Procedure : 2013/0256(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0320/2017

Ingediende teksten :

A8-0320/2017

Debatten :

PV 03/10/2018 - 15
CRE 03/10/2018 - 15

Stemmingen :

PV 04/10/2018 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0379

VERSLAG     ***I
PDF 1178kWORD 168k
20.10.2017
PE 606.167v03-00 A8-0320/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust)

(COM(2013)0535 – C7-0240/2013 – 2013/0256(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Axel Voss

ERRATA/ADDENDA
AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie begrotingscontrole
 ADVIES van de COMMISSIE juridische zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust)

(COM(2013)0535 – C7-0240/2013 – 2013/0256(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2013)0535),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 85 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0240/2013),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Duitse Bondsdag, het Spaanse parlement, de Italiaanse Senaat, de Nederlandse Eerste Kamer, de Poolse Senaat, het Portugese parlement en de Roemeense Kamer van Afgevaardigden,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie begrotingscontrole en van de Commissie juridische zaken (A8‑0320/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Aangezien het Europees Openbaar Ministerie op de grondslag van Eurojust moet worden opgericht, omvat deze verordening de bepalingen die noodzakelijk zijn om de betrekkingen tussen Eurojust en het Europees Openbaar Ministerie te regelen.

(4)  Aangezien het Europees Openbaar Ministerie is ingesteld via nauwere samenwerking, is de Verordening betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie verbindend in al haar onderdelen en alleen rechtstreeks van toepassing op lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking. Daarom blijft Eurojust voor lidstaten die niet deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie volledig bevoegd voor vormen van ernstige criminaliteit die zijn opgesomd in bijlage 1 bij deze verordening.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  In artikel 4 van het Verdrag is het beginsel van loyale samenwerking vastgelegd op grond waarvan de Unie en de lidstaten elkaar met volledig wederzijds respect steunen bij de vervulling van de taken die uit de Verdragen voortvloeien.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter)  Om de samenwerking tussen Eurojust en het Europees Openbaar Ministerie te vergemakkelijken, moet het college de kwesties die van belang zijn voor het Europees Openbaar Ministerie regelmatig behandelen.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Terwijl het Europees Openbaar Ministerie exclusief bevoegd moet zijn voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, moet Eurojust de nationale autoriteiten kunnen ondersteunen wanneer zij deze vormen van criminaliteit in overeenstemming met de verordening tot oprichting van het Europees Openbaar Ministerie opsporen en vervolgen.

(5)  Met het oog op de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie middels de procedure voor nauwere samenwerking moet de verdeling van de bevoegdheden tussen het Europees Openbaar Ministerie en Eurojust met betrekking tot strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden duidelijk worden vastgesteld.

 

Vanaf het tijdstip waarop het Europees Openbaar Ministerie zijn taken waarneemt met betrekking tot criminaliteit waarvoor het Europees Openbaar Ministerie bevoegd is, moet Eurojust zijn bevoegdheid kunnen uitoefenen in zaken die betrekking hebben op zowel lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie als lidstaten die dat niet doen. In dat geval dient Eurojust te handelen op verzoek van die niet-deelnemende lidstaten of op verzoek van het Europees Openbaar Ministerie. Eurojust blijft in elk geval bevoegd voor misdrijven die de financiële belangen van de Unie schaden in gevallen waarin het Europees Openbaar Ministerie niet bevoegd is of weliswaar bevoegd is, maar deze bevoegdheid niet uitoefent. De lidstaten die

niet deelnemen aan de nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie kunnen nog steeds de hulp van Eurojust inroepen in alle zaken betreffende misdrijven die de financiële belangen van de Unie schaden.

 

Het Europees Openbaar Ministerie en Eurojust moeten een nauwe operationele samenwerking opzetten overeenkomstig hun respectieve mandaten.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  De evaluatie van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad en de activiteiten van Eurojust (eindverslag van 30 juni 2015) moeten ook in aanmerking worden genomen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Deze verordening neemt de grondrechten in acht en gaat uit van de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd.

(8)  Deze verordening neemt de grondrechten en fundamentele vrijheden volledig in acht en vrijwaart de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend volledig.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De vormen van ernstige criminaliteit welke twee of meer lidstaten schaden, waarvoor Eurojust bevoegd is, dienen te worden vastgesteld. Daarnaast moet worden bepaald welke zaken die geen betrekking hebben op twee of meer lidstaten, toch een vervolging op gemeenschappelijke basis vereisen. Het moet onder meer gaan om opsporing en vervolging waarbij slechts een lidstaat en een derde staat betrokken zijn, alsook zaken waarbij slechts een lidstaat en de Unie betrokken zijn.

(9)  De vormen van ernstige criminaliteit welke twee of meer lidstaten schaden, waarvoor Eurojust bevoegd is, dienen duidelijk te worden vastgesteld. Daarnaast moet worden bepaald welke zaken die geen betrekking hebben op twee of meer lidstaten, toch een vervolging op gemeenschappelijke basis vereisen. Het moet onder meer gaan om opsporing en vervolging waarbij slechts een lidstaat en een derde staat betrokken zijn, alsook zaken waarbij slechts een lidstaat en de Unie betrokken zijn.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  Op verzoek van een bevoegde autoriteit van een lidstaat of de Commissie moet het ook mogelijk zijn voor Eurojust om bijstand te verlenen bij onderzoeken waarbij alleen die lidstaat betrokken is, maar die gevolgen hebben op het niveau van de Unie. Voorbeelden van dergelijke onderzoeken zijn zaken waarbij een lid van een instelling of orgaan van de Unie betrokken is. Deze onderzoeken omvatten tevens zaken waarbij een aanzienlijk aantal lidstaten betrokken is en die mogelijk een gecoördineerde Europese respons vereisen.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Om ervoor te zorgen dat Eurojust grensoverschrijdende opsporing passend kan ondersteunen en coördineren, is het nodig dat alle nationale leden dezelfde operationele bevoegdheden hebben zodat zij op een meer doeltreffende wijze kunnen samenwerken, zowel onderling als met de nationale autoriteiten. Aan de nationale leden moeten de bevoegdheden worden verleend waarmee Eurojust zijn opdracht naar behoren kan uitvoeren. Voorbeelden van deze bevoegdheden zijn het toegang krijgen tot relevante informatie in de nationale openbare registers, indienen en ten uitvoer leggen van verzoeken om wederzijdse rechtshulp en erkenning, rechtstreeks contact opnemen en informatie uitwisselen met de bevoegde autoriteiten, deelnemen aan gemeenschappelijke onderzoeksteams en in samenspraak met de bevoegde nationale autoriteit of in geval van urgentie, opsporingsmaatregelen en gecontroleerde afleveringen bevelen.

(11)  Om ervoor te zorgen dat Eurojust grensoverschrijdende opsporing passend kan ondersteunen en coördineren, is het nodig dat alle nationale leden dezelfde operationele bevoegdheden hebben zodat zij op een meer coherente en doeltreffende wijze kunnen samenwerken, zowel onderling als met de nationale autoriteiten. Aan de nationale leden moeten de bevoegdheden worden verleend waarmee Eurojust zijn opdracht naar behoren kan uitvoeren. Voorbeelden van deze bevoegdheden zijn het toegang krijgen tot relevante informatie in de nationale openbare registers, indienen en ten uitvoer leggen van verzoeken om wederzijdse rechtshulp en erkenning, rechtstreeks contact opnemen en informatie uitwisselen met de bevoegde autoriteiten, deelnemen aan gemeenschappelijke onderzoeksteams en in samenspraak met de bevoegde nationale autoriteit of in geval van urgentie, opsporingsmaatregelen en gecontroleerde afleveringen bevelen.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Het is noodzakelijk Eurojust een bestuurs- en beheersstructuur te geven waarmee het zijn taken op een meer doeltreffende wijze kan uitvoeren en die de beginselen eerbiedigt die voor de agentschappen van de Unie gelden, zonder afbreuk te doen aan de speciale kenmerken van Eurojust en zonder dat dit ten koste gaat van zijn onafhankelijkheid bij de uitoefening van zijn operationele taken. Te dien einde moeten de functies van de nationale leden, het college en de administratief directeur worden verduidelijkt en moet een raad van bestuur worden ingesteld.

(12)  Het is noodzakelijk Eurojust een bestuurs- en beheersstructuur te geven waarmee het zijn taken op een meer doeltreffende wijze en te allen tijde in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie kan uitvoeren en die de beginselen volledig eerbiedigt die voor de agentschappen van de Unie gelden evenals de grondrechten en fundamentele vrijheden, zoals omschreven in de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de uitvoerende agentschappen van de Unie van 19 juli 2012, zonder afbreuk te doen aan de speciale kenmerken van Eurojust en zonder dat dit ten koste gaat van zijn onafhankelijkheid bij de uitoefening van zijn operationele taken. Te dien einde moeten de functies van de nationale leden, het college en de administratief directeur worden verduidelijkt en moet een raad van bestuur worden ingesteld.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Binnen Eurojust moet een coördinatie met oproepdienst (OCC) worden opgezet om Eurojust permanent beschikbaar te maken en dit orgaan in staat te stellen in dringende gevallen op te treden. Het moet tot de verantwoordelijkheid van elke lidstaat behoren ervoor te zorgen dat hun vertegenwoordigers in de OCC 24 uur per dag en 7 dagen per week inzetbaar zijn.

(17)  Binnen Eurojust moet een coördinatie met oproepdienst (OCC) worden opgezet om Eurojust efficiënt en permanent beschikbaar te maken en dit orgaan in staat te stellen in dringende gevallen op te treden. Elke lidstaat behoort ervoor te zorgen dat hun vertegenwoordigers in de OCC 24 uur per dag en 7 dagen per week inzetbaar zijn.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  In de lidstaten moeten nationale coördinatiesystemen voor Eurojust worden opgezet om de werkzaamheden te coördineren van de nationale correspondenten voor Eurojust, de nationale correspondent voor Eurojust voor terrorisme, de nationale correspondent voor het Europees justitieel netwerk en maximaal drie andere contactpunten, alsook van vertegenwoordigers in het netwerk voor gemeenschappelijke onderzoeksteams en van de netwerken die zijn opgezet bij Besluit 2002/494/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 tot instelling van een Europees netwerk van aanspreekpunten inzake personen die verantwoordelijk zijn voor genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven10, Besluit 2007/845/JBZ van de Raad van 6 december 2007 betreffende de samenwerking tussen de nationale bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen op het gebied van de opsporing en de identificatie van opbrengsten van misdrijven of andere vermogensbestanddelen die hun oorsprong vinden in misdrijven11 en Besluit 2008/852/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 inzake een netwerk van contactpunten ter bestrijding van corruptie12.

(18)  In de lidstaten moeten nationale coördinatiesystemen voor Eurojust worden opgezet om de werkzaamheden te coördineren van de nationale correspondenten voor Eurojust, de nationale correspondent voor Eurojust voor terrorisme, de nationale correspondent voor Eurojust voor aangelegenheden waarvoor het Europees Openbaar Ministerie bevoegd is, die wordt aangewezen door de lidstaten die niet aan het Europees Openbaar Ministerie deelnemen, de nationale correspondent voor het Europees justitieel netwerk en maximaal drie andere contactpunten, alsook van vertegenwoordigers in het netwerk voor gemeenschappelijke onderzoeksteams en van de netwerken die zijn opgezet bij Besluit 2002/494/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 tot instelling van een Europees netwerk van aanspreekpunten inzake personen die verantwoordelijk zijn voor genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven10, Besluit 2007/845/JBZ van de Raad van 6 december 2007 betreffende de samenwerking tussen de nationale bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen op het gebied van de opsporing en de identificatie van opbrengsten van misdrijven of andere vermogensbestanddelen die hun oorsprong vinden in misdrijven11 en Besluit 2008/852/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 inzake een netwerk van contactpunten ter bestrijding van corruptie12.

_________________

_________________

10 PB L 167 van 26.6.2002, blz. 1

10 PB L 167 van 26.6.2002, blz. 1.

11 PB L 332 van 18.12.2007, blz. 103.

11 PB L 332 van 18.12.2007, blz. 103.

12 PB L 301 van 12.11.2008, blz. 38.

12 PB L 301 van 12.11.2008, blz. 38.

Motivering

Aangezien niet alle lidstaten aan het Europees Openbaar Ministerie zullen deelnemen, moet er in die lidstaten een correspondent voor de bescherming van de financiële belangen worden benoemd om de financiële belangen van de Europese Unie zo goed mogelijk te beschermen.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Om de coördinatie en de samenwerking tussen nationale opsporings- en vervolgingsautoriteiten te kunnen stimuleren en versterken, is het van cruciaal belang dat Eurojust van de nationale autoriteiten de relevante informatie krijgt die nodig is voor de uitvoering van zijn taken. Hiertoe moeten de nationale bevoegde autoriteiten hun nationale leden informeren over het opzetten van gezamenlijke onderzoeksteams en de resultaten daarvan, over zaken die onder de bevoegdheid van Eurojust vallen en waarbij ten minste drie lidstaten rechtstreeks betrokken zijn en waarvoor verzoeken of besluiten inzake justitiële samenwerking naar ten minste twee lidstaten zijn gestuurd, alsmede, in bepaalde omstandigheden, over jurisdictiegeschillen, gecontroleerde afleveringen en herhaalde problemen op het gebied van justitiële samenwerking.

(19)  Om de coördinatie en de samenwerking tussen nationale opsporings- en vervolgingsautoriteiten te kunnen stimuleren en versterken, is het van cruciaal belang dat Eurojust van de nationale autoriteiten de relevante informatie krijgt die nodig is voor de uitvoering van zijn taken. Hiertoe moeten de nationale bevoegde autoriteiten verplicht worden om zonder onnodige vertraging hun nationale leden te informeren over het opzetten van gezamenlijke onderzoeksteams en de resultaten daarvan, over zaken die onder de bevoegdheid van Eurojust vallen en waarbij ten minste twee lidstaten rechtstreeks betrokken zijn en waarvoor verzoeken of besluiten inzake justitiële samenwerking naar ten minste twee lidstaten zijn gestuurd, alsmede, in bepaalde omstandigheden, over jurisdictiegeschillen, gecontroleerde afleveringen en herhaalde problemen op het gebied van justitiële samenwerking.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis)  De Europese openbare aanklager moet het recht hebben om aan alle vergaderingen van Eurojust deel te nemen wanneer er onderwerpen worden besproken die hij of zij van belang acht voor het functioneren van het Europees Openbaar Ministerie.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Om de operationele samenwerking tussen Eurojust en Europol te verbeteren, en met name verbanden te leggen tussen gegevens die reeds in het bezit zijn van een van beide of beide organen, dient Eurojust Europol toegang te verschaffen tot gegevens die bij Eurojust beschikbaar zijn en de mogelijkheid te bieden om deze gegevens te vergelijken met de eigen gegevens.

(26)  Om de operationele samenwerking tussen Eurojust en Europol te verbeteren, en met name verbanden te leggen tussen gegevens die reeds in het bezit zijn van een van beide of beide organen, dient Eurojust Europol op basis van een hit/no hit-systeem toegang te verschaffen tot gegevens die bij Eurojust beschikbaar zijn. Eurojust en Europol moeten een werkregeling kunnen treffen waarmee zij zich binnen hun respectieve mandaten wederzijds toegang kunnen verschaffen tot alle informatie die met het oog op kruiscontroles is verstrekt, en deze informatie ook kunnen doorzoeken, in overeenstemming met de specifieke voorzorgsmaatregelen en gegevensbeschermingswaarborgen waarin deze verordening voorziet. Elke toegang tot gegevens die bij Eurojust beschikbaar zijn, moet met technische middelen worden beperkt tot informatie die onder de respectieve mandaten van die organen van de Unie valt.

Motivering

Overweging 26 van deze verordening moet op één lijn worden gebracht met overweging 28 van Verordening (EU) 2016/794.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Voor zover nodig voor de verrichting van zijn taken, dient Eurojust persoonsgegevens te kunnen uitwisselen met andere organen van de Unie.

(27)  Voor zover nodig voor de verrichting van zijn taken, dient Eurojust persoonsgegevens te kunnen uitwisselen met andere organen van de Unie, met volledige eerbiediging van de bescherming van de privacy, de grondrechten en de fundamentele vrijheden.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Er dient te worden voorzien in de mogelijkheid dat Eurojust verbindingsmagistraten detacheert in derde landen met het oog op het bereiken van soortgelijke doelen als die welke worden nagestreefd door de verbindingsmagistraten die door de lidstaten worden gedetacheerd uit hoofde van Gemeenschappelijk Optreden 96/277/JBZ van de Raad van 22 april 1996 inzake een kader voor de uitwisseling van verbindingsmagistraten ter verbetering van de justitiële samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie14.

(28)  Eurojust moet zijn samenwerking met de bevoegde autoriteiten van derde landen en internationale organisaties verbeteren volgens een strategie die in overleg met de Commissie wordt uitgewerkt. Daartoe dient te worden voorzien in de mogelijkheid dat Eurojust verbindingsmagistraten detacheert in derde landen met het oog op het bereiken van soortgelijke doelen als die welke worden nagestreefd door de verbindingsmagistraten die door de lidstaten worden gedetacheerd uit hoofde van Gemeenschappelijk Optreden 96/277/JBZ van de Raad van 22 april 1996 inzake een kader voor de uitwisseling van verbindingsmagistraten ter verbetering van de justitiële samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie14.

_________________

_________________

14 PB L 105 van 27.4.1996, blz. 1

14 PB L 105 van 27.4.1996, blz. 1.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van Eurojust te garanderen, moet het een eigen begroting krijgen met inkomsten die hoofdzakelijk uit een bijdrage van de begroting van de Unie komen, met uitzondering van de salarissen en emolumenten van de nationale leden en hun medewerkers die ten laste komen van hun lidstaat van oorsprong. De begrotingsprocedure van de Unie dient van toepassing te zijn op de bijdrage van de Unie en eventuele andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Unie. De Rekenkamer moet de rekeningen controleren.

(30)  Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van Eurojust te garanderen, moet het een eigen begroting krijgen die toereikend is om zijn werkzaamheden naar behoren uit te voeren, met inkomsten die hoofdzakelijk uit een bijdrage van de begroting van de Unie komen, met uitzondering van de salarissen en emolumenten van de nationale leden en hun medewerkers die ten laste komen van hun lidstaat van oorsprong. De begrotingsprocedure van de Unie dient van toepassing te zijn op de bijdrage van de Unie en eventuele andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Unie. De Rekenkamer moet de rekeningen controleren en de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement moet deze goed- of afkeuren.

Amendement    19

Voorstel voor een Verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Om de transparantie van en het democratisch toezicht op Eurojust te vergroten, moet in mechanismen worden voorzien om het Europees Parlement en de nationale parlementen te betrekken bij de evaluatie van de activiteiten van Eurojust. Dit mag geen belemmering vormen voor de beginselen van onafhankelijkheid ten aanzien van maatregelen die zijn genomen in specifieke operationele zaken of voor de zwijg- en geheimhoudingsplicht.

(31)  Om de transparantie van en het democratisch toezicht op Eurojust te vergroten, moet in mechanismen worden voorzien om het Europees Parlement te betrekken bij de evaluatie van de activiteiten van Eurojust, met name wat het toesturen van het jaarverslag van Eurojust betreft. Voor de nationale parlementen moeten soortgelijke procedures worden gecreëerd. Die mechanismen mogen echter geen belemmering vormen voor de beginselen van onafhankelijkheid ten aanzien van maatregelen die zijn genomen in specifieke operationele zaken of voor de zwijg- en geheimhoudingsplicht.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)16 dient van toepassing te zijn op Eurojust.

(34)  De samenwerking tussen het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en Eurojust moet worden onderworpen aan artikel 14 van Verordening (EG) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door OLAF.

_________________

 

16 PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1

 

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Eurojust, zoals opgericht bij deze verordening, is de rechtsopvolger van Eurojust, zoals opgericht bij Besluit 2002/187/JBZ van de Raad.

2.  Eurojust, zoals opgericht bij deze verordening, is de vervanger en opvolger van Eurojust, zoals opgericht bij Besluit 2002/187/JBZ van de Raad.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In elke lidstaat beschikt Eurojust over de ruimste handelingsbevoegdheid die volgens de geldende wetgeving aan rechtspersonen wordt toegekend. Het kan met name roerende en onroerende goederen verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden.

3.  In elke lidstaat heeft Eurojust de rechtspersoonlijkheid die volgens de nationale wetgeving aan rechtspersonen wordt toegekend.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust ondersteunt en versterkt de coördinatie en de samenwerking tussen de nationale autoriteiten die belast zijn met de opsporing en de vervolging van zware criminaliteit welke twee of meer lidstaten schaadt of een vervolging op gemeenschappelijke basis vereist, op basis van de door de autoriteiten van de lidstaten en Europol uitgevoerde operaties en verstrekte informatie.

1.  Eurojust ondersteunt en versterkt de coördinatie en de samenwerking tussen de nationale autoriteiten die belast zijn met de opsporing en de vervolging van zware criminaliteit als vastgelegd in bijlage 1 en waarvoor Eurojust overeenkomstig artikel 3, lid 1, bevoegd is en welke twee of meer lidstaten schaadt of een vervolging op gemeenschappelijke basis vereist, op basis van de door de autoriteiten van de lidstaten, Europol, het Europees Openbaar Ministerie en OLAF uitgevoerde operaties en verstrekte informatie.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  rekening houden met elk verzoek dat uitgaat van een bevoegde autoriteit van een lidstaat en met alle informatie die wordt verstrekt door een orgaan dat bevoegd is krachtens de in het kader van de Verdragen vastgestelde bepalingen of die door Eurojust zelf is verzameld;

a)  rekening houden met elk verzoek dat uitgaat van een bevoegde autoriteit van een lidstaat en met alle informatie die wordt verstrekt door organen en instellingen die bevoegd zijn krachtens de in het kader van de Verdragen vastgestelde bepalingen of die door Eurojust zelf is verzameld;

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Eurojust oefent zijn taken uit op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of op eigen initiatief.

3.  Eurojust oefent zijn taken uit op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of op eigen initiatief of op verzoek van het Europees Openbaar Ministerie.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegdheid van Eurojust bestrijkt de in bijlage 1 genoemde vormen van criminaliteit. Eurojust is echter niet bevoegd voor de strafbare feiten die onder de bevoegdheid van het Europees Openbaar Ministerie vallen.

1.  Tot het tijdstip waarop het Europees Openbaar Ministerie (EPPO) de krachtens artikel 75 van de Verordening betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie aan hem opgelegde opsporings- en vervolgingstaken op zich heeft genomen, bestrijkt de bevoegdheid van Eurojust de in bijlage 1 genoemde vormen van criminaliteit. Eurojust voert echter niet zijn bevoegdheid uit ten aanzien van strafbare feiten waarvoor het Europees Openbaar Ministerie bevoegd is, tenzij het zaken betreft die ook betrekking hebben op lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking maar voor welke zaken het Europees Openbaar Ministerie zijn bevoegdheden niet uitoefent, ofwel zaken die betrekking hebben op lidstaten die niet deelnemen aan de nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie, of als het Europees Openbaar Ministerie zelf de hulp van Eurojust inroept. De praktische details van de uitoefening van bevoegdheden in overeenstemming met dit lid worden geregeld met een in artikel 38, lid 2 bis bedoelde werkregeling.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Eurojust blijft bevoegd:

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De bevoegdheid van Eurojust strekt zich ook uit tot de daarmee samenhangende strafbare feiten. De volgende feiten worden als zodanig beschouwd:

2.  De bevoegdheid van Eurojust strekt zich ook uit tot strafbare feiten die verband houden met de in bijlage 1 genoemde vormen van criminaliteit. De volgende feiten worden als zodanig beschouwd:

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Op verzoek van hetzij een bevoegde autoriteit van een lidstaat, hetzij de Commissie, kan Eurojust ook bijstand verlenen aan opsporing en vervolging waarbij alleen die lidstaat en de Unie betrokken zijn.

4.  Op verzoek van hetzij een bevoegde autoriteit van een lidstaat, hetzij de Commissie, kan Eurojust ook bijstand verlenen aan opsporing en vervolging waarbij alleen die lidstaat betrokken is.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  staat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij met het oog op een optimale coördinatie van de opsporing en vervolging;

b)  waarborgt de coördinatie van de opsporing en vervolging door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten;

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  verleent steun om de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te verbeteren, onder meer op basis van de door Europol verrichte analyses;

c)  verleent steun en verbetert de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder meer op basis van de door Europol verrichte analyses;

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  werkt nauw samen met het Europees Openbaar Ministerie voor zaken die onder zijn bevoegdheid vallen;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  ondersteunt en neemt zo nodig deel aan de gespecialiseerde kenniscentra van de Unie die zijn opgezet door Europol en andere organen en agentschappen van de Unie;

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter)  werkt samen met agentschappen, organen en netwerken van de Unie, die zijn opgericht in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht en die zijn gereguleerd in Titel V van het VWEU;

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e quater)  ondersteunt het optreden van de lidstaten bij de preventie en bestrijding van vormen van ernstige criminaliteit die zijn opgesomd in bijlage 1.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer twee of meer lidstaten het niet eens kunnen worden over wie van hen opsporing of vervolging moet instellen naar aanleiding van een verzoek overeenkomstig lid 2, onder b), geeft Eurojust schriftelijk advies over de zaak. Dat advies wordt de betrokken lidstaten terstond toegezonden.

4.  Wanneer twee of meer lidstaten het niet eens kunnen worden over wie van hen opsporing of vervolging moet instellen naar aanleiding van een verzoek overeenkomstig lid 2, onder a) en b), neemt Eurojust een besluit over de zaak. Dat advies wordt de betrokken lidstaten onmiddellijk toegezonden.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Op verzoek van een bevoegde autoriteit brengt Eurojust schriftelijk advies uit over herhaalde weigeringen of moeilijkheden in verband met de uitvoering van verzoeken en besluiten inzake justitiële samenwerking, met name die welke zijn gebaseerd op instrumenten waarmee uitvoering wordt gegeven aan het beginsel van wederzijdse erkenning, voor zover de kwestie niet in onderlinge overeenstemming door de bevoegde nationale autoriteiten of door tussenkomst van de betrokken nationale leden kon worden opgelost. Dat advies wordt de betrokken lidstaten terstond toegezonden.

5.  Op verzoek van een bevoegde autoriteit brengt Eurojust schriftelijk advies uit over herhaalde weigeringen of moeilijkheden in verband met de uitvoering van verzoeken en besluiten inzake justitiële samenwerking, met name die welke zijn gebaseerd op instrumenten waarmee uitvoering wordt gegeven aan het beginsel van wederzijdse erkenning, voor zover de kwestie niet in onderlinge overeenstemming door de bevoegde nationale autoriteiten of door tussenkomst van de betrokken nationale leden kon worden opgelost. Dat advies wordt de betrokken lidstaten onmiddellijk toegezonden.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De nationale leden en hun adjuncten hebben de status van openbaar aanklager, rechter of politieofficier met een gelijkwaardige bevoegdheid. De bevoegde nationale autoriteiten verlenen hun de in deze verordening beschreven bevoegdheden zodat zij hun taken kunnen verrichten.

3.  De nationale leden en hun adjuncten hebben de status van openbaar aanklager, rechter of vertegenwoordiger van een gerechtelijke autoriteit met gelijkwaardige bevoegdheden overeenkomstig de nationale wetgeving. De bevoegde nationale autoriteiten verlenen hun de in deze verordening beschreven bevoegdheden zodat zij hun taken kunnen verrichten.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De ambtstermijn van de nationale leden en hun adjuncten bedraagt vier jaar en kan eenmaal worden verlengd.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  De lidstaten moeten nationale leden en adjuncten aanwijzen op grond van bewezen gedegen en langdurige praktijkervaring op het gebied van strafzaken.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de afgifte en uitvoering van een verzoek om wederzijdse rechtshulp of wederzijdse erkenning te vergemakkelijken of anderszins te ondersteunen, of een dergelijk verzoek zelf af te geven en uit te voeren;

a)  de afgifte en uitvoering van een verzoek om wederzijdse rechtshulp of wederzijdse erkenning te vergemakkelijken of anderszins te ondersteunen;

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  rechtstreeks contact op te nemen en informatie uit te wisselen met een nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat;

b)  rechtstreeks contact op te nemen en informatie uit te wisselen met een nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat, een agentschap van de Unie of een ander bevoegd orgaan, waaronder het Europees Openbaar Ministerie;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  dienen aanvragen voor wederzijdse bijstand of wederzijdse erkenning in en voeren die uit;

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  Lidstaten kunnen extra bevoegdheden toekennen aan de nationale leden overeenkomstig de nationale wetgeving. De lidstaten stellen de Commissie en het college formeel in kennis van deze bevoegdheden.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De nationale leden, in overeenstemming met de bevoegde nationale autoriteit:

2.  De nationale leden kunnen, in overeenstemming met de bevoegde nationale autoriteit overeenkomstig het nationaal recht:

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  gelasten opsporingsmaatregelen;

a)  onderzoeksmaatregelen gelasten of aanvragen als bedoeld in Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken;

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In dringende gevallen, wanneer niet tijdig overeenstemming kan worden bereikt, zijn de nationale leden bevoegd om de in lid 2 bedoelde maatregelen te nemen en informeren zij zo spoedig mogelijk de nationale bevoegde autoriteit.

3.  In dringende gevallen en voor zover het niet mogelijk is de bevoegde nationale autoriteit tijdig te vinden of te contacteren, zijn de nationale leden bevoegd om de in lid 2 bedoelde maatregelen te nemen overeenkomstig het nationaal recht en informeren zij onmiddellijk de nationale bevoegde autoriteit.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  In de in lid 3 bis genoemde gevallen worden door het nationale lid ingediende aanvragen zonder onnodige vertraging in behandeling genomen door de bevoegde nationale autoriteit.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  strafregisters;

a)  strafregisters, met inbegrip van het Europees Strafregisterinformatiesysteem (Ecris);

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  alle nationale leden wanneer het college zijn operationele taken verricht uit hoofde van artikel 4;

a)  alle nationale leden;

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  alle nationale leden en twee vertegenwoordigers van de Commissie wanneer het college zijn beheerstaken verricht uit hoofde van artikel 14.

b)  en twee vertegenwoordigers van de Commissie wanneer het college zijn beheerstaken verricht, van wie de ene overeenkomstig artikel 16, lid 4 ook vertegenwoordiger moet zijn in de raad van de bestuur.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De administratief directeur woont de beheersvergaderingen van het college bij, maar heeft geen stemrecht.

3.  De administratief directeur woont de vergaderingen van het college bij, maar heeft geen stemrecht.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het college houdt ten minste één operationele vergadering per maand. Om zijn beheerstaken uit te voeren, houdt het college ten minste twee gewone vergaderingen per jaar. Daarnaast komt het college bijeen op initiatief van de voorzitter, op verzoek van de Commissie of van ten minste één derde van zijn leden.

2.  Het college houdt ten minste één vergadering per maand. Daarnaast komt het college bijeen op initiatief van de voorzitter, op verzoek van de Commissie of van ten minste één derde van zijn leden om de beheerstaken van het college te bespreken.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Tenzij anders is bepaald, stelt het college zijn besluiten vast bij meerderheid van zijn leden.

1.  Tenzij anders is bepaald en indien er geen overeenstemming kan worden bereikt, stelt het college zijn besluiten vast bij meerderheid van zijn leden.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het college verricht de volgende beheerstaken:

Er worden bepalingen vastgesteld om een duidelijk onderscheid aan te brengen tussen de operationele en de beheerstaken van het college, waardoor de administratieve rompslomp voor de nationale leden tot een minimum wordt beperkt zodat de nadruk op de operationele werkzaamheden van Eurojust kan worden gelegd. De beheerstaken van het college bestaan met name uit de goedkeuring van werkprogramma's, de begroting en het jaarlijks activiteitenverslag van Eurojust en diens werkafspraken met partners. Het college dient de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag uit te oefenen met betrekking tot de administratief directeur. Het college dient tevens het reglement van orde van Eurojust vast te stellen.

a)  het stelt ieder jaar het programmeringsdocument van Eurojust vast met een tweederdemeerderheid van zijn leden en overeenkomstig artikel 15;

 

b)  het stelt de jaarlijkse begroting van Eurojust vast met een tweederdemeerderheid van zijn leden en voert andere taken uit betreffende de begroting van Eurojust overeenkomstig hoofdstuk VI;

 

c)  het stelt een geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag over de activiteiten van Europol vast en zendt dit voor [in het Financieel Reglement vastgestelde datum] van het daaropvolgende jaar toe aan het Europees Parlement, de nationale parlementen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer en het maakt het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag openbaar.

 

d)  het neemt in het programmeringsdocument een programmering van de personele middelen op;

 

e)  het stelt de financiële regeling die op Eurojust van toepassing is, vast overeenkomstig artikel 52;

 

f)  het stelt regels vast ter voorkoming en beheersing van belangenconflicten met betrekking tot zijn leden;

 

g)  het oefent overeenkomstig lid 2, met betrekking tot het personeel van het agentschap de bevoegdheid tot aanstelling uit die krachtens het statuut is verleend(1) aan het tot aanstelling bevoegde gezag en die krachtens de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden is verleend(2) aan het tot het sluiten van arbeidscontracten bevoegde gezag ("de bevoegdheid tot aanstelling");

 

h)  het benoemt de administratief directeur en, indien relevant, verlengt zijn of haar ambtstermijn of ontheft hem of haar uit zijn of haar functie overeenkomstig artikel 17;

 

i)  het benoemt een rekenplichtige en een functionaris voor gegevensbescherming, die functioneel onafhankelijk zijn bij de uitvoering van hun taken;

 

j)  het stelt werkafspraken vast die overeenkomstig artikel 43 zijn gemaakt;

 

k)  het verkiest de voorzitter en de vicevoorzitters overeenkomstig artikel 11;

 

l)  hij stelt zijn reglement van orde vast.

 

2.  Overeenkomstig artikel 110 van het statuut neemt het college op basis van artikel 2, lid 1, van het statuut en op basis van artikel 6 van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden, een besluit aan waarbij de bevoegdheden tot aanstelling worden gedelegeerd aan de administratief directeur en de voorwaarden worden vastgesteld waaronder die delegatie kan worden geschorst. De administratief directeur mag deze bevoegdheid op zijn beurt subdelegeren.

 

3.  Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, kan het college een besluit nemen om de delegatie van de bevoegdheden tot aanstelling van de administratief directeur en de door hem verleende subdelegatie tijdelijk te schorsen en deze bevoegdheden zelf uit te oefenen dan wel te delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de administratief directeur.

 

4.  Het college neemt zijn besluiten inzake benoeming, verlenging van de ambtstermijn en ontheffing uit het ambt van de administratief directeur op basis van een tweederdemeerderheid van zijn leden.

 

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk op [30 november van elk jaar] stelt het college een programmeringsdocument vast met de meerjarige en de jaarlijkse programmering op basis van een ontwerp van de administratief directeur, rekening houdend met het advies van de Commissie. Het stuurt dit door naar het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Het programmeringsdocument wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting en wordt, indien nodig, dienovereenkomstig aangepast.

1.  Uiterlijk op [30 november van elk jaar] stelt het college een programmeringsdocument vast met de jaarlijkse programmering op basis van een ontwerp van de administratief directeur, rekening houdend met het advies van de Commissie. Het stuurt dit door naar het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en het Europees Openbaar Ministerie. Het programmeringsdocument wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting en wordt, indien nodig, dienovereenkomstig aangepast.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het meerjarige werkprogramma omvat de algemene strategische programmering, met inbegrip van doelstellingen, beoogde resultaten en prestatie-indicatoren. Het bevat ook de programmering van de middelen, met inbegrip van de meerjarenbegroting en personele middelen. De programmering van de middelen wordt jaarlijks bijgewerkt. De strategische programmering wordt in voorkomend geval bijgewerkt en met name om rekening te houden met de resultaten van de in artikel 56 bedoelde evaluatie.

4.  Het meerjarige werkprogramma omvat de algemene strategische programmering, met inbegrip van doelstellingen, de in artikel 43 bedoelde strategie voor samenwerking met derde landen en internationale organisaties, beoogde resultaten en prestatie-indicatoren. Het bevat ook de programmering van de middelen, met inbegrip van de meerjarenbegroting en personele middelen. De programmering van de middelen wordt jaarlijks bijgewerkt. De strategische programmering wordt in voorkomend geval bijgewerkt en met name om rekening te houden met de resultaten van de in artikel 56 bedoelde evaluatie.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het college wordt bijgestaan door een raad van bestuur. De raad van bestuur is niet betrokken bij de operationele taken van Eurojust als bedoeld in de artikelen 4 en 5.

1.  Het college wordt bijgestaan door een raad van bestuur. De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het nemen van administratieve beslissingen om de goede werking van Eurojust te waarborgen. De raad van bestuur onderneemt tevens de noodzakelijke voorbereidende werkzaamheden voor andere administratieve kwesties waarvoor overeenkomstig artikel 5, lid 2, de goedkeuring van het college vereist is. De raad van bestuur is niet betrokken bij de operationele taken van Eurojust als bedoeld in de artikelen 4 en 5.

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De raad van bestuur kan het college raadplegen bij het opstellen van de jaarlijkse begroting van Eurojust, het jaarverslag en de jaarlijkse en de meerjarige werkprogramma's, en kan bij het college andere niet-operationele inlichtingen opvragen indien die voor de uitvoering van zijn taken noodzakelijk zijn.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 - inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De raad van bestuur heeft daarnaast de volgende taken:

2.  De raad van bestuur heeft de volgende taken:

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  hij bereidt het jaarlijkse en het meerjarige werkprogramma van Eurojust voor op basis van de ontwerpen die door de administratief directeur zijn opgesteld, en stuurt deze ter goedkeuring door aan het college;

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  hij stelt een fraudebestrijdingsstrategie vast die in verhouding staat tot de frauderisico’s voor wat betreft de kosten- batenverhouding van de uit te voeren maatregelen;

b)  hij stelt een fraudebestrijdingsstrategie voor Eurojust vast op basis van een ontwerp dat door de administratief directeur is opgesteld;

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  hij neemt alle andere besluiten waarvoor het college niet uitdrukkelijk bevoegd is op grond van artikel 5 of artikel 14 of waarvoor de administratief directeur niet verantwoordelijk is overeenkomstig artikel 18;

Schrappen

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  hij stelt zijn reglement van orde vast.

Schrappen

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  hij verricht alle aanvullende administratieve taken die hem uit hoofde van artikel 5, lid 4, door het college worden toegewezen;

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 – letter h ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h ter)  hij stelt overeenkomstig artikel 52 de financiële regeling vast die op Eurojust van toepassing is;

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2 – letter h quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h quater)  hij stelt overeenkomstig artikel 110 van het Statuut, en op grond van artikel 2, lid 1, van het Statuut en van artikel 6 van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, een besluit vast om de aanstellingsbevoegdheden te delegeren aan de administratief directeur en om de voorwaarden te bepalen waarmee deze bevoegdheidsdelegatie kan worden opgeschort; de administratief directeur mag deze bevoegdheid op zijn beurt subdelegeren;

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In spoedeisende gevallen kan de raad van bestuur namens het college zo nodig bepaalde voorlopige besluiten nemen inzake administratieve en budgettaire aangelegenheden, die door het college moeten worden bevestigd.

Schrappen

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De raad van bestuur houdt minste één gewone vergadering per kwartaal. Daarnaast komt de raad bijeen op initiatief van zijn voorzitter of op verzoek van de Commissie of van ten minste twee van zijn andere leden.

6.  De raad van bestuur vergadert ten minste eens in de drie maanden. Indien nodig komt de raad bijeen op initiatief van zijn voorzitter of op verzoek van de Commissie of van ten minste twee van zijn andere leden.

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De administratief directeur wordt na een open en transparante selectieprocedure door het college aangesteld uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten. Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de administratief directeur wordt Eurojust vertegenwoordigd door de voorzitter van het college.

2.  De administratief directeur wordt op grond van verdiensten en gedocumenteerde bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, alsook op grond van relevante bekwaamheid en ervaring, door het college aangesteld uit een lijst van door de raad van bestuur voorgedragen kandidaten, na een open en transparante selectieprocedure, overeenkomstig het reglement van orde van Eurojust. Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de administratief directeur wordt Eurojust vertegenwoordigd door de voorzitter van het college.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De ambtstermijn van de administratief directeur is vijf jaar. Aan het eind van deze termijn stelt de Commissie een beoordeling op waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de prestaties van de administratief directeur.

3.  De ambtstermijn van de administratief directeur is vier jaar. Aan het eind van deze termijn stelt de raad van bestuur een beoordeling op waarin rekening wordt gehouden met een evaluatie van de prestaties van de administratief directeur.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Op grond van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de in lid 3 bedoelde evaluatie, kan het college de ambtstermijn van de administratief directeur eenmaal verlengen, voor ten hoogste vijf jaar.

4.  Op grond van een voorstel van de raad van bestuur, waarin rekening wordt gehouden met de in lid 3 bedoelde evaluatie, kan het college de ambtstermijn van de administratief directeur eenmaal verlengen, voor ten hoogste vier jaar.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De administratief directeur legt verantwoording af aan het college en de raad van bestuur.

6.  De administratief directeur legt verantwoording af aan het college.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De administratief directeur kan uitsluitend uit zijn of haar functie worden ontheven bij besluit van het college op voorstel van de Commissie.

7.  De administratief directeur kan uitsluitend uit zijn of haar functie worden ontheven bij besluit van het college op voorstel van de raad van bestuur.

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie, het college of de raad van bestuur, voert de administratief directeur zijn of haar taken op onafhankelijke wijze uit, zonder instructies te vragen aan of te ontvangen van regeringen of andere organen.

2.  Onverminderd de bevoegdheden van het college of de raad van bestuur, voert de administratief directeur zijn of haar taken op onafhankelijke wijze uit, zonder instructies te vragen aan of te ontvangen van regeringen of andere organen.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het dagelijkse bestuur van Eurojust;

a)  het dagelijks bestuur van Eurojust en het personeelsbeheer;

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  de opstelling van het programmeringsdocument en de indiening daarvan bij de raad van bestuur en het college na raadpleging van de Commissie;

c)  de opstelling van de jaarlijkse en meerjarige werkprogrammering en de indiening daarvan bij de raad van bestuur ter goedkeuring;

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  de uitvoering van het programmeringsdocument en de rapportage over die uitvoering aan de raad van bestuur en het college;

d)  de uitvoering van de jaarlijkse en meerjarige werkprogrammering en de rapportage over die uitvoering aan de raad van bestuur en het college;

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  de opstelling van een actieplan voor de opvolging van conclusies van de interne of externe auditverslagen, beoordelingen en onderzoeken, waaronder die van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en OLAF, en de halfjaarlijkse verslaglegging aan de raad van bestuur, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over de voortgang;

f)  de opstelling van een actieplan voor de opvolging van conclusies van de interne of externe auditverslagen, beoordelingen en onderzoeken, waaronder die van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en OLAF, en de halfjaarlijkse verslaglegging aan het college, de raad van bestuur, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over de voortgang;

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  de bescherming van de financiële belangen van de Unie door toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door middel van effectieve controles en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen en, waar nodig, doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en financiële sancties;

Schrappen

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter j bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j bis)  de uitoefening, met betrekking tot het personeel van het agentschap, van de bevoegdheid tot aanstelling die krachtens het statuut is verleend aan het tot aanstelling bevoegde gezag en die krachtens de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden is verleend aan het tot het sluiten van arbeidscontracten bevoegde gezag ("aanstellingsbevoegdheid");

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter j ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j ter)  het verstrekken van de noodzakelijke administratieve steun om de operationele werkzaamheden van Eurojust te vergemakkelijken;

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter j quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j quater)  het bieden van ondersteuning aan de voorzitter en vicevoorzitters bij het vervullen van hun taken;

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter j quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j quinquies)  de voorbereiding van een ontwerpvoorstel voor de jaarlijkse begroting van Eurojust, dat moet worden gepresenteerd en geraadpleegd door de raad van bestuur voorafgaand aan de goedkeuring door het college;

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De OCC-vertegenwoordigers ondernemen onverwijld actie met betrekking tot de uitvoering van het verzoek in hun lidstaat.

3.  De OCC-vertegenwoordigers ondernemen onverwijld en efficiënt actie met betrekking tot de uitvoering van het verzoek in hun lidstaat.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Alle door de lidstaten op grond van lid 1 aangewezen nationale correspondenten moeten beschikken over de nodige deskundigheid en ervaring om hun taken uit te oefenen.

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  de nationale correspondenten voor aangelegenheden waarvoor het Europees Openbaar Ministerie bevoegd is voor niet-deelnemende lidstaten;

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde personen behouden de positie en de status waarover zij krachtens het nationale recht beschikken.

3.  De in de leden 1 en 2 bedoelde personen behouden de positie en de status waarover zij krachtens het nationale recht beschikken, op voorwaarde dat dit de taken die zij krachtens deze verordening uitoefenen, niet belemmert.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 5 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  nauwe betrekkingen met de nationale Europol-eenheid te onderhouden.

d)  nauwe betrekkingen met de nationale Europol-eenheid, andere contactpunten van het Europees justitieel netwerk en andere bevoegde nationale autoriteiten te onderhouden.

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten wisselen met Eurojust alle informatie uit die nodig is voor de uitvoering van zijn taken overeenkomstig de artikelen 2 en 4 en de in deze verordening vastgestelde voorschriften inzake gegevensbescherming. Daarbij gaat het ten minste om de in de leden 5, 6 en 7 bedoelde informatie.

1.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten wisselen met Eurojust alle informatie uit die nodig is voor de uitvoering van zijn taken overeenkomstig de artikelen 2 en 4 en de in deze verordening vastgestelde voorschriften inzake gegevensbescherming. Daarbij gaat het ten minste om de in de leden 4, 5 en 6 bedoelde informatie.

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De overdracht van informatie aan Eurojust wordt alleen als een verzoek om bijstand van Eurojust opgevat indien een bevoegde autoriteit dat in het betrokken geval specifiek vermeldt.

2.  (Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De nationale bevoegde autoriteiten stellen hun nationale leden zonder nodeloze vertraging in kennis van een zaak inzake strafbare feiten die onder de bevoegdheid van Eurojust vallen en waarbij ten minste drie lidstaten betrokken zijn en waarin verzoeken of besluiten inzake justitiële samenwerking, waaronder die welke gebaseerd zijn op instrumenten waarmee uitvoering wordt gegeven aan het beginsel van wederzijdse erkenning, aan ten minste twee lidstaten zijn toegezonden.

5.  De nationale bevoegde autoriteiten stellen hun nationale leden zonder nodeloze vertraging in kennis van een zaak waarbij ten minste drie lidstaten rechtstreeks betrokken zijn, waarin verzoeken of besluiten inzake justitiële samenwerking, waaronder die welke gebaseerd zijn op instrumenten waarmee uitvoering wordt gegeven aan het beginsel van wederzijdse erkenning, aan ten minste twee lidstaten zijn toegezonden, en

 

a)  het misdrijf in kwestie in de verzoekende of de uitvaardigende lidstaat wordt bestraft met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximum van ten minste vijf of zes jaar, naar gelang van de beslissing van de betrokken lidstaat, en is opgenomen in onderstaande lijst:

 

i)  mensenhandel;

 

ii)  seksueel misbruik en seksuele uitbuiting, inclusief kinderpornografie en het benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden;

 

iii)  drugshandel;

 

iv)  illegale vervaardiging van wapens, vuurwapens, met inbegrip van delen en onderdelen, munitie en explosieven;

 

v)  corruptie;

 

vi)  misdrijven tegen de financiële belangen van de Unie;

 

vii)  valsemunterij en vervalsing van betaalmiddelen;

 

viii)  witwasactiviteiten;

 

ix)  computercriminaliteit; of

 

b)  er zijn concrete aanwijzingen over de betrokkenheid van een criminele organisatie; of

 

c)  er zijn aanwijzingen dat de zaak een ernstige grensoverschrijdende dimensie of ernstige gevolgen kan hebben op het niveau van de Unie of andere dan de rechtstreeks betrokken lidstaten zou kunnen schaden.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De nationale bevoegde autoriteiten stellen hun nationale leden zonder nodeloze vertraging in kennis van een zaak inzake strafbare feiten die onder de bevoegdheid van Eurojust vallen en waarbij ten minste drie lidstaten betrokken zijn en waarin verzoeken of besluiten inzake justitiële samenwerking, waaronder die welke gebaseerd zijn op instrumenten waarmee uitvoering wordt gegeven aan het beginsel van wederzijdse erkenning, aan ten minste twee lidstaten zijn toegezonden.

5.  De nationale bevoegde autoriteiten stellen hun nationale leden zonder nodeloze vertraging in kennis van een zaak waarbij ten minste twee lidstaten rechtstreeks betrokken zijn, waarin verzoeken of besluiten inzake justitiële samenwerking, waaronder die welke gebaseerd zijn op instrumenten waarmee uitvoering wordt gegeven aan het beginsel van wederzijdse erkenning, aan ten minste twee lidstaten zijn toegezonden.

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – alinea 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  De in dit artikel bedoelde gegevens worden op gestructureerde, door Eurojust vastgestelde wijze verstrekt.

9.  De in dit artikel bedoelde gegevens worden op gestructureerde, door Eurojust vastgestelde wijze verstrekt. De nationale autoriteit hoeft deze informatie niet te verstrekken indien deze reeds in overeenstemming met andere bepalingen van deze verordening aan Eurojust is doorgegeven.

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust verstrekt de bevoegde nationale autoriteiten gegevens over de resultaten van het verwerken van gegevens, onder meer over het bestaan van verbanden met reeds in het casemanagementsysteem opgenomen zaken. Deze informatie kan persoonsgegevens omvatten.

1.  Eurojust verstrekt de bevoegde nationale autoriteiten onverwijld gegevens over de resultaten van het verwerken van gegevens, onder meer over het bestaan van verbanden met reeds in het casemanagementsysteem opgenomen zaken. Deze informatie kan persoonsgegevens omvatten.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde nationale autoriteiten behandelen de uit hoofde van artikel 4 gedane verzoeken en uitgebrachte adviezen van Eurojust zonder nodeloze vertraging. Indien de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat besluiten geen gevolg te geven aan een verzoek als bedoeld in artikel 4, lid 2, of aan een schriftelijk advies als bedoeld in artikel 4, lid 4 of lid 5, stellen zij Eurojust daarvan zonder nodeloze vertraging in kennis, met opgave van redenen. Wanneer de redenen voor de weigering om aan een verzoek te voldoen niet kunnen worden opgegeven omdat zulks wezenlijke nationale veiligheidsbelangen zou schaden of de veiligheid van personen in gevaar zou brengen, mogen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten operationele redenen aanvoeren.

De bevoegde nationale autoriteiten behandelen de uit hoofde van artikel 4 gedane verzoeken en uitgebrachte adviezen van Eurojust zonder nodeloze vertraging en binnen de termijn die in dringende gevallen door Eurojust kan worden gesteld. De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat geven gevolg aan het verzoek van Eurojust als bedoeld in artikel 4, lid 2, en in artikel 4, lid 2 (nieuw) of aan een schriftelijk advies als bedoeld in artikel 4, lid 4 of lid 5, tenzij zij tegenover Eurojust door middel van een met redenen omkleed advies kunnen aantonen dat onmiddellijke gevolggeving het welslagen van een lopend onderzoek of de veiligheid van personen in gevaar zou brengen. Iedere vertraging bij het gevolg geven aan uit hoofde van artikel 4 door Eurojust gedane verzoeken en uitgebrachte adviezen moet naar behoren worden gemotiveerd.

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust zet een casemanagementsysteem op dat bestaat uit tijdelijke werkbestanden en een register met in bijlage 2 genoemde persoonsgegevens en andere dan persoonsgegevens

1.  Eurojust zet een casemanagementsysteem op met inbegrip van tijdelijke werkbestanden en een register met in bijlage 2 genoemde persoonsgegevens en andere dan persoonsgegevens.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het vergemakkelijken van het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en op de naleving van de desbetreffende bepalingen van deze verordening.

c)  het vergemakkelijken van het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en op de naleving van de EU-wetgeving.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het register bevat verwijzingen naar de tijdelijke werkbestanden die in het kader van Eurojust worden aangemaakt en mag geen andere persoonsgegevens bevatten dan die welke worden genoemd in de punten 1, onder a) tot en met i), k) en m), en 2, van bijlage 2.

4.  Het register bevat verwijzingen naar de tijdelijke werkbestanden die in het kader van Eurojust worden aangemaakt en mag geen andere persoonsgegevens bevatten dan die welke worden genoemd in punt 2, van bijlage 2.

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Voor de verwerking van operationele persoonsgegevens mag Eurojust geen ander geautomatiseerd bestand aanmaken dan een tijdelijk werkbestand.

6.  Voor de verwerking van operationele persoonsgegevens mag Eurojust geen ander geautomatiseerd bestand aanmaken dan het casemanagementsysteem.

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Het casemanagementsysteem en zijn tijdelijke werkbestanden worden voor gebruik door het Europees Openbaar Ministerie beschikbaar gesteld.

7.  Het casemanagementsysteem en zijn tijdelijke werkbestanden worden voor gebruik door het Europees Openbaar Ministerie beschikbaar gesteld op het terrein van zijn bevoegdheid.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De bepalingen inzake de toegang tot het casemanagementsysteem en de tijdelijke werkbestanden zijn mutatis mutandis van toepassing op het Europees Openbaar Ministerie. De informatie die door het Europees Openbaar Ministerie in het casemanagementsysteem, de tijdelijke werkbestanden en het register is opgenomen, is echter niet toegankelijk op nationaal niveau.

8.  De bepalingen inzake de toegang tot het casemanagementsysteem en de tijdelijke werkbestanden zijn mutatis mutandis van toepassing op het Europees Openbaar Ministerie op het terrein van zijn bevoegdheid. De informatie die door het Europees Openbaar Ministerie in het casemanagementsysteem, de tijdelijke werkbestanden en het register is opgenomen, is echter niet toegankelijk op nationaal niveau.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het nationale lid dat een tijdelijk werkbestand heeft aangemaakt, besluit welke informatie betreffende dit tijdelijke werkbestand in het register wordt opgenomen.

3.  Het nationale lid dat een tijdelijk werkbestand heeft aangemaakt, besluit welke informatie betreffende dit tijdelijke werkbestand overeenkomstig artikel 24, lid 4, in het register wordt opgenomen.

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verwerking van persoonsgegevens

Informatieverwerking

1.  Voor zover noodzakelijk voor het vervullen van zijn uitdrukkelijk omschreven taak kan Eurojust in het kader van zijn bevoegdheden en om zijn operationele taken uit te voeren, overeenkomstig deze verordening uitsluitend de onder punt 1 van bijlage 2 bedoelde persoonsgegevens verwerken, langs geautomatiseerde weg of in gestructureerde manuele bestanden, van personen die op grond van de nationale wetgeving van de betrokken lidstaten worden verdacht van het plegen van of deelnemen aan een strafbaar feit ten aanzien waarvan Eurojust bevoegd is, of die veroordeeld zijn voor een dergelijk feit.

Verordening (EG) nr. 45/2001 is van toepassing op de bescherming van personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door Eurojust in het kader van zijn werkzaamheden.

2.  Eurojust mag uitsluitend de onder punt 2 van bijlage 2 bedoelde persoonsgegevens verwerken van personen die op grond van de nationale wetgeving van de betrokken lidstaten worden beschouwd als getuigen of slachtoffers in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of een strafrechtelijke vervolging inzake een of meer van de in artikel 3 bedoelde vormen van criminaliteit en strafbare feiten, alsook van personen jonger dan 18 jaar. Dergelijke persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt indien dit strikt noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de uitdrukkelijk omschreven taak van Eurojust, in het kader van zijn bevoegdheden en om zijn operationele taken uit te voeren.

 

3.  In uitzonderlijke gevallen kan Eurojust voor een bepaalde periode, die niet langer duurt dan nodig is voor het sluiten van de zaak in verband waarmee de gegevens worden verwerkt, ook andere dan de in de leden 1 en 2 bedoelde persoonsgegevens verwerken die betrekking hebben op de omstandigheden van een feit, indien deze gegevens van onmiddellijk belang zijn voor en deel uitmaken van lopende onderzoeken die Eurojust coördineert of helpt coördineren en indien de verwerking strikt noodzakelijk is voor de in lid 1 genoemde doeleinden. De in artikel 31 bedoelde gegevensbeschermingsfunctionaris wordt onmiddellijk in kennis gesteld van de toepassing van dit lid en van de specifieke omstandigheden die de noodzaak van de verwerking van dergelijke persoonsgegevens rechtvaardigen. Wanneer die andere gegevens betrekking hebben op getuigen of slachtoffers in de zin van lid 2, wordt het besluit tot verwerking door ten minste twee nationale leden gezamenlijk genomen.

 

4.  Langs geautomatiseerde weg of op andere wijze verwerkte persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke overtuiging, godsdienstige of andere levensbeschouwing of lidmaatschap van een vakvereniging blijkt, alsmede persoonsgegevens die betrekking hebben op gezondheid of seksueel gedrag, mogen door Eurojust alleen worden verwerkt wanneer deze gegevens strikt noodzakelijk zijn voor het betrokken nationale onderzoek alsmede voor de coördinatie binnen Eurojust en als zij andere reeds verwerkte persoonsgegevens aanvullen. De functionaris voor gegevensbescherming wordt er onmiddellijk van in kennis gesteld dat dit lid is toegepast. Deze gegevens mogen niet worden verwerkt in het in artikel 24, lid 4, bedoelde register. Wanneer die andere gegevens betrekking hebben op getuigen of slachtoffers in de zin van lid 2, wordt het besluit tot verwerking genomen door het college.

 

5.  Verordening (EG) nr. 45/2001 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door Eurojust in het kader van zijn werkzaamheden. Deze verordening vormt een specificatie van en aanvulling op Verordening (EG) nr. 45/2001 voor wat door Eurojust ten behoeve van zijn operationele taken verwerkte persoonsgegevens betreft.

 

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Door Eurojust verwerkte persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan het moment waarop de eerste van de volgende data van toepassing is:

Schrappen

a)  de datum waarop in alle bij de opsporing en vervolging betrokken lidstaten de geldende termijn voor verjaring van het recht van strafvordering is verstreken;

 

b)  de datum waarop de betrokkene wordt vrijgesproken en de rechterlijke uitspraak definitief is geworden;

 

c)  drie jaar na de definitieve rechterlijke beslissing in de laatste van de lidstaten die betrokken zijn bij de opsporing of de vervolging;

 

d)  de datum waarop Eurojust en de betrokken lidstaten in onderling overleg hebben geconstateerd of zijn overeengekomen dat Eurojust de coördinatie van het onderzoek en de vervolging niet meer hoeft voort te zetten, tenzij er overeenkomstig artikel 21, lid 5 of lid 6 een verplichting is Eurojust deze informatie te verstrekken;

 

e)  drie jaar na de datum waarop overeenkomstig artikel 21 lid 6 of lid 7, gegevens werden verstrekt.

 

2.  De naleving van de in lid 1, onder a), b), c) en d), bedoelde bewaringstermijn wordt permanent gecontroleerd door middel van adequate geautomatiseerde verwerking. Na de invoering van de gegevens wordt evengoed om de drie jaar nagegaan of de bewaring noodzakelijk is. Als persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 27, lid 4, worden opgeslagen gedurende een periode van meer dan vijf jaar, wordt de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming hiervan in kennis gesteld.

 

3.  Wanneer een in lid 1, onder a), b), c) of d), bedoelde termijn is verstreken, gaat Eurojust na of het voor de uitvoering van zijn taken nodig is de gegevens verder te bewaren en kan het besluiten om de gegevens bij uitzondering tot de volgende controle te bewaren. De redenen voor verdere bewaring worden onderbouwd en geregistreerd. Als er niet wordt besloten tot verdere bewaring van de persoonsgegevens, worden deze gegevens automatisch na drie jaar gewist. Wanneer evenwel in alle betrokken lidstaten de geldende termijn voor verjaring van het recht van strafvordering is verstreken als bedoeld in lid 1, onder a), mogen de gegevens alleen worden bewaard voor zover zulks noodzakelijk is om Eurojust in staat te stellen overeenkomstig deze verordening bijstand te verlenen.

 

4.  Wanneer gegevens overeenkomstig lid 3 langer zijn bewaard dan de in lid 1 bedoelde data, wordt om de drie jaar door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming nagegaan of de bewaring noodzakelijk is.

 

5.  Wanneer een dossier niet-geautomatiseerde en niet-gestructureerde gegevens omvat en de bewaringstermijn van het laatste geautomatiseerde gegeven uit het dossier verstreken is, worden alle stukken van het dossier teruggestuurd naar de instantie die deze heeft verstrekt en worden alle kopieën daarvan vernietigd.

 

6.  Indien Eurojust een onderzoek of vervolging heeft gecoördineerd, stellen de betrokken nationale leden, met name ter toepassing van lid 1, onder b), Eurojust en de overige betrokken lidstaten in kennis van alle definitieve rechterlijke uitspraken betreffende deze zaak.

 

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust houdt gegevens bij betreffende de verzameling, wijziging, toegang, bekendmaking, samenvoeging of uitwissing van voor operationele doeleinden gebruikte persoonsgegevens teneinde te controleren of de gegevensverwerking rechtmatig is, interne controle uit te oefenen en de integriteit en de beveiliging van de gegevens te waarborgen. Dergelijke registratie of documentatie wordt na 18 maanden weer verwijderd, tenzij de gegevens nog nodig zijn voor een lopende controle.

Schrappen

2.  Op grond van lid 1 bijgehouden registratie en documentatie wordt op verzoek meegedeeld aan de Europees Toezichthouder voor gegevensverwerking. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming gebruikt die informatie uitsluitend om de gegevensverwerking te controleren, voor een passende gegevensverwerking te zorgen en de integriteit en beveiliging van de gegevens te waarborgen.

 

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Alleen de nationale leden, hun adjuncten en hun medewerkers, de in artikel 20, lid 2, bedoelde personen voor zover die op het casemanagementsysteem zijn aangesloten, en het geautoriseerde personeel van Eurojust hebben ter vervulling van de taken van Eurojust en binnen de in de artikelen 24, 25 en 26 gestelde grenzen, toegang tot de voor zijn operationele taken door Eurojust verwerkte persoonsgegevens.

Schrappen

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De raad van bestuur stelt overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EG) nr. 45/2001 een functionaris voor gegevensbescherming aan.

Schrappen

2.  Bij het nakomen van de verplichtingen van artikel 24 van Verordening (EG) nr. 45/2001 dient de functionaris voor gegevensbescherming:

 

a)  te waarborgen dat de doorgifte van persoonsgegevens schriftelijk wordt vastgelegd;

 

b)  samen te werken met de personeelsleden van Eurojust die verantwoordelijk zijn voor procedures, opleiding en advies op het gebied van gegevensverwerking;

 

c)  een jaarverslag op te stellen en dit voor te leggen aan het college en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

 

3.  Bij het verrichten van zijn of haar taken heeft de functionaris voor gegevensbescherming toegang tot alle door Eurojust verwerkte gegevens en tot alle dienstruimten van Eurojust.

 

4.  Voor zover nodig voor de verrichting van hun taken hebben de personeelsleden van Eurojust die de functionaris voor gegevensverwerking bijstaan bij het verrichten van zijn of haar taken, toegang tot de bij Eurojust verwerkte persoonsgegevens en tot de dienstruimten van Eurojust.

 

5.  Indien de functionaris voor gegevensbescherming van oordeel is dat de bepalingen van Verordening (EG) nr. 45/2001 of de onderhavige verordening met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens niet worden nageleefd, stelt hij of zij de administratief directeur hiervan in kennis, waarbij hij of zij hem of haar verzoekt om deze situatie van niet-naleving binnen een bepaalde termijn op te lossen. Indien de administratief directeur deze situatie van niet-naleving niet binnen de gestelde termijn oplost, legt de functionaris voor gegevensbescherming de zaak voor aan het college, en komt hij of zij met het college een bepaalde antwoordtermijn overeen. Indien het college deze situatie van niet-naleving niet binnen de gestelde termijn oplost, legt de functionaris voor gegevensbescherming de zaak voor aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

 

6.  De raad van bestuur stelt de in artikel 24, lid 8, van Verordening (EG) nr. 45/2001 bedoelde uitvoeringsvoorschriften vast.

 

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke betrokkene die het recht van toegang tot persoonsgegevens wil uitoefenen, kan daartoe kosteloos een aanvraag indienen bij de daartoe aangewezen autoriteit in de lidstaat van zijn keuze. Die autoriteit geeft de aanvraag onmiddellijk, en in ieder geval binnen een maand na ontvangst, door aan Eurojust.

Schrappen

2.  Eurojust beantwoordt de aanvraag onmiddellijk, en in ieder geval binnen drie maanden nadat het dit heeft ontvangen.

 

3.  Eurojust raadpleegt de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten alvorens een beslissing te nemen. Een besluit betreffende de toegang tot gegevens veronderstelt nauwe samenwerking tussen Eurojust en de lidstaten waarvoor de verstrekking van die gegevens van rechtstreeks belang is. Indien een lidstaat bezwaar maakt tegen het door Eurojust voorgestelde antwoord, stelt hij Eurojust in kennis van de redenen voor dit bezwaar.

 

4.  Wanneer het recht van toegang is beperkt overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 45/2001, stelt Eurojust de betrokkene hiervan overeenkomstig artikel 20, lid 3, van die verordening schriftelijk in kennis. De voornaamste redenen hoeven niet te worden meegedeeld indien de beperking ten gevolge van het verstrekken van dergelijke informatie haar effect zou verliezen. De betrokkene wordt er ten minste van in kennis gesteld dat alle nodige controles door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming hebben plaatsgevonden.

 

5.  Eurojust legt vast waarom er geen informatie wordt verstrekt over de voornaamste redenen van de toepassing van de in lid 4 bedoelde beperking.

 

6.  De aanvraag wordt behandeld en er wordt over beslist, namens Eurojust, door de nationale leden voor wie zij bestemd is. De aanvraag wordt binnen drie maanden na ontvangst afgehandeld. Bij gebreke van overeenstemming tussen de leden verwijzen deze de zaak naar het college, dat met een tweederde meerderheid over de aanvraag beslist.

 

7.  Wanneer de Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming op grond van de artikelen 46 en 47 van Verordening (EG) nr. 45/2001 de rechtmatigheid controleert van de verwerking door Eurojust, stelt hij of zij de betrokkene er ten minste van in kennis dat alle nodige controles door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming hebben plaatsgevonden.

 

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien de persoonsgegevens die moeten worden gecorrigeerd of uitgewist of aan de verwerking waarvan beperkingen moeten worden gesteld overeenkomstig de artikelen 14, 15 of 16 van Verordening (EG) nr. 45/2001, Eurojust zijn verstrekt door derde landen, internationale organisaties, private partijen of privépersonen of het resultaat zijn van de eigen analyses van Eurojust, corrigeert of wist Eurojust de betrokken gegevens, of stelt Eurojust beperkingen aan de verwerking ervan.

Schrappen

2.  Indien de persoonsgegevens die moeten worden gecorrigeerd of uitgewist of aan de verwerking waarvan beperkingen moeten worden gesteld overeenkomstig de artikelen 14, 15 of 16 van Verordening (EG) nr. 45/2001, Eurojust rechtstreeks zijn verstrekt door de lidstaten, corrigeert of wist Eurojust de betrokken gegevens, of stelt het beperkingen aan de verwerking ervan in samenwerking met de lidstaten.

 

3.  Indien onjuiste gegevens via een andere passende weg zijn verstrekt of indien de onjuistheden in de door de lidstaten verstrekte gegevens te wijten zijn aan foutieve doorgifte of in strijd met deze verordening werden verstrekt of indien de onjuistheden het gevolg zijn van foutieve of met deze verordening strijdige invoer, verwerking of opslag door Eurojust, corrigeert of wist Eurojust deze gegevens, in samenwerking met de betrokken lidstaten.

 

4.  In de in de artikelen 14, 15 of 16 van Verordening (EG) nr. 45/2001 bedoelde gevallen worden alle ontvangers van dergelijke gegevens onverwijld in kennis gesteld overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 45/2001. Overeenkomstig de toepasselijke regels corrigeren of wissen de ontvangers deze gegevens, of stellen zij beperkingen aan de verwerking ervan in hun systemen.

 

5.  Eurojust stelt de betrokkene er onverwijld en in ieder geval binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek schriftelijk van in kennis dat de hem betreffende gegevens zijn gecorrigeerd of gewist, of dat aan de verwerking ervan beperkingen zijn gesteld.

 

6.  Eurojust stelt de betrokkene schriftelijk in kennis van elke weigering om over te gaan tot correctie of uitwissing of tot beperking van de verwerking, en van de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming of om een rechtsmiddel in te stellen.

 

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust verwerkt persoonsgegevens zodanig dat kan worden vastgesteld welke instantie de gegevens heeft verstrekt of uit welke bron de persoonsgegevens afkomstig zijn.

Schrappen

2.  De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de persoonsgegevens ligt bij de lidstaat die de persoonsgegevens aan Eurojust heeft verstrekt en bij Eurojust voor die gegevens die zijn verstrekt door EU-organen, derde landen of internationale organisaties, alsmede voor persoonsgegevens die door Eurojust zijn ontleend aan openbare bronnen.

 

3.  De verantwoordelijkheid voor de naleving van Verordening (EG) nr. 45/2001 en de onderhavige verordening ligt bij het Eurojust. De verantwoordelijkheid voor de rechtmatigheid van de overdracht van persoonsgegevens die door de lidstaten aan Eurojust worden verstrekt, ligt bij de lidstaat die de persoonsgegevens verstrekt, en die voor de rechtmatigheid van de overdracht van persoonsgegevens die door Eurojust aan de lidstaten, EU-organen en derde landen of organisaties worden verstrekt, ligt bij het Eurojust.

 

4.  Onverminderd andere bepalingen van deze verordening is Eurojust verantwoordelijk voor alle gegevens die het verwerkt.

 

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werkt nauw samen met de nationale autoriteiten die bevoegd zijn voor het toezicht op gegevensbescherming bij specifieke kwesties waarvoor nationale betrokkenheid vereist is, met name in het geval dat de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming of een nationale instantie die bevoegd is voor toezicht op gegevensbescherming grote verschillen tussen praktijken van de lidstaten of een potentieel onrechtmatige gegevensoverdracht via de kanalen van Eurojust constateert, dan wel in de context van vragen van een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten over de uitvoering en de uitlegging van deze verordening.

Schrappen

2.  In de gevallen die worden genoemd in lid 1, wisselen de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de nationale instanties die bevoegd zijn voor het toezicht op gegevensbescherming, elk binnen de eigen bevoegdheden, relevante informatie uit, staan zij elkaar bij in de uitvoering van audits en inspecties, behandelen zij problemen bij de uitlegging of toepassing van deze verordening, buigen zij zich over problemen bij de uitoefening van het onafhankelijk toezicht of bij de uitoefening van de rechten van betrokkenen, stellen zij geharmoniseerde voorstellen voor gemeenschappelijke oplossingen voor problemen op, en vestigen zij de aandacht op gegevensbeschermingsrechten, voor zover noodzakelijk.

 

3.  De nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming komen zo nodig bijeen voor de in dit artikel vastgestelde doeleinden. De kosten en logistieke ondersteuning van deze bijeenkomsten komen ten laste van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Tijdens de eerste bijeenkomst wordt een reglement van orde vastgesteld. Indien noodzakelijk worden in onderling overleg verdere werkmethoden ontwikkeld.

 

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien een door een betrokkene op grond van artikel 32, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 ingediende klacht betrekking heeft op een besluit als bedoeld in artikel 32 of 33, raadpleegt de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming de nationale toezichthoudende autoriteiten of de bevoegde rechter van de lidstaat waarvan de gegevens afkomstig zijn dan wel van de rechtstreeks betrokken lidstaat. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming neemt zijn beslissing, die een weigering kan inhouden om gegevens te verstrekken, in nauw overleg met de nationale toezichthoudende instantie of de bevoegde rechter.

Schrappen

2.  Indien de klacht betrekking heeft op de verwerking van door een lidstaat aan Eurojust verstrekte gegevens, vergewist de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zich ervan dat de nodige controles correct zijn uitgevoerd, en dit in nauw overleg met de nationale toezichthoudende instantie van de lidstaat die de gegevens heeft verstrekt.

 

3.  Indien de klacht betrekking heeft op de verwerking van door organen van de EU, derde landen of organisaties of private partijen aan Eurojust verstrekte gegevens, vergewist de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zich ervan dat Eurojust de nodige controles heeft uitgevoerd.

 

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust is overeenkomstig artikel 340 van het Verdrag aansprakelijk voor elke schade die aan een particulier is berokkend als gevolg van ongeoorloofde of onjuiste verwerking van gegevens door Eurojust.

Schrappen

2.  Klachten tegen Eurojust op grond van de in lid 1 bedoelde aansprakelijkheid worden ingediend bij het Hof van Justitie overeenkomstig artikel 268 van het Verdrag.

 

3.  Elke lidstaat is, overeenkomstig zijn nationaal recht, aansprakelijk voor elke schade die aan een particulier is berokkend als gevolg van ongeoorloofde of onjuiste verwerking door die lidstaat van gegevens die aan Eurojust zijn meegedeeld.

 

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor zover noodzakelijk voor de verrichting van zijn taken kan Eurojust samenwerkingsverbanden aangaan en onderhouden met organen en agentschappen van de Unie overeenkomstig de doelstellingen van deze organen en agentschappen, alsook met de bevoegde autoriteiten van derde landen, internationale organisaties en de Internationale Politieorganisatie (Interpol).

1.  Voor zover noodzakelijk voor de verrichting van zijn taken kan Eurojust samenwerkingsverbanden aangaan en onderhouden met organen en agentschappen van de Unie overeenkomstig de doelstellingen van deze organen en agentschappen, alsook met de bevoegde autoriteiten van derde landen, internationale organisaties, waaronder de Internationale Politieorganisatie (Interpol) in overeenstemming met de in artikel 43 bedoelde strategie.

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Voor zover relevant voor de verrichting van zijn taken en behoudens de beperkingen op grond van artikel 21, lid 8, kan Eurojust direct alle informatie, met uitzondering van persoonsgegevens, uitwisselen met de in lid 1 bedoelde entiteiten.

2.  Voor zover relevant voor de verrichting van zijn taken en behoudens de beperkingen op grond van artikel 21, lid 8, en artikel 62 kan Eurojust direct alle informatie, met uitzondering van persoonsgegevens, uitwisselen met de in lid 1 bedoelde entiteiten.

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Eurojust treft voor de in de leden 1 en 2 vermelde doeleinden werkregelingen met de in lid 1 bedoelde entiteiten. Die werkregelingen vormen geen grondslag voor het toestaan van de uitwisseling van persoonsgegevens en zijn niet bindend voor de Unie of haar lidstaten.

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Eurojust kan persoonsgegevens van de in lid 1 bedoelde entiteiten overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 45/2001 ontvangen en deze verwerken voor zover nodig voor het verrichten van zijn taken en behoudens de bepalingen van afdeling IV.

3.  Eurojust kan persoonsgegevens van de in lid 1 bedoelde entiteiten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 ontvangen en deze verwerken voor zover nodig voor het verrichten van zijn taken.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Persoonsgegevens mogen door Eurojust alleen aan derde landen, internationale organisaties en Interpol worden doorgegeven, indien dit nodig is voor de preventie en bestrijding van criminaliteit die onder de bevoegdheid van Eurojust valt en behoudens deze verordening. Indien de over te dragen gegevens zijn verstrekt door een lidstaat, vraagt Eurojust eerst die lidstaat om toestemming, tenzij:

Schrappen

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de toestemming kan worden verondersteld aangezien de lidstaat geen uitdrukkelijke beperkingen heeft gesteld aan verdere overdracht; of

Schrappen

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de lidstaat aan een dergelijke verdere overdracht zijn voorafgaande goedkeuring heeft gegeven, in algemene zin dan wel behoudens specifieke voorwaarden. Deze goedkeuring kan te allen tijde worden ingetrokken.

Schrappen

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Verdere doorgifte aan derden van persoonsgegevens die lidstaten, organen of agentschappen van de Unie, derde landen en internationale organisaties of Interpol hebben ontvangen van Eurojust is verboden, tenzij Eurojust, na de omstandigheden van het betrokken geval te hebben onderzocht, hiervoor uitdrukkelijk toestemming heeft verleend en mits doorgifte een specifiek doel dient dat niet onverenigbaar is met het doel waarvoor de gegevens waren toegezonden.

Schrappen

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk 5 – afdeling 2 - titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

BETREKKINGEN MET PARTNERS

BETREKKINGEN MET PARTNERS BINNEN DE UNIE

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De werknemers van de secretariaten van het netwerk voor gemeenschappelijke onderzoeksteams en van het bij Besluit 2002/494/JBZ opgezette netwerk behoren tot het personeel van Eurojust. Deze secretariaten vormen aparte eenheden. Zij kunnen beschikken over de administratieve middelen van Eurojust die zij nodig hebben om hun taken te kunnen vervullen. Eurojust zorgt voor de coördinatie tussen de secretariaten. Dit lid is van toepassing op het secretariaat van elk bij Raadsbesluit opgezet nieuw netwerk indien in dat besluit wordt bepaald dat Eurojust daarvoor het secretariaat levert.

2.  De werknemers van de secretariaten van het netwerk voor gemeenschappelijke onderzoeksteams en van het bij Besluit 2002/494/JBZ opgezette netwerk behoren tot het personeel van Eurojust. Deze secretariaten vormen aparte eenheden. Zij kunnen beschikken over de administratieve middelen van Eurojust die zij nodig hebben om hun taken te kunnen vervullen. Eurojust zorgt voor de coördinatie tussen de secretariaten. Dit lid is van toepassing op het secretariaat van elk relevant netwerk voor justitiële samenwerking in strafzaken waarvoor steun in de vorm van een secretariaat moet worden geleverd door Eurojust. Eurojust kan steun verlenen, onder andere in voorkomend geval door middel van een secretariaat dat wordt ondergebracht bij Eurojust, relevante Europese netwerken en organen voor justitiële samenwerking in strafzaken.

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust neemt alle nodige maatregelen om Europol in staat te stellen om binnen de grenzen van zijn mandaat op basis van een hit/no hit-systeem indirecte toegang te verkrijgen tot informatie die Eurojust is verstrekt, onverminderd eventuele beperkingen die door de informatieverstrekkers – de lidstaten, organen van de Unie, derde landen, internationale organisaties of Interpol – zijn gesteld. Indien een zoekopdracht een hit oplevert, start Eurojust de procedure op grond waarvan de informatie die tot de hit heeft geleid, mag worden gedeeld, met inachtneming van het besluit van de lidstaat, het orgaan van de Unie, het derde land, de internationale organisatie of interpol, waardoor de informatie aan Eurojust is verstrekt.

1.  Eurojust neemt alle nodige maatregelen om Europol in staat te stellen om binnen de grenzen van zijn mandaat op basis van een hit/no hit-systeem indirecte toegang te verkrijgen tot informatie die Eurojust is verstrekt, onverminderd eventuele beperkingen die door de informatieverstrekkers – de lidstaten, organen van de Unie, derde landen, internationale organisaties, waaronder Interpol – zijn gesteld. Indien een zoekopdracht een hit oplevert, start Eurojust de procedure op grond waarvan de informatie die tot de hit heeft geleid, mag worden gedeeld, met inachtneming van het besluit van de lidstaat, het orgaan van de Unie, het derde land, de internationale organisatie, waaronder Interpol, waardoor de informatie aan Eurojust is verstrekt.

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Zoekopdrachten naar informatie overeenkomstig lid 1 worden slechts uitgevoerd om na te gaan of informatie die beschikbaar is bij Eurojust overeenkomt met door Europol verwerkte informatie.

2.  Zoekopdrachten naar informatie overeenkomstig lid 1 worden slechts uitgevoerd om na te gaan of informatie die beschikbaar is bij Eurojust overeenkomt met door Europol verwerkte informatie. Indien een zoekopdracht een treffer oplevert, geeft Europol aan welke gegevens het nodig heeft en mag Eurojust de gegevens alleen met Europol delen voor zover de gegevens die de treffer opleveren noodzakelijk zijn voor de rechtmatige uitoefening van zijn taken.

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Indien tijdens de informatieverwerkingsactiviteiten van Eurojust met betrekking tot een individueel onderzoek Eurojust of een lidstaat coördinatie, samenwerking of ondersteuning overeenkomstig het mandaat van Europol nodig acht, brengt Eurojust hen hiervan op de hoogte en start het de procedure voor informatie-uitwisseling, met inachtneming van het besluit van de lidstaat die de informatie heeft verstrekt. In een dergelijk geval overlegt Eurojust met Europol.

4.  Indien tijdens de informatieverwerkingsactiviteiten van Eurojust met betrekking tot een individueel onderzoek Eurojust of een lidstaat coördinatie, samenwerking of ondersteuning overeenkomstig het mandaat van Europol nodig acht, brengt Eurojust hen hiervan op de hoogte en start het de procedure voor informatie-uitwisseling, met inachtneming van het besluit van de lidstaat die de informatie heeft verstrekt. In een dergelijk geval raadpleegt Europol Eurojust.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Voor zover dat nodig is voor de uitoefening van de taken van de twee agentschappen en voor de verwezenlijking van hun doelstellingen, daarbij rekening houdend met de noodzaak om dubbel werk te vermijden, gaat Eurojust een blijvende nauwe samenwerking met Europol aan.

 

Daartoe komen de directeur van Europol en de voorzitter van Eurojust geregeld bijeen om kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken.

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust creëert en onderhoudt een bijzondere band met het Europees Openbaar Ministerie, die gebaseerd is op nauwe samenwerking en de ontwikkeling van de hieronder beschreven operationele, administratieve en beheersmatige verbanden tussen beide organen. Daartoe komen de Europese openbare aanklager en de voorzitter van Eurojust regelmatig bijeen om kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken.

1.  Eurojust creëert en onderhoudt een nauwe band met het Europees Openbaar Ministerie, die gebaseerd is op wederzijdse samenwerking binnen hun respectieve mandaten en bevoegdheden en op de ontwikkeling van de in dit artikel beschreven operationele en administratieve verbanden tussen beide organen. Daartoe komen de voorzitter van Eurojust en de Europese hoofdaanklager regelmatig bijeen om kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken. Zij komen bijeen op verzoek van de voorzitter van Eurojust of de Europese hoofdaanklager.

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Eurojust zal elk verzoek om ondersteuning van het Europees Openbaar Ministerie onverwijld in behandeling nemen en dergelijke verzoeken in voorkomend geval behandelen alsof zij afkomstig waren van een voor justitiële samenwerking bevoegde nationale autoriteit.

2.  Eurojust zal verzoeken om ondersteuning van het Europees Openbaar Ministerie onverwijld in behandeling nemen en dergelijke verzoeken behandelen alsof zij afkomstig waren van een voor justitiële samenwerking bevoegde nationale autoriteit.

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De samenwerking die overeenkomstig lid 1 is aangegaan, houdt de uitwisseling in van informatie, waaronder persoonsgegevens. Aldus uitgewisselde gegevens worden alleen gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt. Elk ander gebruik van de gegevens is slechts toegestaan voor zover dergelijk gebruik binnen de opdracht valt van het orgaan dat de gegevens ontvangt en met voorafgaande toestemming van het orgaan dat de gegevens heeft verstrekt.

4.  In operationele aangelegenheden die van belang zijn voor het Europees Openbaar Ministerie betrekt Eurojust het Europees Openbaar Ministerie bij zijn activiteiten inzake grensoverschrijdende zaken, onder meer door:

 

a) informatie, met inbegrip van persoonsgegevens, over zijn zaken te delen in overeenstemming met de desbetreffende EU-bepalingen inzake gegevensbescherming;

 

b) indien nodig ondersteuning te vragen van het Europees Openbaar Ministerie.

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Om na te gaan of informatie die beschikbaar is bij Eurojust overeenkomt met de door het Europees Openbaar Ministerie verwerkte informatie, stelt Eurojust een mechanisme in voor automatische kruiscontrole van in zijn casemanagementsysteem opgenomen gegevens. Telkens wanneer een overeenkomst wordt gevonden tussen gegevens die het Europees Openbaar Ministerie in het casemanagementsysteem heeft ingevoerd en die welke daarin door Eurojust zijn ingevoerd, wordt het feit dat er een overeenkomst is, meegedeeld aan zowel Eurojust en het Europees Openbaar Ministerie als de lidstaat die de betrokken gegevens aan Eurojust verstrekte. Wanneer de gegevens door een derde waren verstrekt, deelt Eurojust de ontdekte overeenkomst alleen met toestemming van het Europees Openbaar Ministerie aan die derde mee.

5.  Eurojust heeft op basis van een hit/no hit-systeem toegang tot informatie in het casemanagementsysteem van het Europees Openbaar Ministerie. Telkens wanneer een overeenkomst wordt gevonden tussen gegevens die het Europees Openbaar Ministerie in het casemanagementsysteem heeft ingevoerd en gegevens waarover Eurojust beschikt, wordt het feit dat er een overeenkomst is, meegedeeld aan zowel Eurojust en het Europees Openbaar Ministerie als de lidstaten die de betrokken gegevens aan Eurojust verstrekten. Eurojust neemt passende maatregelen om het Europees Openbaar Ministerie toegang te verschaffen tot informatie in zijn casemanagementsysteem op basis van een hit/no-hit-systeem.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Het Europees Openbaar Ministerie mag gebruikmaken van de administratieve ondersteuning van Eurojust. Daartoe mag Eurojust diensten van gezamenlijk belang aan het Europees Openbaar Ministerie verlenen. De details worden vastgelegd in een regeling overeenkomstig artikel 38, lid 2 bis.

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Eurojust ondersteunt het functioneren van het Europees Openbaar Ministerie door middel van door zijn personeelsleden te verlenen diensten. Deze ondersteuning omvat in ieder geval:

Schrappen

a) technische ondersteuning bij het opstellen van de jaarlijkse begroting, het programmeringsdocument met de jaarlijkse en meerjarige programmering en het beheersplan;

 

b) technische ondersteuning bij personeelsaanwerving en loopbaanbegeleiding;

 

c) beveiligingsdiensten;

 

d) diensten in verband met informatietechnologie;

 

e) diensten op het gebied van financieel beheer, boekhouding en audit;

 

f) overige diensten van gezamenlijk belang.

 

De details van de te verlenen diensten worden vastgelegd in een overeenkomst tussen Eurojust en het Europees openbaar ministerie.

 

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  OLAF kan bijdragen aan de coördinatiewerkzaamheden van Eurojust op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Unie in overeenstemming met zijn mandaat krachtens Verordening (EU, Euratom) nr./2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en van de Raad en van Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad.

2.  OLAF draagt bij aan de coördinatiewerkzaamheden van Eurojust op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Unie in overeenstemming met zijn mandaat krachtens Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en van de Raad en van Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad.

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Frontex draagt bij aan de werkzaamheden van Eurojust, onder andere door relevante informatie over te dragen die verwerkt is in overeenstemming met zijn mandaat en taken uit hoofde van Verordening (EU) 2016/1624, en de verwerking van persoonsgegevens is geregeld in Verordening (EG) nr. 45/2001.

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Ten behoeve van de ontvangst en de overdracht van gegevens tussen Eurojust en het OLAF en onverminderd artikel 8, zien de lidstaten erop toe dat de nationale leden van Eurojust uitsluitend ter fine van toepassing van de Verordeningen (EG) nr. 1073/1999 en (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad19 als bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden aangemerkt. De gegevensuitwisseling tussen OLAF en de nationale leden laat de informatie die krachtens deze verordeningen aan andere bevoegde instanties moet worden verstrekt, onverlet.

3.  Ten behoeve van de ontvangst en de overdracht van gegevens tussen Eurojust en OLAF en onverminderd artikel 8, zien de lidstaten erop toe dat de nationale leden van Eurojust uitsluitend ter fine van toepassing van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) als bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden aangemerkt. De gegevensuitwisseling tussen OLAF en de nationale leden laat de informatie die krachtens deze verordeningen aan andere bevoegde instanties moet worden verstrekt, onverlet.

__________________

__________________

19 PB L 136 van 31.5.1999, blz. 8.

19 PB L 136 van 31.5.1999, blz. 8.

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Eurojust gaat een blijvende samenwerking aan met de autoriteiten van derde landen en internationale organisaties.

 

Daartoe stelt Eurojust om de vier jaar, in overleg met de Commissie, een samenwerkingsstrategie op waarin de derde landen en internationale organisaties worden opgesomd waarmee operationeel moet worden samengewerkt.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust kan werkafspraken maken met de in artikel 38, lid 1, bedoelde entiteiten.

1.  Hiertoe kan Eurojust werkafspraken maken met de in artikel 38, lid 1, bedoelde entiteiten.

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In derde landen gedetacheerde verbindingsmagistraten

In derde landen en vanuit derde landen naar Eurojust gedetacheerde verbindingsmagistraten

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Ter vergemakkelijking van de justitiële samenwerking met derde landen in zaken waarin Eurojust bijstand biedt overeenkomstig deze verordening, kan het college verbindingsmagistraten detacheren in een derde land, onder voorbehoud van een werkafspraak met dat derde land zoals bedoeld in artikel 43.

1.  Ter vergemakkelijking van de justitiële samenwerking met derde landen in zaken waarin Eurojust bijstand biedt overeenkomstig deze verordening, kan het college verbindingsmagistraten detacheren in een derde land, onder voorbehoud van een werkafspraak met dat derde land zoals bedoeld in artikel 43. Eurojust kan werkregelingen treffen met de in artikel 38, lid 1, bedoelde entiteiten, die de detachering van verbindingsmagistraten naar Eurojust kunnen omvatten.

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Tot de taken van de verbindingsmagistraten behoren alle activiteiten die tot doel hebben alle vormen van justitiële samenwerking in strafzaken te bevorderen en te versnellen, met name door het leggen van rechtstreekse contacten met de bevoegde autoriteiten van het derde land.

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De uitgaven van Eurojust omvatten de bezoldiging van het personeel, uitgaven voor administratie en infrastructuur, operationele uitgaven.

4.  De uitgaven van Eurojust omvatten de bezoldiging van het personeel, uitgaven voor administratie en infrastructuur en operationele uitgaven, waaronder de financiering van gezamenlijke onderzoeksteams.

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elk jaar stelt de administratief directeur een ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van Eurojust voor het volgende begrotingsjaar, inclusief de personeelsformatie, en zendt deze toe aan het college.

1.  Elk jaar stelt de administratief directeur een ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van Eurojust voor het volgende begrotingsjaar, inclusief de personeelsformatie, en zendt deze toe aan de raad van bestuur. Het Europees justitieel netwerk en andere in artikel 39 bedoelde netwerken van de Unie voor samenwerking in strafzaken worden tijdig vóór de toezending van de raming aan de Commissie betrokken bij de onderdelen die betrekking hebben op hun activiteiten.

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Op basis van dit ontwerp stelt het college voor het volgende begrotingsjaar een voorlopige ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van Eurojust op.

2.  Op basis van dit ontwerp stelt de raad van bestuur voor het volgende begrotingsjaar een voorlopige ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van Eurojust op, die ter goedkeuring aan het college wordt toegezonden.

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De Commissie zendt de raming, samen met het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie, toe aan het Europees Parlement en de Raad (de begrotingsautoriteit).

4.  De Commissie zendt de raming, samen met het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie, toe aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de bijdrage aan Eurojust goed.

6.  De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de bijdrage van de Unie aan Eurojust goed.

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Overeenkomstig artikel 203 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 stelt Eurojust het Europees Parlement en de Raad zo snel mogelijk in kennis van onroerendgoedprojecten die wellicht aanzienlijke gevolgen hebben voor de begroting.

9.  Op onroerendgoedprojecten die wellicht aanzienlijke gevolgen hebben voor de begroting van Eurojust, zijn de bepalingen van artikel 88 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van toepassing.

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 10 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Behoudens in geval van overmacht als bedoeld in artikel 203 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 wordt het voorstel betreffende het onroerendgoedproject door het Europees Parlement en de Raad besproken binnen vier weken nadat beide instellingen het voorstel hebben ontvangen.

Schrappen

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 10 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Na het verstrijken van de periode van vier weken wordt het voorstel betreffende het onroerendgoedproject geacht te zijn goedgekeurd, tenzij het Europees Parlement of de Raad binnen deze termijn een besluit heeft genomen dat tegen het voorstel ingaat.

Schrappen

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 10 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien het Europees Parlement of de Raad binnen deze periode van vier weken naar behoren gemotiveerde redenen aanvoert, wordt de periode eenmaal met twee weken verlengd.

Schrappen

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 10 – alinea 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien het Europees Parlement of de Raad een besluit heeft genomen dat ingaat tegen het onroerendgoedproject, trekt Eurojust zijn voorstel in en kan het een nieuw voorstel indienen.

Schrappen

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11.  Overeenkomstig artikel 203 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 kan Eurojust een project tot verwerving van onroerend goed financieren via een lening, mits de begrotingsautoriteit hiervoor vooraf toestemming heeft gegeven.

Schrappen

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van Eurojust overeenkomstig artikel 148 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 maakt de administratief directeur de definitieve rekeningen van Eurojust onder zijn of haar eigen verantwoordelijkheid op en dient deze voor advies in bij het college.

5.  Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van Eurojust overeenkomstig artikel 148 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 maakt de administratief directeur de definitieve rekeningen van Eurojust onder zijn eigen verantwoordelijkheid op en dient deze voor advies in bij de raad van bestuur.

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het college brengt advies uit over de definitieve rekeningen van Eurojust.

6.  De raad van bestuur brengt advies uit over de definitieve rekeningen van Eurojust.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar zendt de administratief directeur de definitieve rekeningen, samen met het advies van het college, toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

7.  Uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar, zendt de administratief directeur de definitieve rekeningen, samen met het advies van de raad van bestuur, toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  De administratief directeur zendt de Rekenkamer uiterlijk op 30 september van het volgende jaar een antwoord op haar opmerkingen toe. De administratief directeur zendt dit antwoord ook toe aan het college en aan de Commissie.

9.  De administratief directeur zendt de Rekenkamer uiterlijk op 30 september van het volgende jaar een antwoord op haar opmerkingen toe. De administratief directeur zendt dit antwoord ook toe aan de raad van bestuur en aan de Commissie.

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 bis.  De kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust wordt door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad verleend volgens een procedure die vergelijkbaar is met de procedure bedoeld in artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in de artikelen 164 t/m 166 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad op basis van het auditverslag van de Europese Rekenkamer.

 

Indien het Europees Parlement weigert kwijting te verlenen, biedt de administratief directeur zijn ontslag aan bij het college dat, naar gelang van de omstandigheden, de definitieve beslissing neemt.

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De financiële regels die op Eurojust van toepassing zijn, worden door het college overeenkomstig [Verordening nr. 2343/2002 van 23 december 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen] en na overleg met de Commissie vastgesteld. Deze financiële regels mogen slechts afwijken van [Verordening 2343/2002] indien dit in verband met de activiteiten van Eurojust een specifieke vereiste is en de Commissie vooraf toestemming heeft verleend.

De financiële regels die op Eurojust van toepassing zijn, worden door de raad van bestuur overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU) nr. 966/2012 en na overleg met de Commissie vastgesteld. Deze financiële regels mogen slechts afwijken van Verordening (EU) nr. 1271/2013 indien dit in verband met de activiteiten van Eurojust een specifieke vereiste is en de Commissie vooraf toestemming heeft verleend.

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voor de financiële steun aan de activiteiten van gezamenlijke onderzoeksteams stelt Eurojust in samenwerking met Europol de regels en voorwaarden vast op grond waarvan de aanvragen worden verwerkt.

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij besluit van het college worden voorschriften voor de detachering van nationale deskundigen bij Eurojust vastgesteld.

2.  Bij besluit van het college worden voorschriften voor de detachering van nationale deskundigen bij Eurojust en voor de inzet van andere personeelsleden vastgesteld, met name om belangenconflicten te voorkomen.

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Eurojust neemt alle passende bestuurlijke maatregelen, onder meer in de vorm van opleidingen en preventieve strategieën, om belangenconflicten te vermijden, onder meer met betrekking tot kwesties na beëindiging van het dienstverband.

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust dient zijn jaarverslag in bij het Europees Parlement, dat opmerkingen en conclusies kan formuleren.

1.  Eurojust dient zijn jaarverslag in bij het Europees Parlement en de nationale parlementen, die opmerkingen en conclusies kunnen formuleren.

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Alvorens zijn of haar ambt op te nemen, wordt de nieuw benoemde voorzitter van het college verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement af te leggen en vragen van commissieleden te beantwoorden.

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De voorzitter van het college verschijnt op verzoek voor het Europees Parlement om kwesties betreffende Eurojust te bespreken en met name om de jaarverslagen van Eurojust te presenteren, met inachtneming van de zwijg- en geheimhoudingsplicht. In de besprekingen wordt niet rechtstreeks of onrechtstreeks verwezen naar concrete acties in verband met specifieke operationele zaken.

2.  Tijdens zijn of haar ambtstermijn verschijnt de voorzitter van het college voor het Europees Parlement op diens verzoek om kwesties betreffende Eurojust te bespreken en met name om de jaarverslagen van Eurojust te presenteren, met inachtneming van de zwijg- en geheimhoudingsplicht. In de besprekingen wordt niet rechtstreeks of onrechtstreeks verwezen naar concrete acties in verband met specifieke operationele zaken.

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Behalve de andere in deze verordening opgenomen informatie- en raadplegingsverplichtingen dient Eurojust bij het Europees Parlement ter informatie het volgende in:

3.  Behalve de andere in deze verordening opgenomen informatie- en raadplegingsverplichtingen dient Eurojust bij het Europees Parlement en de nationale parlementen in de desbetreffende officiële talen ter informatie het volgende in:

Amendement    167

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 3 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  de documenten met de jaarlijkse en meerjarige programmering;

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het jaarverslag van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Schrappen

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Eurojust dient zijn jaarverslag in bij de nationale parlementen. Eurojust dient bij de nationale parlementen ook de in lid 3 bedoelde documenten in.

Schrappen

Amendement    170

Voorstel voor een Verordening

Artikel 55 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 55 bis

 

Adviezen over wetgevingsvoorstellen

 

De Commissie en de betrokken lidstaten kunnen het advies van Eurojust inwinnen over alle in artikel 76 VWEU bedoelde wetgevingsvoorstellen.

Motivering

Dit amendement strekt tot wederopneming van artikel 32, lid 3, van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad, zoals gewijzigd in 2008, dat om onbegrijpelijke redenen niet in dit Commissievoorstel is opgenomen.

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Het college neemt met een tweederdemeerderheid van zijn leden een besluit over de interne talenregeling van Eurojust.

Motivering

Dit amendement is bedoeld om dezelfde talenregeling in deze verordening aan te houden als is vastgelegd in Verordening (EU) 2016/794.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor de nationale leden, hun adjuncten en hun medewerkers als bedoeld in artikel 7, de personeelsleden van Eurojust, de nationale correspondenten en de functionaris voor gegevensbescherming geldt een geheimhoudingsplicht met betrekking tot alle informatie die in de uitoefening van hun taken te hunner kennis is gekomen.

1.  Voor de nationale leden, hun adjuncten en hun medewerkers als bedoeld in artikel 7, de personeelsleden van Eurojust, de nationale correspondenten, gedetacheerde nationale deskundigen, verbindingsmagistraten, de functionaris voor gegevensbescherming en leden en personeelsleden van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geldt een geheimhoudingsplicht met betrekking tot alle informatie die in de uitoefening van hun taken te hunner kennis is gekomen.

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De geheimhoudingsplicht geldt voor alle informatie die Eurojust ontvangt, tenzij die informatie reeds openbaar of voor het publiek toegankelijk is gemaakt.

4.  De geheimhoudingsplicht geldt voor alle informatie die Eurojust ontvangt of uitwisselt, tenzij die informatie reeds openbaar of voor het publiek toegankelijk is gemaakt.

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De leden en de personeelsleden van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zijn gehouden aan een geheimhoudingsplicht met betrekking tot alle informatie die in de uitoefening van hun taken te hunner kennis is gekomen.

Schrappen

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het college stelt binnen zes maanden nadat het een eerste keer heeft vergaderd, gedetailleerde voorschriften voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.

2.  De raad van bestuur stelt binnen zes maanden nadat hij een eerste keer heeft vergaderd, gedetailleerde voorschriften voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 op, die door het college moeten worden goedgekeurd.

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Eurojust publiceert op zijn website de lijst van de leden van zijn raad van bestuur en van zijn externe en interne deskundigen, tezamen met hun belangenverklaringen en curricula vitae. De notulen van de vergaderingen van het college en van de raad van bestuur worden altijd openbaar gemaakt.

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Teneinde de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten krachtens Verordening (EG) nr. 1073/1999 te vereenvoudigen, treedt Eurojust binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en stelt het op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord passende voorschriften op voor al zijn werknemers.

1.  Teneinde de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten krachtens Verordening (EU) nr. 883/2013 te vereenvoudigen, treedt Eurojust binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en stelt het op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord passende voorschriften op voor al zijn werknemers.

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Europese Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van Eurojust EU-middelen hebben ontvangen, controles op stukken en controles ter plaatse te verrichten.

2.  De Europese Rekenkamer verricht regelmatig audits van de naleving en de resultaten van de activiteiten van Eurojust op basis van stukken of controles ter plaatse, bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van Eurojust EU-middelen hebben ontvangen.

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EG) nr. 1073/1999 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad22 kan OLAF onderzoeken, waaronder controles en inspecties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van onregelmatigheden waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met uitgaven die door Eurojust worden gefinancierd.

3.  Overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad22 kan OLAF onderzoeken, waaronder controles en inspecties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van onregelmatigheden waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met uitgaven die door Eurojust worden gefinancierd.

__________________

__________________

22 PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

22 PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De personeelsleden van Eurojust, de administratief directeur en de leden van het college en de raad van bestuur melden bij OLAF onverwijld en zonder dat hun verantwoordelijkheid als gevolg van deze melding in het geding kan komen, gevallen van fraude waarvan zij mogelijk tijdens de uitoefening van hun functie of mandaat kennis hebben genomen. Indien zij deze verplichting niet nakomen, worden zij persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van de fraude waarvan zij weet hebben maar die zij niet bij OLAF hebben gemeld.

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Veiligheidsvoorschriften betreffende de bescherming van gerubriceerde informatie

Veiligheidsvoorschriften betreffende de bescherming van gevoelige, niet‑gerubriceerde en gerubriceerde informatie

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Eurojust past de beveiligingsprincipes toe die zijn vastgelegd in de veiligheidsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gerubriceerde EU-gegevens (EUCI) en gevoelige, niet-gerubriceerde informatie zoals omschreven in de bijlage van Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom van de Commissie23. Dit betreft onder andere bepalingen inzake uitwisseling, verwerking en opslag van dergelijke informatie.

Eurojust stelt interne voorschriften inzake de bescherming van gerubriceerde EU‑gegevens vast die stroken met Besluit 2013/488/EU van de Raad om een gelijkwaardig beschermingsniveau voor dergelijke informatie te waarborgen.

__________________

__________________

23 PB L 317 van 3.12.2001, blz. 1.

23 PB L 317 van 3.12.2001, blz. 1.

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Eurojust stelt interne voorschriften inzake de behandeling en vertrouwelijkheid van informatie en inzake de bescherming van gevoelige, niet‑gerubriceerde informatie vast, met inbegrip van het genereren en verwerken van dergelijke informatie bij Eurojust.

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt Eurojust, los van enige aansprakelijkheid overeenkomstig artikel 37, alle door het college of zijn personeelsleden bij de uitoefening van hun functie veroorzaakte schade overeenkomstig de gemeenschappelijke rechtsbeginselen van de lidstaten.

3.  In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt Eurojust, los van enige aansprakelijkheid overeenkomstig het Unierecht, alle door het college of zijn personeelsleden bij de uitoefening van hun functie veroorzaakte schade overeenkomstig de gemeenschappelijke rechtsbeginselen van de lidstaten.

Motivering

Artikel 37 wordt geschrapt omdat deze materie al deel uitmaakt van de nieuwe Verordening nr. 45/2001.

Amendement    185

Voorstel voor een verordening

Bijlage 1 – alinea 1 – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  terrorisme;

–  terrorisme, terroristische misdrijven, misdrijven die verband houden met een terroristische groepering en misdrijven die verband houden met terroristische activiteiten:

Motivering

Deze toevoeging is nodig om de lijst in overeenstemming te brengen met Richtlijn (EU) 2017/541 inzake terrorismebestrijding.

Amendement    186

Voorstel voor een verordening

Bijlage 1 – alinea 1 – streepje 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  witwassen van geld;

–  witwasactiviteiten;

Motivering

De lijst van vormen van ernstige criminaliteit waarvoor Eurojust bevoegd is, moet overeenstemmen met de lijst van misdrijven in Europol-verordening (EU) nr. 2016/794. Deze wijziging wordt voorgesteld met het oog op de consistentie van de bijlagen en de samenhang tussen beide rechtsinstrumenten.

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Bijlage 1 – alinea 1 – streepje 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  moord, zware mishandeling;

–  moord en zware mishandeling;

Motivering

De lijst van vormen van ernstige criminaliteit waarvoor Eurojust bevoegd is, moet overeenstemmen met de lijst van misdrijven in Europol-verordening (EU) nr. 2016/794. Deze wijziging wordt voorgesteld met het oog op de consistentie van de bijlagen en de samenhang tussen beide rechtsinstrumenten.

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Bijlage 1 – alinea 1 – streepje 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  georganiseerde diefstal;

–  diefstal en gekwalificeerde diefstal;

Motivering

De lijst van vormen van ernstige criminaliteit waarvoor Eurojust bevoegd is, moet overeenstemmen met de lijst van misdrijven in Europol-verordening (EU) nr. 2016/794. Deze wijziging wordt voorgesteld met het oog op de consistentie van de bijlagen en de samenhang tussen beide rechtsinstrumenten.

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Bijlage 1 – alinea 1 – streepje 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  migrantensmokkel;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Motivering

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Bijlage 1 – alinea 1 – streepje 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  illegale handel in bedreigde diersoorten;

–  illegale handel in diersoorten, met inbegrip van bedreigde diersoorten;

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Bijlage 1 – alinea 1 – streepje 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  milieucriminaliteit;

–  milieucriminaliteit, met inbegrip van verontreiniging vanaf schepen;

Motivering

De lijst van vormen van ernstige criminaliteit waarvoor Eurojust bevoegd is, moet overeenstemmen met de lijst van misdrijven in Europol-verordening (EU) nr. 2016/794. Deze wijziging wordt voorgesteld met het oog op de consistentie van de bijlagen en de samenhang tussen beide rechtsinstrumenten.

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Bijlage 1 – alinea 1 – streepje 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

  verontreiniging vanaf schepen;

Schrappen

Motivering

De lijst van vormen van ernstige criminaliteit waarvoor Eurojust bevoegd is, moet overeenstemmen met de lijst van misdrijven in Europol-verordening (EU) nr. 2016/794. Deze wijziging wordt voorgesteld met het oog op de consistentie van de bijlagen en de samenhang tussen beide rechtsinstrumenten.

Amendement    193

Voorstel voor een verordening

Bijlage 1 – alinea 1 – streepje 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  seksueel misbruik en seksuele uitbuiting inclusief materiaal dat misbruik van kinderen bevat en seksuele toenadering tot kinderen;

Motivering

De lijst van vormen van ernstige criminaliteit waarvoor Eurojust bevoegd is, moet overeenstemmen met de lijst van misdrijven in Europol-verordening (EU) nr. 2016/794. Deze wijziging wordt voorgesteld met het oog op de consistentie van de bijlagen en de samenhang tussen beide rechtsinstrumenten.

(1)

  Verordening nr. 31/EEG, nr. 11/EGA van 18 december 1961 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB P 45 van 14.6.1962, blz. 1385), met name gewijzigd bij de nadien zelf gewijzigde Verordening nr. 259/68 van 29 februari 1968 (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1).

(2)

  Verordening nr. 31/EEG, nr. 11/EGA van 18 december 1961 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB P 45 van 14.6.1962, blz. 1385), met name gewijzigd bij de nadien zelf gewijzigde Verordening nr. 259/68 van 29 februari 1968 (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1).


TOELICHTING

Het EU-agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) is opgericht bij Besluit 2002/187/JBZ van de Raad met het doel de bestrijding van ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit in de Europese Unie te versterken. Sindsdien heeft Eurojust gezorgd voor een betere coördinatie en samenwerking tussen nationale opsporings- en vervolgingsautoriteiten bij de aanpak van zaken waarbij verschillende lidstaten betrokken zijn. Eurojust heeft bijgedragen tot meer wederzijds vertrouwen en heeft de verschillen tussen de rechtsstelsels en -tradities binnen de EU helpen overbruggen. Door juridische problemen snel op te lossen en bevoegde autoriteiten in andere landen aan te wijzen, heeft Eurojust de tenuitvoerlegging van verzoeken om bijstand en de toepassing van rechtsinstrumenten voor wederzijdse erkenning mogelijk gemaakt en de grensoverschrijdende strafvervolging verbeterd.

Op 17 juli 2013 diende de Europese Commissie een voorstel in voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust). Op de voorgestelde verordening is de gewone wetgevingsprocedure van toepassing. De Raad heeft een partiële algemene oriëntatie vastgesteld met uitzondering van de bepalingen in verband met het Europees Openbaar Ministerie (EOM).

Zoals de Commissie in haar voorstel voor een verordening benadrukt, is de georganiseerde grensoverschrijdende criminaliteit in het laatste decennium "explosief toegenomen". Dit is met name het geval voor terrorisme, drugshandel, cybercriminaliteit en kinderpornografie. Bij deze vormen van criminaliteit gaat het om strafbare feiten die over de grenzen heen worden gepleegd door zeer mobiele en flexibele groepen die in meerdere jurisdicties van de EU en criminele sectoren opereren en die volgens de Commissie een "pan-Europese aanpak" vereisen. Eurojust blijft in dit verband een cruciale rol spelen bij de verbetering van justitiële samenwerking en coördinatie tussen de bevoegde justitiële autoriteiten van de lidstaten en bij steun aan opsporing waarbij derde landen betrokken zijn.

Over het algemeen is de rapporteur het eens met het standpunt van de Raad tot nu toe en daarom heeft hij een wezenlijk deel van zijn verslag afgestemd op de partiële algemene oriëntatie van de Raad. Vooral nu de nauwere samenwerking bij de instelling van het EOM is goedgekeurd in de Raad, moeten alleen de openstaande artikelen en bepalingen in de tekst over Eurojust nog op elkaar worden afgestemd.

Betrekkingen met het Europees Openbaar Ministerie

In dezelfde context heeft de Commissie verregaande maatregelen voorgesteld die gericht zijn op de instelling van een EOM. Eurojust moest worden hervormd omdat in artikel 86, lid 1, VWEU is vastgelegd dat de instelling van een Europees openbaar ministerie "op de grondslag van Eurojust" moet plaatsvinden. Aangezien de Raad er niet in is geslaagd de EOM met unanimiteit in te stellen, hebben 19 lidstaten aangegeven dat ze geïnteresseerd zijn in deelname aan de nauwe samenwerking.

De rapporteur staat in principe positief tegenover de instelling van het EOM, maar alleen op voorwaarde dat het evenredigheidsbeginsel en het subsidiariteitsbeginsel worden gewaarborgd, met het systeem waarin strafvervolging op nationaal niveau wordt uitgevoerd. De rapporteur betreurt het echter dat het EOM zal worden ingesteld via nauwe samenwerking. Alleen de instelling van het EOM met unanimiteit zou echte meerwaarde gegenereerd hebben voor het terrein justitie en binnenlandse zaken van de EU.

In het algemeen behelst deze verordening de bepalingen die nodig zijn om de betrekkingen tussen Eurojust en het EOM te regelen.

Daarom moeten de bevoegdheden duidelijk worden afgebakend op een manier waarop rechtszekerheid gewaarborgd is. Zodoende worden hiaten in het vervolgingssysteem en overlappende procedures voorkomen.

Aangezien het EOM geen exclusieve maar gedeelde bevoegdheid zal hebben voor misdrijven die de financiële belangen van de Unie schaden, wijst de rapporteur op een mogelijk bevoegdheidsconflict op dit vlak en verzoekt hij de medewetgevers dan ook zich te houden aan accurate definities en de precieze afbakening van de bevoegdheden.

De taken en bevoegdheden van Eurojust worden geregeld in hoofdstuk I van het voorstel, en een lijst van vormen van ernstige criminaliteit waarvoor Eurojust overeenkomstig artikel 3, lid 1, bevoegd is, is opgenomen in bijlage 1.

Eurojust blijft in elk geval bevoegd voor misdrijven die de financiële belangen van de Unie schaden als het EOM daartoe geen bevoegdheid heeft. Dit houdt in dat Eurojust bevoegd blijft voor de ondersteuning van lidstaten die niet deelnemen aan de nauwe samenwerking bij de instelling van het EOM in alle gevallen van misdrijven die de financiële belangen van de Unie schaden.

Gegevensbescherming

In de verordening zijn specifieke bepalingen inzake gegevensbescherming opgenomen voor de verwerking van gegevens. De rapporteur is vooral te spreken over het door de Raad aangebrachte onderscheid tussen operationele persoonsgegevens en administratieve persoonsgegevens. In deze verordening moeten alleen voorschriften inzake gegevensbescherming worden vastgelegd voor de verwerking van persoonsgegevens voor operationele doeleinden. Verordening (EG) nr. 45/2001 is van toepassing op alle administratieve persoonsgegevens waarover Eurojust beschikt. Hetzelfde specifieke regime voor gegevensbescherming is van toepassing op Europol, als vastgelegd in Verordening (EU) 2016/794, en op het EOM. In verklaring 21 bij de Verdragen wordt onderkend dat specifieke voorschriften inzake de bescherming van persoonsgegevens en het vrije verkeer van die gegevens op basis van artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie nodig kunnen blijken vanwege de specifieke aard van justitie en binnenlandse zaken. De rapporteur drukt de medewetgevers op het hart dat ze bij de huidige hervorming van Verordening (EG) nr. 45/2001 het toepassingsgebied moeten uitbreiden naar operationele gegevens.

Structuur en organisatie van Eurojust

Eurojust bestaat uit één nationaal lid uit elke lidstaat. De leden zijn rechters, openbaar aanklagers of politiefunctionarissen met gelijke bevoegdheden.

Het college verricht operationele, ondersteunende en coördinerende taken in verband met nationale onderzoeken. Dit is zijn "core business". Het college bestaat normaliter uit alle nationale leden. De Raad heeft een scherpere scheiding aangebracht tussen de operationele en administratieve taken door alle beheersbevoegdheden toe te kennen aan de raad van bestuur. De rapporteur heeft deze benadering ook gevolgd. De bedoeling is om Eurojust efficiënt en zuinig te laten optreden, waarbij de nationale leden worden bijgestaan door de raad van bestuur, zodat zij zich op hun operationele taken kunnen concentreren. De Raad en de rapporteur hebben echter besloten om slechts één vertegenwoordiger van de Commissie in de raad van de bestuur zitting te laten nemen, om aan te sluiten bij Verordening (EU) 2016/794.

Brexit, Ierland en Denemarken

Het Verenigd Koninkrijk en Ierland hebben niet aangegeven dat zij wensen deel te nemen aan de aanneming en toepassing van deze verordening, zoals bepaald in artikel 3 van het aan de Verdragen gehechte Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht.

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan de Verdragen gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van de voorgestelde verordening, die derhalve niet bindend zal zijn voor noch van toepassing zal zijn in deze lidstaat.

De rapporteur betreurt het dat bovengenoemde landen niet wensen deel te nemen aan de aanneming van het voorstel voor een verordening. Daarom stelt hij voor de mogelijkheid te overwegen om te onderhandelen over samenwerkingsovereenkomsten tussen Eurojust en deze lidstaten, waarbij hij zich er terdege van bewust is dat samenwerkingsovereenkomsten normaalgesproken worden gesloten met derde landen. De rapporteur wil echter benadrukken dat samenwerking op het vlak van justitie en binnenlandse zaken van het grootste belang is in de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit.

Conclusie

De rapporteur komt tot de conclusie dat het ontwerpvoorstel moet worden afgestemd op de partiële algemene oriëntatie van de Raad en de Verordening betreffende het EOM. Bovendien moeten de bepalingen inzake gegevensbescherming worden bijgewerkt. Verder zijn op het vlak van bevoegdheden en met name als het gaat om misdrijven die de financiële belangen van de Unie schaden accurate definities en een precieze afbakening van de bevoegdheden tussen het EOM en Eurojust van cruciaal belang.


ADVIES van de Commissie begrotingscontrole (15.9.2017)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust)

(COM(2013)0535 – C7-0240/2013 – 2013/0256(COD))

Rapporteur voor advies: Ingeborg Gräßle

AMENDEMENTEN

De Commissie begrotingscontrole verzoekt de bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Terwijl het Europees Openbaar Ministerie exclusief bevoegd moet zijn voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, moet Eurojust de nationale autoriteiten kunnen ondersteunen wanneer zij deze vormen van criminaliteit in overeenstemming met de verordening tot oprichting van het Europees Openbaar Ministerie opsporen en vervolgen.

(5)  Aangezien het Europees Openbaar Ministerie is ingesteld via nauwere samenwerking, is de Verordening betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie alleen bindend voor de lidstaten die aan de nauwere samenwerking deelnemen. Derhalve blijft Eurojust voor de lidstaten die niet deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie volledig bevoegd voor strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden. Voor de lidstaten die wel aan het Europees Openbaar Ministerie deelnemen moet Eurojust de nationale autoriteiten kunnen ondersteunen wanneer zij deze vormen van criminaliteit in overeenstemming met de verordening tot oprichting van het Europees Openbaar Ministerie opsporen en vervolgen.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)  De verdeling van de bevoegdheden tussen het Europees Openbaar Ministerie en Eurojust met betrekking tot strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden moet duidelijk worden vastgesteld. Eurojust dient zijn bevoegdheid te kunnen uitoefenen in zaken die betrekking hebben op zowel lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie als lidstaten die dat niet doen. In dat geval dient Eurojust te handelen op verzoek van die niet-deelnemende lidstaten of op verzoek van het Europees Openbaar Ministerie. Eurojust blijft in elk geval bevoegd voor misdrijven die de financiële belangen van de Unie schaden als het Europees Openbaar Ministerie daartoe geen bevoegdheid heeft of daartoe wel bevoegd is, maar deze bevoegdheid niet uitoefent. De lidstaten die niet deelnemen aan de nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie kunnen nog steeds de hulp van Eurojust inroepen in alle zaken in verband met misdrijven die de financiële belangen van de Unie schaden.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Het is noodzakelijk Eurojust een bestuurs- en beheersstructuur te geven waarmee het zijn taken op een meer doeltreffende wijze kan uitvoeren en die de beginselen eerbiedigt die voor de agentschappen van de Unie gelden, zonder afbreuk te doen aan de speciale kenmerken van Eurojust en zonder dat dit ten koste gaat van zijn onafhankelijkheid bij de uitoefening van zijn operationele taken. Te dien einde moeten de functies van de nationale leden, het college en de administratief directeur worden verduidelijkt en moet een raad van bestuur worden ingesteld.

(12)  Het is noodzakelijk Eurojust een bestuurs- en beheersstructuur te geven waarmee het zijn taken op een meer doeltreffende wijze en te allen tijde in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie kan uitvoeren en die de beginselen eerbiedigt die voor de agentschappen van de Unie gelden, zonder afbreuk te doen aan de speciale kenmerken van Eurojust en zonder dat dit ten koste gaat van zijn onafhankelijkheid bij de uitoefening van zijn operationele taken. Te dien einde moeten de functies van de nationale leden, het college en de administratief directeur worden verduidelijkt en moet een raad van bestuur worden ingesteld.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  De Commissie moet in het college vertegenwoordigd zijn wanneer het zijn beheerstaken uitoefent en in de raad van bestuur, om het niet-operationeel toezicht en de strategische aansturing van Eurojust te garanderen.

(15)  De Commissie moet in het college vertegenwoordigd zijn wanneer administratieve vraagstukken worden besproken of vastgesteld en in de raad van bestuur, om het niet-operationeel toezicht en de strategische aansturing van Eurojust te garanderen.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van Eurojust te garanderen, moet het een eigen begroting krijgen met inkomsten die hoofdzakelijk uit een bijdrage van de begroting van de Unie komen, met uitzondering van de salarissen en emolumenten van de nationale leden en hun medewerkers die ten laste komen van hun lidstaat van oorsprong. De begrotingsprocedure van de Unie dient van toepassing te zijn op de bijdrage van de Unie en eventuele andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Unie. De Rekenkamer moet de rekeningen controleren.

(30)  Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van Eurojust te garanderen, moet het een eigen begroting krijgen met inkomsten die hoofdzakelijk uit een bijdrage van de begroting van de Unie komen, met uitzondering van de salarissen en emolumenten van de nationale leden en hun medewerkers die ten laste komen van hun lidstaat van oorsprong. De begrotingsprocedure van de Unie dient van toepassing te zijn op de bijdrage van de Unie en eventuele andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Unie. De Rekenkamer moet de rekeningen controleren en de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement moet deze goed- of afkeuren.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van Eurojust te garanderen, moet het een eigen begroting krijgen met inkomsten die hoofdzakelijk uit een bijdrage van de begroting van de Unie komen, met uitzondering van de salarissen en emolumenten van de nationale leden en hun medewerkers die ten laste komen van hun lidstaat van oorsprong. De begrotingsprocedure van de Unie dient van toepassing te zijn op de bijdrage van de Unie en eventuele andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Unie. De Rekenkamer moet de rekeningen controleren.

(30)  Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van Eurojust te garanderen, moet het een eigen begroting krijgen die toereikend is voor zijn werkzaamheden, met inkomsten die hoofdzakelijk uit een bijdrage van de begroting van de Unie komen, met uitzondering van de salarissen en emolumenten van de nationale leden en hun medewerkers die ten laste komen van hun lidstaat van oorsprong. De begrotingsprocedure van de Unie dient van toepassing te zijn op de bijdrage van de Unie en eventuele andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Unie. De Rekenkamer moet de rekeningen controleren.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegdheid van Eurojust bestrijkt de in bijlage 1 genoemde vormen van criminaliteit. Eurojust is echter niet bevoegd voor de strafbare feiten die onder de bevoegdheid van het Europees Openbaar Ministerie vallen.

1.  De bevoegdheid van Eurojust bestrijkt de in bijlage 1 genoemde vormen van criminaliteit. Eurojust oefent zijn bevoegdheid in het algemeen echter niet uit bij strafbare feiten waarvoor het Europees Openbaar Ministerie zijn bevoegdheid uitoefent. Bij wijze van uitzondering op deze algemene regel oefent Eurojust zijn bevoegdheid uit in strafzaken:

 

  waarbij lidstaten betrokken zijn die deelnemen aan de nauwere samenwerking, maar waarvoor het Europees Openbaar Ministerie zijn bevoegdheid niet uitoefent;

 

  waarbij lidstaten betrokken zijn die niet deelnemen aan de nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie, op verzoek van die lidstaten of op verzoek van het Europees Openbaar Ministerie.

 

Hiertoe werken Eurojust, het Europees Openbaar Ministerie en de betrokken lidstaten samen en treden zij in overleg met elkaar. De praktische details van de uitoefening van bevoegdheden in overeenstemming met dit lid worden geregeld met een in artikel 38, lid 2 bis, bedoelde werkregeling.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  ondersteunt de gespecialiseerde kenniscentra van de Unie die zijn opgezet door Europol en andere organen van de Unie;

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij het verrichten van zijn taken kan Europol de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, onder vermelding van de reden, verzoeken:

2.  Bij het verrichten van zijn taken zou Europol de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, onder vermelding van de reden, kunnen verzoeken:

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Eurojust kan ook:

3.  Eurojust zou ook:

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  nemen zo nodig deel aan gemeenschappelijke onderzoeksteams, alsmede aan de oprichting ervan.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het college bestaat uit:

1.  Het college bestaat uit alle nationale leden voor operationele zaken, en voorts twee vertegenwoordigers van de Commissie wanneer beheers- of administratieve vraagstukken worden besproken of vastgesteld.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  alle nationale leden wanneer het college zijn operationele taken verricht uit hoofde van artikel 4;

Schrappen

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  alle nationale leden en twee vertegenwoordigers van de Commissie wanneer het college zijn beheerstaken verricht uit hoofde van artikel 14.

Schrappen

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Tenzij anders is bepaald, stelt het college zijn besluiten vast bij meerderheid van zijn leden.

1.  Tenzij anders is bepaald en indien er geen overeenstemming kan worden bereikt, stelt het college zijn besluiten vast bij meerderheid van zijn leden.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  het stelt regels vast ter voorkoming en beheersing van belangenconflicten met betrekking tot zijn leden;

f)  het stelt regels vast ter opsporing en voorkoming of beheersing van belangenconflicten met betrekking tot zijn leden;

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Overeenkomstig artikel 110 van het statuut neemt het college op basis van artikel 2, lid 1, van het statuut en op basis van artikel 6 van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden, een besluit aan waarbij de bevoegdheden tot aanstelling worden gedelegeerd aan de administratief directeur en de voorwaarden worden vastgesteld waaronder die delegatie kan worden geschorst. De administratief directeur mag deze bevoegdheid op zijn beurt subdelegeren.

2.  Overeenkomstig artikel 110 van het statuut neemt het college op basis van artikel 2, lid 1, van het statuut en op basis van artikel 6 van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden, een besluit aan waarbij de bevoegdheden tot aanstelling worden gedelegeerd aan de administratief directeur en de voorwaarden worden vastgesteld waaronder die delegatie kan worden geschorst. De administratief directeur mag deze bevoegdheid op zijn beurt subdelegeren. De administratief directeur brengt op de volgende vergadering van het college verslag uit over de uitoefening van deze delegaties of subdelegaties.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, kan het college een besluit nemen om de delegatie van de bevoegdheden tot aanstelling van de administratief directeur en de door hem verleende subdelegatie tijdelijk te schorsen en deze bevoegdheden zelf uit te oefenen dan wel te delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de administratief directeur.

3.  Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, kan het college een gemotiveerd besluit nemen om de delegatie van de bevoegdheden tot aanstelling van de administratief directeur en de door hem verleende subdelegatie tijdelijk te schorsen en deze bevoegdheden zelf uit te oefenen dan wel te delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid van Eurojust dan de administratief directeur. Het college stelt de Commissie en het Europees Parlement binnen vijf werkdagen schriftelijk in kennis van dergelijke opschortingsbesluiten, motiveert deze en verstrekt details over de uitvoeringsvoorschriften van nieuwe of tijdelijke bepalingen betreffende het beheer van het Agentschap.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De administratief directeur wordt na een open en transparante selectieprocedure door het college aangesteld uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten. Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de administratief directeur wordt Eurojust vertegenwoordigd door de voorzitter van het college.

2.  De administratief directeur wordt op grond van verdiensten en van gedocumenteerde bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, alsook op grond van relevante ervaring, door het college aangesteld uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten, na een open en transparant algemeen vergelijkend onderzoek volgend op een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling in het Publicatieblad van de Europese Unie en andere bronnen, overeenkomstig het reglement van orde van Eurojust. Het college neemt een beslissing in overeenstemming met het advies van het Europees Parlement dat gebaseerd is op de gezamenlijke aanbeveling van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie begrotingscontrole.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Alvorens te worden benoemd, beantwoordt de door het college geselecteerde kandidaat vragen van de leden van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en van de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De ambtstermijn van de administratief directeur is vijf jaar. Aan het eind van deze termijn stelt de Commissie een beoordeling op waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de prestaties van de administratief directeur.

3.  De ambtstermijn van de administratief directeur is vier jaar. Aan het eind van deze termijn stelt de Commissie een beoordeling op waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de prestaties van de administratief directeur.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Op grond van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de in lid 3 bedoelde evaluatie, kan het college de ambtstermijn van de administratief directeur eenmaal verlengen, voor ten hoogste vijf jaar.

4.  Op grond van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de in lid 3 bedoelde evaluatie, kan het college de ambtstermijn van de administratief directeur eenmaal verlengen, voor ten hoogste vier jaar.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De administratief directeur legt verantwoording af aan het college en de raad van bestuur.

6.  De administratief directeur legt verantwoording af aan het college.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De administratief directeur kan uitsluitend uit zijn of haar functie worden ontheven bij besluit van het college op voorstel van de Commissie.

7.  De administratief directeur kan uitsluitend uit zijn of haar functie worden ontheven bij besluit van een tweederdemeerderheid van de leden van het college op voorstel van de Commissie.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  de opstelling van een actieplan voor de opvolging van conclusies van de interne of externe auditverslagen, beoordelingen en onderzoeken, waaronder die van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en OLAF, en de halfjaarlijkse verslaglegging aan de raad van bestuur, de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming over de voortgang;

f)  de opstelling van een actieplan voor de opvolging van conclusies van de interne of externe auditverslagen, beoordelingen en onderzoeken, waaronder die van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en OLAF, en de halfjaarlijkse verslaglegging over de voortgang aan de raad van bestuur, de Commissie, het Europees Parlement en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter j bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j bis)  de ontwikkeling - ten laatste zes maanden na zijn oprichting - van een strategie voor het voorkomen van en omgaan met belangenconflicten;

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – letter j ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j ter)  de ontwikkeling van een strategie voor het beschermen van klokkenluiders.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De administratief directeur legt elke strategie aan de raad van bestuur voor. De administratief directeur ziet erop toe dat elke strategie (inzake de bestrijding van fraude, inzake het voorkomen van en omgaan met belangenconflicten, en inzake het beschermen van klokkenluiders) en de respectieve uitvoeringsvoorschriften regelmatig worden getoetst. De eerste toetsing vindt plaats binnen zes maanden na de vaststelling van de drie strategieën.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust creëert en onderhoudt een bijzondere band met het Europees Openbaar Ministerie, die gebaseerd is op nauwe samenwerking en de ontwikkeling van de hieronder beschreven operationele, administratieve en beheersmatige verbanden tussen beide organen. Daartoe komen de Europese openbare aanklager en de voorzitter van Eurojust regelmatig bijeen om kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken.

1.  Eurojust creëert en onderhoudt een bijzondere band met het Europees Openbaar Ministerie, die gebaseerd is op nauwe samenwerking en de ontwikkeling van de hieronder beschreven operationele, administratieve en beheersmatige verbanden tussen beide organen. Daartoe komen de Europese openbare aanklager en de voorzitter van Eurojust regelmatig bijeen om kwesties van gemeenschappelijk belang te bespreken en een actieplan inzake de bescherming van de financiële belangen van de Unie vast te stellen dat rekening houdt met hun respectieve bevoegdhedenterreinen.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 7 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Eurojust ondersteunt het functioneren van het Europees Openbaar Ministerie door middel van door zijn personeelsleden te verlenen diensten. Deze ondersteuning omvat in ieder geval:

Het Europees Openbaar Ministerie mag gebruikmaken van de administratieve ondersteuning en middelen van Eurojust. Daartoe mag Eurojust diensten van gezamenlijk belang aan het Europees Openbaar Ministerie verlenen.

 

De details van de te verlenen diensten worden vastgelegd in een overeenkomst tussen Eurojust en het Europees openbaar ministerie.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 7 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  technische ondersteuning bij het opstellen van de jaarlijkse begroting, het programmeringsdocument met de jaarlijkse en meerjarige programmering en het beheersplan;

Schrappen

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 7 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  technische ondersteuning bij personeelsaanwerving en loopbaanbegeleiding;

Schrappen

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 7 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  beveiligingsdiensten;

Schrappen

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 7 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  diensten in verband met informatietechnologie;

Schrappen

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 7 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  diensten op het gebied van financieel beheer, boekhouding en audit;

Schrappen

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 7 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  overige diensten van gezamenlijk belang.

Schrappen

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 7 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De details van de te verlenen diensten worden vastgelegd in een overeenkomst tussen Eurojust en het Europees openbaar ministerie.

Schrappen

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  OLAF kan bijdragen aan de coördinatiewerkzaamheden van Eurojust op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Unie in overeenstemming met zijn mandaat krachtens Verordening (EU, Euratom) nr. /2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en van de Raad en van Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad.

2.  OLAF kan bijdragen aan de coördinatiewerkzaamheden van Eurojust op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de Unie in overeenstemming met zijn mandaat krachtens Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en van de Raad en van Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Ten behoeve van de ontvangst en de overdracht van gegevens tussen Eurojust en het OLAF en onverminderd artikel 8, zien de lidstaten erop toe dat de nationale leden van Eurojust uitsluitend ter fine van toepassing van de Verordeningen (EG) nr. 1073/1999 en (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad19 als bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden aangemerkt. De gegevensuitwisseling tussen OLAF en de nationale leden laat de informatie die krachtens deze verordeningen aan andere bevoegde instanties moet worden verstrekt, onverlet.

3.  Ten behoeve van de ontvangst en de overdracht van gegevens tussen Eurojust en het OLAF en onverminderd artikel 8, zien de lidstaten erop toe dat de nationale leden van Eurojust uitsluitend ter fine van toepassing van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlementen de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) als bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden aangemerkt. De gegevensuitwisseling tussen OLAF en de nationale leden laat de informatie die krachtens deze verordeningen aan andere bevoegde instanties moet worden verstrekt, onverlet.

_________________

 

19 PB L 136 van 31.5.1999, blz. 8.

 

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust kan werkafspraken maken met de in artikel 38, lid 1, bedoelde entiteiten.

1.  Eurojust kan Memoranda van overeenstemming overeenkomen met de in artikel 38, lid 1, bedoelde entiteiten.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In afwijking van lid 1 mag Eurojust de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen, internationale organisaties of Interpol in individuele gevallen toestaan indien:

2.  In afwijking van lid 1 mag Eurojust de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen, internationale organisaties of Interpol in individuele gevallen alleen toestaan indien aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de doorgifte anderszins noodzakelijk of wettelijk verplicht is vanwege zwaarwegende algemene belangen van de Unie of haar lidstaten, zoals erkend in het recht van de Unie of het nationale recht, of voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte; dan wel

c)  de doorgifte anderszins noodzakelijk of wettelijk verplicht is vanwege zwaarwegende algemene belangen van de Unie of haar lidstaten, zoals erkend in het recht van de Unie of het nationale recht, of voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de bijdrage aan Eurojust goed.

6.  De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de bijdrage van de Unie aan Eurojust goed.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk op 1 maart van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar dient de rekenplichtige van Eurojust de voorlopige rekeningen in bij de rekenplichtige van de Commissie en bij de Rekenkamer.

1.  (Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Eurojust zendt het verslag over het budgettaire en financiële beheer uiterlijk op 31 maart van het volgende begrotingsjaar toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

2.  Eurojust zendt het verslag over het budgettaire en financiële beheer uiterlijk op 31 maart van het volgende begrotingsjaar toe aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan de Rekenkamer.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 bis.  De kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust wordt door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad verleend volgens een procedure die vergelijkbaar is met de procedure bedoeld in artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in de artikelen 164 tot en met 166 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad op basis van het auditverslag van de Europese Rekenkamer.

 

Indien het Europees Parlement weigert kwijting te verlenen, biedt de administratief directeur zijn ontslag aan bij het college dat, naar gelang van de omstandigheden, de definitieve beslissing neemt.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Bij besluit van het college worden voorschriften voor de detachering van nationale deskundigen bij Eurojust vastgesteld.

2.  Bij besluit van het college worden voorschriften voor de detachering van nationale deskundigen bij Eurojust en voor de inzet van overige personeelsleden vastgesteld, met name om belangenconflicten te voorkomen.

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 54 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Eurojust neemt alle passende bestuurlijke maatregelen, onder meer in de vorm van opleidingen en preventieve strategieën, om belangenconflicten te vermijden, onder meer met betrekking tot kwesties na beëindiging van het dienstverband.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Behalve de andere in deze verordening opgenomen informatie- en raadplegingsverplichtingen dient Eurojust bij het Europees Parlement ter informatie het volgende in:

3.  Behalve de andere in deze verordening opgenomen informatie- en raadplegingsverplichtingen dient Eurojust bij het Europees Parlement en de nationale parlementen in de respectieve officiële talen ter informatie het volgende in:

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Eurojust publiceert op zijn website in het bijzonder de lijst van de leden van zijn raad van bestuur en van zijn externe en interne deskundigen, tezamen met hun respectievelijke belangenverklaringen en curricula vitae. De notulen van de vergaderingen van het college en van de raad van bestuur worden openbaar gemaakt.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Teneinde de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten krachtens Verordening (EG) nr. 1073/1999 te vereenvoudigen, treedt Eurojust binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en stelt het op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord passende voorschriften op voor al zijn werknemers.

1.  Teneinde de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten krachtens Verordening (EU) nr. 883/2013 te vereenvoudigen, treedt Eurojust binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) en stelt het op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord passende voorschriften op voor al zijn werknemers.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Europese Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van Eurojust EU-middelen hebben ontvangen, controles op stukken en controles ter plaatse te verrichten.

2.  De Europese Rekenkamer is bevoegd om regelmatig audits te verrichten van de compliance en de resultaten van de activiteiten van Eurojust op basis van controles op stukken of controles ter plaatse, bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van Eurojust EU‑middelen hebben ontvangen.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EG) nr. 1073/1999 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad22 kan OLAF onderzoeken, waaronder controles en inspecties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van onregelmatigheden waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met uitgaven die door Eurojust worden gefinancierd.

3.  Overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad22 kan OLAF onderzoeken, waaronder controles en inspecties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van onregelmatigheden waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met uitgaven die door Eurojust worden gefinancierd.

_________________

_________________

22 PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

22 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 61 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De personeelsleden van Eurojust, de administratief directeur en de leden van de raad van bestuur melden bij OLAF onverwijld en zonder dat hun verantwoordelijkheid als gevolg van deze melding in het geding kan komen, gevallen van fraude waarvan zij mogelijk tijdens de uitoefening van hun functies of mandaten kennis hebben genomen. Indien zij deze verplichting niet nakomen, worden zij persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van de fraude waarvan zij kennis hebben genomen en die zij niet bij OLAF hebben gemeld.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – punt 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  geslacht;

d)  gender;

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – punt 2 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  geslacht;

d)  gender;

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

EU-Agentschap voor strafrechtelijke samenwerking (Eurojust)

Document- en procedurenummers

COM(2013)0535 – C7-0240/2013 – 2013/0256(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

10.9.2013

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

CONT

10.9.2013

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Ingeborg Gräßle

6.5.2015

Vervangen rapporteur voor advies

Monika Hohlmeier

Behandeling in de commissie

13.7.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

11.9.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

15

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Dennis de Jong, Ingeborg Gräßle, Arndt Kohn, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Bart Staes, Hannu Takkula, Derek Vaughan, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Julia Pitera

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Eider Gardiazabal Rubial, John Howarth, Isabelle Thomas

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

15

+

ALDE

 

PPE

 

 

S&D

 

 

Verts/ALE

Nedzhmi Ali, Hannu Takkula

 

Ingeborg Gräßle, Julia Pitera, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

 

Eider Gardiazabal Rubial, John Howarth, Arndt Kohn, Isabelle Thomas, Derek Vaughan

 

Bart Staes

1

-

GUE/NGL

Dennis de Jong

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de COMMISSIE juridische zaken (11.10.2017)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het EU-agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust)

(COM(2013)0535 – C7-0240/2013 – 2013/0256(COD))

Rapporteur voor advies: António Marinho e Pinto

BEKNOPTE MOTIVERING

Voor Europese integratie op politiek en economisch gebied is volledige integratie op justitieel gebied en van de rechterlijke macht en in het algemeen vereist.

De politieke entiteiten moeten zich niet bemoeien met de werking van de gerechtelijke instanties, en daarom is de rapporteur van mening dat de Commissie niet moet deelnemen aan het besluitvormingsproces van Eurojust.

Criminaliteit, met name van economische aard, vormt een belemmering voor de economische en sociale ontwikkeling, aangezien ze indruist tegen de wetten inzake gezonde sociale interactie en de markt verstoort. Dat moet doeltreffend worden aangepakt door middel van passende wetgeving en rechterlijke instanties die snel en onpartijdig optreden.

De algemene benadering in het voorstel van de Commissie is dat het Europees Openbaar Ministerie (EOM) geen lid is van Eurojust en dus de vergaderingen ervan alleen kan bijwonen als waarnemer "zonder stemrecht", ingevolge artikel 12, lid 2, en artikel 16, lid 7.

Op grond van artikel 86, lid 1, van het VWEU dient het Europees Openbaar Ministerie echter "op grondslag van Eurojust" te worden ingesteld, wat concreet betekent dat het Europees Openbaar Ministerie lid moet zijn van Eurojust om deze band in stand te houden en te waarborgen dat grensoverschrijdende misdaad doeltreffend wordt bestreden.

In artikel 41, lid 2, van het voorstel wordt al bepaald dat Eurojust elk verzoek om ondersteuning van het Europees Openbaar Ministerie onverwijld in behandeling zal nemen en dergelijke verzoeken in voorkomend geval zal behandelen alsof zij afkomstig waren van een voor justitiële samenwerking bevoegde nationale autoriteit. In elk geval moet er nauwer worden samengewerkt tussen Eurojust en het Europees Openbaar Ministerie.

Bijlage 1 bevat een lijst van vormen van ernstige criminaliteit waarvoor Eurojust bevoegd is. Daartoe behoren "misdrijven tegen de financiële belangen van de Unie".

In artikel 3, lid 1, van het voorstel staat te lezen dat Eurojust niet bevoegd is voor "de strafbare feiten die onder de bevoegdheid van het Europees Openbaar Ministerie vallen".

Deze worden in artikel 86 van het VWEU nu juist omschreven als "strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden", hetgeen de mogelijkheid van bevoegdheidsgeschillen tussen beide entiteiten vergroot.

De Commissie is van mening dat artikel 13 van het voorstel tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie (COM(2013) 534) in gevallen die de financiële belangen van de Unie en ook die van de lidstaten betreffen, de mogelijkheid biedt om de bevoegdheid voor dergelijke strafbare feiten aan de nationale autoriteiten over te dragen.

In dergelijke gevallen zou Eurojust een coördinerende rol kunnen spelen, aangezien het ook bevoegd is voor strafbare feiten die de financiële belangen van de lidstaten kunnen schaden.

Die uitleg van de Commissie snijdt echter geen hout, want:

a) over de instelling van het Europees Openbaar Ministerie wordt nog gediscussieerd en het valt niet te verwachten dat die oplossing op grond van artikel 13 ook in de definitieve tekst gehandhaafd blijft;

b) het Europees Openbaar Ministerie zal alleen in een beperkt aantal lidstaten optreden (met versterkte samenwerking);

c) een dergelijke procedure is wellicht te onhandig om doeltreffend te kunnen zijn.

Hoewel in het voorstel de "volledige autonomie en onafhankelijkheid van Eurojust" wordt bekrachtigd (zie overweging 30), zou de Commissie graag van Eurojust een Europees agentschap maken dat onderworpen is aan de gemeenschappelijke aanpak inzake agentschappen die het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in 2012 overeengekomen zijn.

Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat er twee vertegenwoordigers van de Commissie betrokken zijn bij het bestuur ("beheerstaken") van Eurojust (zie artikel 10, lid 1, maar ook artikel 16, lid 4).

Naar het oordeel van de Commissie vallen onder die beheerstaken echter ook de verkiezing van de voorzitter en de vicevoorzitters (artikel 14, lid 1, onder k)), die natuurlijk niet alleen administratieve taken hebben.

In artikel 17, lid 2, wordt bepaald dat de administratief directeur wordt aangesteld uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten, wat de keuze voor het college beperkt.

Het voorstel zwijgt over de beslechting van jurisdictiegeschillen, wat volgens artikel 85, lid 1, onder c), van het VWEU een van de belangrijkste taken van Eurojust is.

In het voorstel wordt nergens verwezen naar de samenhang met Kaderbesluit 2009/948/JBZ van de Raad, dat beoogt de justitiële samenwerking te verbeteren om te voorkomen dat twee of meer EU-lidstaten terzelfder tijd en parallel een strafrechtelijk proces voeren ten aanzien van dezelfde persoon en wegens dezelfde feiten.

In dat kaderbesluit wordt bepaald dat de EU-lidstaten informatie kunnen uitwisselen en rechtstreeks met elkaar in overleg kunnen treden in strafrechtelijke procedures. Wanneer er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt de zaak doorverwezen naar Eurojust, mits de betroffen kwestie onder diens bevoegdheid valt.

Het voorstel inzake Eurojust behelst geen wijziging of intrekking van genoemd kaderbesluit en in het voorstel van de Commissie staat ook niets over het instellen van gerechtelijk beroep tegen besluiten van Eurojust inzake jurisdictiegeschillen.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Aangezien het Europees Openbaar Ministerie op de grondslag van Eurojust moet worden opgericht, omvat deze verordening de bepalingen die noodzakelijk zijn om de betrekkingen tussen Eurojust en het Europees Openbaar Ministerie te regelen.

(4)  Aangezien het Europees Openbaar Ministerie is ingesteld via nauwere samenwerking, is de Verordening betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie bindend in al haar onderdelen en alleen rechtstreeks van toepassing op lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking. Daarom blijft Eurojust voor lidstaten die niet deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie volledig bevoegd voor de vormen van ernstige criminaliteit die zijn opgesomd in bijlage I bij deze verordening.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  De evaluatie van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad en de activiteiten van Eurojust (eindverslag van 30 juni 2015) moeten ook in aanmerking worden genomen.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis)  De opdracht van Eurojust om de coördinatie en samenwerking tussen de gerechtelijke autoriteiten te vergemakkelijken wordt uitgewerkt in de context van andere rechtsinstrumenten, zoals Kaderbesluit 2009/948/JBZ van de Raad1 bis. Daarom is het dienstig de bepalingen daarvan af te stemmen op deze verordening.

 

____________________

 

1 bis Kaderbesluit 2009/948/JBZ van de Raad van 30 november 2009 over het voorkomen en beslechten van geschillen over de uitoefening van rechtsmacht bij strafprocedures

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Deze verordening neemt de grondrechten in acht en gaat uit van de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd.

(8)  Deze verordening neemt de grondrechten en fundamentele vrijheden volledig in acht en volgt volledig de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De vormen van ernstige criminaliteit welke twee of meer lidstaten schaden, waarvoor Eurojust bevoegd is, dienen te worden vastgesteld. Daarnaast moet worden bepaald welke zaken die geen betrekking hebben op twee of meer lidstaten, toch een vervolging op gemeenschappelijke basis vereisen. Het moet onder meer gaan om opsporing en vervolging waarbij slechts een lidstaat en een derde staat betrokken zijn, alsook zaken waarbij slechts een lidstaat en de Unie betrokken zijn.

(9)  De vormen van ernstige criminaliteit welke twee of meer lidstaten schaden, waarvoor Eurojust bevoegd is, dienen ondubbelzinnig te worden vastgesteld. Daarnaast moet worden bepaald welke zaken die geen betrekking hebben op twee of meer lidstaten, toch een vervolging op gemeenschappelijke basis vereisen. Het moet onder meer gaan om opsporing en vervolging waarbij slechts een lidstaat en een derde staat betrokken zijn, alsook zaken waarbij slechts een lidstaat en de Unie betrokken zijn.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Bij de uitoefening van zijn operationele taken met betrekking tot concrete strafzaken dient Eurojust op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of op eigen initiatief, te handelen hetzij door middel van een of meer van de nationale leden, hetzij als college.

(10)  Bij de uitoefening van zijn operationele taken met betrekking tot concrete strafzaken dient Eurojust op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of op eigen initiatief, te handelen hetzij door middel van een of meer van de nationale leden, hetzij als college. Op verzoek van een bevoegde autoriteit van een lidstaat of de Commissie, moet het ook mogelijk zijn voor Eurojust om bijstand te verlenen bij onderzoeken waarbij slechts één lidstaat betrokken is, maar er gevolgen zijn voor de hele Unie.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Om ervoor te zorgen dat Eurojust grensoverschrijdende opsporing passend kan ondersteunen en coördineren, is het nodig dat alle nationale leden dezelfde operationele bevoegdheden hebben zodat zij op een meer doeltreffende wijze kunnen samenwerken, zowel onderling als met de nationale autoriteiten. Aan de nationale leden moeten de bevoegdheden worden verleend waarmee Eurojust zijn opdracht naar behoren kan uitvoeren. Voorbeelden van deze bevoegdheden zijn het toegang krijgen tot relevante informatie in de nationale openbare registers, indienen en ten uitvoer leggen van verzoeken om wederzijdse rechtshulp en erkenning, rechtstreeks contact opnemen en informatie uitwisselen met de bevoegde autoriteiten, deelnemen aan gemeenschappelijke onderzoeksteams en in samenspraak met de bevoegde nationale autoriteit of in geval van urgentie, opsporingsmaatregelen en gecontroleerde afleveringen bevelen.

(11)  Om ervoor te zorgen dat Eurojust grensoverschrijdende opsporing passend kan ondersteunen en coördineren, is het nodig dat alle nationale leden dezelfde operationele bevoegdheden hebben zodat zij op een meer coherente en doeltreffende wijze kunnen samenwerken, zowel onderling als met de nationale autoriteiten. Aan de nationale leden moeten de bevoegdheden worden verleend waarmee Eurojust zijn opdracht naar behoren kan uitvoeren. Voorbeelden van deze bevoegdheden zijn het toegang krijgen tot relevante informatie in de nationale openbare registers, indienen en ten uitvoer leggen van verzoeken om wederzijdse rechtshulp en erkenning, rechtstreeks contact opnemen en informatie uitwisselen met de bevoegde autoriteiten, deelnemen aan gemeenschappelijke onderzoeksteams en in samenspraak met de bevoegde nationale autoriteit of in geval van urgentie, opsporingsmaatregelen en gecontroleerde afleveringen bevelen.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Het is noodzakelijk Eurojust een bestuurs- en beheersstructuur te geven waarmee het zijn taken op een meer doeltreffende wijze kan uitvoeren en die de beginselen eerbiedigt die voor de agentschappen van de Unie gelden, zonder afbreuk te doen aan de speciale kenmerken van Eurojust en zonder dat dit ten koste gaat van zijn onafhankelijkheid bij de uitoefening van zijn operationele taken. Te dien einde moeten de functies van de nationale leden, het college en de administratief directeur worden verduidelijkt en moet een raad van bestuur worden ingesteld.

(12)  Het is noodzakelijk Eurojust een bestuurs- en beheersstructuur te geven waarmee het zijn taken op een meer doeltreffende wijze kan uitvoeren en die de beginselen volledig eerbiedigt die voor de agentschappen van de Unie gelden, alsook de grondrechten en fundamentele vrijheden, zonder afbreuk te doen aan de speciale kenmerken van Eurojust en zonder dat dit ten koste gaat van zijn onafhankelijkheid bij de uitoefening van zijn operationele taken. Te dien einde moeten de functies van de nationale leden, het college en de administratief directeur worden verduidelijkt en moet een raad van bestuur worden ingesteld.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Binnen Eurojust moet een coördinatie met oproepdienst (OCC) worden opgezet om Eurojust permanent beschikbaar te maken en dit orgaan in staat te stellen in dringende gevallen op te treden. Het moet tot de verantwoordelijkheid van elke lidstaat behoren ervoor te zorgen dat hun vertegenwoordigers in de OCC 24 uur per dag en 7 dagen per week inzetbaar zijn.

(17)  Binnen Eurojust moet een coördinatie met oproepdienst (OCC) worden opgezet om Eurojust efficiënt en permanent beschikbaar te maken en dit orgaan in staat te stellen in dringende gevallen op te treden. Elke lidstaat behoort ervoor te zorgen dat hun vertegenwoordigers in de OCC 24 uur per dag en 7 dagen per week inzetbaar zijn.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Wanneer Eurojust persoonsgegevens doorgeeft aan een autoriteit van een derde land of aan een internationale organisatie of Interpol uit hoofde van een internationale overeenkomst die is gesloten overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag moeten de passende garanties ten aanzien van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de fundamentele rechten en vrijheden van personen ervoor zorgen dat de bepalingen inzake gegevensbescherming van deze verordening worden nageleefd.

(21)  Wanneer Eurojust persoonsgegevens doorgeeft aan een autoriteit van een derde land of aan een internationale organisatie of Interpol uit hoofde van een internationale overeenkomst die is gesloten overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag moeten de passende garanties ten aanzien van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de fundamentele rechten en vrijheden ervoor zorgen dat de bepalingen inzake gegevensbescherming van deze verordening volledig worden nageleefd.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Eurojust dient in de gelegenheid te worden gesteld om de termijnen voor het bewaren van persoonsgegevens te verlengen, met inachtneming van het beginsel van beperking van het doel dat van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van alle activiteiten van Eurojust, teneinde zijn doelstellingen te kunnen verwezenlijken. Deze besluiten moeten worden genomen na zorgvuldige afweging van alle belangen die op het spel staan, inclusief die van de personen op wie de gegevens betrekking hebben. Tot verlenging van de termijnen voor de verwerking van persoonsgegevens na het tijdstip waarop in alle lidstaten de geldende termijn voor verjaring van het recht van strafvordering is verstreken, mag alleen worden besloten in geval van een bijzondere noodzaak tot verlening van bijstand krachtens deze verordening.

(23)  Eurojust dient in de gelegenheid te worden gesteld om de termijnen voor het bewaren van persoonsgegevens te verlengen, met inachtneming van het beginsel van beperking van het doel dat van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van alle activiteiten van Eurojust, teneinde zijn doelstellingen te kunnen verwezenlijken. Deze besluiten moeten worden genomen na zorgvuldige en objectieve afweging van de betreffende zaken, alle belangen die op het spel staan, en evenzeer de belangen van de personen op wie de gegevens betrekking hebben. Tot verlenging van de termijnen voor de verwerking van persoonsgegevens na het tijdstip waarop in alle lidstaten de geldende termijn voor verjaring van het recht van strafvordering is verstreken, moet op formele wijze en met redenen omkleed worden besloten en dit mag alleen in geval van een bijzondere en duidelijk te rechtvaardigen noodzaak tot verlening van bijstand krachtens deze verordening.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Eurojust dient samenwerkingsverbanden te onderhouden met andere organen en agentschappen van de Unie, met het Europees Openbaar Ministerie, met de bevoegde autoriteiten van derde landen en met internationale organisaties, voor zover deze nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken.

(25)  Eurojust dient samen te werken met andere organen en agentschappen van de Unie, met het Europees Openbaar Ministerie, met de bevoegde autoriteiten van derde landen en met internationale organisaties, voor zover deze nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis)  De Europese openbare aanklager moet het recht hebben om alle vergaderingen van Eurojust bij te wonen wanneer er onderwerpen worden besproken die hij of zij van belang voor het functioneren van het Europees Openbaar Ministerie acht.

Motivering

Er is een overweging nodig die de strekking van artikel 12, lid 3, en artikel 16, lid 2, van het voorstel uitdrukkelijk weerspiegelt.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Om de operationele samenwerking tussen Eurojust en Europol te verbeteren, en met name verbanden te leggen tussen gegevens die reeds in het bezit zijn van een van beide of beide organen, dient Eurojust Europol toegang te verschaffen tot gegevens die bij Eurojust beschikbaar zijn en de mogelijkheid te bieden om deze gegevens te vergelijken met de eigen gegevens.

(26)  Om de operationele samenwerking tussen Eurojust en Europol te verbeteren, en met name verbanden te leggen tussen gegevens die reeds in het bezit zijn van een van beide of beide organen, dient Eurojust Europol op basis van een hit/no hit-systeem toegang te verschaffen tot gegevens die bij Eurojust beschikbaar zijn. Eurojust en Europol moeten een werkregeling kunnen treffen waarmee zij zich binnen hun respectieve mandaten wederzijds toegang kunnen verschaffen tot alle informatie die met het oog op kruiscontroles is verstrekt, en deze informatie ook kunnen doorzoeken, overeenkomstig de specifieke voorzorgsmaatregelen en gegevensbeschermingswaarborgen waarin deze verordening voorziet. Elke toegang tot gegevens die bij Eurojust beschikbaar zijn, moet met technische middelen worden beperkt tot informatie die onder de respectieve mandaten van die organen van de Unie valt.

Motivering

Overweging 26 van deze verordening moet worden afgestemd op overweging 28 van Verordening (EU) 2016/794.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Voor zover nodig voor de verrichting van zijn taken, dient Eurojust persoonsgegevens te kunnen uitwisselen met andere organen van de Unie.

(27)  Voor zover nodig voor de verrichting van zijn taken, dient Eurojust persoonsgegevens te kunnen uitwisselen met andere organen van de Unie, met volledige eerbiediging van de bescherming van de privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Om de transparantie van en het democratisch toezicht op Eurojust te vergroten, moet in mechanismen worden voorzien om het Europees Parlement en de nationale parlementen te betrekken bij de evaluatie van de activiteiten van Eurojust. Dit mag geen belemmering vormen voor de beginselen van onafhankelijkheid ten aanzien van maatregelen die zijn genomen in specifieke operationele zaken of voor de zwijg- en geheimhoudingsplicht.

(31)  Om de transparantie van en het democratisch toezicht op Eurojust te vergroten, moet in mechanismen worden voorzien om het Europees Parlement en de nationale parlementen te betrekken bij de evaluatie van de activiteiten van Eurojust, met name wat het toesturen van het jaarverslag van Eurojust betreft. Voor de nationale parlementen moeten soortgelijke procedures worden gecreëerd. Deze mechanismen mogen echter geen belemmering vormen voor de beginselen van onafhankelijkheid ten aanzien van maatregelen die zijn genomen in specifieke operationele zaken of voor de zwijg- en geheimhoudingsplicht.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust ondersteunt en versterkt de coördinatie en de samenwerking tussen de nationale autoriteiten die belast zijn met de opsporing en de vervolging van zware criminaliteit welke twee of meer lidstaten schaadt of een vervolging op gemeenschappelijke basis vereist, op basis van de door de autoriteiten van de lidstaten en Europol uitgevoerde operaties en verstrekte informatie.

1.  Eurojust ondersteunt en versterkt de coördinatie en de samenwerking tussen de nationale autoriteiten die belast zijn met de opsporing en de vervolging van zware criminaliteit waarvoor Eurojust overeenkomstig artikel 3, lid 1, bevoegd is en welke twee of meer lidstaten schaadt of een vervolging op gemeenschappelijke basis vereist, op basis van de door de autoriteiten van de lidstaten, het Europees Openbaar Ministerie en Europol uitgevoerde operaties en verstrekte informatie.

(Zie amendement op artikel 2, lid 3).

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Eurojust oefent zijn taken uit op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of op eigen initiatief.

3.  Eurojust oefent zijn taken uit op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of van het Europees Openbaar Ministerie of op eigen initiatief.

(Zie amendement op artikel 2, lid 1).

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De bevoegdheid van Eurojust bestrijkt de in bijlage 1 genoemde vormen van criminaliteit. Eurojust is echter niet bevoegd voor de strafbare feiten die onder de bevoegdheid van het Europees Openbaar Ministerie vallen.

1.   Tot het tijdstip waarop het Europees Openbaar Ministerie de krachtens artikel [75] van de Verordening [betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie] aan hem opgelegde opsporings- en vervolgingstaken op zich heeft genomen, bestrijkt de bevoegdheid van Eurojust de in bijlage 1 genoemde vormen van criminaliteit. Vanaf het tijdstip waarop het Europees Openbaar Ministerie zijn taken op zich heeft genomen en met betrekking tot de vormen van criminaliteit waarvoor het Europees Openbaar Ministerie zijn bevoegdheid uitoefent, oefent Eurojust uitsluitend zijn bevoegdheden uit binnen zijn eigen mandaat, waardoor overlapping met door het Europees Openbaar Ministerie genomen maatregelen wordt voorkomen.

 

Eurojust oefent echter zijn bevoegdheden niet uit in gevallen waarbij lidstaten betrokken zijn die geen deelnemen aan de nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie en op verzoek van die lidstaten of op verzoek van het Europees Openbaar Ministerie. De praktische details van de uitoefening van bevoegdheden in overeenstemming met dit lid worden geregeld met een in artikel 38, lid 2 bis, bedoelde werkregeling.

 

De verwijzing naar "misdrijven tegen de financiële belangen van de Unie" in bijlage 1 bij deze verordening wordt in overeenstemming met dit lid geïnterpreteerd.

(Zie amendement op artikel 3, lid 4).

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Eurojust blijft bevoegd:

 

a)  voor de strafbare feiten zoals bepaald in Richtlijn [(EU) 2017/... betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt ("de PIF-richtlijn")] voor zover het EOM niet bevoegd is of zijn bevoegdheden niet uitoefent;

 

b)  ten aanzien van zaken die betrekking hebben op in de PIF-richtlijn vastgestelde strafbare feiten, voor verzoeken van lidstaten die niet deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie;

 

c)  ten aanzien van zaken die betrekking hebben op zowel lidstaten die deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie en lidstaten die dat niet doen, voor verzoeken van de lidstaten die niet deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie en voor verzoeken van het Europees Openbaar Ministerie zelf.

Motivering

Gezien het feit dat Eurojust op basis van de nauwere samenwerking bij de instelling van het EOM en de tekst van de betreffende ontwerpverordening een residuele bevoegdheid behoudt voor de in de PIF-richtlijn vastgestelde strafbare feiten, is het van essentieel belang duidelijkheid te verschaffen over de aard van de residuele bevoegdheid van Eurojust.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De bevoegdheid van Eurojust strekt zich ook uit tot de daarmee samenhangende strafbare feiten. De volgende feiten worden als zodanig beschouwd:

2.  De bevoegdheid van Eurojust strekt zich ook uit tot strafbare feiten die verband houden met de in bijlage 1 genoemde vormen van criminaliteit. De volgende feiten worden als zodanig beschouwd:

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Op verzoek van hetzij een bevoegde autoriteit van een lidstaat, hetzij de Commissie, kan Eurojust ook bijstand verlenen aan opsporing en vervolging waarbij alleen die lidstaat en de Unie betrokken zijn.

4.  Op verzoek van hetzij een bevoegde autoriteit van een lidstaat, hetzij het Europees Openbaar Ministerie, hetzij de Commissie, kan Eurojust ook bijstand verlenen aan opsporing en vervolging waarbij alleen die lidstaat en de Unie betrokken zijn.

(Zie amendement op artikel 3, lid 1).

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  informeert de bevoegde autoriteiten van de lidstaten over de opsporing en vervolging waarvan het kennis heeft gekregen en die gevolgen hebben op Unie- niveau of gevolgen kunnen hebben voor andere dan de rechtstreeks betrokken lidstaten;

a)  informeert de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en het Europees Openbaar Ministerie over de opsporing en vervolging waarvan het kennis heeft gekregen en die gevolgen hebben op Unie- niveau of gevolgen kunnen hebben voor andere dan de rechtstreeks betrokken lidstaten;

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  staat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij met het oog op een optimale coördinatie van de opsporing en vervolging;

b)  waarborgt een optimale coördinatie van de opsporing en vervolging door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten;

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  verleent steun om de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te verbeteren, onder meer op basis van de door Europol verrichte analyses;

c)  verbetert de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder meer op basis van de door Europol verrichte analyses;

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  verleent steun aan het Europees Openbaar Ministerie, overeenkomstig artikel 41.

Motivering

Aangezien het Europees Openbaar Ministerie is ingesteld op grondslag van Eurojust (zie artikel 86 VWEU), bestaat een van de hoofdtaken van Eurojust in het verlenen van steun aan het EOM.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter)  werkt waar nodig samen met en raadpleegt agentschappen en organen van de Unie die zijn opgericht in de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht en die zijn gereguleerd in Titel V VWEU;

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e quater)  ondersteunt en neemt zo nodig deel aan de gespecialiseerde kenniscentra van de Unie die zijn opgezet door Europol en andere organen van de Unie.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer twee of meer lidstaten het niet eens kunnen worden over wie van hen opsporing of vervolging moet instellen naar aanleiding van een verzoek overeenkomstig lid 2, onder b), geeft Eurojust schriftelijk advies over de zaak. Dat advies wordt de betrokken lidstaten terstond toegezonden.

4.  Wanneer twee of meer lidstaten het niet eens kunnen worden over wie van hen opsporing of vervolging moet instellen naar aanleiding van een verzoek overeenkomstig lid 2, onder b), neemt Eurojust een besluit over de zaak. Dat besluit wordt de betrokken lidstaten terstond toegezonden.

(Zie amendement op artikel 4, leden 5 en 5 bis).

Motivering

Aangezien in artikel 85, lid 1, VWEU duidelijk wordt bepaald dat Eurojust bevoegd is voor het oplossen van jurisdictieverschillen, moet het besluiten kunnen nemen in plaats van alleen maar adviezen geven, en die besluiten moeten verbindend zijn voor de lidstaten.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Op verzoek van een bevoegde autoriteit brengt Eurojust schriftelijk advies uit over herhaalde weigeringen of moeilijkheden in verband met de uitvoering van verzoeken en besluiten inzake justitiële samenwerking, met name die welke zijn gebaseerd op instrumenten waarmee uitvoering wordt gegeven aan het beginsel van wederzijdse erkenning, voor zover de kwestie niet in onderlinge overeenstemming door de bevoegde nationale autoriteiten of door tussenkomst van de betrokken nationale leden kon worden opgelost. Dat advies wordt de betrokken lidstaten terstond toegezonden.

5.  Op verzoek van een bevoegde autoriteit of op eigen initiatief neemt Eurojust een besluit over herhaalde weigeringen of moeilijkheden in verband met de uitvoering van verzoeken en besluiten inzake justitiële samenwerking, met name die welke zijn gebaseerd op instrumenten waarmee uitvoering wordt gegeven aan het beginsel van wederzijdse erkenning, voor zover de kwestie niet in onderlinge overeenstemming door de bevoegde nationale autoriteiten of door tussenkomst van de betrokken nationale leden kon worden opgelost. Dat besluit wordt de betrokken lidstaten terstond toegezonden.

(Zie amendement op artikel 4, leden 4 en 5 bis).

Motivering

Aangezien in artikel 85, lid 1, VWEU duidelijk wordt bepaald dat Eurojust bevoegd is voor het oplossen van jurisdictieverschillen, moet het besluiten kunnen nemen in plaats van alleen maar adviezen geven, en die besluiten moeten verbindend zijn voor de lidstaten.

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Onverminderd lid 2 concentreert het college zich op operationele aangelegenheden en andere kwesties die rechtstreeks verband houden met operationele aangelegenheden. Het wordt alleen bij administratieve kwesties betrokken voor zover dat nodig is om te waarborgen dat zijn operationele taken worden vervuld.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  rechtstreeks contact op te nemen en informatie uit te wisselen met een nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat;

b)  rechtstreeks contact op te nemen en informatie uit te wisselen met een nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat of een agentschap of ander bevoegd orgaan van de Unie;

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  gelasten opsporingsmaatregelen;

a)  gelasten opsporingsmaatregelen, vragen deze aan of voeren deze uit, zoals bepaald in Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis;

 

__________________

 

1 bis Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken (PB L 130 van 1.5.2014, blz. 1).

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het college bestaat uit:

1.  Het college bestaat uit alle nationale leden.

a)   alle nationale leden wanneer het college zijn operationele taken verricht uit hoofde van artikel 4;

 

b)   alle nationale leden en twee vertegenwoordigers van de Commissie wanneer het college zijn beheerstaken verricht uit hoofde van artikel 14.

 

Motivering

Dit amendement is bedoeld om het risico van inmenging van de Commissie te verkleinen.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het college kan elkeen van wie het advies dienstig kan zijn, uitnodigen om als waarnemer de vergaderingen bij te wonen.

4.  Onverminderd artikel 39, lid 1, onder c), kan het college elkeen van wie het advies dienstig kan zijn, uitnodigen om als waarnemer de vergaderingen bij te wonen.

Motivering

Dit amendement heeft tot doel de in artikel 39, lid 1, onder c), van het voorstel bedoelde bijdrage van de contactpunten van het Europees justitieel netwerk in stand te houden.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

k)  het verkiest de voorzitter en de vicevoorzitters overeenkomstig artikel 11;

Schrappen

(Zie amendement op artikel 11)

Motivering

Om de autonomie en onafhankelijkheid van Eurojust te behouden mag geen enkele vertegenwoordiger van de Commissie deelnemen aan de verkiezing van de voorzitter en de vicevoorzitters.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Uiterlijk op [30 november van elk jaar] stelt het college een programmeringsdocument vast met de meerjarige en de jaarlijkse programmering op basis van een ontwerp van de administratief directeur, rekening houdend met het advies van de Commissie. Het stuurt dit door naar het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Het programmeringsdocument wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting en wordt, indien nodig, dienovereenkomstig aangepast.

1.  Uiterlijk op [30 november van elk jaar] stelt het college een programmeringsdocument vast met de meerjarige en de jaarlijkse programmering op basis van een ontwerp van de administratief directeur, na het advies van de Commissie te hebben ingewonnen. Het stuurt dit door naar het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Het programmeringsdocument wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting en wordt, indien nodig, dienovereenkomstig aangepast.

Motivering

Dit amendement is bedoeld om het risico van inmenging van de Commissie te verkleinen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het jaarlijkse werkprogramma omvat een gedetailleerde beschrijving van de doelstellingen en de beoogde resultaten, inclusief prestatie-indicatoren. Het bevat ook een beschrijving van de te financieren activiteiten en een indicatie van de financiële en personele middelen die aan iedere activiteit worden toegewezen, overeenkomstig de beginselen die gelden voor activiteitsgestuurde begroting en beheer. Het jaarlijkse werkprogramma is consistent met het meerjarige werkprogramma als bedoeld in lid 4. Het vermeldt duidelijk welke taken zijn toegevoegd, gewijzigd of geschrapt ten opzichte van het vorige begrotingsjaar.

2.  Het jaarlijkse werkprogramma omvat een gedetailleerde beschrijving van de doelstellingen en de beoogde resultaten, inclusief prestatie-indicatoren. Het bevat ook een duidelijke beschrijving van de te financieren activiteiten en een indicatie van de financiële en personele middelen die aan iedere activiteit worden toegewezen, overeenkomstig de beginselen die gelden voor activiteitsgestuurde begroting en beheer. Het jaarlijkse werkprogramma is consistent met het meerjarige werkprogramma als bedoeld in lid 4. Het vermeldt duidelijk welke taken zijn toegevoegd, gewijzigd of geschrapt ten opzichte van het vorige begrotingsjaar.

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De administratief directeur kan uitsluitend uit zijn of haar functie worden ontheven bij besluit van het college op voorstel van de Commissie.

7.  De administratief directeur kan uitsluitend uit zijn of haar functie worden ontheven bij besluit van het college.

Motivering

Dit amendement is bedoeld om het risico van inmenging van de Commissie te verkleinen.

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De OCC-vertegenwoordigers ondernemen onverwijld actie met betrekking tot de uitvoering van het verzoek in hun lidstaat.

3.  De OCC-vertegenwoordigers ondernemen onverwijld en efficiënt actie met betrekking tot de uitvoering van het verzoek in hun lidstaat.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  Voor de toepassing van de leden 3 tot en met 6 wisselen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de hierin bedoelde informatie binnen 14 dagen uit.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust verstrekt de bevoegde nationale autoriteiten gegevens over de resultaten van het verwerken van gegevens, onder meer over het bestaan van verbanden met reeds in het casemanagementsysteem opgenomen zaken. Deze informatie kan persoonsgegevens omvatten.

1.  Eurojust verstrekt de bevoegde nationale autoriteiten onverwijld gegevens over de resultaten van het verwerken van gegevens, onder meer over het bestaan van verbanden met reeds in het casemanagementsysteem opgenomen zaken. Deze informatie kan persoonsgegevens omvatten.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Eurojust mag uitsluitend de onder punt 2 van bijlage 2 bedoelde persoonsgegevens verwerken van personen die op grond van de nationale wetgeving van de betrokken lidstaten worden beschouwd als getuigen of slachtoffers in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of een strafrechtelijke vervolging inzake een of meer van de in artikel 3 bedoelde vormen van criminaliteit en strafbare feiten, alsook van personen jonger dan 18 jaar. Dergelijke persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt indien dit strikt noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de uitdrukkelijk omschreven taak van Eurojust, in het kader van zijn bevoegdheden en om zijn operationele taken uit te voeren.

2.  Eurojust mag uitsluitend de onder punt 2 van bijlage 2 bedoelde persoonsgegevens verwerken van personen die op grond van de nationale wetgeving van de betrokken lidstaten worden beschouwd als getuigen of slachtoffers in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of een strafrechtelijke vervolging inzake een of meer van de in artikel 3 bedoelde vormen van criminaliteit en strafbare feiten, alsook van personen jonger dan 18 jaar. Dergelijke persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt indien dit strikt noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de uitdrukkelijk omschreven taak van Eurojust, in het kader van zijn bevoegdheden en om zijn operationele taken uit te voeren. De bescherming van de privacy alsook de grondrechten en fundamentele vrijheden dienen hierbij volledig geëerbiedigd te worden.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Door Eurojust verwerkte persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan het moment waarop de eerste van de volgende data van toepassing is:

1.  Door Eurojust verwerkte persoonsgegevens worden door Eurojust niet langer opgeslagen dan noodzakelijk en evenredig is voor de doelstelling waarvoor de gegevens worden verwerkt. Door Eurojust verwerkte persoonsgegevens mogen niet langer worden bewaard dan het moment waarop de eerste van de volgende data van toepassing is:

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien een door een betrokkene op grond van artikel 32, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 ingediende klacht betrekking heeft op een besluit als bedoeld in artikel 32 of 33, raadpleegt de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming de nationale toezichthoudende autoriteiten of de bevoegde rechter van de lidstaat waarvan de gegevens afkomstig zijn dan wel van de rechtstreeks betrokken lidstaat. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming neemt zijn beslissing, die een weigering kan inhouden om gegevens te verstrekken, in nauw overleg met de nationale toezichthoudende instantie of de bevoegde rechter.

1.  Elke betrokkene heeft het recht om een klacht in te dienen bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, indien hij of zij van oordeel is dat de verwerking van zijn of haar persoonsgegevens door Eurojust niet voldoet aan de bepalingen van deze verordening. Indien een door een betrokkene op grond van artikel 32, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 ingediende klacht betrekking heeft op een besluit als bedoeld in artikel 32 of 33, raadpleegt de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming de nationale toezichthoudende autoriteiten of de bevoegde rechter van de lidstaat waarvan de gegevens afkomstig zijn dan wel van de rechtstreeks betrokken lidstaat. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming neemt zijn beslissing, die een weigering kan inhouden om gegevens te verstrekken, in nauw overleg met de nationale toezichthoudende instantie of de bevoegde rechter.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Eurojust kan voor de in de leden 1 en 2 vermelde doeleinden werkregelingen treffen met de in lid 1 bedoelde entiteiten. Deze werkregelingen vormen geen grondslag voor het toestaan van uitwisseling van persoonsgegevens en zijn niet bindend voor de Unie of de lidstaten.

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de toestemming kan worden verondersteld aangezien de lidstaat geen uitdrukkelijke beperkingen heeft gesteld aan verdere overdracht; of

Schrappen

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  De contactpunten van het Europees justitieel netwerk kunnen ad hoc worden uitgenodigd voor de vergaderingen van Eurojust.

c)  De contactpunten van het Europees justitieel netwerk kunnen ad hoc worden uitgenodigd voor de vergaderingen van Eurojust, zonder stemrecht.

Motivering

Dit amendement dient ter verduidelijking van de rol van de contactpunten van het Europees justitieel netwerk.

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  Europol en Eurojust kunnen een werkregeling treffen waarmee zij binnen hun respectieve mandaten wederzijds toegang hebben tot alle informatie die met het oog op de uitvoering van taken is verstrekt, en deze informatie ook kunnen doorzoeken, overeenkomstig de artikelen 2 en 4 van deze verordening. Dit is onverminderd het recht van de lidstaten, organen van de Unie, derde landen en internationale organisaties om de toegang tot en het gebruik van deze gegevens aan beperkingen te onderwerpen, en overeenkomstig de gegevensbeschermingswaarborgen waarin deze verordening voorziet.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Eurojust zal elk verzoek om ondersteuning van het Europees Openbaar Ministerie onverwijld in behandeling nemen en dergelijke verzoeken in voorkomend geval behandelen alsof zij afkomstig waren van een voor justitiële samenwerking bevoegde nationale autoriteit.

2.  Eurojust zal elk verzoek om ondersteuning van het Europees Openbaar Ministerie onverwijld in behandeling nemen en dergelijke verzoeken behandelen alsof zij afkomstig waren van een voor justitiële samenwerking bevoegde nationale autoriteit.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Frontex draagt bij aan de werkzaamheden van Eurojust, onder andere door informatie over te dragen die verwerkt is in overeenstemming met zijn mandaat en taken uit hoofde van Verordening (EU) 2016/16241 bis.

 

_____________

 

1 bis Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 55 bis

 

Adviezen over wetgevingsvoorstellen

 

De Commissie en de betrokken lidstaten kunnen het advies van Eurojust inwinnen over alle in artikel 76 VWEU bedoelde wetgevingsvoorstellen.

Motivering

Dit amendement strekt tot wederopneming van artikel 32, lid 3, van Besluit 2002/187/JBZ, zoals gewijzigd in 2008, dat om onbegrijpelijke redenen niet in het onderhavige Commissievoorstel is opgenomen.

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eurojust dient zijn jaarverslag in bij het Europees Parlement, dat opmerkingen en conclusies kan formuleren.

1.  Eurojust dient zijn jaarverslag in bij het Europees Parlement en de nationale parlementen, die opmerkingen en conclusies kunnen formuleren.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De voorzitter van het college verschijnt op verzoek voor het Europees Parlement om kwesties betreffende Eurojust te bespreken en met name om de jaarverslagen van Eurojust te presenteren, met inachtneming van de zwijg- en geheimhoudingsplicht. In de besprekingen wordt niet rechtstreeks of onrechtstreeks verwezen naar concrete acties in verband met specifieke operationele zaken.

2.  Vóór de aanstelling wordt een nieuw aangewezen voorzitter van het college verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement af te leggen en de vragen van de commissieleden te beantwoorden.

 

Tijdens zijn of haar ambtstermijn verschijnt hij of zij voor het Europees Parlement op diens verzoek om kwesties betreffende Eurojust te bespreken en met name om de jaarverslagen van Eurojust te presenteren, met inachtneming van de zwijg- en geheimhoudingsplicht. In de besprekingen wordt niet rechtstreeks of onrechtstreeks verwezen naar concrete acties in verband met specifieke operationele zaken.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Behalve de andere in deze verordening opgenomen informatie- en raadplegingsverplichtingen dient Eurojust bij het Europees Parlement ter informatie het volgende in:

3.  Behalve de andere in deze verordening opgenomen informatie- en raadplegingsverplichtingen dient Eurojust bij het Europees Parlement en de nationale parlementen ter informatie het volgende in:

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Eurojust dient zijn jaarverslag in bij de nationale parlementen. Eurojust dient bij de nationale parlementen ook de in lid 3 bedoelde documenten in.

Schrappen

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De geheimhoudingsplicht geldt voor alle informatie die Eurojust ontvangt, tenzij die informatie reeds openbaar of voor het publiek toegankelijk is gemaakt.

4.  De geheimhoudingsplicht geldt voor alle informatie die Eurojust ontvangt of doorstuurt, tenzij die informatie reeds openbaar of voor het publiek toegankelijk is gemaakt.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Intrekking

Intrekkingen en wijzigingen

(Zie amendement op artikel 67, leden 3 bis en 3 ter).

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 2 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

2 bis.  In Kaderbesluit 2009/948/JBZ komt artikel 10, lid 3, als volgt te luiden:

"3.  Tijdens het rechtstreekse overleg beantwoorden de bij het overleg betrokken bevoegde autoriteiten, wanneer dat redelijkerwijs mogelijk is, verzoeken om informatie van de andere bij het overleg betrokken bevoegde autoriteiten. Indien een bevoegde autoriteit door een andere bevoegde autoriteit echter wordt verzocht specifieke informatie te verstrekken waardoor wezenlijke nationale veiligheidsbelangen kunnen worden geschaad of de veiligheid van personen in gevaar zou kunnen komen, hoeft zij deze informatie niet te geven."

"3.  In het kader van het rechtstreekse overleg beantwoorden de betrokken bevoegde autoriteiten verzoeken om informatie van andere, eveneens bij het overleg betrokken bevoegde autoriteiten."

(Zie amendement op artikel 67)

Motivering

Deze wijziging van Kaderbesluit 2009/948/JBZ van de Raad van 30 november 2009 over het voorkomen en beslechten van geschillen over de uitoefening van rechtsmacht bij strafprocedures vormt een aanvulling op de amendementen op de artikelen 21 en 23 van dit voorstel en wil een einde maken aan de uitzonderingen, die een hinderpaal kunnen vormen voor de uitwisseling van nuttige informatie.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 2 ter (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

2 ter.  In Kaderbesluit 2009/948/JBZ komt artikel 12, lid 2, als volgt te luiden:

"2.  Indien geen overeenstemming in de zin van artikel 10 kan worden bereikt, dient, in voorkomend geval, de zaak door een bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaten te worden verwezen naar Eurojust, mits Eurojust overeenkomstig artikel 4, lid 1, van het Eurojust-besluit bevoegd is. "

"2.  Indien er geen overeenstemming kan worden bereikt overeenkomstig artikel 10, wordt de kwestie door de betrokken lidstaten via hun respectieve nationale leden voorgelegd aan Eurojust, indien Eurojust krachtens artikel 3 van de Eurojust-verordening bevoegd is."

(Zie amendement op artikel 67)

Motivering

Deze wijziging van Kaderbesluit 2009/948/JBZ van de Raad van 30 november 2009 over het voorkomen en beslechten van geschillen over de uitoefening van rechtsmacht bij strafprocedures vormt een aanvulling op de amendementen op artikel 4, leden 4 en 5, van het onderhavige voorstel en wil ervoor zorgen dat een jurisdictiegeschil verplicht wordt voorgelegd aan Eurojust overeenkomstig artikel 85, lid 1, onder c), VWEU, op een wijze die beter strookt met de rol van de nationale leden.

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – alinea 1 – streepje 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

–  georganiseerde diefstal;

–  georganiseerde diefstal of overval;

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

EU-Agentschap voor strafrechtelijke samenwerking (Eurojust)

Document- en procedurenummers

COM(2013)0535 – C7-0240/2013 – 2013/0256(COD)

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

10.9.2013

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

10.9.2013

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

António Marinho e Pinto

3.9.2014

Behandeling in de commissie

11.11.2014

12.7.2017

7.9.2017

 

Datum goedkeuring

10.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

2

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Mady Delvaux, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Gilles Lebreton, António Marinho e Pinto, Julia Reda, Evelyn Regner, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Luis de Grandes Pascual, Pascal Durand, Angel Dzhambazki, Jytte Guteland, Heidi Hautala, Stefano Maullu, Angelika Niebler

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Karoline Graswander-Hainz

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

19

+

ALDE

Jean-Marie Cavada, Antonio Marinho e Pinto

EFDD

Joëlle Bergeron

GUE/NGL

Kostas Chrysogonos

PPE

Stefano Maullu, Angelika Niebler, Pavel Svoboda, József Szájer, Axel Voss, Tadeusz Zwiefka, Luis de Grandes Pascual

S&D

Mady Delvaux, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Karoline Graswander-Hainz, Jytte Guteland, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Evelyn Regner

VERTS/ALE

Durand Pascal, Julia Reda

2

-

ENF

Marie-Christine Boutonnet, Gilles Lebreton

1

0

ECR

Angel Dzhambazki

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

EU-Agentschap voor strafrechtelijke samenwerking (Eurojust)

Document- en procedurenummers

COM(2013)0535 – C7-0240/2013 – 2013/0256(COD)

Datum indiening bij EP

17.7.2013

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

10.9.2013

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

BUDG

10.9.2013

CONT

10.9.2013

JURI

10.9.2013

 

Geen advies

       Datum besluit

BUDG

25.6.2014

 

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Axel Voss

3.9.2014

 

 

 

Behandeling in de commissie

20.11.2014

10.7.2017

5.10.2017

19.10.2017

Datum goedkeuring

12.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

51

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ahmedov Ademov, Jan Philipp Albrecht, Gerard Batten, Heinz K. Becker, Michał Boni, Caterina Chinnici, Daniel Dalton, Rachida Dati, Cornelia Ernst, Laura Ferrara, Raymond Finch, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Sophia in ‘t Veld, Eva Joly, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Claude Moraes, Alessandra Mussolini, József Nagy, Péter Niedermüller, Soraya Post, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Bodil Valero, Harald Vilimsky, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anna Maria Corazza Bildt, Ignazio Corrao, Dennis de Jong, Gérard Deprez, Lívia Járóka, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Andrejs Mamikins, Angelika Mlinar, Jaromír Štětina, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Josu Juaristi Abaunz, Kaja Kallas, Sabine Lösing, Francis Zammit Dimech, Janusz Zemke

Datum indiening

23.10.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

51

+

ALDE

Gérard Deprez, Nathalie Griesbeck, Sophia in 't Veld, Kaja Kallas, Angelika Mlinar

ECR

Daniel Dalton, Jussi Halla-aho, Monica Macovei, Helga Stevens

EFDD

Ignazio Corrao, Laura Ferrara,

GUE/NGL

Cornelia Ernst, Dennis de Jong, Josu Juaristi Abaunz, Sabine Lösing

PPE

Asim Ahmedov Ademov, Heinz K. Becker, Michał Boni, Anna Maria Corazza Bildt, Rachida Dati, Monika Hohlmeier, Lívia Járóka, Barbara Kudrycka, Roberta Metsola, Alessandra Mussolini, József Nagy, Csaba Sógor, Jaromír Štětina, Traian Ungureanu, Axel Voss, Francis Zammit Dimech, Tomáš Zdechovský

S&D

Caterina Chinnici, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Cécile Kashetu Kyenge, Dietmar Köster, Marju Lauristin, Juan Fernando López Aguilar, Andrejs Mamikins, Claude Moraes, Péter Niedermüller, Kati Piri, Soraya Post, Birgit Sippel, Janusz Zemke

Verts/ALE

Jan Philipp Albrecht, Eva Joly, Judith Sargentini, Bodil Valero

5

-

EFDD

Gerard Batten, Raymond Finch, Kristina Winberg

ENF

Harald Vilimsky, Auke Zijlstra

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling