Procedure : 2016/0107(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0227/2017

Ingediende teksten :

A8-0227/2017

Debatten :

PV 04/07/2017 - 3
CRE 04/07/2017 - 3

Stemmingen :

PV 04/07/2017 - 6.10
CRE 04/07/2017 - 6.10
Stemverklaringen
PV 27/03/2019 - 18.10

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0284
P8_TA(2019)0309

VERSLAG     ***I
PDF 758kWORD 133k
21.6.2017
PE 597.646v03-00 A8-0227/2017

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren

(COM(2016)0198 – C8-0146/2016 – 2016/0107(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Commissie juridische zaken

Rapporteurs: Hugues Bayet, Evelyn Regner

(Gezamenlijke commissieprocedure – artikel 55 van het Reglement)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 MINDERHEIDSSTANDPUNT
 ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGROND
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
  HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren

(COM(2016)0198 – C8-0146/2016 – 2016/0107(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0198),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 50, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0146/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn ingediend door de Ierse Houses of the Oireachtas en het Zweedse parlement, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling in strijd is met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 21 september 2016(1),

–  gezien het actieplan inzake grondslaguitholling en winstverschuiving (Base Erosion and Profit Shifting, hierna "BEPS" genoemd) van de OESO,

–  gezien de artikelen 59 en 39 van zijn Reglement,

–  gezien de gezamenlijke vergaderingen van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie juridische zaken overeenkomstig artikel 55 van het Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A8-0227/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel door een nieuwe tekst vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  Een gelijke fiscale behandeling voor iedereen, en met name voor alle ondernemingen, is een conditio sine qua non voor de eengemaakte markt. Een gecoördineerde en geharmoniseerde benadering van de tenuitvoerlegging van nationale belastingstelsels is van vitaal belang om ervoor te zorgen dat de eengemaakte markt naar behoren functioneert en zou ertoe bijdragen dat belastingontwijking en winstverschuiving worden voorkomen.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging –1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 bis)  Belastingontduiking en belastingontwijking hebben er samen met regelingen inzake winstverschuiving toe geleid dat regeringen en bevolkingen zijn beroofd van de middelen die nodig zijn om, onder andere, universele vrije toegang tot openbare onderwijs- en gezondheidsdiensten en sociale diensten van de overheid te waarborgen, en hebben landen de mogelijkheid ontnomen om te zorgen voor een aanbod van betaalbare woningen en betaalbaar openbaar vervoer en de noodzakelijke infrastructuur aan te leggen om sociale ontwikkeling en economische groei tot stand te brengen. Kortom, dergelijke regelingen hebben bijgedragen aan onrechtvaardigheid, ongelijkheid en economische, sociale en territoriale verschillen.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging -1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 ter)  Een eerlijk en doeltreffend vennootschapsbelastingstelsel moet tegemoetkomen aan de dringende behoefte om een progressief en eerlijk mondiaal belastingbeleid tot stand te brengen, moet de herverdeling van de welvaart bevorderen en ongelijkheden wegwerken.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Ontwijking van vennootschapsbelasting is de afgelopen jaren een almaar grotere uitdaging geworden en vormt in de Unie en wereldwijd een grote reden tot bezorgdheid. De Europese Raad erkende in zijn conclusies van 18 december 2014 dat de inspanningen voor de bestrijding van belastingontwijking dringend moeten worden opgevoerd, zowel wereldwijd als op EU-niveau. De Commissie heeft in haar mededelingen "Het werkprogramma van de Commissie voor 2016. Tijd voor verandering"16 en "Het werkprogramma van de Commissie voor 2015. Een nieuwe start"17 de noodzaak om over te stappen op een systeem waarin het land waar winst wordt gemaakt, ook het land is waar belasting wordt geheven, als prioriteit aangeduid. De Commissie heeft ook de noodzaak om tegemoet te komen aan de roep vanuit de samenleving om rechtvaardigheid en fiscale transparantie als een prioriteit aangegeven.

(1)  Transparantie is van essentieel belang voor een goede werking van de eengemaakte markt. Ontwijking van vennootschapsbelasting is de afgelopen jaren een almaar grotere uitdaging geworden en vormt in de Unie en wereldwijd een grote reden tot bezorgdheid. De Europese Raad erkende in zijn conclusies van 18 december 2014 dat de inspanningen voor de bestrijding van belastingontwijking dringend moeten worden opgevoerd, zowel wereldwijd als op EU-niveau. De Commissie heeft in haar mededelingen "Het werkprogramma van de Commissie voor 2016. Tijd voor verandering"16 en "Het werkprogramma van de Commissie voor 2015. Een nieuwe start"17 de noodzaak om over te stappen op een systeem waarin het land waar winst wordt gemaakt, ook het land is waar belasting wordt geheven, als prioriteit aangeduid. De Commissie heeft ook de noodzaak om tegemoet te komen aan de roep om transparantie van de Europese burgers en de noodzaak om als referentiemodel voor andere landen op te treden als een prioriteit aangegeven. Het is van essentieel belang dat er bij transparantie sprake is van wederkerigheid tussen concurrenten.

__________________

__________________

16 COM(2015) 610 final van 27 oktober 2015.

16 COM(2015) 610 final van 27 oktober 2015.

17 COM(2014) 910 final van 16 december 2014.

17 COM(2014) 910 final van 16 december 2014.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie van 16 december 2015 over meer transparantie, coördinatie en convergentie van het vennootschapsbelastingbeleid in de Unie18 erkend dat meer transparantie op het gebied van de vennootschapsbelasting de belastinginning kan verbeteren, de werkzaamheden van de belastinginstanties efficiënter kan maken en het vertrouwen van de burger in belastingstelsels en regeringen kan vergroten.

(2)  Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie van 16 december 2015 over meer transparantie, coördinatie en convergentie van het vennootschapsbelastingbeleid in de Unie18 erkend dat een benadering met meer transparantie, samenwerking en convergentie op het gebied van het vennootschapsbelastingbeleid in de Unie de belastinginning kan verbeteren, de werkzaamheden van de belastinginstanties efficiënter kan maken, beleidsmakers kan ondersteunen bij de beoordeling van het huidige belastingstelsel met het oog op de ontwikkeling van toekomstige wetgeving, het vertrouwen van de burger in belastingstelsels en regeringen kan vergroten en voor een betere besluitvorming betreffende investeringen op basis van nauwkeurigere risicoprofielen van ondernemingen kan zorgen.

__________________

__________________

18 2015/2010(INL).

18 2015/2010(INL).

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Openbare rapportage per land vormt een doeltreffend en passend instrument om de transparantie met betrekking tot de activiteiten van multinationale ondernemingen te vergroten en de bevolking in staat te stellen het effect van deze activiteiten op de reële economie te beoordelen. Ook is het geschikt om aandeelhouders beter in staat te stellen de door ondernemingen genomen risico's naar behoren te evalueren, zal het zorgen voor investeringsstrategieën op basis van nauwkeurige informatie en zal het besluitvormers meer mogelijkheden geven om de doeltreffendheid en de effecten van nationale wetgeving te beoordelen.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter)  Rapportage per land zal ook positieve gevolgen hebben voor het recht van werknemers op informatie en raadpleging, zoals bedoeld in Richtlijn 2002/14/EG en, doordat er meer kennis over de activiteiten van ondernemingen beschikbaar wordt, voor de kwaliteit van de intensieve dialoog binnen ondernemingen.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  In november 2015 pleitte de G20 voor een wereldwijd eerlijk en modern internationaal belastingstelsel en bekrachtigde ze het "actieplan inzake grondslaguitholling en winstverschuiving" (Base Erosion and Profit Shifing, hierna "BEPS" genoemd) van de OESO, dat erop gericht was overheden duidelijke internationale oplossingen aan te reiken voor het aanpakken van de leemtes en mismatches in de bestaande regels waardoor bedrijfswinsten kunnen worden verplaatst naar plaatsen waar geen of een lage belasting wordt geheven, maar waar mogelijk geen reële waarde wordt gecreëerd. Met name BEPS-actie 13 voorziet in de invoering voor bepaalde multinationale ondernemingen van een rapportage per land die op vertrouwelijke basis aan de nationale belastingautoriteiten moet worden verstrekt. Op 27 januari 2016 heeft de Commissie het "pakket anti-ontgaansmaatregelen" goedgekeurd. Een van de doelstellingen van dat pakket is om BEPS-actie 13 in het recht van de Unie om te zetten door Richtlijn 2011/16/EU van de Raad20 te wijzigen.

(4)  In november 2015 pleitte de G20 voor een wereldwijd eerlijk en modern internationaal belastingstelsel en bekrachtigde ze het "actieplan inzake grondslaguitholling en winstverschuiving" (Base Erosion and Profit Shifting, hierna "BEPS" genoemd) van de OESO, dat erop gericht was overheden duidelijke internationale oplossingen aan te reiken voor het aanpakken van de leemtes en mismatches in de bestaande regels waardoor bedrijfswinsten kunnen worden verplaatst naar plaatsen waar geen of een lage belasting wordt geheven, maar waar mogelijk geen reële waarde wordt gecreëerd. Het BEPS-initiatief heeft de belofte niet kunnen waarmaken die de ministers van Financiën van de G20 in september 2013 in Sint-Petersburg hebben gedaan toen zij verklaarden dat "winsten moeten worden belast op de plaats waar de tot die winsten leidende economische activiteiten plaatsvinden en waar waarde wordt gecreëerd".19 bis Het feit dat het BEPS-proces er niet in is geslaagd de oorspronkelijke doelstellingen te verwezenlijken, onderstreept het belang van toegenomen rapportage per land voor alle multinationale ondernemingen. Met name BEPS-actie 13 voorziet in de invoering voor bepaalde multinationale ondernemingen van een rapportage per land die op vertrouwelijke basis aan de nationale belastingautoriteiten moet worden verstrekt. Op 27 januari 2016 heeft de Commissie het "pakket anti-ontgaansmaatregelen" goedgekeurd. Een van de doelstellingen van dat pakket is om BEPS-actie 13 in het recht van de Unie om te zetten door Richtlijn 2011/16/EU van de Raad20 te wijzigen. Voor het belasten van winsten waar de waarde wordt gecreëerd, is er echter een bredere benadering van rapportage per land nodig die is gebaseerd op openbare rapportage.

__________________

__________________

 

19 bis Verklaring van de leiders van de G20, top van Sint-Petersburg, 5 t/m 6 september 2013, blz. 12.

20 Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1).

20 Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1).

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  De International Accounting Standards Board (IASB) moet de desbetreffende internationale standaard voor financiële verslaglegging (IFRS) en de internationale standaard voor jaarrekeningen (IAS) verbeteren om de invoering van verplichtingen inzake openbare rapportage per land te vergemakkelijken.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter)  Openbare rapportage per land wordt in de Europese Unie al toegepast in de bankensector, in het kader van Richtlijn 2013/36/EU, alsook in de winningsindustrie en in de houtkap, in het kader van Richtlijn 2013/34/EU.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 quater)  De Unie heeft met een nooit eerder vertoonde invoering van openbare rapportage per land aangetoond dat zij een wereldspeler is geworden in de strijd tegen belastingontwijking.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 quinquies)  Aangezien de strijd tegen belastingontduiking, belastingontwijking en agressieve belastingplanning enkel succesvol kan zijn door middel van een gemeenschappelijk optreden op internationaal niveau, is het absoluut noodzakelijk dat de Unie niet alleen een positie als wereldleider blijft innemen in deze strijd, maar dat ze haar acties ook coördineert met internationale actoren, bijvoorbeeld in het kader van de OESO. Unilaterale acties, hoe ambitieus ze ook zijn, hebben geen echte kans van slagen, brengen bovendien het concurrentievermogen van Europese ondernemingen in gevaar en schaden het investeringsklimaat in de Unie.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 sexies)  Grotere transparantie inzake financiële openbaarmaking leidt tot een win-winsituatie, omdat belastingautoriteiten doeltreffender zullen zijn, het maatschappelijk middenveld meer betrokken zal zijn, werknemers over een betere kennis van zaken zullen beschikken en investeerders minder risicomijdend gedrag zullen vertonen. Bovendien zullen ondernemingen voordeel halen uit betere relaties met belanghebbende partijen, wat op zijn beurt zal leiden tot meer stabiliteit en een gemakkelijkere toegang tot financiering vanwege een duidelijker risicoprofiel en een betere reputatie.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Een beter publiek toezicht op de vennootschapsbelasting ten laste van multinationale ondernemingen die activiteiten in de Unie verrichten, is een essentieel element om maatschappelijk verantwoord ondernemen verder te bevorderen, tot de welvaart bij te dragen door belastingen te betalen, een eerlijkere belastingconcurrentie binnen de Unie te stimuleren door middel van een beter onderbouwd openbaar debat en het publieke vertrouwen in de billijkheid van de nationale belastingstelsels te herstellen. Dit publiek toezicht kan worden bereikt door middel van een verslag met informatie over de winstbelasting, ongeacht waar de uiteindelijke moederonderneming van de multinationale groep is gevestigd.

(5)  Naast een verhoogde transparantie door middel van rapportage per land aan nationale belastingautoriteiten, vormt een beter publiek toezicht op de vennootschapsbelasting ten laste van multinationale ondernemingen die activiteiten in de Unie verrichten een essentieel element om de verantwoordingsplicht van bedrijven te stimuleren en maatschappelijk verantwoord ondernemen verder te bevorderen, om tot de welvaart bij te dragen door belastingen te betalen, een eerlijkere belastingconcurrentie binnen de Unie te stimuleren door middel van een beter onderbouwd openbaar debat en het publieke vertrouwen in de billijkheid van de nationale belastingstelsels te herstellen. Dit publiek toezicht kan worden bereikt door middel van een verslag met informatie over de winstbelasting, ongeacht waar de uiteindelijke moederonderneming van de multinationale groep is gevestigd. Publiek toezicht moet echter worden uitgeoefend zonder schade toe te brengen aan het investeringsklimaat in de Unie of aan het concurrentievermogen van ondernemingen in de Unie, met name kmo's als gedefinieerd in deze richtlijn en midcap-ondernemingen als gedefinieerd in Verordening (EU) 2015/10171 bis, die moeten worden uitgezonderd van de op grond van deze richtlijn ingestelde rapportageverplichting.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  De Commissie heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) gedefinieerd als de verantwoordelijkheid die ondernemingen dragen voor de effecten van hun activiteiten op de samenleving. MVO moet door ondernemingen worden aangestuurd. De overheid kan een ondersteunende rol spelen door middel van een slimme mix van vrijwillige beleidsmaatregelen en, waar nodig, aanvullende regelgeving. Ondernemingen kunnen maatschappelijk verantwoord worden door zich aan de wet te houden of door sociale, ecologische, ethische, consument- of mensenrechtengerelateerde aspecten te integreren in hun bedrijfsstrategie en -activiteiten, of door beide te doen.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Het publiek moet alle activiteiten van een groep nauwlettend kunnen volgen als die groep vestigingen heeft in de Unie. Voor groepen die alleen via dochterondernemingen of bijkantoren activiteiten in de Unie uitoefenen, moeten de dochterondernemingen en bijkantoren het verslag van de uiteindelijke moederonderneming publiceren en toegankelijk maken. Omwille van de evenredigheid en doeltreffendheid moet de verplichting om het verslag te publiceren en toegankelijk te maken beperkt blijven tot middelgrote of grote in de Unie gevestigde dochterondernemingen of in een lidstaat opgerichte bijkantoren van een vergelijkbare grootte. Het toepassingsgebied van Richtlijn 2013/34/EU moet daarom dienovereenkomstig worden uitgebreid tot bijkantoren die in een lidstaat zijn opgericht door een onderneming die buiten de Unie is gevestigd.

(6)  Het publiek moet alle activiteiten van een groep nauwlettend kunnen volgen als die groep vestigingen heeft in en buiten de Unie. Groepen met vestigingen in de Unie moeten de EU-beginselen van goed fiscaal bestuur naleven. Multinationale ondernemingen zijn wereldwijd actief en hun ondernemingsgedrag heeft een aanzienlijke impact op ontwikkelingslanden. Door toegang te krijgen tot bedrijfsinformatie per land zouden burgers en belastingautoriteiten in deze landen toezicht kunnen houden op deze bedrijven, ze kunnen beoordelen en ter verantwoording kunnen roepen. Door de informatie openbaar te maken voor elk fiscaal rechtsgebied waar de multinationale onderneming actief is, zou de Unie haar beleidscoherentie voor ontwikkeling kunnen verhogen en potentiële constructies om belastingen te ontwijken aan banden kunnen leggen in landen waar de mobilisering van binnenlandse middelen is aangemerkt als een centraal onderdeel van het ontwikkelingsbeleid van de Unie.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Het verslag met informatie over de winstbelasting moet informatie verschaffen over alle activiteiten van een onderneming of van alle verbonden ondernemingen van een groep waarover een uiteindelijke moederonderneming zeggenschap uitoefent. Deze informatie moet gebaseerd zijn op de specificaties voor de rapportage in BEPS-actie 13 en moet beperkt zijn tot wat nodig is om een doeltreffend publiek toezicht mogelijk te maken, teneinde te voorkomen dat de openbaarmaking tot onevenredige risico's of nadelen leidt. Het verslag moet ook een korte beschrijving van de aard van de activiteiten bevatten. Die beschrijving kan gebaseerd zijn op de indeling in tabel 2 van bijlage III bij hoofdstuk V van de OESO-richtlijnen voor verrekenprijzen op het gebied van documentatie. Het verslag moet een algemene commentaar met uitleg bevatten als er op groepsniveau grote discrepanties bestaan tussen de toerekenbare belastingen en de betaalde belastingen, rekening houdend met de overeenkomstige bedragen in vorige boekjaren.

(8)  Het verslag met informatie over de winstbelasting moet informatie verschaffen over alle activiteiten van een onderneming of van alle verbonden ondernemingen van een groep waarover een uiteindelijke moederonderneming zeggenschap uitoefent. Deze informatie moet rekening houden met de specificaties voor de rapportage in BEPS-actie 13 en moet beperkt zijn tot wat nodig is om een doeltreffend publiek toezicht mogelijk te maken, teneinde te voorkomen dat de openbaarmaking voor de ondernemingen in kwestie tot onevenredige risico's of nadelen leidt op het vlak van concurrentievermogen of verkeerde interpretaties. Het verslag moet ook een korte beschrijving van de aard van de activiteiten bevatten. Die beschrijving kan gebaseerd zijn op de indeling in tabel 2 van bijlage III bij hoofdstuk V van de OESO-richtlijnen voor verrekenprijzen op het gebied van documentatie. Het verslag moet een algemene commentaar met uitleg bevatten, ook als er op groepsniveau grote discrepanties bestaan tussen de toerekenbare belastingen en de betaalde belastingen, rekening houdend met de overeenkomstige bedragen in vorige boekjaren.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Om te zorgen voor een mate van detail waardoor burgers beter kunnen beoordelen hoe multinationale ondernemingen in elke lidstaat tot de welvaart bijdragen, moet de informatie per lidstaat worden uitgesplitst. Bovendien moet de informatie over de activiteiten van multinationale ondernemingen ook sterk in detail worden weergegeven voor bepaalde fiscale rechtsgebieden die een specifieke uitdaging vormen. Voor de activiteiten in alle andere derde landen moet de informatie in geaggregeerde cijfers worden weergegeven.

(9)  Om te zorgen voor een mate van detail waardoor burgers beter kunnen beoordelen hoe multinationale ondernemingen tot de welvaart bijdragen in elk rechtsgebied waar zij actief zijn, zowel binnen als buiten de Unie, zonder dat het concurrentievermogen van de ondernemingen schade ondervindt, moet de informatie per rechtsgebied worden uitgesplitst. Verslagen met informatie over de winstbelasting kunnen pas op zinvolle wijze worden begrepen en gebruikt indien de gegevens worden uitgesplitst voor elk fiscaal rechtsgebied.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Om ervoor te zorgen dat gevallen van niet-naleving openbaar worden gemaakt, moet(en) de wettelijke auditor(s) of het auditkantoor (de auditkantoren) nagaan of het verslag met informatie over de winstbelasting overeenkomstig deze richtlijn is ingediend en gepresenteerd en op de website van de betrokken onderneming of op de website van een verbonden onderneming beschikbaar is.

(11)  Om ervoor te zorgen dat gevallen van niet-naleving openbaar worden gemaakt, moet(en) de wettelijke auditor(s) of het auditkantoor (de auditkantoren) nagaan of het verslag met informatie over de winstbelasting overeenkomstig deze richtlijn is ingediend en gepresenteerd en op de website van de betrokken onderneming of op de website van een verbonden onderneming beschikbaar is, alsook of openbaar gemaakte informatie overeenstemt met de gecontroleerde financiële informatie van de onderneming, binnen de termijnen als bepaald in deze richtlijn.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)   Gevallen van inbreuk door ondernemingen en bijkantoren met betrekking tot de vereisten inzake de rapportage van informatie over de winstbelasting die leiden tot sancties van lidstaten in het kader van Richtlijn 2013/34/EU, moeten worden gemeld in een openbaar register dat door de Europese Commissie wordt beheerd. Deze sancties kunnen onder meer bestaan uit administratieve boetes of uitsluiting van openbare aanbestedingen en van de toekenning van financiering uit de structuurfondsen van de Unie.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Om vast te stellen voor welke fiscale rechtsgebieden sterk in detail moet worden getreden, moet overeenkomstig artikel 290 VWEU de bevoegdheid om handelingen vast te stellen aan de Commissie worden overgedragen met betrekking tot het opstellen van een gemeenschappelijke Unielijst met die fiscale rechtsgebieden. Die lijst moet worden opgesteld op basis van een aantal criteria, die zijn vastgesteld op basis van bijlage 1 bij de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over een externe strategie voor effectieve belastingheffing (COM(2016) 24 final). Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat deze raadplegingen worden uitgevoerd overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd in het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven, zoals goedgekeurd door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie en waarvan de formele ondertekening wordt verwacht. Om met name te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde moment als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Schrappen

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)   Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de tenuitvoerlegging van artikel 48 ter, leden 1, 3, 4, en 6, en artikel 48 quater, lid 5, van Richtlijn 2013/34/EU moeten er ook aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad1 bis.

 

________________

 

1 bis Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Daar de doelstelling van deze richtlijn niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(14)  Daar de doelstelling van deze richtlijn niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Een optreden van de Unie is dus gerechtvaardigd om de grensoverschrijdende dimensie bij agressieve fiscale planning of verrekenprijsregelingen aan te pakken. Dit initiatief komt tegemoet aan de bezorgdheid die de belanghebbende partijen uitspreken in verband met de noodzaak om iets te doen aan verstoringen op de eengemaakte markt zonder afbreuk te doen aan het concurrentievermogen van de Unie. Het mag geen onnodige administratieve lasten voor ondernemingen veroorzaken, niet tot verdere fiscale disputen leiden of geen risico van dubbele belasting doen ontstaan. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken, althans wat grotere transparantie betreft.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(15)  In het kader van deze richtlijn staat de omvang van de openbaar gemaakte informatie in het algemeen in verhouding tot de doelstellingen om grotere openbare transparantie en meer publiek toezicht tot stand te brengen. Deze richtlijn wordt derhalve geacht de grondrechten te eerbiedigen en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van de lidstaten en de Commissie van 28 september 2011 over toelichtende stukken24 hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van een of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

(16)  Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van de lidstaten en de Commissie van 28 september 2011 over toelichtende stukken24 hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van een of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht, bijvoorbeeld in de vorm van een vergelijkende grafiek. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd om de doelstelling van deze richtlijn te verwezenlijken en mogelijke weglatingen en inconsistenties te voorkomen in verband met de tenuitvoerlegging door de lidstaten krachtens hun nationale wetgeving.

__________________

__________________

24 PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.

24 PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter– lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten schrijven voor dat onder hun nationale recht vallende uiteindelijke moederondernemingen met een geconsolideerde netto-omzet van meer dan 750 000 000 EUR en onder hun nationale recht vallende ondernemingen die geen verbonden ondernemingen zijn en een netto-omzet van meer dan 750 000 000 EUR realiseren, jaarlijks een verslag met informatie over de winstbelasting moeten opstellen en publiceren.

De lidstaten schrijven voor dat onder hun nationale recht vallende uiteindelijke moederondernemingen met een geconsolideerde netto-omzet van 750 000 000 EUR of meer en onder hun nationale recht vallende ondernemingen die geen verbonden ondernemingen zijn en een netto-omzet van 750 000 000 EUR of meer realiseren, jaarlijks een verslag met informatie over de winstbelasting moeten opstellen en gratis beschikbaar moeten stellen voor het publiek.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter– lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van de onderneming.

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt gepubliceerd in een gemeenschappelijk model dat gratis beschikbaar is in een opendata-formaat en wordt in ten minste één van de officiële talen van de Unie op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van de onderneming. Op dezelfde datum laat de onderneming het verslag ook opnemen in een openbaar register dat wordt beheerd door de Commissie.

 

De lidstaten passen de in dit lid bedoelde regels niet toe indien deze ondernemingen enkel gevestigd zijn op het grondgebied van één enkele lidstaat en in geen enkel ander fiscaal rechtsgebied.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten schrijven voor dat de in artikel 3, leden 3 en 4, bedoelde middelgrote en grote dochterondernemingen die onder hun nationale recht vallen en waarover een uiteindelijke moederonderneming die een geconsolideerde netto-omzet van meer dan 750 000 000 EUR realiseert en niet onder het recht van een lidstaat valt, zeggenschap uitoefent, jaarlijks het verslag met informatie over de winstbelasting van die uiteindelijke moederonderneming moeten publiceren.

De lidstaten schrijven voor dat dochterondernemingen die onder hun nationale recht vallen en waarover een uiteindelijke moederonderneming die op de balans van een boekjaar een geconsolideerde netto-omzet van 750 000 000 EUR of meer heeft en niet onder het recht van een lidstaat valt, zeggenschap uitoefent, jaarlijks het verslag met informatie over de winstbelasting van die uiteindelijke moederonderneming moeten publiceren.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van de dochteronderneming of op de website van een verbonden onderneming.

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt gepubliceerd in een gemeenschappelijk model dat gratis beschikbaar is in een opendata-formaat en wordt in ten minste één van de officiële talen van de Unie op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van de dochteronderneming of op de website van een verbonden onderneming. Op dezelfde datum laat de onderneming het verslag ook opnemen in een openbaar register dat wordt beheerd door de Commissie.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 4 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten schrijven voor dat bijkantoren die op hun grondgebied zijn opgericht door een onderneming die niet onder het recht van een lidstaat valt, jaarlijks het verslag met informatie over de winstbelasting van de in lid 5, onder a), van dit artikel bedoelde uiteindelijke moederonderneming moeten publiceren.

De lidstaten schrijven voor dat bijkantoren die op hun grondgebied zijn opgericht door een onderneming die niet onder het recht van een lidstaat valt, jaarlijks het verslag met informatie over de winstbelasting van de in lid 5, onder a), van dit artikel bedoelde uiteindelijke moederonderneming moeten publiceren en gratis beschikbaar moeten stellen voor het publiek.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 4 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van het bijkantoor of op de website van een verbonden onderneming.

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt gepubliceerd in een gemeenschappelijk model dat beschikbaar is in een opendata-formaat en in ten minste één van de officiële talen van de Unie op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van het bijkantoor of op de website van een verbonden onderneming. Op dezelfde datum laat de onderneming het verslag ook opnemen in een openbaar register dat wordt beheerd door de Commissie.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 5 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de onderneming die het bijkantoor heeft opgericht is ofwel een verbonden onderneming van een groep waarover een uiteindelijke moederonderneming die niet onder het recht van een lidstaat valt en een geconsolideerde netto-omzet van meer dan 750 000 000 EUR realiseert, zeggenschap uitoefent, ofwel een onderneming die geen verbonden onderneming is en een netto-omzet van meer dan 750 000 000 EUR realiseert;

(a)  de onderneming die het bijkantoor heeft opgericht is ofwel een verbonden onderneming van een groep waarover een uiteindelijke moederonderneming die niet onder het recht van een lidstaat valt en op haar balans een geconsolideerde netto-omzet van 750 000 000 EUR of meer heeft, zeggenschap uitoefent, ofwel een onderneming die geen verbonden onderneming is en een netto-omzet van 750 000 000 EUR of meer realiseert;

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 5 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de onder a) bedoelde uiteindelijke moederonderneming heeft geen middelgrote of grote dochteronderneming als bedoeld in lid 3.

(b)  de onder a) bedoelde uiteindelijke moederonderneming heeft geen middelgrote of grote dochteronderneming als bedoeld in lid 3 die reeds onder de rapportageverplichtingen valt.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.   Voor de lidstaten die de euro niet hebben ingevoerd, wordt de tegenwaarde van de in de leden 1, 3 en 5 vastgestelde bedragen in de nationale munteenheid verkregen door toepassing van de wisselkoers die wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en die van kracht is met ingang van de datum waarop dit hoofdstuk in werking treedt.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde informatie omvat het volgende:

2.  De in lid 1 bedoelde informatie wordt gepresenteerd in een gemeenschappelijk model en omvat de volgende gegevens, uitgesplitst per fiscaal rechtsgebied:

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  een korte beschrijving van de aard van de activiteiten;

(a) de naam van de uiteindelijke onderneming en, in voorkomend geval, de lijst van alle dochterondernemingen, een korte beschrijving van de aard van hun activiteiten en hun respectieve geografische ligging;

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  het aantal werknemers;

(b) het aantal werknemers, uitgedrukt in voltijdequivalenten;

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  vaste activa, andere dan geldmiddelen of kasequivalenten;

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  het bedrag van de netto-omzet, met inbegrip van de met verbonden partijen gerealiseerde omzet;

(c)  het bedrag van de netto-omzet, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen de met verbonden partijen gerealiseerde omzet en de met niet-verbonden partijen gerealiseerde omzet;

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2 – letter g bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis)  maatschappelijk kapitaal;

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2 – letter g ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g ter)  of ondernemingen, dochterondernemingen of bijkantoren al dan niet een preferentiële fiscale behandeling genieten in het kader van een octrooibox of equivalente regelingen.

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het verslag wordt de in lid 2 bedoelde informatie voor elke lidstaat afzonderlijk weergegeven. Wanneer een lidstaat meerdere fiscale rechtsgebieden omvat, wordt de informatie op het niveau van de lidstaat samengevoegd.

In het verslag wordt de in lid 2 bedoelde informatie voor elke lidstaat afzonderlijk weergegeven. Wanneer een lidstaat meerdere fiscale rechtsgebieden omvat, wordt de informatie voor elk fiscaal rechtsgebied afzonderlijk weergegeven.

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag bevat ook de in lid 2 van dit artikel bedoelde informatie afzonderlijk voor elk fiscaal rechtsgebied dat aan het einde van het vorige boekjaar was opgenomen in de overeenkomstig artikel 48 octies opgestelde gemeenschappelijke Unielijst met bepaalde fiscale rechtsgebieden, tenzij in het verslag, onder de in artikel 48 sexies bedoelde verantwoordelijkheid, uitdrukkelijk wordt bevestigd dat de verbonden ondernemingen van een groep die onder het recht van dat fiscaal rechtsgebied vallen, niet rechtstreeks transacties uitvoeren met een verbonden onderneming van dezelfde groep die onder het recht van een lidstaat valt.

Het verslag bevat ook de in lid 2 van dit artikel bedoelde informatie afzonderlijk voor elk fiscaal rechtsgebied buiten de Unie.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het verslag wordt de in lid 2 bedoelde informatie voor andere fiscale rechtsgebieden op geaggregeerde basis weergegeven.

Schrappen

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Om commercieel gevoelige informatie te beschermen en eerlijke concurrentie te waarborgen, kunnen de lidstaten toestaan dat een of meerdere specifieke gegevens als vermeld in artikel 48 quater tijdelijk worden weggelaten uit het verslag wat activiteiten in een of meerdere specifieke fiscale rechtsgebieden betreft, indien deze van dien aard zijn dat de openbaarmaking ervan ernstige schade zou toebrengen aan de commerciële positie van de ondernemingen als bedoeld in artikel 48 ter, lid 1, en artikel 48 ter, lid 3, waarmee deze gegevens verband houden. Het weglaten van gegevens mag een eerlijk en evenwichtig inzicht in de fiscale positie van de onderneming niet in de weg staan. In het verslag wordt aangegeven dat er gegevens zijn weggelaten, vergezeld van een motivering en met verwijzing naar het desbetreffend fiscaal rechtsgebied.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 3 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten zorgen ervoor dat het weglaten van gegevens enkel mogelijk is met voorafgaande toestemming van de nationale bevoegde instantie. De onderneming verzoekt elk jaar opnieuw om toestemming van de bevoegde instantie, die haar besluit baseert op een nieuwe beoordeling van de situatie. Indien de weggelaten informatie niet langer voldoet aan de voorwaarde als vastgesteld in alinea 3 bis, wordt ze onmiddellijk openbaar gemaakt.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 3 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de verlening van een dergelijke tijdelijke afwijking en bezorgen haar de weggelaten gegevens op vertrouwelijke wijze, vergezeld van een uitvoerige motivering van de toegekende afwijking. Elk jaar publiceert de Commissie de kennisgevingen van de lidstaten op haar website, samen met de motiveringen die zijn verstrekt overeenkomstig alinea 3 bis.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 3 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie gaat na of de voorwaarde als vastgesteld in alinea 3 bis naar behoren is vervuld en ziet toe op het gebruik van een dergelijke door nationale instanties verleende tijdelijke afwijking.

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 3 sexies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien de Commissie na beoordeling van de ontvangen informatie als bedoeld in alinea 3 quater tot de vaststelling komt dat de voorwaarde als vastgesteld in alinea 3 bis niet is vervuld, maakt de onderneming in kwestie de gegevens onmiddellijk openbaar.

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 3 septies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie stelt middels een gedelegeerde handeling richtsnoeren vast die de lidstaten kunnen hanteren bij het omschrijven van gevallen waarin de openbaarmaking van gegevens wordt geacht erg schadelijk te zijn voor de commerciële positie van de ondernemingen waarop de informatie betrekking heeft.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt in ten minste één van de officiële talen van de Unie op de website gepubliceerd en toegankelijk gemaakt.

5.  Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt gepubliceerd in een gemeenschappelijk model dat gratis beschikbaar is in een opendata-formaat en wordt in ten minste één van de officiële talen van de Unie op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van de dochteronderneming of op de website van een verbonden onderneming. Op dezelfde datum laat de onderneming het verslag opnemen in een openbaar register dat wordt beheerd door de Europese Commissie.

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 sexies – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat de leden van de administratieve, leidinggevende en toezichthoudende organen van de in artikel 48 ter, lid 1, bedoelde uiteindelijke moederonderneming, handelend binnen het kader van de hun krachtens het nationaal recht toegewezen bevoegdheden, collectief verantwoordelijk zijn om ervoor te zorgen dat het verslag met informatie over de winstbelasting wordt opgesteld, gepubliceerd en toegankelijk gemaakt overeenkomstig de artikelen 48 ter, 48 quater en 48 quinquies.

1.  Om de verantwoordingsplicht ten opzichte van derden te versterken en behoorlijk bestuur te garanderen, zorgen de lidstaten ervoor dat de leden van de administratieve, leidinggevende en toezichthoudende organen van de in artikel 48 ter, lid 1, bedoelde uiteindelijke moederonderneming, handelend binnen het kader van de hun krachtens het nationaal recht toegewezen bevoegdheden, collectief verantwoordelijk zijn om ervoor te zorgen dat het verslag met informatie over de winstbelasting wordt opgesteld, gepubliceerd en toegankelijk gemaakt overeenkomstig de artikelen 48 ter, 48 quater en 48 quinquies.

Motivering

De verandering is noodzakelijk en relevant met het oog op consistentie met overweging 10 van dit wetgevingsvoorstel.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 octies

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 48 octies

Schrappen

Gemeenschappelijke Unielijst met bepaalde fiscale rechtsgebieden

 

De Commissie is overeenkomstig artikel 49 bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het opstellen van een gemeenschappelijke Unielijst met bepaalde fiscale rechtsgebieden. Die lijst is gebaseerd op de beoordeling van de fiscale rechtsgebieden die niet voldoen aan de volgende criteria:

 

(1)   transparantie en uitwisseling van inlichtingen, met inbegrip van uitwisseling van inlichtingen op verzoek en automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen;

 

(2)   eerlijke belastingconcurrentie;

 

(3)   door de G20 en/of de OESO opgestelde normen;

 

(4)   andere relevante normen, met inbegrip van door de Financial Action Task Force opgestelde internationale normen.

 

De Commissie evalueert de lijst regelmatig en wijzigt ze, indien nodig, om rekening te houden met nieuwe omstandigheden.

 

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 decies – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie brengt verslag uit over de naleving en de effecten van de in de artikelen 48 bis tot en met 48 septies vastgestelde rapportageverplichtingen. In dat verslag wordt nagegaan of het verslag met informatie over de winstbelasting passende en evenredige resultaten oplevert, rekening houdend met de noodzaak om te zorgen voor voldoende transparantie en de behoefte van ondernemingen aan een concurrerende omgeving.

De Commissie brengt verslag uit over de naleving en de effecten van de in de artikelen 48 bis tot en met 48 septies vastgestelde rapportageverplichtingen. In dat verslag wordt nagegaan of het verslag met informatie over de winstbelasting passende en evenredige resultaten oplevert en wordt beoordeeld wat de kosten en baten zijn van een verlaging van de drempelwaarde voor de geconsolideerde netto-omzet waarboven ondernemingen en bijkantoren verplicht zijn informatie over de winstbelasting te rapporteren. Daarnaast wordt in het verslag geëvalueerd of het eventueel nodig is verdere aanvullende maatregelen te nemen, rekening houdend met de noodzaak om te zorgen voor voldoende transparantie en de behoefte om voor ondernemingen en particuliere investeringen een concurrerende omgeving in stand te houden en te waarborgen.

Amendement     55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 decies bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 48 decies bis

 

Uiterlijk vier jaar na de aanneming van deze richtlijn en rekening houdend met de situatie op het niveau van de OESO, zorgt de Commissie voor een evaluatie, beoordeling en rapportage in verband met de bepalingen van dit hoofdstuk, met name wat betreft:

 

-   ondernemingen en bijkantoren die verplicht zijn een verslag met informatie over de winstbelasting op te stellen, met name om na te gaan of het wenselijk is het toepassingsgebied van dit hoofdstuk uit te breiden naar grote ondernemingen als omschreven in artikel 3, lid 4, en grote groepen als gedefinieerd in artikel 3, lid 7, van deze richtlijn;

 

-   de inhoud van het verslag met informatie over de winstbelasting overeenkomstig artikel 48 quater;

 

-   de tijdelijke afwijking als bedoeld in artikel 48 quater, lid 3, alinea's 3 bis tot en met 3 septies.

 

De Commissie brengt hierover verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel."

Amendement     56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 ter (nieuw)

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 decies ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter)  het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 48 decies ter

 

Gemeenschappelijk model voor het verslag

 

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen het gemeenschappelijk model vast als bedoeld in artikel 48 ter, leden 1, 3, 4 en 6, en in artikel 48 quater, lid 5. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 50, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure."

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter b

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 49 – lid 3 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3 bis.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn vastgesteld in het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van [date]."

3 bis.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn vastgesteld in het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016*, met bijzondere inachtneming van de bepalingen van de Verdragen en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

 

________________

 

* Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1)."

Motivering

Het is noodzakelijk rekening te houden met de bepalingen van de Verdragen en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 51 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(3 bis)  in artikel 51 wordt lid 1 vervangen door:

De lidstaten voorzien in sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de overeenkomstig deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden gehandhaafd. De sancties waarin wordt voorzien, zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend."

"De lidstaten stellen regels vast voor sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de overeenkomstig deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden toegepast. De sancties waarin wordt voorzien, zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

 

De lidstaten voorzien ten minste in administratieve maatregelen en sancties voor inbreuken van ondernemingen op overeenkomstig deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen.

 

De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op ... [termijn voor de omzetting] in kennis van deze bepalingen en stellen de Commissie tevens onverwijld in kennis van eventuele latere wijzigingen die gevolgen hebben voor de bepalingen.

 

Uiterlijk op ... [drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie een lijst op van de maatregelen en sancties die elke lidstaat overeenkomstig deze richtlijn heeft vastgesteld."

(1)

  PB C 487 van 28.12.2016, blz. 62.


TOELICHTING

Openbare rapportage-per-land (CBCR) over fiscaal-relevante bedrijfsgegevens is een cruciaal element in de bestrijding van internationale belastingontduiking en belastingontwijking en tegen de neerwaartse spiraal van concurrerende belastingstelsels. Toch reiken de positieve effecten van deze richtlijn veel verder. Met de toenemende mobiliteit en economische activiteiten op mondiale en Europese schaal is transparantie in termen van openbaarmaking onontbeerlijk voor een sterk ondernemingsbestuur ('corporate governance') en een instrument om het maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) te bevorderen.

Momenteel kunnen burgers geen gebruik maken van gepubliceerde jaarrekeningen om vast te stellen of een multinationale onderneming in hun fiscale rechtsgebied actief is. Aangezien multinationale ondernemingen steeds complexer worden en vaak, helaas, minder transparant, wordt het probleem steeds groter. De meeste landen hanteren internationale standaarden voor jaarrekeningen. Om die reden zal openbare rapportage-per-land een kosteneffectieve manier zijn om de wereldwijde transparantie van ondernemingen op een nieuwe leest te schoeien ten behoeve van onze samenlevingen, inclusief burgers, aandeelhouders, belastingautoriteiten, investeerders, economen, en verschaft het hun een middel om regeringen en multinationale ondernemingen ter verantwoording te roepen.

Uw rapporteurs zijn van mening dat deze richtlijn, afgezien van de belasting-gerelateerde en verantwoordingsplichtsdoelstellingen, een instrument is om het recht van werknemers op informatie en raadpleging te vergroten. Openbare rapportage versterkt de dialoog en vergroot het wederzijds vertrouwen binnen ondernemingen omdat het zorgt voor objectieve en betrouwbare gegevens over de situatie van een onderneming, waardoor alle aandeelhouders, inclusief de werknemers, zich bewuster worden van de aanpassingen die nodig zijn. Het vergroot ook de betrokkenheid van werknemers bij de bedrijfsvoering en bij de toekomst van de onderneming en versterkt het concurrentievermogen.

Het Europees Parlement dringt al sinds lange tijd aan op openbare rapportage. Reeds in 2011 nam het zijn standpunt ten aanzien van rapportage-per-land in en stelde in die context dat de kwaliteit van financiële rapportage van cruciaal belang is om belastingontduiking op effectieve wijze tegen te gaan en dat rapportage-per-land voor investeerders in alle sectoren gunstig zou zijn, zodat het ook op mondiale schaal zou bijdragen tot goed ondernemingsbestuur ('good governance'). In 2014 werd rapportage-per-land onderdeel van het debat in het kader van de Richtlijn inzake niet-financiële verslaglegging. Toen de rapporteur voor de hervorming van de rechten van aandeelhouders, Sergio Cofferati, erop aandrong om openbare rapportage-per-land op te nemen in de jaarrekeningrichtlijn, besloot de Commissie een specifiek voorstel over dit onderwerp in de vorm van een wijzigingsbesluit bij de jaarrekeningrichtlijn in te dienen. Deze wijziging van de jaarrekeningrichtlijn kan een cruciale rol spelen in de rapportage over ondernemingen.

Uw rapporteurs stellen voor de transparantie te vergroten met betrekking tot de informatie die ondernemingen moeten verstrekken, en stellen de volgende belangrijke verbeteringen van de tekst van de Commissie voor:

•  Met het oog op betere wetgeving moet de invoering van nieuwe categorieën van ondernemingen en groepen worden vermeden. Deze wijziging bij de jaarrekeningrichtlijn moet worden afgestemd op de opbouw van de jaarrekeningrichtlijn. De drempels voor micro-, kleine, middelgrote en grote ondernemingen zijn al lang geleden vastgesteld. Het concept gaat terug tot de vierde vennootschapsrechtrichtlijn van 1978. De noodzaak om een nieuwe drempel in te voeren is tot dusverre niet bevredigend beargumenteerd door de Commissie. Aangezien MKB-ondernemingen niet over de middelen beschikken om te investeren in brievenbusmaatschappijen om winsten kunstmatig te verschuiven ('profit shifting'), ondervinden zij een concurrentienadeel ten opzichte van multinationals. Voor een gezonde interne markt is het van essentieel belang een billijk, efficiënt en groeivriendelijk vennootschapsbelastingstelsel in te voeren dat gebaseerd is op het beginsel dat ondernemingen belastingen betalen in het land waar de winsten worden gegenereerd. Om die reden moeten er nieuwe openbaarmakingsvereisten worden vastgesteld voor grote groepen, als gedefinieerd in artikel 3, lid 7, en voor alle grote ondernemingen als gedefinieerd in artikel 3, lid 4.

•  Uw rapporteurs zijn van mening dat het ongepast zou zijn het toepassingsgebied van deze richtlijn te beperken tot informatie die verband houdt met EU-lidstaten en belastingparadijzen en derhalve stellen zij voor, zelfs hoewel zij niet tegen het idee zijn van een zwarte lijst van belastingparadijzen aan de hand van duidelijke criteria, dat multinationale ondernemingen informatie moeten verstrekken over hun activiteiten in iedere fiscaal rechtsgebied waar zij opereren, ook buiten de Europese Unie. Openbaarmaking van dergelijke informatie is niet een sanctie voor niet-coöperatieve rechtsgebieden maar veeleer een basisvoorwaarde voor een goed functionerende interne markt.

•  Om de publieke controle en de mondiale transparantie van ondernemingen te vergroten zijn uw rapporteurs van mening dat multinationale ondernemingen relevante informatie voor alle landen waar zij actief zijn openbaar moeten maken, zodat er belasting wordt betaald waar de winsten feitelijk worden gegenereerd. Uw rapporteurs dringen aan op openbaarmaking van niet-geaggregeerde data in overeenstemming met de samenhang in het ontwikkelingsbeleid omdat het ernaar streeft de naleving van belastingwetgeving te bevorderen en ontwikkelingslanden op effectieve wijze te helpen toegang te krijgen tot hun belastinginkomsten.

•  Uw rapporteurs achten het van essentieel belang dat het model van publicatie zodanig is dat de gegevens kunnen worden vergeleken en stellen derhalve voor dat het model van de rapportagedocumenten voor alle ondernemingen die onder deze richtlijn vallen, wordt gestandaardiseerd.

Tenslotte willen uw rapporteurs het belang benadrukken van een gecoördineerde en geharmoniseerde benadering bij de tenuitvoerlegging van systemen voor de rapportage over ondernemingen voor een goed functionerende interne markt. In dit verband willen uw rapporteurs opnieuw benadrukken dat meer transparantie met betrekking tot de activiteiten van multinationale ondernemingen cruciaal is om een eind te maken aan winstverschuiving, die op verschillende manieren plaatsvindt, o.a. via brievenbusmaatschappijen, octrooiboxen en verrekenprijzen, en ook aan ongezonde concurrerende belastingpraktijken tussen rechtstelsels, die maar al te vaak worden gebruikt ten koste van de burgers, met name belastingbetalers, werknemers en MKB-ondernemingen.


MINDERHEIDSSTANDPUNT

van Bernard Monot en Gilles Lebreton, kenbaar gemaakt overeenkomstig artikel 52 bis, lid 4, van het Reglement

Rapportage per land past in het kader van een logica waar wij ons van meet af achter hebben geschaard: de strijd tegen agressieve fiscale planning en fiscale fraude. Om die reden hebben we dan ook vóór gestemd bij de stemming over de twee verslagen van TAXE, over teksten waarmee de automatische uitwisseling van fiscale rulings wordt opgelegd, over de strijd tegen hybridemismatches en over de vier verdragen inzake automatische gegevensuitwisseling (Zwitserland, San Marino, Liechtenstein, Monaco).

Rapportage per land is een onontbeerlijk instrument. Niettemin zijn we van mening dat de openbaarmaking van informatie een buitensporig concurrentienadeel veroorzaakt voor Europese ondernemingen. Dit zou in feite betekenen dat een Chinese concurrent die geen vestiging in de Unie heeft bijvoorbeeld zonder tegenprestatie toegang krijgt tot gevoelige financiële en commerciële gegevens.

De in de tekst voorgestelde afwijkingen zijn slechts beperkt en volstaan niet naar onze mening, des te meer indien de gegevens in derde landen in uitgesplitste vorm worden weergegeven.

We zijn voorstander van een automatische uitwisseling van deze gegevens tussen belastingdiensten, zodat situaties kunnen worden opgespoord waarin een onderneming haar belastingen niet betaalt op de plaats waar haar activiteiten plaatsvinden en zodat er in voorkomend geval belastinginspecties kunnen worden uitgevoerd om bedragen die verschuldigd zijn op een belastinggrondslag die onterecht is verplaatst terug te vorderen.


ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGROND

Dhr. Pavel Svoboda

Voorzitter

Commissie juridische zaken

BRUSSEL

Dhr. Roberto Gualtieri

Voorzitter

Commissie economische en monetaire zaken

BRUSSEL

Betreft:  Advies inzake de rechtsgrond van het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren (COM(2016)0198 – C8-0146/2016 – 2016/0107(COD))

Geachte voorzitter,

Op 10 januari 2017 heeft de Commissie juridische zaken besloten op eigen initiatief, overeenkomstig artikel 39, lid 3, van het Reglement, een advies op te stellen over de vraag of de door de Commissie in haar voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren voorgestelde rechtsgrond, te weten artikel 50, lid 1, VWEU, juist is, of dat in casu een andere rechtsgrond passend is, bijvoorbeeld artikel 115 VWEU.

I. Achtergrond

Op 12 april 2016 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een voorstel tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU (de jaarrekeningrichtlijn)(1). Het voorstel verplicht Europese en niet-Europese multinationale ondernemingen met een wereldwijde omzet van meer dan 750 miljoen euro jaarlijks een verslag met informatie over de winstbelasting op te stellen en te publiceren.

Volgens de toelichting bij het voorstel veronderstelt een gezonde eengemaakte markt dat ondernemingen belastingen betalen in het land waar de winsten worden gegenereerd. Het verschijnsel agressieve fiscale planning ondermijnt dit beginsel. De Commissie is van oordeel dat publiek toezicht deze praktijk kan helpen bestrijden. Voorts stelt de Commissie dat het voorstel een aanvulling vormt op de huidige financiële rapportageverplichtingen van ondernemingen, en de verplichtingen in verband met bijvoorbeeld hun financiële overzichten onverlet laat.

II. De relevante Verdragsbepalingen

De Commissie stelt artikel 50, lid 1, van het VWEU als rechtsgrond voor. Artikel 50, lid 1, en artikel 50, lid 2, onder g), luiden als volgt:

Artikel 50

(oud artikel 44 VEG)

1. Teneinde de vrijheid van vestiging voor een bepaalde werkzaamheid te verwezenlijken, besluiten het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité bij wege van richtlijnen.

2. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie oefenen de taken uit welke hun door bovenstaande bepalingen worden toevertrouwd, met name:

(...)

g) door, voor zover nodig, de waarborgen te coördineren welke in de lidstaten worden verlangd van de rechtspersonen in de zin van de tweede alinea van artikel 54, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in die rechtspersonen als van derden, teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken;(...)

Artikel 115 VWEU luidt als volgt:

Artikel 115

(oud artikel 94 VEG)

Onverminderd artikel 114 stelt de Raad na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité met eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, richtlijnen vast voor de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten welke rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de interne markt.

III. Jurisprudentie inzake de rechtsgrond

De keuze van de rechtsgrond is belangrijk omdat de Unie gebonden is door het beginsel van bevoegdheidstoedeling, dat inhoudt dat de instellingen slechts kunnen handelen binnen de grenzen van de bevoegdheden die hun in het Verdrag zijn toegedeeld(2). De keuze van de rechtsgrond is derhalve geen vrije keuze.

Ten aanzien van de keuze van de rechtsgrond valt uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie een aantal beginselen af te leiden. Ten eerste is de keuze van de juiste rechtsgrond, gezien de gevolgen van deze keuze voor de materiële bevoegdheid en de procedure, van constitutioneel belang(3). Ten tweede moet de keuze van de rechtsgrond voor een Europese maatregel berusten op objectieve gegevens die voor rechterlijke toetsing vatbaar zijn. Daartoe behoren met name het doel en de inhoud van de handeling(4). Zonder betekenis in dit verband zijn de wens van een instelling om intensiever deel te nemen aan de vaststelling van een bepaalde handeling, het werk dat op het werkterrein waaronder de handeling valt, op een andere grond is verricht, of de context waarbinnen de handeling is vastgesteld(5).

De keuze van een onjuiste rechtsgrond kan dan ook aanleiding vormen tot de nietigverklaring van de desbetreffende handeling(6).

IV. Doel en inhoud van het voorstel voor een richtlijn

Uit de overwegingen van het voorstel blijkt duidelijk dat met de voorgestelde richtlijn wordt beoogd de transparantie en het publieke toezicht op de vennootschapsbelasting te vergroten en verantwoord ondernemen te bevorderen door bepaalde ondernemingen openbaarmakingsverplichtingen op te leggen met betrekking tot hun winstbelasting.

In overweging 12 van het voorstel wordt gesteld dat met de richtlijn wordt beoogd de transparantie en het publieke toezicht op de vennootschapsbelasting te vergroten door het bestaande rechtskader betreffende de verplichtingen voor vennootschappen en ondernemingen met betrekking tot de publicatie van verslagen aan te passen om de belangen te beschermen van zowel deelnemers als van derden, als bedoeld in artikel 50, lid 2, onder g), VWEU.

Volgens overweging 5 is een beter publiek toezicht op de vennootschapsbelasting ten laste van multinationale ondernemingen die activiteiten in de Unie verrichten, een essentieel element om maatschappelijk verantwoord ondernemen verder te bevorderen, tot de welvaart bij te dragen door belastingen te betalen, een eerlijkere belastingconcurrentie binnen de Unie te stimuleren door middel van een beter onderbouwd openbaar debat en het publieke vertrouwen in de billijkheid van de nationale belastingstelsels te herstellen. Dit publiek toezicht kan worden bereikt door middel van een verslag met informatie over de winstbelasting.

In overweging 9 wordt uiteengezet hoe de informatie in dit verslag per lidstaat moet worden uitgesplitst om te zorgen voor een mate van detail die de burgers in staat zal stellen om te beoordelen hoe multinationale ondernemingen in elke lidstaat tot de welvaart bijdragen.

In overweging 10 worden de bepalingen inzake de verantwoordelijkheid van de leden van de administratieve, leidinggevende en toezichthoudende organen toegelicht, die in de voorgestelde richtlijn zijn opgenomen om de verantwoordelijkheid ten opzichte van derden te versterken en passend bestuur te garanderen.

Overweging 11 heeft betrekking op de verplichting van de auditors of auditkantoren om na te gaan of het verslag met informatie over de winstbelasting overeenkomstig de vereisten van de voorgestelde richtlijn is ingediend en gepresenteerd, om te waarborgen dat gevallen van niet-naleving openbaar worden gemaakt.

De inhoud van de voorgestelde richtlijn heeft primair betrekking op een verplichting voor grote ondernemingen en bijkantoren om een verslag op te stellen over de winstbelasting met algemene informatie die is uitgesplitst per lidstaat, dat in een ondernemingsregister en op de website van de onderneming toegankelijk moet worden gemaakt. Uit de inhoud van het voorstel blijkt de doelstelling van de richtlijn: het vergroten van de transparantie en het publieke toezicht en het bevorderen van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Om bovengenoemde doelstelling te verwezenlijken stelt de Commissie voor om in de jaarrekeningrichtlijn een nieuw hoofdstuk in te voegen (hoofdstuk 10 bis). Op grond van artikel 48 ter van dit hoofdstuk zijn de lidstaten gehouden te bepalen dat alle EU-ondernemingen en bijkantoren van niet-EU-ondernemingen die activiteiten ontplooien in de EU en die een geconsolideerde netto-omzet hebben van meer dan 750 000 000 EUR jaarlijks een verslag met informatie over de winstbelasting moeten opstellen en publiceren.

De informatie die in dit verslag moet worden opgenomen omvat de aard van de activiteiten, het aantal werknemers, het bedrag van de netto-omzet (met inbegrip van de met verbonden partijen gerealiseerde omzet), het bedrag van de winst of het verlies vóór winstbelasting, het bedrag van de toerekenbare winstbelasting (lopend boekjaar), het bedrag van de tijdens het betreffende boekjaar betaalde winstbelasting en het bedrag van de gecumuleerde winst (artikel 48 quater, lid 2).

Deze informatie moet voor elke lidstaat waarin de onderneming activiteiten ontplooit en voor elk fiscaal rechtsgebied dat is opgenomen op de "Unielijst met bepaalde fiscale rechtsgebieden" afzonderlijk worden weergegeven. Voor de activiteiten in de rest van de wereld moet de informatie in geaggregeerde vorm worden weergegeven (artikel 48 quater, lid 3, en artikel 48 octies).

Het verslag moet worden gepubliceerd in een ondernemingsregister en moet ten minste vijf opeenvolgende jaren beschikbaar blijven op de website van de onderneming (artikel 48 quinquies).

V. Vaststelling van de juiste rechtsgrond

Artikel 50, lid 1, biedt de Uniewetgever een rechtsgrond voor de vaststelling, volgens de gewone wetgevingsprocedure, van richtlijnen ter verwezenlijking van de vrijheid van vestiging voor een bepaalde werkzaamheid. Artikel 50, lid 2, bevat een niet-limitatieve lijst van situaties waarin deze rechtsgrond van toepassing is. In casu is artikel 50, lid 2, onder g), van belang, omdat daarin is bepaald dat de Uniewetgever de taken dient uit te oefenen welke hem op het gebied van het recht van vestiging zijn toevertrouwd "door, voor zover nodig, de waarborgen te coördineren welke in de lidstaten worden verlangd van de rechtspersonen in de zin van de tweede alinea van artikel 54, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in die rechtspersonen als van derden, teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken".

Op basis van deze rechtsgrond is een aanzienlijk aantal vennootschapsrichtlijnen vastgesteld, met als doel de belangen van deelnemers en derden te beschermen(7), onder andere door middel van openbaarmakingsvereisten, meer bepaald publieke openbaarmaking(8).

In overeenstemming hiermee en zoals reeds uitvoerig beschreven in deel IV van dit advies strekt de inhoud van dit voorstel tot verbetering van het publieke toezicht op de vennootschapsbelasting ten laste van multinationale ondernemingen die activiteiten in de Unie verrichten, doordat ondernemingen met een netto-omzet boven een bepaald bedrag verplicht worden jaarlijks een verslag met informatie over de winstbelasting op te stellen en te publiceren.

Meer specifiek wordt in overweging 12 van het voorstel gesteld dat "met deze richtlijn wordt beoogd de transparantie en het publieke toezicht op de vennootschapsbelasting te vergroten door het bestaande rechtskader betreffende de verplichtingen voor vennootschappen en ondernemingen met betrekking tot de publicatie van verslagen aan te passen om de belangen zowel van deelnemers als van derden te beschermen in de zin van artikel 50, lid 2, onder g), VWEU".

De Commissie gaat er in het voorstel voor een richtlijn dus vanuit dat er een verband bestaat tussen transparantie en publiek toezicht, de doelstellingen die zij nastreeft, en de belangen van "deelnemers en derden", als de partijen die van de waarborgen profiteren die overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder g), VWEU worden vastgesteld. Verondersteld wordt ten eerste dat "deelnemers en derden" het brede publiek omvat, en dus verder gaat dan personen die met de onderneming in een contractuele of precontractuele relatie staan, of die rechtstreekse gevolgen ondervinden van de activiteiten van de onderneming, en ten tweede dat het voorstel inderdaad de belangen dient van die "deelnemers en derden". Hiermee sluit de voorgestelde richtlijn volledig aan bij de openbaarmakingsvereisten die reeds in Richtlijn 2013/34 zijn neergelegd.

In het licht van bovenstaande moet beoordeeld worden of i) de zinsnede "deelnemers en derden" in artikel 50, lid 2, onder g), VWEU ook het brede publiek omvat en of ii) het voorstel werkelijk de belangen van deelnemers en derden in deze zin beschermt.

Wat betreft de eerste vraag kan worden vastgesteld dat het Hof van Justitie heeft bepaald dat het begrip "derden" in de zin van artikel 50, lid 2, onder g), zich niet beperkt tot personen die in een rechtstreekse contractuele of precontractuele relatie staan met de vennootschap, maar zich uitstrekt tot, onder meer, concurrenten van de betrokken ondernemingen of vennootschappen en tevens tot het publiek in ruimere zin.

Overeenkomstig het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Verband deutscher Daihatsu-Händler, waarnaar in overweging 12 van de voorgestelde richtlijn wordt verwezen, moet de term "derden" ruim worden opgevat:

De tekst zelf van artikel 50, lid 2, onder g), VWEU "spreekt van de bescherming van de belangen van derden in het algemeen, zonder daarbij onderscheid te maken of bepaalde categorieën uit te zonderen"(9).

Het Hof voegde daaraan toe dat deze letterlijke uitlegging bekrachtigd wordt door de doelstelling van opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging, die in de Verdragen "in zeer ruime bewoordingen" aan de Raad en de Commissie tot taak wordt gesteld(10).

In dit arrest stelde het Hof dat artikel 50, lid 2, onder g), VWEU een passende rechtsgrond is voor het verplicht stellen van openbaarmaking van informatie ten behoeve van alle derden die de boekhoudkundige en financiële situatie van de vennootschap niet voldoende kennen of kunnen kennen(11).

In de uitspraak in de zaak Axel Springer stelde het Hof dat "het begrip derde in de zin van dit artikel naar elke derde verwijst"(12).

In zijn arrest in de zaak Texdata Software GmbH stelde het Hof voorts dat niet vereist is dat de bescherming van "derden" op enige wijze subsidiair of ondergeschikt moet zijn ten opzichte van de bescherming van "deelnemers". Om die reden vallen ook bepalingen inzake openbaarmaking "die voornamelijk ten doel [hebben] derden die de boekhoudkundige en financiële situatie van de vennootschap niet voldoende kennen of kunnen kennen, in staat te stellen daarvan kennis te nemen" onder de werkingssfeer van artikel 50, lid 2, onder g), VWEU(13).

Met betrekking tot de vraag of het voorstel feitelijk de belangen van het publiek beschermt zij er in de eerste plaats aan herinnerd dat naleving van de belastingwetgeving en het voorkomen van winstverschuiving in het belang zijn van het publiek, omdat het welzijn en de veiligheid van mensen worden gerealiseerd via overheidsmaatregelen die grotendeels gefinancierd worden uit belastinginkomsten.

In de tweede plaats is het zo dat publieke beschikbaarheid van informatie over de winstbelasting van ondernemingen in alle lidstaten toezicht van het publiek op de naleving van belastingwetgeving mogelijk zal maken, en een maatschappelijk en politiek debat zal aanwakkeren over het juiste belastingniveau (belastinggrondslag en -percentage), onder meer als belastingpercentages worden vergeleken met die in andere fiscale jurisdicties in de Unie. Dit zou mogelijkerwijs met name grote ondernemingen, waarvan de reputatie belangrijk is voor de merknaam, kunnen ontmoedigen om in strijd met de belastingwetgeving te handelen of belastingen te ontwijken.

De hiermee aan het publiek geboden bescherming valt ook onder de omschrijving van het begrip "belangen" in de zin van artikel 50, lid 2, onder g), dat door het Hof, dezelfde logica volgend als bij de uitlegging van het begrip "derden", ruim wordt uitgelegd. Meer bepaald hoeft niet een recht of een specifiek belang van een derde dat rechtstreeks in verband staat met de bedrijfsvoering of activiteiten van de onderneming te worden aangetoond(14).

De stelling dat de belangen van het publiek in de zin van artikel 50, lid 2, onder g), VWEU ook beschermd worden als het publiek de beschikking heeft over informatie over de winstbelasting van grote ondernemingen in de lidstaten lijkt juist.

Om die reden moet geconcludeerd worden dat, door het coördineren van het bestaande rechtskader betreffende de verplichtingen voor vennootschappen en ondernemingen met betrekking tot de publicatie van informatie over de winstbelasting om de belangen van deelnemers en derden te beschermen, het doel en de inhoud van het voorstel overeenstemmen met artikel 50, lid 1, VWEU. Deze conclusie wordt niet ondergraven door het feit dat de belastingautoriteiten op indirecte wijze voordeel zullen hebben van deze transparantieverplichting. In ieder geval bevatten de artikelen 50 e.v. VWEU in tegenstelling tot artikel 114, lid 2, VWEU geen fiscale uitzonderingsclausule.

Bovendien bevatten de Verdragen met betrekking tot artikel 50, lid 2, onder g), VWEU niet een specifiekere rechtsgrond dan artikel 50, lid 1, VWEU. Het hele systeem van harmonisatie van de interne markt op basis van de artikelen 114 en 115 VWEU is uitdrukkelijk subsidiair gemaakt ten opzichte van andere rechtsgronden en is derhalve hier niet van toepassing, ongeacht of op grond van de fiscale uitzonderingsclausule van artikel 114, lid 2, VWEU een beroep gedaan zou kunnen worden op artikel 115 VWEU (artikel 115 VWEU bevat de zinsnede "onverminderd artikel 114", terwijl artikel 114 stelt "tenzij in de Verdragen anders is bepaald")(15).

Het feit dat artikel 50, lid 1, VWEU gebruikt kan worden als rechtsgrond sluit het gebruik van de artikelen 114 en 115 VWEU als rechtsgrond uit, maar voor de volledigheid lijkt het passend hier ook het voorstel kort te analyseren in het licht van artikel 115 VWEU. Artikel 115 VWEU verleent de Raad de bevoegdheid om richtlijnen vast te stellen voor de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten welke rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de interne markt. Anders dan artikel 114 VWEU bevat dit artikel geen fiscale uitzonderingsclausule. Artikel 115 VWEU kan daarom fungeren als rechtsgrond voor wetgevingshandelingen op het gebied van directe belastingen(16), mits de nationale wetgevingsmaatregelen die geharmoniseerd moeten worden rechtstreeks van invloed zijn op de interne markt en harmonisatie daarom noodzakelijk is.

Het nu voorliggende voorstel houdt weliswaar politiek verband met Richtlijn (EU) 2016/881 van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied(17), door de Raad vastgesteld op 25 mei 2016, maar de doelstelling en de inhoud van beide instrumenten verschillen van elkaar. Richtlijn (EU) 2016/881 is gebaseerd op de artikelen 113 en 115 VWEU. Met deze richtlijn wordt beoogd de samenwerking tussen de belastingautoriteiten van de lidstaten te verbeteren. De richtlijn coördineert de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten door middel van het opleggen van bepaalde verplichtingen aan de lidstaten(18). Daarnaast zijn de EU-belastingautoriteiten gehouden informatie over twaalf andere onderwerpen te verstrekken, waarbij het in sommige gevallen gaat om vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Anders dan bij de zojuist genoemde richtlijn, beoogt de Commissie met het nu voorliggende voorstel niet de administratieve samenwerking tussen belastingautoriteiten te verbeteren, maar wil zij de transparantie en het publieke toezicht op de vennootschapsbelasting vergroten en maatschappelijk verantwoord ondernemen bevorderen, door bepaalde ondernemingen openbaarmakingsverplichtingen op te leggen met betrekking tot hun winstbelasting. Het voorstel inzake rapportages per land verplicht ondernemingen niet alleen tot openbaarmaking van het bedrag van de betaalde winstbelasting, maar ook tot openbaarmaking van informatie over zes andere onderwerpen, om te zorgen voor een mate van detail die burgers in staat zal stellen beter te beoordelen hoe multinationale ondernemingen in elke lidstaat tot de welvaart bijdragen.

VI. Conclusie

Uit voorgaande analyse blijkt dat artikel 50, lid 1, VWEU de juiste rechtsgrond vormt voor het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren.

Op haar vergadering van 12 januari 2017 heeft de Commissie juridische zaken dienovereenkomstig besloten, met 10 stemmen voor, bij 1 onthouding(19), dat artikel 50, lid 1, VWEU de juiste rechtsgrond vormt voor het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren.

Hoogachtend,

Pavel Svoboda

(1)

Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

(2)

Advies 2/00 van 6 december 2001, Cartagena Protocol, EU:C:2001:664, par. 3; Advies 1/08 van 30 november 2009, Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten, EU:C:2009:739, par. 110.

(3)

Advies 2/00 van 6 december 2001, Cartagena Protocol, EU:C:2001:664, par. 5; Advies 1/08 van 30 november 2009, Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten, EU:C:2009:739, par. 110.

(4)

Zie o.a. het arrest van 25 februari 1999, Europees Parlement/Raad, Gevoegde Zaken C-164/97 en C-165/97, EU:C:1999:99, par 16; arrest van 30 januari 2001, Spanje/Raad, Zaak C-36/98, EU:C:2001:64, par 59; arrest van 12 december 2002, Commissie/Raad, Zaak C-281/01, EU:C:2002:761, par. 33-49; arrest van 29 april 2004, Commissie/Raad, Zaak C-338/01, EU:C:2004:253, par. 55.

(5)

Zie het arrest van 4 april 2000, Commissie/Raad, Zaak C-269/97, EU:C:2000:183, par. 44.

(6)

Advies 2/00 van 6 december 2001, Cartagena Protocol, EU:C:2001:664, par. 5.

(7)

Zie met name de zesde, elfde en twaalfde vennootschapsrichtlijn, respectievelijk 82/891/EEG (PB L 378 van 31.12.1982, blz. 47), 89/666/EEG (PB L 395 van 30.12.1989, blz. 36) en 89/667/EEG (PB L 395 van 30.12.1989, blz. 40); Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87); Richtlijn 2007/36/EG betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde ondernemingen (PB L 184 van 14.7.2007, blz. 17); Richtlijn 2011/35/EU betreffende fusies van naamloze vennootschappen (PB L 110 van 29.4.2011, blz.1); Richtlijn 2012/30/EU strekkende tot het coördineren van de waarborgen inzake de kapitaalvereisten voor vennootschappen (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 74).

(8)

Richtlijn 2009/101/EG strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 48 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB L 258 van 1.10.2009, blz. 11).

(9)

Arrest van 4 december 1997, Verband deutscher Daihatsu-Händler/Daihatsu Deutschland GmbH, Zaak C-97/96, EU:C:1997:581, par. 19.

(10)

Idem, par. 21.

(11)

Idem, par. 20.

(12)

Beschikking van 23 september 2004, Axel Springer AG, Gevoegde zaken C-435/02 en C-103/03, EU:C:2004:552, par. 34.

(13)

Arrest van 26 september 2013, Texdata Software GmbH, Zaak C-418/11, EU:C:2013:588, par. 54.

(14)

Axel Springer AG, eerder aangehaald, par. 35.

(15)

Zie het arrest van 29 april 2004, Commissie/Raad, Zaak C-338/01, EU:C:2004:253, par. 59-60.

(16)

Voor maatregelen op het gebied van indirecte belastingen vormt artikel 113 VWEU de specifiekere rechtsgrond.

(17)

PB L 146 van 3.6.2016, blz. 8.

(18)

Zie in dit kader het arrest van 27 september 2007, Twoh International, Zaak C-184/05, EU:C:2007:550, par. 31.

(19)

Tijdens de eindstemming waren aanwezig: Joëlle Bergeron, Daniel Buda, Jean-Marie Cavada (rapporteur), Sergio Gaetano Cofferati, Therese Comodini Cachia, Angel Dzhambazki, Heidi Hautala, Constance Le Grip, Gilles Lebreton, Evelyn Regner, Tadeusz Zwiefka.


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (28.4.2017)

Aan de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren

(COM(2016)0198 – C8-0146/2016 – 2016/0107(COD))

Rapporteur voor advies: Elly Schlein

BEKNOPTE MOTIVERING

Het Europees Parlement dringt reeds lang aan op rapportage per land als een fundamenteel instrument voor het doeltreffend aanpakken van de internationale belastingontduiking en -ontwijking. Transparantie is een essentieel onderdeel. De openbaarmaking van belastinginformatie door multinationale ondernemingen zou een doorbraak kunnen zijn, niet alleen voor Europa. De inkomsten aan vennootschapsbelasting vormen een aanzienlijk deel van de nationale inkomsten van de ontwikkelingslanden. Dit betekent dat deze landen zwaar worden getroffen door de ontwijking van de vennootschapsbelasting. Volgens bevindingen van het Panel op hoog niveau over illegale geldstromen van de Afrikaanse Unie bijvoorbeeld verliest het Afrikaanse continent jaarlijks meer dan 50 miljard dollar door illegale kapitaaluitstroom.

Het voorstel van de Commissie, zoals het er nu ligt, volstaat echter niet om licht te brengen in het ondoorzichtige handelen van multinationale ondernemingen om belastingen te ontwijken in een aantal van de armste landen ter wereld. Doordat de verplichte rapportage per land tot de EU wordt beperkt en voor alle derde landen geaggregeerde gegevens worden gepubliceerd, is het voorstel ongeschikt om het nagestreefde doel te bereiken en is het onbruikbaar voor de ontwikkelingslanden, aangezien zij geen informatie per land kunnen krijgen. Het huidige voorstel schiet niet alleen te kort bij de doelmatige bestrijding van de belastingontwijking, maar staat ook in een schril contrast met de toezegging van de EU om voor beleidscoherentie voor ontwikkeling te zorgen.

Uw rapporteur dringt erop dat niet-geaggregeerde gegevens uit alle derde landen waar multinationale ondernemingen actief zijn, openbaar worden gemaakt, opdat de ontwikkelingslanden worden gesteund in hun strijd tegen belastingontwijking en bij het innen van toereikende overheidsontvangsten. Bovendien zouden door een lagere drempel voor ondernemingen die onder de rapportage vallen, meer gegevens bekend worden over de activiteiten van multinationale ondernemingen, en zouden tevens een aantal belangrijke openbaarmakingselementen (zoals activa en verkopen) moeten worden opgenomen om een duidelijk beeld te krijgen van de wereldwijde activiteiten van ondernemingen.

Uit het schandaal rond de Panama Papers blijkt duidelijk hoe de belastingontduiking en -ontwijking een wereldwijd probleem vormen dat alleen kan worden aangepakt middels een wereldwijd antwoord, en hoe halfhartige pogingen om hieraan paal en perk te stellen gedoemd zijn te mislukken. Alleen met een sterke wil om billijke belastingheffing in te voeren en te zorgen voor samenhang tussen de beleidsterreinen van de EU is het mogelijk om de armoede en ongelijkheid in Europa en de wereld doeltreffend te bestrijden.

AMENDEMENTEN

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement     1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Het publiek moet alle activiteiten van een groep nauwlettend kunnen volgen als die groep vestigingen heeft in de Unie. Voor groepen die alleen via dochterondernemingen of bijkantoren activiteiten in de Unie uitoefenen, moeten de dochterondernemingen en bijkantoren het verslag van de uiteindelijke moederonderneming publiceren en toegankelijk maken. Omwille van de evenredigheid en doeltreffendheid moet de verplichting om het verslag te publiceren en toegankelijk te maken beperkt blijven tot middelgrote of grote in de Unie gevestigde dochterondernemingen of in een lidstaat opgerichte bijkantoren van een vergelijkbare grootte. Het toepassingsgebied van Richtlijn 2013/34/EU moet daarom dienovereenkomstig worden uitgebreid tot bijkantoren die in een lidstaat zijn opgericht door een onderneming die buiten de Unie is gevestigd.

(6)  Het publiek moet alle activiteiten van een groep nauwlettend kunnen volgen als die groep vestigingen heeft in en buiten de Unie. Multinationale ondernemingen zijn wereldwijd actief en hun ondernemingsgedrag heeft een aanzienlijke impact op ontwikkelingslanden, die zwaar worden getroffen door de ontwijking van vennootschapsbelasting. Betekenisvolle openbare rapportage per land, uitgesplitst naar land en rechtsgebied waar activiteiten worden ontplooid, is van essentieel belang om de burgers, autoriteiten en wetgevers van die landen in staat te stellen de activiteiten van deze ondernemingen doeltreffend te controleren en belastingontwijking te bestrijden. Door informatie openbaar te maken zou de Unie haar beleidssamenhang ten aanzien van ontwikkeling vergroten en mogelijke belastingontwijkingsregelingen beperken in landen waar de mobilisering van binnenlandse middelen is aangemerkt als een belangrijk element van het ontwikkelingsbeleid van de Unie en een onontbeerlijk instrument om de doelstellingen van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling te verwezenlijken.

Amendement     2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Om te zorgen voor beleidssamenhang ten aanzien van ontwikkeling moet de Unie zich daadwerkelijk inzetten om de transparantie ten aanzien van belastingaangelegenheden te verbeteren als onderdeel van haar inspanningen om financieringsontwikkeling te bevorderen in het kader van de Addis Abeba-actieagenda van de derde internationale conferentie inzake financiering van ontwikkeling.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Om te zorgen voor een mate van detail waardoor burgers beter kunnen beoordelen hoe multinationale ondernemingen in elke lidstaat tot de welvaart bijdragen, moet de informatie per lidstaat worden uitgesplitst. Bovendien moet de informatie over de activiteiten van multinationale ondernemingen ook sterk in detail worden weergegeven voor bepaalde fiscale rechtsgebieden die een specifieke uitdaging vormen. Voor de activiteiten in alle andere derde landen moet de informatie in geaggregeerde cijfers worden weergegeven.

(9)  Om te zorgen voor een mate van detail waardoor burgers beter kunnen beoordelen hoe multinationale ondernemingen tot de welvaart bijdragen in elk rechtsgebied waar zij actief zijn, zowel binnen als buiten de Unie, moet de informatie per rechtsgebied worden uitgesplitst.

Amendement     4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat binnen de belastingdiensten een passend niveau van personele, technische en financiële middelen wordt bestemd voor de automatische uitwisseling van inlichtingen, de verwerking van gegevens en de bestrijding van belastingfraude en belastingontwijking. De regeringen van ontwikkelde landen moeten zich ertoe verplichten automatisch informatie met ontwikkelingslanden uit te wisselen door de vereiste bilaterale uitwisselingskanalen tot stand te brengen.

Amendement     5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter)  Teneinde ontwikkelingslanden te helpen de capaciteit van hun belastingdiensten te versterken moeten de lidstaten hen bijstaan door knowhow en optimale werkwijzen te delen.

Amendement     6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 quater)  Bij de ondersteuning van ontwikkelingslanden met betrekking tot capaciteitsopbouw dient bijzondere aandacht te worden besteed aan efficiënte oplossingen via onlineplatforms waarbij bureaucratische belemmeringen, met name voor kleine- en middelgrote ondernemingen, worden vermeden.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten schrijven voor dat onder hun nationale recht vallende uiteindelijke moederondernemingen met een geconsolideerde netto-omzet van meer dan 750 000 000 EUR en onder hun nationale recht vallende ondernemingen die geen verbonden ondernemingen zijn en een netto-omzet van meer dan 750 000 000 EUR realiseren, jaarlijks een verslag met informatie over de winstbelasting moeten opstellen en publiceren.

De lidstaten schrijven voor dat onder hun nationale recht vallende uiteindelijke moederondernemingen van grote groepen, als gedefinieerd in artikel 3, lid 7, en onder hun nationale recht vallende grote ondernemingen, als gedefinieerd in artikel 3, lid 4, die geen verbonden ondernemingen zijn, jaarlijks een verslag met informatie over de winstbelasting moeten opstellen en publiceren.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van de onderneming.

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt gepubliceerd in een gemeenschappelijk model dat beschikbaar is in een opendata-formaat en wordt in ten minste één van de officiële talen van de Unie op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van de onderneming. Op de datum van publicatie van het verslag met informatie over de winstbelasting schrijft de onderneming het verslag in in een openbaar register dat wordt beheerd door de Europese Commissie.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten schrijven voor dat de in artikel 3, leden 3 en 4, bedoelde middelgrote en grote dochterondernemingen die onder hun nationale recht vallen en waarover een uiteindelijke moederonderneming die een geconsolideerde netto-omzet van meer dan 750 000 000 EUR realiseert en niet onder het recht van een lidstaat valt, zeggenschap uitoefent, jaarlijks het verslag met informatie over de winstbelasting van die uiteindelijke moederonderneming moeten publiceren.

De lidstaten schrijven voor dat de dochterondernemingen die onder hun nationale recht vallen en waarover een uiteindelijke moederonderneming die een geconsolideerde netto-omzet van meer dan 40 000 000 EUR realiseert en niet onder het recht van een lidstaat valt, zeggenschap uitoefent, jaarlijks het verslag met informatie over de winstbelasting van die uiteindelijke moederonderneming moeten publiceren.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van de dochteronderneming of op de website van een verbonden onderneming.

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt gepubliceerd in een gemeenschappelijk model dat beschikbaar is in een opendata-formaat en wordt in ten minste één van de officiële talen van de Unie op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van de dochteronderneming of op de website van een verbonden onderneming. Op de datum van publicatie van het verslag met informatie over de winstbelasting schrijft de onderneming het verslag in in een openbaar register dat wordt beheerd door de Europese Commissie.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 4 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van het bijkantoor of op de website van een verbonden onderneming.

Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt gepubliceerd in een gemeenschappelijk model dat beschikbaar is in een opendata-formaat en wordt in ten minste één van de officiële talen van de Unie op de datum van publicatie publiek toegankelijk gemaakt op de website van het bijkantoor of op de website van een verbonden onderneming. Op de datum van publicatie van het verslag met informatie over de winstbelasting schrijft de onderneming het verslag in in een openbaar register dat wordt beheerd door de Europese Commissie.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 ter – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   De lidstaten passen de in lid 4 bedoelde regels alleen toe op een bijkantoor als aan de volgende criteria is voldaan:

5.   De lidstaten passen de in lid 4 bedoelde regels alleen toe op een bijkantoor als de onderneming die het bijkantoor heeft opgericht ofwel een verbonden onderneming is van een groep waarover een uiteindelijke moederonderneming die niet onder het recht van een lidstaat valt en een geconsolideerde netto-omzet van meer dan 40 000 000 EUR realiseert, zeggenschap uitoefent, ofwel een onderneming die geen verbonden onderneming is en een netto-omzet van meer dan 40 000 000 EUR realiseert;

a)  de onderneming die het bijkantoor heeft opgericht is ofwel een verbonden onderneming van een groep waarover een uiteindelijke moederonderneming die niet onder het recht van een lidstaat valt en een geconsolideerde netto-omzet van meer dan 750 000 000 EUR realiseert, zeggenschap uitoefent, ofwel een onderneming die geen verbonden onderneming is en een netto-omzet van meer dan 750 000 000 EUR realiseert;

 

b)   de onder a) bedoelde uiteindelijke moederonderneming heeft geen middelgrote of grote dochteronderneming als bedoeld in lid 3.

 

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  een korte beschrijving van de aard van de activiteiten;

a)  naam of namen, een korte beschrijving van de aard van de activiteiten en de geografische locatie;

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het aantal werknemers;

b)  het aantal werknemers dat in dienst is in voltijdsequivalenten;

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2– letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  de waarde van de activa en de kosten van onderhoud van die activa op jaarbasis;

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2– letter b ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)  verkopen en aankopen;

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2– letter b quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b quater)  de waarde van de investeringen, uitgesplitst per fiscaal rechtsgebied;

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het bedrag van de netto-omzet, met inbegrip van de met verbonden partijen gerealiseerde omzet;

c)  het bedrag van de netto-omzet, inclusief een onderverdeling tussen de met verbonden partijen gerealiseerde omzet en de met niet-verbonden partijen gerealiseerde omzet;

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2– letter f bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)  maatschappelijk kapitaal;

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2– letter f ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f ter)  materiële activa andere dan geldmiddelen of kasequivalenten;

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2– letter g bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis)  ontvangen overheidssubsidies;

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2– letter g ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g ter)  de lijst van dochterondernemingen die in elk fiscaal rechtsgebied actief zijn zowel binnen als buiten de Unie;

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 2 – letter g quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g quater)  alle betalingen, als bedoeld in artikel 41, lid 5, aan overheden op jaarbasis.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het verslag wordt de in lid 2 bedoelde informatie voor elke lidstaat afzonderlijk weergegeven. Wanneer een lidstaat meerdere fiscale rechtsgebieden omvat, wordt de informatie op het niveau van de lidstaat samengevoegd.

In het verslag wordt de in lid 2 bedoelde informatie voor elke lidstaat afzonderlijk weergegeven. Wanneer een lidstaat meerdere fiscale rechtsgebieden omvat, wordt de informatie afzonderlijk voor elk fiscaal rechtsgebied vermeld.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het verslag bevat ook de in lid 2 van dit artikel bedoelde informatie afzonderlijk voor elk fiscaal rechtsgebied dat aan het einde van het vorige boekjaar was opgenomen in de overeenkomstig artikel 48 octies opgestelde gemeenschappelijke Unielijst met bepaalde fiscale rechtsgebieden, tenzij in het verslag, onder de in artikel 48 sexies bedoelde verantwoordelijkheid, uitdrukkelijk wordt bevestigd dat de verbonden ondernemingen van een groep die onder het recht van dat fiscaal rechtsgebied vallen, niet rechtstreeks transacties uitvoeren met een verbonden onderneming van dezelfde groep die onder het recht van een lidstaat valt.

Het verslag bevat ook de in lid 2 bedoelde informatie afzonderlijk voor elk fiscaal rechtsgebied buiten de Unie.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 3 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het verslag wordt de in lid 2 bedoelde informatie voor andere fiscale rechtsgebieden op geaggregeerde basis weergegeven.

Schrappen

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 quater – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt in ten minste één van de officiële talen van de Unie op de website gepubliceerd en toegankelijk gemaakt.

5.  Het verslag met informatie over de winstbelasting wordt gepubliceerd in een gemeenschappelijk model dat beschikbaar is in een opendata-formaat en wordt in ten minste één van de officiële talen van de Unie op de website toegankelijk gemaakt. Op de datum van publicatie van het verslag met informatie over de winstbelasting schrijft de onderneming het verslag in in een openbaar register dat wordt beheerd door de Europese Commissie.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 48 sexies – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de leden van de administratieve, leidinggevende en toezichthoudende organen van de in artikel 48 ter, lid 3, van deze richtlijn bedoelde dochterondernemingen en de perso(o)n(en) die is (zijn) aangewezen voor het vervullen van de in artikel 13 van Richtlijn 89/666/EEG bedoelde openbaarmakingsformaliteiten voor het in artikel 48 ter, lid 4, van deze richtlijn bedoelde bijkantoor, handelend binnen het kader van de hun krachtens het nationaal recht toegewezen bevoegdheden, collectief verantwoordelijk zijn om ervoor te zorgen dat het verslag met informatie over de winstbelasting naar hun beste weten en vermogen wordt opgesteld, gepubliceerd en toegankelijk gemaakt overeenkomstig de artikelen 48 ter, 48 quater en 48 quinquies.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de leden van de administratieve, leidinggevende en toezichthoudende organen van de in artikel 48 ter, lid 3, van deze richtlijn bedoelde dochterondernemingen en de perso(o)n(en) die is (zijn) aangewezen voor het vervullen van de in artikel 13 van Richtlijn 89/666/EEG bedoelde openbaarmakingsformaliteiten voor het in artikel 48 ter, lid 4, van deze richtlijn bedoelde bijkantoor, handelend binnen het kader van de hun krachtens het nationaal recht toegewezen bevoegdheden, collectief verantwoordelijk zijn om ervoor te zorgen dat het verslag met informatie over de winstbelasting wordt opgesteld, gepubliceerd en toegankelijk gemaakt overeenkomstig de artikelen 48 ter, 48 quater en 48 quinquies.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2013/34/EU

Artikel 41 octies bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 48 octies bis

 

Gemeenschappelijk model voor het verslag

 

De Commissie is bevoegd om uitvoeringshandelingen vast te stellen om het gemeenschappelijk model, als bedoeld in artikel 48 ter, leden 1, 3 en 4 en in artikel 48 quater, lid 5, vast te stellen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 50, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR VOOR ADVIES INPUT HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst is op zuiver vrijwillige basis en onder exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteur voor advies opgesteld. De rapporteur voor advies heeft bij de opstelling van het advies informatie ontvangen van de volgende entiteiten of personen:

Entiteit en/of persoon

Oxfam

Eurodad

ActionAid

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren

Document- en procedurenummers

COM(2016)0198 – C8-0146/2016 – 2016/0107(COD)

Commissies ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

28.4.2016

JURI

28.4.2016

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

DEVE

28.4.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Elly Schlein

16.9.2016

Artikel 55 – Gezamenlijke commissieprocedure

       Datum bekendmaking

       

       

19.1.2017

Behandeling in de commissie

21.3.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

25.4.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Beatriz Becerra Basterrechea, Nirj Deva, Doru-Claudian Frunzulică, Enrique Guerrero Salom, Heidi Hautala, György Hölvényi, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Arne Lietz, Linda McAvan, Norbert Neuser, Vincent Peillon, Cristian Dan Preda, Elly Schlein, Eleftherios Synadinos, Eleni Theocharous, Paavo Väyrynen, Bogdan Brunon Wenta, Anna Záborská, Željana Zovko

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Paul Rübig, Judith Sargentini

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Xabier Benito Ziluaga, Dariusz Rosati

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

21

+

ALDE Group

Paavo Väyrynen

ECR Group

Nirj Deva, Eleni Theocharous

GUE/NGL Group

Xabier Benito Ziluaga

PPE Group

György Hölvényi, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Cristian Dan Preda,Dariusz Rosati, Paul Rübig, Bogdan Brunon Wenta, Anna Záborská, Željana Zovko,

S&D Group

Doru-Claudian Frunzulică, Enrique Guerrero Salom, Arne Lietz, Linda McAvan, Norbert Neuser, Vincent Peillon, Elly Schlein

Verts/ALE Group

Heidi Hautala, Judith Sargentini

1

-

NI

Eleftherios Synadinos

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren

Document- en procedurenummers

COM(2016)0198 – C8-0146/2016 – 2016/0107(COD)

Datum indiening bij EP

12.4.2016

 

 

 

Commissies ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

28.4.2016

JURI

28.4.2016

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

28.4.2016

DEVE

28.4.2016

INTA

28.4.2016

 

Geen advies

       Datum besluit

AFET

30.5.2017

INTA

23.5.2016

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Hugues Bayet

15.6.2016

Evelyn Regner

15.6.2016

 

 

Artikel 55 – Gezamenlijke commissieprocedure

       Datum bekendmaking

       

       

19.1.2017

Betwisting rechtsgrondslag

       Datum JURI-advies

JURI

12.1.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

27.2.2017

3.5.2017

 

 

Datum goedkeuring

12.6.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

9

36

Bij de eindstemming aanwezige leden

Max Andersson, Gerolf Annemans, Burkhard Balz, Hugues Bayet, Joëlle Bergeron, Udo Bullmann, Jean-Marie Cavada, Thierry Cornillet, Esther de Lange, Rosa Estaràs Ferragut, Markus Ferber, Jonás Fernández, Laura Ferrara, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sven Giegold, Roberto Gualtieri, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Mary Honeyball, Danuta Maria Hübner, Cătălin Sorin Ivan, Petr Ježek, Sajjad Karim, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Philippe Lamberts, Werner Langen, Gilles Lebreton, Sander Loones, Bernd Lucke, Olle Ludvigsson, António Marinho e Pinto, Gabriel Mato, Bernard Monot, Luigi Morgano, Luděk Niedermayer, Stanisław Ożóg, Sirpa Pietikäinen, Emil Radev, Evelyn Regner, Dariusz Rosati, Pirkko Ruohonen-Lerner, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Pavel Svoboda, József Szájer, Paul Tang, Ernest Urtasun, Marco Valli, Tom Vandenkendelaere, Cora van Nieuwenhuizen, Miguel Viegas, Jakob von Weizsäcker, Axel Voss, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Enrique Calvet Chambon, Matt Carthy, David Coburn, Manuel dos Santos, Pascal Durand, Ashley Fox, Heidi Hautala, Ramón Jáuregui Atondo, Victor Negrescu, Virginie Rozière, Andreas Schwab, Tibor Szanyi, Lieve Wierinck, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Martina Anderson, Dominique Bilde, Ana Gomes, Kateřina Konečná, Merja Kyllönen, Liadh Ní Riada, Elly Schlein, Kay Swinburne, Adam Szejnfeld, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Bogdan Brunon Wenta, Željana Zovko

Datum indiening

21.6.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

38

+

PPE

 

ECR

ALDE

EFDD

Burkhard Balz, Rosa Estaràs Ferragut, Markus Ferber, Brian Hayes, Gunnar Hökmark, Danuta Maria Hübner, Georgios Kyrtsos, Alain Lamassoure, Werner Langen, Gabriel Mato, Luděk Niedermayer, Sirpa Pietikäinen, Emil Radev, Dariusz Rosati, Andreas Schwab, Theodor Dumitru Stolojan, Pavel Svoboda, Adam Szejnfeld, József Szájer, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Tom Vandenkendelaere, Axel Voss, Bogdan Brunon Wenta, Željana Zovko, Esther de Lange

Ashley Fox, Sajjad Karim, Bernd Lucke, Stanisław Ożóg, Kay Swinburne, Kosma Zlotowski

Enrique Calvet Chambon, Jean-Marie Cavada, Thierry Cornillet, Petr Ježek, António Marinho e Pinto, Lieve Wierinck

Joëlle Bergeron

9

-

GUE/NGL

EFDD

Martina Anderson, Matt Carthy, Kateřina Konečná, Merja Kyllönen, Liadh Ní Riada, Miguel Viegas

David Coburn, Laura Ferrara, Marco Valli

36

0

S&D

 

ECR

ALDE

VERTS/ALE

ENF

Hugues Bayet, Udo Bullmann, Jonás Fernández, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Ana Gomes, Roberto Gualtieri, Mary Honeyball, Cătălin Sorin Ivan, Ramón Jáuregui Atondo, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Olle Ludvigsson, Luigi Morgano, Victor Negrescu, Evelyn Regner, Virginie Rozière, Elly Schlein, Pedro Silva Pereira, Peter Simon, Tibor Szanyi, Paul Tang, Manuel dos Santos, Jakob von Weizsäcker

Sander Loones, Pirkko Ruohonen-Lerner

Cora van Nieuwenhuizen

Max Andersson, Pascal Durand, Sven Giegold, Heidi Hautala, Philippe Lamberts, Ernest Urtasun

Gerolf Annemans, Dominique Bilde, Gilles Lebreton, Bernard Monot, Marco Zanni

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling