Procedure : 2016/0238(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0263/2017

Ingediende teksten :

A8-0263/2017

Debatten :

PV 13/09/2017 - 20
CRE 13/09/2017 - 20
PV 28/05/2018 - 23
CRE 28/05/2018 - 23

Stemmingen :

PV 14/09/2017 - 8.11
CRE 14/09/2017 - 8.11
PV 29/05/2018 - 7.9
CRE 29/05/2018 - 7.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0357
P8_TA(2018)0212

VERSLAG     ***I
PDF 725kWORD 104k
18.7.2017
PE 594.033v02-00 A8-0263/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor demersale bestanden in de Noordzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 676/2007 en (EG) nr. 1342/2008 van de Raad

(COM(2016)0493 – C8-0336/2016 – 2016/0238(COD))

Commissie visserij

Rapporteur: Ulrike Rodust

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een meerjarenplan voor demersale bestanden in de Noordzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 676/2007 en (EG) nr. 1342/2008 van de Raad

(COM(2016)0493 – C8-0336/2016 – 2016/0238(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0493),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0336/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de officiële kennisgeving, overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, van 29 maart 2017 van de regering van het Verenigd Koninkrijk van het voornemen zich uit de Europese Unie terug te trekken, ,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 december 2016(1),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij (A8-0263/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  Calls on the Commission to refer the matter to Parliament again if it replaces, substantially amends or intends to substantially amend its proposal;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement     1

Voorstel voor een verordening

Titel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een meerjarenplan voor demersale bestanden in de Noordzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 676/2007 en (EG) nr. 1342/2008 van de Raad

tot vaststelling van een meerjarenplan voor bepaalde demersale bestanden in de Noordzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 676/2007 en (EG) nr. 1342/2008 van de Raad

Amendement     2

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Het GVB heeft onder meer ten doel te garanderen dat visserij en aquacultuur uit ecologisch oogpunt duurzaam zijn op de lange termijn, de voorzorgsbenadering toe te passen bij het visserijbeheer en een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer ten uitvoer te leggen.

(4)  Het GVB heeft onder meer ten doel te garanderen dat visserij en aquacultuur uit ecologisch oogpunt duurzaam zijn op de lange termijn, de voorzorgsbenadering toe te passen bij het visserijbeheer teneinde ervoor te zorgen dat bestanden van geoogste soorten worden hersteld en gehandhaafd boven een niveau dat MSY kan opleveren, en een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer ten uitvoer te leggen.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  In het kader van Verordening (EU) nr. 1380/2013 wordt er uitdrukkelijk naar gestreefd dat de levende biologische rijkdommen van de zee dusdanig worden geëxploiteerd dat de populaties van de geoogste soorten worden hersteld en gehandhaafd boven een niveau dat MSY kan opleveren. Daarom moet, in overeenstemming met artikel 2, lid 2, van die verordening, het corresponderende exploitatieniveau waar mogelijk tegen 2015 worden bereikt, en, op basis van een geleidelijke toename, uiterlijk 2020 voor alle bestanden, en van dan af worden gehandhaafd.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Met het oog op de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen moeten instandhoudingsmaatregelen als meerjarenplannen, technische maatregelen en vangstmogelijkheden (vaststelling en toewijzing), zo nodig met elkaar gecombineerd, worden vastgesteld.

(5)  Met het oog op de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen moeten instandhoudingsmaatregelen als meerjarenplannen, technische maatregelen en vangstmogelijkheden (vaststelling en toewijzing), zo nodig met elkaar gecombineerd, worden vastgesteld in volledige overeenstemming met het best beschikbare wetenschappelijke advies.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  Overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten meerjarenplannen gebaseerd zijn op wetenschappelijke, technische en economische adviezen en moeten ze doelstellingen, kwantificeerbare streefdoelen met duidelijke tijdschema's, instandhoudingsreferentiepunten en vrijwaringsmaatregelen bevatten.

(6)  Overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten meerjarenplannen gebaseerd zijn op wetenschappelijke, technische en economische adviezen en moeten ze doelstellingen, kwantificeerbare streefdoelen met duidelijke tijdschema's, instandhoudingsreferentiepunten, doelstellingen en vrijwaringsmaatregelen bevatten, en doelen voor de met het oog op het verwezenlijken van de in artikel 15 van die verordening bedoelde streefdoelen te nemen instandhoudingsmaatregelen en technische maatregelen en maatregelen die beogen ongewenste vangsten zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Voorts kan de Commissie overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 in het kader van een meerjarenplan de bevoegdheid worden toegekend gebieden voor herstel van bestanden in te stellen.

Motivering

De verwijzing naar artikel 8, lid 3, van de basisverordening GVB, op grond waarvan de Commissie in meerjarenplannen de bevoegdheid kan worden toegekend om in het kader van gedelegeerde bevoegdheden biologisch kwetsbare beschermde gebieden in te stellen, ontbrak in het Commissievoorstel.

Amendement     7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Sommige bestanden van gemeenschappelijk belang worden tevens geëxploiteerd door derde landen. Daarom is het van groot belang dat de Unie met die derde landen overleg pleegt om ervoor te zorgen dat die bestanden op duurzame wijze worden beheerd. Bij gebreke van een formeel akkoord zal de Unie alles in het werk moeten stellen om tot gemeenschappelijke regelingen voor bevissing van deze bestanden te komen teneinde duurzaam beheer mogelijk te maken, waarbij gelijke voorwaarden voor de marktdeelnemers van de Unie worden afgedwongen, gehandhaafd en bevorderd.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Dit plan moet erop gericht zijn bij te dragen tot het verwezenlijken van de doelstellingen van het GVB, en met name het bereiken en behouden van MSY voor de betrokken bestanden, door bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de aanlandingsverplichting voor demersale bestanden waarvoor vangstbeperkingen gelden en door bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer.

(10)  Dit plan moet erop gericht zijn bij te dragen tot het verwezenlijken van de doelstellingen van het GVB, en met name het herstellen en behouden van visbestanden boven een niveau van biomassa dat MSY kan opleveren, door bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de aanlandingsverplichting voor demersale bestanden waarvoor vangstbeperkingen gelden, alsmede tot de tenuitvoerlegging en verwezenlijking van de sociaal-economische aspecten van het GVB en door bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer door het tot een minimum beperken van de negatieve gevolgen van visserij voor het mariene ecosysteem.

Amendement     9

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Dit plan moet ook bijdragen aan het bereiken van een goede milieutoestand zoals vastgelegd in Richtlijn 2008/56/EG en een gunstige staat van instandhouding voor leefgebieden en soorten zoals vereist door respectievelijk Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad1 bis en Richtlijn 92/43/EG van de Raad1 ter.

 

_____________

 

1 bis Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7).

 

1 ter Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).

Amendement     10

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Krachtens artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de vangstmogelijkheden worden vastgesteld overeenkomstig de in de meerjarenplannen bepaalde streefdoelen.

(11)  Krachtens artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de vangstmogelijkheden worden vastgesteld overeenkomstig de doelstellingen opgenomen in artikel 2, lid 2, Verordening (EU) nr. 1380/2013 en overeenstemmen met de streefdoelen, tijdschema's en marges in de meerjarenplannen.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)  Overeenkomstig artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 dienen bestanden die samen met derde landen beheerd worden voor zover mogelijk in het kader van een gezamenlijke overeenkomst, conform de in artikelen 1, 2, 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 neergelegde doelstellingen, beheerd te worden. Voorts moeten de in de artikelen 1 en 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 uiteengezette doelstellingen, alsmede de definities in artikel 4 daarvan, op dergelijke overeenkomsten van toepassing zijn.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Bij gebrek aan streefdoelen in verband met MSY moet de voorzorgsbenadering worden toegepast.

(14)  Bij gebrek aan streefdoelen in verband met de maximale duurzame opbrengst moeten in het meerjarenplan maatregelen vastgesteld worden op basis van de voorzorgsbenadering van het visserijbeheer als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Deze maatregelen moeten een niveau van instandhouding waarborgen dat ten minste vergelijkbaar is met exploitatieniveaus die de maximale duurzame opbrengst opleveren, zoals neergelegd in artikel 9, lid 2, van Verordening nr. 1380/2013.

Motivering

Maatregelen van het meerjarenplan conform de voorzorgsbenadering moeten, overeenkomstig artikel 9, lid 2 van de basisverordening GVB, garanderen dat de betreffende bestanden ten minste op een vergelijkbaar niveau beschermd worden als bij het beheer op het niveau van de maximale duurzame opbrengst.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis)  Recreatievisserij kan een significante impact hebben op visbestanden. De lidstaten moeten vangstgegevens van de recreatievisserij verzamelen overeenkomstig de wettelijke vereisten inzake gegevensverzameling. Wanneer recreatievisserij een significante negatieve impact heeft op bestanden moet het plan in de mogelijkheid voorzien van specifieke beheersmaatregelen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Alle beheers- en technische maatregelen inzake recreatievisserij op het Unieniveau dienen in verhouding te staan tot de beoogde doelstellingen.

Amendement     14

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Voor functionele eenheden langoustines moeten, waar die beschikbaar zijn, de volgende triggerniveaus voor abundantie worden gebruikt: minimale abundantie (Abundancebuffer) die overeenstemt met het Bbuffer-referentiepunt als gedefinieerd door de adviesraad voor de Noordzee in het langetermijnbeheersplan voor Noordzee-Nephrops42, en grensabundantie (Abundancelimit) die overeenstemt met MSY Btrigger voor abundantie (gelijkwaardig aan Blim) als gedefinieerd door de ICES7.

(16)  Voor functionele eenheden langoustines moeten, waar die beschikbaar zijn, door ICES aanbevolen minimale abundantie (Abundancebuffer) en grensabundantie (Abundancelimit) als triggerniveaus voor abundantie worden gebruikt.

_________________

 

42 A Long Term Management Plan for North Sea Nephrops

 

Motivering

In een wetstekst behoort niet naar een aanbeveling van de adviesraad te worden verwezen.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Wanneer de bestandsomvang tot onder die niveaus daalt, moeten passende vrijwaringsmaatregelen worden overwogen. Vrijwaringsmaatregelen moeten onder meer inhouden dat de vangstmogelijkheden worden gereduceerd en dat er specifieke instandhoudingsmaatregelen worden genomen wanneer luidens wetenschappelijk advies herstelmaatregelen vereist zijn. Deze maatregelen moeten worden aangevuld met alle andere passend geachte maatregelen, zoals maatregelen van de Commissie overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 of maatregelen van de lidstaten overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

(17)  Wanneer de bestandsomvang tot onder die niveaus daalt, moeten passende vrijwaringsmaatregelen worden overwogen. Vrijwaringsmaatregelen moeten onder meer inhouden dat de vangstmogelijkheden worden gereduceerd en dat er specifieke instandhoudingsmaatregelen worden genomen wanneer luidens het best beschikbare wetenschappelijk advies herstelmaatregelen vereist zijn. Deze maatregelen moeten worden aangevuld met alle andere passend geachte maatregelen, zoals maatregelen van de Commissie overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 of maatregelen van de lidstaten overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  De TAC voor langoustine in de ICES-zones IIa en IV dient te worden vastgesteld als de som van de vangstbeperkingen voor elke functionele eenheid en voor de statistische rechthoeken buiten de functionele eenheden in dat TAC-gebied. Dit sluit het vaststellen van maatregelen ter bescherming van specifieke functionele eenheden evenwel niet uit.

(19)  Voor elke functionele eenheid moet, indien mogelijk, een eigen TAC voor langoustine worden vastgesteld. Eventueel worden ter bescherming van de betreffende functionele eenheid afzonderlijke maatregelen vastgesteld.

Motivering

De vaststelling van een gemeenschappelijke TAC voor afzonderlijke functionele eenheden biedt geen garantie tegen overbevissing van de langoustine in een van de functionele eenheden. Hoewel ICES sinds enkele jaren gescheiden TAC's voor afzonderlijke functionele eenheden aanbeveelt worden in deze zones TAC's voor het gehele gebied vastgesteld.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Met het oog op de naleving van de bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingestelde aanlandingsverplichting dient het plan te voorzien in aanvullende beheersmaatregelen.

(20)  Met het oog op de naleving van de bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 ingestelde aanlandingsverplichting dient het plan te voorzien in andere instandhoudingsmaatregelen, in het bijzonder maatregelen om teruggooi met inachtneming van het best beschikbare wetenschappelijke advies geleidelijk tot nul terug te brengen, of om de negatieve impact van de visserij op het ecosysteem tot een minimum te beperken, in voorkomend geval nader uit te werken krachtens artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

Motivering

Wijzigingen overeenkomstig artikel 10, lid 2, onder a), van de basisverordening GVB.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Vastgesteld moet worden boven welke drempelwaarde een vissersvaartuig zijn vangsten uit demersale bestanden overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden. Bovendien moeten de lidstaten bij de aanwijzing van die havens of plaatsen dicht bij de kust de criteria van artikel 43, lid 5, van die verordening op zodanige wijze toepassen dat een doeltreffende controle op de onder deze verordening vallende bestanden gewaarborgd is.

(25)  Vastgesteld moet worden boven welke drempelwaarde een vissersvaartuig zijn vangsten uit demersale bestanden overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 in een aangewezen haven of op een plaats dicht bij de kust moet aanlanden. Bovendien moeten de lidstaten bij de aanwijzing van die havens of plaatsen dicht bij de kust de criteria van artikel 43, lid 5, van die verordening op zodanige wijze toepassen dat een doeltreffende controle op het aanlanden van de vangsten waarop deze verordening van toepassing is, gewaarborgd is.

Motivering

Aanpassing aan de bewoordingen van overweging 28 van het meerjarenplan voor de Oostzee.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten bepalingen worden vastgesteld inzake de periodiciteit waarmee de Commissie de toereikendheid en doeltreffendheid van de toepassing van deze verordening dient te evalueren. Voorafgaand aan deze evaluatie moet het plan op basis van wetenschappelijk advies periodiek worden geëvalueerd: die laatstbedoelde evaluatie dient om de vijf jaar plaats te vinden. Een dergelijke periode biedt voldoende ruimte om de aanlandingsverplichting volledig ten uitvoer te leggen, om geregionaliseerde maatregelen vast te stellen en uit te voeren en om zicht te krijgen op de gevolgen voor de bestanden en de visserij. Het is tevens de tijd die de wetenschappelijke instanties op zijn minst nodig hebben.

(26)  Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten bepalingen worden vastgesteld inzake de periodiciteit waarmee de Commissie de toereikendheid en doeltreffendheid van de toepassing van deze verordening dient te evalueren. Voorafgaand aan deze evaluatie moet het plan op basis van het best beschikbare wetenschappelijke advies periodiek worden geëvalueerd: de evaluatie van het plan moet binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze verordening plaatsvinden, en daarna om de vijf jaar. Een dergelijke periode biedt voldoende ruimte om de aanlandingsverplichting volledig ten uitvoer te leggen, om geregionaliseerde maatregelen vast te stellen en uit te voeren en om zicht te krijgen op de gevolgen voor de bestanden en de visserij. Het is tevens de tijd die de wetenschappelijke instanties op zijn minst nodig hebben.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij deze verordening wordt een meerjarenplan (hierna "het plan") vastgesteld voor de demersale bestanden in wateren van de Unie van de ICES-zones IIa, IIIa en IV (hierna "de Noordzee") en de visserijen die deze bestanden exploiteren.

1.  Bij deze verordening wordt een meerjarenplan (hierna "het plan") vastgesteld voor de demersale bestanden in wateren van de Unie van de ICES-zones IIa, IIIa en IV ("de Noordzee" heeft betrekking op deze drie zones) en de visserijen, waaronder recreatievisserij, die deze bestanden exploiteren.

Amendement     21

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Onverminderd lid 1 zijn de artikelen 4, 5, 6 en 8 van toepassing op de bestandsgebieden voor de bestandsgroepen 1 tot en met 4 als gedefinieerd in artikel 2.

Schrappen

Motivering

Dit amendement maakt deel uit van een reeks om een minder gecompliceerd systeem voor groep 2 te creëren.

Amendement     22

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Wanneer de Commissie op basis van wetenschappelijk advies, of op verzoek van de betrokken lidstaten, van oordeel is dat de in lid 2 bedoelde lijst moet worden gewijzigd, kan zij een voorstel tot herziening van die lijst indienen.

Amendement     23

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  Deze verordening bevat ook nadere bepalingen ter uitvoering van de aanlandingsverplichting voor alle soorten die in artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 worden genoemd, andere dan de reeds in de lid 1 van dit artikel genoemde bestanden.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  "demersale bestanden": de rondvis- en platvisssoorten en langoustines die op of in de nabijheid van de bodem van de waterkolom leven;

(1)  "demersale bestanden": de rondvis-, platvis- en kraakbeenvissoorten en langoustines ((Nephrops norvegicus) en Noordse garnalen (Pandalus borealis) die op of in de nabijheid van de bodem van de waterkolom leven;

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  "best beschikbare wetenschappelijke advies": wetenschappelijk advies dat door de ICES of WTECV getoetst is en ondersteund wordt door de meest recente beschikbare gegevens die voldoen aan de vereisten van Verordening (EU) nr. 1380/2013, met name artikel 25 daarvan;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  "FMSY-bandbreedte": brandbreedte berekend door de ICES die zo bepaald is dat bij toepassing ervan de langetermijnopbrengst ten hoogste 5 procent lager is dan MSY. De bovengrens van de bandbreedte is zodanig geplafonneerd dat de waarschijnlijkheid dat het bestand onder Blim belandt, niet meer dan 5 procent bedraagt. Deze bovengrens komt ook overeen met de adviesregel van de ICES, die inhoudt dat, wanneer de paaibiomassa onder het referentiepunt voor de minimale paaibiomassa (MSY Btrigger) belandt, F moet worden verminderd tot een waarde die niet hoger is dan een bovengrens gelijk aan de FMSY-puntwaarde vermenigvuldigd met de paaibiomassa in het TAC-jaar, gedeeld door MSY Btrigger;

Motivering

Niet alleen in een overweging maar ook in het regelgevend gedeelte van het meerjarenplan voor demersale bestanden in de Noordzee moet een duidelijk verband gelegd worden met de adviesregels van de ICES.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quater)  "MSY Flower" en "MSY Fupper": de laagste respectievelijk hoogste waarde binnen de FMSY-bandbreedte;

Motivering

Deze definitie is uit het meerjarenplan voor de Oostzee overgenomen en voert het concept in waarnaar in de door de rapporteur gewijzigde bijlage I verwezen wordt.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  "groep 1": de volgende demersale bestanden waarvoor in dit plan FMSY-bandbreedtes en vrijwaringsmaatregelen inzake biomassa zijn vastgesteld:

(2)  de volgende demersale bestanden waarvoor in dit plan FMSY-bandbreedtes en vrijwaringsmaatregelen inzake biomassa zijn vastgesteld, als opgesomd in bijlagen I en II:

a)  kabeljauw (Gadus morhua) in deelgebied IV en de sectoren VIId en IIIa West (Noordzee, oostelijk deel van het Kanaal, Skagerrak) (hierna "Noordzeekabeljauw");

a)  kabeljauw (Gadus morhua) in deelgebied IV (Noordzee) en de sectoren VIId (oostelijk deel van het Kanaal) en IIIa West (Skagerrak), (hierna "Kabeljauw in deelgebied IV en in de sectoren VIId en IIIa West");

b)  schelvis (Melanogrammus aeglefinus) in deelgebied IV en de sectoren VIa en IIIa West (Noordzee, gebied ten westen van Schotland, Skagerrak) (hierna "schelvis");

b)  schelvis (Melanogrammus aeglefinus) in deelgebied IV (Noordzee) en de sectoren VIa (gebied ten westen van Schotland) en IIIa West (Skagerrak) (hierna "schelvis" in deelgebied IV en in de sectoren VIa en IIa West");

c)  schol (Pleuronectes platessa) in deelgebied IV (Noordzee) en sector IIIa (Skagerrak) (hierna "Noordzeeschol");

c)  schol (Pleuronectes platessa) in deelgebied IV (Noordzee) en sector IIIa (Skagerrak) (hierna "schol in deelgebied IV en in deelgebied IIIa");

d)  zwarte koolvis (Pollachius virens) in de deelgebieden IV en VI en sector IIIa (Noordzee, Rockall en gebied ten westen van Schotland, Skagerrak en Kattegat) (hierna "zwarte koolvis");

d)  zwarte koolvis (Pollachius virens) in de deelgebieden IV (Noordzee) en VI (gebied ten westen van Schotland en Rockall) en sector IIIa (Skagerrak en Kattegat), (hierna "zwarte koolvis in de deelgebieden IV en VI en sector IIIa");

e)  tong (Solea solea) in deelgebied IV (Noordzee) (hierna "Noordzeetong");

e)  tong (Solea solea) in deelgebied IV (Noordzee) (hierna "tong in deelgebied IV");

f)  tong (Solea solea) in sector IIIa en de subsectoren 22–24 (Skagerrak en Kattegat, westelijk deel van de Oostzee) (hierna "Kattegattong");

f)  tong (Solea solea) in sector IIIa (Skagerrak en Kattegat) de subsectoren 22–24 (westelijk deel van de Oostzee) (hierna "tong in deelgebied IIIa en subsectoren 22-24");

g)  wijting (Merlangius merlangus) in deelgebied IV en sector VIId (Noordzee, oostelijk deel van het Kanaal) (hierna "Noordzeewijting");

g)  wijting (Merlangius merlangus) in deelgebied IV (Noordzee) en sector VIId (oostelijk deel van het Kanaal) (hierna "wijting in deelgebied IV en in sector VIId");

 

g bis)  Zeeduivel* (Lophius piscatorius) in sector IIIa (Skagerrak en Kattegat) en deelgebieden IV (Noordzee) en VI (gebied ten westen van Schotland en Rockall);

 

g ter)  Noordse garnaal (Pandalus borealis) in sectoren IVa Oost en IIIa;

 

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 van de onderhavige verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de lijst van bestanden in groep 1, zoals vermeld in de eerste alinea van dit punt, en in de bijlagen I en II bij deze verordening, in overeenstemming met het beste beschikbare wetenschappelijke advies.

 

(*Toe te voegen aan de bijlagen)

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "groep 2": de volgende functionele eenheden (FU) langoustine (Nephrops norvegicus) waarvoor in dit plan streefdoelen zijn bepaald als FMSY-bandbreedtes en vrijwaringsmaatregelen inzake abundantie:

(3)  "groep 2": de volgende functionele eenheden (FU) langoustine (Nephrops norvegicus) waarvoor in dit plan streefdoelen zijn bepaald als FMSY-bandbreedtes en vrijwaringsmaatregelen inzake abundantie, zoals vermeld in bijlagen I en II:

Amendement     30

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  "groep 6": verboden soorten, die niet mogen worden bevist en die als dusdanig worden omschreven in een rechtshandeling van de Unie op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid in de Noordzee;

Schrappen

Motivering

Op grond van het voorstel voor een verordening inzake de technische maatregelen (artikel 18) en Verordening 1380/2013 (artikelen 12 en 13) kunnen reeds maatregelen worden genomen ten aanzien van deze soorten.

Amendement     31

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  "groep 7": demersale bestanden waarvoor in andere wetgeving van de Unie dan deze verordening FMSY-bandbreedtes en vrijwaringsmaatregelen inzake biomassa zijn vastgesteld;

Schrappen

Amendement     32

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  De betreffende bestanden worden uitsluitend gewijzigd op basis van het best beschikbare wetenschappelijke advies.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10.  "MSY Btrigger": het referentiepunt voor paaibiomassa waaronder specifieke en passende beheersmaatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de exploitatieniveaus in combinatie met natuurlijke variaties de bestanden herstellen boven een niveau dat op de lange termijn MSY kan opleveren.

10.  "MSY Btrigger": het referentiepunt voor paaibiomassa waaronder specifieke en passende beheersmaatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de exploitatieniveaus in combinatie met natuurlijke variaties de bestanden herstellen boven een niveau dat op de lange termijn de maximale duurzame opbrengst kan opleveren.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  "recreatievisserij": niet-commerciële visserijactiviteiten waarmee de mariene levende biologische rijkdommen worden geëxploiteerd voor vrijetijdsbesteding, toerisme of sport;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het plan draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met name door middel van de toepassing van de voorzorgsbenadering bij het visserijbeheer, en beoogt ervoor te zorgen dat de levende mariene biologische rijkdommen zodanig worden geëxploiteerd dat de populaties van de geoogste soorten worden hersteld en gehandhaafd boven een niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren.

1.  Het plan draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met name door middel van de toepassing van de voorzorgsbenadering bij het visserijbeheer, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, alsook tot een redelijke levensstandaard voor degenen die van visserijactiviteiten afhankelijk zijn, met aandacht voor de sociaaleconomische aspecten, en beoogt ervoor te zorgen dat de levende mariene biologische rijkdommen zodanig worden geëxploiteerd dat de populaties van de geoogste soorten worden hersteld en gehandhaafd boven een niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. Het exploitatieniveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk 2020, onder alle omstandigheden en geleidelijk toenemend voor alle bestanden waarop deze verordening van toepassing is, verwezenlijkt, en vanaf die datum gehandhaafd. In geval van bestanden waarvoor geen wetenschappelijke advies en gegevens beschikbaar zijn, worden de in artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 vastgelegde streefdoelen verwezenlijkt, die de instandhouding van de betrokken bestanden op een niveau waarborgen die ten minste met de streefdoelen voor de maximale duurzame opbrengst vergelijkbaar is.

Motivering

Zowel de doelstellingen als ook de termijnen van de basisverordening GVB moeten op alle bestandsgroepen in gelijke mate van toepassing zijn.

Amendement     36

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Het plan draagt bij tot de verwezenlijking van de in artikel 2 lid 5 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde sociaaleconomische doelstellingen, met name tot het behoud van de levensstandaard van degenen die van visserijactiviteiten afhankelijk zijn, tot het behoud van een efficiënte en transparante interne markt voor visserij- en aquacultuurproducten en tot het behoud van gelijke voorwaarden voor in de Unie afgezette visserij- en aquacultuurproducten;

Motivering

Sociaaleconomische overwegingen en de socio-economische doelstellingen van het GVB dienen te allen tijde deel uit te maken van dit meerjarenplan en hierdoor niet veronachtzaamd te worden.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het plan past de ecosysteemgerichte benadering toe op het visserijbeheer teneinde ervoor te zorgen dat de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten voor het mariene ecosysteem tot een minimum worden beperkt. Het is in overeenstemming met de milieuwetgeving van de Unie, met name met de in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2008/56/EG vastgestelde doelstelling om uiterlijk in 2020 een goede milieutoestand te bereiken.

3.  Het plan past de ecosysteemgerichte benadering toe op het visserijbeheer teneinde ervoor te zorgen dat de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten voor het mariene ecosysteem, in het bijzonder voor bedreigde habitats en beschermde soorten, waaronder zeezoogdieren en zeevogels, tot een minimum worden beperkt. Het plan is een aanvulling op en is in overeenstemming met de ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer in de zin van artikel 4, lid 1, punt 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, met de milieuwetgeving van de Unie, met name met de in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2008/56/EG vastgestelde doelstelling om uiterlijk in 2020 een goede milieutoestand te bereiken, alsook met de streefdoelen en voorschriften van de Richtlijnen 2009/147/EG en 92/43 EEG). Daarnaast voorziet het plan ook in maatregelen om nadelige sociaaleconomische gevolgen te verzachten en exploitanten in staat stellen meer economische zichtbaarheid op de lange termijn te verkrijgen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Het plan draagt ertoe bij dat de in de zin van artikel 33, lid 1 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 samen met derde landen beheerde bestanden overeenkomstig de doelstellingen vermeld in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 beheerd worden en de vangstmogelijkheden de in bijlage I van deze verordening vastgestelde bandbreedtes niet overschrijden.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Het plan houdt rekening met de bilaterale betrekkingen met derde landen. In toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen wordt rekening gehouden met het plan.

Amendement     40

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  bij te dragen tot de vervulling van de beschrijvende elementen in bijlage I bij Richtlijn 2008/56/EG, in verhouding tot de rol die visserijen voor de vervulling ervan spelen.

b)  dat andere relevante beschrijvende elementen in bijlage I bij Richtlijn 2008/56/EG vervuld worden, in verhouding tot de rol die visserijen voor de vervulling ervan spelen.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Alle maatregelen in het kader van het plan worden op basis van het best beschikbare wetenschappelijke advies in de zin van artikel 2, inleidende zin, punt 1 bis, van deze verordening getroffen. Dit advies wordt openbaar gemaakt uiterlijk op de datum dat de maatregelen overeenkomstig de artikelen 4, 5, 6 en 18 van deze verordening en artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 door de Commissie voorgesteld worden.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De visserijsterfte voor de bestanden van de groepen 1 en 2 bereikt het streefdoel zo spoedig mogelijk en, op basis van een geleidelijke toename, uiterlijk in 2020 en wordt van dan af gehandhaafd binnen de in bijlage I vermelde bandbreedtes.

1.  De visserijsterfte voor de bestanden van de groepen 1 en 2 bereikt het streefdoel zo spoedig mogelijk en, op basis van een geleidelijke toename, uiterlijk in 2020 en wordt vanaf dan gehandhaafd binnen de in bijlage I vermelde bandbreedtes en overeenkomstig de in artikel 3, lid 1, vermelde doelstellingen.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Conform artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 zijn de vangstmogelijkheden in overeenstemming met de streefbandbreedtes voor de visserijsterfte die zijn opgenomen in kolom A van bijlage I bij de onderhavige verordening.

2.  Conform artikel 16, lid 4, en artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 worden de vangstmogelijkheden in overeenstemming met de in het plan vermelde doelstellingen en streefdoelen, alsook het best beschikbare wetenschappelijke advies, vastgelegd en komen overeen met de streefbandbreedtes voor de visserijsterfte die zijn opgenomen in kolom A van bijlage I bij de onderhavige verordening.

Amendement     44

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de vangstmogelijkheden worden vastgesteld op niveaus die overeenkomen met lagere visserijsterfteniveaus dan die welke in kolom A van bijlage I zijn opgenomen.

3.  Onverminderd leden 1 en 2 kunnen de vangstmogelijkheden worden vastgesteld op niveaus die overeenkomen met lagere visserijsterfteniveaus dan die welke in bijlage I zijn opgenomen.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 3 in het geval van gemengde visserijen;

a)  indien dat op grond van het best beschikbare wetenschappelijke advies noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 3 in het geval van gemengde visserijen;

Amendement     46

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  Besluiten om te vissen aan de bovengrens worden ondersteund door het best beschikbare wetenschappelijke advies, overeenkomstig artikel 3, onder c), van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Uitgebreid wetenschappelijk bewijs wordt openbaargemaakt ten minste vier weken voorafgaande aan de vaststelling van besluiten inzake vangstmogelijkheden krachtens artikel 16 van Verordening nr. 1380/2013, gebaseerd op bijlage I, kolom B.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  indien dat op grond van wetenschappelijk advies of bewijs noodzakelijk is om ernstige schade aan een bestand als gevolg van wisselwerkingen binnen of tussen soorten te beperken, of

b)  indien dat op grond van het best beschikbare wetenschappelijke advies noodzakelijk is om ernstige schade aan een bestand als gevolg van wisselwerkingen binnen of tussen soorten te beperken, of of

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De vangstmogelijkheden worden in elk geval zodanig vastgesteld dat de waarschijnlijkheid dat de paaibiomassa onder het grensreferentiepunt voor biomassa (Blim) vermeld in kolom B van bijlage II belandt, minder dan 5 % bedraagt.

Motivering

Net zoals artikel 4, lid 7, van het meerjarenplan voor de Oostzee.

Amendement     49

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  Wanneer de Commissie op grond van het best beschikbare wetenschappelijk advies van mening is dat de doelstellingen van dit plan niet langer op een correcte manier tot uiting komen in de bandbreedtes voor de visserijsterfte in bijlage I, kan zij met spoed een voorstel voor de herziening van die bandbreedtes indienen.

Motivering

Bepalingen overgenomen uit het beheersplan voor de Oostzee.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De vangstmogelijkheden voor de bestanden van de groepen 3 en 4 zijn in overeenstemming met wetenschappelijk advies over de maximale duurzame opbrengst.

1.  De vangstmogelijkheden voor de bestanden van de groepen 3 en 4 zijn in overeenstemming met de best beschikbare wetenschappelijk adviezen over de maximale duurzame opbrengst.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij gebrek aan wetenschappelijk advies over een visserijsterfte die in overeenstemming is met de maximale duurzame opbrengst, zijn de vangstmogelijkheden in overeenstemming met wetenschappelijk advies ter waarborging van de duurzaamheid van de bestanden overeenkomstig de voorzorgsbenadering.

2.  Bij gebrek aan wetenschappelijk advies en gegevens over de visserijsterfte die in overeenstemming is met de maximale duurzame opbrengst, worden de vangstmogelijkheden en maatregelen vastgesteld overeenkomstig de voorzorgsbenadering van het visserijbeheer in de zin van artikel 4, lid 1, punt 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en in overeenstemming met de in artikel 3, lid 1 van deze verordening vermelde streefdoelen.

Motivering

Het is van belang te benadrukken dat de voorzorgsbenadering overeenkomstig de basisverordening GVB moet worden toegepast, zodat de betrokken bestanden in overeenstemming met artikel 9, lid 2 van de basisverordening GVB ten minste op een vergelijkbaar niveau beschermd worden als bij het beheer op het niveau van maximale duurzame opbrengst.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bestanden van groep 5 worden beheerd op basis van de voorzorgsbenadering overeenkomstig wetenschappelijk advies.

De bestanden van groep 5 worden beheerd op basis van de voorzorgsbenadering van het visserijbeheer, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, overeenkomstig het best beschikbare wetenschappelijk advies en de in artikel 3, leden 1 en 3, van onderhavige verordening vastgestelde doelstellingen. Het ontbreken van adequate wetenschappelijke informatie mag niet als reden worden aangevoerd om beheersmaatregelen voor de instandhouding van de mariene biologische hulpbronnen uit te stellen of achterwege te laten.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer wetenschappelijk advies erop wijst dat de paaibiomassa van een bestand van groep 1 voor een bepaald jaar lager is dan MSY Btrigger of dat de abundantie van een functionele eenheid in groep 2 lager is dan Abundancebuffer als opgenomen in kolom A van bijlage II, worden alle passende herstelmaatregelen vastgesteld om te waarborgen dat het betrokken bestand of de betrokken functionele eenheid snel terugkeert boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. In het bijzonder worden, in afwijking van artikel 4, lid 2, de vangstmogelijkheden vastgesteld op een niveau dat overeenkomt met een visserijsterfte die is teruggebracht op een waarde onder de in kolom A van bijlage I opgenomen bandbreedte, rekening houdend met de afname van de biomassa of de abundantie.

1.  Wanneer het best beschikbare wetenschappelijke advies erop wijst dat de paaibiomassa van een bestand van groep 1 voor een bepaald jaar lager is dan MSY Btrigger of dat de abundantie van een functionele eenheid in groep 2 lager is dan Abundancebuffer als opgenomen in kolom A van bijlage II, worden alle passende herstelmaatregelen vastgesteld om te waarborgen dat het betrokken bestand of de betrokken functionele eenheid snel terugkeert boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. In het bijzonder worden, in afwijking van artikel 4, lid 2, de vangstmogelijkheden, rekening houdend met de afname van de biomassa of de abundantie, op een niveau vastgesteld dat overeenkomt met een visserijsterfte, die in verhouding tot de afname van de biomassa en overeenkomstig de adviesregel van de ICES, op een waarde onder de in kolom A van bijlage I opgenomen bandbreedte is teruggebracht. De adviesregel van de ICES als bedoeld in artikel 2, inleidende zin, punt 1 ter, is van toepassing.

Motivering

Aangezien de adviesregel van de ICES de basis vormt voor de berekening van de voorgestelde bandbreedte, moet deze regel de voorwaarde zijn voor het gebruik van de bandbreedte.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer wetenschappelijk advies erop wijst dat de paaibiomassa van een betrokken bestand lager is dan Blim of dat de abundantie van een functionele eenheid langoustine lager is dan Abundancelimit als opgenomen in kolom B van bijlage II, worden aanvullende herstelmaatregelen genomen om te waarborgen dat het betrokken bestand of de betrokken functionele eenheid snel terugkeert boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. In het bijzonder houden deze herstelmaatregelen, in afwijking van artikel 4, leden 2 en 4, in dat de gerichte visserij op het betrokken bestand wordt opgeschort en de vangstmogelijkheden op passende wijze worden verlaagd.

2.  Wanneer het best beschikbare wetenschappelijke advies erop wijst dat de paaibiomassa van een betrokken bestand lager is dan Blim of dat de abundantie van een functionele eenheid langoustine lager is dan Abundancelimit als opgenomen in kolom B van bijlage II, worden aanvullende herstelmaatregelen genomen om te waarborgen dat het betrokken bestand of de betrokken functionele eenheid snel terugkeert boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. In het bijzonder houden deze herstelmaatregelen, in afwijking van artikel 4, leden 2 en 4, in dat de gerichte visserij op het betrokken bestand wordt opgeschort en de vangstmogelijkheden op passende wijze worden verlaagd.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Wanneer het best beschikbare wetenschappelijke advies erop wijst dat de paaibiomassa van een bestand waarop deze verordening van toepassing is voor een bepaald jaar lager is dan MSY Btrigger worden alle passende herstelmaatregelen vastgesteld om te waarborgen dat het betrokken bestand snel terugkeert boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, en wordt de visserijsterfte in verhouding tot de afname van de biomassa en overeenkomstig de adviesregel van de ICES lineair teruggebracht. De adviesregel van de ICES als bedoeld in artikel 2, inleidende zin, punt 1 ter, is van toepassing.

Motivering

Ook voor de groepen 3, 4, 5 en 7 moeten vrijwaringsmaatregelen, zoals de verlaging van de visserijsterfte of andere herstelmaatregelen tot vermindering van de vangstniveaus, mogelijk zijn die verder gaan dan de technische maatregelen.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Wanneer het best beschikbare wetenschappelijke advies erop wijst dat de paaibiomassa van een bestand waarop deze verordening van toepassing is, lager is dan Blim of een vergelijkbaar referentiepunt, worden bijkomende herstelmaatregelen vastgesteld om te waarborgen dat het bestand snel terugkeert boven het niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. In het bijzonder kunnen deze herstelmaatregelen een passende verlaging van de vangstmogelijkheden alsook de opschorting van gerichte visserij op het betrokken bestand inhouden.

Motivering

Ook voor de groepen 3, 4, 5 en 7 moeten vrijwaringsmaatregelen, zoals de opschorting van de visserij of andere herstelmaatregelen tot vermindering van de vangstniveaus, mogelijk zijn die verder gaan dan de technische maatregelen.

Amendement     57

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 quater.  De in dit artikel bedoelde herstelmaatregelen kunnen onder meer bestaan in:

 

a)   noodmaatregelen van de lidstaten overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

 

b)   maatregelen krachtens artikelen 11 en 11 bis van deze verordening.

 

De keuze van in dit artikel bedoelde maatregelen wordt bepaald door de aard, de ernst, de duur en de herhaling van de situatie waarin de paaibiomassa zich onder de in lid 1 bedoelde niveaus bevindt.

Motivering

Bepalingen overgenomen uit het beheersplan voor de Oostzee.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Specifieke instandhoudingsmaatregelen voor de groepen 3 tot en met 7

Specifieke instandhoudingsmaatregelen

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer luidens wetenschappelijk advies herstelmaatregelen nodig zijn voor de instandhouding van een demersaal bestand van de groepen 3 tot en met 7 of wanneer de paaibiomassa van een bestand van groep 1 of de abundantie van een functionele eenheid van groep 2 voor een bepaald jaar lager is dan de in kolom A van bijlage II bij de onderhavige verordening opgenomen instandhoudingsreferentiepunten, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 18 van de onderhavige verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

wanneer luidens het best beschikbare wetenschappelijke advies herstelmaatregelen nodig zijn, om te waarborgen dat alle bestanden waarop deze verordening van toepassing is, overeenkomstig de in artikel 3 van deze verordening vermelde doelstellingen, beheerd worden, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 18 van de onderhavige verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

Motivering

Aanpassing aan de formulering van artikel 6, lid 1, van het meerjarenplan voor de Oostzee, om de vaststelling van gedelegeerde rechtshandelingen mogelijk te maken, op grond waarvan, overeenkomstig de doelstellingen van artikel 3 van deze verordening, de instandhouding van bestanden gewaarborgd, ongewenste vangsten verminderd of negatieve gevolgen van de visserij voor het ecosysteem van de zee tot een minimum beperkt kunnen worden.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de kenmerken van het vistuig, met name de maaswijdte, de haakgrootte, de constructie van het vistuig, de twijndikte en de afmetingen van het vistuig of het gebruik van voorzieningen voor selectiviteit, om de selectiviteit te waarborgen of te verbeteren;

a)  de vaststelling van de kenmerken en specificaties van het vistuig, met name de maaswijdte, de haakgrootte, de constructie van het vistuig, de twijndikte en de afmetingen van het vistuig of het gebruik van voorzieningen voor selectiviteit, om de selectiviteit te waarborgen of te verbeteren, in het bijzonder met het oog op de beperking van ongewenste bijvangsten van bestanden van groep 6;

Motivering

Verwijzing naar de in artikel 7, lid 2, onder b) van de basisverordening GVB genoemde streefdoelen.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 bis

 

Aanwijzing van paaigronden en gebieden voor herstel van de bestanden

 

Tot uiterlijk 2020 wijzen de lidstaten paaigronden en gebieden aan, waarvoor er duidelijke aanwijzingen zijn dat zich daar grote concentraties bevinden van vis die kleiner is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, en stellen, overeenkomstig artikel 12, lid 2, van deze verordening, gemeenschappelijke aanbevelingen op voor de inrichting van gebieden voor herstel van bestanden waarop deze verordening van toepassing is.

Motivering

Het artikel komt overeen met de in artikel 8 van de basisverordening GVB vermelde streefdoelen.

Amendement     62

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Totale toegestane vangsten

Vangstmogelijkheden

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 maken de lidstaten bij de toewijzing van de hun ter beschikking staande vangstmogelijkheden gebruik van transparante en objectieve criteria.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  Overeenkomstig de bepalingen van artikel 33, lid 2, van Verordening nr. 1380/2013 maken de lidstaten bij het gemeenschappelijke beheer van met derde landen gedeelde bestanden de uitwisseling van vangstmogelijkheden mogelijk.

Motivering

De uitwisseling van vangstmogelijkheden met derde landen voor grensoverschrijdende bestanden is een belangrijk instrument om een optimaal gebruik van de ter beschikking staande visserijmogelijkheden te garanderen.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Onverminderd artikel 8 is de TAC voor het langoustinebestand in de ICES-zones IIa en IV de som van de vangstbeperkingen voor de functionele eenheden en voor de statistische rechthoeken buiten de functionele eenheden.

2.  Voor het langoustinebestand in de ICES-zones IIa en IV worden vangstbeperkingen voor de afzonderlijke functionele eenheden alsook een gemeenschappelijke TAC voor de statistische rechthoeken buiten de functionele eenheden, vastgesteld.

Motivering

De abundantie van het langoustinebestand kan in de betreffende functionele eenheden zeer verschillend zijn. In geval van de vaststelling van een gemeenschappelijke TAC als som van de bestanden binnen en buiten de functionele eenheden, kan de visserijdruk in enkele functionele eenheden te groot zijn, terwijl in een andere eenheid de vangstmogelijkheden niet volledig benut worden.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Impact van de recreatievisserij

 

1.  Alle beschikbare gegevens over vangsten door de recreatievisserij worden bestudeerd om de mogelijke impact daarvan op de bestanden van gereglementeerde soorten te beoordelen.

 

2.  De Raad neemt de in lid 1 bedoelde beoordeling in aanmerking. De Raad houdt met betrekking tot die bestanden waarop de vangsten in de recreatievisserij geacht worden een aanmerkelijke impact te hebben, bij de vaststelling van de vangstmogelijkheden rekening met de vangsten in de recreatievisserij onder meer:

 

a)  door de som van de ramingen van de vangsten door de recreatievisserij op basis van het best beschikbare wetenschappelijke advies, en het best beschikbare wetenschappelijke advies over de commerciële vangstmogelijkheden, als totale vangst te beschouwen die overeenstemt met het streefdoel voor de visserijsterfte;

 

b)  door beperkingen op te leggen aan recreatievisserij, inclusief vangstlimieten per dag en gesloten seizoenen; of

 

c)  door andere middelen die nodig worden geacht.

Amendement     67

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bepalingen in verband met de aanlandingsverplichting voor de groepen 1 tot en met 7

Bepalingen in verband met de aanlandingsverplichting

Amendement     68

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  vrijstellingen van de toepassing van de aanlandingsverplichting voor soorten waarvan wetenschappelijk vaststaat dat zij een hoge overlevingskans hebben, rekening houdend met de kenmerken van het vistuig, van de visserijpraktijken en van het ecosysteem, om de uitvoering van de aanlandingsverplichting te faciliteren; en

a)  vrijstellingen van de toepassing van de aanlandingsverplichting voor soorten met een door het best beschikbare wetenschappelijk advies aangetoonde hoge overlevingskans, rekening houdend met de kenmerken van het vistuig, van de visserijpraktijken en van het ecosysteem, om de uitvoering van de aanlandingsverplichting te faciliteren, en

Amendement     69

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  bijzondere bepalingen betreffende het documenteren van vangsten, in het bijzonder met het oog op het toezicht op de uitvoering van de aanlandingsverplichting; en

c)  bijzondere bepalingen betreffende het documenteren van vangsten, in het bijzonder met het oog op het toezicht en controle, teneinde door het waarborgen van volledige naleving van de aanlandingsverplichting voor een gelijk speelveld te zorgen, en

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De in lid 1 van dit artikel genoemde maatregelen dragen bij aan de verwezenlijking van de in artikel 3 van deze verordening vermelde doelstellingen, met name de bescherming van jonge en paaiende vissen.

Amendement     71

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 11 bis

 

Technische maatregelen

 

1.   De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 18 van deze verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de volgende technische maatregelen:

 

a)   de specificatie van kenmerken van vistuig en voorschriften betreffende het gebruik ervan, om te zorgen voor selectiviteit of deze te verbeteren, ongewenste vangsten te verminderen of de negatieve impact op het ecosysteem tot een minimum te beperken;

 

b)   de specificatie van aanpassingen van of aanvullende hulpmiddelen voor vistuig, om te zorgen voor selectiviteit of deze te verbeteren, ongewenste vangsten te verminderen of de negatieve impact op het ecosysteem tot een minimum te beperken;

 

c)   de beperking van of het verbod op het gebruik van bepaald vistuig en visserijactiviteiten in bepaalde gebieden of perioden, om paaiende vis, vis die kleiner is dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte of niet-doelvissoorten te beschermen of de negatieve impact op het ecosysteem tot een minimum te beperken; en

 

d)   de vaststelling van minimuminstandhoudingsreferentiegrootten voor de bestanden waarop deze verordening van toepassing is, om de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen te waarborgen.

 

2.   De in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen dragen bij tot de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde doelstellingen.

Motivering

Artikel 8 van het beheersplan voor de Oostzee overgenomen. Het voorstel van de Commissie verbindt de kwestie van technische maatregelen uitsluitend met de maatregelen in verband met de vrijwaring van een bestand. Deze benadering is te beperkt. Er moet daarom een specifiek hoofdstuk opgenomen worden waarin de tenuitvoerlegging van de technische maatregelen in algemene zin wordt geregeld.

Amendement     72

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In aanvulling op de in artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 vastgestelde verplichting tot voorafgaande kennisgeving stellen kapiteins van vissersvaartuigen van de Unie met een lengte over alles van acht tot twaalf meter de bevoegde autoriteiten van de kustlidstaat ten minste een uur vóór het geplande tijdstip van aankomst in de haven in kennis van de in artikel 17, lid 1, onder a) tot en met f), van Verordening (EG) nr. 1224/2009 bedoelde gegevens wanneer zij op zijn minst een van de volgende hoeveelheden vis aan boord hebben:

Schrappen

a)  groep 1: 1 000 kg; en/of

 

b)  groepen 2 en 4: 500 kg; en/of

 

c)  groep 3: 1 000 kg; en/of

 

d)  groep 7: 1 000 kg.

 

Motivering

Gezien de complexiteit van het beheer als gevolg van de talrijke voorgestelde groepen, wordt hier voorgesteld de bepalingen van de controleverordening te volgen, overeenkomstig het beginsel van betere regelgeving en de aanbevelingen van het Europees Parlement in zijn initiatiefverslag over de harmonisatie van de visserijcontrole.

Amendement     73

Voorstel voor een verordening

Artikel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 15

Schrappen

Logboekvoorschriften voor de groepen 1 tot en met 7

 

In afwijking van artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 houden de kapiteins van op demersale bestanden vissende vissersvaartuigen van de Unie met een lengte over alles van acht meter of meer overeenkomstig artikel 14 van die verordening een logboek van hun activiteiten bij.

 

Motivering

Deze bepaling is geen onderdeel van een beheersplan en moet het onderwerp van bredere discussie zijn tijdens de herziening van de controleverordening.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en daarna om de vijf jaar ziet de Commissie erop toe dat een evaluatie plaatsvindt van de gevolgen van het plan voor de onder deze verordening vallende bestanden en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren. Zij legt de resultaten van deze evaluatie over aan het Europees Parlement en de Raad.

Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en daarna om de vijf jaar ziet de Commissie erop toe dat een evaluatie plaatsvindt van de gevolgen van het plan voor de onder deze verordening vallende bestanden en voor de visserijen die deze bestanden exploiteren, alsook van de mate waarin de doelstellingen van deze verordening zijn bereikt, met inbegrip van het herstel van visbestanden boven een niveau dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, en de voortgang naar een goede milieutoestand. Zij legt de resultaten van deze evaluatie over aan het Europees Parlement en de Raad. De Commissie kan, waar dit noodzakelijk wordt geacht op een vroegere datum verslag uitbrengen.

 

De Commissie brengt jaarlijks, zo vroeg mogelijk na de vaststelling van de jaarlijkse verordening van de Raad tot vaststelling van de vangstmogelijkheden in de Uniewateren en in bepaalde niet-Uniewateren, bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de vorderingen bij het verwezenlijken van de doelstellingen van deze verordening en over de situatie van de visbestanden in de wateren en voor de bestanden die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Dit verslag wordt gevoegd bij het jaarverslag als bedoeld in artikel 50 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

 

Dit verslag omvat:

 

(1)   het wetenschappelijk advies op grond waarvan de vangstmogelijkheden zijn vastgesteld; en

 

(2)   een wetenschappelijke onderbouwing van de overeenstemming van de vastgestelde vangstmogelijkheden met de doelstellingen en de bepalingen van onderhavige verordening, met name de streefdoelen voor de visserijsterfte.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Steun van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij

 

Maatregelen voor tijdelijke stopzetting die zijn vastgesteld om de doelstellingen van het plan te verwezenlijken, worden voor de toepassing van artikel 33, lid 1, onder a) en c), van Verordening (EU) nr. 508/2014 als tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten beschouwd.

(Dit artikel moet in hoofdstuk X opgenomen worden.)

Motivering

De bepaling overgenomen van artikel 17 van het meerjarenplan voor de Oostzee inzake de steun van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (Verordening (EU) nr. 508/2014) in verband met de tijdelijke stopzetting van de visserijactiviteiten ter verwezenlijking van de doelstellingen van het plan.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Bijlage I

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bijlage I

Bijlage I

Streefdoel voor de visserijsterfte

Streefdoel voor de visserijsterfte

1. Groep 1

1. Groep 1

Bestand

Streefbandbreedte voor de visserijsterfte die in samenhang is met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY)

Bestand

Streefbandbreedtes voor de visserijsterfte die consistent zijn met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY)

 

Kolom A

Kolom B

 

Kolom A

Kolom B

 

Cijfers in de tabel zijn overgenomen uit het meest recente ICES-advies op bijzonder verzoek, het "Verzoek van de EU aan de ICES om FMSY-brandbreedtes te verstrekken voor bepaalde Noordzee- en Oostzeebestanden".

Noordzeekabeljauw

0.22 – 0.33

0.33 – 0.49

Kabeljauw in deelgebied IV en in de sectoren VIId en IIIa West

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

Schelvis

0.25 – 0.37

0.37 – 0.52

Schelvis in deelgebied IV en in de sectoren VIa en IIIa West

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

Noordzeeschol

0.13 – 0.19

0.19 – 0.27

Schol in deelgebied IV en in sector IIIa

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

Zwarte koolvis

0,20 – 0,32

0,32 – 0,43

Zwarte koolvis in de deelgebieden IV en VI en in sector IIIa

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

Noordzeetong

0.11 – 0.20

0.20 – 0.37

Tong in deelgebied IV

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

Kattegattong

0.19 – 0.22

0.22 – 0.26

Tong in sector IIIa en in de subsectoren 22-24

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

Noordzeewijting

Niet gedefinieerd

Niet gedefinieerd

Wijting in deelgebied IV en in sector VIId

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

 

 

 

Zeeduivel in sector IIIa en deelgebieden IV en VI

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

 

 

 

Noordse garnaal in sectoren IVa Oost en IIIa

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

2. Groep 2

2. Groep 2

Functionele eenheid langoustine (FU)

Streefbandbreedte voor de visserijsterfte die consistent zijn met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY) (als vangstniveau)

Functionele eenheid langoustine (FU)

Streefbandbreedtes voor de visserijsterfte die consistent zijn met het bereiken van de maximale duurzame opbrengst (FMSY) (als vangstniveau)

 

Kolom A

Kolom B

 

Kolom A

Kolom B

 

Cijfers in de tabel zijn overgenomen uit het meest recente ICES-advies op bijzonder verzoek, het "Verzoek van de EU aan de ICES om FMSY-brandbreedtes te verstrekken voor bepaalde Noordzee- en Oostzeebestanden".

Sector IIIa FU 3 en 4

0.056 – 0.079

0.079 – 0.079

Sector IIIa FU 3 en 4

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

Farn Deeps FU 6

0.07 – 0.081

0.081 – 0.081

Farn Deeps FU 6

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

Fladen Ground FU 7

0.066 – 0.075

0.075 – 0.075

Fladen Ground FU 7

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

Firth of Forth FU 8

0.106 – 0.163

0.163 – 0.163

Firth of Forth FU 8

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

Moray Firth FU 9

0.091 – 0.118

0.118 – 0.118

Moray Firth FU 9

FMSY lower - FMSY

FMSY - FMSY upper

Motivering

De vastlegging van het beginsel voor de berekening van de bandbreedtes maakt het mogelijk deze flexibel aan de meest recente en best beschikbare wetenschappelijke adviezen aan te passen. Wanneer die bandbreedtes, zoals door de Europese Commissie voorgesteld is, in cijfers uitgedrukt zijn worden deze volgens de huidige wetenschappelijke adviezen vastgelegd en alleen door middel van de gewone wetgevingsprocedure worden aangepast. Voorts is de vastlegging van een bestandsnaam aan de hand van ICES-gebieden, -deelgebieden en -sectoren duidelijker en nauwkeuriger.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Bijlage II

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bijlage II

Bijlage II

Instandhoudingsreferentiepunten

Instandhoudingsreferentiepunten

(als bedoeld in artikel 7)

(als bedoeld in artikel 7)

1. Groep 1

1. Groep 1

Bestand

Referentiepunt voor de minimale paaibiomassa (MSY Btrigger)

Referentiepunt voor de grensbiomassa (ton) (Blim)

Bestand

Referentiepunt voor de minimale paaibiomassa (MSY Btrigger)

Referentiepunt voor de grensbiomassa (ton) (Blim)

 

 

Kolom A

Kolom B

Noordzeekabeljauw

165 000

118 000

Kabeljauw in deelgebied IV en in de sectoren VIId en IIIa West

165 000

118 000

Schelvis

88 000

63 000

Schelvis in deelgebied IV en in de sectoren VIa en IIIa West

88 000

63 000

Noordzeeschol

230 000

160 000

Schol in deelgebied IV en in de sectoren VIId en IIIa West

230 000

160 000

Zwarte koolvis

200 000

106 000

Zwarte koolvis in de deelgebieden IV en VI en in sector IIIa

150 000

106 000

Noordzeetong

37 000

26 300

Tong in deelgebied IV

37 000

26 300

Kattegattong

2 600

1 850

Tong in sector IIIa en in de subsectoren 22-24

2 600

1 850

Noordzeewijting

Niet gedefinieerd

Niet gedefinieerd

Wijting in deelgebied IV en in sector VIId

Niet gedefinieerd

Niet gedefinieerd

 

 

 

Zeeduivel in sector IIIa en deelgebieden IV en VI

Niet gedefinieerd

Niet gedefinieerd

 

 

 

Noordse garnaal in sectoren IVa Oost en IIIa

Niet gedefinieerd

Niet gedefinieerd

2. Groep 2

2. Groep 2

Functionele eenheid langoustine (FU)

Referentiepunt voor de minimale abundantie (miljoen) (Abundancebuffer)

Referentiepunt voor de grensabundantie (miljoen) (Abundancelimit)

Functionele eenheid langoustine (FU)

Referentiepunt voor de minimale abundantie (miljoen) (Abundancebuffer)

Referentiepunt voor de grensabundantie (miljoen) (Abundancelimit)

 

 

Kolom A

Kolom B

Sector IIIa FU 3 en 4

n.v.t.

n.v.t.

Sector IIIa FU 3 en 4

n.v.t.

n.v.t.

Farn Deeps FU 6

999

858

Farn Deeps FU 6

999

858

Fladen Ground FU 7

3 583

2 767

Fladen Ground FU 7

3 583

2 767

Firth of Forth FU 8

362

292

Firth of Forth FU 8

362

292

Moray Firth FU 9

262

262

Moray Firth FU 9

262

262

Motivering

Om te zorgen dat de verwijzingen naar de kolommen A en B in bijlage II duidelijk zijn moeten de kolommen als zodanig duidelijk zijn aangeduid. Voorts is de vastlegging van een bestandsnaam aan de hand van ICES-gebieden, -deelgebieden en -sectoren duidelijker en nauwkeuriger.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Bijlage II bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bijlage II bis

 

Verboden soorten

 

a)  sterrog (Amblyraja radiata)

 

b)  de volgende zaagrogsoorten:

 

i)  mestandzaagrog (Anoxypristis cuspidata);

 

ii)  dwergzaagrog (Pristis clavata);

 

iii)  kleintandzaagrog (Pristis pectinata);

 

iv)  gewone zaagrog (Pristis pristis);

 

v)  groene zaagrog (Pristis zijsron);

 

c)  reuzenhaai (Cetorhinus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias);

 

d)  vleetsoorten-complex (Dipturus batis) beide soorten (Dipturus cf. flossada en Dipturus cf. intermedia);

 

e)  gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus) in de Uniewateren van ICES-sector IIIa en -deelgebied IV;

 

f)  rifmanta (Manta alfredi);

 

g)  reuzenmanta (Manta birostris);

 

h)  de volgende soorten roggen van het geslacht Mobula:

 

i)  duivelsrog (Mobula mobular);

 

ii)  Mobula rochebrunei;

 

iii)  gestekelde duivelsrog (Mobula japanica);

 

iv)  gladstaartduivelsrog (Mobula thurstoni);

 

v)  langvinduivelsrog (Mobula eregoodootenkee);

 

vi)  dwergduivelsrog (Mobula munkiana);

 

vii)  sikkelvinduivelsrog (Mobula tarapacana);

 

viii)  kortvinduivelsrog (Mobula kuhlii);

 

ix)  Atlantische duivelsrog (Mobula hypostoma);

 

i)  stekelrog (Raja clavata) in de Uniewateren van ICES-sector IIIa;

 

j)  gitaarroggen (Rhinobatidae);

 

k)  zee-engel (Squatina squatina);

 

l)  zalm (Salmo salar) en zeeforel (Salmo trutta) wanneer wordt gevist met een sleepnet in de wateren buiten de 6-mijlszone vanaf de basislijnen van de lidstaten in de ICES-deelgebieden II en IV (Uniewateren);

 

m)  vrouwelijke rivierkreeften met eitjes (Palinuridae spp.) en vrouwelijke kreeft met eitjes (Homarus gammarus) behalve wanneer zij worden gebruikt voor rechtstreekse uitzetting of voor overbrenging;

Motivering

Het voorstel voor een verordening met technische maatregelen (COM(2016) 134 final) bevat een lijst met verboden soorten. Aangezien dit voorstel momenteel nog besproken wordt acht de rapporteur het nodig de in artikel 2, inleidende zin, punt 7, van deze verordening vermelde "verboden soorten" nader te omschrijven. Daarom zijn de in het voorstel voor een verordening met technische maatregelen opgenomen verboden, die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, overgenomen.

(1)

Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.


TOELICHTING

1) Achtergrond van het voorstel van de Commissie

In de basisverordening worden meerjarenplannen beschouwd als prioritaire instrumenten voor een meerjarige duurzame exploitatie van biologische rijkdommen van de zee. Met behulp van meerjarenplannen kunnen de bijzonderheden van verschillende visserijen in ogenschouw genomen worden.

In meerjarenplannen worden de grondslagen vastgesteld voor de teruggooiplannen, die de aanlandingsverplichting voor bepaalde bestanden en visserijen nader bepalen en uitzonderingen mogelijk maken.

Het plan voor de Oostzee is het eerste meerjarenplan dat conform de basisverordening is vastgesteld. Dit plan wordt weliswaar als blauwdruk gezien voor andere meerjarenplannen voor andere mariene gebieden, met de bijzonderheden van verschillende visserijen (en gebieden) moet echter ook rekening gehouden worden.

In de effectbeoordeling die aan het Commissievoorstel voor dit meerjarenplan (hierna "Noordzeeplan") ten grondslag ligt, worden onder meer de volgende doelstellingen geformuleerd:

  vermindering van de onderbevissing met behulp van FMSY-bandbreedtes;

  vrijwaringsmaatregelen voor de voorzorgsbenadering;

  vergemakkelijking van de toepassing van de aanlandingsverplichting;

  kader voor de uitvoering van de regionalisering.

Het Commissievoorstel heeft uitsluitend betrekking op demersale bestanden, aangezien het beheer van deze bestanden sterk verschilt van het beheer van pelagische en industriële bestanden.

2) Inhoud van het voorstel

Structuur en reikwijdte

In beginsel neemt de Commissie de structuur van het plan voor de Oostzee over. Enkele passages zijn gewijzigd of weggelaten.

Het voorstel richt zich op de gemengde visserijen van demersale bestanden in de Noordzee. De biologische interactie tussen de bestanden komt niet aan de orde aangezien dit niet voldoende in een wetenschappelijk model kan worden gegoten. In gemengde visserijen kan zich het fenomeen van verstikkende soorten ("choke species") voordoen.

Tegen deze achtergrond wordt in het voorstel van de Commissie het concept van bandbreedtes opgenomen. Deze bandbreedtes moeten zorgen voor een zekere flexibiliteit ten aanzien van het "choke species"-vraagstuk.

De Commissie deelt de demersale bestanden in zeven groepen in. Deze indeling is gestoeld op bepaalde criteria, bijvoorbeeld de vaststelling van totale toegestane vangsten (hierna "TAC's").

De Commissie voert het concept van abundantie (buffer) in dat door de adviesraad voor de Noordzee ontwikkeld is. Dit concept is duurzamer dan de door de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) ontwikkelde abundantie (limit).

Consistentie en mechanismen

Terwijl het wetenschappelijk advies en de berekening van bestanden in het algemeen betrekking hebben op zogeheten ICES-gebieden, die op biologische kennis gebaseerd zijn en in de loop van de tijd zich aan de dynamiek van de bestanden aanpassen, is er bij de vaststelling van TAC's sprake van beheerseenheden, die in vergelijking met ICES-gebieden statisch zijn. Als gevolg hiervan ontstaat een discrepantie tussen de bestands- en beheerseenheden.

Bij de door de Commissie gekozen groepsindeling moet in aanmerking genomen worden dat enkele bestanden die onder groep 3 vallen ook aan het referentiepunt van groep 1 voldoen. Aangezien deze bestanden echter voornamelijk in de Noord-Atlantische Oceaan bevinden worden de referentiepunten in de toekomstige meerjarenplannen voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan opgenomen. Hieruit volgt dat deze bestanden onder groep 7 van het Noordzeeplan vallen.

Groep 7 is in het leven geroepen met de idee dat, mocht deze structuur in stand blijven, bestanden waarvoor FMSY-brandbreedtes zijn vastgesteld, in de toekomst in meerjarenplannen voor andere gebieden onder groep 1 zullen vallen.

In het voorstel van de Commissie blijft wijting in groep 1 opgenomen. Aangezien het advies van de ICES inzake het speciale verzoek voor bandbreedtes tot dusverre geen bandbreedtes voor wijting bevat zijn in bijlage I voor wijting geen bandbreedtes gedefinieerd. Volgens de Commissie is wijting in groep 1 opgenomen omdat binnenkort informatie over de brandbreedtes verwacht wordt. Voorts zal de volgende versie van het advies van de ICES geactualiseerde waarden voor schelvis bevatten.

De rapporteur heeft vernomen dat de groepen 3 en 6 alle soorten roggen omvatten. Groep 3 omvat voorts kabeljauw in het Kattegat.

De rapporteur hoopt met de door haar voorgestelde wijzigingen voor consistentie en duidelijkheid te zorgen bij de aanduiding van de gebieden. Op grond hiervan heeft zij de ingevoerde nomenclatuur "Noordzee" aangepast. Zij maakt duidelijk dat de ICES-sector IIIa zowel op het Skagerrak als het Kattegat betrekking heeft en sector IIIa West uitsluitend op het Skagerrak.

Wat de Atlantische Oceaan en de Noordzee betreft zijn de TAC's ook voor de Uniewateren in IIa vastgesteld. In het Commissievoorstel komt dit in artikel 1 genoemde gebied evenwel niet in de afzonderlijke definities van artikel 2 voor. De rapporteur gaat ervan uit dat in de bestandsberekeningen van ICES dit gebied niet is opgenomen.

De groepen 1 en 2 kunnen slechts gewijzigd worden via een gewone wetgevingsprocedure, dit geldt ook voor de in de bijlage opgenomen bandbreedtes van deze groepen. Daarentegen kunnen andere bestanden aan groep 3 toegevoegd worden indien de Raad voor deze TAC's kiest. In dat geval zou het bestand uit groep 5 geschrapt worden. Het omgekeerde geval kan ook plaatsvinden als de Raad besluit een TAC te schrappen. In dat geval gaat het bestand over van groep 3 naar groep 5.

Terwijl het plan voor de Oostzee uitsluitend in gedelegeerde handelingen voorziet voor bijvangstsoorten, kan de Commissie op grond van het Commissievoorstel voor de Noordzee voor verschillende groepen en een groot aantal soorten "specifieke instandhoudingsmaatregelen" (artikel 9) treffen.

3) Standpunt van de rapporteur

De rapporteur stelt wijzigingen voor van het voorstel met het oog op verduidelijking van de inhoud, aanpassing aan geldende bepalingen van onder meer de basisverordening en het plan voor de Oostzee en flexibiliteit in verband met geactualiseerde wetenschappelijke kennis.

Gemengde visserijen, bandbreedtes en flexibiliteit

In het plan voor de Oostzee zijn eerder al brandbreedtes opgenomen. De rapporteur heeft besloten de benadering van bandbreedtes uit het plan voor de Oostzee over te nemen, met name gezien de gemengde visserijen in de Noordzee en het vraagstuk van de "choke species".

De bandbreedtes zorgen voor een flexibiliteit ten aanzien van de vaststelling van TAC's. Andere flexibiliteitsmechanismen zijn reeds in de basisverordening vastgelegd. Hierbij geldt dat de lidstaten bij de verdeling van de quota rekening moeten houden met de samenstelling. In dit opzicht steunt de rapporteur de Commissie. Zij is van mening dat om onderbenutting van quota's te voorkomen eerst de mogelijkheden van uitwisseling van quota en verhoging van de selectiviteit moeten worden benut. Volgens de Commissie hebben de lidstaten nog geen gebruikgemaakt van de flexibiliteit tussen de soorten. Hier zijn nog mogelijkheden om choke-situaties te verminderen. Bovendien verwijst artikel 33, lid 2, van de basisverordening naar de uitwisseling van vangstmogelijkheden met derde landen met het oog op de duurzame exploitatie van met derde landen gedeelde bestanden.

De berekening van de bovengrenzen van de bandbreedtes van ICES is gebaseerd op de zogeheten adviesregel van de ICES. Deze bevat een gedetailleerd mechanisme wanneer het bestand onder een bepaalde drempel daalt. Het gebruik van de bovengrenzen is uitsluitend gerechtvaardigd als de ICES-adviesregel gevolgd wordt. Daarom wordt deze samenhang door de rapporteur in het regelgevend gedeelte verduidelijkt.

Wetgeving in het kader van het GVB moet op het best beschikbare wetenschappelijke advies gebaseerd zijn. Dat betekent ook dat de wetgeving de flexibiliteit moet bieden om op nieuwe wetenschappelijke kennis te kunnen reageren. Daarom legt de rapporteur in de bijlage het beginsel vast in plaats van concrete cijfers te vermelden.

Het best beschikbare wetenschappelijke advies

Reeds tijdens de onderhandelingen over het plan voor de Oostzee is het thema "het best beschikbare wetenschappelijke advies" ter sprake gekomen. In artikel 119, lid 1, van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS) en onder meer in artikel 3, inleidende zin, onder c), van de basisverordening wordt dit begrip vermeld. Een definitie van dit begrip wordt niet gegeven. De gangbare praktijk wil dat wetgevingsteksten gebaseerd worden op wetenschappelijk advies van de ICES.

Met name in het kader van de onderhandelingen over vangstmogelijkheden voor de Oostzee voor 2017 is duidelijk geworden dat het begrip het best beschikbare wetenschappelijke advies nadere toelichting behoeft. Daarom stelt de rapporteur een definitie voor waarin als norm gesteld wordt dat wetenschappelijk advies vóór gebruik openbaar gemaakt en collegiaal getoetst wordt.

Brexit en Noorwegen

Het plan moet een goede basis vormen voor het toekomstige beheer met derde landen. In dit verband moeten de mogelijkheden van artikel 33 van de basisverordening volledig worden benut. Daarom is een snelle uitwerking van het Noordzeeplan geboden.

Andere punten

Groep 6 in het Commissievoorstel heeft betrekking op de verboden soorten die momenteel in artikel 12 van Verordening (EU) 2017/127 van de Raad opgesomd zijn. De rapporteur stelt voor een minder flexibele lijst in aanmerking te nemen, zoals de Commissie ook in haar huidige voorstel met betrekking tot de technische maatregelen heeft gedaan. Een dergelijke lijst zou bovendien voorkomen dat bestanden met een TAC van nul in deze groep valt.

De effectbeoordeling is verricht ten tijde van de inwerkingtreding van het eerste teruggooiplan voor demersale soorten in de Noordzee. Volgens de Commissie zouden de met het teruggooiplan gedurende een jaar opgedane ervaringen geen gevolgen hebben voor de basisaannames van de effectbeoordeling. De rapporteur zal de aanstaande evaluatie van de uitvoering in aanmerking nemen bij de verdere werkzaamheden aan dit plan.

De door de meerjarenplannen ingevoerde flexibiliteit door middel van regionalisering en gedelegeerde rechtshandelingen mag er niet toe leiden dat het Europees Parlement zijn controlefunctie niet meer naar behoren kan uitoefenen.

In artikel 17 van het plan voor de Oostzee wordt steun van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij in geval van tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten mogelijk gemaakt, wanneer stopzetting voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het plan noodzakelijk is. De rapporteur past het voorstel in dezelfde bewoordingen aan.


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Meerjarenplan voor demersale bestanden in de Noordzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren

Document- en procedurenummers

COM(2016)0493 – C8-0336/2016 – 2016/0238(COD)

Datum indiening bij EP

3.8.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

PECH

12.9.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

DEVE

12.9.2016

BUDG

12.9.2016

ENVI

12.9.2016

REGI

12.9.2016

Geen advies

       Datum besluit

DEVE

18.8.2016

BUDG

31.8.2016

ENVI

31.8.2016

REGI

8.9.2016

Rapporteurs

       Datum benoeming

Ulrike Rodust

15.9.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

11.10.2016

9.11.2016

25.1.2017

22.3.2017

 

30.5.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

12.7.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

13

4

7

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Alain Cadec, David Coburn, Richard Corbett, Sylvie Goddyn, Mike Hookem, Ian Hudghton, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, António Marinho e Pinto, Gabriel Mato, Norica Nicolai, Ulrike Rodust, Annie Schreijer-Pierik, Isabelle Thomas, Peter van Dalen, Jarosław Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

José Blanco López, Ole Christensen, John Flack, Jens Gieseke, Julie Girling, Anja Hazekamp, Czesław Hoc, Maria Lidia Senra Rodríguez

Datum indiening

18.7.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

13

+

ALDE

António Marinho e Pinto, Norica Nicolai

ECR

John Flack, Julie Girling, Peter van Dalen

ENF

Sylvie Goddyn

PPE

Alain Cadec

S&D

Clara Eugenia Aguilera García, Renata Briano, Ole Christensen, Richard Corbett, Ulrike Rodust, Isabelle Thomas

4

-

GUE/NGL

Anja Hazekamp

Verts/ALE

Marco Affronte, Ian Hudghton, Keith Taylor

7

0

GUE/NGL

Maria Lidia Senra Rodríguez

PPE

Jens Gieseke, Carlos Iturgaiz, Werner Kuhn, Gabriel Mato, Annie Schreijer-Pierik, Jarosław Wałęsa

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling