Procedure : 2016/0133(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0345/2017

Ingediende teksten :

A8-0345/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/11/2017 - 7.4
CRE 16/11/2017 - 7.4

Aangenomen teksten :


VERSLAG     ***I
PDF 1303kWORD 174k
6.11.2017
PE 599.751v03-00 A8-0345/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking)

(COM(2016)0270 – C8-0173/2016 – 2016/0133(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Cecilia Wikström

(Herschikking – artikel 104 van het Reglement)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN
 BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE
 ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking)

(COM(2016)0270 – C8-0173/2016 – 2016/0133(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0270),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 78, lid 2, onder e), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0173/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Tsjechische Kamer van Afgevaardigden, de Tsjechische Senaat, de Italiaanse Senaat, het Hongaarse parlement, de Poolse Nationale Vergadering, de Poolse Senaat, de Roemeense Kamer van Afgevaardigden en het Slowaakse parlement waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 19 oktober 2016(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 8 december 2016(2),

–  gezien het Interinstitutioneel akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten(3),

–  gezien de brief d.d. 30 november 2016 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken overeenkomstig artikel 104, lid 3, van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 104 en 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken en de Begrotingscommissie (A8-0345/2017),

A.  overwegende dat het voorstel van de Commissie volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen;

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie haar voorstel door een nieuwe tekst vervangt, ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aanbrengt of voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement     1

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  In artikel 18 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is bepaald dat het recht op asiel is gegarandeerd met inachtneming van de voorschriften van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen, en overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Motivering

Het recht op asiel wordt gewaarborgd in overeenstemming met de regels van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen.

Amendement     2

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Deze methode moet zijn gebaseerd op objectieve en zowel voor de lidstaten als voor de betrokken asielzoekers eerlijke criteria. Met de methode moet met name snel kunnen worden vastgesteld welke lidstaat verantwoordelijk is, teneinde de daadwerkelijke toegang tot de procedures voor het verlenen van internationale bescherming te waarborgen en de doelstelling om verzoeken om internationale bescherming snel te behandelen, niet te ondermijnen.

(5)  Deze methode moet zijn gebaseerd op het solidariteitsbeginsel en objectieve en zowel voor de lidstaten als voor de betrokken asielzoekers eerlijke criteria. Met de methode moet met name snel kunnen worden vastgesteld welke lidstaat verantwoordelijk is, teneinde de daadwerkelijke toegang tot de procedures voor het verlenen van internationale bescherming te waarborgen en de doelstelling om verzoeken om internationale bescherming snel te behandelen, niet te ondermijnen.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Het Asielagentschap van de Europese Unie moet passende steun verlenen bij de uitvoering van deze verordening, met name door in het kader van het correctiemechanisme voor toewijzing de referentiesleutel vast te stellen voor de verdeling van asielzoekers en door jaarlijks de aan de referentiesleutel ten grondslag liggende cijfers en de referentiesleutel zelf aan te passen, op basis van gegevens van Eurostat.

(9)  Het Asielagentschap van de Europese Unie (het "Asielagentschap") moet passende steun verlenen bij de uitvoering van deze verordening, met name door in het kader van het correctiemechanisme voor toewijzing de referentiesleutel vast te stellen voor de verdeling van asielzoekers en door jaarlijks de aan de referentiesleutel ten grondslag liggende cijfers en de referentiesleutel zelf aan te passen, op basis van gegevens van Eurostat. Het Asielagentschap moet, in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, voorlichtingsmateriaal ontwikkelen. Het Asielagentschap moet verantwoordelijk worden voor de overdracht van personen die een verzoek om internationale bescherming hebben ingediend, of die internationale bescherming genieten, in alle gevallen waarin in deze verordening is voorzien.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Gezien de resultaten van de verrichte evaluaties van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 604/2013 is het nu tijd om de uitgangspunten van Verordening (EU) nr. 604/2013 te bevestigen en tegelijkertijd de verbeteringen aan te brengen waarvan de ervaring heeft geleerd dat ze nodig zijn om het Dublinsysteem effectiever te maken en verzoekers uit hoofde van dat systeem beter te beschermen. Op basis van deze evaluatie en in overleg met de lidstaten, het Europees Parlement en andere belanghebbenden, wordt het ook passend geacht om in de verordening maatregelen op te nemen die tussen de lidstaten moeten zorgen voor een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid met betrekking tot verzoeken om internationale bescherming, met name om ervoor te zorgen dat sommige lidstaten niet onevenredig worden belast.

(10)  Gezien de resultaten van de verrichte evaluaties van de uitvoering van Verordening (EU) nr. 604/2013 is het noodzakelijk de fundamentele verbeteringen aan te brengen waarvan de ervaring heeft geleerd dat ze nodig zijn om het Dublinsysteem effectiever te maken en verzoekers uit hoofde van dat systeem beter te beschermen. Op basis van deze evaluatie en in overleg met de lidstaten, het Europees Parlement en andere belanghebbenden, wordt het ook passend geacht om in de verordening maatregelen op te nemen die tussen de lidstaten moeten zorgen voor een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid met betrekking tot verzoeken om internationale bescherming, met name om ervoor te zorgen dat sommige lidstaten niet onevenredig worden belast.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  Overeenkomstig het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dient voor de lidstaten bij de toepassing van deze verordening de eerbiediging van het familie- en gezinsleven voorop te staan.

(16) Overeenkomstig het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dient voor de lidstaten bij de toepassing van deze verordening de eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven en van het non-discriminatiebeginsel voorop te staan.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Om te voorkomen dat verzoekers met niet-ontvankelijke verzoeken of verzoekers die waarschijnlijk geen internationale bescherming nodig hebben of die een veiligheidsrisico vormen, worden overgedragen tussen de lidstaten, moet ervoor worden gezorgd dat de lidstaat waar het eerst een verzoek wordt ingediend de ontvankelijkheid van het verzoek onderzoekt met betrekking tot het eerste land van asiel en veilige derde landen alsook in een versnelde procedure verzoeken behandelt die zijn ingediend door verzoekers uit een land dat is opgenomen op de EU-lijst van veilige landen van herkomst en door verzoekers die een veiligheidsrisico vormen.

Schrappen

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Verzoekers die een veiligheidsrisico vormen, mogen niet worden overgedragen van de ene naar de andere lidstaat. De lidstaat waarin het verzoek om internationale bescherming wordt geregistreerd, moet zo snel mogelijk na het verzoek een veiligheidsverificatie verrichten om vast te stellen of de verzoeker om zwaarwegende redenen kan worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat. Indien een lidstaat uit veiligheidsoverwegingen bezwaar maakt tegen de overdracht van een verzoeker, moet deze lidstaat de noodzakelijke gegevens ter staving van zijn bezwaren verstrekken aan de lidstaat waarin de verzoeker zich ophoudt.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 ter)  Indien de in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 18 vastgelegde criteria niet gebruikt kunnen worden om de verantwoordelijke lidstaat vast te stellen, en indien de verzoeker geen behoefte heeft aan specifieke procedurele waarborgen en wordt beschouwd als iemand die klaarblijkelijk weinig kans maakt om in aanmerking te komen als persoon die internationale bescherming geniet, mag de verzoeker niet overgedragen worden naar een andere lidstaat. De lidstaat waarin de verzoeker zijn of haar verzoek heeft ingediend, is verantwoordelijk voor de verdere verwerking ervan. De algemene begroting van de Unie dient de kosten in verband met de opvangvoorzieningen van een dergelijke verzoeker te dekken, en de verantwoordelijke lidstaat moet het Asielagentschap om ondersteuning kunnen verzoeken voor de verwerking van dergelijke verzoeken. De verantwoordelijke lidstaat moet het Europees Grens- en kustwachtagentschap om ondersteuning kunnen verzoeken voor de terugkeer van een verzoeker naar een derde land naar aanleiding van een terugkeerbesluit, indien gebleken is dat de verzoeker niet in aanmerking komt als persoon die internationale bescherming geniet uit hoofde van Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening inzake asielnormen].

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De gezamenlijke behandeling van verzoeken om internationale bescherming van de leden van een gezin door dezelfde lidstaat zorgt ervoor dat de verzoeken grondig worden behandeld en de beslissingen daarover coherent zijn en dat gezinsleden niet van elkaar worden gescheiden.

(18)  De gezamenlijke behandeling van verzoeken om internationale bescherming van de leden van een gezin door dezelfde lidstaat zorgt ervoor dat de verzoeken grondig worden behandeld en de beslissingen daarover coherent zijn en dat gezinsleden niet van elkaar worden gescheiden. De gezamenlijke behandeling van verzoeken om internationale bescherming van een gezin laat het recht van verzoekers om een individueel verzoek in te dienen onverlet.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Om ervoor te zorgen dat het beginsel van de eenheid van het gezin en het belang van het kind volledig worden nageleefd, dient het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie tussen een verzoeker en zijn kind, broer of zus of ouder vanwege zwangerschap of moederschap, de gezondheidssituatie of de hoge leeftijd van de verzoeker, een bindend verantwoordelijkheidscriterium te worden. Indien de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is, dient de aanwezigheid van een gezins- of familielid in een andere lidstaat die voor de niet-begeleide minderjarige kan zorgen, eveneens een bindend verantwoordelijkheidscriterium te worden. Ter ontmoediging van secundaire bewegingen van niet-begeleide minderjarigen, die in strijd zijn met het belang van die minderjarigen, moet, bij ontstentenis van een gezinslid of een ander familielid, de verantwoordelijke lidstaat de lidstaat zijn waar de niet-begeleide minderjarige het eerst zijn verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, tenzij wordt aangetoond dat dit niet in het belang van het kind zou zijn. Alvorens een niet-begeleide minderjarige aan een andere lidstaat over te dragen, moet de overdragende lidstaat ervoor zorgen dat die andere lidstaat alle nodige en passende maatregelen neemt om een adequate bescherming van het kind te waarborgen, en met name de spoedige aanwijzing van een vertegenwoordiger of vertegenwoordigers die is of zijn belast met de vrijwaring van alle rechten waarop het kind aanspraak kan maken. Elk besluit om een niet-begeleide minderjarige over te dragen, moet worden voorafgegaan door een beoordeling van de belangen van de betrokken minderjarige door personeel dat over de nodige kwalificaties en expertise beschikt.

(20)  Om ervoor te zorgen dat het beginsel van de eenheid van het gezin en het belang van het kind volledig worden nageleefd, dient het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie tussen een verzoeker en zijn kind, broer of zus of ouder vanwege zwangerschap of moederschap, de gezondheidssituatie of de hoge leeftijd van de verzoeker, een bindend verantwoordelijkheidscriterium te worden. Indien de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is, dient de aanwezigheid van een gezins- of familielid in een andere lidstaat die voor de niet-begeleide minderjarige kan zorgen, eveneens een bindend verantwoordelijkheidscriterium te worden, tenzij aangetoond werd dat dit het belang van de minderjarige niet dient. Alvorens een niet-begeleide minderjarige aan een andere lidstaat over te dragen, moet de overdragende lidstaat individuele garanties van die andere lidstaat ontvangen dat die alle nodige en passende maatregelen neemt om een adequate bescherming van het kind te waarborgen, en met name de spoedige aanwijzing van een voogd die is belast met de vrijwaring van alle rechten waarop het kind aanspraak kan maken. Elk besluit over verantwoordelijkheid voor een niet-begeleide minderjarige overeenkomstig deze verordening moet worden voorafgegaan door een beoordeling van de belangen van de betrokken minderjarige door een multidisciplinair team dat over de nodige kwalificaties en expertise beschikt, in aanwezigheid van zijn of haar voogd en een juridisch adviseur.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Het op zich nemen door een lidstaat van de verantwoordelijkheid voor de behandeling van een bij hem ingediend verzoek, ook al is hij daartoe op grond van de in deze verordening vastgestelde criteria niet verplicht, kan de doeltreffendheid en duurzaamheid van het stelsel ondermijnen en moet uitzonderlijk blijven. Een lidstaat moet, voordat is bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is, bijgevolg uitsluitend om humanitaire redenen, en met name om gezinsredenen, kunnen afwijken van de verantwoordelijkheidscriteria en een verzoek om internationale bescherming dat bij deze lidstaat of bij een andere lidstaat is ingediend kunnen behandelen, ook al is hij volgens de bindende criteria van deze verordening niet verantwoordelijk voor de behandeling.

(21)  Een lidstaat moet kunnen afwijken van de verantwoordelijkheidscriteria en moet de mogelijkheid krijgen een bij hem of bij een andere lidstaat ingediend verzoek om internationale bescherming te behandelen, ook al is hij daartoe op grond van de in deze verordening vastgestelde bindende criteria niet verplicht. Om het verschijnsel van secundaire bewegingen te bestrijden en asielzoekers aan te moedigen in de lidstaat van eerste binnenkomst een verzoek in te dienen, moet het verzoekers zijn toegestaan een schriftelijk en naar behoren gemotiveerd verzoek in te dienen, in het bijzonder op grond van zijn of haar uitgebreide familiale, culturele of sociale banden, taalvaardigheden of andere zinvolle banden die zijn of haar integratie in een specifieke lidstaat zouden vergemakkelijken, om zijn of haar verzoek te laten behandelen door de lidstaat waar het verzoek is ingediend, of om die lidstaat een andere lidstaat te laten vragen de verantwoordelijkheid op zich te nemen.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van deze verordening worden verwezenlijkt en belemmeringen voor de toepassing ervan uit de weg worden geruimd, en in het bijzonder om onderduiking en secundaire bewegingen tussen lidstaten te voorkomen, moeten er duidelijke verplichtingen worden vastgesteld waaraan in het kader van de procedure moet worden voldaan door de verzoeker en waarvan de verzoeker tijdig en naar behoren in kennis moet worden gesteld. Schending van deze juridische verplichtingen moet leiden tot passende en evenredige procedurele gevolgen voor de verzoeker en tot passende en evenredige gevolgen in termen van zijn opvangvoorzieningen. Conform het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moet de lidstaat waar een dergelijke asielzoeker zich bevindt, er in elk geval voor zorgen dat in de dringende materiële behoeften van die persoon wordt voorzien.

(22)  Om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van deze verordening worden verwezenlijkt en belemmeringen voor de toepassing ervan uit de weg worden geruimd, en in het bijzonder om onderduiking en secundaire bewegingen tussen lidstaten te voorkomen, moeten er procedures worden ontwikkeld om te waarborgen dat verzoekers en lidstaten samenwerken, met een duidelijk systeem van beloningen en straffen om naleving te verzekeren. Er moeten ook duidelijke verplichtingen worden vastgesteld waar verzoekers zich in het kader van de procedure aan moeten houden, en er moet voor worden gezorgd dat alle verzoekers goed worden geïnformeerd over de rechten en plichten uit hoofde van deze verordening. De ondersteuning en bescherming van minderjarigen, in het bijzonder niet-begeleide minderjarigen, moeten worden verbeterd. Er moet een strikte definitie komen van wat onder "onderduiken" wordt verstaan. De irreguliere binnenkomst, het ontbreken van een adres of documenten ter staving van de identiteit van een verzoeker mogen als zodanig geen geldige criteria vormen om te bepalen of er een risico op onderduiken bestaat.

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Om verzoekers beter inzicht in de werking van het CEAS te geven, moet de voorlichting significant worden verbeterd. Investeren in heldere en toegankelijke voorlichting voor verzoekers in een vroeg stadium zal de kans dat zij de procedures van deze verordening beter begrijpen, aanvaarden en volgen enorm vergroten. Om de administratieve voorschriften te reduceren en de gemeenschappelijke hulpbronnen doeltreffend te gebruiken, moet het Asielagentschap in nauwe samenwerking met de nationale autoriteiten geschikt voorlichtingsmateriaal ontwikkelen. Het Asielagentschap moet bij het ontwikkelen van dit materiaal ten volle gebruikmaken van de moderne informatietechnologieën. Om asielzoekers goed te helpen, moet het Asielagentschap ook audiovisueel materiaal ontwikkelen, als aanvulling op het schriftelijke voorlichtingsmateriaal. Het Asielagentschap moet verantwoordelijk zijn voor het bijhouden van een speciaal hiervoor bestemde website met informatie over de werking van het CEAS voor verzoekers en potentiële verzoekers, als tegenwicht tegen de vaak onjuiste informatie die zij van de smokkelaars krijgen. Het door het Asielagentschap ontwikkelde voorlichtingsmateriaal moet worden vertaald en ter beschikking worden gesteld in de belangrijkste talen die worden gesproken door asielzoekers die naar de Unie komen.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 ter)  Verschillende categorieën verzoekers hebben verschillende behoeften wat informatie betreft, en de informatie moet derhalve op verschillende, aan die behoeften aangepaste manieren ter beschikking worden gesteld. Het is met name van belang ervoor te zorgen dat minderjarigen kindvriendelijke en aan hun behoeften en situatie aangepaste informatie ontvangen. Het aanbieden aan zowel begeleide als niet-begeleide minderjarigen van accurate en kwalitatief hoogwaardige informatie in een kindvriendelijke omgeving kan helpen bij het creëren van een goede omgeving voor de minderjarige, alsook bij het opsporen van vermoedelijke gevallen van mensensmokkel.

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Er dient een persoonlijk onderhoud met de verzoeker plaats te vinden om gemakkelijker te kunnen bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming, tenzij de verzoeker is ondergedoken of de door de verzoeker verstrekte informatie toereikend is om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is. Zodra het verzoek om internationale bescherming wordt ingediend, moet de verzoeker met name in kennis worden gesteld van de toepassing van deze verordening, en van het feit dat hij niet kan kiezen welke lidstaat zijn asielverzoek zal behandelen, alsook van zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening en van de gevolgen van de niet-inachtneming ervan.

(23)  Er dient een persoonlijk onderhoud met de verzoeker plaats te vinden om gemakkelijker te kunnen bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming, tenzij de door de verzoeker verstrekte informatie toereikend is om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is en de verzoeker niet vraagt om te worden gehoord. Zodra het verzoek om internationale bescherming wordt geregistreerd, moet de verzoeker met name in kennis worden gesteld van de toepassing van deze verordening, en van het feit dat hij, met uitzondering van de bepalingen in hoofdstuk VII, niet kan kiezen welke lidstaat zijn asielverzoek zal behandelen, alsook van zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening en van de gevolgen van de niet-inachtneming ervan, alsook van de noodzaak om alle informatie te verstrekken die van belang is om correct te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is, met name de aanwezigheid van gezins- of familieleden in de lidstaten. De verzoeker moet ook volledig worden geïnformeerd over zijn of haar rechten, waaronder het recht op daadwerkelijke rechtsmiddelen en juridische bijstand. De informatie voor de verzoeker moet worden verstrekt in een taal die hij of zij verstaat, in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige taal.

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis)  De persoon die het persoonlijk onderhoud voert, moet voldoende opleiding hebben gekregen om rekening te houden met de persoonlijke en algemene omstandigheden van de verzoeker, met inbegrip van diens culturele achtergrond, leeftijd, gender, seksuele gerichtheid, genderidentiteit en kwetsbaarheid. Het personeel dat met verzoekers een onderhoud voert, moet ook algemene kennis hebben over problemen die het vermogen van de verzoeker om deel te nemen aan een onderhoud negatief kunnen beïnvloeden, zoals aanwijzingen dat de betrokkene in het verleden mogelijk is gefolterd.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Teneinde de rechten van de betrokkenen daadwerkelijk te beschermen, dienen, overeenkomstig met name de rechten die zijn erkend in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, juridische waarborgen te worden ingebouwd en dient een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen besluiten tot overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat te worden gewaarborgd. Een daadwerkelijk rechtsmiddel moet ook beschikbaar zijn wanneer er geen overdrachtsbesluit is genomen maar de verzoeker aanvoert dat een andere lidstaat verantwoordelijk is omdat hij een gezinslid, of, voor niet-begeleide minderjarigen, een familielid heeft in een andere lidstaat. Teneinde de naleving van het internationale recht te waarborgen, dient een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen dergelijke besluiten zowel betrekking te hebben op de toepassing van deze verordening als op de juridische en feitelijke situatie in de lidstaat aan welke de verzoeker wordt overgedragen. De reikwijdte van het daadwerkelijke rechtsmiddel moet beperkt zijn tot een beoordeling van de vraag of er gevaar bestaat voor een schending van het grondrecht op de eerbiediging van het familie- en gezinsleven, de rechten van het kind, of het verbod van onmenselijke of vernederende behandeling.

(24)  Teneinde de rechten van de betrokkenen daadwerkelijk te beschermen, dienen, overeenkomstig met name de rechten die zijn erkend in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, juridische waarborgen te worden ingebouwd en dient een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen besluiten tot overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat te worden gewaarborgd. Een daadwerkelijk rechtsmiddel moet ook beschikbaar zijn wanneer er geen overdrachtsbesluit is genomen maar de verzoeker aanvoert dat een andere lidstaat verantwoordelijk is. Teneinde de naleving van het internationale recht te waarborgen, dient een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen dergelijke besluiten zowel betrekking te hebben op de toepassing van deze verordening als op de juridische en feitelijke situatie in de lidstaat aan welke de verzoeker wordt overgedragen.

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  De lidstaat die op grond van deze verordening de verantwoordelijke lidstaat is, moet verantwoordelijk blijven voor de behandeling van elk verzoek van de betrokken verzoeker, met inbegrip van elk volgend verzoek, conform de artikelen 40, 41 en 42 van Richtlijn 2013/32/EU, ongeacht of de verzoeker het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten of daarvan is verwijderd. Een aantal bepalingen van Verordening (EU) nr. 604/2013 die in bepaalde situaties voorzagen in de beëindiging van de verantwoordelijkheid, zoals wanneer overdrachten niet binnen een bepaalde termijn waren verricht, vormde een stimulans voor onderduiking, en moet bijgevolg worden geschrapt.

(25)  De lidstaat die op grond van deze verordening de verantwoordelijke lidstaat is, moet verantwoordelijk blijven voor de behandeling van elk verzoek van de betrokken verzoeker, met inbegrip van elk volgend verzoek, conform artikel [42] van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures], tenzij de verzoeker het grondgebied van de lidstaat heeft verlaten of daarvan is verwijderd als gevolg van een terugkeerbesluit. Een aantal bepalingen van Verordening (EU) nr. 604/2013 die in bepaalde situaties voorzagen in de beëindiging van de verantwoordelijkheid, zoals wanneer overdrachten niet binnen een bepaalde termijn waren verricht, vormde een stimulans voor onderduiking, en moet bijgevolg worden geschrapt.

Amendement     19

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Met het oog op een snelle vaststelling van de verantwoordelijkheid en de toewijzing tussen de lidstaten van personen die om internationale bescherming verzoeken, moeten de termijnen voor het indienen en beantwoorden van overnameverzoeken, voor het indienen van kennisgevingen inzake terugname en voor het verrichten van overdrachten, alsook voor het instellen van en het beslissen over beroepen, zoveel mogelijk worden gestroomlijnd en ingekort.

(26)  Met het oog op een snelle vaststelling van de verantwoordelijkheid en de toewijzing tussen de lidstaten van personen die om internationale bescherming verzoeken, moeten de termijnen voor het indienen en beantwoorden van overnameverzoeken, voor het indienen van kennisgevingen inzake terugname en voor het verrichten van overdrachten, alsook voor het instellen van en het beslissen over beroepen, zoveel mogelijk worden ingekort. Hierbij moeten de grondrechten van de verzoekers, de rechten van kwetsbare personen, met name de rechten van het kind en het fundamentele beginsel van het belang van het kind, alsook het recht op gezinshereniging, worden geëerbiedigd.

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  De bewaring van verzoekers moet worden toegepast in overeenstemming met het onderliggende beginsel dat personen niet in bewaring mogen worden gehouden om de enkele reden dat zij internationale bescherming zoeken. De bewaring dient zo kort mogelijk te duren en te beantwoorden aan het noodzakelijkheids- en het evenredigheidsbeginsel. De bewaring van verzoekers moet in het bijzonder in overeenstemming zijn met artikel 31 van het Verdrag van Genève. De procedures waarin deze verordening voorziet met betrekking tot een in bewaring gehouden persoon moeten bij voorrang en binnen zo kort mogelijke termijnen worden uitgevoerd. Wat de algemene waarborgen met betrekking tot bewaring en, in voorkomend geval, de bewaringsvoorwaarden betreft, moeten de lidstaten ook ten aanzien van personen die uit hoofde van deze verordening in bewaring worden gehouden, de bepalingen van Richtlijn 2013/33/EU toepassen.

(27)  De bewaring van verzoekers moet worden toegepast in overeenstemming met het onderliggende beginsel dat personen niet in bewaring mogen worden gehouden om de enkele reden dat zij internationale bescherming zoeken. De bewaring dient zo kort mogelijk te duren en te beantwoorden aan het noodzakelijkheids- en het evenredigheidsbeginsel. Het in bewaring of hechtenis nemen van kinderen, ongeacht of deze niet-begeleid of bij hun familie zijn, is nooit in hun belang en vormt altijd een schending van de rechten van het kind. Het moet derhalve worden verboden. De bewaring van verzoekers moet in het bijzonder in overeenstemming zijn met artikel 31 van het Verdrag van Genève en de grondrechten van de verzoeker volledig eerbiedigen. De procedures waarin deze verordening voorziet met betrekking tot een in bewaring gehouden persoon moeten bij voorrang en binnen zo kort mogelijke termijnen worden uitgevoerd. Wat de algemene waarborgen met betrekking tot bewaring en, in voorkomend geval, de bewaringsvoorwaarden betreft, moeten de lidstaten ook ten aanzien van personen die uit hoofde van deze verordening in bewaring worden gehouden, de bepalingen van Richtlijn 2013/33/EU toepassen.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Een correcte registratie, onder één uniek verzoeknummer, van alle asielverzoeken in de EU, moet helpen bij de opsporing van meervoudige verzoeken en moet helpen irreguliere secundaire bewegingen en asielshopping te voorkomen. Er moet een geautomatiseerd systeem worden opgezet om de toepassing van deze verordening te vergemakkelijken. Het systeem moet de registratie van in de EU ingediende asielverzoeken mogelijk maken, alsook een doeltreffende monitoring van wat het aandeel is van elke lidstaat in de verzoeken en een juiste toepassing van het correctiemechanisme voor toewijzing.

(29)  Een correcte registratie, onder één uniek verzoeknummer, van alle asielverzoeken in de EU, moet helpen bij de opsporing van meervoudige verzoeken en moet helpen irreguliere secundaire bewegingen te voorkomen. Er moet een geautomatiseerd systeem worden opgezet om de toepassing van deze verordening te vergemakkelijken. Het systeem moet de registratie van in de EU ingediende asielverzoeken mogelijk maken, alsook een doeltreffende monitoring van wat het aandeel is van elke lidstaat in de verzoeken en een juiste toepassing van het correctiemechanisme voor toewijzing. Met volledige inachtneming van het doelbindingsbeginsel mag het unieke zoeknummer in geen geval worden gebruikt voor andere doeleinden dan degene die in deze verordening zijn bepaald.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/201121, moet worden belast met de opzet, de ontwikkeling en het operationele beheer van het centrale systeem en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale infrastructuren.

(30)  Het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/201121, is belast met de opzet, de ontwikkeling en het operationele beheer van het centrale systeem, de interoperabiliteit daarvan met andere systemen, en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale infrastructuren.

__________________

__________________

21 Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1).

21 Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1).

Amendement     23

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Overeenkomstig artikel 80 van het Verdrag, moeten handelingen van de Unie telkens wanneer dat nodig is passende bepalingen voor de toepassing van het solidariteitsbeginsel bevatten. Er moet een correctiemechanisme voor toewijzing worden vastgesteld om te zorgen voor een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en een snelle toegang van verzoekers tot de procedures voor het verlenen van internationale bescherming, in situaties waarin een lidstaat wordt geconfronteerd met een onevenredig aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor hij krachtens deze verordening de verantwoordelijke lidstaat is.

(31)  Overeenkomstig artikel 80 van het Verdrag, moeten handelingen van de Unie telkens wanneer dat nodig is passende bepalingen voor de toepassing van het solidariteitsbeginsel bevatten. Er moet een correctiemechanisme voor toewijzing worden vastgesteld om te zorgen voor een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en een snelle toegang van verzoekers tot de procedures voor het verlenen van internationale bescherming, om situaties te vermijden waarin een lidstaat zou worden geconfronteerd met een onevenredig aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor hij krachtens deze verordening de verantwoordelijke lidstaat zou zijn.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 31 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de procedures om de verantwoordelijke lidstaat vast te stellen doeltreffend zijn en garanderen dat indieners van verzoeken om internationale bescherming in voorkomend geval aan andere lidstaten worden toegewezen. Er moet prioriteit worden verleend aan verzoekers met specifieke procedurele behoeften die om internationale bescherming of overdracht verzoeken.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Een sleutel gebaseerd op de omvang van de bevolking en van de economie van de lidstaten moet, in combinatie met een drempel, worden gebruikt als referentiepunt voor de werking van het correctiemechanisme voor toewijzing, zodat het mechanisme kan functioneren als een instrument voor hulp aan lidstaten die onder onevenredige druk staan. De toepassing van het correctiemechanisme ten gunste van een lidstaat moet in gang worden gezet wanneer het aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is meer dan 150 % bedraagt van het volgens de referentiesleutel bepaalde cijfer. Om ten volle rekening te houden met de inspanningen van elke lidstaat, moet in het kader van deze berekening het aantal personen dat daadwerkelijk is hervestigd in die lidstaat worden opgeteld bij het aantal verzoeken om internationale bescherming.

(32)  Een referentiesleutel gebaseerd op de omvang van de bevolking en van de economie van de lidstaten moet worden gebruikt als referentiepunt voor de werking van het correctiemechanisme voor toewijzing, zodat het mechanisme een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheden onder de lidstaten waarborgt. De toepassing van het correctiemechanisme voor toewijzing moet permanent en automatisch zijn wanneer aan de hand van de criteria die zijn opgenomen in de hoofdstukken III en IV niet kan worden bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is. Om ten volle rekening te houden met de inspanningen van elke lidstaat, moet in het kader van deze berekening het aantal personen dat daadwerkelijk is hervestigd in die lidstaat worden opgeteld bij het aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor de lidstaat verantwoordelijk is.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 bis)  De ervaringen van de lidstaten met de opvang van verzoekers lopen uiteen. Om ervoor te zorgen dat de lidstaten die de afgelopen jaren niet tot de belangrijkste bestemmingslanden voor verzoekers behoorden voldoende tijd hebben om voor opvangcapaciteit te zorgen, moet het correctiemechanisme voor toewijzing het mogelijk maken geleidelijk over te stappen van de huidige situatie naar een situatie waarin de verantwoordelijkheden in het kader van het mechanisme in kwestie eerlijk worden verdeeld. Het overgangssysteem moet een basisreferentie vaststellen dat stoelt op de gemiddelde relatieve aantallen in het verleden ingediende verzoeken om internationale bescherming in de lidstaten, en dan van dit "status quo"-model geleidelijk overgaan naar een eerlijke verdeling door jaarlijks een derde van de basisreferentie af te nemen en een derde van het eerlijkeverdelingsmodel toe te voegen tot het systeem volledig stoelt op de eerlijke verdeling van verantwoordelijkheden. Het is van essentieel belang dat de lidstaten die de afgelopen jaren niet tot de bestemmingslanden voor verzoekers behoorden ten volle gebruikmaken van de mogelijkheden die worden geboden door de geleidelijke invoering van het correctiemechanisme voor toewijzing om ervoor te zorgen dat ze over voldoende opvangcapaciteit beschikken, met name voor de opvang van minderjarigen. Het Asielagentschap moet in de overgangsperiode een bijzondere inventarisatie opmaken van de capaciteit voor de opvang van minderjarigen in alle lidstaten, teneinde tekortkomingen in kaart te brengen en ondersteuning te bieden om deze weg te werken.

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Wanneer het toewijzingsmechanisme van toepassing is, moeten verzoekers die hun verzoeken in de begunstigde lidstaat hebben ingediend, worden toegewezen aan lidstaten die hun op basis van de referentiesleutel vastgestelde aandeel in de verzoeken niet halen. Er moeten passende voorschriften worden vastgesteld voor gevallen waarin een verzoeker om ernstige redenen kan worden geacht een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde, met name voorschriften voor de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde asielinstanties van de lidstaten. Na de overdracht moet de lidstaat van toewijzing bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is, en moet hij verantwoordelijk worden voor de behandeling van het verzoek, tenzij op grond van dwingende criteria inzake verantwoordelijkheid, met name met betrekking tot de aanwezigheid van gezinsleden, wordt bepaald dat een andere lidstaat verantwoordelijk zou moeten zijn.

(33)  Bij de toepassing van het toewijzingsmechanisme moeten verzoekers die hun verzoeken in de met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat belaste lidstaat hebben ingediend, worden toegewezen aan lidstaten die hun op basis van de referentiesleutel vastgestelde aandeel in de verzoeken niet halen. Er moeten passende voorschriften worden vastgesteld voor gevallen waarin een verzoeker om ernstige redenen kan worden geacht een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde, met name voorschriften voor de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde asielinstanties van de lidstaten. Na de overdracht moet de lidstaat van toewijzing als verantwoordelijke lidstaat het verzoek behandelen.

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 33 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(33 bis)  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat procedures efficiënt zijn en dat verzoekers snel kunnen worden herplaatst naar andere lidstaten wanneer zij uit hoofde van deze verordening niet verantwoordelijk zijn. Om dure en tijdrovende secundaire overdrachten te vermijden en verzoekers efficiënte toegang tot gezinshereniging te geven, zonder evenwel de lidstaten in de voorste linie onnodig te belasten, moet nagedacht worden over een vereenvoudigde procedure die voorziet in de overdracht van verzoekers die waarschijnlijk voldoen aan de desbetreffende criteria voor gezinshereniging in een bepaalde lidstaat of de overdracht van verzoekers waarvan de aanvraag snel behandeld kan worden in een lidstaat waarmee zij aantoonbare zinvolle banden hebben op basis van eerder wettig verblijf of onderwijsdiploma's.

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 33 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(33 ter)  Om secundaire bewegingen te vermijden, de vooruitzichten op integratie te vergroten en de administratieve verwerking van verzoeken om internationale bescherming te vergemakkelijken, biedt het voordelen ervoor te zorgen dat verzoekers die gezamenlijk willen worden overgedragen zich onder het correctiemechanisme voor toewijzing als groep kunnen registreren en naar één lidstaat kunnen worden overgedragen, in plaats van over meerdere lidstaten te worden verdeeld. De verzoekers moeten zelf hun groep kunnen bepalen en het moet hun duidelijk worden gemaakt dat een dergelijke groepsregistratie niet het recht inhoudt naar een bepaalde lidstaat te worden overgebracht, maar wel het recht om als groep naar een lidstaat te worden overgebracht overeenkomstig het correctiemechanisme voor toewijzing. Indien een verzoeker voor gezinshereniging in aanmerking komt of een lidstaat besloten heeft de verantwoordelijkheid voor het verzoek op zich te nemen overeenkomstig de discretionaire bepalingen van deze verordening, kan de verzoeker zich in het kader van het correctiemechanisme voor toewijzing niet aansluiten bij een groep. Indien een verzoeker die tot een groep behoort niet kan worden overgedragen, bijvoorbeeld om gezondheidsredenen of uit overwegingen in verband met de openbare veiligheid of de openbare orde, moet het mogelijk zijn de andere leden van de groep of delen van de groep eerder over te dragen aan de lidstaat van toewijzing dan de verzoeker die niet kan worden overgedragen. Wanneer de belemmeringen voor de overdracht van de overgebleven verzoeker zijn weggenomen, moet de verzoeker in kwestie naar dezelfde lidstaat worden overgedragen als de rest van de groep.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Een lidstaat van toewijzing kan beslissen de toegewezen verzoekers niet te aanvaarden gedurende een periode van twaalf maanden, in welk geval hij deze informatie in het geautomatiseerde systeem moet invoeren en de andere lidstaten, de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis moet stellen. Daarna moeten de verzoekers die zouden zijn toegewezen aan die lidstaat, worden toegewezen aan de andere lidstaten. De lidstaat die tijdelijk niet deelneemt aan het correctiemechanisme moet per niet-aanvaarde verzoeker een solidariteitsbijdrage van 250 000 EUR betalen aan de lidstaat die is aangewezen als de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van dergelijke verzoeken. De Commissie moet in een uitvoeringshandeling de praktische regelingen voor de toepassing van het mechanisme inzake de solidariteitsbijdrage vaststellen. Het Asielagentschap van de Europese Unie ziet toe op de toepassing van het mechanisme voor financiële solidariteit en brengt daarover jaarlijks verslag uit aan de Commissie.

Schrappen

Amendement     31

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie22, kan een overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming plaatsvinden op basis van vrijwilligheid, in de vorm van een gecontroleerd vertrek of onder geleide. De lidstaten dienen vrijwillige overdracht te bevorderen door passende informatie aan de verzoekers te verstrekken, en erop toe te zien dat overdrachten in de vorm van gecontroleerd vertrek of onder geleide op humane wijze gebeuren, met volledige eerbiediging van de grondrechten en de menselijke waardigheid, en geheel in het belang van het kind, en met de grootst mogelijke consideratie voor de ontwikkelingen in de desbetreffende jurisprudentie, in het bijzonder wat de overdracht op humanitaire gronden betreft.

(36)  Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1560/2003 van de Commissie22, kan een overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming plaatsvinden op basis van vrijwilligheid, in de vorm van een gecontroleerd vertrek of onder geleide. Vrijwillige overdracht dient te worden bevorderd door passende informatie aan de verzoekers te verstrekken, en erop toe te zien dat overdrachten in de vorm van gecontroleerd vertrek of onder geleide op humane wijze gebeuren, met volledige eerbiediging van de grondrechten en de menselijke waardigheid, en geheel in het belang van het kind, en met de grootst mogelijke consideratie voor de ontwikkelingen in de desbetreffende jurisprudentie, in het bijzonder wat de overdracht op humanitaire gronden betreft.

_________________

_________________

22 PB L 222 van 5.9.2003, blz. 3.

22 PB L 222 van 5.9.2003, blz. 3.

Amendement     32

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  De [algemene verordening gegevensbescherming (EU) .../2016] is vanaf de in die verordening vastgestelde datum van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten op grond van de onderhavige verordening; tot die datum is Richtlijn 95/46/EG van toepassing. De lidstaten moeten alle passende technische en organisatorische maatregelen toepassen om te waarborgen en te kunnen aantonen dat de verwerking wordt uitgevoerd overeenkomstig die verordening en de in de onderhavige verordening opgenomen nadere voorschriften ter zake. Deze maatregelen moeten met name zorgen voor de beveiliging van de op grond van de onderhavige verordening verwerkte persoonsgegevens en moeten in het bijzonder onwettige of ongeoorloofde toegang of vrijgave, wijziging of verlies van verwerkte persoonsgegevens voorkomen. De bevoegde toezichthoudende autoriteit of autoriteiten van elke lidstaat moet of moeten toezien op de wettigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de betrokken autoriteiten, met inbegrip van de verzending ervan naar en van het geautomatiseerde systeem en naar de met veiligheidscontroles belaste autoriteiten.

(38)  De [algemene verordening gegevensbescherming (EU) .../2016] is vanaf de in die verordening vastgestelde datum van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten op grond van de onderhavige verordening; tot die datum is Richtlijn 95/46/EG van toepassing. De lidstaten moeten alle passende technische en organisatorische maatregelen toepassen om te waarborgen en te kunnen aantonen dat de verwerking wordt uitgevoerd overeenkomstig die verordening en de in de onderhavige verordening opgenomen nadere voorschriften ter zake. Deze maatregelen moeten met name zorgen voor de beveiliging van de op grond van de onderhavige verordening verwerkte persoonsgegevens en moeten in het bijzonder onwettige of ongeoorloofde toegang of vrijgave, wijziging of verlies van verwerkte persoonsgegevens voorkomen. De betrokkenen moeten met name onmiddellijk op de hoogte worden gebracht wanneer een veiligheidsincident waarschijnlijk zal resulteren in een hoog risico met betrekking tot hun rechten en vrijheden. De bevoegde toezichthoudende autoriteit of autoriteiten van elke lidstaat moet of moeten toezien op de wettigheid van de verwerking van persoonsgegevens door de betrokken autoriteiten, met inbegrip van de verzending ervan naar en van het geautomatiseerde systeem en naar de met veiligheidscontroles belaste autoriteiten.

Amendement     33

Voorstel voor een verordening

Overweging 38 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(38 bis)  Wanneer het Asielagentschap persoonsgegevens verwerkt, is Verordening (EG) 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad1 bis van toepassing.

 

_______________

 

1 bis Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

Motivering

Dit amendement is onlosmakelijk verbonden met de andere ontvankelijke amendementen op overweging 38, waarin wordt gesteld dat de algemene verordening gegevensbescherming van toepassing is op de gegevens die worden verwerkt door lidstaten. In het voorstel wordt echter nergens aangegeven dat Verordening (EG) nr. 45/2001 van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens door het Asielagentschap van de Europese Unie. In overweging 39 wordt Verordening (EG) nr. 45/2001 alleen genoemd met betrekking tot het toezicht door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 38 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(38 ter)  Informatie over indieners van verzoeken in de Unie kan in potentie waardevol zijn voor de autoriteiten van de derde landen van herkomst van de indieners die om internationale bescherming verzoeken. Gezien de toenemende bedreigingen voor het EU-informatiesysteem vanuit derde landen en omdat het in deze verordening bedoelde systeem inhoudt dat alle registraties een uniek verzoeknummer krijgen, moeten de lidstaten en de verantwoordelijke organen van de Unie alle noodzakelijke en evenredige maatregelen nemen om de informatie in kwestie te beschermen.

Motivering

Indieners van verzoeken om internationale bescherming, en zeker verzoekers die op de vlucht zijn voor politieke vervolging, proberen vaak te ontkomen aan regimes in derde landen die er mogelijk belang bij hebben de verzoeker op te sporen. Gezien het toenemende en stelselmatige gebruik van hacking en informatieoorlog door een aantal landen, moeten de lidstaten en de organen van de EU de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen nemen om te waarborgen dat de gegevens van personen die om internationale bescherming verzoeken in Europa niet in verkeerde handen terechtkomen.

Amendement     35

Voorstel voor een verordening

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  De toepassing van deze verordening kan eenvoudiger en doeltreffender worden gemaakt door middel van bilaterale regelingen tussen de lidstaten om de communicatie tussen de bevoegde diensten te verbeteren, de proceduretermijnen te verkorten, de behandeling van overname- en terugnameverzoeken te vereenvoudigen, of praktische regels vast te stellen voor de overdracht van verzoekers.

(40)  De toepassing van deze verordening kan eenvoudiger en doeltreffender worden gemaakt door middel van ondersteuning door het Asielagentschap en bilaterale regelingen tussen de lidstaten om de communicatie tussen de bevoegde diensten te verbeteren, de proceduretermijnen te verkorten, de behandeling van verzoeken en kennisgevingen te vereenvoudigen, of praktische regels vast te stellen voor de overdracht van verzoekers.

Amendement     36

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  De continuïteit van het systeem om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is, dat bij Verordening (EU) nr. 604/2013 was ingesteld en nu bij deze verordening wordt geregeld, moet worden gewaarborgd. Daarnaast moet worden gewaakt over de coherentie tussen deze verordening en Verordening [voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad].

(41)  De continuïteit van het systeem om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is, dat bij Verordening (EU) nr. 604/2013 was ingesteld en nu bij deze verordening wordt geregeld, moet worden gewaarborgd. Daarnaast moet worden gewaakt over de coherentie tussen deze verordening en Verordening [voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad]. Zodra het geautomatiseerde systeem voor de registratie en monitoring van verzoeken om internationale bescherming en voor het correctiemechanisme voor toewijzing als bedoeld in deze verordening de lidstaat van toewijzing heeft vastgesteld, moet deze informatie automatisch worden ingevoerd in Eurodac. Het is daarom noodzakelijk te zorgen voor interoperabiliteit tussen het centrale systeem van het correctiemechanisme voor toewijzing en het centrale systeem van Eurodac.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)  De onderzoeksprocedure dient te worden gevolgd voor het vaststellen van een gemeenschappelijke informatiebrochure over Dublin/Eurodac, alsmede van een specifieke brochure voor niet-begeleide minderjarigen; van een standaardformulier voor het uitwisselen van relevante informatie over niet-begeleide minderjarigen; van eenvormige voorwaarden voor het raadplegen en het uitwisselen van informatie over minderjarigen en afhankelijke personen; van eenvormige voorwaarden voor het voorbereiden en het indienen van overname verzoeken en kennisgevingen inzake terugname; van twee lijsten met relevante bewijsmiddelen en indirecte bewijzen en het regelmatig herzien ervan; van een laissez-passer; van eenvormige voorwaarden voor het raadplegen en het uitwisselen van informatie over overdrachten; van een standaardformulier voor het uitwisselen van gegevens voorafgaand aan een overdracht; van een gemeenschappelijk gezondheidscertificaat; van eenvormige voorwaarden en praktische regelingen voor het uitwisselen van informatie over de gezondheidsgegevens van een persoon voorafgaand aan een overdracht, en van veilige kanalen voor het elektronisch verzenden van verzoeken.

(47)  De onderzoeksprocedure dient te worden gevolgd voor het vaststellen van een standaardformulier voor het uitwisselen van relevante informatie over niet-begeleide minderjarigen; van eenvormige voorwaarden voor het raadplegen en het uitwisselen van informatie over minderjarigen en afhankelijke personen; van eenvormige voorwaarden voor het voorbereiden en het indienen van overname verzoeken en kennisgevingen inzake terugname; van twee lijsten met relevante bewijsmiddelen en indirecte bewijzen en het regelmatig herzien ervan; van een laissez-passer; van eenvormige voorwaarden voor het raadplegen en het uitwisselen van informatie over overdrachten; van een standaardformulier voor het uitwisselen van gegevens voorafgaand aan een overdracht; van een gemeenschappelijk gezondheidscertificaat; van eenvormige voorwaarden en praktische regelingen voor het uitwisselen van informatie over de gezondheidsgegevens van een persoon voorafgaand aan een overdracht, en van veilige kanalen voor het elektronisch verzenden van verzoeken.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)  Teneinde te voorzien in aanvullende regels voor de identificatie van gezinsleden, broers en zussen of familieleden van de niet-begeleide minderjarige; de criteria om te bepalen of er sprake is van een bewezen verwantschapsrelatie; de in acht te nemen criteria voor de beoordeling van het vermogen van het familielid om voor de niet-begeleide minderjarige te zorgen, met inbegrip van de situatie waarin gezinsleden, broers en zussen of familieleden van de niet-begeleide minderjarige in meer dan één lidstaat verblijven; de beoordeling van de afhankelijkheidsrelatie; de beoordeling van het vermogen van een familielid om voor een afhankelijke persoon te zorgen en de in acht te nemen elementen voor de beoordeling van het onvermogen om gedurende een significante tijdsspanne te reizen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 VWEU. Bij het uitoefenen van haar bevoegdheden mag de Commissie niet verder gaan dan wat nodig is voor het belang van het kind, als bedoeld in artikel 8 van deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau en dat deze raadplegingen worden uitgevoerd overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd in het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om een gelijke betrokkenheid bij de voorbereiding van gedelegeerde handelingen te waarborgen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die de gedelegeerde handelingen voorbereiden.

(48)  Teneinde te voorzien in aanvullende regels voor de identificatie van gezinsleden, broers en zussen of familieleden van de niet-begeleide minderjarige; de criteria om te bepalen of er sprake is van een bewezen verwantschapsrelatie; de in acht te nemen criteria voor de beoordeling van het vermogen van het familielid om voor de niet-begeleide minderjarige te zorgen, met inbegrip van de situatie waarin gezinsleden, broers en zussen of familieleden van de niet-begeleide minderjarige in meer dan één lidstaat verblijven; de beoordeling van de afhankelijkheidsrelatie, de beoordeling van het vermogen van een familielid om voor een afhankelijke persoon te zorgen; de in acht te nemen elementen voor de beoordeling van het onvermogen om gedurende een significante tijdsspanne te reizen, en standaardprotocollen voor de bepaling van het belang van het kind, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 VWEU. Bij het uitoefenen van haar bevoegdheden mag de Commissie niet verder gaan dan wat nodig is voor het belang van het kind, als bedoeld in artikel 8 van deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau en dat deze raadplegingen worden uitgevoerd overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd in het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Amendement     39

Voorstel voor een verordening

Overweging 52

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(52)  Om te beoordelen of het in deze verordening vastgestelde correctiemechanisme voor toewijzing tegemoet komt aan de doelstelling van een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en een vermindering van de onevenredige druk op bepaalde lidstaten, moet de Commissie de werking van het correctiemechanisme voor toewijzing toetsen en met name nagaan of de drempel voor het in gang zetten en het stopzetten van het correctiemechanisme daadwerkelijk zorgt voor een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en een snelle toegang van verzoekers tot de procedures voor het verlenen van internationale bescherming in situaties waarin een lidstaat wordt geconfronteerd met een onevenredig aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor hij krachtens deze verordening verantwoordelijk is.

(52)  Om te beoordelen of het in deze verordening vastgestelde correctiemechanisme voor toewijzing tegemoet komt aan de doelstelling van een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en een vermindering van de onevenredige druk op bepaalde lidstaten, moet de Commissie de werking van het correctiemechanisme voor toewijzing toetsen en beoordelen of het daadwerkelijk zorgt voor een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en een snelle toegang van verzoekers tot de procedures voor het verlenen van internationale bescherming, met name in situaties waarin een lidstaat wordt geconfronteerd met een onevenredig aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor hij krachtens deze verordening verantwoordelijk is. De Commissie dient het Europees Parlement nauw te betrekken bij deze toetsingen.

Amendement     40

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter g – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  de minderjarige kinderen van paren als bedoeld onder het eerste streepje, of van de verzoeker, mits zij niet gehuwd zijn, ongeacht of zij volgens het nationale recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn;

-  de minderjarige kinderen van paren als bedoeld onder het eerste streepje, of van de verzoeker, en de meerderjarige kinderen voor wie zij zorg dragen, ongeacht of zij volgens het nationale recht wettige, buitenechtelijke of geadopteerde kinderen zijn of als zodanig zijn erkend, alsook de andere kinderen over wie zij het ouderlijk gezag hebben;

Amendement     41

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter g – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  indien de verzoeker een minderjarige en ongehuwd is, de vader, moeder of andere volwassene die krachtens de wet of volgens de praktijk van de lidstaat waar de volwassene aanwezig is, voor de verzoeker verantwoordelijk is;

-  indien de verzoeker een minderjarige is, de vader, moeder of andere volwassene die krachtens de wet of volgens de praktijk van de lidstaat waar de volwassene aanwezig is, voor de verzoeker verantwoordelijk is;

Amendement     42

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter g – streepje 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  indien de persoon die internationale bescherming geniet een minderjarige en ongehuwd is, de vader, moeder of andere volwassene die krachtens de wet of volgens de praktijk van de lidstaat waar de persoon die internationale bescherming geniet aanwezig is, voor hem verantwoordelijk is;

-  indien de persoon die internationale bescherming geniet een minderjarige is, de vader, moeder of andere volwassene die krachtens de wet of volgens de praktijk van de lidstaat waar de persoon die internationale bescherming geniet aanwezig is, voor hem verantwoordelijk is;

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter k

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

k)  "vertegenwoordiger": een persoon of een organisatie die door de bevoegde instanties is aangewezen om een niet-begeleide minderjarige bij te staan en te vertegenwoordigen in procedures waarin in deze verordening is voorzien, teneinde het belang van het kind te behartigen en zo nodig rechtshandelingen voor de minderjarige te verrichten. Wanneer een organisatie als vertegenwoordiger is aangewezen, wijst zij een persoon aan die bevoegd is om ten aanzien van de minderjarige zijn taken uit te voeren, overeenkomstig deze verordening;

k)  "voogd": een voogd zoals gedefinieerd in artikel [4, lid 2, onder f)] van Verordening (EU) nr. XXX/XXX [verordening asielprocedures];

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter n

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

n)  "risico op onderduiken": het in een individueel geval bestaan van redenen gebaseerd op objectieve, in wetgeving vastgelegde criteria, om aan te nemen dat een verzoeker of een onderdaan van een derde land of een staatloze op wie een overdrachtsprocedure van toepassing is, zou kunnen onderduiken;

n)  "risico op onderduiken": het in een individueel geval bewezen bestaan van specifieke redenen, gebaseerd op objectieve en specifieke criteria overeenkomstig de door het Asielagentschap van de Europese Unie ontwikkelde normen en de nationale wetgeving, om aan te nemen dat een verzoeker zou kunnen onderduiken, uitgezonderd criteria die algemeen van aard zijn, zoals het loutere feit een verzoeker te zijn in de zin van Verordening (EU) .../... [procedureverordening] of iemands nationaliteit;

Amendement     45

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter o

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

o)  "begunstigde lidstaat": de lidstaat die baat heeft bij het in hoofdstuk VII van deze verordening vastgestelde correctiemechanisme voor toewijzing en de toewijzing van de verzoeker verricht;

Schrappen

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter q – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

q)  "hervestigde persoon": een persoon die is onderworpen aan een proces van hervestiging waarbij, op verzoek van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen ("UNHCR"), op basis van de behoefte van een persoon aan internationale bescherming, onderdanen van derde landen vanuit een derde land worden overgebracht naar een lidstaat waar zij mogen verblijven met een van de volgende statussen:

q)  "hervestigde persoon": een persoon die is onderworpen aan een proces van hervestiging waarbij, na verwijzing door de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen ("UNHCR") of de lidstaten, onderdanen van derde landen en staatloze personen die internationale bescherming behoeven, geselecteerd, toegelaten en vanuit een derde land worden overgebracht en bescherming aangeboden krijgen in een lidstaat waar zij mogen verblijven met een van de volgende statussen:

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  De lidstaten moeten aan de hand van proactieve maatregelen verzekeren dat onderdanen van derde landen of staatloze personen op hun grondgebied, ook aan de buitengrenzen, in de territoriale wateren, in hun transitzones of aan hun grensdoorlaatposten, met inbegrip van transitzones aan buitengrenzen, van wie redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij om internationale bescherming in een lidstaat zullen verzoeken, ook daadwerkelijk de mogelijkheid krijgen om geregistreerd te worden overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU) XXXX/XX [verordening asielprocedures]. Een persoon die het grondgebied van een lidstaat op irreguliere wijze is binnengekomen, wordt in Eurodac geregistreerd overeenkomstig artikel [14] van Verordening (EU) XXXX/XX [Eurodac-verordening].

Amendement     48

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten behandelen elk verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze op het grondgebied van een van de lidstaten wordt ingediend, inclusief aan de grens of in de transitzones. Het verzoek wordt door een enkele lidstaat behandeld, namelijk de lidstaat die volgens de in hoofdstuk III genoemde criteria verantwoordelijk is.

1.  De lidstaten behandelen elk verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze op het grondgebied van een van de lidstaten wordt ingediend, inclusief aan de grens of in de transitzones. Het verzoek om internationale bescherming wordt door een enkele lidstaat behandeld, namelijk de lidstaat die volgens de in hoofdstuk III en hoofdstuk IV genoemde criteria verantwoordelijk is.

Amendement     49

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer op basis van de in deze verordening vastgestelde criteria geen verantwoordelijke lidstaat kan worden aangewezen, is de lidstaat waar het verzoek om internationale bescherming het eerst werd ingediend, verantwoordelijk voor de behandeling ervan.

Wanneer op basis van de in hoofdstuk III en hoofdstuk IV vastgestelde criteria geen verantwoordelijke lidstaat kan worden aangewezen, wordt de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming vastgesteld in overeenstemming met het correctiemechanisme voor toewijzing zoals bedoeld in hoofdstuk VII.

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien het niet mogelijk is een verzoeker over te dragen aan de lidstaat die in de eerste plaats als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen, omdat ernstig moet worden gevreesd dat de asielprocedure en de opvangvoorzieningen voor verzoekers in die lidstaat systeemfouten bevatten die resulteren in onmenselijke of vernederende behandelingen in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, blijft de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast de criteria van hoofdstuk III onderzoeken teneinde vast te stellen of een andere lidstaat als verantwoordelijke lidstaat kan worden aangewezen.

Indien het niet mogelijk is een verzoeker over te dragen aan de lidstaat die als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen, omdat ernstig moet worden gevreesd dat er een reëel risico bestaat dat de grondrechten van de verzoeker zwaar zullen worden geschonden, blijft de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast de criteria van de hoofdstukken III en IV onderzoeken teneinde vast te stellen of een andere lidstaat als verantwoordelijke lidstaat kan worden aangewezen.

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de overdracht uit hoofde van dit lid niet kan geschieden aan een op grond van de criteria van hoofdstuk III aangewezen lidstaat of aan de eerste lidstaat waar het verzoek werd ingediend, wordt de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, de verantwoordelijke lidstaat.

Indien de overdracht uit hoofde van dit lid niet kan geschieden aan een op grond van de criteria van hoofdstuk III en hoofdstuk IV aangewezen lidstaat, wordt de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming vastgesteld in overeenstemming met het correctiemechanisme voor toewijzing als bedoeld in hoofdstuk VII.

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Alvorens de criteria toe te passen op grond waarvan overeenkomstig de hoofdstukken III en IV wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is, is de eerste lidstaat waar een verzoek om internationale bescherming is ingediend verplicht:

Schrappen

a)   na te gaan of het verzoek om internationale bescherming moet worden geacht niet-ontvankelijk te zijn op grond van artikel 33, lid 2, onder b) en c), van Richtlijn 2013/32/EU (wanneer een land dat geen lidstaat is, voor de verzoeker wordt aangemerkt als het eerste land van asiel of als veilig derde land), en

 

b)   het verzoek te behandelen in een versnelde procedure overeenkomstig artikel 31, lid 8, van Richtlijn 2013/32/EU, wanneer de volgende gronden van toepassing zijn:

 

i)   de verzoeker heeft de nationaliteit van een derde land, of hij is staatloos en had voorheen in dat land zijn gewone verblijfplaats, welk land is aangemerkt als veilig land van herkomst in de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zoals vastgesteld bij Verordening [Voorstel COM(2015) 452 van 9 september 2015], of

 

ii)   de verzoeker om ernstige redenen geacht kan worden een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker onder dwang is uitgezet om ernstige redenen van nationale veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht.

 

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De eerste lidstaat waarin een verzoek om internationale bescherming werd geregistreerd, behandelt dit verzoek in een versnelde procedure overeenkomstig artikel [40] van Verordening XXXX/XX/EU [verordening asielprocedures] indien de verzoeker, na de in artikel 3 bis bedoelde veiligheidsverificatie, om zwaarwegende redenen wordt beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of indien de verzoeker eerder al krachtens het nationale recht onder dwang is verwijderd uit de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast of uit een andere lidstaat, om ernstige redenen van openbare veiligheid of openbare orde.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer de lidstaat een verzoek als niet-ontvankelijk beschouwt of een verzoek behandelt in een versnelde procedure overeenkomstig lid 3, wordt die lidstaat geacht de verantwoordelijke lidstaat te zijn.

Schrappen

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaat die een verzoek om internationale bescherming heeft behandeld, met inbegrip van de in lid 3 bedoelde gevallen, is verantwoordelijk voor de behandeling van verdere verklaringen of een volgend verzoek van de betrokken verzoeker als bedoeld in de artikelen 40, 41 en 42 van Richtlijn 2013/32/EU, ongeacht of de verzoeker het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten of daarvan is verwijderd.

5.  De lidstaat die een verzoek om internationale bescherming heeft behandeld, met inbegrip van de in lid 3 bedoelde gevallen, is verantwoordelijk voor de behandeling van verdere verklaringen of een volgend verzoek van de betrokken verzoeker als bedoeld in artikel 42 van Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielprocedures], tenzij de verzoeker het grondgebied van de lidstaat heeft verlaten of daarvan is verwijderd naar aanleiding van een terugkeerbesluit.

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 3 bis

 

Veiligheidsverificatie

 

1.  De lidstaat die met het vaststellen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, verzamelt snel de biometrische gegevens van de verzoeker, overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) XXX/XXX [Eurodac-verordening]. Zo snel mogelijk na de registratie van de verzoeker voert de met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat belaste lidstaat een veiligheidsverificatie uit aan de hand van de desbetreffende nationale en Uniedatabanken.

2.  Als de in lid 1 van dit artikel bedoelde veiligheidsverificatie, of aanvullende informatie die door de met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat belaste lidstaat werd verzameld, onder meer via het in artikel 7 bedoelde onderhoud, doet vermoeden dat een verzoeker kan worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, dan verricht de met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat belaste lidstaat een persoonlijk veiligheidsonderhoud, in aanvulling op het in artikel 7 bedoelde onderhoud, om na te gaan of de verzoeker om zwaarwegende redenen kan worden beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde van die lidstaat.

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De verzoeker is verplicht zo spoedig mogelijk en uiterlijk tijdens het in artikel 7 bedoelde onderhoud alle elementen en gegevens te verstrekken die relevant zijn om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is, en werkt samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

2.  De verzoeker verstrekt zo spoedig mogelijk alle beschikbare elementen en gegevens die relevant zijn om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is, en werkt samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. De bevoegde autoriteiten houden slechts rekening met de voor het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat relevante elementen en gegevens voor zover deze werden verstrekt vóór het definitieve besluit waarbij is bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is.

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Indien een verzoeker niet voldoet aan de in artikel 4, lid 1, bedoelde verplichting, behandelt de op grond van deze verordening verantwoordelijke lidstaat het verzoek in een versnelde procedure overeenkomstig artikel 31, lid 8, van Richtlijn 2013/32/EU.

Schrappen

Amendement     59

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaat waar de verzoeker aanwezig moet zijn, zet de procedures om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voort, ook wanneer de verzoeker het grondgebied van deze lidstaat zonder toestemming verlaat of anderszins niet beschikbaar is voor de bevoegde autoriteiten van die lidstaat.

2.  De lidstaat waar de verzoeker aanwezig moet zijn, zet de procedures om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voort, ook wanneer de verzoeker het grondgebied van deze lidstaat zonder toestemming verlaat of anderszins niet beschikbaar is voor de bevoegde autoriteiten van die lidstaat. De bevoegde autoriteiten van die lidstaat voeren in het in artikel 44, lid 1, bedoelde geautomatiseerde systeem een kennisgeving in zodra zij bewijs hebben dat de verzoeker het grondgebied van de lidstaat heeft verlaten.

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De verzoeker kan tijdens de procedures uit hoofde van deze verordening in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij aanwezig moet zijn, geen aanspraak maken op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 19 van Richtlijn 2013/33/EU, met uitzondering van dringende medische zorg.

Schrappen

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  Zodra in een lidstaat een verzoek om internationale bescherming in de zin van artikel [26] van Verordening (EU) XXXX/XXX [verordening asielprocedures] is ingediend, moeten de bevoegde autoriteiten van dat land de verzoeker informeren over zijn of haar rechten en plichten met betrekking tot de registratie van het verzoek om internationale bescherming overeenkomstig artikel [26, lid 1] van die verordening. Minderjarigen moeten in dit verband op een kindvriendelijke manier geïnformeerd worden overeenkomstig artikel [5, lid 2] van Richtlijn (EU) xxx/xxxx [richtlijn opvangvoorzieningen] door adequaat opgeleid personeel en in overleg met de voogd, met name over de procedure om gezinsleden of familieleden te identificeren overeenkomstig artikel 8, lid 5, van deze verordening.

Amendement     62

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Zodra een verzoek om internationale bescherming in een lidstaat is ingediend in de zin van artikel 21, lid 2, stellen de bevoegde autoriteiten van die lidstaat de verzoeker in kennis van de toepassing van deze verordening en van de in artikel 4 vastgestelde verplichtingen en van de in artikel 5 bedoelde gevolgen van de niet-nakoming, en met name:

1.  Zodra een verzoek om internationale bescherming in een lidstaat is geregistreerd in de zin van artikel [27] van Verordening XXXX/XX/EU [verordening asielprocedures], stellen de bevoegde autoriteiten van die lidstaat de verzoeker in kennis van de toepassing van deze verordening en van de in artikel 4 vastgestelde verplichtingen en van de in artikel 5 bedoelde gevolgen van de niet-nakoming, en met name:

Amendement     63

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  van het feit dat het recht te verzoeken om internationale bescherming niet inhoudt dat de verzoeker kan kiezen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming;

a)  van het feit dat het recht te verzoeken om internationale bescherming niet inhoudt dat de verzoeker kan kiezen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, behalve wanneer het toewijzingsmechanisme daarin voorziet volgens de voorwaarden van hoofdstuk VII;

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  van de doelstellingen van deze verordening en de gevolgen van het indienen van een ander verzoek in een andere lidstaat, alsmede de gevolgen van het verlaten van de lidstaat waar hij aanwezig moet zijn zolang de verantwoordelijke lidstaat op grond van deze verordening nog niet bepaald is en zolang het verzoek om internationale bescherming nog in behandeling is, en met name van het feit dat de verzoeker in een andere lidstaat dan de lidstaat waar hij aanwezig moet zijn geen aanspraak kan maken op de opvangvoorzieningen bedoeld in de artikelen 14 tot en met 19 van Richtlijn 2013/33/EU, met uitzondering van dringende medische zorg;

b)  van de doelstellingen van deze verordening en de gevolgen van het indienen van een ander verzoek in een andere lidstaat, alsmede de gevolgen van het verlaten van de lidstaat waar hij aanwezig moet zijn zolang de verantwoordelijke lidstaat op grond van deze verordening nog niet bepaald is en zolang het verzoek om internationale bescherming nog in behandeling is;

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  van de bepalingen inzake gezinshereniging en de in dat verband toepasselijke definitie van gezinsleden en familieleden, alsook het feit dat de verzoeker zo vroeg mogelijk in de procedure alle informatie moet verstrekken die kan helpen bij het vaststellen van de verblijfplaats van gezinsleden en familieleden in andere lidstaten, alsook elke bijstand die de lidstaat kan bieden bij het opsporen van de gezinsleden en familieleden in kwestie;

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter)  van de noodzaak dat de verzoeker zo vroeg mogelijk in de procedure relevante informatie verstrekt die kan helpen bij de vaststelling van eerdere verblijfsvergunningen, visa of diploma's;

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c quater)  van de mogelijkheid om uit hoofde van artikel 19 te verzoeken om toepassing van de discretionaire bepaling door een andere lidstaat vanuit de lidstaat waar de verzoeker zich ophoudt, alsook de specifieke regelingen met betrekking tot de procedure;

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c quinquies)  in voorkomend geval, van de in hoofdstuk VII vastgestelde toewijzingsprocedure;

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter c sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c sexies)  van de mogelijkheid die de verzoeker uit hoofde van artikel 36, lid 1 quater heeft om te kiezen voor een van de vier lidstaten die, conform de in artikel 35 vastgestelde referentiesleutel, in verhouding het laagste aantal verzoekers hebben, op voorwaarde dat de verzoeker voldoet aan de in artikel 4, lid 1, bepaalde verplichtingen;

Amendement     70

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  van het persoonlijk onderhoud overeenkomstig artikel 7 en de mogelijkheid om informatie over de aanwezigheid van gezinsleden, familieleden of andere familierelaties in de lidstaten te verstrekken en nader te staven, met inbegrip van de wijze waarop de verzoeker die informatie kan verstrekken;

d)  van het doel van het persoonlijk onderhoud overeenkomstig artikel 7 en de aard van de elementen, informatie en bewijzen die de verzoeker zal moeten verstrekken voor de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat, met inbegrip van de wijze waarop de verzoeker die informatie kan verstrekken;

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  van de mogelijkheid om een overdrachtsbesluit aan te vechten binnen zeven dagen na de kennisgeving en van het feit dat deze betwisting is beperkt tot een beoordeling van de vraag of er sprake is van een schending van artikel 3, lid 2, in verband met het bestaan van een risico op onmenselijke of vernederende behandeling dan wel van de artikelen 10 tot en met 13 en artikel 18;

e)  van de mogelijkheid en de regelingen om een overdrachtsbesluit aan te vechten en van het bestaan van het recht om bij een rechterlijke instantie een daadwerkelijk rechtsmiddel in te stellen overeenkomstig artikel 28, ook in een situatie waarin geen overdrachtsbesluit wordt genomen;

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis)  in geval van een niet-begeleide minderjarige, van de rol en de verantwoordelijkheden van de voogd en van de procedure om tegen een voogd een klacht in te dienen in alle vertrouwelijkheid en veiligheid en met volle inachtneming van de rechten van het kind om in dit verband te worden gehoord;

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter h ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h ter)  van het recht om kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging aan te vragen in alle fasen van de procedure;

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter h quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h quater)  van het bestaan van de in artikel 6, lid 3 bis, bedoelde website met informatie;

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)  in voorkomend geval, van de in hoofdstuk VII vastgestelde toewijzingsprocedure.

Schrappen

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in lid 1 bedoelde informatie wordt schriftelijk verstrekt, in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij die verstaat. De lidstaten maken gebruik van de overeenkomstig lid 3 voor dat doel opgestelde gemeenschappelijke brochure.

De in lid 1 bedoelde informatie wordt verstrekt in een taal die de verzoeker verstaat, in een beknopte, transparante, begrijpelijke en makkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige taal. De lidstaten maken gebruik van het overeenkomstig lid 3 voor dat doel opgestelde gemeenschappelijke voorlichtingsmateriaal.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De informatie wordt verstrekt in zowel schriftelijke als mondelinge vorm, zo nodig met behulp van multimedia-apparatuur. Mondelinge informatie kan in individuele dan wel groepssessies worden verstrekt en de verzoekers hebben de mogelijkheid vragen te stellen over de procedurele stappen die zij dienen te volgen met betrekking tot de procedure om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is overeenkomstig deze verordening. In het geval van minderjarigen wordt de informatie overeenkomstig artikel [5, lid 2] van Richtlijn xxx/xxxx [richtlijn opvangvoorzieningen] op een kindvriendelijke manier door adequaat opgeleid personeel en in overleg met de voogd verstrekt.

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien dit nodig is om de verzoeker de informatie te doen begrijpen, wordt de informatie ook mondeling verstrekt, bijvoorbeeld in samenhang met het in artikel 7 bedoelde persoonlijk onderhoud.

Schrappen

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een gemeenschappelijke brochure op, alsmede een specifieke brochure voor niet-begeleide minderjarigen, waarin ten minste de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie wordt opgenomen. De gemeenschappelijke brochure bevat tevens informatie over de toepassing van Verordening (EU) [voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013] en met name over het doeleinde waarvoor de gegevens van een verzoeker in Eurodac kunnen worden verwerkt. De gemeenschappelijke brochure wordt zodanig opgesteld dat de lidstaten deze kunnen aanvullen met informatie die eigen is aan de lidstaat in kwestie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 56, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure.

3.  Het Asielagentschap van de Europese Unie stelt in nauwe samenwerking met de verantwoordelijke nationale agentschappen gemeenschappelijk voorlichtingsmateriaal op, waarin ten minste de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie wordt opgenomen. Dit gemeenschappelijke voorlichtingsmateriaal bevat tevens informatie over de toepassing van Verordening (EU) [voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013] en met name over het doeleinde waarvoor de gegevens van een verzoeker in Eurodac kunnen worden verwerkt. Het gemeenschappelijke voorlichtingsmateriaal wordt zodanig opgesteld dat de lidstaten deze kunnen aanvullen met informatie die eigen is aan de lidstaat in kwestie. Het Asielagentschap van de Europese Unie stelt specifiek voorlichtingsmateriaal op dat speciaal bestemd is voor de volgende doelgroepen:

 

a)   volwassen verzoekers;

 

b)   niet-begeleide minderjarigen;

 

c)   begeleide minderjarigen.

 

 

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Het Asielagentschap van de Europese Unie zorgt voor een speciaal hiervoor bestemde website met informatie over het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) en met name de werking van deze verordening. De informatie op de website is volledig en actueel en wordt verstrekt in een beknopte, transparante, begrijpelijke en makkelijk toegankelijke vorm, in duidelijke en eenvoudige taal, en is beschikbaar in de talen die het meest worden gesproken door verzoekers die in de Unie aankomen.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaten houden de verzoekers op de hoogte van de voortgang van de uit hoofde van deze verordening uitgevoerde procedures met betrekking tot hun verzoek. Deze informatie wordt schriftelijk en regelmatig, ten minste om de twee weken, verstrekt. In het geval van minderjarigen informeren de bevoegde autoriteiten, volgens dezelfde regeling, de minderjarige en de ouder of voogd.

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om de regelingen voor de verstrekking van dergelijke informatie vast te leggen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 56, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement     82

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Recht op kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging

 

1.   Onverminderd het recht van de verzoeker om op eigen kosten zijn eigen juridisch vertegenwoordiger te kiezen, verlenen de lidstaten in alle fasen van de procedure kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging voor aangelegenheden betreffende de toepassing van deze verordening indien de betrokken verzoeker de kosten niet zelf kan opbrengen. De lidstaten kunnen om een volledige of gedeeltelijke vergoeding van de gedane kosten verzoeken indien het besluit om deze kosten te dekken genomen was op basis van door de verzoeker verstrekte valse informatie, op voorwaarde dat vastgesteld kan worden dat de verzoeker de kosten kan opbrengen.

 

2.   De rechtsbijstand en vertegenwoordiging omvat ten minste:

 

a)   het verstrekken van informatie over de procedure in het licht van de individuele omstandigheden van de verzoeker;

 

b)   bijstand bij de voorbereiding van het persoonlijk onderhoud en ondersteunende documenten en bewijsstukken die in het kader van het onderhoud moeten worden verstrekt, met inbegrip van deelname aan het persoonlijk onderhoud;

 

c)   toelichting bij de redenen voor en de gevolgen van een overdrachtsbesluit en informatie over de mogelijkheden om een dergelijk besluit aan te vechten of toegang te krijgen tot rechtsmiddelen in situaties waarin geen overdrachtsbesluit wordt genomen overeenkomstig artikel 28.

 

Met het oog op de naleving van dit lid zorgen de lidstaten ervoor dat de rechtsbijstand en vertegenwoordiging niet willekeurig wordt beperkt en dat de daadwerkelijke toegang tot de rechter voor de verzoeker niet wordt belemmerd.

 

De regels voor de toegang tot rechtsbijstand worden bij het nationale recht vastgesteld.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Om de verantwoordelijke lidstaat gemakkelijker te kunnen bepalen, voert de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijk lidstaat is belast een persoonlijk onderhoud met de verzoeker, tenzij de verzoeker is ondergedoken of de door de verzoeker overeenkomstig artikel 4, lid 2, verstrekte informatie toereikend is om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is. Het onderhoud biedt de verzoeker tevens de mogelijkheid de overeenkomstig artikel 6 aan hem verstrekte informatie juist te begrijpen.

1.  Om de verantwoordelijke lidstaat gemakkelijker te kunnen bepalen, voert de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijk lidstaat is belast een persoonlijk onderhoud met de verzoeker. De lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, stelt proactief vragen over alle aspecten van het verzoek op grond waarvan kan worden bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is. Het onderhoud biedt de verzoeker tevens de mogelijkheid de overeenkomstig artikel 6 aan hem verstrekte informatie juist te begrijpen.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaat kan het persoonlijk onderhoud achterwege laten wanneer de door de verzoeker overeenkomstig artikel 4, lid 2, verstrekte informatie toereikend is om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is, alsook wanneer de verzoeker er niet om vraagt te worden gehoord. Indien een lidstaat het onderhoud achterwege laat, biedt hij de verzoeker de gelegenheid om alle verdere informatie te verstrekken die relevant is om op correcte wijze de verantwoordelijke lidstaat te bepalen voordat er een definitief besluit tot overdracht van de verzoeker aan de verantwoordelijke lidstaat overeenkomstig artikel 30, lid 1, wordt genomen.

Amendement     85

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het persoonlijk onderhoud vindt tijdig plaats en in elk geval voordat er een overnameverzoek overeenkomstig artikel 24 wordt ingediend.

2.  Het persoonlijk onderhoud vindt tijdig plaats en in elk geval voordat er een overnameverzoek overeenkomstig artikel 24 of een besluit om een verzoeker over te dragen, wordt ingediend.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het persoonlijk onderhoud wordt gevoerd in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij die verstaat en waarin hij kan communiceren. Zo nodig stelt de lidstaat een tolk aan die kan zorgen voor een goede communicatie tussen de verzoeker en de persoon die het persoonlijk onderhoud voert.

3.  Het persoonlijk onderhoud wordt gevoerd in een taal die de verzoeker verstaat en waarin hij kan communiceren. Een onderhoud met niet-begeleide minderjarigen wordt op kindvriendelijke manier gevoerd door krachtens het nationaal recht adequaat opgeleid en gekwalificeerd personeel, in aanwezigheid van de voogd en in voorkomend geval zijn of haar juridisch adviseur.

 

Zo nodig stelt de lidstaat een gekwalificeerde tolk aan, en in voorkomend geval een cultureel bemiddelaar, die kan zorgen voor een goede communicatie tussen de verzoeker en de persoon die het persoonlijk onderhoud voert. De verzoeker kan vragen om een onderhoud te hebben met en te worden bijgestaan door personeel van hetzelfde geslacht, voor zover dit mogelijk is.

Amendement     87

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Het persoonlijk onderhoud vindt plaats in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding is gewaarborgd. Het wordt gevoerd door een krachtens nationaal recht gekwalificeerde persoon.

4.  Het persoonlijk onderhoud vindt plaats in zodanige omstandigheden dat een passende geheimhouding is gewaarborgd. Het wordt gevoerd door een krachtens nationaal recht gekwalificeerde persoon. Verzoekers van wie is vastgesteld dat zij behoefte hebben aan bijzondere procedurele waarborgen, moeten worden voorzien van adequate ondersteuning, waaronder voldoende tijd, om de omstandigheden te creëren die nodig zijn om alle elementen te verstrekken die nodig zijn voor de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaat zorgt voor passende operationele standaardprocedures om te waarborgen dat er passende beschermingsmaatregelen worden genomen met betrekking tot verzoekers die gevaar lopen uitgebuit te worden in het kader van mensenhandel of andere vormen van georganiseerde misdaad.

Amendement     89

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaat die het persoonlijk onderhoud voert, stelt een schriftelijke samenvatting op met ten minste de belangrijkste informatie die de verzoeker tijdens het onderhoud heeft verstrekt. Die samenvatting kan de vorm van een verslag of een standaardformulier aannemen. De lidstaat zorgt ervoor dat de verzoeker en/of de juridisch adviseur of andere raadsman die de verzoeker vertegenwoordigt, tijdig toegang tot de samenvatting heeft.

5.  De lidstaat die het persoonlijk onderhoud voert, stelt een schriftelijke samenvatting op met ten minste de belangrijkste informatie die de verzoeker tijdens het onderhoud heeft verstrekt. De verzoeker, en in voorkomend geval de voogd en/of wettelijke vertegenwoordiger, controleert aan het einde van het onderhoud de belangrijkste elementen die in de samenvatting moeten worden opgenomen. Die samenvatting neemt de vorm van een verslag aan. De lidstaat maakt een geluidsopname van het onderhoud. De lidstaat zorgt ervoor dat de verzoeker en/of de voogd, de juridisch adviseur die de verzoeker vertegenwoordigt, zo snel mogelijk na het onderhoud en in elk geval voordat er een overdrachtsbesluit wordt genomen, toegang tot de samenvatting heeft.

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat zorgt ervoor dat, wanneer een niet-begeleide minderjarige aanwezig moet zijn, de niet-begeleide minderjarige bij de relevante procedures waarin deze verordening voorziet, wordt vertegenwoordigd en/of bijgestaan door een vertegenwoordiger. De vertegenwoordiger beschikt over de kwalificaties en de expertise om ervoor te zorgen dat tijdens de procedures die in het kader van deze verordening worden gevolgd, rekening wordt gehouden met het belang van de minderjarige. Deze vertegenwoordiger heeft toegang tot de inhoud van de toepasselijke documenten in het dossier van de verzoeker, met inbegrip van de specifieke brochure voor niet-begeleide minderjarigen.

Elke lidstaat zorgt ervoor dat, wanneer er een niet-begeleide minderjarige aanwezig is, de niet-begeleide minderjarige bij alle procedures waarin deze verordening voorziet, wordt vertegenwoordigd en/of bijgestaan door een voogd. De voogd beschikt over de kwalificaties, opleiding, expertise en onafhankelijkheid om ervoor te zorgen dat tijdens de procedures die in het kader van deze verordening worden gevolgd, rekening wordt gehouden met het belang van de minderjarige. Deze voogd heeft toegang tot de inhoud van de toepasselijke documenten in het dossier van de verzoeker, met inbegrip van het specifieke voorlichtingsmateriaal voor niet-begeleide minderjarigen. De benoeming van de voogd gebeurt zo snel mogelijk, uiterlijk binnen de 24 uur nadat het verzoek is ingediend, en in elk geval vóór de verzameling van biometrische gegevens overeenkomstig artikel [10, lid 1, of 13, lid 1] van Verordening (EU) XXXX/XX/EU [Eurodac-verordening].

Amendement     91

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De voogd wordt zoveel mogelijk betrokken bij de procedure om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is uit hoofde van deze verordening. De voogd ondersteunt de minderjarige daarom bij de verstrekking van informatie die van belang is voor de beoordeling van de belangen van de minderjarige overeenkomstig lid 3, met inbegrip van de uitoefening van zijn recht te worden gehoord, en bij de contacten van de minderjarige met andere actoren, zoals organisaties voor het opsporen van familieleden, voor zover dit relevant is en de vertrouwelijkheidsverplichtingen ten aanzien van de minderjarige in acht worden genomen.

 

 

 

De voogd zorgt ervoor dat de minderjarige toegang heeft tot informatie, juridisch advies en vertegenwoordiging met betrekking tot de procedures uit hoofde van deze verordening en houdt de minderjarige op de hoogte van de voortgang in de procedures uit hoofde van deze verordening die op de minderjarige betrekking hebben.

 

De voogd heeft toegang tot de inhoud van de desbetreffende documenten in het dossier van de minderjarige, met inbegrip van het specifieke voorlichtingsmateriaal voor niet-begeleide minderjarigen en de in artikel 6 bedoelde formulieren.

 

Voogden krijgen regelmatig opleiding en ondersteuning om hun taken te vervullen.

 

 

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige;

b)  het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige, met bijzondere aandacht voor de etnische, religieuze, culturele en taalkundige achtergrond van de minderjarige en met inachtneming van de behoefte aan stabiliteit en continuïteit in de zorg en opvang van de minderjarige en toegang tot gezondheidszorg en onderwijs voor de minderjarige;

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  veiligheid en beveiligingsoverwegingen, met name wanneer de minderjarige mogelijk het slachtoffer is van mensenhandel;

c)  veiligheid en beveiligingsoverwegingen, met name wanneer de minderjarige mogelijk het slachtoffer is van een vorm van geweld en uitbuiting, waaronder mensenhandel;

and exploitation.

Amendement     94

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  situaties van kwetsbaarheid, waaronder trauma, specifieke gezondheidsbehoeften en handicap;

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  de garantie van een overdracht aan een aangewezen voogd in de ontvangende lidstaat;

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 – letter d ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d ter)  de door de voogd in de lidstaat waar de minderjarige zich ophoudt verstrekte informatie;

Amendement     97

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 – letter d quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d quater)  de noodzaak om beslissingen in verband met minderjarigen met voorrang te behandelen.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bij de beoordeling van de belangen van de minderjarige moet het recht van de minderjarige om te worden gehoord, worden gegarandeerd.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Alvorens een niet-begeleide minderjarige over te dragen aan de verantwoordelijke lidstaat of, in voorkomend geval, aan de lidstaat van toewijzing, ziet de overdragende lidstaat erop toe dat de verantwoordelijke lidstaat of de lidstaat van toewijzing onverwijld de maatregelen neemt die zijn bedoeld in de artikelen 14 en 24 van Richtlijn 2013/33/EU en artikel 25 van Richtlijn 2013/32/EU. Elk besluit om een niet-begeleide minderjarige over te dragen, wordt voorafgegaan door een beoordeling van de belangen van de minderjarige. Deze beoordeling is gebaseerd op de in lid 3 genoemde factoren. De beoordeling wordt snel uitgevoerd door personeel dat over de kwalificaties en expertise beschikt om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met het belang van de minderjarige.

4.  Alvorens een niet-begeleide minderjarige over te dragen aan de verantwoordelijke lidstaat of, in voorkomend geval, aan de lidstaat van toewijzing, verkrijgt de overdragende lidstaat voor elk individueel geval de garantie dat de verantwoordelijke lidstaat of de lidstaat van toewijzing onverwijld de maatregelen neemt die zijn bedoeld in de artikelen 14 en 24 van Richtlijn 2013/33/EU en artikel 25 van Richtlijn 2013/32/EU. Elk besluit om een niet-begeleide minderjarige al dan niet over te dragen, wordt voorafgegaan door een multidisciplinaire beoordeling van de belangen van de minderjarige. Die beoordeling is gebaseerd op de in lid 3 genoemde factoren, en de conclusies van de beoordeling van elk van de factoren worden duidelijk vermeld in het overdrachtsbesluit. De beoordeling wordt snel uitgevoerd door een multidisciplinair team dat over de kwalificaties en expertise beschikt om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met het belang van de minderjarige. De multidisciplinaire beoordeling gebeurt in overleg met bevoegd personeel dat over expertise beschikt op het gebied van de rechten van het kind, kinderpsychologie en de ontwikkeling van het kind, waarbij in ieder geval ook de voogd en de juridisch adviseur van de minderjarige worden betrokken.

Amendement     100

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van artikel 10 onderneemt de lidstaat waar de niet-begeleide minderjarige een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, zo spoedig mogelijk het nodige om na te gaan of er gezinsleden of familieleden van de niet-begeleide minderjarige op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn, waarbij het belang van het kind wordt beschermd.

Voor de toepassing van de artikelen 10 en 19 onderneemt de lidstaat waar de niet-begeleide minderjarige een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, zo spoedig mogelijk het nodige om na te gaan of er gezinsleden of familieleden van de niet-begeleide minderjarige op het grondgebied van de lidstaten aanwezig zijn, waarbij het belang van het kind wordt beschermd.

Amendement     101

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 5 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De personeelsleden van de in artikel 47 bedoelde bevoegde autoriteiten die verzoeken van niet-begeleide minderjarigen behandelen, hebben een passende opleiding gekregen, en blijven die krijgen, met betrekking tot de specifieke behoeften van minderjarigen.

De personeelsleden van de in artikel 47 bedoelde bevoegde autoriteiten die verzoeken van niet-begeleide minderjarigen behandelen, hebben een passende opleiding gekregen, en blijven die krijgen, met betrekking tot de specifieke behoeften van minderjarigen, met inbegrip van een opleiding over de rechten van het kind, kinderpsychologie en de ontwikkeling van het kind. Deze opleiding omvat tevens modules over risicobeoordeling om zorg en bescherming af te stemmen op de individuele behoeften van de minderjarige, met bijzondere aandacht voor de vroegtijdige opsporing van slachtoffers van mensenhandel en misbruik, en omvat ook opleiding over goede praktijken ter voorkoming van verdwijningen.

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Voordat een niet-begeleide minderjarige wordt overgedragen, benoemt de ontvangende lidstaat zo snel mogelijk een voogd, in ieder geval binnen vijf werkdagen na de bevestiging van het overdrachtsbesluit. De bevoegde autoriteiten delen de gegevens over de door de ontvangende lidstaat benoemde voogd mee aan de huidige voogd, samen met de regelingen in verband met de overdracht.

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 57 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening door overeenkomstig dit artikel de regels en procedures vast te leggen met betrekking tot transnationale samenwerking bij de beoordeling van het belang van het kind.

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 bis

 

Opvangkosten

 

1.   De kosten voor de opvang van een verzoeker die worden gedragen door een lidstaat die met de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat is belast, in de periode vanaf de registratie van het verzoek om internationale bescherming tot aan de overdracht van de verzoeker aan de verantwoordelijke lidstaat, of tot aan het moment waarop de lidstaat die met de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat is belast de verantwoordelijkheid voor de verzoeker op zich neemt, moeten worden vergoed uit de algemene begroting van de Unie.

 

2.   De kosten voor de opvang die worden gedragen door een lidstaat waar een verzoeker op grond van artikel 9 wordt beschouwd als iemand die klaarblijkelijk weinig kans maakt om in aanmerking te komen als persoon die internationale bescherming geniet, worden vergoed uit de algemene begroting van de Unie.

Amendement     105

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De in dit hoofdstuk vastgestelde criteria aan de hand waarvan de verantwoordelijke lidstaat wordt bepaald, worden slechts één keer toegepast, in de volgorde waarin zij voorkomen in de tekst.

1.  De in dit hoofdstuk vastgestelde criteria aan de hand waarvan de verantwoordelijke lidstaat wordt bepaald, worden slechts één keer toegepast, in de volgorde waarin zij voorkomen in de hoofdstukken III en IV.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Welke lidstaat met toepassing van de in dit hoofdstuk beschreven criteria de verantwoordelijke lidstaat is, wordt bepaald op grond van de situatie op het tijdstip waarop de verzoeker zijn verzoek om internationale bescherming voor de eerste maal bij een lidstaat indient.

2.  Welke lidstaat met toepassing van de in dit hoofdstuk beschreven criteria de verantwoordelijke lidstaat is, wordt bepaald op grond van de situatie op het tijdstip waarop de verzoeker zijn verzoek om internationale bescherming voor de eerste maal bij een lidstaat indient overeenkomstig artikel [28] van Verordening (EU) XXX/XXXX [verordening asielprocedures].

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Indien de bevoegde autoriteit in de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast op basis van het persoonlijk onderhoud als bedoeld in artikel 7 tot de conclusie komt dat het bepalen van een verantwoordelijke lidstaat onmogelijk is op grond van de artikelen 10, 11, 12, 13 of 18 en indien de verzoeker geen specifieke procedurele waarborgen behoeft overeenkomstig artikel [19] van Verordening (EU) XXX/XXXX [verordening asielprocedures], onderzoekt de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast – prima facie en voordat een van de overige criteria overeenkomstig hoofdstuk III of hoofdstuk IV worden toegepast – of de verzoeker bij het indienen van het verzoek enkel kwesties heeft aangehaald die niets ter zake doen bij de beoordeling of de verzoeker mogelijk in aanmerking komt als persoon die internationale bescherming geniet overeenkomstig Verordening (EU) XXX/XXX [verordening asielnormen], en of er geen andere gegevens die erop wijzen dat de verzoeker mogelijk in aanmerking komt als persoon die internationale bescherming geniet, zijn verstrekt of beschikbaar zijn voor de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, waardoor het verzoek om in aanmerking te komen voor internationale bescherming alle overtuigingskracht wordt ontnomen.

 

In een dergelijk geval moet de verzoeker worden beschouwd als iemand die klaarblijkelijk weinig kans maakt om in aanmerking te komen als persoon die internationale bescherming geniet en wordt de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, beschouwd als verantwoordelijke lidstaat, onverminderd artikel [37] van Verordening (EU) XXX/XXXX [verordening asielprocedures].

Amendement     108

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De verantwoordelijke lidstaat is de lidstaat waar een gezinslid van de niet-begeleide minderjarige zich wettig ophoudt, voor zover dit in het belang van de minderjarige is. Indien de verzoeker een gehuwde minderjarige is van wie de echtgenoot zich niet wettig op het grondgebied van de lidstaten ophoudt, is de lidstaat waar de vader, moeder, of andere volwassene die krachtens het recht of krachtens de praktijk van die lidstaat voor de minderjarige verantwoordelijk is, dan wel zijn broer of zus, mits die zich wettig op het grondgebied ophoudt, de verantwoordelijke lidstaat.

2.  De verantwoordelijke lidstaat is de lidstaat waar een gezinslid van de niet-begeleide minderjarige zich wettig ophoudt, tenzij wordt aangetoond dat dit niet in het belang van de minderjarige is. Indien de verzoeker een minderjarige is, is de lidstaat waar de vader, moeder, of andere volwassene die krachtens het recht of krachtens de praktijk van die lidstaat voor de minderjarige verantwoordelijk is, dan wel zijn broer of zus, mits die zich wettig op het grondgebied ophoudt, de verantwoordelijke lidstaat.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien de verzoeker een niet begeleide minderjarige is met een familielid dat zich wettig in een andere lidstaat ophoudt, en het op basis van een individueel onderzoek vaststaat dat dat familielid voor hem kan zorgen, verenigt die lidstaat de minderjarige met zijn familielid en is die lidstaat de verantwoordelijke lidstaat, mits dit in het belang van de minderjarige is.

3.  Indien de verzoeker een familielid heeft dat zich wettig in een andere lidstaat ophoudt, en het op basis van een individueel onderzoek vaststaat dat dat familielid voor hem kan zorgen, verenigt die lidstaat de minderjarige met zijn familielid en is die lidstaat de verantwoordelijke lidstaat, tenzij wordt aangetoond dat dit niet in het belang van de minderjarige is.

Amendement     110

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Bij ontstentenis van gezinsleden of familieleden als vermeld in de leden 2 en 3, is de lidstaat waarbij de niet-begeleide minderjarige zijn verzoek om internationale bescherming het eerst heeft ingediend de verantwoordelijke lidstaat, tenzij wordt aangetoond dat dit niet in het belang van de minderjarige is.

5.  Bij ontstentenis van gezinsleden of familieleden als vermeld in de leden 2 en 3, en indien er geen andere criteria als bedoeld in de hoofdstukken III en IV, met name in artikel 19, van toepassing zijn, wordt de verantwoordelijke lidstaat bepaald aan de hand van het in hoofdstuk VII bedoelde toewijzingsmechanisme, op voorwaarde dat de minderjarige altijd de keuze krijgt tussen de lidstaten van toewijzing overeenkomstig artikel 36, lid 1 quater. Elke beslissing over de verantwoordelijke lidstaat moet worden voorafgegaan door een multidisciplinaire beoordeling van het belang van de minderjarige, ook in het geval van toewijzing.

Amendement     111

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Indien een minderjarige wordt begeleid door een ouder, een volwassen broer of zus of een andere volwassene die krachtens het recht of krachtens de praktijk van die lidstaat de ouderlijke verantwoordelijkheid voor de minderjarige draagt, en indien een ouder of een andere volwassene die krachtens het recht of krachtens de praktijk van die lidstaat de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt voor de minderjarige zich wettig ophoudt in een lidstaat, is de verantwoordelijke lidstaat de lidstaat waar de ouder of de andere volwassene die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt voor de minderjarige zich wettig ophoudt, voor zover dit in het belang van de minderjarige is.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gezinsleden die internationale bescherming genieten

Gezinsleden die wettig in een lidstaat verblijven

Amendement     113

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer een gezinslid van de verzoeker, ongeacht of het gezin reeds in het land van oorsprong was gevormd, als persoon die internationale bescherming geniet is toegelaten voor verblijf in een lidstaat, is deze lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, mits de betrokkenen schriftelijk hebben verklaard dat zij dat wensen.

Wanneer een gezinslid van de verzoeker, ongeacht of het gezin reeds in het land van oorsprong was gevormd, wettig verblijft in een lidstaat, is deze lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, mits de betrokkenen schriftelijk hebben verklaard dat zij dat wensen.

Amendement     114

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de lidstaat die volgens de criteria van deze verordening verantwoordelijk is voor de overname van het grootste aantal gezinsleden en/of minderjarige ongehuwde broers of zussen, is verantwoordelijk voor de behandeling van al hun verzoeken om internationale bescherming;

a)  de lidstaat die volgens de criteria van deze verordening verantwoordelijk is voor de overname van het grootste aantal gezinsleden is verantwoordelijk voor de behandeling van al hun verzoeken om internationale bescherming;

Amendement     115

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer de verzoeker houder is van een geldige verblijfstitel of van een verblijfstitel die minder dan twee jaar vóór de indiening van het eerste verzoek is verlopen, is de lidstaat die deze titel heeft afgegeven, verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

1.  Wanneer de verzoeker houder is van een geldige verblijfstitel of van een verblijfstitel die vóór de indiening van het eerste verzoek is verlopen, is de lidstaat die deze titel heeft afgegeven, verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

Amendement     116

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer de verzoeker houder is van een geldig visum of van een visum dat minder dan zes maanden vóór de indiening van het eerste verzoek is verlopen, is de lidstaat die dit visum heeft afgegeven, verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, tenzij dit visum namens een andere lidstaat is afgegeven op grond van een vertegenwoordigingsregeling als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad25. In dat geval is de vertegenwoordigde lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

2.  Wanneer de verzoeker houder is van een geldig visum of van een visum dat vóór de indiening van het eerste verzoek is verlopen, is de lidstaat die dit visum heeft afgegeven, verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, tenzij dit visum namens een andere lidstaat is afgegeven op grond van een vertegenwoordigingsregeling als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad25. In dat geval is de vertegenwoordigde lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

_________________

_________________

25 Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1).

25 Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (PB L 243 van 15.9.2009, blz. 1).

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 14 bis

 

Afgifte van academische of beroepsdiploma's

 

1.   Indien de verzoeker in het bezit is van een diploma of andere kwalificatie die is afgegeven door een in een lidstaat gevestigde onderwijsinstelling, is die lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

 

In dit verband heeft "onderwijsinstelling" betrekking op elke soort onderwijsinstelling die als zodanig aangemerkt of erkend is volgens het nationale recht, die, in overeenstemming met het nationale recht of gebruik, erkende onderwijsgraden of andere erkende kwalificaties biedt, ongeacht de naam die dergelijke instellingen dragen, of elke instelling die, overeenkomstig het nationale recht of gebruik, beroepsonderwijs of -opleiding verzorgt.

 

Voor de toepassing van dit artikel komen alleen diploma's of andere kwalificaties die zijn uitgereikt naar aanleiding van het bijwonen door de verzoeker van de lessen van de onderwijsinstelling op het grondgebied van de lidstaat in aanmerking om te beoordelen welke lidstaat verantwoordelijk is. Onlinecursussen of andere vormen van afstandsonderwijs komen niet in aanmerking.

 

2.   Indien de verzoeker in het bezit is van meer dan een diploma of andere kwalificatie die is afgegeven door in verschillende lidstaten gevestigde onderwijsinstellingen, is de lidstaat waar het meest recente diploma of de meest recente kwalificatie is afgegeven verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

Amendement     118

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer is vastgesteld, aan de hand van bewijsmiddelen of indirect bewijs, zoals omschreven in de twee in artikel 25, lid 4, van deze verordening genoemde lijsten, inclusief de gegevens zoals bedoeld in Verordening [voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013], dat een verzoeker op irreguliere wijze de grens van een lidstaat heeft overschreden via het land, de zee of de lucht of komende vanuit een derde land, berust de verantwoordelijkheid voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming bij die lidstaat.

Schrappen

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  Indien het niet mogelijk is om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is op grond van de andere criteria als bedoeld in hoofdstuk III of IV, wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is aan de hand van het correctiemechanisme voor toewijzing als bedoeld in hoofdstuk VII.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

  Indien het niet mogelijk is om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is op grond van de andere criteria als bedoeld in hoofdstuk III of artikel 18, en indien is vastgesteld, aan de hand van bewijsmiddelen of indirect bewijs, dat een verzoeker via een andere lidstaat de grens heeft overschreden naar de lidstaat waar het verzoek om internationale bescherming werd ingediend, wordt overeenkomstig de procedure als vastgelegd in artikel 24 quater bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

Amendement     121

Voorstel voor een verordening

Artikel 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 16

Schrappen

Visumvrijstelling

 

Indien een onderdaan van een derde land of een staatloze het grondgebied betreedt van een lidstaat waar hij niet visumplichtig is, is de betrokken lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

 

Amendement     122

Voorstel voor een verordening

Artikel 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 17

Schrappen

Verzoeken in een internationale transitzone van een luchthaven

 

Indien in een internationale transitzone van een luchthaven van een lidstaat een verzoek om internationale bescherming wordt ingediend door een onderdaan van een derde land of een staatloze, is deze lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek.

 

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer, wegens een zwangerschap, een pasgeboren kind, een ernstige ziekte, een zware handicap of hoge leeftijd, een verzoeker afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder dat of die wettig verblijft in een van de lidstaten, of het kind, de broer of zus, of de ouder van de verzoeker dat of die wettig verblijft in een van de lidstaten afhankelijk is van de hulp van de verzoeker, zorgen de lidstaten er normaliter voor dat de verzoeker kan blijven bij of wordt verenigd met dat kind, die broer of zus, of die ouder, op voorwaarde dat er in het land van herkomst familiebanden bestonden, het kind, de broer of zus, of de ouder of de verzoeker in staat is voor de afhankelijke persoon te zorgen en de betrokkenen schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.

1.  Wanneer, wegens een zwangerschap, een pasgeboren kind, een ernstige ziekte, een zware handicap, een ernstig trauma of hoge leeftijd, een verzoeker afhankelijk is van de hulp van zijn kind, broer of zus of ouder dat of die wettig verblijft in een van de lidstaten, of het kind, de broer of zus, of de ouder van de verzoeker dat of die wettig verblijft in een van de lidstaten afhankelijk is van de hulp van de verzoeker, zorgen de lidstaten er normaliter voor dat de verzoeker kan blijven bij of wordt verenigd met dat kind, die broer of zus, of die ouder, voor zover de familiebanden reeds bestonden voordat de verzoeker aankwam op het grondgebied van de lidstaten, en voor zover het kind, de broer of zus, of de ouder of de verzoeker in staat is voor de afhankelijke persoon te zorgen en de betrokkenen schriftelijk hebben verklaard dat zij dit wensen.

Amendement     124

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Garantstelling

 

1.   Een lidstaat kan organisaties die door die lidstaat overeenkomstig specifieke voorschriften ter preventie van misbruik en mensenhandel waarin is voorzien in de nationale wetgeving zijn erkend de mogelijkheid bieden zich garant te stellen voor een verzoeker die een verzoek om internationale bescherming in de Unie heeft ingediend. De organisatie die zich garant stelt voor de verzoeker moet zorgen voor diens overdracht naar en verblijf in de lidstaat waar de garantsteller is gevestigd tot er een definitief besluit wordt genomen over diens verzoek om internationale bescherming.

 

2.   Op basis van een schriftelijk verzoek van de garantsteller en met instemming van de verzoeker stelt de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast de lidstaat waar de garantsteller is gevestigd in kennis van de garantstellingsovereenkomst tussen de organisatie en de verzoeker. Indien de lidstaat waar de organisatie is gevestigd, instemt met de garantstelling voor de verzoeker, wordt dit de verantwoordelijke lidstaat en het verzoek om internationale bescherming wordt meegerekend bij het referentieaantal van die lidstaat als gedefinieerd in artikel 35.

 

3.   Een overeenkomstig de procedure als vastgelegd in artikel 57, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling bepaalt de formaliteiten en de voorwaarden waaraan een garantsteller moet voldoen om hiervoor in aanmerking te komen, alsook de andere noodzakelijke regelingen.

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In afwijking van artikel 3, lid 1, en slechts zolang nog geen lidstaat als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen, kan elke lidstaat besluiten een bij hem ingediend verzoek om internationale bescherming van een onderdaan van een derde land of een staatloze te behandelen, op gezinsgerelateerde gronden die verband houden met een ruimer gezinsbegrip dat niet onder artikel 2, onder g), valt, ook al is hij daartoe op grond van de in deze verordening neergelegde criteria niet verplicht.

In afwijking van artikel 3, lid 1, kan elke lidstaat besluiten een bij hem ingediend verzoek om internationale bescherming van een onderdaan van een derde land of een staatloze te behandelen, ook al is hij daartoe op grond van de in deze verordening neergelegde criteria niet verplicht.

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat die besluit een verzoek om internationale bescherming op grond van dit lid in behandeling te nemen, wordt de verantwoordelijke lidstaat en neemt de daaruit voortvloeiende verplichtingen op zich. Indien van toepassing, stelt hij de lidstaat die op grond van de criteria van deze verordening voorheen verantwoordelijk was, de lidstaat die een procedure uitvoert waarbij de verantwoordelijke lidstaat wordt bepaald, of de lidstaat tot welke een verzoek tot overname van de verzoeker is gericht, daarvan in kennis.

De lidstaat die besluit een verzoek om internationale bescherming op grond van dit lid in behandeling te nemen, wordt de verantwoordelijke lidstaat en neemt de daaruit voortvloeiende verplichtingen op zich. Indien van toepassing, stelt hij de lidstaat die op grond van de criteria van deze verordening voorheen verantwoordelijk was, de lidstaat die een procedure uitvoert waarbij de verantwoordelijke lidstaat wordt bepaald, of de lidstaat tot welke een verzoek tot overname van de verzoeker is gericht, daarvan in kennis door middel van "DubliNet", het netwerk voor elektronische communicatie dat tot stand is gebracht bij artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1560/2003.

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 1 – alinea 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Een verzoeker mag de lidstaat waar het verzoek om internationale bescherming is ingediend vragen dit lid toe te passen. Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk ingediend en naar behoren gemotiveerd.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat waarin een verzoek om internationale bescherming is gedaan en die bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is kan, te allen tijde voordat is bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is, een andere lidstaat vragen een verzoeker over te nemen teneinde familierelaties te verenigen, ook wanneer die laatste lidstaat niet verantwoordelijk is volgens de in de artikelen 10 tot 13 en 18 vastgelegde criteria. De betrokkenen moeten hiermee schriftelijk instemmen.

De lidstaat waarin een verzoek om internationale bescherming is gedaan en die bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is, dan wel de verantwoordelijke lidstaat, kan te allen tijde voordat in eerste aanleg een beslissing ten gronde is genomen een andere lidstaat vragen een verzoeker over te nemen teneinde familierelaties te verenigen op humanitaire gronden, in het bijzonder gebaseerd op familiale, culturele of sociale banden, taalvaardigheden of andere zinvolle banden die de integratie van de verzoeker in die andere lidstaat zouden vergemakkelijken, ook wanneer die laatste lidstaat niet verantwoordelijk is volgens de in de hoofdstukken III en IV vastgelegde criteria. De betrokkenen moeten hiermee schriftelijk instemmen.

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Een verzoeker mag de lidstaat waar het verzoek om internationale bescherming is ingediend vragen lid 2 toe te passen. Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk ingediend, wordt naar behoren gemotiveerd en is gericht aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast en waar dat verzoek om internationale bescherming is ingediend. Een verzoeker die een veiligheidsrisico vormt of die wordt beschouwd als iemand die klaarblijkelijk weinig kans maakt om in aanmerking te komen als persoon die internationale bescherming geniet, heeft niet het recht gebruik te maken van deze procedure.

 

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, zorgen ervoor dat een verzoek als bedoeld in dit lid wordt toegezonden aan de verantwoordelijke bevoegde autoriteiten in de door de verzoeker aangezochte lidstaat via DubliNet, het netwerk voor elektronische communicatie dat tot stand is gebracht bij artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1560/2003.

 

De aangezochte lidstaat geeft binnen twee weken na ontvangst van het verzoek aan of hij voornemens is de verantwoordelijkheid voor het verzoek om internationale bescherming op zich te nemen. De aangezochte lidstaat kan de termijn met twee bijkomende weken verlengen indien dit schriftelijk wordt meegedeeld aan de lidstaat waar het verzoek om internationale bescherming werd ingediend via het netwerk voor elektronische communicatie DubliNet. Indien er binnen deze termijn geen antwoord is ontvangen, wordt het verzoek geacht te zijn afgewezen en gaat de lidstaat waar het verzoek om internationale bescherming is ingediend verder met de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat op grond van de criteria als vastgelegd in de hoofdstukken III en IV. Onverminderd de leden 1 en 2 hebben verzoekers niet het recht om meer dan één keer gebruik te maken van deze procedure.

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Indien de aangezochte lidstaat het verzoek inwilligt overeenkomstig lid 2 bis, wordt deze lidstaat de verantwoordelijke lidstaat. De lidstaat waar het verzoek om internationale bescherming werd ingediend, zorgt ervoor dat de verzoeker wordt overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat.

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 quater.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een gemeenschappelijk formulier op dat in het kader van de in lid 2 bis bedoelde procedure moet worden gebruikt. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 56, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  een verzoeker die zijn verzoek in een andere lidstaat heeft ingediend, volgens de in de artikelen 24, 25 en 30 bepaalde voorwaarden over te nemen

a)  een verzoeker die zijn verzoek om internationale bescherming in een andere lidstaat heeft ingediend, volgens de in de artikelen 24, 24 quater, 25 en 30 bepaalde voorwaarden over te nemen

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  In de in lid 1, onder a), bedoelde gevallen behandelt de verantwoordelijke lidstaat het verzoek om internationale bescherming of rondt hij de behandeling van het verzoek af.

2.  In de in lid 1, onder a) of b), bedoelde gevallen behandelt de verantwoordelijke lidstaat het verzoek om internationale bescherming of rondt hij de behandeling van het verzoek af.

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In de in lid 1, onder b), bedoelde gevallen behandelt de verantwoordelijke lidstaat het verzoek om internationale bescherming of rondt hij de behandeling van het verzoek af in een versnelde procedure overeenkomstig artikel 31, lid 8, van Richtlijn 2013/32/EU.

Schrappen

Amendement     135

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  In de in lid 1, onder c), bedoelde gevallen behandelt de verantwoordelijke lidstaat verdere verklaringen of een nieuw verzoek van de verzoeker als een volgend verzoek in de zin van Richtlijn 2013/32/EU.

Schrappen

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  In de in lid 1, onder d), bedoelde gevallen staat tegen de door de bevoegde instantie van de verantwoordelijke lidstaat genomen beslissing tot afwijzing van het verzoek geen rechtsmiddel meer open in het kader van hoofdstuk V van Richtlijn 2013/32/EU.

5.  In de in lid 1, onder d), bedoelde gevallen, zorgt de verantwoordelijke lidstaat ervoor dat de betrokkene, indien het verzoek om internationale bescherming alleen in eerste aanleg is afgewezen, een beroep kan doen of heeft kunnen doen op een daadwerkelijk rechtsmiddel overeenkomstig artikel 46 van Richtlijn 2013/32/EU.

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De verantwoordelijke lidstaat geeft in het in artikel 22, lid 2, bedoelde elektronische bestand aan dat hij de verantwoordelijke lidstaat is.

7.  De verantwoordelijke lidstaat geeft in voorkomend geval in het in artikel 22, lid 2, bedoelde elektronische bestand aan dat hij de verantwoordelijke lidstaat is.

Amendement     138

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De procedure waarbij wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, vangt aan zodra het verzoek voor de eerste maal bij een lidstaat wordt ingediend , mits de lidstaat waar het verzoek het eerst wordt ingediend niet reeds de verantwoordelijke lidstaat is overeenkomstig artikel 3, lid 4 of lid 5. .

1.  De procedure waarbij wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, vangt aan zodra het verzoek voor de eerste maal bij een lidstaat wordt geregistreerd, mits de lidstaat waar het verzoek het eerst wordt ingediend niet reeds de verantwoordelijke lidstaat is overeenkomstig artikel 3, lid 5.

Amendement     139

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een verzoek om internationale bescherming wordt geacht te zijn ingediend vanaf het tijdstip waarop de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat een door de verzoeker ingediend formulier of een door de autoriteiten opgesteld proces-verbaal hebben ontvangen. Bij een niet-schriftelijk verzoek dient de termijn tussen de intentieverklaring en het opstellen van een proces-verbaal zo kort mogelijk te zijn.

Schrappen

Amendement     140

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaat waarbij het verzoek om internationale bescherming is ingediend, is verplicht om, op de in de artikelen 26 en 30 bepaalde voorwaarden, over te gaan tot terugname van de verzoeker die zich zonder verblijfstitel in een andere lidstaat ophoudt of daar opnieuw een verzoek heeft ingediend na zijn eerste, in een andere lidstaat ingediende verzoek te hebben ingetrokken tijdens de procedure tot bepaling van de lidstaat die verantwoordelijk is.

5.  De lidstaat waarbij het verzoek om internationale bescherming is ingediend, is verplicht om, op de in de artikelen 26 en 30 bepaalde voorwaarden en met het oog op afronding van de procedure tot bepaling van de lidstaat die verantwoordelijk is, over te gaan tot terugname van de verzoeker die zich zonder verblijfstitel in een andere lidstaat ophoudt of daar opnieuw een verzoek heeft ingediend na zijn eerste, in een andere lidstaat ingediende verzoek te hebben ingetrokken tijdens de procedure tot bepaling van de lidstaat die verantwoordelijk is.

Amendement     141

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  in voorkomend geval, links naar de verzoeken van samen reizende gezinsleden of familieleden;

b)  in voorkomend geval, links naar de verzoeken van gezinsleden, familieleden of groepen van maximaal 30 verzoekers die vragen om te worden geregistreerd als samen reizend, onverminderd het recht op afzonderlijke behandeling van elk verzoek om internationale bescherming en met bijzondere aandacht voor verzoekers die signalen geven inzake dwang, geweld of misbruik;

Amendement     142

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Na opname van de informatie overeenkomstig lid 1, registreert het in artikel 44 bedoelde geautomatiseerde systeem elk verzoek onder één uniek verzoeknummer en creëert het voor elk verzoek een elektronisch bestand en deelt het het unieke verzoeknummer mee aan de lidstaat van verzoek.

2.  Na opname van de informatie overeenkomstig lid 1, registreert het in artikel 44 bedoelde geautomatiseerde systeem elk verzoek om internationale bescherming onder één uniek verzoeknummer en creëert het voor elk verzoek een elektronisch bestand en deelt het het unieke verzoeknummer mee aan de lidstaat van verzoek. De persoonsgegevens die zijn opgenomen in het unieke verzoeknummer en in het elektronische bestand mogen alleen worden gebruikt voor de toepassing van deze verordening en van Verordening (EU) XXX/XXXX [voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013].

Amendement     143

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaat waarbij het verzoek is ingediend, doorzoekt het VIS overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EG) nr. 767/2008. Wanneer een treffer in het VIS uitwijst dat de verzoeker houder is van een geldig visum of van een visum dat minder dan zes maanden vóór de indiening van het eerste verzoek is verlopen, vermeldt de lidstaat het nummer van het visumverzoek en geeft hij aan welke de lidstaat is waarvan de autoriteit het visum heeft afgegeven of verlengd en of het visum is afgegeven namens een andere lidstaat.

5.  De lidstaat waarbij het verzoek om internationale bescherming is ingediend, doorzoekt het VIS overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EG) nr.767/2008. Wanneer een treffer in het VIS uitwijst dat de verzoeker houder was van een geldig visum vóór de indiening van het eerste verzoek, vermeldt de lidstaat het nummer van het visumverzoek en geeft hij aan welke de lidstaat is waarvan de autoriteit het visum heeft afgegeven of verlengd en of het visum is afgegeven namens een andere lidstaat.

Amendement     144

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)  het totale aantal succesvolle verzoeken dat in de Unie is ingediend;

Amendement     145

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1 – letter a ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a ter)  het totale aantal succesvolle verzoeken dat in elke lidstaat is ingediend;

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  indien het toewijzingsmechanisme van hoofdstuk VII van toepassing is, de informatie als bedoeld in artikel 36, lid 4, en artikel 39, onder h).

h)  de informatie als bedoeld in artikel 38 en artikel 39, onder h).

Amendement     147

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat waarbij een verzoek om internationale bescherming is ingediend en die van mening is dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van dit verzoek, verzoekt die andere lidstaat zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen een maand na de indiening van het verzoek in de zin van artikel 21, lid 2, om overname .

De lidstaat waarbij een verzoek om internationale bescherming is ingediend en die van mening is dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van dit verzoek, verzoekt die andere lidstaat zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen drie maanden na de indiening van het verzoek in de zin van artikel 21, lid 2, om overname.

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Niettegenstaande de eerste alinea wordt, in het geval van een Eurodac-treffer met gegevens die zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 13 van Verordening [voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013] of in het geval van een VIS-treffer met gegevens die zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 21, lid 2, van Verordening (EU) nr. 767/2008, het verzoek uiterlijk twee weken na ontvangst van de treffer toegezonden.

Niettegenstaande de eerste alinea wordt, in het geval van een Eurodac-treffer met gegevens die zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 13 van Verordening [voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013] of in het geval van een VIS-treffer met gegevens die zijn opgeslagen overeenkomstig artikel 21, lid 2, van Verordening (EU) nr. 767/2008, het verzoek uiterlijk één maand na ontvangst van de treffer toegezonden.

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voor wat minderjarigen betreft, begint bij de berekening van de in de eerste en tweede alinea van dit lid bedoelde termijnen de tijd pas te lopen zodra er een voogd is aangewezen en de beoordeling van het belang van het kind uit hoofde van artikel 8, lid 3, is afgerond.

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 24 bis

 

Gezinsherenigingsprocedure

 

1.  De lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, is verantwoordelijk voor de uitvoering van een bijzondere gezinsherenigingsprocedure voor de verzoeker om te zorgen voor een vlotte gezinshereniging en toegang tot de asielprocedures voor verzoekers wanneer er op het eerste gezicht voldoende indicatoren aanwezig zijn die aantonen dat zij waarschijnlijk recht hebben op gezinshereniging overeenkomstig artikel 10, 11, 12 of 13.

 

2.  Bij het nagaan of er voldoende indicatoren aanwezig zijn die aantonen dat de verzoeker gezinsleden en/of familieleden heeft in de door hem genoemde lidstaat ziet de met bepaling van de verantwoordelijke lidstaat belaste lidstaat erop toe dat de verzoeker de toepasselijke definitie van gezins- en/of familieleden begrijpt en dat de verzoeker er zeker van is dat die vermeende gezins- en/of familieleden zich niet in een andere lidstaat ophouden. De met bepaling van de verantwoordelijke lidstaat belaste lidstaat zorgt er ook voor dat de verzoeker begrijpt dat een verblijf in de lidstaat waar de verzoeker beweert gezins- en/of familieleden te hebben niet is toegestaan, tenzij deze bewering door die lidstaat kan worden geverifieerd. Als de informatie van de verzoeker geen zichtbare reden oplevert om te twijfelen aan de aanwezigheid van gezins- en/of familieleden in de door de verzoeker genoemde lidstaat wordt aangenomen dat er op het eerste gezicht voldoende indicatoren aanwezig zijn die erop wijzen dat er gezins- en/of familieleden van verzoeker in die lidstaat zijn om aan de vereisten van lid 1 te voldoen.

 

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de verzoeker gezins- en/of familieleden beweert te hebben, dient de bevoegde autoriteiten van de met bepaling van de verantwoordelijke lidstaat belaste lidstaat behulpzaam te zijn bij het beantwoorden van vragen om de juistheid van de vermeende verwantschapsrelatie te kunnen bevestigen.

 

3.  Als het op grond van het bepaalde in de leden 1 en 2 op het eerste gezicht aannemelijk is dat de verzoeker recht heeft op gezinshereniging ingevolge artikel 10, 11, 12 of 13, geeft de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast daarvan kennisgeving aan de lidstaat van toewijzing en wordt de verzoeker naar die lidstaat overgebracht.

 

4.  De lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, geeft alle door de verzoeker verstrekte informatie door aan de lidstaat van toewijzing via "DubliNet", het netwerk voor elektronische communicatie dat tot stand is gebracht bij artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1560/2003.

 

5.  Overeenkomstig de procedure als bedoeld in lid 3 bepaalt de lidstaat van toewijzing of aan de voorwaarden voor gezinshereniging ingevolge artikel 10, 11, 12 of 13 is voldaan. Indien dit het geval is, wordt de lidstaat van toewijzing de verantwoordelijke lidstaat.

 

6.  Als niet aan de voorwaarden voor gezinshereniging blijkt te zijn voldaan, zorgt de lidstaat van toewijzing ervoor dat de verzoeker wordt herplaatst naar een andere verantwoordelijke lidstaat volgens de procedure als vastgelegd in artikel 24 quater.

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 24 ter

 

Vereenvoudigde procedure voor de artikelen 14 en 14 bis

 

1.  De lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, stelt snel een lidstaat van toewijzing vast wanneer er op het eerste gezicht voldoende indicatoren aanwezig zijn die aantonen dat een verzoeker zinvolle banden overeenkomstig artikel 14 of 14 bis heeft met een bepaalde lidstaat die niet dezelfde is als de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast.

 

2.  Bij het nagaan of er voldoende indicatoren aanwezig zijn die aantonen dat de verzoeker overeenkomstig artikel 14 of 14 bis zinvolle banden heeft met een bepaalde lidstaat, gaat de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast bij de vaststelling uit van de bewijzen en andere informatie die door de verzoeker zijn verstrekt en raadpleegt hij de desbetreffende databanken van de Unie. De met bepaling van de verantwoordelijke lidstaat belaste lidstaat zorgt er ook voor dat de verzoeker begrijpt dat een verblijf in de lidstaat van toewijzing niet is toegestaan, tenzij de verstrekte bewijzen en informatie door die lidstaat kunnen worden geverifieerd. Als uit de door de verzoeker verstrekte of via de desbetreffende databanken van de Unie verzamelde informatie geen duidelijke argumenten naar voren komen om eraan te twijfelen of artikel 14 of artikel 14 bis wel van toepassing is voor een bepaalde lidstaat, concludeert de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast dat er op het eerste gezicht voldoende indicatoren aanwezig zijn die aantonen dat de banden in kwestie voldoen aan de vereisten van lid 1 van dit artikel.

 

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de verzoeker overeenkomstig artikel 14 of 14 bis een band mee zou kunnen hebben, dienen de bevoegde autoriteiten van de met bepaling van de verantwoordelijke lidstaat belaste lidstaat behulpzaam te zijn bij het beantwoorden van vragen om de juistheid van de vermeende banden te kunnen bevestigen.

 

3.  Als de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast op grond van de leden 1 en 2 oordeelt dat een bepaalde lidstaat op het eerste gezicht waarschijnlijk de lidstaat van toewijzing is ingevolge artikel 14 of 14 bis, geeft de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast daarvan kennisgeving aan de lidstaat van toewijzing en wordt de verzoeker naar die lidstaat overgebracht.

 

4.  De lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, geeft alle door de verzoeker verstrekte informatie door aan de lidstaat van toewijzing via "DubliNet", het netwerk voor elektronische communicatie dat tot stand is gebracht bij artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1560/2003.

 

5.  De lidstaat van toewijzing bepaalt overeenkomstig de procedure als bedoeld in lid 3 of aan de voorwaarden van artikel 14 of 14 bis is voldaan. Indien dit het geval is, wordt de lidstaat van toewijzing de verantwoordelijke lidstaat.

 

6.  Als niet aan de voorwaarden blijkt te zijn voldaan, zorgt de lidstaat van toewijzing ervoor dat de verzoeker wordt herplaatst naar een andere verantwoordelijke lidstaat volgens de procedure als vastgelegd in artikel 24 quater.

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 24 quater

 

Indiening van een kennisgeving inzake overname

 

1.   Indien een verzoeker ingevolge artikel 15, lid 2, artikel 24 bis, lid 5, of artikel 24 ter, lid 6, moet worden overgedragen aan een andere lidstaat, is de verantwoordelijke lidstaat de lidstaat met het laagste aantal verzoekers in verhouding tot hun aandeel volgens de referentiesleutel als bedoeld in artikel 35 op het moment van de bepaling als bedoeld in artikel 15, lid 2, artikel 24 bis, lid 5, of artikel 24 ter, lid 6.

 

2.   Zodra overeenkomstig lid 1 is bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is, wordt de desbetreffende informatie automatisch in Eurodac ingevoerd en wordt die lidstaat via een automatische kennisgeving op de hoogte gesteld.

 

3.   De lidstaat waar de verzoeker zich ophoudt, stelt de verzoeker in kennis van de bepaling overeenkomstig lid 2 en, in samenwerking met het Asielagentschap van de Europese Unie, van de regelingen inzake de overdracht.

 

4.  De lidstaat waar de verzoeker zich ophoudt, geeft alle door de verzoeker verstrekte informatie door aan de verantwoordelijke lidstaat via "DubliNet", het netwerk voor elektronische communicatie dat tot stand is gebracht bij artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1560/2003.

 

5.   Het Asielagentschap van de Europese Unie zorgt ervoor dat de verzoeker snel wordt overgedragen van de lidstaat waar hij zich ophoudt aan de verantwoordelijke lidstaat.

 

6.   De verplichtingen van de artikelen 39, 40, 41 en 42 zijn mutatis mutandis van toepassing.

Amendement     153

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaat die om overname wordt verzocht, verricht de nodige naspeuringen en reageert op het verzoek tot overname van een verzoeker binnen een maand nadat hij het heeft ontvangen.

1.  De lidstaat die om overname wordt verzocht, verricht de nodige naspeuringen en reageert op het verzoek tot overname van een verzoeker binnen twee weken nadat hij het heeft ontvangen.

Motivering

Dit amendement heeft als doel om de procedure redelijkerwijs te verkorten. Gelet op de invoering van een vereenvoudigde gezinsherenigingsprocedure lijkt een termijn van twee weken om te reageren op een overnameverzoek te volstaan.

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In een situatie als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder b), c), d) of e), dient de lidstaat waar de persoon aanwezig is een kennisgeving inzake terugname in uiterlijk twee weken na ontvangst van de Eurodac-treffer en draagt hij die persoon over aan de verantwoordelijke lidstaat.

1.  In een situatie als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder b), c), d) of e), dient de lidstaat waar de persoon aanwezig is een kennisgeving inzake terugname in uiterlijk één maand na ontvangst van de Eurodac-treffer en draagt hij die persoon over aan de verantwoordelijke lidstaat.

Amendement     155

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer de aangezochte lidstaat instemt met de overname van een verzoeker stelt de verzoekende lidstaat de verzoeker onverwijld schriftelijk in kennis van het besluit om hem over te dragen aan de verantwoordelijke lidstaat en, indien van toepassing, van het besluit om zijn verzoek om internationale bescherming niet te behandelen.

1.  Wanneer de aangezochte lidstaat instemt met de overname van een verzoeker stelt de verzoekende lidstaat de verzoeker binnen vijf dagen schriftelijk in kennis van het besluit om hem over te dragen aan de verantwoordelijke lidstaat en, indien van toepassing, van het besluit om zijn verzoek om internationale bescherming niet te behandelen.

Motivering

Dit amendement is nodig om de logica van de tekst aan te houden, aangezien hij moet dienen om de verwezenlijking van de procedurele rechten van de verzoeker en een individuele beoordeling van zijn omstandigheden te waarborgen. Dit amendement is onlosmakelijk verbonden met ontvankelijke amendementen in het kader van het ontwerpverslag die tot doel hebben de procedurele rechten van de verzoeker te versterken.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten stellen een termijn vast van zeven dagen na de kennisgeving van een overdrachtsbesluit waarbinnen de betrokkene zijn recht op het instellen van een daadwerkelijk rechtsmiddel overeenkomstig lid 1, kan uitoefenen.

2.  De lidstaten stellen een redelijke termijn vast, van ten minste 15 dagen, na de kennisgeving van een overdrachtsbesluit waarbinnen de betrokkene zijn recht op het instellen van een daadwerkelijk rechtsmiddel overeenkomstig lid 1, kan uitoefenen.

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De reikwijdte van het daadwerkelijke rechtsmiddel als bedoeld in lid 1 is beperkt tot een beoordeling van de vraag of er sprake is van een schending van artikel 3, lid 2, in verband met het bestaan van een risico op onmenselijke of vernederende behandeling, dan wel van de artikelen 10 tot en met 13 en artikel 18.

Schrappen

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Indien er geen overdrachtsbesluit in de zin van lid 1 is genomen, voorzien de lidstaten in een daadwerkelijk rechtsmiddel bij een rechterlijke instantie, wanneer de verzoeker stelt dat een gezinslid of, in het geval van niet-begeleide minderjarigen, een familielid zich wettig ophoudt in een andere lidstaat dan de lidstaat die zijn verzoek om internationale bescherming behandelt en hij daarom van mening is dat die andere lidstaat de voor de behandeling van zijn verzoek verantwoordelijke lidstaat is.

5.  Indien er geen overdrachtsbesluit in de zin van lid 1 is genomen, voorzien de lidstaten in een daadwerkelijk rechtsmiddel bij een rechterlijke instantie, wanneer de verzoeker stelt dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek.

Amendement     159

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De lidstaten zorgen ervoor dat de betrokkene toegang heeft tot rechtsbijstand en zo nodig tot taalkundige bijstand.

6.  De lidstaten zorgen ervoor dat de betrokkene overeenkomstig artikel 6 bis toegang heeft tot kosteloze rechtsbijstand en zo nodig tot taalkundige bijstand, alsook, in voorkomend geval, tot interculturele bemiddeling in alle fasen van de procedures.

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De lidstaten zorgen ervoor dat rechtsbijstand op verzoek kosteloos wordt verstrekt indien de betrokkene de kosten niet kan opbrengen. De lidstaten kunnen bepalen dat de behandeling van verzoekers, wat de honoraria en andere kosten betreft, niet gunstiger mag zijn dan de doorgaans aan hun burgers gegunde behandeling in aangelegenheden die verband houden met rechtsbijstand.

Schrappen

Zonder de toegang tot rechtsbijstand willekeurig te beperken, kunnen de lidstaten bepalen dat er niet kosteloos rechtsbijstand en vertegenwoordiging wordt verstrekt wanneer de bevoegde autoriteit of een rechterlijke instantie van oordeel is dat het beroep geen reële kans van slagen heeft.

 

Wanneer overeenkomstig dit lid een besluit om geen kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging te verstrekken, wordt genomen door een andere autoriteit dan een rechterlijke instantie, voorzien de lidstaten in een daadwerkelijk rechtsmiddel om dat besluit voor een rechterlijke instantie aan te vechten. Ingeval het besluit wordt aangevochten, vormt dit rechtsmiddel een integrerend onderdeel van het in lid 1 bedoelde rechtsmiddel.

 

Bij de naleving van de vereisten van dit lid zien de lidstaten erop toe dat de rechtsbijstand en de vertegenwoordiging niet willekeurig wordt beperkt, en dat de daadwerkelijke toegang van de verzoeker tot de rechter niet wordt belemmerd.

 

De rechtsbijstand omvat ten minste het voorbereiden van de vereiste procedurestukken en het vertegenwoordigen voor een rechterlijke instantie en kan worden beperkt tot de juridische adviseurs of andere raadslieden die specifiek bij het nationale recht zijn aangewezen om te voorzien in bijstand en vertegenwoordiging.

 

De regels voor de toegang tot rechtsbijstand worden bij het nationale recht vastgesteld.

 

Amendement     161

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Wanneer er een significant risico op onderduiken van een persoon bestaat, mogen de lidstaten de betrokken persoon in bewaring houden om overdrachtsprocedures overeenkomstig deze verordening veilig te stellen, op basis van een individuele beoordeling en, enkel voor zover bewaring evenredig is, en wanneer andere, minder dwingende alternatieve maatregelen niet effectief kunnen worden toegepast.

2.  Wanneer er een bewezen risico op onderduiken van een persoon bestaat, mogen de lidstaten, nadat alle andere alternatieven zijn uitgeput, de betrokken persoon in bewaring houden om overdrachtsprocedures overeenkomstig deze verordening veilig te stellen, op basis van een individuele beoordeling en, enkel voor zover bewaring evenredig is, en wanneer andere, minder dwingende alternatieve maatregelen niet effectief kunnen worden toegepast, op basis van een individuele beoordeling van de omstandigheden van de verzoeker.

Amendement     162

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Minderjarigen worden niet in bewaring gehouden. De lidstaten brengen minderjarigen en gezinnen met minderjarigen tijdens de behandeling van hun verzoek onder op niet tot vrijheidsbeneming strekkende plaatsen in de gemeenschap.

Amendement     163

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Bewaring wordt schriftelijk bevolen door rechterlijke instanties. In het bevel tot bewaring worden de feitelijke en juridische gronden vermeld waarop het bevel gebaseerd is en wordt verwezen naar de overwogen beschikbare alternatieven en de redenen waarom deze niet doeltreffend konden worden toegepast.

Amendement     164

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Op de voorwaarden voor de bewaring van personen en op de waarborgen die gelden voor in bewaring gehouden personen zijn, met het oog op het veilig stellen van de procedures voor overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat, de artikelen 9, 10 en 11 van Richtlijn 2013/33/EU van toepassing.

4.  Op de voorwaarden voor de bewaring van personen, die de grondrechten van de betrokkenen volledig eerbiedigen, en op de waarborgen die gelden voor in bewaring gehouden personen zijn, met het oog op het veilig stellen van de procedures voor overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat, de artikelen 9, 10 en 11 van Richtlijn 2013/33/EU van toepassing.

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De kosten die moeten worden gemaakt om een verzoeker of een andere persoon als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder c), d), of e), over te dragen aan de verantwoordelijke lidstaat worden gedragen door de overdragende lidstaat.

1.  De kosten die moeten worden gemaakt om een verzoeker of een andere persoon als bedoeld in artikel 20, lid 1, onder c), d), of e), over te dragen aan de verantwoordelijke lidstaat worden gedragen door de algemene begroting van de Unie.

Motivering

Als extra maatregel om de lidstaten sterker aan te moedigen alle asielzoekers die zich op hun grondgebied bevinden onverwijld te registreren, en teneinde ervoor te zorgen dat de lidstaten geen bijkomende kosten hoeven te maken om de bepalingen van de verordening na te leven, worden de overdrachten uit hoofde van deze verordening gedekt door de begroting van de Europese Unie.

Amendement     166

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het toewijzingsmechanisme als bedoeld in dit hoofdstuk wordt toegepast ten gunste van een lidstaat, wanneer deze lidstaat wordt geconfronteerd met een onevenredig aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor hij krachtens deze verordening de verantwoordelijke lidstaat is.

1.  Het toewijzingsmechanisme als bedoeld in dit hoofdstuk wordt toegepast voor alle verzoeken waarbij de verantwoordelijke lidstaat niet kon worden bepaald volgens de criteria als vastgelegd in de hoofdstukken III en IV.

Amendement     167

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Lid 1 is van toepassing wanneer het in artikel 44, lid 1, bedoelde geautomatiseerde systeem aangeeft dat het aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is op grond van de criteria van hoofdstuk III en artikel 3, lid 2 of lid 3, en de artikelen 18 en 19, bovenop het aantal daadwerkelijk hervestigde personen, groter is dan 150 % van het referentieaantal voor die lidstaat zoals vastgesteld volgens de in artikel 35 bedoelde sleutel.

Schrappen

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het geautomatiseerde systeem monitort voortdurend of een lidstaat de in lid 2 bedoelde drempel overschrijdt, en in voorkomend geval stelt het de lidstaten en de Commissie daarvan in kennis, waarbij wordt vermeld met hoeveel verzoeken deze drempel is overschreden.

Schrappen

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Na de in lid 5 bedoelde kennisgeving wordt het toewijzingsmechanisme toegepast.

Schrappen

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer de in artikel 34, lid 2, bedoelde drempel is bereikt, past het in artikel 44, lid 1, bedoelde geautomatiseerde systeem de in artikel 35 bedoelde referentiesleutel toe op de lidstaten waarvan het aantal verzoeken waarvoor zij verantwoordelijk zijn, onder hun aandeel in de zin van artikel 35, lid 1, ligt, en stelt het de lidstaten daarvan in kennis.

Schrappen

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Wanneer de verantwoordelijke lidstaat niet kan worden bepaald overeenkomstig de criteria als vastgelegd in de hoofdstukken III en IV, deelt de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast de verzoeker mee dat diens verzoek om internationale bescherming zal worden behandeld door een lidstaat van toewijzing.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  Op basis van de in artikel 35 bedoelde referentiesleutel wordt er een korte lijst van vier lidstaten met het laagste aantal verzoekers in verhouding tot hun aandeel volgens die referentiesleutel vastgesteld door middel van het geautomatiseerd systeem als bedoeld in artikel 44, lid 1.

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.  De lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, stelt de verzoeker in kennis van de korte lijst als bedoeld in lid 1, vergezeld van informatie over de lidstaten op de korte lijst. Binnen vijf dagen na die kennisgeving wordt de verzoeker de mogelijkheid geboden een lidstaat van toewijzing te kiezen uit de vier lidstaten die in de korte lijst zijn opgenomen.

 

Indien de verzoeker geen lidstaat kiest overeenkomstig de eerste alinea van dit lid, wijst de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast de verzoeker toe aan de lidstaat op de korte lijst met het laagste aantal verzoekers in verhouding tot hun aandeel volgens de referentiesleutel als bedoeld in artikel 35 op het moment van de opstelling van de lijst overeenkomstig lid 1 ter van dit artikel.

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies.  De leden 1 bis, 1 ter en 1 quater zijn mutatis mutandis van toepassing in het geval dat verzoekers zich hebben geregistreerd als gezinsleden, familieleden of groepen van verzoekers die gevraagd hebben om te worden geregistreerd als samen reizend. In gevallen waarin de leden van de groep er niet in slagen een unanieme keuze te maken, krijgt elk lid van de voormalige groep de kans een lidstaat van toewijzing te kiezen uit de lijst die overeenkomstig lid 2 is opgesteld voor de voormalige groep. Indien de bevoegde autoriteiten niet binnen vijf dagen in kennis worden gesteld van een keuze, wordt de verzoeker toegewezen aan de lidstaat met het laagste aantal verzoekers in verhouding tot hun aandeel volgens de referentiesleutel als bedoeld in artikel 35 op het moment van de opstelling van de lijst overeenkomstig lid 1 ter.

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Verzoekers die hun verzoek hebben ingediend in de begunstigde lidstaat na de kennisgeving van toewijzing als bedoeld in artikel 34, lid 5, worden aan de lidstaten toegewezen conform het bepaalde in lid 1, en deze lidstaten bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is.

Schrappen

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Verzoeken die niet-ontvankelijk zijn verklaard of die zijn behandeld in een versnelde procedure overeenkomstig artikel 3, lid 3, worden niet onderworpen aan toewijzing.

Schrappen

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Op basis van de toepassing van de referentiesleutel overeenkomstig lid 1, wijst het in artikel 44, lid 1, bedoelde geautomatiseerde systeem de lidstaat van toewijzing aan en deelt het deze informatie uiterlijk 72 uur na de in artikel 22, lid 1, bedoelde registratie mee aan de begunstigde lidstaat en aan de lidstaat van toewijzing en neemt het de lidstaat van toewijzing op in het in artikel 23, lid 2, bedoelde elektronische bestand.

Schrappen

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 37

Schrappen

Financiële solidariteit

 

1.   Een lidstaat kan na het verstrijken van een termijn van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening en na afloop van elke periode van twaalf maanden daarna in het geautomatiseerde systeem aangeven dat hij tijdelijk niet zal deelnemen aan het in hoofdstuk VII van deze verordening vastgestelde correctiemechanisme voor toewijzing als lidstaat van toewijzing; hij stelt de lidstaten, de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis.

 

2.   Het in artikel 44, lid 1, bedoelde geautomatiseerde systeem past tijdens deze periode van twaalf maanden de referentiesleutel toe op de lidstaten waarvoor het aantal verzoeken waarvoor zij verantwoordelijk zijn onder hun aandeel in de zin van artikel 35, lid 1, ligt, met uitzondering van de lidstaat die de bovenbedoelde informatie heeft opgenomen en de begunstigde lidstaat. Het in artikel 44, lid 1, bedoelde geautomatiseerde systeem telt elk verzoek dat anders zou zijn toegewezen aan de lidstaat die de bovenbedoelde informatie heeft opgenomen mee voor de berekening van het aandeel van die lidstaat, conform artikel 36, lid 4.

 

3.   Aan het einde van de in lid 2 bedoelde periode van twaalf maanden deelt het geautomatiseerde systeem aan de lidstaat die niet deelneemt aan het correctiemechanisme voor toewijzing het aantal verzoeken mee waarvoor die lidstaat anders de lidstaat van toewijzing zou zijn geweest. Die lidstaat betaalt vervolgens een solidariteitsbijdrage van 250 000 EUR voor iedere verzoeker die tijdens de betrokken periode van twaalf maanden anders aan hem zou zijn toegewezen. De solidariteitsbijdrage wordt betaald aan de lidstaat die is aangewezen als de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van de betrokken verzoeken.

 

4.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een besluit vast volgens de in artikel 56 bedoelde onderzoeksprocedure, met nadere regels voor de uitvoering van lid 3.

 

5.   Het Asielagentschap van de Europese Unie monitort de toepassing van het mechanisme voor financiële solidariteit en brengt daarover jaarlijks verslag uit aan de Commissie.

 

Motivering

Het correctiemechanisme voor toewijzing is bedoeld om de oneerlijke verdeling van verantwoordelijkheden binnen een systeem waarin grote inspanningen worden gevraagd van de lidstaten in de voorste linie in evenwicht te brengen. Indien andere lidstaten zich zouden kunnen uitkopen uit het systeem, zou dit niet eerlijk zijn ten aanzien van de lidstaten in de voorste linie, en om een dergelijk systeem te doen werken, zouden de kosten om ervoor te kiezen niet deel te nemen zodanig afschrikkend hoog moeten zijn dat dit ook fundamenteel oneerlijk zou zijn ten aanzien van economisch minder sterke lidstaten. Tot slot is de rapporteur het niet eens met het concept waarbij lidstaten betalen om niet verantwoordelijk te moeten zijn voor het bijstaan van mensen die internationale bescherming behoeven.

Amendement     179

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verplichtingen van de begunstigde lidstaat

Verplichtingen van de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast bij de toepassing van het correctiemechanisme voor toewijzing

Amendement     180

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De begunstigde lidstaat:

De lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast:

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  neemt uiterlijk een week na de in artikel 36, lid 4, bedoelde mededeling het besluit om de verzoeker over te dragen aan de lidstaat van toewijzing, tenzij de begunstigde lidstaat binnen dezelfde termijn kan aanvaarden dat hij verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek conform de criteria die zijn vastgesteld in de artikelen 10 tot en met 13 en artikel 18;

a)  neemt een besluit overeenkomstig de keuze van de verzoeker, of, indien de termijn van vijf dagen is verstreken, overeenkomstig artikel 36, lid 1 quater. De lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, voert het besluit onmiddellijk in in het geautomatiseerde systeem en deelt het mee aan de lidstaat van toewijzing, en voegt de verantwoordelijke lidstaat toe aan het elektronisch dossier als bedoeld in artikel 23, lid 2.

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  stelt de verzoeker onverwijld in kennis van het besluit om hem over te dragen aan de lidstaat van toewijzing;

b)  stelt de verzoeker onverwijld in kennis van de bevestiging van het besluit om hem over te dragen aan de lidstaat van toewijzing;

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  draagt de verzoeker uiterlijk vier weken na het definitieve overdrachtsbesluit over aan de lidstaat van toewijzing.

c)  biedt de nodige medewerking om ervoor te zorgen dat het Asielagentschap van de Europese Unie de verzoeker uiterlijk twee weken na het definitieve overdrachtsbesluit kan overdragen aan de lidstaat van toewijzing.

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  geeft alle door de verzoeker verstrekte informatie door aan de verantwoordelijke lidstaat via "DubliNet", het netwerk voor elektronische communicatie dat tot stand is gebracht bij artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1560/2003.

Amendement     185

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  bevestigt aan de begunstigde lidstaat de ontvangst van de mededeling inzake toewijzing en wijst de bevoegde autoriteit aan waarbij de verzoeker zich na zijn overdracht moet melden;

a)  bevestigt aan de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast de ontvangst van de mededeling inzake toewijzing en wijst de bevoegde autoriteit aan waarbij de verzoeker zich na zijn overdracht moet melden;

Amendement     186

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  stelt de begunstigde lidstaat in kennis van de aankomst van de verzoeker of van het feit dat deze zich niet binnen de gestelde termijn heeft gemeld;

b)  stelt de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast in kennis van de aankomst van de verzoeker of van het feit dat deze zich niet binnen de gestelde termijn heeft gemeld;

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  ontvangt de verzoeker en neemt in voorkomend geval het persoonlijk onderhoud overeenkomstig artikel 7 af;

c)  ontvangt de verzoeker;

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  behandelt als verantwoordelijke lidstaat het verzoek om internationale bescherming, tenzij volgens de criteria van de artikelen 10 tot en met 13 en de artikelen 16 tot en met 18, een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek;

d)  behandelt als verantwoordelijke lidstaat het verzoek om internationale bescherming;

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  vraagt, wanneer volgens de criteria van de artikelen 10 tot en met 13 en de artikelen 16 tot en met 18 een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek, dat die andere lidstaat de verzoeker overneemt;

Schrappen

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  stelt in voorkomend geval de verantwoordelijke lidstaat in kennis van de overdracht aan die lidstaat;

Schrappen

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  draagt in voorkomend geval de verzoeker over aan de verantwoordelijke lidstaat;

Schrappen

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – alinea 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  geeft in voorkomend geval in het in artikel 23, lid 2, bedoelde elektronische bestand aan dat hij het verzoek om internationale bescherming zal behandelen als verantwoordelijke lidstaat.

h)  geeft in het in artikel 23, lid 2, bedoelde elektronische bestand aan dat hij het verzoek om internationale bescherming zal behandelen als verantwoordelijke lidstaat.

Amendement     193

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer een overdrachtsbesluit in de zin van artikel 38, onder a), is genomen, zendt de begunstigde lidstaat, op hetzelfde ogenblik en met als enig doel te verifiëren of de verzoeker om ernstige redenen kan worden geacht een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde, de overeenkomstig Verordening (voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening 603/2013/EU) opgeslagen vingerafdrukgegevens van de verzoeker toe aan de lidstaat van toewijzing.

1.  Wanneer een overdrachtsbesluit in de zin van artikel 38, onder a), is genomen, zendt de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, op hetzelfde ogenblik en met als enig doel te verifiëren of de verzoeker om ernstige redenen kan worden geacht een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde, de overeenkomstig Verordening (voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening 603/2013/EU) opgeslagen vingerafdrukgegevens van de verzoeker toe aan de lidstaat van toewijzing.

Amendement     194

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer, na een veiligheidsverificatie, uit informatie over een verzoeker blijkt dat deze om ernstige redenen wordt geacht een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde, wordt informatie over de aard van de signalering gedeeld met de rechtshandhavingsinstanties in de begunstigde lidstaat, met dien verstande dat deze informatie niet wordt meegedeeld via de elektronische communicatiekanalen in de zin van artikel 47, lid 4.

Wanneer, na een veiligheidsverificatie, uit informatie over een verzoeker blijkt dat deze om ernstige redenen wordt geacht een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde, wordt informatie over de aard van de signalering gedeeld met de rechtshandhavingsinstanties in de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, met dien verstande dat deze informatie niet wordt meegedeeld via de elektronische communicatiekanalen in de zin van artikel 47, lid 4.

Amendement     195

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat van toewijzing stelt de begunstigde lidstaat in kennis van het bestaan van een dergelijke signalering, waarbij wordt vermeld welke rechtshandhavingsinstanties in de lidstaat van verzoek volledig op de hoogte zijn gebracht, en meldt binnen één week na ontvangst van de vingerafdrukgegevens het bestaan van de signalering in het geautomatiseerde systeem, conform artikel 23, lid 2, onder d).

De lidstaat van toewijzing stelt de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast in kennis van het bestaan van een dergelijke signalering, waarbij wordt vermeld welke rechtshandhavingsinstanties in de lidstaat van verzoek volledig op de hoogte zijn gebracht, en meldt binnen één week na ontvangst van de vingerafdrukgegevens het bestaan van de signalering in het geautomatiseerde systeem, conform artikel 23, lid 2, onder d).

Amendement    196

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Wanneer de lidstaat van toewijzing oordeelt dat een verzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of de openbare orde, zendt hij de de vereiste informatie om deze beoordeling te staven aan de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast, alsook eventuele informatie die de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast mogelijk nodig heeft om passende maatregelen te nemen met betrekking tot de verzoeker.

Amendement     197

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer de uitkomst van de veiligheidsverificatie bevestigt dat de verzoeker om ernstige redenen kan worden geacht een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde, is de begunstigde lidstaat van verzoek de verantwoordelijke lidstaat en behandelt hij het verzoek in een versnelde procedure overeenkomstig artikel 31, lid 8, van Richtlijn 2013/32/EU.

3.  Wanneer de uitkomst van de veiligheidsverificatie bevestigt dat de verzoeker om ernstige redenen kan worden geacht een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde, is de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast de verantwoordelijke lidstaat en behandelt hij het verzoek om internationale bescherming in een versnelde procedure overeenkomstig artikel 31, lid 8, van Richtlijn 2013/32/EU. Als er risico op onderduiken bestaat, kan de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat is belast overeenkomstig artikel 29 maatregelen treffen.

Amendement     198

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Gezinsleden op wie de toewijzingsprocedure van toepassing is, worden toegewezen aan dezelfde lidstaat.

2.  Gezinsleden en familieleden op wie de toewijzingsprocedure van toepassing is, worden toegewezen aan dezelfde lidstaat.

Amendement    199

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Verzoekers op wie de toewijzingsprocedure van toepassing is en die overeenkomstig artikel 22, lid 1, onder b), geregistreerd zijn als samen reizend maar geen groep van gezinsleden zijn, worden in de mate van het mogelijke toegewezen aan dezelfde lidstaat.

Motivering

In het herziene herplaatsingsmodel zoals door de rapporteur voorgesteld, kunnen verzoekers in groep aan lidstaten worden toegewezen en niet alleen individueel, zonder dat dit een recht van bestemmingskeuze inhoudt, en alleen voor zover dit mogelijk is, dus anders dan bij gezinsleden, die altijd naar dezelfde lidstaat moeten worden overgebracht.

Amendement    200

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de kosten van de overdracht van een verzoeker aan de lidstaat van toewijzing, wordt aan de begunstigde lidstaat een vast bedrag betaald van 500 EUR per persoon die wordt overgedragen overeenkomstig artikel 38, onder c). Deze financiële steun wordt verleend volgens de procedures van artikel 18 van Verordening (EU) nr. 516/2014.

De kosten van de overdracht van een verzoeker aan de lidstaat van toewijzing door het Asielagentschap van de Europese Unie komen ten laste van de algemene begroting van de Unie en worden gesteld op een vast bedrag van 300 EUR per persoon die wordt overgedragen overeenkomstig artikel 38, onder c).

Motivering

De rapporteur stelt voor de verantwoordelijkheid voor overdrachten uit hoofde van de Dublinverordening van de lidstaten over te hevelen naar het Europees Asielagentschap. Verlaging van de vergoeding van 500 EUR tot 300 EUR levert een belangrijke besparing op die volgens de rapporteur ter ondersteuning van het systeem moet worden aangewend.

Amendement     201

Voorstel voor een verordening

Artikel 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 43

Schrappen

Beëindiging van het correctiemechanisme voor toewijzing

 

Zodra het aantal verzoeken in de begunstigde lidstaat waarvoor die lidstaat overeenkomstig deze verordening de verantwoordelijke lidstaat is onder de 150 % van zijn in artikel 35, lid 1, bedoelde aandeel ligt, wordt dat door het geautomatiseerde systeem gemeld aan de lidstaten en de Commissie.

 

Na de in lid 1 bedoelde melding, wordt de toepassing van het correctiemechanisme voor toewijzing voor die lidstaat beëindigd.

 

Amendement    202

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk VII bis (new)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Hoofdstuk VII bis

 

Wederzijdse solidariteit

 

Artikel 43 bis

 

Opschorting van het correctiemechanisme voor toewijzing

 

1.   Indien een lidstaat stelselmatig weigert zijn verplichting na te komen om potentiële verzoekers overeenkomstig artikel 3, lid -1, te registreren en het aanbod heeft afgewezen om te worden bijgestaan door het Asielagentschap van de Europese Unie waardoor de lidstaat had kunnen voldoen aan zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 3, lid -1, geeft de Commissie het Asielagentschap de opdracht die lidstaat aan toezicht te onderwerpen overeenkomstig artikel [14, lid 2,] van Verordening (EU) XXXX/XX [verordening EU-asielagentschap] om vast te stellen of de lidstaat aan zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 3, lid -1, voldoet.

 

2.   Indien uit het toezicht als bedoeld in lid 1 blijkt dat de lidstaat stelselmatig weigert te voldoen aan zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 3, lid -1, en het aanbod heeft afgewezen om te worden bijgestaan door het Asielagentschap van de Europese Unie waardoor de lidstaat had kunnen voldoen aan zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 3, lid -1, kan de Raad op basis van een voorstel van de Commissie onverwijld door middel van een uitvoeringshandeling een besluit nemen waarbij de toepassing van het correctiemechanisme voor toewijzing als bedoeld in artikel 34 wordt opgeschort.

 

3.   Een besluit tot opschorting van het correctiemechanisme voor toewijzing overeenkomstig lid 2, geldt voor een nader aan te geven periode van niet meer dan een jaar en kan worden verlengd. Bij de voorbereiding en opstelling van de uitvoeringshandeling zorgt de Commissie ervoor dat alle documenten, met inbegrip van het ontwerp van uitvoeringshandeling, tijdig en gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad. Het Europees Parlement wordt onverwijld in kennis gesteld van alle verdere genomen maatregelen en besluiten.

 

Artikel 43 ter

 

Dwangmaatregelen

 

1.   Indien een lidstaat niet voldoet aan zijn verplichtingen uit hoofde van hoofdstuk VII, wordt de procedure die is vastgesteld in artikel [x] van Verordening (EU) nr. 1303/2013 [zoals gewijzigd bij Verordening xxx] van toepassing.

 

2.   Indien een lidstaat niet voldoet aan zijn verplichtingen uit hoofde van hoofdstuk VII, is het die lidstaat niet toegestaan Uniemiddelen te gebruiken voor het bekostigen van de terugkeer van onderdanen uit derde landen naar derde landen en brengt hij jaarlijks verslag uit van zijn gebruik van middelen waarin is voorzien uit hoofde van Verordening (EU) nr. 516/2014 en Verordening (EU) nr. 1303/2013.

Amendement    203

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De interoperabiliteit tussen het geautomatiseerde systeem en Eurodac wordt gewaarborgd om de automatische doorzending mogelijk te maken van informatie betreffende de vaststelling van de lidstaat van toewijzing door middel van het correctiemechanisme.

Amendement    204

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/2011, wordt belast met de opzet, de ontwikkeling en het operationele beheer van het centrale systeem en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale infrastructuren.

3.  Het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/2011, wordt belast met de opzet, de ontwikkeling en het operationele beheer van het centrale systeem, de interoperabiliteit daarvan met andere systemen, en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale infrastructuren.

Amendement     205

Voorstel voor een verordening

Artikelen 45 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De in artikel 47 bedoelde bevoegde asielinstanties van de lidstaten krijgen toegang tot het in artikel 44, lid 1, bedoelde geautomatiseerde systeem met het oog op de invoer van de informatie als bedoeld in artikel 20, lid 7, artikel 22, leden 1, 4 en 5, artikel 37, lid 1, en artikel 39, onder h).

1.  De in artikel 47 bedoelde bevoegde asielinstanties van de lidstaten krijgen toegang tot het in artikel 44, lid 1, bedoelde geautomatiseerde systeem met het oog op de invoer van de informatie als bedoeld in artikel 20, lid 7, artikel 22, leden 1, 4 en 5, artikel 37, lid 1, en artikel 39, onder h), en met het oog op de procedure als bedoeld in artikel 36 quater.

Amendement     206

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in lid 1 bedoelde autoriteiten krijgen de nodige opleiding betreffende de toepassing van deze verordening.

3.  De in lid 1 bedoelde autoriteiten krijgen de nodige regelmatige opleiding betreffende de toepassing van deze verordening, onder meer wat betreft de operationele procedures voor het verzamelen van relevante informatie en de beoordeling van het belang van het kind. De lidstaten zorgen ervoor dat er speciaal opgeleide medewerkers of gespecialiseerde ondersteunende diensten voor medewerkers beschikbaar zijn die worden ingezet bij de beoordeling van het belang van het kind in gevallen waarbij niet-begeleide minderjarigen betrokken zijn.

Motivering

Het amendement heeft als doel te zorgen voor de aanwezigheid van volledig en speciaal opgeleide medewerkers bij de behandeling van bijzonder delicate kwesties, zoals de beoordeling van het belang van het kind.

Amendement    207

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Asielagentschap van de Europese Unie ontwikkelt en faciliteert de activiteiten van een netwerk van de in artikel 47, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteiten, met het oog op een betere praktische samenwerking en uitwisseling van informatie over alle aangelegenheden in verband met de toepassing van deze verordening, met inbegrip van de ontwikkeling van praktische instrumenten en richtsnoeren.

Het Asielagentschap van de Europese Unie ontwikkelt en faciliteert de activiteiten van een netwerk van de in artikel 47, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteiten, met het oog op een betere praktische samenwerking en uitwisseling van informatie over alle aangelegenheden in verband met de toepassing van deze verordening, met inbegrip van de ontwikkeling van praktische instrumenten en richtsnoeren. De bevoegde autoriteiten van kandidaat-lidstaten en mogelijke kandidaat-lidstaten en van landen van het Europees nabuurschapsgebied kunnen worden uitgenodigd om aan dit netwerk deel te nemen.

Amendement     208

Voorstel voor een verordening

Artikel 50 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Op de verwerking van persoonsgegevens door het Asielagentschap van de Europese Unie wordt toegezien door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 en de bepalingen inzake gegevensbescherming van [het voorstel voor een verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010].

3.  Voor de verwerking van persoonsgegevens door het Asielagentschap van de Europese Unie gelden de bepalingen van Verordening (EG) nr. 45/2001 en de bepalingen inzake gegevensbescherming als vastgesteld in Verordening (EU) xxx/xxx [het voorstel voor een verordening inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010], met name wat betreft het toezicht door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Motivering

Ter verduidelijking dat Verordening (EG) nr. 45/2001 van toepassing is op de verwerking van persoonsgegevens door het Asielagentschap van de Europese Unie in het algemeen, en niet alleen in de context van de monitoring van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Amendement     209

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In afwijking van artikel 34, lid 2, wordt het correctiemechanisme voor toewijzing niet in gang gezet tijdens de eerste drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening. In afwijking van artikel 34, lid 3, is de referentieperiode na het verstrijken van de periode van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening en tot het verstrijken van een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, de periode die is verstreken sinds de inwerkingtreding van deze verordening.

In afwijking van artikel 34, lid 3, is de referentieperiode na de inwerkingtreding van deze verordening en tot het verstrijken van een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, de periode die is verstreken sinds de inwerkingtreding van deze verordening.

Amendement    210

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In afwijking van artikel 35 wordt de referentiesleutel voor de correctieve toewijzing in de eerste drie jaar na … [de datum van inwerkingtreding van deze verordening] berekend volgens de formule als bedoeld in bijlage I bis.

Amendement     211

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk [achttien maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens jaarlijks toetst de Commissie de werking van het in hoofdstuk VII vastgestelde correctiemechanisme voor toewijzing en met name de in artikel 34, lid 2, en artikel 43 vastgestelde drempels.

Uiterlijk [achttien maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens jaarlijks toetst de Commissie de werking van het in hoofdstuk VII van deze verordening vastgestelde correctiemechanisme voor toewijzing.

Amendement    212

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het Asielagentschap van de Europese Unie maakt in overleg met geschikte deskundigenorganen en -organisaties een inventarisatie van de capaciteit voor de opvang van niet-begeleide minderjarigen in alle lidstaten in de overgangsperiode als bedoeld in artikel 53, lid 2 bis, teneinde tekortkomingen te signaleren en de lidstaten ondersteuning te bieden om deze tekortkomingen weg te werken.

Amendement    213

Voorstel voor een verordening

Artikelen 60 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verordening (EU) nr. 604/2013 wordt ingetrokken met betrekking tot de lidstaten die door deze verordening zijn gebonden wat betreft hun uit hun onderlinge betrekkingen voortvloeiende verplichtingen.

Verordening (EU) nr. 604/2013 wordt ingetrokken.

Motivering

De rapporteur is van mening dat lidstaten met opt-outs eenduidig moeten kiezen om binnen het Dublinsysteem te blijven of niet, want het zou voor onnodige complicaties zorgen als sommige lidstaten voor de Dublin III-verordening zouden kunnen kiezen terwijl alle andere naar Dublin IV zijn overgestapt.

Amendement    214

Voorstel voor een verordening

Bijlage I bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bijlage I bis

 

Overgangsregelingen voor de berekening van de referentiesleutel als bedoeld in artikel 35

 

1.  Voor de toepassing van het correctieve toewijzingsmechanisme wordt het referentieaantal voor elke lidstaat gedurende een in deze bijlage nader bepaalde overgangstermijn vastgesteld door combinatie van een basisreferentiesleutel en de in artikel 35 bedoelde referentiesleutel. Die tijdelijke referentiesleutel wordt overgangsreferentiesleutel genoemd en is gedurende de overgangstermijn van toepassing in plaats van de in artikel 35 bedoelde referentiesleutel.

 

2.  De basisreferentiesleutel als bedoeld in lid 1 wordt berekend door het aantal in de lidstaten ingediende verzoeken (aan de hand van cijfers van Eurostat) voor de jaren 2011, 2012, 2013, 2014 en 2016 op te tellen en te delen door het totale aantal tijdens die periode ingediende verzoeken in alle lidstaten.

 

3.  Het Asielagentschap van de Europese Unie stelt de basisreferentiesleutel en de in artikel 35 bedoelde referentiesleutel vast.

 

4.  De overgangsreferentiesleutel wordt als volgt berekend:

 

a)  vanaf ... [datum van de inwerkingtreding van deze verordening] tot het einde van het eerste kalenderjaar na de inwerkingtreding ("jaar X") is de overgangsreferentiesleutel dezelfde als de basisreferentiesleutel;

 

b)  in jaar X+1 is de overgangsreferentiesleutel gelijk aan 67 % van de basisreferentiesleutel en 33 % van de in artikel 35 bedoelde referentiesleutel;

 

c)  in jaar X+2 is de overgangsreferentiesleutel gelijk aan 33 % van de basisreferentiesleutel en 67% van de in artikel 35 bedoelde referentiesleutel;

 

 

 

 

 

5.  Na afloop van de in lid 4, onder c), van deze bijlage genoemde termijn wordt de referentiesleutel berekend overeenkomstig artikel 35.

 

6.   Tijdens de toepassing van de overgangsregelingen als vastgesteld in deze bijlage houdt het Asielagentschap van de Europese Unie in overeenstemming met de bepalingen van artikel 14, lid 1, (verordening EU-asielagentschap) toezicht op de lidstaten aan de hand van een basisreferentiesleutel met een waarde die lager ligt dan de waarden overeenkomstig de referentiesleutel als bedoeld in artikel 35, en verleent het de lidstaten bijstand bij het treffen van de nodige maatregelen om voor een goed functionerend asiel- en opvangstelsel te zorgen.

(1)

PB C 34 van 2.2.2017, blz. 144.

(2)

PB C 185 van 9.6.2017, blz. 91.

(3)

PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.


TOELICHTING

Een gedurfd maar pragmatisch voorstel

In de Dublinverordening is vastgelegd welke EU-lidstaat de verantwoordelijkheid moet dragen voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming. De vluchtelingencrisis van 2015 heeft duidelijk aangetoond dat de Dublinverordening aan een grondige hervorming toe is om asielzoekers in Europa op gestructureerde en waardige wijze te kunnen opvangen en de lidstaten tegelijkertijd de mogelijkheid te bieden hun grenzen op doeltreffende manier te beheren. Aangezien de tekortkomingen van de huidige Dublinverordening fundamenteel en structureel van aard zijn, kunnen de problemen alleen met een fundamentele en structurele hervorming naar behoren worden aangepakt.

Het Europees Parlement schuift een voorstel naar voren met een systeem dat in de praktijk, op het terrein zal werken. Om dit te kunnen verwezenlijken is het cruciaal dat zowel lidstaten als verzoekers ertoe worden aangezet zich binnen het Dublinsysteem aan de regels te houden. De lidstaten, die allemaal het Verdrag van Genève hebben ondertekend, zullen moeten aanvaarden dat de verantwoordelijkheid voor de opvang van asielzoekers in Europa eerlijk wordt gedeeld. Verzoekers zullen moeten aanvaarden dat ze niet vrij kunnen kiezen over de lidstaat die hun asielaanvraag zal beoordelen.

Het door het Europees Parlement voorgestelde systeem is zowel werkbaar in tijden van normale migratiestromen als in tijden van crisis. Het systeem is ook geschikt om een crisis aan een van de gemeenschappelijke grenzen van de Unie het hoofd te bieden. Het is duidelijk toegestaan dat de Raad over deze verordening bij meerderheid van stemmen besluit, en de nadruk moet nu liggen op het vinden van een systeem dat op het terrein zal werken, in plaats van een systeem waarover eenparigheid van stemmen kan worden bereikt in de Raad.

Belangrijkste elementen van het voorstel

Een permanent en automatisch herplaatsingsmechanisme, zonder drempels

Verzoekers die gezinsleden of banden hebben in een bepaalde lidstaat, bijvoorbeeld door een eerder verblijf of door studies, worden herplaatst naar deze lidstaat. Verzoekers die niet over dergelijke banden met een bepaalde lidstaat beschikken, worden herplaatst aan de hand van het correctiemechanisme voor toewijzing. Het herplaatsingssysteem komt dus in de plaats van het eerdere "uitwijkcriterium" van de lidstaat van eerste binnenkomst. Het systeem is te allen tijde van toepassing, niet alleen in tijden van crisis en zonder de door de Commissie voorgestelde drempels.

Registratie van verzoekers onmiddellijk na aankomst en veiligheid

Het standpunt van het Europees Parlement omvat sterke stimulansen voor zowel lidstaten als verzoekers om meteen na aankomst in de EU over te gaan tot registratie. Op die manier kunnen onze autoriteiten een veel betere controle uitoefenen over wie zich op ons grondgebied bevindt. Het voorstel houdt ook een verplichte veiligheidscontrole in van alle verzoekers, waarbij wordt gecontroleerd of gegevens overeenstemmen met informatie in de desbetreffende nationale en Europese gegevensbanken. Verzoekers die een veiligheidsrisico vormen, worden niet overgedragen aan andere landen.

Passende procedures in de lidstaten van eerste binnenkomst

Door de huidige Dublinverordening komt er een onredelijk grote last terecht op de schouders van de lidstaat van eerste binnenkomst. De procedures moeten snel verlopen en ervoor zorgen dat verzoekers die moeten worden herplaatst naar andere lidstaten snel worden overgebracht. Daarom wordt er een vereenvoudigde procedure voor gezinshereniging en andere reële banden ingevoerd.

Steun uit de EU-begroting en van het Asielagentschap van de EU

Het Europees Parlement is van mening dat de kosten van de opvang van verzoekers tijdens de Dublinfase van de procedures moeten worden gedragen door de EU-begroting, zodat de lidstaten die een groot aantal van deze procedures moeten uitvoeren niet onrechtvaardig veel benadeeld worden ten aanzien van andere. Het Europees Parlement is tevens van mening dat de verantwoordelijkheid voor het overdragen van verzoekers naar aanleiding van besluiten in het kader van de Dublinverordening moet worden overgebracht naar het Asielagentschap van de EU.

De berekening van het eerlijk aandeel in de verantwoordelijkheid

Het eerlijke aandeel van elke lidstaat binnen het herplaatsingssysteem wordt berekend aan de hand van het bbp en de grootte van de bevolking. Zo wordt gewaarborgd dat grotere en welvarendere landen een groter aandeel op zich nemen dan kleinere en minder welvarende landen. Verzoekers worden via het correctiemechanisme voor toewijzing overgedragen aan de lidstaten die ten opzichte van hun eerlijke aandeel het laagste aantal verzoekers hebben opgevangen.

Werking van het correctiemechanisme voor toewijzing

Verzoekers die geen reële banden hebben met een bepaalde lidstaat worden herplaatst. Als de verzoeker zich heeft geregistreerd in de lidstaat van eerste binnenkomst in de Unie, krijgt hij of zij de keuze tussen de vier lidstaten die het laagste aantal verzoekers hebben opgevangen ten opzichte van hun eerlijke aandeel. Aangezien deze lidstaten met het "laagste aantal" voortdurend zullen veranderen naarmate er nieuwe verzoekers worden geregistreerd in het systeem, zal het voor verzoekers onmogelijk zijn op voorhand te weten uit welke vier lidstaten ze zullen kunnen kiezen wanneer ze besluiten in Europa een verzoek om bescherming in te dienen. Zo zal het systeem geen "aanzuigend effect" creëren, terwijl verzoekers door de beperkte keuze enige inspraak krijgen in de procedure en er op die manier een verminderd risico op secundaire bewegingen is.

Verzoekers kunnen zich ook als groep van maximaal 30 personen laten registreren. Door zich te registreren als groep hebben verzoekers weliswaar niet het recht een verzoek om bescherming in te dienen in een bepaald land, zoals bijvoorbeeld wel het geval is bij familiebanden, maar krijgen verzoekers die vóór hun vertrek uit hun thuisland of ergens onderweg nauwe banden hebben gesmeed de mogelijkheid samen te blijven en te worden overgedragen aan dezelfde lidstaat. Ook dit zou het risico op secundaire bewegingen moeten terugdringen.

De mogelijkheid om te kiezen tussen de vier lidstaten met het laagste aantal verzoekers ten opzichte van hun eerlijke aandeel en de mogelijkheid om in groep te worden herplaatst, worden enkel geboden als de verzoeker zich in de lidstaat van eerste binnenkomst laat registreren.

De lidstaten de kans geven het nieuwe asielstelsel te doen slagen

Het Europees Parlement stelt voor een overgangsperiode van drie jaar in te lassen waarin lidstaten die in het verleden grote aantallen asielzoekers hebben opgevangen een grotere verantwoordelijkheid blijven dragen en lidstaten die hier eerder weinig ervaring mee hebben in eerste instantie een kleiner deel van de verantwoordelijkheid krijgen toebedeeld. In de loop van die drie jaar zullen de lidstaten hun aandeel automatisch zien opschuiven naar het eerlijke aandeel. Via ondersteuning en toezicht door het Asielagentschap van de EU wordt gewaarborgd dat alle lidstaten in staat zijn het billijke gemeenschappelijke Europese asielstelsel met succes ten uitvoer te leggen.

Secundaire bewegingen tegengaan

Het is van belang ervoor te zorgen dat verzoekers in de lidstaat blijven die verantwoordelijk is voor de beoordeling van hun verzoek om internationale bescherming. Om dit doel te bereiken, zijn de hiaten in de wetgeving waardoor het tot nu toe mogelijk was dat de verantwoordelijkheid van de ene lidstaat bij de andere terechtkwam, opgevuld. Met de Dublinverordening wordt het mogelijk snel te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is en daarna wordt het voor de verzoeker in feite onmogelijk hier nog iets aan te veranderen. De enige manier waarop een verzoeker internationale bescherming kan krijgen in Europa is door in de verantwoordelijke lidstaat te blijven.

Een filter voor verzoekers die erg weinig kans maken om bescherming te krijgen

Om te kunnen weten of verzoekers om internationale bescherming voldoen aan de vereisten om bescherming te krijgen en ze te scheiden van de zogenaamde "economische migranten", is het noodzakelijk hun verzoek op individuele basis te beoordelen. Dit is een complex proces dat plaatsvindt in de verantwoordelijke lidstaat.

Een goed functionerend asielstelsel heeft er echter geen enkele baat bij verzoekers te herplaatsen die zo goed als geen kans maken om internationale bescherming te krijgen. Tegelijkertijd zou een systeem waarbij een al te grote last op de schouders van de lidstaten in de voorste linie terechtkomt in de praktijk niet werkbaar zijn. Een zorgvuldig uitgebalanceerde "filter" voor verzoekers die erg weinig kans maken om internationale bescherming te krijgen, maakt daarom deel uit van het voorstel.

Deze verzoekers zouden niet worden herplaatst, maar hun verzoeken zouden worden behandeld in de lidstaat van eerste binnenkomst die daarvoor bijkomende EU-steun zouden ontvangen. Op die manier wordt het recht van de verzoeker op een eerlijke asielprocedure geëerbiedigd en wordt tevens gezorgd voor een doeltreffend asielstelsel zonder dat dit onnodige lasten voor de lidstaten in de voorste linie of nodeloze herplaatsingen veroorzaakt.

Verzoekers stimuleren om binnen het officiële systeem te blijven

Door een spectaculaire verbetering op het gebied van informatieverstrekking, rechtsbijstand en ondersteuning voor verzoekers om internationale bescherming, in combinatie met doeltreffendere procedures, zullen verzoekers worden gestimuleerd mee te werken met de autoriteiten.

Waarborgen voor minderjarigen

Het Europees Parlement heeft in zijn voorstel bijzonder veel nadruk gelegd op het veiligstellen van sterke waarborgen voor minderjarigen, zowel begeleide als niet-begeleide. Tot de belangrijkste bepalingen behoren aangescherpte regels in verband met de beoordeling van het belang van het kind en strikte voorschriften om kinderen een voogd en aangepaste informatie aan te bieden. Niet-begeleide minderjarigen mogen uitsluitend worden overgedragen als er een beoordeling van het belang van het kind is verricht door een multidisciplinair team en er een voogd aanwezig is in de ontvangende lidstaat.

Volledige medewerking van alle lidstaten waarborgen

Het Europees Parlement gaat ervan uit dat alle EU-lidstaten het democratisch besluitvormingsproces eerbiedigen, ook als ze geen voorstander zijn van het resultaat. Om te waarborgen dat de lidstaten ertoe worden aangezet zich aan de regels te houden, is er voorzien in dwangmaatregelen ten aanzien van lidstaten die niet bereid zijn de regels te volgen. Voor lidstaten in de voorste linie die verzoekers weigeren te registreren, betekent dit dat de herplaatsing van verzoekers op hun grondgebied wordt stopgezet. Voor lidstaten die weigeren te aanvaarden dat er verzoekers worden herplaatst naar hun grondgebied, betekent dit beperkingen wat betreft de toegang tot EU-middelen en de onmogelijkheid om EU-middelen te gebruiken voor de terugkeer van verzoekers wier asielaanvragen zijn afgewezen.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN

Ref. D(2016)51537

Claude Moraes

Voorzitter, Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

ASP 13G205

Brussel

Betreft:   Voorstel voor een verordening tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking)

  (COM(2016)0270 – C8-0173/2016 – 2016/0133(COD))

Geachte voorzitter,

De Commissie juridische zaken heeft bovengenoemd voorstel bestudeerd, overeenkomstig artikel 104 inzake herschikking, zoals opgenomen in het Reglement van het Europees Parlement.

Lid 3 van dat artikel luidt als volgt:

"Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij de ter zake bevoegde commissie hiervan in kennis.

In dat geval en onverminderd de in de artikelen 169 en 170 vastgelegde voorwaarden zijn amendementen in de ter zake bevoegde commissie alleen ontvankelijk als zij betrekking hebben op onderdelen van het ontwerp die wijzigingen bevatten.

Wanneer de ter zake bevoegde commissie evenwel voornemens is, overeenkomstig punt 8 van het Interinstitutioneel Akkoord, ook amendementen op de gecodificeerde delen van het ontwerp van wetgevingshandeling in te dienen, stelt zij de Raad en de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Alvorens tot stemming wordt overgegaan maakt laatstgenoemde overeenkomstig artikel 58 haar standpunt inzake de amendementen kenbaar en geeft zij aan of zij voornemens is het herschikkingsontwerp in te trekken."

Op grond van het advies van de Juridische Dienst, waarvan de vertegenwoordigers hebben deelgenomen aan de vergaderingen van de adviesgroep die het voorstel tot herschikking onderzoekt, en overeenkomstig de aanbevelingen van de rapporteur voor advies, is de Commissie juridische zaken van oordeel dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden aangegeven en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die inhoudelijke wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel een loutere codificatie van de bestaande teksten behelst, zonder inhoudelijke wijziging.

Daarom heeft de Commissie juridische zaken tijdens haar vergadering van dinsdag 29 november 2016 met 12 stemmen voor en 2 stemmen tegen en 1 onthouding(1) besloten aan te bevelen dat de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken het voorstel overeenkomstig artikel 104 behandelt.

Hoogachtend,

Pavel Svoboda

Bijl.: Advies van de adviesgroep

(1)

De volgende leden waren aanwezig: Max Andersson, Joëlle Bergeron, Marie-Christine Boutonnet, Daniel Buda, Jean-Marie Cavada, Kostas Chrysogonos, Therese Comodini Cachia, Mady Delvaux, Angel Dzhambazki, Rosa Estaràs Ferragut, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Mary Honeyball, Dietmar Köster, António Marinho e Pinto, Angelika Niebler, Emil Radev, Julia Reda, Evelyn Regner, Virginie Rozière, Pavel Svoboda, Axel Voss, Kosma Zlotowski, Tadeusz Zwiefka.


BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE

 

 

 

 

ADVIESGROEP VAN DE

JURIDISCHE DIENSTEN

Brussel, 6 oktober 2016

ADVIES

  AAN  HET EUROPEES PARLEMENT

    DE RAAD

    DE COMMISSIE

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend

COM(2016)0270 van 4.5.2016 – 2016/0133(COD)

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten, en met name punt 9 daarvan, is de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 25 mei en 7 juli 2016 bijeengekomen om onder meer bovengenoemd voorstel van de Commissie te onderzoeken.

Tijdens deze bijeenkomsten werd het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad ter herschikking van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend, onderzocht, waarna de adviesgroep in onderling overleg heeft vastgesteld dat het volgende zou moeten worden aangeduid met de grijze achtergrond die gewoonlijk wordt gebruikt om inhoudelijke wijzigingen aan te geven:

–  de voorgestelde toevoeging in artikel 1 van de woorden "als enige";

–  de voorgestelde verwijdering in paragraaf 5 en 6 van artikel 8 van de woorden "broers of zussen";

–  de voorgestelde toevoeging in artikel 10, lid 1, van het woord "alleen";

–  de voorgestelde verwijdering in artikel 10, lid 2, van de woorden "dan wel zijn broer of zus";

–  de voorgestelde verwijdering in artikel 13 van de inleidende formule, met name "en/of minderjarige ongehuwde broers of zussen";

–  en de volledige tekst van bijlage I.

De adviesgroep heeft na bestudering van het voorstel eensgezind geconstateerd dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangemerkt. Voorts heeft de adviesgroep met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere rechtshandeling met die inhoudelijke wijzigingen geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande tekst behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen.

F. DREXLER      H. LEGAL      L. ROMERO REQUENA

Juridisch adviseur    Juridisch adviseur    Directeur-generaal


ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (2.5.2017)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking)

(COM(2016)0270 – C8-0173/2016 – 2016/0133(COD))

Rapporteur voor advies: Ramona Nicole Mănescu

AMENDEMENTEN

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement     1

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Om te voorkomen dat verzoekers met niet-ontvankelijke verzoeken of verzoekers die waarschijnlijk geen internationale bescherming nodig hebben, een mogelijk gevaarlijke reis ondernemen van hun land van herkomst naar een lidstaat, moet het Asielagentschap van de Europese Unie, in samenwerking met de Commissie en de lidstaten, aan potentiële migranten informatie verstrekken over de legale manieren om de Unie binnen te komen en over de risico's die zijn verbonden aan illegale immigratie.

Motivering

Dit amendement beoogt illegale migratie te voorkomen en het aantal asielverzoeken op basis van verkeerde informatie te beperken.

Amendement     2

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)  De moeilijkheden bij het beheer van de migratiestromen in de centra voor eerste opvang (de zogeheten "hotspots") in de lidstaten van eerste binnenkomst tonen aan dat de lidstaten meer en concreter moeten gaan samenwerken.

Motivering

Dit amendement benadrukt de rechtvaardiging van een gemeenschappelijke EU-benadering.

Amendement     3

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Om te voorkomen dat verzoekers met niet-ontvankelijke verzoeken of verzoekers die waarschijnlijk geen internationale bescherming nodig hebben of die een veiligheidsrisico vormen, worden overgedragen tussen de lidstaten, moet ervoor worden gezorgd dat de lidstaat waar het eerst een verzoek wordt ingediend de ontvankelijkheid van het verzoek onderzoekt met betrekking tot het eerste land van asiel en veilige derde landen alsook in een versnelde procedure verzoeken behandelt die zijn ingediend door verzoekers uit een land dat is opgenomen op de EU-lijst van veilige landen van herkomst en door verzoekers die een veiligheidsrisico vormen.

Schrappen

Amendement     4

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Verordening (EU) nr. 604/2013

Overweging 16

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Om ervoor te zorgen dat het beginsel van de eenheid van het gezin en het belang van het kind volledig worden nageleefd, dient het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie tussen een verzoeker en zijn kind, broer of zus of ouder vanwege zwangerschap of moederschap, de gezondheidssituatie of de hoge leeftijd van de verzoeker, een bindend verantwoordelijkheidscriterium te worden. Indien de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is, dient de aanwezigheid van een gezins- of familielid in een andere lidstaat die voor de niet-begeleide minderjarige kan zorgen, eveneens een bindend verantwoordelijkheidscriterium te worden. Ter ontmoediging van secundaire bewegingen van niet-begeleide minderjarigen, die in strijd zijn met het belang van die minderjarigen, moet, bij ontstentenis van een gezinslid of een ander familielid, de verantwoordelijke lidstaat de lidstaat zijn waar de niet-begeleide minderjarige het eerst zijn verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, tenzij wordt aangetoond dat dit niet in het belang van het kind zou zijn. Alvorens een niet-begeleide minderjarige aan een andere lidstaat over te dragen, moet de overdragende lidstaat ervoor zorgen dat die andere lidstaat alle nodige en passende maatregelen neemt om een adequate bescherming van het kind te waarborgen, en met name de spoedige aanwijzing van een vertegenwoordiger of vertegenwoordigers die is of zijn belast met de vrijwaring van alle rechten waarop het kind aanspraak kan maken. Elk besluit om een niet-begeleide minderjarige over te dragen, moet worden voorafgegaan door een beoordeling van de belangen van de betrokken minderjarige door personeel dat over de nodige kwalificaties en expertise beschikt.

(20)  Om ervoor te zorgen dat het beginsel van de eenheid van het gezin en het belang van het kind volledig worden nageleefd, dient het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie tussen een verzoeker en zijn kind, broer of zus of ouder vanwege zwangerschap of moederschap, de gezondheidssituatie of de hoge leeftijd van de verzoeker, een bindend verantwoordelijkheidscriterium te worden. Indien de verzoeker een niet-begeleide minderjarige is, dient de aanwezigheid van een gezins- of familielid in een andere lidstaat die voor de niet-begeleide minderjarige kan zorgen, eveneens een bindend verantwoordelijkheidscriterium te worden. Van hun familie gescheiden kinderen, die ook volgens de wet als niet-begeleide minderjarigen worden beschouwd, vormen een afzonderlijke categorie en behoeven bijzondere aandacht. Ter ontmoediging van secundaire bewegingen van niet-begeleide minderjarigen, die in strijd zijn met het belang van die minderjarigen, moet, bij ontstentenis van een gezinslid of een ander familielid, de verantwoordelijke lidstaat de lidstaat zijn waar de niet-begeleide minderjarige het eerst zijn verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, tenzij wordt aangetoond dat dit niet in het belang van het kind zou zijn. Alvorens een niet-begeleide minderjarige aan een andere lidstaat over te dragen, moet de overdragende lidstaat ervoor zorgen dat die andere lidstaat alle nodige en passende maatregelen neemt om een adequate bescherming van het kind te waarborgen, en met name de spoedige aanwijzing van een vertegenwoordiger of vertegenwoordigers die is of zijn belast met de vrijwaring van alle rechten waarop het kind aanspraak kan maken. Elk besluit om een niet-begeleide minderjarige over te dragen, moet worden voorafgegaan door een beoordeling van de belangen van de betrokken minderjarige door personeel dat over de nodige kwalificaties en expertise beschikt.

Amendement     5

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van deze verordening worden verwezenlijkt en belemmeringen voor de toepassing ervan uit de weg worden geruimd, en in het bijzonder om onderduiking en secundaire bewegingen tussen lidstaten te voorkomen, moeten er duidelijke verplichtingen worden vastgesteld waaraan in het kader van de procedure moet worden voldaan door de verzoeker en waarvan de verzoeker tijdig en naar behoren in kennis moet worden gesteld. Schending van deze juridische verplichtingen moet leiden tot passende en evenredige procedurele gevolgen voor de verzoeker en tot passende en evenredige gevolgen in termen van zijn opvangvoorzieningen. Conform het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moet de lidstaat waar een dergelijke asielzoeker zich bevindt, er in elk geval voor zorgen dat in de dringende materiële behoeften van die persoon wordt voorzien.

(22)  Om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van deze verordening worden verwezenlijkt en belemmeringen voor de toepassing ervan uit de weg worden geruimd, en in het bijzonder om onderduiking en secundaire bewegingen tussen lidstaten te voorkomen, moeten er duidelijke verplichtingen worden vastgesteld waaraan in het kader van de procedure moet worden voldaan door de verzoeker en waarvan de verzoeker tijdig en naar behoren in kennis moet worden gesteld. Niet-naleving van deze verplichtingen mag geen afbreuk doen aan het recht van de verzoeker op een eerlijk en billijk proces, noch onnodige, onredelijke of onevenredige gevolgen hebben in termen van zijn opvangvoorzieningen. Conform het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden moet de lidstaat waar een dergelijke asielzoeker zich bevindt, er in elk geval voor zorgen dat in de dringende basisbehoeften van die persoon wordt voorzien.

Amendement     6

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Verordening (EU) nr. 604/2013

Overweging 19

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Teneinde de rechten van de betrokkenen daadwerkelijk te beschermen, dienen, overeenkomstig met name de rechten die zijn erkend in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, juridische waarborgen te worden ingebouwd en dient een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen besluiten tot overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat te worden gewaarborgd. Een daadwerkelijk rechtsmiddel moet ook beschikbaar zijn wanneer er geen overdrachtsbesluit is genomen maar de verzoeker aanvoert dat een andere lidstaat verantwoordelijk is omdat hij een gezinslid, of, voor niet-begeleide minderjarigen, een familielid heeft in een andere lidstaat. Teneinde de naleving van het internationale recht te waarborgen, dient een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen dergelijke besluiten zowel betrekking te hebben op de toepassing van deze verordening als op de juridische en feitelijke situatie in de lidstaat aan welke de verzoeker wordt overgedragen. De reikwijdte van het daadwerkelijke rechtsmiddel moet beperkt zijn tot een beoordeling van de vraag of er gevaar bestaat voor een schending van het grondrecht op de eerbiediging van het familie- en gezinsleven, de rechten van het kind, of het verbod van onmenselijke of vernederende behandeling.

(24)  Personen die onder deze verordening vallen, dienen recht te hebben een daadwerkelijk rechtsmiddel in te stellen, in de vorm van een beroep of een bezwaar, in overeenstemming met de feitelijke en wettelijke toepasselijke wetgeving. Teneinde de rechten van de betrokkenen daadwerkelijk te beschermen, dienen, overeenkomstig met name de rechten die zijn erkend in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, juridische waarborgen te worden ingebouwd en dient een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen besluiten tot overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat te worden gewaarborgd. Een daadwerkelijk rechtsmiddel moet ook beschikbaar zijn wanneer er geen overdrachtsbesluit is genomen maar de verzoeker aanvoert dat een andere lidstaat verantwoordelijk is omdat zij of hij een gezinslid, of, voor niet-begeleide minderjarigen, een familielid heeft in een andere lidstaat. Teneinde de naleving van het internationale recht en de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie alsook van het Europees Hof voor de rechten van de mens te waarborgen, dient een daadwerkelijk rechtsmiddel tegen dergelijke besluiten zowel betrekking te hebben op de toepassing van deze verordening als op de juridische en feitelijke situatie in de lidstaat aan of naar welke de verzoeker wordt overgedragen respectievelijk teruggezonden. De reikwijdte van het daadwerkelijke rechtsmiddel moet hoofdzakelijk een beoordeling van de vraag inhouden of er gevaar bestaat voor een schending van het grondrecht op de eerbiediging van het familie- en gezinsleven, de rechten van het kind, of het verbod van onmenselijke of vernederende behandeling.

Motivering

Door de overweging te beginnen met het recht een daadwerkelijk rechtsmiddel in te stellen en door te verwijzen naar de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie en het EHRM, wordt met dit amendement gepoogd dit recht te versterken.

Amendement     7

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Met het oog op een snelle vaststelling van de verantwoordelijkheid en de toewijzing tussen de lidstaten van personen die om internationale bescherming verzoeken, moeten de termijnen voor het indienen en beantwoorden van overnameverzoeken, voor het indienen van kennisgevingen inzake terugname en voor het verrichten van overdrachten, alsook voor het instellen van en het beslissen over beroepen, zoveel mogelijk worden gestroomlijnd en ingekort.

(26)  Met het oog op een snelle vaststelling van de verantwoordelijkheid en de toewijzing tussen de lidstaten van personen die om internationale bescherming verzoeken, moeten de termijnen voor het indienen en beantwoorden van overnameverzoeken, voor het indienen van kennisgevingen inzake terugname en voor het verrichten van overdrachten, alsook voor het instellen van en het beslissen over beroepen, zoveel mogelijk worden ingekort. Hierbij moeten de grondrechten van de verzoekers, de rechten van kwetsbare personen, met name de rechten van het kind en het fundamentele beginsel van het vooropstellen van het belang van het kind, maar ook het beginsel van gezinshereniging, worden geëerbiedigd.

Amendement     8

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Een sleutel gebaseerd op de omvang van de bevolking en van de economie van de lidstaten moet, in combinatie met een drempel, worden gebruikt als referentiepunt voor de werking van het correctiemechanisme voor toewijzing, zodat het mechanisme kan functioneren als een instrument voor hulp aan lidstaten die onder onevenredige druk staan. De toepassing van het correctiemechanisme ten gunste van een lidstaat moet automatisch in gang worden gezet wanneer het aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is meer dan 150 % bedraagt van het volgens de referentiesleutel bepaalde cijfer. Om ten volle rekening te houden met de inspanningen van elke lidstaat, moet in het kader van deze berekening het aantal personen dat daadwerkelijk is hervestigd in die lidstaat worden opgeteld bij het aantal verzoeken om internationale bescherming.

(32)  Een sleutel gebaseerd op de omvang van de bevolking en van de economie van de lidstaten, alsook op de mate van stabiliteit in de hen omringende derde landen moet, in combinatie met een drempel, worden gebruikt als referentiepunt voor de werking van het correctiemechanisme voor toewijzing, zodat het mechanisme kan functioneren als een instrument voor hulp aan lidstaten die onder onevenredige druk staan. De toepassing van het correctiemechanisme ten gunste van een lidstaat moet automatisch in gang worden gezet wanneer het aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is meer dan 150 % bedraagt van het volgens de referentiesleutel bepaalde cijfer. Om ten volle rekening te houden met de inspanningen van elke lidstaat, moet in het kader van deze berekening het aantal personen dat daadwerkelijk is hervestigd in die lidstaat worden opgeteld bij het aantal verzoeken om internationale bescherming.

Amendement     9

Voorstel voor een verordening

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(42)  Een netwerk van bevoegde autoriteiten van de lidstaten moet worden opgezet en gefaciliteerd door het Asielagentschap van de Europese Unie teneinde de praktische samenwerking en uitwisseling van informatie over alle aangelegenheden in verband met de toepassing van deze verordening te verbeteren, met inbegrip van de ontwikkeling van praktische instrumenten en richtsnoeren.

(42)  Een netwerk van bevoegde autoriteiten van de lidstaten moet worden opgezet en gefaciliteerd door het Asielagentschap van de Europese Unie teneinde de praktische samenwerking en uitwisseling van informatie over alle aangelegenheden in verband met de toepassing van deze verordening te verbeteren, met inbegrip van de ontwikkeling van praktische instrumenten en richtsnoeren. Dit netwerk moet kunnen samenwerken met de autoriteiten van de landen van doorreis, landen van herkomst, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, Europese Nabuurschapslanden alsook met internationale organisaties, met name de VN-agentschappen en ngo's.

Amendement     10

Voorstel voor een verordening

Overweging 52

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(52)  Om te beoordelen of het in deze verordening vastgestelde correctiemechanisme voor toewijzing tegemoet komt aan de doelstelling van een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en een vermindering van de onevenredige druk op bepaalde lidstaten, moet de Commissie de werking van het correctiemechanisme voor toewijzing toetsen en met name nagaan of de drempel voor het in gang zetten en het stopzetten van het correctiemechanisme daadwerkelijk zorgt voor een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en een snelle toegang van verzoekers tot de procedures voor het verlenen van internationale bescherming in situaties waarin een lidstaat wordt geconfronteerd met een onevenredig aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor hij krachtens deze verordening verantwoordelijk is.

(52)  Om te beoordelen of het in deze verordening vastgestelde correctiemechanisme voor toewijzing tegemoet komt aan de doelstelling van een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en een vermindering van de onevenredige druk op bepaalde lidstaten, moet de Commissie de werking van het correctiemechanisme voor toewijzing toetsen en met name nagaan of de drempel voor het in gang zetten en het stopzetten van het correctiemechanisme daadwerkelijk zorgt voor een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en een snelle toegang van verzoekers tot de procedures voor het verlenen van internationale bescherming in situaties waarin een lidstaat wordt geconfronteerd met een onevenredig aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor hij krachtens deze verordening verantwoordelijk is. In dit opzicht moet de Commissie geregeld het aantal verzoeken om internationale bescherming bekendmaken die elke lidstaat heeft ontvangen, met inbegrip van het percentage ingewilligde verzoeken, het land van herkomst van de verzoekers en de behandelingsduur van elk verzoek.

Amendement     11

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 1 – letter j

Verordening (EU) nr. 604/2013

Artikel 2 – alinea 1 – letter j

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)  "niet-begeleide minderjarige": een minderjarige die zonder begeleiding van een krachtens de wet of volgens de praktijk van de betrokken lidstaat voor hem verantwoordelijke volwassene op het grondgebied van een lidstaat aankomt, zolang hij niet daadwerkelijk onder de hoede van een dergelijke volwassene staat; onder dit begrip valt ook een minderjarige die zonder begeleiding wordt achtergelaten nadat hij op het grondgebied van een lidstaat is aangekomen;

j)  "niet-begeleide minderjarige": een minderjarige die zonder begeleiding van een krachtens de wet of volgens de praktijk van de betrokken lidstaat voor hem verantwoordelijke volwassene op het grondgebied van een lidstaat aankomt, zolang hij niet daadwerkelijk onder de hoede van een dergelijke volwassene staat; onder dit begrip valt ook een minderjarige die zonder begeleiding wordt achtergelaten nadat hij op het grondgebied van een lidstaat is aangekomen, alsook minderjarigen die gescheiden zijn geraakt van beide ouders of van hun eerdere wettelijke of gebruikelijke hoofdverzorger;

Motivering

Dit amendement beoogt de reikwijdte van de definitie van "niet-begeleide minderjarige" te verbreden.

Amendement     12

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Alvorens de criteria toe te passen op grond waarvan overeenkomstig de hoofdstukken III en IV wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is, is de eerste lidstaat waar een verzoek om internationale bescherming is ingediend verplicht:

Schrappen

a)  na te gaan of het verzoek om internationale bescherming moet worden geacht niet-ontvankelijk te zijn op grond van artikel 33, lid 2, onder b) en c), van Richtlijn 2013/32/EU (wanneer een land dat geen lidstaat is, voor de verzoeker wordt aangemerkt als het eerste land van asiel of als veilig derde land), en

 

b)  het verzoek te behandelen in een versnelde procedure overeenkomstig artikel 31, lid 8, van Richtlijn 2013/32/EU, wanneer de volgende gronden van toepassing zijn:

 

i)  de verzoeker heeft de nationaliteit van een derde land, of hij is staatloos en had voorheen in dat land zijn gewone verblijfplaats, welk land is aangemerkt als veilig land van herkomst in de gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst zoals vastgesteld bij Verordening [Voorstel COM(2015) 452 van 9 september 2015], of

 

ii)  de verzoeker kan om ernstige redenen worden geacht een gevaar te vormen voor de nationale veiligheid of de openbare orde van de lidstaat, of de verzoeker is onder dwang uitgezet om ernstige redenen van openbare veiligheid of openbare orde krachtens het nationale recht.

 

Amendement     13

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  van het feit dat het recht te verzoeken om internationale bescherming niet inhoudt dat de verzoeker kan kiezen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming;

a)  van het feit dat het recht te verzoeken om internationale bescherming niet inhoudt dat de verzoeker kan kiezen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, tenzij de persoon in kwestie voor gezinshereniging in aanmerking komt;

Amendement     14

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2 – alinea 2

Verordening (EU) nr. 604/2013

Artikel 6 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien dit nodig is om de verzoeker de informatie te doen begrijpen, wordt de informatie ook mondeling verstrekt, bijvoorbeeld in samenhang met het in artikel 7 bedoelde persoonlijk onderhoud.

Indien dit nodig is om de verzoeker de informatie te doen begrijpen, wordt de informatie ook mondeling verstrekt, bijvoorbeeld in samenhang met het in artikel 7 bedoelde persoonlijk onderhoud. Indien de verzoeker een minderjarige is, wordt de persoon in kwestie op een kindvriendelijke manier geïnformeerd.

Motivering

Dit amendement beoogt de specifieke situatie van minderjarigen aan te pakken door hun rechten te versterken. Het houdt verband met de amendementen inzake de artikelen 7, 8 en 10.

Amendement     15

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Verordening (EU) nr. 604/2013

Artikel 7 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het persoonlijk onderhoud wordt gevoerd in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij die verstaat en waarin hij kan communiceren. Zo nodig stelt de lidstaat een tolk aan die kan zorgen voor een goede communicatie tussen de verzoeker en de persoon die het persoonlijk onderhoud voert.

3.  Het persoonlijk onderhoud wordt gevoerd in een taal die de verzoeker verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij die verstaat en waarin hij kan communiceren, en, in voorkomend geval, op een kindvriendelijke manier. Zo nodig stelt de lidstaat een tolk aan die kan zorgen voor een goede communicatie tussen de verzoeker en de persoon die het persoonlijk onderhoud voert.

Motivering

Dit amendement beoogt de specifieke situatie van minderjarigen aan te pakken door hun rechten te versterken. Het houdt verband met de amendementen inzake de artikelen 6, 8 en 10.

Amendement     16

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Verordening (EU) nr. 604/2013

Artikel 8 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij alle procedures waarin deze verordening voorziet, stellen de lidstaten het belang van het kind voorop.

1.  Bij alle procedures waarin deze verordening voorziet, beoordelen de lidstaten stelselmatig het belang van het kind en stellen zij dit voorop.

Motivering

Dit amendement beoogt de rechten van minderjarigen te versterken en de verplichtingen van de lidstaten jegens hen te vergroten. Het houdt verband met de andere amendementen inzake artikel 8.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Verordening (EU) nr. 604/2013

Artikel 8 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat zorgt ervoor dat, wanneer een niet-begeleide minderjarige aanwezig moet zijn, de niet-begeleide minderjarige bij de relevante procedures waarin deze verordening voorziet, wordt vertegenwoordigd en/of bijgestaan door een vertegenwoordiger. De vertegenwoordiger beschikt over de kwalificaties en de expertise om ervoor te zorgen dat tijdens de procedures die in het kader van deze verordening worden gevolgd, rekening wordt gehouden met het belang van de minderjarige. Deze vertegenwoordiger heeft toegang tot de inhoud van de toepasselijke documenten in het dossier van de verzoeker, met inbegrip van de specifieke brochure voor niet-begeleide minderjarigen.

Elke lidstaat zorgt ervoor dat, wanneer een niet-begeleide minderjarige aanwezig is, de niet-begeleide minderjarige direct na aankomst een goed opgeleide vertegenwoordiger krijgt toegewezen die hem/haar bij de relevante procedures waarin deze verordening voorziet vertegenwoordigt en/of bijstaat. De vertegenwoordiger beschikt over de kwalificaties en de expertise om ervoor te zorgen dat tijdens de procedures die in het kader van deze verordening worden gevolgd, rekening wordt gehouden met het belang van de minderjarige. Deze vertegenwoordiger heeft toegang tot de inhoud van de toepasselijke documenten in het dossier van de verzoeker, met inbegrip van de specifieke brochure voor niet-begeleide minderjarigen.

Dit lid laat de toepasselijke bepalingen van artikel 25 van Richtlijn 2013/32/EU onverlet.

Dit lid laat de toepasselijke bepalingen van artikel 25 van Richtlijn 2013/32/EU onverlet.

 

Vanwege hun kwetsbaarheid mogen niet-begeleide minderjarigen alleen aan een andere lidstaat worden overgedragen indien dit in het belang van het kind is.

Motivering

Dit amendement beoogt de rechten van niet-begeleide minderjarigen te versterken en te onderstrepen dat de staat verantwoordelijkheid voor hen draagt.

Amendement     18

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 – letter a

Verordening (EU) nr. 604/2013

Artikel 8 – lid 3 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de mogelijkheden van gezinshereniging;

a)  de instandhouding van het gezinsleven, met inbegrip van de mogelijkheden van gezinshereniging;

Motivering

Dit amendement beoogt de garanties voor minderjarigen te versterken door de verplichtingen van de lidstaten jegens hen te vergroten. Het houdt verband met de andere amendementen inzake artikel 8.

Amendement     19

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 5 – alinea 3

Verordening (EU) nr. 604/2013

Artikel 8 – lid 5 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De personeelsleden van de in artikel 47 bedoelde bevoegde autoriteiten die verzoeken van niet-begeleide minderjarigen behandelen, hebben een passende opleiding gekregen, en blijven die krijgen, met betrekking tot de specifieke behoeften van minderjarigen.

De personeelsleden van de in artikel 47 bedoelde bevoegde autoriteiten die verzoeken van niet-begeleide minderjarigen behandelen, hebben een passende opleiding gekregen, en blijven die krijgen, met betrekking tot de specifieke behoeften van minderjarigen. Deze opleiding omvat risicobeoordelingsmodules ten behoeve van op de individuele behoeften van het kind afgestemde zorg en bescherming, met bijzondere aandacht voor de vroegtijdige herkenning van slachtoffers van mensenhandel en misbruik, en scholing over goede praktijken ter voorkoming van verdwijningen.

Motivering

Dit amendement beoogt de specifieke situatie van minderjarigen aan te pakken door de garanties te versterken dat zij passende zorg zullen ontvangen van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. Het houdt verband met de amendementen inzake de artikelen 7, 8 en 10.

Amendement     20

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5

Verordening (EU) nr. 604/2013

Artikel 10 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij ontstentenis van gezinsleden of familieleden als vermeld in de leden 2 en 3, is de lidstaat waarbij de niet-begeleide minderjarige zijn verzoek om internationale bescherming het eerst heeft ingediend de verantwoordelijke lidstaat, tenzij wordt aangetoond dat dit niet in het belang van de minderjarige is.

Bij ontstentenis van gezinsleden of familieleden als vermeld in de leden 2 en 3, is de lidstaat waar de niet-begeleide minderjarige aanwezig is of een asielverzoek heeft ingediend de verantwoordelijke lidstaat, op voorwaarde dat dit in het belang van de minderjarige is.

Motivering

Dit amendement houdt verband met de voorgaande amendementen die zijn ingediend inzake artikel 8. De staat is verantwoordelijk voor alle minderjarigen die zich op zijn grondgebied bevinden.

Amendement     21

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 – alinea 1

Verordening (EU) nr. 604/2013

Artikel 19 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaat waarin een verzoek om internationale bescherming is gedaan en die bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is kan, te allen tijde voordat is bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is, een andere lidstaat vragen een verzoeker over te nemen teneinde familierelaties te verenigen, ook wanneer die laatste lidstaat niet verantwoordelijk is volgens de in de artikelen 10 tot 13 en 18 vastgelegde criteria. De betrokkenen moeten hiermee schriftelijk instemmen.

De lidstaat waarin een verzoek om internationale bescherming is gedaan en die bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is kan, te allen tijde voordat is bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is, een andere lidstaat vragen een verzoeker over te nemen teneinde familierelaties te verenigen of op grond van familiale, culturele of sociale banden of taalvaardigheden die zijn integratie in die andere lidstaat zouden vergemakkelijken, ook wanneer die laatste lidstaat niet verantwoordelijk is volgens de in de artikelen 10 tot 13 en 18 vastgelegde criteria. De betrokkenen moeten hiermee schriftelijk instemmen.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Artikel 29 – lid 1

Verordening (EU) nr. 604/2013

Artikel 29 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten houden niemand in bewaring om de enkele reden dat hij aan de bij deze verordening ingestelde procedure onderworpen is.

De lidstaten houden niemand in bewaring om de enkele reden dat hij aan de bij deze verordening ingestelde procedure onderworpen is. Bewaring moet altijd een uiterste middel blijven en er wordt altijd voorrang gegeven aan alternatieven voor bewaring. Kinderen mogen niet in bewaring worden gehouden, aangezien bewaring nooit in het belang van het kind kan zijn. Minderjarigen en gezinnen met minderjarige kinderen worden samen ondergebracht in niet-bewarende accommodaties in de gemeenschap.

Motivering

Dit amendement beoogt te waarborgen dat passende maatregelen worden genomen ten aanzien van kinderen in overeenstemming met hun belangen.

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Asielagentschap van de Europese Unie ontwikkelt en faciliteert de activiteiten van een netwerk van de in artikel 47, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteiten, met het oog op een betere praktische samenwerking en uitwisseling van informatie over alle aangelegenheden in verband met de toepassing van deze verordening, met inbegrip van de ontwikkeling van praktische instrumenten en richtsnoeren.

Het Asielagentschap van de Europese Unie ontwikkelt en faciliteert de activiteiten van een netwerk van de in artikel 47, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteiten, met het oog op een betere praktische samenwerking en uitwisseling van informatie over alle aangelegenheden in verband met de toepassing van deze verordening, met inbegrip van de ontwikkeling van praktische instrumenten en richtsnoeren. De bevoegde autoriteiten van kandidaat-lidstaten en mogelijke kandidaat-lidstaten en van landen van het Europees nabuurschapsgebied kunnen worden uitgenodigd om aan dit netwerk deel te nemen.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking)

Document- en procedurenummers

(COM(2016)0270 – C8-0173/2016 – 2016/0133(COD))

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

 

12.9.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

AFET

12.9.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Ramona Nicole Mănescu

12.7.2016

Datum goedkeuring

11.4.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

47

9

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Lars Adaktusson, Francisco Assis, Amjad Bashir, Bas Belder, Mario Borghezio, Elmar Brok, Fabio Massimo Castaldo, Lorenzo Cesa, Javier Couso Permuy, Andi Cristea, Arnaud Danjean, Georgios Epitideios, Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Michael Gahler, Sandra Kalniete, Karol Karski, Tunne Kelam, Janusz Korwin-Mikke, Eduard Kukan, Arne Lietz, Barbara Lochbihler, Sabine Lösing, Ulrike Lunacek, Andrejs Mamikins, Ramona Nicole Mănescu, Alex Mayer, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Javier Nart, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Alojz Peterle, Tonino Picula, Kati Piri, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, Jozo Radoš, Jordi Solé, Jaromír Štětina, Dubravka Šuica, Charles Tannock, László Tőkés, Ivo Vajgl, Elena Valenciano, Geoffrey Van Orden, Anders Primdahl Vistisen, Boris Zala

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

María Teresa Giménez Barbat, Andrzej Grzyb, Antonio López-Istúriz White, Norica Nicolai, Urmas Paet, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Marietje Schaake, Helmut Scholz, Igor Šoltes, Marie-Christine Vergiat

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Josef Weidenholzer

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

47

+

ALDE

María Teresa Giménez Barbat, Javier Nart, Norica Nicolai, Urmas Paet, Jozo Radoš, Marietje Schaake, Ivo Vajgl

EFDD

Fabio Massimo Castaldo

PPE

Lars Adaktusson, Elmar Brok, Lorenzo Cesa, Arnaud Danjean, Michael Gahler, Andrzej Grzyb, Sandra Kalniete, Tunne Kelam, Eduard Kukan, Antonio López-Istúriz White, Ramona Nicole Mănescu, David McAllister, Francisco José Millán Mon, Alojz Peterle, Julia Pitera, Cristian Dan Preda, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, László Tőkés, Jaromír Štětina, Dubravka Šuica

S&D

Francisco Assis, Andi Cristea, Knut Fleckenstein, Eugen Freund, Arne Lietz, Andrejs Mamikins, Alex Mayer, Pier Antonio Panzeri, Demetris Papadakis, Ioan Mircea Paşcu, Tonino Picula, Kati Piri, Elena Valenciano, Josef Weidenholzer, Boris Zala

VERTS/ALE

Barbara Lochbihler, Ulrike Lunacek, Jordi Solé, Igor Šoltes

9

-

ECR

Amjad Bashir, Bas Belder, Karol Karski, Charles Tannock, Geoffrey Van Orden, Anders Primdahl Vistisen

ENF

Mario Borghezio

NI

Georgios Epitideios, Janusz Korwin-Mikke

4

0

GUE/NGL

Javier Couso Permuy, Sabine Lösing, Helmut Scholz, Marie-Christine Vergiat

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-   :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Begrotingscommissie (17.5.2017)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking)

(COM(2016)0270 – C8-0173/2016 – 2016/0133(COD))

Rapporteur voor advies: Gérard Deprez

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur is ingenomen met het Commissievoorstel dat de herschikking en vervanging beoogt van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend. In verband met de migratie- en vluchtelingencrisis is het nodig gebleken het Dublinsysteem te hervormen om deze te vereenvoudigen en de doeltreffendheid ervan in de praktijk te verbeteren, en rekening te houden met het feit dat het aantal verzoeken op bepaalde lidstaten een buitensporige druk heeft gelegd.

Correctiemechanisme

Het bedrag dat aan kredieten nodig is om de tenuitvoerlegging van het voorstel in de periode 2017-2020 te verzekeren, is gesteld op 1,828 miljard EUR. Hiermee zouden de kosten worden gedekt voor de overdrachten zodra het "billijke correctiemechanisme" ten behoeve van een lidstaat is geactiveerd, voor de oprichting en de exploitatie van het IT-systeem voor de registratie en de automatische toewijzing van asielaanvragers, alsook de kosten voor het creëren van aanvullende opvangcapaciteit en het voorzien in voeding en elementaire diensten aan de overgedragen asielzoekers.

De rapporteur neemt kennis van het voorstel van de Commissie om een drempelvolume voor het aantal asielverzoeken in te stellen dat het correctiemechanisme voor toewijzing automatisch in gang zet. Hij acht het nodig een dergelijk drempelvolume in te stellen om te voorkomen dat een lidstaat met een onevenredig aantal asielverzoeken wordt geconfronteerd of dat een lidstaat niet van het toewijzingsmechanisme gebruik wil maken terwijl hij maar een klein aantal asielzoekers ontvangt in vergelijking met de verdeelsleutel.

De rapporteur is evenwel van mening dat door het automatisch drempelvolume op 150 % van het referentieaantal voor die lidstaten vast te stellen, de Commissie op bepaalde lidstaten een buitensporige last legt aangezien deze lidstaten een aantal verzoeken moet afhandelen dat met de helft hun capaciteit overstijgt voordat het solidariteitsmechanisme geactiveerd wordt. Hij is voorts van mening dat een te laag drempelvolume zonder bijkomende voorwaarden ertoe kan leiden dat een lidstaat zich aan zijn verantwoordelijkheid voor de controle en het beheer van zijn grenzen kan onttrekken. Hij stelt dan ook voor om deze drempel op 100 % van het referentieaantal voor een lidstaat te stellen, maar een eventueel nalatig grensbeleid te voorkomen door een wederzijdse solidariteitsclausule toe te voegen die de buitenwerkingstelling van het correctiemechanisme mogelijk maakt als een lidstaat zijn verplichtingen inzake beheer van zijn buitengrenzen niet adequaat en in overeenstemming met de verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht nakomt. Hij stelt ten slotte voor om de toepassing van het correctiemechanisme uitsluitend stop te zetten wanneer het aantal asielverzoeken bij een begunstigde lidstaat is gedaald tot 90 % van zijn referentieaantal, om zo het herhaald in en buiten werking stellen van het systeem te vermijden.

Kosten van de overdracht

Van de geraamde 1,828 miljard EUR is 375 miljoen EUR bestemd voor de terugbetaling van de kosten van overdracht tussen de lidstaten voor in totaal 750 000 overgedragen personen. In artikel 42 van het herschikkingsvoorstel wordt bepaald dat de begunstigde lidstaat die de overdracht van een asielzoeker aan de lidstaat van toewijzing verricht een vast bedrag van 500 EUR per overgedragen persoon wordt betaald.

De rapporteur steunt het voorstel om de lidstaat die de overdracht verzorgt een kostenvergoeding toe te kennen. Hij is van mening dat een vaste vergoeding gerechtvaardigd is om een enorme bureaucratische rompslomp omtrent de controle van de werkelijke kosten te vermijden. Hij is echter van oordeel dat de Commissie, door het bedrag op 500 EUR per persoon te stellen met het argument dat met het bedrag dat boven de werkelijke kosten uitgaat de meest getroffen lidstaten geholpen kunnen worden, geen rekening houdt met de recente totstandbrenging van een instrument voor noodhulp(1) waarmee het optreden van de lidstaten die onder meer getroffen zijn door de plotselinge massale toestroom van onderdanen van derde landen (vluchtelingen en migranten) op hun grondgebied, financieel wordt ondersteund.

De rapporteur stelt daarom voor het vaste bedrag per overgedragen persoon te stellen op 300 EUR, om deze beter te laten aansluiten op de werkelijke kosten. Het totaalbedrag voor de overdrachten in de periode 2017-2020 zal dan 225 miljoen EUR zijn, zodat een bedrag van 150 miljoen EUR bespaard wordt. Van deze besparingen, kan ten minste 110 miljoen EUR gebruikt worden om het noodhulpfonds aan te vullen (30 miljoen EUR in 2017 en 40 miljoen EUR elk jaar in 2018 en 2019) totdat de rechtsgrondslag daarvan in maart 2019 is vervallen.

Financiële solidariteit en het creëren van een "Dublinreserve" binnen het AMIF-fonds.

De rapporteur beschouwt het voorstel van de Commissie om de lidstaten te verplichten een financiële bijdrage te leveren als zij weigeren de asielzoekers over te nemen die hen op grond van het verdelingsmechanisme zijn toegewezen, legitiem, noodzakelijk en evenredig. Hij benadrukt dat een dergelijke verplichte financiële bijdrage op geen enkele wijze een sanctie behelst maar een billijke bijdrage is aan de noodzakelijke solidariteit tussen de lidstaten (artikel 80 VWEU). Hij is niettemin van mening dat het door de Commissie beoogde financieringsmechanisme in dit geval niet het meest geëigend is, noch wat betreft het bedrag, noch wat betreft de methode.

De rapporteur stelt voor dat, uit hoofde van financiële solidariteit, een lidstaat die aan zijn verplichtingen voldoet op grond van het correctiemechanisme voor elke verzoeker die aan deze lidstaat zou zijn toegewezen, in het eerste en tweede jaar 50 000 EUR, in het derde en vierde jaar 75 000 EUR en in het vijfde en de daaropvolgende jaren 100 000 EUR moet betalen. Deze bedragen worden volledig gestort in het AMIF-fonds, opgericht bij Verordening (EU) nr. 516/2014, met het oog op het creëren van een "Dublinreserve". Deze reserve zal pas gecreëerd kunnen worden bij de herziening van het AMIF-fonds die ingevolge artikel 60 van Verordening (EU) nr. 514/2014 en artikel 28 van Verordening (EU) nr. 516/2014 uiterlijk 30 juni 2020 moet zijn uitgevoerd. Indien een lidstaat verzuimt te betalen, houdt de Commissie deze bedragen in op de aan die lidstaat verschuldigde gelden uit andere fondsen van de Unie.

De kredieten van deze "Dublinreserve" zijn bestemd voor de dekking van de vaste bedragen die per asielzoeker toegekend worden en evenredig verdeeld tussen de lidstaten die naar behoren aan het correctiemechanisme voor toewijzing deelnemen. In het Besluit (EU) 2015/1601 wordt bepaald dat voor herplaatsingsmaatregelen financiële steun worden verleend uit het AMIF-fonds. De lidstaten van de herplaatsing ontvangen een vast bedrag van 6 000 EUR per verzoeker om internationale bescherming die op hun grondgebied wordt herplaatst. De uitkering in verband met de hervestiging bedraagt 10 000 EUR per persoon. De rapporteur is daarom van mening dat aan de lidstaten die deelnemen aan dit solidariteitsmechanisme financiële steun moet worden verleend. Binnen het voorgestelde systeem stijgen de bedragen per verzoeker evenredig met de onderling door de lidstaten te verdelen lasten als gevolg van de niet-deelneming van bepaalde lidstaten.

Geautomatiseerd systeem voor registratie en monitoring

Van 1,828 miljard EUR is 3,603 miljoen EUR toegewezen aan de begroting van eu-LISA voor de voorbereiding, ontwikkeling en het operationele beheer van het geautomatiseerde IT-systeem voor de toewijzing van de asielzoekers. Zodra het geautomatiseerde systeem voor de registratie en monitoring van verzoeken en voor het toewijzingsmechanisme, als bedoeld in artikel 44, de lidstaat van toewijzing heeft vastgesteld, moet deze informatie automatisch worden ingevoerd in Eurodac. Het is daarom noodzakelijk te zorgen voor interoperabiliteit tussen het centrale systeem van het correctiemechanisme en het centrale systeem van Eurodac.

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/201121, moet worden belast met de opzet, de ontwikkeling en het operationele beheer van het centrale systeem en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale infrastructuren.

(30)  Het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/201121, moet worden belast met de opzet, de ontwikkeling en het operationele beheer van het centrale systeem, de interoperabiliteit daarvan met andere systemen en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale infrastructuren.

___

___

21 Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1).

21 Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1).

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  Een sleutel gebaseerd op de omvang van de bevolking en van de economie van de lidstaten moet, in combinatie met een drempel, worden gebruikt als referentiepunt voor de werking van het correctiemechanisme voor toewijzing, zodat het mechanisme kan functioneren als een instrument voor hulp aan lidstaten die onder onevenredige druk staan. De toepassing van het correctiemechanisme ten gunste van een lidstaat moet automatisch in gang worden gezet wanneer het aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is meer dan 150 % bedraagt van het volgens de referentiesleutel bepaalde cijfer. Om ten volle rekening te houden met de inspanningen van elke lidstaat, moet in het kader van deze berekening het aantal personen dat daadwerkelijk is hervestigd in die lidstaat worden opgeteld bij het aantal verzoeken om internationale bescherming.

(32)  Een sleutel gebaseerd op de omvang van de bevolking en van de economie van de lidstaten moet, in combinatie met een drempel, worden gebruikt als referentiepunt voor de werking van het correctiemechanisme voor toewijzing, zodat het mechanisme kan functioneren als een instrument voor hulp aan lidstaten die onder onevenredige druk staan. De toepassing van het correctiemechanisme voor toewijzing ten gunste van een lidstaat moet automatisch in gang worden gezet wanneer het aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is meer dan 100 % bedraagt van het volgens de referentiesleutel bepaalde cijfer. Om ten volle rekening te houden met de inspanningen van elke lidstaat, moet in het kader van deze berekening het aantal personen dat daadwerkelijk is hervestigd in die lidstaat worden opgeteld bij het aantal verzoeken om internationale bescherming.

Motivering

Considère qu’en fixant le seuil de déclanchement à 150 % de sa part de référence, la Commission laisse peser sur certains États membres une charge excessive ou ce dernier doit assumer seul un nombre de demandes qui dépasse de moitié ses capacités avant d’activer le mécanisme de solidarité. Estime également qu’un seuil trop bas sans conditions supplémentaires pourrait entrainer la non responsabilisation d’un État membre dans le contrôle et la gestion de ses frontières. Propose dès lors de fixer ce seuil à 100 % de la part de référence d’un État membre mais de prévenir une éventuelle politique de laxisme au frontière par l’ajout d’une clause de solidarité réciproque permettant la suspension du mécanisme de correction lorsqu’un État membre ne s'acquitte pas convenablement de ses obligations de gestion de sa frontière extérieure et ce conformément au règlement relatif à la création d'une agence européenne de garde-frontières et de garde-côtes ( Cfr ajout d'un article 43 a)

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  In het kader van het toewijzingsmechanisme moeten de kosten voor de overdracht van een verzoeker aan de lidstaat van toewijzing worden terugbetaald uit de EU-begroting.

(34)  In het kader van het toewijzingsmechanisme moeten de kosten voor de overdracht van een verzoeker aan de lidstaat van toewijzing worden terugbetaald uit de EU-begroting in de vorm van een vast bedrag van 300 EUR per overgedragen persoon.

Motivering

La somme proposée de 500 EUR suit l’approche établie dans la décision (UE) 2015/1601 du Conseil, dans laquelle le remboursement des frais de transfert servait également à aider un État membre qui se trouvait dans une situation d’urgence ou confronté à un nombre disproportionné de demandes d’asile. Entre temps, un fonds d'aide d'urgence a été créé à cette fin. Votre rapporteur pour avis Budget estime dès lors qu’il convient de diminuer ce montant à 300 EUR afin qu'il corresponde un peu plus aux couts réels de transferts. Sur le montant total prévu dans la fiche financière de la proposition 1.825 milliards sont prévus pour financer ces transferts. En diminuant la somme forfaitaire à 300 EUR, ce sont 730 millions économisés qui devraient servir à alimenter le fond d’aide urgence.

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  Een lidstaat van toewijzing kan beslissen de toegewezen verzoekers niet te aanvaarden gedurende een periode van twaalf maanden, in welk geval hij deze informatie in het geautomatiseerde systeem moet invoeren en de andere lidstaten, de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis moet stellen. Daarna moeten de verzoekers die zouden zijn toegewezen aan die lidstaat, worden toegewezen aan de andere lidstaten. De lidstaat die tijdelijk niet deelneemt aan het correctiemechanisme moet per niet-aanvaarde verzoeker een solidariteitsbijdrage van 250 000 EUR betalen aan de lidstaat die is aangewezen als de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van dergelijke verzoeken. De Commissie moet in een uitvoeringshandeling de praktische regelingen voor de toepassing van het mechanisme inzake de solidariteitsbijdrage vaststellen. Het Asielagentschap van de Europese Unie ziet toe op de toepassing van het mechanisme voor financiële solidariteit en brengt daarover jaarlijks verslag uit aan de Commissie.

(35)  Een lidstaat van toewijzing die beslist de toegewezen verzoekers niet te aanvaarden gedurende een periode van twaalf maanden, moet deze informatie in het geautomatiseerde systeem invoeren en de andere lidstaten, de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis moet stellen. Daarna moeten de verzoekers die zouden zijn toegewezen aan die lidstaat, worden toegewezen aan de andere lidstaten. Een fonds (de "Dublinreserve") moet worden opgericht en de lidstaat die niet deelneemt aan het correctiemechanisme moet voor elke toegewezen verzoeker die niet door de lidstaat wordt aanvaard in het eerste en tweede jaar 50 000 EUR, in het derde en vierde jaar 75 000 EUR en in het vijfde en de daaropvolgende jaren 100 000 EUR aan dat fonds betalen. De middelen van deze "Dublinreserve" zijn bestemd voor de dekking van het vaste bedrag dat per verzoeker om internationale bescherming wordt toegekend en worden evenredig verdeeld tussen de lidstaten die aan het correctiemechanisme voor toewijzing deelnemen. Indien een lidstaat verzuimt te betalen, houdt de Commissie hetzelfde bedrag in op de aan die lidstaat verschuldigde gelden uit andere fondsen van de Unie. De Commissie moet in een uitvoeringshandeling de praktische regelingen voor de toepassing van bovengenoemd beginsel vaststellen, en het Asielagentschap van de Europese Unie zal toezicht houden en verslag uitbrengen aan de Commissie.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  De continuïteit van het systeem om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is, dat bij Verordening (EU) nr. 604/2013 was ingesteld en nu bij deze verordening wordt geregeld, moet worden gewaarborgd. Daarnaast moet worden gewaakt over de coherentie tussen deze verordening en Verordening [voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad].

(41)  De continuïteit van het systeem om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is, dat bij Verordening (EU) nr. 604/2013 was ingesteld en nu bij deze verordening wordt geregeld, moet worden gewaarborgd. Daarnaast moet worden gewaakt over de coherentie tussen deze verordening en Verordening [voorstel voor een verordening tot herschikking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad]. Zodra het geautomatiseerde systeem voor de registratie en monitoring van verzoeken en voor het toewijzingsmechanisme als bedoeld in artikel 44 de lidstaat van toewijzing heeft vastgesteld, moet deze informatie automatisch worden ingevoerd in Eurodac. Het is daarom noodzakelijk te zorgen voor interoperabiliteit tussen het centrale systeem van het correctiemechanisme en het centrale systeem van Eurodac.

Motivering

Dit amendement maakt het verband duidelijk tussen de twee betreffende verordeningen, teneinde de coherentie tussen beide systemen door middel van hun interoperabiliteit te verzekeren.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Lid 1 is van toepassing wanneer het in artikel 44, lid 1, bedoelde geautomatiseerde systeem aangeeft dat het aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is op grond van de criteria van hoofdstuk III en artikel 3, lid 2 of lid 3, en de artikelen 18 en 19, bovenop het aantal daadwerkelijk hervestigde personen, groter is dan 150 % van het referentieaantal voor die lidstaat zoals vastgesteld volgens de in artikel 35 bedoelde sleutel.

2.  Lid 1 is van toepassing wanneer het in artikel 44, lid 1, bedoelde geautomatiseerde systeem aangeeft dat het aantal verzoeken om internationale bescherming waarvoor een lidstaat verantwoordelijk is op grond van de criteria van hoofdstuk III en artikel 3, lid 2 of lid 3, en de artikelen 18 en 19, bovenop het aantal daadwerkelijk hervestigde personen, groter is dan 100 % van het referentieaantal voor die lidstaat zoals vastgesteld volgens de in artikel 35 bedoelde sleutel.

Motivering

Considère qu’en fixant le seuil de déclanchement à 150 % de sa part de référence, la Commission laisse peser sur certains États membres une charge excessive ou ce dernier doit assumer seul un nombre de demandes qui dépasse de moitié ses capacités avant d’activer le mécanisme de solidarité. Estime également qu’un seuil trop bas sans conditions supplémentaires pourrait entrainer la non responsabilisation d’un État membre dans le contrôle et la gestion de ses frontières. Propose dès lors de fixer ce seuil à 100 % de la part de référence d’un État membre mais de prévenir une éventuelle politique de laxisme au frontière par l’ajout d’une clause de solidarité réciproque permettant la suspension du mécanisme de correction lorsqu’un État membre ne s'acquitte pas convenablement de ses obligations de gestion de sa frontière extérieure et ce conformément au règlement relatif à la création d'une agence européenne de garde-frontières et de garde-côtes (Cfr ajout d'un article 43 a)

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Financiële solidariteit

Financiële solidariteit en de instelling van een "Dublinreserve"

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een lidstaat kan na het verstrijken van een termijn van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening en na afloop van elke periode van twaalf maanden daarna in het geautomatiseerde systeem aangeven dat hij tijdelijk niet zal deelnemen aan het in hoofdstuk VII van deze verordening vastgestelde correctiemechanisme voor toewijzing als lidstaat van toewijzing; hij stelt de lidstaten, de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis.

1.  Een lidstaat die zijn verplichtingen niet nakomt als lidstaat van toewijzing uit hoofde van het in hoofdstuk VII vastgestelde correctiemechanisme voert deze informatie na het verstrijken van een termijn van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening en na afloop van elke periode van twaalf maanden in het geautomatiseerde systeem in; hij stelt de lidstaten, de Commissie en het Asielagentschap van de Europese Unie daarvan in kennis.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Aan het einde van de in lid 2 bedoelde periode van twaalf maanden deelt het geautomatiseerde systeem aan de lidstaat die niet deelneemt aan het correctiemechanisme voor toewijzing het aantal verzoeken mee waarvoor die lidstaat anders de lidstaat van toewijzing zou zijn geweest. Die lidstaat betaalt vervolgens een solidariteitsbijdrage van 250 000 EUR voor iedere verzoeker die tijdens de betrokken periode van twaalf maanden anders aan hem zou zijn toegewezen. De solidariteitsbijdrage wordt betaald aan de lidstaat die is aangewezen als de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van de betrokken verzoeken.

3.  Aan het einde van de in lid 2 bedoelde periode van twaalf maanden deelt het geautomatiseerde systeem aan de lidstaat die niet deelneemt aan het correctiemechanisme voor toewijzing het aantal verzoeken mee waarvoor die lidstaat anders de lidstaat van toewijzing zou zijn geweest. Een fonds (de "Dublinreserve") wordt opgericht en de lidstaat die niet deelneemt aan het correctiemechanisme betaalt jaarlijks aan dat fonds voor elke toegewezen verzoeker die niet door de lidstaat wordt aanvaard in het eerste en tweede jaar 50 000 EUR, in het derde en vierde jaar 75 000 EUR en in het vijfde en de daaropvolgende jaren 100 000 EUR. De middelen van deze "Dublinreserve" dekken het vaste bedrag dat per verzoeker om internationale bescherming wordt toegekend en worden evenredig verdeeld tussen de lidstaten die aan het correctiemechanisme voor toewijzing deelnemen. Indien een lidstaat verzuimt te betalen, houdt de Commissie eenzelfde bedrag in op de aan die lidstaat verschuldigde gelden uit andere fondsen van de Unie.

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de kosten van de overdracht van een verzoeker aan de lidstaat van toewijzing, wordt aan de begunstigde lidstaat een vast bedrag betaald van 500 EUR per persoon die wordt overgedragen overeenkomstig artikel 38, onder c). Deze financiële steun wordt verleend volgens de procedures van artikel 18 van Verordening (EU) nr. 516/2014.

Voor de kosten van de overdracht van een verzoeker aan de lidstaat van toewijzing, wordt aan de begunstigde lidstaat een vast bedrag betaald van 300 EUR per persoon die wordt overgedragen overeenkomstig artikel 38, onder c). Deze financiële steun wordt verleend volgens de procedures van artikel 18 van Verordening (EU) nr. 516/2014.

Motivering

La somme proposée de 500 EUR suit l’approche établie dans la décision (UE) 2015/1601 du Conseil, dans laquelle le remboursement des frais de transfert servait également à aider un État membre qui se trouvait dans une situation d’urgence ou confronté à un nombre disproportionné de demandes d’asile. Entre temps, un fonds d'aide d'urgence a été créé à cette fin. Votre rapporteur pour avis Budget estime dès lors qu’il convient de diminuer ce montant à 300 EUR afin qu'il corresponde un peu plus aux couts réels de transferts. Sur le montant total prévu dans la fiche financière de la proposition 1.825 milliards sont prévus pour financer ces transferts. En diminuant la somme forfaitaire à 300 EUR, ce sont 730 millions économisés qui devraient servir à alimenter le fond d’aide urgence.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zodra het aantal verzoeken in de begunstigde lidstaat waarvoor die lidstaat overeenkomstig deze verordening de verantwoordelijke lidstaat is onder de 150 % van zijn in artikel 35, lid 1, bedoelde aandeel ligt, wordt dat door het geautomatiseerde systeem gemeld aan de lidstaten en de Commissie.

Zodra het aantal verzoeken in de begunstigde lidstaat waarvoor die lidstaat overeenkomstig deze verordening de verantwoordelijke lidstaat is onder de 90 % van zijn in artikel 35, lid 1, bedoelde aandeel ligt, wordt dat door het geautomatiseerde systeem gemeld aan de lidstaten en de Commissie.

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer een lidstaat zijn verplichtingen betreffende het beheer van zijn buitengrenzen overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad1 bis niet nakomt, kan de Raad, met gekwalificeerde meerderheid, besluiten het correctiemechanisme voor toewijzing buiten werking te stellen. Het besluit tot buitenwerkingstelling van dat mechanisme geldt voor een vaste termijn van ten hoogste een jaar.

 

___

 

1 bis Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De interoperabiliteit tussen het IT-systeem en Eurodac wordt verzorgd door middel van een rechtstreeks communicatiekanaal tussen de centrale systemen, om de automatische doorzending mogelijk te maken van de informatie betreffende de vaststelling van de lidstaat van toewijzing door middel van het correctiemechanisme.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/2011, wordt belast met de opzet, de ontwikkeling en het operationele beheer van het centrale systeem en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale infrastructuren.

3.  Het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/2011, is belast met de opzet, de ontwikkeling en het operationele beheer van het centrale systeem, de interoperabiliteit daarvan met andere systemen, en de communicatie-infrastructuur tussen het centrale systeem en de nationale infrastructuren.

PROCEDURE VAN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking)

Document- en procedurenummers

COM(2016)0270 – C8-0173/2016 – 2016/0133(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

12.9.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

12.9.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Gérard Deprez

15.6.2016

Behandeling in de commissie

9.2.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

11.5.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

5

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean Arthuis, Lefteris Christoforou, Gérard Deprez, Manuel dos Santos, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Monika Hohlmeier, Bernd Kölmel, Zbigniew Kuźmiuk, Vladimír Maňka, Clare Moody, Younous Omarjee, Pina Picierno, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Isabelle Thomas, Inese Vaidere, Monika Vana, Daniele Viotti, Marco Zanni

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Anneli Jäätteenmäki, Louis Michel, Stanisław Ożóg, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Georges Bach, Gabriele Preuß, Claudia Schmidt, Axel Voss, Rainer Wieland

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE MEDEADVISERENDE COMMISSIE

24

+

ALDE

Jean Arthuis, Gérard Deprez, Anneli Jäätteenmäki, Louis Michel

PPE

Georges Bach, Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Monika Hohlmeier, Paul Rübig, Petri Sarvamaa, Claudia Schmidt, Patricija Šulin, Inese Vaidere, Axel Voss, Rainer Wieland

S&D

Eider Gardiazabal Rubial, Vladimír Maňka, Clare Moody, Pina Picierno, Gabriele Preuß, Isabelle Thomas, Daniele Viotti, Manuel dos Santos

Verts/ALE

Indrek Tarand

5

-

ENF

Marco Zanni

NI

Eleftherios Synadinos

PPE

Tomáš Zdechovský

Verts/ALE

Jordi Solé, Monika Vana

4

0

ECR

Zbigniew Kuźmiuk, Bernd Kölmel, Stanisław Ożóg

GUE/NGL

Younous Omarjee

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

(1)

Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie.


PROCEDURE VAN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking)

Document- en procedurenummers

COM(2016)0270 – C8-0173/2016 – 2016/0133(COD)

Datum indiening bij EP

4.5.2016

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

12.9.2016

 

 

 

Medeadviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

12.9.2016

BUDG

12.9.2016

 

 

Rapporteurs

       Datum benoeming

Cecilia Wikström

26.5.2016

 

 

 

Behandeling in de commissie

16.6.2016

9.3.2017

12.4.2017

19.10.2017

Datum goedkeuring

19.10.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

43

16

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ahmedov Ademov, Jan Philipp Albrecht, Gerard Batten, Heinz K. Becker, Malin Björk, Michał Boni, Caterina Chinnici, Daniel Dalton, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Cornelia Ernst, Tanja Fajon, Laura Ferrara, Raymond Finch, Lorenzo Fontana, Kinga Gál, Ana Gomes, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Jussi Halla-aho, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Sophia in ‘t Veld, Eva Joly, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Marju Lauristin, Monica Macovei, Roberta Metsola, Louis Michel, Claude Moraes, Alessandra Mussolini, Péter Niedermüller, Soraya Post, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Helga Stevens, Bodil Valero, Marie-Christine Vergiat, Harald Vilimsky, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Tomáš Zdechovský, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ignazio Corrao, Gérard Deprez, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Jeroen Lenaers, Andrejs Mamikins, John Procter, Christine Revault d’Allonnes Bonnefoy, Elly Schlein, Barbara Spinelli

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Lara Comi, Elisabetta Gardini, Czesław Hoc, Patrizia Toia

Datum indiening

6.11.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

43

+

ALDE

Gérard Deprez, Nathalie Griesbeck, Louis Michel, Cecilia Wikström, Sophia in 't Veld

GUE/NGL

Malin Björk, Cornelia Ernst, Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat

PPE

Asim Ahmedov Ademov, Heinz K. Becker, Michał Boni, Lara Comi, Rachida Dati, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Elisabetta Gardini, Monika Hohlmeier, Brice Hortefeux, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Barbara Kudrycka, Jeroen Lenaers, Roberta Metsola, Alessandra Mussolini

S&D

Caterina Chinnici, Tanja Fajon, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Dietmar Köster, Marju Lauristin, Andrejs Mamikins, Claude Moraes, Péter Niedermüller, Soraya Post, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, Elly Schlein, Birgit Sippel, Patrizia Toia, Josef Weidenholzer

Verts/ALE

Jan Philipp Albrecht, Eva Joly, Judith Sargentini, Bodil Valero

16

-

ECR

Daniel Dalton, Jussi Halla-aho, Czesław Hoc, Monica Macovei, John Procter, Helga Stevens

EFDD

Gerard Batten, Ignazio Corrao, Laura Ferrara, Raymond Finch, Kristina Winberg

ENF

Lorenzo Fontana, Harald Vilimsky, Auke Zijlstra

PPE

Kinga Gál, Tomáš Zdechovský

0

0

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling