Procedure : 2016/0286(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0305/2017

Ingediende teksten :

A8-0305/2017

Debatten :

PV 14/11/2018 - 7
CRE 14/11/2018 - 7

Stemmingen :

PV 14/11/2018 - 14.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0454

VERSLAG     ***I
PDF 1522kWORD 189k
16.10.2017
PE 600.889v02-00 A8-0305/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie

(COM(2016)0591 – C8-0382/2016 – 2016/0286(COD))

Commissie industrie, onderzoek en energie

Rapporteur: Evžen Tošenovský

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie

(COM(2016)0591 – C8-0382/2016 – 2016/0286(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0591),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0382/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Protocol nr. 1 bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

–  gezien Protocol nr. 2 bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

–  gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door de Franse Senaat, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 januari 2017(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van ...(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie cultuur en onderwijs en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0305/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(3)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec-Bureau)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(4),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's(5),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Richtlijn […] van het Europees Parlement en de Raad(6) ('wetboek elektronische communicatie'), die een aantal taken van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie ('Berec') bepaalt, en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad(7) hebben tot doel binnen de Unie een interne markt voor elektronische communicatie tot stand te brengen, en door meer concurrentie een hoog niveau van investeringen, innovatie en consumentenbescherming te waarborgen.

(2)  Bij Verordening (EG) nr. 531/2012 van het Europees Parlement en de Raad(8), zoals gewijzigd bij Verordeningen (EU) 2015/ 2120(9) en (EU) 2017/920(10)van het Europees Parlement en de Raad, worden de regels van het regelgevingskader voor elektronische communicatie, wat roaming in de Unie betreft, aangevuld en versterkt en wordt een aantal taken voor Berec bepaald.

(3)  Verordening (EU) 2015/2120 ▌voorziet bovendien in extra taken voor Berec, met name ▌met betrekking tot open-internettoegang.

(3 bis)  De richtsnoeren van Berec voor de uitvoering van de Europese Netneutraliteitsregels door de NRI's zijn ontvangen als een waardevolle verduidelijking voor een sterk, vrij en open internet doordat ze zorgen voor consistente toepassing van regels voor een gelijke en niet-discriminerende verkeersafhandeling bij het aanbieden van internettoegangsdiensten en daaraan verbonden rechten voor de eindgebruiker.

(3 ter)  Met het oog op de ontwikkeling van een consistente regelgevingspraktijk en een consistente toepassing van het regelgevingskader van de Unie heeft de Commissie bij Besluit 2002/627/EG van de Commissie de Europese groep van regelgevende instanties(11) opgericht die haar moet adviseren en bijstaan bij de uitbouw van de interne markt en meer in het algemeen, de verbinding moet vormen tussen nationale regelgevende en andere bevoegde instanties ("NRI's") en de Commissie.

(4)  Berec en het Bureau ('Berec-Bureau') werden opgericht bij Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad(12). Berec verving de Europese Groep van regelgevende instanties ▌ (13) en moest enerzijds bijdragen tot de ontwikkeling en anderzijds tot de betere werking van de interne markt voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, door te streven naar een consistente toepassing van het EU-regelgevingskader voor elektronische communicatie. Berec was geen agentschap van de Unie en had geen rechtspersoonlijkheid. Het fungeerde als forum voor de samenwerking tussen de NRI's onderling en tussen de NRI's en de Commissie bij de uitvoering van al hun taken uit hoofde van het regelgevingskader van de Unie. Berec was opgericht om expertise te verschaffen en onafhankelijk en transparant te handelen.

(4 bis)  Berec diende ook als orgaan voor beraad, discussie en adviesverlening aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op het gebied van elektronische communicatie. Berec diende derhalve het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op hun verzoek of op eigen initiatief van advies.

(4 ter)  Het Berec-Bureau werd opgericht als communautair orgaan met rechtspersoonlijkheid om de in Verordening (EG) nr. 1211/2009 omschreven taken, met name het aanbieden van diensten voor professionele en administratieve ondersteuning van Berec, uit te voeren. Om Berec doeltreffend te kunnen ondersteunen is het Berec-Bureau juridisch, administratief en financieel autonoom.

(4 quater)  Bij Besluit 2010/349/EU(14) hebben de vertegenwoordigers van de lidstaten besloten dat het hoofdkwartier van het Berec-Bureau in Riga zou worden gevestigd. De zetelovereenkomst tussen de regering van de Republiek Litouwen en het Berec-Bureau trad op 5 augustus 2011 in werking. Met het oog op een efficiënte en kosteneffectieve uitvoering van de taken van het Berec-Bureau zou het noodzakelijk kunnen zijn om personeelsleden in een andere lidstaat te vestigen.

(5)  In haar mededeling van 6 mei 2015 met als titel "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa"(15) kondigde de Commissie aan dat zij in 2016 voorstellen zou indienen voor een ambitieuze revisie van het regelgevingskader voor elektronische communicatie, die onder meer gericht zouden zijn op een doeltreffender institutioneel regelgevingskader, teneinde de telecomregels geschikt te maken voor het beoogde doel, waarmee de juiste voorwaarden worden geschapen voor de digitale eengemaakte markt. Daartoe behoren de uitrol van netwerken van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, een betere coördinatie van het beheer van het radiospectrum voor draadloze netwerken en het creëren van een gelijk speelveld voor geavanceerde digitale netwerken en innovatieve diensten. In de mededeling werd erop gewezen dat de veranderingen in de markt en de technologische omgeving een versterking van het institutionele kader vereisen door een sterkere rol toe te bedelen aan Berec.

(6)  In zijn resolutie "Naar een akte voor digitale interne markt" van 19 januari 2016 verzocht het Europees Parlement de Commissie te werken aan de verdere integratie van de digitale interne markt door te zorgen voor een doeltreffender institutioneel kader. Het verzocht de Commissie specifiek om de rol, de capaciteit en de beslissingsbevoegdheden van Berec te versterken zodat het de consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie kan bevorderen, in staat is een efficiënt toezicht uit te oefenen over de ontwikkeling van de eengemaakte markt en de mogelijkheid heeft om grensoverschrijdende geschillen op te lossen. Het Europees Parlement beklemtoonde in dit verband eveneens dat het noodzakelijk is de financiële en menselijke hulpbronnen aan te vullen en de governancestructuur van Berec verder te verbeteren.

(7)  Berec en het Berec-Bureau hebben een positieve bijdrage geleverd aan een consistente tenuitvoerlegging van het regelgevingskader voor elektronische communicatie. Toch zijn er nog steeds grote verschillen tussen de lidstaten met betrekking tot de regelgevende praktijk, wat nadelig is voor bedrijven die grensoverschrijdend zaken doen of die actief zijn in een aanzienlijk aantal lidstaten, ook op terreinen waarop Berec-richtsnoeren bestaan, die echter verder zouden kunnen worden ontwikkeld. Om te zorgen voor efficiëntiewinsten en synergieën en verder bij te dragen tot de ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie alsmede om de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en de belangen van de burgers van de Unie te bevorderen, beoogt deze verordening de rol van Berec en van het Berec-Bureau te versterken en hun bestuursstructuur te verbeteren ▌. Dit stemt ook overeen met de noodzaak om rekening te houden met de aanzienlijk grotere rol die Berec speelt krachtens Verordening (EG) nr. 531/2012 ▌en Richtlijn [...] ('Wetboek elektronische communicatie').

(8)  De behoefte aan consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie in alle lidstaten speelt een essentiële rol in de succesvolle ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie, om de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten en de belangen van de burgers van de Unie te bevorderen. Rekening houdend met markt- en technologische ontwikkelingen, die vaak een steeds grotere grensoverschrijdende dimensie krijgen, en met de tot dusver opgedane ervaringen om te komen tot een consistente tenuitvoerlegging op het gebied van elektronische communicatie, moeten Berec en het Berec-Bureau worden versterkt. De organisatiestructuur van Berec en het Berec-Bureau moet worden gestroomlijnd en geschikt gemaakt voor de taken die zij moeten verrichten. Gezien de geregelde procedures en nieuwe taken die aan Berec zijn toegewezen, moeten er veranderingen in de organisatie worden aangebracht om zowel Berec als het Berec-Bureau efficiënter te maken.

(9 bis)  Om juridisch bindende besluiten te kunnen vaststellen, moet Berec rechtspersoonlijkheid bezitten. Dientengevolge moet het een orgaan van de Unie worden dat vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van regelgevers.

(9 ter)  Met betrekking tot operationele en technische aangelegenheden moet het Berec-Bureau juridisch, bestuurlijk en financieel autonoom zijn. Te dien einde is het noodzakelijk en gepast dat het een orgaan van de Unie is dat rechtspersoonlijkheid bezit en de hem toegekende bevoegdheden uitoefent. Als gedecentraliseerd agentschap van de Unie moet het Berec-Bureau binnen zijn mandaat en het bestaande institutionele kader werken. Het mag niet worden beschouwd als een instantie die een standpunt van de Unie ten aanzien van de buitenwereld vertolkt of wettelijke verbintenissen voor de Unie aangaat. De officiële naam van het Berec-Bureau moet worden veranderd in "Bureau voor ondersteuning van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (het 'Berec-Bureau').

(9 quater)  De regels voor het Berec-Bureau moeten bovendien in voorkomend geval in overeenstemming zijn met de beginselen van de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie van 19 juli 2012 over gedecentraliseerde agentschappen ('gemeenschappelijke aanpak').

(10)  Als technisch orgaan met expertise op het gebied van elektronische communicatie, bestaande uit vertegenwoordigers van de nationale regelgevende instanties en de Commissie, bevindt Berec zich in een goede positie om te worden belast met taken zoals het regelen van bepaalde zaken met een grensoverschrijdende dimensie, medewerking verlenen aan efficiënte internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen ▌, richtsnoeren aan NRI's verstrekken om te werken aan gemeenschappelijke criteria en een consistente regelgevende aanpak, en bepaalde registers op het niveau van de Unie bijhouden. ▌

(10 bis)  De taken van Berec doen geen afbreuk aan taken die zijn vastgesteld voor NRI's, die het dichtst bij de markten voor elektronische communicatie en de lokale omstandigheden staan. Om zijn taken uit te voeren moet Berec de deskundigheid van de NRI's blijven bundelen. Om Berec krachtiger en representatiever te maken en zijn expertise en kennis van de specifieke situatie van alle nationale markten te bewaren, moet elke lidstaat erop toezien dat zijn NRI over voldoende financiële en personele middelen beschikt om deel te nemen aan het werk van Berec, en met name aan dat van de werkgroepen en het voorzitterschap van de raad van regelgevers.

(10 ter)  Het Berec-Bureau moet alle nodige professionele en administratieve ondersteuning leveren voor het werk van Berec, onder meer op financieel, organisatorisch en logistiek gebied.

(10 quater)  Het Berec-Bureau moet voldoende personeel krijgen om zijn taken te vervullen. De taakuitbreiding van Berec en het toegenomen gewicht van inhoudelijke taken ten opzichte van louter administratieve moeten tot uiting komen in de middelenraming voor het Berec-Bureau. Ook moet de personeelssamenstelling van het Berec-Bureau een adequaat evenwicht tussen tijdelijke en externe medewerkers te zien geven.

(11)  In het licht van de toenemende convergentie tussen sectoren die elektronische communicatiediensten leveren en de horizontale dimensie van regelgevingskwesties met betrekking tot hun ontwikkeling, moet het Berec en het Berec-Bureau worden toegestaan om, zonder afbreuk te doen aan hun rol, samen te werken met ▌ NRI's, andere organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen van de Unie, met name de Beleidsgroep Radiospectrum, ingesteld bij Besluit 2002/622/EG van de Commissie(16), het Europees Comité voor gegevensbescherming, opgericht bij Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad(17), de Europese groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten, ingesteld bij Richtlijn [...] van het Europees Parlement en de Raad (18), ▌het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging opgericht bij Verordening (EU) nr. 526/2013(19), het netwerk voor samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming, vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad(20), en de Europese normalisatieorganisaties, alsook met bestaande comités (zoals het Comité voor communicatie en het Radiospectrumcomité). Het moet ook de mogelijkheid krijgen om samen te werken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, met name de regelgevende instanties die bevoegd zijn op het gebied van elektronische communicatie en/of groepen van deze autoriteiten alsmede met internationale organisaties, indien dit nodig is voor het vervullen van zijn taken. Berec moet ook belanghebbenden kunnen raadplegen door middel van openbare raadplegingen.

(11 bis)  Berec moet bestaan uit de raad van regelgevers die wordt ondersteund door de werkgroepen. Het huidige voorzitterschapsmodel van de raad van regelgevers heeft bijgedragen aan de continuïteit van de werkzaamheden van Berec. Met het oog op de extra taken die aan Berec zijn toegewezen, moet de voorzitter beschikken over een stabiele ambtstermijn van twee jaar.

(11 ter)  Uit de ervaring is gebleken dat de meeste taken van Berec beter worden uitgevoerd via werkgroepen van deskundigen, die er altijd voor moeten zorgen dat de standpunten en bijdragen van alle NRI's evenveel aandacht krijgen. Daarom moet de raad van regelgevers belast worden met het opzetten van de werkgroepen en de benoeming van hun covoorzitters. Er moeten op voorhand lijsten van bevoegde deskundigen worden opgesteld met het oog op een snelle oprichting van bepaalde werkgroepen, met name die welke betrekking hebben op procedures waarvoor termijnen gelden. De lijsten van gekwalificeerde deskundige leden van werkgroepen dienen samen met hun belangenverklaring openbaar te worden gemaakt. Het personeel van het Berec-Bureau moet ondersteuning verlenen en bijdragen aan de werkzaamheden van de werkgroepen.

(11 quater)  Aangezien Berec bevoegd is tot het nemen van bindende besluiten, moet worden verzekerd dat iedere natuurlijke of rechtspersoon die onderworpen is aan of betrokken is bij een besluit van Berec, het recht heeft om in beroep te gaan bij een kamer van beroep, die deel uitmaakt van Berec maar onafhankelijk staat ten aanzien van zijn bestuurlijke en regelgevende structuur. Daar de beslissingen van de kamer van beroep rechtsgevolgen beogen ten aanzien van derden, kan een vordering tot toetsing van de wettigheid ervan worden ingesteld bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(12)  De raad van bestuur moet de desbetreffende administratieve en begrotingsfuncties uitoefenen en moet ▌bestaan uit het hoofd van elke NRI, of een lid van het collegiale orgaan van de NRI, en één vertegenwoordiger van de Commissie.

(13)  In het verleden werden de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag uitgeoefend door de vicevoorzitter van het comité van beheer van het Berec-Bureau. De raad van bestuur ▌ moet de desbetreffende bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag delegeren aan de ▌ directeur, die deze bevoegdheden op zijn beurt kan subdelegeren. Dit draagt bij tot een efficiënt beheer van het personeel en moet ervoor zorgen dat de raad van bestuur alsook de voorzitter en de vicevoorzitter zich kunnen concentreren op hun taken.

(14)  ▌ Met het oog op de extra taken die aan Berec worden toebedeeld en om te zorgen voor jaarlijkse en meerjarige programmering van zijn activiteiten moet absoluut worden gegarandeerd dat de voorzitter en de vicevoorzitter van de raad van bestuur over een stabiele ambtstermijn van twee jaar beschikken.

(15)  De raad van bestuur van het Berec-Bureau moet ten minste twee gewone vergaderingen per jaar houden. In het licht van de opgedane ervaring en de versterkte rol van Berec kan de raad van bestuur extra vergaderingen nodig hebben.

(16)  De rol van de ▌ directeur, die optreedt als wettelijk vertegenwoordiger van het Berec-Bureau, is van cruciaal belang voor de goede werking van het agentschap en de uitvoering van de toegewezen taken. De raad van bestuur moet, rekening houdend met het advies van het Europees Parlement, de directeur benoemen op basis van ▌ een open en transparante selectieprocedure om een rigoureuze beoordeling van de kandidaten en een grote mate van onafhankelijkheid te waarborgen. Voorts bedroeg de ambtstermijn van de administratief directeur van het Berec-Bureau in het verleden drie jaar. Het is noodzakelijk dat de ▌ directeur over een voldoende lang mandaat beschikt om het Berec-Bureau stabiliteit en uitzicht op een langetermijnstrategie te bieden.

(19)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van het Europees Parlement en de Raad(21) dient op het Berec-Bureau van toepassing te zijn.

(20)  Om de autonomie en onafhankelijkheid van het Berec-Bureau te waarborgen en ▌ het werk van Berec te ondersteunen, moet het Berec-Bureau over een eigen begroting beschikken die hoofdzakelijk wordt bekostigd met een bijdrage van de Unie. In de begroting moeten de taakuitbreiding en de zwaardere rol van het Berec-Bureau en Berec tot uiting komen. Overeenkomstig punt 31 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(22) moet de begrotingsautoriteit overeenstemming bereiken over de financiering van het Berec-Bureau.

(23)  Met het oog op een grotere consistentie in de toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie moeten Berec en het Berec-Bureau openstaan voor de deelname van NRI's van derde landen bevoegd op het gebied van elektronische communicatie, in het bijzonder die welke daartoe overeenkomsten met de Unie hebben gesloten, zoals EVA/EER-landen en kandidaat-lidstaten.

(24)  Berec moet de mogelijkheid krijgen om met ondersteuning van het Berec-Bureau binnen het kader van zijn bevoegdheden communicatieactiviteiten te ontplooien die niet ten koste van zijn kerntaken mogen gaan. De communicatieactiviteiten van het Berec-Bureau moeten in overeenstemming zijn met de desbetreffende communicatie- en verspreidingsplannen zoals vastgesteld door de raad van bestuur. De inhoud en de uitvoering van de communicatiestrategie van het Berec-Bureau moet coherent, objectief en relevant zijn en overeenstemmen met de strategieën en activiteiten van de Commissie en de andere instellingen om rekening te houden met het bredere beeld van de Unie.

(25)  ▌ Berec en het Berec-Bureau moeten het recht hebben alle nodige informatie op te vragen van de Commissie, de NRI's of, wanneer dat nodig is voor de uitvoering van hun taken, van andere autoriteiten en ondernemingen. Verzoeken om informatie moeten evenredig zijn en mogen geen buitensporige last meebrengen voor de adressaten. Met het oog daarop moet Berec een gemeenschappelijk informatie- en communicatiesysteem opzetten om overlapping van informatie-aanvragen te voorkomen en de communicatie tussen alle betrokken instanties te vergemakkelijken. De NRI's, die het dichtst bij de markten voor elektronische communicatie staan, moeten met Berec en het Berec-Bureau samenwerken en moeten hun met het oog op de vervulling van hun mandaat tijdig en accuraat van informatie voorzien. Berec en het Berec-Bureau moeten op basis van het beginsel van loyale samenwerking ook de nodige informatie delen met de Commissie en de NRI's.

(25 bis)  Om een hoge mate van vertrouwelijkheid te waarborgen en belangenconflicten te vermijden, moeten de desbetreffende regels die voor leden van de organen van Berec en het Berec-Bureau gelden, ook van toepassing zijn op hun plaatsvervangers.

(25 ter)  Aangezien er nieuwe taken zijn vastgesteld voor Berec en zijn takenpakket in de toekomst bij rechtshandelingen van de Unie nog verder zou kunnen worden uitgebreid, moet de Commissie een regelmatige beoordeling verrichten van het functioneren van Berec en het Berec-Bureau en de doeltreffendheid van deze institutionele structuur in een veranderende digitale omgeving. Indien uit die beoordeling blijkt dat de institutionele structuur niet geschikt is voor het uitvoeren van de taken en met name voor het waarborgen van consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie, moet de Commissie alle mogelijke opties verkennen voor verbetering van de structuur, met name de haalbaarheid, de financiële gevolgen en de mogelijke voordelen van het omvormen van de structuur tot één agentschap.

(26)  Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk de noodzaak te zorgen voor een consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het omschreven toepassingsgebied, met name met betrekking tot grensoverschrijdende aspecten en door middel van efficiënte internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen van de actie beter op Unieniveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegd evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(27)  Deze verordening strekt tot wijziging en uitbreiding van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1211/2009 ▌. Aangezien de aan te brengen wijzigingen ingrijpend zijn, moet die handeling omwille van de duidelijkheid worden vervangen en derhalve ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken verordening moeten gelden als verwijzingen naar deze verordening,

(28)  Het Bureau ▌, dat bij Verordening (EG) nr. 1211/2009 was opgericht als communautair orgaan met rechtspersoonlijkheid, wordt opgevolgd door het Berec-Bureau met betrekking tot alle eigendomsrechten, overeenkomsten, wettelijke verplichtingen, arbeidsovereenkomsten, financiële verbintenissen en passiva. Voor de continuïteit in de werkzaamheden van Berec en het Berec-Bureau is het noodzakelijk dat hun vertegenwoordigers, te weten de administratief directeur en de vicevoorzitters van de raad van regelgevers en het comité van beheer hun hele lopende termijn uitdienen,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

OPRICHTING VAN BEREC EN HET BEREC-BUREAU

Artikel 1

Oprichting van Berec

1.  Het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie ("Berec") wordt hierbij opgericht. Berec is een orgaan van de Unie. Het heeft rechtspersoonlijkheid.

1 bis.  In elk van de lidstaten heeft Berec de ruimste handelingsbevoegdheid die bij de nationale wetgeving aan rechtspersonen is toegekend. Het kan met name in rechte optreden.

1 ter.  Berec wordt vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van regelgevers.

1 quater.  Berec draagt als enige verantwoordelijkheid voor de hem toebedeelde taken en bevoegdheden.

Artikel 1 bis

Oprichting van het Berec-Bureau

1.  Het Bureau voor ondersteuning van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (het 'Berec-Bureau') wordt hierbij opgericht. Het Berec-Bureau is een orgaan van de Unie. Het heeft rechtspersoonlijkheid.

2.  In elk van de lidstaten heeft het Berec-Bureau de ruimste handelingsbevoegdheid die bij de nationale wetgeving aan rechtspersonen is toegekend. Het kan met name roerende en onroerende goederen verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden.

3.  Het Berec-Bureau wordt vertegenwoordigd door zijn directeur.

4.  Het Berec-Bureau draagt als enige verantwoordelijkheid voor de hem toebedeelde taken en bevoegdheden.

5.  Het Berec-Bureau heeft zijn zetel in Riga, Litouwen.

HOOFDSTUK I bis

DOELSTELLINGEN

Artikel 1 ter

Doelstellingen

1.  Berec handelt binnen het toepassingsgebied van Richtlijn [...] ('Wetboek elektronische communicatie'), Richtlijn 2002/58/EG, Verordening (EG) nr. 531/2012, Verordening (EU) 2015/2120, Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad(23) (programma voor het radiospectrumbeleid) en andere wetgevingshandelingen van de Unie waaraan het taken of bevoegdheden ontleent.

2.  De in Richtlijn [...] ('Wetboek elektronische communicatie') vervatte definities gelden voor de toepassing van deze verordening.

3.  De primaire doelstelling van Berec is te zorgen voor een consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het in lid 2 omschreven toepassingsgebied en aldus bij te dragen aan de ontwikkeling van de interne markt. Berec draagt bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de nationale regelgevende en andere bevoegde instanties ("NRI's"), als bedoeld in artikel 3 van Richtlijn [...] ('Wetboek elektronische communicatie'). Voorts bevordert Berec het beginsel van netneutraliteit en het open internet, de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen met een zeer hoge capaciteit, de mededinging bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en de belangen van de burgers van de Unie.

4.  Berec verricht zijn taken onafhankelijk en onpartijdig, zonder onnodig uitstel en volgens een transparant besluitvormingsproces.

5.  Berec maakt gebruik van de expertise die in de NRI's beschikbaar is.

6. Elke lidstaat zorgt ervoor dat zijn NRI's beschikken over voldoende financiële en personele middelen om deel te kunnen nemen aan het werk van Berec.

HOOFDSTUK I ter

TAKEN EN ORGANISATIE VAN BEREC

Artikel 2

Taken

1.  Berec heeft de volgende taken:

-a)  het uitoefenen van taken die hem bij rechtshandelingen van de Unie, met name Richtlijn [...] ('Wetboek elektronische communicatie'), Verordening (EG) nr. 531/2012 en Verordening (EU) 2015/2120, zijn toegekend;

a)  de NRI's, de Commissie, het Europees Parlement en de Raad assisteren en adviseren, ook door middel van verslagen, adviezen of aanbevelingen, en samenwerken met ▌ de NRI'sen de Commissie, op verzoek of op eigen initiatief, over alle ▌ aangelegenheden met betrekking tot elektronische communicatie die tot zijn bevoegdheidssfeer behoren;

b)  de NRI's, de Commissie, het Europees Parlement en de Raad op verzoek bijstaan bij hun betrekkingen, gesprekken en uitwisselingen met derde partijen, en de NRI's en de Commissie assisteren bij het verspreiden van goede regelgevingspraktijken bij derde partijen;

c)  aanbevelingen richten tot en goede regelgevingspraktijken verspreiden bij de NRI's om betere en consistente uitvoering van het regelgevingskader voor elektronische communicatie te stimuleren;

d)  op eigen initiatief of op verzoek van een NRI, het Europees Parlement, de Raad of de Commissie, richtsnoeren geven voor de consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie en consistente regelgevingsbesluiten van de NRI's, met name voor regelgevingskwesties met gevolgen voor een aanzienlijk aantal lidstaten of met grensoverschrijdende aspecten;

e)  rapporteren over de sector elektronische communicatie door middel van een jaarverslag over de ontwikkelingen in die sector;

f)  marktontwikkelingen volgen, de behoefte aan innovatie op regelgevingsgebied beoordelen en het optreden van NRI's coördineren om de ontwikkeling van nieuwe innovatieve elektronische communicatiediensten mogelijk te maken en convergentie te waarborgen, met name op het gebied van standaardisatie, nummertoekenning en spectrumtoewijzing;

g)  een kader bieden waarbinnen NRI's kunnen samenwerken en samenwerking tussen de NRI's onderling en tussen de NRI's en de Commissie bevorderen. Bij de opstelling van zijn adviezen, aanbevelingen en besluiten houdt Berec naar behoren rekening met de resultaten van die samenwerking. Wanneer Berec bindende voorschriften voor een dergelijke samenwerking nodig acht, richt het tot de Commissie aanbevelingen ter zake;

h)  een initiatief voor gegevensinnovatie lanceren om de verzameling van gegevens door NRI's te moderniseren, coördineren en standaardiseren. Onverminderd de intellectuele-eigendomsrechten en de vereiste vertrouwelijkheid worden deze gegevens openbaar gemaakt in een open, herbruikbaar en machineleesbaar formaat op de website van Berec en het Europese gegevensportaal;

i)  samenwerken met het consumentenbeschermingsnetwerk en relevante Europese en nationale bevoegde instanties, met inbegrip van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en nationale gegevensbeschermingsinstanties, in aangelegenheden in verband met elektronische communicatiediensten die van invloed kunnen zijn op consumentenbelangen in meerdere lidstaten;

j)  op verzoek of op eigen initiatief, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie adviseren omtrent het regelgevingseffect van aangelegenheden met betrekking tot de algemene dynamiek van digitale markten;

k)  de Commissie als raadgevend orgaan bijstaan bij het voorbereiden en goedkeuren van wetgevingshandelingen op het gebied van elektronische communicatie.

2 bis.  De taken van Berec worden op de website gepubliceerd en worden bijgewerkt telkens wanneer het nieuwe taken toegewezen krijgt.

3.  Onverminderd de naleving van het desbetreffende Unierecht voldoen de NRI's en de Commissie aan elk bindend besluit en houden zij zoveel mogelijk rekening met de richtsnoeren, adviezen, ▌ aanbevelingen en beste praktijken die door Berec zijn aangenomen met het oog op een consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het in artikel 1 ter, lid 1, bedoelde toepassingsgebied. Bij elk regelgevingsbesluit over de desbetreffende kwestie houdt de betrokken NRI zoveel mogelijk rekening met de richtsnoeren die Berec overeenkomstig lid 1, onder d), van dit artikel heeft vastgesteld en motiveert zij afwijkingen van de richtsnoeren. Indien de NRI in uitzonderlijke gevallen afwijkt van de richtsnoeren, wordt haar regelgevingsbesluit, met inbegrip van de gegronde redenen voor de afwijking, onverwijld ter beoordeling toegestuurd aan Berec.

4.  Voor zover nodig werkt Berec met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening en van zijn taken samen met bevoegde EU-organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen, met de bevoegde autoriteiten van derde landen en/of met internationale organisaties ▌.

4 bis.  In voorkomend geval raadpleegt Berec belanghebbende partijen en geeft het hun gelegenheid tot commentaar binnen een redelijke, naar de complexiteit van de materie te bepalen termijn van ten minste 30 dagen. Onverminderd artikel 28 maakt Berec de resultaten van de openbare raadplegingen openbaar. Die raadplegingen vinden zo vroeg mogelijk in het besluitvormingsproces plaats.

HOOFDSTUK II

ORGANISATIE VAN BEREC

Artikel 2 bis

Organisatie van Berec

Berec bestaat uit:

a)  een raad van regelgevers;

b)  deskundigenwerkgroepen ('werkgroepen');

c)  een kamer van beroep.

AFDELING 1

RAAD VAN REGELGEVERS

Artikel 2 ter

Samenstelling van de raad van regelgevers

1.  De raad van regelgevers bevat één lid per lidstaat.

Die persoon is het hoofd of een andere vertegenwoordiger van hoog niveau van de in elke lidstaat opgerichte NRI die in hoofdzaak is belast met het toezicht op de dagelijkse werking van de markt voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten.

In lidstaten waar meer dan één toezichthouder verantwoordelijk is krachtens de Richtlijn [...] ('Wetboek elektronische communicatie'), bereiken deze autoriteiten overeenstemming over een gemeenschappelijke vertegenwoordiger en wordt gezorgd voor de noodzakelijke coördinatie tussen de NRI's.

2.  De leden van de raad van regelgevers handelen op objectieve gronden in het belang van de Unie en met als doel de marktversnippering te verkleinen met het oog op de totstandbrenging van een eengemaakte markt voor telecommunicatie.

3.  Elke NRI benoemt uit de hoofden of de leden van het collegiale orgaan en het personeel van de NRI een plaatsvervanger die haar lid bij diens aanwezigheid vertegenwoordigt.

4.  De Commissie woont de vergaderingen van de raad van regelgevers als waarnemer bij en wordt op voldoende hoog niveau vertegenwoordigd.

5.  De lijst van leden van de raad van regelgevers wordt samen met hun belangenverklaring openbaar gemaakt.

6.  De raad van regelgevers kan elkeen van wie het advies dienstig kan zijn, uitnodigen om de vergaderingen als waarnemer bij te wonen.

Artikel 2 quater

Onafhankelijkheid

1.  Bij de uitoefening van de hun toebedeelde taken handelen de leden van de raad van regelgevers onafhankelijk en objectief in het belang van de Unie als geheel, ongeacht hun nationale of persoonlijke belangen.

2.  Onverminderd de bevoegdheden van Commissie en de NRI's vragen of aanvaarden de leden van de raad van regelgevers geen instructies van instellingen of organen van de Unie, van regeringen van lidstaten of van andere publieke of private entiteiten.

In het bijzonder oefenen de leden van de raad van regelgevers de hun toebedeelde taken uit zonder ongepaste politieke beïnvloeding en of bemoeienis vanuit het bedrijfsleven waardoor hun persoonlijke onafhankelijkheid zou kunnen worden aangetast.

Artikel 2 quinquies

Voorzitter en vicevoorzitters van de raad van regelgevers

1.  Overeenkomstig het reglement van orde van Berec benoemt de raad van regelgevers uit zijn leden een voorzitter en maximaal vier vicevoorzitters. De vicevoorzitters nemen automatisch de taken van de voorzitter op zich indien deze niet in staat is zijn taken uit te oefenen. De ambtstermijn van de voorzitter bedraagt twee jaar. Om de continuïteit van de werkzaamheden van Berec te waarborgen fungeert de aantredende voorzitter ten minste zes maanden als vicevoorzitter voordat zijn ambtstermijn als voorzitter ingaat en, indien mogelijk, ten minste zes maanden als vicevoorzitter aan het einde van zijn ambtstermijn als voorzitter.

2.  Onverminderd de rol van de raad van regelgevers met betrekking tot de taken van de voorzitter, vraagt noch aanvaardt de voorzitter instructies van enige regering of NRI, van de Commissie of van enige andere publieke of private entiteit.

Artikel 2 sexies

Vergaderingen en stemregels van de raad van regelgevers

1.  De vergaderingen van de raad van regelgevers worden ten minste viermaal per jaar door de voorzitter in gewone zitting bijeengeroepen. Buitengewone vergaderingen worden eveneens op initiatief van de voorzitter of op verzoek van ten minste een derde van de leden van de raad bijeengeroepen. De agenda van de vergadering wordt door de voorzitter vastgesteld en wordt openbaar gemaakt.

2.  De raad van regelgevers besluit met een eenvoudige meerderheid van zijn leden, tenzij anders bepaald in deze verordening of in een andere wetgevingshandeling van de Unie. Elk lid of elke plaatsvervanger heeft één stem. De besluiten van de raad van regelgevers worden openbaar gemaakt, met vermelding van voorbehoud van een NRI, indien deze daarom verzoekt.

3.  De raad van regelgevers stelt met een tweederdemeerderheid van zijn leden zijn reglement van orde vast en maakt dit openbaar. In het reglement van orde worden de regeling voor de stemmingen, met inbegrip van de voorwaarden waaronder een lid namens een ander lid kan handelen, de quorumvoorschriften en de kennisgevingstermijnen voor de vergaderingen in detail omschreven. Bovendien waarborgt het reglement van orde dat de leden van de raad van regelgevers steeds tijdig voor elke vergadering de volledige agenda en de ontwerpvoorstellen ontvangen zodat zij vóór de stemming amendementen kunnen voorstellen. In het reglement van orde kunnen onder meer procedures voor urgente stemmingen worden opgenomen en andere praktische regelingen voor het werk van de raad van regelgevers.

Artikel 2 septies

Taken van de raad van regelgevers

1.  De raad van regelgevers vervult de in artikel 2 opgesomde taken van Berec en neemt alle besluiten met betrekking tot de organisatie van werkzaamheden van Berec. Hierbij verlaat hij zich ook op het werk van de werkgroepen.

2.  De raad van regelgevers stelt overeenkomstig artikel 27 namens Berec de bijzondere bepalingen vast inzake het recht van toegang tot de documenten die bij Berec berusten.

3.  De raad van regelgevers geeft het Berec-Bureau advies omtrent diens professionele en administratieve ondersteuning van Berec.

4.  Na raadpleging van de belanghebbende partijen overeenkomstig artikel 2, lid 4 bis, stelt de raad van regelgevers het jaarlijkse werkprogramma van Berec vast vóór het einde van elk jaar voorafgaand aan het jaar waarop het werkprogramma betrekking heeft. De raad van regelgevers doet het jaarlijks werkprogramma, zodra dit is vastgesteld, toekomen aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

5.  De raad van regelgevers keurt het jaarlijks activiteitenverslag van Berec goed en legt dit uiterlijk op 15 juni van elk jaar voor aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

6.  Het Europees Parlement kan onder volstrekte eerbiediging van diens onafhankelijkheid de voorzitter of een vicevoorzitter van de raad van regelgevers uitnodigen om voor zijn bevoegde commissie een verklaring af te leggen omtrent de activiteiten van Berec en vragen van de leden van het Europees Parlement te beantwoorden.

AFDELING 2

WERKGROEPEN

Artikel 2 octies

Functioneren van de werkgroepen

1.  Wanneer dit gerechtvaardigd is, met name om het jaarlijks werkprogramma van Berec uit te voeren, kan de raad van bestuur de nodige werkgroepen oprichten.

2.  De leden van de werkgroepen worden aangewezen door de NRI's. De vertegenwoordigers van de Commissie nemen als waarnemers deel aan de werkzaamheden van de werkgroepen.

De raad van regelgevers kan individuele deskundigen die erkenning genieten op het desbetreffende gebied, uitnodigen om deel te nemen aan de werkgroepen, indien noodzakelijk op ad-hocbasis.

3.  De raad van regelgevers benoemt twee covoorzitters van verschillende NRI's bij iedere werkgroep behoudens uitzonderlijke en tijdelijke omstandigheden.

4.  De raad van regelgevers stelt een reglement van orde vast met de praktische regelingen voor het functioneren van de werkgroepen.

AFDELING 3

KAMER VAN BEROEP

Artikel 2 nonies

Oprichting en samenstelling van de kamer van beroep

1.  Een kamer van beroep wordt hierbij opgericht.

2.  De kamer van beroep is samengesteld uit een voorzitter en twee andere leden. Ieder lid van de kamer van beroep heeft een plaatsvervanger. De plaatsvervanger vertegenwoordigt het lid bij diens afwezigheid.

3.  De raad van regelgevers benoemt de voorzitter, de overige leden van de kamer van beroep en hun plaatsvervangers uit de door de NRI's, de Commissie en de directeur van het Berec-Bureau verstrekte lijsten van gekwalificeerde kandidaten.

4.  Wanneer de kamer van beroep van oordeel is dat de aard van de procedure zulks vereist, kan zij de raad van regelgevers verzoeken twee extra leden en plaatsvervangers te benoemen van de in lid 3 bedoelde lijsten.

5.  Op voorstel van de raad van regelgevers stelt de kamer van beroep zijn reglement van orde vast. In dat reglement worden de gedetailleerde regelingen vastgesteld voor de organisatie en het functioneren van de kamer van beroep en de procedureregels die van toepassing zijn op bij de kamer aanhangig gemaakte beroepen.

Artikel 2 decies

Leden van de kamer van beroep

1.  De ambtstermijn van de leden en de plaatsvervangers van de kamer van beroep bedraagt vier jaar. Hun ambtstermijn kan door de raad van regelgevers worden verlengd voor bijkomende termijnen van vier jaar.

2.  De leden van de kamer van beroep zijn onafhankelijk en vervullen geen andere taken binnen Berec of het Berec-Bureau. Bij het nemen van hun beslissingen vragen noch aanvaarden zij instructies van regeringen of andere organen.

3.  De leden van de kamer van beroep worden tijdens hun ambtstermijn niet van de lijst van gekwalificeerde kandidaten verwijderd, tenzij er ernstige gronden zijn voor deze verwijdering en de raad van regelgevers een daartoe strekkend besluit neemt.

Artikel 2 undecies

Uitsluiting en wraking

1.  De leden van de kamer van beroep nemen niet deel aan een beroepsprocedure wanneer zij daarbij enig persoonlijk belang hebben of voordien betrokken zijn geweest als vertegenwoordiger van een van de partijen in de procedure, of wanneer zij hebben deelgenomen aan de vaststelling van het besluit waartegen beroep wordt ingesteld.

2.  Indien een lid van een kamer van beroep om een van de in lid 1 genoemde redenen of om andere redenen van mening is dat het niet aan een beroepsprocedure kan deelnemen, stelt het de kamer van beroep daarvan in kennis.

3.  Elke partij bij de beroepsprocedure kan een lid van een kamer van beroep wraken om een van de in lid 1 genoemde redenen, of indien het lid in kwestie verdacht wordt van partijdigheid. Deze wraking is niet ontvankelijk indien de partij in de beroepsprocedure, ofschoon zij op de hoogte is van een grond voor wraking, reeds een proceshandeling heeft verricht of als de wraking gebaseerd is op de nationaliteit van een lid.

4.  De kamer van beroep beslist in de in leden 2 en 3 genoemde gevallen zonder de deelneming van het betrokken lid over de te ondernemen actie. Bij het nemen van deze beslissing wordt het betrokken lid in de kamer van beroep vervangen door zijn plaatsvervanger. Indien de plaatsvervanger in een met die van het lid vergelijkbare situatie verkeert, wijst de voorzitter een van de andere plaatsvervangers aan.

Artikel 2 duodecies

Besluiten waartegen beroep kan worden ingesteld

1.  Voor de kamer van beroep kan beroep kan worden ingesteld tegen krachtens artikel 2, lid 1, onder -a), door Berec genomen besluiten.

Elke natuurlijke of rechtspersoon, met inbegrip van NRI's, kan beroep instellen tegen een in de eerste alinea bedoeld besluit dat gericht is tot die persoon, of tegen een besluit dat, ofschoon in de vorm van een besluit gericht tot een andere persoon, hem of haar rechtstreeks en individueel raakt.

2.  Het beroep en de uiteenzetting van de gronden voor het beroep worden binnen twee maanden na de kennisgeving van het besluit aan de betrokken persoon, dan wel bij gebreke daarvan, binnen twee maanden na de dag waarop Berec zijn besluit heeft gepubliceerd, bij Berec ingediend. De kamer van beroep neemt binnen vier maanden na instelling van het beroep een besluit ter zake.

3.  Een ingevolge lid 1 ingesteld beroep heeft geen schorsende werking. De kamer van beroep kan echter de toepassing schorsen van het besluit waartegen het beroep is ingesteld.

HOOFDSTUK II bis

TAKEN EN ORGANISATIE VAN HET BEREC-BUREAU

AFDELING 1

ORGANISATIE VAN HET BEREC-BUREAU

Artikel 2 terdecies

Het Berec-Bureau heeft met name de volgende taken:

a)  het verlenen van diensten voor professionele en administratieve ondersteuning van Berec;

b)  het inzamelen van informatie van NRI's en het uitwisselen en doorsturen van informatie over de rol en taken van Berec ingevolge artikel 2;

c)  het opstellen, op basis van de onder b) bedoelde informatie, van regelmatige ontwerpverslagen over specifieke aspecten van de Europese telecommunicatiemarkt, zoals roaming- en benchmarkingverslagen, die bij Berec moeten worden ingediend;

d)  het verspreiden van optimale regelgevingspraktijken onder NRI's, overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder c);

e)  het verlenen van assistentie bij de werkvoorbereidingen en andere administratieve en inhoudelijke ondersteuning om de soepele werking van de raad van regelgevers en de werkgroepen te waarborgen;

f)  deelnemen aan de activiteiten van de werkgroepen;

g)  het verlenen van assistentie bij de voorbereiding en andere ondersteuning om de soepele werking van de raad van bestuur te waarborgen;

h)  het assisteren van Berec bij het houden van openbare raadplegingen.

AFDELING 2

ORGANISATIE VAN HET BEREC-BUREAU

Artikel 3

Administratieve en beheersstructuur van het Berec-Bureau

De administratieve en beheersstructuur van het Berec-Bureau omvat:

a)  een raad van bestuur, die de in artikel 5 vastgestelde taken uitvoert;

b)  een ▌directeur, die de in artikel 9 vastgestelde verantwoordelijkheden uitoefent

▌.

AFDELING 3

RAAD VAN BESTUUR

Artikel 4

Samenstelling van de raad van bestuur

1.  De raad van bestuur bestaat uit één lid per lidstaat en één vertegenwoordiger van de Commissie, die allen stemrecht hebben. ▌

Die persoon die een lidstaat vertegenwoordigt is het hoofd of een andere vertegenwoordiger van hoog niveau van de in elke lidstaat opgerichte NRI die in hoofdzaak is belast met het toezicht op de dagelijkse werking van de markt voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten.

In lidstaten waar meer dan één toezichthouder verantwoordelijk is krachtens Richtlijn [...] ('Wetboek Elektronische Communicatie'), bereiken deze autoriteiten overeenstemming over een gemeenschappelijke vertegenwoordiger en wordt de noodzakelijke coördinatie tussen de NRI's gegarandeerd.

2.  ▌Elke NRI benoemt uit de hoofden of de leden van het collegiale orgaan en het personeel van de NRI een plaatsvervanger die haar lid bij diens aanwezigheid vertegenwoordigt.

3 bis.  De lijst van leden van de raad van bestuur wordt samen met hun belangenverklaring openbaar gemaakt.

Artikel 5

Taken van de raad van bestuur

1.  De raad van bestuur is belast met de volgende taken:

a)   ▌elk jaar het enig programmeringsdocument van het Berec-Bureau vaststellen bij tweederdemeerderheid van de stemgerechtigde leden, rekening houdend met het advies van de Commissie en in overeenstemming met artikel 15;

b)  bij tweederdemeerderheid van zijn stemgerechtigde leden de jaarlijkse begroting van het Berec-Bureau vaststellen en overeenkomstig hoofdstuk III de overige taken betreffende de begroting van het Berec-Bureau uitoefenen;

c)  het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van het Berec-Bureau goedkeuren en evalueren overeenkomstig lid 18 bis;

d)  de op het Berec-Bureau van toepassing zijnde financiële voorschriften vaststellen overeenkomstig artikel 20;

e)  een fraudebestrijdingsstrategie opstellen die evenredig is met de frauderisico's, rekening houdend met de kosten en baten van de uit te voeren maatregelen;

f)  een passende follow-up verzekeren van de resultaten en aanbevelingen die voortvloeien uit de interne of externe auditverslagen en beoordelingen alsook uit de onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding ('OLAF');

g)  regels vaststellen voor de voorkoming en het beheer van belangenconflicten als bedoeld in artikel 31 ▌;

h)  de in artikel 27 bis, lid 2, genoemde communicatie- en verspreidingsplannen vaststellen en regelmatig bijwerken op basis van een behoeftenanalyse;

i)  zijn reglement van orde vaststellen;

j)  overeenkomstig lid 2, met betrekking tot het personeel van het Berec-Bureau, de bevoegdheden uitoefenen die krachtens het Statuut aan het tot aanstelling bevoegde gezag zijn toegekend en die krachtens de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden zijn toegekend aan het tot het sluiten van arbeidscontracten bevoegde gezag(24) ('bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag');

k)  toepasselijke regels vaststellen ter uitvoering van het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden overeenkomstig artikel 110 van het Statuut;

l)  machtiging verlenen tot het sluiten van werkafspraken met bevoegde EU-organen, instanties, bureaus en adviesgroepen, bevoegde autoriteiten van derde landen en/of internationale organisaties in overeenstemming met artikel 26;

m)  de ▌ directeur benoemen en, indien relevant, zijn ambtstermijn verlengen of hem uit zijn functie ontheffen overeenkomstig artikel 9 bis;

n)  overeenkomstig het Statuut en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden een rekenplichtige benoemen die volledig onafhankelijk is bij de uitvoering van zijn taken. Het Berec-Bureau kan dezelfde rekenplichtige benoemen als een ander Unie-orgaan. Het Berec-Bureau kan ook met de Commissie overeenkomen dat de rekenplichtige van de Commissie tevens optreedt als rekenplichtige van het Berec-Bureau;

▌p)  alle beslissingen nemen in verband met de oprichting van de interne structuren van het Berec-Bureau en, waar nodig, de wijziging ervan, rekening houdend met de werkingsbehoeften van het Berec-Bureau en met het oog op een gezond begrotingsbeheer.

2.  De raad van bestuur neemt overeenkomstig artikel 110 van het Statuut een besluit krachtens artikel 2, lid 1, van het Statuut en artikel 6 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, waarin hij de nodige bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de ▌ directeur delegeert en vastlegt onder welke voorwaarden deze gedelegeerde bevoegdheden kunnen worden opgeschort. De ▌ directeur kan deze bevoegdheden op zijn beurt delegeren.

Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dat vereisen, kan de raad van bestuur besluiten de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de ▌ directeur en de bevoegdheden die deze laatste op zijn beurt heeft gedelegeerd, tijdelijk op te schorten en deze bevoegdheden zelf uit te oefenen of te delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de ▌ directeur.

Artikel 6

Voorzitter en vicevoorzitter van de raad van bestuur

1.  De raad van bestuur kiest een voorzitter en een vicevoorzitter uit stemgerechtigde leden die de lidstaten vertegenwoordigen. De voorzitter en de vicevoorzitter worden bij tweederdemeerderheid gekozen door de stemgerechtigde leden van de raad van bestuur.

2.  De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter wanneer deze niet in staat is zijn taken te verrichten.

3.  De ambtstermijn van de voorzitter en de vicevoorzitters bedraagt twee jaar ▌.

3 bis.  Onverminderd de rol van de raad van bestuur met betrekking tot de taken van de voorzitter, vragen noch aanvaarden de voorzitter en de vicevoorzitters instructies van enige regering of NRI, van de Commissie of van enige andere publieke of private entiteit.

3 ter.  De directeur brengt desgevraagd aan het Europees Parlement verslag uit over de prestaties van het Berec-Bureau.

Artikel 7

Vergaderingen van de raad van bestuur

1.  De voorzitter roept de vergaderingen van de raad van bestuur bijeen.

2.  De ▌ directeur van het Berec-Bureau neemt deel aan de beraadslagingen maar heeft geen stemrecht.

3.  De raad van bestuur houdt ten minste twee gewone vergaderingen per jaar. Daarnaast komt de raad van bestuur bijeen op initiatief van zijn voorzitter, op verzoek van de Commissie of op verzoek van ten minste een derde van zijn leden.

4.  De raad van bestuur kan elkeen van wie het advies dienstig kan zijn, uitnodigen om de vergaderingen als waarnemer bij te wonen.

5.  De leden en de plaatsvervangende leden van de raad van bestuur kunnen met inachtneming van het reglement van orde in de vergaderingen worden bijgestaan door adviseurs of deskundigen.

6.  Het Berec-Bureau verzorgt het secretariaat voor de raad van bestuur.

Artikel 8

Stemregels in de raad van bestuur

1.  De raad van bestuur beslist bij meerderheid van zijn stemgerechtigde leden, tenzij in deze verordening anders wordt bepaald.

2.  Elk stemgerechtigd lid heeft één stem. Bij afwezigheid van een stemgerechtigd lid mag zijn plaatsvervanger diens stemrecht uitoefenen.

3.  De voorzitter neemt deel aan de stemming.

4.  De ▌ directeur neemt niet deel aan de stemming.

5.  In het reglement van orde van de raad van bestuur wordt de stemprocedure nader uitgewerkt, met name betreffende de gevallen waarin een lid namens een ander lid kan handelen.

AFDELING 4

▌Directeur

Artikel 9

Verantwoordelijkheden van de ▌ directeur

1.  De ▌ directeur is belast met het beheer van het Berec-Bureau. De ▌ directeur legt verantwoording af aan de raad van bestuur.

2.  Onverminderd de bevoegdheden van de raad van bestuur verricht de ▌ directeur zijn taken op onafhankelijke wijze zonder instructies te vragen of te aanvaarden van enige instelling van de Unie, regering, NRI of enige andere publieke of private entiteit.

3.  De ▌ directeur brengt desgevraagd verslag uit aan het Europees Parlement over de uitvoering van zijn taken. De Raad kan de ▌ directeur verzoeken verslag uit te brengen over de uitvoering van zijn taken.

▌5.  De ▌ directeur is belast met de tenuitvoerlegging van de taken van het Berec-Bureau volgens de aanwijzingen van de raad van bestuur. De ▌ directeur is in het bijzonder belast met:

a)  het dagelijkse bestuur van het Berec-Bureau;

b)  de uitvoering van de besluiten van de raad van bestuur;

c)  het opstellen van het enig programmeringsdocument en de indiening ervan bij de raad van bestuur;

d)  de uitvoering van het enig programmeringsdocument en de verslaglegging over de uitvoering ervan aan de raad van bestuur;

e)  de voorbereiding van het geconsolideerde jaarverslag over de activiteiten van het Berec-Bureau en het ter beoordeling en goedkeuring voorleggen daarvan aan de raad van bestuur;

f)  het opstellen van een actieplan voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen en beoordelingen, alsook van onderzoeken van OLAF, en de verslaglegging over de geboekte vooruitgang, eenmaal per jaar aan de Commissie en op regelmatige tijdstippen aan de raad van bestuur;

g)  de bescherming van de financiële belangen van de Unie door toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door het verrichten van effectieve controles en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen en, waar nodig, het opleggen van doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve maatregelen, met inbegrip van financiële sancties;

h)  de opstelling van een fraudebestrijdingsstrategie voor het Berec-Bureau en het ter goedkeuring voorleggen daarvan aan de raad van bestuur;

i) het opstellen van een ontwerp van financiële voorschriften voor het Berec-Bureau;

j) het opstellen van de ontwerpraming van ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau en het uitvoeren van zijn begroting.

5 bis.  De directeur assisteert de voorzitter van de raad van regelgevers en de voorzitter van de raad van bestuur bij de voorbereiding van de vergaderingen van hun respectieve organen. De directeur neemt zonder stemrecht deel aan de werkzaamheden van de raad van regelgevers en de raad van bestuur.

5 ter.  De directeur neemt, onder het toezicht van de raad van bestuur, de nodige maatregelen, met name met betrekking tot de vaststelling van interne administratieve instructies en de publicatie van berichten, om ervoor te zorgen dat het Berec-Bureau overeenkomstig deze verordening functioneert.

6.  De ▌ directeur beslist eveneens of het voor de efficiënte en effectieve uitvoering van de taken van het Berec-Bureau noodzakelijk is een of meer personeelsleden te vestigen in een of meer lidstaten. Het besluit om een plaatselijk kantoor op te richten wordt vooraf goedgekeurd door ▌ de raad van bestuur en de betrokken lidstaat of lidstaten. In het besluit wordt het toepassingsgebied van de in dat lokale kantoor te verrichten activiteiten op zodanige wijze omschreven dat onnodige kosten en verdubbeling van administratieve functies van Berec worden vermeden. Voordat een dergelijk besluit kan worden genomen, worden de gevolgen van het besluit wat betreft de toewijzing van personeel en budget uiteengezet in het meerjarig werkprogramma als bedoeld in artikel 15, lid 4.

Artikel 9 bis

Benoeming van de directeur

1.  De directeur wordt door de raad van bestuur benoemd uit een lijst van door de voorzitter voorgestelde kandidaten, na een open en transparante selectieprocedure, op grond van verdienste, leidinggevende bekwaamheid en ervaring die relevant is voor elektronische communicatienetwerken en -diensten.

2.  Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de directeur wordt het Berec-Bureau vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur.

3.  Vóór de benoeming wordt de geschiktheid van de door de raad van bestuur geselecteerde kandidaat onderworpen aan een niet-bindend advies van het Europees Parlement. Daartoe nodigt de bevoegde commissie van het Europees Parlement de geselecteerde kandidaat uit om een verklaring voor zijn bevoegde commissie af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

4.  De ambtstermijn van de directeur bedraagt vier jaar. Aan het einde van deze termijn verricht de voorzitter een beoordeling waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de prestaties van de directeur en de taken en uitdagingen van Berec. Deze beoordeling wordt toegestuurd aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Rekening houdend met de in lid 4 bedoelde beoordeling kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de directeur eenmaal verlengen met ten hoogste zes jaar.

6.  De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de directeur te verlengen. Binnen een maand voor een beoogde verlenging kan het Europees Parlement een niet-bindend advies uitbrengen over die verlenging. Hiertoe kan de kandidaat worden verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

7.  Een directeur wiens ambtstermijn is verlengd, kan na afloop van de totale termijn niet deelnemen aan een nieuwe selectieprocedure voor hetzelfde ambt.

8.  Indien zijn ambtstermijn niet wordt verlengd, blijft de directeur in functie totdat er een opvolger is benoemd.

9.  De directeur kan alleen uit zijn functie worden ontheven bij besluit van de raad van bestuur op voorstel van een derde van de leden.

10.  De raad van bestuur neemt bij tweederdemeerderheid van zijn stemgerechtigde leden besluiten over de benoeming, de verlenging van de ambtstermijn en de ontheffing uit de functie van de directeur.

HOOFDSTUK III

OPSTELLING EN STRUCTUUR VAN DE BEGROTING VAN HET BEREC-BUREAU

Afdeling 1

ENIG PROGRAMMERINGSDOCUMENT

Artikel 15

Jaarlijkse en meerjarige programmering

1.  Elk jaar stelt de ▌ directeur een ontwerp van programmeringsdocument op dat de jaarlijkse en meerjarige programmering bevat ('enig programmeringsdocument'), in overeenstemming met artikel 32 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie en rekening houdend met de richtsnoeren van de Commissie(25).

Uiterlijk op 31 januari keurt de raad van bestuur het ontwerp van enig programmeringsdocument goed en dient hij het voor advies in bij de Commissie. Het ontwerp van enig programmeringsdocument wordt ook toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

De raad van bestuur stelt het enig programmeringsdocument vervolgens vast rekening houdend met het advies van de Commissie. Hij zendt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie dit document toe alsook alle later bijgewerkte versies ervan.

Het enig programmeringsdocument wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting en wordt, indien nodig, dienovereenkomstig aangepast.

2.  Het jaarlijkse werkprogramma bevat gedetailleerde doelstellingen en verwachte resultaten, met inbegrip van prestatie-indicatoren. Het bevat voorts een beschrijving van de te financieren acties en een indicatie van de financiële en personele middelen die aan iedere actie worden toegewezen overeenkomstig de beginselen betreffende activiteitsgestuurde begroting en beheer. Het jaarlijkse werkprogramma is consistent met het in artikel 2 octies, lid 4, bedoelde jaarlijks werkprogramma van Berec en met het in lid 4 bedoelde meerjarige werkprogramma. Het vermeldt duidelijk de taken die zijn toegevoegd, gewijzigd of geschrapt ten opzichte van het vorige begrotingsjaar.

3.  De raad van bestuur past het jaarlijkse werkprogramma aan na vaststelling van het jaarlijkse werkprogramma van Berec en telkens wanneer een nieuwe taak aan Berec wordt toegewezen.

Elke materiële wijziging van het jaarlijkse werkprogramma wordt vastgesteld door middel van dezelfde procedure als die welke voor het oorspronkelijke jaarlijkse werkprogramma geldt. De raad van bestuur kan aan de ▌ directeur de bevoegdheid delegeren om niet-materiële wijzigingen door te voeren in het jaarlijkse werkprogramma.

4.  Het meerjarige werkprogramma omvat een beschrijving van de algemene strategische programmering, met inbegrip van de doelstellingen, beoogde resultaten en prestatie-indicatoren. Het behelst ook de programmering van de middelen, met inbegrip van de meerjarige begroting en de personele middelen.

De programmering van de middelen wordt jaarlijks bijgewerkt. De strategische programmering wordt in voorkomend geval bijgewerkt, met name om rekening te houden met de resultaten van de in artikel 38 bedoelde evaluatie.

5.  De jaarlijkse en/of meerjarige programmering bevat de strategie van het Berec-Bureau voor betrekkingen met bevoegde EU-organen, instanties, bureaus en adviesgroepen, met bevoegde autoriteiten van derde landen en/of internationale organisaties als bedoeld in artikel 26, de maatregelen die verband houden met deze strategie en de bijbehorende middelen.

Artikel 16

Opstelling van de begroting

1.  Elk jaar stelt de ▌directeur een voorlopige ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau voor het volgende begrotingsjaar, met inbegrip van de personeelsformatie, en zendt deze toe aan de raad van bestuur.

3.  De ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau wordt elk jaar uiterlijk op 31 januari toegezonden aan de Commissie. De informatie in de ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau en in het enig programmeringsdocument als bedoeld in artikel 15, lid 1, moet coherent zijn.

4.  De Commissie zendt de ontwerpraming, samen met het ontwerp van algemene begroting van de Unie, toe aan de begrotingsautoriteit.

5.  Op basis van de ontwerpraming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht voor de personeelsformatie, en de bijdrage ten laste van de algemene begroting op in het ontwerp van algemene begroting van de Unie, dat zij overeenkomstig de artikelen 313 en 314 van het Verdrag voorlegt aan de begrotingsautoriteit.

6.  De begrotingsautoriteit keurt de kredieten goed voor de bijdrage aan het Berec-Bureau.

7.  De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie van het Berec-Bureau vast.

8.  De begroting van het Berec-Bureau wordt vastgesteld door de raad van bestuur. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.

9.  De bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie zijn van toepassing op alle bouwprojecten die significante gevolgen kunnen hebben voor de begroting van het Berec-Bureau.

AFDELING 2

UITVOERING, INRICHTING EN CONTROLE VAN DE BEGROTING

Artikel 17

Structuur van de begroting

1.  Voor elk begrotingsjaar, dat samenvalt met het kalenderjaar, worden alle ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau geraamd en vervolgens in de begroting van het Berec-Bureau opgenomen.

2.  De ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau moeten in evenwicht zijn.

3.  Onverminderd andere middelen, bestaan de ontvangsten van het Berec-Bureau uit:

a)  een bijdrage van de Unie;

b)  eventuele vrijwillige financiële bijdragen van de lidstaten of de NRI's;

c)  vergoedingen voor publicaties en andere diensten van het Berec-Bureau;

d)  eventuele bijdragen van derde landen of van de regelgevende instanties die bevoegd zijn op het gebied van elektronische communicatie van derde landen die deelnemen aan de werkzaamheden van het Berec-Bureau, als bedoeld in artikel 26.

4.  De uitgaven van het Berec-Bureau omvatten de bezoldiging van het personeel, uitgaven voor administratie en infrastructuur en werkingskosten.

Artikel 18

Uitvoering van de begroting

1.  De ▌ directeur voert de begroting van het Berec-Bureau uit.

2.  De ▌ directeur zendt de begrotingsautoriteit jaarlijks alle relevante informatie toe over de resultaten van de evaluatieprocedures.

Artikel 18 bis

Geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag

1.  Elk jaar stelt de ▌ directeur een ontwerp van geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag van het Berec-Bureau op overeenkomstig artikel 47 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie en rekening houdend met de richtsnoeren van de Commissie(26). De raad van bestuur keurt het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag goed en maakt daarvan een beoordeling op, en stuurt elk jaar vóór 1 juli zowel het verslag als de beoordeling ervan toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer. Het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van het Berec-Bureau wordt op een openbare vergadering door de directeur aan het Parlement en de Raad aangeboden. Het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag wordt openbaar gemaakt.

2.  Het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag bevat met name informatie over de uitvoering van het jaarlijks werkprogramma, de begroting en de personeelsformatie van het Berec-Bureau, de beheer- en interne-controlesystemen, de opmerkingen van de Europese Rekenkamer, de rekeningen en het verslag over het budgettair en financieel beheer, en een verklaring van de ordonnateur inzake een redelijke mate van zekerheid.

Artikel 19

Indiening van de rekeningen en kwijting

1.  Uiterlijk op 1 maart van het volgende begrotingsjaar zendt de rekenplichtige van het Berec-Bureau de voorlopige rekeningen toe aan de rekenplichtige van de Commissie en aan de Rekenkamer.

2.  Uiterlijk op 31 maart van het volgende begrotingsjaar zendt het Berec-Bureau het verslag over het budgettair en financieel beheer toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

3.  Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van het Berec-Bureau stelt de rekenplichtige van het Berec-Bureau de definitieve rekeningen van het Berec-Bureau op onder zijn eigen verantwoordelijkheid. De ▌ directeur dient de definitieve rekeningen voor advies in bij de raad van bestuur.

4.  De raad van bestuur brengt advies uit over de definitieve rekeningen van het Berec-Bureau.

5.  Uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar, zendt de ▌ directeur de definitieve rekeningen, samen met het advies van de raad van bestuur, toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

6.  Het Berec-Bureau maakt de definitieve rekeningen uiterlijk op 15 november van het volgende jaar bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

7.  De ▌ directeur geeft de Rekenkamer uiterlijk op 30 september antwoord op haar opmerkingen. De ▌ directeur zendt dit antwoord eveneens toe aan de raad van bestuur.

8.  De ▌ directeur verstrekt het Europees Parlement op zijn verzoek, overeenkomstig artikel 165, lid 3, van het Financieel Reglement, alle inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken begrotingsjaar (27).

9.  Vóór 15 mei van het jaar N+2 verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de ▌ directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting van het begrotingsjaar N.

Artikel 20

Financiële voorschriften

De financiële voorschriften die op het Berec-Bureau van toepassing zijn, worden na raadpleging van de Commissie vastgesteld door de raad van bestuur. Deze financiële voorschriften mogen slechts afwijken van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 indien dit in verband met de activiteiten van het Berec-Bureau specifiek vereist is en de Commissie vooraf toestemming heeft verleend.

HOOFDSTUK IV

PERSONEEL

Artikel 21

Algemene bepaling

Het Statuut en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, en de voorschriften die in onderling overleg zijn vastgesteld door de instellingen van de Europese Unie ter uitvoering van dit Statuut en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, zijn van toepassing op het personeel van het Berec-Bureau.

Artikel 22

▌Directeur

1.  De directeur wordt als tijdelijk functionaris van het Berec-Bureau in dienst genomen overeenkomstig artikel 2, onder a), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.

Artikel 23

Gedetacheerde nationale deskundigen en andere personeelsleden

1.  Het Berec-Bureau kan een beroep doen op gedetacheerde nationale deskundigen of andere personeelsleden die niet bij het Berec-Bureau in dienst zijn. Het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden zijn niet van toepassing op deze personeelsleden.

2.  Voorschriften voor de detachering van nationale deskundigen bij het Berec-Bureau worden vastgesteld bij besluit van de raad van bestuur.

HOOFDSTUK V

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 25

Voorrechten en immuniteiten

Op het Berec-Bureau en zijn personeel is het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie van toepassing.

Artikel 26

Samenwerking met organen van de Unie, derde landen en internationale organisaties

1.  Voor zover noodzakelijk om de doelstellingen van deze verordening te bereiken en om zijn taken te vervullen, en onverminderd de bevoegdheden van de lidstaten en de instellingen van de Unie, kunnen Berec en het BEREC-Bureau samenwerken met bevoegde organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen van de Unie, bevoegde autoriteiten van derde landen en/of internationale organisaties.

2.  Berec en het BEREC-Bureau staan open voor deelname van regelgevende instanties van derde landen met bevoegdheid op het gebied van elektronische communicatie die met de Unie overeenkomsten in die zin hebben gesloten.

Krachtens de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomsten worden regelingen opgesteld waarin met name de aard, de omvang en de werkwijze van deelname van deze regelgevende instanties van de betrokken derde landen aan de werkzaamheden van Berec en het Berec-Bureau worden omschreven, met inbegrip van de vertegenwoordiging van derde landen in de raad van regelgevers, de werkgroepen en de raad van bestuur, alsook de bepalingen betreffende de deelname aan initiatieven van het Berec-Bureau, financiële bijdragen en personeel. Wat personeelszaken betreft, voldoen deze regelingen in elk geval aan het Statuut.

3.  In het kader van het enig programmeringsdocument stelt de raad van bestuur een strategie vast voor betrekkingen met bevoegde organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen van de Unie, met bevoegde autoriteiten van derde landen en/of internationale organisaties inzake aangelegenheden die onder de bevoegdheden van het Berec-Bureau vallen. ▌

Artikel 27

Toegang tot documenten

1.  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad(28) is van toepassing op de documenten die in het bezit van Berec en het Berec-Bureau zijn.

1 bis.  De raad van regelgevers en de raad van bestuur stellen uiterlijk op ... [zes maanden na de datum van toepassing van deze verordening] de nadere regels ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.

2.  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad(29) is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door Berec en het Berec-Bureau.

2 bis.  De raad van regelgevers en de raad van bestuur stellen uiterlijk op …[zes maanden na de datum van toepassing van deze verordening] maatregelen vast voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 45/2001 door Berec en het Berec-Bureau, onder meer betreffende de benoeming van de functionaris voor gegevensbescherming van het Berec-Bureau. Deze maatregelen worden vastgesteld na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Artikel 27 bis

Transparantie en communicatie

1.  Berec en het Berec-Bureau verrichten hun werkzaamheden met een hoge mate van transparantie. Berec en het Berec-Bureau zorgen ervoor dat het publiek en alle belanghebbende partijen toegang hebben tot passende, objectieve, betrouwbare en gemakkelijk toegankelijke informatie, met name over de resultaten van hun werkzaamheden.

2.  Berec kan, met ondersteuning van het Berec-Bureau, op eigen initiatief communicatieactiviteiten verrichten die binnen zijn bevoegdheidsgebied vallen. De toewijzing van middelen voor communicatieactiviteiten op de begroting van het Berec-Bureau mag niet ten koste gaan van de effectieve uitvoering van de taken van Berec als bedoeld in artikel 2. De communicatieactiviteiten van het Berec-Bureau worden uitgevoerd in overeenstemming met de desbetreffende door de raad van bestuur vastgestelde communicatie- en verspreidingsplannen.

Artikel 28

Vertrouwelijkheid

1.  Onverminderd artikel 27, lid 1, maken Berec en het Berec-Bureau aan derden geen verwerkte of ontvangen informatie openbaar waarvoor een gemotiveerd verzoek om gehele of gedeeltelijke vertrouwelijke behandeling is ingediend.

2.  De leden van de raad van bestuur, de raad van regelgevers en de werkgroepen en waarnemers en andere deelnemers aan vergaderingen van deze organen, de directeur, ▌ de gedetacheerde nationale deskundigen en andere personeelsleden die niet in dienst van het Berec-Bureau zijn, voldoen aan de vertrouwelijkheidsvereisten ingevolge artikel 339 van het Verdrag, zelfs na beëindiging van hun functie.

3.  De raad van regelgevers en de raad van bestuur stellen de praktische regelingen vast voor de toepassing van de regels inzake vertrouwelijkheid als bedoeld in de leden 1 en 2.

Artikel 29

Veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde informatie en gevoelige niet-gerubriceerde informatie

Berec en het Berec-Bureau stellen eigen veiligheidsvoorschriften vast die gelijkwaardig zijn aan de veiligheidsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (EUCI) en gevoelige niet-gerubriceerde informatie, waaronder voorschriften betreffende de uitwisseling, verwerking en opslag van dergelijke informatie, zoals omschreven in Besluiten (EU, Euratom) 2015/443(30) en 2015/444(31). Het Berec-Bureau kan tevens een besluit nemen tot toepassing mutatis mutandis van de regels van de Commissie.

Artikel 30

Uitwisseling van informatie

1.  Op gemotiveerd verzoek van Berec of het Berec-Bureau verstrekken de Commissie en de NRI's Berec of het Berec-Bureau tijdig en accuraat alle nodige informatie die deze nodig hebben om hun taken uit te voeren, op voorwaarde dat zij rechtens inzage in de desbetreffende informatie kunnen verkrijgen en het verzoek om informatie noodzakelijk is gezien de aard van de betrokken taak.

Berec en het Berec-Bureau kunnen de NRI's eveneens op gezette tijden en volgens nader omschreven formulieren om informatie verzoeken. Voor deze verzoeken wordt, waar mogelijk, gebruik gemaakt van gemeenschappelijke rapportageformulieren.

2.  Op gemotiveerd verzoek van de Commissie of een NRI verstrekken Berec en het Berec-Bureau, op basis van het beginsel van loyale samenwerking, tijdig en accuraat alle informatie die nodig is om de Commissie of de NRI in staat te stellen hun taken uit te voeren.

3.  Alvorens overeenkomstig dit artikel informatie op te vragen en om dubbele rapportageverplichtingen te vermijden houden Berec en het Berec-Bureau rekening met alle relevante bestaande informatie die openbaar beschikbaar is.

4.  Wanneer er geen informatie beschikbaar is of niet tijdig door een NRI beschikbaar wordt gesteld, of in omstandigheden waarin een rechtstreeks verzoek van Berec efficiënter en minder belastend zou zijn, kan Berec een gemotiveerd en met redenen omkleed verzoek richten tot andere autoriteiten of rechtstreeks tot de betrokken aanbieders van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten.

Berec stelt de desbetreffende NRI's op de hoogte van verzoeken ingevolge dit lid.

Op verzoek van Berec staan de NRI's Berec bij bij het verzamelen van de informatie.

4 bis.  Het Berec-Bureau creëert en beheert een informatie- en communicatiesysteem met ten minste de volgende éénloketfuncties:

a)  een enig toegangspunt waarlangs een onderneming die aan algemene machtiging is onderworpen, wanneer de lidstaat zulks voorschrijft, haar kennisgeving indient die door Berec aan de NRI's moet worden doorgestuurd;

b)  een gemeenschappelijk informatieplatform dat Berec, de Commissie en de NRI's de noodzakelijke informatie verschaft voor de consistente tenuitvoerlegging van het Uniekader voor elektronische communicatie;

c)  een systeem waarmee in een vroeg stadium kan worden vastgesteld waar coördinatie nodig is tussen de door de NRI's te nemen beslissingen.

De raad van bestuur stelt de technische en functionele specificaties en een plan voor het opzetten van dit systeem vast. Het systeem wordt ontwikkeld met inachtneming van intellectuele-eigendomsrechten en de nodige vertrouwelijkheid.

De informatie- en communicatiesystemen zijn uiterlijk op ... [twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] operationeel.

Artikel 31

Belangenverklaring

1.  De leden van de raad van bestuur en de raad van regelgevers, de leden van de kamer van beroep, de ▌ directeur, de gedetacheerde nationale deskundigen of andere personeelsleden die niet in dienst van het Berec-Bureau zijn, leggen elk een jaarlijkse verbintenisverklaring af over het bestaan van directe of indirecte belangen die kunnen worden geacht afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid.

De verklaringen zijn accuraat en volledig, worden schriftelijk afgelegd en telkens wanneer nodig geactualiseerd. De belangenverklaringen van de leden van de raad van regelgevers, de leden van de raad van bestuur en de ▌ directeur worden openbaar gemaakt.

2.  De leden van de raad van bestuur, de raad van regelgevers en de werkgroepen, de waarnemers en andere deelnemers aan de vergaderingen van deze organen, de leden van de kamer van beroep, de ▌directeur, de gedetacheerde nationale deskundigen en andere personeelsleden die niet in dienst van het Berec-Bureau zijn, ▌ leggen elk uiterlijk bij de aanvang van elke vergadering een nauwkeurige en volledige verklaring af over belangen met betrekking tot agendapunten die afbreuk kunnen doen aan hun onafhankelijkheid, en nemen niet deel aan de bespreking en de stemming over die punten.

3.  De raad van regelgevers en de raad van bestuur stellen de regels vast voor de preventie en het beheer van belangenconflicten en, in het bijzonder, voor de praktische regelingen voor de in de leden 1 en 2 bedoelde bepalingen.

Artikel 32

Fraudebestrijding

1.  Om de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten krachtens Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(32) te bevorderen, treedt het Berec-Bureau uiterlijk op [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] toe tot het Interinstitutioneel akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en stelt het op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord passende voorschriften vast voor alle personeelsleden van het Berec-Bureau.

2.  De Europese Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van het Berec-Bureau EU-middelen hebben ontvangen, controles op stukken en controles ter plaatse te verrichten.

3.  OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(33) onderzoeken verrichten, waaronder controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een door het Berec-Bureau gefinancierde subsidie of overeenkomst.

4.  Onverminderd de leden 1, 2 en 3 worden in samenwerkingsovereenkomsten met bevoegde autoriteiten van derde landen en internationale organisaties, contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van het Berec-Bureau bepalingen opgenomen die de Europese Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid verlenen dergelijke controles en onderzoeken te verrichten overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

Artikel 33

Aansprakelijkheid

1.  De contractuele aansprakelijkheid van het Berec-Bureau wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de betrokken overeenkomst.

2.  Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd om uitspraak te doen krachtens arbitrageclausules in door het Berec-Bureau gesloten overeenkomsten.

3.  In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt het Berec-Bureau in overeenstemming met de algemene beginselen welke rechtsstelsels van de lidstaten gemeen hebben, de door zijn diensten of personeelsleden bij de uitoefening van hun taken veroorzaakte schade.

4.  Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft rechtsmacht voor geschillen over de vergoeding van de in lid 3 bedoelde schade.

5.  Voor de persoonlijke aansprakelijkheid van de personeelsleden ten aanzien van het Berec-Bureau gelden de bepalingen van het Statuut of van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.

Artikel 34

Administratieve onderzoeken

Overeenkomstig artikel 228 van het Verdrag zijn de activiteiten van Berec en het Berec-Bureau onderworpen aan onderzoeken door de Europese Ombudsman.

Artikel 35

Talenregeling

1.  De bepalingen van Verordening nr. 1/58(34) zijn van toepassing op het Berec-Bureau.

2.  De voor het functioneren van het Berec-Bureau vereiste vertaaldiensten worden verricht door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie.

HOOFDSTUK VI

▌ SLOTBEPALINGEN

Artikel 37

Zetelovereenkomst en voorwaarden voor de werking van het BEREC-Bureau

1. De noodzakelijke regelingen betreffende de huisvesting die het Berec-Bureau in de gastlidstaat moet worden geboden en de door deze lidstaat ter beschikking te stellen faciliteiten, alsook de specifieke voorschriften die in de gastlidstaat gelden voor de ▌ directeur, de leden van de raad van bestuur, de personeelsleden van het Berec-Bureau en hun gezinsleden, worden vastgesteld in een zetelovereenkomst tussen het Berec-Bureau en de gastlidstaat.

2. De gastlidstaat biedt de noodzakelijke voorwaarden voor de vlotte en efficiënte werking van het Berec-Bureau, waaronder meertalig, Europees gericht onderwijs en passende vervoersverbindingen.

Artikel 38

Evaluatie

1.  Uiterlijk op … [vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de vijf jaar verricht de Commissie een evaluatie van de ervaringen die met het functioneren van Berec en het Berec-Bureau zijn opgedaan. In overeenstemming met de richtsnoeren van de Commissie worden de prestaties van het Berec-Bureau getoetst aan zijn doelstellingen, mandaat, taken en vestiging. De evaluatie richt zich in het bijzonder op de doeltreffendheid van de institutionele en organisatiestructuur van Berec en het Berec-Bureau en hun vermogen om alle taken uit te voeren, en met name om de consistente tenuitvoerlegging van het regelgevingskader voor elektronische communicatie te waarborgen, op de vraag of de structuur of het mandaat van Berec en het Berec-Bureau moeten worden gewijzigd, en op de financiële gevolgen van een dergelijke wijziging.

2.  Indien de Commissie van oordeel is dat de voortzetting van Berec en het Berec-Bureau niet langer gerechtvaardigd is in het licht van de doelstellingen, het mandaat en de taken die hun zijn toegewezen, kan zij voorstellen deze verordening dienovereenkomstig te wijzigen of in te trekken.

3.  De Commissie brengt aan het Europees Parlement, de Raad en de raad van bestuur verslag uit van de bevindingen van haar evaluatie. De bevindingen van de evaluatie worden openbaar gemaakt.

Artikel 39

Overgangsbepalingen

1.  Het Berec-Bureau volgt het Bureau op dat werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 1211/2009 ▌ met betrekking tot alle eigendomsrechten, overeenkomsten, wettelijke verplichtingen, arbeidsovereenkomsten, financiële verbintenissen en passiva.

Deze verordening heeft met name geen gevolgen voor de rechten en verplichtingen van het personeel van het bij Verordening (EG) nr. 1211/2009 opgerichte Bureau. De contracten van deze personeelsleden kunnen op grond van de onderhavige verordening worden verlengd overeenkomstig het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden en in overeenstemming met de budgettaire beperkingen van het Berec-Bureau.

▌3.  De arbeidsovereenkomst van de op grond van Verordening (EG) nr. 1211/2009 benoemde administratief directeur wordt beëindigd aan het einde van zijn ambtstermijn ▌. De raad van bestuur kan hem tot directeur benoemen voor ten hoogste vier jaar. De bepalingen van artikel 9 bis, leden 4, 5, en 6, zijn van overeenkomstige toepassing.▌

4.  De raad van bestuur als bedoeld in artikel 4 bestaat uit de leden van het in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1211/2009 bedoelde comité van beheer totdat nieuwe vertegenwoordigers worden benoemd.

4 bis.  De in artikel 2 quinquies bedoelde voorzitter en vicevoorzitters van de raad van regelgevers die zijn benoemd ingevolge verordening (EG) nr. 1211/2009 blijven in functie voor de resterende tijd van hun eenjarige termijn. Latere benoemingen tot voorzitter of vicevoorzitter door de raad van regelgevers die dateren van voor ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening] worden gerespecteerd.

5. De kwijtingsprocedure met betrekking tot de op grond van artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 1211/2009 goedgekeurde begroting wordt uitgevoerd overeenkomstig de bij Verordening (EEG) nr. 1211/2009 vastgestelde voorschriften.

Artikel 40

Intrekking

Verordening (EG) nr. 1211/2009 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 1211/2009 ▌gelden als verwijzingen naar deze verordening ▌.

Artikel 41

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van […].

De artikelen 2 nonies tot en met 2 duodecies zijn van toepassing met ingang van ... [zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement        Voor de Raad

De Voorzitter            De Voorzitter

(1)

PB C 125 van 21.4.2017, blz. 65.

(2)

PB C ...

(3)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(4)

  PB C 125 van 21.4.2017, blz. 65.

(5)

  PB C […].

(6)

  Richtlijn [...] van het Europees Parlement en de Raad van […] tot instelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PB L […]).

(7)

  Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (Richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).

(8)

  Verordening (EG) nr. 531/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie (PB L 172 van 30.6.2012, blz. 10).

(9)

  Verordening (EU) 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (PB L 310 van 26.11.2015, blz. 1).

(10)

  Verordening (EU) 2017/920 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 531/2012 wat betreft de voorschriften voor wholesaleroamingmarkten (PB L 147 van 9.6.2017, blz. 1).

(11)

  Besluit 2002/627/EG van de Commissie van 29 juli 2002 tot oprichting van de Europese Groep van regelgevende instanties voor elektronische communicatienetwerken en -diensten (PB L 200 van 30.7.2002, blz. 38).

(12)

  Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau (PB L 337 van 18.12.2009, blz. 1).

(13)

  Besluit 2002/627/EG van de Commissie van 29 juli 2002 tot oprichting van de Europese Groep van regelgevende instanties voor elektronische communicatienetwerken en -diensten (PB L 200 van 30.7.2002, blz. 38).

(14)

  Besluit in onderlinge overeenstemming genomen door de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van 31 mei 2010 betreffende de plaats van vestiging van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) (2010/349/EU) (PB L 156 van 23.6.2010, blz. 12).

(15)

  COM(2015) 192 final.

(16)

  Besluit 2002/622/EG tot oprichting van een Beleidsgroep Radiospectrum (PB L 198 van 27.7.2002, blz. 49).

(17)

  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(18)

  Richtlijn [...].

(19)

  Verordening (EU) nr. 526/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 inzake het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 460/2004 (OJ L 165 van 18.6.2013, blz. 41).

(20)

  Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming ("verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming") (PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1).

(21)

  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42).

(22)

  Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1).

(23)

  Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (PB L 81 van 21.3.2012, blz. 7).

(24)

  Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1).

(25)

  Mededeling van de Commissie over de richtsnoeren voor het programmeringsdocument voor gedecentraliseerde agentschappen en het model voor het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag voor gedecentraliseerde agentschappen (C(2014) 9641).

(26)

  Mededeling van de Commissie over de richtsnoeren voor het programmeringsdocument voor gedecentraliseerde agentschappen en het model voor het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag voor gedecentraliseerde agentschappen (C(2014) 9641).

(27)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012).

(28)

  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

(29)

  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(30)

  Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).

(31)

  Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).

(32)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

(33)

  Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

(34)

  Verordening nr. 1 van de Raad tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB 17 van 6.10.1958, blz. 385).


TOELICHTING

Huidige situatie

Het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau werden opgericht bij Verordening (EG) nr. 1211/2009, als onderdeel van het Telecommunicatie-pakket.

Berec is geen EU-agentschap. Het bestaat uit een raad van regelgevers die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de nationale regelgevende instanties (NRI's) in de respectieve lidstaten. Berec is dus vast verankerd in de realiteit van 28 nationale telecommarkten en kan daardoor op relevante expertise bogen. Berec moet zorgen voor een consistente uitvoering van de regelgeving voor elektronische communicatie, door o.a. verbreiding van beste praktijken, richtsnoeren en adviezen aan de NRI's en EU-instellingen en met andere taken die hem zijn toebedeeld.

Het Berec-Bureau is een gedecentraliseerd EU-agentschap, gevestigd in Riga. Het heeft tot belangrijkste taak diensten voor administratieve en professionele ondersteuning van Berec te verzorgen.

Commissievoorstel

Het belangrijkste punt van het voorstel is Berec en Berec-Bureau tot een enkel EU-agentschap om te smeden. De raad van regelgevers moet worden omgedoopt in raad van bestuur en de administratief beheerder van het Bureau wordt de uitvoerend directeur.

Volgens de Commissie wordt Berec daardoor te voorzien van een passende en efficiënte bestuursstructuur, een passend mandaat en instrumenten die het nodig heeft om de consistente toepassing van het regelgevingskader te verzekeren. Een ander punt in het voorstel is de structuur en het beheer, de werking, de programmering en de verantwoordingsplicht van Berec in overeenstemming te brengen met de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de gedecentraliseerde agentschappen van 19 juli 2012 ("gemeenschappelijke aanpak").

Behoud van institutioneel evenwicht

De rapporteur meent dat institutionele woeling moet worden vermeden als het niet nodig is. De huidige structuur van Berec functioneert goed en geeft de mogelijkheid om te profiteren van nationale knowhow op Europees niveau. Dat komt doordat de leden van de raad van regelgevers dagelijkse ervaring hebben met de telecom- regulering in hun respectieve landen en deze ervaring bijeenbrengen in Berec, en zo een zeer effectieve synergie bewerkstelligen.

De belangrijkste strekking van dit ontwerpverslag is dan ook de raad van regelgevers te behouden als onafhankelijk orgaan, in plaats van in een compleet EU-agentschap te laten opgaan. Berec moet buiten het bereik blijven van de invloed van de Commissie om het huidige institutionele evenwicht niet te verstoren.

Voorts stelt de rapporteur, anders dan de Commissie voor de rol van het Europees Parlement bij de benoeming van de directeur van het Berec-Bureau in stand te laten.

Flexibiliteit en toekomstbestendigheid

Het voorstel van de Commissie is in zekere mate direct gekoppeld aan het andere voorstel voor het "Wetboek Elektronische Communicatie" en deze beide dossiers moeten parallel naast elkaar door de wetgevingsprocedure worden geleid. Niettemin meent de rapporteur dat de dossiers in dit vroege stadium niet teveel op elkaar hoeven te worden afgestemd. Dat geldt vooral voor de nieuwe taken die door het Communicatiewetboek aan Berec worden toebedeeld. Bovendien moet worden vermeden dat de verordening steeds moet worden gewijzigd telkens wanneer Berec er door nieuwe EU-wetgeving een taak bij krijgt. De lange opsomming van taken voor Berec is daarom verkort en meer algemeen geformuleerd.

Effectieve bestuursstructuur

Het ontwerpverslag bevat ook amendementen die huidige structuren in de EU-regelgeving moeten vastleggen. Het Contactnetwerk bijvoorbeeld vervult een belangrijke rol bij het werk van Berec maar heeft geen officiële status. Evenzo waardeert de rapporteur de nuttige bijdrage van de deskundigenwerkgroepen en brengt deze onder in de organisatiestructuur van Berec. Andere regels voor de raad van regelgevers en de raad van bestuur van Berec worden aangepast aan de huidige situatie en de behoefte aan continuïteit, met kleine verbeteringen waardoor zij nog aan effectiviteit winnen.

De rapporteur meent overigens dat veel van de commissievoorstellen die de huidige situatie moet afstemmen op de zogenoemde "gemeenschappelijke aanpak" voor het Berec-Bureau toe te juichen zijn voor zover zij geen buitensporige belasting zich brengen of de Commissie teveel bevoegdheid toedelen.

Ten slotte vindt de rapporteur dat het Berec-Bureau voldoende personeel moet krijgen voor zijn taken, en denkt daarbij aan een personeelssterkte van 40-45 man tegen het einde van de periode 2019-2020, met een adequaat evenwicht tussen tijdelijke medewerkers en extern personeel.

Samengevat behelst dit verslag evenwicht en compromis tussen behoud van de bestaande structuur en het beste uit het commissievoorstel, en de rapporteur hoopt dat het daarmee als basis voor een compromis binnen het Parlement kan dienen.


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (2.6.2017)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie

(COM(2016)0591 – C8-0382 – 2016/0286(COD))

Rapporteur voor advies: Ivan Štefanec

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur is ingenomen met het voorstel van de Commissie tot bijwerking van de verordening inzake het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) als onderdeel van haar breder telecompakket. De interne markt voor elektronische communicatie vormt de kern van de digitale economie en het is daarom van essentieel belang om de sector van de elektronische informatie te versterken en innovatie en hoogwaardige connectiviteit in alle sectoren van de Europese economie te bieden.

Het voorstel streeft naar meer harmonisatie in de regelgeving en striktere voorschriften rond de onafhankelijkheid van nationale regelgevende instanties (NRI's). De rapporteur is van mening dat Berec door de huidige institutionele opzet (onafhankelijkheid van NRI's ten opzichte van de Commissie en andere EU-instellingen) en de verankering van Berec in zijn leden (de NRI's) onafhankelijk en deskundig advies kan leveren en met andere EU-instellingen kan blijven samenwerken.

Om voor de toekomst een onpartijdige en voorspelbare regelgeving te waarborgen, moet de eis van onafhankelijkheid voor de NRI's centraal blijven staan. De rapporteur is ook verheugd over het voorstel om het minimumpakket van kernbevoegdheden voor de NRI's uit te breiden. Hij denkt dat een vermindering van de onafhankelijkheid van Berec en het creëren van een volwaardig EU-agentschap kunnen leiden tot een aantasting van de effectiviteit en de toegevoegde waarde van Berec en tot vertraging in de ontwikkeling en verspreiding van geharmoniseerde beste praktijken.

De rapporteur heeft daarom besloten de huidige tweeledige bestuursstructuur met enerzijds Berec en anderzijds het Bureau van Berec te handhaven. Hij is van mening dat het behoud van de effectiviteit van het werk van Berec en het evenwicht tussen de Commissie, de NRI's en Berec hiermee het best kan worden gewaarborgd. Berec bestaat dan nog steeds uit de vertegenwoordigers van elke NRI van de lidstaten, zodat alle NRI's actieve bijdragen kunnen blijven leveren aan het werk van Berec. Zo vormt het een aanvulling op de regelgevingstaken die op nationaal niveau door de regelgevende instanties worden uitgevoerd. Berec moet transparant zijn en volledige verantwoording afleggen aan de betrokken EU-instellingen.

De rapporteur heeft met het oog hierop de duale structuur van Berec en het Bureau van Berec opnieuw in het voorstel voor een verordening ingevoerd en voor elk de toepasselijke taken en organisatorische opzet beschreven. Het ontwerpadvies introduceert een nieuw artikel 2 bis inzake de oprichting en taken van het Berec-Bureau en nieuwe artikelen 14 bis tot en met 14 quinquies inzake de organisatie van het Berec-Bureau. De rapporteur heeft met betrekking tot zowel het Berec-Bureau als Berec een aantal van de door de Commissie voorgestelde verbeteringen overgenomen, onder andere de uitbreiding van bevoegdheden van Berec op regelgevingsgebied.

AMENDEMENTEN

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Berec en het Berec-Bureau hebben een positieve bijdrage geleverd aan een consistente tenuitvoerlegging van het regelgevingskader voor elektronische communicatie. Toch zijn er nog steeds grote verschillen tussen de lidstaten met betrekking tot de regelgevende praktijk. Bovendien is de governancestructuur van Berec en het Berec-Bureau omslachtig en leidt deze tot onnodige administratieve lasten. Om te zorgen voor efficiëntiewinsten en synergieën en verder bij te dragen tot de ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie alsmede om de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en de belangen van de burgers van de Unie te bevorderen, beoogt deze verordening de rol van Berec te versterken en zijn bestuursstructuur te verbeteren door het in te stellen als een gedecentraliseerd agentschap van de Unie. Dit stemt ook overeen met de noodzaak om rekening te houden met de aanzienlijk grotere rol die Berec speelt krachtens Verordening (EG) nr. 531/2012, waarbij aan Berec taken inzake Uniebrede roaming zijn toebedeeld, Verordening (EU) 2015/2120, waarbij aan Berec taken inzake open-internettoegang en roaming zijn verleend, en de richtlijn, waarbij aan Berec een aanzienlijk aantal nieuwe taken zijn verleend zoals besluiten en richtsnoeren over diverse onderwerpen, rapportage over technische aangelegenheden, registers bijhouden en advies verstrekken over internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen op het gebied van marktregulering en over toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum.

(7)  Berec en het Berec-Bureau hebben een positieve bijdrage geleverd aan een consistente tenuitvoerlegging van het regelgevingskader voor elektronische communicatie. Toch zijn er nog steeds grote verschillen tussen de lidstaten met betrekking tot de regelgevende praktijk. Om te zorgen voor efficiëntiewinsten en synergieën en verder bij te dragen tot de ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie alsmede om de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en de belangen van de burgers van de Unie te bevorderen, beoogt deze verordening de rol van Berec en van het Berec-Bureau te versterken en hun bestuursstructuur te verbeteren. Dit stemt ook overeen met de noodzaak om rekening te houden met de aanzienlijk grotere rol die Berec speelt krachtens Verordening (EG) nr. 531/2012, waarbij aan Berec taken inzake Uniebrede roaming zijn toebedeeld, Verordening (EU) 2015/2120, waarbij aan Berec taken inzake open-internettoegang en roaming zijn verleend, en de richtlijn, waarbij aan Berec een aanzienlijk aantal nieuwe taken zijn verleend zoals besluiten en richtsnoeren over diverse onderwerpen, rapportage over technische aangelegenheden, registers bijhouden en advies verstrekken over internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen op het gebied van marktregulering en over toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  De behoefte aan consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie in alle lidstaten speelt een essentiële rol in de succesvolle ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie, om de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten en de belangen van de burgers van de Unie te bevorderen. Rekening houdend met markt- en technologische ontwikkelingen, die vaak een steeds grotere grensoverschrijdende dimensie krijgen, en met de tot dusver opgedane ervaringen om te komen tot een consistente tenuitvoerlegging op het gebied van elektronische communicatie, moet worden voortgebouwd op het werk van Berec en het Berec-Bureau en moeten deze verder worden ontwikkeld tot een volwaardig agentschap.

(8)  De behoefte aan consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie op evenwichtige en niet-discriminerende wijze in alle lidstaten speelt een essentiële rol in de succesvolle ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie, om de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten en de belangen van de burgers van de Unie te bevorderen. Rekening houdend met markt- en technologische ontwikkelingen, die vaak een steeds grotere grensoverschrijdende dimensie krijgen, en met de tot dusver opgedane ervaringen om te komen tot een consistente tenuitvoerlegging op het gebied van elektronische communicatie, moet worden voortgebouwd op het werk van Berec en het Berec-Bureau.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Het bestuur en de werking van het agentschap moet in overeenstemming zijn met de beginselen van de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie van 19 juli 2012 over gedecentraliseerde agentschappen (hierna "gemeenschappelijke aanpak")28. Vanwege het gevestigde imago van Berec en de kosten die een naamsverandering zou meebrengen, moet het nieuwe agentschap de naam Berec behouden.

(9)  Het bestuur en de werking van het Berec-Bureau moet in overeenstemming zijn met de beginselen van de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie van 19 juli 2012 over gedecentraliseerde agentschappen (hierna "gemeenschappelijke aanpak")28.

__________________

__________________

28 Gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie over gedecentraliseerde agentschappen van 19 juli 2012.

28 Gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie over gedecentraliseerde agentschappen van 19 juli 2012.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Berec moet ook optreden als een orgaan voor beraad, discussie en adviesverlening aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op het gebied van elektronische communicatie. Berec moet derhalve het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op hun verzoek of op eigen initiatief advies verstrekken.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Berec moet de kans krijgen om indien nodig samen te werken, zonder afbreuk te doen aan hun rol, met andere organen, agentschappen, diensten en adviesgroepen van de Unie, met name de Beleidsgroep Radiospectrum29, het Europees Comité voor gegevensbescherming30, de Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten31 en het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging32, alsook met bestaande comités (zoals het Comité voor communicatie en het Radiospectrumcomité). Het moet ook de mogelijkheid krijgen om samen te werken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, met name de regelgevende instanties die bevoegd zijn op het gebied van elektronische communicatie en/of groepen van deze autoriteiten alsmede met internationale organisaties, indien dit nodig is voor het vervullen van zijn taken.

(11)  Berec en het Berec-Bureau moeten de kans krijgen om indien nodig samen te werken, zonder afbreuk te doen aan hun rol, met andere organen, agentschappen, diensten en adviesgroepen van de Unie, met name de Beleidsgroep Radiospectrum29, het Europees Comité voor gegevensbescherming30, de Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten31 en het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging32, alsook met bestaande comités (zoals het Comité voor communicatie en het Radiospectrumcomité). Het moet ook de mogelijkheid krijgen om samen te werken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, met name de regelgevende instanties die bevoegd zijn op het gebied van elektronische communicatie en/of groepen van deze autoriteiten alsmede met internationale organisaties, indien dit nodig is voor het vervullen van zijn taken.

__________________

__________________

29 Besluit 2002/622/EG tot oprichting van een Beleidsgroep Radiospectrum (PB L 198 van 27.7.2002, blz. 49).

29 Besluit 2002/622/EG tot oprichting van een Beleidsgroep Radiospectrum (PB L 198 van 27.7.2002, blz. 49).

30 Opgericht krachtens Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

30 Opgericht krachtens Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

31 Richtlijn [...].

31 Richtlijn [...].

32 Verordening (EU) nr. 526/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 inzake het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 460/2004 (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 41).

32 Verordening (EU) nr. 526/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 inzake het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 460/2004 (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 41).

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Ten opzichte van de situatie in het verleden waarin de raad van regelgevers en het comité van beheer naast elkaar bestonden, moet de invoering van één enkele raad van bestuur die het algemene beleid voor de activiteiten van Berec bepaalt en over zowel regelgevende en operationele als administratieve en begrotingszaken beslist, leiden tot een verbetering van de efficiëntie, de coherentie en de prestaties van het agentschap. Daartoe moet de raad van bestuur de desbetreffende functies uitoefenen en moet deze naast twee vertegenwoordigers van de Commissie bestaan uit het hoofd van elke NRI, of een lid van het collegiale orgaan van de NRI, die door ontslagvoorwaarden wordt beschermd.

Schrappen

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  In het verleden werden de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag uitgeoefend door de vicevoorzitter van het comité van beheer van het Bureau van Berec. De raad van bestuur van het nieuwe agentschap moet de desbetreffende bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag delegeren aan de uitvoerend directeur, die deze bevoegdheden op zijn beurt kan subdelegeren. Dit draagt bij tot een efficiënt beheer van het personeel en moet ervoor zorgen dat het comité van beheer alsook de voorzitter en de vicevoorzitter zich kunnen concentreren op hun taken.

(13)  In het verleden werden de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag uitgeoefend door de vicevoorzitter van het comité van beheer van het Bureau van Berec. De raad van bestuur van het nieuwe agentschap moet de desbetreffende bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag delegeren aan de directeur, die deze bevoegdheden op zijn beurt kan subdelegeren. Dit draagt bij tot een efficiënt beheer van het personeel en moet ervoor zorgen dat de raad van bestuur alsook de voorzitter en de vicevoorzitter zich kunnen concentreren op hun taken.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  In het verleden bedroeg de ambtstermijn van de voorzitter en de vicevoorzitters van de raad van regelgevers één jaar. Met het oog op de extra taken die aan Berec worden toebedeeld en om te zorgen voor jaarlijkse en meerjarige programmering van zijn activiteiten moet absoluut worden gegarandeerd dat de voorzitter en de vicevoorzitter een stabiele en langdurige opdracht kunnen opnemen.

(14)  Met het oog op de extra taken die aan Berec worden toebedeeld en om te zorgen voor jaarlijkse en meerjarige programmering van zijn activiteiten moet absoluut worden gegarandeerd dat de voorzitter en de vicevoorzitter een stabiele en langdurige opdracht kunnen opnemen.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De raad van bestuur moet ten minste twee gewone vergaderingen per jaar houden. In het licht van de opgedane ervaring en de versterkte rol van Berec kan de raad van bestuur extra vergaderingen nodig hebben.

(15)  De raad van regelgevers moet ten minste vier gewone vergaderingen per jaar houden. In het licht van de opgedane ervaring en de versterkte rol van Berec kan de raad van regelgevers extra vergaderingen nodig hebben.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De rol van de uitvoerend directeur, die optreedt als wettelijk vertegenwoordiger van Berec, is van cruciaal belang voor de goede werking van het agentschap en de uitvoering van de toegewezen taken. De raad van bestuur moet de directeur benoemen op basis van een lijst die door de Commissie is opgesteld na een open en transparante selectieprocedure om een strenge beoordeling van de kandidaten en een grote mate van onafhankelijkheid te waarborgen. Voorst bedroeg de ambtstermijn van de administratief directeur van het Berec-Bureau in het verleden drie jaar. Het is noodzakelijk dat de uitvoerend directeur over een voldoende lang mandaat beschikt om het agentschap stabiliteit en uitzicht op een langetermijnstrategie te bieden.

(16)  De rol van de directeur, die optreedt als wettelijk vertegenwoordiger van het Berec-Bureau, is van cruciaal belang voor de goede werking van Berec en de uitvoering van de toegewezen taken. De raad van bestuur moet de directeur benoemen na een open en transparante selectieprocedure om een strenge beoordeling van de kandidaten en een grote mate van onafhankelijkheid te waarborgen. Voorts bedroeg de ambtstermijn van de administratief directeur van het Berec-Bureau in het verleden drie jaar. Het is noodzakelijk dat de uitvoerend directeur over een voldoende lang mandaat beschikt om Berec stabiliteit en uitzicht op een langetermijnstrategie te bieden.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  De ervaring heeft uitgewezen dat de meeste taken van Berec beter worden verricht in werkgroepen; de raad van bestuur moet dan ook werkgroepen oprichten en de leden daarvan benoemen. Om een evenwichtige aanpak te garanderen moeten de werkgroepen worden gecoördineerd en geleid door personeelsleden van Berec. Er dienen lijsten van bevoegde deskundigen te worden opgesteld met het oog op een snelle oprichting van een aantal werkgroepen, met name die welke belast zijn met internemarktprocedures voor ontwerpen van nationale marktreguleringsmaatregelen en de toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum, omdat voor deze procedures termijnen gelden.

(17)  De ervaring heeft uitgewezen dat de meeste taken van Berec beter worden verricht in werkgroepen; de raad van regelgevers moet dan ook werkgroepen oprichten en de leden daarvan benoemen. Er dienen lijsten van bevoegde deskundigen te worden opgesteld met het oog op een snelle oprichting van een aantal werkgroepen, met name die welke belast zijn met internemarktprocedures voor ontwerpen van nationale marktreguleringsmaatregelen en de toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum, omdat voor deze procedures termijnen gelden.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Aangezien Berec besluiten met een bindend karakter kan nemen, moet worden verzekerd dat iedere natuurlijke of rechtspersoon die onderworpen is aan of betrokken is bij een besluit van Berec, het recht heeft om in beroep te gaan bij een kamer van beroep, die deel uitmaakt van het agentschap maar onafhankelijk staat ten aanzien van zijn bestuurlijke en regelgevende structuur. Omdat de beslissingen van de kamer van beroep rechtsgevolgen beogen ten aanzien van derden, kan een vordering tot toetsing van de wettigheid worden ingesteld bij het Gerecht. Om eenvormige voorwaarden te waarborgen wat betreft het huishoudelijk reglement van de kamer van beroep, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad33.

Schrappen

__________________

 

33 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

 

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van het Europees Parlement en de Raad34 dient op Berec van toepassing te zijn.

(19)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van het Europees Parlement en de Raad34 dient op het Berec-Bureau van toepassing te zijn.

__________________

__________________

34 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42).

34 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42).

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Om de autonomie van Berec te waarborgen, moet aan het agentschap een eigen begroting worden toegekend die hoofdzakelijk wordt bekostigd met een bijdrage van de Unie. Overeenkomstig punt 31 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer35 moet de begrotingsautoriteit overeenstemming bereiken over de financiering van Berec.

(20)  Om de autonomie van het Berec-Bureau te waarborgen, moet hieraan een eigen begroting worden toegekend die hoofdzakelijk wordt bekostigd met een bijdrage van de Unie. Overeenkomstig punt 31 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer35 moet de begrotingsautoriteit overeenstemming bereiken over de financiering van Berec.

__________________

__________________

35 Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1).

35 Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1).

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Met betrekking tot operationele en technische aangelegenheden moet Berec juridisch, bestuurlijk en financieel autonoom zijn. Te dien einde is het noodzakelijk en gepast dat Berec een orgaan van de Unie met rechtspersoonlijkheid is dat de hem toegekende bevoegdheden uitoefent.

(21)  Met betrekking tot operationele en technische aangelegenheden moet het Berec-Bureau juridisch, bestuurlijk en financieel autonoom zijn.

Amendement     16

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Als gedecentraliseerd agentschap van de Unie moet Berec binnen zijn mandaat en het bestaande institutionele kader werken. Het mag niet worden aangezien als een instantie die een standpunt van de Unie ten aanzien van de buitenwereld vertolkt of wettelijke verbintenissen voor de Unie aangaat.

Schrappen

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Met het oog op een grotere consistentie in de toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen de werkingssfeer van Berec moet het nieuwe agentschap openstaan voor de deelname van regelgevende instanties van derde landen bevoegd op het gebied van elektronische communicatie die daartoe overeenkomsten met de Unie hebben gesloten, met name van EVA/EER-landen en kandidaat-lidstaten.

(23)  Met het oog op een grotere consistentie in de toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen de werkingssfeer van Berec en het Berec-Bureau, moeten beide structuren openstaan voor de deelname van regelgevende instanties van derde landen bevoegd op het gebied van elektronische communicatie die daartoe overeenkomsten met de Unie hebben gesloten, met name van EVA-landen en kandidaat-lidstaten.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Berec moet de mogelijkheid krijgen binnen het kader van zijn bevoegdheden communicatieactiviteiten te ontplooien die niet ten koste van zijn kerntaken mogen gaan en in overeenstemming moeten zijn met de relevante communicatie- en verspreidingsplannen zoals vastgesteld door de raad van bestuur. De inhoud en de uitvoering van de communicatiestrategie van Berec moet coherent en relevant zijn en overeenstemmen met de strategieën en activiteiten van de Commissie en de andere instellingen om rekening te houden met het bredere beeld van de Unie.

(24)  Berec en het Berec-Bureau moeten de mogelijkheid krijgen binnen het kader van hun bevoegdheden communicatieactiviteiten te ontplooien die niet ten koste van hun kerntaken mogen gaan en in overeenstemming moeten zijn met de relevante communicatie- en verspreidingsplannen zoals vastgesteld door de raad van bestuur. De inhoud en de uitvoering van de communicatiestrategie van Berec en het Berec-Bureau moeten coherent en relevant zijn en overeenstemmen met de strategieën en activiteiten van de Commissie en de andere instellingen om rekening te houden met het bredere beeld van de Unie.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Om zijn taken doeltreffend uit te oefenen moet Berec het recht hebben alle nodige informatie op te vragen van de Commissie, de NRI's of, in laatste instantie, andere autoriteiten en ondernemingen. Verzoeken om informatie moeten evenredig zijn en mogen geen buitensporige last meebrengen voor de adressaten. De NRI's, die het dichtst bij de markten voor elektronische communicatie staan, moeten met Berec samenwerken en moeten het met het oog op de vervulling van zijn mandaat tijdig en accuraat van informatie voorzien. Berec moet op basis van het beginsel van loyale samenwerking ook de nodige informatie delen met de Commissie.

(25)  Om zijn taken doeltreffend uit te oefenen moeten Berec en het Berec-Bureau het recht hebben alle nodige informatie op te vragen van de Commissie, de NRI's of, in laatste instantie, andere autoriteiten en ondernemingen. Verzoeken om informatie moeten evenredig zijn en mogen geen buitensporige last meebrengen voor de adressaten. De NRI's, die het dichtst bij de markten voor elektronische communicatie staan, moeten met Berec en het Berec-Bureau samenwerken en moeten hen met het oog op de vervulling van hun mandaat tijdig en accuraat van informatie voorzien. Berec en het Berec-Bureau moeten op basis van het beginsel van loyale samenwerking ook de nodige informatie delen met de Commissie.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Het Bureau van Berec, dat bij Verordening (EG) nr. 1211/2009 was opgericht als communautair orgaan met rechtspersoonlijkheid, wordt opgevolgd door Berec met betrekking tot alle eigendomsrechten, overeenkomsten, wettelijke verplichtingen, arbeidsovereenkomsten, financiële verbintenissen en passiva. Berec moet het personeel van het Bureau van Berec overnemen, van wie de rechten en plichten onverlet worden gelaten,

(28)  Het Bureau, dat bij Verordening (EG) nr. 1211/2009 was opgericht als communautair orgaan met rechtspersoonlijkheid, wordt opgevolgd door het Berec-Bureau met betrekking tot alle eigendomsrechten, overeenkomsten, wettelijke verplichtingen, arbeidsovereenkomsten, financiële verbintenissen en passiva. Het Berec-Bureau moet het personeel van het Bureau overnemen, van wie de rechten en plichten onverlet worden gelaten,

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 1

Artikel 1

Oprichting en doelstellingen

Oprichting en doelstellingen van Berec

1.  Het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie ("Berec") wordt hierbij opgericht.

1.  Het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie ("Berec") wordt hierbij opgericht.

2  Berec handelt binnen het toepassingsgebied van Richtlijn [...], Richtlijn 2002/58/EG, Verordening (EG) nr. 531/2012, Verordening (EU) 2015/2120 en Besluit 243/2012/EU36 (programma voor het radiospectrumbeleid).

2.  Berec handelt binnen het toepassingsgebied van Richtlijn [...], Richtlijn 2002/58/EG, Verordening (EG) nr. 531/2012, Verordening (EU) 2015/2120 en Besluit 243/2012/EU36 (programma voor het radiospectrumbeleid) en van eventuele andere Uniebesluiten waarbij het Berec nieuwe taken en bevoegdheden worden toebedeeld.

De definities in deze richtlijnen en verordeningen en in dit besluit gelden voor de toepassing van deze verordening.

De definities in deze richtlijnen en verordeningen en in dit besluit gelden voor de toepassing van deze verordening.

3.  Berec streeft dezelfde doelstellingen na als die van de nationale regelgevende instanties (hierna: "NRI's"), als bedoeld in artikel 3 van de richtlijn. Berec zorgt met name voor een consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het in lid 2 omschreven toepassingsgebied en draagt aldus bij aan de ontwikkeling van de interne markt. Voorts bevordert het de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en de belangen van de burgers van de Unie.

3.  Berec draagt als eerste taak bij aan de ontwikkeling en betere werking van de interne markt voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten door te zorgen voor een consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie van de Unie binnen het in lid 2 omschreven toepassingsgebied. Berec draagt in samenwerking met de nationale regelgevende instanties (NRI's) bij aan de in artikel 3 van Richtlijn [...] genoemde doelstellingen, met name bevordering van de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, bevordering van de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en bevordering van de belangen van de burgers van de Unie.

 

3 bis.  Berec voert zijn taken onafhankelijk, onpartijdig en transparant uit. Berec maakt gebruik van de expertise die in de NRI's beschikbaar is.

 

3 ter.  Elke lidstaat zorgt ervoor dat de NRI's beschikken over voldoende financiële en personele middelen die nodig zijn om deel te nemen aan het werk van Berec.

__________________

__________________

36 Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (PB L 81 van 21.3.2012, blz. 7).

36 Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (PB L 81 van 21.3.2012, blz. 7).

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 2

Artikel 2

Taken

Taken van Berec

1.  Berec heeft de volgende taken:

1.  Berec heeft de volgende taken:

(a)  assisteren, adviseren en samenwerken met de Commissie en de NRI's, op verzoek of op eigen initiatief, over alle technische aangelegenheden die tot zijn mandaat behoren, en het Europees Parlement en de Raad op verzoek assisteren en adviseren;

(a)  assisteren, adviseren en samenwerken met NRI's en de Commissie, op verzoek of op eigen initiatief, over alle technische aangelegenheden die tot zijn mandaat behoren, en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op verzoek of op eigen initiatief van adviezen of aanbevelingen voorzien over elk onderwerp dat onder zijn bevoegdheid valt;

 

(a bis)  de samenwerking tussen nationale regelgevende instanties onderling en tussen nationale regelgevende instanties en de Commissie bevorderen;

 

(a ter)  aanbevelingen en beste praktijken voor de NRI's om een consistente uitvoering bevorderen van alle technische aangelegenheden die binnen zijn mandaat vallen;

(b)  besluiten vaststellen:

(b)  besluiten vaststellen in overeenstemming met de relevante bepalingen van de richtlijn;

-  over de afbakening van transnationale markten in overeenstemming met artikel 63 van de richtlijn;

 

-  over een model van summier contract in overeenstemming met artikel 95 van de richtlijn;

 

(c)  een economisch model ontwikkelen om de Commissie bij te staan bij de vaststelling van de maximale afgiftetarieven in de Unie, in overeenstemming met artikel 73 van de richtlijn;

(c)  een economisch model ontwikkelen om de Commissie bij te staan bij de vaststelling van de maximale afgiftetarieven in de Unie, in overeenstemming met artikel 73 van de richtlijn;

(d)  adviezen verstrekken als bedoeld in de richtlijn en in Verordening (EU) nr. 531/2012, met name:

(d)  adviezen verstrekken als bedoeld in de richtlijn en in Verordening (EU) nr. 531/2012;

-  over de beslechting van grensoverschrijdende geschillen in overeenstemming met artikel 27 van de richtlijn;

 

-  over nationale ontwerpmaatregelen met betrekking tot internemarktprocedures voor marktregulering in overeenstemming met de artikelen 32, 33 en 66 van de richtlijn;

 

-  over nationale ontwerpmaatregelen met betrekking tot internemarktprocedures voor peer review inzake radiospectrum in overeenstemming met artikel 35 van de richtlijn;

 

-  over ontwerpbesluiten en aanbevelingen inzake harmonisatie in overeenstemming met artikel 38 van de richtlijn;

 

(e)  richtsnoeren verstrekken als bedoeld in de richtlijn, Verordening (EG) nr. 531/2012 en Verordening (EU) 2015/2120:

(e)  richtsnoeren verstrekken als bedoeld in de richtlijn, Verordening (EG) nr. 531/2012 en Verordening (EU) 2015/2120:

-  over de uitvoering van de verplichtingen van NRI's wat betreft geografische onderzoeken in overeenstemming met artikel 22 van de richtlijn;

 

-  over de gemeenschappelijke aanpak voor de identificatie van het netwerkaansluitpunt in verschillende netwerktopologieën in overeenstemming met artikel 59 van de richtlijn;

 

-  over de gemeenschappelijke aanpak om tegemoet te komen aan de vraag van transnationale eindgebruikers in overeenstemming met artikel 64 van de richtlijn;

 

-  over de minimumcriteria voor een referentieofferte in overeenstemming met artikel 67 van de richtlijn;

 

-  over de technische details van het door NRI's toe te passen kostenmodel bij het vaststellen van maximale symmetrische afgiftetarieven in overeenstemming met artikel 73 van de richtlijn;

 

-  over gemeenschappelijke criteria voor de beoordeling van de bekwaamheid om nummervoorraden te beheren en van het risico van uitputting van nummervoorraden in overeenstemming met artikel 87 van de richtlijn;

 

-  over de relevante parameters voor de kwaliteit van de dienstverlening en de toepasselijke meetmethoden in overeenstemming met artikel 97 van de richtlijn;

 

-  over de uitvoering van verplichtingen van NRI's wat open-internettoegang betreft, in overeenstemming met artikel 5 van Verordening (EU) 2015/2120;

 

-  over toegang tot wholesaleroaming in overeenstemming met artikel 3 van Verordening (EU) 531/2012.

 

 

(e bis)  toezicht houden op en coördinatie verzorgen van het optreden van de NRI's bij de toepassing van Verordening (EU) nr. 531/2012, met name wat betreft het aanbieden van gereguleerde retailroamingdiensten tegen binnenlandse prijzen in het belang van de eindgebruikers, de ontwikkeling van de retail- en wholesaletarieven voor roamingdiensten en de transparantie en vergelijkbaarheid van tarieven, en waar nodig aanbevelingen doen aan de Commissie;

 

(e ter)  verslag uitbrengen over technische aangelegenheden die binnen de bevoegdheid van Berec vallen:

2.  Berec verricht ook de volgende taken:

2.  Berec verricht ook andere taken die Berec op grond van rechtshandelingen van de Unie, met name de richtlijn, Verordening (EG) nr. 531/2012 en Verordening (EU) 2015/2120, zijn toegekend.

(a)  toezicht op en coördinatie van het optreden van de NRI's bij de toepassing van Verordening (EU) nr. 531/2012, met name wat betreft het aanbieden van gereguleerde retailroamingdiensten tegen binnenlandse prijzen in het belang van de eindgebruikers;

 

(b)  verslag over technische aangelegenheden die binnen zijn bevoegdheid vallen, met name:

 

-  over de praktische toepassing van de adviezen en richtsnoeren als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder d), en artikel 2, lid 1, onder e);

 

-  over het niveau van interoperabiliteit tussen persoonlijke communicatiediensten, bedreigingen voor daadwerkelijke toegang tot noodhulpdiensten of voor eind-tot-eindverbindingen tussen eindgebruikers in overeenstemming met artikel 59 van de richtlijn;

 

-  over de ontwikkeling van de retail- en wholesaletarieven voor roamingdiensten en de transparantie en vergelijkbaarheid van tarieven in overeenstemming met artikel 19 van Verordening (EU) nr. 531/2012;

 

-  over de resultaten van de jaarlijkse verslagen die de NRI's verstrekken in overeenstemming met artikel 5 van Verordening (EU) 2015/2120, door bekendmaking van een jaarlijks samenvattend verslag.

 

(d)  een register bijhouden van:

 

-  ondernemingen die elektronische-communicatienetwerken en -diensten aanbieden, in overeenstemming met artikel 12 van de richtlijn. Berec brengt ook gestandaardiseerde verklaringen betreffende kennisgevingen door ondernemingen uit in overeenstemming met artikel 14 van de richtlijn;

 

-  nummers met recht op extraterritoriaal gebruik in overeenstemming met artikel 87 van de richtlijn;

 

(e)  andere taken die hem op grond van rechtshandelingen van de Unie, met name de richtlijn, Verordening (EG) nr. 531/2012 en Verordening (EU) 2015/2120, zijn toegekend.

 

 

2 bis.  Berec kan op een met redenen omkleed verzoek van de Commissie met algemene stemmen besluiten andere specifieke taken op zich te nemen die noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn rol, als omschreven in artikel 1, lid 2.

3.  Onverminderd de naleving van het desbetreffende Unierecht voldoen de NRI's aan elk besluit en houden zij zoveel mogelijk rekening met de adviezen, richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken die door Berec zijn aangenomen met het oog op een consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het in artikel 1, lid 2, bedoelde toepassingsgebied.

3.  Onverminderd de naleving van het desbetreffende Unierecht voldoen de NRI's aan elk besluit en houden zij zoveel mogelijk rekening met de adviezen, richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken die door Berec zijn aangenomen met het oog op een consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het in artikel 1, lid 2, bedoelde toepassingsgebied.

4.  Voor zover nodig kan Berec met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening en van zijn taken samenwerken met bevoegde EU-organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen, met de bevoegde autoriteiten van derde landen en/of met internationale organisaties, in overeenstemming met artikel 26.

4.  Voor zover nodig kan Berec met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening en van zijn taken samenwerken met bevoegde EU-organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen, met de bevoegde autoriteiten van derde landen en/of met internationale organisaties, in overeenstemming met artikel 26.

 

4 bis.  Berec kan bij de voorbereiding van zijn besluiten, verslagen of andere soorten prestaties overleg plegen met relevante belanghebbenden. Onverminderd artikel 28 worden de belangrijkste resultaten van dat overleg openbaar gemaakt.

 

4 ter.  Onverminderd artikel 27 stelt Berec relevante informatie die verband houdt met het resultaat van zijn werkzaamheden op gemakkelijke toegankelijke wijze beschikbaar aan het publiek en belanghebbenden.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 2 bis

 

Oprichting en taken van het Berec-Bureau

 

1.  Het Berec-Bureau wordt hierbij als een orgaan van de Unie opgericht. Het heeft rechtspersoonlijkheid.

 

2.  In elke lidstaat geniet het Berec-Bureau de ruimste handelingsbevoegdheid die op grond van het recht van die lidstaat aan rechtspersonen wordt toegekend. Het kan met name roerende en onroerende goederen verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden.

 

3.  Het Berec-Bureau wordt bestuurd door zijn directeur.

 

4.  Onder sturing van de raad van regelgevers heeft het Berec-Bureau met name tot taak:

 

(a)  diensten voor administratieve en professionele ondersteuning van Berec te verzorgen;

 

(b)  informatie van de NRI's te verzamelen en informatie over de rol en taken als bedoeld in de artikelen 2 en 5 uit te wisselen en door te sturen;

 

(c)  optimale regelgevingspraktijken te verspreiden onder NRI's, overeenkomstig artikel 2;

 

(d)  de voorzitter te ondersteunen bij de voorbereiding van de werkzaamheden van de raad van regelgevers;

 

(e)  steun te bieden om werkgroepen soepel te laten functioneren.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk II – Kopje A (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

A.  Organisatie van Berec

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Administratieve en beheersstructuur

Organisatie van Berec

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De administratieve en beheersstructuur van Berec omvat:

1.  De organisatiestructuur van Berec omvat:

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  een raad van bestuur, die de in artikel 5 vastgestelde taken uitoefent;

-  een raad van regelgevers;

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  een uitvoerend directeur, die de in artikel 9 vastgestelde verantwoordelijkheden uitoefent;

Schrappen

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – streepje 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  een kamer van beroep.

Schrappen

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk II – afdeling 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Raad van bestuur

RAAD VAN REGELGEVERS

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 4

Artikel 4

Samenstelling van de raad van bestuur

Samenstelling van de raad van regelgevers

1.  De raad van bestuur bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat en twee vertegenwoordigers van de Commissie, die allen stemrecht hebben. Elke NRI is verantwoordelijk voor de benoeming van haar respectieve vertegenwoordiger en kiest hiervoor tussen het hoofd of de leden van het collegiale orgaan van de NRI.

1.  De raad van regelgevers bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat, met stemrecht, en één vertegenwoordiger van de Europese Commissie, zonder stemrecht. Elke NRI is verantwoordelijk voor de benoeming van haar vertegenwoordiger en kiest hiervoor tussen het hoofd of de leden van het collegiale orgaan van de NRI die in hoofdzaak belast zijn met het toezicht op de dagelijkse werking van de markt voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten.

In lidstaten waar meer dan één toezichthouder verantwoordelijk is krachtens de richtlijn, bereiken deze autoriteiten overeenstemming over een gemeenschappelijke vertegenwoordiger en wordt de noodzakelijke coördinatie tussen de NRI's gegarandeerd.

In lidstaten waar meer dan één toezichthouder verantwoordelijk is krachtens de richtlijn, bereiken deze autoriteiten overeenstemming over een gemeenschappelijke vertegenwoordiger en wordt de noodzakelijke coördinatie tussen de NRI's gegarandeerd.

2.  Ieder lid van de raad van bestuur heeft een plaatsvervanger. De plaatsvervanger vertegenwoordigt het lid indien het afwezig is. Elke NRI is belast met de benoeming van de opvolger onder de hoofden of de leden van het collegiale orgaan en het personeel van de NRI.

2.  Elk lid van de raad van regelgevers heeft een plaatsvervanger. De plaatsvervanger vertegenwoordigt het lid indien het afwezig is. Elke NRI is belast met de benoeming van een opvolger van een passend hoog niveau.

3.  De leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers worden benoemd op grond van hun kennis op het gebied van elektronische communicatie, met inachtneming van hun relevante bestuurs-, administratieve en budgettaire vaardigheden. Alle partijen in de raad van bestuur streven ernaar met het oog op de continuïteit van de werkzaamheden van de raad het verloop van hun vertegenwoordigers te beperken. Alle partijen streven naar een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad van bestuur.

3.  De leden van de raad van regelgevers en hun plaatsvervangers worden benoemd op grond van hun kennis op het gebied van elektronische communicatie, met inachtneming van hun relevante bestuurs-, administratieve en budgettaire vaardigheden. Alle partijen in de raad van regelgevers streven ernaar met het oog op de continuïteit van de werkzaamheden van de raad het verloop van hun vertegenwoordigers te beperken. Alle partijen streven naar een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad van regelgevers.

 

3 bis.  Leden van de raad van regelgevers en hun plaatsvervangers vragen noch aanvaarden instructies van enige regering, instelling, persoon of enig orgaan.

 

3 ter.  De raad van regelgevers kan hooggeplaatste vertegenwoordigers van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA en van regelgevende autoriteiten van derde landen alsmede elke andere persoon wiens mening van belang kan zijn, uitnodigen om zijn vergaderingen permanent of op ad-hocbasis als waarnemer bij te wonen.

4.  De ambtstermijn van de leden en de plaatsvervangers bedraagt vier jaar. Deze termijn is verlengbaar.

 

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Taken van de raad van bestuur

Taken van de raad van regelgevers

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid –1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  De raad van regelgevers voert de in artikel 2 opgesomde taken van Berec uit en neemt alle besluiten met betrekking tot de uitoefening van zijn functies.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De raad van bestuur is belast met de volgende taken:

1.  De raad van regelgevers is belast met de volgende taken:

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  bij tweederde meerderheid van zijn stemgerechtigde leden de jaarlijkse begroting van Berec vaststellen en overeenkomstig hoofdstuk III de overige taken betreffende de begroting van Berec uitoefenen;

Schrappen

Amendement     36

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van Berec goedkeuren en het verslag alsmede de beoordeling ervan jaarlijks vóór 1 juli toezenden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer. Het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag wordt openbaar gemaakt;

(c)  het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van Berec goedkeuren en het verslag alsmede de beoordeling ervan jaarlijks vóór 1 juli toezenden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer. Het jaarlijkse activiteitenverslag van Berec wordt tijdens een openbare vergadering door de directeur aan het Parlement en de Raad aangeboden. Het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag wordt openbaar gemaakt;

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de op Berec toepasselijke financiële voorschriften vaststellen overeenkomstig artikel 20;

Schrappen

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  een fraudebestrijdingsstrategie opstellen die evenredig is met de frauderisico's rekening houdend met de kosten en baten van de uit te voeren maatregelen;

Schrappen

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  een passende follow-up verzekeren van de resultaten en aanbevelingen die voortvloeien uit de interne of externe auditverslagen en beoordelingen alsook uit de onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF);

Schrappen

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g)  regels vaststellen voor de voorkoming en het beheer van belangenconflicten als bedoeld in artikel 31 alsmede met betrekking tot de leden van de kamer van beroep;

Schrappen

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(h)  de in artikel 27 genoemde communicatie- en verspreidingsplannen vaststellen en regelmatig bijwerken op basis van een behoeftenanalyse;

Schrappen

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i)  zijn reglement van orde vaststellen;

(i)  zijn reglement van orde vaststellen en bekendmaken. Het huishoudelijk reglement bepaalt de nadere bijzonderheden van de stemming, met inbegrip van de voorwaarden waaronder een lid namens een ander lid kan handelen, de quorumvoorschriften en de kennisgevingstermijnen voor de vergaderingen. Bovendien waarborgt het huishoudelijk reglement dat de leden van de raad van regelgevers steeds tijdig voor elke vergadering de volledige agenda en de ontwerpvoorstellen ontvangen zodat zij vóór de stemming amendementen kunnen voorstellen. In het huishoudelijk reglement kunnen onder meer procedures voor stemmingen bij hoogdringendheid worden opgenomen;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(j)  overeenkomstig lid 2 met betrekking tot het personeel van Berec de bevoegdheden uitoefenen die aan het tot het sluiten van arbeidscontracten bevoegde gezag ("bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag") zijn verleend krachtens het Statuut en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden37;

Schrappen

__________________

 

37 Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1).

 

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(k)  toepasselijke regels vaststellen ter uitvoering van het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden overeenkomstig artikel 110 van het Statuut;

Schrappen

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter m

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(m)  de uitvoerend directeur benoemen en, indien van toepassing zijn ambtstermijn verlengen of hem uit zijn functie ontheffen overeenkomstig artikel 22;

Schrappen

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter n

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(n)  overeenkomstig het Statuut en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden een rekenplichtige benoemen die volledig onafhankelijk is bij de uitvoering van zijn taken. Berec kan de rekenplichtige van de Commissie benoemen als rekenplichtige van Berec;

Schrappen

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter o

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(o)  de leden van de kamer van beroep benoemen;

Schrappen

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter p

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(p)  besluiten nemen inzake de oprichting van de interne structuren van Berec en deze indien nodig wijzigen, rekening houdend met de werkingsbehoeften van Berec en met het oog op een gezond beheer van de begroting.

Schrappen

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De raad van regelgevers stelt namens BEREC de bijzondere bepalingen vast inzake het recht van toegang tot de documenten die bij BEREC berusten overeenkomstig artikel 27.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur neemt overeenkomstig artikel 110 van het Statuut een besluit krachtens artikel 2, lid 1, van het Statuut en artikel 6 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, waarin hij de nodige bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de uitvoerend directeur delegeert en vastlegt onder welke voorwaarden deze gedelegeerde bevoegdheden kunnen worden opgeschort. De uitvoerend directeur kan deze bevoegdheden op zijn beurt delegeren.

Schrappen

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dat vereisen, kan de raad van bestuur besluiten de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de uitvoerend directeur en de bevoegdheden die deze laatste op zijn beurt heeft gedelegeerd, tijdelijk op te schorten en deze bevoegdheden zelf uit te oefenen of te delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de uitvoerend directeur.

Schrappen

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 6

Artikel 6

Voorzitter en vicevoorzitter van de raad van bestuur

Voorzitter en vicevoorzitter van de raad van regelgevers

1.  De raad van bestuur kiest een voorzitter en een vicevoorzitter onder zijn stemgerechtigde leden die de lidstaten vertegenwoordigen. De voorzitter en de vicevoorzitter worden bij tweederde meerderheid gekozen door de stemgerechtigde leden van de raad van bestuur.

1.  De raad van regelgevers kiest een voorzitter en een vicevoorzitter onder zijn stemgerechtigde leden die de lidstaten vertegenwoordigen.

2.  De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter wanneer deze niet in staat is zijn taken te verrichten.

2.  De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter wanneer deze niet in staat is zijn taken te verrichten.

3.  De ambtstermijn van de voorzitter en de vicevoorzitter bedraagt vier jaar, met uitzondering van de eerste ambtstermijn van de na de inwerkingtreding van deze verordening verkozen vicevoorzitter, die twee jaar bedraagt. Hun ambtstermijn kan eenmaal worden verlengd.

3.  De ambtstermijn van de voorzitter bedraagt vier jaar en die van de vicevoorzitter bedraagt twee jaar. Hun ambtstermijn kan eenmaal worden verlengd.

 

3 bis.  Om de continuïteit in het werk van de raad van regelgevers te waarborgen, dient de gekozen voorzitter vóór zijn verkiezing waar mogelijk ten minste één jaar als vicevoorzitter te fungeren.

 

3 ter.  Onverminderd de bevoegdheden van de raad van regelgevers verrichten de voorzitter en de vicevoorzitter hun taken op onafhankelijke wijze zonder instructies te vragen of te aanvaarden van enige regering, NRI, instelling, persoon of enig orgaan.

 

3 quater.  De voorzitter of vicevoorzitter brengt desgevraagd verslag uit aan het Europees Parlement over de uitvoering van zijn taken en de prestaties van Berec. De Raad kan de voorzitter of vicevoorzitter verzoeken verslag uit te brengen over de uitvoering van zijn taken en de prestaties van Berec.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vergaderingen van de raad van bestuur

Plenaire vergaderingen en stemregels van de raad van regelgevers

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De voorzitter roept de vergaderingen van de raad van bestuur bijeen.

1.  Plenaire vergaderingen van de raad van regelgevers worden ten minste vier maal per jaar door de voorzitter in gewone zitting bijeengeroepen. Op initiatief van de voorzitter, op verzoek van de Commissie of op verzoek van ten minste een derde van de leden van de raad wordt een buitengewone vergadering bijeengeroepen. De agenda van de vergadering wordt door de voorzitter vastgesteld en openbaar gemaakt.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De uitvoerend directeur neemt deel aan de beraadslagingen maar heeft geen stemrecht.

2.  De directeur van het Berec-Bureau neemt zonder stemrecht deel aan de plenaire vergaderingen van de raad van regelgevers.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De raad van bestuur houdt ten minste twee gewone vergaderingen per jaar. Daarnaast komt de raad bijeen op initiatief van de voorzitter, op verzoek van de Commissie of van ten minste één derde van zijn leden.

Schrappen

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De raad van bestuur kan elkeen van wie het advies dienstig kan zijn, uitnodigen om de vergaderingen als waarnemer bij te wonen.

4.  De raad van regelgevers kan elkeen van wie het advies dienstig kan zijn, uitnodigen om de vergaderingen als waarnemer bij te wonen.

Amendement     58

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Indien dit nodig is om de onafhankelijkheid van Berec te waarborgen of belangenconflicten te voorkomen, kunnen de voorzitter en de vicevoorzitter agendapunten aanwijzen waarbij de deelname van de waarnemers aan de plenaire vergadering niet gewenst is.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  De raad van regelgevers besluit met een meerderheid van twee derde van alle leden, tenzij anders bepaald in deze verordening, in de richtlijn of in andere rechtshandelingen van de Unie. Elk lid of diens plaatsvervanger heeft één stem. De besluiten van de raad van regelgevers worden openbaar gemaakt en hierin wordt melding gemaakt van een voorbehoud van een nationale regelgevende instantie indien deze daarom verzoekt.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De leden en de plaatsvervangende leden van de raad van bestuur kunnen met inachtneming van het reglement van orde in de vergaderingen worden bijgestaan door adviseurs of deskundigen.

Schrappen

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Berec verzorgt het secretariaat voor de raad van bestuur.

6.  Het Berec-Bureau verzorgt het secretariaat voor de raad van regelgevers.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 8

Schrappen

Stemregels in de raad van bestuur

 

1.  Onverminderd artikel 5, lid 1, onder a) en b), en artikel 22, lid 8, beslist de raad van bestuur bij meerderheid van zijn stemgerechtigde leden.

 

2.  Elk stemgerechtigd lid heeft één stem. Bij afwezigheid van een stemgerechtigd lid mag zijn plaatsvervanger diens stemrecht uitoefenen.

 

3.  De voorzitter neemt deel aan de stemming.

 

4.  De uitvoerend directeur neemt niet deel aan de stemming.

 

5.  In het reglement van orde van de raad van bestuur wordt de stemprocedure nader uitgewerkt, met name betreffende de gevallen waarin een lid namens een ander lid kan handelen.

 

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk II – afdeling 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[...]

Schrappen

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer dit gerechtvaardigd is, met name om het werkprogramma van Berec uit te voeren, kan de raad van bestuur de nodige werkgroepen oprichten.

1.  Wanneer dit gerechtvaardigd is, met name om het jaarlijkse werkprogramma van Berec uit te voeren en om de eerste ontwerpen van Berec-documenten te ontwikkelen, kan de raad van regelgevers de nodige werkgroepen oprichten.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur benoemt de leden van de werkgroepen, waaraan kan worden deelgenomen door deskundigen van de NRI's en de Commissie, personeelsleden van Berec en de nationale regelgevende instanties van derde landen die aan de werkzaamheden van Berec deelnemen.

De raad van regelgevers benoemt de leden van de werkgroepen, waaraan kan worden deelgenomen door deskundigen van de NRI's en de Commissie, het Berec-Bureau en de nationale regelgevende instanties van derde landen die aan de werkzaamheden van Berec deelnemen.

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien dit nodig is om de onafhankelijkheid van Berec te waarborgen of belangenconflicten te voorkomen, kan de voorzitter of vicevoorzitter agendapunten aanwijzen waarbij de deelname van de deskundigen van de Commissie of van de NRI's van derde landen aan de vergadering van de werkgroep niet gewenst is.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het geval van de werkgroepen die worden opgericht ter uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder d), derde streepje, worden de leden ervan aangesteld uit de lijsten van erkende deskundigen die door de NRI's, de Commissie en de uitvoerend directeur zijn verstrekt.

Schrappen

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het geval van de werkgroepen die worden opgericht ter uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder d), tweede streepje, worden de leden uitsluitend aangesteld uit lijsten van gekwalificeerde deskundigen die door de NRI's en de uitvoerend directeur zijn verstrekt.

Schrappen

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur kan individuele deskundigen die erkenning genieten op het desbetreffende gebied, uitnodigen om deel te nemen aan de werkgroepen, indien noodzakelijk op ad-hocbasis.

De raad van regelgevers kan individuele deskundigen die erkenning genieten op het desbetreffende gebied, uitnodigen om deel te nemen aan de werkgroepen, indien noodzakelijk op ad-hocbasis.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De raad van regelgevers wijst onder de leden van de werkgroepen een voorzitter of covoorzitters aan.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De werkgroepen worden gecoördineerd en geleid door een personeelslid van Berec, dat wordt aangewezen volgens het reglement van orde.

Schrappen

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De raad van bestuur stelt een reglement van orde vast met de praktische regelingen voor het functioneren van de werkgroepen.

4.  De raad van regelgevers stelt een reglement van orde vast met de praktische regelingen voor het functioneren van de werkgroepen.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Berec ondersteunt de werkgroepen.

5.  Het Berec-Bureau ondersteunt de werkgroepen. Een personeelslid van het Berec-Bureau assisteert de voorzitter of vicevoorzitter en biedt overige diensten voor professionele en administratieve ondersteuning aan de werkgroepen.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk II – afdeling 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[...]

Schrappen

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk II – Kopje B (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

B.  Organisatie van het Berec-Bureau

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 14 bis

 

Administratieve en beheersstructuur

 

De administratieve en beheersstructuur van het Berec-Bureau omvat:

 

a)  een raad van bestuur, die de in artikel 14 quater vastgestelde taken vervult;

 

(b)  een directeur, die de in artikel 14 quinquies vermelde taken vervult;

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk II – afdeling 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

AFDELING 4 bis – RAAD VAN BESTUUR

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 14 ter

 

Samenstelling van de raad van bestuur

 

1.  De raad van bestuur bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat en één vertegenwoordiger van de Europese Commissie, die allen stemrecht hebben. Elke NRI is verantwoordelijk voor de benoeming van haar respectieve vertegenwoordiger en kiest hiervoor het hoofd of een andere vertegenwoordiger van hoog niveau van de NRI.

 

In lidstaten waar meer dan één toezichthouder verantwoordelijk is krachtens de richtlijn, bereiken deze autoriteiten overeenstemming over een gemeenschappelijke vertegenwoordiger en wordt de noodzakelijke coördinatie tussen de NRI's gegarandeerd.

 

2.  Ieder lid van de raad van bestuur heeft een plaatsvervanger. De plaatsvervanger vertegenwoordigt het lid indien het afwezig is. Elke NRI is belast met de benoeming van de opvolger onder de hoofden of de leden van het collegiale orgaan en het personeel van de NRI.

 

3.  De leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers worden benoemd op grond van hun kennis op het gebied van elektronische communicatie, met inachtneming van hun relevante bestuurs-, administratieve en budgettaire vaardigheden. Alle partijen in de raad van bestuur trachten het verloop van hun vertegenwoordigers te beperken teneinde de continuïteit van de werkzaamheden van de raad van bestuur te verzekeren. Alle partijen streven naar een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad van bestuur.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 14 quater

 

Taken van de raad van bestuur

 

1.  De raad van bestuur is belast met de volgende taken:

 

(a)  het jaarlijkse werkprogramma van het Berec-Bureau vaststellen in het kader van het enig programmeringsdocument;

 

(b)  de directeur ondersteunen bij de uitvoering van diens taken;

 

(c)  bij twee derde meerderheid van zijn stemgerechtigde leden de jaarlijkse begroting van het Berec-Bureau vaststellen en overeenkomstig hoofdstuk III de overige taken betreffende de begroting van het Berec-Bureau uitoefenen;

 

(d)  de op Berec toepasselijke financiële voorschriften vaststellen overeenkomstig artikel 20;

 

(e)  een fraudebestrijdingsstrategie opstellen die evenredig is met de frauderisico's, rekening houdend met de kosten en baten van de uit te voeren maatregelen;

 

(f)  zorgen voor passende follow-up van de resultaten en aanbevelingen die voortvloeien uit de interne en externe auditverslagen en beoordelingen en uit de onderzoeken van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF);

 

(g)  de in artikel 27 genoemde communicatie- en verspreidingsplannen vaststellen en regelmatig bijwerken op basis van een behoeftenanalyse;

 

(h)  zijn reglement van orde vaststellen;

 

(i)  overeenkomstig lid 2, met betrekking tot het personeel van het Berec-Bureau, de bevoegdheden uitoefenen die krachtens het Statuut aan het tot aanstelling bevoegde gezag zijn toegekend en die krachtens de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden zijn toegekend aan het tot het sluiten van arbeidscontracten bevoegde gezag (de bevoegdheden tot aanstelling);

 

(j)  regels vaststellen ter uitvoering van het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden overeenkomstig artikel 110 van het Statuut;

 

(k)  de directeur benoemen en, indien relevant, zijn ambtstermijn verlengen of hem uit zijn functie ontheffen overeenkomstig artikel 22;

 

(l)  een rekenplichtige benoemen overeenkomstig het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, die volledig onafhankelijk is bij de uitvoering van zijn taken en die de rekenplichtige van de Commissie kan zijn;

 

(m)  alle beslissingen nemen in verband met de oprichting van de interne structuren van het Berec-Bureau en, waar nodig, de wijziging ervan, rekening houdend met de activiteitenbehoeften van het Berec-Bureau, en met het oog op een gezond begrotingsbeheer.

 

De artikelen 6 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing.

 

2.  De raad van bestuur neemt overeenkomstig artikel 110 van het Statuut een besluit krachtens artikel 2, lid 1, van het Statuut en artikel 6 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, waarin hij de nodige bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de directeur delegeert en vastlegt onder welke voorwaarden deze gedelegeerde bevoegdheden kunnen worden opgeschort. De directeur kan deze bevoegdheden op zijn beurt delegeren.

 

Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dat vereisen, kan de raad van bestuur besluiten de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de directeur en de bevoegdheden die deze laatste op zijn beurt heeft gedelegeerd, tijdelijk op te schorten en deze bevoegdheden zelf uit te oefenen of te delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de directeur.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk II – afdeling 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

AFDELING 4 ter – DIRECTEUR

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 14 quinquies

 

Verantwoordelijkheden van de directeur

 

1.  De directeur geeft leiding aan het Berec-Bureau. De directeur legt verantwoording af aan de raad van bestuur.

 

2.  Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie en van de raad van bestuur verricht de directeur zijn taken op onafhankelijke wijze zonder instructies te vragen of te aanvaarden van enige regering, NRI, instelling, persoon of enig orgaan.

 

3.  De directeur brengt desgevraagd verslag uit aan het Europees Parlement over de uitvoering van zijn taken. De Raad kan de directeur verzoeken verslag uit te brengen over de uitvoering van zijn taken.

 

4.  De directeur is de wettelijke vertegenwoordiger van het Berec-Bureau.

 

5.  De directeur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van Berec volgens de richtsnoeren van de raad van bestuur. De directeur is in het bijzonder belast met:

 

(a)  het dagelijkse bestuur van het Berec-Bureau;

 

(a bis)  ondersteuning bij de opstelling van de agenda van de raad van regelgevers, de raad van bestuur en de werkgroepen;

 

(b)  de uitvoering van de besluiten van de raad van regelgevers en de raad van bestuur;

 

(c)  de opstelling van het enig programmeringsdocument en de indiening ervan bij de raad van regelgevers;

 

(d)  het bijdragen, onder leiding van de raad van regelgevers, aan de uitvoering van het enig programmeringsdocument, in het bijzonder het jaarlijkse werkprogramma van het Berec-Bureau; de verslaglegging over de uitvoering hiervan aan de raad van regelgevers;

 

(e)  de voorbereiding, onder leiding van de raad van regelgevers, van het geconsolideerde jaarverslag over de activiteiten van Berec en het ter goedkeuring voorleggen daarvan aan de raad van regelgevers;

 

(f)  het opstellen van een actieplan voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen en beoordelingen, alsook van onderzoeken van OLAF, en de verslaglegging over de geboekte vooruitgang, twee maal per jaar aan de Commissie en op regelmatige tijdstippen aan de raad van bestuur;

 

(g)  de bescherming van de financiële belangen van de Unie door toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door het verrichten van effectieve controles en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen en, waar nodig, het opleggen van doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve maatregelen, met inbegrip van financiële sancties;

 

(h)  de opstelling van een fraudebestrijdingsstrategie voor het Berec-Bureau en het ter goedkeuring voorleggen daarvan aan de raad van bestuur;

 

(i)  het opstellen van een ontwerp van financiële voorschriften voor het Berec-Bureau;

 

(j)  het opstellen van de ontwerpraming van ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau en het uitvoeren van zijn begroting.

 

6.  De directeur beslist eveneens of het voor de efficiënte en effectieve uitvoering van de taken van het Berec-Bureau noodzakelijk is een of meer personeelsleden te vestigen in een of meer lidstaten. De directeur vraagt toestemming aan de Commissie, de raad van bestuur en de betrokken lidstaat/lidstaten alvorens een dergelijk plaatselijk kantoor op te richten. In het besluit wordt het toepassingsgebied van de in dat plaatselijke kantoor te verrichten activiteiten op zodanige wijze omschreven dat onnodige kosten en verdubbeling van administratieve functies van het Berec-Bureau worden vermeden.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elk jaar stelt de uitvoerend directeur een ontwerp van programmeringsdocument op dat de meerjarige en jaarlijkse programmering bevat ("enig programmeringsdocument"), in overeenstemming met artikel 32 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie en rekening houdend met de richtsnoeren van de Commissie38.

Elk jaar stelt de directeur een ontwerp van programmeringsdocument op dat de meerjarige en jaarlijkse programmering bevat ("enig programmeringsdocument"), in overeenstemming met artikel 32 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie en rekening houdend met de richtsnoeren van de Commissie38.

__________________

__________________

38 Mededeling van de Commissie over de richtsnoeren voor het programmeringsdocument voor gedecentraliseerde agentschappen en het model voor het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag voor gedecentraliseerde agentschappen (C(2014) 9641).

38 Mededeling van de Commissie over de richtsnoeren voor het programmeringsdocument voor gedecentraliseerde agentschappen en het model voor het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag voor gedecentraliseerde agentschappen (C(2014) 9641).

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk op 31 januari keurt de raad van bestuur het ontwerp van enig programmeringsdocument goed en dient hij het voor advies in bij de Commissie. Het ontwerp van enig programmeringsdocument wordt ook toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

Uiterlijk op 31 januari keurt de raad van regelgevers het ontwerp van enig programmeringsdocument goed en dient hij het voor advies in bij de Commissie. Het ontwerp van enig programmeringsdocument wordt ook toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur stelt het enig programmeringsdocument vervolgens vast rekening houdend met het advies van de Commissie. Hij zendt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie het document toe alsook alle later bijgewerkte versies van dit document.

De raad van regelgevers stelt het enig programmeringsdocument vervolgens vast rekening houdend met het advies van de Commissie. Hij zendt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie het document toe alsook alle later bijgewerkte versies van dit document.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur past het vastgestelde jaarlijkse werkprogramma aan wanneer een nieuwe taak aan Berec wordt toegewezen.

De raad van regelgevers past het vastgestelde jaarlijkse werkprogramma aan wanneer een nieuwe taak aan Berec wordt toegewezen.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke wezenlijke wijziging van het jaarlijkse werkprogramma wordt vastgesteld door middel van dezelfde procedure als voor het oorspronkelijke jaarlijkse werkprogramma. De raad van bestuur kan aan de uitvoerend directeur de bevoegdheid delegeren om in het jaarlijkse werkprogramma niet-wezenlijke wijzigingen aan te brengen.

Elke wezenlijke wijziging van het jaarlijkse werkprogramma wordt vastgesteld door middel van dezelfde procedure als voor het oorspronkelijke jaarlijkse werkprogramma. De raad van regelgevers kan aan de uitvoerend directeur de bevoegdheid delegeren om in het jaarlijkse werkprogramma niet-wezenlijke wijzigingen aan te brengen.

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elk jaar stelt de uitvoerend directeur een voorlopige ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van Berec voor het volgende begrotingsjaar, met inbegrip van de personeelsformatie, en zendt deze toe aan de raad van bestuur.

1.  Elk jaar stelt de directeur een voorlopige ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau voor het volgende begrotingsjaar, met inbegrip van de personeelsformatie, en zendt deze toe aan de raad van bestuur.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De raad van bestuur stelt op basis van dit ontwerp een voorlopige ontwerpraming vast van de ontvangsten en uitgaven van Berec voor het volgende begrotingsjaar.

2.  De raad van bestuur stelt op basis van dit ontwerp een voorlopige ontwerpraming vast van de ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau voor het volgende begrotingsjaar.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van Berec wordt elk jaar uiterlijk op 31 januari toegezonden aan de Commissie. De informatie in de ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van Berec en in het enig programmeringsdocument als bedoeld in artikel 15, lid 1, moet coherent zijn.

3.  De ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau wordt elk jaar uiterlijk op 31 januari toegezonden aan de Commissie. De informatie in de ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau en in het enig programmeringsdocument als bedoeld in artikel 15, lid 1, moet coherent zijn.

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De begrotingsautoriteit keurt de kredieten goed voor de bijdrage aan Berec.

6.  De begrotingsautoriteit keurt de kredieten goed voor de bijdrage aan het Berec-Bureau.

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie van Berec vast.

7.  De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie van het Berec-Bureau vast.

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De begroting van Berec wordt vastgesteld door de raad van bestuur. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.

8.  De begroting van het Berec-Bureau wordt vastgesteld door de raad van bestuur. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  De bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie zijn van toepassing op alle bouwprojecten die significante gevolgen kunnen hebben voor de begroting van Berec.

9.  De bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie zijn van toepassing op alle bouwprojecten die significante gevolgen kunnen hebben voor de begroting van het Berec-Bureau.

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor elk begrotingsjaar, dat samenvalt met het kalenderjaar, worden alle ontvangsten en uitgaven van Berec geraamd en vervolgens in de begroting van Berec opgenomen.

1.  Voor elk begrotingsjaar, dat samenvalt met het kalenderjaar, worden alle ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau geraamd en vervolgens in de begroting van het Berec-Bureau opgenomen.

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De ontvangsten en uitgaven van Berec moeten in evenwicht zijn.

2.  De ontvangsten en uitgaven van het Berec-Bureau moeten in evenwicht zijn.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Onverminderd andere middelen bestaan de ontvangsten van Berec uit:

3.  Onverminderd andere middelen, bestaan de ontvangsten van het Berec-Bureau uit:

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  vergoedingen voor publicaties en andere diensten van Berec;

Schrappen

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  eventuele bijdragen van derde landen of van de regelgevende instanties die bevoegd zijn op het gebied van elektronische communicatie van derde landen die deelnemen aan de werkzaamheden van Berec, als bedoeld in artikel 26.

(d)  eventuele bijdragen van derde landen of van de regelgevende instanties die bevoegd zijn op het gebied van elektronische communicatie van derde landen die deelnemen aan de werkzaamheden van het Berec-Bureau, als bedoeld in artikel 26.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De uitgaven van Berec omvatten de bezoldiging van het personeel, uitgaven voor administratie en infrastructuur en werkingskosten.

4.  De uitgaven van het Berec-Bureau omvatten de bezoldiging van het personeel, uitgaven voor administratie en infrastructuur en werkingskosten.

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk op 1 maart van het volgende begrotingsjaar zendt de rekenplichtige van Berec de voorlopige rekeningen toe aan de rekenplichtige van de Commissie en de Rekenkamer.

1.  Uiterlijk op 1 maart van het volgende begrotingsjaar zendt de rekenplichtige van het Berec-Bureau de voorlopige rekeningen toe aan de rekenplichtige van de Commissie en de Rekenkamer.

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Uiterlijk op 31 maart van het volgende begrotingsjaar zendt Berec het verslag over het budgettair en financieel beheer toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

2.  Uiterlijk op 31 maart van het volgende begrotingsjaar zendt het Berec-Bureau het verslag over het budgettair en financieel beheer toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van Berec stelt de rekenplichtige van Berec de definitieve rekeningen op onder zijn eigen verantwoordelijkheid. De uitvoerend directeur dient de definitieve rekeningen voor advies in bij de raad van bestuur.

3.  Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van het Berec-Bureau stelt de rekenplichtige van het Berec-Bureau de definitieve rekeningen van het Berec-Bureau op onder zijn eigen verantwoordelijkheid. De directeur dient de definitieve rekeningen voor advies in bij de raad van bestuur.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De raad van bestuur brengt advies uit over de definitieve rekeningen van Berec.

4.  De raad van bestuur brengt advies uit over de definitieve rekeningen van het Berec-Bureau.

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar, zendt de uitvoerend directeur de definitieve rekeningen, samen met het advies van de raad van bestuur, toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

5.  Uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar, zendt de directeur de definitieve rekeningen, samen met het advies van de raad van bestuur, toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Berec maakt de definitieve rekeningen uiterlijk op 15 november van het volgende jaar bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

6.  Het Berec-Bureau maakt de definitieve rekeningen uiterlijk op 15 november van het volgende jaar bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De uitvoerend directeur geeft de Rekenkamer uiterlijk op 30 september antwoord op haar opmerkingen. De uitvoerend directeur zendt dit antwoord eveneens toe aan de raad van bestuur.

7.  De directeur geeft de Rekenkamer uiterlijk op 30 september antwoord op haar opmerkingen. De directeur zendt dit antwoord eveneens toe aan de raad van bestuur.

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De uitvoerend directeur verstrekt het Europees Parlement op zijn verzoek, overeenkomstig artikel 165, lid 3, van het Financieel Reglement39, alle inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken begrotingsjaar..

8.  De directeur verstrekt het Europees Parlement op zijn verzoek, overeenkomstig artikel 165, lid 3, van het Financieel Reglement39, alle inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken begrotingsjaar.

__________________

__________________

39 Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012).

39 Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012).

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Vóór 15 mei van het jaar N+2 verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de uitvoerend directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting van het begrotingsjaar N.

9.  Vóór 15 mei van het jaar N+2 verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting van het begrotingsjaar N.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De financiële voorschriften die op Berec van toepassing zijn, worden na raadpleging van de Commissie vastgesteld door de raad van bestuur. Deze financiële regeling mag slechts afwijken van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 indien dit in verband met de activiteiten van Berec specifiek vereist is en de Commissie vooraf toestemming heeft verleend.

De financiële voorschriften die op het Berec-Bureau van toepassing zijn, worden na raadpleging van de Commissie vastgesteld door de raad van bestuur. Deze financiële regeling mag slechts afwijken van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 indien dit in verband met de activiteiten van het Berec-Bureau specifiek vereist is en de Commissie vooraf toestemming heeft verleend.

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Statuut en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, en de voorschriften die in onderling overleg zijn vastgesteld door de instellingen van de Europese Unie ter uitvoering van dit Statuut en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, zijn van toepassing op het personeel van Berec.

Het Statuut en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, en de voorschriften die in onderling overleg zijn vastgesteld door de instellingen van de Europese Unie ter uitvoering van dit Statuut en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, zijn van toepassing op het personeel van het Berec-Bureau.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 22

Artikel 22

Benoeming van de uitvoerend directeur

Benoeming van de directeur

1.  De uitvoerend directeur wordt als tijdelijk functionaris van Berec in dienst genomen op grond van artikel 2, onder a), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.

1.  De directeur wordt als tijdelijk functionaris van het Berec-Bureau in dienst genomen op grond van artikel 2, onder a), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.

2.  De uitvoerend directeur wordt na een open en transparante selectieprocedure door de raad van bestuur benoemd uit een lijst van door de Commissie voorgestelde kandidaten.

2.  De raad van bestuur benoemt de directeur na een open en transparante selectieprocedure.

Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de uitvoerend directeur wordt Berec vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur.

Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de directeur wordt het Berec-Bureau vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur.

Vóór de benoeming kan de door de raad van bestuur gekozen kandidaat worden verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

Vóór de benoeming wordt de door de raad van bestuur gekozen kandidaat verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

3.  De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Aan het einde van deze termijn verricht de Commissie een beoordeling waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de prestaties van de uitvoerend directeur en de toekomstige taken en uitdagingen van Berec.

3.  De ambtstermijn van de directeur bedraagt drie jaar. Aan het einde van deze termijn verricht de raad van bestuur een beoordeling waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de prestaties van de directeur en de toekomstige taken en uitdagingen van Berec.

4.  Op grond van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de in lid 3 bedoelde beoordeling, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen met ten hoogste vijf jaar.

4.  Rekening houdend met de in lid 3 bedoelde beoordeling kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de directeur eenmaal verlengen met ten hoogste drie jaar.

5.  De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen. Binnen één maand voorafgaand aan de verlenging van zijn ambtstermijn kan de uitvoerend directeur worden gevraagd een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

5.  De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de directeur te verlengen. Binnen één maand voorafgaand aan de verlenging van zijn ambtstermijn kan de directeur worden gevraagd een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

6.  Een uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is verlengd, kan na afloop van de totale termijn niet deelnemen aan een nieuwe selectieprocedure voor hetzelfde ambt.

6.  Een directeur wiens ambtstermijn is verlengd, kan na afloop van de totale termijn niet deelnemen aan een nieuwe selectieprocedure voor hetzelfde ambt.

7.  De uitvoerend directeur kan niet uit zijn functie worden ontheven dan bij besluit van de raad van bestuur op voorstel van de Commissie.

7.  De directeur kan enkel uit zijn ambt worden ontheven door een besluit van de raad van bestuur.

8.  De raad van bestuur neemt bij tweederde meerderheid van zijn stemgerechtigde leden besluiten over de benoeming, de verlenging van de ambtstermijn en de ontheffing uit de functie van de uitvoerend directeur.

8.  De raad van bestuur neemt bij tweederde meerderheid van zijn stemgerechtigde leden besluiten over de benoeming, de verlenging van de ambtstermijn en de ontheffing uit de functie van de directeur.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Berec kan een beroep doen op gedetacheerde nationale deskundigen of andere personeelsleden die niet bij Berec in dienst zijn. Het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden zijn niet van toepassing op deze personeelsleden.

1.  Het Berec-Bureau kan een beroep doen op gedetacheerde nationale deskundigen of andere personeelsleden die niet bij het Berec-Bureau in dienst zijn. Het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden zijn niet van toepassing op deze personeelsleden.

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voorschriften voor de detachering van nationale deskundigen bij Berec worden vastgesteld bij besluit van de raad van bestuur

2.  Voorschriften voor de detachering van nationale deskundigen bij het Berec-Bureau worden vastgesteld bij besluit van de raad van bestuur.

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 24

Schrappen

Rechtsstatus

 

1.  Berec is een orgaan van de Unie. Het heeft rechtspersoonlijkheid.

 

2.  In elk van de lidstaten heeft Berec de ruimste handelingsbevoegdheid die bij de nationale wetgeving aan rechtspersonen is toegekend. Berec kan met name roerende en onroerende goederen verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden.

 

3.  Berec wordt vertegenwoordigd door zijn uitvoerend directeur.

 

4.  Berec draagt als enige verantwoordelijkheid voor de taken en bevoegdheden die aan het orgaan zijn opgedragen.

 

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op Berec en zijn personeel is het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie van toepassing.

Op het Berec-Bureau en zijn personeel is het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie van toepassing.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Daartoe kan Berec, na voorafgaande goedkeuring door de Commissie, werkregelingen treffen. Deze regelingen scheppen geen wettelijke verplichtingen voor de Unie en haar lidstaten.

Schrappen

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In het kader van het enig programmeringsdocument stelt de raad van bestuur een strategie vast voor betrekkingen met bevoegde organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen van de Unie, met bevoegde autoriteiten van derde landen en/of internationale organisaties inzake aangelegenheden die onder de bevoegdheden van Berec vallen. De Commissie en het agentschap sluiten een passende werkregeling om ervoor te zorgen dat Berec binnen zijn mandaat en het bestaande institutionele kader handelt.

3.  In het kader van het enig programmeringsdocument stelt de raad van regelgevers een strategie vast voor betrekkingen met bevoegde organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen van de Unie, met bevoegde autoriteiten van derde landen en/of internationale organisaties inzake aangelegenheden die onder de bevoegdheden van Berec vallen. De Commissie en Berec sluiten een passende werkregeling om ervoor te zorgen dat Berec binnen zijn mandaat en het bestaande institutionele kader handelt.

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Transparantie en communicatie

Toegang tot documenten, transparantie en communicatie

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad40 is van toepassing op de documenten die in het bezit van Berec zijn. De raad van bestuur stelt binnen zes maanden na de datum van zijn eerste vergadering de nadere regels ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.

1.  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad40 is van toepassing op de documenten die in het bezit van Berec en het Berec-Bureau zijn. De raad van regelgevers en de raad van bestuur stellen, per ... [gelieve de datum in te vullen: ... maanden na de datum van de toepassing van deze verordening] de nadere regels ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.

__________________

__________________

40 Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

40 Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door Berec41. De raad van bestuur stelt binnen zes maanden na de eerste vergadering maatregelen vast voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 45/2001 door Berec, onder meer betreffende de benoeming van de functionaris voor gegevensbescherming van Berec. Deze maatregelen worden vastgesteld na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

2.  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad41 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door Berec en het Berec-Bureau.

__________________

__________________

41 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

41 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Berec en het Berec-Bureau verrichten hun werkzaamheden met een hoge mate van transparantie. Berec en het Berec-Bureau zorgen ervoor dat het publiek en alle belanghebbende partijen over objectieve, betrouwbare en gemakkelijk toegankelijke informatie beschikken, met name over de resultaten van hun werkzaamheden.

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Berec kan op eigen initiatief communicatieactiviteiten verrichten die binnen zijn bevoegdheidsgebied vallen. De toewijzing van middelen voor communicatieactiviteiten mag geen afbreuk doen aan de daadwerkelijke uitvoering van de in artikel 2, lid 1, en artikel 2, lid 2, van deze verordening bedoelde taken. De communicatieactiviteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met de desbetreffende door de raad van bestuur vastgestelde communicatie- en verspreidingsplannen.

3.  Berec en het Berec-Bureau kunnen op eigen initiatief communicatieactiviteiten verrichten die binnen hun bevoegdheidsgebied vallen. De toewijzing van middelen voor communicatieactiviteiten mag geen afbreuk doen aan de daadwerkelijke uitvoering van de in artikel 2, lid 1, en artikel 2, lid 2, van deze verordening bedoelde taken. De communicatieactiviteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met de desbetreffende door de raad van bestuur vastgestelde communicatie- en verspreidingsplannen.

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd artikel 27, lid 1, maakt Berec aan derden geen verwerkte of ontvangen informatie openbaar waarvoor een gemotiveerd verzoek om gehele of gedeeltelijke vertrouwelijke behandeling is ingediend.

1.  Onverminderd artikel 27, lid 1, maakt het Berec-Bureau aan derden geen verwerkte of ontvangen informatie openbaar waarvoor een gemotiveerd verzoek om gehele of gedeeltelijke vertrouwelijke behandeling is ingediend.

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De leden van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur, de leden van de kamer van beroep, de gedetacheerde nationale deskundigen en andere personeelsleden die niet in dienst van Berec zijn, en deskundigen die deelnemen aan werkgroepen, voldoen aan de vertrouwelijkheidsvereisten ingevolge artikel 339 van het Verdrag, zelfs na afloop van hun functie.

2.  De leden van de raad van bestuur, de directeur, de gedetacheerde nationale deskundigen en andere personeelsleden die niet in dienst van het Berec-Bureau zijn, en deskundigen die deelnemen aan werkgroepen, voldoen aan de vertrouwelijkheidsvereisten ingevolge artikel 339 van het Verdrag, zelfs na afloop van hun functie.

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Berec stelt eigen veiligheidsvoorschriften vast die gelijkwaardig zijn aan de veiligheidsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (EUCI) en gevoelige niet-gerubriceerde informatie, waaronder voorschriften betreffende de uitwisseling, verwerking en opslag van dergelijke informatie, zoals omschreven in Besluiten (EU, Euratom) 2015/44342 en 2015/44443. Berec kan tevens een besluit nemen tot toepassing mutatis mutandis van de regels van de Commissie.

Het Berec-Bureau stelt eigen veiligheidsvoorschriften vast die gelijkwaardig zijn aan de veiligheidsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (EUCI) en gevoelige niet-gerubriceerde informatie, waaronder voorschriften betreffende de uitwisseling, verwerking en opslag van dergelijke informatie, zoals omschreven in Besluiten (EU, Euratom) 2015/44342 en 2015/44443. Het Berec-Bureau kan tevens een besluit nemen tot toepassing mutatis mutandis van de regels van de Commissie.

__________________

__________________

42 Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).

42 Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).

43 Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).

43 Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op gemotiveerd verzoek van Berec verstrekken de Commissie en de NRI's Berec tijdig en accuraat alle nodige informatie om zijn taken uit te voeren, op voorwaarde dat zij rechtens inzage in de desbetreffende informatie kunnen verkrijgen en het verzoek om informatie noodzakelijk is gezien de aard van de betrokken taak.

Op gemotiveerd verzoek van Berec of het Berec-Bureau verstrekken de Commissie en de NRI's Berec of het Berec-Bureau tijdig en accuraat alle nodige informatie om zijn taken uit te voeren, op voorwaarde dat zij rechtens inzage in de desbetreffende informatie kunnen verkrijgen en het verzoek om informatie noodzakelijk is gezien de aard van de betrokken taak.

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Berec kan de NRI's eveneens op gezette tijden en volgens nader omschreven formulieren om informatie verzoeken. Voor deze verzoeken wordt, waar mogelijk, gebruik gemaakt van gemeenschappelijke rapportageformulieren.

Berec of het Berec-Bureau kan de NRI's eveneens op gezette tijden en volgens nader omschreven formulieren om informatie verzoeken. Voor deze verzoeken wordt, waar mogelijk, gebruik gemaakt van gemeenschappelijke rapportageformulieren.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Op gemotiveerd verzoek van de Commissie of een NRI verstrekt Berec, op basis van het beginsel van loyale samenwerking, tijdig en accuraat alle informatie die nodig is om de Commissie of de NRI in staat te stellen hun taken uit te voeren.

2.  Op gemotiveerd verzoek van de Commissie of een NRI verstrekt Berec of het Berec-Bureau, op basis van het beginsel van loyale samenwerking, tijdig en accuraat alle informatie die nodig is om de Commissie of de NRI in staat te stellen hun taken uit te voeren.

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Alvorens overeenkomstig dit artikel informatie op te vragen en om dubbele rapportageverplichtingen te vermijden houdt Berec rekening met alle relevante bestaande informatie die openbaar beschikbaar is.

3.  Alvorens overeenkomstig dit artikel informatie op te vragen en om dubbele rapportageverplichtingen te vermijden houdt Berec of het Berec-Bureau rekening met alle relevante bestaande informatie die openbaar beschikbaar is.

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer er geen informatie beschikbaar is of niet tijdig door een NRI beschikbaar wordt gesteld, of in omstandigheden waarin een rechtstreeks verzoek van Berec efficiënter en minder belastend zou zijn, kan Berec een gemotiveerd en met redenen omkleed verzoek richten tot andere autoriteiten of rechtstreeks tot de betrokken aanbieders van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten.

Wanneer er geen informatie beschikbaar is of niet tijdig door een NRI beschikbaar wordt gesteld, of in omstandigheden waarin een rechtstreeks verzoek van Berec of het Berec-Bureau efficiënter en minder belastend zou zijn, kan Berec of het Berec-Bureau een gemotiveerd en met redenen omkleed verzoek richten tot andere autoriteiten of rechtstreeks tot de betrokken aanbieders van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten.

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Berec stelt de desbetreffende NRI's op de hoogte van verzoeken ingevolge dit lid.

Berec of het Berec-Bureau stelt de desbetreffende NRI's op de hoogte van verzoeken ingevolge dit lid.

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 4 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Op verzoek van Berec kunnen de NRI's Berec bijstaan bij het verzamelen van de informatie.

Op verzoek van Berec of het Berec-Bureau kunnen de NRI's Berec of het Berec-Bureau bijstaan bij het verzamelen van de informatie.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De leden van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur, de gedetacheerde nationale deskundigen of andere personeelsleden die niet in dienst van Berec zijn, leggen een verbintenisverklaring af over het bestaan van directe of indirecte belangen die kunnen worden geacht afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid.

De leden van de raad van regelgevers en van de raad van bestuur, de directeur, de gedetacheerde nationale deskundigen of andere personeelsleden die niet in dienst van het Berec-Bureau zijn, leggen een verbintenisverklaring af over het bestaan van directe of indirecte belangen die kunnen worden geacht afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid.

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verklaringen zijn accuraat en volledig, worden schriftelijk afgelegd en telkens wanneer nodig geactualiseerd. De belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur en de uitvoerend directeur worden openbaar gemaakt.

De verklaringen zijn accuraat en volledig, worden schriftelijk afgelegd en telkens wanneer nodig geactualiseerd. De belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur en de directeur worden openbaar gemaakt.

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De leden van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur, de gedetacheerde nationale deskundigen en andere personeelsleden die niet in dienst van Berec zijn, en de deskundigen die deelnemen aan werkgroepen, leggen elk uiterlijk bij de aanvang van elke vergadering een nauwkeurige en volledige verklaring af over belangen met betrekking tot agendapunten die afbreuk kunnen doen aan hun onafhankelijkheid, en nemen niet deel aan de bespreking en de stemming over die punten.

2.  De leden van de raad van bestuur, de directeur, de gedetacheerde nationale deskundigen en andere personeelsleden die niet in dienst van het Berec-Bureau zijn, en de deskundigen die deelnemen aan werkgroepen, leggen elk uiterlijk bij de aanvang van elke vergadering een nauwkeurige en volledige verklaring af over belangen met betrekking tot agendapunten die afbreuk kunnen doen aan hun onafhankelijkheid, en nemen niet deel aan de bespreking en de stemming over die punten.

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten krachtens Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad44 te bevorderen, treedt Berec binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening toe tot het Interinstitutioneel akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en stelt het op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord passende voorschriften vast voor alle personeelsleden van Berec.

1.  Om de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten krachtens Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad44 te bevorderen, treedt het Berec-Bureau per ... [gelieve de datum in te vullen: ... maanden na de inwerkingtreding van deze verordening], toe tot het Interinstitutioneel akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en stelt het op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord passende voorschriften vast voor alle personeelsleden van het Berec-Bureau.

__________________

__________________

44 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

44 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Europese Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van Berec EU-middelen hebben ontvangen, controles op stukken en controles ter plaatse te verrichten.

2.  De Europese Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van het Berec-Bureau EU-middelen hebben ontvangen, controles op stukken en controles ter plaatse te verrichten.

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad45 onderzoeken verrichten, waaronder controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een door Berec gefinancierde subsidie of overeenkomst.

3.  OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad45 onderzoeken verrichten, waaronder controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een door het Berec-Bureau gefinancierde subsidie of overeenkomst.

__________________

__________________

45 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

45 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Onverminderd de leden 1, 2 en 3 worden in samenwerkingsovereenkomsten met bevoegde autoriteiten van derde landen en internationale organisaties, contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van Berec bepalingen opgenomen die de Europese Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid verlenen dergelijke controles en onderzoeken te verrichten overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

4.  Onverminderd de leden 1, 2 en 3 worden in samenwerkingsovereenkomsten met bevoegde autoriteiten van derde landen en internationale organisaties, contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van het Berec-Bureau bepalingen opgenomen die de Europese Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid verlenen dergelijke controles en onderzoeken te verrichten overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De contractuele aansprakelijkheid van Berec wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de betrokken overeenkomst.

1.  De contractuele aansprakelijkheid van het Berec-Bureau wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de betrokken overeenkomst.

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd om uitspraak te doen krachtens arbitrageclausules in door Berec gesloten overeenkomsten.

2.  Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd om uitspraak te doen krachtens arbitrageclausules in door het Berec-Bureau gesloten overeenkomsten.

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt Berec in overeenstemming met de algemene beginselen welke rechtsstelsels van de lidstaten gemeen hebben, de door zijn diensten of personeelsleden bij de uitoefening van hun taken veroorzaakte schade.

3.  In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt het Berec-Bureau in overeenstemming met de algemene beginselen welke rechtsstelsels van de lidstaten gemeen hebben, de door zijn diensten of personeelsleden bij de uitoefening van hun taken veroorzaakte schade.

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Voor de persoonlijke aansprakelijkheid van de personeelsleden ten aanzien van Berec gelden de bepalingen van het Statuut of van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.

5.  Voor de persoonlijke aansprakelijkheid van de personeelsleden ten aanzien van het Berec-Bureau gelden de bepalingen van het Statuut of van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Overeenkomstig artikel 228 van het Verdrag zijn de activiteiten van Berec onderworpen aan onderzoeken door de Europese Ombudsman.

Overeenkomstig artikel 228 van het Verdrag zijn de activiteiten van het Berec-Bureau onderworpen aan onderzoeken door de Europese Ombudsman.

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bepalingen in Verordening nr. 1/5846 zijn van toepassing op Berec.

1.  De bepalingen in Verordening nr. 1/5846 zijn van toepassing op het Berec-Bureau.

__________________

__________________

46 Verordening nr. 1 van de Raad tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB L 17 van 6.10.1958, blz. 385).

46 Verordening nr. 1 van de Raad tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB L 17 van 6.10.1958, blz. 385).

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 35 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De voor het functioneren van Berec vereiste vertaaldiensten worden verricht door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie.

2.  De voor het functioneren van het Berec-Bureau vereiste vertaaldiensten worden verricht door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie.

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 36

Schrappen

Comité

 

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een Comité (Comité voor communicatie). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

 

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

 

3.  Wanneer het advies van het comité via de schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt de procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, door de voorzitter van het comité daartoe wordt besloten.

 

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De noodzakelijke regelingen betreffende de huisvesting die Berec in de gastlidstaat moet worden geboden en de door deze lidstaat ter beschikking te stellen faciliteiten, alsook de specifieke voorschriften die in de gastlidstaat gelden voor de uitvoerend directeur, de leden van de raad van bestuur, de personeelsleden van Berec en hun gezinsleden, worden vastgesteld in een zetelovereenkomst tussen Berec en de lidstaat waar de zetel is gevestigd, die wordt gesloten na goedkeuring door de raad van bestuur en niet later dan twee jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening.

1.  De noodzakelijke regelingen betreffende de huisvesting die het Berec-Bureau in de gastlidstaat moet worden geboden en de door deze lidstaat ter beschikking te stellen faciliteiten, alsook de specifieke voorschriften die in de gastlidstaat gelden voor de directeur, de leden van de raad van bestuur, de personeelsleden van het Berec-Bureau en hun gezinsleden, worden vastgesteld in een zetelovereenkomst tussen het Berec-Bureau en de lidstaat waar de zetel is gevestigd, die wordt gesloten na goedkeuring door de raad van bestuur en niet later dan twee jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening.

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De gastlidstaat biedt de noodzakelijke voorwaarden voor de vlotte en efficiënte werking van Berec, waaronder meertalig, Europees gericht onderwijs en passende vervoersverbindingen.

2.  De gastlidstaat biedt de noodzakelijke voorwaarden voor de vlotte en efficiënte werking van het Berec-Bureau, waaronder meertalig, Europees gericht onderwijs en passende vervoersverbindingen.

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens om de vijf jaar verricht de Commissie een evaluatie in overeenstemming met de richtsnoeren van de Commissie om de prestaties van Berec te toetsen aan zijn doelstellingen, mandaat, taken en vestiging. De evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van Berec moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van een dergelijke wijziging.

1.  Uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens om de vijf jaar verricht de Commissie een evaluatie in overeenstemming met de richtsnoeren van de Commissie om de prestaties van Berec en het Berec-Bureau te toetsen aan zijn doelstellingen, mandaat, taken en vestiging. De evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van Berec en het Berec-Bureau moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van een dergelijke wijziging.

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien de Commissie van oordeel is dat de voortzetting van Berec niet langer gerechtvaardigd is in het licht van de doelstellingen, het mandaat en de taken die hem zijn toegewezen, kan zij voorstellen deze verordening dienovereenkomstig te wijzigen of in te trekken.

2.  Indien de Commissie van oordeel is dat de voortzetting van Berec en het Berec-Bureau niet langer gerechtvaardigd is in het licht van de doelstellingen, het mandaat en de taken die hen zijn toegewezen, kan zij voorstellen deze verordening dienovereenkomstig te wijzigen of in te trekken.

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd lid 2 volgt Berec het Bureau op dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 1211/2009 (hierna "Bureau van Berec"), met betrekking tot alle eigendomsrechten, overeenkomsten, wettelijke verplichtingen, arbeidsovereenkomsten, financiële verbintenissen en passiva.

Onverminderd lid 2 volgt het Berec-Bureau het Bureau op dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 1211/2009 (hierna "Bureau van Berec"), met betrekking tot alle eigendomsrechten, overeenkomsten, wettelijke verplichtingen, arbeidsovereenkomsten, financiële verbintenissen en passiva.

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening heeft met name geen gevolgen voor de rechten en verplichtingen van het personeel van het bij Verordening (EEG) nr. 1211/2009 opgerichte Bureau. De contracten van deze personeelsleden kunnen op grond van de onderhavige verordening worden verlengd overeenkomstig het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden en in overeenstemming met de budgettaire beperkingen van Berec.

Deze verordening heeft met name geen gevolgen voor de rechten en verplichtingen van het personeel van het bij Verordening (EEG) nr. 1211/2009 opgerichte Bureau. De contracten van deze personeelsleden kunnen op grond van de onderhavige verordening worden verlengd overeenkomstig het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden en in overeenstemming met de budgettaire beperkingen van het Berec-Bureau.

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met ingang van [de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en totdat de uitvoerend directeur zijn taken opneemt na zijn benoeming door de raad van bestuur overeenkomstig artikel 22, treedt de op grond van Verordening (EG) nr. 1211/2009 benoemde administratief directeur voor de resterende periode van zijn ambtstermijn op als uitvoerend directeur ad interim met de taken waarin de onderhavige verordening voorziet. De andere voorwaarden van de arbeidsovereenkomst van de administratief directeur blijven ongewijzigd.

Met ingang van [de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en totdat de directeur zijn taken opneemt na zijn benoeming door de raad van bestuur overeenkomstig artikel 22, treedt de op grond van Verordening (EG) nr. 1211/2009 benoemde administratief directeur voor de resterende periode van zijn ambtstermijn op als directeur ad interim met de taken waarin de onderhavige verordening voorziet. De andere voorwaarden van de arbeidsovereenkomst van de administratief directeur blijven ongewijzigd.

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als tijdelijk uitvoerend directeur oefent hij de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag uit. Hij kan alle betalingsopdrachten geven waarvoor in de begroting van Berec kredieten zijn vastgelegd, na goedkeuring door de raad van bestuur, en kan overeenkomsten, inclusief arbeidsovereenkomsten, sluiten nadat de personeelsformatie van Berec is goedgekeurd.

Als tijdelijk directeur oefent hij de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag uit. Hij kan alle betalingsopdrachten geven waarvoor in de begroting van het Berec-Bureau kredieten zijn vastgelegd, na goedkeuring door de raad van bestuur, en kan overeenkomsten, inclusief arbeidsovereenkomsten, sluiten nadat de personeelsformatie van Berec is goedgekeurd.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De arbeidsovereenkomst van de op grond van Verordening (EG) nr. 1211/2009 benoemde administratief directeur wordt beëindigd aan het einde van zijn ambtstermijn of op de dag waarop de uitvoerend directeur zijn taken opneemt na zijn benoeming door de raad van bestuur overeenkomstig artikel 22, indien deze datum eerder valt.

De arbeidsovereenkomst van de op grond van Verordening (EG) nr. 1211/2009 benoemde administratief directeur wordt beëindigd aan het einde van zijn ambtstermijn of op de dag waarop de directeur zijn taken opneemt na zijn benoeming door de raad van bestuur overeenkomstig artikel 22.

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een op grond van Verordening (EG) nr. 1211/2009 benoemde administratief directeur wiens ambtstermijn is verlengd, neemt niet deel aan de selectieprocedure voor de uitvoerend directeur als bedoeld in artikel 22.

Schrappen

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 1211/2009 en naar het Bureau van Berec gelden als verwijzingen naar deze verordening en naar Berec.

Verwijzingen naar Verordening (EG) nr. 1211/2009 gelden als verwijzingen naar deze verordening.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie

Document- en procedurenummers

COM(2016)0591 – C8-0382/2016 – 2016/0286(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ITRE

24.10.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

IMCO

24.10.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Ivan Štefanec

11.10.2016

Behandeling in de commissie

13.3.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

11.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

13

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dita Charanzová, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Daniel Dalton, Nicola Danti, Dennis de Jong, Pascal Durand, Ildikó Gáll-Pelcz, Evelyne Gebhardt, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sergio Gutiérrez Prieto, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Jiří Pospíšil, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Jasenko Selimovic, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Anneleen Van Bossuyt, Marco Zullo

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Lucy Anderson, Pascal Arimont, Birgit Collin-Langen, Edward Czesak, Kaja Kallas, Othmar Karas, Arndt Kohn, Julia Reda, Marc Tarabella, Ulrike Trebesius

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Anne-Marie Mineur

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

21

+

ECR

Edward Czesak, Daniel Dalton, Ulrike Trebesius, Anneleen Van Bossuyt

EFDD

Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Marco Zullo

ENF

Mylène Troszczynski

GUE/NGL

Anne-Marie Mineur, Dennis de Jong

PPE

Pascal Arimont, Carlos Coelho, Birgit Collin-Langen, Anna Maria Corazza Bildt, Ildikó Gáll-Pelcz, Othmar Karas, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Jiří Pospíšil, Andreas Schwab, Ivan Štefanec, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein

13

-

ALDE

Kaja Kallas, Jasenko Selimovic

S&D

Lucy Anderson, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sergio Gutiérrez Prieto, Arndt Kohn, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Marc Tarabella

3

0

ALDE

Dita Charanzová

VERT/ALE

Pascal Durand, Julia Reda

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs (11.5.2017)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie

(COM(2016)0591 – C8-0382/2016 – 2016/0286(COD))

Rapporteur voor advies: Silvia Costa

BEKNOPTE MOTIVERING

Voorwerp en werkingssfeer

Het telecompakket is in september 2016 bekendgemaakt en bevat een reeks wetgevende en niet-wetgevende initiatieven om het regelgevingskader voor telecommunicatie te herzien. Het hoofddocument van het pakket is een voorgestelde richtlijn tot instelling van een Europese code voor elektronische communicatie die de telecomregels, die het laatst in 2009 waren bijgewerkt, moet moderniseren. De Commissie cultuur en onderwijs stelt ook een afzonderlijk advies over dat voorstel op (rapporteur voor advies: Curzio Maltese).

Dit voorstel is een deel van het telecompakket en heeft tot doel een consistenter en meer doeltreffend institutioneel regelgevingskader voor elektronische communicatie te vormen door de oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec) als een volwaardig gedecentraliseerd EU-agentschap (momenteel is het een hybride structuur met een orgaan dat in wezen intergouvernementeel is en nationale regelgevende instanties samenbrengt om geharmoniseerde Europese regelgevingstaken uit te voeren met steun van het Bureau van Berec, een klein communautair agentschap dat professionele en administratieve bijstand verleent aan Berec zelf).

Het voorstel bevat daarom voornamelijk traditionele bepalingen voor agentschappen in overeenstemming met de "gemeenschappelijke aanpak voor de gedecentraliseerde agentschappen van de EU" die in 2012 door het Parlement, de Raad en de Commissie is overeengekomen. Het groepeert ook (in artikel 2) de volledige lijst van taken die via verschillende wetteksten aan Berec zijn toevertrouwd, met inbegrip van de taken die er in het kader van de nieuwe Europese code voor elektronische communicatie aan worden toegekend. Hoewel enkele taken van belang zijn voor de Commissie cultuur en onderwijs (bv. de rol van Berec bij de formulering van adviezen over nationale ontwerpmaatregelen in verband met peer review inzake radiospectrum), wordt de kern van de taken geregeld in het voorstel voor de code.

Berec: status-quo of volwaardig EU-agentschap?

De rapporteur is er zich volledig van bewust dat het voorstel om de bestaande Berec-structuur op te doeken en een volwaardig EU-agentschap op te zetten omstreden is. Dat bleek uit een aantal door de nationale parlementen ingediende stukken over dit onderwerp en het advies van Berec zelf na hierover te zijn geraadpleegd. De rapporteur is desondanks van mening dat deze kwestie zo fundamenteel is dat ze moet worden behandeld door de bevoegde commissie, met name de Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE), die duidelijk het best geplaatst is om met kennis te beslissen welke institutionele structuur het best is afgestemd op het regelgevingskader voor elektronische communicatie. De amendementen die de rapporteur heeft ingediend, doen dus geen afbreuk aan deze fundamentele kwestie.

Het werk van Berec heeft echter een duidelijk verband met beleidsgebieden die van belang zijn voor de Commissie cultuur en onderwijs, zeker in een wereld waarin de samengebrachte regelgevende instanties toezien op zowel de telecommunicatie als de omroepen en waarin het aanbod van OTT-inhoud steeds meer aan belang wint. Daarom streeft de rapporteur ernaar de onafhankelijkheid van de nationale regelgevende instanties en hun leden te waarborgen door ervoor te zorgen dat het Berec-voorstel volledig in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 7 van de voorgestelde richtlijn tot instelling van een Europese code voor elektronische communicatie.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur heeft enkele gerichte amendementen op het voorstel van de Commissie ingediend. Sommige amendementen hebben tot doel enkele bepalingen te verduidelijken of hun leesbaarheid te verbeteren. Het merendeel benadrukt echter dat Berec zijn taken en werkzaamheden moet uitvoeren rekening houdend met de algemene doelstellingen, met name bevordering van zowel culturele en taalkundige verscheidenheid als pluralisme in de media, zoals vastgelegd in artikel 3 van de voorgestelde richtlijn tot instelling van een Europese code voor elektronische communicatie.

Bovendien zijn bepaalde amendementen erop gericht te waarborgen dat de werkgroepen van Berec een zo breed mogelijk scala aan beleidsbelangen vertegenwoordigen en de voornoemde algemene doelstellingen toepassen, en dat Berec actief een zo breed mogelijke groep belanghebbenden bij zijn werkzaamheden betrekt.

Tot slot wijst de rapporteur op het beginsel dat Berec met andere organen, agentschappen, diensten en werkgroepen van de Unie moet samenwerken om de samenhang en doeltreffendheid van het beleid te waarborgen. Zij benadrukt ook dat een dergelijke samenwerking – met name met instanties zoals de Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten en de Beleidsgroep Radiospectrum – toegelaten moet zijn als onderdeel van de werkzaamheden van Berec om de algemene samenhang en doeltreffendheid van het beleid te waarborgen.

AMENDEMENTEN

De Commissie cultuur en onderwijs verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Berec en het Berec-Bureau hebben een positieve bijdrage geleverd aan een consistente tenuitvoerlegging van het regelgevingskader voor elektronische communicatie. Toch zijn er nog steeds grote verschillen tussen de lidstaten met betrekking tot de regelgevende praktijk. Bovendien is de governancestructuur van Berec en het Berec-Bureau omslachtig en leidt deze tot onnodige administratieve lasten. Om te zorgen voor efficiëntiewinsten en synergieën en verder bij te dragen tot de ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie alsmede om de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en de belangen van de burgers van de Unie te bevorderen, beoogt deze verordening de rol van Berec te versterken en zijn bestuursstructuur te verbeteren door het in te stellen als een gedecentraliseerd agentschap van de Unie. Dit stemt ook overeen met de noodzaak om rekening te houden met de aanzienlijk grotere rol die Berec speelt krachtens Verordening (EG) nr. 531/2012, waarbij aan Berec taken inzake Uniebrede roaming zijn toebedeeld, Verordening (EU) 2015/2120, waarbij aan Berec taken inzake open-internettoegang en roaming zijn verleend, en de richtlijn, waarbij aan Berec een aanzienlijk aantal nieuwe taken zijn verleend zoals besluiten en richtsnoeren over diverse onderwerpen, rapportage over technische aangelegenheden, registers bijhouden en advies verstrekken over internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen op het gebied van marktregulering en over toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum.

(7)  Berec en het Berec-Bureau hebben een positieve bijdrage geleverd aan een consistente tenuitvoerlegging van het regelgevingskader voor elektronische communicatie. Er zijn echter nog steeds grote verschillen tussen de lidstaten met betrekking tot de regelgevende praktijk. Bovendien is de governancestructuur van Berec en het Berec-Bureau omslachtig en leidt deze tot onnodige administratieve lasten. Om te zorgen voor efficiëntiewinsten en synergieën en verder bij te dragen tot de ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie alsook de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de ontwikkeling van de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en de belangen van de burgers van de Unie, beoogt deze verordening de rol van Berec te versterken en zijn bestuursstructuur te verbeteren door het in te stellen als een gedecentraliseerd agentschap van de Unie. Dit stemt ook overeen met de noodzaak om rekening te houden met de aanzienlijk grotere rol die Berec speelt uit hoofde van Verordening (EG) nr. 531/2012, waarbij aan Berec taken inzake Uniebrede roaming zijn toebedeeld, Verordening (EU) 2015/2120, waarbij aan Berec taken inzake open-internettoegang en roaming zijn verleend, en de richtlijn die aan Berec een aanzienlijk aantal nieuwe taken verleent zoals besluiten en richtsnoeren op diverse vlakken, rapportage over technische aangelegenheden, registers bijhouden en advies verstrekken over internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen op het gebied van marktregulering en over toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum.

Amendement     2

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  De uitvoering van het regelgevingskader voor elektronischecommunicatienetwerken en de vorderingen op het vlak van communicatietechnologie en -software hebben ertoe geleid dat de manier waarop cultuur en culturele inhoud worden aangereikt aan en worden geraadpleegd door de Europese burgers, aanzienlijk is veranderd. De ongelijke infrastructurele dekking en ‘lock-in’-effecten hebben echter ook tot diepe digitale kloven geleid. Om deze kloven te overbruggen en het ontstaan van nieuwe scheidslijnen te verhinderen, in het bijzonder met betrekking tot culturele diversiteit en meertaligheid, moet Berec - net als andere instanties - aan de hand van op de omvang van de problemen afgestemde instrumenten bij het opstellen van richtsnoeren, adviezen en andere soorten teksten rekening houden met de bredere culturele en sociale impact hiervan.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Berec moet de taken die eraan zijn toegewezen uitvoeren in overeenstemming met artikel 167 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met de algemene doelstellingen met betrekking tot de bevordering van zowel culturele en taalkundige verscheidenheid als pluralisme in de media zoals vastgelegd in artikel 3, lid 1, van de richtlijn, en met de doelstellingen die zijn vastgelegd in het Unesco-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen van 2005.

Motivering

Aangezien beslissingen die met betrekking tot elektronische communicatie worden genomen (bv. over de toekenning van spectrum) van invloed kunnen zijn op de culturele en taalkundige verscheidenheid en het pluralisme in de media, wordt benadrukt dat de algemene doelstellingen op deze gebieden de leidraad van het werk van Berec moeten zijn. Hierbij wordt het Unesco-verdrag in herinnering gebracht.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Berec moet de kans krijgen om indien nodig samen te werken, zonder afbreuk te doen aan hun rol, met andere organen, agentschappen, diensten en adviesgroepen van de Unie, met name de Beleidsgroep Radiospectrum29, het Europees Comité voor gegevensbescherming30, de Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten31 en het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging32, alsook met bestaande comités (zoals het Comité voor communicatie en het Radiospectrumcomité). Het moet ook de mogelijkheid krijgen om samen te werken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, met name de regelgevende instanties die bevoegd zijn op het gebied van elektronische communicatie en/of groepen van deze autoriteiten alsmede met internationale organisaties, indien dit nodig is voor het vervullen van zijn taken.

(11)  Om de samenhang en consistentie van het beleid te waarborgen en om zijn taken doeltreffend te kunnen uitvoeren, rekening houdend met bredere beleidsdoelstellingen van de Unie, moet Berec de kans krijgen om samen te werken, zonder afbreuk te doen aan hun rol, met andere organen, agentschappen, diensten en adviesgroepen van de Unie, met name de Beleidsgroep Radiospectrum29, het Europees Comité voor gegevensbescherming30, de Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten31 en het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging32, alsook met bestaande comités (zoals het Comité voor communicatie en het Radiospectrumcomité). Het moet ook de mogelijkheid krijgen om samen te werken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, met name de regelgevende instanties die bevoegd zijn op het gebied van elektronische communicatie en/of groepen van deze autoriteiten alsmede met internationale organisaties, indien dit nodig is voor het vervullen van zijn taken.

__________________

__________________

29 Besluit 2002/622/EG tot oprichting van een Beleidsgroep Radiospectrum (PB L 198 van 27.7.2002, blz. 49).

29 Besluit 2002/622/EG tot oprichting van een Beleidsgroep Radiospectrum (PB L 198 van 27.7.2002, blz. 49).

30 Opgericht krachtens Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

30 Opgericht krachtens Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

31 Richtlijn [...].

31 Richtlijn [...].

32 Verordening (EU) nr. 526/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 inzake het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 460/2004 (OJ L 165 van 18.6.2013, blz. 41).

32 Verordening (EU) nr. 526/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 inzake het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 460/2004 (OJ L 165 van 18.6.2013, blz. 41).

Motivering

Er wordt gewezen op het beginsel voor samenwerking met andere betrokken organen, waaronder ERGA en RSPG.

Amendement     5

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Ten opzichte van de situatie in het verleden waarin de raad van regelgevers en het comité van beheer naast elkaar bestonden, moet de invoering van één enkele raad van bestuur die het algemene beleid voor de activiteiten van Berec bepaalt en over zowel regelgevende en operationele als administratieve en begrotingszaken beslist, leiden tot een verbetering van de efficiëntie, de coherentie en de prestaties van het agentschap. Daartoe moet de raad van bestuur de desbetreffende functies uitoefenen en moet deze naast twee vertegenwoordigers van de Commissie bestaan uit het hoofd van elke NRI, of een lid van het collegiale orgaan van de NRI, die door ontslagvoorwaarden wordt beschermd.

(12)  Ten opzichte van de situatie in het verleden waarin de raad van regelgevers en het comité van beheer naast elkaar bestonden, moet de invoering van één enkele raad van bestuur die het algemene beleid voor de activiteiten van Berec bepaalt en over zowel regelgevende en operationele als administratieve en begrotingszaken beslist, leiden tot een verbetering van de efficiëntie, de coherentie en de prestaties van het agentschap. Daartoe moet de raad van bestuur de desbetreffende functies uitoefenen en moet deze naast de vertegenwoordiger van de Commissie bestaan uit het hoofd van elke NRI, of een lid van het collegiale orgaan van de NRI, die door ontslagvoorwaarden wordt beschermd.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De rol van de uitvoerend directeur, die optreedt als wettelijk vertegenwoordiger van Berec, is van cruciaal belang voor de goede werking van het agentschap en de uitvoering van de toegewezen taken. De raad van bestuur moet de directeur benoemen op basis van een lijst die door de Commissie is opgesteld na een open en transparante selectieprocedure om een strenge beoordeling van de kandidaten en een grote mate van onafhankelijkheid te waarborgen. Voorts bedroeg de ambtstermijn van de administratief directeur van het Berec-Bureau in het verleden drie jaar. Het is noodzakelijk dat de uitvoerend directeur over een voldoende lang mandaat beschikt om het agentschap stabiliteit en uitzicht op een langetermijnstrategie te bieden.

(16)  De rol van de uitvoerend directeur, die optreedt als wettelijk vertegenwoordiger van Berec, is van cruciaal belang voor de goede werking van het agentschap en de uitvoering van de toegewezen taken. De raad van bestuur moet de directeur benoemen op basis van een lijst die door de Commissie is opgesteld na een open en transparante selectieprocedure om een strenge beoordeling van de kandidaten en een grote mate van onafhankelijkheid te waarborgen. Vóór de benoeming moet de door de raad van bestuur gekozen kandidaat worden verzocht voor de bevoegde commissies van het Europees Parlement te verschijnen opdat deze met de keuze kunnen instemmen. Voorts bedroeg de ambtstermijn van de administratief directeur van het Berec-Bureau in het verleden drie jaar. Het is noodzakelijk dat de uitvoerend directeur over een voldoende lang mandaat beschikt om het agentschap stabiliteit en uitzicht op een langetermijnstrategie te bieden.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  De ervaring heeft uitgewezen dat de meeste taken van Berec beter worden verricht in werkgroepen; de raad van bestuur moet dan ook werkgroepen oprichten en de leden daarvan benoemen. Om een evenwichtige aanpak te garanderen moeten de werkgroepen worden gecoördineerd en geleid door personeelsleden van Berec. Er dienen lijsten van bevoegde deskundigen te worden opgesteld met het oog op een snelle oprichting van een aantal werkgroepen, met name die welke belast zijn met internemarktprocedures voor ontwerpen van nationale marktreguleringsmaatregelen en de toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum, omdat voor deze procedures termijnen gelden.

(17)  De ervaring heeft uitgewezen dat de meeste taken van Berec beter worden verricht in werkgroepen; de raad van bestuur moet dan ook werkgroepen oprichten en de leden daarvan benoemen. De samenstelling van de werkgroepen moet de verschillende relevante beleidsbelangen goed weerspiegelen en rekening houden met de algemene doelstellingen, met name de bevordering van zowel culturele en taalkundige verscheidenheid als pluralisme in de media, zoals vastgelegd in artikel 3, lid 1, van de richtlijn. Om een evenwichtige aanpak te garanderen moeten de werkgroepen worden gecoördineerd en geleid door personeelsleden van Berec. Er dienen lijsten van bevoegde deskundigen te worden opgesteld met het oog op een snelle oprichting van een aantal werkgroepen, met name die welke belast zijn met internemarktprocedures voor ontwerpen van nationale marktreguleringsmaatregelen en de toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum, omdat voor deze procedures termijnen gelden.

Motivering

Er wordt op gewezen dat de werkgroepen die door Berec worden opgezet alle beleidsbelangen in acht moeten nemen en moeten optreden met de algemene doelstellingen met betrekking tot culturele/taalkundige verscheidenheid en mediapluralisme in het achterhoofd.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Om te garanderen dat Berec het volledige scala aan beleidsbelangen in acht neemt en de mogelijke gevolgen van zijn maatregelen kan inschatten, moet het agentschap de belanghebbenden actief betrekken via instrumenten zoals forums voor regelmatige raadpleging van belanghebbenden. De werkgroepen van Berec moeten ook belanghebbenden buiten de regelgevende gemeenschap actief betrekken bij hun werk en een zo breed mogelijk scala aan belangen aanboren.

Motivering

Er wordt verduidelijkt dat Berec en de werkgroepen ervan instrumenten moeten ontwikkelen om belanghebbenden uit een breed scala van belangen actief te betrekken.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Om zijn taken doeltreffend uit te oefenen moet Berec het recht hebben alle nodige informatie op te vragen van de Commissie, de NRI's of, in laatste instantie, andere autoriteiten en ondernemingen. Verzoeken om informatie moeten evenredig zijn en mogen geen buitensporige last meebrengen voor de adressaten. De NRI's, die het dichtst bij de markten voor elektronische communicatie staan, moeten met Berec samenwerken en moeten het met het oog op de vervulling van zijn mandaat tijdig en accuraat van informatie voorzien. Berec moet op basis van het beginsel van loyale samenwerking ook de nodige informatie delen met de Commissie.

(25)  Om zijn taken doeltreffend uit te oefenen moet Berec het recht hebben alle nodige informatie op te vragen van de Commissie, de NRI's en, in laatste instantie, andere autoriteiten en ondernemingen. Verzoeken om informatie moeten evenredig zijn en mogen geen buitensporige last meebrengen voor de adressaten. De NRI's, die het dichtst bij de markten voor elektronische communicatie staan, moeten met Berec samenwerken en moeten tijdig accurate informatie verschaffen, zodat Berec zijn mandaat kan vervullen. Berec moet op basis van het beginsel van loyale samenwerking ook de nodige informatie delen met de Commissie.

Amendement     10

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Berec handelt binnen het toepassingsgebied van Richtlijn [...], Richtlijn 2002/58/EG, Verordening (EG) nr. 531/2012, Verordening (EU) 2015/2120 en Besluit 243/2012/EU36 (programma voor het radiospectrumbeleid).

Berec handelt binnen het toepassingsgebied van Richtlijn [...], Richtlijn 2002/58/EG, Verordening (EG) nr. 531/2012, Verordening (EU) 2015/2120 en Besluit 243/2012/EU36 (programma voor het radiospectrumbeleid) en eventuele andere Uniebesluiten waarbij Berec nieuwe taken en bevoegdheden worden toebedeeld..

_________________

_________________

36 Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (PB L 81 van 21.3.2012, blz. 7).

36 Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (PB L 81 van 21.3.2012, blz. 7).

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Berec streeft dezelfde doelstellingen na als die van de nationale regelgevende instanties (hierna: „NRI's”), als bedoeld in artikel 3 van de richtlijn. Berec zorgt met name voor een consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het in lid 2 omschreven toepassingsgebied en draagt aldus bij aan de ontwikkeling van de interne markt. Voorts bevordert het de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit; de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten; en de belangen van de burgers van de Unie.

3.  Berec streeft dezelfde doelstellingen na als die van de nationale regelgevende instanties (hierna: „NRI's”), als bedoeld in artikel 3 van de richtlijn. Berec moet met name samenwerken met de NRI’s om te zorgen voor een consistente regelgevende aanpak van de toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het in lid 2 omschreven toepassingsgebied en met betrekking tot de in lid 1 genoemde doelstellingen, en draagt aldus bij aan de ontwikkeling van de geharmoniseerde interne markt. Voorts bevordert het een niet-discriminerende behandeling van het verkeer bij het aanbieden van internettoegangsdiensten: open-internettoegang; de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit; de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten; en de belangen van de burgers van de Unie.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  BEREC gaat onafhankelijk, onpartijdig en transparant te werk en kan putten uit de onder de NRI’s aanwezige expertise. Elke lidstaat zorgt ervoor dat de NRI's beschikken over voldoende financiële en personele middelen die nodig zijn om deel te nemen aan het werk van Berec.

Amendement     13

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  adviseren van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, op verzoek of op eigen initiatief, over de resultaten van zijn technische analyse van de regelgevingsimpact van om het even welke kwestie betreffende de dynamiek van de marktontwikkeling op het kader voor elektronische communicatie;

Amendement     14

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a ter)  bijstaan, op verzoek, van de NRI’s, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie wat betreft hun betrekkingen, gesprekken en uitwisselingen met derde partijen, en assisteren van de NRI’s en de Commissie wat betreft de verspreiding van goede regelgevingspraktijken bij derde partijen;

Motivering

Zie de formulering van artikel 2, onder e), van verordening (EG) nr. 1211/2009.

Amendement     15

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a quater)  bevorderen van de samenwerking tussen de NRI’s onderling en tussen de NRI’s en de Commissie;

Motivering

Zie de formulering van de tweede zin van artikel 1, lid 4, van verordening (EG) nr. 1211/2009.

Amendement     16

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a quinquies)  opstellen van aanbevelingen voor en verspreiden van goede regelgevingspraktijken bij de NRI's, ter bevordering van een consistente uitvoering van het regelgevingskader voor elektronische communicatie;

Amendement     17

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a sexies)  verslag uitbrengen over de Europese elektronischecommunicatiesector door middel van de publicatie van een jaarlijks verslag over de ontwikkelingen in deze sector;

Amendement     18

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a septies)  adviseren van de Commissie, indien nodig, als technisch deskundig orgaan bij het voorbereiden en aannemen van wetgeving op gebied van elektronische communicatie;

Amendement     19

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a octies)  andere taken die hem op grond van rechtshandelingen van de Unie, met name de richtlijn [...]('Code Elektronische Communicatie'), Verordening (EG) nr. 531/2012 en Verordening (EU) 2015/2120, zijn toegekend.

Amendement     20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  een economisch model ontwikkelen om de Commissie bij te staan bij de vaststelling van de maximale afgiftetarieven in de Unie, in overeenstemming met artikel 73 van de richtlijn;

c)  in zeer nauwe samenwerking met andere NRI’s een economisch model ontwikkelen om de Commissie bij te staan bij de vaststelling van de maximale afgiftetarieven in de Unie, in overeenstemming met artikel 73 van de richtlijn

Amendement     21

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  adviezen verstrekken als bedoeld in de richtlijn en in Verordening (EU) nr. 531/2012, met name:

Schrappen

  over de beslechting van grensoverschrijdende geschillen in overeenstemming met artikel 27 van de richtlijn;

 

  over nationale ontwerpmaatregelen met betrekking tot internemarktprocedures voor marktregulering in overeenstemming met de artikelen 32, 33 en 66 van de richtlijn;

 

  over nationale ontwerpmaatregelen met betrekking tot internemarktprocedures voor peer review inzake radiospectrum in overeenstemming met artikel 35 van de richtlijn;

 

  over ontwerpbesluiten en aanbevelingen inzake harmonisatie in overeenstemming met artikel 38 van de richtlijn;

 

Amendement     22

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  over de consistente uitvoering van het regelgevingskader voor elektronische communicatie;

Amendement     23

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – streepje 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  inzake niet-discriminerende behandeling van het verkeer bij het aanbieden van internettoegangsdiensten overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2120;

Amendement     24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter b – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  inzake marktpraktijken die negatieve gevolgen zouden kunnen hebben op de niet-discriminatoire internettoegang, het open internet, consumentenrechten en misbruikpraktijken;

Amendement     25

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Berec kan op gemotiveerd verzoek van de Commissie andere specifieke taken op zich nemen die noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn rol, als omschreven in artikel 1, lid 2.

Motivering

Zie de formulering van artikel 3, lid 2, van verordening (EG) nr. 1211/2009.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Voor zover nodig kan Berec met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening en van zijn taken samenwerken met bevoegde EU-organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen, met de bevoegde autoriteiten van derde landen en/of met internationale organisaties, in overeenstemming met artikel 26.

4.  Voor zover nodig kan Berec om de doelstellingen van deze verordening en zijn taken te vervullen en om bij te dragen tot de bredere EU-beleidsdoelstellingen, de NRI’s raadplegen en samenwerken met bevoegde EU-organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen, met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, derde landen en/of met nationale en internationale organisaties, in overeenstemming met artikel 26.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat en twee vertegenwoordigers van de Commissie, die allen stemrecht hebben. Elke NRI is verantwoordelijk voor de benoeming van haar respectieve vertegenwoordiger en kiest hiervoor tussen het hoofd of de leden van het collegiale orgaan van de NRI.

De raad van bestuur bestaat uit één lid per lidstaat en één vertegenwoordiger van de Commissie, die allen stemrecht hebben. Elke NRI is verantwoordelijk voor de benoeming van haar respectieve vertegenwoordiger, hetzij het hoofd, hetzij een andere hooggeplaatste vertegenwoordiger van de NRI. Regelgevende autoriteiten uit derde landen die door de raad van bestuur worden uitgenodigd, hebben de status van waarnemer.

Amendement     28

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De voorzitter of de vicevoorzitter brengt desgevraagd verslag uit aan het Europees Parlement over de uitvoering van de taken en de prestaties van Berec.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De voorzitter neemt deel aan de stemming.

3.  De voorzitter mag deelnemen aan de stemming.

Motivering

Er wordt verduidelijkt dat de voorzitter niet verplicht is te stemmen, maar daartoe wel het recht heeft.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De uitvoerend directeur neemt niet deel aan de stemming.

4.  De uitvoerend directeur mag zijn stem niet uitbrengen.

Motivering

Er wordt verduidelijkt dat de uitvoerend directeur niet mag stemmen, maar bijvoorbeeld wel de organisatie van de stemming op zich kan nemen.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Functioneren van de werkgroepen

Functioneren van de werkgroepen en betrekken van belanghebbenden

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De raad van bestuur benoemt de leden van de werkgroepen, waaraan kan worden deelgenomen door deskundigen van de NRI's en de Commissie, personeelsleden van Berec en de nationale regelgevende instanties van derde landen die aan de werkzaamheden van Berec deelnemen.

De raad van bestuur benoemt de leden van de werkgroepen, waarvoor deskundigen van de NRI's en de Commissie, personeelsleden van Berec en de nationale regelgevende instanties van derde landen die aan de werkzaamheden van Berec deelnemen in aanmerking komen. De samenstelling van de werkgroepen moet de verschillende relevante beleidsbelangen goed weerspiegelen en rekening houden met de algemene doelstellingen, met name de bevordering van zowel culturele en taalkundige verscheidenheid als pluralisme in de media, zoals vastgelegd in artikel 3, lid 1, van de richtlijn.

Motivering

Er wordt op gewezen dat de werkgroepen die door Berec worden opgezet alle beleidsbelangen in acht moeten nemen en moeten optreden met de algemene doelstellingen met betrekking tot culturele/taalkundige verscheidenheid en mediapluralisme in het achterhoofd.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Berec moet waar nodig voor zichzelf en de werkzaamheden van zijn werkgroepen de adviezen inwinnen van relevante belanghebbenden en hen bij de werkzaamheden betrekken, bijvoorbeeld via raadplegingen of forums voor belanghebbenden. Op die manier moet het garanderen dat de belanghebbenden de verschillende beleidsbelangen op dit gebied goed vertegenwoordigen. BEREC maakt de resultaten van de raadplegingsprocedure voor het publiek beschikbaar, onverminderd artikel 28.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Elke partij bij de beroepsprocedure kan een lid van een kamer van beroep wraken om een van de in lid 1 genoemde redenen, of indien het lid in kwestie van partijdigheid wordt verdacht. Deze wraking is niet ontvankelijk indien de partij in de beroepsprocedure, ofschoon zij op de hoogte is van een grond voor wraking, reeds een proceshandeling heeft verricht. De wraking mag niet gebaseerd zijn op de nationaliteit van het betrokken lid.

3.  Elke partij bij de beroepsprocedure kan een lid van een kamer van beroep wraken om een van de in lid 1 genoemde redenen, of indien het lid in kwestie van partijdigheid wordt verdacht. Deze wraking is niet ontvankelijk indien de partij in de beroepsprocedure, ofschoon zij op de hoogte is van een grond voor wraking, toch reeds een proceshandeling heeft verricht, zoals de indiening van een aanvraag of van waarnemingen, en zo stilzwijgend met de samenstelling van kamer heeft toegestemd. Een wraking gebaseerd op de nationaliteit van het betrokken lid wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Motivering

Het doel van de bepaling wordt verduidelijkt in overeenstemming met de uitspraak van het Gerecht van eerste aanleg in zaak T-63/10.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vóór de benoeming kan de door de raad van bestuur gekozen kandidaat worden verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

Voordat hij/zij wordt benoemd, wordt de door de raad van beheer geselecteerde kandidaat verzocht om voor de bevoegde commissies van het Europees Parlement te verschijnen, opdat deze met de keuze kunnen instemmen.

Amendement     36

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen. Binnen één maand voorafgaand aan de verlenging van zijn ambtstermijn kan de uitvoerend directeur worden gevraagd een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

5.  De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen. Binnen één maand voorafgaand aan de verlenging van zijn ambtstermijn wordt de uitvoerend directeur gevraagd een verklaring voor de bevoegde commissies van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

Amendement     37

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De uitvoerend directeur kan niet uit zijn functie worden ontheven dan bij besluit van de raad van bestuur op voorstel van de Commissie.

7.  De uitvoerend directeur kan uitsluitend uit zijn functie worden ontheven bij besluit van de raad van bestuur op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor zover noodzakelijk om de doelstellingen van deze verordening te bereiken en om zijn taken te vervullen, en onverminderd de bevoegdheden van de lidstaten en de instellingen van de Unie, kan Berec samenwerken met bevoegde organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen van de Unie, bevoegde autoriteiten van derde landen en/of internationale organisaties.

Voor zover noodzakelijk om de doelstellingen van deze verordening te bereiken, om zijn taken te vervullen en om bij te dragen aan de bredere beleidsdoelstellingen van de Unie, en onverminderd de bevoegdheden van de lidstaten en de instellingen van de Unie, kan Berec samenwerken met bevoegde organen, agentschappen, bureaus en adviesgroepen van de Unie, bevoegde autoriteiten van derde landen en/of internationale organisaties.

Motivering

Het beginsel voor samenwerking met andere organen, agentschappen, diensten en adviesgroepen wordt verhelderd.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie

Document- en procedurenummers

COM(2016)0591 – C8-0382/2016 – 2016/0286(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ITRE

24.10.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

CULT

24.10.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Silvia Costa

11.10.2016

Behandeling in de commissie

22.3.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

4.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

15

13

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Isabella Adinolfi, Andrea Bocskor, Silvia Costa, Angel Dzhambazki, María Teresa Giménez Barbat, Giorgos Grammatikakis, Petra Kammerevert, Svetoslav Hristov Malinov, Curzio Maltese, Luigi Morgano, John Procter, Michaela Šojdrová, Yana Toom, Helga Trüpel, Sabine Verheyen, Julie Ward, Bogdan Brunon Wenta, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Milan Zver

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Norbert Erdős, Eider Gardiazabal Rubial, Sylvie Guillaume, Emma McClarkin, Marlene Mizzi, Liadh Ní Riada, Algirdas Saudargas, Remo Sernagiotto

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Florent Marcellesi

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

15

+

ALDE Group

EFDD Group

GUE/NGL Group

S&D Group

 

Verts/ALE Group

María Teresa Giménez Barbat, Yana Toom

Isabella Adinolfi

Curzio Maltese, Liadh Ní Riada

Silvia Costa, Eider Gardiazabal Rubial, Giorgos Grammatikakis, Sylvie Guillaume, Petra Kammerevert, Marlene Mizzi, Luigi Morgano, Julie Ward

Florent Marcellesi, Helga Trüpel

13

-

ECR Group

PPE Group

Angel Dzhambazki, Emma McClarkin, John Procter, Remo Sernagiotto

Andrea Bocskor, Norbert Erdős, Svetoslav Hristov Malinov, Algirdas Saudargas, Sabine Verheyen, Bogdan Brunon Wenta, Bogdan Andrzej Zdrojewski, Milan Zver, Michaela Šojdrová

0

0

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (9.6.2017)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie

(COM(2016)0591 – C8-0382/2016 – 2016/0286(COD))

Rapporteur voor advies: Morten Helveg Petersen

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur voor advies steunt de doelstellingen van het voorstel van de Commissie volledig. Hij wil met dit advies waarborgen dat Berec bij de uitvoering van zijn taken ten volle rekening houdt met de fundamentele rechten en beginselen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn verankerd, en zich met name richt op een grotere mate van connectiviteit met moderne regels voor de bescherming van eindgebruikers. Berec moet zorgen voor niet-discriminerende toegang tot alle inhoud en diensten, waaronder openbare diensten, de vrijheid van meningsuiting en onderneming helpen bevorderen en de lidstaten in staat stellen om zich in de toekomst tegen veel lagere kosten aan het Handvest te houden.

Gezien de bevoegdheden van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken stelt de rapporteur voor advies vooral verwijzingen naar transparantie en non-discriminatie voor, want dit zijn centrale doelen bij de uitvoering van het regelgevingskader voor elektronische communicatie, die dienen te gelden voor de samenstelling en het functioneren van Berec. Daarom legt de rapporteur de nadruk op maatregelen die processen transparanter moeten maken en de verantwoordingsplicht hiervoor moeten versterken, met name waar het gaat om de samenstelling van de raad van bestuur en de werkgroepen alsmede om de publicatie van de belangenverklaring van de respectieve leden.

Er worden ook nog andere waarborgen ingevoerd om de "structurele" onafhankelijkheid van Berec te verzekeren. Wil Berec onafhankelijk blijven, dan houdt dat in dat het geen instructies van een regering of andere uitvoerende instantie vraagt of aanvaardt. Overeenkomstig het onlangs vastgestelde bestuursmodel voor regelgevende instanties op EU-niveau (zie het Europees Comité voor gegevensbescherming) dient de raad van bestuur van Berec alleen te bestaan uit vertegenwoordigers van onafhankelijke autoriteiten, terwijl de Commissie het recht heeft zonder stemrecht aan de activiteiten en vergaderingen van de raad deel te nemen.

De rapporteur voor advies is van mening dat de onafhankelijkheid en de verantwoordingsplicht van Berec verder kunnen worden versterkt door de samenstelling van de raad van bestuur en de benoemingsprocedure voor de uitvoerend directeur te wijzigen.

Daarnaast voegt de rapporteur voor advies nieuwe taken voor Berec toe, met name op het gebied van de veiligheid van netwerken en diensten en de grondrechten, waarmee hij aansluit bij de amendementen op de richtlijn inzake het Europees wetboek voor elektronische communicatie die hij in het bijbehorende ontwerpverslag zal opnemen.

Dit alles moet ervoor zorgen dat de op Berec-niveau genomen besluiten voldoen aan de strengste normen met betrekking tot onafhankelijkheid, transparantie en verantwoordingsplicht en daarmee bijdragen aan een regel- en rechtsconforme uitvoering van het regelgevingskader voor de elektronische communicatie.

AMENDEMENTEN

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  In haar strategie voor een digitale eengemaakte markt heeft de Commissie een herziening van Richtlijn 2002/58/EG aangekondigd om een hoog niveau van bescherming van de persoonlijke levenssfeer voor gebruikers van elektronische-communicatiediensten en een gelijk speelveld voor alle marktdeelnemers te garanderen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Berec en het Berec-Bureau hebben een positieve bijdrage geleverd aan een consistente tenuitvoerlegging van het regelgevingskader voor elektronische communicatie. Toch zijn er nog steeds grote verschillen tussen de lidstaten met betrekking tot de regelgevende praktijk. Bovendien is de governancestructuur van Berec en het Berec-Bureau omslachtig en leidt deze tot onnodige administratieve lasten. Om te zorgen voor efficiëntiewinsten en synergieën en verder bij te dragen tot de ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie alsmede om de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en de belangen van de burgers van de Unie te bevorderen, beoogt deze verordening de rol van Berec te versterken en zijn bestuursstructuur te verbeteren door het in te stellen als een gedecentraliseerd agentschap van de Unie. Dit stemt ook overeen met de noodzaak om rekening te houden met de aanzienlijk grotere rol die Berec speelt krachtens Verordening (EG) nr. 531/2012, waarbij aan Berec taken inzake Uniebrede roaming zijn toebedeeld, Verordening (EU) 2015/2120, waarbij aan Berec taken inzake open-internettoegang en roaming zijn verleend, en de richtlijn, waarbij aan Berec een aanzienlijk aantal nieuwe taken zijn verleend zoals besluiten en richtsnoeren over diverse onderwerpen, rapportage over technische aangelegenheden, registers bijhouden en advies verstrekken over internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen op het gebied van marktregulering en over toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum.

(7)  Berec en het Berec-Bureau hebben een positieve bijdrage geleverd aan een consistente tenuitvoerlegging van het regelgevingskader voor elektronische communicatie. Toch zijn er nog steeds grote verschillen tussen de lidstaten met betrekking tot de regelgevende praktijk. Bovendien is de governancestructuur van Berec en het Berec-Bureau omslachtig en leidt deze tot onnodige administratieve lasten. Om te zorgen voor efficiëntiewinsten en synergieën en verder bij te dragen tot de ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie alsmede om de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie, de transparantie en de non-discriminatie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en de belangen van de burgers van de Unie te bevorderen, beoogt deze verordening de rol van Berec te versterken en zijn bestuursstructuur te verbeteren door het in te stellen als een gedecentraliseerd agentschap van de Unie. Dit stemt ook overeen met de noodzaak om rekening te houden met de aanzienlijk grotere rol die Berec speelt krachtens Verordening (EG) nr. 531/2012, waarbij aan Berec taken inzake Uniebrede roaming zijn toebedeeld, Verordening (EU) 2015/2120, waarbij aan Berec taken inzake open-internettoegang en roaming zijn verleend, en de richtlijn, waarbij aan Berec een aanzienlijk aantal nieuwe taken zijn verleend zoals besluiten en richtsnoeren over diverse onderwerpen, rapportage over technische aangelegenheden, registers bijhouden en advies verstrekken over internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen op het gebied van marktregulering en over toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  De behoefte aan consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie in alle lidstaten speelt een essentiële rol in de succesvolle ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie, om de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten en de belangen van de burgers van de Unie te bevorderen. Rekening houdend met markt- en technologische ontwikkelingen, die vaak een steeds grotere grensoverschrijdende dimensie krijgen, en met de tot dusver opgedane ervaringen om te komen tot een consistente tenuitvoerlegging op het gebied van elektronische communicatie, moet worden voortgebouwd op het werk van Berec en het Berec-Bureau en moeten deze verder worden ontwikkeld tot een volwaardig agentschap.

(8)  De behoefte aan consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie in alle lidstaten speelt een essentiële rol in de succesvolle ontwikkeling van de interne markt voor elektronische communicatie in de hele Unie, om de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie, de transparantie en de non-discriminatie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten en de belangen van de burgers van de Unie te bevorderen. Rekening houdend met markt- en technologische ontwikkelingen, die vaak een steeds grotere grensoverschrijdende dimensie krijgen, en met de tot dusver opgedane ervaringen om te komen tot een consistente tenuitvoerlegging op het gebied van elektronische communicatie, moet worden voortgebouwd op het werk van Berec en het Berec-Bureau en moeten deze verder worden ontwikkeld tot een volwaardig agentschap.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Berec dient bij de uitvoering van zijn taken ten volle rekening te houden met de fundamentele rechten en beginselen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest) zijn verankerd, en zich met name te richten op een grotere mate van connectiviteit met moderne regels voor de bescherming van eindgebruikers. Berec moet zorgen voor niet-discriminerende toegang tot alle inhoud en diensten, waaronder openbare diensten, de vrijheid van meningsuiting en onderneming helpen bevorderen en de lidstaten in staat stellen om zich in de toekomst tegen veel lagere kosten aan het Handvest te houden.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Het bestuur en de werking van het agentschap moet in overeenstemming zijn met de beginselen van de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie van 19 juli 2012 over gedecentraliseerde agentschappen (hierna "gemeenschappelijke aanpak")28. Vanwege het gevestigde imago van Berec en de kosten die een naamsverandering zou meebrengen, moet het nieuwe agentschap de naam Berec behouden.

(9)  Het bestuur en de werking van het agentschap moet in overeenstemming zijn met de beginselen van de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie van 19 juli 2012 over gedecentraliseerde agentschappen (hierna "gemeenschappelijke aanpak")28, in het bijzonder ten aanzien van de transparantie en de betrekkingen met belanghebbenden. Vanwege het gevestigde imago van Berec en de kosten die een naamsverandering zou meebrengen, moet het nieuwe agentschap de naam Berec behouden.

__________________

__________________

28 Gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie over gedecentraliseerde agentschappen van 19 juli 2012.

28 Gezamenlijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie over gedecentraliseerde agentschappen van 19 juli 2012.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Als technisch orgaan met expertise op het gebied van elektronische communicatie, bestaande uit vertegenwoordigers van de nationale regelgevende instanties en de Commissie, bevindt Berec zich in een goede positie om te worden belast met taken zoals het regelen van bepaalde zaken met een grensoverschrijdende dimensie, medewerking verlenen aan efficiënte internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen (zowel voor marktregulering als voor de toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum), richtsnoeren aan NRI's verstrekken om te werken aan gemeenschappelijke criteria en een consistente regelgevende aanpak, en bepaalde registers op het niveau van de Unie bijhouden. Hiermee wordt geen afbreuk gedaan aan taken die zijn toegewezen aan de NRI's, die het dichtst bij de markten voor elektronische communicatie en de lokale omstandigheden staan. Om zijn taken uit te voeren heeft het agentschap passende financiële en personele middelen nodig en blijft het ook de deskundigheid van de NRI's bundelen.

(10)  Als technisch orgaan met expertise op het gebied van elektronische communicatie, bestaande uit vertegenwoordigers van de nationale regelgevende instanties en de Commissie, bevindt Berec zich in een goede positie om te worden belast met taken zoals het regelen van bepaalde zaken met een grensoverschrijdende dimensie, medewerking verlenen aan efficiënte, transparante en niet-discriminerende internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen (zowel voor marktregulering als voor de toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum), richtsnoeren aan NRI's verstrekken om te werken aan gemeenschappelijke criteria en een consistente regelgevende aanpak, en bepaalde registers op het niveau van de Unie bijhouden. Hiermee wordt geen afbreuk gedaan aan taken die zijn toegewezen aan de NRI's, die het dichtst bij de markten voor elektronische communicatie en de lokale omstandigheden staan. Om zijn taken uit te voeren heeft het agentschap passende financiële en personele middelen nodig en blijft het ook de deskundigheid van de NRI's bundelen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Om te garanderen dat het zijn taken op inclusieve, representatieve en transparante wijze uitvoert, dient Berec erop toe te zien dat in zijn overlegprocessen alsmede in de samenstelling van zijn werkgroepen en in de keuze van afzonderlijke deskundigen rekening wordt gehouden met de verscheidenheid aan belanghebbenden uit economie en maatschappelijk middenveld die op de markt voor elektronische communicatie actief zijn, waaronder kmo's en dienstverleners zonder winstoogmerk.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Berec moet de kans krijgen om indien nodig samen te werken, zonder afbreuk te doen aan hun rol, met andere organen, agentschappen, diensten en adviesgroepen van de Unie, met name de Beleidsgroep Radiospectrum29, het Europees Comité voor gegevensbescherming30, de Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten31 en het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging32, alsook met bestaande comités (zoals het Comité voor communicatie en het Radiospectrumcomité). Het moet ook de mogelijkheid krijgen om samen te werken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, met name de regelgevende instanties die bevoegd zijn op het gebied van elektronische communicatie en/of groepen van deze autoriteiten alsmede met internationale organisaties, indien dit nodig is voor het vervullen van zijn taken.

(11)  Berec moet de kans krijgen om indien nodig samen te werken, zonder afbreuk te doen aan hun rol, met andere organen, agentschappen, diensten en adviesgroepen van de Unie, met name de Beleidsgroep Radiospectrum29, het Europees Comité voor gegevensbescherming30, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, de Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten31, het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging32 en het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, alsook met bestaande comités (zoals het Comité voor communicatie en het Radiospectrumcomité). Het moet ook de mogelijkheid krijgen om samen te werken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, met name de regelgevende instanties die bevoegd zijn op het gebied van elektronische communicatie en/of groepen van deze autoriteiten alsmede met internationale organisaties, indien dit nodig is voor het vervullen van zijn taken.

__________________

__________________

29 Besluit 2002/622/EG tot oprichting van een Beleidsgroep Radiospectrum (PB L 198 van 27.7.2002, blz. 49).

29 Besluit 2002/622/EG tot oprichting van een Beleidsgroep Radiospectrum (PB L 198 van 27.7.2002, blz. 49).

30 Opgericht krachtens Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

30 Opgericht krachtens Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

31 Richtlijn [...].

31 Richtlijn [...].

32 Verordening (EU) nr. 526/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 inzake het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 460/2004 (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 41).

32 Verordening (EU) nr. 526/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 inzake het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 460/2004 (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 41).

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De rol van de uitvoerend directeur, die optreedt als wettelijk vertegenwoordiger van Berec, is van cruciaal belang voor de goede werking van het agentschap en de uitvoering van de toegewezen taken. De raad van bestuur moet de directeur benoemen op basis van een lijst die door de Commissie is opgesteld na een open en transparante selectieprocedure om een strenge beoordeling van de kandidaten en een grote mate van onafhankelijkheid te waarborgen. Voorst bedroeg de ambtstermijn van de administratief directeur van het Berec-Bureau in het verleden drie jaar. Het is noodzakelijk dat de uitvoerend directeur over een voldoende lang mandaat beschikt om het agentschap stabiliteit en uitzicht op een langetermijnstrategie te bieden.

(16)  De rol van de uitvoerend directeur, die optreedt als wettelijk vertegenwoordiger van Berec, is van cruciaal belang voor de goede werking van het agentschap en de uitvoering van de toegewezen taken. De raad van bestuur moet de directeur benoemen op basis van een lijst die door de Commissie is opgesteld na een open en transparante selectieprocedure en een samenwerkingsprocedure (overleg) met het Europees Parlement en de Raad, om een strenge beoordeling van de kandidaten en een grote mate van onafhankelijkheid en verantwoordingsplicht te waarborgen. Voorst bedroeg de ambtstermijn van de administratief directeur van het Berec-Bureau in het verleden drie jaar. Het is noodzakelijk dat de uitvoerend directeur over een voldoende lang mandaat beschikt om het agentschap stabiliteit en uitzicht op een langetermijnstrategie te bieden.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  De ervaring heeft uitgewezen dat de meeste taken van Berec beter worden verricht in werkgroepen; de raad van bestuur moet dan ook werkgroepen oprichten en de leden daarvan benoemen. Om een evenwichtige aanpak te garanderen moeten de werkgroepen worden gecoördineerd en geleid door personeelsleden van Berec. Er dienen lijsten van bevoegde deskundigen te worden opgesteld met het oog op een snelle oprichting van een aantal werkgroepen, met name die welke belast zijn met internemarktprocedures voor ontwerpen van nationale marktreguleringsmaatregelen en de toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum, omdat voor deze procedures termijnen gelden.

(17)  De ervaring heeft uitgewezen dat de meeste taken van Berec beter worden verricht in werkgroepen; de raad van bestuur moet dan ook werkgroepen oprichten en de leden daarvan benoemen. Om een evenwichtige aanpak te garanderen moeten de werkgroepen worden gecoördineerd en geleid door personeelsleden van Berec. Er dienen lijsten van bevoegde deskundigen te worden opgesteld met het oog op een snelle oprichting van een aantal werkgroepen, met name die welke belast zijn met internemarktprocedures voor ontwerpen van nationale marktreguleringsmaatregelen en de toewijzing van gebruiksrechten voor het radiospectrum, omdat voor deze procedures termijnen gelden. De lijsten van bevoegde deskundigen die lid zijn van werkgroepen dienen samen met hun belangenverklaring openbaar te worden gemaakt.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Met betrekking tot operationele en technische aangelegenheden moet Berec juridisch, bestuurlijk en financieel autonoom zijn. Te dien einde is het noodzakelijk en gepast dat Berec een orgaan van de Unie met rechtspersoonlijkheid is dat de hem toegekende bevoegdheden uitoefent.

(21)  Met betrekking tot operationele en technische aangelegenheden moet Berec juridisch, bestuurlijk en financieel autonoom zijn. Te dien einde is het noodzakelijk en gepast dat Berec een orgaan van de Unie met rechtspersoonlijkheid is dat de hem toegekende bevoegdheden uitoefent. Berec dient juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk te zijn van het bedrijfsleven en de overheid en mag geen instructies van een regering of orgaan vragen of aanvaarden; het dient op transparante wijze te functioneren en daarvoor volgens de wettelijke bepalingen verantwoording af te leggen, en het dient over voldoende bevoegdheden te beschikken.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk de noodzaak te zorgen voor een consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het omschreven toepassingsgebied, met name met betrekking tot grensoverschrijdende aspecten en door middel van efficiënte internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen van de actie beter op Unieniveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

(26)  Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk de noodzaak te zorgen voor een consistente, transparante en niet-discriminerende toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het omschreven toepassingsgebied, met name met betrekking tot grensoverschrijdende aspecten en door middel van efficiënte internemarktprocedures voor nationale ontwerpmaatregelen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen van de actie beter op Unieniveau kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

Amendement     13

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De taken van Berec worden gepubliceerd op zijn website, die wordt geactualiseerd wanneer er nieuwe taken aan Berec worden toegewezen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Berec streeft dezelfde doelstellingen na als die van de nationale regelgevende instanties (hierna: "NRI's"), als bedoeld in artikel 3 van de richtlijn. Berec zorgt met name voor een consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het in lid 2 omschreven toepassingsgebied en draagt aldus bij aan de ontwikkeling van de interne markt. Voorts bevordert het de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en de belangen van de burgers van de Unie.

3.  Berec streeft dezelfde doelstellingen na als die van de nationale regelgevende instanties (hierna: "NRI's"), als bedoeld in artikel 3 van de richtlijn. Berec zorgt met name voor een consistente, transparante en niet-discriminerende toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie binnen het in lid 2 omschreven toepassingsgebied en draagt aldus bij aan de ontwikkeling van de interne markt. Voorts bevordert het de toegang tot en het gebruik van gegevensverbindingen van zeer hoge capaciteit, de concurrentie bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, -diensten en bijbehorende faciliteiten, en de belangen en rechten van de burgers van de Unie.

Motivering

Om een goed functionerend, efficiënt regelgevingskader voor elektronische communicatie te garanderen dat strookt met het EU-recht, moeten ook transparantie en non-discriminatie centrale doelstellingen voor Berec zijn in zijn streven naar een consistente toepassing van dit kader. Verder moet in dit verband ook het bevorderen van de rechten van de burgers, en niet alleen van hun belangen, tot de doelstellingen van Berec behoren.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – streepje 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  over minimumcriteria voor en een gemeenschappelijke benadering van de veiligheid van netwerken en informatiediensten in overeenstemming met artikel 40 van Richtlijn (EU) 2017/... [wetboek voor elektronische communicatie];

Motivering

Het voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie bevat specifieke bepalingen over de veiligheid van netwerken en informatie (artikel 40), die relevant zijn voor de taken die aan Berec worden toegewezen. De rapporteur wil deze bijkomende taak nader invullen wanneer hij zijn voorstellen voor het desbetreffende wetgevingsvoorstel presenteert.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter e – streepje 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-  over een gemeenschappelijke benadering die moet garanderen dat nationale maatregelen betreffende de toegang tot of het gebruik van diensten en toepassingen door de eindgebruikers via elektronische communicatienetwerken de fundamentele rechten en vrijheden, zoals gewaarborgd door het Handvest en de algemene beginselen van het Unierecht, in overeenstemming met artikel 93 van Richtlijn (EU) 2017/... [wetboek voor elektronische communicatie] eerbiedigen;

Motivering

Het voorstel voor een richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie bevat specifieke bepalingen over het eerbiedigen van fundamentele rechten (artikel 93), die relevant zijn voor de taken die aan Berec worden toegewezen. De rapporteur wil deze bijkomende taak nader invullen wanneer hij zijn voorstellen voor het desbetreffende wetgevingsvoorstel presenteert.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  aanbevelingen en beste praktijken voor de NRI's om een consistente uitvoering te bevorderen van alle technische aangelegenheden die binnen zijn mandaat vallen;

(c)  aanbevelingen en beste praktijken voor de NRI's om een consistente, transparante en niet-discriminerende uitvoering te bevorderen van alle technische aangelegenheden die binnen zijn mandaat vallen;

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lijst van leden van de raad van bestuur, waarop ook vermeld is of een lid voorzitter of vicevoorzitter van de raad is, wordt samen met hun belangenverklaring openbaar gemaakt op de website van Berec.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van Berec goedkeuren en het verslag alsmede de beoordeling ervan jaarlijks vóór 1 juli toezenden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer. Het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag wordt openbaar gemaakt;

(c)  het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van Berec goedkeuren en het verslag alsmede de beoordeling ervan jaarlijks vóór 1 juli toezenden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer. Het jaarlijkse activiteitenverslag van Berec wordt tijdens een openbare vergadering door de uitvoerend directeur aan het Europees Parlement en de Raad aangeboden. Het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag wordt openbaar gemaakt;

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Documenten die verband houden met de vergaderingen van de raad van bestuur worden op de website van Berec gepubliceerd; daarbij gaat het om de lijst van deelnemers en waarnemers, de agenda's, de notulen en de genomen besluiten, met inachtneming van artikel 28.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De uitvoerend directeur brengt desgevraagd verslag uit aan het Europees Parlement over de uitvoering van zijn taken. De Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken verslag uit te brengen over de uitvoering van zijn taken.

3.   De uitvoerend directeur brengt desgevraagd verslag uit aan het Europees Parlement over de uitoefening en uitvoering van zijn taken. De Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken verslag uit te brengen over de uitoefening van zijn taken.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 5 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis)  de presentatie van het jaarlijkse activiteitenverslag van Berec aan het Europees Parlement en de Raad tijdens een openbare vergadering;

Amendement     23

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 5 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  het opstellen van een actieplan voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen en beoordelingen, alsook van onderzoeken van OLAF, en de verslaglegging over de geboekte vooruitgang, twee maal per jaar aan de Commissie en op regelmatige tijdstippen aan de raad van bestuur;

(f)  het opstellen van een actieplan voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen en beoordelingen, alsook van onderzoeken van OLAF, en de verslaglegging over de geboekte vooruitgang, eenmaal per jaar aan de Commissie en op regelmatige tijdstippen aan de raad van bestuur;

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lijst van leden van de werkgroepen wordt samen met hun belangenverklaring openbaar gemaakt.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  De besluiten van de kamer van beroep worden openbaar gemaakt.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De uitvoerend directeur wordt na een open en transparante selectieprocedure door de raad van bestuur benoemd uit een lijst van door de Commissie voorgestelde kandidaten.

De uitvoerend directeur wordt door de raad van bestuur uit een lijst van door de Commissie voorgestelde kandidaten benoemd volgens een samenwerkingsprocedure (overleg) die als volgt verloopt:

 

(a)  voordat er een benoeming plaatsvindt, wordt de sollicitanten op een lijst die de Commissie na een oproep tot het indienen van kandidaturen en een transparante selectieprocedure heeft opgesteld, verzocht voor de Raad en de bevoegde commissie van het Europees Parlement te verschijnen en vragen te beantwoorden;

 

(b)  het Europees Parlement en de Raad brengen vervolgens een advies uit en geven de volgorde van hun voorkeur aan;

 

(c)  de raad van bestuur benoemt, rekening houdend met deze adviezen, de directeur en motiveert zijn keuze indien hij van deze adviezen afwijkt.

Motivering

De benoeming van de uitvoerend directeur van Berec dient te verlopen volgens de procedure die al voor andere EU-agentschappen bestaat, om zo meer transparantie en verantwoordingsplicht te garanderen.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen. Binnen één maand voorafgaand aan de verlenging van zijn ambtstermijn kan de uitvoerend directeur worden gevraagd een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

5.  De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen. Binnen één maand voorafgaand aan de verlenging van zijn ambtstermijn wordt de uitvoerend directeur gevraagd een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen te beantwoorden.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Berec stelt eigen veiligheidsvoorschriften vast die gelijkwaardig zijn aan de veiligheidsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (EUCI) en gevoelige niet-gerubriceerde informatie, waaronder voorschriften betreffende de uitwisseling, verwerking en opslag van dergelijke informatie, zoals omschreven in Besluiten (EU, Euratom) 2015/44342 en 2015/44443. Berec kan tevens een besluit nemen tot toepassing mutatis mutandis van de regels van de Commissie.

Onverminderd artikel 27, lid 1, stelt Berec eigen veiligheidsvoorschriften vast die gelijkwaardig zijn aan de veiligheidsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (EUCI) en gevoelige niet-gerubriceerde informatie, waaronder voorschriften betreffende de uitwisseling, verwerking en opslag van dergelijke informatie, zoals omschreven in Besluiten (EU, Euratom) 2015/44342 en 2015/44443. Berec kan tevens een besluit nemen tot toepassing mutatis mutandis van de regels van de Commissie.

__________________

__________________

42 Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).

42 Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).

43 Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).

43 Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Wanneer bij een dergelijke uitwisseling van gegevens persoonsgegevens worden doorgegeven aan een derde land, leven de lidstaten Verordening (EU) 2016/679 na.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verklaringen zijn accuraat en volledig, worden schriftelijk afgelegd en telkens wanneer nodig geactualiseerd. De belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur en de uitvoerend directeur worden openbaar gemaakt.

De verklaringen zijn accuraat en volledig, worden schriftelijk afgelegd en telkens wanneer nodig geactualiseerd. De belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur en de leden van de werkgroepen worden openbaar gemaakt.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie

Document- en procedurenummers

COM(2016)0591 – C8-0382/2016 – 2016/0286(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ITRE

24.10.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

LIBE

24.10.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Morten Helveg Petersen

5.12.2016

Behandeling in de commissie

25.4.2017

8.6.2017

 

 

Datum goedkeuring

8.6.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Philipp Albrecht, Malin Björk, Michał Boni, Caterina Chinnici, Rachida Dati, Monika Flašíková Beňová, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Filiz Hyusmenova, Sophia in ‘t Veld, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Roberta Metsola, Claude Moraes, József Nagy, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Csaba Sógor, Sergei Stanishev, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Josef Weidenholzer, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pál Csáky, Gérard Deprez, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Ska Keller, Andrejs Mamikins, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Barbara Spinelli

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

38

+

ALDE Group

Gérard Deprez, Nathalie Griesbeck, Filiz Hyusmenova, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Sophia in 't Veld

ECR Group

Helga Stevens, Branislav Škripek

GUE/NGL Group

Malin Björk, Barbara Spinelli

PPE Group

Michał Boni, Pál Csáky, Rachida Dati, Kinga Gál, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Barbara Kudrycka, Roberta Metsola, József Nagy, Csaba Sógor, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský

S&D Group

Caterina Chinnici, Monika Flašíková Beňová, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Cécile Kashetu Kyenge, Dietmar Köster, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Andrejs Mamikins, Claude Moraes, Birgit Sippel, Sergei Stanishev, Josef Weidenholzer

Verts/ALE Group

Jan Philipp Albrecht, Ska Keller, Bodil Valero

2

-

EFDD Group

Kristina Winberg

ENF Group

Auke Zijlstra

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie

Document- en procedurenummers

COM(2016)0591 – C8-0382/2016 – 2016/0286(COD)

Datum indiening bij EP

14.9.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ITRE

24.10.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

BUDG

24.10.2016

CONT

24.10.2016

ECON

24.10.2016

IMCO

24.10.2016

 

CULT

24.10.2016

JURI

24.10.2016

LIBE

24.10.2016

 

Geen advies

       Datum besluit

BUDG

10.10.2016

CONT

12.10.2016

ECON

12.10.2016

JURI

12.10.2016

Rapporteurs

       Datum benoeming

Evžen Tošenovský

1.12.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

6.2.2017

22.3.2017

22.6.2017

 

Datum goedkeuring

2.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

46

3

12

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nikolay Barekov, Bendt Bendtsen, Xabier Benito Ziluaga, José Blanco López, David Borrelli, Jonathan Bullock, Cristian-Silviu Buşoi, Edward Czesak, Jakop Dalunde, Pilar del Castillo Vera, Fredrick Federley, Adam Gierek, Theresa Griffin, Rebecca Harms, Hans-Olaf Henkel, Kaja Kallas, Barbara Kappel, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Jaromír Kohlíček, Peter Kouroumbashev, Zdzisław Krasnodębski, Miapetra Kumpula-Natri, Christelle Lechevalier, Janusz Lewandowski, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Angelika Mlinar, Csaba Molnár, Nadine Morano, Dan Nica, Aldo Patriciello, Miroslav Poche, Michel Reimon, Massimiliano Salini, Algirdas Saudargas, Sven Schulze, Neoklis Sylikiotis, Dario Tamburrano, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Claude Turmes, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Henna Virkkunen, Martina Werner, Lieve Wierinck, Anna Záborská, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pilar Ayuso, Pervenche Berès, Michał Boni, Rosa D’Amato, Jens Geier, Françoise Grossetête, Werner Langen, Olle Ludvigsson, Răzvan Popa, Dennis Radtke, Dominique Riquet

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Claudia Schmidt

Datum indiening

16.10.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

46

+

ECR

Edward Czesak, Evžen Tošenovský, Hans-Olaf Henkel, Nikolay Barekov, Zdzisław Krasnodębski

PPE

Aldo Patriciello, Algirdas Saudargas, Anna Záborská, Bendt Bendtsen, Claudia Schmidt, Cristian-Silviu Buşoi, Dennis Radtke, Françoise Grossetête, Henna Virkkunen, Janusz Lewandowski, Krišjānis Kariņš, Michał Boni, Massimiliano Salini, Nadine Morano, Pilar Ayuso, Pilar del Castillo Vera, Seán Kelly, Sven Schulze, Vladimir Urutchev, Werner Langen

S&D

Adam Gierek, Carlos Zorrinho, Csaba Molnár, Dan Nica, Edouard Martin, Jens Geier, José Blanco López, Kathleen Van Brempt, Martina Werner, Miapetra Kumpula-Natri, Miroslav Poche, Olle Ludvigsson, Patrizia Toia, Pervenche Berès, Peter Kouroumbashev, Răzvan Popa, Theresa Griffin

Verts/ALE

Claude Turmes, Jakop Dalunde, Michel Reimon, Rebecca Harms

3

-

EFDD

Jonathan Bullock

GUE/NGL

Neoklis Sylikiotis, Paloma López Bermejo

12

0

ALDE

Angelika Mlinar, Dominique Riquet, Fredrick Federley, Kaja Kallas, Lieve Wierinck

EFDD

Dario Tamburrano, David Borrelli, Rosa D’Amato

ENF

Barbara Kappel, Christelle Lechevalier

GUE/NGL

Jaromír Kohlíček, Xabier Benito Ziluaga

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling