Procedure : 2016/0351(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0236/2017

Ingediende teksten :

A8-0236/2017

Debatten :

PV 14/11/2017 - 15
CRE 14/11/2017 - 15

Stemmingen :

PV 15/11/2017 - 13.11
CRE 15/11/2017 - 13.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0437

VERSLAG     ***I
PDF 630kWORD 104k
27.6.2017
PE 602.983v04-00 A8-0236/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1036 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie en Verordening (EU) 2016/1037 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie

(COM(2016)0721 – C8-0456/2016 – 2016/0351(COD))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Salvatore Cicu

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1036 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie en Verordening (EU) 2016/1037 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie

(COM(2016)0721 – C8-0456/2016 – 2016/0351(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0721),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0456/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 29 maart 2017(1),

–  gezien de resolutie van het Europees Parlement van 12 mei 2016 over de markteconomiestatus van China(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A8-0236/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Artikel 2, lid 7, onder a) en b), van Verordening (EU) 2016/1036 bepaalt de grondslag voor de vaststelling van de normale waarde in geval van invoer uit landen zonder markteconomie. Gezien de ontwikkelingen met betrekking tot sommige landen die lid zijn van de WTO moet, met ingang van de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening en met inachtneming van de bepalingen ervan, de normale waarde voor die landen worden vastgesteld op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 bis, van Verordening (EU) 2016/1036. Voor landen die op het tijdstip van opening van het onderzoek geen lid zijn van de WTO en zijn opgenomen in de lijst van bijlage I bij Verordening (EU) 2015/7551, moet de normale waarde worden vastgesteld op grond van artikel 2, lid 7, van Verordening (EU) 2016/1036 als gewijzigd bij de onderhavige verordening. De onderhavige verordening dient de vaststelling of een WTO-lid al dan niet een markteconomie is, onverlet te laten.

(2)  Artikel 2, lid 7, onder a) en b), van Verordening (EU) 2016/1036 bepaalt de grondslag voor de vaststelling van de normale waarde in geval van invoer uit landen zonder markteconomie. Voor landen die lid zijn van de WTO moet, met ingang van de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening en met inachtneming van de bepalingen ervan, de normale waarde voor die landen worden vastgesteld op grond van artikel 2, lid 6 bis, van Verordening (EU) 2016/1036. Voor landen die op het tijdstip van opening van het onderzoek geen lid zijn van de WTO en zijn opgenomen in de lijst van bijlage I bij Verordening (EU) 2015/7551, moet de normale waarde worden vastgesteld op grond van artikel 2, lid 7, van Verordening (EU) 2016/1036 als gewijzigd bij de onderhavige verordening. De onderhavige verordening dient de vaststelling of een WTO-lid al dan niet een markteconomie is, onverlet te laten. Deze verordening is in overeenstemming met de verplichtingen van de Unie uit hoofde van het internationaal recht, met onder meer een vermelding van de verbintenissen van de lidstaten met betrekking tot de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties. Zij laat bovendien de voorwaarden zoals vastgesteld in de protocollen en overige instrumenten onverlet volgens welke landen zijn toegetreden tot de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de WTO. Bij de toepassing van haar regels is het voor de Unie van essentieel belang samen te werken en gegevens uit te wisselen met haar belangrijkste handelspartners.

––––––––––––––––––––––––

––––––––––––––––––––––––

1 Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33).

1 Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Gezien de in eerdere procedures opgedane ervaring moet worden verduidelijkt in welke omstandigheden verstoringen van betekenis kunnen worden geacht aanwezig te zijn die de vrije marktwerking sterk beïnvloeden. In het bijzonder moet worden verduidelijkt dat deze situatie onder meer kan worden verondersteld wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, maar door overheidsingrijpen worden beïnvloed. Verder moet worden verduidelijkt dat bij de beoordeling of een dergelijke situatie zich voordoet, onder meer acht kan worden geslagen op de mogelijke gevolgen van de volgende factoren: het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen; overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt; discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden; en toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren. Voorts moet worden bepaald dat de diensten van de Commissie een rapport kunnen uitbrengen over de specifieke situatie in een bepaald land of een bepaalde sector met betrekking tot deze criteria; dat een dergelijk rapport en de daaraan ten grondslag liggende gegevens kunnen worden opgenomen in het dossier van elk eventueel onderzoek betreffende dat land of die sector; en dat de belanghebbenden in het kader van elk onderzoek waarin het rapport of de daaraan ten grondslag liggende gegevens worden gebruikt, voldoende gelegenheid moeten hebben om opmerkingen over dat rapport of die gegevens te maken.

(3)  Gezien de in eerdere procedures opgedane ervaring moet worden verduidelijkt in welke omstandigheden er sprake is van verstoringen van betekenis die de vrije marktwerking sterk beïnvloeden. In het bijzonder moet worden verduidelijkt dat deze situatie zich onder meer voordoet wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en andere productiefactoren, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, aangezien ze door overheidsingrijpen worden beïnvloed, of wanneer ze niet in overeenstemming zijn met de belangrijkste IAO-verdragen en multilaterale overeenkomsten inzake milieu en belastingen en daardoor tot concurrentievervalsing leiden. Verder moet worden verduidelijkt dat bij de beoordeling of er sprake is van verstoringen van betekenis onder meer acht moet worden geslagen op de mogelijke gevolgen van de volgende factoren: directe of indirecte staatsinvloed op de toewijzing van middelen, op besluitvorming en ondernemingen; het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen; overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt; discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden; het ontbreken of een discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van een transparant en doeltreffend werkend vennootschapsrecht dat degelijke corporate governance garandeert; het ontbreken of een discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van transparante en doeltreffende regelgeving waardoor de eerbiediging van eigendomsrechten en de werking van een goed functionerende faillissementsregeling worden gewaarborgd; loontarieven die niet tot stand zijn gekomen als gevolg van vrije onderhandelingen tussen werknemers en bestuur; het ontbreken van een transparante regelgeving met discriminatie van joint ventures en buitenlandse investeringen tot gevolg, alsook toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren, onder meer door sectorale subsidies, of het bestaan van een oligopolie of monopolie in productiefactoren en andere omstandigheden die de Commissie geschikt acht om te beoordelen of er sprake is van verstoringen van betekenis. Voorts moet worden bepaald dat de diensten van de Commissie een gedetailleerd rapport moeten uitbrengen over de specifieke situatie in een bepaald land of een bepaalde sector met betrekking tot deze criteria. Voor die landen waar een aanzienlijk aantal zaken met betrekking tot antidumping is geopend, moet het rapport uiterlijk op ... [datum van de inwerkingtreding van deze verordening + 15 dagen invoegen] worden goedgekeurd. Een dergelijk rapport en de daaraan ten grondslag liggende gegevens moeten worden opgenomen in het dossier van elk eventueel onderzoek betreffende dat land of die sector. Belanghebbenden in het kader van elk onderzoek waarin het rapport of de daaraan ten grondslag liggende gegevens worden gebruikt, met inbegrip van de bedrijfstak van de Unie en vakbonden, moeten voldoende gelegenheid hebben om opmerkingen over dat rapport of die gegevens te maken. Deze opmerkingen moeten in acht worden genomen bij besluiten over het opstellen en actualiseren van de desbetreffende rapporten. De beoordeling van verstoringen van betekenis is met name belangrijk in het geval van heterogene sectoren met een groot aandeel aan kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), waar bewijs van sectorspecifieke verstoringen het moeilijkst te vinden is. Op verzoek van het Europees Parlement, een lidstaat of op eigen initiatief van de Commissie wanneer de omstandigheden in een specifiek land of specifieke sector zijn gewijzigd, moet de Commissie een rapport opstellen of het rapport actualiseren. De Commissie moet in haar jaarverslag over de antidumping-, antisubsidie- en vrijwaringsactiviteiten van de Unie een analyse opnemen van de uitvoering van deze verordening en moet dit verslag voorleggen aan het Europees Parlement.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Er moet verder aan worden herinnerd dat de kosten in de regel moeten worden berekend aan de hand van de administratie van de exporteur of producent waarop het onderzoek betrekking heeft. In geval van verstoringen van betekenis in het land van uitvoer waardoor de in de administratie van de betrokken partij weergegeven kosten kunstmatig laag zijn, kunnen die kosten worden gecorrigeerd of vastgesteld op een redelijke basis, zoals aan de hand van gegevens over andere representatieve markten of over internationale prijzen of benchmarks. Gezien de in eerdere procedures opgedane ervaring moet voorts worden verduidelijkt dat voor de toepassing van de bij deze verordening ingevoerde bepalingen naar behoren rekening moet worden gehouden met al het relevante bewijsmateriaal dat in het dossier is opgenomen en waarover de belanghebbenden opmerkingen hebben kunnen maken, met inbegrip van de relevante beoordelingsrapporten betreffende de omstandigheden op de binnenlandse markt van de producenten-exporteurs en de daaraan ten grondslag liggende gegevens.

(4)  Er moet verder aan worden herinnerd dat de kosten in de regel moeten worden berekend aan de hand van de betrouwbare administratie van de exporteur of producent waarop het onderzoek betrekking heeft. In geval van verstoringen van betekenis in het land van uitvoer waardoor de in de administratie van de betrokken partij weergegeven kosten kunstmatig laag zijn, moeten die kosten worden vastgesteld op een redelijke basis, zoals aan de hand van gegevens over andere representatieve markten, over markten in de Unie of over niet-verstoorde internationale prijzen of benchmarks. Wanneer een producent-exporteur uit een land of sector waarin een of meer verstoringen van betekenis aanwezig zijn onomstotelijk kan aantonen dat hij niet direct of indirect wordt beïnvloed door enige verstoring van betekenis en dat de kosten met betrekking tot een of meer van zijn afzonderlijke productiefactoren niet verstoord zijn, moeten deze kosten worden gebruikt voor de berekening van de normale waarde. Dergelijke individuele bevindingen mogen de normale waarde van andere producenten niet beïnvloeden en mogen derhalve niet worden geëxtrapoleerd naar het gehele land of de gehele sector. Gezien de in eerdere procedures opgedane ervaring moet voorts worden verduidelijkt dat voor de toepassing van de bij deze verordening ingevoerde bepalingen naar behoren rekening moet worden gehouden met al het relevante bewijsmateriaal dat in het dossier is opgenomen en waarover de belanghebbenden opmerkingen hebben kunnen maken, met inbegrip van de relevante beoordelingsrapporten betreffende de omstandigheden op de binnenlandse markt van de producenten-exporteurs en de daaraan ten grondslag liggende gegevens. De bedrijfstak van de Unie moet aanwijzingen kunnen voorleggen met betrekking tot de aanwezigheid van verstoringen van betekenis. Dergelijke aanwijzingen moeten in acht worden genomen bij besluiten over het opstellen of actualiseren van de desbetreffende rapporten. Wanneer uit het rapport blijkt dat er een of meer verstoringen van betekenis aanwezig zijn, vormt het rapport voldoende bewijs om de berekening van de normale waarde te rechtvaardigen. Van de bedrijfstak van de Unie mogen hoe dan ook geen bijkomende lasten worden gevraagd. De bij het onderzoek betrokken partijen moet kort na de opening van het onderzoek worden meegedeeld welke relevante bronnen de Commissie voornemens is te gebruiken, waaronder een voorlopige vaststelling wat de aanwezigheid van verstoringen van betekenis betreft, waarna zij tien werkdagen de tijd hebben om opmerkingen te maken. Daartoe moeten de belanghebbenden, na inschrijving in een door de Commissie beheerd register, toegang krijgen tot het dossier, met inbegrip van alle gegevens waarop de met het onderzoek belaste autoriteit zich baseert, onverminderd de regels inzake vertrouwelijkheid als bepaald in Verordening (EU) 2016/1036. Een definitieve vaststelling van de aanwezigheid van een of meer verstoringen van betekenis in het land van uitvoer in de economie als geheel of in een sector daarvan, moet worden gedaan door de Commissie en uiterlijk 60 dagen na de opening van het onderzoek aan de partijen worden meegedeeld. Een vaststelling dat er in een bepaald land of bepaalde sector verstoringen van betekenis aanwezig zijn, moet blijven gelden totdat deze wordt ingetrokken, waarbij een dergelijke intrekking slechts mag plaatsvinden wanneer er voldoende en onomstotelijk bewijs bestaat dat het land of de sector in kwestie niet langer wordt beïnvloed door verstoringen van betekenis.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Wanneer er geen andere specifieke overgangsvoorschriften zijn waarin de betrokken kwestie wordt geregeld, moet worden bepaald dat de onderhavige verordening van toepassing is op alle besluiten inzake de inleiding van procedures en op alle procedures die worden ingeleid op of na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, met inbegrip van oorspronkelijke onderzoeken en nieuwe onderzoeken, met inachtneming van artikel 11, lid 9, van Verordening (EU) 2016/1036. Voorts moet bij wege van specifiek overgangsvoorschrift en gelet op het ontbreken van andere specifieke overgangsvoorschriften waarin de betrokken kwestie wordt geregeld, worden bepaald dat wanneer de normale waarde niet langer wordt berekend op grond van artikel 2, lid 7, onder a) of b), maar op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 bis, de redelijke termijn als bedoeld in artikel 11, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EU) 2016/1036 wordt geacht te verstrijken op de datum waarop het eerstvolgende nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen wordt geopend. Om het risico van omzeiling van de bepalingen van de onderhavige verordening te beperken, moet dezelfde aanpak worden gevolgd met betrekking tot nieuwe onderzoeken op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036. Tevens moet erop worden gewezen dat het feit dat de normale waarde niet langer wordt berekend op grond van artikel 2, lid 7, onder a) of b), maar op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 bis, op zichzelf niet voldoende bewijs is in de zin van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036. Dergelijke overgangsvoorschriften moeten voorzien in een leemte die anders rechtsonzekerheid dreigt te creëren, moeten de belanghebbenden een redelijke gelegenheid bieden om zich aan te passen aan het verlopen van de oude voorschriften en de inwerkingtreding van de nieuwe, en moeten een doeltreffende, ordelijke en billijke uitvoering van Verordening (EU) 2016/1036 vergemakkelijken.

(6)  Wanneer er geen andere specifieke overgangsvoorschriften zijn waarin de betrokken kwestie wordt geregeld, moet worden bepaald dat de onderhavige verordening van toepassing is op alle besluiten inzake de inleiding van procedures en op alle procedures die worden ingeleid op of na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, met inbegrip van oorspronkelijke onderzoeken en nieuwe onderzoeken, met inachtneming van artikel 11, lid 9, van Verordening (EU) 2016/1036. Voorts moet bij wege van specifiek overgangsvoorschrift en gelet op het ontbreken van andere specifieke overgangsvoorschriften waarin de betrokken kwestie wordt geregeld, worden bepaald dat wanneer de normale waarde niet langer wordt berekend op grond van artikel 2, lid 7, onder a) of b) van Verordening (EU) 2016/1036, maar op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 bis, de redelijke termijn als bedoeld in artikel 11, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EU) 2016/1036 wordt geacht te verstrijken op de datum waarop het eerstvolgende nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen wordt beëindigd. Om het risico van omzeiling van de bepalingen van de onderhavige verordening te beperken, moet dezelfde aanpak worden gevolgd met betrekking tot nieuwe onderzoeken op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036. Tevens moet erop worden gewezen dat het feit dat de normale waarde niet langer wordt berekend op grond van artikel 2, lid 7, onder a) of b), van Verordening (EU) 2016/1036 maar op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 bis, op zichzelf niet voldoende bewijs is in de zin van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036. Dergelijke overgangsvoorschriften maken het mogelijk om beschermingsmaatregelen tegen invoer met subsidiëring te blijven toepassen en moeten voorzien in een leemte die anders rechtsonzekerheid dreigt te creëren, moeten de belanghebbenden een redelijke gelegenheid bieden om zich aan te passen aan het verlopen van de oude voorschriften en de inwerkingtreding van de nieuwe, en moeten een doeltreffende, ordelijke en billijke uitvoering van Verordening (EU) 2016/1036 vergemakkelijken.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 2 – lid 6 bis – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"6 bis.  a) Wanneer bij de toepassing van deze of elke andere relevante bepaling van deze verordening wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in het land van uitvoer, wordt de normale waarde berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen. Als bronnen hiervoor kunnen onder meer niet-verstoorde internationale prijzen, kosten of benchmarks worden gebruikt, of de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land met een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van het land van uitvoer, mits de desbetreffende kostengegevens onmiddellijk beschikbaar zijn. De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een redelijk bedrag voor verkoopkosten, algemene kosten, administratiekosten en winst.

"6 bis.  a) Wanneer wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van een of meer verstoringen van betekenis in het land van uitvoer in de economie als geheel of in een sector daarvan niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten, wordt de normale waarde berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks voor alle productiefactoren tot uitdrukking komen. Als bronnen hiervoor kan de Commissie onder meer gebruikmaken van niet-verstoorde internationale prijzen, kosten of benchmarks, of de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land, waaronder de landen in de Unie, mits de desbetreffende kostengegevens onmiddellijk beschikbaar zijn.

 

Wanneer een producent-exporteur uit een land of sector waarin een of meer verstoringen van betekenis aanwezig zijn duidelijk kan aantonen dat hij niet direct of indirect wordt beïnvloed door enige verstoring van betekenis en dat de kosten van een of meer van zijn afzonderlijke productiefactoren niet verstoord zijn, zoals beoordeeld overeenkomstig de derde alinea, moeten deze kosten worden gebruikt voor de berekening van de normale waarde.

 

Het niet-verstoord zijn van de kosten van een bepaalde productiefactor van een producent-exporteur en de betrouwbaarheid daarvan worden onder meer beoordeeld aan de hand van de desbetreffende hoeveelheden, het aandeel ervan in verhouding tot de totale kosten van deze productiefactor en het daadwerkelijke gebruik bij de productie.

 

Dergelijke individuele bevindingen mogen de normale waarde van andere producenten-exporteurs niet beïnvloeden en mogen derhalve niet worden geëxtrapoleerd naar het gehele land of gehele sectoren, ongeacht de toepassing van artikel 17 van Verordening (EU) 2016/1036.

 

De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor verkoopkosten, algemene kosten, administratiekosten en winst. In het geval van een gebrek aan samenwerking bij de opstelling van het rapport door een producent-exporteur of de autoriteiten van een land waar een of meer verstoringen van betekenis geacht worden zich voor te doen, is artikel 18 van Verordening (EU) 2016/1036 van toepassing.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 2 – lid 6 bis – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) Verstoringen van betekenis voor het betrokken product als bedoeld onder a) kunnen onder meer worden geacht zich voor te doen wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, maar door overheidsingrijpen worden beïnvloed. Bij de beoordeling of zich al dan niet verstoringen van betekenis voordoen, kan onder meer acht worden geslagen op de mogelijke gevolgen van de volgende factoren: het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen; overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt; discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden; en toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren.

b) Verstoringen van betekenis als bedoeld onder a) zijn verstoringen die zich voordoen wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en andere productiefactoren, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, maar door overheidsingrijpen worden beïnvloed, of wanneer deze niet in overeenstemming zijn met de belangrijkste in bijlage -I vermelde IAO-verdragen, multilaterale overeenkomsten inzake milieu waarbij de Unie partij is en relevante OESO-verdragen op het gebied van belastingen, en daardoor tot concurrentievervalsing leiden. Bij de beoordeling of zich al dan niet verstoringen van betekenis voordoen, wordt onder meer acht geslagen op de mogelijke gevolgen van de volgende factoren: een hoge mate van directe of indirecte staatsinvloed op de toewijzing van middelen, op besluitvorming en ondernemingen; het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen; overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt; discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden; het ontbreken of een discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van een transparant en doeltreffend werkend vennootschapsrecht dat degelijke corporate governance garandeert; het ontbreken of een discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van transparante en doeltreffend werkende regelgeving waardoor de eerbiediging van eigendomsrechten en de werking van een goed functionerende faillissementsregeling worden gewaarborgd; loontarieven die niet tot stand zijn gekomen als gevolg van vrije onderhandelingen tussen werknemers en bestuur; het ontbreken van een transparante regelgeving met discriminatie van joint ventures en buitenlandse investeringen tot gevolg, alsook toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet autonoom zijn ten opzichte van de staat, onder meer door sectorale subsidies, of het bestaan van een oligopolie of monopolie in productiefactoren en andere omstandigheden die de Commissie geschikt acht om te beoordelen of er sprake is van verstoringen van betekenis.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 2 – lid 6 bis – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) Waar passend kunnen de diensten van de Commissie een rapport uitbrengen over de specifieke situatie in een bepaald land of een bepaalde sector met betrekking tot de onder b) vermelde criteria. Een dergelijk rapport en de daaraan ten grondslag liggende gegevens kunnen worden opgenomen in het dossier van elk eventueel onderzoek betreffende dat land of die sector. De belanghebbenden hebben in het kader van elk onderzoek waarin het rapport of de daaraan ten grondslag liggende gegevens worden gebruikt, voldoende gelegenheid om dat verslag of die gegevens aan te vullen, daarover opmerkingen te maken of zich daarop te beroepen. Bij de desbetreffende vaststellingen worden alle relevante gegevens uit het dossier in aanmerking genomen.

c) De diensten van de Commissie brengen een gedetailleerd rapport uit over de specifieke situatie in een bepaald land of een bepaalde sector met betrekking tot de onder b) vermelde criteria. Voor die landen waar een aanzienlijk aantal zaken met betrekking tot antidumping is geopend, wordt het rapport uiterlijk op ... [datum van de inwerkingtreding van deze verordening + 15 dagen invoegen] goedgekeurd. Een dergelijk rapport en de daaraan ten grondslag liggende gegevens worden opgenomen in het dossier van elk eventueel onderzoek betreffende dat land of die sector. Belanghebbenden in het kader van elk onderzoek waarin het rapport of de daaraan ten grondslag liggende gegevens worden gebruikt, met inbegrip van de bedrijfstak van de Unie en vakbonden, hebben voldoende gelegenheid om over dat verslag of die gegevens opmerkingen te maken of zich daarop te beroepen. Dergelijke aanwijzingen worden in acht genomen bij besluiten over het opstellen en actualiseren van de desbetreffende rapporten. Bij de opstelling van haar rapport houdt de Commissie rekening met de specifieke economische en handelskenmerken van kmo's en helpt ze hen gebruik te maken van de rapporten. Bij het verrichten van de vaststellingen houdt de Commissie rekening met alle relevante gegevens die in het dossier van het onderzoek aanwezig zijn. Op verzoek van het Europees Parlement, een lidstaat of op eigen initiatief van de Commissie wanneer de omstandigheden in een specifiek land of specifieke sector zijn gewijzigd, stelt de Commissie een rapport op of actualiseert ze het rapport. De Commissie neemt in haar jaarverslag over de antidumping-, antisubsidie- en vrijwaringsactiviteiten van de Unie een analyse op van de uitvoering van deze verordening en legt dit verslag voor aan het Europees Parlement.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 2 – lid 6 bis – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d) De bedrijfstak van de Unie kan zich voor de berekening van de normale waarde baseren op het rapport als bedoeld onder c) wanneer zij overeenkomstig artikel 5 een klacht of overeenkomstig artikel 11 een verzoek om een nieuw onderzoek indient.

d) De bedrijfstak van de Unie kan zich voor de berekening van de normale waarde baseren op het rapport als bedoeld onder c) wanneer zij overeenkomstig artikel 5 een klacht of overeenkomstig artikel 11 een verzoek om een nieuw onderzoek of overeenkomstig artikel 12 een verzoek om een heropening van een onderzoek indient. Wanneer uit het rapport blijkt dat er een of meer verstoringen van betekenis aanwezig zijn, vormt het rapport zoals bedoeld onder c) voldoende bewijs om de berekening van de normale waarde als bedoeld onder a) te rechtvaardigen. Van de bedrijfstak van de Unie worden hoe dan ook geen bijkomende lasten gevraagd bij de vaststelling van de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in een derde land of sector. Bij gebrek aan een rapport gebruikt de Commissie alle beschikbare informatie of gegevens om het bestaan van verstoringen van betekenis vast te stellen en om de methode als bedoeld onder a) te hanteren indien is voldaan aan de desbetreffende vereisten.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 2 – lid 6 bis – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e) De bij het onderzoek betrokken partijen wordt kort na de opening meegedeeld welke relevante bronnen de Commissie voornemens is te gebruiken voor de toepassing van het bepaalde onder a), waarna zij tien dagen de tijd hebben om opmerkingen te maken. Daartoe krijgen de belanghebbenden toegang tot het dossier, met inbegrip van alle gegevens waarop de met het onderzoek belaste autoriteit zich baseert, onverminderd artikel 19.

e) De bij het onderzoek betrokken partijen wordt kort na de opening meegedeeld welke relevante bronnen de Commissie voornemens is te gebruiken voor de toepassing van het bepaalde onder a), waaronder een voorlopige vaststelling wat de aanwezigheid van verstoringen van betekenis betreft, waarna zij tien werkdagen de tijd hebben om opmerkingen te maken. Daartoe krijgen de belanghebbenden, na inschrijving in een door de Commissie beheerd register, toegang tot het dossier, met inbegrip van alle gegevens waarop de met het onderzoek belaste autoriteit zich baseert, onverminderd artikel 19. De Commissie doet een definitieve vaststelling van de aanwezigheid van een of meer verstoringen van betekenis in het land van uitvoer in de economie als geheel of in een sector daarvan, en stelt de partijen hiervan uiterlijk 60 dagen na de opening van het onderzoek in kennis.

 

Een vaststelling dat er in een bepaald land of bepaalde sector verstoringen van betekenis aanwezig zijn, blijft gelden totdat deze wordt ingetrokken, waarbij een dergelijke intrekking slechts plaatsvindt wanneer er voldoende en onomstotelijk bewijs bestaat dat het land of de sector in kwestie niet langer wordt beïnvloed door verstoringen van betekenis.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 2 – lid 7 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij invoer uit landen die op het tijdstip van inleiding van de procedure geen lid zijn van de WTO en zijn opgenomen in de lijst van bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755, wordt de normale waarde vastgesteld aan de hand van de prijs of de berekende waarde in een derde land met markteconomie of aan de hand van de prijs bij uitvoer uit een dergelijk derde land naar andere landen, waaronder de Unie, of, indien dit niet mogelijk is, op een andere redelijke grondslag, zoals de werkelijk betaalde of te betalen prijs van het soortgelijke product in de Unie, indien nodig verhoogd met een redelijke winstmarge.

Bij invoer uit landen die op het tijdstip van inleiding van de procedure geen lid zijn van de WTO en zijn opgenomen in de lijst van bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755, wordt de normale waarde vastgesteld aan de hand van de prijs of de berekende waarde in een passend representatief land dat ofwel lid is van de WTO, ofwel niet is opgenomen in de lijst van bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755. In andere gevallen wordt de normale waarde berekend aan de hand van de prijs bij uitvoer uit een dergelijk derde land naar andere landen, waaronder de Unie, of, indien dit niet mogelijk is, op een andere redelijke grondslag, zoals de werkelijk betaalde of te betalen prijs van het soortgelijke product in de Unie, indien nodig verhoogd met een redelijke winstmarge.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 2 – lid 7 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een geschikt derde land met markteconomie wordt op redelijke wijze geselecteerd, met inachtneming van alle betrouwbare gegevens die op het tijdstip van de selectie beschikbaar zijn. Voorts wordt rekening gehouden met termijnen; in voorkomend geval wordt gebruikgemaakt van een derde land met markteconomie dat bij hetzelfde onderzoek betrokken is.

Een geschikt representatief land wordt op redelijke wijze geselecteerd, met inachtneming van alle betrouwbare gegevens die op het tijdstip van de selectie beschikbaar zijn. Voorts wordt rekening gehouden met termijnen; in voorkomend geval wordt gebruikgemaakt van een geschikt representatief land dat bij hetzelfde onderzoek betrokken is.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 2 – lid 7 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De naam van het voorziene derde land met markteconomie wordt de bij het onderzoek betrokken partijen kort na de opening meegedeeld, waarna zij tien dagen de tijd hebben om opmerkingen te maken.

De naam van het voorziene geschikte representatieve land wordt de bij het onderzoek betrokken partijen kort na de opening meegedeeld, waarna zij tien dagen de tijd hebben om opmerkingen te maken.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 3 – lid 6

 

Bestaande tekst

Amendement

 

2 bis)  In artikel 3 wordt lid 6 vervangen door:

"6. Aan de hand van het overeenkomstig lid 2 voorgelegde relevante bewijsmateriaal moet worden aangetoond, dat de invoer met dumping schade in de zin van deze verordening veroorzaakt. Hierbij moet meer in het bijzonder worden aangetoond, dat de overeenkomstig lid 3 vastgestelde omvang en/of prijzen de in lid 5 omschreven gevolgen hebben voor de bedrijfstak van de Unie en dat deze gevolgen als aanmerkelijk kunnen worden aangemerkt."

"6. Aan de hand van het overeenkomstig lid 2 voorgelegde relevante bewijsmateriaal en de beste beschikbare informatie moet worden aangetoond, dat de invoer met dumping schade in de zin van deze verordening veroorzaakt. Hierbij moet meer in het bijzonder worden aangetoond, dat de overeenkomstig lid 3 vastgestelde omvang en/of prijzen de in lid 5 omschreven gevolgen hebben voor de bedrijfstak van de Unie en dat deze gevolgen als aanmerkelijk kunnen worden aangemerkt."

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 11 – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de normale waarde niet langer wordt berekend op grond van het oude artikel 2, lid 7, onder a) of b), maar op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 bis, wordt de redelijke termijn geacht te verstrijken op de datum waarop het eerstvolgende nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen wordt geopend.

Wanneer bestaande antidumpingmaatregelen gebaseerd zijn op een normale waarde die is berekend op grond van het oude artikel 2, lid 7, onder a) of b), van Verordening (EU) 2016/1036, wordt de oorspronkelijke methode die is gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde niet vervangen door de methode van artikel 2, lid 6 bis, tot op de datum waarop het eerstvolgende nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van die maatregelen, na de inwerkingtreding van Verordening ..., wordt afgerond.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 11 – lid 4 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de normale waarde niet langer wordt berekend op grond van het oude artikel 2, lid 7, onder a) of b), maar op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 bis, wordt elk nieuw onderzoek in de zin van dit lid uitgesteld tot de datum waarop het eerstvolgende nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen wordt geopend.

Wanneer bestaande antidumpingmaatregelen gebaseerd zijn op een normale waarde die is berekend op grond van het oude artikel 2, lid 7, onder a) of b), van Verordening (EU) 2016/1036, wordt de oorspronkelijke methode die is gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde niet vervangen door de methode van artikel 2, lid 6 bis, tot op de datum waarop het eerstvolgende nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van die maatregelen, na de inwerkingtreding van Verordening ..., wordt afgerond.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 bis (nieuw)

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 16 – lid 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

5 bis)  In artikel 16 wordt lid 1 vervangen door:

"1. Ingeval zij dit nuttig oordeelt, legt de Commissie bezoeken af om de administratie van importeurs, exporteurs, handelaars, vertegenwoordigers, producenten, handelsverenigingen en -organisaties ter plaatse te onderzoeken, teneinde de ingewonnen inlichtingen over dumping en schade te controleren. Indien niet tijdig een correct antwoord is ontvangen, kan de Commissie besluiten van een controlebezoek af te zien."

"1. Ingeval zij dit nuttig oordeelt, stuurt de Commissie ervaren functionarissen om bezoeken af te leggen om de administratie van importeurs, exporteurs, handelaars, vertegenwoordigers, producenten, handelsverenigingen en -organisaties ter plaatse te onderzoeken, teneinde de ingewonnen inlichtingen over dumping en schade te controleren. Indien niet tijdig een correct antwoord is ontvangen, kan de Commissie besluiten van een controlebezoek af te zien."

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 ter (nieuw)

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 18 – lid 1 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

5 ter)  In artikel 18, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

"Indien een belanghebbende binnen de bij deze verordening vastgestelde termijnen de toegang tot de nodige gegevens weigert of deze anderszins niet verstrekt of het onderzoek aanmerkelijk belemmert, kunnen aan de hand van de beschikbare gegevens voorlopige of definitieve conclusies, zowel in positieve als in negatieve zin, worden getrokken.

"Indien een belanghebbende binnen de bij deze verordening vastgestelde termijnen de toegang tot de nodige gegevens weigert of deze anderszins niet verstrekt of het onderzoek aanmerkelijk belemmert, worden er aan de hand van de beste beschikbare gegevens voorlopige of definitieve conclusies getrokken.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 quater (nieuw)

Verordening (EU) 2016/1036

Artikel 18 – lid 1 – alinea 3

 

Bestaande tekst

Amendement

 

5 quater)  In artikel 18, lid 1, wordt de derde alinea vervangen door:

"Belanghebbenden worden van de gevolgen van niet-medewerking in kennis gesteld."

"Belanghebbenden worden van de gevolgen van niet-medewerking in kennis gesteld en worden opgenomen in een register dat door de Commissie en partnerlanden kan worden gebruikt om specifieke aandacht te besteden aan de activiteiten van deze belanghebbenden."

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 quinquies (nieuw)

Verordening (EU) 2016/1036

Bijlage -I (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 quinquies)  De volgende bijlage wordt ingevoegd:

 

"Bijlage -I

 

1. Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid, nr. 29 (1930)

 

2. Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, nr. 87 (1948)

 

3. Verdrag betreffende de toepassing van de beginselen van het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, nr. 98 (1949)

 

4. Verdrag betreffende gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke arbeidskrachten voor arbeid van gelijke waarde, nr. 100 (1951)

 

5. Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid, nr. 105 (1957)

 

6. Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep, nr. 111 (1958)

 

7. Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces, nr. 138 (1973)

 

8. Verdrag betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie voor de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid, nr. 182 (1999)."

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1

Verordening (EU) 2016/1037

Artikel 10 – lid 7 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie biedt het betrokken land van oorsprong en/of van uitvoer tevens de mogelijkheid tot overleg met betrekking tot andere tijdens het onderzoek vastgestelde subsidies. In dat geval stuurt de Commissie het land van oorsprong en/of van uitvoer een samenvatting van de belangrijkste gegevens met betrekking tot andere subsidies, met name de gegevens als bedoeld in lid 2, onder c). Als het bericht van opening de aanvullende subsidies niet bestrijkt, wordt het gewijzigd en wordt de gewijzigde versie daarvan bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, waarbij alle belanghebbenden wordt verzocht opmerkingen te maken.

De Commissie biedt het betrokken land van oorsprong en/of van uitvoer tevens de mogelijkheid tot overleg met betrekking tot andere tijdens het onderzoek vastgestelde subsidies. In dat geval stuurt de Commissie het land van oorsprong en/of van uitvoer een samenvatting van de belangrijkste gegevens met betrekking tot andere subsidies, met name de gegevens als bedoeld in lid 2, onder c). Als het bericht van opening de aanvullende subsidies niet bestrijkt, wordt het gewijzigd en wordt de gewijzigde versie daarvan bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Alle belanghebbenden krijgen bijkomende en voldoende tijd om opmerkingen te maken.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening is van toepassing op alle besluiten inzake de inleiding van procedures en op alle procedures die worden ingeleid op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening, met inbegrip van oorspronkelijke onderzoeken en nieuwe onderzoeken.

Deze verordening is van toepassing op alle onderzoeken overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2016/1036 die worden geopend op of na ... [de datum van inwerkingtreding van deze verordening invoegen]. Voor alle andere onderzoeken geldt dat deze verordening van toepassing is vanaf de datum waarop het eerste op deze datum volgende nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de relevante maatregelen wordt afgerond.

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0223.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (30.5.2017)

aan de Commissie internationale handel

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1036 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie en Verordening (EU) 2016/1037 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie

(COM(2016)0721 – C8-0456/2016 – 2016/0351(COD))

Rapporteur voor advies: Jerzy Buzek

AMENDEMENTEN

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement     1

Voorstel voor een verordening

Visum 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

gezien de resolutie van het Europees Parlement van 12 mei 2016 over de markteconomiestatus van China,

Amendement     2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  De Unie moet haar industrie doeltreffend kunnen beschermen tegen dumping en het toekomstige optreden van de Unie moet overeenstemmen met de WTO-voorschriften. Een instrument met dezelfde regels ten aanzien van alle handelspartners is de correcte grondslag voor duurzame handelsbetrekkingen.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Artikel 2, lid 7, onder a) en b), van Verordening (EU) 2016/1036 bepaalt de grondslag voor de vaststelling van de normale waarde in geval van invoer uit landen zonder markteconomie. Gezien de ontwikkelingen met betrekking tot sommige landen die lid zijn van de WTO moet, met ingang van de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening en met inachtneming van de bepalingen ervan, de normale waarde voor die landen worden vastgesteld op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 bis, van Verordening (EU) 2016/1036. Voor landen die op het tijdstip van opening van het onderzoek geen lid zijn van de WTO en zijn opgenomen in de lijst van bijlage I bij Verordening (EU) 2015/7552, moet de normale waarde worden vastgesteld op grond van artikel 2, lid 7, van Verordening (EU) 2016/1036 als gewijzigd bij de onderhavige verordening. De onderhavige verordening dient de vaststelling of een WTO-lid al dan niet een markteconomie is, onverlet te laten.

(2)  Gezien de ontwikkelingen van de wereldhandel, ook met betrekking tot landen die lid zijn van de WTO, waaronder hun gevolgen voor de binnenlandse industrie, moet, met ingang van de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening en met inachtneming van de bepalingen ervan, de normale waarde worden vastgesteld op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 bis, van Verordening (EU) 2016/1036. Voor landen zonder markteconomie die lid zijn van de WTO of die op het tijdstip van opening van het onderzoek geen lid zijn van de WTO en zijn opgenomen in de lijst van bijlage I bij Verordening (EU) 2015/7552, moet de normale waarde worden vastgesteld op grond van artikel 2, lid 7, van Verordening (EU) 2016/1036 als gewijzigd bij de onderhavige verordening.

__________________

__________________

2 Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33).

2 Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33).

Motivering

De rapporteur behoudt een expliciete verwijzing naar de status van markteconomie of niet-markteconomie voor leden van de WTO, zoals bijvoorbeeld in artikel 15.d van het protocol van toetreding van China tot de WTO.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Gezien het akkoord van de Raad om de handelsbeschermingsinstrumenten van de Unie te moderniseren en om doeltreffende antidumpingmaatregelen te hebben, moet ermee worden rekening gehouden dat de regel van het laagste recht de antidumpingrechten onterecht verlaagt tot een niveau onder de dumpingmarge. Hiertoe en, zoals voorgesteld door het Europees Parlement in zijn op 16 april 2014 in eerste lezing vastgestelde standpunt met betrekking tot de modernisering van de handelsbeschermingsinstrumenten, moet de regel van het laagste recht worden opgeheven, moeten de handelsbeschermingsprocedures worden versneld, moeten voorlopige rechten worden ingesteld en moeten vakbonden en kmo’s de mogelijkheid krijgen om antidumpingklachten in te dienen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Gezien de in eerdere procedures opgedane ervaring moet worden verduidelijkt in welke omstandigheden verstoringen van betekenis kunnen worden geacht aanwezig te zijn die de vrije marktwerking sterk beïnvloeden. In het bijzonder moet worden verduidelijkt dat deze situatie onder meer kan worden verondersteld wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, maar door overheidsingrijpen worden beïnvloed. Verder moet worden verduidelijkt dat bij de beoordeling of een dergelijke situatie zich voordoet, onder meer acht kan worden geslagen op de mogelijke gevolgen van de volgende factoren: het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen; overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt; discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden; en toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren. Voorts moet worden bepaald dat de diensten van de Commissie een rapport kunnen uitbrengen over de specifieke situatie in een bepaald land of een bepaalde sector met betrekking tot deze criteria; dat een dergelijk rapport en de daaraan ten grondslag liggende gegevens kunnen worden opgenomen in het dossier van elk eventueel onderzoek betreffende dat land of die sector; en dat de belanghebbenden in het kader van elk onderzoek waarin het rapport of de daaraan ten grondslag liggende gegevens worden gebruikt, voldoende gelegenheid moeten hebben om opmerkingen over dat rapport of die gegevens te maken.

(3)  Gezien de in eerdere procedures opgedane ervaring moet worden verduidelijkt in welke omstandigheden verstoringen van betekenis kunnen worden geacht aanwezig te zijn die de vrije marktwerking sterk beïnvloeden. In het bijzonder moet worden verduidelijkt dat deze situatie onder meer kan worden verondersteld wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen en andere productiefactoren, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, maar door staatsingrijpen op eender welk niveau, zij het centraal, regionaal of provinciaal, worden beïnvloed. Verder moet worden verduidelijkt dat bij de beoordeling of een dergelijke situatie zich voordoet, onder meer acht kan worden geslagen op de mogelijke gevolgen van de volgende factoren:

 

het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen, zoals openbare organen, die, rechtstreeks of onrechtstreeks, in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen; overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt; discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen, bijvoorbeeld door toepassing van door de staat vastgestelde prijzen of door discriminerende belasting-, handels- of monetaire regelingen; of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden, onder meer via de toewijzing van middelen; het ontbreken van een transparant en niet-discriminerend vennootschapsrecht dat een degelijke bedrijfsvoering garandeert, zoals de toepassing van internationale boekhoudnormen, de bescherming van aandeelhouders en algemene toegankelijkheid van correcte bedrijfsgegevens; het ontbreken en de toepassing van een coherente, doeltreffende en transparante regelgeving die garandeert dat de eigendomsrechten worden gerespecteerd en dat een goed functionerende faillissementsregeling wordt toegepast; het ontbreken van een echte, van de staat onafhankelijke financiële sector waarvoor rechtens en feitelijk voldoende waarborgen gelden en waarop degelijk toezicht wordt gehouden; het gebrek aan overeenstemming met internationale sociale en milieunormen die gevolgen hebben voor de productiekosten.

 

Voorts moet worden bepaald dat de Commissie zo spoedig mogelijk een rapport moet uitbrengen over de specifieke situatie in een bepaald land of een bepaalde sector met betrekking tot deze criteria; dat een dergelijk rapport en de daaraan ten grondslag liggende gegevens moeten worden opgenomen in het dossier van elk eventueel onderzoek betreffende dat land of die sector en op gezette tijden moeten worden geactualiseerd; en dat de belanghebbenden in het kader van elk onderzoek waarin het rapport of de daaraan ten grondslag liggende gegevens worden gebruikt, voldoende gelegenheid moeten hebben om opmerkingen over dat rapport of die gegevens te maken.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Er moet verder aan worden herinnerd dat de kosten in de regel moeten worden berekend aan de hand van de administratie van de exporteur of producent waarop het onderzoek betrekking heeft. In geval van verstoringen van betekenis in het land van uitvoer waardoor de in de administratie van de betrokken partij weergegeven kosten kunstmatig laag zijn, kunnen die kosten worden gecorrigeerd of vastgesteld op een redelijke basis, zoals aan de hand van gegevens over andere representatieve markten of over internationale prijzen of benchmarks. Gezien de in eerdere procedures opgedane ervaring moet voorts worden verduidelijkt dat voor de toepassing van de bij deze verordening ingevoerde bepalingen naar behoren rekening moet worden gehouden met al het relevante bewijsmateriaal dat in het dossier is opgenomen en waarover de belanghebbenden opmerkingen hebben kunnen maken, met inbegrip van de relevante beoordelingsrapporten betreffende de omstandigheden op de binnenlandse markt van de producenten-exporteurs en de daaraan ten grondslag liggende gegevens.

(4)  Er moet verder aan worden herinnerd dat de kosten in de regel moeten worden berekend aan de hand van de administratie van de exporteur of producent waarop het onderzoek betrekking heeft. In geval van verstoringen van betekenis in het land van uitvoer waardoor de in de administratie van de betrokken partij weergegeven kosten kunstmatig laag zijn en niet de feitelijke marktwaarden weergeven, moeten die kosten worden gecorrigeerd of vastgesteld op een redelijke basis, zoals aan de hand van gegevens over andere representatieve markten of over niet-verstoorde internationale prijzen of benchmarks, waaronder prijzen of benchmarks van de Unie, indien gepast. Gezien de in eerdere procedures opgedane ervaring moet voorts worden verduidelijkt dat voor de toepassing van de bij deze verordening ingevoerde bepalingen naar behoren rekening moet worden gehouden met al het relevante bewijsmateriaal dat in het dossier is opgenomen en waarover de belanghebbenden opmerkingen hebben kunnen maken, met inbegrip van de relevante beoordelingsrapporten betreffende de omstandigheden op de binnenlandse markt van de producenten-exporteurs en de daaraan ten grondslag liggende gegevens.

Amendement     7

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Wanneer er geen andere specifieke overgangsvoorschriften zijn waarin de betrokken kwestie wordt geregeld, moet worden bepaald dat de onderhavige verordening van toepassing is op alle besluiten inzake de inleiding van procedures en op alle procedures die worden ingeleid op of na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, met inbegrip van oorspronkelijke onderzoeken en nieuwe onderzoeken, met inachtneming van artikel 11, lid 9, van Verordening (EU) 2016/1036. Voorts moet bij wege van specifiek overgangsvoorschrift en gelet op het ontbreken van andere specifieke overgangsvoorschriften waarin de betrokken kwestie wordt geregeld, worden bepaald dat wanneer de normale waarde niet langer wordt berekend op grond van artikel 2, lid 7, onder a) of b), maar op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 bis, de redelijke termijn als bedoeld in artikel 11, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EU) 2016/1036 wordt geacht te verstrijken op de datum waarop het eerstvolgende nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen wordt geopend. Om het risico van omzeiling van de bepalingen van de onderhavige verordening te beperken, moet dezelfde aanpak worden gevolgd met betrekking tot nieuwe onderzoeken op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036. Tevens moet erop worden gewezen dat het feit dat de normale waarde niet langer wordt berekend op grond van artikel 2, lid 7, onder a) of b), maar op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 bis, op zichzelf niet voldoende bewijs is in de zin van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036. Dergelijke overgangsvoorschriften moeten voorzien in een leemte die anders rechtsonzekerheid dreigt te creëren, moeten de belanghebbenden een redelijke gelegenheid bieden om zich aan te passen aan het verlopen van de oude voorschriften en de inwerkingtreding van de nieuwe, en moeten een doeltreffende, ordelijke en billijke uitvoering van Verordening (EU) 2016/1036 vergemakkelijken.

(6)  Wanneer er geen andere specifieke overgangsvoorschriften zijn waarin de betrokken kwestie wordt geregeld, moet worden bepaald dat de onderhavige verordening van toepassing is op alle besluiten inzake de inleiding van procedures en op alle procedures die worden ingeleid op of na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, met inbegrip van oorspronkelijke onderzoeken en nieuwe onderzoeken, met inachtneming van artikel 11, lid 9, van Verordening (EU) 2016/1036. Voorts moet bij wege van specifiek overgangsvoorschrift en gelet op het ontbreken van andere specifieke overgangsvoorschriften waarin de betrokken kwestie wordt geregeld, worden bepaald dat wanneer de normale waarde niet langer wordt berekend op grond van artikel 2, lid 7, onder a) of b), maar op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 sexies, de redelijke termijn als bedoeld in artikel 11, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EU) 2016/1036 wordt geacht te verstrijken op de datum waarop het eerstvolgende nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen wordt geopend. Om het risico van omzeiling van de bepalingen van de onderhavige verordening te beperken, moet dezelfde aanpak worden gevolgd met betrekking tot nieuwe onderzoeken op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036. Tevens moet erop worden gewezen dat het feit dat de normale waarde niet langer wordt berekend op grond van artikel 2, lid 7, onder a) of b), maar op grond van artikel 2, leden 1 tot en met 6 sexies, op zichzelf niet voldoende bewijs is in de zin van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036. Dergelijke overgangsvoorschriften moeten voorzien in een leemte die anders rechtsonzekerheid dreigt te creëren, moeten de belanghebbenden een redelijke gelegenheid bieden om zich aan te passen aan het verlopen van de oude voorschriften en de inwerkingtreding van de nieuwe, en moeten een doeltreffende, ordelijke en billijke uitvoering van Verordening (EU) 2016/1036 vergemakkelijken.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  De Unie moet vóór en tijdens onderzoeken aan de hand van multilaterale of bilaterale maatregelen zorgen voor coördinatie met de belangrijkste handelspartners. In dit verband moet door de Commissie een vergelijkende follow-up van de antidumpingberekening met onze belangrijkste handelspartners worden verricht en moeten de resultaten daarvan aan de belanghebbenden worden meegedeeld.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 2016/1036

Artikel 2 – lid 6 bis – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  Wanneer bij de toepassing van deze of elke andere relevante bepaling van deze verordening wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in het land van uitvoer, wordt de normale waarde berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen. Als bronnen hiervoor kunnen onder meer niet-verstoorde internationale prijzen, kosten of benchmarks worden gebruikt, of de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land met een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van het land van uitvoer, mits de desbetreffende kostengegevens onmiddellijk beschikbaar zijn. De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een redelijk bedrag voor verkoopkosten, algemene kosten, administratiekosten en winst.

a)  Wanneer wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de economie als geheel of in sectoren ervan niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in het land van uitvoer, wordt voor elke productiefactor de normale waarde gebaseerd op een prijs of berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen. Als bronnen hiervoor kunnen onder meer niet-verstoorde internationale prijzen, kosten of benchmarks worden gebruikt, of de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land, waaronder de lidstaten van de Unie, en met een toereikend niveau van sociale en milieunormen, mits de desbetreffende gegevens onmiddellijk beschikbaar zijn. De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een redelijk bedrag voor verkoopkosten, algemene kosten, administratiekosten en winst.

 

Wanneer een exporteur duidelijk kan aantonen dat zijn prijzen of kosten van alle productiefactoren niet door verstoringen van betekenis worden beïnvloed, worden die prijzen of kosten gebruikt voor de berekening van de normale waarde.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 2016/1036

Artikel 2 – lid 6 bis – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  Verstoringen van betekenis voor het betrokken product als bedoeld onder a) kunnen onder meer worden geacht zich voor te doen wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, maar door overheidsingrijpen worden beïnvloed. Bij de beoordeling of zich al dan niet verstoringen van betekenis voordoen, kan onder meer acht worden geslagen op de mogelijke gevolgen van de volgende factoren: het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen; overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt; discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden; en toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren.

b)  Verstoringen van betekenis als bedoeld onder a) kunnen onder meer worden geacht zich voor te doen wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen en andere productiefactoren, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, maar door staatsingrijpen op eender welk niveau worden beïnvloed. Bij de beoordeling of zich al dan niet verstoringen van betekenis voordoen, wordt onder meer acht geslagen op de mogelijke gevolgen van de volgende factoren:

 

het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen, die, rechtstreeks of onrechtstreeks (zoals openbare organen), in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen; overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt; discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen, bijvoorbeeld door toepassing van door de staat vastgestelde prijzen of door discriminerende belasting-, handels- of monetaire regelingen; of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden, onder meer via de toewijzing van middelen; het ontbreken van een transparant en niet-discriminerend vennootschapsrecht dat een degelijke bedrijfsvoering garandeert, zoals de toepassing van internationale boekhoudnormen, de bescherming van aandeelhouders en algemene toegankelijkheid van correcte bedrijfsgegevens; het ontbreken en de toepassing van een coherente, doeltreffende en transparante regelgeving die garandeert dat de eigendomsrechten worden gerespecteerd en dat een goed functionerende faillissementsregeling wordt toegepast; het ontbreken van een echte, van de staat onafhankelijke financiële sector waarvoor rechtens en feitelijk voldoende waarborgen gelden en waarop degelijk toezicht wordt gehouden; het gebrek aan overeenstemming met internationale sociale en milieunormen die gevolgen hebben voor de productiekosten.

Amendement     11

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 2016/1036

Artikel 2 – lid 6 bis – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  Verstoringen van betekenis voor het betrokken product als bedoeld onder a) kunnen onder meer worden geacht zich voor te doen wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten het gevolg zijn van overcapaciteit, waarmee wordt bedoeld dat de prijzen of kosten van het product niet door de vrije marktwerking tot stand komen, aangezien ze zijn beïnvloed door overproductie die de effecten van de vaste kosten vermindert.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 2016/1036

Artikel 2 – lid 6 bis – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  Waar passend kunnen de diensten van de Commissie een rapport uitbrengen over de specifieke situatie in een bepaald land of een bepaalde sector met betrekking tot de onder b) vermelde criteria. Een dergelijk rapport en de daaraan ten grondslag liggende gegevens kunnen worden opgenomen in het dossier van elk eventueel onderzoek betreffende dat land of die sector. De belanghebbenden hebben in het kader van elk onderzoek waarin het rapport of de daaraan ten grondslag liggende gegevens worden gebruikt, voldoende gelegenheid om dat verslag of die gegevens aan te vullen, daarover opmerkingen te maken of zich daarop te beroepen. Bij de desbetreffende vaststellingen worden alle relevante gegevens uit het dossier in aanmerking genomen.

c)  De Commissie brengt zo spoedig mogelijk een openbaar rapport uit over de specifieke situatie in een bepaald land of een bepaalde sector met betrekking tot de onder b) vermelde criteria. Het rapport bevat, onder meer, indien gepast, gegevens over de naleving van internationale milieu- en sociale normen die van invloed zijn op de productiekosten. Dergelijk rapport en de daaraan ten grondslag liggende gegevens, evenals relevante bevindingen uit eerdere onderzoeken van de Unie en landenrapporten, worden opgenomen in het dossier van elk eventueel onderzoek betreffende dat land of die sector. De belanghebbenden, waaronder vakbonden en kmo's, hebben in het kader van elk onderzoek waarin het rapport of de daaraan ten grondslag liggende gegevens worden gebruikt, voldoende gelegenheid om dat verslag of die gegevens aan te vullen, daarover opmerkingen te maken of zich daarop te beroepen. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad dienovereenkomstig op de hoogte. Bij de desbetreffende vaststellingen worden alle relevante gegevens uit het dossier in aanmerking genomen, op grond van de beschikbare betrouwbare, veilige en tijdige informatie en gegevens. Het rapport en de daaraan ten grondslag liggende gegevens worden op gezette tijden ten minste om de vijf jaar of telkens wanneer de situatie met betrekking tot de onder b) vermelde criteria is gewijzigd, door de Commissie geactualiseerd;

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 2016/1036

Artikel 2 – lid 6 bis – letter d

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  De bedrijfstak van de Unie kan zich voor de berekening van de normale waarde baseren op het rapport als bedoeld onder c) wanneer zij overeenkomstig artikel 5 een klacht of overeenkomstig artikel 11 een verzoek om een nieuw onderzoek indient.

d)  De bedrijfstak en de vakbonden van de Unie kunnen zich voor de berekening van de normale waarde baseren op het rapport als bedoeld onder c) wanneer zij overeenkomstig artikel 5 een klacht, overeenkomstig artikel 11 een verzoek om een nieuw onderzoek of overeenkomstig artikel 12 een verzoek om een heropening van een onderzoek indienen. Dat rapport vormt voldoende bewijs om de berekening van de normale waarde in de klacht of het verzoek te rechtvaardigen op grond van de in lid 6 bis beschreven methodiek. Wanneer een belangrijk deel van de sector in de Unie die klachten indient, bestaat uit kmo's, kunnen de berekeningen van de normale waarde in de klacht of het verzoek worden gebaseerd op informatie in verband met de productiekosten in de Unie van het betrokken product.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Verordening (EU) nr. 2016/1036

Artikel 2 – lid 6 bis – letter e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  De bij het onderzoek betrokken partijen wordt kort na de opening meegedeeld welke relevante bronnen de Commissie voornemens is te gebruiken voor de toepassing van het bepaalde onder a), waarna zij tien dagen de tijd hebben om opmerkingen te maken. Daartoe krijgen de belanghebbenden toegang tot het dossier, met inbegrip van alle gegevens waarop de met het onderzoek belaste autoriteit zich baseert, onverminderd artikel 19.

e)  De bij het onderzoek betrokken partijen, waaronder vakbonden en kmo's, wordt kort na de opening meegedeeld welke relevante bronnen de Commissie voornemens is te gebruiken voor de toepassing van het bepaalde onder a), waarna zij tien dagen de tijd hebben om opmerkingen te maken. Daartoe krijgen de belanghebbenden toegang tot het dossier, met inbegrip van alle gegevens waarop de met het onderzoek belaste autoriteit zich baseert, onverminderd artikel 19. Uiterlijk drie maanden na de opening van het onderzoek wordt de te hanteren methodiek aan de partijen meegedeeld.

Amendement     15

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

Tegen die datum zal de Commissie haar in artikel 1, lid 1, van deze verordening vermelde rapport met betrekking tot artikel 6 bis, punt c, van Verordening (EU) nr. 2016/1036 gepubliceerd hebben.

 

 

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie

Document- en procedurenummers

COM(2016)0721 – C8-0456/2016 – 2016/0351(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

INTA

21.11.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ITRE

21.11.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jerzy Buzek

5.12.2016

Vervangen rapporteur voor advies

Paloma López Bermejo

Behandeling in de commissie

27.2.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

30.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

21

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Bendt Bendtsen, Xabier Benito Ziluaga, José Blanco López, Reinhard Bütikofer, Jerzy Buzek, Angelo Ciocca, Edward Czesak, Jakop Dalunde, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Ashley Fox, Adam Gierek, Theresa Griffin, Hans-Olaf Henkel, Kaja Kallas, Barbara Kappel, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Jaromír Kohlíček, Peter Kouroumbashev, Zdzisław Krasnodębski, Miapetra Kumpula-Natri, Janusz Lewandowski, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Angelika Mlinar, Nadine Morano, Dan Nica, Angelika Niebler, Morten Helveg Petersen, Miroslav Poche, Michel Reimon, Herbert Reul, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Algirdas Saudargas, Jean-Luc Schaffhauser, Neoklis Sylikiotis, Evžen Tošenovský, Claude Turmes, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Henna Virkkunen, Lieve Wierinck, Anna Záborská, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Soledad Cabezón Ruiz, Jude Kirton-Darling, Constanze Krehl, Barbara Kudrycka, Olle Ludvigsson, Florent Marcellesi, Marian-Jean Marinescu, Marisa Matias, Markus Pieper, Sofia Sakorafa, Anne Sander, Pavel Telička, Anneleen Van Bossuyt

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Fabio Massimo Castaldo, Nicola Danti, Gabriele Preuß

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

30

+

ALDE

Kaja Kallas, Angelika Mlinar, Morten Helveg Petersen, Pavel Telicka, Lieve Wierinck

ENF

Angelo Ciocca, Jean-Luc Schaffhauser

PPE

Bendt Bendtsen, Jerzy Buzek, Christian Ehler, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Barbara Kudrycka, Janusz Lewandowski, Marian-Jean Marinescu, Angelika Niebler, Markus Pieper, Herbert Reul, Massimiliano Salini, Anne Sander, Algirdas Saudargas, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Anna Záborská, Pilar del Castillo Vera

Verts/ALE

Reinhard Bütikofer, Jakop Dalunde, Florent Marcellesi, Michel Reimon, Claude Turmes

21

-

EFDD

Fabio Massimo Castaldo

GUE

Xabier Benito Ziluaga, Jaromír Kohlícek, Paloma López Bermejo, Marisa Matias

S&D

José Blanco López, Soledad Cabezón Ruiz, Adam Gierek, Theresa Griffin, Jude Kirton-Darling, Peter Kouroumbashev, Constanze Krehl, Miapetra Kumpula-Natri, Olle Ludvigsson, Edouard Martin, Dan Nica, Miroslav Poche, Gabriele Preuβ, Kathleen Van Brempt, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

5

0

ECR

Edward Czesak, Ashley Fox, Hans-Olaf Henkel, Evžen Tošenovský, Anneleen Van Bossuyt

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie

Document- en procedurenummers

COM(2016)0721 – C8-0456/2016 – 2016/0351(COD)

Datum indiening bij EP

9.11.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

INTA

21.11.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ITRE

21.11.2016

JURI

21.11.2016

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Salvatore Cicu

28.11.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

24.1.2017

4.5.2017

 

 

Datum goedkeuring

20.6.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

3

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, Tiziana Beghin, David Borrelli, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Santiago Fisas Ayxelà, Eleonora Forenza, Jude Kirton-Darling, Patricia Lalonde, Bernd Lange, Emma McClarkin, Anne-Marie Mineur, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Franz Obermayr, Franck Proust, Tokia Saïfi, Matteo Salvini, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Joachim Schuster, Hannu Takkula, Iuliu Winkler, Jan Zahradil

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Eric Andrieu, Klaus Buchner, Dita Charanzová, Nicola Danti, Seán Kelly, Sander Loones, Georg Mayer, Bolesław G. Piecha, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Clara Eugenia Aguilera García, Birgit Collin-Langen, Edouard Martin, Massimiliano Salini

Datum indiening

27.6.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

33

+

ALDE

Dita Charanzová, Patricia Lalonde, Marietje Schaake, Hannu Takkula

ECR

Sander Loones, Emma McClarkin, Jan Zahradil

EFDD

William (The Earl of) Dartmouth

ENF

Georg Mayer, Franz Obermayr, Matteo Salvini

PPE

Laima Liucija Andrikienė, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Birgit Collin-Langen, Santiago Fisas Ayxelà, Seán Kelly, Franck Proust, Massimiliano Salini, Tokia Saïfi, Jarosław Wałęsa, Iuliu Winkler

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Eric Andrieu, Nicola Danti, Jude Kirton-Darling, Bernd Lange, Edouard Martin, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Joachim Schuster

Verts/ALE

Klaus Buchner

3

-

EFDD

Tiziana Beghin, David Borrelli

GUE/NGL

Anne-Marie Mineur

2

0

GUE/NGL

Eleonora Forenza, Helmut Scholz

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling