Procedure : 2016/0409(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0349/2017

Ingediende teksten :

A8-0349/2017

Debatten :

PV 23/10/2018 - 18
CRE 23/10/2018 - 18

Stemmingen :

PV 24/10/2018 - 11.14
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0413

VERSLAG     ***I
PDF 1263kWORD 208k
10.11.2017
PE 606.235v02-00 A8-0349/2017

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 515/2014 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1986/2006, Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie

(COM(2016) 883 final – C8-0530/2016 – 2016/0409(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Carlos Coelho

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële samenwerking en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 515/2014 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1986/2006, Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie

(COM(2016) 883 final – C8-0530/2016 – 2016/0409(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016) 883 final),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 82, lid 1, tweede alinea, onder d), artikel 85, lid 1, artikel 87, lid 2, onder a), en artikel 88, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0530/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0349/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Het feit dat afzonderlijke instrumenten zijn vastgesteld als rechtsgrondslag voor het SIS doet geen afbreuk aan het beginsel dat het SIS één integraal informatiesysteem vormt, dat als zodanig moet functioneren. Een aantal bepalingen van deze instrumenten dient bijgevolg identiek te zijn.

(5)  Het feit dat afzonderlijke instrumenten zijn vastgesteld als rechtsgrondslag voor het SIS doet geen afbreuk aan het beginsel dat het SIS één integraal informatiesysteem vormt, dat als zodanig moet functioneren. Een aantal bepalingen van deze instrumenten dient bijgevolg identiek te zijn, terwijl andere bepalingen verschillend moeten zijn, met name wat de autoriteiten betreft die toegang hebben tot de in het SIS opgeslagen gegevens. De regels inzake de bescherming van persoonsgegevens moeten ten volle worden gewaarborgd, en met name het doelbindingsbeginsel.

Amendement    2

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De doelstellingen, de technische architectuur en de financiering van het SIS moeten worden omschreven, er moeten voorschriften betreffende het volledige werkingstraject en het gebruik van het systeem worden vastgesteld, en de verantwoordelijkheden dienen te worden gedefinieerd, evenals de in het systeem op te nemen categorieën gegevens, het doel van en de criteria voor de opneming van de gegevens, de autoriteiten die toegang hebben tot de gegevens, het gebruik van biometrische identificatiemiddelen en verdere voorschriften inzake gegevensverwerking.

(6)  De doelstellingen, de technische architectuur en de financiering van het SIS moeten worden omschreven, er moeten voorschriften betreffende het volledige werkingstraject en het gebruik van het systeem worden vastgesteld, en de verantwoordelijkheden dienen te worden gedefinieerd, evenals de in het systeem op te nemen categorieën gegevens, het doel van en de criteria voor de opneming van de gegevens, regels voor het wissen van signaleringen, de autoriteiten die toegang hebben tot de gegevens, het gebruik van biometrische identificatiemiddelen en verdere voorschriften inzake gegevensbescherming en -verwerking.

Motivering

Regels voor het wissen van overbodige signaleringen en regels inzake gegevensbeschermingskwesties die specifiek zijn voor het SIS, moeten ook in deze verordening worden vastgesteld.

Amendement    3

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)  De bevoegde autoriteiten moeten in staat zijn om specifieke informatie over bijzondere, onveranderlijke objectieve fysieke kenmerken van een persoon in het SIS op te nemen. Deze informatie kan betrekking hebben op kenmerken zoals piercings, tatoeages, merktekens, littekens enz. Overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad1bis mogen de in het SIS opgenomen gegevens echter geen gevoelige informatie over een persoon prijsgeven, zoals etniciteit, godsdienst, handicap, gender of seksuele gerichtheid.

 

_______________

 

1 bis Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

Amendement    4

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)  Het SIS omvat een centraal systeem (het centrale SIS) en nationale systemen met een volledige of gedeeltelijke kopie van de SIS-databank. Aangezien het SIS het belangrijkste instrument voor de uitwisseling van informatie in Europa is, moet het systeem zowel op centraal als op nationaal niveau ononderbroken operationeel zijn. Daarom moet elke lidstaat een volledige of gedeeltelijke kopie van de SIS-databank en een back-up daarvan opzetten.

(7)  Het SIS omvat een centraal systeem (het centrale SIS) en nationale systemen die een volledige of gedeeltelijke kopie van de SIS-databank kunnen bevatten. Aangezien het SIS het belangrijkste instrument voor de uitwisseling van informatie in Europa is, moet het systeem zowel op centraal als op nationaal niveau ononderbroken operationeel zijn. Daarom moet er ook een betrouwbaar gemeenschappelijk back-upsysteem van het centrale SIS komen (een "active-active"-oplossing) om de ononderbroken beschikbaarheid van de SIS-gegevens voor de eindgebruikers te waarborgen bij uitval, upgrades of onderhoud van het centrale systeem, evenals een back-up van de communicatie-infrastructuur. Daarom moet er aanzienlijk worden geïnvesteerd in de versterking en verbetering van het centrale systeem, de back-upsystemen daarvan en de communicatie-infrastructuur.

Amendement    5

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Er moet een handboek worden bijgehouden met gedetailleerde voorschriften voor de uitwisseling van bepaalde aanvullende informatie over de in de signalering gevraagde maatregel. De nationale autoriteiten van elke lidstaat (de Sirene-bureaus) moeten zorgen voor de uitwisseling van deze informatie.

(8)  Er moet een handboek worden bijgehouden met gedetailleerde voorschriften voor de uitwisseling van bepaalde aanvullende informatie over de in de signalering gevraagde maatregel (het Sirene-handboek). De nationale autoriteiten van elke lidstaat (de Sirene-bureaus) moeten zorgen voor de snelle en efficiënte uitwisseling van deze informatie. In het geval van signaleringen betreffende terroristische misdrijven en signaleringen van kinderen moeten de Sirene-bureaus onmiddellijk actie ondernemen.

Amendement    6

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  Met het oog op de efficiënte uitwisseling van aanvullende informatie over de in de signalering gevraagde maatregel, dient de werking van de Sirene-bureaus te worden versterkt door nadere voorschriften vast te stellen inzake de beschikbare middelen, de opleiding van gebruikers en de tijd om te reageren op verzoeken van andere Sirene-bureaus.

(9)  Om de efficiënte uitwisseling van aanvullende informatie over de in de signalering gevraagde maatregel te waarborgen, dient de werking van de Sirene-bureaus te worden versterkt door nadere voorschriften vast te stellen inzake de beschikbare middelen, de opleiding van gebruikers en de tijd om te reageren op verzoeken van andere Sirene-bureaus.

Amendement    7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  Om volledig gebruik te kunnen maken van de functies van het SIS, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de eindgebruikers en het personeel van de Sirene-bureaus regelmatig worden bijgeschoold, onder meer over gegevensbeveiliging en -bescherming. In samenwerking met het nationale Sirene-bureau moeten nationale normen worden opgesteld voor de opleiding van eindgebruikers inzake beginselen en werkmethoden op het gebied van gegevenskwaliteit. De lidstaten moeten een beroep doen op het personeel van de Sirene-bureaus om bij te dragen aan de opleiding voor alle autoriteiten die signaleringen opnemen, waarbij de nadruk moet liggen op de kwaliteit van de gegevens en maximale benutting van het SIS. De opleiding moet worden gegeven overeenkomstig het handboek voor Sirene-opleiders. De Sirene-bureaus moeten, voor zover mogelijk, ook ten minste eenmaal per jaar een uitwisseling van medewerkers met andere Sirene-bureaus organiseren. De lidstaten worden aangemoedigd passende maatregelen te nemen om te voorkomen dat door personeelsverloop vaardigheden en ervaring verloren gaan.

Amendement    8

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Onverminderd de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de juistheid van de in het SIS opgenomen gegevens, dient het Agentschap de verantwoordelijkheid te krijgen om de gegevenskwaliteit te verbeteren door een centraal instrument voor het monitoren van de gegevenskwaliteit in te voeren, en om op gezette tijden verslag uit te brengen aan de lidstaten.

(11)  Onverminderd de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de juistheid van de in het SIS opgenomen gegevens, dient het Agentschap de verantwoordelijkheid te krijgen om de gegevenskwaliteit te verbeteren door een centraal instrument voor het monitoren van de gegevenskwaliteit in te voeren, en om op gezette tijden verslag uit te brengen aan de lidstaten. Om de kwaliteit van de gegevens in het SIS verder te verhogen, moet het Agentschap ook opleiding over het gebruik van het SIS bieden aan nationale opleidingsinstanties en, voor zover mogelijk, aan het personeel van Sirene en aan eindgebruikers. Deze opleiding moet met name gericht zijn op maatregelen om de kwaliteit van de SIS-gegevens te verbeteren.

Amendement    9

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Om het gebruik van het SIS voor het analyseren van trends inzake strafbare feiten beter te kunnen monitoren, moet het Agentschap in staat zijn om, zonder gevaar voor de integriteit van de gegevens, een geavanceerde capaciteit te ontwikkelen voor statistische rapportage aan de lidstaten, de Commissie, Europol en het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Hiertoe moet een centraal statistisch register worden opgezet. De statistieken die worden opgesteld, mogen geen persoonsgegevens bevatten.

(12)  Om het gebruik van het SIS voor het analyseren van trends inzake migratiedruk en grensbeheer beter te kunnen monitoren, moet het Agentschap in staat zijn om, zonder gevaar voor de integriteit van de gegevens, een geavanceerde capaciteit te ontwikkelen voor statistische rapportage aan de lidstaten, het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, Europol en het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Hiertoe moet een centraal statistisch register worden opgezet. De statistieken die in het register worden bewaard of aan de hand van het register worden opgesteld, mogen geen persoonsgegevens bevatten zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad1 bis.

 

_______________

 

Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

Amendement    10

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Er dienen gegevenscategorieën aan het SIS te worden toegevoegd zodat de eindgebruikers met kennis van zaken en zonder tijdverlies een besluit kunnen nemen op basis van een signalering. Om de identificatie van personen te vergemakkelijken en meervoudige identiteiten op te sporen, moeten gegevenscategorieën die op personen betrekking hebben, bovendien een verwijzing naar het persoonlijke identificatiedocument of -nummer bevatten en, indien beschikbaar, een kopie van dat document.

(13)  Er dienen gegevenscategorieën aan het SIS te worden toegevoegd zodat de eindgebruikers met kennis van zaken en zonder tijdverlies een besluit kunnen nemen op basis van een signalering. Om de identificatie te vergemakkelijken en meervoudige identiteiten op te sporen, moet de signalering bovendien een verwijzing naar het persoonlijke identificatiedocument of -nummer bevatten en, indien beschikbaar, een kleurenkopie van dat document.

Amendement    11

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Het SIS moet de verwerking van biometrische gegevens mogelijk maken om de betrouwbare identificatie van de desbetreffende personen te vergemakkelijken. In hetzelfde verband moet het SIS ook de mogelijkheid bieden om gegevens van personen van wie de identiteit is misbruikt, te verwerken (om problemen als gevolg van verkeerde identificatie te voorkomen), mits daarbij passende waarborgen worden geboden, met name de instemming van de betrokken persoon en een strikte beperking van de doeleinden waarvoor dergelijke gegevens rechtmatig kunnen worden verwerkt.

(15)  Het SIS moet de verwerking van biometrische gegevens mogelijk maken om de betrouwbare identificatie van de desbetreffende personen te vergemakkelijken. Elke opneming en elk gebruik van foto's, gezichtsopnamen, dactyloscopische gegevens of DNA mogen niet verder reiken dan nodig is om de nagestreefde doelstellingen te verwezenlijken, moeten op grond van het recht van de Unie toegestaan zijn, plaatsvinden met inachtneming van de grondrechten, met inbegrip van het belang van het kind, en in overeenstemming zijn met de toepasselijke bepalingen op het gebied van gegevensbescherming als vastgesteld in de rechtsinstrumenten van het SIS, Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad1 bis. In hetzelfde verband moet het SIS ook de mogelijkheid bieden om gegevens van personen van wie de identiteit is misbruikt, te verwerken (om problemen als gevolg van verkeerde identificatie te voorkomen), mits daarbij passende waarborgen worden geboden, met name de instemming van de betrokken persoon en een strikte beperking van de doeleinden waarvoor dergelijke persoonsgegevens rechtmatig kunnen worden verwerkt.

 

_____________

 

1 bis Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

Amendement    12

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De lidstaten moeten het voor eindgebruikers technisch mogelijk maken om telkens wanneer zij een nationale politie- of immigratiedatabank mogen bevragen, een parallelle bevraging uit te voeren in het SIS overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad45. Dit moet ervoor zorgen dat het SIS zijn functie als voornaamste compenserende maatregel in het gebied zonder binnengrenstoezicht kan vervullen en dat de grensoverschrijdende dimensie van de criminaliteit en de mobiliteit van criminelen beter wordt aangepakt.

(16)  De lidstaten moeten het voor eindgebruikers technisch mogelijk maken om telkens wanneer zij een nationale politie- of immigratiedatabank mogen bevragen, een parallelle bevraging uit te voeren in het SIS met volledige inachtneming van artikel 4 van Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad en artikel 5 van Verordening (EU) 2016/679. Dit moet ervoor zorgen dat het SIS zijn functie als voornaamste compenserende maatregel in het gebied zonder binnengrenstoezicht kan vervullen en dat de grensoverschrijdende dimensie van de criminaliteit en de mobiliteit van criminelen beter wordt aangepakt.

__________________

__________________

45 Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

 

Amendement    13

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  Er moet worden vastgesteld onder welke voorwaarden dactyloscopische gegevens en gezichtsopnamen mogen worden gebruikt voor identificatiedoeleinden. Het gebruik van gezichtsopnamen voor identificatiedoeleinden in het SIS moet mede borg staan voor consistentie in grenstoezichtprocedures waar voor de identificatie en de verificatie van de identiteit vingerafdrukken en gezichtsopnamen moeten worden gebruikt. In geval van twijfel over de identiteit van een persoon moet bevraging aan de hand van dactyloscopische gegevens verplicht zijn. Het gebruik van gezichtsopnamen voor identificatiedoeleinden is alleen toegestaan in het kader van regulier grenstoezicht bij zelfbedieningsloketten en e-gates.

(17)  Er moet worden vastgesteld onder welke voorwaarden dactyloscopische gegevens, foto's en gezichtsopnamen mogen worden gebruikt voor identificatiedoeleinden. Het gebruik van dactyloscopische gegevens en gezichtsopnamen voor identificatiedoeleinden in het SIS moet mede borg staan voor consistentie in grenstoezichtprocedures waar voor de identificatie en de verificatie van de identiteit vingerafdrukken en gezichtsopnamen moeten worden gebruikt. Indien de identiteit van de persoon niet met behulp van andere middelen kan worden vastgesteld, moet bevraging aan de hand van dactyloscopische gegevens verplicht zijn. Voordat een nieuwe signalering wordt opgenomen, moet het mogelijk zijn de vingerafdrukken te toetsen om te controleren of de persoon al onder een andere identiteit of andere signalering in het SIS is opgenomen. Het gebruik van gezichtsopnamen voor identificatiedoeleinden is alleen toegestaan in het kader van regulier grenstoezicht bij zelfbedieningsloketten en e-gates.

Amendement    14

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  De invoering van een mechanisme voor geautomatiseerde vingerafdrukidentificatie binnen het SIS vormt een aanvulling op het reeds bestaande Prümmechanisme voor wederzijdse grensoverschrijdende onlinetoegang tot bepaalde nationale DNA-databanken en geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesystemen46. Via het Prümmechanisme kunnen nationale vingerafdrukidentificatiesystemen onderling worden gekoppeld, wat betekent dat een lidstaat een verzoek kan indienen om na te gaan of de dader van een strafbaar feit van wie vingerafdrukken zijn aangetroffen, bekend is in een andere lidstaat. Het Prümmechanisme controleert of de eigenaar van de vingerafdrukken op een bepaald tijdstip bekend is; wordt de identiteit van de eigenaar op een later tijdstip bekend in een lidstaat, dan zal de eigenaar derhalve niet noodzakelijkerwijs worden gevangengenomen. Met het SIS-mechanisme voor het opzoeken van vingerafdrukken kan de dader actief worden gezocht. Het dient daarom mogelijk te zijn de vingerafdrukken van een onbekende dader in het SIS op te nemen, mits de eigenaar van de vingerafdrukken met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden geïdentificeerd als de dader van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit. Dit geldt met name indien de vingerafdrukken worden aangetroffen op het wapen of ander voorwerp dat bij het strafbare feit is gebruikt. De loutere aanwezigheid van vingerafdrukken op de plaats van het delict mag niet worden beschouwd als aanwijzing dat het in hoge mate waarschijnlijk is dat de vingerafdrukken die van de dader zijn. Een voorwaarde voor het opnemen van een dergelijke signalering moet ook zijn dat de identiteit van de dader niet kan worden vastgesteld aan de hand van andere nationale, Europese of internationale databanken. Als een dergelijke opzoeking van vingerafdrukken tot een potentiële match leidt, moet de lidstaat verdere controles uitvoeren met de vingerafdrukken van de desbetreffende personen, eventueel met medewerking van vingerafdrukexperts, om vast te stellen of de in het SIS opgeslagen vingerafdrukken bij de betrokken persoon horen, en moet de lidstaat de identiteit van de persoon vaststellen. Deze procedures moeten zijn onderworpen aan het nationale recht. Indien de eigenaar van de vingerafdrukken in SIS wordt geïdentificeerd als een "onbekende gezochte persoon", kan dit aanzienlijk bijdragen aan het onderzoek en leiden tot aanhouding van de betrokkene, indien alle voorwaarden voor aanhouding zijn vervuld.

(18)  De invoering van een mechanisme voor geautomatiseerde vingerafdrukidentificatie binnen het SIS vormt een aanvulling op het reeds bestaande Prümmechanisme voor wederzijdse grensoverschrijdende onlinetoegang tot bepaalde nationale DNA-databanken en geautomatiseerde vingerafdrukidentificatiesystemen46. Via het Prümmechanisme kunnen nationale vingerafdrukidentificatiesystemen onderling worden gekoppeld, wat betekent dat een lidstaat een verzoek kan indienen om na te gaan of de dader van een strafbaar feit van wie vingerafdrukken zijn aangetroffen, bekend is in een andere lidstaat. Het Prümmechanisme controleert of de eigenaar van de vingerafdrukken op een bepaald tijdstip bekend is; wordt de identiteit van de eigenaar op een later tijdstip bekend in een lidstaat, dan zal de eigenaar derhalve niet noodzakelijkerwijs worden gevangengenomen. Met het SIS-mechanisme voor het doorzoeken van dactyloscopische gegevens kan de dader actief worden gezocht. Het dient daarom mogelijk te zijn de dactyloscopische gegevens van een onbekende dader in het SIS op te nemen, mits de eigenaar van de dactyloscopische gegevens met een zeer hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden geïdentificeerd als de dader van een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit. Dit geldt met name indien de dactyloscopische gegevens worden aangetroffen op het wapen of ander voorwerp dat bij het strafbare feit is gebruikt. De loutere aanwezigheid van dactyloscopische gegevens op de plaats van het delict mag niet worden beschouwd als aanwijzing dat het in zeer hoge mate waarschijnlijk is dat de dactyloscopische gegevens die van de dader zijn. Een voorwaarde voor het opnemen van een dergelijke signalering moet ook zijn dat de identiteit van de dader niet kan worden vastgesteld aan de hand van andere nationale, Europese of internationale databanken. Als een dergelijke opzoeking van vingerafdrukken tot een potentiële match leidt, moet de lidstaat verdere controles uitvoeren met de vingerafdrukken van de desbetreffende personen, eventueel met medewerking van vingerafdrukexperts, om vast te stellen of de in het SIS opgeslagen vingerafdrukken bij de betrokken persoon horen, en moet de lidstaat de identiteit van de persoon vaststellen. Deze procedures moeten zijn onderworpen aan het nationale recht. Indien de eigenaar van de vingerafdrukken in SIS wordt geïdentificeerd als een "onbekende gezochte persoon", kan dit aanzienlijk bijdragen aan het onderzoek en leiden tot aanhouding van de betrokkene, indien alle voorwaarden voor aanhouding zijn vervuld.

__________________

__________________

46 Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van 6.8.2008, blz. 1); en Besluit 2008/616/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van 6.8.2008, blz. 12).

46 Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van 6.8.2008, blz. 1); en Besluit 2008/616/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (PB L 210 van 6.8.2008, blz. 12).

Amendement    15

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  Het toetsen van op een plaats delict aangetroffen vingerafdrukken aan de in het SIS opgeslagen vingerafdrukken moet worden toegestaan indien met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de afdrukken die van de dader van het terroristische misdrijf of andere ernstige strafbare feit zijn. Onder "ernstige strafbare feiten" moeten de strafbare feiten worden verstaan in de zin van Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad47, en onder "terroristische misdrijven" de krachtens het nationale recht strafbare feiten in de zin van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad48.

(19)  Het toetsen van op een plaats delict aangetroffen volledige of onvolledige reeksen vingerafdrukken of handpalmafdrukken aan de in het SIS opgeslagen dactyloscopische gegevens moet worden toegestaan indien met een zeer hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de afdrukken die van de dader van het terroristische misdrijf of andere ernstige strafbare feit zijn en mits de bevoegde autoriteiten niet in staat zijn om de identiteit van de persoon met behulp van andere nationale, internationale of Uniedatabanken vast te stellen.

__________________

 

47 Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).

 

48 Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding (PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3).

 

Amendement    16

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Ingeval geen dactyloscopische gegevens beschikbaar zijn, dient het mogelijk te zijn een DNA-profiel toe te voegen, dat slechts toegankelijk dient te zijn voor bevoegde gebruikers. Om de identificatie van vermiste personen die bescherming behoeven, met name vermiste kinderen, te vergemakkelijken, dient onder meer het gebruik van DNA-profielen van ouders, broers of zussen voor identificatiedoeleinden te worden toegestaan. De DNA-gegevens mogen geen verwijzingen naar ras bevatten.

(20)  Ingeval geen dactyloscopische gegevens beschikbaar zijn, dient het in een beperkt aantal duidelijk omschreven gevallen mogelijk te zijn een DNA-profiel toe te voegen, dat slechts toegankelijk dient te zijn voor bevoegde gebruikers. Om de identificatie van vermiste personen die bescherming behoeven, met name vermiste kinderen, te vergemakkelijken, dient onder meer het gebruik van DNA-profielen van ouders, broers of zussen voor identificatiedoeleinden te worden toegestaan. De DNA-gegevens mogen geen verwijzingen naar ras of gezondheidsinformatie bevatten en geen andere gevoelige gegevens onthullen.

Amendement    17

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  Het SIS moet signaleringen bevatten van vermiste personen met het oog op hun bescherming of ter voorkoming van bedreigingen voor de openbare veiligheid. Aangezien het opnemen van een signalering in het SIS voor kinderen die risico op ontvoering lopen (d.w.z. ter voorkoming van toekomstig onheil op een moment dat dit nog niet heeft plaatsgevonden, zoals voor kinderen die het risico lopen door een van de ouders te worden ontvoerd) beperkt moet blijven, dient te worden voorzien in strikte en passende waarborgen. Wanneer het om kinderen gaat, dient bij deze signaleringen en de daarmee samenhangende procedures het belang van het kind voorop te staan overeenkomstig artikel 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 20 november 1989.

(23)  Het SIS moet signaleringen bevatten van vermiste personen met het oog op hun bescherming of ter voorkoming van bedreigingen voor de openbare veiligheid. Het opnemen van een signalering in het SIS voor kinderen die risico op ontvoering lopen (d.w.z. ter voorkoming van toekomstig onheil op een moment dat dit nog niet heeft plaatsgevonden, zoals voor kinderen die het risico lopen te worden ontvoerd, uit de lidstaat te worden weggevoerd voor foltering, seksueel of gendergerelateerd geweld, of slachtoffer te worden van de in de artikelen 6 tot en met 10 van Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad1 bis bedoelde activiteiten) moet beperkt blijven. Daarom dient te worden voorzien in strikte en passende waarborgen, onder meer dat een dergelijke signalering uitsluitend mag worden opgenomen na een besluit van een gerechtelijke autoriteit. Wanneer het om kinderen gaat, dient bij deze signaleringen en de daarmee samenhangende procedures het belang van het kind voorop te staan overeenkomstig artikel 24 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 3 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 20 november 1989. Besluiten van rechtshandhavingsautoriteiten over in de signalering van kinderen gevraagde maatregelen moeten in samenwerking met de kinderbeschermingsautoriteiten worden genomen. Het nationale meldpunt voor vermiste kinderen moet op de hoogte worden gebracht.

 

_____________

 

1 bis Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6).

Amendement    18

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis)  Met betrekking tot signaleringen van kinderen die risico lopen, moet de bevoegde gerechtelijke autoriteit rekening houden met de persoonlijke omstandigheden en de omgeving van een kind om na te gaan of er een concreet en aanwijsbaar gevaar bestaat dat het kind binnen korte tijd onwettig uit de lidstaat wordt weggevoerd.

Amendement    19

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Voor vermoedelijke terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten dient in een nieuwe maatregel te worden voorzien, die inhoudt dat een persoon die ervan wordt verdacht een ernstig strafbaar feit te hebben gepleegd of ten aanzien van wie het vermoeden bestaat dat hij een ernstig strafbaar feit zal plegen, staande mag worden gehouden en ondervraagd om ervoor te zorgen dat de signalerende lidstaat over de meest gedetailleerde informatie beschikt. Deze nieuwe maatregel mag niet inhouden dat de persoon wordt gefouilleerd of aangehouden. De maatregel moet echter voldoende informatie opleveren om te beslissen over verdere actie. Onder ernstige strafbare feiten worden verstaan de strafbare feiten die worden opgesomd in Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad.

(24)  Onverminderd de rechten van verdachten en beklaagden, met name hun recht op toegang tot een advocaat in overeenstemming met Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis, dient in een nieuwe maatregel te worden voorzien die inhoudt dat een persoon, indien hij er op grond van duidelijke aanwijzingen van wordt verdacht een ernstig strafbaar feit te beramen of te plegen, of indien de desbetreffende informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van een straf in een strafprocedure jegens een persoon die is veroordeeld wegens een ernstig strafbaar feit, of indien het vermoeden bestaat dat hij een ernstig strafbaar feit zal plegen, staande mag worden gehouden en ondervraagd om ervoor te zorgen dat de signalerende lidstaat over de meest gedetailleerde informatie beschikt (ondervragingscontrole). Deze nieuwe maatregel mag niet inhouden dat de persoon wordt gefouilleerd of aangehouden. De maatregel moet echter voldoende informatie opleveren om te beslissen over verdere actie.

 

__________________

 

1 bis Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PB L 294 van 6.11.2013, blz. 1).

Amendement    20

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Een lidstaat moet in een signalering een zogenaamde "markering" kunnen aanbrengen, om aan te geven dat de in de signalering gevraagde maatregel op zijn grondgebied niet wordt uitgevoerd. In geval van signaleringen met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering mag niets in deze verordening worden uitgelegd als afwijking van of beletsel voor de toepassing van de bepalingen van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Het besluit om een signalering te markeren, mag uitsluitend gebaseerd zijn op de in dat kaderbesluit genoemde weigeringsgronden.

(26)  Een lidstaat moet in een signalering een zogenaamde "markering" kunnen aanbrengen, om aan te geven dat de in de signalering gevraagde maatregel op zijn grondgebied niet wordt uitgevoerd, onder meer in het geval van signaleringen met het oog op ondervragingscontroles. In geval van signaleringen met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering mag niets in deze verordening worden uitgelegd als afwijking van of beletsel voor de toepassing van de bepalingen van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Het besluit om een signalering te markeren, mag uitsluitend gebaseerd zijn op de in dat kaderbesluit genoemde weigeringsgronden.

Amendement    21

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)  Signaleringen mogen niet langer in het SIS worden bewaard dan nodig is voor het met de signalering nagestreefde doel. Om de administratieve lasten voor de verschillende autoriteiten die betrokken zijn bij de verwerking van persoonsgegevens voor andere doeleinden, te beperken, moet de bewaartermijn voor signaleringen van personen in overeenstemming worden gebracht met de bewaartermijn van signaleringen in verband met terugkeer en illegaal verblijf. Bovendien moeten de lidstaten de verstrijkingstermijn van signaleringen van personen regelmatig verlengen indien het niet mogelijk is gebleken de gevraagde maatregel binnen de oorspronkelijke termijn uit te voeren. Derhalve moet de bewaartermijn voor signaleringen van personen worden vastgesteld op maximaal vijf jaar. In de regel moeten signaleringen van personen na vijf jaar automatisch uit het SIS worden gewist, met uitzondering van signaleringen met het oog op onopvallende controle, ondervragingscontrole en gerichte controle, die na één jaar moeten worden gewist. Signaleringen van voorwerpen met het oog op onopvallende controle, ondervragingscontrole of gerichte controle moeten na een jaar automatisch uit het SIS worden gewist, aangezien zij altijd verband houden met personen. Signaleringen van voorwerpen met het oog op inbeslagneming of gebruik als bewijsmateriaal in een strafprocedure moeten na vijf jaar automatisch uit het SIS worden gewist, aangezien na verloop van een dergelijk tijdvak het zeer onwaarschijnlijk is dat het voorwerp nog wordt gevonden en de economische waarde ervan sterk is verminderd. Signaleringen van op naam gestelde en blanco identificatiedocumenten moeten tien jaar worden bewaard, aangezien de geldigheidsduur van deze documenten bij afgifte tien jaar bedraagt. Besluiten om signaleringen van personen te bewaren, dienen gebaseerd te zijn op een uitvoerige individuele beoordeling. De lidstaten moeten signaleringen van personen binnen de vastgestelde periode toetsen en statistieken bijhouden van het aantal signaleringen van personen waarvan de bewaartermijn is verlengd.

(29)  Signaleringen mogen niet langer in het SIS worden bewaard dan nodig is voor het met de signalering nagestreefde specifieke doel. Derhalve moet de toetsingstermijn voor signaleringen van personen worden vastgesteld op maximaal drie jaar. In de regel moeten signaleringen van personen na drie jaar uit het SIS worden gewist, met uitzondering van signaleringen met het oog op onopvallende controle, ondervragingscontrole en gerichte controle, die na één jaar moeten worden gewist. Signaleringen van voorwerpen met het oog op onopvallende controle, ondervragingscontrole of gerichte controle moeten na een jaar automatisch uit het SIS worden gewist, aangezien zij altijd verband houden met personen. Signaleringen van voorwerpen met het oog op inbeslagneming of gebruik als bewijsmateriaal in een strafprocedure moeten na vijf jaar automatisch uit het SIS worden gewist, aangezien na verloop van een dergelijk tijdvak het zeer onwaarschijnlijk is dat het voorwerp nog wordt gevonden en de economische waarde ervan sterk is verminderd. Signaleringen van op naam gestelde en blanco identificatiedocumenten moeten tien jaar worden bewaard, aangezien de geldigheidsduur van deze documenten bij afgifte tien jaar bedraagt. Besluiten om signaleringen van personen te bewaren, dienen gebaseerd te zijn op een uitvoerige individuele beoordeling. De lidstaten moeten signaleringen van personen binnen de vastgestelde periode toetsen en statistieken bijhouden van het aantal signaleringen van personen waarvan de bewaartermijn is verlengd.

Amendement    22

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Voor het opnemen van de datum waarop een SIS-signalering verstrijkt en het verlengen van de geldigheidsduur van een SIS-signalering moet de evenredigheidsvereiste in acht worden genomen, in de zin dat moet worden onderzocht of een concreet geval gepast, relevant en belangrijk genoeg is om opneming van een signalering in het SIS te rechtvaardigen. Strafbare feiten als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 4 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad inzake terrorismebestrijding1 bis vormen een zeer ernstige bedreiging voor de openbare veiligheid, de fysieke integriteit of het leven van personen en voor de samenleving, en zijn uiterst moeilijk te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken in een ruimte zonder binnengrenzen waarbinnen potentiële daders zich vrij kunnen verplaatsen. Indien een persoon of een voorwerp in verband met dergelijke strafbare feiten wordt gezocht, moeten in het SIS altijd de overeenkomstige signaleringen worden opgenomen van personen die worden gezocht met het oog op een strafprocedure, personen of voorwerpen die moeten worden onderworpen aan onopvallende controle, ondervragingscontrole of gerichte controle, en voorwerpen die worden gezocht met het oog op inbeslagneming, aangezien andere middelen niet geschikt zijn om het doel te bereiken.

(30)  Voor het opnemen van de datum waarop een SIS-signalering verstrijkt en het verlengen van de geldigheidsduur van een SIS-signalering moet de evenredigheidsvereiste in acht worden genomen, in de zin dat moet worden onderzocht of een concreet geval gepast, relevant en belangrijk genoeg is om opneming van een signalering in het SIS te rechtvaardigen. Strafbare feiten als bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/541 vormen een zeer ernstige bedreiging voor de openbare veiligheid, de fysieke integriteit of het leven van personen en voor de samenleving, en zijn uiterst moeilijk te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken in een ruimte zonder binnengrenzen waarbinnen potentiële daders zich vrij kunnen verplaatsen. Indien een persoon of een voorwerp in verband met dergelijke strafbare feiten wordt gezocht, moeten in het SIS altijd de overeenkomstige signaleringen worden opgenomen van personen die worden gezocht met het oog op een strafprocedure, personen of voorwerpen die moeten worden onderworpen aan onopvallende controle, ondervragingscontrole of gerichte controle, en voorwerpen die worden gezocht met het oog op inbeslagneming, aangezien andere middelen niet geschikt zijn om het doel te bereiken.

__________________

 

1 bis Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding (PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3).

 

Amendement    23

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Er moet duidelijkheid worden geboden wat betreft het wissen van signaleringen. Een signalering mag niet langer worden bewaard dan nodig is voor het doel waarvoor de signalering is opgenomen. Aangezien de lidstaten het moment waarop een signalering zijn doel heeft bereikt, op uiteenlopende manieren definiëren, is het dienstig om per categorie gedetailleerde criteria vast te stellen aan de hand waarvan het moment kan worden bepaald waarop de betrokken signaleringen uit het SIS dienen te worden verwijderd.

(31)  Er moeten regels voor het wissen van signaleringen worden vastgesteld. Een signalering mag niet langer worden bewaard dan nodig is voor het doel waarvoor de signalering is opgenomen. Aangezien de lidstaten het moment waarop een signalering zijn doel heeft bereikt, op uiteenlopende manieren definiëren, is het dienstig om per categorie gedetailleerde criteria vast te stellen aan de hand waarvan het moment kan worden bepaald waarop de betrokken signaleringen uit het SIS dienen te worden verwijderd.

Motivering

Ingediend ter wille van de samenhang.

Amendement    24

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  De integriteit van de SIS-gegevens is van essentieel belang. Daarom moeten voldoende waarborgen worden geboden ten aanzien van de beveiliging van het volledige verwerkingstraject, zowel op centraal als op nationaal niveau. De autoriteiten die betrokken zijn bij de gegevensverwerking, moeten zich houden aan de beveiligingseisen die bij deze verordening worden vastgesteld en een uniforme procedure voor het melden van incidenten volgen.

(32)  De integriteit van de SIS-gegevens is van essentieel belang. Daarom moeten voldoende waarborgen worden geboden ten aanzien van de beveiliging van het volledige verwerkingstraject, zowel op centraal als op nationaal niveau. De autoriteiten die betrokken zijn bij de gegevensverwerking, moeten zich houden aan de beveiligingseisen die bij deze verordening worden vastgesteld, daartoe adequaat zijn opgeleid, een uniforme procedure voor het melden van incidenten volgen en op de hoogte worden gebracht van alle ter zake doende strafbare feiten en sancties.

Amendement    25

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  De overeenkomstig deze verordening in het SIS verwerkte gegevens mogen niet worden doorgegeven aan of ter beschikking worden gesteld van derde landen of internationale organisaties. Het is evenwel aangewezen de samenwerking tussen de Europese Unie en Interpol te versterken door een doeltreffende uitwisseling van gegevens betreffende paspoorten te bevorderen. Wanneer persoonsgegevens van het SIS worden doorgegeven aan Interpol, moet met betrekking tot deze persoonsgegevens een adequate bescherming worden geboden, die wordt gewaarborgd door een overeenkomst die in strikte waarborgen en voorwaarden voorziet.

(33)  De overeenkomstig deze verordening in het SIS verwerkte gegevens en de desbetreffende uitgewisselde aanvullende informatie mogen niet worden doorgegeven aan of ter beschikking gesteld van derde landen of internationale organisaties.

Amendement    26

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  Het is dienstig toegang tot het SIS te verlenen aan de autoriteiten die belast zijn met de registratie van voertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen, zodat zij kunnen nagaan of een vervoermiddel al in een andere lidstaat wordt gezocht met het oog op inbeslagneming of controle. Wanneer deze autoriteiten een overheidsdienst zijn, moet hun rechtstreekse toegang worden verleend. De toegang voor deze autoriteiten moet beperkt blijven tot signaleringen met betrekking tot de vervoermiddelen en het bijbehorende registratiedocument of de bijbehorende kentekenplaat. De bepalingen van Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad51 moeten daarom in deze verordening worden overgenomen en Verordening (EG) nr. 1986/2006 moet worden ingetrokken.

(34)  Het is dienstig rechtstreekse toegang tot het SIS te verlenen aan de bevoegde autoriteiten die belast zijn met de registratie van voertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen, zodat zij kunnen nagaan of een vervoermiddel al in een andere lidstaat wordt gezocht met het oog op inbeslagneming of controle. De toegang voor deze autoriteiten moet beperkt blijven tot signaleringen met betrekking tot de vervoermiddelen en het bijbehorende registratiedocument of de bijbehorende kentekenplaat. De bepalingen van Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad51 moeten daarom in deze verordening worden overgenomen en Verordening (EG) nr. 1986/2006 moet worden ingetrokken.

__________________

__________________

51 Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toegang tot het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) voor de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 1).

51 Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toegang tot het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) voor de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen (PB L 381 van 28.12.2006, blz. 1).

Amendement    27

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  De nationale bepalingen tot omzetting van Richtlijn (EU) 2016/680 zijn van toepassing op de verwerking van gegevens door bevoegde nationale autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek en de opsporing van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten, de vervolging van strafbare feiten en de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van bedreigingen van de openbare veiligheid. De bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad52 en Richtlijn (EU) 2016/680 moeten in deze verordening waar nodig nader worden gespecificeerd.

(35)  De nationale bepalingen tot omzetting van Richtlijn (EU) 2016/680 moeten van toepassing zijn op de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten van de lidstaten met het oog op de voorkoming, de opsporing, het onderzoek van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten, of de vervolging van strafbare feiten, de tenuitvoerlegging van straffen en de bescherming tegen bedreigingen van de openbare veiligheid. Alleen aangewezen autoriteiten die zijn belast met de voorkoming, de opsporing of het onderzoek van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten en ten aanzien waarvan de lidstaten kunnen garanderen dat zij alle bepalingen van deze verordening en die van Richtlijn (EU) 2016/680, zoals omgezet in het nationale recht, toepassen onder voorbehoud van verificatie door de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de overeenkomstig artikel 41, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/680 opgerichte toezichthoudende autoriteit, en wier toepassing van deze verordening is onderworpen aan evaluatie in het kader van het bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 van de Raad ingestelde mechanisme, mogen het recht hebben de in het SIS opgeslagen gegevens te raadplegen.

__________________

 

52 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

 

Amendement    28

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  Wanneer de nationale autoriteiten in het kader van deze verordening persoonsgegevens verwerken, is Verordening (EU) 2016/679 van toepassing, tenzij Richtlijn (EU) 2016/680 van toepassing is. Wanneer de instellingen en organen van de Unie bij het uitvoeren van hun taken in het kader van deze verordening persoonsgegevens verwerken, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad53 van toepassing.

(36)  Wanneer de nationale autoriteiten in het kader van deze verordening persoonsgegevens verwerken, is Verordening (EU) 2016/679 van toepassing, tenzij de verwerking wordt verricht door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten, de tenuitvoerlegging van straffen of de bescherming tegen bedreigingen van de openbare veiligheid.

__________________

 

53 Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

 

Amendement    29

Voorstel voor een verordening

Overweging 36 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 bis)  Wanneer de instellingen en organen van de Unie bij het uitvoeren van hun taken in het kader van deze verordening persoonsgegevens verwerken, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van toepassing.

Amendement    30

Voorstel voor een verordening

Overweging 36 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 ter)  Wanneer Europol in het kader van deze verordening persoonsgegevens verwerkt, is Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad1 bis van toepassing.

 

__________________

 

1 bis Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 25.5.2016, blz. 53).

Amendement    31

Voorstel voor een verordening

Overweging 36 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 quater)  De bepalingen van Richtlijn (EU) 2016/680, Verordening (EU) 2016/679, Verordening (EU) 2016/794 en Verordening (EG) nr. 45/2001 moeten in deze verordening waar nodig nader worden gespecificeerd.

Amendement    32

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  De gegevensbeschermingsvoorschriften van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 200255 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken, zijn van toepassing op de verwerking van SIS-gegevens door Eurojust, waaronder de voorschriften inzake de bevoegdheden van het bij dat besluit opgerichte gemeenschappelijk controleorgaan, dat toezicht houdt op de werkzaamheden van Eurojust, en de voorschriften inzake de aansprakelijkheid voor de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door Eurojust. Wanneer bij bevraging van het SIS door Eurojust blijkt dat een lidstaat een signalering heeft opgenomen, mag Eurojust de gevraagde maatregel niet uitvoeren. Eurojust dient in zulke gevallen de betrokken lidstaat op de hoogte te brengen zodat deze de follow-up van de zaak op zich kan nemen.

(38)  Besluit 2002/187/JBZ van de Raad55 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken, moet van toepassing zijn op de verwerking van persoonsgegevens in het SIS door Eurojust, waaronder de voorschriften inzake de bevoegdheden van het bij dat besluit opgerichte gemeenschappelijk controleorgaan, dat toezicht houdt op de werkzaamheden van Eurojust, en de voorschriften inzake de aansprakelijkheid voor de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door Eurojust. Wanneer bij bevraging van het SIS door de nationale leden van Eurojust of hun assistenten blijkt dat een lidstaat een signalering heeft opgenomen, mag het voor Eurojust niet mogelijk zijn de gevraagde maatregel uit te voeren. Eurojust dient in zulke gevallen de betrokken lidstaat onmiddellijk op de hoogte te brengen zodat deze de follow-up van de zaak op zich kan nemen.

__________________

__________________

55 Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken (PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1).

55 Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken (PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1).

Amendement    33

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  De nationale onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten moeten monitoren of de lidstaten de persoonsgegevens in het kader van deze verordening rechtmatig verwerken. Er moeten bepalingen worden vastgesteld inzake de rechten van betrokkenen op inzage in hun in het SIS opgeslagen persoonsgegevens en op rectificatie en wissing van die gegevens, alsmede inzake de rechtsmiddelen voor de nationale gerechten en de wederzijdse erkenning van besluiten in dat verband. De lidstaten moeten hieromtrent jaarlijkse statistieken verstrekken.

(41)  De overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn (EU) 2016/680 ingestelde nationale onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten (toezichthoudende autoriteiten) moeten monitoren of de lidstaten de persoonsgegevens in het kader van deze verordening rechtmatig verwerken, met inbegrip van de uitwisseling van aanvullende informatie, en moeten voldoende middelen krijgen voor het vervullen van deze taak. Er moeten bepalingen worden vastgesteld inzake de rechten van betrokkenen op inzage in hun in het SIS opgeslagen persoonsgegevens en op rectificatie, beperking van de verwerking en wissing van die gegevens, alsmede inzake de rechtsmiddelen voor de nationale gerechten en de wederzijdse erkenning van besluiten in dat verband. De lidstaten moeten hieromtrent jaarlijkse statistieken verstrekken.

Amendement    34

Voorstel voor een verordening

Overweging 42 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(42 bis)  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming moet toezicht uitoefenen op de werkzaamheden van de instellingen en organen van de Unie in verband met de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de toezichthoudende autoriteiten dienen samen te werken bij het toezicht op het SIS.

Amendement    35

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  Verordening (EU) 2016/794 (de Europol-verordening) bepaalt dat Europol ondersteuning en versterking biedt voor het optreden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en hun onderlinge samenwerking bij de bestrijding van terrorisme en andere vormen van zware criminaliteit, en in dat verband analyses en dreigingsevaluaties verstrekt. De uitbreiding van de toegangsrechten van Europol tot SIS-signaleringen van vermiste personen moet een verdere bijdrage leveren tot het vermogen van Europol om de nationale rechtshandhavingsautoriteiten operationele en analytische ondersteuning te bieden op het gebied van mensensmokkel en seksuele uitbuiting van kinderen, ook wanneer dat online gebeurt. Dit zou bijdragen tot betere preventie van deze vormen van criminaliteit, betere bescherming van potentiële slachtoffers en doeltreffender onderzoek naar de daders. Ook het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit van Europol zou er baat bij hebben dat Europol toegang krijgt tot SIS-signaleringen van vermiste personen, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van zich verplaatsende seksuele delinquenten en online kindermisbruik, aangezien daders vaak beweren dat zij toegang hebben of kunnen krijgen tot kinderen die als vermist zijn geregistreerd. Aangezien het Europees Centrum tegen migrantensmokkel een belangrijke strategische rol speelt in de bestrijding van activiteiten die irreguliere migratie faciliteren, moet het toegang krijgen tot signaleringen van personen wie de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van een lidstaat is geweigerd op strafrechtelijke gronden of vanwege niet-naleving van de voorwaarden voor toegang en verblijf.

(43)  Verordening (EU) 2016/794 (de Europol-verordening) bepaalt dat Europol ondersteuning en versterking biedt voor het optreden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en hun onderlinge samenwerking bij de bestrijding van terrorisme en andere vormen van zware criminaliteit, en in dat verband analyses en dreigingsevaluaties verstrekt. De uitbreiding van de toegangsrechten van Europol tot SIS-signaleringen van vermiste personen moet een verdere bijdrage leveren tot het vermogen van Europol om de nationale rechtshandhavingsautoriteiten operationele en analytische ondersteuning te bieden op het gebied van mensensmokkel en seksuele uitbuiting van kinderen, ook wanneer dat online gebeurt. Dit zou bijdragen tot betere preventie van deze vormen van criminaliteit, betere bescherming van potentiële slachtoffers en doeltreffender onderzoek naar de daders. Ook het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit van Europol zou er baat bij hebben dat Europol toegang krijgt tot SIS-signaleringen van vermiste personen, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van zich verplaatsende seksuele delinquenten en online kindermisbruik, aangezien daders vaak beweren dat zij toegang hebben of kunnen krijgen tot kinderen die als vermist zijn geregistreerd.

Amendement    36

Voorstel voor een verordening

Overweging 44

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(44)  Om de kloof op het gebied van informatie-uitwisseling over terrorisme en met name over buitenlandse terroristische strijders – in welk geval het monitoren van bewegingen van essentieel belang is — te overbruggen, moeten de lidstaten met Europol informatie over met terrorisme verband houdende activiteiten, treffers en aanverwante gegevens uitwisselen en parallel daarmee een signalering opnemen in het SIS. Dit moet het Europees Centrum voor terrorismebestrijding van Europol in staat stellen te verifiëren of in de databanken van Europol aanvullende contextuele informatie beschikbaar is, en hoogwaardige analyses op te stellen die bijdragen aan het ontwrichten van terroristische netwerken en, waar mogelijk, aan het voorkomen van aanslagen.

(44)  Om de kloof op het gebied van informatie-uitwisseling over terrorisme en met name over buitenlandse terroristische strijders – in welk geval het monitoren van bewegingen van essentieel belang is — te overbruggen, moeten de lidstaten met Europol informatie over met terrorisme verband houdende activiteiten, treffers en aanverwante gegevens uitwisselen, evenals informatie als de maatregel niet kan worden uitgevoerd, en parallel daarmee een signalering opnemen in het SIS. Deze informatie-uitwisseling dient te gebeuren overeenkomstig de toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming van Verordening (EU) 2016/679, Richtlijn (EU) 2016/680 en Verordening (EU) 2016/794.

Amendement    37

Voorstel voor een verordening

Overweging 45

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(45)  Met het oog op een optimaal gebruik van het SIS moeten duidelijke regels worden vastgesteld voor het verwerken en downloaden van SIS-gegevens door Europol, met dien verstande dat de bescherming van de gegevens daarbij wordt gewaarborgd overeenkomstig deze verordening en Verordening (EU) 2016/794. Wanneer bij bevraging van het SIS door Europol blijkt dat een lidstaat een signalering heeft opgenomen, mag Europol de gevraagde maatregel niet uitvoeren. Eurojust dient in zulke gevallen de betrokken lidstaat op de hoogte te brengen zodat deze de follow-up van de zaak op zich kan nemen.

(45)  Met het oog op een optimaal gebruik van het SIS moeten duidelijke regels worden vastgesteld voor het verwerken en downloaden van SIS-gegevens door Europol, met dien verstande dat de bescherming van de gegevens daarbij wordt gewaarborgd overeenkomstig deze verordening en Verordening (EU) 2016/794. Wanneer bij bevraging van het SIS door Europol blijkt dat een lidstaat een signalering heeft opgenomen, mag Europol de gevraagde maatregel niet uitvoeren. Europol dient in zulke gevallen de betrokken lidstaat onmiddellijk op de hoogte te brengen zodat deze de follow-up van de zaak op zich kan nemen.

Amendement    38

Voorstel voor een verordening

Overweging 46

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(46)  In het kader van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad56 moet de ontvangende lidstaat leden van de Europese grens- en kustwachtteams en door het Europees Grens- en kustwachtagentschap ingezette teams van personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken, toestaan Europese databanken te raadplegen wanneer dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen als vastgesteld in het operationele plan inzake grenscontroles, grensbewaking en terugkeer. Andere ter zake relevante agentschappen van de Unie, meer bepaald het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en Europol, kunnen deskundigen aan de ondersteuningsteams voor migratiebeheer toevoegen die geen personeelslid van deze agentschappen van de Unie zijn. Het inzetten van de Europese grens- en kustwachtteams, de teams van personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken en de ondersteuningsteams voor migratiebeheer heeft tot doel technische en operationele versterking te bieden aan lidstaten die daarom verzoeken, met name aan lidstaten die worden geconfronteerd met onevenredig grote uitdagingen op het gebied van migratie. De Europese grens- en kustwachtteams, de teams van personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken en de ondersteuningsteams voor migratiebeheer hebben voor de uitvoering van hun taken toegang nodig tot het SIS via een technische interface van het Europees Grens- en kustwachtagentschap die wordt aangesloten op het centrale SIS. Wanneer bij bevraging van het SIS door het team of de teams van personeelsleden blijkt dat een lidstaat een signalering heeft uitgevaardigd, voert het betrokken team- of personeelslid de gevraagde maatregel alleen uit indien de ontvangende lidstaat daartoe toestemming heeft verleend. In zulke gevallen moeten de betrokken lidstaten op de hoogte worden gebracht met het oog op verdere follow-up van de zaak.

(46)  In het kader van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad56 moet de ontvangende lidstaat de door het Europees Grens- en kustwachtagentschap ingezette teamleden zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) 2016/1624 toestaan Europese databanken te raadplegen wanneer dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen als vastgesteld in het operationele plan inzake grenscontroles, grensbewaking en terugkeer. Andere ter zake relevante agentschappen van de Unie, meer bepaald het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en Europol, kunnen deskundigen aan de ondersteuningsteams voor migratiebeheer toevoegen die geen personeelslid van deze agentschappen van de Unie zijn. Het inzetten van de teams zoals bedoeld in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) 2016/1624 en de ondersteuningsteams voor migratiebeheer heeft tot doel technische en operationele versterking te bieden aan lidstaten die daarom verzoeken, met name aan lidstaten die worden geconfronteerd met onevenredig grote uitdagingen op het gebied van migratie. De teams zoals bedoeld in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) 2016/1624 en de ondersteuningsteams voor migratiebeheer hebben voor de uitvoering van hun taken toegang nodig tot het SIS via een technische interface van het Europees Grens- en kustwachtagentschap die wordt aangesloten op het centrale SIS. Wanneer bij bevraging van het SIS door het team of de teams van personeelsleden blijkt dat een lidstaat een signalering heeft uitgevaardigd, voert het betrokken team- of personeelslid de gevraagde maatregel alleen uit indien de ontvangende lidstaat daartoe toestemming heeft verleend. In zulke gevallen moeten de betrokken lidstaten op de hoogte worden gebracht met het oog op verdere follow-up van de zaak.

__________________

__________________

56 Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).

56 Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).

Amendement    39

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)  Overeenkomstig het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS)57 moet de centrale ETIAS-eenheid van het Europees Grens- en kustwachtagentschap bovendien via het ETIAS verificaties in het SIS verrichten om de reisautorisatieaanvragen te beoordelen en hiertoe onder meer na te gaan of de betrokken onderdaan van een derde land die een reisautorisatie aanvraagt, in het SIS is gesignaleerd. Met het oog daarop moet de in het Europees Grens- en kustwachtagentschap ingebedde centrale ETIAS-eenheid, voor zover dat voor de uitvoering van haar opdracht vereist is, toegang hebben tot het SIS, meer bepaald tot alle categorieën signaleringen van personen en signaleringen van op naam gestelde en blanco persoonlijke identificatiedocumenten.

[(47)  Overeenkomstig [Verordening .../... van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS)] moet de binnen het Europees Grens- en kustwachtagentschap opgerichte centrale ETIAS-eenheid bovendien via het ETIAS verificaties in het SIS verrichten om de reisautorisatieaanvragen te beoordelen en hiertoe onder meer na te gaan of de betrokken onderdaan van een derde land die een reisautorisatie aanvraagt, in het SIS is gesignaleerd. Met het oog daarop moet de in het Europees Grens- en kustwachtagentschap ingebedde centrale ETIAS-eenheid, voor zover dat voor de uitvoering van haar opdracht strikt noodzakelijk is, toegang hebben tot het SIS, meer bepaald tot alle categorieën signaleringen van onderdanen van derde landen ten aanzien van wie een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf is opgenomen of ten aanzien van wie een beperkende maatregel is genomen om de toegang tot of de doorreis via het grondgebied van de lidstaten te beletten.]

__________________

__________________

75 COM(2016) 731 final.

 

Amendement    40

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)  Bepaalde aspecten van het SIS kunnen vanwege hun technische aard, hun gedetailleerdheid en de noodzaak van regelmatige bijwerking niet uitputtend worden geregeld in deze verordening. Het gaat dan bijvoorbeeld over technische voorschriften inzake het opnemen, bijwerken, wissen en opzoeken van gegevens, gegevenskwaliteit en opzoekregels inzake biometrische identificatiemiddelen, regels inzake compatibiliteit en prioriteit van signaleringen, het toevoegen van markeringen (flags), het koppelen van signaleringen, het vaststellen van nieuwe voorwerpscategorieën binnen de categorie technische en elektronische apparatuur, het bepalen van de datum waarop signaleringen binnen de maximumtermijn verstrijken en het uitwisselen van aanvullende informatie. Met betrekking tot deze aspecten moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. In de technische voorschriften moet aandacht worden besteed aan de vlotte werking van de nationale applicaties.

(48)  Bepaalde aspecten van het SIS kunnen vanwege hun technische aard, hun gedetailleerdheid en de noodzaak van regelmatige bijwerking niet uitputtend worden geregeld in deze verordening. Het gaat dan bijvoorbeeld over technische voorschriften inzake het opnemen, bijwerken, wissen en opzoeken van gegevens, gegevenskwaliteit, het toevoegen van markeringen (flags), het koppelen van signaleringen, het vaststellen van nieuwe voorwerpscategorieën binnen de categorie technische en elektronische apparatuur en het bepalen van de datum waarop signaleringen van bepaalde categorieën van voorwerpen binnen de maximumtermijn verstrijken. Met betrekking tot deze aspecten moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. In de technische voorschriften moet aandacht worden besteed aan de vlotte werking van de nationale applicaties.

Amendement    41

Voorstel voor een verordening

Overweging 48 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(48 bis)  De correcte toepassing van deze verordening is in het belang van alle lidstaten en is noodzakelijk voor de handhaving van het Schengengebied als gebied zonder binnengrenstoezicht. Om de correcte toepassing van deze verordening door de lidstaten te verzekeren, zijn de evaluaties die in het kader van het bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 ingestelde mechanisme worden verricht, van bijzonder belang. De lidstaten moeten tot hen gerichte aanbevelingen daarom snel uitvoeren. Indien aan aanbevelingen geen gevolg wordt gegeven, moet de Commissie haar bevoegdheden uit hoofde van de Verdragen doen gelden.

Amendement    42

Voorstel voor een verordening

Overweging 50

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(50)  Met het oog op transparantie moet het Agentschap om de twee jaar een verslag opstellen over de technische werking van het centrale SIS en de communicatie-infrastructuur, met inbegrip van de beveiliging ervan, alsmede over de uitwisseling van aanvullende informatie. Om de vier jaar moet de Commissie een algemene evaluatie opstellen.

(50)  Met het oog op transparantie moet het Agentschap een jaar na de ingebruikneming van het SIS een verslag opstellen over de technische werking van het centrale SIS en de communicatie-infrastructuur, met inbegrip van de beveiliging ervan, alsmede over de uitwisseling van aanvullende informatie. Om de twee jaar moet de Commissie een algemene evaluatie opstellen.

Amendement    43

Voorstel voor een verordening

Overweging 50 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(50 bis)  Teneinde een soepele werking van het SIS te verzekeren, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van:

 

  de vaststelling van een handboek met nadere voorschriften voor de uitwisseling van aanvullende informatie (het Sirene-handboek);

 

  regels inzake logbestanden van bevragingen op basis van geautomatiseerde scans;

 

  de voorschriften voor het opnemen van biometrische identificatiemiddelen in het SIS;

 

  de vaststelling van de procedure voor het aanwijzen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor het opnemen van signaleringen van onderdanen van derde landen ten aanzien van wie een beperkende maatregel is genomen;

 

  het gebruik van foto's en gezichtsopnamen voor het identificeren van personen;

 

  bewaartermijnen voor signaleringen van bepaalde categorieën van voorwerpen die korter zijn dan de maximale termijn van vijf jaar; en

 

  wijzigingen van de datum van toepassing van deze verordening.

 

Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven1 bis. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

 

____________________

 

1 bis PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Amendement    44

Voorstel voor een verordening

Overweging 52

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(52)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn neergelegd. Deze verordening is, met volledige inachtneming van de bescherming van persoonsgegevens, met name gericht op het waarborgen van een veilige omgeving voor iedereen die op het grondgebied van de Europese Unie verblijft, en op het waarborgen van bijzondere bescherming van kinderen die slachtoffer zouden kunnen worden van mensensmokkel of ontvoering door een van de ouders.

(52)  Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn neergelegd. Deze verordening moet, met volledige inachtneming van de bescherming van persoonsgegevens overeenkomstig artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name gericht zijn op het waarborgen van een veilige omgeving voor iedereen die op het grondgebied van de Europese Unie verblijft, en op het waarborgen van bijzondere bescherming van kinderen die slachtoffer zouden kunnen worden van mensensmokkel of ontvoering. Wanneer het om kinderen gaat, moet het belang van het kind de eerste overweging vormen.

Amendement    45

Voorstel voor een verordening

Overweging 59

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(59)  Wat Bulgarije en Roemenië betreft, vormt deze verordening een rechtsbesluit dat op het Schengenacquis voortbouwt, of anderszins daaraan is gerelateerd in de zin van artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005, en moet deze verordening worden gelezen in samenhang met Besluit 2010/365/EU van de Raad betreffende de toepassing van de bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het Schengeninformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en Roemenië68.

(59)  Wat Bulgarije en Roemenië betreft, vormt deze verordening een rechtsbesluit dat op het Schengenacquis voortbouwt, of anderszins daaraan is gerelateerd in de zin van artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005, en moet deze verordening leiden tot wijziging van Besluit 2010/365/EU van de Raad betreffende de toepassing van de bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het Schengeninformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en Roemenië68 zodat die twee lidstaten de bepalingen van deze verordening volledig kunnen toepassen en uitvoeren.

_________________

_________________

68 PB L 166 van 1.7.2010, blz. 17.

68 PB L 166 van 1.7.2010, blz. 17.

Amendement    46

Voorstel voor een verordening

Overweging 64

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(64)  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 en heeft op […] advies uitgebracht,

(64)  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 28, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 en heeft op 3 mei 2017 advies uitgebracht,

Amendement    47

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Toepassingsgebied

Onderwerp

Amendement    48

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  "signalering": een in het SIS opgenomen reeks gegevens, inclusief biometrische identificatiemiddelen als bedoeld in de artikelen 22 en 40, aan de hand waarvan de bevoegde autoriteiten een persoon of een voorwerp kunnen identificeren met het oog op het uitvoeren van een specifieke maatregel;

a)  "signalering": een in het SIS opgenomen reeks gegevens aan de hand waarvan de bevoegde autoriteiten een persoon of een voorwerp kunnen identificeren met het oog op het uitvoeren van een specifieke maatregel;

Amendement    49

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter b – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  "aanvullende informatie": andere informatie dan de in het SIS opgeslagen signaleringsgegevens, die gerelateerd is aan SIS-signaleringen en die moet worden uitgewisseld:

b)  "aanvullende informatie": andere informatie dan de in het SIS opgeslagen signaleringsgegevens, die gerelateerd is aan SIS-signaleringen en die moet worden uitgewisseld door de Sirene-bureaus:

Amendement    50

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  "persoonsgegevens": iedere vorm van informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (betrokkene);

d)  "persoonsgegevens": iedere vorm van informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (betrokkene); voor de toepassing van deze definitie wordt onder identificeerbare natuurlijke persoon verstaan een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online-identificator of een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon;

Amendement    51

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  "identificeerbare natuurlijke persoon": een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon;

Schrappen

Amendement    52

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  "alias": identiteit die wordt aangenomen door een persoon die onder een andere identiteit bekend is;

Amendement    53

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  "verwerking van persoonsgegevens: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen in logbestanden, ordenen, structureren, opslaan, veranderen of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzenden, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens;

f)  "verwerking van persoonsgegevens": een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, registreren, vastleggen in logbestanden of anderszins, ordenen, structureren, opslaan, veranderen of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzenden, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens;

Motivering

In het Commissievoorstel wordt "vastleggen" uit het huidige besluit van de Raad inzake SIS II vervangen door "vastleggen in logbestanden". Hoewel het passend is om ook "vastleggen in logbestanden" op te nemen in de lijst van handelingen die onder verwerking vallen, moet ook "vastleggen" in meer algemene zin worden behouden.

Amendement    54

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter g – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  bij de bevraging blijkt dat een andere lidstaat een signalering in het SIS heeft opgenomen;

(2)  bij de bevraging blijkt dat een lidstaat een signalering in het SIS heeft opgenomen;

Motivering

Een “treffer" kan zich ook voordoen als de signalering is opgenomen door de lidstaat van de gebruiker.

Amendement    55

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter k bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

k bis)  "biometrische identificatiemiddelen": persoonsgegevens die het resultaat zijn van een specifieke technische verwerking met betrekking tot de fysieke of fysiologische kenmerken van een natuurlijke persoon op grond waarvan eenduidige identificatie van die natuurlijke persoon mogelijk is of wordt bevestigd (gezichtsopnamen, dactyloscopische gegevens en DNA-profiel);

Amendement    56

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter l

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

l)  "dactyloscopische gegevens": gegevens over vingerafdrukken en handpalmafdrukken, die vanwege hun uniciteit en de referentiepunten die zij bevatten, accurate en definitieve vergelijkingen mogelijk maken ten aanzien van de identiteit van een persoon;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    57

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter l bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

l bis)  "gezichtsopname": een digitale afbeelding van het gezicht met een resolutie en een kwaliteit die voldoende zijn voor het gebruik van de afbeelding voor geautomatiseerde biometrische matching;

Amendement    58

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter l ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

l ter)  "DNA-profiel": een letter- of een cijfercode die een set identificatiekenmerken van het niet-coderende gedeelte van een geanalyseerd menselijk DNA-monster vertegenwoordigt, dat wil zeggen de specifieke moleculaire structuur op de verschillende DNA-gebieden (-loci);

Amendement    59

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter m

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

m)  "ernstige strafbare feiten": feiten als bedoeld in artikel 2, leden 1 en 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ van 13 juni 200271;

Schrappen

__________________

 

71 Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).

 

Amendement    60

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter n

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

n)  "terroristische misdrijven": overeenkomstig het nationale recht strafbare feiten als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 4 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van 13 juni 200272.

n)  "terroristische misdrijven": overeenkomstig het nationale recht strafbare feiten als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 12 en 14 van Richtlijn (EU) 2017/541.

__________________

 

72 Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding (PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3).

 

Amendement    61

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  een nationaal systeem (N.SIS) in elk van de lidstaten, bestaande uit de nationale datasystemen die in verbinding staan met het centrale SIS. Een N.SIS bevat een gegevensbestand (nationale kopie) met een volledige of gedeeltelijke kopie van de SIS-databank en een N.SIS-back-up. N.SIS en de back-up daarvan kunnen tegelijkertijd worden gebruikt om een ononderbroken beschikbaarheid voor de eindgebruikers te waarborgen;

b)  een nationaal systeem (N.SIS) in elk van de lidstaten, bestaande uit de nationale datasystemen die in verbinding staan met het centrale SIS. Een N.SIS kan een gegevensbestand (nationale kopie) met een volledige of gedeeltelijke kopie van de SIS-databank en een N.SIS-back-up bevatten. N.SIS en de back-up daarvan kunnen tegelijkertijd worden gebruikt om een ononderbroken beschikbaarheid voor de eindgebruikers te waarborgen;

Motivering

De lidstaten moeten niet worden verplicht om over een nationale kopie te beschikken om de beschikbaarheid van het systeem te verzekeren, in verband met het gegevensbeveiligingsrisico. Met het oog op volledige beschikbaarheid moet de voorkeur worden gegeven aan andere oplossingen op centraal niveau.

Amendement    62

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Een back-up van de communicatie-infrastructuur wordt ontwikkeld om de ononderbroken beschikbaarheid van het SIS verder te waarborgen. Nadere voorschriften voor deze back-up van de communicatie-infrastructuur worden door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Motivering

Om de ononderbroken beschikbaarheid van het SIS verder te waarborgen, moet een tweede communicatie-infrastructuur beschikbaar zijn en worden gebruikt in geval van problemen met de hoofdcommunicatie-infrastructuur.

Amendement    63

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  SIS-gegevens worden opgenomen, bijgewerkt, gewist en opgezocht via de verschillende N.SIS-systemen. Er is een gedeeltelijke of volledige nationale kopie beschikbaar om op het grondgebied van elk van de lidstaten die een dergelijke kopie gebruiken, geautomatiseerde bevraging mogelijk te maken. De gedeeltelijke nationale kopie bevat ten minste de gegevens bedoeld in artikel 20, lid 2, betreffende voorwerpen en de gegevens bedoeld in artikel 20, lid 3, onder a) tot en met v), betreffende personen. De N.SIS-gegevensbestanden van andere lidstaten kunnen niet worden bevraagd.

2.  SIS-gegevens worden opgenomen, bijgewerkt, gewist en opgezocht via de verschillende N.SIS-systemen.

Motivering

De lidstaten moeten niet worden verplicht om over een nationale kopie te beschikken om de beschikbaarheid van het systeem te verzekeren, in verband met het gegevensbeveiligingsrisico. Met het oog op volledige beschikbaarheid moet de voorkeur worden gegeven aan andere oplossingen op centraal niveau.

Amendement    64

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  CS-SIS zorgt voor technische toezichts- en beheersfuncties en de CS-SIS-back-up kan alle functies van het hoofdsysteem van CS-SIS overnemen wanneer dit uitvalt. CS-SIS en de back-up van CS-SIS bevinden zich op twee technische locaties van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/201173 (het Agentschap). CS-SIS en de back-up van CS-SIS kunnen een extra kopie van de SIS-databank bevatten en kunnen gelijktijdig voor operationele doeleinden worden gebruikt, op voorwaarde dat elk van beide systemen afzonderlijk in staat is alle verrichtingen met betrekking tot SIS-signaleringen te verwerken.

3.  CS-SIS zorgt voor technische toezichts- en beheersfuncties en de CS-SIS-back-up kan alle functies van het hoofdsysteem van CS-SIS overnemen wanneer dit uitvalt. CS-SIS en de back-up van CS-SIS bevinden zich op twee technische locaties van het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/201173 (het Agentschap). CS-SIS en de back-up van CS-SIS bevatten een extra kopie van de SIS-databank en worden gelijktijdig voor operationele doeleinden gebruikt, op voorwaarde dat elk van beide systemen afzonderlijk in staat is alle verrichtingen met betrekking tot SIS-signaleringen te verwerken.

__________________

__________________

73 Opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1).

73 Opgericht bij Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1).

Motivering

Om de ononderbroken beschikbaarheid van het SIS ook in de toekomst te kunnen waarborgen, met meer gegevens en meer gebruikers, moeten oplossingen op centraal niveau worden nagestreefd. Naast een extra kopie moet een actieve oplossing worden geïmplementeerd. Het Agentschap dient zich niet te beperken tot de bestaande twee technische locaties indien een oplossing het gebruik van een andere locatie vereist.

Amendement    65

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  CS-SIS levert de nodige diensten voor het opnemen en verwerken van SIS-gegevens, inclusief voor bevragingen van de SIS-databank. CS-SIS zorgt voor:

4.  CS-SIS levert de nodige diensten voor het opnemen en verwerken van SIS-gegevens, inclusief voor bevragingen van de SIS-databank. Voor de lidstaten die een nationale kopie gebruiken, zorgt CS-SIS voor:

Amendement    66

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat is verantwoordelijk voor het waarborgen van de ononderbroken werking van N.SIS, de aansluiting van N.SIS op NI-SIS en de ononderbroken beschikbaarheid van SIS-gegevens voor de eindgebruikers.

Elke lidstaat is verantwoordelijk voor het waarborgen van de ononderbroken werking van N.SIS en voor de aansluiting van N.SIS op NI-SIS.

Amendement    67

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Elke lidstaat is verantwoordelijk voor het waarborgen van de ononderbroken beschikbaarheid van SIS-gegevens voor de eindgebruikers, in het bijzonder door een tweede aansluiting op NI-SIS tot stand te brengen.

Amendement    68

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat zendt zijn signaleringen door via zijn N.SIS-instantie.

Elke lidstaat neemt op basis van alle beschikbare informatie die binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt signaleringen op en zendt zijn signaleringen door via zijn N.SIS-instantie.

Amendement    69

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Elke lidstaat wijst de autoriteit aan die ervoor zorgt dat alle aanvullende informatie overeenkomstig het in artikel 8 bedoelde Sirene-handboek wordt uitgewisseld en beschikbaar is (het Sirene-bureau).

Elke lidstaat wijst een nationale autoriteit aan die 24 uur per dag, zeven dagen per week operationeel is en ervoor zorgt dat alle aanvullende informatie overeenkomstig het in artikel 8 bedoelde Sirene-handboek wordt uitgewisseld en beschikbaar is (het Sirene-bureau). Het Sirene-bureau fungeert voor de lidstaten als enig contactpunt voor de uitwisseling van aanvullende informatie in verband met signaleringen en maakt mogelijk dat passende maatregelen worden vastgesteld wanneer signaleringen van personen en voorwerpen in het SIS zijn opgenomen en die personen en voorwerpen bij raadpleging van het systeem worden gevonden.

Motivering

Verduidelijking van de structuur en het mandaat van de Sirene-bureaus, zoals reeds vastgesteld in het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 26 februari 2013 tot vaststelling van het Sirene-handboek en andere uitvoeringsmaatregelen voor het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II).

Amendement    70

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Aanvullende informatie wordt uitgewisseld overeenkomstig het Sirene-handboek en met gebruikmaking van de communicatie-infrastructuur. De lidstaten verstrekken de technische en personele middelen die nodig zijn om de ononderbroken beschikbaarheid en uitwisseling van aanvullende informatie te waarborgen. Indien de communicatie-infrastructuur niet voorhanden is, kunnen de lidstaten andere afdoende beveiligde technische middelen gebruiken voor de uitwisseling van aanvullende informatie.

1.  Aanvullende informatie wordt uitgewisseld overeenkomstig het Sirene-handboek en met gebruikmaking van de communicatie-infrastructuur. De lidstaten verstrekken de technische en personele middelen die nodig zijn om de ononderbroken beschikbaarheid en tijdige en doeltreffende uitwisseling van aanvullende informatie te waarborgen. Indien de communicatie-infrastructuur niet voorhanden is, gebruiken de lidstaten de in artikel 4, lid 1, onder c), bedoelde back-up van de communicatie-infrastructuur. In laatste instantie kunnen andere afdoende beveiligde technische middelen zoals Siena worden gebruikt voor de uitwisseling van aanvullende informatie.

Amendement    71

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Aanvullende informatie wordt alleen gebruikt voor het doel waarvoor zij is verstrekt overeenkomstig artikel 61, tenzij vooraf toestemming is verkregen van de signalerende lidstaat.

2.  Aanvullende informatie wordt alleen gebruikt voor het doel waarvoor zij is verstrekt overeenkomstig artikel 61.

Motivering

Om enige mate van doelbinding te waarborgen, is het belangrijk dat de Sirene-bureaus aanvullende informatie slechts gebruiken voor het doel van de SIS-signalering op grond waarvan die informatie aan hen werd verstrekt.

Amendement    72

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Sirene-bureaus verrichten hun taak snel en efficiënt, in het bijzonder door een verzoek zo spoedig mogelijk, maar niet later dan twaalf uur na het te hebben ontvangen, te beantwoorden.

3.  De Sirene-bureaus verrichten hun taak snel en efficiënt, in het bijzonder door een verzoek om aanvullende informatie zo spoedig mogelijk, maar niet later dan zes uur na het te hebben ontvangen, uitvoerig te beantwoorden. In het geval van signaleringen betreffende terroristische misdrijven en signaleringen van kinderen zoals bedoeld in artikel 32, lid 2, onder c), ondernemen de Sirene-bureaus onmiddellijk actie.

Amendement    73

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Sirene-formulieren die door het aangezochte Sirene-bureau met de hoogste prioriteit moeten worden behandeld, kunnen worden voorzien van de vermelding "URGENT", met vermelding van de reden voor de urgentie.

Motivering

Bepaling van het Sirene-handboek.

Amendement    74

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Nadere voorschriften voor de uitwisseling van aanvullende informatie worden door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld in de vorm van een handboek, "Sirene-handboek" genaamd.

4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 71 bis een gedelegeerde handeling vast te stellen met betrekking tot de vaststelling van een handboek met gedetailleerde voorschriften voor de uitwisseling van aanvullende informatie (Sirene-handboek).

Amendement    75

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen er met behulp van de door CS-SIS geleverde diensten voor dat de gegevens die in de nationale kopie zijn opgeslagen, door middel van in artikel 4, lid 4, bedoelde automatische bijwerkingen identiek en consistent zijn met de SIS-databank en dat een opzoeking in die nationale kopie een resultaat oplevert dat gelijkwaardig is aan een opzoeking in de SIS-databank. De eindgebruikers ontvangen de gegevens die zij voor de uitvoering van hun taken nodig hebben, met name alle gegevens die vereist zijn om de betrokkene te identificeren en om de gevraagde maatregel uit te voeren.

2.  De lidstaten zorgen er met behulp van de door CS-SIS geleverde diensten voor dat de gegevens die zijn opgeslagen in een nationale kopie die een lidstaat op vrijwillige basis heeft aangemaakt, door middel van in artikel 4, lid 4, bedoelde automatische bijwerkingen identiek en consistent zijn met de SIS-databank en dat een opzoeking in die vrijwillig aangemaakte nationale kopie een resultaat oplevert dat gelijkwaardig is aan een opzoeking in de SIS-databank. De eindgebruikers ontvangen, in de mate van het mogelijke, de gegevens die zij voor de uitvoering van hun taken nodig hebben, met name, indien nodig, alle beschikbare gegevens om de betrokkene te kunnen identificeren en om de gevraagde maatregel te kunnen uitvoeren.

Motivering

Niet alle informatie over alle personen die gesignaleerd staan, zal beschikbaar zijn voor de lidstaten. Het heeft geen zin een ongelimiteerde verplichting op te leggen om de eindgebruiker informatie te verschaffen die misschien niet beschikbaar is. Het is ook niet duidelijk aan wie die verplichting wordt opgelegd.

Amendement    76

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  In het kader van het bij Verordening (EU) nr. 1053/2013 ingestelde mechanisme worden regelmatig tests uitgevoerd om na te gaan of de nationale kopieën aan de technische en functionele vereisten voldoen en met name of opzoekingen in de nationale kopieën resultaten opleveren die gelijkwaardig zijn aan opzoekingen in het SIS.

Amendement    77

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  onbevoegden de toegang tot de voor de verwerking van persoonsgegevens gebruikte gegevensverwerkingsfaciliteiten wordt ontzegd (controle op de toegang tot de faciliteiten);

b)  onbevoegden de toegang tot de voor de verwerking van persoonsgegevens gebruikte gegevensverwerkingsapparatuur en -faciliteiten wordt ontzegd (apparatuur, toegangscontrole en controle op de toegang tot de faciliteiten);

Amendement    78

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  wordt voorkomen dat gegevens onrechtmatig in het SIS worden verwerkt en dat in het SIS verwerkte gegevens onrechtmatig worden gewijzigd of verwijderd (controle op het invoeren van gegevens);

Motivering

Bepaling van artikel 34 van de Eurodac-verordening.

Amendement    79

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  wordt gewaarborgd dat alle autoriteiten met toegangsrecht tot het SIS of tot de gegevensverwerkingsfaciliteiten profielen opstellen waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om toegang te krijgen tot gegevens en gegevens in te voeren, bij te werken, te wissen en te doorzoeken, en dat deze profielen desgevraagd onverwijld ter beschikking worden gesteld van de nationale toezichthoudende autoriteiten als bedoeld in artikel 66 (personeelsprofielen);

g)  wordt gewaarborgd dat alle autoriteiten met toegangsrecht tot het SIS of tot de gegevensverwerkingsfaciliteiten profielen opstellen waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om toegang te krijgen tot gegevens en gegevens in te voeren, bij te werken, te wissen en te doorzoeken, en dat deze profielen desgevraagd onmiddellijk ter beschikking worden gesteld van de nationale toezichthoudende autoriteiten als bedoeld in artikel 66 (personeelsprofielen);

Motivering

Bepaling van artikel 34 van de Eurodac-verordening.

Amendement    80

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter k bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

k bis)  ervoor wordt gezorgd dat het geïnstalleerde systeem in geval van storing opnieuw ingezet kan worden (herstel);

Motivering

Bepaling van het Eurodac-voorstel.

Amendement    81

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – letter k ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

k ter)  ervoor wordt gezorgd dat de functies van het SIS correct werken, dat functionele storingen gesignaleerd worden (betrouwbaarheid) en dat in het SIS opgeslagen persoonsgegevens niet door verkeerd functioneren van het systeem beschadigd kunnen worden (integriteit);

Motivering

Bepaling van het Eurodac-voorstel.

Amendement    82

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien een lidstaat bij de uitvoering van taken in verband met het SIS samenwerkt met een externe contractant, ziet die lidstaat nauwlettend toe op de werkzaamheden van die contractant om de naleving van alle bepalingen van deze verordening te waarborgen, waaronder met name de bepalingen inzake beveiliging, vertrouwelijkheid en gegevensbescherming.

Motivering

In 2012 zijn SIS-gegevens in gevaar gekomen na een hack via een externe contractant in Denemarken. De lidstaten moeten hun toezicht op dergelijke ondernemingen versterken.

Amendement    83

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat elke toegang tot en uitwisseling van persoonsgegevens in CS-SIS wordt vastgelegd in N.SIS met het oog op controle op de rechtmatigheid van de bevraging, monitoring van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, interne monitoring, de goede werking van N.SIS en de integriteit en beveiliging van de gegevens.

1.  Onverminderd artikel 25 van Richtlijn (EU) 2016/680 zorgen de lidstaten ervoor dat elke toegang tot en uitwisseling van persoonsgegevens in CS-SIS wordt vastgelegd in N.SIS met het oog op controle op de rechtmatigheid van de bevraging, monitoring van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, interne monitoring, de goede werking van N.SIS en de integriteit en beveiliging van de gegevens.

Motivering

De politiële richtlijn gegevensbescherming (Richtlijn (EU) 2016/680) voorziet al in logbestanden.

Amendement    84

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke record bevat met name het relaas van de signaleringen, de datum en het tijdstip van de gegevensverwerking, de voor bevraging gebruikte gegevens, een verwijzing naar de toegezonden gegevens alsmede de naam van de bevoegde autoriteit en van de persoon die met de verwerking van de gegevens is belast.

2.  Elk logbestand bevat met name het relaas van de signaleringen, de datum en het tijdstip van de gegevensverwerking, het soort voor de bevraging gebruikte gegevens, de verwerkte gegevens alsmede de naam van de bevoegde autoriteit en van de persoon die de bevraging uitvoert en de gegevens verwerkt.

Amendement    85

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Als voor de bevraging dactyloscopische gegevens of gezichtsopnamen worden gebruikt overeenkomstig de artikelen 40, 41 en 42, bevatten de logbestanden met name het soort voor de bevraging gebruikte gegevens, een verwijzing naar het soort verzonden gegevens, alsmede de naam van de bevoegde autoriteit en van de persoon die met de verwerking van de gegevens is belast.

3.  Als voor de bevraging dactyloscopische gegevens of gezichtsopnamen worden gebruikt overeenkomstig de artikelen 40, 41 en 42, bevatten de logbestanden in afwijking van lid 2 het soort verwerkte gegevens in plaats van de eigenlijke gegevens.

Motivering

Aangezien in het voorstel van de Commissie het "verzenden" van gegevens, zij het inconsequent, is vervangen door het "verwerken" van gegevens, lijkt het passend om hier te verwijzen naar "verwerkte" in plaats van "verzonden" gegevens.

Amendement    86

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure worden de voorschriften voor en opmaak van de logbestanden vastgesteld, onder meer betreffende de bewaartermijn van de logbestanden, om de eerbiediging van de rechten van de burgers te waarborgen bij het verifiëren van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en om de harmonisatie van de bewaartermijn tussen de lidstaten te vergroten en sterker te differentiëren tussen de bewaartermijn van de logbestanden van systematische raadplegingen, met name aan de grensposten, en andere raadplegingen, met name in het kader van politiecontroles.

Amendement    87

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De logbestanden worden alleen voor het in lid 1 genoemde doel gebruikt en worden ten vroegste één jaar en ten laatste drie jaar na het creëren ervan gewist.

4.  De logbestanden worden alleen voor het in lid 1 genoemde doel gebruikt en worden twee jaar na het creëren ervan gewist.

Motivering

In overeenstemming met de aanbeveling van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming moet ter wille van de rechtszekerheid de bewaartermijn van logbestanden nauwkeurig worden bepaald.

Amendement    88

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Indien lidstaten kentekenplaten van motorvoertuigen geautomatiseerd scannen met behulp van systemen voor automatische kentekenplaatherkenning, houden zij van de bevragingen overeenkomstig het nationale recht een register bij. De inhoud van dit register wordt vastgesteld door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Bij een positieve match met in het SIS opgeslagen gegevens of een nationale of technische kopie van SIS-gegevens wordt in het SIS een volledige bevraging uitgevoerd ter controle dat er inderdaad van een match sprake is. De bepalingen van de leden 1 tot en met 6 van dit artikel zijn van toepassing op deze volledige bevraging.

7.  Indien het nationale recht van lidstaten toelaat dat kentekenplaten van motorvoertuigen geautomatiseerd worden gescand en zij in dat verband bevragingen uitvoeren met behulp van systemen voor automatische kentekenplaatherkenning, houden zij van de bevragingen een register bij. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 71 bis een gedelegeerde handeling vast te stellen tot vastlegging van de regels voor die registers. Bij een positieve match met in het SIS opgeslagen gegevens of een nationale of technische kopie van SIS-gegevens wordt in het SIS een volledige bevraging uitgevoerd ter controle dat er inderdaad van een match sprake is. De bepalingen van de leden 1 tot en met 6 van dit artikel zijn van toepassing op deze volledige bevraging.

Amendement    89

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat elke autoriteit met toegangsrecht tot SIS-gegevens de nodige maatregelen treft om aan deze verordening te voldoen, en, indien nodig, samenwerkt met de nationale toezichthoudende autoriteit.

De lidstaten zorgen ervoor dat elke autoriteit met toegangsrecht tot SIS-gegevens de nodige maatregelen treft om aan deze verordening te voldoen, en samenwerkt met de nationale toezichthoudende autoriteit.

Motivering

De nationale autoriteiten met toegang tot het SIS moeten verplicht samenwerken met de nationale toezichthoudende autoriteit en mogen niet het recht hebben om te kiezen wanneer zij al dan niet samenwerken.

Amendement    90

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Alvorens te worden gemachtigd tot de verwerking van in het SIS opgeslagen gegevens, en vervolgens op regelmatige basis, krijgt het personeel van de autoriteiten met toegangsrecht tot het SIS een adequate opleiding over de regels inzake gegevensbeveiliging en -bescherming en de procedures voor gegevensverwerking, zoals uiteengezet in het Sirene-handboek. Het personeel wordt op de hoogte gebracht van alle ter zake doende strafbare feiten en sancties.

1.  Alvorens te worden gemachtigd tot de verwerking van in het SIS opgeslagen gegevens, en vervolgens op regelmatige basis, krijgt het personeel van de autoriteiten met toegangsrecht tot het SIS een adequate opleiding over de regels inzake gegevensbeveiliging, de grondrechten met inbegrip van de regels inzake gegevensbescherming en de procedures voor gegevensverwerking, zoals uiteengezet in het Sirene-handboek. Het personeel wordt op de hoogte gebracht van alle ter zake doende strafbare feiten en sancties die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 70 bis van deze verordening.

Motivering

Het is belangrijk dat er bepalingen worden gehandhaafd over de op nationaal niveau op te leggen sancties voor misbruik van gegevens of uitwisseling van aanvullende informatie in strijd met de voorgestelde verordening, naar het voorbeeld van artikel 65 van het bestaande besluit van de Raad. Het personeel moet tijdens de opleiding worden geïnformeerd over deze sancties.

Amendement    91

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2.  De lidstaten beschikken over een nationaal opleidingsprogramma over het SIS. Dit opleidingsprogramma omvat opleiding voor de eindgebruikers en voor het personeel van de Sirene-bureaus.

Amendement    92

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3.  Ten minste eenmaal per jaar worden gemeenschappelijke cursussen georganiseerd om de samenwerking tussen de Sirene-bureaus te verbeteren. Daartoe worden de medewerkers in de gelegenheid gesteld om collega's van andere Sirene-bureaus te ontmoeten, informatie over nationale werkwijzen uit te wisselen en een samenhangend en gelijkwaardig kennisniveau te ontwikkelen.

Amendement    93

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  begrotingsuitvoeringstaken;

Motivering

Het Agentschap moet worden belast met alle taken met betrekking tot de communicatie-infrastructuur. Het zou niet logisch zijn om een opdeling van de taken tussen het Agentschap en de Commissie te handhaven.

Amendement    94

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter)  aanschaf en vernieuwing;

Motivering

Het Agentschap moet worden belast met alle taken met betrekking tot de communicatie-infrastructuur. Het zou niet logisch zijn om een opdeling van de taken tussen het Agentschap en de Commissie te handhaven.

Amendement    95

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2 – letter c quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c quater)  contractuele aangelegenheden.

Motivering

Het Agentschap moet worden belast met alle taken met betrekking tot de communicatie-infrastructuur. Het zou niet logisch zijn om een opdeling van de taken tussen het Agentschap en de Commissie te handhaven.

Amendement    96

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De Commissie wordt belast met alle andere taken die betrekking hebben op de communicatie-infrastructuur, met name:

Schrappen

a)  begrotingsuitvoeringstaken;

 

b)  aanschaf en vernieuwing;

 

c)  contractuele aangelegenheden.

 

Motivering

Het Agentschap moet worden belast met alle taken met betrekking tot de communicatie-infrastructuur. Het zou niet logisch zijn om een opdeling van de taken tussen het Agentschap en de Commissie te handhaven.

Amendement    97

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het Agentschap ontwikkelt en onderhoudt een mechanisme en procedures voor het uitvoeren van kwaliteitscontroles op de gegevens in CS-SIS en brengt regelmatig verslag uit aan de lidstaten. Het Agentschap rapporteert regelmatig aan de Commissie welke kwesties zijn geconstateerd en welke lidstaten hierbij zijn betrokken. Dit mechanisme en deze procedures en de uitlegging inzake de naleving van de regels op het gebied van gegevenskwaliteit worden door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

5.  Het Agentschap ontwikkelt en onderhoudt een mechanisme en procedures voor het uitvoeren van kwaliteitscontroles op de gegevens in CS-SIS en verstrekt regelmatig lijsten en verslagen aan de lidstaten. Het Agentschap rapporteert regelmatig aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie welke kwesties zijn geconstateerd en welke lidstaten hierbij zijn betrokken. Dit mechanisme en deze procedures en de uitlegging inzake de naleving van de regels op het gebied van gegevenskwaliteit worden door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    98

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.  Het Agentschap verricht ook taken met betrekking tot het aanbieden van opleiding in het technische gebruik van het SIS en in verband met maatregelen om de kwaliteit van de SIS-gegevens te verbeteren.

Amendement    99

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  onbevoegden de toegang tot de voor de verwerking van persoonsgegevens gebruikte gegevensverwerkingsfaciliteiten wordt ontzegd (controle op de toegang tot de faciliteiten);

b)  onbevoegden de toegang tot de voor de verwerking van persoonsgegevens gebruikte gegevensverwerkingsapparatuur, ‑uitrusting en -faciliteiten wordt ontzegd (apparatuur, toegangscontrole en controle op de toegang tot de faciliteiten);

Amendement    100

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)  wordt voorkomen dat gegevens onrechtmatig in het SIS worden verwerkt en dat in het SIS verwerkte gegevens onrechtmatig worden gewijzigd of verwijderd (controle op het invoeren van gegevens);

Amendement    101

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)  profielen worden opgesteld waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om toegang te krijgen tot de gegevens of de gegevensverwerkingsvoorzieningen, en opdat deze profielen desgevraagd onverwijld ter beschikking worden gesteld van de in artikel 64 bedoelde Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (personeelsprofielen);

g)  profielen worden opgesteld waarin de taken en verantwoordelijkheden worden omschreven van de personen die bevoegd zijn om toegang te krijgen tot de gegevens of de gegevensverwerkingsvoorzieningen, en opdat deze profielen desgevraagd onmiddellijk ter beschikking worden gesteld van de in artikel 64 bedoelde Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (personeelsprofielen);

Amendement    102

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter k bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

k bis)  ervoor wordt gezorgd dat het geïnstalleerde systeem in geval van storing opnieuw ingezet kan worden (herstel);

Amendement    103

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter k ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

k ter)  ervoor wordt gezorgd dat de functies van het SIS correct werken, dat functionele storingen gesignaleerd worden (betrouwbaarheid) en dat in het SIS opgeslagen persoonsgegevens niet door verkeerd functioneren van het systeem beschadigd kunnen worden (integriteit);

Amendement    104

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter k quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

k quater)  ervoor wordt gezorgd dat zijn technische locaties beveiligd zijn.

Amendement    105

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Indien het Agentschap bij de uitvoering van taken in verband met het SIS samenwerkt met een externe contractant, ziet het nauwlettend toe op de werkzaamheden van die contractant om de naleving van alle bepalingen van deze verordening te waarborgen, waaronder met name de bepalingen inzake beveiliging, vertrouwelijkheid en gegevensbescherming.

Motivering

In 2012 zijn SIS-gegevens in gevaar gekomen na een hack via een externe contractant in Denemarken. De lidstaten moeten hun toezicht op dergelijke ondernemingen versterken.

Amendement    106

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De logbestanden bevatten met name het relaas van de signaleringen, de datum en het tijdstip van de gegevenstransmissie, het soort voor de bevraging gebruikte gegevens, een verwijzing naar het soort toegezonden gegevens, alsmede de naam van de bevoegde autoriteit die met de verwerking van de gegevens is belast.

2.  Elk logbestand bevat met name het relaas van de signaleringen, de datum en het tijdstip van de gegevensverwerking, het soort voor de bevraging gebruikte gegevens, de verwerkte gegevens alsmede de naam van de bevoegde autoriteit en van de persoon die de bevraging uitvoert en de gegevens verwerkt.

Amendement    107

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Als voor de bevraging dactyloscopische gegevens of gezichtsopnamen worden gebruikt overeenkomstig de artikelen 40, 41 en 42, bevatten de logbestanden met name het soort voor de bevraging gebruikte gegevens, een verwijzing naar het soort verzonden gegevens, alsmede de naam van de bevoegde autoriteit en van de persoon die met de verwerking van de gegevens is belast.

3.  Als voor de bevraging dactyloscopische gegevens of gezichtsopnamen worden gebruikt overeenkomstig de artikelen 40, 41 en 42, bevatten de logbestanden in afwijking van lid 2 het soort verwerkte gegevens in plaats van de eigenlijke gegevens.

Amendement    108

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De voorschriften voor en opmaak van de logbestanden worden vastgesteld door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    109

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De logbestanden worden alleen voor het in lid 1 genoemde doel gebruikt en worden ten vroegste één jaar en ten laatste drie jaar na het creëren ervan gewist. De logbestanden die het relaas van de signaleringen bevatten, worden één tot drie jaar na het wissen van de signaleringen gewist.

4.  De logbestanden worden alleen voor het in lid 1 genoemde doel gebruikt en worden twee jaar na het creëren ervan gewist. De logbestanden die het relaas van de signaleringen bevatten, worden twee jaar na het wissen van de signaleringen gewist.

Amendement    110

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Commissie organiseert in samenwerking met de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geregeld campagnes om het publiek te informeren omtrent de doelstellingen van het SIS, de in het SIS opgeslagen gegevens, de autoriteiten die toegang hebben tot het SIS, en de rechten van de betrokkenen. De lidstaten ontwikkelen en implementeren in samenwerking met hun nationale toezichthoudende autoriteiten de nodige beleidsinitiatieven om hun burgers algemene voorlichting over het SIS te geven.

1.  Bij aanvang van de toepassing van deze verordening organiseert de Commissie in samenwerking met de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming een campagne om EU-burgers en onderdanen van derde landen te informeren omtrent de doelstellingen van het SIS, de in het SIS opgeslagen gegevens, de autoriteiten die toegang hebben tot het SIS, en de rechten van de betrokkenen. De Commissie herhaalt dergelijke campagnes op gezette tijden en ten minste eenmaal per jaar, in samenwerking met de nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. De lidstaten ontwikkelen en implementeren in samenwerking met hun nationale toezichthoudende autoriteiten de nodige beleidsinitiatieven om hun burgers en ingezetenen algemene voorlichting over het SIS te geven. De lidstaten zorgen ervoor dat er voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld voor een dergelijk voorlichtingsbeleid.

Amendement    111

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Onverminderd artikel 8, lid 1, en de bepalingen van deze verordening over de opslag van extra gegevens, bevat het SIS alleen de door elk van de lidstaten verstrekte gegevenscategorieën, zoals vereist voor de in de artikelen 26, 32, 34, 36 en 38 genoemde doeleinden.

1.  Onverminderd artikel 8, lid 1, en de bepalingen van deze verordening over de opslag van extra gegevens, bevat het SIS alleen de door elke lidstaat verstrekte gegevenscategorieën, zoals vereist voor de in de artikelen 26, 32, 34, 36 en 38 genoemde doeleinden.

Amendement    112

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Voor gesignaleerde personen worden uitsluitend de onderstaande gegevens opgenomen:

3.  Voor met het oog op de politiële samenwerking en de justitiële samenwerking gesignaleerde personen worden uitsluitend de onderstaande gegevens opgenomen:

Amendement    113

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)  bijzondere, onveranderlijke objectieve fysieke kenmerken;

e)  bijzondere, onveranderlijke objectieve fysieke kenmerken die geen verband houden met bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9 van Verordening (EU) 2016/679, zoals etniciteit, godsdienst, handicap, gender of seksuele gerichtheid;

Amendement    114

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  geslacht;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    115

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)  de vermelding of de betrokken persoon gewapend, gewelddadig of ontsnapt is of is betrokken bij activiteiten die vallen onder de artikelen 1 tot en met 4 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad inzake terrorismebestrijding;

j)  de vermelding of de betrokken persoon gewapend, gewelddadig of ontsnapt is of is betrokken bij activiteiten die vallen onder de artikelen 3 tot en met 12 en 14 van Richtlijn (EU) 2017/541;

Amendement    116

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3 – letter x

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

x)  relevante DNA-profielen, met inachtneming van artikel 22, lid 1, onder b), van deze verordening;

x)  relevante DNA-profielen, indien toegestaan op grond van artikel 22, lid 1, onder b), en artikel 32, lid 2, onder a);

Amendement    117

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3 – letter y

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

y)  dactyloscopische gegevens;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    118

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 3 – letter z bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

z bis)  gegevens als bedoeld onder a) tot en met d), f) tot en met g), en i), die zijn opgenomen in een geldig identificatiedocument/geldige identificatiedocumenten in het bezit van de betrokken persoon, anders dan het onder s) tot en met v) bedoelde document, voor zover deze gegevens niet in het laatstgenoemde document beschikbaar zijn.

Amendement    119

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De technische voorschriften worden ook gebruikt voor opzoekingen in CS-SIS, in nationale kopieën en in technische kopieën als bedoeld in artikel 53. Zij zijn gebaseerd op gemeenschappelijke normen die zijn vastgesteld en ontwikkeld door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    120

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De technische voorschriften voor het doorzoeken van de in lid 3 bedoelde gegevens worden vastgesteld en ontwikkeld overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Deze technische voorschriften worden ook gebruikt voor opzoekingen in CS-SIS, in nationale kopieën en in technische kopieën als bedoeld in artikel 53, lid 2, en zijn gebaseerd op gemeenschappelijke normen die zijn vastgesteld en ontwikkeld door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Schrappen

Amendement    121

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien een persoon of een voorwerp door een lidstaat wordt gezocht in verband met een strafbaar feit als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 4 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad inzake terrorismebestrijding, creëert de lidstaat onder alle omstandigheden een overeenkomstige signalering uit hoofde van artikel 34, 36 of 38.

2.  Indien een persoon of een voorwerp door een lidstaat wordt gezocht in verband met een strafbaar feit als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 12 en 14 van Richtlijn (EU) 2017/541, creëert de lidstaat onder alle omstandigheden een overeenkomstige signalering uit hoofde van artikel 34, 36 of 38.

Motivering

Er moet worden verduidelijkt dat een signalering moet worden opgenomen wanneer een verdachte wordt gezocht in verband met een vermeend terroristisch misdrijf. De misdrijven die in het bestaande besluit van de Raad over SIS II zijn opgenomen (en verwijzen naar het oude kaderbesluit van de Raad inzake terrorismebestrijding), worden vervangen door dezelfde misdrijven die nu zijn opgenomen in Richtlijn (EU) 2017/541 inzake terrorismebestrijding. De woordgroep "onder alle omstandigheden" is overbodig en wordt daarom geschrapt.

Amendement    122

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Specifieke voorschriften voor opneming van foto's, gezichtsopnamen, dactyloscopische gegevens en DNA-profielen

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    123

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 71 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de voorschriften voor het opnemen van biometrische identificatiemiddelen, met inbegrip van DNA-profielen, in het SIS overeenkomstig deze verordening. Die voorschriften omvatten onder meer het aantal op te nemen vingerafdrukken, de methode om deze te nemen en de minimumnorm voor de kwaliteit waaraan alle biometrische identificatiemiddelen moeten voldoen.

Amendement    124

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  foto's, gezichtsopnamen, dactyloscopische gegevens en DNA-profielen worden alleen opgenomen nadat door middel van een kwaliteitscontrole is vastgesteld dat aan een minimumnorm voor gegevenskwaliteit is voldaan.

a)  foto's, gezichtsopnamen, dactyloscopische gegevens worden alleen opgenomen nadat door middel van een kwaliteitscontrole is vastgesteld dat aan een minimumnorm voor gegevenskwaliteit is voldaan.

Motivering

Aangezien DNA-gegevens de meest gevoelige persoonsgegevens zijn, is het zeer belangrijk om het gebruik ervan goed af te bakenen en duidelijk te omschrijven in welke omstandigheden ze aan een signalering mogen worden toegevoegd. De tekst met betrekking tot DNA-profielen is toegevoegd aan het bepaalde onder b).

Amendement    125

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  DNA-profielen mogen alleen worden toegevoegd aan signaleringen uit hoofde van artikel 32, lid 2, onder a) en c), en alleen als er geen voor identificatiedoeleinden geschikte foto's, gezichtsopnamen of dactyloscopische gegevens voorhanden zijn. DNA-profielen van rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn, bloedverwanten in neergaande lijn of broers of zussen van de gesignaleerde persoon mogen aan de signalering worden toegevoegd, mits deze personen daarin uitdrukkelijk hebben toegestemd. In het DNA-profiel wordt niet verwezen naar het ras van de persoon.

b)  DNA-profielen mogen alleen worden toegevoegd aan signaleringen in de situaties bedoeld in artikel 32, lid 2, onder a), alleen nadat door middel van een kwaliteitscontrole is vastgesteld dat de profielen aan een minimumnorm voor gegevenskwaliteit voldoen en alleen als er geen voor identificatiedoeleinden geschikte foto's, gezichtsopnamen of dactyloscopische gegevens voorhanden zijn. DNA-profielen van rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn, bloedverwanten in neergaande lijn of broers of zussen van de gesignaleerde persoon mogen aan de signalering worden toegevoegd, mits deze personen daarin uitdrukkelijk hebben toegestemd. DNA-profielen die aan signaleringen worden toegevoegd, bevatten de minimumgegevens die strikt noodzakelijk zijn om de vermiste persoon te identificeren en mogen in geen geval verwijzingen naar ras of gezondheidsinformatie over de persoon bevatten.

Amendement    126

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2  Er worden kwaliteitsnormen vastgesteld voor de opslag van de gegevens bedoeld in lid 1, onder a), van dit artikel en in artikel 40. Deze normen worden nader uitgewerkt en bijgewerkt door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2  Er worden kwaliteitsnormen vastgesteld voor de opslag van de gegevens bedoeld in lid 1, onder a) en b), van dit artikel en in artikel 40. Deze normen worden nader uitgewerkt en bijgewerkt door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    127

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Een signalering van een persoon wordt niet opgenomen indien de in artikel 20, lid 3, onder a), g), k), m) en n), alsmede in voorkomend geval onder p), bedoelde gegevens ontbreken, behalve in de situaties bedoeld in artikel 40.

1.  Een signalering van een persoon wordt niet opgenomen indien de in artikel 20, lid 3, onder a), b), g), h), i), k), m) en n), alsmede in voorkomend geval onder p), bedoelde gegevens ontbreken, behalve in de situaties bedoeld in artikel 40.

Amendement    128

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Daarnaast worden, voor zover beschikbaar, alle andere in artikel 20, lid 3, genoemde gegevens opgenomen.

2.  Onverminderd artikel 22 worden daarnaast, voor zover beschikbaar en op voorwaarde dat aan de voorwaarden voor het opnemen van de gegevens is voldaan, de andere in artikel 20, lid 3, genoemde gegevens opgenomen.

Amendement    129

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 23 bis

 

Verenigbaarheid van signaleringen

 

1.  Voor opneming van een nieuwe signalering controleert de lidstaat of deze persoon reeds in het SIS is gesignaleerd.

 

2.  Voor een en dezelfde persoon of een en hetzelfde voorwerp mag een lidstaat in het SIS slechts één signalering opnemen. Indien nodig kunnen andere lidstaten evenwel nieuwe signaleringen voor eenzelfde persoon opnemen, mits de signaleringen verenigbaar zijn. De verenigbaarheid wordt gewaarborgd overeenkomstig lid 3.

 

3.  Regels inzake de verenigbaarheid van signaleringen worden vastgesteld in het Sirene-handboek als bedoeld in artikel 8, lid 4. Een lidstaat die een nieuwe signalering wil opnemen met betrekking tot een persoon die reeds in het SIS is gesignaleerd, controleert of de signaleringen verenigbaar zijn. Indien ze verenigbaar zijn, mag de lidstaat de nieuwe signalering opnemen. Als de signaleringen onverenigbaar zijn, plegen de betrokken Sirene-bureaus onderling overleg door middel van de uitwisseling van aanvullende informatie om tot een overeenkomst te komen die overeenstemt met de in het Sirene-handboek bedoelde prioriteitsorde. Van die prioriteitsorde kan na overleg tussen de lidstaten worden afgeweken indien wezenlijke nationale belangen in het geding zijn.

Amendement    130

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Algemene bepalingen betreffende markering

Markering

Amendement    131

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer een lidstaat van oordeel is dat gevolg geven aan een overeenkomstig artikel 26, artikel 32 of artikel 36 opgenomen signalering in strijd is met zijn nationale recht, internationale verplichtingen of wezenlijke nationale belangen, kan hij alsnog verlangen dat de signalering wordt gemarkeerd, zodat de op grond van de signalering gevraagde maatregel op zijn grondgebied niet wordt uitgevoerd. De markering wordt aangebracht door het Sirene-bureau van de signalerende lidstaat.

1.  Wanneer een lidstaat van oordeel is dat gevolg geven aan een overeenkomstig artikel 26, 32, 36 of 40 opgenomen signalering in strijd is met zijn nationale recht, internationale verplichtingen of wezenlijke nationale belangen, kan hij alsnog verlangen dat de signalering wordt gemarkeerd, zodat de op grond van de signalering gevraagde maatregel op zijn grondgebied niet wordt uitgevoerd. De markering wordt aangebracht door het Sirene-bureau van de signalerende lidstaat.

Motivering

De nieuwe signaleringscategorie van artikel 40 kan evenzeer tot onverenigbaarheden leiden met het nationale recht, internationale verplichtingen of wezenlijke nationale belangen. Bijgevolg moet dat artikel ook worden opgenomen in de lijst van artikelen op grond waarvan een signalering kan worden gemarkeerd.

Amendement    132

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Elke verwijzing in deze verordening naar bepalingen van Kaderbesluit 2002/584/JBZ wordt geacht tevens te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen van overeenkomsten die tussen de Europese Unie en derde landen op grond van artikel 37 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn gesloten met het oog op de overlevering van personen op grond van een aanhoudingsbevel, en die voorzien in de toezending van dat aanhoudingsbevel via het SIS.

3.  Elke verwijzing in deze verordening naar bepalingen van Kaderbesluit 2002/584/JBZ wordt geacht tevens te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen van overeenkomsten die tussen de Europese Unie en derde landen op grond van artikel 216 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn gesloten met het oog op de overlevering van personen op grond van een aanhoudingsbevel, en die voorzien in de toezending van dat aanhoudingsbevel via het SIS.

Amendement    133

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De signalerende lidstaat mag in het kader van een lopende zoekoperatie, na toestemming van de bevoegde gerechtelijke autoriteit van de signalerende lidstaat, een bestaande signalering met het oog op aanhouding die overeenkomstig artikel 26 van deze verordening is opgenomen, tijdelijk ontoegankelijk maken voor bevraging, wat wil zeggen dat de signalering voor de eindgebruiker niet opzoekbaar is en slechts voor de Sirene-bureaus toegankelijk is. Deze functie mag slechts worden gebruikt gedurende een tijdvak van ten hoogste 48 uur. Dit tijdvak kan echter bij operationele noodzaak met telkens 48 uur worden verlengd. De lidstaten houden statistieken bij van het aantal signaleringen waarvoor deze functie is gebruikt.

4.  De signalerende lidstaat mag in het kader van een lopende zoekoperatie, na toestemming van de bevoegde gerechtelijke autoriteit van de signalerende lidstaat, een bestaande signalering met het oog op aanhouding die overeenkomstig dit artikel is opgenomen, tijdelijk ontoegankelijk maken voor bevraging, wat wil zeggen dat de signalering voor de eindgebruiker niet opzoekbaar is en slechts voor de Sirene-bureaus toegankelijk is. Deze functie mag slechts worden gebruikt gedurende een tijdvak van ten hoogste 48 uur. Dit tijdvak kan echter bij operationele noodzaak met telkens 48 uur worden verlengd. De lidstaten houden statistieken bij van het aantal signaleringen waarvoor deze functie is gebruikt.

Amendement    134

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Gegevens over vermiste personen of andere personen die in bescherming moeten worden genomen of van wie de verblijfplaats moet worden nagegaan, worden op verzoek van de bevoegde autoriteit van de signalerende lidstaat in het SIS opgenomen.

Schrappen

Amendement    135

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Onderstaande categorieën van vermiste personen kunnen worden opgenomen:

2.  Onderstaande categorieën van personen worden bij besluit van de bevoegde autoriteit van de lidstaat in het SIS opgenomen:

Amendement    136

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2 – letter a – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)  ter voorkoming van een dreiging;

ii)  ter voorkoming van een bedreiging voor de openbare veiligheid;

Amendement    137

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  vermiste personen die niet in bescherming moeten worden genomen;

b)  vermiste meerderjarigen die niet in bescherming moeten worden genomen;

Amendement    138

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  kinderen die gevaar lopen te worden ontvoerd als bedoeld in lid 4.

c)  kinderen die gevaar lopen te worden ontvoerd – ontvoeringen door een familielid daaronder begrepen –, uit de lidstaat te worden weggevoerd voor foltering, seksueel of gendergerelateerd geweld, of slachtoffer te worden van de in de artikelen 6 tot en met 10 van Richtlijn (EU) 2017/541 bedoelde activiteiten.

Amendement    139

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Lid 2, onder a), is in het bijzonder van toepassing op kinderen en op personen die op last van een bevoegde autoriteit in een inrichting moeten worden opgenomen.

3.  Lid 2, onder a), is in het bijzonder van toepassing op personen die op last van een bevoegde gerechtelijke autoriteit in een inrichting moeten worden opgenomen, en op kinderen.

Amendement    140

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Een signalering van een kind als bedoeld in lid 2, onder c), wordt opgenomen op verzoek van de gerechtelijke autoriteit van de lidstaat die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad74 bevoegd is ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid, indien er een concreet en aanwijsbaar gevaar bestaat dat het kind binnen korte tijd onwettig wordt weggevoerd uit de lidstaat waar de bevoegde gerechtelijke autoriteit is gevestigd. In de lidstaten die partij zijn bij het Verdrag van 's-Gravenhage van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen en waar Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad niet van toepassing is, gelden de bepalingen van het Verdrag van 's-Gravenhage.

4.  Een signalering van een kind dat gevaar loopt als bedoeld in lid 2, onder c), wordt opgenomen bij besluit van de gerechtelijke autoriteit van de lidstaat die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad74 bevoegd is ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid, indien er een concreet en aanwijsbaar gevaar bestaat dat het kind binnen korte tijd onwettig wordt weggevoerd uit de lidstaat waar de bevoegde gerechtelijke autoriteit is gevestigd. Dit besluit wordt zo spoedig mogelijk genomen. In de lidstaten die partij zijn bij het Verdrag van 's-Gravenhage van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen en waar Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad niet van toepassing is, gelden de bepalingen van het Verdrag van 's-Gravenhage. Desbetreffende protocollen en instrumenten ondersteunen de noodzakelijke gevraagde maatregel, zoals opgenomen in de signalering.

__________________

__________________

74 Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000 (PB L 338 van 23.12.2003, blz. 1).

74 Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000 (PB L 338 van 23.12.2003, blz. 1).

Amendement    141

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  In het geval van signalering van een vermist kind als bedoeld in lid 1, onder c), moeten de bevoegde kinderbeschermingsautoriteiten daarvan op de hoogte worden gesteld, met inbegrip van het nationale meldpunt en de ouders, verzorgers en/of voogden van het kind, naargelang passend is, overeenkomstig het belang van het kind.

Amendement    142

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaten zien erop toe dat uit de in het SIS opgenomen gegevens blijkt onder welke van de in lid 2 vermelde categorieën de vermiste persoon valt. De lidstaten zien er tevens op toe dat uit de in het SIS opgenomen gegevens blijkt om wat voor zaak in verband met een vermiste of kwetsbare persoon het gaat. De voorschriften inzake de indeling van de zaken in categorieën en de opneming van gegevens daaromtrent worden door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld en ontwikkeld.

5.  De lidstaten zien erop toe dat uit de in het SIS opgenomen gegevens blijkt onder welke van de in lid 2 vermelde categorieën de vermiste persoon of het kind dat gevaar loopt, valt. De lidstaten zien er tevens op toe dat uit de in het SIS opgenomen gegevens blijkt om wat voor zaak in verband met een kind dat gevaar loopt of een vermiste persoon het gaat, voor zover bekend is om wat voor zaak het gaat. De voorschriften inzake de indeling van de zaken in categorieën en de opneming van gegevens daaromtrent worden door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld en ontwikkeld. Volgens die voorschriften kunnen vermiste kinderen worden ingedeeld in onder meer:

 

a)  weggelopen kinderen;

 

b)  niet-begeleide migrantenkinderen;

 

c)  door een familielid ontvoerde kinderen.

Amendement    143

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Vier maanden voordat een overeenkomstig dit artikel gesignaleerd kind meerderjarig wordt, stelt CS-SIS de signalerende lidstaat er automatisch van in kennis dat de reden van het verzoek en de te nemen maatregel moeten worden geactualiseerd ofwel de signalering moet worden gewist.

6.  Vier maanden voordat een overeenkomstig dit artikel gesignaleerd kind meerderjarig wordt, stelt CS-SIS de signalerende lidstaat er automatisch van in kennis dat de reden van het verzoek en de te nemen maatregel moeten worden geactualiseerd of de signalering zal worden gewist.

Amendement    144

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat er een verband bestaat tussen een voertuig, vaartuig of luchtvaartuig en een overeenkomstig lid 2 gesignaleerde persoon, kan met het oog op de opsporing van die persoon een signalering van dat voertuig, vaartuig of luchtvaartuig worden opgenomen. In die gevallen worden de signalering van de vermiste persoon en de signalering van het voorwerp gekoppeld overeenkomstig artikel 60. De technische voorschriften voor het opnemen, bijwerken, wissen en doorzoeken van de in dit lid bedoelde gegevens worden vastgesteld en ontwikkeld door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

7.  Indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat er een verband bestaat tussen een voertuig, vaartuig of luchtvaartuig en een overeenkomstig lid 2 gesignaleerde persoon, kan met het oog op de opsporing van die persoon een signalering van dat voertuig, vaartuig of luchtvaartuig worden opgenomen. In die gevallen worden de signalering van de persoon en de signalering van het voorwerp gekoppeld overeenkomstig artikel 60. De technische voorschriften voor het opnemen, bijwerken, wissen en doorzoeken van de in dit lid bedoelde gegevens worden vastgesteld en ontwikkeld door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    145

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.  De lidstaten nemen de gegevens van kinderen die zijn verdwenen uit opvangfaciliteiten als vermiste personen in het SIS op.

Amendement    146

Voorstel voor een verordening

Artikel 33 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer een persoon als bedoeld in artikel 32 wordt aangetroffen, delen de bevoegde autoriteiten, met inachtneming van lid 2, aan de signalerende lidstaat mee waar de betrokkene zich bevindt. In het geval van een vermist kind of een kind dat in bescherming moet worden genomen, pleegt de uitvoerende lidstaat onmiddellijk overleg met de signalerende lidstaten teneinde onverwijld tot overeenstemming te komen over de maatregelen die moeten worden genomen om de belangen van het kind te beschermen. De bevoegde autoriteiten kunnen, in de gevallen zoals bedoeld in artikel 32, lid 2, onder a) en c), de betrokkene in bewaring stellen teneinde verdere doorreis te beletten, voor zover dit op grond van het nationale recht is toegestaan.

1.  Wanneer een persoon als bedoeld in artikel 32 wordt aangetroffen, delen de bevoegde autoriteiten, onverminderd lid 2, onverwijld aan de signalerende lidstaat mee waar de betrokkene zich bevindt. In het geval van een overeenkomstig artikel 32 gesignaleerd kind pleegt de uitvoerende lidstaat onverwijld overleg met de signalerende lidstaat, met inbegrip van de kinderbeschermingsautoriteiten daarvan, teneinde onverwijld en uiterlijk binnen twaalf uur tot overeenstemming te komen over de maatregelen die moeten worden genomen om het belang van het kind te beschermen. De bevoegde autoriteiten kunnen, in voorkomend geval, in de gevallen zoals bedoeld in artikel 32, lid 2, onder a) en c), de betrokkene in bewaring stellen teneinde verdere doorreis te beletten, voor zover dit op grond van het nationale recht is toegestaan. Indien de signalering een kind betreft, wordt bij het nemen van een besluit over de inbewaringstelling rekening gehouden met de kwetsbaarheid en het belang van het kind.

Amendement    147

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Signalering is toegestaan met het oog op de vervolging van strafbare feiten, met het oog op de uitvoering van een straf in een strafprocedure en ter voorkoming van gevaar voor de openbare veiligheid, indien:

2.  Signalering is toegestaan met het oog op de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten, met het oog op de uitvoering van een straf in een strafprocedure en ter voorkoming van gevaar voor de openbare veiligheid, indien:

Amendement    148

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  er duidelijke aanwijzingen zijn dat een persoon een ernstig strafbaar feit beraamt of pleegt, zoals in het bijzonder de in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ bedoelde strafbare feiten;

a)  er duidelijke aanwijzingen zijn dat een persoon een ernstig strafbaar feit beraamt of pleegt, dat in de signalerende lidstaat strafbaar is gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximumduur van ten minste een jaar;

Amendement    149

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de in artikel 37, lid 1, bedoelde informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van een straf in een strafprocedure jegens een persoon die is veroordeeld wegens een ernstig strafbaar feit, zoals in het bijzonder de in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ bedoelde strafbare feiten; of

b)  de in artikel 37, lid 1, bedoelde informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van een straf in een strafprocedure jegens een persoon die is veroordeeld wegens een ernstig strafbaar feit, dat in de signalerende lidstaat strafbaar is gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximumduur van ten minste drie jaar; of

Amendement    150

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  een algemene beoordeling van een persoon, met name op grond van de door hem gepleegde strafbare feiten, doet vermoeden dat hij ook in de toekomst ernstige strafbare feiten zou kunnen plegen, zoals in het bijzonder de in artikel 2, lid 2, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ bedoelde strafbare feiten.

c)  een algemene beoordeling van een persoon, met name op grond van de door hem gepleegde strafbare feiten, doet vermoeden dat hij ook in de toekomst ernstige strafbare feiten zou kunnen plegen, die in de signalerende lidstaat strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximumduur van ten minste drie jaar.

Amendement    151

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat er een verband bestaat tussen een voertuig, vaartuig of luchtvaartuig en een ernstig strafbaar feit als bedoeld in lid 2 of een ernstig gevaar als bedoeld in lid 3, kan een signalering van dat voertuig, vaartuig of luchtvaartuig worden opgenomen.

4.  Indien er duidelijk bewijs is dat er een verband bestaat tussen een voertuig, vaartuig, luchtvaartuig, container, aanhanger met een ledig gewicht van meer dan 750 kg of caravan en een ernstig strafbaar feit als bedoeld in lid 2 of een ernstig gevaar als bedoeld in lid 3, kan een signalering van dat voertuig, vaartuig of luchtvaartuig of die container worden opgenomen.

Amendement    152

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat er een verband bestaat tussen een blanco officieel document of een op naam gesteld identiteitsdocument en een ernstig strafbaar feit als bedoeld in lid 2 of een ernstig gevaar als bedoeld in lid 3, kan een signalering van dat document worden opgenomen, ongeacht de identiteit van de eventuele oorspronkelijke houder van het identiteitsdocument. De technische voorschriften voor het opnemen, bijwerken, wissen en doorzoeken van de in dit lid bedoelde gegevens worden vastgesteld en bijgewerkt door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

5.  Indien er duidelijk bewijs is dat er een verband bestaat tussen een blanco officieel document of een op naam gesteld identiteitsdocument en een ernstig strafbaar feit als bedoeld in lid 2 of een ernstig gevaar als bedoeld in lid 3, kan een signalering van dat document worden opgenomen, ongeacht de identiteit van de eventuele oorspronkelijke houder van het identiteitsdocument. De technische voorschriften voor het opnemen, bijwerken, wissen en doorzoeken van de in dit lid bedoelde gegevens worden vastgesteld en bijgewerkt door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    153

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Ten behoeve van onopvallende controle, ondervragingscontrole of gerichte controle worden bij grenscontroles, politie- en douanecontroles of andere rechtshandhavingsactiviteiten in de lidstaat de onderstaande gegevens of een deel daarvan verzameld en aan de signalerende autoriteit meegedeeld:

1.  Ten behoeve van onopvallende controle, ondervragingscontrole of gerichte controle worden bij grenscontroles, politie- en douanecontroles of andere rechtshandhavingsactiviteiten in de lidstaat de onderstaande gegevens of een deel daarvan verzameld en onmiddellijk aan de signalerende autoriteit meegedeeld:

Amendement    154

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  het gebruikte voertuig, vaartuig of luchtvaartuig of de gebruikte container;

f)  het gebruikte voertuig, vaartuig of luchtvaartuig of de gebruikte container, aanhanger met een ledig gewicht van meer dan 750 kg of caravan;

Amendement    155

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde informatie wordt verstrekt door middel van de uitwisseling van aanvullende informatie.

2.  De in lid 1 bedoelde informatie wordt onmiddellijk verstrekt door middel van de uitwisseling van aanvullende informatie.

Amendement    156

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Afhankelijk van de operationele omstandigheden en overeenkomstig het nationale recht omvat een ondervragingscontrole een grondigere controle en een ondervraging van de persoon. Indien ondervragingscontroles naar het recht van een lidstaat niet zijn toegestaan, wordt in plaats daarvan in die lidstaat een onopvallende controle verricht.

4.  Afhankelijk van de operationele omstandigheden en overeenkomstig het nationale recht, en onverminderd het recht van verdachten en beklaagden op toegang tot een advocaat uit hoofde van Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis, omvat een ondervragingscontrole een grondigere controle en een ondervraging van de persoon.

 

_________________

 

1 bis Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PB L 294 van 6.11.2013, blz. 1).

Amendement    157

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 2 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  luchtvaartuigen;

h)  luchtvaartuigen en luchtvaartuigmotoren;

Amendement    158

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Nieuwe subcategorieën van voorwerpen die onder lid 2, onder n), vallen en de noodzakelijke technische voorschriften voor het opnemen, bijwerken, wissen en doorzoeken van de in lid 2 bedoelde gegevens worden vastgesteld en bijgewerkt door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 71 bis een gedelegeerde handeling vast te stellen tot vastlegging van nieuwe subcategorieën van voorwerpen die onder lid 2, onder n), vallen. De technische voorschriften voor het opnemen, bijwerken, wissen en doorzoeken van de in lid 2 bedoelde gegevens worden vastgesteld en bijgewerkt door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement    159

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Blijkt uit een bevraging dat er met betrekking tot een aangetroffen voorwerp een signalering bestaat, dan neemt de autoriteit die zulks heeft geconstateerd het voorwerp overeenkomstig het nationale recht in beslag en neemt zij contact op met de signalerende autoriteit, teneinde de nodige maatregelen overeen te komen. Daartoe mogen overeenkomstig deze verordening ook persoonsgegevens worden verstrekt.

1.  Blijkt uit een bevraging dat er met betrekking tot een aangetroffen voorwerp een signalering bestaat, dan neemt de autoriteit die zulks heeft geconstateerd het voorwerp overeenkomstig het nationale recht in beslag en neemt zij contact op met de signalerende autoriteit, teneinde de nodige maatregelen overeen te komen. Daartoe mogen ook persoonsgegevens worden verstrekt door middel van de uitwisseling van aanvullende informatie.

Amendement    160

Voorstel voor een verordening

Artikel 39 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde informatie wordt verstrekt door middel van de uitwisseling van aanvullende informatie.

Schrappen

Amendement    161

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk XI – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

SIGNALERINGEN VAN ONBEKENDE PERSONEN DIE WORDEN GEZOCHT MET HET OOG OP IDENTIFICATIE OVEREENKOMSTIG HET NATIONALE RECHT EN BEVRAGING AAN DE HAND VAN BIOMETRISCHE GEGEVENS

SIGNALERINGEN VAN ONBEKENDE PERSONEN DIE WORDEN GEZOCHT MET HET OOG OP IDENTIFICATIE OVEREENKOMSTIG HET NATIONALE RECHT

Amendement    162

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Signaleringen van onbekende personen die worden gezocht met het oog op aanhouding overeenkomstig het nationale recht

Signaleringen van onbekende personen die worden gezocht met het oog op identificatie overeenkomstig het nationale recht

Amendement    163

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

  In het SIS kunnen dactyloscopische gegevens worden opgenomen die geen verband houden met een gesignaleerde persoon. Deze dactyloscopische gegevens bestaan uit volledige of onvolledige reeksen vingerafdrukken of handpalmafdrukken die zijn aangetroffen op de plaats waar een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit is gepleegd dat wordt onderzocht, mits met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de afdrukken die van de dader zijn. Dactyloscopische gegevens van deze categorie worden opgeslagen onder vermelding van "onbekende verdachte of gezochte persoon", indien is aangetoond dat de bevoegde autoriteiten niet in staat zijn om de identiteit van de persoon met behulp van andere nationale, Europese of internationale databanken vast te stellen.

  In het SIS kunnen dactyloscopische gegevens worden opgenomen die geen verband houden met een gesignaleerde persoon. Deze dactyloscopische gegevens bestaan uit volledige of onvolledige reeksen vingerafdrukken of handpalmafdrukken die zijn aangetroffen op de plaats waar een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit is gepleegd dat wordt onderzocht, mits met een zeer hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de afdrukken die van de dader zijn. Indien de bevoegde autoriteit van de signalerende lidstaat niet in staat is om de identiteit van de verdachte met behulp van andere relevante databanken vast te stellen, kunnen dactyloscopische gegevens van deze categorie worden opgeslagen onder vermelding van "onbekende verdachte of gezochte persoon" met het oog op identificatie van die persoon en zijn verblijfplaats.

Amendement    164

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

  Bij een treffer of potentiële match voor uit hoofde van artikel 40 opgeslagen gegevens wordt de identiteit van de persoon vastgesteld overeenkomstig het nationale recht en terzelfdertijd geverifieerd of de in het SIS opgeslagen dactyloscopische gegevens op die persoon betrekking hebben. Met het oog op tijdig onderzoek van de zaak communiceren de lidstaten door middel van de uitwisseling van aanvullende informatie.

  Bij een treffer of potentiële match voor uit hoofde van artikel 40 opgeslagen gegevens wordt de identiteit van de persoon vastgesteld overeenkomstig het nationale recht, nadat door een vingerafdrukexpert is geverifieerd of de in het SIS opgeslagen dactyloscopische gegevens op die persoon betrekking hebben. Met het oog op tijdig onderzoek van de zaak communiceren de lidstaten onmiddellijk door middel van de uitwisseling van aanvullende informatie.

Amendement    165

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Specifieke voorschriften voor verificaties of bevragingen met foto's, gezichtsopnamen, dactyloscopische gegevens en DNA-profielen

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    166

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  In het SIS opgeslagen foto's, gezichtsopnamen, dactyloscopische gegevens en DNA-profielen worden opgevraagd om de identiteit van een persoon die naar aanleiding van een alfanumerieke bevraging van het SIS is gelokaliseerd, te verifiëren.

1.  Indien in het SIS opgeslagen foto's, gezichtsopnamen, dactyloscopische gegevens en DNA-profielen in een signalering zijn opgenomen, worden deze gegevens opgevraagd om de identiteit van een persoon die naar aanleiding van een alfanumerieke bevraging van het SIS is gevonden, te bevestigen.

Amendement    167

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Voordat een nieuwe signalering wordt opgenomen, mogen de vingerafdrukken worden getoetst om te controleren of de persoon al onder een andere identiteit in het SIS is opgenomen.

Amendement    168

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Ook dactyloscopische gegevens mogen worden gebruikt om een persoon te identificeren. In het SIS opgeslagen dactyloscopische gegevens worden voor identificatiedoeleinden bevraagd indien de identiteit van de persoon niet met behulp van andere middelen kan worden vastgesteld.

2.  Ook dactyloscopische gegevens mogen worden gebruikt om een persoon te identificeren. In het SIS opgeslagen dactyloscopische gegevens worden slechts voor identificatiedoeleinden gebruikt indien de identiteit van de persoon niet met behulp van alfanumerieke gegevens kan worden vastgesteld. Daartoe omvat het centrale SIS een geautomatiseerd systeem voor de identificatie van vingerafdrukken (AFIS).

Amendement    169

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening stellen de lidstaten een geautomatiseerd systeem voor de identificatie van vingerafdrukken ter beschikking van de eindgebruikers. Daartoe nemen zij de nodige maatregelen en passen zij, indien nodig, hun N.SIS aan.

Amendement    170

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  In het SIS opgeslagen dactyloscopische gegevens in verband met signaleringen op grond van artikel 26, artikel 34, lid 1, onder b) en d), en artikel 36 kunnen tevens worden doorzocht aan de hand van volledige of onvolledige reeksen vingerafdrukken of handpalmafdrukken die zijn aangetroffen op de plaats van het delict dat wordt onderzocht, mits met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de afdrukken die van de dader zijn en mits de bevoegde autoriteiten niet in staat zijn om de identiteit van de persoon met behulp van andere nationale, Europese of internationale databanken vast te stellen.

3.  In het SIS opgeslagen dactyloscopische gegevens in verband met signaleringen op grond van artikel 26, artikel 34, lid 1, onder b) en d), en artikel 36 kunnen tevens worden doorzocht aan de hand van volledige of onvolledige reeksen vingerafdrukken of handpalmafdrukken die zijn aangetroffen op de plaats waar een terroristisch misdrijf of een ander ernstig strafbaar feit is gepleegd dat wordt onderzocht, mits met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de afdrukken die van de dader van het terroristische misdrijf of andere ernstige strafbaar feit zijn en mits de bevoegde autoriteiten niet in staat zijn om de identiteit van de persoon met behulp van andere nationale, Europese of internationale databanken vast te stellen.

Amendement    171

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  Indien uit de definitieve identificatie overeenkomstig dit artikel blijkt dat het van het centrale SIS ontvangen vergelijkingsresultaat niet overeenkomt met de voor vergelijking toegezonden dactyloscopische gegevens, gaan de lidstaten onmiddellijk over tot verwijdering van het vergelijkingsresultaat en delen zij dit zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen drie werkdagen aan het Agentschap mee.

Amendement    172

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Zodra dit technisch haalbaar is en mits voor de identificatie een hoge mate van betrouwbaarheid kan worden gewaarborgd, mogen foto's en gezichtsopnamen worden gebruikt om een persoon te identificeren. Identificatie op basis van foto's en gezichtsopnamen is uitsluitend toegestaan bij reguliere grensdoorlaatposten met zelfbedieningssystemen en automatische grenstoezichtsystemen.

4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 71 bis een gedelegeerde handeling vast te stellen tot bepaling van het gebruik van foto's en gezichtsopnamen en DNA-profielen om personen te identificeren en de technische normen hiervoor, met inbegrip van de bevraging evenals de identificatie en de bevestiging van de identiteit. De Commissie stelt die gedelegeerde handeling vast zodra het technisch haalbaar is om met een hoge mate van betrouwbaarheid personen te identificeren aan de hand van foto's en gezichtsopnamen. Identificatie op basis van foto's en gezichtsopnamen is uitsluitend toegestaan bij reguliere grensdoorlaatposten met zelfbedieningssystemen en automatische grenstoezichtsystemen.

Amendement    173

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  andere rechtshandhavingsactiviteiten die worden uitgevoerd met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van strafbare feiten in de betrokken lidstaat;

c)  het voorkomen, opsporen en onderzoeken van onder Richtlijn (EU) 2016/680 vallende terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten in de betrokken lidstaat;

Amendement    174

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d bis)  veiligheidscontroles in het kader van procedures die verband houden met verzoeken om internationale bescherming, voor zover die autoriteiten geen "beslissingsautoriteiten" zijn zoals gedefinieerd in artikel 2, onder f), van Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad1 bis, en in voorkomend geval voor het verstrekken van advies overeenkomstig Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad1 ter.

 

__________________

 

1 bis Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB L 180 van 29.6.2013, blz. 60).

 

1 ter Verordening (EG) nr. 377/2004 van de Raad van 19 februari 2004 betreffende de oprichting van een netwerk van immigratieverbindingsfunctionarissen (PB L 64 van 2.3.2004, blz. 1).

Amendement    175

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Recht op toegang tot in het SIS opgenomen gegevens en op directe bevraging van die gegevens hebben ook de autoriteiten die bevoegd zijn voor de uitvoering van de taken bedoeld in lid 1, onder c), wanneer zij die taken uitvoeren. Het toegangsrecht van deze autoriteiten wordt uitgeoefend overeenkomstig de wetgeving van de onderscheiden lidstaten.

3.  Recht op toegang tot in het SIS opgenomen gegevens en op directe bevraging van die gegevens hebben ook de in lid 1, onder c), bedoelde autoriteiten wanneer zij die taken uitvoeren. Het toegangsrecht van deze autoriteiten wordt uitgeoefend overeenkomstig deze verordening en het Unierecht inzake gegevensbescherming.

Amendement    176

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen, bedoeld in Richtlijn 1999/37/EG van de Raad75, hebben toegang tot de volgende gegevens die overeenkomstig artikel 38, lid 2, onder a), b) c) en l), van deze verordening in het SIS zijn opgenomen, met als enig doel na te gaan of ter inschrijving bij hen aangemelde voertuigen gestolen, verduisterd of anderszins vermist zijn, of worden gezocht als bewijsmateriaal in een strafprocedure:

1.  De bevoegde autoriteiten die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen, bedoeld in Richtlijn 1999/37/EG van de Raad75, hebben uitsluitend toegang tot de volgende gegevens die overeenkomstig artikel 38, lid 2, onder a), b), c) en l), van deze verordening in het SIS zijn opgenomen, met als enig doel na te gaan of ter inschrijving bij hen aangemelde voertuigen gestolen, verduisterd of anderszins vermist zijn, of worden gezocht als bewijsmateriaal in een strafprocedure:

__________________

__________________

75 Richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen (PB L 138 van 1.6.1999, blz. 57).

75 Richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen (PB L 138 van 1.6.1999, blz. 57).

Amendement    177

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De toegang van de instanties die met de afgifte van kentekenbewijzen belast zijn tot deze gegevens wordt geregeld door het nationale recht van de lidstaat.

De toegang van de in de eerste alinea bedoelde bevoegde autoriteiten tot deze gegevens wordt geregeld door het nationale recht van de lidstaat van de bevoegde autoriteit in kwestie.

Amendement    178

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien de in lid 1 bedoelde instanties overheidsinstanties zijn, hebben zij rechtstreeks toegang tot de in het SIS opgenomen gegevens.

Schrappen

Amendement    179

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien de in lid 1 bedoelde instanties geen overheidsinstanties zijn, hebben zij alleen toegang tot de in het SIS opgenomen gegevens via een autoriteit in de zin van artikel 43 van deze verordening. Deze autoriteit heeft rechtstreeks toegang tot de gegevens en mag deze doorgeven aan de betrokken instantie. De betrokken lidstaat ziet erop toe dat de bedoelde instantie en de werknemers ervan gehouden zijn eventuele beperkingen ten aanzien van het gebruik van de door de autoriteit doorgegeven gegevens in acht te nemen.

Schrappen

Amendement    180

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Artikel 39 van deze verordening is niet van toepassing op de toegang op basis van dit artikel. Wanneer de in lid 1 bedoelde instanties aan de politiële of gerechtelijke autoriteiten informatie melden die bij raadpleging van het SIS aan het licht is gekomen en op grond waarvan een strafbaar feit wordt vermoed, is het nationale recht van toepassing.

4.  Artikel 39 van deze verordening is niet van toepassing op de toegang op basis van dit artikel. Wanneer de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten aan de politiële of gerechtelijke autoriteiten informatie melden die bij raadpleging van het SIS is verkregen en op grond waarvan een strafbaar feit wordt vermoed, is het nationale recht van toepassing.

Amendement    181

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van registratiebewijzen van vaartuigen, met inbegrip van scheepsmotoren, en luchtvaartuigen, of met het verkeersmanagement, hebben toegang tot de volgende gegevens die overeenkomstig artikel 38, lid 2, van deze verordening in het SIS zijn opgenomen, met als enig doel na te gaan of bij hen ter inschrijving aangemelde of onder het verkeersmanagement vallende vaartuigen, met inbegrip van scheepsmotoren, luchtvaartuigen of containers gestolen, verduisterd of anderszins vermist zijn, of worden gezocht als bewijsmateriaal in een strafprocedure:

1.  De bevoegde autoriteiten die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van registratiebewijzen van vaartuigen, met inbegrip van scheepsmotoren, en luchtvaartuigen, of met het verkeersmanagement, hebben uitsluitend toegang tot de volgende gegevens die overeenkomstig artikel 38, lid 2, van deze verordening in het SIS zijn opgenomen, met als enig doel na te gaan of bij hen ter inschrijving aangemelde of onder het verkeersmanagement vallende vaartuigen, met inbegrip van scheepsmotoren, luchtvaartuigen of containers gestolen, verduisterd of anderszins vermist zijn, of worden gezocht als bewijsmateriaal in een strafprocedure:

Amendement    182

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)  gegevens over luchtvaartuigmotoren.

Amendement    183

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onverminderd lid 2 wordt de toegang van deze instanties tot deze gegevens beheerst door het recht van de afzonderlijke lidstaten. De toegang tot de onder a), b) en c), genoemde gegevens wordt beperkt door de reikwijdte van de bevoegdheid van de betrokken instantie.

De toegang van de in de eerste alinea bedoelde bevoegde autoriteiten tot deze gegevens wordt geregeld door het nationale recht van de lidstaat van de bevoegde autoriteit in kwestie. De toegang tot de in de eerste alinea onder a), b), c) en c bis), genoemde gegevens wordt beperkt door de reikwijdte van de bevoegdheid van de betrokken bevoegde autoriteit.

Amendement    184

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien de in lid 1 bedoelde instanties overheidsinstanties zijn, hebben zij rechtstreeks toegang tot de in het SIS opgenomen gegevens.

Schrappen

Amendement    185

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien de in lid 1 bedoelde instanties geen overheidsinstanties zijn, hebben zij alleen toegang tot de in het SIS opgenomen gegevens via een autoriteit in de zin van artikel 43 van deze verordening. Deze autoriteit heeft rechtstreeks toegang tot de gegevens en mag deze doorgeven aan de betrokken instantie. De betrokken lidstaat ziet erop toe dat de bedoelde instantie en de werknemers ervan gehouden zijn eventuele beperkingen ten aanzien van het gebruik van de door de autoriteit doorgegeven gegevens in acht te nemen.

Schrappen

Amendement    186

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Artikel 39 van deze verordening is niet van toepassing op de toegang op basis van dit artikel. Wanneer de in lid 1 bedoelde instanties aan de politiële of gerechtelijke autoriteiten informatie melden die bij raadpleging van het SIS aan het licht is gekomen en op grond waarvan een strafbaar feit wordt vermoed, is het nationale recht van toepassing.

4.  Artikel 39 van deze verordening is niet van toepassing op de toegang op basis van dit artikel. Wanneer de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten aan de politiële of gerechtelijke autoriteiten informatie melden die bij raadpleging van het SIS is verkregen en op grond waarvan een strafbaar feit wordt vermoed, is het nationale recht van toepassing.

Amendement    187

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) heeft binnen de grenzen van zijn mandaat recht op toegang tot en bevraging van in het SIS opgenomen gegevens.

1.  Het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) heeft, voor zover nodig voor de uitoefening van zijn mandaat, recht op toegang tot en bevraging van in het SIS opgenomen gegevens.

Amendement    188

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien Europol bij een bevraging een signalering in het SIS aantreft, stelt Europol de signalerende lidstaat daarvan in kennis via de kanalen als bedoeld in Verordening (EU) 2016/794.

2.  Indien Europol bij een bevraging een signalering in het SIS aantreft, stelt Europol de signalerende lidstaat daarvan onmiddellijk in kennis via de uitwisseling van aanvullende informatie met gebruikmaking van de communicatie-infrastructuur en overeenkomstig het Sirene-handboek. Totdat Europol de functies voor de uitwisseling van aanvullende informatie kan gebruiken, stelt het de signalerende lidstaat in kennis via de kanalen als bedoeld in Verordening (EU) 2016/794.

Amendement    189

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Door bevraging van het SIS verkregen informatie wordt alleen gebruikt indien de betrokken lidstaat daarmee instemt. Indien de betrokken lidstaat het gebruik van dergelijke informatie toestaat, wordt deze door Europol behandeld overeenkomstig Verordening (EU) 2016/794. Europol deelt die informatie alleen mee aan andere landen en organen indien de betrokken lidstaat daarmee instemt.

3.  Door bevraging van het SIS verkregen informatie wordt alleen gebruikt indien de signalerende lidstaat daarmee instemt. Indien de betrokken lidstaat het gebruik van dergelijke informatie toestaat, wordt deze door Europol behandeld overeenkomstig Verordening (EU) 2016/794. Europol deelt die informatie alleen mee aan andere landen en organen indien de signalerende lidstaat daarmee instemt, met volledige inachtneming van het Unierecht inzake gegevensbescherming.

Amendement    190

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Europol kan de betrokken lidstaat om nadere informatie verzoeken overeenkomstig Verordening (EU) 2016/794.

4.  Europol kan de signalerende lidstaat om nadere informatie verzoeken overeenkomstig Verordening (EU) 2016/794.

Amendement    191

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 5 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de toegang tot in het SIS opgenomen gegevens te beperken tot specifiek daartoe gemachtigd personeel van Europol;

b)  de toegang tot in het SIS opgenomen gegevens te beperken tot specifiek daartoe gemachtigd personeel van Europol dat deze toegang nodig heeft om zijn taken te kunnen uitoefenen;

Amendement    192

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 5 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  maatregelen als bedoeld in de artikelen 10 en 11 te nemen en toe te passen;

c)  maatregelen als bedoeld in de artikelen 10, 11, 13 en 14 te nemen en toe te passen;

Amendement    193

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  In lid 6 bedoelde kopieën die leiden tot de aanleg van offline gegevensbanken, worden maximaal 48 uur bewaard. Deze duur kan in noodsituaties worden verlengd, totdat de noodsituatie is beëindigd. Europol meldt dergelijke verlengingen aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

7.  In lid 6 bedoelde kopieën die leiden tot de aanleg van offline gegevensbanken, worden maximaal 48 uur bewaard. Wanneer Europol een offline gegevensbank met SIS-gegevens aanmaakt, stelt het de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in kennis van het bestaan van die gegevensbank.

Amendement    194

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.  Om de rechtmatigheid van de gegevensverwerking te verifiëren, interne monitoring uit te voeren en een adequate beveiliging en integriteit van de gegevens te waarborgen, houdt Europol logbestanden bij van elke toegang tot en bevraging van het SIS. Deze logbestanden en documentatie worden niet beschouwd als illegale downloads of kopieën van een deel van het SIS.

9.  Om de rechtmatigheid van de gegevensverwerking te verifiëren, interne monitoring uit te voeren en een adequate beveiliging en integriteit van de gegevens te waarborgen, houdt Europol logbestanden bij van elke toegang tot en bevraging van het SIS. Deze logbestanden bevatten met name de datum en het tijdstip van de gegevensverwerking, het soort verwerkte gegevens, en de naam van de persoon die met de verwerking van de gegevens is belast. Deze logbestanden en documentatie worden niet beschouwd als illegale downloads of kopieën van een deel van het SIS. De inhoud, bewaartermijn en opmaak van en de voorschriften voor de logbestanden worden vastgesteld in overeenstemming met artikel 12.

Amendement    195

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – lid 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 bis.  Europol wordt door de lidstaten onmiddellijk in kennis gesteld van alle op grond van artikel 34, 36 of 38 gecreëerde signaleringen en van treffers met betrekking tot deze signaleringen ingeval een persoon of een voorwerp door een lidstaat wordt gezocht in verband met een strafbaar feit als bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/541.

Amendement    196

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De nationale leden van Eurojust en hun assistenten hebben binnen de grenzen van hun mandaat recht op toegang tot en bevraging van binnen de grenzen van hun mandaat in overeenstemming met de artikelen 26, 32, 34, 38 en 40 in het SIS opgenomen gegevens.

1.  Alleen de nationale leden van Eurojust en hun assistenten hebben, voor zover nodig voor de uitvoering van hun taken en binnen de grenzen van hun mandaat, recht op toegang tot en bevraging van binnen de grenzen van hun mandaat in overeenstemming met de artikelen 26, 32, 34, 38 en 40 in het SIS opgenomen gegevens.

Amendement    197

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Indien een nationaal lid van Eurojust bij een bevraging van het SIS een signalering aantreft, stelt dat lid de signalerende lidstaat daarvan in kennis.

2.  Indien een nationaal lid van Eurojust bij een bevraging van het SIS een signalering aantreft, stelt het nationale lid de signalerende lidstaat daarvan onmiddellijk in kennis.

Amendement    198

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Niets in dit artikel mag worden uitgelegd als afbreuk doende aan de bepalingen van Besluit 2002/187/JBZ inzake gegevensbescherming en de aansprakelijkheid voor ongeoorloofde of incorrecte verwerking van deze gegevens door de nationale leden van Eurojust of hun assistenten of als een inbreuk op de bevoegdheden van het krachtens voornoemd besluit opgerichte gemeenschappelijk controleorgaan.

3.  Dit artikel laat de bepalingen van Besluit 2002/187/JBZ inzake gegevensbescherming en de aansprakelijkheid voor ongeoorloofde of incorrecte verwerking van deze gegevens door de nationale leden van Eurojust of hun assistenten onverlet, evenals de bevoegdheden van het krachtens voornoemd besluit opgerichte gemeenschappelijk controleorgaan.

Amendement    199

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Elke toegang of bevraging door een nationaal lid van Eurojust of diens assistent wordt vastgelegd overeenkomstig artikel 12, en elk gebruik door dat lid of diens assistent van gegevens waartoe zij toegang hebben gekregen, wordt geregistreerd.

4.  Om de rechtmatigheid van de gegevensverwerking te verifiëren, interne monitoring uit te voeren en een adequate beveiliging en integriteit van de gegevens te waarborgen, houdt Eurojust overeenkomstig artikel 12 logbestanden bij van elke toegang tot en bevraging van het SIS door een nationaal lid van Eurojust of diens assistent. Deze logbestanden bevatten met name de datum en het tijdstip van de gegevensverwerking, het soort voor de bevraging gebruikte gegevens, een verwijzing naar het soort verwerkte gegevens, en de naam van de persoon die met de verwerking van de gegevens is belast. Deze logbestanden en documentatie worden niet beschouwd als illegale downloads of kopieën van een deel van het SIS.

Amendement    200

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De toegang tot de in het SIS opgenomen gegevens wordt beperkt tot de nationale leden en hun assistenten en strekt zich niet uit tot het personeel van Eurojust.

Schrappen

Amendement    201

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Ter waarborging van de beveiliging en de vertrouwelijkheid worden de maatregelen als bedoeld in de artikelen 10 en 11 vastgesteld.

7.  Ter waarborging van de beveiliging en de vertrouwelijkheid worden de maatregelen als bedoeld in de artikelen 10 en 11 vastgesteld en toegepast.

Amendement    202

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Overeenkomstig artikel 40, lid 8, van Verordening (EU) 2016/1624 hebben de leden van de Europese grens- en kustwachtteams, van teams van personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken en van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, binnen de grenzen van hun mandaat, recht op toegang tot en bevraging van in het SIS ingevoerde gegevens.

1.  Overeenkomstig artikel 40, lid 8, van Verordening (EU) 2016/1624 hebben de teamleden zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) 2016/1624 en de leden van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer, binnen de grenzen van hun mandaat, recht op toegang tot en bevraging van in het SIS ingevoerde gegevens, overeenkomstig deze verordening. Zij hebben dit recht uitsluitend voor zover noodzakelijk voor de uitoefening van hun taken en voor zover het operationele plan voor een specifieke operatie dit vereist.

Amendement    203

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde toegang tot en bevraging van in het SIS ingevoerde gegevens door leden van de Europese grens- en kustwachtteams, van teams van personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken en van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer verloopt via de in artikel 49, lid 1, bedoelde technische interface die wordt opgezet en onderhouden door het Europees Grens- en kustwachtagentschap.

2.  De in lid 1 bedoelde toegang tot en bevraging van in het SIS ingevoerde gegevens door de teamleden zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) 2016/1624 en de leden van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer verloopt via de in artikel 49, lid 1, bedoelde technische interface die wordt opgezet en onderhouden door het Europees Grens- en kustwachtagentschap.

Amendement    204

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien een lid van een Europees grens- en kustwachtteam, van een team van personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken of van een ondersteuningsteam voor migratiebeheer bij een bevraging een signalering in het SIS aantreft, wordt de signalerende lidstaat daarvan in kennis gesteld. Overeenkomstig artikel 40 van Verordening (EU) 2016/1624 wordt door de teamleden uitsluitend op een SIS-signalering gereageerd op instructie van en, als algemene regel, in aanwezigheid van grenswachters of bij met terugkeer verband houdende taken betrokken personeel van de ontvangende lidstaat waar zij actief zijn. De ontvangende lidstaat mag de teamleden toestaan namens hem op te treden.

3.  Indien een teamlid zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) 2016/1624 of een lid van een ondersteuningsteam voor migratiebeheer bij een bevraging een signalering in het SIS aantreft, wordt de signalerende lidstaat daarvan onmiddellijk in kennis gesteld. Overeenkomstig artikel 40 van Verordening (EU) 2016/1624 wordt door de teamleden uitsluitend op een SIS-signalering gereageerd op instructie van en, als algemene regel, in aanwezigheid van grenswachters of bij met terugkeer verband houdende taken betrokken personeel van de ontvangende lidstaat waar zij actief zijn, en uitsluitend indien zij daar uit hoofde van artikel 40, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1624 toe bevoegd zijn. De ontvangende lidstaat mag de teamleden toestaan namens hem op te treden.

Amendement    205

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Elke toegang en bevraging door een lid van een Europese grens- en kustwachtteam, van een team van personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken of van een ondersteuningsteam voor migratiebeheer wordt overeenkomstig artikel 12 in een logbestand vastgelegd en elk gebruik dat dit lid maakt van de gegevens waartoe hij toegang heeft gekregen, wordt geregistreerd.

4.  Om de rechtmatigheid van de gegevensverwerking te verifiëren, interne monitoring uit te voeren en een adequate beveiliging en integriteit van de gegevens te waarborgen, houdt het Europees Grens- en kustwachtagentschap logbestanden bij van elke toegang tot en bevraging van het SIS door teamleden zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) 2016/1624 of door leden van de ondersteuningsteams voor migratiebeheer. Deze logbestanden bevatten met name de datum en het tijdstip van de gegevensverwerking, het soort voor de bevraging gebruikte gegevens, een verwijzing naar het soort verwerkte gegevens, en de naam van de persoon die met de verwerking van de gegevens is belast. Deze logbestanden en documentatie worden niet beschouwd als illegale downloads of kopieën van een deel van het SIS. De inhoud, bewaartermijn en opmaak van en de voorschriften voor de logbestanden worden vastgesteld in overeenstemming met artikel 12.

Amendement    206

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De toegang tot in het SIS opgenomen gegevens wordt beperkt tot een specifiek lid van een Europese grens- en kustwachtteam, van een team van personeelsleden die betrokken zijn bij met terugkeer verband houdende taken of van een ondersteuningsteam voor migratiebeheer, en wordt niet uitgebreid tot andere teamleden.

5.  De toegang tot in het SIS opgenomen gegevens wordt beperkt tot een specifiek teamlid zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) 2016/1624, of een specifiek lid van een ondersteuningsteam voor migratiebeheer, op voorwaarde dat dit lid de vereiste opleiding heeft gevolgd. De toegang wordt niet uitgebreid tot andere teamleden.

Amendement    207

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Ter waarborging van de beveiliging en de vertrouwelijkheid worden de maatregelen als bedoeld in de artikelen 10 en 11 vastgesteld en toegepast.

6.  Ter waarborging van de beveiliging en de vertrouwelijkheid worden de maatregelen als bedoeld in de artikelen 10, 11, 13 en 14 vastgesteld en toegepast.

Amendement    208

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Voor de toepassing van artikel 48, lid 1, en lid 2 van dit artikel wordt door het Europees Grens- en kustwachtagentschap een technische interface opgezet en onderhouden die een rechtstreekse verbinding met het centrale SIS mogelijk maakt.

1.  Voor de toepassing van artikel 48, lid 1, wordt door het Europees Grens- en kustwachtagentschap een technische interface opgezet en onderhouden die een rechtstreekse verbinding met het centrale SIS mogelijk maakt.

Amendement    209

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Het Europees Grens- en kustwachtagentschap heeft voor het vervullen van de taken waarmee het op grond van de verordening tot instelling van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS) is belast, recht op toegang tot en bevraging van in het SIS opgenomen gegevens, overeenkomstig de artikelen 26, 32, 34 en 36 en artikel 38, lid 2, onder j) en k).

[2.  Naar behoren gemachtigd personeel van de centrale ETIAS-eenheid binnen het Europees Grens- en kustwachtagentschap heeft voor zover nodig voor het vervullen van elke taak waarmee het op grond van de verordening tot instelling van een Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (ETIAS) is belast, recht op toegang tot en verificatie van in het SIS opgenomen gegevens, overeenkomstig de artikelen 26, 32, 34 en 36 en artikel 38, lid 2, onder j) en k).]

Amendement    210

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Indien het Europees Grens- en kustwachtagentschap bij een verificatie een signalering in het SIS aantreft, is de procedure als bedoeld in artikel 22 van de verordening tot instelling van een Europees systeem voor reisinformatie en ‑autorisatie (ETIAS) van toepassing.

Schrappen

Amendement    211

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Niet is dit artikel wordt zodanig uitgelegd dat afbreuk wordt gedaan aan de bepalingen van Verordening (EU) 2016/1624 die betrekking hebben op gegevensbescherming en de aansprakelijkheid voor onrechtmatige of incorrecte verwerking van deze gegevens door het Europees Grens- en kustwachtagentschap.

4.  Niets in dit artikel wordt zodanig uitgelegd dat afbreuk wordt gedaan aan de bepalingen van Verordening (EU) 2016/1624 die betrekking hebben op gegevensbescherming en de aansprakelijkheid voor onrechtmatige of incorrecte verwerking van deze gegevens door het Europees Grens- en kustwachtagentschap.

Amendement    212

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Elke toegang en bevraging door het Europees Grens- en kustwachtagentschap wordt overeenkomstig artikel 12 in een logbestand vastgelegd en elk gebruik dat dit agentschap maakt van de gegevens waartoe het toegang heeft gekregen, wordt geregistreerd.

Schrappen

Amendement    213

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Het is niet toegestaan om delen van het SIS te verbinden met een computersysteem voor gegevensverzameling en -verwerking dat door of bij het Europees Grens- en kustwachtagentschap wordt gebruikt, noch om in het SIS opgeslagen gegevens waartoe het Europees Grens- en kustwachtagentschap toegang heeft, over te dragen naar een dergelijk systeem, tenzij zulks noodzakelijk is voor het uitvoeren van de taken op grond van de verordening tot instelling van een Europees systeem voor reisinformatie en ‑autorisatie (ETIAS). Er mag geen deel van het SIS worden gedownload. Het registreren van de toegang en de bevraging in logbestanden wordt niet beschouwd als illegaal downloaden of kopiëren van SIS-gegevens.

Schrappen

Amendement    214

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Ter waarborging van de beveiliging en de vertrouwelijkheid stelt het Europees Grens- en kustwachtagentschap de maatregelen als bedoeld in de artikelen 10 en 11 vast en past het deze toe.

7.  Ter waarborging van de beveiliging en de vertrouwelijkheid stelt het Europees Grens- en kustwachtagentschap de maatregelen als bedoeld in de artikelen 10, 11, 13 en 14 vast en past het deze toe.

Amendement    215

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bewaartermijn voor signaleringen

Toetsingstermijn voor signaleringen

Amendement    216

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De in het SIS overeenkomstig deze verordening opgenomen signaleringen worden niet langer bewaard dan nodig is voor het met de opneming nagestreefde doel.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    217

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Uiterlijk vijf jaar na de opneming van een signalering in het SIS toetst de signalerende lidstaat de noodzaak van verdere bewaring. Voor de doeleinden van artikel 36 van deze verordening opgenomen signaleringen worden ten hoogste één jaar bewaard.

2.  Uiterlijk drie jaar na de opneming van een signalering in het SIS toetst de signalerende lidstaat de noodzaak van verdere bewaring. Voor de doeleinden van artikel 36 van deze verordening opgenomen signaleringen worden binnen een periode van ten hoogste één jaar getoetst.

Amendement    218

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Signaleringen van blanco officiële documenten en op naam gestelde identiteitsdocumenten die zijn opgenomen overeenkomstig artikel 38, worden ten hoogste tien jaar bewaard. Voor signaleringen van bepaalde categorieën van voorwerpen kunnen kortere bewaartermijnen worden vastgesteld door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3.  Signaleringen van blanco officiële documenten en op naam gestelde identiteitsdocumenten die zijn opgenomen overeenkomstig artikel 38, worden ten hoogste tien jaar bewaard. Signaleringen van andere voorwerpen die zijn opgenomen overeenkomstig de artikelen 36 of 38, worden niet langer dan vijf jaar bewaard. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 71 bis een gedelegeerde handeling vast te stellen met betrekking tot kortere bewaartermijnen voor signaleringen van bepaalde categorieën van voorwerpen.

Amendement    219

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Wanneer het personeel in een Sirene-bureau dat verantwoordelijk is voor de coördinatie en de verificatie van de kwaliteit van de gegevens, constateert dat een signalering van een persoon haar doel heeft bereikt en uit het SIS moet worden gewist, stelt het de autoriteit die de signalering heeft opgenomen daarvan in kennis. Uiterlijk 30 kalenderdagen na ontvangst van deze kennisgeving meldt de autoriteit dat de signalering is of zal worden gewist, of motiveert zij waarom de signalering wordt bewaard. Indien de autoriteit binnen de termijn van 30 kalenderdagen niet in die zin reageert, wordt de signalering gewist door het personeel van het Sirene-bureau. Wanneer zich herhaaldelijk dergelijke kwesties voordoen, melden de Sirene-bureaus dat aan hun nationale toezichthoudende autoriteit.

5.  Zodra het personeel in een Sirene-bureau dat verantwoordelijk is voor de coördinatie en de verificatie van de kwaliteit van de gegevens, constateert dat een signalering van een persoon of een voorwerp haar doel heeft bereikt en uit het SIS moet worden gewist, stelt het de autoriteit die de signalering heeft opgenomen daarvan onmiddellijk in kennis. Uiterlijk zeven kalenderdagen na ontvangst van die kennisgeving meldt de autoriteit dat de signalering is of zal worden gewist, of motiveert zij waarom de signalering wordt bewaard. Indien de autoriteit binnen de termijn van zeven kalenderdagen niet in die zin reageert, wordt de signalering gewist door het personeel van het Sirene-bureau. Wanneer zich herhaaldelijk dergelijke kwesties voordoen, melden de Sirene-bureaus dat aan hun nationale toezichthoudende autoriteit.

Amendement    220

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Vóór het verstrijken van de toetsingstermijn kan de signalerende lidstaat, op grond van een grondige individuele beoordeling die wordt geregistreerd, besluiten de signalering te handhaven indien dit vereist is voor het met de signalering nagestreefde doel. In dat geval is lid 2 tevens van toepassing op de verlenging. Elke verlenging van een signalering wordt doorgegeven aan CS-SIS.

6.  Vóór het verstrijken van de toetsingstermijn kan de signalerende lidstaat, op grond van een grondige individuele beoordeling die wordt geregistreerd, besluiten de signalering te handhaven indien dit vereist is voor en evenredig is aan het met de signalering nagestreefde doel. In dat geval is lid 2 tevens van toepassing op de verlenging. Elke verlenging van een signalering wordt doorgegeven aan CS-SIS.

Amendement    221

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  De lidstaten houden statistieken bij van het aantal signaleringen waarvan de bewaartermijn overeenkomstig lid 6 is verlengd.

8.  De lidstaten houden statistieken bij van het aantal signaleringen waarvan de bewaartermijn overeenkomstig lid 6 is verlengd en zenden die statistieken toe aan de in artikel 67 bedoelde toezichthoudende autoriteiten.

Amendement    222

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Signaleringen met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering of uitlevering overeenkomstig artikel 26 worden gewist zodra de betrokken persoon is overgeleverd of uitgeleverd aan de bevoegde autoriteiten van de signalerende lidstaat. Een signalering kan echter ook worden gewist wanneer de rechterlijke beslissing die aan de signalering ten grondslag lag, door de bevoegde gerechtelijke autoriteit overeenkomstig het nationale recht is ingetrokken.

1.  Signaleringen met het oog op aanhouding ten behoeve van overlevering of uitlevering overeenkomstig artikel 26 worden gewist zodra de betrokken persoon is overgeleverd of uitgeleverd aan de bevoegde autoriteiten van de signalerende lidstaat. Een signalering wordt echter ook gewist wanneer de rechterlijke beslissing die aan de signalering ten grondslag lag, door de bevoegde gerechtelijke autoriteit overeenkomstig het nationale recht is ingetrokken.

Amendement    223

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 2 – alinea 1 – letter a – streepje 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-  het kind is opgespoord;

-  het kind is opgespoord en officiële bescherming krijgt.

Amendement    224

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In overeenstemming met het nationale recht kan, als een persoon naar aanleiding van een besluit van een bevoegde autoriteit in een inrichting is opgenomen, een signalering worden gehandhaafd totdat de betrokkene is gerepatrieerd.

Onverminderd het nationale recht kan, als een persoon naar aanleiding van een besluit van een bevoegde autoriteit in een inrichting is opgenomen, een signalering worden gehandhaafd totdat de betrokkene is gerepatrieerd.

Amendement    225

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 3 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Als in een lidstaat een treffer tot stand komt, de adresgegevens aan de signalerende lidstaat zijn doorgezonden en bij een latere treffer in die lidstaat dezelfde adresgegevens aan het licht komen, wordt de treffer geregistreerd in de uitvoerende lidstaat, maar worden noch de adresgegevens noch aanvullende informatie opnieuw naar de signalerende lidstaat gezonden. In dergelijke gevallen wijst de uitvoerende lidstaat de signalerende lidstaat op de herhaalde treffers en overweegt de signalerende lidstaat of de signalering moet worden gehandhaafd.

Als in een lidstaat een treffer tot stand komt, de adresgegevens aan de signalerende lidstaat zijn doorgezonden en bij een latere treffer in die lidstaat dezelfde adresgegevens aan het licht komen, wordt de treffer geregistreerd in de uitvoerende lidstaat, maar worden noch de adresgegevens noch aanvullende informatie opnieuw naar de signalerende lidstaat gezonden. In dergelijke gevallen wijst de uitvoerende lidstaat de signalerende lidstaat op de herhaalde treffers en voert de signalerende lidstaat een grondige individuele beoordeling uit om te bepalen of de signalering moet worden gehandhaafd.

Amendement    226

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 4 – alinea 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  een uitvoerende lidstaat de controle heeft afgerond.

Amendement    227

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Een signalering van een onbekende gezochte persoon overeenkomstig artikel 40 wordt gewist wanneer:

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    228

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 6 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de signalering is verstreken.

b)  de signalering is verstreken overeenkomstig artikel 51; of

Amendement    229

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 6 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)  de bevoegde autoriteit van de signalerende lidstaat daartoe heeft beslist.

Amendement    230

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.  In aanvulling op de leden 1 tot en met 6 van dit artikel, worden signaleringen indien nodig ook gewist na de verenigbaarheidscontrole als bedoeld in artikel 23 bis.

Amendement    231

Voorstel voor een verordening

Artikel 52 – lid 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 ter.  Uit hoofde van de leden 2 of 3 wordt een signalering die overeenkomstig artikel 51 is verstreken, automatisch gewist.

Amendement    232

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De in lid 2 bedoelde technische kopieën die leiden tot de aanleg van offline gegevensbanken, worden maximaal 48 uur bewaard. Deze duur kan in noodsituaties worden verlengd, totdat de noodsituatie is beëindigd.

3.  De in lid 2 bedoelde technische kopieën die leiden tot de aanleg van offline gegevensbanken, worden maximaal 48 uur bewaard.

Amendement    233

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten houden een actuele inventaris van deze kopieën bij, stellen deze inventaris ter beschikking van hun nationale toezichthoudende autoriteit, en zorgen ervoor dat de bepalingen van deze verordening, met name artikel 10, op deze kopieën worden toegepast.

4.  De lidstaten houden een actuele inventaris van deze kopieën bij, stellen deze inventaris ter beschikking van hun nationale toezichthoudende autoriteit alsook van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, en zorgen ervoor dat de bepalingen van deze verordening, met name artikel 10, op deze kopieën worden toegepast.

Amendement    234

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Elk gebruik van gegevens dat in strijd is met de leden 1 tot en met 6, wordt naar het nationale recht van de onderscheiden lidstaten aangemerkt als oneigenlijk gebruik.

7.  Elk gebruik van gegevens dat in strijd is met de leden 1 tot en met 6, wordt naar het nationale recht van de onderscheiden lidstaten aangemerkt als oneigenlijk gebruik, en onderworpen aan sancties overeenkomstig artikel 70 bis.

Amendement    235

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Iedere lidstaat verstrekt het Agentschap een lijst van zijn bevoegde autoriteiten die op grond van deze verordening gemachtigd zijn tot directe bevraging van in het SIS opgenomen gegevens, alsmede alle wijzigingen van die lijst. In de lijst wordt voor elke autoriteit vermeld welke gegevens zij voor welke doeleinden mag bevragen. Het Agentschap zorgt voor de jaarlijkse bekendmaking van deze lijst in het Publicatieblad van de Europese Unie.

8.  Iedere lidstaat verstrekt het Agentschap een lijst van zijn bevoegde autoriteiten die op grond van deze verordening gemachtigd zijn tot directe bevraging van in het SIS opgenomen gegevens, alsmede alle wijzigingen van die lijst. In de lijst wordt voor elke autoriteit vermeld welke gegevens zij voor welke doeleinden mag bevragen. Het Agentschap zorgt voor de jaarlijkse bekendmaking van deze lijst in het Publicatieblad van de Europese Unie. De Commissie onderhoudt een openbaar toegankelijke website die deze informatie bevat. Zij zorgt ervoor dat de website te allen tijde actueel is.

Amendement    236

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Informatie bij niet-uitvoering van een signalering

Procedure bij niet-uitvoering van een signalering

Amendement    237

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer een gevraagde maatregel niet kan worden uitgevoerd, stelt de aangezochte lidstaat de signalerende lidstaat daarvan onmiddellijk in kennis.

1.  Wanneer een gevraagde maatregel niet kan worden uitgevoerd, is de volgende procedure van toepassing:

 

a)  de aangezochte lidstaat stelt de signalerende lidstaat daarvan onmiddellijk in kennis via zijn Sirene-bureau en geeft de redenen daarvoor aan in overeenstemming met het Sirene-handboek;

 

b)  de betrokken lidstaten kunnen dan afspreken welke maatregel wordt getroffen, met inachtneming van hun eigen nationaal recht en de rechtsinstrumenten van het SIS;

 

c)  wanneer een gevraagde maatregel met betrekking tot personen die betrokken zijn bij activiteiten zoals bedoeld in Richtlijn (EU) 2017/541 niet kan worden uitgevoerd, stelt de aangezochte lidstaat Europol daarvan onmiddellijk in kennis.

Amendement    238

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Wanneer een signalerende lidstaat over relevante aanvullende of gewijzigde gegevens beschikt zoals vermeld in artikel 20, lid 3, vervolledigt of corrigeert hij de signalering onmiddellijk.

Amendement    239

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.  Wanneer een andere lidstaat over relevante aanvullende of gewijzigde alfanumerieke gegevens beschikt zoals vermeld in artikel 20, lid 3, zendt hij deze onmiddellijk door aan de signalerende lidstaat zodat die de signalering kan vervolledigen.

Amendement    240

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Wanneer een andere dan de signalerende lidstaat aanwijzingen heeft dat een gegeven in een signalering onjuist is of onrechtmatig is opgenomen, deelt hij dit zo spoedig mogelijk, maar niet later dan tien dagen nadat hij kennis heeft genomen van de aanwijzingen, mee aan de signalerende lidstaat door middel van de uitwisseling van aanvullende informatie. De signalerende lidstaat toetst de mededeling en corrigeert of wist zo nodig het betrokken gegeven onverwijld.

3.  Wanneer een andere dan de signalerende lidstaat aanwijzingen heeft dat een gegeven in een signalering onjuist is of onrechtmatig is opgenomen, deelt hij dit zo spoedig mogelijk, maar niet later dan twee werkdagen nadat hij kennis heeft genomen van de aanwijzingen, mee aan de signalerende lidstaat door middel van de uitwisseling van aanvullende informatie. De signalerende lidstaat toetst de mededeling en corrigeert of wist zo nodig het betrokken gegeven binnen zeven werkdagen na de kennisgeving.

Amendement    241

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Wanneer de lidstaten twee maanden nadat de aanwijzingen aan het licht zijn gekomen, nog geen overeenstemming hebben bereikt overeenkomstig lid 3, legt de niet-signalerende lidstaat de zaak voor aan de betrokken nationale toezichthoudende autoriteiten, die een besluit ter zake nemen.

4.  Wanneer de lidstaten twee maanden nadat de aanwijzingen aan het licht zijn gekomen, nog geen overeenstemming hebben bereikt overeenkomstig lid 3, legt de niet-signalerende lidstaat de zaak voor aan de betrokken nationale toezichthoudende autoriteiten en aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, die overeenkomstig artikel 69 in samenwerking ter zake een besluit nemen.

Amendement    242

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De lidstaten wisselen aanvullende informatie uit, indien een klacht wordt ingediend door een persoon die stelt niet diegene te zijn die door middel van een signalering wordt opgespoord. Indien na controle blijkt dat het inderdaad twee verschillende personen betreft, wordt de klager ingelicht over de in artikel 59 bedoelde maatregelen.

5.  De lidstaten wisselen aanvullende informatie uit, indien een klacht wordt ingediend door een persoon die stelt niet diegene te zijn die door middel van een signalering wordt opgespoord. Indien na controle blijkt dat het inderdaad twee verschillende personen betreft, wordt de klager ingelicht over de in artikel 59 bedoelde maatregelen en over zijn recht van beroep overeenkomstig artikel 66, lid 1.

Amendement    243

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Een lidstaat die een signalering opneemt met betrekking tot een persoon die reeds in het SIS is gesignaleerd, treft met de eerste signalerende lidstaat een regeling omtrent de opneming van de signalering. De regeling komt tot stand op basis van de uitwisseling van aanvullende informatie.

Schrappen

Amendement    244

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke gebeurtenis die gevolgen heeft of kan hebben voor de veiligheid van het SIS en het SIS schade of verlies kan toebrengen, wordt beschouwd als een veiligheidsincident, met name wanneer toegang tot gegevens kan zijn verkregen of wanneer de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van gegevens in gevaar is gekomen of kan zijn gekomen.

1.  Elke gebeurtenis die gevolgen heeft of kan hebben voor de veiligheid van het SIS en het SIS schade of verlies kan toebrengen, wordt beschouwd als een veiligheidsincident, met name wanneer ongeoorloofde toegang tot gegevens kan zijn verkregen of wanneer de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van gegevens in gevaar is gekomen of kan zijn gekomen.

Amendement    245

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten melden veiligheidsincidenten aan de Commissie, het Agentschap en de nationale toezichthoudende autoriteit. Het Agentschap meldt veiligheidsincidenten aan de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

3.  Onverminderd de melding en mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens ingevolge artikel 33 van Verordening (EU) 2016/679 of artikel 30 van Richtlijn (EU) 2016/680, melden de lidstaten veiligheidsincidenten onmiddellijk aan de Commissie, het Agentschap, de nationale toezichthoudende autoriteit en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. In het geval van een veiligheidsincident bij het centrale SIS meldt het Agentschap het veiligheidsincident onmiddellijk aan de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Amendement    246

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  Informatie over een veiligheidsincident dat gevolgen heeft of kan hebben voor de werking van het SIS in een lidstaat of bij het Agentschap, of voor de beschikbaarheid, de integriteit en de vertrouwelijkheid van de gegevens die door andere lidstaten zijn opgenomen of toegezonden, wordt verstrekt aan de lidstaten en gerapporteerd in overeenstemming met het door het Agentschap voorgelegde incidentenbeheerplan.

4.  Informatie over een veiligheidsincident dat gevolgen heeft of kan hebben voor de werking van het SIS in een lidstaat of bij het Agentschap, of voor de beschikbaarheid, de integriteit en de vertrouwelijkheid van de gegevens die door andere lidstaten zijn opgenomen of toegezonden, wordt onmiddellijk aan de lidstaten verstrekt en gerapporteerd in overeenstemming met het door het Agentschap voorgelegde incidentenbeheerplan.

Amendement    247

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaten en eu-LISA werken in het geval van een veiligheidsincident samen.

Amendement    248

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.  In het geval van een inbreuk in verband met persoonsgegevens worden de betrokkenen hiervan op de hoogte gesteld overeenkomstig artikel 34 van Verordening (EU) 2016/679 of artikel 31 van Richtlijn (EU) 2016/680.

Amendement    249

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 4 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quater.  De Commissie meldt ernstige incidenten onmiddellijk aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement    250

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 – lid 4 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quinquies.  Wanneer een veiligheidsincident is veroorzaakt door het oneigenlijke gebruik van gegevens, zien de lidstaten, Europol, Eurojust en het Europees Grens- en kustwachtagentschap erop toe dat er sancties of disciplinaire maatregelen kunnen worden opgelegd in overeenstemming met artikel 70 bis.

Amendement    251

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  het Sirene-bureau neemt contact op met de verzoekende autoriteit om zich ervan te vergewissen of de signalering dezelfde persoon betreft;

a)  het Sirene-bureau neemt onmiddellijk contact op met de verzoekende autoriteit om zich ervan te vergewissen of de signalering dezelfde persoon betreft;

Amendement    252

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  indien uit de kruiscontrole blijkt dat de in de nieuwe signalering bedoelde persoon en de reeds in het SIS gesignaleerde persoon inderdaad dezelfde persoon zijn, volgt het Sirene-bureau de in artikel 56, lid 6, bedoelde procedure voor opneming van meervoudige signaleringen. Indien uit de controle blijkt dat het om twee verschillende personen gaat, bekrachtigt het Sirene-bureau het verzoek om opneming van de nieuwe signalering en voegt het de nodige elementen toe om verkeerde identificatie te voorkomen.

b)  indien uit de kruiscontrole blijkt dat de in de nieuwe signalering bedoelde persoon en de reeds in het SIS gesignaleerde persoon inderdaad dezelfde persoon zijn, volgt het Sirene-bureau de in artikel 23 bis bedoelde procedure voor opneming van meervoudige signaleringen. Indien uit de controle blijkt dat het om twee verschillende personen gaat, bekrachtigt het Sirene-bureau het verzoek om opneming van de nieuwe signalering en voegt het de nodige elementen toe om verkeerde identificatie te voorkomen.

Amendement    253

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer de daadwerkelijk met de signalering beoogde persoon kan worden verward met een persoon wiens identiteit is misbruikt, voegt de signalerende lidstaat in de signalering gegevens betreffende de laatstbedoelde persoon toe, voor zover deze uitdrukkelijk daarmee instemt, om nadelige gevolgen van verkeerde identificatie te voorkomen.

1.  Wanneer de daadwerkelijk met de signalering beoogde persoon kan worden verward met een persoon wiens identiteit is misbruikt, voegt de signalerende lidstaat in de signalering gegevens betreffende de laatstbedoelde persoon toe, voor zover deze uitdrukkelijk daarmee instemt, om nadelige gevolgen van verkeerde identificatie te voorkomen. Een persoon van wie de identiteit is misbruikt, heeft het recht zijn instemming met de verwerking van deze gegevens in te trekken.

Amendement    254

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Voor de toepassing van dit artikel mogen slechts de volgende persoonsgegevens in het SIS worden opgenomen en verwerkt:

3.  Voor de toepassing van dit artikel en voor zover de persoon wiens identiteit is misbruikt daar uitdrukkelijk mee instemt voor elke gegevenscategorie, mogen slechts de volgende persoonsgegevens in het SIS worden opgenomen en verwerkt:

Amendement    255

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 3 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)  geslacht;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    256

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De in lid 3 bedoelde gegevens worden gewist op hetzelfde moment als de overeenkomstige signalering, of eerder indien de betrokken persoon daarom verzoekt.

5.  De in lid 3 bedoelde gegevens worden gewist zodra de persoon wiens identiteit werd misbruikt, daarom verzoekt, of op hetzelfde moment als de overeenkomstige signalering wordt gewist.

Amendement    257

Voorstel voor een verordening

Artikel 63

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 63

Schrappen

Uitwisseling met Interpol van gegevens over gestolen, verduisterde, anderszins vermiste of ongeldig gemaakte paspoorten

 

1.  In afwijking van artikel 62 kunnen het paspoortnummer, het land van afgifte en het documenttype van in het SIS gesignaleerde gestolen, verduisterde, anderszins vermiste of ongeldig gemaakte paspoorten met leden van Interpol worden uitgewisseld door een koppeling te maken tussen het SIS en de databank van Interpol voor gestolen of anderszins vermiste reisdocumenten, op voorwaarde dat daarover een overeenkomst tussen Interpol en de Europese Unie wordt gesloten. In de overeenkomst wordt bepaald dat de doorgifte van door een lidstaat opgenomen gegevens slechts mogelijk is met toestemming van de betrokken lidstaat.

 

2.  De in lid 1 bedoelde overeenkomst dient te bepalen dat de gedeelde gegevens uitsluitend toegankelijk zullen zijn voor leden van Interpol uit landen die een adequaat niveau van bescherming van persoonsgegevens bieden. Alvorens deze overeenkomst af te sluiten, vraagt de Raad de Commissie om advies over de adequaatheid van het beschermingsniveau van persoonsgegevens en de eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden wat betreft de automatische verwerking van persoonsgegevens door Interpol en door landen die vertegenwoordigers als lid naar Interpol hebben afgevaardigd.

 

3.  De in lid 1 bedoelde overeenkomst kan tevens voorzien in de toegang van de lidstaten, via het SIS, tot gegevens uit de databank van Interpol voor gestolen of anderszins vermiste reisdocumenten, overeenkomstig de relevante bepalingen van dit besluit met betrekking tot in het SIS opgenomen signaleringen van gestolen, verduisterde, anderszins vermiste of ongeldig gemaakte paspoorten.

 

Amendement    258

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Wanneer het Agentschap in het kader van deze verordening persoonsgegevens verwerkt, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van toepassing.

1.  Wanneer het Agentschap, het Europees Grens- en kustwachtagentschap of Eurojust in het kader van deze verordening persoonsgegevens verwerkt, is Verordening (EG) nr. 45/2001 van toepassing.

Amendement    259

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Op de verwerking van persoonsgegevens is Verordening (EU) 2016/679 van toepassing, tenzij de nationale bepalingen tot omzetting van Richtlijn (EU) 2016/680 van toepassing zijn.

2.  Wanneer in het kader van deze verordening persoonsgegevens worden verwerkt, is Verordening (EU) 2016/679 van toepassing, tenzij de verwerking wordt uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten met het oog op de voorkoming, de opsporing, het onderzoek of de vervolging van strafbare feiten, de tenuitvoerlegging van straffen of de bescherming tegen bedreigingen van de openbare veiligheid.

Amendement    260

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Wanneer de bevoegde nationale autoriteiten in het kader van deze verordening persoonsgegevens verwerken met het oog op de voorkoming, de opsporing, het onderzoek of de vervolging van strafbare feiten, de tenuitvoerlegging van straffen of de bescherming tegen bedreigingen van de openbare veiligheid, zijn de nationale bepalingen tot omzetting van Richtlijn (EU) 2016/680 van toepassing.

Amendement    261

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Wanneer Europol overeenkomstig artikel 46 van deze verordening persoonsgegevens verwerkt, is Verordening (EU) 2016/794 van toepassing.

Amendement    262

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De nationale bepalingen tot omzetting van Richtlijn (EU) 2016/680 zijn van toepassing op de verwerking van gegevens door bevoegde nationale autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van bedreigingen van de openbare veiligheid.

Schrappen

Amendement    263

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Recht op inzage in gegevens, rectificatie van onjuiste gegevens en wissing van onrechtmatig opgeslagen gegevens

Recht op inzage in gegevens, rectificatie en afscherming van onjuiste gegevens en wissing van onrechtmatig opgeslagen gegevens

Amendement    264

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Het recht van betrokkenen op inzage in hen betreffende, in het SIS opgenomen gegevens en op rectificatie en wissing van deze gegevens wordt uitgeoefend overeenkomstig het recht van de lidstaat bij welke zij een beroep op dit recht doen.

1.  Onverminderd het bepaalde in de artikelen 15, 16, 17 en 18 van Verordening (EU) 2016/679 heeft elke betrokkene het recht hem betreffende in het SIS geregistreerde gegevens in te zien of te verkrijgen en kan elke betrokkene verzoeken om rectificatie of vervollediging van hem betreffende onjuiste gegevens en om wissing van onrechtmatig geregistreerde gegevens en om beperking van gegevensverwerking.

Amendement    265

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In voorkomend geval zijn de artikelen 14 tot en met 18 van Richtlijn (EU) 2016/680 van toepassing.

Amendement    266

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In dergelijke gevallen schrijven de lidstaten voor dat de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene zonder onnodige vertraging schriftelijk in kennis stelt van een eventuele weigering of beperking van de inzage en van de redenen voor die weigering of beperking. Die informatie kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan een van de doeleinden van dit lid zou ondermijnen. De lidstaten schrijven voor dat de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene inlicht over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit of om beroep in te stellen bij de rechter.

 

De lidstaten voorzien erin dat de verwerkingsverantwoordelijke de feitelijke of juridische redenen die aan het besluit ten grondslag liggen, documenteert. Die informatie wordt ter beschikking gesteld van de toezichthoudende autoriteiten.

 

Voor dergelijke gevallen treffen de lidstaten maatregelen die ertoe strekken dat de betrokkene zijn rechten ook via de bevoegde toezichthoudende autoriteit kan uitoefenen.

Amendement    267

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Eenieder heeft het recht hem betreffende onjuiste gegevens te laten rectificeren of onrechtmatig opgenomen gegevens te laten wissen.

Schrappen

Amendement    268

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  De betrokkene wordt zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld, en in elk geval binnen 60 dagen vanaf de datum waarop hij om inzage heeft verzocht, of binnen een kortere termijn indien het nationale recht in die mogelijkheid voorziet.

6.  De betrokkene wordt zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld, en in elk geval binnen 30 dagen vanaf de datum waarop hij om inzage heeft verzocht, of binnen een kortere termijn indien het nationale recht in die mogelijkheid voorziet, ongeacht of hij zich op het grondgebied van de Unie bevindt.

Amendement    269

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  De betrokkene wordt zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld van het gevolg dat wordt gegeven aan de uitoefening van zijn recht op rectificatie of wissing van gegevens, en in elk geval binnen drie maanden vanaf de datum waarop hij om rectificatie of wissing heeft verzocht, of binnen een kortere termijn indien het nationale recht in die mogelijkheid voorziet.

7.  De betrokkene wordt zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld van het gevolg dat wordt gegeven aan de uitoefening van zijn recht op rectificatie, wissing en beperking van gegevensverwerking, en in elk geval uiterlijk 60 dagen vanaf de datum waarop hij om rectificatie, wissing of beperking van gegevensverwerking heeft verzocht, of binnen een kortere termijn indien het nationale recht in die mogelijkheid voorziet. De betrokkene wordt op de hoogte gesteld uit hoofde van dit lid, ongeacht of hij zich op het grondgebied van de Unie bevindt.

Amendement    270

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Eenieder heeft het recht om naar aanleiding van een hem betreffende signalering bij de naar het recht van elke lidstaat bevoegde rechter of instantie beroep in te stellen met het oog op inzage, rectificatie, wissing of schadevergoeding in verband met de signalering.

1.  Onverminderd de artikelen 77 tot en met 82 van Verordening (EU) 2016/679 en de artikelen 52 tot en met 56 van Richtlijn (EU) 2016/680 heeft eenieder het recht om naar aanleiding van een hem betreffende signalering bij de naar het recht van elke lidstaat bevoegde rechter of instantie beroep in te stellen met het oog op inzage, rectificatie, wissing, beperking van gegevensverwerking en schadevergoeding in verband met de signalering.

Amendement    271

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het aantal verzoeken om rectificatie van onjuiste gegevens en wissing van onrechtmatig opgeslagen gegevens dat bij de verwerkingsverantwoordelijke is ingediend, en het aantal gevallen waarin de gegevens zijn gerectificeerd of gewist;

c)  het aantal verzoeken om rectificatie van onjuiste gegevens en wissing of beperking van verwerking van onrechtmatig opgeslagen gegevens dat bij de verwerkingsverantwoordelijke is ingediend, en het aantal gevallen waarin de gegevens zijn gerectificeerd of gewist;

Amendement    272

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)  het aantal verzoeken om rectificatie van onjuiste gegevens en wissing van onrechtmatig opgeslagen gegevens dat bij de nationale toezichthoudende autoriteit is ingediend;

d)  het aantal verzoeken om rectificatie van onjuiste gegevens en wissing of beperking van verwerking van onrechtmatig opgeslagen gegevens dat bij de nationale toezichthoudende autoriteit is ingediend;

Amendement    273

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – lid 3 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)  het aantal zaken waarin de rechter de verzoeker in het gelijk heeft gesteld met betrekking tot een aspect van de zaak;

f)  het aantal zaken waarin de rechter de verzoeker in het gelijk heeft gesteld met betrekking tot een aspect van de zaak en het aantal zaken waarin een schadevergoeding is verkregen;

Amendement    274

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zien erop toe dat hun aangewezen nationale toezichthoudende autoriteiten waaraan de bevoegdheden als bedoeld in hoofdstuk VI van Richtlijn (EU) 2016/680 of hoofdstuk VI van Verordening (EU) 2016/679 zijn toegekend, de rechtmatigheid van de verwerking van SIS-persoonsgegevens op hun grondgebied, de doorgifte van SIS-gegevens vanuit dat grondgebied en de uitwisseling en verdere verwerking van aanvullende informatie op onafhankelijke wijze monitoren.

1.  De lidstaten zien erop toe dat hun aangewezen nationale onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten waaraan de bevoegdheden als bedoeld in hoofdstuk VI van Richtlijn (EU) 2016/680 of hoofdstuk VI van Verordening (EU) 2016/679 zijn toegekend, de rechtmatigheid van de verwerking van SIS-persoonsgegevens op hun grondgebied, de doorgifte van SIS-gegevens vanuit dat grondgebied en de uitwisseling en verdere verwerking van aanvullende informatie op onafhankelijke wijze monitoren.

Amendement    275

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De nationale toezichthoudende autoriteiten zien erop toe dat ten minste om de vier jaar een audit van de gegevensverwerking in N.SIS wordt uitgevoerd overeenkomstig internationale auditnormen. De audit wordt uitgevoerd door de nationale toezichthoudende autoriteiten of wordt door de nationale toezichthoudende autoriteiten rechtstreeks uitbesteed aan een onafhankelijke auditor op het gebied van gegevensbescherming. De onafhankelijke auditor blijft te allen tijde onder de controle en de verantwoordelijkheid van de nationale toezichthoudende autoriteiten staan.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    276

Voorstel voor een verordening

Artikel 67 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten zien erop toe dat de nationale toezichthoudende autoriteiten over voldoende middelen beschikken om hun taken uit hoofde van deze verordening te kunnen vervullen.

3.  De lidstaten zien erop toe dat de nationale toezichthoudende autoriteiten over voldoende middelen beschikken om hun taken uit hoofde van deze verordening te kunnen vervullen. Zij dragen er zorg voor dat hun nationale toezichthoudende autoriteiten toegang hebben tot ondersteuning van deskundigen op het gebied van biometrische gegevens.

Amendement    277

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming ziet erop toe dat de activiteiten van het Agentschap op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming zijn met deze verordening. De taken en bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 46 en 47 van Verordening (EG) nr. 45/2001 zijn van overeenkomstige toepassing.

1.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is verantwoordelijk voor het toezicht op de activiteiten van het Agentschap, de Europese grens- en kustwacht, Europol en Eurojust op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens en draagt er zorgt voor dat die activiteiten in overeenstemming zijn met deze verordening. De taken en bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 46 en 47 van Verordening (EG) nr. 45/2001 zijn van overeenkomstige toepassing.

Amendement    278

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming ziet erop toe dat ten minste om de vier jaar een audit van de activiteiten van het Agentschap op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens wordt uitgevoerd overeenkomstig internationale auditnormen. Het auditverslag wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, het Agentschap, de Commissie en de nationale toezichthoudende autoriteiten. Voordat het verslag wordt aangenomen, wordt het Agentschap in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.

2.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming ziet erop toe dat ten minste om de vier jaar een audit van de activiteiten van het Agentschap, de Europese grens- en kustwacht, Europol en Eurojust op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens wordt uitgevoerd overeenkomstig internationale auditnormen. Het auditverslag wordt toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, het Agentschap, de Commissie en de nationale toezichthoudende autoriteiten. Voordat het verslag wordt aangenomen, wordt het Agentschap in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.

Amendement    279

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming worden voldoende middelen ter beschikking gesteld zodat hij zijn taken uit hoofde van deze verordening kan vervullen, met inbegrip van de ondersteuning van deskundigen op het gebied van biometrische gegevens.

Amendement    280

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werken actief samen en zorgen voor een gecoördineerd toezicht op het SIS, binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

1.  De nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werken actief met elkaar samen binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden en verantwoordelijkheden in overeenstemming met artikel [62] van [nieuwe verordening betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens].

Amendement    281

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk XVI – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

AANSPRAKELIJKHEID

AANSPRAKELIJKHEID EN SANCTIES

Amendement    282

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Elke lidstaat is aansprakelijk voor schade die door het gebruik van N.SIS aan een persoon is toegebracht. Dit geldt tevens wanneer de schade is toegebracht door de signalerende lidstaat doordat deze feitelijk onjuiste gegevens heeft opgenomen of gegevens onrechtmatig heeft opgeslagen.

1.  Elke lidstaat en eu-LISA zijn aansprakelijk voor materiële en immateriële schade die als gevolg van een onrechtmatige gegevensverwerking of een handeling die onverenigbaar is met deze verordening of door het gebruik van N.SIS aan een persoon is toegebracht. Dit geldt tevens wanneer de schade is toegebracht door de signalerende lidstaat doordat deze feitelijk onjuiste gegevens heeft opgenomen of gegevens onrechtmatig heeft opgeslagen.

Amendement    283

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Elke persoon of lidstaat die materiële of immateriële schade heeft geleden als gevolg van een onrechtmatige gegevensverwerking of een handeling die onverenigbaar is met deze verordening, is gerechtigd om van de lidstaat die voor de geleden schade verantwoordelijk is, of van eu-LISA als dat voor de geleden schade verantwoordelijk is, een schadevergoeding te ontvangen. Deze lidstaat of eu-LISA wordt geheel of gedeeltelijk van deze aansprakelijkheid ontheven indien de lidstaat/eu-LISA bewijst dat het schade veroorzakende feit niet aan de lidstaat/eu-LISA kan worden toegeschreven. Op vorderingen tegen een lidstaat tot schadevergoeding zijn de bepalingen van het nationale recht van de verwerende lidstaat van toepassing, in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn (EU) 2016/680.

Amendement    284

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 70 bis

 

Sancties

 

De lidstaten zorgen ervoor dat de eventuele verwerking van in het SIS opgeslagen gegevens en de eventuele uitwisseling van aanvullende informatie in strijd met deze verordening, strafbaar wordt gesteld overeenkomstig het nationaal recht. De sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend en omvatten administratieve en strafrechtelijke sancties.

 

Europol en het Europese Grens- en kustwachtagentschap zien erop toe dat leden van hun personeel of van hun teams die onder hun gezag toegang hebben tot het SIS worden onderworpen aan sancties van het Agentschap of, in het geval van teamleden, van hun lidstaat van herkomst indien die leden in het SIS opgeslagen gegevens verwerken in strijd met deze verordening.

Amendement    285

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het Agentschap stelt dagelijkse, maandelijkse en jaarlijkse algemene en naar lidstaat uitgesplitste statistieken op over het aantal records per signaleringscategorie, het aantal treffers per signaleringscategorie, het aantal keren dat het SIS is doorzocht en het aantal keren dat toegang tot het SIS is verkregen om een signalering in te voeren, bij te werken of te wissen. De opgestelde statistieken bevatten geen persoonsgegevens. Het statistische jaarverslag wordt openbaar gemaakt. Het Agentschap verstrekt tevens jaarlijkse statistieken, naar lidstaat uitgesplitst, over het gebruik dat wordt gemaakt van de functie om een overeenkomstig artikel 26 van deze verordening opgenomen signalering tijdelijk niet-doorzoekbaar te maken, met inbegrip van eventuele verlengingen van de geldigheidsduur van 48 uur.

3.  Het Agentschap stelt dagelijkse, maandelijkse en jaarlijkse algemene en naar lidstaat uitgesplitste statistieken op over het aantal records per signaleringscategorie, het aantal treffers per signaleringscategorie, het aantal keren dat het SIS is doorzocht en het aantal keren dat toegang tot het SIS is verkregen om een signalering in te voeren, te vervolledigen, bij te werken of te wissen. De opgestelde statistieken bevatten geen persoonsgegevens. Het statistische jaarverslag wordt openbaar gemaakt. Het Agentschap verstrekt tevens jaarlijkse statistieken, naar lidstaat uitgesplitst, over het gebruik dat wordt gemaakt van de functie om een overeenkomstig artikel 26 van deze verordening opgenomen signalering tijdelijk niet-doorzoekbaar te maken, met inbegrip van eventuele verlengingen van de geldigheidsduur van 48 uur.

Amendement    286

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten, Europol, Eurojust en het Europees Grens- en kustwachtagentschap verstrekken het Agentschap en de Commissie de informatie die nodig is om de in de leden 3, 7 en 8 bedoelde verslagen op te stellen. Deze informatie omvat afzonderlijke statistieken over het aantal opzoekingen dat is uitgevoerd door of namens de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen en de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van registratiebewijzen van vaartuigen, met inbegrip van scheepsmotoren, luchtvaartuigen en containers, of met het verkeersmanagement. De statistieken geven tevens het aantal treffers per signaleringscategorie weer.

4.  De lidstaten, Europol, Eurojust en het Europees Grens- en kustwachtagentschap verstrekken het Agentschap en de Commissie de informatie die nodig is om de in de leden 3, 7 en 8 bedoelde verslagen op te stellen. Deze informatie omvat afzonderlijke statistieken over het aantal opzoekingen dat is uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen en de bevoegde autoriteiten die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van registratiebewijzen van vaartuigen, met inbegrip van scheepsmotoren, luchtvaartuigen en containers, of met het verkeersmanagement. De statistieken geven tevens het aantal treffers per signaleringscategorie weer.

Amendement    287

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  Het Agentschap verstrekt alle statistische verslagen die het opstelt aan de lidstaten, de Commissie, Europol, Eurojust en het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Om de tenuitvoerlegging van rechtshandelingen van de Unie te monitoren, kan de Commissie het Agentschap vragen om, op gezette tijden of ad hoc, aanvullende gerichte statistische verslagen te verstrekken over de prestaties of het gebruik van de SIS- en Sirene-communicatie.

5.  Het Agentschap verstrekt alle statistische verslagen die het opstelt en alle specifieke statistische verslagen op verzoek aan het Europees Parlement, de Raad, de lidstaten, de Commissie, Europol, het Europees Grens- en kustwachtagentschap en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Om de tenuitvoerlegging van rechtshandelingen van de Unie te monitoren, kan de Commissie het Agentschap vragen om, op gezette tijden of ad hoc, aanvullende gerichte statistische verslagen te verstrekken over de prestaties of het gebruik van de SIS- en Sirene-communicatie.

Amendement    288

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.  Voor de toepassing van de leden 3, 4 en 5 van dit artikel en artikel 15, lid 5, wordt door het Agentschap op zijn technische locaties een centraal register opgezet, geïmplementeerd en gehost, met daarin de in lid 3 van dit artikel en in artikel 15, lid 5, bedoelde gegevens, aan de hand waarvan geen personen kunnen worden geïdentificeerd en aan de hand waarvan de Commissie en de in lid 5 bedoelde agentschappen verslagen en statistieken op maat kunnen verkrijgen. Het Agentschap verleent de lidstaten, de Commissie, Europol, Eurojust en het Europees Grens- en kustwachtagentschap uitsluitend voor het opstellen van verslagen en statistieken toegang tot het centrale register, door middel van beveiligde toegang via de communicatie-infrastructuur, toegangscontrole en specifieke gebruikersprofielen.

6.  Voor de toepassing van de leden 3, 4 en 5 van dit artikel en artikel 15, lid 5, wordt door het Agentschap op zijn technische locaties een centraal register opgezet, geïmplementeerd en gehost, met daarin de in lid 3 van dit artikel en in artikel 15, lid 5, bedoelde gegevens, aan de hand waarvan geen personen kunnen worden geïdentificeerd en aan de hand waarvan de Commissie en de in lid 5 bedoelde agentschappen verslagen en statistieken op maat kunnen verkrijgen. Op verzoek verleent het Agentschap de lidstaten, de Commissie, Europol, Eurojust en het Europees Grens- en kustwachtagentschap uitsluitend voor het opstellen van verslagen en statistieken toegang tot het centrale register, specifieke onderwerpen en informatie, door middel van beveiligde toegang via de communicatie-infrastructuur, toegangscontrole en specifieke gebruikersprofielen.

Uitvoerige bepalingen voor de werking van het centrale register en de voorschriften voor gegevensbescherming en -beveiliging die voor het register gelden, worden door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Uitvoerige bepalingen voor de werking van het centrale register en de voorschriften voor gegevensbescherming en -beveiliging die voor het register gelden, worden door middel van uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement    289

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.  Twee jaar na de ingebruikneming van het SIS, en vervolgens om de twee jaar, legt het Agentschap aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de technische werking van het centrale SIS en de communicatie-infrastructuur, alsmede over de beveiliging ervan, en over de bilaterale en multilaterale uitwisseling van aanvullende informatie tussen de lidstaten.

7.  Een jaar na de ingebruikneming van het SIS, en vervolgens om de twee jaar, legt het Agentschap aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de technische werking van het centrale SIS en de communicatie-infrastructuur, alsmede over de beveiliging ervan, over de werking van het geautomatiseerd systeem voor de identificatie van vingerafdrukken en over de bilaterale en multilaterale uitwisseling van aanvullende informatie tussen de lidstaten.

Amendement    290

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.  Drie jaar na de ingebruikneming van het SIS, en vervolgens om de vier jaar, stelt de Commissie een algemene evaluatie op van het centrale SIS en van de bilaterale en multilaterale uitwisseling van aanvullende informatie tussen de lidstaten. In deze algemene evaluatie worden de bereikte resultaten getoetst aan de doelstellingen, wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, worden de toepassing van deze verordening ten aanzien van het centrale SIS en de beveiliging van het centrale SIS beoordeeld en wordt bekeken welke gevolgen een en ander heeft voor toekomstige werkzaamheden. De Commissie legt deze evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad.

8.  Eén jaar na de ingebruikneming van het SIS, en vervolgens om de twee jaar, stelt de Commissie een algemene evaluatie op van het centrale SIS en van de bilaterale en multilaterale uitwisseling van aanvullende informatie tussen de lidstaten. In deze algemene evaluatie wordt rekening gehouden met het advies van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, worden de bereikte resultaten getoetst aan de doelstellingen, wordt nagegaan of de uitgangspunten nog gelden, worden de toepassing van deze verordening ten aanzien van het centrale SIS en de beveiliging van het centrale SIS beoordeeld en wordt bekeken welke gevolgen een en ander heeft voor toekomstige werkzaamheden. Het algemene evaluatieverslag heeft tevens betrekking op de invoering van een automatische functie voor vingerafdrukbestanden en op de voorlichtingscampagnes over het SIS die door de Commissie worden georganiseerd in overeenstemming met artikel 19. De Commissie legt deze evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement    291

Voorstel voor een verordening

Artikel 71 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 71 bis

 

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

 

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

 

2.  De in artikel 8, lid 4, artikel 12, lid 7, artikel 22, lid -1, artikel 42, lid 4, artikel 51, lid 3, en artikel 75, lid 2 bis, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van ... [de datum van inwerkingtreding van deze verordening].

 

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8, lid 4, artikel 12, lid 7, artikel 22, lid -1, artikel 42, lid 4, artikel 51, lid 3, en artikel 75, lid 2 bis, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

 

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

 

6.  Een overeenkomstig artikel 8, lid 4, artikel 12, lid 7, artikel 22, lid -1, artikel 42, lid 4, artikel 51, lid 3, en artikel 75, lid 2 bis, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement    292

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Zij is van toepassing met ingang van de datum die door de Commissie wordt vastgesteld nadat:

2.  Zij is van toepassing met ingang van [één jaar na de datum van inwerkingtreding], met uitzondering van artikel 5, artikel 8, lid 4, artikel 9, lid 1, artikel 12, lid 7, artikel 15, leden 5 en 6, artikel 20, leden 3 en 4, artikel 22, lid -1, artikel 32, leden 5 en 7, artikel 34, lid 3, artikel 36, lid 5, artikel 38, lid 3, artikel 42, lid 4, artikel 51, lid 3, artikel 59, lid 4, artikel 60, lid 6, artikel 71, lid 6, en artikel 75, lid 2 bis, die met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening van toepassing zijn.

Amendement    293

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  de vereiste uitvoeringsmaatregelen zijn aangenomen;

Schrappen

Amendement    294

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)  de lidstaten aan de Commissie hebben meegedeeld dat de nodige technische en juridische maatregelen zijn genomen om SIS-gegevens te verwerken en aanvullende informatie uit te wisselen op grond van deze verordening;

Schrappen

Amendement    295

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)  het Agentschap aan de Commissie heeft meegedeeld dat alle tests van CS-SIS en de interactie tussen CS-SIS en N.SIS zijn afgerond.

Schrappen

Amendement    296

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 71 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot wijzigingen van de datum van toepassing van deze verordening.


TOELICHTING

Achtergrond

Het huidige wetgevingskader voor het Schengeninformatiesysteem II ("SIS II") werd weliswaar reeds in 2006/2007 overeengekomen, maar trad pas op 9 april 2013 in werking, toen het SIS II operationeel was.

Na deze zeer betreurenswaardige vertraging en ondanks het feit dat de investeringen in SIS II acht keer hoger zijn uitgevallen dan geraamd, heeft het systeem zich echter tot een Europees succesverhaal ontwikkeld. Zoals uit het evaluatieverslag van de Commissie en de SIS II-statistieken blijkt, is het aantal signaleringen en treffers gestaag toegenomen.

Toch valt er voor de lidstaten nog veel te verbeteren. De beoordeling die bij de onderhavige voorstellen is gevoegd en de evaluaties en aanbevelingen inzake het Schengenevaluatiemechanisme hebben een aantal ernstige problemen in verband met een gebrekkige of onjuiste tenuitvoerlegging van het wetgevingskader voor SIS II aan het licht gebracht. Deze problemen reiken van problemen inzake gegevenskwaliteit en gebrek aan opleiding van eindgebruikers tot onvoldoende informatie over signaleringen en vertragingen bij de follow-up van treffers door de Sirene-bureaus. Dit is vooral zorgwekkend als het om terrorisme gaat.

Het SIS wordt regelmatig aan evaluaties onderworpen en de onderhavige voorstellen evenals de wijzigingen in dit ontwerpverslag zijn een uitvloeisel daarvan. De rapporteur verzoekt de lidstaten echter om alle tot hen gerichte aanbevelingen spoedig op te volgen en onverwijld alle nodige maatregelen te treffen om volledig gebruik te kunnen maken van de functies van het SIS II waarin het wetgevingskader voorziet.

Standpunt van de rapporteur inzake de nieuwe voorstellen

De rapporteur is verheugd over de voorstellen van de Commissie, aangezien zij erop gericht zijn het SIS verder te versterken door het echt Europese karakter ervan te benadrukken, de hoofdkenmerken ervan te handhaven en de tekortkomingen op nationaal niveau aan te pakken.

De rapporteur is evenwel van mening dat er verdere verbeteringen mogelijk zijn en stelt in dit ontwerpverslag daarom een reeks desbetreffende wijzigingen voor. Die wijzigingen kunnen in de volgende rubrieken worden ingedeeld:

Architectuur

De rapporteur is zich er ten volle van bewust dat het systeem moet worden versterkt opdat het steeds grotere hoeveelheden gegevens, met name biometrische gegevens, nieuwe zoekfuncties en meer gebruikers aankan. Het is duidelijk dat het SIS als centraal en grootschalig Europees IT-systeem voor rechtshandhaving en grensbewaking te allen tijde met een hoge mate van betrouwbaarheid beschikbaar moet zijn voor de eindgebruikers. De rapporteur betwijfelt echter dat de door de Commissie voorgestelde oplossing waarbij de lidstaten ertoe worden verplicht een nationale kopie op te zetten, de juiste weg is. Gezien de daaraan verbonden risico's voor de gegevensbescherming en -beveiliging is het Parlement altijd al sceptisch geweest ten aanzien van nationale kopieën, evenals ten aanzien van technische kopieën. Desondanks heeft het, bij wijze van compromis, aanvaard dat de lidstaten desgewenst een nationale kopie kunnen opzetten. Dit geldt nog steeds. Het Parlement acht het echter niet aanvaardbaar om lidstaten die ervoor hebben gekozen geen kopie op te zetten, daartoe alsnog te verplichten. Nadat overeenstemming was bereikt over het wetgevingskader voor SIS II, zijn aanzienlijke inspanningen geleverd en middelen uitgegeven om een goed functionerend centraal systeem tot stand te brengen. De rapporteur is ervan overtuigd dat verdere inspanningen dienen te worden ondernomen om de ononderbroken beschikbaarheid van het systeem op dit niveau te waarborgen. Hij stelt daarom een reeks wijzigingen voor om de beschikbaarheid van het centrale systeem voor de eindgebruikers te verbeteren en de capaciteiten ervan te verhogen. Met name moet CS-SIS een kopie omvatten en moet er een back-upsysteem worden opgezet dat te allen tijde simultaan en actief operationeel is. In dat verband dient ook te worden overwogen om de betrouwbaarheid en de beveiliging te versterken door alle essentiële onderdelen van de architectuur, met inbegrip van de communicatie-infrastructuur, te dupliceren. Tot slot dient eu-LISA als enige instantie verantwoordelijk te zijn voor de communicatie-infrastructuur.

Toegang tot het systeem

De Commissie stelt voor om de toegangsmogelijkheden voor een reeks Europese agentschappen te verbreden. De rapporteur stemt weliswaar in met dit voorstel, maar stelt niettemin een aantal wijzigingen voor die erop gericht zijn de omstandigheden waarin zij toegang kunnen verkrijgen tot SIS-gegevens nauwkeuriger te omlijnen onder verwijzing naar de bestaande mandaten van de respectieve agentschappen. Daarnaast stelt hij voor om de waarborgen in dit verband te versterken door te voorzien in voorafgaande opleiding, het bijhouden van logbestanden en toezicht.

De rapporteur is overtuigd van de meerwaarde van het systeem en erkent dat de nieuwe uitdagingen op het gebied van beveiliging moeten worden aangepakt. Dit houdt met name in dat alle relevante nationale bevoegde autoriteiten toegang moeten krijgen tot het systeem. Die toegang dient echter te worden verleend op voorwaarde dat alle wettelijke bepalingen inzake gegevensbescherming van toepassing zijn op deze autoriteiten en dat de toezichthoudende autoriteiten de correcte toepassing van de wettelijke bepalingen kunnen controleren, onder meer via het Schengenevaluatiemechanisme.

Gegevensbeveiliging

Gezien de aard van de gegevens die in het SIS zijn opgeslagen, is gegevensbeveiliging van essentieel belang. De rapporteur erkent dat eu-LISA en de lidstaten op dit gebied aanzienlijke inspanningen hebben geleverd. Desondanks kan het geval waarin het SIS via een externe dienstverlener in Denemarken is gehackt, worden gezien als waarschuwing dat de inspanningen in dit opzicht moeten worden geïntensiveerd. De rapporteur is ingenomen met de door de Commissie voorgestelde nieuwe bepalingen over veiligheidsincidenten. Hij stelt wel een aantal amendementen op deze bepalingen voor, vooral wat betreft de samenwerking tussen de verschillende institutionele actoren en de lidstaten. Tegen de achtergrond van de Deense zaak stelt hij tevens voor dat de lidstaten en eu-LISA nauwlettend toezicht houden op de werkzaamheden van contractanten. Tot slot wordt een aantal andere vereisten inzake gegevensbeveiliging ingevoegd die ook voor andere grootschalige IT-systemen gelden.

Gegevensbescherming

Gegevensbescherming in verband met het SIS is een ingewikkelde kwestie op grond van het tweeledige karakter van het systeem als databank op het gebied van immigratie én rechtshandhaving. Bovendien zijn de verschillende gebruikers ervan op Europees en nationaal niveau onderworpen aan zeer uiteenlopende wettelijke regelingen. Er moet echter alles aan worden gedaan om passende waarborgen te bieden die robuust genoeg moeten zijn om hun nut in de dagelijkse praktijk te kunnen bewijzen. Dergelijke waarborgen zijn even belangrijk voor de integriteit en de legitimiteit van het systeem als een succesvolle toepassing ervan. Daarom wordt een reeks wijzigingen voorgesteld die vooral moeten verduidelijken welke voorschriften van toepassing zijn. Daarnaast wordt een aantal bepalingen versterkt en verder in overeenstemming gebracht met het Europese kader voor gegevensbescherming.

Specifieke wijzigingen met betrekking tot de signaleringen

De rapporteur is in het algemeen blij met de door de Commissie voorgestelde wijzigingen van de bepalingen inzake signaleringen met het oog op de politiële en justitiële samenwerking – in het bijzonder met de invoering van een nieuwe signalering van onbekende gezochte personen voor de identificatie en bevraging aan de hand van biometrische gegevens (hoofdstuk XI) alsmede de verbeterde signaleringen van vermiste personen. De rapporteur is er echter van overtuigd dat er verbeteringen kunnen worden aangebracht om een intensievere samenwerking tussen de lidstaten en met Europol te verzekeren.

In dit verband kan Europol voorzien in een snelle, permanente uitwisseling van hoogwaardige informatie en de lidstaten steun bieden met treffers voor terrorismeverdachten. Omgekeerd is Europol ook in staat om betere steun te verlenen als het beschikt over actuele informatie over de dagelijkse praktijk, met volledige eerbiediging van het toepasselijke Europese rechtskader voor gegevensbescherming.

Anderzijds kan het SIS alleen voor veiligheid zorgen ten behoeve van de burgers als de lidstaten de noodzakelijke informatie invoeren in het systeem en de nodige maatregelen naar aanleiding van die informatie nemen. Daarom verwelkomt de rapporteur de voorgestelde ondervragingscontroles. Gezien hun aard is hij echter van mening dat deze verplicht moeten worden gesteld, met inachtneming van alle nationale procedurele waarborgen. Tegelijkertijd moeten de lidstaten genoeg informatie aanbieden om de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende lidstaat de mogelijkheid te geven om op te treden. De van de lidstaten vereiste informatie moet daarom worden versterkt.

Op grond van zijn hybride karakter kan het SIS ook bijdragen aan een betere bescherming van mensen die een risico lopen. Niet-begeleide kinderen die de grenzen van de Unie oversteken, bevinden zich in een bijzonder kwetsbare positie en kunnen het slachtoffer worden van mensenhandel en verschillende vormen van uitbuiting. Europol heeft opgemerkt dat 10 000 van deze kinderen zijn "verdwenen". De rapporteur stelt zodoende voor om nieuwe subcategorieën te creëren van vermiste personen, waarin deze kinderen uitdrukkelijk worden vermeld.

Inwerkingtreding van de nieuwe voorschriften

Het Schengengebied ziet zich momenteel met een moeilijke situatie geconfronteerd. Terrorisme en migratie hebben ertoe geleid dat over een langere periode interne grenscontroles worden uitgevoerd, wat nieuwe uitdagingen met zich brengt die aanstonds dienen te worden aangepakt. De rapporteur is derhalve van mening dat hierbij voor het SIS een essentiële rol is weggelegd en dat het oplossingen kan bieden. Het voorstel dient daarom zo spoedig mogelijk te worden goedgekeurd, omdat het erom gaat het grootste, best geïmplementeerde en meest gebruikte gecentraliseerde Europese informatiesysteem te upgraden om zo in concrete en snelle oplossingen te voorzien voor de problemen waarmee de Europese burgers te maken hebben. De rapporteur stelt daarom voor dat het nieuwe wetgevingskader een jaar na de inwerkingtreding ervan van toepassing wordt. In de verordening dient een vaste datum te worden ingevoegd om langdurige vertraging, zoals opgetreden bij het wetgevingskader voor SIS II, te voorkomen.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Invoering, werking en gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken

Document- en procedurenummers

COM(2016)0883 – C8-0530/2016 – 2016/0409(COD)

Datum indiening bij EP

22.12.2016

 

 

 

Bevoegde commissie

       Datum bekendmaking

LIBE

6.4.2017

 

 

 

Adviserende commissies

       Datum bekendmaking

AFET

6.4.2017

BUDG

6.4.2017

TRAN

6.4.2017

JURI

6.4.2017

Geen advies

       Datum besluit

AFET

30.1.2017

BUDG

12.1.2017

TRAN

27.2.2017

JURI

25.1.2017

Rapporteurs

       Datum benoeming

Carlos Coelho

9.3.2017

 

 

 

Behandeling in de commissie

30.3.2017

10.7.2017

28.9.2017

6.11.2017

Datum goedkeuring

6.11.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

3

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Asim Ahmedov Ademov, Gerard Batten, Monika Beňová, Malin Björk, Michał Boni, Raymond Finch, Kinga Gál, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Filiz Hyusmenova, Dietmar Köster, Barbara Kudrycka, Cécile Kashetu Kyenge, Juan Fernando López Aguilar, Monica Macovei, Roberta Metsola, Claude Moraes, Péter Niedermüller, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Helga Stevens, Traian Ungureanu, Marie-Christine Vergiat, Udo Voigt, Josef Weidenholzer, Cecilia Wikström, Kristina Winberg, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Pál Csáky, Miriam Dalli, Gérard Deprez, Marek Jurek, Jeroen Lenaers, Elly Schlein, Barbara Spinelli, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Axel Voss

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Max Andersson, André Elissen, Karin Kadenbach, Peter Kouroumbashev, Julia Reda, Sofia Ribeiro, Julie Ward, Wim van de Camp

Datum indiening

10.11.2017


HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE BEVOEGDE COMMISSIE

41

+

ALDE

Gérard Deprez, Filiz Hyusmenova, Cecilia Wikström

ECR

Marek Jurek, Monica Macovei, Helga Stevens

EFDD

Kristina Winberg

NI

Udo Voigt

PPE

Asim Ahmedov Ademov, Michał Boni, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Pál Csáky, Kinga Gál, Barbara Kudrycka, Jeroen Lenaers, Roberta Metsola, Sofia Ribeiro, Csaba Sógor, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Traian Ungureanu, Axel Voss, Wim van de Camp

S&D

Monika Beňová, Miriam Dalli, Ana Gomes, Sylvie Guillaume, Karin Kadenbach, Peter Kouroumbashev, Cécile Kashetu Kyenge, Dietmar Köster, Juan Fernando López Aguilar, Claude Moraes, Péter Niedermüller, Elly Schlein, Birgit Sippel, Julie Ward, Josef Weidenholzer

Verts/ALE

Max Andersson, Julia Reda, Judith Sargentini

3

-

ENF

André Elissen, Auke Zijlstra

GUE/NGL

Malin Björk

4

0

EFDD

Gerard Batten, Raymond Finch

GUE/NGL

Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding

Juridische mededeling