Procedure : 2017/2003(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0195/2017

Ingediende teksten :

A8-0195/2017

Debatten :

PV 14/06/2017 - 20
CRE 14/06/2017 - 20

Stemmingen :

PV 15/06/2017 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0271

VERSLAG     
PDF 625kWORD 96k
11.5.2017
PE 595.756v02-00 A8-0195/2017

over een Europese agenda voor de deeleconomie

(2017/2003(INI))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Nicola Danti

Rapporteurs voor advies (*):

Joachim Schuster, Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Dario Tamburrano, Commissie industrie, onderzoek en energie

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONENVAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over een Europese agenda voor de deeleconomie

(2017/2003(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 "Naar een akte voor een digitale interne markt"(1),

–  gezien zijn resolutie van 26 mei 2016 over de strategie voor de interne markt(2),

–  gezien zijn resolutie van 24 november 2016 over nieuwe opportuniteiten voor kleine vervoersondernemingen, met inbegrip van deeleconomiemodellen(3),

–  - gezien de bijeenkomst van de Groep op hoog niveau concurrentievermogen en groei van de Raad op 12 september 2016 en de discussienota over de kwestie van het voorzitterschap(4),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 juni 2016 over een Europese agenda voor de deeleconomie (COM(2016)0356),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 mei 2016 getiteld "Online platforms en de digitale eengemaakte markt – Kansen en uitdagingen voor Europa" (COM(2016)0288),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 oktober 2015 getiteld "Verbetering van de interne markt: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen" (COM(2015)0550),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 getiteld "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192),

–  gezien de bijeenkomst van de Raad over concurrentievermogen op 29 september 2016 en het resultaat ervan,

–  gezien Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt ("dienstenrichtlijn")(5),

–  gezien Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("richtlijn elektronische handel")(6),

–  gezien Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad ("richtlijn oneerlijke handelspraktijken")(7),

–  gezien Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en ‑diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming ("richtlijn consumentenrechten")(8),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 25 mei 2016 over richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken (UCPD) (SWD(2016)0163),

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG ("algemene verordening gegevensbescherming")(9),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 7 december 2016 getiteld "Deeleconomie en onlineplatforms: een gezamenlijke visie van steden en regio’s"(10),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 15 december 2016 over de deeleconomie(11),

–  gezien artikel 52 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie vervoer en toerisme (A8-0195/2017),

A.  overwegende dat de deeleconomie op het stuk van gebruikers, transacties en inkomsten in de afgelopen jaren een snelle groei heeft doorgemaakt doordat zij opnieuw vorm geeft aan de wijze waarop producten en diensten worden geleverd en doordat zij gevestigde economische modellen op vele gebieden voor uitdagingen heeft gesteld;

B.  overwegende dat de deeleconomie EU-burgers maatschappelijke voordelen oplevert,

C.  overwegende dat de kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) de belangrijkste motor van de Europese economie zijn en dat zij, volgens cijfers uit 2014, 99,8 % van alle ondernemingen buiten de financiële sector vertegenwoordigen en twee van de drie banen voor hun rekening nemen;

D.  overwegende dat slechts 1,7 % van de ondernemingen in de EU volledig gebruikmaakt van de moderne digitale technologieën, terwijl 41 % die in het geheel niet toepast; overwegende dat de digitalisering van alle sectoren cruciaal is om het concurrentievermogen van de EU te handhaven en te verbeteren;

E.  overwegende dat uit een recent onderzoek van de Commissie blijkt dat 17 % van de Europese consumenten gebruik heeft gemaakt van de diensten die worden aangeboden in de deeleconomie, en dat 52 % bekend is met de aangeboden diensten(12);

F.  overwegende dat er geen officiële statistieken bestaan over de omvang van de werkgelegenheid in de deeleconomie;

G.  overwegende dat de deeleconomie mogelijkheden biedt voor jongeren, migranten, deeltijdwerkers en ouderen om tot de arbeidsmarkt toe te treden;

H.  overwegende dat modellen van de deeleconomie kunnen helpen de participatie van vrouwen in de arbeidsmarkt en de economie te bevorderen door mogelijkheden te bieden met betrekking tot flexibele vormen van ondernemerschap en werk;

I.  overwegende dat de recente mededeling van de Commissie over een Europese agenda voor de deeleconomie weliswaar een goed uitgangspunt vormt om deze sector doeltreffend te ondersteunen en te reguleren, maar dat het gendergelijkheidsperspectief moet worden geïntegreerd en dat de bepalingen van de toepasselijke anti-discriminatiewetgeving in aanmerking moeten worden genomen in nadere analyses en aanbevelingen op dit terrein;

J.  overwegende dat de bevordering van sociale rechtvaardigheid en bescherming, zoals gedefinieerd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 9 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, eveneens een doelstelling is van de interne markt van de EU;

Algemene overwegingen

1.  is ingenomen met de mededeling over een Europese agenda voor de deeleconomie en onderstreept dat deze een eerste stap dient te zijn op weg naar een evenwichtige, meer omvattende en ambitieuze EU-strategie inzake de deeleconomie;

2.  is van oordeel dat, indien de deeleconomie op verantwoorde wijze wordt ontwikkeld, zij aanzienlijke kansen voor burgers en consumenten creëert, die profiteren van meer concurrentie, op maat gemaakte diensten, meer keuze en lagere prijzen; onderstreept dat de groei in deze sector door de consumenten wordt bepaald en hen in staat stelt een actievere rol te vervullen;

3.  benadrukt de noodzaak bedrijven in staat te stellen te groeien door hindernissen, verdubbeling en versnippering weg te nemen die de grensoverschrijdende ontwikkeling belemmeren;

4.  spoort de lidstaten ertoe aan juridische duidelijkheid te verschaffen en de deeleconomie niet te zien als een bedreiging voor de traditionele economie; benadrukt dat het belangrijk is de deeleconomie op een faciliterende wijze in plaats van op een beperkende wijze te reguleren;

5.  stemt ermee in dat de deeleconomie nieuwe en interessante ondernemingskansen, banen en groei kan genereren en vaak een belangrijke rol speelt door het economische systeem niet alleen efficiënter, maar ook sociaal en ecologisch duurzaam te maken, zodat een betere allocatie mogelijk is van hulpbronnen en activa die anders onvoldoende benut worden, hetgeen bijdraagt aan de overgang naar een circulaire economie;

6.  erkent tegelijkertijd dat de deeleconomie een aanzienlijke weerslag kan hebben op reeds lang bestaande, gereguleerde bedrijfsmodellen in veel strategische sectoren zoals de vervoerssector, de hotel- en restaurantsector, de dienstensector, de detailhandelsector en de financiële sector; is zich bewust van de uitdagingen die verband houden met uiteenlopende wettelijke normen voor vergelijkbare marktdeelnemers; is van mening dat de deeleconomie de positie van consumenten versterkt, nieuwe werkgelegenheid biedt en het potentieel heeft de belastingnaleving te faciliteren, maar onderstreept niettemin dat het belangrijk is een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, de rechten van werknemers volledig te eerbiedigen en voor belastingnaleving te zorgen; erkent dat de deeleconomie gevolgen heeft voor zowel het stedelijk milieu als voor het plattelandsmilieu;

7.  wijst op het gebruik aan duidelijkheid onder ondernemers, consumenten en instanties over de wijze waarop de huidige regelgeving op een aantal gebieden moet worden toegepast en derhalve op de noodzaak de grijze zones in de regelgeving aan te pakken, en is bezorgd over de versnippering van de interne markt; is zich ervan bewust dat, indien deze veranderingen niet naar behoren worden beheerd, zij kunnen resulteren in rechtsonzekerheid over de toepasselijke regels en beperkingen bij de uitoefening van individuele rechten en bij de consumentenbescherming; is van mening dat regelgeving geschikt moet zijn voor het digitale tijdperk en is zeer verontrust over de negatieve gevolgen van de rechtsonzekerheid en de complexiteit van voorschriften ten aanzien van Europese start-ups en non-profitorganisaties die in de deeleconomie actief zijn;

8.  is van oordeel dat de ontwikkeling van een dynamisch, duidelijk en, waar nodig, geharmoniseerd juridisch kader en gelijke concurrentievoorwaarden een essentiële voorwaarde vormen voor een florerende deeleconomie in de EU;

De deeleconomie in de EU

9.  onderstreept dat het nodig is de deeleconomie niet alleen als een verzameling van nieuwe bedrijfsmodellen voor het aanbieden van goederen en diensten te zien, maar ook als een nieuwe vorm van integratie tussen de economie en de samenleving waarbij de aangeboden diensten zijn gebaseerd op een breed scala van betrekkingen in het kader waarvan de economische betrekkingen in sociale betrekkingen worden ingebouwd en nieuwe vormen van gemeenschapsleven worden gecreëerd;

10.  constateert dat de deeleconomie in Europa een aantal specifieke kenmerken vertoont waarin tevens de Europese bedrijfsstructuur tot uiting komt die voornamelijk uit kmo's en microbedrijven bestaat; onderstreept dat het zaak is voor een bedrijfsklimaat te zorgen waarin deelplatforms in staat zijn op te schalen en zeer goed op de wereldmarkt te concurreren;

11.  constateert dat Europese ondernemers sterk geneigd zijn deelplatforms voor sociale doeleinden in het leven te roepen en erkent dat er een groeiende belangstelling bestaat voor de deeleconomie op basis van coöperatieve bedrijfsmodellen;

12.  onderstreept dat het belangrijk is elke vorm van discriminatie te voorkomen, opdat een doeltreffende en gelijke toegang tot coöperatieve diensten wordt geboden;

13.  is van oordeel dat diensten in de deeleconomie waarvoor openlijk wordt geadverteerd en die met winstoogmerk worden aangeboden, onder het toepassingsgebied vallen van Richtlijn 2004/113/EG van de Raad houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten, en derhalve in overeenstemming moeten zijn met het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen;

Het EU-regelgevingskader: peers, consumenten, deelplatforms

14.  erkent dat, hoewel bepaalde delen van de deeleconomie onder regelgeving vallen, ook op plaatselijke en nationaal niveau, andere delen in grijze zones in de regelgeving terecht kunnen komen, aangezien niet altijd duidelijk is welke EU-regelgeving van toepassing is, waardoor aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten ontstaan vanwege nationale, regionale en plaatselijke regelgeving, alsmede jurisprudentie, hetgeen een versnippering van de interne markt teweegbrengt;

15.  is ingenomen met het voornemen van de Commissie om de huidige versnippering aan te pakken, maar betreurt dat in haar mededeling niet voldoende duidelijkheid bestaat over de toepasselijkheid van het bestaande EU-recht op de verschillende modellen van de deeleconomie; benadrukt de noodzaak dat de lidstaten de handhaving van bestaande wetgeving verbeteren en doet een beroep op de Commissie te streven naar een handhavingskader waarmee de lidstaten in hun inspanningen worden gesteund, vooral ten aanzien van de dienstenrichtlijn en het consumentenacquis; doet een beroep op de Commissie gebruik te maken van alle, in dit verband beschikbare instrumenten, met inbegrip van inbreukprocedures, wanneer wordt geconstateerd dat de wetgeving onjuist of ontoereikend wordt uitgevoerd;

16.  onderstreept dat de vereisten inzake markttoegang voor deelplatforms en dienstverleners noodzakelijk, gerechtvaardigd en evenredig moeten zijn, overeenkomstig de Verdragen en het afgeleide recht, alsmede eenvoudig en duidelijk; onderstreept dat bij de beoordeling hiervan rekening moet worden gehouden met de vraag of de diensten worden verleend door professionele of particuliere dienstverleners, opdat peers aan minder strenge wettelijke vereisten onderworpen worden, waarbij kwaliteitsnormen en een hoog niveau van consumentenbescherming worden gewaarborgd en tevens rekening wordt gehouden met sectorale verschillen;

17.  erkent de noodzaak voor zowel gevestigde als nieuwe marktdeelnemers en diensten in verband met digitale platforms en de deeleconomie om zich in een bedrijfsvriendelijk klimaat te ontwikkelen, waarin een gezonde concurrentie en transparantie ten aanzien van wetswijzigingen voorhanden zijn; is het ermee eens dat de lidstaten bij de beoordeling van de vereisten inzake markttoegang in het kader van de dienstenrichtlijn rekening moeten houden met de specifieke kenmerken van de bedrijven in de deeleconomie;

18.  verzoekt de Commissie samen met de lidstaten te werken aan verdere richtsnoeren te geven voor het vastleggen van doeltreffende criteria om een onderscheid te maken tussen peers en professionals, hetgeen van cruciaal belang is voor de rechtvaardige ontwikkeling van de deeleconomie; wijst erop dat deze richtsnoeren moeten zorgen voor duidelijkheid en rechtszekerheid en dat hierin onder andere rekening moet worden gehouden met de uiteenlopende wetgeving in de lidstaten en hun economische omstandigheden, zoals het inkomensniveau, de kenmerken van de sectoren, de situatie van de kleine en microbedrijven en het winstoogmerk van de activiteit; is van oordeel dat een reeks algemene beginselen en criteria op EU-niveau en een reeks drempels op nationaal niveau een stap voorwaarts kunnen vormen, en dringt er bij de Commissie op aan in dit verband een studie te verrichten;

19.  vestigt de aandacht op het feit dat, hoewel het vaststellen van drempels tot passende scheidslijnen tussen peers en ondernemingen kan leiden, dit tegelijkertijd kan resulteren in ongelijkheid tussen kleine en microbedrijven enerzijds en peers anderzijds; is van mening dat gelijke concurrentievoorwaarden tussen vergelijkbare categorieën dienstverleners zeer aan te bevelen is; dringt aan op het afschaffen van onnodige regeldruk en ongerechtvaardigde vereisten inzake markttoegang voor alle ondernemers, met name voor kleine en microbedrijven, aangezien hierdoor tevens innovatie in de kiem wordt gesmoord;

20.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie om ervoor te zorgen dat de consumentenwetgeving toereikend is en dat misbruik van de deeleconomie met het oog op het omzeilen van de wetgeving wordt voorkomen; is van oordeel dat consumenten een hoge en doeltreffende mate van bescherming moeten genieten, ongeacht de vraag of diensten door professionele dienstverleners of peers worden verleend, onderstreept vooral dat het belangrijk is consumenten te beschermen in peer-to-peertransacties, en erkent dat enige vorm van bescherming door zelfregulering kan worden geboden;

21.  dringt aan op maatregelen om te zorgen voor de volledige aanwending en aanhoudende naleving van de regels inzake de consumentenbescherming door occasionele dienstverleners op dezelfde of een vergelijkbare basis als de professionele dienstverleners;

22.  constateert dat consumenten er recht op hebben te weten of de beoordelingen van andere afnemers van een dienst mogelijkerwijs door de verstrekker van die dienst zijn beïnvloed, bijvoorbeeld in de vorm van betaalde reclame;

23.  wijst op de noodzaak van meer duidelijkheid ten aanzien van de consumentenbescherming bij geschillen en doet een beroep op de deelplatforms om doeltreffende systemen voor klachtenprocedures en geschillenbeslechting in te voeren waardoor het de consumenten gemakkelijker wordt gemaakt hun rechten uit te oefenen;

24.  onderstreept dat bedrijfsmodellen in de deeleconomie grotendeels gebaseerd zijn op reputatie, en benadrukt dat in dit verband transparantie van essentieel belang is; is van oordeel dat de bedrijfsmodellen in de deeleconomie in vele gevallen de positie van de consumenten versterken en hen in staat stellen een actieve rol te vervullen met ondersteuning van de technologie; onderstreept dat regels voor de consumentenbescherming in de deeleconomie nog steeds nodig zijn, vooral wanneer sprake is van een door bepaalde spelers gedomineerde markt, aanhoudende asymmetrische informatie en een gebrek aan keuze; onderstreept dat het belangrijk is te garanderen dat consumenten adequate informatie krijgen over het toepasselijke juridische kader van iedere transactie en de daaruit voortvloeiende rechten en juridische verplichtingen,

25.  verzoekt de Commissie de aansprakelijkheidsregelingen voor deelplatforms onverwijld verder te verduidelijken ter bevordering van verantwoord gedrag, transparantie en rechtszekerheid en aldus het vertrouwen van de consumenten te versterken; erkent met name het gebrek aan zekerheid, vooral over de vraag of een platform een onderliggende dienst levert of slechts een dienst van de informatiemaatschappij aanbiedt, overeenkomstig de richtlijn elektronische handel; doet derhalve een beroep op de Commissie verdere richtsnoeren over deze aspecten te geven en te overwegen of verdere maatregelen noodzakelijk zijn om het regelgevingskader doeltreffender te maken; spoort de deelplatforms ertoe aan tegelijkertijd vrijwilllige maatregelen in dit verband te treffen;

26.  doet een beroep op de Commissie het EU-recht nader onder de loep te nemen om onzekerheden te verminderen en voor meer rechtszekerheid te zorgen over de regels die van toepassing zijn op bedrijfsmodellen in de deeleconomie en om te evalueren of nieuwe of aangepaste regels passend zijn, met name ten aanzien van actieve tussenpersonen en hun informatie- en transparantievereisten, wanprestatie en aansprakelijkheid;

27.  is van oordeel dat met elk nieuw regelgevingskader de zelfbestuurscapaciteiten en peerreviewmechanismen van platforms moeten worden versterkt, aangezien beide doeltreffend blijken te werken en rekening houden met de tevredenheid van de klanten met coöperatieve diensten; is ervan overtuigd dat deelplatforms bij het creëren van een dergelijk nieuw regelgevingskader zelf een actieve rol kunnen vervullen door asymmetrische informatie te corrigeren, vooral middels digitale reputatiemechanismen om het vertrouwen van de gebruikers te vergroten; merkt tegelijkertijd op dat het zelfregulerend vermogen van deelplatforms de noodzaak van de bestaande regels niet vervangt, zoals de dienstenrichtlijn, de richtlijn elektronische handel, het EU-consumentenrecht en andere mogelijke regels;

28.  is derhalve van oordeel dat de digitale mechanismen voor het opbouwen van vertrouwen een essentieel onderdeel zijn van de deeleconomie; is ingenomen met alle inspanningen en initiatieven van de deelplatforms om vertekeningen te voorkomen, het vertrouwen in en de transparantie van beoordelings- en waarderingsmechanismen te versterken, betrouwbare reputatiecriteria op te stellen, waarborgen of verzekeringen en een identiteitscontrole van peers en prosumenten in te voeren, en veilige en transparante betalingssystemen te ontwikkelen; is van mening dat nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals wederzijdsebeoordelingsmechanismen, onafhankelijke controles van beoordelingen en de vrijwillige vaststelling van certificeringsregelingen goede voorbeelden zijn van initiatieven ter voorkoming van misbruik, manipulatie, fraude en nepfeedback; moedigt deelplatforms aan te leren van optimale praktijken en voorlichting te geven over de juridische verplichtingen van hun gebruikers;

29.  wijst op het cruciale belang van het verduidelijken van de methoden waarmee op algoritmen gebaseerde geautomatiseerde besluitvormingssystemen functioneren om te zorgen voor rechtvaardige en transparante algoritmen; verzoekt de Commissie om deze kwestie tevens te onderzoeken vanuit het perspectief van het mededingingsrecht van de EU; doet een beroep op de Commissie met de lidstaten, de particuliere sector en de betrokken regelgevers contact op te nemen om doeltreffende criteria vast te leggen voor het uitwerken van verantwoordingsbeginselen voor algoritmen voor op informatie gebaseerde deelplatforms;

30.  onderstreept dat het zaak is het gebruik van gegevens te evalueren, wanneer dat verschillende gevolgen voor verschillende segmenten van de samenleving heeft, discriminatie te voorkomen en het potentiële gevaar voor de privacy van big data te verifiëren; herinnert eraan dat de EU reeds een allesomvattend kader voor gegevensbescherming heeft ontwikkeld in de vorm van de algemene verordening gegevensbescherming en doet derhalve een beroep op de platforms in de deeleconomie om het vraagstuk van de gegevensbescherming niet te verwaarlozen door aan de dienstverleners en gebruikers transparante informatie te verschaffen over de verzamelde persoonsgegevens en de wijze waarop deze worden verwerkt;

31.  erkent dat vele regels van het acquis van de EU reeds op de deeleconomie van toepassing zijn; verzoekt de Commissie om de noodzaak van een verdere ontwikkeling van een EU-rechtskader te beoordelen om een verdere versnippering van de interne markt te voorkomen, overeenkomstig de beginselen van betere regelgeving en de ervaringen van de lidstaten; is van mening dat dit kader, waar nodig, geharmoniseerd moet worden en flexibel, technologisch neutraal en toekomstbestendig moet zijn, en moet bestaan uit een combinatie van algemene beginselen en specifieke regels, ter aanvulling op eventueel noodzakelijke sectorspecifieke regelgeving;

32.  benadrukt het belang van coherente wetgeving om de goede werking van de interne markt voor eenieder te waarborgen en verzoekt de Commissie de geldende regels en wetgeving inzake werknemers- en consumentenrechten te vrijwaren voordat nieuwe wetgeving wordt ingevoerd die de interne markt kan versnipperen;

Concurrentie en belastingnaleving

33.  is ingenomen met het feit dat de groei van de deeleconomie heeft gezorgd voor meer concurrentie en gevestigde marktdeelnemers ertoe heeft gebracht zich te richten op de reële wensen van de consumenten; moedigt de Commissie ertoe aan gelijke voorwaarden voor de concurrentie op het stuk van vergelijkbare diensten tussen deelplatforms onderling en met traditionele bedrijven te bevorderen; onderstreept het belang van het opsporen en aanpakken van belemmeringen voor de opkomst en opschaling van bedrijven in de deeleconomie, met name van startende bedrijven; onderstreept in dit verband de noodzaak van het vrije verkeer van gegevens, de overdraagbaarheid en interoperabiliteit van gegevens, die het overstappen tussen platforms vergemakkelijken en klantenbinding voorkomen en die allemaal sleutelfactoren vormen voor een open en eerlijke concurrentie en voor een grotere inbreng van gebruikers van deelplatforms, rekening houdend met de legitieme belangen van alle marktdeelnemers en ter bescherming van gebruikersinformatie en persoonsgegevens;

34.  is ingenomen met de toegenomen traceerbaarheid van economische transacties die door online-platforms mogelijk wordt gemaakt teneinde te zorgen voor belastingnaleving en ‑handhaving, maar is bezorgd over problemen die zich tot dusverre in een aantal sectoren hebben voorgedaan; benadrukt dat de deeleconomie nimmer een manier mag zijn om belastingverplichtingen te ontlopen; onderstreept voorts dat de bevoegde autoriteiten dringend met de deelplatforms moeten samenwerken op het gebied van belastingnaleving en -inning; erkent dat deze problemen in bepaalde lidstaten zijn aangepakt en neemt nota van de succesvolle publiek-private samenwerking op dit gebied; verzoekt de Commissie de uitwisseling van optimale praktijken tussen de lidstaten te vergemakkelijken waarbij de bevoegde autoriteiten en belanghebbenden betrokken moeten zijn, om effectieve en innovatieve oplossingen te ontwikkelen die de belastingnaleving en ‑handhaving versterken teneinde ook het risico van grensoverschrijdende belastingfraude uit te sluiten; verzoekt de deelplatforms om in dit verband een actieve rol te vervullen; moedigt de lidstaten aan tot verduidelijking en samenwerking inzake de informatie die de verschillende betrokken marktdeelnemers in de deeleconomie in het kader van hun fiscale informatieplicht aan de belastingautoriteiten moeten mededelen;

35.  stemt ermee in dat functioneel vergelijkbare fiscale verplichtingen moeten worden opgelegd aan bedrijven die vergelijkbare diensten verlenen, zowel in de traditionele economie als in de deeleconomie, en is van mening dat belastingen moeten worden betaald daar waar winst wordt geboekt en waar het om meer gaat dan alleen bijdragen in de kosten, waarbij het subsidiariteitsbeginsel en de nationale en plaatselijke belastingwetgeving moeten worden nageleefd;

Gevolgen voor de arbeidsmarkt en de rechten van werknemers

36.  onderstreept dat de digitale revolutie aanzienlijke gevolgen heeft voor de arbeidsmarkt en dat opkomende trends in de deeleconomie deel uitmaken van een huidige trend in het kader van de digitalisering van de samenleving;

37.  merkt tegelijkertijd op dat de deeleconomie nieuwe kansen biedt en nieuwe, flexibele wegen vrijmaakt om te komen tot werk voor alle gebruikers, met name voor zelfstandigen en voor werklozen, die momenteel ver van de arbeidsmarkt afstaan of anders niet in staat zouden zijn hieraan deel te nemen, en aldus als eerste opstapje naar de arbeidsmarkt kan dienen, met name voor jongeren en gemarginaliseerde groeperingen; wijst er evenwel op dat deze ontwikkeling in bepaalde omstandigheden ook kan leiden tot precaire situaties; benadrukt dat er enerzijds behoefte is aan arbeidsmarktflexibiliteit en anderzijds aan economische en sociale zekerheid voor werknemers, overeenkomstig de gebruiken en tradities in de lidstaten;

38.  onderstreept het grote belang van het waarborgen van de rechten van werknemers in de coöperatieve dienstverlening - eerst en vooral het recht van werknemers zich te organiseren en het recht collectief te onderhandelen en collectieve actie te voeren, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk; herinnert eraan dat alle werkers in de deeleconomie hetzij werknemers, hetzij zelfstandigen zijn, al naargelang de feitelijke situatie, en als zodanig moeten worden geclassificeerd; doet een beroep op de lidstaten en de Commissie op hun respectieve bevoegdheidsterreinen te zorgen voor billijke arbeidsvoorwaarden en toereikende juridische en sociale bescherming voor alle werkers in de deeleconomie, ongeacht hun positie;

39.  onderstreept dat het belangrijk is de grondrechten en toereikende sociale bescherming van het groeiend aantal zelfstandigen te waarborgen, die belangrijke spelers in de deeleconomie zijn, met inbegrip van het recht op collectieve onderhandelingen en collectieve actie, mede ten aanzien van hun vergoeding;

40.  dringt er bij de lidstaten op aan te erkennen dat de deeleconomie ook ontwrichting met zich zal meebrengen, derhalve absorptiemaatregelen voor te bereiden voor bepaalde sectoren, en opleiding en ontslagbegeleiding te ondersteunen;

41.  onderstreept dat het belangrijk is dat deelplatformwerkers kunnen profiteren van de overdraagbaarheid van beoordelingen en waarderingen, die hun digitale marktwaarde uitmaken, en benadrukt het belang van de overdraagbaarheid en accumulatie van beoordelingen en waarderingen tussen verschillende platforms, met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming en de privacy van alle betrokken partijen; wijst erop dat oneerlijke en arbitraire online-ratingpraktijken de arbeidsomstandigheden en rechten van deelplatformwerkers en hun kansen om werk te krijgen nadelig kunnen beïnvloeden; is van oordeel dat beoordelings- en waarderingsmechanismen op transparante wijze moeten worden ontwikkeld en dat de werkers op passende niveaus moeten worden geïnformeerd en geraadpleegd, overeenkomstig de wetgeving en praktijken van de lidstaat, over de algemene criteria die voor de ontwikkeling van dergelijke mechanismen worden aangewend;

42.  onderstreept het belang van "up-to-date"-vaardigheden in de veranderende wereld van de werkgelegenheid en dat ervoor moeten worden gezorgd dat alle werkers over de adequate vaardigheden beschikken die de digitale samenleving en economie vereisen; spoort de Commissie, de lidstaten en bedrijven in de deeleconomie ertoe aan om een leven lang leren en de ontwikkeling van digitale vaardigheden mogelijk te maken; is van mening dat openbare en particuliere investeringen en financieringsmogelijkheden voor een leven lang leren en opleiding noodzakelijk zijn, met name voor kleine en microbedrijven;

43.  wijst op het belang van telewerken en "slim werken" in het kader van de deeleconomie en pleit er in dit verband voor dat deze vormen van werk gelijkgesteld worden met traditionele arbeidsvormen;

44.  verzoekt de Commissie te onderzoeken in hoeverre de richtlijn betreffende uitzendwerk (2008/104/EG) van toepassing is op specifieke onlineplatforms; is van mening dat vele als bemiddelaar optredende onlineplatforms structureel te vergelijken zijn met uitzendbureaus (triangulaire contractuele verhouding tussen uitzendkracht/platformwerker; uitzendbureau/onlineplatform; inlenende onderneming/klant);

45.  verzoekt de nationale openbare diensten voor arbeidsvoorziening en het EURES‑netwerk beter te communiceren over de mogelijkheden die de deeleconomie biedt;

46.  verzoekt de Commissie, de lidstaten en de sociale partners aan de platformwerkers adequate informatie te verstrekken over de arbeids- en tewerkstellingsvoorwaarden en de rechten van werknemers en over hun arbeidsbetrekkingen met zowel platforms als gebruikers; is van mening dat platforms een proactieve rol moeten vervullen bij het verstrekken van informatie aan gebruikers en werkers over het toepasselijke regelgevingskader, opdat de wettelijke voorschriften worden nageleefd;

47.  wijst op het gebrek aan gegevens over de door de deeleconomie teweeggebrachte veranderingen in de wereld van de werkgelegenheid; verzoekt de lidstaten en de Commissie, mede in samenwerking met de sociale partners, meer betrouwbare en volledige gegevens in dit verband te verzamelen en spoort de lidstaten ertoe aan een reeds bestaande, bevoegde nationale entiteit aan te stellen om de opkomende trends op de arbeidsmarkt van de deeleconomie te controleren en te evalueren; benadrukt in dit verband het belang van informatie en de uitwisseling van optimale praktijken tussen de lidstaten; onderstreept het belang van toezicht op de arbeidsmarkt en de arbeidsvoorwaarden in de deeleconomie teneinde illegale praktijken te bestrijden;

Plaatselijke dimensie van de deeleconomie

48.  constateert dat een toenemend aantal plaatselijke autoriteiten en regeringen reeds actief zijn bij het reguleren en ontwikkelen van de deeleconomie en zich richten op coöperatieve praktijken als onderwerp van hun beleid en als beginsel voor het organiseren van nieuwe vormen van coöperatief bestuur en de participerende democratie;

49.  constateert dat de nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten over veel speelruimte beschikken om contextspecifieke maatregelen vast te stellen teneinde duidelijk afgebakende doelstellingen van algemeen belang na te streven middels evenredige maatregelen die volledig stroken met het EU-recht; verzoekt de Commissie derhalve de lidstaten te ondersteunen in hun beleidsvorming en bij het vaststellen van regels overeenkomstig het EU-recht;

50.  stelt vast dat de voortrekkers steden waren waar de omstandigheden, zoals de bevolkingsdichtheid en fysieke nabijheid, het mogelijk maken coöperatieve praktijken toe te passen, dat de focus zich uitbreidt van slimme steden naar delende steden en de overgang naar burgervriendelijke infrastructuur wordt vergemakkelijkt; is tevens ervan overtuigd dat de deeleconomie aanzienlijke kansen biedt aan de randgebieden, plattelandsgebieden en achtergestelde gebieden, tot nieuwe en inclusieve vormen van ontwikkeling kan leiden, een positieve sociaal-economische impact kan hebben en gemarginaliseerde gemeenschappen kan helpen met indirecte voordelen voor de toerismesector;

De bevordering van de deeleconomie

51.  wijst op het belang van passende competenties, vaardigheden en opleiding om zoveel mogelijk mensen in staat te stellen een actieve rol in de deeleconomie te vervullen en het potentieel ervan ten volle te benutten;

52.  benadrukt dat ICT het mogelijk maakt innovatieve ideeën binnen de deeleconomie snel en efficiënt te ontwikkelen, zorgt voor de verbinding tussen en de empowerment van deelnemers, of het nu gaat om gebruikers dan wel dienstverleners, hun toegang tot en deelneming aan de markt vergemakkelijkt en afgelegen en plattelandsgebieden toegankelijker maakt;

53.  verzoekt de Commissie proactief publiek-private partnerschappen te bevorderen, met name met het oog op de toename van het gebruik van e-ID's, om het vertrouwen van consumenten en dienstverleners in onlinetransacties te vergroten, voortbouwend op het EU-kader voor wederzijdse erkenning van e-ID's, en andere bestaande belemmeringen voor de groei van de deeleconomie weg te nemen, zoals hindernissen voor het aanbieden van grensoverschrijdende verzekeringen;

54.  wijst erop hoe de invoering van 5G de logica van onze economieën fundamenteel zal veranderen en voor een ruimer en toegankelijker dienstenaanbod zal zorgen; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is om een concurrerende markt voor innovatieve bedrijven te creëren, omdat hun succes uiteindelijk de kracht van onze economie zal bepalen;

55.  wijst erop dat de deeleconomie steeds belangrijker wordt in de energiesector doordat consumenten, producenten, individuele personen en gemeenschappen op een efficiënte manier met elkaar in verbinding worden gebracht in diverse decentrale fasen van de hernieuwbare-energiecyclus, met inbegrip van zelfproductie en zelfconsumptie, opslag en distributie, overeenkomstig de klimaat- en energiedoelstellingen van de Unie;

56.  wijst erop dat deeleconomieën vooral tot volle ontplooiing komen in gemeenschappen die over sterke modellen voor het delen van kennis en onderwijs beschikken, en aldus een cultuur van open innovatie bevorderen en consolideren; benadrukt het belang van coherent beleid en van de introductie van breedband- en ultrabreedband als een voorwaarde om het volledige potentieel van de deeleconomie te benutten en profijt te trekken van de voordelen van de deeleconomie; wijst derhalve op de noodzaak te zorgen voor adequate netwerktoegang voor alle burgers in de EU, vooral in minder bevolkte, afgelegen en plattelandsgebieden waar connectiviteit nog niet voldoende beschikbaar is;

57.  onderstreept dat de deeleconomie steun voor haar ontwikkeling en opschaling nodig heeft en dat zij open moet blijven voor onderzoek, innovatie en nieuwe technologieën om investeringen aan te trekken; doet een beroep op de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat EU-wetgeving en ‑beleid toekomstbestendig zijn, met speciale aandacht voor het openen van niet-exclusieve, experimentgerichte ruimten, het bevorderen van digitale connectiviteit en geletterdheid, het ondersteunen van Europese ondernemers en start-ups, het stimuleren van 4.0-innovatiehubs, clusters en incubators waarbij tegelijkertijd cohabitatiesynergieën met traditionele bedrijfsmodellen worden ontwikkeld;

58.  benadrukt de complexe aard van de vervoerssector binnen en buiten de deeleconomie; wijst erop dat de sector een strenge regelgeving kent; wijst erop dat de deeleconomie het potentieel heeft om de efficiëntie en duurzame ontwikkeling van het vervoerssysteem aanzienlijk te verbeteren (mede via de mogelijkheid om binnen één reis gebruik te maken van naadloze multimodale vervoersbewijzen en reismethoden met behulp van apps voor de deeleconomie), alsook de veiligheid en beveiliging ervan, en de capaciteit heeft afgelegen gebieden beter toegankelijk te maken en de ongewenste externe effecten van files in het verkeer terug te dringen;

59.  doet een beroep op de betrokken autoriteiten om de gunstige co-existentie van collaboratieve vervoersdiensten en het traditionele vervoerssysteem te bevorderen; verzoekt de Commissie de deeleconomie te verwerken in haar op de nieuwe vervoerstechnologieën gerichte werkzaamheden (communicerende voertuigen, autonome voertuigen, geïntegreerde digitale vervoersbewijzen en intelligente vervoerssystemen) gezien de krachtige wisselwerking en natuurlijke synergieën van deze technologieën;

60.  onderstreept de noodzaak van rechtszekerheid voor platforms en de gebruikers ervan om de ontwikkeling van de deeleconomie in de vervoerssector van de EU te waarborgen; merkt op dat het in de mobiliteitssector belangrijk is een duidelijk onderscheid te maken tussen enerzijds i) carpooling en het delen van de kosten in de context van een reis die de bestuurder voor eigen doeleinden al gepland heeft, en anderzijds ii) gereguleerde personenvervoersdiensten;

61.  herinnert eraan dat volgens schattingen van de Commissie peer-to-peer-accommodatie vanuit het oogpunt van gegenereerde handel het grootste deel van de deeleconomie vormt, en peer-to-peer-vervoer de meeste inkomsten per platform genereert;

62.  onderstreept dat in de toerismesector het delen van woningen een zeer efficiënt gebruik van hulpmiddelen en onvoldoende benutte ruimte vormt, met name in gebieden die traditiegetrouw niet van het toerisme profiteren;

63.  veroordeelt in dit opzicht het feit dat bepaalde overheidsinstanties voorschriften opleggen met als doel het aanbod van toeristische accommodatie via de deeleconomie aan banden te leggen;

64.  vestigt de aandacht op de problemen waarmee de Europese deelplatforms te kampen hebben bij het verkrijgen van toegang tot risicokapitaal en bij hun opschalingsstrategieën, hetgeen nog eens wordt toegespitst door de geringe grootte en versnippering van de binnenlandse markten, alsmede door een acuut tekort aan grensoverschrijdende investeringen; verzoekt de Commissie en de lidstaten ten volle gebruik te maken van de bestaande financieringsinstrumenten om te investeren in bedrijven in de deeleconomie en om initiatieven te bevorderen voor een gemakkelijkere toegang tot financiering, met name voor start-ups, kleine en middelgrote ondernemingen en bedrijven;

65.  onderstreept dat stelsels voor coöperatieve financiering - zoals crowdfunding - een belangrijk aanvulling zijn op traditionele financieringskanalen als onderdeel van een doeltreffend financieringsecosysteem;

66.  merkt op dat door kmo's verstrekte diensten in de deeleconomie niet altijd voldoende zijn toegesneden op de behoeften van personen met een beperking en ouderen; verzoekt om instrumenten en programma's die gericht zijn op ondersteuning van deze ondernemers om de behoeften van personen met een beperking in aanmerking te nemen;

67.  verzoekt de Commissie de toegang tot passende financiering te vergemakkelijken en te bevorderen voor Europese ondernemers die in de deeleconomie werkzaam zijn, ook in het kader van het EU-programma voor onderzoek en innovatie, Horizon 2020;

68.  constateert de snelle ontwikkeling en de groeiende verspreiding van innovatieve technologieën en digitale instrumenten, zoals de blockchains en de distributed ledger-technologie, ook in de financiële sector; onderstreept dat het gebruik van deze gedecentraliseerde technologieën effectieve peer-to-peertransacties en -connecties in de deeleconomie mogelijk kunnen maken, hetgeen tot nieuwe onafhankelijke markten of netwerken leidt, welke, in de toekomst, de rol overnemen die tussenpersonen momenteel bij deelplatforms vervullen;

69.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0009.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0237.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0455.

(4)

http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11834-2016-INIT/en/pdf

(5)

PB L 376van 27.12.2006, blz.  36.

(6)

PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.

(7)

PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.

(8)

PB L 337 van 18.12.2009, blz. 11.

(9)

PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

(10)

ECON-VI/016.

(11)

INT/793 EESC-2016-3545-00-00-AC-TRA.

(12)

Flash Eurobarometer 438 (maart 2016) over ‘The use of collaborative platforms’ (het gebruik van deelplatforms).


TOELICHTING

1. Deeleconomie: een algemeen overzicht

Het concept van de deeleconomie omvat een breed scala aan activiteiten die voortvloeien uit een keur aan bedrijfsmodellen van de deeleconomie, met inbegrip van non-profitbedrijven. De bedrijfsmodellen variëren van deelplatforms die de uitwisseling van goederen en diensten in de gehele wereld mogelijk maken tot kleine coöperatieve kmo's die diensten aan de plaatselijke gemeenschappen aanbieden.

In de afgelopen jaren heeft de deeleconomie een snelle groei doorgemaakt op het stuk van gebruikers, transacties en inkomsten doordat zij opnieuw vorm geeft aan de wijze waarop producten en diensten op vele gebieden worden geleverd Begin 2014 ging het voornamelijk om zes soorten activiteiten (goederen/detailhandel, diensten, ruimte/accommodatie, voedingsmiddelen, vervoer en geld). In 2016 is het aantal gebieden bijna verdrievoudigd met een uitbreiding naar nieuwe sectoren (te weten gezondheidszorg, leren, logistiek, gemeenten, ruimte, nutsvoorzieningen zoals energie, enz.) en met het creëren van nieuwe soorten activiteiten (te weten de makersbeweging in de goederensector).

Om dit snel groeiende verschijnsel te beschrijven worden een aantal termen gebezigd die vaak door elkaar heen worden gebruikt: samenwerkingseconomie, peer economie, on-demand-economie, peerplatform-economie, gig-economie, collaboratieve consumptie, crowd-based kapitalisme, enz. Uit deze definities blijkt het dynamische karakter van het verschijnsel alsmede de omvang en intensiteit van het lopende politieke en academische debat hierover.

Momenteel bestaan er reeds een aantal definities van deeleconomie. In de Oxford Dictionary wordt deeleconomie als volgt gedefinieerd: "Een economisch systeem waarin particulieren, doorgaans via het internet, kosteloos of tegen een vergoeding goederen of diensten delen".(1) In haar mededeling verwijst de Commissie hiernaar als "bedrijfsmodellen waarin activiteiten worden gefaciliteerd door deelplatforms die een open marktplaats tot stand brengen voor het tijdelijke gebruik van (vaak door particulieren aangeboden) goederen of diensten", en specificeert zij dat bij transacties in de deeleconomie vaak geen sprake is van overdracht van eigendom en dat deze transacties met of zonder winstoogmerk kunnen worden uitgevoerd.

Binnen de deeleconomie en haar bedrijfsmodellen worden doorgaans drie hoofdcategorieën actoren genoemd:

i) dienstverleners die kosteloos of tegen een vergoeding activa, vaardigheden en tijd delen – dit kunnen particulieren zijn die af en toe diensten aanbieden (peers) of professionele dienstverleners;

ii) gebruikers van deze diensten, en

iii) deelplatforms die aanbieders en gebruikers met elkaar in contact brengen in real-time en transacties faciliteren.

2. Reactie van de Commissie

In juni 2016 publiceerde de Commissie een mededeling getiteld "Een Europese agenda voor de deeleconomie" met als doel in te gaan op de punten van zorg in verband met de onzekerheid omtrent de rechten en plichten van de verschillende actoren die aan de deeleconomie deelnemen, en om antwoorden te bieden vanuit een EU-perspectief. De mededeling van de Commissie wil niet-bindende richtsnoeren aanreiken over de wijze waarop het bestaande EU-recht moet worden toegepast op de bedrijfsmodellen van de deeleconomie. De mededeling gaat in op kwesties waarmee zowel marktdeelnemers als overheidsinstanties te maken krijgen op vijf hoofdgebieden: 1.) vereisten inzake markttoegang; 2) aansprakelijkheidsstelsels; 3) bescherming van gebruikers; 4) zelfstandigen en werknemers in de deeleconomie; 5) belastingheffing.

3. Voornaamste kwesties in verband met de deeleconomie

3.1. Kansen en voordelen

De deeleconomie kan aan consumenten, ondernemers en burgers grote kansen bieden en nieuwe banen, groei en bronnen van inkomsten creëren.

Deelplatforms hebben in de vijf voornaamste sectoren van de deeleconomie in de EU in 2015 naar schatting 3,6 miljard EU aan inkomsten gegenereerd.(2) De deeleconomie beschikt over een groot potentieel met een jaarlijkse groei van meer dan 25%(3). De economische winst die door een beter gebruik van capaciteiten dankzij de deeleconomie mogelijk is, zou volgens schattingen theoretisch 572 miljard EUR kunnen bedragen.(4) Deze cijfers dienen echter met de nodige voorzichtigheid te worden benaderd, aangezien de deeleconomie weliswaar steeds belangrijker wordt, maar de waarde van de deeleconomie moeilijk in te schatten blijft. Een en ander is ook te wijten aan het ontbreken van een overeengekomen methode voor het berekenen van de veelvoudige weerslag van de deeleconomie op de economie, de samenleving en het milieu, alsmede aan het gebrek aan verzamelde gegevens.

Uit diverse enquêtes is gebleken dat onder consumenten aanzienlijke steun en belangstelling voor de deeleconomie bestaat.(5) Om een aantal overwegingen en redenen worden peers ertoe bewogen aan deze nieuwe bedrijfsmodellen deel te nemen, zoals financiële voordelen, betere kwaliteit en ervaringen, alsmede positieve sociale of maatschappelijke uitwerkingen. Volgens de Eurobarometer vindt 42% van de consumenten de diensten van de deeleconomie gemakkelijker en 33% waardeert het feit dat deze diensten goedkoper en zelfs kosteloos zijn.(6)

3.2 Voornaamste risico's en uitdagingen

Tegelijkertijd is het ook belangrijk erop te wijzen dat de bedrijfsmodellen van de deeleconomie aanzienlijke gevolgen hebben voor vele traditionele bedrijven en hun reeds lang bestaande productie- en consumptiemodellen. De snelle en ongereguleerde groei van dit verschijnsel heeft in de afgelopen jaren tot een aantal uitdagingen en potentiële risico's geleid waarmee rekening moet worden gehouden en waarover moet worden nagedacht.

In de eerste plaats zijn er vele vragen gerezen over de rechten van consumenten en het stelsel voor de consumentenbescherming omtrent gevoelige kwesties in verband met de bescherming van persoonsgegevens, de transparantie, de betrouwbaarheid van aan de consumenten verstrekte informatie, de aansprakelijkheidsstelsels van deelplatforms, rechtvaardige algoritmen en mogelijke vormen van discriminatie. Er bestaat een potentieel risico dat de minimumnormen worden verlaagd, met name bij peer to peer (P2P)-transacties, in vergelijking met de bestaande normen die van toepassing zijn op vergelijkbare diensten die door professionele dienstverleners worden verleend. Bovendien heeft de snelle verspreiding van deelplatforms in een aantal sectoren tot een risico van oneerlijke concurrentie geleid door het ontstaan van nieuwe monopolies en een mechanisme van klantenbinding. Dit heeft tevens tot ernstige problemen in verband met de belastingnaleving en -handhaving geleid, ondanks de grotere traceerbaarheid van economische transacties.

Ten slotte hebben de bedrijfsmodellen van de deeleconomie die in het kader van de zich voltrekkende digitale revolutie zijn ontstaan, ingrijpende gevolgen voor de arbeidsmarkt en de arbeidsverhoudingen tussen deelplatforms en werknemers met het concrete risico dat billijke arbeidsvoorwaarden, minimale wettelijke normen en een toereikende sociale bescherming worden ondergraven.

3.3. Het regelgevingskader

Met betrekking tot het regelgevingskader rijzen twee belangrijke vragen: 1.) welke bepalingen van het acquis communautaire kunnen worden toegepast op de deeleconomie; 2.) of de bestaande EU-regels geschikt zijn om de nodige duidelijkheid, eigen inbreng en bescherming voor de verschillende actoren in de deeleconomie te verschaffen.

Bedrijfsmodellen van de deeleconomie zijn complexer en gevarieerder, en vertonen een uiteenlopende mate van decentralisatie, ontprofessionalisering en participatie van nieuwe economische actoren, peers/prosumenten. Bovendien zijn de duidelijke scheidslijnen tussen de professionele dienstverlener/handelaar en de consument vervaagd, aangezien er sprake is van meerzijdige verhoudingen waarbij de consument als dienstverlener betrokken is hetzij in een transactie tussen consumenten onderling (P2P) hetzij in een transactie tussen de consument en een bedrijf.

Er ontstaan problemen, aangezien het bestaande EU-rechtskader was opgezet om de traditionele bedrijven te reguleren en de rechten van consumenten als kwetsbare partij in een zakelijke transactie te beschermen. Er rijzen vragen over de rechten en plichten van de diverse actoren binnen de deeleconomie die een sfeer van onzekerheid doen ontstaan. Deze onzekerheid houdt verband met een aantal aspecten met betrekking tot het toepasselijke EU-rechtskader, de wettelijke verplichtingen van de diverse actoren in de deeleconomie, consumentenrechten, aansprakelijkheidsstelsels, de positie van werknemers en het belastingstelsel - om de voornaamste eruit te lichten.

3.4. Risico van de versnippering van de interne markt

De deeleconomie heeft tot diverse reacties op regelgevingsgebied geleid, niet alleen van de zijde van de lidstaten, maar ook van regionale en plaatselijke overheden en hun rechtsgebieden, alsmede van het Europese Hof van Justitie.(7) De reacties lopen zeer uiteen en vormen een afspiegeling van de verschillende benaderingen die de lidstaten kiezen om de uitdagingen van het bedrijfsmodel van de deeleconomie aan te pakken, zelfs in een en hetzelfde land.

Sommige lidstaten ontwikkelen specifieke maatregelen en leggen criteria vast waarmee peers aan minder strenge wettelijke vereisten worden onderworpen. In sommige gevallen maken zij een onderscheid tussen de professionele en niet-professionele dienstverlening door voor peers drempels voor inkomsten uit de deeleconomie vast te leggen en lagere belastingtarieven toe te passen.(8) In een aantal andere landen overwegen de nationale autoriteiten om een striktere informatieplicht voor deelplatforms in te voeren.(9)

Er zij op gewezen dat steden als eerste op de deeleconomie hebben gereageerd, aangezien de omstandigheden in de steden, zoals de bevolkingsdichtheid en fysieke nabijheid, gunstig waren voor een snellere verspreiding van coöperatieve praktijken, met name in sectoren zoals accommodatie en vervoer.(10) Een aantal positieve gevallen van samenwerking tussen bevoegde plaatselijke autoriteiten en deelplatforms hebben tot goede praktijken geleid, zoals het aanbieden van beroepsopleiding voor prosumenten, verzekeringsstelsels of het zorgen voor meer bewustwording onder gebruikers over mogelijke fiscale en wettelijke verplichtingen.(11)

Uit deze en andere voorbeelden van door sommige lidstaten, regionale autoriteiten en steden genomen maatregelen, soms in actieve samenwerking met de deelplatforms zelf, komen een aantal optimale praktijken naar voren die in de gehele EU kunnen worden toegepast. Niettemin resulteren dergelijke unilaterale, versnipperde acties in talrijke beperkingen en creëren zij belemmeringen voor coöperatieve bedrijven in de EU die willen opschalen en uitbreiden, alsmede voor consumenten waardoor uiteindelijk een aantal voordelen van de deeleconomie worden ondermijnd en de interne markt dreigt te versnipperen.

3. Voornaamste prioriteiten van uw rapporteur

Uw rapporteur erkent dat de deeleconomie belangrijke kansen en voordelen voor de samenleving en de economie biedt. Tegelijkertijd houdt hij een open oog voor de hierboven onderstreepte potentiële uitdagingen en is hij vooral bezorgd over het mogelijke risico van een versnippering van de interne markt wanneer een groot deel van de deeleconomie ongereguleerd blijft.

Derhalve moet zijns inziens eerst en vooral een horizontaal Europees kader worden ingevoerd, dat bestaat uit een combinatie van algemene beginselen en specifieke regels, om het pad te effenen voor homogene, dynamische en gelijke concurrentievoorwaarden in de EU, opdat mogelijke negatieve gevolgen voor werknemers, het risico van oneerlijke concurrentie tussen de traditionele sectoren en deelplatforms, alsmede belastingontduiking worden voorkomen.

Het is even belangrijk de kenmerken en verantwoordelijkheden voor de voornaamste actoren van de deeleconomie af te bakenen, met name voor wat betreft:

– een duidelijk onderscheid tussen peers en professionals;

– de aard, plichten en verantwoordelijkheid van deelplatforms;

– een hoge mate van consumentenbescherming, ook bij de P2P-dimensie/-transacties.

Uw rapporteur moedigt ten slotte de verdere bevordering van een EU-model voor de deeleconomie aan middels financiële instrumenten en investeringen in opleidingen. Hij is van mening dat een rechtvaardige en goed gereguleerde ontwikkeling van de deeleconomie aanzienlijke kansen voor alle geledingen van de samenleving biedt en gunstig is voor een meer inclusieve en duurzame economische ontwikkeling van de EU.

(1)

Zie: https://en.oxforddictionaries.com/definition/sharing_economy

(2)

The Sharing Economy, Case Study, 12 september 2013 van PWC.

(3)

Ibidem (PWC(2013).

(4)

EPRS, The Cost of Non-Europe in the sharing economy, 2016.

(5)

Volgens een enquête van het BEUC van juli 2015 heeft 70% van de consumenten ten minste één keer hiervan gebruikgemaakt en tussen de 60 en 70% van de respondenten was zeer tevreden over de ervaringen, terwijl 32% als prosument had deelgenomen.

(6)

Flash Eurobarometer 438, juni 2016, EC.

(7)

EHvJ zaak C-434/15, EHvJ zaak C-526/15.

(8)

België past op peers die af en toe diensten verlenen, een speciaal belastingtarief toe van slechts 10% voor diverse inkomsten tot 5 000 EUR, Italië overweegt een drempel van 10 000 EUR voor niet-professionele inkomsten in de deeleconomie in te voeren en het Verenigd Koninkrijk heeft onlangs een belastingaftrek van 2000 £ aangekondigd voor inkomsten uit eigendom en handel.

(9)

Frankrijk: wet nr. 2016-1321 van 7 oktober 2016 voor een digitale republiek.

(10)

Bijvoorbeeld in Duitsland en België: terwijl Berlijn en Brussel strikte registratievereisten voor accommodatieplatforms hanteren, hebben Hamburg en de Vlaamse regio voor een afwijkende benadering gekozen die wordt gekenmerkt door minder strenge registratievereisten.

(11)

Bij de plaatselijke autoriteiten in Estland loopt momenteel een proefproject in samenwerking met een platform voor autodeling waarbij een gemakkelijkere applicatie voor de belastingaangifte wordt aangeboden voor diverse op elektronische oplossingen gebaseerde bedrijfsmodellen.


BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONENVAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst is op zuiver vrijwillige basis en onder exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld. Deze lijst is niet volledig. De rapporteur en/of zijn medewerkers hebben, tot de stemming in de Commissie IMCO, informatie ontvangen van de volgende entiteiten:

Entiteit

AHTOP - Association française pour un hébergement et un tourisme professionnel

Airbnb

Altroconsumo

Bed & Breakfast Association

BEUC - de Europese consumentenorganisatie

Blablacar

Bruegel Institute

CCRE - Raad van Europese gemeenten en regio's

Charlie 24

CNA - Confederazione Nazionale dell`artigianato e della Piccola Impresa

Collaboriamo

Comité van de Regio's

Confcommercio

Cooperatives Europe

De Deense confederatie van vakverenigingen

EFCI - European Federation of Cleaning Industries

Enterprise Holdings

Rent-A-Car

De Estse permanente vertegenwoordiger bij de EU

EVV - Europees Verbond van Vakverenigingen

EUCOLAB

Eurocities

European Business Service Alliance (EBSA)

European Holiday Home Association

European Hotel Forum

Flintglobal

De Franse permanente vertegenwoordiger bij de EU

Heetch

HomeAway

Hotrec

IRU - International Taxi Forum

De Italiaanse permanente vertegenwoordiger bij de EU

Ouishare

De Slowaakse permanente vertegenwoordiger bij de EU

Uber

Uni Global Union

Unionen

Volta

Wethic

Zurich Verzekeringen


ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (27.3.2017)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake een Europese agenda voor de deeleconomie

(2017/2003(INI))

Rapporteur voor advies (*): Joachim Schuster

(*) Medeverantwoordelijke commissie – Artikel 54 van het Reglement

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat in de mededeling van de Commissie van 6 juni 2016 getiteld "Een Europese agenda voor de deeleconomie" (COM(2016) 356)– wordt benadrukt dat de platformeconomie aan betekenis toeneemt en het economisch beleid en het werkgelegenheidsbeleid beïnvloedt, onder meer voor wat betreft groei en banen, en dat de mededeling beleidsaanbevelingen voor de lidstaten bevat; overwegende dat die mededeling richtsnoeren geeft inzake toepasselijke Uniewetgeving die werkenden, bedrijven, lidstaten en de maatschappij in het algemeen moeten helpen de vruchten van de platformeconomie te plukken;

B.  overwegende dat de bevordering van sociale rechtvaardigheid en bescherming, zoals gedefinieerd in artikel 3 VEU en artikel 9 VWEU, eveneens doelstellingen zijn van de interne markt van de EU;

C.  overwegende dat het percentage zelfstandigen (2006: 3,7 %, 2016: 5,6 %) en het percentage werkenden dat een tweede baan neemt (2002: 3,6 %, 2016: 4,2 %) in de EU toenemen; overwegende dat er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de werkgelegenheid in de platformeconomie; overwegende dat de Commissie en de lidstaten meer aandacht moeten besteden aan de sociale dimensie van de platformeconomie door een grondige analyse te maken en gegevens te verzamelen over nieuwe vormen van werk, de veranderende regelgevingsomgeving te monitoren en de uitwisseling van goede praktijken tussen lidstaten aan te moedigen, teneinde de maatschappelijke uitdagingen in verband met deze nieuwe economie het hoofd te bieden;

D.  overwegende dat de servers en hoofdkantoren van veel platforms buiten de Europese Unie gelegen zijn en zich daardoor onttrekken aan de Europese wetgeving;

E.  overwegende dat in het verslag van het Parlement van 20 december 2016 over de Europese pijler van sociale rechten(1)benadrukt wordt dat het belangrijk is te zorgen voor voldoende capaciteit om op het niveau van de lidstaten passende sociale bescherming te bieden aan alle mensen ongeacht hun arbeidsvorm, zowel standaard- en niet-standaardarbeidsverhoudingen als zelfstandig werk;

F.  overwegende dat de mededeling van de Commissie een startpunt vormt voor een evenwichtige ontwikkeling van de platformeconomie, gezien de snelle evolutie die deze economie doormaakt en de daarmee verband houdende mazen in de wetgeving en onzekerheden die nog moeten worden aangepakt, zoals onzekere vormen van werk in de platformeconomie;

G.  overwegende dat de vormen van werk in de platformeconomie kunnen worden onderverdeeld in fysieke diensten als oproepwerk en virtuele diensten als crowdwork, dat alleen via internet wordt verricht;

H.  overwegende dat de platformeconomie zeer verschillende modellen omvat zoals o.a. crowdfunding, uitwisseling van goederen, tijdbanken, zelfconsumptiegroepen en gemeenschappelijk gebruik van goederen, en dat die modellen niet altijd functioneren in een digitale omgeving maar ook gewoon in de buurt, vaak zonder winstoogmerk; overwegende dat dit niet altijd op mondiale schaal gebeurt maar ook lokaal en dat het niet beperkt blijft tot economische aspecten maar ook raakt aan sociale en milieuaspecten en toegankelijkheid;

I.  overwegende dat de platformeconomie mogelijkheden voor groei en werkgelegenheid biedt, onder meer omdat zij gemakkelijker toegankelijk is voor mensen die bijvoorbeeld ver van de arbeidsmarkt wonen of op zoek zijn naar nieuwe vormen van arbeid met flexibele werktijden; overwegende dat de platformeconomie innoverende nieuwe diensten kan opleveren; overwegende dat bij deze vorm van economie moet worden gezorgd voor goede arbeidsomstandigheden, sociale zekerheid en een goede verhouding tussen (oproep)werk en privéleven;

J.  overwegende dat toegang tot breedband met hoge snelheid essentieel is om in de platformeconomie te participeren en dat een ontoereikend breedbandaanbod voor delen van de samenleving, zoals inwoners van achtergebleven, rurale en ultraperifere gebieden, een belemmering zou kunnen vormen om van nieuwe mogelijkheden te profiteren;

K.  overwegende dat personen en dienstenaanbieders die platforms gebruiken beter geïnformeerd moeten worden over de wettelijke voorschriften waaraan zij moeten voldoen, in het bijzonder ten aanzien van hun rechten en plichten in verband met hun arbeidsstatus;

L.  overwegende dat er geen officiële statistieken bestaan over de omvang van de werkgelegenheid in de platformeconomie;

Inleiding

1.  benadrukt dat de Unie de ontwikkeling van de platformeconomie moet ondersteunen door de toepasselijke wettelijke voorschriften te verduidelijken en de ontwikkeling van die economie vorm te geven op een sociaal rechtvaardige, evenwichtige en duurzame wijze; beveelt aan dat de bescherming van degenen die werkzaam zijn in nieuwe vormen van arbeid, zoals de platformeconomie, niet alleen in het werkgelegenheids- en sociaal beleid moet worden doorgevoerd, maar ook in alle andere beleidsdomeinen;

2.  neemt kennis van de diverse nationale en lokale regelgevingsinitiatieven met betrekking tot de platformeconomie(2); wijst erop dat de groei van de platformeconomie en de beleidsreacties erop de mogelijkheden en uitdagingen aan het licht brengen die voortvloeien uit de ontwikkeling van op contracten gebaseerde vormen van werk en activiteiten die niet goed passen in de traditionele categorieën van ondergeschikt en onafhankelijk werk;

3.  merkt op dat er geen algemeen aanvaarde definitie is van de digitale economie op basis van onlineplatforms ("platformeconomie", "deeleconomie" enz.); wijst erop dat de term platformeconomie de meest objectieve benaming lijkt en verzoekt de Commissie te zorgen voor het gebruik van coherente terminologie;

4.  benadrukt dat er omwille van de eerlijke concurrentieverhoudingen duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen "commerciële" en "niet-commerciële" platforms, alsook tussen niet-professionele verrichters van peer-to-peer-activiteiten die kosten en goederen delen en professionele aanbieders van goederen en diensten; verzoekt de Commissie de lidstaten ertoe aan te moedigen om, in samenwerking met de betrokken belanghebbenden, ter zake sectorspecifieke definities en drempels vast te stellen; onderstreept dat het belangrijk is bezoldigde beroepsactiviteiten in de platformeconomie als "werk" te erkennen, ongeacht hoe ze worden aangeduid ("klusjes", "taken", "ritten", enz.);

5.  verzoekt de Commissie te onderzoeken in hoeverre de bestaande voorschriften van de Unie toepasbaar zijn op de digitale arbeidsmarkt en te zorgen voor adequate tenuitvoerlegging en handhaving; verzoekt de lidstaten om, in samenwerking met de sociale partners en andere belanghebbenden, proactief en anticiperend te beoordelen of de bestaande wetgeving, met inbegrip van de socialezekerheidsstelsels, moet worden gemoderniseerd, om gelijke tred te houden met de technologische ontwikkelingen en tegelijkertijd de bescherming van werknemers te waarborgen; verzoekt de Commissie en de lidstaten de socialezekerheidsstelsels te coördineren om de exporteerbaarheid van uitkeringen en de cumulatie van perioden te waarborgen overeenkomstig het recht van de Unie en de nationale wetgeving; moedigt de sociale partners ertoe aan de collectieve overeenkomsten indien nodig te actualiseren, zodat de bestaande beschermingsnormen behouden kunnen blijven in de digitale arbeidswereld;

6.  verzoekt de Commissie en de lidstaten te garanderen dat de platformeconomie die zich momenteel in de Unie ontwikkelt, in sociaal en milieu-opzicht duurzaam is, de arbeidsrechten eerbiedigt en voldoet aan minimumwaarborgen voor de kwaliteit van platforms;

7.  verzoekt de Commissie om in overleg met de sociale partners passende vormen van monitoring en follow-up van de platformeconomie tot stand te brengen;

8.  wijst erop dat de platformeconomie tot dusver vooral bloeit in stedelijke gebieden; verzoekt de Commissie en de lidstaten maatregelen te treffen om de digitale kloof tegen te gaan en te waarborgen dat iedereen toegang heeft, zonder discriminatie; benadrukt in deze context het belang van de invoering van breedband in plattelandsgebieden, om ervoor te zorgen dat alle regio's en alle mensen het potentieel van de platformeconomie kunnen benutten, met name op het gebied van werkgelegenheid; verzoekt de lidstaten meer financiële en personele middelen in te zetten om kansarme personen in staat te stellen digitale basisvaardigheden te verwerven;

Arbeidsbetrekking

9.  verklaart dat alle werkenden in de platformeconomie hetzij werknemers hetzij zelfstandigen zijn naargelang de feitelijke situatie; wijst erop dat al het werk in de platformeconomie dienovereenkomstig door de lidstaten moet worden ingedeeld; benadrukt dat een dergelijke verduidelijking noodzakelijk is, ook om schijnzelfstandigheid te voorkomen en de bescherming van de sociale en arbeidsrechten van allen die in de platformeconomie werken te waarborgen, ongeacht of zij werknemer of zelfstandige zijn;

10.  neemt kennis van de mededeling van de Commissie getiteld "Een Europese agenda voor de deeleconomie", waarin onder andere richtsnoeren zijn opgenomen voor de karakterisering van arbeidsverhoudingen op de digitale arbeidsmarkt; wijst er in dit verband op de benadering die in de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie wordt gevolgd, dat het begrip "werknemer" voor de toepassing van het EU-recht definieert als een arbeidsverhouding die wordt gekenmerkt door bepaalde criteria, zoals ondergeschiktheid, beloning en de aard van het werk(3); verzoekt de Commissie samen met alle lidstaten te verduidelijken wat een "arbeidsbetrekking" is in de context van werk dat ontstaat door de bemiddeling van onlineplatforms, rekening houdend met aanbeveling 198 van de IAO inzake de bepaling van een arbeidsverhouding;

11.  benadrukt dat alle werkenden adequate bescherming en veiligheid moeten genieten met betrekking tot arbeidsomstandigheden, lonen, sociale bescherming en gezondheid en veiligheid en dat de kwaliteit van hun werk te allen tijde gegarandeerd moet zijn, ongeacht de vraag of zij hun werk via een platform verrichten of niet;

12.  verzoekt nogmaals om een Europese pijler van sociale rechten om behoorlijke arbeidsomstandigheden voor iedereen te waarborgen, met inbegrip van platformwerkers; benadrukt dat de sociale partners en andere belanghebbenden daarbij moeten worden betrokken; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat alle platformwerkers dezelfde sociale en arbeidsrechten, dezelfde bescherming van de gezondheid en de veiligheid en dezelfde toegang tot een leven lang leren genieten als werknemers in de traditionele economie, overeenkomstig de nationale wetten en gebruiken, en dat innovatie aangemoedigd, duurzame en inclusieve groei bevorderd en een gelijk speelveld voor bedrijven gewaarborgd moet worden;

13.  wijst erop dat het noodzakelijk is te zorgen dat zelfstandigen en beroepsbeoefenaars die voor platformbedrijven werken een loon volgens beroepsnormen ontvangen dat binnen zekere termijnen wordt uitbetaald;

14.  wijst op het belang van telewerken en "slim werken" in het kader van de platformeconomie en pleit er in dit verband voor dat deze vormen van werk gelijkgesteld worden met traditionele arbeidsvormen;

Collectieve onderhandelingen en mededingingsrecht

15.  benadrukt dat vrijheid van vereniging en collectieve actie, inclusief collectieve onderhandelingen, grondrechten zijn die voor alle werkenden moeten gelden, ongeacht of zij in loondienst werken of zelfstandig zijn; wijst erop dat zelfstandigen die juridisch gezien als eenpersoonsbedrijf worden beschouwd het recht moeten hebben om naar believen samenwerkingsverbanden aan te gaan zonder dat dat als kartelvorming wordt beschouwd; verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband het Europese en nationale mededingingsrecht onder de loep te nemen en dat zo nodig aan te passen; verzoekt de Commissie de lidstaten en de sociale partners te ondersteunen bij het vergroten van het toepassingsgebied van collectieve onderhandelingen, conform de nationale wetten en gebruiken, en bij het versterken van de positie van werknemers in de platformeconomie;

Gelijk speelveld

16.  benadrukt dat eventuele efficiëntievoordelen van de onlineplatforms ten opzichte van de traditionele economie gebaseerd moeten zijn op eerlijke mededinging en niet op loondumping; benadrukt dat het voor een gelijk speelveld tussen de platformeconomie en traditionele bedrijven, met name kmo's, belangrijk is te waarborgen dat platformbedrijven net als alle andere hun belastingen en sociale bijdragen betalen en zich aan de sociale en arbeidswetgeving houden; benadrukt dat het desbetreffende beleid dienovereenkomstig moet worden aangepast;

17.  verzoekt de Commissie richtsnoeren te publiceren voor de wijze waarop de EU-wetgeving van toepassing is op de diverse soorten platformbedrijfsmodellen, om indien nodig leemten in de regelgeving op het gebied van arbeid en sociale zekerheid op te vullen; is van mening dat het hoge transparantiepotentieel van de platformeconomie een goede traceerbaarheid mogelijk maakt, en daarmee ook de verwezenlijking van de doelstelling inzake handhaving van de bestaande wetgeving; verzoekt de lidstaten voldoende arbeidsinspecties te verrichten met betrekking tot onlineplatforms en sancties op te leggen wanneer er regels worden overtreden, met name op het gebied van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, en specifieke vereisten in te voeren voor kwalificaties; verzoekt de Commissie en de lidstaten speciaal te letten op zwartwerk en schijnzelfstandigheid in deze sector en de platformeconomie op de agenda te zetten van het Europees platform tegen zwartwerk; verzoekt de lidstaten voldoende middelen ter beschikking te stellen voor inspecties;

18.  herinnert eraan dat alle beheerders van platforms zich bij de verrichting van hun activiteiten strikt aan de Uniewetgeving en de nationale wetgeving moeten houden; verzoekt om antidumpingmaatregelen om eerlijke mededinging te waarborgen tussen in de lidstaten gevestigde platforms en platforms die in derde landen gebaseerd zijn; benadrukt dat er doeltreffende regels moeten worden vastgesteld ter bestrijding van belastingontwijking door in derde landen gebaseerde onlineplatforms die diensten verlenen of goederen verkopen in de Unie;

19.  benadrukt dat er meer aandacht moet worden besteed aan de sociale dimensie van de platformeconomie; verzoekt daarom de Commissie en de lidstaten om overeenkomstig de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming en in samenwerking met de sociale partners betrouwbaardere en volledigere gegevens te verzamelen over banen en arbeidsprofielen, arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, zoals onder meer informatie over inkomens, vaardigheden, kwalificaties en activiteiten in de platformeconomie; acht het nuttig dat die gegevens onder meer gebaseerd worden op interviews met platformwerkers en door de platforms verzamelde informatie; verzoekt om een grondige analyse van het werk in de platformeconomie, opdat de bestaande sociale en arbeidswetgeving zo nodig kan worden aangepast; benadrukt in dit verband het belang van de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten;

20.  verzoekt de lidstaten te zorgen voor voldoende sociale zekerheid voor zelfstandigen, die belangrijke spelers zijn op de digitale arbeidsmarkt; verzoekt de lidstaten de bestaande socialebeschermingsregelingen aan te passen en zo nodig nieuwe beschermingsmechanismen in te voeren die een passende dekking voor platformwerkers waarborgen, alsook non-discriminatie en gendergelijkheid, en die de bijzondere arbeids- en loopbaanpatronen weerspiegelen die door de digitalisering ontstaan, en goede praktijken op Europees niveau uit te wisselen;

21.  verzoekt de Commissie te onderzoeken in hoeverre de richtlijn betreffende uitzendwerk van toepassing is op specifieke onlineplatforms; is van mening dat vele als bemiddelaar optredende onlineplatforms structureel te vergelijken zijn met uitzendbureaus (triangulaire contractuele verhouding tussen uitzendkracht/ platformwerker - uitzendbureau/ onlineplatform - inlenende onderneming / klant);

22.  verzoekt de nationale openbare diensten voor arbeidsvoorziening en het EURES-netwerk beter te communiceren over de mogelijkheden die de deeleconomie biedt;

23.  erkent dat de platformeconomie kan worden aangewend voor sociale doeleinden; verzoekt de Commissie en de lidstaten modellen van de sociale economie te bevorderen in de platformeconomie, met speciale aandacht voor platforms die volgens een corporatief model georganiseerd zijn, en goede praktijken op dit gebied uit te wisselen, aangezien sociale ondernemingen veerkrachtig zijn gebleken in tijden van economische crisis;

Vereisten op het gebied van vaardigheden

24.  benadrukt dat digitale vaardigheden uiterst belangrijk zijn om gelijke tred te kunnen houden met de voortschrijdende digitalisering van alle aspecten van het leven; verzoekt de lidstaten hun onderwijs- en opleidingsstelsels aan te passen aan de digitale arbeidsmarkt en een koppeling te maken tussen de onderwijswereld en de wereld van de arbeid, en onder meer het ondernemerschap te bevorderen; wijst erop dat, nu banen- en vaardighedenprofielen complexer worden, nieuwe eisen – met name met betrekking tot vaardigheden op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT) – worden gesteld aan opleiding, alsmede aan vervolgopleiding en een leven lang leren, om digitale geletterdheid te bevorderen en de bestaande gender- en generatiekloof op dit gebied aan te pakken;

25.  benadrukt dat sterkere synergieën met de sociale partners en de diverse onderwijs- en opleidingsinstellingen belangrijk zijn om les- en studiemateriaal te actualiseren en vaardighedenstrategieën te ontwikkelen; moedigt de lidstaten ertoe aan er in hun schoolprogramma's voor te zorgen dat mensen van jongs af aan digitale vaardigheden aanleren; benadrukt dat overheidsinvestering in beroepsopleiding en een leven lang leren nodig is om ervoor te zorgen dat werkenden over de juiste vaardigheden beschikken voor het digitale tijdperk; benadrukt dat onderwijs en opleiding toegankelijk moeten zijn voor alle werkenden; is van mening dat nieuwe financieringsmogelijkheden voor een leven lang leren en opleiding noodzakelijk zijn, met name voor micro- en kleine ondernemingen;

Verslagleggings- en transparantieverplichtingen voor beheerders van platformen

26.  wenst dat er normen inzake transparantie en verplichte openbaarmaking worden vastgesteld voor beheerders van platformen om toezicht te kunnen houden op belasting- en socialezekerheidsafdrachten en praktijken in verband met de rating van werk op platforms en ervoor te zorgen dat alle relevante informatie beschikbaar is voor de nationale instanties; spoort de lidstaten ertoe aan om het platformwerkers gemakkelijker te maken hun fiscale verplichtingen na te komen door de belastingaangifte eenvoudiger te maken, en samen te werken met onlineplatforms om geregistreerde elektronische transacties door te geven om belastingontduiking en zwartwerk te helpen bestrijden;

27.  wijst erop dat onlineplatforms grote hoeveelheden door gebruikers gegenereerde gegevens in hun bezit hebben en verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat de digitale interne markt goed functioneert en in passende waarborgen te voorzien voor de privacy van gebruikers en werkenden en voor het verzamelen van gegevens;

28.  is van oordeel dat consumenten een hoge en doeltreffende mate van bescherming moeten genieten, ongeacht de vraag of diensten door professionele dienstverleners of peers worden verleend; wijst er in het bijzonder op dat het belangrijk is consumenten te beschermen in peer-to-peertransacties en te zoeken naar oplossingen die de veiligheid vergroten;

29.  benadrukt het feit dat het economische model van de platformeconomie gebaseerd is op het vertrouwen van de gebruikers, met name in online ratings; herinnert eraan dat de ratings van platformwerkers hun digitale marktwaarde voor de gebruikers vormen; benadrukt daarom dat platforms certificatie-instrumenten moeten ontwikkelen voor online ratings om te garanderen dat informatie over de kwaliteit van diensten transparant en betrouwbaar is; verzoekt de Commissie en de lidstaten derhalve om in samenwerking met de sociale partners de overdraagbaarheid en accumulatie van ratings tussen platforms voor gelijkwaardige diensten te faciliteren;

30.  wijst erop dat oneerlijke ratingpraktijken de arbeidsomstandigheden en kwalificaties van platformwerkers en hun kansen om werk te krijgen nadelig kunnen beïnvloeden; acht het zorgwekkend dat een willekeurig aantal negatieve beoordelingen van klanten, die niet noodzakelijkerwijs de kwaliteit van het werk weerspiegelen en die niet kunnen worden aangevochten, kan leiden tot sluiting van een account of een lagere plaatsing van zoekresultaten door platforms; is van mening dat dergelijke ratingsystemen van een platform vastgesteld moeten worden in overleg met de platformwerkers en hun vertegenwoordigers; verzoekt de platforms om, alvorens actie te ondernemen naar aanleiding van waarderingsscores, de platformwerkers in kennis te stellen en een arbitrageproces aan te bieden; benadrukt dat alle platformwerkers het recht moeten hebben om onterechte ratings te doen verwijderen; verzoekt de Commissie en de lidstaten er in samenwerking met de sociale partners voor te zorgen dat werknemers en gebruikers ook onlineplatforms een rating kunnen geven;

31.  verzoekt de Commissie en de lidstaten beslissende stappen te ondernemen om discriminerende en ondoorgrondelijke algoritmen en door onlineplatforms ontwikkelde of gebruikte software die niet voldoet aan de Europese en nationale wetgeving te verbieden en daarvoor monitoringstructuren op te zetten;

32.  acht het noodzakelijk maatregelen te nemen om het voor overheden van de lidstaten mogelijk te maken om met het oog op het openbaar belang beperkingen te stellen aan de activiteiten van dergelijke platforms;

33.  verzoekt de Commissie, de lidstaten en de sociale partners platformwerkers adequate informatie te verstrekken over de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden en de rechten van werknemers en over hun arbeidsbetrekkingen met zowel platforms als gebruikers; is van mening dat platforms een proactieve rol moeten spelen bij het verstrekken van informatie aan gebruikers en werkers over het toepasselijke regelgevingskader, opdat de wettelijke voorschriften worden nageleefd;

Gezondheid en veiligheid

34.  merkt op dat de platformeconomie mensen nieuwe mogelijkheden biedt om een bijkomend inkomen te verwerven, om werk te verschaffen aan jongeren (met name diegene die op zoek zijn naar occasioneel werk en flexibele vormen van werk die hen in staat stellen werk te combineren met studie), om werk en privéleven beter te combineren, om onvolledige werkgelegenheid en werkloosheid te verminderen en om collectief te werken; wijst er evenwel op dat deze ontwikkelingen in bepaalde omstandigheden ook kunnen leiden tot precaire situaties; benadrukt dat flexibel werk gedekt moet zijn door de bestaande gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, alsmede door socialebeschermingsmaatregelen, ter voorkoming van sociale en financiële implicaties op lange termijn, en dat het potentiële risico's moet uitsluiten, bijvoorbeeld overbelasting van de werkende en een loonpeil dat niet in verhouding staat tot de prestatie; wijst er daarom op dat er enerzijds arbeidsmarktflexibiliteit nodig is en anderzijds economische en sociale zekerheid voor werkenden; benadrukt dat kostenvermindering niet mag betekenen dat de arbeidsomstandigheden of de arbeidsnormen worden ondermijnd;

35.  verzoekt de Commissie een studie te maken van de gevolgen van digitalisering voor het welzijn van werkenden en voor de balans tussen werk en privéleven, alsook van de maatschappelijke en milieugevolgen; benadrukt dat werken in de platformeconomie niet mag betekenen dat werkenden permanent beschikbaar moeten zijn, dat traditionele arbeidstijdregelingen worden uitgehold of dat mensen sociaal geïsoleerd raken, wat tot psychosociale reacties zoals burn-out of depressie kan leiden; pleit daarom voor volledige naleving van de voorgeschreven rusttijden en benadrukt het feit dat de arbeidstijdregelingen moeten worden geëerbiedigd om de grenzen van de werktijd, zoals vastgesteld in de arbeidswetten van elke lidstaat, te in stand te houden; benadrukt dat de gevolgen van de digitalisering voor gezondheid en veiligheid op het werk beoordeeld moeten worden en dat het bestaande gezondheids- en veiligheidskader dienovereenkomstig moet worden aangepast; beveelt aan dat de lidstaten een "recht om uit te loggen" invoeren voor werk buiten de overeengekomen werktijden, teneinde een goed evenwicht tussen werk en privéleven te waarborgen; benadrukt dat het opeisen van dat recht geen negatieve gevolgen mag hebben voor de rating van platformwerkers;

36.  benadrukt dat professionele dienstverleners in de digitale economie aan dezelfde eisen inzake kwaliteit, vaardigheden en kwalificaties moeten voldoen als in de traditionele economie, om gezondheids- en veiligheidsrisico's te voorkomen; verzoekt de betroffen instanties om in samenwerking met de sociale partners passende monitorings- en certificatieprocedures uit te werken;

37.  herinnert eraan dat de flexibiliteit, de volatiliteit en de instabiliteit die kenmerkend zijn voor dit soort banen ertoe leiden dat de marktrisico's worden afgewenteld op de werknemers en dus tot grotere sociale ongelijkheid en tot het gegeven dat er in deze sector meer psychologische aandoeningen voorkomen dan in andere sectoren; benadrukt dat de sector onvoldoende banen oplevert voor werklozen, voor de meest uitgesloten groepen van de maatschappij en voor mensen in plattelandsgebieden, wat te wijten is aan belemmeringen zoals de digitale kloof of het gebrek aan digitale vaardigheden.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

1

8

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mara Bizzotto, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Ole Christensen, Lampros Fountoulis, Marian Harkin, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Ádám Kósa, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Patrick Le Hyaric, Jeroen Lenaers, Javi López, Thomas Mann, Anthea McIntyre, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Marek Plura, Dominique Martin, Joëlle Mélin, Terry Reintke, Sofia Ribeiro, Robert Rochefort, Maria João Rodrigues, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Jutta Steinruck, João Pimenta Lopes, Romana Tomc, Yana Toom, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Maria Arena, Georges Bach, Tania González Peñas, Krzysztof Hetman, Marju Lauristin, Edouard Martin, Alex Mayer, Joachim Schuster, Jasenko Selimovic, Neoklis Sylikiotis, Michaela Šojdrová

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

38

+

ALDE

ECR

PPE

S&D

VERTS/ALE

Enrique Calvet Chambon, Marian Harkin, Robert Rochefort, Jasenko Selimovic, Yana Toom, Renate Weber

Anthea McIntyre, Jana Žitňanská

Georges Bach, David Casa, Krzysztof Hetman, Ádám Kósa, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Thomas Mann, Marek Plura, Sofia Ribeiro, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Michaela Šojdrová, Romana Tomc

Maria Arena, Ole Christensen, Jan Keller, Marju Lauristin, Javi López, Edouard Martin, Alex Mayer, Emilian Pavel, Georgi Pirinski, Maria João Rodrigues, Joachim Schuster, Jutta Steinruck, Marita Ulvskog

 

Jean Lambert, Terry Reintke, Tatjana Ždanoka

1

-

NI

Lampros Fountoulis

8

0

ENF

GUE/NGL

Mara Bizzotto, Dominique Martin, Joëlle Mélin

Tania González Peñas, Rina Ronja Kari, Patrick Le Hyaric, João Pimenta Lopes, Neoklis Sylikiotis

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2017) 0010.

(2)

Zie: Europese Stichting tot Verbetering van de Levens- en Arbeidsomstandigheden (Eurofound), Europees Observatorium voor het arbeidsbestaan (EurWork): "Digitalisation and working life: lessons from the Uber cases around Europe", 2016.

(3)

Zie: EHvJ C 596/12, par. 17, en EHvJ C 232, par. 39.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (24.3.2017)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake een Europese agenda voor de deeleconomie

(2017/2003(INI))

Rapporteur voor advies (*): Dario Tamburrano

(*) Medeverantwoordelijke commissie: Artikel 54 van het Reglement

SUGGESTIES

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  verwelkomt de mededeling van de Commissie getiteld "Een Europese agenda voor de deeleconomie", waarin erkend wordt dat deeleconomieën innovatieve manieren bieden om nieuwe diensten aan te bieden aan burgers, ondernemerschap te ontwikkelen en arbeidsplaatsen te scheppen; erkent dat alle deeleconomieën geworteld zijn in het coöperatief gedrag van de mens, gebaseerd zijn op betrekkingen onder gelijken, gemeenschapszin en vertrouwen, en geprofiteerd hebben van sociaaleconomische ontwikkelingen, onder meer de verschuiving van een model waarin middelen eigendom moeten zijn naar een model waarin middelen gebruikt en gedeeld moeten worden; onderkent het feit dat deeleconomieën momenteel een ruim spectrum beslaan, dat loopt van op giften gebaseerde tot winstgeoriënteerde economische modellen, en dat ze, ongeacht hoe divers ze zijn of zullen worden, worden gekenmerkt door het delen van middelen, de actieve participatie en empowerment van burgers, innovatie die door de gemeenschap wordt aanvaard, en een intensief gebruik van informatie- en communicatietechnologieën (ICT) als essentiële randvoorwaarde;

2.  wijst erop dat er gezien het multidimensionale karakter van deeleconomieën een onderscheid moet worden gemaakt tussen winstgeoriënteerde en niet-winstgeoriënteerde modellen (inclusief kostendelingsmodellen), aangezien de respectieve deelnemers, of het nu gaat om gebruikers dan wel om dienstverleners, niet aan dezelfde wettelijke vereisten mogen worden onderworpen;

3.  benadrukt dat deeleconomieën vele kansen kunnen bieden voor investeringen en welvaart in de Europese markt, onder meer banen voor mensen die ver van de arbeidsmarkt afstaan, zoals werklozen, jongeren, studenten, vrouwen en ouderen; wijst in dit verband op de mogelijkheid van atypische arbeidsverhoudingen, met inbegrip van schijnzelfstandigheid, die geïdentificeerd moeten worden om te garanderen dat de desbetreffende arbeidsnormen en belastingregels eerlijk worden toegepast; onderstreept dat deeleconomieën het ondernemerschap bevorderen; benadrukt dat het opleidingsbeleid moet worden aangepast aan dit nieuwe type bedrijven;

4.  benadrukt dat ICT het mogelijk maakt om innovatieve ideeën binnen de deeleconomie snel en efficiënt te ontwikkelen, zorgt voor de verbinding tussen en de empowerment van deelnemers, of het nu gaat om gebruikers dan wel dienstverleners, hun toegang tot en deelneming aan de markt vergemakkelijkt, afgelegen en plattelandsgebieden toegankelijker maakt en er zodoende voor zorgt dat de noodzaak van bemiddeling afneemt, directe en overheadkosten dalen, rijke informatiestromen worden gekanaliseerd en het vertrouwen tussen gelijkwaardige actoren wordt vergroot;

5.  erkent het potentieel van door de gebruikers gegenereerde gegevens, diensten en creatieve inhoud voor de Europese bedrijven maar wijst op de mogelijke risico’s die gepaard gaan met de concentratie ervan in een klein aantal transnationale digitale platforms die kunnen optreden als nieuwe bemiddelaars, waardoor ze de markt kunnen verstoren en de ontwikkeling van plaatselijke initiatieven in de deeleconomie kunnen hinderen; verzoekt daarom de Commissie na te denken over passende middelen ter voorkoming van gevallen van misbruik van een dominante marktpositie die gevolgen kunnen hebben voor de digitale EU-markt;

6.  acht het van doorslaggevend belang dat, wil een platform als deelplatform worden beschouwd, de uitwisseling van goederen en diensten vooral onder gelijke partners plaatsvindt; waarschuwt in dit verband voor de proliferatie van platforms die zichzelf het predicaat "deeleconomie" toe-eigenen en niet louter als bemiddelaars tussen dienstverleners optreden, maar als feitelijke dienstverleners;

7.  benadrukt dat deeleconomieën gebaseerd zijn op vertrouwen, onlinecommentaren, beoordelingen en waarderingssystemen of andere mechanismen die schadelijk gedrag van deelnemers kunnen ontmoedigen, assymetrieën in de informatie kunnen verminderen en kunnen bijdragen tot meer kwaliteitsvolle en transparante diensten; wijst er evenwel op dat moet worden vermeden dat deze mechanismen leiden tot het instellen van ongerechtvaardigde barrières voor deelnemers die tot deze platformen toetreden of deze verlaten en dat zelfregulering alleen, met inbegrip van kwaliteitslabels, misschien niet voldoende is om veiligheidsnormen en normen voor de kwaliteit van diensten tot stand te brengen; spoort de Commissie in dit verband aan te zorgen voor een gelijk speelveld onder deeleconomieën door:

a)  haar werkzaamheden inzake het vrije verkeer van gegevens en de interoperabiliteit tussen deelplatforms voort te zetten en gegevensportabiliteit aan te moedigen;

b)  methodes voor te stellen om onlinebeoordelingen door consumenten te authenticeren;

c)  ervoor te zorgen dat platforms: i) uitgebreide informatie verstrekken over het regelgevend kader dat dienstverleners in acht moeten nemen, en ii) een meer proactieve rol spelen bij het controleren of dienstverleners voldoen aan de wettelijke voorschriften;

8.  onderstreept dat het delen van middelen het gebruik ervan optimaliseert en een verscheidenheid aan positieve milieu- en sociaaleconomische externaliteiten met zich meebrengt, waardoor industrieën en diensten hulpbronnenefficiënter worden, de kosten van markttoegang afnemen en er kansen in de gemeenschap worden gecreëerd, wat in het voordeel is van de bedrijven en de individuele burgers die meedoen aan de deeleconomie, meer zeggenschap geeft; onderstreept in dit verband dat het delen van activa moet worden bevorderd, in overeenstemming met de doelstellingen van de Unie inzake duurzame en inclusieve groei;

9.  wijst erop hoe de invoering van 5G de logica van onze economieën fundamenteel zal veranderen en voor een ruimer en toegankelijker dienstenaanbod zal zorgen; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is om een concurrerende markt voor innovatieve bedrijven te creëren, omdat hun succes uiteindelijk de kracht van onze economie zal bepalen;

10.  wijst op de potentiële bijdrage van de deeleconomie aan de economische duurzaamheid in de EU met het oog op de verwezenlijking van overkoepelende doelstellingen op het gebied van duurzame landbouw, efficiënt hulpbronnengebruik, bestrijding van klimaatverandering en totstandbrenging van een circulaire economie;

11.  wijst erop dat deeleconomieën vooral tot volle ontplooiing komen in gemeenschappen die over sterke modellen voor het delen van kennis en onderwijs beschikken, een cultuur van open innovatie bevorderen en consolideren, openbronhardware en -software ondersteunen en ons erfgoed van gemeenschappelijke goederen en "creative commons" uitbreiden; benadrukt dat deeleconomieën, gezien hun potentieel om het creatief en innovatief kapitaal van de Europese burgers te stimuleren, open en voor iedereen toegankelijk moeten blijven, terwijl tegelijk een eerlijke beloning moet worden gegarandeerd voor personen die in de culturele en creatieve sector werkzaam zijn en onderzoek doen;

12.  erkent dat deeleconomieën vooral tot ontplooiing zijn gekomen in stedelijke gebieden waar factoren, zoals de bevolkingsdichtheid en fysieke nabijheid, gunstig waren voor de invoering van coöperatieve modellen; wijst in dit verband op het belang van de uitstippeling van coherent beleid en van de introductie van breedband- en ultrabreedbandnetwerken zodat het hele grondgebied van de Unie, en vooral de minder bevolkte, afgelegen of rurale regio’s, kan profiteren van het potentieel van deze economieën;

13.  dringt er bij de Commissie en lidstaten op aan dat zij zorgen voor betere coördinatie, samen met de belanghebbenden, om te komen tot hoge normen inzake: a) rechten van werknemers en sociale bescherming voor alle werknemers in deeleconomieën; b) veiligheidsgaranties voor de gebruikers van deeleconomieën; c) ontwikkeling van deeleconomieën en cohabitatiesynergieën met traditionele bedrijfsmodellen; d) handhaving van persoonsgegevensbescherming om de privacy van alle werknemers en de geheimhouding van consumentengegevens te garanderen;

14.  vraagt dat de Commissie onder meer verder onderzoek doet naar de sociaaleconomische gevolgen van arbeid in de deeleconomie, consumentenbescherming, sociale bescherming en relevant openbaar beleid zoals ruimtelijke ordening en toerisme;

15.  dringt er bij de Commissie op aan om het voor de lidstaten gemakkelijker te maken om te zorgen voor passende sociale bescherming voor zowel werknemers als zelfstandigen binnen deeleconomieën, daarbij de autonomie van de sociale partners op nationaal niveau, nationale collectieve overeenkomsten en nationale arbeidsmarkttradities en -modellen te eerbiedigen en geen initiatieven te nemen die inbreuk maken op het recht om te onderhandelen, het recht om collectieve overeenkomsten te sluiten en de naleving ervan af te dwingen en het recht om collectieve acties te ondernemen in overeenstemming met het nationale recht en de nationale praktijk;

16.  verzoekt de Commissie verder te onderzoeken in welke mate het regelgevend kader van de afzonderlijke lidstaten en de bestaande EU-bepalingen van toepassing zijn op deeleconomieën teneinde indien en waar nodig een geharmoniseerde benadering voor deeleconomieën op het niveau van de Unie tot stand te brengen met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel; wijst in dit verband op de positieve ervaringen die lokaal met regelgeving zijn opgedaan, waarbij in het algemeen is uitgegaan van de beginselen van transparantie van informatie, participatie, inclusie en behoorlijk bestuur;

17.  verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat EU-wetgeving en -beleid toekomstbestendig zijn en juridische stabiliteit en rechtszekerheid bieden, teneinde het volledige potentieel van deeleconomieën voor werknemers, ondernemers en burgers in de EU te benutten, met bijzondere aandacht voor:

a)  het definiëren van sectorspecifieke criteria en drempels waar nodig, waarbij duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de begrippen "werk/dienst", "werknemer" en "zelfstandige", "niet-beroepsmatige activiteit tussen gelijkwaardige actoren" en "dienstverlener", activiteiten "met winstoogmerk" en "zonder winstoogmerk" (onder meer kostendeling);

b)  het garanderen van een gelijk speelveld voor EU-bedrijven en burgers, met name door te zorgen voor de toepassing van, onder andere, functioneel vergelijkbare juridische normen voor vergelijkbare economische actoren met betrekking tot consumentenbescherming, werknemersrechten, belastingnaleving en transparantie;

c)  het openen van niet-exclusieve, experimentgerichte ruimten en het bevorderen van digitale connectiviteit en geletterdheid, het ondersteunen van Europese ondernemers en start-ups en het stimuleren van Industrie 4.0-innovatiehubs, clusters en starterscentra; is van oordeel dat dit tot stand moet worden gebracht door de desbetreffende wetgeving optimaal te benutten en zonder overregulering, met respect voor de prerogatieven van de lidstaten in dit gebied en ook met eerbiediging van de autonomie van de sociale partners en de nationale praktijken, alsmede de richtsnoeren van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake de begrippen "arbeid/dienst", "werknemer" en "dienstverlener", waarbij eraan herinnerd wordt dat het begrip "werknemer" onder de nationale bevoegdheid valt;

18.  onderstreept dat deeleconomieën een ecosysteem vormen dat steun behoeft voor zijn snel groeiende ontwikkeling en opschaling en dat open moet blijven voor onderzoek, innovatie en nieuwe technologieën om investeringen aan te trekken; verzoekt de Commissie en de lidstaten ten volle gebruik te maken van de bestaande financieringsinstrumenten om te investeren in bedrijven in de deeleconomie en om initiatieven te bevorderen voor een gemakkelijkere toegang tot financiering, met name voor start-ups, kleine en middelgrote ondernemingen en bedrijven in de gehele EU-economie, via verschillende kanalen, zoals bankieren, risicokapitaal, overheidsmiddelen en crowdfunding;

19.  benadrukt dat nationale en lokale voorschriften die niet gerechtvaardigd en niet evenredig zijn, niet alleen belemmeringen voor de interne markt vormen, hetgeen in strijd is met de EU-wetgeving, maar ook de oprichting en schaalvergroting van nieuwe bedrijven in de weg staan; doet daarom een beroep op de Commissie om de internemarktwetgeving op proactieve wijze te handhaven;

20.  wijst erop dat deeleconomieën steeds belangrijker worden in de energiesector doordat consumenten, producenten, individuele personen en gemeenschappen op een efficiënte manier met elkaar in verbinding worden gebracht in diverse decentrale fasen van de hernieuwbare-energiecyclus, met inbegrip van zelfproductie en zelfconsumptie, opslag en distributie, overeenkomstig de klimaat- en energiedoelstellingen van de Unie;

21.  pleit ervoor het spectrum als een gemeenschappelijk goed te behandelen en moedigt ertoe aan om in de verordening innovatieve, van de gebruiker uitgaande initiatieven op te nemen waarmee de deeleconomie zou worden gestimuleerd;

22.  verzoekt de Commissie de economische groei van de deeleconomie te ondersteunen met maatregelen die gericht zijn op een vermindering van de administratieve lasten voor personen en bedrijven, zonder dat er een onderscheid tussen bedrijfsmodellen wordt gemaakt.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

53

4

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nikolay Barekov, Bendt Bendtsen, Xabier Benito Ziluaga, José Blanco López, Cristian-Silviu Buşoi, Reinhard Bütikofer, Jerzy Buzek, Angelo Ciocca, Edward Czesak, Pilar del Castillo Vera, Fredrick Federley, Ashley Fox, Adam Gierek, András Gyürk, Rebecca Harms, Eva Kaili, Kaja Kallas, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Peter Kouroumbashev, Zdzisław Krasnodębski, Miapetra Kumpula-Natri, Janusz Lewandowski, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Dan Nica, Angelika Niebler, Morten Helveg Petersen, Michel Reimon, Herbert Reul, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Algirdas Saudargas, Neoklis Sylikiotis, Dario Tamburrano, Evžen Tošenovský, Claude Turmes, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Henna Virkkunen, Martina Werner, Lieve Wierinck, Anna Záborská, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Mario Borghezio, Soledad Cabezón Ruiz, Jens Geier, Françoise Grossetête, Benedek Jávor, Constanze Krehl, Olle Ludvigsson, Sofia Sakorafa, Anne Sander, Maria Spyraki, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella Adinolfi, Arndt Kohn, Pavel Poc

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

53

+

ALDE

Fredrick Federley, Kaja Kallas, Morten Helveg Petersen, Lieve Wierinck

ECR

Nikolay Barekov, Edward Czesak, Ashley Fox, Zdzisław Krasnodębski, Evžen Tošenovský

EFDD

Isabella Adinolfi, Dario Tamburrano, Marco Zullo

PPE

Bendt Bendtsen, Jerzy Buzek, Cristian-Silviu Buşoi, Françoise Grossetête, András Gyürk, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Janusz Lewandowski, Angelika Niebler, Herbert Reul, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Anne Sander, Algirdas Saudargas, Maria Spyraki, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Anna Záborská, Pilar del Castillo Vera

S&D

José Blanco López, Soledad Cabezón Ruiz, Jens Geier, Adam Gierek, Eva Kaili, Arndt Kohn, Peter Kouroumbashev, Constanze Krehl, Miapetra Kumpula-Natri, Olle Ludvigsson, Edouard Martin, Dan Nica, Pavel Poc, Kathleen Van Brempt, Martina Werner, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

VERTS/ALE

Reinhard Bütikofer, Rebecca Harms, Benedek Jávor, Michel Reimon, Claude Turmes

4

-

GUE/NGL

Xabier Benito Ziluaga, Paloma López Bermejo, Sofia Sakorafa, Neoklis Sylikiotis

2

0

ENF

Mario Borghezio, Angelo Ciocca

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (11.4.2017)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake de Europese agenda voor de deeleconomie

(2017/2003(INI))

Rapporteur voor advies: Merja Kyllönen

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is verheugd over de opkomst van de deeleconomie in de toeristische, vervoers- en horecadiensten, en beseft dat deze, bij een toereikend, eenvoudig en duidelijk regelgevingskader, het potentieel heeft om:

a)  cliënten meer, betaalbaardere en gevarieerdere diensten te bieden, waardoor zowel de vraag als het aanbod groter en gediversifieerder worden;

b)  nieuwe vormen van coöperatieve uitwisselingen tussen burgers in de EU te stimuleren, alsmede economische groei, banen en ondernemingskansen, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen in heel Europa;

c)  de mobiliteit van personen met een handicap en de actieve bevordering van duurzame mobiliteitsvormen positief te beïnvloeden;

d)  de inclusie van traditioneel van de arbeidsmarkt uitgesloten personen te verbeteren;

2.  erkent dat de deeleconomie een positief effect heeft op de snel groeiende sector van het toerisme, doordat deze individuele winstmogelijkheden en lokale economieën stimuleert en instrumenten verstrekt om de vraag beter op te kunnen vangen, bijvoorbeeld bij pieken van de vraag of in afgelegen gebieden, en een weerspiegeling vormt van de verschillende voorkeuren van reizigers, met name reizigers met een lager inkomen; stelt vast dat de graad van tevredenheid onder cliënten van toeristische diensten uit de deeleconomie hoog is; is van oordeel dat de deeleconomie ten volle moet worden opgenomen in het toerismebeleid van de EU; benadrukt dat er behoefte is aan stimulansen voor een gunstige co-existentie van traditionele toeristische diensten en deeleconomie;

3.  roept de Commissie op passende maatregelen te nemen om problemen aan te pakken die ontstaan wanneer Europese consumenten gebruikmaken van onlineplatforms die hun hoofdkantoor hebben buiten de EU, in een niet-Europese culturele en regelgevende context, met name in verband met gegevensbescherming, gezondheid en veiligheid, belastingheffing en arbeidsrecht;

4.  herinnert eraan dat volgens schattingen van de Commissie peer-to-peer-accommodatie vanuit het oogpunt van gegenereerde handel het grootste deel van de deeleconomie vormt, en peer-to-peer-vervoer de meeste inkomsten per platform genereert;

5.  herinnert eraan dat in de toerismesector het delen van woningen een zeer efficiënt gebruik van hulpmiddelen en onvoldoende benutte ruimte vormt, met name in gebieden die traditiegetrouw niet van het toerisme profiteren;

6.  veroordeelt in dit opzicht het feit dat bepaalde overheidsinstanties voorschriften opleggen met als doel het aanbod van toeristische accommodatie via de deeleconomie aan banden te leggen;

7.  is verheugd over de kansen die de deeleconomie biedt ten aanzien van flexibele werktijden, als gevolg waarvan mensen ook aan hun andere verplichtingen kunnen voldoen en mensen buiten de arbeidsmarkt weer aan een baan kunnen komen;

8.  stelt vast dat de lidstaten tot dusverre heel gefragmenteerd op de ontwikkeling van de deeleconomie hebben gereageerd, hetgeen tot onzekerheid leidt en in bepaalde gevallen de weg opent voor protectionistische maatregelen; verwelkomt in dit opzicht de mededeling van de Commissie over "Een Europese agenda voor de deeleconomie" en de inspanningen om de deeleconomie te definiëren, maar betreurt dat nog niet getracht werd een expliciet geharmoniseerd legaal rechtskader voor de deeleconomie in de hele Europese Unie vast stellen of te onderzoeken hoe de huidige wetgeving voorziet in de behoeften van de deeleconomie; benadrukt bijgevolg de behoefte aan een grondige analyse (onder meer van de macro-economische, sociale en milieugevolgen van de deeleconomie), indien nodig gevolgd door passende regelgevende maatregelen door de Commissie, ten laatste tegen 2018;

9.  benadrukt de behoefte aan harmonisatie tussen de deeleconomie en traditionele economische vormen op het gebied van opleidingen, beroepskwalificaties en fiscale en sociale verplichtingen;

10.  betreurt dat de huidige wetgeving, met name Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt(1) en Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt(2), niet correct geïmplementeerd wordt; verzoekt de Commissie en de lidstaten erop toe te zien dat de wetgeving die op de modellen van de deeleconomie wordt toegepast niet in strijd is met de EU-wetgeving en de beginselen van de interne markt;

11.  wijst op het feit dat de deeleconomie een belangrijke bijdrage levert aan de duurzaamheid van de toerisme- en vervoerssector, waardoor het mogelijk is bestaande hulpmiddelen te optimaliseren door de inzet van onderbenutte activa en de ontwikkeling van nieuwe diensten en producten zonder grootschalige investeringen; wijst er daarnaast op dat de deeleconomie burgers aanspoort om te participeren in deze sectoren en zich ervoor in te spannen dat de voordelen die het toerisme oplevert zich uitstrekken over alle regio's, met inbegrip van de meest afgelegen regio's, bergachtige gebieden en plattelandsgebieden;

12.  benadrukt dat voor het regelgevingskader voor de deeleconomie best een sectorale aanpak gehanteerd wordt, waarbij er naar gestreefd moet worden de cliënt centraal te stellen, eerlijke concurrentie te verzekeren, innovatie te bevorderen en bij te dragen tot de algehele bevordering en verwezenlijking van de EU-doelstellingen in het kader van het vervoersbeleid, waaronder de vermindering van de CO2-emissies in het verkeer, vermindering van de uitstoot van verontreinigende stoffen en van geluidsoverlast, territoriale cohesie, betaalbaarheid, toegankelijkheid en veiligheid; benadrukt dat consumentenbescherming, aansprakelijkheid, naleving van belastingplicht, verzekeringsstelsels, sociale bescherming van werknemers (ongeacht of zij in loondienst of als zelfstandige werken), rechten van gehandicapten en gegevensbescherming de meest prioritaire thema's zijn, en moedigt de Commissie en de lidstaten bijgevolg aan om de huidige wetgeving te handhaven en waar nodig aanvullende wetgeving voor te stellen, op basis van een grondige beoordeling; spoort de Commissie en de lidstaten aan om op basis van verbeterde maatregelen de initiatieven en beste praktijken uit de deeleconomie te coördineren om de positieve ontwikkeling van deze sector in Europa te stimuleren;

13.  verwacht dat de Commissie om fragmentering te vermijden verdere richtsnoeren aan de lidstaten verstrekt en hen aanmoedigt om beste praktijken te delen en de wetgevingslast te verlagen; benadrukt dat de deeleconomie in veel gevallen zelfregulerende maatregelen omvat en het vertrouwen onder consumenten vergroot; benadrukt dat het regelgevingskader toereikend moet zijn (rekening houdend met de vraag of diensten door professionele dienstverleners of peers worden geleverd) en innovatie niet in de weg mag staan door lastige belemmeringen voor het ondernemerschap in de EU te creëren;

14.  merkt op dat de deeleconomie ook een uitdaging is voor de arbeidsmarkt, de arbeidsregelingen en het ondernemerschap, met zowel voor- als nadelen; verzoekt de lidstaten het scheppen van banen en winstmogelijkheden van hoge kwaliteit in de deeleconomie aan te moedigen, en daarbij vooral aandacht te besteden aan personen die traditioneel van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten en aan het creëren van eerlijke arbeidsomstandigheden en -relaties en inachtneming van de arbeidsrechten; moedigt samenwerking tussen alle belanghebbenden aan, met inachtneming van hun verantwoordelijkheden en waar nodig in samenhang met regelgevend optreden; spoort de Commissie en de lidstaten aan om na te gaan of werknemers in de deeleconomie behoorlijk beschermd worden door het socialezekerheidskader;

15.  benadrukt het feit dat het economische model van de deeleconomie gebaseerd is op het vertrouwen van de gebruikers, met name in onlinecommentaren; benadrukt dat het van belang is dat gebruikers toegang hebben tot betrouwbare en eerlijke informatie over de kwaliteit van de diensten die op deelplatforms worden aangeboden;

16.  verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor billijkheid en transparantie tussen degenen die in de deeleconomie werken en de traditionele economische actoren, en te zorgen voor een hoog niveau van consumentenbescherming, vooral inzake de aspecten in verband met veiligheid, beveiliging, gezondheid, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en juiste informatie;

17.  wijst erop dat de deeleconomie potentieel heeft om de efficiëntie van het vervoerssysteem aanzienlijk te verbeteren en door middel van bestaande capaciteit afgelegen gebieden beter toegankelijk te maken en de ongewenste externe effecten van het verkeer zoals files en emissies terug te dringen; roept de betreffende autoriteiten op om de gunstige co-existentie van collaboratieve vervoersdiensten en het traditionele vervoerssysteem te bevorderen, onder meer in planning-, informatie- en ticketsystemen voor lokale mobiliteit, en om te voorkomen dat administratieve systemen of wetgevende maatregelen worden ingevoerd die ertoe kunnen leiden dat collaboratieve vervoersdiensten van verkeersplanning en vervoersactiviteiten worden uitgesloten, teneinde de totstandbrenging van goed functionerende complete reisketens van deur tot deur en het creëren van nieuwe vormen van duurzame mobiliteit mogelijk te maken; benadrukt dat de combinatie van deeleconomie en openbaar vervoer veel mogelijkheden biedt voor het verbinden van mensen en gebieden, met name wanneer deze in het verleden met slechte verbindingen kampten;

18.  onderstreept dat ultrasnelle vaste en draadloze netwerken in het kader van de brede digitalisering van de Europese vervoersdiensten van essentieel belang zijn voor de verdere ontwikkeling van de deeleconomie;

19.  roept op de voorwaarden te herzien betreffende de verlening van diensten op zelfstandige basis in gereguleerde sectoren zoals het vervoer van reizigers over de weg binnen de stad en tussen steden, zodat er een enkel regelgevingskader tot stand komt dat voorwaarden van de toegang tot het beroep op grond van het EU-recht combineert met een regeling voor een continue, stabiele dienstverlening die situaties van oneerlijke concurrentie voorkomt;

20.  is van mening dat bedrijfsmodellen van de deeleconomie een belangrijk hulpmiddel vormen voor de duurzame ontwikkeling van verbindingen in perifere en bergachtige gebieden en plattelandsgebieden, hoewel deze gebieden niet van nature bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling van de deeleconomie;

21.  is verheugd over het feit dat de digitale revolutie het mogelijk heeft gemaakt binnen één reis gebruik te maken van naadloze multimodale vervoersbewijzen en reismethoden met behulp van apps voor de deeleconomie;

22.  verzoekt de Commissie de deeleconomie te verwerken in haar op de nieuwe vervoerstechnologieën gerichte werkzaamheden (communicerende voertuigen, autonome voertuigen, geïntegreerde digitale vervoersbewijzen, intelligente vervoerssystemen) gezien de krachtige wisselwerking en natuurlijke synergieën van deze technologieën;

23.  benadrukt de aanzienlijke bijdrage die de deeleconomie levert in het kader van de vervoerssector met betrekking tot veiligheid en beveiliging (duidelijke identificatie van de betrokken partijen, wederzijdse beoordelingen, betrouwbare derde partijen, controle van de specificaties);

24.  wijst erop dat de grote verscheidenheid aan modellen van de deeleconomie en producten en diensten in de verschillende sectoren het lastig maken activiteiten te classificeren; benadrukt echter dat in de EU-terminologie een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen bemiddelingsplatforms, die geen winst voor hun gebruikers genereren, en platformen die een dienstverlener (met winstoogmerk) en een cliënt met elkaar verbinden, met of zonder een relatie als werkgever en werknemersrelatie tussen dienstverlener en platform, teneinde de naleving van fiscale en sociale verplichtingen door alle partijen te faciliteren en de consumentenbescherming te verzekeren; verzoekt de Commissie eveneens de EU-terminologie in verband met diensten voor carpooling, autodelen en ritdelen te verduidelijken zodat deze passend geclassificeerd kunnen worden in het EU-transportbeleid; spoort de Commissie aan om met voorstellen te komen om waar nodig de Uniewetgeving aan te passen; verzoekt de Commissie een studie te laten uitvoeren naar de rol van drempels in de deeleconomie en de behoefte aan standaardisering van de procedures om professionele diensten te mogen verlenen;

25.  verzoekt de lidstaten maatregelen vast te stellen en beste praktijken op het gebied van belastingen uit te wisselen om het eventuele ontstaan van grijze economische activiteiten en belastingontwijking in het kader van de dienstverlening in de deeleconomie te beperken; benadrukt het potentieel van deelplatforms om via elektronische betalingen de fiscale transparantie te verbeteren, en moedigt daarnaast de ontwikkeling aan van passende, geavanceerde oplossingen voor het betalen van belastingen in de deeleconomie, evenwel zonder dat daarbij onnodige belemmeringen gecreëerd worden; spoort de lidstaten aan te verduidelijken wat zij als belastbare winst beschouwen en wat als van belasting vrijgestelde activiteiten, zoals het delen van de kosten, en herinnert eraan dat de betaling van belastingen en de naleving van de socialebeschermingsverplichtingen moeten gebeuren in overeenstemming met de nationale wetgeving van de plaats waar de winst gegenereerd werd;

26.  verzoekt om een barrièrevrije toegang, zodat ook ouderen en personen met een handicap kunnen deelnemen aan het diverse aanbod van de collaboratieve diensteneconomie;

27.  vindt het verheugend dat dankzij de bemiddelingsplatforms een nieuwe marktdynamiek opgang heeft gevonden van het uitdagen van elkaar, de bestaande ondernemingen en de corporatistische structuren en van het ondergraven van bestaande en het voorkomen van nieuwe monopolies; beseft echter dat er zonder een toereikend en duidelijk rechtskader een kans bestaat dat bemiddelingsplatforms dominante marktposities creëren, hetgeen de diversiteit van het economische ecosysteem in gevaar brengt; verzoekt de lidstaten en de Commissie daarom om toezicht te houden op de ontwikkeling van de markt en de economische en sociale gevolgen, om duidelijke tekortkomingen van de markt aan te pakken en waar nodig maatregelen voor te stellen om het concurrentievermogen van de Europese bedrijven op de Europese markt te waarborgen en gunstige marktomstandigheden voor kleine, middelgrote en micro-ondernemingen te creëren;

28.  merkt op dat de digitalisering en het vrije verkeer van gegevens behoren tot de meest fundamentele instrumenten voor de hervorming van het toerisme en de vervoerssector en erkent het belang van eigendom van en toegang tot gegevens; roept de Commissie daarom op zonder verder uitstel een stappenplan te publiceren tot vrijgave van de met publieke middelen gefinancierde vervoersgegevens en geharmoniseerde normen teneinde gegevensintensieve innovatie en de levering van de nieuwe diensten te bevorderen; benadrukt het belang van het waarborgen van een vrije gegevensstroom, gegevensportabiliteit en interoperabiliteit tussen deelplatforms;

29.  erkent de mogelijke rol van zelfbestuurscapaciteiten van deelplatforms bij het oplossen van de problemen ten gevolge van de informatieasymmetrie, en het corrigeren van andere tekortkomingen van de markt; benadrukt dat de deeleconomie in veel gevallen zelfregulerende maatregelen omvat en het vertrouwen onder consumenten vergroot; verzoekt de Commissie, de lidstaten en de plaatselijke overheden de mogelijkheden te verkennen van het aanmoedigen van een vrije gegevensstroom door eventueel administratieve vrijstellingen te creëren voor bedrijven die voldoende gegevens verstrekken waardoor het behalen van de doelstellingen in het kader van het overheidsbeleid gemonitord kan worden; benadrukt de behoefte aan ondersteuning van de groei van de deeleconomie met maatregelen die gericht zijn op een vermindering van de administratieve lasten voor personen en bedrijven en het verzekeren van toegang tot middelen, onder meer crowdfunding;

30.  benadrukt dat gezien het feit dat onlinetussenpersonen onderworpen zijn en moeten voldoen aan alle wetgeving van de Europese Unie, waaronder die met betrekking tot consumentenrechten en mededinging, de veilige havens inzake aansprakelijkheid van tussenpersonen cruciaal zijn voor de bescherming van het open internet, grondrechten, rechtszekerheid en innovatie in de vervoerssector;

31.  ondersteunt de snelle ontwikkeling van de deeleconomie en dringt er bij de Commissie op aan onderzoek te doen naar de marktdynamiek en de economische en sociale impact van de deeleconomie op de toerisme- en vervoerssector;

32.  is van mening dat start-ups in de toerisme- en vervoerssector ondersteund moeten worden, in het bijzonder door middel van opleiding; benadrukt het feit dat specifieke opleidingen nodig zijn om professionals speciaal op de modellen van de deeleconomie toegespitste e-vaardigheden aan te leren, rekening houdend met de nieuwe vereisten en verwachtingen van de consument;

33.  roept de Commissie, de lidstaten en de plaatselijke overheden op om de relevante vertegenwoordigers van de deeleconomie, dienstgebruikers en -verleners en, waar passend, ngo's en vakbonden te betrekken bij de dialoog met de stakeholders en de effectbeoordelingsprocedures teneinde een behoorlijke integratie en ontwikkelingsmogelijkheden voor diensten in de deeleconomie te verzekeren; verzoekt de Commissie in dit verband om de door het DG Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf georganiseerde workshops met betrekking tot verhuur voor korte perioden als een voorbeeld te gebruiken, om zo de uitwisseling tussen vertegenwoordigers van instellingen op nationaal en Europees niveau, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld te vereenvoudigen en om richtsnoeren te bieden voor nationale regelgeving op basis van beste praktijken op het gebied van collaboratieve vervoersdiensten met betrekking tot vraagstukken zoals het verbeteren van de toegang tot de markt, stedelijke mobiliteit of fiscale transparantie.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.4.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

7

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Dieter-Lebrecht Koch, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Jens Nilsson, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Tomasz Piotr Poręba, Gabriele Preuß, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, David-Maria Sassoli, Claudia Schmidt, Claudia Țapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, István Ujhelyi, Peter van Dalen, Wim van de Camp, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Janusz Zemke, Roberts Zīle, Kosma Złotowski, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jakop Dalunde, Kateřina Konečná, Matthijs van Miltenburg, Henna Virkkunen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Stuart Agnew, Jiří Maštálka

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

39

+

ALDE

Izaskun Bilbao Barandica, Dominique Riquet, Pavel Telička, Matthijs van Miltenburg

EFDD

Daniela Aiuto

GUE/NGL

Kateřina Konečná, Merja Kyllönen, Jiří Maštálka

PPE

Georges Bach, Deirdre Clune, Andor Deli, Dieter-Lebrecht Koch, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Henna Virkkunen, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Luis de Grandes Pascual, Wim van de Camp

S&D

Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Jens Nilsson, Gabriele Preuß, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, David-Maria Sassoli, Claudia Țapardel, István Ujhelyi, Janusz Zemke

VERTS/ALE

Michael Cramer, Jakop Dalunde, Keith Taylor

7

-

ECR

Jacqueline Foster, Tomasz Piotr Poręba, Roberts Zīle, Kosma Złotowski, Peter van Dalen

EFDD

Peter Lundgren, John Stuart Agnew

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.

(2)

PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

3.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

1

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dita Charanzová, Carlos Coelho, Sergio Gaetano Cofferati, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Vicky Ford, Evelyne Gebhardt, Sergio Gutiérrez Prieto, Liisa Jaakonsaari, Philippe Juvin, Antonio López-Istúriz White, Morten Løkkegaard, Eva Maydell, Marlene Mizzi, Jiří Pospíšil, Marcus Pretzell, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Igor Šoltes, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mihai Ţurcanu, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Edward Czesak, Roberta Metsola, Julia Reda, Lambert van Nistelrooij

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella De Monte, Angélique Delahaye


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

31

+

ECR

Edward Czesak, Daniel Dalton, Vicky Ford, Anneleen Van Bossuyt

EFDD

Marco Zullo

GUE/NGL

Dennis de Jong

PPE

Carlos Coelho, Angélique Delahaye, Philippe Juvin, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Roberta Metsola, Jiří Pospíšil, Andreas Schwab, Ivan Štefanec, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mihai Ţurcanu, Lambert van Nistelrooij

S&D

Sergio Gaetano Cofferati, Nicola Danti, Isabella De Monte, Evelyne Gebhardt, Sergio Gutiérrez Prieto, Liisa Jaakonsaari, Marlene Mizzi, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler

VERTS/ALE

Julia Reda, Igor Šoltes

1

-

ENF

Marcus Pretzell

3

0

ALDE

Dita Charanzová, Morten Løkkegaard, Jasenko Selimovic

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling