Procedure : 2017/0017(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0258/2017

Ingediende teksten :

A8-0258/2017

Debatten :

PV 11/09/2017 - 20
CRE 11/09/2017 - 20
PV 11/12/2017 - 18
CRE 11/12/2017 - 18

Stemmingen :

PV 13/09/2017 - 9.7
CRE 13/09/2017 - 9.7
Stemverklaringen
PV 12/12/2017 - 5.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0338
P8_TA(2017)0477

VERSLAG     ***I
PDF 849kWORD 135k
14.7.2017
PE 602.955v02-00 A8-0258/2017

over een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG om de huidige beperkingen van het toepassingsgebied voor luchtvaartactiviteiten voort te zetten en de tenuitvoerlegging van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021 voor te bereiden

(COM(2017)0054 – C8-0028/2017 – 2017/0017(COD))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Julie Girling

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG om de huidige beperkingen van het toepassingsgebied voor luchtvaartactiviteiten voort te zetten en de tenuitvoerlegging van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021 voor te bereiden

(COM(2017)0054 – C8-0028/2017 – 2017/0017(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0054),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0028/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 31 mei 2017(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de adviezen van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie vervoer en toerisme (A8-0258/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Milieubescherming is één van de belangrijkste uitdagingen waarmee de Unie wordt geconfronteerd.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Een goed functionerende, hervormde EU-ETS met een verbeterd instrument voor de stabilisatie van de markt zal het belangrijkste Europese instrument zijn voor de verwezenlijking van het streefcijfer van 40 % reductie, met een lineaire factor en kosteloze toewijzing na 2020. Om de planningszekerheid met betrekking tot investeringsbeslissingen te verhogen, de transparantie te vergroten, koolstoflekkage te minimaliseren en het systeem in zijn geheel eenvoudiger en gemakkelijker te begrijpen te maken, moet in de wetgevingshandeling het te veilen aandeel als een percentage worden uitgedrukt. Deze bepalingen moeten verenigbaar zijn met de klimaatdoelstellingen van de Unie en haar verplichtingen in het kader van de Overeenkomst van Parijs, en in overeenstemming worden gebracht met de faciliterende dialoog in 2018, de eerste algemene wereldwijde inventarisatie in 2023, en de algemene inventarisaties elke vijf jaar daarna, om informatie te bieden voor opeenvolgende nationaal bepaalde bijdragen (NDC's).

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De Unie en haar lidstaten hebben er sinds 1997 naar gestreefd voortgang te maken met een internationale overeenkomst om de gevolgen van de broeikasgasemissies van de luchtvaart te beperken en sinds 2008 beschikken zij over wetgeving om de gevolgen van luchtvaartactiviteiten voor de klimaatverandering te beperken door middel van de EU-regeling voor de handel in emissierechten (EU-ETS), die sinds 2005 operationeel is. Om bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) sneller vooruitgang te kunnen maken, heeft de Unie tweemaal tijdgebonden afwijkingen van de EU-ETS goedgekeurd teneinde de nalevingsverplichtingen te beperken tot de emissies van vluchten tussen luchtvaartterreinen binnen de Europese Economische Ruimte (EER), met gelijke behandeling op de routes van de vliegtuigexploitanten, waar ze ook zijn gevestigd. De meest recente afwijking van de EU-ETS-Verordening (EU) nr. 421/2014 van het Europees Parlement en de Raad beperkte de nalevingsverplichtingen tot vluchten binnen de EER tussen 2013 en 2016 en beoogde mogelijke wijzigingen in het toepassingsgebied van de regeling voor activiteiten van en naar luchtvaartterreinen buiten de EER met ingang van 1 januari 2017, na de in die verordening bedoelde herziening.

(4)  De Unie en haar lidstaten hebben er sinds 1997 naar gestreefd voortgang te maken met een internationale overeenkomst om de gevolgen van de broeikasgasemissies van de luchtvaart te beperken en sinds 2008 beschikken zij over wetgeving om de gevolgen van luchtvaartactiviteiten voor de klimaatverandering te beperken door middel van de EU-regeling voor de handel in emissierechten (EU-ETS), die sinds 2005 operationeel is. In zijn arrest van 21 december 20111 bis heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat het opnemen van vluchten buiten de EER in de EU-ETS-regeling geen schending van het internationaal recht inhoudt. Om bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) sneller vooruitgang te kunnen maken, heeft de Unie tweemaal tijdgebonden afwijkingen van de EU-ETS goedgekeurd teneinde de nalevingsverplichtingen te beperken tot de emissies van vluchten tussen luchtvaartterreinen binnen de Europese Economische Ruimte (EER), met gelijke behandeling op de routes van de vliegtuigexploitanten, waar ze ook zijn gevestigd. De meest recente afwijking van de EU-ETS-Verordening (EU) nr. 421/2014 van het Europees Parlement en de Raad beperkte de nalevingsverplichtingen tot vluchten binnen de EER tussen 2013 en 2016 en beoogde mogelijke wijzigingen in het toepassingsgebied van de regeling voor activiteiten van en naar luchtvaartterreinen buiten de EER met ingang van 1 januari 2017, na de in die verordening bedoelde herziening.

 

_________________

 

1 bis Arrest van het Hof van Justitie van 21 december 2011, Air Transport Association of America e.a./Secretary of State for Energy and Climate Change, C-366/10, ECLI:EU:C:2011:864.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  In het licht van de op de 39e Algemene Vergadering van de ICAO in oktober 2016 aangenomen resolutie over de uitvoering van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021 ter compensatie van de emissies van de internationale luchtvaart boven de niveaus van 2020, wordt het passend geacht de bestaande uitzondering voort te zetten in afwachting van verdere vooruitgang met het ontwerp en de tenuitvoerlegging van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel. In dit verband is de vaststelling van normen en aanbevolen praktijken door de ICAO ter completering van die resolutie en ter uitvoering van de mondiale regeling gepland voor 2018. Voor de concrete toepassing ervan zullen de ICAO-partijen echter actie moeten ondernemen op nationaal niveau. Ook governanceregelingen moeten door de ICAO worden uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld een registratiesysteem. In deze context moet de huidige afwijking van de EU-ETS-verplichtingen voor vluchten naar en uit derde landen worden verlengd, onder voorbehoud van de herziening van de toepassing van de ICAO-regeling, teneinde de ICAO een nieuwe impuls te geven en de uitvoering van de regeling te vergemakkelijken. Als gevolg van de verlenging van de afwijking zou de hoeveelheid te veilen en kosteloos te verlenen emissierechten, met inbegrip van de speciale reserve, dezelfde moeten zijn als voor 2016 en evenredig moeten zijn met de reductie van de verplichting om emissierechten in te leveren.

(5)  In het licht van de op de 39e Algemene Vergadering van de ICAO in oktober 2016 aangenomen resolutie over de uitvoering van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021 ter compensatie van de emissies van de internationale luchtvaart boven de niveaus van 2020, is de vaststelling van normen en aanbevolen praktijken door de ICAO ter completering van die resolutie en ter uitvoering van de mondiale regeling gepland voor 2018. Voor de concrete toepassing ervan zullen de ICAO-partijen echter actie moeten ondernemen op nationaal niveau. Ook governanceregelingen moeten door de ICAO worden uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld een registratiesysteem. In deze context moet de huidige afwijking van de EU-ETS-verplichtingen voor vluchten naar en uit derde landen worden verlengd tot 2021, teneinde de ICAO een nieuwe impuls te geven en de uitvoering van de regeling te vergemakkelijken. Als gevolg van de verlenging van de afwijking zou de hoeveelheid te veilen en kosteloos te verlenen emissierechten, met inbegrip van de speciale reserve, dezelfde moeten zijn als voor 2016 en evenredig moeten zijn met de reductie van de verplichting om emissierechten in te leveren.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Vanaf 1 januari 2021 moet 50 % van de emissierechten worden geveild, en op de totale hoeveelheid toegewezen emissierechten moet de lineaire reductiefactor, zoals voorzien in artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG, worden toegepast.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter)  Opbrengsten van de veiling van emissierechten, of het financiële waarde-equivalent ervan, dienen te worden gebruikt om de klimaatverandering in de Unie en in derde landen aan te pakken, onder meer om de emissie van broeikasgassen terug te dringen, om de aanpassing aan het effect van de klimaatverandering in de Unie en derde landen, met name ontwikkelingslanden te bevorderen, om onderzoek en ontwikkeling te financieren op het gebied van beperking en aanpassing, waaronder in de luchtvaart, het luchtvervoer en duurzame alternatieve brandstoffen voor de luchtvaart, om de emissies terug te dringen via transport met een lage emissie en om de beheerskosten van de EU-ETS te dekken. Speciale aandacht moet worden besteed aan lidstaten die deze opbrengsten gebruiken voor de cofinanciering van onderzoeks- en innovatieprogramma's of initiatieven op grond van het negende kaderprogramma voor onderzoek. Transparantie over het gebruik van de opbrengsten uit de veiling van emissierechten krachtens deze richtlijn is essentieel ter ondersteuning van de verplichtingen van de Unie.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 quater)  Emissiecompensaties onder de wereldwijde marktgebaseerde maatregel vormen één element van het pakket aan maatregelen van de ICAO ter verwezenlijking van het ambitieuze doel van koolstofneutrale groei vanaf 2020 (CNG 2020) en moeten worden aangevuld met ontwikkelingen op het gebied van casco- en aandrijvingstechnologieën. Voortzetting van de financiering voor onderzoeksstrategieën en -programma's zoals de gezamenlijke technologie-initiatieven Clean Sky, Galileo, Sesar en Horizon 2020 is van essentieel belang voor technologische innovatie en operationele verbeteringen, om verder te gaan dan CNG 2020 en sectorbrede absolute emissiereducties te realiseren. Het is daarnaast belangrijk dat de lidstaten communautaire wetgeving, zoals die inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim, die erop gericht is fragmentering van het Europese luchtruim en bijgevolg een toename van de CO2-emissies van de luchtvaart te verhinderen, snel en volledig ten uitvoer leggen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Aangezien essentiële elementen van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel nog moeten worden uitgewerkt en de uitvoering ervan afhankelijk is van de eigen wetgeving van de staten en regio’s, wordt het passend geacht om, zodra er duidelijkheid is over de aard en omvang van deze wettelijke instrumenten vóór de start van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel van de ICAO, een onderzoek in te stellen en daar bij het Europees Parlement en de Raad verslag over uit te brengen. In dat verslag moet aandacht worden besteed aan alle via de ICAO goedgekeurde normen of andere instrumenten, aan de acties die door derde landen zijn ondernomen om de wereldwijde marktgebaseerde maatregel uit te voeren zodat deze vanaf 2021 van toepassing is op de emissies, en aan andere internationale ontwikkelingen op dit gebied (bv. regels krachtens het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs inzake koolstofmarkten en boekhouding). In dat verslag moet worden onderzocht hoe deze instrumenten door middel van een herziening van de EU-ETS in de wetgeving van de Unie kunnen worden opgenomen. Ook moet daarin worden nagegaan of de regels die voor vluchten binnen de EER gelden, adequaat zijn. Dat verslag dient zo nodig vergezeld te gaan van een voorstel aan het Europees Parlement en de Raad om erop toe te zien dat de luchtvaart bijdraagt aan de verbintenis tot reductie van de broeikasgasemissies die de Unie voor 2030 voor de hele economie is aangegaan.

(6)  Aangezien essentiële elementen van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel nog moeten worden uitgewerkt en de uitvoering ervan afhankelijk is van de eigen wetgeving van de deelnemende staten en regio’s, dient de Commissie regelmatig verslag uit te brengen aan het Europees Parlement en de Raad over de in de ICAO-onderhandelingen geboekte vooruitgang, met name over de via de ICAO goedgekeurde relevante instrumenten, de acties die door derde landen zijn ondernomen om de wereldwijde marktgebaseerde maatregel uit te voeren zodat deze voor de periode 2021-2035 van toepassing is op de emissies, inspanningen voor het instellen van ambitieuze en bindende maatregelen ter verwezenlijking van de langetermijndoelen van de luchtvaartsector om de CO2-emissies in die sector tegen 2050 te halveren ten opzichte van de niveaus van 2005, en andere internationale ontwikkelingen en toepasselijke instrumenten op dit gebied (bv. regels krachtens het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs inzake koolstofmarkten en boekhouding). Zodra er duidelijkheid is over de aard en inhoud van de ICAO-instrumenten en vóór de start van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel van de ICAO, dient de Commissie een verslag uit te brengen waarin wordt onderzocht hoe deze instrumenten door middel van een herziening van de EU-ETS-richtlijn kunnen worden toegepast en in overeenstemming gebracht met de wetgeving van de Unie. In dat verslag moet tevens worden nagegaan of de regels die voor vluchten binnen de EER gelden, adequaat zijn. Dat verslag dient zo nodig vergezeld te gaan van een voorstel aan het Europees Parlement en de Raad om erop toe te zien dat de luchtvaart bijdraagt aan de verbintenis tot reductie van de broeikasgasemissies die de Unie voor 2030 voor de hele economie is aangegaan.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Om ervoor te zorgen dat de bestaande en toekomstige klimaatnormen van de Unie worden geëerbiedigd, en onverminderd de herziening als bedoeld in artikel 28 ter van Richtlijn 2003/87/EG, moet de Corsia worden geïmplementeerd in en verenigd worden met de communautaire wetgeving via de EU-ETS.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter)  Hoewel de technische regels voor de wereldwijde marktgebaseerde maatregel van de ICAO nog door de ICAO-raad moeten worden goedgekeurd, is het van belang dat regelgevende autoriteiten en vliegtuigexploitanten zo vroeg mogelijk informatie krijgen over de monitoring-, rapportage- en verificatievereisten en emissie-eenheden die krachtens de ICAO-regeling in aanmerking komen, om de voorbereiding voor de tenuitvoerlegging van de ICAO-regeling en de monitoring van CO2-emissies vanaf 1 januari 2019 te vergemakkelijken. Dergelijke monitoring-, rapportage- en verificatievereisten moeten net zo strikt zijn als de vereisten voor de monitoring en rapportage van broeikasgasemissies vervat in Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie, en moeten waarborgen dat de ingediende emissieverslagen in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 600/2012 van de Commissie worden geverifieerd.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 quater)  Hoewel het vertrouwelijke karakter van het technische werk in de ICAO moet worden erkend, is het ook van belang dat ICAO-lidstaten, vliegtuigexploitanten en het maatschappelijk middenveld betrokken blijven bij de werkzaamheden van de ICAO met betrekking tot de uitvoering van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel en dat de ICAO alle belanghebbenden tijdig op de hoogte stelt van vorderingen en besluiten. Om dit alles te bereiken, kan het nodig zijn de niet-openbaarmakingsprotocollen voor leden en waarnemers van het Comité Milieubescherming en Luchtvaart (CAEP) van de ICAO te herzien.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Teneinde niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van sommige niet-essentiële elementen van een wetgevingshandeling, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie worden overgedragen om maatregelen te nemen voor de monitoring, rapportage en verificatie van de emissies die op vliegtuigexploitanten van toepassing zijn met het oog op de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die in het kader van de ICAO wordt uitgewerkt. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Om met name te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.

(7)  Teneinde niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van sommige niet-essentiële elementen van een wetgevingshandeling, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie worden overgedragen om maatregelen te nemen voor de monitoring, rapportage en verificatie van de emissies die op vliegtuigexploitanten van toepassing zijn met het oog op de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die in het kader van de ICAO wordt uitgewerkt. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, in het bijzonder op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Om met name te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, teneinde zo de transparantie en doelmatigheid van het besluitvormingsproces te vergroten.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Hoewel het langetermijndoel moet zijn dat er in de tweede fase van de ICAO-regeling in 2024 één enkele wereldwijde reductieregeling voor de aanpak van koolstofemissies van de luchtvaart is, moeten er ook andere mogelijkheden voor koolstofvermindering worden onderzocht, voor het geval dat de wereldwijde marktgebaseerde maatregel van de ICAO onvoldoende bijdraagt aan het verwezenlijken van de klimaatdoelstellingen en verplichtingen in het kader van de Overeenkomst van Parijs.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter)  De luchtvaart oefent ook invloed uit op het klimaat door middel van het vrijkomen van stikstofoxiden, waterdamp en sulfaat- en roetdeeltjes op grote hoogten. De Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) heeft geschat dat het totale klimaateffect van de luchtvaart momenteel zo'n twee tot vier maal groter is dan het effect van haar kooldioxide-uitstoot alleen. In afwachting van de wetenschappelijke vooruitgang moeten alle gevolgen van de luchtvaart zo veel mogelijk worden aangepakt. Onderzoek naar de vorming van condensatiesporen, ook wel condensstrepen genoemd, de ontwikkeling hiervan tot cirruswolken, naar de kleinere directe effecten van sulfaat-aerosolen, roet, condensstrepen van waterdamp en cirruswolken en naar doeltreffende maatregelen daartegen, inclusief operationele en technische maatregelen, moet ook worden bevorderd.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Het staat buiten kijf dat het klimaat niet alleen schade ondervindt van de CO2-emissies van het luchtverkeer. Reeds in Richtlijn 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis heeft de Commissie toegezegd in 2008 een gepast voorstel in te dienen op het gebied van stikstofoxiden. Ondanks de technische en politieke moeilijkheden op dit gebied dient de Commissie spoed te zetten achter de hierop betrekking hebbende werkzaamheden.

 

__________________

 

1 bis Richtlijn 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PB L 8 van 13.1.2009, blz. 3).

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 3 quater – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)   In artikel 3 quater wordt het volgende lid 3 bis toegevoegd:

 

“3 bis.  De totale hoeveelheid rechten die in 2021 wordt toegewezen aan vliegtuigexploitanten moet 10 % lager liggen dan de gemiddelde toewijzing voor de periode van 1 januari 2014 t/m 31 december 2016, en daarna afnemen met hetzelfde jaarlijkse percentage als voor het totale plafond van de EU-ETS als bedoeld in artikel 9, tweede alinea, zodat het plafond voor de luchtvaartsector uiterlijk in 2030 beter overeenstemt met het plafond voor de bedrijfstakken die onder de EU-ETS vallen.

 

Voor luchtvaartactiviteiten van en naar luchtvaartterreinen in landen buiten de EER kan de hoeveelheid vanaf 2021 toe te wijzen rechten worden aangepast met inachtneming van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel van de ICAO die vanaf 2021 moet worden uitgevoerd ter compensatie van internationale luchtvaartemissies boven de niveaus van 2020.”

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 bis (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 3 quinquies – lid 2

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1 bis)  Artikel 3 quinquies, lid 2, wordt vervangen door:

2.   Vanaf 1 januari 2013 wordt 15 % van de rechten geveild. Dit percentage kan worden verhoogd, als onderdeel van de algehele evaluatie van deze richtlijn.

“2.   Vanaf 1 januari 2021 wordt 50 % van de rechten geveild. Dit percentage kan worden verhoogd, als onderdeel van de algehele evaluatie van deze richtlijn. De resterende kosteloos toegewezen rechten zullen waar nodig worden gebruikt om te verhinderen dat artikel 10 bis, lid 5, tussen 2021 en 2030 wordt toegepast.”

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 ter (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 3 quinquies – lid 3 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 ter)   In artikel 3 quinquies, lid 3, wordt de eerste alinea vervangen door:

Er wordt een verordening vastgesteld met gedetailleerde voorschriften voor de veiling door lidstaten van emissierechten die niet kosteloos behoeven te worden verleend in overeenstemming met de leden 1 en 2 van dit artikel of artikel 3 septies, lid 8. Voor alle lidstaten geldt dat het aantal in elke periode te veilen emissierechten evenredig is met het aandeel van de betreffende lidstaat in de totale hoeveelheid aan de luchtvaart toegewezen emissies voor de referentiejaren, als gerapporteerd ingevolge artikel 14, lid 3, en geverifieerd ingevolge artikel 15. Voor de in artikel 3 quater, lid 1, bedoelde periode is het referentiejaar 2010; voor elke volgende in artikel 3 quater bedoelde periode is het referentiejaar het kalenderjaar dat 24 maanden voor het begin van de periode waarop de veiling betrekking heeft, afloopt.”

De Commissie wordt gemachtigd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 30 ter, om deze richtlijn aan te vullen door gedetailleerde regelingen vast te leggen voor de veiling door lidstaten van emissierechten die niet kosteloos behoeven te worden verleend in overeenstemming met de leden 1 en 2 van dit artikel of artikel 3 septies, lid 8. Voor alle lidstaten geldt dat het aantal in elke periode te veilen emissierechten evenredig is met het aandeel van de betreffende lidstaat in de totale hoeveelheid aan de luchtvaart toegewezen emissies voor de referentiejaren, als gerapporteerd ingevolge artikel 14, lid 3, en geverifieerd ingevolge artikel 15. Voor de in artikel 3 quater, lid 1, bedoelde periode is het referentiejaar 2010; voor elke volgende in artikel 3 quater bedoelde periode is het referentiejaar het kalenderjaar dat 24 maanden voor het begin van de periode waarop de veiling betrekking heeft, afloopt.”

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 quater (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 3 quinquies – lid 3 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 quater)   In artikel 3 quinquies, lid 3, wordt de tweede alinea geschrapt.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 quinquies (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 3 quinquies – lid 4 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 quinquies)  In artikel 3 quinquies, lid 4, wordt de eerste alinea vervangen door:

De lidstaten bepalen hoe de opbrengsten van de veiling van emissierechten worden gebruikt. De opbrengsten zouden moeten worden gebruikt om de klimaatverandering in de Europese Unie en in derde landen aan te pakken, onder meer om de emissie van broeikasgassen terug te dringen, om de aanpassing aan het effect van de klimaatverandering in de Europese Unie en derde landen, met name ontwikkelingslanden te bevorderen, om onderzoek en ontwikkeling te financieren op het gebied van beperking en aanpassing, inclusief met name in de luchtvaart en het luchtvervoer, om de emissies terug te dringen via transport met een lage emissie en om de beheerskosten van de Gemeenschapsregeling te dekken. De veilingopbrengsten moeten ook worden gebruikt voor de financiering van bijdragen aan het wereldfonds voor energie-efficiency en hernieuwbare energie, alsmede van maatregelen ter voorkoming van ontbossing.”

Alle opbrengsten van de veiling van emissierechten worden gebruikt om de klimaatverandering in de Europese Unie en in derde landen aan te pakken, onder meer om de emissie van broeikasgassen terug te dringen, om de aanpassing aan het effect van de klimaatverandering in de Europese Unie en derde landen, met name ontwikkelingslanden te bevorderen, om onderzoek en ontwikkeling te financieren op het gebied van beperking en aanpassing, inclusief met name in de luchtvaart en het luchtvervoer, om de emissies terug te dringen via transport met een lage emissie en om de beheerskosten van de Unieregeling te dekken. De veilingopbrengsten kunnen ook worden gebruikt voor de financiering van bijdragen aan het wereldfonds voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, alsmede van maatregelen ter voorkoming van ontbossing. Speciale aandacht wordt besteed aan lidstaten die opbrengsten gebruiken voor de cofinanciering van onderzoeks- en innovatieprogramma's of initiatieven in het kader van het negende kaderprogramma voor onderzoek. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van acties die overeenkomstig dit lid worden ondernomen.”

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 - punt -1 sexies (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 12 – lid 3

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1 sexies)  Artikel 12, lid 3, wordt vervangen door:

3.  De lidstaten dragen er zorg voor dat de exploitant van iedere installatie uiterlijk 30 april van ieder jaar een hoeveelheid emissierechten die niet zijn verleend krachtens hoofdstuk II, inlevert die gelijk is aan de totale emissies van die installatie gedurende het voorgaande kalenderjaar, als geverifieerd overeenkomstig artikel 15, en dat die rechten vervolgens worden geannuleerd.

"3.  De lidstaten dragen er zorg voor dat de exploitant van iedere installatie uiterlijk 30 april van ieder jaar een hoeveelheid emissierechten inlevert die gelijk is aan de totale emissies van die installatie gedurende het voorgaande kalenderjaar, als geverifieerd overeenkomstig artikel 15, en dat die rechten vervolgens worden geannuleerd.”

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 septies (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 21 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 septies)   Aan artikel 21 wordt het volgende lid 2 bis toegevoegd:

 

“2 bis.   In het verslag wordt, aan de hand van de gegevens die worden verstrekt via de in artikel 18 ter bedoelde samenwerking, een lijst opgenomen van vliegtuigexploitanten die aan de voorschriften van deze richtlijn zijn onderworpen en geen rekening in het register hebben geopend.”

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter a – punt i

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  alle emissies van vluchten naar of van luchtvaartterreinen gelegen in landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER) in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013, behoudens de in artikel 28 ter bedoelde herziening;

a)  alle emissies van vluchten naar of van luchtvaartterreinen gelegen in landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER) in elk kalenderjaar van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020, behoudens de in artikel 28 ter bedoelde herziening;

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter a – punt i

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 1 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  alle emissies van vluchten tussen een luchtvaartterrein dat gelegen is in een ultraperifere regio in de zin van artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en een luchtvaartterrein dat gelegen is in een andere regio van de EER in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013, behoudens de in artikel 28 ter bedoelde herziening.

b)  alle emissies van vluchten tussen een luchtvaartterrein dat gelegen is in een ultraperifere regio in de zin van artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en een luchtvaartterrein dat gelegen is in een andere regio van de EER in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020, behoudens de in artikel 28 ter bedoelde herziening.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter a – punt i bis (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 1 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis.  Er wordt een nieuwe letter toegevoegd:

 

b bis)  alle emissies van vluchten tussen luchtvaartterreinen die gelegen zijn in de EER en uitgevoerd worden als gevolg van de afleiding van een vlucht als bedoeld onder a) of b) naar een luchtvaartterrein dat gelegen is in de EER in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2017, behoudens de in artikel 28 ter bedoelde evaluatie.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter b – punt i

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In afwijking van de artikelen 3 quinquies tot en met 3 septies en totdat de wijzigingen als gevolg van de in artikel 28 ter bedoelde herziening in werking zijn getreden, wordt met ingang van 1 januari 2017 aan vliegtuigexploitanten jaarlijks het aantal emissierechten toegewezen dat overeenkomt met het jaar 2016. Vanaf 2021 zal op dat aantal emissierechten de lineaire factor van artikel 9 worden toegepast.

In afwijking van de artikelen 3 quinquies tot en met 3 septies en totdat de wijzigingen als gevolg van de in artikel 28 ter bedoelde herziening in werking zijn getreden, wordt met ingang van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020 aan vliegtuigexploitanten jaarlijks het aantal emissierechten toegewezen dat overeenkomt met het jaar 2016. Vanaf 2021 zal op dat aantal emissierechten de lineaire factor van artikel 9 worden toegepast.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter b – punt ii

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii.  de derde alinea wordt geschrapt.

ii.  de derde alinea wordt vervangen door:

 

Wat de activiteiten in de periode vanaf 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020 betreft, publiceren de lidstaten uiterlijk op 1 september 2018 het aantal luchtvaartemissierechten dat zij aan elke vliegtuigexploitant hebben toegewezen.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter c

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In afwijking van artikel 3 quinquies, lid 3, wordt het aantal emissierechten dat elke lidstaat vanaf 1 januari 2013 veilt, zo gereduceerd dat het overeenstemt met haar aandeel in de toegewezen emissierechten voor vluchten die niet vallen onder de afwijkingen in lid 1, onder a) en b), van dit artikel.

4.  In afwijking van artikel 3 quinquies, lid 3, wordt het aantal emissierechten dat elke lidstaat voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020 veilt, zo gereduceerd dat het overeenstemt met haar aandeel in de toegewezen emissierechten voor vluchten die niet vallen onder de afwijkingen in lid 1, onder a) en b), van dit artikel.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter d bis (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  lid 8 wordt geschrapt.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 ter – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de desbetreffende ICAO-normen of andere wettelijke instrumenten, alsook over binnenlandse maatregelen die door derde landen zijn genomen met het oog op de uitvoering van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die vanaf 2021 op de emissies moet worden toegepast, en over andere relevante internationale ontwikkelingen.

1.  Vanaf 1 januari 2019 en vervolgens op geregelde tijdstippen brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de desbetreffende ICAO-normen en aanbevolen praktijken, door de ICAO-raad goedgekeurde aanbevelingen in verband met de wereldwijde marktgebaseerde maatregel of andere wettelijke instrumenten, alsook over binnenlandse maatregelen die door derde landen zijn genomen met het oog op de uitvoering van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die vanaf 2021 op de emissies moet worden toegepast, de gevolgen van de bedenkingen van derde landen en over andere relevante internationale ontwikkelingen. Daarnaast houdt de Commissie het Europees Parlement en de Raad regelmatig op de hoogte over de opstelling van een mondiaal register en de ontwikkeling van de normen en aanbevolen praktijken in overeenstemming met de normalisatieprocedures van de ICAO. In overeenstemming met de ‘algemene inventarisatie’ van het UNFCCC brengt zij ook verslag uit over de inspanningen om het ambitieuze langetermijndoel van de luchtvaartsector om de CO2-emissies van de luchtvaart tegen 2050 te halveren ten opzichte van het niveau van 2005.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 ter – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In het verslag moet worden onderzocht hoe die ICAO-instrumenten door middel van een herziening van deze richtlijn in het recht van de Unie kunnen worden opgenomen. In het verslag moet ook worden nagegaan of de regels die voor vluchten binnen de Europese Economische Ruimte (EER) gelden, adequaat zijn.

2.  De Commissie brengt uiterlijk op 1 maart 2020 verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de geschiktheid van die ICAO-instrumenten en over mogelijkheden om die ICAO-instrumenten door middel van een herziening van deze richtlijn in het recht van de Unie op te nemen. In het verslag moet ook worden nagegaan of de regels die voor vluchten binnen de Europese Economische Ruimte (EER) gelden, adequaat zijn. In het verslag wordt tevens de ambitie en de algemene milieu-integriteit van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel onderzocht, met inbegrip van de mate van algemene ambitie met betrekking tot de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, het participatieniveau, de uitvoerbaarheid, de transparantie, de sancties voor niet-naleving, de processen voor inbreng van het publiek, de kwaliteit van de compensatiecredits, de monitoring, rapportage en verificatie van de emissies, de registers, de verantwoordingsplicht en de regels voor het gebruik van biobrandstoffen. Bovendien moet in het verslag de afweging worden gemaakt of de overeenkomstig artikel 28 quater, lid 2, aangenomen gedelegeerde handeling moet worden herzien.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 8 ter – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Na 2020 wordt de in artikel 28 bis genoemde afwijking niet verlengd voor vluchten naar of uit een derde land dat niet deelneemt aan de wereldwijde marktgebaseerde maatregel, als dat land gekwantificeerde verplichtingen had die zijn opgenomen in bijlage B bij het Kyotoprotocol.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 ter – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het verslag mag zo nodig vergezeld gaan van voorstellen aan het Europees Parlement en de Raad tot wijziging, schrapping, verlenging of vervanging van de afwijkingen waarin artikel 28 bis voorziet, zulks in overeenstemming met de verbintenis inzake reductie van broeikasgasemissies die de Unie voor 2030 voor de hele economie is aangegaan.

3.  Het in lid 2 genoemde verslag gaat zo nodig vergezeld van voorstellen aan het Europees Parlement en de Raad tot wijziging, schrapping, verlenging of vervanging van de afwijkingen waarin artikel 28 bis voorziet, zulks in overeenstemming met de verbintenis inzake reductie van broeikasgasemissies die de Unie voor 2030 voor de hele economie is aangegaan met het doel om volledige milieu-integriteit en doeltreffendheid van EU-klimaatactie te garanderen en om tegenstrijdigheden tegen te gaan voordat de Corsia in werking treedt.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 quater – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie stelt bepalingen vast voor de passende monitoring, rapportage en verificatie van de emissies met het oog op de tenuitvoerlegging van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die in de ICAO wordt uitgewerkt. Die bepalingen steunen op dezelfde beginselen als de in artikel 14, lid 1, bedoelde verordening en zorgen ervoor dat de ingediende emissieverslagen worden geverifieerd overeenkomstig artikel 15.

1.  De Commissie stelt bepalingen vast voor de passende monitoring, rapportage en verificatie van de emissies met het oog op de tenuitvoerlegging van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die in de ICAO wordt uitgewerkt. Die bepalingen dienen geheel in overeenstemming te zijn met de beginselen van de in artikel 14, lid 1, bedoelde verordening en zorgen ervoor dat de ingediende emissieverslagen worden geverifieerd overeenkomstig artikel 15.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 30 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  In artikel 30 wordt het volgende lid 4 bis ingevoegd:

 

4 bis.  Uiterlijk op 1 januari 2020 dient de Commissie een bijgewerkte analyse te presenteren van de niet-CO2-effecten van de luchtvaart, zo nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen om deze effecten het best aan te pakken.

(1)

PB C ... Nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad


TOELICHTING

Ongeveer 1,3 % van de wereldwijde CO2-emissies zijn afkomstig van de internationale luchtvaart. Met een verwachte groei in het luchtverkeer in de komende drie decennia, kunnen wereldwijde emissies tot 2050 verder met 300 tot 700 % toenemen, tenzij er maatregelen worden getroffen om deze stijging te beperken.

De ontwikkeling van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel, als onderdeel van een "maatregelenpakket" ter verzachting van de effecten van vliegtuigemissies op klimaatverandering, staat al enige tijd op de agenda van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO). Op de 37e bijeenkomst van haar algemene vergadering in 2010 is de ICAO het eens geworden over een wereldwijd ambitieus doel van koolstofneutrale groei tegen 2020. Drie jaar later heeft de organisatie een werkgroep ingesteld om een wereldwijd marktgebaseerd mechanisme te ontwikkelen voor dit doel.

Op de 39ste bijeenkomst van de algemene vergadering op 6 oktober 2016, nam de ICAO resolutie nr. 39-3 aan, waarmee een wereldwijde regeling voor koolstofcompensatie en -reductie voor de internationale luchtvaart (Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation – Corsia) wordt ingevoerd. Als uitgangssituatie gelden de gemiddelde emissies van 2019-2020. De regeling is bedoeld als aanvulling op nieuwe technologieën, operationele verbeteringen en infrastructurele maatregelen, ter verwezenlijking van duurzame groei voor de luchtvaart en het ambitieuze langetermijndoel van de sector om de netto CO2-emissies tegen 2050 ten opzichte van het niveau van 2005 te halveren. Alle EU-lidstaten doen vanaf het begin mee aan de regeling.

De ICAO moet nog de modaliteiten, procedures en uitvoeringsinstrumenten ontwikkelen om ervoor te zorgen dat Corsia in 2021 van kracht kan worden. Dit behelst onder meer de monitoring, rapportage en verificatie van emissies, compensatiecriteria en toekenning, referentie-emissies en het regelgevingskader voor deelnemende landen om de regeling op nationaal niveau uit te voeren. De tenuitvoerlegging van de regeling verloopt in drie fasen. Tijdens de proeffase (2021-2023) en de eerste fase (2024-2026) zullen 65 landen op vrijwillige basis deelnemen. In de tweede fase (2027-2035) wordt de deelname verplicht, behalve voor landen met minimale luchtvaartactiviteiten. Als met de regeling de beoogde doelen worden verwezenlijkt, zal tussen 2021 en 2035 circa 80 % van de luchtvaartemissies boven de niveaus van 2020 overeenkomstig Corsia worden gecompenseerd. De overeenkomst voorziet in een evaluatie eens in de drie jaar om te zorgen voor overeenstemming met de klimaatdoelen voor de lange termijn van het VN-Raamverdrag inzake klimaatverandering (UNFCCC) en de Overeenkomst van Parijs van 2015.

De Europese Unie erkent sinds lange tijd de invloed van vliegtuigemissies op de klimaatverandering. Om luchtvaartmaatschappijen te stimuleren tot een efficiëntere exploitatie van hun vloot, heeft de EU in 2008 wetgeving vastgesteld om haar regeling voor de handel in emissierechten (EU-ETS) uit te breiden naar vluchten naar, vanuit en binnen de Europese Economische Ruimte (EER). Volgens het Europees Hof van Justitie was deze aanpak verenigbaar met het internationaal recht. Een aantal derde landen en luchtvaartmaatschappijen was echter sterk gekant tegen de wetgeving, omdat zij meenden dat een regionale regeling de handel zou verzwakken en tot financiële verstoringen zou leiden. Ter ondersteuning van de toezegging van de ICAO om een wereldwijde marktgebaseerde maatregel te ontwikkelen, kwam de EU daarom overeen om het toepassingsgebied van de EU-ETS tijdelijk, tot 2016, te beperken tot vluchten binnen de EER. Als er geen verdere wijzigingen worden aangebracht aan de EU-ETS-richtlijn, zou deze afwijking niet meer van toepassing zijn en zou het oorspronkelijke nalevingsgebied van 2008 worden hersteld (de "snap-back").

De Europese Commissie reageerde in februari 2017 op de Corsia-overeenkomst van de ICAO en stelde voor om de bestaande afwijking na 2016 in stand te houden. Op basis van een verslag van de Commissie zal een verdere herziening van de EU-ETS worden uitgevoerd op een niet-gespecificeerd later tijdstip, wanneer de ICAO meer duidelijkheid kan bieden over de aard en de inhoud van de mechanismen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van Corsia en de precieze omvang van de participatie van derde landen kan worden bepaald. Het voorstel onderstreept ook dat er gezorgd moet worden voor een snelle overeenkomst door de medewetgevers, het Europees Parlement en de Raad, bij voorkeur vóór eind 2017, om rechtszekerheid voor naleving krachtens de EU-ETS te waarborgen.

Het ontwerpverslag van de rapporteur stemt in grote lijnen overeen met het voorstel van de Commissie. Zij acht het verstandig om de vorderingen inzake modaliteiten, procedures en de door de ICAO-leden te nemen stappen voor de tenuitvoerlegging van Corsia af te wachten, voordat de EU-ETS volledig wordt beoordeeld voor de periode na 2020. Om ervoor te zorgen dat deze herziening dient om Corsia in het EU-klimaatbeleid te integreren, is de rapporteur echter van mening dat het van essentieel belang is data voor de belangrijkste mijlpalen in de wetgeving te specificeren. Om in overeenstemming te zijn met de huidige wetgeving, moet ten eerste deze laatste afwijking tijdgebonden zijn en vervallen voordat de Corsia op 1 januari 2021 in werking treedt. Ten tweede moet als publicatiedatum voor het uitvoeringsverslag van de Commissie 1 januari 2019 worden vastgesteld, om voldoende tijd te bieden voor de beoordeling van de aanbevelingen van de ICAO-raad. Ten derde stelt de rapporteur hiervoor als uiterste datum 30 juni 2019 voor, om ervoor te zorgen dat de Commissie tijdig voorstellen naar aanleiding van haar uitvoeringverslag indient.

Omdat in het uitvoeringsverslag de vereisten voor toekomstige EU-ETS-wetgeving worden vastgesteld, acht de rapporteur het van belang dat de belangrijkste te beoordelen technische elementen, processen en milieueffecten worden bepaald. In het verslag moet worden gekeken naar de algemene ambitie van de Corsia met betrekking tot de EU-verplichtingen krachtens de Overeenkomst van Parijs. In het bijzonder moet in het verslag, om de doeltreffendheid te beoordelen, ook worden gelet op het niveau van participatie van derde landen, sancties voor niet-naleving, processen voor inbreng van het publiek, normen voor monitoring, rapportage en verificatie en regels voor het gebruik van biobrandstoffen, en moeten compenserende bepalingen worden beoordeeld ten opzichte van objectieve criteria. Als deze punten in het uitvoeringsverslag worden behandeld, kunnen de Commissie en de medewetgevers er op grond van dit verslag voor zorgen dat de milieunormen van de EU-ETS worden gehandhaafd.

