Procedure : 2016/2274(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0213/2017

Ingediende teksten :

A8-0213/2017

Debatten :

PV 03/07/2017 - 19
CRE 03/07/2017 - 19

Stemmingen :

PV 04/07/2017 - 6.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0278

VERSLAG     
PDF 517kWORD 82k
9.6.2017
PE 595.559v02-00 A8-0213/2017

over Europese normen – Tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 1025/2012

(2016/2274(INI))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Marlene Mizzi

Rapporteur voor advies (*):

Hans-Olaf Henkel, Commissie industrie, onderzoek en energie

(*)  Procedure met medeadviserende commissies – Artikel 54 van het Reglement

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

inzake Europese normen – tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 1025/2012

(2016/2274(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad,

  gezien Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (de NIS-richtlijn),

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 1 juni 2016 over de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1025/2012 in de periode 2013-2015 (COM(2016) 212),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 1 juni 2016, getiteld "Analysis of the implementation of the Regulation No 1025/2012 from 2013 to 2015 and factsheets" (SWD(2016) 126),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 1 juni 2016, getiteld "Europese normen voor de 21e eeuw" (COM(2016) 358),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 1 juni 2016, getiteld "Tapping the potential of European service standards to help Europe's consumers and businesses" (SWD(2016) 186),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 1 juni 2016, getiteld "Het jaarlijkse werkprogramma van de Unie voor Europese normalisatie voor 2017" (COM(2016) 357),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 1 juni 2016, getiteld "The implementation of the actions foreseen in the 2016 Union work programme for European standardisation, including the implementing acts and mandates sent to the European standardisation organisations" (SWD(2016) 185),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016, getiteld "Normalisatieprioriteiten op ICT-gebied voor de digitale eengemaakte markt" (COM(2016) 176),

–  gezien het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie uit hoofde van de strategie voor de interne markt, als bedoeld in de mededeling van de Commissie van 28 oktober 2015, getiteld "De eengemaakte markt verbeteren: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen" (COM(2015) 550),

–  gezien zijn resolutie van 21 oktober 2010 over de toekomst van de Europese normalisatie(1),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité, getiteld "Europese normen voor de 21e eeuw",

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité, getiteld "Europese normalisatie voor 2016",

  gezien de strategie van de Commissie inzake opensourcesoftware voor de periode 2014-2017(2),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie vervoer en toerisme (A8-0213/2017),

A.  overwegende dat het Europese normalisatiesysteem een centraal punt is bij de totstandbrenging van de interne markt; overwegende dat de actie van de Commissie om een gemeenschappelijke visie op te stellen voor Europese normalisatie een rechtstreeks resultaat is van de tien prioriteiten van de Commissie-Juncker en, met name, de prioriteiten in verband met de connectieve digitale eengemaakte markt en de strategie voor de interne markt;

B.  overwegende dat een open, inclusief, transparant en voornamelijk marktgestuurd Europees normalisatiesysteem, gebaseerd op vertrouwen en een correcte naleving, een centrale rol speelt als we willen voldoen aan de toenemende behoefte in het Europese industriële, economische, sociale en milieubeleid en de bijbehorende wetgeving aan normen die kunnen bijdragen aan productveiligheid, innovatie, interoperabiliteit, duurzaamheid en toegankelijkheid voor personen met een handicap en die de levenskwaliteit van de burgers, consumenten en werknemers kunnen verbeteren;

C.  overwegende dat een efficiënt Europees normalisatiesysteem gebaseerd moet zijn op partnerschap en nauwe samenwerking tussen de industrie, overheidsinstanties, normalisatie-instellingen en andere belanghebbenden, zoals de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 1025/2012 erkende organisaties (hierna "bijlage III-organisaties" genoemd);

D.  overwegende dat Europese normen moeten worden ontwikkeld in een open, inclusief en transparant systeem, gebaseerd op consensus tussen alle belanghebbenden, met als doel strategische technische of kwaliteitsvereisten vast te stellen waaraan huidige of toekomstige producten, productieprocessen, diensten of methoden kunnen voldoen;

E.  overwegende dat de Commissie in haar mededeling over normalisatieprioriteiten op ICT-gebied voor de digitale eengemaakte markt wel de waarde van open normen erkent, maar geen definitie van een open norm geeft; overwegende dat open normen belangrijk zijn gebleken bij het in het leven roepen en ontwikkelen van internet en internetdiensten, die op hun beurt tot innovaties en maatschappelijke en economische vooruitzichten hebben geleid;

F.  overwegende dat het gebruik van licentieoplossingen voor opensourcesoftware en -hardware Europese bedrijven en overheden moet en kan helpen om een betere toegang tot digitale goederen en diensten te waarborgen;

G.  overwegende dat een modern en flexibel Europees normalisatiesysteem een belangrijke schakel vormt met het oog op een ambitieus en hernieuwd Europees industriebeleid en voor de werking van de eengemaakte markt; overwegende dat normen het mondiale concurrentievermogen van de EU, groei, eerlijke mededinging en innovatie kunnen bevorderen en kwaliteit, de prestaties van bedrijven – en met name kmo's – en de bescherming van consumenten, werknemers en het milieu kunnen ondersteunen;

H.  overwegende dat er twee verschillende systemen voor de ontwikkeling van normen naast elkaar bestaan in Europa, het ene op basis van het beginsel van nationale delegatie, zoals gehanteerd door het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) en het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (Cenelec), en het andere op basis van een betaald lidmaatschap van belanghebbenden, zoals ontwikkeld door het Europees Instituut voor telecommunicatienormen (ETSI); overwegende dat de behoefte bestaat de met Verordening (EU) nr. 1025/2012 verband houdende systemen voor normontwikkeling te evalueren om zo de bestaande uitdagingen en goede praktijken te identificeren;

I.  overwegende dat met Verordening (EU) nr. 1025/2012 verbeteringen zijn aangebracht in het normalisatieproces door, voor het eerst, maatschappelijke belanghebbenden en kmo's op te nemen in de rechtsgrondslag voor het Europese normalisatiesysteem;

J.  overwegende dat ICT-normen, die voornamelijk op mondiaal niveau worden ontwikkeld, het mogelijk maken om interoperabele oplossingen te ontwikkelen voor aanvullende producten en voor de verschillende onderdelen van een specifiek product, hetgeen met name van belang is voor de ontwikkeling van het "internet der dingen" (Internet of Things – IoT); overwegende dat de versnippering op het gebied van normen en merkgebonden of halfgesloten oplossingen de groei en invoering van het internet der dingen belemmert en dat er daarom een strategische benadering van de ICT-normalisatie moet worden ontwikkeld om succesvol te beantwoorden aan de behoeften voor de komende tien jaar, zodat de EU haar vooraanstaande rol in het mondiale normalisatiesysteem kan blijven spelen;

K.  overwegende dat met de publicatie van documenten en gegevens wordt voldaan aan overheidsverantwoordelijkheden en transparantiedoelstellingen, waaronder verantwoordingsplicht en de reproduceerbaarheid, de duurzaamheid en de betrouwbaarheid van overheidsoptreden; overwegende dat wanneer documenten en gegevens worden gepubliceerd, dit aan de hand van open, gestandaardiseerde formaten moet gebeuren om "insluiting" te voorkomen doordat een softwareproduct of een verkoper wellicht niet meer commercieel beschikbaar is, en zodat onafhankelijke entiteiten deze formaten binnen uiteenlopende ontwikkelings- en bedrijfsmodellen, waaronder open source, kunnen toepassen, teneinde de continuïteit van het overheidshandelen en bestuurlijke processen te garanderen;

L.  overwegende dat de vervoerssector vooroploopt bij de ontwikkeling en het gebruik van normen die nodig zijn voor de totstandbrenging van een interne Europese vervoersruimte;

Algemene opmerkingen

1.  is verheugd over het uitgebreide normalisatiepakket van de Commissie, dat samen met de mededeling over ICT-normen en het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie, gericht is op de invoering van een samenhangend en eenvoudig Europees normalisatiebeleid waarin de vele succesvolle onderdelen worden gehandhaafd, tekortkomingen worden gecorrigeerd en het juiste evenwicht wordt gevonden tussen de Europese, de nationale en de internationale dimensie; onderstreept dat bij elke toekomstige herziening van het Europese normalisatiesysteem (ENS) moet worden uitgegaan van de sterke kanten van het bestaande stelsel, die een stevige basis voor verbeteringen vormen, en moet worden afgezien van radicale veranderingen die de kernwaarden ervan zouden aantasten;

2.  erkent de specificiteit en het belang van het ENS uit het oogpunt van alle belanghebbenden, waaronder het bedrijfsleven, kmo's, consumenten en werknemers, en roept de Commissie op te waarborgen dat het Europese systeem blijft bestaan en dat het voldoende middelen behoudt om te voldoen aan de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1025/2012, waarmee, onder andere, een bijdrage wordt geleverd aan interoperabiliteit, rechtszekerheid en de toepassing van passende waarborgen, voor bedrijven en consumenten en voor het vrije verkeer van informatietechnologie; verzoekt de Commissie bij de herziening van het meerjarig financieel kader (MFK) een duurzame begroting voor het ENS te garanderen;

3.  is verheugd over het SMARRT-overleg over de marktrelevantie van normen (Standards Market Relevance Roundtable), dat in het kader van het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie plaatsvindt en ruimte biedt voor een voor de belanghebbenden volledig transparante dialoog tussen de Commissie en het bedrijfsleven met betrekking tot agendapunten van het Comité inzake normen;

4.  merkt op dat normen een vrijwillig, marktgedreven hulpmiddel zijn en voorzien in technische vereisten en richtsnoeren die door hun toepassing de conformiteit van goederen en diensten met Europese wetgeving vergemakkelijken en Europees beleid ondersteunen, wanneer ze worden ontwikkeld op een verantwoorde, transparante en inclusieve wijze; benadrukt evenwel dat normen niet als EU-recht kunnen worden beschouwd, omdat wetgeving en beleidsmaatregelen met betrekking tot het niveau van consumenten-, gezondheids-, veiligheids-, milieu- en gegevensbescherming en het niveau van sociale inclusie door de wetgever worden bepaald;

5.  wijst op de rol van open, gestandaardiseerde formaten voor de plicht die overheden, bestuursorganen en de Europese instellingen hebben op het gebied van transparantie; vraagt de lidstaten om te proberen gemeenschappelijke normen te hanteren ten aanzien van digitaal bestuur, met bijzondere aandacht voor rechterlijke instanties en plaatselijke overheden; benadrukt dat open normen essentieel zijn voor de verdere ontwikkeling van open overheidsgegevens en beleid voor de slimme stad, en dat documenten en gegevens daarom moeten worden gepubliceerd in open, gestandaardiseerde formaten die gemakkelijk kunnen worden toegepast, zodat het hergebruik van gegevens wordt vergemakkelijkt; wijst op de rol van overheidsopdrachten en oplossingen die op open normen berusten, om de afhankelijkheid van één leverancier te voorkomen;

6.  is er sterk van overtuigd dat open data een essentieel element blijven, met name in de vervoerssector, om alle voordelen van de digitale interne markt te plukken, bijvoorbeeld de bevordering en ontwikkeling van multimodaal vervoer; benadrukt daarom dat er behoefte is aan meer rechtszekerheid, met name wat zeggenschap en verantwoordelijkheid betreft; roept de Commissie daarom op zonder verder uitstel een stappenplan te publiceren voor de ontwikkeling van normen met het oog op het harmoniseren van gegevens over het met publieke middelen gefinancierde vervoer en de interfaces voor de programmering, om data-intensieve innovaties en het aanbod van nieuwe vervoersdiensten te stimuleren;

7.  benadrukt dat het huidige systeem voor de erkenning van testinstituten niet altijd garandeert dat de producten en diensten op de markt die vrijwillig Europese normen toepassen, aan die normen voldoen; betreurt dat het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie en het jaarlijks werkprogramma van de Unie voor Europese normalisatie geen aandacht schenken aan de erkenning van testinstituten en testnormen, en verzoekt de Commissie hiermee rekening te houden als ze nieuwe initiatieven voorstelt;

8.  is van mening dat open normen moeten berusten op openheid van het normalisatieproces en op de ontwikkeling en beschikbaarheid van normen voor toepassing en gebruik, conform Verordening (EU) nr. 1025/2012 en de WTO-beginselen; waardeert het voornemen van de Commissie, zoals verwoord in het stappenplan betreffende voor normen wezenlijke octrooien (SEP's), om duidelijkheid te verschaffen over aangelegenheden in verband met FRAND-licentievoorwaarden en het verlenen van licenties voor SEP's; spoort de Commissie er samen met de Europese normalisatieorganisaties (ENO's) en de opensourcegemeenschappen toe aan goede manieren te zoeken om samen te werken;

9.  benadrukt dat het Europese normalisatiestelsel moet bijdragen tot Europese innovatie, het concurrentievermogen van de Unie en de plaats van Europa in de wereldhandel moet versterken en het welzijn van de burgers moet vergroten; acht het daarom van belang dat Europa zijn centrale rol in het internationale normalisatiesysteem behoudt, en onderstreept dat het belangrijk is bij onderhandelingen over handelsovereenkomsten met derde landen Europese normen op wereldniveau te bevorderen; benadrukt dat het Europese normalisatiesysteem ook baat kan hebben bij partnerschapsovereenkomsten die ENO's zijn aangegaan met normalisatieorganisaties uit derde landen, en wijst erop dat de artikelen 13 en 14 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 al voorzien in de raadpleging van talrijke organisaties die normen ontwikkelen, voor overheidsopdrachten op ICT-gebied; beveelt aan dat de ENO's een nauwere samenwerking met de nationale normalisatie-instellingen van derde landen, met inbegrip van geassocieerde normalisatie-instellingen, in overweging nemen, wanneer er mogelijkheden bestaan voor nauwe afstemming; spoort de Commissie, de lidstaten en de ENO's ertoe aan te blijven werken aan het totstandbrengen van wereldwijde normen en ook aandacht te schenken aan de regionale context en de relevantie van de norm wanneer zij zich bezighouden met normalisatiewerkzaamheden;

10.  benadrukt dat internationale samenwerking op het gebied van normalisatie bevorderlijk is voor de transparantie, efficiëntie en coherentie, en een klimaat schept waarin de concurrentie in de industriële sector wordt aangemoedigd, waarvan het voor de ICT-sector ontwikkelde Wereldforum voor de harmonisatie van reglementen voor voertuigen (WP.29) van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (UNECE) een goed voorbeeld is;

11.  benadrukt dat normen die door internationale organisaties worden vastgesteld, gewoonlijk buiten het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 1025/2012 worden ontwikkeld, en beveelt aan dat de ENO's deze slechts goedkeuren na een intern goedkeuringsproces met een vertegenwoordiging van de belanghebbende partijen, zoals bijlage III-organisaties, met name voor geharmoniseerde normen die de uitvoering van Europese wetgeving ondersteunen;

12.  is van mening dat de ENO's in alle omstandigheden inclusieve, duurzame, veilige en kwalitatief hoogwaardige normen moeten ontwikkelen met eerlijke toegang voor en behandeling van alle belanghebbenden, alsook minimale gevolgen voor het milieu en toereikende bescherming van persoonsgegevens en privacy;

13.  vindt het essentieel dat de Commissie en de lidstaten samenwerken met de Europese industrie en zodoende ervoor helpen zorgen dat bij de invoering van 5G-technologie mondiale normen met Europees octrooi worden vastgesteld;

14.  betreurt het dat verschillen tussen nationale normen, bijvoorbeeld in de vracht- en de logistieke sector, een belemmering blijven voor de interne markt en verzoekt de Commissie en de ENO's daarom passende normen te ontwikkelen om, indien dit nodig wordt geacht, de voorwaarden op nationaal niveau te harmoniseren en zo mogelijke belemmeringen voor de interne markt weg te nemen; onderstreept in dit verband dat er gestreefd moet worden naar een harmonisatie van normen voor alle vervoerswijzen;

15.  wijst er bovendien op dat normalisering niet alleen marktfragmentering kan voorkomen maar ook een aanzienlijke bijdrage kan leveren tot het verminderen van de administratieve lasten en de vervoerskosten voor alle bedrijven (bijvoorbeeld via e-documenten) en met name voor kmo's en een behoorlijke handhaving van de EU-wetgeving kan garanderen (bijvoorbeeld via digitale tachografen of elektronische tolheffingssystemen);

16.  merkt op dat Verordening (EU) nr. 1025/2012 de inclusiviteit van het ENS heeft verbeterd, zodat kmo's, consumenten, werknemers en milieuorganisaties actief kunnen deelnemen aan het normalisatieproces, en moedigt ertoe aan om hiermee door te gaan, zodat alle partijen naar behoren vertegenwoordigd zijn en inspraak hebben in het normalisatiesysteem, en daarmee ten volle kunnen profiteren van de voordelen die normalisatie biedt; verzoekt de Commissie, de ENO's en de nationale normalisatie-instellingen te bepalen hoe deze doelstelling het best kan worden bereikt, en de uitdagingen op het gebied van verdere betrokkenheid, waaronder een gebrek aan bekendheid, aan te pakken;

17.  is verheugd over de inspanningen van ETSI om Europese kmo's een gemakkelijke toegang te bieden, alsook over de langetermijnstrategie 2016-2021 waarin ETSI met name ingaat op de sectoroverstijgende samenwerking;

18.  erkent dat de leveringssnelheid van normen is verbeterd en wijst nogmaals op het belang van het bereiken van het juiste evenwicht tussen de noodzaak om tijdige ontwikkeling te waarborgen en de noodzaak van normen van hoge kwaliteit;

19.  is van mening dat, als aanvulling op de goede praktijken die in normalisatiekringen te vinden zijn, een sterkere openbare voorlichting over voorgestelde normen, een adequate, vroegtijdige betrokkenheid van alle relevante partijen en een kwalitatieve verbetering van normalisatieaanvragen kunnen zorgen voor meer transparantie en verantwoordingsplicht in het normalisatiesysteem;

20.  verzoekt de Commissie bovendien aandacht te besteden en bijstand te verlenen aan de kandidaat-landen in hun streven naar harmonisatie van hun normen met de Europese normen, teneinde de bestaande knelpunten zo klein mogelijk te houden;

ICT-normen

21.  is ingenomen met de mededeling over de normalisatieprioriteiten op ICT-gebied waarin een strategische benadering van normalisatie voor ICT-technologieën wordt vastgesteld, maar roept de Commissie op de overeenkomsten tussen deze mededeling en het voortschrijdend plan voor ICT-normalisatie, het pakket "Normen voor de 21e eeuw" en het jaarlijkse werkprogramma duidelijk aan te geven;

22.  merkt op dat als gevolg van de recente technologische convergentie en de digitalisering van de samenleving, het bedrijfsleven en de overheidsdiensten de traditionele scheidslijn tussen algemene normalisatie en ICT-normalisatie is vervaagd; is van mening dat ICT-normalisatie deel moet uitmaken van een Europese digitale strategie gericht op schaalvoordelen, begrotingsbezuinigingen en vergroting van het concurrentievermogen en de innovatie van Europese bedrijven alsmede op meer sector- en grensoverschrijdende interoperabiliteit van goederen en diensten dankzij de snellere vaststelling via een open, concurrerende procedure van vrijwillige normen die door kmo's gemakkelijk kunnen worden toegepast;

23.  onderstreept de noodzaak van meer samenwerking in de wereld van de ICT-normalisatie, met name tussen ENO's, en verzoekt de ENO's een gezamenlijk jaarlijks werkprogramma op te stellen waarin horizontale gebieden van gemeenschappelijk belang worden vermeld;

24.  benadrukt dat open, vrijwillige, inclusieve en op consensus gerichte normalisatieprocessen een doeltreffende aanjager van innovatie, interconnectiviteit en inzet van technologieën zijn gebleken, en wijst erop dat het tevens belangrijk is om passende investering in, deskundigheid op het gebied van en ontwikkeling van geavanceerde technologieën te waarborgen en kmo's te ondersteunen;

25.  dringt er bij de Commissie op aan de ENO's te verzoeken om bij te dragen aan interoperabele, open normen van hoge kwaliteit teneinde de versnippering aan te pakken en de toepassing ervan op brede schaal aan te moedigen, en kennis te nemen van het bestaande ecosysteem en de uiteenlopende bedrijfsmodellen die de ontwikkeling van digitale technologieën ondersteunen, aangezien die bijdragen aan de duurzaamheid van ICT-waardeketens op sociaal, economisch en milieugebied en de toewijding aan het openbaar belang van de waarborging van privacy en gegevensbescherming bevestigen;

26.  wijst op de dringende noodzaak om het ICT-normalisatiebeleid aan te passen aan markt- en beleidsontwikkelingen omdat dit zal leiden tot het halen van belangrijke Europese beleidsdoelen die interoperabiliteit vereisen, zoals toegankelijkheid, beveiliging, e-business, e-overheid, e-gezondheidszorg en vervoer; beveelt de Commissie en de ENO's aan prioriteit toe te kennen aan normen op het gebied van 5G, cloudcomputing, het internet der dingen en gegevens- en cyberbeveiliging, alsook met betrekking tot verticale sectoren, zoals "verbonden en automatisch rijden en intelligente vervoerssystemen", "slimme steden", "slimme energie", "geavanceerde fabricage" en "de slimme leefomgeving";

27.  benadrukt dat op basis van de vijf prioritaire ICT-normen een open, interoperabel ICT-ecosysteem moet worden ontwikkeld, dat concurrentie ten aanzien van het creëren van waarde aanmoedigt en daarmee volop ruimte biedt voor innovatie; is van mening dat:

–  5G-normen een echte transformatie mogelijk moeten maken op het vlak van capaciteit, betrouwbaarheid en latentie, om 5G opgewassen te maken tegen de verwachte toename van het verkeer en de diverse vereisten van de diensten die daarop voortbouwen;

–  cyberbeveiligingsnormen het concept van "security-by-design" mogelijk moeten maken, moeten voldoen aan de beginselen van "privacy by design", de veerkracht van netwerken en risicobeheer moeten ondersteunen en het hoofd moeten kunnen bieden aan de snelle toename van cyberdreigingen die gericht zijn op alle ontwikkelingen op ICT-gebied;

–  cloudnormen op elkaar moeten worden afgestemd om interoperabiliteit mogelijk te maken ten aanzien van alle aspecten van de cloud, hetgeen weer portabiliteit mogelijk maakt;

–  gegevensnormen sectoroverschrijdende, interdisciplinaire gegevensstromen moeten ondersteunen, waarmee betere interoperabiliteit van gegevens en metagegevens tot stand wordt gebracht, met inbegrip van semantificatie, en wordt bijgedragen tot de ontwikkeling van een referentiearchitectuur voor big data;

–  normen met betrekking tot het internet der dingen de huidige versnippering moeten aanpakken zonder daarbij de innovatie in een zich zeer snel ontwikkelende sector in de weg te staan;

28.  erkent dat gemeenschappelijke normen voor het waarborgen van de interoperabiliteit en veiligheid in belangrijke mate bepalend zijn voor efficiënte 5G-communicatienetwerken, maar wijst erop dat de ontwikkeling van een netwerk met zeer grote capaciteit de hoeksteen vormt van een betrouwbaar 5G-netwerk;

29.  merkt op dat, om de digitale kloof te dichten en een einde te maken aan de digitale uitsluiting, een gegevenseconomie staat of valt met een breder ICT-ecosysteem, met hoogopgeleide deskundigen en geschoolde werknemers;

30.  moedigt de Commissie aan tot het samenstellen van statistieken om het effect van de digitalisering en ICT op het vervoer en het toerisme beter te kunnen evalueren;

31.  is zich bewust van het toenemende aantal platforms, groepen, vergaderingen en kanalen met betrekking tot ICT-normen; verzoekt de Commissie een rationele aanpak te volgen wat betreft het aantal platforms en coördinatiemechanismen dat zich met normalisatie bezighoudt, en normalisatieorganisaties bij nieuwe initiatieven te betrekken om dubbel werk voor de belanghebbenden te vermijden; onderstreept de behoefte aan een betere coördinatie van de prioriteiten inzake ICT-normen en -normalisatie tussen de verschillende organisaties, en dringt er bij de Commissie op aan de belanghebbenden onverwijld te informeren over de stand van zaken van de lopende initiatieven met betrekking tot ICT-normen;

32.  wijst erop dat de digitalisering in hoog tempo plaatsvindt en de economie in belangrijke mate aanjaagt; onderstreept het belang van doeltreffende digitalisering van verticale sectoren, zodat deze ten goede komt aan kmo's en met name aan de consumenten op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, en beklemtoont dat in het kader van internationale ICT-normalisatie naar behoren rekening moet worden gehouden met hun punten van zorg;

33.  steunt het voornemen van de Commissie om naar nieuwe initiatieven, zoals een betrouwbaarheidsetiket en certificeringsstelsel voor het internet der dingen (IoT), te kijken, wat kan helpen om het vertrouwen in de privacybescherming en de end-to-end-beveiliging van een IoT-apparaat te versterken, middels het verstrekken van meetbare en vergelijkbare beoordelingen betreffende de mogelijke risico's die gekoppeld zijn aan de werking en het gebruik van een IoT-apparaat of -dienst; is van mening dat deze initiatieven, waar nodig en wanneer IoT-apparaten van invloed kunnen zijn op de relevante infrastructuur, ontwikkeld moeten worden op basis van de in de richtlijn inzake netwerk- en informatiebeveiliging vastgestelde voorschriften, die als basis moeten dienen voor het vaststellen van beveiligingseisen; merkt op dat een dergelijk etiket aan de toekomstige ontwikkeling van de technologie moet kunnen worden aangepast en dat in voorkomend geval rekening moet worden gehouden met mondiale normen;

34.  verzoekt de Commissie het voortouw te nemen bij de bevordering van sector- en taaloverstijgende normen en bij de ondersteuning van privacyvriendelijke, betrouwbare en beveiligde diensten;

35.  spreekt met het oog daarop zijn steun uit voor de vaststelling van specifieke en meetbare minimumvereisten, waarin rekening wordt gehouden met de duurzaamheid en betrouwbaarheid van IoT-apparaten of -diensten op lange termijn alsmede met de industrienorm voor computerbeveiliging en duurzaamheidsnormen; op een dergelijke lijst moet bijvoorbeeld de toezegging staan dat gedurende een minimumperiode na de aankoop updates beschikbaar worden gesteld en de toezegging van de fabrikant of provider dat gedurende een bepaalde periode een update wordt verstrekt na de ontdekking of kennisgeving van een zwakke plek; daartoe dient de Commissie de mogelijkheid van zelfregulering in de sector te evalueren, gezien de snelheid waarmee de normen en de techniek in de ICT-sector zich ontwikkelen, en de verscheidenheid aan ontwikkelings- en bedrijfsmodellen, waaronder open source, starters en kmo's;

36.  neemt kennis van de zorgen over de cyberveiligheid en van de specifieke kenmerken van de bedreigingen in de vervoerssector; dringt er bij de Commissie op aan op deze specifieke kenmerken in te gaan bij de goedkeuring van haar aanbevelingen voor normen op het gebied van cyberveiligheid, die eind 2017 worden verwacht, als eerste stap om te komen tot een globale strategie voor cyberveiligheid in de vervoerssector;

37.  merkt op dat normalisatie op ICT-gebied voordelen zal opleveren voor de ontwikkeling van diensten die met vervoer en toerisme verband houden, en van multimodale vervoersoplossingen; verzoekt de Commissie, in samenwerking met de ENO's, meer belang te hechten aan deze ontwikkeling bij de tenuitvoerlegging van haar plan met prioritaire acties voor normalisatie op ICT-gebied en met name na te gaan of normalisatie een ondersteunende rol kan spelen bij technologische veranderingen en voor de nieuwe bedrijfsmodellen die in de toeristische sector ontstaan; verzoekt de Commissie snel actie te ondernemen om de ontwikkeling te bevorderen van geïntegreerde slimme kaart- en informatiediensten en nieuwe mobiliteitsconcepten als "mobiliteit als dienst" (Mobility-as-a-Service, Maas);

38.  merkt op dat door het toegenomen gebruik van internet, onlinebankieren, sociale netwerken en e-gezondheidsinitiatieven de mensen zich steeds meer zorgen maken over de beveiliging en hun privacy en dat in ICT-normen de beginselen tot uiting moeten komen inzake de bescherming van personen met betrekking tot de verwerking van hun persoonsgegevens en het vrije verkeer van die gegevens;

39.  verzoekt de Commissie de digitale integratie van de productie aan te merken als een prioriteit in de ICT-normalisatie, en stimuleert de ontwikkeling van open normen voor het communicatieprotocol en de gegevensformaten voor de digitale integratie van productie-installaties, teneinde de volledige interoperabiliteit tussen machines en apparaten te waarborgen;

40.  is zich bewust van enige zorg, met name omtrent ICT en SEP's (octrooien die essentieel zijn voor een norm), en erkent dat een robuust, rechtvaardig en redelijk beleid inzake intellectuele-eigendomsrechten investeringen en innovatie zal bevorderen en de invoering van de digitale eengemaakte markt en nieuwe technologieën zal vergemakkelijken, met name wat de invoering van 5G en IoT-apparaten betreft, die immers zwaar op normalisatie leunen; benadrukt dat het van wezenlijk belang is een evenwichtig normalisatiekader en doelmatige licentiepraktijken voor SEP's op basis van de FRAND-methode (eerlijke, redelijke en niet-discriminerende praktijken) in stand te houden, waarbij de legitieme zorgen van zowel licentieverleners als licentienemers van SEP's worden aangepakt en wordt gewaarborgd dat het normalisatieproces een gelijk speelveld biedt zodat ondernemingen van alle grootten, met inbegrip van kmo's, kunnen samenwerken op een voor alle partijen voordelige wijze; staat achter de inspanningen van de Commissie om ervoor te zorgen dat interoperabiliteit tussen digitale componenten kan worden bereikt door middel van verschillende soorten licentieoplossingen en bedrijfsmodellen;

41.  spoort de Commissie aan zo snel mogelijk te verduidelijken wat de kernelementen zijn van een rechtvaardige, doeltreffende en handhaafbare licentiemethodologie rond de FRAND-beginselen, rekening houdend met de belangen van zowel de rechthebbenden als de toepassers van normen die SEP's omvatten, een eerlijk rendement op investering en de brede beschikbaarheid van technologieën die in een duurzaam open normalisatieproces zijn ontwikkeld; verzoekt de Commissie kennis te nemen van het arrest van het Hof van Justitie van de EU in zaak C-170/13 (Huawei/ZTE), waarin een evenwicht is gezocht tussen de SEP-houders en de toepassers van normen, om een einde te maken aan octrooi-inbreuken en ervoor te zorgen dat geschillen efficiënt worden beslecht; verzoekt de Commissie voorts de informatie over de octrooi-omvang beter te omschrijven, de problemen als gevolg van een asymmetrische informatievoorziening aan kmo's en grote ondernemingen aan te pakken, de transparantie van SEP-verklaringen te vergroten en de kwaliteit van de informatie over het verband van SEP's met producten te verbeteren; is van mening dat een vergoeding voor de ontwikkelaars van SEP's gebaseerd moet zijn op eerlijke, evenredige en niet-discriminerende voorwaarden en transparante, redelijke, voorspelbare en duurzame royaltytarieven, tenzij de ontwikkelaars besluiten om de norm zonder financiële vergoeding beschikbaar te stellen; beseft echter dat er uiteenlopende bedrijfsmodellen bestaan, zoals royaltyvrije licentieverlening en de toepassing van opensourcesoftware, en dat daarom in de wetgeving en in de discussie het gebruik van alle modellen erkend moet blijven op basis van de rechten van alle marktsectoren en houders van intellectuele-eigendomsrechten;

42.  merkt op dat er behoefte is aan een op bewijs gebaseerde benadering van toezicht en aan verdere ontwikkeling van het kader voor de verlening van licenties, teneinde een dynamisch ecosysteem te garanderen dat toegevoegde waarde en banen creëert;

43.  wenst dat de Commissie om de twee jaar een verslag uitbrengt met een overzicht van gevallen van: a) gebruik van SEP's zonder licentie (d.w.z. inbreuken) gedurende 18 maanden of meer, en b) problemen bij de toegang tot normen als gevolg van stelselmatige niet-nakoming van FRAND-verplichtingen;

44.  roept de Commissie op om het debat over de "ervaren behoefte" aan een wetenschapscloud af te sluiten en in nauw overleg met de lidstaten onmiddellijk maatregelen te nemen met het oog op de Europese open wetenschapscloud, waarbinnen naadloze integratie kan plaatsvinden van bestaande netwerken, gegevens en krachtige computersystemen en e-infrastructuurdiensten voor uiteenlopende takken van wetenschap, binnen een kader van gedeelde beleidsmaatregelen en ICT-normen;

Europese normen voor de 21e eeuw

45.  is verheugd over het normalisatiepakket van de Commissie getiteld "Normen voor de 21e eeuw" en is van mening dat het normalisatiesysteem transparanter, opener en inclusiever moet worden gemaakt zodat de zorgen van burgers, consumenten en kmo's volledig worden geïntegreerd;

46.  betreurt dat het niet is geraadpleegd voorafgaand aan de vaststelling van het pakket en spoort de Europese instellingen aan de verschillende initiatieven samen te brengen in één strategisch en holistisch werkprogramma dat duplicering van acties en beleidsmaatregelen voorkomt; benadrukt dat de relevante commissie van het Europees Parlement een belangrijke rol kan spelen bij de openbare toetsing van de in opdracht van de Commissie geharmoniseerde normen;

47.  roept op tot een uitgebreidere versterking, samenhang en verbetering van de nauwkeurigheid van het jaarlijkse werkprogramma van de Unie (Annual Union Work Programme – AUWP);

48.   benadrukt dat in het volgende AUWP specifieke aandacht moet worden besteed aan acties ter verbetering van de coördinatie tussen de ICT- en niet-ICT-normenstelsels, dat het moet bijdragen aan de verbetering van de voorschriften van de verschillende nationale normalisatie-instellingen, en dat het de inclusiviteit van ENO's moet vergroten door meer aandacht te besteden aan de rol van de in artikel 5 vermelde belanghebbenden;

49.  benadrukt het belang van de interinstitutionele dialoog voor het opstellen van het AUWP en stimuleert inspanningen om alle relevante belanghebbenden, voorafgaand aan de vaststelling van het AUWP, te betrekken bij een jaarlijks normalisatieforum om nieuwe gebieden, bestaande uitdagingen en noodzakelijke verbeteringen van het normalisatieproces te bespreken;

50.  moedigt de lidstaten aan om in nationale normalisatiestrategieën te investeren waarmee ook de overheidssector, de normalisatie-instellingen, maatschappelijke belanghebbenden, kmo's en de academische wereld op nationaal niveau worden ondersteund en aangemoedigd om afzonderlijke actieplannen voor de normalisatie te ontwikkelen en uit te voeren;

51.  is verheugd over het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie (GIN), beveelt aan dat het Parlement ook wordt uitgenodigd om deel te nemen en bij te dragen aan het initiatief en benadrukt dat de regels voor dergelijke publiek-private partnerschappen door alle belanghebbenden, waaronder de EU-instellingen, in acht moeten worden genomen; verzoekt de Commissie het voortouw te nemen bij de uitvoering van de centrale acties en aanbevelingen in het kader van het initiatief en uiterlijk eind 2017 aan het Parlement verslag uit te brengen over de gemaakte vorderingen;

52.  is verheugd over de in het kader van het GIN gedane toezegging een onderzoek te ontwikkelen naar de economische en sociale gevolgen van normen en het gebruik ervan, met inbegrip van informatie over beleidsmaatregelen, risico's en resultaten met betrekking tot de levenskwaliteit, alsmede sociale en personeelsaangelegenheden; nodigt de Commissie uit dit onderzoek te baseren op kwantitatieve en kwalitatieve gegevens en om zowel de bedrijfsmodellen van het normalisatieproces als de verschillende financiële modellen, waaronder mogelijkheden en uitdagingen, te analyseren om de toegang tot geharmoniseerde normen te vergemakkelijken;

53.  onderstreept dat normalisatie in toenemende mate wordt erkend als een activiteit die een belangrijke bijdrage levert aan onderzoek en ontwikkeling, een belangrijke rol speelt bij het overbruggen van de kloof tussen onderzoek en de markt, de verspreiding en toepassing van onderzoeksresultaten bevordert en de basis legt voor verdere innovatie;

54.  roept de Commissie op beleidsmaatregelen vast te stellen om een einde te maken aan buitensporige beperkingen in innovatieve sectoren, om investeringen in onderzoek en ontwikkeling en in de Europese normalisatie te stimuleren; merkt op dat verticale sectoren, op basis van door de sector zelf aangestuurde processen, hun eigen stappenplannen voor normalisatie moeten opstellen die, als men vastberaden is om daadwerkelijk tot gezamenlijke normen te komen, het potentieel hebben wereldwijde normen te worden; is van mening dat de normalisatieorganisaties van de EU hierbij een bijzondere rol dienen te spelen;

55.  wenst dat de partijen bij het GIN ervoor zorgen dat onderzoek en innovatie beter worden afgestemd op normalisatieprioriteiten;

56.  is van mening dat vrij beschikbare kennis en licenties de beste middelen zijn om innovatie en technische ontwikkeling te stimuleren; moedigt de onderzoeksinstellingen die EU-gelden ontvangen, aan om gebruik te maken van open octrooien en licenties, teneinde een grotere rol te gaan spelen bij de vaststelling van normen;

57.  steunt acties die erop gericht zijn de synergie tussen de normalisatie- en de onderzoekssector te verbeteren en normen in een vroeg stadium van onderzoeksprojecten te bevorderen; moedigt de nationale normalisatie-instellingen aan om onder onderzoekers en in de innovatiesector, waaronder ook de relevante overheidsorganisaties en financieringsorganen, een lans te breken voor normalisatie, en spreekt de aanbeveling uit om in het kader van Horizon 2020 een apart hoofdstuk over normalisatie op te nemen;

58.  spoort de Commissie aan om de ENO's ertoe aan te zetten te waarborgen dat voor de markt relevante dienstverleningsnormen de toenemende verschuiving in de richting van een diensteneconomie weerspiegelen en worden ontwikkeld om de veiligheid en kwaliteit van diensten te waarborgen en gebieden die de grootste nadelige gevolgen kunnen hebben voor consumenten prioriteit te geven, zonder afbreuk te doen aan bestaande nationale reguleringsvoorschriften, met name bepalingen in het arbeidsrecht of collectieve overeenkomsten en overleg over arbeidsvoorwaarden; erkent voorts dat normen voor diensten vaak een antwoord zijn op specifieke nationale omstandigheden en dat de ontwikkeling van deze normen verband houdt met de behoeften van de markt, de belangen van de consument en het openbaar belang; onderstreept dat de ontwikkeling van Europese normen voor diensten moet bijdragen tot de werking van de interne markt voor diensten en zou moeten leiden tot een vergroting van de transparantie, kwaliteit en concurrentiekracht en een bevordering van de concurrentie, innovatie en consumentenbescherming;

59.  wijst erop dat het normalisatieproces in Europa ook tot normen moet leiden die een verbetering inhouden op het gebied van onbelemmerde toegang tot vervoer en vervoersdiensten voor personen met een handicap en ouderen;

60.  is van mening dat de snel veranderende moderne wereld met zijn grotere technische complexiteit leidt tot de ontwikkeling van steeds meer normen en platforms voor de opstelling van specificaties die niet tot de erkende normalisatie-instellingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 behoren, en dat er nu hogere eisen worden gesteld waar het gaat om de betrokkenheid van kmo's en micro-ondernemingen; benadrukt het belang van ondersteunende maatregelen om de toegang van kmo's tot middelen voor de ontwikkeling en het gebruik van normen te verbeteren;

61.  onderstreept hoe belangrijk het is dat platforms en databanken op Europees niveau met elkaar verbonden worden, zodat de interoperabiliteit van netwerken en systemen verbeterd wordt;

62.  is van mening dat ICT-normalisatie niet alleen de vaststelling van productvereisten inhoudt, maar ook de ontwikkeling van innovatieve technologie;

63.  benadrukt dat uniforme (technische) regelingen bijdragen aan het verlagen van de ontwikkelings-, productie- en certificeringskosten en dubbel werk helpen vermijden;

64.  benadrukt dat wegens de vergrijzing in Europa de behoeften van ouderen en mensen met beperkingen, en andere kwetsbare leden van de samenleving, stelselmatig moeten worden meegenomen bij de ontwikkeling van normen, die een geschikt middel zijn om de samenleving in Europa actief en gezond te maken en producten en diensten voor mensen toegankelijker te maken;

65.  wijst erop dat innovatie in de vervoers- en de toeristische sector enorme mogelijkheden biedt en een positieve impact heeft zowel op de maatschappij als op EU-bedrijven, met name kmo's en start-ups, en benadrukt dat nieuwe normen moeten worden ontwikkeld, indien mogelijk door het volgen van een sectoroverschrijdende aanpak, en normalisatie moet worden bevorderd om ervoor te zorgen dat de EU-initiatieven op het gebied van digitalisering, zoals coöperatieve intelligente vervoerssystemen (C-ITS) en de ontwikkeling van vervoersapplicaties binnen de satellietnavigatiesystemen van de EU (Galileo en Egnos), naar behoren ten uitvoer worden gelegd;

Europese normalisatie-organisaties

66.  is ingenomen met de rol die de ENO's spelen, maar stimuleert verdere initiatieven om de openheid, toegankelijkheid en transparantie van deze organisaties te verbeteren en raadt aan dat hun werkzaamheden worden geleid door Europese belangen;

67.  erkent dat het beginsel van nationale delegatie van fundamenteel belang is voor het Europese systeem, maar waarschuwt dat er verschillen bestaan wat betreft hulpbronnen, technische deskundigheid en betrokkenheid van belanghebbenden op nationaal niveau en raadt aan de werkzaamheden van nationale delegaties aan te vullen;

68.  wijst op het belang van tijdige bekendmaking van normen en van het opnemen van referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie in geval van geharmoniseerde normen; is zich bewust van de afnemende aanhaling van referenties van normen in het Publicatieblad en dringt er bij de Commissie op aan de redenen hiervoor te onderzoeken en aan te pakken en onnodige belemmeringen weg te nemen; beveelt in dit verband aan de deskundigen van de Commissie en de "consulenten nieuwe benadering" meer bij het normalisatieproces te betrekken en verzoekt de Commissie samen met de ENO's richtsnoeren voor de evaluatie van normalisatie te ontwikkelen om daarmee de verschillende afdelingen binnen de Commissie, de ENO's en de "consulenten nieuwe benadering" te helpen om de normen op coherente wijze te evalueren;

69.  herhaalt dat transparante en toegankelijke beroepsmechanismen het vertrouwen in de ENO's en het proces voor de vaststelling van normen doen toenemen;

70.  moedigt het gebruik van nieuwe ICT, zoals het digitale leermiddel van CEN-Cenelec voor kmo's, aan om de toegankelijkheid en de transparantie van normalisatieprocessen te verbeteren; is van mening dat het gebruik van digitale hulpmiddelen de deelname van belanghebbenden aan de ontwikkeling van normen kan vergemakkelijken en informatie kan verstrekken over komende, lopende en afgeronde normalisatiewerkzaamheden;

Strategische aanbevelingen

71.  roept de Commissie op de synergieën en coördinatie te verbeteren tussen de Europese instellingen, de ENO's, de nationale normalisatie-instellingen en alle betrokken belanghebbendenorganisaties via het jaarlijkse normalisatieforum, en daarbij ook oog te hebben voor de internationale context van normen; wijst erop dat de allermeeste normen vrijwillig worden ontwikkeld om te voorzien in behoeften op de markt of onder consumenten, en spreekt hiervoor zijn steun uit;

  roept op tot de strenge toepassing van Verordening (EU) nr. 1025/2012 met betrekking tot de erkenning van bijlage III-organisaties en tot de bekendmaking van de in artikel 24 van de verordening voorziene verslagen;

73.  dringt er bij de Commissie op aan de voorwaarden voor bijlage III-organisaties volledig te harmoniseren en ervoor te zorgen dat de feitelijke belemmeringen voor de doeltreffende betrokkenheid van deze organisaties bij de normalisatie worden weggenomen;

  beveelt aan dat de ledenstatus en de rechten en plichten van bijlage III-organisaties, zoals het beroepsrecht, raadgevende bevoegdheden, het recht op een advies voor een norm wordt vastgesteld, en toegang tot technische comités en werkgroepen, binnen de ENO's worden geëvalueerd om te beoordelen of zij aan de in Verordening (EU) nr. 1025/2012 gestelde eisen voldoen;

  roept de ENO's op te waarborgen dat de Overeenkomst van Wenen tussen ISO en CEN en de Overeenkomst van Frankfurt tussen IEC en Cenelec de deelname aan normalisatieprocessen van bijlage III-organisaties of nationale normalisatie-instellingen niet voorkomen of in gevaar brengen;

76.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de aanleg van de nodige infrastructuur om ervoor te zorgen dat nieuwe, door Europese normen ondersteunde technologieën ingang vinden op de markt (bijvoorbeeld infrastructuur voor alternatieve brandstoffen), te bevorderen, financiering hiervoor te faciliteren en deze aanleg te bespoedigen, inclusief door modernisering, convertering en latere aanpassing, met inachtneming van de voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu; wijst erop dat het bij infrastructuur om langetermijninvesteringen gaat en dat de normalisatie ter zake daarom een maximale interoperabiliteit mogelijk moet maken die ruimte biedt voor toekomstige technologische ontwikkelingen en de toepassing daarvan;

  nodigt de Commissie uit om samen met de ENO's en de nationale normalisatie-instellingen het opzetten van eenvoudig te gebruiken toegangspunten tot normen te bevorderen, waarmee aan gebruikers van normen bijstand kan worden verleend en informatie kan worden verstrekt in verband met de beschikbare normen en de algemene specificaties ervan, dat hen kan helpen de normen te vinden die het best overeenstemmen met hun behoeften, en dat advies kan verstrekken over de toepassing ervan; beveelt verder aan op nationaal en EU-niveau informatie- en voorlichtingscampagnes over de rol van normen te organiseren, en moedigt de lidstaten aan om binnen hun nationale onderwijsstelsel lessen over normen op te nemen in de relevante beroepsopleidingen;

78.  verzoekt de Commissie activiteiten op het gebied van technologische bewaking te ontplooien om vast te stellen welke toekomstige ICT-ontwikkelingen baat zouden kunnen hebben bij normalisatie, te zorgen voor een soepeler informatiestroom en transparantere informatie, die nodig zijn voor marktpenetratie en de exploitatie van deze technologieën, en in dit verband steun te verlenen voor gemakkelijk toegankelijke en gebruikersvriendelijke beoordelingsinstrumenten via het internet;

79.  beveelt aan dat de nationale normalisatie-instellingen nagaan of het mogelijk is een zodanige toegang tot normen te verlenen dat de gebruiker de relevantie van de norm kan beoordelen; beveelt met klem aan dat de nationale normalisatie-instellingen en ENO's bij de vaststelling van de hoogte van de vergoedingen met betrekking tot normen rekening houden met de behoeften van kmo's en niet-commerciële gebruikers;

80.  verzoekt de Commissie om opstelling van een Europees register waarin de bestaande Europese normen in alle officiële talen van de EU vermeld staan en tevens informatie wordt verstrekt over de lopende normalisatiewerkzaamheden van de ENO's, de bestaande normalisatiemandaten, de geboekte vorderingen en eventuele besluiten om formeel bezwaar aan te tekenen;

  roept de Commissie op de internationale ontwikkelingen op het gebied van ICT-normalisatie in de gaten te houden en, indien nodig, de inspraak en coördinatie van Europese belanghebbenden op toonaangevende posities binnen passende normalisatie-instellingen en in strategisch belangrijke normalisatieprojecten te ondersteunen om het Europese regelgevingsmodel en de Europese belangen te promoten; pleit ervoor het multistakeholderplatform inzake ICT-normalisatie te gebruiken om de ENO's en internationale normalisatie-instellingen op ICT-gebied bij elkaar te brengen;

82.  pleit voor de invoering, op Europees niveau en met het oog op de digitalisering van de Europese industrie, van het 'Reference Architecture Model for Industry 4.0';

83.  verzoekt de lidstaten in openbare aanbestedingsprocedures gebruik te maken van Europese ICT-normen om de kwaliteit van openbare diensten te verbeteren en innoverende technologieën te stimuleren; onderstreept evenwel dat het gebruik van normen niet mag leiden tot extra belemmeringen, met name voor kleine bedrijven die aan een openbare aanbestedingsprocedure willen deelnemen;

  roept de EU-instellingen, de nationale overheden en de ENO's op om opleidingsrichtsnoeren te ontwikkelen voor beleidsmakers, om hen te helpen inconsistenties te verhelpen die voortvloeien uit het gebruik van uiteenlopende werkmethoden in verschillende afdelingen en instellingen, en om een normalisatiecultuur tot stand te brengen en inzicht te verschaffen in de manier waarop normprocessen werken en wanneer ze kunnen worden gebruikt;

  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB C 70 E van 8.3.2012, blz. 56.

(2)

https://ec.europa.eu/info/european-commissions-open-source-strategy_en


TOELICHTING

1. Achtergrond

Op 1 juni 2016 presenteerde de Europese Commissie een pakket aan mededelingen waarin de visie van de Commissie uiteen werd gezet over hoe de vaststelling van Europese normen zich de komende jaren moet ontwikkelen.

Het pakket bestaat uit vier mededelingen: een mededeling getiteld "Europese normen voor de 21e eeuw", specifieke richtsnoeren voor dienstverleningsnormen: "Tapping potential of European service standards to help Europe's consumers and businesses", het verslag uit hoofde van artikel 24 en de bijbehorende Refit-beoordeling (werkdocument van de diensten van de Commissie), en het jaarlijkse werkprogramma van de Unie voor Europese normalisatie voor 2017.

Het pakket omvat tevens een besluit van de Commissie dat het kader biedt voor het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie. Dit initiatief is een nauw partnerschap tussen publieke en private organisaties bedoeld om de huidige uitdagingen in het proces voor de ontwikkeling van normen aan te pakken en een Europese normalisatiehub te bevorderen, waar normen worden ontwikkeld op tijdige, open, transparante en inclusieve wijze.

Het gezamenlijk initiatief voor normalisatie wordt aangevuld door de mededeling van de Commissie getiteld "Normalisatieprioriteiten op ICT-gebied voor de digitale eengemaakte markt", die is vastgesteld in april 2016. In de ICT-mededeling worden concrete maatregelen voorgesteld om het proces voor de vaststelling van ICT-normen te versnellen door zich te richten op vijf prioritaire gebieden: 5G, cloudcomputing, het internet der dingen, datatechnologieën en cyberbeveiliging.

Met het overkoepelende normalisatiepakket van de Commissie, de mededeling over normen op ICT-gebied en het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie wordt ernaar gestreefd één samenhangend Europees normalisatiesysteem (ENS) vast te stellen dat zich aanpast aan de veranderende omgeving, meerdere beleidsmaatregelen ondersteunt en zorgt voor voordelen en voorspelbaarheid voor consumenten en ondernemingen.

Het Europees normalisatiebeleid wordt momenteel ontwikkeld via verschillende beleidsinstrumenten, zoals het jaarlijks werkprogramma van de Unie voor Europese normalisatie (AUWP) en het voortschrijdend plan voor ICT-normalisatie, evenals verschillende platforms, zoals het Comité inzake normen en het Europese multi-stakeholderplatform inzake ICT-normalisatie.

In haar pakket erkent de Commissie dat het nodig is om deze initiatieven op elkaar af te stemmen. In dit verband stelt de Commissie voor het AUWP elk jaar in juli vast te stellen. Dit vaststellen wordt dan vanaf 2017 voorafgegaan door een interinstitutionele dialoog met de volledige betrokkenheid van het Europees Parlement en andere EU-instellingen. De interinstitutionele dialoog zal elk jaar worden gebaseerd op één verslag van de Commissie over de uitvoering van voornoemde initiatieven.

Met het verslag van het Europees Parlement wordt ernaar gestreefd bij te dragen aan het idee van één samenhangend EU-normalisatiebeleid, dat hoger op de politieke agenda komt te staan en waarvan de prioriteiten regelmatig worden besproken met het Europees Parlement.

De doelstellingen van de rapporteur zijn bij te dragen aan de lopende discussie en de prioriteiten van het Europees Parlement vast te stellen in reactie op het normalisatiepakket van de Commissie, het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie en de mededeling inzake normalisatie op ICT-gebied. Daarnaast zal het verslag bijdragen aan de eerste interinstitutionele dialoog die gepland staat voor het voorjaar van 2017 en aan het AUWP voor 2018, dat door de Commissie in juli 2017 zal worden vastgesteld.

II. Algemene opmerkingen van de rapporteur

Dit verslag is gebaseerd op een aantal saillante punten waarvan de rapporteur meent dat zij in ieder gesprek over de toekomst van het Europees normalisatiesysteem van essentieel belang zijn.

De rapporteur is van mening dat normen een belangrijk hulpmiddel vormen voor de werking van de eengemaakte markt om het Europese concurrentievermogen, de Europese groei en innovatie te vergroten, kwaliteit, prestaties en de bescherming van consumenten, ondernemingen, werknemers en het milieu te ondersteunen en de interoperabiliteit van netwerken en systemen te ontwikkelen.

Als gevolg van nieuwe technologieën en de progressieve integratie van digitale oplossingen in de wereldwijde industriële waardeketens en dankzij de zich snel ontwikkelende internationale context verandert de normalisatieomgeving echter snel en is er een nieuw momentum nodig om op doeltreffende wijze te reageren op de behoefte aan normen in de industrie en van consumenten, werknemers, milieuorganisaties en andere belanghebbenden.

De rapporteur is verheugd over het overkoepelende normalisatiepakket van de Commissie, samen met de mededeling over ICT-normen en het gemeenschappelijk initiatief inzake normalisatie. De rapporteur is echter wel van mening dat er enkele praktische belemmeringen bestaan die moeten worden aangepakt, in het bijzonder met betrekking tot de inclusiviteit, openheid en transparantie van het systeem en de vertegenwoordiging van belangenorganisaties die zijn opgenomen in bijlage III.

De rapporteur is van mening dat de succesvolste normen die normen zijn die zijn ontwikkeld met brede steun van de industrie, overheidsinstanties, consumenten, werknemers en burgers. Daarom steunt de rapporteur het unieke Europese systeem, waarin niet alleen rekening wordt gehouden met de bijdragen van de grote industrie en overheidsinstanties, maar ook met die van kmo's, consumenten en burgers.

De rapporteur is van mening dat een doelgericht Europees normalisatiesysteem moet zijn gebaseerd op partnerschap en nauwe samenwerking tussen de industrie, overheidsinstanties, normalisatie-instituten en andere belanghebbenden, die samenwerken in een systeem dat is gebaseerd op inclusiviteit, openheid, transparantie en consensus om strategische technische en kwaliteitsvereisten te definiëren voor bestaande of toekomstige producten, productieprocessen, diensten of methoden.

De rapporteur erkent voorts dat normen een vrijwillig, marktgedreven hulpmiddel zijn die voorzien in technische vereisten en richtsnoeren die, wanneer ze worden ontwikkeld op een transparante en inclusieve wijze, kunnen helpen bij de tenuitvoerlegging van Europese wetgeving en beleidsmaatregelen, maar benadrukt dat politieke beslissingen met betrekking tot het niveau van de bescherming van gezondheid, veiligheid en milieu aan de wetgever overgelaten moeten worden.

Tot slot, maar zeker niet minder belangrijk, wordt in het verslag het belang erkend van de bevordering van Europese normen en het Europese normalisatiesysteem op wereldniveau en worden de Commissie en de lidstaten opgeroepen om stappen te zetten in de juiste richting, zodat meer aandacht wordt besteed aan de wereldwijde rol en relevantie van normen wanneer zij betrokken raken bij normalisatiewerkzaamheden.

III. ICT-normen

In het verslag wordt erkend dat interoperabiliteit en normalisatie beide een sleutelrol spelen in de digitale transformatie. De convergentie van technologieën en de digitalisering van de maatschappij, ondernemingen en openbare diensten vervagen de traditionele scheiding tussen algemene normalisatie en ICT-normalisatie, maar de Commissie stelt nog steeds verschillende beleidsinstrumenten voor om normalisatie-activiteiten voor ICT-normen en niet-ICT-normen te plannen.

Daarom wordt de Commissie in het verslag opgeroepen om duidelijk de afstemming tussen het voortschrijdend plan voor ICT-normalisatie en de normalisatieprioriteiten op het gebied van ICT-normen, het pakket "Normen voor de 21e eeuw" en het jaarlijks werkprogramma van de Unie aan te geven en suggesties te doen over hoe het internet der dingen kan worden verbeterd.

De rapporteur benadrukt dat Europa open normalisatieprocessen moet ondersteunen als aanjager van innovatie, interconnectiviteit en inzet van technologieën op basis van eerlijke, redelijke en niet-discriminerende licentievoorwaarden (de "FRAND-toezegging") om de legitieme belangen van zowel houders van patenten die essentieel zijn voor normen als potentiële licentiehouders te beschermen en te waarborgen dat normalisatie een gelijk speelveld is, waar ondernemingen van alle grootten kunnen samenwerken op een voor alle partijen voordelige wijze.

IV. Noodzaak van een holistische aanpak voor Europese normen voor de 21e eeuw

De rapporteur is van mening dat het normalisatieproces niet alleen bestaat uit economische aspecten. De rapporteur benadrukt dat belanghebbenden die betrokken zijn bij de ontwikkeling van normen een holistische en gemeenschappelijke aanpak moeten vaststellen, waarbij de doelen van kmo's, consumenten en burgers, met name op economisch, sociaal, gezondheids- en milieugebied, volledig worden geïntegreerd in het normalisatieproces.

Daarnaast betreurt de rapporteur dat het Europees Parlement niet naar behoren is geraadpleegd voorafgaand aan de vaststelling van het pakket door de Commissie en dringt hij er bij de Commissie, andere Europese instellingen, ENO's en andere betrokken belanghebbenden met klem op aan dat de verschillende initiatieven worden samengebracht in één strategisch en holistisch werkprogramma.

In het verslag wordt tevens gesuggereerd het AUWP verder te versterken, verbeteren en af te stemmen, met name voor de afstemming van normalisatieactiviteiten voor ICT-normen en niet-ICT-normen en het organiseren van een jaarlijks normalisatieforum voorafgaand aan de vaststelling van het AUWP voor een betere betrokkenheid van de verschillende belanghebbenden bij de interinstitutionele dialoog.

De rapporteur is verheugd over het gezamenlijke initiatief inzake normalisatie en stelt voor dat het onderzoek naar de economische en sociale gevolgen tevens gegevens moet omvatten over de gevolgen van het bedrijfsmodel van het normalisatieproces, evenals over de verschillende financiële modellen.

In haar mededeling over dienstverleningsnormen promoot de Commissie de ontwikkeling van normen in de dienstensector. De rapporteur steunt de aanpak van de Commissie, maar is van mening dat dit moet worden gedaan met de doelstelling van een beter begrip van de behoeften van belanghebbenden en van de prioritaire gebieden met de grootste nadelige gevolgen voor consumenten, zonder afbreuk te doen aan nationale regelgevingsvereisten en in het bijzonder arbeidswetgeving, collectieve overeenkomsten en overleg over arbeidsvoorwaarden.

De rapporteur benadrukt tevens het belang van de ondersteuning van de deelname van kmo's aan het proces voor de ontwikkeling van normen en aan het gebruik van beschikbare normen.

V. Europese normalisatieorganisaties (ENO's)

De rapporteur doet ook enkele suggesties over hoe de toegankelijkheid en transparantie van normalisatieprocedures in CEN, CENELEC en ETSI kunnen worden verbeterd en hoe het systeem kan worden versterkt door te waarborgen dat de ontwikkeling van normen open en transparant blijft en wordt geleid door Europese belangen, zodat ze gelijke toegang bieden en rekening houden met de belangen van alle belanghebbenden die invloed willen hebben op het normalisatieproces en deel willen nemen aan de ontwikkeling van normen.

VI. Strategische aanbevelingen

In het verslag worden enkele strategische aanbevelingen gedaan waarmee de Europese Commissie rekening kan houden in de interinstitutionele dialoog en het jaarlijks werkprogramma voor 2018.

De rapporteur stelt voor dat de Commissie de synergieën en coördinatie tussen ENO's en belanghebbendenorganisaties verbeterd en om een actieplan aan te nemen voor het wegnemen van feitelijke belemmeringen voor een doeltreffende betrokkenheid van bijlage III-organisaties. In het verslag wordt voorgesteld de bijlage III-organisaties een specifieke ledenstatus te verlenen met specifieke rechten en plichten en om de voorwaarden voor deze organisaties volledig te harmoniseren op nationaal en Europees niveau.

Voor de verdere verbetering van de toegang van kmo's tot het normalisatieproces, stelt de rapporteur voor om eenvoudig te gebruiken centrale toegangspunten op te richten voor het verlenen van bijstand en het verstrekken van informatie aan gebruikers van normen.

Om de sleutelrol van het Europees normalisatiesysteem op wereldniveau te verbeteren, stelt de rapporteur voor dat de Commissie de internationale ICT-normalisatie nauwlettend in de gaten houdt en indien nodig de deelname van Europese deskundigen op internationaal niveau financiert om het Europese regelgevingsmodel en de Europese belangen te promoten.

Tot slot stelt de rapporteur voor om het bewustzijn van en de kennis over normen te verhogen door richtsnoeren te ontwikkelen voor de opleiding en training van beleidsmakers om uit te leggen hoe normalisatie werkt en wanneer deze kan worden gebruikt.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (29.3.2017)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake Europese normen – tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 1025/2012

(2016/2274(INI))

Rapporteur voor advies (*): Hans-Olaf Henkel

(*)   Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

SUGGESTIES

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  onderstreept dat door de industrie gestuurde, vrijwillige en op consensus gebaseerde normalisatie van de informatie- en communicatietechnologie (ICT), waarbij openheid, transparantie, onpartijdigheid, coherentie en inclusiviteit het uitgangspunt vormen, succesvol en doeltreffend moet zijn en ten goede moet komen aan de Europese consumenten, werknemers en industrie;

2.  beklemtoont dat ICT-normen essentieel zijn om de digitale interne markt te voltooien, de overgang naar een gedigitaliseerde data-economie te vergemakkelijken en het internationale concurrentievermogen van de Europese industrie te ondersteunen; benadrukt dat ICT-normalisatie een wezenlijk onderdeel moet vormen van de Europese industriestrategie, aangezien interoperabiliteit schaalvoordelen en innovatie mogelijk maakt en de marktoegang en het scheppen van werkgelegenheid ondersteunt;

3.  beseft dat de huidige digitaliseringscontext voor alle sectoren lastig is, dat technologische veranderingen in een steeds hoger tempo plaatsvinden en dat het aantal normalisatiefora snel toeneemt, en is zich ervan bewust dat de Europese normalisatieprocessen aan deze nieuwe realiteiten moeten worden aangepast;

4.  erkent het strategisch belang van ICT-normalisatie en verzoekt om een continue dialoog tussen het Parlement, de Commissie, de Raad en de Europese normalisatieorganisaties (ENO's);

5.  onderstreept de noodzaak van meer samenwerking in de wereld van de ICT-normalisatie, met name tussen ENO's, en verzoekt de ENO's een gezamenlijk jaarlijks werkprogramma op te stellen waarin horizontale gebieden van gemeenschappelijk belang worden vermeld;

6.  erkent het strategisch belang van een gecoördineerde en geoptimaliseerde aanwezigheid van de EU op wereldwijde ICT-fora en in internationale normalisatieorganisaties;

7.  verzoekt de Commissie een rationele aanpak te volgen wat betreft het aantal platforms en coördinatiemechanismen;

8.  wenst dat de Commissie Europese normen internationaal en actief bevordert en een agenda ontwikkelt voor nauwere samenwerking met internationale partners op specifieke gebieden van gemeenschappelijk belang;

9.  wijst op het mondiale karakter van ICT-normen en technische specificaties, wenst dat de ENO's zich voortdurend blijven inzetten voor de invoering van internationale normen in Europa en voor intensivering van de samenwerking met derde landen door middel van een transparant, inclusief en op consensus gericht proces, en vraagt de Commissie om de beproefde beste normen voor overheidsaanbestedingen in kaart te brengen, met inachtneming van de wetgeving en het beleid van de Unie; verzoekt de Commissie de procedure voor de bekendmaking van Europese ICT-normen in het Publicatieblad van de Europese Unie (PBEU) te versnellen;

10.  onderstreept dat eerlijke handelsovereenkomsten tussen de EU en derde landen kunnen bijdragen tot de opstelling van gemeenschappelijke internationale regels op het gebied van normalisatie;

11.  benadrukt dat internationale samenwerking op het gebied van normalisatie bevorderlijk is voor de transparantie, efficiëntie en coherentie, en een klimaat schept waarin de concurrentie in de industriële sector wordt aangemoedigd - een goed voorbeeld hiervan is het voor de ICT-sector ontwikkelde Wereldforum voor de harmonisatie van reglementen voor voertuigen (WP.29) van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (UNECE);

12.  vindt het essentieel dat de Commissie en de lidstaten samenwerken met de Europese industrie en zodoende ervoor helpen zorgen dat bij de invoering van 5G-technologie mondiale normen met Europees octrooi worden vastgesteld;

13.  vraagt de Commissie om zich te beraden over de convergentie met derde landen voor wat betreft 5G, cloudcomputing, gegevensbescherming en cyberveiligheid;

14.  moedigt de Commissie en de ENO's ertoe aan ook buiten de EU technische bijstand te verlenen ter ondersteuning van de internationalisering van Europese normen, institutionele ontwerpen en normalisatieprocessen;

15.  verzoekt de Commissie, aangezien hierin is voorzien in de strategie voor de interne markt, zo spoedig mogelijk over te gaan tot de tenuitvoerlegging van het gezamenlijk initiatief inzake normalisatie;

16.  onderstreept dat normalisatie in toenemende mate wordt erkend als een activiteit die een belangrijke bijdrage levert aan onderzoek en ontwikkeling, een belangrijke rol speelt bij het overbruggen van de kloof tussen onderzoek en de markt, de verspreiding en toepassing van onderzoeksresultaten bevordert en de basis legt voor verdere innovatie;

17.  roept de Commissie op beleidsmaatregelen vast te stellen om een einde te maken aan buitensporige beperkingen in innovatieve sectoren, om investeringen in onderzoek en ontwikkeling te stimuleren en om de Europese normalisatie te versterken; merkt op dat verticale sectoren, op basis van door de sector zelf aangestuurde processen, hun eigen stappenplannen voor normalisatie moeten opstellen die, als men vastberaden is om daadwerkelijk tot gezamenlijke normen te komen, het potentieel hebben wereldwijde normen te worden; is van mening dat de normalisatieorganisaties van de EU hierbij een bijzondere rol dienen te spelen;

18.  wenst dat de partijen bij het gezamenlijk initiatief ervoor zorgen dat onderzoek en innovatie beter worden afgestemd op normalisatieprioriteiten;

19.  verzoekt het Europees Comité voor Normalisatie (CEN), het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie (CENELEC) en het Europees Instituut voor telecommunicatienormen (ETSI) de sectoroverschrijdende samenwerking voort te zetten en te bevorderen, en te zorgen voor eenvoudige, snelle, transparante en toegankelijke normalisatieprocessen – met name als het gaat om ICT-normen die betrekking hebben op traditionele bedrijfstakken – waar alle relevante belanghebbenden, zoals productiesectoren, kmo's, sociale en maatschappelijke belanghebbenden, alsook overheden naar behoren bij worden betrokken;

20.  wijst erop dat de digitalisering in hoog tempo plaatsvindt en de economie in belangrijke mate aanjaagt; onderstreept het belang van doeltreffende digitalisering van verticale sectoren, zodat deze ten goede komt aan kmo's en met name aan de consumenten op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, en beklemtoont dat bij internationale ICT-normalisatie naar behoren rekening moet worden gehouden met hun punten van zorg;

21.  neemt kennis van de nog bestaande belemmeringen, met inbegrip van een gebrek aan bewustzijn, die verhinderen dat kmo's aan de normalisatie deelnemen en normen invoeren; dringt aan op een eenvoudig en toegankelijk kader voor normalisatie bij alle ENO's ten behoeve van alle kmo's;

22.  is verheugd over de inspanningen van ETSI om Europese kmo's een gemakkelijke toegang te bieden, en is ook ingenomen met de langetermijnstrategie (2016-2021) waarin ETSI met name ingaat op de sectoroverstijgende samenwerking;

23.  wijst erop dat normalisatie op het gebied van goederen, diensten en ICT de markttoegang verbetert, in het bijzonder voor kmo's;

24.  beklemtoont dat ICT-normalisatie een evenwichtig en doeltreffend beleid inzake intellectuele-eigendomsrechten vergt en benadrukt dat het FRAND-systeem, een systeem voor de verlening van licenties onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden, naar verwachting zal zorgen voor een belangrijk evenwicht tussen innovators en technologiegebruikers; is verheugd over het recente baanbrekende arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Huawei vs. ZTE en verzoekt de Commissie rendement op investering te ondersteunen, ruime toegang tot genormaliseerde technologie te waarborgen en ervoor te zorgen dat geschillen efficiënt worden beslecht; onderstreept dat er zorgen zijn dat een gebrek aan juridische duidelijkheid de eerlijkheid van het systeem kan aantasten; wijst erop dat kmo's in bijzondere mate benadeeld worden bij de verlening van licenties en beweert dat het gebruik van normen zou toenemen als de licentievoorwaarden transparanter waren en er op dit punt meer begeleiding zou zijn;

25.  benadrukt dat het aan de partijen is om overeenkomstig de FRAND-criteria een licentieovereenkomst te sluiten over de portefeuille aan octrooien die voor de toepassing van een norm nodig zijn, en dat een billijke royalty de waarde weerspiegelt die geoctrooieerde technologie aan het product toevoegt;

26.  wenst dat de Commissie om de twee jaar een verslag uitbrengt met een overzicht van gevallen van a) gebruik van SEP's zonder licentie (d.w.z. inbreuken) gedurende 18 maanden of meer, en b) problemen bij de toegang tot normen als gevolg van stelselmatige niet-nakoming van FRAND-verplichtingen;

27.  merkt op dat er behoefte is aan een op bewijs gebaseerde benadering van toezicht en aan verdere ontwikkeling van het kader voor de verlening van licenties, teneinde een dynamisch ecosysteem te garanderen dat toegevoegde waarde en banen creëert;

28.  is van mening dat vrij beschikbare kennis en licenties de beste middelen zijn om innovatie en technische ontwikkeling te stimuleren; moedigt de onderzoeksinstellingen die EU-gelden ontvangen, aan om gebruik te maken van open octrooien en licenties, teneinde een grotere rol te krijgen bij de vaststelling van normen;

29.  erkent de verbeteringen ten aanzien van het proces voor anticipatie op ICT-normalisatie; onderstreept dat het van essentieel belang is dat ICT-normen snel en tijdig worden vastgesteld en gepubliceerd, en vraagt de betrokken partijen om over te gaan tot alle noodzakelijke maatregelen ter verbetering van het proces en ter vergroting van de zekerheid;

30.  herhaalt dat bij het bepalen van de snelheid waarmee normen kunnen worden ingevoerd op de markt, een cruciale rol is weggelegd voor de Commissie en moedigt de Commissie aan om samen met de ENO's overeenstemming te bereiken over een duidelijke procedure, zodat normen tijdig kunnen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU;

31.  onderstreept dat het niet alleen van essentieel belang is dat normen tijdig worden aangereikt, maar ook dat de desbetreffende referenties, in het geval van geharmoniseerde normen, tijdig worden vermeld in het Publicatieblad van de EU;

32.  wijst op het succes van de "nieuwe benadering" en wenst dat wordt vastgehouden aan de beginselen die hieraan ten grondslag liggen;

33.  is ingenomen met de vijf prioritaire ICT-terreinen die de Commissie heeft aangewezen, te weten 5G, cloud computing, internet der dingen, gegevensbescherming en cyberveiligheid, stuk voor stuk essentiële technologische bouwstenen waarop even belangrijke terreinen zoals e-gezondheid, slim en efficiënt energiegebruik, intelligente vervoerssystemen, slimme steden en geavanceerde productie zullen berusten;

34.  benadrukt dat op basis van de vijf prioritaire ICT-normen een open, interoperabel ICT-ecosysteem moet worden ontwikkeld, dat concurrentie ten aanzien van het creëren van waarde aanmoedigt en daarmee volop ruimte biedt voor innovatie; is van mening dat:

–  5G-normen een echte transformatie mogelijk moeten maken in termen van capaciteit, betrouwbaarheid en latentie, waardoor het systeem opgewassen zal zijn tegen de verwachte toename van het verkeer en de diverse vereisten van de diensten die daarop voortbouwen;

–  cyberbeveiligingsnormen het concept van "security-by-design" mogelijk moeten maken, moeten voldoen aan de beginselen van "privacy by design", de veerkracht van netwerken en risicobeheer moeten ondersteunen en het hoofd moeten kunnen bieden aan de snelle ontwikkeling van cyberdreigingen die gericht zijn op alle technologische ontwikkelingen op ICT-gebied;

–  cloudnormen op elkaar moeten worden afgestemd om interoperabiliteit mogelijk te maken ten aanzien van alle aspecten van de cloud, hetgeen weer portabiliteit mogelijk maakt;

–  gegevensnormen sectoroverschrijdende, interdisciplinaire gegevensstromen moeten ondersteunen, waarmee betere interoperabiliteit van gegevens en metagegevens tot stand wordt gebracht, met inbegrip van semantificatie, en wordt bijgedragen tot de ontwikkeling van een referentiearchitectuur voor big data;

–  normen met betrekking tot het internet der dingen de huidige versnippering moeten aanpakken zonder daarbij de innovatie in een zich zeer snel ontwikkelende sector in de weg te staan;

35.  erkent dat gemeenschappelijke normen voor het waarborgen van de interoperabiliteit en veiligheid in belangrijke mate bepalend zijn voor efficiënte 5G-communicatienetwerken, maar wijst erop dat de ontwikkeling van een netwerk met zeer grote capaciteit de hoeksteen vormt van een betrouwbaar 5G-netwerk;

36.  merkt op dat, om de digitale kloof te dichten en een einde te maken aan de uitsluiting, een gegevenseconomie staat of valt met een breder ICT-ecosysteem, met hoogopgeleide deskundigen en geschoolde werknemers;

37.  pleit voor de invoering, op Europees niveau en met het oog op de digitalisering van de Europese industrie, van het 'Reference Architecture Model for Industry 4.0';

38.  onderstreept hoe belangrijk het is dat platforms en databanken op Europees niveau met elkaar verbonden worden, zodat de interoperabiliteit van netwerken en systemen verbeterd wordt;

39.  onderstreept dat de interoperabiliteit en de prestaties van apparatuur, technische oplossingen en diensten centraal staan bij de ICT-normalisatie;

40.  is van mening dat ICT-normalisatie niet alleen de vaststelling van productvereisten inhoudt, maar ook de ontwikkeling van innovatieve technologie;

41.  verzoekt de Commissie Europese normen te bevorderen die vrij beschikbare instrumenten ondersteunen waarmee gelijke toegang kan worden gegarandeerd tot de op Europees niveau ontwikkelde mogelijkheden;

42.  verzoekt de Commissie het voortouw te nemen bij de bevordering van sector- en taaloverstijgende normen en bij de ondersteuning van privacyvriendelijke, betrouwbare en beveiligde diensten;

43.  benadrukt dat uniforme (technische) regelingen bijdragen aan het verlagen van de ontwikkelings-, productie- en certificeringskosten en dubbel werk helpen vermijden;

44.  benadrukt dat normalisatie voorts de ontwikkeling van een unitair proces inhoudt dat duurzaam is en overdraagbaar op alle lidstaten;

45.  wenst dat de Commissie het Parlement regelmatig, namelijk eenmaal per jaar, in de vorm van een informele gedachtewisseling op de hoogte brengt van de vorderingen van de ICT-normalisatie en van wat dit betekent voor het concurrentievermogen en de groei in de EU.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

22.3.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

61

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nikolay Barekov, Bendt Bendtsen, Xabier Benito Ziluaga, José Blanco López, Cristian-Silviu Buşoi, Reinhard Bütikofer, Jerzy Buzek, Angelo Ciocca, Edward Czesak, Pilar del Castillo Vera, Fredrick Federley, Ashley Fox, Adam Gierek, András Gyürk, Rebecca Harms, Eva Kaili, Kaja Kallas, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Peter Kouroumbashev, Zdzisław Krasnodębski, Miapetra Kumpula-Natri, Janusz Lewandowski, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Angelika Mlinar, Nadine Morano, Dan Nica, Angelika Niebler, Morten Helveg Petersen, Michel Reimon, Herbert Reul, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Algirdas Saudargas, Neoklis Sylikiotis, Dario Tamburrano, Evžen Tošenovský, Claude Turmes, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Henna Virkkunen, Martina Werner, Lieve Wierinck, Anna Záborská, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Mario Borghezio, Soledad Cabezón Ruiz, Jens Geier, Françoise Grossetête, Benedek Jávor, Olle Ludvigsson, Sofia Sakorafa, Anne Sander, Maria Spyraki, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Isabella Adinolfi, Arndt Kohn, Maria Noichl, Pavel Poc

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

61

+

ALDE

Fredrick Federley, Kaja Kallas, Angelika Mlinar, Morten Helveg Petersen, Lieve Wierinck

ECR

Nikolay Barekov, Edward Czesak, Ashley Fox, Zdzisław Krasnodębski, Evžen Tošenovský

EFDD

Isabella Adinolfi, Dario Tamburrano, Marco Zullo

ENF

Mario Borghezio, Angelo Ciocca

GUE

Xabier Benito Ziluaga, Paloma López Bermejo, Sofia Sakorafa, Neoklis Sylikiotis

PPE

Bendt Bendtsen, Jerzy Buzek, Cristian-Silviu Buşoi, Françoise Grossetête, András Gyürk, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Janusz Lewandowski, Nadine Morano, Angelika Niebler, Herbert Reul, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Anne Sander, Algirdas Saudargas, Maria Spyraki, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Anna Záborská, Pilar del Castillo Vera

S&D

José Blanco López, Soledad Cabezón Ruiz, Jens Geier, Adam Gierek, Eva Kaili, Arndt Kohn, Peter Kouroumbashev, Miapetra Kumpula-Natri, Olle Ludvigsson, Edouard Martin, Dan Nica, Maria Noichl, Pavel Poc, Kathleen Van Brempt, Martina Werner, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

VERTS/ALE

Reinhard Bütikofer, Rebecca Harms, Benedek Jávor, Michel Reimon, Claude Turmes

0

-

 

 

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (11.4.2017)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake Europese normen – tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 1025/2012

(2016/2274(INI))

Rapporteur voor advies: Pavel Telička

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A.  overwegende dat de vervoerssector voorop loopt bij de ontwikkeling en het gebruik van normen die nodig zijn voor de totstandbrenging van een interne Europese vervoersruimte;

1.  is tevreden met de mededeling van de Commissie met als titel "Normalisatieprioriteiten op ICT-gebied voor de digitale eengemaakte markt"; is van mening dat aanmoediging van normalisatie in de hele EU zal bijdragen tot het verwijderen van belemmeringen op de interne markt, het realiseren van EU-beleidsdoelstellingen en het aanpakken van de bestaande uitdagingen in de vervoerssector en de toeristische sector, zoals

a.  realisatie van de doelstellingen op het gebied van klimaat, milieu en energie-efficiëntie door duurzame oplossingen voor vervoer en toerisme te ontwikkelen en te ondersteunen, bijvoorbeeld elektrische en hybride auto's, alternatieve brandstoffen en intermodale vervoersdiensten van deur tot deur, en door initiatieven te ondersteunen als Clean Sky;

b.  verbetering van de veiligheid door verdere ondersteuning van de automatisering en bevordering van de efficiëntie van de verkeersbeheersystemen voor vervoer, zowel op lokaal als op internationaal niveau, bijvoorbeeld het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (European Rail Traffic Management System, ERTMS), de Europese mondiale satellietnavigatiesystemen (Egnos en Galileo), de informatiediensten voor de binnenvaart (River Information Services, RIS), intelligente transportsystemen (ITS), het monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart (Vessel Traffic Monitoring and Information System, VTMIS) en het Europees systeem voor luchtverkeersbeheer (European air traffic management system, SESAR) van de nieuwe generatie;

c.  totstandbrenging van een concurrerende interne Europese vervoersruimte door belemmeringen te verwijderen, door de integratie van systemen te bevorderen voor alle vervoersmodi, via meer interoperabiliteit, intermodaliteit en interconnectiviteit, en door vervoersoplossingen op te nemen die voortvloeien uit de deeleconomie;

d.  vergroting van de attractiviteit, toegankelijkheid, kwaliteit en keuze van vervoers- en toeristische diensten voor alle passagiers en klanten, door hun gebruikersvriendelijkere en meer op maat gemaakte producten en informatie te bieden;

2.  wijst erop dat innovatie in de vervoers- en de toeristische sector enorme mogelijkheden biedt en een positieve impact heeft zowel op de maatschappij als op EU-bedrijven, met name kmo's en start-ups, en benadrukt het feit dat nieuwe normen moeten worden ontwikkeld, indien mogelijk door het volgen van een sectoroverschrijdende aanpak, en normalisatie moet worden bevorderd om ervoor te zorgen dat de EU-initiatieven op het gebied van digitalisering, zoals coöperatieve intelligente vervoerssystemen (C-ITS) en de ontwikkeling van vervoersapplicaties binnen de satellietnavigatiesystemen van de EU (Galileo en Egnos), naar behoren ten uitvoer worden gelegd;

3.  merkt op dat normalisatie op ICT-gebied voordelen zal opleveren voor de ontwikkeling van diensten die met vervoer en toerisme verband houden, en van multimodale vervoersoplossingen; verzoekt de Commissie samen met de Europese normalisatieorganisaties (ENO's) meer belang te hechten aan deze ontwikkeling bij de tenuitvoerlegging van haar plan met prioritaire acties voor normalisatie op ICT-gebied en met name na te gaan of normalisatie een ondersteunende rol kan spelen bij technologische veranderingen en voor de nieuwe bedrijfsmodellen die in de toeristische sector ontstaan; verzoekt de Commissie snel actie te ondernemen om de ontwikkeling te bevorderen van geïntegreerde slimme kaart- en informatiediensten en nieuwe mobiliteitsconcepten als "mobiliteit als dienst" (Mobility-as-a-Service, Maas);

4.  verzoekt de Commissie en de lidstaten de aanleg van de nodige infrastructuur om ervoor te zorgen dat nieuwe, door Europese normen ondersteunde technologieën ingang vinden op de markt (bijvoorbeeld infrastructuur voor alternatieve brandstoffen), te bevorderen, financiering hiervoor te faciliteren en deze aanleg te bespoedigen, inclusief door modernisering, convertering en latere aanpassing, met inachtneming van de voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu; wijst erop dat het bij infrastructuur om langetermijninvesteringen gaat en dat de normalisatie ter zake daarom een maximale interoperabiliteit mogelijk moet maken die ruimte biedt voor toekomstige technologische ontwikkelingen en de toepassing daarvan;

5.  onderstreept het feit dat, door de context van mondiale mededinging en het internationale karakter van vervoer, de ontwikkeling van internationale normen onontbeerlijk is, zowel om interoperabiliteit te garanderen als om de marktmogelijkheden voor de EU-industrieën te verruimen; verzoekt de Commissie actief de ontwikkeling te blijven bevorderen van Europese normen op internationale fora;

6.  betreurt het feit dat verschillen tussen nationale normen, bijvoorbeeld in de vracht- en de logistieke sector, een belemmering blijven voor de interne markt en verzoekt de Commissie en de ENO's daarom passende normen te ontwikkelen om, indien dit nodig wordt geacht, de voorwaarden op nationaal niveau te harmoniseren en zo mogelijke belemmeringen voor de interne markt weg te nemen; onderstreept in dit verband dat er gestreefd moet worden naar een harmonisatie van normen voor alle vervoerswijzen;

7.  wijst er bovendien op dat naast het voorkomen van marktfragmentering, normalisering een aanzienlijke bijdrage kan leveren tot het verminderen van de administratieve last en van de vervoerskosten voor alle bedrijven (bijvoorbeeld e-documenten) en met name voor kmo's en een behoorlijke handhaving kan garanderen van de EU-wetgeving (bijvoorbeeld digitale tachografen, elektronische tolheffingssystemen);

8.  verzoekt de Commissie voorts aandacht te besteden en bijstand te verlenen aan de kandidaat-landen in hun streven naar harmonisatie van hun normen met de Europese normen, teneinde de bestaande knelpunten zo klein mogelijk te houden;

9.  is van mening dat met "open normen" in de ICT-sector wordt voorkomen dat de consument gebonden is aan een bepaalde aanbieder, de kosten worden verlaagd, de concurrentie en de innovatie worden gestimuleerd en de interoperabiliteit wordt gegarandeerd; benadrukt het belang van open, transparante en inclusieve normalisatieprocessen; moedigt de Commissie en de ENO's ertoe aan open normen te blijven bevorderen als pijler van het bouwwerk van de interne Europese vervoersruimte, en daarbij de specifieke behoeften van de vervoerssector volledig in aanmerking te nemen;

10.  is er sterk van overtuigd dat open data een essentieel element blijven, met name in de vervoerssector, om alle voordelen van de digitale interne markt te plukken, bijvoorbeeld de bevordering en ontwikkeling van multimodaal vervoer; benadrukt daarom het feit dat er behoefte is aan meer rechtszekerheid, met name wat zeggenschap en verantwoordelijkheid betreft; roept de Commissie daarom op onmiddellijk een stappenplan te publiceren voor de ontwikkeling van normen voor het harmoniseren van vervoer en programmeringsinterfaces die zijn gefinancierd met publieke middelen, om data-intensieve innovaties en het aanbod van nieuwe vervoersdiensten te stimuleren;

11.  neemt kennis van de zorgen over de cyberveiligheid en van de specifieke kenmerken van de bedreigingen in de vervoerssector; dringt er bij de Commissie op aan op deze specifieke kenmerken in te gaan bij de goedkeuring van haar aanbevelingen voor normen op het gebied van cyberveiligheid die worden verwacht eind 2017, als eerste stap om te komen tot een globale strategie voor de cyberveiligheid in de vervoerssector;

12.  moedigt de Commissie aan tot het samenstellen van statistieken om het effect van de digitalisering en de ICT op het vervoer en het toerisme beter te kunnen evalueren;

13.  wijst erop dat het normalisatieproces in Europa ook tot normen moet leiden die een verbetering inhouden op het gebied van onbelemmerde toegang tot vervoer en vervoersdiensten voor personen met een handicap en ouderen.

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.4.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Dieter-Lebrecht Koch, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Jens Nilsson, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Tomasz Piotr Poręba, Gabriele Preuß, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, David-Maria Sassoli, Claudia Schmidt, Claudia Țapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, István Ujhelyi, Peter van Dalen, Wim van de Camp, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Janusz Zemke, Roberts Zīle, Kosma Złotowski, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jakop Dalunde, Maria Grapini, Matthijs van Miltenburg, Henna Virkkunen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Stuart Agnew, Jiří Maštálka

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

43

+

ALDE

Izaskun Bilbao Barandica, Dominique Riquet, Pavel Telička, Matthijs van Miltenburg

ECR

Jacqueline Foster, Tomasz Piotr Poręba, Roberts Zīle, Kosma Złotowski, Peter van Dalen

EFDD

Daniela Aiuto

GUE/NGL

Merja Kyllönen, Jiří Maštálka

PPE

Georges Bach, Deirdre Clune, Andor Deli, Dieter-Lebrecht Koch, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Marian-Jean Marinescu, Cláudia Monteiro de Aguiar, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Henna Virkkunen, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Luis de Grandes Pascual, Wim van de Camp

S&D

Lucy Anderson, Inés Ayala Sender, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Maria Grapini, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Jens Nilsson, Gabriele Preuß, David-Maria Sassoli, Claudia Țapardel, István Ujhelyi, Janusz Zemke

Verts/ALE

Michael Cramer, Jakop Dalunde, Keith Taylor

2

-

EFDD

Peter Lundgren, John Stuart Agnew

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

30.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

34

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dita Charanzová, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Pascal Durand, Ildikó Gáll-Pelcz, Evelyne Gebhardt, Sergio Gutiérrez Prieto, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Liisa Jaakonsaari, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Marlene Mizzi, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Igor Šoltes, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Mihai Ţurcanu, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Biljana Borzan, Birgit Collin-Langen, Edward Czesak, Anna Hedh, Kaja Kallas, Franz Obermayr, Adam Szejnfeld, Marc Tarabella, Sabine Verheyen


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

34

+

ALDE

ECR

EFDD

GUE/NGL

PPE

 

 

S&D

 

 

Verts/ALE

 

 

Dita Charanzová, Kaja Kallas, Jasenko Selimovic

Edward Czesak, Daniel Dalton, Anneleen Van Bossuyt

Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Marco Zullo

Dennis de Jong

Carlos Coelho, Birgit Collin-Langen, Anna Maria Corazza Bildt, Ildikó Gáll-Pelcz, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Andreas Schwab, Ivan Štefanec, Adam Szejnfeld, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mihai Ţurcanu, Sabine Verheyen

Biljana Borzan, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Sergio Gutiérrez Prieto, Anna Hedh, Liisa Jaakonsaari, Marlene Mizzi, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Marc Tarabella

Pascal Durand, Igor Šoltes

0

-

 

 

2

0

ENF

Franz Obermayr, Mylène Troszczynski

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling