbeteren; benadrukt dat verdere uitbouw van digitale infrastructuur, met name in dunner bevolkte gebieden, bevorderlijk is voor de maatschappelijke en culturele integratie, voor moderne onderwijs- en informatieprocessen en een regionale culturele economie en het mogelijk maakt om op talrijke gebieden, waaronder het onderwijs en de media, vooruitgang te boeken;

13.  juicht het toe dat er bij de spectrumlicenties een consistente aanpak wordt bevorderd ten aanzien van verplichtingen voor een beter afgestemde dekking, teneinde de connectiviteit op het platteland te stimuleren; benadrukt dat particuliere investeringen in internetconnectiviteit aangemoedigd moeten worden, niet alleen voor concurrerende markten met een grote capaciteit in stedelijke gebieden, maar ook voor die in minder goed bediende en minder rendabele plattelandsgebieden;

14.  dringt erop aan dat alle lidstaten met spoed uitvoering geven aan de bepalingen van Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie(1), opdat gezorgd wordt voor een passend niveau van beveiliging bij het doeltreffend en duurzaam maken van dit plan;

15.  beveelt aan dat de Commissie een jaarlijks voortgangsverslag opstelt over het 5G-actieplan waarin zij onder meer rapporteert over aanbevelingen, en dat zij het Parlement in kennis stelt van de resultaten.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

28.2.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

29

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dominique Bilde, Andrea Bocskor, Nikolaos Chountis, Silvia Costa, Mircea Diaconu, Jill Evans, María Teresa Giménez Barbat, Giorgos Grammatikakis, Petra Kammerevert, Andrew Lewer, Svetoslav Hristov Malinov, Curzio Maltese, Stefano Maullu, Luigi Morgano, Momchil Nekov, John Procter, Michaela Šojdrová, Helga Trüpel, Sabine Verheyen, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Milan Zver, Krystyna Łybacka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Mary Honeyball, Marc Joulaud, Morten Løkkegaard, Emma McClarkin, Algirdas Saudargas, Remo Sernagiotto

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clare Moody

(1)

PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.4.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

53

2

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Bendt Bendtsen, Xabier Benito Ziluaga, José Blanco López, David Borrelli, Cristian-Silviu Buşoi, Reinhard Bütikofer, Jerzy Buzek, Edward Czesak, Jakop Dalunde, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Ashley Fox, Adam Gierek, Rebecca Harms, Roger Helmer, Hans-Olaf Henkel, Eva Kaili, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Jeppe Kofod, Jaromír Kohlíček, Miapetra Kumpula-Natri, Janusz Lewandowski, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Angelika Mlinar, Dan Nica, Angelika Niebler, Morten Helveg Petersen, Miroslav Poche, Carolina Punset, Michel Reimon, Herbert Reul, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Algirdas Saudargas, Jean-Luc Schaffhauser, Neoklis Sylikiotis, Dario Tamburrano, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Claude Turmes, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Martina Werner, Lieve Wierinck, Hermann Winkler, Anna Záborská, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pilar Ayuso, Amjad Bashir, Soledad Cabezón Ruiz, Isabella De Monte, Francesc Gambús, Constanze Krehl, Werner Langen, Olle Ludvigsson, Gesine Meissner, Clare Moody, Michèle Rivasi, Anne Sander, Theodor Dumitru Stolojan, Pavel Telička

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Georgi Pirinski


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

53

+

ALDE

Gesine Meissner, Angelika Mlinar, Carolina Punset, Pavel Telička, Lieve Wierinck

ECR

Amjad Bashir, Edward Czesak, Ashley Fox, Hans-Olaf Henkel, Evžen Tošenovský

EFDD

David Borrelli, Dario Tamburrano

EPP

Bendt Bendtsen, Jerzy Buzek, Cristian-Silviu Buşoi, Christian Ehler, Francesc Gambús, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Werner Langen, Janusz Lewandowski, Angelika Niebler, Herbert Reul, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Anne Sander, Algirdas Saudargas, Theodor Dumitru Stolojan, Vladimir Urutchev, Hermann Winkler, Pilar del Castillo Vera

S&D

Soledad Cabezón Ruiz, Isabella De Monte, Adam Gierek, Eva Kaili, Jeppe Kofod, Constanze Krehl, Miapetra Kumpula-Natri, Olle Ludvigsson, Edouard Martin, Clare Moody, Dan Nica, Georgi Pirinski, Miroslav Poche, Patrizia Toia, Kathleen Van Brempt, Martina Werner, Carlos Zorrinho

Greens/ALE

Reinhard Bütikofer, Jakop Dalunde, Rebecca Harms, Michel Reimon, Claude Turmes

2

-

EFDD

Roger Helmer

ENF

Jean-Luc Schaffhauser

4

0

GUE

Xabier Benito Ziluaga, Jaromír Kohlíček, Paloma López Bermejo, Neoklis Sylikiotis

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling