Procedure : 2016/0381(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0314/2017

Ingediende teksten :

A8-0314/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/04/2018 - 6.8

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0099

VERSLAG     ***I
PDF 1029kWORD 156k
18.10.2017
PE 603.067v02-00 A8-0314/2017

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen

(COM(2016)0765 – C8-0499/2016 – 2016/0381(COD))

Commissie industrie, onderzoek en energie

Rapporteur: Bendt Bendtsen

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen

(COM(2016)0765 – C8-0499/2016 – 2016/0381(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0765),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 194, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0499/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Nederlandse Eerste Kamer en de Nederlandse Tweede Kamer,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 26 april 2017(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 13 juli 2017(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8‑0314/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De Unie verbindt zich ertoe te komen tot een duurzaam, concurrerend, betrouwbaar en koolstofvrij energiesysteem. Met de energie-unie en het beleidskader voor klimaat en energie voor 2030 worden ambitieuze verbintenissen van de Unie vastgesteld om broeikasgasemissies verder te verminderen (met ten minste 40 % tegen 2030 in vergelijking met 1990), het aandeel van hernieuwbare energie te vergroten (met ten minste 27 %), energiebesparingen van ten minste 27 % te realiseren, waarbij dit percentage opnieuw moet worden bekeken met een Unieniveau van 30 % in het achterhoofd, en om de energiezekerheid, het concurrentievermogen en de duurzaamheid van Europa te verbeteren.

(1)  De Unie verbindt zich ertoe te komen tot een duurzaam, concurrerend, betrouwbaar en koolstofvrij energiesysteem en een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid. Met de energie-unie en het beleidskader voor klimaat en energie voor 2030 worden ambitieuze verbintenissen van de Unie vastgesteld om broeikasgasemissies verder te verminderen (met ten 80 à 95 % tegen 2050 in vergelijking met 1990), het aandeel van hernieuwbare energie te vergroten overeenkomstig Richtlijn .../2018/EU [ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen – 2016/0382(COD)], energiebesparingen te realiseren overeenkomstig Richtlijn 2012/27/EU, als gewijzigd bij Richtlijn .../2018/EU – 2016/0376(COD)], en om de zekerheid, het concurrentievermogen, de betaalbaarheid en de duurzaamheid van de energie in Europa te verbeteren.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De Unie verbindt zich ertoe te komen tot een betrouwbaar, concurrerend en koolstofvrij energiesysteem tegen 205012. Om deze doelstelling te verwezenlijken, hebben de lidstaten en investeerders mijlpalen nodig om ervoor te zorgen dat gebouwen koolstofvrij zijn tegen 2050. Teneinde dit koolstofvrije gebouwenbestand te waarborgen tegen 2050 moeten de lidstaten de tussenstappen bepalen om de doelstellingen voor de middellange (2030) en lange (2050) termijn te verwezenlijken.

(6)  De Unie verbindt zich ertoe te komen tot een betrouwbaar, concurrerend en koolstofvrij energiesysteem tegen 2050. Om deze doelstelling te bereiken, is het van essentieel belang dat het bestaande gebouwenbestand, dat verantwoordelijk is voor 36 % van alle CO2-uitstoot in de Unie, tegen 2050 zeer energie-efficiënt en koolstofvrij is zodat wordt voldaan aan de norm om gebouwen bijna energieneutraal te maken. De lidstaten moeten streven naar een kostenefficiënt evenwicht tussen het koolstofarmer maken van de energievoorziening en het verminderen van het eindverbruik van energie. Hiertoe hebben de lidstaten en investeerders een duidelijke visie nodig om hun beleid en investeringsbesluiten op te baseren, met inbegrip van welomschreven nationale mijlpalen en acties met betrekking tot energie-efficiëntie om de doelstellingen voor de korte (2030), middellange (2040) en lange (2050) termijn te verwezenlijken.

__________________

12 Mededeling over het Stappenplan Energie 2050, (COM(2011) 885 final).

 

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  De Overeenkomst van Parijs van 2015 inzake klimaatverandering, die na de 21e Conferentie van de Partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (COP 21) is gesloten, moet worden weerspiegeld in de inspanningen van de Unie om haar gebouwenbestand koolstofarm te maken. Rekening houdend met het feit dat bijna 50 % van de eindenergie in de Unie voor verwarming en koeling wordt gebruikt, waarvan 80 % in gebouwen, hangt de verwezenlijking van de energie- en klimaatdoelstellingen van de Unie sterk af van de inspanningen van de Unie om haar gebouwenbestand te renoveren door prioriteit te geven aan energie-efficiëntie en ‑besparingen, ten volle gebruik te maken van het beginsel van "energie-efficiëntie eerst" en te zorgen voor een doeltreffend gebruik van hernieuwbare energie.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De bepalingen met betrekking tot langetermijnstrategieën inzake renovatie zoals bedoeld in Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad13 moeten worden verplaatst naar Richtlijn 2010/31/EU, waar ze beter op hun plaats zijn.

(7)  De bepalingen met betrekking tot langetermijnstrategieën inzake renovatie zoals bedoeld in Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad13 moeten worden verplaatst naar Richtlijn 2010/31/EU, waar ze beter op hun plaats zijn, en worden geactualiseerd om de ambities van een zeer energie-efficiënt en koolstofvrij gebouwenbestand te verduidelijken. De langetermijnrenovatiestrategieën en de renovaties die hiermee worden gestimuleerd, zullen door het creëren van lokale, niet-verplaatsbare banen de groei en het concurrentievermogen bevorderen en de burgers energie-efficiënte, gezonde en veilige gebouwen verschaffen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Om de kosteneffectieve verwezenlijking van de klimaat- en energiedoelstellingen van de Unie evenals kostenefficiënte renovaties van gebouwen te bevorderen, moeten in nationale langetermijnrenovatiestrategieën verbeteringen voor de gezondheid en het binnenklimaat worden overwogen, onder meer door renovatie te combineren met het verwijderen van asbest en andere schadelijke stoffen, waarbij de illegale verwijdering van schadelijke stoffen wordt voorkomen en naleving van bestaande wetgevingshandelingen, zoals Richtlijn 2009/148/EG1 bis en Richtlijn (EU) 2016/22841 ter, wordt bevorderd.

 

__________________

 

1 bis Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG.

 

1 ter Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter)  Om een zeer energie-efficiënt en koolstofvrij gebouwenbestand te verwezenlijken en om te waarborgen dat de langetermijnrenovatiestrategieën de nodige vooruitgang opleveren, met name door een toename van het aantal grondige renovaties, moeten de lidstaten duidelijke richtsnoeren aanreiken en meetbare, gerichte acties opstellen, onder meer voor de slechtst presterende onderdelen van het nationale gebouwenbestand, voor energiearme consumenten, voor sociale huisvesting en voor huishoudens die voor dilemma's van tegengestelde belangen staan, rekening houdend met de betaalbaarheid. Om de nodige verbeteringen in het nationale huurwoningenbestand verder te ondersteunen, moeten de lidstaten overwegen om eisen voor een bepaald niveau van energieprestaties voor huurwoningen in te voeren of te blijven toepassen, overeenkomstig de energieprestatiecertificaten.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 quater)  Rekening houdend met de effectbeoordeling van de Commissie, waarin staat dat een gemiddeld renovatiepercentage van 3 % nodig is om de ambities van de Unie inzake energie-efficiëntie op kosteneffectieve wijze te verwezenlijken, is het van essentieel belang dat de lidstaten hun verwachte output en hun bijdrage tot de verwezenlijking van de algemene energie-efficiëntiedoelstelling(en) van [X %] tegen 2030 specificeren, overeenkomstig Richtlijn 2012/27/EU, als gewijzigd bij Richtlijn .../2018/EU[COD 2016/0376], rekening houdend met het feit dat elke extra energiebesparing van 1 % de invoer van gas met 2,6 % doet afnemen en op die manier actief bijdraagt tot de energie-onafhankelijkheid van de Unie.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 quinquies)  Ambitieuze doelstellingen voor de grondige renovatie van het bestaande gebouwenbestand zullen in de Unie miljoenen banen opleveren, in het bijzonder in kleine en middelgrote ondernemingen. In dat verband is het noodzakelijk dat de lidstaten zorgen voor een duidelijk verband tussen hun nationale langetermijnrenovatiestrategieën en adequate initiatieven om de ontwikkeling van vaardigheden en onderwijs in de bouw- en energie-efficiëntiesector te bevorderen.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  De agenda’s van de digitale interne markt en de energie-unie moeten op elkaar worden afgestemd en op gemeenschappelijke doelstellingen gericht zijn. Door de digitalisering van het energiesysteem evolueert het energielandschap snel, van de integratie van hernieuwbare energiebronnen tot slimme netten en gebouwen die klaar zijn voor slimme toepassingen. Teneinde de bouwsector te digitaliseren, moeten gerichte stimulansen worden geboden om systemen die klaar zijn voor slimme toepassingen, alsook digitale oplossingen in de gebouwde omgeving te bevorderen.

(8)   De agenda’s van de digitale interne markt en de energie-unie moeten op elkaar worden afgestemd en op gemeenschappelijke doelstellingen gericht zijn. Door de digitalisering van het energiesysteem evolueert het energielandschap snel, van de integratie van hernieuwbare energiebronnen tot slimme netten en gebouwen die klaar zijn voor slimme toepassingen. Dit creëert nieuwe mogelijkheden voor energiebesparing doordat consumenten zo nauwkeurigere informatie over hun verbruikspatronen krijgen en doordat netwerkbeheerders het net zo beter kunnen beheren. Teneinde de bouwsector te digitaliseren en een systemische ontwikkeling van slimme steden te bevorderen, moeten gerichte stimulansen worden geboden om geschikte systemen die klaar zijn voor slimme toepassingen, alsook digitale oplossingen in de gebouwde omgeving te bevorderen, rekening houdend met consumenten die minder thuis zijn in de digitale wereld. Bij deze stimulansen moet rekening worden gehouden met de connectiviteitsdoelstellingen van de Unie en haar ambities voor de uitrol van communicatienetwerken met een hoge capaciteit, die een noodzakelijke voorwaarde zijn voor slimme huizen en goed verbonden gemeenschappen, en moet er ook voor worden gezorgd dat de ontwikkeling van deze netwerken niet wordt belemmerd door het ontwikkelen van oplossingen die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de connectiviteit.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Teneinde deze richtlijn aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om de richtlijn aan te vullen door de slimheidsindicator te definiëren en de uitvoering ervan mogelijk te maken. De slimheidsindicator moet worden gebruikt als maatstaf van de capaciteit om ICT en elektronische systemen te gebruiken in gebouwen voor optimale werking en interactie met het net. De slimheidsindicator zal ervoor zorgen dat de eigenaars en bewoners van gebouwen zich bewust worden van de waarde van gebouwautomatisering en het elektronisch toezicht op technische bouwsystemen, en dat bewoners meer zekerheid krijgen over de feitelijke besparingen die deze nieuwe geavanceerde functies opleveren.

(9)  Teneinde deze richtlijn aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) handelingen vast te stellen om de richtlijn aan te vullen door de slimheidsindicator te definiëren en de uitvoering ervan mogelijk te maken overeenkomstig de in deze richtlijn omschreven methode. De slimheidsindicator moet aansluiten op energieprestatiecertificaten en moet worden gebruikt als maatstaf van de capaciteit om ICT en elektronische systemen te gebruiken in gebouwen voor optimale werking, prestaties, binnencomfort en interactie met het net. De slimheidsindicator zal ervoor zorgen dat de eigenaars en bewoners van gebouwen zich bewust worden van de waarde van gebouwautomatisering en het elektronisch toezicht op technische bouwsystemen, en dat bewoners meer zekerheid krijgen over de feitelijke besparingen die deze nieuwe geavanceerde functies opleveren.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Door innovatie en nieuwe technologie kunnen gebouwen een bijdrage leveren aan het volledig koolstofvrij maken van de economie. Zo kunnen gebouwen bijvoorbeeld fungeren als hefboom voor de ontwikkeling van de infrastructuur die nodig is voor het slim opladen van elektrische voertuigen, en ook de basis vormen voor de lidstaten om, indien zij dat wensen, autoaccu’s als een energiebron te gebruiken. In het licht van dit doel moet de definitie van technische bouwsystemen worden uitgebreid.

(10)  Door innovatie en nieuwe technologie kunnen gebouwen een bijdrage leveren aan het volledig koolstofvrij maken van de economie, inclusief de transportsector. Zo kunnen gebouwen bijvoorbeeld fungeren als hefboom voor de ontwikkeling van de infrastructuur die nodig is om het slim opladen van elektrische voertuigen uit te rollen, en ook de basis vormen voor de lidstaten om, indien zij dat wensen, autoaccu’s als een energiebron te gebruiken. In het licht van dit doel moet de definitie van technische bouwsystemen worden uitgebreid.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Voorbekabeling en bebuizing scheppen de juiste voorwaarden om snel oplaadpunten uit te rollen indien en waar dat nodig is. De lidstaten moeten daarom zorgen voor een evenwichtige en kosteneffectieve ontwikkeling van elektromobiliteit. Met name wanneer een grondige renovatie betrekking heeft op de elektrische infrastructuur, moet die worden gevolgd door een adequate uitrol van voorbekabeling en bebuizing teneinde te voorzien in voldoende bekabeling, buizen en elektriciteit in de zin van Richtlijn 2014/94/EU voor de installatie van oplaadpunten op parkeerplaatsen.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 ter)  Een duidelijke visie voor een koolstofvrij gebouwenbestand tegen 2050 vereist een hoog ambitieniveau. Naarmate gebouwen energieneutraler worden, zal het aandeel opgeslagen energie in gebouwen een almaar grotere rol in de totale levenscyclus van de gebouwen spelen. Het toekomstperspectief voor een koolstofvrij gebouwenbestand moet ook de opgeslagen energie in gebouwen omvatten. Het gebruik van hout als bouwmateriaal is derhalve gunstig voor het klimaat.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 quater)  Onderzoeken naar en proeven met nieuwe oplossingen die waar mogelijk de energieprestaties van gebouwen en historische sites kunnen verbeteren, moeten worden aangemoedigd. Daarbij moet de bescherming en het behoud van het cultureel erfgoed echter altijd worden gewaarborgd.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 quinquies)  De lidstaten moeten rekening houden met het feit dat innovatie en nieuwe technologieën verdere investeringen in onderwijs en vaardigheden vereisen die nodig zijn voor de succesvolle toepassing van die technologieën.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 sexies)  Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de ontwikkelingen en innovaties op het gebied van elektromobiliteit, bouwtechnologieën of slimme systemen. Het beginsel van technologische neutraliteit dient derhalve in deze hele richtlijn te worden toegepast.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 septies)  Met natuurlijke oplossingen, zoals weloverwogen openbaar groen alsmede groene daken en muren die gebouwen van isolatie en schaduw voorzien, wordt de vraag naar energie verminderd, waardoor de behoefte aan verwarming en koeling wordt beperkt en de energieprestaties van een gebouw worden verbeterd.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 octies)  De in deze richtlijn opgenomen eisen voor infrastructuur voor elektromobiliteit moeten deel uitmaken van een holistische strategische stadsplanning in de lidstaten om alternatieve, veilige en duurzame vervoerswijzen te bevorderen en een coherente aanpak van de elektrische infrastructuur toe te passen door bijvoorbeeld te voorzien in specifieke parkeerinfrastructuur voor elektrische fietsen en voor personen met beperkte mobiliteit.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  In de effectbeoordeling werden twee bestaande reeksen bepalingen aangewezen waarvan het doel efficiënter kan worden bereikt in vergelijking met de huidige situatie. Ten eerste wordt de verplichting om de haalbaarheid van alternatieve systemen met een hoog rendement te onderzoeken alvorens met de bouw wordt begonnen, een overbodige last. Ten tweede bleken de bepalingen inzake de keuring van verwarmings- en airconditioningsystemen de aanvankelijke en gehandhaafde prestatie van deze technische systemen niet voldoende te waarborgen op een efficiënte manier. Zelfs goedkope technische oplossingen met een zeer korte terugverdientijd, zoals de hydraulische balancering van het verwarmingssysteem en de installatie/vervanging van thermostatische regelkleppen, worden momenteel onvoldoende in overweging genomen. De bepalingen inzake keuring worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat keuringen betere resultaten opleveren.

(11)  In de effectbeoordeling werden bestaande bepalingen aangewezen waarvan het doel efficiënter kan worden bereikt in vergelijking met de huidige situatie. De bepalingen inzake de keuring van verwarmings- en airconditioningsystemen bleken de aanvankelijke en gehandhaafde prestatie van deze technische systemen niet voldoende te waarborgen op een efficiënte manier. Voorts worden goedkope technische oplossingen met een zeer korte terugverdientijd, zoals de hydraulische balancering van het verwarmingssysteem en de installatie/vervanging van thermostatische regelkleppen, momenteel onvoldoende in overweging genomen. Deze oplossingen, met inbegrip van oplossingen om energiearme consumenten bij te staan, moeten nader worden onderzocht. De bepalingen inzake keuring worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat keuringen betere resultaten opleveren.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)  Wat nieuwe gebouwen betreft, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat alvorens met de bouw wordt begonnen, de technische, milieutechnische en economische haalbaarheid van alternatieve systemen met een hoog rendement in aanmerking wordt genomen. Het kan daarbij onder meer gaan om gedecentraliseerde systemen voor energievoorziening gebaseerd op energie uit hernieuwbare bronnen of afvalwarmte; warmtekrachtkoppeling; stads- of blokverwarming of ‑koeling en warmtepompen.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 ter)  Volgens de WGO-richtsnoeren 2009 bieden beter presterende gebouwen qua binnenluchtkwaliteit meer comfort en welzijn aan de bewoners en leiden ze tot een betere gezondheid. Koudebruggen, onvoldoende isolatie en ongewenste luchtstromen kunnen ertoe leiden dat de oppervlaktetemperaturen tot beneden het dauwpunt van de lucht dalen, met vocht tot gevolg. Het is dan ook zaak in gebouwen volledige en homogene isolatie toe te passen, met inbegrip van de balkons, raam- en deurindelingen, daken, wanden, deuren en vloeren.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De automatisering van gebouwen en het elektronisch toezicht op technische bouwsystemen bleken keuringen doeltreffend te vervangen, met name voor grote installaties. De installatie van dergelijke apparatuur moet worden beschouwd als het meest kosteneffectieve alternatief voor keuringen in grote niet voor bewoning bestemde gebouwen en meergezinswoningen met een omvang die het mogelijk maakt om dergelijke apparaten in minder dan drie jaar terug te verdienen. De huidige mogelijkheid om te kiezen voor alternatieve maatregelen wordt bijgevolg geschrapt. Wat kleinschalige installaties betreft, wordt de controle op de inachtneming van de minimumeisen die gelden voor alle technische bouwsystemen ondersteund door de documentatie van de installateurs over de prestaties van deze systemen en door de registratie van deze informatie in de databanken voor energieprestatiecertificering, die de rol van de energieprestatiecertificaten ook zullen versterken. Daarnaast blijven de bestaande regelmatige veiligheidscontroles en geplande onderhoudswerkzaamheden een gelegenheid om rechtstreeks advies te verlenen over verbeteringen van de energie-efficiëntie.

(12)  De automatisering van gebouwen, facility management en het elektronisch toezicht op technische bouwsystemen bieden een groot potentieel voor kosteneffectieve en aanzienlijke energiebesparingen voor zowel consumenten als ondernemingen. Met name voor grote installaties zijn automatisering van gebouwen en het elektronisch toezicht op technische bouwsystemen effectief gebleken en kunnen zij, in sommige gevallen, keuringen vervangen in grote niet voor bewoning bestemde gebouwen en meergezinswoningen met een omvang die het mogelijk maakt om dergelijke apparaten in minder dan drie jaar terug te verdienen, aangezien zij het mogelijk maken actie te ondernemen op grond van de verstrekte informatie, zodat op termijn energiebesparingen kunnen worden gerealiseerd. De huidige mogelijkheid om te kiezen voor alternatieve maatregelen wordt bijgevolg geschrapt, maar het moet mogelijk zijn om technische systemen die expliciet onder een ESCO-programma vallen, van de keuringseis uit te zonderen. Om dubbele keuringen te voorkomen, moeten installaties die worden geëxploiteerd door nutsbedrijven of netwerkbeheerders en op systeemniveau verplicht gekeurd moeten worden, van deze eis worden vrijgesteld. Wat kleinschalige installaties betreft, wordt de controle op de inachtneming van de minimumeisen die gelden voor alle technische bouwsystemen ondersteund door de documentatie van de installateurs over de prestaties van deze systemen en door de registratie van deze informatie in de databanken voor energieprestatiecertificering, die de rol van de energieprestatiecertificaten (EPC's) ook zullen versterken.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat verbeteringen van de energieprestaties van bestaande gebouwen ook bijdragen tot de totstandbrenging van een gezond binnenklimaat, onder meer door het verwijderen van asbest en andere schadelijke stoffen en het voorkomen van problemen zoals schimmel, en dat de fundamentele veiligheidsstructuren van de gebouwen worden beschermd, met name wat brandveiligheid en aardbevingsbestendigheid betreft.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 ter)  Het is belangrijk ervoor te zorgen dat maatregelen ter verbetering van de energieprestatie van gebouwen niet alleen op de gebouwschil zijn gericht, maar ook op alle andere elementen en technische systemen in een gebouw.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Om ervoor te zorgen dat financiële maatregelen in verband met energie-efficiëntie optimaal worden benut voor de renovatie van gebouwen, moeten ze gekoppeld worden aan de omvang van de renovatiewerken, die moet worden beoordeeld door de energieprestatiecertificaten (EPC's) voor en na de renovatie te vergelijken.

(13)  Om ervoor te zorgen dat openbare financiële maatregelen in verband met energie-efficiëntie optimaal worden benut voor de renovatie van gebouwen, moeten ze gekoppeld worden aan de omvang van de renovatiewerken en moeten ze alomvattende renovaties van gebouwen bevorderen als de beste manier om hoge energieprestaties en een beter binnencomfort te verwezenlijken. Dergelijke renovaties moeten, indien dit in verhouding staat tot de omvang van de renovatie, worden beoordeeld door de energieprestatiecertificaten (EPC's) voor en na de renovatie te vergelijken of via soortgelijke adequate en evenredige documentatiemethoden.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Financiële mechanismen en stimulansen moeten een centrale plaats innemen in de nationale langetermijnrenovatiestrategieën en actief door de lidstaten worden bevorderd, onder meer door energie-efficiënte hypotheeknormen voor gecertificeerde energie-efficiënte renovaties te vergemakkelijken, investeringen door overheidsinstanties in een energie-efficiënt gebouwenbestand te bevorderen, bijvoorbeeld door de boekhoudnormen voor publieke investeringen te verduidelijken, en te voorzien in toegankelijke en transparante adviesinstrumenten voor consumenten met betrekking tot hun financieringsmogelijkheden voor energie-efficiënte renovaties van gebouwen.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter)  Mechanismen voor de financiering van nieuwe energie-efficiënte gebouwen, evenals energie-efficiëntiemaatregelen in het gebouwenbestand, moeten uit private, publiek-private en openbare bronnen komen. Voor private investeringen moet het investeringsrisico van de modernisering van het gebouwenbestand worden verlaagd. Publiek-private partnerschappen moeten met name in aanmerking worden genomen voor energie-efficiëntiemaatregelen in openbare gebouwen, teneinde de financiële druk op de kleinere en financieel zwakkere steden, regio's en lidstaten te verlichten. Daarnaast moeten de lidstaten door middel van financiële overheidssteun, onder meer vanuit EU-fondsen, energie-efficiëntiemaatregelen stimuleren, met name op het gebied van sociale huisvesting en huisvesting voor de zwakste marktdeelnemers.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 quater)  Wanneer uit het energieprestatiecertificaat blijkt dat de energieprestaties van een gebouw zijn verbeterd, moet het mogelijk zijn de certificeringskosten op te nemen in de door de betrokken lidstaat geboden stimulans.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  De toegang tot financiering is makkelijker als er informatie van goede kwaliteit beschikbaar is. Bijgevolg moet het feitelijke energieverbruik van openbare gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 250 m² bekendgemaakt worden.

(14)  De toegang tot financiering is makkelijker als er informatie van goede kwaliteit beschikbaar is. Bijgevolg moet het feitelijke energieverbruik van openbare gebouwen die eigendom zijn van de staat, een regio of een gemeente, of gebouwen in particuliere eigendom voor openbaar gebruik, met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 250 m² bekendgemaakt worden.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De huidige onafhankelijke controlesystemen voor EPC's moeten worden versterkt om ervoor te zorgen dat de certificaten van goede kwaliteit zijn, gebruikt kunnen worden voor de nalevingscontrole en voor het opstellen van statistieken over de regionale/nationale gebouwenbestanden. Gegevens van hoge kwaliteit over het gebouwenbestand zijn noodzakelijk, en kunnen gedeeltelijk worden gegenereerd door de registers en databanken voor EPC's die momenteel worden ontwikkeld en beheerd door bijna alle lidstaten.

(15)  De huidige onafhankelijke controlesystemen voor EPC's moeten worden versterkt om ervoor te zorgen dat de certificaten van goede kwaliteit zijn, gebruikt kunnen worden voor de nalevingscontrole en voor het opstellen van geharmoniseerde statistieken over de lokale/regionale/nationale gebouwenbestanden. Gegevens van hoge kwaliteit over het gebouwenbestand zijn noodzakelijk, en kunnen gedeeltelijk worden gegenereerd door de registers en databanken voor EPC's die momenteel worden ontwikkeld en beheerd door bijna alle lidstaten.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Om de doelstellingen in het kader van het energie-efficiëntiebeleid voor gebouwen te verwezenlijken, moet de transparantie van EPC's worden verbeterd door ervoor te zorgen dat alle nodige parameters voor berekeningen, certificering en minimumeisen inzake energieprestatie worden vastgesteld en consistent worden toegepast. De lidstaten moeten voorzien in passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de prestatie van geïnstalleerde, vervangen of bijgewerkte technische bouwsystemen wordt gedocumenteerd met het oog op gebouwencertificering en nalevingscontrole.

(16)  Om de doelstellingen in het kader van het energie-efficiëntiebeleid voor gebouwen te verwezenlijken, moet de transparantie van EPC's worden verbeterd door ervoor te zorgen dat alle nodige parameters voor berekeningen, certificering en minimumeisen inzake energieprestatie worden vastgesteld en consistent worden toegepast. De lidstaten moeten voorzien in passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de prestatie van geïnstalleerde, vervangen of bijgewerkte technische bouwsystemen wordt gedocumenteerd met het oog op gebouwencertificering en nalevingscontrole. Om voor een goed functionerend EPC-systeem te zorgen, moet de Commissie bij de evaluatie van de toepassing van deze richtlijn nagaan of een verdere harmonisatie van de EPC's nodig is.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis)  De erkenning, bevordering en toepassing in alle lidstaten van de inmiddels vastgestelde reeks REPG-gerelateerde CEN-normen zou een positief effect hebben op de herziening van deze richtlijn.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  In Aanbeveling (EU) 2016/1318 van de Commissie van 29 juli 2016 betreffende bijna-energieneutrale gebouwen wordt toegelicht hoe de uitvoering van de richtlijn tegelijkertijd kan zorgen voor de transformatie van het gebouwenbestand en de omschakeling naar een duurzamere energievoorziening, die ook de strategie betreffende verwarming en koeling14 ondersteunt. Om een correcte uitvoering te waarborgen, moet het algemene kader voor de berekening van de energieprestatie van gebouwen worden bijgewerkt, onderbouwd door de werkzaamheden van het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) krachtens het door de Europese Commissie verleende mandaat M/480.

(17)  In Aanbeveling (EU) 2016/1318 van de Commissie van 29 juli 2016 betreffende bijna-energieneutrale gebouwen wordt toegelicht hoe de uitvoering van de richtlijn tegelijkertijd kan zorgen voor de transformatie van het gebouwenbestand en de omschakeling naar een duurzamere energievoorziening, die ook de strategie betreffende verwarming en koeling14 ondersteunt. Om een correcte uitvoering te waarborgen, moet het algemene kader voor de berekening van de energieprestatie van gebouwen worden bijgewerkt, onderbouwd door de werkzaamheden van het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) krachtens het door de Europese Commissie verleende mandaat M/480. Berekeningen van de energieprestatie van gebouwen moeten worden toegepast met het oog op de optimale energieprestatie, overeenkomstig het beginsel "energie-efficiëntie eerst", en worden uitgedrukt in een numerieke indicator van het primaire-energieverbruik in kWh/(m² per jaar), maar de lidstaten moeten dit aanvullen met een aanvullende numerieke indicator voor de totale energiebehoefte van het gebouw als geheel.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  De doelstellingen van deze richtlijn, namelijk de vermindering van de hoeveelheid energie die nodig is om te voldoen aan de vraag naar energie die verband houdt met een normaal gebruik van gebouwen, kunnen door de lidstaten afzonderlijk niet naar behoren worden behaald. De doelstellingen van de richtlijn kunnen beter worden verwezenlijkt door maatregelen op Europees niveau, omdat met deze aanpak de samenhang, de gemeenschappelijke doelstellingen, het inzicht en de politieke wil worden gewaarborgd. De EU treft derhalve maatregelen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(19)  Aangezien doelstellingen van deze richtlijn, namelijk de vermindering van de hoeveelheid energie die nodig is om te voldoen aan de vraag naar energie die verband houdt met een normaal gebruik van gebouwen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar gezien de noodzaak om de samenhang van de gemeenschappelijke doelstelling, verstandhouding en politieke wil te waarborgen, beter op het niveau van de Unie kunnen worden bereikt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. Deze richtlijn neemt de nationale specifieke kenmerken van en de verschillen tussen de lidstaten volledig in acht en laat hun bevoegdheden overeenkomstig artikel 194, lid 2, VWEU geheel onverlet. Voorts heeft deze richtlijn tot doel de uitwisseling van best practices mogelijk te maken om de overgang naar een zeer energie-efficiënt gebouwenbestand in de Unie te vergemakkelijken.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 1 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  in artikel 1, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"De lidstaten kunnen de minimumeisen voor de totale energieprestatie van gebouwen op hele wijken toepassen in plaats van slechts op één gebouw en zo ruimte bieden voor een geïntegreerde benadering van het energie- en mobiliteitssysteem in het kader van een holistische renovatieregeling, mits elk van de gebouwen voldoet aan de minimumeis voor de totale energieprestatie."

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  "technisch bouwsysteem": technische uitrusting voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, ventilatie, warm water voor huishoudelijke doeleinden, ingebouwde verlichting, automatisering en controle van gebouwen, elektriciteitsopwekking ter plaatse, infrastructuur ter plaatse voor elektromobiliteit, of een combinatie van dergelijke systemen, met inbegrip van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen, van een gebouw of gebouwunit;

3.  "technisch bouwsysteem": technische uitrusting voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, ventilatie, beheer van de binnenluchtkwaliteit, warm water voor huishoudelijke doeleinden, ingebouwde binnen- en buitenverlichtingssystemen, zonweringen, liften en roltrappen, automatisering en controle van gebouwen, overdracht en opslag van gegevens over gebouwen, elektriciteitsopwekking en opslag ter plaatse, infrastructuur ter plaatse voor elektromobiliteit, of een combinatie van dergelijke systemen, met inbegrip van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen, van een gebouw of gebouwunit;

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  in artikel 2 wordt het volgende punt ingevoegd:

 

"3 bis.  "referentiepunt": een bijvoorbeeld qua kosteneffectiviteit, kostenefficiëntie of disruptie geschikt moment tijdens de levensduur van een gebouw om op energie-efficiëntie gerichte renovaties uit te voeren;"

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 ter (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  in artikel 2 wordt het volgende punt ingevoegd:

 

"3 ter.  "gebouwenrenovatiepaspoort": een stappenplan voor de lange termijn dat op kwaliteitscriteria is gebaseerd, op een energie-audit volgt en waarin relevante maatregelen en renovaties worden vermeld waardoor de energieprestatie van een bepaald gebouw zou verbeteren;"

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 quater (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quater)  in artikel 2 wordt het volgende punt ingevoegd:

 

"3 quater.   "systeem voor de automatisering en controle van gebouwen": een systeem dat alle producten, software en ingenieursdiensten voor automatische controles omvat, met inbegrip van vergrendeling, toezicht, optimalisering, functionering, menselijk ingrijpen en beheer, teneinde een energie-efficiënte, zuinige en veilige werking van technische bouwsystemen te verwezenlijken;"

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 quinquies (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quinquies)  in artikel 2 wordt het volgende punt ingevoegd:

 

"3 quinquies.  "passief element": een element van een bouwschil of andere elementen die deel uitmaken van passieve technologieën die tot doel hebben de energiebehoefte voor verwarming of koeling en het energieverbruik voor verlichting en ventilatie te verminderen en zo het thermische en visuele comfort te vergroten;"

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 sexies (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 – alinea 1 – punt 17

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(1 sexies)  in artikel 2 wordt punt 17 vervangen door:

17.  „nominaal vermogen” het maximale verwarmingsvermogen, uitgedrukt in kW, dat door de fabrikant voor continu gebruik is aangegeven en gegarandeerd, waarbij het door hem aangegeven nuttig rendement wordt gehaald;

"17.  "nominaal vermogen" het maximale verwarmingsvermogen, uitgedrukt in kW, dat door de fabrikant voor continu gebruik is aangegeven en gegarandeerd, waarbij het door hem aangegeven nuttig rendement wordt gehaald, waarbij wordt verstaan onder:

 

a)  "volledige belasting": de maximale capaciteitsvraag van technische bouwsystemen voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, ventilatie en warm water voor huishoudelijke doeleinden; en

 

b)  "gedeeltelijke belasting": de belasting uitgedrukt als deel van de volledige belasting, gelijk aan de gemiddelde bedrijfsomstandigheden;"

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 septies (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 – alinea 1 – punt 19 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 septies)  aan artikel 2 wordt het volgende punt toegevoegd:

 

"19 bis.  "koolstofvrij gebouwenbestand": een gebouwenbestand dat op het niveau van bijna-energieneutrale gebouwen presteert en energie-efficiënt is op het maximum van zijn potentieel."

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het eerste lid bestaat uit artikel 4 van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie16, behalve de laatste alinea daarvan;

a)  het volgende lid 1 wordt ingevoegd:

 

"1.   De lidstaten stellen een langetermijnstrategie vast om het nationale, openbare en particuliere bestand van woningen en bedrijfsgebouwen tegen 2050 om te vormen tot een zeer energie-efficiënt gebouwenbestand. De strategie omvat maatregelen om investeringen aan te trekken ter bevordering van de renovatie die nodig is om de doelstellingen voor 2050 te bereiken. Deze strategie houdt het volgende in:

 

a)  een overzicht van het nationale gebouwenbestand, met inbegrip van relevante gebouwtypologieën, waar passend op basis van statistische steekproeven;

 

b)  vaststelling van kosteneffectieve aanpakken en acties om technologisch neutrale renovaties naargelang van het gebouwtype en het klimaattype te stimuleren, waarbij rekening wordt gehouden met de relevante referentiepunten in de levenscyclus van het gebouw;

 

c)  beleid en acties om kosteneffectieve grondige renovaties van gebouwen, onder meer in gefaseerde vorm, en het koolstofvrij maken van de vraag naar verwarming en koeling te stimuleren, bijvoorbeeld door de invoering van een regeling voor gebouwenrenovatiepaspoorten;

 

d) beleid en acties ter ondersteuning van gerichte, goedkope energie-efficiëntiemaatregelen en renovaties;

 

e)  beleid en acties gericht op de slechtst presterende onderdelen van het nationale gebouwenbestand, huishoudens die met energiearmoede te kampen hebben, huishoudens die voor dilemma's van tegengestelde belangen staan, en meergezinswoningen waar renoveren problemen geeft, rekening houdend met de betaalbaarheid;

 

f)  beleid en acties gericht op alle openbare gebouwen, met inbegrip van sociale woningen;

 

g)  beleid en acties die gericht zijn op een snellere technologische overgang naar slimme en goed verbonden gebouwen en gemeenschappen en op de ontwikkeling van netwerken met een zeer hoge capaciteit;

 

h)  een overzicht van nationale initiatieven om vaardigheden en onderwijs in de bouw- en energie-efficiëntiesector en onderwijs in zowel passieve elementen als slimme technologieën te bevorderen;

 

i)  een toekomstgericht perspectief om investeringsbesluiten van particulieren, de bouwsector, overheidsinstellingen (waaronder gemeenten), woningcoöperaties en financiële instellingen te begeleiden;

 

j)  een op feitelijke gegevens gebaseerde raming van de verwachte energiebesparing en van de voordelen in ruimere zin, bijvoorbeeld op het vlak van gezondheid, veiligheid en luchtkwaliteit.

 

De ontwikkeling en uitvoering van de langetermijnrenovatiestrategieën van de lidstaten wordt ondersteund door gestructureerde, permanente platforms van belanghebbenden, onder wie vertegenwoordigers van plaatselijke en regionale gemeenschappen, vertegenwoordigers van de sociale dialoog, onder wie werkgevers, werknemers, kmo's en de bouwsector, alsook vertegenwoordigers van minderheden.

 

 

__________________

 

16 PB L 315 van 14.11.2012, blz. 13.

 

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In hun langetermijnrenovatiestrategie waarnaar wordt verwezen in lid 1 stellen de lidstaten een stappenplan op met duidelijke mijlpalen en maatregelen ter verwezenlijking van de langetermijndoelstelling voor 2050 om hun nationale gebouwenbestand koolstofvrij te maken, met specifieke mijlpalen voor 2030.

In hun langetermijnrenovatiestrategieën waarnaar wordt verwezen in lid 1 stellen de lidstaten een stappenplan op met duidelijke mijlpalen en acties ter verwezenlijking van de langetermijndoelstelling voor 2050 om te zorgen voor een zeer energie-efficiënt en koolstofvrij nationaal gebouwenbestand, met specifieke mijlpalen voor 2030 en 2040 en meetbare voortgangsindicatoren.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In hun langetermijnrenovatiestrategieën specificeren de lidstaten hoe hun mijlpalen bijdragen tot de verwezenlijking van de algemene energie-efficiëntiedoelstelling(en) van de Unie van [X %] tegen 2030 overeenkomstig Richtlijn 2012/27/EU, als gewijzigd bij Richtlijn .../2018/EU [COD 2016/0376], en de doelstelling van de Unie om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 80 à 95 % te verminderen.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Daarnaast draagt de langetermijnrenovatiestrategie bij tot de terugdringing van energiearmoede.

Daarnaast worden in de langetermijnrenovatiestrategieën relevante acties uitgestippeld die bijdragen tot de terugdringing van energiearmoede en tegelijk gelijke toegang tot financieringsinstrumenten voor op energie-efficiëntie gerichte renovaties voor kwetsbare huishoudens ondersteunen.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Teneinde de in punt d) bedoelde investeringsbesluiten aan te sturen, voeren de lidstaten mechanismen in om:

3.  Teneinde de in lid 1 bedoelde investeringsbesluiten mogelijk te maken en aan te sturen, voeren de lidstaten mechanismen in of handhaven zij mechanismen om:

a)  projecten samen te voegen zodat het makkelijker wordt voor investeerders om de in lid 1, onder b) en c) bedoelde renovaties te financieren;

a)  projecten samen te laten voegen, onder meer door investeringsplatforms, zodat het makkelijker wordt voor investeerders om de in lid 1 bedoelde renovaties te financieren;

b)  de risico's in verband met werkzaamheden ter verbetering van de energie-efficiëntie te verkleinen voor investeerders en de particuliere sector; en

b)  het vermeende risico in verband met werkzaamheden ter verbetering van de energie-efficiëntie te verkleinen voor investeerders en de particuliere sector, bijvoorbeeld door de factor voor zekerheden die een gecertificeerde energie-efficiënte renovatie hebben ondergaan te onderwerpen aan een lagere risicoweging in de kapitaalvereisten;

c)  publieke middelen als hefboom te gebruiken voor aanvullende particuliere investeringen of specifieke tekortkomingen van de markt aan te pakken.

c)  publieke middelen als hefboom te gebruiken voor aanvullende particuliere investeringen, onder meer in het kader van het initiatief "Slimme financiering voor slimme gebouwen", of specifieke tekortkomingen van de markt aan te pakken;

 

c bis)  in overeenstemming met de huidige richtsnoeren en toelichtingen van Eurostat in het kader van ESA 2010, de richtsnoeren voor investeringen in een energie-efficiënt openbaar gebouwenbestand en de verduidelijking van de interpretatie van de boekhoudregels, een holistische aanpak van investeringen door overheidsdiensten te ondersteunen;

 

c ter)  projectontwikkeling te ondersteunen en het samenbrengen van kleine en middelgrote ondernemingen in groepen en consortia te faciliteren om pakketoplossingen voor potentiële klanten mogelijk te maken; en

 

c quater)  toegankelijke en transparante adviesinstrumenten tot stand te brengen, zoals centrale aanspreekpunten voor consumenten en energieadviesdiensten die informatie verstrekken over op energie-efficiëntie gerichte renovaties en de beschikbare financiële instrumenten voor op energie-efficiëntie gerichte renovaties in gebouwen.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De Commissie doet de lidstaten aanbevelingen op basis van de verzameling en verspreiding van best practices inzake geslaagde publieke en particuliere financieringsregelingen voor op energie-efficiëntie gerichte renovaties, alsook informatie over regelingen om kleine op energie-efficiëntie gerichte renovatieprojecten samen te voegen. Voorts doet de Commissie de lidstaten aanbevelingen over financiële stimulansen voor renovatie vanuit het oogpunt van de consument, rekening houdend met kostenefficiëntieverschillen tussen de lidstaten.

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 3 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Gedurende ten minste drie maanden voordat hij zijn langetermijnrenovatiestrategie bij de Commissie indient, houdt elke lidstaat een openbare raadpleging met alle relevante belanghebbenden over het ontwerp van de langetermijnrenovatiestrategie. Elke lidstaat publiceert een samenvatting van de resultaten van de openbare raadpleging als bijlage bij zijn langetermijnrenovatiestrategie.

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 3 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 quater.  Elke lidstaat neemt details op over de tenuitvoerlegging van zijn langetermijnrenovatiestrategie, met inbegrip van geplande beleidslijnen en acties, overeenkomstig de verslagleggingsvereisten [artikel 19, onder a),] van Verordening ... van het Europees Parlement en de Raad van ... [inzake de governance van de energie-unie (2016/0375(COD) (de governanceverordening)], als onderdeel van zijn geïntegreerde nationale voortgangsverslag inzake energie en klimaat.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 6 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  in lid 1 wordt de tweede alinea geschrapt;

a)  in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

 

"Wat nieuwe gebouwen betreft, zorgen de lidstaten ervoor dat alvorens met de bouw wordt begonnen, de technische, milieutechnische en economische haalbaarheid van alternatieve systemen met een hoog rendement, voor zover die beschikbaar zijn, in aanmerking wordt genomen."

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 7 – alinea 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  in artikel 7 wordt de vijfde alinea geschrapt;

(4)  in artikel 7 wordt de vijfde alinea vervangen door:

 

"Bij gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan, zorgen de lidstaten ervoor dat er alternatieve systemen met een hoog rendement in aanmerking worden genomen, voor zover dit technisch, functioneel en economisch haalbaar is, en dat er rekening wordt gehouden met de brandveiligheid en de bevordering van een gezond binnenklimaat."

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  in lid 1 wordt de derde alinea geschrapt;

a)  in lid 1 wordt de derde alinea vervangen door:

 

"De lidstaten vereisen dat nieuwe gebouwen uitgerust zijn met zelfregulerende apparatuur die de kamertemperatuur in iedere kamer apart regelt. Bij bestaande gebouwen is het installeren van zelfregulerende apparatuur om de kamertemperatuur in iedere kamer apart te regelen vereist als de warmtegeneratoren vervangen worden."

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat minstens één op de tien parkeerplaatsen van alle niet voor bewoning bestemde gebouwen die meer dan tien parkeerplaatsen hebben en recent zijn gebouwd of ingrijpend worden gerenoveerd, is uitgerust met een oplaadpunt in de zin van Richtlijn 2014/94/EU betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen17, waarmee het mogelijk is om het opladen in en uit te schakelen op basis van prijssignalen. Deze eis is vanaf 1 januari 2025 van toepassing op alle niet voor bewoning bestemde gebouwen met meer dan tien parkeerplaatsen.

2.  De lidstaten schrijven voor dat in alle nieuwe niet voor bewoning bestemde gebouwen en in alle bestaande niet voor bewoning bestemde gebouwen met meer dan tien parkeerplaatsen die een ingrijpende renovatie ondergaan die de elektrische infrastructuur van het gebouw of de parkeerplaatsen omvat, minstens één parkeerplaats is uitgerust met een laadpunt en minstens één op de tien parkeerplaatsen is uitgerust met passende voorbekabeling of bebuizing waarmee een oplaadpunt in de zin van Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad kan worden geïnstalleerd.

 

2 bis.   De lidstaten schrijven dat uiterlijk op 1 januari 2025 een minimumaantal laadpunten wordt geïnstalleerd in alle openbare en commerciële niet voor bewoning bestemde gebouwen met meer dan tien parkeerplaatsen.

 

2 ter.  De lidstaten passen de bepalingen van lid 2 toe op gebouwen voor gemengd gebruik met meer dan tien parkeerplaatsen, mits ze nieuw zijn of een ingrijpende renovatie ondergaan die de elektrische infrastructuur van het gebouw of de parkeerplaatsen omvat.

De lidstaten kunnen beslissen de in de vorige alinea bedoelde eisen niet vast te stellen of ze niet toe te passen op gebouwen die eigendom zijn van en gebruikt worden door kleine en middelgrote ondernemingen als omschreven in titel I van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003.

2 quater. De lidstaten kunnen beslissen de in lid 2 bedoelde eisen niet vast te stellen of ze niet toe te passen op gebouwen die eigendom zijn van en gebruikt worden door kleine en middelgrote ondernemingen als omschreven in titel I van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003.

__________________

__________________

17 PB L 307 van 28.10.2014, blz. 1.

 

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat residentiële gebouwen die meer dan tien parkeerplaatsen hebben en recent zijn gebouwd of ingrijpend worden gerenoveerd, zijn uitgerust met de bekabeling waarmee oplaadpunten voor elektrische voertuigen kunnen worden geïnstalleerd op elke parkeerplaats.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat residentiële gebouwen die meer dan tien parkeerplaatsen hebben en nieuw zijn of een ingrijpende renovatie ondergaan die de elektrische infrastructuur van het gebouw of de belendende of inpandige parkeerplaatsen omvat, zijn uitgerust met passende voorbekabeling of bebuizing waarmee oplaadpunten voor elektrische voertuigen kunnen worden geïnstalleerd op elke parkeerplaats.

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten kunnen beslissen de in de leden 2 en 3 bedoelde eisen niet vast te stellen of niet toe te passen op openbare gebouwen die reeds onder Richtlijn 2014/94/EU vallen.

4.  De lidstaten kunnen beslissen de in de leden 2 en 3 bedoelde eisen niet vast te stellen of niet toe te passen op openbare gebouwen mits die reeds onder vereisten vallen die vergelijkbaar zijn met maatregelen tot omzetting van Richtlijn 2014/94/EU vallen.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat openbare parkeerplaatsen die door particuliere entiteiten worden beheerd, onder de in de leden 2 en 3 bedoelde vereisten vallen.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 4 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  De lidstaten nemen regelgevingsbelemmeringen weg en zorgen voor vereenvoudigde vergunnings- en goedkeuringsprocedures voor eigenaars en huurders teneinde de installatie van oplaadpunten in bestaande, al dan niet voor bewoning bestemde gebouwen mogelijk te maken.

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 4 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quater.  Naast de eisen voor infrastructuur voor elektromobiliteit houden de lidstaten rekening met de behoefte aan infrastructuur voor alternatieve brandstoffen in gebouwen en de uitrol van specifieke infrastructuur, zoals vrije banen voor elektromobiliteit, alsook met de behoefte aan een coherent beleid voor zachte en groene mobiliteit, multimodaliteit en stadsplanning.

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een technisch bouwsysteem wordt geïnstalleerd, vervangen of verbeterd, de totale energieprestatie van het gehele gewijzigde systeem wordt beoordeeld, gedocumenteerd en doorgegeven aan de eigenaar van het gebouw, zodat deze gegevens beschikbaar blijven voor de controle op de inachtneming van de overeenkomstig lid 1 vastgestelde minimumeisen en de afgifte van energieprestatiecertificaten. De lidstaten zorgen ervoor dat deze informatie wordt opgenomen in de in artikel 18, lid 3, bedoelde nationale databank voor energieprestatiecertificaten.

5.  De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een technisch bouwsysteem wordt geïnstalleerd, vervangen of verbeterd, de totale energieprestatie van het gehele gewijzigde systeem, bij volledige en bij gedeeltelijke belasting, wordt beoordeeld en dat zo nodig ook het effect op de binnenluchtkwaliteit wordt beoordeeld. De resultaten worden volledig gedocumenteerd en doorgegeven aan de eigenaar van het gebouw, zodat deze gegevens beschikbaar blijven voor de controle op de inachtneming van de overeenkomstig lid 1 vastgestelde minimumeisen en de afgifte van energieprestatiecertificaten. De lidstaten zorgen ervoor dat deze informatie wordt opgenomen in de in artikel 18, lid 3, bedoelde nationale databank voor energieprestatiecertificaten.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 6 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn, met een definitie van een "slimheidsindicator" en met de voorwaarden voor het verstrekken van de slimheidsindicator als aanvullende informatie aan potentiële nieuwe huurders of kopers.

De Commissie is bevoegd om, na raadpleging van de betrokken belanghebbenden en op basis van het ontwerp en de methode als omschreven in bijlage I bis, overeenkomstig artikel 23 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze richtlijn aan te vullen door een definitie van een "slimheidsindicator" vast te stellen. De definitie omvat informatie over de wijze waarop de indicator na een testfase kan worden ingevoerd, de wijze waarop de indicator aan de in artikel 11 bedoelde energieprestatiecertificaten zal worden gekoppeld en de wijze waarop de indicator als aanvullende en nuttige informatie kan worden verstrekt aan toekomstige nieuwe investeerders, huurders, kopers en marktdeelnemers.

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 6 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De slimheidsindicator heeft betrekking op flexibiliteitskenmerken, geavanceerde functies en capaciteiten die voortvloeien uit meer onderling verbonden en ingebouwde slimme toestellen die worden geïntegreerd in de conventionele technische bouwsystemen. Door deze kenmerken zullen de bewoners en het gebouw zelf beter in staat zijn om te reageren op behoeften inzake comfort of functionaliteit, deel te nemen aan vraagrespons en een bijdrage te leveren aan de optimale, vlotte en veilige werking van de verschillende energiesystemen en stadsinfrastructuren waarop het gebouw is aangesloten.

De slimheidsindicator heeft betrekking op grotere energiebesparingen, benchmarking en flexibiliteitskenmerken, geavanceerde functies en capaciteiten die voortvloeien uit meer onderling verbonden en ingebouwde slimme toestellen die worden geïntegreerd in de conventionele technische bouwsystemen. Door deze kenmerken zullen de bewoners en het gebouw zelf beter in staat zijn om te reageren op behoeften inzake comfort of functionaliteit, met name bij gedeeltelijke belasting, onder meer door het energieverbruik aan te passen, om deel te nemen aan vraagrespons en om een bijdrage te leveren aan de optimale, efficiënte, vlotte en veilige werking van de verschillende energiesystemen, met inbegrip van ter plaatse opgewekte hernieuwbare energie, en stadsinfrastructuren waarop het gebouw is aangesloten.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 10 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De lidstaten koppelen hun financiële maatregelen voor verbeteringen van de energie-efficiëntie in het kader van de renovatie van gebouwen aan de energiebesparingen die door dergelijke renovaties werden gerealiseerd. Deze besparingen worden bepaald door de energieprestatiecertificaten die zijn afgegeven voor en na renovatie met elkaar te vergelijken.

6.  De lidstaten koppelen hun financiële maatregelen voor verbeteringen van de energie-efficiëntie in het kader van de renovatie van gebouwen aan de energiebesparingen die door dergelijke renovaties werden gerealiseerd. Deze besparingen worden, indien dit in verhouding staat tot de omvang van de renovatie, bepaald door een energieaudit of door de energieprestatiecertificaten die zijn afgegeven voor en na renovatie met elkaar te vergelijken, of door standaardwaarden te gebruiken voor de berekening van energiebesparingen in gebouwen of via soortgelijke relevante, transparante documentatiemethoden.

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 10 – lid 6 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6 bis.  Met de databank voor de registratie van EPC's, die de lidstaten zullen opzetten, zal het feitelijke energieverbruik van de daarin opgenomen gebouwen gevolgd kunnen worden, ongeacht hun omvang of categorie. De databank bevat de gegevens over het feitelijke energieverbruik, dat regelmatig wordt geactualiseerd, van gebouwen die veelvuldig door het publiek worden bezocht en een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 250 m² hebben.

6 bis.  Wanneer de lidstaten een databank voor de registratie van EPC's opzetten of daarvoor een bestaande databank gebruiken, zal het energieverbruik van de daarin opgenomen gebouwen gevolgd kunnen worden, ongeacht hun omvang of categorie. De databank bevat de gegevens over het energieverbruik, dat regelmatig wordt geactualiseerd, van gebouwen die eigendom zijn van of worden beheerd of gebruikt door overheidsdiensten en een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 250 m² hebben.

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 10 – lid 6 ter

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6 ter.  Geaggregeerde geanonimiseerde gegevens die voldoen aan de Europese eisen inzake gegevensbescherming worden ten minste aan overheidsinstanties ter beschikking gesteld op verzoek, voor statistische en onderzoeksdoeleinden.

6 ter.  Geaggregeerde geanonimiseerde gegevens die voldoen aan de Europese eisen inzake gegevensbescherming worden ten minste aan overheidsinstanties ter beschikking gesteld op verzoek, voor statistische en onderzoeksdoeleinden, en de volledige gegevensverzameling wordt aan de eigenaar van het gebouw ter beschikking gesteld.

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen de noodzakelijke maatregelen voor het instellen van een regelmatige keuring van de toegankelijke delen van systemen die worden gebruikt voor het verwarmen van gebouwen, zoals de warmtegenerator, het controlesysteem en de circulatiepomp(en), van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh en van residentiële gebouwen met een gecentraliseerd technisch bouwsysteem met een gecumuleerd nominaal vermogen van meer dan 100 kW. Die keuring omvat een beoordeling van het rendement van de ketel en van de ketelgrootte vergeleken met de verwarmingsbehoeften van het gebouw. De beoordeling van de ketelgrootte hoeft niet de worden herhaald zolang er tussentijds niets wordt veranderd aan het verwarmingssysteem of de verwarmingsbehoeften van het gebouw.

1.  De lidstaten nemen de noodzakelijke maatregelen voor het instellen van een regelmatige keuring van de toegankelijke delen van systemen die worden gebruikt voor het verwarmen van gebouwen, zoals de warmtegenerator, het controlesysteem en de circulatiepomp(en), van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh en van residentiële gebouwen met een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming en warm water voor huishoudelijke doeleinden met een gecumuleerd nominaal vermogen van meer dan 70 kW. Die keuring omvat een beoordeling van het rendement van de warmtegenerator, bij volledige en bij gedeeltelijke belasting, en van de warmtegeneratorgrootte vergeleken met de verwarmingsbehoeften van het gebouw. De beoordeling van de grootte van de warmtegenerator hoeft niet te worden herhaald zolang er tussentijds niets wordt veranderd aan het verwarmingssysteem of de verwarmingsbehoeften van het gebouw.

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 2 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Als alternatief voor lid 1 kunnen de lidstaten eisen vaststellen om ervoor te zorgen dat niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh per jaar zijn uitgerust met systemen voor de automatisering en controle van gebouwen. Deze systemen kunnen:

2.  De lidstaten schrijven voor dat niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh per jaar tegen 2023 moeten zijn uitgerust met systemen voor de automatisering en controle van gebouwen. Deze systemen kunnen:

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het energieverbruik permanent controleren, analyseren en bijsturen;

a)  het energieverbruik permanent controleren, optekenen, analyseren en bijsturen om optimale energieprestaties bij volledige en bij gedeeltelijke belasting mogelijk te maken;

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 3 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Als alternatief voor lid 1 kunnen de lidstaten eisen vaststellen om ervoor te zorgen dat residentiële gebouwen met gecentraliseerde technische bouwsystemen met een gecumuleerd nominaal vermogen van meer dan 100 kW zijn voorzien van:

3.  De lidstaten kunnen voorschrijven dat residentiële gebouwen met technische bouwsystemen met een gecumuleerd nominaal vermogen voor ruimteverwarming en warm water voor huishoudelijke doeleinden van meer dan 70 kW moeten zijn voorzien van:

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 3 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  permanent elektronisch toezicht waarmee de efficiëntie van de systemen wordt gemeten en de eigenaars of beheerders van het gebouw worden verwittigd wanneer de efficiëntie aanzienlijk is gedaald en wanneer onderhoud aan het systeem noodzakelijk is, en

a)  een permanente elektronische toezichtsfunctie waarmee de efficiëntie van de systemen wordt gemeten en de eigenaars of beheerders van het gebouw worden verwittigd wanneer de efficiëntie aanzienlijk is gedaald en wanneer onderhoud aan het systeem noodzakelijk is, en

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  doeltreffende controlefuncties om optimale energieopwekking, -distributie en -verbruik te waarborgen.";

b)  doeltreffende controlefuncties om optimale energieopwekking, -distributie, ‑opslag en ‑verbruik bij volledige en bij gedeeltelijk belasting, met inbegrip van hydraulische balancering, te waarborgen;

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Gebouwen die voldoen aan lid 2 of lid 3 zijn vrijgesteld van de in lid 1 vastgestelde eisen.

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 3 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Technische bouwsystemen die expliciet onder een overeengekomen energieprestatiecriterium of een contractuele regeling vallen waarin een overeengekomen niveau van energie-efficiëntieverbetering is vermeld, zoals energieprestatiecontracten als gedefinieerd in artikel 2, punt 27, van Richtlijn 2012/27/EU, of die worden beheerd door een nutsbedrijf- of netwerkexploitant en daarom aan prestatiemonitoringmaatregelen aan de systeemzijde onderworpen zijn, worden vrijgesteld van de in lid 1 vastgestelde eisen.

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 15 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen voor het instellen van een regelmatige keuring van de toegankelijke delen van airconditioningsystemen van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh en van residentiële gebouwen met een gecentraliseerd technisch bouwsysteem met een gecumuleerd nominaal vermogen van meer dan 100 kW. De keuring omvat een beoordeling van het rendement van de airconditioning en van de dimensionering ervan gelet op de koelingsbehoeften van het gebouw. De beoordeling van de dimensionering hoeft niet te worden herhaald zolang er tussentijds niets wordt veranderd aan het airconditioningsysteem of de koelingsbehoeften van het gebouw.

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen voor het instellen van een regelmatige keuring van de toegankelijke delen van airconditioning- en ventilatiesystemen van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh en van residentiële gebouwen met een technisch bouwsysteem voor airconditioning en ventilatie met een gecumuleerd nominaal vermogen van meer dan 12 kW. De keuring omvat een beoordeling van het rendement van de airconditioning en de ventilatie, bij volledige en bij gedeeltelijke belasting, en van de dimensionering ervan gelet op de koelingsbehoeften van het gebouw. De beoordeling van de dimensionering hoeft niet te worden herhaald zolang er tussentijds niets wordt veranderd aan het airconditioning- of ventilatiesysteem of de koelingsbehoeften van het gebouw.

 

De lidstaten kunnen de frequentie van de keuringen laten variëren naargelang het type en het nominaal vermogen van het airconditioningsysteem, daarbij rekening houdend met de kosten voor de keuring van de systemen en de geraamde besparingen van energiekosten die uit de keuring kunnen voortvloeien.

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 15 – lid 2 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Als alternatief voor lid 1 kunnen de lidstaten eisen vaststellen om ervoor te zorgen dat niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh per jaar zijn uitgerust met systemen voor de automatisering en controle van gebouwen. Deze systemen kunnen:

2.  De lidstaten schrijven voor dat niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh per jaar tegen 2023 moeten zijn uitgerust met systemen voor de automatisering en controle van gebouwen. Deze systemen kunnen:

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 15 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het energieverbruik permanent controleren, analyseren en bijsturen;

a)  het energieverbruik permanent controleren, analyseren, optekenen en bijsturen om optimale energieprestaties bij volledige en bij gedeeltelijke belasting mogelijk te maken;

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 15 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Als alternatief voor lid 1 kunnen de lidstaten eisen vaststellen om ervoor te zorgen dat residentiële gebouwen met gecentraliseerde technische bouwsystemen met een gecumuleerd nominaal vermogen van meer dan 100 kW zijn voorzien van:

3.  De lidstaten kunnen voorschrijven dat residentiële gebouwen met gecentraliseerde technische bouwsystemen met een gecumuleerd nominaal vermogen voor airconditioning of ventilatie van meer dan 12 kW zijn voorzien van:

a)  permanent elektronisch toezicht waarmee de efficiëntie van de systemen wordt gemeten en de eigenaars of beheerders van het gebouw worden verwittigd wanneer de efficiëntie aanzienlijk is gedaald en wanneer onderhoud aan het systeem noodzakelijk is, en

a)  een permanente elektronische toezichtsfunctie waarmee de efficiëntie van de systemen wordt gemeten en de eigenaars of beheerders van het gebouw worden verwittigd wanneer de efficiëntie aanzienlijk is gedaald en wanneer onderhoud aan het systeem noodzakelijk is, en

b)  doeltreffende controlefuncties om optimale energieopwekking, -distributie en -verbruik te waarborgen.

b)  doeltreffende controlefuncties om optimale energieopwekking, -distributie, ‑opslag en ‑verbruik bij volledige en bij gedeeltelijk belasting, met inbegrip van hydraulische balancering, te waarborgen.

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 15 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Gebouwen die voldoen aan lid 2 of lid 3 zijn vrijgesteld van de in lid 1 vastgestelde eisen.

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 15 – lid 3 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Technische bouwsystemen die expliciet onder een overeengekomen energieprestatiecriterium of een contractuele regeling vallen waarin een overeengekomen niveau van energie-efficiëntieverbetering is vermeld, zoals energieprestatiecontracten als gedefinieerd in artikel 2, punt 27, van Richtlijn 2012/27/EU, of die worden beheerd door een nutsbedrijf- of netwerkexploitant en daarom aan prestatiemonitoringmaatregelen aan de systeemzijde onderworpen zijn, worden vrijgesteld van de in lid 1 vastgestelde eisen.

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  in artikel 19 wordt "2017" vervangen door "2028";

(9)  In artikel 19 wordt "2017" vervangen door "2024";

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 bis (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 19 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  in artikel 19 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

"De Commissie beoordeelt in het bijzonder de behoefte aan een verdere harmonisatie van de energieprestatiecertificaten overeenkomstig artikel 11."

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 ter (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 19 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter)  Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 19 bis

 

De Commissie voert tegen 2020 een haalbaarheidsstudie uit waarin de mogelijkheden en het tijdschema voor de invoering van een gebouwenrenovatiepaspoort worden verduidelijkt, potentieel als onderdeel van de afdeling aanbevelingen van het energieprestatiecertificaat, om een stapsgewijs renovatiestappenplan voor de lange termijn voor een specifiek gebouw te verschaffen."

Amendement    83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 10

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 20 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het bijzonder verstrekken de lidstaten de eigenaars of huurders van gebouwen informatie over de energieprestatiecertificaten en het doel ervan, over kostenefficiënte manieren om de energieprestatie van het gebouw te verbeteren en, waar dat passend is, over de beschikbare financiële instrumenten voor het verbeteren van de energieprestatie van het gebouw.

In het bijzonder verstrekken de lidstaten de eigenaars, beheerders of huurders van gebouwen door middel van onafhankelijke, toegankelijke en transparante adviesinstrumenten, zoals centrale aanspreekpunten, informatie over kostenefficiënte maatregelen om de energieprestatie van het gebouw te verbeteren, onder meer door renovatieadvies, over energieprestatiecertificaten en het doel ervan, over de vervanging van ketels op fossiele brandstoffen door duurzamere alternatieven, en over de beschikbare financiële instrumenten voor het verbeteren van de energieprestatie van het gebouw.

Amendement    84

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – alinea 1 – punt 1 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Bijlage I – punt 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

‘1.  De energieprestatie van een gebouw geeft het normaal energieverbruik voor verwarming, koeling, warm water voor huishoudelijke doeleinden, ventilatie en verlichting weer.

‘1.  De energieprestatie van een gebouw geeft het normaal energieverbruik voor verwarming, koeling, warm water voor huishoudelijke doeleinden, ventilatie, verlichting en andere technische bouwsystemen op transparante wijze weer.

De energieprestatie van een gebouw wordt aangegeven met een numerieke indicator van het primaire energieverbruik in kWh/(m² per jaar), geharmoniseerd ten behoeve van de energieprestatiecertificering en de naleving van de minimumeisen inzake energieprestatie. De energieprestatie en de methodologie voor de berekening ervan zijn transparant en staan open voor innovatie.

De energieprestatie van een gebouw wordt aangegeven met een numerieke indicator van het primaire energieverbruik in kWh/(m² per jaar), geharmoniseerd ten behoeve van de energieprestatiecertificering en de naleving van de minimumeisen inzake energieprestatie. De methodologie voor de berekening ervan is transparant en staat open voor innovatie.

De lidstaten beschrijven hun nationale berekeningsmethodologie volgens het kader van de nationale bijlage bij verwante Europese normen die werden ontwikkeld krachtens het door de Europese Commissie verleende mandaat M/480 van het Europees Comité voor Normalisatie (CEN).

De lidstaten beschrijven hun nationale berekeningsmethodologie met inachtneming van de terminologie en definities in het kader van de nationale bijlage bij verwante Europese normen die werden ontwikkeld krachtens het door de Europese Commissie verleende mandaat M/480 van het Europees Comité voor Normalisatie (CEN).

Amendement    85

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – alinea 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Bijlage I – punt 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

‘2.   De energiebehoeften voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, warm water voor huishoudelijke doeleinden en passende ventilatie worden berekend om de door de lidstaten bepaalde minimale gezondheids- en comfortniveaus te waarborgen.

‘2.  De energiebehoeften voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, warm water voor huishoudelijke doeleinden, verlichting, ventilatie en andere technische bouwsystemen worden berekend om de door de lidstaten op nationaal of regionaal niveau bepaalde gezondheids-, binnenluchtkwaliteits- en comfortniveaus te maximaliseren. Met name moet de temperatuur op elk binnenoppervlak van het gebouw boven het dauwpunt blijven.

Primaire energie wordt berekend op basis van primaire energiefactoren per energiedrager, die op hun beurt gebaseerd kunnen worden op nationale of regionale jaarlijkse gewogen gemiddelden of op specifiekere informatie die beschikbaar wordt gesteld voor afzonderlijke stadssystemen.

Primaire energie wordt berekend op basis van primaire energiefactoren per energiedrager, die op hun beurt gebaseerd kunnen worden op nationale of regionale jaarlijks, en mogelijk ook per seizoen of maandelijks, gewogen gemiddelden of op specifiekere informatie die beschikbaar wordt gesteld voor afzonderlijke stadssystemen.

Bij primaire energiefactoren wordt het aandeel van hernieuwbare energie in energiedragers buiten beschouwing gelaten, zodat bij de berekeningen in gelijke mate rekening wordt gehouden met: a) de energie uit hernieuwbare bronnen die ter plaatse wordt opgewekt (achter de individuele meter, d.w.z. niet aangemerkt als geleverd), en b) de energie uit hernieuwbare energiebronnen die via de energiedrager wordt geleverd.

In de berekeningen van de lidstaten wordt eerst rekening gehouden met de energiebehoeften en vervolgens in gelijke mate met: a) de energie uit hernieuwbare bronnen die ter plaatse wordt opgewekt en gebruikt (achter de individuele meter, d.w.z. niet aangemerkt als geleverd), en b) de energie uit hernieuwbare energiebronnen die via de energiedrager wordt geleverd.

 

De toepassing van primaire-energiefactoren zorgt ervoor dat er wordt gestreefd naar een optimale energieprestatie van het gebouw, zodat de nationale tenuitvoerlegging van de eisen van artikel 9 wordt ondersteund.

Amendement    86

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Bijlage I bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De volgende bijlage wordt ingevoegd:

 

"BIJLAGE I bis

 

Gemeenschappelijke algemene kadermethode voor de definitie van een "slimheidsindicator" voor gebouwen als bedoeld in artikel 8, lid 6

 

1.  De Commissie stelt een gemeenschappelijke algemene kadermethode vast om de waarde van de slimheidsindicator te berekenen, waarmee wordt aangegeven in welke mate een gebouw of gebouwunit zijn werking aan de behoeften van de bewoner en het net kan aanpassen en zijn energie-efficiëntie en algehele prestatie kan verbeteren.

 

In de methode wordt rekening gehouden met een aantal aspecten, waaronder slimme meters, systemen voor de automatisering en controle van gebouwen, slimme thermostaten, ingebouwde huishoudelijke apparaten, oplaadpunten voor elektrische voertuigen, energieopslag en gedetailleerde functionaliteiten en de interoperabiliteit van al die aspecten. Deze effecten worden beoordeeld op de mogelijke voordelen voor de energie-efficiëntie- en energieprestatieniveaus, alsook op de gerealiseerde flexibiliteit, het binnenklimaat en het comfort van het gebouw of de gebouwunit in kwestie.

 

2.  De slimheidsindicator wordt vastgesteld en berekend in overeenstemming met drie essentiële functies die verband houden met het gebouw en de technische bouwsystemen ervan:

 

a)  het vermogen om op efficiënte wijze hoogwaardige prestaties en een hoogwaardige werking van gebouwen te handhaven door een vermindering van de vraag naar energie en een groter gebruik van energie uit hernieuwbare energiebronnen (elektriciteit en warmte), waaronder het vermogen van het gebouw om zijn eigen vraag te beheren of energie ter plaatse op te wekken door een dynamisch beheer van zijn eigen middelen;

 

b)  het vermogen om zijn werkingsmodus aan te passen aan de behoeften van de bewoner en daarbij hoge gezondheids- en binnenklimaatnormen te waarborgen, waarbij terdege aandacht wordt besteed aan de beschikbaarheid van gebruiksvriendelijke schermen, controleerbaarheid op afstand en rapportering van de binnenluchtkwaliteit en het energieverbruik; en

 

c)  de flexibiliteit van de totale vraag naar energie van een gebouw, waaronder het vermogen om deelname aan actieve en passieve, alsook impliciete en expliciete vraagrespons mogelijk te maken, die wordt gemeten aan de hand van de vraag hoeveel van de lasten van het gebouw in één keer kunnen worden verlegd in kW piekvermogen, en het vermogen in kWh wat betreft de vraag hoeveel van die flexibiliteit dan aan het net kan worden geleverd, met inbegrip van afname en toevoer.

 

Dit zou de actieve deelname van consumenten aan de elektriciteitsvoorzieningsmarkt mogelijk maken en bevorderen, in overeenstemming met Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad*.

 

In de kadermethode worden de Europese normen in acht genomen, in het bijzonder de normen die onder het mandaat M/480 zijn ontwikkeld.

 

3.  De kadermethode waarborgt volledige interoperabiliteit tussen slimme meters, systemen voor de automatisering en controle van gebouwen, ingebouwde huishoudelijke apparaten, slimme thermostaten in het gebouw en sensoren voor de binnenluchtkwaliteit en ventilatiesystemen, en bevordert het gebruik van toetsing en Europese normen, waaronder de referentie-ontologie voor slimme apparatuur. In de slimheidsindicator wordt onderzocht en vastgesteld in welke mate er sprake is van openheid ten aanzien van systemen van derden, voor infrastructuur zoals het elektriciteits- en stadsverwarmingsnet, infrastructuur voor elektrische voertuigen en vraag-responsaggregatoren, om te zorgen voor compatibiliteit tussen communicaties, controlesystemen en de desbetreffende overdracht van gegevens of signalen.

 

4.  De kadermethode omvat het gegevensverwerkingsproces binnen het gebouw of buiten de grenzen van het gebouw, en kan gegevens omvatten die hun oorsprong vinden in of worden ontvangen door het gebouw zelf of door de gebruiker of bewoner. Dit proces is gebaseerd op protocollen die de uitwisseling mogelijk maken van geauthenticeerde en gecodeerde berichten tussen de bewoner en de desbetreffende producten of apparatuur in het gebouw. Met name wanneer het gaat om de verwerking van persoonsgegevens, zoals gegevens die afkomstig zijn uit frequente metingen of submetingen op afstand of gegevens die worden verwerkt door beheerders van slimme netten, worden de beginselen van eigendomsrecht van de bewoner, gegevensbescherming, privacy en veiligheid gewaarborgd. Deze gemeenschappelijke kadermethode heeft betrekking op realtimegegevens en energiegerelateerde gegevens afkomstig uit cloudgebaseerde oplossingen en waarborgt de veiligheid van gegevens, het meterstandbeheer van slimme meters en dataverkeer, en de privacy van eindgebruikers, in overeenstemming met de desbetreffende gegevensbeschermings- en privacywetgeving van de Unie alsook de beste beschikbare technieken voor cyberbeveiliging.

 

5.  In de kadermethode wordt rekening gehouden met de positieve invloed van bestaande communicatienetwerken, in het bijzonder het bestaan van voor hoge snelheid bestemde inpandige fysieke infrastructuur, zoals het facultatieve "broadband ready"-label en het bestaan van een toegangspunt voor meergezinswoningen, overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad**.

 

6.  De kadermethode omschrijft het geschiktste formaat of de geschiktste visuele weergave van de slimheidsindicatorparameter en is eenvoudig, transparant en gemakkelijk te begrijpen voor consumenten, eigenaars, investeerders en deelnemers aan de vraag- en aanbodmarkt. De methode vormt een aanvulling op het energieprestatiecertificaat voor zover er een aantoonbaar verband is met de energieprestatie van het gebouw.

 

__________________

 

*   Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 55).

 

**   Richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid (PB L 155 van 23.5.2014, blz. 1)."

(1)

  PB C 246 van 28.7.2017, blz. 48.

(2)

  PB C 342 van 12.10.2017, blz. 119.


TOELICHTING

Het gebouwenbestand van de Unie is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de eindvraag naar energie in Europa, in het bijzonder fossiele energie. Een beter presterend gebouwenbestand biedt een aanzienlijk potentieel voor meer energieveiligheid en minder energie-invoer in Europa, voor lagere energierekeningen voor Europese energieconsumenten, gezondere leefomstandigheden evenals meer groei en banen, met name bij kmo's.

Om aan de internationale uit de COP21 voortvloeiende verplichtingen te voldoen en om de eigen doelstellingen van de Unie betreffende het koolstofvrij maken van de economie en energie-efficiëntie op kosteneffectieve wijze te verwezenlijken, moet het potentieel van niet-ETS-sectoren - zoals gebouwen en vervoer - worden benut. Een ambitieuze en toekomstbestendige richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen is daarom nodig om een zeer energie-efficiënt en koolstofvrij Europees gebouwenbestand te waarborgen.

Intensivering van langetermijnprogrammering en -acties

De nationale langetermijnrenovatiestrategieën, opgenomen in de nationale energie- en klimaatplannen van de governanceverordening, zijn belangrijk om de vereiste renovaties van het gebouwenbestand te verwezenlijken.

De rapporteur beveelt aan de vereisten inzake de inhoud van de nationale langetermijnrenovatiestrategieën aan te scherpen, teneinde de vereiste renovaties van met name het bestaande gebouwenbestand te verwezenlijken. De lidstaten moeten, met inachtneming van de subsidiariteit, zorgen voor alomvattende en ambitieuze renovatiestrategieën, waarin specifieke acties worden omschreven om het slechtst presterende gebouwenbestand aan te pakken, tegengestelde prikkels weg te nemen, rekening te houden met de relevante referentiepunten in de levenscyclus van een gebouw, de juridische boekhoudkundige beperkingen inzake overheidsinvesteringen aan te pakken en de toegang te waarborgen tot informatie over voor consumenten beschikbare instrumenten voor de financiering van energierenovaties.

Proportionele elektromobiliteitsvereisten

In het voorstel van de Commissie wordt beoogd de herziening van de richtlijn te benutten om bij te dragen tot het verder koolstofvrij maken van vervoer, door de infrastructuur rond gebouwen te gebruiken om de aanleg van infrastructuur voor elektrische mobiliteit te bevorderen.

De rapporteur stelt voor de vereisten van de richtlijn toe te spitsen op de aanleg van bekabeling of een leidingennetwerk, te zorgen voor een evenredig kostenniveau, en de vereisten uitsluitend toe te spitsen op relevante renovaties, d.w.z. elektrische infrastructuur of parkeerplaatsen, zodat de prikkels om te renoveren niet worden ondermijnd. Voorts stelt de rapporteur strengere eisen voor met betrekking tot openbare gebouwen en openbare parkeerplaatsen die door private entiteiten worden beheerd, om te waarborgen dat de overheidsautoriteiten op deugdelijke wijze bijdragen.

Betere wetgeving en goede stimulansen voor renovaties

Het aanvankelijke voorstel van de Commissie omvat diverse voorgestelde aanpassingen van de bestaande richtlijn om de administratieve lasten bij renovaties te verminderen en om de omstandigheden voor de uitvoering van energierenovaties te verbeteren.

De rapporteur bouwt op dit voorstel voort om betere wetgeving en deugdelijke stimulansen voor de uitvoering van energierenovaties te waarborgen. Hij pleit ervoor de elementen van het voorstel met betrekking tot de automatisering van gebouwen te versterken, de waarde hiervan te verduidelijken en de toepassing ervan als alternatief voor inspecties met het oog op vereenvoudiging, toe te lichten. De rapporteur beschrijft eveneens de specifieke voorwaarden voor en het toepassingsgebied en doel van de delegatie van bevoegdheden aan de Commissie met het oog op de ontwikkeling van een slimheidsindicator. De rapporteur beveelt voorts aan de documentatievereisten te verduidelijken die gelden voor energiebesparingen die met renovaties worden gegenereerd, zodat proportionaliteit wordt gewaarborgd door alternatieve en voldoende veilige documentatiemogelijikheden te introduceren, waarbij de prikkels om renovaties uit te voeren niet worden ondermijnd.

Correct beeld van energieprestaties van gebouwen

De Commissie stelt voor bij de berekening van de primaire-energiefactor (PEF) het aandeel hernieuwbare energie buiten beschouwing te laten en in gelijke mate rekening te houden met de energie uit hernieuwbare bronnen die ter plaatse wordt opgewekt en de energie uit hernieuwbare bronnen die niet ter plaatse wordt opgewekt. De PEF wordt gebruikt voor de berekening van de energieprestaties van een gebouw.

De rapporteur pleit ervoor de verwijzing naar de gelijke behandeling van ter plaatse en niet ter plaatse opgewekte energie uit hernieuwbare bronnen te behouden en de kosteneffectieve invoering van hernieuwbare energiebronnen te waarborgen, maar schrapt de verwijzing naar het verplicht buiten beschouwing laten van het aandeel hernieuwbare energie, aangezien dit het correcte beeld van het daadwerkelijke energieverbruik en de daadwerkelijke energieprestatie van gebouwen zou ondermijnen. Bovendien zouden hiermee stimulansen om op energie-efficiëntie gerichte verbeteringen door te voeren, kunnen worden ondergraven. Alle andere PEF-kwesties blijven vallen onder de energie-efficiëntierichtlijn en de richtlijn hernieuwbare energie.


BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INPUT HEEFT ONTVANGEN

Organisatie

European Building Automation and Controls Association, EU.bac

Velux

Danish Energy Association

Rockwool

DG Energy

Veolia

Schöck

DONG Energy

Estonian Energy Ministry

Buildings Performance Institute Europe, BPIE

AFCO Worldwide

European Heat Pump Association, EHPA

KREAB

EUFORES

Confederation of Danish Industries, DI

Active House Alliance

European Alliance to Save Energy, EU-ASE

EUROPEAN RENEWABLE ENERGIES FEDERATION asbl

Schneider Electric

EpiCenter

EON

Danish District Heating Association, DANVA

Electric Underfloor Heating Alliance

ENEL SPA

Confederation of Danish Enterprises

Novozymes

Euroheat & Power

UNION FRANCAISE DE L’ELECTRICITE

Bosch

AmCham EU

The Danish Construction Association

Danish Ministry for Climate and Energy

Eco Council Denmark

Smart Energy Demand Coalition EU

WWF

Danish Association of Construction Clients, DACC

Local Government Denmark

European Historic Houses Association

International Union of Property Owners

Director General of the European Property Federation

Council of European Municipalities and Regions

Orgalime

CEZ group

Eni

European Environmental Bureau (EEB)

Climate Action Network Europe

European Energy Forum

HydrogenEurope

GD4S coalition

Eurelectric

SolarPowerEurope

WindEurope

FireSafeEurope

VOEWG

Swedish PermRep

Green Building Council Denmark

Confederation of Norwegian Enterprise

REHVA

ENGIE

Statoil

E.on

Fleishman Hillard

GRDF

Saint Gobain

PlasticsEurope

European Construction Industry Federation

Grace Public Affairs

Smart Energy Demand Coalition

European Forum for Manufacturing

British Chamber of Commerce in Belgium

Council of Gas Detection and Environmental Monitoring (CoGDEM)

European Facility Management Coalition

EuroCommerce

EDSO for Smart Grids

EnerginetDK

EnergyCoalition

Danfoss

Grundfoss

EnergiWatch

Cembreau

EDF

Dalkia

Enel

BDEW - German Association of Energy and Water Industries

EPEE

European Builders Confederation (EBC)

Eurima

EuroAce - European Alliance of Companies for Energy Efficiency in Buildings

FIEC - European Construction Industry Federation

Tesla

CoGen

European Federation of Building and Woodworkers

European Aluminium

Fédération du Commerce et de la Distribution

Knauf Insulation

The European Chemical Industry Council, CEFIC

CableEurope

BASF

ABB

Norsk Hydro ASA

CEMEX

Association of North German Chambers of Commerce and Industry

European Engineering Industries Association

International Energy Agency

European Copper Institute

BDR Thermea

EC Power A/S

Platform for Eletro-Mobility

European Solar Thermal Industry Federation (ESTIF)

German Federation of Companies in the Gas and Water Industry (figawa)

Glass for Europe

Shell

GreenEnergyOptions, GEO

SustainSolutions

European Mortgage Federation

European Construction Industry Federation

Siemens

Vattenfall

EUnited

HSSE

Dow

Renault Group

Transport & Environment

Bellona

Austrian Federal Economic Chamber (WKÖ)

Vestas

Housing Europe

Danish Social Housing Federation

Dutch Social Housing Federation

French Social Housing Federation

German Social Housing Federation

European Union of House builders and Developers

BEUC

World Green Building Council (WorldGBC)

Snam S.p.A.

BDI/BDA The German Business Representation

European Federation of Intelligent Energy Efficiency Services

German Retail Federation

Architects' Council of Europe - Conseil des Architectes d’Europe

Swedish Petroleum and Biofuel Institute

AFEP

Cercle de l'Industrie

ES-SO European Solar Shading Organization

E3G - Third Generation Environmentalism

European Economic and Social Committee

European Heating Industry (EHI)

Federal Chamber of German Architects

European Federation of National Organisations Working with the Homeless

NALCO Water

Avisa Partners

LightingEurope AISBL

BMW Group

Ecofys

Danske Arkitektvirksomheder

United Technologies Corporation UTC

EU association for engineering building services and installers

European Geothermal Energy Council

AEBIOM

EuroFuel

Rud-Pedersen

Client Earth


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (22.9.2017)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen

(COM(2016)0765 – C8-0499/2016 – 2016/0381(COD))

Rapporteur voor advies: Anneli Jäätteenmäki

BEKNOPTE MOTIVERING

Met het voorstel van de Commissie wordt getracht de energie-efficiëntie van het Europese gebouwenbestand te vergroten en bij te dragen tot de verwezenlijking van de klimaatdoelstellingen van de EU. Als werkwijze is ervoor gekozen de tenuitvoerlegging van de bestaande richtlijn te bevorderen en enkele bepalingen voor te stellen die verder reiken dan de huidige situatie. Opnieuw wordt terecht opgemerkt dat energie-efficiëntie op de eerste plaats moet komen en als leidend beginsel moet worden gehanteerd.

Gezien het lage percentage Europese gebouwen dat jaarlijks wordt gerenoveerd (circa 0,4-1,2%, afhankelijk van de lidstaat) en de complexe interactie tussen EU-wetgeving, nationale bouwvoorschriften, bouwpraktijken, economische trends en de eigendomsstructuur van het gebouwenbestand, is er nog altijd een groot onbenut energiebesparingspotentieel. In het licht van de huidige trend zullen er de komende jaren geen wezenlijke veranderingen optreden.

Zonder nadere maatregelen zullen op energie-efficiëntie gerichte renovaties worden uitgevoerd als ze economisch verantwoord zijn en uitgaan van passende stimulansen om de verwezenlijking van de energie-efficiëntiedoelstellingen dichterbij te brengen.

Het is van belang dat de lidstaten inzicht hebben in hun gebouwenbestand en dat zij op die manier de diverse actoren helpen prioriteit te geven aan renovaties op basis van kostenefficiëntie. In het amendement op artikel 2 inzake de langetermijnrenovatiestrategieën wordt hiertoe aangemoedigd.

Momenteel is dringend behoefte aan op grote schaal beschikbare financieringsproducten die de positieve aspecten van op energie-efficiëntie gerichte renovaties omvatten en ondersteunen, zoals de hogere waarde van activa en gezondere woonomstandigheden. De inspanningen van de Commissie om financiering mogelijk te maken, zoals het initiatief "slimme financiering voor slimme gebouwen", moeten worden aangemoedigd.

De rapporteur wenst twee belangrijke kwesties onder de aandacht te brengen: gezonde gebouwen en het voorstel van de Commissie over elektromobiliteit.

In de eerste plaats kan het belang van gezonde gebouwen niet worden overschat. Een gezond gebouw wordt overeenkomstig de behoeften van zijn bewoners ontworpen en kan worden aangepast om te voldoen aan toekomstige behoeften. Het is vervaardigd van duurzame, repareerbare en recycleerbare niet-giftige materialen. Het is energie-efficiënt en kan eventueel ook energie produceren, laat voldoende daglicht binnen en is goed geventileerd en verwarmd, zodat binnenshuis een goede luchtkwaliteit en temperatuur kunnen worden gehandhaafd.

Tegenwoordig brengen de meeste mensen het grootste gedeelte van de dag binnen door. Volgens schattingen hebben tientallen miljoenen Europeanen te lijden onder een slechte luchtkwaliteit binnenshuis, dikwijls vanwege een te hoge luchtvochtigheid, waardoor het ontstaan van schimmel in de hand wordt gewerkt en er structurele schade aan het gebouw kan ontstaan.

Er worden allerlei gebouwen aangetast, van woningen tot openbare gebouwen. De wijze van constructie en onderhoud van gebouwen heeft grote gevolgen voor de volksgezondheid en het welzijn van de gehele bevolking.

Energie-inefficiënte huizen en energiearmoede zijn nauw met elkaar verweven. Als de woningbouwverenigingen noodzakelijke renovaties uitstellen vanwege een gebrek aan financiering, riskeren zij niet alleen een verdere achteruitgang van het leefklimaat maar ook een daling van de waarde van het gebouwenbestand.

Volgens de rapporteur is het voorstel over elektromobiliteit, dat is geïntroduceerd in het geamendeerde artikel 8, de tweede kwestie die van belang is.

Het voorstel heeft onder meer betrekking op alle nieuwe en bestaande gebouwen die niet voor bewoning zijn bestemd, en die meer dan tien parkeerplaatsen hebben en ingrijpend worden gerenoveerd. Gebouwen die voor bewoning zijn bestemd en recent zijn gebouwd vallen ook onder het voorstel. Voor de eerste categorie gebouwen geldt dat minimaal 10% van de parkeerplaatsen moet worden voorzien van een oplaadpunt. Voor de tweede categorie geldt dat elke parkeerplaats moet worden voorzien van bekabeling om het installeren van oplaadpunten mogelijk te maken.

De rapporteur is van mening dat de door de Commissie voorgestelde verplichtingen inzake oplaadinfrastructuur de efficiënte toewijzing van particuliere en publieke middelen in de weg staan.

Momenteel ontwikkelt de oplaadtechnologie zich razendsnel. Wat de ontwikkeling van oplaadinfrastructuur betreft hebben tal van lidstaten reeds stappen ondernomen. Het wordt minder duur om oplaadpunten te installeren. Particuliere ondernemingen en openbare nutsbedrijven beschikken over haalbare businesscases voor de ontwikkeling van het netwerk en de prijsstelling van het opladen van elektronische voertuigen.

Voor nieuwe gebouwen, al dan niet bestemd voor bewoning, kan de vereiste infrastructuur van het begin af aan in het ontwerpproces worden geïntegreerd. Derhalve is het verstandig om voor bekabeling te zorgen en nieuwe gebouwen op deze manier toekomstbestendig te maken. Zo wordt voldoende ruimte gelaten voor allerhande kabels en wordt ervoor gezorgd dat de noodzakelijke oplaadinfrastructuur, waar nodig, eenvoudig kan worden aangelegd.

Voor bestaande gebouwen die niet voor bewoning zijn bestemd, dient de verplichting te worden versoepeld en alleen te worden toegepast in gevallen waarin de renovatie verband houdt met de energie-infrastructuur van het gebouw. Dit zou een hoger rendement op investeringen helpen opleveren voor de werkelijke verbeteringen van de energie-efficiëntie.

AMENDEMENTEN

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  De Unie verbindt zich ertoe te komen tot een duurzaam, concurrerend, betrouwbaar en koolstofvrij energiesysteem. Met de energie-unie en het beleidskader voor klimaat en energie voor 2030 worden ambitieuze verbintenissen van de Unie vastgesteld om broeikasgasemissies verder te verminderen (met ten minste 40 % tegen 2030 in vergelijking met 1990), het aandeel van hernieuwbare energie te vergroten (met ten minste 27 %), energiebesparingen van ten minste 27 % te realiseren, waarbij dit percentage opnieuw moet worden bekeken met een Unieniveau van 30 % in het achterhoofd10, en om de energiezekerheid, het concurrentievermogen en de duurzaamheid van Europa te verbeteren.

(1)  De Unie verbindt zich ertoe te komen tot een duurzaam, concurrerend, betrouwbaar en koolstofvrij energiesysteem en tot een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid. Met de energie-unie en het beleidskader voor klimaat en energie voor 2030 worden ambitieuze verbintenissen van de Unie vastgesteld om broeikasgasemissies verder te verminderen (met ten minste 40 % tegen 2030 in vergelijking met 1990), het aandeel van hernieuwbare energie te vergroten (met ten minste 27 %) en energiebesparingen van ten minste 27 % te realiseren, waarbij dit percentage opnieuw moet worden bekeken met een Unieniveau van ten minste 30 % in het achterhoofd10, om de energiezekerheid, het concurrentievermogen en de duurzaamheid van Europa te verbeteren en de toegang tot betaalbare energie te bevorderen teneinde energiearmoede terug te dringen.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  De Commissie heeft verscheidene projecten medegefinancierd die ervaringen en goede praktijken voor regionale samenwerking stimuleren welke op het niveau van de Unie kunnen worden gedeeld om de tenuitvoerlegging van deze richtlijn te verbeteren. Voorbeelden van die projecten zijn onder meer Marie en haar uitbreiding Sherpa, Elih-Med en Proforbiomed.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  Een betere energie-efficiëntie in gebouwen vermindert de vraag naar verwarmingsbrandstoffen, in het bijzonder vaste verwarmingsbrandstoffen, en draagt dus bij tot een betere luchtkwaliteit via een lagere uitstoot van verontreinigende stoffen en door op kosteneffectieve wijze de doelstellingen van het beleid van de Unie inzake luchtkwaliteit te verwezenlijken, zoals deze met name zijn vastgelegd in Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad1 bis. Energie-efficiëntie moet daarom worden beschouwd als onderdeel van het beleid inzake luchtkwaliteit, vooral in lidstaten die moeite hebben om de EU-grenswaarden voor emissies van luchtverontreinigende stoffen te behalen en waar energie-efficiëntie zou kunnen helpen bij het bereiken van deze doelen.

 

_________________

 

1 bis Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 1-31).

Motivering

De woonsector is verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de emissies van verontreinigende stoffen in Europa, zoals BaP, PM2.5 en PM10, die afkomstig zijn van rook die ontstaat door het verbranden van vaste brandstoffen die worden gebruikt voor het verwarmen van woningen. Deze luchtverontreinigende stoffen doen het aantal sterfte- en ziektegevallen en ziekenhuisopnamen stijgen, met name omdat de gemeten waarden de streefwaarden in het kader van de EU-wetgeving inzake luchtkwaliteit vaak ruim overschrijden.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter)  Circa vijftig miljoen huishoudens in de Unie hebben te lijden onder energiearmoede. Energiearmoede kan worden omschreven als het onvermogen van een huishouden om te voorzien in voldoende energie om een basisniveau van comfort en gezondheid te waarborgen, als gevolg van een combinatie van een laag inkomen, hoge energieprijzen en een woningbestand van lage kwaliteit en met slechte energieprestaties. Het huidige renovatietempo volstaat niet en de grootste problemen zien we bij gebouwen die eigendom zijn van of gehuurd worden door burgers met een laag inkomen die in energiearmoede dreigen te vervallen.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  Het gebouwenbestand van de Unie moet tegen 2050 uit bijna-energieneutrale gebouwen (BENG's) bestaan, overeenkomstig de doelstellingen van de COP21 (de Overeenkomst van Parijs). Het huidige renovatietempo volstaat niet en de grootste problemen zien we bij gebouwen die eigendom zijn van of gehuurd worden door burgers met een laag inkomen die in energiearmoede dreigen te vervallen.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De Unie verbindt zich ertoe te komen tot een betrouwbaar, concurrerend en koolstofvrij energiesysteem tegen 205012. Om deze doelstelling te verwezenlijken, hebben de lidstaten en investeerders mijlpalen nodig om ervoor te zorgen dat gebouwen koolstofvrij zijn tegen 2050. Teneinde dit koolstofvrije gebouwenbestand te waarborgen tegen 2050 moeten de lidstaten de tussenstappen bepalen om de doelstellingen voor de middellange (2030) en lange (2050) termijn te verwezenlijken.

(6)  De Unie verbindt zich ertoe te komen tot een betrouwbaar, concurrerend en koolstofvrij energiesysteem tegen 205012. In het licht van de Overeenkomst van Parijs en om deze doelstelling te verwezenlijken, hebben de lidstaten en investeerders ambitieuze streefcijfers en duidelijke mijlpalen en maatregelen nodig om tegen 2050 ervoor te zorgen dat gebouwen koolstofvrij zijn en de energieprestatie van gebouwen zodanig wordt verbeterd dat ze aan de BENG-norm voldoen. Teneinde dit koolstofvrije gebouwenbestand te waarborgen tegen 2050 moeten de lidstaten tussenstappen en het traject bepalen om de doelstellingen voor de middellange (2030 en 2040) en lange (2050) termijn te verwezenlijken, en de renovatie van het bestaande gebouwenbestand bevorderen daar het huidige renovatietempo niet volstaat.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  Teneinde de doelstellingen voor een koolstofvrij gebouwenbestand tegen 2050 te behalen, de emissie van broeikasgassen te beperken en de overgang naar een koolstofarme economie te bevorderen, moet een holistische benadering worden toegepast bij de bepaling van de energie-efficiëntie van gebouwen. Door nieuwe gebouwen te construeren en bestaande gebouwen te renoveren moet worden toegewerkt naar gebouwen die aan de behoeften van bewoners voldoen en kunnen worden aangepast aan toekomstige behoeften, die zijn vervaardigd van duurzame, repareerbare en recycleerbare niet-giftige materialen, die energie-efficiënt zijn en ook energie kunnen produceren, die voldoende daglicht binnenlaten, die aan de (brand)veiligheidsvoorschriften voldoen en die goed geventileerd en verwarmd zijn, zodat binnenshuis een gezonde luchtkwaliteit kan worden gehandhaafd.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter)  De Overeenkomst van Parijs moet terug te zien zijn in de inspanningen van de Unie om haar gebouwenbestand koolstofvrij te maken, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat bijna 50 % van de eindvraag naar energie in de Unie voor verwarming en koeling wordt gebruikt, waarvan 80 % wordt gebruikt in gebouwen. De energie- en klimaatdoelstellingen van de Unie moeten dan ook worden verwezenlijkt door uiterlijk in 2050 bijna volledig op hernieuwbare energiebronnen over te stappen, een doelstelling die uitsluitend kan worden gerealiseerd door de energieconsumptie te beperken en volledig gebruik te maken van het beginsel "energie-efficiëntie eerst" aangezien energie-efficiëntiemaatregelen de meest kosteneffectieve wijze zijn om de broeikasgasemissies te beperken.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 quater)  Aangezien tot 90 % van de gebouwde omgeving van 2050 al bestaat, zijn ambitieuzere inspanningen nodig om het tempo waarin het bestaande gebouwenbestand gerenoveerd en koolstofvrij gemaakt wordt, te verhogen. Aangezien 30 jaar een relatief korte periode is om het bestaande gebouwenbestand te vernieuwen, zullen de stimulansen en normen die nu worden vastgesteld uiteindelijk bepalen of de Unie haar klimaat- en energiedoelstellingen voor de lange termijn zal verwezenlijken.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  De bepalingen met betrekking tot langetermijnstrategieën inzake renovatie zoals bedoeld in Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad13 moeten worden verplaatst naar Richtlijn 2010/31/EU, waar ze beter op hun plaats zijn.

(7)  De bepalingen met betrekking tot langetermijnstrategieën inzake renovatie zoals bedoeld in Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad13 moeten worden verplaatst naar Richtlijn 2010/31/EU, waar ze beter op hun plaats zijn en invulling geven aan de plannen van de lidstaten om ervoor te zorgen dat het gebouwenbestand tegen 2050 bijna-energieneutraal is. Terwijl die langetermijndoelstelling wordt gehandhaafd, moeten ze gepaard gaan met bindende mijlpalen voor 2030 en 2040. De langetermijnrenovatiestrategieën en de renovaties die hiermee gestimuleerd worden, zullen middels het creëren van banen bijdragen tot de bevordering van groei, en consumenten schone en betaalbare energie verschaffen. Financieringsmechanismen en financiële prikkels moeten een centrale rol spelen in nationale langetermijnrenovatiestrategieën van de lidstaten en actief door hen worden bevorderd. Bovendien moet een strategie worden ontwikkeld voor de bevordering van deskundige ondersteuning en begeleiding van consumenten en voor de opleiding van vakkundig personeel.

_________________

_________________

13 Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van de Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1).

13 Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van de Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1).

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  De bouwsector biedt rechtstreekse werkgelegenheid aan 18 miljoen mensen in de Unie en draagt ongeveer 9 % bij aan het bbp. Energie-efficiëntiemaatregelen in de bouwsector met ambitieuze doelstellingen voor de grondige en stapsgewijze renovatie van het bestaande gebouwenbestand kunnen de modernisering van deze sector en de daarmee verbonden werkgelegenheid bevorderen en in de Unie miljoenen banen opleveren, in het bijzonder bij micro-, kleine en middelgrote ondernemingen. Bij de berekening van de kostenoptimale prestatieniveaus waarop de lidstaten hun renovatiestrategieën voor de lange termijn en hun besluiten over de minimumeisen inzake energieprestatie baseren, moet ook terdege rekening worden gehouden met de economische waarde van bijkomende voordelen van energie-efficiëntiemaatregelen, zoals nieuwe werkgelegenheid, de waarde van activa, een geringere afhankelijkheid van invoer, de gezondheid of de luchtkwaliteit binnens- en buitenshuis. Daartoe moeten geharmoniseerde referentiewaarden worden opgenomen in de richtsnoeren inzake de EU-methode voor het berekenen van het kostenoptimale prestatieniveau.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 ter)  Naarmate het gebouwenbestand in de Unie wordt gerenoveerd met het oog op de bevordering van de energie-efficiëntie, neemt ook de complexiteit toe. Er is in toenemende mate behoefte aan samenwerking tussen de diverse vaklui ter plaatse. Om dit potentieel te benutten en het gebouwenbestand te verbeteren zijn de juiste professionele vaardigheden van essentieel belang. In het onderwijs moet voor het eerst worden aangemoedigd tot systeemgericht denken. Deze aanmoediging moet vervolgens worden voortgezet tijdens de volledige loopbaan van bouwvakkers. In dat verband is het noodzakelijk dat de lidstaten zorgen voor een duidelijk verband tussen hun nationale langetermijnrenovatiestrategieën en deugdelijke initiatieven om vaardigheden en onderwijs, permanente bijscholing en vaardigheden voor technici en vaklui in de bouw- en energie-efficiëntiesector te bevorderen en gemeenschappen en kleine ondernemingen voor te lichten over bewust energiegebruik, efficiëntiemaatregelen en renovatie van gebouwen.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 quater)  In de nationale renovatiestrategieën moet het verwachte verbruik worden gespecificeerd evenals de bijdrage tot de verwezenlijking van de algemene energie-efficiëntiedoelstelling op korte (2030), middellange (2040) en lange (2050) termijn.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Teneinde deze richtlijn aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om de richtlijn aan te vullen door de slimheidsindicator te definiëren en de uitvoering ervan mogelijk te maken. De slimheidsindicator moet worden gebruikt als maatstaf van de capaciteit om ICT en elektronische systemen te gebruiken in gebouwen voor optimale werking en interactie met het net. De slimheidsindicator zal ervoor zorgen dat de eigenaars en huurders van gebouwen zich bewust worden van de waarde van de automatisering van gebouwen en het elektronisch toezicht op technische bouwsystemen, en dat bewoners meer zekerheid krijgen over de feitelijke besparingen die deze nieuwe geavanceerde functies opleveren.

(9)  Teneinde deze richtlijn aan te passen aan de technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om de richtlijn aan te vullen door de slimheidsindicator te definiëren en de uitvoering ervan mogelijk te maken. De slimheidsindicator moet worden gebruikt als maatstaf van de capaciteit om ICT en elektronische systemen te gebruiken in gebouwen voor optimale werking, met name de voorziening en het gebruik van energie (bijv. water, lucht), en interactie met het net. De slimheidsindicator zal ervoor zorgen dat de eigenaars en huurders van gebouwen zich bewust worden van de waarde van de automatisering van gebouwen en het elektronisch toezicht op technische bouwsystemen, en dat bewoners meer zekerheid krijgen over de feitelijke besparingen die deze nieuwe geavanceerde functies opleveren.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Door innovatie en nieuwe technologie kunnen gebouwen een bijdrage leveren aan het volledig koolstofvrij maken van de economie. Zo kunnen gebouwen bijvoorbeeld fungeren als hefboom voor de ontwikkeling van de infrastructuur die nodig is voor het slim opladen van elektrische voertuigen, en ook de basis vormen voor de lidstaten om, indien zij dat wensen, autoaccu’s als een energiebron te gebruiken. In het licht van dit doel moet de definitie van technische bouwsystemen worden uitgebreid.

(10)  Door innovatie en nieuwe technologie kunnen gebouwen een bijdrage leveren aan het volledig koolstofvrij maken van de economie. Zo kunnen gebouwen bijvoorbeeld fungeren als hefboom voor de ontwikkeling van de infrastructuur die nodig is voor het slim opladen van elektrische voertuigen, en ook de basis vormen voor de lidstaten om, indien zij dat wensen, autoaccu’s als een energiebron te gebruiken. In het licht van het energie-efficiëntiestreefcijfer kan ook water een bron van energie in gebouwen zijn. Warmterecuperatiesystemen kunnen bijvoorbeeld warmte produceren uit afvalwater. In het licht van dit doel van volledige decarbonisatie moet de definitie van technische bouwsystemen worden uitgebreid.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Water is een essentieel onderdeel van tal van technische bouwsystemen, zoals verwarmings- en koelingssystemen, of verschillende vormen van huishoudelijk gebruik. De voeding van pomp- en druksystemen die nodig zijn voor het vervoer van water, vereist veel energie. Bovendien vertegenwoordigen waterlekken 24 % van de totale hoeveelheid water die in de Unie wordt gebruikt, wat zowel energie- als waterverlies teweegbrengt. Een efficiënter beheer en een vermindering van het watergebruik in nieuwe en gerenoveerde gebouwen zou dan ook bijdragen aan de doelstelling inzake het rationeel gebruik van hulpbronnen.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 ter)  Bij maatregelen ter verdere verbetering van de energieprestaties van gebouwen moet rekening worden gehouden met de EU-benchmarks voor energieneutraliteit waaraan nieuwe gebouwen tegen 2021 moeten voldoen, en met de eis dat het volledige gebouwenbestand in 2050 bijna-energieneutraal is. In deze context moet ook rekening worden gehouden met klimatologische en plaatselijke omstandigheden alsmede het binnenklimaat, voorschriften inzake gezondheid en veiligheid, met inbegrip van brandveiligheid, de luchtkwaliteit binnens- en buitenshuis, en kosteneffectiviteit, waaronder begrepen de niet met energie samenhangende voordelen.

Motivering

De EU-benchmark voor bijna-energieneutrale gebouwen die is vastgesteld in Aanbeveling (EU) 2016/1318 van de Commissie dient als leidraad voor de lidstaten die achterblijven wat betreft het verbeteren van de eisen inzake energieprestaties.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 quater)  De bevordering van alternatieve, veilige en duurzame transportmiddelen, zoals de fiets, draagt ook bij aan het volledig koolstofvrij maken van de economie en moet door de lidstaten worden geïntegreerd in de langetermijnstrategieën waarmee wordt beoogd het tempo waarin het gebouwenbestand in heel de Unie wordt gerenoveerd, te verhogen.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 quinquies)  De lidstaten moeten stimulansen bieden voor het gebruik van natuurlijke, koolstofarme bouwmaterialen en de toepassing van groendaken bij grootschalige renovaties stimuleren, aangezien deze maatregelen doeltreffend kunnen worden ingezet om de luchtkwaliteit te verbeteren, de verslechtering van klimatologische omstandigheden, met name in stedelijke gebieden, tegen te gaan en de algehele energieprestaties van gebouwen te verbeteren.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  In de effectbeoordeling werden twee bestaande reeksen bepalingen aangewezen waarvan het doel efficiënter kan worden bereikt in vergelijking met de huidige situatie. Ten eerste wordt de verplichting om de haalbaarheid van alternatieve systemen met een hoog rendement te onderzoeken alvorens met de bouw wordt begonnen, een overbodige last. Ten tweede bleken de bepalingen inzake de keuring van verwarmings- en airconditioningssystemen de aanvankelijke en gehandhaafde prestatie van deze technische systemen niet voldoende te waarborgen op een efficiënte manier. Zelfs goedkope technische oplossingen met een zeer korte terugverdientijd, zoals de hydraulische balancering van het verwarmingssysteem en de installatie/vervanging van thermostatische regelkleppen, worden momenteel onvoldoende in overweging genomen. De bepalingen inzake keuring worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat keuringen betere resultaten opleveren.

(11)  In de effectbeoordeling werden twee bestaande reeksen bepalingen aangewezen waarvan het doel efficiënter kan worden bereikt in vergelijking met de huidige situatie. Ten eerste wordt de verplichting om de haalbaarheid van alternatieve systemen met een hoog rendement te onderzoeken alvorens met de bouw wordt begonnen, een overbodige last. Ten tweede bleken de bepalingen inzake de keuring van verwarmings- en airconditioningssystemen de aanvankelijke en gehandhaafde prestatie van deze technische systemen niet voldoende te waarborgen op een efficiënte manier. Goedkope technische oplossingen met een zeer korte terugverdientijd, zoals de hydraulische balancering van het verwarmingssysteem en de installatie/vervanging van thermostatische regelkleppen, worden momenteel onvoldoende in overweging genomen. Deze oplossingen, met inbegrip van oplossingen om energiearme consumenten bij te staan, moeten volledig worden benut. De bepalingen inzake keuring worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat keuringen betere resultaten opleveren. Er moet rekening worden gehouden met factoren zoals het oorspronkelijke ontwerp en de plaatsbepaling van het gebouw voor een beter uitgangspunt op het gebied van energie-efficiëntie, waardoor kan worden bespaard op andere verbeteringen, van systemen, behuizingen of verlichting. Er moeten ook monitoringsystemen worden ontwikkeld om realtimegegevens te ontvangen zodat de systemen te allen tijde kunnen worden geoptimaliseerd.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De automatisering van gebouwen en het elektronisch toezicht op technische bouwsystemen bleken keuringen doeltreffend te vervangen, met name voor grote installaties. De installatie van dergelijke apparatuur moet worden beschouwd als het meest kosteneffectieve alternatief voor keuringen in grote niet voor bewoning bestemde gebouwen en meergezinswoningen met een omvang die het mogelijk maakt om dergelijke apparaten in minder dan drie jaar terug te verdienen. De huidige mogelijkheid om te kiezen voor alternatieve maatregelen wordt bijgevolg geschrapt. Wat kleinschalige installaties betreft, wordt de controle op de inachtneming van de minimumeisen die gelden voor alle technische bouwsystemen ondersteund door de documentatie van de installateurs over de prestaties van deze systemen en door de registratie van deze informatie in de databanken voor energieprestatiecertificering, die de rol van de energieprestatiecertificaten ook zullen versterken. Daarnaast blijven de bestaande regelmatige veiligheidscontroles en geplande onderhoudswerkzaamheden een gelegenheid om rechtstreeks advies te verlenen over verbeteringen van de energie-efficiëntie.

(12)  De automatisering van gebouwen en het elektronisch toezicht op technische bouwsystemen bleken keuringen en onderhoud doeltreffend te vervangen, met name voor grote installaties. De installatie van dergelijke apparatuur moet worden beschouwd als het meest kosteneffectieve alternatief voor keuringen in grote niet voor bewoning bestemde gebouwen en meergezinswoningen met een omvang die het mogelijk maakt om dergelijke apparaten in minder dan drie jaar terug te verdienen. De huidige mogelijkheid om te kiezen voor alternatieve maatregelen wordt bijgevolg geschrapt. Wat kleinschalige installaties betreft, wordt de controle op de inachtneming van de minimumeisen die gelden voor alle technische bouwsystemen ondersteund door de documentatie van de installateurs over de prestaties van deze systemen en door de registratie van deze informatie in de databanken voor energieprestatiecertificering, die de rol van de energieprestatiecertificaten ook zullen versterken. Daarnaast blijven de bestaande regelmatige veiligheidscontroles en geplande onderhoudswerkzaamheden een gelegenheid om rechtstreeks advies te verlenen over verbeteringen van de energie-efficiëntie.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis)  De introductie van technische bouwsystemen moet betrekking hebben op de apparatuur (nieuwe technologieën, intelligente apparaten), maar ook op de systemen die hun werking en de interactie tussen de verschillende apparaten regelen. Dit geldt met name voor het transport van energie in gebouwen en de efficiënte beheersystemen voor water of lucht.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 ter)  In geval van grondige renovaties in gefaseerde vorm bieden technische bouwsystemen en systemen voor de automatisering en controle van gebouwen eveneens een mogelijkheid om het besparingspotentieel te verwezenlijken met een relatief korte terugverdientijd. Hierdoor kunnen over langere perioden extra besparingen worden geboekt die vervolgens weer moeten worden geïnvesteerd in de volgende renovatiefase.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Om ervoor te zorgen dat financiële maatregelen in verband met energie-efficiëntie optimaal worden benut voor de renovatie van gebouwen, moeten ze gekoppeld worden aan de omvang van de renovatiewerken, die moet worden beoordeeld door de energieprestatiecertificaten (EPC's) voor en na de renovatie te vergelijken.

(13)  Om ervoor te zorgen dat zowel openbare als particuliere financiële maatregelen in verband met energie-efficiëntie optimaal worden benut voor de renovatie van gebouwen, moeten ze gekoppeld worden aan de omvang van de renovatiewerken en een holistische aanpak bij de renovatie van gebouwen bevorderen om te waarborgen dat alle onderdelen en technische bouwsystemen, met inbegrip van het onderhoud van gebouwen, meer energie-efficiëntie en een betere binnenluchtkwaliteit tot gevolg hebben met een positief effect op de gezondheid, het welzijn, het comfort en de productiviteit. Dergelijke renovatiewerken moeten worden beoordeeld door de energieprestatiecertificaten (EPC's) voor en na de renovatie te vergelijken of door een andere transparante en evenredige methode.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Langetermijnrenovatiestrategieën met duidelijke mijlpalen en maatregelen stimuleren investeringen in energie-efficiëntie vanuit de particuliere sector. Langetermijninvesteringen moeten verder worden gestimuleerd door de herfinanciering van portefeuilles met activa op het gebied van energie-efficiënte renovaties toegankelijker te maken.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter)  Om renovaties te stimuleren, moeten langetermijninstrumenten voor particuliere financiering en risicovermindering worden bevorderd door energie-efficiënte hypotheeknormen voor gecertificeerde energie-efficiënte renovaties ten uitvoer te leggen. Voor financiële instellingen die energie-efficiënte hypotheken verstrekken, moet een lagere risicoweging in de kapitaalvereisten gelden. Deze vereisten moeten de potentiële risicoverlagende effecten van energie-efficiëntie weerspiegelen en worden geëvalueerd in het licht van een toename van de gegevens over risicovermindering, en in voorkomend geval moet een lagere kapitaalopslag worden overwogen voor zekerheden ten behoeve van energie-efficiënte hypotheken.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 quater)  In dit kader wordt erop gewezen hoe belangrijk het is ook op kleine schaal afzonderlijke appartementen energie-efficiënt te maken. Deze interventies dragen vaak bij tot het verhelpen van energiearmoede.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 quinquies)  Wanneer uit het nieuwe energieprestatiecertificaat blijkt dat de energie-efficiëntie van het gebouw is verbeterd, kunnen de kosten ervan worden opgenomen in de door de lidstaat voorziene stimulans.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  De toegang tot financiering is makkelijker als er informatie van goede kwaliteit beschikbaar is. Bijgevolg moet het feitelijke energieverbruik van openbare gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 250 m² bekendgemaakt worden.

(14)  De toegang tot financiering is makkelijker als er een ambitieus en stabiel langetermijnkader en informatie van goede kwaliteit beschikbaar zijn. Dit betreft onder meer informatie over EPC's, onderhoud en keuringen, alsook gegevens uit de energieprestatiedatabanken. Openbare gebouwen, ook die waarvan overheidsinstanties eigenaar, beheerder en gebruiker zijn, ongeacht of ze eigendom zijn van de lidstaat, een regio of een gemeente, alsook particuliere gebouwen voor publiek gebruik moeten hun rol waarmaken en het goede voorbeeld geven door bijna-energieneutraal te worden overeenkomstig Richtlijn 2012/27/EU en daarnaast moet het feitelijke energiegebruik van deze gebouwen bekendgemaakt worden.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De huidige onafhankelijke controlesystemen voor EPC's moeten worden versterkt om ervoor te zorgen dat de certificaten van goede kwaliteit zijn, gebruikt kunnen worden voor de nalevingscontrole en voor het opstellen van statistieken over de regionale/nationale gebouwenbestanden. Gegevens van hoge kwaliteit over het gebouwenbestand zijn noodzakelijk, en kunnen gedeeltelijk worden gegenereerd door de registers en databanken voor EPC's die momenteel worden ontwikkeld en beheerd door bijna alle lidstaten.

(15)  De huidige onafhankelijke controlesystemen voor EPC's moeten worden versterkt om ervoor te zorgen dat de certificaten van goede kwaliteit zijn, gebruikt kunnen worden voor de nalevingscontrole en voor het opstellen van geharmoniseerde statistieken over de lokale, regionale en nationale gebouwenbestanden. Gegevens van hoge kwaliteit over het gebouwenbestand zijn noodzakelijk, en kunnen gedeeltelijk worden gegenereerd door de registers en databanken voor EPC's die momenteel worden ontwikkeld en beheerd door bijna alle lidstaten.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Om de doelstellingen in het kader van het energie-efficiëntiebeleid voor gebouwen te verwezenlijken, moet de transparantie van EPC's worden verbeterd door ervoor te zorgen dat alle nodige parameters voor berekeningen, certificering en minimumeisen inzake energieprestatie worden vastgesteld en consistent worden toegepast. De lidstaten moeten voorzien in passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de prestatie van geïnstalleerde, vervangen of bijgewerkte technische bouwsystemen wordt gedocumenteerd met het oog op gebouwencertificering en nalevingscontrole.

(16)  Om de doelstellingen inzake energie-efficiëntie voor gebouwen te verwezenlijken in het kader van het bindende energie-efficiëntiestreefcijfer van de Unie van ten minste 40 % tegen 2030, moet de transparantie van EPC's worden verbeterd door ervoor te zorgen dat alle nodige parameters voor berekeningen, certificering en minimumeisen inzake energieprestatie worden vastgesteld en consistent worden toegepast. De lidstaten moeten voorzien in passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de prestatie van geïnstalleerde, vervangen of bijgewerkte technische bouwsystemen wordt gedocumenteerd met het oog op gebouwencertificering en nalevingscontrole.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De bepalingen in deze richtlijn mogen de lidstaten er niet van weerhouden ambitieuzere eisen inzake energieprestatie vast te stellen op het niveau van het gebouw en voor onderdelen van gebouwen, zolang dergelijke maatregelen niet in strijd zijn met het recht van de Unie. Wanneer deze eisen, in bepaalde omstandigheden, de installatie of het gebruik beperken van producten die onder andere harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, is dit in overeenstemming met de doelstellingen van deze richtlijn en van Richtlijn 2012/27/EG mits de eisen geen ongerechtvaardigde marktbelemmering vormen.

(18)  De bepalingen in deze richtlijn mogen de lidstaten er niet van weerhouden ambitieuzere eisen inzake energieprestatie en binnenluchtkwaliteit vast te stellen op het niveau van het gebouw en voor onderdelen van gebouwen, zolang dergelijke maatregelen niet in strijd zijn met het recht van de Unie. Wanneer deze eisen, in bepaalde omstandigheden, de installatie of het gebruik beperken van producten die onder andere harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, is dit in overeenstemming met de doelstellingen van deze richtlijn en van Richtlijn 2012/27/EG mits de eisen geen ongerechtvaardigde marktbelemmering vormen.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis)  De lidstaten moeten hun berekening van de energieprestatie van een transparant of lichtdoorlatend bouwelement van de bouwschil baseren op de energiebalans ervan, wat wil zeggen dat rekening wordt gehouden met zowel energieverlies als energiewinst van passieve zonnestraling.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 ter)  Steden, regionale en lokale autoriteiten geven nu al het goede voorbeeld door energie-efficiëntiemaatregelen en renovatieprogramma's voor gebouwen toe te passen en de mogelijkheid te bieden om zelf energie op te wekken. Organen zoals het Burgemeestersconvenant, slimme steden en gemeenschappen, of gemeenschappen die volledig gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen, dragen door de activiteiten van hun leden bij aan een betere energieprestatie en maken het mogelijk beste praktijken voor de energietransitie uit te wisselen. Met name in wijkprojecten wordt het duidelijk dat het van belang is de functie van gebouwen in de context van lokale energiesystemen, plannen voor duurzame mobiliteit en het ecosysteem in het algemeen te bezien.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 quater)  Het is belangrijk dat er strategieën voor meerlagig bestuur en macroregionale samenwerking worden ontwikkeld, in overeenstemming met de klimaatdiversiteit in de Unie en de problemen van de klimaatverandering in de verschillende Europese regio's.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 quinquies)  Deze richtlijn moet een aanvullend instrument zijn in het kader van de energie-unie en de nieuwe energiegovernance van de Unie om de energiearmoede te bestrijden. Daarom spoort zij de Unie aan een duidelijke gemeenschappelijke definitie van energiearmoede op te stellen, en vraagt zij om aandacht te hebben voor de verschillende, reeds bestaande studies om zo spoedig mogelijk een mogelijke definitie te vinden.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 – punt 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  "technisch bouwsysteem": technische uitrusting voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, ventilatie, warm water voor huishoudelijke doeleinden, ingebouwde verlichting, automatisering en controle van gebouwen, elektriciteitsopwekking ter plaatse, infrastructuur ter plaatse voor elektromobiliteit, of een combinatie van dergelijke systemen, met inbegrip van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen, van een gebouw of gebouwunit;

3.  "technisch bouwsysteem": technische uitrusting voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, binnenluchtkwaliteit, ventilatie, watersystemen, warm water voor huishoudelijke doeleinden, ingebouwde verlichting, automatisering en controle van gebouwen, met inbegrip van energiebeheer, elektriciteitsopwekking ter plaatse, infrastructuur ter plaatse voor elektromobiliteit, of een combinatie van dergelijke systemen, met inbegrip van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen, van een gebouw of gebouwunit;

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 – punt 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  in artikel 2 wordt het volgende punt ingevoegd:

 

"3 bis.  "koolstofvrij gebouwenbestand": een zeer energie-efficiënt gebouwenbestand dat gerenoveerd is tot ten minste bijna-energieneutraal niveau en waarbij aan de resterende energiebehoefte wordt voldaan door middel van hernieuwbare energiebronnen;"

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 ter (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 – punt 19 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter)  in artikel 2 wordt het volgende punt ingevoegd:

 

"19 bis.  "referentiepunt": een bijvoorbeeld qua kostenefficiëntie en verstoring geschikt moment tijdens de levensduur van een gebouw om energierenovaties uit te voeren;"

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het eerste lid bestaat uit artikel 4 van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie16, behalve de laatste alinea daarvan;

a)  het volgende lid 1 wordt ingevoegd:

 

"1.   De lidstaten stellen een langetermijnrenovatiestrategie vast om in te zetten op investeringen in de renovatie van het nationale, openbare en particuliere bestand van woningen en bedrijfsgebouwen, teneinde ertoe aan te moedigen en erop aan te sturen dat het gebouwenbestand tegen 2050 wordt omgevormd tot een zeer energie-efficiënt en koolstofvrij gebouwenbestand. Deze strategie houdt het volgende in:

 

a)  een overzicht van het nationale gebouwenbestand, waar passend op basis van statistische steekproefneming;

 

b)  de bepaling van kosteneffectieve wijzen van aanpak van renovaties naargelang van het gebouwtype en het klimaat, rekening houdend met referentiepunten in de levenscyclus van een gebouw;

 

c)  beleid en maatregelen om kosteneffectieve grondige renovaties van gebouwen, onder meer in gefaseerde vorm, te stimuleren;

 

d)  een toekomstgericht perspectief om investeringsbesluiten van particulieren, de bouwsector en financiële instellingen te begeleiden;

 

e)  een empirisch onderbouwde raming van de verwachte energiebesparing en van de voordelen in ruimere zin;

 

f)  aanvullende en/of alternatieve maatregelen voor renovatie, zoals energieprestatiecontracten, onafhankelijke en laagdrempelige energieadviesdiensten, maatregelen ter verbetering van het consumentengedrag of de aansluiting op een efficiënt stadsverwarmings- en -koelingssysteem;

 

g)  beleid en acties met kwantificeerbare doelstellingen die zijn gericht op de slechtst presterende onderdelen van het nationale gebouwenbestand en op huishoudens die met energiearmoede kampen en zich voor dilemma's van tegengestelde belangen gesteld zien;"

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a bis (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"1 bis.  De lidstaten brengen hun bestaande gebouwenbestand in kaart naar ouderdom, typologie en energievoorziening, om bindende mijlpalen en maatregelen voor de renovatiebehoeften te ontwikkelen, waarbij rekening gehouden wordt met het nationale energiesysteem.

 

De lidstaten houden toezicht op de voortgang die zij boeken bij het bereiken van de mijlpalen. De bevindingen dienen ten minste om de drie jaar openbaar gemaakt te worden, waarbij ook een update van de strategie ingediend moet worden bij de Commissie.

 

De lidstaten houden ten minste drie maanden voor indiening van de langetermijnrenovatiestrategie bij de Commissie een openbare raadpleging over de strategie. Het resultaat van de openbare raadpleging wordt als bijlage bij de strategie gepubliceerd."

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a ter (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 1 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a ter)  het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"1 ter.  De langetermijnrenovatiestrategieën gaan vergezeld van nationale actieplannen. De lidstaten stellen nationale actieplannen op waarin de maatregelen voor het implementeren, evalueren en monitoren van de voortgang naar het behalen van de doelstellingen uit hoofde van de langetermijnrenovatiestrategieën worden uiteengezet. Het publiek heeft inspraak bij de voorbereiding van de nationale actieplannen overeenkomstig de in Richtlijn 2001/42/EG gestelde eisen betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's."

Motivering

De maatregelen om de doelstellingen voor koolstofvrije gebouwen uit de langetermijnrenovatiestrategieën voor de nationale gebouwenbestanden te verwezenlijken, te monitoren en te evalueren dienen duidelijk gespecificeerd te worden in actieplannen die op nationaal niveau worden opgesteld. Bij het voorbereiden en vaststellen van de nationale actieplannen moet worden gezorgd voor inspraak van het publiek.

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter a quater (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 1 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a quater)  het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"1 quater.  De lidstaten specificeren hoe hun mijlpalen bijdragen tot de verwezenlijking van de energie-efficiëntiedoelstelling van 30 % tegen 2030, in overeenstemming met Richtlijn 2012/27/EU, en van de doelstelling van de energie-unie inzake hernieuwbare energie, in overeenstemming met Richtlijn 2009/28/EU en met de doelstelling van de Unie om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met ten minste 80 % te beperken."

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In hun langetermijnrenovatiestrategie waarnaar wordt verwezen in lid 1 stellen de lidstaten een stappenplan op met duidelijke mijlpalen en maatregelen ter verwezenlijking van de langetermijndoelstelling voor 2050 om hun nationale gebouwenbestand koolstofvrij te maken, met specifieke mijlpalen voor 2030.

In hun langetermijnrenovatiestrategie waarnaar wordt verwezen in lid 1 stellen de lidstaten een stappenplan op met duidelijke mijlpalen, acties en maatregelen ter verwezenlijking van de langetermijndoelstelling voor 2050 om de energie-efficiëntie aanzienlijk te verbeteren en te zorgen voor een zeer energie-efficiënt en koolstofvrij gebouwenbestand, met specifieke mijlpalen voor 2030 en 2040.

 

Bij het vaststellen van deze mijlpalen specificeren de lidstaten hoe zij bijdragen tot de verwezenlijking van de energie-efficiëntiedoelstelling van de Unie tegen 2030 in overeenstemming met de doelstelling van de Unie om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 80 tot 95 % te beperken.

 

Daarnaast omvat de langetermijnrenovatiestrategie specifieke maatregelen en financieringsinstrumenten om de vraag naar energie te verminderen en bij te dragen tot de terugdringing van energiearmoede.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Daarnaast draagt de langetermijnrenovatiestrategie bij tot de terugdringing van energiearmoede.

Daarnaast draagt de langetermijnrenovatiestrategie bij tot de terugdringing van energiearmoede en wordt hierin een stappenplan uiteengezet met duidelijke mijlpalen en maatregelen om het bestand van sociale huurwoningen te renoveren. Om een gezond binnenklimaat te waarborgen en te behouden brengen de lidstaten onverwachte en ongewenste neveneffecten van gebouwrenovaties voor de gezondheid en het comfort in kaart en pakken zij die aan.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De langetermijnstrategie stimuleert ook het gebruik van slimme technologieën in de bouwsector en omvat initiatieven op het gebied van vaardigheden en onderwijs gerelateerd aan de inzet van slimme en verbonden technologieën in gebouwen, en beleid en acties gericht op het versnellen van de technologische transitie naar slimme en verbonden gebouwen.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 3 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  projecten samen te voegen zodat het makkelijker wordt voor investeerders om de in lid 1, onder b) en c) bedoelde renovaties te financieren;

a)  projectontwikkelaars te ondersteunen bij de voorbereiding, implementatie en monitoring van hun energie-renovatieprojecten, en mechanismen om projecten samen te voegen zodat het makkelijker wordt voor investeerders om de in lid 1, onder b) en c) bedoelde renovaties te financieren;

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de risico's in verband met werkzaamheden ter verbetering van de energie-efficiëntie te verkleinen voor investeerders en de particuliere sector; en

b)  de risico's in verband met werkzaamheden ter verbetering van de energie-efficiëntie te verkleinen voor investeerders en de particuliere sector, zoals door het ondersteunen van het openbaar maken van leningsgewijze prestatiegegevens in verband met energierenovatie, het ontwikkelen van een waardebepalingskader waarbij energie-efficiëntie gekoppeld wordt aan een hogere waarde van de gebouwen, waarbij de herfinanciering van portefeuilles van activa die verband houden met energie-renovatie wordt gestimuleerd; en

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 bis – lid 3 – letter b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  onafhankelijke en laagdrempelige energieadviesdiensten alsook toegankelijke en transparante adviesinstrumenten ter beschikking te stellen, zoals centrale contactpunten voor de consument, waar informatie wordt gegeven over de structurering en de verstrekking van financiële middelen voor de renovatie van gebouwen en die de consument ondersteunen bij maatregelen om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren, met inbegrip van grondige of gefaseerde renovaties, de keuze van materialen en technologieën en de bewaking van de energieprestatieresultaten;

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 3 – letter b ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b ter)  het samenvoegen van kmo's te faciliteren om ze in staat te stellen potentiële klanten een pakketoplossing aan te bieden; en

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 3 – letter c bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  meerlagig bestuur te ontwikkelen waarin de regio's en, voor zover mogelijk, de lokale overheden zijn opgenomen, alsmede de bestaande ervaringen op het gebied van de energie-efficiëntie van gebouwen uit projecten als Marie, Sherpa, Elih-Med of Proforbiomed.

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 – letter b bis (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 2 bis – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  het volgende lid wordt toegevoegd:

 

"3 bis.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 gedelegeerde handelingen vast te stellen om dit artikel aan te vullen met verdere criteria voor de langetermijnrenovatiestrategie."

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 bis (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 4 – lid 2 — letter a

 

Bestaande tekst

Amendement

 

2 bis)  in artikel 4, lid 2, wordt punt a) vervangen door:

a)  gebouwen die officieel beschermd zijn als onderdeel van een daartoe aangewezen omgeving, dan wel vanwege hun bijzondere architectonische of historische waarde, voor zover de toepassing van bepaalde minimumeisen inzake energieprestatie hun karakter of aanzicht op onaanvaardbare wijze zou veranderen;

"a)  gebouwen die officieel beschermd zijn als onderdeel van een daartoe aangewezen omgeving, dan wel vanwege hun bijzondere architectonische of historische waarde, of jaarlijks een onbeduidend aantal1 bis niet-beschermde residentiële gebouwen die met handenarbeid zijn gebouwd met behulp van natuurlijke materialen om tradities te bewaren, voor zover de toepassing van bepaalde minimumeisen inzake energieprestatie hun karakter, uniciteit of aanzicht op onaanvaardbare wijze zou veranderen;

 

_________________

 

1 bis Een aantal dat niet hoger is dan één duizendste van het jaarlijkse aantal bouwprojecten in de lidstaat."

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 6 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  in lid 1 wordt de tweede alinea geschrapt;

a)  in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

 

"In overeenstemming met de vereiste om de norm voor bijna-energieneutrale gebouwen te behalen zorgen de lidstaten – overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Richtlijn ... * en artikel 14 van Richtlijn ... [de richtlijn energie-efficiëntie] – ervoor dat, alvorens met de bouw wordt begonnen, de technische, milieutechnische en economische haalbaarheid van alternatieve systemen met een hoog rendement, zoals gedecentraliseerde systemen voor energievoorziening op basis van hernieuwbare bronnen, warmtekrachtkoppeling, stads- of blokverwarming op basis van hernieuwbare bronnen alsmede zeer efficiënte warmtepompen zoals omschreven in bijlage VII bij Richtlijn 2009/28/EG, overwogen wordt.

 

_________________

 

* Richtlijn ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (herschikking) COM(2016) 767 final/2"

Motivering

Om de administratieve last voor lidstaten te verminderen en tegelijkertijd te voldoen aan artikel 15, lid 8, van de richtlijn hernieuwbare energie (herschikking) en artikel 9, lid 3, onder c), van Richtlijn 2010/31/EU, dienen de bepalingen inzake de beoordeling van de haalbaarheid van alternatieve systemen met een hoog rendement gestroomlijnd te worden. Opgemerkt moet worden dat deze vereiste het risico op lock-in-effecten en "gestrande activa" vermindert, ervan uitgaande dat geïnstalleerde apparaten over het algemeen gemiddeld 25 jaar meegaan.

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis)  in artikel 7 wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

 

"De lidstaten zorgen ervoor dat verbeteringen van de energieprestatie bijdragen aan de totstandbrenging van een gezond en comfortabel binnenklimaat."

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 7 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4)  in artikel 7 wordt de vijfde alinea geschrapt;

4)  In artikel 7 wordt de vijfde alinea vervangen door:

 

"In overeenstemming met de vereiste om de norm voor bijna-energieneutrale gebouwen te behalen zorgen de lidstaten – overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Richtlijn ... * en artikel 14 van Richtlijn ... [de richtlijn energie-efficiëntie] – ervoor dat, alvorens met de bouw wordt begonnen, de technische, milieutechnische en economische haalbaarheid van alternatieve systemen met een hoog rendement, zoals gedecentraliseerde systemen voor energievoorziening op basis van hernieuwbare bronnen, warmtekrachtkoppeling, stads- of blokverwarming op basis van hernieuwbare bronnen alsmede zeer efficiënte warmtepompen zoals omschreven in bijlage VII bij Richtlijn 2009/28/EG, overwogen wordt.

 

_________________

 

* Richtlijn ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (herschikking) COM(2016) 767 final/2"

Motivering

Om de administratieve last voor lidstaten te verminderen en tegelijkertijd te voldoen aan artikel 15, lid 8, van de richtlijn hernieuwbare energie (herschikking) en artikel 9, lid 3, onder c), van Richtlijn 2010/31/EU, dienen de bepalingen inzake de beoordeling van de haalbaarheid van alternatieve systemen met een hoog rendement gestroomlijnd te worden. Opgemerkt moet worden dat deze vereiste het risico op lock-in-effecten en "gestrande activa" vermindert, ervan uitgaande dat geïnstalleerde apparaten over het algemeen gemiddeld 25 jaar meegaan.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  in lid 1 wordt de derde alinea geschrapt;

a)  in lid 1 wordt de derde alinea vervangen door:

 

"De lidstaten vereisen het hydraulisch balanceren van nieuw geïnstalleerde of vervangen verwarmingssystemen en bieden stimulansen voor het hydraulisch balanceren van bestaande verwarmingssystemen. De lidstaten vereisen ook hydraulisch balanceren als warmtegeneratoren in bestaande gebouwen worden vervangen, tenzij het systeem al gebalanceerd is.

 

De lidstaten vereisen dat nieuwe gebouwen uitgerust zijn met zelfregulerende apparatuur die de kamertemperatuur in iedere kamer apart regelt. Bij bestaande gebouwen is het installeren van zelfregulerende apparatuur om de kamertemperatuur in iedere kamer apart te regelen vereist als de warmtegeneratoren vervangen worden."

Motivering

Hydraulisch balanceren voorkomt dat ver van de warmtepomp verwijderde radiatoren te weinig en radiatoren in de buurt in de buurt van de pomp te veel warm water krijgen. Dit zorgt voor een constante temperatuur en een optimaal energiegebruik. Zelfregulerende apparatuur die de kamertemperatuur regelt en hydraulische balancering zijn heel kostenefficiënte maatregelen om in gebouwen energie te besparen. In sommige lidstaten zijn thermostatische radiatorkranen standaard sinds 1978, in andere lidstaten worden op grote schaal gewone radiatorkranen gebruikt. Vervanging van de resterende gewone kranen zou 4 % van de EU-doelstellingen inzake beperking van het energieverbruik voor 2020 opleveren. De vervanging van gewone radiatorkranen in een gebouw levert een besparing op van gemiddeld 13 % tot 19 % van de energie die nodig is om het gebouw te verwarmen. Deze maatregelen zijn op een paar maanden terugverdiend.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b – inleidende formule

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  lid 2 wordt vervangen door:

b)  aan het eind van lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

(Dit amendement heeft tot doel artikel 8, lid 2, van Richtlijn 2010/31/EU te behouden)

(Overeenkomstig de richtlijn betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (herschikking), met name artikel 18, de artikelen 19 t/m 22 en bijlage III).

Motivering

Nauwkeurige slimme meters kunnen zowel de participatie van consumenten mogelijk maken als bijdragen tot energiebesparingen in gebouwen door middel van consumentenbewustzijn. De bepalingen met betrekking tot slimme meetsystemen dienen daarom niet verwijderd te worden uit deze richtlijn. De lidstaten blijven de invoering van slimme meetsystemen stimuleren in overeenstemming met de herziene elektriciteitsrichtlijn, als een gebouw gebouwd wordt of een ingrijpende renovatie ondergaat, aangezien dit ook een kosteneffectieve inzet mogelijk maakt.

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat minstens één op de tien parkeerplaatsen van alle niet voor bewoning bestemde gebouwen die meer dan tien parkeerplaatsen hebben en recent zijn gebouwd of ingrijpend worden gerenoveerd, is uitgerust met een oplaadpunt in de zin van Richtlijn 2014/94/EU betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen, waarmee het mogelijk is om het opladen in en uit te schakelen op basis van prijssignalen. Deze eis is vanaf 1 januari 2025 van toepassing op alle niet voor bewoning bestemde gebouwen met meer dan tien parkeerplaatsen.

De lidstaten zorgen ervoor dat minstens één op de drie parkeerplaatsen van alle niet voor bewoning bestemde gebouwen die meer dan tien inpandige dan wel naast het gebouw gelegen parkeerplaatsen hebben en recent zijn gebouwd of ingrijpend worden gerenoveerd met betrekking tot de elektrische infrastructuur van het gebouw of de parkeerplaats, is uitgerust met passende bekabeling of leidingen om de inrichting van een oplaadpunt in de zin van Richtlijn 2014/94/EU betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen mogelijk te maken, en dat minstens één oplaadpunt in de zin van Richtlijn 2014/94/EU wordt ingericht dat het opladen dynamisch kan aanpassen op basis van prijssignalen, met een vermogen van ten minste 7 kW op iedere parkeerplaats met oplaadpunt. Deze eis is vanaf 1 januari 2025 van toepassing op alle niet voor bewoning bestemde gebouwen met meer dan tien parkeerplaatsen.

_________________

_________________

17 PB L 307 van 28.10.2014, blz. 1.

17 PB L 307 van 28.10.2014, blz. 1.

Motivering

Voor nieuwe niet voor bewoning bestemde gebouwen kan de nodige elektrische infrastructuur van meet af aan in de planning worden meegenomen. Derhalve is het verstandig om voor bekabeling of kabelgoten te zorgen en nieuwe gebouwen op deze manier toekomstbestendig te maken. Voor bestaande niet voor bewoning bestemde gebouwen dient de verplichting minder strikt te zijn en slechts te gelden wanneer de renovatie de elektrische infrastructuur van het gebouw of de parkeerplaats betreft. Op de parkeerplaatsen moet een symbolisch oplaadpunt worden opgericht.

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat residentiële gebouwen die meer dan tien parkeerplaatsen hebben en recent zijn gebouwd of ingrijpend worden gerenoveerd, zijn uitgerust met de bekabeling waarmee oplaadpunten voor elektrische voertuigen kunnen worden geïnstalleerd op elke parkeerplaats.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat nieuwe residentiële gebouwen die meer dan tien inpandige dan wel naast het gebouw gelegen parkeerplaatsen hebben en dergelijke gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, voor zover deze renovatie de elektrische infrastructuur of de parkeerplaatsen omvat, zijn uitgerust met de geschikte bekabeling of buizen waarmee overeenkomstig de beste beschikbare technologie oplaadpunten voor elektrische voertuigen kunnen worden geïnstalleerd op elke parkeerplaats.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een technisch bouwsysteem wordt geïnstalleerd, vervangen of verbeterd, de totale energieprestatie van het gehele gewijzigde systeem wordt beoordeeld, gedocumenteerd en doorgegeven aan de eigenaar van het gebouw, zodat deze gegevens beschikbaar blijven voor de controle op de inachtneming van de overeenkomstig lid 1 vastgestelde minimumeisen en de afgifte van energieprestatiecertificaten. De lidstaten zorgen ervoor dat deze informatie wordt opgenomen in de in artikel 18, lid 3, bedoelde nationale databank voor energieprestatiecertificaten.

5.  De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een technisch bouwsysteem wordt geïnstalleerd, vervangen of verbeterd, de totale energieprestatie en, indien relevant, de prestaties van de binnenluchtkwaliteit van het gehele gewijzigde systeem worden beoordeeld, gedocumenteerd en doorgegeven aan de eigenaar van het gebouw, zodat deze gegevens beschikbaar blijven voor de controle op de inachtneming van de overeenkomstig lid 1 vastgestelde minimumeisen en de afgifte van energieprestatiecertificaten. De lidstaten zorgen ervoor dat deze informatie wordt opgenomen in de in artikel 18, lid 3, bedoelde nationale databank voor energieprestatiecertificaten.

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 5 – letter c

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 8 – lid 6 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De slimheidsindicator heeft betrekking op flexibiliteitskenmerken, geavanceerde functies en capaciteiten die voortvloeien uit meer onderling verbonden en ingebouwde slimme toestellen die worden geïntegreerd in de conventionele technische bouwsystemen. Door deze kenmerken zullen de bewoners en het gebouw zelf beter in staat zijn om te reageren op behoeften inzake comfort of functionaliteit, deel te nemen aan vraagrespons en een bijdrage te leveren aan de optimale, vlotte en veilige werking van de verschillende energiesystemen en stadsinfrastructuren waarop het gebouw is aangesloten.

De slimheidsindicator heeft betrekking op flexibiliteitskenmerken, geavanceerde functies en capaciteiten die voortvloeien uit meer onderling verbonden en ingebouwde slimme toestellen die worden geïntegreerd in de conventionele technische bouwsystemen. Door deze kenmerken zullen de bewoners en het gebouw zelf beter in staat zijn om te reageren op behoeften inzake de binnenluchtkwaliteit en thermisch comfort of functionaliteit, deel te nemen aan vraagrespons en een bijdrage te leveren aan de optimale, vlotte, gezonde en veilige werking van de verschillende energiesystemen en stadsinfrastructuren waarop het gebouw is aangesloten.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 10 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De lidstaten koppelen hun financiële maatregelen voor verbeteringen van de energie-efficiëntie in het kader van de renovatie van gebouwen aan de energiebesparingen die door dergelijke renovaties werden gerealiseerd. Deze besparingen worden bepaald door de energieprestatiecertificaten die zijn afgegeven voor en na renovatie met elkaar te vergelijken.

6.  De lidstaten koppelen hun financiële maatregelen voor verbeteringen van de energie-efficiëntie in het kader van de renovatie van gebouwen aan de energiebesparingen en niet-energiegerelateerde voordelen, zoals verbeteringen van de binnenluchtkwaliteit, die door dergelijke renovaties werden gerealiseerd. Deze besparingen en verbeteringen worden bepaald door de energieprestatiecertificaten die zijn afgegeven voor en na renovatie met elkaar te vergelijken, of met de resultaten van een andere relevante, transparante en evenredige methode die de verbetering van de energieprestaties en de niet-energiegerelateerde voordelen zoals de binnenluchtkwaliteit laat zien en die nuttige informatie verstrekt om particuliere en openbare financiering te helpen aantrekken voor investeringen in gebouwen om de energie-efficiëntie of de binnenluchtkwaliteit te verbeteren. Deze certificaten worden ook in een digitale versie verstrekt met de mogelijkheid om de relevante informatie op te nemen om de gevolgen van gebouwverbeteringen te modelleren en te voorspellen. Wanneer uit het nieuwe energieprestatiecertificaat blijkt dat de energie-efficiëntie van het gebouw is verbeterd, kunnen de kosten ervan worden opgenomen in de door de lidstaat voorziene stimulans.

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 10 – lid 6 bis

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6 bis.  Met de databank voor de registratie van EPC's, die de lidstaten zullen opzetten, zal het feitelijke energieverbruik van de daarin opgenomen gebouwen gevolgd kunnen worden, ongeacht hun omvang of categorie. De databank bevat de gegevens over het feitelijke energieverbruik, dat regelmatig wordt geactualiseerd, van gebouwen die veelvuldig door het publiek worden bezocht en een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 250 m² hebben.

6 bis.  Met de databank voor de registratie van EPC's, die de lidstaten zullen opzetten, zal het feitelijke energieverbruik van de daarin opgenomen gebouwen gevolgd kunnen worden, ongeacht hun omvang of categorie. De databank bevat de gegevens over het feitelijke energieverbruik, dat regelmatig wordt geactualiseerd, van openbare gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 250 m2 en gebouwen die veelvuldig door het publiek worden bezocht en een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 250 m² hebben.

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 bis (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 11 – lid 9 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis)  aan artikel 11 wordt de volgende alinea toegevoegd:

 

"9 bis. De Commissie beoordeelt in hoeverre een verdere harmonisatie van de energieprestatiecertificaten overeenkomstig artikel 11 noodzakelijk is en of het haalbaar is op nationaal niveau systemen voor steekproefsgewijze controle van energieprestatiecertificaten in te voeren.";

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen de noodzakelijke maatregelen voor het instellen van een regelmatige keuring van de toegankelijke delen van systemen die worden gebruikt voor het verwarmen van gebouwen, zoals de warmtegenerator, het controlesysteem en de circulatiepomp(en), van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh en van residentiële gebouwen met een gecentraliseerd technisch bouwsysteem met een gecumuleerd nominaal vermogen van meer dan 100 kW. Die keuring omvat een beoordeling van het rendement van de ketel en van de ketelgrootte vergeleken met de verwarmingsbehoeften van het gebouw. De beoordeling van de ketelgrootte hoeft niet te worden herhaald zolang er tussentijds niets wordt veranderd aan het verwarmingssysteem of de verwarmingsbehoeften van het gebouw.

1.  De lidstaten nemen de noodzakelijke maatregelen voor het instellen van een regelmatige keuring van de toegankelijke delen van de warmtegenerator van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh en van residentiële gebouwen met een warmtegenerator met een gecumuleerd nominaal vermogen van meer dan 100 kW. Die keuring omvat een beoordeling van het rendement van de warmtegenerator en van de grootte van de warmtegenerator vergeleken met de verwarmingsbehoeften van het gebouw, van de efficiëntie van de individuele temperatuurregeling in elke ruimte en van de hydraulische balancering van het verwarmingssysteem. De beoordeling van de grootte van de warmtegenerator en de hydraulische balancering hoeft niet te worden herhaald zolang er tussentijds niets wordt veranderd aan het verwarmingssysteem of de verwarmingsbehoeften van het gebouw.

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het energieverbruik permanent controleren, analyseren en bijsturen;

a)  het energieverbruik permanent controleren, analyseren en bijsturen, evenals ventilatie en/of andere elementen die verband houden met een goede binnenluchtkwaliteit;

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  doeltreffende controlefuncties om optimale energieopwekking, -distributie en -verbruik te waarborgen.

b)  doeltreffende controlefuncties om optimale energieopwekking, -distributie, -opslag en -verbruik te waarborgen, waaronder functies voor individuele temperatuurregeling van ruimten en dynamische hydraulische balancering.

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de gebruikers adequaat geadviseerd worden over de vervanging van warmtegeneratoren, over andere wijzigingen van het verwarmingssysteem en over alternatieve oplossingen om de efficiëntie en de passende grootte van de warmtegenerator te beoordelen. Deze aanpak dient hetzelfde globale resultaat op te leveren als het resultaat van de overeenkomstig lid 1 genomen maatregelen.

Motivering

Enkele lidstaten hebben reeds aan inspecties gelijkwaardige maatregelen vastgesteld, zoals adviessystemen, die de energie-efficiënte van verwarmingssystemen met succes hebben verhoogd. Deze flexibiliteit en alternatieve maatregelen moeten worden behouden voor de lidstaten.

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 14 – lid 3 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Technische bouwsystemen die uitdrukkelijk onder een contractuele regeling vallen inzake een overeengekomen niveau van energie-efficiëntieverbetering of een ander overeengekomen energieprestatiecriterium, zoals energieprestatiecontracten als gedefinieerd in artikel 2, punt 27, van Richtlijn 2012/27/EU, worden van de in lid 1 vastgelegde vereisten vrijgesteld.

Motivering

De rol van energieprestatiecontracten voor de verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen moet worden versterkt, aangezien deze contracten een holistische aanpak voor renovaties bieden, met inbegrip van financiering, uitvoering van de bouwwerkzaamheden, en energiebeheer. Bij een energieprestatiecontract sluit de eigenaar van een gebouw een contract met een leverancier van energiediensten over de uitvoering van maatregelen inzake energie-efficiëntie. Keuringen/audits maken deel uit van het contract.

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 15 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen voor het instellen van een regelmatige keuring van de toegankelijke delen van airconditioningsystemen van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh en van residentiële gebouwen met een gecentraliseerd technisch bouwsysteem met een gecumuleerd nominaal vermogen van meer dan 100 kW. De keuring omvat een beoordeling van het rendement van de airconditioning en van de dimensionering ervan gelet op de koelingsbehoeften van het gebouw. De beoordeling van de dimensionering hoeft niet te worden herhaald zolang er tussentijds niets wordt veranderd aan het verwarmingssysteem of de koelingsbehoeften van het gebouw.

1.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen voor het instellen van een regelmatige keuring en het controleren van de behoefte aan onderhoud van de toegankelijke delen van airconditioningsystemen van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een totaal primair energiegebruik van meer dan 250 MWh en van residentiële gebouwen met een gecentraliseerd technisch bouwsysteem met een gecumuleerd nominaal vermogen van meer dan 100 kW. De keuring omvat een beoordeling van het rendement van de airconditioning en van de dimensionering ervan gelet op de koelingsbehoeften van het gebouw. De beoordeling van de dimensionering hoeft niet te worden herhaald zolang er tussentijds niets wordt veranderd aan het verwarmingssysteem of de koelingsbehoeften van het gebouw.

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 15 – lid 2 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het energieverbruik permanent controleren, analyseren en bijsturen;

a)  het energieverbruik alsook de ventilatie en/of andere elementen die verband houden met een goede binnenluchtkwaliteit permanent controleren, analyseren en bijsturen;

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 15 – lid 3 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  doeltreffende controlefuncties om optimale energieopwekking, -distributie en -verbruik te waarborgen.

b)  doeltreffende controlefuncties om optimale energieopwekking, -distributie, -opslag en -verbruik te waarborgen.

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 15 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de gebruikers adequaat geadviseerd worden over de vervanging van airconditioningsystemen, over andere wijzigingen van het airconditioningsysteem en over alternatieve oplossingen om de efficiëntie en de passende grootte van het airconditioningsysteem te beoordelen. Deze aanpak dient hetzelfde globale resultaat op te leveren als die in lid 1.

Motivering

Sommige lidstaten moeten de flexibiliteit hebben om te kiezen voor maatregelen die gelijkwaardig zijn aan keuringen, zoals adviessystemen. Deze flexibiliteit en alternatieve maatregelen moeten worden behouden voor de lidstaten.

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 8 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 15 – lid 3 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  Technische bouwsystemen die uitdrukkelijk onder een contractuele regeling vallen inzake een overeengekomen niveau van energie-efficiëntieverbetering of een ander overeengekomen energieprestatiecriterium, zoals energieprestatiecontracten als gedefinieerd in artikel 2,punt 27, van Richtlijn 2012/27/EU, worden van de in lid 1 vastgelegde vereisten vrijgesteld.

Motivering

De rol van energieprestatiecontracten voor de verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen moet worden versterkt, aangezien deze contracten een holistische aanpak voor renovaties bieden, met inbegrip van financiering, uitvoering van de bouwwerkzaamheden, en energiebeheer. Bij een energieprestatiecontract sluit de eigenaar van een gebouw een contract met een leverancier van energiediensten over de uitvoering van maatregelen inzake energie-efficiëntie. Keuringen/audits maken deel uit van het contract.

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 9

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 19

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9)  in artikel 19 wordt "2017" vervangen door "2028";

9)  artikel 19 wordt vervangen door:

 

"Artikel 19

 

Evaluatie

 

De Commissie, bijgestaan door het bij artikel 26 ingestelde comité, voert vóór 1 januari 2024 een evaluatie van deze richtlijn uit in het licht van de ervaring die is opgedaan en de vooruitgang die is geboekt met de toepassing ervan, en doet zo nodig wetgevingsvoorstellen.

 

Tegen eind 2020 publiceert zij een effectbeoordeling over de mogelijke uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn met het oog op de mogelijke herziening ervan in 2024, om de energie die nodig is om een gebouw en de componenten ervan te bouwen erin op te nemen."

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 11

Richtlijn 2010/31/EU

Artikel 23 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in de artikelen 5, 8 en 22 bedoelde bevoegdheid tot vaststelling van de gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd met ingang van [de datum van inwerkingtreding].

2.  De in de artikelen 5, 8 en 22 bedoelde bevoegdheid tot vaststelling van de gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend voor een termijn van 5 jaar vanaf XXX [de datum van inwerkingtreding van de richtlijn]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie.

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – alinea 1 – punt 1 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Bijlage I – punt 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De energieprestatie van een gebouw geeft het normaal energieverbruik voor verwarming, koeling, warm water voor huishoudelijke doeleinden, ventilatie en verlichting weer.

De energieprestatie van een gebouw moet op basis van het berekende of feitelijke energieverbruik voor verwarming, koeling, warm water voor huishoudelijke doeleinden, ventilatie en verlichting worden bepaald en geeft het normaal energieverbruik voor verwarming, koeling, warm water voor huishoudelijke doeleinden, ventilatie en verlichting weer.

Motivering

Der Text aus dem aktuellen Anhang I der Richtlinie 2010/31/EU wurde wieder eingeführt. Um die Gesamtenergieeffizienz eines Gebäudes zu bestimmen, ist es nicht ausreichend einzig den Primärenergiebedarf zu evaluieren. Zuerst sollte die Energiemenge berechnet werden, die gebraucht wird, um den typischen Energieverbrauch eines Gebäudes zu decken. Dieser Endenergieverbrauch und der Primärenergiebedarf eines Gebäudes sollten zur Bewertung der Gesamtenergieeffizienz verwendet werden. Die Primärenergie beschreibt vielmehr die Qualität der verwendeten Energie als die Menge der Energie, die zur Deckung des Energiebedarfs eines Gebäudes nötig ist.

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – alinea 1 – punt 1 – letter a

Richtlijn 2010/31/EU

Bijlage I – punt 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten beschrijven hun nationale berekeningsmethodologie volgens het kader van de nationale bijlage bij verwante Europese normen die werden ontwikkeld krachtens het door de Europese Commissie verleende mandaat M/480 van het Europees Comité voor Normalisatie (CEN).

Binnen twee jaar na de goedkeuring bij formele stemming in het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) leggen de lidstaten de normen inzake de energieprestatie van gebouwen ten uitvoer en passen ze deze toe in de nationale berekeningsmethodologie volgens het kader van de nationale bijlage bij verwante Europese normen die werden ontwikkeld krachtens het door de Europese Commissie verleende mandaat M/480 van het CEN.

Motivering

Een EU-aanpak om innovatie en energiebesparing in heel Europa in een stroomversnelling te brengen is onontbeerlijk om versnippering van de interne markt te voorkomen. De normen inzake de energieprestatie van gebouwen, die onlangs zijn goedgekeurd door de nationale normalisatie-instituten, maken het mogelijk de energieprestaties van gebouwen in de hele EU te berekenen met behulp van dezelfde methoden. Deze methoden gaan uit van de recentste gegevens en helpen de meest efficiënte verwarmingstechnologieën ingang te vinden op de markt. Een overgangsperiode van twee jaar zal planologen en architecten in staat stellen de normen inzake de energieprestatie van gebouwen uit te testen en eventuele overblijvende tegenstrijdigheden weg te nemen.

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – alinea 1 – punt 1 – letter b

Richtlijn 2010/31/EU

Bijlage I – punt 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De energiebehoeften voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, warm water voor huishoudelijke doeleinden en passende ventilatie worden berekend om de door de lidstaten bepaalde minimale gezondheids- en comfortniveaus te waarborgen.

De energiebehoeften voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, warm water voor huishoudelijke doeleinden en passende ventilatie, uitgedrukt als finale en primaire energie, worden berekend om de door de lidstaten bepaalde eisen met betrekking tot gezondheid, binnenluchtkwaliteit en comfort te maximaliseren. In het bijzonder wordt voorkomen dat de temperatuur van enig oppervlak binnen het gebouw lager uitkomt dan de dauwpuntstemperatuur en dat oververhitting optreedt.

Motivering

Oververhitting is een even groot probleem voor de gezondheid en het comfort van gebruikers van gebouwen en is ook van invloed op de energieprestatie van gebouwen.

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – alinea 1 – punt 1 – letter b (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Bijlage II – punt 2 – alinea 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten zorgen ervoor dat de berekeningsmethoden en primaire energiefactoren voor verschillende hernieuwbare-energiedragers en conversietechnologieën ter plaatse de kenmerken van de specifieke energiedrager weerspiegelen met het oog op het totale energiesysteem, met name het potentiële alternatieve gebruik van de energiedrager die ter plaatse wordt geconverteerd en gebruikt, en het uitvoerpotentieel voor ter plaatse gegenereerde, maar niet ter plaatse gebruikte energie.

Motivering

Verschillende vormen van hernieuwbare energiebronnen ter plaatse hebben verschillende kenmerken, d.w.z. dat ze alternatieve toepassingen hebben, verschillend interageren met het totale energiesysteem, enz. Daarom moet bij de primaire-energiefactoren ter bepaling van de eisen inzake energieprestatie een onderscheid worden gemaakt tussen twee grote groepen: 1) conversietechnologieën die gebruikmaken van een ter plaatse gegenereerde hernieuwbare energiebron die niet kan worden uitgevoerd (omgevingswarmte) of conversietechnologieën die gebruikmaken van een ter plaatse gegenereerde hernieuwbare energiebron die wel kan worden uitgevoerd (micro-wind) 2) conversietechnologieën die gebruikmaken van een niet ter plaatse gegenereerde hernieuwbare energiebron (pellets voor pelletketels).

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage I – alinea 1 – punt 1 – letter c bis (nieuw)

Richtlijn 2010/31/EU

Bijlage I – punt 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  het volgende punt wordt toegevoegd:

 

"5 bis. Bij de berekening van de energieprestatie van een transparant of lichtdoorlatend bouwelement van de bouwschil houden de lidstaten rekening met de energiebalans, in de zin van energieverliezen en energiewinsten door passieve zonnestraling, in combinatie met alle relevante aspecten van de punten 3, 4 en 5."

Motivering

Tot dusver beschikken de lidstaten niet over een leidraad voor het berekenen van de energieprestatie van bouwelementen die deel uitmaken van de bouwschil. Gemeenschappelijke berekeningsmethoden zouden een gelijk speelveld in de interne markt kunnen bevorderen.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Energieprestatie van gebouwen

Document- en procedurenummers

COM(2016)0765 – C8-0499/2016 – 2016/0381(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ITRE

12.12.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ENVI

12.12.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Anneli Jäätteenmäki

20.2.2017

Behandeling in de commissie

29.5.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

7.9.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

53

0

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marco Affronte, Catherine Bearder, Ivo Belet, Biljana Borzan, Lynn Boylan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nessa Childers, Birgit Collin-Langen, Mireille D’Ornano, Miriam Dalli, Seb Dance, Stefan Eck, José Inácio Faria, Karl-Heinz Florenz, Arne Gericke, Julie Girling, Sylvie Goddyn, Jytte Guteland, Anneli Jäätteenmäki, Jean-François Jalkh, Benedek Jávor, Karin Kadenbach, Urszula Krupa, Peter Liese, Norbert Lins, Valentinas Mazuronis, Susanne Melior, Massimo Paolucci, Gilles Pargneaux, Piernicola Pedicini, Bolesław G. Piecha, Pavel Poc, Frédérique Ries, Annie Schreijer-Pierik, Davor Škrlec, Renate Sommer, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Ivica Tolić, Nils Torvalds, Adina-Ioana Vălean, Jadwiga Wiśniewska, Damiano Zoffoli

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Nicola Caputo, Jørn Dohrmann, Elena Gentile, Jan Huitema, Merja Kyllönen, Stefano Maullu, Mairead McGuinness, Keith Taylor, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Bendt Bendtsen, Norbert Erdős, Jill Evans, György Hölvényi, Barbara Lochbihler, Olle Ludvigsson, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

53

+

ALDE

Catherine Bearder, Anneli Jäätteenmäki, Valentinas Mazuronis, Frédérique Ries, Nils Torvalds

ECR

Jørn Dohrmann, Arne Gericke, Julie Girling, Urszula Krupa, Bolesław G. Piecha, Jadwiga Wiśniewska

EFDD

Piernicola Pedicini

ENF

Mireille D'Ornano, Sylvie Goddyn, Jean-François Jalkh

GUE/NGL

Lynn Boylan, Stefan Eck, Merja Kyllönen

PPE

Ivo Belet, Bendt Bendtsen, Birgit Collin-Langen, Norbert Erdős, José Inácio Faria, Karl-Heinz Florenz, György Hölvényi, Peter Liese, Norbert Lins, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Stefano Maullu, Mairead McGuinness, Annie Schreijer-Pierik, Renate Sommer, Ivica Tolić, Adina-Ioana Vălean

S&D

Biljana Borzan, Paul Brannen, Soledad Cabezón Ruiz, Nicola Caputo, Nessa Childers, Miriam Dalli, Seb Dance, Elena Gentile, Jytte Guteland, Karin Kadenbach, Olle Ludvigsson, Susanne Melior, Massimo Paolucci, Gilles Pargneaux, Pavel Poc, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Damiano Zoffoli, Carlos Zorrinho

VERTS/ALE

Benedek Jávor

0

-

 

 

6

0

ALDE

Jan Huitema

VERTS/ALE

Marco Affronte, Jill Evans, Barbara Lochbihler, Davor Škrlec, Keith Taylor


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Energieprestatie van gebouwen

Document- en procedurenummers

COM(2016)0765 – C8-0499/2016 – 2016/0381(COD)

Datum indiening bij EP

30.11.2016

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

ITRE

12.12.2016

 

 

 

Adviserende commissies

       Datum bekendmaking

ENVI

12.12.2016

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Bendt Bendtsen

25.1.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

28.2.2017

29.5.2017

10.7.2017

 

Datum goedkeuring

11.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

51

1

11

Bij de eindstemming aanwezige leden

Bendt Bendtsen, Xabier Benito Ziluaga, José Blanco López, David Borrelli, Jonathan Bullock, Cristian-Silviu Buşoi, Jerzy Buzek, Edward Czesak, Jakop Dalunde, Christian Ehler, Fredrick Federley, Ashley Fox, Adam Gierek, Theresa Griffin, András Gyürk, Rebecca Harms, Hans-Olaf Henkel, Eva Kaili, Kaja Kallas, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Jeppe Kofod, Jaromír Kohlíček, Peter Kouroumbashev, Zdzisław Krasnodębski, Miapetra Kumpula-Natri, Christelle Lechevalier, Janusz Lewandowski, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Angelika Mlinar, Nadine Morano, Dan Nica, Angelika Niebler, Aldo Patriciello, Morten Helveg Petersen, Miroslav Poche, Carolina Punset, Michel Reimon, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Algirdas Saudargas, Sven Schulze, Neoklis Sylikiotis, Dario Tamburrano, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Claude Turmes, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Henna Virkkunen, Martina Werner, Lieve Wierinck, Hermann Winkler, Anna Záborská, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Mario Borghezio, Rosa D’Amato, Jude Kirton-Darling, Olle Ludvigsson, Florent Marcellesi, Luděk Niedermayer

Datum indiening

23.10.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

51

+

ALDE

Fredrick Federley, Kaja Kallas, Angelika Mlinar, Morten Helveg Petersen, Carolina Punset, Lieve Wierinck

GUE/NGL

Jaromír Kohlíček, Paloma López Bermejo, Neoklis Sylikiotis, Xabier Benito Ziluaga

PPE

Bendt Bendtsen, Jerzy Buzek, Cristian-Silviu Buşoi, Christian Ehler, András Gyürk, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Janusz Lewandowski, Nadine Morano, Angelika Niebler, Luděk Niedermayer, Aldo Patriciello, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Algirdas Saudargas, Sven Schulze, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Anna Záborská

S&D

José Blanco López, Adam Gierek, Theresa Griffin, Eva Kaili, Jude Kirton-Darling, Jeppe Kofod, Peter Kouroumbashev, Miapetra Kumpula-Natri, Olle Ludvigsson, Edouard Martin, Dan Nica, Miroslav Poche, Patrizia Toia, Kathleen Van Brempt, Martina Werner, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

VERTS/ALE

Jakop Dalunde, Rebecca Harms, Florent Marcellesi, Michel Reimon, Claude Turmes

1

-

EFDD

Jonathan Bullock

11

0

ECR

Edward Czesak, Ashley Fox, Hans-Olaf Henkel, Zdzisław Krasnodębski, Evžen Tošenovský

EFDD

David Borrelli, Rosa D'Amato, Dario Tamburrano

ENF

Mario Borghezio, Christelle Lechevalier

PPE

Hermann Winkler

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling