Procedure : 2016/0256(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0275/2017

Ingediende teksten :

A8-0275/2017

Debatten :

PV 10/12/2018 - 17
CRE 10/12/2018 - 17

Stemmingen :

PV 11/12/2018 - 5.10
CRE 11/12/2018 - 5.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0492

VERSLAG     ***I
PDF 642kWORD 102k
28.7.2017
PE 601.030v02-00 A8-0275/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad

(COM(2016)0531 – C8-0342/2016 – 2016/0256(COD))

Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

Rapporteur: Enrique Calvet Chambon

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad

(COM(2016)0531 – C8-0342/2016 – 2016/0256(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0531),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 153, lid 2, onder a) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0342/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 30 maart 2017(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en het advies van de Begrotingscommissie (A8-0275/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) werd opgericht bij Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad3 om betere levens- en arbeidsomstandigheden te helpen uitwerken en verwezenlijken door middel van acties ter ontwikkeling en verspreiding van de kennis die deze evolutie kan bevorderen.

(1)  De Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) werd opgericht bij Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad3 om betere levens- en arbeidsomstandigheden te helpen uitwerken en verwezenlijken door middel van acties ter ontwikkeling en verspreiding van de kennis die deze evolutie kan bevorderen. Eurofound moet beleidsmakers, sociale partners en andere relevante belanghebbenden voorzien van gespecialiseerde informatie met toegevoegde waarde op zijn deskundigheidsgebied.

__________________

__________________

3 Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1).

3 Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1).

Amendement     2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  Sinds de oprichting in 1975 heeft Eurofound een belangrijke ondersteunende rol gespeeld in de verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden in de hele Europese Unie. Tegelijkertijd zijn de betekenis en het belang van levens- en arbeidsomstandigheden geëvolueerd onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en fundamentele veranderingen op de arbeidsmarkten. In het licht daarvan zijn terminologische aanpassingen nodig in de beschrijving van de in Verordening (EEG) nr. 1365/75 vermelde doelstellingen en taken van Eurofound.

(2)  Sinds de oprichting in 1975 heeft Eurofound een belangrijke ondersteunende rol gespeeld in de verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden in de hele Europese Unie. Tegelijkertijd zijn de betekenis en het belang van levens- en arbeidsomstandigheden geëvolueerd onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en fundamentele veranderingen op de arbeidsmarkten alsook inzake de levens- en arbeidsomstandigheden zelf. In het licht daarvan zijn terminologische aanpassingen nodig in de beschrijving van de in Verordening (EEG) nr. 1365/75 vermelde doelstellingen en taken van Eurofound.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Aangezien de drie zogenoemde tripartiete agentschappen, nl. de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsvoorwaarden (Eurofound), het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) en het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop), thema's behandelen die verband houden met de arbeidsmarkt, werkomgeving, beroepsonderwijs en -opleiding en vaardigheden, is een nauwe samenwerking tussen de drie agentschappen nodig en moeten de manieren om efficiëntie en synergieën te verbeteren, worden benut. Daarnaast moet het Agentschap, waar mogelijk, streven naar efficiënte samenwerking met de interne onderzoeksinstanties van de Europese Commissie.

(5)  Aangezien de drie tripartiete agentschappen, nl. Eurofound, het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) en het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop), thema's behandelen die verband houden met de arbeidsmarkt, werkomgeving, beroepsonderwijs en ‑opleiding en vaardigheden, is een nauwe onderlinge samenwerking nodig. De agentschappen moeten elkaar daarom in hun werkzaamheden aanvullen wanneer zij soortgelijke interessegebieden hebben, en tegelijk de instrumenten die goed werken, zoals het memorandum van overeenstemming tussen Eurofound en EU-OSHA, bevorderen. Zij moeten de manieren om efficiëntie en synergieën te verbeteren, benutten en overlapping tussen de agentschappen onderling, alsook tussen de agentschappen en de Commissie met betrekking tot hun mandaten, doelstellingen en activiteiten vermijden. Daarnaast moet Eurofound, waar mogelijk, streven naar efficiënte samenwerking met de interne onderzoeksinstanties van de instellingen van de Unie.

Amendement     4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Het is bovendien van belang dat Eurofound nauw samenwerkt met gerelateerde organen op internationaal, Europees en nationaal niveau, zoals het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), door onderzoek en kennis te verstrekken op het gebied van sociaal, arbeidsgerelateerd en werkgelegenheidsbeleid. Om een maximaal rendement te behalen, is het aangewezen dat Eurofound, in voorkomend geval, contacten tot stand brengt met nationale organen (waar mogelijk tripartiete organen). Het is ook belangrijk dat Eurofound nauwe functionele banden heeft met het Comité voor de werkgelegenheid (EMCO) en het Comité voor sociale bescherming (SPC), om coördinatie en synergieën te garanderen, alsook met de IAO.

Amendement     5

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter)  Het tripartiete karakter van Eurofound, EU-OSHA en Cedefop is een zeer waardevol voorbeeld van een globale benadering op basis van een sociale dialoog tussen de sociale partners en de nationale en Unieautoriteiten, die uitermate belangrijk is voor het vinden van gezamenlijke en duurzame oplossingen voor sociale en economische vraagstukken.

Amendement     6

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Teneinde zijn volledige zelfstandigheid en onafhankelijkheid te waarborgen en het in staat te stellen de taken die het op grond van deze verordening heeft naar behoren te vervullen en de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken, dient Eurofound een eigen en gepaste begroting te krijgen, waarbij de inkomsten hoofdzakelijk worden gevormd door een bijdrage uit de algemene begroting van de Europese Unie. Op de bijdrage van de Unie en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Unie moet de begrotingsprocedure van de Unie van toepassing zijn. De rekeningen van Eurofound dienen door de Europese Rekenkamer te worden gecontroleerd.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter)  Bij het opstellen van de begroting van Eurofound moet het beginsel van resultaatgericht begroten in acht worden genomen, met oog voor zijn doelstellingen en verwachte resultaten.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)   Met betrekking tot de leiding van Eurofound dient de raad van bestuur met het oog op de geleidelijke vervanging van zijn leden te overwegen het aantal mogelijke opeenvolgende ambtstermijnen door aanpassing van het huishoudelijk reglement of op andere wijze te beperken.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 ter)  De voor het functioneren van Eurofound vereiste vertaaldiensten dienen, voor zover mogelijk, te worden verricht door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (Vertaalbureau). Waar nodig, bijvoorbeeld vanwege het dringende karakter van een vertaling of de hoge werkdruk van het Vertaalbureau, moeten ook andere in vertaalwerk gespecialiseerde dienstverleners vertaaldiensten kunnen verrichten. Die dienstverleners moeten tegen kosten die niet hoger zijn, hetzelfde kwaliteitsniveau garanderen als het Vertaalbureau, moeten voldoen aan de milieu-, arbeids- en sociale normen van de Unie en moeten, waar van toepassing, de regels inzake openbare aanbestedingen in acht nemen.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De doelstellingen van het Agentschap zijn de ontwikkeling en verspreiding van kennis om de Commissie, andere EU-instellingen en -organen, de lidstaten en de sociale partners bij te staan bij de ontwikkeling en de uitvoering van hun beleid dat erop is gericht de levens- en arbeidsomstandigheden te verbeteren, bij de ondersteuning van het werkgelegenheidsbeleid en bij het bevorderen van de dialoog tussen werkgevers en werknemers.

2.  De doelstellingen van het tripartiete Agentschap zijn de ontwikkeling en verspreiding van kennis om de instellingen en organen van de Unie, de lidstaten, de sociale partners en andere relevante belanghebbenden bij te staan bij de ontwikkeling en de uitvoering van hun beleid op de middellange en lange termijn om de levens- en arbeidsomstandigheden te verbeteren, bij de ondersteuning van het werkgelegenheidsbeleid en bij het bevorderen van de dialoog tussen werkgevers en werknemers.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  tendensen in levens- en arbeidsomstandigheden en de ontwikkeling van de arbeidsmarkt analyseren;

b)  door middel van enquêtes gegevens verzamelen en tendensen in levens- en arbeidsomstandigheden en de ontwikkeling van de arbeidsmarkt analyseren;

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  studies verrichten en, op de expertisegebieden van het Agentschap, proefprojecten en voorbereidende acties uitvoeren onder indirect beheer overeenkomstig artikel 54, lid 2, en artikel 58, lid 1, onder c) iv), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad1 bis;

 

___________________

 

1 bis. Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).

Amendement     13

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  op basis van onderzoek en analyse, de beleidsmakers – met inbegrip van de sociale partners – voorzien van empirisch onderbouwde beleidsvoorstellen op het gebied van levens- en arbeidsomstandigheden;

Motivering

De kracht van Eurofound ligt ook in het zetten van de stap van analyse en onderzoek naar de vertaling ervan in waardevolle ideeën voor beleidsvorming. Dit moet uitdrukkelijk worden gesteld in zijn taken en mandaat.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het Agentschap zal enquêtes blijven uitvoeren om de continuïteit van de comparatieve studies en tendensen in levens- en arbeidsomstandigheden en de ontwikkeling van de arbeidsmarkt in de Unie te verzekeren. Hiertoe worden de nodige financiële en personele middelen geëvalueerd en toegewezen aan het Agentschap, naargelang van de ontwikkeling van de kosten van de enquêtes.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Alvorens een externe organisatie te belasten met studies op een van de expertisegebieden van het Agentschap, gaan de EU-instellingen na wat de beschikbaarheid van het Agentschap is, over welke expertise het op dat gebied beschikt en welke studies het heeft verricht, en overwegen zij indien nodig de toewijzing van middelen aan het Agentschap op tijdelijke basis.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij de uitvoering van zijn taken onderhoudt het Agentschap een nauwe dialoog voornamelijk met gespecialiseerde instanties, zowel publieke als private, overheden en werknemers- en werkgeversorganisaties. Zonder daarbij afbreuk te doen aan zijn eigen doelstellingen waarborgt het Agentschap de samenwerking met andere agentschappen van de Europese Unie, vooral met het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk, het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding en, zo nodig, met andere EU-agentschappen. Het doel van deze samenwerking is overlappingen te voorkomen en de synergie en het complementaire karakter van hun activiteiten te versterken.

2.  Bij de uitvoering van zijn taken onderhoudt het Agentschap een nauwe dialoog voornamelijk met gespecialiseerde instanties, zowel publieke als private, op nationaal en internationaal vlak, met overheden, onderwijsinstellingen en werknemers- en werkgeversorganisaties, alsook met nationale tripartiete organen, waar deze bestaan. Zonder daarbij afbreuk te doen aan zijn eigen doelstellingen waarborgt het Agentschap de samenwerking met andere agentschappen van de Unie, vooral met EU-OSHA, Cedefop en, zo nodig, met andere agentschappen van de Unie. Het doel van deze samenwerking is overlappingen te voorkomen en de synergie en het complementaire karakter van hun activiteiten, met inbegrip van de mogelijkheid om samen te werken, te versterken.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Het Agentschap sluit samenwerkingsovereenkomsten met andere relevante Europese agentschappen om de onderlinge samenwerking te verbeteren en te bevorderen.

Amendement     18

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  een uitvoerend directeur, die de in artikel 11 vastgestelde verantwoordelijkheden draagt.

c)  een uitvoerend directeur en een adjunct-directeur, die respectievelijk de in artikel 11 en artikel 11 bis vastgestelde verantwoordelijkheden dragen.

Amendement     19

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  drie onafhankelijke, door het Europees Parlement aangewezen deskundigen.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De onder a), b) en c) bedoelde leden worden door de Raad benoemd op basis van respectievelijk door de lidstaten, de Europese werkgeversorganisaties en de Europese werknemersorganisaties ingediende lijsten met kandidaten. De vertegenwoordigers van de Commissie worden door de Commissie benoemd.

De onder a), b) en c) bedoelde leden worden door de Raad benoemd op basis van respectievelijk door de lidstaten, de Europese werkgeversorganisaties en de Europese werknemersorganisaties ingediende lijsten met kandidaten. De vertegenwoordigers van de Commissie worden door de Commissie benoemd. De bevoegde commissie van het Europees Parlement benoemt de in de eerste alinea, onder d bis), bedoelde deskundigen, na zich ervan te hebben vergewist dat de benoemingen niet tot belangenconflicten leiden.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers worden benoemd op grond van hun kennis op het gebied van sociaal en arbeidsgerelateerd beleid, met inachtneming van hun relevante bestuurlijke, administratieve en budgettaire vaardigheden. Alle partijen in de raad van bestuur trachten het verloop van hun vertegenwoordigers te beperken om de continuïteit van de werkzaamheden van de raad van bestuur te waarborgen. Alle partijen streven naar een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad van bestuur.

3.  De leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers beschikken over passende kennis op het gebied van sociaal en arbeidsgerelateerd beleid, alsook relevante bestuurlijke, administratieve en budgettaire vaardigheden. Alle partijen in de raad van bestuur trachten het verloop van hun vertegenwoordigers te beperken om de continuïteit van de werkzaamheden van de raad van bestuur te waarborgen. Bij de benoeming van hun vertegenwoordigers en plaatsvervangers in de raad van bestuur dragen het Europees Parlement, de Commissie, de lidstaten en de sociale partners zorg voor een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Ieder gewoon lid en ieder plaatsvervangend lid ondertekent bij ambtsaanvaarding een schriftelijke belangenverklaring en actualiseert deze wanneer zich een verandering in de desbetreffende omstandigheden voordoet. Het Agentschap publiceert de belangenverklaringen en de geactualiseerde versies op zijn website.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De leden en de plaatsvervangers worden voor vier jaar benoemd. Deze termijn kan worden verlengd. Na afloop van hun ambtstermijn of in het geval van aftreden blijven de leden van de raad van bestuur tot hun herbenoeming of vervanging in functie.

4.  De leden en de plaatsvervangers worden voor vier jaar benoemd. Deze termijn kan worden hernieuwd. Na afloop van hun ambtstermijn of in het geval van aftreden blijven de leden van de raad van bestuur tot hun herbenoeming of vervanging in functie. De leden van de raad van bestuur zien toe op de bescherming van de algemene belangen van de Unie en van het Agentschap.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Een vertegenwoordiger van EU-OHSA, een vertegenwoordiger van Cedefop en een vertegenwoordiger van de Europese Stichting voor opleiding hebben het recht als waarnemer aan de vergaderingen van de raad van bestuur deel te nemen teneinde de efficiëntie van de agentschappen en de onderlinge synergie te bevorderen.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  zorgt voor de algemene aansturing van de activiteiten van het Agentschap en stelt ieder jaar het programmeringsdocument van het Agentschap vast met een tweederdemeerderheid van zijn stemgerechtigde leden en in overeenstemming met artikel 6;

a)  zorgt voor de strategische aansturing van de activiteiten van het Agentschap en stelt ieder jaar het programmeringsdocument van het Agentschap vast met een tweederdemeerderheid van zijn stemgerechtigde leden en in overeenstemming met artikel 6;

Amendement     26

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  stelt regels vast voor de voorkoming en beheersing van belangenconflicten met betrekking tot zijn leden en onafhankelijke deskundigen;

f)  stelt regels vast, met inbegrip van maatregelen om mogelijke risico's in een vroeg stadium op te sporen, ter voorkoming en beheersing van belangenconflicten met betrekking tot zijn leden en onafhankelijke deskundigen, alsmede gedetacheerde nationale deskundigen en ander personeel dat niet in dienst is van het Agentschap, als bedoeld in artikel 20;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  stelt communicatie- en verspreidingsplannen vast en werkt deze regelmatig bij op basis van een behoeftenanalyse;

g)  stelt communicatie- en verspreidingsplannen vast en werkt deze regelmatig bij op basis van een behoeftenanalyse, en brengt dit tot uiting in het programmeringsdocument van het Agentschap;

Amendement     28

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

k)  benoemt de uitvoerend directeur en verlengt in voorkomend geval zijn ambtstermijn of ontheft hem uit zijn functie overeenkomstig artikel 19;

k)  benoemt de uitvoerend directeur en de adjunct-directeur, en hernieuwt in voorkomend geval hun ambtstermijn of ontheft hen uit hun functie overeenkomstig artikel 19;

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter n

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

n)  neemt alle beslissingen in verband met de oprichting van de interne structuren van het Agentschap en, waar nodig, de wijziging ervan, rekening houdend met de activiteitenbehoeften van het Agentschap en met het oog op een gezond begrotingsbeheer;

Schrappen

Motivering

Deze bepaling dat de raad van bestuur alle interne structuren (en wijzigingen daarvan) vaststelt, moet worden verduidelijkt, aangezien dit in de praktijk zou neerkomen op micromanagement en, wanneer besluiten inzake dagelijks bestuur moeten worden genomen, initiatieven van de directeur zou kunnen blokkeren.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het jaarlijkse werkprogramma bevat gedetailleerde doelstellingen en de beoogde resultaten, met inbegrip van prestatie-indicatoren. Het bevat voorts een beschrijving van de te financieren acties en een indicatie van de financiële en personele middelen die aan iedere actie worden toegewezen overeenkomstig de beginselen betreffende activiteitsgestuurde begroting en beheer. Het jaarlijkse werkprogramma is consistent met het in lid 5 bedoelde meerjarige werkprogramma. Het vermeldt duidelijk de taken die zijn toegevoegd, gewijzigd of geschrapt ten opzichte van het vorige begrotingsjaar.

3.  Het jaarlijkse werkprogramma bevat gedetailleerde doelstellingen en de beoogde resultaten, met inbegrip van prestatie-indicatoren, alsook de activiteiten en programma's die vooraf of achteraf aan een evaluatie moeten worden onderworpen. Het bevat voorts een beschrijving van de te financieren acties en een indicatie van de financiële en personele middelen die aan iedere actie worden toegewezen overeenkomstig de beginselen betreffende activiteitsgestuurde begroting en beheer. Het jaarlijkse werkprogramma is consistent met het in lid 5 bedoelde meerjarige werkprogramma. Het vermeldt duidelijk de taken die zijn toegevoegd, gewijzigd of geschrapt ten opzichte van het vorige begrotingsjaar. In de jaarlijkse en/of meerjarige programmering wordt de strategie opgenomen voor de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties, zoals bedoeld in artikel 30, en de acties in het kader van die strategie.

Amendement     31

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze programmering van de middelen wordt jaarlijks bijgewerkt. De strategische programmering wordt in voorkomend geval geactualiseerd, met name om rekening te houden met de resultaten van de in artikel 28 bedoelde evaluatie.

Deze programmering van de middelen wordt jaarlijks bijgewerkt. De strategische programmering wordt in voorkomend geval geactualiseerd, met name om rekening te houden met de resultaten van de in artikel 28 bedoelde evaluatie. Wanneer door de instellingen van de Unie of bij wetgevingshandelingen van de Unie nieuwe taken aan het Agentschap worden toegewezen, wordt hiermee rekening gehouden in de programmering van zijn financiële en andere middelen.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De raad van bestuur kiest als volgt een voorzitter en drie vicevoorzitters: één uit de groep leden die de lidstaten vertegenwoordigt, één uit de groep leden die de werkgeversorganisaties vertegenwoordigt, één uit de groep leden die de werknemersorganisaties vertegenwoordigt en één uit de groep leden die de Commissie vertegenwoordigt. De voorzitter en vicevoorzitters worden door de stemgerechtigde leden van de raad van bestuur gekozen met een tweederdemeerderheid.

1.  De raad van bestuur kiest als volgt een voorzitter en drie vicevoorzitters: één uit de groep leden die de lidstaten vertegenwoordigt, één uit de groep leden die de werkgeversorganisaties vertegenwoordigt, één uit de groep leden die de werknemersorganisaties vertegenwoordigt en één uit de groep leden die de Commissie vertegenwoordigt. De voorzitter en vicevoorzitters worden door de stemgerechtigde leden van de raad van bestuur gekozen met een tweederdemeerderheid. De raad van bestuur draagt er zorg voor dat in de functies van voorzitter en vicevoorzitters, in hun totaliteit bezien, mannen en vrouwen evenwichtig vertegenwoordigd zijn.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De raad van bestuur kan elkeen van wie het advies dienstig kan zijn, uitnodigen om als waarnemer de vergaderingen bij te wonen.

4.  De raad van bestuur kan elkeen van wie het advies dienstig kan zijn, uitnodigen om als waarnemer de vergaderingen bij te wonen. Vertegenwoordigers van derde EER-landen die deelnemen aan de werkzaamheden van het Agentschap krijgen op de vergaderingen van de raad van bestuur de status van waarnemer.

Amendement     34

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien dat in dringende gevallen noodzakelijk is, kan het uitvoerend comité namens de raad van bestuur bepaalde voorlopige beslissingen nemen, met name op het gebied van administratief beheer, met inbegrip van de opschorting van de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag en begrotingskwesties.

3.  Indien dat in dringende gevallen noodzakelijk is, kan het uitvoerend comité namens de raad van bestuur bepaalde voorlopige beslissingen nemen.

Amendement     35

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het uitvoerend comité bestaat uit de voorzitter van de raad van bestuur, de drie vicevoorzitters, de coördinatoren van de drie in artikel 4, lid 5, vermelde groepen en een vertegenwoordiger van de Commissie. Elke in artikel 4, lid 5, vermelde groep mag ten hoogste twee plaatsvervangers aanwijzen om de vergaderingen van het uitvoerend comité bij te wonen indien de gewone leden afwezig zijn. De voorzitter van de raad van bestuur is ook de voorzitter van het uitvoerend comité. De uitvoerend directeur neemt deel aan de vergaderingen van het uitvoerend comité, maar heeft geen stemrecht.

4.  Het uitvoerend comité bestaat uit de voorzitter van de raad van bestuur, de drie vicevoorzitters, de coördinatoren van de drie in artikel 4, lid 5, vermelde groepen en een vertegenwoordiger van de Commissie. Elke in artikel 4, lid 5, vermelde groep mag ten hoogste twee plaatsvervangers aanwijzen om de vergaderingen van het uitvoerend comité bij te wonen indien de gewone leden afwezig zijn, waarbij een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen gewaarborgd moet worden. De voorzitter van de raad van bestuur is ook de voorzitter van het uitvoerend comité. De uitvoerend directeur neemt deel aan de vergaderingen van het uitvoerend comité, maar heeft geen stemrecht.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De ambtstermijn van de leden van het uitvoerend comité bedraagt twee jaar. Deze termijn kan worden verlengd. De ambtstermijn van de leden van het uitvoerend comité eindigt wanneer hun lidmaatschap van de raad van bestuur eindigt.

5.  De ambtstermijn van de leden van het uitvoerend comité bedraagt twee jaar. Deze termijn kan worden hernieuwd. De ambtstermijn van de leden van het uitvoerend comité eindigt wanneer hun lidmaatschap van de raad van bestuur eindigt.

Amendement     37

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het uitvoerend comité komt driemaal per jaar bijeen. De voorzitter kan extra vergaderingen bijeenroepen op verzoek van de leden.

6.  Het uitvoerend comité komt driemaal per jaar bijeen. De voorzitter kan extra vergaderingen bijeenroepen op verzoek van de leden. Na iedere vergadering stelt elke coördinator de leden van zijn of haar groep tijdig en op transparante wijze op de hoogte van de inhoud van de discussie.

Amendement     38

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De uitvoerend directeur beheert het Agentschap. De uitvoerend directeur legt verantwoording af aan de raad van bestuur.

1.  De uitvoerend directeur is verantwoordelijk voor het algemene beheer van het Agentschap overeenkomstig de strategische richting van de raad van bestuur en legt verantwoording af aan de raad van bestuur.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 5 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  het opstellen van een actieplan voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen en evaluaties, alsook van onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), en het uitbrengen van verslag over de geboekte vooruitgang, twee keer per jaar aan de Commissie en op regelmatige tijdstippen aan de raad van bestuur en het uitvoerend comité;

f)  het opstellen van een actieplan voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen en evaluaties, alsook van onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), en het uitbrengen van verslag over de geboekte vooruitgang, op regelmatige tijdstippen, aan de Commissie en aan de raad van bestuur en het uitvoerend comité;

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 5 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)   het waarborgen van het genderevenwicht binnen het Agentschap;

Amendement     41

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 5 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)  het opstellen van de ontwerpraming van ontvangsten en uitgaven van het Agentschap en het uitvoeren van de begroting van het Agentschap;

j)  het opstellen van de ontwerpraming van ontvangsten en uitgaven van het Agentschap en het uitvoeren van de begroting van het Agentschap, als onderdeel van het programmeringsdocument van het Agentschap;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 5 – letter j bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j bis)  het nemen van beslissingen op het gebied van het personeelsbeheer overeenkomstig de in artikel 5, lid 2, bedoelde beslissing;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 5 – letter j ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j ter)  het nemen van beslissingen over de interne structuren van het Agentschap en, waar nodig, de wijziging ervan, rekening houdend met de behoeften in verband met de activiteiten van het Agentschap en een gezond begrotingsbeheer;

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 5 – letter j quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j quater)  samenwerking met andere Europese agentschappen, en het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met die agentschappen.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het is ook de verantwoordelijkheid van de uitvoerend directeur te beslissen of het voor de efficiënte en effectieve uitvoering van de taken van het Agentschap noodzakelijk is een of meer lokale kantoren op te richten in een of meer lidstaten. Dergelijke beslissingen moeten vooraf worden goedgekeurd door de Commissie, de raad van bestuur en de lidstaat waar het lokale kantoor wordt opgericht. In die beslissingen wordt het toepassingsgebied gespecificeerd van de activiteiten die in dat lokale kantoor moeten worden uitgevoerd, op zodanige wijze dat onnodige kosten en verdubbeling van administratieve functies van het Agentschap worden vermeden.

6.  Het is ook de verantwoordelijkheid van de uitvoerend directeur te beslissen of het voor de efficiënte en effectieve uitvoering van de taken van het Agentschap noodzakelijk is een lokaal kantoor in Brussel op te richten als verbindingskantoor om de samenwerking van het Agentschap met de betrokken instellingen van de Unie te bevorderen. Die beslissing moet vooraf worden goedgekeurd door de Commissie, de raad van bestuur en de lidstaat waar het lokale kantoor wordt opgericht. In die beslissing wordt het toepassingsgebied gespecificeerd van de activiteiten die in dat lokale kantoor moeten worden uitgevoerd, op zodanige wijze dat onnodige kosten en verdubbeling van administratieve functies van het Agentschap worden vermeden.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk II – afdeling 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Afdeling 3 bis: Adjunct-directeur

 

Artikel 11 bis

 

Adjunct-directeur

 

1.   De adjunct-directeur helpt de uitvoerend directeur bij de uitoefening van de taken en activiteiten van het Agentschap. Zonder afbreuk te toen aan lid 3, staat de adjunct-directeur onder het gezag van de uitvoerend directeur. De uitvoerend directeur legt een gedetailleerde omschrijving van de taken van de adjunct-directeur ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur.

 

2.   De adjunct-directeur mag deelnemen aan, en de uitvoerend directeur vergezellen naar, de vergaderingen van de raad van bestuur en het uitvoerend comité.

 

3.   Het bepaalde in artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op de adjunct-directeur.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De voorlopige ontwerpraming stoelt op de doelstellingen en verwachte resultaten van het jaarlijkse programmeringsdocument zoals bedoeld in artikel 6, lid 1, en houdt rekening met de financiële middelen die nodig zijn voor het verwezenlijken van die doelstellingen en verwachte resultaten, in overeenstemming met het beginsel van resultaatgericht begroten.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie zendt de ontwerpraming, samen met het ontwerp van algemene begroting van de Unie, toe aan de begrotingsautoriteit.

4.  De Commissie legt de ontwerpraming, samen met het ontwerp van algemene begroting van de Unie, voor aan de begrotingsautoriteit en het Agentschap.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De uitvoerend directeur wordt na een open en transparante selectieprocedure door de raad van bestuur benoemd uit een lijst van door de Commissie voorgestelde kandidaten.

De uitvoerend directeur wordt door de raad van bestuur benoemd uit een lijst van door de Commissie voorgestelde kandidaten, na een open en transparante selectieprocedure die een strenge beoordeling van de kandidaten en een grote mate van onafhankelijkheid verzekert. Alvorens te worden benoemd, wordt de gekozen kandidaat gehoord in de bevoegde commissie van het Europees Parlement.

Amendement     50

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Op grond van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de in lid 3 bedoelde beoordeling, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen met ten hoogste vijf jaar.

4.  Op grond van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de in lid 3 bedoelde beoordeling, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal hernieuwen met ten hoogste vijf jaar.

Amendement     51

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Een uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is verlengd, kan na afloop van de volledige termijn niet deelnemen aan een nieuwe selectieprocedure voor hetzelfde ambt.

5.  Een uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is hernieuwd, kan na afloop van de volledige termijn niet deelnemen aan een nieuwe selectieprocedure voor hetzelfde ambt.

Amendement     52

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De uitvoerend directeur kan uitsluitend uit zijn functie worden ontheven bij besluit van de raad van bestuur op voorstel van de Commissie.

6.  De uitvoerend directeur kan uitsluitend uit zijn of haar functie worden ontheven bij besluit van de raad van bestuur op voorstel van de Commissie, op basis van een met redenen omklede beoordeling van zijn of haar functioneren als uitvoerend directeur.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het Agentschap kan in één of meerdere lidstaten plaatselijke kantoren oprichten voor zover de lidstaten hiermee instemmen en in overeenstemming met artikel 11, lid 6.

4.  Het Agentschap kan in overeenstemming met artikel 11, lid 6, een verbindingskantoor in Brussel oprichten.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De voor het functioneren van het Agentschap vereiste vertaaldiensten worden geleverd door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie.

3.  De voor het functioneren van het Agentschap vereiste vertaaldiensten worden geleverd door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie of zo nodig door andere vertaaldiensten.

Amendement     55

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Het Agentschap werkt met een hoge mate van transparantie.

Amendement     56

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  In overeenstemming met artikel 30, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 verricht het Agentschap evaluaties vooraf met betrekking tot de werkzaamheden die belangrijke uitgaven met zich meebrengen, alsook evaluaties achteraf.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk vijf jaar na de in artikel 37 bedoelde datum en daarna om de vijf jaar voert de Commissie een evaluatie uit in overeenstemming met de richtsnoeren van de Commissie om de prestaties van het Agentschap te toetsen aan zijn doelstellingen, mandaat en taken. Deze evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van het Agentschap moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen.

1.  Uiterlijk vijf jaar na de in artikel 37 bedoelde datum en daarna om de vijf jaar legt de Commissie een evaluatie voor in overeenstemming met de richtsnoeren van de Commissie om de prestaties van het Agentschap te toetsen aan zijn doelstellingen, mandaat en taken. Tijdens deze evaluatie raadpleegt de Commissie het Europees Parlement en de raad van bestuur. De evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van het Agentschap moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen.

Amendement     58

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Als de Commissie van oordeel is dat het voortbestaan van het Agentschap niet langer gerechtvaardigd is in het licht van zijn doelstellingen, mandaat en taken, kan zij voorstellen om deze verordening dienovereenkomstig te wijzigen of in te trekken.

Schrappen

Amendement     59

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De raad van bestuur stelt een strategie op voor de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties inzake aangelegenheden waarvoor het Agentschap bevoegd is.

3.  De raad van bestuur stelt een strategie op voor de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties inzake aangelegenheden waarvoor het Agentschap bevoegd is, als onderdeel van het programmeringsdocument van het Agentschap.

Amendement     60

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De adjunct-directeur van het Agentschap die is benoemd op grond van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad staat voor de resterende duur van zijn ambtstermijn de directeur of de uitvoerend directeur bij.

2.  De adjunct-directeur van het Agentschap die is benoemd op grond van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1365/75 vervult voor de resterende duur van zijn ambtstermijn de taken van de adjunct-directeur als bepaald in artikel 11 bis van deze verordening. De overige voorwaarden in zijn contract blijven ongewijzigd.

(1)

PB C 209 van 30.6.2017, blz. 49.


TOELICHTING

Op 23 augustus 2016 diende de Commissie een voorstel in tot herziening van de oprichtingsverordening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound).

Het voorstel beoogt de herziening van de oprichtingsverordening van 1975. De oprichtingsverordening van Eurofound is driemaal gewijzigd, nl. in 1993, 2003 en 2005, voornamelijk om rekening te houden met de uitbreiding van de EU of met verdragswijzigingen. Die wijzigingen hebben de fundamenten van het agentschap echter niet wezenlijk veranderd.

De rapporteur verwelkomt het voorstel tot herziening van de Commissie, dat noodzakelijk was en een duidelijkere omschrijving zal geven van de rol die Eurofound vervult in het ondersteunen van de Commissie, andere EU-instellingen en -organen, de lidstaten en de sociale partners bij hun beleidsvorming op het gebied van levens- en arbeidsomstandigheden en bij het bevorderen van de sociale dialoog. Het mandaat van Eurofound als centrum voor analyse, onderzoek en beleidstoezicht op die beleidsterreinen zal worden geactualiseerd.

Met deze herziening worden een aantal bepalingen van de bestaande Eurofound-verordening afgestemd op de gemeenschappelijke aanpak voor gedecentraliseerde agentschappen. Het Europees Parlement was een van de partijen bij de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de EU en de Europese Commissie van 19 juli 2012 over de gedecentraliseerde agentschappen.

De herziening biedt ook de kans om de doelstellingen en taken van Eurofound te actualiseren. Sinds haar oprichting in 1975 heeft de Stichting haar activiteiten aangepast aan de algemene maatschappelijke, institutionele en economische ontwikkelingen en aan de opkomende tendensen in het Europees beleid op het gebied van levens- en arbeidsomstandigheden. De nieuwe doelstellingen en taken zullen zo worden aangepast dat zij die ontwikkelingen en de huidige bijdrage van Eurofound aan de ontwikkeling van sociaal en werkgelegenheidsgerelateerd beleid beter weerspiegelen. De Stichting levert haar bijdrage door middel van relevant en kwalitatief hoogstaande onderzoeksresultaten op het gebied van werkgelegenheid, arbeidsverhoudingen en levens- en arbeidsomstandigheden.

De oprichtingsverordeningen van de andere twee zogenoemde tripartiete agentschappen van de Europese Unie, nl. het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) en het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) ondergaan tegelijkertijd ook een herziening.

Deze agentschappen hebben hun drieledige karakter gemeen, dat tot uiting komt in hun bestuur en werking: de nationale autoriteiten, de vakbonden en de werkgeversorganisaties zitten alle in de bestuursorganen en de specifieke raadgevende comités van de agentschappen.

De rol van Eurofound bestaat erin informatie te verstrekken en bij te dragen aan betere wetenschappelijk onderbouwde beleidsvorming op de gebieden die te maken hebben met levens- en arbeidsomstandigheden. Bij de herziening wordt rekening gehouden met het bestaande beleid van de Unie inzake levens- en arbeidsomstandigheden en wordt gezorgd voor complementariteit met lopend en gepland onderzoek op dit gebied dat door de EU wordt gefinancierd.

De rapporteur stelt de onderstaande belangrijke verbeteringen van de tekst van de Commissie voor.

Dit voorstel behelst een aanpassing van de oprichtingsverordening van de Stichting Eurofound. Na een aantal herzieningen is er behoefde aan een geconsolideerde tekst die mogelijkheden biedt om de doeltreffendheid van het Agentschap te verbeteren. Dit geldt zowel voor het gebruik van de eigen middelen als ten aanzien van de werking en de benutting van het potentieel van het Agentschap, binnen de grenzen van zijn bevoegdheden, om de operationaliteit te verbeteren en ervoor te zorgen dat de bevindingen en resultaten van het onderzoek van het Agentschap in de EU zoveel mogelijk worden benut. Eurofound behoudt de hoedanigheid van gedecentraliseerd agentschap en centrum voor studie en dialoog tussen sociale partners, maar moet zich verder ontwikkelen tot een Agentschap dat past bij een Europa dat in een proces van continentalisering is verwikkeld.

Ten aanzien van de doeltreffendheid moet de vraag gesteld worden of het nog wel wenselijk is om op de drie tripartiete niveaus een vertegenwoordiger van elke lidstaat te hebben, of dat dit in de ogen van de burger misschien buitensporig is. De aarzelende houding van de Commissie en het gebrek aan ernst van de lidstaten maakt dat de norm van een vertegenwoordiger per lidstaat in stand wordt gehouden. Wij moeten dit model herbekijken en andere mogelijkheden verkennen om de status quo te doorbreken, het bestuur van de agentschappen te rationaliseren en het evenwicht tussen politieke en administratieve aspecten en doeltreffendheid te herstellen.

De taken en bevoegdheden van de directeur moeten worden afgebakend en versterkt, en duidelijk geprofessionaliseerd, steeds onder het gezag van het uitvoerend comité en de raad van bestuur, met toezicht van de Commissie en toetsing door het Europees Parlement. Dit standpunt is niet in tegenspraak met de mogelijkheid dat het Agentschap, zoals elk bedrijf, een adjunct-directeur krijgt. Wel moet elke vorm van tweehoofdig leiderschap en versplintering van de bevoegdheden worden voorkomen.

We mogen het belang van dit Agentschap niet onderschatten en moeten de kwaliteit en diepgang van de gepubliceerde documenten op waarde schatten. Het is tijd om een stap voorwaarts te zetten. In plaats van opdrachten te geven aan externe ondernemingen of dubbel werk te doen, moeten wij een beroep doen op het Agentschap. Ik ben ervan overtuigd dat dit voor de communautaire financiën een aanzienlijke besparing zal betekenen. Daarom moet het Agentschap vooraf worden geraadpleegd over elke externe opdracht voor studies die tot het onderzoeksterrein en expertisegebied van Eurofound behoren.

In het Europese eenmakingsproces heeft de Commissie recentelijk, vaak terecht, besloten een aantal taken te decentraliseren en toe te vertrouwen aan gespecialiseerde agentschappen. Het lijkt echter alsof dit proces de grenzen van de redelijkheid heeft bereikt, getuige de vermenigvuldiging van agentschappen en taken om toch maar elke lidstaat tevreden te kunnen stellen met de zetel van een EU-agentschap. Met het oog op de toekomst moeten de belangrijkste instellingen in onderlinge samenwerking een ernstige, objectieve en onafhankelijke evaluatie verrichten, die moet leiden tot de samenvoeging van agentschappen of zelfs tot de mogelijke opheffing van agentschappen die geen meerwaarde bieden of waarvan de taken op doeltreffender wijze bij een zusteragentschap kunnen worden ondergebracht. We moeten de weg inslaan van een proces van concentratie van de gedecentraliseerde agentschappen om de doeltreffendheid en relevantie van het optreden van de Unie te verbeteren.

Ook moeten de belangrijkste Europese instellingen een grotere rol spelen in de opstelling van de werkplannen van het Agentschap, die deels moeten worden gekoppeld aan de Europese strategieën op middellange termijn (Europa 2020, de sociale pijler, vluchtelingen, enz.) en rekening moeten houden met mogelijke opdrachten op korte termijn, indien de omstandigheden dat vereisen.

Het is ook tijd om te profiteren van het uitstekende werk en de reputatie van het Agentschap in de internationale fora op zijn expertisegebied, om de ondersteunende rol van het Agentschap in het "soft power-beleid" van de EU te versterken.


ADVIES van de Begrotingscommissie (27.4.2017)

aan de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad

(COM(2016)0531 – C8-0342/2016 – 2016/0256(COD))

Rapporteur voor advies: Jens Geier

BEKNOPTE MOTIVERING

De Commissie heeft deze ontwerpverordening voorgesteld om een aantal bepalingen van de bestaande Eurofound-verordening af te stemmen op de gemeenschappelijke aanpak voor gedecentraliseerde agentschappen. De herziening biedt ook de kans om de doelstellingen en taken van Eurofound te actualiseren.

De oprichtingsverordeningen van de andere twee zogenoemde tripartiete agentschappen van de Europese Unie, nl. het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) en het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop), ondergaan tegelijkertijd ook een herziening.

De gevolgen voor de begroting in termen van personele en financiële middelen, zoals gedetailleerd vermeld in het financieel memorandum, stroken met mededeling COM(2013) 519 van de Commissie.

De rapporteur stelt voor om een aantal bepalingen betreffende de samenwerking tussen de tripartiete agentschappen te wijzigen teneinde deze samenwerking te versterken.

Voorts stelt de rapporteur voor om een door het Europees Parlement benoemde vertegenwoordiger in de raad van bestuur van het Agentschap op te nemen ter vervanging van één vertegenwoordiger van de Commissie. Deze benadering is in overeenstemming met de gezamenlijke verklaring van de Raad en de Commissie van 19 juli 2012 over de gedecentraliseerde agentschappen.

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie werkgelegenheid en sociale zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5)  Aangezien de drie zogenoemde tripartiete agentschappen, nl. de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsvoorwaarden (Eurofound), het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) en het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop), thema's behandelen die verband houden met de arbeidsmarkt, werkomgeving, beroepsonderwijs en -opleiding en vaardigheden, is een nauwe samenwerking tussen de drie agentschappen nodig en moeten de manieren om efficiëntie en synergieën te verbeteren, worden benut. Daarnaast moet het Agentschap, waar mogelijk, streven naar efficiënte samenwerking met de interne onderzoeksinstanties van de Europese Commissie.

5)  Aangezien de drie zogenoemde tripartiete agentschappen, nl. de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsvoorwaarden (Eurofound), het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) en het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop), thema's behandelen die verband houden met de arbeidsmarkt, werkomgeving, beroepsonderwijs en -opleiding en vaardigheden, is een nauwe samenwerking tussen de drie agentschappen nodig en moeten de manieren om efficiëntie en synergieën te verbeteren, worden benut. Met name wordt overwogen om deze agentschappen administratieve taken te laten delen of samenvoegen en moeten de agentschappen hun respectieve jaarlijkse werkprogramma's in nauwe onderlinge samenwerking vaststellen om overlapping te voorkomen. Daarnaast moet het Agentschap, waar mogelijk, streven naar efficiënte samenwerking met de interne onderzoeksinstanties van de Europese Commissie.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Bij het opstellen van de begroting van het Agentschap moet het beginsel van resultaatgericht begroten in acht worden genomen, met oog voor zijn doelstellingen en verwachte resultaten.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij de uitvoering van zijn taken onderhoudt het Agentschap een nauwe dialoog voornamelijk met gespecialiseerde instanties, zowel publieke als private, overheden en werknemers- en werkgeversorganisaties. Zonder daarbij afbreuk te doen aan zijn eigen doelstellingen waarborgt het Agentschap de samenwerking met andere agentschappen van de Europese Unie, vooral met het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk, het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding en, zo nodig, met andere EU-agentschappen. Het doel van deze samenwerking is overlappingen te voorkomen en de synergie en het complementaire karakter van hun activiteiten te versterken.

2.  Bij de uitvoering van zijn taken onderhoudt het Agentschap een nauwe dialoog voornamelijk met gespecialiseerde instanties, zowel publieke als private, overheden en werknemers- en werkgeversorganisaties.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Het Agentschap werkt samen met andere agentschappen van de Unie, met name met de Europese Stichting voor opleiding, het Europees Instituut voor gendergelijkheid, het Europees Agentschap voor grondrechten, het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk, en het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding, teneinde voor coördinatie te zorgen en financiële besparingen te realiseren, en overlappingen te voorkomen en bij hun activiteiten voor synergie-effecten en complementariteit te zorgen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Het Agentschap moet samenwerkingsovereenkomsten sluiten met andere relevante Europese agentschappen om de onderlinge samenwerking te verbeteren en te bevorderen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De raad van bestuur bestaat uit:

1.  De raad van bestuur bestaat uit:

a)  een lid per lidstaat dat de regering van die lidstaat vertegenwoordigt;

a)  een lid per lidstaat dat de regering van die lidstaat vertegenwoordigt;

b)  een lid per lidstaat dat de werkgeversorganisaties van die lidstaat vertegenwoordigt;

b)  een lid per lidstaat dat de werkgeversorganisaties van die lidstaat vertegenwoordigt;

c)  een lid per lidstaat dat de werknemersorganisaties van die lidstaat vertegenwoordigt;

c)  een lid per lidstaat dat de werknemersorganisaties van die lidstaat vertegenwoordigt;

d)  drie leden die de Commissie vertegenwoordigen.

d)  twee leden die de Commissie vertegenwoordigen;

 

d bis)  een onafhankelijk lid dat het Europees Parlement vertegenwoordigt.

Alle onder a) tot en met d) bedoelde leden zijn stemgerechtigd.

Alle onder a) tot en met d bis) bedoelde leden zijn stemgerechtigd.

 

De benoeming wordt van kracht zodra de betrokkene een verklaring inzake de afwezigheid van belangenconflicten heeft ondertekend.

De onder a), b) en c) bedoelde leden worden door de Raad benoemd op basis van respectievelijk door de lidstaten, de Europese werkgeversorganisaties en de Europese werknemersorganisaties ingediende lijsten met kandidaten. De vertegenwoordigers van de Commissie worden door de Commissie benoemd.

De onder a), b) en c) bedoelde leden worden door de Raad benoemd op basis van respectievelijk door de lidstaten, de Europese werkgeversorganisaties en de Europese werknemersorganisaties ingediende lijsten met kandidaten. De vertegenwoordigers van de Commissie en het Parlement worden door de Commissie en het Parlement benoemd.

 

Een vertegenwoordiger van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk en een vertegenwoordiger van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding hebben de status van waarnemer op de vergaderingen van de raad van bestuur.

Motivering

De gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de gedecentraliseerde agentschappen van 19 juli 2012 biedt het Parlement de mogelijkheid om één lid van de raad van bestuur te benoemen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur past het vastgestelde jaarlijkse werkprogramma aan wanneer het Agentschap een nieuwe taak krijgt toegewezen. De raad van bestuur kan aan de uitvoerend directeur de bevoegdheid delegeren om niet-wezenlijke wijzigingen door te voeren in het jaarlijkse werkprogramma.

De raad van bestuur past het vastgestelde jaarlijkse werkprogramma aan wanneer het Agentschap een nieuwe taak krijgt toegewezen. Hij moet overlappingen met de programmering van de andere tripartiete agentschappen van de Unie voorkomen en ervoor zorgen dat een herprioritering van de werkzaamheden altijd als valabel alternatief wordt overwogen voordat eventueel extra financiële middelen worden toegewezen. De raad van bestuur kan aan de uitvoerend directeur de bevoegdheid delegeren om niet-wezenlijke wijzigingen door te voeren in het jaarlijkse werkprogramma.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 5 – letter j bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j bis)  samenwerking met andere Europese agentschappen, en het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met die agentschappen.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De voorlopige ontwerpraming stoelt op de doelstellingen en verwachte resultaten van het jaarlijkse programmeringsdocument zoals bedoeld in artikel 6, lid 1, en houdt rekening met de financiële middelen die nodig zijn voor het verwezenlijken van die doelstellingen en verwachte resultaten, in overeenstemming met het beginsel van resultaatgericht begroten.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie zendt de ontwerpraming, samen met het ontwerp van algemene begroting van de Unie, toe aan de begrotingsautoriteit.

4.  De Commissie zendt de ontwerpraming, samen met het ontwerp van algemene begroting van de Unie, toe aan de begrotingsautoriteit. De Commissie zendt deze ontwerpraming tegelijk aan het Agentschap toe.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De voor het functioneren van het Agentschap vereiste vertaaldiensten worden geleverd door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie.

3.  De voor het functioneren van het Agentschap vereiste vertaaldiensten worden geleverd door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie of andere verrichters van vertaaldiensten in overeenstemming met de aanbestedingsregels en binnen de grenzen van de toepasselijke financiële regels.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk vijf jaar na de in artikel 37 bedoelde datum en daarna om de vijf jaar voert de Commissie een evaluatie uit in overeenstemming met de richtsnoeren van de Commissie om de prestaties van het Agentschap te toetsen aan zijn doelstellingen, mandaat en taken. Deze evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van het Agentschap moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen.

1.  Uiterlijk vijf jaar na de in artikel 37 bedoelde datum en daarna om de vijf jaar legt de Commissie een evaluatie voor in overeenstemming met de richtsnoeren van de Commissie om de prestaties van het Agentschap te toetsen aan zijn doelstellingen, mandaat en taken. Deze evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van het Agentschap moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)

Document- en procedurenummers

COM(2016)0531 – C8-0342/2016 – 2016/0256(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

EMPL

12.9.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

12.9.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Jens Geier

15.9.2016

Datum goedkeuring

25.4.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Richard Ashworth, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Esteban González Pons, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Clare Moody, Victor Negrescu, Jan Olbrycht, Younous Omarjee, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Inese Vaidere, Monika Vana, Daniele Viotti, Stanisław Żółtek

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jean-Paul Denanot, Ivana Maletić, Derek Vaughan, Rainer Wieland, Tomáš Zdechovský

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

30

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Gérard Deprez

ECR

Richard Ashworth, Zbigniew Kuźmiuk, Bernd Kölmel

GUE/NGL

Younous Omarjee

PPE

Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Esteban González Pons, Ivana Maletić, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Inese Vaidere, Rainer Wieland, Tomáš Zdechovský

S&D

Jean-Paul Denanot, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Vladimír Maňka, Clare Moody, Victor Negrescu, Derek Vaughan, Daniele Viotti, Manuel dos Santos

Verts/ALE

Jordi Solé, Indrek Tarand, Monika Vana

2

-

ENF

Stanisław Żółtek

NI

Eleftherios Synadinos

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)

Document- en procedurenummers

COM(2016)0531 – C8-0342/2016 – 2016/0256(COD)

Datum indiening bij EP

23.8.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

EMPL

12.9.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

BUDG

12.9.2016

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Enrique Calvet Chambon

28.9.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

22.3.2017

25.4.2017

 

 

Datum goedkeuring

12.7.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

46

3

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Guillaume Balas, Tiziana Beghin, Brando Benifei, Enrique Calvet Chambon, David Casa, Ole Christensen, Martina Dlabajová, Lampros Fountoulis, Elena Gentile, Arne Gericke, Marian Harkin, Czesław Hoc, Danuta Jazłowiecka, Agnes Jongerius, Rina Ronja Kari, Jan Keller, Ádám Kósa, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Jean Lambert, Jérôme Lavrilleux, Patrick Le Hyaric, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Javi López, Thomas Mann, Dominique Martin, Anthea McIntyre, Joëlle Mélin, Elisabeth Morin-Chartier, Marek Plura, Terry Reintke, Robert Rochefort, Claude Rolin, Sven Schulze, Siôn Simon, Romana Tomc, Yana Toom, Marita Ulvskog, Renate Weber, Tatjana Ždanoka, Jana Žitňanská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Maria Arena, Lynn Boylan, Tania González Peñas, Marju Lauristin, Paloma López Bermejo, Anne Sander, Joachim Schuster, Michaela Šojdrová, Helga Stevens, Flavio Zanonato

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Andrejs Mamikins

Datum indiening

28.7.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

46

+

ALDE

ECR

GUE/NGL

PPE

S&D

VERTS/ALE

Martina Dlabajová, Marian Harkin, Robert Rochefort, Renate Weber

Arne Gericke, Czesław Hoc, Anthea McIntyre, Helga Stevens, Jana Žitňanská

Lynn Boylan, Tania González Peñas, Rina Ronja Kari, Patrick Le Hyaric, Paloma López Bermejo

David Casa, Danuta Jazłowiecka, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Ádám Kósa, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Verónica Lope Fontagné, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Marek Plura, Claude Rolin, Anne Sander, Sven Schulze, Michaela Šojdrová, Romana Tomc

Maria Arena, Guillaume Balas, Brando Benifei, Ole Christensen, Elena Gentile, Agnes Jongerius, Jan Keller, Marju Lauristin, Javi Lopez, Andrejs Mamikins, Joachim Schuster, Siôn Simon, Marita Ulvskog, Flavio Zanonato

Jean Lambert, Terry Reintke, Tatjana Zdanoka

3

-

ENF

NI

Dominique Martin, Joëlle Mélin

Lampros Fountoulis

3

0

ALDE

Tiziana Beghin, Enrique Calvet Chambon, Yana Toom

Key to symbols:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling