Procedure : 2016/0282A(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0211/2017

Ingediende teksten :

A8-0211/2017

Debatten :

PV 04/07/2018 - 20
CRE 04/07/2018 - 20

Stemmingen :

PV 05/07/2018 - 6.9
CRE 05/07/2018 - 6.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0309

VERSLAG     ***I
PDF 3679kWORD 490k
8.6.2017
PE 601.115v02-00 A8-0211/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2012/2002, (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1308/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit nr. 541/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2016)0605 – C8-0372/2016 – 2016/0282(COD))

Begrotingscommissie

Commissie begrotingscontrole

Rapporteurs: Ingeborg Gräßle, Richard Ashworth

(Gezamenlijke commissieprocedure – artikel 55 van het Reglement)

Rapporteurs voor advies (*):

Jérôme Lavrilleux, Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Jerzy Buzek, Commissie industrie, onderzoek en energie

Wim van de Camp, Commissie vervoer en toerisme

Constanze Krehl, Commissie regionale ontwikkeling

Paolo De Castro, Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – artikel 54 van het Reglement

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGROND
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken(*)
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie(*)
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme(*)
 ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling(*)
 ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling(*)
 ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 ADVIES van de Commissie visserij
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2012/2002, (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1308/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit nr. 541/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2016)0605 – C8-0372/2016 – 2016/0282(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0605),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 42, artikel 43, lid 2, artikel 46, onder d), artikel 149, artikel 153, lid 2, onder a), artikel 164, artikel 168, lid 4, onder b), artikel 172, artikel 175, artikelen 177 en 178, artikel 189, lid 2, artikel 212, lid 2, artikel 322, lid 1, en artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0372/2016),

–  gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Europese Rekenkamer nr. 1/2017 van 26 januari 2017(1),

–  gezien de artikelen 59 en 39 van zijn Reglement,

–  gezien de gezamenlijke vergaderingen van de Begrotingscommissie en de Commissie begrotingscontrole overeenkomstig artikel 55 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie en de Commissie begrotingscontrole en de adviezen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie regionale ontwikkeling, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de Commissie buitenlandse zaken, de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie visserij en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0211/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel door een nieuwe tekst vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Aangezien de financiële regels die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie, nadat deze drie jaar zijn toegepast, verder moeten worden gewijzigd om de knelpunten bij de tenuitvoerlegging te verhelpen door de flexibiliteit te vergroten, om de uitvoering voor de belanghebbenden en de diensten te vereenvoudigen en om meer op resultaten te focussen, moet Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad14 worden ingetrokken en door deze verordening worden vervangen.

(1)  Aangezien de financiële regels die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie, nadat deze drie jaar zijn toegepast, verder moeten worden gewijzigd om de knelpunten bij de tenuitvoerlegging te verhelpen door de flexibiliteit te vergroten, om de uitvoering voor de belanghebbenden en de diensten te vereenvoudigen, om meer op resultaten te focussen en de toegankelijkheid, de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren, moet Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad14 worden ingetrokken en door deze verordening worden vervangen.

_________________

_________________

14 Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).

14 Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Om een inhoudelijk debat tussen het Europees Parlement en de Raad mogelijk te maken, hadden termijnen moeten worden vastgesteld die meer ruimte hadden geboden voor besprekingen over het voorstel van de Commissie.

Motivering

Het Europees Parlement betreurt dat de termijnen die zijn vastgesteld voor de behandeling van dit voorstel geen ruimte laten om afdoende rekening te houden met de standpunten van de medewetgevers.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  De budgettaire grondbeginselen moeten worden gehandhaafd. De afwijkingen van de grondbeginselen voor specifieke terreinen als onderzoek, extern optreden en structuurfondsen moeten worden herzien en zoveel mogelijk worden vereenvoudigd, rekening houdend met hun relevantie, hun meerwaarde voor de begroting en de lasten die zij voor de betrokkenen meebrengen.

(3)  De budgettaire grondbeginselen, evenals de verdeling van bevoegdheden en de centrale rol van de Rekenkamer bij het uitvoeren van de audit van de Unie, zoals vastgelegd in de artikelen 285 en 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), moeten worden gehandhaafd. De afwijkingen van de grondbeginselen voor specifieke terreinen als onderzoek, extern optreden en structuurfondsen moeten worden herzien en zoveel mogelijk worden vereenvoudigd, rekening houdend met hun relevantie, hun meerwaarde voor de begroting en de lasten die zij voor de betrokkenen meebrengen.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Maximaal 10 % van de middelen van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), het Europees nabuurschapsinstrument en het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking mag aan het begin van het begrotingsjaar niet-toegewezen blijven, zodat met extra financiering, bovenop de reeds geprogrammeerde bedragen, op ernstige onvoorziene behoeften, nieuwe crisissituaties of belangrijke politieke verschuivingen in derde landen kan worden gereageerd. Deze niet-toegewezen middelen moeten, indien zij in de loop van het jaar niet zijn vastgelegd, bij besluit van de Commissie worden overgedragen.

(4)  Maximaal 10 % van de middelen van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), het Europees nabuurschapsinstrument en het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking mag aan het begin van het begrotingsjaar niet-toegewezen blijven, zodat met extra financiering, bovenop de reeds geprogrammeerde bedragen, op ernstige onvoorziene behoeften, nieuwe crisissituaties of belangrijke politieke verschuivingen in derde landen kan worden gereageerd. Deze niet-toegewezen middelen moeten, indien zij in de loop van het jaar niet zijn vastgelegd, bij besluit van de Commissie worden overgedragen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat zij worden besteed in overeenstemming met de specifieke doelstellingen van hun oorspronkelijke instrument en worden beheerd volgens de regels en organen in verband met dat instrument.

Motivering

De overweging moet in overeenstemming zijn met artikel 12, lid 2, onder e), dat alleen betrekking heeft op regels over overdrachten. Er moet worden gegarandeerd dat niet-toegewezen middelen niet kunnen worden afgeleid van de specifieke doelstellingen van het instrument in kwestie.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Het begrip "prestaties" met betrekking tot de EU-begroting moet worden verduidelijkt. Prestaties moeten worden beschreven als een rechtstreekse toepassing van het beginsel van goed financieel beheer. Bij het gebruik van kredieten moet een verband worden gelegd tussen prestaties, doelstellingen, indicatoren, resultaten, zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid. Om tegenstrijdigheden met de bestaande prestatiekaders van de verschillende programma’s te voorkomen, moeten verwijzingen naar prestatiegerelateerde terminologie worden beperkt tot de doelstellingen en het toezicht op de voortgang in de verwezenlijking van die doelstellingen.

(12)  Het begrip "prestaties" met betrekking tot de EU-begroting moet worden verduidelijkt. Prestaties moeten worden beschreven op basis van de verwezenlijking van de doelstellingen en van de rechtstreekse toepassing van het beginsel van goed financieel beheer. Bij het gebruik van kredieten moet een verband worden gelegd tussen vastgestelde doelstellingen en prestaties, indicatoren, resultaten, additionaliteit en zuinigheid, en efficiëntie en doeltreffendheid, zonder vooruit te willen lopen op de relevantie van het betrokken programma. Om tegenstrijdigheden met de bestaande prestatiekaders van de verschillende programma's te voorkomen, moeten verwijzingen naar prestatiegerelateerde terminologie worden beperkt tot de doelstellingen en het toezicht op de voortgang in de verwezenlijking van die doelstellingen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Overeenkomstig het in artikel 15 VWEU vastgelegde transparantiebeginsel, dat vereist dat de instellingen zo open mogelijk werken, moeten de burgers inzake de uitvoering van de begroting kunnen weten waar en voor welk doel middelen van de Unie worden besteed. Dergelijke informatie stimuleert het democratisch debat, draagt bij aan de deelname van de burgers aan het besluitvormingsproces van de Unie en versterkt institutionele controle en institutioneel toezicht op de uitgaven van de Unie. Deze doelstellingen moeten worden verwezenlijkt door relevante informatie over alle ontvangers van middelen van de Unie bekend te maken, bij voorkeur via moderne communicatiemiddelen, waarbij rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van alle ontvangers wat betreft vertrouwelijkheid en veiligheid en, wanneer het natuurlijke personen betreft, hun recht op privacy en de bescherming van hun persoonsgegevens. Daarom moeten de instellingen wat betreft de bekendmaking van informatie een selectieve aanpak hanteren die in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel. Bekend te maken besluiten moeten gebaseerd zijn op relevante criteria teneinde zinnige informatie te verstrekken.

(14)  Het transparantiebeginsel is vastgelegd in artikel 15 VWEU; het vereist dat de instellingen zo open mogelijk werken en impliceert dat de burgers inzake de uitvoering van de begroting moeten kunnen weten waar en voor welk doel middelen van de Unie worden besteed. Dergelijke informatie stimuleert het democratisch debat, draagt bij aan de deelname van de burgers aan het besluitvormingsproces van de Unie, versterkt institutionele controle en institutioneel toezicht op de uitgaven van de Unie en draagt sterk bij tot een vergroting van haar geloofwaardigheid. De communicatie moet meer gericht zijn op de ontvangers, met de bedoeling de zichtbaarheid voor de burgers te vergroten en er via welomschreven maatregelen voor te zorgen dat de boodschappen door de begunstigden worden ontvangen. Deze doelstellingen moeten worden verwezenlijkt door relevante informatie over alle ontvangers van middelen van de Unie volledig bekend te maken, bij voorkeur via moderne communicatiemiddelen, waarbij rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van diezelfde ontvangers wat betreft vertrouwelijkheid en veiligheid en, wanneer het natuurlijke personen betreft, hun recht op privacy en de bescherming van hun persoonsgegevens. Daarom moeten de instellingen wat betreft de bekendmaking van informatie een selectieve aanpak hanteren die in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel. Bekend te maken besluiten moeten gebaseerd zijn op relevante criteria teneinde zinnige informatie te verstrekken.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De informatie betreffende het gebruik van middelen van de Unie in directe uitvoering moet op een website van de instellingen worden bekendgemaakt en ten minste de naam en de vestigingsplaats van de ontvanger, het bedrag en het doel waarvoor de middelen zijn toegekend, omvatten. Deze informatie moet rekening houden met relevante criteria zoals de periodiciteit, het type en de omvang van de maatregel.

(15)  Er zal in elk geval worden gepoogd om maximale transparantie te betrachten ten aanzien van de gegevens met betrekking tot de begunstigden, met inachtneming van de regels inzake de bescherming van persoonsgegevens. De informatie betreffende het gebruik van middelen van de Unie in directe, indirecte en gedeelde uitvoering moet in het systeem voor financiële transparantie en op een website van de instellingen worden bekendgemaakt en ten minste de naam en de vestigingsplaats van de ontvanger, het bedrag en het doel waarvoor de middelen zijn toegekend, omvatten. Deze informatie moet rekening houden met relevante criteria zoals de periodiciteit, het type en de omvang van de maatregel.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De naam en de vestigingsplaats van ontvangers van middelen van de Unie dienen te worden bekendgemaakt voor prijzen, subsidies en opdrachten die worden toegekend na een openbare procedure met mededinging, zoals in het bijzonder het geval is bij wedstrijden, oproepen tot het indienen van voorstellen en aanbestedingen, met inachtneming van de beginselen van het VWEU, met name de beginselen van transparantie, evenredigheid, gelijke behandeling en niet-discriminatie. Dergelijke bekendmaking moet daarenboven controle op de openbare selectieprocedures door de afgewezen mededingers mogelijk maken.

(16)  Om ervoor te zorgen dat prijzen, subsidies en opdrachten die worden toegekend na een openbare procedure met mededinging, en in het bijzonder bij wedstrijden, oproepen tot het indienen van voorstellen en/of aanbestedingen, de beginselen van het VWEU, met name de beginselen van transparantie, evenredigheid, gelijke behandeling en niet-discriminatie eerbiedigen, dienen de naam en vestigingsplaats van de ontvangers van de middelen van de Unie te worden bekendgemaakt. Dergelijke bekendmaking moet controle op de openbare selectieprocedures door de niet-geselecteerde mededingers mogelijk maken.

Motivering

Duidelijker taalgebruik.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  De naam en de vestigingsplaats van de ontvanger, en het bedrag en de bestemming ervan hoeven niet te worden bekendgemaakt als daardoor afbreuk zou worden gedaan aan de bij het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie beschermde integriteit van de ontvanger of zijn commerciële belangen zouden worden geschaad.

(22)  De naam en de vestigingsplaats van de ontvanger, en het bedrag en de bestemming ervan hoeven niet te worden bekendgemaakt wanneer het risico bestaat dat de bekendmaking afbreuk doet aan de met name bij het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie beschermde integriteit van de ontvanger of zijn commerciële belangen zouden worden geschaad.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  In geval van indirecte en gedeelde uitvoering moeten de personen, entiteiten of aangewezen organen die middelen van de Unie uitvoeren, informatie over ontvangers en eindontvangers beschikbaar stellen. In voorkomend geval moeten de criteria en de mate van gedetailleerdheid worden vastgelegd in de desbetreffende sectorspecifieke regelgeving en kunnen deze nader worden bepaald in de financiële kaderpartnerschapsovereenkomsten. De Commissie moet een verwijzing naar de website beschikbaar stellen waarop informatie over de ontvangers en eindontvangers kan worden gevonden.

(23)  Naast de elementen die worden genoemd in overweging 15 is het, in geval van indirecte en gedeelde uitvoering, de verantwoordelijkheid van de personen, entiteiten of aangewezen organen die middelen van de Unie uitvoeren, om informatie over ontvangers en eindontvangers beschikbaar te stellen. In voorkomend geval moeten de criteria en de mate van gedetailleerdheid worden vastgelegd in de desbetreffende sectorspecifieke regelgeving en kunnen deze nader worden bepaald in de financiële kaderpartnerschapsovereenkomsten. De Commissie moet een verwijzing naar de website beschikbaar stellen waarop informatie over de ontvangers en eindontvangers kan worden gevonden.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  Zodra de taken en verantwoordelijkheden van elke betrokkene zijn vastgesteld, mag hun verantwoordelijkheid evenwel slechts aan de orde worden gesteld onder de voorwaarden van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. In de instellingen van de Unie zijn in financiële onregelmatigheden gespecialiseerde instanties opgericht, maar gezien het beperkte aantal dossiers dat hun wordt voorgelegd, en om de efficiëntie te verhogen, verdient het aanbeveling hun taken over te hevelen naar de interinstitutionele instantie die recentelijk is opgericht om met betrekking tot zaken die haar door de Commissie of andere instellingen en organen van de Unie worden voorgelegd, verzoeken te beoordelen en aanbevelingen te doen over het opleggen van administratieve sancties (uitsluiting en financiële sancties). Met deze overheveling wordt ook dubbel werk vermeden en wordt het risico op tegenstrijdige aanbevelingen of adviezen beperkt in zaken waarbij zowel een ondernemer als een personeelslid van de EU betrokken zijn. De procedure die een ordonnateur, wanneer hij een instructie onrechtmatig of in strijd met het beginsel van goed financieel beheer acht, in staat stelt daarvan bevestiging te krijgen zodat hij van zijn aansprakelijkheid kan worden ontheven, moet worden gehandhaafd. De samenstelling van deze instantie moet worden aangepast indien zij deze rol vervult.

(40)  Zodra de taken en verantwoordelijkheden van elke betrokkene zijn vastgesteld, mag hun verantwoordelijkheid evenwel slechts aan de orde worden gesteld onder de voorwaarden van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Er dient een specifieke, afzonderlijke interinstitutionele instantie te worden opgericht. Aangezien de kwestie financiële onregelmatigheden verband houdt met de tuchtrechtelijke bevoegdheden van de instelling en daarom intrinsiek verbonden is met de administratieve autonomie van de instelling, moet het interinstitutionele karakter van de instantie worden versterkt door de samenstelling ervan.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)  Omwille van de rechtszekerheid moeten de regels met betrekking tot de termijnen voor de verzending van debetnota's worden bepaald.

(47)  Om rechtszekerheid en transparantie te waarborgen moeten de regels met betrekking tot de termijnen voor de verzending van debetnota's worden bepaald.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 54

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(54)  In deze verordening moet worden bepaald dat de betalingen binnen een bepaalde termijn moeten worden gedaan en dat in geval van overschrijding van deze termijn schuldeisers recht hebben op achterstandsrente ten laste van de begroting, met uitzondering van de lidstaten en vanaf nu ook de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds.

(54)  In deze verordening moet worden bepaald dat de betalingen binnen een bepaalde termijn moeten worden gedaan en dat in geval van overschrijding van deze termijn schuldeisers recht hebben op achterstandsrente ten laste van de begroting, met uitzondering van de lidstaten.

Motivering

De EIB-groep moet in dit opzicht niet anders worden behandeld dan de andere entiteiten die EU-begrotingsmiddelen uitvoeren of de crediteuren van de Unie. In dit opzicht heeft de EIB-groep op grond van haar statuut de plicht ervoor te zorgen dat haar kosten worden gedekt en er rekening mee te houden dat de opname van de EIB/het EIF in deze bepaling een negatieve reactie kan uitlokken van de kredietbeoordelingsbureaus met betrekking tot bestaande instrumenten zoals het EFSI, het mandaat voor externe leningen en InnovFin.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 60

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(60)  Het is belangrijk dat de lidstaten de mogelijkheid krijgen om te vragen dat de hun in gedeelde uitvoering toegewezen middelen naar het niveau van de Unie worden overgedragen en door de Commissie worden uitgevoerd in directe of indirecte uitvoering, wanneer dat mogelijk is ten voordele van de betrokken lidstaat. Dit zou het gebruik van deze middelen en van de uit hoofde van deze verordening of in het kader van sectorspecifieke verordeningen (zoals de EFSI-verordening) ingestelde instrumenten waaraan deze middelen op verzoek van de lidstaten zouden worden overgeschreven, optimaliseren. Om een efficiënte uitvoering van deze instrumenten te garanderen, moet worden bepaald dat indien middelen worden overgeschreven naar uit hoofde van deze verordening of sectorspecifieke regelgeving (zoals de EFSI-verordening) ingestelde instrumenten, de voorschriften van die verordeningen van toepassing zijn.

Schrappen

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 71

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(71)  Een persoon of entiteit moet door de bevoegde ordonnateur worden uitgesloten wanneer een definitieve rechterlijke beslissing of een definitief administratief besluit is genomen betreffende een ernstige beroepsfout, de al dan niet opzettelijke niet-nakoming van de verplichtingen tot betaling van socialezekerheidsbijdragen of van belastingen, fraude met een weerslag op de begroting, corruptie, deelname aan een criminele organisatie, het witwassen van geld, de financiering van terrorisme, met terrorisme verband houdende delicten, kinderarbeid of andere vormen van mensenhandel of onregelmatigheden. De persoon of entiteit moet tevens worden uitgesloten bij een ernstige schending van een juridische verbintenis of bij faillissement.

(71)  Een persoon of entiteit moet door de bevoegde ordonnateur worden uitgesloten wanneer een definitieve rechterlijke beslissing of een definitief administratief besluit is genomen betreffende een ernstige beroepsfout, de al dan niet opzettelijke niet-nakoming van de verplichtingen tot betaling van socialezekerheidsbijdragen of van belastingen, wanneer zijn statutaire zetel in een niet-coöperatief rechtsgebied is gevestigd, of niet-nakoming van de normen voor goed fiscaal bestuur (met inbegrip van eerlijke belastingconcurrentie), fraude met een weerslag op de begroting, corruptie, deelname aan een criminele organisatie, het witwassen van geld, de financiering van terrorisme, met terrorisme verband houdende delicten, kinderarbeid of andere vormen van mensenhandel of onregelmatigheden. De persoon of entiteit moet tevens worden uitgesloten bij een ernstige schending van een juridische verbintenis of bij faillissement. De persoon of entiteit moet tevens worden uitgesloten bij niet-nakoming van de verplichtingen inzake fiscale transparantie en de verplichting tot openbaarmaking van de gegevens betreffende de verslaglegging per land, zoals vastgesteld in Richtlijn 2013/34/EU.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 72

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(72)  Bij het nemen van een besluit tot uitsluiting of oplegging van een financiële sanctie en tot bekendmaking daarvan of tot afwijzing van een persoon of entiteit, moet de bevoegde ordonnateur ervoor zorgen dat het evenredigheidsbeginsel in acht wordt genomen, en wel door met name rekening te houden met de ernst van de situatie, de budgettaire gevolgen ervan, de tijd die is verlopen sedert het betrokken gedrag werd vertoond, de duur en de herhaling ervan, de opzet of mate van nalatigheid, de mate van medewerking met de betrokken bevoegde instantie door de persoon of entiteit en zijn bijdrage aan het onderzoek.

(72)  Bij het nemen van een besluit tot uitsluiting van een persoon of entiteit of oplegging van een financiële sanctie aan een persoon of entiteit en tot bekendmaking daarvan, moet de bevoegde ordonnateur ervoor zorgen dat het evenredigheidsbeginsel in acht wordt genomen, en wel door met name rekening te houden met de ernst van de situatie, de budgettaire gevolgen ervan, de tijd die is verlopen sedert het betrokken gedrag werd vertoond, de duur en de herhaling ervan, de opzet of mate van nalatigheid, de mate van medewerking met de betrokken bevoegde instantie door de persoon of entiteit en zijn bijdrage aan het onderzoek.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 80

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(80)  Het is belangrijk dat de afschrikkende werking die met de uitsluiting en de financiële sanctie wordt bereikt, kan worden versterkt. In dat opzicht moet de afschrikkende werking worden versterkt door te voorzien in de mogelijkheid tot bekendmaking van de informatie betreffende de uitsluiting en/of de financiële sanctie, met volledige inachtneming van de gegevensbeschermingsvereisten in Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (6) en in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (7). Dit moet helpen te bewerkstelligen dat hetzelfde gedrag niet wordt herhaald. Om redenen van rechtszekerheid en in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel moet worden gespecificeerd in welke situaties er niet tot bekendmaking mag worden overgegaan. In zijn beoordeling moet de bevoegde ordonnateur rekening houden met eventuele aanbevelingen van de instantie. Van natuurlijke personen mogen de persoonsgegevens uitsluitend worden bekendgemaakt in uitzonderlijke gevallen, die worden gerechtvaardigd door de ernst van de gedraging of de gevolgen ervan voor de financiële belangen van de Unie.

(80)  Het is belangrijk dat de afschrikkende werking die met de uitsluiting en de financiële sanctie wordt bereikt, kan worden versterkt. In dat opzicht moet de afschrikkende werking worden versterkt door te voorzien in de mogelijkheid tot bekendmaking van de informatie betreffende de uitsluiting en/of de financiële sanctie, met volledige inachtneming van de gegevensbeschermingsvereisten in Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (6) en in Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad1 bis. Dit moet helpen te bewerkstelligen dat hetzelfde gedrag niet wordt herhaald. Om redenen van rechtszekerheid en in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel moet worden gespecificeerd in welke situaties er niet tot bekendmaking mag worden overgegaan. In zijn beoordeling moet de bevoegde ordonnateur rekening houden met eventuele aanbevelingen van de instantie. Van natuurlijke personen mogen de persoonsgegevens uitsluitend worden bekendgemaakt in uitzonderlijke gevallen, die worden gerechtvaardigd door de ernst van de gedraging of de gevolgen ervan voor de financiële belangen van de Unie.

 

________________

 

1 bis Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 88

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(88)  De vooruitgang op het gebied van uitwisseling van informatie en overlegging van documenten langs elektronische weg — een belangrijke vereenvoudigingsmaatregel — moet gepaard gaan met duidelijke voorwaarden voor de erkenning van de te gebruiken systemen om een juridisch solide omgeving tot stand te brengen, terwijl de deelnemers, ontvangers en ordonnateurs de nodige flexibiliteit behouden bij het beheer van de middelen van de Unie, zoals bepaald in deze verordening.

(88)  De vooruitgang op het gebied van uitwisseling van informatie en overlegging van documenten langs elektronische weg, waaronder, in voorkomend geval, elektronische aanbestedingen – een belangrijke vereenvoudigingsmaatregel – moet gepaard gaan met duidelijke voorwaarden voor de erkenning van de te gebruiken systemen om een juridisch solide omgeving tot stand te brengen, terwijl de deelnemers, ontvangers en ordonnateurs de nodige flexibiliteit behouden bij het beheer van de middelen van de Unie, zoals bepaald in deze verordening.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 96

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(96)  Het is belangrijk de specifieke aard van blendingfaciliteiten, waarbij de Commissie haar bijdrage combineert met die van financiële instellingen, te erkennen en de toepassing van titel X inzake financieringsinstrumenten te verduidelijken.

(96)  Het is belangrijk de aard en het gebruik van blendingfaciliteiten, waarbij de Commissie haar bijdrage combineert met die van financiële instellingen, te verbeteren en de toepassing van titel X inzake financieringsinstrumenten te verduidelijken.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 97 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(97 bis)  Ten aanzien van de contractanten en de subcontractanten moet maximale transparantie worden betracht en de bijbehorende gegevens moeten toegankelijk worden gemaakt.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 105

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(105)  Er moet onderscheid worden gemaakt tussen verschillende situaties die doorgaans als "belangenconflict" worden aangeduid, en deze moeten verschillend behandeld worden. Het begrip "belangenconflict" mag uitsluitend worden gebruikt voor gevallen waarbij een entiteit of persoon met bevoegdheden voor de uitvoering van de begroting, of van audit- of controlewerkzaamheden, of een ambtenaar of een personeelslid van een instelling van de Unie zich in een dergelijke situatie bevindt. Wanneer een ondernemer poogt een procedure onrechtmatig te beïnvloeden of vertrouwelijke informatie te verkrijgen, moet dit worden behandeld als "ernstige beroepsfout". Bovendien kunnen ondernemers zich in een situatie bevinden waarin zij wegens een conflicterend belang op beroepsvlak niet voor de uitvoering van een overeenkomst gekozen mogen worden. Zo mag een bedrijf geen project evalueren waaraan het zelf heeft deelgenomen en mag een controleur niet in de positie verkeren dat hij rekeningen controleert die hij eerder zelf heeft gecertificeerd.

(105)  Er moet onderscheid worden gemaakt tussen verschillende situaties die doorgaans als "belangenconflict" worden aangeduid, en deze moeten verschillend behandeld worden. Het begrip "belangenconflict" mag uitsluitend worden gebruikt voor gevallen waarbij een entiteit of persoon met bevoegdheden voor de uitvoering van de begroting, of van audit- of controlewerkzaamheden, of een ambtenaar of een personeelslid van een instelling van de Unie zich in een dergelijke situatie bevindt. Wanneer een ondernemer poogt een procedure onrechtmatig te beïnvloeden of vertrouwelijke informatie te verkrijgen, moet dit worden behandeld als "ernstige beroepsfout", met als gevolg dat de betrokkene van deelname aan de procedure kan worden uitgesloten. Bovendien kunnen ondernemers zich in een situatie bevinden waarin zij wegens een conflicterend belang op beroepsvlak niet voor de uitvoering van een overeenkomst gekozen mogen worden. Zo mag een bedrijf geen project evalueren waaraan het zelf heeft deelgenomen en mag een controleur niet in de positie verkeren dat hij rekeningen controleert die hij eerder zelf heeft gecertificeerd.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 108

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(108)  Bij aanbestedingen van de Unie moet ervoor worden gezorgd dat de middelen van de Unie op een doeltreffende, transparante en passende manier worden gebruikt. In dat verband moeten elektronische aanbestedingen bijdragen aan de betere besteding van middelen van de Unie, en overheidsopdrachten toegankelijker te maken voor alle ondernemers.

(108)  Bij aanbestedingen van de Unie moet ervoor worden gezorgd dat de middelen van de Unie op een doeltreffende, transparante en passende manier worden gebruikt en dat tegelijkertijd de administratieve lasten voor de ontvangers van Uniefinanciering en de beheersautoriteiten worden verlicht. In dat verband moeten elektronische aanbestedingen bijdragen aan de betere besteding van middelen van de Unie, en overheidsopdrachten toegankelijker te maken voor alle ondernemers. Alle instellingen van de Unie die openbare-aanbestedingsprocedures toepassen, dienen op hun website duidelijke regels te publiceren inzake de verkrijging, uitgaven en toetsing, alsmede informatie over de gegunde opdrachten en de waarde van die opdrachten.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 124

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(124)  Het toepassingsgebied van de titel betreffende subsidies moet worden gepreciseerd, met name wat betreft het type actie of orgaan dat voor subsidie in aanmerking komt en de juridische verbintenissen die voor subsidies kunnen worden aangegaan. Met name subsidiebesluiten moeten, gezien de beperkte mate waarin ze worden gebruikt, en gezien de geleidelijke invoering van elektronische subsidies, worden afgeschaft. De structuur moet worden vereenvoudigd door de bepalingen met betrekking tot andere instrumenten dan subsidies te verplaatsen naar andere delen van de verordening. De aard van de organen die exploitatiesubsidies kunnen ontvangen, moet worden verduidelijkt, aangezien het begrip "orgaan dat een doelstelling van algemeen Uniebelang nastreeft" onder het begrip "orgaan dat een in het kader en ter ondersteuning van het beleid van de Unie passende doelstelling nastreeft" valt. Bovendien moet de restrictieve definitie van een "orgaan dat een doelstelling van algemeen Uniebelang nastreeft" worden verwijderd.

(124)  Het toepassingsgebied van de titel betreffende subsidies moet worden gepreciseerd, met name wat betreft het type actie of orgaan dat voor subsidie in aanmerking komt en de juridische verbintenissen die voor subsidies kunnen worden aangegaan. Met name subsidiebesluiten moeten, gezien de beperkte mate waarin ze worden gebruikt, en gezien de geleidelijke invoering van elektronische subsidies, worden afgeschaft. De structuur moet worden vereenvoudigd door de bepalingen met betrekking tot andere instrumenten dan subsidies te verplaatsen naar andere delen van de verordening. De aard van de organen die exploitatiesubsidies kunnen ontvangen, moet worden verduidelijkt, aangezien het begrip "orgaan dat een doelstelling van algemeen Uniebelang nastreeft" onder het begrip "orgaan dat een in het kader en ter ondersteuning van het beleid van de Unie passende doelstelling nastreeft" valt.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 130

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(130)  Het toepassingsgebied van toetsen en controles, in tegenstelling tot de periodieke beoordeling van vaste bedragen, eenheidskosten of forfaits, moet worden verduidelijkt. Deze toetsen en controles moeten zijn gericht op de naleving van de voorwaarden die aanleiding geven tot de betaling van vaste bedragen, eenheidskosten en forfaits, inclusief, waar vereist, het bereiken van outputs. Deze voorwaarden mogen geen verslaglegging over de door de begunstigde werkelijk gemaakte kosten vereisen. Indien de bevoegde ordonnateur of de Commissie vooraf een besluit over de grootte van de vaste bedragen, eenheidskosten of forfaitaire financiering heeft genomen, mogen deze niet meer aan controles achteraf worden onderworpen. Toegang tot de boekhouding van de begunstigde kan om statistische en methodologische redenen noodzakelijk zijn voor de periodieke beoordeling van vaste bedragen, eenheidskosten of forfaits. De periodieke beoordeling kan leiden tot herziening van de vaste bedragen, eenheidskosten of forfaits die van toepassing zijn op toekomstige overeenkomsten, maar mogen niet worden gebruikt om de reeds overeengekomen waarde van vaste bedragen, eenheidskosten of forfaits ter discussie te stellen. Ook om fraude te voorkomen en op te sporen is toegang tot de boekhouding van de begunstigde noodzakelijk.

(130)  Het toepassingsgebied van toetsen en controles, in tegenstelling tot de periodieke beoordeling van vaste bedragen, eenheidskosten of forfaits, moet worden verduidelijkt. Deze toetsen en controles moeten zijn gericht op de naleving van de voorwaarden die aanleiding geven tot de betaling van vaste bedragen, eenheidskosten en forfaits, inclusief, waar vereist, het bereiken van outputs. Deze voorwaarden mogen geen verslaglegging over de door de begunstigde werkelijk gemaakte kosten vereisen. De frequentie en reikwijdte van deze controles moeten onder meer afhangen van het risicoprofiel van een begunstigde, dat wordt bepaald op basis van eventuele onregelmatigheden in het verleden. Indien de bevoegde ordonnateur of de Commissie vooraf een besluit over de grootte van de vaste bedragen, eenheidskosten of forfaitaire financiering heeft genomen, mogen deze niet meer aan controles achteraf worden onderworpen. Toegang tot de boekhouding van de begunstigde kan om statistische en methodologische redenen noodzakelijk zijn voor de periodieke beoordeling van vaste bedragen, eenheidskosten of forfaits. De periodieke beoordeling kan leiden tot herziening van de vaste bedragen, eenheidskosten of forfaits die van toepassing zijn op toekomstige overeenkomsten, maar mogen niet worden gebruikt om de reeds overeengekomen waarde van vaste bedragen, eenheidskosten of forfaits ter discussie te stellen. Ook om fraude te voorkomen en op te sporen is toegang tot de boekhouding van de begunstigde noodzakelijk.

Motivering

De controles moeten meer worden gericht op begunstigden die een groot risico voor de begroting van de Unie vormen. Met op risico gebaseerde controles kan de EU meer van haar middelen gebruiken voor concrete maatregelen in plaats van voor administratieve doeleinden.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 131 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(131 bis)   Om een van de fundamentele beginselen van openbare financiën te beschermen, moet de non-profitregel in deze verordening worden gehandhaafd. De non-profitregel moet worden gezien als een van de belangrijkste instrumenten om te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van publieke middelen.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 136

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(136)  De Unie heeft de voorbije jaren steeds meer gebruikgemaakt van financieringsinstrumenten waarmee een groter hefboomeffect van de EU-begroting kan worden bereikt, maar die tezelfdertijd een financieel risico voor de begroting meebrengen. Tot deze financieringsinstrumenten behoren niet alleen de reeds onder het Financieel Reglement vallende financieringsinstrumenten, maar ook andere instrumenten, zoals begrotingsgaranties en financiële bijstand, die voorheen alleen onder de regels van hun respectieve basishandelingen vielen. Het is belangrijk om naast de bestaande regels op het gebied van financieringsinstrumenten een gemeenschappelijk kader vast te stellen ter waarborging van de homogeniteit van de beginselen die van toepassing zijn op die reeks instrumenten, en hen te bundelen onder een nieuwe titel met afdelingen over begrotingsgaranties en financiële bijstand aan lidstaten of derde landen.

(136)  De Unie heeft de voorbije jaren steeds meer gebruikgemaakt van financieringsinstrumenten waarmee een groter hefboomeffect van de EU-begroting moet kunnen worden bereikt, maar die tezelfdertijd een financieel risico voor de begroting meebrengen. Tot deze financieringsinstrumenten behoren niet alleen de reeds onder het Financieel Reglement vallende financieringsinstrumenten, maar ook andere instrumenten, zoals begrotingsgaranties en financiële bijstand, die voorheen alleen onder de regels van hun respectieve basishandelingen vielen. Het is belangrijk om naast de bestaande regels op het gebied van financieringsinstrumenten een gemeenschappelijk kader vast te stellen ter waarborging van de homogeniteit van de beginselen die van toepassing zijn op die reeks instrumenten, en hen te bundelen onder een nieuwe titel met afdelingen over begrotingsgaranties en financiële bijstand aan lidstaten of derde landen.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 139

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(139)  Financieringsinstrumenten, begrotingsgaranties en financiële bijstand moeten worden goedgekeurd door middel van een basishandeling. Indien financieringsinstrumenten in terdege gemotiveerde gevallen zonder basishandeling worden vastgesteld, moeten deze door het Europees Parlement en de Raad in de begroting worden goedgekeurd.

(139)  Financieringsinstrumenten, begrotingsgaranties, financiële bijstand en trustfondsen moeten worden goedgekeurd door middel van een basishandeling.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 142

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(142)  Het is passend om te erkennen dat bij het nastreven van de beleidsdoelstellingen van de Unie de belangen onderling op elkaar worden afgestemd en er met name op te wijzen dat de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds over specifieke deskundigheid voor de uitvoering van financieringsinstrumenten beschikken.

(142)  Het is passend om te erkennen dat bij het nastreven van de beleidsdoelstellingen van de Unie de belangen onderling op elkaar worden afgestemd en er met name op te wijzen dat de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds (EIF) over specifieke deskundigheid voor de uitvoering van financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties beschikken.

Motivering

De EIB is de enige financiële instelling van de EU die uit hoofde van het VWEU verplicht is om doelstellingen, regels en normen van de EU toe te passen en die een audit- en controlesysteem heeft zoals vastgelegd in het VWEU.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 164

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(164)  De Commissie moet worden gemachtigd om trustfondsen van de Unie op te richten en te beheren voor noodsituaties, operaties na een noodsituatie of thematische acties, niet alleen op het vlak van externe, maar ook van interne maatregelen. De recente gebeurtenissen in de Europese Unie tonen aan dat er behoefte is aan meer flexibiliteit voor financiering binnen de EU. Aangezien de grenzen tussen extern en intern beleid steeds meer vervagen, zou dit instrument ook een antwoord kunnen bieden op grensoverschrijdende uitdagingen. Het is nodig de beginselen die van toepassing zijn op de bijdragen aan trustfondsen van de Unie, vast te stellen en de verantwoordelijkheden van de financiële actoren en van de raad van bestuur van het trustfonds te verduidelijken. Tevens moeten regels worden vastgesteld om te garanderen dat de deelnemende donoren naar behoren vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur van het trustfonds en dat over het gebruik van de middelen van het fonds de goedkeurende stem van de Commissie vereist is.

(164)  Trustfondsen kunnen de door het Europees Parlement en de Raad vastgestelde begrotingen ernstig aantasten en het risico meebrengen dat middelen uit financieringsinstrumenten voor doeleinden worden gebruikt waarin de oorspronkelijke oprichtingshandelingen van die instrumenten niet voorzien. Trustfondsen voegen echter wel waarde toe door bundeling van middelen, vooropgesteld dat die bundeling niet primair tot middelen van de Unie beperkt blijft. De Commissie moet worden gemachtigd om trustfondsen van de Unie op te richten en te beheren voor noodsituaties, operaties na een noodsituatie of thematische acties voor externe maatregelen. Het is nodig de beginselen die van toepassing zijn op de bijdragen aan die trustfondsen vast te stellen en de verantwoordelijkheden van de financiële actoren en van de raad van bestuur van het trustfonds te verduidelijken. Tevens moeten regels worden vastgesteld om te garanderen dat de deelnemende donoren en, in voorkomend geval, het Europees Parlement naar behoren vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur van het trustfonds en dat over het gebruik van de middelen van het fonds de goedkeurende stem van de Commissie vereist is.

Motivering

De rapporteurs achten het op dit moment niet passend het toepassingsgebied van de trustfondsen van de Unie uit te breiden tot interne maatregelen. Zie nadere motivering bij amendementen op artikel 227.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 167

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(167)  De wijze waarop de instellingen momenteel aan het Europees Parlement en de Raad verslag uitbrengen over bouwprojecten, moet worden gehandhaafd. Instellingen moet worden toegestaan nieuwe bouwprojecten te financieren met uit reeds verkochte gebouwen verkregen kredieten; daarom moet een verwijzing naar bepalingen inzake bestemmingsontvangsten worden toegevoegd. Zo zou tegemoet kunnen worden gekomen aan de veranderende behoeften in het onroerendgoedbeleid van de instellingen en zou tezelfdertijd op de kosten worden bespaard en voor meer flexibiliteit worden gezorgd.

(167)  De wijze waarop de instellingen momenteel aan het Europees Parlement en de Raad verslag uitbrengen over bouwprojecten, moet worden verbeterd. Instellingen moet worden toegestaan nieuwe bouwprojecten te financieren met uit reeds verkochte gebouwen verkregen kredieten; daarom moet een verwijzing naar bepalingen inzake bestemmingsontvangsten worden toegevoegd. Zo zou tegemoet kunnen worden gekomen aan de veranderende behoeften in het onroerendgoedbeleid van de instellingen en zou tezelfdertijd op de kosten worden bespaard en voor meer flexibiliteit worden gezorgd.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 169

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(169)  Om de uitvoering van speciale instrumenten flexibeler te maken, is het passend de beschikbaarstellings- en overschrijvingsprocedures te vereenvoudigen door voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering en het Solidariteitsfonds van de Europese Unie gebruik te maken van interne overschrijvingen door de Commissie.

Schrappen

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 170

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(170)  Om ervoor te zorgen dat het programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) snel in adequate middelen voorziet ter ondersteuning van veranderende politieke prioriteiten, moeten de indicatieve aandelen voor elk van de drie assen alsook de minimumpercentages voor elk van de thematische prioriteiten binnen de afzonderlijke as een grotere flexibiliteit mogelijk maken. Dit moet het programmabeheer verbeteren en ervoor zorgen dat de middelen kunnen worden toegespitst op maatregelen die op sociaal vlak en op het vlak van werkgelegenheid tot betere resultaten leiden.

(170)  Om ervoor te zorgen dat het programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) snel in adequate middelen voorziet ter ondersteuning van veranderende politieke prioriteiten, moeten de indicatieve aandelen voor elk van de drie assen alsook de minimumpercentages voor elk van de thematische prioriteiten binnen de afzonderlijke as een grotere flexibiliteit mogelijk maken, waarbij wordt gewaarborgd dat de ambities op het gebied van de ontwikkeling van grensoverschrijdende EURES-partnerschappen hoog blijven. Dit moet het programmabeheer verbeteren en ervoor zorgen dat de middelen kunnen worden toegespitst op maatregelen die op sociaal vlak en op het vlak van werkgelegenheid tot betere resultaten leiden.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 171

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(171)  Om investeringen in culturele en duurzame toerisme-infrastructuur te bevorderen, en dit onverminderd de volledige toepassing van de milieuwetgeving van de EU en met name de richtlijnen betreffende strategische milieubeoordeling en milieueffectbeoordeling, moeten bepaalde beperkingen met betrekking tot het toepassingsgebied van de ondersteuning van deze investeringen worden verwijderd.

(171)  Investeringen in kleinschalige culturele en duurzame toerisme-infrastructuur moeten gehandhaafd blijven, onverminderd de volledige toepassing van de milieuwetgeving van de EU en met name de richtlijnen betreffende strategische milieubeoordeling en milieueffectbeoordeling. In gerechtvaardigde gevallen kan het toepassingsgebied van deze investeringen worden verbreed.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 172

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(172)  Om in te spelen op de uitdagingen als gevolg van de groeiende instroom van migranten en vluchtelingen, moeten de doelstellingen waaraan het EFRO door middel van ondersteuning van migranten en vluchtelingen kan bijdragen, worden gepreciseerd.

(172)  Om in te spelen op de uitdagingen als gevolg van de groeiende instroom van migranten en vluchtelingen, moeten de doelstellingen worden gepreciseerd waaraan het EFRO kan bijdragen bij het ondersteunen van migranten en vluchtelingen die internationale bescherming genieten. Die bijdrage kan doeltreffend zijn, vooral in landen die sterk aan migratiestromen zijn blootgesteld, indien ze gepaard gaat met een echte Europabrede toepassing van het solidariteitsbeginsel, en wel door acties ten behoeve van een eerlijke lastenverdeling.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 172 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(172 bis)  Horizontale beginselen, zoals de gebruikmaking van partnerschappen, duurzame ontwikkeling, gendergelijkheid en non-discriminatie, hebben belangrijke bijdragen geleverd aan de doeltreffende uitvoering van de ESI-fondsen en moeten uitgangspunten blijven voor elke soort investering waarbij de begroting van de Unie betrokken is, met inbegrip van financieringsinstrumenten en het EFSI.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 176

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(176)  Om zo veel mogelijk synergieën te creëren tussen alle fondsen van de Unie zodat de uitdagingen op het gebied van migratie en asiel op een doeltreffende manier kunnen worden aangepakt, moet ervoor worden gezorgd dat wanneer de thematische doelstellingen worden omgezet in prioriteiten in de fondsspecifieke voorschriften, deze prioriteiten het passend gebruik van elk fonds op deze gebieden omvatten.

(176)  Om zo veel mogelijk synergieën te creëren tussen alle fondsen van de Unie zodat de uitdagingen op het gebied van migratie en asiel op een doeltreffende manier kunnen worden aangepakt, moet ervoor worden gezorgd dat wanneer de thematische doelstellingen worden omgezet in prioriteiten in de fondsspecifieke voorschriften, deze prioriteiten het passend gebruik van elk fonds op deze gebieden omvatten. In voorkomend geval verdient het aanbeveling te zorgen voor coördinatie met het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF).

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 178

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(178)  Om het gebruik van de in het kader van het cohesiebeleid aan de lidstaten toegewezen financiële middelen te optimaliseren, moet het de lidstaten worden toegestaan de toewijzing uit de ESI-fondsen over te schrijven naar instrumenten die overeenkomstig het Financieel Reglement of overeenkomstig sectorspecifieke voorschriften zijn ingesteld.

Schrappen

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 178 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(178 bis)  De financiële middelen van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij moeten strikt bestemd zijn om het gemeenschappelijk visserijbeleid te ondersteunen voor wat betreft de instandhouding van mariene biologische rijkdommen, het beheer van de visserijactiviteiten en de vloten die die bestanden exploiteren, biologische zoetwaterrijkdommen en -aquacultuur, en de verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Overweging 199 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(199 bis)  Volgens de aanbevelingen in overweging 10 van Verordening (EU) nr. 1296/2013 en overeenkomstig artikel 176 van deze verordening moeten de lidstaten in toenemende mate gebruikmaken van vereenvoudigde kostenopties en financiering middels forfaitaire bedragen om de administratieve lasten te beperken en de toepasselijke regels voor toewijzing van fondsen te vereenvoudigen.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Overweging 199 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(199 ter)  Met het oog op meer efficiëntie moeten de lidstaten vaker gebruik kunnen maken van vereenvoudigde kostenopties en financiering middels forfaitaire bedragen om de administratieve lasten te beperken en de toepasselijke regels voor toewijzing van fondsen te vereenvoudigen.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Overweging 200

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(202)  Om te bevorderen dat de vereenvoudigde kostenopties vroeger en gerichter worden toegepast, moet de bevoegdheid tot vaststelling van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd met betrekking tot het bepalen van de standaardschalen van eenheidskosten of forfaitaire financiering, de eerlijke, billijke en controleerbare methode waarmee deze kunnen worden vastgesteld, en de financiering op basis van de naleving van voorwaarden die gelinkt zijn aan de geboekte vooruitgang bij de uitvoering en de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma’s, eerder dan op basis van de kosten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(200)  Om te bevorderen dat de vereenvoudigde kostenopties vroeger en gerichter worden toegepast, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening met betrekking tot de nadere omschrijving van de gedifferentieerde behandeling van investeerders en de voorwaarden voor de toepassing daarvan, de standaardschalen van eenheidskosten of forfaitaire financiering, de eerlijke, billijke en controleerbare methode waarmee deze kunnen worden vastgesteld, en de financiering op basis van de naleving van voorwaarden die gelinkt zijn aan de geboekte vooruitgang bij de uitvoering en de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma’s, eerder dan op basis van de kosten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Overweging 239

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(239)  Om de maatregelen efficiënter te maken, kunnen in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF) een of meerdere blendingfaciliteiten worden vastgesteld. Dergelijke blendingfaciliteiten moeten middelen uittrekken voor blendingverrichtingen, hetgeen acties zijn die niet-terugvorderbare vormen van steun en/of financieringsinstrumenten uit de begroting van de Unie, zoals de combinatie van het eigenvermogensinstrument en het financieel schuldinstrument van de CEF, combineren met financiering van de EIB-groep (waaronder EIB-financiering in het kader van het EFSI), ontwikkelings- of andere financiële instellingen en van andere investeerders.

(239)  Om de maatregelen efficiënter te maken, kunnen in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF) blendingfaciliteiten worden vastgesteld. Dergelijke blendingfaciliteiten kunnen middelen uittrekken voor blendingverrichtingen, hetgeen acties zijn die niet-terugvorderbare vormen van steun, zoals bijdragen van de lidstaten, subsidies van de CEF en de Europees structuur- en investeringsfondsen, en/of financieringsinstrumenten uit de begroting van de Unie, zoals combinaties van het eigenvermogensinstrument en het financieel schuldinstrument van de CEF, combineren met financiering van de EIB-groep (waaronder EIB-financiering in het kader van het EFSI), nationale stimuleringsbanken, ontwikkelings- of andere financiële instellingen en van andere investeerders en/of particuliere financiële steun, inclusief zowel directe als indirecte financiële bijdragen (inclusief via constructies met publiek-private partnerschappen).

Motivering

Blending moet een brede waaier van combinaties van bijdragen van de nationale begrotingen en de EU-begroting of privé-investeerders bevorderen, teneinde het gebruik van de beschikbare middelen te optimaliseren en zo veel mogelijk privé-investeringen aan te trekken.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Overweging 239 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(239 bis)  De governance van blendingfaciliteiten moet gebaseerd zijn op een voorafgaande evaluatie overeenkomstig het Financieel Reglement en moet de resultaten weerspiegelen van de lessen die zijn getrokken uit de tenuitvoerlegging van de "blendingoproep" van de CEF in het op 20 januari 2017 gepubliceerde meerjarenwerkprogamma 2017 van de CEF. CEF-blendingfaciliteiten moeten worden vastgesteld in de meerjaren- en/of jaarlijkse werkprogramma's, en moeten worden goedgekeurd overeenkomstig de artikelen 17 en 25 van Verordening (EU) nr. 1316/2013. De Commissie moet zorgen voor transparante en tijdige verslaglegging bij het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging van elke blendingfaciliteit.

Motivering

Het is belangrijk dat de instelling en het gebruik van blendingfaciliteiten een precies gedefinieerd en transparant governanceproces volgt, en dat hierbij rekening wordt gehouden met de lessen die zijn getrokken uit de lopende coördinatieoproep van de CEF van 2017 (de "blendingoproep"). Met name wat de toezicht op de CEF door het Parlement betreft, moeten bij de instelling van blendingfaciliteiten en blendingverrichtingen de in de cyclus van het werkprogramma van de CEF vastgestelde plannings- en besluitvormingsmechanismen worden gevolgd.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Overweging 239 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(239 ter)  Met de CEF-blendingfaciliteiten wordt beoogd één aanvraag te faciliteren en te stroomlijnen voor alle vormen van steun, inclusief EU‑subsidies van de CEF en financiering door de particuliere sector. Deze blendingfaciliteiten moeten erop gericht zijn het aanvraagproces voor projectontwikkelaars te optimaliseren, door te zorgen voor één evaluatieproces, uit technisch en uit financieel oogpunt.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Overweging 239 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(239 quater)  De CEF-blendingfaciliteiten moeten de flexibiliteit vergroten met betrekking tot de termijnen voor de indiening van projecten, waarbij het proces van projectidentificatie en -financiering wordt vereenvoudigd en gestroomlijnd. Zij moeten ook de betrokkenheid en toegewijdheid van de betrokken financiële instellingen vergroten en het risico verkleinen dat projecten waarvoor subsidies zijn vastgelegd, geen financiële afsluiting krijgen en dus geen betalingen ontvangen.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Overweging 239 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(239 quinquies)  De CEF-blendingfaciliteiten moeten leiden tot verbetering van de coördinatie, de uitwisseling van informatie en de samenwerking tussen de lidstaten, de Commissie, de EIB, de nationale stimuleringsbanken en particuliere investeerders, teneinde een gezonde stroom aan projecten te genereren en te ondersteunen die de verwezenlijking van de CEF-beleidsdoelstellingen beogen.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Overweging 240

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(240)  Een blendingfaciliteit in het kader van de CEF moet erop gericht zijn het multiplicatoreffect van de uitgaven van de Unie te versterken door bijkomende middelen van particuliere investeerders aan te trekken. Daarnaast moet deze ervoor zorgen dat de ondersteunde acties economisch en financieel levensvatbaar worden.

(240)  CEF-Blendingfaciliteiten moeten erop gericht zijn het multiplicatoreffect van de uitgaven van de Unie te versterken door bijkomende middelen van particuliere investeerders aan te trekken en zo te zorgen voor een maximale betrokkenheid van particuliere investeerders. Daarnaast moeten zij ervoor zorgen dat de ondersteunde acties economisch en financieel levensvatbaar worden en een gebrek aan hefboomwerking van de investeringen helpen voorkomen. Zij moeten bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie op het gebied van het halen van de tijdens de klimaatconferentie van Parijs (COP 21) bepaalde streefdoelen, banencreatie en grensoverschrijdende connectiviteit. Wanneer de CEF en het EFSI beide worden gebruikt voor het financieren van acties, moet de Rekenkamer een beoordeling uitvoeren om na te gaan of deze acties bijdragen tot het verwezenlijken van die doelstellingen.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening

Overweging 240 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(240 bis)   De financiering van het garantiefonds van de EIB in het kader van het EFSI komt van de begroting van de Unie. Bijgevolg moet de EIB systematisch de dekking van het eerste verlies kunnen garanderen in de blendingfaciliteiten voor verrichtingen die reeds door de begroting van de Unie worden ondersteund, zoals de CEF en het EFSI, om de additionaliteit en deelname van particuliere mede-investeerders in het kader van CEF-blendingfaciliteiten mogelijk te maken en te bevorderen.

Amendement  49

Voorstel voor een verordening

Overweging 241

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(241)  Om de uitvoering van projecten met de grootste meerwaarde voor het trans-Europese vervoersnet te ondersteunen, namelijk projecten in verband met de kernnetwerkcorridors, grensoverschrijdende projecten en projecten in verband met de andere delen van het kernnetwerk, moet worden toegestaan dat bij het gebruik van het meerjarige werkprogramma flexibiliteit tot 95 % van de in Verordening (EU) nr. 1316/2013 vermelde financiële middelen wordt bereikt.

Schrappen

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Overweging 241 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(241 bis)  Als gevolg van de afwijkende aard van de CEF-telecommunicatiesector in vergelijking met de CEF-sectoren vervoer en energie (gemiddelde grootte van de subsidies, soort kosten, soort projecten) moet een onnodige belasting voor de begunstigden en de lidstaten die aan acties op deze gebieden deelnemen, worden vermeden door een minder zware verplichting betreffende het certificeren van de kosten, zonder afbreuk te doen aan het beginsel van goed financieel beheer.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Overweging 241 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(241 ter)  De governance van blendingfaciliteiten moet gebaseerd zijn op een voorafgaande evaluatie overeenkomstig het Financieel Reglement, waarbij rekening wordt gehouden met de lessen die zijn getrokken uit de tenuitvoerlegging van de blendingoproep van de CEF in het op 20 januari 20171 bis gepubliceerde meerjarenwerkprogamma 2017 van de CEF. CEF-blendingfaciliteiten moeten worden vastgesteld in de meerjaren- en/of jaarlijkse werkprogramma's die worden goedgekeurd op grond van de artikelen 17 en 25 van Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad1 ter. De Commissie moet zorgen voor transparante en tijdige verslaglegging bij het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging van elke blendingfaciliteit.

 

________________

 

1 bis Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 20 januari 2017 tot wijziging van uitvoeringsbesluit van de Commissie C(2014) 1921 tot vaststelling van een meerjarig werkprogramma 2014-2020 voor financiële bijstand op het gebied van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF) – Sector vervoer C(2017)0164.

 

1 ter Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129‑171).

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Overweging 241 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(241 quater)  Met de CEF-blendingfaciliteiten wordt beoogd één aanvraag te faciliteren en te stroomlijnen voor alle vormen van steun, inclusief EU‑subsidies van de CEF en financiering door de particuliere sector. De blendingfaciliteiten moeten erop gericht zijn het aanvraagproces voor projectpromotoren te optimaliseren, door te zorgen voor één evaluatieproces, uit technisch en uit financieel oogpunt.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Overweging 241 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(241 quinquies)  CEF-blendingfaciliteiten moeten de flexibiliteit vergroten met betrekking tot de termijnen voor de indiening van projecten, waarbij het proces van projectidentificatie en ‑financiering wordt vereenvoudigd en gestroomlijnd. Zij moeten ook de betrokkenheid en toegewijdheid van de betrokken financiële instellingen vergroten en het risico verkleinen dat projecten waarvoor subsidies zijn vastgelegd, geen financiële afsluiting krijgen en dus geen betalingen ontvangen.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Overweging 241 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(241 sexies)  De CEF-blendingfaciliteiten moeten leiden tot verbetering van de coördinatie, de uitwisseling van informatie en de samenwerking tussen de lidstaten, de Commissie, de EIB, de nationale stimuleringsbanken en particuliere investeerders, teneinde een gezonde stroom aan projecten te genereren en te ondersteunen die de verwezenlijking van de CEF-beleidsdoelstellingen beogen.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Overweging 242

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(242)  Acties op het gebied van digitale-diensteninfrastructuren mogen momenteel alleen worden ondersteund met subsidies en aanbestedingen. Om zo efficiënt mogelijk te zijn, moeten deze acties ook met financieringsinstrumenten kunnen worden ondersteund.

(242)  Acties op het gebied van digitale-diensteninfrastructuren mogen momenteel alleen worden ondersteund met subsidies en aanbestedingen. Om ervoor te zorgen dat de digitale-diensteninfrastructuren zo efficiënt mogelijk werken, moeten deze acties ook met andere financieringsinstrumenten die momenteel worden gebruikt in het kader van de CEF, met inbegrip van innovatieve financieringsinstrumenten, kunnen worden ondersteund.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Overweging 252 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(252 bis)  Alvorens een herziening van deze verordening voor te stellen, dient de Commissie een effectbeoordeling uit te voeren, in overeenstemming met het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven1 bis.

 

__________________

 

1 bis PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Motivering

Overeenkomstig het op artikel 278 bis (nieuw) voorgestelde amendement zijn de rapporteurs van mening dat de aanzienlijke wijzigingen die in deze tussentijdse herziening van het Financieel Reglement worden voorgesteld niet zijn onderworpen aan een effectbeoordeling van de Commissie, hetgeen in strijd is met het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven. De rapporteurs overwegen daarom de effectbeoordeling verplicht te stellen voor toekomstige herzieningen van deze verordening.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Overweging 253 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(253 bis)  Landbouwmarkten moeten transparant zijn en prijsinformatie moet voor alle spelers toegankelijk en nuttig zijn. De Unie heeft als taak de transparantie op de markt van de Unie te bevorderen. Met het oog hierop moet de volgende GLB-hervorming de transparantie van de markt vergroten door middel van waarnemingsposten van de landbouwprijzen voor de verschillende landbouwsectoren, die voorzien in een dynamische analyse van de verschillende onderdelen van de landbouwmarkten, waarbij de economische spelers betrokken worden, en die periodiek relevante gegevens en prognoses beschikbaar stellen.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Overweging 253 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(253 ter)  Op grond van artikel 42 en artikel 43, lid 2, VWEU moeten de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voorrang hebben op alle mededingingsregels van de Unie.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Titel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2012/2002, (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1308/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit nr. 541/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad

tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2012/2002, (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1305/2013, (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1307/2013, (EU) nr. 1308/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit nr. 541/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012

Motivering

Technische correctie.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  "blendingverrichting": een binnen een blendingfaciliteit uitgevoerde actie die niet-terugbetaalbare steunvormen en/of financieringsinstrumenten uit de EU-begroting combineert met financieringsinstrumenten voor ontwikkeling of van andere openbare financiële instellingen alsook van commerciële financiële instellingen en investeerders. Blendingverrichtingen kunnen ook de voorbereidingen behelzen die leiden tot mogelijke investeringen door financiële instellingen;

6.  "blendingverrichting": een binnen een blendingfaciliteit uitgevoerde actie die niet-terugbetaalbare steunvormen en/of financieringsinstrumenten uit de EU-begroting combineert met financieringsinstrumenten voor ontwikkeling of van andere openbare financiële instellingen alsook van commerciële financiële instellingen en investeerders, niettegenstaande de regel als bedoeld in artikel 201, lid 4, op grond waarvan alleen publiekrechtelijke organen of organen met een taak op het gebied van de openbare dienstverlening mogen worden belast met de uitvoering van de begroting van de Unie. Blendingverrichtingen kunnen ook de voorbereidingen behelzen die leiden tot mogelijke investeringen door financiële instellingen;

Motivering

Dit amendement actualiseert en vervangt het oorspronkelijke amendement 4 van de rapporteurs. Het doel is te benadrukken dat het beheer van EU-middelen enkel mag worden toevertrouwd aan banken met een openbare dienstverleningstaak.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  "blendingfaciliteit": een faciliteit opgericht als kader voor samenwerking tussen de Commissie en instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen alsook commerciële financiële instellingen en investeerders, gericht op het verwezenlijken van bepaalde prioritaire doelstellingen en beleid van de Unie met gebruikmaking van blendingverrichtingen en andere individuele acties;

7.  "blendingfaciliteit": een faciliteit opgericht als kader voor samenwerking tussen de Commissie en instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen alsook commerciële financiële instellingen en investeerders, gericht op het verwezenlijken van bepaalde prioritaire doelstellingen en beleid van de Unie met gebruikmaking van blendingverrichtingen en andere individuele acties, niettegenstaande de regel die is opgenomen in artikel 201, lid 4, waarin wordt bepaald dat alleen publiekrechtelijke organen of organen met een taak op het gebied van de openbare dienstverlening mogen worden belast met de uitvoering van de begroting van de Unie;

Motivering

Dit amendement actualiseert en vervangt het oorspronkelijke amendement 5 van de rapporteurs. Het doel is te benadrukken dat het beheer van EU-middelen enkel mag worden toevertrouwd aan banken met een openbare dienstverleningstaak.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.  "uitvoering van de begroting": een proces dat etappes van beheer, tenuitvoerlegging, controle en audit van de financiële middelen van de Unie omvat en waarbij de Commissie en, afhankelijk van de verschillende wijzen van uitvoering, andere actoren zijn betrokken;

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

21 bis.  "vrijmaking van kredieten": de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur de reservering van eerder in de begroting vastgelegde kredieten geheel of gedeeltelijk annuleert;

Motivering

Overgeheveld uit artikel 109, lid 5, met het oog op de consistentie: alle definities moeten worden opgenomen in artikel 2.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

27.  "financieringsinstrument": een met begrotingsmiddelen bekostigde en voor een of meerdere specifieke beleidsdoelen van de Unie bestemde financiële steunmaatregel van de Unie. Dergelijke instrumenten kunnen de vorm aannemen van beleggingen in aandelen, met eigen vermogen gelijk te stellen investeringen, leningen, garanties, of andere risicodelende instrumenten, en mogen, in voorkomend geval, worden gecombineerd met andere vormen van financiële steun of met middelen in gedeelde uitvoering of EOF-middelen;

27.  "financieringsinstrument": een met begrotingsmiddelen bekostigde en voor een of meerdere specifieke beleidsdoelen van de Unie bestemde financiële steunmaatregel van de Unie. Dergelijke instrumenten kunnen de vorm aannemen van beleggingen in aandelen, met eigen vermogen gelijk te stellen investeringen, leningen, garanties, terugbetaalbare voorschotten of andere risicodelende instrumenten, en mogen, in voorkomend geval, worden gecombineerd met andere vormen van financiële steun of met middelen in gedeelde uitvoering of EOF‑middelen;

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

29 bis.  "subsidie": directe financiële bijdrage in de vorm van een donatie uit de begroting van de Unie in directe uitvoering, gedeelde uitvoering en indirecte uitvoering;

Motivering

Overgeheveld uit artikel 174, lid 2, met het oog op de consistentie: alle definities moeten worden opgenomen in artikel 2.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 31 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

31 bis.  "bijdragen in natura": middelen, niet in geld, die door derden kosteloos ter beschikking van een begunstigde worden gesteld, met inbegrip van vrijwilligerswerk, gebruik van apparatuur, leveringen, vergaderfaciliteiten en diensten;

Motivering

Artikel 183, lid 2, van de uitvoeringsvoorschriften, dat door de Commissie werd weggelaten, wordt opnieuw ingevoegd.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

34.  "lening": een overeenkomst die de kredietverschaffer verplicht een overeengekomen hoeveelheid geld voor een overeengekomen termijn ter beschikking te stellen aan de kredietnemer en waarbij de kredietnemer verplicht is dat bedrag binnen de overeengekomen termijn terug te betalen;

34.  "lening": een overeenkomst die de kredietverschaffer verplicht een overeengekomen hoeveelheid geld voor een overeengekomen termijn ter beschikking te stellen aan de kredietnemer en waarbij de kredietnemer verplicht is dat bedrag binnen de overeengekomen termijn terug te betalen; dergelijke leningen kunnen de vorm aannemen van een terugbetaalbaar voorschot;

Motivering

In overeenstemming met het amendement van de rapporteur op artikel 2, lid 1, punt 46 bis (nieuw).

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

38.  "multiplicatoreffect": de investering door in aanmerking komende eindontvangers gedeeld door het bedrag van de bijdrage van de Unie;

38.  "multiplicatoreffect": de hoeveelheid aangetrokken particulier kapitaal gedeeld door het bedrag van de bijdrage van de Unie;

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 38 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

38 bis.  "output": het specifieke, meetbare en beoogde resultaat van een project, dat van tevoren wordt bepaald en waarvan de vergoeding van de door de begunstigde gemaakte kosten afhangt;

Motivering

In haar advies (1/2017) beveelt de Europese Rekenkamer aan een definitie van "output" op te nemen in de financiële regels (paragraaf 148 van het advies). Zowel in de voorgestelde financiële regels als in de sectorale verordeningen wordt ernaar gestreefd om meer nadruk te leggen op resultaten en outputs. Uit recente controleresultaten bleek echter dat er tussen de activiteiten van de Commissie aanzienlijke verschillen bestaan in het gebruik van de term "output" (advies 1/2017 van de Europese Rekenkamer, paragraaf 147). De definitie van de term moet daarom worden gestroomlijnd.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 46 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

46 bis.  "terugbetaalbaar voorschot": een lening voor een project die in één of meer tranches wordt betaald en waarbij de voorwaarden voor terugbetaling afhangen van de uitkomst van het project;

Motivering

Definitie uit de mededeling van de Commissie "Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie" (2014/C 198/01). Terugbetaalbare voorschotten worden in het Financieel Reglement niet gedefinieerd, hetgeen tot een juridisch vacuüm zou kunnen leiden gezien de definitie en het gebruik ervan in mededelingen inzake EU-staatssteun.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 49 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

49 bis.  "resultaten": specifieke behaalde prestaties die worden beoordeeld ten opzichte van eerder bepaalde mijlpalen of aan de hand van prestatie-indicatoren en waarvan de terugbetaling van de door een begunstigde gemaakte kosten afhangt;

Motivering

In haar advies (1/2017) beveelt de Europese Rekenkamer aan een definitie van "resultaten" op te nemen in de financiële regels (paragraaf 148). Zowel in de voorgestelde financiële regels als in de sectorale verordeningen wordt ernaar gestreefd om meer nadruk te leggen op resultaten en outputs. Uit recente controleresultaten bleek echter dat er tussen de activiteiten van de Commissie aanzienlijke verschillen bestaan in het gebruik van de term "resultaten" (advies 1/2017 van de Europese Rekenkamer, paragraaf 147). De definitie van de term moet daarom worden gestroomlijnd.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 51 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

51 bis.  "goed financieel beheer": een beginsel van tenuitvoerlegging van de begroting van de Unie op economische en efficiënte wijze en met inachtneming van de wettigheid en regelmatigheid;

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 - punt 60 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

60 bis.  "vrijwilliger": een persoon die een onbetaalde activiteit uitvoert voor een organisatie zonder winstoogmerk, zonder hiertoe te worden verplicht;

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op grond van deze verordening verzamelde persoonsgegevens worden verwerkt overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG28 en Verordening (EG) nr. 45/2001. Een gegadigde of inschrijver in een aanbestedingsprocedure, een aanvrager in een procedure voor toekenning van subsidies, een deskundige in een procedure voor de selectie van deskundigen, een aanvrager in een wedstrijd voor prijzen of een entiteit of persoon die deelneemt aan een procedure voor de uitvoering van middelen van de Unie overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), alsmede een begunstigde, contractant, bezoldigd extern deskundige of persoon of entiteit die prijzen ontvangt of middelen van de Unie uitvoert overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), wordt hiervan in kennis gesteld.

Op grond van deze verordening verzamelde persoonsgegevens worden verwerkt overeenkomstig Verordeningen (EG) nr. 45/2001 en (EU) 2016/679. Een gegadigde of inschrijver in een aanbestedingsprocedure, een aanvrager in een procedure voor toekenning van subsidies, een deskundige in een procedure voor de selectie van deskundigen, een aanvrager in een wedstrijd voor prijzen of een entiteit of persoon die deelneemt aan een procedure voor de uitvoering van middelen van de Unie overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), alsmede een begunstigde, contractant, bezoldigd extern deskundige of persoon of entiteit die prijzen ontvangt of middelen van de Unie uitvoert overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), wordt hiervan in kennis gesteld.

_________________

 

28 PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

 

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor geen enkele uitgave kan een verplichting worden aangegaan of een betalingsopdracht gegeven boven het bedrag van de toegestane kredieten.

2.  Voor geen enkele uitgave kan een verplichting worden aangegaan of een betalingsopdracht gegeven boven het bedrag van de toegestane kredieten, met uitzondering van uitgaven in verband met aansprakelijkheid voor financiële instrumenten, uitgaven uit bestemmingsontvangsten en uitgaven voor gebouwen.

Motivering

Deze uitzonderingen worden genoemd in het in drie kolommen onderverdeelde document dat door de Commissie is verstrekt. De rapporteurs zijn van mening dat deze uitzonderingen, indien er in de praktijk sprake van is, omwille van de transparantie ook uitdrukkelijk in de verordening moeten worden genoemd.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Wat niet-gesplitste kredieten betreft, kan onderscheid worden gemaakt tussen geplande en niet-geplande overdrachten. De definitie van en verslaglegging over deze categorieën wordt door de Commissie, in overleg met het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer, vastgelegd in richtsnoeren.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vrijmaking van kredieten

Annulering van kredieten na een vrijmaking

Motivering

Dit amendement houdt geen wijziging van de inhoud in, maar slechts een verduidelijking van de terminologie. Om de tekst zo begrijpelijk mogelijk te maken, moeten annuleringen van kredieten altijd duidelijk worden onderscheiden van vrijmakingen, waarbij laatstgenoemde term wordt gebruikt om te verwijzen naar de annulering van reserveringen van kredieten (= herroeping van eerdere vastleggingen in de begroting). Deze motivering is ook van toepassing op de volgende amendementen van de rapporteurs op de artikelen 13 en 14.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Vrijmakingen van kredieten tijdens latere begrotingsjaren dan het jaar waarin de kredieten werden vastgelegd wegens gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering van de acties waarvoor de kredieten bestemd waren, leiden tot annulering van de betrokken kredieten, tenzij anders is bepaald in lid 3 en in artikel 14.

1.  Annuleringen van vastleggingen in de begroting in overeenstemming met artikel 112 tijdens latere begrotingsjaren dan het jaar waarin de vastlegging werd goedgekeurd wegens de gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering van de acties waarvoor de vastlegging bestemd was, leiden ertoe dat de met dergelijke vrijmakingen overeenkomende kredieten ook worden geannuleerd, tenzij anders is bepaald in artikel 14.

Motivering

Zie motivering bij het amendement van de rapporteurs op de titel van dit artikel. De verwijzing naar lid 3 is overbodig, aangezien Verordening nr. 1303/2013 reeds in artikel 14 wordt genoemd. Omwille van de duidelijkheid wordt dit daarom geschrapt.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bedragen die tot 31 maart overeenkomstig artikel 12, lid 2, moeten worden vastgelegd en waarvoor de overeenkomstige kredieten na 31 maart zijn vrijgemaakt, worden geannuleerd.

2.  Wanneer bedragen uiterlijk op 31 maart van jaar n + 1 overeenkomstig artikel 12, lid 2, onder a), zijn vastgelegd, maar na die termijn zijn vrijgemaakt, worden de overeenkomstige kredieten geannuleerd.

Motivering

Zie motivering bij het amendement van de rapporteurs op de titel van dit artikel.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde kredieten worden automatisch vrijgemaakt overeenkomstig die verordening.

3.  Bij uitgavenverrichtingen die onder Verordening (EU) nr. 1303/2013 vallen, worden de vrijmakingen automatisch overeenkomstig die verordening verricht.

Motivering

Zie motivering bij het amendement van de rapporteurs op de titel van dit artikel. Dit lid kan beter worden opgenomen onder artikel 112 (Termijnen voor vastleggingen).

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De in Verordening (EU) nr. 514/2014 bedoelde kredieten worden automatisch vrijgemaakt overeenkomstig die verordening.

4.  Bij uitgavenverrichtingen die onder Verordening (EU) nr. 514/2014 vallen, worden de vrijmakingen automatisch overeenkomstig die verordening verricht.

Motivering

Zie motivering bij het amendement van de rapporteurs op de titel van dit artikel. Dit lid kan beter worden opgenomen onder artikel 112 (Termijnen voor vastleggingen).

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De leden 1, 2 en 3 van dit artikel zijn niet van toepassing op externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 20, lid 2.

5.  Dit artikel is niet van toepassing op externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 20, lid 2.

Motivering

Vereenvoudiging. Geen betekenisverschil.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wederopvoering van vrijgemaakte kredieten

Wederopvoering van met vrijmakingen overeenkomende kredieten

Motivering

Zie artikel 13 (titel).

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in Verordening (EU) nr. 1303/2013 en Verordening (EU) nr. 223/201431 bedoelde vrijgemaakte kredieten kunnen worden wederopgevoerd in geval van een uitsluitend aan de Commissie toe te rekenen kennelijke fout.

De in Verordening (EU) nr. 1303/2013 en Verordening (EU) nr. 223/201431 bedoelde met vrijmakingen overeenkomende kredieten kunnen worden wederopgevoerd in geval van een uitsluitend aan de Commissie toe te rekenen kennelijke fout.

__________________

__________________

31 Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1).

31 Verordening (EU) nr. 223/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (PB L 72 van 12.3.2014, blz. 1).

Motivering

Zie artikel 13 (titel).

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De aldus vrijgemaakte kredieten kunnen worden wederopgevoerd in geval van:

2.  De met vrijmakingen overeenkomende kredieten kunnen worden wederopgevoerd in geval van:

Motivering

Zie artikel 13 (titel).

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  vrijmaking van kredieten van een programma dat valt onder de regelingen voor de uitvoering van de prestatiereserve die is ingesteld overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) nr. 1303/2013;

a)  vrijmaking ten aanzien van een programma dat valt onder de regelingen voor de uitvoering van de prestatiereserve die is ingesteld overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) nr. 1303/2013;

Motivering

Zie artikel 13 (titel).

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  vrijmaking van kredieten van een programma dat bestemd is voor een specifiek financieringsinstrument ten behoeve van kmo's als gevolg van de beëindiging van de deelname van een lidstaat aan het financieringsinstrument, zoals bedoeld in artikel 39, lid 2, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

b)  vrijmaking ten aanzien van een programma dat bestemd is voor een specifiek financieringsinstrument ten behoeve van kmo's als gevolg van de beëindiging van de deelname van een lidstaat aan het financieringsinstrument, zoals bedoeld in artikel 39, lid 2, zevende alinea, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

Motivering

Zie artikel 13 (titel).

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen in jaar n-2 vrijgemaakte kredieten worden wederopgevoerd in de crisisreserve van de Europese Unie in het kader van de begrotingsprocedure voor jaar n.

Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen kredieten van jaar n-2 die met vrijmakingen overeenkomen, worden wederopgevoerd in de crisisreserve van de Europese Unie in het kader van de begrotingsprocedure voor jaar n.

Motivering

Zie artikel 13 (titel).

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De vastleggingskredieten die overeenkomen met het bedrag van de kredieten die zijn vrijgemaakt wegens gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering van de onderzoeksprojecten waarvoor zij bestemd waren, kunnen ook in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure worden wederopgevoerd ten gunste van het onderzoeksprogramma waartoe de projecten behoren of de opvolger ervan.

4.  De vastleggingskredieten die overeenkomen met het bedrag van de vrijmakingen die zijn verricht wegens gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering van de onderzoeksprojecten waarvoor zij bestemd waren, kunnen ook in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure worden wederopgevoerd ten gunste van het onderzoeksprogramma waartoe de projecten behoren of de opvolger ervan.

Motivering

Zie artikel 13 (titel).

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de continuïteit van het optreden van de Unie zulks noodzakelijk maakt, kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie, zowel voor de vastleggingen als voor de betalingen, uitgaven toestaan ter hoogte van meer dan één voorlopige twaalfde maar niet meer dan het totaal van vier voorlopige twaalfden, met uitsluiting van het automatisch beschikbare twaalfde, behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen, boven die welke automatisch beschikbaar komen overeenkomstig de leden 1 en 2. Hij zendt het desbetreffende besluit onverwijld aan het Europees Parlement.

Indien de continuïteit van het optreden van de Unie zulks noodzakelijk maakt, kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie, zowel voor de vastleggingen als voor de betalingen, uitgaven toestaan ter hoogte van meer dan één voorlopige twaalfde, maar niet meer dan het totaal van vier voorlopige twaalfden, behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen, boven die welke automatisch beschikbaar komen overeenkomstig de leden 1 en 2. Hij zendt het desbetreffende besluit onverwijld aan het Europees Parlement.

Motivering

De rapporteurs bevelen aan de formulering van Verordening nr. 966/2012 terug te zetten (zodat slechts vier voorlopige twaalfden zijn toegestaan).

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  financiële bijdragen van lidstaten, derde landen en niet bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen aan bepaalde door de Unie gefinancierde acties of programma's alsook aan aanvullende programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling, die de Commissie in hun naam beheert;

a)  specifieke aanvullende financiële bijdragen van lidstaten, derde landen en niet bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen aan bepaalde door de Unie gefinancierde acties of programma's alsook aan aanvullende programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling, die de Commissie in hun naam beheert;

Motivering

Verduidelijking om te benadrukken dat "gewone" financiële bijdragen van de lidstaten geen externe bestemmingsontvangsten zijn.

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis)  middelen die afkomstig zijn van lidstaten die niet voldoen aan het bij Verordening (EU) nr. 604/2013 ingestelde correctiemechanisme.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Op basis van specifieke interne regels kunnen instellingen en organen van de Unie bij wijze van uitzondering bedrijfssponsoring in natura ontvangen, mits:

2.  Op basis van specifieke interne regels die op hun respectieve websites worden gepubliceerd, kunnen instellingen en organen van de Unie bij wijze van uitzondering bedrijfssponsoring in natura ontvangen, mits:

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  met het oog op de transparantie alle gegevens met betrekking tot sponsoring en de sponsors worden gepubliceerd;

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Iedere andere instelling dan de Commissie kan binnen haar eigen afdeling van de begroting overschrijvingen binnen artikelen en binnen elk hoofdstuk verrichten zonder het Europees Parlement en de Raad hiervan van tevoren in kennis te stellen. Zij kan ook overschrijvingen verrichten van het ene hoofdstuk naar het andere van dezelfde titel tot maximaal 10 % van de kredieten van het jaar dat staat vermeld op het begrotingsonderdeel waarvan kredieten worden overgeschreven, zonder het Europees Parlement en de Raad hiervan van tevoren in kennis te stellen.

4.  Iedere andere instelling dan de Commissie kan binnen haar eigen afdeling van de begroting overschrijvingen binnen artikelen verrichten zonder het Europees Parlement en de Raad hiervan van tevoren in kennis te stellen.

Motivering

De rapporteurs stellen voor de prerogatieven van de begrotingsautoriteit niet verder af te zwakken en de huidige bepaling daarom te handhaven (intrekking van de door de Commissie voorgestelde wijzigingen).

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  wat de beleidsuitgaven betreft, kredieten overschrijven tussen hoofdstukken binnen eenzelfde titel of tussen verschillende titels onder dezelfde basishandeling, met inbegrip van de hoofdstukken voor administratieve ondersteuning, tot maximaal 10 % van de kredieten van het jaar dat staat vermeld op het begrotingsonderdeel waarvan kredieten worden overgeschreven;

c)  wat de beleidsuitgaven betreft, kredieten overschrijven tussen hoofdstukken binnen eenzelfde titel tot maximaal 10 % van de kredieten van het jaar dat staat vermeld op het begrotingsonderdeel waarvan kredieten worden overgeschreven;

Motivering

Ondanks het positieve advies van de Rekenkamer over de door de Commissie voorgestelde wijziging, zijn de rapporteurs van mening dat deze wijziging afbreuk zou doen aan de transparantie en dat het geen flexibiliteitskwestie betreft. De rechten van de begrotingsautoriteit mogen niet verder worden afgezwakt.

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  met betrekking tot het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) kredieten overschrijven van de reserve naar het begrotingsonderdeel na goedkeuring door het Parlement en de Raad van het besluit tot activering van het fonds;

Schrappen

Motivering

Het toezicht door de begrotingsautoriteit moet worden gehandhaafd.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder c), zijn autonome overschrijvingen van de begrotingsonderdelen voor administratieve ondersteuning naar de overeenkomstige beleidsbegrotingsonderdelen toegestaan.

Schrappen

(Zie motivering bij het amendement op artikel 28, lid 1, onder c)).

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie kan het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 10 januari van het volgende begrotingsjaar voorstellen doen voor overschrijvingen van betalingskredieten naar de fondsen in gedeelde uitvoering, met uitzondering van het ELGF. De overschrijving van betalingskredieten kan van elke begrotingspost geschieden. De in lid 3 vermelde periode van zes weken wordt ingekort tot drie weken.

De Commissie kan het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 10 januari van het volgende begrotingsjaar voorstellen doen voor overschrijvingen van betalingskredieten naar de fondsen in gedeelde uitvoering, met uitzondering van het ELGF. De overschrijving van betalingskredieten kan van elke begrotingspost geschieden.

Motivering

De door de Commissie voorgestelde inkorting van de overlegperiode is onverenigbaar met de interne procedures van het EP en de Begrotingscommissie.

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in lid 4 vermelde periode van zes weken wordt ingekort tot drie weken.

Schrappen

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 6 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het voorstel tot overschrijving wordt goedgekeurd indien binnen de termijn van zes weken:

6.  Het voorstel tot overschrijving wordt goedgekeurd indien het Europees Parlement noch de Raad binnen de termijn van zes weken een besluit heeft genomen om het voorstel tot overschrijving te wijzigen of te weigeren.

Motivering

Vereenvoudiging. Geen substantiële wijziging.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 6 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het Europees Parlement en de Raad ermee instemmen;

Schrappen

Motivering

Vereenvoudiging. Zie hierboven.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 6 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het Europees Parlement of de Raad ermee instemt en de andere instelling zich van een besluit onthoudt;

Schrappen

Motivering

Vereenvoudiging. Zie hierboven.

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 6 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het Europees Parlement en de Raad zich van een besluit onthouden of geen besluit nemen dat het voorstel tot overschrijving wijzigt of weigert.

Schrappen

Motivering

Vereenvoudiging. Zie hierboven.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 7 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de overschrijving minder dan 10 % vertegenwoordigt van de kredieten van het begrotingsonderdeel van waaruit de overschrijving plaatsvindt of niet meer dan 5 000 000 EUR bedraagt;

a)  de overschrijving minder dan 10 % vertegenwoordigt van de kredieten van het begrotingsonderdeel van waaruit de overschrijving plaatsvindt en niet meer dan 5 000 000 EUR bedraagt;

Motivering

Het voorstel van de Commissie zou ertoe leiden dat het huidige toezicht van de begrotingsautoriteit op overschrijvingen wordt ingeperkt, aangezien de beschikbare controleperiode zou worden teruggebracht van zes tot drie weken voor bepaalde overschrijvingen die meer dan 5 000 000 EUR bedragen.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Lid 1 is niet van toepassing op interne bestemmingsontvangsten in het geval dat er geen behoeften zijn vastgesteld op grond waarvan deze ontvangsten kunnen worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn bestemd.

3.  Lid 1 is niet van toepassing op interne bestemmingsontvangsten in het geval dat er geen behoeften zijn vastgesteld op grond waarvan deze ontvangsten kunnen worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn bestemd. In dat geval is de procedure van artikel 29 van toepassing.

Motivering

De rapporteurs zijn voorstander van de extra flexibiliteit met betrekking tot interne bestemmingsontvangsten waarvoor geen behoeften zijn vastgesteld. In dergelijke gevallen moeten echter de regels voor niet-autonome overschrijvingen van toepassing zijn.

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Overschrijvingen uit de reserve voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering worden geacht te zijn goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad bij de aanneming van het besluit tot beschikbaarstelling van middelen uit het Fonds.

Schrappen

Motivering

Het toezicht door de begrotingsautoriteit moet worden gehandhaafd.

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Kredieten beantwoorden aan het beginsel van goed financieel beheer en worden bijgevolg besteed overeenkomstig de volgende beginselen:

1.  Kredieten worden gebruikt en de begroting van de Unie wordt ten uitvoer gelegd in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer, waarbij derhalve de volgende beginselen worden geëerbiedigd:

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  worden de resultaten gerapporteerd aan het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 3, onder h), en artikel 239, lid 1, onder b), ii).

c)  worden de voortgang bij en problemen met de verwezenlijking van die doelstellingen gerapporteerd aan het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 3, onder h), en artikel 239, lid 1, onder b), ii).

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De in de leden 1 en 2 genoemde doelstellingen zijn specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en van een datum voorzien. De prestatie-indicatoren die worden gebruikt om de verwezenlijking ervan te volgen worden gedefinieerd op activiteitsniveau en omvatten alle sectoren.

Motivering

De rapporteurs zijn van mening dat de "SMART-doelstellingen" van de huidige versie van het Financieel Reglement nog steeds relevant zijn en opnieuw in het voorstel van de Commissie moeten worden ingevoegd.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Programma's en activiteiten die aanzienlijke uitgaven met zich brengen, worden aan een evaluatie vooraf en achteraf (hierna "evaluatie" genoemd) onderworpen, die in verhouding staat tot de doelstellingen en de uitgaven.

1.  Programma's en activiteiten die aanzienlijke uitgaven met zich brengen en waarvoor meer dan 5 000 000 EUR aan middelen wordt gemobiliseerd, worden aan een effectbeoordeling en een evaluatie achteraf (hierna "evaluatie" genoemd) onderworpen, die in verhouding staat tot de doelstellingen en de uitgaven.

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur op artikel 32, lid 3.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Evaluaties vooraf ter ondersteuning van de voorbereiding van programma’s en activiteiten zijn gebaseerd op gegevens betreffende de prestaties van verwante programma’s of activiteiten en bieden een overzicht en een analyse van de problemen die moeten worden aangepakt, de meerwaarde van de EU, de doelstellingen, de verwachte effecten van verschillende opties en monitoring- en evaluatieregelingen.

2.  Effectbeoordelingen ter ondersteuning van de voorbereiding van programma’s en activiteiten zijn gebaseerd op gegevens betreffende de prestaties van verwante programma’s of activiteiten en bieden een overzicht en een analyse van de problemen die moeten worden aangepakt, de meerwaarde van de EU, de doelstellingen, de beschikbare beleidsopties met inbegrip van de hiermee samenhangende risico's, de verwachte effecten van verschillende opties, en dan in het bijzonder de economische, sociale en milieueffecten, en de monitoring- en evaluatieregelingen die nodig zijn om deze te meten, de meest geschikte wijze van uitvoering van de voorkeursoptie of voorkeursopties, de interne samenhang en de verhoudingen met andere relevante instrumenten, de omvang van de kredieten, personeelskosten en andere administratieve uitgaven die, met inachtneming van de kosteneffectiviteit, moeten worden toegerekend en de in het verleden opgedane ervaring.

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur op artikel 32, lid 3.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Evaluaties achteraf betreffen de prestaties van het programma of de activiteit, met inbegrip van aspecten als doeltreffendheid, efficiëntie, samenhang, relevantie en meerwaarde van de EU. Deze evaluaties worden periodiek en tijdig genoeg uitgevoerd om de bevindingen te kunnen meenemen in evaluaties vooraf ter voorbereiding van verwante programma’s en activiteiten.

3.  Evaluaties achteraf betreffen de prestaties van het programma of de activiteit, met inbegrip van aspecten als doeltreffendheid, efficiëntie, spaarzaamheid, samenhang, relevantie en meerwaarde van de EU. Daarbij wordt rekening gehouden met het resultaat van de monitoring aan de hand van prestatie-indicatoren als bedoeld in artikel 31, lid 2. Deze evaluaties worden periodiek, en ten minste elke zes jaar voor programma's en activiteiten die aanzienlijke uitgaven met zich meebrengen, en tijdig genoeg uitgevoerd om de bevindingen te kunnen meenemen in effectbeoordelingen ter voorbereiding van verwante programma’s en activiteiten.

Motivering

Aanvullende tekst bij amendement 34. De terminologie met betrekking tot evaluaties moet worden afgestemd op het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven en de richtsnoeren voor betere regelgeving. Bovendien is bewoording overgenomen uit artikel 18 van de huidige uitvoeringsvoorschriften met betrekking tot programma's en activiteiten die aanzienlijke uitgaven met zich meebrengen.

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij ieder voorstel of initiatief dat door de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (hierna "de hoge vertegenwoordiger" genoemd) of een lidstaat wordt ingediend bij de wetgevende autoriteit en dat gevolgen kan hebben voor de begroting, ook bijvoorbeeld voor het aantal ambten, wordt een financieel memorandum gevoegd, alsmede de evaluatie vooraf waarin artikel 32 voorziet.

Bij ieder voorstel of initiatief dat door de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (hierna "de hoge vertegenwoordiger" genoemd) of een lidstaat wordt ingediend bij de wetgevende autoriteit en dat gevolgen kan hebben voor de begroting, ook bijvoorbeeld voor het aantal ambten, wordt een financieel memorandum gevoegd, alsmede de effectbeoordeling waarin artikel 32 voorziet.

Motivering

Consequente terminologie in overeenstemming met de amendementen van de rapporteur op artikel 32.

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1 – alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor meerjarenacties omvat het financieel memorandum een tijdschema met een raming van de jaarlijks benodigde kredieten en personeelsleden, met inbegrip van extern personeel, alsmede een evaluatie van de financiële gevolgen op middellange termijn.

Voor meerjarenacties omvat het financieel memorandum een tijdschema met een raming van de jaarlijks benodigde kredieten en personeelsleden, met inbegrip van extern personeel, alsmede een evaluatie van de financiële gevolgen op middellange en lange termijn.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  de verwezenlijking van de prestatie-doelstellingen als bedoeld in artikel 31, lid 2;

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 3 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  procedures voor de bewaking van de doeltreffendheid en de efficiëntie en voor de follow-up van vastgestelde zwakheden van de interne controle en uitzonderingen;

e)  procedures voor de bewaking van de doeltreffendheid en de efficiëntie;

Motivering

De follow-up van vastgestelde zwakheden van de interne controle is een belangrijk aspect en moet daarom afzonderlijk worden behandeld. Zie volgende amendement van de rapporteurs hieronder.

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 3 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  procedures voor de follow-up van vastgestelde zwakheden van de interne controle en uitzonderingen.

Motivering

Zie letter e) hierboven.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze bekendmaking geschiedt binnen drie maanden na de datum van constatering van de definitieve vaststelling van de begroting.

Deze bekendmaking geschiedt in een van de officiële talen van de Unie binnen vier weken na de datum van constatering van de definitieve vaststelling van de begroting, en de bekendmaking van de andere taalversies geschiedt binnen twee maanden na de datum van constatering van de definitieve vaststelling van de begroting.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De informatie over de ontvangers van onder directe uitvoering bestede middelen van de Unie wordt uiterlijk op 30 juni van het jaar na het begrotingsjaar waarin voor de middelen wettelijk een juridische verbintenis is aangegaan, op een internetsite van de betrokken instelling van de Unie bekendgemaakt.

De informatie over de ontvangers van onder directe uitvoering bestede middelen van de Unie wordt uiterlijk op 30 juni van het jaar na het begrotingsjaar waarin voor de middelen wettelijk een juridische verbintenis is aangegaan, op een internetsite van de betrokken instelling van de Unie en in het systeem voor financiële transparantie bekendgemaakt.

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De Commissie stelt, met de hulp van de lidstaten, op passende en tijdige wijze haar informatie over de ontvangers, alsook over de precieze aard en het precieze doel van de maatregel die uit de begroting wordt gefinancierd ter beschikking wanneer de begroting overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder b), wordt uitgevoerd.

 

De in de eerste alinea bedoelde verplichting geldt ook voor lokale overheden wanneer zij de begroting van de Unie uitvoeren.

 

De informatie over de ontvangers van onder gedeelde uitvoering bestede middelen van de Unie wordt uiterlijk op 30 juni van het jaar na het begrotingsjaar waarin voor de middelen wettelijk een juridische verbintenis is aangegaan, op een internetsite van de betrokken instelling van de Unie bekendgemaakt.

 

De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt verstrekt met inachtneming van de vereisten inzake geheimhouding en beveiliging, met name de bescherming van persoonsgegevens, en omvat de volgende gegevens:

 

a)   de naam van de ontvanger;

 

b)   de vestigingsplaats van de ontvanger;

 

c)   het bedrag waarvoor een juridische verbintenis is aangegaan;

 

d)   de aard en het doel van de maatregel.

 

Voor de toepassing van de vierde alinea, onder b), wordt onder "vestigingsplaats" verstaan:

 

i)   het adres van de ontvanger, wanneer deze een rechtspersoon is

 

ii)   de regio op NUTS 2-niveau, wanneer de ontvanger een natuurlijke persoon is

 

Deze informatie wordt enkel openbaar gemaakt voor prijzen, subsidies en opdrachten die zijn toegekend als gevolg van wedstrijden of procedures voor toekenning van subsidies of aanbestedingsprocedures, en voor deskundigen die overeenkomstig artikel 230, lid 2, zijn geselecteerd. Deze informatie wordt niet bekendgemaakt wanneer het gaat om:

 

i)  onderwijstoelagen uitbetaald aan natuurlijke personen en andere rechtstreekse steunbetalingen die worden betaald aan de meest behoeftige natuurlijke personen als bedoeld in artikel 185, lid 4, onder b);

 

ii)  opdrachten van zeer geringe waarde toegekend aan overeenkomstig artikel 230, lid 2, geselecteerde deskundigen, alsmede opdrachten van zeer geringe waarde onder het in punt 14.4 van de bijlage bedoelde bedrag.

 

Op de website van de instellingen van de Unie wordt minstens het internetadres vermeld waar de informatie te vinden is, behalve wanneer die direct op een specifiek daartoe bestemde plek op de website van de instellingen van de Unie wordt bekendgemaakt.

 

Wanneer het gaat om natuurlijke personen blijft de bekendmaking beperkt tot de naam en de vestigingsplaats van de ontvanger, het bedrag waarvoor een juridische verbintenis is aangegaan, en het doel van de maatregel. De bekendmaking van die gegevens gebeurt op basis van relevante criteria zoals de periodiciteit, het soort maatregel en de omvang van de maatregel. Persoonsgegevens worden gewist twee jaar na het einde van het begrotingsjaar waarin voor het bedrag een juridische verbintenis werd aangegaan. Hetzelfde geldt voor persoonsgegevens betreffende rechtspersonen waarvan de officiële benaming één of meer natuurlijke personen identificeert.

 

Er wordt afgezien van bekendmaking wanneer deze afbreuk zou doen aan de bij het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie beschermde rechten en vrijheden van personen of de commerciële belangen van ontvangers zou schaden.

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De informatie over eindontvangers van door financieringsinstrumenten verstrekte middelen die steun ontvangen uit de begroting van de Unie voor een bedrag van minder dan 500 000 EUR, wordt beperkt tot overeenkomstig relevante criteria geaggregeerde statistische gegevens, zoals geografische ligging, economische typologie van ontvangers, het type steun en het beleidsterrein van de Unie waarop deze steun werd verleend.

De informatie over eindontvangers van door financieringsinstrumenten verstrekte middelen die steun ontvangen uit de begroting van de Unie voor een bedrag van minder dan 200 000 EUR, wordt beperkt tot overeenkomstig relevante criteria geaggregeerde statistische gegevens, zoals geografische ligging, economische typologie van ontvangers, het type steun en het beleidsterrein van de Unie waarop deze steun werd verleend.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  De in dit artikel bedoelde publicaties zijn beschikbaar op één enkele website die onder de verantwoordelijkheid van de Commissie valt.

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voordat zij een ontwerpbegroting indient, raadpleegt de Commissie de burgers.

Motivering

De corapporteurs zijn ingenomen met het idee om burgers meer bij het proces te betrekken, zoals wordt voorgesteld door de Commissie in artikel 54, lid 3, en zijn van mening dat dit ook zou moeten gebeuren bij de opstelling van de jaarlijkse begroting.

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 – letter b – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  het aantal posten dat is vervuld aan het begin van het jaar waarin de ontwerpbegroting wordt gepresenteerd, waarbij de verdeling per rang en administratieve eenheid wordt aangegeven;

iii)  het aantal posten dat is vervuld aan het begin van het jaar waarin de ontwerpbegroting wordt gepresenteerd, waarbij de verdeling per rang, per administratieve eenheid en per geslacht wordt aangegeven;

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 – letter h – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  aanpassingen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma;

iii)  een passende toelichting bij elk in artikel 31, bedoeld onderdeel;

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  een vergelijkingstabel met de ontwerpbegroting van de Commissie voor de andere instellingen en de oorspronkelijke ramingen van de andere instellingen die bij de Commissie zijn ingediend;

Motivering

Met dit amendement wordt beoogd de Commissie te verplichten aan haar begrotingsvoorstel de oorspronkelijke begroting toe te voegen die door de verschillende instellingen is aangenomen, zodat de wijzigingen die unilateraal door de Commissie worden aangebracht, zichtbaar en transparant zijn.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 4 – alinea 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  het totaal aan voorzieningen voor risico's en aansprakelijkheden, alsmede enige informatie over de blootstelling van de Unie aan financieel risico;

i)  het totaal aan voorzieningen voor risico's en aansprakelijkheden, alsmede enige informatie over de blootstelling van de Unie aan financieel risico, met inbegrip van eventuele voorwaardelijke verplichtingen;

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 4 – alinea 1 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

k)  de prestaties van het financieringsinstrument, met inbegrip van de gedane investeringen, het beoogde hefboomeffect en het bereikte hefboomeffect;

k)  de prestaties van het financieringsinstrument, met inbegrip van de gedane investeringen, het beoogde hefboomeffect, het bereikte hefboomeffect en het bedrag van het tot dusver uit de particuliere sector aangetrokken kapitaal;

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dit werkdocument bevat eveneens een overzicht van de administratieve uitgaven in verband met de beheerskosten en andere financiële huishoudelijke lasten betaald voor het beheer van financieringsinstrumenten in totaal en per beherende partij en per beheerd financieringsinstrument.

Dit werkdocument bevat eveneens specifieke informatie over de tien slechtst presterende financieringsinstrumenten, en een overzicht van de administratieve uitgaven in verband met de beheerskosten en andere financiële huishoudelijke lasten betaald voor het beheer van financieringsinstrumenten in totaal en per beherende partij en per beheerd financieringsinstrument.

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Indien de Commissie gebruik maakt van Unietrustfondsen voegt zij bij de ontwerpbegroting een werkdocument over de door Unietrustfondsen ondersteunde activiteiten, hun uitvoering en prestaties.

6.  Indien de Commissie gebruikmaakt van Unietrustfondsen voor extern optreden voegt zij bij de ontwerpbegroting een gedetailleerd werkdocument over de door die trustfondsen ondersteunde activiteiten, hun uitvoering, hun prestaties, hun beheerskosten, andere bijdragen dan die van de Unie en een voorlopige beoordeling van de wijze waarop aan de in artikel 227, lid 3, vermelde voorwaarden is voldaan. In het werkdocument wordt tevens uiteengezet op welke wijze die activiteiten hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen die zijn vastgelegd in de basishandeling betreffende het instrument waaruit de bijdrage van de Unie aan de trustfondsen is verstrekt.

Motivering

Zie de motivering bij de amendementen op artikel 227.

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 9 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Het in lid 6 bedoelde werkdocument bevat tevens de volgende gegevens:

9.  Het in lid 8 bedoelde werkdocument bevat tevens de volgende gegevens:

Motivering

Correctie.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Behoudens in met redenen omklede uitzonderlijke omstandigheden dient de Commissie haar ontwerpen van gewijzigde begroting uiterlijk op 15 oktober van elk begrotingsjaar gelijktijdig bij het Europees Parlement en de Raad in. Zij kan bij de door andere instellingen ingediende verzoeken om gewijzigde begrotingen een advies voegen.

3.  Behoudens in met redenen omklede uitzonderlijke omstandigheden dient de Commissie haar ontwerpen van gewijzigde begroting uiterlijk op 1 september van elk begrotingsjaar gelijktijdig bij het Europees Parlement en de Raad in. Zij kan bij de door andere instellingen ingediende verzoeken om gewijzigde begrotingen een advies voegen.

Motivering

De eerdere termijn van artikel 41, lid 3, van Verordening nr. 966/2012 wordt heringevoerd.

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De afdeling Commissie van de begroting mag een "negatieve reserve" bevatten van ten hoogste 400 000 000 EUR. Deze reserve wordt in een afzonderlijke titel opgenomen en bevat uitsluitend betalingskredieten.

De afdeling Commissie van de begroting mag een "negatieve reserve" bevatten van ten hoogste 200 000 000 EUR. Deze reserve wordt in een afzonderlijke titel opgenomen en bevat uitsluitend betalingskredieten.

Motivering

Het eerdere bedrag van artikel 47 van Verordening nr. 966/2012 wordt heringevoerd, zoals voorgesteld door de Europese Rekenkamer (zie paragraaf 53 van Advies nr. 1/2017).

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – lid 1 – letter a – punt v bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

v bis)  alle ontvangsten en uitgaven in het kader van de respectievelijke Europese Ontwikkelingsfondsen die zijn opgenomen in een speciaal begrotingsonderdeel binnen de afdeling van de Commissie;

Motivering

Opname van de Europees Ontwikkelingsfondsen in de begroting van de EU.

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – lid 1 – letter a – punt vi

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

vi)  een passende toelichting bij elk in artikel 45, lid 1, bedoeld onderdeel. De begrotingstoelichting bevat verwijzingen naar de eventuele basishandeling alsook een passende uitleg over de aard en de bestemming van de kredieten;

vi)  een passende toelichting bij elk in artikel 45, lid 1, bedoeld onderdeel, met inbegrip van opvallende aanvullende opmerkingen die zijn goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad. De begrotingstoelichting bevat verwijzingen naar de eventuele basishandeling alsook een passende uitleg over de aard en de bestemming van de kredieten;

Motivering

Dit amendement is bedoeld om situaties te voorkomen waarin het resultaat van de begrotingstrialogen niet voldoende tot uitdrukking komt in de toelichting bij de definitieve begroting, zoals in het verleden het geval was.

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 2 – letter a – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het totale bedrag van de kredieten voor de proefprojecten is niet hoger dan 40 000 000 EUR per begrotingsjaar.

Het totale bedrag van de kredieten voor de proefprojecten, met uitzondering van de proefprojecten die door de Commissie worden voorgesteld en door het Europees Parlement en de Raad worden aanvaard, is niet hoger dan 40 000 000 EUR per begrotingsjaar.

Motivering

Het in het Financieel Reglement gespecificeerde plafond moet niet gelden voor proefprojecten en voorbereidende acties die door de Commissie worden voorgesteld.

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 2 – letter b – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het totale bedrag van de kredieten voor de onder deze letter bedoelde nieuwe voorbereidende acties is niet hoger dan 50 000 000 EUR per begrotingsjaar en het totale bedrag van de daadwerkelijk vastgelegde kredieten voor voorbereidende acties is niet hoger dan100 000 000 EUR.

Het totale bedrag van de kredieten voor de onder deze letter bedoelde nieuwe voorbereidende acties is niet hoger dan 50 000 000 EUR per begrotingsjaar en het totale bedrag van de daadwerkelijk vastgelegde kredieten voor voorbereidende acties is niet hoger dan100 000 000 EUR. Dat bedrag omvat geen voorbereidende acties die door de Commissie worden voorgesteld en door het Europees Parlement en de Raad worden aanvaard.

Motivering

Het in het Financieel Reglement gespecificeerde plafond moet niet gelden voor proefprojecten en voorbereidende acties die door de Commissie worden voorgesteld.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie kent de overige instellingen de bevoegdheden toe die nodig zijn voor de uitvoering van hun afdeling van de begroting.

1.  De andere instellingen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van hun afdeling van de begroting.

Motivering

Verduidelijking – Een besluit van de Commissie op grond waarvan dergelijke bevoegdheden worden toegekend, ontbreekt.

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie kan overeenkomsten sluiten met de andere instellingen van de Unie om de besteding van kredieten te bevorderen, meer bepaald administratieve kredieten voor de verlening van diensten, de levering van producten, de uitvoering van werken of de uitvoering van onroerendgoedopdrachten.

2.  De instellingen van de Unie kunnen overeenkomsten met elkaar sluiten om de besteding van kredieten te bevorderen, meer bepaald administratieve kredieten voor de verlening van diensten, de levering van producten, de uitvoering van werken of de uitvoering van onroerendgoedopdrachten.

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Zulke overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau kunnen ook worden gesloten tussen afdelingen van de instellingen van de Unie, organen van de Unie, Europese bureaus, organen of personen belast met de uitvoering van specifieke acties in het GBVB op grond van titel V van het VEU en het bureau van de secretaris-generaal van de Raad van bestuur van de Europese scholen. Deze overeenkomsten maken de invordering mogelijk van kosten die het gevolg zijn van hun uitvoering.

3.  Zulke overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau kunnen ook worden gesloten tussen instellingen van de Unie, organen van de Unie, Europese bureaus, organen of personen belast met de uitvoering van specifieke acties in het GBVB op grond van titel V van het VEU en het bureau van de secretaris-generaal van de Raad van bestuur van de Europese scholen. Deze overeenkomsten maken de invordering mogelijk van kosten die het gevolg zijn van hun uitvoering. Het in artikel 73, lid 9, van deze verordening bedoelde jaarlijks activiteitenverslag bevat informatie over eventuele dergelijke overeenkomsten.

Motivering

Met dit amendement wordt de reikwijdte van de machtiging beperkt en een bepaling inzake verslaglegging toegevoegd.

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie kan evenwel haar bevoegdheden tot uitvoering van de begroting met betrekking tot de beleidskredieten van haar eigen afdeling delegeren aan de hoofden van de delegaties van de Unie en, om tijdens hun afwezigheid de continuïteit van de werkzaamheden te waarborgen, aan de adjunct-hoofden van die delegaties. Wanneer de hoofden van de delegaties van de Unie, en in hun afwezigheid de adjunct-hoofden, als gesubdelegeerd ordonnateur van de Commissie optreden, passen zij de regels van de Commissie voor de uitvoering van de begroting toe en worden zij onderworpen aan dezelfde taken, verplichtingen en aansprakelijkheid als elke andere gesubdelegeerd ordonnateur van de Commissie.

De Commissie kan evenwel haar bevoegdheden tot uitvoering van de begroting met betrekking tot de beleidskredieten van haar eigen afdeling delegeren aan de hoofden van de delegaties van de Unie en, om tijdens hun afwezigheid uit het land van de standplaats van hun delegatie de continuïteit van de werkzaamheden te waarborgen, aan de adjunct-hoofden van die delegaties. Wanneer de hoofden van de delegaties van de Unie, en in hun afwezigheid de adjunct-hoofden, als gesubdelegeerd ordonnateur van de Commissie optreden, passen zij de regels van de Commissie voor de uitvoering van de begroting toe en worden zij onderworpen aan dezelfde taken, verplichtingen en aansprakelijkheid als elke andere gesubdelegeerd ordonnateur van de Commissie.

Motivering

Ter verduidelijking.

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De EDEO kan zijn bevoegdheid tot uitvoering van de begroting met betrekking tot de administratieve kredieten van zijn eigen afdeling bij wijze van uitzondering delegeren aan Commissiemedewerkers van de delegatie indien dit nodig is om de continuïteit in het bestuur van delegaties in afwezigheid van de bevoegde ordonnateur van de EDEO te verzekeren. In de uitzonderlijke gevallen waarin Commissiemedewerkers van delegaties van de Unie als gesubdelegeerd ordonnateur van de EDEO optreden, passen zij de interne EDEO-regels voor de uitvoering van de begroting toe en worden zij onderworpen aan dezelfde taken, verplichtingen en aansprakelijkheid als elke andere gesubdelegeerd ordonnateur van de EDEO.

De EDEO kan zijn bevoegdheid tot uitvoering van de begroting met betrekking tot de administratieve kredieten van zijn eigen afdeling bij wijze van uitzondering delegeren aan Commissiemedewerkers van de delegatie indien dit nodig is om de continuïteit in het bestuur van delegaties in afwezigheid van de bevoegde ordonnateur van de EDEO uit het land van de standplaats van zijn delegatie te verzekeren. In de uitzonderlijke gevallen waarin Commissiemedewerkers van delegaties van de Unie als gesubdelegeerd ordonnateur van de EDEO optreden, passen zij de interne EDEO-regels voor de uitvoering van de begroting toe en worden zij onderworpen aan dezelfde taken, verplichtingen en aansprakelijkheid als elke andere gesubdelegeerd ordonnateur van de EDEO.

Motivering

Ter verduidelijking.

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1 – letter c – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  op indirecte wijze ("indirecte uitvoering"), wanneer de basishandeling daarin voorziet of in de in artikel 56, lid 2, eerste alinea, onder a) tot en met d), genoemde gevallen, met:

c)  op indirecte wijze ("indirecte uitvoering"), wanneer de basishandeling daarin voorziet of in de in artikel 56, lid 2, eerste alinea, onder a) tot en met d), genoemde gevallen, door taken tot uitvoering van de begroting toe te vertrouwen aan:

Motivering

Artikel 58, lid 1, onder c), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 wordt opnieuw ingevoegd. Indien de wijziging van "indirect beheer" naar "indirecte uitvoering" slechts taalkundig is, moet volgens de Commissie de bestaande definitie van indirecte wijze van uitvoering van de begroting worden gehandhaafd.

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1 – letter c – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  de Europese Investeringsbank of het Europees Investeringsfonds ("de EIB-groep");

iii)  de Europese Investeringsbank ("EIB") of het EIF;

Motivering

Aangezien de samenstelling van de "EIB-groep" in de toekomst kan veranderen, is het beter de EIB en het EIF afzonderlijk te noemen.

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de begroting overeenkomstig artikel 317 VWEU en delegeert de uitvoering van de begroting niet aan derden indien deze taken een grote mate van beslissingsbevoegdheid in de vorm van politieke keuzes behelzen.

De Commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de begroting overeenkomstig artikel 317 VWEU en delegeert de uitvoering van de begroting niet aan derden indien deze taken beslissingsbevoegdheid in de vorm van politieke keuzes behelzen.

Motivering

Taken die beslissingsbevoegdheid in de vorm van politieke keuzes behelzen, moeten altijd worden uitgevoerd door een ambtenaar of ander personeelslid van de Unie.

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij gedeelde uitvoering van de begroting nemen de Commissie en de lidstaten de beginselen van gezond financieel beheer, transparantie en non-discriminatie in acht en verzekeren zij de zichtbaarheid van het optreden van de Unie. Daartoe komen de Commissie en de lidstaten hun respectieve controle- en auditverplichtingen na en nemen zij de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden op zich die in deze verordening zijn vastgesteld. Aanvullende voorschriften worden vastgesteld in sectorspecifieke regelgeving.

1.  Wanneer de Commissie de begroting in gedeelde uitvoering uitvoert, worden uitvoeringstaken aan de lidstaten gedelegeerd. De Commissie en de lidstaten nemen de beginselen van gezond financieel beheer, transparantie en non-discriminatie in acht en verzekeren de zichtbaarheid van het optreden van de Unie wanneer zij uitvoering geven aan fondsen van de Unie. Daartoe komen de Commissie en de lidstaten hun respectieve controle- en auditverplichtingen na en nemen zij de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden op zich die in deze verordening zijn vastgesteld. Aanvullende voorschriften worden vastgesteld in sectorspecifieke regelgeving.

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 2 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  samen te werken met de Commissie, OLAF, het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en de Europese Rekenkamer.

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Overeenkomstig de criteria en procedures die zijn vastgelegd in sectorspecifieke regelgeving wijzen de lidstaten op het passende niveau organen aan die bevoegd zijn om de middelen van de Unie te beheren en te controleren. Deze organen kunnen naast het beheer van middelen van de Unie andere taken verrichten en kunnen sommige taken aan andere organen toevertrouwen, met inbegrip van de in artikel 61, lid 1, onder c), ii) en iii), genoemde organen.

Overeenkomstig de criteria en procedures die zijn vastgelegd in sectorspecifieke regelgeving wijzen de lidstaten op het passende niveau organen aan die bevoegd zijn om de middelen van de Unie te beheren en te controleren. Deze organen kunnen naast het beheer van middelen van de Unie andere taken verrichten en kunnen sommige taken aan andere organen toevertrouwen.

Motivering

Taken toevertrouwen aan internationale organisaties en hun agentschappen, evenals aan de EIB-groep, zou de mogelijkheid verkleinen dat de lidstaten de uitvoering van de fondsen in gedeelde uitvoering controleren, met name in verband met subsidies.

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 5 – alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bovendien kunnen de lidstaten op het daarvoor geëigende niveau ondertekende verklaringen afgeven gebaseerd op de in dit lid genoemde informatie.

Bovendien geven de lidstaten aan het Europees Parlement en de Commissie op het daarvoor geëigende niveau ondertekende verklaringen af gebaseerd op de in dit lid genoemde informatie.

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 8 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om goede praktijken bij de uitvoering van de structuurfondsen, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, het ELGF en het Europees Visserijfonds te bevorderen, kan de Commissie de voor beheer- en controleactiviteiten verantwoordelijke organen voor informatiedoeleinden een methodologische handleiding ter beschikking stellen waarin haar eigen controlestrategie en controlebenadering, met inbegrip van controlelijsten en voorbeelden van goede praktijken, worden uiteengezet. Deze handleiding wordt indien nodig bijgewerkt.

Om goede praktijken bij de uitvoering van de structuurfondsen, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, het ELGF en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij te bevorderen, kan de Commissie de voor beheer- en controleactiviteiten verantwoordelijke organen voor informatiedoeleinden een methodologische handleiding ter beschikking stellen waarin haar eigen controlestrategie en controlebenadering, met inbegrip van controlelijsten en voorbeelden van goede praktijken, worden uiteengezet. Deze handleiding wordt indien nodig bijgewerkt.

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 8 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voor wat maritieme zaken en visserij betreft, vereist de uitvoering van nationale en subnationale programma's een omvattend nationaal en subnationaal beheers- en controlesysteem voor alle financiële verbintenissen, op basis van nauwe samenwerking tussen de nationale en eventuele subnationale beheersautoriteit en de Commissie. De Commissie brengt jaarlijks verslag uit en publiceert tussentijdse evaluaties.

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.  Om de specifieke en passende beleidsmaatregelen te kunnen vaststellen, moedigt de Commissie de opstelling aan van regionale operationele programma's, overeenkomstig de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit en met inachtneming van regionale bevoegdheden.

Motivering

Regio's moeten hun recht op deelname aan het besluitvormingsproces kunnen uitoefenen inzake onderwerpen die binnen hun bevoegdheid vallen. Daarom moeten regio's met bevoegdheden in de visserijsector hun regionale operationele programma's kunnen opstellen en beheren.

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  In gedeelde uitvoering aan lidstaten toegekende middelen kunnen ook worden gebruikt in combinatie met verrichtingen en instrumenten die worden uitgevoerd krachtens Verordening 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013.

9.  In gedeelde uitvoering aan lidstaten toegekende middelen kunnen in overeenstemming met sectorspecifieke regels ook worden gebruikt in combinatie met verrichtingen en instrumenten die worden uitgevoerd krachtens Verordening 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013. Daarbij wordt het toepasselijke maximale medefinancieringspercentage altijd geëerbiedigd.

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 62 bis

 

Één reeks regels in gedeelde uitvoering

 

Wanneer een ESI-fonds wordt gecombineerd met een of meer andere ESI-fondsen of met een ander type financiering door de Unie binnen één maatregel, kan een lidstaat voorzien in algemene regels voor de toepassing van het rechtskader van een van de ESI-fondsen of soorten financiering door de Unie ten aanzien van de volledige maatregel. De lidstaat legt deze algemene regels ter goedkeuring aan de Commissie voor.

Motivering

Met het amendement wordt beoogd het beginsel van "één reeks regels" toe te passen op gedeeld beheer, teneinde de administratieve last van de begunstigden en de autoriteiten van de lidstaten te verlichten, zoals tegenstrijdige interpretaties van de regels door verschillende DG's van de Commissie. Een bottom-upbenadering lijkt de beste manier hiervoor.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  "Europese bureaus" zijn door de Commissie of door de Commissie en één of meer instellingen opgerichte administratieve structuren die specifieke horizontale taken verrichten, mits zulks kan worden gerechtvaardigd met een kosten-batenanalyse en een beoordeling van de eraan verbonden risico's.

1.  "Europese bureaus" zijn door de Commissie of door de Commissie en één of meer instellingen opgerichte administratieve structuren die specifieke horizontale taken verrichten, mits zulks kan worden gerechtvaardigd met een kosten-batenanalyse en een beoordeling van de eraan verbonden risico's en door het Europees Parlement en de Raad is goedgekeurd.

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  eventuele niet-verplichte taken die zijn toegestaan door hun directiecomités na afweging van de kosten-baten en de risico's voor de betrokken partijen. Voor de uitvoering van deze taken kunnen aan een bureau de bevoegdheden van ordonnateur worden gedelegeerd of kan een bureau op ad-hocbasis overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau sluiten met de instellingen van de Unie, organen van de Unie en andere Europese bureaus of derden.

b)  eventuele niet-verplichte taken die zijn toegestaan door het Europees Parlement en de Raad nadat hun directiecomités de kosten-baten en de risico's voor de betrokken partijen hebben afgewogen. Voor de uitvoering van deze taken kunnen aan een bureau de bevoegdheden van ordonnateur worden gedelegeerd of kan een bureau op ad‑hocbasis overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau sluiten met de instellingen van de Unie, organen van de Unie en andere Europese bureaus of derden.

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Alle leden van stuurgroepen en bestuursorganen van uitvoerende of gedecentraliseerde agentschappen van de Unie publiceren jaarlijks een "belangenverklaring" op de website van hun agentschap. Om de duidelijkheid van deze verklaringen te waarborgen, voorziet de Commissie in een model voor "belangenverklaringen", dat kan worden aangepast aan de specifieke kenmerken van de verschillende agentschappen.

Motivering

In het herziene Financieel Reglement moet het invullen van een verklaring inzake belangenconflicten verplicht worden gesteld voor alle leden van bestuursorganen en stuurgroepen van gedecentraliseerde en uitvoerende agentschappen. Belangenverklaringen moeten worden gestandaardiseerd, maar moeten kunnen worden aangepast aan de specifieke kenmerken van de verschillende agentschappen.

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De financiële kaderregeling is gebaseerd op de in deze verordening vervatte beginselen en regels.

2.  De financiële kaderregeling is gebaseerd op de in deze verordening vervatte beginselen en regels, met inachtneming van de specifieke kenmerken van de in lid 1 genoemde organen.

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Een onafhankelijke extern controleur verifieert dat de jaarrekeningen van elk van de in lid 1 van dit artikel bedoelde organen de inkomsten, uitgaven en financiële positie van het desbetreffende orgaan correct weergeven, voordat deze in de eindrekeningen van de Commissie worden geconsolideerd. Tenzij anders is bepaald in de basishandeling tot oprichting van een in lid 1 van dit artikel bedoeld orgaan, bereidt de Rekenkamer een speciaal jaarverslag voor over elk orgaan overeenkomstig de eisen van artikel 287, lid 1, VWEU. Bij de voorbereiding van dit verslag houdt de Rekenkamer rekening met de controlewerkzaamheden van de onafhankelijke extern controleur en de maatregelen die naar aanleiding van zijn bevindingen zijn genomen.

6.  Een onafhankelijke extern controleur verifieert dat de jaarrekeningen van elk van de in lid 1 van dit artikel bedoelde organen de inkomsten, uitgaven en financiële positie van het desbetreffende orgaan correct weergeven, voordat deze in de eindrekeningen van de Commissie worden geconsolideerd. Het honorarium van de controleur wordt door de Rekenkamer betaald. De controleur kan tevens de wettigheid en regelmatigheid van alle inkomsten en uitgaven verifiëren. Tenzij anders is bepaald in de basishandeling tot oprichting van een in lid 1 van dit artikel bedoeld orgaan, brengt de Rekenkamer jaarlijks verslag uit over de auditresultaten en brengt zij in een enkel geconsolideerd auditverslag een specifieke betrouwbaarheidsverklaring uit voor elk onder het toepassingsgebied van dit artikel vallend orgaan overeenkomstig de eisen van artikel 287, lid 1, VWEU. Bij de voorbereiding van dit verslag houdt de Rekenkamer rekening met de controlewerkzaamheden van de onafhankelijke extern controleur en de maatregelen die naar aanleiding van zijn bevindingen zijn genomen.

Motivering

Zie motivering bij het amendement van de rapporteurs op lid 6 bis (nieuw).

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Alle aspecten van de onafhankelijke externe audits, met inbegrip van de gerapporteerde bevindingen van de controleur, blijven geheel onder de verantwoordelijkheid van de Rekenkamer vallen. De Rekenkamer beheert alle voorgeschreven administratieve procedures en procedures voor het toekennen van contracten en draagt er zelf de kosten van, naast alle andere aanverwante kosten.

Motivering

Door middel van de voorgestelde amendementen op artikel 69, lid 6, zouden de specifieke jaarverslagen van de Rekenkamer over elk van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen worden vervangen met een enkel geconsolideerd auditverslag met daarin een specifieke betrouwbaarheidsverklaring voor elk orgaan. De beoordeling door de Rekenkamer van de wettigheid en regelmatigheid van uitgaven kan worden voorbereid door de onafhankelijke externe controleur als bedoeld in lid 6, waar nodig onder de begeleiding van de Rekenkamer.

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De leden 2, 3 en 4 van artikel 69 zijn van toepassing op publiek-private partnerschapsorganen.

De leden 2 tot en met 6 van artikel 69 zijn van toepassing op publiek-private partnerschapsorganen.

Motivering

De regels die van toepassing zijn op de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen in artikel 69 moeten tevens van toepassing zijn op publiek-private partnerschappen.

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De ordonnateur is bij elke instelling belast met het innen van de ontvangsten en het verrichten van de uitgaven overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en staat in voor de wettigheid en regelmatigheid ervan en de gelijke behandeling van de ontvangers van een programma.

1.  De ordonnateur is bij elke instelling belast met het innen van de ontvangsten en het verrichten van de uitgaven overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer, alsook met het waarborgen van de betrouwbaarheid, volledigheid en juistheid van de gerapporteerde informatie over de prestaties, en staat in voor de wettigheid en regelmatigheid ervan en de gelijke behandeling van de ontvangers van een programma.

Motivering

De rapporteurs zijn van oordeel dat in artikel 73 van het voorstel van de Commissie niet voldoende rekening wordt gehouden met prestaties en dat de verantwoordelijkheid van de ordonnateur daarom moet worden uitgebreid tot de betrouwbaarheid, volledigheid en juistheid van de aan hem verstrekte prestatie-informatie. Daarnaast kan de in artikel 73, lid 5, voorgestelde tekst aldus worden uitgelegd dat daarmee een beperktere verslaglegging over prestaties wordt toegestaan dan thans is voorzien.

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke verrichting wordt ten minste onderworpen aan een controle vooraf met betrekking tot de operationele en de financiële aspecten ervan, op basis van een meerjarige controlestrategie die rekening houdt met het risico. Doel van de controles vooraf is het voorkomen van fouten en onregelmatigheden vooraleer verrichtingen worden toegestaan.

Elke verrichting wordt ten minste onderworpen aan een controle vooraf met betrekking tot de operationele en de financiële aspecten ervan, teneinde fouten en onregelmatigheden te voorkomen vooraleer verrichtingen worden toegestaan en ervoor te zorgen dat de doelstellingen van de verrichting worden verwezenlijkt.

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De frequentie en de reikwijdte van de controles vooraf worden bepaald door de bevoegde ordonnateur op grond van de resultaten van voorafgaande controles en van risico- en kosteneffectiviteitsoverwegingen. In geval van twijfel vraagt de voor de betaalbaarstelling van de verrichtingen bevoegde ordonnateur aanvullende informatie of voert hij in het kader van de controle vooraf een controle ter plaatse uit om redelijke zekerheid te verkrijgen.

De frequentie en de reikwijdte van de controles vooraf worden bepaald door de bevoegde ordonnateur op grond van de resultaten van voorafgaande controles en van risico-, kosteneffectiviteits-, en prestatieoverwegingen. Op basis van zijn eigen risicoanalyse vraagt de voor de betaalbaarstelling van de verrichtingen bevoegde ordonnateur aanvullende informatie of voert hij in het kader van de controle vooraf een controle ter plaatse uit om redelijke zekerheid te verkrijgen.

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De gedelegeerd ordonnateur kan voorzien in controles achteraf om fouten en onregelmatigheden of verrichtingen na validering op te sporen en te corrigeren. Deze controles kunnen steekproefgewijs op basis van het risico gebeuren en houden rekening met de resultaten van eerdere controles en met kosten-batenoverwegingen.

De gedelegeerd ordonnateur kan voorzien in controles achteraf om fouten en onregelmatigheden van verrichtingen na validering op te sporen en te corrigeren. Deze controles kunnen steekproefgewijs op basis van het risico gebeuren en houden rekening met de resultaten van eerdere controles en met kosten-baten- en prestatieoverwegingen.

Amendement    167

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 6 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de gedelegeerd ordonnateur financiële audits van begunstigden uitvoert in de vorm van controles achteraf, zijn de desbetreffende auditvoorschriften duidelijk, samenhangend en transparant, en eerbiedigen de rechten van de Commissie en de gecontroleerden.

Wanneer de gedelegeerd ordonnateur financiële audits van begunstigden uitvoert in de vorm van controles achteraf, zijn de desbetreffende auditvoorschriften duidelijk, samenhangend en transparant, omvatten ze tijdschema's en worden ze ter beschikking van de begunstigden gesteld bij ondertekening van de subsidieovereenkomst. De auditvoorschriften eerbiedigen de rechten van de Commissie en de gecontroleerden en bieden mogelijkheden voor beroep.

(Maatschappelijke organisaties ondervinden inconsistenties bij de toepassing van de financiële regels, niet alleen tussen het ene DG en het andere, maar ook binnen hetzelfde DG. Er moeten gemeenschappelijke richtsnoeren en gecentraliseerde opleidingen beschikbaar zijn voor het betrokken personeel. Ook moet de transparantie met betrekking tot de verschillende stappen, de looptijd en het tijdschema van auditprocedures worden verbeterd en bij de ondertekening van de overeenkomst worden meegedeeld.)

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 7 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de gesubdelegeerde ordonnateurs en hun personeel regelmatig bijgewerkte en passende informatie ontvangen over de beschikbare normen, methoden en technieken voor controledoeleinden;

a)  de gesubdelegeerde ordonnateurs en hun personeel regelmatig bijgewerkte en passende informatie ontvangen en opleiding krijgen over de beschikbare normen, methoden en technieken voor controledoeleinden op basis van de gemeenschappelijke richtsnoeren;

(Maatschappelijke organisaties ondervinden inconsistenties bij de toepassing van de financiële regels, niet alleen tussen het ene DG en het andere, maar ook binnen hetzelfde DG. Er moeten gemeenschappelijke richtsnoeren en gecentraliseerde opleidingen beschikbaar zijn voor het betrokken personeel. Ook moet de transparantie met betrekking tot de verschillende stappen, de looptijd en het tijdschema van auditprocedures worden verbeterd en bij de ondertekening van de overeenkomst worden meegedeeld.)

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 8 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien een bij het financieel beheer en de controle van de verrichtingen betrokken personeelslid van oordeel is dat een besluit dat zijn meerdere hem verplicht toe te passen of te accepteren onregelmatig is of strijdig met het beginsel van goed financieel beheer of de beroepscode die dat personeelslid gehouden is te respecteren, deelt hij dit aan zijn hiërarchieke meerdere. Indien het personeelslid dit schriftelijk doet, antwoordt de hiërarchieke meerdere schriftelijk. Indien de hiërarchieke meerdere niet optreedt of het aanvankelijke besluit of voorschrift bevestigt en het personeelslid van oordeel is dat een dergelijke bevestiging geen redelijk antwoord vormt op zijn bezorgdheid, stelt het personeelslid de gedelegeerd ordonnateur schriftelijk hiervan in kennis. Wanneer deze gelet op de omstandigheden van het betrokken geval geen antwoord geeft binnen een redelijke termijn, en in ieder geval binnen maximaal één maand, licht het personeelslid de in artikel 139 bedoelde instantie in.

Indien een bij het financieel beheer en de controle van de verrichtingen betrokken personeelslid van oordeel is dat een besluit dat zijn meerdere hem verplicht toe te passen of te accepteren onregelmatig is of strijdig met het beginsel van goed financieel beheer of de beroepscode die dat personeelslid gehouden is te respecteren, deelt hij dit aan zijn hiërarchieke meerdere. Indien het personeelslid dit schriftelijk doet, antwoordt de hiërarchieke meerdere schriftelijk. Indien de hiërarchieke meerdere niet optreedt of het aanvankelijke besluit of voorschrift bevestigt en het personeelslid van oordeel is dat een dergelijke bevestiging geen redelijk antwoord vormt op zijn bezorgdheid, stelt het personeelslid de gedelegeerd ordonnateur schriftelijk hiervan in kennis. Wanneer deze gelet op de omstandigheden van het betrokken geval geen antwoord geeft binnen een redelijke termijn, en in ieder geval binnen maximaal één maand, licht het personeelslid de in artikel 90 bedoelde instantie in.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 9 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de in het verslag opgenomen informatie een juist en getrouw beeld geven;

a)  de in het verslag opgenomen informatie een juist en getrouw beeld geeft, en met name dat de informatie over de prestaties betrouwbaar, volledig en juist is;

Motivering

Zie motivering bij het amendement op lid 1 van dit artikel.

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 9 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het jaarlijks activiteitenverslag bevat informatie over de gedane verrichtingen in het licht van de doelstellingen in de strategische plannen, de met deze verrichtingen verbonden risico's, het gebruik van de ter beschikking gestelde middelen en de efficiëntie en de doeltreffendheid van interne controlesystemen. Dit omvat een globale beoordeling van de kosten en baten van controles en informatie over de mate waarin de goedgekeurde beleidsuitgaven bijdragen tot het verwezenlijken van de strategische doelstellingen van de EU en meerwaarde van de EU opleveren. De Commissie stelt een samenvatting op van de jaarlijkse activiteitenverslagen voor het voorgaande jaar.

Het jaarlijks activiteitenverslag bevat informatie over de gedane verrichtingen in het licht van de doelstellingen in de strategische plannen en over de algemene prestaties van die verrichtingen, de met deze verrichtingen verbonden risico's, het gebruik van de ter beschikking gestelde middelen en de efficiëntie en de doeltreffendheid van interne controlesystemen. Dit omvat een globale beoordeling van de kosten en baten van controles en informatie over de mate waarin de goedgekeurde beleidsuitgaven bijdragen tot het verwezenlijken van de strategische doelstellingen van de EU en meerwaarde van de EU opleveren. De Commissie stelt een samenvatting op van de jaarlijkse activiteitenverslagen voor het voorgaande jaar.

Motivering

Zie motivering bij het amendement op lid 1 van dit artikel.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 73 – lid 9 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De jaarlijkse activiteitenverslagen van de ordonnateurs en, indien van toepassing, de gedelegeerde ordonnateurs van de instellingen, bureaus, organen en agentschappen betreffende het voorgaande jaar worden uiterlijk op 1 juli van elk jaar op een vlot toegankelijke wijze bekendgemaakt op de website van de respectieve instellingen, bureaus, organen of agentschappen, onder voorbehoud van naar behoren gemotiveerde vertrouwelijkheids- en veiligheidsoverwegingen.

Motivering

De vierde alinea van artikel 66, lid 9, van Verordening nr. 966/2012, die door de Commissie werd geschrapt, wordt opnieuw ingevoegd.

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer hoofden van de delegaties van de Unie zich in een in artikel 73, lid 8, bedoelde situatie bevinden, brengen zij dit ter kennis van de in artikel 139 genoemde instantie. In geval van illegale activiteiten, fraude of corruptie die de belangen van de Unie kunnen schaden, waarschuwen zij de in de geldende wetgeving aangewezen autoriteiten en instanties.

2.  Wanneer hoofden van de delegaties van de Unie zich in een in artikel 73, lid 8, bedoelde situatie bevinden, brengen zij dit ter kennis van de in artikel 90 genoemde instantie. In geval van illegale activiteiten, fraude of corruptie die de belangen van de Unie kunnen schaden, waarschuwen zij de in de geldende wetgeving aangewezen autoriteiten en instanties.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 79 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De rekenplichtige kan van deze normen afwijken indien hij zulks nodig acht om een getrouwe weergave te kunnen geven van de activa en passiva, de lasten en baten en de kasstromen. Wanneer een boekhoudregel substantieel van die normen afwijkt, wordt dit in de toelichtingen bij de financiële staten gemeld en gemotiveerd.

2.  De rekenplichtige kan van deze normen afwijken indien hij zulks nodig acht om een juist en getrouw beeld te kunnen geven van de activa en passiva, de lasten en baten en de kasstromen. Wanneer een boekhoudregel substantieel van die normen afwijkt, wordt dit in de toelichtingen bij de financiële staten gemeld en gemotiveerd.

Motivering

"Juist en getrouw" is de algemeen aanvaarde terminologie.

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De rekenplichtigen ontvangen van de ordonnateurs alle informatie die nodig is voor de opstelling van rekeningen die een getrouw beeld geven van de financiële situatie van de instellingen en de uitvoering van de begroting. De ordonnateurs garanderen de betrouwbaarheid van die informatie.

2.  De rekenplichtigen ontvangen van de ordonnateurs alle informatie die nodig is voor de opstelling van rekeningen die een juist en getrouw beeld geven van de financiële situatie van de instellingen en de uitvoering van de begroting. De ordonnateurs garanderen de betrouwbaarheid van die informatie.

Motivering

"Juist en getrouw" is de algemeen aanvaarde terminologie.

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voordat de rekeningen door de instelling of het in artikel 69 bedoelde orgaan worden goedgekeurd, tekent de rekenplichtige ze af, waarmee hij verklaart dat hij een redelijke zekerheid heeft dat de rekeningen een getrouwe weergave van de financiële situatie van de instelling of het in artikel 69 bedoelde orgaan geven.

Voordat de rekeningen door de instelling of het in artikel 69 bedoelde orgaan worden goedgekeurd, tekent de rekenplichtige ze af, waarmee hij verklaart dat hij een redelijke zekerheid heeft dat de rekeningen een juist en getrouw beeld van de financiële situatie van de instelling of het in artikel 69 bedoelde orgaan geven.

Motivering

"Juist en getrouw" is de algemeen aanvaarde terminologie.

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 – lid 10 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Elke instelling bepaalt bij welke dienst de bewijsstukken worden bewaard.

Motivering

Het laatste lid van artikel 64 van de uitvoeringsvoorschriften, dat door de Commissie werd weggelaten, wordt opnieuw ingevoegd.

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 83 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De rekenplichtige kan enkel betalingen verrichten indien de juridische entiteit en de betalingsgegevens van de begunstigde van tevoren zijn opgenomen in een gemeenschappelijk bestand per instelling waarvoor hij bevoegd is.

Schrappen

Motivering

Om logische redenen moet de eerste alinea achter de tweede alinea worden geplaatst: de betaling wordt verricht nadat de vastlegging is aangegaan.

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Artikel 83 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vóór het aangaan van een verbintenis jegens een derde stelt de ordonnateur de juridische entiteit en de wijze van betaling van de begunstigden vast en neemt deze op in een gemeenschappelijk bestand per instelling waarvoor de rekenplichtige bevoegd is, om te zorgen voor transparantie, verantwoording en de goede uitvoering van betalingen.

Vóór het aangaan van een verbintenis jegens een derde bevestigt de ordonnateur de identiteit van de begunstigde, stelt hij de juridische entiteit en de wijze van betaling van de begunstigden vast en neemt hij deze op in een gemeenschappelijk bestand per instelling waarvoor de rekenplichtige bevoegd is, om te zorgen voor transparantie, verantwoording en de goede uitvoering van betalingen.

Motivering

Formulering in artikel 63 van de uitvoeringsvoorschriften wordt opnieuw ingevoegd.

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Artikel 83 – lid 4 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De rekenplichtige kan enkel betalingen verrichten indien de juridische entiteit en de betalingsgegevens van de begunstigde van tevoren zijn opgenomen in een gemeenschappelijk bestand door de instelling waarvoor hij bevoegd is.

Motivering

Om logische redenen is de eerste alinea achter de tweede alinea geplaatst: de betaling wordt verricht nadat de vastlegging is aangegaan.

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 86 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bankrekeningen voor de gelden ter goede rekening worden geopend door de rekenplichtige, die ook de handtekeningen bij volmacht goedkeurt op basis van een met redenen omkleed voorstel van de ordonnateur.

2.  Bankrekeningen voor de gelden ter goede rekening worden geopend en gevolgd door de rekenplichtige, die ook de handtekeningen bij volmacht goedkeurt op basis van een met redenen omkleed voorstel van de ordonnateur.

Motivering

Bepaling van artikel 69, lid 1, van de uitvoeringsvoorschriften wordt opnieuw ingevoegd.

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 86 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De aanwezigheid van de aan beheerders van gelden ter goede rekening toevertrouwde middelen, de desbetreffende boekhouding en de regularisatie van de verrichtingen binnen de voorgeschreven termijnen worden door de rekenplichtige of door een speciaal daartoe gemachtigd personeelslid van zijn dienst of de ordonnateursdienst, in de regel ter plaatse en, in voorkomend geval, zonder aankondiging, geverifieerd. De rekenplichtige deelt de bevoegde ordonnateur de resultaten van zijn verificaties mede.

5.  De aanwezigheid van de aan beheerders van gelden ter goede rekening toevertrouwde middelen, de desbetreffende boekhouding en de regularisatie van de verrichtingen binnen de voorgeschreven termijnen worden door de rekenplichtige of door een speciaal daartoe gemachtigd personeelslid van zijn dienst of de ordonnateursdienst, in de regel ter plaatse en, indien nodig, zonder aankondiging, geverifieerd. De rekenplichtige deelt de bevoegde ordonnateur de resultaten van zijn verificaties mede.

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd de bevoegdheden van het Europees Bureau voor fraudebestrijding wordt elke overtreding van een bepaling van het Financieel Reglement of van een bepaling inzake financieel beheer of controle van de verrichtingen die het gevolg is van een handeling of verzuim van een personeelslid voorgelegd aan de in artikel 139 van deze verordening bedoelde instantie voor een advies door:

1.  Onverminderd de bevoegdheden van het Europees Bureau voor fraudebestrijding wordt elke overtreding van een bepaling van het Financieel Reglement of van een bepaling inzake financieel beheer of controle van de verrichtingen die het gevolg is van een handeling of verzuim van een personeelslid voorgelegd aan een gezamenlijke gespecialiseerde instantie voor financiële onregelmatigheden voor een advies door:

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien de informatie door een klokkenluider onder de aandacht van de instantie wordt gebracht, behandelt de instantie de informatie in overeenstemming met de geldende procedurevoorschriften voor informatieverstrekking in geval van ernstige onregelmatigheden ("klokkenluiden") van de Commissie en/of de instelling, het orgaan of het bureau waartoe de klokkenluider behoort.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    185

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De in lid 1 bedoelde instantie bestaat uit:

 

a)   een vaste, onafhankelijke voorzitter op hoog niveau die is aangesteld door de Commissie;

 

b)   een vertegenwoordiger van zes verschillende instellingen van de Unie, Europese bureaus of organen van de Unie als bedoeld in artikel 69.

 

De samenstelling van de instantie waarborgt de juiste juridische en technische expertise. Bij de aanwijzing van de leden van de instantie wordt rekening gehouden met de noodzaak om belangenconflicten te voorkomen. De instantie wordt bijgestaan door een vast secretariaat, dat door de Commissie is verstrekt, en dat voor de lopende administratie van de instantie zorgt.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    186

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  De ambtstermijn van de leden van de instantie als bedoeld in lid 1 bis, onder b), bedraagt drie jaar kan worden verlengd.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.  De voorzitter wordt gekozen uit voormalige leden van de Rekenkamer, het Hof van Justitie of voormalige ambtenaren die ten minste de rang van directeur-generaal bij een instelling van de Unie, met uitzondering van de Commissie, bekleedden. De voorzitter wordt gekozen op grond van zijn persoonlijke en professionele kwaliteiten, uitgebreide ervaring op juridisch en financieel gebied en bewezen deskundigheid, onafhankelijkheid en integriteit. Zijn ambtstermijn bedraagt vijf jaar en is niet verlengbaar. De voorzitter wordt aangesteld als bijzonder raadsadviseur in de zin van artikel 5 van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. De voorzitter zit alle vergaderingen van de instantie voor en oefent zijn ambt onafhankelijk uit. Er mag geen sprake zijn van een belangenconflict tussen zijn taak als voorzitter en andere officiële taken.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies.  De Commissie stelt het reglement van orde van de instantie vast.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In de in lid 1 bedoelde gevallen is de in artikel 139 van deze verordening bedoelde instantie bevoegd vast te stellen of zich een financiële onregelmatigheid heeft voorgedaan. Op grond van het advies van de in artikel 139 bedoelde instantie voor in lid 1 bedoelde gevallen neemt de betrokken instelling een beslissing over het instellen van een procedure wegens tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid of geldelijke aansprakelijkheid. Indien de instantie systeemgebonden problemen ontdekt, doet zij de ordonnateur en de gedelegeerd ordonnateur, tenzij deze het betrokken personeelslid is, alsmede de intern controleur een aanbeveling.

2.  De instantie is bevoegd vast te stellen of zich een financiële onregelmatigheid heeft voorgedaan.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer de instantie het in lid 1 bedoelde advies geeft, moet zij de in artikel 139, lid 2, vastgestelde samenstelling en twee extra leden hebben:

Schrappen

a)   een vertegenwoordiger van het tot aanstelling bevoegde gezag, bevoegd voor tuchtmaatregelen van de betrokken instelling of het betrokken orgaan, en

 

b)   een door het personeelscomité aangewezen lid van de betrokken instelling of het betrokken orgaan. Bij de aanwijzing van deze extra leden wordt rekening gehouden met de noodzaak om belangenconflicten te voorkomen.

 

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het in lid 1 bedoelde advies van de instantie wordt gericht tot de tuchtraad die door elke instelling en elk orgaan overeenkomstig haar of zijn interne regels is opgericht.

5.  Het advies van de instantie wordt gericht tot het tot aanstelling bevoegde gezag, bevoegd voor tuchtmaatregelen van de betrokken instelling, het betrokken bureau of het betrokken orgaan.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Op grond van het advies van de instantie neemt de betrokken instelling een beslissing over het instellen van een procedure wegens tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid of geldelijke aansprakelijkheid. Indien de instantie systeemgebonden problemen ontdekt, doet zij de ordonnateur en de gedelegeerd ordonnateur, tenzij deze het betrokken personeelslid is, alsmede de intern controleur een aanbeveling.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    193

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 ter.  Wanneer de instantie bij het onderzoek van een geval tot het oordeel komt dat de kwestie onder de bevoegdheid van het Europees Bureau voor fraudebestrijding valt, zendt zij de zaak onmiddellijk toe aan de directeur van het Europees Bureau voor fraudebestrijding en stelt zij het tot aanstelling bevoegde gezag van de betrokken instelling, het betrokken bureau of het betrokken orgaan hiervan in kennis. Vanaf de dag van toezending is de instantie niet meer belast met de zaak.

Motivering

Het voorstel van de Commissie om de instantie die zich bezighoudt met het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting samen te voegen met de instantie die zich bezighoudt met financiële onregelmatigheden is niet gerechtvaardigd, gezien de uiteenlopende doelstellingen van de instanties. Er moet een specifieke gezamenlijke instantie met een versterkt interinstitutioneel karakter worden opgericht. Daarnaast is de door de Commissie voorgestelde tekst niet verenigbaar met de bepalingen inzake tuchtprocedures, uiteengezet in bijlage IX bij het Statuut van de ambtenaren. Er kan geen tuchtprocedure worden ingesteld zonder dat er ofwel een OLAF-verslag is opgesteld, ofwel een administratief onderzoek heeft plaatsgevonden.

Amendement    194

Voorstel voor een verordening

Artikel 91 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer een ordonnateur oordeelt dat een aan hem gegeven instructie onregelmatig is of tegen het beginsel van goed financieel beheer indruist, met name omdat de uitvoering ervan onverenigbaar is met de hoeveelheid aan hem verstrekte middelen, deelt hij dat de autoriteit waarvan hij de delegatie of subdelegatie heeft ontvangen, schriftelijk mee. Indien de instructie tijdig schriftelijk wordt bevestigd en nauwkeurig genoeg is, dat wil zeggen dat zij uitdrukkelijk naar de aspecten verwijst die door de gedelegeerd of gesubdelegeerd ordonnateur betwistbaar worden geacht, is de gedelegeerd of gesubdelegeerd ordonnateur van zijn verantwoordelijkheid ontslagen. Hij voert de instructie uit, tenzij deze kennelijk in strijd is met de wet of de geldende veiligheidsvoorschriften.

1.  Wanneer een ordonnateur oordeelt dat een aan hem gegeven instructie onregelmatig is of tegen het beginsel van goed financieel beheer indruist, met name omdat de uitvoering ervan onverenigbaar is met de hoeveelheid aan hem verstrekte middelen, deelt hij dat de autoriteit waarvan hij de delegatie of subdelegatie heeft ontvangen, schriftelijk mee. Indien de instructie tijdig schriftelijk wordt bevestigd en nauwkeurig genoeg is, dat wil zeggen dat zij uitdrukkelijk naar de aspecten verwijst die door de gedelegeerd of gesubdelegeerd ordonnateur betwistbaar worden geacht, is de gedelegeerd of gesubdelegeerd ordonnateur van zijn verantwoordelijkheid ontslagen. Hij voert de instructie uit, tenzij deze kennelijk in strijd is met de wet of de geldende veiligheidsvoorschriften. De gedelegeerd ordonnateur legt verslag over elk van deze gevallen onder de hoofding "Bevestiging van instructies krachtens artikel 91 van het Financieel Reglement" in het in artikel 73, lid 9, van deze verordening bedoeld jaarlijks activiteitenverslag.

Amendement    195

Voorstel voor een verordening

Artikel 99 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Elke instelling zendt het Europees Parlement en de Raad elk jaar een verslag toe over de in dit lid bedoelde gevallen waarin van de inning van schuldvorderingen van 100 000 EUR en meer is afgezien. In het geval van de Commissie wordt dit verslag gevoegd bij de in artikel 73, lid 9, bedoelde samenvatting van de jaarlijkse activiteitenverslagen.

5.  Elke instelling zendt het Europees Parlement en de Raad elk jaar een verslag toe over de in dit lid bedoelde gevallen waarin van de inning van schuldvorderingen is afgezien. In het geval van de Commissie wordt dit verslag gevoegd bij de in artikel 73, lid 9, bedoelde samenvatting van de jaarlijkse activiteitenverslagen.

Amendement    196

Voorstel voor een verordening

Artikel 108 – lid 2 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  de parameters voor de prestatiebeoordeling;

Amendement    197

Voorstel voor een verordening

Artikel 108 – lid 2 – alinea 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  voor bijdragen aan de in artikel 227 bedoelde trustfondsen: de voor het begrotingsjaar voor het trustfonds gereserveerde kredieten, en de voor de gehele duur geplande bedragen;

c)  voor bijdragen aan de in artikel 227 bedoelde trustfondsen: de voor het begrotingsjaar voor het trustfonds gereserveerde kredieten, en de voor de gehele duur geplande bedragen, alsook het financieringsaandeel uit andere bronnen dan de Uniebegroting, waarvan de ratio onveranderd blijft gedurende de gehele looptijd van het trustfonds als aangegeven in artikel 227, lid 1;

Motivering

Een bijgewerkte versie van amendement 91 van de rapporteurs. De ratio van de financiering uit de EU-begroting en andere bronnen moet worden vastgelegd, om te voorkomen dat de EU verantwoordelijk is voor andere donoren die hun aanvankelijke toezeggingen niet waarmaken.

Amendement    198

Voorstel voor een verordening

Artikel 108 – lid 2 – alinea 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  voor financieringsinstrumenten: het aan het financieringsinstrument toegewezen bedrag;

e)  voor financieringsinstrumenten: het aan het financieringsinstrument toegewezen bedrag en het streefcijfer voor het aandeel uit de particuliere sector aan te trekken kapitaal;

Amendement    199

Voorstel voor een verordening

Artikel 108 – lid 2 – alinea 2 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  voor bijdragen aan blendingfaciliteiten: het bedrag dat is toegewezen aan de blendingfaciliteit en de lijst van entiteiten die deelnemen aan de blendingfaciliteit;

g)  voor bijdragen aan blendingfaciliteiten: het bedrag dat is toegewezen aan de blendingfaciliteit en de lijst van entiteiten die deelnemen aan de blendingfaciliteit en hun respectieve financiële bijdrage;

Amendement    200

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 3 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de opeisbaarheid van de schuldvordering verifiëren.

c)  de opeisbaarheid van de schuldvordering verifiëren. Kostenramingen impliceren niet dat aan deze voorwaarden is voldaan.

Amendement    201

Voorstel voor een verordening

Artikel 109 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Vrijmaking van kredieten is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur de reservering van eerder in de begroting vastgelegde kredieten geheel of gedeeltelijk annuleert.

Schrappen

Motivering

Met het oog op de consistentie wordt dit lid overgeheveld naar artikel 2 (definities).

Amendement    202

Voorstel voor een verordening

Artikel 110 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Voorlopige vastleggingen in de begroting worden uitgevoerd door het sluiten van een of meer juridische verbintenissen die recht geven op latere betalingen. In gevallen die verband houden met de uitgaven voor personeelsbeheer of de communicatie-uitgaven van de instellingen naar aanleiding van evenementen van de Unie of in de in punt 14.5 van de bijlage bij deze verordening bedoelde gevallen, mogen deze vastleggingen rechtstreeks door betalingen worden uitgevoerd.

6.  Voorlopige vastleggingen in de begroting worden uitgevoerd door het sluiten van een of meer juridische verbintenissen die recht geven op latere betalingen. In gevallen die verband houden met de uitgaven voor personeelsbeheer, leden of voormalige leden van een instelling van de Unie of de communicatie-uitgaven van de instellingen naar aanleiding van evenementen van de Unie of in de in punt 14.5 van de bijlage bij deze verordening bedoelde gevallen, mogen deze vastleggingen rechtstreeks door betalingen worden uitgevoerd.

Motivering

Vergoedingen aan leden worden op dezelfde wijze betaald als vergoedingen aan personeel en moeten daarom ook worden vermeld in de uitzonderingen waarin een voorlopige betalingsverplichting direct kan worden gevolgd door betalingen.

Amendement    203

Voorstel voor een verordening

Artikel 111 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De in de eerste alinea van dit artikel bedoelde vastleggingen worden in mindering gebracht op de in lid 2 bedoelde globale voorlopige vastlegging.

Motivering

Technische correctie (overgebracht van lid 5).

Amendement    204

Voorstel voor een verordening

Artikel 111 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De in de eerste subalinea van dit artikel bedoelde vastleggingen worden in mindering gebracht op de in lid 1 bedoelde globale voorlopige vastlegging.

Schrappen

Motivering

Technische correctie (overgeheveld naar lid 4).

Amendement    205

Voorstel voor een verordening

Artikel 112 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De delen van vastleggingen in de begroting die zes maanden na de uiterste uitvoeringsdatum niet door betalingen zijn uitgevoerd, worden overeenkomstig artikel 13 vrijgemaakt.

4.  De delen van vastleggingen in de begroting die zes maanden na de uiterste uitvoeringsdatum niet door betalingen zijn uitgevoerd, worden vrijgemaakt.

Motivering

Deze verwijzing is niet logisch, aangezien artikel 13 betrekking heeft op de annulering van kredieten na een vrijmaking en niet op de vrijmakingsprocedure als zodanig.

Amendement    206

Voorstel voor een verordening

Artikel 113 – lid 5 – alinea 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bij subsidies in directe uitvoering ten belope van meer dan 5 000 000 EUR ter financiering van externe maatregelen worden maximaal twee voorfinancieringsbetalingen tijdens de looptijd van de maatregel niet vereffend.

Motivering

De tweede alinea van artikel 184, lid 4, van Verordening nr. 966/2012, die door de Commissie werd weggelaten, wordt opnieuw ingevoegd.

Amendement    207

Voorstel voor een verordening

Artikel 114 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  90 kalenderdagen voor bijdrageovereenkomsten, overeenkomsten en subsidieovereenkomsten waarvan de geleverde technische prestaties of acties bijzonder moeilijk te evalueren zijn en waarvan de betaling afhankelijk wordt gesteld van de goedkeuring van een verslag of certificaat;

a)  60 kalenderdagen voor bijdrageovereenkomsten, overeenkomsten en subsidieovereenkomsten waarvan de geleverde technische prestaties of acties bijzonder moeilijk te evalueren zijn;

Motivering

Dit amendement is gebaseerd op een voorstel van Civil Society Europe.

Amendement    208

Voorstel voor een verordening

Artikel 114 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  60 kalenderdagen voor alle andere bijdrageovereenkomsten, overeenkomsten en subsidieovereenkomsten waarvan de betaling afhankelijk wordt gesteld van de goedkeuring van een verslag of certificaat;

Schrappen

Motivering

Dit amendement is gebaseerd op een voorstel van Civil Society Europe.

Amendement    209

Voorstel voor een verordening

Artikel 114 – lid 4 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Behalve in het geval van lidstaten, de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds heeft de crediteur bij het verstrijken van de in lid 1 vastgelegde termijnen onder de volgende voorwaarden recht op rente:

Behalve in het geval van lidstaten heeft de crediteur bij het verstrijken van de in lid 1 vastgelegde termijnen onder de volgende voorwaarden recht op rente:

Motivering

De EIB-groep moet in dit opzicht niet anders worden behandeld dan de andere entiteiten die EU-begrotingsmiddelen uitvoeren of de crediteuren van de Unie. In dit verband is de EIB‑groep wettelijk verplicht ervoor te zorgen dat zijn kosten worden gedekt. De opneming van de EIB/het EIF in deze bepaling kan negatieve reacties veroorzaken van de kredietbeoordelingbureaus in verband met bestaande instrumenten zoals het EFSI, het ELM en InnovFin.

Amendement    210

Voorstel voor een verordening

Artikel 115 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Iedere instelling stelt een interne controlefunctie in, die moet worden uitgeoefend met inachtneming van de terzake doende internationale normen. De door de instelling aangewezen intern controleur is haar verantwoording schuldig voor de verificatie van de goede werking van de systemen en de procedures voor de uitvoering van de begroting. De intern controleur kan noch ordonnateur noch rekenplichtige zijn.

1.  Iedere instelling stelt een interne controlefunctie in, die moet worden uitgeoefend met inachtneming van de terzake doende internationale normen. De door de instelling aangewezen intern controleur is haar verantwoording schuldig voor de verificatie van de goede werking van de systemen en de procedures voor de uitvoering van de begroting. De intern controleur oefent zijn taken onafhankelijk uit en kan noch ordonnateur noch rekenplichtige zijn.

Amendement    211

Voorstel voor een verordening

Artikel 116 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In dit jaarlijkse verslag wordt tevens melding gemaakt van de systeemproblemen waarop de overeenkomstig artikel 139 opgerichte instantie heeft gewezen, wanneer deze het in artikel 90 bedoelde advies verstrekt.

In dit jaarlijkse verslag wordt tevens melding gemaakt van de systeemproblemen waarop de overeenkomstig artikel 90 opgerichte instantie heeft gewezen.

Motivering

Zie amendement van de rapporteurs op artikel 90, lid 5 ter (nieuw).

Amendement    212

Voorstel voor een verordening

Artikel 116 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De intern controleur besteedt bij het opstellen van dit verslag bijzondere aandacht aan de algemene naleving van het beginsel van goed financieel beheer en zorgt ervoor dat passende maatregelen worden genomen met het oog op een gestage verbetering en versterking van de toepassing van dit beginsel.

5.  De intern controleur besteedt bij het opstellen van dit verslag bijzondere aandacht aan de algemene naleving van de beginselen van goed financieel beheer en prestaties en zorgt ervoor dat passende maatregelen worden genomen met het oog op een gestage verbetering en versterking van de toepassing van deze beginselen.

Amendement    213

Voorstel voor een verordening

Artikel 116 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De instelling stelt ieder jaar een verslag op met een samenvatting van het aantal en de soorten uitgevoerde interne controles, de gedane aanbevelingen en het gevolg dat aan die aanbevelingen is gegeven, en zendt dit verslag toe aan het Europees Parlement en de Raad als bepaald in artikel 239.

8.  De instelling stelt ieder jaar een verslag op met een relevante samenvatting van het aantal en de soorten uitgevoerde interne controles, de gedane aanbevelingen en het gevolg dat aan die aanbevelingen is gegeven, en zendt dit verslag toe aan het Europees Parlement en de Raad als bepaald in artikel 239.

Amendement    214

Voorstel voor een verordening

Artikel 120 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 120 bis

 

Interne auditcomités

 

1.   Elke instelling richt een intern auditcomité op dat belast is met het toezicht op de kwaliteit van de interne auditwerkzaamheden en erop toeziet dat de auditaanbevelingen naar behoren in aanmerking worden genomen en worden opgevolgd door hun diensten.

 

2.   De meerderheid van de leden van het interne auditcomité is onafhankelijk van de instelling.

 

3.   De activiteiten van de interne auditcomités moeten met name:

 

a)   een bijdrage leveren aan de verbetering van de toereikendheid en doeltreffendheid van risicobeheer en interne controle;

 

b)   de beginselen van goed bestuur en de toepassing ervan in de besluitvorming bevorderen;

 

c)   de kwaliteit van de interne audits bevorderen;

 

d)   bewustzijn kweken over de noodzaak van deugdelijk risicobeheer en interne controle;

 

e)   de uitvoering van de aanbevelingen van interne en externe audits garanderen; en

 

f)   ondersteuning bieden bij het integreren van de waarden van ethische governance, waaronder doeltreffende regelingen voor het bestrijden van fraude en corruptie.

 

4.   Het jaarverslag van de intern controleur als bedoeld in artikel 116, lid 4, bevat passende informatie over het mandaat, de verrichtingen, de activiteiten en de resultaten van het interne auditcomité.

Motivering

Volgens de Europese Rekenkamer (zie paragrafen 14 en 15 van Advies nr. 1/2017) is de instelling van een intern auditcomité, waarvan leden voor het grootste gedeelte onafhankelijk zijn bevoegd zijn voor financiële verslaglegging, onregelmatigheden en risicobeheer, een internationale beste praktijk.

Amendement    215

Voorstel voor een verordening

Artikel 121 – lid 1 – alinea 1 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a)  financiering die niet gekoppeld is aan de kosten van de desbetreffende transacties op basis van:

 

i)   hetzij de vervulling van voorwaarden in sectorspecifieke wetgeving of besluiten van de Commissie, of

 

ii)   het bereiken van resultaten gemeten aan de hand van de eerder vastgestelde mijlpalen of door middel van prestatie-indicatoren;

Motivering

Teneinde een "prestatiecultuur" in deze verordening te integreren, stellen de rapporteurs voor om bij de vormen van bijdragen van de Unie eerst te kijken naar het bereiken van resultaten en dan pas naar andere criteria.

Amendement    216

Voorstel voor een verordening

Artikel 121 – lid 1 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  financiering die niet gekoppeld is aan de kosten van de desbetreffende transacties op basis van:

Schrappen

i)   hetzij de vervulling van voorwaarden in sectorspecifieke wetgeving of besluiten van de Commissie of

 

ii)   het bereiken van resultaten gemeten aan de hand van de eerder vastgestelde mijlpalen of door middel van prestatie-indicatoren;

 

Motivering

Verplaatst naar letter -a).

Amendement    217

Voorstel voor een verordening

Artikel 121 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De gedelegeerd ordonnateur legt verslag over de bijdragen van de Unie die zijn ingesteld krachtens lid 1, onder e) en f), van dit artikel onder de hoofding "Bijdragen van de Unie krachtens artikel 121, lid 1, onder e) en f), van het Financieel Reglement" in het in artikel 73, lid 9, van deze verordening bedoeld jaarlijks activiteitenverslag.

Motivering

Door middel van deze bepaling wordt het toezicht van de begrotingsautoriteit op deze nieuwe soorten financiering versterkt.

Amendement    218

Voorstel voor een verordening

Artikel 122

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 122

Schrappen

Wederzijds vertrouwen in beoordelingen

 

De Commissie mag volledig of gedeeltelijk vertrouwen op eigen beoordelingen of op beoordelingen van andere entiteiten, met inbegrip van donoren, voor zover die beoordelingen zijn verricht volgens voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden in deze verordening voor de specifieke wijze van begrotingsuitvoering. Daartoe bevordert de Commissie de erkenning van internationaal aanvaarde normen of internationale beste praktijken.

 

Motivering

Deze nieuwe bepaling druist in tegen het beginsel van goed financieel beheer en moet daarom worden geschrapt.

Amendement    219

Voorstel voor een verordening

Artikel 123 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de financiële staten en verslagen over het gebruik van de bijdrage van de Unie ter verkrijging van redelijke zekerheid op basis van internationaal aanvaarde normen door een onafhankelijke auditor aan een audit zijn onderworpen, vormt deze audit de basis van de algemene zekerheid, zoals, in voorkomend geval, nader bepaald in sectorspecifieke voorschriften.

Indien de financiële staten en verslagen over het gebruik van de bijdrage van de Unie ter verkrijging van redelijke zekerheid op basis van internationaal aanvaarde normen door een onafhankelijke auditor aan een audit zijn onderworpen, en indien die bijdrage van de Unie goed is voor minder dan 50 % van de totale beschikbare financiering, kan deze audit, onder voorbehoud van een besluit van de bevoegde ordonnateur, de basis van de algemene zekerheid vormen, zoals, in voorkomend geval, nader bepaald in sectorspecifieke voorschriften. Voor onderzoeksinstituten kunnen uitzonderingen worden gemaakt.

Motivering

In overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer moeten er bijkomende beveiligingen worden ingevoerd om sterker op elkaars audits te kunnen vertrouwen.

Amendement    220

Voorstel voor een verordening

Artikel 123 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Daartoe bevorderen de Commissie en de Rekenkamer de erkenning van internationaal aanvaarde normen of internationale beste praktijken.

Motivering

In overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer moeten er bijkomende beveiligingen worden ingevoerd om sterker op elkaars audits te kunnen vertrouwen.

Amendement    221

Voorstel voor een verordening

Artikel 123 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De informatie waarover de beheersautoriteit reeds beschikt, moet voor zover mogelijk worden gebruikt om te voorkomen dat begunstigden meer dan eens om dezelfde informatie wordt gevraagd.

Motivering

In overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer moeten er bijkomende beveiligingen worden ingevoerd om sterker op elkaars audits te kunnen vertrouwen.

Amendement    222

Voorstel voor een verordening

Artikel 124 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een persoon of entiteit die middelen van de Unie ontvangt, werkt ten volle mee aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie en verleent als voorwaarde voor het ontvangen van deze middelen de nodige rechten en toegang aan de bevoegde ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding en de Europese Rekenkamer, en, in voorkomend geval, aan de bevoegde nationale autoriteiten, zodat zij hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. In het geval van het Europees Bureau voor fraudebestrijding behelst dit het recht onderzoeken uit te voeren, waaronder controles ter plaatse en inspecties.

1.  Een persoon of entiteit die middelen van de Unie ontvangt, werkt ten volle mee aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie en verleent als voorwaarde voor het ontvangen van deze middelen de nodige rechten en toegang aan de bevoegde ordonnateur, het Europees openbaar ministerie, het Europees Bureau voor fraudebestrijding en de Europese Rekenkamer, en, in voorkomend geval, aan de bevoegde nationale autoriteiten, zodat zij hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. In het geval van het Europees Bureau voor fraudebestrijding behelst dit het recht onderzoeken uit te voeren, waaronder controles ter plaatse en inspecties.

Amendement    223

Voorstel voor een verordening

Artikel 124 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke natuurlijke of rechtspersoon die middelen van de Unie in directe en indirecte uitvoering ontvangt, verbindt zich er schriftelijk toe de nodige in lid 1 bedoelde rechten te verlenen. Daartoe behoort de verplichting voor elke derde die betrokken is bij de uitvoering van de middelen van de Unie om gelijkwaardige rechten te waarborgen.

2.  Elke natuurlijke of rechtspersoon die middelen van de Unie in directe, gedeelde en indirecte uitvoering ontvangt, verbindt zich er schriftelijk toe de nodige in lid 1 bedoelde rechten te verlenen. Daartoe behoort de verplichting voor elke derde die betrokken is bij de uitvoering van de middelen van de Unie om gelijkwaardige rechten te waarborgen.

Amendement    224

Voorstel voor een verordening

Artikel 125

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 125

Schrappen

Overschrijving van middelen naar krachtens deze verordening of sectorspecifieke regelgeving ingestelde instrumenten

 

Middelen die in gedeelde uitvoering aan de lidstaten worden toegewezen, kunnen, op hun verzoek, worden overgeschreven naar uit hoofde van deze verordening of sectorspecifieke regelgeving ingestelde instrumenten. De Commissie voert deze middelen uit overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder a) of c), indien mogelijk ten voordele van de betrokken lidstaat. Daarnaast kunnen middelen die in gedeelde uitvoering aan de lidstaten worden toegewezen, op hun verzoek worden ingezet om het risicodragend vermogen van het Europees Fonds voor strategische investeringen te vergroten. In dergelijke gevallen zijn de voor dat fonds geldende voorschriften van toepassing.

 

Amendement    225

Voorstel voor een verordening

Artikel 126 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In de financiële partnerschapskaderovereenkomsten worden de vormen van financiële samenwerking, de gemeenschappelijke doelstellingen van de samenwerking alsmede de beginselen voor een dergelijke samenwerking tussen de Commissie en personen en entiteiten die middelen van de Unie uitvoeren overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), of begunstigden vermeld. In deze overeenkomsten wordt ook rekening gehouden met de mate waarin de Commissie mag vertrouwen op de systemen en procedures van de personen of entiteiten die middelen van de Unie uitvoeren overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), of van begunstigden, met inbegrip van auditprocedures.

2.  In de financiële partnerschapskaderovereenkomsten worden de vormen van financiële samenwerking, de gemeenschappelijke doelstellingen van de samenwerking alsmede de beginselen voor een dergelijke samenwerking tussen de Commissie en personen en entiteiten die middelen van de Unie uitvoeren overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), of begunstigden vermeld. Deze overeenkomsten moeten ook:

 

a)  de kwaliteit van de uitvoering en de verwezenlijking van de doelstellingen van de interventie van de Unie waarborgen, en

 

b)  rekening houden met de systemen en procedures van de personen of entiteiten die middelen van de Unie uitvoeren overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), of van begunstigden om die doelstellingen te verwezenlijken, met inbegrip van auditprocedures.

Motivering

Deze bijkomende waarborgen zullen ertoe bijdragen dat financiële kaderpartnerschappen van meerwaarde voor de EU zijn.

Amendement    226

Voorstel voor een verordening

Artikel 126 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Met het oog op het optimaliseren van de kosten en baten van audits en het faciliteren van de coördinatie kunnen audit- of verificatie-overeenkomsten worden gesloten met personen en entiteiten die middelen uitvoeren overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), of met begunstigden van subsidies. In het geval van de Europese Investeringsbank is de tripartiete overeenkomst met de Commissie en de Europese Rekenkamer van toepassing.

3.  Met het oog op het optimaliseren van de kosten en baten van audits en het faciliteren van de coördinatie kunnen audit- of verificatie-overeenkomsten worden gesloten met personen en entiteiten die middelen uitvoeren overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), of met begunstigden van subsidies. Dergelijke overeenkomsten houden geen beperking in van de toegang van de Rekenkamer tot informatie die noodzakelijk is voor de audit van de middelen van de Unie.

Motivering

De verwijzing naar de tripartiete overeenkomst als bedoeld in artikel 287, lid 3, VWEU is overbodig. Omwille van de duidelijkheid moet worden gespecificeerd dat de audit- of verificatie-overeenkomsten als bedoeld in dit lid geen beperking inhouden van de toegang van de Europese Rekenkamer tot informatie die zij nodig heeft voor de uitvoering van haar taken.

Amendement    227

Voorstel voor een verordening

Artikel 126 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de duur van het partnerschap mag niet langer zijn dan vier jaar, behalve in uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen;

c)  de duur van het partnerschap mag niet langer zijn dan vier jaar, behalve in uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen die duidelijk worden vermeld in het jaarlijks activiteitenverslag als bedoeld in artikel 73, lid 9;

Motivering

Met dit amendement wordt het toezicht van de begrotingsautoriteit op deze partnerschapsovereenkomsten versterkt.

Amendement    228

Voorstel voor een verordening

Artikel 126 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  In het geval van een financiële partnerschapskaderovereenkomst die wordt uitgevoerd via specifieke subsidies gebeurt de in artikel 191 bedoelde verificatie van de operationele capaciteit en de financiële draagkracht vóór de ondertekening van de financiële partnerschapskaderovereenkomst. De Commissie mag vertrouwen op een gelijkwaardige verificatie van de financiële draagkracht en de operationele capaciteit door andere donoren.

6.  In het geval van financiële partnerschapskaderovereenkomsten die worden uitgevoerd via specifieke subsidies gebeurt de in artikel 191 bedoelde verificatie van de operationele capaciteit en de financiële draagkracht vóór de ondertekening van de financiële partnerschapskaderovereenkomst. Uitsluitend wanneer het aandeel ten laste van de EU-begroting goed is voor minder dan 50 % van de totale financiering, mag de Commissie vertrouwen op een gelijkwaardige verificatie van de financiële draagkracht en de operationele capaciteit door andere donoren.

Motivering

In overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer moeten er bijkomende beveiligingen worden ingevoerd om sterker op elkaars verificaties te kunnen vertrouwen. Zie ook amendement van de rapporteurs op artikel 123, lid 1.

Amendement    229

Voorstel voor een verordening

Artikel 126 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De Commissie streeft ernaar haar rapportagevereisten te harmoniseren met die van andere donoren.

Schrappen

Motivering

Deze nieuwe bepaling kan de regels inzake verslaglegging als bedoeld in titel XIII ondermijnen en moet daarom worden geschrapt.

Amendement    230

Voorstel voor een verordening

Artikel 132 – lid 1 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  de entiteit haar statutaire zetel en centrum van de voornaamste belangen in verschillende jurisdicties heeft, waardoor zij haar verplichtingen die voortvloeien uit belasting- of sociale wetgeving, of andere wettelijke verplichtingen die van toepassing zijn in de jurisdictie van haar centrum van de voornaamste belangen, omzeilt (brievenbusmaatschappij).

Motivering

Er worden vaak brievenbusmaatschappijen opgericht om fiscale, wettelijke of sociale verplichtingen te omzeilen die van toepassing zijn in het land van hun centrum van de voornaamste belangen, hetgeen indruist tegen de financiële belangen van de EU en het doel van EU-financiering. Dit amendement is gebaseerd op een voorstel van de Bundesnotarkammer (Duitse federale kamer van notarissen) aan de rapporteurs.

Amendement     231

Voorstel voor een verordening

Artikel 132 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  een nаtuurlijke persoon of rechtspersoon die lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de in artikel 131, lid 1, bedoelde persoon of entiteit of die vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft ten aanzien van deze personen of entiteiten zich in een of meer van de situaties bevindt als bedoeld in lid 1, onder c) tot en met f);

a)  een natuurlijke persoon of rechtspersoon die lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de in artikel 131, lid 1, bedoelde persoon of entiteit of die vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft ten aanzien van deze personen of entiteiten, met inbegrip van personen en entiteiten binnen de eigendomsstructuur en controlestructuur en begunstigde eigenaars, zich in een of meer van de situaties bevindt als bedoeld in lid 1, onder c) tot en met f);

Motivering

Het amendement verduidelijkt het toepassingsgebied met betrekking tot personen op wie de uitsluitingsredenen in artikel 131, lid 1, van toepassing zijn en brengt het toepassingsgebied van de verificatie van uitsluitingsredenen op één lijn met het toepassingsgebied van de verificatie die wordt vereist van financiële instellingen en andere aangewezen niet-financiële organen en beroepen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en met het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme.

Amendement    232

Voorstel voor een verordening

Artikel 133 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  informatie over natuurlijke of rechtspersonen die lid zijn van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de deelnemer of die vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid ten aanzien van die deelnemer hebben, en afdoend bewijs dat een of meer van deze personen niet in een van de in artikel, 132, lid 1, onder c) tot en met f), vermelde uitsluitingssituaties verkeren;

b)  informatie over natuurlijke of rechtspersonen die lid zijn van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de deelnemer of die vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid ten aanzien van die deelnemer hebben, met inbegrip van personen en entiteiten binnen de eigendomsstructuur en controlestructuur en begunstigde eigenaars, en afdoend bewijs dat een of meer van deze personen niet in een van de in artikel, 132, lid 1, onder c) tot en met f), vermelde uitsluitingssituaties verkeren;

Motivering

Het amendement verduidelijkt het toepassingsgebied met betrekking tot personen op wie de uitsluitingsredenen in artikel 131, lid 1, van toepassing zijn en brengt het toepassingsgebied van de verificatie van uitsluitingsredenen op één lijn met het toepassingsgebied van de verificatie die wordt vereist van financiële instellingen en andere aangewezen niet-financiële organen en beroepen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en met het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme.

Amendement    233

Voorstel voor een verordening

Artikel 142 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In gedeelde uitvoering vindt alle officiële uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie via in de sectorspecifieke regelgeving aangeduide middelen plaats. Die regelgeving zorgt bij het beheer van de begroting voor interoperabiliteit van de verzamelde of ontvangen en doorgezonden gegevens.

2.  In gedeelde uitvoering vindt alle officiële uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie via in de sectorspecifieke regelgeving aangeduide middelen plaats. Die regelgeving zorgt bij de uitvoering van de begroting voor interoperabiliteit van de verzamelde of ontvangen en doorgezonden gegevens.

Amendement    234

Voorstel voor een verordening

Artikel 142 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie brengt geregeld verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de voortgang in de tenuitvoerlegging van het e-bestuur.

Motivering

Artikel 95, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, dat door de Commissie werd geschrapt, wordt opnieuw ingevoegd.

Amendement    235

Voorstel voor een verordening

Artikel 144 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie brengt geregeld verslag uit aan het Europees Parlement en aan de Raad over de voortgang in de tenuitvoerlegging van dit lid.

Motivering

Artikel 111, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, die door de Commissie werd geschrapt, wordt opnieuw ingevoegd.

Amendement    236

Voorstel voor een verordening

Artikel 147 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Behalve voor overeenkomsten van geringe waarde en subsidies van een gering bedrag kan de bevoegde ordonnateur, indien dat op evenredige wijze en na een risico-analyse gebeurt, het stellen van een zekerheid verlangen:

1.  Behalve voor overeenkomsten van geringe waarde en subsidies van een gering bedrag kan de bevoegde ordonnateur, indien dat op evenredige wijze en na zijn risico-analyse gebeurt, het stellen van een zekerheid verlangen:

Motivering

Het amendement verduidelijkt dat het de risico-analyse van de ordonnateur zelf betreft.

Amendement    237

Voorstel voor een verordening

Artikel 148 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De zekerheid moet betrekking hebben op een periode die toereikend is om uitwinning mogelijk te maken.

Motivering

Artikel 206, lid 2, van de uitvoeringsvoorschriften wordt opnieuw ingevoegd. Deze zin werd geschrapt door de Commissie.

Amendement    238

Voorstel voor een verordening

Artikel 149 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De keuze van de entiteiten en personen die overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), middelen van de Unie of begrotingsgaranties uitvoeren, is transparant, wordt gerechtvaardigd door de aard van de actie en geeft geen aanleiding tot belangenconflicten. Voor de in artikel 61, lid 1, onder c), ii), v), vi) en vii), bedoelde entiteiten wordt bij de keuze ook terdege rekening gehouden met hun operationele capaciteit en financiële draagkracht.

De keuze van de entiteiten en personen die overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), worden belast met begrotingsuitvoeringstaken, met inbegrip van de uitvoering van begrotingsgaranties, is transparant, wordt gerechtvaardigd door de aard van de actie en geeft geen aanleiding tot belangenconflicten. Voor de in artikel 61, lid 1, onder c), ii), v), vi) en vii), bedoelde entiteiten wordt bij de keuze ook terdege rekening gehouden met hun operationele capaciteit en financiële draagkracht.

Motivering

Artikel 60, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 wordt opnieuw ingevoegd.

Amendement    239

Voorstel voor een verordening

Artikel 149 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Entiteiten en personen die overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), middelen van de Unie of begrotingsgaranties uitvoeren, eerbiedigen de beginselen van goed financieel beheer, transparantie, non-discriminatie en zichtbaarheid van het optreden van de Unie. Indien de Commissie overeenkomstig artikel 126 financiële partnerschapsovereenkomsten sluit, worden die beginselen verder in die overeenkomsten beschreven.

2.  Entiteiten en personen die overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder c), worden belast met begrotingsuitvoeringstaken, met inbegrip van de uitvoering van begrotingsgaranties, eerbiedigen de beginselen van goed financieel beheer, transparantie, non-discriminatie en zichtbaarheid van het optreden van de Unie. Indien de Commissie overeenkomstig artikel 126 financiële partnerschapsovereenkomsten sluit, worden die beginselen verder in die overeenkomsten beschreven.

Motivering

Artikel 60, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 wordt opnieuw ingevoegd.

Amendement    240

Voorstel voor een verordening

Artikel 149 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  In het kader van de hun toevertrouwde taken voor de uitvoering van de begroting doen de krachtens artikel 61, lid 1, onder c), belaste entiteiten en personen aan preventie, opsporing en correctie van onregelmatigheden en fraude en stellen zij de Commissie daarvan in kennis. Daartoe verrichten zij, overeenkomstig het proportionaliteitsbeginsel, vooraf en achteraf controles, met inbegrip van toetsen ter plaatse indien zulks dienstig is, op representatieve en risicogerichte steekproeven van verrichtingen, om een effectieve en correcte uitvoering van uit de begroting gefinancierde acties te waarborgen. Daarnaast gaan zij over tot terugvordering van onterecht betaalde bedragen, tot uitsluiting van toegang tot middelen van de Unie of tot oplegging van financiële sancties, en stellen zij in voorkomend geval gerechtelijke procedures in.

Motivering

Artikel 60, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, dat door de Commissie werd geschrapt, wordt opnieuw ingevoegd.

Amendement    241

Voorstel voor een verordening

Artikel 149 – lid 4 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  passende regels en procedures toepassen om derden financiering te verstrekken, met inbegrip van passende evaluatieprocedures, regels om onterecht betaalde bedragen terug te vorderen en regels om de toegang tot financiering uit te sluiten;

d)  passende regels en procedures toepassen om derden financiering te verstrekken, met inbegrip van transparante, niet-discriminerende, efficiënte en doeltreffende evaluatieprocedures, regels om onterecht betaalde bedragen terug te vorderen en regels om de toegang tot financiering uit te sluiten;

Amendement    242

Voorstel voor een verordening

Artikel 149 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Daarnaast mag de Commissie, met het akkoord van de entiteiten en personen, andere regels en procedures beoordelen, zoals de praktijken voor de berekening van de administratiekosten van de entiteiten. Op basis van de resultaten van die beoordeling kan de Commissie besluiten om zich op die regels en procedures te baseren.

Daarnaast mag de Commissie, met het akkoord van de entiteiten en personen, andere regels en procedures beoordelen, zoals de praktijken voor de berekening van de administratiekosten van de entiteiten. Op basis van de resultaten van die beoordeling kan de Commissie besluiten om zich op die regels en procedures te baseren. Het in artikel 73, lid 9, bedoelde jaarlijks activiteitenverslag bevat informatie over dergelijk besluit.

Amendement    243

Voorstel voor een verordening

Artikel 149 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Indien deze entiteiten of personen slechts gedeeltelijk aan de in lid 4 bedoelde vereisten voldoen, neemt de Commissie passende toezichtsmaatregelen om de bescherming van de financiële belangen van de Unie te garanderen. Deze maatregelen worden nader bepaald in de desbetreffende overeenkomsten.

5.  Indien deze entiteiten of personen slechts gedeeltelijk aan de in lid 4 bedoelde vereisten voldoen, neemt de Commissie passende toezichtsmaatregelen om de bescherming van de financiële belangen van de Unie te garanderen. Deze maatregelen worden nader bepaald in de desbetreffende overeenkomsten. Het in artikel 73, lid 9, bedoelde jaarlijks activiteitenverslag bevat informatie over dergelijke maatregel.

Amendement    244

Voorstel voor een verordening

Artikel 150 – lid 1 – alinea 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bij dit lid opgelegde verplichtingen gelden onverminderd met de EIB-groep, internationale organisaties en derde landen gesloten overeenkomsten. Met betrekking tot de beheersverklaring omvatten zulke overeenkomsten ten minste de verplichting voor die entiteiten om de Commissie jaarlijks een verklaring te bezorgen dat de bijdrage van de Unie in het betrokken begrotingsjaar is gebruikt, en dat daarover rekening en verantwoording is afgelegd met inachtneming van de vereisten van artikel 149, leden 3 en 4, en van de in zulke overeenkomsten vastgelegde verplichtingen. Die verklaring mag in het eindverslag worden opgenomen als de uitgevoerde actie tot 18 maanden beperkt is.

De bij dit lid opgelegde verplichtingen gelden onverminderd met de EIB, het EIF, internationale organisaties en derde landen gesloten overeenkomsten. Met betrekking tot de beheersverklaring omvatten zulke overeenkomsten ten minste de verplichting voor die entiteiten om de Commissie jaarlijks een verklaring te bezorgen dat de bijdrage van de Unie in het betrokken begrotingsjaar is gebruikt, en dat daarover rekening en verantwoording is afgelegd met inachtneming van de vereisten van artikel 149, leden 3 en 4, en van de in zulke overeenkomsten vastgelegde verplichtingen. Die verklaring mag in het eindverslag worden opgenomen als de uitgevoerde actie tot 18 maanden beperkt is.

Motivering

Zie het amendement van de rapporteurs op artikel 61, lid 1, onder c), iii).

Amendement    245

Voorstel voor een verordening

Artikel 150 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Alle bijdrageovereenkomsten, financieringsovereenkomsten en garantieovereenkomsten worden aan het Europees Parlement en de Raad beschikbaar gesteld indien zij daarom verzoeken.

6.  Alle bijdrageovereenkomsten, financieringsovereenkomsten en garantieovereenkomsten worden in het in artikel 73, lid 9, bedoelde jaarlijks activiteitenverslag beschikbaar gesteld.

Amendement    246

Voorstel voor een verordening

Artikel 151 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 151 bis

 

Indirecte uitvoering met organisaties van lidstaten

 

1.  Onder organisaties van lidstaten wordt verstaan entiteiten als genoemd in artikel 61, lid 1, onder c), punten v) tot en met vii), met dien verstande dat:

 

i)  zij door de lidstaten zijn belast met een openbare dienstverleningstaak op het gebied van internationale ontwikkeling en samenwerking en in een lidstaat onder een privaat- of publiekrechtelijk regime zijn gevestigd;

 

ii)  hun systemen en procedures op de specifieke juridische en operationele sfeer van internationale ontwikkeling en samenwerking zijn afgestemd en positief zijn beoordeeld overeenkomstig artikel 149, lid 4.

 

2.  De Commissie verlaat zich op die systemen en procedures van organisaties van lidstaten die positief zijn beoordeeld overeenkomstig artikel 149, lid 4, of eventueel andere systemen en procedures die buiten de beoordeling blijven van dat artikel en die vaste voet hebben gekregen en onder toezicht van de lidstaten worden gehanteerd, zoals de kostenstructuur van die organisaties. Met name maar niet uitsluitend geldt dit wederzijds vertrouwen voor de in artikel 123 bedoelde systemen en procedures.

 

3.  In financiële partnerschapskaderovereenkomsten met organisaties van lidstaten als bedoeld in artikel 126 worden de mate en de voorwaarden van wederzijds vertrouwen in systemen en procedures van organisaties van lidstaten nader gespecificeerd.

Motivering

De rapporteurs stellen een extra artikel voor in de titel inzake indirecte uitvoering om de bijzonderheden van de activiteiten van de organisaties van lidstaten te erkennen op het gebied van externe EU-steun.

Amendement    247

Voorstel voor een verordening

Artikel 153 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer financieringsinstrumenten binnen een blendingfaciliteit worden uitgevoerd, is titel X van toepassing.

2.  Wanneer financieringsinstrumenten binnen een blendingfaciliteit worden uitgevoerd en zij goed zijn voor meer dan 50 % van de totale financiering, is titel X op de hele operatie van toepassing.

Motivering

De rapporteurs steunen het algemene doel van deze nieuwe bepaling, namelijk vereenvoudiging, maar er moet worden vermeden dat regels voor financieringsinstrumenten op een hele blendingverrichting worden toegepast, als zij slechts een kleine fractie van de financiering uitmaken.

Amendement    248

Voorstel voor een verordening

Artikel 153 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer subsidies binnen een blendingfaciliteit worden uitgevoerd en zij goed zijn voor meer dan 50 % van de totale financiering, is titel VIII op de hele operatie van toepassing.

Motivering

De rapporteurs steunen het algemene doel van deze nieuwe bepaling, namelijk vereenvoudiging, maar er moet worden vermeden dat regels voor financieringsinstrumenten op een hele blendingverrichting worden toegepast, als zij slechts een kleine fractie van de financiering uitmaken.

Amendement    249

Voorstel voor een verordening

Artikel 153 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Voor financieringsinstrumenten binnen blendingfaciliteiten wordt ervan uitgegaan dat aan artikel 202, lid 1, onder h), is voldaan als er voorafgaand aan de oprichting van de betrokken blendingfaciliteit een evaluatie is verricht.

3.  Voor financieringsinstrumenten binnen blendingfaciliteiten wordt ervan uitgegaan dat aan artikel 202, lid 1, onder h), is voldaan als er voorafgaand aan de oprichting van de betrokken blendingfaciliteit een effectbeoordeling is verricht.

Motivering

In overeenstemming met de terminologie die wordt gebruikt voor de amendementen van de rapporteur van artikel 32.

Amendement    250

Voorstel voor een verordening

Artikel 174 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Subsidies zijn rechtstreekse financiële bijdragen ten laste van de begroting, bij wijze van schenking verleend voor de financiering van:

Subsidies worden toegekend voor de financiering van:

Motivering

Met het oog op de consistentie wordt een deel van dit lid overgeheveld naar artikel 2 (definities).

Amendement    251

Voorstel voor een verordening

Artikel 175 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Waar mogelijk en passend, worden vaste bedragen, eenheidskosten of forfaitaire financiering zodanig bepaald dat ze kunnen worden betaald bij het bereiken van concrete outputs.

2.  Waar mogelijk en passend, worden vaste bedragen, eenheidskosten of forfaitaire financiering zodanig bepaald dat ze kunnen worden betaald bij het bereiken van concrete outputs en resultaten, op voorwaarde dat gepaste maatregelen werden genomen ter garantie van de geschiktheid van de respectieve bedragen met betrekking tot de vereiste output.

Motivering

Aanvullende beveiliging.

Amendement    252

Voorstel voor een verordening

Artikel 175 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De precieze criteria voor de vereiste output worden, van geval tot geval en als de omstandigheden dit vereisen, na onderhandelingen tussen de Commissie en de begunstigde vastgesteld en vermeld in de subsidieovereenkomst.

Amendement    253

Voorstel voor een verordening

Artikel 175 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Tenzij anders bepaald in de basishandeling, wordt het gebruik van vaste bedragen, eenheidskosten en forfaitaire financiering toegestaan door de bevoegde ordonnateur, die handelt volgens een procedure die van tevoren bij elke instelling wordt vastgesteld.

3.  Tenzij anders bepaald in de basishandeling, wordt het gebruik van vaste bedragen, eenheidskosten en forfaitaire financiering toegestaan door de bevoegde ordonnateur, die handelt volgens een procedure die van tevoren bij elke instelling wordt vastgesteld. De bevoegde ordonnateur legt verslag over dergelijke verleende toestemming in zijn/haar in artikel 73, lid 9, bedoeld jaarlijks activiteitenverslag.

Amendement    254

Voorstel voor een verordening

Artikel 175 – lid 4 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  waar mogelijk, de wezenlijke voorwaarden die aanleiding geven tot betaling, met inbegrip van, in voorkomend geval, het bereiken van outputs;

d)  waar mogelijk, de wezenlijke voorwaarden die aanleiding geven tot betaling, met inbegrip van, in voorkomend geval, het bereiken van outputs en resultaten;

Amendement    255

Voorstel voor een verordening

Artikel 175 – lid 4 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  de beschrijving van de voorwaarden om te garanderen dat het beginsel van goed financieel beheer wordt geëerbiedigd en het medefinancieringsbeginsel redelijkerwijs wordt nageleefd;

e)  de beschrijving van de voorwaarden om te garanderen dat het beginsel van goed financieel beheer wordt geëerbiedigd en het medefinancieringsbeginsel en het winstverbod redelijkerwijs worden nageleefd;

Motivering

Het winstverbod moet opnieuw worden ingevoerd als een van de algemene beginselen van toepassing op subsidies.

Amendement    256

Voorstel voor een verordening

Artikel 175 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De bevoegde ordonnateur kan een forfaitaire financiering toestaan of opleggen van de indirecte kosten van de begunstigde tot maximaal 7 % van de totale subsidiabele directe kosten van de actie. Een hogere forfaitaire financiering kan worden toegestaan bij een met redenen omkleed besluit van de Commissie.

6.  De bevoegde ordonnateur kan een forfaitaire financiering toestaan of opleggen van de indirecte kosten van de begunstigde tot maximaal 7 % van de totale subsidiabele directe kosten van de actie. Een hogere forfaitaire financiering kan worden toegestaan bij een met redenen omkleed besluit van de Commissie. De bevoegde ordonnateur legt verslag over dergelijk besluit, de toegestane forfaits, de bedragen in kwestie en de redenen die tot dat besluit hebben geleid, in zijn/haar in artikel 73, lid 9, bedoeld jaarlijks activiteitenverslag.

Motivering

Door middel van dit amendement kan de begrotingsautoriteit het gebruik van deze uitzondering door de ordonnateurs controleren.

Amendement    257

Voorstel voor een verordening

Artikel 175 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Begunstigden mogen subsidiabele personeelskosten opgeven voor de in het kader van een actie of werkprogramma door vrijwilligers verrichte werkzaamheden, op basis van overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 toegestane eenheidskosten.

8.  Begunstigden mogen subsidiabele personeelskosten als een post in de boekhouding opgeven voor de in het kader van een actie of werkprogramma door vrijwilligers verrichte werkzaamheden, op basis van overeenkomstig de leden 1 tot en met 6 toegestane eenheidskosten.

Motivering

Deel van het concept van vrijwilligerswerk is dat niet wordt betaald voor het door vrijwilligers uitgevoerde werk. Om mogelijke misverstanden te vermijden moet derhalve worden verduidelijkt dat deze verklaring een boekhoudkundig instrument is en niet tot de vergoeding van vrijwilligerswerk leidt. Dit amendement is gebaseerd op een voorstel van de Duitse socialewelvaartsorganisaties (Bundesarbeitsgemeinschaft der Freien Wohlfahrtspflege) aan de rapporteurs.

Amendement    258

Voorstel voor een verordening

Artikel 176 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij het toestaan van eenmalige vaste bedragen voldoet de bevoegde ordonnateur aan artikel 175.

3.  Bij het toestaan van eenmalige vaste bedragen voldoet de bevoegde ordonnateur aan artikel 175 en de toepasselijke medefinancieringsregels, in het bijzonder met betrekking tot het maximale medefinancieringspercentage voor de hele actie of het hele werkprogramma.

Amendement    259

Voorstel voor een verordening

Artikel 177 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de grootte van vaste bedragen, eenheidskosten of forfaitaire financiering die vooraf zijn bepaald volgens de methode die overeenkomstig artikel 175 door de bevoegde ordonnateur of de Commissie is toegestaan, zijn geen controles achteraf meer nodig, onverminderd het recht van de bevoegde ordonnateur om de subsidie overeenkomstig artikel 127, lid 4, te korten. Indien vaste bedragen, eenheidskosten of forfaitaire financiering zijn vastgesteld op basis van de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de begunstigde, is artikel 179, lid 2, van toepassing.

Voor de grootte van vaste bedragen, eenheidskosten of forfaitaire financiering die vooraf zijn bepaald volgens de methode die overeenkomstig artikel 175 door de bevoegde ordonnateur of de Commissie is toegestaan, zijn alleen in geval van gegronde twijfel controles achteraf nodig, onverminderd het recht van de bevoegde ordonnateur om de subsidie overeenkomstig artikel 127, lid 4, te korten. Indien vaste bedragen, eenheidskosten of forfaitaire financiering zijn vastgesteld op basis van de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de begunstigde, is artikel 179, lid 2, van toepassing.

Amendement     260

Voorstel voor een verordening

Artikel 177 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De frequentie en het toepassingsgebied van toetsen en controles zijn onder meer afhankelijk van het specifieke risico met betrekking tot een bepaalde begunstigde. Dat risico wordt onder meer beoordeeld op basis van onregelmatigheden in het verleden die aan de begunstigde worden toegeschreven en die een materiële impact hadden op subsidies die aan de begunstigde onder soortgelijke voorwaarden zijn toegekend.

Motivering

Toetsen en controles moeten meer gericht zijn op begunstigden die een hoger risico vormen voor de begroting van de Unie. Op risico's gebaseerde toetsen en controles zouden de EU in staat stellen om meer van haar middelen te gebruiken voor concrete acties in plaats van administratie.

Amendement    261

Voorstel voor een verordening

Artikel 178 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De methode om vaste bedragen, eenheidskosten en forfaitaire financiering te bepalen, de onderliggende gegevens en de daaruit voortvloeiende bedragen worden periodiek beoordeeld en, zo nodig, aangepast overeenkomstig artikel 175.

De methode om vaste bedragen, eenheidskosten en forfaitaire financiering te bepalen, de onderliggende gegevens en de daaruit voortvloeiende bedragen alsook de geschiktheid van die bedragen met betrekking tot de geleverde output worden periodiek beoordeeld en, ten minste om de twee jaar en zo nodig, aangepast overeenkomstig artikel 175.

Amendement    262

Voorstel voor een verordening

Artikel 180 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  indien de geraamde subsidiabele kosten de in artikel 175, lid 8, bedoelde kosten voor vrijwilligerswerk omvatten, bedraagt de subsidie niet meer dan de andere geraamde subsidiabele kosten dan de kosten voor vrijwilligerswerk.

b)  indien de geraamde subsidiabele kosten de in artikel 175, lid 8, bedoelde kosten voor vrijwilligerswerk omvatten, bedraagt de subsidie niet meer dan de andere geraamde subsidiabele kosten dan de kosten voor vrijwilligerswerk of 75 % van de totale geraamde subsidiabele kosten, als dit lager is.

Motivering

Met dit amendement wordt beoogd te vermijden dat een zeer kleine bijdrage in natura leidt tot een de-factomedefinancieringspercentage van bijna 100 %.

Amendement    263

Voorstel voor een verordening

Artikel 182 – alinea 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  geen winst.

Motivering

Zie de motivering voor artikel 182 bis (nieuw).

Amendement    264

Voorstel voor een verordening

Artikel 183 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Er wordt een subsidieprogramma vastgesteld dat voorafgaand aan de uitvoering ervan wordt bekendgemaakt.

Amendement    265

Voorstel voor een verordening

Artikel 183 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Van alle in de loop van een begrotingsjaar toegekende subsidies wordt een overzicht bekendgemaakt overeenkomstig artikel 36, leden 1 tot en met 4.

2.  Van alle in de loop van een begrotingsjaar toegekende subsidies wordt een overzicht bekendgemaakt overeenkomstig artikel 36, leden 1 tot en met 4. Daarnaast publiceren alle instellingen van de Unie die openbare-aanbestedingsprocedures toepassen op hun website duidelijke regels inzake de verkrijging, uitgaven en toetsing, alsmede informatie over de gegunde opdrachten en de waarde van die opdrachten.

Amendement    266

Voorstel voor een verordening

Artikel 183 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Na de in de leden 1 en 2 bedoelde bekendmaking zendt de Commissie op verzoek aan het Europees Parlement en de Raad een verslag toe over:

3.  Na de in de leden 1 en 2 bedoelde bekendmaking maakt de Commissie een verslag bekend en zendt ze dit aan het Europees Parlement en de Raad toe over:

Amendement    267

Voorstel voor een verordening

Artikel 183 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de gemiddelde tijdsduur van de procedure vanaf de uiterste datum voor indiening van voorstellen tot de toekenning van de subsidie;

c)  de gemiddelde tijdsduur van de procedure vanaf de uiterste datum voor indiening van voorstellen tot de toekenning van de subsidie alsook de duur van respectievelijk de traagste en de snelste procedure;

Amendement    268

Voorstel voor een verordening

Artikel 183 – lid 3 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  elke overeenkomstig artikel 188, onder g), aan de EIB of het Europees Investeringsfonds toegekende subsidie;

Amendement    269

Voorstel voor een verordening

Artikel 183 – lid 3 – letter d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d ter)  elke blendingverrichting in overeenstemming met artikel 153 waarop een subsidie betrekking heeft.

Amendement    270

Voorstel voor een verordening

Artikel 184 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bij wijze van uitzondering op lid 1 kan een externe actie volledig door de subsidie worden gefinancierd indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering ervan. In een dergelijk geval worden in het toekenningsbesluit de redenen daarvoor opgegeven.

3.  Bij wijze van uitzondering op lid 1 kan een externe actie die is verricht door een partner van de Unie en waarvan is aangetoond dat deze voldoet aan de communautaire regels en eisen (via de ex-antebeoordeling) volledig door de subsidie worden gefinancierd, indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering ervan. In een dergelijk geval worden in het toekenningsbesluit de redenen daarvoor opgegeven.

Amendement    271

Voorstel voor een verordening

Artikel 185 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Beginsel van niet-cumuleerbaarheid en verbod op dubbele financiering

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Motivering

(Taalkundig amendement).

Amendement    272

Voorstel voor een verordening

Artikel 185 – lid 1 – alinea 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Een actie waaraan een subsidie vanuit de begroting kan worden toegekend, moet duidelijk worden gedefinieerd. Een actie mag niet worden opgesplitst in deelacties met de bedoeling haar aan de financieringsregels van deze verordening te onttrekken.

Motivering

Artikel 176 van de uitvoeringsvoorschriften wordt opnieuw toegevoegd.

Amendement    273

Voorstel voor een verordening

Artikel 185 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De leden 1, 2 en3 zijn niet van toepassing op:

4.  De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op:

Motivering

Op het verbod op dubbele financiering mag geen uitzondering bestaan.

Amendement    274

Voorstel voor een verordening

Artikel 186 – lid 2 – alinea 2 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  in uiterst dringende spoedgevallen voor de in artikel 188, onder a) en b), bedoelde maatregelen, waarin een vroegtijdige betrokkenheid van de Unie van groot belang zou zijn. In die gevallen komen kosten die door een begunstigde zijn gemaakt vóór de datum van indiening van zijn aanvraag, voor financiering door de Unie in aanmerking als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

b)  in uiterst dringende spoedgevallen voor de in artikel 188, onder a), bedoelde maatregelen, waarin een vroegtijdige betrokkenheid van de Unie van groot belang zou zijn. In die gevallen komen kosten die door een begunstigde zijn gemaakt vóór de datum van indiening van zijn aanvraag, voor financiering door de Unie in aanmerking als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Motivering

De afwijking op het beginsel van niet-terugwerkende kracht moet strikt worden beperkt tot humanitaire hulp en aanverwante gevallen.

Amendement    275

Voorstel voor een verordening

Artikel 186 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De gedelegeerd ordonnateur legt verslag over elk van deze gevallen onder de hoofding "Afwijkingen van het beginsel van niet-terugwerkende kracht krachtens artikel 186 van het Financieel Reglement" in het in artikel 73, lid 9, bedoeld jaarlijks activiteitenverslag.

Amendement    276

Voorstel voor een verordening

Artikel 186 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In het geval van exploitatiesubsidies vindt de ondertekening van de subsidieovereenkomst plaats binnen zes maanden na het begin van het boekjaar van de begunstigde. De voor financiering in aanmerking komende uitgaven mogen niet vóór de datum van indiening van de subsidieaanvraag of vóór het begin van het boekjaar van de begunstigde zijn gedaan.

4.  In het geval van exploitatiesubsidies vindt de ondertekening van de subsidieovereenkomst plaats binnen drie maanden na het begin van het boekjaar van de begunstigde. De voor financiering in aanmerking komende uitgaven mogen niet vóór de datum van indiening van de subsidieaanvraag of vóór het begin van het boekjaar van de begunstigde zijn gedaan. De eerste tranche wordt binnen twee maanden na de ondertekening van de subsidieovereenkomst aan de begunstigde voldaan.

Motivering

De termijn voor ondertekening van subsidieovereenkomsten door de Commissie moet worden verkort van 6 maanden naar 3 maanden na het begin van het boekjaar van de begunstigde. Dit helpt de Commissie om haar efficiëntie tijdens de programmeringscyclus te vergroten. Bovendien wordt hiermee voorkomen dat maatschappelijke organisaties, en dan met name kleine maatschappelijke organisaties, in financiële problemen komen. In de periode van zes maanden voor de ondertekening van overeenkomsten plus drie maanden voor betaling van de eerste tranche zijn veel maatschappelijke organisaties aangewezen op een bankkrediet.

Amendement    277

Voorstel voor een verordening

Artikel 186 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 186 bis

 

Winstverbod

 

1.   Subsidies mogen niet tot doel of tot gevolg hebben dat zij de begunstigde binnen het kader van de actie of het werkprogramma winst opleveren ("winstverbod").

 

2.   Winst wordt gedefinieerd als een overschot van de ontvangsten ten opzichte van de door de begunstigde gemaakte subsidiabele kosten bij de indiening van het laatste betalingsverzoek.

 

3.   De in lid 2 vermelde ontvangsten mogen uitsluitend bestaan uit door de actie of het werkprogramma voortgebrachte inkomsten en de financiële bijdragen van donors die specifiek zijn bestemd voor de financiering van de subsidiabele kosten.

 

In het geval van een exploitatiesubsidie worden de bedragen die zijn bestemd voor de opbouw van reserves buiten beschouwing gelaten voor de toetsing van het winstverbod.

 

4.   Lid 1 is niet van toepassing op:

 

a)   acties die beogen de financiële capaciteit van een begunstigde te vergroten of inkomsten voort te brengen, of acties die inkomsten voortbrengen om de actie te laten voortbestaan na de periode van financiering door de Unie die in het subsidiebesluit of in de subsidieovereenkomst is vastgesteld;

 

b)   aan natuurlijke personen toegekende studie-, onderzoeks- of opleidingsbeurzen;

 

c)   andere directe steun die wordt betaald aan natuurlijke personen in grote nood zoals werklozen en vluchtelingen;

 

d)   subsidies op basis van forfaits en/of vaste bedragen en/of eenheidskosten, die voldoen aan de voorwaarden van artikel 175;

 

e)   subsidies van kleine bedragen.

 

5.   Wanneer winst wordt gemaakt, heeft de Commissie het recht het percentage van de winst terug te vorderen dat overeenkomt met de bijdrage van de Unie in de door de begunstigde werkelijk gemaakte subsidiabele kosten om de actie of het werkprogramma uit te voeren.

 

Als afwijking van dit artikel, en wanneer een Europese politieke stichting in de zin van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 aan het einde van een begrotingsjaar waarvoor zij een exploitatiesubsidie heeft ontvangen meer inkomsten dan uitgaven telt, mag zij een gedeelte van het overschot dat overeenkomt met maximaal 25 % van de totale inkomsten voor dat jaar overdragen naar het volgende begrotingsjaar, op voorwaarde dat het overschot vóór het einde van het eerste kwartaal van dat volgende jaar wordt gebruikt.

Motivering

Het beginsel dat de subsidie geen winst mag opleveren, is een essentieel beginsel in het beheer van overheidsfinanciën. De Commissie is zelf van mening dat het gebruik van financieringsinstrumenten de standaardoptie moet zijn voor de financiering van inkomstengenererende projecten, veeleer dan subsidies. Derhalve is het behoud van dit beginsel met betrekking tot subsidies noodzakelijk.

Amendement    278

Voorstel voor een verordening

Artikel 187 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de wijzen van financiering door de Unie, met name de vormen van subsidie;

c)  de wijzen van financiering door de Unie, waarbij alle soorten bijdragen van de Unie worden gespecificeerd, met name de vormen van subsidie;

Amendement    279

Voorstel voor een verordening

Artikel 187 – lid 2 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  voor wat betreft de inkennisstelling van alle aanvragers betreffende de uitkomst van de beoordeling van hun aanvraag, ten hoogste zes maanden na de uiterste datum voor de indiening van volledige voorstellen;

a)  voor wat betreft de inkennisstelling van alle aanvragers betreffende de uitkomst van de beoordeling van hun aanvraag, ten hoogste drie maanden na de uiterste datum voor de indiening van volledige voorstellen;

Amendement    280

Voorstel voor een verordening

Artikel 187 – lid 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  voor wat betreft de ondertekening van subsidieovereenkomsten met aanvragers, ten hoogste drie maanden vanaf de datum van de inkennisstelling van aanvragers dat zij succesvol zijn geweest.

b)  voor wat betreft de ondertekening van subsidieovereenkomsten met aanvragers, ten hoogste een maand vanaf de datum van de inkennisstelling van aanvragers dat zij succesvol zijn geweest.

Amendement    281

Voorstel voor een verordening

Artikel 187 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De gedelegeerde ordonnateur vermeldt in zijn jaarlijkse activiteitenverslag de gemiddelde termijnen voor de inkennisstelling van aanvragers en de ondertekening van subsidieovereenkomsten. Ingeval de in de eerste alinea vermelde termijnen worden overschreden, geeft de gedelegeerde ordonnateur hiervoor redenen op en stelt hij, indien deze niet naar behoren zijn gemotiveerd overeenkomstig de tweede alinea, corrigerende maatregelen voor.

De gedelegeerde ordonnateur vermeldt in zijn jaarlijkse activiteitenverslag de gemiddelde termijnen voor de inkennisstelling van aanvragers en de ondertekening van subsidieovereenkomsten, alsook de respectievelijk kortste en langste periode. Ingeval de in de eerste alinea vermelde termijnen worden overschreden, geeft de gedelegeerde ordonnateur hiervoor redenen op en stelt hij, indien deze niet naar behoren zijn gemotiveerd overeenkomstig de tweede alinea, corrigerende maatregelen voor.

Amendement    282

Voorstel voor een verordening

Artikel 188 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  aan organen die zich rechtens of feitelijk in een monopoliepositie bevinden, of aan organen die door de lidstaten op hun verantwoordelijkheid worden aangewezen, indien de betrokken lidstaten zich rechtens of feitelijk in een monopoliepositie bevinden;

Schrappen

Motivering

In het voorstel van de Commissie wordt voorzien in de mogelijkheid tot toekenning van directe subsidies aan door de lidstaten gemachtigde entiteiten uit te breiden tot gevallen van de facto of de jure monopolies of gevallen waarin directe begunstigden zijn gekozen op grond van hun technische deskundigheid. De rapporteurs zijn er niet voldoende van overtuigd dat het risico van het uitbreiden van subsidies zonder oproep tot het indienen van voorstellen in dit geval gerechtvaardigd is.

Amendement    283

Voorstel voor een verordening

Artikel 188 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De in de eerste alinea, onder c) en f), bedoelde uitzonderingen worden restrictief geïnterpreteerd en toegepast door de instellingen en organen van de Unie of de lidstaten.

Amendement    284

Voorstel voor een verordening

Artikel 188 – alinea 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De instellingen en organen van de Unie of de lidstaten omschrijven duidelijk het tijdschema en het toepassingsgebied voor de in de eerste alinea, onder c) en f), bedoelde uitzonderingen.

Amendement    285

Voorstel voor een verordening

Artikel 189 – lid 1 – letter d – alinea 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De eerste alinea is niet van toepassing op overheidsinstanties en internationale organisaties in de zin van artikel 151;

De eerste alinea is niet van toepassing op overheidsinstanties, organisaties van lidstaten en internationale organisaties in de zin van artikel 151;

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur van artikel 151 bis (nieuw).

Amendement    286

Voorstel voor een verordening

Artikel 189 – lid 1 – letter e – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)   een beschrijving van de actie of het werkprogramma en een geraamde begroting die, waar mogelijk, aan de volgende voorwaarden voldoet:

e)   een beschrijving van de actie of het werkprogramma en een geraamde begroting die aan de volgende voorwaarden voldoet:

Amendement    287

Voorstel voor een verordening

Artikel 189 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De aanvrager vermeldt de bronnen en bedragen van financiering van de Unie die hij tijdens hetzelfde boekjaar voor dezelfde actie of een deel van de actie of voor de exploitatie ervan geniet of aanvraagt, evenals alle andere voor dezelfde actie ontvangen of aangevraagde financieringen.

Motivering

Artikel 196, lid 4, van de uitvoeringsvoorschriften wordt opnieuw toegevoegd.

Amendement    288

Voorstel voor een verordening

Artikel 191 – lid 5 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  organisaties van lidstaten;

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur van artikel 151 bis (nieuw).

Amendement    289

Voorstel voor een verordening

Artikel 191 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De bevoegde ordonnateur mag, afhankelijk van een risicobeoordeling, overheidsinstanties of internationale organisaties van de verplichting inzake verificatie van de financiële draagkracht vrijstellen.

6.  De bevoegde ordonnateur mag, afhankelijk van een risicobeoordeling, overheidsinstanties, organisaties van lidstaten of internationale organisaties van de verplichting inzake verificatie van de financiële draagkracht vrijstellen.

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur van artikel 151 bis (nieuw).

Amendement    290

Voorstel voor een verordening

Artikel 192 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  een beoordeling ervan mogelijk te maken.

Amendement    291

Voorstel voor een verordening

Artikel 200 – lid 5 – alinea 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na de bekendmaking brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad desgevraagd verslag uit over:

Na de bekendmaking brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over:

Amendement    292

Voorstel voor een verordening

Artikel 201 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Unie kan financieringsinstrumenten invoeren of begrotingsgaranties of financiële bijstand uit de algemene begroting verstrekken door middel van een basishandeling.

1.  Om deze doelstellingen te verwezenlijken kan de Unie financieringsinstrumenten invoeren of begrotingsgaranties of financiële bijstand uit de algemene begroting verstrekken door middel van een basishandeling, wanneer deze de beste manier blijken te zijn om de doelstellingen van de Unie te verwezenlijken. De financieringsinstrumenten vormen een aanvulling op de andere vorm van begrotingssteun.

Amendement    293

Voorstel voor een verordening

Artikel 201 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De Rekenkamer heeft volledige toegang tot alle informatie die verband houdt met financieringsinstrumenten, begrotingsgaranties en financiële bijstand, onder andere door controles ter plaatse.

 

Tenzij anders is bepaald in de basishandeling, wordt de Rekenkamer beschouwd als de extern controleur die verantwoordelijk is voor de projecten en programma's die door een financieringsinstrument, een begrotingsgarantie of financiële bijstand worden ondersteund.

Amendement    294

Voorstel voor een verordening

Artikel 202 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Financieringsinstrumenten worden aangewend met inachtneming van de beginselen van goed financieel beheer, transparantie, evenredigheid, non-discriminatie, gelijke behandeling en subsidiariteit, en met inachtneming van de doelstellingen ervan en, indien van toepassing, voor de duur die in de op die instrumenten toepasselijke basishandeling is vastgesteld.

Motivering

Artikel 140, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, dat door de Commissie was geschrapt, wordt opnieuw toegevoegd.

Amendement    295

Voorstel voor een verordening

Artikel 202 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  bereiken een hefboom- of een multiplicatoreffect, in die zin dat een globale investering wordt gemobiliseerd die de bijdrage of de garantie van de Unie in omvang overtreft. De richtwaarden voor het beoogde hefboom- of multiplicatoreffect worden vastgesteld op basis van een evaluatie vooraf voor het desbetreffende financieringsinstrument of de desbetreffende begrotingsgarantie;

d)  bereiken een hefboom- of een multiplicatoreffect, in die zin dat een globale investering wordt gemobiliseerd die de bijdrage of de garantie van de Unie in omvang overtreft. De richtwaarden voor het beoogde hefboom- of multiplicatoreffect worden vastgesteld op basis van een effectbeoordeling voor het desbetreffende financieringsinstrument of de desbetreffende begrotingsgarantie;

Motivering

In overeenstemming met de terminologie die wordt gebruikt voor de amendementen van de rapporteur van artikel 32.

Amendement    296

Voorstel voor een verordening

Artikel 202 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  bepalen dat alle vergoedingen van de uitvoerende entiteiten of de bij de uitvoering betrokken tegenpartijen op prestaties gebaseerd zijn. De prestatievergoedingen omvatten administratieve vergoedingen om de entiteit of de tegenpartij te vergoeden voor het verrichte werk in de uitvoering van het financieringsinstrument of de begrotingsgarantie en, zo nodig, beleidsgerelateerde stimulansen om het bereiken van de beleidsdoelstellingen te bevorderen of de financiële prestatie van het financieringsinstrument of de begrotingsgarantie te stimuleren. Uitzonderlijke uitgaven kunnen worden vergoed;

g)  bepalen dat alle vergoedingen van de uitvoerende entiteiten of de bij de uitvoering betrokken tegenpartijen op prestaties gebaseerd zijn. De prestatievergoedingen omvatten administratieve vergoedingen om de entiteit of de tegenpartij te vergoeden voor het verrichte werk in de uitvoering van het financieringsinstrument of de begrotingsgarantie die op basis van de daadwerkelijk overgedragen fondsen worden berekend, en, zo nodig, beleidsgerelateerde stimulansen om het bereiken van de beleidsdoelstellingen te bevorderen of de financiële prestatie van het financieringsinstrument of de begrotingsgarantie te stimuleren. Uitzonderlijke uitgaven kunnen worden vergoed in naar behoren gemotiveerde gevallen;

Amendement    297

Voorstel voor een verordening

Artikel 202 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis)  overeenkomsten en prestatiemaatstaven moeten goed ontworpen zijn en zorgvuldig worden uitgevoerd; de Commissie staat de berekening van administratieve vergoedingen als een percentage van de vastgelegde cumulatieve bijdrage van de Unie niet toe, met inbegrip van niet-opgevraagde vastleggingen in de begroting.

Amendement    298

Voorstel voor een verordening

Artikel 202 – lid 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  zijn gebaseerd op evaluaties vooraf, afzonderlijk of als onderdeel van een programma, overeenkomstig artikel 32. De evaluatie vooraf bevat toelichtingen met betrekking tot de keuze van het soort financiële verrichting, rekening houdend met de nagestreefde beleidsdoelstellingen en de daarmee gepaarde gaande financiële risico's en besparingen voor de begroting van de Unie.

h)  zijn gebaseerd op effectbeoordelingen, afzonderlijk of als onderdeel van een programma, overeenkomstig artikel 32. De effectbeoordeling bevat toelichtingen met betrekking tot de keuze van het soort financiële verrichting, rekening houdend met de nagestreefde beleidsdoelstellingen en de daarmee gepaarde gaande financiële risico's en besparingen voor de begroting van de Unie. Deze beoordelingen worden herzien en geactualiseerd om rekening te houden met het effect van grote sociaaleconomische veranderingen op de ratio van het instrument of de garantie.

Motivering

In overeenstemming met de terminologie die wordt gebruikt voor de amendementen van de rapporteur van artikel 32.

Amendement    299

Voorstel voor een verordening

Artikel 202 – lid 2 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  na afloop van de periode van uitvoering van een financieringsinstrument of een begrotingsgarantie worden alle uitstaande bedragen die uit de begroting van de Unie komen, in de begroting teruggestort;

b)  na afloop van de periode van uitvoering van een financieringsinstrument of een begrotingsgarantie en rekening houdend met de aard van het betreffende financieringsinstrument of de betreffende begrotingsgarantie, worden alle uitstaande bedragen die uit de begroting van de Unie komen, in de begroting teruggestort;

Motivering

Bij regelingen voor deling van portefeuillerisico’s moet ook de levensduur van de portefeuille in overweging worden genomen voordat de fondsen in de EU-begroting worden teruggestort.

Amendement    300

Voorstel voor een verordening

Artikel 203 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Begrotingsgaranties en financiële bijstand kunnen een voorwaardelijke verplichting voor de Unie genereren die hoger is dan de verstrekte financiële activa om de financiële verplichting van de Unie te dekken.

2.  Begrotingsgaranties en financiële bijstand kunnen een voorwaardelijke verplichting voor de Unie genereren die de verstrekte financiële activa om de financiële verplichting van de Unie te dekken uitsluitend mag overschrijden, indien dit in een basishandeling tot instelling van een garantie en volgens de daarin uiteengezette voorwaarden is bepaald.

Motivering

Dit amendement actualiseert en vervangt het oorspronkelijke amendement van de rapporteurs 159.

Amendement    301

Voorstel voor een verordening

Artikel 204 – lid 8 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het niveau van de voorzieningen voor een begrotingsgarantie als gevolg van een beroep op die begrotingsgarantie onder 30 % van het in lid 1 bedoelde voorzieningspercentage valt, of volgens een risicobeoordeling van de Commissie binnen een jaar onder dat percentage kan vallen;

a)  het niveau van de voorzieningen voor een begrotingsgarantie als gevolg van een beroep op die begrotingsgarantie onder 50 % van het in lid 1 bedoelde voorzieningspercentage valt en opnieuw indien het onder 30 % valt of indien het volgens een risicobeoordeling van de Commissie binnen een jaar onder een van deze percentages kan vallen;

Amendement    302

Voorstel voor een verordening

Artikel 204 – lid 8 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  het bedrag van het via de hefboomwerking uit de particuliere sector aangetrokken kapitaal lager is dan het bedrag van de bijdragen van overheidsbronnen.

Amendement    303

Voorstel voor een verordening

Artikel 205 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De aangelegde voorzieningen om de financiële verplichtingen ten gevolge van financieringsinstrumenten, begrotingsgaranties of financiële bijstand te dekken, worden aangehouden in een gemeenschappelijk voorzieningsfonds dat direct door de Commissie wordt uitgevoerd.

1.  De aangelegde voorzieningen om de financiële verplichtingen ten gevolge van financieringsinstrumenten, begrotingsgaranties of financiële bijstand te dekken, worden aangehouden in een gemeenschappelijk voorzieningsfonds dat direct door de Commissie wordt uitgevoerd. De Commissie informeert en raadpleegt het Europees Parlement over de werking van het gemeenschappelijk voorzieningsfonds en de berekening van het voorzieningspercentage.

Amendement    304

Voorstel voor een verordening

Artikel 206 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om de drie jaar wordt een onafhankelijke evaluatie van de toereikendheid van de richtsnoeren verricht.

Om de drie jaar wordt een onafhankelijke evaluatie van de toereikendheid van de richtsnoeren verricht en aan het Europees Parlement en de Raad toegezonden.

Amendement    305

Voorstel voor een verordening

Artikel 207 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie brengt jaarlijks overeenkomstig artikel 242 verslag uit over de financieringsinstrumenten, de begrotingsgaranties, de financiële bijstand, de voorwaardelijke verplichtingen en het gemeenschappelijk voorzieningsfonds.

De Commissie brengt jaarlijks overeenkomstig artikel 242 verslag uit over de financieringsinstrumenten, met inbegrip van de door artikel 210 geregelde financieringsinstrumenten, de begrotingsgaranties, de financiële bijstand, de voorwaardelijke verplichtingen en het gemeenschappelijk voorzieningsfonds.

Motivering

De verslagleggingsvereisten voor financieringsinstrumenten in het kader van gedeelde uitvoering moeten dezelfde zijn als voor financieringsinstrumenten in het kader van directe en indirecte uitvoering.

Amendement    306

Voorstel voor een verordening

Artikel 208 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd artikel 201, lid 1, mogen financieringsinstrumenten, in naar behoren gemotiveerde gevallen, worden vastgesteld zonder toestemming daarvoor door middel van een basishandeling, op voorwaarde dat dergelijke instrumenten worden opgenomen in de begroting overeenkomstig artikel 50, lid 1, onder e).

Schrappen

Amendement    307

Voorstel voor een verordening

Artikel 208 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Indien financieringsinstrumenten binnen één overeenkomst worden gecombineerd met complementaire steun uit de begroting van de Unie, met inbegrip van subsidies, is deze titel van toepassing op de volledige maatregel. De verslaglegging vindt plaats overeenkomstig artikel 242.

2. Indien financieringsinstrumenten binnen één overeenkomst worden gecombineerd met complementaire steun uit de begroting van de Unie, met inbegrip van subsidies, zijn de regels die gelden voor de financieringsmethode die goed is voor meer dan 50 % van de totale financiering, van toepassing op de volledige maatregel. De verslaglegging over het deel van de financiering dat betrekking heeft op het financieringsinstrument vindt plaats overeenkomstig artikel 242.

Amendement    308

Voorstel voor een verordening

Artikel 208 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie garandeert een geharmoniseerd beheer van financieringsinstrumenten, met name op het gebied van boekhouding, verslaglegging, toezicht en financieel risicobeheer.

3.  De Commissie garandeert een geharmoniseerd en vereenvoudigd beheer van financieringsinstrumenten, met name op het gebied van boekhouding, verslaglegging, toezicht en financieel risicobeheer.

Amendement    309

Voorstel voor een verordening

Artikel 208 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer de Unie aan een financieringsinstrument deelneemt als minderheidsaandeelhouder, garandeert de Commissie dat deze titel wordt nageleefd volgens het evenredigheidsbeginsel, op basis van de omvang en de waarde van de deelname van de Unie in het instrument. Onverminderd het voorgaande garandeert de Commissie naleving van artikel 124.

Schrappen

Amendement    310

Voorstel voor een verordening

Artikel 208 – lid 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.  De Commissie brengt jaarlijks aan het Europees Parlement en aan de Raad verslag uit over de efficiëntie en de doeltreffendheid van de financieringsinstrumenten onder de beheerswijzen zoals bedoeld in artikel 61, lid 1, onder a), b), en c). In het jaarverslag toont de Commissie duidelijk de toegevoegde waarde van de financieringsinstrumenten aan, is ze in staat om de eindbegunstigden van de fondsen te identificeren en om een overzicht te geven van de door de financieringsinstrumenten bekostigde projecten.

Amendement    311

Voorstel voor een verordening

Artikel 210 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Met betrekking tot bijdragen uit fondsen in gedeelde uitvoering aan financieringsinstrumenten die overeenkomstig deze afdeling zijn ingesteld, zijn de sectorspecifieke regels van toepassing. Onverminderd het voorgaande kunnen de managementautoriteiten zich baseren op een bestaande evaluatie vooraf, verricht overeenkomstig artikel 202, lid 1, onder h), alvorens zij aan een bestaand financieringsinstrument bijdragen.

3.  Met betrekking tot bijdragen uit fondsen in gedeelde uitvoering aan financieringsinstrumenten die overeenkomstig deze afdeling zijn ingesteld, zijn de sectorspecifieke regels van toepassing. Onverminderd het voorgaande kunnen de managementautoriteiten zich baseren op een bestaande effectbeoordeling, verricht overeenkomstig artikel 202, lid 1, onder h), alvorens zij aan een bestaand financieringsinstrument bijdragen.

Motivering

In overeenstemming met de terminologie die wordt gebruikt voor de amendementen van de rapporteur van artikel 32.

Amendement    312

Voorstel voor een verordening

Artikel 213 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Financiële bijstand door de Unie aan lidstaten of derde landen neemt de vorm aan van een lening of een kredietlijn of alle andere instrumenten die passend worden geacht om de doeltreffendheid van de steun te garanderen. Daartoe wordt de Commissie in de desbetreffende basishandeling gemachtigd om op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen de nodige middelen namens de Unie te lenen.

1.  Financiële bijstand door de Unie aan lidstaten of derde landen is afhankelijk van vooraf bepaalde voorwaarden en neemt de vorm aan van een lening of een kredietlijn of alle andere instrumenten die passend worden geacht om de doeltreffendheid van de steun te garanderen. Daartoe wordt de Commissie in de desbetreffende basishandeling gemachtigd om op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen de nodige middelen namens de Unie te lenen.

Amendement    313

Voorstel voor een verordening

Artikel 213 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De financiële bijstand wordt direct door de Commissie uitgevoerd.

4.  De financiële bijstand wordt direct door de Commissie uitgevoerd, die regelmatig aan het Europees Parlement en de Raad verslag uitbrengt over de naleving van de voorwaarden en de evolutie van de financiële bijstand.

Amendement    314

Voorstel voor een verordening

Artikel 213 – lid 5 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het begunstigde land gaat regelmatig na of de verstrekte financiering naar behoren is gebruikt, neemt passende maatregelen ter voorkoming van onregelmatigheden en fraude, en onderneemt zo nodig gerechtelijke stappen om de uit hoofde van de financiële bijstand van de Unie verstrekte middelen waaraan geen wettige bestemming is gegeven, terug te vorderen;

a)  het begunstigde land gaat regelmatig na of de verstrekte financiering naar behoren is gebruikt en of de voorwaarden werden nageleefd, neemt passende maatregelen ter voorkoming van onregelmatigheden en fraude, en onderneemt zo nodig gerechtelijke stappen om de uit hoofde van de financiële bijstand van de Unie verstrekte middelen waaraan geen wettige bestemming is gegeven, terug te vorderen;

Amendement     315

Voorstel voor een verordening

Artikel 215 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Bijdragen worden niet gebruikt om rechtstreeks of onrechtstreeks een persoonlijk voordeel, in geld of in natura, toe te kennen aan een individueel lid of personeelslid van een Europese politieke partij. Bijdragen worden niet gebruikt voor het rechtstreeks of onrechtstreeks financieren van activiteiten van derden, in het bijzonder nationale politieke partijen of politieke stichtingen op Europees of nationaal niveau, ongeacht of dit nu in de vorm van subsidies, donaties, leningen of andere soortgelijke regelingen gebeurt. Bijdragen worden niet gebruikt voor een van de doeleinden die in artikel 22 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 zijn uitgesloten.

3.  Bijdragen worden niet gebruikt om rechtstreeks of onrechtstreeks een persoonlijk voordeel, in geld of in natura, toe te kennen aan een individueel lid of personeelslid van een Europese politieke partij. Bijdragen worden niet gebruikt voor het rechtstreeks of onrechtstreeks financieren van activiteiten van derden, in het bijzonder nationale politieke partijen of politieke stichtingen op Europees of nationaal niveau, ongeacht of dit nu in de vorm van subsidies, donaties, leningen of andere soortgelijke regelingen gebeurt. Voor de toepassing van dit artikel worden verbonden entiteiten van Europese politieke partijen op Europees niveau, zoals jongeren- en vrouwenorganisaties van deze partijen, niet beschouwd als derden. Bijdragen worden niet gebruikt voor een van de doeleinden die in artikel 22 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 zijn uitgesloten.

Motivering

Het amendement verduidelijkt dat Europese politieke partijen krachtens het nieuwe statuut nog steeds hun jongeren- en vrouwenorganisaties mogen steunen.

Amendement     316

Voorstel voor een verordening

Artikel 215 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Europese politieke partijen mogen reserves opbouwen met het bedrag van hun eigen middelen dat 15 % van hun jaarlijkse vergoedbare uitgaven overschrijdt.

Motivering

Het amendement verduidelijkt dat Europese politieke partijen krachtens het nieuwe statuut nog steeds reserves mogen opbouwen uit eigen middelen.

Amendement     317

Voorstel voor een verordening

Artikel 215 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Wanneer een Europese politieke stichting in de zin van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 aan het einde van een begrotingsjaar waarvoor zij een exploitatiesubsidie heeft ontvangen meer inkomsten dan uitgaven telt, mag zij een gedeelte van het overschot dat overeenkomt met maximaal 25 % van de totale inkomsten voor dat jaar overdragen naar het volgende begrotingsjaar, op voorwaarde dat het overschot vóór het einde van het eerste kwartaal van dat volgende jaar wordt gebruikt.

Schrappen

Motivering

Een bijgewerkte versie van amendement 170. De rapporteurs zijn van mening dat artikel 215, lid 7, moet worden verplaatst naar artikel 186 bis, lid 6 (nieuw).

Amendement    318

Voorstel voor een verordening

Artikel 219 – lid 1 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a)  financiering die niet gekoppeld is aan de kosten van de desbetreffende transacties op basis van:

 

i)   het vervullen van een aantal voorwaarden vooraf;

 

ii)   het bereiken van resultaten gemeten aan de hand van de eerder vastgestelde mijlpalen of door middel van prestatie-indicatoren;

Motivering

Zie de motivering bij de amendementen op artikel 121.

Amendement    319

Voorstel voor een verordening

Artikel 219 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  financiering die niet gekoppeld is aan de kosten van de desbetreffende transacties op basis van:

Schrappen

i)   het vervullen van een aantal voorwaarden vooraf;

 

ii)   het bereiken van resultaten gemeten aan de hand van de eerder vastgestelde mijlpalen of door middel van prestatie-indicatoren;

 

Motivering

Zie de motivering bij de amendementen op artikel 121.

Amendement    320

Voorstel voor een verordening

Artikel 227 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Trustfondsen

Trustfondsen van de Unie voor externe maatregelen

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur op lid 1 van dit artikel.

Amendement    321

Voorstel voor een verordening

Artikel 227 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor noodsituaties, operaties na een noodsituatie of thematische acties kan de Commissie, na het Europees Parlement en de Raad daarvan in kennis te hebben gesteld, trustfondsen oprichten in het kader van een met andere donoren gesloten overeenkomst. De doelstellingen van het trustfonds worden in elke oprichtingsakte vastgesteld. Het besluit van de Commissie tot oprichting van het trustfonds omvat een beschrijving van de doelstellingen van het trustfonds, de redenen voor de oprichting daarvan overeenkomstig lid 3, een indicatieve duur en de voorlopige overeenkomsten met andere donoren.

1.  Enkel in naar behoren gemotiveerde gevallen en voor noodsituaties, operaties na een noodsituatie of thematische acties kan de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad voorstellen in het kader van een met andere donoren gesloten overeenkomst een trustfonds voor externe maatregelen op te richten door middel van een volgens de gewone wetgevingsprocedure aangenomen basishandeling. De basishandeling tot oprichting van elk trustfonds omvat een beschrijving van de doelstellingen van het trustfonds, de redenen voor de oprichting daarvan overeenkomstig lid 3, het financieringsaandeel uit andere bronnen dan de Uniebegroting, waarvan de ratio onveranderd blijft gedurende de gehele looptijd van het trustfonds, een indicatieve duur en de voorlopige overeenkomsten met andere donoren.

 

Een trustfonds mag in geen geval worden opgericht binnen de Unie.

Motivering

Operationele trustfondsen van de Unie worden gekenmerkt door een gebrek aan toezicht door het EP en vraagstukken in verband met vastleggingen uit de Uniebegroting die door andere donoren worden aangevuld. Zolang deze kwesties niet zijn opgelost, vinden de rapporteurs het voorbarig het gebruik van trustfondsen naar intern beleid uit te breiden. Bovendien ondervinden organisaties die in het kader van trustfondsen projecten uitvoeren, problemen met de medefinanciering van projecten. Derhalve verzetten zij zich tegen het gebruik ervan in de Unie. Dit amendement houdt rekening met voorstellen van de Duitse socialewelvaartsorganisaties (Bundesarbeitsgemeinschaft der Freien Wohlfahrtspflege).

Amendement    322

Voorstel voor een verordening

Artikel 227 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Commissie legt de ontwerpbesluiten betreffende de oprichting, uitbreiding en vereffening van een trustfonds van de Unie voor aan het bevoegde comité dat wordt genoemd in de basishandeling op grond waarvan de bijdrage van de Unie aan het trustfonds van de Unie wordt verstrekt.

2.  De Commissie legt de ontwerpvoorstellen betreffende de oprichting, uitbreiding en vereffening van een trustfonds van de Unie voor aan het Europees Parlement en de Raad.

Motivering

Zie de motivering bij het amendement van de rapporteurs op punt 1.

Amendement    323

Voorstel voor een verordening

Artikel 227 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  er is toegevoegde waarde voor de interventie van de Unie: trustfondsen worden alleen opgericht en uitgevoerd op het niveau van de Unie indien de beoogde doelstellingen, met name vanwege de omvang of de mogelijke gevolgen, beter op het niveau van de Unie dan op nationaal niveau kunnen worden bereikt;

a)  uit een effectbeoordeling blijkt dat er toegevoegde waarde is voor de interventie van de Unie: trustfondsen worden alleen opgericht en uitgevoerd op het niveau van de Unie indien de beoogde doelstellingen, met name vanwege de omvang of de mogelijke gevolgen, beter op het niveau van de Unie dan op nationaal niveau kunnen worden bereikt en niet in dezelfde mate kunnen worden bereikt door een ander bestaand financieringsinstrument;

Motivering

Dit amendement is gebaseerd op een voorstel van Civil Society Europe.

Amendement    324

Voorstel voor een verordening

Artikel 227 – lid 3 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  de doelstellingen van trustfondsen van de Unie voor externe maatregelen worden afgestemd op de doelstellingen van het instrument van de Unie of de begrotingspost waaruit ze worden gefinancierd.

Motivering

Dit amendement is gebaseerd op een voorstel van Civil Society Europe.

Amendement    325

Voorstel voor een verordening

Artikel 227 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Bij elk trustfonds van de Unie wordt een door de Commissie voorgezeten bestuursorgaan opgericht om de donoren en de niet-bijdragende lidstaten, als waarnemers, te vertegenwoordigen en te beslissen hoe de middelen worden gebruikt. De regels voor de samenstelling van de raad van bestuur en zijn reglement van orde worden vastgesteld in het besluit tot oprichting van het trustfonds dat door de Commissie wordt goedgekeurd en door de donoren wordt onderschreven. De regels omvatten het vereiste dat voor de uiteindelijke beslissing over het gebruik van de middelen van het fonds de goedkeurende stem van de Commissie vereist is.

4.  Bij elk trustfonds van de Unie wordt een door de Commissie voorgezeten bestuursorgaan opgericht om als waarnemers de donoren en de niet-bijdragende lidstaten en het Europees Parlement, indien gepast, te vertegenwoordigen en te beslissen hoe de middelen worden gebruikt. De regels voor de samenstelling van de raad van bestuur en zijn reglement van orde worden vastgesteld in het besluit tot oprichting van het trustfonds dat door de Commissie wordt goedgekeurd en door de donoren wordt onderschreven. De regels omvatten het vereiste dat voor de uiteindelijke beslissing over het gebruik van de middelen van het fonds de goedkeurende stem van de Commissie vereist is.

Amendement    326

Voorstel voor een verordening

Artikel 227 – lid 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Trustfondsen van de Unie worden opgericht voor een bepaalde duur die in de oprichtingsakte ervan wordt vermeld. Deze duur kan bij besluit van de Commissie op verzoek van het bestuursorgaan van het betrokken trustfonds worden verlengd.

Trustfondsen van de Unie worden opgericht voor een bepaalde duur die in de oprichtingsakte ervan wordt vermeld. Deze duur kan door het Europees Parlement en de Raad, handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure na een voorstel van de Commissie, op verzoek van het bestuursorgaan van het betrokken trustfonds worden verlengd.

Amendement    327

Voorstel voor een verordening

Artikel 228 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uitvoering van trustfondsen

Uitvoering van trustfondsen van de Unie voor externe maatregelen

Amendement    328

Voorstel voor een verordening

Artikel 228 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De trustfondsen van de Unie worden uitgevoerd met inachtneming van de beginselen van goed financieel beheer, transparantie, evenredigheid, non-discriminatie en gelijke behandeling, en met inachtneming van de in de oprichtingsakte vastgestelde specifieke doelstellingen.

1.  De trustfondsen van de Unie worden uitgevoerd met inachtneming van de beginselen van goed financieel beheer, transparantie, evenredigheid, non-discriminatie en gelijke behandeling, in volledige eerbiediging van de begrotingscontrole en het controlemechanisme van het Europees Parlement en de Raad en met inachtneming van de in de oprichtingsakte vastgestelde specifieke doelstellingen.

Amendement    329

Voorstel voor een verordening

Artikel 228 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Elke bijdrage van de Unie wordt gebruikt in overeenstemming met de doelstellingen in de basishandeling op grond waarvan de bijdrage van de Unie aan het trustfonds van de Unie wordt verstrekt.

Amendement    330

Voorstel voor een verordening

Artikel 228 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Acties die in het kader van de trustfondsen van de Unie worden gefinancierd, kunnen direct door de Commissie worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder a), en in indirecte uitvoering met de entiteiten in de zin van artikel 61, lid 1, onder c), i), ii), iii), v) en vi).

2.  Acties die in het kader van de trustfondsen van de Unie worden gefinancierd, kunnen direct door de Commissie worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 61, lid 1, onder a), en in indirecte uitvoering met de entiteiten in de zin van artikel 61, lid 1, onder c), i), ii), iii), v) en vi) en voldoen aan de financiële regels.

Amendement    331

Voorstel voor een verordening

Artikel 228 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De ordonnateur stelt tweemaal per jaar een financieel verslag op over de verrichtingen van elk trustfonds.

De ordonnateur stelt tweemaal per jaar een financieel verslag op over de verrichtingen van elk trustfonds. Daarnaast brengt de Commissie ten minste elke zes maanden verslag uit over de uitvoering van elk trustfonds aan de hand van kwalitatieve criteria, zoals de aard van de gesubsidieerde projecten en programma's, de selectieprocedures, geografische en thematische prioriteiten, het toezicht op de tussenpersonen en de wijze waarop het trustfonds bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen zoals vermeld in de basishandeling van de instrumenten van de Unie waaruit aan het trustfonds wordt bijgedragen.

Amendement     332

Voorstel voor een verordening

Artikel 228 – lid 5 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De trustfondsen worden jaarlijks aan een onafhankelijke externe audit onderworpen.

De trustfondsen worden jaarlijks aan een onafhankelijke externe audit onderworpen. De Rekenkamer heeft toetsingsrecht.

Amendement    333

Voorstel voor een verordening

Artikel 228 – lid 5 – alinea 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De trustfondsen maken deel uit van de kwijtingsprocedure overeenkomstig artikel 319 VWEU.

Amendement    334

Voorstel voor een verordening

Artikel 228 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  De Commissie publiceert een gedetailleerd verslag over de activiteiten die door trustfondsen van de Unie worden gesteund, over de uitvoering en de prestaties ervan, in de vorm van een bij de ontwerpbegroting gevoegd werkdocument, in overeenstemming met artikel 39, lid 6.

Amendement    335

Voorstel voor een verordening

Artikel 229 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  het derde land de fundamentele beginselen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens eerbiedigt;

Amendement    336

Voorstel voor een verordening

Artikel 229 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  het derde land heeft voorzien in wetgeving ter bestrijding van corruptie.

Amendement    337

Voorstel voor een verordening

Artikel 230 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor waarden onder de in artikel 169, lid 1, vastgestelde drempels kunnen bezoldigde externe deskundigen worden geselecteerd, om de instellingen bij te staan bij de evaluatie van subsidieaanvragen, projecten en offertes, en in specifieke gevallen adviezen en raad te verstrekken, volgens de in lid 3 vastgestelde procedure.

1.  Voor waarden onder de in artikel 169, lid 1, vastgestelde drempels kunnen bezoldigde externe deskundigen worden geselecteerd, om de instellingen bij te staan bij de evaluatie van subsidieaanvragen, projecten en offertes, en in specifieke gevallen adviezen en raad te verstrekken, volgens de in lid 3 vastgestelde procedure. Zij zijn onderworpen aan een belasting van de Europese Unie.

Amendement    338

Voorstel voor een verordening

Artikel 234 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De jaarrekening wordt opgesteld voor elk begrotingsjaar, dat begint op 1 januari en sluit op 31 december. De jaarrekening bestaat uit:

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) .

Motivering

Zie het amendementen van de rapporteur op artikel 234, lid 1 bis (nieuw).

Amendement    339

Voorstel voor een verordening

Artikel 234 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de financiële staten, waarin financiële informatie wordt weergegeven overeenkomstig de in artikel 79 bedoelde boekhoudregels;

a)  de geconsolideerde financiële staten, zijnde de consolidatie van de financiële gegevens vervat in de financiële staten van de instellingen die uit de begroting worden gefinancierd, de financiële staten van de in artikel 69 bedoelde organen en de financiële staten van de andere organen waarvan de rekeningen overeenkomstig de in artikel 79 bedoelde boekhoudregels moeten worden geconsolideerd;

Motivering

Zie het amendementen van de rapporteur op artikel 234, lid 1 bis (nieuw).

Amendement    340

Voorstel voor een verordening

Artikel 234 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de begrotingsboekhouding, waarin de informatie wordt weergegeven die in de begrotingsboekhoudingen van de instellingen is vervat;

b)  de geaggregeerde begrotingsboekhouding, waarin de informatie wordt weergegeven die in de begrotingsboekhouding van de instellingen is vervat;

Motivering

Zie het amendementen van de rapporteur op artikel 234, lid 1 bis (nieuw).

Amendement    341

Voorstel voor een verordening

Artikel 234 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de geconsolideerde jaarrekening, waarin overeenkomstig de in artikel 79 bedoelde boekhoudregels en met name overeenkomstig het beginsel van het relatieve belang, de consolidatie wordt weergegeven van de financiële informatie die in de financiële staten en de begrotingsboekhoudingen van de in artikel 69 bedoelde organen en van andere organen die aan de consolidatiecriteria voldoen, is vervat.

Schrappen

Motivering

Zie het amendementen van de rapporteur op artikel 234, lid 1 bis (nieuw).

Amendement    342

Voorstel voor een verordening

Artikel 234 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.   De Commissie publiceert jaarlijks een kasstroomraming voor een periode van zeven tot tien jaar met inbegrip van informatie inzake begrotingsmaxima, betalingsbehoeften, capaciteitsbeperkingen en, indien van toepassing, mogelijke vrijmakingen.

Motivering

In lijn met de voorstellen van de Rekenkamer (zie het advies nr. 1/2017) stellen de rapporteurs voor de rekeningen te "herstructureren" met de invoering van een kasstroomraming voor de lange termijn om belanghebbenden bij te staan bij de beoordeling van toekomstige betalingsbehoeften en begrotingsprioriteiten. De bestaande definitie van jaarrekening wordt eveneens behouden.

Amendement    343

Voorstel voor een verordening

Artikel 235 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De rekenplichtige brengt tussen de afsluiting van het begrotingsjaar en de dag van overlegging van de rekeningen de correcties aan die, zonder tot een betaling of inning voor het begrotingsjaar te leiden, nodig zijn voor een getrouwe weergave van de rekeningen. Die correcties voldoen aan de in artikel 79 bedoelde boekhoudregels.

3.  De rekenplichtige brengt tussen de afsluiting van het begrotingsjaar en de dag van overlegging van de rekeningen de correcties aan die, zonder tot een betaling of inning voor het begrotingsjaar te leiden, nodig zijn voor een juiste en getrouwe weergave van de rekeningen. Die correcties voldoen aan de in artikel 79 bedoelde boekhoudregels.

Motivering

"Juist en getrouw" is de algemeen aanvaarde terminologie.

Amendement    344

Voorstel voor een verordening

Artikel 237 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De rekenplichtigen van de andere instellingen en van de in artikel 234 bedoelde organen zenden uiterlijk op 1 maart van het jaar volgende op het begrotingsjaar hun voorlopige rekeningen toe aan de rekenplichtige van de Commissie en aan de Rekenkamer.

1.  De rekenplichtigen van alle instellingen en organen van de Unie zenden uiterlijk op 1 maart van het jaar volgende op het begrotingsjaar hun voorlopige rekeningen toe aan de Rekenkamer.

Motivering

Zie het amendementen van de rapporteur op artikel 237, lid 3 bis (nieuw).

Amendement    345

Voorstel voor een verordening

Artikel 237 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De rekenplichtige van de Commissie consolideert die voorlopige rekeningen met de voorlopige rekeningen van de Commissie en zendt uiterlijk op 31 maart van het jaar volgende op het begrotingsjaar de voorlopige rekeningen van de Commissie en de geconsolideerde voorlopige rekeningen van de Unie via elektronische weg toe aan de Rekenkamer.

3.  De rekenplichtige van de Commissie consolideert die voorlopige rekeningen met de voorlopige rekeningen van de Commissie en zendt uiterlijk op 31 maart van het jaar volgende op het begrotingsjaar de geconsolideerde voorlopige rekeningen van de Unie via elektronische weg toe aan de Rekenkamer.

Motivering

Zie het amendementen van de rapporteur op artikel 237, lid 3 bis (nieuw).

Amendement    346

Voorstel voor een verordening

Artikel 237 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De geconsolideerde voorlopige rekeningen van de Unie bevatten eveneens een geschat foutenpercentage in de uitgaven van de Unie op basis van een consistente methode.

Motivering

In lijn met de voorstellen van de Rekenkamer (zie paragraaf 13 en 108 van het advies nr. 1/2017) zijn de rapporteurs van mening dat de Rekenkamer ook de voorlopige rekeningen van de Unie moet behandelen.

Amendement    347

Voorstel voor een verordening

Artikel 238 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Rekenkamer maakt uiterlijk op 1 juni haar opmerkingen over de voorlopige rekeningen van de andere instellingen dan de Commissie en van elk in artikel 234 bedoeld orgaan, en uiterlijk op 15 juni haar opmerkingen over de voorlopige rekeningen van de Commissie en de geconsolideerde voorlopige rekeningen van de Unie bekend.

1.  De Rekenkamer maakt uiterlijk op 15 mei van jaar n+1 haar opmerkingen over de voorlopige rekeningen van de instellingen en van elk in artikel 234 bedoeld orgaan, en uiterlijk op juni van jaar n+1 haar opmerkingen over de voorlopige geconsolideerde rekeningen van de Unie bekend.

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur op artikel 238, lid 2, alinea. 2.

Amendement    348

Voorstel voor een verordening

Artikel 238 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De rekenplichtigen van de andere instellingen en van de in artikel 234 bedoelde organen zenden uiterlijk op 15 juni de voor consolidatiedoeleinden vereiste informatie toe aan de rekenplichtige van de Commissie, op de wijze en in het formaat die door die laatste zijn vastgesteld.

De rekenplichtigen van de andere instellingen en van de in artikel 234 bedoelde organen zenden uiterlijk op juni de voor consolidatiedoeleinden vereiste informatie toe aan de rekenplichtige van de Commissie, op de wijze en in het formaat die door die laatste zijn vastgesteld.

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur op artikel 238, lid 2, alinea. 2.

Amendement    349

Voorstel voor een verordening

Artikel 238 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De andere instellingen dan de Commissie en elk van de in artikel 234 bedoelde organen zenden uiterlijk op 1 juli hun definitieve rekeningen toe aan de rekenplichtige van de Commissie, de Rekenkamer, het Europees Parlement en de Raad.

De andere instellingen dan de Commissie en elk van de in artikel 234 bedoelde organen zenden uiterlijk op 15 juni hun definitieve rekeningen toe aan de rekenplichtige van de Commissie, de Rekenkamer, het Europees Parlement en de Raad. Uiterlijk op dezelfde dag zendt de Commissie haar eigen definitieve rekeningen, na goedkeuring ervan, via elektronische weg toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

Motivering

De rapporteurs zijn van mening dat het mogelijk is de voorgestelde tijdlijn met betrekking tot de goedkeuring en toezending van de definitieve rekeningen korter te maken.

Amendement    350

Voorstel voor een verordening

Artikel 239 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 31 juli van het jaar volgende op het begrotingsjaar een geïntegreerde reeks financiële en verantwoordingsverslagen over, bestaande uit:

1.  De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 31 maart van het jaar volgende op het begrotingsjaar een geïntegreerde reeks financiële en verantwoordingsverslagen over, bestaande uit:

Motivering

Het verschuiven van de datum voor de toezending van deze verslagen van 30 juni naar 31 juli (na het begin van het zomerreces) is niet verenigbaar met de interne procedures van het EP en de Commissie begrotingscontrole (CONT). De rapporteurs stellen daarentegen voor de deadline te vervroegen naar 31 maart.

Amendement    351

Voorstel voor een verordening

Artikel 239 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de geconsolideerde jaarrekening als bedoeld in artikel 238;

a)  de geconsolideerde jaarrekening als bedoeld in artikel 238 met een kasstroomraming voor de lange termijn;

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur op artikel 239, lid 1, onder c).

Amendement    352

Voorstel voor een verordening

Artikel 239 – lid 1 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het jaarlijkse beheers- en prestatieverslag, bestaande uit:

b)  één verantwoordingsverslag, bestaande uit:

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur op artikel 239, lid 1, onder c).

Amendement    353

Voorstel voor een verordening

Artikel 239 – lid 1 – letter b – punt i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis)  een governanceverklaring, waarin informatie wordt verstrekt over de belangrijkste governancesystemen van de Unie;

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur op artikel 239, lid 1, onder c).

Amendement    354

Voorstel voor een verordening

Artikel 239 – lid 1 – letter b – punt i ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i ter)  een beoordeling van de vooruitgang op weg naar het bereiken van de beleidsdoelen gemeten aan de hand van de in de artikel 31 vermelde indicatoren;

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur op artikel 239, lid 1, onder c).

Amendement    355

Voorstel voor een verordening

Artikel 239 – lid 1 – letter b – punt i quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i quater)  een beoordeling van de mate waarin uitgaven door onregelmatigheden worden getroffen met een eigen schatting van het foutenpercentage en, afzonderlijk, het bedrag van de uitgaven van de Unie dat zij van plan is te recupereren als terugvordering of financiële correcties met betrekking tot het begrotingsjaar in kwestie;

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur op artikel 239, lid 1, onder c).

Amendement    356

Voorstel voor een verordening

Artikel 239 – lid 1 – letter b – punt ii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

ii bis)  een verslag over de rol en conclusies van het in artikel 120 bis bedoelde interne auditcomité.

Motivering

Zie het amendement van de rapporteur op artikel 239, lid 1, onder c).

Amendement    357

Voorstel voor een verordening

Artikel 239 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het verslag over de preventieve en corrigerende maatregelen met betrekking tot de EU-begroting, dat de financiële impact weergeeft van de maatregelen die zijn genomen om de EU-begroting te beschermen tegen uitgaven die in strijd zijn met de wetgeving;

c)  het verslag over de preventieve en corrigerende maatregelen met betrekking tot de EU-begroting, dat een schatting van het niveau van onregelmatigheden in de oorspronkelijke of goedgekeurde verzoeken voor terugbetaling verstrekt en de financiële impact weergeeft van de maatregelen die zijn genomen om de EU-begroting te beschermen tegen uitgaven die in strijd zijn met de wetgeving;

Motivering

De rapporteurs zijn van mening dat geconsolideerde rekeningen vergezeld moeten gaan van één verantwoordingsverslag met boekhoudkundige informatie, een governanceverklaring, een algemeen overzicht van de uitgaven en activiteiten van de Unie, een beoordeling van de vooruitgang gemaakt bij de verwezenlijking van de doelstellingen, een beoordeling van de mate waarin uitgaven door onregelmatigheden worden getroffen alsook een verslag over de rol en conclusies van het interne auditcomité.

Amendement    358

Voorstel voor een verordening

Artikel 239 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  het in artikel 116, lid 7, bedoelde verslag over de interne controles;

e)  het in artikel 116, lid 4, bedoelde verslag over de interne controles;

Motivering

Correctie.

Amendement    359

Voorstel voor een verordening

Artikel 241 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zij stellen het verslag uiterlijk op 31 maart van het jaar volgende op het begrotingsjaar beschikbaar aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

Zij stellen het verslag uiterlijk op maart van het jaar volgende op het begrotingsjaar beschikbaar aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

Motivering

Consistente afstemming van de verslagleggingsvereisten.

Amendement     360

Voorstel voor een verordening

Artikel 242 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie brengt jaarlijks overeenkomstig artikel 39, leden 4 en 5, en artikel 50, lid 1, onder d), aan het Europees Parlement en aan de Raad verslag uit over de financieringsinstrumenten, de begrotingsgaranties, de financiële bijstand, de voorwaardelijke verplichtingen en het gemeenschappelijk voorzieningsfonds. Die informatie wordt tegelijkertijd beschikbaar gesteld aan de Rekenkamer.

De Commissie brengt jaarlijks op 30 juni van het jaar van publicatie overeenkomstig artikel 39, leden 4 en 5, en artikel 50, lid 1, onder d), aan het Europees Parlement en aan de Raad verslag uit over de financieringsinstrumenten, de begrotingsgaranties, de financiële bijstand, de voorwaardelijke verplichtingen en het gemeenschappelijk voorzieningsfonds. Die informatie wordt tegelijkertijd beschikbaar gesteld aan de Rekenkamer.

Motivering

De rapporteurs zijn ingenomen met het voorstel van de Commissie om alle verslagleggingseisen samen te voegen in één bij de ontwerpbegroting gevoegd werkdocument. Het document moet in hetzelfde niveau van informatie voorzien als de huidige verslagen, en voorzien in een duidelijke weergave van de situatie op 30 juni van het jaar van publicatie.

Amendement    361

Voorstel voor een verordening

Artikel 244 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verslaglegging over trustfondsen

Verslaglegging over trustfondsen van de Unie voor externe maatregelen

Motivering

Zie de amendementen van de rapporteur op artikel 227.

Amendement    362

Voorstel voor een verordening

Artikel 244 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie brengt jaarlijks overeenkomstig artikel 39, lid 5, aan het Europees Parlement en aan de Raad verslag uit over de activiteiten die door trustfondsen van de Unie worden gesteund, over de uitvoering en de prestaties ervan, alsook over hun rekeningen.

De Commissie brengt jaarlijks overeenkomstig artikel 39, lid 6, aan het Europees Parlement en aan de Raad verslag uit over de activiteiten die door de trustfondsen van de Unie voor externe maatregelen worden gesteund, over de uitvoering en de prestaties ervan, alsook over hun rekeningen.

Motivering

Zie de amendementen van de rapporteur op artikel 227.

Amendement    363

Voorstel voor een verordening

Artikel 247 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De controle door de Rekenkamer van de wettigheid en de regelmatigheid van de uitgaven en ontvangsten vindt plaats in het licht van de Verdragen, de begroting, deze verordening, de gedelegeerde handelingen die volgens deze verordening zijn vastgesteld, en alle ter uitvoering van de Verdragen genomen besluiten. Bij die controle wordt rekening gehouden met het meerjarige karakter van programma's en de bijbehorende toezichts- en controlesystemen.

1.  De controle door de Rekenkamer van de wettigheid en de regelmatigheid van de uitgaven en ontvangsten vindt plaats in het licht van de Verdragen, de begroting, deze verordening, de gedelegeerde handelingen die volgens deze verordening zijn vastgesteld, en alle ter uitvoering van de Verdragen genomen besluiten. Bij die controle kan rekening worden gehouden met het meerjarige karakter van programma's en de bijbehorende toezichts- en controlesystemen.

Motivering

Zoals door de Rekenkamer werd benadrukt (zie paragraaf 106 tot en met 108 van het advies nr. 1/2017), beïnvloedt de nieuwe formulering van de Commissie de methodologie van de Rekenkamer, waarover de Rekenkamer moet beslissen.

Amendement    364

Voorstel voor een verordening

Artikel 249 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie, de andere instellingen, de organen die ontvangsten of uitgaven namens de Unie beheren en de ontvangers verlenen de Rekenkamer alle faciliteiten en verstrekken haar alle informatie die zij bij de vervulling van haar taak nodig meent te hebben. Zij houden ter beschikking van de Rekenkamer alle documenten inzake plaatsing en uitvoering van overheidsopdrachten die uit de begroting worden gefinancierd, en alle geld- en goederenrekeningen, alle boekingsdocumenten en bewijsstukken, alsmede de daarop betrekking hebbende administratieve documenten, alle documentatie betreffende de ontvangsten en uitgaven van de Unie, alle inventarislijsten en alle organigrammen welke de Rekenkamer voor de controle, aan de hand van stukken of ter plaatse, van het verslag over het resultaat van de begrotingsuitvoering nodig meent te hebben en, voor hetzelfde doel, alle elektronisch opgestelde of bewaarde documenten en gegevens.

De Commissie, de andere instellingen, de organen die ontvangsten of uitgaven namens de Unie beheren en de ontvangers verlenen de Rekenkamer alle faciliteiten en verstrekken haar alle informatie die zij bij de vervulling van haar taak nodig meent te hebben. Zij stellen op haar verzoek ter beschikking van de Rekenkamer alle documenten inzake plaatsing en uitvoering van overheidsopdrachten die uit de begroting worden gefinancierd, en alle geld- en goederenrekeningen, alle boekingsdocumenten en bewijsstukken, alsmede de daarop betrekking hebbende administratieve documenten, alle documentatie betreffende de ontvangsten en uitgaven van de Unie, alle inventarislijsten en alle organigrammen welke de Rekenkamer voor de controle, aan de hand van stukken of ter plaatse, van het verslag over het resultaat van de begrotingsuitvoering nodig meent te hebben en, voor hetzelfde doel, alle elektronisch opgestelde of bewaarde documenten en gegevens. Het recht op toegang van de Rekenkamer omvat de toegang tot het IT-systeem dat werd gebruikt voor het beheer van de ontvangsten en uitgaven waarop de audit betrekking heeft.

Motivering

Zie amendement van de rapporteur op artikel 249, lid 7.

Amendement    365

Voorstel voor een verordening

Artikel 249 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Het gebruik van geïntegreerde computersystemen heeft niet tot gevolg dat de toegang van de Rekenkamer tot de bewijsstukken wordt beperkt.

7.  Het gebruik van geïntegreerde computersystemen heeft niet tot gevolg dat de toegang van de Rekenkamer tot de bewijsstukken wordt beperkt. Wanneer het technisch mogelijk is, wordt aan de Rekenkamer elektronische toegang gegeven tot de voor de audit noodzakelijke gegevens en documenten zodat ze deze in haar eigen gebouwen kan gebruiken.

Motivering

De rapporteurs stellen amendementen op artikel 249 voor om ervoor te zorgen dat de Rekenkamer een duidelijk recht heeft op toegang tot de IT-systemen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de audit.

Amendement    366

Voorstel voor een verordening

Artikel 250 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Rekenkamer doet uiterlijk op 15 juni aan de Commissie en de betrokken instellingen de opmerkingen toekomen die naar haar mening in het jaarverslag dienen te worden opgenomen. Die opmerkingen zijn vertrouwelijk en het voorwerp van een contradictoire procedure. Alle instellingen zenden hun antwoorden uiterlijk op 15 oktober toe aan de Rekenkamer. Tegelijkertijd zenden de andere instellingen hun antwoord aan de Commissie.

1.  De Rekenkamer doet uiterlijk op 30 juni aan de Commissie en de betrokken instellingen de opmerkingen toekomen die naar haar mening in het jaarverslag dienen te worden opgenomen, zodat de betrokken instellingen erop kunnen reageren. Deze opmerkingen zijn vertrouwelijk. Alle instellingen zenden hun antwoorden uiterlijk op 15 juli toe aan de Rekenkamer. Tegelijkertijd zenden de andere instellingen hun antwoord aan de Commissie.

Motivering

Correctie van amendement 205. Op basis van de ervaringen in 2016, kan een meer efficiënte en tijdige productie van het jaarverslag van de Rekenkamer worden bereikt op regelmatige basis, als de uiterste termijn voor de Commissie en andere instellingen om hun jaarrekeningen en aanverwante informatie te verschaffen, dienovereenkomstig wordt aangepast.

Amendement    367

Voorstel voor een verordening

Artikel 250 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Rekenkamer neemt de nodige maatregelen opdat de antwoorden van de instellingen op haar opmerkingen naast of na de opmerking waarop zij betrekking hebben, worden gepubliceerd.

Schrappen

Motivering

De bepalingen over hoe de Rekenkamer haar speciale verslagen opstelt en voorstelt, moeten worden behouden en niet door dit voorstel worden bepaald.

Amendement    368

Voorstel voor een verordening

Artikel 251 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Rekenkamer deelt aan de betrokken instelling of het betrokken orgaan alle opmerkingen mee die naar haar mening in een speciaal verslag dienen te worden opgenomen. Die opmerkingen zijn vertrouwelijk en het voorwerp van een contradictoire procedure.

De Rekenkamer deelt aan de betrokken instelling of het betrokken orgaan alle opmerkingen mee die naar haar mening in een speciaal verslag dienen te worden opgenomen, zodat de betrokken instelling of het betrokken orgaan erop kan reageren. Deze opmerkingen zijn vertrouwelijk.

Amendement    369

Voorstel voor een verordening

Artikel 251 – lid 1 – alinea 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Op verzoek van de Rekenkamer of de betrokken instelling of het betrokken orgaan, kunnen de antwoorden door het Europees Parlement worden onderzocht.

Motivering

Om de transparantie van de procedure te verhogen, vooral in geval van vertraging, kunnen de antwoorden van de betrokken instelling of het betrokken orgaan door het Europees Parlement worden overwogen.

Amendement    370

Voorstel voor een verordening

Artikel 251 – lid 1 – alinea 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Rekenkamer neemt alle nodige maatregelen opdat de antwoorden van de betrokken instellingen en organen op haar opmerkingen naast of na de opmerking waarop ze betrekking hebben, worden gepubliceerd en publiceert het tijdschema voor het opstellen van het speciaal verslag.

De Rekenkamer neemt alle nodige maatregelen opdat de antwoorden van de betrokken instellingen en organen op haar opmerkingen samen met het speciaal verslag worden gepubliceerd.

Motivering

De bepalingen over hoe de Rekenkamer haar speciale verslagen opstelt en voorstelt, moeten worden behouden en niet door dit voorstel worden bepaald.

Amendement    371

Voorstel voor een verordening

Artikel 256 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze titel heeft betrekking op de administratieve kredieten in de zin van artikel 43, lid 3.

Deze titel heeft betrekking op de administratieve kredieten in de zin van artikel 45, lid 3 en die van de andere instellingen.

Motivering

De definitie van administratieve kredieten moet niet enkel verwijzen naar de administratieve uitgaven van de Commissie (artikel 45, lid 3), maar ook naar die van de andere instellingen.

Amendement    372

Voorstel voor een verordening

Artikel 258 – lid 3 – alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien het Europees Parlement en/of de Raad binnen deze periode van vier weken naar behoren gemotiveerde redenen aanvoert/aanvoeren, wordt de termijn eenmaal met twee weken verlengd.

Indien het Europees Parlement en/of de Raad binnen deze periode van vier weken redenen aanvoert/aanvoeren, wordt de termijn eenmaal met twee weken verlengd.

Amendement    373

Voorstel voor een verordening

Artikel 258 – lid 5 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  de ruil van grond of gebouwen;

Amendement    374

Voorstel voor een verordening

Artikel 258 – lid 5 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  de verwerving, structurele renovatie, bouw van onroerend goed of projecten die deze elementen combineren en binnen eenzelfde termijn worden uitgevoerd, voor een bedrag van meer dan 1 00 000 EUR in het geval dat de prijs meer dan 110 % bedraagt van de lokale prijs- of huurindex van vergelijkbare onroerende goederen;

Amendement    375

Voorstel voor een verordening

Artikel 258 – lid 5 – alinea 1 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)  de verkoop van grond of gebouwen wanneer de prijs minder dan 90 % bedraagt van de lokale prijsindex van vergelijkbare onroerende goederen;

Amendement    376

Voorstel voor een verordening

Artikel 259 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in artikel 258, leden 1 tot en met 5, bedoelde procedures van vroegtijdige kennisgeving en voorafgaande toestemming zijn niet van toepassing op woongebouwen. Het Europees Parlement en de Raad kunnen de bevoegde instelling vragen alle informatie met betrekking tot woongebouwen te verstrekken.

2.  De in artikel 258, leden 1 tot en met 5, bedoelde procedures van vroegtijdige kennisgeving en voorafgaande toestemming zijn ook van toepassing op woongebouwen als de verwerving, structurele renovatie, bouw van onroerend goed of projecten die deze elementen combineren meer dan 1 000 000 EUR bedraagt en de prijs meer dan 110 % bedraagt van de lokale prijs- of huurindex van vergelijkbare onroerende goederen. Het Europees Parlement en de Raad kunnen de bevoegde instelling vragen alle informatie met betrekking tot woongebouwen te verstrekken.

Amendement    377

Voorstel voor een verordening

Artikel 261 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Een gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

6.  Een gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement    378

Voorstel voor een verordening

Artikel 262 – alinea 1 – punt 2

Verordening (EG) nr. 2012/2002

Artikel 4 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Nadat het Europees Parlement en de Raad het besluit hebben vastgesteld om middelen uit het Fonds beschikbaar te stellen, stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling een besluit betreffende de toekenning van de financiële bijdrage uit het Fonds vast en betaalt zij die financiële bijdrage onmiddellijk en in één tranche aan de begunstigde staat. Als er op grond van artikel 4 bis een voorschot is betaald, wordt alleen het saldo betaald.

4.  Zodra het Europees Parlement en de Raad een voorstel voor een besluit vaststellen om middelen uit het Fonds beschikbaar te stellen, stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling een besluit betreffende een financiële bijdrage vast, dat in werking treedt op de datum waarop het Europees Parlement en de Raad het besluit tot beschikbaarstelling van middelen uit het Fonds vaststellen en betaalt zij die financiële bijdrage onmiddellijk en in één tranche aan de begunstigde staat. Als er op grond van artikel 4 bis een voorschot is betaald, wordt alleen het saldo betaald.

Amendement    379

Voorstel voor een verordening

Artikel 263 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 1296/2013

Artikel 5 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  in artikel 5 wordt lid 2 vervangen door:

Schrappen

"2. De volgende indicatieve percentages gelden gemiddeld voor de hele programmaperiode voor de in artikel 3, lid 1, bedoelde pijlers:

 

a) ten minste 18 % voor de Progress-pijler;

 

b) ten minste 18 % voor de EURES-pijler;

 

c) ten minste 18 % voor de pijler Microfinanciering en sociaal ondernemerschap."

 

Amendement    380

Voorstel voor een verordening

Artikel 263 – alinea 1 – punt 1bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1296/2013

Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  In artikel 5 wordt het volgende lid ingevoegd:

 

"2 bis.  De kredieten die aan het eind van een begrotingsjaar niet zijn gebruikt, worden overgedragen naar het volgende begrotingsjaar, en dit voor de drie pijlers (Progress, EURES en Microfinanciering en sociaal ondernemerschap) en hun thematische onderdelen. De indicatieve minima als bedoeld in lid 2, onder a), b) en c), zijn niet van toepassing op deze kredieten."

Amendement    381

Voorstel voor een verordening

Artikel 263 – alinea 1 – punt 2

Verordening (EU) nr. 1296/2013

Artikel 14 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"1.  De Progress-pijler steunt activiteiten binnen een of meer van de onder a), b) en c) genoemde thematische onderdelen.

"1.  De Progress-pijler steunt activiteiten binnen een of meer van de onder a), b) en c) genoemde thematische onderdelen. Voor de gehele looptijd van het programma worden bij de indicatieve verdeling van de in artikel 5, lid 2, onder a), vermelde toewijzing over de verschillende onderdelen de volgende minimumpercentages in acht genomen:

a)  werkgelegenheid, in het bijzonder in het kader van de bestrijding van de jeugdwerkloosheid;

a)  werkgelegenheid, in het bijzonder in het kader van de bestrijding van de jeugdwerkloosheid: 20 %;

b)  sociale bescherming, sociale inclusie en de bestrijding en preventie van armoede;

b)  sociale bescherming, sociale inclusie en de bestrijding en preventie van armoede: 45 %;

c)  arbeidsvoorwaarden."

c)  arbeidsvoorwaarden: 7 %;

 

Resterende bedragen worden toegewezen aan een of meer van de onder a), b), of c) bedoelde thematische onderdelen, dan wel een combinatie daarvan."

Amendement    382

Voorstel voor een verordening

Artikel 263 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 1296/2013

Artikel 19

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Artikel 19

"Artikel 19

Thematische onderdelen en financiering

Thematische onderdelen en financiering

De EURES-pijler steunt activiteiten binnen een of meer van de onder a), b) en c) genoemde thematische onderdelen:

De EURES-pijler steunt activiteiten binnen een of meer van de onder a), b) en c) genoemde thematische onderdelen. Voor de gehele looptijd van het programma worden bij de indicatieve verdeling van de in artikel 5, lid 2, onder b), vermelde toewijzing over de verschillende onderdelen de volgende minimumpercentages in acht genomen:

a)  transparantie van aanvragen om en aanbiedingen van werk en alle gerelateerde informatie voor werkzoekenden en werkgevers;

a)  transparantie van aanvragen om en aanbiedingen van werk en alle gerelateerde informatie voor werkzoekenden en werkgevers: 15 %;

b)  ontwikkeling van diensten voor de werving en plaatsing van werknemers door het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk op Europees niveau, in het bijzonder gerichte mobiliteitsregelingen;

b)  ontwikkeling van diensten voor de werving en plaatsing van werknemers door het tot elkaar brengen en de compensatie van aanbiedingen van en aanvragen om werk op Europees niveau, in het bijzonder gerichte mobiliteitsregelingen: 15 %;

c)  grensoverschrijdende partnerschappen."

c)  grensoverschrijdende partnerschappen: 18 %.

 

Resterende bedragen worden toegewezen aan een of meer van de onder a), b), of c) bedoelde thematische onderdelen, dan wel een combinatie daarvan."

Amendement    383

Voorstel voor een verordening

Artikel 263 – alinea 1 – punt 4

Verordening (EU) nr. 1296/2013

Artikel 25

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Artikel 25

"Artikel 25

Thematische onderdelen en financiering

Thematische onderdelen en financiering

De pijler microfinanciering en sociaal ondernemerschap steunt activiteiten binnen een of meer van de onder a) en b) genoemde thematische onderdelen:

De pijler microfinanciering en sociaal ondernemerschap steunt activiteiten binnen een of meer van de onder a) en b) genoemde thematische onderdelen. Voor de gehele looptijd van het programma worden bij de indicatieve verdeling van de in artikel 5, lid 2, onder c), vermelde toewijzing over de verschillende onderdelen de volgende minimumpercentages in acht genomen:

a)  microfinanciering voor kwetsbare groepen en micro-ondernemingen;

a)  microfinanciering voor kwetsbare groepen en micro-ondernemingen: 35 %;

b)  sociaal ondernemerschap."

b)  sociaal ondernemerschap: 35 %.

 

Resterende bedragen worden toegewezen aan de onder a) of b) bedoelde thematische onderdelen, dan wel een combinatie daarvan."

Amendement    384

Voorstel voor een verordening

Artikel 263 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1296/2013

Artikel 32

 

Bestaande tekst

Amendement

 

4 bis.  Artikel 32 wordt vervangen door:

"Artikel 32

"Artikel 32

Werkprogramma's

Werkprogramma's

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin werkprogramma's met betrekking tot de drie pijlers worden vastgelegd. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 36, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

1.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel 34 gedelegeerde handelingen vast waarin werkprogramma's met betrekking tot de drie pijlers worden vastgelegd.

De werkprogramma's gelden, indien van toepassing, voor een periode van drie jaren bevatten een omschrijving van de te financieren acties, de selectieprocedures van de door de Unie te steunen acties, het geografische bereik, de doelgroep en een indicatie van het tijdsbestek voor de uitvoering. De werkprogramma's bevatten tevens het indicatieve bedrag dat voor iedere specifieke doelstelling is toegewezen en weerspiegelen de herverdeling van financiële middelen overeenkomstig artikel 33. De werkprogramma's versterken de samenhang van het programma door het verband tussen drie pijlers te vermelden."

De werkprogramma's gelden, indien van toepassing, voor een periode van drie jaren bevatten een omschrijving van de te financieren acties, de selectieprocedures van de door de Unie te steunen acties, het geografische bereik, de doelgroep en een indicatie van het tijdsbestek voor de uitvoering. De werkprogramma's bevatten tevens het indicatieve bedrag dat voor iedere specifieke doelstelling is toegewezen, alsmede de jaarlijkse toewijzingen voor de drie pijlers van het programma en voor de onderdelen daarvan, en weerspiegelen de herverdeling van financiële middelen overeenkomstig artikel 33. De werkprogramma's versterken de samenhang van het programma door het verband tussen drie pijlers te vermelden.

 

2.  Om een grotere mate van transparantie en controleerbaarheid te garanderen, kan de bevoegde commissie van het Europees Parlement, voorafgaand aan de vaststelling van de gedelegeerde handeling van de Commissie tot vaststelling van een werkprogramma, de Commissie uitnodigen om voor de commissie te verschijnen om een ontwerpwerkprogramma als bedoeld in lid 1 te bespreken."

Amendement    385

Voorstel voor een verordening

Artikel 263 – alinea 1 – punt 5

Verordening (EU) nr. 1296/2013

Artikel 33

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Artikel 33 wordt geschrapt.

5.  Artikel 33 wordt vervangen door:

 

"Artikel 33

 

Herverdeling van financiële middelen tussen de pijlers en aan de afzonderlijke thematische onderdelen binnen de pijlers

 

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 34 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de herverdeling van financiële middelen tussen pijlers en afzonderlijke thematische onderdelen binnen elke pijler indien ontwikkelingen in de sociaaleconomische omstandigheden dit vereisen. De herverdeling van financiële middelen aan thematische onderdelen binnen iedere pijler wordt vermeld in de werkprogramma's als bedoeld in artikel 32."

Motivering

Het amendement wil de mogelijkheden voor herverdeling van financiële middelen uit de bestaande verordening behouden, evenals de controles waarin is voorzien door middel van gedelegeerde handelingen. Het schrapt gewoon de percentages en de verwijzing naar de tussentijdse evaluatie. Krachtens artikel 13, lid 1, moet deze evaluatie uiterlijk op 1 juli 2017 verricht zijn.

Amendement    386

Voorstel voor een verordening

Artikel 263 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1296/2013

Artikel 34 – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

5 bis.  In artikel 34 wordt lid 2 vervangen door:

2.  De in artikel 33 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van zeven jaar, met ingang van 1 januari 2014.

"2.  De in artikelen 32 en 33 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van zeven jaar, met ingang van 1 januari 2014."

Amendement    387

Voorstel voor een verordening

Artikel 263 – alinea 1 – punt 5 ter (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1296/2013

Artikel 34 – lid 3

 

Bestaande tekst

Amendement

 

5 ter.  In artikel 34 wordt lid 3 vervangen door:

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 33 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

"3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikelen 32 en 33 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet."

Amendement    388

Voorstel voor een verordening

Artikel 263 – alinea 1 – punt 5 quater (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1296/2013

Artikel 34 – lid 5

 

Bestaande tekst

Amendement

 

5 quater.  In artikel 34 wordt lid 5 vervangen door:

5.  Een overeenkomstig artikel 33 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd."

"5.  Een overeenkomstig artikelen 32 en 33 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd."

Amendement    389

Voorstel voor een verordening

Artikel 264 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 1301/2013

Artikel 3 – lid 1 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  "investeringen in de ontwikkeling van het eigen potentieel door middel van permanente investeringen in installaties en infrastructuur, inclusief culturele en duurzame toerisme-infrastructuur, diensten aan bedrijven, steun voor instellingen voor onderzoek en innovatie en investeringen in technologie en toegepast onderzoek in bedrijven;"

e)  investeringen in de ontwikkeling van het eigen potentieel door middel van permanente investeringen in installaties en kleinschalige infrastructuur, inclusief kleinschalige culturele en duurzame toerisme-infrastructuur, diensten aan bedrijven, steun voor instellingen voor onderzoek en innovatie en investeringen in technologie en toegepast onderzoek in bedrijven; in gerechtvaardigde gevallen kan het toepassingsgebied van deze steunverlening worden verbreed;

Amendement    390

Voorstel voor een verordening

Artikel 264 – alinea 1 – punt 1bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1301/2013

Artikel 3 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  aan artikel 3, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"Investeringen als bedoeld in de eerste alinea, onder e), worden als kleinschalig beschouwd als de medefinanciering uit het EFRO niet meer bedraagt dan 10 000 000 EUR; dat plafond wordt verhoogd tot 20 000 000 EUR voor infrastructuur die als werelderfgoed wordt beschouwd in de zin van artikel 1 van de Unesco-Overeenkomst van 1972 inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld."

Amendement    391

Voorstel voor een verordening

Artikel 264 – alinea 1 – punt 2

Verordening (EU) nr. 1301/2013

Artikel 5 – lid 9 – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  het ondersteunen van de opvang en de sociale en economische integratie van migranten en vluchtelingen;"

e)  het ondersteunen van de opvang en de sociale en economische integratie van migranten en vluchtelingen die internationale bescherming genieten;"

Amendement    392

Voorstel voor een verordening

Artikel 264 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 1301/2013

Bijlage I – Tabel Sociale infrastructuur

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Kinderopvang en onderwijs

personen

Capaciteit van gesubsidieerde kinderopvang of onderwijsinfrastructuur

Gezondheid

personen

Inwoners die gedekt zijn door verbeterde gezondheidsdiensten

Huisvesting

huisvestings­eenheden

Gerenoveerde huisvesting

 

huisvestings­eenheden

Gerenoveerde huisvesting, waarvan voor migranten en vluchtelingen (opvangcentra niet inbegrepen)

Migranten en vluchtelingen

personen

Capaciteit van de infrastructuur ter ondersteuning van migranten en vluchtelingen (andere dan huisvesting)

Amendement

Kinderopvang en onderwijs

personen

Capaciteit van gesubsidieerde kinderopvang of onderwijsinfrastructuur

Gezondheid

personen

Inwoners die gedekt zijn door verbeterde gezondheidsdiensten

Huisvesting

huisvestings­eenheden

Gerenoveerde huisvesting

 

huisvestings­eenheden

Gerenoveerde huisvesting, waarvan voor migranten en vluchtelingen die internationale bescherming genieten (opvangcentra niet inbegrepen)

Migranten en vluchtelingen die internationale bescherming genieten

personen

Capaciteit van de infrastructuur ter ondersteuning van migranten en vluchtelingen die internationale bescherming genieten (andere dan huisvesting)

Amendement    393

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 1 – letter a bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 2 – punt 11 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"11 bis)  "terugbetaalbaar voorschot": een lening voor een project die in een of meer tranches wordt betaald en waarbij de voorwaarden voor terugbetaling afhangen van de uitkomst van het project;"

Motivering

Terugbetaalbare voorschotten ("avances récupérables") zijn instrumenten die in verschillende lidstaten veelvuldig worden gebruikt om projecten te steunen tijdens de eerste fase – voornamelijk in de innovatiesector – en hebben de kenmerken van financieringsinstrumenten. Ze zijn tot dusver nog niet gedefinieerd of opgenomen in de definitie van financieringsinstrumenten zoals vermeld in de GB-verordening en de financiële verordeningen. Dit rechtsvacuüm moet dringend worden weggewerkt, temeer omdat terugbetaalbare voorschotten in de EU-verordening inzake staatssteun uitdrukkelijk worden omschreven als leningen en dus als risicodelende instrumenten.

Amendement    394

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 1 – letter b

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 2 – punt 31

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

31)  "macroregionale strategie": een integraal kader dat door onder meer de ESI-fondsen kan worden gesteund met het oog op het aanpakken van gemeenschappelijke uitdagingen waarmee een afgebakend geografisch gebied wordt geconfronteerd, met betrekking tot in datzelfde geografisch gebied gelegen lidstaten en derde landen die aldus voordeel halen uit nauwere samenwerking welke tot verwezenlijking van economische, sociale en territoriale samenhang bijdraagt;"

31)  "macroregionale strategie": een met de door de Europese Raad gegeven richtsnoeren overeenkomend integraal kader dat door onder meer de ESI-fondsen kan worden gesteund met het oog op het aanpakken van gemeenschappelijke uitdagingen waarmee een afgebakend geografisch gebied wordt geconfronteerd, met betrekking tot in datzelfde geografisch gebied gelegen lidstaten en derde landen die aldus voordeel halen uit nauwere samenwerking welke tot verwezenlijking van economische, sociale en territoriale samenhang bijdraagt;

Amendement    395

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 4

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 9 –alinea 2 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"De in de fondsspecifieke regels voor elk van de ESI-fondsen vastgestelde prioriteiten omvatten met name het passend gebruik van elk fonds op het gebied van asiel en migratie."

"De in de fondsspecifieke regels voor elk van de ESI-fondsen vastgestelde prioriteiten omvatten met name het passend gebruik van elk fonds op het gebied van asiel en migratie en zorgen in voorkomend geval voor coördinatie met het Fonds voor asiel, migratie en integratie."

Amendement    396

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 6

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 30 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het volgende artikel 30 bis wordt ingevoegd:

Schrappen

"Artikel 30 bis

 

1.   Een deel van de toewijzing uit de ESI-fondsen voor een lidstaat mag, op verzoek van die lidstaat en mits de Commissie daarmee instemt, worden overgeschreven naar een of meer krachtens het Financieel Reglement of andere sectorspecifieke verordeningen ingestelde instrumenten, of worden aangewend ter versterking van het risicodragend vermogen van het EFSI overeenkomstig artikel 125 van het Financieel Reglement. Het verzoek tot overschrijving van de toewijzing uit de ESI-fondsen moet uiterlijk op 30 september worden ingediend.

 

2.   Alleen financiële toewijzingen voor toekomstige jaren in het financieel plan van een programma kunnen worden overgeschreven.

 

3.   Het verzoek gaat vergezeld van een voorstel tot wijziging van het programma of de programma’s waaruit de overschrijving zal worden verricht. De overeenkomstige wijzigingen van het programma en de partnerschapsovereenkomst gebeuren overeenkomstig artikel 30, lid 2, met kennisgeving aan de Commissie van het totale bedrag dat voor elk relevant jaar wordt overgeschreven."

 

Amendement    397

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 8

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 34 – lid 3 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de opbouw van capaciteit van plaatselijke actoren om concrete acties te ontwikkelen en uit te voeren met inbegrip van het bevorderen van hun vaardigheden op het gebied van projectbeheer;

a)  de opbouw van capaciteit van plaatselijke actoren om concrete acties te ontwikkelen en uit te voeren met inbegrip van het bevorderen van hun vaardigheden op het gebied van projectbeheer, alsmede de opbouw van capaciteit van mogelijke eindbegunstigden om de projecten voor te bereiden en uit te voeren;

Amendement    398

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 8

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 34 – lid 3 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  de zichtbaarheid van de strategie, concrete acties en projecten verzekeren;

Amendement    399

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 8

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 34 – lid 3 – letter f

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  de selectie van concrete acties en de vaststelling van de steunbedragen alsmede de voorlegging van voorstellen aan de instantie die verantwoordelijk is voor de definitieve verificatie van de subsidiabiliteit voorafgaand aan de goedkeuring;

f)  de selectie van concrete acties en de vaststelling van de steunbedragen alsmede, in voorkomend geval, de voorlegging van voorstellen aan de instantie die verantwoordelijk is voor de definitieve verificatie van de subsidiabiliteit voorafgaand aan de goedkeuring;

Amendement    400

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 10 – letter a

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 37 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  een raming van aanvullende publieke en private middelen die met het financieringsinstrument kunnen worden gegenereerd, tot op het niveau van de eindontvanger (het verwachte hefboomeffect), waaronder, in voorkomend geval, een beoordeling van de behoefte aan en het niveau van de gedifferentieerde vergoeding waarmee corresponderende middelen van private investeerders worden aangetrokken en/of een omschrijving van de mechanismen – bijvoorbeeld procedures van concurrerende of voldoende onafhankelijke beoordeling – waarmee zal worden bepaald welke gedifferentieerde vergoedingen er nodig zijn, en in welke mate;"

c)  een raming van aanvullende publieke en private middelen die met het financieringsinstrument kunnen worden gegenereerd, tot op het niveau van de eindontvanger (het verwachte hefboomeffect);

Amendement    401

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 10 – letter b bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 37 – lid 8

 

Bestaande tekst

Amendement

 

b bis)  lid 8 wordt vervangen door:

"8.  Eindontvangers van een financieringsinstrument van een ESI-fonds komen tevens in aanmerking voor steun van een prioriteit of programma van een ander ESI-fonds of van een ander instrument dat gedragen wordt door de begroting van de Unie in overeenstemming met de staatssteunregels van de Unie. In dit geval wordt voor elke bron van steun een aparte administratie bijgehouden en de steun van de ESI-fondsen dient onderdeel uit te maken van een concrete actie met subsidiabele uitgaven die losstaan van andere bronnen van bijstand."

"8.  Eindontvangers van een financieringsinstrument van een ESI-fonds komen tevens in aanmerking voor steun van een prioriteit of programma van een ander ESI-fonds of van een ander instrument dat gedragen wordt door de begroting van de Unie of van het Europees Fonds voor strategische investeringen, in voorkomend geval in overeenstemming met de staatssteunregels van de Unie. In dit geval wordt voor elke bron van steun een aparte administratie bijgehouden en leidt de steun van de ESI-fondsen tot subsidiabele uitgaven die losstaan van andere bronnen van bijstand."

Amendement    402

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 11 – letter a

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 38 – lid 1 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  financieringsinstrumenten die de mogelijkheid bieden die bijdrage te combineren met financiële producten van de EIB in het kader van het Europees Fonds voor strategische investeringen."

c)  financieringsinstrumenten die de mogelijkheid bieden die bijdrage te combineren met financiële producten van de EIB in het kader van het Europees Fonds voor strategische investeringen en die van andere financiële instellingen als bedoeld in artikel 38, lid 4, en overeenkomstig artikel 3  bis.

Amendement    403

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 11 – letter b – punt i

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 38 – lid 4 – alinea 1 – letter b – punt iii

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)  een bank of financiële instelling in handen van de overheid, opgericht als juridische entiteit die op professionele basis financiële activiteiten uitvoert en die aan de volgende voorwaarden voldoet:

iii)  een bank of instelling in handen van de overheid, opgericht als juridische entiteit die op professionele basis financiële activiteiten uitvoert en die aan de volgende voorwaarden voldoet:

Amendement    404

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 11 – letter b – punt i

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 38 – lid 4 – alinea 1 – letter b – punt iii – streepje 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  zij voert op grond van een overheidsmandaat, verleend door de betrokken nationale of regionale autoriteit van een lidstaat, economische-ontwikkelingsactiviteiten uit die bijdragen tot de doelstellingen van de ESI-fondsen;

–  zij opereert op grond van een overheidsmandaat, verleend door de betrokken nationale of regionale autoriteit van een lidstaat, dat onder meer inhoudt dat zij als onderdeel van haar concrete acties economische-ontwikkelingsactiviteiten verricht die bijdragen tot de doelstellingen van de ESI‑fondsen;

Amendement    405

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 11 – letter b – punt i

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 38 – lid 4 – alinea 1 – letter b – punt iii – streepje 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  zij voert haar ontwikkelingsactiviteiten uit in regio’s, beleidsterreinen en sectoren waarvoor op de markt doorgaans geen of niet voldoende financiering kan worden aangetrokken;

–  zij verricht, als onderdeel van haar concrete acties, economische-ontwikkelingsactiviteiten die ook bijdragen tot de doelstellingen van de ESI-fondsen in regio's, op beleidsterreinen en in sectoren waarvoor op de markt doorgaans geen of niet voldoende financiering beschikbaar is;

Amendement    406

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 11 – letter b – punt i

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 38 – lid 4 – alinea 1 – letter b – punt iii – streepje 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  zij handelt niet met het oogmerk van winstmaximalisatie om de financiële houdbaarheid op lange termijn te waarborgen;

–  zij handelt, zonder in de eerste plaats naar winstmaximalisatie te streven, om de financiële houdbaarheid op lange termijn te waarborgen voor haar concrete acties;

Amendement    407

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 11 – letter b – punt i

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 38 – lid 4 – alinea 1 – letter b – punt iii – streepje 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

–  zij zorgt ervoor dat deze rechtstreekse betrokkenheid geen directe of indirecte voordelen voor commerciële activiteiten opleveren door het aanhouden van afzonderlijke rekeningen, een afzonderlijke administratie voor commerciële activiteiten of andere maatregelen volgens de toepasselijke wetgeving;

Amendement    408

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 11 – letter b – punt i

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 38 – lid 4 – alinea 1 – letter b – punt iii – streepje 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  zij staat overeenkomstig het nationaal recht onder toezicht van een onafhankelijke autoriteit.

–  zij staat overeenkomstig het toepasselijk recht onder toezicht van een onafhankelijke autoriteit.

Amendement    409

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 11 – letter b – punt ii

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 38 – lid 4 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Bij de uitvoering van het financieringsinstrument zien de instanties bedoeld in de eerste alinea, onder a) tot en met d), erop toe dat het toepasselijke recht wordt nageleefd, met inbegrip van de voorschriften betreffende ESI-fondsen, staatssteun, overheidsopdrachten en normen, en de toepasselijke wetgeving inzake witwassen van geld, bestrijding van terrorisme, belastingfraude en -ontduiking. Die instanties maken geen gebruik van, of laten zich niet in met, belastingontwijkingsconstructies, met name agressieve fiscale planningsregelingen, of praktijken die niet voldoen aan de criteria inzake goede fiscale governance, zoals vastgelegd in EU-wetgeving of aanbevelingen, mededelingen of formele instructies van de Commissie. Zij zijn niet gevestigd in, en onderhouden met betrekking tot de uitvoering van de financiële verrichtingen geen zakenrelaties met entiteiten die zijn opgericht in jurisdicties welke niet met de Unie samenwerken bij de toepassing van de internationaal overeengekomen belastingnormen inzake transparantie en uitwisseling van informatie. Die instanties kunnen, op hun eigen verantwoordelijkheid, overeenkomsten sluiten met financiële intermediairs voor de uitvoering van financiële verrichtingen. Zij nemen de in de lid bedoelde voorschriften op in hun contracten met de financiële intermediairs die zijn geselecteerd om deel te nemen aan de uitvoering van de financiële verrichtingen op grond van die overeenkomsten."

"Bij de uitvoering van het financieringsinstrument leven de instanties bedoeld in de eerste alinea, onder a) tot en met d), het toepasselijke recht na, met inbegrip van de voorschriften betreffende ESI-fondsen, staatssteun, overheidsopdrachten en normen, en de toepasselijke wetgeving inzake witwassen van geld, bestrijding van terrorisme, belastingfraude en ‑ontduiking. Die instanties maken geen gebruik van, of laten zich niet in met, belastingontwijkingsconstructies, met name agressieve fiscale planningsregelingen, of praktijken die niet voldoen aan de criteria inzake goede fiscale governance, zoals vastgelegd in EU-wetgeving. Zij zijn niet gevestigd in, en onderhouden met betrekking tot de uitvoering van de financiële verrichtingen geen zakenrelaties met entiteiten die zijn opgericht in jurisdicties welke niet met de Unie samenwerken bij de toepassing van de internationaal overeengekomen belastingnormen inzake transparantie en uitwisseling van informatie. Die instanties kunnen, op hun eigen verantwoordelijkheid, overeenkomsten sluiten met financiële intermediairs voor de uitvoering van financiële verrichtingen. Zij nemen de in de lid bedoelde voorschriften op in hun contracten met de financiële intermediairs die zijn geselecteerd om deel te nemen aan de uitvoering van de financiële verrichtingen op grond van die overeenkomsten."

Amendement    410

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 13

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 39 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten mogen de ESI-fondsen gebruiken om een bijdrage te verlenen aan de financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder c), om aanvullende investeringen van de private sector aan te trekken.

1.  De beheersautoriteiten in de respectieve lidstaten mogen de ESI-fondsen gebruiken om een bijdrage te verlenen aan de financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder c), indien dat bedoeld is om aanvullende investeringen van de private sector aan te trekken en blijft bijdragen aan de doelstellingen van de ESI-fondsen en de strategie van de Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei.

Amendement    411

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 13

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 39 bis – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde bijdrage mag in geen geval meer bedragen dan 25 % van de totale steun die aan de eindontvangers wordt verleend. In de minder ontwikkelde regio’s als bedoeld in artikel 120, lid 3, onder b), mag de financiële bijdrage in middels een ex-antebeoordeling gerechtvaardigde gevallen hoger liggen dan 25 %, doch niet meer bedragen dan 50 %. De totale steun als bedoeld in dit lid omvat het totale bedrag van de aan eindontvangers verstrekte nieuwe leningen, gegarandeerde leningen en investeringen in de vorm van aandelenkapitaal of hybride kapitaalinvesteringen. Met de in dit lid bedoelde gegarandeerde leningen wordt alleen rekening gehouden in de mate waarin de middelen uit de ESI-fondsen zijn vastgelegd voor garantiecontracten die zijn berekend op basis van een prudente ex-antebeoordeling van een meervoudig bedrag van nieuwe leningen.

2.  De in lid 1 bedoelde bijdrage mag in geen geval meer bedragen dan 15 % van de totale steun die aan de eindontvangers wordt verleend. In de minder ontwikkelde regio's en overgangsregio's als bedoeld in artikel 120, lid 3, onder b), mag de financiële bijdrage in gevallen waarin dat blijkens de ex-antebeoordeling of de uit hoofde van lid 3 van dit artikel door de EIB verrichte voorbereidende beoordeling gerechtvaardigd is, hoger liggen dan 15 %, doch niet meer bedragen dan 30 %. De totale steun als bedoeld in dit lid omvat het totale bedrag van de aan eindontvangers verstrekte nieuwe leningen, gegarandeerde leningen en investeringen in de vorm van aandelenkapitaal of hybride kapitaalinvesteringen. Met de in dit lid bedoelde gegarandeerde leningen wordt alleen rekening gehouden in de mate waarin de middelen uit de ESI-fondsen zijn vastgelegd voor garantiecontracten die zijn berekend op basis van een prudente ex-antebeoordeling van een meervoudig bedrag van nieuwe leningen.

Amendement    412

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 13

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 39 bis – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De verslaglegging door de managementautoriteiten op grond van artikel 46 over verrichtingen die financieringsinstrumenten omvatten overeenkomstig dit artikel, gebeurt op basis van de informatie die door de EIB met het oog op haar verslaglegging overeenkomstig artikel 16, leden 1 en 2, van de EFSI-verordening wordt bijgehouden, aangevuld met de op grond van artikel 46, lid 2, vereiste aanvullende informatie.

4.  De verslaglegging door de managementautoriteiten op grond van artikel 46 over verrichtingen die financieringsinstrumenten omvatten overeenkomstig dit artikel, gebeurt op basis van de informatie die door de EIB met het oog op haar verslaglegging overeenkomstig artikel 16, leden 1 en 2, van de EFSI-verordening wordt bijgehouden, aangevuld met de op grond van artikel 46, lid 2, vereiste aanvullende informatie. De voorschriften uit hoofde van dit lid laten eenvormige verslagleggingsvoorwaarden toe in overeenstemming met artikel 46, lid 3, van deze verordening.

Amendement    413

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 13

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 39 bis – lid 5 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de uitvoeringstaken toevertrouwen aan een financiële instelling, die in eigen naam en namens de managementautoriteit een fiduciaire rekening opent, dan wel binnen de financiële instelling voor de programmabijdrage een afzonderlijk financieel geheel creëert. In het geval van een afzonderlijk financieel geheel wordt in de boekhouding een onderscheid gemaakt tussen in het financieringsinstrument geïnvesteerde programmamiddelen en de overige in de financiële instelling beschikbare middelen. De activa op fiduciaire rekeningen en de afzonderlijke financiële gehelen worden beheerd volgens het beginsel van goed financieel beheer, met inachtneming van passende prudentiële voorschriften, en hebben een passende liquiditeit.

b)  de uitvoeringstaken toevertrouwen aan een instantie, die in eigen naam en namens de managementautoriteit een fiduciaire rekening opent, dan wel binnen de financiële instelling voor de programmabijdrage een afzonderlijk financieel geheel creëert. In het geval van een afzonderlijk financieel geheel wordt in de boekhouding een onderscheid gemaakt tussen in het financieringsinstrument geïnvesteerde programmamiddelen en de overige in de financiële instelling beschikbare middelen. De activa op fiduciaire rekeningen en de afzonderlijke financiële gehelen worden beheerd volgens het beginsel van goed financieel beheer, met inachtneming van passende prudentiële voorschriften, en hebben een passende liquiditeit.

Amendement    414

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 13

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 39 bis – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Bij de uitvoering van financieringsinstrumenten overeenkomstig artikel 38, lid 1, onder c), zien de instanties bedoeld in lid 2 van dit artikel erop toe dat het toepasselijke recht wordt nageleefd, met inbegrip van de voorschriften betreffende ESI-fondsen, staatssteun, overheidsopdrachten en normen, en de toepasselijke wetgeving inzake witwassen van geld, bestrijding van terrorisme, belastingfraude en -ontduiking. Die instanties maken geen gebruik van, of laten zich niet in met, belastingontwijkingsconstructies, met name agressieve fiscale planningsregelingen, of praktijken die niet voldoen aan de criteria inzake goede fiscale governance, zoals vastgelegd in EU-wetgeving of aanbevelingen, mededelingen of formele instructies van de Commissie. Zij zijn niet gevestigd in, en onderhouden met betrekking tot de uitvoering van de financiële verrichtingen geen zakenrelaties met entiteiten die zijn opgericht in jurisdicties welke niet met de Unie samenwerken bij de toepassing van de internationaal overeengekomen belastingnormen inzake transparantie en uitwisseling van informatie. Die instanties kunnen, op hun eigen verantwoordelijkheid, overeenkomsten sluiten met financiële intermediairs voor de uitvoering van financiële verrichtingen. Zij nemen de in de lid bedoelde voorschriften op in hun contracten met de financiële intermediairs die zijn geselecteerd om deel te nemen aan de uitvoering van de financiële verrichtingen op grond van die overeenkomsten.

6.  Bij de uitvoering van financieringsinstrumenten overeenkomstig artikel 38, lid 1, onder c), leven de instanties bedoeld in lid 5 van dit artikel het toepasselijke recht na, met inbegrip van de voorschriften betreffende ESI-fondsen, staatssteun, overheidsopdrachten en normen, en de toepasselijke wetgeving inzake witwassen van geld, bestrijding van terrorisme, belastingfraude en ‑ontduiking. Die instanties maken geen gebruik van, of laten zich niet in met, belastingontwijkingsconstructies, met name agressieve fiscale planningsregelingen, of praktijken die niet voldoen aan de criteria inzake goede fiscale governance, zoals vastgelegd in EU-wetgeving. Zij zijn niet gevestigd in, en onderhouden met betrekking tot de uitvoering van de financiële verrichtingen geen zakenrelaties met entiteiten die zijn opgericht in jurisdicties welke niet met de Unie samenwerken bij de toepassing van de internationaal overeengekomen belastingnormen inzake transparantie en uitwisseling van informatie. Die instanties kunnen, op hun eigen verantwoordelijkheid, overeenkomsten sluiten met financiële intermediairs voor de uitvoering van financiële verrichtingen. Zij nemen de in de lid bedoelde voorschriften op in hun contracten met de financiële intermediairs die zijn geselecteerd om deel te nemen aan de uitvoering van de financiële verrichtingen op grond van die overeenkomsten.

Amendement    415

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 13

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 39 bis – lid 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Wanneer de in lid 2 van dit artikel bedoelde instanties fondsen van fondsen uitvoeren, mogen zij een deel van de uitvoering op hun beurt toevertrouwen aan financiële intermediairs, op voorwaarde dat zij onder hun verantwoordelijkheid waarborgen dat die financiële intermediairs voldoen aan de criteria van artikel 201, lid 4, en artikel 202, leden 1 en 2, van het Financieel Reglement. Financiële intermediairs worden geselecteerd volgens openbare, transparante, evenredige en niet-discriminerende procedures, waarbij belangenconflicten worden vermeden.

7.  Wanneer de in lid 5 van dit artikel bedoelde instanties fondsen van fondsen uitvoeren, mogen zij een deel van de uitvoering op hun beurt toevertrouwen aan financiële intermediairs, op voorwaarde dat zij onder hun verantwoordelijkheid waarborgen dat die financiële intermediairs voldoen aan de criteria van artikel 201, lid 4, en artikel 202, leden 1 en 2, van het Financieel Reglement. Financiële intermediairs worden geselecteerd volgens openbare, transparante, evenredige en niet-discriminerende procedures, waarbij belangenconflicten worden vermeden.

Amendement    416

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 13

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 39 bis – lid 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Indien managementautoriteiten overeenkomstig artikel 38, lid 1, onder c), programmamiddelen van ESI-fondsen bijdragen aan een bestaand instrument waarvan de fondsbeheerder reeds is geselecteerd door de EIB, internationale financiële instellingen waarvan een lidstaat aandeelhouder is, of een bank of financiële instelling in handen van de overheid die is opgericht als juridische entiteit die op professionele basis financiële activiteiten uitvoert en aan de voorwaarden van artikel 38, lid 4, onder b), iii), voldoet, vertrouwen zij de uitvoeringstaken middels een onderhands contract toe aan die fondsbeheerder.

8.  Indien beheersautoriteiten overeenkomstig artikel 38, lid 1, onder c), programmamiddelen van ESI-fondsen bijdragen aan een bestaand instrument waarvan de fondsbeheerder of financieel intermediair reeds is geselecteerd door de EIB, internationale financiële instellingen waarvan een lidstaat aandeelhouder is, of een bank of financiële instelling in handen van de overheid die is opgericht als juridische entiteit die op professionele basis financiële activiteiten uitvoert en aan de voorwaarden van artikel 38, lid 4, onder b), iii), voldoet, vertrouwen zij de uitvoeringstaken middels een onderhands contract toe aan die fondsbeheerder of financieel intermediair.

Amendement    417

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 13

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 39 bis – lid 12

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

12.  Indien de financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder c), opgezet zijn als garantie-instrument kunnen de ESI-fondsen bijdragen aan junior- en/of mezzaninetranches van leningportefeuilles die ook worden gedekt door de garantie van de Unie voor het EFSI.

12.  Indien de financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder c), opgezet zijn als garantie-instrument, kunnen de lidstaten beslissen dat de ESI-fondsen in voorkomend geval kunnen bijdragen aan verschillende tranches van leningportefeuilles die ook worden gedekt door de garantie van de Unie voor het EFSI. Kapitaalmiddelen die aan financieringsinstrumenten worden terugbetaald uit investeringen of doordat middelen vrijkomen die voor garantiecontracten zijn vastgelegd, met inbegrip van terugbetaald kapitaal, voordelen en andere inkomsten en opbrengsten, zoals rente, garantievergoedingen, dividenden, kapitaalwinsten of andere door investeringen gegenereerde inkomsten, die toe te schrijven zijn aan de steun uit de ESI-fondsen, worden hergebruikt in overeenstemming met de doelstellingen van het desbetreffende ESI-fonds om acties en eindbegunstigden te ondersteunen die stroken met het programma of de programma's in het kader waarvan die bijdragen werden verleend.

Amendement    418

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 13

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 39 bis – lid 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

13.  Voor het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds en het EFMZV mag binnen een programma een afzonderlijke prioriteit worden vastgesteld, en voor het ELFPO een afzonderlijke soort concrete actie, met een medefinancieringspercentage tot 100 %, ter ondersteuning van concrete acties die worden uitgevoerd middels financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder c).

13.  Voor het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds en het EFMZV mag binnen een programma een afzonderlijke prioriteit worden vastgesteld, en voor het ELFPO een afzonderlijke soort concrete actie, met een medefinancieringspercentage overeenkomstig de vaststelling van medefinancieringspercentages in artikel 120, lid 3, met een verhoging van ten hoogste 15 %, ter ondersteuning van concrete acties die worden uitgevoerd middels financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder c).

Amendement    419

Voorstel voor een verordening

Artikel 265 – alinea 1 – punt 14 – letter a

Verordening (EU) nr. 1303/2013

Artikel 40 – lid 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De EIB of andere internationale financiële instellingen waarvan een lidstaat aandeelhouder is, bezorgen de aangewezen autoriteiten bij elke betalingsaanvraag een controleverslag. Zij dienen tevens jaarlijks bij de Commissie en de aangewezen autoriteiten een door de externe auditors van die instanties opgesteld controleverslag in.

De EIB of andere internationale financiële instellingen waarvan een lidstaat aandeelhouder is, verstrekken uiterlijk op 30 juni van elk kalenderjaar aan de aangewezen autoriteiten een controle- en prestatieverslag voor elke betalingsaanvraag en een niveau van de terugbetaling aan de eindontvangers in het voorgaande kalenderjaar. Zij dienen tevens jaarlijks bij de Commissie en de aangewezen autoriteiten een door de e