Procedure : 2017/2026(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0243/2017

Ingediende teksten :

A8-0243/2017

Debatten :

PV 02/10/2017 - 18
CRE 02/10/2017 - 18

Stemmingen :

PV 03/10/2017 - 4.7
CRE 03/10/2017 - 4.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0367

VERSLAG     
PDF 311kWORD 62k
28.6.2017
PE 602.807v02-00 A8-0243/2017

over politieke betrekkingen tussen de EU en ASEAN

(2017/2026(INI))

Commissie buitenlandse zaken

Rapporteur: Reinhard Bütikofer

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over politieke betrekkingen tussen de EU en ASEAN

(2017/2026(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de oprichting van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN) op 8 augustus 1967,

–  gezien het voornaamste juridische kader voor de betrekkingen tussen de EU en de ASEAN, namelijk de in maart 1980 ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de EEG en de ASEAN(1),

–  gezien het in november 2007 ondertekende Handvest van de ASEAN, waarin aan de ASEAN rechtspersoonlijkheid en een juridisch en institutioneel kader worden gegeven, met inbegrip van de oprichting van een comité van permanente vertegenwoordigers om het werk van de ASEAN te ondersteunen en te coördineren,

–  gezien het Regionaal Forum van de ASEAN, dat in 1993 werd opgericht om de dialoog en raadpleging over politieke en veiligheidskwesties te bevorderen en om bij te dragen aan vertrouwenwekkende en preventieve diplomatie in de regio Azië-Stille Oceaan,

–  gezien de verschillende ASEAN-kaders voor het opbouwen van vertrouwen in de regio: het Regionaal Forum van de ASEAN (ARF), de vergadering van de ministers van Defensie van de ASEAN (ADMM-plus), de Oost-Azië-top (EAS), de ASEAN plus drie (de ASEAN plus China, Japan en Zuid-Korea), en de ASEAN plus zes (de ASEAN plus China, Japan, Zuid-Korea, India, Australië en Nieuw-Zeeland),

–  gezien de bestaande handelsovereenkomsten van de ASEAN met Japan, China, Zuid-Korea, India, Australië en Nieuw-Zeeland,

–  gezien de lopende onderhandelingen over en/of de conclusie van zeven partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten tussen de Europese Unie en bepaalde ASEAN-lidstaten, namelijk Brunei Darussalam, Indonesië, Maleisië, de Filipijnen, Singapore, Thailand en Vietnam,

–  gezien de komende onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten met Indonesië en de Filipijnen, de onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten met Maleisië en Thailand, die beide momenteel zijn opgeschort, de sluiting van vrijhandelsovereenkomsten met Singapore en Vietnam die de komende maanden wordt verwacht, en de onderhandelingen over een investeringsovereenkomst met Myanmar,

–  gezien de ontmoeting tussen de commissaris van handel Cecilia Malmström en de ministers van Economische Zaken van de ASEAN in Manilla op 10 maart 2017,

–  gezien de negende bijeenkomst van het parlementair samenwerkingsverband Azië-Europa (ASEP9), die op 21 en 22 april 2016 plaatsvond in Ulaanbaatar, Mongolië,

–  gezien de verklaring van Neurenberg over een versterkt partnerschap tussen de EU en de ASEAN van maart 2007 en het bijbehorende actieplan van november 2007,

–  gezien het op 27 april 2012 in Brunei Darussalam aangenomen actieplan van Bandar Seri Begawan ter intensivering van het versterkte partnerschap tussen de EU en de ASEAN (2013-2017),

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 18 mei 2015 aan het Europees Parlement en de Raad getiteld "De EU en de ASEAN: Een partnerschap met een strategische doelstelling" (JOIN(2015)0022),

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van de EU over de betrekkingen tussen de EU en de ASEAN van 22 juni 2015,

–  gezien de verklaring van Bangkok van 14 oktober 2016 over het bevorderen van een mondiaal partnerschap tussen de ASEAN en de EU met betrekking tot gezamenlijke strategische doelstellingen,

–  gezien de toetreding van de Europese Unie tot het Verdrag van vriendschap en samenwerking in Zuidoost-Azië in Phnom-Penh op 12 juli 2012(2),

–  gezien de elfde top van de Aziatisch-Europese vergadering (ASEM11), die op 15 en 16 juli 2016 plaatsvond in Ulaanbaatar (Mongolië),

–  gezien de stichting Azië-Europa, die in februari 1997 werd opgericht om een forum voor een niet-gouvernementele dialoog te verschaffen,

–  gezien het ASEAN-EU Programme of Regional Integration Support (APRIS), het ASEAN Regional Integration Support programme (ARISE) en het Regional EU-ASEAN Dialogue Instrument (READI) ter ondersteuning van de harmonisering van beleid en maatregelen in niet-handelsgerelateerde sectoren,

–  gezien de in 2007 overeengekomen blauwdruk voor de economische gemeenschap van de ASEAN,

–  gezien de 14e ASEAN-top in 2009 en de opstelling van een stappenplan voor de totstandbrenging van de interne markt van de ASEAN (ASEAN Economic Community (AEC)), de politieke en veiligheidsgemeenschap van de ASEAN (APSC) en de sociaal-culturele gemeenschap van de ASEAN (ASCC),

–  gezien de 28e en 29e ASEAN-topconferenties, gehouden op 6 en 7 september 2016 in Vientiane (Laos), evenals de 30e ASEAN-topconferentie, gehouden van 26 tot en met 29 april 2017 in Manilla (de Filipijnen),

–  gezien de 24e vergadering van het gemengd samenwerkingscomité ASEAN-EU in Jakarta (Indonesië) op 2 maart 2017,

–  gezien de Visie 2025 van de ASEAN-gemeenschap, aangenomen tijdens de 27e ASEAN-top in Kuala Lumpur (Maleisië) van 18 tot en met 22 november 2015, en de aankondiging van de oprichting op 31 december 2015 van de ASEAN-economische gemeenschap, met als doel het creëren van een interne markt voor meer dan 600 miljoen personen,

–  gezien de elfde Oost-Aziatische top van de leiders van 18 landen – de lidstaten van de ASEAN, China, Japan en Zuid-Korea (ASEAN+3), India, Australië en Nieuw-Zeeland (ASEAN+6) en Rusland en de Verenigde Staten – in Vientiane (Laos), op 8 september 2016,

–  gezien de eerste mensenrechtenverklaring van de ASEAN van 18 november 2012 en de oprichting van de intergouvernementele commissie voor de mensenrechten van de ASEAN (ASEAN Intergovernmental Commission on Human Rights AICHR) in 2009,

–  gezien de ASEAN-parlementsleden voor mensenrechten (APHR), een orgaan dat in 2013 werd opgericht met als doel democratie en mensenrechten in alle ASEAN-landen te bevorderen,

–  gezien het ASEAN-instituut voor vrede en verzoening (AIPR),

–  gezien het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, het Verdrag inzake de rechten van het kind en het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, die door alle lidstaten van de ASEAN zijn geratificeerd,

–  gezien de richtsnoeren inzake bedrijfsleven en mensenrechten ter uitvoering van het kader "Protect, Respect and Remedy" van de Verenigde Naties, die op 16 juni 2011 zijn goedgekeurd door de VN-Mensenrechtenraad,

–  gezien het ASEAN-verdrag ter bestrijding van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, dat in november 2015 door alle ASEAN-lidstaten is ondertekend,

–  gezien de universele periodieke doorlichtingen (UPR's) door de VN-Mensenrechtenraad, waaraan alle lidstaten van de ASEAN hebben deelgenomen,

–  gezien zijn recente resoluties over de ASEAN, en met name die van 15 januari 2014 over de toekomst van de betrekkingen tussen de EU en de ASEAN(3),

–  gezien zijn recente resoluties over lidstaten van de ASEAN, met name die van 9 juni 2016 over Vietnam(4), van 17 december 2015 over de kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de EU en Vietnam (resolutie)(5), van 17 december 2015 over de kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de EU en Vietnam(goedkeuring)(6), van 8 juni 2016 over de kaderovereenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de EU en de Filipijnen (goedkeuring)(7) en van 8 juni 2016 over de kaderovereenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de EU en de Filipijnen (resolutie)(8),

–  gezien zijn recente urgente mensenrechtenresoluties over lidstaten van de ASEAN, met name die van 6 oktober 2016 over Thailand, met name de zaak Andy Hall(9), van 9 juni 2016 over Cambodja(10), van 26 november 2015 over de politieke situatie in Cambodja(11), van 9 juli 2015 over de Cambodjaanse wetsvoorstellen inzake ngo's en vakbonden(12), van 8 oktober 2015 over de situatie in Thailand(13), van 21 mei 2015 over het lot van Rohingya-vluchtelingen, met inbegrip van massagraven in Thailand(14), van 15 december 2016 over de situatie van de Rohingya-minderheid in Myanmar(15), van 7 juli 2016 over Myanmar, en met name de situatie van de Rohingya(16), van 17 december 2015 over Maleisië(17), van 19 januari 2017 over Indonesië, met name de gevallen van Hosea Yeimo en Ismael Alua en de gouverneur van Jakarta(18), en van 15 september 2016(19) en 15 maart 2017(20) over de Filipijnen,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0243/2017),

A.  overwegende dat dit jaar het vijftigjarig bestaan van de ASEAN, de zestigste verjaardag van de Verdragen van Rome en het veertigjarig bestaan van formele betrekkingen tussen de EU en ASEAN gevierd worden;

B.  overwegende dat de ASEAN-regio zich heeft ontwikkeld tot een van 's werelds meest dynamische en snelst groeiende regio's, met name wat betreft de economie, technologie en onderzoek, in geopolitiek en geo-economisch opzicht een strategische plaats inneemt, een zeer actieve bevolking heeft, over overvloedige grondstoffen beschikt, grotere economische integratie tot doel heeft en een ambitieuze agenda voor duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) nastreeft, met name inzake onderwijs, en een krachtig pleitbezorger is van multilateralisme; overwegende dat het dichten van de ontwikkelingskloof binnen de ASEAN van essentieel belang is bij het streven naar verdere integratie en het waarborgen van veiligheid, stabiliteit en de bescherming van sociale, economische en politieke rechten;

C.  overwegende dat de integratieprocessen van de EU en de ASEAN verschillend van aard zijn, zowel qua achtergrond als qua zienswijze en missies; overwegende dat de integratieprocessen van de EU en de ASEAN ieder hun eigen logica volgen, maar wel vergelijkbaar zijn, aangezien beide op regels gebaseerde organisaties al decennia bijdragen aan de bevordering van vreedzame co-existentie, regionale integratie en internationale samenwerking en ontwikkeling, en beogen vertrouwen te scheppen tussen hun lidstaten; overwegende dat de EU zodoende een unieke partner voor de ASEAN vormt;

D.  overwegende dat de twee regio's een aanzienlijk niveau van interactie hebben bewerkstelligd, en dat de betrekkingen tussen de EU en de ASEAN zeer uitgebreid zijn en een brede reeks sectoren omvatten, waaronder handel en investeringen, ontwikkeling, economie en politieke kwesties; overwegende dat de ASEAN de op twee na grootste handelspartner van de EU is en de EU de op een na grootste handelspartner van de ASEAN, waarbij de jaarlijkse bilaterale handel in goederen goed is voor meer dan 200 miljard EUR, terwijl de EU de grootste verstrekker van buitenlandse directe investeringen in de ASEAN-regio is; overwegende dat de ASEAN voor Europese ondernemingen een toegangsweg is tot de markten van de bredere regio; overwegende dat de EU en haar lidstaten gedurende de periode 2014-2020 de grootste verstrekker van ontwikkelingshulp in de regio zijn en dat de EU 3 miljard EUR heeft toegezegd om armoede te bestrijden en ontwikkelingsachterstanden in ASEAN-landen met een laag inkomen te verkleinen;

E.  overwegende dat het EU-project in het verleden een voorbeeld is geweest voor andere regionale integratieprocessen;

F.  overwegende dat de EU voortdurend het werk van de ASEAN en met name het secretariaat van de ASEAN gesteund heeft, en als erkenning van het belang van de ASEAN een hoofd van de EU-delegatie bij de ASEAN heeft benoemd, die in 2015 is aangetreden;

G.  overwegende dat op dit moment de integratieprocessen in beide regio's op de proef worden gesteld, maar dat er zich tegelijkertijd nieuwe mogelijkheden voor integratie voordoen; overwegende dat de EU met meerdere crises wordt geconfronteerd; overwegende dat de ASEAN, niettegenstaande het doel de centrale rol van de ASEAN te bevorderen, in 2016 te maken had met een daling van de handel binnen de ASEAN en te kampen heeft gehad met problemen, waaronder uiteenlopende oriëntaties op het gebied van buitenlands beleid en overloopeffecten van binnenlandse problemen, in verband met dreigingen voor de democratie en de rechtsstaat, interreligieuze verhoudingen, etnische minderheden, sociale ongelijkheid en mensenrechtenschendingen, ook met grensoverschrijdende gevolgen;

H.  overwegende dat de EU heeft besloten de mensenrechten een centrale plaats toe te kennen in haar betrekkingen met derde landen;

I.  overwegende dat de EU de Filipijnen in december 2014 de SAP+-status heeft toegekend, waarmee dit het eerste ASEAN-land is dat dergelijke handelspreferenties geniet; overwegende dat de Filipijnen hierdoor 66 % van hun producten tariefvrij kunnen uitvoeren naar de EU;

J.  overwegende dat de terugtrekking van de VS uit het trans-Pacifisch partnerschap (TTP) een nieuwe impuls zou kunnen geven aan de onderhandelingen over een regionaal alomvattend economisch partnerschap (RCEP); overwegende dat een zelfbewuster China initiatieven zoals "One belt, one road" lanceert, waardoor alle buurlanden en andere landen op de proef worden gesteld;

K.  overwegende dat de spanningen in de Zuid-Chinese Zee een bedreiging en een risico voor de veiligheid en de stabiliteit van de regio vormen; overwegende dat de militarisering van de Zuid-Chinese Zee de meest zorgelijke ontwikkeling is; overwegende dat de dialoog tussen de ASEAN en China over een gedragscode het belangrijkste mechanisme van de ASEAN blijft voor uitwisselingen met China over de Zuid-Chinese Zee; overwegende dat de activiteiten van China – van militaire patrouilles en oefeningen tot bouwactiviteiten waarbij de principes van de verklaring over het gedrag van de partijen in de Zuid-Chinese Zee van 2002 genegeerd worden – een punt van zorg blijven;

1.  feliciteert de lidstaten van de ASEAN met het vijftigjarig bestaan van de ASEAN en staat volledig achter alle inspanningen voor regionale integratie; betuigt evenzeer zijn waardering voor veertig jaar betrekkingen tussen de EU en de ASEAN en herhaalt zijn aanbeveling om de betrekkingen op te waarderen tot een strategisch partnerschap op basis van concrete acties, tastbare resultaten en nauwere inhoudelijke samenwerking; benadrukt dat de EU haar samenwerking met deze sleutelspeler in een strategisch belangrijke regio wenst te versterken; benadrukt dat een strategisch partnerschap met de ASEAN voor de EU een mogelijkheid betekent om haar bijdrage aan de verwezenlijking van gedeelde doelstellingen in de Indo-Pacifische regio te versterken;

2.  wijst op de politieke waarde van sterke handels- en investeringsbetrekkingen tussen de ASEAN en de EU en dringt er bij beide partijen op aan hun economische en politieke betrekkingen verder te versterken; benadrukt dat er een aanzienlijk potentieel is voor verdere uitbreiding van de handelsbetrekkingen tussen de EU en de ASEAN; wijst erop dat de EU de grootste buitenlandse investeerder in de ASEAN is; wijst ook op de kansen voor samenwerking inzake de uitvoering van de SDG's; pleit voor intensivering van de samenwerking teneinde de ontwikkelingskloof binnen de ASEAN te dichten; is van mening dat de samenwerking en de uitwisseling van goede praktijken op diverse terreinen kunnen worden versterkt, onder meer bij de aanpak van mondiale problemen, inclusief de klimaatverandering, transnationale georganiseerde misdaad en terreur, grensbeheer, maritieme veiligheid, de ontwikkeling van de financiële sector, transparantie en macroeconomisch beleid; benadrukt het streven naar een hoge graad van samenwerking tussen de EU en de ASEAN binnen multilaterale instellingen zoals de VN, maar ook in de WTO, met betrekking tot de handhaving, versterking en ontwikkeling van het multilaterale internationale handelsbestel en eerlijke handelsbetrekkingen;

3.  prijst de VV/HV en de Commissie voor het aannemen van een gezamenlijke verklaring, met steun van de lidstaten, waarin een routekaart is opgenomen voor de verdieping van het partnerschap met betrekking tot politieke, veiligheids- en economische zaken, alsook wat betreft connectiviteit, het milieu, natuurlijke hulpbronnen en andere domeinen, zoals de bevordering en bescherming van de mensenrechten; benadrukt het belang van de versterking van de politieke dialoog tussen de EU en de ASEAN; wijst erop dat de actieve steun van de EU voor de verdieping van de integratie van de ASEAN bijdraagt aan haar veerkracht en aan de stabiliteit van de regio; benadrukt dat de EU technische bijstand en steun voor capaciteitsopbouw verleent voor de totstandbrenging van een interne markt;

4.  is ingenomen met de benoeming van een hoofd van de EU-delegatie bij de ASEAN en de opening van een EU-missie bij de ASEAN in 2015, een ontwikkeling waaruit blijkt hoe belangrijk de betrekkingen tussen de EU en de ASEAN zijn;

5.  merkt op dat, aangezien het VK door de jaren heen een belangrijke en waardevolle rol heeft gespeeld in het tot stand brengen van de banden tussen de EU en de ASEAN, de EU en haar lidstaten genoodzaakt zullen worden en de gelegenheid zullen krijgen om de betrekkingen actief te versterken in het licht van de nieuwe realiteit van de brexit; dringt er bij het VK op aan nauw met het partnerschap tussen de EU en de ASEAN samen te werken; roept de EU op haar betrokkenheid bij de bestaande door de ASEAN geleide fora te versterken; is van oordeel dat de EU haar diplomatieke inspanningen met de ASEAN naar een hoger plan moet tillen en moet intensiveren om bij te dragen tot meer stabiliteit en veiligheid in conflictgebieden waar opnieuw spanningen zijn ontstaan, en daarbij nauw moet samenwerken met partners in de regio en het internationaal recht moet hooghouden;

6.  betreurt de late en gereserveerde reactie van de EU op de Unclos (Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee)-uitspraak inzake het geschil met betrekking tot de Zuid-Chinese Zee en dringt er bij de EU op aan te bevorderen dat de bepalingen van Unclos worden geëerbiedigd; benadrukt nogmaals dat de EU vreedzame, via onderhandelingen bereikte oplossingen voor internationale geschillen steunt; houdt vast aan vrijheid van scheepvaart; roept China op de uitspraak van het tribunaal te accepteren; moedigt de partijen aan een vreedzame schikking van de geschillen na te streven, gebaseerd op de beginselen van het internationaal recht onder Unclos; steunt de inspanningen van de ASEAN-lidstaten om te streven naar de spoedige vaststelling van een doeltreffende gedragscode voor de Zuid-Chinese Zee;

7.  betreurt acties zoals grootschalige landaanwinning en het plaatsen van militaire installaties en arsenaal op aangewonnen land, wat het risico met zich meebrengt dat het conflict gemilitariseerd wordt; spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de toenemende uitgaven voor defensie in de regio en de naburige landen, alsmede over de toenemende militarisering van conflicten, met name in de Zuid- en de Oost-Chinese Zee; merkt op dat de EU de ontwikkeling van de vreedzame betrekkingen tussen China en zijn buurlanden rond de Zuid-Chinese Zee door constructieve bilaterale en inclusieve multilaterale mechanismen moet blijven steunen; steunt alle acties die het mogelijk maken om van de Zuid-Chinese Zee een "zee van vrede en samenwerking" te maken; dringt er bij de lidstaten op aan zich strikt te houden aan de EU-gedragscode inzake wapenexport; benadrukt het belang van de non-proliferatie van massavernietigingswapens, met name in het licht van de recente ontwikkelingen in de Democratische Volksrepubliek Korea;

8.  steunt het veiligheidspartnerschap en het uitwisselen van ervaring en beste praktijken tussen de EU en de ASEAN op het vlak van een reeks niet-conventionele veiligheidskwesties met het oog op de versterking van de regionale capaciteiten, met name wat betreft een intensievere dialoog en samenwerking op het gebied van de maritieme veiligheid, piraterij, bestrijding van de georganiseerde misdaad en steun voor samenwerking tussen Europol en de politiedienst van de ASEAN (Aseanapol), terrorismebestrijding, cyberveiligheid, klimaatveiligheid, preventieve diplomatie en bemiddeling, crisisbeheer, paraatheid bij rampen en noodhulp en humanitaire bijstand; pleit voor een grotere EU-bijdrage aan en -betrokkenheid bij het Regionaal Forum van de ASEAN (ARF);

9.  is ingenomen met de derde dialoog op hoog niveau tussen de ASEAN en de EU over de samenwerking op het gebied van de maritieme veiligheid in Thailand op 15 en 16 september 2016, waar toekomstige gebieden van concrete samenwerking tussen de ASEAN en de EU op het gebied van maritieme veiligheid en preventieve diplomatie in kaart werden gebracht en voorgesteld; ziet uit naar het bijeenroepen van de vierde dialoog op hoog niveau tussen de ASEAN en de EU over samenwerking op het gebied van de maritieme veiligheid in 2017 in de Filipijnen;

10.  bevestigt nogmaals dat de EU de centrale rol van de ASEAN en de belangrijke bijdrage van de ASEAN aan de bevordering van dialoog en samenwerking voor vrede, veiligheid, stabiliteit en welvaart in de regio Azië-Stille Oceaan en daarbuiten steunt; pleit voor de oprichting van operationele en doeltreffende geschillenbeslechtingsmechanismen, zoals voorzien in hoofdstuk 8 van het Handvest van de ASEAN en in een protocol bij het handvest van 2010, met inbegrip van wettelijk bindende maatregelen en regelingen; wijst op de ervaringen die men sedert pakweg veertig jaar op het Europese continent heeft opgedaan met een veiligheidsconcept dat naast een politiek-militaire dimensie tevens de economische, de milieu- en de menselijke dimensie omvat; is ervan overtuigd dat deze ervaringen kunnen worden benut bij de inspanningen van de ASEAN met het oog op de vreedzame ontwikkeling van de regio; beklemtoont dat de EU belang heeft bij het bevorderen van de betrokkenheid bij de regio in het kader van alle door de ASEAN geleide processen;

11.  onderstreept de specifieke ervaring van de EU met institutionele opbouw, de eenheidsmarkt, convergentie van de regelgeving, conflict- en crisisbeheersing, maritieme veiligheid, bemiddeling, en humanitaire hulp en hulp bij rampen, alsook haar recente vorderingen bij de integratie op het gebied van defensie en de positieve ervaringen met de regionale vaststelling van normen en een sterk regionaal mensenrechten- en democratisch bestel, en de bereidheid van de EU om deze ervaring te delen waar dit nuttig is; wijst op de onderhandelingen inzake de uitgebreide luchtvervoersovereenkomst tussen de EU en de ASEAN (CATA) en de bredere agenda voor connectiviteit; wijst erop dat de EU in de periode 2014-2020 de helft van haar financiële bijstand besteedt aan de ASEAN ter ondersteuning van haar connectiviteit;

12.  onderstreept de noodzaak van samenwerking op multilateraal niveau met andere rechtsgebieden in de regio, bijvoorbeeld tussen waarnemers uit ASEAN-landen, Papoea-Nieuw-Guinea en Oost-Timor, alsook China, Japan en Taiwan;

13.  is van mening dat er uit geopolitiek oogpunt zeer goede redenen zijn om te pleiten voor hervatting van de onderhandelingen inzake een regionale vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en de ASEAN, en is ingenomen met de uitkomst van de recente ontmoeting tussen de EU-commissaris van handel Cecilia Malmström en de ministers van Economische Zaken van de ASEAN met betrekking tot een verkennend onderzoek in dit verband, alsook met de stappen die zijn gezet met het oog op de einddoelstelling van een overeenkomst tussen regio's; spoort vanuit strategisch oogpunt alle inspanningen aan om de mogelijkheden voor het sluiten van vrijhandelsovereenkomsten met alle ASEAN-landen te onderzoeken; herinnert eraan dat de ASEAN buiten Europa de derde handelspartner van de EU is en de EU de tweede handelspartner van de ASEAN;

14.  benadrukt dat de in de ASEAN-landen gevestigde binnen- en buitenlandse bedrijven moeten handelen in overeenstemming met de beginselen van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap; dringt er bij de ASEAN-landen op aan ervoor te zorgen dat sociale, milieu- en arbeidsrechten ten volle worden geëerbiedigd; pleit voor volledige en effectieve uitvoering van de IAO-verdragen en eerbiediging van de fundamentele arbeidsnormen; roept de ASEAN en haar leden op de VN-richtsnoeren inzake het bedrijfsleven en mensenrechten doeltreffend toe te passen, gepaste arbeidsbescherming en toegang tot behoorlijke werkomstandigheden te bevorderen, en een milieu op te bouwen dat gunstiger is voor de ontwikkeling van vakbonden; verzoekt de Commissie en de EDEO alle beschikbare middelen aan te wenden om naleving van bovengenoemde richtsnoeren af te dwingen; wijst voorts op de noodzaak alle vormen van dwangarbeid of verplichte arbeid en kinderarbeid uit te bannen;

15.  roept Europese bedrijven die investeren in de ASEAN-regio op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en de Europese normen op het gebied van consumenten-, arbeids- en milieurechten te eerbiedigen en de rechten van de inheemse bevolking te waarborgen;

16.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om een geïnstitutionaliseerde sociale dialoog tussen het burgerforum Azië-Europa (AEPF) en overeenkomstige middenveldstructuren in de EU te faciliteren;

17.  wijst erop dat de ASEAN zelf heeft verklaard de bevolking centraal te stellen en dat de legitimiteit en relevantie van de regionale integratieprocessen, in zowel de EU als de ASEAN, erbij zijn gebaat zo veel mogelijk belanghebbenden bij het proces te betrekken en de bereikte resultaten openbaar te maken; is van oordeel dat het contact tussen mensen, met name voor jonge mensen, een zeer belangrijk instrument is voor culturele uitwisseling, en roept op tot een aanzienlijke vergroting van de Erasmus+-faciliteit voor de ASEAN; beklemtoont dat er in de ASEAN-landen veel meer ruimte is voor beroepsonderwijs, en wijst op de perspectieven voor samenwerking op het gebied van het duale opleidingenstelsel dat in sommige EU-landen wordt toegepast; pleit tevens voor de ontwikkeling van activiteiten op het gebied van culturele diplomatie overeenkomstig de mededeling van juni 2016 over een EU-strategie voor internationale culturele betrekkingen en het recente verslag van het Parlement over hetzelfde onderwerp; wijst op de belangrijke rol van de stichting Azië-Europa en is van mening dat de steun voor de werkzaamheden ervan moet worden uitgebreid;

18.  beklemtoont dat gestructureerde uitwisselingen en samenwerking op het niveau van regio's en gemeenten (tweelingsteden) interessante mogelijkheden bieden om praktische ervaringen te versterken, en vestigt de aandacht op concrete initiatieven als het Burgemeestersconvenant of het memorandum van overeenstemming "Under2", die actief moeten worden bevorderd;

19.  stelt voor de jaardag van de betrekkingen tussen de ASEAN en de EU dit jaar te vieren met een EU-initiatief voor een "EU-ASEAN-uitwisselingsprogramma voor jonge leiders", in 2018 wanneer Singapore het ASEAN-voorzitterschap bekleedt; stelt voor, als dit programma vruchten afwerpt, een jaarlijks forum te organiseren waarop jonge leiders uit de EU en de ASEAN ideeën kunnen uitwisselen en relaties aanknopen ter ondersteuning van toekomstige betrekkingen tussen de EU en de ASEAN; suggereert voorts om samen met de ASEAN-partners te onderzoeken hoe de wederkerige financiering van onderzoeksinstituten of academische programma's die zijn gericht op de bestudering van de integratieprocessen en de ervaringen met deze processen in de respectieve partnerregio's in de praktijk kan worden gebracht;

20.  beklemtoont de noodzaak om gendergelijkheid te bevorderen, de positie van vrouwen te versterken en de levens van vrouwen en meisjes te verbeteren; wijst erop dat toegang tot het onderwijs derhalve van zeer groot belang is en kan leiden tot een sociale en economische transformatie;

21.  benadrukt dat de EU tevens de beleidsdialogen en samenwerking moet intensiveren over kwesties zoals fundamentele rechten, met inbegrip van de rechten van etnische en religieuze minderheden en met betrekking tot kwesties van gemeenschappelijk belang onder meer op het gebied van de rechtsstaat en veiligheid, de bescherming van de vrijheid van meningsuiting en de vrije uitwisseling van informatie, de bestrijding van transnationale misdaad, corruptie, belastingontduiking, witwassen van geld, de handel in mensen en drugs, terrorismebestrijding, non-proliferatie, ontwapening, maritieme en cyberveiligheid;

22.  is ingenomen met de eerste beleidsdialoog tussen de EU en de ASEAN over mensenrechten in Brussel in oktober 2015, en kijkt uit naar meer van dergelijke dialogen; is zeer bezorgd over de afbrokkeling van de democratie en de schendingen van mensenrechten en rechten van minderheden en de voortdurende repressie en discriminatie in landen in de regio, en over het onvermogen om genoeg bewegingsruimte te bieden aan vluchtelingen en staatlozen of aan het maatschappelijk middenveld, met name voor milieu-, landrechten- en arbeidsrechtenactivisten, mensenrechtenverdedigers en werknemers in de media; waarschuwt ervoor dat het niet aanpakken van de vraagstukken in verband met de marginalisering van minderheden de duurzaamheid en het welslagen op lange termijn van de ASEAN in gevaar kan brengen; betreurt dat een repressieve aanpak van drugsgebruikers een groot aantal mensenlevens heeft geëist en tot buitengerechtelijke executies heeft geleid; vindt het noodzakelijk dat het maatschappelijk middenveld in de ASEAN inspraak krijgt door zinvol overleg met ngo's en volksbewegingen in verband met regionale beleidsvorming te waarborgen;

23.  maakt zich zorgen over de tegenslagen in verband met de afschaffing van de doodstraf in de regio, en roept alle ASEAN-landen op af te zien van herinvoering van de doodstraf en zich te houden aan hun internationale verplichtingen; is ingenomen met de inspanningen ter bestrijding van mensenhandel en dwangarbeid, en roept alle regeringen op de bescherming van de slachtoffers en de coördinatie en samenwerking tussen de landen te intensiveren;

24.  roept de ASEAN op voldoende middelen vrij te maken voor haar intergouvernementele commissie voor de mensenrechten (AICHR); hoopt dat specifieke en verifieerbare streefdoelen en maatregelen zullen worden opgenomen in het vijfjarige werkplan van AICHR, en dat haar mandaat zal worden versterkt, zodat zij mensenrechtenschendingen actief kan monitoren, onderzoeken, vervolgen en voorkomen; moedigt de AICHR aan de instelling van een aanvullend hof voor de mensenrechten van de ASEAN te overwegen en te bespreken, naar het model van dergelijke hoven in andere regio's in de wereld;

25.  dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan alle mogelijkheden aan te grijpen om met de ASEAN-landen samen te werken ter versterking van de democratie; steunt de werkzaamheden van het ondersteuningsbureau voor mensenrechten van het "Regional EU-ASEAN Dialogue Instrument" dat ernaar streeft ruchtbaarheid te geven aan mensenrechtenvraagstukken en -acties en de aandacht voor de mensenrechten te vergroten; dringt er bij alle lidstaten van de ASEAN op aan om verdere mensenrechtenverdragen van de VN en de bijbehorende optionele protocollen alsmede het Statuut inzake het Internationaal Strafhof (ICC) te ratificeren, en initiatieven voor overgangsrechtspraak, verzoening en de strijd tegen straffeloosheid in de hele regio te steunen;

26.  is bezorgd over het feit dat in de ASEAN-lidstaten miljoenen staatlozen wonen; wijst erop dat de Rohingya van Myanmar de grootste staatloze bevolkingsgroep ter wereld vormen met meer dan 1 miljoen personen die onder het UNHCR-mandaat om staatlozen te helpen, vallen, maar dat ook in Brunei, Vietnam, de Filipijnen, Maleisië en elders grote gemeenschappen van staatlozen verblijven; moedigt de ASEAN-lidstaten aan samen te werken, goede voorbeelden uit te wisselen en hun inspanningen te bundelen om een eind te maken aan staatloosheid in de hele regio;

27.  erkent de belangrijke rol die de EU heeft gespeeld in de vorderingen die tot op heden door de ASEAN-landen zijn geboekt en dringt er bij de EU op aan om de dialoog steeds op gang te houden teneinde de regio te ondersteunen op de weg naar democratisering, ontwikkeling en integratie;

28.  is bezorgd dat klimaatverandering een grote invloed zal hebben op de ASEAN; herinnert eraan dat de ASEAN-regio een van de kwetsbaarste regio's is voor dit verschijnsel; verzoekt de lidstaten van de ASEAN de verschuiving naar een koolstofarme economie te versnellen en ontbossing snel te verminderen, op effectieve wijze een halt toe te roepen aan bosbranden en meer milieuvriendelijke technologieën voor transport en gebouwen in te voeren; is ingenomen met het initiatief van de EU voor een nieuwe specifieke dialoog tussen de EU en de ASEAN over duurzame ontwikkeling; wijst er in dit verband op dat de EU het opruimen van niet-geëxplodeerde oorlogsmunitie in een aantal landen in de regio ondersteunt; dringt aan op samenwerking tussen de EU en de ASEAN inzake duurzaam toerisme, voedselveiligheid en de bescherming van de biologische diversiteit, met name van koraalriffen en mangrovebossen, en pleit voor een effectieve aanpak van de overbevissing in de regio; wijst er met klem op dat de ASEAN-landen hulp moeten krijgen bij het verbeteren van de bescherming en het duurzaam gebruik van biodiversiteit en het systematische herstel van bosecosystemen; dringt er bij de ASEAN-lidstaten op aan maatregelen te treffen ter versterking van hun capaciteit voor snelle respons in het geval van natuurrampen uit hoofde van de ASEAN-overeenkomst inzake rampenbeheer en optreden in noodsituaties ("ASEAN Agreement on Disaster Management and Emergency Response" – AADMER);

29.  roept alle EU-instellingen en de EU-lidstaten op om passende prioriteit te geven aan zeer frequente politieke contacten, met name op ministerieel niveau, en om volledig gebruik te maken van de ASEAN-lidstaat die namens ASEAN is belast met de coördinatie van de betrekkingen in het kader van de dialoog met de EU en het ASEAN-voorzitterschap; herinnert aan de ingediende verzoeken om een parlementaire vergadering van de EU en de ASEAN in een regio-tot-regiovorm, en pleit ervoor de parlementaire publieke diplomatie op diverse beleidsterreinen uit te breiden; dringt er in de tussentijd op aan de samenwerking met de Interparlementaire Assemblee van de ASEAN (AIPA) te versterken door middel van regelmatige en gestructureerde uitwisselingen; roept de EU-instellingen en de lidstaten op tevens hun voordeel te doen met de mogelijkheden voor intensieve uitwisseling over regionale vraagstukken die tijdens het forum van de jaarlijkse Shangri-La-dialoog aan de orde kwamen;

30.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de Interparlementaire Assemblee van de ASEAN, het secretariaat van de ASEAN en de regeringen en parlementen van de ASEAN-lidstaten.

(1)

  PB C 85 van 8.4.1980, blz. 83.

(2)

  PB L 154 van 15.6.2012, blz. 1.

(3)

  PB C 482 van 23.12.2016, blz. 75.

(4)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0276.

(5)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0468.

(6)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0467.

(7)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0262.

(8)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0263.

(9)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0380.

(10)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0274.

(11)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0413.

(12)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0277.

(13)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0343.

(14)

  PB C 353 van 27.9.2016, blz. 52.

(15)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0506.

(16)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0316.

(17)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0465.

(18)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0002.

(19)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0349.

(20)

  Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0088.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

20.6.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

58

2

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Lars Adaktusson, Michèle Alliot-Marie, Nikos Androulakis, Francisco Assis, Petras Auštrevičius, Bas Belder, Mario Borghezio, Victor Boştinaru, Elmar Brok, James Carver, Lorenzo Cesa, Arnaud Danjean, Georgios Epitideios, Knut Fleckenstein, Anna Elżbieta Fotyga, Eugen Freund, Iveta Grigule, Sandra Kalniete, Tunne Kelam, Janusz Korwin-Mikke, Andrey Kovatchev, Ilhan Kyuchyuk, Ryszard Antoni Legutko, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, Tamás Meszerics, Francisco José Millán Mon, Clare Moody, Javier Nart, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Kati Piri, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Sofia Sakorafa, Jordi Solé, Jaromír Štětina, Dubravka Šuica, Charles Tannock, Miguel Urbán Crespo, Ivo Vajgl, Elena Valenciano, Geoffrey Van Orden, Anders Primdahl Vistisen

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Laima Liucija Andrikienė, Reinhard Bütikofer, Luis de Grandes Pascual, Neena Gill, María Teresa Giménez Barbat, Ana Gomes, Marek Jurek, Patricia Lalonde, Javi López, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Igor Šoltes, Renate Sommer, Ernest Urtasun, Marie-Christine Vergiat

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Pál Csáky, Dietmar Köster, Costas Mavrides, Alex Mayer


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

58

+

ALDE

Petras Auštrevičius, María Teresa Giménez Barbat, Iveta Grigule, Ilhan Kyuchyuk, Patricia Lalonde, Javier Nart, Jozo Radoš, Ivo Vajgl

ECR

Bas Belder, Anna Elżbieta Fotyga, Marek Jurek, Ryszard Antoni Legutko, Charles Tannock, Geoffrey Van Orden, Anders Primdahl Vistisen

PPE

Lars Adaktusson, Michèle Alliot-Marie, Laima Liucija Andrikienė, Elmar Brok, Lorenzo Cesa, Pál Csáky, Arnaud Danjean, Sandra Kalniete, Tunne Kelam, Andrey Kovatchev, Francisco José Millán Mon, Ramona Nicole Mănescu, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Renate Sommer, Luis de Grandes Pascual, Jaromír Štětina, Dubravka Šuica

S&D

Nikos Androulakis, Francisco Assis, Victor Boştinaru, Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Neena Gill, Ana Gomes, Dietmar Köster, Javi López, Andrejs Mamikins, Costas Mavrides, Alex Mayer, Clare Moody, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Kati Piri, Elena Valenciano

Verts/ALE

Reinhard Bütikofer, Barbara Lochbihler, Tamás Meszerics, Jordi Solé, Ernest Urtasun, Igor Šoltes

2

-

EFDD

James Carver

NI

Georgios Epitideios

6

0

ENF

Mario Borghezio

GUE/NGL

Sabine Lösing, Sofia Sakorafa, Miguel Urbán Crespo, Marie-Christine Vergiat

NI

Janusz Korwin-Mikke

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling