Procedure : 2016/2035(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0221/2017

Ingediende teksten :

A8-0221/2017

Debatten :

PV 03/07/2017 - 27
CRE 03/07/2017 - 27

Stemmingen :

PV 04/07/2017 - 6.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0280

VERSLAG     
PDF 362kWORD 72k
15.6.2017
PE 597.467v03-00 A8-0221/2017

over de rol van visserijgerelateerd toerisme in de diversificatie van de visserij

(2016/2035(INI))

Commissie visserij

Rapporteur: Renata Briano

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de rol van visserijgerelateerd toerisme in de diversificatie van de visserij

(2016/2035(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad(1),

–  gezien Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad(2),

–  gezien Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid ("de kaderrichtlijn water")(3),

–  gezien zijn resolutie van 22 november 2012 over kleinschalige en ambachtelijke visserij en de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid(4),

–  gezien zijn resolutie van 2 juli 2013 over Blauwe groei: bevordering van de duurzame ontwikkeling in de mariene, maritieme en toeristische sectoren in de EU(5),

–  gezien de mededeling van de Commissie van dinsdag 13 mei 2014 getiteld "Innovatie in de blauwe economie: het werkgelegenheids- en groeipotentieel van onze zeeën en oceanen benutten" (COM(2014) 254),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 30 juni 2010 getiteld "Europa, toeristische topbestemming in de wereld – een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa" (COM(2010) 352),

–  gezien de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020 en met name streefdoel 4 daarvan (een duurzamere visserij en gezondere zeeën) waarbij de EU zich onder andere inzet voor het beëindigen van de negatieve effecten op de visbestanden, soorten, habitats en ecosystemen, "onder meer door met de toekomstige financiële instrumenten voor visserij en maritiem beleid financiële stimulansen te bieden voor beschermde mariene gebieden (met inbegrip van Natura 2000-gebieden en uit hoofde van internationale of regionale overeenkomsten beschermde gebieden). Dit kan onder meer door het herstellen van mariene ecosystemen, het aanpassen van visserijactiviteiten en het bevorderen van de betrokkenheid van de sector bij alternatieve activiteiten, zoals ecotoerisme, het monitoren en beheren van mariene biodiversiteit en het bestrijden van zwerfvuil op zee,"

–  gezien de mededeling van de Commissie van woensdag 3 maart 2010 getiteld "Europa 2020: Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 september 2012 getiteld "Blauwe groei – kansen voor duurzame mariene en maritieme groei" (COM(2012) 494),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 februari 2014 over een Europese strategie voor meer groei en werkgelegenheid in kust- en maritiem toerisme (COM(2014) 86),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie vervoer en toerisme (A8-0221/2017),

A.  overwegende dat de traditionele visserij geleidelijk achteruit is gegaan;

B.  overwegende dat diversificatie voor veel kleine vissers een noodzaak is geworden om nieuwe inkomstenbronnen aan te boren, aangezien hun inkomen vaak ontoereikend is;

C.  overwegende dat met betrekking tot de diversificatie in de visserijsector rekening moet worden gehouden met het feit dat een groot deel van de sector is vrijwel volledig afhankelijk van traditionele vormen van visserij;

D.  overwegende dat de meeste kust- en eilandregio’s lijden onder ernstige economische achteruitgang, wat resulteert in ontvolking aangezien de inwoners wegtrekken naar gebieden met meer werkgelegenheid en opleidingsmogelijkheden;

E.  overwegende dat sommige van kustvisserij afhankelijke regio's dicht bij toeristische bestemmingen liggen, maar niet in staat zijn echte economische groei te bereiken, hoewel visserij en toerisme verenigbaar zijn;

F.  overwegende dat visserijgerelateerd toerisme kan bijdragen aan het scheppen van banen, de sociale inclusie en de verbetering van de levenskwaliteit en de wederopleving van gemeenschappen die afhankelijk zijn van de visserij, met name in gebieden waar andere economische activiteiten schaars zijn; overwegende dat deze mogelijkheden per regio en qua aard van de visserijactiviteiten en de grootte van de vaartuigen sterk uiteenlopen;

G.  overwegende dat visserijgerelateerd toerisme de impact op de visbestanden en het milieu kan helpen verkleinen en kan bijdragen tot meer kennis en besef van de noodzaak van milieu- en cultuurbescherming; overwegende dat met name vistochten en door vissers verleende toeristische diensten aan land in veel Europese regio's een reële vorm van integratie en diversificatie van de primaire activiteit kunnen betekenen;

H.  overwegende dat visserijgerelateerde toeristische activiteiten ertoe kunnen bijdragen dat vissers een hoger profiel krijgen en dat er meer waardering en begrip ontstaat voor hun complexe werkgebied; overwegende dat vistochten en andere met toerisme verbonden visserijactiviteiten (door vissers verleende toeristische diensten aan land, recreatievisserij, etc.) nog weinig bekendheid genieten bij het grote publiek, en dat het nodig is het bewustzijn van consumenten omtrent het belang van het consumeren van plaatselijke, van de korte keten afkomstige visproducten te vergroten;

I.  overwegende dat visserijgerelateerd toerisme een mogelijkheid kan bieden om toeristen te lokken met een breed aanbod van lokale producten, milieuvriendelijke ondernemingsvormen, enz.;

J.  overwegende dat de traditionele gastronomie in combinatie met visserijproducten en traditionele conserverings- en verwerkingssector een belangrijke troef zouden kunnen vormen voor het ontwikkelen van toerisme rond de visserij;

K.  overwegende dat de hengelsport meerdere maatschappelijke voordelen oplevert en goed is voor de menselijke gezondheid en het menselijk welbevinden;

L.  overwegende dat de sociaal-economische voordelen van visserijgerelateerd toerisme sterk seizoensgebonden zijn en dat dit toerisme vooral in de zomermaanden geconcentreerd is; overwegende dat de positieve effecten van de vaak vastgestelde sterkere klantenbinding gedurende het gehele jaar zichtbaar kunnen zijn;

M.  overwegende dat 2018 het Europees Jaar van het cultureel erfgoed zal zijn, dat als doel heeft de burgers bewust te maken van de Europese geschiedenis en de waarden van het Europees cultureel erfgoed dat zij delen; overwegende dat traditionele vormen van visserij deel uitmaken van het rijke Europese cultuurgoed en bijdragen aan de identiteit van de lokale gemeenschappen, onder meer door hun invloed op smaken, gerechten, tradities, geschiedenis en landschappen; overwegende dat dit aspect sterk wordt uitvergroot door contacten met toeristen;

N.  overwegende dat het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) steun verleent voor investeringen die bijdragen tot de diversificatie van de inkomsten van vissers door middel van de ontwikkeling van nevenactiviteiten, zoals investeringen in aanvullende veiligheidsuitrusting voor vaartuigen, vistochten, toeristische diensten aan land, restaurants, diensten op het gebied van recreatie- en sportvisserij en didactische activiteiten rond de visserij;

O.  overwegende dat er geen gemeenschappelijke definitie of rechtsgrond voor visserijgerelateerd toerisme bestaat; overwegende dat deze vorm van toerisme bijvoorbeeld in Italië als beroepsbezigheid wordt beschouwd, maar in Frankrijk als nevenactiviteit; overwegende dat er naargelang de rechtsstatus aanzienlijke verschillen kunnen bestaan op gebieden als belastingregelingen, vergunningsprocedures, kwalificatievereisten, veiligheidsuitrusting, enz.;

P.  overwegende dat de Europese kaderrichtlijn water en de richtlijn inzake de strategie voor het mariene milieu voorschrijven dat de lidstaten een goede staat van de kust- en zeewateren moeten waarborgen; overwegende dat de habitatrichtlijn de lidstaten verplicht om zee- en kusthabitats aan te wijzen en in stand te houden via de instelling en het beheer van Natura 2000-gebieden;

Q.  overwegende dat het toerisme in de meeste beschermde mariene zones en de Natura 2000-gebieden langs de kust bijzonder belangrijk is; overwegende dat er tal van positieve voorbeelden zijn van gedeeld beheer en partnerschappen tussen beheersorganen van beschermde mariene zones en kleinschalige vissers voor de bevordering van vistoerisme en andere middelen om de traditionele visserij te belichten voor toeristische en culturele doeleinden;

R.  overwegende dat de gegevens over visserijgerelateerd toerisme in en buiten Europa schaars zijn, weinig samenhang vertonen en moeilijk vergelijkbaar zijn;

S.  overwegende dat de EU in het kader van de strategie van 2012 voor blauwe groei het kust- en maritiem toerisme als sleutelsector voor de ontwikkeling van een duurzame en solidaire economie heeft aangemerkt;

T.  overwegende dat de Commissie in 2010 in het kader van haar mededeling getiteld "Europa, toeristische topbestemming in de wereld – een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa" gewezen heeft op de noodzaak van een strategie voor duurzaam kust- en maritiem toerisme;

U.  overwegende dat de Commissie in 2012 een openbare raadpleging heeft gehouden over de uitdagingen en kansen voor het kust- en maritiem toerisme in Europa en dat zij naar aanleiding daarvan op 20 februari 2014 een mededeling heeft gepubliceerd met als titel "Een Europese strategie voor meer groei en werkgelegenheid in kust- en maritiem toerisme";

V.  overwegende dat visserijgerelateerde toeristische activiteiten verricht worden door beroepsvissers om hun activiteiten te diversifiëren, hun beroep en hun sociaal-cultureel erfgoed te promoten en op te waarderen en het duurzaam gebruik van aquatische ecosystemen te verbeteren, doelen die zij soms nastreven door toeristen mee te nemen op hun vaartuigen; overwegende dat de toeristische en recreatieve doeleinden van bovengenoemde visserijactiviteiten weliswaar evident zijn, maar dat er geen duidelijke wettelijke definitie van bestaat;

W.  overwegende dat onder "vistoerisme" verstaan wordt de toeristisch-recreatieve activiteiten van commerciële vissers die toeristen meenemen op hun boten om ze kennis te laten maken met de wereld van de visserij;

X.  overwegende dat door vissers aangeboden toeristische diensten aan land onder meer door commerciële vissers beheerde gastronomische en horeca-initiatieven omvatten; overwegende dat een van de voornaamste verschillen tussen beide vormen van toerisme is dat deze laatste niet aan boord van vissersvaartuigen mogen worden verricht;

Y.  overwegende dat recreatievisserij de activiteit is die uitsluitend voor recreatieve en/of wedstrijddoeleinden wordt beoefend en in het kader waarvan levende aquatische rijkdommen worden geëxploiteerd waarvan de verkoop van de vangst in om het even welke vorm verboden is; overwegende dat recreatievisserij weliswaar niet bedoeld is om inkomsten te produceren, maar wel tot de toeristische activiteiten behoort die een parallelle economie genereren die beroepsvissers kunnen beheren door diensten, structuren en infrastructuurvoorzieningen aan te bieden aan de recreatievissers; overwegende dat ongecontroleerde en intensieve recreatievisserij in bepaalde gebieden echter negatieve gevolgen kan hebben voor de visbestanden;

Z.  overwegende dat er geen betrouwbare sociaaleconomische of milieustatistieken zijn over het effect van de recreatievisserij op de visbestanden, vooral in gebieden waar de recreatievisserij intensief is, en dat er geen duidelijke regels zijn inzake vangsten en de controles daarop, en nog minder over illegale verkoop van recreatieve vangst via informele kanalen, over het algemeen in verband met restaurants;

Visserijgerelateerd toerisme in Europese landen

AA.  overwegende dat uit een studie uit 2015 van de GAC (kustgroep) "Il mare delle Alpi"(6) over de gewoonten en meningen van de bewoners van dat kustgebied blijkt dat een derde van de ondervraagden meerdere malen per week vis eet en slechts vier soorten van de visserij afkomstige levensmiddelen, waarvan twee uit zoetwater en twee uit zee (vette vis, zalm, kabeljauw en forel); overwegende dat visserijgerelateerd toerisme meer bekendheid geeft aan de diversiteit aan soorten en de gastronomische tradities, die vaak onbekend zijn bij het merendeel van de consumenten; overwegende dat het effect op de diversificatie van de visserij-inspanning duidelijk is;

AB.  overwegende dat er in Italië steeds meer vergunningen worden aangevraagd voor het verrichten van visserijgerelateerde toeristische activiteiten; overwegende dat volgens een recent onderzoek het hoogste aantal vergunningen is afgegeven in Ligurië (290), gevolgd door Emilia-Romagna (229), Sardinië (218), Calabria (203), Campanië (200) en Sicilië (136); overwegende dat er tussen 2002 en 2012 in totaal 1 600 vergunningen zijn afgegeven; overwegende dat in 2003 het hoogste aantal vergunningen was afgegeven in Campanië (63), Ligurië (62), Sicilië (60) en Sardinië (59), op korte afstand gevolg door Apulië (46), Calabrië (39) en Toscane (37);

AC.  overwegende dat een derde van de vloot die visserijgerelateerde toeristische activiteiten mag bedrijven niet meer dan 4 passagiers kan meenemen, dat 29 % tussen 5 en 8 personen en de overige 37 % tussen 9 en 12 toeristen aan boord kan nemen;

AD.  overwegende dat de meeste toeristische bezoeken in juli en augustus geconcentreerd zijn, wat betekent dat het visserijgerelateerde toerisme uitgesproken seizoensgebonden is en het belangrijk is diversificatie te stimuleren;

AE.  overwegende dat het scholingsniveau hetzelfde patroon te zien geeft als de leeftijdsklassen, namelijk dat degenen die visserijtoerisme bedrijven jonger en hoger opgeleid zijn dan degenen die zich tot professioneel vissen beperken; overwegende dat meer dan 30 % van de kapiteins een diploma of beroepskwalificatie bezit en ten minste een basiskennis heeft van het Engels (64 %), Frans (34 %), Spaans (16 %) of Duits (7 %)(7);

AF.  overwegende dat een enquête onder exploitanten van visserijtoerisme heeft uitgewezen dat het organiseren van vistochten goed kan zijn voor de instandhouding van visbestanden en mariene ecosystemen, vooral vanwege het feit dat er minder gevangen wordt, alsook, vanuit sociaal oogpunt, voor het lichamelijk en geestelijk welzijn van vissers en hun gezinsleden omdat de vissers minder uren op zee doorbrengen1;

AG.  overwegende dat vrouwen niet alleen meer betrokken zijn bij de nevenactiviteiten van vissers, maar ook zelf activiteiten ontwikkelen in het visserijgerelateerd toerisme;

AH.  overwegende dat jongeren als doelgroep kunnen worden beschouwd voor de ontwikkeling van toeristische-visserijbestemmingen;

AI.  overwegende dat traditionele visserij momenteel de primaire sector is waarover men het minst weet en die het minst bestudeerd wordt en gebruikt voor educatieve doeleinden in het lager en middelbaar onderwijs;

AJ.  overwegende dat er veel ruimte is voor de invoering van educatieve activiteiten rond de traditionele visserij op basis van modellen zoals dat van "boerderijscholen";

AK.  overwegende dat de ontwikkeling van de met toerisme verbonden visserijactiviteiten in doorslaggevende mate afhangt van partnerschappen, (FLAG's - plaatselijke actiegroepen voor de visserij), waarin de actoren van de visserijsector en andere lokale publieke en private spelers samen een bottom-upstrategie opzetten en uitvoeren die toegesneden is op en beantwoordt aan de economische, sociale en milieubehoeften van het betrokken gebied; overwegende dat die FLAG's in de EU weliswaar in heel verschillende omgevingen werken en heel verschillende strategieën volgen, maar bijna allemaal het toerisme als essentiële ontwikkelingsfactor zien;

AL.  overwegende dat de Commissie de ondersteuningseenheid FARNET (Europees Netwerk van visserijgebieden) heeft opgezet om bij te dragen aan de verwezenlijking van de vierde as van het Europees visserijfonds (EVF); overwegende dat FARNET een platform is voor netwerkvorming tussen visserijgebieden en de FLAG's steunt bij het opzetten van lokale strategieën, initiatieven en projecten;

AM.  overwegende dat de plaatselijke actoren dankzij de FLAG's hebben geleerd hoe het toeristisch aanbod van een visserijgebied zich kan ontwikkelen om een volledig activiteitenpakket te omvatten en zo ook in een uiterst competitief toeristisch segment aantrekkelijk te kunnen blijven; overwegende dat het toerisme op deze wijze een belangrijke bron van extra inkomsten kan worden voor de visserijgemeenschappen, hetgeen op termijn bijdraagt tot de algemene ontwikkeling van kust- en eilandgebieden;

AN.  overwegende dat er goede voorbeelden zijn van onschatbare hulp van FLAG's aan niet-industriële visserijgemeenschappen in Griekenland, Italië en Spanje; overwegende dat het FARNET-netwerk bovendien goede werkwijzen in Frankrijk, België, Spanje, Kroatië en Italië onder de aandacht heeft gebracht(8);

AO.  overwegende dat in Finland een model is opgesteld voor de beoordeling van het effect van visserijgerelateerde toeristische activiteiten op basis van het aantal bezoekers en de duur en de plaats van hun verblijf; overwegende dat uit de gegevens blijkt dat er problemen zijn met de definitie van "visserijtoerist" en met wijze waarop de bezoeken geteld moeten worden(9);

AP.  overwegende dat er festivals worden gehouden in diverse kustdorpen in lidstaten waar integratie van andere mogelijkheden om de toeristische aantrekkingskracht te vergroten van belang is, zoals door dergelijke festivals te combineren met ander kwaliteitsaanbod in de primaire sector: het verspreiden van kennis over kleinschalige visserij en het vissersleven, het bieden van contact met traditionele culturen, met inbegrip van regionale gerechten en wijnen en hoogwaardige producten van de verwerkings- en conservenindustrie, als afspiegeling van de verscheidenheid binnen de EU;

AQ.  overwegende dat er in Spanje gespecialiseerde bureaus zijn opgezet, zoals "Turismo marinero - Costa del Sol", om de traditionele visserijsector te promoten en de plaatselijke actoren te helpen bij het ontwikkelen van en reclame maken voor visserijgerelateerde toeristische activiteiten; overwegende dat "Turismo marinero - Costa del Sol" kookcursussen aan boord van de vaartuigen van lokale vissers, excursies om vissen te spotten en activiteiten op het gebied van de recreatievisserij organiseert; overwegende dat er tevens bezoeken worden georganiseerd aan het "Bioparc", een openluchtmuseum dat speciaal voor kinderen is opgezet om iets te leren over mariene biologie, traditionele visserij (traditioneel vistuig en traditionele technieken) en plaatselijke cultuur; dat het navolgen van dergelijke initiatieven en het delen van expertise op dit gebied tussen de lidstaten ten goede zou komen aan kust- en plattelandsgemeenschappen, met name in perifere regio's(10);

AR.  overwegende dat de Commissie, het Parlement en de lidstaten derhalve traditionele technieken van kleinschalige gezinsvisserij niet zo maar moeten verbieden, maar eerst een goede effectbeoordeling moeten verrichten om te voorkomen dat opkomende vormen van duurzaam, kleinschalig en authentiek vistoerisme met traditioneel vistuig onmogelijk worden gemaakt;

AS.  overwegende dat er gedurende de zomermaanden in Kroatië in de toeristische centra aan de kust en op eilanden visserijfestivals worden gehouden om visserijtradities, het cultureel en historisch erfgoed, de lokale gastronomie en de traditionele manier van leven te promoten;

1.  acht het van essentieel belang dat vissersvaartuigen worden omgebouwd en aangepast met het oog op het verrichten van toeristische activiteiten, aangezien die vaartuigen gerenoveerd moeten worden om de veiligheid van de toeristen te waarborgen en ervoor te zorgen dat er geen belemmeringen zijn voor het verrichten van visserij-activiteiten en dat tegelijkertijd de toeristen het nodige comfort wordt geboden voor een prettige ervaring, zonder dat de vangstcapaciteit vergroot wordt; wijst er echter op dat dergelijke aanpassingen niet mogen leiden tot beperkingen voor de commerciële visserij, met name wanneer deze buiten het toeristische seizoen wordt bedreven;

2.  benadrukt het nog onbenutte potentieel van het visserijgerelateerd toerisme, dat aanzienlijke voordelen kan opleveren voor de gemeenschappen in kustgebieden doordat het voor diversifiëring van de lokale inkomstenbronnen zorgt; is in dit verband van mening dat vistoerisme en door vissers verleende toeristische diensten aan land een aanvulling kunnen vormen op de commerciële visserij en een extra inkomstenbron kunnen vormen voor visserijgemeenschappen;

3.  is van mening dat het strategische doel van het initiatief van de Commissie moet zijn om vistoerisme, door vissers verleende toeristische diensten aan land en sportvisserijtoerisme te bevorderen en tot volledige ontplooiing te brengen in de gehele EU met behulp van een gedeeld netwerk en een gezamenlijk kader die met het oog daarop worden opgezet;

4.  verzoekt de Commissie om via de European Travel Commission en haar portaal visiteurope.com bestemmingen voor duurzame recreatievisserij in Europa te promoten en de visserijsector via een doelgerichte informatiecampagne te attenderen op het potentieel van deze nieuwe en duurzame bedrijfsmodellen en de groeimogelijkheden die zij bieden;

5.  verzoekt de Commissie de totstandbrenging en de ontwikkeling van visserijtoerisme te bevorderen met het oog op de toepassing van een gedifferentieerde commerciële strategie die aansluit op het potentieel van dit segment, en waarmee op effectievere wijze in de behoeften van deze sector kan worden voorzien en er wordt toegewerkt naar een nieuwe vorm van toerisme waarin onder meer kwaliteit, flexibiliteit, innovatie en de instandhouding van historisch en cultureel erfgoed van visserijgebieden centraal staan, evenals milieu en gezondheid; verzoekt de Commissie eveneens om investeringen in toeristische visserijactiviteiten te bevorderen en te steunen teneinde een gedifferentieerd toeristisch aanbod te ontwikkelen door gastronomie op basis van niet-industriële visproducten, hengelsporttoerisme, onderwater- en duiktoerisme enz. te promoten en op die manier bij te dragen tot een duurzame exploitatie van visserijtradities en de herkenbaarheid van een bepaald visgebied;

6.  verzoekt de Commissie in het belang van de totstandbrenging en ontwikkeling van visserijtoerisme investeringen in de diversificatie van visserij met benutting van de culturele en artistieke aspecten ervan en als onderdeel van het traditioneel erfgoed (ambachtelijke producten, muziek, dans, enz.) aan te moedigen en actief te ondersteunen en om investeringen in de bevordering van tradities, geschiedenis en algemeen erfgoed van de visserij (vistuig, technieken, historische documenten, enz.) te steunen door musea te openen en tentoonstellingen te organiseren die nauw verband houden met kustvisserij;

7.  verzoekt de Commissie onderzoek te doen naar de mogelijkheid van het gemengde gebruik van vaartuigen die bedoeld zijn voor de visvangst zodat deze, zonder hun vangstfunctie te verliezen, ook kunnen worden gebruikt voor andere activiteiten die verband houden met toerisme en recreatie, zoals informatiedagen over activiteiten op het water, of activiteiten in verband met de verwerking, didactische of gastronomische activiteiten, enz., volgens de formule die in de rurale sector al met succes wordt toegepast middels boerderijscholen en boerderijtoerisme;

8.  acht het daarom noodzakelijk dat er een Europees netwerk van met toerisme verbonden visserijactiviteiten wordt opgezet en een Europees netwerk voor toeristische diensten op het gebied van sport- en recreatievisserij, naar het voorbeeld van het uiterst succesvolle FARNET, dat de FLAG's aanzienlijke steun biedt;

9.  acht het dringend noodzakelijk dat het steunbeleid zorgvuldig gekanaliseerd wordt en dat de resultaten ervan naar behoren geëvalueerd worden, en dat het verzamelen van statistieken over deze activiteiten, die voor diversificatie van de inkomsten van de Europese visserijregio's zorgen, gesystematiseerd, gestandaardiseerd en verbeterd wordt; benadrukt eveneens dat het van belang is de reële impact van de recreatievisserij als economische activiteit te controleren, alsook de gevolgen ervan voor de visbestanden en de mogelijke concurrentie met de beroepsvisserij via informele verkoopkanalen; moedigt de Commissie aan erop toe te zien dat de visserijsector betrokken wordt bij het ontwerpen van die controlemaatregelen;

10.  verzoekt de Commissie en de lidstaten door de beheersorganen van beschermde mariene zones georganiseerde partnerschappen met het visserijtoerisme in die zones en in Natura 2000-gebieden te ontwikkelen en te steunen teneinde de bescherming van natuurlijke rijkdommen te combineren met de bevordering en de ontwikkeling van cultuur door middel van verantwoord genieten; 

11.  acht het cruciaal dat de definitie van met toerisme verbonden visserijactiviteiten op Unieniveau geharmoniseerd wordt en dat daarbij bijzondere nadruk wordt gelegd op vistoerisme, door vissers verleende toeristische diensten aan land, aquacultuurgerelateerd toerisme en toerisme in verband met sport- en recreatievisserij; wijst erop dat die definitie van dien aard moet zijn dat de talrijke vormen die deze activiteiten kunnen aannemen eronder vallen, dat de raadpleging van alle belanghebbenden verzekerd wordt en dat met toerisme verbonden visserijactiviteiten worden beschouwd als een nevenactiviteit die vissers de mogelijkheid biedt om hun hoofdactiviteit - het vissen - aan te vullen zonder over te stappen naar een andere bedrijfstak dan de visserij;

12.  onderstreept dat het belangrijk is een onderscheid te maken tussen de uiteenlopende vormen van visserijgerelateerd toerisme, waartoe vistoerisme en door vissers verleende diensten aan land behoren, activiteiten op zee en in de kustwateren, recreatievisserij (met inbegrip van hengelsporttoerisme) en binnenvisserij, en activiteiten op basis van tradities en cultuur om de totstandbrenging te bevorderen van synergieën met marketinginitiatieven voor hoogwaardige primaire producten, waarbij het natuurlijk erfgoed, de dierenbescherming en de biodiversiteit moeten worden gerespecteerd;

13.  verzoekt de Commissie om, gezien de enorme verschillen tussen visserij-exploitanten in de EU die zich met toerisme bezighouden, gemeenschappelijke regels vast te stellen inzake de veiligheid van de scheepvaart, gezondheids- en hygiënische omstandigheden aan boord van de vaartuigen waarop toeristische visserijactiviteiten worden bedreven, en eventuele fiscale prikkels, en wijst erop dat die maatregelen flexibel genoeg moeten zijn om grote verschillen tussen de verschillende visserij-activiteiten en vissersvaartuigen te kunnen dekken en onderscheidende regionale kenmerken toe te staan;

14.  beveelt aan het beginsel van decarbonisering en energie-efficiëntie van gemotoriseerde vaartuigen in aanmerking te nemen bij de aanpassingen die aan die vaartuigen moeten worden aangebracht om ze geschikt te maken voor zo'n activiteiten;

15.  acht het raadzaam dat er gezorgd wordt voor passende vervoers- en huisvestingsfaciliteiten voor de betrokken toeristen, alsook, indien nodig, voor het onderhoud en de verzorging van openbare ruimten, om het succes van toeristische activiteiten op de lange termijn te waarborgen;

16.  verzoekt de lidstaten hun verplichtingen uit hoofde van de Europese kaderrichtlijn water en de richtlijn inzake de strategie voor het mariene milieu na te komen en een goede toestand van kust- en zeewateren te waarborgen, met name dankzij een doeltreffender hulpbronnengebruik en een efficiënte preventie en aanpak van vervuiling en afval;

17.  verzoekt de lidstaten de administratieve lasten te verminderen door de procedures voor vergunningen en andere bureaucratische procedures te vereenvoudigen;

18.  benadrukt dat deze activiteiten verenigbaar moeten zijn met de bescherming van biodiversiteit, Natura 2000-gebieden en beschermde mariene gebieden (EU-biodiversiteitsstrategie, vogel- en habitatrichtlijnen), en dat er derhalve moet worden gezorgd voor meer overleg en meer synergie met andere betrokken lidstaten;

19.  acht het noodzakelijk dat er voor vissers en viskwekers, alsook voor hun gezinsleden en alle betrokken lokale actoren, opleidingscursussen worden opgezet om ervoor te zorgen dat zij over de talen- en andere kennis beschikken die noodzakelijk is om toeristen te kunnen ontvangen en hun veiligheid te waarborgen, en om informatie te kunnen geven over mariene biologie, lokale vissoorten, milieu en culturele tradities; verzoekt de Commissie en de Raad om de rol van vrouwen in het visserijtoerisme en hun bijdrage aan de duurzame ontwikkeling van gebieden die afhankelijk zijn van de visserij te erkennen, om zo hun participatie op gelijke voet te waarborgen;

20.  verzoekt de lidstaten en de regionale en plaatselijke autoriteiten om op grote schaal informatie te verspreiden over Eures, het Europees portaal voor beroepsmobiliteit van de Commissie, waar informatie wordt verstrekt voor werkzoekenden en werkgevers over banenkansen en de vereiste vaardigheden en opleiding in de "blauwebanensector", en om open onlinecursussen voor bij- of omscholing met betrekking tot toerismemanagement en innovatief vistoerisme te bevorderen;

21.  verzoekt de Commissie op het Europees portaal voor kleine en middelgrote ondernemingen een speciaal gedeelte op te nemen dat tot doel heeft om ondernemers/vissers te helpen financiering te krijgen voor activiteiten op het gebied van visserijgerelateerd toerisme;

22.  is van mening dat het verwerven van vaardigheden op gebieden als digitale marketing, het beheren en onderhouden van communicatie op de sociale media, socio-cultureel management en talenkennis een prioriteit is in visserijgebieden, opdat zowel het creëren als het verspreiden van visserijgerelateerd toeristisch aanbod bevorderd wordt;

23.  acht het van belang dat het toeristisch aanbod gedifferentieerd wordt dankzij een strategie die gebaseerd is op de specifieke lokale kenmerken en de daarmee verbonden specialisering en op de beschikbare middelen; verzoekt de Commissie en de lidstaten dan ook duurzame vormen van toerisme en ecotoerisme te promoten, onder meer door middel van innoverende marketingstrategieën die met name gericht zijn op traditionele en duurzaamheidskenmerken en die voortdurend gemonitord moeten worden om het evenwicht tussen vraag en aanbod te waarborgen;

24.  dringt erop aan dat er geïntegreerde aanbiedingen worden ontworpen waarmee de klanten volledige ervaringen krijgen aangeboden op basis van een gestructureerde en synergetische combinatie van alles wat een gebied te bieden heeft, en dat er partnerschappen worden gevormd om klanten te trekken via bestaande toeristische bedrijvigheid in dichtbij traditionele visserijgebieden gelegen plaatsen, zoals toerisme in verband met conferenties of loopbaanontwikkeling;

25.  verzoekt de Commissie de inspraak van de visserijsector en de werknemers in die sector in projecten in verband met cultuur- en erfgoedtoerisme te steunen en te bevorderen, zoals bij het herontdekken van zeevaartactiviteiten, traditionele visgronden en oude visserijambachten;

26.  benadrukt het belang van de samenwerking tussen touroperators en vissers met het oog op een maximale benutting van visserijgerelateerd toerisme;

27.  wijst op het belang van toeristische activiteiten in verband met het spotten van wilde dieren, zoals met name het observeren van walvissen, waarbij de habitats en de biologische behoeften van de betrokken dieren moeten worden gerespecteerd; is van mening dat dit tal van educatieve, milieu-, wetenschappelijke en andere sociaaleconomische voordelen kan bieden en bewustwording en waardering voor deze unieke diersoorten en hun waardevolle leefmilieu helpt bij te brengen;

28.  verzoekt de lidstaten en de regionale en lokale overheden innoverende en duurzame infrastructuur aan te bieden, zoals internetverbinding en informatietechnologieën, teneinde aan te moedigen tot de ontwikkeling van visserijgerelateerd toerisme en de renovatie van bestaande zee- en binnenwatereninfrastructuur;

29.  verzoekt de Commissie, de lidstaten en de regionale en lokale overheden de reclame- en communicatiecampagnes te intensiveren, onder meer in de context van initiatieven zoals "Europese topbestemmingen" en "Europees jaar van het cultureel erfgoed 2018", en soortgelijke initiatieven die tot doel hebben de kennis en het besef van de traditionele visserijcultuur en aquacultuur te verbeteren; moedigt de belanghebbenden in dat verband aan om het potentieel van toeristen aan te boren, alsook dat van personen die in het laagseizoen kunnen reizen;

30.  is van oordeel dat verantwoorde en duurzame bedrijfsmodellen voor de diversificatie van de visserij moeten inhouden dat de cultuur van de plaatselijke visserijgemeenschappen wordt geëerbiedigd en ertoe wordt bijgedragen dat hun identiteit wordt behouden; onderstreept met name dat toerismegerelateerde recreatieve visserij verenigbaar moet zijn met de belangen van kleine, plaatselijke ambachtelijke visserijbedrijven;

31.  acht het van belang vistoerisme en door vissers verleende diensten aan land te ontwikkelen als vormen van actieve vakantie die belangrijke secundaire voordelen bieden, zoals de promotie van maritieme cultuur en visserijtradities en educatie inzake milieubewustheid en bescherming van soorten;

32.  wijst erop dat het nodig is verschillende ervaringen te bestuderen om de potentiële vraag naar omgebouwde schepen te verbreden, door het aanbod bijvoorbeeld open te stellen voor de onderwijsgemeenschap, die al ervaring heeft met het gebruiken van de landbouw voor onderwijsdoeleinden, zoals via de "boerderijschool"-programma's;

33.  onderstreept dat productdiversificatie naar behoren gepromoot moet worden en dat een zichtbaarheidsstrategie nodig is voor de doelgroep van vissers, met inbegrip van grensoverschrijdende bevorderingsmaatregelen;

34.  is bijgevolg van oordeel dat vissersplaatsen moeten overwegen gezamenlijke marketingcampagnes te starten met andere bestemmingen in dezelfde regio, zoals voorgesteld in het verslag van het Parlement "Nieuwe uitdagingen en concepten voor de bevordering van toerisme in Europa"(11), en gezamenlijke marketingplatforms te bevorderen, waarbij in het bijzonder aandacht moet worden besteed aan onlinereclame en -verkoop, op basis van internationale samenwerking;

35.  is van oordeel dat in deze marketingstrategie synergie tot stand moet worden gebracht tussen de marketinginitiatieven voor hoogwaardige verse of verwerkte producten, gastronomie en toerisme, en dat deze initiatieven moeten worden gebundeld in geografische gebieden die wat betreft cultuur, productie of milieu samenhang of synergieën vertonen;

36.  acht het noodzakelijk traditionele werkwijzen en technieken, zoals de almadraba en xeito, in stand te houden, aangezien die nauw verbonden zijn met de identiteit en de manier van leven van kustregio's, en ze ter erkennen als onderdeel van het cultureel erfgoed;

37.  wijst op het belang van investeringen in visserijdiversificatie om tradities, geschiedenis en het visserijpatrimonium als geheel te promoten (met inbegrip van traditioneel vismateriaal en traditionele vistechnieken);

38.  wijst op het belang van investeringen in de diversificatie van de visserij om de verwerking van lokale visserijproducten te bevorderen;

39.  verzoekt de lidstaten strategieën vast te stellen om het probleem van de seizoensgebondenheid van toeristische activiteiten aan te pakken door bijvoorbeeld festivals, culinaire evenementen, haven- en dorpsfeesten(12) te organiseren, themadorpen en musea op te zetten (zie Spanje en Cetara), zodat de activiteiten het hele jaar door en onafhankelijk zijn van het weer en de omstandigheden op zee kunnen plaatsvinden;

40.  is ervan overtuigd dat een evenwichtige combinatie van alternatieve en gerichte toeristische producten, indien deze op adequate wijze worden gepromoot en op de markt worden gebracht, een tegenwicht kan helpen bieden voor de problemen in verband met de seizoensgebondenheid;

41.  wijst erop dat er onvoldoende synergie is tussen ondernemingen in de zeegebieden van de EU, waardoor de initiatieven verbrokkeld en de economische voordelen beperkt blijven, en acht het daarom essentieel dat de lidstaten, regio's en belanghebbenden beste praktijken uitwisselen; constateert dat de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, musea, toeristische ondernemingen, beheerders van Natura 2000-gebieden en beschermde zeegebieden, de traditionele conserven- en verwerkingsindustrie en andere belanghebbenden gestimuleerd moet worden, opdat er innoverende en duurzame producten worden ontwikkeld niet alleen economische meerwaarde opleveren, maar ook beantwoorden aan de verwachtingen van de bezoekers; onderstreept de noodzaak om deze activiteiten op te nemen in een samenhangend algemeen kader voor de bevordering van duurzaam en verantwoord toerisme in de betreffende gebieden; is van mening dat FLAG's in deze context een belangrijke rol kunnen spelen en derhalve toereikende financiering dienen te ontvangen;

42.  verzoekt de lidstaten en de Commissie de banden tussen plaatselijke, regionale, nationale en EU-autoriteiten te versterken, zodat er governancemodellen tot stand kunnen komen die de tenuitvoerlegging van horizontaal beleid vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen in verschillende beleidssectoren, waaronder duurzame en inclusieve groei;

43.  doet een beroep op de Commissie om in het kader van FARNET en de FLAG's een pan-Europese dialoog met havens, belanghebbenden in de toeristische sector en milieudeskundigen te bevorderen;

44.  roept de nationale autoriteiten en agentschappen nauwer samen te werken met reisbureaus en hoge prioriteit toe te kennen aan het diversifiëren van de blauwe economie, met bijzondere aandacht voor maritiem toerisme en de aanverwante sectoren; wijst erop dat dit in voorkomend geval ook betrekking moet hebben op de opname van zeehengelsport in toeristische pakketten en marketingcampagnes, vooral voor eilanden en kustgebieden; benadrukt dat het verlenen van vergunningen voor tweeledig gebruik van vissersvaartuigen - voor commerciële kleinschalige en ambachtelijke visserij en zeetoerisme, met inbegrip van hengelsport - als prioriteit moet worden beschouwd en dat het ombouwen van die vaartuigen moet worden gesubsidieerd;

45.  verzoekt de Commissie, de lidstaten, de regionale en plaatselijke instanties, de ondernemingen in de sector en de overige belanghebbenden doelgericht maatregelen te nemen die stroken met EU-beleid met gevolgen voor de visserij- en aquacultuursector; wijst erop dat er een handboek met beste praktijken moet worden opgesteld waarin de meest significante voorbeelden van deze activiteiten worden beschreven om andere ondernemingen aan te moedigen tot het volgen van eenzelfde aanpak; herinnert eraan dat het eveneens noodzakelijk is de plaatselijke wetenschappelijke gemeenschap bij het proces te betrekken om milieuproblemen te voorkomen;

46.  onderstreept het belang van milieuvriendelijke bedrijfsmodellen en beveelt derhalve aan dat milieudeskundigen altijd nauw samenwerken met plaatselijke actiegroepen (bijv. FLAG's en plaatselijke actiegroepen voor het platteland (LAG's));

47.  dringt erop aan dat de benodigde financiële middelen worden gereserveerd voor het opzetten van een Europees netwerk voor de uitwisseling van beste praktijken en het in kaart brengen van visserijactiviteiten, met informatie over de attracties en eigenschappen van elke visserijgemeenschap;

48.  hoopt dat er specifieke steunmechanismen zullen worden gebruikt (in het kader van het EFMZV en/of andere instrumenten), die kunnen worden geactiveerd in geval van noodsituaties (zoals natuurrampen) in gebieden waar visserij en vistoerisme vaak de enige bronnen van inkomsten zijn;

49.  acht het noodzakelijk aan te sporen tot financiering van die interventies uit hoofde van het EFMZV, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Cohesiefonds, het kaderprogramma voor onderzoek en het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), in nauwe samenwerking met adviseurs van de Europese Investeringsbank (EIB), en om mogelijkheden te creëren om leningen tegen lage rente te verstrekken die het mogelijk maken de specifieke problemen waarop vrouwen stuiten bij het vinden van financiering voor projecten die in aanmerking komen voor opname in nationale programma's, te verlichten;

50.  onderstreept dat in de programmeringsperiode 2007-2013 door het EVF 486 miljoen EUR aan de FLAG's beschikbaar is gesteld en dat er gedurende die programmeringsperiode circa 12 000 plaatselijke projecten zijn ondersteund;

51.  roept de lidstaten en de FLAG's op optimaal gebruik te maken van de beschikbare middelen en ook, waar mogelijk, van meerdere fondsen (samen met bijdragen uit het EFRO, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het ESF);

52.  verzoekt de lidstaten contactpunten op regionaal niveau op te zetten om adequate informatie en steun te bieden;

53.  beveelt aan dat de FLAG's nauw samenwerken met toerismedeskundigen teneinde middels as 4 van het EFMZV projecten en toereikende middelen te bepalen voor de diversificatie in visserijgebieden;

54.  wijst erop dat het EFMVZ specifieke financiële steun verleent aan initiatieven in visserijgemeenschappen die van vrouwen uitgaan;

55.  roept de lidstaten op er door middel van selectiecriteria voor activiteiten uit hoofde van het EFMVZ voor te zorgen dat gendergelijkheid doeltreffend wordt gemainstreamd en bevorderd in alle gefinancierde maatregelen (bijvoorbeeld door voorrang te geven aan acties die specifiek op vrouwen zijn gericht of door vrouwen worden ondernomen);

56.  verzoekt de Commissie een studie te maken van de verwachte sociaal-economische en milieugevolgen van deze activiteiten;

57.  doet een beroep op de Commissie om de sociale en economische weerslag van de recreatievisserij op het binnenlandse toerisme te analyseren, vooral in plattelandsgebieden, en eventuele maatregelen voor te stellen voor regio's waar het potentieel voor deze visserij onderbenut is;

58.  verzoekt de lidstaten en de Commissie de verzameling en het beheer van gegevens over visserijgerelateerd toerisme te verbeteren;

59.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's, alsmede aan de regeringen van de lidstaten en de regionale adviesraden.

(1)

PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22.

(2)

PB L 149 van 20.5.2014, blz. 1.

(3)

PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1.

(4)

PB C 419 van 16.12.2015, blz. 167.

(5)

PB C 75 van 26.2.2016, blz. 24.

(6)

"Indagine sulle abitudini e opinioni dei cittadini nel comprensorio del GAC 'Il mare delle Alpi' – Analisi della pescaturismo in Italia come strumento di sviluppo sostenibile' (analyse van het vistoerisme in Italië als middel om duurzame ontwikkeling te verwezenlijken)(2015).

(7)

"L’integrazione della pesca con altre attività produttive – La pescaturismo come modello sociale e culturale", Cenasca Cisl et al., (2005) (Integratie van het vistoerisme en andere productie-activiteiten - .Vistoerisme als socio-cultureel model).

(8)

Socio-economic analysis on fisheries-related tourism in EUSAIR – Nemo project 1M-MED14-11, WP2, Action 2.3.

(9)

"Perspectives for the development of tourism activities related to fishing", Europees Parlement, IP/B/PECH/IC/2013-103 (2014).

(10)

"Perspectives for the development of tourism activities related to fishing", Europees Parlement, IP/B/PECH/IC/2013-103 (2014).

(11)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0391.

(12)

Zoals de Vlaggetjesdagen en Havendagen in Nederland.


TOELICHTING

Achtergrond: noodzaak van diversificatie van de traditionele visserijactiviteit

De afgelopen decennia zijn veel traditionele visserijgemeenschappen in de hele Unie steeds meer onder druk komen te staan als gevolg van talrijke negatieve factoren, zoals overbevissing en slinkende visbestanden, klimaatverandering, verontreiniging, bevolkingsafname, afnemende aantrekkingskracht van het beroep van visser, enz.

Bovendien is vissen weliswaar nog steeds een aantrekkelijke beroepskeuze in sommige gebieden, maar is het op veel plaatsen steeds moeilijker voor vissers om een behoorlijke boterham te verdienen. De dalende werkgelegenheid in de visserij en de afnemende winstgevendheid van de sector worden inmiddels vaak normaal ervaren. Daardoor wordt het steeds moeilijker om traditionele leefwijzen in veel van de Europese kustgemeenschappen in stand te houden.

Dientengevolge kunnen steeds meer traditionele vissersgemeenschappen in Europa niet langer uitsluitend afhankelijk zijn van de visserijactiviteit. Om zich te herstellen en levensvatbaar te blijven, moeten er onverwijld nieuwe oplossingen worden gevonden.

Diversificatie van de traditionele activiteit en het aanboren van andere bronnen, zoals visserijgerelateerd toerisme, wordt een onontkoombare keuze die kan leiden tot nieuwe banen en sociale inclusie en tot de wederopleving van gemeenschappen die afhankelijk zijn van de visserij.

Visserijgerelateerd toerisme als mogelijke oplossing

De Europese zeekusten, met name die langs de Middellandse Zee, maar ook de Atlantische, de Oostzee- en de Zwarte Zeeregio's behoren al tot de aantrekkelijkste toeristische bestemmingen en trekken elk jaar miljoenen toeristen.

Helaas worden die toeristen in de meeste gevallen naar de kustgebieden gebracht door grote reisorganisaties, terwijl slechts weinigen hun weg vinden naar traditionele vissersdorpen. Hetzelfde geldt voor de verschillende activiteiten en attracties die de meeste traditionele vissersgemeenschappen aan bezoekers kunnen bieden. Anderzijds is de belangstelling voor duurzaam toerisme de laatste jaren toegenomen. Het potentieel om die milieubewuste toeristen aan te trekken moet worden benut.

Vissersgemeenschappen en toeristen moeten geholpen worden om elkaar te vinden en er moet gezorgd worden dat er van weerskanten voldoende belangstelling wordt gekweekt om een duurzaam en nuttig partnerschap tot stand te brengen.

Om dit potentieel te kunnen benutten, moeten echter diverse aspecten worden aangepakt.

Infrastructuur

Er moet op nationaal, regionaal en lokaal niveau worden geïnvesteerd in de benodigde infrastructuur - betere internetverbindingen, nieuwe en betere wegen om afgelegen vissersdorpen beter bereikbaar te maken, vernieuwing van maritieme en visserijvoorzieningen - waarbij ervoor moet worden gezorgd dat een en ander op duurzame en milieuvriendelijke wijze gebeurt.

Seizoensgebondenheid

Seizoensgebondenheid is een groot probleem dat zou kunnen worden opgelost door bijvoorbeeld plaatselijke festivals en culinaire evenementen te organiseren, musea en themaparken te openen, en toeristen het hele jaar door uiteenlopende activiteiten aan te bieden, ongeacht de weersomstandigheden. Reclame- en communicatiecampagnes zijn in dat verband uiterst belangrijk.

Rechtsstatus

Er bestaat geen gemeenschappelijke rechtsgrond voor visserijgerelateerd toerisme. Dat wordt bijvoorbeeld in Italië als een beroepsbezigheid beschouwd, terwijl het in Frankrijk als incidentele activiteit wordt gezien. Naargelang de rechtsstatus in de verschillende lidstaten kunnen er grote verschillen zijn op gebieden als belastingen, vergunningsprocedures, vereiste kwalificaties, enz. Om een gelijk speelveld te waarborgen moeten de regels geharmoniseerd worden.

Veiligheid voor passagiers van vissersvaartuigen

Visexcursies of uitstapjes op zee die vissers verzorgen op hun vaartuigen wanneer die niet voor de primaire activiteit worden gebruikt, is een van de mogelijk meest evidente attracties die aan toeristen kunnen worden aangeboden. De veiligheidsregels voor dergelijke activiteiten verschillen echter aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat. Er moet een oplossing worden gevonden voor de vraag hoe de bestaande visserijvloten, en met name de kleine vaartuigen, kunnen worden gebruikt zonder al te veel kosten te maken, maar ook zonder de veiligheid van de passagiers in gevaar te brengen. De veiligheidsregels moeten worden geharmoniseerd en subsidies uit hoofde van de beschikbare financieringsinstrumenten, zoals het EFMZV, moeten eenvoudig toegankelijk worden gemaakt en gebruikt worden.

Geharmoniseerde definitie van visserijgerelateerd toerisme

Ondanks het evidente economische en sociale potentieel en de uiteenlopende vraagstukken die op het spel staan en die in veel gevallen op Europees niveau zouden kunnen worden geregeld, kent de EU-wetgeving nog geen definitie van "visserijgerelateerd toerisme". Een geharmoniseerde definitie zou een eerste stap kunnen zijn in de richting van een coherenter EU-beleid op dit gebied.

Beleidskader

Het lijkt duidelijk dat visserijgerelateerd toerisme veel baat zou hebben bij een ambitieus beleidskader. Daarom moeten zowel de Commissie als de lidstaten, de regionale en lokale overheden, het bedrijfsleven en andere belanghebbenden doelgericht actie ondernemen, op een wijze die strookt met EU-beleid dat gevolgen heeft voor deze sector. Er moet zoveel mogelijk synergie tot stand worden gebracht, en het overleg en de samenwerking tussen de belanghebbende partijen door middel van partnerschappen, netwerken, clusters, enz., moeten worden verbeterd. Het EFMZV en andere financieringsinstrumenten zijn beschikbaar voor investeringen ten behoeve van de diversificatie van de inkomsten van vissers door middel van nevenactiviteiten zoals visserijgerelateerd toerisme, maar de middelen worden niet doeltreffend gebruikt en moeten makkelijker toegankelijk worden.

Een studie van de Commissie van de verschillende aspecten die specifiek verband houden met visserijgerelateerd toerisme (sociaal-economische en milieu-impact) en van goede praktijken die al in de verschillende lidstaten worden toegepast, zou een welkome stap vooruit betekenen.


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (11.10.2016)

aan de Commissie visserij

inzake de rol van visserijgerelateerd toerisme in de diversificatie van de visserij

(2016/2035(INI))

Rapporteur voor advies: István Ujhelyi

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie visserij onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  onderstreept het belang van het uitdenken van strategieën die kunnen bijdragen tot de diversificatie van plaatselijke economieën, die extra banen en inkomsten voor gezinnen creëren en kunnen helpen een halt toe te roepen aan de teruggang van de werkgelegenheid in gemeenschappen die van de visserij afhankelijk zijn;

2.  onderstreept dat het belangrijk is een onderscheid te maken tussen de uiteenlopende vormen van visserijgerelateerd toerisme waartoe vistoerisme (pesca-toerisme en ittiturismo) behoort, alsmede activiteiten op zee en in de kustwateren, recreatievisserij (met inbegrip van hengelsporttoerisme) en binnenvisserij, en activiteiten op basis van tradities en cultuur ten einde de totstandbrenging te bevorderen van synergieën met marketinginitiatieven voor primaire productie van hoge kwaliteit waarbij het natuurlijk erfgoed, de dierenbescherming en de biodiversiteit worden gerespecteerd;

Investeren in innovatieve, duurzame en op maat gemaakte producten

3.  herinnert eraan dat in de mededeling over toerisme van 2010 de ontwikkeling van een duurzaam, verantwoord en kwaliteitsgericht toerisme als een van voornaamste doelstellingen voor het Europese toerisme is vastgelegd, aangezien toerisme kan bijdragen tot het scheppen van banen en groei;

4.  onderstreept dat, aangezien de huidige toeristen veel beter geïnformeerd zijn dan vroeger, toeristische locaties alleen maar kunnen bloeien als zij meer aandacht besteden aan het waarborgen van de kwaliteit, authenticiteit en een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit;

5.  is derhalve van oordeel dat het aanbod moet worden aangepast aan de nieuwe soorten vraag naar op maat gemaakte producten in populaire badplaatsen en onbedorven bestemmingen op het platteland en aan de kust, en dat marketingkanalen moeten worden ontwikkeld die zijn afgestemd op de potentiële vraag hiernaar;

6.  benadrukt dat het belangrijk is marketingkanalen te ondersteunen die zijn afgestemd op het soort klant dat op zoek is naar dit soort hoogwaardige toeristische belevingen, en dat er bij overheidsinitiatieven en subsidiabele activiteiten daarom voorrang moet worden gegeven aan de verwerving van vaardigheden op dit gebied en de ontwikkeling van technologische infrastructuur en digitale verspreidingskanalen;

7.  is van oordeel dat verantwoorde en duurzame bedrijfsmodellen voor de diversificatie van de visserij moeten inhouden dat de cultuur van de plaatselijke visserijgemeenschappen wordt geëerbiedigd en ertoe wordt bijgedragen dat hun identiteit wordt behouden; onderstreept met name dat toerisme gerelateerd aan recreatieve visserij verenigbaar moet zijn met de belangen van kleine, plaatselijke ambachtelijke visserijbedrijven;

8.   acht het van belang pesca-toerisme en "ittiturismo" te ontwikkelen als vormen van actieve vakanties, waarbij promotie van de zeecultuur, vergroting van de waardering voor de visserijtradities en educatie inzake respect voor het milieu en bescherming van soorten belangrijke aspecten zijn;

9.  onderstreept het belang van milieuvriendelijke bedrijfsmodellen en beveelt derhalve aan dat milieudeskundigen altijd nauw samenwerken met plaatselijke actiegroepen (bijv. plaatselijke actiegroepen voor de visserij en de aquacultuur (FLAG's) en plaatselijke actiegroepen voor het platteland (LAG's));

10.  onderstreept dat een van de hinderpalen voor pesca-toerisme die het potentiële voordeel voor vissers beperkt, bestaat in de regeldruk op de kleinschalige commerciële scheepvaart in combinatie met de hoge kosten voor het ombouwen van vissersvaartuigen om aan de toeristische normen te voldoen;

11.  beveelt aan gemeenschappelijke definities en regels voor het vistoerisme op nationaal niveau vast te stellen, opdat wordt voorkomen dat de lidstaten uiteenlopende vormen van wet- en regelgeving invoeren;

12.  wijst erop dat de regeldruk, met name voor wat betreft veiligheidsspecifieke regels, bouwrecht en veiligheid van schepen, voor visserijbedrijven moet worden vereenvoudigd om de nodige investeringen mogelijk te maken;

13.  is gekant tegen initiatieven voor een onevenredig hoge nationale of regionale tol voor recreatieve schippers bij het gebruik van openbare binnenwateren, aangezien een dergelijke tol een bureaucratische benadeling en belemmering van het milieuvriendelijke vis- en boottoerisme vormt;

14.  wijst erop dat het nodig is verschillende ervaringen te bestuderen om de potentiële vraag naar omgebouwde schepen te verbreden, door het aanbod bijvoorbeeld open te stellen voor de onderwijsgemeenschap, die dankzij de "kinderboerderij"-programma's ervaring heeft met het benutten van de primaire sector voor pedagogische doeleinden;

15.  verwelkomt voorstellen op regionaal en nationaal niveau voor de invoering van zogeheten toeristenvisvergunningen, mits deze overeenkomstig de wetgeving voor visserij en dierenwelzijn een minimale deskundigheid garanderen die ervoor zorgt dat de bepalingen van de visserijwetgeving en de voorschriften voor de visvriendelijke omgang met hengels en gevangen vissen worden nageleefd;

16.  benadrukt het belang van het vistoerisme voor het behoud van de culturele en culinaire tradities en de traditionele manier van leven in kustgebieden en andere gebieden aan het water;

17.  herinnert de Commissie eraan dat het stimuleren van het vistoerisme het nog niet benutte potentieel van nieuwe toeristische gebieden kan aanboren en deze gebieden zo meer onder de aandacht kan brengen;

18.  benadrukt dat voor het stimuleren van visserijgerelateerd ecotoerisme speciale voorzieningen moeten worden ingericht, zoals kampeerterreinen, aanlegplaatsen, parkeergelegenheden en recreatiemogelijkheden;

19.  constateert dat hengelsporttoerisme in een aantal lidstaten een goed ontwikkeld en groeiend bedrijfssegment is, terwijl het in andere lidstaten een onbenut potentieel blijft; onderstreept het belang van het recreatief hengelsporttoerisme in kust- en plattelandsgebieden en van de binnenvisserij als duurzame ontwikkelingsactiviteit met een hoge toegevoegde waarde;

20.  benadrukt dat het noodzakelijk is de gevolgen voor de visserij te evalueren van de recreatievisserij met toeristische doeleinden;

21.  doet een beroep op de Commissie om de sociale en economische weerslag van de recreatievisserij op het binnenlandse toerisme te analyseren, vooral in plattelandsgebieden, en eventuele maatregelen voor te stellen voor regio's waar het potentieel voor deze visserij onderbenut is;

Het gebruik van financiële steun van de EU optimaliseren

22.  verzoekt de Commissie de doeltreffendheid te analyseren van de EU-maatregelen ten behoeve van de ontwikkeling van visserijgebieden en de economische diversificatie van de visserij, met inbegrip van maatregelen uit hoofde van de Europese structuurfondsen en met name het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV); verzoekt de Commissie regelmatig overzichten te publiceren waarin wordt aangegeven welke projecten met welke bedragen zijn ondersteund;

23.  verwacht met name dat de aanstaande door de Commissie uit te voeren evaluatie van de vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling tot betere inzichten zal leiden in de sociale en economische gevolgen van de uit hoofde van het EFMZV genomen diversificatiemaatregelen, mede in het kader van de gezamenlijke strategieën van de LAG's en FLAG's;

24.  onderstreept dat in de programmeringsperiode 2007-2013 door het EVF 486 miljoen EUR aan de FLAG's beschikbaar is gesteld en dat er gedurende die programmeringsperiode circa 12 000 plaatselijke projecten zijn ondersteund;

25. onderstreept bovendien dat in de huidige financiële periode de totale financiering in het kader van het EFMZV is verhoogd naar 514 miljoen EUR voor maatregelen ten gunste van vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling;

26.  roept de lidstaten en de FLAG's op optimaal gebruik te maken van de beschikbare middelen en tevens waar mogelijk meerfondsenprogramma's te gebruiken (samen met bijdragen uit EFRO, ELFPO en ESF);

27.  verzoekt de lidstaten passend gebruik te maken van de beschikbare middelen uit het EFMZV voor het ombouwen en moderniseren van professionele vissersvaartuigen, alsmede voor projecten van visserijbedrijven, en contactpunten op regionaal niveau op te zetten om adequate informatie en steun te bieden;

28.  beveelt aan dat de FLAG's nauw samenwerken met deskundigen in toerisme teneinde middels As 4 van het EFMZV projecten en toereikende middelen af te bakenen voor de diversificatie in visserijgebieden;

29.  wijst erop dat het EFMVZ specifieke financiële steun verleent aan initiatieven in visserijgemeenschappen die van vrouwen uitgaan;

30.  roept de lidstaten op erop toe te zien dat, door het vaststellen van selectiecriteria met betrekking tot activiteiten uit hoofde van het EFMVZ, gendergelijkheid doeltreffend wordt gemainstreamd en bevorderd in alle gefinancierde maatregelen (bijvoorbeeld door voorrang te geven aan maatregelen die specifiek op vrouwen zijn gericht of van hen uitgaan);

31.  beveelt aan dat lokale autoriteiten in visserijgebieden specifieke financiële ondersteuning krijgen voor het openen van informatiepunten die informatie verschaffen over de visserijgemeenschappen, traditionele producten en toeristische bestemmingen in die gebieden en deze onder de aandacht brengen en stimuleren;

32.  beveelt aan dat er specifieke financiële ondersteuning wordt vrijgemaakt voor het stimuleren van ondernemerschap en innovatie door het financieren van activiteiten die afhankelijk zijn van de visserijsector;

33.  beveelt aan dat de Commissie, in samenwerking met de lidstaten en de FLAG's, een passende termijn vaststelt voor het aanwijzen van visserijgemeenschappen in de Unie of in deelstroomgebieden, zoals de gemeenschappen in het Portugese kustgebied "Aldeias do Mar" ("zeedorpen"); dringt erop aan dat de benodigde financiële middelen worden gereserveerd voor het inrichten van een Europees netwerk voor de uitwisseling van beste praktijken en het in kaart brengen van visserijactiviteiten, met inbegrip van informatie over de bezienswaardigheden en eigenschappen per visserijgemeenschap;

Bevordering van productdiversificatie

34.  is ervan overtuigd dat een evenwichtige combinatie van alternatieve en gerichte toeristische producten, indien deze op adequate wijze worden gepromoot en op de markt worden gebracht, een tegenwicht kan helpen bieden voor de problemen in verband met de seizoengebondenheid;

35.  onderstreept dat alle ondernemingsinitiatieven, om de doelstelling van diversificatie te behalen, een lokale basis moeten hebben en moeten garanderen dat de controle van vennootschappen, bedrijven en coöperaties op lokaal niveau blijft; wijst erop dat voor dit doel met name de initiatieven van de sociale economie buitengewoon geschikt zijn;

36.  is derhalve voorstander van het geven van steun aan marketingplatforms die worden geëxploiteerd door lokale ondernemers, zodat zij optimaal zichtbaar zijn, maximale controle hebben en een zo groot mogelijke rol spelen in de gehele waardeketen;

37.  onderstreept dat productdiversificatie een passende promotie vergt en dat een zichtbaarheidsstrategie nodig is voor de doelgroep van vissers, met inbegrip van promotionele maatregelen;

38.  is bijgevolg van oordeel dat vissersplaatsen moeten overwegen gezamenlijke marketingcampagnes te starten met andere bestemmingen in dezelfde regio, zoals voorgesteld in het verslag van het EP "Nieuwe uitdagingen en concepten voor de bevordering van toerisme in Europa", en gezamenlijke marketingplatforms moeten bevorderen, waarbij in het bijzonder aandacht moet worden besteed aan online promotie en verkoop op basis van internationale samenwerking;

39.  is van oordeel dat in deze marketingstrategie synergieën tot stand moeten worden gebracht tussen de marketinginitiatieven van producenten van verse of verwerkte producten van hoge kwaliteit, de gastronomie en het toeristische aanbod, en dat deze initiatieven moeten worden ingedeeld in geografische categorieën die wat betreft cultuur, productie of milieu samenhang of synergieën vertonen;

40.  vraagt de Commissie investeringen in de diversificatie van visserij in termen van de distributie en verwerking van plaatselijke visproducten actief te steunen en te bevorderen en de ontwikkeling van lokale distributieketens te bevorderen;

41.  herinnert de Commissie aan de noodzaak van het stimuleren en tot stand brengen van certificering voor traditionele visserijproducten en het invoeren van specifiek op visserijgebieden gerichte lokale merken;

42.  vraagt de Commissie investeringen in de diversificatie van visserij te steunen door het ontwikkelen van aanvullende activiteiten, waaronder het investeren in schepen, opleidingen, veiligheidsapparatuur, en culturele en onderwijsactiviteiten;

43.  vraagt de Commissie investeringen in de diversificatie van visserij op het gebied van kunst en cultuur en als onderdeel van het traditioneel erfgoed actief te steunen en investeringen te steunen in het bevorderen van tradities en het visserijgerelateerd erfgoed in het algemeen (technieken en vistuig);

44.  verzoekt de lidstaten en de regionale en plaatselijke autoriteiten optimale praktijken te delen om ervoor te zorgen dat men zich in grotere regio's beter bewust wordt van innovatieve producten van visserijgerelateerd toerisme die economisch, sociaal en ecologisch succesvol zijn gebleken;

45.  doet een beroep op de Commissie om in het kader van het Netwerk van visserijgebieden (FARNET) en de FLAG's een pan-Europese dialoog met havens, belanghebbenden in de toeristische sector en milieudeskundigen te bevorderen;

46.  verzoekt de Commissie om via de European Travel Commission en haar portaal visiteurope.com bestemmingen voor duurzame recreatievisserij in Europa te promoten en visserijbedrijven via een doelgerichte informatiecampagne te attenderen op het potentieel en de groeimogelijkheden van deze nieuwe en duurzame bedrijfsmodellen;

Kennis en vaardigheden

47.  verzoekt de lidstaten en de regionale en plaatselijke autoriteiten om op grote schaal informatie te verspreiden over Eures, het Europees portaal voor beroepsmobiliteit van de Commissie, waarop in het gedeelte "blauwe banen" informatie wordt verstrekt voor werkzoekenden en werkgevers over banen en de vereiste vaardigheden en opleiding, en om open onlinecursussen voor bij- of omscholing met betrekking tot toerismemanagement en innovatief vistoerisme te bevorderen;

48.  verzoekt de Commissie op het Europees portaal voor kleine en middelgrote ondernemingen een speciaal gedeelte op te nemen dat erop gericht is ondernemers/vissers te helpen financiële middelen te verkrijgen voor activiteiten op het gebied van visserijgerelateerd toerisme;

49.  blijft onderstrepen dat het nodig is de lokale ondernemers bewust te maken van en op te leiden in het gebruik van nieuwe gezamenlijke online platforms voor de promotie en verkoop van toeristische producten, hen uit te leggen wat het idee achter belevingstoerisme is en hen aan te moedigen deze parameters op te nemen in het ontwerp van hun zakelijke producten, om ervoor te zorgen dat het rendement van diversificatie bij de lokale gemeenschappen blijft.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.10.2016

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

4

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Marie-Christine Arnautu, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Andor Deli, Isabella De Monte, Jacqueline Foster, Dieter-Lebrecht Koch, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Bogusław Liberadzki, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Georg Mayer, Gesine Meissner, Cláudia Monteiro de Aguiar, Renaud Muselier, Markus Pieper, Salvatore Domenico Pogliese, Tomasz Piotr Poręba, Gabriele Preuß, Christine Revault D’Allonnes Bonnefoy, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, David-Maria Sassoli, Claudia Schmidt, Jill Seymour, Claudia Țapardel, Keith Taylor, Pavel Telička, Wim van de Camp, Roberts Zīle, Kosma Złotowski, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Knut Fleckenstein, Maria Grapini, Werner Kuhn

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Olle Ludvigsson


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

30.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Alain Cadec, David Coburn, Richard Corbett, Diane Dodds, Linnéa Engström, João Ferreira, Sylvie Goddyn, Mike Hookem, Ian Hudghton, Carlos Iturgaiz, António Marinho e Pinto, Gabriel Mato, Norica Nicolai, Liadh Ní Riada, Ulrike Rodust, Annie Schreijer-Pierik, Remo Sernagiotto, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas, Ruža Tomašić, Peter van Dalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ole Christensen, Rosa D’Amato, Norbert Erdős, Jens Gieseke, Seán Kelly, Verónica Lope Fontagné, Francisco José Millán Mon

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

John Stuart Agnew, Paloma López Bermejo


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

24

+

ALDE

António Marinho e Pinto, Norica Nicolai

ECR

Remo Sernagiotto, Ruža Tomašić, Peter van Dalen

EFDD

Rosa D'Amato

ENF

Gilles Lebreton

GUE/NGL

Paloma López Bermejo

PPE

Alain Cadec, Jens Gieseke, Carlos Iturgaiz, Verónica Lope Fontagné, Gabriel Mato, Annie Schreijer-Pierik, Jarosław Wałęsa

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Ole Christensen, Ulrike Rodust, Ricardo Serrão Santos, Isabelle Thomas

Verts/ALE

Marco Affronte, Linnéa Engström, Ian Hudghton

1

-

EFDD

John Stuart Agnew

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling