Procedure : 2017/2126(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0328/2017

Ingediende teksten :

A8-0328/2017

Debatten :

PV 15/11/2017 - 20
CRE 15/11/2017 - 20

Stemmingen :

PV 16/11/2017 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0449

VERSLAG     
PDF 308kWORD 60k
23.10.2017
PE 604.708v03-00 A8-0328/2017

over het jaarverslag over de activiteiten van de Europese ombudsman in 2016

(2017/2126(INI))

Commissie verzoekschriften

Rapporteur: Marlene Mizzi

PR_INI_AnnOmbud

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het jaarverslag over de activiteiten van de Europese ombudsman in 2016

(2017/2126(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Jaarverslag over de activiteiten van de Europese Ombudsman in 2016,

–  gezien artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de artikelen 24 en 228 van het VWEU,

–  gezien artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien artikel 43 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap,

–  gezien Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt(1),

–  gezien de Europese code van goed administratief gedrag, zoals door het Europees Parlement op 6 september 2001 goedgekeurd(2),

–  gezien de raamovereenkomst over samenwerking die op 15 maart 2006 is gesloten tussen het Europees Parlement en de Ombudsman, en die op 1 april 2006 in werking is getreden,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman,

–  gezien artikel 220, lid 1, van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie verzoekschriften (A8‑0328/2017),

A.  overwegende dat het jaarverslag 2016 over de werkzaamheden van de Europese Ombudsman op 17 mei 2017 officieel werd aangeboden aan de Voorzitter van het Parlement en dat de ombudsman, Emily O'Reilly, haar verslag op 30 mei 2017 in Brussel aan de Commissie verzoekschriften heeft voorgelegd;

B.  overwegende dat de artikelen 24 en 228 van het VWEU de Europese Ombudsman in staat stellen klachten te ontvangen betreffende gevallen van wanbeheer in de werkzaamheden van de instellingen, organen en instanties van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak;

C.  overwegende dat in artikel 15 van het VWEU staat 'om goed bestuur te bevorderen en de deelneming van het maatschappelijk middenveld te waarborgen, werken de instellingen, organen en instanties van de Unie in een zo groot mogelijke openheid', en 'iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft recht op toegang tot documenten van de instellingen, organen en instanties van de Unie'; overwegende dat het waarborgen van de kwaliteit van de diensten die het EU-bestuur de burgers van de EU biedt, en dat de snelheid waarmee het bestuur van de EU op hun behoeften en zorgen reageert, van essentieel belang zijn om de rechten en fundamentele vrijheden van de burgers te beschermen;

D.  overwegende dat in artikel 41, lid 1, van het Handvest van de grondrechten staat 'eenieder heeft er recht op dat zijn zaken onpartijdig, billijk en binnen een redelijke termijn door de instellingen, organen en instanties van de Unie worden behandeld';

E.  overwegende dat in artikel 43 van het Handvest van de grondrechten staat 'iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft het recht zich tot de Europese ombudsman te wenden in verband met gevallen van wanbeheer in het optreden van de instellingen, organen en instanties van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak';

F.  overwegende dat de eerste prioriteit van de Europese Ombudsman is te zorgen dat de rechten van de burger volledig worden geëerbiedigd en dat het recht op behoorlijk bestuur van instellingen, organen en agentschappen van de EU van de hoogste normen uitgaat;

G.  overwegende dat in 2016 15 797 burgers de diensten van de Ombudsman om hulp hebben gevraagd, van wie 12 646 advies hebben gekregen middels de interactieve gids op de website van de Ombudsman, en dat van de resterende gevallen 1 271 gevallen naar elders zijn doorgestuurd voor nadere informatie, en dat 1 880 gevallen door de Ombudsman zijn behandeld als klacht;

H.  overwegende dat van de in totaal 1 880 klachten die door de Ombudsman in 2016 zijn verwerkt, 711 binnen het bereik van de taakomschrijving van de ombudsman vielen, en 1 169 daarbuiten;

I.  overwegende dat de Ombudsman in 2016 245 onderzoeken opende, waarvan 235 uitgingen van een klacht en 10 werden verricht op eigen initiatief, terwijl 291 onderzoeken werden afgesloten (waarvan 278 op basis van een klacht en 13 op eigen initiatief); overwegende dat de meeste klachten betrekking hadden op de Commissie (58,8 %), gevolgd door de EU-agentschappen (12,3 %), het Parlement (6,5 %), het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) (5,7 %), de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) (4,5 %), het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (0,8 %) en overige instellingen (11,4 %);

J.  overwegende dat de Ombudsman elk jaar een groot aantal klachten van individuen en organisaties ontvangt over de EU-administratie, en verder overwegende dat de top drie van zorgen in de door de Ombudsman in 2016 afgesloten onderzoeken betrekking had op: transparantie en publieke toegang tot informatie en documenten (29,6 %); goed beheer van kwesties met betrekking tot EU-personeel (28,2 %); en de cultuur van dienstverlening (25,1 %); overwegende dat overige kwesties onder meer het juiste gebruik van beoordelingsbevoegdheid, met inbegrip van inbreukprocedures, gezond financieel beheer van EU‑subsidies en ‑contracten, en respect voor procedurele en grondrechten zijn; overwegende dat de relevantie van deze onderwerpen de centrale rol van de Ombudsman benadrukt bij het waarborgen van de volledige transparantie en onpartijdigheid van de besluitvormingsprocessen en het bestuur op EU-niveau, met het oog op de bescherming van de rechten van de burgers en het versterken van hun vertrouwen en geloof in de instituties;

K.  overwegende dat de diensten van de Ombudsman door middel van strategische werkzaamheden in 2016 5 strategische onderzoeken hebben afgesloten en 4 nieuwe hebben geopend over onder meer mogelijke belangenconflicten van speciale adviseurs en vertragingen in chemische tests, en daarnaast op eigen initiatief 10 nieuwe strategische onderzoeken hebben geopend;

L.  overwegende dat de Ombudsman een breed strategisch onderzoek heeft geopend naar de manier waarop de Commissie haar speciale adviseurs aanstelt en beoordelingen van belangenconflicten in verband met haar speciale adviseurs verricht, die vaak tegelijkertijd voor opdrachtgevers uit de particuliere sector én de EU werken;

M.  overwegende dat de Ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar de gedragscode voor leden van de raad van bestuur van de Europese Investeringsbank (EIB), erop wijzende dat deze niet voorziet in de verplichting om een belangenverklaring in te dienen of financiële belangen openbaar te maken;

N.  overwegende dat de financiële crisis heeft geleid tot een economische en sociale crisis, resulterend in ondermijning van de geloofwaardigheid van de Europese instellingen;

O.  overwegende dat het – door de Commissie in de periode 2009‑2014 – niet aanpakken van de overtreding van de gedragscode voor leden van de Commissie door een oud-lid van de Commissie en het niet instellen van een behoorlijk onderzoek naar de verenigbaarheid van de arbeidsovereenkomst die het lid van de Commissie met een opdrachtgever uit de particuliere sector was aangegaan met de bepalingen in het EU‑Verdrag, op wanbeheer neerkomt; overwegende dat de gevallen van wanbeheer met betrekking tot de activiteiten van commissarissen, met inbegrip van de voorzitter van de Commissie, na afloop van hun mandaatsperiode bij de burgers het wantrouwen tegenover deze instelling vergroten;

P.  overwegende dat de Ombudsman tevens samenwerkt met andere internationale organisaties, zoals de VN, en deel uitmaakt van het EU-kader voor het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap (CPRD), dat de tenuitvoerlegging van het verdrag in kwestie op het niveau van de EU-instellingen moet beschermen, bevorderen en bewaken;

Q.  overwegende dat volgens de Flash Eurobarometer over het burgerschap van de Unie van maart 2016 9 van de 10 Europese burgers (87 %) bekend zijn met hun status als EU-burger en met het recht om een klacht in te dienen bij het Parlement, de Commissie of de Ombudsman;

1.  hecht zijn goedkeuring aan het jaarverslag over 2016 dat de Europese Ombudsman heeft overgelegd en prijst de heldere en eenvoudig leesbare presentatie waarin de belangrijkste feiten en cijfers over de werkzaamheden van de ombudsman in 2016 zijn uiteengezet;

2.  feliciteert Emily O'Reilly met haar uitstekende werk ter verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van de diensten van de Ombudsman en voor haar constructieve samenwerking en positieve betrekkingen met het Parlement, in het bijzonder de Commissie verzoekschriften, en met overige EU-instellingen, ‑organen, ‑kantoren en ‑agentschappen;

3.  erkent de rol van strategische onderzoeken en initiatieven en ondersteunt de strategische onderzoeken die tot dusver door de Ombudsman zijn uitgevoerd, waarbij op eigen initiatief strategisch belangrijke kwesties zijn aangekaart die in het algemeen belang zijn van de Europese burger; looft de inspanningen van de ombudsman om beter gebruik te maken van haar strategische werkzaamheden door toe te staan dat op klachten gebaseerde zaken met vergelijkbare inhoud gezamenlijk worden behandeld;

4.  is verheugd over het streven van de Ombudsman om terstond en doelmatig in te gaan op de behoeften en zorgen van EU-burgers, en ondersteunt de nieuwe werkmethoden en de gestroomlijnde klachtenbehandelingsprocedure die in 2016 zijn geïntroduceerd en die de meer flexibiliteit en efficiëntie mogelijk maken en die van invloed zijn op een groter aantal burgers;

5.  deelt de zienswijze dat de huidige, ongekende uitdagingen waar de EU voor staat, zoals de werkloosheid, de economische en sociale ongelijkheid, de migratiecrisis en de brexit, vereisen dat alle instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Unie, met inbegrip van de Ombudsman, zich meer en met grotere vastberadenheid moeten inzetten om de sociale rechtvaardigheid, verantwoording en transparantie op EU-niveau op een zo hoog mogelijk peil te brengen;

6.  benadrukt dat het noodzakelijk is de sociale dialoog te versterken;

7.  benadrukt dat het in de huidige economische situatie van het allergrootste belang is dat de burgers vertrouwen hebben in de instellingen;

8.  merkt op dat het bureau van de Ombudsman het op een na hoogste nalevingspercentage van zijn besluiten en/of aanbevelingen tot nu toe heeft bereikt; beveelt de Ombudsman aan waakzaam te blijven, te achterhalen waarom zijn aanbevelingen niet worden nageleefd en het Parlement ervan op de hoogte te stellen indien het EU-bestuur opnieuw in dezelfde fout vervalt;

9.  wijst op het afnemende aantal onderzoeken dat in 2016 door de Ombudsman met betrekking tot EU-instellingen is verricht (245 in 2016, 261 in 2015); verzoekt de instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de EU met klem om binnen een redelijk tijdsbestek in te gaan en te reageren op de kritische opmerkingen van de Ombudsman en in hogere mate te voldoen aan de aanbevelingen en/of beslissingen van de Ombudsman;

10.  merkt op dat in 2016 het merendeel van de door de Ombudsman behandelde gevallen binnen 12 maanden werd afgesloten en dat het gemiddeld 10 maanden duurde voordat een onderzoek werd afgesloten, terwijl slechts 30 % van de gevallen na 12 maanden of langer werd afgesloten; dringt er bij de Ombudsman op aan haar werkmethoden verder te verbeteren en de behandeling van klachten te verkorten, met name voor gevallen die na 12 maanden nog niet afgesloten zijn, zonder de efficiëntie van de werkzaamheden in het gedrang te brengen;

11.  merkt op dat onderzoeken in verband met transparantie, met name met betrekking tot de transparantie van het besluitvormingsproces, transparantie ten aanzien van lobbyactiviteiten, en de toegang tot EU-documenten, het leeuwendeel van alle gevallen uitmaken, gevolgd door andere problemen in verband met een waaier aan onderwerpen, variërend van de schending van grondrechten tot EU-contracten en ‑subsidies;

12.  benadrukt de cruciale rol van transparantie, goed bestuur en institutionele checks-and-balances in het werk van de EU-instellingen; betreurt dat onderzoeken met betrekking tot transparantie en de toegang tot informatie en documenten stelselmatig goed zijn voor meer dan 20 % van alle kwesties die bij de Ombudsman worden ingediend en door de jaren heen een grote zorg van de burgers van de EU zijn; verzoekt de EU-instellingen zich met betrekking tot de publicatie van informatie en documenten proactief op te stellen, teneinde de transparantie te vergroten en het wanbeheer te reduceren;

13.  is van mening dat maximale transparantie betreffende en toegang tot documenten van de EU de regel moet zijn; herinnert aan de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU, die bepaalt dat het publiek recht heeft op toegang tot de documenten van de instellingen, organen en andere agentschappen van de Unie, en dat mogelijke uitzonderingen op en vrijstellingen van deze regel altijd dienen te worden afgewogen tegen de beginselen van transparantie en democratie, als een conditio sine qua non voor de uitoefening van hun democratische rechten; is van oordeel dat Verordening (EG) nr. 1049/2001 aan herziening toe is om ervoor te zorgen dat de Ombudsman meer mogelijkheden krijgt om erop toe te zien dat het Parlement, de Raad en de Commissie toegang tot documenten verlenen;

14.  vraagt de Commissie de transparantie ten aanzien van en de toegang tot documenten en informatie met betrekking tot de EU-Pilotprocedures inzake ontvangen verzoekschriften en met betrekking tot de EU Pilot- en inbreukprocedures die inmiddels zijn beëindigd, te verbeteren; onderstreept het belang van regelmatig vervolgoverleg met het Parlement door de Commissie; dringt aan op voortzetting van het strategisch onderzoek van de Ombudsman naar de transparantie van de Commissie bij de afhandeling van inbreukprocedures in het kader van EU Pilot-procedures en vraagt de Ombudsman met klem vastbesloten en waakzaam te zijn bij voortzetting van het onderzoek naar de kwestie in 2017;

15.  prijst de vastbeslotenheid waarmee de Ombudsman probeert de hoogste mate van transparantie in het besluitvormingsproces in de EU te bereiken; beklemtoont dat er toezicht moet worden gehouden op de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de Ombudsman voor transparantie in de trialogen; verzoekt de Raad en de Commissie relevante informatie openbaar te maken over de in de trialogen genomen besluiten; wijst nogmaals op de behoefte aan volledige en verbeterde transparantie in de handelsakkoorden en onderhandelingen, en vraagt de Ombudsman zich in te blijven zetten om toezicht te houden op de transparantie bij alle onderhandelingen over handelsakkoorden van de EU met derde landen, er rekening mee houdende dat dit de onderhandelingspositie van de EU niet mag ondermijnen;

16.  herinnert aan het belang van transparantie van alle EU-instellingen bij de onderhandelingen tussen de EU en het VK over de terugtrekking van laatstgenoemde uit de Unie, zonder dat de onderhandelingspositie van de partijen in het gedrang komt; roept de Ombudsman op toe te zien op de naleving van transparantie in het gehele onderhandelingsproces over deze terugtrekking;

17.  verzoekt om meer transparantie in het economische en financiële besluitvormingsproces van de EU, met name op het vlak van het bankentoezicht dat wordt verricht door Europese Centrale Bank; steunt bovendien de aanbevelingen van de Ombudsman om de transparantie van de EIB en de Eurogroep te vergroten, en hun interne ethiekregels aan te scherpen, en neemt kennis van haar recente inspanningen in dit verband en erkent dat Verordening (EG) nr. 1049/2001 niet van toepassing is op de Eurogroep, aangezien dit geen instelling of orgaan in de zin van de Verdragen is; dringt aan op opvolging van de aanbevelingen van de Ombudsman met betrekking tot de herziening van het klachtenmechanisme van de EIB, en benadrukt het belang van een onafhankelijk klachtenmechanisme; vraagt de Ombudsman actiever te waarborgen dat het nieuwe klachtenmechanisme van de EIB geloofwaardig en efficiënt blijft, met respect voor de beginselen van operationele onafhankelijkheid, transparantie, toegankelijkheid, punctualiteit en toereikende middelen;

18.  betuigt zijn volledige steun aan het uiteindelijke doel van de Ombudsman, namelijk de structuren en instituten voor verantwoordingsplicht en transparantie op EU-niveau helpen versterken, en de kwaliteit van de democratie in Europa verbeteren;

19.  neemt kennis van de bevindingen van de Ombudsman inzake wanbeheer met betrekking tot de gedragscode voor commissarissen; beklemtoont het belang van hoge morele en ethische normen binnen het bestuur van de EU, en neemt kennis van het besluit van de Commissie over verlenging van de afkoelingsperiode – naar twee jaar voor voormalige commissarissen en drie jaar voor voormalige voorzitters van de Commissie – maar hamert erop dat het belangrijk is dat voor alle EU-instellingen, met inbegrip van EU-politici én ‑personeel, strengere regels gelden, teneinde te waarborgen dat de plicht tot betamelijkheid en kiesheid alsook de volledige onafhankelijkheid ten opzichte van de particuliere sector worden geëerbiedigd; verzoekt de Commissie te zorgen voor proactieve publicatie en volledige transparantie betreffende de werkzaamheden van voormalige leden van de Commissie na hun ambtstermijn; ondersteunt de aanbevelingen van de Ombudsman om de gedragscode verder te herzien in overeenstemming met de verplichtingen uit hoofde van het Verdrag door de regels verder te verduidelijken en de uitvoerbaarheid ervan te vereenvoudigen, en tegelijkertijd de geloofwaardigheid, de onpartijdigheid en de afwezigheid van belangenconflicten van geval tot geval te garanderen; moedigt de Ombudsman aan toezicht te blijven uitoefenen op de mate van onafhankelijkheid van de ad‑hoc ethische commissie van de Commissie en deze te blijven evalueren;

20.  neemt kennis van de stappen van de Commissie naar aanleiding van de aanbevelingen van de Ombudsman over hoe de regels voor EU-personeel inzake het zogeheten draaideurverschijnsel zijn uitgevoerd en ziet uit naar het vervolgonderzoek van de Ombudsman inzake de beoordeling van hoe de nieuwe regels in de praktijk werken;

21.  verzoekt de Ombudsman zich ervoor te blijven inzetten dat de namen van alle bij draaideurgevallen betrokken EU-ambtenaren tijdig openbaar worden gemaakt, en te zorgen voor volledige transparantie met betrekking tot alle hiermee samenhangende informatie;

22.   ondersteunt het werk van de Ombudsman gericht op verbetering van de transparantie ten aanzien van lobbyactiviteiten in de EU, en roept de Commissie op volledig tegemoet te komen aan de voorstellen van de Ombudsman ter verbetering van het transparantieregister van de EU en hier een centraal punt voor transparantie van te maken voor alle EU-instellingen en ‑agentschappen; benadrukt dat hiertoe duidelijke maatregelen en een samenhangend en doeltreffend tijdschema moeten worden vastgesteld; benadrukt het belang van meer transparantie, waaronder ten aanzien van informatie over financiering, belangengroepen en financiële belangen;

23.  is ingenomen met het strategisch onderzoek van de Ombudsman naar hoe de Commissie beoordelingen van belangenconflicten met betrekking tot haar speciale adviseurs verricht; roept de Commissie op volledig gehoor te geven aan de aanbevelingen van de Ombudsman inzake de procedure voor het aanstellen van speciale adviseurs, en daarbij elk potentieel belangenconflict voor en na hun aanstelling te beoordelen en openbare toegang te verlenen tot en informatie te verstrekken over documenten en bijeenkomsten;

24.  steunt het strategisch onderzoek van de Ombudsman naar de deskundigengroepen van de Commissie; dringt er bij de Ombudsman op aan te zorgen voor een beter beheer van belangenconflicten, alsook voor een evenwichtige en gelijke vertegenwoordiging van alle belanghebbenden, met inbegrip van maatschappelijke belanghebbenden, in de nieuwe Commissievoorschriften, met inbegrip van een lijst met alle deskundigen in het transparantieregister van de EU;

25.  neemt kennis van het standpunt van de Commissie inzake de transparantie van haar bijeenkomsten met lobbyisten van de tabaksindustrie en de door het directoraat-generaal Gezondheid van de Commissie uitgevoerde transparantiemaatregelen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie haar praktijk te wijzigen en haar werkzaamheden volledig transparant te maken door online gegevens over alle bijeenkomsten met lobbyisten te publiceren, met inbegrip van al hun wettelijke vertegenwoordigers en de notulen van die vergaderingen, zulks overeenkomstig de verplichtingen op grond van de Kaderverdrag van de VN inzake tabaksontmoediging;

26.  is ingenomen met de praktische aanbevelingen van de Ombudsman ten behoeve van ambtenaren die contacten onderhouden met lobbyisten; dringt er bij de Ombudsman op aan het bewustzijn omtrent deze aanbevelingen onder het personeel van alle EU‑instellingen te vergroten door middel van trainingen, seminars en aanverwante ondersteunende maatregelen, en roept alle EU-instellingen op de code van goed administratief gedrag van de Ombudsman en de transparantiemaatregelen in het Kaderverdrag van de VN inzake tabaksontmoediging ten uitvoer te leggen;

27.  prijst het strategisch onderzoek door de Ombudsman naar de toegang tot documenten van de voorbereidende organen van de Raad, met inbegrip van commissies, werkgroepen en het Comité van permanente vertegenwoordigers (COREPER), waarin ontwerpen van wetgevingshandelingen van de EU worden besproken; moedigt de Ombudsman aan de Raad te verzoeken de transparantie ten aanzien van zijn bijeenkomsten met belanghebbenden en de besluitvorming te verbeteren, de voorschriften inzake toegang tot documenten na te leven en deze toegang tijdig en zonder vertragingen te verlenen;

28.  prijst het werk van de Ombudsman bij het behandelen van vraagstukken van algemeen belang, waaronder de grondrechten, de veiligheid en doeltreffendheid van geneesmiddelen, de bescherming van het milieu en de gezondheid, en de bescherming tegen milieurisico's; verzoekt de Ombudsman vervolg te geven aan haar voorstellen aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen met betrekking tot prikkels ter ontmoediging van dierproeven wanneer nieuwe cosmetische producten in de handel worden gebracht, alsook aan haar voorstellen aan het EPSO met betrekking tot de beginselen van overmacht en transparantie in het kader van vergelijkende onderzoeken van het EPSO;

29.  ondersteunt de rol van de Ombudsman ten aanzien van de vormgeving van een proactief en transparant beleid inzake de klinische proeven die door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) worden uitgevoerd, en in het bijzonder de aanbevelingen van de Ombudsman over de goedkeuring van Humira, een van de best verkochte geneesmiddelen ter wereld, waarmee de ziekte van Crohn wordt behandeld; verzoekt de Ombudsman met klem het toezicht op het EMA voort te zetten, teneinde te waarborgen dat het voldoet aan de hoogste normen voor transparantie en toegang tot informatie over klinische proeven, die in het publieke belang zijn en die van waarde zijn voor artsen, patiënten en onderzoekers;

30.  verwelkomt de onderzoeken van de Ombudsman naar aanleiding van klachten van personen met een handicap, en ondersteunt de inspanningen van de Ombudsman als actieve partij bij het EU-kader voor het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap en haar bijdrage aan de tenuitvoerlegging van de Europese strategie inzake handicaps; bevestigt nogmaals zijn volledige steun voor de volledige uitvoering van voornoemd verdrag op EU-niveau;

31.  roept de Ombudsman op ervoor te zorgen dat de Commissie rekening houdt met de voorstellen en aanbevelingen van de Ombudsman inzake de toekomstige herziening van het instrument voor het Europees burgerinitiatief (EBI), teneinde te waarborgen dat de voor het EBI vereiste procedures en voorwaarden echt helder, eenvoudig, gemakkelijk toepasbaar en evenredig zijn;

32.  vraagt de Ombudsman te waarborgen dat de Commissie helpt bij het opzetten van een infrastructuur voor juridisch advies over Europese burgerinitiatieven en van een juridisch kader ter bescherming van deelnemers aan de initiatieven in kwestie;

33.  herinnert eraan dat klokkenluiders een centrale rol spelen bij het blootleggen van gevallen van wanbeheer, en ondersteunt maatregelen om het klokkenluiden daadwerkelijk aan te moedigen en klokkenluiders te beschermen tegen vergelding, en doet een beroep op de Ombudsman om de tenuitvoerlegging van de nieuwe interne klokkenluidersregelingen bij de EU-instellingen nader evalueren; dringt erop aan gevolg te geven aan de in 2015 door de Ombudsman verrichte onderzoeken naar de interne klokkenluidersregelingen van de EU-instellingen; is ingenomen met de eigen regelingen van de Ombudsman op dit gebied en moedigt andere EU-instellingen aan deze als richtsnoer te gebruiken; dringt er nogmaals op aan horizontale EU-wetgeving ter bescherming van klokkenluiders te ontwikkelen met geëigende kanalen en procedures voor het melden van alle vormen van wanbeheer, alsook met passende waarborgen en juridische garanties op alle niveaus voor de betrokken personen;

34.  verwelkomt het initiatief van de Ombudsman om de goede praktijken van EU-bestuur in kaart te brengen en deze onder de aandacht te brengen aan de hand van de Ombudsmanprijs voor goed bestuur;

35.  moedigt de Ombudsman aan de samenwerking met de nationale ombudsmannen via het Europees Netwerk van ombudsmannen voort te zetten; ondersteunt het besluit om de eerste jaarlijkse conferentie van het Europees Netwerk van ombudsmannen van 2016 in Brussel te houden, en waardeert de toezegging van de Commissie om effectiever met het netwerk te gaan samenwerken;

36.  staat open voor het voorstel om toekomstige jaarlijkse conferenties van het Europees Netwerk van ombudsmannen in de gebouwen van het Parlement te houden, gezien de rechtstreekse banden tussen de Commissie verzoekschriften en de Ombudsman;

37.  herinnert eraan dat het Europees Netwerk van ombudsmannen een belangrijke rol kan vervullen bij het verdedigen van de rechten van EU-burgers tijdens de onderhandelingen over de terugtrekking van het VK uit de EU;

38.  prijst de Ombudsman voor het organiseren van bijeenkomsten met afzonderlijke nationale ombudsmannen en met zowel maatschappelijke als bedrijfsorganisaties; dringt er bij de Ombudsman op aan in alle lidstaten vergelijkbare bijeenkomsten te houden en het bewustzijn over wat het bureau van de Ombudsman voor Europese burgers en bedrijven kan betekenen, te vergroten;

39.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en het verslag van de Commissie verzoekschriften te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Ombudsman, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de ombudsmannen of soortgelijke organen in de lidstaten.

(1)

PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15.

(2)

PB C 72 E van 21.3.2002, blz. 331.


TOELICHTING

Het jaarverslag van de werkzaamheden van de Europese Ombudsman in 2016 is formeel op 17 mei 2017 aangeboden aan voorzitter Antonio Tajani. De Europese Ombudsman, mevrouw Emily O'Reilly, heeft haar verslag op 30 mei 2017 gepresenteerd aan de Commissie verzoekschriften.

De rechtsgrond van de taakomschrijving van de Europese Ombudsman is verankerd in artikelen 24 en 228 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Ingevolge artikel 24 VWEU en in artikel 43 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie hebben Europese burgers het recht klachten in te dienen bij de Europese Ombudsman. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is de taakomschrijving van de Europese Ombudsman uitgebreid tot eventueel wanbeheer in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB).

De omschrijving die de Ombudsman geeft van wanbeheer, en die door het Europees Parlement en de Commissie wordt onderschreven, luidt als volgt: "Er is sprake van wanbeheer wanneer een overheidsinstantie niet handelt in overeenstemming met een regel of een beginsel waaraan zij gehouden is". Voor de instellingen betekent dit eerbiediging van de rechtsstaat, de beginselen van behoorlijk bestuur en grondrechten. In het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is het recht op behoorlijk bestuur opgenomen als een grondrecht van EU‑burgers (artikel 41) en het Handvest is bindend voor het bestuursapparaat van EU‑instellingen.

De rapporteur waardeert de goed leesbare opmaak van het jaarverslag van de Ombudsman, zoals ook al het geval was bij het voorgaande verslag van 2015. Het verslag beschrijft de belangrijkste kwesties en is erop gericht gedetailleerde informatie te verstrekken over de werkzaamheden die in 2016 door de Ombudsman zijn verricht. Het verslag wordt gepresenteerd aan de hand van duidelijke en eenvoudige infographics op min of meer dezelfde gebieden als vorig jaar.

In 2016 heeft de Ombudsman 15 797 burgers geholpen. In 12 646 gevallen is advies verstrekt via de interactieve gids op de website van de Europese Ombudsman. Van de resterende gevallen zijn 1 880 gevallen door de ombudsman behandeld als klacht en betroffen 1 271 gevallen een verzoek om informatie dat door de diensten van de Europese Ombudsman is beantwoord.

Van de totale hoeveelheid van 1 880 klachten die door de ombudsman in 2016 zijn verwerkt, vielen 711 binnen het bereik van de taakomschrijving van de ombudsman, en 1 169 daarbuiten. Het aantal klachten dat buiten de reikwijdte van de taakomschrijving van de ombudsman viel, daalde tot een recordlaagte (1 169), wat kan worden verklaard door de effectieve communicatie over het werk van de ombudsman en de interactieve gids op de website van de ombudsman. De 470 klachten (57,5 %) die buiten het reikwijdte van de taakomschrijving van de ombudsman vallen, zijn doorverwezen naar de leden van het netwerk, waarvan 429 naar een nationale of regionale ombudsman en 41 naar de Commissie verzoekschriften. Verder werden er nog klachten doorverwezen naar de Commissie (116; 14,2 % van alle doorverwezen klachten) en overige instellingen en organen (407; 49,8 %).

Vergeleken met vorig jaar laat het aantal klachten over 2016 een lichte daling zien (17 033 burgers en 2 077 klachten in 2015). In het kader van deze klachten is actie ondernomen: in 816 gevallen (43,4 %) is advies verleend of is de klacht doorgestuurd naar een ander klachtenorgaan; in 788 gevallen (41,9 %) is de indiener geïnformeerd dat er geen verder advies kon worden gegeven; en in 235 gevallen (12,5 %) is er een onderzoek ingesteld.

De Ombudsman stelde in 2016 245 onderzoeken in, waarvan 235 uitgingen van een klacht en 10 werden verricht op eigen initiatief, terwijl 291 onderzoeken werden afgesloten (waarvan 278 op basis van een klacht en 13 op eigen initiatief). Van de 291 afgesloten onderzoeken werd in 148 gevallen (50,9 %) een oplossing gevonden of is de zaak afgehandeld door de instelling; in 89 gevallen (30,6 %) is er geen wanbeheer aangetroffen, in 52 gevallen (17,9 %) was verder onderzoek niet vereist en in 20 gevallen (6,9 %) is er wel wanbeheer geconstateerd.

De rapporteur verwelkomt het afnemende aantal onderzoeken dat in 2016 door de Europese Ombudsman met betrekking tot Europese instellingen is verricht (245 in 2016, 261 in 2015). De rapporteur is van oordeel dat de instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de EU er vooral mee moeten doorgaan om binnen een redelijk tijdsbestek in te gaan en te reageren op de kritische opmerkingen van de Ombudsman en dat zij de mate waarin zij voldoen aan de aanbevelingen en/of beslissingen van de Ombudsman verder moeten verbeteren.

Als we kijken naar de landen waar deze klachten vandaan komen, staat Spanje bovenaan met 308 klachten, gevolgd door Polen (163), België (150) en het Verenigd Koninkrijk (145). We hebben nog altijd te maken met het verschijnsel dat de hoeveelheid klachten die afkomstig is van een bepaalde lidstaat niet in verhouding staat tot een evenredige hoeveelheid geopende onderzoeken. Uit het verslag van de Ombudsman van 2016 blijkt bijvoorbeeld dat er op basis van 150 klachten uit België niet minder dan 50 onderzoeken zijn geopend, terwijl er slechts 28 onderzoeken zijn geopend op basis van 308 klachten die afkomstig zijn uit Spanje.

In het verslag van de rapporteur wordt ook het belang benadrukt van kwesties die gerelateerd zijn aan transparantie en de toegang tot informatie en documenten als belangrijkste onderwerp van alle bij de Ombudsman ingediende vragen (29,6 %), gevolgd door goed beheer van kwesties met betrekking tot EU-personeel (28,2 %) en de cultuur van dienstverlening (25,1 %). Overige kwesties zijn onder meer het juiste gebruik van beoordelingsbevoegdheid, met inbegrip van inbreukprocedures, gezond financieel beheer van EU-subsidies en -contracten, en respect voor procedurele en grondrechten.

Op basis van een nieuwe gestroomlijnde procedure voor de afhandeling van zaken, kunnen op klachten gebaseerde zaken met vergelijkbare inhoud gezamenlijk worden behandeld in de vorm van een strategisch onderzoek. In 2016 zijn er hiervan 4 geopend en 5 afgesloten. De strategische onderzoeken die in 2016 zijn geopend, omvatten beoordelingen van belangenconflicten met betrekking tot de speciale adviseurs van de Commissie, het Pilot-programma van de Commissie, de goedkeuring van pesticiden voor de Europese markt en vertragingen in de goedkeuring van twintig aanvragen voor genetisch gemodificeerd voedsel en voeder.

De Ombudsman heeft in het verslagjaar ook 10 strategische initiatieven geopend met betrekking tot het zogeheten draaideurverschijnsel, gebrek aan transparantie van de onderhandelingen tussen de EU en de VS inzake TTIP, de uitvoering van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, de transparantie van het Asiel-, Migratie- en Integratiefonds, de transparantie van de Eurogroep en de EIB, de toegankelijkheid van de websites van de Commissie voor personen met een handicap, en de transparantie van het toetsings- en evaluatieproces van de ECB. De rapporteur steunt de strategische werkzaamheden van de Ombudsman in 2016, die naar het oordeel van de rapporteur het publieke belang dienen doordat ze EU-instellingen helpen de kwaliteit van hun diensten te verbeteren.

Van de onderzoeken waarbij wanbeheer is geconstateerd, heeft de Ombudsman in 9 gevallen (45 %) kritische opmerkingen aan de instelling gericht en in 11 gevallen (55 %) aanbevelingen gedaan die volledig of gedeeltelijk door de instelling zijn overgenomen. Een kritische opmerking wordt gemaakt in gevallen dat de betrokken instelling het geval van wanbeheer niet meer ongedaan kan maken, het wanbeheer geen algemene gevolgen heeft of vervolgmaatregelen door de Ombudsman niet vereist zijn. De Ombudsman kan eveneens een kritische opmerking maken als hij van mening is dat een ontwerpaanbeveling geen zin zou hebben of in gevallen waarin de instelling in kwestie een ontwerpaanbeveling niet aanvaardt terwijl het geval van wanbeheer niet voldoende aanleiding geeft tot opstelling van een speciaal verslag voor het Parlement.

Een kritische opmerking fungeert niettemin als bevestiging van de juistheid van de klacht van indiener, en zij vormt voor de betrokken instelling een duidelijke aanwijzing wat de fout inhield, zodat dergelijk optreden in de toekomst vermeden kan worden. In 2015 heeft de Ombudsman in 19 gevallen kritische opmerkingen aan de instellingen gericht.

Van de instellingen die aan een onderzoek van de Ombudsman werden onderworpen, staat de Europese Commissie op de eerste plaats, met meer dan de helft van de gevallen (58,8 %). Daarna volgen de EU-agentschappen met 12,3 %, het Europees Parlement (6,5 %), het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) (5,7 %), de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) (4,5 %), het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (0,8 %) en overige instellingen (11,4 %). Ten opzichte van 2015 is de categorie overige instellingen, met het op twee na hoogste aantal onderzoeken, toegevoegd en is het Europees Parlement gestegen naar de vierde plek, ten koste van het EPSO.

De rapporteur verwelkomt ook het initiatief van de Ombudsman om in oktober 2016 een oproep te plaatsen voor nominaties voor de Prijs voor goed bestuur, met als doel goede praktijken van EU-bestuur in kaart te brengen en deze meer onder de publieke aandacht te brengen. De ombudsman heeft daarnaast een lijst opgesteld met wat wel en wat niet mag voor ambtenaren die in contact staan met lobbyisten.

De ombudsman werkt nauw samen met haar tegenhangers in de lidstaten via het Europees Netwerk van ombudsmannen (ENO). In 2016 is het ENO gereorganiseerd. Daarbij heeft het de status van ex-officio-lid van het Overlegforum van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) gekregen. Het Europees Netwerk van ombudsmannen bestaat momenteel uit 96 bureaus in 36 Europese landen, en voorziet in een platform voor samenwerking tussen de ombudsman en haar regionale of nationale tegenhangers. De Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement is eveneens lid van het netwerk. Klachten die niet vallen onder de taakomschrijving van de Ombudsman kunnen vaak het best worden afgehandeld door een lid van het netwerk, zoals een nationale of regionale ombudsman.

Het voornaamste netwerkevenement in 2016 was de eerste jaarlijkse conferentie, die door de ombudsman werd georganiseerd in Brussel op 19 en 20 juni. De rapporteur ondersteunt het idee om de eerste jaarlijkse conferentie van het Europees Netwerk van ombudsmannen van 2016 in Brussel te houden, en waardeert ook de toezegging van de Commissie om effectiever met het netwerk te gaan samenwerken. Deze zeer interactieve conferentie stond open voor niet-leden en verwelkomde 250 deelnemers om te werken aan actuele thema's, zoals de Europese migratiecrisis, de bevordering van transparantie op het gebeid van belangenbehartiging en de uitdagingen voor de rechtstaat.

Artikel 33, lid 2, van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap regelt de oprichting van een EU-kader dat de invulling en toepassing van het VN-verdrag moet bevorderen, beschermen en bewaken. Het behoort tot de taak van de Europese Ombudsman om de rechten van personen met een handicap te beschermen en erop toe te zien dat de EU-administratie zich bewust is van haar verantwoordelijkheden ten aanzien van die rechten. In mei 2016 startte de ombudsman een onderzoek, dat nog steeds gaande is, naar de vraag of het gemeenschappelijk ziektekostenstelsel (JSIS) voldoet aan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Tevens is de ombudsman twee strategische initiatieven gestart, één inzake de toegankelijkheid van door de Commissie beheerde websites en online hulpmiddelen, en een ander inzake de vraag hoe Europese scholen omgaan met kwesties die zijn aangekaart door het Comité voor de rechten van personen met een handicap ten aanzien van de uitvoering van dat verdrag.

De begroting voor de Ombudsman beslaat een zelfstandige afdeling van de EU-begroting. De Ombudsman beschikte in 2016 over een begroting van 10 658 951 EUR en 75 personeelsleden.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Heinz K. Becker, Pál Csáky, Eleonora Evi, Rikke Karlsson, Jude Kirton-Darling, Svetoslav Hristov Malinov, Notis Marias, Roberta Metsola, Marlene Mizzi, Gabriele Preuß, Laurenţiu Rebega, Virginie Rozière, Sofia Sakorafa, Jarosław Wałęsa, Cecilia Wikström, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Demetris Papadakis, Julia Pitera, Igor Šoltes, Ángela Vallina

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Mircea Diaconu


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

19

+

ALDEECR

EFDD

GUE/NLG

PPE

 

S&D

 

VERTS/ALE

 

Mircea Diaconu, Cecilia WikströmRikke Karlsson

Eleonora Evi

Sofia Sakorafa, Ángela Vallina

Heinz K. Becker, Pál Csáky, Svetoslav Hristov Malinov, Roberta Metsola, Julia Pitera, Jarosław Wałęsa

Jude Kirton-Darling, Marlene Mizzi, Demetris Papadakis, Gabriele Preuß, Virginie Rozière

Igor Šoltes, Tatjana Ždanoka

 

1

-

ECR

Notis Marias

1

0

ENF

Laurenţiu Rebega

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling