Procedure : 2017/0814(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0338/2017

Ingediende teksten :

A8-0338/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/11/2017 - 13.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0432

VERSLAG     
PDF 405kWORD 60k
26.10.2017
PE 610.924v02-00 A8-0338/2017

over de voordracht van Hannu Takkula voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8‑0330/2017 – 2017/0814(NLE))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Indrek Tarand

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Hannu Takkula
 BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Hannu Takkula OP DE VRAGENLIJST
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de voordracht van Hannu Takkula voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C8‑0330/2017 – 2017/0814(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 286, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8‑0330/2017),

–  gezien artikel 121 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8‑0338/2017),

A.  overwegende dat zijn Commissie begrotingscontrole de kwalificaties van de voorgedragen kandidaat heeft onderzocht, met name gelet op de in artikel 286, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde voorwaarden;

B.  overwegende dat de Commissie begrotingscontrole het kandidaat-lid van de Rekenkamer tijdens haar vergadering van 19 oktober 2017 heeft gehoord;

1.  brengt positief advies uit over de voordracht van de Raad voor de benoeming van Hannu Takkula tot lid van de Rekenkamer;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Rekenkamer, alsmеde aan de overige instellingen van de Europese Unie en de controle-instellingen van de lidstaten.


BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Hannu Takkula

Opleiding

Doctoraat onderwijskunde 2016 (Universiteit van Lapland)

Doctoraal onderwijskunde 1993 (Universiteit van Lapland)

Cursus nationale defensie 1997

Opleiding Beheer economisch beleid 1997

Loopbaan

Lid Europees Parlement 2004–2014, 2015–

Lid Finse parlement 1995–2004

Leraar, middelbare school Anetjärvi, Posio 1992–1995

Hoofdredacteur, lokale radiozender "Radio Roi", Rovaniemi 1990–1992

Freelance cultureel journalist 1987–1990

Accountant, Nopan rakennusliike Oy 1985–1986

Tampere Opera, koor 1984–1986

Croupier, Raha-automaattiyhdistys, RAY 1982–1983

Bode, Seuturakennus Oy en Oulun Rakennus 1979–1981

Onderscheidingen en prijzen

Ridder 1e klasse in de Orde van de Finse leeuw – FL K I 2003

Activiteiten

Ondervoorzitter Centrumpartij van Finland (Suomen Keskusta) 2002–2003

Vicevoorzitter Finse volleybalvereniging 2015–2016

Lid-deskundige van de raad van bestuur van Teosto ry 2014–2016

Accountant Handelsvereniging Finland-Israël 2009–2015

Voorzitter psoriasisvereniging 2004–2011

Lid Finse nationale sportraad 2002–2007

Lid organisatiecomité wereldkampioenschappen atletiek 2005, 2003–2005

Bestuurslid stichting Finse Nationale Opera 1999–2004

Voorzitter volleybalvereniging Napapiirin Palloketut 2000–2007

Voorzitter vereniging voor jongerenorganisaties in Lapland 1997–2002

Voorzitter Finland Festival, Jutajaiset 1997–2002

Lid gemeenteraad plattelandsgemeente Rovaniemi 2000–2004

PR-commissie skivereniging Ounasvaara 1990–1992

Jeugdtrainer en lid PR-commissie sportvereniging Posion Pyrintö 1992–1996

Voorzitter Finse vereniging voor leerkrachten in opleiding (SOOL) 1990

Taalkennis

Fins (moedertaal), Engels (vloeiend; werktaal), Zweeds (gemiddeld niveau; taalcertificaat 1992)

In het Finse nationale parlement beklede ambten

In het verleden beklede ambten in het nationale Finse parlement:

Overheidsauditor 01.01.2004–08.09.2004

Finse delegatie in de Parlementaire Assemblee van de OVSE 02.04.2003–20.07.2004

Finse delegatie in de Raad van Europa 02.04.2003–20.07.2004

Lid Conventie over de toekomst van Europa 1.6.2003–31.12.2003

Auditor Finse parlement 11.02.1997–31.12.1999

Parlementair toezichthouder van de Sociale Verzekeringsinstelling van Finland 16.06.1997–01.04.2003

Lid Finse delegatie in de Noordse Raad 11.02.2000–18.03.2003

Kiescollege 31.03.1995–23.03.1999

Grote Commissie 29.04.2003–20.07.2004, (vicevoorzitter) 30.04.2003–20.07.2004

Commissie defensie (plaatsvervangend lid) 02.04.2003–20.07.2004

Commissie buitenlandse zaken 07.04.1999–20.07.2004

Commissie toekomst (plaatsvervangend lid) 27.02.1996–23.03.1999

Commissie milieu 05.04.1995–18.03.2003

Commissie onderwijs en cultuur 05.04.1995–23.03.1999, (plaatsvervangend lid) 07.04.1999–18.03.2003

Werkzaamheden voor het Europees Parlement

Fracties

27.04.2015–  : Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa

14.07.2009–30.06.2014: Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa

20.07.2004–13.07.2009: Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa

Ondervoorzitter

01.02.2007–13.07.2009: Commissie cultuur en onderwijs

Lid

01.02.2017–  : Commissie begrotingscontrole

29.04.2015–  : Commissie internationale handel  

29.04.2015–  : Delegatie voor de betrekkingen met de Verenigde Staten

29.04.2015–  : Stuurgroep van de Parlementaire Conferentie over de WTO

13.02.2012–30.06.2014: Delegatie voor de betrekkingen met Australië en Nieuw-Zeeland

19.01.2012–30.06.2014: Commissie cultuur en onderwijs

16.09.2009–30.06.2014:  Delegatie in de Parlementaire Vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied

16.09.2009–30.06.2014: Delegatie voor de betrekkingen met Israël

16.07.2009–18.01.2012: Commissie cultuur en onderwijs

14.03.2007–13.07.2009: Delegatie voor de betrekkingen met Australië en Nieuw-Zeeland

31.01.2007–31.01.2007: Commissie cultuur en onderwijs

15.01.2007–30.01.2007: Commissie cultuur en onderwijs

15.09.2004–13.03.2007: Delegatie voor de betrekkingen met Australië en Nieuw-Zeeland

21.07.2004–14.01.2007: Commissie cultuur en onderwijs

Plaatsvervangend lid

02.09.2015–  : Delegatie voor de betrekkingen met Australië en Nieuw-Zeeland

01.09.2015–  : Delegatie voor de betrekkingen met Belarus

01.09.2015–  : Delegatie in de Parlementaire Vergadering Euronest

29.04.2015–  : Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

29.04.2015–  : Delegatie in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Turkije

29.04.2015–  : Commissie regionale ontwikkeling

01.09.2015–06.02.2017: Commissie cultuur en onderwijs

19.01.2012–30.06.2014: Commissie industrie, onderzoek en energie

16.09.2009–12.02.2012: Delegatie voor de betrekkingen met Australië en Nieuw-Zeeland

16.07.2009–18.01.2012: Commissie industrie, onderzoek en energie

14.03.2007–13.07.2009: Delegatie voor de betrekkingen met Israël

31.01.2007–13.07.2009: Commissie internationale handel

31.01.2007–13.07.2009: Subcommissie mensenrechten

15.01.2007–30.01.2007: Commissie vervoer en toerisme

15.09.2004–13.03.2007: Delegatie voor de betrekkingen met Israël

15.09.2004–13.07.2009: Delegatie in de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS–EU 03.09.2004–14.01.2007: Commissie vervoer en toerisme

30.07.2004–02.09.2004: Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid 22.07.2004–29.07.2004 : Commissie vervoer en toerisme

Interfractiewerkgroepen

27.04.2015–  : Interfractiewerkgroep Sport

20.09.2004–30.06.2014: Interfractiewerkgroep Sport

20.09.2004–30.06.2014: Interfractiewerkgroep Vrienden van de muziek

Publicaties:

Boeken: Tulevaisuuden Puolesta, Sydänääniä Euroopasta (2014); Quo vadis, Europe? (2009);

Mistä löytyisi rohkeus? (2007); Aamussa tuoksuu voitto-runosarja (poëziebundel, 1985)

Artikelen: Columnist (1995–2004), onder meer voor Kaleva, Itä-Häme, Suomenmaa, Koillissanomat, Karjalainen, Forum24, Sanansaattaja

Opnames: LP: Karavaani (1987); CD: Matkan varrelta… (2013)

Hobby's en interesses

Sport, muziek en organisatorische activiteiten


BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Hannu Takkula OP DE VRAGENLIJST

Beroepservaring

1.  Gelieve uw beroepservaring op het gebied van overheidsfinanciën te vermelden, of dat nu ervaring is op het vlak van begrotingsplanning, begrotingsuitvoering of ‑beleid, begrotingscontrole of audits.

Ik heb diverse functies op het gebied van overheidsfinanciën bekleed waarbij begrotingsplanning, begrotingsuitvoering, begrotingscontrole en audits tot mijn verantwoordelijkheden behoorden. Verder heeft het bijgedragen tot mijn beroepservaring op het gebied van overheidsfinanciën dat ik gemeenteraadslid ben geweest en meer dan twintig jaar parlementaire ervaring heb opgedaan, eerst in het Finse parlement en daarna in het Europees Parlement. Vanwege deze ervaring is het beoordelen van de doeltreffendheid van financiële verrichtingen in het beroepsleven een tweede natuur voor me geworden.

In 1997 benoemde het Finse parlement mij tot parlementair toezichthouder van de Sociale Verzekeringsinstelling van Finland. De Sociale Verzekeringsinstelling is een onafhankelijke publiekrechtelijke instelling. De administratie en de werkzaamheden van deze instelling zijn onderworpen aan de controle van parlementair toezichthouders. Als parlementair toezichthouder was het mijn taak om toezicht uit te oefenen op de kwaliteit en de toegankelijkheid van de diensten van de Sociale Verzekeringsinstelling. Wij controleerden de motiveringen bij de jaarrekeningen van de Sociale Verzekeringsinstelling, evenals de jaarrekening zelf, en verleenden kwijting aan de regering als dit wettelijk gerechtvaardigd was. Aan het parlement brachten we jaarlijks verslag uit van onze werkzaamheden. Ik heb de functie van parlementair toezichthouder in totaal zo'n zeven jaar bekleed en ben daardoor uitermate vertrouwd met het beheer van overheidsfinanciën, begrotingscontrole en audits.

Het ambt van auditor van het Finse parlement heb ik twee jaar lang bekleed. Als auditoren van het parlement hielden wij ons bezig met het controleren van de rekeningen en de administratie van het parlement en zijn organen. De volgende organen vielen onder onze verantwoordelijkheid: het parlementair bureau, het bureau van de parlementaire ombudsman, de Finse nationale rekenkamer, het onderzoeksinstituut voor internationale betrekkingen en het onderzoeksinstituut voor Europese zaken.

Ook heb ik de functie van overheidsauditor bekleed. In deze functie hield ik toezicht op de rechtmatigheid en juistheid van het financieel beheer van de overheid en op de uitvoering en naleving van de overheidsbegroting. De toezichtactiviteiten van overheidsauditoren moeten met name gericht zijn op de algemene staat en het algemeen beheer van de overheidsfinanciën, alsook op kwesties die om gegronde redenen bij het parlement onder de aandacht worden gebracht.

Ook legde ik in het kader van mijn toezichtactiviteiten als overheidsauditor bezoeken af en voerde ik controles uit op verschillende gebieden. Verder kon ik er als overheidsauditor op aansturen dat bepaalde gebieden aan een controle werden onderworpen. Zo kwam ik met een voorstel voor een onderzoek naar de invloed van hogescholen op de lokale economie. De resultaten van dit onderzoek bevestigden de visie van lokale besluitvormers dat investeringen op het gebied van onderwijs en opleiding van belang zijn voor regionale ontwikkeling.

Ik maak deel uit van de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement, die toezicht houdt op het gebruik van de begrotingsmiddelen van de Unie. Als lid van deze commissie ben ik onder meer rapporteur geweest voor het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI). Door mijn lidmaatschap van de Commissie begrotingscontrole heb ik mij kunnen verdiepen in het financieel beheer van de Unie. Via de taken die mij binnen deze commissie zijn toevertrouwd, heb ik meer inzicht verworven in de werkzaamheden en financiën van de diverse programma's en instanties van de Unie. Het lidmaatschap van deze commissie heeft het ruime inzicht in de onderlinge verbanden tussen de doelstellingen, de werkzaamheden en de financiën van de Unie dat ik gedurende meerdere zittingsperioden in het Europees Parlement heb verworven, verder verdiept.

2.  Wat zijn de belangrijkste successen die u tijdens uw loopbaan heeft geboekt?

Mijn loopbaan heeft zich grotendeels afgespeeld in de politiek. Politiek is voor mij altijd bovenal het in samenwerking met collega's aanpakken van kwesties van gemeenschappelijk belang geweest. Alle successen en resultaten zijn dan ook mede te danken aan krachtige netwerken en gedeelde kennis. In dit verband doet het geen recht aan het proces om succesvolle beslissingen toe te schrijven aan één enkel persoon.

Ik ben niet alleen werkzaam geweest in de particuliere en publieke sector maar heb ook vertrouwensfuncties vervuld bij maatschappelijke organisaties. In elke fase van mijn loopbaan heb ik successen geboekt die op dat moment belangrijk waren.

Mijn baan bij een lokale radiozender in Rovaniemi is misschien wel mijn belangrijkste succes dat niet onder mijn politieke loopbaan valt. Van nieuwsredacteur ben ik opgeklommen tot hoofdredacteur en uitvoerend directeur. Het werd mijn taak om de radiozender, die zich op dat moment in financieel zwaar weer bevond, te herstructureren en te reorganiseren. Dankzij een eerdere baan als boekhouder had ik de nodige vakkennis en expertise om deze taak op me te nemen. Ik heb mij met succes van mijn taak gekweten en al snel streefde ik de doelstellingen voorbij die de raad van bestuur voor mij had vastgesteld. Hieruit bleek reeds dat ik talent had als het ging om doeltreffend financieel beheer. Het welslagen van mijn inspanningen en de uitstekende feedback die ik van de raad van bestuur ontving, zijn een van de belangrijke successen die niet onder mijn politieke loopbaan vallen.

Mijn benoeming tot ondervoorzitter van de Centrumpartij van Finland in 2002 en de daaruit voortvloeiende benoeming tot regeringsonderhandelaar in 2003 beschouw ik als een van de belangrijkste successen die ik tijdens mijn politieke loopbaan heb geboekt. Bij de regeringsonderhandelingen was ik verantwoordelijk voor de gehele administratieve sector van het Ministerie van Onderwijs en Cultuur. Hieronder viel het opstellen van beleidsprogramma's en begrotingskaders voor de regeringsperiode 2003–2007. Het documentatieproces van de administratieve sector van het Ministerie van Onderwijs en Cultuur werd door mij in goede banen geleid en tot een goed einde gebracht. Mede hierdoor werd het regeringsprogramma goedgekeurd door het Finse parlement. Ik beschouw dit als een van de belangrijkste successen die ik tijdens mijn loopbaan heb behaald.

Als lid van het Europees Parlement ben ik betrokken geweest bij tal van belangrijke wetgevingsprocessen met een grote impact op de levens van burgers. Mijn werkzaamheden als rapporteur voor het programma Europa voor de burger wil ik graag aanvoeren als mijn belangrijkste succes als Europarlementariër. Het door mij opgestelde verslag was het eerste programma Europa voor de burger. Ondanks dat het een uitdaging was om me op dit voor de Commissie en de vertegenwoordigers van de lidstaten volstrekt nieuwe terrein te begeven, heeft het de moeite geloond. De positieve ontvangst van het programma in de lidstaten en de talrijke positieve feedback die ik van burgers heb ontvangen, geven naar mijn mening blijk van mijn capaciteiten om uitgebreide dossiers te beheren en de samenwerking tussen verschillende instanties en belangengroepen te coördineren.

Op persoonlijk vlak was mijn allermooiste feedback misschien wel de feedback die ik van een van mijn oud-leerlingen ontving, die vertelde dat mijn manier van lesgeven voor hem een nieuwe, stralender toekomst had ingeluid. Het raakte me dat de onderwijsmethoden en de aanmoediging die ik in mijn werk als leraar gebruikte, de eerste aanzet hebben gegeven tot een dergelijke ommekeer in het leven van mijn leerling.

3.  In hoeverre heeft u beroepservaring opgedaan bij internationale multiculturele en meertalige organisaties of instellingen die in andere landen dan uw thuisland zijn gevestigd?

In mijn studententijd werd ik verkozen tot voorzitter van de Finse vereniging voor leerkrachten in opleiding (SOOL). Dit zou mijn eerste kennismaking worden met de noordse en internationale studentenbeweging. Later, toen ik in het kader van mijn promotieonderzoek naar Europese lerarenopleidingen bezig was met mijn proefschrift, werkte ik nauw samen met de ministeries van Onderwijs van alle Europese lidstaten, alsook met verschillende universiteiten.

Als lid van het Finse parlement was ik via de Interparlementaire Unie (IPU) bij internationale samenwerking betrokken. Als lid van de Noordse Raad was ik betrokken bij de samenwerking tussen de noordse landen. Daarnaast vertegenwoordigde ik Finland in de Parlementaire Vergadering van de OSVE en in de Raad van Europa en zijn comité voor de mensenrechten.

Verder nam ik in de hoedanigheid van lid van de Commissie buitenlandse zaken van het Finse parlement elk jaar als lid van de Finse delegatie deel aan de Algemene Vergadering van de VN en de vergaderingen van de Arctische Raad, en als vicevoorzitter van de Grote Commissie aan de vergaderingen van Cosac.

Als lid van het Europees Parlement ben ik lid van de stuurgroep van de Parlementaire Conferentie van de WTO. Als lid van de Commissie internationale handel van het Europees Parlement ben ik verantwoordelijk geweest voor verschillende internationale verslagen en volg ik het handelsbeleid van de Europese Unie, evenals de tenuitvoerlegging ervan, altijd op de voet. Als lid van het Europees Parlement ben ik actief betrokken bij de samenwerking met de landen in het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten en bij de activiteiten van de delegaties voor de betrekkingen met Nieuw-Zeeland, Australië en de Verenigde Staten. Als ondervoorzitter van de Commissie cultuur en onderwijs ben ik tevens voorzitter van het selectiecomité voor de "Golden Star"-prijs. Deze prijs is onder meer bedoeld ter bevordering van de interculturele dialoog.

Binnen het Europees Parlement is de ondersteuning van meertaligheid en minderheidstalen mijn langetermijndoelstelling. Sinds 2008 organiseer ik in samenwerking met de afdeling taaltoetsing van de Universiteit van Cambridge de taalweek. Vanwege mijn werkzaamheden op het gebied van meertaligheid heeft de Universiteit van Cambridge mij in 2013 de "Outstanding Contribution"-prijs toegekend.

Met behulp van deze internationale ervaring denk ik als lid van de Rekenkamer activiteiten die plaatsvinden in verschillende culturele omgevingen met kennis van zaken te kunnen onderzoeken en denk ik inzicht te hebben in de diverse uitgangspunten en uitdagingen ervan.

4.  Heeft men u kwijting verleend voor de managementtaken die u voorheen uitvoerde, indien een dergelijke procedure van toepassing is?

Voor alle managementtaken die ik voorheen heb uitgevoerd, heeft men mij kwijting verleend indien een dergelijke procedure van toepassing was. Het ondervoorzitterschap van de Centrumpartij van Finland, het voorzitterschap van de Psoriasisvereniging, het voorzitterschap van de vereniging voor jongerenorganisaties in Lapland en de hoofdredactie van de lokale radiozender van Rovaniemi waren de belangrijkste managementtaken die ik heb uitgevoerd.

5.  Welke van de door u vervulde functies waren het gevolg van een politieke benoeming?

Voorafgaand aan mijn parlementaire activiteiten werd ik op grond van mijn beroepskwalificaties geselecteerd voor verschillende functies. Op grond van een democratisch verkiezingsproces werd ik, uit de kandidaten van de kandidatenlijst van de Centrumpartij van Finland, verkozen tot lid van het Finse parlement en later tot lid van het Europees Parlement.

6.  Wat zijn de drie belangrijkste beslissingen waarbij u tijdens uw loopbaan betrokken bent geweest?

Gedurende mijn gehele loopbaan streef ik ernaar om de structuren van een actieve civiele samenleving te versterken, opdat eenieder de kans krijgt om zichzelf en zijn professionele vaardigheden te ontwikkelen. Dit komt neer op de versterking van de Europese waarden, zoals democratie, mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en de rechtstaat, en wel op een zodanige manier dat ook burgers die zich in een zwakkere positie bevinden, over de benodigde sociale vangnetten kunnen beschikken die de basis vormen voor een gelukkig en veilig leven.

1. Algehele hervorming van de Finse onderwijswetgeving

Ik zie het als een van de uitgangspunten van een goed en evenwichtig leven dat burgers toegang hebben tot goed en gratis onderwijs. Als lid van de Commissie onderwijs en cultuur van het Finse parlement vervulde ik in de periode 1995–1997 een centrale rol bij de voorbereiding van een algehele hervorming van de Finse onderwijswetgeving, waarmee een sterke basis werd gelegd voor de toekomst van de Finse samenleving. Enkele jaren na de beslissing bleek het verbeterde Finse onderwijsaanbod reeds tot betere resultaten te leiden. Dit kwam niet alleen tot uiting in een vergroting van de kennis en vaardigheden, maar ook in een versterking van de expertise in onze samenleving. In die tijd werd door middel van internationale vergelijkende onderzoeken, zoals PISA en PIRLS, de basis gelegd voor het succes van ons onderwijssysteem.

Wat de beslissing verder bijzonder maakte, was dat onze commissie gedaan wist te krijgen dat de beslissing door alle fracties werd gesteund. Ook in het onderwijs zelf was men over de hervorming te spreken. De beslissing heeft ertoe bijgedragen dat er een nieuw internationaal hoofdstuk aanbrak in het Finse onderwijsbeleid. De hervorming van de Finse onderwijswetgeving is een voorbeeld geweest voor tal van landen, zowel binnen de Unie als daarbuiten. Door middel van de uitwisseling van beste praktijken heeft deze op nationaal niveau genomen beslissing ook elders bijgedragen tot de bevordering van onderwijs, cultuur en vaardigheden.

2. Conventie over de toekomst van Europa

Als lid van het Finse parlement heb ik in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van mijn eigen fractie en het Finse parlement deelgenomen aan de Conventie over de toekomst van Europa, die bijeenkwam in de jaren 2002‑2003. De Conventie over de toekomst had als doel om de structuren van de Unie te vereenvoudigen en de openheid en democratie binnen de Unie te bevorderen.

Ik heb het als zeer waardevol ervaren om in het kader van de Conventie over Europa het pad te effenen voor de uitbreiding van de Europese Unie en de vormgeving van de structuren van de Unie te bespreken en uit te denken, daarbij de behoeften van maar liefst dertig lidstaten in aanmerking nemend. Ik vind het belangrijk dat middels de Conventie niet alleen de grondslag is gelegd voor de oostwaartse uitbreiding van de Unie, maar ook ervoor is gezorgd dat alle Europese landen die bereid zijn onze gemeenschappelijke waarden te delen, en die voldoen aan de toetredingsvoorwaarden zoals deze zijn vastgelegd in de criteria van Kopenhagen, tot de Unie mogen toetreden.

De Conventie over de toekomst is uiteindelijk met een ontwerpgrondwet gekomen, met daarin een nieuwe rechtsgrond voor de Unie, die de uitbreiding van de Unie mogelijk maakte. Daarnaast werden de gemeenschappelijke, in de democratie verankerde waarden onderstreept en werden de toetredingscriteria versterkt. Als lid van de Conventie was ik betrokken bij een beslissing die van fundamenteel belang was, verstrekkende gevolgen had en waarmee de basis werd gelegd voor een meer verenigd en uitgebreid Europa.

Gelijke behandeling van de oude en de nieuwe lidstaten en hun burgers was een van de belangrijkste uitgangspunten van deze uitbreiding van de Unie. Het doel was om een einde maken aan de verdeeldheid in Europa. Toen wij deze beslissing voorbereidden, was ik als Europees besluitvormer met recht trots op mijn continent. Als lid van de Rekenkamer wil ik mijn inspanningen, die door deze ervaring zijn geïnspireerd, voortzetten, zodat we alle burgers van de Unie kunnen verzekeren van een gelijke behandeling, alsook van het recht om te weten op welke manier de gemeenschappelijke, door hen bijeengebrachte financiële middelen van de Unie worden gebruikt om de evenwichtige ontwikkeling van de Unie te bevorderen.

3. Ontwikkelings- en handelsbeleid van de Unie

De derde belangrijke beslissing had betrekking op het handelsbeleid en had tevens verstrekkende gevolgen voor het ontwikkelingsbeleid. Toen ik lid was van de Commissie buitenlandse zaken, was ik namens de commissie belast met ontwikkelingssamenwerking. Derhalve volgde ik de Finse bilaterale ontwikkelingssamenwerkingsprojecten op de voet.

Als lid van de Commissie internationale handel van het Europees Parlement nam ik in 2015 in Nairobi deel aan de afsluiting van de multilaterale Doharonde. Tijdens deze ministeriële bijeenkomst werd tot afschaffing van de exportsubsidies besloten, hetgeen van groot belang is voor ontwikkelingssamenwerking. De afschaffing van de exportsubsidies draagt bij tot de ontwikkeling van de landbouwproductie in ontwikkelingslanden en daarmee tot de bevordering van de financiële stabiliteit. Deze beslissing weerspiegelt onder meer de solidariteit die de Europese Unie in haar handelsbeleid aan de dag legt, als een van onze belangrijkste middelen om ontwikkelingslanden te helpen bij het creëren van de voorwaarden voor een beter leven voor hun burgers.

Dankzij de door mij geleverde inspanningen op het gebied van handelsbeleid ben ik, in het bijzonder via het EU-mechanisme voor macrofinanciële bijstand aan de buurlanden, vertrouwd geraakt met de steunmechanismen op dit beleidsterrein. Deze beslissingen op het gebied van ontwikkelings- en handelsbeleid heb ik als uitermate belangrijk ervaren, niet alleen voor de Unie maar ook voor de mensheid in het algemeen.

Onafhankelijkheid

7.  In het Verdrag wordt bepaald dat de leden van de Rekenkamer hun ambt "volkomen onafhankelijk" uitoefenen. Hoe zou u bij de uitoefening van uw toekomstige functie invulling geven aan deze verplichting?

Onafhankelijkheid is een essentiële voorwaarde voor de werkzaamheden van leden van de Rekenkamer. Om objectief en doeltreffend werk te leveren dient een controle-instantie onpartijdig en onafhankelijk te zijn en zich verre te houden van mogelijke invloeden van buitenaf. Dit is een onvoorwaardelijk beginsel, waaraan ik als lid van de Rekenkamer zal vasthouden. Bij de uitoefening van mijn taken volg ik geen instructies op van de regering of andere partijen. Ik wil voldoen aan het vereiste van volledige onafhankelijkheid en zal mij niet inlaten met activiteiten die deze onafhankelijkheid in gevaar zouden kunnen brengen.

Mocht zich desondanks een situatie voordoen waarin er kans is, hoe klein ook, op het ontstaan van een belangenconflict, dan zal ik de voorzitter van de Rekenkamer onverwijld hiervan in kennis stellen en hem vragen hoe verder te handelen. Mijnerzijds doe ik er op deze manier alles aan om ervoor te zorgen dat ik mijn onafhankelijkheid op generlei wijze in gevaar breng, maar eraan blijf vasthouden bij al mijn werkzaamheden.

8.  Heeft u of hebben uw naaste familieleden (uw ouders, broers en zussen, wettelijke partner en kinderen) zakelijke of financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met uw toekomstige taken zou kunnen optreden?

Nee. Een van mijn zoons heeft een kmo en beheert in dit verband reserveringsdiensten van Finse sauna's. Er is geen enkel verband – en er zal nooit enig verband zijn – tussen zijn activiteiten en door de Unie verrichte of gefinancierde activiteiten.

9.  Bent u bereid om al uw financiële belangen en andere verplichtingen aan de voorzitter van de Rekenkamer te onthullen en ze openbaar te maken?

Zeker. As lid van het Europees Parlement breng ik verslag uit van mijn financiële belangen. Ik ben bereid al mijn financiële belangen en andere verplichtingen aan de voorzitter van de Rekenkamer te onthullen en deze ook openbaar te maken. Dit is van belang met het oog op de versterking van zowel het transparantiebeginsel als het vertrouwen van de burgers.

10.  Bent u momenteel betrokken bij een gerechtelijke procedure? Zo ja, gelieve nadere bijzonderheden te verstrekken.

Nee.

11.  Hebt u een actieve of uitvoerende rol in de politiek, en zo ja, op welk niveau? Heeft u de afgelopen 18 maanden een politieke functie vervuld? Zo ja, gelieve nadere bijzonderheden te verstrekken.

Ik ben lid van het Europees Parlement en voorzitter van de parlementaire delegatie van de Centrumpartij van Finland. Daarnaast ben ik plaatsvervangend lid van het partijbestuur van de Centrumpartij van Finland.

12.  Zou u een functie waarvoor u gekozen bent, of een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij opgeven als u wordt benoemd tot lid van de Rekenkamer?

Ja.

13.  Hoe zou u te werk gaan bij een zaak die verband houdt met een ernstige onregelmatigheid, of zelfs fraude en/of corruptie, waarbij personen uit uw lidstaat van herkomst betrokken zijn?

Als lid van de Rekenkamer moet ik in al mijn werkzaamheden onafhankelijkheid en absolute onpartijdigheid betrachten. Dit houdt in dat ik alle zaken die verband houden met onregelmatigheden, fraude of corruptie op dezelfde wijze zal afhandelen, ongeacht het land waar de onregelmatigheden plaatsvinden en de nationaliteit van de personen die erbij betrokken zijn. Bij de afhandeling van zaken mag ik als lid van de Rekenkamer beslist niet met twee maten meten, maar moet ik altijd volledige onafhankelijkheid en absolute onpartijdigheid betrachten.

Het bestrijden van onregelmatigheden, fraude en corruptie is uitermate belangrijk als het gaat om de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van de Unie. Bij vermoeden van fraude zou ik onverwijld de voorzitter van de Rekenkamer en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) over de zaak inlichten. De burger moet te allen tijde kunnen vertrouwen op de organen van de Unie, en bovenal op de onafhankelijkheid van de Rekenkamer en haar leden.

Uitoefening van het ambt

14.  Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken van een cultuur van goed financieel beheer in eender welke openbare dienst? Hoe zou de Rekenkamer hiertoe kunnen bijdragen?

  Een cultuur van onberispelijk financieel beheer is een absolute voorwaarde voor openbare diensten. Onberispelijk beheer van de financiële middelen van belastingbetalers zou een grondrecht van de burgers van de Unie moeten zijn. Krachtens het beginsel van goed beheer is niet alleen de naleving van de voorschriften maar ook voldoende informatie-uitwisseling van belang.

In het geval van onberispelijk financieel beheer wordt verondersteld dat het zogeheten principe van de drie E's wordt nagestreefd: economy (zuinigheid), efficiency (efficiëntie) en effectiveness (doeltreffendheid). Voor wat betreft de naleving van dit principe is het de taak van de Europese Rekenkamer om tijdig onafhankelijke auditverslagen over relevante thema's te presenteren. Op deze manier worden het Europees Parlement en de burgers van de Unie tijdig geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot het beheer van hun financiële middelen. In de verslagen moeten niet alleen goede praktijken aan de orde komen, maar ook punten die verbetering behoeven. Door zowel positieve als negatieve punten uit te wisselen kan zo doeltreffend mogelijk worden bijgedragen tot de verbetering van het financieel beheer.

Door wetgevingsprocessen te volgen wordt punctualiteit gegarandeerd, waardoor de Rekenkamer ervoor kan zorgen dat de thema's van speciale verslagen zo goed mogelijk aansluiten bij de wetgevingsprocessen en dat de verslagen tijdig worden gepresenteerd, zodat het Parlement over de benodigde informatie beschikt. Dit komt deels neer op efficiënte benutting van de eigen middelen van de Rekenkamer.

Bovenal moet er aandacht uitgaan naar de transparantie van de processen. Het moet alle belastingbetalers duidelijk zijn waar de gelden naartoe gaan en waarvoor ze worden gebruikt. Informatie-uitwisseling moet geen uitzondering maar een algemene regel zijn. De burgers van de Unie moeten erop kunnen vertrouwen dat hun financiële middelen goed worden beheerd.

15.  Volgens het Verdrag moet de Rekenkamer het Parlement bijstaan in de uitoefening van zijn bevoegdheid voor controle op de uitvoering van de begroting. Hoe zou u de samenwerking tussen de Rekenkamer en het Europees Parlement (in het bijzonder de Commissie begrotingscontrole) verder verbeteren om zowel het overheidstoezicht op de algemene uitgaven als het rendement ervan te bevorderen?

Mijn werkervaring als lid van de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement zal zeker bijdragen tot de verbetering van de samenwerking tussen de Rekenkamer en het Europees Parlement. Krachtens artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is het voor het verlenen van deze bijstand onontbeerlijk dat de Rekenkamer bij het plannen van haar eigen werkzaamheden en audits het belang van de samenwerking met het Europees Parlement erkent.

Goede interactie is een voorwaarde voor een goede samenwerking. Een goede samenwerking tussen twee belangrijke instanties staat of valt verder met een goede planning: wanneer de Rekenkamer een duidelijk jaarlijks werkprogramma opstelt, alsmede een tijdsplanning voor haar komende auditverslagen, vergemakkelijkt dit de planning van de werkzaamheden van het Parlement en van de Commissie begrotingscontrole in het bijzonder. Op deze manier kan punctualiteit worden gegarandeerd en kan worden voorkomen dat kwesties pas door het Parlement in behandeling kunnen worden genomen nadat ze in het kader van het wetgevings- en begrotingsproces door de Commissie begrotingscontrole zijn beoordeeld. De Rekenkamer moet haar jaarlijks werkprogramma tijdig voorleggen aan het Europees Parlement, zodat het Parlement voldoende tijd heeft om zijn eigen werkprogramma en agenda op te stellen.

Zoals ik bij punt 14 reeds heb benadrukt, is de tijdige voorbereiding van audits en verslagen een van de voorwaarden voor zowel het controleren van de benutting van financiële middelen als het waarborgen van een hoge mate van doeltreffendheid.

16.  Wat is volgens u de toegevoegde waarde van doelmatigheidscontroles en hoe moeten de bevindingen worden geïntegreerd in de beheerprocedures?

Via doelmatigheidscontroles komt men bij de vraag of financiële middelen doelmatig worden gebruikt. Dit is de kernvraag als het gaat om het gebruik van financiële middelen. Financiële middelen kunnen volkomen volgens de voorschriften worden benut zonder dat daarbij sprake is van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid. Het zwaartepunt moet meer bij doelmatigheid komen te liggen, zodat op grond van dit beginsel kan worden ingeschat in hoeverre werkelijk sprake is van een doelmatige benutting van de financiële middelen.

Op basis van doelmatigheidscontroles komt de Rekenkamer met bevindingen en aanbevelingen. Het is de verantwoordelijkheid van de Commissie, en dan in het bijzonder van het ter zake verantwoordelijk lid van de Commissie en de verantwoordelijke directeur-generaal, om deze bevindingen en aanbevelingen in aanmerking te nemen.

Bij beheerprocedures moet als onderdeel van de ontwikkeling van acties rekening worden gehouden met de controles en aanbevelingen van de Rekenkamer. De informatie die middels de controles wordt verzameld, zou moeten worden ingezet om bestaande beheerprocedures te ontwikkelen en toekomstige beheerprocedures uit te werken. Op deze manier wordt zoveel mogelijk profijt getrokken van de controles en wordt de informatie die middels de controles wordt verzameld, optimaal benut.

17.  Hoe kan de samenwerking tussen de Rekenkamer, de nationale controle-instanties en het Europees Parlement (Commissie begrotingscontrole) worden verbeterd op het punt van de controle van de EU-begroting?

Zonder dialoog en wederzijdse interactie is er geen samenwerking mogelijk. De samenwerking tussen de Rekenkamer, de nationale controle-instanties en het Europees Parlement (Commissie begrotingscontrole) zou onder meer kunnen worden verbeterd door middel van de uitwisseling van goede praktijken. Vooral de uitwisseling van goede praktijken door de nationale controle-instanties zou ten goede komen aan de samenwerking tussen de diverse instanties. Overeenkomstig een van de praktijken die in het jaarverslag van dit jaar is gepresenteerd, kunnen goede praktijken ook op internationaal niveau en buiten de grenzen van de Europese Unie worden uitgewisseld en in kaart gebracht.

Daarnaast is het uitvoeren van gezamenlijke controles een vorm van samenwerking die de ontwikkeling van praktijken mogelijk maakt. Ook bij gezamenlijke inspanningen dient het onafhankelijkheidsbeginsel te worden geëerbiedigd. Samenwerking tussen nationale controle-instanties en de Rekenkamer kan een waardevolle besparing van middelen opleveren, in het bijzonder als het gaat om het verdelen van de lasten en het voorkomen van dubbel werk.

Als lid van de Rekenkamer zou ik zelf een actieve dialoog aangaan met zowel het Europees Parlement als de nationale controle-instanties. De basis voor een goede samenwerking is enerzijds een actieve inzet van de Rekenkamer als het gaat om het delen van informatie over haar activiteiten en anderzijds de bevordering van de transparantie tussen het Europees Parlement en de nationale controle-instanties.

18.  Hoe zou u de verslaglegging van de Rekenkamer verder ontwikkelen teneinde het Europees Parlement van alle noodzakelijke informatie te voorzien met betrekking tot de juistheid van de gegevens die door de lidstaten aan de Europese Commissie worden verstrekt?

Voor een deugdelijke uitvoering van de begroting is het absoluut noodzakelijk dat de door de lidstaten aan de Commissie verstrekte gegevens juist en betrouwbaar zijn. Elke lidstaat draagt jegens zijn burgers de verantwoordelijkheid om de voorschriften inzake financieel beheer na te leven, het goede beginsel van gezond financieel beheer te eerbiedigen en correcte gegevens over de gronden van betalingen te verstrekken aan de Commissie.

Aangezien ik goed bekend ben met de activiteiten van het Europees Parlement, en dan in het bijzonder met de activiteiten van de Commissie begrotingscontrole, die nauw samenwerkt met de Rekenkamer, zal ik het nut van het uitbrengen van verslag aan het Europees Parlement zeker in aanmerking nemen. Er moet aandacht worden besteed aan de kwaliteit van de inhoud van verslagen, zodat ze wezenlijke informatie verschaffen aan de leden van het Parlement; ze moeten praktische meerwaarde opleveren voor de werkzaamheden die het Parlement verricht, met name met betrekking tot de kwijtingsverslagen. De Rekenkamer moet duidelijk communiceren met het Europees Parlement. Ook moet er voortdurend aandacht uitgaan naar kwaliteit.

Het jaarverslag van de Rekenkamer is niet de enige mogelijkheid om gegevens uit te wisselen. Verschillende soorten analyses met betrekking tot de betrouwbaarheid van informatie kunnen ook op andere manieren worden gedeeld. Zo zou de Rekenkamer, zonder dat dit veel tijd in beslag neemt, beknopte verslagen kunnen opstellen met betrekking tot de juistheid van de door de lidstaten verstrekte gegevens op bepaalde beleidsgebieden.

In de loop van volgend jaar zal de EU een recordbedrag aan cohesiegelden uitbetalen. Deze uitbetaling heeft uitzonderlijke vertraging opgelopen. In dergelijke situaties zou men er meer en meer op moeten kunnen vertrouwen dat alle informatie op betrouwbare en adequate wijze wordt gepresenteerd. Tegelijkertijd moet worden gegarandeerd dat de Rekenkamer haar middelen efficiënt benut, zodat betalingen op onjuiste gronden worden tegengegaan. In het licht van de toenemende auditdruk zal de efficiënte toewijzing van middelen van essentieel belang worden en zorgvuldig door de leden van de Rekenkamer moeten worden gepland.

Informatie-uitwisseling is een punt dat ik meerdere malen heb genoemd. De Commissie moet de lidstaten duidelijk en op actieve wijze informeren welke informatie ze moeten verstrekken. In dit verband heeft het Parlement onder meer herhaaldelijk gesteld dat informatie op het internet moet kunnen worden geraadpleegd. Als het gaat om de uitwisseling van informatie wordt altijd gesproken over manieren om de administratieve lasten te verminderen. Hierin moet een middenweg worden gevonden waarbij het zwaartepunt meer bij de beschikbaarheid van de vereiste informatie met betrekking tot de gronden voor betaling komt te liggen dan bij gestroomlijnde administratieve procedures. Dit alles voert terug op het basisbeginsel dat de burgers van de Unie het recht hebben om te weten hoe en waarvoor de financiële middelen van de Unie worden gebruikt.

Overige vragen

19.  Zou u uw kandidatuur intrekken indien het Parlement een ongunstig advies uitbrengt over uw benoeming als lid van de Rekenkamer?

Ja. Krachtens het Verdrag zijn de leden van de Rekenkamer verplicht hun ambt volkomen onafhankelijk, op professionele wijze en in het algemeen belang van de Unie uit te voeren. Om deze taken succesvol en naar behoren te kunnen vervullen, is het uitermate belangrijk om de vertrouwensband met het Parlement en de Commissie begrotingscontrole te handhaven.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Gedeeltelijke vervanging van de leden van de Rekenkamer – kandidaat FI

Document- en procedurenummers

12248/2017 – C8-0330/2017 – 2017/0814(NLE)

Datum raadpleging / verzoek om goedkeuring

21.9.2017

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

CONT

5.10.2017

 

 

 

Rapporteur

       Datum benoeming

Indrek Tarand

2.10.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

19.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

13

9

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jonathan Arnott, Inés Ayala Sender, Luke Ming Flanagan, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Arndt Kohn, Bogusław Liberadzki, Monica Macovei, Notis Marias, Petri Sarvamaa, Bart Staes, Indrek Tarand, Tomáš Zdechovský, Joachim Zeller

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Richard Ashworth, Karin Kadenbach, Julia Pitera, Patricija Šulin

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jan Huitema, Wajid Khan, Momchil Nekov, Monika Smolková, Lieve Wierinck

Datum indiening

26.10.2017

Juridische mededeling