De rapporteur acht meer transparantie van essentieel belang voor de werkzaamheden van de ICAO op het gebied van uitvoeringsvorderingen in de komende twee jaar. Het Comité Milieubescherming en Luchtvaart (CAEP) van de ICAO, dat samen met de ICAO-raad het kader en de bestuurlijke bepalingen inzake monitoring, rapportage en verificatie en regels en compensatie-eenheden vaststelt, hanteert een strikt niet-openbaarmakingsprotocol voor zijn leden en waarnemers. De beraadslagingen van dit comité zijn niet publiek toegankelijk. De rapporteur vreest dat een dergelijke beperkte transparantie in het proces de kwaliteit van de vereiste informatie voor de EU-besprekingen na 2020 en het vertrouwen in de instellingen ondermijnt. Het is daarom van groot belang dat de Commissie het Europees Parlement en de Raad regelmatig en uitgebreid op de hoogte kan stellen van de laatste informatie met betrekking tot CAEP.

Met het oog op de gelijktijdige onderhandelingen tussen het Europees Parlement en de Raad over de bredere hervorming van de EU-ETS voor de periode 2021-2030 en om te zorgen voor overeenstemming met dit voorstel, is de rapporteur van mening dat de amendementen met betrekking tot de luchtvaartsector, aangenomen door het Parlement op 15 februari 2017, moeten worden opgenomen. Volgens deze wijzigingen zou de luchtvaartsector 10 % minder emissierechten moeten ontvangen dan het sectorgemiddelde van 2014-2016 (net als andere sectoren), zou het aantal geveilde rechten moeten stijgen van 15 % naar 50 % en zouden door deze rechten gegenereerde opbrengsten moeten worden bestemd voor klimaatfinanciering. Wat dit laatste punt betreft, is de rapporteur van mening dat op het gebied van financiering speciale aandacht moet worden besteed aan lidstaten op grond van het negende kaderprogramma voor onderzoek, om het gebruik van opbrengsten van geveilde rechten te stimuleren en de uitgaven voor cofinanciering van onderzoek, ontwikkeling en commercialisering van nieuwe klimaattechnologieën te verhogen.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (21.6.2017)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG om de huidige beperkingen van het toepassingsgebied voor luchtvaartactiviteiten voort te zetten en de tenuitvoerlegging van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021 voor te bereiden

(COM(2017)0054 – C8-0028/2017 – 2017/0017(COD))

Rapporteur voor advies: Werner Langen

BEKNOPTE MOTIVERING

Wereldwijd nemen de CO2-emissies als gevolg van luchtvaartactiviteiten aanzienlijk toe. Hoewel in het mondiale vliegtuigbestand gebruik wordt gemaakt van moderne motoren, die minder brandstof verbruiken en dus minder emissies produceren, ligt de CO2-uitstoot per passagier en kilometer hoger dan in andere vervoerssectoren. Daarom was en is het geboden om ook voor de luchtvaart voorschriften met het oog op een stapsgewijze vermindering van de CO2-uitstoot vast te stellen dan wel bestaande voorschriften te actualiseren. Nadat al ongeveer 10 jaar geleden was besloten dat de CO2-uitstoot bij nieuwe personenauto's moest worden verlaagd, heeft de EU de luchtvaart op 1 januari 2012 in de bestaande Europese regeling voor emissiehandel (EU-ETS) opgenomen. Hieronder vielen vanaf 2012 vluchten binnen de EER en alle vluchten tussen een EER-luchthaven en een luchthaven in een derde land.

Het eenzijdige besluit om de EU (resp. de EER) op te nemen in het stelsel voor emissiehandel leidde tot tal van protesten en het gevaar dat er in de internationale luchtvaart aanzienlijke concurrentieverstoringen zouden optreden ten nadele van de Europese vliegtuigexploitanten. Dankzij het initiatief en de druk van de kant van de EU ontstonden voor de Internationale Organisatie voor de Burgerluchtvaart (ICAO) evenwel de mogelijkheid en de noodzaak een wereldwijd, marktgebaseerd mechanisme voor de internationale luchtvaart te ontwikkelen, zij het met lange overgangstermijnen.

In afwachting van de goedkeuring van de ICAO en ter bevordering van de invoering van zo'n wereldwijd mechanisme in het kader van de ICAO, heeft de EU het toepassingsgebied van de EU-ETS vanaf 30 april 2014 tijdelijk tot eind 2016 beperkt tot vluchten binnen de EER (Verordening 421/2014).

Als de regeling niet gewijzigd wordt, geldt vanaf 2017 automatisch weer het volledige toepassingsgebied van Richtlijn 2003/87 (vluchten binnen de EER en alle vluchten tussen een EER-luchthaven en een luchthaven in een derde land). De in Verordening 421/2014 opgenomen uitzonderingsbepaling is al op 31 december 2016 verlopen. Er had allang een nieuwe regeling moeten zijn.

Tijdens de 39e algemene vergadering van de ICAO op 6 oktober 2016 hebben de ICAO-leden de doelstelling geformuleerd om de mondiale netto-uitstoot van CO2 door de internationale luchtvaart op het niveau van 2020 te stabiliseren en in 2021 een wereldwijd, marktgebaseerd instrument voor de klimaatbescherming (Global Market-Based Measure – GMBM) in te voeren.

De ICAO heeft daarbij gekozen voor de toepassing van het verrekeningsmodel CORSIA (Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation). Dit houdt in dat de rechtstreekse CO2-emissies als gevolg van de toename van het luchtverkeer vanaf 2020 worden gecompenseerd door CO2-besparingen elders. Met het oog daarop worden er klimaatprojecten ondersteund die door onafhankelijke instellingen op duurzame vermindering van de uitstoot van broeikasgassen worden getoetst en gecertificeerd. Luchtvaartmaatschappijen die de beoogde emissiestabilisering niet realiseren, moeten rechtstreeks of via openbare platformen compensatiecertificaten kopen. Daarmee wordt een nieuwe financieringsbron voor de projecten gecreëerd en wordt de CO2-uitstoot van de luchtvaartmaatschappijen gecompenseerd.

Om de internationale inspanningen in ICAO-verband een extra impuls te geven, stelt de Commissie voor om de Europese regeling voor emissiehandel (EU-ETS) ook na 2016 alleen op vluchten binnen de EER toe te passen. De Commissie wil met haar voorstel de dynamiek in de werkzaamheden binnen de ICAO handhaven.

De Commissie wenst daarbij meer duidelijkheid over aard en omvang van het klimaatinstrument en over de bedoelingen van de internationale partners ten aanzien van de toepassing van het mechanisme, om de EU-ETS nog eens tegen het licht te houden en, zo nodig, te kunnen herzien voor de jaren na 2020. Daarbij moet de nodige coherentie worden gewaarborgd met de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen van de EU voor de periode tot 2030.

Om de Europese vliegtuigexploitanten rechtszekerheid en duidelijkheid te geven, moet het voorstel volgens de Commissie zo spoedig mogelijk van kracht worden, omdat zij anders uiterlijk eind april 2018 opgave moeten doen van hun emissierechten. Mocht de huidige beperking van het toepassingsgebied tot vluchten binnen de EER niet worden verlengd, dan zouden de exploitanten verplicht zijn om vóór 30 april 2018 ook voor vluchten van en naar derde landen emissiecertificaten over te leggen (Richtlijn 2003/87/EG).

De rapporteur staat achter de doelstellingen en maatregelen die de Commissie in verordeningsvoorstel 2017/0017(COD) vermeldt:

  De beperking van het toepassingsgebied blijft van kracht. Vanaf 2017 blijft het zo dat alleen vluchten binnen de EER onder de EU-ETS vallen.

  De uitzonderingsregeling voor niet-commerciële vliegtuigexploitanten met een totale jaarlijkse uitstoot van minder dan 1 000 ton (0,2 % van de broeikasgasemissies) wordt verlengd van 2020 tot 2030.

  De Commissie moet het Europees Parlement en de Raad verslag uitbrengen over internationale ontwikkelingen die voor de toepassing van het instrument relevant zijn, alsmede over de maatregelen die derde landen nemen met het oog op de toepassing van het mechanisme.

  Om de toepassing van het klimaatinstrument te kunnen voorbereiden, krijgt de Commissie de bevoegdheid gedelegeerde rechtshandelingen vast te stellen, zodat zij ten behoeve van de vliegtuigexploitanten kan zorgen voor een adequate monitoring, rapportage en verificatie van de emissies met het oog op de toepassing van het in de ICAO opgestelde mondiale, marktgebaseerde mechanisme.

De rapporteur stelt verder zowel in de motivering van het Commissievoorstel als op enkele detailpunten wijzigingen voor om de verordening gemakkelijker en sneller te kunnen toepassen en de praktische uitvoerbaarheid voor de luchtvaartmaatschappijen te vergroten. Dit doet geenszins af aan de principiële instemming, maar moet ervoor zorgen dat aanpassingen op grond van wijzigings- en uitvoeringsvoorstellen overeenkomstig artikel 290 VWEU plaatsvinden.

Met name moet worden onderzocht hoe dit ICAO-instrument met de EU-ETS kan worden verenigd en in welke vorm beide systemen vanaf 2021 naast elkaar kunnen bestaan. Verder moeten de effecten op de luchtvaartsector en de CO2-emissies in kaart worden gebracht.

AMENDEMENTEN

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Op de 21e Conferentie van de partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC), die van 30 november tot en met 12 december 2015 in Parijs plaatsvond, is een internationale overeenkomst gesloten om het mondiale antwoord op de klimaatverandering te versterken. De Overeenkomst van Parijs bevat onder meer een streefcijfer op lange termijn dat strookt met de doelstelling om de wereldwijde temperatuurstijging ruim beneden 2 °C boven de pre-industriële niveaus te houden en inspanningen te blijven leveren om de stijging tot 1,5 °C boven die niveaus te beperken. De Overeenkomst van Parijs is bij Besluit (EU) 2016/1841 van de Raad namens de Unie goedgekeurd. Zij is op 4 november 2016 in werking getreden. Om het doel van de Overeenkomst van Parijs te bereiken, zullen de partijen opeenvolgende nationaal vastgestelde bijdragen voorbereiden, bekendmaken en handhaven.

(1)  Op de 21e Conferentie van de partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC), die van 30 november tot en met 12 december 2015 in Parijs plaatsvond, is een internationale overeenkomst gesloten om het mondiale antwoord op de klimaatverandering te versterken. De Overeenkomst van Parijs bevat onder meer een streefcijfer op lange termijn dat strookt met de doelstelling om de wereldwijde temperatuurstijging ruim beneden 2 °C boven de pre-industriële niveaus te houden en inspanningen te blijven leveren om de stijging tot 1,5 °C boven die niveaus te beperken. De Overeenkomst van Parijs is bij Besluit (EU) 2016/1841 van de Raad namens de Unie goedgekeurd. Zij is op 4 november 2016 in werking getreden. Om het doel van de Overeenkomst van Parijs te bereiken, zullen de partijen opeenvolgende nationaal vastgestelde bijdragen voorbereiden, bekendmaken en handhaven. Hoewel de internationale luchtvaartsector is uitgesloten van het toepassingsgebied van de Overeenkomst van Parijs, moet ook deze sector bijdragen aan het halen van de streefcijfers voor de emissievermindering, bijvoorbeeld via een wereldwijde marktgebaseerde maatregel ("GMBM") van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De milieudoelstellingen van de Unie zoals bedoeld in artikel 191 van het Verdrag, zijn behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu; bescherming van de gezondheid van de mens; en bevordering op internationaal niveau van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen, en met name de bestrijding van de klimaatverandering.

(2)  De milieudoelstellingen van de Unie zoals bedoeld in artikel 191 van het Verdrag, zijn behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu; bescherming van de gezondheid van de mens; en bevordering op internationaal niveau van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen, en hoofdzakelijk de bestrijding van de klimaatverandering.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Milieubescherming is één van de belangrijkste uitdagingen waarmee de Unie wordt geconfronteerd.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De Unie en haar lidstaten hebben er sinds 1997 naar gestreefd voortgang te maken met een internationale overeenkomst om de gevolgen van de broeikasgasemissies van de luchtvaart te beperken en sinds 2008 beschikken zij over wetgeving om de gevolgen van luchtvaartactiviteiten voor de klimaatverandering te beperken door middel van de EU-regeling voor de handel in emissierechten (EU-ETS), die sinds 2005 operationeel is. Om bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) sneller vooruitgang te kunnen maken, heeft de Unie tweemaal tijdgebonden afwijkingen van de EU-ETS goedgekeurd teneinde de nalevingsverplichtingen te beperken tot de emissies van vluchten tussen luchtvaartterreinen binnen de Europese Economische Ruimte (EER), met gelijke behandeling op de routes van de vliegtuigexploitanten, waar ze ook zijn gevestigd. De meest recente afwijking van de EU-ETS-Verordening (EU) nr. 421/2014 van het Europees Parlement en de Raad beperkte de nalevingsverplichtingen tot vluchten binnen de EER tussen 2013 en 2016 en beoogde mogelijke wijzigingen in het toepassingsgebied van de regeling voor activiteiten van en naar luchtvaartterreinen buiten de EER met ingang van 1 januari 2017, na de in die verordening bedoelde herziening.

(4)  De Unie en haar lidstaten hebben er sinds 1997 naar gestreefd voortgang te maken met een internationale overeenkomst om de gevolgen van de broeikasgasemissies van de luchtvaart te beperken en sinds 2008 beschikken zij over wetgeving om de gevolgen van luchtvaartactiviteiten voor de klimaatverandering te beperken door middel van de EU-regeling voor de handel in emissierechten (EU-ETS), die sinds 2005 operationeel is. In zijn arrest van 21 december 20111 bis heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat het opnemen van vluchten buiten de EER in de EU-ETS-regeling geen schending van het internationaal recht inhoudt. Om bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) sneller vooruitgang te kunnen maken, heeft de Unie tweemaal tijdgebonden afwijkingen van de EU-ETS goedgekeurd teneinde de nalevingsverplichtingen te beperken tot de emissies van vluchten tussen luchtvaartterreinen binnen de Europese Economische Ruimte (EER), met gelijke behandeling op de routes van de vliegtuigexploitanten, waar ze ook zijn gevestigd. De meest recente afwijking van de EU-ETS-Verordening (EU) nr. 421/2014 van het Europees Parlement en de Raad beperkte de nalevingsverplichtingen tot vluchten binnen de EER tussen 2013 en 2016 en beoogde mogelijke wijzigingen in het toepassingsgebied van de regeling voor activiteiten van en naar luchtvaartterreinen buiten de EER met ingang van 1 januari 2017, na de in die verordening bedoelde herziening.

 

1 bis Arrest van het Hof van Justitie van 21 december 2011, Air Transport Association of America e.a./Secretary of State for Energy and Climate Change, C-366/10, ECLI:EU:C:2011:864.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  Om de in de Overeenkomst van Parijs vastgelegde doelstellingen te bereiken en tegen 2030 de broeikasgasemissies met 40 % te reduceren, moeten de maatregelen in het kader van het gemeenschappelijke Europese luchtruim volledig worden gerealiseerd. Hierdoor kan een versnippering van het luchtruim worden vermeden en kunnen de verkeersstromen worden geoptimaliseerd, waardoor de emissies zullen dalen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  In het licht van de op de 39e Algemene Vergadering van de ICAO in oktober 2016 aangenomen resolutie over de uitvoering van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021 ter compensatie van de emissies van de internationale luchtvaart boven de niveaus van 2020, wordt het passend geacht de bestaande uitzondering voort te zetten in afwachting van verdere vooruitgang met het ontwerp en de tenuitvoerlegging van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel. In dit verband is de vaststelling van normen en aanbevolen praktijken door de ICAO ter completering van die resolutie en ter uitvoering van de mondiale regeling gepland voor 2018. Voor de concrete toepassing ervan zullen de ICAO-partijen echter actie moeten ondernemen op nationaal niveau. Ook governanceregelingen moeten door de ICAO worden uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld een registratiesysteem. In deze context moet de huidige afwijking van de EU-ETS-verplichtingen voor vluchten naar en uit derde landen worden verlengd, onder voorbehoud van de herziening van de toepassing van de ICAO-regeling, teneinde de ICAO een nieuwe impuls te geven en de uitvoering van de regeling te vergemakkelijken. Als gevolg van de verlenging van de afwijking zou de hoeveelheid te veilen en kosteloos te verlenen emissierechten, met inbegrip van de speciale reserve, dezelfde moeten zijn als voor 2016 en evenredig moeten zijn met de reductie van de verplichting om emissierechten in te leveren.

(5)  In het licht van de op de 39e Algemene Vergadering van de ICAO in oktober 2016 aangenomen resolutie over de uitvoering van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021 ter compensatie van de emissies van de internationale luchtvaart boven de niveaus van 2020, wordt het passend geacht de bestaande uitzondering voort te zetten in afwachting van verdere vooruitgang met het ontwerp en de tenuitvoerlegging van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel. De ICAO stelt uiterlijk in 2018 normen en aanbevolen praktijken vast voor de uitvoering van de mondiale regeling. Voor de concrete toepassing ervan zullen de ICAO-partijen echter actie moeten ondernemen op nationaal niveau. Ook governanceregelingen moeten door de ICAO worden uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld een registratiesysteem. In deze context moet de huidige afwijking van de EU-ETS-verplichtingen voor vluchten naar en uit derde landen worden verlengd, teneinde de ICAO een nieuwe impuls te geven en de uitvoering van de regeling te vergemakkelijken. Als gevolg van de verlenging van de afwijking zou de hoeveelheid te veilen en kosteloos te verlenen emissierechten, met inbegrip van de speciale reserve, dezelfde moeten zijn als voor 2016.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Aangezien essentiële elementen van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel nog moeten worden uitgewerkt en de uitvoering ervan afhankelijk is van de eigen wetgeving van de staten en regio’s, wordt het passend geacht om, zodra er duidelijkheid is over de aard en omvang van deze wettelijke instrumenten vóór de start van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel van de ICAO, een onderzoek in te stellen en daar bij het Europees Parlement en de Raad verslag over uit te brengen. In dat verslag moet aandacht worden besteed aan alle via de ICAO goedgekeurde normen of andere instrumenten, aan de acties die door derde landen zijn ondernomen om de wereldwijde marktgebaseerde maatregel uit te voeren zodat deze vanaf 2021 van toepassing is op de emissies, en aan andere internationale ontwikkelingen op dit gebied (bv. regels krachtens het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs inzake koolstofmarkten en boekhouding). In dat verslag moet worden onderzocht hoe deze instrumenten door middel van een herziening van de EU-ETS in de wetgeving van de Unie kunnen worden opgenomen. Ook moet daarin worden nagegaan of de regels die voor vluchten binnen de EER gelden, adequaat zijn. Dat verslag dient zo nodig vergezeld te gaan van een voorstel aan het Europees Parlement en de Raad om erop toe te zien dat de luchtvaart bijdraagt aan de verbintenis tot reductie van de broeikasgasemissies die de Unie voor 2030 voor de hele economie is aangegaan.

(6)  Aangezien essentiële kadervoorwaarden van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel nog moeten worden uitgewerkt en de uitvoering ervan afhankelijk is van de eigen wetgeving van de staten en regio's, moet de ICAO-maatregel, zodra er duidelijkheid is over de aard en omvang van deze wettelijke instrumenten, aan een onderzoek worden onderworpen en moet aan het Europees Parlement en de Raad verslag worden uitgebracht. In dat verslag moet aandacht worden besteed aan alle via de ICAO goedgekeurde normen of andere instrumenten, aan de acties die door derde landen zijn ondernomen om de wereldwijde marktgebaseerde maatregel uit te voeren zodat deze vanaf 2021 van toepassing is op de emissies, en aan andere internationale ontwikkelingen op dit gebied (bv. regels krachtens het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs inzake koolstofmarkten en boekhouding). In dat verslag moet worden onderzocht hoe deze instrumenten met de EU-ETS verenigd kunnen worden. Dat verslag dient zo nodig vergezeld te gaan van een voorstel aan het Europees Parlement en de Raad om erop toe te zien dat de luchtvaart bijdraagt aan de verbintenis tot de economisch gezien meest haalbare reductie van de broeikasgasemissies die de Unie voor 2030 voor de hele economie is aangegaan.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Het succes van de regeling koolstofcompensatie en -reductie voor de internationale luchtvaart (Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation – Corsia) zal in grote mate afhangen van de geografische omvang van het toepassingsgebied en het vermijden van overlappende regionale regelingen. Als aan die voorwaarden wordt voldaan, kan er in de luchtvaartsector een werkelijk gelijk speelveld tot stand worden gebracht.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter)  De opbrengsten uit toekomstige veilingen van emissierechten moeten worden toegewezen aan programma's gericht op vermindering van de emissies in de luchtvaartsector, en met name aan programma's voor onderzoek en ontwikkeling, en moeten via het toekomstige negende kaderprogramma voor onderzoek worden uitgegeven.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Teneinde niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van sommige niet-essentiële elementen van een wetgevingshandeling, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie worden overgedragen om maatregelen te nemen voor de monitoring, rapportage en verificatie van de emissies die op vliegtuigexploitanten van toepassing zijn met het oog op de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die in het kader van de ICAO wordt uitgewerkt. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Om met name te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.

(7)  Teneinde niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van sommige niet-essentiële elementen van een wetgevingshandeling, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie worden overgedragen om maatregelen te nemen voor de monitoring, rapportage en verificatie van de emissies die op vliegtuigexploitanten van toepassing zijn met het oog op de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die in het kader van de ICAO wordt uitgewerkt. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, in het bijzonder op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Om met name te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, teneinde zo de transparantie en doelmatigheid van het besluitvormingsproces te vergroten.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 3 quinquies – lid 4 – alinea 1

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1)  In artikel 3 quinquies, lid 4, wordt de eerste alinea vervangen door:

De lidstaten bepalen hoe de opbrengsten van de veiling van emissierechten worden gebruikt. De opbrengsten zouden moeten worden gebruikt om de klimaatverandering in de Europese Unie en in derde landen aan te pakken, onder meer om de emissie van broeikasgassen terug te dringen, om de aanpassing aan het effect van de klimaatverandering in de Europese Unie en derde landen, met name ontwikkelingslanden te bevorderen, om onderzoek en ontwikkeling te financieren op het gebied van beperking en aanpassing, inclusief met name in de luchtvaart en het luchtvervoer, om de emissies terug te dringen via transport met een lage emissie en om de beheerskosten van de Gemeenschapsregeling te dekken. De veilingopbrengsten moeten ook worden gebruikt voor de financiering van bijdragen aan het wereldfonds voor energie-efficiency en hernieuwbare energie, alsmede van maatregelen ter voorkoming van ontbossing.

"De opbrengsten van de veiling van emissierechten worden gebruikt om de klimaatverandering in de Europese Unie en in derde landen aan te pakken, onder meer om de emissie van broeikasgassen terug te dringen, om de aanpassing aan het effect van de klimaatverandering in de Europese Unie en derde landen, met name ontwikkelingslanden te bevorderen, om in het bijzonder onderzoek en ontwikkeling te financieren op het gebied van beperking en aanpassing, met name in de luchtvaart en het luchtvervoer, om de emissies terug te dringen via transport met een lage emissie en om de beheerskosten van de Unieregeling te dekken. De veilingopbrengsten moeten ook worden gebruikt voor de financiering van bijdragen aan het wereldfonds voor energie-efficiency en hernieuwbare energie, alsmede van maatregelen ter voorkoming van ontbossing. Bij de toewijzing van veilingopbrengsten wordt bijzondere aandacht besteed aan het toekomstige negende kaderprogramma voor onderzoek.";

(http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32008L0101&from=NL)

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter a – punt i

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 1 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  alle emissies van vluchten naar of van luchtvaartterreinen gelegen in landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER) in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2013, behoudens de in artikel 28 ter bedoelde herziening;

(a)  alle emissies van vluchten naar of van luchtvaartterreinen gelegen in landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER) in elk kalenderjaar van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020, behoudens de in artikel 28 ter bedoelde herziening;

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter a – punt ii

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 1 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii.  punt c) wordt geschrapt.

ii.  punt c) wordt vervangen door:

 

"c)   alle emissies van vluchten die plaatsvinden tussen in de EER gelegen luchtvaartterreinen en uitgevoerd worden als gevolg van de omleiding van een vlucht als bedoeld in punt a) of punt b) naar een in de EER gelegen luchtvaartterrein in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2017, behoudens de in artikel 28 ter bedoelde evaluatie.";

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 ter – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de desbetreffende ICAO-normen of andere wettelijke instrumenten, alsook over binnenlandse maatregelen die door derde landen zijn genomen met het oog op de uitvoering van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die vanaf 2021 op de emissies moet worden toegepast, en over andere relevante internationale ontwikkelingen.

1.  De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de desbetreffende ICAO-normen en aanbevolen praktijken, de door de ICAO-raad goedgekeurde aanbevelingen in verband met de wereldwijde maatregel of andere wettelijke instrumenten, alsook over binnenlandse maatregelen die door derde landen zijn genomen met het oog op de uitvoering van de wereldwijde maatregel die vanaf 2021 op de emissies moet worden toegepast, en over andere relevante internationale ontwikkelingen. Bedoelde verslagen worden uiterlijk op 1 januari 2018, 1 januari 2019 en daarna op gezette tijden overeenkomstig de procedures van de ICAO voor de vaststelling van normen ingediend.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 ter – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In het verslag moet worden onderzocht hoe die ICAO-instrumenten door middel van een herziening van deze richtlijn in het recht van de Unie kunnen worden opgenomen. In het verslag moet ook worden nagegaan of de regels die voor vluchten binnen de Europese Economische Ruimte (EER) gelden, adequaat zijn.

2.  In het verslag wordt onderzocht hoe de ICAO-instrumenten met de EU-ETS kunnen worden verenigd en in welke vorm beide systemen vanaf 2021 naast elkaar kunnen bestaan. Ook de gevolgen van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel voor de luchtvaartsector en de CO2-emissies worden, indien van toepassing, geëvalueerd.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 ter – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het verslag mag zo nodig vergezeld gaan van voorstellen aan het Europees Parlement en de Raad tot wijziging, schrapping, verlenging of vervanging van de afwijkingen waarin artikel 28 bis voorziet, zulks in overeenstemming met de verbintenis inzake reductie van broeikasgasemissies die de Unie voor 2030 voor de hele economie is aangegaan.

3.  Het verslag gaat vergezeld van wetgevingsvoorstellen aan het Europees Parlement en de Raad met de nodige wijzigingen van de vigerende wetgeving, zulks in overeenstemming met de verbintenis inzake reductie van broeikasgasemissies die de Unie voor 2030 voor de hele economie is aangegaan.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Voorzetting van de huidige beperkingen van het toepassingsgebied voor luchtvaartactiviteiten en voorbereiding van de tenuitvoerlegging van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021

Document- en procedurenummers

COM(2017)0054 – C8-0028/2017 – 2017/0017(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

13.2.2017

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ITRE

13.2.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Werner Langen

16.3.2017

Behandeling in de commissie

29.5.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

21.6.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

51

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Bendt Bendtsen, Xabier Benito Ziluaga, José Blanco López, David Borrelli, Cristian-Silviu Buşoi, Jerzy Buzek, Edward Czesak, Jakop Dalunde, Christian Ehler, Fredrick Federley, Ashley Fox, Adam Gierek, Theresa Griffin, András Gyürk, Rebecca Harms, Hans-Olaf Henkel, Eva Kaili, Kaja Kallas, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Jaromír Kohlíček, Peter Kouroumbashev, Zdzisław Krasnodębski, Miapetra Kumpula-Natri, Janusz Lewandowski, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Angelika Mlinar, Csaba Molnár, Dan Nica, Angelika Niebler, Aldo Patriciello, Morten Helveg Petersen, Miroslav Poche, Michel Reimon, Herbert Reul, Paul Rübig, Algirdas Saudargas, Dario Tamburrano, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Henna Virkkunen, Lieve Wierinck, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pilar Ayuso, Francesc Gambús, Françoise Grossetête, Constanze Krehl, Werner Langen, Olle Ludvigsson, Florent Marcellesi, Anne Sander, Davor Škrlec

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

51

+

ALDE

Fredrick Federley, Kaja Kallas, Angelika Mlinar, Morten Helveg Petersen, Lieve Wierinck

ECR

Ashley Fox, Hans-Olaf Henkel, Evžen Tošenovský

EFDD

David Borrelli, Dario Tamburrano

PPE

Pilar Ayuso, Bendt Bendtsen, Jerzy Buzek, Cristian-Silviu Buşoi, Christian Ehler, Francesc Gambús, Françoise Grossetête, András Gyürk, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Werner Langen, Janusz Lewandowski, Angelika Niebler, Aldo Patriciello, Herbert Reul, Paul Rübig, Anne Sander, Algirdas Saudargas, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen

S&D

José Blanco López, Adam Gierek, Theresa Griffin, Eva Kaili, Peter Kouroumbashev, Constanze Krehl, Miapetra Kumpula-Natri, Olle Ludvigsson, Edouard Martin, Csaba Molnár, Dan Nica, Miroslav Poche, Patrizia Toia, Kathleen Van Brempt, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

VERTS/ALE

Jakop Dalunde, Rebecca Harms, Florent Marcellesi, Michel Reimon, Davor Škrlec

5

-

ECR

Edward Czesak, Zdzisław Krasnodębski

GUE/NGL

Xabier Benito Ziluaga, Jaromír Kohlíček, Paloma López Bermejo

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (20.6.2017)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG om de huidige beperkingen van het toepassingsgebied voor luchtvaartactiviteiten voort te zetten en de tenuitvoerlegging van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021 voor te bereiden

(COM(2017)0054 – C8-0028/2017 – 2017/0017(COD))

Rapporteur voor advies: Jacqueline Foster

BEKNOPTE MOTIVERING

Historische achtergrond

In 2003 stelde de EU de eerste grote regionale regeling voor handel in broeikasgasemissierechten (ETS) ter wereld vast, die van start is gegaan in 2005. In 2008 keurde de EU een wijzigingsrichtlijn goed om het toepassingsgebied van het ETS van de EU vanaf 2012 uit te breiden met luchtvaartemissies.

Deze uitbreiding was bijzonder controversieel en leidde tot aanzienlijke handelsconflicten met strategische partners van de EU, zoals de VS, China en India. Bovendien leidde zij tot een aantal juridische geschillen. Helaas schaadde deze poging het ETS van de uit te breiden met luchtvaart de Europese luchtvaartindustrie aanzienlijk, met name de ruimtevaart, alsmede de reputatie van de EU en haar lidstaten.

Uiteindelijk had de Commissie in 2012 geen andere keuze dan het "stop-de-tijd"-besluit goed te keuren, dat in 2014 is verlengd. Dit besluit was essentieel om het proces inzake een mondiale oplossing op internationaal niveau te faciliteren. Zo besloot de 38e algemene vergadering van de Internationale Organisatie voor de Burgerluchtvaart (ICAO)(1) in oktober 2013 effectief een wereldwijde marktgebaseerde maatregel (global market-based measure, GMBM) te ontwikkelen als basis voor een mondiaal akkoord, om te komen tot zogeheten "koolstofneutrale groei vanaf 2020" (resolutie A38-18).

De GMBM-regeling

In mei 2016, vóór de 39e algemene vergadering van de ICAO, had een delegatie van de TRAN-commissie, inclusief de rapporteur, een ontmoeting met de voorzitter van de ICAO-Raad, dr. Olumuyiwa Benard Aliu, alsmede de secretaris-generaal van de ICAO, dr. Fang Liu, in Montreal, om de GMBM-kwestie te bespreken. Tevens werd een constructieve dialoog gevoerd met hoge Canadese luchtvaartbeambten en andere belangrijke functionarissen in Ottawa. De rapporteur had hiervoor ook een ontmoeting met hoge vertegenwoordigers van de Federal Aviation Administration (FAA) van de VS en van de Canadese regering.

In oktober 2016 heeft bovendien een ad-hocdelegatie van de TRAN- en de ENVI-commissie de 39e algemene vergadering van de ICAO bijgewoond, waar zij de GMBM-onderhandelingen van nabij heeft gevolgd. Een bijzonder goede verstandhouding heeft zich ontwikkeld tussen de commissaris voor vervoer met haar team en het EU-Raadsvoorzitterschap. De erg constructieve sfeer van de 39e algemene vergadering heeft bijgedragen tot een akkoord op mondiaal niveau waarom lang gestreden is en waar lang naartoe is gewerkt.

Dit leidde tot de GMBM-resolutie van de algemene vergadering van de ICAO (resolutie A39-3) van oktober 2016, waarmee een GMBM-regeling ten uitvoer wordt gelegd in de vorm van de CORSIA(2). De belangrijkste elementen van de CORSIA zijn:

•  elke jaarlijkse stijging van de totale CO2-emissies van de internationale burgerluchtvaart boven het niveau van 2020 zal worden aangepakt;

•  de proeffase zal lopen tussen 2021 en 2023;

•  de eerste fase zal lopen van 2024 tot 2026. Zij zal van toepassing zijn op landen die zich als vrijwilliger voor deelname aan de regeling hebben aangemeld;

•  een tweede fase van 2027 tot 2035, met deelname van alle landen, met uitzondering van landen die een vrijstelling genieten;

•  vanaf 21 april 2017 zullen 67 landen, goed voor meer dan 87,5 % van de internationale luchtvaartactiviteit, vrijwillig vanaf de start aan de GMBM-regeling deelnemen. Opgemerkt zij dat als een land er eenmaal mee heeft ingestemd om aan de regeling deel te nemen, vast staat dat het alle toekomstige besluiten moet uitvoeren;

•  tot slot omvat het akkoord een evaluatie om de drie jaar, om verdere verbetering aan de CORSIA mogelijk te maken.

Deskundigen zowel van de Commissie als van de EU-lidstaten werken na samen met die van de ICAO-commissie voor milieubescherming in de luchtvaart (Committee on Aviation Environmental Protection, CAEP) aan de gedetailleerde technische voorschriften van de regeling, om ervoor te zorgen dat deze effectief en efficiënt werkt.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur is het volledig met het Commissievoorstel eens en heeft de invoering van een mondiaal op de markt gebaseerde regeling altijd al gesteund. Zij is er ook van overtuigd dat alleen een mondiale en pragmatische aanpak zal leiden tot concrete resultaten. Tegelijk is het , als het Europese continent internationaal wil groeien, in ons belang onze luchtvaartsector niet te overreguleren, omdat dit duidelijk zeer schadelijk zou zijn voor onze luchtvaartmaatschappijen en de Europese ruimtevaartsector en ons een concurrentienadeel zou opleveren ten opzichte van de rest van de wereld

Unilateraal en geïsoleerd optreden van de EU heeft ons in de verkeerde richting geleid. Helaas is er totaal geen rekening gehouden met en was er totaal geen begrip voor de door de Europese ruimtevaartsector gerealiseerde technologische vooruitgang en de door de lidstaten uitgevoerde operationele verbeteringen.

Bovendien wil de rapporteur er ook op wijzen dat evenmin rekening is gehouden met de wetgeving die op EU-niveau is goedgekeurd om de congestie in het Europese luchtruim aan te pakken en de verkeersdoorstroming te verbeteren. De TRAN-commissie steunde voluit het rapport-Foster van 2012 over de tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim (SES), waarin werd verzocht om volledige tenuitvoerlegging door de lidstaten van de SES-wetgeving, waarmee directe routes worden bevorderd en zo het brandstofverbruik, de emissies en uiteindelijk de ticketprijzen voor de consument verminderd.

Bovendien heeft het gebruik van Galileo voor satellietnavigatie (GNSS(3) en Copernicus) ook bijgedragen tot een vermindering van de emissies, en hetzelfde geldt voor de gezamenlijke technologie-initiatieven Clean Sky I (begroting 1,6 miljard EUR) en Clean Sky II (begroting van meer dan 4 miljard EUR). Met deze onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten wordt de volgende generatie vliegtuigen en motoren ontwikkeld, en zij zijn zo succesvol dat Clean Sky III al in een vergevorderde fase van bespreking zit.

Er zij ook op gewezen dat de lidstaten, de luchtvaartmaatschappijen en de ruimtevaartsector miljarden hebben geïnvesteerd in duurzame alternatieve brandstoffen en zich ertoe hebben verplicht hier in de toekomst mee voort te gaan. Het nettoresultaat is dat een vliegtuig volgens de ICAO vandaag ongeveer 80 percent brandstofefficiënter is per passagierskilometer dan in de jaren '60.

Conclusie

Als conclusie is de rapporteur er sterk van overtuigd dat moet worden gewezen op de technologische vooruitgang in de sector, maar onderstreept zij dat het Commissievoorstel er als allerbelangrijkste element op focust dat "stop-de-tijd" moet kunnen worden voortgezet. Daarom stelt de rapporteur zich krachtig op het standpunt dat het Parlement commissaris Bulc en haar team moet steunen en dat tijd moet worden uitgetrokken voor de ontwikkeling van een uitvoerbare en constructieve GMBM die kan worden ondersteund door alle landen die zich al hebben aangesloten en de landen die zich hopelijk zullen aansluiten in de toekomst. Anders kan het zijn dat er in de nabije toekomst geen internationale oplossing komt. Het is dus in ons belang dat wij in het Parlement het voorstel van de Commissie om de tijd te stoppen, steunen.

AMENDEMENTEN

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  Op de 21e Conferentie van de partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC), die van 30 november tot en met 12 december 2015 in Parijs plaatsvond, is een internationale overeenkomst gesloten om het mondiale antwoord op de klimaatverandering te versterken. De Overeenkomst van Parijs bevat onder meer een streefcijfer op lange termijn dat strookt met de doelstelling om de wereldwijde temperatuurstijging ruim beneden 2 °C boven de pre-industriële niveaus te houden en inspanningen te blijven leveren om de stijging tot 1,5 °C boven die niveaus te beperken. De Overeenkomst van Parijs is bij Besluit (EU) 2016/1841 van de Raad namens de Unie goedgekeurd. Zij is op 4 november 2016 in werking getreden. Om het doel van de Overeenkomst van Parijs te bereiken, zullen de partijen opeenvolgende nationaal vastgestelde bijdragen voorbereiden, bekendmaken en handhaven.

(1)  Op de 21e Conferentie van de partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC), die van 30 november tot en met 12 december 2015 in Parijs plaatsvond, is een internationale overeenkomst gesloten om het mondiale antwoord op de klimaatverandering te versterken. De Overeenkomst van Parijs bevat onder meer een streefcijfer op lange termijn dat strookt met de doelstelling om de wereldwijde temperatuurstijging ruim beneden 2 °C boven de pre-industriële niveaus te houden en inspanningen te blijven leveren om de stijging tot 1,5 °C boven die niveaus te beperken. De Overeenkomst van Parijs is bij Besluit (EU) 2016/1841 van de Raad namens de Unie goedgekeurd. Zij is op 4 november 2016 in werking getreden. Om het doel van de Overeenkomst van Parijs te bereiken, zullen de partijen opeenvolgende nationaal vastgestelde bijdragen voorbereiden, bekendmaken en handhaven. De doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs kunnen alleen worden gerealiseerd, als er volgehouden politieke wil is om de besluitvorming op de Overeenkomst af te stemmen. Opgemerkt zij evenwel dat in de Overeenkomst van Parijs (COP 21) zowel de internationale luchtvaart- als de internationale maritieme sector uitgesloten zijn en vraagt dat, wat luchtvaart betreft, de Internationale Organisatie voor de Burgerluchtvaart (ICAO) wordt beschouwd als meest relevante orgaan om een uitvoerbare GMBM-regeling voor te stellen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Wat de reductie van de door de hele economie uitgestoten broeikasgassen betreft, heeft de Europese Raad van 23-24 oktober 2014 een bindend streefcijfer van ten minste 40 % eigen reductie van de broeikasgasemissies tegen 2030 vastgesteld ten opzichte van 1990. Tijdens de zitting van de Raad op 6 maart 2015 is deze bijdrage van de Unie en haar lidstaten formeel goedgekeurd als hun voorgenomen nationaal vastgestelde bijdrage krachtens de Overeenkomst van Parijs. Volgens de conclusies van de Europese Raad van oktober 2014 moet het streefcijfer collectief door de EU op de meest kosteneffectieve manier worden behaald, waarbij de reducties door de sectoren die wel en niet onder de regeling voor de handel in emissierechten (ETS) vallen, tegen 2030 respectievelijk 43 % en 30 % moeten bedragen ten opzichte van 2005. Alle economische sectoren moeten een bijdrage leveren om die emissiereductie te verwezenlijken.

(3)  Wat de reductie van de door de hele economie uitgestoten broeikasgassen betreft, heeft de Europese Raad van 23-24 oktober 2014 een bindend streefcijfer van ten minste 40 % eigen reductie van de broeikasgasemissies tegen 2030 vastgesteld ten opzichte van 1990. Tijdens de zitting van de Raad op 6 maart 2015 is deze bijdrage van de Unie en haar lidstaten formeel goedgekeurd als hun voorgenomen nationaal vastgestelde bijdrage krachtens de Overeenkomst van Parijs. Volgens de conclusies van de Europese Raad van oktober 2014 moet het streefcijfer collectief door de EU op de meest kosteneffectieve manier worden behaald, waarbij de reducties door de sectoren die wel en niet onder de regeling voor de handel in emissierechten (ETS) vallen, tegen 2030 respectievelijk 43 % en 30 % moeten bedragen ten opzichte van 2005. Alle economische sectoren moeten een bijdrage leveren om die emissiereductie te verwezenlijken en daartoe moet de Commissie een platform opzetten voor de uitwisseling tussen de lidstaten van beste praktijken en lessen die getrokken zijn de sector van de emissiearme mobiliteit.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  De Unie en haar lidstaten hebben er sinds 1997 naar gestreefd voortgang te maken met een internationale overeenkomst om de gevolgen van de broeikasgasemissies van de luchtvaart te beperken en sinds 2008 beschikken zij over wetgeving om de gevolgen van luchtvaartactiviteiten voor de klimaatverandering te beperken door middel van de EU-regeling voor de handel in emissierechten (EU-ETS), die sinds 2005 operationeel is. Om bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) sneller vooruitgang te kunnen maken, heeft de Unie tweemaal tijdgebonden afwijkingen van de EU-ETS goedgekeurd teneinde de nalevingsverplichtingen te beperken tot de emissies van vluchten tussen luchtvaartterreinen binnen de Europese Economische Ruimte (EER), met gelijke behandeling op de routes van de vliegtuigexploitanten, waar ze ook zijn gevestigd. De meest recente afwijking van de EU-ETS-Verordening (EU) nr. 421/2014 van het Europees Parlement en de Raad beperkte de nalevingsverplichtingen tot vluchten binnen de EER tussen 2013 en 2016 en beoogde mogelijke wijzigingen in het toepassingsgebied van de regeling voor activiteiten van en naar luchtvaartterreinen buiten de EER met ingang van 1 januari 2017, na de in die verordening bedoelde herziening.

(4)  De Unie en haar lidstaten hebben er sinds 1997 naar gestreefd voortgang te maken met een internationale overeenkomst om de gevolgen van de broeikasgasemissies van de luchtvaart te beperken en sinds 2008 beschikken zij over wetgeving om de gevolgen van luchtvaartactiviteiten voor de klimaatverandering te beperken door middel van de EU-regeling voor de handel in emissierechten (EU-ETS), die sinds 2005 operationeel is. Bovendien hebben de lidstaten zich er sinds 2004 en 2008 opnieuw toe verplicht het gemeenschappelijk Europees luchtruim tot stand te brengen, rekening houdend met het toenemen van de luchtverkeersstroom on de komende jaren. Om vooruitgang te boeken met het luchtverkeersbeheer, moet de tenuitvoerlegging van Sesar worden bespoedigd en moeten innoverende technologieën worden bevorderd in het kader van het Clean Sky-project. De invoering via de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel moet bijdragen tot bijkomende vooruitgang met betrekking tot de emissiereductie van het luchtvervoer. Daarom zijn afwijkingen toegestaan van de nalevingsverplichtingen voor de emissies van vluchten tussen luchtvaartterreinen binnen de Europese Economische Ruimte (EER), met gelijke behandeling op de routes van de vliegtuigexploitanten, waar ze ook zijn gevestigd. De meest recente afwijking van de EU-ETS-Verordening (EU) nr. 421/2014 van het Europees Parlement en de Raad beperkte de nalevingsverplichtingen tot vluchten binnen de EER tussen 2013 en 2016 en beoogde mogelijke wijzigingen in het toepassingsgebied van de regeling voor activiteiten van en naar luchtvaartterreinen buiten de EER met ingang van 1 januari 2017, na de in die verordening bedoelde herziening.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  In het licht van de op de 39e Algemene Vergadering van de ICAO in oktober 2016 aangenomen resolutie over de uitvoering van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021 ter compensatie van de emissies van de internationale luchtvaart boven de niveaus van 2020, wordt het passend geacht de bestaande uitzondering voort te zetten in afwachting van verdere vooruitgang met het ontwerp en de tenuitvoerlegging van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel. In dit verband is de vaststelling van normen en aanbevolen praktijken door de ICAO ter completering van die resolutie en ter uitvoering van de mondiale regeling gepland voor 2018. Voor de concrete toepassing ervan zullen de ICAO-partijen echter actie moeten ondernemen op nationaal niveau. Ook governanceregelingen moeten door de ICAO worden uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld een registratiesysteem. In deze context moet de huidige afwijking van de EU-ETS-verplichtingen voor vluchten naar en uit derde landen worden verlengd, onder voorbehoud van de herziening van de toepassing van de ICAO-regeling, teneinde de ICAO een nieuwe impuls te geven en de uitvoering van de regeling te vergemakkelijken. Als gevolg van de verlenging van de afwijking zou de hoeveelheid te veilen en kosteloos te verlenen emissierechten, met inbegrip van de speciale reserve, dezelfde moeten zijn als voor 2016 en evenredig moeten zijn met de reductie van de verplichting om emissierechten in te leveren.

(5)  In het licht van de op de 39e Algemene Vergadering van de ICAO in oktober 2016 aangenomen resolutie over de uitvoering van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021 ter compensatie van de emissies van de internationale luchtvaart boven de niveaus van 2020, wordt het passend geacht de bestaande uitzondering voort te zetten in afwachting van verdere vooruitgang met het ontwerp en de tenuitvoerlegging van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel. In dit verband is de vaststelling van normen en aanbevolen praktijken door de ICAO ter completering van die resolutie en ter uitvoering van de mondiale regeling uiterlijk in 2021, gepland voor 2018. Voor de concrete toepassing ervan zullen de ICAO-partijen echter actie moeten ondernemen op nationaal niveau. Ook governanceregelingen moeten door de ICAO worden uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld een registratiesysteem. In deze context moet de huidige afwijking van de EU-ETS-verplichtingen voor vluchten naar en uit derde landen worden verlengd, onder voorbehoud van de herziening van de toepassing van de ICAO-regeling, teneinde de ICAO een nieuwe impuls te geven, de uitvoering van de regeling te vergemakkelijken en overlapping met de ETS-verplichtingen van de Unie te voorkomen. Als gevolg van de verlenging van de afwijking zou de hoeveelheid te veilen en kosteloos te verlenen emissierechten, met inbegrip van de speciale reserve, dezelfde moeten zijn als voor 2016 en evenredig moeten zijn met de reductie van de verplichting om emissierechten in te leveren. Om de CO2-emissies van de luchtvaartsector aan te pakken, blijft de EU de lidstaten verder ondersteunen om de opbrengsten uit de veilingen van emissierechten te gebruiken voor projecten als Sesar, Clean Sky en andere innoverende projecten.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Aangezien essentiële elementen van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel nog moeten worden uitgewerkt en de uitvoering ervan afhankelijk is van de eigen wetgeving van de staten en regio’s, wordt het passend geacht om, zodra er duidelijkheid is over de aard en omvang van deze wettelijke instrumenten vóór de start van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel van de ICAO, een onderzoek in te stellen en daar bij het Europees Parlement en de Raad verslag over uit te brengen. In dat verslag moet aandacht worden besteed aan alle via de ICAO goedgekeurde normen of andere instrumenten, aan de acties die door derde landen zijn ondernomen om de wereldwijde marktgebaseerde maatregel uit te voeren zodat deze vanaf 2021 van toepassing is op de emissies, en aan andere internationale ontwikkelingen op dit gebied (bv. regels krachtens het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs inzake koolstofmarkten en boekhouding). In dat verslag moet worden onderzocht hoe deze instrumenten door middel van een herziening van de EU-ETS in de wetgeving van de Unie kunnen worden opgenomen. Ook moet daarin worden nagegaan of de regels die voor vluchten binnen de EER gelden, adequaat zijn. Dat verslag dient zo nodig vergezeld te gaan van een voorstel aan het Europees Parlement en de Raad om erop toe te zien dat de luchtvaart bijdraagt aan de verbintenis tot reductie van de broeikasgasemissies die de Unie voor 2030 voor de hele economie is aangegaan.

(6)  Aangezien essentiële elementen van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel nog moeten worden uitgewerkt en de uitvoering ervan afhankelijk is van de eigen wetgeving van de staten en regio’s, wordt het passend geacht om, zodra er duidelijkheid is over de aard en omvang van deze wettelijke instrumenten vóór de start van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel van de ICAO, een onderzoek in te stellen en daar bij het Europees Parlement en de Raad verslag over uit te brengen. Om het succes van de maatregel te garanderen, blijft de Unie de lidstaten ondersteunen en blijft zij nauw samenwerken met de ICAO in haar rol als waarnemer, teneinde transparante informatie en vooruitgang van de ICAO-overeenkomst aan te moedigen. In dat verslag moet aandacht worden besteed aan alle via de ICAO goedgekeurde normen of andere instrumenten, aan de acties die door derde landen zijn ondernomen om de wereldwijde marktgebaseerde maatregel uit te voeren zodat deze vanaf 2021 van toepassing is op de emissies, en aan andere internationale ontwikkelingen op dit gebied (bv. regels krachtens het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs inzake koolstofmarkten en boekhouding). In dat verslag moet worden onderzocht hoe deze instrumenten in de wetgeving van de Unie kunnen worden opgenomen en er moet in worden nagegaan welke regels gelden voor vluchten binnen de EER. Dat verslag dient zo nodig vergezeld te gaan van een voorstel aan het Europees Parlement en de Raad om erop toe te zien dat de luchtvaart bijdraagt aan de verbintenis tot reductie van de broeikasgasemissies die de Unie voor 2030 voor de hele economie is aangegaan. In het verslag moeten tevens de ambitie en de algemene milieu-integriteit van de wereldwijde maatregel worden onderzocht, met inbegrip van de doelstellingen en vereisten van de Overeenkomst van Parijs.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Er moet ook rekening mee worden gehouden dat het succes van de koolstofcompensatieregeling voor de internationale luchtvaart (Carbon Offsetting Scheme for International Aviation, CORSIA), wanneer hier binnen de ICAO toe wordt besloten, zal afhangen van het voorkomen van conflicterende of dubbele regelingen op binnenlands en regionaal niveau, om geen verstoring van de mededinging en geen onaanvaardbare administratieve last te creëren. Voorts zal ook de volledige tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, dat als doel heeft het Europese luchtruim te defragmenteren en zo de ecologische voetafdruk van de luchtvaart te verkleinen, tot het succes van de regeling bijdragen. Bovendien moet bij de tenuitvoerlegging van de CORSIA binnen de Unie rekening worden gehouden met de evaluatie om de drie jaar, om verdere verbetering aan de regeling mogelijk te maken.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter)  Op het niveau van de Unie zijn diverse wetgevingshandelingen goedgekeurd die erop gericht zijn fragmentering van het Europese luchtruim te voorkomen, om de doorstroming van het luchtverkeer en de controle van het luchtruimgebruik te verbeteren en zo de emissies te verminderen. Binnen de Unie moet de CORSIA-regeling worden beschouwd als onderdeel van het zogeheten ICAO-pakket van maatregelen, naast volledige tenuitvoerlegging door de lidstaten van de wetgeving inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim, Sesar, het gebruik van GNSS voor satellietnavigatie en gezamenlijke technologie-initiatieven als Clean Sky I en Clean Sky II. Alle inkomsten als gevolg van de opbrengsten van toekomstige veilingen van rechten moeten worden gereserveerd voor de ontwikkeling van bovengenoemde onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's, alsmede gemeenschappelijke projecten voor het ontwikkelen van een reeks interoperabele basisvermogens in alle lidstaten, met name deze die de infrastructuur voor luchtvaartnavigatie, de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en het gebruik van het luchtruim verbeteren, zoals noodzakelijk is voor de uitvoering van het Europese ATM-masterplan. De Commissie moet aan het Europees Parlement en de Raad ook verslag uitbrengen over maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die door de lidstaten zijn genomen om de broeikasgasemissies van de luchtvaart te verminderen, met inbegrip van door de lidstaten ingediende informatie in verband met het gebruik van de opbrengsten, in overeenstemming met artikel 17 van Verordening (EU) nr. 525/2013.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Ter vereenvoudiging en om de administratieve taken voor de kleinste vliegtuigexploitanten te verlichten, moeten niet-commerciële vliegtuigexploitanten die jaarlijks minder dan 1 000 ton CO2 uitstoten, worden geacht te voldoen aan de voorschriften van Richtlijn 2003/87/EG voor een nieuwe periode van tien jaar, waarin maatregelen moeten worden uitgewerkt om ervoor te zorgen dat in de toekomst alle marktdeelnemers aan emissiereducties bijdragen.

(8)  Ter vereenvoudiging en om de administratieve taken voor de kleinste vliegtuigexploitanten en de ultraperifere gebieden te verlichten, moeten niet-commerciële vliegtuigexploitanten die jaarlijks minder dan 1 000 ton CO2 uitstoten en de ultraperifere gebieden, worden geacht te voldoen aan de voorschriften van Richtlijn 2003/87/EG. Er moet ook worden bevestigd dat binnen de luchtvaartactiviteiten die staan opgelijst in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG, in punten a) t/m k) is voorzien in vrijstellingen voor de activiteitencategorieën waarop deze richtlijn van toepassing is. In het kader van de in artikel 28 ter voorgestelde evaluatie moet worden herbevestigd dat deze vluchten uitgesloten blijven.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 3 quinquies – lid 4 – alinea 1 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  In artikel 3 quinquies, lid 4, wordt de eerste alinea vervangen door:

De lidstaten bepalen hoe de opbrengsten van de veiling van emissierechten worden gebruikt. De opbrengsten zouden moeten worden gebruikt om de klimaatverandering in de Europese Unie en in derde landen aan te pakken, onder meer om de emissie van broeikasgassen terug te dringen, om de aanpassing aan het effect van de klimaatverandering in de Europese Unie en derde landen, met name ontwikkelingslanden te bevorderen, om onderzoek en ontwikkeling te financieren op het gebied van beperking en aanpassing, inclusief met name in de luchtvaart en het luchtvervoer, om de emissies terug te dringen via transport met een lage emissie en om de beheerskosten van de Gemeenschapsregeling te dekken. De veilingopbrengsten moeten ook worden gebruikt voor de financiering van bijdragen aan het wereldfonds voor energie-efficiency en hernieuwbare energie, alsmede van maatregelen ter voorkoming van ontbossing.

De lidstaten bepalen hoe de opbrengsten van de veiling van emissierechten worden gebruikt, op voorwaarde dat zij worden gereserveerd voor de financiering van onderzoek en gemeenschappelijke projecten om de broeikasgasemissies van de luchtvaartsector te verminderen, bijvoorbeeld de gemeenschappelijke onderneming Sesar, de gezamenlijke technologie-initiatieven Clean Sky en alle initiatieven die de brede verspreiding mogelijk maken van GNSS voor satellietnavigatie en interoperabele vermogens in alle lidstaten, met name degene die de infrastructuur voor de luchtvaartnavigatie, de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en het gebruik van het luchtruim verbeteren. Transparantie over het gebruik van de opbrengsten uit de veiling van emissierechten krachtens Richtlijn 2003/87/EG is essentieel ter ondersteuning van de verplichtingen van de Unie.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter i bis (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 1 – punt b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i bis.  het volgende punt b bis) wordt toegevoegd:

 

b bis)  alle emissies van vluchten tussen luchtvaartterreinen die gelegen zijn in de EER en uitgevoerd worden als gevolg van de afleiding van een vlucht als bedoeld in punt a) of punt b) naar een luchtvaartterrein dat gelegen is in de EER in elk kalenderjaar met ingang van 1 januari 2017, behoudens de in artikel 28 ter bedoelde evaluatie.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter b – punt i

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"In afwijking van de artikelen 3 quinquies tot en met 3 septies en totdat de wijzigingen als gevolg van de in artikel 28 ter bedoelde herziening in werking zijn getreden, wordt met ingang van 1 januari 2017 aan vliegtuigexploitanten jaarlijks het aantal emissierechten toegewezen dat overeenkomt met het jaar 2016. Vanaf 2021 zal op dat aantal emissierechten de lineaire factor van artikel 9 worden toegepast."

"In afwijking van de artikelen 3 quinquies tot en met 3 septies en totdat de wijzigingen als gevolg van de in artikel 28 ter bedoelde herziening in werking zijn getreden, wordt met ingang van 1 januari 2017 aan vliegtuigexploitanten jaarlijks het aantal emissierechten toegewezen dat overeenkomt met het jaar 2016.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter d bis (nieuw)

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 bis – lid 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  Artikel 28 bis, lid 8, wordt geschrapt.

8.  De Commissie stelt het Europees Parlement regelmatig, en ten minste eenmaal per jaar, op de hoogte van de voortgang in de onderhandelingen met de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (International Civil Aviation Organization — ICAO), alsmede van haar inspanningen om de internationale aanvaarding van marktgebaseerde regelingen in derde landen te bevorderen. Na de ICAO-vergadering van 2016 brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de maatregelen met het oog op de tenuitvoerlegging van een internationale overeenkomst over een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2020, die de broeikasgasemissie van de luchtvaart op non-discriminatoire wijze zal verminderen, alsmede over informatie met betrekking tot het gebruik van opbrengsten, die door de lidstaten overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 525/2013 wordt verstrekt.

 

In dat verslag, overweegt de Commissie en neemt zij, indien nodig, voorstellen op voorstellen als reactie op die ontwikkelingen met betrekking tot de vraag wat het geschikte toepassingsgebied is voor emissies van activiteit naar of van luchtvaartterreinen gelegen in landen buiten de EER vanaf 1 januari 2017. In dat verslag overweegt de Commissie eveneens oplossingen voor andere problemen die kunnen ontstaan bij de toepassing van de leden 1 tot en met 4 van dit artikel, terwijl voor alle vluchten op dezelfde route voor alle vliegtuigexploitanten een gelijke behandeling gewaarborgd blijft.

 

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2

Richtlijn 2003/87/EG

Artikel 28 ter – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de desbetreffende ICAO-normen of andere wettelijke instrumenten, alsook over binnenlandse maatregelen die door derde landen zijn genomen met het oog op de uitvoering van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die vanaf 2021 op de emissies moet worden toegepast, en over andere relevante internationale ontwikkelingen.

1.  De Commissie brengt geregeld en minstens eenmaal per jaar aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de desbetreffende ICAO-normen en aanbevolen praktijken, door de ICAO-raad goedgekeurde aanbevelingen in verband met de wereldwijde marktgebaseerde maatregel of andere wettelijke instrumenten, alsook over binnenlandse maatregelen die door derde landen zijn genomen met het oog op de uitvoering van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel die vanaf 2021 op de emissies moet worden toegepast, en over andere relevante internationale ontwikkelingen. De Commissie brengt ook verslag uit over de inspanningen van de ICAO om een geloofwaardige langetermijndoelstelling voor de sector vast te stellen.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Voorzetting van de huidige beperkingen van het toepassingsgebied voor luchtvaartactiviteiten en voorbereiding van de tenuitvoerlegging van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021

Document- en procedurenummers

COM(2017)0054 – C8-0028/2017 – 2017/0017(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

13.2.2017

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

TRAN

13.2.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jacqueline Foster

14.3.2017

Behandeling in de commissie

30.5.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

20.6.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

5

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniela Aiuto, Lucy Anderson, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Deirdre Clune, Michael Cramer, Andor Deli, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Jacqueline Foster, Dieter-Lebrecht Koch, Merja Kyllönen, Miltiadis Kyrkos, Peter Lundgren, Marian-Jean Marinescu, Georg Mayer, Gesine Meissner, Cláudia Monteiro de Aguiar, Jens Nilsson, Markus Pieper, Tomasz Piotr Poręba, Dominique Riquet, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Jill Seymour, Claudia Țapardel, Pavel Telička, Wim van de Camp, Janusz Zemke, Roberts Zīle, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jakop Dalunde, Bas Eickhout, Maria Grapini, Karoline Graswander-Hainz, Franck Proust, Evžen Tošenovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Susanne Melior, Roberta Metsola

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

33

+

ALDE

Izaskun Bilbao Barandica, Gesine Meissner, Dominique Riquet, Pavel Telička

ECR

Jacqueline Foster, Tomasz Piotr Poręba, Evžen Tošenovský, Roberts Zīle, Kosma Złotowski

EFDD

Daniela Aiuto, Peter Lundgren

PPE

Georges Bach, Deirdre Clune, Andor Deli, Dieter-Lebrecht Koch, Marian-Jean Marinescu, Roberta Metsola, Cláudia Monteiro de Aguiar, Markus Pieper, Franck Proust, Massimiliano Salini, Claudia Schmidt, Wim van de Camp

S&D

Lucy Anderson, Isabella De Monte, Ismail Ertug, Maria Grapini, Karoline Graswander-Hainz, Miltiadis Kyrkos, Susanne Melior, Jens Nilsson, Claudia Țapardel, Janusz Zemke

5

-

EFDD

Seymour Jill

GUE/NGL

Merja Kyllönen

Verts/ALE

Michael Cramer, Jakop Dalunde, Bas Eickhout

1

0

ENF

Georg Mayer

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Voorzetting van de huidige beperkingen van het toepassingsgebied voor luchtvaartactiviteiten en voorbereiding van de tenuitvoerlegging van een wereldwijde marktgebaseerde maatregel vanaf 2021

Document- en procedurenummers

COM(2017)0054 – C8-0028/2017 – 2017/0017(COD)

Datum indiening bij EP

3.2.2017

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

13.2.2017

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

ITRE

13.2.2017

TRAN

13.2.2017

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Julie Girling

16.3.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

11.7.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

57

3

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Margrete Auken, Pilar Ayuso, Zoltán Balczó, Catherine Bearder, Ivo Belet, Biljana Borzan, Lynn Boylan, Paul Brannen, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Seb Dance, Angélique Delahaye, Stefan Eck, Bas Eickhout, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Arne Gericke, Jens Gieseke, Julie Girling, Françoise Grossetête, Andrzej Grzyb, Jytte Guteland, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Benedek Jávor, Kateřina Konečná, Urszula Krupa, Giovanni La Via, Jo Leinen, Peter Liese, Norbert Lins, Rupert Matthews, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Miroslav Mikolášik, Gilles Pargneaux, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, Pavel Poc, Julia Reid, Frédérique Ries, Michèle Rivasi, Daciana Octavia Sârbu, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Renate Sommer, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Ivica Tolić, Estefanía Torres Martínez, Adina-Ioana Vălean, Jadwiga Wiśniewska, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Luke Ming Flanagan, Elena Gentile, Krzysztof Hetman, Ulrike Müller, James Nicholson, Christel Schaldemose, Bart Staes, Tiemo Wölken

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Siôn Simon, Derek Vaughan

Datum indiening

17.7.2017

(1)

De ICAO is een VN-agentschap met 191 landen, dat de administratie van de internationale burgerluchtvaart beheert.

(2)

CORSIA: Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation.

(3)

In 2012 was de rapporteur ook rapporteur van de TRAN-commissie voor het advies van de commissie over Verordening (EU) nr. 1285/2013 betreffende de uitvoering en exploitatie van de Europese satellietnavigatiesystemen.


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

57

+

ALDE

Catherine Bearder, Gerben-Jan Gerbrandy, Anneli Jäätteenmäki, Valentinas Mazuronis, Ulrike Müller, Frédérique Ries

ECR

Arne Gericke, Julie Girling, Rupert Matthews, James Nicholson

EFDD

Piernicola Pedicini

GUE/NGL

Lynn Boylan, Stefan Eck, Luke Ming Flanagan, Kateřina Konečná, Estefanía Torres Martínez

NI

Zoltán Balczó

PPE

Pilar Ayuso, Ivo Belet, Birgit Collin-Langen, José Inácio Faria, Francesc Gambús, Elisabetta Gardini, Andrzej Grzyb, Krzysztof Hetman, Giovanni La Via, Peter Liese, Norbert Lins, Miroslav Mikolášik, Annie Schreijer-Pierik, Renate Sommer, Ivica Tolić, Adina-Ioana Vălean

S&D

Biljana Borzan, Paul Brannen, Nessa Childers, Miriam Dalli, Seb Dance, Elena Gentile, Jytte Guteland, Jo Leinen, Susanne Melior, Gilles Pargneaux, Pavel Poc, Christel Schaldemose, Siôn Simon, Daciana Octavia Sârbu, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Derek Vaughan,Tiemo Wölken, Damiano Zoffoli

VERTS/ALE

Margrete Auken, Bas Eickhout, Benedek Jávor, Michèle Rivasi, Davor Škrlec, Bart Staes

3

-

EFDD

Julia Reid

ENF

Mireille D'Ornano, Jean-François Jalkh

6

0

ECR

Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha, Jadwiga Wiśniewska

PPE

Angélique Delahaye, Jens Gieseke, Françoise Grossetête

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling