VERSLAG     ***I
PDF 1086kWORD 178k
19.10.2017
PE 601.257v02-00 A8-0316/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2016)0468 – C8-0325/2016 – 2016/0225(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Malin Björk

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2016)0468 – C8-0325/2016 – 2016/0225(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0468),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 78, lid 2, onder d) en g), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0325/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

­–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 januari 2017(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 8 februari 2017(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken en de Begrotingscommissie (A8-0316/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is er ingrijpende wijzigingen in aan te brengen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  Hervestiging is een bekende daad van solidariteit met landen die vluchtelingen een onderkomen bieden op basis van humanitaire behoeften. Hervestiging bestaat in de selectie van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, in een staat waar zij bescherming hebben gezocht, en hun overbrenging uit die staat en toelating tot een andere staat, teneinde hun internationale bescherming en een duurzame oplossing te bieden. Hervestiging heeft drie onderling verbonden en elkaar aanvullende functies: het is een beschermingsinstrument, een duurzame oplossing en een mechanisme van gedeelde verantwoordelijkheid.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)  De Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR) heeft op grond van zijn statuut en de resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) de opdracht over te gaan tot hervestiging als een duurzame oplossing voor personen die zich in een langdurige vluchtelingensituatie bevinden. De expertise van de UNHCR op dit gebied is gebaseerd op decennialang werk en een wereldwijd erkend mandaat. De bevoegdheid van de UNHCR op dit gebied moet een bron van steun zijn voor de hervestigingsprogramma's van de lidstaten en het Uniekader voor hervestiging.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quater)  Overeenkomstig artikel 78, lid 1, VWEU moet het asielbeleid van de Unie in overeenstemming zijn met het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen alsmede met de andere toepasselijke verdragen. Die verdragen vinden hun grondslag in artikel 14 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948, waarin het recht wordt erkend om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.

Amendement     4

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 quinquies)  De samenhang en doeltreffendheid van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) moet worden gewaarborgd. Dit houdt in het bijzonder in dat de legale en veilige mogelijkheden om de Unie binnen te komen voor onderdanen van derde landen of staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, moeten worden bevorderd. Hervestiging is een legale mogelijkheid die de meest kwetsbare onderdanen van derde landen of staatloze personen een duurzame oplossing moet bieden en die moet worden aangevuld met andere legale mogelijkheden.

Amendement     5

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 sexies)  Hervestiging is een beschermingsinstrument. Gezinshereniging mag niet afhankelijk zijn van de hervestigingsdoelstellingen en moet worden gehandhaafd als een essentieel instrument om te waarborgen dat de burgers van de Unie en onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven hun grondrecht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven kunnen uitoefenen. De hervestigingsprocedure mag niet worden toegepast voor gezinsleden die anders het recht zouden hebben zich overeenkomstig andere rechtshandelingen van de Unie of van de lidstaten te rechter tijd bij hun gezin in een lidstaat te voegen. In gevallen waarin het recht van de Unie of het nationaal recht niet van toepassing is, moet het mogelijk zijn de hervestigingsprocedures toe te passen met het oog op verruimde gezinshereniging. De lidstaten dienen bij het vaststellen van beleid inzake gezinshereniging de nodige flexibiliteit te betrachten en ervoor te zorgen dat regelingen voor gezinshereniging worden opgezet buiten hun hervestigingsquota om.

Amendement     6

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 septies)  Indien wordt overwogen een gezinslid in aanmerking te laten komen voor hervestiging (bijv. om redenen van bescherming), moeten de lidstaten ernaar streven dat alle gezinsleden van de betrokkene, met inbegrip van afhankelijke familieleden die niet tot het kerngezin behoren, overeenkomstig het beginsel van eenheid van het gezin samen worden hervestigd. De lidstaten moeten bij het vaststellen van de parameters van een gezin rekening houden met culturele gevoeligheden en een zo pragmatisch mogelijke aanpak volgen. Het kerngezin mag als kern worden beschouwd, maar bij het definitieve besluit moet de fysieke, financiële, psychologische en emotionele afhankelijkheid van familieleden naar behoren worden meegewogen. Voor degenen die gedwongen zijn te vluchten wegens vervolging en civiele conflicten is het belangrijk om bij het gezinsbegrip rekening te houden met culturele gevoeligheden, aangezien de bredere familie het laatste vangnet kan zijn voor personen die alleen uit hun familie de kracht putten om te overleven en van hun familie psychologische steun en emotionele zorg krijgen.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 octies)  Het Uniekader voor hervestiging moet de lidstaten ondersteunen en aanmoedigen bij de tenuitvoerlegging van permanente hervestigingsprogramma's, ongeacht of zij oud of nieuw zijn, en bij de geleidelijke verhoging van hun collectieve hervestigingsinspanningen, alsook de opvang en integratie van hervestigde personen ondersteunen en vergemakkelijken.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 nonies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 nonies)  In de op 19 september 2016 door de AVVN aangenomen Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten1bis wordt er bij staten op aangedrongen hun hervestigingsinspanningen op te voeren en is een alomvattend reactiekader voor vluchtelingen opgenomen waarbinnen staten trachten te voorzien in hervestigingsplaatsen en andere legale mogelijkheden op een schaal die het mogelijk maakt te voldoen aan de jaarlijkse hervestigingsbehoeften zoals vastgesteld door het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen.

 

__________________

 

1bis Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, resolutie A/RES/71/1.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 decies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 decies)  Het begrip "gevaar voor de volksgezondheid" moet worden opgevat als een potentieel epidemische ziekte zoals gedefinieerd in de Internationale Gezondheidsregeling van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Op 15 december 2015 richtte de Commissie tot de lidstaten en de geassocieerde staten een aanbeveling inzake een vrijwillige regeling voor toelating op humanitaire gronden met Turkije29, waarin zij voorstelde dat de deelnemende staten personen zouden toelaten die door het conflict in Syrië ontheemd zijn geraakt en internationale bescherming behoeven. Volgens de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 treedt een vrijwillige regeling voor toelating op humanitaire gronden in werking, zodra de irreguliere grensoverschrijdingen tussen Turkije en de EU ten einde lopen of ten minste aanzienlijk en duurzaam zijn verminderd. De lidstaten zullen op vrijwillige basis aan deze regeling bijdragen.

Schrappen

__________________

 

29 C(2015) 9490.

 

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Volgens de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 zouden alle nieuwe irreguliere migranten die vanaf 20 maart 2016 vanuit Turkije oversteken naar de Griekse eilanden naar Turkije worden teruggestuurd. Voor elke Syriër die vanaf de Griekse eilanden naar Turkije wordt teruggestuurd, zal een andere Syriër vanuit Turkije in de EU worden hervestigd, met inachtneming van de kwetsbaarheidscriteria van de VN. In mei 2016 bereikten de lidstaten en de geassocieerde Dublinstaten een consensus over operationele standaardprocedures voor de tenuitvoerlegging van deze hervestigingsregeling.

Schrappen

Amendement     12

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Er dient, in het verlengde van de bestaande initiatieven, een stabiel en betrouwbaar Uniekader te worden opgezet voor het hervestigen van personen die internationale bescherming nodig hebben, overeenkomstig de jaarlijkse hervestigingsplannen van de Unie en de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie waarmee gestalte wordt gegeven aan de concrete toezeggingen van de lidstaten.

(8)  Er dient, in het verlengde van de bestaande initiatieven en in overeenstemming met het bestaande internationale hervestigingssysteem, een stabiel en betrouwbaar Uniekader te worden opgezet voor het hervestigen van personen die internationale bescherming nodig hebben, overeenkomstig de hervestigingsplannen van de Unie en de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie waarmee gestalte wordt gegeven aan de concrete toezeggingen van de lidstaten. Het Uniekader voor hervestiging moet gebaseerd zijn op humanitaire behoeften, een bijdrage leveren aan het vervullen van de wereldwijde hervestigingsbehoeften en langdurige vluchtelingensituaties verlichten. Het Uniekader voor hervestiging moet in overeenstemming zijn met reeds bestaande hervestigingsstructuren, met name het jaarlijkse driepartijenoverleg inzake hervestiging (ATCR), teneinde te kunnen voldoen aan ten minste 20 % van de wereldwijde hervestigingsbehoeften overeenkomstig de jaarlijkse prognose door de UNHCR. In overeenstemming met de beginselen van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten zoals uiteengezet in artikel 80 VWEU moet geleidelijk een eerlijke verdeling van de hervestigde personen tussen de lidstaten worden nagestreefd. Die inspanningen moeten worden gecombineerd met pogingen om internationaal bindende regels vast te stellen ten aanzien van de wereldwijd gedeelde verantwoordelijkheid om personen die hervestiging nodig hebben te hervestigen zoals aangegeven door de UNHCR.

 

(In de gehele tekst dient "jaarlijks hervestigingsplan van de Unie" te worden vervangen door "hervestigingsplan van de Unie" (zonder het woord "jaarlijks"). Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Een dergelijk kader is nodig als onderdeel van een goed beheerd migratiebeleid, dat verschillen tussen de nationale hervestigingspraktijken en -procedures beperkt, voorziet in de legale en veilige aankomst op het grondgebied van de lidstaten voor onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, het risico van een grootschalige irreguliere instroom van onderdanen van derde landen en staatloze personen op het grondgebied van de lidstaten helpt beperken en zo de druk van spontane aankomsten op de asielstelsels van de lidstaten verlicht, blijk geeft van solidariteit met landen in regio's die te maken hebben met een groot aantal ontheemden die internationale bescherming nodig hebben en die uit diezelfde regio dan wel van elders afkomstig zijn door de druk op deze landen te helpen verlichten, de doelstellingen van het buitenlands beleid van de Unie helpt te verwezenlijken door de invloed van de Unie op derde landen te vergroten, en doeltreffend bijdraagt tot mondiale hervestigingsinitiatieven door op internationale fora en met derde landen met één stem te spreken.

(9)  Een dergelijk kader, voor zover het bijdraagt tot de bevordering van legale migratiemogelijkheden, is nodig als onderdeel van een goed beheerd migratiebeleid en levert een bijdrage aan de goede werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel dat erop gericht is bestaande nationale hervestigingsprogramma's te ondersteunen en uit te breiden, nieuwe hervestigingsinspanningen te ondersteunen en te bevorderen, te voorzien in de legale en veilige aankomst op het grondgebied van de lidstaten voor onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben en bij te dragen tot het bieden van bescherming en duurzame oplossingen ten aanzien van hun behoeften. Een dergelijk kader dat gekoppeld is aan ontwikkelingsmaatregelen en -beleid kan dienen als blijk van solidariteit met landen en regio's die te maken hebben met een groot aantal ontheemden die internationale bescherming nodig hebben en kan doeltreffend bijdragen tot een vermindering van de spanningen door de druk op deze landen te helpen verlichten, waarbij met name wordt gestreefd naar een verlichting van langdurige vluchtelingensituaties. Een dergelijk kader kan ook doeltreffend bijdragen tot mondiale hervestigingsinitiatieven door op internationale fora met één stem te spreken.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Personen die in hun eigen land ontheemd zijn geraakt, moeten in het kader van programma's voor toelating op humanitaire gronden tot het grondgebied van de Unie worden toegelaten. Er moet daarom naar behoren rekening worden gehouden met toelating op humanitaire gronden als aanvulling op hervestiging. De maatregelen ten aanzien van intern ontheemden die de lidstaten nemen in het kader van de nationale programma's voor toelating op humanitaire gronden moeten dus in aanmerking kunnen komen voor financiering uit de begroting van de Unie. De nationale programma's voor toelating op humanitaire gronden die financiering van de Unie ontvangen, moeten een aanvulling vormen op de hervestigingsdoelstellingen van deze verordening. Er moet worden nagedacht over de mogelijkheid tot invoering van een gemeenschappelijke Unieprocedure, die losstaat van de hervestigingsprocedure, voor de toelating van personen die in hun eigen land ontheemd zijn geraakt. Bij het treffen van regelingen voor de toelating van intern ontheemden dienen de lidstaten eerst en vooral hun recht om terug te keren naar hun plaats van herkomst te eerbiedigen en mogen zij hen in geen geval hervestigen om de doelstellingen van het buitenlands beleid van de Unie of van bepaalde landen te verwezenlijken.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Teneinde het risico van een grootschalige irreguliere instroom van onderdanen van derde landen en staatloze personen op het grondgebied van de lidstaten te helpen beperken, solidariteit te betonen met landen in regio's die te maken hebben met een groot aantal ontheemden die internationale bescherming nodig hebben en die uit diezelfde regio dan wel van elders afkomstig zijn door te helpen de druk op deze landen te verlichten, en teneinde de doelstellingen van het buitenlands beleid van de Unie te helpen verwezenlijken, dienen de regio's of derde landen van waaruit hervestiging moet plaatsvinden, te passen binnen een aanpak op maat met derde landen met het oog op een beter beheer van migratie, als bedoeld in de mededeling van de Commissie van 7 juni 2016 over een nieuw partnerschapskader met derde landen in het kader van de Europese migratieagenda32.

Schrappen

__________________

 

32 COM(2016) 377 final.

 

Amendement     16

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  In het kader van het strategische gebruik van hervestiging moet de Unie ernaar streven vanaf het begin een nauwe dialoog aan te gaan met de derde landen van waaruit hervestiging plaatsvindt, met name de landen die te maken hebben met langdurige crises die worden gekenmerkt door de aanwezigheid van langdurige vluchtelingen op hun grondgebied. Een dergelijke dialoog moet erop gericht zijn de positieve uitwerking van hervestiging vanuit deze landen ten volle te benutten door het accent te leggen op de vergroting van de asielcapaciteit van deze landen, de integratie van de vluchtelingen die op hun grondgebied aanwezig zijn en de bescherming van deze vluchtelingen tegen vervolging en uitzetting naar derde landen. Het strategische gebruik van hervestiging mag niet worden uitgelegd als migratiebeheersing of gebruikt als middel om de doelstellingen van het buitenlands beleid van de Unie te verwezenlijken. Indien er te weinig strategisch gebruik wordt gemaakt van hervestiging, mag dit niet worden aangewend als reden om een land of regio niet aan te merken als geografische prioriteit. Hetzelfde beginsel moet gelden voor de complementariteit met financiële en technische bijstand.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Teneinde de verschillen tussen de nationale praktijken en procedures inzake hervestiging te verkleinen, dienen gemeenschappelijke standaardprocedures en gemeenschappelijke toelatingscriteria en uitsluitingsgronden voor de selectie te worden vastgesteld, alsmede een gemeenschappelijke, aan hervestigde personen te verlenen beschermingsstatus.

(11)  Teneinde een grotere deelname van de lidstaten aan het Uniekader voor hervestiging te bevorderen en te ondersteunen, dienen gemeenschappelijke standaardprocedures en gemeenschappelijke toelatingscriteria en gronden voor het niet in aanmerking komen voor toelating voor de selectie te worden vastgesteld, alsmede een gemeenschappelijke, aan hervestigde personen te verlenen beschermingsstatus.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De gemeenschappelijke standaardprocedures dienen voort te bouwen op de ervaring van de lidstaten op het gebied van hervestiging en op de normen die zij daarbij hanteren, met name de operationele standaardprocedures voor de tenuitvoerlegging van de in de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 vervatte hervestigingsregeling met Turkije. Het Uniekader voor hervestiging dient te voorzien in het gebruik van twee soorten standaardprocedures voor hervestiging.

(12)  De gemeenschappelijke standaardprocedures dienen voort te bouwen op de ervaring van de lidstaten en van de UNHCR op het gebied van hervestiging en op de normen die zij daarbij hanteren. Het Uniekader voor hervestiging dient te voorzien in het gebruik van twee soorten hervestigingsprocedures.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Beide soorten procedures omvatten de volgende fasen: identificatie, registratie, beoordeling en besluit.

(13)  Alle soorten procedures dienen de volgende fasen te omvatten: identificatie, voorlegging van geval, beoordeling, besluit en registratie.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis)  Er dient een spoedeisende procedure te worden vastgesteld, waarvan de controles van hetzelfde veiligheidsniveau zijn als die van de gewone procedure. Bij de spoedeisende procedure dient op de voorlegging door de UNHCR van spoedeisende gevallen van hervestiging echter een versnelde beoordeling van de vereisten en toelatingscriteria als vastgesteld in deze verordening van toepassing te zijn. Spoedeisende gevallen van hervestiging hoeven niet noodzakelijkerwijs aan te sluiten bij de uit hoofde van deze verordening vastgestelde geografische prioriteiten. De plaatsen voor spoedeisende gevallen moeten overeenkomen met circa 10 % van het nagestreefde aantal. Alle lidstaten moeten ertoe worden aangespoord plaatsen voor spoedeisende gevallen aan te bieden.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De hervestigingsprocedure dient zo snel mogelijk te worden afgerond, teneinde personen die internationale bescherming nodig hebben, ervan te weerhouden de Europese Unie op irreguliere wijze binnen te komen om bescherming te vragen. Tegelijkertijd dient deze procedure ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoende tijd hebben om elk geval volledig en naar behoren te onderzoeken. De uiterste termijnen dienen overeen te komen met hetgeen nodig is om de verschillende soorten beoordelingen te verrichten voor de gewone en de versnelde procedure.

(16)  De hervestigingsprocedure dient zo snel mogelijk te worden afgerond, teneinde ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming nodig hebben beschermd worden en toegang tot de Unie krijgen. Tegelijkertijd dient deze procedure ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoende tijd hebben om elk geval volledig en naar behoren te onderzoeken. De uiterste termijnen dienen overeen te komen met hetgeen nodig is om de verschillende soorten beoordelingen te verrichten voor de gewone en de spoedeisende procedure. Bij beide procedures dienen veiligheidscontroles te worden uitgevoerd.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  De voor de hervestigingsprocedure verzamelde persoonsgegevens dienen gedurende maximaal vijf jaar vanaf de dag van hervestiging te worden bewaard. Aangezien onderdanen van derde landen of staatloze personen die reeds door één lidstaat zijn hervestigd of die gedurende de laatste vijf jaar hervestiging naar een lidstaat weigerden, van hervestiging naar een andere lidstaat dienen te worden uitgesloten, dient de opslag van persoonsgegevens, waaronder vingerafdrukken en gezichtsopnamen, gedurende die periode noodzakelijk te worden geacht.

(17)  De voor de hervestigingsprocedure verzamelde persoonsgegevens dienen gedurende maximaal vijf jaar vanaf de dag van hervestiging in Eurodac te worden bewaard. Deze bewaarperiode zorgt ervoor dat de betrokkenen, voor wat de verwerking van hun gegevens betreft, over dezelfde rechten beschikken als asielzoekers en begunstigden van internationale bescherming. Zo kan bovendien bij secundaire bewegingen worden bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de hervestiging.

Amendement     23

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Als er een negatief besluit is genomen, dient de betrokkene niet te worden hervestigd in de lidstaat die het besluit heeft genomen en dienen eventuele opgeslagen gegevens te worden gewist. De reden voor de negatieve uitkomst moet in een met redenen omkleed advies worden meegedeeld aan de UNHCR, de overige lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie en andere organisaties die het geval hebben voorgelegd, opdat er eventueel een follow-up aan wordt gegeven. Een lidstaat die een negatief besluit heeft genomen, kan een tweede lidstaat die het hervestigingsdossier behandelt verzoeken gedurende de behandeling te worden geraadpleegd.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Er is geen subjectief recht op hervestiging.

Schrappen

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Om de regels voor de bij gerichte hervestigingsregelingen van de Unie toe te passen procedure te kunnen aanvullen, dient de Commissie te worden gemachtigd overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om de procedure aan te passen aan de omstandigheden in het derde land van waaruit de hervestiging plaatsvindt, teneinde de rol vast te stellen die dat derde land in de procedure speelt. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden zorgt voor passende raadpleging, onder meer op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 201633. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Schrappen

__________________

 

33 PB L 123 van 12.05.2016, blz. 1.

 

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis)  Teneinde deze verordening aan te vullen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 VWEU aan de Commissie worden overgedragen ten aanzien van de vaststelling van het hervestigingsplan van de Unie waarin om de twee jaar het nagestreefde aantal te hervestigen personen wordt vastgelegd, alsmede de details inzake de deelname van de lidstaten aan het plan, hun respectieve bijdragen aan het nagestreefde aantal te hervestigen personen en de algemene geografische prioriteiten. Teneinde deze verordening aan te vullen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 VWEU aan de Commissie worden overgedragen ten aanzien van de vaststelling van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, met daarin het precieze aantal te hervestigen personen ten opzichte van het nagestreefde aantal en de deelname van de lidstaten, overeenkomstig het hervestigingsplan van de Unie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van het Uniekader voor hervestiging, dienen uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad te worden verleend voor het vaststellen van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie, met daarin het maximaal te hervestigen aantal personen, de details inzake de deelname van de lidstaten aan het plan en hun respectieve bijdragen aan het totale aantal te hervestigen personen, alsmede de algemene geografische prioriteiten.

Schrappen

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Deze bevoegdheden dienen te worden uitgeoefend op grond van een voorstel van de Commissie inzake het maximale te hervestigen aantal personen en de algemene geografische prioriteiten. De Commissie dient haar voorstel tegelijk te presenteren met haar voorstel voor het ontwerp van de jaarlijkse begroting van de Unie. De Raad dient ernaar te streven het voorstel binnen twee maanden goed te keuren. De Commissie en de Raad dienen rekening te houden met de besprekingen binnen het comité op hoog niveau inzake hervestiging.

Schrappen

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van het Uniekader voor hervestiging, dient de Commissie de bevoegdheid te worden verleend om gerichte hervestigingsregelingen van de Unie vast te stellen, met daarin het precieze aantal van het totale aantal te hervestigen personen en de deelname van de lidstaat, overeenkomstig het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie. Die bevoegdheid moet worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren34. De onderzoeksprocedure dient te worden gebruikt voor het vaststellen van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, aangezien deze regelingen aanzienlijke gevolgen hebben. De Commissie dient na de goedkeuring van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en telkens wanneer dit nodig is gedurende de periode waarop het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie betrekking heeft, zo snel mogelijk gerichte hervestigingsregelingen van de Unie vast te stellen. De Commissie dient rekening te houden met de besprekingen binnen het comité op hoog niveau inzake hervestiging.

Schrappen

__________________

 

34 PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

 

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  In elke gerichte hervestigingsregeling van de Unie dient te worden vastgesteld welke procedurele standaardvoorschriften op de uitvoering daarvan van toepassing dienen te zijn. Daarnaast dienen er regelingen voor lokale samenwerking in te worden opgenomen, voor zover zulks bevorderlijk is voor de uitvoering van deze regelingen.

(24)  In elke gerichte hervestigingsregeling van de Unie dienen regelingen voor lokale samenwerking te worden opgenomen, voor zover zulks bevorderlijk is voor de uitvoering van deze regelingen, met name met de UNHCR, de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), het Asielagentschap van de Europese Unie en andere relevante organisaties.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Hervestigde personen dient internationale bescherming te worden verleend. De in het asielacquis opgenomen bepalingen inzake de inhoud van internationale bescherming dienen van toepassing te zijn vanaf het moment waarop hervestigde personen op het grondgebied van de lidstaten aankomen, met inbegrip van de regels die begunstigden van internationale bescherming moeten weerhouden van secundaire bewegingen.

(25)  Hervestigde personen dient internationale bescherming te worden verleend met als doel hun een duurzame oplossing te bieden. De in het asielacquis opgenomen bepalingen inzake de inhoud van internationale bescherming dienen van toepassing te zijn vanaf het moment waarop hervestigde personen op het grondgebied van de lidstaten aankomen.

Amendement     32

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis)  De integratie van hervestigde personen in het gastland is belangrijk voor een succesvolle hervestigingsprocedure en derhalve voor de doeltreffendheid van het Uniekader voor hervestiging. Hervestigde personen moeten dezelfde toegang tot integratiemaatregelen hebben als andere begunstigden van internationale bescherming overeenkomstig de [verordening inzake asielnormen]. De lidstaten kunnen de deelname aan dergelijke integratiemaatregelen uitsluitend verplicht stellen indien deze integratiemaatregelen makkelijk toegankelijk, beschikbaar en kosteloos zijn. De lidstaten dienen onderdanen van derde landen of staatloze personen voor vertrek tevens een oriëntatieprogramma aanbieden met onder meer informatie over hun rechten en plichten, taalles en informatie over het maatschappelijke, culturele en politieke bestel van de lidstaat. Deze programma's kunnen na aankomst op het grondgebied worden aangeboden of worden opgenomen in eventueel door de lidstaten ter beschikking gestelde integratieprogramma's waarin rekening wordt gehouden met de specifieke kwetsbaarheden van de hervestigde personen. De lidstaten moeten ook voorzien in oriëntatieprogramma's na aankomst die zijn afgestemd op de behoeften van hervestigde personen, teneinde hen te begeleiden op het gebied van, met name, het leren van de taal van het gastland, onderwijs, opleiding en de arbeidsmarkt, waarbij rekening wordt gehouden met hun specifieke kwetsbaarheden. Voor zover mogelijk moeten de betrokken instanties en personen, zoals lokale overheden en reeds hervestigde personen, een rol spelen bij de tenuitvoerlegging van deze programma's.

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Gelet op de expertise van de UNHCR wat betreft het bevorderen van de verschillende vormen van toelating van onderdanen die internationale bescherming nodig hebben, vanuit derde landen waar zij als ontheemde verblijven, tot lidstaten die bereid zijn hen toe te laten, dient de UNHCR een belangrijke rol te blijven spelen bij de hervestigingsinspanningen in het kader van het Uniekader voor hervestiging. Behalve de UNHCR dient ook andere internationale actoren, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), te worden verzocht om de lidstaten bij te staan bij de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging.

(27)  Gelet op de expertise van de UNHCR wat betreft het bevorderen van de verschillende vormen van toelating van onderdanen die internationale bescherming nodig hebben, vanuit derde landen waar zij als ontheemde verblijven, tot lidstaten die bereid zijn hen toe te laten, dient de UNHCR primair verantwoordelijk te zijn voor de verwijzing van personen die in aanmerking komen voor hervestiging in het kader van het Uniekader voor hervestiging. Behalve de UNHCR dient ook andere internationale actoren, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), te worden verzocht om de lidstaten bij te staan bij de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  [Het Asielagentschap van de Europese Unie] dient de lidstaten overeenkomstig zijn mandaat bij te staan bij de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging.

(28)  Er moet steun worden verleend aan de lidstaten om hen te helpen hun verbintenissen na te komen en zodoende de goede werking van het Uniekader voor hervestiging te waarborgen. [Het Asielagentschap van de Europese Unie] dient de lidstaten op hun verzoek en overeenkomstig zijn mandaat deze steun te verstrekken. Het Asielagentschap van de Europese Unie moet tevens de uitwisseling van goede praktijken, wat de tenuitvoerlegging van deze verordening betreft, tussen de lidstaten coördineren.

Amendement     35

Voorstel voor een verordening

Overweging 28 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(28 bis)  Aangezien deze verordening tot doel heeft gemeenschappelijke hervestigingsprocedures in te voeren, moeten de lidstaten worden aangemoedigd met elkaar samen te werken en bepaalde stappen van de procedure gezamenlijk uit te voeren wanneer zij dit passend achten. Deze samenwerking kan bijvoorbeeld bestaan uit de bundeling van infrastructuren en de uitvoering van gezamenlijke selectiemissies. Op verzoek van de lidstaten moet het Asielagentschap van de Europese Unie de lidstaten steun kunnen bieden wanneer zij een dergelijke samenwerking beogen.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Er dient een comité op hoog niveau inzake hervestiging te worden opgericht voor breed overleg met alle belanghebbenden over de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging.

(29)  Er dient een comité op hoog niveau inzake hervestiging te worden opgericht voor breed overleg met alle belanghebbenden over de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging. Dit comité dient zijn werkzaamheden af te stemmen op die van internationale hervestigingsstructuren, met name het jaarlijkse driepartijenoverleg inzake hervestiging en de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR. Het comité op hoog niveau inzake hervestiging moet aanbevelingen opstellen die het belangrijkste onderdeel zullen vormen van het ontwerp van het hervestigingsplan van de Unie en de verschillende gerichte hervestigingsregelingen van de Unie. Bij de tweejaarlijkse voorbereiding van het hervestigingsplan van de Unie moet de Commissie voortbouwen op de aanbevelingen van het comité op hoog niveau inzake hervestiging.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Deze verordening laat onverlet dat de lidstaten nationale hervestigingsregelingen die de doelstellingen van de Unie uit hoofde van deze verordening niet in gevaar brengen, kunnen vaststellen of uitvoeren, bijvoorbeeld als deze leiden tot een extra aantal hervestigingsplaatsen voor de uit hoofde van deze verordening vastgestelde gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, bovenop hun bijdrage aan het maximale aantal uit hoofde van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie te hervestigen personen.

(31)  Deze verordening laat onverlet dat de lidstaten nationale hervestigingsregelingen kunnen vaststellen of uitvoeren, bijvoorbeeld als deze leiden tot een extra aantal hervestigingsplaatsen bovenop hun bijdrage aan het nagestreefde aantal uit hoofde van het hervestigingsplan van de Unie te hervestigen personen, en is niet van invloed op de verplichtingen van de lidstaten ten aanzien van het nagestreefde aantal personen. Indien de lidstaten hervestigingsplaatsen aanbieden in het kader van nationale hervestigingsprogramma's, moeten zij financiering uit de begroting van de Unie blijven ontvangen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening wordt een Uniekader voor hervestiging vastgesteld voor de toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen tot het grondgebied van de lidstaten met het oog op de verlening van internationale bescherming.

Bij deze verordening wordt een Uniekader voor hervestiging vastgesteld voor de toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen tot het grondgebied van de lidstaten met het oog op het bieden van internationale bescherming en een duurzame oplossing.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "hervestiging" verstaan: de toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, vanuit een derde land waar zij als al dan niet binnenlands ontheemde verkeren, tot het grondgebied van de lidstaten om hun internationale bescherming te bieden.

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "hervestiging" verstaan: de selectie, na verwijzing door de UNHCR of de lidstaten, toelating en bescherming van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, en hun overbrenging vanuit een derde land waar zij als ontheemde verkeren naar een lidstaat, teneinde hun internationale bescherming en een duurzame oplossing te bieden.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  voorziet in de legale en veilige aankomst op het grondgebied van de lidstaten voor onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben;

(a)  garandeert de legale en veilige overbrenging naar en aankomst op het grondgebied van de lidstaten voor de meest kwetsbare onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, teneinde hun een duurzame oplossing te bieden;

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  helpt het risico te beperken van een grootschalige irreguliere instroom van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, op het grondgebied van de lidstaten;

(b)  moedigt alle lidstaten aan hun hervestigingsinspanningen en het totale aantal beschikbare hervestigingsplaatsen geleidelijk op te voeren, en de opvang en integratie van hervestigde personen te ondersteunen en te vergemakkelijken en zo te helpen de noodzaak voor onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben om op irreguliere wijze naar het grondgebied van de lidstaten te reizen, te verminderen;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  draagt bij tot de internationale hervestigingsinitiatieven.

(c)  draagt bij tot de internationale hervestigingsinitiatieven, onder meer via het strategische gebruik van hervestiging, met name in langdurige vluchtelingensituaties, en ondersteunt zo tevens de derde landen waar mensen voor het eerst om internationale bescherming verzoeken.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij het bepalen van de regio's of derde landen van waaruit hervestiging uit hoofde van het Uniekader voor hervestiging plaatsvindt, worden overeenkomstig de in de artikelen 7 en 8 bedoelde uitvoeringshandelingen de volgende factoren in aanmerking genomen:

Bij het bepalen van de regio's of derde landen van waaruit hervestiging uit hoofde van het Uniekader voor hervestiging plaatsvindt, worden overeenkomstig de in de artikelen 7 en 8 bedoelde gedelegeerde handelingen de volgende factoren in aanmerking genomen:

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het aantal personen dat internationale bescherming nodig heeft en als ontheemde in het eigen of een ander derde land verkeert en het feit of deze personen verder zijn gereisd naar het grondgebied van de lidstaten;

(a)  het aantal kwetsbare personen dat internationale bescherming nodig heeft zoals blijkt uit de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR;

Amendement     45

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis)  derde landen en regio's die het toneel zijn van langdurige vluchtelingensituaties;

Amendement     46

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  complementariteit met financiële en technische bijstand aan derde landen waar personen die internationale bescherming nodig hebben, als al dan niet binnenlands ontheemde verkeren;

(b)  de mogelijkheden voor strategisch gebruik van hervestiging om collectief oplossingen te bieden en de beschermingsomgeving in derde landen te verbeteren, ook met het oog op de complementariteit ervan met financiële en technische bijstand aan derde landen waar personen die internationale bescherming nodig hebben, als ontheemde verkeren, ter vergroting van hun opvang- en beschermingscapaciteit;

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de algemene betrekkingen van de Unie met het derde land of derde landen van waaruit hervestiging plaatsvindt, en met derde landen in het algemeen;

Schrappen

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  de doeltreffende medewerking van een derde land met de Unie op het gebied van migratie en asiel, onder meer wat betreft:

Schrappen

i)  het beperken van het aantal onderdanen van derde landen en staatloze personen dat door de grens op irreguliere wijze te overschrijden vanuit dat derde land het grondgebied van de lidstaten binnenkomt;

 

ii)  het tot stand brengen van de voorwaarden voor de toepassing van de concepten "eerste land van asiel" en "veilig derde land" voor de terugkeer van asielzoekers die op irreguliere wijze de grens hebben overschreden naar het grondgebied van de lidstaten en afkomstig zijn uit of een band hebben met het betrokken derde land;

 

iii)  het vergroten van de capaciteit voor het opvangen en beschermen van personen die internationale bescherming nodig hebben en in dat land verblijven, door onder meer een doeltreffend asielstelsel te ontwikkelen; of

 

iv)  het verhogen van het percentage toegelaten onderdanen van derde landen en staatloze personen die illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven, bv. door het sluiten en doeltreffend uitvoeren van overnameovereenkomsten;

 

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  de schaal en inhoud van de door derde landen gedane toezeggingen in verband met hervestiging.

Schrappen

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 5

Artikel 5

Toelatingscriteria

Toelatingscriteria

De volgende onderdanen van derde landen of staatloze personen komen in aanmerking voor de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die overeenkomstig artikel 8 worden vastgesteld:

Uitsluitend de volgende onderdanen van derde landen of staatloze personen komen in aanmerking voor de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die overeenkomstig artikel 8 worden vastgesteld:

(a)  i) onderdanen van derde landen die zich wegens een gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, bevinden buiten het land waarvan zij de nationaliteit bezitten of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven, en de bescherming van dat land niet kunnen of, wegens deze vrees, niet willen inroepen, dan wel staatloze personen die zich om dezelfde redenen bevinden buiten het land of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven en daarheen niet kunnen, of wegens genoemde vrees niet willen, terugkeren of daar verblijven of, als hieraan niet wordt voldaan,

(a)  i) onderdanen van derde landen die zich wegens een gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, geslacht, seksuele geaardheid, genderidentiteit, een handicap, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, bevinden buiten het land waarvan zij de nationaliteit bezitten en de bescherming van dat land niet kunnen of, wegens deze vrees, niet willen inroepen, dan wel staatloze personen die zich om dezelfde redenen bevinden buiten het land en daarheen niet kunnen, of wegens genoemde vrees niet willen, terugkeren of daar verblijven of, als hieraan niet wordt voldaan,

ii) onderdanen van derde landen die zich bevinden buiten het land waarvan zij de nationaliteit bezitten of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven, of staatloze personen die zich bevinden buiten het land of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven, en ten aanzien van wie er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat zij, wanneer zij naar hun land van herkomst of naar het land waar zij vroeger gewoonlijk verbleven, zouden terugkeren of daar zouden blijven, een reëel risico zouden lopen op ernstige schade, en die zich niet onder de bescherming van dat land kunnen of, wegens dat risico, willen stellen;

ii) onderdanen van derde landen die zich bevinden buiten het land waarvan zij de nationaliteit bezitten of staatloze personen die zich bevinden buiten het land en ten aanzien van wie er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat zij, wanneer zij naar hun land van herkomst of naar het land waar zij vroeger gewoonlijk verbleven, zouden terugkeren, een risico zouden lopen op ernstige schade, en die zich niet onder de bescherming van dat land kunnen of, wegens dat risico, willen stellen;

(b)  onderdanen van derde landen en staatloze personen die tot ten minste een van de volgende categorieën behoren:

   en die verder tot ten minste een van de volgende categorieën kwetsbare personen behoren:

i)  kwetsbare personen:

 

–  vrouwen en meisjes die gevaar lopen;

–  vrouwen en meisjes die gevaar lopen;

–  kinderen en jongeren die gevaar lopen, onder wie niet-begeleide kinderen;

–  kinderen en jongeren die gevaar lopen, onder wie niet-begeleide kinderen;

–  personen die geweld en/of marteling, ook op grond van hun geslacht, hebben overleefd;

–  personen die geweld en/of marteling, ook op grond van hun geslacht of seksuele geaardheid, hebben overleefd;

–  personen die juridische en/of fysieke bescherming nodig hebben;

–  personen die juridische en/of fysieke bescherming nodig hebben, met inbegrip van diegenen die met uitzetting worden bedreigd;

 

  personen voor wie geen enkele andere duurzame oplossing haalbaar is, in het bijzonder diegenen die zich in een langdurige vluchtelingensituatie bevinden;

–  personen met medische behoeften of een handicap; of

–  personen met medische behoeften of een handicap; of

 

  ouderen;

  in sociaaleconomisch opzicht kwetsbare personen;

 

 

(b)  onderdanen van derde landen of staatloze personen die voldoen aan de criteria onder a) en tevens, overeenkomstig artikel 1D, alinea 2, van het Verdrag van Genève van 1951, recht hebben op de voorzieningen uit hoofde van dit Verdrag;

ii)  familieleden van onderdanen van derde landen of staatloze personen of burgers van de Unie die legaal in een lidstaat verblijven:

(c)  de volgende familieleden van onderdanen van derde landen of staatloze personen die worden hervestigd om de eenheid van het gezin te waarborgen:

–  de echtgenoot of de niet-gehuwde partner met wie een duurzame relatie wordt onderhouden, indien in het recht of de praktijk van de betrokken lidstaat niet-gehuwde paren op vergelijkbare wijze worden behandeld als gehuwde paren in het kader van het recht dat betrekking heeft op onderdanen van derde landen of staatloze personen;

–  de echtgenoot of de niet-gehuwde partner met wie een duurzame relatie wordt onderhouden;

–  de minderjarige kinderen van bij het eerste gedachtestreepje bedoelde paren of van te hervestigen onderdanen van derde landen of staatloze personen, mits zij ongehuwd zijn, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn;

–  de kinderen, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht als wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen worden gedefinieerd of erkend, en de kinderen over wie zij het ouderlijk gezag hebben;

–  de vader, moeder of andere volwassene die naar het recht of de praktijk van de lidstaat waar de volwassene zich bevindt, verantwoordelijk is voor de te hervestigen ongehuwde minderjarige;

–  de vader, moeder of andere volwassene die overeenkomstig het nationaal recht of de nationale praktijk verantwoordelijk is voor de minderjarige;

–  de broer(s) of zus(sen) van de te hervestigen onderdanen van derde landen of staatloze personen;

–  de broer(s) of zus(sen);

–  te hervestigen onderdanen van derde landen of staatloze personen die wegens een zwangerschap, een pasgeboren kind, een ernstige ziekte, een zware handicap of hoge leeftijd afhankelijk zijn van hun kind of ouder, mits er in het land van herkomst familiebanden bestonden, het kind of de ouder in staat is om voor de afhankelijke persoon te zorgen en de betrokkenen hun wens schriftelijk kenbaar hebben gemaakt;

–  onderdanen van derde landen of staatloze personen die wegens een zwangerschap, een pasgeboren kind, een ernstige ziekte, een zware handicap of hoge leeftijd afhankelijk zijn van hun kind, ouder of een ander familielid, mits er in het land van herkomst familiebanden bestonden, het kind of de ouder of het andere familielid in staat is om voor de afhankelijke persoon te zorgen en de betrokkenen hun wens schriftelijk kenbaar hebben gemaakt;

(c)  onderdanen van derde landen of staatloze personen die niet onder artikel 1D van de Geneefse Conventie van 1951 vallen, dat betrekking heeft op het genieten van bescherming of bijstand van andere organen of instellingen van de Verenigde Naties dan de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen (UNHCR);

 

(d)  onderdanen van derde landen of staatloze personen die door de verantwoordelijke autoriteiten van het land waar zij zich bevinden of zich hebben gevestigd, niet geacht worden de rechten en verplichtingen te hebben welke met het bezit van de nationaliteit van dat land verbonden zijn, noch daarmee gelijkwaardige rechten en verplichtingen.

 

De lidstaten waarborgen dat de eenheid van het gezin tussen de onder b), punt ii), bedoelde personen in stand kan worden gehouden.

 

 

  Onverminderd het Unierecht inzake gezinshereniging, met inbegrip van Richtlijn 2003/86/EG van de Raad1bis, of het nationaal recht van een lidstaat inzake gezinshereniging, kunnen de familieleden als bedoeld in lid 1, onder c), van de onderdanen van derde landen of staatloze personen of burgers van de Unie die legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, worden hervestigd door de lidstaten buiten hun deelname aan de gerichte hervestigingsregeling van de Unie.

 

____________

 

1bis Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PB L 251 van 3.10.2003, blz. 12).

(Gewijzigd punt b) wordt alinea 2 van punt a), gewijzigd punt c) wordt punt b), gewijzigd punt ii) van punt b) wordt punt c)).

Amendement     51

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uitsluitingsgronden

Gronden voor het niet in aanmerking komen voor toelating

Amendement     52

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De volgende onderdanen van derde landen of staatloze personen zijn uitgesloten van de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die overeenkomstig artikel 8 worden vastgesteld:

1.  De volgende onderdanen van derde landen of staatloze personen komen niet in aanmerking voor de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die overeenkomstig artikel 8 worden vastgesteld:

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter a – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  personen ten aanzien van wie er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat:

(a)  personen ten aanzien van wie er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat:

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter a – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  zij een ernstig strafbaar feit hebben gepleegd;

ii)  zij een ernstig niet-politiek strafbaar feit hebben gepleegd;

Amendement     55

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  personen ten aanzien van wie er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat zij een gevaar vormen voor de gemeenschap, de openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid of de internationale betrekkingen van de lidstaat die het hervestigingsdossier onderzoekt, óók indien een tweede lidstaat de lidstaat die het hervestigingsdossier behandelt, heeft verzocht die tweede lidstaat gedurende de behandeling te raadplegen in verband met specifieke onderdanen van derde landen of staatloze personen of specifieke categorieën onderdanen van derde landen of staatloze personen, en die tweede lidstaat hun hervestiging heeft geweigerd op deze gronden;

(b)  personen ten aanzien van wie er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat zij een gevaar vormen voor de openbare of nationale veiligheid of volksgezondheid van de lidstaat die het hervestigingsdossier onderzoekt;

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  personen ten aanzien van wie een signalering is uitgevaardigd in het Schengeninformatiesysteem of in een nationale database van een lidstaat, met het oog op het weigeren van toegang;

Schrappen

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  personen die gedurende de vijf jaar voorafgaand aan hervestiging op irreguliere wijze op het grondgebied van de lidstaten zijn verbleven, er op irreguliere wijze zijn binnengekomen of getracht hebben er op irreguliere wijze binnen te komen;

Schrappen

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  personen die reeds door een andere lidstaat zijn hervestigd in het kader van de uitvoering van deze verordening, de conclusies van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 20 juli 2015 (11097/15), de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016, Aanbeveling C(2015) 9490 van de Commissie van 15 december 2015, of een nationale hervestigingsregeling; en

(e)  personen die reeds door een lidstaat zijn hervestigd;

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  personen die de lidstaten in de laatste vijf jaar voorafgaand aan hervestiging hebben geweigerd te hervestigen overeenkomstig dit lid.

Schrappen

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Onderdanen van derde landen of staatloze personen kunnen worden uitgesloten van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die overeenkomstig artikel 8 zijn vastgesteld, als op het eerste gezicht een van de in lid 1, onder a) of b), bedoelde uitsluitingsgronden van toepassing is.

Schrappen

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Jaarlijks hervestigingsplan van de Unie

Tweejaarlijks hervestigingsplan van de Unie

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Op basis van een voorstel van de Commissie stelt de Raad een jaarlijks hervestigingsplan van de Unie vast in het jaar dat voorgaat aan dat waarin het ten uitvoer moet worden gelegd.

1.  De Commissie beschikt over de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 14 om de twee jaar gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening, teneinde een hervestigingsplan van de Unie vast te stellen, in overeenstemming met de volgende leden.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Het hervestigingsplan van de Unie houdt ten volle rekening met de aanbevelingen van het comité op hoog niveau inzake hervestiging en is gebaseerd op de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie omvat:

2.  Het hervestigingsplan van de Unie omvat:

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  het maximumaantal te hervestigen personen;

(a)  een nagestreefd aantal te hervestigen personen dat moet overeenkomen met ten minste 20 % van de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften;

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  gegevens over de deelname van de lidstaten aan het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en hun bijdragen aan het totale aantal te hervestigen personen;

(b)  gegevens over de deelname van de lidstaten aan het hervestigingsplan van de Unie en hun bijdragen aan het nagestreefde aantal te hervestigen personen;

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  algemene geografische prioriteiten.

(c)  algemene geografische prioriteiten op basis van de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  een niet-toegewezen quotum voor spoedeisende gevallen van te hervestigen personen, zoals bedoeld in artikel 11 bis, dat overeenkomt met circa 10 % van het nagestreefde aantal als bedoeld onder a), teneinde rekening te houden met dringende en spoedeisende gevallen, ongeacht de onder c) vastgestelde geografische prioriteiten.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot instelling van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die in overeenstemming zijn met het krachtens artikel 7 vastgestelde jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

1.  De Commissie beschikt over de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening, teneinde gerichte hervestigingsregelingen van de Unie vast te stellen die in overeenstemming zijn met het krachtens artikel 7 vastgestelde hervestigingsplan van de Unie.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  het precieze aantal te hervestigen personen van het maximale totaal als vastgesteld in het in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en gegevens inzake de deelname van de lidstaten aan de gerichte hervestigingsregeling van de Unie;

(b)  het precieze aantal te hervestigen personen van het nagestreefde aantal als vastgesteld in het in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde hervestigingsplan van de Unie en gegevens inzake de deelname van de lidstaten aan de gerichte hervestigingsregeling van de Unie;

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de specificatie van de regio's of derde landen van waaruit hervestiging moet plaatsvinden als bedoeld in artikel 4;

(c)  de specificatie van de regio's of derde landen van waaruit hervestiging moet plaatsvinden in overeenstemming met artikel 7, lid 3, onder c), en als bedoeld in artikel 4 alsook, indien nodig, de prioriteiten en stappen die de Unie overweegt met betrekking tot deze regio's of derde landen in het kader van het strategische gebruik van hervestiging;

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d)  indien nodig, regelingen tussen lidstaten inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking, ondersteund door het [Europese Asielagentschap] overeenkomstig artikel 12, lid 3, en met derde landen, de UNHCR en andere partners;

(d)   regelingen tussen lidstaten inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking, ondersteund door de UNHCR en, op verzoek van de lidstaten, het [Asielagentschap van de Europese Unie] overeenkomstig artikel 12, lid 3, en met derde landen, de UNHCR en andere partners;

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e)  een beschrijving van de specifieke groep of groepen van onderdanen van derde landen of staatloze personen op wie de gerichte hervestigingsregeling van de Unie van toepassing is;

(e)  een beschrijving van de specifieke groep of groepen van onderdanen van derde landen of staatloze personen, gebaseerd op de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR en uitgaande van de in artikel 5, onder a), uiteengezette categorieën die in aanmerking komen voor hervestiging, op wie de gerichte hervestigingsregeling van de Unie van toepassing is;

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f)  het feit of de gewone procedure van artikel 10 of de versnelde procedure van artikel 11 zal worden gevolgd en vermelding, waar nodig, van hoe de identificatie en beoordeling van onderdanen van derde landen of staatloze personen wordt uitgevoerd en een tijdschema voor het nemen van besluiten inzake hervestiging;

Schrappen

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Wanneer de gecombineerde vrijwillige deelname van alle lidstaten aan het einde van de periode van twee jaar van het hervestigingsplan van de Unie niet uitkomt op 75 % van het nagestreefde aantal te hervestigen personen in overeenstemming met artikel 7, lid 3, onder a), wordt in het kader van de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie het precieze aantal personen vastgesteld dat elke lidstaat hervestigt om ten minste dat percentage van het nagestreefde aantal te bereiken. De verdeling van het totale aantal te hervestigen personen onder de lidstaten wordt gebaseerd op de referentiesleutel overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Dublinverordening].

 

Bij de vaststelling van het totale aantal te hervestigen personen per lidstaat wordt rekening gehouden met het aantal reeds in die lidstaat hervestigde personen.

 

 

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in de artikelen 10 en 11 vastgestelde hervestigingsprocedures gelden voor onderdanen van derde landen of staatloze personen die in hervestiging hebben toegestemd en deze toestemming nadien noch in algemene zin, noch in verband met een bepaalde lidstaat hebben teruggetrokken.

De hervestiging uit hoofde van deze verordening geldt voor onderdanen van derde landen of staatloze personen die in hervestiging hebben toegestemd en deze toestemming nadien noch in algemene zin, noch in verband met een bepaalde lidstaat hebben teruggetrokken. De onderdanen van derde landen of staatloze personen worden door de lidstaat naar behoren op de hoogte gebracht van de rechten en plichten die voortvloeien uit de hervestiging alsook van de mogelijke gevolgen van een eventuele intrekking van toestemming of weigering tot hervestiging.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij de tenuitvoerlegging van een gerichte hervestigingsregeling van de Unie identificeren de lidstaten de onderdanen van derde landen of staatloze personen en beoordelen zij of de onderdanen van derde landen of staatloze personen onder het toepassingsgebied van een gerichte hervestigingsregeling van de Unie vallen.

1.  Bij de tenuitvoerlegging van een gerichte hervestigingsregeling van de Unie baseren de lidstaten zich voor de selectie allereerst op de identificatie en voorlegging van gevallen door de UNHCR. Andere identificatieactoren kunnen lidstaten of relevante organisaties zijn.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten beoordelen of de onderdanen van derde landen of staatloze personen onder het toepassingsgebied van een gerichte hervestigingsregeling van de Unie vallen.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten mogen onder meer voorrang geven aan onderdanen van een derde land of staatloze personen met:

Schrappen

(a)   familiebanden met onderdanen van derde landen of staatloze personen of burgers van de Unie die legaal in een lidstaat verblijven;

 

(b)   sociale of culturele banden, of andere kenmerken die de integratie in de deelnemende lidstaat kunnen vergemakkelijken, mits hierbij geen sprake is van discriminatie op grond van o.a. geslacht, ras, huidskleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, onverlet verschillen in behandeling waartoe de in de eerste alinea bedoelde beoordeling noopt;

 

(c)   specifieke behoefte aan bescherming of specifieke kwetsbare punten.

 

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Na het identificeren van onderdanen van derde landen of staatloze personen registreren de lidstaten de volgende informatie over degenen voor wie zij de hervestigingsprocedure willen volgen:

Schrappen

(a)   naam, geboortedatum, geslacht, nationaliteit en overige personalia;

 

(b)   de vingerafdrukken van alle vingers en een gezichtsopname van elke onderdaan van een derde land of staatloze persoon van zes jaar of ouder;

 

(c)   het soort en het nummer van de identiteits- of reisdocumenten van de onderdaan van het derde land; en

 

(d)  de datum van registratie, de plaats van registratie en de registrerende autoriteit.

 

Bij de registratie kunnen ook aanvullende gegevens worden verzameld die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de leden 3 en 4.

 

Amendement     81

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Na het identificeren van onderdanen van derde landen of staatloze personen voeren de lidstaten passende veiligheidscontroles uit aan de hand van de relevante databanken van de Unie en nationale databanken, waaronder het Schengeninformatiesysteem:

Amendement     82

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten beoordelen of de onderdanen van derde landen of de staatloze personen bedoeld in lid 2 aan de toelatingscriteria van artikel 5 voldoen en of zij overeenkomstig artikel 6, lid 1, niet zijn uitgesloten.

De lidstaten beoordelen of de onderdanen van derde landen of de staatloze personen aan de toelatingscriteria van artikel 5 voldoen en of zij overeenkomstig artikel 6, lid 1, niet zijn uitgesloten.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten baseren deze beoordeling op schriftelijk bewijs, waaronder, indien van toepassing, informatie van de UNHCR over het feit of de onderdanen van derde landen of de staatloze personen als vluchteling kunnen worden aangemerkt, een persoonlijk onderhoud, of een combinatie van beide.

De lidstaten baseren deze beoordeling met name op schriftelijk bewijs, waaronder, indien van toepassing, informatie van de UNHCR over het feit of de onderdanen van derde landen of de staatloze personen als vluchteling kunnen worden aangemerkt en op een persoonlijk onderhoud.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Voor de uitvoering van de gewone procedure mogen de lidstaten de UNHCR of, indien van toepassing, [het Asielagentschap van de Europese Unie] of relevante internationale organen verzoeken om ten volle en op transparante wijze te onderzoeken:

 

(a)   of zij onder de gerichte hervestigingsregeling van de Unie vallen; en

 

(b)   of zij behoren tot een van de in artikel 5, onder a), bedoelde categorieën die in aanmerking komen voor hervestiging, alsook wat de redenen voor deze beoordeling zijn.

 

De lidstaten mogen de UNHCR ook verzoeken om ten volle te onderzoeken of onderdanen van derde landen of staatloze personen die hen door de UNHCR worden toegewezen, vluchtelingen zijn in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève van 1951.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten nemen inzake de hervestiging van onderdanen van derde landen of staatloze personen zo snel mogelijk en uiterlijk acht maanden na hun registratie een besluit op basis van de in lid 3 bedoelde beoordeling. De lidstaten kunnen deze uiterste termijn van acht maanden verlengen met een periode van ten hoogste vier maanden, als het complexe feitelijke of juridische kwesties betreft.

4.  De lidstaten nemen inzake de hervestiging van onderdanen van derde landen of staatloze personen zo snel mogelijk en uiterlijk zes maanden na hun registratie een besluit op basis van de in lid 3 bedoelde beoordeling. De lidstaten kunnen deze uiterste termijn verlengen met een periode van ten hoogste drie maanden, als het complexe feitelijke of juridische kwesties betreft. Indien de lidstaat na de termijnen als bedoeld in dit lid geen beslissing heeft meegedeeld zonder dit te rechtvaardigen, kan een andere lidstaat een hervestigingsprocedure beginnen met betrekking tot de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon.

Amendement     86

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Nadat zij een besluit hebben genomen, brengen de lidstaten de onderdanen van derde landen of staatloze personen op de hoogte van hun rechten en plichten, met name het recht om de hervestiging te weigeren en de mogelijke gevolgen van deze weigering, de rechten en plichten die voortvloeien uit de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus, vooral met betrekking tot secundaire bewegingen en de verplichting tot registratie van de persoonsgegevens in Eurodac.

 

Deze informatie wordt schriftelijk en zo nodig mondeling verstrekt, in een voor de betreffende persoon begrijpelijke taal en aangepast aan de behoeften van minderjarigen of personen met specifieke behoeften.

Amendement     87

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaten bewaren de in de leden 2 tot en met 4 bedoelde gegevens gedurende vijf jaar, gerekend vanaf de datum van hervestiging.

5.  Bij aankomst op zijn grondgebied registreert elke lidstaat, indien beschikbaar, informatie over de hervestigde persoon overeenkomstig Verordening (EU) nr. XXX/XXX [Eurodac-verordening]. De lidstaten bewaren de in de [Eurodac-verordening] bedoelde gegevens gedurende vijf jaar, gerekend vanaf de datum van hervestiging.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij het verstrijken van deze periode wissen de lidstaten de gegevens. De lidstaten wissen de gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven, zodra de lidstaat ervan op de hoogte is dat de betrokkene dit burgerschap heeft verworven.

Bij het verstrijken van deze periode wissen de lidstaten de gegevens. De lidstaten wissen de gegevens over een persoon die vóór het verstrijken van deze periode het burgerschap van een lidstaat heeft verworven.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Als er een negatief besluit is genomen, wordt de betrokkene niet hervestigd.

6.  Als er een negatief besluit is genomen, wordt de betrokkene niet hervestigd in de lidstaat die het besluit heeft genomen. De reden voor de negatieve uitkomst wordt in een met redenen omkleed advies meegedeeld aan de UNHCR, de overige lidstaten, het Asielagentschap van de Europese Unie en andere organisaties die het geval hebben voorgelegd, opdat er eventueel een follow-up aan wordt gegeven. Een lidstaat die een negatief besluit heeft genomen, kan een tweede lidstaat die het hervestigingsdossier behandelt verzoeken gedurende de behandeling te worden geraadpleegd.

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 7 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de vluchtelingenstatus aanbieden als de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon kan worden aangemerkt als vluchteling, of de subsidairebeschermingsstatus als de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming. De lidstaat stelt de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon in kennis van dit besluit. Het besluit om de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus te verlenen heeft hetzelfde effect als een besluit om de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus te verlenen bedoeld in de artikelen 13 en 19 van Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening inzake asielnormen], wanneer de betrokkene eenmaal het grondgebied van een lidstaat is binnengekomen;

(a)  de vluchtelingenstatus aanbieden als de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon kan worden aangemerkt als vluchteling, of de subsidairebeschermingsstatus als de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming. De lidstaat stelt de betrokken onderdaan van een derde land of staatloze persoon in kennis van dit besluit en brengt hem op de hoogte van de rechten die een dergelijke status met zich meebrengt. Het besluit om de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus te verlenen heeft hetzelfde effect als een besluit om de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus te verlenen bedoeld in Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening inzake asielnormen], wanneer de betrokkene eenmaal het grondgebied van een lidstaat is binnengekomen; De lidstaten mogen permanente verblijfsvergunningen of verblijfstitels van onbeperkte duur afgeven onder gunstiger voorwaarden dan die welke in artikel 13 van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad1bis zijn vermeld.

 

__________________

 

1bis Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, PB L 16 van 23.1.2004, blz. 44-53.

Amendement     91

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 7 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  aanbieden om de reis te regelen, met inbegrip van medische controles om na te gaan of de betrokkene in staat is te reizen, te voorzien in kosteloos vervoer naar het nationale grondgebied en, zo nodig, de uitreisprocedures te faciliteren in het derde land van waaruit de onderdaan van een derde land of de staatloze persoon wordt toegelaten;

(b)  aanbieden om de reis te regelen, met inbegrip van medische controles om na te gaan of de betrokkene in staat is te reizen of, indien mogelijk, medische onderzoeken, te voorzien in kosteloos vervoer naar het nationale grondgebied en, zo nodig, de uitreisprocedures te faciliteren in het derde land van waaruit de onderdaan van een derde land of de staatloze persoon wordt toegelaten; Bij de organisatie van de reis houden de lidstaten rekening met de behoeften die de betrokken personen vanwege hun kwetsbaarheid mogelijk hebben;

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 7 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  onderdanen van derde landen of staatloze personen voor vertrek een oriëntatieprogramma aanbieden met onder meer informatie over hun rechten en plichten, taalles en informatie over het maatschappelijke, culturele en politieke bestel van de lidstaat.

(c)  onderdanen van derde landen of staatloze personen voor vertrek een oriëntatieprogramma aanbieden met onder meer informatie over hun rechten en plichten, taalles en informatie over het maatschappelijke, culturele en politieke bestel van de lidstaat. Deze programma's kunnen na aankomst op het grondgebied worden aangeboden of worden opgenomen in eventueel door de lidstaten ter beschikking gestelde integratieprogramma's, op voorwaarde dat deze toegankelijk en kosteloos zijn en rekening houden met de specifieke kwetsbaarheden van de hervestigde personen.

Amendement     93

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 7 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis)  de overbrenging zo snel mogelijk uitvoeren;

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Voor de uitvoering van de gewone procedure mogen de lidstaten alvorens onderdanen van derde landen of staatloze personen te identificeren, de UNHCR, of indien van toepassing, [het Asielagentschap van de Europese Unie] of relevante internationale organen verzoeken om toewijzing van onderdanen van derde landen of staatloze personen ten aanzien van wie voornoemde entiteiten ten volle hebben onderzocht of:

Schrappen

(a)   zij onder de gerichte hervestigingsregeling van de Unie vallen; en

 

(b)  zij tot een van de in artikel 5, onder b), punt i), bedoelde kwetsbare categorieën behoren.

 

De lidstaten mogen de UNHCR ook verzoeken om ten volle te onderzoeken of onderdanen van derde landen of staatloze personen die hen door de UNHCR worden toegewezen, vluchtelingen zijn in de zin van artikel 1 van de Geneefse Conventie van 1951.

 

De lidstaten mogen ook verzoeken om rekening te houden met de in lid 1, onder a) tot en met c), vervatte criteria.

 

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  De Commissie wordt de bevoegdheid verleend tot vaststelling van gedelegeerde handelingen volgens de in artikel 14 vastgestelde procedure om de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde elementen aan te vullen, teneinde de hervestigingsprocedure zo nodig aan te passen aan de omstandigheden in het derde land van waaruit hervestiging plaatsvindt.

Schrappen

Amendement     96

Voorstel voor een verordening

Artikel 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 11

Schrappen

Versnelde procedure

 

Wanneer de uitvoeringshandeling van de Commissie tot vaststelling van een gerichte hervestigingsregeling van de Unie voorziet in een versnelde procedure, geldt dat de lidstaten in afwijking van artikel 10:

 

(1)  niet beoordelen of de onderdanen van derde landen of staatloze personen aan de in artikel 5, onder a), punt i), bedoelde vereisten voldoen;

 

(2)  niet van de UNHCR eisen dat deze beoordeelt of de onderdanen van derde landen of staatloze personen moeten worden aangemerkt als vluchtelingen in de zin van artikel 1 van de Geneefse Conventie van 1951;

 

(3)  zo spoedig mogelijk, en uiterlijk vier maanden na de in artikel 10, lid 2, bedoelde registratie van de onderdaan van een derde land, een besluit nemen inzake hervestiging. De lidstaten kunnen deze uiterste termijn van vier maanden verlengen met een periode van ten hoogste twee maanden, als het complexe feitelijke of juridische kwesties betreft;

 

(4)  de betrokken onderdanen van derde landen of staatloze personen de subsidiairebeschermingsstatus verlenen.

 

De op grond van punt 4 verleende subsidiairebeschermingsstatus geldt als beëindigd wanneer een definitief besluit is genomen over een verzoek om internationale bescherming dat is ingediend door degene die die status geniet.

 

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 11 bis

 

Spoedeisende procedure

 

Wanneer de gedelegeerde handeling van de Commissie tot vaststelling van een hervestigingsplan van de Unie voorziet in een spoedeisende procedure, die niet gebonden is aan specifieke regio's of bevolkingsgroepen, in gevallen waarin acute veiligheidsrisico's voor bepaalde personen of de ernst van hun medische aandoening het noodzakelijk maken hen onverwijld en binnen zeer korte tijd uit de bedreigende omstandigheden te halen, geldt dat de lidstaten in afwijking van artikel 10:

 

(1)   zich verbinden tot de instelling van een versnelde procedure voor dringende en spoedeisende gevallen, indien een dergelijke procedure nog niet bestaat;

 

(2)   een specifiek aantal plaatsen vaststellen die niet noodzakelijkerwijs aan specifieke regio's of bevolkingsgroepen gebonden zijn en die van deze procedure gebruik kunnen maken;

 

(3)   door de UNHCR dringende of spoedeisende gevallen van hervestiging voorgelegd krijgen, waarvoor het vanwege acute veiligheidsrisico's of de ernst van hun medische aandoening noodzakelijk is dat zij binnen zeer korte tijd uit de bedreigende omstandigheden worden gehaald;

 

(4)   spoed zetten achter de beoordeling of de onderdanen van derde landen of staatloze personen voldoen aan de vereisten en toelatingscriteria als vastgesteld onder artikel 5 van dit kader;

 

(5)   ernaar streven binnen twee weken vanaf de voorlegging van een geval een besluit te nemen en ervoor zorgen dat de onderdaan van een derde land of staatloze persoon onverwijld wordt overgebracht.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om de uitvoering van de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie te vergemakkelijken, wijzen de lidstaten nationale contactpunten aan en kunnen zij besluiten om verbindingsfunctionarissen aan te stellen in derde landen.

1.  Om de uitvoering van de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie te vergemakkelijken, wijzen de lidstaten nationale contactpunten aan en kunnen zij besluiten om verbindingsfunctionarissen aan te stellen in derde landen. De lidstaten kunnen zich laten bijstaan door [het Asielagentschap van de Europese Unie] en zo nodig gebruikmaken van bestaande structuren voor operationele samenwerking op het gebied van hervestiging.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  [Het Asielagentschap van de Europese Unie] kan de lidstaten ondersteunen, onder meer door onderlinge technische samenwerking te coördineren, de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie bij te staan en het delen van de infrastructuur te vergemakkelijken overeenkomstig [Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening EU-Asielagentschap)].

Schrappen

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Voor het uitvoeren van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, en met name het organiseren van een oriëntatieprogramma vóór vertrek, medische controles om na te gaan of de betrokkene in staat is te reizen, reisplannen en andere praktische regelingen, kunnen de lidstaten zich laten bijstaan door partners, overeenkomstig de conform artikel 8, lid 2, onder d), vastgestelde regelingen inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking voor gerichte hervestigingsregelingen van de Unie.

3.  Voor het uitvoeren van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, en met name het organiseren van een oriëntatieprogramma vóór vertrek, medische controles om na te gaan of de betrokkene in staat is te reizen, reisplannen en andere praktische regelingen, kunnen de lidstaten zich laten bijstaan door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en andere partners, overeenkomstig de conform artikel 8, lid 2, onder d), vastgestelde regelingen inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking voor gerichte hervestigingsregelingen van de Unie.

Amendement     101

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Rol van het Asielagentschap van de Europese Unie

 

1.  De rol van het Asielagentschap van de Europese Unie bestaat erin de hervestigingsinspanningen en -capaciteit van de lidstaten te ondersteunen. Op hun verzoek ondersteunt het Asielagentschap van de Europese Unie de lidstaten wanneer zij het Uniekader voor hervestiging ten uitvoer leggen.

 

Deze ondersteuning kan bestaan uit bijstand aan de lidstaten in het kader van:

 

(a)  hun beoordelingstaken, met name om de lidstaten in staat te stellen de voorziene termijnen om tot hervestiging over te gaan na te leven,

 

 

 

(b)  de opleiding van personeel dat gespecialiseerd is in hervestiging,

 

(c) informatie die wordt verstrekt aan onderdanen van derde landen of staatloze personen en de opleiding vóór vertrek die zij krijgen overeenkomstig artikel 10,

 

(d)  de onderlinge samenwerking wanneer zij beslissen bepaalde stappen van de hervestigingsprocedure gezamenlijk uit te voeren. Het Asielagentschap van de Europese Unie kan onder meer steun bieden bij de bundeling van infrastructuren en de uitvoering van gezamenlijke selectiemissies.

 

2.  Het Asielagentschap van de Europese Unie coördineert een uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten voor wat betreft de tenuitvoerlegging van deze verordening en de integratie van hervestigde personen in hun gastland.

 

3.  Het Asielagentschap van de Europese Unie verzamelt gegevens betreffende het aantal hervestigingen, de naleving door de lidstaten van hun toezeggingen en de redenen waarom procedures niet tot een resultaat leiden.

 

 

 

4.  Het Asielagentschap van de Europese Unie neemt deel aan het jaarlijks driepartijenoverleg inzake hervestiging en brengt verslag uit over het werk dat hier wordt verricht aan het comité op hoog niveau inzake hervestiging.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Er wordt een comité op hoog niveau inzake hervestiging opgericht, samengesteld uit vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, de lidstaten, [het Asielagentschap van de Europese Unie,] de UNHCR en de IOM. Vertegenwoordigers van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland worden uitgenodigd om de vergaderingen van het comité op hoog niveau inzake hervestiging bij te wonen, voor zover zij kenbaar hebben gemaakt aan de uitvoering van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie te willen deelnemen.

1.  Er wordt een comité op hoog niveau inzake hervestiging opgericht, samengesteld uit leden van het Europees Parlement, vertegenwoordigers van de Raad en de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid en vertegenwoordigers van de lidstaten, [het Asielagentschap van de Europese Unie,] de UNHCR, de IOM en andere relevante maatschappelijke organisaties. Vertegenwoordigers van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland worden uitgenodigd om de vergaderingen van het comité op hoog niveau inzake hervestiging bij te wonen, voor zover zij kenbaar hebben gemaakt aan de uitvoering van het hervestigingsplan van de Unie te willen deelnemen.

 

 

Amendement     103

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Na het jaarlijkse driepartijenoverleg inzake hervestiging (ATCR) waaraan het comité op hoog niveau inzake hervestiging zal deelnemen en de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR zal de hoofdtaak van het comité op hoog niveau inzake hervestiging erin bestaan de belangrijkste onderdelen van het hervestigingsplan van de Unie en van de verschillende gerichte hervestigingsregelingen van de Unie vast te stellen, met name door aanbevelingen te doen over het aantal te hervestigen personen, de eerlijke verdeling van deze personen over de lidstaten, de derde landen van waaruit de hervestigingen zouden moeten plaatsvinden en de mogelijkheden voor strategisch gebruik van hervestiging. De aanbevelingen van het comité op hoog niveau inzake hervestiging worden openbaar gemaakt.

Amendement     104

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het comité op hoog niveau inzake hervestiging wordt voorgezeten door de Commissie. Het komt telkens wanneer dit nodig is bijeen op uitnodiging van de Commissie of op verzoek van een lidstaat en wel minstens eenmaal per jaar.

2.  Het comité op hoog niveau inzake hervestiging wordt voorgezeten door de Commissie. Het komt telkens wanneer dit nodig is bijeen op uitnodiging van de Commissie of op verzoek van een lidstaat of het Europees Parlement, en wel minstens eenmaal per jaar.

Amendement     105

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie raadpleegt het comité op hoog niveau inzake hervestiging over zaken die verband houden met de tenuitvoerlegging van het hervestigingskader van de Unie.

3.  De Commissie en de Raad houden ten volle rekening met de aanbevelingen van het comité op hoog niveau inzake hervestiging over zaken die verband houden met de tenuitvoerlegging van het hervestigingskader van de Unie en in het bijzonder bij de opstelling van het hervestigingsplan van de Unie en de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De bevoegdheid om de in artikel 10, lid 9, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt de Commissie met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening voor onbepaalde tijd verleend.

2.  De bevoegdheid om de in artikelen 7 en 8 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt de Commissie voor een termijn van vier jaar verleend met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vier jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikel 10, lid 9, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 7 en 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Een overeenkomstig artikel 10, lid 9, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

6.  Een overeenkomstig de artikelen 7 en 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 15

Schrappen

Comitéprocedure

 

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

 

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

 

Amendement     110

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)

Verordening (EU) nr. 516/2014

Overweging 46

 

Bestaande tekst

Amendement

 

(-1)  Overweging 46 wordt als volgt gewijzigd:

"Het is voor de bevordering van de solidariteit van belang dat het Fonds, in coördinatie en in synergie met de door de Europese Commissie beheerde humanitaire hulp, bij noodsituaties waarin sprake is van grote migratiedruk op de lidstaten of derde landen of van massale toestroom van ontheemden, waar passend, aanvullende steun biedt in de vorm van noodhulp overeenkomstig Richtlijn 2001/55/EG van de Raad1. Noodhulp zou ook steun moeten omvatten voor ad-hocprogramma's voor toelating op humanitaire gronden wanneer die programma’s ten doel hebben in geval van een urgente humanitaire crisissituatie in derde landen een tijdelijk verblijf op het grondgebied van een lidstaat mogelijk te maken. Deze andere programma's voor toelating op humanitaire gronden doen evenwel geen afbreuk aan, en mogen geen ondermijnend effect hebben op het hervestigingsprogramma van de Unie, dat uitdrukkelijk ten doel heeft van meet af aan duurzame oplossingen te bieden aan naar de Unie uit derde landen overgebrachte personen die behoefte hebben aan internationale bescherming. Daarom zouden de lidstaten geen recht mogen hebben op aanvullende vaste bedragen voor personen die uit hoofde van deze andere programma’s voor toelating op humanitaire gronden tijdelijk op het grondgebied van een lidstaat mogen verblijven."

"Het is voor de bevordering van de solidariteit van belang dat het Fonds, in coördinatie en in synergie met de door de Europese Commissie beheerde humanitaire hulp, bij noodsituaties waarin sprake is van grote migratiedruk op de lidstaten of derde landen of van massale toestroom van ontheemden, waar passend, aanvullende steun biedt in de vorm van noodhulp overeenkomstig Richtlijn 2001/55/EG van de Raad1. Noodhulp zou ook steun moeten omvatten voor ad-hocprogramma's voor toelating op humanitaire gronden wanneer die programma’s ten doel hebben in geval van een urgente humanitaire crisissituatie in derde landen een tijdelijk verblijf op het grondgebied van een lidstaat mogelijk te maken. Deze andere programma's voor toelating op humanitaire gronden doen evenwel geen afbreuk aan, en mogen geen ondermijnend effect hebben op het hervestigingsprogramma van de Unie, dat uitdrukkelijk ten doel heeft van meet af aan duurzame oplossingen te bieden aan naar de Unie uit derde landen overgebrachte personen die behoefte hebben aan internationale bescherming."

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – alinea 1 – punt 2 – letter a

Verordening (EU) nr. 516/2014

Artikel 2 – punt a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  "hervestiging": de toelating van onderdanen van derde landen of staatloze personen die behoefte hebben aan internationale bescherming, vanuit een derde land waar zij als al dan niet binnenlands ontheemde verkeren, tot het grondgebied van een van de lidstaten, teneinde hen internationale bescherming te verlenen";

(a)  "hervestiging": de selectie, na verwijzing door de UNHCR of de lidstaten, toelating en bescherming van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, en hun overbrenging vanuit een derde land waar zij als ontheemde verkeren naar een lidstaat, teneinde hun internationale bescherming en een duurzame oplossing te bieden;

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Verordening (EU) nr. 516/2014

Artikel 2 – punt a ter

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a ter)  "gerichte hervestigingsregeling van de Unie": een overeenkomstig artikel 15, lid 2, van [Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening hervestigingskader)] vastgestelde gerichte hervestigingsregeling van de Unie."

a ter)  "gerichte hervestigingsregeling van de Unie": een overeenkomstig artikel 8, van [Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening hervestigingskader)] vastgestelde gerichte hervestigingsregeling van de Unie."

Amendement     113

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 516/2014

Artikel 17 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Middelen voor het Uniekader voor hervestiging

Middelen voor het Uniekader voor hervestiging en voor de nationale programma's voor hervestiging en voor toelating op humanitaire gronden

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 516/2014

Artikel 17 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bovenop de overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder a), berekende toewijzing ontvangen de lidstaten per persoon die hervestigd is overeenkomstig een gerichte hervestigingsregeling van de Unie een vast bedrag van 10 000 EUR.

1.  De lidstaten ontvangen bovenop de overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder a), berekende toewijzing om de twee jaar een aanvullend bedrag als bedoeld in artikel 15, lid 2, onder b), in de vorm van een vast bedrag van 6 000 EUR voor elke persoon die is hervestigd of toegelaten uit hoofde van een nationaal programma voor toelating op humanitaire gronden. Het vaste bedrag wordt verhoogd tot 10 000 EUR voor elke persoon die is hervestigd in overeenstemming met [Verordening (EU) nr. XXX/XXX (verordening hervestigingskader)].

Amendement     115

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 516/2014

Artikel 17 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het in lid 1 genoemde bedrag wordt aan de lidstaten toegewezen door middel van afzonderlijke financieringsbesluiten waarbij hun herziene programma wordt goedgekeurd overeenkomstig de in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 514/2014 vastgestelde procedure.

2.  De in lid 1 genoemde bedragen worden aan de lidstaten toegewezen door middel van afzonderlijke financieringsbesluiten waarbij hun herziene programma wordt goedgekeurd overeenkomstig de in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 514/2014 vastgestelde procedure.

Amendement     116

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk 31 december 2018 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening door de lidstaten.

1.  Uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening door de lidstaten.

Amendement     117

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De Commissie onderzoekt hierin de mogelijkheid om gebruik te maken van de Uniebegroting om de initiatieven van particuliere sponsoringinitiatieven te ondersteunen.

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten verstrekken de Commissie en [het Asielagentschap van de Europese Unie] de informatie die zij nodig heeft voor het opstellen van haar verslag voor het doeleinde van lid 1, naast de informatie die [het Asielagentschap van de Europese Unie] wordt verstrekt over het aantal onderdanen van derde landen en staatloze personen dat daadwerkelijk wekelijks wordt hervestigd overeenkomstig artikel 22, lid 3, van [Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening)].

2.  De lidstaten verstrekken de Commissie en [het Asielagentschap van de Europese Unie] de informatie die zij nodig heeft voor het opstellen van haar verslag voor het doeleinde van lid 1, naast de informatie die [het Asielagentschap van de Europese Unie] wordt verstrekt over het aantal onderdanen van derde landen en staatloze personen dat daadwerkelijk wordt hervestigd overeenkomstig artikel 22, lid 3, van [Verordening (EU) nr. XXX/XXX (Dublinverordening)].

Amendement     119

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Op basis van een voorstel van de Commissie herzien het Europees Parlement en de Raad deze verordening uiterlijk op 30 juni 2020, rekening houdend met het in lid 1 bedoelde verslag.

3.  Op basis van een voorstel van de Commissie herzien het Europees Parlement en de Raad deze verordening uiterlijk … [18 maanden] na de indiening van het verslag van de Commissie over de toepassing van deze verordening, rekening houdend met het in lid 1 bedoelde verslag.

(1)

PB C 125 van 21.4.2017, blz. 40.

(2)

PB C 207 van 30.6.2017, blz. 67.


TOELICHTING

Dagelijks worden 34 000 mannen, vrouwen en kinderen gedwongen hun huis te verlaten als gevolg van conflicten, vervolging, geweld en schendingen van de mensenrechten. Dit aantal neemt elk jaar gestaag toe en op dit moment zijn meer dan 65 miljoen mensen op de vlucht voor hun leven, in een verhouding van twee intern ontheemden per vluchteling. Alleen al in 2015 zijn naar schatting 12,4 miljoen mensen ontheemd geraakt. Gezien de almaar stijgende aantallen en de aanhoudende conflicten en gewelddaden die hieraan ten grondslag liggen, moet er dringend werk worden gemaakt van meer doeltreffende, permanente oplossingen op mondiaal niveau.

Het Verdrag van Genève: een internationaal rechtsinstrument in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog constateerden veel landen dat het absoluut noodzakelijk was om nieuwe internationale rechtsinstrumenten tot stand te brengen en te bevorderen. Een van de doelen was de invoering van een internationaal instrument om een toevluchtsoord te kunnen bieden aan mensen die bescherming nodig hebben. In het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen heeft de internationale gemeenschap bindende regels van internationaal humanitair recht vastgelegd die bepalen wie in welke omstandigheden als vluchteling moet worden behandeld en hoe voor vluchtelingen moet worden gezorgd. Alle EU-lidstaten hebben dit Verdrag ondertekend. Hoewel de Europese Unie als zodanig geen partij is bij het Verdrag, is bij artikel 63, lid 1, van het EG-Verdrag uitdrukkelijk bepaald dat het gemeenschappelijk asielbeleid moet worden opgesteld in overeenstemming met het Verdrag van 1951 en het Protocol van 1967.

Het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen werd opgericht in 1950, in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, om de miljoenen mensen te helpen die waren gevlucht of hun huis waren kwijtgeraakt. De UNHCR dient als de "hoeder" van het Verdrag van 1951 en het bijbehorende Protocol van 1967. De UNHCR is een centrale, mondiale speler die steun verleent aan landen die vluchtelingen opvangen en staten bijstaat bij de ontwikkeling van beleidsrespons. Teneinde de activiteit van de Europese Unie op het gebied van bescherming en hervestiging van vluchtelingen te versterken, is het van cruciaal belang voort te bouwen op de werkzaamheden van de UNHCR.

Hervestiging: een veilige en legale mogelijkheid om toegang te krijgen tot internationale bescherming

Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, dat momenteel wordt herzien, gaat in op verschillende aspecten, zoals een betere verdeling van de verantwoordelijkheid voor de opvang van vluchtelingen, opvangvoorzieningen, gemeenschappelijke procedures en regels inzake erkenning. Er is echter sprake van een leemte wat betreft de behoefte aan veilige en legale mogelijkheden om de EU binnen te komen.

Het Europees Parlement heeft de afgelopen jaren in talrijke resoluties verzocht om meer en doeltreffendere veilige en legale routes naar de EU, evenals de Europese Commissie, de Commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa, de Hoge Commissaris van de VN voor de vluchtelingen, de speciale rapporteur van de VN voor de mensenrechten van migranten, de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten en vele actoren van het maatschappelijk middenveld. Tijdens een VN-top over vluchtelingen en migranten en een door president Obama bijeengeroepen vluchtelingentop in september 2016 werd tevens verzocht om veilige en legale mogelijkheden, met inbegrip van hervestiging.

Hervestiging vertoont weliswaar enkele overeenkomsten met migratietrajecten, maar is niet hetzelfde. Hervestiging moet derhalve worden erkend als een aanvulling op – en geen vervanging van – andere legale mogelijkheden om toegang te krijgen tot internationale bescherming, waaronder humanitaire visa, verruimde gezinshereniging en programma's voor toelating op humanitaire gronden.

De UNHCR heeft op grond van zijn statuut en de resoluties van de Algemene Vergadering van de VN de opdracht over te gaan tot hervestiging als een van de drie duurzame oplossingen. De officiële definitie van "hervestiging" in het hervestigingshandboek van de UNHCR luidt:

Onder hervestiging wordt verstaan de selectie van vluchtelingen en hun overbrenging uit een staat waar zij bescherming hebben gezocht naar een derde staat dat akkoord gegaan is om deze personen – als vluchtelingen – met een permanente verblijfsstatus toe te laten. De toegekende status garandeert bescherming tegen refoulement en biedt een hervestigde vluchteling en zijn/haar gezin of familie toegang tot rechten die vergelijkbaar zijn met die van ingezetenen. Hervestiging houdt tevens de mogelijkheid in om uiteindelijk een genaturaliseerde burger van het land van hervestiging te worden.

Hervestiging is een instrument dat is ontworpen om vluchtelingen bescherming en een duurzame oplossing te bieden. In het licht hiervan zijn de Hoge Commissaris van de VN voor de vluchtelingen, de Internationale Organisatie voor Migratie, de Europese Raad voor vluchtelingen en ballingen, het International Rescue Committee, Caritas, het Rode Kruis, Amnesty International en vele andere belanghebbenden van mening dat het koppelen van hervestiging aan samenwerking op het gebied van migratievraagstukken met derde landen geen duurzame oplossing is. Deze aanpak wijkt af van het doel van hervestiging om de meest kwetsbare vluchtelingen te beschermen. De behoeften van de meest kwetsbare vluchtelingen moeten de leidraad blijven voor hervestiging. Het is opmerkenswaardig dat de UNHCR hervestiging reeds als laatste redmiddel beschouwt, wat erop neerkomt dat de mogelijkheid van hervestiging pas wordt bekeken wanneer de andere duurzame oplossingen al zijn onderzocht. Door de vaststelling van geografische prioriteiten op basis van samenwerking met derde landen op het gebied van migratie en het gebruik van hervestiging als hefboom om doelstellingen van het buitenlands beleid te verwezenlijken zou dus in feite afbreuk worden gedaan aan het humanitaire en op behoeften gebaseerde aspect van internationale bescherming. Het is tevens van essentieel belang dat het Uniekader wordt afgestemd op de UNHCR voor wat de in de hervestigingsprogramma's gebruikte toelatingscriteria betreft.

Een Uniekader dat een aanvulling vormt op internationale hervestigingsstructuren

Teneinde ervoor te zorgen dat het EU-kader een versterking vormt van de wereldwijde hervestigingsinspanningen en in overeenstemming is met het internationaal recht, moet bij de hervestiging de bescherming van de betrokken personen als uitgangspunt worden genomen. Een EU-kader voor hervestiging moet gebaseerd zijn op humanitaire behoeften, een bijdrage leveren aan het vervullen van de wereldwijde hervestigingsbehoeften en langdurige vluchtelingensituaties verlichten. Het kader moet derhalve worden afgestemd op reeds bestaande internationale hervestigingsstructuren om zo een aanvulling te vormen op de huidige inspanningen, de deelname van de EU-lidstaten aan hervestiging te bevorderen en, in het bijzonder, in de praktijk daadwerkelijk te functioneren. Dit zal worden gerealiseerd op de volgende manieren:

o  De rol van de UNHCR als de voornaamste instelling die hervestigingsgevallen naar de lidstaten doorverwijst wordt nogmaals benadrukt (artikel 10). Dit betekent niet dat de lidstaten of andere relevante organisaties geen gevallen kunnen doorverwijzen, maar geeft alleen aan hoe hervestiging momenteel in de praktijk werkt. Er worden wel waarborgen ingevoerd en overlappingen van procedures of structuren worden vermeden.

o  De geografische prioriteiten (artikelen 4 en 7) moeten gebaseerd zijn op de jaarlijkse UNHCR-publicatie van de prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften. Deze publicatie bevat een zeer grondige evaluatie op mondiaal niveau van de gebieden waar de hervestigingsbehoeften het dringendst zijn en dient daarom in ieder opzicht richting te geven aan het Uniekader voor hervestiging.

o  De rol van het comité op hoog niveau inzake hervestiging moet beter worden afgestemd op de bestaande structuren. Na het jaarlijkse driepartijenoverleg inzake hervestiging (ATRC) komt het comité op hoog niveau inzake hervestiging bijeen om de belangrijkste onderdelen van het hervestigingsplan en van de verschillende hervestigingsregelingen vast te stellen. De samenstelling van het comité op hoog niveau is uitgebreid om voor meer transparantie en kwaliteit te zorgen.

Een Uniekader dat de aantallen doet toenemen

Europa is goed voor 23,8 % van het mondiale bbp (OESO, 2014), maar de EU-lidstaten vangen slechts circa 8 % van de vluchtelingen in de wereld op. Hierdoor wordt een onevenredige last gelegd op ontwikkelingslanden, die de overgrote meerderheid opvangen. In 2015 hebben 22 Europese landen 13 040 personen hervestigd (9 629 in 17 EU-lidstaten), en de bijdrage van Europa aan de opvang van hervestigde personen was de afgelopen vijf jaar gemiddeld circa 10 % van het wereldtotaal. Daarentegen hebben de Verenigde Staten in datzelfde jaar 69 933 vluchtelingen hervestigd.

De EU-lidstaten hebben blijk gegeven van een gebrek aan bereidheid om adequate, legale en veilige mogelijkheden te creëren om de regio binnen te komen. Dit laat vluchtelingen dus geen andere keuze dan zich te wenden tot mensensmokkelaars en gevaarlijke irreguliere reizen te ondernemen. Teneinde de noodzaak van dit soort reizen te beperken, het aantal slachtoffers terug te brengen en de afhankelijkheid van mensensmokkelaars te verminderen, is het van essentieel belang dat het aantal aangeboden plaatsen geloofwaardig en aanzienlijk is. Het Uniekader voor hervestiging moet erop gericht zijn om in ten minste 25 % van de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften te voorzien. In 2017 zou dit neerkomen op circa 250 000 personen.

Een Uniekader dat nationale programma's ondersteuning biedt

De EU-lidstaten die beschikken over lopende en succesvolle hervestigingsprogramma's moeten worden aangemoedigd deze programma's voort te zetten en uit te breiden, hun ervaringen te delen en middelen te bundelen. De EU-lidstaten die onlangs hun eerste hervestigingsprogramma's hebben opgestart, moeten alle nodige ondersteuning krijgen om ervoor te zorgen dat hun eerste ervaring bevredigend en positief is. De EU-lidstaten die weinig of geen ervaring met hervestiging hebben, moeten kunnen terugvallen op een robuuste structuur met behulp waarvan zij een begin kunnen maken, met inbegrip van een uitwisseling van beste praktijken met andere lidstaten en operationele en technische ondersteuning van onder meer [het Asielagentschap van de Europese Unie]. Indien het Uniekader voor hervestiging ook gemeenschappelijke procedures, toelatingscriteria of uitsluitingsgronden met zich meebrengt voor de nationale programma's, ontstaat het gevaar dat nationale inspanningen op het gebied van hervestiging worden ontmoedigd.

Tegelijkertijd is het duidelijk dat de lidstaten moeten worden gestimuleerd om deel te nemen aan het Uniekader voor hervestiging. Teneinde een evenwicht tussen deze twee doelstellingen tot stand te brengen, wordt voorgesteld dat de lidstaten de 6 000 EUR per hervestigde persoon uit hoofde van het AMIF blijven ontvangen, en het verhoogde bedrag van 10 000 EUR blijven ontvangen per persoon die in het kader van het Uniekader wordt hervestigd.

Een Uniekader dat een duurzame oplossing biedt

Aan de basis van hervestiging als duurzame oplossing ligt de verwachting dat ontvangende staten zorgen voor een permanent verblijf voor hervestigde personen. Een verblijf van een of drie jaar kan op geen enkele manier als een duurzame oplossing worden beschouwd. Het is daarom van essentieel belang dat lidstaten verblijfstitels kunnen afgeven die gunstiger zijn dan die welke in [de verordening inzake asielnormen] worden voorgesteld. Op dit punt wordt voorgesteld dat de lidstaten permanente verblijfstitels of verblijfstitels van onbeperkte duur kunnen afgeven onder gunstiger voorwaarden dan die welke in artikel 13 van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad als gewijzigd bij Richtlijn 2011/51/EU [de richtlijn betreffende langdurig ingezetenen] zijn vermeld.

A Common European Asylum System must have several safe and legal pathways

Our common asylum system cannot continue to exclusively focus on making it as hard as possible for people fleeing to reach the territory of the European Union. Safe and legal pathways, together with good reception and integration structures, is absolutely vital for a functioning European asylum system. The right to asylum and international law must be respected. It is not a choice that Member States can opt-out of. A robust Union Resettlement Framework that ensures added quality and quantity to already existing European resettlement efforts is one fundamental part of such a system – but must be coupled with other legal pathways as well. The European Union must step up our common efforts and prove that our continent and our Union can take our fair share of the global responsibility.


ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (1.6.2017)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2016)0468 – C8-0325/2016 – 2016/0225(COD))

Rapporteur voor advies: Laima Liucija Andrikienė

AMENDEMENTEN

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement     1

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  Herplaatsing en hervestiging zijn het onderwerp van periodieke verslagen van de Commissie waaruit blijkt dat de voortgang op het gebied van zowel herplaatsing als hervestiging zeer langzaam is. De lidstaten dienen hun toezeggingen inzake hervestiging gestand te blijven doen.

Amendement     2

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Er dient, in het verlengde van de bestaande initiatieven, een stabiel en betrouwbaar Uniekader te worden opgezet voor het hervestigen van personen die internationale bescherming nodig hebben, overeenkomstig de jaarlijkse hervestigingsplannen van de Unie en de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie waarmee gestalte wordt gegeven aan de concrete toezeggingen van de lidstaten.

(8)  Er dient, in het verlengde van de bestaande initiatieven, een stabiel en betrouwbaar Uniekader te worden opgezet voor het hervestigen van personen die internationale bescherming nodig hebben, overeenkomstig de jaarlijkse hervestigingsplannen van de Unie en de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie waarmee gestalte wordt gegeven aan de concrete toezeggingen van de lidstaten. Het Uniekader voor hervestiging moet gebaseerd zijn op humanitaire behoeften, bijdragen aan het vervullen van de wereldwijde hervestigingsbehoeften en langdurige vluchtelingensituaties verlichten.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Een dergelijk kader is nodig als onderdeel van een goed beheerd migratiebeleid, dat verschillen tussen de nationale hervestigingspraktijken en -procedures beperkt, voorziet in de legale en veilige aankomst op het grondgebied van de lidstaten voor onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, het risico van een grootschalige irreguliere instroom van onderdanen van derde landen en staatloze personen op het grondgebied van de lidstaten helpt beperken en zo de druk van spontane aankomsten op de asielstelsels van de lidstaten verlicht, blijk geeft van solidariteit met landen in regio's die te maken hebben met een groot aantal ontheemden die internationale bescherming nodig hebben en die uit diezelfde regio dan wel van elders afkomstig zijn door de druk op deze landen te helpen verlichten, de doelstellingen van het buitenlands beleid van de Unie helpt te verwezenlijken door de invloed van de Unie op derde landen te vergroten, en doeltreffend bijdraagt tot mondiale hervestigingsinitiatieven door op internationale fora en met derde landen met één stem te spreken.

(9)  Een dergelijk kader is nodig als onderdeel van een goed beheerd migratiebeleid, dat de nationale hervestigingspraktijken en -procedures versterkt en aanvult, voorziet in de legale en veilige aankomst op het grondgebied van de lidstaten voor onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, het risico van een slecht beheerde irreguliere instroom van onderdanen van derde landen en staatloze personen op het grondgebied van de lidstaten helpt beperken, vooral met betrekking tot eerste aankomst, en zo de druk van spontane aankomsten op de asielstelsels van de lidstaten verlicht, blijk geeft van solidariteit met landen in regio's die te maken hebben met een groot aantal ontheemden die internationale bescherming nodig hebben en die uit diezelfde regio dan wel van elders afkomstig zijn door de druk op deze landen te helpen verlichten, de samenwerking met derde landen vergroot en doeltreffend bijdraagt tot mondiale hervestigingsinitiatieven door op internationale fora en met derde landen met één stem te spreken. Samen met ontwikkelingsmaatregelen en -beleid kan hervestiging doeltreffend bijdragen tot een vermindering van de spanningen en een verlichting van langdurige vluchtelingensituaties in derde landen.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Teneinde het risico van een grootschalige irreguliere instroom van onderdanen van derde landen en staatloze personen op het grondgebied van de lidstaten te helpen beperken, solidariteit te betonen met landen in regio's die te maken hebben met een groot aantal ontheemden die internationale bescherming nodig hebben en die uit diezelfde regio dan wel van elders afkomstig zijn door te helpen de druk op deze landen te verlichten, en teneinde de doelstellingen van het buitenlands beleid van de Unie te helpen verwezenlijken, dienen de regio's of derde landen van waaruit hervestiging moet plaatsvinden, te passen binnen een aanpak op maat met derde landen met het oog op een beter beheer van migratie, als bedoeld in de mededeling van de Commissie van 7 juni 2016 over een nieuw partnerschapskader met derde landen in het kader van de Europese migratieagenda32.

(10)  Teneinde het risico van een irreguliere instroom te helpen beperken en onderdanen van derde landen en staatloze personen op het grondgebied van de lidstaten een reëel perspectief op hervestiging te bieden, solidariteit te betonen met landen in regio's die te maken hebben met een groot aantal ontheemden die internationale bescherming nodig hebben en die uit diezelfde regio dan wel van elders afkomstig zijn door te helpen de druk op deze landen te verlichten, en teneinde de doelstellingen van het buitenlands beleid van de Unie te helpen verwezenlijken, dienen de regio's of derde landen van waaruit hervestiging moet plaatsvinden, te passen binnen een duurzame aanpak op maat met derde landen met het oog op een beter beheer van migratie, als bedoeld in de mededeling van de Commissie van 7 juni 2016 over een nieuw partnerschapskader met derde landen in het kader van de Europese migratieagenda32. Derhalve dienen de partnerlanden voorrang te genieten. Bij de algehele aanpak van de Unie dient rekening te worden gehouden met de wereldwijde hervestigingsbehoeften en de vastgestelde beschermingsbehoeften, met inbegrip van langdurige vluchtelingensituaties.

__________________

__________________

32COM(2016)0377 final.

32COM(2016)0377 final.

Amendement     5

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De gemeenschappelijke standaardprocedures dienen voort te bouwen op de ervaring van de lidstaten op het gebied van hervestiging en op de normen die zij daarbij hanteren, met name de operationele standaardprocedures voor de tenuitvoerlegging van de in de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 vervatte hervestigingsregeling met Turkije. Het Uniekader voor hervestiging dient te voorzien in het gebruik van twee soorten standaardprocedures voor hervestiging.

(12)  De gemeenschappelijke standaardprocedures dienen voort te bouwen op de ervaring van de lidstaten en van de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen (UNHCR) op het gebied van hervestiging en op de normen die zij daarbij hanteren, met name het jaarlijkse driepartijenoverleg inzake hervestiging, teneinde de collectieve hervestigingsinspanningen van de lidstaten geleidelijk op te voeren om te kunnen voldoen aan de wereldwijde hervestigingsbehoeften overeenkomstig de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR. Het Uniekader voor hervestiging dient te voorzien in het gebruik van twee soorten standaardprocedures voor hervestiging.

Motivering

Deze overeenkomst geldt nog steeds als omstreden en mag niet worden beschouwd als een beste praktijk waarop het hervestigingsbeleid van de EU kan worden gebaseerd.

Amendement     6

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De hervestigingsprocedure dient zo snel mogelijk te worden afgerond, teneinde personen die internationale bescherming nodig hebben, ervan te weerhouden de Europese Unie op irreguliere wijze binnen te komen om bescherming te vragen. Tegelijkertijd dient deze procedure ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoende tijd hebben om elk geval volledig en naar behoren te onderzoeken. De uiterste termijnen dienen overeen te komen met hetgeen nodig is om de verschillende soorten beoordelingen te verrichten voor de gewone en de versnelde procedure.

(16)  De hervestigingsprocedure dient zo snel mogelijk te worden afgerond, teneinde ervoor te zorgen dat personen die internationale bescherming nodig hebben versnelde toegang tot de Unie krijgen. Tegelijkertijd dient deze procedure ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoende tijd hebben om elk geval volledig en naar behoren te onderzoeken. De uiterste termijnen dienen overeen te komen met hetgeen nodig is om de verschillende soorten beoordelingen te verrichten voor de gewone en de versnelde procedure.

Amendement     7

Voorstel voor een verordening

Overweging 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis)  Toelating op humanitaire gronden dient als aanvulling op de hervestigingsprogramma's van de Unie te worden beschouwd.

Amendement     8

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van het Uniekader voor hervestiging, dienen uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad te worden verleend voor het vaststellen van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie, met daarin het maximaal te hervestigen aantal personen, de details inzake de deelname van de lidstaten aan het plan en hun respectieve bijdragen aan het totale aantal te hervestigen personen, alsmede de algemene geografische prioriteiten.

(21)  Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van het Uniekader voor hervestiging, dienen uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad te worden verleend voor het vaststellen van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie, met daarin het aantal te hervestigen personen, de details inzake de deelname van de lidstaten aan het plan en hun respectieve bijdragen aan het totale aantal te hervestigen personen, overeenkomstig de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR.

Amendement     9

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Deze bevoegdheden dienen te worden uitgeoefend op grond van een voorstel van de Commissie inzake het maximale te hervestigen aantal personen en de algemene geografische prioriteiten. De Commissie dient haar voorstel tegelijk te presenteren met haar voorstel voor het ontwerp van de jaarlijkse begroting van de Unie. De Raad dient ernaar te streven het voorstel binnen twee maanden goed te keuren. De Commissie en de Raad dienen rekening te houden met de besprekingen binnen het comité op hoog niveau inzake hervestiging.

(22)  Deze bevoegdheden dienen te worden uitgeoefend op grond van een voorstel van de Commissie inzake het middels het Uniekader voor hervestiging te hervestigen aantal personen en de algemene prioriteiten in verband met personen die bijzonder dringend internationale bescherming nodig hebben. De Commissie dient haar voorstel tegelijk te presenteren met haar voorstel voor het ontwerp van de jaarlijkse begroting van de Unie. De Raad dient ernaar te streven het voorstel binnen twee maanden goed te keuren. De Commissie en de Raad dienen rekening te houden met de besprekingen binnen het comité op hoog niveau inzake hervestiging en het voorstel af te stemmen op het jaarlijkse driepartijenoverleg inzake hervestiging, teneinde de collectieve hervestigingsinspanningen van de lidstaten geleidelijk op te voeren om te kunnen voldoen aan de wereldwijde hervestigingsbehoeften overeenkomstig de jaarlijkse prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR.

Amendement     10

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  In elke gerichte hervestigingsregeling van de Unie dient te worden vastgesteld welke procedurele standaardvoorschriften op de uitvoering daarvan van toepassing dienen te zijn. Daarnaast dienen er regelingen voor lokale samenwerking in te worden opgenomen, voor zover zulks bevorderlijk is voor de uitvoering van deze regelingen.

(24)  In elke gerichte hervestigingsregeling van de Unie dient te worden vastgesteld welke procedurele standaardvoorschriften op de uitvoering daarvan van toepassing dienen te zijn. Daarnaast dienen er regelingen voor lokale samenwerking en samenwerking met de UNHCR in te worden opgenomen, voor zover zulks bevorderlijk is voor de uitvoering van deze regelingen.

Amendement     11

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Gelet op de expertise van de UNHCR wat betreft het bevorderen van de verschillende vormen van toelating van onderdanen die internationale bescherming nodig hebben, vanuit derde landen waar zij als ontheemde verblijven, tot lidstaten die bereid zijn hen toe te laten, dient de UNHCR een belangrijke rol te blijven spelen bij de hervestigingsinspanningen in het kader van het Uniekader voor hervestiging. Behalve de UNHCR dient ook andere internationale actoren, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), te worden verzocht om de lidstaten bij te staan bij de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging.

(27)  Gelet op de expertise van de UNHCR wat betreft het bevorderen van de verschillende vormen van toelating van onderdanen die internationale bescherming nodig hebben, vanuit derde landen waar zij als ontheemde verblijven, tot lidstaten die bereid zijn hen toe te laten, dient de UNHCR een belangrijke rol te blijven spelen bij de hervestigingsinspanningen in het kader van het Uniekader voor hervestiging. Behalve de UNHCR dient ook andere internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en de delegaties van de Unie, te worden verzocht om de lidstaten bij te staan bij de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging.

Amendement     12

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  [Het Asielagentschap van de Europese Unie] dient de lidstaten overeenkomstig zijn mandaat bij te staan bij de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging.

(28)  [Het Asielagentschap van de Europese Unie] dient de lidstaten overeenkomstig zijn mandaat bij te staan en met de betreffende derde landen samen te werken bij de tenuitvoerlegging van het Uniekader voor hervestiging, onder meer door praktische, technische hulp en operationele ondersteuning te verschaffen.

Amendement     13

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Deze verordening is in overeenstemming met de grondrechten en met de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgesteld en dient derhalve te worden toegepast op een wijze die strookt met deze rechten en beginselen, ook wat betreft de rechten van het kind, het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven en het algemene beginsel van non-discriminatie.

(33)  Deze verordening is in overeenstemming met de grondrechten en met de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgesteld en dient derhalve te worden toegepast op een wijze die strookt met deze rechten en beginselen, ook wat betreft de rechten van het kind, het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven en het beginsel van non-discriminatie.

Amendement     14

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening wordt een Uniekader voor hervestiging vastgesteld voor de toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen tot het grondgebied van de lidstaten met het oog op de verlening van internationale bescherming.

Bij deze verordening wordt een Uniekader voor hervestiging vastgesteld voor de selectie, toelating en overbrenging van onderdanen van derde landen en staatloze personen tot het grondgebied van de lidstaten met het oog op de verlening van internationale bescherming.

Amendement     15

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-a)  stelt een permanent bindend kader vast voor de hervestiging van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben;

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  helpt het risico te beperken van een grootschalige irreguliere instroom van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, op het grondgebied van de lidstaten;

b)  helpt het risico te beperken van een irreguliere instroom van onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming nodig hebben, op het grondgebied van de lidstaten;

Amendement     17

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  brengt herverdelingsmechanismen tot stand teneinde de druk op derde landen die grote aantallen ontheemden opvangen te verlichten, als gebaar van solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het aantal personen dat internationale bescherming nodig heeft en als ontheemde in het eigen of een ander derde land verkeert en het feit of deze personen verder zijn gereisd naar het grondgebied van de lidstaten;

a)  het aantal personen dat internationale bescherming nodig heeft en als ontheemde in het eigen of een ander derde land verkeert, de impact daarvan op de regionale stabiliteit van het betreffende derde land, en het feit of deze personen verder zijn gereisd naar het grondgebied van de lidstaten;

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  complementariteit met financiële en technische bijstand aan derde landen waar personen die internationale bescherming nodig hebben, als al dan niet binnenlands ontheemde verkeren;

b)  complementariteit met financiële en technische bijstand, die met name gericht is op de verbetering van de opvangcapaciteit en de bescherming van personen die internationale bescherming nodig hebben, en op de ontwikkeling van een effectief asielsysteem, aan derde landen waar personen die internationale bescherming nodig hebben, als al dan niet binnenlands ontheemde verkeren;

Amendement     20

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de algemene betrekkingen van de Unie met het derde land of derde landen van waaruit hervestiging plaatsvindt, en met derde landen in het algemeen;

Schrappen

Motivering

Het gevaar bestaat dat hervestiging niet als gebaar van solidariteit wordt gebruikt, maar als instrument om druk op deze partnerlanden uit te oefenen.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  de doeltreffende medewerking van een derde land met de Unie op het gebied van migratie en asiel, onder meer wat betreft:

Schrappen

i)  het beperken van het aantal onderdanen van derde landen en staatloze personen dat door de grens op irreguliere wijze te overschrijden vanuit dat derde land het grondgebied van de lidstaten binnenkomt;

 

ii)  het tot stand brengen van de voorwaarden voor de toepassing van de concepten "eerste land van asiel" en "veilig derde land" voor de terugkeer van asielzoekers die op irreguliere wijze de grens hebben overschreden naar het grondgebied van de lidstaten en afkomstig zijn uit of een band hebben met het betrokken derde land;

 

iii)  het vergroten van de capaciteit voor het opvangen en beschermen van personen die internationale bescherming nodig hebben en in dat land verblijven, door onder meer een doeltreffend asielstelsel te ontwikkelen; of

 

iv)  het verhogen van het percentage toegelaten onderdanen van derde landen en staatloze personen die illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven, bv. door het sluiten en doeltreffend uitvoeren van overnameovereenkomsten;

 

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  de schaal en inhoud van de door derde landen gedane toezeggingen in verband met hervestiging.

e)  de schaal en inhoud van de door andere derde landen gedane toezeggingen in verband met hervestiging.

Amendement     23

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter a – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  i) onderdanen van derde landen die zich wegens een gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, bevinden buiten het land waarvan zij de nationaliteit bezitten of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven, en de bescherming van dat land niet kunnen of, wegens deze vrees, niet willen inroepen, dan wel staatloze personen die zich om dezelfde redenen bevinden buiten het land of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven en daarheen niet kunnen, of wegens genoemde vrees niet willen, terugkeren of daar verblijven of, als hieraan niet wordt voldaan,

a)  i) onderdanen van derde landen die zich wegens een gegronde vrees voor vervolging om redenen van ras, godsdienst, geslacht, genderidentiteit, seksuele gerichtheid, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde sociale groep, bevinden buiten het land waarvan zij de nationaliteit bezitten of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven, en de bescherming van dat land niet kunnen of, wegens deze vrees, niet willen inroepen, dan wel staatloze personen die zich om dezelfde redenen bevinden buiten het land of het landsdeel waar zij voordien gewoonlijk verbleven en daarheen niet kunnen, of wegens genoemde vrees niet willen, terugkeren of daar verblijven of, als hieraan niet wordt voldaan,

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter b – punt i – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  kwetsbare personen:

i)  kwetsbare personen, met name:

Amendement     25

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter b – punt i – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  kinderen en jongeren die gevaar lopen, onder wie niet-begeleide kinderen;

–  kinderen en jongeren die gevaar lopen, met name niet-begeleide kinderen;

Amendement     26

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter b – punt i – streepje 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  personen die niet beschikken over duurzame alternatieve oplossingen;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter b – punt ii – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  de minderjarige kinderen van bij het eerste gedachtestreepje bedoelde paren of van te hervestigen onderdanen van derde landen of staatloze personen, mits zij ongehuwd zijn, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn;

–  de minderjarige kinderen van bij het eerste gedachtestreepje bedoelde paren of van te hervestigen onderdanen van derde landen of staatloze personen, ongeacht de vraag of zij naar nationaal recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn;

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – letter b – punt ii – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  de vader, moeder of andere volwassene die naar het recht of de praktijk van de lidstaat waar de volwassene zich bevindt, verantwoordelijk is voor de te hervestigen ongehuwde minderjarige;

–  de vader, moeder of andere volwassene die naar het recht of de praktijk van de lidstaat waar de volwassene zich bevindt, verantwoordelijk is voor de te hervestigen minderjarige;

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten waarborgen dat de eenheid van het gezin tussen de onder b), punt ii), bedoelde personen in stand kan worden gehouden.

De lidstaten waarborgen dat de eenheid van het gezin in stand kan worden gehouden.

Amendement     30

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter a – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  zij een ernstig strafbaar feit hebben gepleegd;

ii)  zij een ernstig strafbaar feit hebben gepleegd dat equivalent is aan een misdrijf dat strafbaar is volgens het strafrecht van de lidstaten;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  personen die gedurende de vijf jaar voorafgaand aan hervestiging op irreguliere wijze op het grondgebied van de lidstaten zijn verbleven, er op irreguliere wijze zijn binnengekomen of getracht hebben er op irreguliere wijze binnen te komen;

Schrappen

Amendement     32

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  personen die reeds door een andere lidstaat zijn hervestigd in het kader van de uitvoering van deze verordening, de conclusies van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 20 juli 2015 (11097/15), de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016, Aanbeveling C(2015) 9490 van de Commissie van 15 december 2015, of een nationale hervestigingsregeling; en

e)  personen die reeds door een andere lidstaat zijn hervestigd in het kader van de uitvoering van deze verordening of in het kader van een nationale hervestigingsregeling; en

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Onderdanen van derde landen of staatloze personen kunnen worden uitgesloten van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die overeenkomstig artikel 8 zijn vastgesteld, als op het eerste gezicht een van de in lid 1, onder a) of b), bedoelde uitsluitingsgronden van toepassing is.

Schrappen

Amendement     34

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Op basis van een voorstel van de Commissie stelt de Raad een jaarlijks hervestigingsplan van de Unie vast in het jaar dat voorgaat aan dat waarin het ten uitvoer moet worden gelegd.

1.  Op basis van een voorstel van de Commissie en in overeenstemming met de prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR stelt de Raad een jaarlijks hervestigingsplan van de Unie vast in het jaar dat voorgaat aan dat waarin het ten uitvoer moet worden gelegd.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 –lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het maximumaantal te hervestigen personen;

a)  het aantal te hervestigen personen, in overeenstemming met de prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR;

Amendement     36

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  algemene geografische prioriteiten.

c)  algemene beschermingsbehoeften en specifieke geografische prioriteiten, in overeenstemming met de prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR.

Amendement     37

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  benchmarks voor de monitoring en evaluatie van de doeltreffendheid van de tenuitvoerlegging door de lidstaten.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het precieze aantal te hervestigen personen van het maximale totaal als vastgesteld in het in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en gegevens inzake de deelname van de lidstaten aan de gerichte hervestigingsregeling van de Unie;

b)  het precieze aantal te hervestigen personen van het totaal als vastgesteld in het in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en gegevens inzake de deelname van de lidstaten aan de gerichte hervestigingsregeling van de Unie;

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  indien nodig, regelingen tussen lidstaten inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking, ondersteund door het [Europese Asielagentschap] overeenkomstig artikel 12, lid 3, en met derde landen, de UNHCR en andere partners;

d)  indien nodig, regelingen tussen lidstaten inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking, ondersteund door het [Europese Asielagentschap] overeenkomstig artikel 12, lid 3, en door de delegaties van de Unie, en met derde landen, de UNHCR, de IOM, de relevante maatschappelijke organisaties en andere partners;

Amendement     40

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  een beschrijving van de specifieke groep of groepen van onderdanen van derde landen of staatloze personen op wie de gerichte hervestigingsregeling van de Unie van toepassing is;

e)  een beschrijving van de specifieke groep of groepen van onderdanen van derde landen of staatloze personen op wie de gerichte hervestigingsregeling van de Unie van toepassing is, op basis van de prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften door de UNHCR en overeenkomstig de door de UNHCR vastgestelde kwetsbaarheidscriteria;

Amendement     41

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – alinea 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  familiebanden met onderdanen van derde landen of staatloze personen of burgers van de Unie die legaal in een lidstaat verblijven;

a)  familiebanden met onderdanen van derde landen of staatloze personen of burgers van de Unie die legaal in een lidstaat verblijven, maar niet in aanmerking komen voor gezinshereniging overeenkomstig Richtlijn 2003/86/EG van de Raad1 bis;

 

_________________

 

1 bisRichtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PB L 251 van 3.10.2003, blz. 12).

Amendement     42

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten baseren deze beoordeling op schriftelijk bewijs, waaronder, indien van toepassing, informatie van de UNHCR over het feit of de onderdanen van derde landen of de staatloze personen als vluchteling kunnen worden aangemerkt, een persoonlijk onderhoud, of een combinatie van beide.

De lidstaten baseren deze beoordeling op schriftelijk bewijs, waaronder, indien van toepassing, informatie van de UNHCR, de IOM, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en de relevante maatschappelijke organisaties over het feit of de onderdanen van derde landen of de staatloze personen als vluchteling kunnen worden aangemerkt, een persoonlijk onderhoud, of een combinatie van beide.

Amendement     43

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 8 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten mogen de UNHCR ook verzoeken om ten volle te onderzoeken of onderdanen van derde landen of staatloze personen die hen door de UNHCR worden toegewezen, vluchtelingen zijn in de zin van artikel 1 van de Geneefse Conventie van 1951.

De lidstaten verzoeken de UNHCR, de IOM en de relevante maatschappelijke organisaties ook om ten volle te onderzoeken of onderdanen van derde landen of staatloze personen die hen door de UNHCR, de IOM en de relevante maatschappelijke organisaties worden toegewezen, vluchtelingen zijn in de zin van artikel 1 van de Geneefse Conventie van 1951.

Amendement     44

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2)  niet van de UNHCR eisen dat deze beoordeelt of de onderdanen van derde landen of staatloze personen moeten worden aangemerkt als vluchtelingen in de zin van artikel 1 van de Geneefse Conventie van 1951;

2)  niet van de UNHCR, de IOM en de relevante maatschappelijke organisaties eisen dat deze beoordelen of de onderdanen van derde landen of staatloze personen moeten worden aangemerkt als vluchtelingen in de zin van artikel 1 van de Geneefse Conventie van 1951;

Amendement     45

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om de uitvoering van de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie te vergemakkelijken, wijzen de lidstaten nationale contactpunten aan en kunnen zij besluiten om verbindingsfunctionarissen aan te stellen in derde landen.

1.  Om de uitvoering van de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie te vergemakkelijken, wijzen de lidstaten nationale contactpunten aan en kunnen zij besluiten om verbindingsfunctionarissen aan te stellen in derde landen. De lidstaten kunnen zich laten bijstaan door [het Asielagentschap van de Europese Unie] en zo nodig gebruikmaken van bestaande structuren voor operationele samenwerking op het gebied van hervestiging.

Amendement     46

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Voor het uitvoeren van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, en met name het organiseren van een oriëntatieprogramma vóór vertrek, medische controles om na te gaan of de betrokkene in staat is te reizen, reisplannen en andere praktische regelingen, kunnen de lidstaten zich laten bijstaan door partners, overeenkomstig de conform artikel 8, lid 2, onder d), vastgestelde regelingen inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking voor gerichte hervestigingsregelingen van de Unie.

3.  Voor het uitvoeren van gerichte hervestigingsregelingen van de Unie, en met name het organiseren van een oriëntatieprogramma vóór vertrek, medische controles om na te gaan of de betrokkene in staat is te reizen, reisplannen en andere praktische regelingen, kunnen de lidstaten zich laten bijstaan door partners, in het bijzonder de UNHCR en de relevante internationale organisaties, overeenkomstig de conform artikel 8, lid 2, onder d), vastgestelde regelingen inzake lokale coördinatie en praktische samenwerking voor gerichte hervestigingsregelingen van de Unie.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Er wordt een comité op hoog niveau inzake hervestiging opgericht, samengesteld uit vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, de lidstaten, [het Asielagentschap van de Europese Unie,] de UNHCR en de IOM. Vertegenwoordigers van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland worden uitgenodigd om de vergaderingen van het comité op hoog niveau inzake hervestiging bij te wonen, voor zover zij kenbaar hebben gemaakt aan de uitvoering van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie te willen deelnemen.

1.  Er wordt een comité op hoog niveau inzake hervestiging opgericht, samengesteld uit vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, de lidstaten, [het Asielagentschap van de Europese Unie,] de UNHCR en de IOM, en vertegenwoordigers van de relevante maatschappelijke organisaties. Vertegenwoordigers van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland worden uitgenodigd om de vergaderingen van het comité op hoog niveau inzake hervestiging bij te wonen, voor zover zij kenbaar hebben gemaakt aan de uitvoering van het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie te willen deelnemen.

Amendement     48

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het comité op hoog niveau inzake hervestiging wordt voorgezeten door de Commissie. Het komt telkens wanneer dit nodig is bijeen op uitnodiging van de Commissie of op verzoek van een lidstaat en wel minstens eenmaal per jaar.

2.  Het comité op hoog niveau inzake hervestiging wordt voorgezeten door de Commissie. Het komt telkens wanneer dit nodig is bijeen op uitnodiging van de Commissie of op verzoek van een lidstaat en wel minstens eenmaal per jaar. Voorts moet de Commissie eventuele signaleringen in acht nemen van de UNHCR en maatschappelijke organisaties en met name van internationale organisaties met kennis van zaken op het gebied van de ontwikkelingen in verband met hervestiging.

Amendement     49

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk 31 december 2018 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening door de lidstaten.

1.  Uiterlijk 31 december 2018, en daarna jaarlijks, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening door de lidstaten. De Commissie brengt aan de UNHCR verslag uit over de deelname van de Unie en de lidstaten met betrekking tot de wereldwijde hervestigingsbehoeften.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Uniekader voor hervestiging

Document- en procedurenummers

COM(2016)0468 – C8-0325/2016 – 2016/0225(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

12.9.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFET

12.9.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Laima Liucija Andrikienė

4.1.2017

Datum goedkeuring

30.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

40

7

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Michèle Alliot-Marie, Nikos Androulakis, Petras Auštrevičius, Victor Boştinaru, Klaus Buchner, James Carver, Javier Couso Permuy, Andi Cristea, Arnaud Danjean, Georgios Epitideios, Knut Fleckenstein, Anna Elżbieta Fotyga, Eugen Freund, Michael Gahler, Iveta Grigule, Sandra Kalniete, Janusz Korwin-Mikke, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Ilhan Kyuchyuk, Ryszard Antoni Legutko, Sabine Lösing, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, David McAllister, Tamás Meszerics, Javier Nart, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Alojz Peterle, Tonino Picula, Julia Pitera, Jozo Radoš, Jordi Solé, Dubravka Šuica, Charles Tannock, Miguel Urbán Crespo, Elena Valenciano

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Laima Liucija Andrikienė, Luis de Grandes Pascual, Ana Gomes, Marek Jurek, Antonio López-Istúriz White, David Martin, Norica Nicolai, Soraya Post, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Igor Šoltes, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Željana Zovko

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

40

+

ALDE

Petras Auštrevičius, Iveta Grigule, Ilhan Kyuchyuk, Javier Nart, Norica Nicolai, Jozo Radoš, Marietje Schaake, Luis de Grandes Pascual

PPE

Michèle Alliot-Marie, Laima Liucija Andrikienė, Arnaud Danjean, Michael Gahler, Sandra Kalniete, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Antonio López-Istúriz White, David McAllister, Ramona Nicole Mănescu, Alojz Peterle, Julia Pitera, Željana Zovko, Dubravka Šuica

S&D

Nikos Androulakis, Victor Boştinaru, Andi Cristea, Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Ana Gomes, Andrejs Mamikins, David Martin, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Tonino Picula, Soraya Post, Elena Valenciano

Verts/ALE

Klaus Buchner, Tamás Meszerics, Jordi Solé, Bodil Valero, Igor Šoltes

7

-

ECR

Anna Elżbieta Fotyga, Marek Jurek, Ryszard Antoni Legutko, Charles Tannock

EFDD

James Carver

NI

Georgios Epitideios, Janusz Korwin-Mikke

5

0

GUE/NGL

Javier Couso Permuy, Sabine Lösing, Helmut Scholz, Miguel Urbán Crespo, Marie-Christine Vergiat

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Begrotingscommissie (25.4.2017)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad

(COM(2016)0468 – C8-0325/2016 – 2016/0225(COD))

Rapporteur voor advies: Gérard Deprez

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur is van mening dat er dringend een geïntegreerd en duurzaam migratiebeleid van de EU moet komen, gebaseerd op solidariteit en een eerlijke verdeling van de lasten tussen alle lidstaten. Hij is van mening dat het invoeren van legale kanalen voor het vinden van een veilig heenkomen in Europa kan zorgen voor minder tragische verdrinkingsdoden in de Middellandse Zee en het winstmodel van mensensmokkelaars zou ondermijnen.

De rapporteur stelt voor om de voorgestelde herschikking van de "Dublinverordening"(1) te koppelen aan het voorliggende voorstel, zodat het aantal te hervestigen personen wordt toegevoegd aan het aantal aanvragen voor internationale bescherming ten behoeve van de berekening in het kader van het correctiemechanisme voor toewijzing. De rapporteur is ook voorstander van het aanbrengen van een koppeling met de herschikte Eurodac-verordening(2), zodat gegevens betreffende hervestigde personen opgeslagen kunnen worden in het Eurodac-systeem.

Wat betreft de gevolgen voor de begroting is de rapporteur van mening dat, ondanks dat het voorstel geen welomschreven quotum van te hervestigen personen bevat, deze hervestigingsplannen ambitieus van opzet moeten zijn, en dat de nodige middelen voor de tenuitvoerlegging beschikbaar moeten worden gesteld.

De rapporteur verwelkomt het voorstel om aan de lidstaten voor elke hervestigde persoon 10 000 EUR van de Uniebegroting toe te wijzen, te betalen uit het AMIF, op basis van de hervestigingsplannen van de Unie die jaarlijks door de Raad worden vastgesteld. De rapporteur begrijpt dat cofinanciering van de EU-begroting wordt afgeschaft voor hervestiging in het kader van nationale hervestigingsprogramma's om de nodige financiering van deze Europese hervestigingsprogramma's te waarborgen.

Tot slot wil de rapporteur benadrukken dat beide takken van de begrotingsautoriteit over volledige informatie moeten kunnen beschikken betreffende de financiële gevolgen van het volgende jaarlijkse hervestigingsplan ten tijde van de presentatie van het voorstel inzake het ontwerp van jaarlijkse begroting van de Unie voor het volgende jaar.

******

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement     1

Voorstel voor een verordening

Overweging -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1)  Het Europese project is altijd gebaseerd geweest op de bevordering van de waarden van democratie, rechtsstaat en mensenrechten.

Amendement     2

Voorstel voor een verordening

Overweging -1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-1 bis)  Migratiebeheer is een gedeelde verantwoordelijkheid.

Amendement     3

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  De gemeenschappelijke standaardprocedures dienen voort te bouwen op de ervaring van de lidstaten op het gebied van hervestiging en op de normen die zij daarbij hanteren, met name de operationele standaardprocedures voor de tenuitvoerlegging van de in de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 vervatte hervestigingsregeling met Turkije. Het Uniekader voor hervestiging dient te voorzien in het gebruik van twee soorten standaardprocedures voor hervestiging.

(12)  De gemeenschappelijke standaardprocedures dienen voort te bouwen op de ervaring van de UNHCR en de lidstaten op het gebied van hervestiging en op de normen die zij daarbij hanteren, en met name op de operationele standaardprocedures voor de tenuitvoerlegging van de in de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 vervatte hervestigingsregeling met Turkije. Het Uniekader voor hervestiging dient te voorzien in het gebruik van twee soorten standaardprocedures voor hervestiging.

Motivering

Er moet rekening worden gehouden met de bestaande internationale afspraken, die steunen op de UNHCR.

Amendement     4

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Beide soorten procedures omvatten de volgende fasen: identificatie, registratie, beoordeling en besluit.

(13)  Beide soorten procedures omvatten de volgende fasen: identificatie, registratie, beoordeling en besluit, en moeten in nauwe samenwerking met de UNHCR worden uitgevoerd.

Motivering

De UNHCR beschikt over grote deskundigheid en ervaring op het gebied van hervestiging, waarvan zoveel mogelijk gebruik moet worden gemaakt.

Amendement     5

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  De voor de hervestigingsprocedure verzamelde persoonsgegevens dienen gedurende maximaal vijf jaar vanaf de dag van hervestiging te worden bewaard. Aangezien onderdanen van derde landen of staatloze personen die reeds door één lidstaat zijn hervestigd of die gedurende de laatste vijf jaar hervestiging naar een lidstaat weigerden, van hervestiging naar een andere lidstaat dienen te worden uitgesloten, dient de opslag van persoonsgegevens, waaronder vingerafdrukken en gezichtsopnamen, gedurende die periode noodzakelijk te worden geacht.

(17)  De voor de hervestigingsprocedure verzamelde persoonsgegevens dienen gedurende maximaal vijf jaar vanaf de dag van hervestiging te worden bewaard. Aangezien onderdanen van derde landen of staatloze personen die reeds door één lidstaat zijn hervestigd of die gedurende de laatste vijf jaar hervestiging naar een lidstaat weigerden, niet in aanmerking dienen te komen voor hervestiging naar een andere lidstaat, dient de opslag van persoonsgegevens, waaronder vingerafdrukken en gezichtsopnamen, gedurende die periode noodzakelijk te worden geacht.

Motivering

Uitsluiting in de context van internationale bescherming van vluchtelingen heeft betrekking op personen die niet in aanmerking komen voor internationale bescherming. Niet in aanmerking komen zou daarom een betere formulering zijn.

Amendement     6

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De keuze van de hervestigingsprocedure dient voor elke gerichte hervestigingsregeling van de Unie te worden gemaakt. Een versnelde procedure kan aangewezen zijn op humanitaire gronden of wanneer dringend juridische of fysieke bescherming nodig is.

(18)  De keuze van de hervestigingsprocedure dient voor elke gerichte hervestigingsregeling van de Unie te worden gemaakt, in nauwe samenwerking met de UNHCR. Een versnelde procedure kan aangewezen zijn op humanitaire gronden of wanneer dringend juridische of fysieke bescherming nodig is.

Motivering

De UNHCR beschikt over grote deskundigheid en ervaring op het gebied van hervestiging, waarvan zoveel mogelijk gebruik moet worden gemaakt.

Amendement     7

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening wordt een Uniekader voor hervestiging vastgesteld voor de toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen tot het grondgebied van de lidstaten met het oog op de verlening van internationale bescherming.

Bij deze verordening wordt een Uniekader voor hervestiging vastgesteld voor de toelating van onderdanen van derde landen en staatloze personen tot het grondgebied van de lidstaten die ervoor kiezen om aan de hervestigingsregeling deel te nemen, met het oog op de verlening van internationale bescherming.

Motivering

De deelname aan het Uniekader dient op vrijwillige basis te gebeuren, daar het het doel van hervestiging is om bescherming en een permanente oplossing te bieden. De lidstaten weten zelf het best aan hoeveel personen zij werkelijk bescherming kunnen bieden en hoeveel zij er in hun samenleving kunnen opnemen. Het vaste bedrag van 10 000 EUR van het AMIF dekt slechts de eerste kosten van hervestiging.

Amendement     8

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten waarborgen dat de eenheid van het gezin tussen de onder b), punt ii), bedoelde personen in stand kan worden gehouden.

De lidstaten waarborgen dat de eenheid van het gezin in stand kan worden gehouden overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EU) 2017/... van het Europees Parlement en de Raad1bis.

 

_________________

 

1bisVerordening (EU) 2017/... van het Europees Parlement en de Raad inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming, alsook tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PB ...).

Motivering

De voorgestelde erkenningsrichtlijn biedt meer duidelijkheid omtrent de rechten van familieleden van een persoon die internationale bescherming geniet.

Amendement     9

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uitsluitingsgronden

Niet in aanmerking komende personen

Motivering

Uitsluiting in de context van internationale bescherming van vluchtelingen heeft betrekking op personen die niet in aanmerking komen voor internationale bescherming. Niet in aanmerking komen zou daarom een betere formulering zijn.

Amendement     10

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De volgende onderdanen van derde landen of staatloze personen zijn uitgesloten van de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die overeenkomstig artikel 8 worden vastgesteld:

1.  De volgende onderdanen van derde landen of staatloze personen komen niet in aanmerking voor de gerichte hervestigingsregelingen van de Unie die overeenkomstig artikel 8 worden vastgesteld:

Motivering

Uitsluiting in de context van internationale bescherming van vluchtelingen heeft betrekking op personen die niet in aanmerking komen voor internationale bescherming. Niet in aanmerking komen zou daarom een betere formulering zijn.

Amendement     11

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter a – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  personen ten aanzien van wie er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat:

(a)  personen ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat:

Motivering

In het Verdrag van Genève van 1951 wordt de formulering "ernstige redenen om aan te nemen" gebruikt.

Amendement     12

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Op basis van een voorstel van de Commissie stelt de Raad een jaarlijks hervestigingsplan van de Unie vast in het jaar dat voorgaat aan dat waarin het ten uitvoer moet worden gelegd.

1.  Op basis van een voorstel van de Commissie stelt de Raad een jaarlijks hervestigingsplan van de Unie vast in het jaar dat voorafgaat aan dat waarin het ten uitvoer moet worden gelegd, en dit plan geldt voor de lidstaten die ervoor kiezen om het volgende jaar deel te nemen aan de hervestiging.

Motivering

De deelname aan het Uniekader moet vrijwillig zijn.

Amendement     13

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  gegevens over de deelname van de lidstaten aan het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en hun bijdragen aan het totale aantal te hervestigen personen;

(b)  gegevens over de lidstaten die ervoor kiezen om deel te nemen aan het jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en hun vrijwillige bijdragen aan het totale aantal te hervestigen personen;

Motivering

De deelname aan het Uniekader moet vrijwillig zijn. Het is belangrijk dat er meer vluchtelingen in Europa gehervestigd worden en dat de samenwerking met betrekking tot hervestiging wordt verbeterd, maar de lidstaten mogen niet worden verplicht om een bepaald percentage van de in de EU te hervestigen personen te hervestigen.

Amendement     14

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  het precieze aantal te hervestigen personen van het maximale totaal als vastgesteld in het in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en gegevens inzake de deelname van de lidstaten aan de gerichte hervestigingsregeling van de Unie;

(b)  het precieze aantal te hervestigen personen van het maximale totaal als vastgesteld in het in artikel 7, lid 2, onder a), bedoelde jaarlijkse hervestigingsplan van de Unie en gegevens inzake de lidstaten die ervoor kiezen om deel te nemen aan de gerichte hervestigingsregeling van de Unie;

Motivering

De deelname aan het Uniekader moet vrijwillig zijn. Lidstaten moeten zelf kunnen beslissen hoeveel personen zij hervestigen en mogen niet worden verplicht een bepaalde percentage van de in de EU te hervestigen personen te hervestigen.

Amendement     15

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – alinea 1 – punt 3

Verordening (EU) nr. 516/2014

Artikel 17 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bovenop de overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder a), berekende toewijzing ontvangen de lidstaten per persoon die hervestigd is overeenkomstig een gerichte hervestigingsregeling van de Unie een vast bedrag van 10 000 EUR.

1.  Bovenop de overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder a), berekende toewijzing ontvangen de lidstaten per persoon die hervestigd is overeenkomstig een gerichte hervestigingsregeling van de Unie een vast bedrag van 10 000 EUR. Alle financiële middelen die worden toegewezen zijn bedoeld voor hervestigingsdoelstellingen en niet voor andere uit hoofde van Verordening (EU) nr. 516/2014 gefinancierde maatregelen, zoals middelen voor detentiecentra voor immigranten.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Uniekader voor hervestiging

Document- en procedurenummers

COM(2016)0468 – C8-0325/2016 – 2016/0225(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

12.9.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

12.9.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Gérard Deprez

31.8.2016

Datum goedkeuring

24.4.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

4

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Ingeborg Gräßle, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Clare Moody, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Monika Vana, Daniele Viotti, Tiemo Wölken, Marco Zanni, Stanisław Żółtek

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Nicola Caputo, Ivana Maletić, Pier Antonio Panzeri, Nils Torvalds, Marco Valli, Derek Vaughan, Rainer Wieland, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Inés Ayala Sender, Karin Kadenbach, Ramón Luis Valcárcel Siso

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

25

+

ALDE

Gérard Deprez, Nils Torvalds

ECR

Zbigniew Kuźmiuk

EFDD

Marco Valli

PPE

Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Ingeborg Gräßle, Ivana Maletić, Siegfried Mureşan, Jan Olbrycht, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Patricija Šulin, Ramón Luis Valcárcel Siso, Rainer Wieland, Tomáš Zdechovský

S&D

Inés Ayala Sender, Nicola Caputo, Eider Gardiazabal Rubial, Karin Kadenbach, Clare Moody, Pier Antonio Panzeri, Derek Vaughan, Daniele Viotti, Tiemo Wölken

4

-

ECR

Bernd Kölmel

ENF

Marco Zanni, Stanisław Żółtek

Verts/ALE

Monika Vana

1

0

Verts/ALE

Jordi Solé

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

COM(2016)0270 final

(2)

COM(2016)0272 final


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Uniekader voor hervestiging

Document- en procedurenummers

COM(2016)0468 – C8-0325/2016 – 2016/0225(COD)

Datum indiening bij EP

13.7.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

12.9.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

12.9.2016

DEVE

12.9.2016

BUDG

12.9.2016

EMPL

12.9.2016

Geen advies

       Datum besluit

DEVE

7.9.2016

EMPL

1.9.2016

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Malin Björk

7.11.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

8.9.2016

12.4.2017

30.5.2017

12.10.2017

Datum goedkeuring

12.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

37

20

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ahmedov Ademov, Jan Philipp Albrecht, Gerard Batten, Heinz K. Becker, Malin Björk, Michał Boni, Caterina Chinnici, Rachida Dati, Frank Engel, Cornelia Ernst, Raymond Finch, Lorenzo Fontana, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Monika Hohlmeier, Sophia in ‘t Veld, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Claude Moraes, József Nagy, Soraya Post, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Branislav Škripek, Csaba Sógor, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Udo Voigt, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Carlos Coelho, Ignazio Corrao, Gérard Deprez, Anna Hedh, Marek Jurek, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Ska Keller, Jeroen Lenaers, Andrejs Mamikins, Barbara Spinelli, Anders Primdahl Vistisen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Beatriz Becerra Basterrechea, Francesc Gambús, Czesław Hoc, Christelle Lechevalier, Olle Ludvigsson, Maria Noichl, Stanisław Ożóg, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Lieve Wierinck

Datum indiening

23.10.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

37

+

ALDE

Beatriz Becerra Basterrechea, Gérard Deprez, Nathalie Griesbeck, Sophia in 't Veld, Lieve Wierinck,

EFDD

Ignazio Corrao

GUE/NGL

Malin Björk, Cornelia Ernst, Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat

PPE

Asim Ahmedov Ademov, Michał Boni, Carlos Coelho, Frank Engel, Francesc Gambús, Jeroen Lenaers, Roberta Metsola, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra

S&D

Caterina Chinnici, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Anna Hedh, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Cécile Kashetu Kyenge, Dietmar Köster, Marju Lauristin, Olle Ludvigsson, Juan Fernando López Aguilar, Andrejs Mamikins, Claude Moraes, Maria Noichl, Soraya Post, Birgit Sippel

Verts/ALE

Jan Philipp Albrecht, Ska Keller, Judith Sargentini, Bodil Valero

20

-

ECR

Czesław Hoc, Marek Jurek, Monica Macovei, Stanisław Ożóg, , Branislav Škripek, Anders Primdahl Vistisen

EFDD

Gerard Batten, Raymond Finch, Kristina Winberg

ENF

Lorenzo Fontana, Christelle Lechevalier, Auke Zijlstra

NI

Udo Voigt

PPE

Heinz K. Becker, Rachida Dati, Kinga Gál, Monika Hohlmeier, Csaba Sógor, Traian Ungureanu, Tomáš Zdechovský

2

0

PPE

Barbara Kudrycka, József Nagy

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling