Procedure : 2017/2200(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0346/2017

Ingediende teksten :

A8-0346/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/11/2017 - 5.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0422

VERSLAG     
PDF 517kWORD 67k
9.11.2017
PE 610.898v02-00 A8-0346/2017

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Italië – EGF/2017/004 IT/Almaviva)

(COM(2017) 496 final – C8-0322/2017 – 2017/2200(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Daniele Viotti

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Italië – EGF/2017/004 IT/Almaviva)

(COM(2017) 496 final – C8-0322/2017 – 2017/2200(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017) 496 final – C8-0322/2017),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0346/2017),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld;

C.  overwegende dat Italië aanvraag EGF/2017/004 IT/Almaviva heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG in het kader van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, naar aanleiding van 1 646 ontslagen bij Almaviva Contact S.p.A., actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 82 (Administratieve en ondersteunende activiteiten ten behoeve van kantoren en overige zakelijke activiteiten) in de regio van NUTS-niveau 2 Lazio in Italië (ITI4); overwegende dat naar verwachting 1 610 ontslagen werknemers aan de maatregelen zullen deelnemen;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening en dat Italië recht heeft op een financiële bijdrage uit hoofde van die verordening ter hoogte van 3 347 370 EUR, wat neerkomt op 60 % van de totale kosten van 5 578 950 EUR;

2.  wijst erop dat de Italiaanse autoriteiten op 9 mei 2017 een aanvraag hebben ingediend en dat na ontvangst van aanvullende gegevens van Italië de beoordeling door de Commissie op 26 september 2017 is afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag nog in kennis is gesteld;

3.  brengt in herinnering dat de economische crisis aanzienlijke druk heeft uitgeoefend op de prijs van marketingdiensten en van bijstand voor kopers van goederen en diensten, wat heeft geleid tot een daling van de omzet en de winstgevendheid van dienstverleners; constateert dat aangezien in de callcentersector loonkosten verreweg het grootste deel van de productiekosten vormen, bedrijven op deze ongunstige omstandigheden hebben gereageerd door hun activiteiten te verplaatsen, door de loonkosten aan te passen of door te sluiten; betreurt dat tussen 2009 en het eerste kwartaal van 2014 een derde van alle Italiaanse ondernemingen in de sector de activiteiten heeft gestaakt;

4.  onderkent dat de huidige ontslagen rechtstreeks verband houden met een daling van de inkomsten met 45 % in de vestiging van Almaviva in Rome tussen 2011 en 2016; betreurt dat het niet mogelijk was om een overeenkomst met de verenigde vakbondsvertegenwoordiging (RSU) te bereiken over een plan om de loonkosten in Almaviva-Rome af te stemmen op de andere Italiaanse vestigingen van Almaviva, wat in feite zou neerkomen op loonsvermindering, en dat dit heeft geleid tot de sluiting van de vestiging in Rome;

5.  merkt op dat werknemers in de callcentersector beter moeten worden beschermd, wat met name inhoudt dat de overbrenging van personeel van een vestiging naar een andere, een specifieke strategie die wordt ingezet om massaontslagen af te dwingen, vermeden moet worden;

6.  wijst erop dat de regionale en lokale economie slechts langzaam haar vitaliteit herwint na de grote problemen ten gevolge van de economische en financiële crisis en dat de massaontslagen dit herstel dreigen stop te zetten of te onderbreken; benadrukt het cruciale belang van actieve arbeidsmarktmaatregelen, zoals die welke door het EFG worden medegefinancierd, om dit te vermijden;

7.  merkt op dat 79 % van de beoogde begunstigden vrouw is en dat de grote meerderheid van hen tussen de 30 en 55 jaar oud is; betreurt dat het niet mogelijk was tot een werkbare oplossing te komen om hun ontslag te vermijden, in het bijzonder omdat vrouwen in deze leeftijdscategorie al minder vaak op de arbeidsmarkt blijven en hogerop komen, doordat het vanwege hun verantwoordelijkheden als mantelzorgers moeilijk is om een evenwicht tussen werk en privéleven te vinden, en door het gebrek aan gelijke kansen op de werkplek;

8.  benadrukt dat bij de opleiding en andere individuele dienstverlening ten volle rekening moet worden gehouden met de kenmerken van deze groep werknemers, met name het hoge aandeel vrouwen; is ingenomen met de opname van naar schatting 680 000 EUR voor de vergoeding van kosten van verzorgers van afhankelijke personen;

9.  stelt op prijs dat de Italiaanse autoriteiten op 6 april 2017 zijn begonnen met het verlenen van de individuele diensten aan de beoogde begunstigden – vóór de aanvraag voor de toekenning van EFG-steun voor het voorgestelde gecoördineerde pakket;

10.  wijst erop dat Italië acht soorten maatregelen plant voor de ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: i) individuele oriëntatie, ii) hulp bij het zoeken naar werk, iii) opleiding, omscholing en beroepsopleiding, iv) weer-aan-het-werk-cheques, v) ondersteuning van ondernemerschap, vi) bijdrage aan het opstarten van een bedrijf, vii) terugbetaling van kosten voor verzorgers van afhankelijke personen, en viii) terugbetaling van mobiliteitskosten; wijst erop dat de maatregelen betreffende inkomenssteun 17,4 % van het totale pakket van individuele maatregelen zullen uitmaken, ruim onder het maximum van 35 % zoals vastgelegd in de EFG-verordening, en dat deze maatregelen afhankelijk zijn gesteld van de actieve deelname van de beoogde begunstigden aan activiteiten voor het vinden van werk of opleiding;

11.  is ingenomen met de oprichting van een comité dat bestaat uit vertegenwoordigers van het Ministerie van Economische Ontwikkeling (MiSE1a), ANPAL1b, de regio Lazio en de vakbonden, om de strategie en tussenkomsten voor steunverlening aan voormalige werknemers van Almaviva te bepalen en het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening op te stellen;

12.  begrijpt dat het gebruik van weer-aan-het-werk-cheques nieuw is en slechts in één eerder dossier is toegepast; benadrukt dat het belangrijk is de doeltreffendheid van dergelijke maatregelen grondig te evalueren zodra voldoende tijd is verstreken en er gegevens ter zake beschikbaar zijn;

13.  benadrukt dat de Italiaanse autoriteiten hebben bevestigd dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen, maar dat de maatregelen een aanvulling zullen vormen op acties die met middelen uit het ESF worden gefinancierd of die enkel nationale financiering ontvangen;

14.  herinnert eraan dat bij het samenstellen van het door het EFG gesteunde gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

15.  prijst de inzet van de Italiaanse regering om een nieuw rechtskader voor werknemers in de telecommunicatie vast te stellen om gevallen zoals dat waarop aanvraag EGF/2017/004 IT/Almaviva betrekking heeft in de toekomst te vermijden;

16.  herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren;

17.  verzoekt de Commissie er bij de nationale autoriteiten op aan te dringen om in toekomstige voorstellen meer details te geven over de sectoren met groeipotentieel, waarin dus waarschijnlijk mensen in dienst kunnen worden genomen, alsook onderbouwde gegevens over de impact van de EFG-financiering te verzamelen, onder meer over de kwaliteit van de banen en het herintredingspercentage dat dankzij het EFG bereikt is;

18.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-zaken openbaar toegankelijk zijn;

19.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

20.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Italië – EGF/2017/004 IT/Almaviva)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) heeft tot doel steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)  Zoals vastgesteld in artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad(3) mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden.

(3)  Op 9 mei 2017 heeft Italië een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen voor ontslagen bij Almaviva Contact S.p.A. in Italië. Italië heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Die aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)  Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 3 347 370 EUR te leveren in het kader van de door Italië ingediende aanvraag.

(5)  Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2017 wordt een bedrag van 3 347 370 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [de datum van bekendmaking].

Gedaan te,

Voor het Europees Parlement  Voor de Raad

De voorzitter  De voorzitter

(1)

  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)

  PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

(3)

  Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).


TOELICHTING

I.  Achtergrond

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die lijden onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(1) en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013(2) mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het Fonds niet meer dan 150 miljoen EUR bedragen (prijzen 2011). De benodigde bedragen worden als voorziening opgenomen in de algemene begroting van de Unie.

Overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) verloopt de procedure om het Fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het Fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek. Indien geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

II.  De aanvraag van Italië en het voorstel van de Commissie

Op 26 september 2017 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Italië om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij de onderneming Almaviva Contact S.p.A., die actief is in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 82 (Administratieve en ondersteunende activiteiten ten behoeve van kantoren en overige zakelijke activiteiten) in de regio van NUTS-niveau 2 Lazio in Italië (ITI4).

Dit is de vijfde aanvraag die in het kader van de begroting voor 2017 wordt behandeld en de eerste in de sector "Administratieve en ondersteunende activiteiten ten behoeve van kantoren en overige zakelijke activiteiten". De aanvraag heeft betrekking op 1 664 ontslagen werknemers, van wie naar verwachting 1 610 werknemers aan de voorgestelde maatregelen zullen deelnemen, en omvat een totaal bedrag van 3 347 370 EUR uit het EFG voor Italië.

De aanvraag werd op 9 mei 2017 bij de Commissie ingediend, en uiterlijk op 4 juli 2017 werden aanvullende gegevens verstrekt. De Commissie heeft haar beoordeling op 26 september 2017 afgerond en overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG, als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening.

De economische crisis heeft de prijsdruk in de callcentersector doen stijgen, waardoor de concurrentie tussen dienstverleners is toegenomen en de totale winstgevendheid is gedaald. Aangezien de loonkosten het grootste deel van de productiekosten in deze sector vertegenwoordigen, betreurt de rapporteur dat veel dienstverleners hebben teruggegrepen op strategieën om door middel van verplaatsing, loondaling of zelfs sluiting het aandeel van de personeelskosten terug te dringen.

In de vestiging van Almaviva in Rome zijn de inkomsten tussen 2011 en 2015 met 45 % gedaald. Helaas was het niet mogelijk om tot een werkbare oplossing voor deze daling te komen, wat eind 2016 heeft geleid tot de sluiting van de vestiging in Rome. Actieve arbeidsmarktmaatregelen zoals die welke door het EFG worden medegefinancierd, zijn essentieel voor een geslaagde re-integratie van de meer dan 1 600 ontslagen werknemers op de arbeidsmarkt in de context van langzaam economisch herstel. Daarom is de rapporteur van mening dat de EU zo snel mogelijk moet optreden om deze soort instrumenten samen met al haar sociale en bijstandsinstrumenten te versterken.

De acht soorten maatregelen die aan de ontslagen werknemers worden aangeboden en waarvoor medefinanciering uit het EFG wordt gevraagd, bestaan uit:

Individuele oriëntatie: Dit omvat een vaardigheidsbeoordeling, de profilering van de deelnemende werknemers, het opstellen van een re-integratietraject op maat en de inschrijvingsprocedure.

Zoeken naar werk: Deze maatregel omvat intensieve hulp bij het zoeken naar werk. Er zal ook worden gezocht naar plaatselijke en regionale arbeidskansen en het op elkaar afstemmen van vraag naar en aanbod van werk.

Opleiding, omscholing en beroepsopleiding: De deelnemers zullen worden her- of bijgeschoold met behulp van beroepsopleidingen om hen voor te bereiden op de in hun intensieve zoektocht naar werk ontdekte arbeidskansen.

Weer-aan-het-werk-cheque voor een bedrag dat moet worden gebruikt voor het intensief zoeken naar werk onder begeleiding van een erkende (openbare of private) dienstverlener. Afhankelijk van de inzetbaarheid van de werknemer kan de waarde van de cheque variëren van 500 tot 5 000 EUR. De dienstverleners worden vergoed op basis van de inzetbaarheid van de werknemer en de overeenkomst die wordt afgesloten, gaande van 500 tot 2 500 EUR voor een overeenkomst voor bepaalde tijd van minstens zes maanden en van 1 000 tot 5 000 EUR voor een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Als het niet mogelijk is gebleken een oplossing te vinden voor de ontslagen werknemer, ontvangt de dienstverlener per deelnemer een vast bedrag (franchisevergoeding). De franchisevergoeding is nooit hoger dan 106,5 EUR.

Ondersteuning van ondernemerschap: Ontslagen werknemers die overwegen hun eigen bedrijf op te richten, krijgen een breed aanbod aan ondersteuning.

Bijdrage voor het opzetten van een bedrijf: Werknemers die een eigen bedrijf oprichten, zullen maximaal 15 000 EUR ontvangen voor het dekken van oprichtingskosten, investeringen in activa en lopende uitgaven.

Verzorgers van afhankelijke personen krijgen maximaal 1 700 EUR kosten terugbetaald. Deze maatregel is bedoeld om te voorzien in de extra kosten die de deelnemers met zorgtaken (voor kinderen, ouderen, personen met een beperking enz.) moeten maken wanneer zij aan opleiding of andere maatregelen deelnemen.

Terugbetaling van mobiliteitskosten: Om de geografische mobiliteit van de werknemers te ondersteunen wanneer zij een baan vinden in een bedrijf op 80 km of meer van hun woonplaats, worden de kosten voor hun eerste verblijfplaats en vervoerskosten tot 5 000 EUR terugbetaald.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties. Deze acties komen niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op passieve sociale bescherming.

De Italiaanse autoriteiten hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden:

bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd;

aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan;

Almaviva Contact S.p.A. heeft zijn activiteiten na de ontslagen voortgezet, is zijn wettelijke verplichtingen bij ontslagen nagekomen en heeft voor de werknemers dienovereenkomstig de nodige maatregelen getroffen;

de voorgestelde maatregelen zullen geen financiële steun ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele financiering zal worden voorkomen;

de voorgestelde maatregelen zullen complementair zijn met acties die door de structuurfondsen worden gefinancierd;

de financiële bijdrage uit het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.

Italië heeft de Commissie ervan in kennis gesteld dat de nationale voor- of medefinanciering zal worden verstrekt uit de regionale bronnen waarin Wetsbesluit nr. 2017/185 van 24 september 2016 voorziet en het door ANPAL (Agenzia Nazionale per le Politiche Attive del Lavoro) beheerde Fonds voor Beroepsopleiding. De financiële bijdrage zal worden beheerd en gecontroleerd door ANPAL en Regione Lazio zal fungeren als de intermediaire instantie voor de beheersautoriteit.

III.  Procedure

Om middelen uit het Fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 3 347 370 EUR uit de EFG-reserve (40 02 43) naar het EFG-begrotingsonderdeel (04 04 01).

Dit is het vijfde voorstel tot overschrijving voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Fonds dat tot op heden in 2017 naar de begrotingsautoriteit is gezonden.

Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(3)

PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

D(2017)41749

De heer Jean Arthuis

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 09G205

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Italië - EGF/2017/004 IT/Almaviva (COM(2017) 496 final)

Geachte voorzitter,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2017/004 IT/Almaviva Contact S.p.A. onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De commissie en haar werkgroep EFG zijn voorstander van de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor het verlangde doel. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling ter discussie te willen stellen.

Bij haar beraadslagingen is de commissie uitgegaan van de volgende overwegingen:

A) overwegende dat de aanvraag gebaseerd is op artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013 (EFG‑verordening) en betrekking heeft op 1 646 werknemers die werden ontslagen bij Almaviva Contact S.p.A., actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 82 (Administratieve en ondersteunende activiteiten ten behoeve van kantoren en overige zakelijke activiteiten);

B) overwegende dat Italië, om aan te tonen dat er een verband is tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen als gevolg van de globalisering, aanvoert dat de economische en financiële crisis de prijzen voor marketingdiensten en bijstand voor afnemers van goederen en diensten sterk onder druk heeft gezet, waardoor ondernemingen in de sector hun activiteiten verplaatsen naar landen met lagere loonkosten, hun loonkosten verminderen of sluiten;

C) overwegende dat 79,3 % van de werknemers waarop de maatregelen betrekking hebben vrouw is, en 20,7 % man; overwegende dat 85,2 % tussen 30 en 54 jaar oud is en 13,9 % tussen 55 en 64 jaar;

Daarom verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Italiaanse aanvraag op te nemen:

1. is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de criteria voor steunverlening die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1309/2013, en dat Italië bijgevolg uit hoofde van deze verordening recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 3 347 370 EUR, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 5 578 950 EUR;

2. merkt op dat de Commissie de termijn van twaalf weken na de ontvangst van de volledige aanvraag van de Italiaanse autoriteiten heeft gerespecteerd, aangezien zij haar beoordeling van de naleving van de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage afrondde op 26 september 2017 en het Parlement hiervan dezelfde dag in kennis stelde;

3. is zich ervan bewust dat de regio Lazio en de stad Rome slechts langzaam de zware moeilijkheden als gevolg van de economische en financiële crisis te boven komen en dat dit herstel door massale ontslagen dreigt stil te vallen of te worden onderbroken;

4. spreekt zijn bezorgdheid uit over de mislukte onderhandelingen met de verenigde vakbondsvertegenwoordiging RSU;

5. wijst erop dat de door het EFG medegefinancierde individuele dienstverlening voor de ontslagen werknemers de volgende acties omvat: individuele oriëntatie, zoeken naar werk, opleiding, weer-aan-het-werk-cheques, ondersteuning van ontslagen werknemers die overwegen hun eigen bedrijf op te richten, met inbegrip van een bijdrage aan het opstarten van een bedrijf, vergoeding van de kosten van verzorgers van afhankelijke personen, en vergoeding van mobiliteitskosten;

6. benadrukt dat bij de opleiding en andere individuele dienstverlening ten volle rekening moet worden gehouden met de kenmerken van deze groep van werknemers, in het bijzonder het grote aantal vrouwen; is ingenomen met de opname van naar schatting 680 000 EUR voor de vergoeding van de kosten van verzorgers van afhankelijke personen;

7. is zich ervan bewust dat het gebruik van weer-aan-het-werk-cheques nieuw is, aangezien deze nog maar in één eerder dossier zijn gebruikt; benadrukt dat het belangrijk is de doeltreffendheid van dergelijke maatregelen grondig te beoordelen nadat voldoende tijd is verstreken om over gegevens te beschikken;

8. is ingenomen met de oprichting van een comité (bestaande uit vertegenwoordigers van het Ministerie van economische ontwikkeling (MiSE(1)) ANPAL(2), de regio Lazio en de vakbonden) om de strategie en tussenkomsten voor steunverlening aan ex-Almaviva-werknemers te bepalen en het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening op te stellen;

9. wijst erop dat de maatregelen inzake inkomenssteun 17,4 % van het totale pakket aan individuele maatregelen bedragen, wat ver onder het maximum van 35 % ligt dat in de verordening is vastgelegd, en dat deze maatregelen afhankelijk zijn gesteld van de actieve deelname van de beoogde begunstigden aan activiteiten voor het vinden van werk of opleiding;

10. wijst erop dat de Italiaanse autoriteiten hebben verzekerd dat voor de voorgestelde maatregelen geen financiële steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen, dat dubbele financiering zal worden voorkomen en dat de voorgestelde maatregelen complementair zijn met maatregelen die vanuit de structuurfondsen worden gefinancierd;

11. is ingenomen met het feit dat Italië heeft bevestigd dat een financiële bijdrage uit het EFG niet in de plaats zal komen van maatregelen die voor de betrokken onderneming krachtens het nationale recht of collectieve arbeidsovereenkomsten verplicht zijn;

12. herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het gecoördineerde pakket gericht moet zijn op de overgang naar een grondstofefficiënte en duurzame economie.

Hoogachtend,

Marita ULVSKOG,

Eerste ondervoorzitter, waarnemend voorzitter

c.c. Thomas Händel

(1)

  Ministero dello Sviluppo Economico (MiSE)

(2)

  Agenzia Nazionale per le Politiche Attive del Lavoro (ANPAL).


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

Brief van 12 oktober 2017 van Iskra Mihaylova, voorzitter van de Commissie regionale ontwikkeling, aan Jean Arthuis, voorzitter van de Begrotingscommissie

Vertaling

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Mijnheer de voorzitter,

Een voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is voor advies doorverwezen naar de Commissie regionale ontwikkeling. Ik heb begrepen dat het de bedoeling is dat op 8 november 2017 een verslag over dit voorstel in de Begrotingscommissie wordt goedgekeurd.

-  In COM(2017)0496 wordt voorgesteld te voorzien in een EFG-bijdrage van 3 347 370 EUR voor 1646 ontslagen werknemers bij Almaviva Contact SpA. De onderneming is actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 82 (Administratieve en ondersteunende activiteiten ten behoeve van kantoren en overige zakelijke activiteiten). De ontslagen zijn gevallen in de regio van NUTSniveau 2 Lazio (ITI4).

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het EFG zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006.

De commissiecoördinatoren hebben dit voorstel besproken en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals door de Commissie voorgesteld.

Hoogachtend,

Iskra MIHAYLOVA


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

9.11.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

3

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Gérard Deprez, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, John Howarth, Vladimír Maňka, Siegfried Mureşan, Răzvan Popa, Jordi Solé, Patricija Šulin, Eleftherios Synadinos, Indrek Tarand, Isabelle Thomas

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Andrey Novakov, Stanisław Ożóg, Marie-Pierre Vieu, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Jonathan Bullock, Auke Zijlstra


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

18

+

ALDE

Nedzhmi Ali, Jean Arthuis, Gérard Deprez

GUE/NGL

Marie-Pierre Vieu

PPE

Ingeborg Gräßle, Monika Hohlmeier, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Tomáš Zdechovský, Patricija Šulin

S&D

Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, John Howarth, Vladimír Maňka, Răzvan Popa, Isabelle Thomas

Verts/ALE

Jordi Solé, Indrek Tarand

3

-

EFDD

Jonathan Bullock

ENF

Auke Zijlstra

NI

Eleftherios Synadinos

1

0

ECR

Stanisław Ożóg

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling